Brief van ons management
2025 was een jaar waarin Azelis de kracht, discipline en veerkracht van haar bedrijfsmodel heeft bewezen. In een context van aanhoudende marktonzekerheid, een ongelijkmatig herstel van de eindmarkten en blijvende geopolitieke en handelsgerelateerde volatiliteit bleef de Groep resoluut focussen op de grondbeginselen van waardecreatie. Hoewel de zichtbaarheid beperkt was als gevolg van de toenemende behoedzaamheid van klanten, hebben we doortastend gehandeld: we beschermden de winstgevendheid, gaven prioriteit aan kasstroomgeneratie en bleven selectief investeren in de langetermijnstrategie. Deze gedisciplineerde aanpak onderstreepte het vermogen van Azelis om door de cyclus heen prestaties neer te zetten als veerkrachtig, asset-light en sterk kasstroom-genererend platform.
De omzet over het jaar bedroeg 4,1 miljard EUR, een daling van 2% ten opzichte van het voorgaande jaar. Dit resultaat was grotendeels toe te schrijven aan een uitgesproken macro-economische tegenwind, waardoor klanten in veel eindmarkten aarzelden om hun voorraden opnieuw op te bouwen bij gebrek aan vertrouwen in de vraag van eindconsumenten. De aangepaste EBITA bereikte 411 miljoen EUR, als gevolg van lagere volumes en kosteninflatie binnen de Groep, deels gecompenseerd door 20 miljoen EUR aan kostenbesparingen gerealiseerd in de loop van het jaar. Belangrijk is dat Azelis 442 miljoen EUR aan vrije cashflow genereerde, een stijging van 29% op jaarbasis, wat neerkomt op een cashconversieratio van 106% en opnieuw de robuustheid van ons kasstroom-genererende model bevestigt.
Het jaar begon met voorzichtig optimisme, aangezien het organische momentum dat in de tweede helft van 2024 op gang kwam, zich uitbreidde naar de eerste maanden van 2025. Naarmate het jaar vorderde, dook er opnieuw volatiliteit op en bleven klanten voorzichtig in hun inkoopgedrag. Tegen die achtergrond was onze prioriteit duidelijk: onze kostenbasis en inzet van werkkapitaal afstemmen op de actuele vraag, met behoud van de capaciteiten die de toekomstige groei zullen aanjagen. Deze focus stelde ons in staat om financiële flexibiliteit te behouden en tegelijkertijd klanten en principalen in al onze markten te blijven ondersteunen.
Onze strategie blijft helder en ongewijzigd, gebaseerd op drie prioriteiten. Ten eerste willen wij onze leidende positie in ons marktsegment versterken als dé innovatieve dienstverlener voor speciale chemicaliën en voedingsingrediënten in de segmenten waarin we actief zijn, door waarde te leveren via diepgaande technische expertise, formuleringscapaciteiten en betrouwbare partnerschappen. Ten tweede willen wij een actieve consolidator blijven in een versnipperde sector, door onze posities bij klanten en principalen te versterken en selectief uit te breiden via overnames die onze strategische aanwezigheid versterken. Ten derde willen wij opereren als één wendbaar Azelis, waarbij wij onze wereldwijde schaal combineren met lokale verantwoordelijkheid en operationele uitmuntendheid.
In 2025 hebben wij tastbare vooruitgang geboekt bij de realisatie van deze doelstellingen. We voltooiden vier overnames in onze regio's, waaronder de overname van ACEF in Italië, waarmee we onze leiderschapspositie in Personal Care, een van onze belangrijkste eindmarkten, verder verstevigen. Deze transacties versterken onze uitgebreide portfolio en verdiepen onze technische en commerciële slagkracht waar die het meest relevant is. Daarnaast hebben wij een Group Commercial Excellence Director aangesteld om commerciële programma’s te versnellen, de uitvoering aan te scherpen en onze ambitie te ondersteunen om uit te groeien tot voorkeursdistributeur in onze focusmarkten.
Azelis bleef zich onderscheiden door innovatie. In de loop van het jaar sleepten onze teams in onze drie regio's acht industrie-awards in de wacht, als erkenning voor hun technische uitmuntendheid en hun blijvende focus op het ontwikkelen van oplossingen die aansluiten bij de evoluerende behoeften van de klanten. Deze erkenningen illustreren het vertrouwen dat in Azelis wordt gesteld om partners te ondersteunen bij marktontwikkeling, differentiatie van het aanbod en duurzame waardecreatie.
Duurzaamheid blijft een strategische accelerator. In 2026 werd onze CDP-score opgewaardeerd tot A-, en kregen we een EcoVadis Gold-rating toegekend, als aanvulling op onze MSCI ESG AA-rating. Deze vooruitgang weerspiegelt de verdere uitvoering van Impact 2030, ons duurzaamheidsprogramma, en onze overtuiging dat verantwoord leiderschap bijdraagt aan duurzame waardecreatie. Duurzaamheid is verankerd in de manier waarop wij werken, partnerschappen uitbouwen en kapitaal toewijzen.
Het jaar stond ook in het teken van een belangrijke verandering in het management. Na bijna tien jaar dienst besliste onze Group CFO, Thijs Bakker, om buiten de Groep nieuwe professionele kansen na te streven. Wij danken hem oprecht voor zijn bijdrage aan de uitbouw van een sterke financiële infrastructuur. Hij wordt opgevolgd door Boris Cambon-Lalanne, die kan bogen op meer dan 20 jaar internationale ervaring in de chemische sector. Deze naadloze overgang zorgt voor continuïteit en positioneert onze Finance-organisatie om de efficiëntie, discipline en inzichten verder te verbeteren.
Wanneer wij terugkijken op 2025, doen wij dat met vertrouwen in onze koers. De veerkracht en toewijding van onze teams, samen met financiële discipline en strategische focus, vormen de ruggengraat van onze prestaties. We blijven ons inzetten om een sterker Azelis uit te bouwen en
duurzame waarde te creëren voor onze klanten, principalen, werknemers en aandeelhouders.
Met het oog op de toekomst blijven wij vertrouwen hebben in de aantrekkelijke langetermijnfundamenten van onze sector en in het vermogen van Azelis om duurzame waarde te creëren doorheen de cyclus. Ook al blijft de zichtbaarheid op korte termijn beperkt en kunnen de marktomstandigheden blijven schommelen, onze strategie is erop gericht volatiliteit te doorstaan én groeikansen te grijpen zodra die zich aandienen. Gesteund door een gedisciplineerde kapitaalallocatie, een sterke focus op kasstroomgeneratie en een veerkrachtig, asset-light model, is Azelis goed gepositioneerd om op lange termijn waarde te blijven opbouwen, en tegelijk op korte termijn wendbaar te blijven.
Samen blijven we vooruitgaan, Forever Forward.
Hartelijke groeten,
Anna Bertona
Chief Executive Officer
Kåre Schultz
Voorzitter van de Raad van Bestuur
Kerncijfers
Klanten helpen om succesvol te zijn en principalen om te groeien
Bij het ingaan van een nieuwe fase van ons traject blijft onze focus helder: erkend worden voor het bieden van superieure klantervaringen die de norm zetten binnen onze sector. In een steeds dynamischer en meer onderling verbonden wereld hangt succes niet alleen af van wat wij doen, maar ook van hoe doeltreffend wij de producten van onze principalen koppelen aan de ambities van onze klanten door middel van onze diepgaande technische kennis en innovatieve mindset. Klanten helpen om succesvol te zijn gaat hand in hand met het stimuleren van de groei van onze principalen, en deze overtuiging vormt de leidraad voor elke innovatie, investering en samenwerking die wij nastreven.
In de loop der jaren is Azelis uitgegroeid van een toonaangevende distributeur van speciale chemicaliën en voedingsingrediënten tot een wereldwijde aanbieder van innovatiediensten. Onze strategie blijft verankerd in de pijlers die onze groei, innovatie, duurzaamheid, digitalisering en strategische expansie hebben ondersteund, maar onze aanpak wordt verder aangescherpt. Vandaag herdefiniëren we uitmuntendheid door ons inzicht in zowel de behoeften van onze klanten als de mogelijkheden van onze principalen te verdiepen, te anticiperen op markttrends en consequent waarde te creëren in de hele waardeketen.
Ons doel, klanten helpen succesvol te zijn en principalen helpen te groeien, is de drijfveer achter alles wat we doen. Die drijfveer inspireert onze mensen om te denken, samen te werken en te handelen met één doel voor ogen: klanten en principalen in staat stellen om succesvol te zijn en samen te groeien dankzij best-in-class innovatiediensten, technische deskundigheid en duurzame oplossingen. Door de uitdagingen van klanten af te stemmen op de productportfolio van principalen versnellen we innovatie, ontsluiten we nieuwe groeikansen en creëren we meetbare impact voor allebei. Of we nu meewerken aan de ontwikkeling van de volgende generatie duurzame formuleringen, complexe vereisten op het vlak van de regelgeving aan-pakken of de wendbaarheid van de supply chain vergroten, wij streven er steeds naar om het concurrentievermogen van al onze partners te versterken.
Wij zijn ervan overtuigd dat geweldige ervaringen worden opgebouwd op basis van vertrouwen, deskundigheid en partnerschap. Door daarin uit te blinken, creëren wij blijvende waarde voor klanten, principalen en alle stakeholders. Onze partnerschapsgedreven benadering is ingebed in alle regio's en functies van onze organisatie:
Co-creatie en innovatie: Met een wereldwijd netwerk van meer dan 70 toepassings- en formuleringslaboratoria brengen wij klanten en principalen samen om uitdagingen om te zetten in nieuwe kansen, innovatie te stimuleren en gedifferentieerde en duurzame producten sneller op de markt te brengen.
Uitmuntendheid op technisch en regelgevend vlak: Onze experts combineren grondige marktkennis met principaal-specifieke expertise om klanten te helpen complexiteit het hoofd te bieden, compliance te waarborgen en de marktintroductietijd te verkorten, terwijl we tegelijk het bereik en de impact van de technologieën van onze principalen versterken.
Digitale slagkracht: Voortdurende investeringen in digitale platforms bieden klanten en principalen naadloze toegang tot data, inzichten en diensten, wat de transparantie, de reactiesnelheid en de samenwerking versterkt.
Partnerschap rond duurzaamheid: Via ons programma Impact 2030 en onze Portfolio Sustainability Assessment-tool ondersteunen we klanten bij het behalen van hun duurzaamheidsdoelstellingen en stellen we principalen in staat de toepassing van duurzamere oplossingen te versnellen, waardoor de ecologische voetafdruk in de hele waardeketen wordt verkleind.
We bouwen aan een organisatie die aandachtig luistert, doortastend handelt en consequent resultaten levert. Door klanten centraal te stellen bij alles wat we doen, versterken we onze rol als betrouwbare partner en aanbieder van innovatiediensten, een rol die onze klanten, principalen en stakeholders helpt om vandaag succesvol te zijn en morgen duurzaam te groeien.
Samen komen we verder en bouwen we aan een toekomst gedragen door groei, uitmuntendheid en gedeeld succes. Deze verscherpte klantgerichtheid vormt de basis van onze strategie en het pad waarlangs we ook in de toekomst een voortrekkersrol in onze sector zullen blijven vervullen.
Door technische expertise te combineren met intuïtieve digitale ervaringen, stellen we onze teams in staat om op maat gemaakte en duurzame oplossingen te leveren die klanten helpen te winnen en principalen te groeien en Azelis' langetermijn-waardecreatie te versterken.
Dennis Hublitz
Group Director Digital Transformation & Commercial Excellence
Innovatie door formuleringen
Azelis is de wereldwijde referentie in innovatiediensten voor de sector speciale chemicaliën en voedingsingrediënten, en een voorloper in uitmuntendheid op het gebied van duurzaamheid en digitalisering. Azelis is in 2001 ontstaan door de fusie van de bedrijven Novorchem (Italië) en Arnaud (Frankrijk) onder leiding van dr. Hans Udo Wenzel. Onze hoofdzetel is gevestigd in Antwerpen (België) en we hebben ons er altijd op gericht om klanten een one-stop-shop te bieden voor duurzame oplossingen, best-in-class diensten en, uiteindelijk, innovatieve formuleringen waarmee ze hun bedrijf vooruit kunnen helpen.
Onze passie voor innovatie, die in meer dan 70 toepassings- en formuleringslaboratoria over de hele wereld weerklinkt, is keer op keer erkend door de sector via de 44 innovatie-awards die we van 2015 tot 2025 hebben gewonnen. Onze bekroonde laboratoriumteams ontwikkelen formuleringen en bieden gedegen technische begeleiding aan klanten tijdens hun productontwikkelingsproces, en stimuleren zo uitmuntende innovatie in de sector.
Digitalisering is een belangrijke accelerator voor onze bedrijfsactiviteiten. We laten ons aansturen door een gecentraliseerde backbone en zijn helemaal klaar voor AI. Vanuit ons digital-fundament kunnen we nieuwe diensten ontwikkelen en nieuwe bedrijven sneller integreren, en tegelijkertijd onze ecologische voetafdruk tot een minimum beperken en een cyberveilig ecosysteem garanderen. Op basis van onze IT-infrastructuur optimaliseren wij de dataflows binnen de verschillende waardestromen van onze bedrijfsactiviteiten, en stimuleren wij procesharmonisatie en end-to-endautomatisering. Dit biedt onze klanten en principalen zeven dagen op zeven, de klok rond, toegang tot onze innovatieve formuleringen, inzichten en diensten via verbeterde digitale ervaringen op maat van hun behoeften en de markten waar ze actief zijn.
Azelis heeft een bewezen staat van dienst als leider in de sector op het vlak van duurzaamheid, dankzij haar eerste duurzaamheidsprogramma, dat in 2015 werd ingevoerd. Sindsdien hebben we onze inspanningen vergroot, nog meer ingezet op duurzame bedrijfspraktijken en duurzaamheid verankerd in onze bedrijfsactiviteiten om positieve effecten te creëren voor al onze partners. Onze inspanningen en prestaties worden elk jaar opnieuw erkend via verschillende sectorbeoordelingen en certificeringen.
Wij bij Azelis geloven in het opbouwen en onderhouden van solide, eerlijke en transparante relaties met onze mensen en partners, voor wie wij de beste keuze zijn. Onze mensen vertrouwen op een werkgever die hen helpt duurzaam te groeien op de werkplek en die een gezonde werk-privébalans ondersteunt. Onze principalen rekenen op een uiterst competent team dat het beste uit hun producten haalt. Onze klanten vertrouwen op innovaties en diensten waarmee ze beter kunnen inspelen op de laatste trends en hun eigen duurzaamheidsagenda kunnen bewerkstelligen.
We zijn gepassioneerd, toegewijd en vastbesloten om onze klanten, principalen en onze teams Forever Forward te stuwen.
Azelis Group NV is genoteerd op Euronext Brussel met als ticker AZE en is opgenomen in de BEL20-, BEL®ESG-, MSCI Global Small Cap- en MSCI Belgium-indexen.
Ons gemeenschappelijke doel stuurt onze beslissingen en geeft richting aan al onze acties. Terwijl we de weg vrijmaken voor onze visie om de referentie-aanbieder van innovatiediensten te worden op de markten waar we actief zijn, staat 'innovation through formulation' als drijvende kracht centraal in al onze acties.
Onze mensen zijn gebonden door gedeelde overtuigingen die
onze cultuur en ons engagement schragen.
Onze waarden geven ons vorm bij elke stap vooruit, weer-
spiegelen onze ambities en erkennen wat het betekent om
deel uit te maken van ons geweldige team.
Azelis doet veel meer dan goederen verplaatsen van de ene plek naar de andere. We helpen markten vooruit door baanbrekend werk te verrichten in onze toepassings- en formuleringslaboratoria, waarbij we ingrediënten met ideeën combineren en groeikansen voor onze partners creëren door middel van uitmuntendheid op het gebied van innovatie, duurzaamheid en digitalisering.
We zijn aanbieders van innovatiediensten: We ondersteunen onze principalen bij hun uitdagingen op het vlak van verkoop en marketing door op te treden als een verlengstuk van hun teams, inzicht in de markt te verschaffen en te anticiperen op trends om het potentieel van hun
producten beter te bereiken en ook die markten te bereiken die zij niet zelf kunnen aanboren.
We bieden klanten nauwkeurige informatie op het vlak van regelgeving, diepgaande technisch deskundigheid over de producten die we verkopen en de formuleringen die we ontwikkelen, en hoogwaardige oplossingen die voldoen aan hun duurzaamheidsdoelstellingen. Samen met hen creëren we ook productinnovaties om in te spelen op steeds veranderende markttrends.
Onze uitgebreide portfolio van chemische producten en onze sterke expertise in formuleringen richten zich op een brede waaier aan toepassingen voor allerlei marktsegmenten: hoe meer producten in onze
portfolio, hoe meer formuleringen we kunnen ontwikkelen voor een specifieke eindmarkt. Dit unieke aanbod onderscheidt ons van onze sectorgenoten.
Gedreven door ons doel, handelend vanuit onze waarden en voortbouwend op onze uitgebreide portfolio creëren we waarde voor onze klanten en principalen, met wie we langdurige relaties op basis van vertrouwen, respect en succes onderhouden. Terwijl we onze klanten helpen om succesvol te zijn en onze principalen om te groeien, nemen we complexiteit weg, verkorten we de marktintroductietijd en bieden we een concurrentie-voordeel dankzij onze diepgaande technische kennis en uitmuntende digitale mogelijkheden. Dit positioneert ons als onbetwiste marktleiders.
We zijn een one-stop-shop voor klanten, met degelijke technische dienstverlening, een uitgebreide productportfolio met een groeiend aantal duurzame alternatieven voor herformuleringen en maatwerkoplossingen die berusten op een grondig inzicht in de behoeften en uitdagingen van de klant. Als koploper op het gebied van digitalisering in onze sector genereren we inzichten via verschillende kanalen en versterken we de klantnabijheid door versneld gegevensgestuurde value-selling door te voeren in al onze klant- en marktsegmenten. We voegen nog meer waarde toe voor klanten door sterke diensten op het gebied van Safety, Health, Environment & Quality ('SHEQ') en onze geavanceerde sourcing- en supply chain oplossingen aan te bieden.
Als vertrouwde verkoop- en marketingpartner vergroten we het marktaandeel van de productportfolio's van onze principalen. We kennen onze markten goed en hebben toegang tot markten waar onze principalen niet mee vertrouwd zijn, we consolideren geografische regio's, zorgen voor verbinding met opkomende merken en spelen in op nieuwe trends. Bovendien worden onze toonaangevende digitale mogelijkheden en ons KPI-gedreven duurzaamheidsprogramma zeer gewaardeerd door onze principalen en zorgen ze ervoor dat we ons onderscheiden van onze sectorgenoten.
Onze mensen zijn de drijvende kracht achter ons doel en ons bedrijfsmodel. We koesteren een open en op samenwerking gerichte bedrijfscultuur gebaseerd op vertrouwen en empowerment. Onze uiterst diverse teams werken samen over de hele wereld in een hybride werkomgeving om gemeenschappelijke doelen te bereiken. Met echte groeimogelijkheden en een sterk mobiliteitsprogramma voor talent streven we ernaar om de wereldwijde voorkeurswerkgever in de sector te worden.
Ons Investors Relations-team vormt de verbinding tussen Azelis en de financiële markten na onze beursgang in 2021. We bieden waarde aan onze aandeelhouders door onze bedrijfsactiviteiten te laten groeien, onze beloftes na te komen en een asset-light bedrijf te blijven. Bovendien dienen onze prestaties op het gebied van duurzaamheid – we zijn opgenomen in de BEL®ESG-index en hebben meerdere top-rated ESG-scores – als referentie voor beleggers om in ons een duurzame belegging voor de toekomst te zien.
De markten die we bedienen
Alles wat we bij Azelis doen, draait om innovatie en zorgt voor vooruitgang op de diverse markten die we bedienen. Onze baanbrekende formuleringen zetten trends in de sector en leveren impactvolle oplossingen voor zowel Life Sciences als Industrial Chemicals. Onze producten voldoen aan de veranderende eisen van consumenten en bedrijven, van muffins met een verlaagd cacaogehalte en vaste shampoobars tot sulfaatvrije vaatwastabletten en duurzame antislipcoatings voor badkuipen.
Ons marktgerichte verkoopmodel zorgt ervoor dat onze commerciële teams echte experts zijn in hun respectieve segmenten. Met meer dan 70 gespecialiseerde applicatie- en formuleringslaboratoria, die zich elk op een specifieke markt richten, bevorderen we de samenwerking tussen segmenten en maken we gebruik van gedeelde expertise om baanbrekende innovaties te versnellen.
Bij Azelis vormt operationele uitmuntendheid de basis van onze logistieke diensten, zodat we onze klanten en principalen een naadloze, efficiënte en waardegedreven dienst kunnen aanbieden.
Door gebruik te maken van een gestroomlijnde en geharmoniseerde manier van werken, verbeteren we de efficiëntie via prestatiemonitoring, digitale tools en het delen van best practices.
Onze expertise in AI-gestuurde procesoptimalisatie en duurzaamheidsgerichte supply chain-oplossingen positioneert ons als de innovatieserviceprovider bij uitstek.
Dankzij ons 'hub-and-spoke'-model, onze herverpakkingsmogelijkheden en onze mengfaciliteiten kunnen we logistieke oplossingen op maat bieden die de flexibiliteit maximaliseren en tegelijkertijd de kosten verlagen. We ontwikkelen onze activiteiten voortdurend en implementeren best-in-class systemen die echte impact mogelijk maken en logistiek omvormen van een kostenfactor tot een strategische hefboom. Ons streven naar flexibiliteit en voortdurende verbetering maakt ons de voorkeurspartner die onze klanten betrouwbare, kosteneffectieve en innovatieve supply chain-oplossingen biedt.
We zijn actief in een snel evoluerende markt en onze strategie is gericht op het versterken van onze positie als toonaangevende aanbieder van innovatiediensten voor speciale chemicaliën en voedingsingrediënten in de segmenten die we bedienen. We creëren langetermijnwaarde door hoogwaardige, innovatieve en duurzame productportfolio's te combineren met diepgaande technische expertise, een wereldwijd bereik en sterke lokale uitvoering.
De referentie zijn in de sector betekent dat we de beste productportfolio aanbieden in de segmenten die we bedienen. We selecteren zorgvuldig producten die innovatief, duurzaam, van hoge kwaliteit, concurrerend en toegankelijk zijn, zodat onze klanten zich kunnen onderscheiden met toekomstgerichte oplossingen en hun marktpositie kunnen versterken.
De markt voor speciale chemicaliën en voedingsingrediënten blijft een belangrijke groeimotor binnen de wereldwijde distributie, met een verwachte groei van ongeveer 3,5% per jaar tot 2030. Dit wordt in de hand gewerkt door zowel de toenemende outsourcing van principalen aan distributeurs als de toenemende vraag naar technische ondersteuning en herformuleringsdiensten, aangejaagd door veranderende wetgeving en toenemende duurzaamheidseisen.
De wereldwijde chemische distributiemarkt blijft sterk gefragmenteerd, aangezien de top 10-distributeurs minder dan 15% marktaandeel hebben. Deze versnippering, gecombineerd met een toenemende complexiteit, creëert kansen voor goed gepositioneerde distributeurs om te consolideren, te differentiëren en te groeien.
Met een versnipperd concurrentielandschap en toenemende verwachtingen van klanten en principalen volstaat loutere schaalgrootte
niet langer. Leiderschap wordt bepaald door technische diepgang, portfoliokwaliteit, operationele uitmuntendheid en het vermogen om als betrouwbare partner op te treden in verschillende markten. Onze geografische aanwezigheid en blootstelling aan eindmarkten stellen ons in staat van deze trends te profiteren en tegelijk veerkrachtig om te gaan met regionale of sectorspecifieke volatiliteit.
Om deze kansen te verzilveren en onze leiderschapspositie te versterken, beschikken we over een duidelijk strategisch kader. Onze strategie steunt op drie pijlers: leiderschap in marktsegmenten, een actieve consolidator, en één wendbaar Azelis, ondersteund door drie acceleratoren: innovatie, duurzaamheid en digitalisering.
We richten ons op het verwerven van leiderschap in duidelijk afgebakende marktsegmenten binnen Life Sciences en Industrial Chemicals, waar technische expertise, formuleringscapaciteiten en portfoliokwaliteit doorslaggevende onderscheidende factoren zijn. Binnen deze segmenten willen we de referentiepartner zijn voor zowel klanten als principalen.
Ons leiderschap steunt op een hoogwaardige, zorgvuldig samengestelde productportfolio van toonaangevende producenten van speciale chemicaliën, aangevuld met sterke knowhow op het vlak van toepassingen en inzicht in de lokale markten. Naarmate de eigen aanwezigheid van principalen evolueert, blijven we onze portfolio verfijnen en geven we prioriteit aan innovatieve en duurzame producten die voldoen aan de veranderende behoeften van klanten en eindmarkten.
Door ons te concentreren op geselecteerde segmenten in plaats van louter op verbreding in te zetten, verdiepen we klantrelaties, ondersteunen we de ontwikkeling van toepassingen en creëren we duurzame, rendabele groei.
Naast organische groei is consolidatie een belangrijke aanjager van onze strategie en een cruciale hefboom voor waardecreatie voor klanten en principalen. Door het distributielandschap actief te consolideren, versterken we onze marktpositie, verruimen we de toegang tot de portfolio en verhogen we de kwaliteit en consistentie van de dienstverlening over regio’s heen.
Onze brede, uitgebreide portfolio in verschillende geografische gebieden, in combinatie met een hoge diversificatie van klanten op de markten die we bedienen, creëert aanzienlijke groeikansen. Het is onze bedoeling onze portfolio ten volle te benutten om te profiteren van cross-selling mogelijkheden en om onze marktpenetratie te verhogen. Daarnaast hebben we slimme prijszettings- en commerciële strategieën ontwikkeld die onze programma's voor marktaandeeluitbreiding ondersteunen, de loyaliteit van onze klanten vergroten en onze winstgevendheid verhogen.
Tegelijkertijd versterkt consolidatie onze rol als voorkeurspartner voor principalen. Naarmate principalen hun eigen distributienetwerken stroomlijnen, gaan zij steeds vaker op zoek naar partners met schaalgrootte, technische slagvaardigheid en betrouwbare uitvoering over markten heen. Onze strategie is gericht op het uitbouwen en versterken van partnerschappen met toonaangevende en opkomende blue chip-principalen wereldwijd, waarbij we inspelen op hun veranderende behoeften en hun groei ondersteunen via een consistent, hoogwaardig distributieplatform. Ons programma voor het beheer van principalen speelt hierin een centrale rol, doordat het ons in staat stelt portfolio's, prioriteiten en marktbereik op elkaar af te stemmen.
Fusies en overnames (M&A's) zijn een kerncompetentie van Azelis. Door kleine en winstgevende nichebedrijven binnen te halen, kunnen we onze aanwezigheid op de markt uitbreiden, onze capaciteiten verbeteren en waarde op lange termijn creëren. We richten ons op consolidatie in belangrijke markten en zoeken naar bedrijven die aansluiten bij onze kernwaarden en een aanvulling vormen op onze bestaande portfolio van producten en principalen.
Onze eigen M&A-teams maken gebruik van onze regionale en lokale teams (waaronder management- en marktsegmentexperts) om in contact te treden met potentiële overnamedoelen en een nauwgezette pipeline te onderhouden. Sinds 2017 hebben we meer dan 60 overnames uitgevoerd, meer dan 2.500 werknemers toegevoegd en meer dan 20 ERP-systemen geïntegreerd. Hierdoor hebben we onze marktpositie aanzienlijk versterkt, onze marktpenetratie in Asia Pacific en Latijns-Amerika versneld en een leidende marktpositie opgebouwd in Afrika.
Post-merger integration (PMI) is een cruciaal onderdeel van ons succes. Ons gestructureerde PMI-proces zorgt voor een naadloze integratie, waardoor de bedrijfsdynamiek behouden blijft, de synergieën gemaximaliseerd worden en de volledige waarde ontsloten wordt. We bereiken dit door prioriteit te geven aan bedrijfscontinuïteit, een gedisciplineerd, systematisch integratieproces toe te passen, toegewijde teams in te zetten om nauw samen te werken met het management van het overgenomen bedrijf en 'hard on tools, soft on people' te zijn om efficiëntie te stimuleren met respect voor het erfgoed van het bedrijf.
Door onze geografische aanwezigheid uit te breiden en onze uitgebreide portfolio te versterken, zorgen we voor meer omzet, extra mandaten en duurzame langetermijnwaarde voor onze stakeholders. Ons streven naar uitmuntendheid op het gebied van M&A zorgt ervoor dat elke overname onze kernactiviteiten versterkt en ons positioneert om succesvol te blijven.
Om onze strategie doeltreffend uit te voeren, opereren we als één geïntegreerde organisatie, waarbij we sterke lokale uitvoering combineren met de schaal en consistentie van een wereldwijd platform. Onze landenorganisaties blijven dicht bij klanten en markten, terwijl onze globale kaders structuur, efficiëntie en veerkracht bieden.
Een belangrijke hefboom binnen dit model is onze uniforme digitale backbone. De voorbije tien jaar hebben we geïnvesteerd in één ERP-platform, één uniform CRM en een gecentraliseerde dataomgeving, wat gestandaardiseerde tools, consistente processen en meer transparantie binnen de organisatie mogelijk maakt. Deze gemeenschappelijke basis verhoogt de operationele efficiëntie, vermindert complexiteit en ondersteunt snellere, beter onderbouwde besluitvorming.
Door mensen, processen en systemen op elkaar af te stemmen, blijven we wendbaar terwijl we groeien: we behouden de flexibiliteit van een lokale ondernemer, en profiteren tegelijk van de slagkracht van een globale organisatie.
Bij Azelis worden we voortgestuwd door innovatie, dat ons eigenlijke doel is. We beschikken wereldwijd over meer dan zeventig toepassings- en formuleringslaboratoria, die zich toeleggen op co-creatie met en voor klanten en principalen. In deze laboratoria ontwikkelen we maatwerkoplossingen die voldoen aan hun veranderende behoeften en creëren we nieuwe toepassingen en mogelijkheden. Door voorrang te geven aan innovatie versterken we onze kernidentiteit en stimuleren we groei voor onze principalen – via de ontwikkeling van toepassingen voor hun producten – en voor onze klanten, dankzij creatieve oplossingen om hun producten te verbeteren en hun bedrijfsactiviteiten te laten groeien.
Ons streven naar innovatie zorgt voor connectiviteit binnen ons wereldwijde laboratoriumnetwerk, waarbij kennis afkomstig van M&A's naadloos wordt geïntegreerd en beste praktijken in verschillende regio's worden benut om groei en uitmuntendheid aan te zwengelen.
Duurzaamheid staat centraal in onze strategie en is de drijvende kracht achter ons leiderschap in de marktverschuiving naar verantwoorde bedrijfspraktijken. Nu de vraag van consumenten naar duurzaamheid toeneemt, zoeken klanten en principalen partners die hun waarden delen en hun duurzaamheidsdoelstellingen kunnen helpen te bevorderen.
Ons verbeterde duurzaamheidsprogramma, Impact 2030, verhoogt de producttransparantie en stelt klanten in staat om weloverwogen, duurzame keuzes te maken. We zetten ons in om onze ecologische voetafdruk in de hele waardeketen te verkleinen en ondersteunen zo rechtstreeks de duurzaamheidsdoelstellingen van onze klanten.
Door ons te verbinden aan het Science Based Targets initiative (SBTi) en gebruik te maken van de Portfolio Sustainability Assessment-tool, zorgen we ervoor dat onze producten voldoen aan de hoogste duurzaamheidsnormen. Dit versterkt onze voortrekkersrol op gebied van duurzaamheid, creëert nieuwe kansen en positioneert ons als de referentie in een markt die steeds meer wordt gedreven door duurzaamheid.
De afgelopen tien jaar hebben we fors geïnvesteerd in digitalisering, waardoor we een toonaangevende positie in de sector hebben veroverd. Sinds 2015 hebben we de ERP-systemen van meer dan 100 rechtspersonen naadloos geïntegreerd in één gecentraliseerd platform, naast één eengemaakt CRM en één centrale masterdatalake. Door ons onderling verbonden digitale ecosysteem naar de cloud te migreren, hebben we de integratie verbeterd, de cybersecurity versterkt en de prestaties geoptimaliseerd, waardoor we een toekomstbestendige digitale backbone hebben gecreëerd die kan worden opgeschaald.
Onze digitale transformatie draait niet alleen om efficiëntie, maar ook om het leveren van de beste ervaringen aan onze klanten en principalen. Dankzij de integratie van digitale oplossingen in onze activiteiten anticiperen we op de behoeften van de klant, versnellen we onze dienstverlening en verkorten we de marktintroductietijd. Ons geavanceerde digitale ecosysteem stroomlijnt processen en levert bruikbare inzichten op, waardoor onze principalen innovatie in R&D kunnen stimuleren.
Door onze digitale initiatieven te blijven verbeteren, houden we niet alleen gelijke tred met veranderingen, maar bepalen we de norm voor digitale uitmuntendheid en zorgen ervoor dat we voorop blijven lopen bij de transformatie van de sector.
Operationeel overzicht
| Q4 2025 | Q4 2024 | Organisch | Totaal | (in miljoenen €) | 2025 | 2024 | F/X | M&A | Organisch | Totaal |
|---|
| 435 | 437 | -4,3% | -0,5% | EMEA | 1.871 | 1.793 | -2,1% | 6,4% | 0,0% | 4,4% |
| 315 | 357 | -5,4% | -11,9% | Americas | 1.435 | 1.536 | -4,7% | 0,1% | -2,0% | -6,6% |
| 188 | 220 | -5,2% | -14,6% | Asia Pacific | 805 | 885 | -5,6% | 0,8% | -4,3% | -9,0% |
| 937 | 1.014 | -4,9% | -7,6% | Groepsomzet | 4.111 | 4.214 | -3,8% | 2,9% | -1,6% | -2,4% |
| | | | | | | | | | | |
| 106 | 111 | -9,8% | -4,0% | EMEA | 471 | 463 | -1,7% | 6,0% | -2,5% | 1,8% |
| 75 | 91 | -10,9% | -17,5% | Americas | 340 | 383 | -4,7% | 0,1% | -6,5% | -11,2% |
| 36 | 46 | -12,9% | -22,8% | Asia Pacific | 157 | 185 | -5,7% | 2,0% | -11,6% | -15,3% |
| 217 | 247 | -10,7% | -12,4% | Groep brutowinst | 968 | 1.031 | -3,5% | 3,1% | -5,6% | -6,1% |
| | | | | | | | | | | |
| 42 | 48 | -15,5% | -10,9% | EMEA | 218 | 228 | -1,9% | 5,4% | -8,2% | -4,7% |
| 29 | 40 | -21,0% | -28,2% | Americas | 156 | 189 | -4,7% | 0,1% | -13,2% | -17,8% |
| 16 | 22 | -15,8% | -27,4% | Asia Pacific | 75 | 88 | -6,1% | 3,6% | -12,2% | -14,7% |
| 78 | 101 | -19,7% | -22,7% | Groep aangepaste EBITA | 411 | 471 | -3,8% | 3,3% | -12,3% | -12,7% |
Azelis behaalde een omzet van 4,1 miljard EUR, wat een daling van 2,4% betekent ten opzichte van het vorige jaar (+1,3% stijging bij constante wisselkoers), als gevolg van een organische krimp van 1,6% en een negatieve impact van wisselkoersomrekeningen van 3,8%, deels gecompenseerd door een omzetgroeibijdrage uit overnames van 2,9%. In het vierde kwartaal daalde de omzet met 7,6%, doordat de groeibijdrage uit overnames van 3,6% werd tenietgedaan door een organische daling van 4,9% en een negatief wisselkoerseffect van 6,3%.
De omzet van Life Sciences bedroeg 2,6 miljard EUR, wat 1,7% lager is dan vorig jaar (+1,9% bij constante wisselkoers), en de omzet van Industrial Chemicals daalde met 3,7% tot 1,5 miljard EUR (+0,3% bij constante wisselkoers). Tijdens de verslagperiode voltooiden we de overnames van Solchem in Spanje, S Amit in India, ACEF in Italië en Distona in Zwitserland. Vorig jaar realiseerden die vier bedrijven een gecombineerde jaaromzet van meer dan 110 miljoen EUR.
| Q4 2025 | Q4 2024 | Verandering | (in miljoenen €) | 2025 | 2024 | Verandering | Constante wisselkoers |
|---|
| 435 | 437 | -0,5% | Omzet | 1.871 | 1.793 | 4,4% | 6,4% |
| 106 | 111 | -4,0% | Brutowinst | 471 | 463 | 1,8% | 3,5% |
| 24,4% | 25,3% | -87 bp | Brutowinstmarge | 25,2% | 25,8% | -62 bp | -72 bp |
| 48 | 52 | -8,6% | Aangepaste EBITDA | 239 | 246 | -2,8% | -0,9% |
| 11,0% | 12,0% | -97 bp | Aangepaste EBITDA-marge | 12,8% | 13,7% | -94 bp | -96 bp |
| 42 | 48 | -10,9% | Aangepaste EBITA | 218 | 228 | -4,7% | -2,8% |
| 9,8% | 10,9% | -113 bp | Aangepaste EBITA-marge | 11,6% | 12,7% | -110 bp | -112 bp |
| 39,9% | 43,0% | -311 bp | Conversiemarge | 46,2% | 49,3% | -314 bp | -304 bp |
In EMEA steeg de omzet in 2025 met 4,4% (+6,4% bij constante wisselkoers) tot 1,9 miljard EUR, waarbij de omzet in het laatste kwartaal uitkwam op 435 miljoen EUR. De omzetgroei over het jaar werd aangedreven door een groeibijdrage uit overnames van 6,4%, ondersteund door een stabiele organische omzet, en gedeeltelijk tenietgedaan door een negatieve impact van 2,1% van wisselkoerseffecten.
De Life Sciences-activiteiten van de Groep in de regio profiteerden van een omzetbijdrage uit recente overnames, net als van een bescheiden organische omzetgroei, ondanks een volumeverzwakking in het laatste kwartaal, waardoor een deel van de organische winst in de eerste jaarhelft werd teruggedraaid. De activiteiten in Industrial Chemicals lieten over het volledige jaar een lichte omzetdaling optekenen, aangezien de organische krimp in de tweede jaarhelft het effect van de sterke prestaties in de eerste helft tenietdeed.
De brutowinst in EMEA steeg met 1,8% (+3,5% bij constante wisselkoers) tot 471 miljoen EUR. De brutowinstmarge bedroeg 25,2%, een daling met 62 bp ten opzichte van vorig jaar, als gevolg van de ontwikkeling van de productmix binnen de segmenten. De aangepaste EBITA daalde met 4,7% tot 218 miljoen EUR, wat resulteerde in een inkrimping met 110 bp in de aangepaste EBITA-marge, voornamelijk door de tragere opbouw van de brutowinst en de verwatering door recente overnames. De lagere aangepaste EBITA leidde tot een daling van de conversiemarge tot 46,2% over het jaar.
| Q4 2025 | Q4 2024 | Verandering | (in miljoenen €) | 2025 | 2024 | Verandering | Constante wisselkoers |
|---|
| 315 | 357 | -11,9% | Omzet | 1.435 | 1.536 | -6,6% | -1,9% |
| 75 | 91 | -17,5% | Brutowinst | 340 | 383 | -11,2% | -6,5% |
| 23,8% | 25,4% | -163 bp | Brutowinstmarge | 23,7% | 24,9% | -122 bp | -122 bp |
| 32 | 44 | -25,8% | Aangepaste EBITDA | 170 | 204 | -16,6% | -11,9% |
| 10,3% | 12,2% | -194 bp | Aangepaste EBITDA-marge | 11,9% | 13,3% | -142 bp | -142 bp |
| 29 | 40 | -28,2% | Aangepaste EBITA | 156 | 189 | -17,8% | -13,1% |
| 9,2% | 11,3% | -208 bp | Aangepaste EBITA-marge | 10,9% | 12,3% | -147 bp | -147 bp |
| 38,6% | 44,3% | -571 bp | Conversiemarge | 45,8% | 49,4% | -367 bp | -368 bp |
In de Americas bedroeg de omzet in het vierde kwartaal 315 miljoen EUR, waardoor de omzet over het hele jaar uitkwam op 1,4 miljard EUR, met een organische daling van 2,0% en een negatief wisselkoerseffect van 4,7%.
Azelis stelde zwakte vast op de meeste eindmarkten in de regio, omdat klanten niet geneigd zijn een substantiële voorraad aan te leggen gezien de onzekere vraagvooruitzichten. In Life Sciences leverden Pharma en Food & Nutrition sterke prestaties tijdens het hele jaar, wat de verzwakte vraag over de hele lijn op andere eindmarkten in het segment gedeeltelijk compenseerde. De prestaties in Industrial Chemicals bleven zwak, met kleinere volumes, vooral in CASE.
De brutowinst in de regio daalde met 11,2% tot 340 miljoen EUR, wat resulteerde in een brutowinstmarge van 23,7%. De inkrimping met 122 bp werd veroorzaakt door een negatief productmixeffect als gevolg van de zwakkere prestaties van Life Sciences, en door de impact van de druk op de marges in Latijns-Amerika. Gedurende de periode genereerde de regio een aangepaste EBITA van 156 miljoen EUR, wat resulteerde in een krimp van de marge met 147 bp tot 10,9%, vooral als gevolg van lagere omzet en verwatering door een lagere EBITA-marge in Latijns-Amerika. De conversiemarge bedroeg 45,8%, een daling met 367 bp vergeleken met het jaar ervoor.
| Q4 2025 | Q4 2024 | Verandering | (in miljoenen €) | 2025 | 2024 | Verandering | Constante wisselkoers |
|---|
| 188 | 220 | -14,6% | Omzet | 805 | 885 | -9,0% | -3,4% |
| 36 | 46 | -22,8% | Brutowinst | 157 | 185 | -15,3% | -9,6% |
| 18,9% | 20,9% | -200 bp | Brutowinstmarge | 19,5% | 20,9% | -144 bp | -142 bp |
| 18 | 24 | -26,1% | Aangepaste EBITDA | 83 | 96 | -14,1% | -8,1% |
| 9,5% | 11,0% | -148 bp | Aangepaste EBITDA-marge | 10,3% | 10,9% | -61 bp | -56 bp |
| 16 | 22 | -27,4% | Aangepaste EBITA | 75 | 88 | -14,7% | -8,6% |
| 8,5% | 10,0% | -151 bp | Aangepaste EBITA-marge | 9,3% | 9,9% | -62 bp | -57 bp |
| 45,0% | 47,9% | -290 bp | Conversiemarge | 47,9% | 47,6% | 33 bp | 52 bp |
In APAC bedroeg de omzet in het vierde kwartaal 188 miljoen EUR, wat de jaaromzet op 805 miljoen EUR bracht, als gevolg van een organische inkrimping met 4,3%, versterkt door een negatieve impact van wisselkoersomrekeningen van 5,6%.
De activiteiten van de Groep in de regio blijven onder druk staan op de meeste eindmarkten in zowel Life Sciences als Industrial Chemicals, omdat de onzekerheid over de tarieven blijft wegen op de vraag en de prijzen door overaanbod onder druk blijven staan in bepaalde productcategorieën, vooral in Zuidoost-Azië. Daarnaast bevatten deze resultaten een negatieve impact van meer dan 13 miljoen EUR uit het decommoditiseringsprogramma van de Groep.
De brutowinst in de regio daalde met 15,3% (-9,6% bij constante wisselkoers) tot 157 miljoen EUR, goed voor een brutowinstmarge van 19,5%. De inkrimping van de brutomarge met 144 bp weerspiegelt negatieve effecten van de productmix en concurrentiedruk in de regio. De lagere brutowinst werd gedeeltelijk gecompenseerd door aanhoudend sterke kostenbeheersing in de regio, waarbij de aangepaste EBITA daalde met een geringer percentage van 14,7% (-8,6% bij constante wisselkoers). Dat stelde de regio in staat om over het jaar een uitbreiding van de conversiemarge met 33 bp tot 47,9% te realiseren.
| Q4 2025 | Q4 2024 | Verandering | | 2025 | 2024 | Verandering | Constante wisselkoers |
|---|
| -9 | -8 | 5,6% | Aangepaste EBITA (in miljoen EUR) | -38 | -35 | 7,0% | 7,0% |
| -0,9% | -0,8% | -12 bp | Als % van Groepsomzet | -0,9% | -0,8% | -8 bp | -5 bp |
De bedrijfskosten van de holdingmaatschappijen van de Groep, die betrekking hebben op de niet-operationele entiteiten van de Groep en het hoofdkantoor in België, stegen met 7,0% tot 38 miljoen EUR, of 0,9% van de omzet van de Groep. De stijging was voornamelijk te wijten aan de algemene kosteninflatie in de dienstensector, gedeeltelijk gecompenseerd door het effect van lopende kostenbesparende maatregelen.
Vooruitzichten
De markt voor de distributie van speciale chemicaliën en voedingsingrediënten blijft structureel aantrekkelijk. Hoewel de omstandigheden op korte termijn het moeilijk maken om het tempo van het herstel te voorspellen, heeft Azelis vertrouwen in haar strategie en positionering om de huidige omgeving het hoofd te bieden en de kansen te benutten die voortvloeien uit de bepalende langetermijntrends binnen de sector. Dankzij haar asset-light, veerkrachtige bedrijfsmodel is de Groep goed geplaatst om de volatiliteit te beheersen en tegelijk duurzame kasstromen te blijven genereren.
In overeenstemming met haar groeistrategie op lange termijn en prioriteiten voor kapitaaltoewijzing is de Groep van plan om overtollige middelen te benutten voor investeringen om duurzame organische groei te stimuleren, aandeelhoudersvergoedingen via dividenden, het behoud van een sterke balanspositie en BB+ kredietrating door middel van voorzichtige schuldafbouw, en het nastreven van waardeverhogende overnames.
Financieel overzicht
| Q4 2025 | Q4 2024 | Verandering | (in miljoenen €) | 2025 | 2024 | Verandering | Constante wisselkoers |
|---|
| 607 | 644 | -5,7% | Life Sciences | 2.609 | 2.653 | -1,7% | 1,9% |
| 330 | 370 | -10,9% | Industrial Chemicals | 1.502 | 1.561 | -3,7% | 0,3% |
| 937 | 1.014 | -7,6% | Groepsomzet | 4.111 | 4.214 | -2,4% | 1,3% |
| 217 | 247 | -12,4% | Brutowinst | 968 | 1.031 | -6,1% | -2,5% |
| 23,1% | 24,4% | -128 bp | Brutowinstmarge | 23,6% | 24,5% | -91 bp | -97 bp |
| 78 | 101 | -22,7% | Aangepaste EBITA | 411 | 471 | -12,7% | -8,9% |
| 8,4% | 10,0% | -164 bp | Aangepaste EBITA-marge | 10,0% | 11,2% | -117 bp | -117 bp |
| 36,2% | 41,0% | -482 bp | Conversiemarge | 42,4% | 45,7% | -321 bp | -311 bp |
| | | | Bedrijfswinst | 313 | 386 | -18,8% | -15,5% |
| | | | Nettowinst | 113 | 189 | -40,1% | -37,6% |
De omzet daalde in het vierde kwartaal met 7,6%, voornamelijk als gevolg van een negatief wisselkoerseffect van 6,3%, net als een organische inkrimping met 4,9%. Dit bracht de omzet van het hele jaar op 4,1 miljard EUR, een daling van 2,4% ten opzichte van het voorgaande jaar, waarbij een groeibijdrage van 2,9% uit overnames deels een negatief wisselkoerseffect van 3,8% compenseerde, net als een lichte organische inkrimping met 1,6%.
De omzet van Life Sciences daalde met 1,7% (+1,9% stijging bij constante wisselkoers) tot 2,6 miljard EUR, ondersteund door groeibijdragen uit recente overnames en robuuste organische prestaties in Pharma & Healthcare in alle regio’s, net als Food & Nutrition in de VS. Dit compenseerde de aanhoudende zwakte op de eindmarkten van Personal Care en Flavours & Fragrances. De omzet in Industrial Chemicals bedroeg 1,5 miljard EUR, een daling van 3,7% (+0,3% bij constante wisselkoers), met een aanhoudende zwakke vraag, in het bijzonder in CASE.
In het vierde kwartaal daalde de brutowinst met 12,4% tot 217 miljoen EUR, wat de brutowinst over het hele jaar op 968 miljoen EUR bracht, een daling van 6,1% ten opzichte van het voorgaande jaar. De daling van de brutowinstmarge met 91 bp tot 23,6% weerspiegelt het negatieve productmixeffect binnen de Groep, in het bijzonder de zwakke prestaties van activiteiten met traditioneel hogere marges binnen Life Sciences, zoals Personal Care en Flavours & Fragrances.
De aangepaste EBITA bedroeg in het vierde kwartaal 78 miljoen EUR, waardoor de aangepaste EBITA over het hele jaar uitkwam op 411 miljoen EUR, en de aangepaste EBITA-marge op 10,0%. De daling van de aangepaste EBITA-marge met 117 bp weerspiegelt de lagere brutowinst van de Groep, net als de verwatering van de marge door recente overnames, slechts gedeeltelijk gecompenseerd door de verlaging van de bedrijfskosten als onderdeel van de kostenbesparingsinitiatieven van de Groep. Dit resulteerde in een conversiemarge van 42,4% voor het jaar, een inkrimping met 321 bp ten opzichte van het voorgaande jaar.
De netto financiële kosten voor het jaar stegen met 6,4% tot 138 miljoen EUR, doordat lagere financiële opbrengsten het gunstige effect van een daling van de financiële kosten met 14,0% hebben tenietgedaan. De lagere financiële opbrengsten waren het gevolg van lagere opbrengst uit de herwaardering van overnamegerelateerde verplichtingen, net als lagere renteopbrengsten door het lagere kassaldo. De aanzienlijke daling van de financiële kosten was grotendeels het gevolg van lagere rentekosten op schulden na de herfinanciering van een deel van de schuldinstrumenten van de Groep eind 2024. In 2025 bedroegen de fiscale kosten 62 miljoen EUR, wat neerkomt op een effectief belastingtarief van 35,3%, tegenover 26,0% in 2024. Die stijging is toe te schrijven aan een relatief hogere winstbijdrage in geografische gebieden met hogere belastingtarieven, een lager voordeel uit niet-belastbare reële waarde aanpassingen van overnamegerelateerde verplichtingen en de impact van niet-opgenomen actuele fiscale verliezen.
Het lagere bedrijfsresultaat, de hogere netto financiële kosten en het hogere effectieve belastingtarief resulteerden in een gerapporteerde nettowinst van 113 miljoen EUR voor 2025, een daling van 40,1% ten opzichte van het voorgaande jaar. Dit vertaalt zich in een winst per aandeel (WPA) van 0,46 EUR en een cash WPA van 0,83 EUR.
| (in miljoenen €) | 2025 | 2024 |
|---|
| Bedrijfswinst | 313 | 386 |
| Netto financiële kosten | -138 | -130 |
| Financiële opbrengsten | 15 | 48 |
| Financiële kosten | -153 | -178 |
| Rentekosten bankleningen | -87 | -98 |
| Rentekosten leaseverplichtingen | -8 | -8 |
| Andere financiële kosten | -58 | -72 |
| Winst voor belastingen | 175 | 256 |
| Belastingkost | -62 | -67 |
| Nettowinst | 113 | 189 |
| | | |
| Winst per aandeel | 0,46 | 0,74 |
| Cash winst per aandeel | 0,83 | 1,17 |
De verhouding tussen nettowerkkapitaal en omzet, genormaliseerd voor overnames, bedroeg 14,1% eind 2025, tegenover 15,3% eind september 2025 en 15,9% eind 2024. De verlaging van het werkkapitaal weerspiegelt deels de verminderde vraag in de sector, maar laat ook zien dat onze focus ligt bij het voortdurend verbeteren van het werkkapitaalbeheer en het genereren van kasstroom, zoals blijkt uit de verlaging van de DIO van 57 naar 51 dagen en van het totale werkkapitaal van 58 naar 51 dagen genormaliseerde omzet.
De vrije kasstroom steeg in 2025 met 29,2% naar 442 miljoen EUR, wat resulteert in een kasstroomconversie van 106,0%. De verbetering van de kasstroomconversie met 34 procentpunten wordt ondersteund door de niet-aflatende focus van de Groep op het beheer van het werkkapitaal en kasstroomgeneratie, en toont het asset-light en defensieve vermogen van de Groep om kasstromen te genereren.
Ondanks de bijkomende daling van de winstgevendheid bedroeg de nettoschuld 1,6 miljard EUR en kwam de schuldgraad uit op 3,3x, tegenover respectievelijk 1,7 miljard EUR en 3,4x eind september 2025, en 1,5 miljard EUR en 2,9x eind december 2024. Aan het eind van de periode beschikte de Groep over 713 miljoen EUR aan kasmiddelen en ongebruikte kredietfaciliteiten.
| (in miljoenen €) | 2025 | 2024 |
|---|
| Operationele kasstroom | 491 | 369 |
| Vrije kasstroom | 442 | 342 |
| Vrije Kasstroomconversie | 106,0% | 72,1% |
| | | |
| Netto werkkapitaal / omzet genormaliseerd voor overnames | 14,1% | 15,9% |
| Netto schuld | 1.599 | 1.532 |
| Schuldgraad | 3,3x | 2,9x |
Duurzaamheidsbeoordeling
In januari 2025 lanceerde Azelis Impact 2030, de volgende fase van haar langetermijn duurzaamheidsprogramma, waarmee Azelis haar leiderschap in verantwoord milieubeheer, sociale verantwoordelijkheid en ethische governance versterkt. Het programma is opgebouwd rond vier pijlers.
Duurzaamheid van de portefeuille blijft een centrale pijler van ons Impact 2030 programma. In 2025 was 81,1% van onze omzet ESG-beoordeeld, wat onze voortdurende focus op samenwerking met principalen, die aansluiten bij onze duurzaamheidswaarden, weerspiegelt. Deze hoge dekkingsgraad versterkt de transparantie in onze upstream-waardeketen en zorgt voor goed beheerde supply chain risico's op basis van de prestaties van onze principalen en leveranciers op het gebied van milieu, arbeid en mensenrechten en ethiek.
We blijven concrete vooruitgang boeken bij het verkleinen van onze ecologische voetafdruk. In 2025 zijn onze Scope 1 & 2-CO2e-emissiesmet 2.218 ton gedaald, een afname van 16,9% op jaarbasis en van 21,5% ten opzichte van het basisjaar 2022. Deze prestatie houdt ons stevig op koers om onze 2030 doelstelling, een reductie van 42%, te behalen.
In paralel zijn onze Scope 3 CO2e-emissies gedaald met 66.985 tCO2e ten opzichte van 2024 en met 691.112 tCO2e ten opzichte van het basisjaar 2022, waardoor onze totale Scope 3-emissies met respectievelijk 1,4% en 12,7% daalde. In 2025 hebben we de methodologie van onze belangrijkste Scope 3-categorie, namelijk Scope 3.1 gekochte goederen en diensten, die 91,2% van onze totale Scope 3-emissies vertegenwoordigt, verder versterkt en onze 'supplier engagement target' ingediend bij SBTi.
Onze mensen zijn van fundamenteel belang voor de uitvoering van onze strategie en het creëren van waarde op lange termijn. In 2025 bestond ons senior managementteam voor 33,3% uit vrouwen, waardoor we dicht bij onze 2030 doelstelling van 35% komen. Dit weerspiegelt de voortdurende vooruitgang bij het bevorderen van diversiteit en inclusie in de hele organisatie en het versterken van onze leadership pipeline. Door middel van gerichte ontwikkelingsinitiatieven en een focus op inclusief leiderschap blijven we ons inzetten voor het opbouwen van een diverse, betrokken en high-performining organisatie.
Net als vorig jaar hebben we een onberispelijk resultaat behaald met nul materiële overtredingen van wet- en regelgeving. Gezien het geopolitieke klimaat en het snel veranderende regelgevingslandschap hebben we sterk de nadruk gelegd op het waarborgen van de naleving van de toepasselijke exportcontroleregels en ons eigen beleid.
Met betrekking tot ernstige schendingen van het interne ethische beleid van Azelis, werden we geconfronteerd met vier vastgestelde incidenten die aanleiding gaven tot disciplinaire maatregelen. Waar nodig werden het beleid en de procedures herzien en werden aanvullende trainingen georganiseerd om verdere negatieve gevolgen voor de organisatie te beperken en herhaling van soortgelijke problemen te voorkomen.
In 2025 hebben we onze Gedragscode herzien, en in overeenstemming gebracht met onze vernieuwde bedrijfswaarden. Om de invoering van deze bijgewerkte Gedragscode te ondersteunen, hebben we ook een digitale trainingsmodule ontwikkeld, die nu wordt gebruikt als onderdeel van het onboardingproces voor nieuwe werknemers.
Voor de elfde keer hebben we onze kennistoetsing over ethisch zakelijk gedrag voor alle werknemers georganiseerd. Met een deelnamepercentage van 99,8% zien we nog steeds een sterke betrokkenheid binnen onze organisatie om naleving van onze Gedragscode en de bijhorende beleidsregels te waarborgen.
Verklaring inzake deugdelijk bestuur
Azelis Group NV (de 'Vennootschap'), met hoofdkantoor in Antwerpen, heeft zich ertoe geëngageerd om sterke Belgische bestuursbeginselen na te leven en streeft naar voortdurende verbetering van haar informatieverstrekking en praktijken op het gebied van deugdelijk bestuur. Zij legt daarbij de nadruk op transparantie en het bevorderen van een cultuur van duurzame waardecreatie op lange termijn.
Deze verklaring inzake deugdelijk bestuur is een samenvatting van de regels en beginselen die ten grondslag liggen aan de organisatie van het deugdelijk bestuur van de Vennootschap, overeenkomstig het Belgische Wetboek van vennootschappen en verenigingen ('WVV'), de Belgische Corporate Governance Code van 2020 ('Corporate Governance Code'), het Corporate Governance Charter van de Vennootschap ('Charter') en de statuten van de Vennootschap ('Statuten').
Krachtens het WVV hanteert de Vennootschap de Corporate Governance Code als referentiecode. Deze code is beschikbaar op de website van de Commissie Corporate Governance van België.
De Raad van Bestuur heeft in overeenstemming met het WVV en de Corporate Governance Code op 4 september 2021 het Charter goedgekeurd, waarna het op 21 september 2021 in werking is getreden. De Raad van Bestuur controleert periodiek of het Charter nog aan alle toepasselijke regelgeving voldoet, in overeenstemming is met de internationale normen en aansluit bij de groei van Azelis. Het Charter is voor het laatst gewijzigd op 1 augustus 2023 om de nieuwe verantwoordelijkheden van het Audit- en Risicocomité inzake de ESG-gerelateerde niet-financiële rapportering op te nemen. In 2025 zijn de Gedragscode van Azelis en het Verhandelingsreglement, die beide een bijlage zijn bij het Charter, bijgewerkt.
De Statuten werden voor het laatst gewijzigd op 13 juni 2024 om de datum van de gewone algemene aandeelhoudersvergadering te vervroegen om deze in overeenstemming te brengen met de marktpraktijk voor beursgenoteerde bedrijven in België.
De Statuten en het Charter zijn beschikbaar op de website van de Vennootschap.
De Corporate Governance Code is gebaseerd op een benadering van 'comply or explain' ('pas toe of leg uit'). Op grond van het WVV moeten beursgenoteerde vennootschappen afwijkingen van de Corporate Governance Code verantwoorden in de jaarlijkse Verklaring inzake deugdelijk bestuur, die deel uitmaakt van het jaarverslag.
Deze Verklaring inzake deugdelijk bestuur bevat alle wettelijk vereiste informatie en beschrijft hoe de Corporate Governance Code in 2025 is toegepast. Met uitzondering van de beginselen zoals uiteengezet in artikel 7.6 van de Corporate Governance Code (zie het Remuneratieverslag in het verslag van de Raad van Bestuur) voldoen de Vennootschap en deze Verklaring inzake deugdelijk bestuur volledig aan alle aanbevelingen van de Corporate Governance Code.
Governance en leiderschap
Raad van Bestuur
Samenstelling
De Vennootschap kent een monistische ('one-tier') bestuursstructuur waarbij de Raad van Bestuur het hoogste besluitvormingsorgaan is en de algehele verantwoordelijkheid heeft voor het beheer en de controle van de Vennootschap.
Op grond van de Statuten moet de Raad van Bestuur uit minimaal vijf en maximaal elf bestuurders bestaan. Op 31 december 2025 bestond de Raad van Bestuur uit acht bestuurders, van wie zes niet-uitvoerende bestuurders (75%) en twee uitvoerende bestuurders (25% – de Chief Executive Officer en de Chief Financial Officer).
De heer Kåre Schultz is sinds 13 juni 2024 voorzitter van de Raad van Bestuur.
Op 31 december 2025 was de Raad van Bestuur als volgt samengesteld:
| Naam | Leeftijd | Functie | Bestuurder sinds | Mandaat verstrijkt |
|---|
| Kåre Schultz | 64 | Onafhankelijke niet-uitvoerend bestuurder (voorzitter) | jun-24 | JAV mei 2028 |
| Melanie Maas-Brunner | 57 | Onafhankelijke niet-uitvoerend bestuurder | jun-24 | JAV mei 2028 |
| Tom Hallam | 59 | Onafhankelijke niet-uitvoerend bestuurder | aug-22 | JAV mei 2028 |
| Lily Wang | 49 | Onafhankelijke niet-uitvoerend bestuurder | mei-25 | JAV mei 2028 |
| Bert Janssens | 49 | Niet-uitvoerend bestuurder | sept-21 | JAV mei 2029 |
| Kristiaan Nieuwenburg | 55 | Niet-uitvoerend bestuurder | sept-21 | JAV mei 2029 |
| Anna Bertona | 58 | Uitvoerend bestuurder | jan-25 | JAV mei 2029 |
| Thijs Bakker | 51 | Uitvoerend bestuurder | sept-21 | 31 december 2025 |
Bestuurders worden door de algemene vergadering van aandeelhouders benoemd, herbenoemd of ontslagen op voorstel van de Raad van Bestuur, na voorafgaand advies van het Remuneratie- en Benoemingscomité. Als het mandaat van een bestuurder vacant wordt door overlijden of vrijwillig ontslag, hebben de overige bestuurders het recht om tijdelijk een nieuwe bestuurder aan te stellen die de werkzaamheden overneemt tot aan de eerstvolgende algemene vergadering van aandeelhouders na het moment waarop het mandaat vacant is geworden. De nieuwe bestuurder voltooit de termijn van de overleden of afgetreden bestuurder.
Na de aankondiging van de beslissing van de heer Thijs Bakker om met ingang van 31 december 2025 af te treden als Group CFO en bestuurder van de Vennootschap, heeft de Raad van Bestuur – op aanbeveling van het Remuneratie- en Benoemingscomité – de heer Boris Cambon-Lalanne (handelend als vast vertegenwoordiger van Aubolésama BV) per 1 januari 2026 benoemd tot uitvoerend bestuurder via coöptatie in overeenstemming met artikel 17, § 1 van de Statuten. De heer Cambon-Lalanne vervult de vacante positie tot de eerstvolgende gewone algemene vergadering van de Vennootschap, momenteel gepland op 13 mei 2026, waar zijn aanstelling ter bevestiging aan de aandeelhouders zal worden voorgelegd.
De Statuten geven de oprichter van de Vennootschap, EQT, het recht om kandidaten voor te dragen voor de benoeming van ten minste één bestuurder voor elke 10% van de aandelen die rechtstreeks of onrechtstreeks worden aangehouden door EQT en/of een of meer daaraan verbonden ondernemingen die individueel of gezamenlijk handelen, tot een deelneming van 50%.
Op 31 december 2025 bezat EQT (via haar dochteronderneming Akita I S.à.r.l.) minder dan 10% van het totale aantal door de Vennootschap uitgegeven aandelen, wat betekent dat EQT niet langer het recht heeft kandidaten voor te dragen voor de benoeming van bestuurders.
De twee bestuurders die EQT vertegenwoordigen in de Raad van Bestuur, de heer Bert Janssens en de heer Kristiaan Nieuwenburg, zullen vrijwillig aftreden na de goedkeuring van het Geïntegreerd Jaarverslag door de Raad van Bestuur op zijn vergadering van 17 februari 2026.
Op de algemene vergadering van aandeelhouders in mei 2026 zal de Vennootschap de goedkeuring van de aandeelhouders vragen om de bepalingen met betrekking tot het bovengenoemde voordrachtsrecht van EQT uit de Statuten van de Vennootschap te schrappen.
Overeenkomstig de Corporate Governance Code moet een meerderheid van de bestuurders niet-uitvoerend zijn en moeten ten minste drie bestuurders onafhankelijk zijn in overeenstemming met de onafhankelijkheidscriteria in het WVV en de Corporate Governance Code.
Op 31 december 2025 waren er vier onafhankelijke bestuurders in de Raad van Bestuur (50%): de heer Kåre Schultz, de heer Tom Hallam, mevrouw Melanie Maas-Brunner en mevrouw Lily Wang.
Na het vrijwillige aftreden van de door EQT aangestelde bestuurders op 17 februari 2026, verwacht de Vennootschap een of meer onafhankelijke bestuurders voor te dragen, onder voorbehoud van goedkeuring door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders in mei 2026. De nieuwe bestuurder(s) zullen tevens toetreden tot het Audit-en Risicocomité en/of Remuneratie- en Benoemingscomité.
De Statuten kennen de Raad van Bestuur het recht toe een of meer waarnemers te benoemen (en te ontslaan) in de raad.
Op 31 augustus 2025 is Floris van Halder vrijwillig afgetreden als waarnemer. Op 31 december 2025 was er één waarnemer in de Raad van Bestuur, met name de heer Will Boardman. Hij zal vrijwillig aftreden na de goedkeuring van het Geïntegreerd Jaarverslag door de Raad van Bestuur op zijn vergadering in februari 2026.
De waarnemers worden uitgenodigd voor elke vergadering van de Raad van Bestuur en zijn gerechtigd om dezelfde informatie te ontvangen die een bestuurder krijgt (ook de informatie waar bestuurders krachtens het WVV wettelijk recht op hebben). Zij hebben dezelfde fiduciaire en geheimhoudingsplichten als de bestuurders en zijn derhalve gebonden aan de beleidslijnen en procedures die voor de bestuurders gelden (inclusief de Gedragscode). Zij nemen niet deel aan de beraadslaging en ook niet aan de stemprocedure.
De Raad van Bestuur heeft de heer Gerrit De Vos, Group General Counsel & Chief Compliance Officer, benoemd tot secretaris van de Vennootschap.
Hoewel de duur van het mandaat van bestuurders krachtens het WVV beperkt is tot zes jaar (hernieuwbaar), adviseert de Corporate Governance Code om de duur te beperken tot vier jaar. De Statuten beperken het mandaat van bestuurders tot een (hernieuwbare) periode van maximaal vier jaar.
Op grond van het beleid van de Groep inzake de leeftijd van in functie zijnde bestuurders eindigt het lidmaatschap van de Raad van Bestuur op de eerstvolgende gewone algemene vergadering van aandeelhouders na de zeventigste verjaardag van het (voorgedragen) lid.
De Vennootschap streeft naar diversiteit binnen de Raad van Bestuur en zorgt voor een combinatie van uitvoerende bestuurders, niet-uitvoerende bestuurders en onafhankelijke bestuurders. In overeenstemming met de Corporate Governance Code en het Charter moet de Raad van Bestuur dan ook zo samengesteld zijn dat een breed scala aan competenties en expertise op alle werkterreinen van de Vennootschap vertegenwoordigd is en dat er ook voldoende diversiteit qua vaardigheden, achtergrond, nationaliteit, leeftijd en geslacht aanwezig is.
Aangezien de Vennootschap vanaf 2021 beursgenoteerd is, bepaalt het WVV dat vanaf 1 januari 2027 ten minste een derde van de bestuurders van het andere geslacht moet zijn dan het geslacht van de meerderheid van de bestuursleden. Sinds 1 januari 2024 telde de Raad van Bestuur drie vrouwelijke leden (37,5%). Daardoor voldoet de Raad van Bestuur nu al aan het verplichte streefcijfer voor genderdiversiteit van het WVV. De verhouding veranderde niet in 2025.
Daarnaast voert Azelis een specifiek genderdiversiteitsbeleid met betrekking tot het Uitvoerend Comité en het hogere management. Zie voor het diversiteitsbeleid van de Azelis Groep de rubriek Diversiteit, gelijkheid en inclusie.
De specifieke competenties en expertise die Azelis zoekt in haar bestuurders, zijn: ervaring in de sector (speciale chemicaliën en voedings-ingrediënten) in combinatie met voor de sector relevante diploma's van het hoger onderwijs (bv. een universiteitsdiploma in scheikunde, chemische technologie, voedingsmiddelentechnologie enz.) of uitmuntende functionele kennis op de gebieden die voor de Vennootschap van strategisch belang zijn (bv. digitale vaardigheden of expertise in duurzaamheid).
In totaal beschikten zes van de elf leden van de gecombineerde Raad van Bestuur en het Uitvoerend Comité op 31 december 2025 over relevante ervaring in de sector voordat zij bij Azelis in dienst traden als lid van het Uitvoerend Comité of de Raad van Bestuur, met werkervaring bij bedrijven als Akzo Nobel, BASF, Bayer, Covestro, Givaudan, H. Lundbeck A/S, Novo Nordisk, Nuplex Resins en Teva Pharmaceutical Industries. Vier leden hebben een academische graad in chemie, en vijf hebben een MBA.
De Raad van Bestuur is verantwoordelijk voor het vaststellen van de algemene strategie van de Vennootschap en haar dochterondernemingen, waarbij hij beslist over alle belangrijke strategische, financiële en operationele aangelegenheden van de Vennootschap, het opstellen en goedkeuren van de periodieke financiële informatie van Azelis en de bijbehorende mededelingen, en toezicht houdt op het uitvoerend management van de Vennootschap. De strategie omvat niet alleen financiële, maar ook niet-financiële maatstaven, om ervoor te zorgen dat Azelis haar bedrijfsactiviteiten op duurzame wijze runt.
Sinds 2021 hanteert Azelis haar duurzaamheidsstrategie Action 2025, gevolgd door de lancering van het duurzaamheidsprogramma Impact 2030 in 2025. De voltallige Raad van Bestuur is dan wel verantwoordelijk voor de definitie van en het wereldwijde toezicht op het duurzaamheids-programma van de Vennootschap, maar het is het Audit- en Risicocomité dat toeziet op het behalen van de financiële en niet-financiële doelstellingen door de Vennootschap en de bijbehorende rapportering.
Werking
De Raad van Bestuur komt in beginsel ten minste vijf keer per jaar samen. Er kunnen altijd bijkomende vergaderingen worden bijeengeroepen, met passende kennisgeving vooraf, om specifieke noden van de Vennootschap te behandelen. De niet-uitvoerende bestuurders komen ten minste één keer per jaar bijeen in afwezigheid van de CEO en de andere uitvoerende bestuurders. Deze bijeenkomst vond plaats op 14 oktober 2025, waarbij het algemeen functioneren van de uitvoerende bestuurders in 2025 werd besproken. Het functioneren van de Raad van Bestuur wordt geregeld door de Statuten en het Charter, die beide kunnen worden geraadpleegd op de website van de Vennootschap.
In 2025 is de Raad van Bestuur zes keer samengekomen. Verder heeft de Raad van Bestuur tweemaal bepaalde aangelegenheden afgehandeld via schriftelijke besluiten.
De Raad van Bestuur heeft in 2025 de volgende belangrijke kwesties beoordeeld en besproken:
strategisch bedrijfsplan voor 2025-2030;
financiële zaken, algehele prestaties en strategie van de Groep en haar regio's, meer bepaald Americas, EMEA en Asia Pacific;
financiële begroting van de Groep betreffende het boekjaar 2026;
geplande fusies en overnames;
kwesties op het vlak van deugdelijk bestuur en remuneratie;
verslagen van de vergaderingen van het Remuneratie- en Benoemingscomité en van het Audit- en Risicocomité, onder meer over aanbevelingen en belangrijke bevindingen;
duurzaamheidsprogramma: prestatieniveau niet-financiële KPI's, voortgang en monitoring van Impact 2030;
programma voor de inkoop van eigen aandelen in verband met het LTIP.
Evaluatie
De Raad van Bestuur wil zo doeltreffend mogelijk zijn en evalueert daarom onder leiding van zijn voorzitter en de voorzitter van het Remuneratie- en Benoemingscomité ten minste iedere twee tot drie jaar zijn samenstelling, werking, informatie en interacties met het management, en ook de samenstelling en de werking van de door de Raad van Bestuur opgerichte comités.
Na het vorige evaluatieproces van de Raad van Bestuur in 2022 is de Raad van Bestuur in november 2024 begonnen met een nieuwe evaluatieronde in november 2024 en nog een ronde tegen het einde van 2025. De resultaten werden besproken op de vergaderingen van respectievelijk 23 januari en 16 december 2025. De Raad van Bestuur startte ook een evaluatieproces op van zijn twee comités, waarvan de resultaten werden besproken in 2025, op 17 februari in het Audit- en Risicocomité en op 19 februari in het Remuneratie- en Benoemingscomité. Naar aanleiding van de aankondiging van het vrijwillige aftreden van de heer Bert Janssens en de heer Kristiaan Nieuwenburg besprak de Raad van Bestuur de impact daarvan op de samenstelling van zijn comités tijdens zijn vergadering op 16 december 2025.
De toepassing van regels met betrekking tot belangenconflicten
In de volgende situaties werden de artikelen 7:96 en 7:97 van het WVV in verband met belangenconflicten toegepast:
Tijdens de vergadering van 4 maart 2025 moest de Raad van Bestuur de lijst van deelnemers en prestatiecriteria in het kader van het lange termijn incentiveplan 2025-2027 voor het management (het 'LTIP 2025-2027') goedkeuren. Daarnaast moest de raad ook zijn goedkeuring geven voor de uitbetaling van de variabele vergoeding in het kader van de variabele vergoedingsregeling 2024 van de Vennootschap, het onvoorwaardelijk worden van de toekenningen van aandelen onder het LTIP 2022-2024 en een verhoging van het salaris en de vergoeding van de Bestuurders met een strijdig belang als leden van het Uitvoerend Comité, waarbij de Group CEO (als vaste vertegenwoordiger van AU-R-ORA BV) en de Group CFO (als vaste vertegenwoordiger van Cloudworks BV) elk een rechtstreeks of onrechtstreeks belang van financiële aard hebben aangegeven dat strijdig kan zijn met de beslissing van de Raad van Bestuur en met het belang van de Vennootschap in overeenstemming met artikel 7:96 van het WVV.
In de notulen van de vergadering wordt in dit verband het volgende vermeld:
"Opgemerkt wordt dat het Remuneratie- en Benoemingscomité de aanbeveling doet aan de Raad van Bestuur om de lijst van deelnemers en de prestatiecriteria in het kader van het lange termijn incentiveplan 2025-2027 (het 'LTIP 2025-2027') goed te keuren, waarbij de Group CEO (als vaste vertegenwoordiger van AU-R-ORA BV) en de Group CFO (als vaste vertegenwoordiger van Cloudworks BV) beiden verklaarden een rechtstreeks of onrechtstreeks belang van vermogensrechtelijke aard te hebben dat in strijd zou kunnen zijn met de beslissing van de Raad van Bestuur en met het belang van de Vennootschap als bedoeld in artikel 7:96 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.
De Group CEO (als vaste vertegenwoordiger van AU-R-ORA BV) en de Group CFO (als vast vertegenwoordiger van Cloudworks BV) (de 'Bestuurders met een strijdig belang') staan beiden vermeld op de lijst van deelnemers aan het LTIP 2025-2027, waardoor hun belangen en de belangen van de Vennootschap mogelijk niet geheel met elkaar overeenstemmen.
De financiële gevolgen van de goedkeuring van het LTIP 2025-2027 zijn dat de Vennootschap aan deze Bestuurders met een strijdig belang het overeenkomstige bedrag aan beloningen zoals vastgelegd in het LTIP 2025-2027 moet uitkeren wanneer de LTIP-doelen zijn behaald.
Opgemerkt wordt ook dat het Remuneratie- en Benoemingscomité de aanbeveling doet aan de Raad van Bestuur om de uitkering van de variabele vergoeding in het kader van het korte termijn incentiveplan (STIP) voor 2024 (het 'STIP 2024') goed te keuren, waarbij de Bestuurders met een strijdig belang beiden verklaarden een rechtstreeks of onrechtstreeks belang van vermogensrechtelijke aard te hebben dat in strijd zou kunnen zijn met de beslissing van de Raad van Bestuur en met het belang van de Vennootschap als bedoeld in artikel 7:96 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.
De financiële gevolgen van de goedkeuring van de uitkering van de variabele vergoeding onder het STIP 2024 zijn dat de Vennootschap aan de Bestuurders met een strijdig belang hun variabele vergoeding onder het STIP 2024 moet uitkeren, waarvoor zij op basis van hun prestaties in 2024 in aanmerking komen.
Bovendien doet het Remuneratie- en Benoemingscomité de aanbeveling aan de Raad van Bestuur om de resultaten van de definitieve rechtenverwerving in het kader van het lange termijn incentiveplan 2022-2024 (de 'LTIP 2022-2024 Vesting Results') goed te keuren, waarbij de Bestuurders met een strijdig belang beiden verklaarden een rechtstreeks of onrechtstreeks belang van vermogensrechtelijke aard te hebben dat in strijd zou kunnen zijn met de beslissing van de Raad van Bestuur en met het belang van de Vennootschap als bedoeld in artikel 7:96 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.
De financiële gevolgen van de goedkeuring van de LTIP 2022-2024 Vesting Results zijn dat de Vennootschap aan deze Bestuurders met een strijdig belang het overeenkomstige bedrag aan beloningen zoals onvoorwaardelijk verworven in het LTIP 2022-2024 moet uitkeren.
Tot slot beveelt het Remuneratie- en Benoemingscomité aan om de vergoeding van beide Bestuurders met een strijdig belang als leden van het Uitvoerend Comité te verhogen (de 'Herziening van de Vergoeding'), waarbij de Bestuurders met een strijdig belang beiden verklaarden een rechtstreeks of onrechtstreeks belang van vermogensrechtelijke aard te hebben dat in strijd zou kunnen zijn met de beslissing van de Raad van Bestuur en met het belang van de Vennootschap als bedoeld in artikel 7:96 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.
De financiële gevolgen van de goedkeuring van de bovengenoemde Herziening van de Vergoeding zijn dat de Vennootschap aan deze Bestuurders met een strijdig belang een hogere vergoeding moet betalen.
De deelname van de Bestuurders met een strijdig belang aan het LTIP 2025-2027 overeenkomstig de voorschriften ervan, de uitkering van hun variabele vergoeding op grond van het STIP 2024 en de toekenningen in het kader van het LTIP 2022-2024, en de Herziening van de Vergoeding zijn echter belangrijk voor het strategisch en financieel beheer en voor de verdere ontwikkeling van de Vennootschap en de Groep Azelis in het algemeen. De voorwaarden van het LTIP 2025-2027, de betalingen in het kader van het STIP 2024 en het LTIP 2022-2024 en de Herziening van de Vergoeding zijn marktconform.
Op grond daarvan meent de Raad van Bestuur dat de voorgestelde goedkeuring van het LTIP 2025-2027, de uitkering van de variabele vergoeding onder het STIP 2024 en de toekenningen in het kader van het LTIP 2022-2024, en de Herziening van de Vergoeding in het belang zijn van de Vennootschap en derhalve gerechtvaardigd zijn."
Aanwezigheid
In 2025 was de aanwezigheid van de bestuurders op de vergaderingen van de Raad van Bestuur als volgt:
| Naam | Aanwezigheid |
|---|
| Kåre Schultz | 6/6 |
| Melanie Maas-Brunner | 6/6 |
| Tom Hallam | 6/6 |
| Ipek Özsüer | 2/3 |
| Lily Wang | 3/3 |
| Bert Janssens | 6/6 |
| Kristiaan Nieuwenburg | 6/6 |
| Anna Bertona3 | 6/6 |
| Thijs Bakker4 | 6/6 |
De bestuursleden hebben verder unanieme schriftelijke besluiten goedgekeurd op 18 februari 2025 en op 22 april 2025.
Comités van de Raad van Bestuur
De Raad van Bestuur heeft twee adviescomités ingesteld die de Raad van Bestuur bijstaan en aanbevelingen doen op specifieke domeinen: het Audit- en Risicocomité en het Remuneratie- en Benoemingscomité. De taakomschrijving van deze comités is voornamelijk beschreven in het Charter.
Audit- en Risicocomité
Overeenkomstig het bepaalde in artikel 7:99 WVV staat het Audit- en Risicocomité de Raad van Bestuur bij in de uitvoering van zijn boekhoudkundige taken, audittaken en interne controles, en het houden van algemeen toezicht in ruime zin. Dit comité wordt ook bij elke vergadering geïnformeerd over aangelegenheden met betrekking tot informatiebeveiliging.
Het Audit- en Risicocomité brengt ook regelmatig verslag uit aan de Raad van Bestuur over de uitoefening van zijn taken. Daarbij kaart het comité zaken aan die naar zijn oordeel actie vereisen of verbetering behoeven, en doet het aanbevelingen over de te nemen maatregelen.
In overeenstemming met het WVV bestaat het Audit- en Risicocomité uit ten minste drie niet-uitvoerende bestuurders, waarvan minstens één als onafhankelijke bestuurder. Bij Azelis zijn de meeste leden onafhankelijke bestuurders (67%) en ook de voorzitter van het Audit- en Risicocomité is een onafhankelijk bestuurder.
De leden van het Audit- en Risicocomité beschikken over een collectieve deskundigheid inzake de bedrijfsactiviteiten van de Vennootschap.
Op 31 december 2025 was het Audit- en Risicocomité als volgt samengesteld:
| Naam | Functi | Onafhankelijk | Lid sinds | Mandaat verstrijkt |
|---|
| Tom Hallam | Voorzitter | Ja | 2022 | JAV 2029 |
| Kåre Schultz | Lid | Ja | 2024 | JAV 2028 |
| Bert Janssens | Lid | Nee | 2021 | JAV 2029 |
De heer Tom Hallam is sinds 2 augustus 2022 voorzitter van het Audit- en Risicocomité. Op basis van eerdere financiële functies die de heer Tom Hallam heeft bekleed, te weten financial director, group controller en chief financial officer, is de Vennootschap van mening dat hij beschikt over de deskundigheid op het gebied van accounting en auditing die op grond van het WVV is vereist. De heer Kåre Schultz heeft ook uitgebreide ervaring in financieel management als voormalig voorzitter & CEO van Teva Pharmaceutical Industries, H. Lundbeck A/S en zijn bestuursfuncties in andere grote bedrijven; de heer Bert Janssens als lid van het Private Equity Investeringscomité en het management group team van een van de grootste private-equityfondsen ter wereld.
Het Audit- en Risicocomité komt in beginsel ten minste vier keer per jaar samen en telkens wanneer het dit voor de uitvoering van zijn taken nodig acht.
In 2025 is het Audit- en Risicocomité vier keer samengekomen. De belangrijke kwesties die het Audit- en Risicocomité dit jaar heeft beoordeeld en besproken, waren:
boekhouding en financiële rapportering;
verlenging van het mandaat van de externe commissaris;
auditplan, activiteiten en bevindingen;
interne audit;
ESG en geïntegreerde rapportering;
Enterprise Risk Management;
IT-beveiliging;
Duurzaamheid
juridische zaken en compliance.
Remuneratie- en Benoemingscomité
Het Remuneratie- en Benoemingscomité heeft een raadgevende rol en bereidt besluiten van de Raad van Bestuur voor met betrekking tot de verloning en benoeming van bestuurders en leden van het Uitvoerend Comité. Het Remuneratie- en Benoemingscomité is ook verantwoordelijk voor het human resources management van de Groep, op het vlak van rekrutering, personeelsretentie, opleiding en loopbaanontwikkeling, DE&I (diversiteit, gelijkheid en inclusie) en andere aspecten van het welzijn van de werknemers.
Tevens rapporteert het Remuneratie- en Benoemingscomité regelmatig aan de Raad van Bestuur over de uitoefening van zijn taken.
Azelis Group NV heeft, overeenkomstig artikel 7:89/1 van het WVV en de Corporate Governance Code, een remuneratiebeleid opgesteld dat van toepassing is op de verloning van leden van de Raad van Bestuur (uitvoerende en niet-uitvoerende bestuurders) en leden van het Uitvoerend Comité. Het remuneratiebeleid van Azelis is van kracht sinds het boekjaar dat op 1 januari 2022 is ingegaan. Het beleid is op 7 maart 2022 goedgekeurd door het Remuneratie- en Benoemingscomité en op 8 maart 2022 door de Raad van Bestuur, waarna het op 9 juni 2022 is goedgekeurd en bekrachtigd door de algemene vergadering van aandeelhouders. Op 2 augustus 2022 heeft de Raad van Bestuur – op aanbeveling van het Remuneratie- en Benoemingscomité – het remuneratiebeleid van de onafhankelijke niet-uitvoerende bestuurders herzien en een aanpassing van de vergoeding van de Raad van Bestuur voorgesteld, waarvoor de goedkeuring van de algemene vergadering van aandeelhouders vereist was. Het herziene beleid werd goedgekeurd door de algemene vergadering van aandeelhouders op 8 juni 2023, met ingang van augustus 2022. Het beleid is in principe van kracht voor een periode van vier jaar, tenzij het Remuneratie- en Benoemingscomité vóór die tijd om goedkeuring van materiële wijzigingen verzoekt. Het remuneratiebeleid zal ter hergoedkeuring worden voorgelegd aan de jaarlijkse algemene vergadering van aandeelhouders in 2026.
Het Remuneratie- en Benoemingscomité bestaat uit ten minste drie bestuurders, allen niet-uitvoerende bestuurders en twee van hen onafhankelijke bestuurders (67%).
De leden van het Remuneratie- en Benoemingscomité beschikken over de benodigde deskundigheid op het vlak van remuneratiebeleid.
Op 31 december 2025 was het Remuneratie- en Benoemingscomité als volgt samengesteld:
| Naam | Functie | Onafhankelijk | Mandaat verstrijkt |
|---|
| Kåre Schultz | Voorzitter | Ja | JAV 2028 |
| Melanie Maas-Brunner | Lid | Ja | JAV 2028 |
| Bert Janssens | Lid | Nee | JAV 2029 |
De heer Kåre Schultz is sinds 13 juni 2024 voorzitter van het Remuneratie- en Benoemingscomité.
Het Remuneratie- en Benoemingscomité komt in beginsel ten minste twee keer per jaar samen en telkens wanneer het dit voor de uitvoering van zijn taken nodig acht.
Het Remuneratie- en Benoemingscomité is in 2025 vijf keer samengekomen. De belangrijke kwesties die het Remuneratie- en Benoemingscomité dit jaar heeft beoordeeld en besproken, waren:
remuneratiebeleid en -verslag;
hr-strategie;
vergoeding van het General Management Team (GMT);
korte en lange termijn incentiveregeling;
benoemingen, interne overplaatsingen en pensioneringen, met inbegrip van veranderingen in de Raad van Bestuur, het Uitvoerend Comité en het GMT;
opvolgingsplanning;
personeelsverloop.
Uitvoerend Comité
Algemeen
Het Uitvoerend Comité is op 4 september 2021 bij besluit van de Raad van Bestuur opgericht met ingang van 21 september 2021. Het is een informeel Uitvoerend Comité in de zin van artikel 3:6, § 3, laatste zin van het WVV. Het vormt geen directieraad/conseil de direction in de zin van artikel 7:104 WVV.
Het Uitvoerend Comité voert de taken uit die eraan zijn toegewezen door de Raad van Bestuur. De leden van het Uitvoerend Comité hebben daarnaast specifieke taken die de CEO aan hen heeft toegewezen. Het Uitvoerend Comité handelt onder toezicht van de Raad van Bestuur. Op 4 september 2021 heeft de Raad van Bestuur beslist om met ingang van 21 september 2021 bepaalde bevoegdheden over te dragen aan het Uitvoerend Comité.
Samenstelling
Het Uitvoerend Comité bestaat uit de CEO, die als voorzitter van het Uitvoerend Comité optreedt, en de overige leden van het Uitvoerend Comité. De CEO wordt op advies van het Remuneratie- en Benoemingscomité door de Raad van Bestuur benoemd en ontslagen, en rapporteert rechtstreeks aan de Raad van Bestuur. De overige leden van het Uitvoerend Comité worden op advies van de CEO en het Remuneratie- en Benoemingscomité benoemd en ontslagen door de Raad van Bestuur.
Op 31 december 2025 bestond het Uitvoerend Comité uit de volgende leden:
| Naam | Leeftijd | Functie |
|---|
| Anna Bertona | 58 | Chief Executive Officer |
| Thijs Bakker | 51 | Chief Financial Officer |
| Todd Cottrell | 51 | CEO Americas |
| Benoit Fritz | 53 | CEO Asia Pacific |
| Evy Hellinckx | 44 | CEO EMEA |
Benoit Fritz volgde met ingang van 12 september 2025 Sertaç Sürür op als CEO Asia Pacific, die het bedrijf om persoonlijke redenen verliet. Op 23 oktober 2025 kondigde Azelis aan dat de heer Thijs Bakker had besloten af te treden als Group CFO om in te gaan op nieuwe professionele mogelijkheden buiten de Groep. Op 3 november 2025 werd bekendgemaakt dat de Raad van Bestuur de heer Boris Cambon-Lalanne heeft benoemd tot nieuwe Group CFO, met ingang van januari 2026.
Mevrouw Ilse Van den Brandt treedt op als secretaris van het Uitvoerend Comité.
Overeenkomstig artikel 7.4 van het Corporate Governance Charter hebben de niet-uitvoerende leden van de Raad van Bestuur het functioneren van het Uitvoerend Comité beoordeeld tijdens de vergadering van de Raad van Bestuur op 14 oktober 2025.
Chief Executive Officer
De CEO is verantwoordelijk voor de dagelijkse bedrijfsvoering van de Vennootschap. Hij of zij kan van de Raad van Bestuur aanvullende, duidelijk omschreven bevoegdheden toegewezen krijgen. De CEO draagt de directe operationele verantwoordelijkheid voor de Vennootschap en houdt toezicht op de organisatie en de dagelijkse gang van zaken bij de dochterondernemingen, verbonden vennootschappen en joint ventures van de Vennootschap. De CEO is verantwoordelijk voor de uitvoering en het beheer van de uitkomst van alle besluiten van de Raad van Bestuur.
Sinds 1 januari 2024 is mevrouw Anna Bertona CEO van de Vennootschap. De Raad van Bestuur heeft mevrouw Bertona met ingang van 1 januari 2024 en voor de duur van haar mandaat als lid van het Uitvoerend Comité eveneens de bevoegdheden voor de dagelijkse bedrijfsvoering van de Vennootschap toegewezen, overeenkomstig artikel 7:121 WVV.
Hieronder volgt een beknopte beschrijving van de curricula vitae van de leden van het Uitvoerend Comité.
Zie voor de curricula vitae van Anna Bertona en Thijs Bakker de rubriek over de Raad van Bestuur in deze Verklaring inzake Deugdelijk Bestuur.
Aandelen en informatie voor aandeelhouders
Aandelenkapitaal en aandelen
Het aandelenkapitaal van de Vennootschap bedroeg op 31 december 2025 € 5.879.999.963,10, vertegenwoordigd door 243.921.719 aandelen.
Azelis (met als ticker AZE) is genoteerd op Euronext Brussel en maakt deel uit van Compartiment A van Euronext Brussel (Euronext Chemicals). Sinds december 2023 staat Azelis ook in de BEL®ESG-index van Euronext, en vanaf 24 juni 2024 is ze opgenomen in de BEL20-index.
Alle door de Vennootschap uitgegeven aandelen behoren tot dezelfde klasse en zijn op naam of gedematerialiseerd. De Raad van Bestuur houdt een register bij waarin de namen en adressen van alle houders van aandelen op naam en alle andere wettelijk vereiste vermeldingen zijn opgenomen. Aandeelhouders kunnen te allen tijde ervoor kiezen om hun aandelen op naam op eigen kosten te laten omzetten in gedematerialiseerde aandelen, en omgekeerd.
Volgens het WVV en de Statuten zijn de door de Vennootschap uitgegeven aandelen vrij overdraagbaar, behoudens eventuele contractuele (lock-up)beperkingen.
Elk aandeel verleent zijn houder recht (i) op één (1) stem op de algemene vergadering, (ii) op een gelijk aandeel in de winst en (iii), tenzij anders beslist door de algemene vergadering van aandeelhouders of de Raad van Bestuur overeenkomstig het toegestane kapitaal, op een voorkeurrecht om in te schrijven op nieuwe aandelen, converteerbare obligaties of warrants van de Vennootschap. De Vennootschap heeft geen aandelen zonder stemrecht uitgegeven, en evenmin aandelen met een dubbel stemrecht.
De Statuten bevatten geen beperkingen ten aanzien van het stemrecht. De Vennootschap is niet op de hoogte van aandeelhoudersovereenkomsten die aanleiding kunnen geven tot beperkingen op de uitoefening van het stemrecht. Voor zover de Vennootschap bekend, zijn er geen houders van effecten met bijzondere zeggenschapsrechten in de Vennootschap, behalve de voordrachtrechten die worden uiteengezet in de rubriek Voordrachtrecht van deze Verklaring inzake deugdelijk bestuur.
Op grond van artikel 9 van de Statuten, krachtens een machtiging verleend door de algemene vergadering op 2021 september 2021, met ingang van 21 september 2021, mag de Raad van Bestuur het aandelenkapitaal van de Vennootschap een of meerdere keren verhogen met een cumulatief bedrag van maximaal € 5.679.999.978. Na de kapitaalverhoging op 19 mei 2023 is de huidige machtiging beperkt tot een maximaal bedrag van € 5.479.999.992,90.
De Raad van Bestuur mag de modaliteiten van een dergelijke kapitaalverhoging bepalen, zoals de intrekking van voorkeurrechten, in overeenstemming met het WVV. Deze machtiging omvat de beperking of intrekking van voorkeurrechten ten voordele van één of meer specifieke personen (al dan niet werknemers van de Vennootschap of haar dochterondernemingen).
De kapitaalverhoging kan worden georganiseerd door middel van een inbreng in contanten of in natura of door omzetting van reserves. De Raad van Bestuur kan deze machtiging ook gebruiken voor de uitgifte van converteerbare obligaties, warrants of andere effecten.
De huidige machtiging is geldig tot 30 september 2026. De Raad van Bestuur zal een nieuwe, beperktere machtiging verzoeken ter gelegenheid van de vergadering van aandeelhouders in mei 2026.
Op grond van artikel 15 van de Statuten is de Vennootschap gerechtigd om – binnen de beperkingen van deze bepaling en van het WVV – hetzij zelf, hetzij via een rechtstreekse dochtervennootschap op of buiten een gereglementeerde markt, tot 20% van haar eigen aandelen in te kopen, tegen een prijs die voldoet aan de wettelijke voorschriften, maar die in geen geval meer dan 10% lager mag zijn dan de laagste slotkoers van de laatste 30 handelsdagen die aan de transactie voorafgaan en niet meer dan tien 10% hoger dan de hoogste slotkoers van de laatste dertig 30 handelsdagen die aan de transactie voorafgaan. Deze machtiging is geldig tot 30 september 2026. De Raad van Bestuur zal een nieuwe, beperktere machtiging verzoeken ter gelegenheid van de vergadering van aandeelhouders in mei 2026.
Ten slotte is de Raad van Bestuur gemachtigd om op elk moment en tegen een prijs die hij bepaalt, alle of een deel van de door hem verworven aandelen, over te dragen onder de voorwaarden zoals vastgelegd in de Statuten en het WVV.
In het kader van het aandeleninkoopprogramma voor 2025 dat op 17 maart 2025 van start ging, heeft de Vennootschap 50.000 aandelen teruggekocht voor een totaalbedrag van € 913.549. Dit komt neer op 0,02% van de totale uitstaande aandelen en op een nominale waarde van € 1.205.137. Samen met de 133.400 aandelen die zijn teruggekocht in het kader van het aandeleninkoopprogramma van 2022 en de 150.000 aandelen die zijn teruggekocht in het kader van het aandeleninkoopprogramma van 2023, de 130.000 aandelen die zijn teruggekocht in het kader van het aandeleninkoopprogramma 2024 en rekening houdend met de levering van 54.701 aandelen aan begunstigden in het kader van het LTIP 2022-2024, heeft de Vennootschap nu 408.699 aandelen in haar bezit, wat 0,17% van de totale uitstaande aandelen vertegenwoordigt. Azelis heeft in 2025 geen eigen aandelen vervreemd behalve de 54.701 aandelen die zijn geleverd in het kader van het LTIP 2022-2024. Met dit programma wordt beoogd verplichtingen te dekken voor voorwaardelijke rechten om aandelen te verwerven, toegekend krachtens het langetermijnincentiveplan (LTIP) van Azelis.
Het dividendbeleid van de Vennootschap is om, onder voorbehoud van de beschikbaarheid van uitkeerbare reserves en de goedkeuring door de algemene vergadering en behoudens uitzonderlijke omstandigheden, een jaarlijks en niet-cumulatief dividend vast te stellen en uit te keren op basis van een beoogde uitbetalingsratio van 25%-35% van de gerapporteerde nettowinst van de Groep. Het dividendbedrag en de beslissing om in een bepaald jaar al dan niet dividenden uit te keren, kunnen echter worden beïnvloed door een aantal factoren, waaronder de bedrijfsvooruitzichten, kasbehoeften en materiële groeimogelijkheden van de Vennootschap.
Het voorgestelde dividend voor het jaar dat eindigt op 31 december 2025 is gelijk aan een bedrag van 0,226 € per aandeel, wat neerkomt op een totaalbedrag van € 55,0 miljoen, gebaseerd op het aantal gerechtigde aandelen uitstaand op 31 december 2025. Het daadwerkelijk uit te betalen totaalbedrag wordt bepaald op basis van het aantal uitstaande in aanmerking komende aandelen op de registratiedatum.
Voor het behoud van een voldoende actieve markt voor haar aandelen die worden verhandeld op Euronext Brussel, is Azelis een overeenkomst voor liquiditeitsverschaffing aangegaan met KBC Securities. Deze overeenkomst werd verlengd op 2 april 2025 en is beëindigd op 31 december 2025.
De algemene vergadering van aandeelhouders wordt elk jaar gehouden op de tweede donderdag van mei, om 11.00 uur CET. De volgende jaarlijkse aandeelhoudersvergadering vindt plaats op 13 mei 2026, aangezien donderdag 14 mei een feestdag is in België.
Aandeelhouders
De onderstaande grafiek geeft de aandeelhoudersstructuur weer, gebaseerd op het register van aandelen op naam van de Vennootschap en op transparantieverklaringen die tot 31 december 2025 door aandeelhouders zijn ingediend. Transparantieverklaringen zijn volgens de Belgische wetgeving en/of de Statuten verplicht, telkens wanneer een participatie de drempel van 3%, 5% of een veelvoud van 5% naar boven of naar beneden overschrijdt. Alle transparantieverklaringen die de Vennootschap heeft ontvangen, zijn beschikbaar op haar website, in de rubriek Aandeelhoudersinformatie/Transparantieverklaringen.
De vrij verhandelbare aandelen van de Vennootschap worden berekend in overeenstemming met de definitie van Euronext, zijnde de aandelen van Azelis die niet in het bezit zijn van de Vennootschap (eigen aandelen) of van een of meer aandeelhouders die alleen of samen 5% of meer bezitten, met uitzondering van pensioenfondsen of collectieve entiteiten die (i) openstaan voor belegging voor beleggers of verhandelbaar zijn op de markt, (ii) een gediversifieerde portefeuille hebben en (iii) een open-ended structuur hebben, beide voor zover ze niet vertegenwoordigd zijn in enig bestuursorgaan van de Vennootschap.
In overeenstemming met regel 8.7 van de Corporate Governance Code "moet de Raad van Bestuur bespreken of het gepast zou zijn voor de Vennootschap om een relatieovereenkomst aan te gaan met de belangrijke of controlerende aandeelhouder". De Raad van Bestuur is van mening dat er momenteel geen noodzaak is om een relatieovereenkomst te sluiten, aangezien er geen controlerende aandeelhouder is. De Statuten, het Corporate Governance Charter, de huidige en toekomstige samenstelling van de Raad van Bestuur en de regels van het WVV bieden de Raad van Bestuur een voldoende duidelijk raamwerk voor zijn relatie met de aandeelhouders.
De Vennootschap is niet op de hoogte van aandeelhoudersovereenkomsten die aanleiding kunnen geven tot beperkingen op de uitoefening van het stemrecht.
Relevante informatie in geval van
een overnamebod
Artikel 34 van het koninklijk besluit van 14 november 2007 betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, vereist dat beursgenoteerde bedrijven bepaalde items openbaar maken die een impact kunnen hebben in geval van een overnamebod.
Een uitgebreid overzicht van de kapitaalstructuur van de Vennootschap op 31 december 2025 is te vinden in de rubriek Aandelenkapitaal en aandelen van deze Verklaring inzake deugdelijk bestuur.
Volgens het WVV en de Statuten zijn de door de Vennootschap uitgegeven aandelen vrij overdraagbaar, behoudens eventuele contractuele (lock-up)beperkingen.
Voor zover de Vennootschap bekend, zijn er geen houders van effecten met bijzondere zeggenschapsrechten, behalve de voordrachtrechten die worden uiteengezet in de rubriek Voordrachtrecht van deze Verklaring inzake deugdelijk bestuur, waarvan de Vennootschap de schrapping zal voorstellen op de volgende aandeelhoudersvergadering.
Op 4 september 2021 keurde de Raad van Bestuur het voorstel voor een lange termijn incentiveplan (LTIP) goed, dat vervolgens op 9 juni 2022 werd goedgekeurd door de algemene vergadering, met ingang van 1 januari 2022. Het LTIP voorziet in de toekenning van een bepaald aantal aandelen in de Vennootschap. Het LTIP voorziet niet in een controlemechanisme over de stemrechten die zijn verbonden aan de aandelen. Toekenningen kunnen onvoorwaardelijk worden aan het einde van een wachtperiode van drie jaar, d.w.z. de aandelen worden alleen geleverd als vooraf gedefinieerde prestatiedoelen zijn behaald, die worden gemeten over een prestatieperiode van drie jaar. Hoewel een beoogd aantal aandelen wordt toegekend aan het einde van de driejarige prestatieperiode, kan het beoogde aantal te leveren aandelen naar boven of beneden worden bijgesteld, afhankelijk van het werkelijk behaalde prestatieniveau. Wanneer de aandelen onvoorwaardelijk worden, wordt de eigendom van de aandelen (inclusief de aan deze aandelen verbonden rechten) overgedragen aan de deelnemers. In 2025 zijn in totaal 54.701 aandelen onvoorwaardelijk verworven in het kader van het LTIP 2022-2024, en zijn 303.636 aandelen toegekend in het kader van het LTIP 2025-2027.
De Statuten van de Vennootschap bevatten geen beperkingen ten aanzien van de uitoefening van het stemrecht door de aandeelhouders, op voorwaarde dat de betrokken aandeelhouders voldoen aan alle formaliteiten om te worden toegelaten tot de algemene vergadering en zij de geldende regels inzake de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen hebben nageleefd.
De Vennootschap is niet op de hoogte van enige aandeelhoudersovereenkomst die een beperking inhoudt of zou kunnen inhouden op de overdracht van haar aandelen of de uitoefening van stemrechten verbonden aan haar aandelen.
De regels die van toepassing zijn op de benoeming en vervanging van leden van de Raad van Bestuur, worden uiteengezet in de rubrieken Benoeming en Voordrachtrecht in deze Verklaring inzake deugdelijk bestuur.
Statutenwijzigingen dienen te worden voorgelegd aan de algemene vergadering. Om te worden goedgekeurd is voor het besluit de aanwezigheid of vertegenwoordiging vereist van ten minste 50% van het aandelenkapitaal en moet het worden goedgekeurd met een meerderheid van ten minste 75% van de door de houders uitgebrachte stemmen. Indien het aanwezigheidsquorum niet wordt bereikt, kan een nieuwe vergadering worden bijeengeroepen waarin geen aanwezigheidsquorum geldt. De bovengenoemde bijzondere meerderheidsvereiste blijft echter van toepassing.
De machtiging van de Raad van Bestuur om het aandelenkapitaal van de Vennootschap te verhogen, zoals beschreven in de rubriek Toegestaan kapitaal van deze Verklaring inzake deugdelijk bestuur, wordt opgeschort wanneer de Belgische Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA) de Vennootschap in kennis stelt van een openbaar overnamebod op de effecten van de Vennootschap. De Vennootschap beschikt niet over een specifieke machtiging voor de Raad van Bestuur om in een dergelijk geval het kapitaal van de Vennootschap te verhogen, in overeenstemming de aanvullende voorwaarden uiteengezet in artikel 7:202 van het WVV.
De mogelijkheid van de Raad van Bestuur om aandelen van de Vennootschap te verwerven voor rekening van de Vennootschap wordt toegelicht in de rubriek Inkoop van eigen aandelen van deze Verklaring inzake deugdelijk bestuur.
De volgende belangrijke overeenkomsten waarbij de Vennootschap of sommige van haar dochterondernemingen partij zijn, bevatten bepalingen inzake de wijziging van controle:
LTIP. Het onvoorwaardelijk worden van de toekenningen die zijn gedaan onder het LTIP kan onder bepaalde voorwaarden (zoals naleving van regelgeving en bepaalde belasting- en socialezekerheidsverplichtingen) worden versneld bij een publieke overname van de Vennootschap. Daarnaast kan de Raad van Bestuur in het geval van een publieke overname van de Vennootschap beslissen dat een toekenning automatisch wordt ingewisseld voor een gelijkwaardige toekenning van aandelen in de overnemende vennootschap of een andere vennootschap. De voorwaarden van het LTIP zijn tijdens de algemene vergadering van 9 juni 2022 bekrachtigd en goedgekeurd in overeenstemming met artikel 7:151 WVV.
Schuldschein-leningsovereenkomst. Op 15 december 2022 heeft Azelis Finance NV zeven Schuldschein-leningsovereenkomsten afgesloten als leningnemer met een aantal financiële instellingen om de Groep verder te financieren, voor een totaalbedrag van € 150,5 miljoen, waarvan een leningsovereenkomst voor € 15,0 miljoen uitstond op 31 december 2025. De Vennootschap stelt zich garant voor deze Schuldschein-leningsovereenkomst. Indien zich een wijziging van controle zoals gedefinieerd in de Schuldschein-overeenkomst voordoet met betrekking tot de Vennootschap (d.w.z. dat een andere partij of partijen dan EQT en PSP zeggenschap verkrijgen), heeft de kredietverstrekker onder de Schuldschein-leningsovereenkomst het recht van Azelis Finance NV te verlangen dat zij de Schuldschein-leningsovereenkomst onmiddellijk terugbetaalt, vermeerderd met de opgebouwde rente. De relevante clausule inzake wijziging van controle is op de aandeelhoudersvergadering van 8 juni 2023 bekrachtigd en goedgekeurd overeenkomstig artikel 7:151 van het WVV.
Notes. Op 15 maart 2023 heeft Azelis Finance NV notes uitgegeven voor een totaalbedrag van € 400 miljoen, die in 2028 vervallen. De Vennootschap stelt zich als moedermaatschappij garant. Indien er een wijziging van controle – zoals gedefinieerd in het contract waarin de relatie tussen de emittent, de garant en de trustee, de registerhouder, de transferagent en de betaalagent is vastgelegd – optreedt met betrekking tot de Vennootschap (d.w.z. dat een of meer andere partijen dan EQT, PSP en het management van de Vennootschap direct of indirect de uiteindelijke begunstigden zijn of worden van meer dan 50% van de totale stemrechten van de Vennootschap), heeft elke obligatiehouder het recht om van Azelis Finance NV te eisen dat zij alle of een deel van de notes die deze obligatiehouder in bezit heeft, terugkoopt. Deze clausule inzake wijziging van controle is op de aandeelhoudersvergadering van 8 juni 2023 bekrachtigd en goedgekeurd overeenkomstig artikel 7:151 van het WVV.
Faciliteitenovereenkomst. Op 23 september 2024 heeft Azelis Finance NV een Multicurrency Term and Revolving Facilities Agreement (overeenkomst inzake multivalutakredietfaciliteiten) afgesloten met bepaalde financiële instellingen voor de bedragen vermeld in toelichting Leningen en overige financieringsverplichtingen (de 'Faciliteitenovereenkomst'), met als doel een herfinanciering van de Groep. De Vennootschap stelt zich garant voor deze Faciliteitenovereenkomst. Indien zich een wijziging van controle, zoals gedefinieerd in de Faciliteitenovereenkomst, voordoet met betrekking tot de Vennootschap (d.w.z. dat een andere partij of partijen dan EQT die zeggenschap verkrijgen), zijn de kredietverstrekkers onder de Faciliteitenovereenkomst niet langer verplicht om verder gebruik daarvan te financieren en hebben de kredietverstrekkers elk afzonderlijk het recht om van Azelis Finance NV te eisen dat zij de door hen verstrekte uitstaande kredieten vervroegd aflost.
Deze clausule inzake wijziging van controle is op de aandeelhoudersvergadering van 8 mei 2025 goedgekeurd overeenkomstig artikel 7:151 van het WVV.
Notes. Op 25 september 2024 heeft Azelis Finance NV een extra reeks notes uitgegeven voor een totaalbedrag van € 600 miljoen, die in 2029 vervallen. De Vennootschap stelt zich als moedermaatschappij garant. Indien er een wijziging van controle – zoals gedefinieerd in het contract waarin de relatie tussen de emittent, de garant en de trustee, de registerhouder, de transferagent en de betaalagent is vastgelegd – optreedt met betrekking tot de Vennootschap (d.w.z. dat een of meer andere partijen dan EQT, PSP en het management van de Vennootschap direct of indirect de uiteindelijke begunstigden zijn of worden van meer dan 50% van de totale stemrechten van de Vennootschap), heeft elke obligatiehouder het recht om van Azelis Finance NV te eisen dat zij alle of een deel van de notes die deze obligatiehouder in bezit heeft, terugkoopt. Deze clausule inzake wijziging van controle is op de aandeelhoudersvergadering van 8 mei 2025 goedgekeurd overeenkomstig artikel 7:151 van het WVV.
De Vennootschap heeft geen overeenkomsten gesloten met leden van de Raad van Bestuur, dienstverleners of werknemers die zouden resulteren in de betaling van specifieke ontslagvergoedingen indien de leden van de Raad van Bestuur, dienstverleners of werknemers worden ontslagen of hun dienstverband of arbeidsovereenkomst wordt beëindigd als gevolg van een overnamebod.
Maatregelen inzake marktmisbruik
De Vennootschap heeft maatregelen geïmplementeerd om te voldoen aan de Belgische wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten van 2 augustus 2002 en het koninklijk besluit van 14 november 2007 dat hierop betrekking heeft, en de Verordening Marktmisbruik (EU) nr. 596/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014, zoals omgezet in de Belgische wetgeving, om marktmisbruik zoals handel met voorkennis, het verstrekken van vertrouwelijke informatie en marktmanipulatie te voorkomen. Daarnaast hanteert de Vennootschap regels voor het melden van transacties met betrekking tot de aandelen van de Vennootschap. De Vennootschap heeft in het kader van het Charter op 4 september 2021 een verhandelingsreglement (het ' Verhandelingsreglement') aangenomen. Het trad in werking op 21 september 2021. Het Verhandelingsreglement is herzien in mei 2025; de laatste versie is beschikbaar op de website Investor Relations van Azelis als onderdeel van het Charter.
Dit Verhandelingsreglement beschrijft de verplichtingen met betrekking tot voorafgaande kennisgeving, bekendmaking na afloop en handelwijzen die van toepassing zijn op de Raad van Bestuur, leden van het Uitvoerend Comité, bepaalde andere leidinggevende werknemers en andere personen, met betrekking tot transacties in aandelen en andere financiële instrumenten van de Vennootschap. Het Verhandelingsreglement legt beperkingen op voor het uitvoeren van transacties in aandelen en andere financiële instrumenten van de Vennootschap en staat bovenvermelde personen alleen gedurende bepaalde perioden toe te handelen, na voorafgaande goedkeuring door de Group General Counsel.
Het Verhandelingsreglement wordt up-to-date gehouden zodat het de ontwikkelingen in wetgeving weerspiegelt. De Group General Counsel & Chief Compliance Officer is verantwoordelijk voor de naleving van de wettelijke vereisten met betrekking tot informatieverschaffing en kennisgevingsplichten aan de FSMA en andere relevante beurs- of toezichthoudende autoriteiten.
Remuneratieverslag
Remuneratiebeleid
Azelis Group NV heeft, overeenkomstig artikel 7:89/1 van het Belgische WVV en de Corporate Governance Code, een remuneratiebeleid opgesteld dat van toepassing is op de verloning van de leden van de Raad van Bestuur (uitvoerende en niet-uitvoerende bestuurders) en de leden van het Uitvoerend Comité. Het remuneratiebeleid van Azelis is van kracht sinds het boekjaar dat op 1 januari 2022 is ingegaan. Het is in principe van kracht voor een periode van vier jaar, tenzij het Remuneratie- en Benoemingscomité vóór die tijd om goedkeuring van materiële wijzigingen verzoekt.
Het beleid zal opnieuw ter goedkeuring worden voorgelegd aan de vergadering van aandeelhouders in 2026. Het is de bedoeling om het remuneratiebeleid te vernieuwen volgens de lijnen van het huidige plan en in 2026 de tijd te nemen voor een grondigere evaluatie. Dit zal resulteren in een nieuw remuneratiebeleid dat ter goedkeuring zal worden voorgelegd aan de vergadering van aandeelhouders in 2027 en dat de veranderingen weerspiegelt die Azelis vandaag doorvoert. Het remuneratiebeleid is publiekelijk beschikbaar op onze website.
Dit zijn de belangrijkste doelstellingen van het remuneratiebeleid:
Ondersteunen van de bedrijfsstrategie van Azelis door het faciliteren van werving, behoud en motivering van bestuurders en leden van het Uitvoerend Comité van het kaliber dat nodig is om deze strategie uit te voeren waar alle stakeholders baat bij hebben;
Een goede balans vinden tussen enerzijds de noodzaak om de waarde van de Vennootschap langdurig duurzaam te laten groeien en anderzijds een sterke focus op de financiële kortetermijnresultaten om passend gedrag te stimuleren;
Een verloning bieden die concurrerend is ten opzichte van ondernemingen die vergelijkbaar zijn qua omvang, sector en complexiteit, en tevens aansluit bij de mate van verantwoordelijkheid en competentie van de individuele werknemer;
Alleen een hogere verloning bieden als de financiële prestatiedoelstellingen van de organisatie die duidelijk gekoppeld zijn aan de strategie en duurzame waardecreatie, worden overtroffen;
De belangen van bestuurders en leden van het Uitvoerend Comité afstemmen van op de belangen van aandeelhouders door het Uitvoerend Comité deels in aandelen te belonen en door zowel bestuurders als leden van het Uitvoerend Comité verplicht een aandelenpakket te laten opbouwen en aanhouden;
Ondersteunen van doelstellingen op het gebied van environment, social en governance door het remuneratiebeleid en de verloningsniveaus te koppelen aan de belangen van stakeholders; en
Volgen van best practices en marktpraktijken en tegelijkertijd voldoende flexibiliteit behouden, zodat het Remuneratie- en Benoemingscomité kan inspelen op zakelijke behoeften wanneer deze zich voordoen.
Vergoeding van de Raad van Bestuur
De vergoeding van de bestuurders van Azelis Group NV is in overeenstemming met het remuneratiebeleid van de Vennootschap. De vergoeding van de niet-uitvoerende bestuurders weerspiegelt hun verantwoordelijkheden als voorzitter of lid van de Raad van Bestuur en/of van de verschillende comités ervan, met het oog op hun daarmee samenhangende verantwoordelijkheden en tijdsinvestering.
Elke onafhankelijke niet-uitvoerende bestuurder ontvangt een vaste jaarlijkse vergoeding in contanten, waarbij de kosten die redelijkerwijs verbonden zijn aan het bijwonen van bestuursvergaderingen, door de Vennootschap worden vergoed. Het bedrag van de vaste vergoeding wordt niet automatisch aangepast. Onafhankelijke niet-uitvoerende bestuurders ontvangen geen variabele vergoeding die gekoppeld is aan resultaten of andere prestatiecriteria.
De vergoeding van de onafhankelijke niet-uitvoerende bestuurders is voor het laatst herzien tijdens de algemene vergadering van aandeelhouders van 13 juni 2024 en is momenteel als volgt vastgesteld:
Bestuurdersvergoeding: jaarlijkse vergoeding van € 70.000 bruto;
Aanvullende vergoeding voor de voorzitter van de Raad van Bestuur: jaarlijkse vergoeding van € 60.000 bruto;
Aanvullende vergoeding voor de voorzitter van het Remuneratie- en Benoemingscomité en de voorzitter van het Audit- en Risicocomité: jaarlijkse vergoeding van € 20.000 bruto.
De aanvullende vergoeding voor de voorzitter van de Raad van Bestuur en de voorzitters van het Remuneratie- en Benoemingscomité en het Audit- en Risicocomité kan samen met andere vergoedingen worden uitgekeerd. Voor comitéleden is geen aanvullende vergoeding vastgesteld, en er zijn geen aanwezigheidsvergoedingen.
De niet-uitvoerende bestuurders ontvangen geen enkel deel van hun vergoeding in de vorm van aandelen. Dit wijkt af van de aanbevelingen zoals beschreven in artikel 7.6 van de Corporate Governance Code. De belangen van de niet-uitvoerende leden van de Raad van Bestuur worden momenteel geacht voldoende gericht te zijn op het creëren van langetermijnwaarde voor de Vennootschap, zelfs als ze geen enkel deel van hun vergoeding ontvangen in de vorm van aandelen, aangezien de onafhankelijke niet-uitvoerende bestuurders verplicht zijn om binnen een periode van vijf jaar na hun benoeming een aandelenpakket op te bouwen en aan te houden met een totale aankoopwaarde die gelijk is aan de waarde van hun vaste jaarlijkse vergoeding. Deze vereiste is van kracht sinds 1 januari 2022.
Niet-onafhankelijke niet-uitvoerende bestuurders ontvangen geen vergoeding voor hun bestuurdersrol, en het is het beleid van EQT om haar bestuurders geen aandelen te laten bezitten in bedrijven waarin zij participeert. Zoals hierboven vermeld, zullen de niet-onafhankelijke niet-uitvoerende bestuurders die zijn benoemd op voordracht van EQT, aftreden na de goedkeuring van de financiële resultaten over 2025 in de vergadering van de Raad van Bestuur in februari 2026.
Uitvoerende bestuurders (CEO en CFO) ontvangen geen vergoeding voor hun bestuurdersrol.
Vergoeding en aandeelhouderschap van de leden van de Raad van Bestuur in 2025
| Naam | Functie | Verloning (in €) | Aandelen aangehouden per 31/12/2025 |
|---|
| Kåre Schultz | Onafhankelijke niet-uitvoerend bestuurder (voorzitter) | 150.000 | 10.000 |
| Melanie Maas-Brunner | Onafhankelijke niet-uitvoerend bestuurder | 70.000 | 4.700 |
| Ipek Özsüer | Onafhankelijke niet-uitvoerend bestuurder | 23.350 | N/A |
| Lily Wang | Onafhankelijke niet-uitvoerend bestuurder | 45.500 | - |
| Thomas Hallam | Onafhankelijke niet-uitvoerend bestuurder | 90.000 | 4.600 |
| Bert Janssens | Niet-uitvoerend bestuurder | - | - |
| Kristiaan Nieuwenburg | Niet-uitvoerend bestuurder | - | - |
| Anna Bertona | Uitvoerend bestuurder (CEO) | - | 1.549.402 |
| Thijs Bakker | Uitvoerend bestuurder (CEO) | - | 1.937.478 |
| Totaal | | 378.850 | 3.506.180 |
Verloning van het Uitvoerend Comité
De Raad van Bestuur bepaalt, op aanbeveling van het Remuneratie- en Benoemingscomité, de hoogte en structuur van de verloning van de CEO, CFO en de overige leden van het Uitvoerend Comité.
De hoogte van de verloning wordt – naast de salarissen en arbeidsvoorwaarden van de werknemers van Azelis – periodiek herzien om te beoordelen of deze nog concurrerend is ten opzichte van ondernemingen die vergelijkbaar zijn qua omvang, sector en complexiteit. De hoogte van de verloning wordt niet automatisch aangepast, en het remuneratiebeleid beoogt de belangen van de CEO, CFO en overige leden van het Uitvoerend Comité af te stemmen op die van de aandeelhouders door hen deels in aandelen van de Vennootschap te belonen.
De omvang van de basisverloning is erop gericht om gekwalificeerde en competente personen aan te trekken en te behouden, rekening houdend met verloningsniveaus voor soortgelijke functies in vergelijkbare ondernemingen, de verantwoordelijkheden van de functie, de ervaring en het functioneren van de persoon. Het Remuneratie- en Benoemingscomité kan jaarlijks of op andere tijdstippen een met redenen omklede aanpassing van de basisverloning ter goedkeuring voorleggen aan de Raad van Bestuur. Elke verhoging dient in principe gelijke tred te houden met de loonsverhogingen die worden toegekend aan werknemers in het land waarin de uitvoerende bestuurder is gestationeerd, maar de verhoging kan hoger zijn als bijvoorbeeld de functie, verantwoordelijkheden of individuele prestaties zijn gewijzigd.
Azelis biedt secundaire arbeidsvoorwaarden die in overeenstemming zijn met de lokale marktpraktijken en die nodig zijn om gekwalificeerde en competente personen aan te trekken en te behouden. Leden van het Uitvoerend Comité, met uitzondering van hen die via een beheermaatschappij of als zelfstandige werken, komen in aanmerking voor verschillende secundaire arbeidsvoorwaarden. Voorbeelden van geboden secundaire arbeidsvoorwaarden zijn:
Auto van de zaak met tankkaart of autokostenvergoeding;
Zorg- of hospitalisatieverzekering;
Vergoeding verblijfskosten;
Pensioenverzekering.
De variabele kortetermijnbonus stimuleert het realiseren van de voornaamste jaarlijkse prioriteiten van de algemene bedrijfsstrategie, waarbij de nadruk op financiële resultaten op de korte termijn ligt. Deze bonus beloont tevens gedrag dat tot duurzame waardecreatie op de lange termijn leidt.
De variabele kortetermijnbonus is afhankelijk van zowel collectieve prestatiedoelen (op groeps- en regionaal niveau voor functies met een regionale reikwijdte) als individuele prestatiedoelen. Alle doelstellingen voor de Groep en de regio's zijn kwantitatief en financieel van aard.
De feitelijke variabele kortetermijnbonus wordt gebaseerd op het behalen van de prestatiedoelen die aan het begin van elk boekjaar worden vastgesteld.
De CEO en de CFO ontvangen kortetermijnstimulansen in contanten met een opportuniteitsdoelstelling ten belope van 85% van de jaarlijkse basisvergoeding, tot een maximum van 150%. De overige leden van het Uitvoerend Comité ontvangen kortetermijnstimulansen in contanten met een opportuniteitsdoelstelling van 50% tot 100% van de jaarlijkse basisvergoeding, tot een maximum van 150%.
De bonus in cash is afhankelijk van het behalen van de volgende drie maatstaven:
Organisatorische prestaties (op groeps- en/of regionaal niveau) op het vlak van aangepaste EBITA van de Groep en/of regio, GP1 en het nettowerkkapitaal ('NWC'), gemeten als de werkelijke prestaties ten opzichte van het door de Raad van Bestuur goedgekeurde budget;
De individuele prestatie wordt gemeten aan de hand van niet-financiële doelstellingen volgens vier niveaus van doelrealisatie als onderdeel van de jaarlijkse prestatiebeoordelingscyclus. Tijdens elke jaarlijkse prestatiebeoordelingscyclus worden de drie individuele prestatiedoelstellingen voor elke deelnemer aan de STI aan het begin van elk kalenderjaar beoordeeld en goedgekeurd door de respectievelijke lijnmanager (of: voorzitter van de Raad van Bestuur voor de CEO) en vastgelegd in het Human Resources Management ysteem. Ze worden nauwkeurig beoordeeld door de lijnmanager (of: voorzitter van de Raad van Bestuur voor de CEO) tijdens het jaarlijkse prestatiebeoordelingsproces. Het algehele prestatieniveau, dat rechtstreeks van invloed is op de uitbetaling van de individuele prestatiedoelstellingscomponent, wordt berekend als het gemiddelde van alle drie de individuele prestatiedoelstellingen.
ESG-prestaties, met betrekking tot de Scope 1 & 2-reductie en het percentage vrouwen in hogere managementfuncties, gemeten ten opzichte van de door de Raad van Bestuur vastgestelde doelstellingen. ESG-prestaties beïnvloeden de variabele verloning op korte termijn via een multiplicator die varieert van 0,9x tot 1,1x.
Voor de variabele verloning op korte termijn van 2025 zijn de respectieve wegingsfactoren van doelstellingen inzake groepsprestaties, regionale prestaties en de individuele prestaties voor de leden van het Uitvoerend Comité, evenals de berekeningsmethodologie en het eindresultaat, vastgesteld zoals opgenomen in de tabellen op de volgende pagina.
De Raad van Bestuur is verantwoordelijk voor het goedkeuren van de prestatiedoelen en het beoordelen van de prestaties aan de hand van deze doelen, en dient daarbij rekening te houden met de feedback van het Remuneratie- en Benoemingscomité en, wanneer het de CFO en de overige leden van het Uitvoerend Comité betreft, met de standpunten en aanbevelingen van de CEO.
De variabele kortetermijnbonus wordt volledig in cash uitbetaald vóór het einde van het tweede kwartaal van het boekjaar volgend op het prestatiejaar, zodra de gecontroleerde resultaten beschikbaar zijn en onder voorbehoud van definitieve goedkeuring door het Remuneratie- en Benoemingscomité. Er is geen uitstel van betaling.
| CEO, CFO | Gewicht | Onderprestatie (0%-99.9%) | Doel (100%) | Overprestatie (100.1%-250%) | Resultaat |
|---|
| Groep aangepaste EBITA | 50% | < 95% van doel: 0% 95% – 99.99% van doel: lineair 0.1%-99.99% | Prestatie op budget | 100.1%-125% van doel: lineair 100.1% - 250% | < 95% van doel |
| Groep GP1 | 20% | < 95% van doel: 0% 95.01% – 99.99% van doel: lineair 0.1%-99.99% | Prestatie op budget | 100.1%-125% van doel: lineair 100.1% - 250% | < 95% van doel |
| Groep netto werkkapitaal | 10% | > 105% van doel: 0% 105% – 100.01% van doel: lineair 0.1%-99.99% | Prestatie op budget | 99.99%-75.% van doel: lineair 100.1% - 250% | 105% – 100.01% van doel |
| Individuele prestatie | 20% | Voldoet niet aan de verwachtingen: 0% Voldoet gedeeltelijk aan de verwachtingen: 50%-99.99% | Voldoet aan de verwachtingen | Overtreft de verwachtingen: 100.1%-150% | CEO: voldoet gedeeltelijk aan de verwachtingen CFO: voldoet aan de verwachtingen |
| ESG multiplicator | 0.9x-1.1x | Onderprestatie op beide KPIs | 1) Doel bereikt voor beide KPIs; 2) Overprestatie voor één KPI en onderprestatie voor de tweede KPI | 1) Overprestatie voor beide KPIs; 2) Doel bereikt voor één KPI en overprestatie voor de tweede KPI | Overprestatie voor beide KPIs |
| Andere leden van het Uitvoerend Comité | Gewicht | Onderprestatie (0%-99.9%) | Doel (100%) | Overprestatie (100.1%-250%) | Resultaat |
|---|
| Groep aangepaste EBITA | 20% | < 95% van doel: 0% 95% – 99.99% van doel: lineair 0.1%-99.99% | Prestatie op budget | 100.1%-125% van doel: lineair 100.1% - 250% | < 95% van doel |
| Groep GP1 | 10% | < 95% van doel: 0% 95% – 99.99% van doel: lineair 0.1%-99.99% | Prestatie op budget | 100.1%-125% van doel: lineair 100.1% - 250% | < 95% van doel |
| Regionale aangepaste EBITA | 30% | < 95% van doel: 0% 95% – 99.99% of target: lineair 0.1%-99.99% | Prestatie op budget | 100.1%-125% van doel: lineair 100.1% - 250% | EMEA: < 95% van doel Americas: < 95% van doel APAC: < 95% van doel |
| Regionale GP1 | 10% | < 95% van doel: 0% 95% – 99.99% van doel: lineair 0.1%-99.99% | Prestatie op budget | 100.1%-125% van doel: lineair 100.1% - 250% | EMEA: < 95% van doel Americas: < 95% van doel APAC: < 95% van doel |
| Regionaal netto werkkapitaal | 10% | > 105% van doel: 0% 105% – 100.01% van doel: lineair 0.1%-99.99% | Prestatie op budget | 99.99%-75% van doel: lineair 100.1% - 250% | EMEA: < 100% van doel Americas: > 105% van doel APAC: < 100% van doel |
| Individuele prestatie | 20% | Voldoet niet aan de verwachtingen: 0% Voldoet gedeeltelijk aan de verwachtingen: 50%-99.99% | Voldoet aan de verwachtingen | Overtreft de verwachtingen: 100.1%-150% | EMEA: voldoet gedeeltelijk aan de verwachtingen Americas: voldoet gedeeltelijk aan de verwachtingen APAC: voldoet gedeeltelijk aan de verwachtingen |
| ESG multiplicator | 0.9x-1.1x | Onderprestatie op beide KPIs | 1) Doel bereikt voor beide KPIs; 2) Overprestatie voor één KPI en onderprestatie voor de tweede KPI | 1) Overprestatie voor beide KPIs; 2) Doel bereikt voor één KPI en overprestatie voor de tweede KPI | Overprestatie voor beide KPIs |
De variabele langetermijnbonus stimuleert het realiseren van de beleidsdoelstelling om de waarde duurzaam op de lange termijn te laten groeien door het behalen van prestatiedoelen op de lange termijn te belonen. De bonus bestaat uit Azelis-aandelen om de belangen van de CEO, CFO en de overige leden van het Uitvoerend Comité af te stemmen op de belangen van de aandeelhouders.
De CEO, CFO en andere leden van het Uitvoerend Comité komen in aanmerking voor jaarlijkse deelname aan een langetermijnincentiveplan (LTIP), dat de toekenning omvat van een recht om een bepaald aantal Azelis-aandelen te verwerven. Deze bonusaandelen zijn onderhevig aan een wachtperiode van ten minste drie jaar, d.w.z. de aandelen worden alleen geleverd indien de voorwaarden inzake de prestatiedoelstellingen, gemeten over een prestatieperiode van drie jaar, zijn vervuld. De Raad van Bestuur bepaalt de te behalen doelstellingen op het moment van de toekenning en toetst de prestaties aan de doelstellingen op aanbeveling van het Remuneratie- en Benoemingscomité aan het einde van de driejarige prestatieperiode.
Hoewel op het moment van toewijzing een beoogd aantal prestatieaandelen wordt toegekend (targetbonus), kan het beoogde aantal prestatieaandelen dat aan het einde van de driejarige prestatieperiode wordt geleverd naar boven of naar beneden worden bijgesteld, afhankelijk van de werkelijk behaalde prestaties.
De targetbonus voor de CEO, CFO en andere leden van het Uitvoerend Comité wordt berekend op basis van een percentage van hun basisvergoeding, waarbij de maximaal te ontvangen prestatieaandelen 150% van de targetbonus bedragen. De targetbonus voor de CEO, CFO en de overige leden van het Uitvoerend Comité staat vermeld in de tabel Bedrag van de op aandelen gebaseerde beloning, toegekend aan de CEO, CFO en andere leden van het Uitvoerend Comité in 2025.
De prestatievoorwaarden worden afgemeten aan objectief meetbare (financiële en niet-financiële) prestatie-indicatoren die de prestaties van Azelis als geheel weergeven.
In het LTIP 2025 (prestatieperiode: 01.01.2025-31.12.2027) worden drie maatstaven gehanteerd:
Totaal aandeelhoudersrendement (TAR) vergeleken met een referentiegroep van 18 ondernemingen, exclusief Azelis, met een weging van 50%. De referentiegroep bestaat uit directe concurrenten van Azelis (ondernemingen die actief in de distributie van speciale chemicaliën en voedingsingrediënten) en andere distributieondernemingen, waaronder ondernemingen die actief zijn in meer dan één sector, in verschillende geografische gebieden om de internationale aanwezigheid van Azelis te weerspiegelen.. De hoge wegingsfactor van de TAR-maatstaf wijst op verantwoording en eerlijkheid, en bevordert het vertrouwen onder stakeholders. Zo wordt gewaarborgd dat de CEO, CFO en andere leden van het Uitvoerend Comité gestimuleerd worden om te focussen op langetermijngroei en aandeelhouderswaarde. De prestatiedoelstelling voor deze maatstaf is een ranking in het tweede kwartiel;
Organische groei van de aangepaste EBITA met een wegingsfactor van 35%. De prestatiedoelstelling voor deze maatstaf is een gemiddelde groei van 6% over de volledige prestatieperiode;
ESG-cijfers; reductie van de CO2-intensiteit van Scope 1 en Scope 2, met een weging van 15%. De prestatiedoelstelling voor deze maatstaf is 50% reductie ten opzichte van 4,76 ton CO2e/€ miljoen omzet, over de volledige prestatieperiode.
Op 1 maart 2026 zal het LTIP 2023 (prestatieperiode: 01/01/2023 - 31/12/2025) onvoorwaardelijk worden volgens de prestatieniveaus in de tabel onderaan deze pagina.
| LTIP prestatievoorwaarden | Gewicht | Onderprestatie (0%-50%) | Doel (100%) | Overprestatie (150%) | Resultaat |
|---|
| Totaal aandeelhoudersrendement (TAR) | 50% | Classificatie in vierde kwartiel: 0% Classificatie in derde kwartiel: 50%-99.99% | Classificatie in tweede kwartiel: 100%-149.99% | Classificatie in eerste kwartiel: 150% | Onderprestatie |
| Organische aangepaste EBITA groei | 35% | < 5%: 0% 5%-5.99%: lineair 50%-99.99% | 6% | 6.01%-7%: lineair 100.1%-150% | Onderprestatie |
| Reductie van Scope 1 en 2 CO2 intensiteit | 15% | < 45%: 0% 45%-49.99%: lineair 50%-99.99% | 50% reductie van 4.76 tCO2e/€mlj omzet | 50.01%-60%: lineair 100.1%-150% | Onderprestatie |
Voor alle duidelijkheid: de prestatiedoelstellingen kunnen op elk moment worden herzien en gewijzigd, onder voorbehoud van de definitieve goedkeuring door de Raad van Bestuur, op aanbeveling van het Remuneratie- en Benoemingscomité, en elke nieuwe prestatiedoelstelling wordt meegedeeld aan alle deelnemers aan het LTIP.
Indien er een variabele verloning op lange termijn verschuldigd is, is de datum waarop de toekenningen onvoorwaardelijk worden, naar verwachting vóór het einde van het tweede kwartaal van het boekjaar volgend op het einde van de prestatieperiode. Dit vindt plaats zodra de geauditeerde resultaten beschikbaar zijn en onder het voorbehoud van definitieve goedkeuring door de Raad van Bestuur, op aanbeveling van het Remuneratie- en Benoemingscomité.
De deelnemers hebben tijdens de prestatieperiode geen recht op uitkering van dividenden op de prestatieaandelen. Als de relevante prestatiedoelstellingen worden bereikt, kan de Raad van Bestuur echter op aanbeveling van het Remuneratie- en Benoemingscomité bepalen dat het aantal aan de deelnemer verschuldigde aandelen wordt verhoogd met een bedrag dat gelijk is aan de dividenden die de prestatieaandelen tijdens de prestatieperiode zouden hebben opgeleverd. Een dergelijke aanpassing kan ook in cash worden uitbetaald.
Er gelden wettelijke beperkingen voor de verloning van de CEO en de leden van het Uitvoerend Comité. Een variabele verloning kan alleen aan de CEO en de leden van het Uitvoerend Comité worden toegekend indien in de desbetreffende periode voldaan is aan de prestatiecriteria die uitdrukkelijk vermeld worden in de vigerende contractuele of andere bepalingen die de betrekkingen tussen hen en de Vennootschap regelen. Indien de variabele verloning meer dan 25% van het totale jaarlijkse verloningspakket uitmaakt, dient ten minste 25% van de variabele verloning gebaseerd te zijn op vooraf vastgelegde en objectief meetbare prestatiecriteria en moet de uitkering daarvan minstens twee jaar worden uitgesteld, en dient nog eens ten minste 25% te zijn gebaseerd op dezelfde criteria, waarbij de uitkering minstens drie jaar moet worden uitgesteld (tenzij de Statuten anders bepalen of een uitzondering uitdrukkelijk is goedgekeurd door de vergadering van aandeelhouders) (zie artikel 7:91 Belgisch WVV). De Vennootschap stelt zich zelfs strenger op dan wettelijk vereist, aangezien meer dan 50% van de variabele verloning van de leden van het Uitvoerend Comité onderworpen is aan prestatiecriteria die over een periode van drie jaar worden uitgesteld.
Azelis heeft marktconforme pensioenregelingen die in overeenstemming zijn met de lokale marktpraktijken en beschikbaar zijn voor werknemers. Leden van het Uitvoerend Comité, met uitzondering van de leden die via een managementvennootschap of als zelfstandige werken, hebben recht op deelname aan een pensioenregeling.
De Vennootschap heeft gedurende een periode van drie jaar vanaf de uitbetalingsdatum het recht om bedragen terug te vorderen die ten onrechte zijn uitbetaald op grond van onjuiste resultaten die nadien zijn aangepast of gecorrigeerd.
Azelis wijkt niet af van haar remuneratiebeleid, met uitzondering van korte termijn uitkeringen aan vertrekkende leden van het Uitvoerend Comité, zoals goedgekeurd door de Raad van Bestuur.
Betaalde verloning en andere voordelen die direct of indirect worden toegekend aan de CEO, de CFO en de andere leden van het Uitvoerend Comité in 2025
| In € | Vaste verloning | Variabele verloning | Pensioen | Buitengewone elementen | Totale verloning | Verhouding vaste / variabele verloning |
|---|
| Naam, functie | Basis verloning | Overige voorwaarden | Jaarlijkse korte termijn bonus (STI) | Waarde van definitief verworven aandelen (LTI) | | | | |
| Eén jaar | Meerdere jaren | |
| Anna Bertona, CEO | 784.128 | - | 180.618 | - | | | 964.746 | F | 81,3% |
| | | | | | | | V | 18,7% |
| Thijs Bakker, CFO | 608.013 | | 168.476 | - | | | 776.489 | F | 78,3% |
| | | | | | | | V | 21,7% |
| Andere leden van het Uitvoerend Comité | 1.225.005 | 414.223 | 145.482 | - | 12.390 | 116.109 | 1.913.208 | F | 91,9% |
| | | | | | | | V | 8,1% |
| Totaal | 2.617.146 | 414.223 | 494.576 | - | 12.390 | 116.109 | 3.654.444 | | |
| Totaal waarvan vaste verloning | | | | | | | 3.043.759 | | 86,0% |
| Totaal waarvan variabele verloning | | | | | | | 494.576 | | 14,0% |
Kortetermijnincentive voor prestatiejaar 2025 toegekend aan de CEO, de CFO en de andere leden van het Uitvoerend Comité
| Naam, functie | Beoogd STI percentage 2025 (% van bruto basissalaris) | Prestatiemaatstaven en streefgewichten | Uitbetaling per prestatiemaatstaf en totaal (€) |
|---|
| Anna Bertona, CEO | 85% | Gewicht maatstaf voor groepsprestaties | Aangepaste EBITA 50% | GP1 20% | NWC 10% | Maatstaf voor groepsprestaties - uitbetaling | 70.644 |
| Gewicht maatstaf voor individuele prestaties | 20% | Maatstaf voor individuele prestaties - uitbetaling | 109.974 |
| | Totale uitbetaling | 180.618 |
| STI-betaling - feitelijk vs. doelniveau | 27,1% |
| |
| Thijs Bakker, CFO | 85% | Gewicht maatstaf voor groepsprestaties | Aangepaste EBITA 50% | GP1 20% | NWC 10% | Maatstaf voor groepsprestaties - uitbetaling | 54.778 |
| | Gewicht maatstaf voor individuele prestaties | 20% | Maatstaf voor individuele prestaties - uitbetaling | 113.698 |
| | Totale uitbetaling | 168.476 |
| STI-betaling - feitelijk vs. doelniveau | 32,6% |
| |
| Andere leden van het Uitvoerend Comité | 69,3% | Gewicht maatstaf voor groepsprestaties | Aangepaste EBITA 20% | GP1 20% | NWC 10% | Maatstaf voor Groepsprestaties - uitbetaling | - |
| | Gewicht maatstaf voor regionale prestaties | Aangepaste EBITA 30% | GP1 10% | NWC 10% | Maatstaf voor regionale prestaties - uitbetaling | 48.788 |
| | Gewicht maatstaf voor individuele prestaties | 20% | Maatstaf voor individuele prestaties - uitbetaling | 96.694 |
| | Totale uitbetaling | 145.482 |
| STI-betaling - feitelijk vs. doelniveau | 17,2% |
Bedrag van op aandelen gebaseerde vergoeding toegekend aan de CEO, CFO en andere leden van het Uitvoerend Comité dat in 2025 is toegekend, onvoorwaardelijk geworden of vervallen
In 2025 zijn 147.020 prestatieaandelen, met een marktwaarde van € 2.581.654 ten tijde van de toekenning, toegekend aan de CEO, de CFO en de overige leden van het Uitvoerend Comité.
Op 17 maart 2025 zijn 26.809 prestatieaandelen van het LTIP 2022 onvoorwaardelijk geworden. Het aantal aandelen week niet af van het aantal aandelen dat als onvoorwaardelijk verworven onder het LTIP 2022 werd vermeld in ons Geïntegreerd Verslag 2024. De cyclus van het LTIP 2023-2025 wordt naar verwachting onvoorwaardelijk op 1 maart 2026, maar wordt hieronder reeds als onvoorwaardelijk verworven vermeld en in de tabel hierboven opgenomen in de vergoeding voor 2025, aangezien het laatste prestatiejaar van deze cyclus op 31 december 2025 is afgesloten en de Raad van Bestuur van Azelis het onvoorwaardelijk worden van de aandelen heeft goedgekeurd.
| Naam, functie | Kenmerken van het aandelenplan | Informatie m.b.t. het verslagjaar |
|---|
| Op aandelen gebaseerde remuneratieplan | Prestatie-periode (kalenderjaar) | Toewijzings- datum | Datum van definitieve verwerving | Beginsaldo | Mutaties gedurende het jaar | Eindsaldo |
|---|
| Aantal prestatie-aandelen per 1/1/2025 | Aandelen toegekend | Aandelen vervallen | Aandelen definitief verworven | Aantal aandelen toegewezen en niet definitief verworven op 31/12/2025 | Aantal aan te houden aandelen |
|---|
| Anna Bertona, CEO | LTIP 2023 | 2023-2025 | 01/03/2023 | 01/03/2026 | 13.049 | | 13.049 | A) 0 B) EUR 0 | 0 | N/A |
| LTIP 2024 | 2024-2026 | 05/03/2024 | 05/03/2027 | 38.734 | | | | 38.734 | N/A |
| LTIP 2025 | 2025-2027 | 04/03/2025 | 04/03/2028 | | A) 43.565 B) EUR 765.000 | | | 43.565 | N/A |
| | | | Totaal: | 51.783 | A) 43.565 B) EUR 765.000 | 13.049 | A) 0 B) EUR 0 | 82.299 | N/A |
| Thijs Bakker, CFO | LTIP 2023 | 2023-2025 | 01/03/2023 | 01/03/2026 | 22.474 | | 22.474 | A) 0 B) EUR 0 | 0 | N/A |
| LTIP 2024 | 2024-2026 | 05/03/2024 | 05/03/2027 | 27.254 | | 10.678 | | 16.576 | N/A |
| LTIP 2025 | 2025-2027 | 04/03/2025 | 04/03/2028 | | A) 33.718 B) EUR 592.086 | 24.427 | | 9.291 | N/A |
| | | | Totaal: | 49.728 | A) 33.718 B) EUR 592.086 | 57.579 | A) 0 B) EUR 0 | 25.867 | N/A |
| Todd Cottrell, CEO AMERICAS | LTIP 2023 | 2023-2025 | 01/03/2023 | 01/03/2026 | | | | | | |
| LTIP 2024 | 2024-2026 | 05/03/2024 | 05/03/2027 | 25.723 | | | | 25.723 | N/A |
| LTIP 2025 | 2025-2027 | 04/03/2025 | 04/03/2028 | | A) 30.085 B) EUR 528.287 | | | 30.085 | N/A |
| | | | Totaal: | 25.723 | A) 30.085 B) EUR 528.287 | 0 | A) 0 B) EUR 0 | 55.808 | N/A |
| Evy Hellinckx, CEO EMEA | LTIP 2023 | 2023-2025 | 01/03/2023 | 01/03/2026 | 1.987 | | 1.987 | A) 0 B) EUR 0 | 0 | |
| LTIP 2024 | 2024-2026 | 05/03/2024 | 05/03/2027 | 16.567 | | | | 16.567 | N/A |
| LTIP 2025 | 2025-2027 | 04/03/2025 | 04/03/2028 | | A) 18.633 B) EUR 327.190 | | | 18.633 | N/A |
| | | | Totaal: | 18.554 | A) 16,567 B) EUR 327,190 | 1.987 | A) 0 B) EUR 0 | 35.200 | N/A |
| Sertaç Sürür, CEO APAC | LTIP 2023 | 2023-2025 | 01/03/2023 | 01/03/2026 | 12.019 | | 12.019 | A) 0 B) EUR 0 | 0 | N/A |
| LTIP 2024 | 2024-2026 | 05/03/2024 | 05/03/2027 | 14.319 | | 6.015 | | 8.304 | N/A |
| LTIP 2025 | 2025-2027 | 04/03/2025 | 04/03/2028 | | A) 17.469 B) EUR 306.755 | 13.150 | | 4.319 | N/A |
| | | | Totaal: | 26.338 | A) 14,319 B) EUR 282,807 | 31.184 | A) 1,411 B) EUR 26,809 | 12.623 | N/A |
| Benoit Fritz, CEO APAC | LTIP 2023 | 2023-2025 | 01/03/2023 | 01/03/2026 | 2.188 | | | | 2.188 | |
| LTIP 2024 | 2024-2026 | 05/03/2024 | 05/03/2027 | 2.812 | | | | 2.812 | |
| LTIP 2025 | 2025-2027 | 04/03/2025 | 04/03/2028 | | A) 3.550 B) EUR 62.335 | | | 3.550 | N/A |
| | | | Totaal: | 5.000 | A) 3.550 B) EUR 62.335 | 0 | 0 | 8.550 | N/A |
| Totaal | | | | | 177.126 | 147.020 | 103.799 | 0 | 220.347 | |
Overige kwantitatieve informatie
De verloning van de onafhankelijke niet-uitvoerende bestuurders ('Verloning van de Raad van Bestuur') bevat geen reiskosten of andere door Azelis Group NV vergoede onkosten voor vergaderingen in het kader van hun mandaat als lid van de Raad van Bestuur en/of een adviescomité.
De verhouding tussen de hoogste verloning van een lid van het Uitvoerend Comité (CEO) en de laagste verloning van een werknemer van Azelis Group NV was in 2025 23,3 (in voltijds equivalent) (2024: 33,9).
| in € | 2025 | 2024 | 2023 | 2022 | 2021 |
|---|
| Vergoeding van de Raad van Bestuur | 378.850 | 366.717 | 350.000 | 326.662 | 280.800 |
| Verloning van de CEO | 964.746 | 1.377.425 | 1.080.360 | 1.993.015 | 1.734.501 |
| Verloning van de CFO | 776.489 | 1.133.882 | 833.531 | 1.160.250 | 1.236.224 |
| Verloning van andere leden van het Uitvoerend Comité | 1.913.208 | 1.969.801 | 2.244.146 | 4.817.753 | 4.179.438 |
| Totale verloning | 4.033.294 | 4.847.824 | 4.508.036 | 8.297.681 | 7.430.962 |
| | | | | | |
| Prestaties Azelis (in duizenden €, tenzij anders vermeld) | | | | | |
| Brutowinst | 968.452 | 1.031.046 | 984.120 | 960.742 | 650.143 |
| Aangepaste EBITA | 411.021 | 470.684 | 466.260 | 456.872 | 267.922 |
| Nettowinst | 113.408 | 189.468 | 189.312 | 218.879 | 70.225 |
| Netto werkkapitaal | 589.536 | 687.521 | 573.558 | 608.285 | 474.408 |
| | | | | | |
| Gemiddelde werknemers remuneratie, uitgedrukt in voltijdse equivalenten | | | | | |
| % jaarlijkse verandering op niveau van Azelis Group NV | 3,5% | -17,6% | 10,7% | - | - |
| % jaarlijkse verandering op geconsolideerd niveau | 0,6% | 0,7% | -9,5% | -0,1% | 3,4% |
Overige informatie
In overeenstemming met principe 7.9 van de Belgische Corporate Governance Code 2020 heeft de Raad van Bestuur de volgende minimumdrempel vastgesteld voor het aanhouden van aandelen door de CEO, CFO en de overige leden van het Uitvoerend Comité:
De CEO is verplicht om een aandelenpakket op te bouwen en aan te houden voor een totale aankoopwaarde van 200% van de basisvergoeding;
Alle overige leden van het Uitvoerend Comité zijn verplicht om een aandelenpakket op te bouwen en aan te houden voor een totaal aankoopwaarde van 100% van hun basisvergoeding.
Deze vereiste geldt sinds 1 januari 2022 en moet worden bereikt in een periode van vijf jaar na de benoeming als lid van het Uitvoerend Comité. Voornoemde regeling is van toepassing op alle huidige en toekomstige benoemingen binnen het Uitvoerend Comité. Op 31 december 2025 voldoen alle huidige leden van het Uitvoerend Comité aan deze vereiste, op één na.
| Naam | Aandelen aangehouden per 31/12/2025 |
|---|
| Anna Bertona | 1.549.402 |
| Thijs Bakker | 1.937.478 |
| Andere leden van het Uitvoerend Comité | 167.740 |
| | 3.654.620 |
Alle overeenkomsten met de CEO, CFO en de overige leden van het Uitvoerend Comité zijn aangegaan voor onbepaalde duur.
Bij beëindiging van het dienstverband van de CEO, CFO of een ander lid van het Uitvoerend Comité gelden de volgende opzegtermijnen:
De managementovereenkomst van de CEO, Anna Bertona kan door elk van de partijen worden opgezegd met inachtneming van een opzegtermijn van 12 maanden tot het einde van de kalendermaand. Azelis kan de managementovereenkomst op elk moment en zonder opgave van redenen beëindigen met inachtneming van een opzegtermijn van 12 maanden of met onmiddellijke ingang door betaling van een forfaitaire beëindigingsvergoeding gelijk aan 12 maanden van de vaste vergoeding die wordt betaald op grond van de managementovereenkomst;
Volgens zijn arbeidsovereenkomst heeft Todd Cottrell, CEO Americas, in geval van beëindiging door Azelis zonder 'dringende reden' of door hemzelf om 'een goede reden', recht op alle opgebouwde en onvoorwaardelijk verworven voordelen, elk basisloon dat is verdiend maar niet uitbetaald tot de beëindigingsdatum, verschuldigde onkostenvergoedingen en, op voorwaarde van afgifte van een vrijwaring ten gunste van Azelis, doorbetaling van loon gedurende een periode van 12 maanden na beëindiging, betaalbaar in overeenstemming met de salarisregeling van Azelis;
De arbeidsovereenkomst van de vorige CEO Asia Pacific, Sertaç Sürür, kon door elke partijen worden beëindigd, met een opzegtermijn van zes maanden. In geval van beëindiging door Azelis om andere redenen dan een 'dringende reden' was Azelis gerechtigd de arbeidsovereenkomst van de CEO Asia Pacific onmiddellijk zonder voorafgaande kennisgeving op te zeggen en een vergoeding uit te keren die gelijk is aan de vertrekpremie zoals berekend volgens de toepasselijke wetgeving van Singapore;
De arbeidsovereenkomst van de CEO Asia Pacific, Benoit Fritz, kan door beide partijen worden beëindigd, met een opzegtermijn van zes maanden. Bij beëindiging van de tewerkstelling van de werknemer bij de Vennootschap, met uitzondering van een beëindiging om andere redenen dan redenen die de Vennootschap het recht zouden geven om de overeenkomst zonder opzegging te beëindigen, en bij terugkeer van de werknemer naar Frankrijk, zal de Vennootschap, indien er bij Azelis France SAS geen soortgelijke functie beschikbaar is, een ontslagvergoeding toekennen. Om twijfel te voorkomen wordt verduidelijkt dat een dergelijke ontslagvergoeding zal worden berekend in overeenstemming met de toepasselijke Franse arbeidswetgeving;
De overige leden van het Uitvoerend Comité (d.w.z. de CFO, Thijs Bakker, en de CEO EMEA, Evy Hellinckx) zijn onderworpen aan een managementovereenkomst die door beide partijen kan worden beëindigd, met een opzegtermijn van 6 maanden. In geval van opzegging door Azelis met onmiddellijke ingang hebben zij recht op een beëindigingsvergoeding die gelijk is aan 6 maanden van de vaste vergoeding die wordt betaald op grond van hun managementovereenkomst.
Alle leden van het Uitvoerend Comité zijn na beëindiging van de overeenkomst gebonden aan een niet-concurrentiebeding.
De Group CEO, Anna Bertona, is gebonden door een niet-concurrentiebeding na beëindiging van de managementovereenkomst dat alle landen dekt waar Azelis en/of ondernemingen van de Groep hun activiteiten uitoefenden op enig moment gedurende de 24 maanden voorafgaand aan de beëindiging van de managementovereenkomst en/of gedurende de 12 maanden na deze beëindiging, die van toepassing is gedurende een periode van 12 maanden na de effectieve beëindigingsdatum van haar managementovereenkomst;
De Group CFO, Thijs Bakker, is na beëindiging van de overeenkomst gebonden aan een restrictieve convenantclausule voor alle landen waar Azelis en/of ondernemingen van de Groep actief zijn, voor een periode van 12 maanden na de daadwerkelijke beëindigingsdatum van zijn managementovereenkomst;
Sertaç Sürür, de voormalige CEO van Asia Pacific, was onderworpen aan een niet-concurrentiebeding van 12 maanden na de beëindiging van de overeenkomst voor alle landen waar Azelis actief is in de regio Asia Pacific. Na zijn vertrek werd beslist om dit niet-concurrentiebeding op te heffen.
De CEO Asia Pacific, Benoit Fritz, is na effectieve beëindiging van de arbeidsovereenkomst gebonden aan een niet-concurrentiebeding voor de duur van 12 maanden in alle landen waar Azelis actief is in de EMEA-regio tot en met 31 augustus 2026 en in de regio Asia Pacific. Gedurende de looptijd van het niet-concurrentiebeding van 12 maanden heeft de werknemer recht op een maandelijkse vergoeding ten bedrage van één derde van zijn laatstgenoten maandelijkse bruto basissalaris, tenzij Azelis op enig moment tijdens de looptijd van de arbeidsovereenkomst of binnen 15 dagen na kennisgeving over de beëindiging van de arbeidsovereenkomst afstand doet van de toepassing van het niet-concurrentiebeding, waarbij deze afstandsverklaring onmiddellijk in werking treedt;
De CEO Americas, Todd Cottrell, is na effectieve beëindiging van de arbeidsovereenkomst gebonden aan een niet-concurrentiebeding voor de duur van 12 maanden, dat geldt voor alle landen waarin Azelis of zijn dochterondernemingen actief is of van plan is actief te worden op de datum waarop de overeenkomst eindigt;
De CEO EMEA, Evy Hellinckx, is gebonden aan een niet-concurrentiebeding na beëindiging voor een periode van 12 maanden, geografisch beperkt tot de regio EMEA, na de daadwerkelijke beëindiging van haar managementovereenkomst.
Voor de variabele kortetermijnbonus geldt dat deelnemers zonder opzegging diensten moeten verlenen aan de Groep om deze beloning te kunnen ontvangen. Met betrekking tot het LTIP zijn er onvoorwaardelijke 'good leaver/bad leaver'-regelingen van kracht wat betreft het onvoorwaardelijk worden van het LTIP, in lijn met de vigerende marktpraktijken.
Risicobeheer
Risicobeheer is een fundamenteel kenmerk van het bedrijfsmodel van Azelis dat onze prestaties versterkt. Door effectief risicobeheer kunnen we onze strategische doelstellingen realiseren en ons bedrijf duurzaam laten groeien.
Risicobeoordelingsproces
Ons ERM-kader (Enterprise Risk Management) integreert het wereldwijde toezicht op risico's met onze strategie en bedrijfsactiviteiten, en waarborgt zo de afstemming tussen de bedrijfsdoelstellingen en de belangen van de stakeholders. We beoordelen risico's op basis van hun potentiële financiële impact en tijdshorizon – korte termijn (0-2 jaar), middellange termijn (2-5 jaar), lange termijn (5+ jaar) of terugkerende risico's – en consolideren ze op groepsniveau.
Bedrijfsrisico's worden gedefinieerd als gebeurtenissen die een negatieve invloed kunnen hebben op de winst, de kosten, de kredietwaardigheid en de totale waarde. Veel van die risico's hangen met elkaar samen en worden beïnvloed door macro-economische verschuivingen. De zes belangrijkste risico's, zoals rechts weergegeven, weerspiegelen hun impact na mitigatie op de waarde en de kredietindicatoren in de komende jaren. Meer informatie vindt u op de volgende pagina's.
Door gestructureerd risicobeheer pakken we onzekerheden proactief aan, beperken we de blootstelling en grijpen we nieuwe kansen. Ondanks de aanhoudende geopolitieke en economische volatiliteit onderstrepen onze aanhoudende prestaties de veerkracht van onze mensen, ons bedrijfsmodel en ons vermogen om te presteren ondanks de onzekerheid.
Governance van het risicobeheer
De Raad van Bestuur bepaalt onze risicobereidheid en houdt toezicht op de belangrijkste risico's, met actieve inbreng van het Uitvoerend Comité van Azelis. Prioritaire risico's worden beoordeeld en vervolgens worden passende risicobeperkende maatregelen geïmplementeerd.
Het Uitvoerend Comité beoordeelt de doeltreffendheid van deze maatregelen en wijst de verantwoordelijkheid ervoor toe aan aangewezen risico-eigenaren. Interne Audit toetst onafhankelijk de doeltreffendheid van de risicobeperkende maatregelen en rapporteert zijn bevindingen aan het Audit- en Risicocomité, waardoor een objectief toezicht wordt gewaarborgd. De interne en externe auditfuncties werken regelmatig samen om plannen af te stemmen en resultaten te delen.
De Group CEO, de Group CFO en de Chief Compliance Officer houden kwartaalvergaderingen over de juridische en compliance-kwesties. De voorzitter van het Audit- en Risicocomité en de Group CFO nemen de verantwoordelijkheid op zich voor alle kwesties met betrekking tot audit, gegevensbeveiliging en compliance.
Ontwikkeling van risico's in 2025
Gedurende het jaar heeft de Raad van Bestuur de belangrijkste risico's van de Groep afgezet tegen onze risicobereidheid. Hoewel onze risicobereidheid in de loop van de tijd zal variëren, geldt dat we over het algemeen een gebalanceerde risicobenadering hanteren, waarbij we onze risicobereidheid in vijf categorieën indelen, van kleine risico's tot grote risico's. We willen de blootstelling aan financiële, operationele, IT-/cyber- en juridische en compliance-risico's tot een minimum beperken en tegelijkertijd zorgen voor een afweging tussen risico en beloning bij het nastreven van onze strategische doelstellingen.
Opkomende risico's worden beschouwd als een onderdeel van het risicobeoordelingsproces. Deze risico's worden in kaart gebracht door middel van horizonscanning, een permanente dialoog met de organisatie en door op de hoogte te blijven van markt- en sectorontwikkelingen. Gezien de aard van deze risico's zijn ze soms moeilijk kwantificeerbaar door een gebrek aan gegevens of vanwege de langere tijdsperiode. In 2025 zijn de bedrijfsrisico's blijven evolueren als reactie op geopolitieke, economische, technologische en ecologische veranderingen. Opkomende risico's die we in de gaten houden, zijn onder andere inflatie en financiële onzekerheid, veranderingen in ESG-regelgeving, verstoring van het arbeidsmodel en technologische innovatie en disruptie.
Proces inzake Enterprise Risk Management (ERM)
Het risicobeheerkader van Azelis is een vijfstappencyclus, gericht op tijdige identificatie van risico's, systematische beoordelingen en adequate reacties die aansluiten bij de risicobereidheid van de Vennootschap. Het risicobeoordelingsproces van Azelis is gebaseerd op het COSO ERM-kader, waarin de belangrijkste risicocomponenten worden gedefinieerd, belangrijke principes en concepten worden besproken en duidelijke richtlijnen voor ERM worden gegeven. Het doel is om de aandacht van het management te richten op de belangrijkste bedreigingen en kansen, de basis te leggen voor risicorespons en ervoor te zorgen dat risiconiveaus worden beheerd binnen gedefinieerde tolerantiegrenzen, zonder dat ze worden onderworpen aan overmatige controles als gevolg waarvan Azelis kansen zou kunnen laten liggen.
Ons ERM-proces is binnen de gehele Groep verankerd om de verwezenlijking van strategische doelstellingen te bevorderen. We hanteren een top-down- en bottom-up-beoordeling om de waarschijnlijkheid en de impact van risico's op residueel niveau te evalueren, waarbij we input van het senior management krijgen via enquêtes en interviews. Deze inzichten worden geconsolideerd in ons Groepsrisicoregister, dat elke drie jaar wordt bijgewerkt. Nieuwe en opkomende risico's worden toegevoegd wanneer ze worden geïdentificeerd, en een gestandaardiseerde scoremethodologie zorgt voor een consistente evaluatie en rapportering. De volgende volledige update van het ERM-risicoregister en de scores wordt in 2026 voltooid. De resultaten van dit proces worden samengevoegd om de belangrijkste risico's en onzekerheden te bepalen. Het Uitvoerend Comité beoordeelt en valideert deze risico's en levert waar nodig verdere input voordat ze worden voorgelegd aan het Audit- en Risicocomité en de Raad van Bestuur voor een laatste beoordeling en definitieve goedkeuring.
Interne controle op de financiële rapportering (ICFR)
Bij Azelis maakt de interne controle op de financiële rapportering (ICFR) integraal deel uit van de activiteiten, met inbegrip van risicobeoordelingen, beleidslijnen, procedures en compliance. Op groepsniveau wordt het rapporteringsproces beheerd door Group Controlling, die ervoor zorgt dat de financiële rapportering volledig en juist is en aan de IFRS-vereisten voldoet.
Iedere maand maken de lokale entiteiten de financiële rapportering op en wordt een verschillenanalyse ten opzichte van het budget en het voorgaande jaar uitgevoerd. Dit wordt op elk verantwoordelijkheidsniveau beoordeeld, van het niveau van regionale directeuren voor financieel beheer en boekhouding tot aan Group Controlling en de Group CFO. De maandelijkse rapportering wordt opgemaakt in onze ERP-systemen en geconsolideerd in ons Group Reporting platform. Behalve met de maandelijkse financiële rapportering houden onze lokale controllers zich bezig met kasstroomanalyse, reconciliaties van de balans, analyses van zakelijke trends en het bijwerken van prognoses, en voeren zij met Group Controlling maandelijkse updategesprekken over verschillenanalyses.
Het financieel handboek en de beleidslijnen en procedures bij Azelis liggen aan de basis van onze ICFR, die nog wordt versterkt door de organisatiestructuur met duidelijk afgebakende verantwoordelijkheden en heldere bevoegdheden.
Interne controle op de duurzaamheidsrapportering (ICSR)
Interne controles op de duurzaamheidsrapportering (ICSR) zijn processen en procedures die Azelis heeft ingevoerd ter waarborging van de nauwkeurigheid, betrouwbaarheid en integriteit van de duurzaamheidsinformatie die we openbaar maken. Deze controles zijn vergelijkbaar met controles op de financiële rapportering, maar richten zich op niet-financiële gegevens met betrekking tot factoren op het gebied van environment, social en governance. Het doel is om onze stakeholders, zoals investeerders, toezichthouders en het publiek, te voorzien van kwaliteitsvolle en geloofwaardige duurzaamheidsinformatie.
Enkele van de ICSR-controles die we hebben geïmplementeerd, zijn de volgende:
De Raad van Bestuur van Azelis en het management zetten de toon voor nauwkeurige rapportering, waarbij ze de duurzaamheidsdoelstellingen goedkeuren en zorgen voor afstemming op de algehele bedrijfsstrategie;
Azelis heeft een gestandaardiseerde groepsbrede tool die de nauwkeurigheid, volledigheid en tijdigheid van de gegevensverzameling beheert. Dit omvat het duidelijk definiëren van de data-eigendom en het zorgen voor de juiste documentatie, beleidslijnen en procedures om duurzaamheidsgegevens te verzamelen;
De externe commissaris van Azelis biedt een verdere betrouwbaarheidsverklaring over de naleving van de CSRD op het vlak van duurzaamheidsgegevens en rapportering.
Risico-overzicht
| 1. Cybersecurity | Potentiële impact | Kansen | Mitigatiemaatregelen |
|---|
| Cybersecurityrisico's zijn het gevolg van individuen, groepen en naties die actief trachten Azelis schade toe te brengen voor hun eigen profijt. De exponentiële toename van cyberaanvallen en ransomware kan de stabiliteit van bedrijven zoals Azelis bedreigen en maakt het noodzakelijk voor bedrijfsleiders en raden van bestuur om cyberrisico's te beoordelen, te kwantificeren en te beperken. De frequentie en geavanceerdheid van cyberaanvallen blijft toenemen. Aanvallen op de supply chain, datalekken en ransomware blijven de grootste bedreigingen en zetten aan tot hogere investeringen in cybersecuritymaatregelen. De capaciteiten en mogelijkheden van onze tegenstanders worden steeds beter en we moeten ernaar streven om ze voor te blijven.Bovendien hebben macro-economische problemen geleid tot meer cyberdreigingen in een geopolitieke context waarin hackers het gemunt hebben op internationale bedrijven. | Kleine digitale risicogebeurtenissen, zoals virussen en pogingen tot inbraak, zijn alledaagse risico's zonder grote impact. Grote cyberaanvallen of gebeurtenissen kunnen echter een impact hebben op onze volledige bedrijfsactiviteit of op een deel ervan, of, in het geval van een ransomware-aanval, op onze financiële positie.Zonder maatregelen tegen cyberrisico's staan we meer bloot aan bedrijfsoverschrijdende gevolgen van relaties met klanten, leveranciers en partners die in onze ecosystemen zijn geïntegreerd. | Ons gedegen beheer van cybersecurityrisico's kan financieel verlies als gevolg van cyberbedreigingen beperken. Cybersecuritymaatregelen, zoals back-ups van gegevens, herstel na noodgevallen en incidentresponsplannen, helpen de bedrijfscontinuïteit te waarborgen na een aanval of technische storing. | We krijgen te maken met verschillende soorten cyberrisico's. We beperken cyberrisico's dankzij verschillende initiatieven, die voortdurend worden beoordeeld en geprioriteerd op basis van onze strategische cyberrisicobeoordeling met als doel onze blootstelling aan risico's te verlagen.We hebben cyberverdedigingsmiddelen ingezet met het oog op een betere bescherming tegen aanvallen ter plekke en op afstand. Daarnaast beschikken we over een beheersysteem en -kader voor informatie en cybersecurity op topniveau, ondersteund door ons wereldwijde governancemodel. We zorgen ook voor regelmatige training en voor de uitrol van nieuwe veiligheidsmaatregelen zodra ze zijn goedgekeurd, met inbegrip van minstens eenmaal per jaar een verplichte training voor alle werknemers.Zo beheren we onze cybervaardigheden om de bedrijfsactiviteiten van Azelis te beschermen. |
| 2. Afhankelijkheid van strategische principalen | Potentiële impact | Kansen | Mitigatiemaatregelen |
|---|
| Azelis is afhankelijk van mandaten van haar meer dan 2.800 principalen voor de ontwikkeling en levering van ons productassortiment dat we op de markt brengen, verkopen en distribueren. In het jaar eindigend op 31 december 2025 was 33,3% van de omzet van Azelis afkomstig van producten die we bij onze top 10-principalen hebben ingekocht. Azelis heeft gemiddeld al ongeveer dertig jaar een blijvende relatie met onze top 10-principalen in meerdere landen, en we zijn geen van deze principalen kwijtgespeeld in de afgelopen tien jaar. | Het verlies van een of meer van de belangrijkste principalen van de Groep of van een aanzienlijk deel van de mandaten die momenteel lopen met dergelijke principalen, kan een wezenlijk nadelig effect hebben op het productassortiment, de verkoopvolumes, de omzet, de kasstroom en brutowinst van Azelis. | Nauwe relaties met strategische principalen maken sterke partnerschappen mogelijk, en die leiden vaak tot betere prijzen, gunstige betalingsvoorwaarden of exclusieve distributierechten, aangezien. principalen langdurige partnerschappen waarderen. | Azelis onderhoudt nauwe banden met principalen, wat essentieel is om onze groeistrategie te realiseren. Het opbouwen van langdurige, wederzijds voordelige partnerschappen met belangrijke principalen stimuleert transparantie, innovatie en een verbeterde reactiesnelheid. Daarnaast helpen het regelmatig beoordelen van de prestaties van principalen en het ontwikkelen van noodplannen ons om de risico's te beperken die gepaard gaan met een te grote afhankelijkheid van één enkele principaal. Door op zo'n open en transparante manier te handelen ten aanzien van principalen en door te focussen op een uitbreiding van de productmerken van principalen, wil Azelis langdurige relaties in stand houden.Azelis zoekt consequent naar manieren voor groei met onze belangrijkste strategische principalen om de relatie te versterken en het bedrijf te beschermen. |
| 3. Valutarisico | Potentiële impact | Kansen | Mitigatiemaatregelen |
|---|
| De internationale aard van de bedrijfsactiviteiten van de Groep houdt in dat er transacties en activiteiten plaatsvinden in tal van rechtsgebieden, waardoor de Groep blootgesteld wordt aan risico's met betrekking tot liquiditeit, wisselkoersen, rentetarieven en tegenpartijen. | Als deze risico's niet worden beheerst, kan dit een negatieve invloed hebben op de financiële prestaties van de Groep. | De grote geografische diversificatie van de activiteiten van Azelis over de hele wereld en doeltreffende bedrijfsstrategieën verminderen de valutarisico's van Azelis en de noodzaak voor een complexe hedgingstrategie. | De Treasury-afdeling bewaakt onafgebroken het treasury-risico. De Groep heeft een sterke kredietrating en heeft toegang tot de wereldwijde schuldmarkten. We beschikken over aanzienlijke kassaldi en langlopende kredietfaciliteiten om ervoor te zorgen dat aan de liquiditeitsvereisten van de Groep wordt voldaan. De treasury-afdeling beheert de treasury-risico's actief door middel van kasstroomprognoses, het monitoren van de financieringsbehoeften, het salderen en afdekken van valutarisico's, het afdekken van renterisico's en het beheer van het tegenpartijrisico.Azelis dekt een aanzienlijk deel van haar valutarisico uit verkoop en inkoop af via natuurlijke afdekkingen binnen haar operationele portefeuille. Daarnaast maakt Azelis, in passende omstandigheden waarin zij niet in staat is om haar blootstelling aan valutarisico's op natuurlijke wijze te compenseren, gebruik van uit derivaten voortvloeiende financiële kortetermijninstrumenten om de effecten van valutaschommelingen op haar kasstromen en financiële toestand te verminderen. |
| 4. Financiële onzekerheid | Potentiële impact | Kansen | Mitigatiemaatregelen |
|---|
| Financiële onzekerheid ontstaat als gevolg van onvoorspelbare factoren zoals marktvolatiliteit, economische neergang, inflatie, renteschommelingen en behoedzaamheid van investeerders, waardoor het moeilijk is om toekomstige financiële resultaten te voorspellen en doeltreffend te plannen. | Gevolg: risico op over-/onderinvestering, overdreven kostenbesparingen of snel achterhaalde kasstroomprognoses. Risico op toegenomen druk om kosten te verlagen en groeistrategieën te herzien. Als deze risico's niet worden beheerst, kan dit een negatieve invloed hebben op de financiële prestaties van de Groep. | Door de genoemde maatregelen te implementeren, kan Azelis winnen aan strategische flexibiliteit en concurrentievoordeel. Dankzij solide kasreserves en noodplanning kan Azelis financiële onzekerheid omzetten in een concurrentievoordeel, bijvoorbeeld door uitbreiding naar nieuwe markten. | Gezien onze wereldwijde aanwezigheid zijn de verkopen van Azelis evenwichtig verdeeld over de belangrijkste regio's en tussen ontwikkelde en opkomende markten. We houden het financiële landschap in al onze belangrijke markten voortdurend in de gaten om te kunnen anticiperen op potentiële probleemgebieden, zodat we onze activiteiten snel kunnen aanpassen als de omstandigheden veranderen. Mogelijke aanpassingen zijn: - Het verschuiven van investeringen naar alternatieve, aantrekkelijkere markten;
- De prijsaanpassing van producten veranderen;
- Producten conservatiever inkopen;
- Strikt beheer van het werkkapitaal;
- Meer aandacht voor kostenbeheersing.
|
| 5. Consolidatie onder leveranciers en distributeurs | Potentiële impact | Kansen | Mitigatiemaatregelen |
|---|
| Verlies van relaties met principalen en klanten en verlies van marktaandeel door toenemende consolidatie in de sector onder leveranciers en distributeurs, vaak onder impuls van concurrenten die eigendom zijn van private equity.Consolidatie onder principalen kan conflicten veroorzaken tussen de distributeurs van de overnemende partij en van de doelonderneming of ertoe leiden dat de geconsolideerde principaal zelf de distributie op zich neemt, wat er in beide gevallen toe kan leiden dat de Groep bestaande relaties met haar principalen verliest. | Als we de consolidatie in de sector niet opmerken en er niet op anticiperen, kan dit leiden tot een grotere afhankelijkheid van bepaalde principalen, een verslechterde onderhandelingspositie en, als gevolg daarvan, marge-erosie.Hoewel de Groep heeft geprofiteerd van de toenemende consolidatietrend onder principalen door mandaten binnen te halen van geconsolideerde principalen, bestaat het risico dat de toekomstige rationalisering van bestaande distributienetwerken door principalen kan leiden tot de beëindiging van distributierelaties met de Groep in het voordeel van de concurrenten van de Groep. | Azelis kan profiteren van de toenemende consolidatietrend onder principalen door mandaten binnen te halen bij geconsolideerde principalen. | - Ervoor zorgen dat de principalen regelmatig worden geanalyseerd om consolidatie, dominantie en daaraan gerelateerde risico's te beoordelen;
- De relaties met principalen versterken door superieure diensten met toegevoegde waarde te ontwikkelen en te implementeren;
- Ervoor zorgen dat het regionale principalenbestand wordt bijgehouden en voldoende divers is;
- Op basis van de input van principalen actie ondernemen inzake de belangrijkste ontwikkelingsbehoeften.
|
| 6. Voorraadbeheer | Potentiële impact | Kansen | Mitigatiemaatregelen |
|---|
| Om aan de vraag van klanten te voldoen en het serviceniveau op peil te houden, moet Azelis lokale voorraden aanhouden in de buurt van lokale afzetmarkten. Azelis moet de vraag van zijn klanten inschatten en op verschillende lokale markten voorraden inkopen die grotendeels overeenkomen met de werkelijke vraag op die markten.Gebrekkig voorraadbeheer kan worden veroorzaakt door een gebrek aan eigenaarschap en ineffectieve verkoop- en operationele planning. | Als Azelis de vraag overschat en te veel inkoopt van een specifiek product, bijvoorbeeld als gevolg van ondoeltreffende verkoops- of operationele planning, loopt ze het risico dat de marktprijs van dat product zal dalen, waardoor Azelis blijft zitten met voorraden die ze niet met winst kan verkopen of die ze enkel tegen aanzienlijk lagere marges kan verkopen. Bovendien bestaat de mogelijkheid dat Azelis een waardevermindering moet boeken op een dergelijke voorraad als ze die niet kan verkopen tegen de geboekte waarde. Als Azelis de vraag onderschat en onvoldoende hoeveelheden van een bepaald product aankoopt en als de prijzen van dat product stijgen, kan Azelis gedwongen worden om dat product tegen een hogere prijs aan te kopen of om dringende transportkosten te maken en winst te derven teneinde aan de vraag van klanten te kunnen voldoen. | Robuust voorraadbeheer heeft een directe positieve invloed op een betere cashflow, correctere prognoses van de vraag, grotere klanttevredenheid, operationele efficiëntie en het minimaliseren van gederfde verkoop. | - We beschikken over solide processen voor voorraadbeheer, waaronder het aanhouden van de juiste veiligheidsvoorraden;
- Doorlopend werkprogramma ter verbetering van onze end-to-end planningsprocessen door middel van verbeterde multidisciplinaire samenwerking en besluitvorming;
- Voortdurende investeringen in opslagfaciliteiten om de capaciteit te vergroten en de betrouwbaarheid en continuïteit van leveringen te verbeteren;
- Alle faciliteiten hebben een verzekeringsdekking om de gevolgen van grote verstoringen te beperken;
- Ervaren klantenserviceteams zorgen ervoor dat er snel en wendbaar wordt gehandeld.
|
ESG-risico's
Environment risico's
We willen de invloed van onze bedrijfsactiviteiten op het milieu voortdurend verminderen, met name op het gebied van klimaatverandering. Wat de klimaatverandering betreft, werken we toe naar een grotere mate van energiebesparing en een groter gebruik van hernieuwbare energie in onze eigen activiteiten, terwijl we ook samen met principalen en leveranciers inspanningen leveren voor het decarboniseren van de chemische industrie. Voor meer details over onze decarbonisatiestrategie verwijzen we naar ons klimaattransitieplan.
We leggen ook sterk de nadruk op het behalen van onze doelstelling van nul milieu-incidenten en willen ervoor zorgen dat elk bedrijf dat we overnemen, conform onze milieunormen werkt.
Niet-naleving van milieuregelgeving brengt het risico met zich mee op gerechtelijke sancties, hogere operationele kosten en reputatieschade.
Social risico's
Bij Azelis zijn onze mensen onze grootste troef en de drijvende kracht achter onze innovatie, productiviteit en groei. Hun flexibiliteit, vaardigheden en kennis stellen ons in staat om ons aan te passen, complexe problemen op te lossen en waarde te leveren aan onze stakeholders. Zonder hoogopgeleide en toegewijde werknemers lopen we het risico op verminderde productiviteit en innovatie, wat gevolgen heeft voor onze algehele bedrijfsprestaties. Dit kan leiden tot werk van mindere kwaliteit, gebrekkige besluitvorming, meer personeelsverloop en moeilijkheden om ons aan te passen aan veranderende marktomstandigheden, wat uiteindelijk onze concurrentiepositie en ons succes op lange termijn kan verzwakken.
Governance risico's
Het implementeren van een sterke governance binnen Azelis toont onze strategie om ons bedrijf op een verantwoordelijke manier te beheren. Voor Azelis omvatten governance risico's de risico's die ontstaan wanneer het ethisch en juridisch management er niet in slaagt te zorgen voor transparante en nauwkeurige financiële rapportering en wanneer er onvoldoende betrokkenheid is bij andere ESG-initiatieven die belangrijk zijn voor haar stakeholders. Zwakke governance kan leiden tot niet-naleving van wet- en regelgeving, schendingen van beleidsregels over ethisch gedrag en het niet voldoen aan de verwachtingen van de stakeholders. Dit stelt de onderneming bloot aan sancties, reputatieschade, verslechterde handelsrelaties en verlies van vertrouwen van investeerders, wat uiteindelijk haar levensvatbaarheid op lange termijn en haar duurzaamheidsdoelen ondermijnt.
Koppeling van risico's inzake ERM aan onze dubbele materialiteitsanalyse
In de laatste ERM-cyclus van Azelis werden prioritaire risico's geïdentificeerd en risicobeperkende maatregelen vastgesteld door risico-eigenaren. Tegelijkertijd werkten we onze een dubbele materialiteitsanalyse (DMA) bij. Om ervoor te zorgen dat onze ERM- en DMA-processen op elkaar aansluiten, zijn alle DMA-risico's opgenomen in ons Groepsrisicoregister en kregen ze door het management een score toebedeeld op basis van onze hierboven beschreven ERM-processen.
De DMA stelde ons in staat om twee verschillende perspectieven van materialiteit te beoordelen: financiële-en impactmaterialiteit. Dankzij deze beoordeling konden we onze environment, social en governance risico's duidelijk evalueren qua van financiële en niet-financiële gevolgen.
Na het koppelen en analyseren van onze ERM- en DMA-resultaten heeft Azelis vastgesteld dat klimaatverandering een belangrijke risicofactor is, naast andere, die onze activiteiten, financiële resultaten en prestaties op de lange termijn kan beïnvloeden.
Voor Azelis zijn het klimaatrisico en de voorbereiding van de transitie naar een koolstofneutrale economie van het hoogste belang. Daarom voerde ze een specifieke beoordeling van het klimaatrisico uit. Die beoordeling omvatte een volledige analyse van de klimaatrisico's en kansen die van invloed zijn op onze bedrijfsactiviteiten.
De materiële ESG IRO's zijn te vinden aan het begin van elk thematisch hoofdstuk binnen de environment, social of governance verklaringen.
Via onze audits en gesprekken binnen het hele bedrijf helpen we risico's te identificeren die ons kunnen belemmeren en kansen die ons vooruit kunnen helpen. Het is onze taak om duidelijkheid te scheppen in complexe situaties, zodat Azelis bewuste beslissingen kan nemen, zelfs als de omgeving verandert.
Gunther Fels
Head of Internal Audit
De externe audit van de statutaire en geconsolideerde jaarrekening van Azelis Group NV is toevertrouwd aan PwC Bedrijfsrevisoren BV/Reviseurs d'Entreprises SRL, Culliganlaan 5, B-1831 Diegem, België, vertegenwoordigd door Peter D'hondt BV, met als vast vertegenwoordiger Peter D'hondt. De commissaris wordt door de algemene vergadering van aandeelhouders benoemd voor een hernieuwbare termijn van drie jaar. Het huidige mandaat van PwC Bedrijfsrevisoren BV/Reviseurs d'Entreprises SRL is om als commissaris van de Vennootschap op te treden voor een periode van drie jaar eindigend op de datum van de vergadering van aandeelhouders die is bijeengeroepen om te beraadslagen over de jaarrekening per en voor het boekjaar eindigend op 31 december 2026.
PwC Bedrijfsrevisoren BV/Reviseurs d'Entreprises SRL is ook aangesteld door de aandeelhoudersvergadering voor het verstrekken van een betrouwbaarheidsverklaring met beperkte mate van zekerheid over de geconsolideerde duurzaamheidsverklaring van Azelis Group NV, voor het jaar eindigend op 31 december 2025.
De verslagen van de commissaris voor de geconsolideerde jaarrekening en de geconsolideerde duurzaamheidsverklaring zijn beschikbaar in de rubriek
Verslagen van de commissaris
.
De honoraria voor de controle van de geconsolideerde jaarrekening en de geconsolideerde duurzaamheidsverklaring van Azelis Group NV en haar dochterondernemingen worden vastgesteld door de algemene vergadering van aandeelhouders, na beoordeling en goedkeuring door het Audit- en Risicocomité en de Raad van Bestuur van de Vennootschap. Voor meer informatie over de honoraria voor controle- en niet-controlediensten van de commissaris voor het boekjaar eindigend op 31 december 2025, verwijzen we naar toelichting
Externe diensten en overige kosten
in de geconsolideerde jaarrekening van de Vennootschap.
Verklaring van de Raad van Bestuur
Voor zover hem bekend verklaart de Raad van Bestuur van Azelis Group NV, namens en voor rekening van de Vennootschap, het volgende:
De geconsolideerde jaarrekening, opgesteld in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards ('IFRS') zoals goedgekeurd door de Europese Unie, geeft een getrouw beeld van de activa, passiva, financiële positie en winst of verlies van de Vennootschap en de in de consolidatiekring opgenomen entiteiten;
Wij bevestigen ons streven naar duurzaamheid door ervoor te zorgen dat onze bedrijfsactiviteiten, besluitvormingsprocessen en rapportagepraktijken in overeenstemming zijn met de toepasselijke niet-financiële duurzaamheidsstandaarden en -kaders, meer in het bijzonder in overeenstemming met de Corporate Sustainability Reporting Directive ('CSRD') en de European Sustainability Reporting Standards ('ESRS') en de EU Taxonomie wetgeving;
Het verslag van de Raad van Bestuur met betrekking tot de geconsolideerde jaarrekening geeft een getrouw beeld van de ontwikkeling en prestaties van de bedrijfsactiviteiten en de positie van de Vennootschap en de in de consolidatiekring opgenomen entiteiten, tezamen met een beschrijving van de belangrijkste risico's en onzekerheden waarmee zij worden geconfronteerd.
Antwerpen, België, 17 februari 2026
Namens de Raad van Bestuur,
Anna Bertona
Chief Executive Officer
Boris Cambon-Lalanne
Chief Financial Officer
Verklaring over de jaarrekening
In het kader van de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening van Azelis Group NV (de “Vennootschap”) en haar filialen (samen “de Groep”), leggen wij u ons commissarisverslag voor. Dit bevat ons verslag over de geconsolideerde jaarrekening en de overige door wet- en regelgeving gestelde eisen. Het vormt één geheel en is ondeelbaar.
Wij werden benoemd in onze hoedanigheid van commissaris door de algemene vergadering van 13 juni 2024, overeenkomstig het voorstel van de raad van bestuur, uitgebracht op aanbeveling van het audit- en risicocomité. Ons mandaat loopt af op de datum van de algemene vergadering die beraadslaagt over de jaarrekening voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2026. Wij hebben de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening van de Groep uitgevoerd gedurende 5 opeenvolgende boekjaren.
Wij hebben de wettelijke controle uitgevoerd van de geconsolideerde jaarrekening van de Groep, die de geconsolideerde balans op 31 december 2025 omvat, alsook de geconsolideerde resultatenrekening, de geconsolideerde overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten, de geconsolideerde mutatieoverzicht van het eigen vermogen en de geconsolideerde kasstroomoverzicht over het boekjaar afgesloten op die datum, en de toelichting met de belangrijkste gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen. Deze geconsolideerde jaarrekening vertoont een totaal van de geconsolideerde balans van EUR 5.406.675 duizend en het geconsolideerde overzicht van winst of verlies en niet-gerealiseerde resultaten sluit af met een winst van het boekjaar van EUR 113.408 duizend.
Naar ons oordeel geeft de geconsolideerde jaarrekening een getrouw beeld van het vermogen en de geconsolideerde financiële toestand van de Groep per 31 december 2025, alsook van zijn geconsolideerde resultaten en van zijn geconsolideerde kasstromen over het boekjaar dat op die datum is afgesloten, in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften.
Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens de internationale controlestandaarden (ISA’s) zoals van toepassing in België. Wij hebben bovendien de door de IAASB goedgekeurde internationale controlestandaarden toegepast die van toepassing zijn op de huidige afsluitdatum en nog niet goedgekeurd zijn op nationaal niveau. Onze verantwoordelijkheden op grond van deze standaarden zijn verder beschreven in de sectie “Verantwoordelijkheden van de commissaris voor de controle van de geconsolideerde jaarrekening” van ons verslag. Wij hebben alle deontologische vereisten die relevant zijn voor de controle van de geconsolideerde jaarrekening in België nageleefd, met inbegrip van deze met betrekking tot de onafhankelijkheid.
Wij hebben van de raad van bestuur en van de aangestelden van de Vennootschap de voor onze controle vereiste ophelderingen en inlichtingen verkregen.
Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.
Kernpunten van onze controle betreffen die aangelegenheden die naar ons professioneel oordeel het meest significant waren bij de controle van de geconsolideerde jaarrekening van de huidige verslagperiode. Deze aangelegenheden zijn behandeld in de context van onze controle van de geconsolideerde jaarrekening als geheel en bij het vormen van ons oordeel hierover, en wij verschaffen geen afzonderlijk oordeel over deze aangelegenheden.
| Kernpunt van de controle | Onze auditbenadering met betrekking tot het kernpunt van de controle |
|---|
Test op bijzondere waardeverminderingen op goodwill en distributierechtenZie toelichtingen 2.4, 2.5 en 14 in de geconsolideerde jaarrekeningAzelis groeit haar activiteiten organisch en door middel van overnames. De Groep heeft op haar geconsolideerde balans per 31 december 2025 EUR 2.472 miljoen aan goodwill en EUR 1.286 miljoen aan immateriële activa, waarvan EUR 939 miljoen gerelateerd is aan distributierechten en EUR 317 miljoen aan de merknaam ‘Azelis’.In 2025 zijn de goodwill en immateriële activa gedaald met EUR 166 miljoen, voornamelijk door de wisselkoersverschillen. Deze daling werd gedeeltelijk gecompenseerd door verschillende overnames die plaatsvonden in de loop van 2025 en EUR 113 miljoen hebben bijgedragen.Goodwill wordt toegewezen aan de drie Kasstroom-genererende Eenheden (‘KGE’) die door de Groep zijn geïdentificeerd zoals beschreven in toelichting 14.1. De Groep is verplicht om een jaarlijkse test op bijzondere waardeverminderingen op goodwill en immateriële activa met onbepaalde levensduur uit te voeren. De immateriële activa met een beperkte levensduur worden bij elke rapportageperiode op individuele basis beoordeeld op eventuele aanleidingen voor bijzondere waardeverminderingen.De boekwaarde van deze activa is afhankelijk van toekomstige kasstromen en er bestaat een risico dat de activa een bijzondere waardevermindering ondergaan als deze kasstromen niet voldoen aan de verwachtingen van de Groep. De test op bijzondere waardeverminderingen die door de Groep is uitgevoerd bevat een aantal belangrijke beoordelingen en schattingen, waaronder de gewogen gemiddelde kapitaalkosten, eeuwigdurende groei op lange termijn en aangepaste EBITA-marge.We beschouwen dit als een Kernpunt van onze controle vanwege de significante waarde van deze activa in de geconsolideerde balans en de benodigde inschattingen bij het beoordelen van deze activa op bijzondere waardeverminderingen.
| Onze controlewerkzaamheden omvatten het volgende: - We hebben de toepasbaarheid van de geïdentificeerde KGE’s beoordeeld, rekening houdend met de managementstructuur en de interne rapportering aan de belangrijkste besluitvormers.
- We hebben de balansen van goodwill en immateriële activa afgestemd met de geconsolideerde jaarrekening en de goodwill van elke nieuwe overname gedurende de periode, is afgestemd met de gerelateerde toerekening van de aankoopprijs. We hebben geverifieerd dat deze aan de juiste KGE waren toegewezen voor elke nieuwe overname.
- We hebben de analyse met betrekking tot bijzondere waardeverminderingen van de Groep verkregen en de redelijkheid van de methodologie beoordeeld.
- We controleerden de accuraatheid van het model en de ondersteunende berekeningen.
- We hebben de inputgegevens afgestemd met ondersteunend bewijsmateriaal, zoals het businessplan dat is goedgekeurd door de Raad van Bestuur, en hebben de redelijkheid van deze budgetten in overweging genomen door ze te vergelijken met de veronderstellingen van vorig jaar.
- We voerden een sensitiviteitsanalyse uit en identificeerden de belangrijkste schattingen van het management, namelijk de gewogen gemiddelde kapitaalkost, de eeuwigdurende groei op lange termijn en de aangepaste EBITA- marge. Als onderdeel van onze sensitiviteitsanalyse hebben we onze eigen onafhankelijke sensitiviteitsanalyse uitgevoerd om de neerwaartse wijzigingen in de modellen te kwantificeren die vereist zijn om te resulteren in een bijzondere waardevermindering.
- We hebben de redelijkheid van de belangrijkste veronderstellingen van het management in overweging genomen op basis van (i) de huidige en in het verleden behaalde prestaties van elke kasstroom-genererende eenheid, (ii) de consistentie met externe markt- en sectorgegevens, (iii) of deze veronderstellingen consistent waren met onderbouw verkregen in andere controlegebieden en (iv) analyse van de sensitiviteiten in het verdisconteerde kasstroommodel van de Vennootschap.
- We hebben onze eigen waarderingsspecialisten ingeschakeld om onze procedures te ondersteunen.
- We hebben de beoordeling van aanleidingen tot bijzondere waardeverminderingen van de distributierechten verkregen van management.
- We hebben de geschiktheid en toereikendheid van gerelateerde toelichtingen in de geconsolideerde jaarrekening overwogen.
Op basis van de informatie verkregen uit onze controle, beschouwen we de waarderingsmethode en onderliggende veronderstellingen als een geschikte basis voor de toetsing op bijzondere waardeverminderingen van goodwill en distributierechten.
|
| Kernpunt van de controle | Onze auditbenadering met betrekking tot het kernpunt van de controle |
|---|
Boekhoudkundige verwerking van bedrijfscombinaties Zie toelichting 7 in de geconsolideerde jaarrekeningDe Groep heeft in de loop van het jaar verschillende aandelen- en activa koopovereenkomsten afgesloten die hebben geleid tot bedrijfscombinaties onder IFRS 3.De belangrijkste activa die bij deze acquisities zijn geïdentificeerd, bestaan uit goodwill en distributierechten van respectievelijk EUR 89 miljoen en EUR 26 miljoen.IFRS 3 vereist dat management een beoordeling maakt en veronderstellingen gebruikt bij het bepalen van de reële waarde van geïdentificeerde activa en verplichtingen en om de resulterende goodwill te bepalen.Bij het schatten van de reële waarden moest het management belangrijke veronderstellingen maken met betrekking tot toekomstige kasstromen, in het bijzonder om de reële waarde van de distributierechten te kunnen schatten. De belangrijkste veronderstellingen hebben betrekking op de disconteringsvoet, het verloop van leveranciers en het deel van de omzet dat kan worden toegerekend aan de belangrijkste leveranciers, evenals de groeipercentages van de omzet.We hebben de boekhoudkundige verwerking van bedrijfscombinaties geïdentificeerd als een Kernpunt van onze controle en de beoordelingen van het management die nodig waren om de reële waarde te schatten.
| Onze controlewerkzaamheden omvatten het volgende: - We hebben de aankoopovereenkomst, de bijbehorende due diligence-rapporten en financiële gegevens.
- We hebben controlewerkzaamheden uitgevoerd op de beginsaldi per overnamedatum.
- We hebben de toerekening van de aankoopprijs van management verkregen, inclusief onderliggende ondersteunende berekeningen en ondersteunende documentatie, en hebben de geschiktheid van de waarderingsmetholodogie beoordeeld.
- We controleerden de accuraatheid en nauwkeurigheid van het model en de ondersteunende berekeningen.
- We voerden een sensitiviteitsanalyse uit en identificeerden de belangrijkste schattingen van het management, namelijk de verdisconteringsvoet, het verloop van leveranciers, het deel van de inkomsten dat toe te schrijven is aan de belangrijkste leveranciers, evenals de groeipercentages van de omzet.
- We evalueerden de redelijkheid van de belangrijkste veronderstellingen van het management op basis van (i) de huidige en historische prestaties, (ii) de consistentie met externe markt- en sectorgegevens, (iii) of deze veronderstellingen consistent zijn met bewijsmateriaal verkregen in andere gebieden van de controle en (iv) analyse van gevoeligheden in het verdisconteerde kasstroommodel van de Vennootschap.
- We hebben onze eigen waarderingsspecialisten ingeschakeld om onze procedures te ondersteunen.
- We hebben de geschiktheid en toereikendheid van gerelateerde toelichtingen in de geconsolideerde jaarrekening overwogen.
- We hebben de consistentie van de belangrijkste veronderstellingen van het management voor alle toerekeningen van de aankoopprijs vergeleken.
Op basis van de informatie verkregen uit onze controle, beschouwen we de waarderingsmethode en de onderliggende veronderstellingen als een geschikte basis voor het bepalen van de reële waarde van de geïdentificeerde activa en verplichtingen uit de bedrijfscombinaties.
|
De raad van bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening die een getrouw beeld geeft in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften, alsook voor de interne beheersing die de raad van bestuur noodzakelijk acht voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening die geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten.
Bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening is de raad van bestuur verantwoordelijk voor het inschatten van de mogelijkheid van de Groep om zijn continuïteit te handhaven, het toelichten, indien van toepassing, van aangelegenheden die met continuïteit verband houden en het gebruiken van de continuïteitsveronderstelling, tenzij de raad van bestuur het voornemen heeft om de Groep te liquideren of om de bedrijfsactiviteiten te beëindigen, of geen realistisch alternatief heeft dan dit te doen.
Onze doelstellingen zijn het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid over de vraag of de geconsolideerde jaarrekening als geheel geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten, en het uitbrengen van een commissarisverslag waarin ons oordeel is opgenomen. Een redelijke mate van zekerheid is een hoog niveau van zekerheid, maar is geen garantie dat een controle die overeenkomstig de ISA’s is uitgevoerd altijd een afwijking van materieel belang ontdekt wanneer die bestaat. Afwijkingen kunnen zich voordoen als gevolg van fraude of fouten en worden als van materieel belang beschouwd indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat zij, individueel of gezamenlijk, de economische beslissingen genomen door gebruikers op basis van deze geconsolideerde jaarrekening, beïnvloeden.
Bij de uitvoering van onze controle leven wij het wettelijk, reglementair en normatief kader na, dat van toepassing is op de controle van de jaarrekening in België. Een wettelijke controle biedt evenwel geen zekerheid omtrent de toekomstige levensvatbaarheid van de Groep, noch omtrent de efficiëntie of de doeltreffendheid waarmee de raad van bestuur de bedrijfsvoering van de Groep ter hand heeft genomen of zal nemen. Onze verantwoordelijkheden inzake de door de raad van bestuur gehanteerde continuïteitsveronderstelling worden hieronder beschreven.
Als deel van een controle uitgevoerd overeenkomstig de ISA’s, passen wij professionele oordeelsvorming toe en handhaven wij een professioneel-kritische instelling gedurende de controle.
We voeren tevens de volgende werkzaamheden uit:
het identificeren en inschatten van de risico’s dat de geconsolideerde jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten, het bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden die op deze risico’s inspelen en het verkrijgen van controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Het risico van het niet detecteren van een van materieel belang zijnde afwijking is groter indien die afwijking het gevolg is van fraude dan indien zij het gevolg is van fouten, omdat bij fraude sprake kan zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten om transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het omzeilen van de interne beheersing;
het plannen en uitvoeren van de groepsaudit om voldoende en geschikte controle-informatie te verkrijgen met betrekking tot de financiële informatie van de entiteiten of bedrijfseenheden binnen de Groep als basis voor het vormen van een oordeel over de geconsolideerde jaarrekening. Wij zijn verantwoordelijk voor de sturing, supervisie en beoordeling van de uitgevoerde controlewerkzaamheden met het oog op de groepsaudit. Wij blijven als enige verantwoordelijk voor ons oordeel;
het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle, met als doel controlewerkzaamheden op te zetten die in de gegeven omstandigheden geschikt zijn maar die niet zijn gericht op het geven van een oordeel over de effectiviteit van de interne beheersing van de Groep;
het evalueren van de geschiktheid van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en het evalueren van de redelijkheid van de door de raad van bestuur gemaakte schattingen en van de daarop betrekking hebbende toelichtingen;
het concluderen of de door de raad van bestuur gehanteerde continuïteitsveronderstelling aanvaardbaar is, en het concluderen, op basis van de verkregen controle-informatie, of er een onzekerheid van materieel belang bestaat met betrekking tot gebeurtenissen of omstandigheden die significante twijfel kunnen doen ontstaan over de mogelijkheid van de Groep om zijn continuïteit te handhaven. Indien wij concluderen dat er een onzekerheid van materieel belang bestaat, zijn wij ertoe gehouden om de aandacht in ons commissarisverslag te vestigen op de daarop betrekking hebbende toelichtingen in de geconsolideerde jaarrekening, of, indien deze toelichtingen inadequaat zijn, om ons oordeel aan te passen. Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot de datum van ons commissarisverslag. Toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden kunnen er echter toe leiden dat de Groep zijn continuïteit niet langer kan handhaven;
het evalueren van de algehele presentatie, structuur en inhoud van de geconsolideerde jaarrekening, en van de vraag of de geconsolideerde jaarrekening de onderliggende transacties en gebeurtenissen weergeeft op een wijze die leidt tot een getrouw beeld;
Wij communiceren met het audit- en risicocomité onder meer over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante controlebevindingen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing die wij identificeren gedurende onze controle.
Wij verschaffen aan het audit- en risicocomité tevens een verklaring dat wij de relevante deontologische voorschriften over onafhankelijkheid hebben nageleefd, en wij communiceren met hen over alle relaties en andere zaken die redelijkerwijs onze onafhankelijkheid kunnen beïnvloeden en, waar van toepassing, over de daarmee verband houdende maatregelen om onze onafhankelijkheid te waarborgen.
Uit de aangelegenheden die met het audit- en risicocomité zijn gecommuniceerd bepalen wij die zaken die het meest significant waren bij de controle van de geconsolideerde jaarrekening van de huidige verslagperiode, en die derhalve de kernpunten van onze controle uitmaken. Wij beschrijven deze aangelegenheden in ons verslag, tenzij het openbaar maken van deze aangelegenheden is verboden door wet- of regelgeving.
De raad van bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen en de inhoud van het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening, met inbegrip van de duurzaamheidsinformatie en de andere informatie opgenomen in het jaarrapport over de geconsolideerde jaarrekening.
In het kader van onze opdracht en overeenkomstig de Belgische bijkomende norm bij de in België van toepassing zijnde internationale controlestandaarden (ISA’s), is het onze verantwoordelijkheid om, in alle van materieel belang zijnde opzichten, het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening en de andere informatie opgenomen in het jaarrapport over de geconsolideerde jaarrekening te verifiëren, en verslag over deze aangelegenheden uit te brengen.
Het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening bevat de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie die het voorwerp uitmaakt van ons afzonderlijk verslag, dewelke een ‘Conclusie zonder voorbehoud’ betreffende de beperkte mate van zekerheid met betrekking tot deze geconsolideerde duurzaamheidsinformatie inhoudt. Deze sectie betreft niet de assurance over de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie opgenomen in het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening.
Na het uitvoeren van specifieke werkzaamheden op het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening, zijn wij van oordeel dat dit jaarverslag overeenstemt met de geconsolideerde jaarrekening voor hetzelfde boekjaar en is opgesteld overeenkomstig het artikel 3:32 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.
In de context van onze controle van de geconsolideerde jaarrekening, zijn wij tevens verantwoordelijk voor het overwegen, in het bijzonder op basis van de kennis verkregen tijdens de controle, of het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening en de andere informatie opgenomen in het jaarrapport over de geconsolideerde jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat, hetzij informatie die onjuist vermeld is of anderszins misleidend is. In het licht van de werkzaamheden die wij hebben uitgevoerd, dienen wij u geen afwijking van materieel belang te melden.
Ons bedrijfsrevisorenkantoor en ons netwerk hebben geen opdrachten verricht die onverenigbaar zijn met de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening en ons bedrijfsrevisorenkantoor is in de loop van ons mandaat onafhankelijk gebleven tegenover de Groep.
De honoraria voor de bijkomende opdrachten die verenigbaar zijn met de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening bedoeld in artikel 3:65 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen werden correct vermeld en uitgesplitst in de toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening.
Wij hebben ook, overeenkomstig de norm inzake de controle van de overeenstemming van het jaarrapport met het Europees uniform elektronisch formaat (hierna “ESEF”), de controle uitgevoerd van de overeenstemming van het ESEF-formaat met de technische reguleringsnormen vastgelegd door de Europese Gedelegeerde Verordening nr. 2019/815 van 17 december 2018 (hierna: “Gedelegeerde Verordening”) en met het koninklijk besluit van 14 november 2007 betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt.
De raad van bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van een jaarrapport, in overeenstemming met de ESEF vereisten, met inbegrip van de geconsolideerde jaarrekening in de vorm van een elektronisch bestand in ESEF-formaat (hierna “digitale geconsolideerde jaarrekening”).
Het is onze verantwoordelijkheid voldoende en geschikte onderbouwende informatie te verkrijgen om te concluderen dat het formaat en de markeertaal XBRL van de digitale geconsolideerde jaarrekening in alle van materieel belang zijnde opzichten voldoen aan de ESEF-vereisten krachtens de Gedelegeerde Verordening.
Op basis van de door ons uitgevoerde werkzaamheden zijn wij van oordeel dat het formaat van het jaarrapport en de markering van informatie in de digitale geconsolideerde jaarrekening opgenomen in het jaarrapport van Azelis Group NV per 31 december 2025, en die beschikbaar zullen zijn in het Belgische officiële mechanisme voor de opslag van gereglementeerde informatie (STORI) van de FSMA, in alle van materieel belang zijnde opzichten in overeenstemming zijn met de ESEF-vereisten krachtens de Gedelegeerde Verordening en het koninklijk besluit van 14 november 2007.
Antwerpen, 17 Februari 2026
De commissaris
PwC Bedrijfsrevisoren BV
Vertegenwoordigd door
Peter D'hondt*
Bedrijfsrevisor
*Handelend in naam van Peter D’hondt BV
Verslag over de duurzaamheidsverklaring
In het kader van de wettelijke assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid met betrekking tot de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie van Azelis Group NV (de "Vennootschap") en haar filialen (samen de “Groep”), leggen wij u ons verslag over deze opdracht voor. De geconsolideerde duurzaamheidsinformatie van de Groep is opgenomen in de sectie "Duurzaamheidsverklaring" van het “Geïntegreerd Verslag” van Azelis op 31 december 2025 en voor het jaar afgesloten op deze datum (hierna de “geconsolideerde duurzaamheidsinformatie”).
Wij werden benoemd door de algemene vergadering van 13 juni 2024, overeenkomstig het voorstel van het bestuursorgaan uitgebracht op aanbeveling van het audit- en risicocomité, voor het uitvoeren van een assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid met betrekking tot de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie van de Groep.
Ons mandaat loopt af op de datum van de algemene vergadering die beraadslaagt over de jaarrekening afgesloten op 31 december 2026. Wij hebben onze assuranceopdracht over de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie van de Groep uitgevoerd gedurende 2 opeenvolgende boekjaren.
Wij hebben een assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid met betrekking tot de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie van de Groep uitgevoerd.
Op basis van de uitgevoerde werkzaamheden en de verkregen assurance-informatie is niets onder onze aandacht gekomen dat ons ertoe aanzet van mening te zijn dat de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie van de Groep, in alle van materieel belang zijnde opzichten:
niet is opgesteld in overeenstemming met de vereisten bedoeld in artikel 3:32/2 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, met inbegrip van de overeenstemming met de toepasbare Europese standaarden voor duurzaamheidsinformatie (European Sustainability Reporting Standards (ESRS));
niet in overeenstemming is met het door de Groep uitgevoerde proces (“het Proces”), zoals beschreven in toelichting “Dubbele materialiteitsanalyse” van de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie, om de op grond van de Europese standaarden openbaar gemaakte geconsolideerde duurzaamheidsinformatie vast te stellen; en
de vereisten in artikel 8 van Verordening (EU) 2020/852 (de “Taxonomieverordening”) betreffende de openbaarmaking van de informatie, opgenomen in toelichting “EU-taxonomie” van de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie, niet naleeft.
Wij hebben onze assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid uitgevoerd overeenkomstig ISAE 3000 (Herzien), Assurance-opdrachten anders dan opdrachten tot controle of beoordeling van historische financiële informatie (“ISAE 3000 (Herzien)”) zoals van toepassing in België.
Onze verantwoordelijkheden op grond van deze standaard zijn uitvoeriger beschreven in de sectie van ons verslag ”Verantwoordelijkheden van de commissaris betreffende de assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid met betrekking tot de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie”.
Wij hebben alle deontologische vereisten die relevant zijn voor de assuranceopdracht van de duurzaamheidsinformatie in België nageleefd, met inbegrip van deze met betrekking tot de onafhankelijkheid.
Wij passen de internationale standaard voor kwaliteitsmanagement 1 (ISQM 1) toe, die vereist dat het kantoor een kwaliteitsmanagementsysteem opzet, implementeert en in werking stelt, inclusief beleidslijnen of procedures met betrekking tot de naleving van ethische vereisten, professionele normen en toepasselijke wettelijke en regelgevende vereisten.
Wij hebben van het bestuursorgaan en van de aangestelden van de Vennootschap de voor onze assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid vereiste ophelderingen en inlichtingen verkregen.
Wij zijn van mening dat de door ons verkregen assurance-informatie voldoende en geschikt is als basis voor onze conclusie.
De raad van bestuur is verantwoordelijk voor het opzetten en implementeren van een Proces en voor het toelichten van dit Proces in toelichting “Dubbele materialiteitsanalyse” van de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie. Deze verantwoordelijkheid omvat:
het begrijpen van de context waarin de activiteiten en zakelijke betrekkingen van de Groep plaatsvinden en het ontwikkelen van inzicht in haar betrokken belanghebbenden;
het identificeren van de feitelijke en potentiële effecten (zowel negatieve als positieve) in verband met duurzaamheidskwesties, alsook van risico’s en opportuniteiten die de financiële positie, de financiële prestaties, de kasstromen, de toegang tot financiering of de kapitaalkosten van de Groep op korte, middellange of lange termijn beïnvloeden of waarvan redelijkerwijs zou kunnen worden verwacht dat zij hierop een invloed zullen hebben;
het beoordelen van de materialiteit van de vastgestelde effecten, risico’s en opportuniteiten in verband met duurzaamheidskwesties door passende drempelwaarden te selecteren en toe te passen; en
het maken van veronderstellingen en schattingen die onder de gegeven omstandigheden redelijk zijn.
De raad van bestuur is ook verantwoordelijk voor het opstellen van de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie, die de door het Proces vastgestelde informatie bevat:
in overeenstemming met de vereisten bedoeld in artikel 3:32/2 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, met inbegrip van de toepasbare Europese standaarden voor duurzaamheidsinformatie (European Sustainability Reporting Standards (ESRS)); en
met naleving van de vereisten in artikel 8 van Verordening (EU) 2020/852 (de “Taxonomieverordening”) betreffende de openbaarmaking van de informatie opgenomen in toelichting “EU-taxonomie” van de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie.
Deze verantwoordelijkheid omvat:
het opzetten, implementeren en in stand houden van dergelijke interne beheersingsmaatregelen die de raad van bestuur noodzakelijk acht voor het opstellen van geconsolideerde duurzaamheidsinformatie die geen afwijkingen van materieel belang, als gevolg van fraude of van fouten, bevat; en
het kiezen en toepassen van geschikte methoden voor duurzaamheidsverslaggeving, en het maken van veronderstellingen en schattingen die onder de gegeven omstandigheden redelijk zijn.
Het audit- en risicocomité is verantwoordelijk voor het toezicht op het duurzaamheids- verslaggevingsproces van de Groep.
Bij het rapporteren van toekomstgerichte informatie in overeenstemming met de ESRS, wordt van de raad van bestuur vereist dat het de toekomstgerichte informatie opstelt op basis van toegelichte veronderstellingen over gebeurtenissen die zich in de toekomst kunnen voordoen en mogelijke toekomstige maatregelen van de Groep. De feitelijke uitkomst zal waarschijnlijk anders zijn, aangezien verwachte gebeurtenissen vaak niet plaatsvinden zoals verwacht en de afwijking daarvan van materieel belang kan zijn.
Het is onze verantwoordelijkheid om de assuranceopdracht te plannen en uit te voeren met het oog op het verkrijgen van een beperkte mate van zekerheid over de vraag of de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie geen afwijkingen van materieel belang, als gevolg van fraude of van fouten, bevat, en het uitbrengen van een assurance verslag met een beperkte mate van zekerheid waarin onze conclusie is opgenomen. Afwijkingen kunnen zich voordoen als gevolg van fraude of fouten en worden als van materieel belang beschouwd indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat zij, individueel of gezamenlijk, de beslissingen genomen door gebruikers op basis van de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie, beïnvloeden.
Als deel van een assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid overeenkomstig ISAE 3000 (Herzien), zoals in België van toepassing, passen wij professionele oordeelsvorming toe en handhaven wij een professioneel-kritische instelling gedurende de opdracht. De uitgevoerde werkzaamheden in een opdracht met het oog op het verkrijgen van een beperkte mate van zekerheid, waarvoor wij verwijzen naar de sectie “Samenvatting van de uitgevoerde werkzaamheden”, zijn minder uitgebreid dan in het geval van een opdracht met het oog op het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid. We brengen dan ook geen oordeel met een redelijke mate van zekerheid tot uitdrukking als deel van deze opdracht.
Aangezien de toekomstgerichte informatie in de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie en de veronderstellingen waarop deze is gebaseerd, betrekking hebben op de toekomst, kunnen deze worden beïnvloed door gebeurtenissen die zich mogelijk voordoen en/of door mogelijke acties van de Groep. De werkelijke uitkomsten zullen naar alle waarschijnlijkheid afwijken van de veronderstellingen, aangezien de veronderstelde gebeurtenissen zich veelal niet zullen voordoen zoals verwacht en de afwijking daarvan van materieel belang kan zijn. Onze conclusie biedt daarom geen garantie dat de gerapporteerde werkelijke uitkomsten zullen overeenkomen met diegene opgenomen in de toekomstgerichte informatie in de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie.
Onze verantwoordelijkheden ten aanzien van de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie, met betrekking tot het Proces, omvatten:
het verwerven van inzicht in het Proces, maar niet met het oog op het verstrekken van een conclusie over de effectiviteit van het Proces, met inbegrip van de uitkomst van het Proces; en
het opzetten en uitvoeren van werkzaamheden om te evalueren of het Proces in overeenstemming is met de beschrijving van het Proces door de Groep, zoals toegelicht in toelichting “Dubbele materialiteitsanalyse” van de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie.
Onze overige verantwoordelijkheden ten aanzien van de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie omvatten:
het verwerven van inzicht in de beheersingsomgeving van de entiteit, de relevante processen en informatiesystemen voor het opstellen van de duurzaamheidsinformatie, maar zonder de opzet van specifieke controleactiviteiten te beoordelen, onderbouwende informatie over hun implementatie te verkrijgen of de effectieve werking van de opgezette interne beheersingsmaatregelen te toetsen;
het identificeren van de gebieden waar van materieel belang zijnde afwijkingen waarschijnlijk zullen optreden in de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie, of deze nu het gevolg zijn van fraude of fouten; en
het opzetten en uitvoeren van werkzaamheden die inspelen op gebieden waar afwijkingen van materieel belang in de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie zich waarschijnlijk zullen voordoen. Het risico van het niet detecteren van een van materieel belang zijnde afwijking is groter indien die afwijking het gevolg is van fraude dan indien zij het gevolg is van fouten, omdat bij fraude sprake kan zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing.
Een assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid omvat het uitvoeren van werkzaamheden om assurance-informatie te verkrijgen over de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie. De werkzaamheden die bij een opdracht met een beperkte mate van zekerheid zijn uitgevoerd, zijn verschillend in aard en timing en geringer van omvang dan voor opdrachten tot het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid. Daardoor ligt het niveau van zekerheid dat is verkregen bij een opdracht met een beperkte mate van zekerheid aanzienlijk lager dan wanneer een opdracht met een redelijke mate van zekerheid was uitgevoerd.
De aard, timing en omvang van geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van professionele oordeelsvorming, waaronder de vaststelling van gebieden waar afwijkingen van materieel belang in de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie, als gevolg van fraude of van fouten, zich waarschijnlijk zullen voordoen.
Bij het uitvoeren van onze assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid, met betrekking tot het Proces, hebben wij:
Bij het uitvoeren van onze assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid, met betrekking tot de duurzaamheidsinformatie, hebben wij:
inzicht verworven in de verslaggeving processen van de Groep die relevant zijn voor het opstellen van haar geconsolideerde duurzaamheidsinformatie door het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing, processen en het informatiesysteem die relevant zijn voor het opstellen van de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie, maar die niet zijn gericht op het geven van een oordeel over de effectiviteit van de interne beheersing van de Groep;
geëvalueerd of de informatie zoals vastgesteld door het Proces is opgenomen in de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie;
geëvalueerd of de structuur en het opstellen van de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie overeenstemt met de ESRS;
om inlichtingen verzocht bij relevant personeel en cijferanalyses uitgevoerd op geselecteerde informatie in de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie;
gegevensgerichte assurance werkzaamheden uitgevoerd op basis van een steekproef op geselecteerde informatie in de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie;
assurance informatie verkregen over de methoden voor het ontwikkelen van schattingen en toekomstgerichte informatie geëvalueerd zoals beschreven in de sectie “Verantwoordelijkheden van de commissaris betreffende de assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid met betrekking tot de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie”; en
inzicht verworven in het proces voor het vaststellen van economische activiteiten die voor de taxonomie in aanmerking komen en op de taxonomie afgestemd zijn en de overeenkomstige toelichtingen in de duurzaamheidsinformatie.
Ons bedrijfsrevisorenkantoor en ons netwerk hebben geen opdrachten verricht die onverenigbaar zijn met de assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid, en ons bedrijfsrevisorenkantoor is in de loop van ons mandaat onafhankelijk gebleven tegenover de Groep.
Antwerpen, 17 februari 2026
De commissaris
PwC Bedrijfsrevisoren BV
Vertegenwoordigd door
Peter D'hondt*
Bedrijfsrevisor
*Handelend in naam van Peter D'hondt BV
Grondslag voor het opstellen van informatie
Kader
Voor het verslagjaar 2025 brengt de Vennootschap verslag uit over haar duurzaamheidsinformatie in overeenstemming met artikel 3:32/2 van het WVV, inclusief naleving van de toepasselijke European Sustainability Reporting Standards ('ESRS').
Daaronder vallen:
De naleving van het door de Vennootschap uitgevoerde proces om vast te stellen of de informatie waarover in de duurzaamheidsverklaring gerapporteerd wordt (het 'Proces') in overeenstemming is met de toelichting in de dubbele materialiteitsanalyse.
de overeenstemming van de toelichtingen in subrubriek EU-taxonomie van de duurzaamheidsverklaring met artikel 8 van Verordening (EU) 2020/852 (de 'Taxonomieverordening').
Daarnaast gebruiken we het SBTi en de SDG's van de VN als leidraad voor onze Impact 2030-gerelateerde KPI-prestatierapportage.
Azelis heeft geen enkel specifiek stuk informatie in verband met intellectuele eigendom, knowhow of de resultaten van innovatie weggelaten, en evenmin gebruikgemaakt van de vrijstelling voor het openbaar maken van informatie over op handen zijnde ontwikkelingen of kwesties waarover onderhandeld wordt.
De inhoud die in deze duurzaamheidsverklaring openbaar wordt gemaakt en verband houdt met 2024 en 2025 was onderworpen aan een conclusie met een beperkte mate van zekerheid verstrekt door een externe commissaris. Geen enkel datapunt is gevalideerd door een andere assurance provider dan de externe commissaris, tenzij dit specifiek wordt vermeld.
Deze duurzaamheidsverklaring is opgesteld op geconsolideerde basis en heeft betrekking op dezelfde consolidatiekring als de geconsolideerde jaarrekening, zie toelichting 25.4 Groepsentiteiten. De verklaring heeft betrekking op de periode die begint op 1 januari 2025 en eindigt op 31 december 2025 (hierna '2025'). De vergelijkende periode omvat de prestaties van de Groep vanaf 1 januari 2024 tot en met 31 december 2024 (hierna '2024').
Dit verslag bestrijkt de volledige waardeketen van de geconsolideerde Groep en verstrekt, indien van toepassing, informatie over upstream, downstream en eigen activiteiten. Bij de beoordeling van de impacts, risico's en kansen (IRO) werd rekening gehouden met de volledige waardeketen. Zie waardeketen voor meer informatie.
Openbaarmakingen in verband met specifieke omstandigheden
Tijdshorizonten
Dezelfde definitie van de tijdshorizon 'korte termijn' wordt gebruikt voor zowel deze duurzaamheidsverklaring als de jaarrekening. De definities voor de horizonten 'middellange termijn' (tot vijf jaar) en 'lange termijn' (meer dan vijf jaar) zijn in overeenstemming met de definities in ESRS 1 en de definities die zijn toegepast in onze dubbele materialiteitsbeoordeling.
Significante schattingen en oordelen
Deze duurzaamheidsverklaring bevat maatstaven die zijn berekend op basis van gegevens uit de upstream- en downstreamwaardeketen, waaronder schattingen. Meer specifiek is de berekening van de BKG-emissie gerelateerde KPI's gebaseerd op geschatte gegevens als er geen feitelijke of primaire gegevens beschikbaar zijn:
Scope 1 & 2-emissies worden berekend op basis van feitelijke gegevens. Als er geen feitelijke gegevens beschikbaar zijn, worden de verbruiksgegevens en de daaruit voortvloeiende uitstoot geschat op basis van algemeen toegepaste schattingsmethoden (bv. extrapolatie van eerdere vergelijkbare perioden). Om de relevante emissiefactoren te achterhalen wordt gebruikgemaakt van externe databanken. De koolstofinventaris is opgesteld in overeenstemming met het GHG-protocol, waarbij de operationele controle methodiek wordt toegepast.
Scope 3-emissies worden berekend in overeenstemming met het WRI/WBCSD Greenhouse Gas (GHG)-Protocol. Er werden geen primaire emissiegegevens van onze waardeketen gebruikt. We vertrouwen op datasets die zijn gekoppeld aan de waardeketen, inclusief productgerelateerde gegevens (aan- en verkoopvolumes, productsamenstelling). Om Scope 3.1 te berekenen, worden emissiefactoren, afgeleid uit externe chemische databases, gekoppeld aan onze productportfolio.
De nauwkeurigheidsgraad van deze schattingen wordt beïnvloed door de beschikbaarheid en de kwaliteit van actuele en primaire gegevens. Azelis werkt onafgebroken samen met principalen en leveranciers om primaire emissiegegevens op te nemen, inclusief productgerelateerde gegevens, om afhankelijkheid van proxywaarden te verminderen. We verwijzen naar de methodologie inzake Scope 1, 2 en 3 in E1 Klimaatverandering.
Wanneer schattingen of waardeketengegevens worden gebruikt om een maatstaf te berekenen, worden de bronnen en werkwijzen van dergelijke schattingen beschreven in de relevante toelichtingen. Het gebruik van schattingen of waardeketengegevens kan leiden tot een hogere mate van onzekerheid.
Wijzigingen in voorbereiding, presentatie of als gevolg van specifieke omstandigheden
Om de vergelijkbaarheid te verhogen zijn bepaalde vergelijkende cijfers aangepast als gevolg van een wijziging van de definitie, een wijziging van de methodologie of door aanvullende informatie die gedurende de huidige periode is verkregen. Als vergelijkende cijfers zijn aangepast, wordt dat duidelijk aangegeven.
Scope 3.1 Gekochte goederen en diensten: De berekeningsmethode is bijgewerkt ten opzichte van het verslag van vorig jaar. Ten eerste hebben we emissies die verband houden met agentuurverkooptransacties, buiten beschouwing gelaten. Ten tweede hebben we het matchingproces voor emissiefactoren verbeterd, met name door het aantal gebruikte proxy's te verminderen. De cijfers voor het basisjaar (2022) en de vergelijkende periode (2024) werden aangepast om ook de verbeterde methodologie te weerspiegelen.
Scope 3.10 Verwerking verkochte producten: In overeenstemming met het GHG-Protocol en de SBTi-richtlijnen voor de chemische sector is deze Scope 3-categorie niet berekend en zal deze ook niet meer worden berekend, gezien de beperkingen om de downstream-emissies in verband met het energieverbruik gerelateerd aan verkochte producten redelijk en nauwkeurig te kunnen inschatten.
Scope 3.12 end-of-life-verwerking verkochte producten: Aangezien Azelis-producten veel potentiële downstreamtoepassingen hebben, wordt een schatting gemaakt of een product al dan niet wordt geconsumeerd. In vergelijking met het Geïntegreerd Verslag van vorig jaar wordt een meer conservatieve benadering gehanteerd voor het totale volume van geconsumeerde producten. Dit heeft geleid tot een aanzienlijke stijging van de gerapporteerde totale Scope 3.12-emissies in het basis-, voorgaande en huidige jaar.
Personeelsverloop: De definitie van het aantal werknemers dat de onderneming heeft verlaten (teller) en het gemiddelde aantal werknemers (noemer) is veranderd en wordt vanaf 2025 berekend op basis van vrijwillige of onvrijwillige bedrijfsverlaters met een overeenkomst van onbepaalde duur. In het voorgaande jaar hield de KPI rekening met bedrijfsverlaters met overeenkomsten van zowel onbepaalde en van bepaalde duur. Zie S1-6 Personeelsverloop.
Rapportagefouten in voorgaande perioden
Het vergelijkende aantal niet-werknemers is aangepast (van 130 naar 147 niet-werknemers) om wijzigingen weer te geven die voortvloeien uit datacorrecties plaatsgevonden na de publicatie van het Geïntegreerd Verslag van vorig jaar. Zie S1-7 Kenmerken van niet-werknemers.
We hebben ook onze basisjaar- en vergelijkende cijfers van Scope 3.4 upstreamvervoer en -distributie en Scope 3.9 downstreamvervoer herzien om verbeteringen in de nauwkeurigheid van de data weer te geven. Zie E1-6 Broeikasgasemissies (Scope 1, 2 en 3).
Openbaarmakingen die voortvloeien uit andere wetgeving
Verwijzingen naar andere EU-wetgeving, in overeenstemming met bijlage B van ESRS 2, worden vermeld in bijlage B. Alle BKG-datapunten (BKG Scope 1, 2 en 3) worden vermeld op basis van het GHG-Protocol.
Opname door verwijzing
De tabel in bijlage A geeft een overzicht van alle ESRS-openbaarmakingsvereisten in ESRS 2 en de thematische standaarden die van materieel belang worden geacht voor Azelis. Deze openbaarmakingsvereisten vormden de leidraad bij het opstellen van onze duurzaamheidsverklaring. Openbaarmakingsvereisten met betrekking tot de thematische standaarden E2, E3, E4, E5 en S3 zijn weggelaten, aangezien deze thema's onder onze materialiteitsdrempel scoorden. De tabel geeft aan waar informatie over specifieke openbaarmakingsvereisten kan worden gevonden, hetzij in de duurzaamheidsverklaring (gelabeld als 'SUS'), hetzij elders in het Geïntegreerd Verslag en in dat geval dus opgenomen door middel van verwijzing. Indien een openbaarmakingsvereiste niet van toepassing is of indien we hebben gekozen voor de infaseringsbepaling, dan wordt dit als zodanig aangegeven. Indien een specifieke vereiste niet materieel werd bevonden, werd het overeenkomstige gegevenspunt of de openbaarmakingsvereiste niet openbaar gemaakt.
In bijlage B wordt een tabel met verwijzingen naar datapunten uit andere EU-wetgeving weergegeven.
De tabel in bijlage C beschrijft in welke rubrieken de due-diligencemaatregelen van Azelis worden toegelicht.
Gebruik van infaseringsbepalingen
Azelis past de ESRS-aanbevelingen toe, evenals de aanbevelingen van het Omnibus I-pakket ('Quick Fix Delegated Act' van 11 juli 2025) inzake de vereisten voor gefaseerde openbaarmaking die bedrijven toestaan om de informatie die vereist is door ESRS 2 SBM-3 (RE. 48e) en ESRS E1-9 in de eerste jaren niet bekend te maken in overeenstemming met bijlage C van ESRS 1.
Toekomstgerichte informatie
Deze duurzaamheidsverklaring bevat toekomstgerichte verklaringen gebaseerd op toegelichte veronderstellingen over gebeurtenissen die zich in de toekomst kunnen voordoen en mogelijke toekomstige maatregelen van de Groep. De feitelijke uitkomst zal waarschijnlijk anders zijn, aangezien verwachte gebeurtenissen zich vaak niet voordoen zoals verwacht. Toekomstgerichte informatie heeft betrekking op gebeurtenissen en maatregelen die nog niet hebben plaatsgevonden en mogelijk nooit zullen plaatsvinden.
Governance voor duurzaamheid
In 2024 heeft Azelis haar Sustainability Steering Committee ("de Stuurgroep") opnieuw gedefinieerd. De samenstelling van de Stuurgroep omvat de verantwoordelijken van de vier pijlers van het duurzaamheids-programma (Environment, Social, Governance en Portfolio), evenals de Group Directors voor SHEQ, Communicatie, Interne Audit en Financiën.
De drie regio's worden vertegenwoordigd door hun regionale SHEQ directors en sustainability coordinators en de Stuurgroep wordt geleid door de Group Sustainability Director. Deze samenstelling zorgt ervoor dat alle relevante kennis en verantwoordelijkheden worden gebundeld, als stevige basis voor het instellen, implementeren en verankeren van het duurzaamheidsprogramma ("het Programma") van Azelis in haar processen en systemen.
De Stuurgroep is belast met het bepalen en beoordelen van het Programma van de Vennootschap, en met het aansturen van de implementatie. De Stuurgroep is verantwoordelijk voor de ontwikkeling van het noodzakelijke duurzaamheidsbeleid, de richtlijnen en kaders. Daarnaast adviseert ze het Uitvoerend Comité over duurzaamheidskwesties en het stellen van doelen, ter ondersteuning van weloverwogen besluitvorming. Ze houdt ook toezicht op het monitoren van IRO's en het behalen van ESG-gerelateerde doelen. Tot slot was de Stuurgroep verantwoordelijk voor de ontwikkeling van de Impact 2030-strategie.
De Group Sustainability Director rapporteert maandelijks aan de Group CEO. Er worden per kwartaal updates over relevante duurzaamheids-thema's zoals DMA-updates, wijzigingen van IRO's (impacts, risico's en kansen), vooruitgang op het vlak van decarbonisatie en gerelateerde acties verstrekt aan het Uitvoerend Comité en het Audit- en Risicocomité. Het Uitvoerend Comité en het Audit- en Risicocomité rapporteren aan de Raad van Bestuur, wat ervoor zorgt dat duurzaamheid verankerd is in het langetermijnstrategie en het risicobeheer van Azelis.
Governancestructuur van het Programma van Azelis
Operationalisering van het Programma van Azelis
Om een goed afgestemde en impactvolle implementatie van het Programma in de hele organisatie te waarborgen, heeft de Vennootschap voor elke regio een zogeheten SustainOps- en een SustainaBizz-team opgezet.
De SustainOps-teams zorgen ervoor dat Azelis het programma binnen haar eigen operationele aanwezigheid implementeert, met de nadruk op environment-, social- en governance-elementen.
De SustainaBizz-teams richten zich op duurzaamheid in de upstream- en downstreamwaardeketen van Azelis. Upstream ondernemen de teams actie voor een duurzame principalen- en leveranciersportfolio, voor sustainable procurement en voor het verankeren van duurzaamheids-criteria in het due-diligence- en integratieproces inzake M&A van Azelis. Downstream integreren de SustainaBizz-teams duurzaamheid in de innovatie- en oplossingsportfolio en het verkoopvoorstel van de Vennootschap, en spelen ze markttrends op het gebied van duurzaamheid door aan de interne duurzaamheidsinformatiedienst. Op die manier zorgt Azelis ervoor dat de behoeften van de markt en de portfolio van principalen en producten zijn afgestemd op een groeiende vraag naar duurzame producten.
Regionale SustainOps- en SustainaBizz-teams rapporteren hun duurzaamheidsprogramma's en vooruitgang als onderdeel van kwartaalrapporten aan de Stuurgroep.
We gebruiken één geïntegreerd systeem voor niet-financiële en financiële gegevens, dat deel uitmaakt van de regelmatige maandelijkse beoordelings- en rapportagecyclus en waarover wordt gerapporteerd aan het Uitvoerend Comité en de Raad van Bestuur.
Impact 2030 is het kader waarmee we onze duurzaam-heidsacties omzetten in impact. Via sterk bestuur stuurt het de organisatie op alle lagen, waarbij Impact 2030 wordt geïntegreerd in onze strategie, bedrijfsactiviteiten en besluitvorming, en werknemers in staat worden gesteld om impact te creëren.
Michael Heite
Group Sustainability Director
Strategie - bedrijfsmodel - waardeketen
Belangen en opvattingen van stakeholders
Onze strategie is gebaseerd op een nauwe en regelmatige dialoog met diverse stakeholders in onze upstream- en downstream waardeketen en onze eigen activiteiten.
Dankzij voortdurende interacties met die stakeholders krijgen we een beter inzicht in hun standpunten en belangen en kunnen we transparante en doeltreffende relaties uitbouwen. Hun feedback draagt bij aan onze bedrijfsactiviteiten, wordt benut in onze dubbele materialiteitsanalyse en due-diligenceprocessen en speelde een belangrijke rol bij het definiëren van ons Impact 2030-programma, dat begin 2025 werd gelanceerd. Het belang van relaties met onze stakeholders wordt benadrukt in onze Gedragscode en onze sustainable sourcing policy.
De feedback van onze stakeholders wordt via de vastgelegde rapportagekanalen regelmatig aan het management gecommuniceerd en vormt een vast agendapunt van het Uitvoerend Comité en de Raad van Bestuur, zoals toegelicht in de rubriek governance en leiderschap.
De tabel op de volgende pagina biedt een overzicht van onze belangrijkste stakeholders, ingedeeld in getroffen stakeholders (A) en gebruikers van duurzaamheidsinformatie (U), van de wijze waarop we met elkaar omgaan en hoe hun behoeften en belangen vorm geven aan ons bedrijfsmodel.
| Stakeholder | Waarom we samenwerken | Hoe we dat organiseren | Resultaat |
|---|
| Principalen (A) & (U) | - Hun activiteiten ontwikkelen, hen ondersteunen, waarde toevoegen en zorgen voor meer transparantie
- Toegang krijgen tot lokale markten en kleinere klanten bedienen
- Innovatieve oplossingen
- Transparantie in en koolfstofvrij maken van de supply chain
- Voldoen aan de wetgeving: mensen- en arbeidsrechten, veiligheid en gezondheid
| - Contracten en brieven
- Prestatiebeoordelingen
- Vergaderingen
- Informele dialoog op evenementen
- Tevredenheidsonderzoek
- Supplier engagement (ESG-beoordelingen en -audits en SBTi-afstemmingen
- Handelsbeurzen
- Gedragscode voor partners & sustainable sourcing policy
| - Versterkte positieve reputatie
- Meer transparantie in het proces van productzorg
- Nieuwe principalen
- Nieuwe en uitgebreide partnerschappen met bestaande principalen
- Kleinere ecologische voetafdruk bij activiteiten in de waardeketen, en deelname aan de ESG-strategie van de principaal
- Groter assortiment duurzame producten door te onderzoeken hoe ingrediënten kunnen worden gebruikt in formuleringen
- Meer supply chain due-diligence
|
| Klanten/eindgebruikers (A) & (U) | - Zorgen voor een duurzaam, gediversifieerd en innovatief assortiment, aansluitend op gevestigde en opkomende marktbehoeften
- Een breed productassortiment aanbieden via onze technische en compliance-verkoopteams
- Zorgen voor markttoegang
| - Klantportalen en -bezoeken
- Informele betrokkenheid
- Handelsbeurzen
- Training, seminars en laboratoriumrondleidingen
- Tevredenheidsonderzoek
- ESG-ratings
| - Gezamenlijke pipeline van kansen voor duurzame oplossingen en formuleringen, om onze duurzaamheidsimpact in onze downstreamactiviteiten te vergroten
- Beter inspelen op markttrends voor klanten
- Verhoogde omzet en verbeterde markttoegang
- Verhoogde zichtbaarheid als marktleiders
|
| Werknemers (A) | - Een gemeenschappelijke bedrijfscultuur en een gevoel van erbij horen en inclusiviteit cultiveren
- Voortdurend training en ontwikkeling van vaardigheden aanbieden
- Het besef van gezondheids-, veiligheids- en beleidsnormen aanwakkeren
- Een duurzame en gezonde werkomgeving bevorderen
| - Jaarlijkse prestatiebeoordeling
- Interne communicatie: intranet, town hall meetings, e-mail communicatie
- Onboarding- en introductie-programma's voor nieuwe collega's
- Training over interne beleidsregels en procedures en toepasselijke wet- en regelgeving (incl. ethisch zakelijk gedrag)
- Tevredenheidsonderzoek
- Informele betrokkenheid en regelmatige dialoog tussen het management, hr en de werknemers
- klachtenmechanismen (i.e. SpeakUp!)
| - Positief werkgeversmerk en waardepropositie
- Veilige arbeidsomstandigheden en werkomgeving
- Opleiding en ontwikkeling, met stimulansen voor continue groei
- Eerlijke bedrijfsvoering en ethisch gedrag
- Meer diversiteit, gelijkheid en inclusie
|
| Beleggers in obligaties en aandelen (U) | - Transparantie bevorderen
- Inzicht in de financiële en duurzaamheidsprioriteiten van schuld- en kapitaalmarkten
- Feedback verzamelen over de strategische prioriteiten en het bedrijfsmodel van Azelis
| - Rechtstreekse dialoog
- Persberichten en JAV
- ESG-ratings
- Vragenlijsten
| - Strategische inbreng
- Toegang tot kapitaal, inclusief groene financiering, om de groei te blijven ondersteunen
- Voldoende middelen om de groeistrategie uit te voeren en waarde te creëren voor alle stakeholders
|
| Samenwerkings-verbanden binnen de sector (U) | - Duurzaamheid in de chemische sector verbeteren
- Verbetering van gezondheids- en veiligheids-normen: een ethisch kader voor het veilig beheer van chemicaliën en uitmuntende prestaties
- Samenwerken om ervoor te zorgen dat de sector een geconsolideerd standpunt kan voorleggen aan besluitvormers
- De normen voor koolstofboekhouding en de supply chain-transparantie verbeteren
| - Lidmaatschappen
- Accrediteringen
- Conferenties van verenigingen
- (In)formele bijeenkomsten
- Sectoroverschrijdende werkgroepen
| - Verbeterde arbeidsomstandigheden, inclusief veiligheids- en gezondheidsnormen
- Bereikte of overtroffen industrienormen
- Verbeterde duurzaamheidsnormen voor betere connectiviteit en vergelijkbaarheid (bv. PCF)
- Deelname aan (sectorspecifieke) ESG-verbeterinitiatieven, zoals TfS® en SBTi.
|
| Overheden (U) | - De nationale en internationale regelgeving naleven
- Relevante ESG-onderwerpen aanpakken
| - Gepubliceerde verslagen en persberichten
- Brieven
- Dialoog
| - Versterkte positieve reputatie
- Voortdurende verbetering
- Risicobeperking vanuit nalevingsperspectief
|
| Dienstverleners (A) & (U) | - Verdere zakelijke samenwerking
- De supply chain koolstofarm maken, zowel upstream als downstream
- Voldoen aan de wetgeving (d.w.z. mensen- en arbeidsrechten, veiligheids- en gezondheidsnormen)
| - Contracten en brieven
- Vergaderingen
- Informele dialoog
- Gedragscode voor partners & sustainable sourcing policy
- ESG-beoordelingen en -audits
- Afstemming op het SBTi
| - Kleinere ecologische voetafdruk van Azelis, zowel upstream als downstream, en bijdrage aan hun ESG-strategie
- Minder kans op mogelijke incidenten
- Meer due-diligence in de supply chain
|
Waardeketen
Azelis heeft een leidende positie in de sterk gefragmenteerde distributiemarkt voor speciale chemicaliën en voedingsingrediënten. Met een wereldwijd marktbereik en een lokale aanwezigheid treden we op als katalysator voor principalen op het gebied van speciale chemicaliën en voedingsingrediënten om gemandateerde producten te distribueren naar klanten die buiten het bereik vallen van onze principalen, nl. kleine en middelgrote spelers in de sectoren Life Sciences en Industrial Chemicals. Raadpleeg ons waardecreatiemodel voor een gedetailleerder beeld van hoe we waarde creëren voor onze partners. Door transparantie te bieden in al onze eigen activiteiten en daarbuiten hebben we duurzaamheid verankerd in onze eigen activiteiten en in onze upstream en downstream waardeketen. We hebben de strategische pijlers van Impact 2030 gekoppeld aan de materiële ESRS-rapportagestandaarden en onze eigen impactgebieden en we hebben deze effecten toegewezen aan de waardeketenstadia waaraan ze bijdragen.
Onze upstream waardeketen omvat leveranciers van chemicaliën en partners die essentiële goederen en diensten leveren voor onze activiteiten. Hiertoe behoren producttransport, inkoop en bewerking binnen alle marktsegmenten waar we actief zijn. We werken nauw samen om te zorgen voor hoge normen voor ESG-praktijken. Tot de belangrijke initiatieven behoren:
Samenwerking: We bouwen langdurige relaties op met principalen en leveranciers, waardoor we de duurzaamheidsprestaties van onze gediversifieerde productenportfolio kunnen verbeteren en hen tegelijkertijd ondersteunen bij hun activiteiten en bedrijfsontwikkeling.
Leveranciersbeoordelingen: We voeren regelmatig beoordelingen uit om de naleving van onze inkoopcriteria te evalueren.
Sustainable sourcing: We zoeken voortdurend naar principalen en leveranciers die zich inzetten voor duurzame praktijken, waaronder het terugdringen van productgerelateerde koolstofemissies.
Azelis is de centrale schakel tussen principalen (upstream activiteiten) en klanten (downstream activiteiten). Onze innovatieve en goed geïnformeerde experts leveren toegevoegde waarde en faciliteren een tweerichtingsstroom van marktinzichten voor beiden. Dankzij de integratie van digitale oplossingen in al onze activiteiten anticiperen we op de behoeften van de klant, versnellen we onze dienstverlening en verkorten we de marktintroductietijd. Ons geavanceerde digitale ecosysteem stroomlijnt processen en levert bruikbare inzichten op, waardoor onze principalen innovatie in R&D kunnen stimuleren.
Onze eigen activiteiten vinden plaats in kantoren, magazijnen, laboratoria en blending sites. Binnen ons asset-light businessmodel zijn de meeste van onze locaties geen eigendom, maar worden ze geleased.
We houden ons bij onze eigen activiteiten aan de vier pijlers van ons duurzaamheidsprogramma Impact 2030 en creëren een gezonde, diverse en boeiende werkplek voor onze werknemers, met een minimale impact op het milieu, terwijl we samen met onze partners innovatie stimuleren. We maken deel uit van verschillende samenwerkingsverbanden binnen de sector en voldoen aan al onze wettelijke verplichtingen en ons ethisch beleid als onderdeel van onze due-diligenceprocessen.
Onze downstream waardeketen omvat de distributie en verkoop van speciale chemicaliën en voedingsingrediënten aan klanten in alle marktsegmenten die we bedienen. We streven ernaar om de impact van onze producten op het milieu gedurende hun hele levenscyclus te minimaliseren. Tot de belangrijke initiatieven behoren:
Product stewardship: We zorgen ervoor dat onze producten voldoen aan strenge veiligheids- en milieunormen, van productie tot verwijdering.
Aanbieder van diensten en innovatie: We werken samen met klanten om de duurzame prestaties van hun productassortiment te verbeteren en geven advies over beste praktijken.
Creatie van meerwaarde: We creëren duurzame meerwaarde voor onze stakeholders door onze financiële en ESG-prestaties voortdurend te verbeteren. We bieden kleinere en middelgrote klanten een brede diensten- en productportfolio (terwijl principalen rechtstreeks zakendoen met multinationals en grotere spelers op basis van een beperkte productportfolio). Raadpleeg ons waardecreatiemodel voor meer informatie.
Inzicht verkrijgen in de impacts, risico's en kansen binnen onze waardeketen en die beheren, is cruciaal. Onze aanpak omvat:
Impact-beoordeling: Grondige beoordelingen uitvoeren om de environment-, social en governance-impact van onze activiteiten en die van onze partners uit onze waardeketen in kaart te brengen. Deze benadering is geïmplementeerd in onze dubbele materialiteitsanalyse.
Risicobeheer: Robuuste risicobeheerprocessen implementeren om potentiële negatieve effecten te beperken en de veerkracht te vergroten, als onderdeel van onze ERM-methodologie.
Identificatie van kansen: Kansen benutten om te innoveren en de duurzaamheidsprestaties in onze waardeketen en onze eigen activiteiten te verbeteren. We pakken de identificatie van strategische kansen bijvoorbeeld aan via onze beoordeling van klimaatrisico's en -kansen.
Raadpleeg voor meer informatie de rubriek Risicobeheer en de tabellen Impacts, risico's en kansen in onze thematische verklaringen.
Azelis is lid van verschillende nationale en internationale instanties die zich richten op duurzaamheid in de chemiesector, waaronder de veilige omgang met en het veilige gebruik van chemicaliën binnen onze sector. In veel van deze organisaties nemen we actief deel aan belangrijke comités en we zetten ons in om de door hen ontwikkelde programma's te steunen.
Responsible Care® en Responsible Distribution® zijn initiatieven van de chemiesector gericht op de voortdurende verbetering van gezondheids- en veiligheidsnormen. Ze bieden een ethisch kader voor het veilig beheer van chemicaliën en uitmuntendheid op het vlak van prestaties. De meeste van onze entiteiten zijn Responsible Care®- of Responsible Distribution®-gecertificeerd.
Together for Sustainability® (TfS) is een wereldwijd initiatief van de sector dat de meting van duurzaamheidsprestaties van chemische bedrijven en hun leveranciers ondersteunt en coördineert met als doel de transparantie in de supply chain op een efficiënte en kosteneffectieve manier te vergroten, sectorbrede ESG-standaarden vast te stellen en de duurzaamheidsimpact binnen chemiebedrijven te stimuleren en voortdurend te verbeteren. Azelis maakt deel uit van de regionale TfS-werkstromen in de Americas en Asia Pacific. Azelis maakt ook deel uit van TfS-werkstroom 5, die het voortouw neemt voor de chemiesector op het gebied van standaardisatie en uitwisseling van koolstofvoetafdrukken, en die een gebruiksklare oplossing voor chemicaliën wil opzetten in aanverwante industrieën.
De International Chemical Trade Association (ICTA) vertegenwoordigt de belangen van chemische distributeurs wereldwijd. We zijn actief betrokken bij het wereldwijde Responsible Distribution®-programma, dat focust op het verbeteren van de veiligheid, de gezondheid, het milieu, de beveiliging en de duurzaamheid van de chemische supply chains. Om het programma vooruit te helpen, maken we deel uit van een gespecialiseerde werkgroep samen met de Alliance for Chemical Distribution in de VS (ACD), de Britse Chemical Business Association (CBA), het Duitse Verband Chemiehandel (VCH), het Nederlandse Verbond van Handelaren in Chemische Producten (VHCP), de Federation of European Chemical Distributors (FECC) en de Belgian Association of Chemical Distributors (BACD), om er maar een paar te noemen.
Het United Nations Global Compact (UNGC) versnelt en vergroot de wereldwijde collectieve impact van het bedrijfsleven door de tien UNGC-principes te bevorderen en bij te dragen aan de verwezenlijking van SDG's via verantwoordelijke bedrijven en ecosystemen die verandering mogelijk maken. Azelis rapporteert jaarlijks haar vooruitgang ten aanzien van UNGC en de SDG's.
Dubbele materialiteitsbeoordeling
Gedurende 2023 en 2024 heeft Azelis haar dubbele materialiteitsanalyse ('DMA') uitgevoerd. In 2025 werd een DMA-update uitgevoerd. Dit resulteerde in twee wijzigingen. Ten eerste werden het materieel thema inzake impact Duurzaam productgebruik en eraan gekoppelde formuleringswerkzaamheden en het financieel materieel thema Innovatieve oplossingen en ontwikkeling van formuleringen samengevoegd tot één dubbel materieel thema Duurzame & innovatieve oplossingen. Ten tweede werd het thema Diversiteit, gelijkheid en inclusie een financieel materieel thema. DE&I (diversiteit, gelijkheid en inclusie) is een hoeksteen van onze pijler People binnen onze Impact 2030 strategie. Wij streven ernaar erkend te worden als een wereldwijde werkgever bij uitstek in de chemische sector, met toonaangevende prestaties inzake diversiteit en inclusiviteit,
personeelsontwikkeling en uitmuntende werknemersbetrokkenheid, die een positieve impact hebben op stakeholders en aanzetten tot een transformatie binnen de hele sector. Wij beogen het inzetten van diverse leiderschapsteams die bijdragen aan een inclusievere cultuur en besluitvorming, zodat we talent kunnen behouden en ontwikkelen in lijn met de toenemende eisen in onze zakelijke omgeving. Bovendien is DE&I ingebed als een belangrijke duurzaamheidscomponent binnen het verloningskader van het kortetermijnincentiveplan (STIP), wat het belang ervan benadrukt.
Er zijn geen nieuwe IRO's geïdentificeerd voor de bestaande materiële onderwerpen, als onderdeel van onze DMA-update van 2025. We hebben wel de bestaande materiële IRO's opnieuw geformuleerd en IRO's die
vrijwillig werden bekendgemaakt in het verslag van vorig jaar, geschrapt. Uitgebreidere beschrijvingen van de materiële IRO's zijn te vinden aan het begin van elk thematisch hoofdstuk binnen de respectievelijke environment, social en governance-verklaring. Voor elke IRO specificeerden we de link met het relevante (sub)thema van de DMA en namen we een verwijzing op naar de toepasselijke waardeketenlocaties en verwachte tijdshorizonten.
We beoordeelden of een van de geïdentificeerde IRO's een materieel financieel effect had op de financiële positie, financiële prestaties en kasstromen van de Groep. We overwogen de waarschijnlijkheid dat een IRO zou leiden tot een materiële aanpassing van de gerapporteerde boekwaarden van activa en passiva in de volgende jaarlijkse verslagperiode.
Huidige financiële effecten kunnen betrekking hebben op verhoogde CapEx of OpEx als onderdeel van ons klimaattransitieplan om Scope 1, 2 en 3-emissies te verminderen. Zoals blijkt uit de resultaten van onze klimaatrisicobeoordeling hebben wij evenwel geen materiële fysieke klimaatrisico's geïdentificeerd en beschikken wij, zoals toegelicht in de jaarrekening, over een asset-light bedrijfsmodel met beperkte eigendom van vastgoed en een gediversifieerde aanwezigheid over onze drie regio's. Daarom concluderen we dat de huidige financiële effecten voor 2025 beperkt en dus niet materieel zijn. Elke thematische verklaring geeft ook meer details over de manier waarop we reageren op de effecten van onze IRO's en over de veerkracht van onze bedrijfsstrategie.
Aangezien de dubbele materialiteitsbeoordeling een continu proces is, zullen we die in de toekomstige verslagperioden regelmatig beoordelen en indien nodig bijwerken. Zoals hierboven vermeld, werd onze DMA in de loop van dit boekjaar beknopt bijgewerkt. Een grondigere actualisering is gepland voor de periode 2026-2027.
Dubbele materialiteitsmethodologie
De DMA werd uitgevoerd door een functieoverschrijdend team, bestaande uit vertegenwoordigers van sustainability, interne audit, financiën, investor relations, operations, legal en HR. Het was hun taak om toezicht te houden op de volledige beoordeling en die in goede banen te leiden.
We hebben elk thema op het gebied van environment, social en governance beoordeeld in onze waardeketen en onze eigen activiteiten om vast te stellen welke thema's materieel zijn, en welke IRO's gepaard gaan met deze thema's.
We begonnen onze DMA met een analyse van de vraag of onze strategie, wereldwijde activiteiten, zakelijke relaties en andere factoren verhoogde risico's op negatieve gevolgen met zich meebrachten. We hebben onze waardeketen, inclusief onze eigen activiteiten, gevisualiseerd om beter te begrijpen waar de gevolgen zich kunnen voordoen. Als onderdeel van onze waardeketenanalyse hebben we verschillende aannames gehanteerd, die in de volgende rubriek worden toegelicht.
Daarnaast hebben we onze belangrijkste stakeholders geïdentificeerd onder alle stakeholders in onze waardeketen – werknemers, principalen, klanten, investeerders en sectorpartners – en hebben we een beroep gedaan op proxy's voor specifieke kennis en standpunten over de betrokkenheid van stakeholders. De belangen en opvattingen van alle stakeholders worden beschreven in de rubriek Belangen en opvattingen van stakeholders.
Het DMA-proces om te bepalen of een thema al dan niet materieel was, bestond uit vier stappen.
Vastlegging van de duurzaamheidsthema's en IRO's
We identificeerden een longlist van IRO's op basis van diverse informatiebronnen, waaronder interne documenten (met inbegrip van beleidslijnen, strategie en verslagen), het bestaande ERM-proces dat in ons bedrijfsmodel is verankerd, sectorstudies en analyses van ESG-trends bij duurzaamheidsstandaarden en -organisaties (zoals MSCI en SASB), benchmarkstudies van vergelijkbare ondernemingen, een beoordeling van materialiteitstools van ratingagentschappen en rapporteringsstandaarden, evenals interviews met belangrijke stakeholders en interne interviews.
De longlist van IRO's werd gevalideerd door interne stakeholders die een diepgaand, algemeen inzicht hebben in onze bedrijfsactiviteiten. Dit resulteerde in een shortlist van IRO's die onze eigen activiteiten en onze upstream en downstream waardeketen omvatten. De geïdentificeerde IRO's werden vervolgens gegroepeerd en gecategoriseerd in thema's, subthema's en sub-subthema's, afgestemd op structuur die wordt verstrekt in de ESRS 1, bijlage A, toepassingsvereiste 16, en gekoppeld aan onze strategische duurzaamheidspijlers. Vervolgens werden de IRO's beoordeeld door de respectieve vakspecialisten in verschillende workshops en gevalideerd door speciaal daarvoor bestemde focusgroepen. Aanvullende workshops maakten het mogelijk om (zo nodig) de scores van de ERM-analyse aan te passen.
De vakspecialisten die betrokken waren bij de identificatie en beoordeling van de IRO's, waren voornamelijk externe experts (of afgevaardigden van interne stakeholders) uit specifieke domeinen, met name human resources, compliance, duurzaamheid, SHEQ. De stakeholders die betrokken waren bij de validatieworkshops, waren voornamelijk interne stakeholders met een grondige algemene kennis van onze bedrijfsactiviteiten, zoals juridische zaken, interne audit, beleggersrelaties, financiën, duurzaamheid.
Tijdens het proces werd uitgegaan van de volgende veronderstellingen:
Binnen haar asset-light bedrijfsmodel heeft Azelis weinig eigen magazijnen, kantoren en laboratoria. Daarnaast werd er, gezien haar gediversifieerde geografische spreiding, geen materieel concentratierisico geïdentificeerd met betrekking tot haar laboratoria, magazijnen en kantoren.
Klanten: Voor de impact op of via onze downstream klanten hebben we een representatieve steekproef van klanten geselecteerd uit al onze regio's en marktsegmenten.
Leveranciers: Voor de impact op of via onze upstream principalen hebben we een representatieve steekproef van principalen geselecteerd uit al onze regio's en marktsegmenten.
Interne afgevaardigden werden gebruikt voor specifieke kennis en opvattingen over stakeholderperspectieven, met een grondige algemene kennis van de bedrijfsactiviteiten van Azelis, zoals juridische zaken, interne audit, beleggersrelaties, financiën, duurzaamheid.
We hebben het volgende proces toegepast om materiële IRO's te identificeren:
Klimaatverandering: De impacts, risico's en kansen in verband met de klimaatverandering werden geïdentificeerd voor onze hele waardeketen.
Impact: We hebben historische gegevens over de BKG-voetafdruk meegenomen in de dubbele materialiteitsanalyse (DMA) om de impact vast te stellen. Onze voetafdruk binnen onze operationele grens is opgenomen in historische Scope 1 & 2-gegevens. Als distributeur is het grootste deel van onze emissievoetafdruk gekoppeld aan Scope 3.1 (gekochte goederen en diensten).
Risico's & kansen: De risico's en kansen hebben betrekking op klimaatmitigatie en klimaataanpassing. We hebben een klimaatrisicobeoordeling uitgevoerd om fysieke en transitie-R&O's te identificeren door de klimaatscenario's van de Shared Socio-economic Pathways (SSP's) van de Intergouvernementele werkgroep inzake klimaatverandering (Intergovernmental Panel on Climate Change of 'IPCC') in overweging te nemen. De fysieke risico's zijn beperkt, gezien het asset-light bedrijfsmodel van Azelis. Transitie-R&O's hebben te maken met beleid en regelgeving, technologische vooruitgang en veranderingen in de markt. Raadpleeg onze beoordeling van het klimaatrisico voor meer informatie.
Gebruik van hulpbronnen en circulaire economie: IRO's met betrekking tot het gebruik van hulpbronnen focussen op onze activiteiten, meer specifiek op onze historische hoeveelheden operationeel afval en afval van chemische producten. De afvalrapportering wordt door Azelis over meerdere jaren bijgehouden.
Verontreiniging & water en mariene hulpbronnen: Voor het identificeren van de materiële IRO's voor de thematische ESRS-normen over verontreiniging focuste de beoordeling op onze beschikbare historische gegevens over milieu-incidenten die zijn gemeld voor onze eigen activiteiten en voor externe sites. Voor water en mariene hulpbronnen zijn alleen de eigen activiteiten van Azelis beoordeeld op basis van historische waterverbruiksrapportering.
Biodiversiteit: Als gevolg van ons asset-light bedrijfsmodel, beperkte mengactiviteiten en gediversifieerd productassortiment in de waardeketen worden er geen materiële afhankelijkheden, overgangs-, systemische of fysieke risico's verwacht op het vlak van biodiversiteit. Wij exploiteren geen sites die gevolgen hebben voor biodiversiteitsgevoelige gebieden en het is evenmin nodig om risicobeperkende maatregelen voor de biodiversiteit te nemen in overeenstemming met gelijkwaardige nationale bepalingen of internationale normen. De bestaande en de potentiële gevolgen voor de biodiversiteit en de ecosystemen werden geanalyseerd aan de hand van milieu-incidenten die in het verleden zijn gerapporteerd voor onze eigen activiteiten en voor externe sites.
Consumenten en eindgebruikers: Als gevolg van onze strategische focus op innovatie door formuleringen is onze strategische duurzaamheidspijler 'Portfolio' (voorheen 'Producten & Innovatie') in detail beoordeeld tijdens het DMA-proces. Deze pijler zorgt ervoor dat we innovatieve, duurzame oplossingen kunnen bieden aan onze klanten en eindgebruikers en is gekoppeld aan de thematische ESRS S4-standaard. Voor het identificeren van de materiële IRO's voor deze norm focuste de beoordeling op ons productassortiment, de formuleringswerkzaamheden en claims met betrekking tot productzorg.
Zakelijk gedrag: Zakelijk gedrag wordt beschouwd binnen de eigen activiteiten van Azelis en binnen onze waardeketen, met het oog op onze rol als wereldwijde, gediversifieerde distributeur van voedingsingrediënten en speciale chemicaliën.
Cybersecurity, gegevensbescherming en privacy: Cybersecurity, gegevensbescherming en privacy zijn entiteitsspecifieke onderwerpen waarvoor materiële risico's zijn geïdentificeerd. Als onderdeel van onze ERM-oefening wordt dit thema ook aangemerkt als ons grootste risico. Deze entiteitsspecifieke openbaarmakingen zijn gekoppeld aan de pijler 'Governance' en worden daarom bekendgemaakt als overige thema's in de Governanceverklaring.
Analyse van de impactmaterialiteit
Er werden individuele gesprekken gevoerd met externe stakeholders (zoals principalen en klanten) om de omvang van de potentiële en werkelijke impact te beoordelen. Externe stakeholders werden geselecteerd op basis van hun belang en het niveau van de relatie, waarbij alle regio's en marktsegmenten waar we actief zijn, aan bod kwamen.
Interne focusgroepen, specifiek gewijd aan elke strategische duurzaamheidspijler, beoordeelden en bestudeerden de positieve of negatieve impactschaal die werd toegekend door externe stakeholders. Tegelijkertijd beoordeelden de interne stakeholders en geselecteerde afgevaardigden de omvang, de waarschijnlijkheid en het onomkeerbare karakter van de gevolgen (alleen voor de negatieve impact), evenals de tijdshorizon.
Het betrekken van externe en interne stakeholders zorgt ervoor dat zowel de effecten van onze eigen activiteiten als de effecten die tot stand komen via onze zakelijke relaties, werden beoordeeld tijdens de materialiteitsanalyse.
De rating van de impact is gebaseerd op:
Schaal: laag tot kritiek
Reikwijdte: beperkt tot wijdverspreid
Herstelbaarheid: gemakkelijk tot onmogelijk
Waarschijnlijkheid: onwaarschijnlijk tot zeker/reëel
Evolutie en tijdshorizon: <1 jaar, 1-5 jaar, >5 jaar
Financiële materialiteitsanalyse
Het meest recente ERM-proces van Azelis is opgenomen in de relevante duurzaamheidsthema's, en we hebben de afhankelijkheden (beschikbaarheid van middelen, zakelijke relaties, publieke en certificeringsautoriteiten, toegang tot kapitaal, sociale en maatschappelijke contexten) met betrekking tot onze vier strategische duurzaamheidspijlers geïdentificeerd. Raadpleeg de rubriek Proces inzake Enterprise Risk Management (ERM) voor meer informatie over onze ERM-methodologie.
We organiseerden alle nodige gesprekken en aanvullende workshops met interne stakeholders die betrokken zijn bij het ERM-proces om de risico's en kansen te beoordelen op basis van omvang (en dus inclusief de potentiële financiële effecten) en waarschijnlijkheid. De potentiële financiële effecten werden beoordeeld en geanalyseerd in nauwe samenwerking met de belangrijkste stakeholders van de financiële afdelingen van het bedrijf, waarbij rekening werd gehouden met verschillende bronnen van financiële informatie. Alle duurzaamheidsgerelateerde risico's worden opgenomen in de algemene risicotaxonomie en het ERM van Azelis, waarbij ook rekening wordt gehouden met het asset-light bedrijfsmodel en de gediversifieerde zakelijke portefeuille van Azelis over verschillende regio's, leveranciers, klanten en marktsegmenten.
De rating van de risico's en kansen is gebaseerd op:
De drempel om zowel thema's als financiële- en impact-materialiteit te identificeren wordt in detail beoordeeld op basis van de score voor kans en waarschijnlijkheid enerzijds, en de score voor omvang en impact anderzijds.
Valideringsproces
In het algemeen wezen onze DMA- en ERM-processen allebei op dezelfde materiële aandachtsgebieden voor de Groep. We identificeerden één afwijkend resultaat, aangezien ons DMA-proces 'product stewardship' identificeerde als een prioritair risico, terwijl dit risico in ons ERM-proces een lage prioriteit kreeg. Dit kan worden verklaard door de strenge risicobeperkende procedures die al van kracht zijn, terwijl we voor de DMA een bruto risicoprospectief hebben overwogen, zonder rekening te houden met risicobeperkende maatregelen.
Het resultaat van onze DMA, inclusief het geconsolideerde overzicht van materiële IRO's en ESRS-normen, werd eerst beoordeeld en gevalideerd door de interne functiegroep. Samen met de uitkomst van de klimaatrisicobeoordeling werd het resultaat gepresenteerd aan zowel het Uitvoerend Comité als het Audit- en Risicocomité, die het hebben goedgekeurd. De DMA-update, uitgevoerd in het lopende boekjaar, werd ook voorgelegd aan en goedgekeurd door het Uitvoerend Comité.
Connectie met het kader voor risicobeheer van Azelis
We geven verder prioriteit aan risico's en kansen in verband met duurzaamheid door ze te integreren in ons algemene kader voor risicobeheer. We evalueren deze risico's, naast financiële, operationele en strategische risico's, aan de hand van een uitgebreid risicobeoordelings-proces. Dit omvat impact- en waarschijnlijkheidsbeoordelingen, risico-interviews en materialiteitsevaluaties om de potentiële impacten op onze activiteiten te kwantificeren. Aan duurzaamheidsrisico's wordt een wegingsfactor toegekend op basis van hun langetermijngevolgen en hun afstemming op onze bedrijfswaarden, zodat ze met dezelfde gestrengheid worden aangepakt als andere kritieke bedrijfsrisico's.
Ons risicoregister functioneert als een dynamische, 'live' databank die regelmatig wordt herzien en bijgewerkt om opduikende risico's of veranderingen in bestaande risico's weer te geven. Dankzij deze aanpak blijft ons risicobeheerproces responsief en relevant, zodat we potentiële uitdagingen proactief kunnen aanpakken wanneer ze zich voordoen.
Zodra de risicoscores zijn verzameld, bepalen we de prioriteit van de risico's op basis van hun ernst (score van 1 tot 4) en waarschijnlijkheid (of probabiliteit, score van 1 tot 4) en wijzen we de verantwoordelijkheid voor elk prioritair risico toe aan een specifieke risico-eigenaar die ook betrokken is bij het ERM, en aan een verantwoordelijke uit het Uitvoerend Comité. De risico-eigenaar ontwikkelt vervolgens bruikbare plannen om het risico te beperken en deze risicobeperkende strategieën worden beoordeeld en goedgekeurd door ons Uitvoerend Comité. Vervolgens bewaken we de voortgang van de risicobeperking om ervoor te zorgen dat risico's doeltreffend worden beheerd en aangepast aan veranderende omstandigheden.
Raadpleeg voor een volledig inzicht in de manier waarop we risico's beoordelen en beheren, de rubriek Risicobeheer. Het risicobeheerkader van Azelis is gericht op tijdige identificatie van risico's, systematische beoordelingen en adequate reacties die aansluiten bij de risicobereidheid van de onderneming. De uitkomst wordt vervolgens geconsolideerd om de belangrijkste risico's en onzekerheden te bepalen. Het Uitvoerend Comité beoordeelt en valideert deze risico's en levert waar nodig verdere input voordat ze worden voorgelegd aan het Audit- en Risicocomité en de Raad van Bestuur voor een laatste beoordeling en definitieve goedkeuring.
Binnen deze ERM-cyclus geeft ons team Interne Audit jaarlijks een update over het ERM-proces op groepsniveau aan het Uitvoerend Comité. In de huidige ERM-cyclus bevatte deze update een overzicht van risico's met de hoogste prioriteit, aangestelde risico-eigenaren en een update over de implementatie van risicobeperking. Het team Interne Audit geeft ook elk kwartaal een update aan het Audit- en Risicocomité over risicobeoordeling, interne controles en interne audit. Duurzaamheidsrapportering is ingebed in deze driemaandelijkse rapporteringscyclus.
Raadpleeg voor een volledige beschrijving van de ICSR-processen en -procedures die we hebben ingevoerd ter waarborging van de nauwkeurigheid, betrouwbaarheid en integriteit van de duurzaamheidsinformatie die we openbaar maken, de rubriek ICSR.
EU-taxonomie
De EU-taxonomieverordening (EU 2020/852) is een gemeenschappelijk classificatiesysteem voor duurzame economische activiteiten. De verordening definieert de criteria voor ecologisch duurzame activiteiten en is voor de EU een groot hulpmiddel bij het opschalen van duurzame investeringen door kapitaalstromen om te buigen naar duurzame economische activiteiten. Ze maakt deel uit van het actieplan om de Europese Green Deal-doelstellingen te halen en de EU tegen 2050 klimaatneutraal te maken.
Een economische activiteit moet aan vier voorwaarden voldoen om als ecologisch duurzaam te worden aangemerkt:
Beschouwd worden als een economische activiteit die in aanmerking komt voor de taxonomie, d.w.z. de activiteit is opgenomen in de Gedelegeerde Verordening, met inbegrip van de bijlagen.
Voldoen aan de technische screeningscriteria ('TSC') door bij te dragen aan een of meer van de zes milieudoelstellingen, zoals gedefinieerd in de Gedelegeerde Verordening Klimaat (EU 2021/2178 en EU 2023/2485) en de Gedelegeerde Verordening Milieu (EU 2023/2486).
De mitigatie van klimaatverandering
De adaptatie aan klimaatverandering
Het duurzaam gebruik en de bescherming van water en mariene hulpbronnen
De transitie naar een circulaire economie
De preventie en bestrijding van verontreiniging
De bescherming en het herstel van de biodiversiteit en ecosystemen
Geen ernstige afbreuk doen aan een van de andere milieudoelstellingen ('DNSH': do no significant harm);
Voldoen aan de minimumgaranties zoals uiteengezet in de Taxonomieverordening ('MS': minimum safeguards).
Een economische activiteit komt in aanmerking voor de taxonomie als de activiteit is opgenomen in de Gedelegeerde Verordening. Een in aanmerking komende activiteit wordt beschouwd als ecologische duurzaam (op taxonomie afgestemd) als ze ook voldoet aan de technische screeningscriteria, geen afbreuk doet aan de andere vijf milieudoelstellingen en voldoet aan de minimumgaranties.
Bedrijven moeten, in overeenstemming met de Taxonomieverordening, overgaan tot bekendmaking van het aandeel van de omzet, CapEx en OpEx dat verband houdt met in aanmerking komende en afgestemde economische activiteiten.
In 2025 publiceerde de Europese Unie een nieuwe Gedelegeerde Verordening (Gedelegeerde Verordening (EU) 2026/73 van de Commissie), die materialiteitsdrempels introduceert en de rapportering over de EU-taxonomie vereenvoudigt. We hebben ervoor gekozen om deze nieuwe wetgeving reeds toe te passen voor onze taxonomie-toelichtingen over het boekjaar 2025. Als onderdeel van onze beoordeling hebben we de materialiteitsdrempel toegepast en onze taxonomie-KPI's weergegeven in de vereenvoudigde tabellen.
Op basis van onze activiteiten als wereldwijde toonaangevende aanbieder van innovatiediensten voor speciale chemicaliën en voedingsingrediënten hebben we alle voor de taxonomie in aanmerking komende economische activiteiten onderzocht die worden opgesomd in de Gedelegeerde Verordening Klimaat en de Gedelegeerde Verordening Milieu. Na een diepgaande analyse en toetsing van alle afdelingen en functies van de Groep zijn we tot de conclusie gekomen dat onze economische kernactiviteiten niet vallen onder de Gedelegeerde Verordeningen. Bijgevolg komen ze niet in aanmerking voor de taxonomie en zijn ze evenmin afgestemd op de taxonomie. Dit is in overeenstemming met het asset-light distributiemodel van Azelis (bv. geen chemische productieactiviteiten), met als gevolg beperkte in aanmerking komende activiteiten die deel uitmaken van de Europese Green Deal-doelstellingen. Het aandeel van de voor de taxonomie in aanmerking komende omzet in een van de zes milieudoelstellingen is dan ook 0%. Bijgevolg komen de desbetreffende investeringsuitgaven en operationele uitgaven ook voor 0% in aanmerking.
Azelis is evenmin actief in de nucleaire sector of de sector van fossiele brandstoffen.
De te rapporteren investeringsuitgaven (CapEx) moeten ook CapEx omvatten die voldoen aan de criteria die zijn opgenomen in deel 1.1.2 van de Gedelegeerde Verordening:
Ze hebben betrekking op activa of processen die verband houden met voor de taxonomie in aanmerking komende activiteiten;
Ze maken deel uit van een (CapEx-)plan om voor de taxonomie in aanmerking komende activiteiten uit te breiden of om activiteiten in staat te stellen om afgestemd te worden op de taxonomie; en
Ze hebben betrekking op de aankoop van output van op de taxonomie afgestemde economische activiteiten en individuele maatregelen waardoor de doelactiviteiten koolstofarm worden of broeikasgasreducties opleveren, op voorwaarde dat dergelijke maatregelen binnen 18 maanden worden geïmplementeerd en operationeel zijn;
De te rapporteren operationele uitgaven (OpEx) moeten ook OpEx omvatten die voldoen aan de criteria die zijn opgenomen in deel 1.1.3 van de Gedelegeerde Verordening:
Ze hebben betrekking op activa of processen die verband houden met op de taxonomie afgestemde economische activiteiten, met inbegrip van training en andere aanpassingsbehoeften van de menselijke hulpbronnen, en directe niet-geactiveerde kosten die onderzoek en ontwikkeling vertegenwoordigen;
Ze zijn onderdeel van het CapEx-plan om op de taxonomie afgestemde economische activiteiten uit te breiden of om voor de taxonomie in aanmerking komende economische activiteiten af te stemmen op de taxonomie; en
Ze hebben betrekking op de aankoop van output van op de taxonomie afgestemde economische activiteiten en individuele maatregelen waardoor de doelactiviteiten koolstofarm worden of broeikasgasreducties opleveren, op voorwaarde dat dergelijke maatregelen binnen 18 maanden worden geïmplementeerd en operationeel zijn.
We identificeerden materiële aankopen van output van de volgende in aanmerking komende economische activiteiten waarvoor we een verdere beoordeling hebben uitgevoerd volgens de EU-taxonomie.
| Economische activiteit | Beschrijving |
|---|
| 6.5 Vervoer met motorfietsen, personenauto’s en lichte bedrijfsvoertuigen | Uitgaven in verband met het leasen en huren van het wagenpark, inclusief wagens bedoeld voor gebruik door werknemers, en in sommige gevallen kleine bedrijfsvoertuigen. |
| 7.2 Renovatie van bestaande gebouwen | Renovatiewerken en verbeteringen aan geleasede activa om verouderde aspecten van gebouwen te veranderen en de energieprestaties te verbeteren. |
| 7.7 Verwerving en eigendom van gebouwen | De economische activiteit omvat zowel de aankoop van nieuwe gebouwen als het aangaan van nieuwe leaseovereenkomsten voor gebouwen (Activa met gebruiksrecht, ofwel RoU). Hoewel RoU technisch gezien niet kan worden beschouwd als het bezitten van een gebouw, wordt het beschouwd als CapEx die in aanmerking komt voor de taxonomie, zoals uiteengezet in de CapEx-definitie van de EU-taxonomie. |
Het aandeel van voor de taxonomie in aanmerking komende economische activiteiten in de totale omzet van Azelis (of: netto-omzet) is het deel van de omzet uit producten en diensten die verband houden met voor de taxonomie in aanmerking komende economische activiteiten (teller) gedeeld door de totale omzet (noemer).
De noemer is gebaseerd op de geconsolideerde omzet van de Groep, in overeenstemming met IAS 1.82(a), zoals vermeld in toelichting 8 Omzet van de geconsolideerde jaarrekening volgens IFRS.
Zoals eerder toegelicht heeft Azelis geen omzet genererende voor de taxonomie in aanmerking komende activiteiten geïdentificeerd. Het aandeel van voor de taxonomie in aanmerking komende economische activiteiten in onze totale omzet is dan ook 0% voor het jaar eindigend op 31 december 2025 (2024: 0%).
De KPI wordt gedefinieerd als de voor taxonomie in aanmerking komende CapEx (teller) gedeeld door de totale CapEx (noemer).
De noemer wordt bepaald door alle uit toevoegingen aan immateriële (exclusief goodwill) en materiële (inclusief gebruiksrechten) activa vóór waardeverminderingen, afschrijving en eventuele herwaarderingen, met inbegrip van toevoegingen als gevolg van bedrijfscombinaties (tegen reële waarde op de overnamedatum). De noemer omvat toevoegingen van materiële activa (IAS 16), immateriële activa (IAS 38) en met een gebruiksrecht overeenstemmende activa (IFRS 16). De totale CapEx (noemer) kunnen worden aangesloten met de cijfers die worden toegelicht in toelichting 14, Immateriële activa, en toelichting 15, Materiële activa.
In aanmerking komende CapEx als aankopen van output van taxonomie-activiteiten hebben voornamelijk betrekking op nieuwe leaseovereenkomsten voor voertuigen en gebouwen, renovaties van bestaande gebouwen en installaties, onderhoud of reparatie van energie-efficiënte uitrusting, of technologieën voor hernieuwbare energie.
De CapEx van Azelis in absolute cijfers zijn beperkt gezien haar asset-light distributiemodel. Voor de periode eindigend op 31 december 2025 zijn de toevoegingen (zonder rekening te houden met toevoegingen aan goodwill en uit bedrijfscombinaties): € 16,9 miljoen immateriële activa, € 9,4 miljoen materiële vaste activa en € 22,6 activa met een gebruiksrecht – het grootste deel daarvan betreft langetermijn leaseovereenkomsten van magazijnen. Azelis volgt de bredere definitie van CapEx onder de EU-taxonomieverordening, terwijl het aangaan van nieuwe huurovereenkomsten voor vastgoed (waardoor de activa met een gebruiksrecht dienovereenkomstig toenemen) technisch gezien misschien niet wordt beschouwd als het verwerven of bezitten van een gebouw. Voor de periode eindigend op 31 december 2025 wordt 40,6% van de CapEx van Azelis beschouwd als in aanmerking komend volgens de definitie van de EU-taxonomie (2024: 41,5%).
De KPI voor operationele uitgaven (OpEx-KPI) wordt gedefinieerd als de voor taxonomie in aanmerking komende OpEx (teller) gedeeld door de totale OpEx (noemer).
De noemer bestaat uit de directe niet-geactiveerde kosten die betrekking hebben op onderzoek en ontwikkeling, maatregelen voor de renovatie van gebouwen, kortlopende overeenkomsten voor lease, onderhoud en reparatie, en alle andere directe uitgaven in verband met het dagelijkse onderhoud van materiële vaste activa door de Vennootschap of door derden die noodzakelijk zijn om de continue en doeltreffende werking van deze activa te garanderen. Deze kosten zijn grotendeels opgenomen in toelichting 11 Externe diensten en overige uitgaven van geconsolideerde jaarrekening volgens IFRS.
In aanmerking komende OpEx als aankopen van output van taxonomie-activiteiten hebben voornamelijk betrekking op uitgaven voor onderhoud en reparatie of kortlopende lease-uitgaven.
Op basis van deze historische beoordelingen en de uitkomst van de beoordeling van het lopende jaar hebben we geconcludeerd dat de OpEx niet van materieel is voor ons bedrijfsmodel (met name een asset-light bedrijfsmodel). Daarom zullen we vanaf 2025 geen voor de taxonomie in aanmerking komende noch op de taxonomie afgestemde OpEx meer rapporteren.
De eerste en de tweede voorwaarde van de afstemmingsbeoordeling zijn dat een economische activiteit substantieel bijdraagt aan een van de zes milieudoelstellingen en voldoet aan de technische screeningscriteria ('TSC') zoals uiteengezet in de Gedelegeerde Verordeningen.
Azelis identificeerde economische activiteiten die verband houden met CapEx en die in aanmerking komen voor de doelstelling van mitigatie van de klimaatverandering. We identificeerden ook economische activiteiten in verband met de renovatie van bestaande gebouwen die in aanmerking komen voor de doelstellingen inzake mitigatie van de klimaatverandering en circulaire economie. In overeenstemming met de Gedelegeerde Verordening Milieu (EU 2023/2486) moeten niet-financiële ondernemingen, indien een economische activiteit substantieel bijdraagt aan meerdere milieudoelstellingen, vetgedrukt aangeven welke milieudoelstelling het meest relevant is om de KPI's te berekenen, waarbij dubbeltelling moet worden vermeden. Op basis van een grondige toetsing om dubbeltelling te vermijden zijn alle in aanmerking komende activiteiten het meest relevant voor de doelstelling inzake mitigatie van de klimaatverandering.
Na de beoordeling van de criteria voor een substantiële bijdrage voor haar relevante in aanmerking komende economische activiteiten, beschreven in de bovenstaande tabel, blijkt 0% van deze in aanmerking komende activiteiten afgestemd volgens de toepasselijke taxonomievereisten. Dit komt vooral omdat het bedrijfsmodel van Azelis gericht is op de distributie van speciale chemicaliën en dus asset-light is. Daarom hebben de meeste van onze in aanmerking komende activiteiten betrekking op het huren of leasen van gebouwen van verhuurders en het huren of leasen van bedrijfswagens van leasemaatschappijen die (nog) geen (volledige) transparantie bieden over de afstemming op de taxonomievereisten. Dit kan worden beïnvloed door leveranciers die niet binnen het toepassingsgebied van de EU-taxonomie vallen, zowel qua omvang als qua regio, met name Americas en APAC.
De derde voorwaarde vereist dat de onderneming aantoont dat een economische activiteit geen ernstige afbreuk doet ('DNSH') aan de andere vijf milieudoelstellingen. Azelis heeft de DNSH-criteria beoordeeld voor haar relevante in aanmerking komende activiteiten. Ook al worden ze belangrijk geacht voor de doelstellingen van Azelis, toch is de beschikbare mate van detail niet toereikend of betrouwbaar genoeg om een consistente beoordeling te maken. Daarom wordt 0% van de in aanmerking komende activiteiten beschouwd als afgestemd op basis van dit criterium.
De laatste voorwaarde is het uitvoeren van een beoordeling van de naleving van de minimumgaranties (Minimum Safeguards of 'MS'). Deze garanties verwijzen naar een reeks sociale en governancecriteria om ervoor te zorgen dat bedrijven zich houden aan internationale richtlijnen op het gebied van mensenrechten en bedrijfsethiek (d.w.z. corruptie, belasting en eerlijke concurrentie), zoals de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen en de leidende beginselen van de VN inzake bedrijfsleven en mensenrechten, met inbegrip van de fundamentele verdragen van de Internationale Arbeidsorganisatie ('ILO') en het Internationaal Statuut van de Rechten van de Mens. Zie Mensen- en arbeidsrechten, Werknemers in de waardeketen en het hoofdstuk G1 Zakelijk gedrag. In 2025 waren er geen gemelde gevallen van ernstige schendingen van mensenrechten en geen materiële inbreuken op de wet- en regelgeving in de landen waar we actief zijn.
Zie de bijlagen (bijlage D: EU Taxonomie samenvatting en bijlage E: CapEx KPI) voor de openbaarmaking van de EU-taxonomietabellen.
E1 Klimaatverandering
Impacts, risico's en kansen
| DMA-thema | Subthema | IRO-type | Beschrijving van IRO | Tijdhorizon | Plaats in de waardeketen |
|---|
| Klimaatverandering en energie | Klimaatmitigatie | Daadwerkelijke impact | Negatieve impact op het milieu en de maatschappij als gevolg van de uitstoot van broeikasgassen (BKG) door Azelis' eigen activiteiten en activiteiten in de hele waardeketen, die bijdragen aan de opwarming van de aarde en een negatieve invloed uitoefenen op de volksgezondheid en de natuurlijke omgeving. | Kort Middellang Lang | Upstream Eigen activiteiten Downstream |
| Klimaatverandering en energie | Klimaatmitigatie | Daadwerkelijke impact | Positieve impact door in gesprek te gaan met principalen en leveranciers over producten met een lagere koolstofvoetafdruk en doelstellingen voor emissiereductie. | Kort Middellang Lang | Upstream |
| Klimaatverandering en energie | Energie | Daadwerkelijke impact | Positieve impact op klimaatverandering door meer hernieuwbare energie te gebruiken in het totale energieverbruik van Azelis. | Kort Middellang Lang | Eigen activiteiten |
| Klimaatverandering en energie | Energie | Transitierisico | Technologierisico van stijgende kosten voor fossiele brandstoffen en energie met gevolgen voor de kosten en de winstgevendheid. | Middellang Lang | Upstream Eigen activiteiten |
| Klimaatverandering en energie | Energie | Transitiekans | Technologiekans om de energie-efficiëntie te verbeteren door het aandeel van hernieuwbare energie in de totale energiemix van Azelis te vergroten. | Kort Middellang Lang | Eigen activiteiten |
| Klimaatverandering en energie | Klimaatmitigatie | Transitierisico | Beleids- en juridisch transitierisico van decarbonisatieregelgeving en openbaarmakingsvereisten: Bedrijven moeten voldoen aan strengere regelgeving op het gebied van decarbonisatie (incl. de CSRD), het verkleinen van hun koolstofvoetafdruk en transparante rapportering. Er is nood aan een klimaattransitieplan en doelstellingen die zijn afgestemd op het 1,5 °C scenario. Verschillen in lokale wetgeving maken de zaken nog ingewikkelder voor multinationals zoals Azelis. Niet-naleving kan leiden tot sancties en boetes, hogere kosten (inclusief koolstofheffingen) en verminderde toegang tot kapitaal. | Middellang Lang | Eigen activiteiten |
| Klimaatverandering en energie | Klimaatmitigatie | Transitierisico | Beleids- en juridisch transitierisico van een verlaging van ESG-gerelateerde externe ratings. Nu ESG steeds belangrijker wordt in zakelijke partnerschappen, dienen externe ratingscores als benchmark voor dergelijke prestaties. Lagere scores kunnen stakeholders wijzen op een gebrek aan inzet voor duurzame praktijken. De gevolgen zijn o.a. mogelijk verlies van mandaten en klanten, verminderde toegang tot kapitaal, reputatieschade en het aantrekken van talent. | Middellang Lang | Eigen activiteiten |
| Klimaatverandering en energie | Klimaatmitigatie | Transitierisico | Transitierisico op technologisch vlak in verband met de decarbonisatie van producten en de supply chain. De verschuiving naar milieuvriendelijke, niet op fossiele brandstoffen gebaseerde producten vereist O&O, een overgang naar principalen en leveranciers die deze alternatieven bieden en de uitdaging om nieuwe technologieën te integreren zonder de kwaliteit of veiligheid in gevaar te brengen. Gevolgen zijn o.a. risico's in het onvermogen om te voldoen aan een veranderende marktvraag, de verbetering van de positie van concurrenten, niet-naleving van regelgeving en hogere kosten. | Middellang Lang | Upstream Eigen activiteiten |
| Klimaatverandering en energie | Klimaatmitigatie | Transitiekans | Transitiekans op het vlak van producten & diensten: een voortrekkersrol spelen op het vlak van duurzame oplossingen inzake chemicaliën. Geavanceerde duurzame producten ontwikkelen die de impact op het milieu verminderen en tegemoetkomen aan de toenemende vraag naar groene alternatieven in de sectoren waar Azelis actief is. Verschuiving naar producten op biologische basis in plaats van producten op basis van fossiele brandstoffen en diensten met toegevoegde waarde aanbieden die klanten helpen hun duurzaamheidsdoelen te halen en concurrentievoordeel te behalen, zoals PCF-gegevens. Gevolgen zijn o.a. premium prijzen en concurrentievoordeel op duurzame oplossingen, toegang tot nieuwe markten, een verbeterde merkreputatie, beperking van transitierisico's door te kunnen voldoen aan structurele verschuivingen in de vraag als gevolg van duurzaamheidstrends en veranderingen in de concurrentiepositioneringen als reactie op de klimaatverandering. | Middellang Lang | Upstream Eigen activiteiten Downstream |
| Klimaatverandering en energie | Klimaatmitigatie | Transitiekans | Transitiekans wat de markt betreft: concurrentievoordeel behalen door strategische partnerschappen en fusies en overnames. Het vormen van strategische partnerschappen (bv. sectorfederaties, principalen) op het gebied van duurzaamheid leidt tot samenwerkingsvoordelen, opent mogelijkheden voor innovatie in schone technologie en gezamenlijk onderzoek dat de sector vooruit kan helpen. Strategische overname van of fusie met bedrijven om duurzaamheidspraktijken te verbeteren, marktaandeel te vergroten en innovatieve technologieën te integreren. Kansen om bedrijfsactiviteiten te elektrificeren, partnerschappen met leveranciers te versterken door middel van klimaatcriteria en over te stappen op een duurzamere transportwijze en portfolio. De gevolgen zijn o.a. toegang tot nieuwe omzetstromen en markten, het aantrekken van talent en een versterkte bedrijfsreputatie. | Middellang Lang | Upstream Eigen activiteiten Downstream |
Beoordeling van het klimaatrisico
De klimaatrisico-analyse (CRA) is bedoeld om inzicht te krijgen in de verschillende fysieke en transitierisico's en -kansen (risks & opportunities of 'R&O's') waar Azelis in de toekomst mee te maken zou kunnen krijgen, rekening houdend met verschillende klimaatscenario's en tijdshorizonten. Een dergelijke beoordeling biedt een holistische kijk op de potentiële risico's die een bedreiging kunnen vormen voor de activa en bedrijfsactiviteiten van Azelis. Onze aanpak bestond uit de identificatie van R&O's door middel van een consultatieronde met de belangrijkste interne stakeholders (waarbij alle bedrijfsactiviteiten en regio's werden bestreken), gevolgd door een kwalitatieve evaluatie om de belangrijkste R&O's voor het bedrijf te identificeren.
De CRA omvat de beoordeling van onze eigen activiteiten, en ook van onze upstream en downstream waardeketen. R&O's in verband met transitie (zoals wijzigingen in de regelgeving) hebben betrekking op alle bedrijfsactiviteiten en activa van Azelis in alle marktsegmenten en regio's, terwijl fysieke risico's (zoals extreme weersomstandigheden) betrekking hebben op de belangrijkste activa onder de operationele controle van Azelis (magazijnen, laboratoria, kantoren en blending-units). De belangrijkste activa die in aanmerking komen voor de beoordeling, worden geselecteerd op basis van het type operationeel activum (blending sites zijn moeilijker te herschikken dan kantoren), het aandeel van elk activum in de omzet en de blootstelling aan fysieke risico's in verband met de geografische locatie. De beoordeling bestrijkt 100% van de sites met productie-/blendingfaciliteiten in 2024. In 2025 waren er geen materiële veranderingen in de activiteiten van Azelis of de geografische gebieden waar we actief zijn. De CRA 2024 weerspiegelt dus nog steeds de belangrijkste risico's die verbonden zijn aan onze eigen activiteiten en waardeketen. Een volgende herzieningscyclus is gepland voor 2026.
Als onderdeel van onze DMA identificeren en beoordelen we klimaatgerelateerde IRO's in onze eigen activiteiten en in onze waardeketen. De uitstoot van broeikasgassen werd daarbij geïdentificeerd als de belangrijkste impact. We beoordelen voortdurend Scope 1-, 2- en 3-broeikasgasemissiebronnen om de locaties van de effecten op klimaatverandering in onze eigen activiteiten en waardeketen te identificeren. Zie voor de bruto Scope 1-, 2-, 3-emissies en de totale broeikasgasemissies tabel ESRS E1-6.
| Scenario | 2100 opwarming | Beschrijving |
|---|
| SSP 1-2.6 (Best-case scenario) | +1.8°C | Het scenario ondersteunt de doelstelling van het Akkoord van Parijs en blijft tegelijkertijd realistisch, met 1,7°C in 2050 als drempel (klimaatscenario in lijn met het beperken van de opwarming van de aarde tot 1,5°C met geen of beperkte overschrijding). Dit scenario houdt in dat de wereldwijde CO2-uitstoot sterk wordt gereduceerd, tot nul na 2050. Het suggereert relatief lage uitdagingen bij de aanpassing aan de gevolgen van klimaatverandering, door middel van effectieve aanpassingsmaatregelen, veerkrachtige infrastructuur en succesvol beheer van klimaatgerelateerde risico's, met de nadruk op hernieuwbare energie, efficiënt gebruik van grondstoffen en duurzaam land- en waterbeheer. De consumptie is gericht op een lagere grondstoffen- en energie-intensiteit, waarbij een veel groter aandeel van energie uit hernieuwbare bronnen wordt verwacht, met een zekere mate van elektrificatie van het huidige eindgebruik van fossiele brandstoffen. Dit sluit aan bij de duurzaamheidsambities van Azelis, die niet alleen gericht zijn op energie-efficiëntie, maar ook op elektrificatie en het gebruik van hernieuwbare energie binnen onze activiteiten. Voor meer informatie verwijzen we naar onze E1 (transitieplan) toelichtingen. |
| SSP 5-8.5 (Worst-case scenario) | +4.4°C | Het slechtst denkbare scenario om de doelstellingen van het Akkoord van Parijs te halen, dat een echt verschil kan aantonen in de projecties van klimaatgegevens. Dit scenario houdt in dat de huidige CO2-emissieniveaus ruwweg verdubbelen tegen 2050. De wereldeconomie groeit snel, maar deze groei wordt gevoed door de exploitatie van fossiele brandstoffen en energie-intensieve levensstijlen. |
Azelis maakte voor de beoordeling gebruik van de scenarioanalyse op basis van de Shared Socio-Economic Pathways (SSP's), zoals verstrekt door het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) in het zesde assessmentrapport (AR6). Voor de CRA van Azelis werden twee scenario's geselecteerd: het SSP1-2.6 scenario en het SSP5-8.5 scenario.
R&O's in verband met het klimaat worden beschouwd over drie tijdshorizonten:
Korte termijn: de periode die Azelis gebruikt als de jaarlijkse verslagperiode in haar jaarrekening. Er werd gekozen voor het jaar 2025.
Middellange termijn: Er werd gekozen voor 2030, aansluitend bij ons duurzaamheidsstrategieprogramma Impact 2030.
Lange termijn: 2050 wordt gehanteerd als het streefjaar op lange termijn, in lijn met het Akkoord van Parijs inzake volledige klimaatneutraliteit.
Om de materiële fysieke en transitiegerelateerde R&O's binnen elke tijdhorizon en elk klimaatscenario te identificeren, is de impactschaal (risico- en kansniveau) afgestemd op de ERM-methodologie van Azelis. Azelis definieerde een lange lijst van mogelijke R&O's in verband met het klimaat. Deze lijst is verkregen op basis van een benchmarkanalyse van geselecteerde branchegenoten, een waardeketenanalyse en een interne raadpleging van verschillende regionale experts en experts op het gebied van bedrijfsactiviteiten.
Tijdens een workshop (i) beoordeelden we de huidige R&O's (op korte termijn) voor elk geselecteerd scenario en (ii) anticipeerden we op de evolutie van dit risico over de lange, de middellange en de korte termijn voor elk klimaatscenario. Het resultaat van de workshop was een gerangschikte shortlist van fysieke en met de transitie gepaard gaande R&O's, die onze externe consultant gebruikte voor verdere analyse.
Transitie-R&O's werden geïdentificeerd met behulp van het raamwerk van de Taskforce on Climate-related Financial Disclosures (TCFD). Aangezien het SSP1-2.6-scenario wordt gekenmerkt door een robuust duurzaamheidsbeleid en maatschappelijke verschuivingen in de richting van groene praktijken, toonde de kwalitatieve beoordeling gemiddeld een hoger R&O-niveau in dit scenario voor de meeste geïdentificeerde risico's en kansen. Het SSP5-8.5-scenario voorspelt daarentegen transitie-R&O's van een lagere ernstgraad, omdat het anticipeert op een aanhoudende afhankelijkheid van fossiele brandstoffen, een lage betrokkenheid van consumenten bij duurzaamheid en een gebrek aan regelgeving. Deze analyse werd uitgevoerd op de bedrijfsactiviteiten van Azelis, met inbegrip van onze eigen en geleasede activa. Vanwege ons asset-light bedrijfsmodel (bijvoorbeeld beperkte locked-in emissies) zijn de transitie-R&O's relevanter voor de bedrijfsactiviteiten dan voor de activa zelf. Het bijgevoegde schema illustreert het resultaat voor de meest materiële transitie-R&O's.
Azelis zal afstemming op cruciale klimaatgerelateerde aannames in de jaarrekening aantonen zodra E1-9-toelichtingen zijn opgenomen.
Het SSP5-8.5-scenario levert de meest substantiële klimaatgevaren op. De data over de blootstelling van activa zijn afkomstig van het IPCC, wat waarborgde dat de meest recente wetenschappelijke datasets werden gehanteerd. De analyse heeft betrekking op de belangrijkste activa onder de operationele controle van Azelis, voor zowel chronische als acute fysieke klimaatrisico's. Deze aanpak beoordeelt de blootstelling van onze bedrijfsmiddelen en activiteiten aan fysieke risico's, rekening houdend met de waarschijnlijkheid dat een risico zich voordoet, de omvang en de duur ervan, evenals de geografische coördinaten van de beoordeelde sites. Onderstaand schema illustreert de uitkomst van de analyse voor de meest materiële fysieke risico's. Alle fysieke risico's die binnen de reikwijdte van de beoordeling vallen, worden in het overzicht op de volgende pagina weergegeven.
Uit de analyse bleek dat zes activa in eigendom en zeven geleasede activa, verspreid over onze regio's, zijn blootgesteld aan fysieke klimaatrisico's. Gezien de gedecentraliseerde bedrijfsstructuur van Azelis en een robuust wereldwijd netwerk van magazijnen, wordt het potentiële bedrijfsgevolg van dit risico echter beperkt en niet materieel geacht voor de drie tijdshorizonten.
De CRA, uitgevoerd in 2024, diende als instrument om de veerkracht van onze strategie en ons bedrijfsmodel met betrekking tot klimaatverandering te evalueren. Door een CRA uit te voeren en te gebruiken als veerkrachtanalyse, kunnen we beter onze weg vinden in het onzekere landschap dat gepaard gaat met de klimaatverandering. Dit zorgt ervoor dat onze strategie en ons bedrijfsmodel robuust en aanpasbaar zijn, op basis van de volgende mijlpalen:
Risico's en kansen identificeren: Deze evaluatie heeft ons meer inzicht gegeven in onze kwetsbaarheden en verbeterpunten.
Scenario-analyse: Verschillende klimaatscenario's kunnen een impact uitoefenen op onze activiteiten, supply chains en markten waar we actief zijn. Dankzij deze vooruitziende blik kunnen we robuuste strategieën uitwerken die bestand zijn tegen een reeks mogelijke uitkomsten.
Strategische integratie: De verkregen inzichten werden geïntegreerd in onze algemeen duurzaamheidsprogramma Impact 2030. Zo willen we geïdentificeerde risico's beperken en kansen benutten.
Verbeterde besluitvorming: Dankzij een duidelijk inzicht in onze klimaatrisico's kunnen we weloverwogen beslissingen nemen die zorgen voor meer veerkracht op de lange termijn. Dit omvat het stellen van doelen voor het terugdringen van emissies en meer aandacht voor de duurzaamheid van onze portfolio van producten en principalen.
Vertrouwen van de stakeholders: Door blijk te geven van een proactieve aanpak van klimaatrisico's kunnen we vertrouwen opbouwen bij investeerders, klanten, principalen en andere stakeholders.
Een gedetailleerd adaptatieplan is momenteel niet van toepassing op Azelis, aangezien uit de CRA bleek dat Azelis niet is blootgesteld aan belangrijke fysieke risico's. We blijven toezien op onze nieuwe en bestaande activa in de volgende beoordelingscycli.
Voor de transitie-R&O's, wijzen de resultaten op materiële onderwerpen die moeten worden overwogen in scenario SSP 1-2.6. Zie onze duurzaamheidsverklaring voor E1 klimaatverandering en S4 consumenten en eindgebruikers om een eerste beeld te krijgen van onze strategie en geplande mitigatiemaatregelen met betrekking tot onze belangrijke R&O's. Onze doelstellingen inzake klimaatverandering die zijn opgenomen in ons programma Impact 2030, zijn afgestemd op het SBTi-kader voor de vaststelling van doelstellingen. Dit zal ervoor zorgen dat de onderneming in staat is substantiële emissiereducties te realiseren, toegang tot financiering tegen betaalbare kapitaalkosten te behouden, hoog te blijven scoren op ESG-ranglijsten en te voldoen aan een strengere regelgeving voor een koolstofarme economie over de drie tijdshorizonten. Daarnaast zal Impact 2030 nog meer de aandacht vestigen op een duurzamer assortiment van producten, principalen, leveranciers en diensten.
Decarbonisatie van eigen activiteiten en de waardeketen: ons transitieplan toegelicht
Bij Azelis is het onze visie om onze rol als aanbieder van diensten op het gebied van speciale chemicaliën te vervullen door de duurzaamheidsambities van onze klanten en principalen te ondersteunen en om te zetten in duurzame en innovatieve oplossingen. Deze ambities sterken ons in onze vastberadenheid om onafgebroken te blijven werken aan de verlaging van de milieu-impact van onze eigen activiteiten, maar ook in onze hele waardeketen, om zo toe te werken naar een koolstofvrije chemische industrie.
Ons klimaattransitieplan, verankerd in het Impact 2030-duurzaamheidskader, is ontworpen om het bedrijfsmodel van Azelis op één lijn te brengen met het Akkoord van Parijs en de EU-doelstelling van klimaatneutraliteit tegen 2050. We focussen niet enkel op energie-efficiëntie, elektrificatie en het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen binnen onze activiteiten, maar gaan ook de dialoog aan met onze principalen en leveranciers over producten met een lagere koolstofvoetafdruk en de inzet van de supply chain in lijn met het SBTi. Op die manier dragen we actief bij aan een defossilisatie van de globale economie die aansluit op de doelstellingen van het Akkoord van Parijs.
Aangezien duurzaamheid een cruciale accelerator is van onze bedrijfsstrategie, koestert Azelis de ambitie om een koploper te blijven op het gebied van duurzaamheid binnen onze sector. Sinds 2021 beschikken wij over koolstofreductiedoelstellingen en binnen ons Impact 2030-duurzaamheidskader hebben wij geactualiseerde kortetermijndoelstellingen voor decarbonisatie ingevoerd, in overeenstemming met ons engagement ten aanzien van het SBTi en het Akkoord van Parijs. In juli 2024 hebben we onze verbintenisbrief ingediend bij het SBTi om onze inspanningen in de aanpak van de wereldwijde klimaatverandering te onderstrepen. In december 2025 hebben we onze kortetermijndoelstellingen ter goedkeuring voorgelegd aan de SBTi. In de toekomst willen we wetenschappelijk onderbouwde langetermijndoelstellingen ontwikkelen die verenigbaar zijn met het doel om tegen 2050 volledige klimaatneutraliteit te bereiken (netto-nul), zonder of met een beperkte overschrijding. Het SBTi-raamwerk zal ons helpen bij het beheer van de broeikasgasemissies die verband houden met onze eigen activiteiten en de locked-in broeikasgasemissies in producten in de marktsegmenten die we bedienen, door de ontwikkeling van chemicaliën met een lagere ecologische voetafdruk te stimuleren, als de toepassing dat toelaat. De verwachte relatieve bijdragen van onze verschillende decarbonisatiemaatregelen binnen ons operationele bereik worden weergegeven in de onderstaande grafiek. De belangrijkste Scope 3-decarbonisatiehefbomen zijn koolstofarme producten en de afstemming van leveranciers op het SBTi en het Akkoord van Parijs. Voor meer informatie over de wijze waarop onze doelstellingen worden vastgesteld verwijzen wij naar de rubriek klimaatdoelstellingen. Als gevolg van het asset-light bedrijfsmodel en de gedecentraliseerde bedrijfsstructuur van Azelis worden locked-in emissies niet van toepassing geacht op onze eigen activiteiten.
Ons Impact 2030-duurzaamheidsprogramma vormt samen met onze toezeggingen in het kader van het SBTi een essentieel onderdeel van onze klimaatstrategie. Het zorgt ervoor dat ons klimaattransitieplan wordt verankerd in onze bedrijfsvoering. Het programma en de verbintenissen worden goedgekeurd door onze Raad van Bestuur en het Uitvoerend Comité, en de Stuurgroep Duurzaamheid houdt er toezicht op. Onze vooruitgang in de implementatie van het transitieplan wordt maandelijks gerapporteerd aan de Group CEO en Group CFO. Onze wereldwijde en regionale duurzaamheidsteams ondersteunen de inspanningen, naast de SustainaBizz- en SustainOps-organen, die integraal deel uitmaken van onze bredere governance structuur voor duurzaamheid. Duurzaamheid, met inbegrip van ons klimaattransitieplan, is volledig ingebed in de jaarlijkse begrotingsprocedure. KPI's die cruciaal zijn voor het behalen van onze klimaatdoelstellingen worden opgenomen in de jaarlijkse begrotingscyclus voor duurzaamheid op elk niveau van het bedrijf, naast de financiële planning.
Financiële middelen
Azelis is een wereldwijde distributeur van speciale chemicaliën en daarom komt de omzet die ze genereert met haar kernactiviteiten, niet in aanmerking voor de taxonomie, en is hij er evenmin op afgestemd. Toch brengt Azelis verslag uit over voor de taxonomie in aanmerking komende CapEx.
Onze bijdrage aan in aanmerking komende of afgestemde economische activiteiten is beperkt, aangezien het grootste deel van onze CapEx betrekking heeft op met een gebruiksrecht overeenstemmende activa, wat ons asset-light distributiebedrijfsmodel weerspiegelt. In de toekomst worden geen grote afwijkingen verwacht. Daarom heeft Azelis geen CapEx-plan voor het upgraden van voor de taxonomie in aanmerking komende activiteiten – aangezien ze geen andere voor de taxonomie in aanmerking komende activiteiten heeft dan de activiteiten in verband met aankopen van output van economische activiteiten die voor de taxonomie in aanmerking komen – om ze binnen een periode van vijf jaar af te stemmen op de taxonomie. Zie de rubriek EU-taxonomie, waarin de activiteiten van Azelis die voor de taxonomie in aanmerking komen en de activiteiten die op de taxonomie zijn afgestemd, worden bekendgemaakt (inclusief een verwijzing naar de jaarrekening). Los van de taxonomie-definities en rapportageregels blijven wij toegewijd aan de uitvoering van ons duurzaamheidsprogramma, dat ook deel uitmaakt van onze financiële planning. Zo zijn onze absolute koolstofreductiedoelstellingen erop gericht verdere duurzame kapitaaluitgaven te ondersteunen die de emissies verlagen via afgebakende reductieprojecten en -acties, zoals verderop in deze verklaring wordt uiteengezet.
Azelis heeft ook geen economische activiteiten die verband houden met steenkool, olie of gas. Er zijn dan ook geen significante kapitaalinvesteringen gedaan in dergelijke activiteiten gedurende de periode. Azelis valt evenmin onder de uitsluiting voor de EU-benchmarks die zijn afgestemd op het Akkoord van Parijs, zoals uiteengezet in de artikelen 12.1 (d) tot (g) 53 en 12.2 van de Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1818 van de Commissie (verordening wat betreft minimumnormen voor klimaattransitiebenchmarks).
Onze beleidslijnen voor klimaatmitigatie en -adaptatie
Azelis wil niet alleen de broeikasgasemissies meten en bijhouden, maar ook actief werken aan de vermindering ervan. We volgen verschillende beleidsregels en procedures om onze verbintenissen kracht bij te zetten.
Het milieuprogramma van Azelis en de beleidslijnen worden beheerd door het team Duurzaamheid & SHEQ onder toezicht van de Group Sustainability Director en de Group SHEQ Director.
Overal waar we actief zijn, ondersteunen regionale duurzaamheidsmanagers de uitvoering van initiatieven om de uitstoot terug te dringen en helpen zij toe te zien op naleving van onze beleidslijnen en de toepasselijke wet- en regelgeving. Ze ondersteunen ook onze M&A-integratieprocessen en ons beleid voor duurzaamheid en sustainable procurement. Daarnaast ontwikkelen SHEQ-teams op lokaal en op Groepsniveau onze milieubeheersystemen. Het is de gezamenlijke verantwoordelijkheid van de hr-teams en de afdeling Compliance om de naleving van de wet- en regelgeving, inclusief onze Gedragscode, te waarborgen.
Ons duurzaamheidsbeleid omvat aspecten met betrekking tot het meten, analyseren en verminderen van onze koolstofvoetafdruk door energie-efficiëntiemaatregelen op te nemen, het gebruik van hernieuwbare energie in onze activiteiten te bevorderen en samen met onze principalen te werken aan producten met een kleinere koolstofvoetafdruk, in overeenstemming met onze verbintenissen voor mitigatie van de klimaatverandering. Het beleid richt zich in mindere mate ook op onderwerpen als afval, biodiversiteit en verontreiniging, in overeenstemming met ons DMA-resultaat. Het beleid is rechtstreeks gekoppeld aan de leidende beginselen van Responsible Care® (RC) en Responsible Distribution® (RD) en omvat onze strategische doelstellingen inzake adaptatie aan de klimaatverandering via de beoordeling van klimaatgerelateerde risico's en kansen. Het beleid is te vinden op onze website en is in 2025 bijgewerkt om ons programma Impact 2030 te weerspiegelen, inclusief ons engagement ten aanzien van het SBTi en doelstellingen op het vlak van koolstofreductie, en geldt voor de volledige Groep.
Onze Gedragscode, die beschikbaar is op onze website, beschrijft ons engagement om onze milieuprestaties te verbeteren. Dit omvat emissiereductie, de naleving van alle wettelijke vereisten en het vaststellen van duidelijke milieudoelstellingen en -doelwaarden. De Gedragscode legt ook sterk de nadruk op het vergroten van het bewustzijn bij werknemers via voorlichting en opleiding, zodat iedereen binnen de organisatie wordt aangemoedigd om milieubewuster te handelen.
Ons Groepsbeleid voor Safety, Health & Environment versterkt deze toewijding nog meer. Daarin wordt duidelijk gemaakt dat van werknemers wordt verwacht dat zij rekening houden met de milieu-impact van hun werkzaamheden en, waar mogelijk, bijdragen aan het verminderen van het gebruik van natuurlijke hulpbronnen. Het beleid is beschikbaar op onze website.
We houden ons al jaren aan het RC-programma en het RD-programma, twee vrijwillige initiatieven die gericht zijn op continue verbetering van de prestaties op het gebied van Health, Safety and Environment ('HSE') binnen de wereldwijde chemische industrie. Onze milieustrategie is afgestemd op RC- en RD-programma's van nationale organisaties, die duurzaam gebruik van hulpbronnen stimuleren. Naast de bestaande nationale en regionale programma's rond Responsible Care/Responsible Distribution is Azelis een trotse partner van het programma Global Responsible Distribution van ICTA, gericht op het integreren van duurzaamheid, veiligheid, gezondheid en beveiliging in de gehele waardeketen van distributie van chemicaliën. In 2025 valt 63% van de operationele sites die geëxploiteerd worden door Azelis, onder milieubeheersystemen (RC, RD of ISO 14001).
Wanneer we nieuwe bedrijven overnemen, zoeken we uit hoe we verbeteringen in hun milieuprestaties kunnen ondersteunen als onderdeel van ons 'post merger integration'-programma (PMI-programma). Wanneer de lokale milieu- of duurzaamheidsnormen minder streng zijn dan die van de Azelis Groep, gaan we aan de slag om de overgenomen bedrijven aan onze vereisten te laten voldoen.
Als eerste stap in dit proces integreren we elk overgenomen bedrijf in ons interne milieu-rapporteringssysteem. Dit geeft een duidelijk beeld van hun baseline-prestaties en helpt ons gebieden te identificeren voor klimaatmitigatie en -adaptatie, waaronder mogelijkheden om de energie-efficiëntie te verbeteren, het gebruik van hernieuwbare energie uit te breiden en risico's inzake klimaatadaptatie aan te pakken. Daarna houden we de milieu-effecten van onze overnames net zo nauw in de gaten als hun financiële prestaties, en zorgen we ervoor dat al hun milieugegevens worden meegenomen in onze externe rapportering.
In ons Sustainable procurement beleid leggen we uit wat we van onze principalen en leveranciers verwachten op het gebied van milieubescherming en het verminderen van de koolstofvoetafdruk van hun activiteiten en producten. Aan de hand van onze duediligenceprocedures kunnen we het beleid van onze principalen en leveranciers beoordelen en nagaan in hoeverre ze dat beleid uitvoeren, in overeenstemming met de verbintenissen van Azelis op het vlak van mitigatie van de klimaatverandering en adaptatie eraan. Het beleid is in 2025 bijgewerkt om ons programma Impact 2030 te weerspiegelen. Het is beschikbaar op onze website.
Onze acties in verband met de klimaatverandering
De afgelopen jaren hebben we specifieke maatregelen genomen om onze Scope 1 & 2-uitstoot te verlagen, een zinvolle Scope 3-baseline te creëren en samen te werken met onze supply chain. We zijn daar het afgelopen jaar aan blijven werken. De broeikasgasreducties in verband met de onderstaande acties zijn gebaseerd op de schattingen en maken deel uit van ons SBTi-streefpad naar 2030.
In 2025:
Hebben we onze koolstofreductiedoelstellingen op korte termijn voor alle Scopes ter goedkeuring voorgelegd aan het SBTi, in lijn met het Akkoord van Parijs en als onderdeel van ons Impact 2030-duurzaamheidsprogramma.
Hebben we gewerkt aan de ontwikkeling van een projectpijplijn voor koolstofreductie in onze regio's om onze ambitieuze Scope 1 & 2-doelstelling voor koolstofreductie tegen 2030 te halen.
Hebben we onze Scope 3-methodologie verder verbeterd en daarbij ons basisjaar voor 2022, het vergelijkingsjaar 2024 en het rapportagejaar 2025 berekend aan de hand van gerenommeerde databanken met emissiefactoren voor chemicaliën. We hebben onze activity-based inventaris versterkt, waarbij we afstappen van wereldwijde gemiddelden en overstappen op gedetailleerde en productspecifieke emissiefactoren. Zo kunnen we gerichte actie ondernemen, gebaseerd op feitelijke gegevens, om aan te zetten tot emissiereducties in onze waardeketen.
Hebben we ons systeem voor het beheer van productinformatie verrijkt met gegevens over de klimaatimpact van individuele producten ('Product Carbon Footprint', PCF), die door onze principalen en leveranciers zijn verstrekt. In de toekomst willen we de PCF-informatie integreren in onze Scope 3.1-berekeningen.
Hebben we er nog meer werk van gemaakt om in onze drie regio's groene stroom in te kopen of zelf op te wekken. De extra inspanningen die in 2025 werden geleverd, zullen leiden tot een jaarlijkse Scope 2-emissiereductie van ongeveer 174 ton CO2e. Wereldwijd was het aandeel van hernieuwbare energiebronnen in ons totale elektriciteitsverbruik goed voor 34,7%, vergeleken met 29,5% in 2024.
Hebben we ons bedrijfswagenpark verder geëlektrificeerd. De grootste bijdrage kwam van de vervanging van lpg-hijstoestellen door elektrisch aangedreven hijstoestellen (zie ook de case studies).
Hebben we interne audits uitgevoerd om koolstofreductiemaatregelen te identificeren binnen onze eigen activiteiten, afgestemd op onze SBTi-streefdoelen.
In het kader van ons engagement voor veerkracht op lange termijn beoordelen we voortdurend hoe we onze bedrijfsactiviteiten kunnen optimaliseren met het oog op efficiëntie, innovatie en mitigatie van en adaptatie aan de klimaatverandering. De in 2025 voltooide consolidaties en rationalisaties op de sites zullen een aanhoudende jaarlijkse reductie van ongeveer 1.329 ton CO₂e opleveren, verdeeld over Scope 1- en Scope 2-emissies.
In het kader van ons lidmaatschap van 'Together for Sustainability' hebben we de ontwikkeling en lancering van een industriebrede 'PCF guideline' ('Product Carbon Footprint': klimaatimpact van een individueel product) verder ondersteund. Een gemeenschappelijke PCF-berekeningsmethode zal de transparantie helpen te vergroten en aanzetten tot koolstofreducties in de hele waardeketen.
Blijven we inzetten op de verbetering van onze afvalrapportering en vermijden, waar mogelijk, afvalverwijdering doordat we de recycling van operationeel en productafval bevorderen. We houden onze afvalproductie en -verwerking bij als onderdeel van onze Scope 3-berekeningen.
In het kader van onze jaarlijkse kennistoets over de Gedragscode werden alle werknemers vertrouwd gemaakt met milieubewustzijn, energiebesparing en klimaatactie. Meer details over de dekking van de opleiding (99,8%) zijn te vinden in G1 zakelijk gedrag.
Via onze SustainaBizz- en SustainOps-opzet geven we opleidingen rond milieu en klimaat. We organiseerden ook Impact 2030-sessies in alle regio's om alle werknemers relevante opleidingen te geven over onze milieu- en klimaatstrategie.
Toekomstige acties zijn onder andere:
Overschakelen van fossiele brandstoffen naar schone energiebronnen. Overschakelen op hernieuwbare energie zal een belangrijke rol spelen voor decarbonisatie, door absolute emissies van Scope 1 & 2 te verlagen. We blijven focussen op de elektrificatie van onze activiteiten, de inkoop van elektriciteit uit hernieuwbare bronnen en opwekking ter plaatse wanneer dat mogelijk is.
Bevordering van koolstofarme productieprocessen. Azelis beseft dat locked-in broeikasgasemissies kunnen leiden tot transitierisico's in verband met de decarbonisatie van producten en van de supply chain. We streven ernaar om verder samen te werken met onze leveranciers en principalen om de beschikbaarheid van de ecologische voetafdruk van producten te verhogen en zo de decarbonisatie van onze productportfolio te stimuleren. We blijven verder zoeken naar partnerschappen met onze principalen om producten met een lage uitstoot te promoten.
Materialen en diensten inkopen bij leveranciers met emissie-reductiedoelstellingen. We gaan in gesprek met leveranciers over de SBTi-afstemming van onze ingekochte goederen en diensten.
De toegang tot financiering tegen betaalbare kapitaalkosten blijft belangrijk voor de implementatie van de hierboven vermelde acties en zal van cruciaal belang zijn voor onze lopende investeringen in elektrificatie en de uitrol van hernieuwbare energie. Het behalen van de Scope 1 & 2-doelstellingen wordt ook beïnvloed door de toegang tot koolstofarme energie en infrastructuur om onze bedrijfsactiviteiten te elektrificeren, in combinatie met de afname van de energie-intensiteit van de nationale netten in alle landen waar we actief zijn. Aangezien het grootste deel van de uitstoot van Azelis verband houdt met Scope 3, zal ons vermogen om doelstellingen in lijn met het Akkoord van Parijs te halen gedeeltelijk afhangen van de snelheid waarmee koolstofarme producten beschikbaar worden bij onze principalen en op grote schaal worden overgenomen door klanten in de marktsegmenten waar we actief zijn. Blijvende toegang tot financiering zal ons daarnaast in staat stellen ons te blijven richten op overnames en onze positie te versterken in markten waar koolstofarme productportfolio's kunnen worden uitgebreid, ondersteund door voortdurende innovatie en formulering in onze laboratoria.
Doelen en maatstaven
Onze doelstellingen rond de klimaatverandering
Als onderdeel van de duurzaamheidsverbintenis van de Groep en als antwoord op de verwachtingen van stakeholders hebben we een reeks wetenschappelijk onderbouwde kortetermijndoelstellingen ontwikkeld die alle drie de Scopes bestrijken en die zijn afgestemd op het Akkoord van Parijs en het beleid van Azelis op het gebied van duurzaamheid en sustainable procurement beleid. Het SBTi biedt een sectoroverschrijdend raamwerk en een reeks scenario's voor de hele economie om voor onze activiteiten absolute reductiestreefdoelen te bepalen die aansluiten bij een klimaatveranderingstraject van 1,5 °C. Onze streefdoelen bieden ons een pad voor onze acties op de korte en de middellange termijn om de handen in elkaar te slaan met onze supply chain (Scope 3, ruim onder twee °C), terwijl we tegelijk onze eigen activiteiten koolstofvrij maken (Scope 1 & 2, 1,5 °C). In juli 2024 hebben we onze verbintenisbrief ingediend bij het SBTi. In december 2025 werden onze streefdoelen op de korte termijn, die alle Scopes omvatten, ingediend en we doorlopen nu het SBTi-validatie- en goedkeuringsproces. In een later stadium zijn we ook nog van plan om wetenschappelijk onderbouwde langetermijnstreefdoelen te ontwikkelen die verenigbaar zijn met het doel om tegen 2050 klimaatneutraliteit te bereiken (netto-nul), zonder of met een beperkte overschrijding.
De Scope 1 & 2-doelstelling omvat alle activiteiten onder de operationele controle van Azelis. De Scope 3-doelstellingen strekken zich uit tot onze upstream en downstream waardeketen. De belangrijkste focus ligt op het domein met de grootste impact, categorie 1 (ingekochte goederen en diensten), die 91,2% van onze totale Scope 3-emissies in 2025 vertegenwoordigt, en valt onder onze doelstelling voor leveranciersbetrokkenheid. Onze doelstellingen gelden wereldwijd voor alle markten. Zoals uiteengezet in ons transitieplan hebben we decarbonisatiemaatregelen geïdentificeerd en zullen we nieuwe technologieën toepassen (zoals elektrificatie van het wagenpark, opwekking van hernieuwbare elektriciteit, en koolstofarme producten) om onze doelstellingen te realiseren. Zie het transitieplan voor meer informatie over de bijdragen van de verschillende decarbonisatiemaatregelen.
2022 fungeert als onze representatieve basiswaarde, omdat dit het tweede jaar was waarin we van onze externe commissaris een beperkte mate van zekerheid over emissies van Scope 1 & 2 verkregen en het eerste jaar waarin we van start zijn gegaan met de rapportering over zowel locatiegebaseerde (LB) als marktgebaseerde (MB) Scope 2-emissies. Het stellen van absolute koolstofdoelstellingen is geen sinecure voor een bedrijf als het onze, dat eveneens groeit via talrijke fusies en overnames, aangezien elke overname de omvang van onze activiteiten en de ermee gepaarde uitstoot doet toenemen. Om hier rekening mee te houden, evalueren we elk jaar de basiswaarde en voeren we indien nodig een herberekening van de baseline uit, in overeenstemming met de SBTi-richtlijnen, om ervoor te zorgen dat we onze prestaties op het gebied van decarbonisatie nauwkeurig kunnen volgen. De uitgangswaarde wordt ook opnieuw berekend als er een methodologische verandering optreedt met een wezenlijke invloed op de berekende emissies voor het bedrijf. In 2025 resulteerde de herberekening van de baseline in een toename van 1.155 tCO2e Scope 1 en 2 (MB)-emissies in vergelijking met de baseline die ons vorige jaarverslag werd gepubliceerd. De totale bruto Scope 3-emissies daalden met 1.610.937 tCO2e, voornamelijk door een aanpassing in de methodologie van onze Scope 3.1 berekeningen. Vanwege de wereldwijde reikwijdte van onze doelstellingen wordt de basiswaarde representatief geacht voor wat betreft de invloeden van externe factoren (bv.: de verwachte temperatuurafwijkingen die het energieverbruik voor een bepaald jaar beïnvloeden, zullen uitvlakken in alle landen en regio's waar we actief zijn).
| KPI | Eenheid | Nulmeting (jaar) | 2024 | 2025 | 2025 t.o.v. basisjaar | Doel 2030 |
|---|
Impact 2030 Scope 1 & 2 (ambitie: 1.5 °C) | tCO2e (marktgebaseerd) | 13,889 (2022) | 13.121 | 10.903 | -21,5% | 8,056 (-42%) |
Impact 2030 Scope 3.1 (ambitie: WB2D) | % leveranciers met SBT's, volgens uitgaven | n.t.b | n.t.b | n.t.b | n.t.b | n.t.b |
Impact 2030 Scope 3.2 – 3.15 (ambitie: WB2D) | tCO2e | 484,815 (2022) | 420.665 | 417.558 | -13,9% | 363,611 (-25%) |
Zoals aangegeven in de onderstaande tabel heeft de Groep alleen specifieke doelen gesteld voor broeikasgasemissies. Deze streefdoelen hebben betrekking op de mitigatie van de klimaatverandering en energiegerelateerde IRO's. Er zijn nog geen aparte doelstellingen gedefinieerd voor de materiële klimaatgerelateerde risico's en kansen die we via de CRA hebben geïdentificeerd, omdat we nog bezig zijn met het ontwikkelen van onze aanpak voor het kwantificeren van hun potentiële financiële effecten. We onderzoeken methodes waarmee we deze effecten in de toekomst beter zouden kunnen meten. Dit zal ons in staat stellen om te bepalen of een specifieke doelstelling gepast is en, zo ja, hoe ze moet worden weerspiegeld in ons beleid en onze acties.
We meten onze voortgang op het vlak van klimaatgerelateerde doelstellingen met behulp van maandelijkse managementdashboards. Elk kwartaal wordt een prestatiebeoordeling verricht tijdens de vergadering van de Stuurgroep. De werkelijke broeikasgasemissies voor 2025 en 2024 komen overeen met de verwachtingen voor Scope 1 & 2. De verwezenlijking van onze doelstelling inzake de vermindering van broeikasgasemissies werd hoofdzakelijk in de hand gewerkt door onze inspanningen om onze activiteiten te elektrificeren, in combinatie met efficiëntiewinsten in de bedrijfsvoering en de productie of inkoop van hernieuwbare elektriciteit. In 2025 leverde de overstap van lpg-hijstoestellen naar elektrische hijstoestellen in APAC de belangrijkste bijdrage aan onze bereikte emissiereductie (zie acties met betrekking tot klimaatverandering). Ook voor Scope 3-broeikasgasemissies ligt de Groep op het verwachte traject. We hebben de nodige doelen gesteld en benaderen de waardeketen actief. We zijn van plan om de inspanningen verder te intensiveren zoals beschreven in de onze acties met betrekking tot klimaatverandering-rubriek, met een focus op PCF-gegevens en de SBTi-afstemming van onze principalen en leveranciers. De toegepaste maatstaven betreffen absolute emissies, die voor Scope 1 & 2-broeikasgasemissies worden gemonitord via het milieumanagementsysteem. PCF-gegevens en de SBTi-status van de leveranciers (zullen) worden gebruikt voor Scope 3.1-broeikasgasemissies.
E1-5: Energieverbruik en -mix
| Energieverbruik en energiemix | 2024 | 2025 |
|---|
| (1) | Brandstofverbruik uit kolen en kolenproducten (MWh) | 0 | 0 |
| (2) | Brandstofverbruik uit ruwe olie en petroleumproducten (MWh) | 19.734 | 18.985 |
| (3) | Brandstofverbruik uit aardgas (MWh) | 13.638 | 12.327 |
| (4) | Brandstofverbruik uit andere fossiele bronnen (MWh) | 10.282 | 1.253 |
| (5) | Verbruik ingekochte of verworven elektriciteit, warmte, stoom en koeling uit fossiele bronnen (MWh) | 8.309 | 8.298 |
| (6) | Totaal verbruik fossiele energie (MWh) (berekend als som lijnen 1 t/m 5) | 51.962 | 40.863 |
| | Aandeel fossiele bronnen in totale energieverbruik (%) | 90,9% | 86,6% |
| (7) | Verbruik uit nucleaire bronnen (MWh) | 1.392 | 1.392 |
| | Aandeel verbruik uit nucleaire bronnen in totale energieverbruik (%) | 2,4% | 2,9% |
| (8) | Brandstofverbruik uit hernieuwbare bronnen, incl. biomassa (ook industrieel en gemeentelijk afval van biologische oorsprong, biogas, waterstof uit hernieuwbare bronnen enz.) (MWh) | 0 | 0 |
| (9) | Verbruik ingekochte of verworven elektriciteit, warmte, stoom en koeling uit hernieuwbare bronnen (MWh) | 3.198 | 4.354 |
| (10) | Verbruik zelfopgewekte hernieuwbare energie uit andere bronnen dan brandstof (non-fuel) (MWh) | 605 | 589 |
| | Totaal productie hernieuwbare energie op locatie (MWh) | 954 | 916 |
| (11) | Totaal verbruik hernieuwbare energie (MWh) (berekend als som lijnen 8 t/m 10) | 3.803 | 4.943 |
| | Aandeel hernieuwbare bronnen in totale energieverbruik (%) | 6,7% | 10,5% |
| | Totale energieverbruik (MWh) (berekend als som lijnen 6 en 11) | 57.157 | 47.198 |
| | Totaal energieverbruik van activiteiten in sectoren met een grote klimaatimpact per netto-opbrengst van activiteiten in sectoren met een grote klimaatimpact (MWh/miljoen €) | 13,6 | 11,5 |
Het aandeel van hernieuwbare bronnen in onze totale mix van energieverbruik steeg van 6,7% in 2024 tot 10,5% in 2025. We konden dit percentage verhogen dankzij onze niet-aflatende inspanningen om hernieuwbare elektriciteit in te kopen en (ter plaatse) op te wekken in onze drie regio's, in combinatie met een lager verbruik van fossiele brandstoffen door de elektrificatie van ons wagenpark (zie rubriek onze acties met betrekking tot klimaatverandering).
De elektrificatie van onze activiteiten heeft geleid tot een aanzienlijke daling van het lpg-verbruik in 2025 (zichtbaar onder 'brandstofverbruik uit andere fossiele bronnen'). Tegelijkertijd konden we aan de toegenomen vraag naar elektriciteit voldoen door hernieuwbare energie in te kopen. Elektriciteit, warmte, stoom en koeling uit fossiele bronnen bleven op een constant niveau, terwijl onze inkoop uit hernieuwbare bronnen tussen 2024 en 2025 met 36,1% toenam.
E1-6: Broeikasgasemissies (Scope 1, 2 & 3)
| | Retrospectief | Doel |
|---|
| Overzicht absolute broeikasgasemissies (GHG) per brontype | 2022 (basisjaar) | 2024 | 2025 | % vs. voorgaand jaar | 2030 reductie | 2025 vs. basisjaar |
| Scope 1-emissies | | | | | | |
| Bruto scope 1-emissies (ton CO2-eq) | 8.906 | 9.620 | 7.482 | -22,2% | -42% | -16,0% |
| Percentage scope 1 emissies van gereglementeerde emissiehandelssystemen (%) | 0 | 0 | 0 | Nvt | Nvt | Nvt |
| Scope 2-emissies | | | | | | |
| Bruto locatiegebaseerde scope 2-emissies (ton CO2-eq) | 5.644 | 4.164 | 4.033 | -3,1% | Nvt | -28,5% |
| Bruto marktgebaseerde scope 2-emissies (ton CO2-eq) | 4.983 | 3.501 | 3.421 | -2,3% | -42% | -31,3% |
| Significante scope 3-emissies | | | | | | |
| Totaal bruto indirecte (scope 3) emissies (ton CO2-eq) | 5.435.354 | 4.811.227 | 4.744.242 | -1,4% | Nvt | -12,7% |
| 1. Gekochte goederen en diensten | 4.950.539 | 4.390.562 | 4.326.684 | -1,5% | Nvt | -12,6% |
| 2. Kapitaalgoederen | 16.646 | 10.131 | 14.195 | 40,1% | -25% | -13,9% |
| 3. Brandstof- en energieactiviteiten (niet opgenomen in scope 1 of scope 2) | 3.703 | 3.879 | 3.058 | -21,2% |
| 4. Upstreamvervoer en -distributie | 75.522 | 79.356 | 82.177 | 3,6% |
| 5. Afval geproduceerd bij activiteiten | 1.978 | 4.193 | 2.635 | -37,2% |
| 6. Zakelijk reisverkeer | 3.695 | 4.122 | 4.216 | 2,3% |
| 7. Woon-werkverkeer werknemers | 2.402 | 2.158 | 2.084 | -3,4% |
| 8. Upstream geleasede activa | Nvt | Nvt | Nvt | Nvt |
| 9. Downstreamvervoer | 11.235 | 9.627 | 9.239 | -4,0% |
| 10. Verwerking verkochte producten | Nvt | Nvt | Nvt | Nvt |
| 11. Gebruik verkochte producten | Nvt | Nvt | Nvt | Nvt |
| 12. End-of-life-verwerking verkochte producten | 369.634 | 307.199 | 299.954 | -2,4% |
| 13. Downstream geleasede activa | Nvt | Nvt | Nvt | Nvt |
| 14. Franchises | Nvt | Nvt | Nvt | Nvt |
| 15. Investeringen | Nvt | Nvt | Nvt | Nvt |
| Totale broeikasgasemissies | | | | | | |
| Totale broeikasgasemissies (locatiegebaseerd) (ton CO2-eq) | 5.449.904 | 4.825.011 | 4.755.757 | -1,4% | Nvt | -12,7% |
| Totale broeikasgasemissies (marktgebaseerd) (ton CO2-eq) | 5.449.243 | 4.824.348 | 4.755.145 | -1,4% | Nvt | -12,7% |
De absolute Scope 1-emissies daalden van 2024 tot 2025 (-22,2%), en met -16,0% van het basisjaar 2022 tot het verslagjaar 2025. Deze daling is voornamelijk toe te schrijven aan een lager verbruik van fossiele brandstoffen, dat het resultaat is van elektrificatieprojecten voor het wagenpark in combinatie met een verhoogde operationele efficiëntie door consolidaties en rationalisaties van sites.
De absolute Scope 2-emissies daalden van 2024 tot 2025 (-2,3% MB). De lichte daling op jaarbasis bevestigt dat we erin zijn geslaagd om te voldoen aan de toegenomen vraag naar energie, gekoppeld aan Scope 2-emissies, door in te zetten op de inkoop van hernieuwbare energie. Elektriciteit, warmte, stoom en koeling uit fossiele bronnen bleven op een constant niveau, terwijl onze inkoop uit hernieuwbare bronnen tussen 2024 en 2025 met 36,1% toenam.
Wereldwijd was het aandeel van hernieuwbare energiebronnen in ons totale elektriciteitsverbruik in 2025 goed voor 34,7%. Dit percentage houdt alleen rekening met het verbruik van ter plekke opgewekte hernieuwbare elektriciteit en het verbruik van hernieuwbare elektriciteit van het elektriciteitsnet wanneer dit als zodanig is gespecificeerd in onze energiecontracten of wanneer er hernieuwbare energiecertificaten (REC's) beschikbaar zijn.
Onze berekeningsmethode voor Scope 3 werd in 2025 herzien en verbeterd als onderdeel van onze vaststelling van SBTi-doelstellingen. De bijgewerkte aanpak is toegepast op zowel 2022 (basisjaar), 2024 (vergelijkingsjaar) als 2025 (verslagjaar). Vanaf 2025 zullen we de bijgewerkte methode systematisch toepassen.
De categorieën Scope 3.1, 3.4 en 3.12 worden beschouwd als de materiële Scope 3-categorieën. Over het algemeen zijn de emissies die in deze categorieën worden gerapporteerd, verbeterd ten opzichte van 2024, respectievelijk -1,5% voor Scope 3.1 en -2,4% voor Scope 3.12, en worden gedeeltelijk compenseerd door een toename van 3,6% in Scope 3.4. De totale emissies gerapporteerd voor Scope 3 daalden met 1,4% ten opzichte van het vorige jaar.
Categorie 3.1 (gekochte goederen en diensten) vertegenwoordigen het merendeel van onze Scope 3 voetafdruk voor zowel ons basisjaar als het verslagjaar. De emissie-reductie in vergelijking met het vorige -en basisjaar is voornamelijk te wijten aan volumeschommelingen en het effect van veranderingen in het productassortiment.
De Scope 3.4-emissies, verbonden aan onze upstreamvervoer en -distributie, zijn gestegen ten opzichte het basisjaar (+8,8%) en vorig jaar (+3,6%). Scope 3.4 wordt berekend op basis van een op uitgavengebaseerde benadering, en derhalve is de stijging is deels het gevolg van inflatie en prijsstijgingen, en deels van de verschuiving naar kleinere, frequentere leveringen.
Categorie 3.12 end-of-life verwerking verkochte producten is berekend op basis van het volume verkochte producten, bijgevolg zijn wijzigingen in Scope 3.1 ook gereflecteerd in de Scope 3.12-emissies.
E1-6: Intensiteit van broeikasgasemissies
| Broeikasgasintensiteit per netto-opbrengsten | 2024 | 2025 | % vs. voorgaand jaar |
|---|
| Scope 1 & 2 broeikasgasemissies (locatiegebaseerd) per netto-opbrengsten (tCO2eq/miljoenen€) | 3,27 | 2,80 | -14,4% |
| Scope 1 & 2 broeikasgasemissies (marktgebaseerd) per netto-opbrengsten (tCO2eq/miljoenen€) | 3,11 | 2,65 | -14,8% |
| Het totaal broeikasgasemissies (locatiegebaseerd) per netto-opbrengsten (tCO2eq/miljoenen€) | 1.145,00 | 1.156,90 | 1,0% |
| Het totaal broeikasgasemissies (marktgebaseerd) per netto-opbrengsten (tCO2eq/miljoenen€) | 1.144,84 | 1.156,75 | 1,0% |
In 2025 (2,65 tCO2e/€ miljoen omzet, MB) hebben we onze Scope 1 & 2-koofstofemissie-intensiteit verder verlaagd met 14,8% ten opzichte van 2024 (3,11 tCO2e/€ miljoen omzet, MB). Onze totale broeikasgasemissie-intensiteit bleef op jaarbasis op een constant niveau (+1,0%), waarbij onze Scope 3.1-emissies en financiële prestaties de belangrijkste bepalende factoren waren. Raadpleeg onze trends in Scope 1, 2 & 3 zoals hierboven toegelicht voor de belangrijkste aanjagers van deze verlaging. Alle activiteiten van de Groep zijn geïdentificeerd als activiteiten in klimaatsectoren met een grote impact.
Methodologie
De emissies zijn berekend in lijn met ESRS en het GHG Protocol:
The GHG Protocol - a Corporate Accounting and Reporting Standard
GHG Protocol Scope 2 Guidance - An amendment to the GHG Protocol Corporate Standard
Greenhouse Gas (GHG) Protocol – Corporate Value Chain (Scope 3) Accounting and Reporting Standard
Scope 1 & 2-emissies zijn berekend op basis van operationele controle en bestrijken het volledige operationele bereik van de Groep. Er waren geen significante wijzigingen in de definitie die de Groep hanteert van wat wordt beschouwd als de rapporterende entiteit en haar upstream en downstream waardeketen.
Om gegevens over Scope 1 & 2-emissies te verzamelen en te rapporteren, gebruiken we speciaal daarvoor bestemde online ESG-berekeningssoftware. De emissies worden berekend op basis van feitelijke gegevens. Als er op het moment van de rapportering geen feitelijke gegevens beschikbaar waren, zijn de verbruiksgegevens en de daaruit voortvloeiende uitstoot berekend op basis van algemeen toegepaste schattingsmethoden (bv. extrapolatie van eerdere vergelijkbare perioden en/of grondslagen die vergelijkbaar zijn met andere beschikbare werkelijke data).
Gegevens over Scope 1-activiteit en -uitstoot omvatten stationaire verbranding, mobiele verbranding en procesemissies. Fugitive emissies worden meegenomen voor de meest materiële installaties binnen onze operationele Scope.
Gegevens over Scope 2-activiteit en -uitstoot zijn inclusief de inkoop van elektriciteit, stoom, warmte en koeling van lokale nutsbedrijven. Locatiegebaseerde rapportering berekent emissies op basis van de gemiddelde emissie-intensiteit van de elektriciteitsnetten waarop we fysiek zijn aangesloten. Marktgebaseerde rapportering geeft de uitstoot weer van de specifieke stroom die we inkopen op basis van energiecontracten. Contractuele instrumenten die zijn opgenomen in marktgebaseerde berekeningen zijn energiekenmerkcertificaten (contracten voor groene stroom, 32% van energieverbruik gerelateerd aan Scope 2-emissies) en standaardemissiefactoren die de niet-getraceerde of niet-geclaimde energie en emissies vertegenwoordigen (restenergiemix, 68%).
We rapporteren niet apart over biogene uitstoot uit de verbranding van biomassa en biogas in de broeikasgasinventaris, omdat deze uitstoot momenteel niet van toepassing is voor Azelis.
Om de meest recente beschikbare versie van de emissiefactoren te achterhalen, hebben we gebruikgemaakt van externe databanken. Als er specifieke regionale of lokale emissiefactoren beschikbaar zijn, krijgen die de voorkeur boven generieke emissiefactoren, en dit om beter rekening te houden met de energiemix van de regio's waar we actief zijn. De Scope 1 & 2-emissiefactoren voor de 2025-verslagcyclus zijn gebaseerd op IEA 2025, DEFRA 2025, US EPA 2025, Green-e 2024 en RE-DISS 2024.
De afbakening van de Scope 3-inventaris is afgestemd op de geconsolideerde rapporteringsgrenzen van de boekhoudkundige groep. De kwantitatieve maatstaven van Scope 3 zijn onderhevig aan meet- en resultaatonzekerheid.
Hieronder vindt u meer informatie over de berekeningsmethode per categorie. Er zijn geen primaire emissiegegevens van onze waardeketen gebruikt, we vertrouwen op datasets die zijn gekoppeld aan de waardeketen, inclusief productgerelateerde gegevens (aankoop- en verkoopvolumes, productsamenstelling). We gebruiken LCA als een analytische tool voor planning en we blijven ernaar streven om de specificiteit van de gegevensverzamelingen te vergroten met een focus op primaire emissiegegevens voor onze meest materiële categorieën. Dit betekent vooral dat we het percentage producten dat wordt gedekt door gegevens over de primaire koolstofvoetafdruk van producten (PCF), moeten verhogen, wat in de toekomst tot andere resultaten kan leiden.
Categorie 3.1 'Gekochte goederen en diensten' – Sinds 2024 zijn we overgegaan op een activity-based berekeningsmethode. Gegevens over verkoopvolumes worden gebruikt als benadering voor onze gekochte goederen. Vergeleken met vorig jaar hebben we onze Scope 3.1-methodologie verbeterd en dezelfde bijgewerkte methodologie toegepast op ons basisjaar (2022) en vergelijkingsjaar (2024). Er zijn twee wijzigingen aangebracht in de berekeningsmethode. Ten eerste hebben we emissies die verband houden met agentuurverkooptransacties, buiten beschouwing gelaten. Ten tweede hebben we het matchingproces voor emissiefactoren verbeterd, met name door het aantal gebruikte proxy's te verminderen. De cijfers voor het basisjaar (2022) en de vergelijkende periode (2024) werden aangepast om ook de verbeterde methodologie te weerspiegelen. Er wordt een emissiefactor (in kg CO2e/kg product) gekoppeld aan elk product in ons assortiment, ongeacht de hoeveelheid die in 2025 is verkocht. Het matchen van de emissiefactoren met ons productassortiment wordt voltooid met behulp van op maat gemaakte codering en uitgevoerd via een hiërarchische cascademethode, beginnend met de meest nauwkeurige match op productniveau voordat we trapsgewijs overgaan naar minder specifieke emissiefactoren. De verkochte hoeveelheden worden vermenigvuldigd met de bijbehorende emissiefactor voor elk product. De gebruikte emissiefactoren omvatten databanken geleverd door CarbonMinds (CM-DB_20241231 - V202 (DoD versie van januari 2026) en BAFU:2025).
Scope 3.1 is de meest materiële emissiecategorie van Azelis. De overgang van een spend-based naar een activity-based berekeningsmethode heeft het gebruik van een beperkt aantal proxy's en aannames noodzakelijk gemaakt. Zo wordt voor een beperkt aantal producten gebruikgemaakt van een vereenvoudigde SMILES-code (Molecular Input Line Entry System) om een geschikte proxy te bepalen. In combinatie met de Tanimoto-coëfficiënt geldt dat, indien een product een coëfficiënt > 0,9 heeft (d.w.z. dat het product voor meer dan 90% overeenstemt met een gekende CAS-emissiefactor), deze proxy wordt gebruikt.
Categorie 3.2 'Kapitaalgoederen' – De emissies worden berekend in lijn met onze financiële boekhoudprocedures. De financiële gegevens die in ons ERP-systeem worden gerapporteerd, worden gekoppeld aan de meest toepasselijke NAICS-codes. Op uitgaven gebaseerde emissiefactoren, geselecteerd uit de USEPA EEIO-databank, zijn gekoppeld aan onze activiteiten aan de hand van de bijbehorende NAICS-codes.
Categorie 3.3 'Brandstof- en energieactiviteiten' – Om 'Well-To-Tank'-data ('WTT-data') te verkrijgen voor de productie en distributie van brandstoffen/energie verbruikt in Scope 1 & 2, zijn de toegepaste omrekeningsfactoren gebaseerd op DEFRA- en IEA-emissiefactoren.
Categorie 3.4 'Upstreamvervoer en -distributie' – Berekeningen voor deze categorie zijn gebaseerd op financiële gegevens die zijn gerapporteerd in ons ERP-systeem. Emissies worden berekend op basis van de meest toepasselijke NAICS-codes en monetaire emissiefactoren op basis van EEIO 2021- en GWP AR6-databanken. Als onderdeel van de voortdurende verbetering van onze Scope 3-dataset hebben we de nauwkeurigheid van onze Scope 3.4-berekening verbeterd. Dit vertaalt zich ook in een geactualiseerde waarde voor het basisjaar en het vergelijkingsjaar.
Categorie 3.5 'Afvalverwerking' – Afval- en waterhoeveelheden worden gerapporteerd via specifieke ESG-rapportagesoftware. De afvalwaterzuivering die verband houdt met het watergebruik van de onderneming, is ook opgenomen in de berekeningen voor deze categorie.
De toegepaste activiteitsgebaseerde emissiefactoren zijn onderverdeeld in ‘voorbehandeling’ (ADEME Base Carbone®) en ‘eindbehandeling’ (verbranding en stortplaats, US EPA EF Hub 2023 AR5). Bij de keuze van de relevante emissiefactor wordt rekening gehouden met het aandeel gerecycled afval en verwijderd afval. Voor afvalwaterzuivering worden emissiefactoren van (DEFRA - 2023 AR5) gebruikt.
Categorie 3.6 'Zakelijk reisverkeer' – Op afstand gebaseerde gegevens over zakelijke reizen worden gerapporteerd via speciaal daarvoor bestemde ESG-rapportagesoftware. De toegepaste emissiefactoren zijn afkomstig van DEFRA – 2025 (internationale vlucht, gemiddelde passagier), DEFRA 2025 (gemiddelde auto, diesel) en DEFRA 2025 (nationale spoorwegen). Op de berekende emissiewaarden zijn TTW- en WTT AR6-aanpassingen toegepast om de gerapporteerde Scope 3-waarde voor Azelis te verkrijgen.
Categorie 3.7 'Woon-werkverkeer van werknemers' – De toegepaste emissiefactoren zijn afkomstig van Eurostat. Geschatte berekeningen zijn gebaseerd op het aantal werknemers en het beleid van het bedrijf met betrekking tot werkdagen op kantoor versus hybride werkdagen.
Categorie 3.9 'Downstreamvervoer' – Scope 3.9 geeft de emissies weer die verband houden met het transport van verkochte goederen waarvoor het transport door de klant wordt geregeld. De emissies worden berekend op basis van de meest toepasselijke NAICS-codes en monetaire emissiefactoren op basis van de EEIO 2021- en GWP AR6-databases. De berekeningsmethodologie is bijgewerkt ten opzichte van 2024, aangezien we het door onze leveranciers geregelde en betaalde transport niet langer opnemen als onderdeel van Scope 3.9. Daarom zijn de basis- en vergelijkende cijfers aangepast om deze wijziging in de methodologie weer te geven.
Categorie 3.12 'End-of-life-verwerking verkochte producten' – Aangezien de ingrediënten van Azelis bijna uitsluitend b2b worden verkocht, maken ze slechts een deel uit van de eindproducten die zelf een behandeling aan het einde van hun levensduur ondergaan. Deze categorie omvat de emissies van afvalverwerking van zowel chemische producten als hun verpakking. Elk chemisch product wordt toegewezen aan een afvalcategorie, en voor elke verpakkingsgrootte wordt een geschat verpakkingsgewicht toegepast. Producten worden vervolgens gekoppeld aan specifieke afvalemissiefactoren, verkregen uit de databanken van ADEME Base Carbone en US EPA. Die factoren worden toegepast op de producthoeveelheden en hun verpakking om de bijbehorende emissies te berekenen. Waar gegevens ontbreken, worden de meest conservatieve aannames voor verwijdering gebruikt.
Aangezien Azelis-producten veel potentiële downstreamtoepassingen hebben, wordt een schatting gemaakt of een product al dan niet wordt geconsumeerd. In vergelijking met het geïntegreerd verslag van vorig jaar wordt een meer conservatieve benadering gehanteerd voor het totale volume van geconsumeerde producten. Dit heeft geleid tot een aanzienlijke stijging van de gerapporteerde totale Scope 3.12-emissies in het basis-, voorgaande en huidige jaar.
Zes Scope 3-categorieën worden geacht niet van toepassing te zijn op Azelis:
Categorieën 3.8 & 3.13 'Upstream & Downstream geleasede activa' zijn uitgesloten omdat ons gebruik van geleasede activa is opgenomen in de emissiewaarden die worden gerapporteerd voor Scope 1 & 2;
Categorie 3.10 'Verwerking van verkochte producten' - In overeenstemming met het GHG-protocol en de SBTi-richtlijnen voor de chemische sector is deze Scope 3-categorie niet berekend en zal deze ook niet meer worden berekend, gezien de beperkingen om de downstream-emissies in verband met het energieverbruik gerelateerd aan verkochte producten redelijk en nauwkeurig te kunnen inschatten.
Categorie 3.11 'Gebruik van verkochte producten' wordt niet van toepassing geacht. Aangezien de producten van Azelis hoofdzakelijk chemische producten zijn, gaan we ervan uit dat er geen (of een zeer beperkt) energieverbruik gepaard gaat met het gebruik van de verkochte producten;
Categorieën 3.14 & 3.15 'Franchises & Investeringen' zijn uitgesloten aangezien Azelis geen franchises of joint ventures heeft.
Overige kwesties - Milieu-incidenten
Bij Azelis definiëren we een milieu-incident als een gebeurtenis die schadelijke gevolgen heeft – of kan hebben – voor de lucht, het water, de bodem, de fauna of de plaatselijke leefomgeving. Dit kan van alles zijn: lekkage van een chemische stof, luchtverontreiniging, illegale afvaldumping of een brand die wordt veroorzaakt door chemische stoffen op een van onze sites. Onder milieu-incidenten vallen alle incidenten waarvan de effecten niet tot onze eigen sites beperkt blijven en/of incidenten die moeten worden gemeld bij de plaatselijke autoriteiten.
Ons Groepsbeleid voor Veiligheid, Gezondheid en Milieu legt onze werknemers op om zorgvuldig met het milieu om te gaan, het gebruik van natuurlijke hulpbronnen terug te dringen, zo min mogelijk afval te produceren en zich aan alle eisen op het gebied van afvalbeheer te houden.
De inhouse ontwikkelde HSE-app helpt onze werknemers ongevallen en bijna-ongevallen op een gestandaardiseerde manier te melden. Eventueel genomen maatregelen worden in het gehele bedrijf bekendgemaakt, zodat we daar allemaal lering uit kunnen trekken. Dankzij deze gebruiksvriendelijke app kan ons team grondig analyseren wat er mis is gegaan en waardevolle informatie verzamelen om trends en verbeterpunten voor onze toekomstige werkplekken en voor onze eigen milieu-impact in kaart te brengen. De rapportering wordt geïntegreerd in ons systeem en heeft een geautomatiseerd meldingssysteem voor status-updates, zodat we geregeld worden geïnformeerd over de voortgang van het oplossen van incidenten.
Incidenten op onze eigen locaties en directe activiteiten zijn rapporteerbaar. Daarnaast maakt de HSE-app het mogelijk om incidenten die zich voordoen in externe magazijnen, tijdens transport door derden of in de bedrijfsgebouwen van klanten te registeren. Deze zijn niet rapporteerbaar voor Azelis, maar worden toch gedocumenteerd om een goed risicobeheer te garanderen.
Nul
Milieuongevallen in al haar bedrijfsactiviteiten in 2025
Dit resultaat weerspiegelt onze voortdurende inzet voor duurzaam en verantwoord ondernemen. Het benadrukt ook de waarde van onze milieubeheersystemen, onze focus op risicopreventie en de voortdurende opleiding die we onze teams bieden. Door preventie centraal te stellen in onze aanpak en milieuverantwoordelijkheid in de hele organisatie te verankeren, hebben we ecosystemen beschermd, lokale gemeenschappen ondersteund en voldaan aan de verwachtingen van wereldwijde regelgevende normen.
Dit resultaat onderstreept de kracht van onze Safety First & Sustainability Always-aanpak. Onze strikte procedures voor het omgaan met chemicaliën, afvalbeheer en paraatheid voor noodgevallen helpen ons milieurisico's te beperken en vertrouwen op te bouwen bij stakeholders. Samen versterken deze inspanningen Azelis' positie toonaangevende speler binnen de sector op het vlak van milieubewust en veerkrachtig ondernemen.
Het senior management houdt toezicht op de implementatie van, en de verantwoordelijkheid voor, materiële milieukwesties die verband houden met ons SHE-beleid. Hiertoe behoren de Group SHEQ & Regulatory Affairs Director en het Uitvoerend Comité. Samen zijn ze verantwoordelijk voor de effectieve uitvoering en de voortdurende controle van ons beleid voor alle bedrijfsactiviteiten. Het beleid is beschikbaar op onze website.
Voor meer informatie over zorg ('product stewardship'), zie S4 consumenten en eindgebruikers.
Azelis heeft het National Chemical Emergency Centre (NCEC) gekozen als wereldwijde alarmcentrale. Via het CareChem 24-programma staat het NCEC 24/7 klaar om hulp te verlenen bij incidenten met producten van Azelis die zich buiten onze bedrijfslocaties voordoen (bijvoorbeeld tijdens het transport of in een magazijn van een andere partij). Het NCEC heeft rechtstreeks toegang tot onze veiligheidsinformatiebladen. Daardoor kan het centrum onze klanten goed informeren over wat die moeten doen als zich een incident heeft voorgedaan.
| | 2025 | 2024 | Doel 2030 |
|---|
| Het aantal milieu-incidenten | 0 | 3 | 0 |
S1 Eigen personeel
Impacts, risico's en kansen
| DMA-thema | Subthema | IRO-type | Beschrijving van IRO | Tijdhorizon | Plaats in de waardeketen |
|---|
| Mensen aantrekken en behouden | Werk-privébalans | Potentiële impact | Potentiële positieve impact op de aantrekkelijkheid als werkgever en het behoud van toptalent (incl. jonge professionals) door het bevorderen van een gezonde werk-privébalans, het versterken van werknemersbetrokkenheid, het erkennen van algemene prestaties en het voorbereiden van de volgende generatie gekwalificeerde professionals. | Middellang | Eigen activiteiten |
| Mensen aantrekken en behouden | Leefbare lonen | Risico | Risico op operationele schade als gevolg van een hoger personeelsverloop en hogere aanwervingskosten, wat zou kunnen leiden tot een onderbreking van de bedrijfscontinuïteit. | Middellang | Eigen activiteiten |
| Mensen aantrekken en behouden | Opleiding en ontwikkeling vaardigheden | Kans | Een kans om het merk te verbeteren en toptalent aan te trekken door solide opleidingsprogramma's voor werknemers te promoten, met als resultaat een algemene upgrade van de sector. | Middellang | Eigen activiteiten |
| Ontwikkeling en opleiding van mensen | Opleiding en ontwikkeling vaardigheden | Daadwerkelijke impact | Werkelijke positieve impact op de voorlichting en veiligheid van werknemers dankzij interne en externe opleidingen. | Middellang | Eigen activiteiten |
| Veiligheid, gezondheid en beveiliging van mensen | Veiligheid en gezondheid | Potentiële impact | Potentiële negatieve impact op de gezondheid en veiligheid van het eigen personeel door ontoereikende gezondheids- en veiligheidsprotocollen in sites van Azelis. | Middellang | Eigen activiteiten |
| Veiligheid, gezondheid en beveiliging van mensen | Veiligheid en gezondheid | Potentiële impact | Potentiële negatieve impact op de gezondheid van het eigen personeel door rechtstreekse blootstelling aan onjuiste opslag of schadelijk gebruik van stoffen bij alle bedrijfsactiviteiten van Azelis. | Middellang | Eigen activiteiten |
| Veiligheid, gezondheid en beveiliging van mensen | Veiligheid en gezondheid | Risico | Risico op reputatieschade en sancties wegens niet-naleving van de regelgeving als gevolg van arbeidsongevallen die de gezondheid en veiligheid van het eigen personeel aantasten, voortvloeiend uit ontoereikende gezondheids- en veiligheidsmaatregelen. | Middellang | Eigen activiteiten |
| Veiligheid, gezondheid en beveiliging van mensen | Veiligheid en gezondheid | Risico | Risico op operationele schade en reputatieschade door onverwachte verwondingen en een verslechtering van de geestelijke gezondheid in sites van Azelis, die de productieprocessen kunnen vertragen door een verhoogd ziekteverzuim. | Middellang | Eigen activiteiten |
| Diversiteit, gelijkheid en inclusie | Gendergelijkheid en gelijke beloning bij gelijkwaardig werk | Risico | Operationeel risico op een dalend moreel en verminderd behoud van werknemers als gevolg van ongelijke verloning of genderongelijkheid, wat kan leiden tot personeelsverlies, lagere productiviteit en hogere kosten. | Kort Middellang | Eigen activiteiten |
| Diversiteit, gelijkheid en inclusie | Gendergelijkheid en gelijke beloning bij gelijkwaardig werk | Kans | Kans om de tevredenheid en de productiviteit van werknemers te verbeteren door gelijke kansen te bieden en transparante beloningspraktijken te hanteren. | Kort Middellang | Eigen activiteiten |
| Diversiteit, gelijkheid en inclusie | Maatregelen tegen geweld en intimidatie op de werkvloer | Risico | Risico op juridische sancties of reputatieschade in geval van intimidatie op de werkplek of een cultuur van vooringenomenheid. | Kort Middellang | Eigen activiteiten |
| Diversiteit, gelijkheid en inclusie | Maatregelen tegen geweld en intimidatie op de werkvloer | Kans | Kans om een gezonde werkcultuur te bevorderen en leiderschap te tonen in de bescherming van werknemers door middel van een uitgebreid anti-intimidatiebeleid en opleidingen. | Kort Middellang | Eigen activiteiten |
| Diversiteit, gelijkheid en inclusie | Diversiteit | Risico | Risico op reputatieschade in geval van discriminerend gedrag of een gebrek aan inclusiviteit, wat kan leiden tot een groot personeelsverloop. | Kort Middellang | Eigen activiteiten |
| Diversiteit, gelijkheid en inclusie | Diversiteit | Kans | Kans om toptalent aan te trekken, teaminnovatie te verbeteren door middel van inclusieve praktijken en diversiteit. | Kort Middellang | Eigen activiteiten |
Onze beleidslijnen
Gedragscode
Onze Gedragscode schetst de fundamentele principes die het gedrag binnen Azelis bepalen. De code waarborgt de naleving van hoge ethische normen en de inachtneming van de toepasselijke wet- en regelgeving, binnen al onze wereldwijde activiteiten en voor ons volledige personeelsbestand. Hij biedt een gemeenschappelijk kader voor het stimuleren van een verantwoordelijke, inclusieve en ethische werkplek.
Dit versterkt onze inzet voor gelijke kansen, diversiteit en inclusie, evenals voor ethisch gedrag op de werkvloer en het respect voor het recht op collectieve onderhandelingen. De code bevestigt ook onze nultolerantie ten aanzien van dwangarbeid, kinderarbeid, moderne slavernij en mensenhandel. Deze principes vormen de basis van onze bedrijfsvoering en helpen ervoor te zorgen dat alle werknemers, ongeacht hun locatie, kunnen rekenen op een veilige, eerlijke en inclusieve werkomgeving.
Meer informatie over de governance, de implementatie en de monitoring van de Gedragscode vindt u in de rubriek Governance (G1 Zakelijk gedrag).
Inzet voor mensen- en arbeidsrechten
We zetten ons in voor het respecteren van mensen- en arbeidsrechten binnen ons eigen personeel. Deze verbintenissen zijn verankerd in een reeds beleidsdocumenten en verklaringen, zoals onze Gedragscode, ons Beleid inzake maatschappelijk verantwoord ondernemen, ons Beleid tegen intimidatie, onze Verklaring inzake ethisch zakelijk gedrag, onze Verklaring tegen slavernij en mensenhandel en ons SpeakUp!-beleid.
Samen bevorderen deze kaderregelingen een eerlijke behandeling, gelijkheid en veilige arbeidsomstandigheden. Ze bieden werknemers ook regelingen om hun bezorgdheden veilig en vertrouwelijk te uiten en bij te dragen aan het handhaven van een ethische werkplek. Onze aanpak sluit aan bij internationaal erkende normen, waaronder de Verklaring van de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) inzake de fundamentele principes en rechten op het werk, verdragen van de ILO, de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen, het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en het VN Global Compact.
SpeakUp!- beleid
Ons Speak Up!-beleid stelt duidelijke en transparante procedures vast voor het melden van bezorgdheden in verband met de Gedragscode, het gerelateerde nalevingsbeleid of de toepasselijke wet- en regelgeving. Het is van toepassing op bevestigde of vermoede schendingen waarbij Azelis betrokken is en ondersteunt vertrouwelijke meldingen, onder andere via een onafhankelijk beheerde SpeakUp!-lijn.
De werking, de onderzoeksprocedures en een overzicht van de Speak Up!-regeling worden nader toegelicht in G1 Zakelijk gedrag.
Beleid tegen intimidatie
Ons beleid tegen intimidatie bevordert een respectvolle en inclusieve werkomgeving en versterkt onze nultolerantie ten aanzien van ongepast gedrag. Het verbiedt alle vormen van intimidatie, inclusief verbaal, fysiek en digitaal gedrag, en is van toepassing ongeacht geslacht, ras, etniciteit, handicap, leeftijd, seksuele geaardheid of andere beschermde kenmerken.
Het beleid is wereldwijd van toepassing en geldt voor alle werkgerelateerde omgevingen, inclusief activiteiten ter plaatse, op afstand en door het bedrijf gesponsorde activiteiten. Dit geldt ook voor werknemers, aannemers en relevante derden. We ondersteunen het beleid door regelmatige opleidingen, bewustmakingsinitiatieven en toegankelijke meldings- en klachtenmechanismen. Het beleid is voor alle werknemers beschikbaar via interne platformen en is opgenomen in het onboardingmateriaal.
Beleid op het gebied van gezondheid, veiligheid en milieu
Ons Groepsbeleid op het gebied van gezondheid, veiligheid en milieu (HSE: Health, Safety & Environment) legt verplichte principes vast voor veiligheid op de werkplek in alle entiteiten. Het bevordert een cultuur waarin veiligheid voorop staat, vereist de rapportage van ongevallen en bijna-ongevallen en schrijft risicobeoordelingen en controlemaatregelen voor.
Het beleid heeft onder andere betrekking op het gebruik van uitrusting, de omgang met en opslag van chemicaliën, ergonomie, veiligheid tijdens het rijden en de preventie van uitglijden, struikelen en vallen. Alle sites moeten beschikken over noodresponsplannen, goede housekeepingpraktijken hanteren en een open communicatiecultuur inzake gezondheid en veiligheid bevorderen. Deze vereisten gelden voor alle regio's en worden ondersteund door onafgebroken monitoring en voortdurende verbetering.
Beleidsgovernance en -ownership
Het senior management houdt toezicht op de implementatie van, en de verantwoordelijkheid voor, materiële duurzaamheidskwesties die verband houden met de hierboven uiteengezette beleidslijnen. De Group SHEQ & Regulatory Affairs Director beheert het HSE-beleid. De Group HR Director en de Group Compliance Officer houden gezamenlijk toezicht op de Gedragscode, het SpeakUp!-beleid, het Beleid tegen intimidatie en de Verklaring tegen slavernij en mensenhandel.
Onze benadering en acties
Veiligheid & gezondheid
Wij stellen gezondheid, veiligheid en hoogwaardige arbeidsomstandigheden voorop ter bescherming van onze mensen en ter ondersteuning van een werkomgeving waarin zij veilig kunnen functioneren en zich verder kunnen ontwikkelen. Ons Group HSE-beleid, samen met onze Gedragscode, versterkt onze inzet voor het bieden van een veilige werkplek voor werknemers en anderen die betrokken zijn bij onze activiteiten. Azelis zet zich in om de hoogste normen op het gebied van gezondheid, veiligheid en welzijn te waarborgen voor alle werknemers en voor de samenleving als geheel. Ons uitgebreide gezondheids- en veiligheidsbeheersysteem is van toepassing op 100% van ons personeelsbestand, zowel werknemers als medewerkers niet in loondienst.
We voeren regelmatig risicobeoordelingen uit op het vlak van veiligheid en gezondheid in onze magazijnen en andere operationele sites. Deze beoordelingen onderbouwen preventieve en corrigerende maatregelen en worden ondersteund door gerichte opleidingen voor werknemers, aannemers, onderaannemers en bezoekers. Als lid van Responsible Care® en Responsible Distribution® passen we erkende managementsystemen toe om risico's op het vlak van veiligheid en gezondheid op een gestructureerde en consistente manier te identificeren, te beoordelen en te beheren.
We beoordelen de operationele processen op elke site en classificeren ze op basis van risicoblootstelling en mogelijke gevolgen. Deze risicogebaseerde benadering bepaalt de kritieke aspecten van processen en stuurt de implementatie van passende controlemaatregelen.
In 2025 hebben we het bewustzijn rond veiligheid en gezondheid in onze hele organisatie verder versterkt.
Tot de acties behoorden:
nog meer opleidingen ter versterking van de bewustwording op basis van onze 14 Golden Rules voor HSE, gericht op het voorkomen van veelvoorkomende gevaren op de werkplek en het verbeteren van de paraatheid voor noodsituaties,
praktische veiligheidsactiviteiten in verschillende landen, waaronder evacuatieoefeningen, brandblustraining, bewustmakingssessies over chemicaliën en training in het omgaan met uitrusting, om veilig gedrag in de dagelijkse bedrijfsactiviteiten te versterken.
Deze activiteiten ondersteunen een consistente interpretatie van de veiligheidsverwachtingen en bevorderen een gedeelde verantwoordelijkheid voor veiligheid op de werkvloer.
We erkennen ook dat het welzijn van werknemers, met inbegrip van mentale gezondheid, een integraal onderdeel is van een veilige en duurzame werkplek. We hebben een groepsbreed initiatief rond welzijn en mentale gezondheid gelanceerd dat bedoeld is om de algemene gezondheid van werknemers te ondersteunen en aan te zetten tot een open dialoog over welzijn.
Onze aanpak focust op toegankelijke ondersteuning en op een cultuur waarin werknemers zich veilig voelen om hun mentale gezondheid op de eerste plaats te zetten. De belangrijkste acties waren onder meer:
hulpmiddelen bieden voor mentale gezondheid, waaronder adviesdiensten, wellnessprogramma's en educatief materiaal, zodat steun makkelijk toegankelijk is voor iedereen binnen onze organisatie;
regelmatig bewustmakingscampagnes organiseren om stigma's rond psychische problemen weg te werken, werknemers leren hoe ze psychische problemen kunnen herkennen en aanpakken, en proactieve welzijnspraktijken promoten;
ondersteunende systemen zoals hulplijnen en Employee Assistance Programs (EAP) die vertrouwelijke en onmiddellijke hulp bieden aan mensen in nood, in stand houden.
Samen zorgen deze acties voor een omgeving waarin werknemers zich gesteund en gewaardeerd voelen en beter zijn toegerust om met hun welzijn om te gaan.
Opleiding en ontwikkeling van vaardigheden
Permanente vorming staat centraal in onze people-aanpak en ondersteunt de opbouw van duurzame competenties binnen de hele organisatie. We zetten in op vaardigheidsontwikkeling, kennisdeling en het laten meegroeien van onze mensen met de behoeften van het bedrijf en de uitdagingen van morgen.
We investeren in doelgerichte leerinitiatieven via ons Learning and Development Centre of Excellence. Deze initiatieven worden ondersteund door een centraal leermanagementsysteem binnen Workday™, dat het aanbieden van digitale opleidingen mogelijk maakt en werknemers toegang biedt tot een breed scala aan ontwikkelingsmiddelen. Werknemers kunnen ook bijdragen aan leerinhoud via een auteurstool die de creatie van interactieve modules ondersteunt.
Onze leerbenadering steunt op een breed leerecosysteem waarin drie samenhangende componenten centraal staan: een sterke leercultuur en betrokkenheid, de ontwikkeling van vaardigheden en gestructureerde ontwikkelingsinitiatieven. We werken volgens het 70-20-10-leermodel: leren op de werkvloer, leren van en met collega's, en formele training. Zo verankeren we het leerproces in het dagelijkse werk en versterken we samenwerking en continue ontwikkeling.
Als onderdeel van onze bredere people-strategie hebben wij stappen gezet om meer transparantie en samenhang te creëren in de manier waarop werknemers zich ontwikkelen en doorgroeien. Door kern- en leiderschapscompetenties per niveau vast te leggen, krijgen werknemers een duidelijker beeld van wat er van hen wordt verwacht, waar groeikansen liggen en welke loopbaanpaden mogelijk zijn. Tegelijkertijd blijven we onze technische capaciteiten in bepaalde functies versterken om ervoor te zorgen dat we de vaardigheden aantrekken, ontwikkelen en behouden die nodig zijn voor vandaag en morgen.
In 2024 lanceerden we een vernieuwd prestatiebeoordelingsprogramma dat zorgt voor meer structuur in beoordelingen en ruimte creëert voor betekenisvolle ontwikkelingsgesprekken tussen werknemers en leidinggevenden. In 2025 hebben wij het kader verder verfijnd door continue feedback en persoonlijke groei te verankeren, waarmee een waardegedreven en ontwikkelingsgerichte prestatiecultuur verder werd versterkt. Prestatiebeoordelingen worden jaarlijks uitgevoerd via Workday™, met de nadruk op betrokkenheid, groei en afstemming op onze waarden. De ermee verband houdende maatstaven en doelstellingen worden gerapporteerd in de S1-13-tabellen.
Gedurende mijn tien jaar bij Azelis heb ik samengewerkt met getalenteerde teams in verschillende functies en regio's. Dankzij het vertrouwen en de aanmoedigingen van de organisatie heb ik Azelis India vanaf de grond kunnen opbouwen en op mijn beurt anderen kunnen ondersteunen en ontwikkelen.
Aparna Khurana
Managing Director India
Mensen- en arbeidsrechten
We erkennen onze verantwoordelijkheid om mensenrechten te eerbiedigen en te zorgen voor billijke arbeidsomstandigheden voor al onze werknemers. Onze werknemers zijn essentiële stakeholders van wie de belangen, opvattingen en rechten zijn geïntegreerd in onze strategie en ons bedrijfsmodel. We streven ernaar om een rechtvaardige en inclusieve werkgever te zijn die een cultuur van wederzijds respect, samenwerking en empowerment bevordert.
Waar dat kan, gaan we in gesprek met werknemers en hun vertegenwoordigers om ervoor te zorgen dat hun gezichtspunten worden gehoord en overwogen. Deze betrokkenheid ondersteunt transparante besluitvorming en helpt ervoor te zorgen dat onze benadering van mensen- en arbeidsrechten zowel de lokale realiteit als de groepsbrede normen weerspiegelt.
Onze jaarlijkse kennistoets versterkt het bewustzijn van ethische bedrijfspraktijken en vereisten op het vlak van arbeids- en mensenrechten. De toets zorgt ervoor dat werknemers inzicht hebben in de beleidslijnen en procedures die ons handelen bepalen en ondersteunt een cultuur van verantwoordelijkheid en integriteit binnen de organisatie. Zie G1 Zakelijk gedrag voor meer informatie.
We bieden al onze werknemers eerlijke en concurrerende lonen, waarbij we ervoor zorgen dat we voldoen aan de lokale minimumloonnormen zoals beschreven door Eurostat, de ILO of toepasselijke lokale wetgeving. Wij voeren jaarlijkse beloningsherzieningen uit en voeren waar nodig loonaanpassingen door om naleving en billijkheid te waarborgen We werken momenteel aan de ontwikkeling van een herzien functiekader en een nieuwe loonstructuur om meer transparantie en duidelijkheid te bieden over loopbaanpaden, in overeenstemming met de EU-richtlijn inzake loontransparantie, en om zo bij te dragen aan het behoud van werknemers en een positieve en stabiele werkomgeving.
We blijven onze aanpak voor de identificatie en het beheer van mensenrechtenrisico's versterken in al onze activiteiten, ook in landen met een hoger risico, en binnen onze waardeketen. Dit ondersteunt ons streven om dwangarbeid, kinderarbeid en mensenhandel te bestrijden.
Tot de belangrijkste acties behoren:
regelmatig uitgebreide impactbeoordelingen verrichten inzake mensenrechten in al onze activiteiten en in onze waardeketen. Deze beoordelingen omvatten diepgaande gesprekken met interne en externe stakeholders, overleg met experts en grondige evaluaties van ons bestaande beleid. De inzichten uit deze beoordelingen spelen een belangrijke rol bij de vormgeving van onze strategieën en de ontwikkeling van gerichte actieplannen om potentiële mensenrechtenrisico's doeltreffend te beperken.
een verplichte jaarlijkse kennistoets houden die het inzicht in ethisch gedrag, arbeidsrechten en respectvol gedrag op de werkplek bij alle werknemersgroepen versterkt
een herziene algemene Gedragscode afronden en implementeren, ondersteund door een uitgebreid opleidingsprogramma met praktische voorbeelden. Dit versterkt ons governancekader en onderstreept de centrale rol van mensen- en arbeidsrechten binnen al onze activiteiten.
Diversiteit, gelijkheid en inclusie
Diversiteit, gelijkheid en inclusie ('DE&I') vormen een integraal onderdeel van onze people-strategie en bedrijfscultuur. We verankeren DEI-principes in al onze beleidslijnen, te beginnen met onze Gedragscode en versterkt via regelmatige kennistoetsen en opleidingen.
Om verantwoordelijkheid concreet te maken, meten we de voortgang via verschillende kanalen. Met behulp van onze rapportagetools volgen we kernindicatoren op en beoordelen we de impact. Deze inzichten helpen ons om hiaten op te sporen, trends te monitoren en acties te ondernemen.
Onze aanpak bestrijkt de volledige werknemerscyclus – van het aantrekken en rekruteren van divers talent tot het garanderen van eerlijke ontwikkelingskansen, inclusieve leiderschapspraktijken en gelijke toegang tot groeimogelijkheden in de hele organisatie. DEI wordt niet gezien als een losstaand initiatief, maar als een kernelement van hoe wij een werkomgeving uitbouwen waarin iedereen een bijdrage kan leveren en zich kan ontplooien.
We hebben dan wel geen wereldwijde raamovereenkomst met vakbonden of werknemersvertegenwoordigers, maar we respecteren ten volle de vrijheid van vereniging, collectieve onderhandelingen en de bescherming van werknemersvertegenwoordigers in alle betrokken juridische entiteiten waar we actief zijn. Onze aanpak is gedecentraliseerd, waarbij elke juridische entiteit deze aangelegenheden afhandelt in overeenstemming met de lokale regelgeving en praktijken.
We zorgen ervoor dat beslissingen onpartijdig en zonder discriminatie worden genomen door frequente dialoog en overleg met vakbondsvertegenwoordigers op lokaal niveau. Dit geldt voor domeinen zoals collectieve onderhandelingen, beleidslijnen en veranderingen op de werkplek, veiligheid en gezondheid en naleving van wet- en regelgeving. Door deze voortdurende samenwerking versterken we het vertrouwen, verbeteren we het moreel op de werkplek en zorgen we ervoor dat de beslissingen van het bedrijf weloverwogen worden genomen, wetsconform zijn en afgestemd zijn op zowel de behoeften van de werknemers als de doelstellingen van de organisatie.
De afdeling Human Resources, die nauw samenwerkt met vakbondsvertegenwoordigers en andere relevante stakeholders in alle toepasselijke juridische entiteiten, is verantwoordelijk voor het verzamelen en verwerken van werknemersfeedback. Door deze transparante en inclusieve benadering te bevorderen, streven we ernaar om eventuele uitdagingen proactief aan te pakken en een positieve omgeving te creëren die prioriteit geeft aan het welzijn en de rechten van onze werknemers.
We willen een cultuur bevorderen waarin werknemers zich veilig en voldoende zelfzeker voelen om hun stem te laten horen. We tolereren geen vergeldingsacties tegen personen die te goeder trouw hun bezorgdheid uiten, en we behandelen alle meldingen op vertrouwelijke wijze.
We moedigen werknemers aan om vermoedelijke overtredingen van ons beleid of gevallen van wangedrag te melden via specifieke interne meldingskanalen. Deze kanalen worden gecommuniceerd via ons interne InterAct-platform, het introductieprogramma voor nieuwe werknemers. Ze worden jaarlijks versterkt via onze groepsbrede kennistoets.
Als werknemers zich niet op hun gemak voelen bij het gebruik van interne kanalen, kunnen ze hun bezorgdheid uiten via de SpeakUp!-lijn, die wordt beheerd door een onafhankelijke derde partij en anonieme meldingen mogelijk maakt. De SpeakUp!-lijn is toegankelijk voor alle werknemers en is beschikbaar in meerdere talen.
Wij beoordelen regelmatig het bewustzijn en het vertrouwen van werknemers in onze klachtenmechanismen, onder meer door een jaarlijkse beoordeling van hun inzicht in de Speakup!-procedures en door de opname van gerichte vragen in onze tweejaarlijkse enquête inzake werknemerstevredenheid en -betrokkenheid. Deze maatregelen helpen ons het vertrouwen in het systeem te beoordelen en mogelijkheden te identificeren om het bewustzijn en de toegankelijkheid te versterken.
Onze aanpak maakt een vroegtijdige identificatie van aandachtspunten mogelijk en draagt bij tot het voorkomen, beperken en aanpakken van problemen zoals discriminatie of andere inbreuken op de beleidslijnen, op een vertrouwelijke en respectvolle wijze. De governance, onderzoeksprocedures en het toezicht op de klachtenregelingen worden uitgebreider beschreven in de rubriek G1 Zakelijk gedrag.
DE&I is dan wel nog niet geformaliseerd als een afzonderlijk programma, maar de DE&I-principes zijn stevig verankerd in ons beleid en onze personeelspraktijken. Transparante functiestructuren, rechtvaardige beloningsprocessen en consistente kaders voor functiebeoordeling helpen om eerlijkheid, gelijke kansen en duidelijkheid te garanderen voor alle werknemers.
Om respectvol gedrag te versterken en een inclusieve werkomgeving te bevorderen, hebben we via ons Workday™-leerplatform een bedrijfsbreed opleidingsprogramma tegen intimidatie ingevoerd. In deze verplichte opleiding wordt ons nultolerantiebeleid ten aanzien van intimidatie duidelijk uiteengezet en krijgen werknemers praktische richtlijnen over hoe ze ongepast gedrag kunnen herkennen, voorkomen en melden. Samen versterken deze maatregelen een cultuur die gestoeld is op respect, waardigheid en inclusie.
Mensen aantrekken en behouden
Ons plan van aanpak voor werknemersbetrokkenheid versterkt ons vermogen om talentvolle werknemers aan te trekken, te behouden en te laten groeien, terwijl we tegelijkertijd een werkplek bevorderen waar mensenrechten hoog in het vaandel worden gedragen, ontwikkeling wordt bevorderd en diversiteit en welzijn naar waarde worden geschat. We streven er niet alleen naar om te voldoen aan de geldende normen, maar ook om een inclusieve omgeving te creëren waarin werknemers zich betrokken en gesteund voelen en duurzaam kunnen groeien.
We beheren risico's met betrekking tot materiële personeelskwesties door actief te luisteren naar werknemers en meerdere kanalen te gebruiken voor betrokkenheid en feedback. Daaronder vallen:
positieve en op samenwerking gerichte relaties met vakbonden en werknemersvertegenwoordigers in de toepasselijke juridische entiteiten
toegang tot SpeakUp!
een tweejaarlijkse enquête naar de tevredenheid en betrokkenheid van werknemers
de jaarlijkse kennistoets, die het inzicht in de belangrijkste beleidslijnen en verwachtingen versterkt
solide wervings-, ontwikkelings- en bevorderingprocessen die eerlijkheid, gelijke kansen en non-discriminatie bevorderen
Samen ondersteunen deze kanalen een open dialoog en helpen ze ons inzicht te krijgen in de gezichtspunten van werknemers in verschillende functies, regio's en demografische groepen.
We streven er niet alleen naar om te voldoen aan de geldende normen, maar ook om een inclusieve omgeving te creëren waarin werknemers zich betrokken en gesteund voelen en zich kunnen ontplooien.
We vinden het erg belangrijk om actief te luisteren naar onze werknemers en we streven ernaar om hun tevredenheid, motivering en betrokkenheid voortdurend te verbeteren. Om deze inzet concreet te maken, organiseren wij tweejaarlijks een anonieme enquête rond werknemerstevredenheid en -betrokkenheid in samenwerking met ENNOVA. Zo bieden we onze werknemers een betrouwbaar platform om feedback te geven over de belangrijkste drijfveren van motivatie, betrokkenheid en arbeidsomstandigheden.
Wegens het tweejaarlijkse karakter stond er in 2025 geen enquête op de planning, maar we hebben op basis van inzichten uit 2024 gehandeld en we bereiden de volgende enquête voor 2026 alvast voor. Deze cyclus van luisteren en verbeteren weerspiegelt onze overtuiging dat de stem van elke werknemer telt en dat wij, door gevolg te geven aan feedback, een werkomgeving creëren waarin mensen zich gewaardeerd en ondersteund voelen en de ruimte krijgen om duurzaam te groeien.
Via onze verschillende betrokkenheidskanalen, waaronder anonieme meldingsmechanismen, kunnen alle werknemers hun zorgen kenbaar maken, feedback delen en hun gezichtspunten inbrengen, zonder discriminatie. Dit geldt ongeacht geslacht, ras, kleur, etnische of sociale afkomst, taal, godsdienst of geloof, politieke of andere overtuigingen, het behoren tot een nationale minderheid, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid. Via deze inclusieve benadering ondersteunen we het vertrouwen van werknemers, versterken we het behoud van personeel en handhaven we hoge normen voor mensen- en arbeidsrechten voor ons volledige personeelsbestand.
Bij Azelis versterken we onze rol als toonaangevende innovatieve dienstverlener in onze segmenten door een inspirerende omgeving te creëren waarin mensen zich gemotiveerd, empowered en ondersteund voelen om optimaal te presteren. Uiteindelijk is ons bedrijf gebouwd op mensen.
Rik Langerock
Managing Director Benelux
Maatstaven en doelen
S1-6: Kenmerken van werknemers in het eigen personeel
| | 2025 | 2024 |
|---|
| Gender/Arbeidscategorie | Americas | Asia Pacific | EMEA | Azelis Group | Azelis Group |
| Vaste werknemers | | | | | |
| Vrouw | 514 | 481 | 1.165 | 2.160 | 2.161 |
| Man | 496 | 495 | 847 | 1.838 | 1.860 |
| Overig | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Niet vermeld | 0 | 0 | 0 | 0 | 1 |
| Tijdelijke werknemers | | | | | |
| Vrouw | 57 | 50 | 21 | 128 | 173 |
| Man | 26 | 36 | 12 | 74 | 92 |
| Overig | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Niet vermeld | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Oproepkrachten | | | | | |
| Vrouw | 0 | 0 | 0 | 0 | 1 |
| Man | 0 | 0 | 3 | 3 | 3 |
| Overig | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Niet vermeld | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Totaal | 1.093 | 1.062 | 2.048 | 4.203 | 4.291 |
Werknemers: De relatie wordt geregeld door een arbeidscontract of -overeenkomst. Een werknemer is iemand die specifieke taken en verantwoordelijkheden uitvoert op voltijdse, deeltijdse of ad-hocbasis of voor bepaalde tijd, afhankelijk van de bedrijfsbehoeften. In tegenstelling tot tijdelijke werknemers ('contingent workers') hebben werknemers doorgaans recht op secundaire arbeidsvoorwaarden, zoals een ziektekostenverzekering, pensioenplannen en betaald verlof. Hun bezoldiging wordt gewoonlijk verwerkt via de loonlijst van Azelis
De cijfers zijn gebaseerd op het personeelsbestand zoals gerapporteerd in Workday™
De cijfers wijken af van het aantal werknemers dat is vermeld in toelichting 10 van de geconsolideerde jaarrekening wegens:
een andere maateenheid: aantal werknemers (duurzaamheidsverklaring) vs. vte's (geconsolideerde jaarrekening)
een andere definitie van 'werknemer': exclusief medewerkers niet in loondienst (duurzaamheidsverklaring) vs. inclusief medewerkers niet in loondienst (geconsolideerde jaarrekening)
een andere verdeelsleutel voor werknemers van de holding: per locatie (duurzaamheidsverklaring) vs. per functie (geconsolideerde jaarrekening)
Azelis Group verwijst naar het totaal
De vergelijkende cijfers (2024) zijn aangepast omdat 17 medewerkers niet in loondienst incorrect als werknemers waren gerapporteerd
S1-6: Personeelsverloop
| | 2025 | 2024 |
|---|
| | Americas | Asia Pacific | EMEA | Azelis Group | Azelis Group |
| Het aantal personeelsleden dat de onderneming heeft verlaten | 189 | 142 | 281 | 612 | 641 |
| Het percentage personeelsverloop | 18,5% | 14,8% | 13,9% | 15,3% | 16,2% |
Het aantal vaste personeelsleden dat vrijwillig is vertrokken of wegens ontslag, pensionering of overlijden tijdens het dienstverband
Het percentage wordt berekend door het gemiddelde te nemen van het personeelsbestand (d.w.z. begincijfer van het personeelsbestand van de verslagperiode plus het eindcijfer van het personeelsbestand de verslagperiode, en die som gedeeld door twee)
Azelis Group verwijst naar het totaal
De vergelijkende cijfers (2024) zijn aangepast omdat 17 medewerkers niet in loondienst incorrect als werknemers waren gerapporteerd
S1-7: Kenmerken van medewerkers niet in loondienst binnen het eigen personeel
| | 2025 | 2024 |
|---|
| | Americas | Asia Pacific | EMEA | Azelis Group | Azelis Group |
| Het aantal medewerkers niet in loondienst | 42 | 26 | 62 | 130 | 147 |
| Het gemiddelde medewerkers niet in loondienst binnen het eigen personeel | 3,7% | 2,4% | 2,9% | 3,0% | 3,3% |
De cijfers zijn gebaseerd op het personeelsbestand zoals gerapporteerd in Workday™
De cijfers wijken af van het aantal werknemers dat is vermeld in toelichting 10 van de geconsolideerde jaarrekening wegens:
een andere maateenheid: aantal werknemers (duurzaamheidsverklaring) vs. vte's (geconsolideerde jaarrekening)
een andere definitie van 'werknemer': exclusief medewerkers niet in loondienst (duurzaamheidsverklaring) vs. inclusief medewerkers niet in loondienst (geconsolideerde jaarrekening)
een andere verdeelsleutel voor werknemers van de holding: per locatie (duurzaamheidsverklaring) vs. per functie (geconsolideerde jaarrekening)
Medewerkers niet in loondienst: Het type medewerkers niet in loondienst dat in aanmerking wordt genomen, zijn stagiairs/studenten, zelfstandigen en uitzendkrachten. Dienstverleners vallen niet onder de definitie van medewerkers niet in loondienst:
Stagiair/student: Een student of pas afgestudeerde die tijdelijk (betaald/onbetaald) binnen de organisatie werkt om werkervaring op te doen
Zelfstandige: Een tijdelijke werknemer ('contingent worker') werkt vaak zelfstandig of via een managementbedrijf en biedt gespecialiseerde kennis of vaardigheden die nodig zijn voor welbepaalde taken of projecten. De managementvergoeding wordt verwerkt via het managementbedrijf van de persoon en rechtstreeks gefactureerd aan Azelis
Uitzendkracht: Uitzendkrachten zijn personen die in dienst zijn van uitzend- of detacheringsbureaus om taken uit te voeren die vergelijkbaar zijn met die van gewone werknemers. Ze worden vaak ingezet om afwezige werknemers tijdelijk te vervangen of om personeelsbehoeften op korte termijn in te vullen. Hun opdrachten zijn meestal van kortere duur, variërend van routinematige tot gespecialiseerde taken, en ze verrichten deze taken vaak ter plaatse bij Azelis. Het uitzend- of detacheringsbureau heeft een contract met Azelis om deze werknemers te leveren. Hoewel uitzendkrachten aan Azelis worden toegewezen voor de duur van een specifiek project of een specifieke behoefte, hebben zij een arbeidsrelatie met het uitzendbureau
Dienstverlener (buiten het toepassingsgebied): Dienstverleners zijn personen die in dienst zijn van externe bedrijven (bv. opslagbedrijven, logistieke bedrijven, schoonmaak- of gebouwbeheerbedrijven en managementbedrijven die IT-gerelateerde implementatiediensten leveren) die directe contracten hebben met Azelis, om specifieke diensten te leveren
De vergelijkende cijfers (2024) zijn aangepast omdat 17 medewerkers niet in loondienst incorrect als werknemers waren gerapporteerd
S1-9 Percentage hogere managementposities bekleed door vrouwen
| | 2025 | 2024 |
|---|
| Gender | Aantal personeelsleden | Percentage | Aantal personeelsleden | Percentage |
| Vrouw | 27 | 33,3% | 31 | 32,6% |
| Man | 54 | 66,7% | 64 | 67,4% |
| Overig | 0 | 0,0% | 0 | 0,0% |
| Niet vermeld | 0 | 0,0% | 0 | 0,0% |
| Totaal | 81 | 100,0% | 95 | 100,0% |
Senior managers zijn alle werknemers die op grond van hun functie/rol deel uitmaken van het algemeen management team (GMT, General Management Team) van de Groep
In 2025 kwamen de volgende functies hiervoor in aanmerking:
Leden van het Uitvoerend Comité;
Regionale COO's en CFO's en regional head of/director/(S)VP van: Operations (Americas) / Business Development / Commercial Excellence / HR / Legal / SHEQ / Marketing / M&A / PMI / Labs / … Voor alle duidelijkheid: deze lijst is niet exhaustief en kan na verloop van tijd wijzigen in overeenstemming met de bedrijfsbehoeften;
Alle functies met winst- en verliesverantwoordelijkheid voor een land/landencluster als de omzet van het land/de landencluster meer dan € 30 miljoen bedraagt;
Corporate functional heads;
Market segment directors APAC / EMEA als de omzet van het marktsegment meer dan € 50 miljoen bedraagt en Group Principal Managers: alleen functies met wereldwijde verantwoordelijkheid inzake principalen;
Andere strategisch belangrijke functies op uitnodiging van het Uitvoerend Comité, met een maximum van 10% van het totale aantal GMT-leden;
Functies die in aanmerking komen als gevolg van overnames (afgesloten transacties) in het referentiejaar, zijn niet inbegrepen
S1-9 Leeftijdsverdeling
| | 2025 | 2024 |
|---|
| Leeftijdsgroep | Americas | Asia Pacific | EMEA | Azelis Group | Azelis Group |
| Jonger dan 30 | 171 | 169 | 227 | 567 | 619 |
| 30-50 | 620 | 703 | 1.207 | 2.530 | 2.574 |
| Ouder dan 50 | 302 | 190 | 614 | 1.106 | 1.098 |
| Totaal | 1.093 | 1.062 | 2.048 | 4.203 | 4.291 |
S1-13: Jaarlijks functioneringsgesprek
| | 2025 | 2024 |
|---|
| Gender | Aantal prestatie- beoordelingen | Percentage | Aantal prestatie- beoordelingen | Percentage |
| Vrouw | 2.033 | 88,9% | 2.053 | 87,6% |
| Man | 1.669 | 87,2% | 1.666 | 85,0% |
| Overig | Nvt | Nvt | Nvt | Nvt |
| Niet vermeld | Nvt | Nvt | 1 | 100,0% |
| Totaal | 3.702 | 88,1% | 3.720 | 86,4% |
De cijfers zijn gebaseerd op het personeelsbestand zoals gerapporteerd in Workday™
Het percentage wordt berekend op basis van een noemer die alle werknemers omvat die vóór 31 december 2025 in dienst zijn getreden
| | 2025 | 2024 |
|---|
| Gender | Aantal prestatie- beoordelingen | Percentage | Aantal prestatie- beoordelingen | Percentage |
| Vrouw | 2.033 | 99,5% | 2.053 | 99,9% |
| Man | 1.669 | 98,6% | 1.666 | 99,8% |
| Overig | Nvt | Nvt | Nvt | Nvt |
| Niet vermeld | Nvt | Nvt | 1 | 100,0% |
| Totaal | 3.702 | 99,1% | 3.720 | 99,9% |
De cijfers zijn gebaseerd op het aantal personeelsleden zoals gerapporteerd in Workday™
Het percentage wordt berekend op basis van een noemer die alle werknemers omvat die vóór 1 oktober 2025 in dienst zijn getreden, met uitzondering van degenen die gedurende de gehele prestatiebeoordelingsperiode met verlof waren en werknemers van bedrijven die tijdens het verslagjaar zijn overgenomen
S1-13: Gemiddeld aantal opleidingsuren
| Gender | 2025 | 2024 | Doel 2030 |
|---|
| Vrouw | 16,1 | 17,4 | |
| Man | 14,4 | 21,2 | |
| Overig | Nvt | Nvt | |
| Niet vermeld | Nvt | 6,4 | |
| Totaal gemiddelde aantal uren opleiding | 15,4 | 19,2 | 24,0 |
S1-14: Aantal sterfgevallen als gevolg van arbeidsongevallen
| | 2025 | 2024 |
|---|
| Het aantal sterfgevallen als gevolg van arbeidsongevallen (eigen personeel) | 0 | 0 |
| Het aantal sterfgevallen als gevolg van arbeidsongevallen (andere werknemers) | 0 | 0 |
| Totaal | 0 | 0 |
S1-14: Aantal sterfgevallen als gevolg van beroepsziekten
| | 2025 | 2024 |
|---|
| Het aantal sterfgevallen als gevolg van beroepsziekten (eigen personeel) | 0 | 0 |
| Het aantal sterfgevallen als gevolg van beroepsziekten (andere werknemers) | 0 | 0 |
| Totaal | 0 | 0 |
S1-14: Arbeidsongevallen en ziekte gezondheid
| | 2025 | 2024 |
|---|
| Eigen personeel | Americas | Asia Pacific | EMEA | Azelis Group | Azelis Group |
| Het aantal te registreren arbeidsongevallen | 7 | 7 | 6 | 20 | 25,0 |
| Het percentage te registreren arbeidsongevallen | 3,4% | 3,5% | 1,6% | 2,5% | 3,2% |
| Het aantal te registreren beroepsziekten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Het percentage te registreren beroepsziekten | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% |
| Het aantal dagen verzuim (arbeidsongevallen/beroepsziekten) | 224 | 40 | 166 | 430 | 219 |
| | 2025 | 2024 |
|---|
| Medewerkers niet in loondienst | Americas | Asia Pacific | EMEA | Azelis Group | Azelis Group |
| Het aantal te registreren arbeidsongevallen | 0 | 0 | 0 | 0 | 2 |
| Het percentage te registreren arbeidsongevallen | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | Niet gerapporteerd |
| Het aantal te registreren beroepsziekten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Het percentage te registreren beroepsziekten | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | Niet gerapporteerd |
| Het aantal dagen verzuim | 0 | 0 | 0 | 0 | 11 |
Een arbeidsongeval wordt gedefinieerd als een afzonderlijk voorval tijdens het werk dat leidt tot lichamelijke schade. De gegevens van arbeidsongevallen waarvoor eerstehulpverlening niet volstaat maar waarvoor medische behandeling is vereist, worden voor het voltallige personeel verzameld. Ongevallen tijdens zakenreizen worden beschouwd als arbeidsongevallen en worden in deze indicator opgenomen, maar ongevallen tijdens het woon-werkverkeer niet, tenzij de overeenkomstige lokale/nationale regelgeving anders bepaalt
Het aantal registreerbare werkgerelateerde letsels verwijst naar het aantal registreerbare arbeidsongevallen gedeeld door het aantal geschatte gewerkte uren van het eigen personeel en vermenigvuldigd met 1.000.000
Het aantal verloren dagen verwijst naar kalenderdagen, inclusief de eerste volledige dag en de laatste dag van afwezigheid, waarop een werknemer of medewerkers niet in loondienst niet in staat is om zijn/haar taken uit te voeren als gevolg van arbeidsongevallen of arbeidsgerelateerde slechte gezondheid
In 2024 hebben we gebruik gemaakt van de overgangsbepalingen en hebben we het percentage te registreren arbeidsongevallen en beroepsziekten voor medewerkers niet in loondienst niet gerapporteerd
Azelis Group verwijst naar het totaal
S1-16: Remuneratie-indicatoren
| | 2025 | 2024 |
|---|
| Loonkloof | 23,2% | 25,7% |
De loonkloof tussen mannen en vrouwen wordt enkel berekend voor vaste werknemers, op basis van hun totale brutoloon zoals geregistreerd in Workday™, waarbij alle werknemers worden omgerekend naar voltijdequivalenten (VTE) op basis van hun werkuren
De cijfers worden gestandaardiseerd op basis van het gemiddelde aantal werkdagen per jaar (bv. 262 dagen in 2024 en 261 dagen in 2025). Het gemiddelde aantal arbeidsuren per week wordt vanuit Workday™ omgerekend naar een dagbasis, zodat een consistente vergelijking per uur tussen vrouwen en mannen mogelijk is
| | 2025 | 2024 |
|---|
| Remuneratieverhouding | 12,6 | 19,0 |
De mediane werknemer wordt geïdentificeerd op basis van het totale brutojaarloon van vaste werknemers in Workday™, samen met de 50 posities hoger en lager dan de mediaan
De effectieve jaarlijkse brutobezoldiging van deze drie werknemers wordt uit de loonlijst gehaald en daarvan wordt het gemiddelde berekend
De verhouding wordt bepaald door de totale bezoldiging van de hoogstbetaalde werknemer te delen door dit gemiddelde
S1-17: Incidenten, klachten en ernstige impact op het gebied van mensenrechten
| | 2025 | 2024 |
|---|
| Het totale aantal incidenten van discriminatie, met inbegrip van intimidatie | 2 | 0 |
| Het aantal klachten dat is ingediend via kanalen beschikbaar voor eigen personeel om zorgen aan de orde te stellen (met inbegrip van incidenten van discriminatie en intimidatie, exclusief de cases gerapporteerd in bovenstaande KPI) | 0 | 2 |
| Het totale bedrag aan geldboeten, geldstraffen en schadevergoedingen voor schade veroorzaakt door de hierboven gerapporteerde incidenten en klachten | 0 | 0 |
Het totale aantal incidenten van discriminatie, met inbegrip van intimidatie, verwijst naar het aantal incidenten die gemeld en gekwalificeerd zijn in het Case Management System van Azelis als een bewezen discriminatie, intimidatie of soortgelijke schending van de Gedragscode of het beleid tegen intimidatie van Azelis.
Het aantal klachten die zijn ingediend via kanalen die beschikbaar zijn voor het eigen personeelsbestand (inclusief discriminatie- en intimidatie-incidenten, exclusief de cases die zijn gerapporteerd in de bovenstaande KPI) verwijst naar het aantal niet-bewezen intimidatie- en discriminatieproblemen die zijn gemeld via de extern gehoste SpeakUp!-lijn, en die niet zijn opgenomen in de KPI 'Aantal gevallen van discriminatie, inclusief intimidatie'.
Het totaalbedrag aan relevante boetes, straffen en schadevergoedingen als gevolg van bovenstaande incidenten en klachten verwijst naar het totaalbedrag aan boetes, straffen en schadevergoedingen die werden betaald of nog moeten worden betaald door een onderneming van de groep Azelis als gevolg van discriminatie, intimidatie of een vergelijkbare inbreuk op de Gedragscode of het Beleid tegen intimidatie van Azelis, zoals uiteengezet in het Case Management System van Azelis.
| | 2025 | 2024 |
|---|
| Het aantal ernstige incidenten op het gebied van mensenrechten | 0 | 0 |
| Het totale bedrag aan boeten, geldstraffen en schadevergoedingen voor incidenten op gebied van mensenrechten | 0 | 0 |
Het aantal ernstige mensenrechtenincidenten verwijst naar het aantal incidenten die gemeld en gekwalificeerd zijn in het Case Management System van Azelis als een bewezen schending van de mensenrechten volgens de Gedragscode van Azelis.
Het totaalbedrag aan boetes, straffen en schadevergoedingen voor mensenrechtenincidenten verwijst naar het totaalbedrag aan boetes, straffen en schadevergoedingen die werden betaald of nog moeten worden betaald door een onderneming van de groep Azelis als gevolg van een schending van de mensenrechten volgens de Gedragscode van Azelis, zoals uiteengezet in het Case Management System van Azelis.
Impact 2030 toelichtingen van sociale informatie
Zie de bekendmaking onder S1-13 Gemiddeld aantal opleidingsuren
| | 2025 | 2024 | Doel 2030 |
|---|
| Percentage lijnmanagers opgeleid in diversiteit en inclusief leiderschap | 99,0% | 99,8% | 100,0% |
Lijnmanagers zijn alle werknemers die verantwoordelijkheid hebben op het gebied van people management (d.w.z. ten minste één persoon die rechtstreeks aan hen rapporteert), ongeacht hun niveau in de organisatie. Alle lijnmanagers volgen de verplichte opleiding in diversiteit en inclusief leiderschap.
Zie de bekendmaking onder S1-9 Percentage hogere managementposities bekleed door vrouwen
| | 2025 | 2024 | Doel 2030 |
|---|
| Het aantal dodelijke en ernstige arbeidsongevallen | 9 | 10 | 0 |
Deze indicator is gedefinieerd als onderdeel van de duurzaamheidsstrategie Impact 2030 om dodelijke en ernstige arbeidsongevallen te voorkomen.
Ernstige arbeidsongevallen zijn ongevallen die leiden tot meer dan drie dagen werkverlet, blijvende letsels en/of arbeidsongeschiktheid als gevolg van een werkgerelateerd letsel.
S2 Werknemers in de waardeketen
Impacts, risico's en kansen
| DMA-thema | Subthema | IRO-type | Beschrijving van IRO | Tijdhorizon | Plaats in de waardeketen |
|---|
| Respect voor mensenrechten en fundamentele vrijheden | Waardeketen: Andere werkgerelateerde rechten | Actuele impact | Het aangaan van strategische partnerschappen kan de vennootschap helpen om een positieve invloed uit te oefenen op het hanhaven van de mensenrechten in de waardeketen. | Kort Middellang Lang | Upstream |
| Respect voor mensenrechten en fundamentele vrijheden | Waardeketen: Andere werkgerelateerde rechten | Actuele impact | De vennootschap kan een positieve impact creëren door samen te werken met principalen en leveranciers aan verbeteringen op het gebied van mensenrechten en veiligheid die zijn vastgesteld in corrigerende actieplannen. | Kort Middellang Lang | Upstream |
| Respect voor mensenrechten en fundamentele vrijheden | Waardeketen: Andere werkgerelateerde rechten | Potentiële impact | Door te werken met principalen, leveranciers en dienstverleners in meerdere landen en regio's en op verschillende niveaus van de supply chain, moet de vennootschap waakzaam blijven met betrekking tot het respecteren van mensenrechten en arbeidsrechten om schendingen van lokale en internationale regelgeving binnen de supply chain te voorkomen. | Kort Middellang Lang | Upstream |
Onze benadering en ons beleid
Onze waardeketen is complex, met producten die worden ingekocht bij een groot aantal leveranciers in verschillende landen en regio's. Dit creëert een sterke afhankelijkheid van werknemers in onze waardeketen en stelt ons bloot aan ESG-risico's. We leggen daarom duidelijk de nadruk op het respecteren van arbeids- en mensenrechten en op het verminderen van het risico op potentiële negatieve effecten op de werknemers in onze waardeketen. Werknemers die te maken kunnen krijgen met een wezenlijke invloed via onze zakelijke relaties zijn voornamelijk werknemers van entiteiten in onze upstream waardeketen.
Tegelijkertijd beschikken we over klokkenluidersystemen met vrije toegang voor alle werknemers in onze downstream en upstream waardeketen om iedereen te bereiken die mogelijk materiële effecten kan ondervinden van onze eigen activiteiten. Dankzij deze systemen kunnen ze hun ESG-bekommernissen en -problemen aankaarten. We werken met een door derden beheerde SpeakUp!-lijn, die toegankelijk is via onze website. Onder ons Speak Up!-beleid hanteren we een strikt beleid van niet-vergelding en vertrouwelijkheid ten gunste van elke melder. Meer informatie over de Azelis SpeakUp!- lijn wordt beschreven in rubriek G1 Zakelijk gedrag.
Om een rechtvaardige waardeketen in de chemische sector te ondersteunen en de naleving van de vereisten van de regelgeving te waarborgen, hebben we niet één specifiek beleid met betrekking tot mensenrechten, maar passen we verschillende beleidslijnen en processen toe om de mensen- en arbeidsrechten voor alle werknemers in onze waardeketen te eerbiedigen. Daaronder vallen ons Beleid inzake Sustainable Procurement, ons Klokkenluidersbeleid en de Gedragscode, die worden aangevuld met onze Verklaring tegen slavernij en mensenhandel. Samen omvatten deze elementen alle werknemers in de waardeketen die mogelijk een materiële impact zouden kunnen ondervinden en bepalen zij de scope van de ESRS S2-rapportering.
In het kader van ons duurzaamheidsprogramma voeren wij externe ESG-risicobeoordelingen uit op onze supply chain en zijn we vastbesloten ervoor te zorgen dat het grootste deel van onze omzet afkomstig is van leveranciers die een strenge beoordeling hebben doorlopen en volledig voldoen aan onze ESG-prestatienormen. Als dit nodig wordt geacht, worden corrigerende actieplannen geactiveerd en opgevolgd. Tot nu toe zijn geen ernstige negatieve effecten waargenomen op basis van onze on-site ESG-audits die we uitvoeren als lid van TfS.
We beheren ons programma voor due diligence via de gezamenlijke inspanningen van het duurzaamheidsteam en het legal & compliance team onder supervisie van de Group Sustainability Director en de Chief Compliance Officer. Regional legal counsels en Sustainability Coordinators helpen ons toe te zien op naleving van de toepasselijke wet- en regelgeving en bieden ondersteuning voor de implementatie van ESG-beoordeling en -audits. Meer informatie over het beheer van ons compliance programma wordt beschreven in rubriek G1 Zakelijk gedrag. Dit omvat ook formele rapportage over ernstige negatieve gevolgen voor werknemers in onze waardeketen.
In 2025 hebben we ons Sustainable Procurement beleid herzien en bijgewerkt. In dit beleid, dat beschikbaar is op onze website, stellen we duidelijke verwachtingen aan principalen en leveranciers om zich af te stemmen op onze duurzaamheidsnormen. We verwachten van hen dat ze voldoen aan de geldende lokale wet- en regelgeving, de mensenrechten respecteren en de acht fundamentele verdragen van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) naleven. Die bestrijken kinderarbeid, dwangarbeid, vrijheid van vereniging, wettelijke minimumlonen, werkuren en rusttijd, respect voor diversiteit en verwerping van discriminatie.
Deze wettelijke en ethische normen weerspiegelen we in onze Gedragscode. We verwachten van principalen en leveranciers ook dat ze zorgen voor een gezonde en veilige werkomgeving.
Wij zijn sinds 2020 aangesloten bij Together for Sustainability® (TfS). TfS biedt de wereldwijde norm voor het beoordelen van environment-, social en governanceprestaties binnen chemische supply chains. Het biedt solide en onafhankelijke due-diligenceprocedures door middel van ESG-beoordelingen en -audits en beoordeelt leveranciers op basis van MVO-principes, waaronder social, environment- en governancepraktijken. TfS voorziet ook in de noodzakelijke gedeelde infrastructuur om beoordelingen en audits te kunnen uitvoeren, wat zorgt voor leveringszekerheid, veerkracht en proactief beheer van risico's rondom reputatie en regelgeving. De leden van TfS vertegenwoordigen chemische bedrijven die gezamenlijk een wereldwijde jaaromzet van meer dan € 800 miljard genereren.
Dankzij ons lidmaatschap van TfS hebben we toegang tot een kader waarmee de prestaties van principalen en leveranciers op het gebied van milieu, arbeids- en mensenrechten, ethiek en sustainable procurement kunnen worden beoordeeld. We maken gebruik van het TfS-kader en het TfS Academy-platform om onze leveranciers en principalen te ondersteunen bij het uitwerken van hun eigen beleidslijnen en het beheren van de risico's van hun supply chain.
We leggen onze Gedragscode dan wel niet systematisch en formeel op aan alle principalen en leveranciers, maar we moedigen hen er wel toe aan om onze duurzaamheidsambities te delen en zich te houden aan principes die zijn afgestemd op de principes zoals uiteengezet in onze Gedragscode. In dat verband gaan wij na of zij beschikken over een passend compliance kader, inclusief een specifiek beleid inzake ethisch gedrag, en streven wij ernaar, waar mogelijk, om bij de onderhandelingen over formele distributie-overeenkomsten met onze principalen de aanvaarding van vergelijkbare ethische waarden te bedingen. We nemen duidelijk stelling tegen elke vorm van slavernij, dienstbaarheid, dwangarbeid of verplichte arbeid, mensenhandel of kinderarbeid binnen onze organisatie en supply chain.
Daarom houden we ons aan de eisen inzake de minimumleeftijd in alle landen waar we actief zijn en staan we in geen geval dwangarbeid toe, noch in onze bedrijfsactiviteiten, noch in de waardeketen. Onze Gedragscode is publiekelijk beschikbaar op onze website.
Al sinds 2017 publiceren we een jaarlijkse verklaring tegen slavernij en mensenhandel. Deze verklaring bevestigt ons engagement om ervoor te zorgen dat moderne slavernij niet voorkomt in onze eigen activiteiten en die van onze commerciële partners.
We actualiseren en publiceren de verklaring elk jaar, en beschrijven daarbij welke stappen we hebben genomen en in de loop van het jaar zullen nemen om slavernij en mensenhandel binnen ons bedrijf en onze supply chain te voorkomen.
Als onderdeel van onze due diligence-inspanningen met betrekking tot ethisch zakelijk gedrag en naleving van de regelgeving in onze eigen activiteiten, hebben we een geautomatiseerd screeningproces van alle partners (klanten en leveranciers) ingebouwd in onze centrale systemen. Raadpleeg voor meer informatie de rubriek G1 Zakelijk gedrag.
We hebben een SpeakUp!-beleid dat onze werknemers duidelijk uitlegt hoe ze een schending van onze Gedragscode of het bijbehorende compliance beleid kunnen melden. Daarnaast hebben we een door derden beheerde SpeakUp!-lijn geïnstalleerd waar zowel werknemers als externe partijen ethische pijnpunten aan de orde kunnen stellen. Dit omvat alle kwesties die verband houden met mensenrechtenschendingen, zoals mensenhandel, dwang- en kinderarbeid. We beheren alle cases op het vlak van compliance centraal via het SpeakUp!- Case Management System (CMS). In overeenstemming met ons SpeakUp!-beleid passen we een strikte niet-vergeldingsaanpak toe ter bescherming van de personen die nalevingsproblemen melden.
Actie ondernemen, herstel en kanalen om zorgen kenbaar te maken
Duurzaamheid is een belangrijk punt in onze samenwerking met principalen en leveranciers. Via ons lidmaatschap van TfS evalueren we met behulp van EcoVadis®-beoordelingen en TfS-audits hoe onze supply chain het doet op het vlak van onder meer arbeidsomstandigheden en mensenrechten. We vullen dit aan met het screenen van partners via een externe risicobeoordelingstool om er zeker van te zijn dat er voor al onze zakenpartners een uitgebreid risicoprofiel aanwezig is. In 2025 hielden de meest significante risico's op het vlak van arbeids- en mensenrechten (met inbegrip van kinder-, dwang- of verplichte arbeid) onder werknemers in de waardeketen van de onderneming voornamelijk verband met Azië.
Deze beoordelingen en audits zijn onderdeel van onze due-diligenceprocedure, zodat we eventuele schendingen bij onze leveranciers tijdig kunnen identificeren, voorkomen of aanpakken. Het gaat hierbij onder meer om risico's op het vlak van veiligheid en gezondheid, werktijden, vrijheid van vereniging, kinderarbeid en dwangarbeid.
Tijdens een EcoVadis®-beoordeling vullen principalen of leveranciers een online vragenlijst in op basis van toonaangevende standaarden, waaronder GRI, UN Global Compact (UNGC), RC®-principes en ISO26000. Tijdens de beoordeling worden beleidslijnen, acties en resultaten geëvalueerd en worden bewijsstukken opgevraagd. Waar beschikbaar worden certificeringen van derden in aanmerking genomen. EcoVadis bekijkt de informatie vervolgens extern en vult deze aan met een 360 gradenobservatie van externe bronnen van stakeholders, waardoor een allesomvattend beeld ontstaat van milieu-, sociale, ethische en supply chain praktijken.
In 2025 zijn we blijven inzetten op het prioritiseren van leveranciers voor EcoVadis®-beoordelingen op basis van een risicogebaseerde benadering en het uitgavenniveau. De leveranciers die we hebben uitgenodigd voor een on-site TfS-audit, zijn geselecteerd op basis van de EcoVadis®-beoordelingen van 2024 met de laagste scores. Als gevolg hiervan heeft 32% van de beoogde leveranciers met lage scores in eerdere beoordelingen een audit of herbeoordeling afgerond in 2025, of ondergingen ze tegen het einde van het jaar een EcoVadis®expert-analyse. 100% van deze voltooide herbeoordelingen lieten een verbeterde ESG-prestatiescore zien.
Door leveranciers te betrekken bij ESG-beoordelingen, krijgen we een beter inzicht in onze upstream waardeketen en kunnen we onze prestaties in de loop der tijd verbeteren in lijn met ons beleid en doelstellingen rond sustainable procurement, ons IRO-beheer. Wanneer TfS-audits verbeterpunten identificeren, werken wij samen met principalen en leveranciers om corrigerende actieplannen vast te leggen en de voortgang op te volgen.
Onze belangrijkste focus ligt bij het herstel van belangrijke en cruciale auditbevindingen in onze upstream waardeketen, marktsegmenten en regio's. Op basis van geldige TfS-audits die namens ons zijn uitgevoerd en op basis van de informatie waarover we beschikken, hebben we in 2025 geen kritieke of ernstige bevindingen en/of gevolgen vastgesteld. Kritieke bevindingen worden gedefinieerd als probleempunten met een hoge onmiddellijke prioriteit, zoals situaties die een direct gevaar vormen voor werknemers, aannemers, het milieu of de omgeving. Hieronder vallen ook gevallen van dwangarbeid, kinderarbeid of fysiek/seksueel misbruik en gevallen van poging tot omkoping van het auditteam. Van de geïdentificeerde potentiële negatieve effecten had 7% te maken met milieuthema's, 51% met veiligheids- & gezondheidskwesties, 42% met arbeids- & mensenrechten en 1% met governance. De meeste bevindingen op het vlak van arbeids- en mensenrechten, met een potentiële negatieve impact, hadden te maken met ontoereikende documentatie, werktijden of toekenning van jaarlijks verlof.
De Group Sustainability Coordinator en Group Sustainability Director volgen de vooruitgang inzake corrigerende maatregelen op via een veilige online monitoringtool, het TfS OASIS Audit Sharing Platform. Tegen het einde van het jaar was 60% van de bevindingen met een mogelijke negatieve impact aangepakt door de leverancier door middel van een of meer corrigerende maatregelen. Dit percentage is lager dan in 2024, door een hogere instroom van audits tegen het einde van het verslagjaar. Tot de corrigerende maatregelen behoorden bijvoorbeeld veiligheidstrainingen voor werknemers, maar ook verbeterde registratie van werktijden en maatregelen voor een verbetering van de werkplek. De resterende bevindingen worden momenteel verholpen. Vanaf 2025 maakt de follow-up van de corrigerende actieplannen van audits deel uit van de jaarlijkse doelstellingen die we als TfS-lid hebben vastgesteld.
De dialoog aangaan met werknemers in de waardeketen
TfS-audits geven ons een dieper inzicht in ESG-praktijken op het niveau van principalen en leveranciers. Door TfS goedgekeurde externe auditoren voeren deze audits uit en beoordelen prestaties via vastgestelde criteria op het vlak van management, milieu, veiligheid & gezondheid, mensen- & arbeidsrechten en governancekwesties. De auditvragenlijsten zijn gebaseerd op erkende internationale kaderregelingen, waaronder de ILO, het UNGC en de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen. Tijdens de TfS-audits worden de werknemers in de waardeketen ook actief betrokken via gesprekken met werknemers ter plaatse. Deze interviews helpen ons om inzicht te krijgen in arbeidspraktijken, naleving van internationale en lokale regelgeving en de maturiteit van beheersystemen binnen ons leveranciersnetwerk. Ze stellen ons ook in staat om inzicht te krijgen in de ervaringen van werknemers die extra kwetsbaar kunnen zijn voor negatieve effecten, zoals arbeidsmigranten, minderheden of jonge werknemers. We weerspiegelen deze perspectieven in auditverslagen en in eventuele corrigerende actieplannen.
Elk probleem dat wordt gemeld via de SpeakUp!-lijn van Azelis, wordt behandeld door de aangewezen integriteitsfunctionarissen. Ze beoordelen elke melding en bepalen of verder onderzoek nodig is. Op basis van de uitkomst van het onderzoek en het feit of een vermeende schending van mensenrechten gegrond wordt bevonden, worden passende maatregelen genomen. Die kunnen onder meer een beëindiging van lopende contractuele relaties met partners, melding aan de bevoegde autoriteiten en schadeclaims inhouden. Er zijn in 2025 geen gevallen gemeld van ernstige mensenrechtenschendingen, wat erop wijst dat er geen sprake was van problemen met een hoge onmiddellijke prioriteit (d.w.z. situaties die een direct gevaar vormen voor werknemers, contractanten, het milieu of de omgeving).
Indien ons geautomatiseerde externe screeningsproces vaststelt dat een partner van de Groep onderworpen is aan sancties of betrokken is bij praktijken die verband houden met mensenrechtenschendingen, sluiten we deze partner uit van verdere zakelijke samenwerking. Ons Compliance team bekijkt de zaak dan en bepaalt of er aanvullende actie nodig is.
In 2025 hebben we geen gevallen van ernstige mensenrechten-schendingen vastgesteld waarbij onze zakenpartners of tegenspelers binnen onze waardeketen betrokken waren.
Streefdoelen
Met onze duurzaamheidsbeoordelingen van leveranciers in 2025 hebben we een dekkingspercentage van 81,1% van onze totale omzet van 2025 bereikt, vergeleken met 83,6% in 2024, en tegenover een Impact 2030-doelstelling van een dekking van 80% van de uitgaven. Voor de dekking in 2025 werd de omzet gebruikt als proxy voor de uitgaven. We hebben onze doelstelling bereikt dankzij het netwerk van duurzaamheidscoördinatoren op regionaal en groepsniveau, en de koppeling van leveranciersownership aan onze regio's, waardoor we onze leveranciers beter konden monitoren en opvolgen. We werkten de vooruitgang ook in de hand door middel van opleidingen voor leveranciers via EcoVadis® en TfS.
81,1%
ESG-beoordeelde leveranciers in 2025
De doelstelling is niet ontwikkeld met rechtstreekse betrokkenheid van de werknemers in de waardeketen, maar maakte deel uit van onze bredere inspanningen om het Impact 2030-programma te creëren op basis van interne en externe engagementen.
EcoVadis®-beoordelingen en TfS® -audits worden gebruikt als een vervangende maatstaf voor het ontwikkelen van doelstellingen en het bijhouden van prestaties van ons beleid voor sustainable procurement en het beheer van IRO's door inzicht te krijgen in de IRO's en verbeteringen te bewerkstelligen voor werknemers in onze waardeketen. Deze tools worden ook gebruikt om eventuele lessen of verbeteringen te identificeren op basis van de prestaties van de onderneming (cf. EcoVadis®-beoordeling van de prestaties en TfS-audit corrigerende actieplannen). Leveranciers met een EcoVadis®-score die op een verhoogd ESG-risico duidt, worden elk jaar beoordeeld. Leveranciers met een laag risico worden eens in de drie jaar beoordeeld.
Naast onze Impact 2030-doelstelling dragen we als lid van TfS actief bij aan jaarlijkse prestatie-indicatoren en doelstellingen met betrekking tot ESG-beoordelingen en -audits. Onze individuele bedrijfsdoelen en prestaties zijn te vinden in de onderstaande tabel. De maatstaven en doelstellingen worden jaarlijks bepaald door elke aangesloten onderneming en goedgekeurd door TfS, op basis van historische prestaties van alle TfS-ondernemingen en rekening houdend met de omvang van de aangesloten onderneming.
| KPI type | KPI definitie | 2024 | 2025 | Doel 2025 | Doel 2026 |
|---|
| Impact 2030 | Dekkingspercentage van de totale omzet met duurzaamheidsbeoordelingen | 83,6% | 81,1% | 80% | 80% |
| Beoordeling | Leveranciers in Azelis’ netwerk die in de afgelopen 36 maanden aan een beoordeling zijn onderworpen | 1.067 | 1.196 | 1.020 | 1.276 |
| Beoordeling | Leveranciers in Azelis’ netwerk die in 2025 aan een beoordeling zijn onderworpen | 769 | 918 | 570 | 850 |
| Beoordeling | Percentage herbeoordelingen met een verbeterde score in 2025 (verbetering ten opzichte van een score lager dan 54) | 68 | 79 | 60 | 65 |
| Audit | Leveranciers die in de afgelopen 36 maanden aan een TfS-audit zijn onderworpen op vraag van Azelis | 19 | 24 | 27 | 16 |
| Audit | Audits uitgevoerd in 2025 op vraag van Azelis | 6 | 8 | 10 | 8 |
| Audit | Percentage bevindingen met vooruitgang bij de implementatie van corrigerende maatregelen (belangrijke/kritieke bevindingen tijdens audits op vraag van Azelis) | 82 | 60 | 50 | 55 |
Definities
Voor een ESG-beoordeling moet een leverancier een online vragenlijst van EcoVadis® invullen. Beoordelingen worden volledig online uitgevoerd en blijven één jaar geldig. Voor Azelis is een beoordeling drie jaar geldig na het verkrijgen van een EcoVadis®-medaille of -badge. Naast leveranciers met een geldige beoordeling vallen ook leveranciers die nog bezig zijn met het invullen van de vragenlijst of van wie de vragenlijst door EcoVadis® nog wordt geëvalueerd, binnen het bereik van de indicator 'ESG-beoordeelde omzet'.
Een door TfS goedgekeurde externe auditor voert een ESG-audit uit, die betrekking kan hebben op een of meer bedrijfsvestigingen van de betreffende leverancier, zoals een productiefaciliteit of magazijn. Audits blijven drie jaar geldig. Geaccepteerde alternatieven voor een TfS-audit zijn SQAS-, SMETA-, PSCI- of CRSAS-audits, op voorwaarde dat deze maximaal 24 maanden voordat het auditrapport met Azelis en TfS wordt gedeeld, worden uitgevoerd.
Een leverancier met ESG-beoordeling wordt gedefinieerd als een leverancier die in 2025 een geldige ESG-audit in de TfS-auditpool heeft of door TfS-partner EcoVadis® is gevraagd om een ESG-beoordeling te ondergaan. Eind 2025 heeft deze leverancier de vragenlijst ingevuld en heeft hij een scorekaart die ofwel gepubliceerd is, ofwel ter controle bij EcoVadis® ligt. De ESG-beoordeling van leveranciers die een EcoVadis®-medaille of -badge hebben behaald, blijft geldig tot drie jaar na de publicatiedatum van de scorekaart.
De omzet gegenereerd door leveranciers die beschikken over een geldige ESG-audit of een geldige ESG-beoordeling, inclusief de leveranciers die na succesvolle registratie op het EcoVadis®-platform worden beoordeeld, als percentage van de totale over het verslagjaar door Azelis Group gegenereerde omzet.
S4 Consumenten en eindgebruikers
Impacts, risico's en kansen
| DMA-thema | Subthema | IRO-type | Beschrijving van IRO | Tijdhorizon | Plaats in de waardeketen |
|---|
| Product stewardship | Persoonlijke veiligheid van consumenten en/of eindgebruikers | Potentiële impact | Potentiële negatieve impact op de gezondheid en veiligheid van de consumenten of eindgebruikers van Azelis, door de aanwezigheid van toxische of gevaarlijke chemicaliën in de verkochte producten. | Kort Middellang Lang | Downstream |
| Product stewardship | Persoonlijke veiligheid van consumenten en/of eindgebruikers | Risico | Complexe regelgeving kan leiden tot een beperkte beschikbaarheid van materialen, waardoor consumenten of eindgebruikers minder keuze hebben. Dit kan een risico vormen voor de continuïteit van de activiteiten met klanten, leveranciers enz. en dus een risico voor de omzet van het bedrijf. | Kort Middellang Lang | Upstream Downstream |
| Product stewardship | Persoonlijke veiligheid van consumenten en/of eindgebruikers | Risico | Risico op niet-naleving van regelgeving, veiligheids- of kwaliteitseisen, wat kan leiden tot boetes, reputatieschade, financiële kosten en verlies van principalen en klanten. | Kort Middellang Lang | Upstream Downstream |
| Product stewardship | Persoonlijke veiligheid van consumenten en/of eindgebruikers | Kans | Kans om de inzet van Azelis voor veiligheid en milieu te versterken om het uitbouwen van strategische partnerschappen met principalen, leveranciers en klanten te stimuleren. | Middellang Lang | Upstream Downstream |
| Product stewardship | Informatiegerelateerde gevolgen voor consumenten en/of eindgebruikers | Daadwerkelijke impact | Daadwerkelijke positieve impact door solide protocollen voor product stewardship in te voeren en door transparante en uitgebreide informatie te verstrekken over het gebruik van chemicaliën, het einde van de levensduur, veiligheid, gevaren en duurzaamheidsprestaties. | Middellang Lang | Downstream |
| Duurzame en innovatieve oplossingen | Entiteitsgebonden | Potentiële impact | Potentiële positieve impact op de maatschappij door duurzame, milieuvriendelijkere producten en oplossingen uit te rollen en door in gesprek te gaan met principalen en leveranciers over producten met een lagere koolstofvoetafdruk. | Middellang Lang | Upstream Downstream |
| Duurzame en innovatieve oplossingen | Entiteitsgebonden | Risico | Risico op reputatieschade en verlies van marktaandeel en van klanttevredenheid door het niet kunnen volgen van markttrends met betrekking tot duurzame productinnovaties. | Middellang Lang | Upstream Downstream |
| Duurzame en innovatieve oplossingen | Entiteitsgebonden | Risico | Risico op reputatieschade en financiële schade als gevolg van de verschuiving in de verwachtingen van klanten en de groeiende vraag naar gecertificeerde duurzame materialen. | Middellang Lang | Downstream |
| Duurzame en innovatieve oplossingen | Entiteitsgebonden | Kans | Kans om innovatieve en duurzame oplossingen en producten te promoten. | Middellang Lang | Upstream Downstream |
| Duurzame en innovatieve oplossingen | Entiteitsgebonden | Kans | Kans om duurzame producten op te sporen en innovatieve formuleringen te ontwikkelen voor onze klanten. | Middellang Lang | Downstream |
| Duurzame en innovatieve oplossingen | Entiteitsgebonden | Kans | Kans om innovatieve en duurzame producten op de markt te brengen, wat leidt tot een groter concurrentievermogen en meer bedrijfsactiviteiten. | Middellang Lang | Upstream Downstream |
| Duurzame en innovatieve oplossingen | Entiteitsgebonden | Kans | Veranderende verwachtingen van klanten en vraag naar gecertificeerde duurzame materialen kunnen richtinggevend zijn voor de toekomstige productportfolio van Azelis en zo verdere groei mogelijk maken. | Middellang Lang | Upstream Downstream |
Azelis treedt op als een business-to-business (b2b)-bedrijf. We werken rechtstreeks samen met onze klanten, die onze producten gebruiken als input in hun eigen producten. Zoals we hebben uitgelegd in ons hoofdstuk Waardeketen, maken we deel uit van de wereldwijde waardeketen voor Chemicals en Life Sciences. We leveren goederen en diensten aan klanten die we zien als onze eindgebruikers. We bedienen geen consumenten rechtstreeks.
Als aanbieder van innovatiediensten bedienden we bedrijven wereldwijd in verschillende sectoren en marktsegmenten. We kopen en distribueren chemicaliën en ingrediënten die voldoen aan de vraag van onze markten en we ontwikkelen formuleringen die inspelen op lokale en segmentspecifieke behoeften.
Onze producten zijn onderworpen aan strenge regelgeving in de markten waar we actief zijn en we voldoen aan deze vereisten door middel van solide programma's voor product stewardship in al onze activiteiten.
We verwachten ook dat onze eindmarkten zullen evolueren in de richting van een grotere vraag naar producten waarin duurzaamheidscriteria zijn geïntegreerd, en we bereiden ons voor om aan deze verzoeken te voldoen. Dit is voor ons een belangrijke hefboom om financiële groeikansen te benutten die gekoppeld zijn aan de groeiende vraag naar duurzame producten.
Onze beleidsdocumenten
Bij Azelis blijven de veiligheid, de gezondheid en het welzijn van onze mensen, de bescherming van het milieu en het verantwoorde beheer van chemicaliën centraal staan in onze bedrijfsdoelstelling. Het SHE-beleid van de Groep biedt een uniform en praktisch kader dat van toepassing is op alle werknemers, contractanten en bezoekers op alle Azelis-sites wereldwijd. Het beleid legt de normen, gedragingen en verwachtingen vast die vereist zijn om een veilige, gezonde en milieubewuste werkomgeving te waarborgen.
In de loop van het jaar hebben we verdere stappen gezet in de realisatie van onze langetermijndoelstelling om tegen 2025 nul arbeidsongevallen en milieugerelateerde incidenten te bereiken. Onze aanpak is gebaseerd op proactief risicobeheer, strikte operationele discipline en de overtuiging dat elk incident te voorkomen is. Het beleid vertaalt deze principes in duidelijke gedragsverwachtingen voor iedereen, versterkt de verantwoordingsplicht en draagt bij aan een cultuur waarin veiligheid en zorg voor het milieu zijn verankerd in de dagelijkse activiteiten. Het SHE-beleid van de Groep is beschikbaar op onze website.
Ons lidmaatschap verplicht ons om het 'Roundtable process' actief te ondersteunen door de productie, de inkoop en het gebruik van duurzame palmolieproducten te bevorderen. Ook verplichten we onze leveranciers van palmolie en palmpitolie om zich aan te sluiten, als voorwaarde voor levering. Meer informatie is te vinden op onze website.
PSA is een gestandaardiseerd kader dat is ontwikkeld door toonaangevende chemische bedrijven en de World Business Council for Sustainable Development (WBCSD, Portfolio Sustainability Assessment v2.0 | WBCSD), en vormt de basis van onze methodologie voor duurzame producten en formuleringen.
Respect voor mensenrechten is een materieel thema voor Azelis. In overeenstemming met onze interne processen en beleidslijnen en met de wettelijke vereisten willen we een rechtvaardige supply chain garanderen voor alle producten die we distribueren. Dit geldt zowel voor onze downstream klanten als voor onze upstream leveranciers. In het kader van de herziening van onze beleidslijnen hebben wij in 2025 het beleid inzake sustainable sourcing geactualiseerd, rekening houdend met de reikwijdte van Impact 2030 en met de procesverbeteringen die we in de voorgaande jaren hebben gerealiseerd. Meer informatie is beschikbaar op onze website.
Het senior management houdt toezicht op de implementatie van, en de verantwoordelijkheid voor, materiële duurzaamheidskwesties die verband houden met product stewardship, de duurzaamheidsbeoordeling van de portfolio en sustainable procurement. Hiertoe behoren de Group SHEQ & Regulatory Affairs Director (product stewardship), de Group Sustainability Director (PSA en sustainable procurement) en het Uitvoerend Comité. Samen met Regional Sustainability Coordinators en lokale managementteams zijn ze verantwoordelijk voor de effectieve uitvoering en de voortdurende controle van ons beleid voor alle bedrijfsactiviteiten.
Onze benadering en acties
We hanteren strenge normen voor product stewardship wanneer we producten opnemen in onze portfolio. Ons corporate SHEQ-team valideert alle producten om er zekere van te zijn dat aan alle veiligheids- en kwaliteitsparameters wordt voldaan in overeenstemming met de geldende regelgeving. We verstrekken informatie over productveiligheid, waaronder gevarenidentificatie, beoogd gebruik, verwijdering, grenswaarden voor beroepsmatige blootstelling, transportinformatie enz. aan downstream gebruikers in de vorm van veiligheidsinformatiebladen (safety data sheets of SDS) en productlabels die door fabrikanten of leveranciers van de producten worden verstrekt. Ons interne team dat instaat voor de opstelling van SDS's, stelt die bladen en productlabels op in meerdere talen indien klanten en de lokale regelgeving dit vereisen.
Ons Regulatory Information Management (RIM)-team toetst producten aan regio- en landspecifieke checklists voor regelgeving. We stellen producten pas beschikbaar voor verkoop op relevante markten na succesvolle validatie van informatie en documenten over veiligheid, kwaliteit en regelgeving. Naast deze gecentraliseerde toetsing zorgt ons netwerk van regionale en lokale SHEQ-experts voor naleving van aanvullende lokale regelgevingen en certificeringen.
Als onderdeel van ons streven naar sustainable sourcing en verantwoorde zakelijke praktijken ondersteunen we actief de principes en criteria van de RSPO. Palmolie is een essentieel onderdeel van veel van de producten die we leveren, en we zijn ons goed bewust van de invloed ervan op het milieu en de maatschappij. In 2024 was 83,99% van onze volumes aan palmolie RSPO-gecertificeerd volgens het Mass Balance- en Segregated model, met 100% traceerbaarheid voor gecertificeerde volumes. Onze indiening van de jaarlijkse voortgangscommunicatie bij de RSPO versterkt deze verbintenis door een heldere bekendmaking van de voortgang en de uitdagingen. We ondersteunen onafhankelijke kleine boeren actief via RSPO-programma's en initiatieven op het gebied van leveranciersbetrokkenheid, waarbij de distributie van gecertificeerde duurzame palmolie het sterkst is in Europa en Noord-Amerika.
We zien een toenemende vraag van klanten naar duurzamere producten en formuleringen. De criteria hiervoor verschillen per markt en weerspiegelen een mix van veranderingen in de regelgeving en verschuivende verwachtingen. Ze omvatten producten met een lagere koolstofvoetafdruk, een lager toxiciteitsprofiel, oplossingen die circulaire praktijken mogelijk maken, materialen op biologische basis, ethische bevoorrading en andere milieu- en mensvriendelijke kenmerken. Om weloverwogen klantenbeslissingen op basis van de duurzaamheidskenmerken van de door ons gedistribueerde producten mogelijk te maken, hebben we in 2025 onze PSA-methodologie verder uitgerold.
De sectoroverstijgende toepasbaarheid van het kader stelt ons in staat om deze duurzaamheidsinzichten uit te breiden tot buiten de chemische sector en om klanten en eindgebruikers in uiteenlopende sectoren te ondersteunen. Dit versterkt ons vermogen om in te spelen op marktverwachtingen, te anticiperen op regelgevende en consumententrends en oplossingen te leveren die bijdragen aan een duurzamere waardeketen.
De PSA van de WBCSD biedt praktische richtsnoeren voor stakeholdersbetrokkenheid gedurende het volledige beoordelingsproces. Door gezichtspunten van stakeholders (waaronder die van leveranciers, principalen, klanten en eindgebruikers) te integreren, zorgen wij ervoor dat onze beoordelingen zijn verankerd in reële behoeften. Dit helpt ons om materiële duurzaamheidskansen en -uitdagingen binnen onze portfolio te identificeren, de transparantie te verbeteren en de afstemming binnen onze waardeketen te versterken. Daarnaast zorgt dit ervoor dat de strategieën van onze marktsegmenten actueel blijven en afgestemd zijn op de opkomende veranderingen op de eindmarkten.
De integratie van het PSA-kader in ons bedrijfsmodel creëert een duidelijke koppeling tussen duurzaamheidsbeoordeling en marktstrategie. Inzichten uit portfoliobeoordelingen geven vorm aan onze innovatieprioriteiten, onze inspanningen voor product stewardship en onze go-to-marketstrategieën. Hierdoor kunnen wij onze portfolio proactief afstemmen op de duurzaamheidsdoelstellingen van klanten, onze samenwerkingen met principalen versterken en gedeelde waarde creëren via verantwoorde, wetenschappelijk onderbouwde oplossingen.
Het PSA-kader ondersteunt gestructureerde duurzaamheidsbeoordelingen en gerichte duurzame innovaties binnen onze portfolio van producten en formuleringen. Via deze aanpak bezorgen wij klanten duidelijke en relevante informatie over de duurzaamheidsprestaties van onze producten en oplossingen, zodat zij weloverwogen keuzes kunnen maken en tegelijk de duurzame groei van Azelis ondersteunen.
In de loop van 2025 hebben we hard gewerkt aan de integratie van de PSA-impactcategorieën en gerelateerde gegevens in onze tool. We stonden onder meer stil bij de categorieën 'Chemische gevaren en blootstelling' en 'Wereldwijde regelgevende verdragen'. Daarnaast hebben we de link gelegd naar de impactcategorie 'Milieu- en sociale prestaties', doordat we onze capaciteit op het vlak van onze CO2-boekhouding hebben versterkt en de resultaten hebben gekoppeld aan ons PIM (Product Information Management). Dit systeem is nu in staat om de 'Product Carbon Footprint' (PCF) of klimaatimpact van een individueel product van uiteenlopende kwaliteitsniveaus uit meerdere bronnen vast te leggen, te valideren en te beheren. Dankzij deze ontwikkeling kunnen we deze PCF's niet alleen gebruiken als basis voor koolstof als prestatiecriterium voor onze PSA-segmentatie, maar ook binnen onze activity-based Scope 3.1-berekeningen (zie rubriek E1 Klimaatverandering methodologie). Naarmate primaire PCF-gegevens van principalen en leveranciers breder beschikbaar worden, zijn wij van plan klanten steeds robuustere koolstofinformatie van hoge kwaliteit aan te bieden ter ondersteuning van hun besluitvorming.
In het vierde kwartaal organiseerden we de webinar 'Understanding Carbon as a performance criterion in CASE applications'. In deze samenwerking met onze waardeketen bespraken we de markttrends richting koolstofarme producten, de verbeteringen in onze interne systemen en de eerste concrete voorbeelden van hoe we koolstof gebruiken als prestatiecriterium voor onze producten.
Deze opleiding bracht 169 deelnemers samen uit de kring van principalen, klanten en werknemers van Azelis en behaalde een tevredenheidsscore van 100% bij de respondenten van de enquête. "Ik vond het erg fijn om jullie recente webinar bij te wonen: inzichtelijk, goed gestructureerd en zeer professioneel gebracht."
Deze eerste verbintenis legde de basis voor een verdere toename in het delen van primaire PCF-gegevens en -analyse, naarmate ze in de loop van het jaar breder beschikbaar worden op de markt.
Via ons lidmaatschap van TfS houden we toezicht op de duurzaamheidsprestaties van leveranciers en werken we aan het verminderen van risico's voor milieu en mensenrechten aan de toeleveringskant door middel van beoordelingen en audits. Evaluatiecriteria zijn onder andere beleidsmaatregelen, acties en resultaten met betrekking tot sociale, ethische, milieu- en supply chain praktijken van onze leveranciers. We geven een uitgebreid overzicht van onze huidige praktijken op het gebied van sustainable procurement in S2 Werknemers in de waardeketen. Deze activiteiten vormen een aanvulling op onze productspecifieke Portfolio Sustainability Assessment door de algemene duurzaamheidsambities en -praktijken van leveranciers te beoordelen, naast de duurzaamheidsprofielen van individuele producten.
Door product stewardship, beoordeling van duurzaamheid van de portfolio en sustainable procurement te combineren, versterken we ons vermogen om risico's die voortkomen uit onbedoeld gebruik en toepassing van onze producten, evenals risico's die samenhangen met de upstream supply chain, tot een minimum te beperken. Tegelijkertijd maken we een meer aangepast en duurzaam gebruik van onze producten in de eindtoepassingen van onze klanten mogelijk.
Processen om de dialoog aan te gaan met consumenten en eindgebruikers, problemen te melden en negatieve gevolgen te verhelpen
Onze klanten zijn een belangrijke stakeholdersgroep. We hebben regelmatig contact met hen via:
Regelmatige zakelijke interacties
Technische marketing
Algemene marketingactiviteiten
Handelsbeurzen
Wereldwijde klanttevredenheidsenquêtes
Klantentraining
Hen opnemen in ons DMA-proces
Meer informatie over onze betrokkenheid bij klanten en andere stakeholders is te vinden in de rubriek Belangen en opvattingen van stakeholders.
Om ervoor te zorgen dat wij kunnen luisteren naar alle partijen die mogelijk materieel worden beïnvloed door onze activiteiten, hetzij rechtstreeks, hetzij via onze waardeketen, beschikken wij over klokkenluiderssystemen die vrij toegankelijk zijn voor alle stakeholders in onze upstream en downstream waardeketen. Deze kanalen maken het mogelijk om zorgen en problemen met betrekking tot ESG-onderwerpen te melden. We werken met een door derden beheerde SpeakUp!-lijn, die toegankelijk is via onze website. Overeenkomstig ons SpeakUp!-beleid hanteren we strikte afspraken over het niet nemen van represailles en de vertrouwelijkheid van elke melder. Meer informatie over de SpeakUp!-lijn wordt beschreven in rubriek G1 Zakelijk gedrag.
Doelstellingen
We blijven ernaar streven om te voldoen aan alle toepasselijke wet- en regelgeving, inclusief naleving op het gebied van product stewardship. Om ervoor te zorgen dat we onze belofte van een robuuste nalevingscultuur binnen Azelis nakomen, hanteren we een nultolerantie ten aanzien van niet-naleving. In 2025 werden er nul incidenten van niet-naleving gemeld. Zie de rubriek Impact 2030 governancegerelateerde openbaarmakingen van G1 Zakelijk gedrag, waarin 'Materiële inbreuken op wet- en regelgeving' worden behandeld, voor de gedetailleerde methodologie over deze maatstaven.
Nu de methodologie verder doorgevoerd wordt in 2025, zullen we PSA-doelstellingen ontwikkelen naarmate de methodologie matuurder wordt. Dit betekent in eerste instantie dat alle relevante impactcategorieën correct worden bestreken. Zodra we meer ervaring hebben met geselecteerde bedrijfssegmenten, zullen we dekkingsdoelstellingen definiëren die het percentage producten en formuleringen onder PSA meten.
We zullen het voordeel volgen dat wordt gecreëerd voor onze klanten in verband met lagere BKG-uitstoot in het algemeen en productspecifiek via onze decarbonisatie-inspanningen onder SBTi. Dit maakt bedrijfsbreed Scope 3-beheer mogelijk, maar levert ook productspecifieke koolstofvoetafdrukken op als belangrijke input voor onze PSA-methodologie en onze klanten. Zie de rubriek Decarbonisering.
Als onderdeel van ons duurzaamheidsprogramma zet Azelis zich in om ervoor te zorgen dat het grootste deel van haar omzet afkomstig is van leveranciers die zijn beoordeeld en die voldoen aan onze normen voor ESG-prestaties. Met onze duurzaamheidsbeoordelingen van leveranciers in 2025 hebben we een dekkingspercentage van 81,1% van onze totale omzet van 2025 bereikt. Raadpleeg de S2 Werknemers in de waardeketen voor meer informatie over die doelstelling.
G1 Zakelijk gedrag
Impacts, risico's en kansen
| DMA-thema | Subthema | IRO-type | Beschrijving van IRO | Tijdhorizon | Plaats in de waardeketen |
|---|
| Bedrijfsethiek | Bedrijfscultuur | Kans | Met haar bewezen sterke compliance-cultuur is Azelis een aantrekkelijke partner voor haar principalen om uit te breiden in zowel gevestigde als meer risicovolle (opkomende) markten, wat resulteert in een sterkere geografische spreiding en meer productdiversiteit van Azelis ter ondersteuning van de omzetgroei. | Middellang Lang | Upstream |
| Kans | Met een sterke compliance cultuur zal Azelis in staat zijn om sterke en langdurige relaties met haar klanten en leveranciers te onderhouden, te profiteren van een groter concurrentievermogen, talent aan te trekken en te behouden en betere toegang te krijgen tot de financiële markt en de investeerdersmarkt. Dit zal op zijn beurt de operationele en financiële resultaten van de Groep versterken. | Middellang Lang | Downstream |
| Risico | Het gebrek aan een sterke compliance cultuur kan ertoe leiden dat Azelis zich niet kan profileren als een betrouwbare partner voor haar commerciële tegenhangers, talent niet kan aantrekken en behouden en geen toegang heeft tot financiering en kapitaal van investeerders, wat een negatieve invloed zal hebben op haar algemene winstgevendheid en Azelis en haar management zal blootstellen aan vervolging, boetes en (contractuele) schade. | Middellang Lang | Upstream Eigen activiteiten Downstream |
| Bescherming van klokkenluiders | Kans | Kans om een robuuste klokkenluidersregeling te ontwikkelen die bescherming biedt aan personen die illegale, onethische of schadelijke activiteiten binnen Azelis melden. | Middellang Lang | Upstream Eigen activiteiten Downstream |
| Corruptie en omkoping | Kans | Met een bewezen staat van dienst in het voorkomen en opsporen van corruptie en omkoping, met onder meer een uitgebreid en specifiek opleidingsprogramma ter preventie van omkoping en corruptie, trekt Azelis zakelijke en financiële partners aan die dezelfde ethische waarden delen. Dit resulteert in een concurrentievoordeel en hogere financiële en bedrijfsresultaten. | Middellang Lang | Upstream Downstream |
| Risico | Incidenten op het vlak van corruptie en omkoping kunnen de Azelis Groep (met inbegrip van haar management) blootstellen aan vervolging, boetes en (contractuele) schade, die op hun beurt een negatieve invloed hebben op haar reputatie en financiële en bedrijfsresultaten. | Middellang Lang | Upstream Eigen activiteiten Downstream |
Onze benadering en ons beleid
Als onderdeel van ons vernieuwde duurzaamheidsprogramma van Azelis, Impact 2030, blijven we fair handelen in onze zakelijke praktijken en voldoen we verder aan de wet- en regelgeving en aan onze eigen ethische beleidsregels. Met deze aanpak verankeren we vertrouwen en sterke ethische normen in de basis van onze activiteiten.
Governance en compliance blijven kernwaarden van de Azelis Groep. Onze robuuste compliance cultuur is gebaseerd op een uitgebreide reeks beleidsregels en procedures op maat van onze bedrijfsactiviteiten en onze geografische aanwezigheid, in combinatie met een holistisch opleidingsprogramma. Dit kader wordt versterkt door de actieve inzet van de Raad van Bestuur en het Uitvoerend Comité.
In overeenstemming met onze Gedragscode voeren we, op ieder ogenblik, een duidelijk beleid van politieke neutraliteit, zonder deel te nemen aan politieke activiteiten of bijdragen te leveren aan politieke partijen, organisaties of personen die politiek actief zijn. Bovendien mogen onze werknemers zich niet bezighouden met lobbyactiviteiten.
Ons compliance programma wordt beheerd door het Legal & Compliance team onder supervisie van de Chief Compliance Officer, die meer dan 25 jaar ervaring heeft opgebouwd in verschillende senior juridische en compliancefuncties.
In alle regio's waar we actief zijn, ondersteunen regionale juridische adviseurs de uitvoering van initiatieven op het gebied van bedrijfsethiek en helpen zij toe te zien op naleving van de toepasselijke wet- en regelgeving en van de Gedragscode en bijbehorende beleidslijnen. Het is de gezamenlijke verantwoordelijkheid van de HR-teams op groeps- en plaatselijk niveau en de Compliance afdeling om de naleving van de wet- en regelgeving en onze interne regels over ethisch zakelijk gedrag te waarborgen. Ons team Interne Audit werkt ook nauw samen met Compliance en speelt een centrale rol bij het toezicht op de naleving van de wet- en regelgeving en de ethische bedrijfsprincipes in de hele organisatie.
Elk kwartaal brengt de Chief Compliance Officer formeel verslag uit over alle uitstaande juridische en compliancekwesties en -risico's aan de Group CEO en de Group CFO, die optreden als complianceverantwoordelijken binnen het Uitvoerend Comité. Ze hebben beiden aanzienlijke ervaring op het vlak van materies betreffende zakelijk gedrag.
Op het niveau van de Raad van Bestuur houdt het Audit- en Risicocomité toezicht op het complianceprogramma van het bedrijf. Het comité toetst alle belangrijke juridische, nalevings- en regelgevingskwesties die een materiële impact kunnen hebben op onze financiële en ESG-gerelateerde niet-financiële verklaringen, onze activiteiten, onze financiële positie of onze compliance beleidslijnen. De voorzitter van het Audit- en Risicocomité heeft meer dan dertig jaar ervaring in leidinggevende financiële functies, waaronder toezicht op zakelijk gedrag.
Sinds de lancering van onze eerste Gedragscode in 2010 ontwikkelden we een uitgebreide reeks aanvullende beleidslijnen en procedures inzake compliance die betrekking hebben op de belangrijkste risicogebieden. Denk daarbij aan anti-omkoping en fraudepreventie, exportcontrole, mededinging en gegevensbescherming. Samen bieden ze onze werknemers duidelijke richtlijnen over hoe zij ethisch en in overeenstemming met de toepasselijke wet- en regelgeving moeten handelen, en hoe zij gepast kunnen reageren op situaties die een compliance kwestie of -risico kunnen vormen.
Wij herzien onze beleidslijnen regelmatig om hun geschiktheid voor het beoogde doel te waarborgen. In 2025 hebben wij onze Gedragscode geactualiseerd om onze vernieuwde bedrijfswaarden te weerspiegelen. De Gedragscode vormt de basis voor ethisch gedrag binnen de Groep en focust op de volgende kernelementen: werkomgeving, middelen, ethisch zakelijk handelen en compliance. Daarnaast hebben wij ons mededingingsbeleid en ons antitrustbeleid samengevoegd tot één geïntegreerd beleidsdocument, dat richtlijnen inzake mededingingsrecht biedt aan de volledige organisatie, met bijzondere aandacht voor collega's met klant- en principaalgerichte functies. Het beleid behandelt voornamelijk de voor onze activiteiten meest relevante beginselen van het mededingingsrecht, waaronder het vermijden van mededingingsbeperkende overeenkomsten en het waarborgen van eerlijke mededinging met concurrenten, het verbod op het delen van gevoelige bedrijfsinformatie, volledige autonomie bij het vaststellen van herverkoopprijzen, alsook onze aanpak van beperkingen en (rapporterings)verplichtingen die door principalen worden opgelegd.
De Gedragscode is voor alle stakeholders beschikbaar via de website van Azelis. Alle andere ethische beleidsregels, inclusief updates of herzieningen, worden gepubliceerd op ons intranet zodat alle personeelsleden ze kunnen raadplegen.
Het opleiden van ons personeel op het gebied van compliance blijft een cruciaal onderdeel van het uitbouwen en in stand houden van een sterke ethische cultuur binnen de organisatie. De lancering van elk nieuw of bijgewerkt compliance beleid gaat gepaard met een specifiek opleidingsprogramma. We hebben ons opleidingsaanbod ook verder gedigitaliseerd en bieden nu online opleidingsmodules aan over de Gedragscode en verschillende gerelateerde compliance beleidslijnen. Voor complexere compliance gebieden, zoals de mededingingswetgeving en exportcontroleregels, worden extra live opleidingssessies georganiseerd door het Compliance team. Waar specifieke bevestiging of ondertekening van een compliance beleid vereist is, hetzij voor alle werknemers of voor specifieke functies, beheren we dit proces via ons centrale systeem voor HR management.
Elk jaar organiseren we ook een online knowledge review over ethisch zakelijk gedrag. In november 2025 organiseerden we deze beoordeling al voor de tiende opeenvolgende keer. De knowledge review is een op scenario's gebaseerd e-learning-programma over compliance, dat verplicht is voor al het personeel (inclusief het senior management en de leden van het Uitvoerend Comité). De toets snijdt alle belangrijke compliancebeleidslijnen en -procedures aan, inclusief preventie van omkoping en fraude. De werknemers die niet hebben deelgenomen of die niet geslaagd zijn voor deze test (score van minder dan 80%), moeten verplicht een compliancetraining over ethische bedrijfspraktijken volgen.
Binnen ons vernieuwde duurzaamheidsprogramma Impact 2030 blijven we de nadruk leggen op de preventie van fraude, omkoping en andere vormen van corruptie naarmate onze aanwezigheid zich wereldwijd uitbreidt via organische groei en overnames. Onze procedures voor due diligence en integratie na een fusie leggen sterk de nadruk op de bestrijding van fraude, omkoping en corruptie.
In het kader van de Gedragscode hebben we een specifiek beleid voor anti-omkoping en fraudepreventie ingevoerd dat in overeenstemming is met het VN-Verdrag tegen corruptie en dat een duidelijke leidraad biedt over de volgende kwesties:
hoe te reageren op een verzoek om steekpenningen of een faciliterende betaling
de uitvoering van due diligence bij verwante personen (vertegenwoordigers, dienstverleners, enz.)
beperkingen ten aanzien van het ontvangen en aanbieden van geschenken en gastvrijheid
verbod op politieke bijdragen en het goedkeuringsproces van bijdragen aan goede doelen en sponsoring
Werknemers die omgaan met klanten of leveranciers, alsook personeelsleden die te maken hebben met regelgevende instanties, zijn meer blootgesteld aan risico's in verband met omkoping en fraude. Om dit aan te pakken vertalen we belangrijke beleidslijnen en procedures voor compliance, met inbegrip van ons beleid ter preventie van omkoping en fraude, naar de lokale talen. We geven opleidingen aan bestaande werknemers en aan collega's die zijn overgekomen van recent overgenomen bedrijven, zodat zij doordrongen zijn van onze ethische normen, principes en verbintenissen. Voor alle nieuwe collega's over de
hele wereld vormt opleiding over de preventie van omkoping en fraude een integraal onderdeel van hun onboarding.
Ons programma rond anti-omkoping en fraudepreventie wordt beheerd door de Chief Compliance Officer, met ondersteuning van de regionale Legal & Compliance teams. Op groepsniveau evalueert het Audit- en Risicocomité samen met de Group CEO en de Group CFO de maatregelen inzake preventie en opsporing van fraude en responsmaatregelen. Dit toezicht omvat ook onderzoeken naar onethisch gedrag of niet-conforme handelingen. Preventiemaatregelen binnen ons compliance kader focussen in de eerste plaats op opleidings- en bewustmakingscampagnes voor alle personeelsleden in verband met de preventie van omkoping en fraude (bv. jaarlijkse kowledge review en specifieke e-learnings). Wat opsporing betreft, is het in de eerste plaats aan het Legal & Compliance team om toezicht te houden en inbreuken op de wet- en regelgeving en op het interne ethisch beleid te signaleren.
Het team Interne Audit levert een bijkomende zekerheid via zijn jaarlijkse auditplan, met toezicht op naleving van wet- en regelgeving en ethisch zakelijk gedrag, inclusief toezicht op lokale en regionale managementpraktijken. De SpeakUp!-lijn, die beschikbaar is voor werknemers en derden, biedt een extra kanaal om mogelijke wanpraktijken binnen de Groep aan het licht te brengen. Wanneer omkoping of corruptie wordt vastgesteld, nemen we passende corrigerende en risicobeperkende maatregelen. Maatregelen kunnen bestaan uit het herzien of bijwerken van beleidslijnen en procedures, het versterken van controles, het geven van aanvullende opleidingen en het nemen van tuchtmaatregelen waar dat gerechtvaardigd is.
Elk (vermeend) incident van wangedrag, inclusief omkoping en fraude – of dit nu het gevolg is van een overtreding van wet- en regelgeving of van ons interne ethisch beleid – wordt onmiddellijk, onafhankelijk en objectief onderzocht door en onder toezicht van de Compliance afdeling. Andere functies, waaronder Interne Audit, assisteren waar nodig. Om een onafhankelijk en objectief onderzoek van een compliance kwestie te garanderen, wordt aan het begin van het onderzoek een belangenconflictanalyse verricht om de juiste afdeling en individuele onderzoeker(s) aan te wijzen die te allen tijde los van de bij de kwestie betrokken managementketen opereren. De uitkomst van het onderzoek en de aanbevelingen (inclusief disciplinaire en preventieve maatregelen) worden per geval ter goedkeuring gerapporteerd aan de Group CEO en de Group CFO. Bovendien rapporteert de Chief Compliance Officer over alle gevallen van wangedrag en wanpraktijken krachtens onze beleidslijnen rond compliance op driemaandelijkse basis aan het senior Uitvoerend management en het Audit- en Risicocomité.
Tot slot hanteren wij in het kader van ons exportcontrolebeleid een screeningproces door derden, waarbij we alle klanten en leveranciers van de Groep actief screenen op handelsbeperkingen in de landen waar we actief zijn. We screenen partijen ook op (supra)nationale lijsten van gesanctioneerde partijen en embargo's. Evenzo worden partijen gescreend op gevoelige en negatieve medialijsten, met inbegrip van lijsten in verband vermeende wanpraktijken zoals fraude en omkoping. Ons exportcontrolebeleid spitst zich toe op de naleving van vereisten voor exportcontrole, zoals gesanctioneerde partijen en embargo's, en op de bijbehorende compliance procedures, waaronder geautomatiseerde screeningprocessen, ad-hocautorisaties en verantwoordelijkheden.
Als onderdeel van ons compliancekader biedt ons SpeakUp!-beleid een duidelijke leidraad voor werknemers over de manier waarop ze wanpraktijken kunnen melden. We beschikken ook over een SpeakUp!-lijn die door derden wordt beheerd en die online en telefonisch bereikbaar is, zodat iedereen die met het bedrijf te maken heeft, anoniem bezorgdheden kan uiten. Werknemers, zakenpartners en andere externe stakeholders kunnen op ieder moment en in hun eigen taal veilig en vertrouwelijk melding maken van vermeende wanpraktijken in verband met de toepasselijke wet- en regelgeving of ons ethisch beleid.
We moedigen werknemers actief aan om ethische kwesties aan te kaarten als onderdeel van een veilige en open werkomgeving. Deze aanpak ondersteunt vroegtijdige detectie van problemen en stelt ons in staat om tijdig en doeltreffend actie te ondernemen om eventuele ethische problemen binnen onze organisatie te beperken. Wij waarborgen bescherming tegen vergelding voor iedereen die een melding maakt. We maken de identiteit van een melder alleen bekend wanneer dit is toegestaan of vereist om een zaak te onderzoeken en te beheren in overeenstemming met de toepasselijke wet- en regelgeving. Alle informatie die via de SpeakUp!-lijn wordt ontvangen, wordt strikt vertrouwelijk behandeld. We beschermen de privacy van personen die wangedrag melden, personen die verdacht worden van wangedrag, personen die betrokken zijn bij onderzoeken en personen naar wie verwezen wordt in meldingen. Informatie wordt enkel gedeeld op een strikte 'need to know'-basis.
Bij de implementatie van het SpeakUp!- beleid worden mogelijk persoonsgegevens verwerkt. Daarom zijn de vereisten op het vlak van gegevensbescherming van toepassing. We waarborgen de volledige naleving van alle toepasselijke regels inzake gegevensprivacy en -bescherming, zoals uiteengezet in ons Gegevensbeschermingsbeleid. De externe host van de SpeakUp!-lijn is volledig gecertificeerd om te handelen in overeenstemming met de toepasselijke gegevensprivacywetgeving, waaronder de AVG (EU).
Onze acties en middelen
We hanteren een holistische benadering van compliance. Onze ethische beleidslijnen en de procedures, als onderdeel van ons algemene programma voor risicobeheer en compliance, willen onze wereldwijde activiteiten bestrijken, zowel upstream als downstream de waardeketens, waar we actief invloed kunnen uitoefenen op onze eigen blootstelling en die van onze stakeholders aan ethische en regelgevingsrisico's.
Dit principe bepaalt ook hoe we acties en middelen inzetten. Of we nu reageren op een welbepaald incident of een breder risico aanpakken dat van invloed is op de vennootschap of haar stakeholders, we zetten ons in om de gepaste middelen in te zetten om elke compliance kwestie op een adequate en tijdige manier aan te pakken. Tegelijkertijd nemen we de nodige risicobeperkende maatregelen om te voorkomen dat een dergelijk incident of voorval zich in de toekomst opnieuw voordoet.
Om deze aanpak te ondersteunen, herzien we regelmatig ons ethisch beleid en onze ethische procedures. We vullen deze herzieningen aan met doorlopende risicobewustmakingscampagnes en periodieke opleidingen voor werknemers. We investeren onafgebroken in de nodige compliance tools, onder meer in digitale geautomatiseerde oplossingen ter ondersteuning van de verschillende compliance processen, zoals externe screeningtools.
De middelen die worden toegewezen aan de compliance activiteiten bestaan voornamelijk uit het gebruik van interne middelen binnen de Compliance en HR teams, waarbij de financiële investering beperkt blijft tot de aanschaf van licenties voor digitale applicaties en tools.
Om ervoor te zorgen dat ons compliance beleid up-to-date blijft en geschikt is voor het beoogde doel, worden alle beleidslijnen en procedures regelmatig herzien. In 2025 hebben we de herzieningen van onze Gedragscode en ons mededingings- en antitrustbeleid afgerond.
Om voldoende organisatorische focus te kunnen leggen op de uitrol van deze herziene beleidslijnen, inclusief een digitale opleiding, hebben wij de grondige fitness check van ons beleid inzake anti-omkoping en fraudepreventie uitgesteld. We zijn van plan deze herziening in 2026 af te ronden. Binnen dit toetsingsproces zullen we de mogelijkheid onderzoeken om het goedkeuringsproces voor zowel het ontvangen als het geven van geschenken en gastvrijheid die de vooraf goedgekeurde financiële drempels overschrijden, (gedeeltelijk) te automatiseren. Dit zou een efficiënter en gebruiksvriendelijker proces ondersteunen en tegelijkertijd de transparantie en het toezicht binnen ons compliance kader verbeteren.
We leggen voortdurend de nadruk op het versterken van het compliance bewustzijn van onze mensen door middel van zowel algemene als specifieke opleidingsprogramma's. Deze opleidingsmodules blijven een doorslaggevende succesfactor bij de uitrol van ons complianceprogramma en bevorderen een cultuur die gebaseerd is op hoge ethische normen. We zullen ons aanbod aan opleidingen rond digitale compliance blijven uitbreiden via ons gecentraliseerde leermanagementsysteem.
In november 2025 organiseerden we onze verplichte en groepsbrede online knowledge review op het gebied van ethisch verantwoord ondernemen, en dat al voor de tiende opeenvolgende keer. 99,8% van alle werknemers nam eraan deel.
Als reactie op een snel veranderend geopolitiek klimaat blijven we investeren in geautomatiseerde screeningsmogelijkheden binnen onze centrale bedrijfssystemen.
In overeenstemming met ons exportcontrolebeleid richten we ons op het vermijden van zakendoen met partijen waarvoor beperkingen gelden volgens de toepasselijke regelgeving, terwijl we ook focussen op de preventie van omkopings- en fraude-incidenten waarbij huidige en toekomstige klanten en leveranciers betrokken zijn.
Screening van partijen waarvoor beperkingen gelden, blijft een belangrijk aandachtspunt van ons compliance programma in 2026.
Compliance gaat niet alleen over regels en controles. Het gaat erom onze mensen te voorzien van het bewustzijn, de tools en het vertrouwen om de juiste beslissingen te nemen. Door middel van voortdurende training, regelmatige beleidsherzieningen en voortdurende investeringen in digitale oplossingen, versterken we een cultuur van integriteit in de hele organisatie.
Gerrit De Vos
Group General Counsel & Chief Compliance Officer
Maatstaven en doelen
ESRS G1-3: Preventie en opsporing van corruptie en omkoping
| | 2025 | 2024 |
|---|
| Het percentage risicovolle functies dat door opleidingsprogramma’s wordt bestreken | 100,0% | 100,0% |
ESRS G1-4: Incidenten van corruptie of omkoping
| | 2025 | 2024 |
|---|
| Het aantal veroordelingen voor inbreuken op wetgeving tegen corruptie en omkoping | 0 | 0 |
| Het bedrag van geldboeten voor inbreuken op wetgeving tegen corruptie en omkoping | 0 | 0 |
| Het totale aantal bevestigde incidenten van corruptie of omkoping | 2 | 0 |
| Het aantal bevestigde incidenten waarbij eigen werknemers werden ontslagen of disciplinaire maatregelen kregen opgelegd voor incidenten van corruptie of omkoping | 1 | 0 |
| Het aantal bevestigde incidenten van corruptie of omkoping bij contracten met zakenpartners die werden stopgezet of niet verlengd vanwege inbreuken op het gebied van corruptie of omkoping | 0 | 0 |
Het aantal veroordelingen voor schending van anticorruptie- en anti-omkopingswetten verwijst naar het aantal veroordelingen voor schending van anticorruptie- en anti-omkopingswetten door een onderneming van Azelis Group of een persoon die optreedt in de hoedanigheid van bestuurder, functionaris of werknemer van Azelis Group, zoals uiteengezet in het casemanagementsysteem van Azelis
Het totaalbedrag aan boetes voor schending van anticorruptie- en anti-omkopingswetten verwijst naar het totaalbedrag aan boetes die werden betaald of nog moeten worden betaald door een onderneming van Azelis Group als gevolg van een schending van anticorruptie- en anti-omkopingswetten zoals uiteengezet in het casemanagementsysteem van Azelis
Het aantal bevestigde gevallen van corruptie of omkoping verwijst naar het aantal incidenten die gemeld en gekwalificeerd zijn in het casemanagementsysteem van Azelis als een bewezen geval van corruptie of omkoping volgens de Gedragscode van Azelis
Het aantal bewezen gevallen van corruptie of omkoping waarbij eigen personeelsleden werden ontslagen of aan disciplinaire maatregelen werden onderworpen, verwijst naar het aantal incidenten die gemeld en gekwalificeerd zijn in het casemanagementsysteem van Azelis als een bewezen geval van corruptie of omkoping volgens de Gedragscode van Azelis en ten gevolge waarvan een einde werd gemaakt aan het mandaat of de contractuele relatie met een bestuurder, functionaris of werknemer van een onderneming van de Azelis groep
Het aantal bewezen incidenten met betrekking tot contracten met zakenpartners die werden beëindigd of niet werden verlengd vanwege schendingen met betrekking tot corruptie of omkoping verwijst naar het aantal incidenten die gemeld en gekwalificeerd zijn in het casemanagementsysteem van Azelis als een bewezen incident van corruptie of omkoping onder de Gedragscode van Azelis als gevolg waarvan een contract met een zakenpartner werd beëindigd of niet werd verlengd
Impact 2030 - governancegerelateerde openbaarmakingen
| | 2025 | 2024 | Doel 2030 |
|---|
| Het aantal materiële overtredingen van wet- en regelgeving | 0 | 0 | 0 |
| Het aantal materiële schendingen van het integriteitsbeleid | 4 | 0 | 0 |
Het aantal materiële inbreuken op wet- en regelgeving in landen waarin we actief zijn verwijst naar het aantal gerapporteerde schendingen van toepasselijke wet- en regelgeving in een land waarin Azelis actief is, die hebben geresulteerd in (i) een totale aansprakelijkheid, schade, verlies, kosten of uitgaven van € 500.000 of meer en/of (ii) een strafrechtelijke aansprakelijkheid van Azelis, haar bestuurders, functionarissen of werknemers onder de wet- en regelgeving van het desbetreffende land als gevolg van een dergelijke schending
Het aantal materiële schendingen van het integriteitsbeleid verwijst naar het aantal schendingen van beleid en procedures met betrekking tot de ethiek en eerlijke handelspraktijken van Azelis die zijn gemeld in het casemanagementsysteem van Azelis en hebben geleid tot disciplinaire maatregelen van Azelis tegen de betreffende bestuurder, functionaris, werknemer of consultant. Wat de bovengenoemde KPI betreft omvat 'disciplinaire maatregel' onder meer een formele waarschuwingsbrief en schorsing of beëindiging van een opdracht-, arbeids- of dienstverleningsrelatie en/of schorsing of beëindiging van een opdracht-, arbeids- of dienstverleningsovereenkomst (om dringende redenen of anderszins). Tot dit beleid behoren de Gedragscode, het SpeakUp!-beleid, het anti-omkopings- en fraudepreventiebeleid, het beleid inzake mededinging en antitrust, het beleid inzake exportcontrole, het beleid inzake gegevensbescherming en het Huishoudelijk reglement (Internal Rules of Procedure)
| | 2025 | 2024 |
|---|
| Het aantal cases gerapporteerd via de SpeakUp!-lijn | 24 | 16 |
Deze indicator verwijst naar het aantal cases dat is gemeld via de extern gehoste Azelis SpeakUp!- lijn
In 2024 werden in Israël vijf cases gemeld die allemaal verband hielden met eenzelfde beschuldiging
In 2025 werden tien cases gemeld in China en die allemaal verband hielden met eenzelfde beschuldiging. In Tsjechië werden drie cases gemeld, waarvan twee cases verband hielden met eenzelfde beschuldiging
| | 2025 | 2024 | Doel 2030 |
|---|
| Het percentage werknemers opgeleid in ethische en eerlijke bedrijfspraktijken | 99,8% | 99,7% | 100% |
| Het percentage werknemers geslaagd voor de jaarlijkse opleiding omtrent ethische en eerlijke bedrijfspraktijken | 98,3% | 98,9% | 100% |
Deze indicator heeft betrekking op de verhouding tussen het aantal werknemers dat de jaarlijkse online kennistoets over de Gedragscode en ethische bedrijfspraktijken heeft voltooid en het aantal werknemers dat is uitgenodigd om aan deze toets deel te nemen. De volgende werknemers worden meegerekend bij het berekenen van deze KPI: alle werknemers die aan het einde van de verslagperiode een voltijds of deeltijds contract, een contract voor onbepaalde of bepaalde tijd, een werk-leercontract of een opleidingscontract hebben.
Overige kwesties - Cybersecurity, gegevensbescherming en privacy
Impacts, risico's en kansen
| DMA-thema | Subthema | IRO-type | Beschrijving van IRO | Tijdhorizon | Plaats in de waardeketen |
|---|
| Cybersecurity, gegevensbescherming en privacy | Entiteitsgebonden | Risico | Risico van niet-naleving van de AVG met betrekking tot gegevens van eigen werknemers. Deze incidenten kunnen leiden tot financiële verliezen, juridische aansprakelijkheid en afbrokkeling van het vertrouwen onder stakeholders in het eigen personeelsbestand van Azelis. | Kort Middellang | Eigen activiteiten |
| Cybersecurity, gegevensbescherming en privacy | Entiteitsgebonden | Risico | Risico op datalekken en cyberaanvallen met betrekking tot gegevens van klanten, eigen personeel of werknemers in de waardeketen. Deze incidenten kunnen leiden tot financiële verliezen, juridische aansprakelijkheid, reputatieschade en afbrokkeling van het vertrouwen onder stakeholders. | Kort Middellang | Upstream Eigen activiteiten Downstream |
| Cybersecurity, gegevensbescherming en privacy | Entiteitsgebonden | Risico | Risico van onderbroken bedrijfscontinuïteit als gevolg van uitval van systemen, bedrijfsonderbrekingen, verlies van data en ongeoorloofde toegang tot vertrouwelijke en gevoelige informatie, wat kan leiden tot een lagere slaagkans bij toekomstige aanbestedingen. | Kort Middellang | Upstream Eigen activiteiten Downstream |
Cybersecurity
De cybersecurity en de informatiebescherming zijn in handen van de Group Information Security Officer. Beveiliging bij Azelis volgt het ISO 27001-raamwerk met zijn uitgebreide controleprogramma, dat draait om risicomanagement. We hebben vier hoofdbeleidslijnen, waaronder een informatiebeveiligingsbeleid, een beleid voor aanvaardbaar IT-gebruik, een beleid voor risicobeheer van informatiebeveiliging en een baselinebeleid voor IT-systemen. Het Security Office komt jaarlijks bijeen met de belangrijkste stakeholders en leidinggevenden van de verschillende bedrijfsonderdelen om de risico's voor informatiebeveiliging te bespreken, met als verwacht resultaat dat nieuwe risico's worden geïdentificeerd en bestaande risico's worden beperkt door middel van behandelplannen.
Informatiebeveiligingsbeleid: stelt een uniforme reeks van informatiebeveiligingsrichtlijnen vast voor het gebruik van de technologische middelen van Azelis. Het primaire doel is het beschermen van informatiemiddelen tegen ongeoorloofde bekendmaking, wijziging, gebruik of vernietiging, waarbij vertrouwelijkheid, integriteit en beschikbaarheid worden gewaarborgd. Het beleid is gebaseerd op de ISO 27001-norm en legt minimale vereisten vast voor veilig IT- en systeembeheer. Het definieert ook rollen en verantwoordelijkheden en verhoogt het bewustzijn van gebruikers over de risico's die gepaard gaan met het gebruik van technologie.
Beleid inzake aanvaardbaar IT-gebruik: biedt richtlijnen voor alle gebruikers over hoe ze technologie veilig kunnen gebruiken. Dit document wordt door alle gebruikers ondertekend tijdens de onboarding.
Beleid inzake risicobeheer op het vlak van informatiebeveiliging: stelt een omvattend kader vast voor het beheer van informatiebeveiligingsrisico's bij Azelis. Het hoofddoel is de vertrouwelijkheid, integriteit en beschikbaarheid van informatiemiddelen te beschermen, de naleving van ISO/IEC 27001 te waarborgen en continue verbetering van de risicobeheerpraktijken te ondersteunen.
Baselinebeleid voor IT-systemen: legt de basiscontroles, -processen en verantwoordelijkheden vast voor informatiebeveiliging bij Azelis. Het biedt een praktische basis voor de bescherming van digitale middelen, het beheer van risico's en de naleving van ISO 27001 en andere voorgeschreven vereisten. Het beleid is ontworpen om continue verbetering en operationele veerkracht in alle IT- en digitale functies te ondersteunen.
Verwezenlijkingen in 2025 inzake cybersecurity
In 2025 hebben we de integratie tussen ons Security Operation Centre en ons wereldwijde IT-personeel verdiept. Dankzij deze samenwerking konden we sneller reageren en onze gebruikers beter ondersteunen. Daarnaast hebben wij de transparantie van audits verhoogd en de paraatheid voor interne en externe IT-audits versterkt. We werkten rechtstreeks samen met toonaangevende spelers in de sector om de volgende generatie beveiligingstools te beoordelen. Die tools zullen ons helpen controle te behouden over alle aspecten van de omgeving.
Beveiliging bij Azelis in 2026
In 2026 verwachten we aan het volgende te werken:
Informatiebeveiliging uitbreiden met geavanceerde compliance functionaliteiten
De endpoint-beveiliging versterken om evoluerende dreigingen af te zwakken
De monitoring- en preventiemaatregelen voor het beheer van insider-risico's uitbreiden
Ons kader voor de scheiding van taken verbeteren
De governance van AI in bedrijfsprocessen versterken om de vertrouwelijkheid en integriteit te behouden
De beveiligingsworkflows verder automatiseren om de operationele efficiëntie te verbeteren
Gegevensbescherming en privacy
Gegevensbescherming en privacy bij Azelis staan onder toezicht van de Legal & Compliance afdeling, in nauwe samenwerking met de Group Information Security Officer. De leidende beginselen zijn in de eerste plaats vastgelegd in het Gegevensbeschermingsbeleid van Azelis en worden verder versterkt door het IT-beleid.
Gegevensbeschermingsbeleid: legt de verbintenis van Azelis vast om persoonsgegevens te beschermen in volledige naleving van de Algemene Verordening Gegevensbescherming van de EU (AVG) en andere toepasselijke wetgeving. Het beleid is opgebouwd rond de beginselen van rechtmatigheid, transparantie, dataminimalisatie en beveiliging en is wereldwijd van toepassing binnen de Groep. Het heeft betrekking op werknemers, klanten en partners en omvat strikte maatregelen inzake vertrouwelijkheid, gegevensbeveiliging, verwerking door derden en het beheer van datalekken.
Informatiebeveiligingsbeleid: bevat strikte regels voor de bescherming van bedrijfsinformatie, waaronder geheimhoudingsplichten ter preventie van ongeoorloofde bekendmaking. Het beleid regelt ook het e-mail- en internetgebruik en monitoringpraktijken, en dwingt naleving van lokale wetten af om privacy te verzekeren binnen alle systemen en apparaten.
Verwezenlijkingen in 2025 op het vlak van gegevensbescherming en privacy
In 2025 registreerden we de gegevensverwerkingsactiviteiten van Azelis op ons platform voor gegevensbeschermingsbeheer. In nauwe samenwerking met relevante stakeholders stelden wij eveneens een eerste ontwerp op van een dataretentiebeleid en -schema.
Gegevensbescherming en privacy in 2026
In 2026 willen we:
Het dataretentiebeleid en -schema voltooien
De procedure voor de behandeling van datalekken aanscherpen
De gegevensverwerkingsactiviteiten bijwerken
De sterke gegevens-bescherming bij Azelis is gebaseerd op samenwerking en integriteit. Door middel van duidelijk bestuur, robuuste kaders en betrokken teams in de hele organisatie beschermen we informatie en waarborgen we de privacy ervan op elk niveau van het bedrijf.
Christian Armstrong
Group Information Security & Compliance Officer
Geconsolideerde resultatenrekening
| (in duizenden €) | Toelichting | 2025 | 2024 |
|---|
| Omzet | 8 | 4.110.780 | 4.214.014 |
| Overige bedrijfsopbrengsten | 9 | 21.700 | 23.956 |
| Totale opbrengsten | | 4.132.480 | 4.237.970 |
| Kosten van goederen en verbruiksartikelen | | -3.164.028 | -3.206.924 |
| Brutowinst | | 968.452 | 1.031.046 |
| Personeelskosten | 10 | -319.624 | -314.552 |
| Externe diensten en overige uitgaven | 11 | -208.299 | -215.646 |
| Afschrijvingen op materiële vaste activa | 15 | -44.459 | -41.478 |
| Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen van immateriële activa | 14 | -82.748 | -73.444 |
| Bedrijfswinst (verlies) (-) | | 313.322 | 385.926 |
| Financiële opbrengsten | 12 | 15.112 | 48.376 |
| Financiële kosten | 12 | -153.236 | -178.213 |
| Netto financiële kosten | | -138.124 | -129.837 |
| Aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen | 16 | 31 | 19 |
| Winst/verlies (-) voor belastingen | | 175.229 | 256.108 |
| Belastingen op het resultaat | 13 | -61.821 | -66.640 |
| Nettowinst/-verlies (-) voor de periode uit voortgezette activiteiten | | 113.408 | 189.468 |
| | | | |
| Toewijsbaar aan: | | | |
| Aandeelhouders van de onderneming | | 111.193 | 180.693 |
| Minderheidsbelangen | | 2.215 | 8.775 |
| Nettowinst/-verlies (-) voor de periode | | 113.408 | 189.468 |
| | | | |
| | | in € | in € |
| Gewone winst per aandeel | 20.1 | 0,46 | 0,74 |
| Verwaterde winst per aandeel | 20.1 | 0,46 | 0,74 |
De toelichting is een integraal onderdeel van deze geconsolideerde jaarrekening.
Geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten
| (in duizenden €) | Toelichting | 2025 | 2024 |
|---|
| Nettowinst/-verlies (-) voor de periode | | 113.408 | 189.468 |
| Niet-gerealiseerde resultaten die in een volgende periode kunnen geherklasseerd worden naar winst of verlies | | | |
| Wisselkoersverschillen uit omrekening van buitenlandse activiteiten | 20,4 | -270.610 | 50.068 |
| Belastingen in verband met deze posten | | -1.337 | 6.615 |
| Niet-gerealiseerde resultaten die niet geherklasseerd worden naar winst of verlies | | | |
| Actuariële winsten/verliezen (-) ter zake van personeelsbeloningen | 10 | 251 | 471 |
| Belastingen in verband met deze posten | | -63 | -165 |
| Totaal niet-gerealiseerde resultaten | | -271.759 | 56.989 |
| Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten voor de periode | | -158.351 | 246.457 |
| | | | |
| Toekomend aan: | | | |
| Aandeelhouders van de onderneming | | -164.117 | 234.815 |
| Minderheidsbelangen | 25,4 | 5.766 | 11.642 |
| Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten voor de periode | | -158.351 | 246.457 |
De toelichting is een integraal onderdeel van deze geconsolideerde jaarrekening.
Geconsolideerde balans
| (in duizenden €) | Toelichting | 31 december 2025 | 31 december 2024 |
|---|
| Activa | | | |
| Goodwill | 14 | 2.472.223 | 2.536.844 |
| Immateriële activa | 14 | 1.286.004 | 1.391.781 |
| Materiële activa | 15,1 | 77.513 | 66.063 |
| Recht-op-gebruik activa | 15,2 | 154.263 | 161.546 |
| Investeringen in geassocieerde deelnemingen | 16 | 240 | 254 |
| Overige financiële activa | 21 | 4.226 | 1.388 |
| Uitgestelde belastingvorderingen | 13 | 25.669 | 22.100 |
| Totaal vaste activa | | 4.020.138 | 4.179.976 |
| | | | |
| Voorraden | 17 | 588.193 | 677.945 |
| Handels- en overige vorderingen | 18 | 522.163 | 589.031 |
| Belastingvorderingen | 13 | 13.167 | 11.379 |
| Overige financiële activa | | 5 | 604 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 19 | 263.009 | 303.945 |
| Totaal vlottende activa | | 1.386.537 | 1.582.904 |
| Totaal activa | | 5.406.675 | 5.762.880 |
| Eigen vermogen en verplichtingen | 20 | | |
| Geplaatst kapitaal | | 5.880.000 | 5.880.000 |
| Reserves | | -4.175.229 | -3.880.188 |
| Ingehouden winsten | | 878.612 | 695.633 |
| Overgedragen resultaat | | 111.193 | 180.693 |
| Geplaatst kapitaal en reserves toekomend aan aandeelhouders van de onderneming | | 2.694.576 | 2.876.138 |
| Minderheidsbelangen | | 21.152 | 44.008 |
| Totaal eigen vermogen | | 2.715.728 | 2.920.146 |
| | | | |
| Rentedragende leningen | 21 | 1.602.489 | 1.613.916 |
| Leaseverplichtingen | 21.1.2 | 134.108 | 134.475 |
| Verplichtingen uit hoofde van personeelsbeloning | 10 | 13.030 | 13.882 |
| Voorzieningen | 22 | 3.265 | 2.517 |
| Overige langlopende verplichtingen | 23 | 7.430 | 33.166 |
| Uitgestelde belastingen | 13 | 220.838 | 225.904 |
| Totaal langlopende verplichtingen | | 1.981.160 | 2.023.860 |
| | | | |
| Banktegoeden | 19 | 14.244 | 19.146 |
| Rentedragende leningen | 21 | 94.609 | 47.175 |
| Leaseverplichtingen | 21.1.2 | 28.364 | 29.278 |
| Voorzieningen | 22 | 2.395 | 2.487 |
| Belastingschulden | 13 | 14.725 | 20.221 |
| Handels- en overige schulden | 23 | 555.450 | 700.567 |
| Totaal kortlopende verplichtingen | | 709.787 | 818.874 |
| Totaal verplichtingen | | 2.690.947 | 2.842.734 |
| Total eigen vermogen en verplichtingen | | 5.406.675 | 5.762.880 |
De toelichting is een integraal onderdeel van deze geconsolideerde jaarrekening.
Geconsolideerd kasstroomoverzicht
| (in duizenden €) | Toelichting | 2025 | 2024 |
|---|
| Kasstroom uit operationele activiteiten | | | |
| Nettowinst/-verlies (-) voor de periode | | 113.408 | 189.468 |
| Correcties voor: | | | |
| Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen | 14/15 | 127.207 | 114.922 |
| Netto financiële baten en lasten | 12 | 138.124 | 129.837 |
| Kosten van op aandelen gebaseerde betalingen | | 1.805 | 1.278 |
| Belastingbaten/-lasten | 13 | 61.821 | 66.640 |
| Aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen | 16 | -31 | -19 |
| Wijziging voorraden | 17 | 66.042 | -98.108 |
| Wijziging handels- en overige vorderingen en overige investeringen | 18 | 30.992 | -55.167 |
| Wijziging handels- en overige schulden | 23 | -46.008 | 22.713 |
| Wijziging voorzieningen | 22 | -2.029 | -2.337 |
| Kasstroom uit operationele activiteiten | | 491.331 | 369.227 |
| | | | |
| Ontvangen rente | | 5.119 | 14.824 |
| Winstbelastingen | | -74.784 | -61.112 |
| Nettokasstroom uit operationele activiteiten | | 421.666 | 322.939 |
| | | | |
| Kasstroom uit investeringsactiviteiten | | | |
| Verwerving van materiële en immateriële activa | 14/15 | -24.906 | -13.877 |
| Overname dochterondernemingen, na aftrek van verworven liquide middelen | 7 | -151.906 | -241.453 |
| Nettokasstroom uit investeringsactiviteiten | | -176.812 | -255.330 |
| Kasstroom uit financieringsactiviteiten | | | |
| Betalingen leaseverplichtingen | 21.1.2 | -38.936 | -38.073 |
| Verwerving van minderheidsbelangen | 20 | -80.638 | -53.397 |
| Dividendbetaling aan aandeelhouders van de onderneming | 20 | -54.906 | -53.311 |
| Inkoop eigen aandelen | 20 | -1.138 | -2.507 |
| Betaalde rente | | -110.718 | -122.410 |
| Ontvangsten rentedragende leningen | 21 | 278.110 | 1.281.601 |
| Terugbetalingen rentedragende leningen | 21 | -256.101 | -1.237.254 |
| Transactiekosten rentedragende leningen | 21 | - | -13.037 |
| Andere kasstromen uit financieringsactiviteiten | | 4.069 | -8.606 |
| Nettokasstroom uit financieringsactiviteiten | | -260.258 | -246.994 |
| | | | |
| Nettotoename/(afname) in geldmiddelen en kasequivalenten | | -15.405 | -179.385 |
| | | | |
| Effect van valutaschommelingen op aangehouden kasmiddelen | | -20.629 | -2.404 |
| Geldmiddelen/kasequivalenten minus banktegoeden bij begin periode | 19 | 284.799 | 466.588 |
| | | | |
| Geldmiddelen en kasequivalenten minus banktegoeden per 31 december | 19 | 248.765 | 284.799 |
De toelichting is een integraal onderdeel van deze geconsolideerde jaarrekening.
Geconsolideerd overzicht van mutaties in het eigen vermogen
| (in duizenden €) | Geplaatst kapitaal | Overige reserves | Uitkeerbare reserves | Reserve omrekenings- verschillen | Ingehouden winsten | Overgedragen resultaat | Totaal aandeelhouders moeder- vennootschap | Minderheids- belangen | Totaal eigen vermogen |
|---|
| Balans per 31 december, 2023 | 5.880.000 | -4.158.213 | 325.211 | -94.074 | 459.372 | 177.704 | 2.589.999 | 86.579 | 2.676.578 |
| Resultaatbestemming van voorgaand jaar | | | | | 177.704 | -177.704 | - | | - |
| Geschreven putopties op minderheidsbelangen | | -2.003 | | | | | -2.003 | | -2.003 |
| Op aandelen gebaseerde betalingen | | 1.278 | | | | | 1.278 | | 1.278 |
| Eigen aandelen | | -2.507 | | | | | -2.507 | | -2.507 |
| Dividenden toegekend aan aandeelhouders van de Groep | | | -53.311 | | | | -53.311 | | -53.311 |
| Aanpassingen voor hyperinflatie | | | | | 58.557 | | 58.557 | | 58.557 |
| Nettowinst/-verlies (-) voor de periode | | | | | | 180.693 | 180.693 | 8.775 | 189.468 |
| Gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten | | 306 | | 57.172 | | | 57.478 | -489 | 56.989 |
| Overige mutaties | | 45.955 | | | | | 45.955 | -50.857 | -4.901 |
| Balans per 31 december, 2024 | 5.880.000 | -4.115.185 | 271.900 | -36.902 | 695.633 | 180.693 | 2.876.138 | 44.008 | 2.920.146 |
| Resultaatbestemming van voorgaand jaar | | 360 | 6.847 | | 173.486 | -180.693 | - | | - |
| Op aandelen gebaseerde betalingen | | -391 | | | | | -391 | | -391 |
| Eigen aandelen | | 316 | | | | | 316 | | 316 |
| Dividenden toegekend aan aandeelhouders van de Groep | | | -54.906 | | | | -54.906 | | -54.906 |
| Aanpassingen voor hyperinflatie | | | | | 9.493 | | 9.493 | | 9.493 |
| Nettowinst/-verlies (-) voor de periode | | | | | | 111.193 | 111.193 | 2.215 | 113.408 |
| Gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten | | 188 | | -274.360 | | | -274.172 | 2.413 | -271.759 |
| Overige mutaties | | 26.906 | | | | | 26.906 | -27.485 | -579 |
| Balans per 31 december, 2025 | 5.880.000 | -4.087.806 | 223.840 | -311.262 | 878.612 | 111.193 | 2.694.576 | 21.151 | 2.715.728 |
De toelichting is een integraal onderdeel van deze geconsolideerde jaarrekening.
Algemene toelichting op de geconsolideerde jaarrekening
1 Algemeen
Azelis Group NV (de 'Vennootschap') is een beursgenoteerde vennootschap die genoteerd is op Euronext Brussels (ticker: AZE) en deel uitmaakt van de BEL20- en de BEL® ESG-index. De Vennootschap heeft haar statutaire zetel en hoofdvestiging op het adres Posthofbrug 12 bus 6, 2600 Antwerpen, België. Azelis Group NV is ingeschreven in België onder het nummer 0769.555.240.
De Vennootschap treedt op als moedermaatschappij van de Groep Azelis, een wereldwijde groep die is gevestigd in België en die vooral actief is op het vlak van de distributie van speciale chemicaliën. Die chemische producten worden gebruikt in de sector van de Life Sciences (Personal Care, Home Care & Industrial Cleaning, Pharmaceuticals & Healthcare, Food & Nutrition, Animal Nutrition, Agricultural & Environmental Solutions, Flavors & Fragrances en Nutraceuticals) en van de Industrial Chemicals (CASE, Advanced Materials & Additives, Lubricants & Metalworking Fluids, Electronics, Essentials & Fine Chemicals, en Textiles, Leather & Paper).
1.1 Geopolitieke risico's en onzekerheden
Azelis verkeert in een goede positie om uitdagingen over de hele wereld aan te gaan, op basis van haar gediversifieerde portfolio in speciale chemicaliën, maar ook dankzij haar asset-light bedrijfsmodel. De kostenbasis van Azelis is, afgezien van de loonkosten en enkele andere overwegend vaste kosten, grotendeels variabel. Azelis heeft meerdere kostenhefbomen die kunnen worden geactiveerd om de gevolgen van een economische neergang te beperken, waardoor ze snel kan reageren op een neergang of economische crises en de Groep aan veerkracht wint.
Doordat Azelis wereldwijd actief is, is ze gevoelig voor economische en geopolitieke onzekerheid. De Groep volgt nauwgezet de politieke ontwikkelingen in Rusland en Oekraïne, Israël, Palestina en omringende landen en besteedt veel aandacht aan de veiligheid van de werknemers die in deze gebieden werken. De Groep ondervindt geen materiële directe gevolgen van invoerheffingen.
1.2 Europees uniform elektronisch formaat (ESEF: European Single Electronic Format)
Dit jaarverslag moet worden gepubliceerd in het Europees uniform elektronisch formaat, zoals bepaald door en in overeenstemming met de vereisten in de Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/815 van de Commissie van 17 december 2018 tot aanvulling van Richtlijn 2004/109/EG. De pdf-versie van het jaarverslag voldoet niet aan de ESEF-vereisten en is uitsluitend opgesteld voor het gebruiksgemak van de lezer. De officiële rapportageset van de Groep in ESEF is te vinden op de website van de Groep.
1.3 Klimaatverandering
Dankzij haar toepassings- en formuleringslaboratoria beschikt de Vennootschap over een goede uitgangspositie om haar klanten te ondersteunen met talrijke nieuwe formuleringen waaraan behoefte ontstaat als de omstandigheden veranderen. Door bijvoorbeeld duurzame producten en productontwikkeling te bevorderen, de ontwikkeling van duurzame formuleringen in eigen laboratoria te stimuleren, haar principalen te beoordelen en bij het selecteren en contracteren van principalen duediligenceprocedures voor maatschappelijk verantwoord ondernemen te implementeren, draagt Azelis ertoe bij dat haar klanten en principalen adequaat op klimaatveranderingen kunnen reageren en hun duurzaamheidsdoelen kunnen halen. De afgelopen jaren heeft de Vennootschap het percentage van de omzet dat afkomstig is van leveranciers met een ESG-beoordeling, in hoog tempo vergroot.
Naast duurzaamheid vormen innovatie en digitalisering de pijlers waarop Azelis' strategie voor waardecreatie berust, en dankzij investeringen in innovatiecentra, toepassings- en formuleringslaboratoria, e-Labs en principalen- en klantportalen kunnen sneller duurzame producten worden geleverd.
Als grote distributeur in de sector speciale chemicaliën heeft Azelis een asset-light bedrijfsmodel en besteedt ze kapitaalintensieve activiteiten, zoals logistiek en opslag, zoveel mogelijk uit. Ze kiest verder waar mogelijk voor het huren van magazijnen en kantoren, en bezit daardoor maar een beperkte hoeveelheid vastgoed. Ondanks de beperkte mogelijkheden probeert de Vennootschap op allerlei manieren de eigen milieubelasting omlaag te brengen door onder meer de CO₂-uitstoot te beperken (bv. door elektrificatie van het wagenpark), het stroomverbruik te verlagen (bv. door zonnepanelen te installeren en over te schakelen op ledverlichting) en het waterverbruik en de hoeveelheid afval terug te dringen.
Sinds december 2023 staat de Vennootschap in de BEL® ESG-index van Euronext, wat betekent dat we tot de twintig beursgenoteerde vennootschappen in België behoren die er de beste ESG-praktijken op nahouden. Hiermee heeft Azelis erkenning gekregen voor al haar duurzame activiteiten, en deze notering onderstreept dat Azelis een voortrekkersrol op duurzaamheidsgebied vervult. Voor de BEL® ESG-index wordt gekeken welke twintig bedrijven in België de laagste risico's op ESG-gebied (environment, social en governance) vertonen. Aan de hand van deze index kunnen beleggers beter beoordelen welke bedrijven zich inzetten voor een duurzamere toekomst door hun economische resultaten aan duurzaamheidsdoelen te koppelen. Verder heeft Morningstar Sustainalytics – een toonaangevende internationale organisatie op het gebied van ESG-onderzoek en -data – Azelis de beste ESG-score binnen de chemische sector toegekend.
Naast het bovenstaande is er, ondersteund door het asset-light bedrijfsmodel, ook nog de uiterst gevarieerde omzetmix van Azelis qua eindmarkten en regio's, principalen en klanten, en productaanbod. Er is dan ook maar een beperkt concentratierisico, ook voor wat betreft de gerelateerde klimaatrisico's. Dezelfde conclusie vloeit voort uit de beoordeling van het fysieke klimaatrisico van de Vennootschap, met name dat de potentiële zakelijke gevolgen van dit risico beperkt zijn en dat er voldoende risicobeperkende maatregelen zijn geïmplementeerd. Raadpleeg de rubriek E1 Klimaatverandering in de duurzaamheidsverklaringen voor meer informatie over de beoordeling van het klimaatrisico van de Vennootschap.
Bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening heeft de Vennootschap vooral rekening gehouden met de gevolgen van klimaatverandering op de volgende domeinen, omdat die naar verwachting het grootst zijn:
Belangrijke beoordelingen, belangrijke bronnen van schattingsonzekerheden en grondslagen voor financiële rapportering (zie toelichting 3): klimaatverandering heeft geen grote gevolgen voor de belangrijke beoordelingen van de Vennootschap, en ook niet voor de belangrijke bronnen van schattingsonzekerheden, met name gezien het asset-light bedrijfsmodel van Azelis en de gevarieerde omzetmix qua markten, regio's, producten, principalen en klanten.
Bijzondere waardevermindering van niet-financiële activa: bij de beoordeling van de realiseerbare waarde in het kader van de test op de bijzondere waardevermindering van niet-financiële activa als materiële vaste activa, activa met gebruiksrecht, immateriële activa en goodwill te kunnen vaststellen, heeft Azelis geen kwesties met betrekking tot klimaatverandering gevonden die grote gevolgen voor de eigen onderneming hebben, ook vanwege de gediversifieerde portfolio.
Gebruiksduur van materiële en immateriële activa: eventuele gevolgen van klimaatverandering of van klimaatgerelateerde initiatieven die Azelis ontplooit hebben geen belangrijke gevolgen voor de gebruiksduur van zijn activa. Zo stapt de Vennootschap momenteel over op een elektrisch wagenpark, maar kiest ze daarbij voor uitfasering van al haar wagens op fossiele brandstoffen.
Voorzieningen: vanwege het asset-light-bedrijfsmodel, de gediversifieerde portfolio met toeleveranciers en het voortdurend groeiende percentage van omzet dat afkomstig is van leveranciers met een ESG-beoordeling is de Vennootschap niet in hoge mate blootgesteld aan voorzieningen of voorwaardelijke verplichtingen die voortvloeien uit eventuele claims, wettelijke voorschriften om milieuschade te saneren, extra heffingen of boetes vanwege milieu-eisen of contracten die belastend kunnen worden, of reorganisaties om klimaatdoelen te halen.
Op aandelen gebaseerde betalingen: zoals beschreven in toelichting 10.3, heeft een van de prestatiecriteria van de aandelenplannen betrekking op de vermindering van de CO₂-uitstoot van de Vennootschap, die voor de wachtperiode van drie jaar moet worden beoordeeld.
Personeelsbeloningen: zoals beschreven in de rubriek remuneratieverslag omvatten variabele werknemersvoordelen op de korte termijn voor het management een ESG-multiplicator waarbij één van beide maatstaven is gebaseerd op klimaatverandering (Scope 1 & 2-reductie).
2 Samenvatting van de belangrijkste grondslagen voor financiële verslaggeving
De geconsolideerde jaarrekening voor de periode eindigend op 31 december 2025 is door de Raad van Bestuur goedgekeurd voor publicatie op 17 februari 2026 en zal ter goedkeuring worden voorgelegd aan de algemene vergadering van aandeelhouders van 13 mei 2026.
2.1 Nieuwe grondslagen voor financiële verslaggeving
De geconsolideerde jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met de IFRS-standaarden voor financiële verslaggeving, zoals goedgekeurd door de Europese Unie. De Groep heeft de hieronder uiteengezette grondslagen voor financiële verslaggeving consequent toegepast op alle perioden die in deze geconsolideerde jaarrekening worden gepresenteerd. Wijzigingen in de grondslagen voor financiële verslaggeving in het huidige jaar zijn beperkt tot de onderstaande wijzigingen in IFRS en worden toegepast vanaf 1 januari 2025.
Nieuwe en gewijzigde standaarden die zijn toegepast door de Groep
De volgende standaarden en wijzigingen in standaarden zijn voor het eerst verplicht voor het boekjaar dat begint op 1 januari 2025 en zijn goedgekeurd door de Europese Unie:
De toepassing ervan heeft geen significante invloed gehad op de in deze jaarrekening vermelde bedragen.
Nieuwe en gewijzigde standaarden die nog niet zijn toegepast door de Groep
Bepaalde nieuwe standaarden en wijzigingen zijn gepubliceerd, maar zijn nog niet verplicht voor verslagperioden eindigend op 31 december 2025 en zijn nog niet toegepast door de Groep. Deze standaarden en wijzigingen zullen naar verwachting geen significante invloed hebben op de jaarrekening van de Groep in toekomstige verslagperioden, behalve wat de toepassing van IFRS 18 betreft.
IFRS 18 Presentatie en toelichting in de jaarrekening (van kracht voor rapportageperiodes die beginnen op of na 1 januari 2027 en met terugwerkende kracht) zal IAS 1 Presentatie van de jaarrekening vervangen en nieuwe vereisten introduceren die zullen helpen om de financiële prestaties van soortgelijke entiteiten vergelijkbaar te maken en meer relevante informatie en transparantie te verschaffen aan gebruikers. IFRS 18 introduceert nieuwe vereisten voor de presentatie in de winst- of verliesrekening, inclusief gespecificeerde totalen en subtotalen. Daarnaast zijn entiteiten verplicht om alle opbrengsten en kosten in de winst- of verliesrekening in te delen in één van vijf categorieën: operationele activiteiten, investeringen, financiering, winstbelastingen en beëindigde activiteiten, waarvan de eerste drie nieuw zijn.
De standaard vereist de openbaarmaking van nieuw gedefinieerde, door het management bepaalde prestatiemaatstaven, subtotalen van opbrengsten en kosten, en bevat bovendien nieuwe vereisten inzake de aggregatie en disaggregatie van financiële informatie op basis van de vastgestelde 'rollen' van de primaire jaarrekening en de toelichtingen.
Daarnaast zijn er beperkte wijzigingen aangebracht aan IAS 7 Kasstroomoverzicht. Deze omvatten onder meer een wijziging van het startpunt voor de bepaling van kasstromen uit bedrijfsactiviteiten volgens de indirecte methode, van 'winst of verlies' naar 'bedrijfsresultaat', evenals het schrappen van de keuzemogelijkheid inzake de classificatie van kasstromen uit dividenden en interesten. Er zijn ook daarmee samenhangende wijzigingen aangebracht in verschillende andere standaarden.
Hoewel IFRS 18 geen invloed zal hebben op de opname of waardering van posten in de jaarrekening, zullen de gevolgen voor de presentatie en toelichtingen naar verwachting significant zijn, in het bijzonder met betrekking tot het overzicht van winst of verlies en het opnemen van door het management gedefinieerde prestatiemaatstaven in de jaarrekening. Het management beoordeelt momenteel de gevolgen van de toepassing van de nieuwe standaard op de geconsolideerde jaarrekening van de Groep. De eerste verwachte materiële gevolgen voor de jaarrekening van de Groep zijn als volgt:
Wisselkoersverschillen zullen worden ingedeeld in de categorie waar de gerelateerde inkomsten en kosten die aanleiding geven tot het wisselkoersverschil worden gepresenteerd. Wat de wisselkoersverschillen op transacties binnen de Groep betreft, volgt de Groep nauwgezet de ontwikkelingen die worden aangestuurd door het IFRS Interpretations Committee.
Veranderingen in de reële waarde van verplichtingen in verband met overnames worden opgenomen in het operationele resultaat.
Op dit moment kan redelijkerwijs geen uitgebreidere informatie worden verstrekt, aangezien de kwantitatieve impact nog niet voldoende kan worden ingeschat.
2.2 Financiële periode
Het boekjaar is gelijk aan het kalenderjaar dat begint op 1 januari 2025 en eindigt op 31 december 2025 (hierna '2025').
De vergelijkende periode geeft de financiële prestaties van de Groep weer vanaf 1 januari 2024 tot en met 31 december 2024 (hierna '2024').
2.3 Grondslagen voor de opstelling van de rekening
De jaarrekening is opgesteld op basis van historische kosten, met uitzondering van het volgende: bepaalde financiële activa en passiva (inclusief afgeleide instrumenten), voorwaardelijke vergoedingen – gewaardeerd tegen reële waarde, en toegezegd-pensioenregelingen – fondsbeleggingen gewaardeerd tegen reële waarde.
2.4 Consolidatiegrondslag
De geconsolideerde jaarrekening omvat de jaarrekening van de Vennootschap en alle entiteiten waarover de Vennootschap op 31 december 2025 zeggenschap had. Alle transacties, saldi, opbrengsten en kosten binnen de Groep worden bij consolidatie geëlimineerd.
2.4.1 Dochterondernemingen
Dochterondernemingen zijn entiteiten waarover de Vennootschap zeggenschap heeft. Er is sprake van zeggenschap wanneer de Vennootschap is blootgesteld aan, of rechten heeft op veranderlijke opbrengsten uit hoofde van haar betrokkenheid bij de deelneming en over de mogelijkheid beschikt die opbrengsten door haar macht over de deelneming te beïnvloeden. Concreet betekent dit dat de Vennootschap zeggenschap heeft over een deelneming als en slechts als de Vennootschap:
macht heeft over de deelneming (d.w.z. bestaande rechten om relevante activiteiten te sturen);
is blootgesteld aan of rechten heeft op veranderlijke opbrengsten uit hoofde van haar betrokkenheid bij de deelneming; en
de mogelijkheid heeft om die opbrengsten door haar macht over de deelneming te beïnvloeden.
Over het algemeen wordt verondersteld dat het hebben van een meerderheid van de stemrechten leidt tot zeggenschap. Hiervan uitgaande neemt de Groep, wanneer zij minder dan een meerderheid van de stemrechten of vergelijkbare rechten van een deelneming heeft, alle relevante feiten en omstandigheden in overweging om te beoordelen of zij zeggenschap heeft over een deelneming.
2.4.2 Minderheidsbelangen
Minderheidsbelangen in dochterondernemingen worden afzonderlijk geïdentificeerd van het eigen vermogen van de Groep daarin. De belangen van minderheidsaandeelhouders kunnen in eerste instantie worden gewaardeerd tegen reële waarde of tegen het evenredige deel van de minderheidsbelangen in de reële waarde van de netto identificeerbare activa van de overgenomen partij. De keuze voor de waarderingsmethode wordt per overname gemaakt. Voor haar huidige minderheidsbelangen in dochterondernemingen heeft de Groep gekozen voor waardering tegen het proportionele aandeel in de netto identificeerbare activa van de overgenomen partij. Na overname is de boekwaarde van minderheidsbelangen het bedrag van die belangen bij eerste opname plus het aandeel van minderheidsbelangen in daaropvolgende mutaties in het eigen vermogen. Het totaal van de gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten wordt toegerekend aan de minderheidsbelangen, zelfs als dit leidt tot een negatief saldo bij de minderheidsbelangen.
Een wijziging in het eigendomsbelang in een dochteronderneming, zonder verlies van zeggenschap, wordt verwerkt als een eigen-vermogenstransactie tussen aandeelhouders.
2.4.3 Bedrijfscombinaties
Overnames van dochterondernemingen en bedrijven worden verwerkt volgens de overnamemethode. De overgedragen vergoeding voor elke overname wordt gewaardeerd tegen het totaal van de reële waarden op de datum van de ruil van afgestane activa, aangegane of overgenomen verplichtingen en eigen-vermogensinstrumenten die door de Groep zijn uitgegeven in ruil voor zeggenschap over de overgenomen partij. Indien van toepassing omvat de vergoeding voor de overname alle activa of verplichtingen die voortvloeien uit een voorwaardelijke-vergoedingsregeling, gewaardeerd tegen de reële waarde op de overnamedatum. Latere wijzigingen in dergelijke reële waarden worden aangepast ten opzichte van de kostprijs van de overname wanneer ze kunnen worden aangemerkt als aanpassingen tijdens de waarderingsperiode.
De identificeerbare activa, verplichtingen en voorwaardelijke verplichtingen van de overgenomen partij die voldoen aan de voorwaarden voor opname in de balans, worden verwerkt tegen hun reële waarde op de overnamedatum, met uitzondering van uitgestelde belastingvorderingen of -verplichtingen en verplichtingen en activa die verband houden met beloningsregelingen voor het personeel.
Het verschil tussen de reële waarde van de overgedragen vergoeding en de reële waarde van de geïdentificeerde activa, verplichtingen en voorwaardelijke vergoeding wordt verwerkt als goodwill. Als de reële waarde van de verworven netto-activa hoger is dan de totale overgedragen vergoeding, wordt dit als boekwinst uit een voordelige koop verwerkt in de winst- of verliesrekening, nadat de Groep opnieuw heeft beoordeeld of alle verworven activa en alle aangegane verplichtingen correct zijn geïdentificeerd. Kosten in verband met de overname worden in de winst- of verliesrekening opgenomen wanneer ze worden gemaakt.
Als de eerste verwerking van een bedrijfscombinatie onvolledig is aan het einde van de verslagperiode waarin de bedrijfscombinatie plaatsvond, rapporteert de Groep voorlopige bedragen voor de posten waarvoor de verwerking onvolledig is. Deze voorlopige bedragen worden tijdens de waarderingsperiode aangepast of bijkomende activa of verplichtingen worden opgenomen om nieuwe informatie te weerspiegelen die verkregen is over feiten en omstandigheden die op de overnamedatum bestonden en die, indien bekend, invloed zouden hebben gehad op de op die datum opgenomen bedragen. De periode voor het afronden van de waardebepalingen bedraagt maximaal één jaar na de overnamedatum.
2.4.4 Geassocieerde deelnemingen
Geassocieerde deelnemingen zijn entiteiten waarop de Groep invloed van betekenis uitoefent, maar waarover zij geen zeggenschap heeft. Invloed van betekenis is de macht om deel te nemen aan de financiële en operationele beleidsbeslissingen van de deelneming.
Geassocieerde deelnemingen worden verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode en worden aanvankelijk gewaardeerd tegen kostprijs, aangepast voor wijzigingen in het aandeel van de Groep in de netto-activa van de deelneming na de overname. De investering van de Groep omvat goodwill bij overname, na aftrek van eventuele cumulatieve bijzondere waardeverminderingen. De geconsolideerde jaarrekening omvat het aandeel van de Groep in de opbrengsten en uitgaven en de vermogensmutaties van de investeringen verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode, nadat de grondslagen voor financiële verslaggeving zijn afgestemd op die van de Groep, vanaf de dag waarop de Groep voor het eerst invloed van betekenis heeft, tot de dag waarop voor het laatst sprake is van invloed van betekenis. Wanneer het aandeel van de Groep in de verliezen van de geassocieerde onderneming groter is dan haar belang in deze onderneming, wordt de boekwaarde van dat belang (inclusief langetermijninvesteringen) afgeboekt naar nul en worden er geen verdere verliezen meer opgenomen, met uitzondering van verliezen die voortvloeien uit verplichtingen of betalingen van de Groep namens de deelneming.
2.4.5 Wijziging in eigendomsbelang
De Groep beschouwt transacties met minderheidsbelangen die niet resulteren in een verlies van zeggenschap, als transacties met aandeelhouders van de Groep. Bij een wijziging in het eigendomsbelang wordt er een aanpassing gedaan in de boekwaarde van het meerderheidsbelang en het minderheidsbelang om hun relatieve belangen in de dochteronderneming te weerspiegelen. Elk verschil tussen het bedrag van de aanpassing aan de minderheidsbelangen en elke betaalde of ontvangen vergoeding worden verwerkt in overige reserves binnen het eigen vermogen dat toerekenbaar is aan de eigenaars.
Wanneer de Groep een investering niet langer consolideert of verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode vanwege verlies van zeggenschap, gezamenlijke zeggenschap of invloed van betekenis, wordt een eventueel aangehouden belang in de entiteit geherwaardeerd naar zijn reële waarde, waarbij de wijziging in de boekwaarde wordt opgenomen in de winst- of verliesrekening. Deze reële waarde wordt de eerste boekwaarde met het oog op latere verwerking van het aangehouden belang als geassocieerde deelneming, joint venture of financieel actief. Daarnaast worden alle bedragen die eerder in overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten met betrekking tot die entiteit zijn opgenomen, verwerkt alsof de Groep de desbetreffende activa of verplichtingen direct heeft afgestoten. Dit kan betekenen dat bedragen die voorheen in overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten werden opgenomen, worden geherclassificeerd naar de winst- of verliesrekening.
2.5 Buitenlandse valuta
2.5.1 Functionele valuta en presentatievaluta
De geconsolideerde jaarrekening wordt gepresenteerd in euro's, de presentatievaluta van de Groep. De Groepsmaatschappijen bepalen hun functionele valuta op basis van de primaire economische omgeving waarin ze actief zijn. De belangrijkste indicatoren voor het bepalen van de functionele valuta is de valuta waarin de omzet, de kosten en de financieringsactiviteiten zijn uitgedrukt.
2.5.2 Transacties en saldi
De Groep is actief in omgevingen met uiteenlopende valuta, maar voornamelijk in omgevingen waarin gebruik wordt gemaakt van de EUR en de USD. Transacties in vreemde valuta worden omgerekend naar de respectieve functionele valuta's van de entiteiten van de Groep tegen de wisselkoersen op de datum van de transactie. Monetaire activa en verplichtingen die op de verslagdatum in vreemde valuta luiden, worden omgerekend naar de functionele valuta van de entiteit tegen de wisselkoers op die datum. Niet-monetaire activa en verplichtingen die in vreemde valuta luiden en tegen reële waarde worden gewaardeerd, worden omgerekend naar de functionele valuta van de entiteit tegen de wisselkoers op de datum waarop de reële waarde werd bepaald. Niet-monetaire posten die zijn gewaardeerd tegen historische kostprijs in een vreemde valuta worden niet omgerekend. Wisselkoersverschillen die uit deze omrekening voortvloeien, worden opgenomen in de resultatenrekening.
2.5.3 Buitenlandse activiteiten
De activa en verplichtingen van buitenlandse activiteiten, met inbegrip van goodwill en reële-waardeaanpassingen, voortvloeiende uit overnames, worden omgerekend naar euro's tegen de wisselkoersen op de verslagdatum. De opbrengsten en kosten van buitenlandse activiteiten worden omgerekend naar euro tegen gemiddelde wisselkoersen.
Wisselkoersverschillen worden opgenomen in overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten en verwerkt in het eigen vermogen. Deze verschillen zijn opgenomen in de reserve koersverschillen. Wanneer de Groep de zeggenschap over een buitenlandse activiteit verliest, wordt het cumulatieve valutaomrekeningsbedrag van de dochteronderneming uit het eigen vermogen overgeboekt naar de winst- en verliesrekening.
Valutakoerswinsten en -verliezen die voortvloeien uit een monetaire post die moet worden ontvangen vanuit of betaald voor een buitenlandse activiteit waarvan de afwikkeling niet gepland staat en waarschijnlijk in de nabije toekomst niet zal plaatsvinden, worden opgenomen in de waarde van de netto-investering in een buitenlandse activiteit en rechtstreeks in het eigen vermogen verwerkt in de valutaomrekeningsreserve.
2.5.4 Hyperinflatie
Niet-monetaire activa en passiva, het eigen vermogen en de resultatenrekening van dochterondernemingen die actief zijn in economieën met hyperinflatie, worden aangepast voor wijzigingen in de algemene koopkracht van de lokale valuta door een algemene prijsindex toe te passen. Deze aangepaste bedragen worden gebruikt voor omrekening naar de rapporteringsvaluta van de Group tegen de wisselkoers aan het einde van de periode. Om die reden worden de balans en nettoresultaten van dochterondernemingen in landen met hyperinflatie weergegeven op basis van de meeteenheid die geldt aan het einde van de verslagperiode. In overeenstemming met IAS 21, De gevolgen van wisselkoerswijzigingen, hoeven multinationals die dochterondernemingen hebben in landen waar de hyperinflatievaluta de functionele valuta is, vergelijkende bedragen niet aan te passen, aangezien deze voorheen in een stabiele valuta werden gepresenteerd.
Sinds 2022 past de Groep hyperinflatieboekhouding toe voor haar dochterondernemingen die de Turkse lira als functionele valuta hebben. Met ingang van 1 april 2025 werd de functionele valuta van de Turkse dochteronderneming van Azelis gewijzigd van Turkse lira in euro. Die wijziging weerspiegelt een geleidelijke verschuiving in de economische omgeving van de dochteronderneming in de afgelopen jaren, waarbij haar onderliggende transacties, gebeurtenissen en voorwaarden in toenemende mate in euro luiden. Dit wordt verder ondersteund door recente wijzigingen in het Turkse regeringsdecreet nr. 32, waardoor Turkse entiteiten contracten kunnen afsluiten en in vreemde valuta kunnen innen. Als gevolg hiervan heeft de Turkse dochteronderneming met ingang van 1 april 2025 de toepassing van IAS 29 'Financiële verslaggeving in economieën met hyperinflatie' stopgezet en de aan hyperinflatie onderhevige waarden van activa en passiva opgenomen als hun boekwaarden per 31 maart 2025.
De relevante prijsindex die werd gebruikt voor de aanpassing van de jaarrekeningen van Turkse dochterondernemingen, was de consumptieprijsindex (CPI), die gebaseerd is op gegevens van het Turkse Instituut voor de Statistiek. De consumptieprijsindex en de wisselkoers tussen de euro en de Turkse lira zijn tussen 2024 en 2025 als volgt veranderd:
| Jaar | Turkije CPI | Verandering (%) | EUR/TRL wisselkoers |
| 2024 (31 december) | 26,85 | 44,38% | 36,74 |
| 2025 (31 maart) | 29,55 | 10,06% | 40,70 |
2.6 Bijzondere waardevermindering van niet-financiële activa
De boekwaarde van de langlopende niet-financiële activa van de Groep wordt op elke verslagdatum beoordeeld om te bepalen of er aanwijzingen zijn voor bijzondere waardevermindering. Als er sprake is van een dergelijke aanwijzing, voert de Groep een toetsing op bijzondere waardevermindering uit. Voor goodwill en immateriële activa met een onbepaalde gebruiksduur wordt elk jaar een toetsing op bijzondere waardevermindering uitgevoerd.
De realiseerbare waarde van een actief of een kasstroom-genererende eenheid is gelijk aan de hoogste van de bedrijfswaarde of de reële waarde minus de verkoopkosten. Bij het bepalen van de bedrijfswaarde worden de geschatte toekomstige kasstromen vóór belasting omgerekend naar hun contante waarde met behulp van een discontovoet vóór belasting die een afspiegeling is van de actuele marktbeoordelingen van de tijdswaarde van geld en de specifieke risico's met betrekking tot het actief. Voor de toetsing op bijzondere waardeverminderingen worden activa die niet individueel getoetst kunnen worden, samengevoegd in de kleinste te onderscheiden groep activa die uit voortgaand gebruik kasmiddelen genereert die in ruime mate onafhankelijk zijn van de instroom van kasmiddelen van andere activa of groepen activa (de 'kasstroom-genererende eenheid'). Met het oog op de toetsing op bijzondere waardevermindering wordt de in een bedrijfscombinatie verworven goodwill toegerekend aan (groepen) kasstroom-genererende eenheden die naar verwachting zullen profiteren van de synergieën van de combinatie.
Bedrijfsactiva zijn activa die niet zelfstandig een instroom van kasmiddelen genereren. Hun boekwaarde moet op een redelijke en consistente basis worden toegerekend aan de kasstroom-genererende eenheden. Als een bedrijfsactivum niet op een redelijke en consistente basis kan worden toegerekend aan kasstroom-genererende eenheden, voert de Groep de toetsing op bijzondere waardevermindering van goodwill uit in twee fasen: als eerste op het niveau van de kasstroom-genererende eenheden en als tweede op het niveau van de kleinste groep kasstroom-genererende eenheden waaraan het bedrijfsactivum op een redelijke en consistente basis kan worden toegerekend.
Een bijzondere waardevermindering wordt opgenomen als de boekwaarde van een actief of de kasstroom-genererende eenheid waartoe het actief behoort, hoger is dan de geschatte realiseerbare waarde. Bijzondere waardeverminderingen worden opgenomen in de resultatenrekening. Bijzondere waardeverminderingen die worden opgenomen met betrekking tot kasstroom-genererende eenheden worden eerst toegerekend om de boekwaarde van de aan de eenheden toegerekende goodwill te verlagen en vervolgens om de boekwaarde van de andere activa in de eenheid (of groep van eenheden) naar rato te verlagen.
Een bijzondere waardevermindering met betrekking tot goodwill wordt achteraf niet teruggeboekt. Met betrekking tot andere activa worden de in voorgaande perioden opgenomen bijzondere waardeverminderingen op elke verslagdatum beoordeeld op indicaties dat het verlies is afgenomen of niet langer bestaat. Een bijzondere waardevermindering wordt teruggeboekt als de schattingen, op basis waarvan de realiseerbare waarde was bepaald, zijn veranderd. Een bijzondere waardevermindering wordt alleen teruggeboekt voor zover de boekwaarde van het actief niet hoger is dan de boekwaarde na aftrek van afschrijvingen die zou zijn bepaald als er geen bijzondere waardevermindering was opgenomen.
2.7 Immateriële activa en goodwill
Goodwill kan worden omschreven als het positieve verschil tussen het totaal van de overgedragen vergoeding en het bedrag dat is opgenomen voor de verworven activa en de overgenomen verplichtingen in een bedrijfscombinatie. Na de eerste opname wordt goodwill gewaardeerd tegen kostprijs verminderd met eventuele cumulatieve bijzondere waardeverminderingen. Bij afstoting van een kasstroom-genererende eenheid wordt het toe te rekenen bedrag aan goodwill opgenomen in de bepaling van de winst of het verlies bij afstoting.
Kosten voor onderzoeksactiviteiten, gemaakt met het oog op het verwerven van nieuwe wetenschappelijke of technische kennis en inzichten, worden in de resultatenrekening opgenomen op het moment waarop de kosten worden gemaakt.
Ontwikkelingskosten waarvoor de Groep de technische haalbaarheid, intentie en middelen heeft om de immateriële activa te voltooien en de toekomstige economische voordelen van de activa naar de Groep zullen vloeien, worden geactiveerd tegen kostprijs. Wat cloudcomputing-oplossingen betreft, worden licentie- en/of ontwikkelingskosten uitsluitend als immateriële vaste activa opgenomen indien aan de criteria voor kapitalisatie is voldaan.
Overige immateriële activa met een bepaalde gebruiksduur worden gewaardeerd tegen kostprijs, verminderd met cumulatieve afschrijving en cumulatieve bijzondere waardeverminderingen. Afschrijvingen worden op lineaire basis opgenomen in de resultatenrekening over de geschatte gebruiksduur van immateriële activa, met uitzondering van goodwill, vanaf de datum waarop het actief klaar is voor gebruik. De geschatte gebruiksduur van immateriële activa en hun restwaarde (indien van toepassing) worden elk jaar opnieuw beoordeeld.
De geschatte gebruiksduur voor de huidige en vergelijkende periode is als volgt:
| Immateriële activa | Economische levensduur |
|---|
| Handelsmerken en merknamen | Onbepaald |
| Klantenlijsten | 2 tot 10 jaar |
| Distributierechten verworven bij bedrijfscombinatie | 20 jaar |
| Andere distributierechten | 2 tot 10 jaar |
| Overige immateriële activa | 2 tot 7 jaar |
2.8 Materiële vaste activa
Materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen kostprijs, verminderd met cumulatieve afschrijvingen en cumulatieve bijzondere waardeverminderingen. De kostprijs omvat uitgaven die direct aan de aanschaf van het actief kunnen worden toegerekend. Componenten van materiële vaste activa met een afzonderlijke gebruiksduur worden administratief verwerkt als afzonderlijke activa (belangrijke componenten) van materiële vaste activa.
Winsten en verliezen op de afstoting van een materieel vast actief worden bepaald door de netto-opbrengst van de afstoting te vergelijken met de boekwaarde van het materieel vast actief en worden in de resultatenrekening opgenomen onder overige opbrengsten of overige uitgaven.
2.8.1 Afschrijvingen
Afschrijvingen worden op lineaire basis opgenomen in de resultatenrekening over de geschatte gebruiksduur van elke component van materiële vaste activa tot hun restwaarde. Verbeteringen in geleasede activa worden afgeschreven over de leaseperiode of over de gebruiksduur indien deze korter is. Terreinen worden niet afgeschreven.
De geschatte gebruiksduur voor de huidige en vergelijkende periode is als volgt:
| Materiële vaste activa | Economische levensduur |
|---|
| Gebouwen | 20 tot 33 jaar |
| Installaties en machines | 5 tot 10 jaar |
| Overige materiële vaste activa | 3 tot 10 jaar |
Afschrijvingsmethoden, gebruiksduur en restwaarden worden op elke verslagdatum opnieuw beoordeeld.
2.8.2 Geleasede activa
Activa en verplichtingen die voortvloeien uit een leaseovereenkomst worden bij eerste opname gewaardeerd tegen de contante waarde.
Leaseverplichtingen omvatten de netto contante waarde van de volgende leasebetalingen:
vaste betalingen, verminderd met eventuele te ontvangen lease-incentives;
variabele leasebetalingen die op een index of rentevoet zijn gebaseerd en die bij eerste opname worden gewaardeerd op basis van de index of het tarief per aanvangsdatum;
bedragen die naar verwachting door de Groep verschuldigd zullen zijn uit hoofde van restwaardegaranties;
de uitoefenprijs van een aankoopoptie indien het redelijk zeker is dat de Groep deze optie zal uitoefenen; en
betalingen van boetes voor het beëindigen van de leaseovereenkomst, indien uit de leaseperiode blijkt dat de Groep deze optie heeft uitgeoefend.
De Groep kiest ervoor om niet-leasecomponenten niet te scheiden van leasecomponenten en in plaats daarvan elke leasecomponent en alle gerelateerde niet-leasecomponenten als één leasecomponent te verwerken.
Leasebetalingen die gedaan moeten worden indien het redelijk zeker is dat de opties worden verlengd, worden ook meegenomen in de waardering van de verplichting.
De leasebetalingen worden verdisconteerd op basis van de impliciete rentevoet van de leaseovereenkomst. Indien die rentevoet niet op eenvoudige wijze kan worden bepaald, hetgeen over het algemeen het geval is voor leaseovereenkomsten van de Groep, wordt de incrementele rentevoet van de lessee gebruikt. Dit is de rentevoet waartegen de afzonderlijke lessee het bedrag zou moeten lenen dat nodig is voor het verkrijgen van een actief van eenzelfde waarde als het actief met gebruiksrecht in eenzelfde economische omgeving met vergelijkbare voorwaarden, veiligheid en zekerheid.
De Groep is blootgesteld aan mogelijke toekomstige verhogingen van variabele leasebetalingen op basis van een index of rentevoet. Deze worden pas in de leaseverplichting opgenomen wanneer ze van kracht worden. Wanneer aanpassingen aan leasebetalingen op basis van een index of rentevoet van kracht worden, wordt de leaseverplichting opnieuw beoordeeld en aangepast aan het actief met gebruiksrecht.
Leasebetalingen worden verdeeld tussen de hoofdsom en de financieringskosten. De financieringskosten worden over de leaseperiode ten laste van de winst- of verliesrekening gebracht. Dit resulteert in een constante periodieke rentevoet over het resterende saldo van de verplichting voor elke periode.
Activa met gebruiksrecht worden gewaardeerd tegen kostprijs en bestaan uit:
het bedrag van de eerste waardering van de leaseverplichting;
alle op of voor de aanvangsdatum verrichte leasebetalingen, verminderd met alle ontvangen lease-incentives;
alle initiële directe kosten; en
herstelkosten.
Betalingen in verband met kortlopende leaseovereenkomsten voor apparatuur en voertuigen en alle leases van activa met een lage waarde worden op lineaire basis als kosten opgenomen in de winst- of verliesrekening. Kortlopende leaseovereenkomsten zijn leaseovereenkomsten met een leaseperiode van 12 maanden of minder. Activa met een lage waarde zijn onder andere IT-apparatuur en klein kantoormeubilair.
De Groep herwaardeert de leaseverplichting (en voert een overeenkomstige aanpassing door op het gerelateerde actief met gebruiksrecht) telkens wanneer:
de leaseperiode is gewijzigd of er sprake is van een belangrijke gebeurtenis of verandering van omstandigheden die leidt tot een wijziging van de beslissing om een aankoopoptie uit te oefenen. In dat geval wordt de leaseverplichting geherwaardeerd door discontering van de herziene leasebetalingen op basis van een herziene disconteringsvoet;
de leasebetalingen veranderen als gevolg van veranderingen in een index of rentevoet of een verandering in de verwachte betaling op grond van een gegarandeerde restwaarde. In dat geval wordt de leaseverplichting geherwaardeerd door discontering van de herziene leasebetalingen op basis van een ongewijzigde disconteringsvoet;
een leaseovereenkomst wordt gewijzigd en de wijziging van de leaseovereenkomst niet als een afzonderlijke leaseovereenkomst wordt verwerkt. In dat geval wordt de leaseverplichting geherwaardeerd op basis van de leaseperiode van de gewijzigde leaseovereenkomst door discontering van de herziene leasebetalingen op basis van een herziene disconteringsvoet per ingangsdatum van de wijziging.
2.9 Financiële instrumenten
2.9.1 Classificatie, opname en eerste waardering
Financiële activa en financiële verplichtingen worden ingedeeld in drie categorieën: gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten (FVTOCI) en tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- of verliesrekening (FVTPL).
De Groep neemt financiële instrumenten op wanneer er een contract wordt aangegaan. Financiële instrumenten worden niet langer in de balans opgenomen wanneer de contractuele rechten op de kasstromen uit het actief aflopen, of wanneer de rechten op de ontvangst van de contractuele kasstromen uit het financieel actief worden overgedragen in een transactie waarbij nagenoeg alle risico's en voordelen van eigendom van het financieel actief worden overgedragen. Met betrekking tot handelsvorderingen maakt de Groep gebruik van programma's voor non-recourse factoring. Vorderingen worden niet langer opgenomen wanneer de factor de Groep betaalt, waarbij tevens een vergoeding wordt betaald voor het kredietrisico dat de factor op zich neemt. Factoringkosten worden opgenomen in de financiële kosten van de Groep.
Financiële instrumenten worden bij eerste opname gewaardeerd tegen reële waarde. Transactiekosten die direct toerekenbaar zijn aan de aanschaf of uitgifte van financiële instrumenten worden opgenomen op de datum van eerste waardering, behalve voor financiële instrumenten die zijn gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- of verliesrekening (FVTPL). Transactiekosten met betrekking tot financiële instrumenten die zijn gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- of verliesrekening (FVTPL) worden bij eerste opname opgenomen in de winst- of verliesrekening.
De classificatie van financiële activa is gebaseerd op twee criteria: de doelstelling van het bedrijfsmodel van de Vennootschap met betrekking tot activabeheer, en de toetsing of de contractuele kasstromen van de instrumenten uitsluitend worden veroorzaakt door 'betalingen van de hoofdsom en rente' (bekend als de 'SPPI-test').
Handelsvorderingen worden bij eerste opname opgenomen tegen het bedrag van de vergoeding die onvoorwaardelijk is, tenzij ze significante financieringscomponenten bevatten wanneer ze tegen reële waarde worden opgenomen. De Groep houdt handelsvorderingen aan met als doel de contractuele kasstromen te innen en waardeert ze daarom vervolgens tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve-rentemethode. Overige vorderingen worden bij eerste opname gewaardeerd tegen reële waarde en vervolgens tegen geamortiseerde kostprijs.
Handels- en overige schulden worden bij eerste opname gewaardeerd tegen reële waarde en vervolgens tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve-rentemethode.
Leningen en overige financieringsverplichtingen worden bij eerste opname gewaardeerd tegen reële waarde, na aftrek van gemaakte transactiekosten. Vervolgens worden leningen en overige financieringsverplichtingen gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs. Elk verschil tussen de opbrengsten (na aftrek van transactiekosten) en het aflossingsbedrag wordt op basis van de effectieve-rentemethode opgenomen in de winst- of verliesrekening over de looptijd van de leningen.
Een uitwisseling tussen een bestaande leningnemer en leninggever van financiële verplichtingen met aanzienlijk verschillende voorwaarden moet worden verwerkt als een delging van de oorspronkelijke financiële verplichting en de opname van een nieuwe financiële verplichting. Evenzo wordt een aanzienlijke wijziging van de voorwaarden van een bestaande financiële verplichting of een deel daarvan (al dan niet als gevolg van financiële problemen van de debiteur) administratief verwerkt als een aflossing van de oorspronkelijke financiële verplichting en de opname van een nieuwe financiële verplichting.
De voorwaarden wijken aanzienlijk af indien de verdisconteerde contante waarde van de kasstromen onder de nieuwe voorwaarden, met inbegrip van het saldo van betaalde en ontvangen provisies verdisconteerd tegen de oorspronkelijke effectieve rentevoet, ten minste 10% verschilt van de contante waarde van de resterende kasstromen van de oorspronkelijke financiële verplichting. Indien een uitwisseling van schuldbewijzen of wijziging van voorwaarden administratief als aflossing wordt verwerkt, worden gemaakte kosten of provisies opgenomen als onderdeel van de winst of het verlies op de aflossing. Bijkomende kosten die direct toe te rekenen zijn aan de uitgifte van het nieuwe schuldinstrument, worden verwerkt als transactiekosten van de nieuwe verplichting, en worden derhalve gespreid door aanpassing van de effectieve rentevoet.
De Groep maakt gebruik van financiële derivaten zoals valutatermijncontracten, renteswaps om het valutarisico en het renterisico af te dekken en rentecaps om de renterisico's af te dekken die samenhangen met leningen met een variabele rente in het kader van de kredietfaciliteiten van de Groep.
Derivaten worden oorspronkelijk opgenomen als overige financiële activa tegen reële waarde op de datum waarop een derivatencontract wordt aangegaan. Vervolgens worden de derivaten aan het einde van elke verslagperiode via de winst- of verliesrekening geherwaardeerd tegen hun reële waarde. Derivaten dienen uitsluitend om economische risico's af te dekken, en niet als speculatieve belegging. De Groep past geen hedge accounting toe. Om die reden worden veranderingen in de reële waarde van financiële derivaten van de Groep onmiddellijk opgenomen in de geconsolideerde winst- of verliesrekening en opgenomen onder financieringskosten.
De Groep kan putopties toekennen voor resterende minderheidsbelangen in verworven ondernemingen, die de houders het recht geven om hun investeringen in deze dochterondernemingen aan de Groep te verkopen. Deze financiële verplichtingen zijn niet rentedragend. In overeenstemming met IAS 32 neemt de Groep een aflossingsverplichting op die overeenkomt met de contante waarde van de geschatte uitoefenprijs van de optie. De aflossingsverplichting is opgenomen onder overige kortlopende en langlopende verplichtingen en de tegenhanger is een vermindering van het eigen vermogen van de Groep. Aan het einde van elke verslagperiode wordt de verplichting aangepast aan wijzigingen in de geschatte uitoefenprijs. Deze wijzigingen worden administratief verwerkt in de resultatenrekening.
Indien de Groep ook een calloptie heeft verkregen op dezelfde resterende minderheidsbelangen in de overgenomen vennootschappen, wordt rekening gehouden met deze optie bij de vaststelling van zeggenschap met betrekking tot de bedrijfscombinatie.
De uitgaande kasstroom voor de verwerving van minderheidsbelangen als gevolg van de afwikkeling van de call-/putoptie is opgenomen in de financieringsactiviteiten van het geconsolideerde kasstroomoverzicht.
De Groep classificeert financiële verplichtingen die voortvloeien uit reverse factoring onder leningen en overige financieringsverplichtingen en rekening-courantkredieten in het overzicht van de financiële positie als ze een vergelijkbare aard en functie hebben als bankleningen en rekening-courantkredieten. Dit is het geval als de reverse factoring deel uitmaakt van de financiering die gebruikt wordt in de normale bedrijfscyclus van de Groep, het veiligheidsniveau vergelijkbaar is met dat van bankleningen en de voorwaarden van de verplichtingen van de reverse factoring ruimer zijn in vergelijking met handelsschulden die geen deel uitmaken van de regeling. Kasstromen die verband houden met verplichtingen uit hoofde van reverse factoring die in het geconsolideerde overzicht van de financiële positie zijn opgenomen onder leningen en overige financieringsverplichtingen, worden in het geconsolideerde kasstroomoverzicht opgenomen onder financieringsactiviteiten.
2.9.2 Bijzondere waardevermindering van financiële activa
De Groep neemt een voorziening op voor te verwachten kredietverliezen voor alle financiële activa die niet worden aangehouden tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in winst of verlies (FVTPL). Verwachte kredietverliezen zijn gebaseerd op het verschil tussen de contractuele kasstromen die volgens het contract zijn verschuldigd en alle kasstromen die de Groep verwacht te ontvangen, verdisconteerd tegen een benadering van de oorspronkelijke effectieve rentevoet.
De toegepaste methode voor bijzondere waardevermindering is afhankelijk van de vraag of er sprake is van een aanzienlijke toename van het kredietrisico; als dit het geval is, wordt de voorziening voor verliezen gewaardeerd tegen een bedrag dat gelijk is aan het verwachte kredietverlies tijdens de levensduur. Als dit niet het geval is, wordt de voorziening gewaardeerd tegen een bedrag dat gelijk is aan het verwachte kredietverlies over 12 maanden. Voor handelsvorderingen past de Groep de vereenvoudigde aanpak toe zoals toegestaan volgens IFRS 9, die vereist dat tijdens de looptijd verwachte verliezen worden opgenomen vanaf de eerste opname van de vorderingen (zie toelichting 4.1 voor meer informatie). Hoewel geldmiddelen en kasequivalenten en vorderingen uit overige leningen ook onderhevig zijn aan de vereisten voor bijzondere waardevermindering volgens IFRS 9, is er geen bijzonder waardeverminderingsverlies geïdentificeerd omdat deze activa als een laag kredietrisico worden beschouwd.
Afzonderlijk significante financiële activa worden op individuele basis getoetst op bijzondere waardevermindering. De resterende financiële activa worden collectief beoordeeld in groepen met vergelijkbare kredietrisicokenmerken.
Bijzondere waardeverminderingen van financiële activa worden opgenomen in de resultatenrekening. Een bijzondere waardevermindering wordt teruggeboekt als de terugboeking objectief kan worden toegeschreven aan een gebeurtenis die plaatsvond na de opname van de bijzondere waardevermindering.
2.9.3 Saldering
Financiële activa en passiva worden gesaldeerd en het nettobedrag wordt in het overzicht van de financiële positie opgenomen als en alleen als de Groep een wettelijk recht heeft om de bedragen te salderen en van plan is om op nettobasis af te wikkelen of om tegelijkertijd het actief te realiseren en de verplichting af te wikkelen.
2.9.4 Geldmiddelen en kasequivalenten
Geldmiddelen en kasequivalenten omvatten kassaldi en direct opvraagbare tegoeden. Rekening-courantkredieten die direct opeisbaar zijn en integraal deel uitmaken van het kasbeheer van de Groep, worden opgenomen als een component van geldmiddelen en kasequivalenten ten behoeve van het kasstroomoverzicht.
2.10 Inkomstenbelasting
Winstbelastingen omvatten actuele en uitgestelde belastingen. De winstbelasting wordt in de resultatenrekening opgenomen tenzij ze verband houden met posten die zijn opgenomen in overige gerealiseerde of niet-gerealiseerde resultaten. In dat geval worden ze opgenomen in overige gerealiseerde of niet-gerealiseerde resultaten.
De actuele winstbelasting is de verwachte te betalen (of te ontvangen) belasting over de belastbare winst (of het belastbare verlies) over de periode, op basis van belastingtarieven die op de verslagdatum zijn vastgesteld of materieel zijn vastgesteld, en eventuele aanpassingen aan te betalen belastingen over voorgaande jaren.
Uitgestelde winstbelasting wordt volgens de balansmethode berekend op basis van tijdelijke verschillen tussen de fiscale boekwaarden van activa en passiva en hun boekwaarde in de geconsolideerde jaarrekening. Uitgestelde belastingverplichtingen worden echter niet opgenomen als deze voortvloeien uit de eerste opname van goodwill. Uitgestelde winstbelastingen worden ook niet verwerkt als deze voortvloeien uit de eerste opname van een actief of verplichting in een transactie die geen bedrijfscombinatie is en die op het moment van de transactie geen invloed heeft op de commerciële of fiscale winst of het commerciële of fiscale verlies. Uitgestelde winstbelasting wordt bepaald op basis van belastingtarieven (en wetten) die aan het einde van de verslagperiode zijn vastgesteld of materieel zijn vastgesteld en die naar verwachting van toepassing zullen zijn wanneer de desbetreffende uitgestelde belastingvordering wordt gerealiseerd of de uitgestelde belastingverplichting wordt afgewikkeld.
Een uitgestelde belastingvordering wordt opgenomen voor zover het waarschijnlijk is dat er toekomstige belastbare winsten beschikbaar zullen zijn waarmee het tijdelijke verschil kan worden verrekend. Uitgestelde belastingvorderingen worden op elke verslagdatum opnieuw beoordeeld en worden verlaagd indien het niet langer waarschijnlijk is dat het daarmee samenhangende belastingvoordeel zal worden gerealiseerd.
2.11 Voorraden
De Groep past de FIFO-methode (first in, first out) toe om de kosten van verkochte producten weer te geven in haar kosten van goederen en verbruiksgoederen. Voorraden worden gewaardeerd tegen kostprijs of tegen de netto-opbrengstwaarde indien deze lager is. De kostprijs van voorraden omvat directe grondstoffen, directe arbeidskosten en een evenredig deel van de variabele en vaste overheadkosten, waarbij deze laatste worden toegerekend op basis van de normale bedrijfscapaciteit. De netto-opbrengstwaarde is de geschatte verkoopprijs bij normale bedrijfsuitoefening, verminderd met de geschatte kosten van voltooiing en de verkoopkosten. Bijzondere waardeverminderingen van voorraden tot de netto-opbrengstwaarde worden opgenomen in de winst- of verliesrekening als onderdeel van 'Kosten voor goederen en verbruiksartikelen'. Als de waarde van voorraden die onderhevig zijn aan een bijzondere waardevermindering stijgt, wordt de bijzondere waardevermindering teruggenomen tot ofwel de gestegen netto-opbrengstwaarde ofwel de oorspronkelijke kostprijs, afhankelijk van welke de laagste waarde heeft.
2.12 Eigen vermogen
2.12.1 Gewone aandelen
Gewone aandelen worden geclassificeerd als eigen vermogen. Incrementele kosten die direct toe te rekenen zijn aan de uitgifte van gewone aandelen en aandelenopties worden opgenomen onder het eigen vermogen na aftrek van belastingen.
2.12.2 Uitgiftepremies
De uitgiftepremies bestaan uit de agioreserve boven de nominale waarde van uitstaande aandelen.
2.12.3 Eigen aandelen
Ingekochte eigen aandelen worden in mindering gebracht op het eigen vermogen (rubriek Overige reserves). Er wordt geen winst of verlies geboekt bij de aankoop, verkoop, uitgifte of intrekking van eigen aandelen. Een betaalde of ontvangen vergoeding wordt rechtstreeks in het eigen vermogen verwerkt.
2.13 Personeelsbeloningen
2.13.1 Pensioenen, andere vergoedingen na uitdiensttreding en ontslagvergoedingen
De Groep heeft verschillende toegezegd-pensioenregelingen.
De verplichting die of het actief dat is opgenomen in de balans van toegezegd-pensioenregelingen, is de contante waarde van de toegezegde pensioenrechten aan het einde van de verslagperiode, verminderd met de reële waarde van de fondsbeleggingen. De toegezegde pensioenrechten worden jaarlijks door onafhankelijke gekwalificeerde actuarissen berekend volgens de 'projected unit credit'-methode.
De contante waarde van de toegezegde pensioenrechten wordt bepaald door de geschatte toekomstige uitstroom van kasmiddelen te verrekenen met de rentetarieven van hoogwaardige bedrijfsobligaties die luiden in de valuta waarin de beloningen zullen worden betaald en die een looptijd hebben die vergelijkbaar is met de looptijd van de gerelateerde verplichting. De netto-rentekosten worden berekend door de disconteringsvoet toe te passen op het nettosaldo van de toegezegde pensioenrechten en de reële waarde van de fondsbeleggingen. Deze kosten worden opgenomen onder financieringsuitgaven in de resultatenrekening. Wijzigingen in de contante waarde van de toegezegde pensioenrechten als gevolg van wijzigingen of inperkingen van de regeling worden onmiddellijk in de resultatenrekening opgenomen als pensioenkosten van verstreken diensttijd.
Herwaarderingswinsten en -verliezen die voortvloeien uit ervaringsaanpassingen en wijzigingen in actuariële veronderstellingen worden opgenomen in de periode waarin ze zich voordoen, rechtstreeks in overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten. Ze worden opgenomen in ingehouden winsten in het mutatieoverzicht van het eigen vermogen en in de balans.
Voor toegezegde-bijdrageregelingen betaalt de Groep bijdragen aan publiek of privaat beheerde pensioenverzekeringsregelingen op verplichte, contractuele of vrijwillige basis. De Groep heeft geen verdere betalingsverplichtingen nadat de bijdragen zijn betaald. De bijdragen worden opgenomen als kosten voor personeelsbeloningen wanneer ze verschuldigd zijn.
2.13.2 Kortlopende en langlopende personeelsbeloningen
De kosten van alle kortlopende personeelsbeloningen, zoals salarissen, vakantiegeld, bonussen, medische hulp en andere bijdragen, worden opgenomen in de periode waarin de werknemer de gerelateerde dienst levert. De Groep neemt deze kosten alleen op wanneer zij een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting heeft om een dergelijke betaling te doen en wanneer een betrouwbare schatting van de verplichting kan worden gemaakt.
De nettoverplichting van de Groep voor langlopende personeelsbeloningen is het bedrag van de toekomstige beloning dat werknemers hebben verdiend in ruil voor hun diensten in de verslagperiode en voorgaande perioden. Deze beloning wordt verdisconteerd om de contante waarde te bepalen. Andere langlopende personeelsbeloningen worden berekend volgens de 'projected unit credit'-methode. De eventuele actuariële winsten en verliezen worden in de winst-en-verliesrekening opgenomen voor de periode waarin zij zich voordoen.
2.13.3 Op aandelen gebaseerde betalingen
De Groep heeft prestatie-aandelenplannen voor managers op sleutelposities, die kunnen worden aangemerkt als via het eigen vermogen verrekende vergoedingsregelingen in aandelen. Via het eigen vermogen verrekende op aandelen gebaseerde transacties zijn transacties waarbij de entiteit goederen of diensten ontvangt in ruil voor haar eigen-vermogensinstrumenten (bv. aandelen, opties).
Aldus ontvangen goederen of diensten worden gewaardeerd tegen hun reële waarde, tenzij deze niet betrouwbaar kan worden geschat. In dat geval worden ze gewaardeerd tegen de reële waarde van de toegekende eigen-vermogensinstrumenten. De reële waarde wordt bepaald op de toekenningsdatum, en bij het bepalen van de waarde wordt rekening gehouden met marktomstandigheden door middel van een Monte Carlosimulatie. Deze waarde blijft onveranderd gedurende de wachtperiode. Bedrijfs- en niet-marktgerelateerde omstandigheden hebben geen invloed op de reële waarde van de toegekende instrumenten, maar hier wordt wel rekening mee gehouden door aanpassing van het aantal eigen-vermogensinstrumenten dat wordt opgenomen in de waardering van de transactie. Deze schatting wordt op elke verslagdatum herzien totdat de wachtperiode is verstreken. Azelis verwerkt de via het eigen vermogen verrekende, op aandelen gebaseerde betalingstransactie in de rubriek 'Overige reserves' van het eigen vermogen, en de eerste opname en daaropvolgende wijzigingen worden verwerkt in de personeelskosten.
2.14 Voorzieningen
Een voorziening wordt opgenomen als de Groep, als gevolg van een gebeurtenis in het verleden, een huidige in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting heeft die betrouwbaar kan worden geschat, en het waarschijnlijk is dat een uitstroom van economische voordelen nodig zal zijn om de verplichting af te wikkelen. Voorzieningen worden bepaald door de verwachte toekomstige kasstromen te verdisconteren tegen een discontovoet vóór belasting die een afspiegeling is van de actuele marktbeoordelingen van de tijdswaarde van geld en de specifieke risico's met betrekking tot de verplichting. De afwikkeling van het disagio van voorzieningen wordt opgenomen onder financiële uitgaven.
2.15 Omzet
2.15.1 Verkochte goederen (omzet)
Omzet uit de verkoop van producten wordt opgenomen op het moment dat aan de prestatieverplichting is voldaan, d.w.z. wanneer de klant controle verkrijgt over de beloofde goederen. Voor de Groep wordt de controleoverdracht meestal bepaald door de overeengekomen incoterm. Omzet wordt gewaardeerd tegen de reële waarde van de vergoeding die is ontvangen, na aftrek van retourneringen, handels- en volumekortingen. Omzet wordt alleen opgenomen als het zeer waarschijnlijk is dat er geen belangrijke terugboeking zal plaatsvinden.
2.15.2 Commissies
Wanneer het resultaat van een transactie waarbij commissie wordt betaald, betrouwbaar kan worden geschat, wordt de omzet met betrekking tot de transactie in de tijd verwerkt in verhouding tot de mate van voltooiing van de transactie aan het einde van de verslagperiode. Wanneer de Groep in een transactie optreedt als agent in plaats van principaal, is de opgenomen omzet gelijk aan het nettobedrag van de door de Groep verdiende commissie. De Groep handelt als agent wanneer ze geen eigenaar van de goederen wordt en niet is blootgesteld aan risico's, wanneer de risico's worden gedragen door de leverancier en wanneer de verkoopprijzen worden bepaald door de leverancier.
2.16 Gesegmenteerde rapportage
Een operationeel segment is een onderdeel van de Groep dat bedrijfsactiviteiten uitvoert die omzet genereren en waarbij kosten kunnen worden gemaakt, met inbegrip van omzet en kosten die verband houden met transacties met andere onderdelen van de Groep. De segmentatie die door de Group wordt gebruikt, is gebaseerd op geografie, organisatie en managementstructuur en op onderlinge commerciële afhankelijkheden.
Segmentresultaten die aan de CEO worden gerapporteerd, omvatten posten die direct toe te schrijven zijn aan een segment, evenals posten die op een redelijke basis kunnen worden toegewezen. Niet-toegewezen posten bestaan voornamelijk uit uitgaven van het hoofdkantoor en belastingvorderingen en -verplichtingen, en worden gepresenteerd in een afzonderlijke verslaggevende eenheid 'Group holding en overige'.
De gebruikte verslaggevende segmenten zijn als volgt gedefinieerd:
EMEA: alle werkmaatschappijen in Europa, het Midden-Oosten en Afrika
Americas: alle werkmaatschappijen in de Verenigde Staten, Canada, Mexico en Zuid-Amerika (voornamelijk Colombia en Brazilië);
Asia Pacific: alle werkmaatschappijen in Azië, Zuidoost-Azië en het Pacifisch gebied;
Group holding en overige: alle niet-operationele ondernemingen, inclusief het Corporate Service Center en het hoofdkantoor in België.
2.17 Overheidssubsidies
Overheidssubsidies worden systematisch in de winst- of verliesrekening opgenomen over de perioden waarin de entiteit de gerelateerde uitgaven die de subsidies beogen te compenseren, als kosten verwerkt. Overheidssubsidies worden pas opgenomen als met redelijke zekerheid kan worden gesteld dat de Groep zal voldoen aan de voorwaarden die aan de subsidies zijn verbonden en dat de subsidies zullen worden ontvangen.
2.18 Geconsolideerd kasstroomoverzicht
Het geconsolideerde kasstroomoverzicht wordt opgesteld volgens de indirecte methode. Geldmiddelen worden gedefinieerd als geldmiddelen en kasequivalenten, verminderd met rekening-courantkredieten. Kasstromen worden in het kasstroomoverzicht afzonderlijk gepresenteerd als kasstromen uit operationele activiteiten, investeringsactiviteiten en financieringsactiviteiten.
2.19 Bepaling van de reële waarde
Voor een aantal grondslagen voor financiële verslaggeving en toelichtingen van de Groep is de bepaling van de reële waarde vereist, voor zowel financiële als niet-financiële activa en verplichtingen. Reële waarden zijn bepaald voor waarderings- of informatiedoeleinden op basis van de volgende methoden. Indien van toepassing bevatten de specifieke toelichtingen bij de betreffende activa of verplichtingen passiva nadere informatie over de veronderstellingen die zijn gehanteerd bij het bepalen van de reële waarde.
De reële waarde van materiële vaste activa die als gevolg van een bedrijfscombinatie zijn opgenomen, is gebaseerd op marktwaarden. De marktwaarde is het geschatte bedrag waarvoor een actief op de waarderingsdatum kan worden verhandeld tussen een tot een transactie bereid zijnde koper en verkoper in een zakelijke, objectieve transactie voorafgegaan door gedegen onderhandeling waarbij de partijen goed geïnformeerd en tot een transactie bereid waren.
De reële waarde van handelsmerken en distributierechten die zijn verworven in bedrijfscombinaties wordt gewaardeerd op basis van de inkomstenmethode (respectievelijk de 'relief from royalty'- en de 'multi-period excess earnings'-methode). De reële waarde van overige immateriële activa is voornamelijk gebaseerd op de kostprijsmethode.
De reële waarde van voorraden wordt vastgesteld op basis van de geschatte verkoopprijs bij normale bedrijfsuitoefening, verminderd met de geschatte kosten van voltooiing en verkoop.
De reële waarde van financiële activa tegen de reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in winst of verlies en de reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten wordt bepaald op basis van de genoteerde biedkoers op de verslagdatum. Als er geen marktprijzen beschikbaar zijn, worden de instrumenten gewaardeerd op basis van de contante waarde van de verwachte toekomstige kasstromen, gedisconteerd tegen de marktrente op de waarderingsdatum.
De reële waarde van handels- en overige vorderingen wordt vastgesteld als de contante waarde van verwachte toekomstige kasstromen, gedisconteerd tegen de marktrente op de waarderingsdatum.
De reële waarde van valutatermijncontracten is gebaseerd op hun genoteerde marktprijs, indien beschikbaar. Als er geen genoteerde marktprijs beschikbaar is, wordt de reële waarde geschat door het verschil tussen de contractuele termijnkoers en de huidige termijnkoers voor de resterende looptijd van het contract te verdisconteren aan de hand van een risicovrije rentevoet, verhoogd met een toepasselijke extra spread in verband met het kredietrisico van de Groep en het risico van de tegenpartij.
De reële waarde wordt berekend op basis van de contante waarde van toekomstige hoofdsom- en rentekasstromen, verdisconteerd tegen de marktrente op de waarderingsdatum, inclusief het kredietrisico van de Groep.
De reële waarde van voorwaardelijke vergoedingen die kunnen worden aangemerkt als earn-out, opgenomen met betrekking tot bedrijfscombinaties, wordt berekend op basis van een prognose van de onderliggende prestatiemaatstaf (doorgaans EBIT(D)A) en wordt verdisconteerd tegen de marktrente op de waarderingsdatum. De reële waarde van een voorwaardelijke vergoeding die louter een vaste uitgestelde betaling is, wordt bepaald als de contante waarde van verwachte toekomstige kasstromen, verdisconteerd tegen de marktrente op de waarderingsdatum.
De aflossingswaarde van putopties op minderheidsbelangen, die wordt opgenomen in verband met bedrijfscombinaties, wordt berekend op basis van specifieke contractuele specificaties die voor het merendeel bestaan uit een combinatie van een multiple op een toekomstige prestatiemeting en de saldi van bepaalde posten in het nettowerkkapitaal bij uitoefening van de optie.
Activa en verplichtingen waarvoor de reële waarde wordt gewaardeerd of vermeld in de geconsolideerde jaarrekening, worden ingedeeld binnen de reële-waardehiërarchie. Deze wordt als volgt beschreven, op basis van de input van het laagste niveau dat van belang is voor de gehele waardering:
Niveau 1: genoteerde (niet-aangepaste) prijzen op actieve markten voor identieke activa of verplichtingen
Niveau 2: Waarderingstechnieken waarbij alle inputs die een belangrijk effect hebben op de geboekte reële waarde, gebaseerd zijn op direct of indirect waarneembare gegevens van de activa of passiva
Niveau 3: Waarderingstechnieken waarbij alle inputs die een belangrijk effect hebben op de geboekte reële waarde, gebaseerd zijn op direct of indirect waarneembare gegevens van de activa of passiva
3 Significante schattingen en beoordelingen
Bij het toepassen van de grondslagen voor financiële verslaggeving en het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening is de Groep uitgegaan van bepaalde beoordelingen (anders dan schattingen) die van invloed zijn op de gerapporteerde bedragen van activa en verplichtingen, opbrengsten en kosten.
Daarnaast is de Groep verplicht om bepaalde schattingen en veronderstellingen te doen die van invloed zijn op de waardering en presentatie van gerapporteerde cijfers. Schattingen zijn gebaseerd op ervaringen uit het verleden en op aanvullende kennis over te rapporteren transacties en worden doorlopend geëvalueerd. De werkelijke bedragen kunnen afwijken van deze schattingen. Hieronder worden de meest kritieke boekhoudkundige oordelen en schattingen beschreven die betrekking hebben op onzekerheden die een aanzienlijk risico vormen op aanzienlijke aanpassingen en die zijn toegepast in de geconsolideerde jaarrekening:
De Groep is van oordeel dat het handelsmerk Azelis een onbepaalde gebruiksduur heeft. Daarom wordt er op het handelsmerk niet afgeschreven. Op elke verslagdatum evalueert de Groep deze beoordeling en bepaalt zij of de omstandigheden nog steeds de beoordeling onderbouwen dat het handelsmerk een onbepaalde gebruiksduur heeft. Het handelsmerk wordt jaarlijks getest op bijzondere waardeverminderingen. (Zie toelichting 14).
Bij het beoordelen van de realisatie van uitgestelde belastingvorderingen neemt het management in overweging in welke mate het waarschijnlijk is dat de uitgestelde belastingvordering zal worden gerealiseerd (toelichting 13). De uiteindelijke realisatie van uitgestelde belastingvorderingen hangt af van het genereren van toekomstig belastbaar inkomen tijdens de perioden waarin deze tijdelijke verschillen en voorwaarts te verrekenen fiscale verliezen beschikbaar zijn. Bij deze beoordeling houdt het management rekening met de verwachte terugname van een voorziening voor uitgestelde belastingen en de verwachte toekomstige belastbare inkomsten. (Zie toelichting 13.2).
Bij het bepalen van de leaseperiode houdt het management rekening met alle feiten en omstandigheden die een economische stimulans vormen om een verlengingsoptie uit te oefenen. Verlengingsopties zijn uitsluitend opgenomen in de leasetermijn indien het redelijk zeker is dat de leaseovereenkomst zal worden verlengd. (Zie toelichting 15.2).
Onder reverse factoring worden handelsschulden door de Groep overgedragen aan een financiële instelling die de crediteurenverplichtingen overneemt. Na deze overdracht kan de Groep de overgedragen schulden niet langer verrekenen met creditnota's ontvangen van de leverancier.
Ten behoeve van het geconsolideerde kasstroomoverzicht gaat het management ervan uit dat de financieringsverstrekker de facturen vereffent als een betaalagent namens de entiteit. De betalingen door de financieringsverstrekker worden daarom gepresenteerd als een uitstroom van kasmiddelen uit operationele activiteiten en een instroom van kasmiddelen uit financieringsactiviteiten in gelijke maar tegengestelde bedragen op het moment dat de financieringsverstrekker de leverancier betaalt. Wanneer de Groep vervolgens het uitstaande bedrag aan de financieringsverstrekker betaalt, wordt dit gepresenteerd als een uitstroom van kasmiddelen uit financieringsactiviteiten.
In een bedrijfscombinatie worden de verworven activa en passiva gewaardeerd tegen reële waarde. Wanneer er geen waarneembare informatie beschikbaar is, gebruikt de Groep veronderstellingen en niet-waarneembare informatie om de reële waarde van het beoordeelde te schatten. De werkelijke marktprestaties kunnen vervolgens afwijken van de veronderstellingen. De belangrijkste veronderstellingen zijn vervat in de toelichting betreffende bedrijfscombinaties. (Zie toelichting 7).
De Groep onderzoekt jaarlijks of goodwill aan een bijzondere waardevermindering onderhevig is geweest. De realiseerbare waarde van een kasstroom-genererende eenheid wordt bepaald op basis van berekeningen van de bedrijfswaarde, waarbij gebruik wordt gemaakt van veronderstellingen. Voor de berekeningen wordt gebruik gemaakt van kasstroomprognoses op basis van financiële budgetten die door het management zijn goedgekeurd voor een periode van vijf jaar, waarin schattingen voor omzetgroei en margegroei zijn opgenomen. Kasstromen na de periode van vijf jaar worden geëxtrapoleerd met behulp van de geschatte groeipercentages. Deze groeipercentages zijn consistent met de voorspellingen in rapporten uit de specifieke sector waarin de kasstroom-genererende eenheid actief is. (Zie toelichting 14.2).
4 Beheer van financiële risico's
Azelis is blootgesteld aan verschillende financiële en andere risico's, waaronder:
Kredietrisico;
Liquiditeitsrisico;
Marktrisico's
Operationele risico's
Azelis hanteert een risicobeheerkader om deze risico's te beperken. De Raad van Bestuur houdt toezicht op de manier waarop het management de naleving van het beleid en de risicobeheerprocedures van de Groep monitort en de geschiktheid van het risicobeheerkader beoordeelt met betrekking tot de risico's waarmee de Groep wordt geconfronteerd.
4.1 Kredietrisico
Kredietrisico is het risico van financieel verlies voor de Groep als een klant of tegenpartij van een financieel instrument zijn contractuele verplichtingen niet nakomt en vloeit voornamelijk voort uit vorderingen van de Groep op klanten.
Per 31 december kan het belangrijkste kredietrisico als volgt worden samengevat:
| (in duizenden €) | 31 december 2025 | 31 december 2024 |
|---|
| Handels- en overige vorderingen | 522.163 | 589.031 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 263.009 | 303.945 |
| Overige financiële activa | 4.231 | 1.992 |
| | 789.404 | 894.969 |
4.1.1 Handels- en overige vorderingen
De Groep hanteert een vereenvoudigde aanpak conform IFRS 9 (zie toelichting 2.9.2).
Het kredietrisico van de Groep wordt voornamelijk beïnvloed door de individuele kenmerken van elke klant. De demografische gegevens van het klantenbestand van de Groep, inclusief het wanbetalingsrisico van de sector en het land waarin de klanten actief zijn, hebben minder invloed op het kredietrisico. De Groep is niet aan een significante concentratie van kredietrisico blootgesteld.
De Groep heeft een kredietbeleid waarbij elke nieuwe klant afzonderlijk wordt getoetst op kredietwaardigheid voordat de standaard betalings- en leveringsvoorwaarden van de Groep worden aangeboden. De toetsing door de Groep omvat externe kredietwaardigheidsbeoordelingen, waar beschikbaar, en in sommige gevallen bankreferenties. Voor elke klant worden inkooplimieten vastgesteld.
Klanten die niet aan de kredietwaardigheidsvereisten van de Groep voldoen, kunnen uitsluitend transacties met de Groep aangaan op basis van vooruitbetaling. Het kredietbeleid van de Groep omvat opschorting van verdere leveringen als klanten hun schulden niet op tijd betalen. Bovendien maakt de Groep gebruik van non-recourse factoring voor het grootste deel van haar omzet in de EMEA-regio. Dit wordt gebruikt als een efficiëntieprogramma bij het innen van vorderingen. Er worden geen andere kredietverzekeringsprogramma's nodig geacht.
Een aanzienlijk deel van de klanten van de Groep doet al vele jaren zaken met de Groepsmaatschappijen en er hebben zich zelden verliezen voorgedaan. De Groep eist geen zekerheden voor handels- en overige vorderingen.
De Groep vormt een voorziening voor bijzondere waardevermindering, gebaseerd op een schatting van de verwachte verliezen met betrekking tot handelsvorderingen. De belangrijkste componenten van deze voorziening zijn een specifieke verliescomponent en een collectieve verliescomponent. De specifieke verliescomponent heeft betrekking op individuele significante risico's en de collectieve verliescomponent wordt vastgesteld voor groepen soortgelijke activa met betrekking tot geleden, maar nog niet geïdentificeerde verliezen. De voorziening voor collectieve verliezen wordt bepaald op basis van historische gegevens van betalingsstatistieken voor vergelijkbare financiële activa, aangepast voor toekomstgerichte informatie door middel van een beoordeling van zowel de huidige als de verwachte ontwikkeling van de economische omstandigheden op de verslagdatum.
Op de balansdatum is de ouderdom van de handelsvorderingen na aftrek van de ontvangen factoring als volgt opgebouwd:
2025
| (in duizenden €) | Bruto | % van totaal | Bijz. waardev. | % afgewaardeerd |
|---|
| Niet vervallen | 348.240 | 74,5% | 1.513 | 0,4% |
| Overschrijding 0 à 2 maanden | 78.935 | 16,9% | 2.225 | 2,8% |
| Overschrijding 2 à 12 maanden | 24.939 | 5,3% | 8.866 | 35,6% |
| Overschrijding meer dan 12 maanden | 15.538 | 3,3% | 15.289 | 98,4% |
| | 467.651 | 100,0% | 27.893 | 6,0% |
2024
| (in duizenden €) | Bruto | % van totaal | Bijz. waardev. | % afgewaardeerd |
|---|
| Niet vervallen | 384.209 | 73,0% | 1.256 | 0,3% |
| Overschrijding 0 à 2 maanden | 94.618 | 18,0% | 2.421 | 2,6% |
| Overschrijding 2 à 12 maanden | 35.411 | 6,7% | 14.221 | 40,2% |
| Overschrijding meer dan 12 maanden | 11.999 | 2,3% | 11.960 | 99,7% |
| | 526.237 | 100,0% | 29.859 | 5,7% |
De voorzieningen voor verliezen op handelsvorderingen op 31 december sluiten als volgt aan op de voorzieningen voor verliezen aan het begin van het jaar:
| (in duizenden €) | 2025 | 2024 |
|---|
| Balans per 1 januari | 29.858 | 29.387 |
| Bedrijfscombinatie | 3.080 | 2.176 |
| Voorzieningen op jaarbasis | 5.838 | 11.912 |
| Daling bijzondere waardeverminderingsverliezen | -9.432 | -13.566 |
| Wisselkoersverschillen | -1.452 | -51 |
| Balans per 31 december | 27.893 | 29.858 |
4.1.2 Geldmiddelen
De blootstelling van de Groep aan kredietrisico is minimaal, aangezien de Groep haar contante stortingen uitsluitend onderbrengt bij financiële instellingen met een hoge rating.
4.1.3 Garanties
Het beleid van de Groep is erop gericht alleen financiële garanties af te geven ten gunste van volledige dochterondernemingen. Op de balansdatum waren er geen andere materiële garanties afgegeven.
4.2 Liquiditeitsrisico
Het liquiditeitsrisico is het risico dat de Groep niet in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen wanneer deze opeisbaar zijn. De aanpak van de Groep voor het beheren van liquiditeit is ervoor te zorgen dat de Groep voldoende liquiditeit aanhoudt om aan haar verplichtingen te voldoen wanneer deze opeisbaar zijn, onder zowel normale als meer uitdagende omstandigheden, zonder onaanvaardbare verliezen op te lopen.
De Groep zorgt ervoor dat ze over voldoende liquide middelen en ongebruikte kredietfaciliteiten beschikt om te kunnen voldoen aan de verwachte operationele kosten voor de betreffende planningsperiode, inclusief de nakoming van financiële verplichtingen.
Hieronder volgen de contractuele looptijden van financiële verplichtingen, inclusief geschatte rentebetalingen en exclusief het effect van eventuele verrekeningsovereenkomsten op de balansdatum:
2025
| (in duizenden €) | Boekwaarde | Niet-verdisc. contractuele kasstromen | Minder dan 1 jaar | 1 tot 5 jaar | Meer dan 5 jaar |
|---|
| Rentedragende leningen | 1.697.098 | 1.969.687 | 174.297 | 1.795.391 | 0 |
| Leaseverplichtingen | 162.471 | 224.995 | 36.152 | 87.591 | 101.252 |
| Derivaten | 33 | 33 | 33 | 0 | 0 |
| Handels- en overige schulden | 562.847 | 562.754 | 555.417 | 7.337 | 0 |
| Banktegoeden | 14.244 | 14.244 | 14.244 | 0 | 0 |
| | 2.436.693 | 2.771.713 | 780.142 | 1.890.319 | 101.252 |
Leningen en overige financieringsverplichtingen moeten voornamelijk in 2029 worden afgelost (31 december 2024: in 2029).
2024
| (in duizenden €) | Boekwaarde | Niet-verdisc. contractuele kasstromen | Minder dan 1 jaar | 1 tot 5 jaar | Meer dan 5 jaar |
|---|
| Rentedragende leningen | 1.661.091 | 2.039.722 | 130.843 | 1.908.879 | 0 |
| Leaseverplichtingen | 163.753 | 216.759 | 36.056 | 88.091 | 92.612 |
| Derivaten | 112 | 112 | 112 | 0 | 0 |
| Handels- en overige schulden | 733.622 | 739.437 | 702.269 | 37.169 | 0 |
| Banktegoeden | 19.146 | 19.146 | 19.146 | 0 | 0 |
| | 2.577.724 | 3.015.176 | 888.425 | 2.034.139 | 92.612 |
4.3 Marktrisico
Marktrisico is het risico dat veranderingen in marktprijzen, zoals wisselkoersen, rentevoeten en aandelenkoersen, invloed hebben op de ontvangsten van de Groep of de waarde van door haar aangehouden financiële instrumenten. Het doel van marktrisicobeheer is om de blootstelling aan marktrisico's te beheren en te beheersen binnen aanvaardbare parameters en tegelijkertijd het rendement te optimaliseren. De Groep koopt en verkoopt derivaten om haar marktrisico's te beheren.
4.3.1 Valutarisico
De Groep loopt valutarisico's op verkopen, aankopen en leningen in verschillende valuta's. De belangrijkste valuta's zijn de euro (€), het Britse pond (GBP) en de Amerikaanse dollar (USD).
Op ieder moment dekt de Groep een aanzienlijk deel van haar valutarisico uit verkoop- en inkooporders af via natuurlijke afdekkingen binnen haar operationele portefeuille. De Groep gebruikt voornamelijk valutatermijncontracten om het resterende valutarisico af te dekken, allemaal met een looptijd van minder dan een jaar vanaf de verslagdatum. Waar nodig worden valutatermijncontracten op de vervaldatum verlengd. De Groep heeft geen hedge accounting toegepast.
Rente op leningen wordt uitgedrukt in valuta's die voornamelijk overeenkomen met de kasstromen die worden gegenereerd door de onderliggende activiteiten van de Groep, voornamelijk euro's (€), Britse ponden (GBP) en Amerikaanse dollars (USD). Dit levert een economische afdekking op waarvoor geen derivaten worden afgesloten; daarom heeft de Groep geen hedge accounting toegepast.
De investeringen van de Groep in buitenlandse dochterondernemingen met een andere valuta dan de euro worden beschouwd als langetermijnactiviteiten van de Groep en worden daarom niet afgedekt. Valutaomrekeningsverschillen op deze langetermijnactiviteiten worden verwerkt in de reserve omrekeningsverschillen in het eigen vermogen.
De blootstelling aan valutarisico's in vlottende activa en kortlopende verplichtingen heeft voornamelijk betrekking op saldi in USD en GBP, waarvan de nominale bedragen (vermeld in €) gelijk zijn aan:
| (in duizenden €) | 31 December 2025 | 31 December 2024 |
|---|
| | USD | GBP | USD | GBP |
| Financiële vaste activa, excl. Geldmiddelen en kasequivalenten | 177.092 | 2.116 | 210.778 | 3.086 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 2.221 | 233 | 70.961 | 448 |
| Financiële verplichtingen | -226.868 | -15.827 | -284.785 | -17.291 |
| Bruto blootstelling balans | -47.556 | -13.478 | -3.045 | -13.757 |
Een versterking van de euro met 10% per einde jaar ten opzichte van de USD en GBP zou het eigen vermogen en de resultatenrekening hebben doen toenemen met de hieronder vermelde bedragen. In deze analyse wordt ervan uitgegaan dat alle andere variabelen, in het bijzonder de rentevoeten, constant blijven.
| (in duizenden €) | 2025 | 2024 |
|---|
| | Winst/verlies | Eigen vermogen | Winst/verlies | Eigen vermogen |
| USD | 4.323 | 4.323 | 277 | 277 |
| GBP | 1.225 | 1.225 | 1.251 | 1.251 |
Een verzwakking van de euro met 10% per einde jaar ten opzichte van de USD en GBP zou eenzelfde maar tegengesteld effect in euro's hebben gehad als de hierboven vermelde bedragen, ervan uitgaande dat alle andere variabelen constant blijven.
4.3.2 Renterisico
De Groep hanteert een beleid waarbij het renterisico zorgvuldig wordt beheerd. Regelmatig beoordeelt de Raad van Bestuur de rentevoeten van de Groep ten opzichte van externe benchmarks en zorgt ervoor dat het management financiële transacties verricht die resulteren in vaste rentetarieven voor leningen indien de limieten worden overschreden. Op de verslagdatum hebben de externe bankleningen een variabele rente.
Het belangrijkste renterisico van de Groep vloeit voort uit een langlopende lening met een variabele rente (EURIBOR), die voor de Groep gepaard gaat met een kasstroomrenterisico. Het kasstroomrisico wordt beperkt door toepassing van een rentecap.
Op de verslagdatum was het renteprofiel van de rentedragende financiële instrumenten van de Groep, uitgedrukt in hun boekwaarde, als volgt:
| (in duizenden €) | 31 december 2025 | 31 december 2024 |
|---|
| Instrumenten met vaste rentevoet | | |
| Financiële schulden | -1.170.754 | -1.169.500 |
| | -1.170.754 | -1.169.500 |
| Instrumenten met variabele rentevoet | | |
| Financiële activa | 263.009 | 303.945 |
| Financiële schulden | -703.059 | -674.490 |
| | -440.049 | -370.545 |
Een stijging (daling) van de rentevoet met 100 basispunten op de verslagdatum zou het eigen vermogen en de resultatenrekening (zonder rekening te houden met het effect van winstbelastingen) doen afnemen (toenemen) met de hieronder getoonde jaarlijkse bedragen. Bij deze analyse is ervan uitgegaan dat alle andere variabelen, in het bijzonder valutakoersen en het potentiële risicobeperkende effect van de rentecap, constant blijven.
| (in duizenden €) | Winst of verlies - 2025 | Eigen vermogen - 2025 |
|---|
| | 100 bp | 100 bp | 100 bp | 100 bp |
| | Stijging | Daling | Stijging | Daling |
| Instrumenten met variabele rentevoet | -7.031 | 7.031 | -7.031 | 7.031 |
| Gevoeligheid kasstromen (netto) | -7.031 | 7.031 | -7.031 | 7.031 |
| (in duizenden €) | Winst of verlies - 2024 | Eigen vermogen - 2024 |
|---|
| | 100 bp | 100 bp | 100 bp | 100 bp |
| | Stijging | Daling | Stijging | Daling |
| Instrumenten met variabele rentevoet | -6.745 | 6.745 | -6.745 | 6.745 |
| Gevoeligheid kasstromen (netto) | -6.745 | 6.745 | -6.745 | 6.745 |
4.4 Operationele risico's
Operationeel risico is het risico van direct of indirect verlies als gevolg van een grote verscheidenheid aan oorzaken die verband houden met de processen, het personeel, de technologie en de infrastructuur van de Groep, en van externe factoren anders dan krediet-, markt- en liquiditeitsrisico's, zoals de risico's die voortvloeien uit wet- en regelgeving en algemeen aanvaarde gedragsnormen voor ondernemingen. Operationele risico's komen voort uit alle activiteiten van de Groep. De doelstelling van de Groep is operationele risico's zo te beheren dat er een evenwicht is tussen het vermijden van financiële verliezen en schade aan de reputatie van de Groep enerzijds en algemene kosteneffectiviteit anderzijds.
4.5 Financiële instrumenten: reële waarde en hiërarchie
Op selectieve basis heeft de Groep valutaswapcontracten uitstaan om het valutarisico op uitstaande vorderingen/schulden in vreemde valuta te beheren, evenals een rentecap met betrekking tot het risico van variabele rente.
Om de blootstelling aan renterisico's te beperken, is de Groep een rentecapovereenkomst ('rentecap') aangegaan. De rentecap verandert de blootstelling van de Vennootschap aan renterisico's door een deel van de schuld van de Vennootschap met variabele rente om te zetten naar een vaste rente, waardoor de invloed van rentewijzigingen op de rentekosten wordt verminderd. De Groep verwerkt winsten en verliezen op reële waarde in het financiële resultaat.
Met betrekking tot bedrijfscombinaties heeft de Groep uitstaande verplichtingen voor voorwaardelijke vergoedingen en voor putopties op minderheidsbelangen. De financiële instrumenten van de Groep per categorie worden hieronder weergegeven, inclusief informatie over de reële waarde en de hiërarchie.
De rentecap valt in de categorie niveau 2 in de reële-waardehiërarchie vanwege het feit dat de rentecap niet in een actieve markt wordt verhandeld en de reële waarde wordt bepaald met behulp van waarderingstechnieken (optiewaarderingsmodel) die het gebruik van waarneembare marktgegevens maximaliseren. Aangezien alle significante inputs waarneembaar zijn die nodig zijn om de reële waarde van het instrument te kunnen bepalen, wordt het instrument geclassificeerd als niveau 2. Alle derivaten met betrekking tot valutatermijncontracten worden geclassificeerd als niveau 2. Voorwaardelijke vergoedingen die worden aangemerkt als earn-outs en putopties op minderheidsbelangen worden geclassificeerd als niveau 3. Zie voor de berekeningsgrondslag van reële waarden ook toelichting 2.19.
De boekwaarde van de overige financiële activa en verplichtingen is ongeveer gelijk aan de reële waarde ervan.
2025
| (in duizenden €) | Toelichting | Reële waarde in W/V-rekening | Geamortiseerde kostprijs | Totale boekwaarde | Niveau 1 | Niveau 2 | Niveau 3 | Totaal |
|---|
| Activa | | | | | | | | |
| Vaste activa | | | | | | | | |
| Overige financiële vorderingen | 4 | | 589 | 589 | | 589 | | 589 |
| Derivaten | 4 | 804 | | 804 | | 804 | | 804 |
| Overige investeringen | 4 | | 3.072 | 3.072 | | 3.072 | | 3.072 |
| | | | | | | | | |
| Vlottende activa | | | | | | | | |
| Handelsvorderingen | 18 | | 439.758 | 439.758 | | 439.758 | | 439.758 |
| Overige vorderingen | 18 | 6.735 | 75.670 | 82.405 | | 82.405 | | 82.405 |
| Overige financiële vorderingen | | | 4 | 4 | | 4 | | 4 |
| Derivaten | 4 | | | - | | | | - |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 19 | | 263.009 | 263.009 | | 263.009 | | 263.009 |
| Totaal financiële activa | | 7.539 | 782.102 | 789.641 | 0 | 789.641 | 0 | 789.641 |
| | | | | | | | | |
| Passiva | | | | | | | | |
| Langlopende verplichtingen | | | | | | | | |
| Rentedragend | 21 | | 1.736.596 | 1.736.596 | | 1.736.596 | | 1.736.596 |
| Overige financiële verplichtingen | | 675 | 6.755 | 7.430 | | 6.755 | 675 | 7.430 |
| Kortlopende verplichtingen | | | | | | | | |
| Rentedragend | 21 | | 122.972 | 122.972 | | 122.972 | | 122.972 |
| Banktegoeden | 20 | | 14.244 | 14.244 | | 14.244 | | 14.244 |
| Handelsschulden | 23 | | 438.419 | 438.419 | | 438.419 | | 438.419 |
| Overige kortlopende verplichtingen exclusief derivaten | 23 | 28.424 | 88.574 | 116.998 | | 88.574 | 28.424 | 116.998 |
| Derivaten | 23 | 33 | | 33 | | 33 | | 33 |
| Totaal financiële passiva | | 29.132 | 2.407.561 | 2.436.693 | 0 | 2.407.594 | 29.099 | 2.436.693 |
2024
| (in duizenden €) | Toelichting | Reële waarde in W/V-rekening | Geamortiseerde kostprijs | Totale boekwaarde | Niveau 1 | Niveau 2 | Niveau 3 | Totaal |
|---|
| Activa | | | | | | | | |
| Vaste activa | | | | | | | | |
| Overige financiële vorderingen | 4 | | 370 | 370 | | 370 | | 370 |
| Derivaten | 4 | - | | 0 | | 0 | | 0 |
| Overige investeringen | 4 | 10 | 1.258 | 1.268 | | 1.268 | | 1.268 |
| | | | | | | | | |
| Vlottende activa | | | | | | | | |
| Handelsvorderingen | 18 | | 496.379 | 496.379 | | 496.379 | | 496.379 |
| Overige vorderingen | 18 | 16.816 | 75.837 | 92.653 | | 92.653 | | 92.653 |
| Overige financiële vorderingen | | | 4 | 4 | | 4 | | 4 |
| Derivaten | 4 | 600 | | 600 | | 600 | | 600 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 19 | | 303.945 | 303.945 | | 303.945 | | 303.945 |
| Totaal financiële activa | | 17.426 | 877.793 | 895.219 | 0 | 895.219 | 0 | 895.219 |
| | | | | | | | | |
| Passiva | | | | | | | | |
| Langlopende verplichtingen | | | | | | | | |
| Rentedragend | 21 | | 1.748.391 | 1.748.391 | | 1.748.391 | | 1.748.391 |
| Overige financiële verplichtingen | | 26.707 | 6.459 | 33.166 | | 6.459 | 26.707 | 33.166 |
| Kortlopende verplichtingen | | | | | | | | |
| Rentedragend | 21 | | 76.453 | 76.453 | | 76.453 | | 76.453 |
| Banktegoeden | 20 | | 19.146 | 19.146 | | 19.146 | | 19.146 |
| Handelsschulden | 23 | | 486.804 | 486.804 | | 486.804 | | 486.804 |
| Overige kortlopende verplichtingen exclusief derivaten | 23 | 77.624 | 136.028 | 213.651 | | 136.028 | 77.624 | 213.651 |
| Derivaten | 23 | 112 | | 112 | | 112 | | 112 |
| Totaal financiële passiva | | 104.443 | 2.473.281 | 2.577.724 | 0 | 2.473.393 | 104.331 | 2.577.724 |
5 Kapitaalbeheer
Het beleid van de Raad van Bestuur is gericht op het handhaven van een goede kapitaalbasis om het vertrouwen van beleggers, crediteuren en de markt te behouden en om de toekomstige winstgevende ontwikkeling van het bedrijf te kunnen voortzetten. De Raad van Bestuur monitort het rendement op kapitaal en streeft naar een balans tussen het rendement op eigen vermogen versus het bedrag aan uitstaande leningen, naast de voordelen en zekerheid die een gezonde kapitaalpositie biedt.
De Groep definieert haar kapitaal als haar eigen vermogen en haar netto rentedragende leningen:
| (in duizenden €) | 31 December 2025 | 31 December 2024 |
|---|
| Eigen vermogen | 2.715.728 | 2.920.146 |
| Rentedragende verplichtingen | 1.873.812 | 1.843.990 |
| Minus: geldmiddelen en kasequivalenten | -263.009 | -303.945 |
| Totaal kapitaal | 4.326.531 | 4.460.191 |
De Groep is niet blootgesteld aan significante externe kapitaalvereisten, behalve de convenant-eisen van haar Termijnlening (zie toelichting
21
).
6 Operationele segmenten
De te rapporteren segmenten van de Groep zijn gebaseerd op de regio's waar de Groep actief is: EMEA, Americas en Asia Pacific. Dit is een afspiegeling van de structuur van de Groep, die in al deze regio's de distributie van speciale chemicaliën verzorgt.
Operationele kosten van niet-operationele ondernemingen worden gerapporteerd in het segment 'Group Holding'. De aangepaste EBITA van de Group Holding staat voor kosten die verband houden met bedrijfsactiviteiten en centrale ondersteunende diensten, voornamelijk in het servicecentrum en hoofdkantoor van de Groep in België.
Alle transacties tussen ondernemingen binnen een operationeel segment zijn geëlimineerd. De omzet geeft derhalve de externe verkopen weer. Transacties tussen operationele segmenten zijn gebaseerd op het zakelijkheidsbeginsel.
De prestaties van de operationele segmenten worden beoordeeld op basis van een maatstaf voor aangepaste EBITA. De Groep gebruikt momenteel aangepaste EBITA in haar bedrijfsactiviteiten om onder andere budgetten te ontwikkelen, haar prestaties ten opzichte van deze budgetten te meten en haar operationele prestaties te evalueren.
Brutowinst wordt gedefinieerd als inkomsten minus kosten van goederen en verbruiksgoederen vóór kosten voor uitgaande distributie.
De totale activa per segment worden niet regelmatig gemeten en/of gerapporteerd aan de belangrijkste besluitvormers. Het nettowerkkapitaal wordt daarentegen gebruikt als een belangrijke prestatie-indicator van de operationele segmenten.
De resultaten van de operationele segmenten worden weergegeven in de onderstaande tabel:
2025
| (in duizenden €) | EMEA | Americas | Asia Pacific | Group holding & overige | Totaal |
|---|
| Omzet | 1.870.712 | 1.434.939 | 805.129 | - | 4.110.780 |
| Brutowinst | 471.277 | 340.451 | 156.724 | - | 968.452 |
| Aangepaste EBITA | 217.598 | 155.822 | 75.122 | -37.521 | 411.021 |
| Bedrijfswinst | | | | | 313.322 |
| Netto werkkapitaal | 178.146 | 236.847 | 180.991 | -6.448 | 589.536 |
2024
| (in duizenden €) | EMEA | Americas | Asia Pacific | Group holding & overige | Totaal |
|---|
| Omzet | 1.792.716 | 1.536.223 | 885.076 | - | 4.214.014 |
| Brutowinst | 462.825 | 383.233 | 184.988 | - | 1.031.046 |
| Aangepaste EBITA | 228.232 | 189.478 | 88.054 | -35.081 | 470.684 |
| Bedrijfswinst | | | | | 385.926 |
| Netto werkkapitaal | 196.248 | 280.783 | 217.906 | -7.416 | 687.521 |
'Group Holding en overige' omvat voornamelijk de operationele kosten voor de holdingactiviteiten van de Groep en een beperkte brutowinst die niet wordt toegewezen aan EMEA, Americas of Asia Pacific.
De Groep heeft geen intercompany-omzet van betekenis tussen haar segmenten. De Groep heeft een divers klantenbestand in al haar te rapporteren segmenten en heeft geen individuele significante klanten. De niet-financiële vaste activa van de Groep zijn als volgt opgesplitst naar land van vestiging en regio:
| (in duizenden €) | 2025 | 2024 |
|---|
| België | 909.678 | 22,8% | 926.256 | 22,3% |
| Rest van EMEA | 837.678 | 21,0% | 747.945 | 18,0% |
| EMEA | 1.747.355 | 43,8% | 1.674.201 | 40,3% |
| Americas | 1.677.717 | 42,0% | 1.853.980 | 44,6% |
| Asia Pacific | 565.165 | 14,2% | 628.307 | 15,1% |
| | 3.990.238 | 100,0% | 4.156.488 | 100,0% |
7 Bedrijfscombinaties
In 2025 heeft de Groep de volgende overnames afgerond:
Op 3 april verwierf Azelis 100% van de aandelen van Solchem Nature S.L. ('Solchem') en versterkte zo haar aanwezigheid op de Spaanse markt van nutraceuticals. De overname past binnen de strategie van Azelis, gericht op een doelgerichte activiteit die de groei van haar marktaandeel in Spanje ondersteunt en expertise toevoegt aan haar EMEA-brede nutraceutische platform. Dankzij langdurige relaties met gerenommeerde principalen in de sector vormt dit een waardevolle bijdrage aan de laterale waardeketen van Azelis. De overname biedt principalen nieuwe groeikansen en klanten een breder assortiment producten om mee te innoveren.
Op 3 juni 2025 verwierf Azelis 100% van de distributieactiviteiten van S. Amit Group, een in Mumbai gevestigde distributeur van speciale chemicaliën voor de farmaceutische, landbouw- en CASE-markten in India. De overname versterkt het marktaandeel van Azelis in India en is in lijn met de strategie van de Groep om haar positie als referentie in de sector te versterken op haar belangrijkste eindmarkten. Deze overname past binnen de strategie van Azelis om een actieve rol te spelen in de consolidatie van de sector. De uitbreiding van de productportfolio op de farmaceutische, landbouw- en CASE-markten is opnieuw een bewijs van het streven van de Groep om haar positie als toonaangevende speler op haar belangrijkste eindmarkten voortdurend te versterken.
Op 4 juli 2025 verwierf Azelis 100% van de aandelen van Azienda Chimica e Farmaceutica ('ACEF'), een distributeur van speciale grondstoffen en ingrediënten voor de cosmetische, nutraceutische, galenische en farmaceutische sectoren in Italië. De brede portefeuille van ACEF vormt een strategische aanvulling op de laterale waardeketen van Azelis voor de relevante eindmarkten. Azelis zal haar aanwezigheid op de binnenlandse markt versterken door synergieën binnen de portefeuille te benutten, de bedrijfsactiviteiten actief te consolideren en tegelijk waarde te creëren voor al haar stakeholders. Met deze overname vergroot Azelis haar aanwezigheid in Italië aanzienlijk en versterkt ze haar positie als marktleider op de relevante eindmarkten.
Op 4 september 2025 verwierf Azelis 100% van de aandelen van Distona AG ('Distona'), een distributeur van industriële chemicaliën gevestigd in Zwitserland. Azelis versterkt haar positie op de Zwitserse markt door haar verkoopteam uit te breiden, haar klantenbestand te laten groeien, haar productportfolio te verbreden en synergieën binnen de gecombineerde activiteiten te benutten. De geografische nabijheid van Distona en haar complementaire capaciteiten maken haar tot een strategische toevoeging aan de groep Azelis, waarmee de toegang tot de Zwitserse markt voor industriële chemicaliën wordt versterkt.
De bovengenoemde overnames genereren jaarlijks samen meer dan € 110,0 miljoen aan omzet. In 2025 voegden deze overnames samen € 61,1 miljoen omzet, € 8,8 miljoen aangepaste EBITA en € 6,1 miljoen nettowinst toe aan het nettoresultaat van de Groep.
| (in duizenden €) | 2025 | 2024 |
|---|
| Verworven activa en overgenomen verplichtingen | | |
| Distributierechten | 26.040 | 72.957 |
| Overige immateriële activa | 337 | 178 |
| Materiële vaste activa | 16.293 | 857 |
| Recht-op-gebruik activa | 379 | 981 |
| Uitgestelde belastingvorderingen | 1.351 | 1.566 |
| Overige langlopende vorderingen | 5 | - |
| Andere financiële vaste activa | 23 | 10 |
| Voorraden | 21.208 | 14.349 |
| Handels- en overige vorderingen | 34.957 | 20.314 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 17.596 | 6.809 |
| Langlopende rentedragende leningen | -105 | -188 |
| Langlopende leasingschulden | -185 | -197 |
| Uitgestelde belastingverplichtingen | -5.342 | -15.576 |
| Handels- en overige schulden | -32.586 | -18.440 |
| Banktegoeden | -477 | -173 |
| Rentedragende leningen | - | -1.867 |
| Kortlopende leasingschulden | -194 | -784 |
| Voorzieningen | -1.581 | -799 |
| Personeelsbeloningen | -1.433 | -234 |
| Totale reële waarde verworven activa en overgenomen verplichtingen | 75.845 | 79.764 |
| Minderheidsbelangen | - | -390 |
| Geschatte earnout verplichtingen | 12.277 | 7.570 |
| Uitgestelde betalingen | 1.310 | 4.587 |
| Vergoedingen betaald in liquide middelen | 150.795 | 143.174 |
| Totaal vergoedingen | 164.382 | 155.332 |
| Goodwill | 88.537 | 75.958 |
De reële waarden van de overgenomen identificeerbare activa en passiva en de waarde van de betaalde vergoeding worden op voorlopige basis verwerkt. Op basis van de momenteel beschikbare informatie verwacht Azelis geen significante aanpassingen van deze voorlopige bedragen. De toewijzing van de overnameprijs wordt in een later stadium afgerond en kan leiden tot aanpassing van de voorlopige waarden als gevolg van het afronden van de eerste verwerking vanaf overnamedatum. De reële waarden van de verworven netto-activa, gebaseerd op een voorlopige beoordeling, staan weergegeven in de bovenstaande tabel. Er hoefden in de bedrijfscombinaties geen significante vrijwaringsactiva of voorwaardelijke verplichtingen te worden opgenomen.
De vergoedingen zijn hoofdzakelijk betaald in contanten en kunnen, afhankelijk van de overname, ook bestaan uit uitgestelde betalingen en/of geschatte earn-outs. Voor de overnames in 2025 bedragen de uitgestelde betalingen en initiële earn-outverplichtingen, opgenomen als onderdeel van de betaalde vergoeding, in totaal € 12,3 miljoen (2024: € 12,2 miljoen). Alle earn-outbetalingen zijn afhankelijk van de winstgevendheid van het overgenomen bedrijf op een toekomstig tijdstip en zijn geschat op basis van het bedrijfsplan van het overgenomen bedrijf.
De totale goodwill van Azelis is in 2025 afgenomen met € 64,6 miljoen, waarvan een toename van € 89,9 miljoen kan worden toegeschreven aan de bovengenoemde overnames in 2025. Het restant is toe te schrijven aan omrekeningsverschillen en is opgenomen in het totaalresultaat.
Overnames worden verwerkt volgens de overnamemethode. Goodwill is het positieve verschil tussen de overnameprijs en de reële waarde van de geïdentificeerde verworven activa en passiva, en vertegenwoordigt voornamelijk de bedrijfskennis en het gekwalificeerde personeel. Goodwill is normaal niet aftrekbaar voor belastingdoeleinden. De waarde van het handelsmerk en de distributierechten is gebaseerd op het verwachte rendement uit strategische mandaten. De handels- en overige vorderingen omvatten een bedrag van € 3,1 miljoen voor voorzieningen voor verwachte kredietverliezen. Bepaalde transacties met betrekking tot beloningsregelingen voor werknemers worden beschouwd als afzonderlijke transacties en zijn niet opgenomen in de verwerking van bedrijfscombinaties overeenkomstig IFRS 3.
Als de bovenstaande overnames begin 2025 hadden plaatsgevonden, zou, naar schatting van het management, de geconsolideerde omzet over 2025 € 4.183,3 miljoen hebben bedragen, de geconsolideerde aangepaste EBITA € 420,3 miljoen, en het geconsolideerde nettoresultaat over dat jaar € 120,4 miljoen.
Gedurende 2025 heeft de Groep aan overnames gerelateerde kosten gemaakt van in totaal € 1,7 miljoen (2024: € 3,2 miljoen) in verband met de kosten van externe adviseurs, due diligence en vergoedingen die aan de betrokken instellingen zijn betaald. Deze kosten zijn in de geconsolideerde resultatenrekening opgenomen onder externe diensten en worden beschouwd als onderdeel van aanpassingen om de aangepaste EBITA van de periode te bepalen.
Toelichting op de geconsolideerde resultatenrekening
8 Omzet
| (in duizenden €) | 2025 | 2024 |
|---|
| Verkoopopbrengst, na aftrek van kortingen | 4.095.160 | 4.197.242 |
| Omzet uit commerciële diensten | 1.837 | 1.970 |
| | 4.096.997 | 4.199.212 |
| Ontvangen commissies | 13.783 | 14.803 |
| | 4.110.780 | 4.214.014 |
De omzet van de Groep wordt als volgt uitgesplitst per productgroep:
| (in duizenden €) | 2025 | 2024 |
|---|
| Life Sciences | 2.608.689 | 63,5% | 2.653.493 | 63,0% |
| Industrial Chemicals | 1.502.091 | 36,5% | 1.560.521 | 37,0% |
| | 4.110.780 | 100,0% | 4.214.014 | 100,0% |
De omzet van de Groep wordt als volgt uitgesplitst naar land van vestiging en regio:
| (in duizenden €) | 2025 | 2024 |
|---|
| België | 88.496 | 2,2% | 99.509 | 2,4% |
| Rest van EMEA | 1.782.217 | 43,4% | 1.693.207 | 40,2% |
| EMEA | 1.870.713 | 45,5% | 1.792.716 | 42,5% |
| Americas | 1.434.939 | 34,9% | 1.536.223 | 36,5% |
| Asia Pacific | 805.129 | 19,6% | 885.076 | 21,0% |
| | 4.110.780 | 100,0% | 4.214.014 | 100,0% |
9 Overige bedrijfsopbrengsten
| (in duizenden €) | 2025 | 2024 |
|---|
| Aan klanten doorberekende kosten | 17.011 | 15.637 |
| Overige opbrengsten | 4.689 | 8.319 |
| | 21.700 | 23.956 |
10 Personeelsbeloningen
10.1 Uitgaven
Lonen en salarissen zijn inclusief managersvergoedingen en aan het dienstjaar toegerekende kosten van personeelsbeloningen.
| (in duizenden €) | 2025 | 2024 |
|---|
| Loon- en salariskosten en andere personeelskosten | 275.978 | 275.263 |
| Sociale lasten | 43.645 | 39.289 |
| | 319.624 | 314.552 |
Het aantal werknemers (vte, inclusief tijdelijke werknemers) per regio staat hieronder vermeld:
| | 2025 | 2024 |
|---|
| EMEA | 1.941 | 1.978 |
| Americas | 1.094 | 1.153 |
| Asia Pacific | 986 | 1.013 |
| Holdingmaatschappijen | 169 | 177 |
| | 4.189 | 4.321 |
10.2 Toegezegd-pensioenregelingen
De Groep heeft de volgende verplichtingen uit hoofde van toegezegd-pensioenregelingen:
| (in duizenden €) | 2025 | 2024 |
|---|
| Duitse vennootschappen | 578 | 606 |
| Belgische vennootschappen | 5.193 | 5.376 |
| Franse vennootschappen | 1.851 | 1.971 |
| Italiaanse vennootschappen | 2.821 | 1.875 |
| Britse vennootschappen | 5.065 | 4.850 |
| Andere vennootschappen | 2.386 | 1.917 |
| Totale contante waarde van verplichtingen | 17.893 | 16.594 |
| Reële waarde van fondsbeleggingen | -10.616 | -10.727 |
| Vanwege actiefplafond niet als actief opgenomen bedragen | 136 | 410 |
| Opgenomen verplichtingen i.v.m. toegezegde pensioenregelingen | 7.414 | 6.277 |
| Verplichtingen i.v.m. jubilea en andere personeelsbeloningen | 5.616 | 7.605 |
| Totaal in balans opgenomen personeelsbeloningen | 13.030 | 13.882 |
De Groep heeft toegezegd-pensioenregelingen in België (gefinancierd), Frankrijk (niet gefinancierd), Italië (niet gefinancierd), het Verenigd Koninkrijk (gefinancierd), Duitsland (gedeeltelijk gefinancierd), Thailand (niet gefinancierd), Indonesië (niet gefinancierd) en de Filipijnen (gedeeltelijk gefinancierd).
De nettoverplichting uit hoofde van toegezegd-pensioenregelingen van de Groep is gebaseerd op het verschil tussen de contante waarden van de verplichtingen uit hoofde van toegezegd-pensioenregelingen en de fondsbeleggingen.
Er bestaan zowel toegezegd-pensioenregelingen als toegezegde-bijdrageregelingen. De kosten voor toegezegde-bijdrageregelingen bedragen € 4,4 miljoen (2024: € 3,8 miljoen). Kosten voor alle regelingen zijn opgenomen in 'Lonen, salarissen en overige personeelsgerelateerde kosten'.
De pensioenregelingen in België zijn allemaal juridisch gestructureerd als toegezegde-bijdrageregelingen, maar kwalificeren als toegezegd-pensioenregelingen vanwege hun gegarandeerde minimumrendement, waardoor de werkgever een financieel risico loopt; er is een wettelijke verplichting om verdere bijdragen te betalen als het fonds niet over voldoende activa beschikt om alle personeelsbeloningen te betalen met betrekking tot werknemersprestaties in de huidige en voorgaande perioden.
In het Verenigd Koninkrijk wordt de toegezegd-pensioenregeling gefinancierd door de accumulatie van fondsbeleggingen die afzonderlijk van die van de Groep worden aangehouden in een onafhankelijk beheerd fonds.
De actuariële berekeningen van de contante waarde van de toegezegd-pensioenverplichtingen waren met name gebaseerd op de volgende veronderstellingen:
| | 2025 | 2024 |
|---|
| Disconteringsvoet | 2.21% - 6.8% | 2.84% - 7.1% |
| Inflatie | 0% - 3.8% | 3.2% - 10.1% |
| Toekomstige pensioenverhogingen | 0% - 7% | 0% - 6% |
| Toekomstige salarisverhogingen | 0% - 3% | 0% - 10% |
In het geval dat de disconteringsvoet in het kader van een gevoeligheidsanalyse met 0,5% zou worden verhoogd of verlaagd, zou de verplichting uit hoofde van de toegezegd-pensioenregeling respectievelijk met € 0,2 miljoen dalen of met € 0,3 miljoen stijgen.
Onderstaande tabel toont de veranderingen in de contante waarde van de toegezegd-pensioenverplichtingen:
| (in duizenden €) | 2025 | 2024 |
|---|
| Verplichtingen toegez. pensioenreg. bij aanvang boekjaar | 16.594 | 16.497 |
| Aan dienstjaar toegerekende pensioen- en rentekosten | 1.807 | 1.966 |
| Betaalde pensioenen | -957 | -1.123 |
| Herwaardering vanwege wijzigingen in demogr. aannames | -219 | 79 |
| Herwaardering vanwege wijzigingen in financiële aannames | -681 | -359 |
| Herwaardering vanwege ervaringsaanpassingen | -237 | -593 |
| Bedrijfscombinatie | 1.244 | 118 |
| Wisselkoersverschillen | 342 | 8 |
| Verplichtingen toegezegde pensioenregelingen per 31 december | 17.893 | 16.594 |
Onderstaande tabel toont de veranderingen in de fondsbeleggingen:
| (in duizenden €) | 2025 | 2024 |
|---|
| Reële waarde van fondsbeleggingen bij aanvang boekjaar | 10.727 | 12.795 |
| Betaalde bijdragen in de pensioenregeling | 566 | 501 |
| Betaalde vergoedingen uit hoofde van de pensioenregeling | -368 | -647 |
| Verwacht rendement op fondsbeleggingen | 495 | 585 |
| Wijziging in de gevolgen van het actiefplafond | -1.273 | -2.336 |
| Wisselkoersverschillen | 469 | -171 |
| Reële waarde fondsbeleggingen per 31 december | 10.616 | 10.727 |
Op de balansdatum bestonden de fondsbeleggingen voornamelijk uit eigen-vermogensinstrumenten.
De in de resultatenrekening opgenomen netto periodekosten voor toegezegd-pensioenregelingen worden in onderstaande tabel weergegeven:
| (in duizenden €) | 2025 | 2024 |
|---|
| Aan dienstjaar toegerekende kosten van diensten | -1.157 | -1.340 |
| Rente over verplichting | -650 | -520 |
| Rente over activa | 495 | 585 |
| | -1.312 | -1.275 |
De wijzigingen in actuariële winsten en verliezen van toegezegd-pensioenverplichtingen en fondsbeleggingen die zijn opgenomen in overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten, worden in onderstaande tabel weergegeven:
| (in duizenden €) | 2025 | 2024 |
|---|
| Rendement op activa, exclusief netto rentebedragen | -1.273 | -2.336 |
| Actuariële winsten en verliezen toegezegde pensioenregelingen | 1.137 | 872 |
| Wijziging in de gevolgen van het actiefplafond | 137 | 1.935 |
| Wisselkoersverschillen | 286 | 188 |
| | 287 | 659 |
10.3 Op aandelen gebaseerde betalingen
De Groep werkt met langetermijnincentiveplannen (Long Term Incentive Plans, LTIP's), waarbij aandelen worden toegekend aan bepaalde bestuurders, werknemers en zelfstandige managers van de Groep. Voor deze toezegging wordt een prestatieperiode van drie jaar (beginnend op 1 januari ) gehanteerd en gelden de volgende maatstaven en wegingen: 50% relatief totaal aandeelhoudersrendement (marktgerelateerd), 35% aangepaste EBITA (niet marktgerelateerd) en 15% reductie van CO2-emissies (niet marktgerelateerd). De toekenningen kunnen pas onvoorwaardelijk worden na een wachtperiode van drie jaar vanaf de toekenningsdatum en het onvoorwaardelijk worden is afhankelijk van de beslissing van het Remuneratie- en Benoemingscomité of de prestatiedoelstellingen zijn behaald. Op basis van de behaalde resultaten ten opzichte van de doelstellingen wordt het aantal toegekende prestatieaandelen onvoorwaardelijk eigendom van de deelnemer.
Het verloop van het aantal uitstaande prestatieaandelen en de daaraan gerelateerde gewogen gemiddelde reële waarde per aandeel is als volgt:
| | 2025 | 2024 |
|---|
| (in aantal aandelen en €) | Aantal aandelen | Gewogen gemiddelde reële waarde | Aantal aandelen | Gewogen gemiddelde reële waarde |
|---|
| Uitstaand per 1 januari | 243.110 | 19,34 | 246.632 | 21,75 |
| Toegekend in het jaar | 303.636 | 16,84 | 228.770 | 16,91 |
| Vervallen tijdens het jaar | - 100.499 | N/A | -29.977 | N/A |
| Prestatie aanpassing | - 97.206 | N/A | -202.315 | N/A |
| Uitstaand per 31 december | 349.041 | 16,49 | 243.110 | 19,34 |
De reële waarde van de prestatieaandelen voor elk LTIP is vastgesteld op basis van de aandelenkoers van Azelis op de toekenningsdatum en is verdisconteerd met de som van het verwachte dividendrendement voor de prestatieperiode. Het verwachte dividendrendement is bepaald op basis van de beoogde uitbetalingsratio en consensuscijfers voor de nettowinst, gedeeld door de marktkapitalisatie. De marktvoorwaarde van het totale aandeelhoudersrendement is opgenomen in de reële waarde op basis van een Monte-Carlosimulatie met een aantal veronderstellingen (volatiliteit, verwacht dividendrendement en de correlatiecoëfficiënten tussen de aandelenrendementen van de vergelijkbare ondernemingen).
In 2025 hebben de bovengenoemde wijzigingen in het aantal uitstaande prestatieaandelen geleid tot een last van € 1,8 miljoen (2024: € 1,3 miljoen), die in de geconsolideerde resultatenrekening is opgenomen als onderdeel van de kosten voor personeelsbeloningen.
11 Externe diensten en overige uitgaven
| (in duizenden €) | 2025 | 2024 |
|---|
| Distributie | 94.662 | 95.033 |
| Kosten nutsvoorzieningen/communicatie/verzekeringen/admin. | 50.470 | 50.400 |
| Commerciële kosten | 11.622 | 11.616 |
| Kosten professionele diensten | 27.375 | 29.535 |
| Leasekosten | 3.353 | 1.833 |
| Overige kosten | 20.817 | 27.229 |
| | 208.299 | 215.646 |
De professionele diensten en overige kosten van 2025 bedragen € 1,7 miljoen (2024: € 3,2 miljoen), voornamelijk in verband met fusies en overnames.
Audithonoraria die in de onderstaande tabel onder honoraria voor professionele diensten zijn opgenomen:
| (in duizenden €) | 2025 | 2024 |
|---|
| Commissariskosten | | |
| Totale kosten van de controle van de jaarrekening | 2.211 | 2.298 |
| Totale kosten controle door niet-PWC-ondernemingen | 714 | 703 |
| Kosten van niet-controlediensten betaald aan netwerk van de groepscommissaris | | |
| Totale kosten voor andere attestaties | 382 | 848 |
| Totale kosten overige niet-controlediensten (incl. belastingdiensten) | 17 | 64 |
| | 3.324 | 3.914 |
12 Netto financiële uitgaven
| (in duizenden €) | 2025 | 2024 |
|---|
| Financiële opbrengsten | | |
| Renteopbrengsten | 5.119 | 14.824 |
| Opbrengst uit wijzigingen financiële verplichtingen aan reële waarde via winst/verlies | 9.408 | 32.451 |
| Overige financiële opbrengsten | 586 | 1.101 |
| | 15.113 | 48.376 |
| Financiële kosten | | |
| Rentekosten bankleningen en -tegoeden | -87.424 | -97.770 |
| Rente leaseverplichtingen | -8.361 | -8.206 |
| Transactiekosten bankleningen | -4.119 | -7.558 |
| Verliezen uit veranderingen in de reële waarde van derivaten | -2.886 | -4.657 |
| Monetaire verliezen hyperinflatie | -6.133 | -22.055 |
| Wisselkoersverliezen | -20.169 | -12.119 |
| Overige financiële kosten | -24.144 | -25.848 |
| | -153.236 | -178.213 |
De correctie van de reële waarde van financiële verplichtingen heeft betrekking op overnamegerelateerde earn-outverplichtingen en putopties op minderheidsbelangen. De opbrengst van € 9,4 miljoen bestaat uit € 13,3 miljoen winsten en € 3,9 miljoen verliezen.
De aanpassing van de reële waarde van derivaten heeft voornamelijk betrekking op de rentecaps.
De daling van de rentekosten op leningen en andere financieringsverplichtingen weerspiegelt de lagere schuldkosten van de Groep na de herfinanciering die in september 2024 werd afgerond, deels gecompenseerd door hogere financiering om het aanhoudende groeitraject van Azelis te ondersteunen.
Het monetaire verlies op hyperinflatie daalde ten opzichte van 2024, voornamelijk door de wijziging van de functionele valuta van de Turkse dochteronderneming van de Groep op 1 april 2025 en de daaropvolgende stopzetting van de hyperinflatieboekhouding.
De wisselkoersverliezen zijn inclusief niet-gerealiseerde omrekeningsverschillen van leningen binnen de Groep, voornamelijk in verband met niet in EUR gestelde leningen aan dochtervennootschappen.
Andere financiële kosten hebben voornamelijk betrekking op factoringkosten, het verdisconteringseffect van overnamegerelateerde verplichtingen, bronbelasting op renteopbrengsten binnen de Groep en andere bankkosten.
13 Inkomstenbelastingen
13.1 Uitgaven uit hoofde van inkomstenbelastingen
De uitgaven uit hoofde van inkomstenbelastingen bestaan uit:
| (in duizenden €) | 2025 | 2024 |
|---|
| Belastingbaten en -lasten verslagperiode | -68.547 | -78.110 |
| Correcties op belastingbaten en -lasten voorgaande jaren | 1.134 | 257 |
| Voorzieningen voor belastingrisico's | 208 | -45 |
| | -67.205 | -77.898 |
| Uitgestelde belastingbaten en -lasten | 5.384 | 11.258 |
| Totaal belastingbaten en -lasten | -61.821 | -66.640 |
Uitgaven uit hoofde van inkomstenbelastingen bestaan primair uit belastingen over de huidige en vorige periode van Groepsmaatschappijen.
De verschillen tussen de belastbare winst met betrekking tot het Belgische belastingtarief en het effectieve belastingtarief worden als volgt verwerkt:
| (in duizenden €) | 2025 | 2024 |
|---|
| Winst/verlies vóór belasting | 175.229 | | 256.108 | |
| | | | | |
| Inkomstenbelasting o.b.v. binnenl. vennootsch.-bel.-tarief | -43.807 | -25% | -63.617 | -25% |
| Belastingeffect in andere jurisdicties met afwijkend tarief | -1.324 | -1% | 1.763 | 1% |
| Belastingeffect van belastingvrije inkomsten | 9.321 | 5% | 11.026 | 4% |
| Belastingeffect van fiscaal niet aftrekbare kosten | -13.300 | -8% | -12.272 | -5% |
| Aanwending van niet eerder opgenomen belastingverliezen | 1.541 | 1% | 109 | 0% |
| Belastingverliezen waarvoor geen uitgestelde belastingvorderingen zijn opgenomen | -8.060 | -5% | -3.164 | -1% |
| Erkenning van uitgestelde belastingvordering op niet eerder opgenomen belastingverliezen | 10 | 0% | 4.330 | 2% |
| Correcties op toepasselijk belastingtarief | 11 | 0% | -819 | 0% |
| Correcties op de belastingkost (opbrengst) voorgaand jaar | 1.134 | 1% | 257 | 0% |
| Pillar two | -197 | 0% | -1.115 | 0% |
| Overige | -7.149 | -4% | -3.138 | -1% |
| Totaal belastingbaten en -lasten in winst- en verliesrekening | -61.821 | -35,3% | -66.640 | -26,0% |
Het effectieve belastingtarief 2025 is voornamelijk beïnvloed door het volgende:
Een relatief groter aandeel van de winst dat werd gerealiseerd in rechtsgebieden met hogere vennootschapsbelastingtarieven.
Niet-aftrekbare kosten, voornamelijk als gevolg van monetaire verliezen in verband met hyperinflatoire economieën en wisselkoersschommelingen.
Herwaarderingen tegen reële waarde van overnamegerelateerde financiële verplichtingen, met inbegrip van earn-outregelingen en geschreven putopties op minderheidsbelangen.
Een lager voordeel uit de opname van uitgestelde belastingvorderingen op voorheen niet-erkende fiscale verliezen, gesteund op geactualiseerde prognoses van de toekomstige belastbare winstgevendheid.
Een toename in niet-opgenomen fiscale verliezen als gevolg van het niet kunnen opnemen van de gerelateerde uitgestelde belastingvorderingen, zie toelichting 13.3.
13.2 Uitgestelde belastingen
Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen zijn als volgt toe te wijzen:
2025
| (in duizenden €) | 1 januari | Bedrijfs-combinaties | W/V-rekening | Gereal. en niet-gereal. res. | Overig | Omrek.-verschillen | 31 december |
|---|
| Materiële vaste activa | -23.790 | -1.262 | 8.066 | 5.451 | -28.999 | 59 | -40.476 |
| Immateriële activa | -208.709 | -3.413 | 6.935 | -4.480 | -63.739 | 14.724 | -258.682 |
| Voorraden | 429 | 544 | -875 | - | 6.730 | -415 | 6.413 |
| Handelsvorderingen | 1.694 | 306 | 442 | - | 3.020 | -282 | 5.179 |
| Rentedragende leningen | 5.534 | 170 | -6.962 | -6.764 | 63.524 | -1.032 | 54.469 |
| Personeelsbeloningen | 1.356 | 37 | -892 | 0 | 5.764 | -404 | 5.861 |
| Voorzieningen, derivaten en andere posten | 3.916 | 220 | -419 | -1 | 2.955 | -331 | 6.340 |
| Overdraagbare fiscale verliezen | 15.767 | - | -911 | - | 11.150 | -280 | 25.726 |
| | -203.804 | -3.398 | 5.384 | -5.793 | 404 | 12.038 | -195.169 |
| | | | | | | | |
| Uitgestelde belastingverplichtingen | -225.904 | | | | | | -220.838 |
| Uitgestelde belastingvorderingen | 22.100 | | | | | | 25.669 |
| | -203.804 | | | | | | -195.169 |
Het management verwacht dat de Groep de voordelen van de aftrekbare verschillen zal realiseren. Hierbij wordt uitgegaan van het niveau van de historische belastbare winst en de prognoses voor de toekomstige belastbare winst over de perioden waarin de uitgestelde belastingvorderingen aftrekbaar zijn voor de Groepsmaatschappijen.
2024
| (in duizenden €) | 1 januari | Bedrijfs-combinaties | W/V-rekening | Gereal. en niet-gereal. res. | Overig | Omrek.-verschillen | 31 december |
|---|
| Materiële vaste activa | -35.699 | -2.237 | 13.954 | - | - | 192 | -23.790 |
| Immateriële activa | -255.071 | -14.097 | -385 | - | 65.234 | -4.390 | -208.709 |
| Voorraden | 10.323 | 749 | -3.738 | - | -6.857 | -48 | 429 |
| Handelsvorderingen | 5.636 | 589 | -1.454 | - | -2.985 | -92 | 1.694 |
| Rentedragende leningen | 37.657 | 233 | -4.670 | 6.508 | -34.094 | -100 | 5.534 |
| Personeelsbeloningen | 6.344 | 54 | 489 | -165 | -5.510 | 144 | 1.356 |
| Voorzieningen, derivaten en andere posten | 2.289 | - | 5.154 | 0 | -3.655 | 128 | 3.916 |
| Waardering overdraagbare fiscale verliezen | 25.910 | - | 1.908 | - | -12.133 | 82 | 15.767 |
| | -202.612 | -14.709 | 11.258 | 6.343 | 0 | -4.084 | -203.804 |
| | | | | | | | |
| Uitgestelde belastingverplichtingen | -218.306 | | | | | | -225.904 |
| Uitgestelde belastingvorderingen | 15.693 | | | | | | 22.100 |
| | -202.613 | | | | | | -203.804 |
13.3 Niet-opgenomen uitgestelde belastingvorderingen
De volgende uitgestelde belastingvorderingen met betrekking tot verrekenbare verliezen van Groepsmaatschappijen zijn niet opgenomen:
| (in duizenden €) | 2025 | 2024 |
|---|
| Bruto | Belasting | Bruto | Belasting |
|---|
| Belastingverliezen | 64.702 | 16.176 | 41.324 | 10.331 |
Niet-opgenomen verrekenbare verliezen van € 62,5 miljoen (2024: € 37,0 miljoen) kunnen onbeperkt worden gebruikt en € 3,2 miljoen (2024: € 4,3 miljoen voor de periode 2025-2031) moet worden gebruikt tot 2031.
Er zijn geen uitgestelde belastingvorderingen opgenomen voor deze verrekenbare verliezen, omdat ze niet voldoen aan de opnamecriteria voor een uitgestelde belastingvordering.
De Groep heeft mogelijk niet-opgenomen belastingverplichtingen met betrekking tot belastbare tijdelijke verschillen die betrekking hebben op de niet-uitgekeerde reserves van een van haar dochterondernemingen die bij uitkering belast zouden worden. Er is geen uitgestelde belastingverplichting opgenomen omdat de Groep controleert of de verplichting zal ontstaan en het management ervan overtuigd is dat de verplichting niet in de nabije toekomst zal ontstaan.
Toelichtingen op de geconsolideerde balans
14 Immateriële activa
| (in duizenden €) | Goodwill | Handelsmerken | Distributierechten | Concessies en licenties | Ontwikkelingskosten | Klantenlijsten | Overig | Immateriële activa in uitvoering | Totaal |
|---|
| Per 31 december 2023 | | | | | | | | | |
| Kosten | 2.409.251 | 317.378 | 1.194.490 | 8.159 | 9.054 | 6.387 | 34.942 | 9.562 | 3.989.224 |
| Gecumuleerde amortisatie en bijzondere waardeverminderingen | - | - | -196.534 | -5.097 | -5.338 | -2.600 | -18.162 | -3.106 | -230.840 |
| | 2.409.251 | 317.378 | 997.956 | 3.061 | 3.716 | 3.786 | 16.780 | 6.456 | 3.758.384 |
| Mutaties in 2024 | | | | | | | | | |
| Bedrijfscombinatie | 73.560 | - | 76.613 | 178 | - | - | - | - | 150.350 |
| Toevoegingen | - | - | 1.094 | 42 | 1.269 | 17 | 435 | 6.612 | 9.469 |
| Amortisatie | - | - | -62.791 | -819 | -1.660 | -691 | -5.205 | - | -71.166 |
| Bijzondere waardeverminderingen | - | - | -1.567 | - | - | - | - | - | -1.567 |
| Desinvesteringen | 21 | - | - | -96 | -10 | - | 36 | -82 | -132 |
| Herclassificaties | - | - | - | 2.011 | 4.139 | -1 | 6.038 | -11.683 | 505 |
| Hyperinflatie | 23.036 | - | 13.276 | 1 | - | - | 30 | - | 36.344 |
| Omrekeningsverschillen | 30.976 | - | 14.905 | 160 | 139 | 77 | 104 | 77 | 46.438 |
| Mutaties in verslagperiode | 127.593 | - | 41.528 | 1.476 | 3.878 | -598 | 1.439 | -5.076 | 170.241 |
| | | | | | | | | | |
| Per 31 december 2024 | | | | | | | | | |
| Kosten | 2.536.844 | 317.378 | 1.300.377 | 10.453 | 14.592 | 6.480 | 41.586 | 4.486 | 4.232.198 |
| Gecumuleerde amortisatie en bijzondere waardeverminderingen | - | - | -260.893 | -5.916 | -6.998 | -3.292 | -23.366 | -3.106 | -303.573 |
| | 2.536.844 | 317.378 | 1.039.484 | 4.538 | 7.594 | 3.189 | 18.219 | 1.380 | 3.928.625 |
| Mutaties in 2025 | | | | | | | | | |
| Bedrijfscombinatie | 89.903 | - | 23.025 | - | 337 | - | - | - | 113.266 |
| Toevoegingen | - | - | 10.118 | 132 | 4.191 | - | 108 | 2.302 | 16.852 |
| Amortisatie | - | - | -62.983 | -1.552 | -4.117 | -531 | -2.727 | - | -71.909 |
| Bijzondere waardeverminderingen | - | - | -10.862 | - | - | - | - | - | -10.862 |
| Desinvesteringen | - | - | 24 | -24 | -3 | - | -3 | -4 | -11 |
| Herclassificaties | 8 | - | 1.447 | 5.576 | 11.043 | -842 | -14.511 | -2.230 | 491 |
| Hyperinflatie | 7.237 | - | 4.282 | 21 | -12 | 0 | -457 | - | 11.071 |
| Omrekeningsverschillen | -161.769 | - | -65.943 | -313 | -607 | -246 | -377 | -41 | -229.296 |
| Mutaties in verslagperiode | -64.621 | - | -100.891 | 3.840 | 10.832 | -1.619 | -17.966 | 27 | -170.399 |
| | | | | | | | | | |
| Per 31 december 2025 | | | | | | | | | |
| Kosten | 2.472.222 | 317.378 | 1.273.332 | 15.845 | 29.540 | 5.392 | 26.346 | 4.513 | 4.144.571 |
| Gecumuleerde amortisatie en bijzondere waardeverminderingen | - | - | -334.738 | -7.467 | -11.115 | -3.823 | -26.093 | -3.106 | -386.345 |
| | 2.472.222 | 317.378 | 938.594 | 8.378 | 18.425 | 1.569 | 253 | 1.407 | 3.758.226 |
Tijdens de verslagperiode heeft de Groep bepaalde intern gegenereerde immateriële activa die voorheen waren opgenomen onder 'Overige immateriële activa' heringedeeld naar 'Concessies en licenties' en 'Ontwikkelingskosten'. Gelet op de aard van de onderliggende activa en hun afstemming op de definities onder IFRS, weerspiegelt deze aangepaste presentatie beter de aard van deze activa en verhoogt ze de relevantie en consistentie van de financiële verslaggeving van de Groep. Andere herclassificaties hebben voornamelijk betrekking op interne projectkosten, die aan het einde van het jaar worden opgenomen als immateriële activa.
Het handelsmerk heeft betrekking op de naam Azelis. Azelis gebruikt zijn naam wereldwijd en zijn handelsnaam wordt beschouwd als een belangrijk onderdeel van zijn distributieactiviteiten, gezien de status van het bedrijf als grote distributeur in de sector speciale chemicaliën. Dankzij deze naam kan de Groep principalen en klanten aan zich binden en bedrijven overnemen die deel willen uitmaken van de Groep, omdat ze weten dat hun bedrijf dan zal groeien. Geschat wordt dat het handelsmerk Azelis voor afschrijvingsdoeleinden een onbepaalde economische levensduur heeft; daarom worden er via de resultatenrekening van Azelis in feite geen afschrijvingskosten geboekt. De totale waarde van € 317,4 miljoen op 31 december 2025 is volledig afkomstig van de overname van EQT/PSP in november 2018 en is sinds die datum ongewijzigd gebleven.
De omrekeningsverschillen van € 229,3 miljoen verlies (2024: € 46,4 miljoen winst) zijn opgenomen in overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten en gecumuleerd in de omrekeningsreserve in het eigen vermogen. Hiervoor verwijzen we naar toelichting 20.4.
14.1 Toewijzing van activa voor toetsing op bijzondere waardevermindering
Een kasstroom-genererende eenheid is de kleinste identificeerbare groep activa die een instroom van kasmiddelen genereert die grotendeels onafhankelijk is van de instroom van kasmiddelen van andere activa of groepen activa. Voor de toetsing op bijzondere waardevermindering wordt goodwill toegerekend aan de volgende kasstroom-genererende eenheden:
| (in duizenden €) | 2025 | 2024 |
|---|
| EMEA | 919.136 | 843.470 |
| Americas | 1.185.315 | 1.295.037 |
| Asia Pacific | 367.771 | 398.337 |
| Totaal goodwill | 2.472.223 | 2.536.844 |
Alle goodwill die is verworven in bedrijfscombinaties, is aan het einde van de verslagperiode toegewezen aan een kasstroom-genererende eenheid. Goodwill wordt op regionaal niveau toegewezen, omdat de regio's van de Groep naar verwachting zullen profiteren van de bedrijfscombinaties en omdat goodwill ook intern op regionaal niveau wordt gemonitord. De Groep verwacht dat er synergieën zullen ontstaan in de regio van overname.
Handelsmerken met een boekwaarde van € 317,4 miljoen (2024: € 317,4 miljoen) hebben een onbepaalde levensduur. Deze genereren onafhankelijk van elkaar geen instroom van kasmiddelen en worden beschouwd als bedrijfsactiva. Aangezien hun boekwaarde niet op een redelijke en consistente basis kan worden toegerekend aan de kasstroom-genererende eenheden, worden de algemene bedrijfsactiva toegerekend aan de Groep als geheel en wordt het onderzoek op bijzondere waardevermindering uitgevoerd in twee fasen.
14.2 Toetsing op bijzondere waardevermindering
De toetsing op bijzondere waardevermindering is uitgevoerd door verdiscontering van toekomstige kasstromen vóór belasting uit voortgezette bedrijfsactiviteiten van de eenheid. De realiseerbare waarde van de kasstroom-genererende eenheden op 31 december 2025 is bepaald op basis van een berekening van de bedrijfswaarde met behulp van kasstroomprognoses uit een gedetailleerd vijfjarenbedrijfsplan, dat is goedgekeurd door het hogere management en als basis dient voor het bepalen van de toekomstige vrije kasstromen en de aangepaste EBITA's. Het bedrijfsplan is gebaseerd op de veronderstellingen voor marktgroei en op een aantal algemene economische indicatoren (inflatie, bbp, enz.). Ook geeft het de toekomstige strategie van de kasstroom-genererende eenheden goed weer. Voor kasstromen die buiten de bedrijfsplanperiode vallen, is een extrapolatie gemaakt op basis van stabiele uiteindelijke groeipercentages.
De belangrijkste veronderstellingen die zijn gebruikt in de onderzoeken op bijzondere waardeverminderingen zijn de gewogen gemiddelde vermogenskosten (WACC, Weighted Average Capital Cost) vóór belastingen, omzetgroei op de lange termijn en de aangepaste EBITA-marge. De WACC vóór belastingen wordt per kasstroom-genererende eenheid geschat op basis van een weging van de WACC's van de landen en is consistent met externe informatiebronnen. De uiteindelijke groeipercentages zijn gebaseerd op sectorbenchmarks per regio. Deze zijn consistent met eerdere ervaringen van de Groep en gebaseerd op externe informatiebronnen. De aangepaste EBITA-marge is een weergave van de ervaringen van de Groep uit het verleden en de toekomstige verwachtingen ten aanzien van de ontwikkeling van de regionale activiteiten.
De belangrijkste veronderstellingen die zijn gebruikt voor de tweede fase van het onderzoek op bijzondere waardevermindering, op het niveau van de Groep als geheel inclusief algemene bedrijfsactiva, zijn identiek aan de veronderstellingen die zijn gebruikt voor het onderzoek op bijzondere waardeverminderingen voor kasstroom-genererende eenheden.
De waarden die zijn toegerekend aan de WACC vóór belastingen en de groeipercentages zijn als volgt:
| Kasstroomgenerer. eenheid | 2025 | Aannames 2025-2029 |
|---|
| | WACC vóór belastingen | Groeiperc. voor eindwaarde | EBITA % |
| EMEA | 10,7% | 3,2% | 12.19% - 13.65% |
| Americas | 11,2% | 2,5% | 10.96% - 13.71% |
| Asia Pacific | 9,2% | 5,0% | 9.03% - 11.13% |
| Kasstroomgenerer. eenheid | 2023 | Aannames 2024-2028 |
|---|
| | WACC vóór belastingen | Groeiperc. voor eindwaarde | EBITA % |
| EMEA | 11,9% | 2,7% | 12.58% - 14.15% |
| Americas | 12,9% | 2,5% | 12.45% - 14.21% |
| Asia Pacific | 11,1% | 3,9% | 9.49% - 11.63% |
De toetsing op bijzondere waardevermindering van de realiseerbare waarde van kasstroom-genererende eenheden laat zien dat er voldoende headroom is in de boekwaarde van de goodwill. In de tweede fase van het onderzoek op bijzondere waardevermindering blijkt dat de realiseerbare waarde van de kasstroom-genererende eenheden als geheel hoger is dan de boekwaarde van de kasstroom-genererende eenheden, inclusief de boekwaarde van de algemene bedrijfsactiva.
Om te toetsen in hoeverre de headroom bestand is tegen veranderingen in de belangrijkste veronderstellingen, heeft Azelis de volgende wijzigingen in de veronderstellingen geselecteerd die redelijkerwijs kunnen worden verwacht:
Een toename van de gewogen gemiddelde vermogenskosten (WACC) met 1%
Een afname van het groeipercentage in de eindwaarde met 1%
Een afname van de aangepaste EBITA-marge met 0,5%
In alle bovenstaande onafhankelijke scenario's en voor elke kasstroom-genererende eenheid laat de gevoeligheidstest zien dat er voldoende headroom is ten aanzien van de boekwaarde van de goodwill.
15 Materiële vaste activa
15.1 Materiële vaste activa
| (in duizenden €) | Terreinen en gebouwen | Installaties en machines | Overig | Totaal |
|---|
| Per 31 december 2023 | | | | |
| Kosten | 30.921 | 19.901 | 48.412 | 99.234 |
| Gecumuleerde afschrijvingen en bijz. waardeverm. | -1.976 | -7.154 | -16.526 | -25.657 |
| | 28.945 | 12.747 | 31.886 | 73.577 |
| Mutaties in 2024 | | | | |
| Bedrijfscombinatie | 353 | 265 | 239 | 857 |
| Toevoegingen | 90 | 1.198 | 7.833 | 9.121 |
| Afschrijvingen | -1.189 | -2.347 | -5.827 | -9.363 |
| Bijzondere waardeverminderingen | -284 | - | -30 | -314 |
| Desinvesteringen | -3.850 | -684 | -612 | -5.147 |
| Herclassificaties | 27 | 1 | -889 | -861 |
| Hyperinflatie | - | 9 | 36 | 46 |
| Omrekeningsverschillen | -265 | 56 | -1.644 | -1.853 |
| Mutaties in verslagperiode | -5.118 | -1.502 | -894 | -7.514 |
| | | | | |
| Per 31 december 2024 | | | | |
| Kosten | 27.276 | 20.746 | 53.375 | 101.397 |
| Gecumuleerde afschrijvingen en bijz. waardeverm. | -3.449 | -9.501 | -22.383 | -35.334 |
| | 23.827 | 11.245 | 30.992 | 66.063 |
| Mutaties in 2025 | | | | |
| Bedrijfscombinatie | 11.962 | 3.645 | 616 | 16.224 |
| Toevoegingen | 202 | 1.616 | 7.558 | 9.376 |
| Afschrijvingen | -1.508 | -2.623 | -6.103 | -10.234 |
| Bijzondere waardeverminderingen | - | - | - | - |
| Desinvesteringen | -431 | -40 | -940 | -1.410 |
| Herclassificaties | 295 | 379 | -1.552 | -878 |
| Hyperinflatie | - | 8 | 485 | 493 |
| Omrekeningsverschillen | -523 | -492 | -1.105 | -2.120 |
| Mutaties in verslagperiode | 9.998 | 2.493 | -1.041 | 11.450 |
| | | | | |
| Per 31 december 2025 | | | | |
| Kosten | 38.782 | 25.862 | 58.437 | 123.081 |
| Gecumuleerde afschrijvingen en bijz. waardeverm. | -4.957 | -12.125 | -28.486 | -45.568 |
| | 33.825 | 13.738 | 29.951 | 77.513 |
De categorie 'Overige' heeft voornamelijk betrekking op verbeteringen in geleasede activa, waaronder ook een onbeduidend bedrag aan activa in aanbouw.
Op 31 december 2025 had de Groep geen terreinen en gebouwen of installaties, machines en uitrusting als zekerheid verpand voor bankleningen (2024: nul). Andere beperkingen hebben voornamelijk betrekking op verbeteringen in geleasede activa en op geleasede machines.
15.2 Activa met gebruiksrecht
De activa met gebruiksrecht hebben voornamelijk betrekking op huurovereenkomsten voor kantoren, magazijnen en auto's.
| (in duizenden €) | Terreinen en gebouwen | Overig | Totaal |
|---|
| Per 31 december 2023 | | | |
| Kosten | 169.686 | 39.714 | 209.399 |
| Gecumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen | -62.186 | -24.166 | -86.352 |
| | 107.500 | 15.548 | 123.048 |
| Mutaties in 2024 | | | |
| Bedrijfscombinatie | 817 | 164 | 981 |
| Toevoegingen | 56.851 | 10.543 | 67.394 |
| Afschrijvingen | -24.958 | -7.134 | -32.092 |
| Desinvesteringen | -9.045 | -454 | -9.499 |
| Herwaarderingen | 8.743 | 417 | 9.159 |
| Hyperinflatie | 3.011 | 257 | 3.268 |
| Omrekeningsverschillen | -621 | -93 | -714 |
| Mutaties in verslagperiode | 34.799 | 3.699 | 38.498 |
| | | | |
| Per 31 december 2024 | | | |
| Kosten | 229.443 | 50.547 | 279.990 |
| Gecumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen | -87.144 | -31.300 | -118.444 |
| | 142.299 | 19.247 | 161.546 |
| Mutaties in 2025 | | | |
| Bedrijfscombinatie | 258 | 121 | 379 |
| Toevoegingen | 14.912 | 7.722 | 22.634 |
| Afschrijvingen | -26.371 | -7.824 | -34.195 |
| Desinvesteringen | -4.405 | -1.499 | -5.903 |
| Herwaarderingen | 21.665 | 568 | 22.233 |
| Hyperinflatie | -3.176 | -6 | -3.182 |
| Omrekeningsverschillen | -8.544 | -705 | -9.249 |
| Mutaties in verslagperiode | -5.660 | 44.270 | 392.804 |
| | | | |
| Per 31 december 2025 | | | |
| Kosten | 250.154 | 56.748 | 306.901 |
| Gecumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen | -113.515 | -39.124 | -152.639 |
| | 136.638 | 17.625 | 154.262 |
Herwaarderingen hebben voornamelijk betrekking op de verlenging van de leasetermijn van bestaande contracten.
De Groep heeft geen leasecontracten die nog niet zijn ingegaan op 31 december 2025 met toekomstige leasebetalingen (2024: € 4,4 miljoen).
16 Investeringen in geassocieerde deelnemingen
Azelis heeft een belang van 50% in Chemlog S.A.S. (zie toelichting
25.4
). De geaggregeerde cijfers van Chemlog zijn als volgt:
| (in duizenden €) | Activa | Passiva | Eigen vermogen | Omzet | Netto resultaat verslagperiode |
|---|
| 31 December 2024 | 1.126 | 645 | 481 | 1.878 | 72 |
| 31 December 2023 | 949 | 441 | 508 | 1.881 | 28 |
17 Voorraden
| (in duizenden €) | 2025 | 2024 |
|---|
| Voorraden | 616.467 | 714.574 |
| Bijzondere waardeverminderingen/afschrijvingen | -28.274 | -36.629 |
| Netto boekwaarde van voorraden | 588.193 | 677.945 |
De voorraden van Azelis bestaan voornamelijk uit eindproducten.
Het gebruik van voorraden wordt opgenomen onder 'Kosten voor goederen en verbruiksartikelen' in de geconsolideerde resultatenrekening. In 2025 zijn afwaarderingen van voorraden ten bedrage van € 6,6 miljoen (2024: € 15,6 miljoen) opgenomen onder 'Kosten voor goederen en verbruiksartikelen'.
18 Handels- en overige vorderingen
| (in duizenden €) | 2025 | 2024 |
|---|
| Handelsvorderingen | 439.758 | 496.379 |
| Overige vorderingen | 82.405 | 92.653 |
| | 522.163 | 589.031 |
Zie toelichting
4.1.1
voor veroudering en verliesvoorzieningen voor deze vorderingen. Overige vorderingen hebben voornamelijk betrekking op vooruitbetalingen.
19 Geldmiddelen en kasequivalenten en voorschotten in rekening-courant
| (in duizenden €) | 2025 | 2024 |
|---|
| Banksaldi en kasmiddelen | 263.009 | 303.945 |
| Banktegoeden (-) | -14.244 | -19.146 |
| Geldmiddelen en kasequiv. (netto) in het kasstroomoverzicht | 248.765 | 284.799 |
De rente op rekening-courantkredieten is verschuldigd tegen een variabel tarief op basis van Euribor plus een marge.
20 Kapitaal en reserves
Volgens de Belgische regelgeving en de statuten van de Vennootschap moet Azelis Group NV minimaal 5% van de stand-alone nettowinst aan de wettelijke reserve toewijzen, totdat deze reserve 10% van het aandelenkapitaal bedraagt. Per 31 december 2025 bedraagt de wettelijke reserve (zoals opgenomen in Overige reserves) € 0,8 miljoen (2024: € 0,5 miljoen).
20.1 Winst per aandeel
De gewone winst per aandeel en verwaterde winst per aandeel worden als volgt berekend:
| | 2025 | 2024 |
|---|
| Netto groepswinst/-verlies toerekenbaar aan aandeelhouders (in duizenden €) | 111.193 | 180.693 |
| Gemiddeld aantal aandelen (in duizenden aandelen) | 243.512 | 243.536 |
| Winst per aandeel | 0,46 | 0,74 |
| Gemiddeld aantal aandelen, aangepast voor verwatering (in duizenden aandelen) | 243.791 | 243.779 |
| Verwaterde winst per aandeel | 0,46 | 0,74 |
Het gemiddelde aantal aandelen is als volgt berekend:
| (in duizenden) | 2025 | 2024 |
|---|
| Uitgegeven gewone aandelen (dividendgerechtigd) | 243.922 | 243.922 |
| Gewogen effect van eigen aandelen | -409 | -386 |
| Gewogen effect van uitgegeven gewone aandelen | 0 | 0 |
| Gemiddeld aantal aandelen voor gewone WPA | 243.512 | 243.536 |
| Gewogen effect van op aandelen gebaseerde betaling | 279 | 243 |
| Gemiddeld aantal aandelen voor verwaterde WPA | 243.791 | 243.779 |
20.2 Aandelenkapitaal
Het aandelenkapitaal van de Vennootschap bedraagt € 5.879.999.963,10, vertegenwoordigd door 243.921.719 gelijke aandelen. In 2025 is het aandelenkapitaal van de Vennootschap niet gewijzigd.
20.3 Overige reserves
Overige reserves maken deel uit van de reserves in de geconsolideerde balans. Deze omvatten het effect op het eigen vermogen van de kapitaalreorganisatie onder gezamenlijke zeggenschap in 2021, voornamelijk als gevolg van de intrekking van het historische aandelenkapitaal en het agio, de eerste opname van geschreven putopties op minderheidsbelangen, transacties met ingekochte eigen aandelen en andere aanpassingen van het eigen vermogen.
Per 31 december 2025 heeft de Groep in de overige reserves de eerste opname van putopties opgenomen voor een totaalbedrag van € 25,6 miljoen. In 2024 omvatten de overige reserves de eerste opname van putopties voor een totaalbedrag van € 86,0 miljoen.
In 2025 heeft de Groep op Euronext Brussel 50.000 eigen aandelen ingekocht voor in totaal € 0,9 miljoen ter financiering van haar LTIP-verplichtingen (2024: 130.000 eigen aandelen voor een totaalbedrag van € 2,5 miljoen). Daarnaast heeft de Groep 54.701 aandelen geleverd in verband met het onvoorwaardelijk worden van toekenningen in het kader van het LTIP 2022. In diezelfde periode heeft de Vennootschap aan bepaalde bestuurders, werknemers en zelfstandige managers van de groep Azelis een beloning in de vorm van aandelen toegekend in het kader van een nieuwe cyclus van het LTIP. Toekenning is onderworpen aan een wachtperiode van drie jaar en aan de marktgerelateerde en de niet-marktgerelateerde omstandigheden.
20.4 Reserve voor omrekeningsverschillen
De reserve voor omrekeningsverschillen maakt deel uit van de reserves in de geconsolideerde balans.
Koersverschillen die verband houden met buitenlandse deelnemingen zijn opgenomen in overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten en geaccumuleerd in de reserve omrekeningsverschillen in het eigen vermogen.
Het merendeel van de immateriële activa op de balans van Azelis heeft betrekking op de overname van EQT/PSP in november 2018. De respectieve bedragen zijn toegerekend aan de drie operationele segmenten van Azelis en, conform IFRS, ook op basis van de onderliggende vreemde valuta in de verschillende rechtsgebieden waar Azelis actief is (waarvan een groot deel betrekking heeft op de activiteiten van Azelis in de Verenigde Staten). Koersverschillen die ontstaan bij omrekening van de immateriële activa worden opgenomen in overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten en gecumuleerd in de reserve omrekeningsverschillen in het eigen vermogen.
In 2025 is de reserve omrekeningsverschillen met € 274,4 afgenomen (2024: toename met € 57,2 miljoen), voornamelijk vanwege de omrekening naar EUR van de financiële posities van dochterondernemingen met USD, TRL en COP als functionele valuta.
20.5 Ingehouden winsten
De ingehouden winsten omvatten het onverdeeld resultaat van voorgaande jaren.
20.6 Uitkeerbare reserves
Uitkeerbare reserves maken deel uit van de reserves in de geconsolideerde balans.
Tijdens de op 8 mei 2025 gehouden JAV van de Vennootschap hebben de aandeelhouders ingestemd met de uitkering van een totaal dividendbedrag van € 54,9 miljoen voor het boekjaar 2024, wat neerkomt op een brutodividend van (afgerond) € 0,23 per uitstaand aandeel op het moment van de dividenduitkering. Het totaalbedrag van € 54,9 miljoen is in 2025 uitbetaald aan de aandeelhouders.
Het voorgestelde dividend voor het boekjaar eindigend 31 december 2025, komt overeen met een bedrag van € 0,226 per aandeel, wat momenteel resulteert in een totaalbedrag van € 55,0 miljoen, op basis van het aantal in aanmerking komende aandelen dat op 31 december 2025 uitstaat. Het totale uit te keren bedrag wordt bepaald op basis van het aantal in aanmerking komende aandelen op de registratiedatum. Het dividend is onder voorbehoud van goedkeuring door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders op 13 mei 2026.
20.7 Minderheidsbelangen
Minderheidsbelangen geven het deel van de aandelen van de dochterondernemingen van de Groep weer dat niet in het bezit is van de Groep, ook al zijn deze dochterondernemingen geconsolideerd in de geconsolideerde jaarrekening van de Groep. Vogler Ingredients (Brazilië) en Azelis South Africa (Zuid-Afrika) leveren de grootste bijdragen aan de minderheidsbelangen. Zie ook toelichting 25.4.
In 2025 verwierf de Groep de volledige minderheidsbelangen in Ashapura Aromas (India) en een deel van het minderheidsbelang in Vogler Ingredients (Brazilië) door het afwikkelen van de aflossingsverplichtingen van de gerelateerde putopties.
21 Leningen en overige financieringsverplichtingen
De schuldfinanciering van de Groep bestaat voornamelijk uit de volgende financiële instrumenten:
2025
| (in duizenden) | Rente (basis) | Rente (marge) | Vervaldatum | Nominaal bedrag | Boekwaarde |
|---|
| EUR term loan | 2,10% | 2,15% | 2029 | 600.000 | 594.206 |
| Revolving credit facility | Nvt | 1,90% | 2029 | 50.000 | 50.000 |
| Obligaties 2023 | 5,75% | Nvt | 2028 | 400.000 | 397.193 |
| Obligaties 2024 | 4,75% | Nvt | 2029 | 600.000 | 596.118 |
| Schuldschein | 4,74% | Nvt | 2027 | 15.000 | 14.972 |
| Overige bankleningen | 1,00% - 13,55% | Nvt | 2026 | 21.473 | 21.473 |
| Gecumuleerde rente | | | | 23.136 | 23.136 |
| | | | | 1.709.609 | 1.697.098 |
| | | | | | |
| Langlopende rentedragende leningen | | | | 1.615.000 | 1.602.489 |
| Kortlopende rentedragende leningen | | | | 94.609 | 94.609 |
| | | | | 1.709.609 | 1.697.098 |
2024
| (in duizenden) | Rente (basis) | Rente (marge) | Vervaldatum | Nominaal bedrag | Boekwaarde |
|---|
| EUR term loan | 3,20% | 1,90% | 2029 | 600.000 | 592.664 |
| Revolving credit facility | Nvt | 1,65% | 2029 | 0 | 0 |
| Obligaties 2023 | Nvt | Nvt | 2028 | 400.000 | 395.083 |
| Obligaties 2024 | 4,75% | Nvt | 2029 | 600.000 | 595.663 |
| Schuldschein | 2,64% (variabel) & 4.74% (vast) | 2.55% | 2027 & 2029 | 30.000 | 29.949 |
| Overige bankleningen | 1,00% - 14,56% | Nvt | 2026 | 23.698 | 23.698 |
| Gecumuleerde rente | | | | 24.032 | 24.032 |
| | | | | 1.677.730 | 1.661.091 |
| | | | | | |
| Langlopende rentedragende leningen | | | | 1.630.556 | 1.613.916 |
| Kortlopende rentedragende leningen | | | | 47.175 | 47.175 |
| | | | | 1.677.731 | 1.661.091 |
21.1 Mutaties in leningen en overige financieringsverplichtingen
21.1.1 Leningen en overige financieringsverplichtingen
| (in duizenden €) | 2025 | 2024 |
|---|
| Per 1 januari | 1.661.091 | 1.631.194 |
| Kasstromen uit rentedragende leningen | 22.009 | 42.293 |
| Betaalde transactiekosten | - | -13.072 |
| Mutaties voortvloeiend uit bedrijfscombinaties | 105 | 2.054 |
| Herclassificaties van banktegoeden | 11.570 | - |
| Gekapitaliseerde en afgeschreven transactiekosten | 3.971 | 7.745 |
| Mutaties in gecumuleerde rente | -896 | -2.496 |
| Valutaomrekeningsverschillen | -751 | -6.628 |
| Per 31 december | 1.697.098 | 1.661.091 |
In september 2024 sloot de Groep een Term Loan Facility van € 600 miljoen (die vervalt in 2029) en gaf ze daarnaast een nieuwe obligatie uit voor een totaalbedrag van € 600 miljoen (die vervalt in 2029), om de op dat moment bestaande termijnleningen in EUR en GBP te herfinancieren, evenals een deel van de uitstaande Schuldschein-leningen. Tegelijkertijd heeft de Groep haar Revolving Credit Facility geherfinancierd en verhoogd naar een looptijd van 2029 (met 2 verlengingsmogelijkheden van één jaar) en tot een bedrag van € 500 miljoen.
Op 31 december 2025 heeft de Groep bankleningen tegen variabele rente van een syndicaat van kredietverstrekkers in de vorm van een Term Loan Facility van € 600 miljoen (2024: € 600 miljoen) en een Revolving Credit Facility van € 500 miljoen (2024: € 500 miljoen). De Revolving Credit Facility is voor € 50 miljoen benut per 31 december 2025 (2024: facility van € 500 miljoen, volledig onbenut).
De variabele rente is gebaseerd op EURIBOR (gelimiteerd tot een ondergrens van 0%), en een marge gebaseerd op de totale nettoschuldgraad van de Groep. De marge bedraagt maximaal 2,40% voor de Term Loan Facility (1,90% tot 26 maart 2025), en 2,15% (1,65% tot 26 maart 2025) voor de Revolving Credit Facility. De gewogen gemiddelde marge voor 2025 bedroeg 2,00% voor de Term Loan Facility in € en 1,84% voor de Revolving Credit Facility.
Naast de Term Loan Facility en de Revolving Credit Facility heeft de Groep ook een Schuldschein-overeenkomst, waarvan op 31 december 2025 € 15,0 miljoen was gebruikt (2024: € 30,0 miljoen). De Schuldschein is een soort obligatie die buiten de beurs of bank om wordt uitgegeven, met vervaldatum van de uitstaande schijven in 2027. De rente is vastgesteld op 4,74%. De Schuldschein-overeenkomst kan onder bepaalde voorwaarden vervroegd worden afgelost.
In maart 2023 heeft Azelis Groep een obligatie van € 400 miljoen uitgegeven met een vaste rentevoet van 5,75%. Deze obligatie vervalt in 2028. In september 2024 heeft de Vennootschap een obligatie van € 600 miljoen uitgegeven met een vaste rentevoet van 4,75%. Deze obligatie vervalt in 2029.
In maart 2025 bereikten de rentecapovereenkomsten van de Groep, oorspronkelijk aangegaan in 2022, hun vervaldatum. In overeenstemming met haar beleid voor het beheer van renterisico's (zie de rubriek Risicobeheer) heeft Azelis een nieuwe rentecapovereenkomst gesloten die loopt tot maart 2028. Deze overeenkomst heeft betrekking op een nominaal bedrag van € 400 miljoen en voorziet in een rentecap van 2,5% op EURIBOR.
Een vooruitbetaalde premie van € 3,1 miljoen voor de nieuwe rentecap is opgenomen onder overige financiële activa. Latere veranderingen in de reële waarde van het instrument worden verwerkt onder financiële opbrengsten en kosten.
21.1.2 Leaseverplichtingen
| (in duizenden €) | 2025 | 2024 |
|---|
| Per 1 januari | 163.753 | 126.619 |
| Bedrijfscombinatie | 379 | 981 |
| Nieuwe contracten | 23.006 | 67.114 |
| Herwaardering | 23.590 | 6.836 |
| Kasuitgaven | -38.936 | -38.073 |
| Valutaomrekeningsverschillen | -9.322 | 277 |
| Per 31 december | 162.471 | 163.753 |
Zie voor de activa met gebruiksrecht van de Groep toelichting 15.2.
21.2 Reverse factoring
De boekwaarde van de leningen en overige financieringsverplichtingen en rekening-courantkredieten die zijn aangegaan in het kader van reverse factoring is € 14,0 miljoen per 31 december 2025 (2024: € 26,2 miljoen), waarvan leveranciers de betaling volledig hebben ontvangen van de financiële instelling. De non-cash stromen van handelsschulden die worden vervangen door leningen en overige financieringsverplichtingen in het kader van de reverse factoring van de Groep, bedragen in 2025 € 55,4 miljoen (2024: € 70,7 miljoen). De verlengde periode onder de reverse factoring nam toe van gemiddeld 61-90 dagen tot 121-180 dagen.
21.3 Convenanten
De financieringsregelingen van Azelis Group NV en haar dochtervennootschappen bevatten een financiële onderhoudsconvenant, namelijk de totale nettoschuldgraad, die lager moet zijn dan 4,5:1,0 en die tweemaal per jaar wordt getest.
Per 31 december 2025 bedraagt de totale nettoschuldgraad 3,3:1,0 (2024: 2,9:1,0), zodat de Groep heeft voldaan aan de financiële convenanten. De Groep monitort de naleving van alle convenanten op basis van haar maandelijkse rapportageproces en de kasstroomprognoses.
22 Voorzieningen
| (in duizenden €) | Belasting-claims | Overige voorzieningen | Totaal |
|---|
| Per 1 januari 2024 | 3.402 | 3.426 | 6.828 |
| Bedrijfscombinatie | 799 | 0 | 799 |
| Getroffen voorzieningen | 237 | 1.011 | 1.248 |
| Aangewende voorzieningen | -548 | -959 | -1.507 |
| Vrijgevallen voorzieningen | -1.311 | -799 | -2.110 |
| Omrekeningsverschillen | -216 | -38 | -254 |
| Per 31 december 2024 | 2.363 | 2.641 | 5.004 |
| | | | |
| Langlopend | 1.640 | 877 | 2.517 |
| Kortlopend | 723 | 1.764 | 2.487 |
| Totaal voorzieningen | 2.363 | 2.641 | 5.004 |
| | | | |
| Per 1 januari 2025 | 2.363 | 2.641 | 5.004 |
| Bedrijfscombinatie | 100 | 1.481 | 1.581 |
| Tijdens verslagperiode getroffen voorzieningen | 0 | 1.655 | 1.655 |
| Tijdens verslagperiode aangewende voorzieningen | 0 | -281 | -281 |
| Tijdens verslagperiode vrijgevallen voorzieningen | -768 | -1.300 | -2.068 |
| Omrekeningsverschillen | -200 | -32 | -232 |
| Per 31 december 2025 | 1.495 | 4.165 | 5.659 |
| | | | |
| Langlopend | 1.020 | 2.244 | 3.265 |
| Kortlopend | 474 | 1.921 | 2.395 |
| Totaal voorzieningen | 1.495 | 4.165 | 5.659 |
De voorzieningen hebben betrekking op fiscale risico's, administratieve boetes, arbeid en commerciële zaken waaronder claims en rechtszaken, met betrekking tot de vroegere en huidige activiteiten van de Groepsmaatschappijen.
23 Handelsschulden, overige schulden en overige langlopende verplichtingen
| (in duizenden €) | 2025 | 2024 |
|---|
| Handelsschulden | 438.419 | 486.804 |
| Overige heffingen | 14.810 | 12.199 |
| Bezoldigingen en socialezekerheidsschulden | 49.709 | 69.191 |
| Derivaten | 33 | 112 |
| Overige schulden | 52.480 | 132.261 |
| Totaal kortetermijnschulden | 555.450 | 700.567 |
| | | |
| Overige schulden | 7.430 | 33.166 |
| Totaal langetermijnschulden | 7.430 | 33.166 |
De overige kortlopende en langlopende schulden bestaan hoofdzakelijk uit putopties op minderheidsbelangen voor een totaalbedrag van € 12,5 miljoen (2024: € 81,6 miljoen) en earn-outs en uitgestelde betalingen in verband met overnames. De afname in 2025 is voornamelijk toe te schrijven aan de afwikkeling van putoptieverplichtingen (toelichting 20.7).
Overige toelichtingen op de geconsolideerde jaarrekening
24 Kapitaalverplichtingen en -risico's
Er zijn geen fiscale en andere onvoorziene verplichtingen per 31 december 2025 (voor 2024: geen). De Groep ziet nauwlettend toe op de mogelijke risico's en mogelijke implicaties.
25 Verbonden partijen
25.1 Identiteit van verbonden partijen
Verbonden partijen van de Groep zijn een aantal van haar dochterondernemingen, aandeelhouders, managers, leidinggevende functionarissen en geassocieerde deelnemingen. De Groep heeft één kleine investering in geassocieerde deelnemingen. Zie hiervoor toelichting
16
.
25.2 Leningen aan of van verbonden partijen
Per 31 december 2025 (2024: geen) waren er geen significante uitstaande leningen aan of van verbonden partijen.
25.3 Vergoeding van personeel met een sleutelpositie
| (in duizenden €) | 2025 | 2024 |
|---|
| Leden Raad van Bestuur (niet-uitvoerend) | 379 | 367 |
| Overige managers op sleutelposities | | |
| Vaste verloning | 3.044 | 2.811 |
| Variabele verloning | 495 | 1.670 |
| | 3.917 | 4.848 |
Vergoedingen na uitdiensttreding: Details van de transacties tussen de Groep en haar pensioenregelingen zijn beschreven in toelichting 10.
25.4 Groepsmaatschappijen
De volgende tabel geeft een overzicht van de dochterondernemingen van de Groep:
| Naam | Land van vestiging | Type | Belang in % 2025 | Belang in % 2024 |
|---|
| Geconsolideerde vennootschappen | | | | |
| Azelis Group NV | België | Niet-werkmaatschappij | Moeder- maatschappij | Moeder- maatschappij |
| | | | | |
| Directe investeringen | | | | |
| Azelis Finance NV | België | Niet-werkmaatschappij | 100 | 100 |
| | | | | |
| Indirecte investeringen | | | | |
| Orkila Algérie spa | Algerije | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Agspec Australia Pty Ltd | Australië | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Azelis Australia Pty Ltd | Australië | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Chemcolour Industries Australia Pty Ltd | Australië | Werkmaatschappij | Ontbonden | 100 |
| TimTechChem Australia Pty Ltd | Australië | Werkmaatschappij | Ontbonden | 100 |
| EB1 Pty Limited | Australië | Werkmaatschappij | Ontbonden | 100 |
| CW Pacific Specialties Pty Limited | Australië | Werkmaatschappij | Ontbonden | 100 |
| Elle Bee Exports Pty Limited | Australië | Werkmaatschappij | Ontbonden | 100 |
| CW Pacific Pty Ltd | Australië | Werkmaatschappij | Ontbonden | 100 |
| Chemiplas Australia Pty Ltd | Australië | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Azelis Austria GmbH | Oostenrijk | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Azelis Benelux N.V. | België | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Azelis EMEA Hub NV | België | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Azelis Products International SA | België | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Azelis Brasil Ltda | Brazilië | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Viveiruz Participações Ltda. | Brazilië | Werkmaatschappij | 70 | 40 |
| Ybiapê Participações Ltda. | Brazilië | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Vogler Ingredientes Ltda. | Brazilië | Werkmaatschappij | 85 | 70 |
| Azelis Bulgaria EAD | Bulgarije | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Azelis Canada Inc. | Canada | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Azelis China Ltd | China | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Azelis (Shanghai) Co. Ltd. | China | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Azelis (Shanghai) International Trading Co., Ltd | China | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Azelis Hong Kong Ltd | China | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| CosBond China Ltd | China | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| CosBond (Shanghai) International Trading Co. Ltd | China | Werkmaatschappij | Ontbonden | 100 |
| Azelis Trading Ltd | China | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Danxia Trading (Shanghai) Co, Ltd | China | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Guangzhou Danxia Trading Co, Ltd | China | Werkmaatschappij | Ontbonden | 100 |
| Azelis Industrial Chemical Ltd | China | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Azelis Chemical (Guangzhou) Co. Ltd | China | Werkmaatschappij | Ontbonden | 100 |
| Danxia Tianjin Co. Ltd | China | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Rocsa Colombia S.A. | Colombia | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Localpack S.A. | Colombia | Werkmaatschappij | Gefusioneerd | 100 |
| Soluciones en Innovacion Famaceutica S A S | Colombia | Werkmaatschappij | Gefusioneerd | 100 |
| Rocsa DCR SA | Costa Rica | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Azelis Croatia D.O.O. | Kroatië | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Azelis CEE Holding A.S. | Tsjechië | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Azelis Czech Republic S.R.O. | Tsjechië | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Azelis Denmark A/S | Denemarken | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Rocsa RD SA | Dominicaanse Republiek | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Orkila Egypt Chemicals SAE | Egypte | Werkmaatschappij | 99 | 99 |
| Orchem for Import and Export LLC | Egypte | Werkmaatschappij | 49 | 49 |
| Azelis Finland OY | Finland | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Haarla Oy | Finland | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Azelis France S.A.S | Frankrijk | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Azelis France Holding S.A.S | Frankrijk | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| BLH SAS | Frankrijk | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Azelis Deutschland GmbH | Duitsland | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Azelis Deutschland Holding GmbH | Duitsland | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Azelis Deutschland Kosmetik GmbH | Duitsland | Werkmaatschappij | 90 | 90 |
| Azelis Chemicals Ghana Ltd | Ghana | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Azelis Greece Single Member SA | Griekenland | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Rocsa GT SA | Guatemala | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Azelis Hungary Kft. | Hongarije | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Azelis India Private Ltd | India | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Ashapura Aromas Private Limited | India | Werkmaatschappij | 100 | 70 |
| PT Azelis Indonesia Distribusi | Indonesië | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| PT Marga Dwi Kencana | Indonesië | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Azelis Ireland Ltd. | Ierland | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Azelis Israel Distribution Ltd | Israël | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Lidorr Elements Ltd; | Israël | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| ProAgro Ltd; | Israël | Werkmaatschappij | Gefusioneerd | 100 |
| Liad Agro Ltd; | Israël | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Darbal Ltd. | Israël | Werkmaatschappij | Gefusioneerd | 100 |
| Arda Natura S.r.l. | Italië | Werkmaatschappij | 100 | 0 |
| Azelis Italia Logistica S.r.l. | Italië | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Azelis Italia S.r.L | Italië | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Azienda Chimica e Farmaceutica S.r.l. | Italië | Werkmaatschappij | 100 | 0 |
| Eurotrading SpA | Italië | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Azelis Côte d'Ivoire S.A. | Ivoorkust | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Azelis Japan K.K. | Japan | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Azelis Jordan LLC | Jordanië | Werkmaatschappij | 50 | 50 |
| Azelis Kenya Ltd | Kenia | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Azelis Korea Co. Ltd | Korea | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Azelis Middle East Africa Holding SAL | Libanon | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Azelis Lebanon SAL | Libanon | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Azelis International (Offshore) SAL | Libanon | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Chempart Polymers SAL Offshore | Libanon | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Chemical Partners Middle East SAL | Libanon | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Akita Topco S.à r.l. | Luxemburg | Niet-werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Azelis S.A. | Luxemburg | Niet-werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Azelis Malaysia Sdn Bhd | Maleisië | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Chemical Solutions Sdn Bhd | Maleisië | Werkmaatschappij | Gefusioneerd | 100 |
| Azelis Mexico SA de CV | Mexico | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Azelis Morocco Sarl | Marokko | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Orkila Invest SA | Marokko | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Chemical Partners Maghreb SA | Marokko | Werkmaatschappij | Gefusioneerd | 0 |
| Azelis Netherlands B.V. | Nederland | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Azelis Nigeria Specialty Chemicals Ltd | Nigeria | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Azelis Norway AS | Noorwegen | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Azelis New Zealand Ltd | Nieuw-Zeeland | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Element Trading SAC | Peru | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Asia Primera Kimika Inc. | Filipijnen | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Phil-Asiatic Supply & Services Inc. | Filipijnen | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Azelis Poland SP Z.o.o | Polen | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Hortimex Sp. Z.o.o. | Polen | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Azelis Romania SRL | Roemenië | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Azelis Rus LLC | Rusland | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Azelis Arabia LLC | Zweden | Werkmaatschappij | 75 | 75 |
| Azelis Senegal SA | Senegal | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Azelis d.o.o Beograd | Servië | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Azelis Singapore Pte. Ltd | Singapore | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Bellekimia Singapore Pte. Ltd. | Singapore | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Azelis Slovakia S.R.O. | Slowakije | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Azelis South Africa Holding (Pty) Ltd. | Zuid-Afrika | Werkmaatschappij | 85 | 85 |
| Azelis South Africa (Pty) Ltd. | Zuid-Afrika | Werkmaatschappij | 85 | 85 |
| Orbichem Petrochemicals (Pty) Ltd | Zuid-Afrika | Werkmaatschappij | 85 | 85 |
| CPS Chemical (Coatings) (Pty) Ltd | Zuid-Afrika | Werkmaatschappij | Gefusioneerd | 85 |
| Azelis España S.A. | Spanje | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Azelis Iberica Holding SL. | Spanje | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Azelis Espana Holding SL | Spanje | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Solchem Nature S.L.U. | Spanje | Werkmaatschappij | 100 | 0 |
| Azelis Sweden AB | Zweden | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Azelis Switzerland AG | Zwitserland | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Distona AG | Zwitserland | Werkmaatschappij | 100 | 0 |
| Azelis Thailand Ltd | Thailand | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Catalite Co. Ltd | Thailand | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Azelis Tunisie Sarl | Tunesië | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Azelis TR Kimya End. Ur.Ith.Ihr.Tic ve San A.S. | Turkije | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Azelis Ukraine LLC | Oekraïne | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Orkila FZE | Verenigde Arab. Emiraten | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Azelis UK Holdings Ltd. | Verenigd Koninkrijk | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Azelis UK Ltd. | Verenigd Koninkrijk | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Azelis UK Finance Ltd | Verenigd Koninkrijk | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| ADAPCO LLC | Verenigde Staten | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Azelis Americas LLC | Verenigde Staten | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Azelis US Holding Inc. | Verenigde Staten | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Dewolf Chemical LLC | Verenigde Staten | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Glenn LLC | Verenigde Staten | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| P.T. Hutchins Company LLC | Verenigde Staten | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Marcor Development LLC | Verenigde Staten | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Monson Companies LLC | Verenigde Staten | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Precision Control Technology LLC | Verenigde Staten | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Azelis Americas Case LLC | Verenigde Staten | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Red River Specialties LLC | Verenigde Staten | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| C.L. Zimmerman Co. of Delaware LLC | Verenigde Staten | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Ross Organic Specialty Sales Inc. | Verenigde Staten | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Vigon International LLC | Verenigde Staten | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Gillco Products, LCC | Verenigde Staten | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Azelis Vietnam Company Ltd | Vietnam | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| MKVN Chemicals Co, Ltd | Vietnam | Werkmaatschappij | 100 | 100 |
| Viet Chemicals Trading and Service Company Limited | Vietnam | Werkmaatschappij | Gefusioneerd | 100 |
| | | | | |
| Vennootschappen verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode | | | | |
| Indirecte investeringen | | | | |
| Chemlog S.A.S. | Frankrijk | Nvt | 50 | 50 |
26 Gebeurtenissen na balansdatum
Er zijn geen belangrijke gebeurtenissen na 31 december 2025 vastgesteld die van wezenlijke of aanmerkelijke invloed kunnen zijn geweest op de geconsolideerde jaarrekening van 2025.
Statutaire jaarrekening
De volgende informatie is ontleend aan de enkelvoudige jaarrekening van Azelis Group NV, opgesteld volgens Belgische boekhoudnormen. Deze enkelvoudige jaarrekening zal samen met het verslag van de Raad van Bestuur aan de Algemene Vergadering van Aandeelhouders en het verslag van de commissaris binnen de wettelijke termijn worden ingediend bij de Nationale Bank van België. Deze documenten kunnen ook worden opgevraagd bij: Posthofbrug 12 bus 6, 2600 Antwerpen, België.
Opgemerkt dient te worden dat alleen de geconsolideerde jaarrekening zoals hierboven uiteengezet een getrouw beeld geeft van de financiële positie en prestaties van de Groep en dat de enkelvoudige jaarrekening slechts een beperkt beeld geeft van de financiële positie van Azelis Group NV, een holdingmaatschappij die haar investeringen tegen kostprijs opneemt in haar enkelvoudige jaarrekening. Daarom achtte de Raad van Bestuur het gepast alleen een verkorte versie te publiceren van de niet-geconsolideerde balans voor het jaar dat eindigde op 31 december 2025 en de resultatenrekening voor datzelfde jaar, opgesteld volgens de Belgische boekhoudnormen.
De verkorte enkelvoudige balans voor het jaar dat eindigde op 31 december 2025 en de resultatenrekening voor datzelfde jaar van Azelis Group NV, opgesteld volgens de Belgische boekhoudnormen, zijn in alle materiële opzichten consistent met de rekeningen waarvan ze zijn afgeleid.
Verkorte enkelvoudige balans
| (in duizenden €) | 2025 | 2024 |
|---|
| Bedrijfsopbrengsten | 81.627 | 75.108 |
| Bedrijfskosten | -69.783 | -67.253 |
| Bedrijfsresultaat | 11.844 | 7.855 |
| Netto financieel resultaat | -2.248 | 1.329 |
| Winst/verlies (-) voor belastingen | 9.596 | 9.184 |
| Belastingen op het resultaat | -2.956 | -1.977 |
| Te bestemmen resultaat van het boekjaar | 6.640 | 7.207 |
Verkorte enkelvoudige resultatenrekening
| (in duizenden €) | 2025 | 2024 |
|---|
| Oprichtingskosten | - | - |
| Immateriële vaste activa | 237.458 | 256.213 |
| Materiële vaste activa | 667 | 562 |
| Financiële activa | 5.864.532 | 5.864.528 |
| Vaste activa | 6.102.657 | 6.121.303 |
| Vlottende activa | 51.665 | 68.569 |
| Totaal activa | 6.154.321 | 6.189.871 |
| | | |
| Aandelenkapitaal | 5.880.000 | 5.880.000 |
| Wettelijke reserves | 1.181 | 849 |
| Niet beschikbare reserves | 8.598 | 8.914 |
| Beschikbare reserves | 175.304 | 223.713 |
| Overgedragen resultaat | - | - |
| Eigen vermogen | 6.065.082 | 6.113.476 |
| | | |
| Langlopende verplichtingen | 16.722 | 5.629 |
| Kortlopende verplichtingen | 72.518 | 70.766 |
| Totaal verplichtingen | 89.239 | 76.395 |
| Total eigen vermogen en verplichtingen | 6.154.321 | 6.189.871 |
Alternatieve prestatiemaatstaven
In haar geïntegreerd verslag en in andere financiële mededelingen (website, persberichten, presentaties enz.) presenteert Azelis bepaalde financiële maatstaven en aanpassingen die niet in overeenstemming zijn met IFRS of andere internationaal aanvaarde grondslagen voor de financiële rapportering. Sommige daarvan worden ‘alternatieve prestatiemaatstaven' (APM) genoemd omdat zij bedragen uitsluiten die zijn opgenomen in, of bedragen omvatten die zijn uitgesloten van, de meest direct vergelijkbare maatstaf die wordt berekend en gepresenteerd volgens IFRS, of omdat zij worden berekend met financiële maatstaven die niet volgens IFRS worden berekend.
De Groep presenteert de APM's omdat die i) door het management worden gebruikt om de winstgevendheid, liquiditeit en andere operationele resultaten te meten in presentaties aan haar bestuurders, en als basis voor strategische planning en voorspellingen, en ii) vergelijkbare maatstaven vertegenwoordigen die door bepaalde beleggers, effectenanalisten en andere partijen algemeen worden gebruikt als aanvullende prestatiemaatstaven. Deze maatstaven geven het management en beleggers een beter inzicht in de financiële prestaties van de Groep, bv. door geen rekening te houden met posten die buiten de lopende activiteiten vallen, zoals winstbelastingen, kapitaalkosten en niet-monetaire kosten.
De Groep heeft de volgende APM's gedefinieerd:
| APM | Definitie | Toepassing |
|---|
| Brutowinstmarge | Brutowinst gedeeld door de omzet. | De Groep beschouwt de brutowinstmarge als een nuttige meeteenheid om te evalueren hoe efficiënt de Groep omzet genereert door rekening te houden met de directe kosten van de productie van haar producten. |
| EBITA | Bedrijfswinst vóór amortisatie en bijzondere waardeverminderingen op immateriële activa. | De Groep beschouwt EBITA, Aangepaste EBITA en Aangepaste EBITDA als nuttige meeteenheden voor het evalueren van de performance van de Groep omdat deze een vergelijking mogelijk maken tussen de belangrijkste bedrijfsresultaten van de Groep per verslagjaar door eliminatie van het effect van onder meer kapitaalstructuur, activabasis, belastinggevolgen en andere specifieke correcties. De Groep maakt gebruikt van Aangepaste EBITA voor het berekenen van haar Aangepaste EBITA-marge en haar Conversiemarge, en maakt gebruik van Aangepaste EBITDA voor het berekenen van haar Aangepaste EBITDA-marge. |
| Aangepaste EBITA | Bedrijfswinst of verlies vóór amortisatie en bijzondere waardeverminderingen (op immateriële activa) en exclusief Aanpassingen. |
| Aanpassingen | Baten en lasten die niet rechtstreeks verband houden met de dagelijkse bedrijfsvoering van de Groep, zoals kosten in verband met bedrijfsherstructureringen en -reorganisaties, kosten van overnames en fusies, financiering en kapitaalherstructurering en winsten of verliezen op de verkoop van vaste activa. |
| Aangepaste EBITA-marge | Aangepaste EBITA gedeeld door de omzet. |
| Aangepaste EBITDA | Aangepaste EBITA voor afschrijving van materiële vaste activa. |
| Aangepaste EBITDA-marge | Aangepaste EBITDA gedeeld door de omzet. |
| Conversiemarge | Aangepaste EBITA als percentage van de brutowinst. |
| Organische groei | Toename of afname van de groei in de verslagperiode, exclusief het effect van overnames tot de eerste verjaardag van hun consolidatie, en exclusief het effect van valutaomrekeningsverschillen. | De Groep presenteert organische groei en groei door overnames omdat zij een actief overnamebeleid voert, en deze meeteenheden belangrijke strategieonderdelen zijn waarvan het management gebruikmaakt om de resultaten van de Groep in opeenvolgende verslagjaren te meten, en waarvan beleggers gebruik kunnen maken om de resultaten te evalueren, inclusief en exclusief het effect van de bijdragen van de ondernemingen die de Groep heeft overgenomen in desbetreffende verslagjaren. |
| Groei door overnames | Groei die is te danken aan overgenomen ondernemingen in de eerste twaalf maanden na de datum van overname. Groei door overnames wordt berekend als de som van (i) bedragen die toerekenbaar zijn aan overgenomen ondernemingen in het jaar van overname, berekend vanaf de datum van overname tot 31 december van het jaar van overname, en (ii) bedragen die toerekenbaar zijn aan ondernemingen die in het voorafgaande jaar zijn overgenomen, berekend vanaf 1 januari in het daaropvolgende jaar tot de eerste verjaardag van de overname. |
| Vrije kasstroom | Aangepaste EBITDA minus leasebetalingen, plus mutaties in netto werkkapitaal en mutaties in andere activa, voorzieningen en schulden, minus netto investeringsuitgaven. | De Groep presenteert Vrije kasstroom en Vrije kasstroomconversie omdat zij deze meeteenheden kan aanwenden om bij beleggers haar asset-light bedrijfsmodel onder de aandacht te brengen en inzicht te geven in de middelen waarover de Groep beschikt om aan haar financiële verplichtingen te voldoen. |
| Vrije kasstroomconversie | (i) Vrije kasstroom gedeeld door (ii) Aangepaste EBITDA minus leasebetalingen. |
| Netto werkkapitaal | Voorraden plus handelsvorderingen, minus handelsschulden. | De bedrijfsvoering van de Groep wordt aangestuurd door haar investeringen in Netto werkkapitaal. De Groep volgt nauwlettend het niveau van haar Netto werkkapitaal, niet alleen ter ondersteuning van haar dagelijkse bedrijfsvoering en voortdurende expansie, maar ook ter minimalisering van de kosten van werkkapitaal (inclusief opslagkosten en financieringskosten). De Groep monitort het hele jaar zorgvuldig haar Netto werkkapitaal als percentage van de omzet. |
| Netto werkkapitaal/omzet | (i) Netto werkkapitaal aan het eind van een verslagperiode gedeeld door (ii) omzet in die periode (waarbij omzetcijfers voor perioden van minder dan één jaar zijn omgerekend naar jaarcijfers). |
| Netto werkkapitaal/omzet genormaliseerd voor overnames | (i) Netto werkkapitaal gedeeld door (ii) omzet inclusief deze van overnames voor de volledige periode (waarbij omzetcijfers voor perioden van minder dan één jaar zijn omgerekend naar jaarcijfers). |
| Netto schuld | Het nominale bedrag van langlopende en kortlopende opgenomen en verstrekte leningen van de Groep (inclusief langlopende en kortlopende leaseverplichtingen, en exclusief gecumuleerde rente) plus bankschulden, minus geldmiddelen en kasequivalenten. | De Groep presenteert haar Netto schuld als een meeteenheid die door het management van de Groep en de kredietverstrekkers van haar kredietfaciliteiten wordt gebruikt voor de vaststelling van haar financiële positie op een bepaalde datum, inclusief het effect van de kaspositie van de Groep afgezet tegen haar schulden. De Netto schuld wordt door de kredietverstrekkers van de kredietfaciliteiten van Azelis gebruikt voor het bepalen van de Netto schuldgraad. |
| Financiering EBITDA | Aangepaste EBITDA die verder is aangepast om rekening te houden met (i) de winst (vóór rente, belastingen, afschrijvingen en amortisatie) van ondernemingen die door de Groep in het desbetreffende verslagjaar zijn overgenomen, berekend vanaf de eerste dag van het desbetreffende verslagjaar tot de overnamedatum in kwestie en (ii) verwachte kostenbesparingen, onkostenverlagingen en synergiën die naar verwachting zullen worden gerealiseerd binnen een bepaalde periode na de datum van berekening. | De Groep presenteert Financiering EBITDA als een meeteenheid die door het management van de Groep en de kredietverstrekkers van haar kredietfaciliteiten wordt gebruikt om de winst in een verslagperiode vast te stellen, inclusief: (i) de winst (vóór rente, belastingen, afschrijvingen, en amortisatie) van ondernemingen die tijdens desbetreffende verslagperiode zijn overgenomen door de Groep, berekend vanaf de eerste dag van het desbetreffende verslagjaar tot de overnamedatum in kwestie; en (ii) de verwachte kostenbesparingen, onkostenverlagingen en synergiën die naar verwachting zullen worden gerealiseerd binnen een bepaalde periode na de datum van berekening. Financiering EBITDA wordt bepaald in overeenstemming met de definitie die met de kredietverstrekkers van de kredietfaciliteiten van de Groep is overeengekomen. De Groep berekent Financiering EBITDA voor de bepaling van haar netto schuldgraad. |
| Netto schuldgraad | Nettoschuld gedeeld door Financiering EBITDA van de voorafgaande twaalf maanden. | De Groep presenteert haar Netto schuldgraad omdat zij van mening is dat deze meeteenheid een indicator is van de algehele soliditeit van haar balans en kan worden gebruikt ter bepaling van het effect van de winst van de Groep afgezet tegen haar schulden. Daarnaast wordt de Netto schuldgraad gebruikt om de toepasselijke marge van de nieuwe kredietfaciliteiten te bepalen. |
| ROTIC | "Return on tangible invested capital" (rendement op investeringen in materiële activa) bestaat uit (a) de aangepaste EBITA voor een verslagperiode (waarbij EBITA-cijfers voor verslagperioden van minder dan één jaar zijn omgerekend naar jaarcijfers) als een percentage van (b) de materiële vaste activa van de Groep (exclusief activa met gebruiksrecht) aan het eind van die verslagperiode plus netto werkkapitaal aan het eind van die verslagperiode. Bij de berekening van ROTIC worden goodwill en immateriële activa buiten beschouwing gelaten. | De Groep presenteert ROTIC omdat dit naar haar mening een nuttige meeteenheid is om te evalueren hoe efficiënt de Groep Aangepaste EBITA genereert met haar belangrijkste operationele geïnvesteerde kapitaal (d.w.z. Netto werkkapitaal en, in mindere mate, materiële vaste activa). |
| Cash WPA | Resultaat van het jaar voor amortisatie en waardevermindering van immateriële vaste activa en exclusief monetaire verliezen voor hyperinflatie, gedeeld door het gewogen gemiddelde aantal uitstaande aandelen. | De Groep presenteert Cash WPA omdat zij deze meeteenheid kan aanwenden om bij beleggers haar asset-light bedrijfsmodel onder de aandacht te brengen. |
EBITA, aangepaste EBITA, EBITDA, aangepaste EBITDA, vrije kasstroom
| (in duizenden € tenzij anders vermeld) | 2025 | 2024 |
|---|
| Omzet | 4.110.780 | 4.214.014 |
| Brutowinst | 968.452 | 1.031.046 |
| Brutowinstmarge | 23,6% | 24,5% |
| Netto winst/(verlies) in verslagperiode | 113.408 | 189.468 |
| Belastingbaten/lasten | 61.821 | 66.640 |
| Aandeel resultaat deelnemingen | -31 | -19 |
| Financiële opbrengsten | -15.112 | -48.376 |
| Financiële kosten | 153.236 | 178.213 |
| Bedrijfswinst | 313.322 | 385.926 |
| Amortisatie en bijzondere waardeverminderingen immateriële activa | 82.748 | 73.444 |
| EBITA | 396.070 | 459.370 |
| Aanpassingen | 14.951 | 11.315 |
| Aangepaste EBITA | 411.021 | 470.684 |
| Aangepaste EBITA-marge | 10,0% | 11,2% |
| Conversiemarge | 42,4% | 45,7% |
| Afschrijving op materiële vaste activa | 44.459 | 41.478 |
| Aangepaste EBITDA | 455.480 | 512.162 |
| Aangepaste EBITDA-marge | 11,1% | 12,2% |
| Betalingen van leaseverplichtingen | -38.936 | -38.073 |
| Aangepaste EBITDA minus betalingen van leaseverplichtingen | 416.544 | 474.089 |
| Wijziging netto werkkapitaal, overige activa, voorzieningen en schulden | 50.090 | -118.391 |
| Netto investeringsuitgaven | -24.906 | -13.877 |
| Vrije kasstroom | 441.728 | 341.821 |
| Vrije kasstroomconversie | 106,0% | 72,1% |
| (in duizenden €) | 2025 | 2024 |
|---|
| Transacties | 1.701 | 3.204 |
| Personeel | 11.306 | 6.725 |
| Materiële vaste activa | 604 | -3.556 |
| Overig | 1.340 | 4.942 |
| EBIT(D)A aanpassingen | 14.951 | 11.315 |
| (in duizenden €) | 2025 | 2024 |
|---|
| Wijziging voorraden | 66.042 | -98.108 |
| Wijziging handels- en overige vorderingen en overige investeringen | 30.992 | -55.167 |
| Wijziging handels- en overige schulden | -46.008 | 22.713 |
| Wijziging voorzieningen | -2.029 | -2.337 |
| Valutaomrekening | 1.093 | 14.508 |
| Mutatie netto werkkapitaal, overige activa, voorzieningen en schulden | 50.090 | -118.391 |
| (in duizenden €) | 2025 | 2024 |
|---|
| Immateriële activa | 16.841 | 9.304 |
| Materiële activa | 8.065 | 4.573 |
| Netto investeringsuitgaven | 24.906 | 13.877 |
Netto werkkapitaal
| (in duizenden € tenzij anders vermeld) | 2025 | 2024 |
|---|
| Vlottende activa | | |
| Voorraden | 588.193 | 677.945 |
| Handelsvorderingen | 439.758 | 496.378 |
| Kortlopende verplichtingen: | | |
| handelsschulden | 438.415 | 486.802 |
| Netto werkkapitaal | 589.536 | 687.521 |
| Omzet | 4.110.780 | 4.214.014 |
| Netto werkkapitaal/omzet | 14,3% | 16,3% |
| Omzet genormaliseerd voor omzet van overnames | 4.183.273 | 4.312.528 |
| Netto werkkapitaal/omzet genormaliseerd voor overnames | 14,1% | 15,9% |
ROTIC
| (in duizenden € tenzij anders vermeld) | 2025 | 2024 |
|---|
| Aangepaste EBITA | 411.021 | 470.684 |
| Materiële vaste activa | 77.513 | 66.063 |
| Netto werkkapitaal | 589.536 | 687.521 |
| Materiële vaste activa plus netto werkkapitaal | 667.049 | 753.584 |
| ROTIC | 61,6% | 62,5% |
Omzetgroei
| | 2025 | 2024 |
|---|
| Organische groei | -1,6% | -1,1% |
| Groei door overnames | 2,9% | 3,7% |
| Effect van valutaomrekeningen | -3,8% | -1,1% |
| Gerapporteerde groei | -2,4% | 1,5% |
Netto schuld, financiering-EBITDA en netto schuldgraad
| (in duizenden €) | 2025 | 2024 |
|---|
| Langlopende rentedragende leningen | 1.749.108 | 1.765.031 |
| Kortlopende rentedragende leningen | 99.082 | 51.752 |
| Totale bruto schuld | 1.848.190 | 1.816.783 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | -263.009 | -303.945 |
| Bankschulden | 14.244 | 19.146 |
| Netto schuld | 1.599.424 | 1.531.984 |
| (in duizenden €) | 2025 | 2024 |
|---|
| Aangepaste EBITDA (afgelopen 12 maanden) | 455.480 | 512.162 |
| Winst (vóór rente, belastingen, afschrijvingen en amortisatie) van overgenomen vennootschappen | 8.657 | 10.421 |
| Verwachte kostenbesparingen, onkostenverlagingen en synergieën | 15.135 | 8.938 |
| Financiering EBITDA (afgelopen 12 maanden) | 479.273 | 531.521 |
| (in duizenden €) | 2025 | 2024 |
|---|
| Netto schuld | 1.599.424 | 1.531.984 |
| Financiering EBITDA (afgelopen 12 maanden) | 479.273 | 531.521 |
| Netto schuldgraad (multiple) | 3,3 | 2,9 |
Cash winst per aandeel
| (in duizenden €) | 2025 | 2024 |
|---|
| Nettoresultaat voor de periode | 113.408 | 189.468 |
| Amortisatie en bijzondere waardevermindering immateriële activa | 82.748 | 73.444 |
| Monetaire verliezen hyperinflatie | 6.133 | 22.055 |
| Resultaat voor de periode vóór amortisatie en hyperinflatie | 202.289 | 284.967 |
| Gewogen gemiddelde aantal aandelen (duizenden) | 243.512 | 243.536 |
| Cash winst per aandeel | 0,83 | 1,17 |
Bijlagen
Bijlage A: Openbaarmakingsvereisten
| ESRS 2 - Algemene toelichtingen | Hoofdstuk | Pagina |
|---|
| BP-1 | Algemene grondslag voor het opstellen van duurzaamheidsverklaringen | SUS – Algemene toelichtingen | |
| BP-2 | Rapportage over specifieke omstandigheden | SUS – Algemene toelichtingen | |
| GOV-1 | De rol van de bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen | Verklaring deugdelijk bestuur SUS – Algemene toelichtingen | , |
| GOV-2 | Informatie verschaft aan en omgang met duurzaamheidsthema’s door bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen van de onderneming | SUS – Algemene toelichtingen | |
| GOV-3 | Integratie van duurzaamheidsprestaties in beloningsregelingen | Verklaring deugdelijk bestuur | |
| GOV-4 | Due-diligenceverklaring | Bijlagen - Bijlage C | |
| GOV-5 | Risicobeheersing en interne controles voor duurzaamheidsrapportage | Verklaring deugdelijk bestuur | |
| SBM-1 | Strategie, businessmodel en waardeketen | Azelis in het kort SUS – Algemene toelichtingen | ,, |
| SBM-1 | Strategie, businessmodel en waardeketen (Totale omzet) | Jaarrekening - Toelichting 8 | |
| SBM-1 | Strategie, businessmodel en waardeketen (Aantal personeelsleden) | SUS - eigen personeel (S1-6) | |
| SBM-2 | Belangen en opvattingen van stakeholders | SUS – Algemene toelichtingen | |
| SBM-3 | Materiële impacts, risico’s en kansen en de wisselwerking daarvan met strategie en businessmodel | SUS – Algemene toelichtingen & thematische hoofdstukken | |
| IRO-1 | Beschrijving van het proces om materiële impacts, risico’s en kansen in kaart te brengen en te analyseren | SUS – Algemene toelichtingen | |
| IRO-2 | Rapportage-eisen in ESRS opgenomen in de duurzaamheidsverklaring van de onderneming | SUS – Algemene toelichtingen & Bijlagen - bijlage A, bijlage B | ,, |
| ESRS E1 - Klimaatverandering | Hoofdstuk | Pagina |
|---|
| ESRS 2, GOV-3 | Integratie van duurzaamheidsprestaties in beloningsregelingen | Verklaring deugdelijk bestuur | |
| E1-1 | Transitieplan voor klimaatmitigatie | SUS – Klimaatverandering | |
| ESRS 2, SBM-3 | Materiële impacts, risico’s en kansen en de wisselwerking daarvan met strategie en businessmodel | SUS – Klimaatverandering | |
| ESRS 2, IRO-1 | Beschrijving van het proces om materiële impacts, risico’s en kansen in kaart te brengen en te analyseren | SUS – Klimaatverandering | |
| E1-2 | Beleid ten aanzien van klimaatmitigatie en klimaatadaptatie | SUS – Klimaatverandering | |
| E1-3 | Maatregelen en middelen wat betreft beleid ten aanzien van klimaatverandering | SUS – Klimaatverandering | |
| E1-4 | Doelen inzake klimaatmitigatie en klimaatadaptatie | SUS – Klimaatverandering | |
| E1-5 | Energieverbruik en energiemix | SUS – Klimaatverandering | |
| E1-6 | Bruto Scope 1-, 2-, 3-emissies en totale broeikasgasemissies | SUS – Klimaatverandering | , |
| E1-8 | Interne koolstofbeprijzing | Niet van toepassing | |
| E1-9 | Beoogde financiële effecten van materiële fysieke en transitierisico’s en potentiële klimaatkansen | Ingefaseerd | |
| ESRS 2 – MDR – Milieu-incidenten | Hoofdstuk | Pagina |
|---|
| ESRS 2 – MDR-P | Beleid aangenomen voor het managen van materiële duurzaamheidsthema’s | SUS – Overige kwesties - Environment | |
| ESRS 2-MDR-A | Maatregelen en middelen wat betreft materiële duurzaamheidsthema’s | SUS – Overige kwesties - Environment | |
| ESRS 2-MDR-M | Maatstaven voor materiële duurzaamheidsthema’s | SUS – Overige kwesties - Environment | |
| ESRS 2-MDR-T | Effectiviteit van beleid en maatregelen monitoren aan de hand van doelen | SUS – Overige kwesties - Environment | |
| ESRS S1 - Eigen personeel | Hoofdstuk | Page |
|---|
| ESRS 2 SBM-2 | Belangen en opvattingen van stakeholders | SUS – Algemene toelichtingen | |
| ESRS 2, SBM-3 | Materiële impacts, risico’s en kansen en de wisselwerking daarvan met strategie en businessmodel | SUS – Eigen personeel | |
| S1-1 | Beleid ten aanzien van eigen personeel | SUS – Eigen personeel | |
| S1-2 | Processen om met eigen werknemers en werknemersvertegenwoordigers te overleggen over impacts | SUS – Eigen personeel | |
| S1-3 | Herstelprocessen voor negatieve impacts en kanalen voor eigen werknemers om zorgen kenbaar te maken | SUS – Eigen personeel | |
| S1-4 | Acteren op materiële impacts op eigen personeel, en benaderingen om wat eigen personeel betreft materiële risico’s te mitigeren en materiële kansen te benutten, en de effectiviteit van die maatregelen | SUS – Eigen personeel | |
| S1-5 | Doelen wat betreft het beheersen van materiële negatieve impacts, het bevorderen van positieve impacts en het beheersen van materiële risico’s en kansen | SUS – Eigen personeel | |
| S1-6 | Kenmerken van de werknemers van de onderneming | SUS – Eigen personeel | |
| S1-7 | Kenmerken van medewerkers niet in loondienst onder het eigen personeel van de onderneming | SUS – Eigen personeel | |
| S1-9 | Diversiteitsmaatstaven | SUS – Eigen personeel | , |
| S1-10 | Leefbare lonen | SUS – Eigen personeel | |
| S1-13 | Maatstaven voor opleiding en ontwikkeling van vaardigheden | SUS – Eigen personeel | , |
| S1-14 | Veiligheids- en gezondheidsmaatstaven | SUS – Eigen personeel | ,, |
| S1-16 | Beloningsmaatstaven (loonkloof en totale beloning) | SUS – Eigen personeel | |
| S1-17 | Incidenten, klachten en ernstige impacts op het gebied van mensenrechten | SUS – Eigen personeel | |
| ESRS S2 - Werknemers in de waardeketen | Hoofdstuk | Pagina |
|---|
| S2-1 | Beleid ten aanzien van werknemers in de waardeketen | SUS – Werknemers in de waardeketen | |
| S2-2 | Processen om met werknemers in de waardeketen te overleggen over impacts | SUS – Werknemers in de waardeketen | |
| S2-3 | Herstelprocessen voor negatieve impacts en kanalen voor werknemers in de waardeketen om zorgen kenbaar te maken | SUS – Werknemers in de waardeketen | |
| S2-4 | Acteren op materiële impacts op werknemers in de waardeketen, en benaderingen om wat betreft werknemers in de waardeketen materiële risico’s te beheersen en materiële kansen te benutten, en de effectiviteit van die maatregelen | SUS – Werknemers in de waardeketen | |
| S2-5 | Doelen wat betreft het beheersen van materiële negatieve impacts, het bevorderen van positieve impacts en het beheersen van materiële risico’s en kansen | SUS – Werknemers in de waardeketen | |
| ESRS S4 - Consumenten en eindgebruikers | Hoofdstuk | Pagina |
|---|
| S4-1 | Beleid ten aanzien van consumenten en eindgebruikers | SUS - Consumenten en eindgebruikers | |
| S4-2 | Processen om met consumenten en eindgebruikers te overleggen over impacts | SUS - Consumenten en eindgebruikers | |
| S4-3 | Herstelprocessen voor negatieve impacts en kanalen voor consumenten en eindgebruikers om zorgen kenbaar te maken | SUS - Consumenten en eindgebruikers | |
| S4-4 | Acteren op materiële impacts op consumenten en/of eindgebruikers en benaderingen om met betrekking tot consumenten en eindgebruikers materiële risico’s te beheersen en materiële kansen te benutten, en de effectiviteit van die maatregelen | SUS - Consumenten en eindgebruikers | |
| S4-5 | Doelen wat betreft het beheersen van materiële negatieve impacts, het bevorderen van positieve impacts en het beheersen van materiële risico’s en kansen | SUS - Consumenten en eindgebruikers | |
| ESRS G1 - Zakelijk gedrag | Hoofdstuk | Pagina |
|---|
| ESRS 2 – GOV-1 | De rol van de bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen | Verklaring deugdelijk bestuur; SUS - Zakelijk gedrag | , |
| ESRS 2 – IRO-1 | Beschrijving van het proces om materiële impacts, risico’s en kansen in kaart te brengen en te analyseren | SUS – Algemene toelichtingen; SUS - Zakelijk gedrag | |
| G1-1 | Beleid ten aanzien van zakelijk gedrag en bedrijfscultuur | SUS - Zakelijk gedrag | |
| G1-3 | Preventie en opsporing van corruptie of omkoping | SUS - Zakelijk gedrag | |
| G1-4 | Bevestigde incidenten van corruptie of omkoping | SUS - Zakelijk gedrag | |
| ESRS 2 – MDR – Cybersecurity, gegevensbescherming en privacy | Hoofdstuk | Pagina |
|---|
| ESRS 2 – MDR-P | Beleid aangenomen voor het managen van materiële duurzaamheidsthema’s | SUS – Overige governance kwesties | |
| ESRS 2-MDR-A | Maatregelen en middelen wat betreft materiële duurzaamheidsthema’s | SUS – Overige governance kwesties | |
| ESRS 2-MDR-M | Maatstaven voor materiële duurzaamheidsthema’s | SUS – Overige governance kwesties | |
| ESRS 2-MDR-T | Effectiviteit van beleid en maatregelen monitoren aan de hand van doelen | SUS – Overige governance kwesties | |
Bijlage B: Lijst van datapunten die voortvloeien uit andere EU-wetgeving
| Rapportage-eis en betrokken datapunt | SFDR referentie | Pillar 3 referentie | Benchmark Regulation referentie | EU Climate Law referentie | Pagina |
|---|
| ESRS 2 GOV-1 Genderdiversiteit raad van bestuur alinea 21(d) | x | | x | | |
| ESRS 2 GOV-1 Percentage onafhankelijke bestuurders alinea 21(e) | | | x | | |
| ESRS 2 GOV-4 Due-diligence-verklaring alinea 30 | x | | | | |
| ESRS 2 SBM-1 Betrokkenheid bij activiteiten m.b.t. activiteiten fossiele brandstoffen alinea 40(d) i | x | x | x | | Niet van toepassing |
| ESRS 2 SBM-1 Betrokkenheid bij activiteiten m.b.t. chemische productie alinea 40(d) ii | x | | x | | Niet van toepassing |
| ESRS 2 SBM-1 Betrokkenheid bij activiteiten m.b.t. controversiële wapens alinea 40(d) iii | x | | x | | Niet van toepassing |
| ESRS 2 SBM-1 Betrokkenheid bij activiteiten m.b.t. teelt en productie tabak alinea 40(d) iv | | | x | | Niet van toepassing |
| ESRS E1-1 Transitieplan om tegen 2050 klimaatneutraliteit te bereiken alinea 14 | | | | x | |
| ESRS E1-1 Ondernemingen uitgesloten van op Overeenkomst van Parijs afgestemde benchmarks alinea 16(g) | | x | x | | |
| ESRS E1-4 Doelen BKG-emissiereductie alinea 34 | x | x | x | | |
| ESRS E1-5 Totale energieverbruik uit hernieuwbare bronnen, uitgesplitst naar bronnen (alleen sectoren met grote klimaatimpact) alinea 38 | x | | | | |
| ESRS E1-5 Energieverbruik en energiemix alinea 37 | x | | | | |
| ESRS E1-5 Energie-intensiteit activiteiten in sectoren met grote klimaatimpact alinea’s 40 t/m 43 | x | | | | |
| ESRS E1-6 Bruto Scope 1-, 2-, 3-emissies en totale BKG-emissies alinea 44 | x | x | x | | |
| ESRS E1-6 Intensiteit bruto-BKG-emissies alinea’s 53 t/m 55 | x | x | x | | |
| ESRS E1-7 BKG-verwijderingen en carbon credits alinea 56 | | | | x | Niet van toepassing |
| ESRS E1-9 Blootstelling benchmarkportefeuille aan fysieke klimaatrisico’s alinea 66 | | | x | | Ingefaseerd |
| ESRS E1-9 Uitsplitsing geldbedragen in acuut en chronisch fysiek risico alinea 66(a) | | x | | | Ingefaseerd |
| ESRS E1-9 Locatie significante activa die materieel fysiek risico lopen alinea 66(c) | | x | | | Ingefaseerd |
| ESRS E1-9 Uitsplitsing boekwaarde vastgoedactiva naar energie-efficiëntieklasse alinea 67(c) | | x | | | Ingefaseerd |
| ESRS E1-9 Mate blootstelling portefeuille aan klimaatkansen alinea 69 | | | x | | Ingefaseerd |
| ESRS E2-4 Hoeveelheid emissies naar lucht, water en bodem van elke verontreinigende stof in bijlage II bij E-PRTR-verordening (Europees register uitstoot en overbrenging verontreinigende stoffen) alinea 28 | x | | | | Niet materieel |
| ESRS E3-1 Water en mariene hulpbronnen alinea 9 | x | | | | Niet materieel |
| ESRS E3-1 Specifiek beleid alinea 13 | x | | | | Niet materieel |
| ESRS E3-1 Duurzame oceanen en zeeën alinea 14 | x | | | | Niet materieel |
| ESRS E3-4 Totale hoeveelheid gerecycled en hergebruikt water alinea 28(c) | x | | | | Niet materieel |
| ESRS E3-4 Totale waterverbruik in m3 per netto-opbrengst eigen activiteiten alinea 29 | x | | | | Niet materieel |
| ESRS 2 — SBM-3 — E4 alinea 16 (a) i | x | | | | Niet materieel |
| ESRS 2 — SBM 3 — E4 alinea 16 (b) | x | | | | Niet materieel |
| ESRS 2 — SBM 3 — E4 alinea 16 (c) | x | | | | Niet materieel |
| ESRS E4-2 Praktijken of beleid duurzaam beheer bodem / duurzame landbouw alinea 24(b) | x | | | | Niet materieel |
| ESRS E4-2 Praktijken of beleid duurzaam beheer oceanen / zee alinea 24(c) | x | | | | Niet materieel |
| ESRS E4-2 Beleid tegen ontbossing alinea 24(d) | x | | | | Niet materieel |
| ESRS E5-5 Niet-gerecycled afval alinea 37(d) | x | | | | Niet materieel |
| ESRS E5-5 Gevaarlijk afval en radioactief afval alinea 39 | x | | | | Niet materieel |
| ESRS 2 – SBM3 – S1 Risico incidenten gedwongen arbeid alinea 14(f) | x | | | | , |
| ESRS 2 – SBM3 – S1 Risico incidenten kinderarbeid alinea 14(g) | x | | | | , |
| ESRS S1-1 Toezeggingen op gebied van mensenrechtenbeleid alinea 20 | x | | | | , |
| ESRS S1-1 Due-diligencebeleid rond kwesties aan de orde in fundamentele verdragen 1 t/m 8 van Internationale Arbeidsorganisatie alinea 21 | | | x | | , |
| ESRS S1-1 Procedures en maatregelen ter voorkoming van mensenhandel alinea 22 | x | | | | , |
| ESRS S1-1 Beleid of beheersystem ter voorkoming van arbeidsongevallen alinea 23 | x | | | | |
| ESRS S1-3 Klachtenregelingen alinea 32(c) | x | | | | |
| ESRS S1-14 Aantal sterfgevallen en aantal en aandeel arbeidsongevallen alinea 88(b) en (c) | x | | x | | |
| ESRS S1-14 Aantal verzuimdagen als gevolg van letsel, ongevallen, dodelijke ongevallen of ziekte alinea 88(e) | x | | | | |
| ESRS S1-16 Niet-gecorrigeerde loonkloof man-vrouw alinea 97(a) | x | | x | | |
| ESRS S1-16 Ratio buitensporige beloning CEO alinea 97(b) | x | | | | |
| ESRS S1-17 Gevallen van discriminatie alinea 103(a) | x | | | | |
| ESRS S1-17 Niet-nakoming UNGP’s on Business and Human Rights en OESO-richtlijnen alinea 104(a) | x | | x | | |
| ESR S2 – SBM3 – S2 Aanzienlijk risico kinderarbeid of gedwongen arbeid in waardeketen alinea 11(b) | x | | | | |
| ESRS S2-1 Toezeggingen op gebied van mensenrechtenbeleid alinea 17 | x | | | | |
| ESRS S2-1 Beleid ten aanzien van werknemers in waardeketen alinea 18 | x | | | | |
| ESRS S2-1 Niet-nakoming UNGP’s on Business and Human Rights en OESO-richtlijnen alinea 19 | x | | x | | |
| ESRS S2-1 Due-diligencebeleid rond kwesties aan de orde in fundamentele verdragen 1 t/m 8 van Internationale Arbeidsorganisatie alinea 19 | | | x | | |
| ESRS S2-4 Mensenrechten-problemen en -incidenten m.b.t. upstream- en downstream-waardeketen alinea 36 | x | | | | |
| ESRS S3-1 Toezeggingen op gebied van mensenrechten-beleid alinea 16 | x | | | | Niet materieel |
| ESRS S3-1 Niet-nakoming UNGP’s on Business and Human Rights, ILO-beginselen of OESO-richtlijnen alinea 17 | x | | x | | Niet materieel |
| ESRS S3-4 Mensenrechtenproblemen en -incidenten alinea 36 | x | | | | Niet materieel |
| ESRS S4-1 Beleid ten aanzien van consumenten en eindgebruikers alinea 16 | x | | | | |
| ESRS S4-1 Niet-nakoming UNGP’s on Business and Human Rights en OESO-richtlijnen alinea 17 | x | | x | | |
| ESRS S4-4 Mensenrechten-problemen en -incidenten alinea 35 | x | | | | |
| ESRS G1-1 VN-Verdrag tegen corruptie alinea 10(b) | x | | | | |
| ESRS G1-1 Bescherming klokkenluiders alinea 10(d) | x | | | | |
| ESRS G1-4 Geldboeten voor overtredingen wetgeving tegen corruptie en omkoping alinea 24(a) | x | | x | | |
| ESRS G1-4 Normen bestrijding corruptie en omkoping alinea 24(b) | x | | | | |
Bijlage C: Due diligence
De onderstaande tabel beschrijft in welke rubrieken de due-diligencemaatregelen van Azelis worden bekendgemaakt.
| Kernelementen van due diligence | Alinea's in de duurzaamheidsverklaring | Pagina nummer |
|---|
| a) Due diligence integreren in governance, strategie en businessmode | Risicobeheer | |
| Remuneratieverslag | |
| Governance voor duurzaamheid | |
| Governancekader (G1 Zakelijk gedrag) | |
| Verbeterde screeningsmogelijkheden (G1 Zakelijk gedrag) | |
| b) Getroffen stakeholders betrekken bij alle belangrijke stappen van de due diligence | Belangen en opvattingen van stakeholders | |
| Risicobeheer | |
| c) Negatieve impacts in kaart brengen en beoordelen | Dubbele materialiteitsanalyse | |
| Risicobeheer | |
| De dialoog aangaan met werknemers in de waardeketen (S2 Werknemers in de waardeketen) | |
| Beoordeling van het klimaatrisico (E1 Klimaatverandering) | |
| Bestrijding van corruptie en omkoping (G1 Zakelijk gedrag) | |
| SpeakUp! (G1 Zakelijk gedrag) | |
| d) Maatregelen nemen om die negatieve impacts aan te pakken | Raadpleeg de relevante hoofdstukken waarin het betreffende beleid, de maatregelen en de maatstaven worden beschreven. | Raadpleeg de relevante hoofdstukken. |
| e) De effectiviteit van deze inspanningen monitoren en daarover communiceren | Raadpleeg de relevante hoofdstukken waarin het betreffende beleid, de maatregelen en de maatstaven worden beschreven. | Raadpleeg de relevante hoofdstukken. |
Bijlage D: EU Taxonomie samenvatting
| Boekjaar (N) | 2025 | Uitsplitsing naar milieudoelstellingen van op de taxonomie afgestemde activiteiten | Aandeel faciliterende activite (12) | Aandeel transitie- ondersteunende activite (13) | Nietbeoordeelde activiteiten die als nietmaterieel worden beschouw (14) | Op de taxonomie afgestemde activiteiten in het vorige boekjaar (N-1) (15) | Aandeel van op de taxonomie afgestemde activiteiten in het voorgaande boekjaar (N-1) (16) |
|---|
| KPI (1) | Total (2) | Aandeel van voor de taxonomie in aanmerking komende activiteiten (3) | Op de taxonomie afgestemde activiteiten (4) | Aandeel van op de taxonomie afgestemde activiteiten (5) | Klimaatmitigatie (6) | Klimaatadaptatie (7) | Water (8) | Circulaire economie (9) | Verontreiniging (10) | Biodiversiteit (11) |
|---|
| | kEUR | % | kEUR | % | % | % | % | % | % | % | % | % | % | kEUR | % |
| Omzet | 4.110.780 | 0% | 0 | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% | 0 | 0% |
| CapEx | 88.856 | 40,6% | 0 | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% | 0,2% | 0 | 0% |
| OpEx | 11.147 | 0% | 0 | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% | 0 | 0% |
Bijlage E: CapEx KPI
| Boekjaar (N) | 2025 | | Milieudoelstelling van op de taxonomie afgestemde activiteiten | Faciliterende activiteit (12) | Transitie- ondersteunende activiteit (13) | Aandeel van op de taxonomie afgestemd in voor de taxonomie in aanmerking komend (14) |
|---|
Economische activiteiten (1) | Code (2) | Voor de taxonomie in aanmerking komende KPI (aandeel van voor de taxonomie in aanmerking komende CapEx) (3) | Op de taxonomie afgestemde KPI (monetaire waarde van CapEx) (4) | Op de taxonomie afgestemde KPI (aandeel op de taxonomie afgestemde CapEx) (5) | Klimaatmitigatie (6) | Klimaatadaptatie (7) | Water (8) | Circulaire economie (9) | Verontreiniging (10) | Biodiversiteit (11) |
|---|
| Tekst | | % | kEUR | % | % | % | % | % | % | % | (E waar van toepassing) | (T waar van toepassing) | % |
| Verwerving en eigendom van gebouwen | KM 7.7 | 29,4% | 0 | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% | 0 | 0 | 0% |
| Vervoer met motorfietsen, personenauto’s en lichte bedrijfsvoertuigen | KM 6.5 | 8,1% | 0 | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% | 0 | 0 | 0% |
| Renovatie van bestaande gebouwen | KM 7.2 | 3,1% | 0 | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% | 0 | 0 | 0% |
| Som van de afstemming per doelstelling | | | | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% | | | |
| Totale KPI (CapEx) | 40,6% | 0 | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% |
Verklarende woordenlijst
Verklarende woordenlijst
Alliance for Chemical Distribution in de VS
Frans agentschap voor ecologische transitie
Akita I S.à.r.l., een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (société à responsabilité limitée) opgericht naar het recht van het Groothertogdom Luxemburg, die indirect onder zeggenschap staat van EQT VIII SCSp, een fonds dat wordt beheerd en geadviseerd door dochterondernemingen van EQT AB
De algemene vergadering van aandeelhouders van de Vennootschap
Advanced Materials & Additives
Het Audit- en Risicocomité van de Raad van Bestuur
Belgian Association of Chemical Distributors
De Britse Chemical Business Association (vereniging van chemische bedrijven)
Het Carbon Disclosure Project, een rating systeem voor duurzaamheid- en koolstofgerelateerde toelichtingen
Het charter deugdelijk bestuur van de Vennootschap, beschikbaar op de website van de Vennootschap
De chief executive officer van de Vennootschap, per 31 december 2025 mevrouw Anna Bertona (handelend als permanent vertegenwoordiger van AUR-O-RA BV)
De chief financial officer van de Vennootschap, tot en met 31 december 2025 de heer Thijs Bakker (handelend als permanent vertegenwoordiger van Cloudworks BV). Vanaf 1 januari 2026, de heer Cambon-Lalanne (handelend als permanent vertegenwoordiger van Aubolésama BV)
Case Management System
De Belgische Corporate Governance Code 2020, beschikbaar op de website van de Belgische Commissie Corporate Governance
Committee of Sponsoring Organizations of the Treadway Commission
Consumptieprijsindex
Beoordeling van het klimaatrisico
Customer Relationship Management
Chemical Road Transportation Safety Assessment System
Corporate Social Responsibility, of Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO)
Corporate Sustainability Reporting Directive
De Dealing Code van de Vennootschap wordt uiteengezet in Bijlage 5 van het Charter
Brits ministerie voor Milieu, Voeding en Plattelandszaken
Diversity, equity & inclusion (diversiteit, gelijkwaardigheid en inclusie)
Dubbele materialiteitsbeoordeling
Do no significant harm (geen ernstige afbreuk doen aan)
Employee Assistance Program
Milieubeschermingsagentschap van de VS
EQT AB en/of een of meer van haar directe of indirecte dochterondernemingen (met uitzondering van de EQT-fondsen en hun portfoliobedrijven)
Enterprise risk management
Europees uniform elektronisch formaat
Environment, Social en Governance
European Sustainability Reporting Standard
Werknemerstevredenheidsenquête
European Association of Chemical Distributors
Financial Services and Markets Authority (Autoriteit voor financiële diensten en markten / Autorité des services et marchés financiers)
General Data Protection Regulation, (Algemene Verordening Gegevensbescherming, AVG)
Greenhouse Gas, Broeikasgas (of BKG)
Algemeen management team
Global Reporting Initiative
De Vennootschap en haar geconsolideerde dochterondernemingen
Health, safety and environment (Gezondheid, veiligheid en milieu)
Interne controle op de financiële rapportering
Interne controle op de duurzaamheidsrapportering
Internationale brancheorganisatie voor chemische industrie
Internationaal Energieagentschap
International Labor Organization (internationale arbeidsorganisatie)
Intergovernmental Panel on Climate Change
Initial public offering, of beursgang van de Vennootschap op de gereglementeerde markt van Euronext Brussel in september 2021
Impact, risico's en kansen
Internationale Organisatie voor Standaardisatie
Jaarlijkse algemene vergadering
Locatiegebaseerd
Lubricants & Metalworking Fluids
Het langetermijnincentiveplan van de Vennootschap
Mergers and acquisitions (Fusies en overnames)
Marktgebaseerd
Minimumgaranties
Algemene Nomenclatuur van de Economische Activiteiten in de Europese Gemeenschap
National Chemical Emergency Centre (Nationaal Centrum voor Chemische Noodsituaties)
Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling
Akita Management Participation 1 SCSp en Akita Management Participation 2 SCSp
Hoeveelheid uitgestoten broeikasgas van een product
Product Information Management (gebruikt voor het beheer van productinformatie)
Post-merger integration (integratie na de fusie)
Portfolio Sustainability Assessment
Pharmaceutical Supply Chain Initiative
De Raad van Bestuur van de Vennootschap
Responsible Care®
Responsible Distribution®
Research and Development (onderzoek en ontwikkeling)
Certificaat voor hernieuwbare energie
Het Remuneratie- en Benoemingscomité van de Raad van Bestuur
Regulatory Information Management
Activa met gebruiksrecht
Roundtable on Sustainable Palm Oil
Science Based Target initiative
Veiligheidsinformatieblad
Safety, Health, Environment and Quality (veiligheid, gezondheid, milieu en kwaliteit)
Sedex Members Ethical Trade Audit (toetsingskader voor ethische handel)
Simplified molecular input line entry system code (Vereenvoudigde code voor moleculaire inputlijn)
Safety & Quality Assessment for Sustainability (instrument voor beoordeling van veiligheid, kwaliteit en milieuprestaties)
Sustainability Steering Committee ('De Stuurgroep')
Socio-economic Pathways
De statuten van de vennootschap, zoals voor het laatst gewijzigd op 13 juni 2024
Duurzaamheidsverklaring (Sustainability statement)
Het kortetermijnbonusplan van de Vennootschap
Taskforce on Climate-related Financial disclosures framework
Together for Sustainability®
Technische screeningscriteria
Total shareholder return (aandeelhoudersrendement)
Uitvoerend Comité van de Vennootschap
United Nations Global Compact Initiative
United National Sustainability Development Goal (Duurzaam ontwikkelingsdoel)
De Duitse Distributor Association
Azelis Group NV
De Nederlandse Chemical Distributor Association
Voltijdsequivalent
World Business Council for Sustainable Development
Well-to-tank (van bron naar tank)
Het Belgische Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen
Financiële kalender en contactgegevens
| Datum | Evenement |
|---|
| 23 april 2026 | Persbericht Q1 2026 |
| 13 mei 2026 | Algemene vergadering 2026 |
| 29 juni 2026 | Ex-dividend datum |
| 30 juni 2026 | Dividend record datum |
| 1 juli 2026 | Dividend betaaldatum |
| 30 juli 2026 | Halfjaarresultaten 2026 |
| 22 oktober 2026 | Persbericht Q3 2026 |
Investor relations, e-mailadres: [email protected] - Tel.: +32 3 613 0127
Disclaimer
Dit Geïntegreerde Verslag bevat mogelijk verklaringen met betrekking tot Azelis Group NV (de 'Vennootschap') en/of aan haar verbonden ondernemingen (gezamenlijk 'Azelis' of de 'Azelis Groep') die geen historische feiten zijn, bewoordingen bevatten zoals 'potentieel', 'is van mening dat', 'anticipeert', 'verwacht', 'is van plan', 'plant', 'streeft naar', 'schat', 'kunnen', 'zullen', 'blijven' en soortgelijke uitdrukkingen, en die hierbij worden aangeduid als 'toekomstgerichte verklaringen'. Dergelijke toekomstgerichte verklaringen omvatten, maar zijn niet beperkt tot, verklaringen met betrekking tot de toekomstige bedrijfsvooruitzichten, omzet, werkkapitaal, liquiditeit, kapitaalbehoeften, rentekosten en winst met betrekking tot de Azelis Groep.
De toekomstgerichte verklaringen en schattingen die hierin zijn opgenomen, geven het oordeel weer van de Raad van Bestuur en het management van de Vennootschap en zijn gebaseerd op de informatie waarover de Raad van Bestuur en het management van de Vennootschap beschikten op de datum van dit geïntegreerde verslag. Ze zijn onderhevig aan een aantal bekende en onbekende risico's, onzekerheden, aannames en andere factoren die ertoe kunnen leiden dat de werkelijke resultaten, financiële toestand, prestaties of verwezenlijkingen, of bedrijfsresultaten wezenlijk verschillen van die uitgedrukt of geïmpliceerd door de toekomstgerichte verklaringen.
Deze toekomstgerichte verklaringen mogen niet worden beschouwd als garanties voor de toekomstige prestaties van de Azelis Group en moeten daarom worden gezien in het licht van diverse belangrijke factoren die ervoor kunnen zorgen dat de werkelijke resultaten wezenlijk verschillen van schattingen of prognoses in de toekomstgerichte verklaringen. Deze omvatten, maar zijn niet beperkt tot, de wereldwijde verspreiding en impact van militaire conflicten en pandemieën, economische en conjunctuurcycli, de voorwaarden van de financieringsregelingen van Azelis, wisselkoersschommelingen, concurrentie in de belangrijkste markten van Azelis, overnames of afstotingen van bedrijven of activa potentiële of werkelijke inbreuken op de gegevensbeveiliging, veranderingen in wet- en regelgeving, veranderingen of onzekerheden in belastingwetten of de administratie daarvan, het aanwerven en behouden van werknemers, en trends in de belangrijkste sectoren of economieën waarin Azelis actief is. Het is mogelijk dat de inspanningen van Azelis om bedrijven over te nemen en te integreren niet zo succesvol zijn als Azelis op het moment van de overname dacht. Ten slotte kan een storing, cyberaanval of inbreuk op de informatiebeveiliging de vertrouwelijkheid, integriteit en beschikbaarheid van de gegevens en systemen van Azelis in gevaar brengen.
Bovenstaande opsomming van belangrijke factoren is niet exhaustief. Bij het overwegen van toekomstgerichte verklaringen moet zorgvuldig worden gekeken naar de bovengenoemde factoren en andere onzekerheden en gebeurtenissen, evenals naar factoren die worden beschreven in andere documenten die van tijd tot tijd door de Vennootschap worden gepubliceerd bij de Belgische Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA) of op de website van Azelis. Er dient geen overdreven geloof te worden gehecht aan dergelijke toekomstgerichte verklaringen, die slechts gelden op de datum van deze publicatie en geen mogelijke gevolgen weerspiegelen van de zich ontwikkelende militaire conflicten, pandemieën of andere tegenspoed, tenzij anders aangegeven. Behalve voor zover de FSMA, Euronext of de toepasselijke wetgeving dat voorschrijft, wijst de Vennootschap elke verplichting af om toekomstgerichte verklaringen publiekelijk bij te werken of te herzien, in het licht van nieuwe informatie, toekomstige gebeurtenissen of anderszins. Bepaalde financiële informatie in dit geïntegreerde verslag is afgerond volgens algemeen aanvaarde regels. Als gevolg hiervan kan dit geïntegreerde verslag kleine afrondingsverschillen vertonen ten opzichte van vergelijkbare periodes zoals eerder gepresenteerd. Op grond van de Belgische wetgeving is Azelis verplicht haar geïntegreerde verslag in het Nederlands op te stellen. Azelis heeft dit verslag ook in het Engels gepubliceerd.
Het Geïntegreerd Verslag is beschikbaar op de investor relations website. Andere informatie op de website van Azelis of een andere website maakt geen deel uit van dit Geïntegreerd Verslag.