2025
Jaarverslag
Inhoudstafel
01 STRATEGISCH VERSLAG
3
02 DUURZAAMHEIDSVERSLAG
19
Bericht van de CEO
4
Algemene informatie 20
Financieel overzicht 5 Milieu-informatie 53
BEYOND
7
Sociale informatie
99
Bedrijfsmodel Belysse Group
9
Governance informatie
114
De groep in een oogopslag 10 Commissarisverslag 120
Segmenten 11
Merken 12
Belysse Group in cijfers
14
Belysse Group wereldwijd
15
Hoogtepunten 2025 16
03 CORPORATE GOVERNANCE 127
Corporate Governance 128
Renumeratiebeleid 157
Samenvatting van de belangrijkste risico's 162
04 JAARREKENING 165
Jaarrekening 166
Commissarisverslag 222
Glossarium 230
Investeerdersrelaties 231
01 Strategisch verslag
01 Strategisch verslag Belysse Jaarverslag 2025 4
James Neuling, CEO
Boodschap
van
de CEO
James Neuling, CEO van Belysse Group, lichtte toe:
De zwakke marktomstandigheden hielden ook in 2025 aan, met name in onze
Europese Residential activiteiten, terwijl de activiteiten binnen de
Commercial divisie in zowel de VS als Europa veerkrachtiger bleven. De
gerapporteerde financiële cijfers van Bentley Mills werden daarnaast beïnvloed
door ongunstige USD wisselkoerseffecten.
Ik wens het team te bedanken voor hun voortdurende inspanningen op vlak
van commerciële uitmuntendheid, efficiëntie en kostenbeheersing terwijl
we uitkijken naar het herstel van de markten.
Daarnaast heeft de Europese divisie zich voorbereid op een belangrijke upgrade
van haar ERP-systeem in 2026.
We blijven goede vooruitgang boeken in ons duurzaamheidsprogramma, waarbij
we de CO2-uitstoot per geproduceerde m² verder hebben verminderd met
0,9 kg, een daling van 23% ten opzichte van de 2018 referentiewaarde, het aandeel
gecertificeerd gerecycleerd materiaal werd van 33,4% in 2024 naar 36,4% in
2025 verhoogd en collecties werden succesvol gecertificeerd volgens de
nieuwste Cradle to Cradle-normen.
In 2025 hebben zowel Modulyss als Bentley hun Cradle to Cradle Certified®-
collecties opnieuw gecertificeerd volgens de meest recente Cradle to Cradle
Certified® Product Standard, waarmee ze een Full Scope-certificering volgens
Versie 4.0 behaalden.
01 Strategisch verslag Belysse Jaarverslag 2025 5
Financieel overzicht
Beoordeling per divisie
Verenigde Staten
De daling van de omzet in boekjaar 2025 werd
voornamelijk veroorzaakt door lagere volumes en
ongunstige USD-omrekeningseffecten, wat gedeeltelijk werd
gecompenseerd door hogere gemiddelde verkoopprijzen.
De gecorrigeerde EBITDA over het volledige jaar 2025 daalde
ten opzichte van het voorgaande jaar, terwijl de gecorrigeerde
EBITDA-marge licht toenam.
Hoewel de volumes in de tweede helft van het jaar lager waren
dan in dezelfde periode vorig jaar, met een omzet in Q4 2025
die bij constante wisselkoersen 8.8% lager lag dan het
voorgaande jaar, vertoonde het orderboek aan het einde van
Q4 2025 tekenen van verbetering.
Europa
De marktzwakte bleef aanhouden en beïnvloedde de
volumes en inkomsten negatief, met name in de
residentiële sector.
De aangepaste EBITDA voor het volledige jaar 2025
daalde als gevolg van de lagere volumes, die gedeeltelijk
werden gecompenseerd door verbeterde prijzen, een
hoger aandeel in de commerciële activiteiten en lagere
vaste kosten.
01 Strategisch verslag Belysse Jaarverslag 2025 6
Financieel overzicht
Overzicht overige financiële posten
Niet-recurrente elementen beneden
de Gecorrigeerde EBITDA
De netto-impact van eenmalige posten op het
nettoresultaat van 2025 was negatief ten belope van
€ 5,9 miljoen (€ 0,16 per aandeel), vergeleken
met een positief impact van € 0,1 miljoen (€ 0,00 per
aandeel) in 2024. De uitgave in 2025 heeft voornamelijk
betrekking op de implementatie van ons nieuwe ERP-
systeem en de opname voor bodemsanering en -zuivering
in Europa.
Belastingen
De Groep rapporteerde een belastinglast voor 2025 van
€ 3,5 miljoen (€ 2,3 miljoen in 2024) op basis van
een totaal verlies voor belastingen van € 3,1 miljoen
(winst voor belastingen van € 12,9 miljoen in 2024). Dit bedrag
vloeit voornamelijk voort uit de belastingheffing op de
winsten van onze Amerikaanse divisie en het niet erkennen
van uitgestelde belastingvorderingen op de verliezen in
Europa.
Netto financiële kosten
De netto financieringskosten van € 12,3 miljoen (€
10,1 miljoen in 2024) vertegenwoordigen in grote mate
de rentelasten op externe leningen.
Deze stijging wordt in
2025 sterk beïnvloed door de effecten van de USD-vertaling
en het eenmalige positieve effect van de afwikkeling van de
Senior Secured Note die in 2024 afliep.
Winst per aandeel
Verlies per aandeel van € 0,18 in 2025 in vergelijking met
een winst per aandeel van € 0,29 in 2024.
Dividend
Onze focus blijft liggen op schuldafbouw en het verder
investeren in het bedrijf, de Raad van Bestuur zal geen
dividend voor het jaar voorstellen.
01 Strategisch verslag Belysse Jaarverslag 2025 7
BEYOND
Ter herinnering: ons 4-jarige transformatieplan dat in januari 2022
onder de naam BEYOND van start ging, bestaat uit drie pijlers
Meer aandacht voor duurzaamheid door
innovatieve producten en productieprocessen
Voortdurend streven naar meer efficiëntie door
Lean-strategieën
Nadruk op wendbaarheid door digitale en
operationele verbeteringsinitiatieven
Duurzaamheid door innovatie
De totale scope 1 en 2 CO₂-uitstoot in onze productielocaties per geproduceerde m2 is met 23%
verminderd ten opzichte van het referentiejaar 2018. In de loop van 2025 werden verschillende nieuwe initiatieven
gelanceerd, zoals technische aanpassingen om het energieverbruik te verminderen, de installatie van EV-laadinfrastructuur,
elektrificatie van het bedrijfswagenpark, verdere elektrificatie van heftrucks en het vergroten van ons aandeel in de
gebruikte hernieuwbare energie.
Binnen ons BEYOND-programma hebben we ons geëngageerd om tegen 2025 50% gerecycleerde inhoud te gebruiken voor
modulyss en Bentley. Beide vestigingen hebben deze BEYOND-doelstelling voor gerecycleerde inhoud gehaald, waarbij ze elk
de 50%-drempel overschreden.
In 2025 hebben zowel modulyss als Bentley hun Cradle to Cradle Certified®-collecties opnieuw gecertificeerd volgens de
meest recente Cradle to Cradle Certified® Product Standard, waarmee ze een Full Scope-certificering volgens Versie 4.0
behaalden.
01 Strategisch verslag Belysse Jaarverslag 2025 8
BEYOND
Efficiëntie
Wendbaarheid
De Lean-besparingen voor 2025 bedroegen €1,7 miljoen,
gedreven door 23 verbeteringsinitiatieven, tegenover een
doel om €1,5 miljoen te realiseren in dit vierde jaar van
BEYOND.
Dit betekent dat het Lean-programma vanaf de start in
januari 2022 tot nu €9,3 miljoen aan besparingen heeft
opgeleverd, ten opzichte van de geplande €8,0 miljoen.
Deze besparingen waren te danken aan sterke bijdragen van
initiatieven op het gebied van kwaliteit, materiaal, energie-
en arbeidsefficiëntie-initiatieven.
We werken voortdurend aan het verbeteren van onze
leveringsprestaties en het serviceniveau aan onze klanten,
terwijl we tegelijkertijd onze end-to-end voorraad beheren:
• Ons Fast Track quick-ship-programma bij Bentley,
ontworpen voor maximale flexibiliteit en versnelde
levering aan de klant, omvat een breed scala van 20
stijlen die 38% van de modulaire tapijtverkoop
gedurende het jaar
vertegenwoordigen. Bestellingen tot 1.250 vierkante
meter van producten in dit programma zijn binnen
10 werkdagen na bestelling klaar voor verzending.
• Ons quick ship programma bij modulyss.
In de snelle wereld van design & build is tijd van
essentieel belang. Daarom hebben we een "quick
ship"-programma gedefinieerd voor producten in 17
collecties, waarbij producten binnen 2 tot 4 weken
klaar zijn voor verzending.
01 Strategisch verslag Belysse Jaarverslag 2025 9
Bedrijfsmodel Belysse Group
01 Strategisch verslag Belysse Jaarverslag 2025 10
De Groep in een oogopslag
Belysse Group is een toonaangevende producent van
textielvloerbekleding met een jarenlange expertise in
zachte vloeren. Belysse creëert, ontwikkelt en produceert
duurzame vloeroplossingen voor commerciële en
residentiële toepassingen over de hele wereld. Onder
premium merken ITC, modulyss, arc edition en Bentley.
Belysse Group rapporteerde een geconsolideerde omzet
van €254,2 miljoen, met een focus van 90% op Noord-
Amerika en Europa onder de premiummerken Bentley
(VS), modulyss, arc edition en ITC (Europa). Belysse heeft
ongeveer 1.000 mensen in dienst en heeft drie
productievestgingen: 2 in België (Tielt en Zele) en 1 in de
Verenigde Staten (Los Angeles).
In 2022 werd het merk Balta verkocht aan Victoria PLC,
samen met de Rugs, Residential polypropyleen en Non-
Woven activiteiten. Sindsdien ligt de focus van de groep
vooral op de ontwikkeling van de commerciële en premium
residentiële activiteiten in Europa en de VS, onder het
moedermerk Belysse.
De geschiedenis van Belysse start bijna zes decennia
geleden. Zestig jaar vol textielinnovatie en belangrijke
mijlpalen. Van productlanceringen tot grote
omwentelingen binnen het bedrijf.
Belysse Group NV is beursgenoteerd op Euronext
Brussels sinds juni 2017.
01 Strategisch verslag Belysse Jaarverslag 2025 11
Segmenten
Verenigde Staten
Europa
01 Strategisch verslag Belysse Jaarverslag 2025 12
Merken
Kwaliteit voor de meest high-end klanten; sinds 2010 ontwerpt
en produceert modulyss zachte vloeroplossingen voor
internationale, commerciële projecten. Steeds met een
doorgedreven aandacht voor creativiteit, functionaliteit en
duurzaamheid. Het resultaat? Vloeren voor elke ruimte en
gelegenheid
Trendy en comfortabele vloeroplossingen? Bij ITC vind je het
perfecte assortiment voor elke woonruimte. Van getufte
kamerbrede tapijten tot tapijttegels en vloerkleden: zachte
ontwerpen die elke kamer veranderen in een warme, stijlvolle
plek om thuis te komen.
01 Strategisch verslag Belysse Jaarverslag 2025 13
Merken
arc edition transformeert kamers over de hele wereld. Of ze
nu zijn ontworpen voor horeca, vrije tijd of kantoor, de
kamerbrede tapijtvloeroplossingen van arc edition
combineren passie, creativiteit en technische knowhow.
Oplossingen op maat die passen bij uw wensen, wat die ook
mogen zijn.
Sinds 2025 vind je het commerciële kamerbrede assortiment
van arc edition binnen ITC onder de naam
High Performance Collections.
Bentley Mills Inc. is al meer dan 45 jaar een pionier
in tapijtontwerp. In Californië, de thuisbasis,
ontwerpt het tapijten en tapijttegels voor de meest
stijlvolle, internationale interieurs: tijdloos, luxueus
en duurzaam. Bentley Mills Inc. neemt zijn sociale
verantwoordelijkheid ernstig en dat loont, want het
bedrijf nam al het Cradle to Cradle®- en
het NSF® 140 certificaat in ontvangst.
Bij Bentley Mills produceren we tapijt zonder Red List
stoffen, PVC-vrij, PFAS-vrij en zonder antimicrobiële
additieven, in een LEED-EB Gold-faciliteit in Californië, die
werkt onder de strengste milieuvoorschriften in het land.
01 Strategisch verslag Belysse Jaarverslag 2025 14
Belysse Group in cijfers
01 Strategisch verslag Belysse Jaarverslag 2025 15
Belysse Group wereldwijd
Belysse is actief in zowel Europa als de VS. België huisvest ons hoofdkantoor (Waregem) en twee
productiefabrieken (Zele en Tielt), terwijl de VS één productiefabriek heeft (Los Angeles).
Maar het zijn niet alleen onze faciliteiten die wereldwijd te vinden zijn! Onze producten worden ook
internationaal gewaardeerd en daarom blijven we dicht bij de A&D-gemeenschap aan beide zijden van de
Atlantische Oceaan. Met modulyss-showrooms in Londen, Parijs en Gent, en met Bentley Mills-showrooms in
New York, Boston, Chicago, Atlanta, Washington DC, Los Angeles en San Francisco.
01 Strategisch verslag Belysse Jaarverslag 2025 16
Hoogtepunten 2025
Europa & VS
•
Daling van de omzet met 9,3% tot €254,4
miljoen en een daling van de Gecorrigeerde
EBITDA met 23,5% tot €32,5 miljoen
• In 2025 werden onze doelstellingen voor het
verminderen van broeikasgassen officieel
gevalideerd door het Science Based Targets-
initiatief (SBTi). Onze goedgekeurde
kortetermijndoelstellingen verplichten ons om
onze absolute scope 1- en 2-uitstoot van
broeikasgassen tegen 2030 met 42% te
verminderen, ten opzichte van het referentiejaar
2023, en om onze absolute scope 3
broeikasgasemissies uit aangekochte goederen
en diensten en upstream transport & distributie
binnen dezelfde periode met 25% te
verminderen.
•
Binnen ons BEYOND-programma hebben
we ons geëngageerd om tegen 2025 50%
gerecycleerde grondstoffen te gebruiken
voor modulyss en Bentley. Beide
vestigingen hebben deze BEYOND-
doelstelling voor gerecycleerde
grondstoffen behaald, waarbij ze elk de
50%-drempel overschreden.
• Zowel Bentley als modulyss hebben hun
Cradle to Cradle Certified® portfolio's
opgewaardeerd naar C2C Certified® Full
Scope-certificering volgens versie 4.0.
•
Begin 2025 werden prijsstijgingen per
product doorgerekend om de looninflatie te
helpen compenseren.
• De energie en -grondstofprijzen daalden in H1 en
stabiliseerden daarna in H2.
Marktsegment Architecten & Ontwerpers
•
We blijven onze service aan de
A&D-community optimaliseren en
versterken onze rechtstreekse connectie
met klanten, terwijl we meer impactvolle en
waardevolle projecten realiseren. We
hebben opnieuw belangrijke en innovatieve
productlanceringen gerealiseerd, waardoor
modulyss zich verder heeft versterkt als een
toonaangevende leverancier van
hoogwaardige vloeroplossingen in
meerdere categorieën (tapijttegels, LVT,
broadloom, op maat gedrukte tegels en op
maat ontwikkelde chromojet-broadloom)
binnen de segmenten kantoor, onderwijs,
hospitality en distributie.
•
We lanceerden de Broadloom High
Performance Collection ter vervanging van
onze arc edition. Deze collectie is gericht op
de projectmarkt en is bijzonder geschikt
voor hospitality. De collectie omvat 50
standaardontwerpen en maakt gebruik van
milieuvriendelijk gekleurd nylon voor de
basiskleuren, die voor de klant met meer
specifiekere wensen verder kunnen worden
overkleurd. Dit ondersteunt ons in het
efficiënter beheren van zowel de voorraad
Europa
• Daling van de omzet met 12,2% tot €110,5
miljoen en een daling van de Gecorrigeerde
EBITDA met 57% tot €4,5 miljoen.
01 Strategisch verslag Belysse Jaarverslag 2025 17
Hoogtepunten 2025
als onze milieubelasting.
•
Onze recent gelanceerde ecoBACK PLUS
won snel aan populariteit in de markt en
zorgde voor heel wat positieve aandacht,
doordat architecten en
projectontwikkelaars de voordelen
omarmden van het hoge aandeel van 85%
gerecycleerde en biogebaseerde
materialen en de extreem lichte
samenstelling. Deze biedt een
gewichtsreductie van 48%, met primaire
voordelen dankzij het lagere en
alternatieve materiaalgebruik, en
secundaire voordelen door verminderde
transportemissies.
o Toonaangevende architectenbureaus
benadrukten dit in hun interne
communicatie.
o De collectie werd verder uitgebreid met de
lancering van Haelo in het vierde kwartaal.
Dit bouwt voort op het bestaande concept
en maakt gebruik van een nieuw
conceptgaren met 90% gecertificeerd
gerecycleerd materiaal.
• De uitrol van onze Revolt LVT-collectie kreeg
steeds meer aandacht en bedrijven begonnen
deze te gebruiken als een aanvulling op onze
kernactiviteiten met modulyss-tapijttegels.
Het Distribution & Retail segment
• De Distribution & Retail-omgeving kreeg in 2025 te
maken met grote verstoringen, waaronder het
vertrek van enkele belangrijke spelers en
inspanningen rond klantenconsolidatie.
• Klanten hebben blijvend of vernieuwd vertrouwen
getoond in onze expertise.
• Beperkte wijzigingen in ons productportfolio
waren gericht op de low-end legacy-collecties en
we blijven ons stevig richten op de high-end
segmenten voor polyamide en polyester.
• De prijsniveaus bleven stabiel in dit segment.
01 Strategisch verslag Belysse Jaarverslag 2025 18
Verenigde Staten
• Bentley leverde veerkrachtige Gecorrigeerde EBITDA-
prestaties van €29,9 miljoen ondanks een uitdagende
commerciële vloermarkt. Zelfs met ongunstige
omstandigheden door langdurige Amerikaanse
overheidssluitingen, een zwakkere USD en onzekerheid
in de tarieven. Door onze sterke lokale
toeleveringsketen bleef de impact van de nieuw
ingevoerde tarieven beperkt. De winstgevendheid
werd ondersteund door een gunstige productmix en
gedisciplineerde kostenbeheersing.
• Bentley Mills zet de overgang voort van onze Nylon 6
en Nylon 6,6 portfolio met strategische lanceringen
die aansluiten bij onze langetermijndoelstellingen om
ons premium nylonmateriaalaanbod in balans te
brengen.
• We realiseerden sterke prestaties in onze
kernmarktsegmenten en versterkten daarmee onze
positie als betrouwbare partner in commerciële
omgevingen met hoge impact. We blijven groeien in
belangrijke segmenten zoals stadions en arena’s,
grote retail en luchthavens, dankzij onze focus op
design, prestaties en duurzaamheid. Onze
onderhoudsvriendelijkheid, duurzaamheid en
leiderschap op het vlak van milieu worden door
eindgebruikers in positieve zin benadrukt als
belangrijke redenen in hun besluitvorming.
• Daarnaast zien we dat deze successen bij prestigieuze
projecten uitgroeien tot terugkerende omzet, met een
evenwichtige mix van inkomsten uit stabiele,
langdurige klantenrelaties en groeigerichte
partnerschappen. Om onze
langetermijngroeimomentum te versterken
o Retail: de voortdurende samenwerking met
nationale retailers leverde terugkerende
inkomsten op, gekoppeld aan
nieuwe
winkelopeningen, leaseverlengingen en
renovaties.
o Corporate & headquarters: dienst gedaan als
vaste vloerpartner voor toonaangevende
wereldwijde merken, waaronder
meergebouwen-hoofdkantoren en creatieve
faciliteiten. Dit werd benadrukt door é
én enkel
campusproject voor een corporate klant met
een waarde van meer dan $2M.
o Hospitality & Events:
Ondersteunde
internationaal zichtbare evenementen en
tijdelijke installaties met herbruikbare
vloersystemen die jaarlijks terugkerende vraag
genereren.
o Publieke & gespecialiseerde markten: Ons
leiderschap in maatwerkontwerpen werd
versterkt door een baanbrekend
congrescentrumproject, en we breidden ons
bereik uit naar automobiel- en gespecialiseerde
retailprogramma’s. Onderhoudsvriendelijkheid,
duurzaamheid en onze voortrekkersrol op het
gebied van milieu worden door eindgebruikers
consequent in positieve zin genoemd als
belangrijke beslissingscriteria.
• Bentley heeft strategische veranderingen doorgevoerd
binnen het senior management die een reeds sterke
organisatie verder versterken. Nieuwe leiders op het
gebied van Operations, Sales, Product Design en
Marketing tillen het Bentley-merk naar een hoger niveau,
verbeteren de uitvoering en positioneren het bedrijf
voor versnelde groei in 2025 en de jaren daarna.
02 Duurzaamheidsverslag
Algemene informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 20
Algemene vereisten
BP-1 Algemene basis voor het opstellen van de
duurzaamheidsrapportage
Consolidatie
De duurzaamheidsrapportage is op geconsolideerde basis
opgesteld. De gegevens worden geconsolideerd volgens
dezelfde principes als de jaarrekening en hebben
betrekking op Belysse Group NV en al haar
dochterondernemingen. De scope van het geconsolideerde
duurzaamheidsrapportage is dezelfde als die van de
jaarrekening en heeft betrekking op het boekjaar 2025,
eindigend op 31 december 2025.
De duurzaamheidsrapportage is opgesteld in
overeenstemming met de ESRS-normen die zijn
aangenomen door de Europese Commissie en in
overeenstemming met de EU Taxonomie-verordening. Alle
toelichtingen in de secties E, S en G zijn ofwel beoordeeld
als materieel volgens onze dubbele materialiteitsanalyse
zoals verder beschreven in sectie IRO-1 Beschrijving van het
materialiteitsbeoordelingsproces, of zijn verplicht volgens
de ESRS-normen.
Bereik en grenzen van de rapportage
De duurzaamheidsrapportage heeft betrekking op de eigen
activiteiten van Belysse, bestaande uit onze drie
productievestigingen: 2 in België (Tielt en Zele) en 1 in de
Verenigde Staten (Los Angeles), alsook op de upstream- en
downstreamwaardeketen waar relevant voor de
verschillende materiële onderwerpen, zoals verder
beschreven in sectie IRO-1 Beschrijving van het
materialiteitsbeoordelingsproces.
Voor een uitgebreid overzicht van onze waardeketen
verwijzen we naar het onderstaande schema.
Belysse heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid
om bepaalde informatie weg te laten die betrekking heeft op
intellectuele eigendom, knowhow of resultaten van
innovatie. Als grote onderneming met gemiddeld meer dan
750 werknemers is Belysse ook niet vrijgesteld van artikel 19
bis, lid 3, en artikel 29 bis, lid 3, van Richtlijn 2013/34/EU
betreffende vereisten voor duurzaamheidsrapportering.
Onze auditor PwC, heeft een limited assurance (beperkte
mate van zekerheid) uitgevoerd op ons
duurzaamheidsrapportage (zie het assurance-rapport van
de auditor op pagina 101 van de duurzaamheidsrapportage)
BP-2 Specifieke omstandigheden
In dit duurzaamheidsrapportage wordt de standaard ESRS 1-
definitie voor tijdshorizons gebruikt, d.w.z. korte termijn = 1
jaar, middellange termijn = 1 – 5 jaar, lange termijn = meer
dan 5 jaar.
Indien schattingen van data uit de waardeketen zijn gebruikt
of indien er onzekerheden zijn in de uitkomst van de
indicatoren die bekendgemaakt worden in de
duurzaamheidsrapportage, wordt dit samen met deze
indicatoren in de relevante sectie vermeld.
Algemene informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 21
Bronnen van meetonzekerheid
Indicatoren die een schatting van data uit de waardeketen
omvatten met behulp van indirecte bronnen, zijn onze
Scope 3
-broeikasgasemissies van ingekochte goederen en
diensten. Waar beschikbaar, is gebruik gemaakt van
leveranciers-specifieke informatie, maar voor veel
grondstoffen en leveranciers moesten we vertrouwen op
generieke, sectorgemiddelde emissiefactoren. De
nauwkeurigheid van deze informatie wordt voldoende
geacht, aangezien de databases die als bron voor deze
generieke emissiefactoren worden gebruikt, ook veel
worden gebruikt voor door derden geverifieerde
levenscyclusanalyses.
We zullen blijven samenwerken met onze waardeketen om
toegang te krijgen tot specifieke informatie over CO
2
-
emissies als en wanneer deze beschikbaar komt.
Er werden ook schattingen gebruikt voor de
transportafstanden die onze grondstoffen en verkochte
producten aflegden, wat resulteerde in de Scope 3-
broeikasgasemissies van upstream transport. De manier
waarop deze schattingen benaderd zijn, wordt verder
beschreven in sectie E1-6 Bruto scopes 1, 2, 3 en totale
broeikasgasemissies.
Er is vastgesteld dat onzekerheid in de indicatoren van
toepassing is op de volgende datapunten in de
duurzaamheidsrapportage:
• De financiële effecten van materiële risico's en
opportuniteiten zoals gerapporteerd in de sectie
'SBM-3 Materiële impact, risico’s en opportuniteiten'
zijn schattingen op hoog niveau op basis van het
beste oordeel van interne Business en Finance
experts.
• Voor scope 1-vluchtige emissies in Europa was een
kleine schatting nodig voor productcollecties die
SDN en geprinte garens combineren. Er werd een
conservatieve worstcaseschatting toegepast door
alle relevante volumes als volledig geprint te
beschouwen.
• Zoals hierboven uitgelegd, was een aanzienlijk deel
van onze Scope 3-broeikasgasemissies gebaseerd
op schattingen.
• De onttrekking van regenwater in onze fabriek in Tielt
wordt berekend op basis van gemiddelde regenval in
plaats van werkelijke metingen.
• Waterverbruik en waterafvoer in onze fabriek in Los
Angeles worden verondersteld gelijk te zijn aan
wateronttrekking, vermits we de waterafvoer of
verdamping niet meten - dit overschat ons
werkelijke waterverbruik.
• Gerecycleerde verpakking voor Bentley Mills: er
werden aannames gedaan voor de hoeveelheid
gebruikte verpakking per type eindproduct.
• Het aantal trainingsuren per persoon voor onze
werknemers in Bentley Mills wordt geschat; voor
onze werknemers in Europa worden deze uren
volledig bijgehouden.
Herzieningen van eerdere perioden
De eerdere duurzaamheidsverklaring van Belysse over
boekjaar 2024 vermeldde dat het door de SBTi gevalideerde
reductiedoel voor broeikasgasemissies voor scope 3 de
volgende GHG-categorieën omvatte: ingekochte goederen
en diensten, upstream-transport en -distributie, en
afvalverwerking aan het einde van de levensduur van
verkochte producten (tabel 2, pagina 53). Dit is herzien en
wordt correct weergegeven in onze secties E1-4 en E1-6 over
broeikasgasdoelstellingen en emissies, meer bepaald in
tabellen 2 en 3 over GHG-doelen (in lijn met de SBTi-doelen)
en in tabel 5 over GHG-emissies. Het scope 3-doel omvat
de volgende scope 3-categorieën: ingekochte goederen en
diensten, en upstream-transport en -distributie. Het doel is
in lijn met een 1,5°C-traject en is gevalideerd door het
Science Based Targets Initiative (SBTi).Belysse verduidelijkt
dat de tabel met broeikasgasdoelen die in het
FY2024-rapport werd opgenomen, niet in overeenstemming
was met de kwalitatieve toelichtingen (in hetzelfde rapport)
en het gevalideerde SBTi-doel.
Gebruik van infaseringsbepalingen
Waar de ESRS dit toestaat en de Quick Fix Gedelegeerde
Handeling (Gedelegeerde Verordening (EU) 2025/1416 van de
Commissie), heeft Belysse gebruik gemaakt van infasering
voor bepaalde gegevenspunten die onderhevig zijn aan een
gefaseerde invoering voor het verslagjaar. Dit is toegepast
voor detoekomstgerichte financiële informatie. Deze
worden verder gespecificeerd in het betreffende deel van
de duurzaamheidsverklaring.
Bij het rapporteren van toekomstgerichte informatie in
overeenstemming met de ESRS, is Belysse verplicht om de
toekomstgerichte informatie op te stellen op basis van
gerapporteerde aannames over gebeurtenissen die zich in
de toekomst kunnen voordoen en mogelijke toekomstige
acties van het bedrijf.
De werkelijke uitkomst zal waarschijnlijk verschillen, omdat
verwachte gebeurtenissen zich vaak niet voordoen zoals
voorzien. Toekomstgerichte informatie heeft betrekking op
gebeurtenissen en acties die nog niet hebben
plaatsgevonden en mogelijk nooit zullen plaatsvinden.
In de duurzaamheidsverklaring is geen enkele vermelding
van op handen zijnde ontwikkelingen of kwesties waarover
onderhandeld wordt, weggelaten.
Algemene informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 22
Presentatie van vergelijkende informatie
Dit verslagjaar markeert onze tweede cyclus van
rapportering onder de CSRD- en ESRS-kaders. Dit rapport
bevat vergelijkende informatie (FY2025 versus FY2024) voor
alle gepresenteerde indicatoren.
Voor FY2025 heeft Belysse de dubbele materialiteitsanalyse
(DMA) opnieuw beoordeeld op geschiktheid, zoals vereist
door ESRS, gezien het dynamische karakter ervan. Het
DMA-proces werd geactualiseerd om veranderingen in de
operationele context en stakeholderverwachtingen te
weerspiegelen. Impact-, risico- en
opportuniteitsbeoordelingen (IRO’s) werden opnieuw
bekeken en waar relevant opnieuw gescoord door
stakeholders, gebruikmakend van inzichten uit
benchmarking, vergelijking van verzamelde gegevens met
drempels in relevante wetgeving, auditprocedures uit het
eerste jaar en toegenomen ESG-expertise. Er werden
enkele veranderingen vastgesteld in de IRO’s en de set van
materiële onderwerpen wijzigde. Dit werd gevalideerd door
het ESG-comité als passend, rekening houdend met de
stabiliteit van de bedrijfsomgeving, de relevantie van
materiële topics op basis van benchmarking en opgedane
ESG-expertise, en de afstemming met de ESRS-vereisten.
Het resultaat van de geactualiseerde dubbele
materialiteitsbeoordeling wordt weergegeven in IRO-1.
De emissiefactoren werden in sectie E1 geactualiseerd naar
de meest recent beschikbare gegevens, inclusief
geactualiseerde emissiefactoren daar waar meer
specifieke leveranciersinformatie beschikbaar kwam. Er
werden ook enkele kleine correcties aangebracht in de
productcategorieën in de gegevens over aangekochte
grondstoffen wanneer bleek dat de gegevens van vorig jaar
onjuist waren. Aanvullende kleine aanpassingen werden
doorgevoerd in de achtergrondgegevens voor sectie E5,
zoals kleine correcties aan product specifieke gewichten,
percentages gerecycleerde grondstoffen en
productcategorie-toewijzingen.
In de sectie “E5-2 acties en middelen met betrekking tot
het gebruik van grondstoffen en de circulaire economie”
wordt een tabel weergegeven met de Cradle to
Cradle-certificaties voor Modulyss en Bentley. In FY2025
hebben we de telmethode voor Modulyss en Bentley
gecorrigeerd en geharmoniseerd. In FY2024 telde Modulyss
certificeringen al op product-backing-kleur (SKU)-niveau,
terwijl Bentley enkel telde per product en backing (kleuren
uitgesloten). Vanaf FY2025 passen beide regio’s de
SKU-benadering toe: elk product, op elke backing, in elke
kleur.
Rapportage uit andere wetgevingen of algemeen aanvaarde
standaarden voor duurzaamheidsrapportering
Alle datapunten voor broeikasgassen (GHG scope 1-3)
worden gerapporteerd op basis van het Greenhouse Gas
Protocol.
Informatieverschaffing opgenomen door verwijzing
Eventuele opgenomen incorporaties door verwijzing, die
verwijzen naar andere secties van de
duurzaamheidsrapportage of andere hoofdstukken van het
jaarverslag, worden uitdrukkelijk vermeld in de relevante
secties van de duurzaamheidsrapportage.
Algemene informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 23
Governance
GOV-1 De rol van de bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen
Zoals uiteengezet in het hoofdstuk Strategisch Verslag van het Jaarverslag, is duurzaamheid één van de drie strategische
pijlers van Belysse, gedefinieerd als onderdeel van ons 4-jarig transformatie programma BEYOND, dat in januari 2022 van start
ging.
We verwijzen naar het hoofdstuk Corporate Governance van het Jaarverslag, rubriek 'De Raad van Bestuur en Comités' voor
een volledige beschrijving van de verschillende bestuursorganen binnen Belysse Group NV (Raad van Bestuur,
Managementcomité, Auditcomité, Remuneratie- en Benoemingscomité en ESG-comité) met uitleg over hun samenstelling,
ervaring en werking.
ESG-comité
In november 2023 heeft de Raad van Bestuur een ESG-comité opgericht. Het Comité wordt voorgezeten door Vanessa
Temple, onafhankelijk en niet-uitvoerend bestuurder.
Op 31 december 2025 zijn de leden van het ESG-comité:
Naam Positie
Vanessa Temple
Voorzitter van het ESG-comité en
Onafhankelijk Bestuurder
Cyrille Ragoucy
Lid en Voorzitter van de Raad van
Bestuur
James Neuling Lid en Chief Executive Officer
Andy Rogiest
Lid en Chief Financial Officer
Philip Noens
Lid en Groepsdirecteur R&D en
Duurzaam-heid en Strategische
Projecten
Tine Pieters
Lid en Duurzaamheidsmanager
In overeenstemming met haar ‘Terms of Reference’ is het doel van het ESG-comité om toezicht te houden op de wettelijke
vereisten en ervoor te zorgen dat het bedrijf deze naleeft, om de effecten en de belangrijkste risico's en opportuniteiten te
monitoren waarmee het bedrijf wordt geconfronteerd met betrekking tot milieu-, sociale en bestuursfactoren die een impact
hebben op de langetermijnprestaties van het bedrijf. Het ESG-comité zal toezicht houden op het gedrag, de prestaties en de
rapportering van het bedrijf over dergelijke materiële ESG-aangelegenheden, de Raad van Bestuur informeren en
aanbevelingen doen aan de Raad waar beslissing, actie of verbetering nodig is.
Raad van Bestuur
Boekjaar 2025
Aantal uitvoerende leden
0
Aantal niet-uitvoerende leden
9
Percentage leden van bestuurs-,
leidinggevende en toezichthoudende
organen naar geslacht en andere
aspecten van diversiteit
Het percentage vrouwen
in de Raad van Bestuur is
33%, gelijk aan vorig jaar
Genderdiversiteitsratio van het
bestuur
3 vrouwen / 6 mannen
Percentage onafhankelijke
bestuursleden
33%, gelijk aan vorig jaar
Naast de oprichting van een speciaal ESG-comité is duurzaamheid ook stevig geïntegreerd in bestaande bestuursstructuren
en bedrijfsprocessen. Relevante leden van het Europese en Amerikaanse managementteam zijn verantwoordelijk voor het
monitoren, beheren en toezicht houden op de implementatie van beleid, acties en doelstellingen met betrekking tot effectief
beheer van specifieke IRO's - zoals verder beschreven in de overeenkomstige beleidsparagrafen van elk belangrijk ESG-
onderwerp.
Het duurzaamheidsteam ondersteunt de business bij het beheren van IRO's, het ontwikkelen van de duurzaamheidsstrategie
en zowel externe als interne ESG-rapportering.
De expertise op het gebied van duurzaamheid wordt momenteel geacht voldoende aanwezig te zijn in het ESG-comité, de
Raad van Bestuur, de Europese en Amerikaanse managementteams en het duurzaamheidsteam.
Algemene informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 24
GOV-2 Informatie verstrekt aan en
duurzaamheidskwesties behandeld door bestuurs-,
leidinggevende en toezichthoudende organen van
Belysse
Het ESG-comité evalueert ten minste 3 keer per jaar alle
relevante ESG-onderwerpen met betrekking tot materiële
impact, risico's en opportuniteiten, inclusief eventuele van
toepassing zijnde wijzigingen in ESG-regelgeving,
voortgang ten opzichte van de vastgelegde ESG-
doelstellingen op het gebied van CO
2
-emissie-intensiteit,
waterverbruik, gebruik van gerecycleerde materialen in
onze producten, recyclage van productieafval en voortgang
van de projecten, initiatieven en acties die onze
vooruitgang ten opzichte van deze doelstellingen bepalen.
Alle informatie die relevant is voor de Raad van Bestuur,
evenals elke beslissing die de goedkeuring van de Raad van
Bestuur vereist, wordt door het ESG-comité ten minste 3
keer per jaar voorgelegd aan de Raad van Bestuur of het
relevante Comité van de Raad van Bestuur: het
Remuneratie- en Benoemingscomité en/of het
Auditcomité.
GOV-3 Integratie van duurzaamheidsprestaties in
beloningsregelingen
Prestaties op het gebied van duurzaamheid zijn tot nu toe
niet structureel geïntegreerd in de beloningsregelingen van
de Raad van Bestuur of het management. Specifieke leden
van het management team hadden wel duurzaamheids-
gerelateerde doelstellingen of de oplevering van
duurzaamheidsgerelateerde projecten als onderdeel van
hun variabele beloningsdoelstellingen voor 2025.
Het aandeel van de variabele beloning dat afhankelijk is van
duurzaamheidsgerelateerde doelstellingen en/of impact
verschilt van persoon tot persoon, afhankelijk van hun rol,
hun directe impact op specifieke ESG-onderwerpen en de
algemene samenstelling van hun variabele beloningsplan.
De voorwaarden van deze incentiveprogramma's worden
aanbevolen door het Remuneratie- en Benoemingscomité
en goedgekeurd door de Raad van Bestuur.
Algemene informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 25
GOV-4 Due diligence
Kernelementen van due
diligence
Paragrafen in de duurzaamheidsrapportage
a) Verankering van due
diligence in governance,
strategie en bedrijfsmodel
Belysse heeft due diligence geïntegreerd in zijn corporate governance-structuur en
ervoor gezorgd dat duurzaamheidsoverwegingen worden verankerd in
besluitvormingsprocessen op het niveau van de Raad van Bestuur. De strategie van
het bedrijf omvat specifieke doelstellingen met betrekking tot het verminderen van
de impact op het milieu, zowel binnen de eigen activiteiten als in de upstream- en
downstream-waardeketen.
Lees meer:
• Corporate governance charter
• SBM-1 Strategie, businessmodellen en waardeketen
b) Betrekken van de
betrokken stakeholders bij
alle belangrijke stappen van
de due diligence
Het bedrijf onderhoudt regelmatig contact met belangrijke stakeholders, waaronder
klanten, werknemers, leveranciers en sectorverenigingen, door middel van
consultatie- en feedbackmechanismen. Deze contacten worden gebruikt om
potentiële risico's en opportuniteiten te identificeren en ervoor te zorgen dat de
bezorgdheden van stakeholders worden behandeld in de
duurzaamheidsinspanningen van het bedrijf.
Lees meer: SBM-2 Belangen en standpunten van stakeholders
c) Negatieve impact
identificeren en beoordelen
Belysse voert jaarlijkse risicobeoordelingen uit om mogelijke negatieve impact met
betrekking tot milieuvervuiling, arbeidsrechten en mensenrechten binnen haar
activiteiten en waardeketen te identificeren en te evalueren. Dit proces omvat het
gebruik van zowel interne als externe onderzoeken.
Lees meer:
• IRO-1 Beschrijving van het materialiteitsbeoordelingsproces
• ESRS 2 SBM-3 – Materiële impact, risico's en opportuniteiten en hun interactie
met strategie en bedrijfsmodel
• ESRS 2 IRO-1 — Beschrijving van de processen voor het identificeren en
beoordelen van materiële klimaat gerelateerde impact, risico's en
opportuniteiten
d) Maatregelen nemen om die
negatieve effecten aan te
pakken
Belysse implementeert voortdurend actieplannen om gebieden aan te pakken die als
risicovol zijn beoordeeld. Dit omvat het verminderen van ons energie- en
waterverbruik, de transitie naar schonere technologieën, het verhogen van het
gebruik van gerecycleerde materialen en de mate van interne recyclage en
versterken van veiligheidsprogramma's voor werknemers.
De maatregelen die zijn genomen om de specifieke negatieve milieu- en sociale
effecten aan te pakken, worden in meer detail beschreven in de desbetreffende
secties.
e) Het opvolgen van de
doeltreffendheid van deze
inspanningen en het
communiceren
Belysse monitort de resultaten van zijn due diligence-activiteiten door middel van
belangrijke prestatie indicatoren (KPI's), die worden gerapporteerd in het jaarlijkse
duurzaamheidsrapportage. De effectiviteit van de genomen maatregelen wordt elk
kwartaal beoordeeld en de bevindingen worden aan de stakeholders meegedeeld via
regelmatige updates, waaronder externe rapportering via onze halfjaarlijkse
gesprekken met investeerders en presentaties van de resultaten die op de website
van het bedrijf worden gepubliceerd.
De KPI's en streefdoelen om de doeltreffendheid op te volgen van acties om de
specifieke negatieve milieu- en sociale effecten aan te pakken, worden in meer detail
beschreven in de desbetreffende secties.
Algemene informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 26
GOV-5 Risicobeheer
0B0B0B0B0BHet duurzaamheidsrisicobeheer van Belysse is structureel
verankerd in het toezicht door de Raad van Bestuur, net
zoals alle andere materiële risico's die relevant zijn voor
Belysse, specifiek voor duurzaamheid via het ESG-comité
en haar connecties met de andere comités van de Raad
van Bestuur, waar relevant. De aanpak is gebaseerd op
verschillende elementen:
• Jaarlijkse evaluatie van de dubbele
materialiteitsanalyse, inclusief input van derden en
stakeholders
• Jaarlijkse evaluatie van de strategie door de Raad van
Bestuur
• Sterke banden met sectorverenigingen om ervoor te
zorgen dat we relevante duurzaamheidsonderwerpen, -
veranderingen of
-trends van nabij blijven volgen
• Duidelijke duurzaamheidsdoelstellingen die verder
gaan dan enkel het naleven van eventuele wijzigingen in
wet- en regelgeving, door nauwe samenwerking tussen
onze Duurzaamheid, HSE, Legal, Finance en HR teams
• Er zijn robuuste beleidsregels en procedures opgesteld
om de noodzakelijke ESG-aspecten te behandelen
• Regelmatige interne en externe communicatie over
onze inspanningen op het gebied van duurzaamheid en
de voortgang bij het bereiken van onze duurzaamheids-
doelstellingen
• Gebruik van interne compliance checks en externe
verificatie, vaak in het kader van duurzaamheids- en
ISO-certificeringen, of op verzoek van onze klanten in
het kader van een ESG-audit
Duurzaamheidsrapportering, risicobeheer en interne
controles
We hebben vastgesteld dat de belangrijkste risico's
gerelateerd aan onze duurzaamheidsrapportering
betrekking hebben op de nauwkeurigheid en volledigheid
van gegevens, vooral wanneer ESG-gegevens zijn
gebaseerd op een schatting uit de waardeketen of
onderhevig zijn aan onzekerheid in indicatoren, zoals
beschreven in sectie BP-2 Specifieke omstandigheden.
Duurzaamheidsinformatie wordt verzameld bij
verschillende afdelingen, voornamelijk Finance, HSE,
Operations en Human Resources. De nauwkeurigheid van
onze duurzaamheids-rapportering is gebaseerd op interne
controlemechanismen, die onder de verantwoordelijkheid
vallen van het duurzaamheidsteam. Om de
betrouwbaarheid van de verzamelde data maximaal te
garanderen zijn, waar mogelijk, bestaande rapporten
gebruikt als primaire databron, die ingebed zijn in de
dagelijkse operationele en financiële processen. Aangezien
veel kwantitatieve datapunten betrekking hebben op ESG-
doelstellingen die al enkele jaren intern en extern door
Belysse worden gerapporteerd, passen we
variantieanalyses toe om de betrouwbaarheid en
vergelijkbaarheid van de gegevens met eerdere
rapporteringperiodes verder te waarborgen.
De belangrijkste sectorspecifieke milieurisico's die het
meest van nabij worden gevolgd, zijn de circulaire
economie (via de Europese Green Deal) en
klimaatverandering:
Europese Green Deal
Met de EU Green Deal wil de Europese Commissie de EU
omvormen tot een moderne, concurrerende economie,
die efficiënt omgaat met grondstoffen, waarin tegen 2050
geen broeikasgassen meer worden uitgestoten en waarin
economische groei is losgekoppeld van het gebruik van
grondstoffen. Veel van de beleidsmaatregelen die zijn
bedoeld om deze ambitie te verwezenlijken, hebben een
impact op ons bedrijf.
2B2B2B2B2BEU-emissiehandelssysteem (ETS)
In België valt Belysse onder de EU-ETS-richtlijn. ETS staat
voor het (CO₂) Emissions Trading System. De herziene EU
ETS-richtlijn, van toepassing voor de periode 2021–2030,
versterkt de klimaatambitie van de EU door de
vermindering van het totale emissieplafond te versnellen.
Als onderdeel van het Fit for 55-pakket is de toewijzing van
gratis emissierechten herzien, met een geleidelijke
uitfasering voor sectoren die onder het Carbon Border
Adjustment Mechanism (CBAM) vallen, terwijl tijdens de
overgang gerichte bescherming tegen koolstoflekkage
behouden blijft.
Belysse volgt de regelgevende ontwikkelingen binnen het
EU ETS nauwlettend. De productielocatie in Tielt
exploiteert momenteel installaties die onder de
EU-ETS-vereisten vallen, terwijl de site in Zele een
geïnstalleerde capaciteit heeft die onder de
EU-ETS-drempel ligt en daarom buiten het
toepassingsgebied blijft.
3B3B3B3B3BCarbon Border Adjustment Mechanism (CBAM)
Het mechanisme voor koolstofgrenscorrectie (Carbon
Border Adjustment Mechanism, CBAM) is een
EU-instrument dat bedoeld is om de koolstofkosten gelijk
te trekken tussen productie binnen de EU en de invoer van
koolstofintensieve goederen. CBAM trad in werking op 1
oktober 2023 en bevindt zich in een overgangsfase, waarin
importeurs al rapportageverplichtingen hebben voor de in
de goederen vervatte (embedded) broeikasgasemissies.
De definitieve regeling treedt in werking op 1 januari 2026;
de rapportageverplichtingen blijven gelden en
daarbovenop wordt de aankoop van CBAM-certificaten
ingevoerd die overeenkomen met deze emissies. In deze
fase dekt CBAM de invoer van cement, ijzer en staal,
aluminium, meststoffen, elektriciteit en waterstof. De
Europese Commissie heeft voorgesteld CBAM vanaf 1
januari 2028 uit te breiden naar geselecteerde staal- en
aluminiumintensieve downstream-producten, terwijl de
reikwijdte niet is uitgebreid naar extra materialen zoals
kunststoffen.
Belysse blijft eventuele wijzigingen in de reikwijdte van
CBAM nauwlettend volgen.
Algemene informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 27
1B1B1B1B4Uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV)
Met een reeks beleidsmaatregelen voor Uitgebreide
Producenten Verantwoordelijkheid (UPV) stuwt de
Europese Unie de economie naar meer circulariteit, door
bedrijven verantwoordelijk te maken voor hun producten
aan het einde van hun levensduur. Dit moedigt niet alleen
eco-design aan, maar ook een gestructureerde inzameling
en verwerking van afval, en het maximaliseren van circulaire
praktijken zoals hergebruik, revisie en recyclage.
• Frankrijk is het eerste Europese land dat wetgeving
voor UPV heeft ingevoerd. Onze andere buurlanden
zullen naar verwachting snel volgen.
• Nederland heeft in juli 2023 een UPV ingevoerd voor
kleding en huishoudtextiel (exclusief tapijten). De
verwachting is dat de komende jaren complexere
textielproducten zoals tapijten zullen volgen.
• Ook in het VK lopen gesprekken over een UPV-regeling.
In het VK is UPV al van kracht in verschillende sectoren,
waaronder verpakkingen, AEEA (WEEE) en batterijen, en
binnenkort zal dit ook gelden voor textiel (mode).
Vloerbedekking wordt binnen dit beleidskader steeds
vaker besproken vanwege verwijderingskosten,
beperkte recycling en milieu-impact. Het is echter nog
niet duidelijk hoe tapijten zullen worden
geclassificeerd. Modulyss is lid van de UK Sustainable
Flooring Alliance, die als missie heeft de
vloerbekledingssector te ondersteunen om de
hoeveelheid vloerbekleding in het VK die naar de
stortplaats gaat te verminderen, en om duurzamer
ontwerp en oplossingen te stimuleren die leiden tot
een circulaire economie.In 2026 zal Belysse deelnemen
aan Circula-TEX, een Horizon Europe-project dat de
EU-strategie voor duurzaamheid en circulair textiel
ondersteunt. Het hoofddoel is de geharmoniseerde
implementatie van regelingen voor UPV in heel Europa
te begeleiden.
• In België bestaat er sinds 2021 een UPV-systeem voor
matrassen. De verwachting is dat een soortgelijk
systeem ook voor textiel vloerbedekleding zal worden
opgezet.
• In de Verenigde Staten breiden de UPV-vereisten voor
zich uit op deelstaatniveau, met name voor tapijt en
verpakkingen. Californië was de eerste staat die UPV
voor tapijt invoerde via het Carpet Stewardship
Program, waarbij fabrikanten via vergoedingen per
eenheid de inzameling en recycling van post-consumer
tapijt financieren. Het programma wordt beheerd door
het Carpet America Recovery Effort (CARE), en
tariefaanpassingen worden overwogen in afwachting
van goedkeuring van de wetgeving. New York nam in
2022 vergelijkbare wetgeving inzake tapijt-UPV aan, die
tapijt, ondertapijt en kunstgras omvat. Na
regelgevende vertragingen zullen de
producentenrapportage en de implementatie van het
programma naar verwachting in 2027 van start gaan,
waarbij fabrikanten verantwoordelijk zijn voor de
financiering van de staatsbrede inzamelings- en
recyclinginfrastructuur.
o In de Verenigde Staten is UPV-wetgeving
(EPR) ook voor verpakkingen in meerdere
staten aangenomen of in voorbereiding.
Oregon en Colorado vereisen vanaf 2025
producentenrapportage (over gegevens van
2024), waarbij programmakosten/-heffingen
zullen volgen zodra de kostenstructuren zijn
afgerond. Het UPV-programma voor
verpakkingen in Maine verplicht producenten
zich aan te sluiten bij een Producer
Responsibility Organisation (PRO) en vanaf
2026 te rapporteren. Maryland en Minnesota
bevinden zich in eerdere implementatiefasen
en voeren momenteel
programma-behoefteanalyses uit die later dit
decennium toekomstige
producentenverplichtingen zullen bepalen. In
de meeste van deze staten is de Circular
Action Alliance (CAA) goedgekeurd als de
PRO die verantwoordelijk is voor de
programma-administratie. De vereisten—
inclusief de definitie van de verplicht
aangesproken producent—verschillen per
staat en blijven zich ontwikkelen.
o Los daarvan blijft California’s Proposition 65
invloed hebben op product-compliance.
Vinylacetaat is in januari 2025 aan de Prop
65-lijst toegevoegd, wat vanaf januari 2026
tot waarschuwingsverplichtingen kan leiden,
tenzij de blootstellingsniveaus onder een nog
vast te stellen ‘safe harbour’-drempel vallen.
Algemene informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 28
7B5AAAAAAA
Actieplan voor een Circulaire Economie (CEAP)
Het EU-actieplan voor de circulaire economie (CEAP) kondigt
initiatieven aan over de volledige levenscyclus van
producten, richt zich op de manier waarop producten
worden ontworpen, bevordert
circulaire-economieprocessen, stimuleert duurzaam
consumptiegedrag en beoogt te waarborgen dat afval wordt
voorkomen en dat ingezette hulpbronnen zo lang mogelijk
binnen de EU-economie behouden blijven.
• De Verordening inzake ecologisch ontwerp voor
duurzame producten (ESPR) stelt eisen aan hoe
producten worden ontworpen om hun circulariteit
en andere milieu-duurzaamheidsaspecten te
verbeteren. Voor Belysse betekent dit dat we het
ontwerp van onze producten zullen moeten
aanpassen om aan deze vereisten te voldoen.
Belysse is lid van verschillende werkgroepen en
(normalisatie)commissies, zoals het project
CISUFLO, die aanbevelingen voor onze sector
opstellen. Zo kunnen we input leveren en zijn we
goed geïnformeerd over mogelijke toekomstige
verwachtingen.
• Binnen de ESPR zal voor producten een Digitaal
Productpaspoort (DPP) vereist zijn, bedoeld om de
traceerbaarheid te verhogen en reparatie,
hergebruik, revisie en recycling te faciliteren. Voor
de sector textiele vloerbedekking is het
PRODIS-systeem voorgesteld als DPP. Alle
Modulyss- en ITC-producten zijn reeds in PRODIS
geregistreerd.
• De EU-kunststoffenstrategie, samen met de
Richtlijn kunststof voor eenmalig gebruik (EU)
2019/904 en de aanstaande Verordening inzake
verpakkingen en verpakkingsafval (PPWR), legt een
sterke focus op kunststofverpakkingen via
verplichte doelen voor gerecycleerde inhoud in
drankflessen (minstens 25% gerecycleerd plastic in
PET-flessen tegen 2025 en 30% tegen 2030).
Hoewel de EU-wetgeving geen formele “
bottle-to-bottle”-recyclingverplichting oplegt,
kunnen deze vereisten de vraag naar hoogwaardig
gerecycleerd PET voor voedselcontactverpakkingen
vergroten, wat mogelijk leidt tot lagere
beschikbaarheid en hogere prijsdruk voor
gerecycleerd polyester in de textielsector.
• De EU-strategie voor kunststoffen legt veel nadruk
op kunststofverpakkingen en heeft als doel om
minimumvereisten voor het aandeel gerecycleerde
grondstoffen in kunststof-verpakkingen vast te
leggen. Met name de 'bottle to bottle'-strategie kan
gevolgen hebben voor Belysse, aangezien de
beschikbaarheid van gerecycleerd polyester voor
toepassing in de textielsector wellicht zal afnemen.
Klimaatverandering
Impact van klimaatverandering op grondstoffen
We zijn afhankelijk van polymeren - polyamide, polyester en
polypropyleen garens of korrels - afkomstig uit de
petrochemische sector als het belangrijkste materiaal voor
onze vloerbekleding. Het spreekt dan ook voor zich dat de
bescherming van onze planeet van het grootste belang is.
4B4B4B4B6BImpact van de klimaatverandering op productie en
producten
We moeten onze ecologische CO
2
-voetafdruk niet alleen
verminderen om te voldoen aan de Europese Green Deal en
aan de overheidsvoorschriften inzake uitstoot in België
(federaal en regionaal) en de Verenigde Staten. We moeten
ons ook volledig bewust zijn van de risico’s die de
klimaatverandering met zich meebrengt:
Klimaatopwarming, droogte, de stijging van de zeespiegel
en extreme weersomstandigheden. Deze risico’s kunnen
allemaal een impact hebben op onze activiteiten en we
nemen positieve stappen om deze risico’s tot een minimum
te beperken.
5B5B5B5BImpact van waterschaarste
Al onze productiefaciliteiten bevinden zich boven
zeeniveau. Dit betekent dat er momenteel weinig risico
bestaat als gevolg van een stijgende zeespiegel die
veroorzaakt wordt door de opwarming van de aarde. Onze
productieprocessen, met name verf- en drukactiviteiten, zijn
echter sterk afhankelijk van water. De regio Vlaanderen in
België heeft een van de laagste waterreserves per hoofd
van de bevolking. Dit wordt veroorzaakt door de combinatie
van een hoge bevolkingsdichtheid en een eerder beperkte
aanwezigheid van oppervlakte- en grondwater. De klimaat-
verandering is dit kwetsbare evenwicht nu al aan het
verstoren.
Wij zullen verdere investeringen doen in
waterrecycling of procesaanpassingen die een lager
waterverbruik mogelijk maken, met een focus op onze
productiesite in Tielt. Daarnaast werken we actief samen
met de Vlaamse overheid aan het optimaliseren van de
gebruikte waterbronnen, bijvoorbeeld via het ‘WaterProof’-
project op het industrieterrein Tielt Noord, waar onze
productiesite in Tielt is gevestigd. Het doel van dit project is
om het gebruik van regenwater te maximaliseren. Dit
project zal het mogelijk maken om water te gebruiken uit
een groot regenwaterbekken dat in de nabijheid van onze
fabriek zal worden aangelegd.
Algemene informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 29
Strategie
SBM-1 Strategie, businessmodellen en waardeketen
Belysse is een team van experten met een sterke traditie in zachte vloerbekleding. Wij creëren, ontwikkelen en produceren
duurzame vloeroplossingen. Dit is onze kernactiviteit, maar daarbij beschouwen wij het ook als onze verantwoordelijkheid om
zorg te dragen voor onze mensen, producten te maken die waarde creëren voor onze klanten zonder het milieu te schaden, en
winstgevendheid voor onze aandeelhouders te waarborgen.
Voor een overzicht van onze waardeketen verwijzen wij naar het schema in sectie BP-1 Algemene basis voor het opstellen van
de duurzaamheidsrapportage. Aanvullende informatie over de instroom van grondstoffen is te vinden in sectie E5-4 Instroom
van middelen, terwijl aanvullende informatie over klantengroepen wordt beschreven in sectie S4-SBM3 Materiële impact,
risico’s en opportuniteiten en hun interactie met strategie en businessmodel.
Interactie met strategie en businessmodel
Zoals uiteengezet in het hoofdstuk Strategisch Verslag in het Jaarverslag, is duurzaamheid één van de drie strategische pijlers
van Belysse, gedefinieerd als onderdeel van onze 4-jarig transformatie programma BEYOND, en is daarom stevig verankerd in
onze algemene bedrijfsstrategie:
Deze BEYOND-roadmap omvat het vastleggen van duurzaamheidsdoelstellingen voor het gehele bedrijf, met betrekking tot de
belangrijkste duurzaamheidskwesties en uitdagingen die voor Belysse in het verschiet liggen, met een bijzondere focus op
milieuonderwerpen. Deze doelstellingen, bijbehorende beleidslijnen en acties worden verder beschreven in de relevante
paragrafen van de duurzaamheidsrapportage.
Belangrijkste producten, markten en marktsegmenten
Belysse heeft een sterke focus op Noord-Amerika en Europa onder de premiummerken Bentley (VS), modulyss, arc edition en
ITC (Europa), die zich richten op de commerciële en premium residentiële markten.
Belysse stelt bijna 1.000 mensen tewerk en heeft drie productievestigingen: 2 in België (Tielt en Zele) en 1 in de Verenigde
Staten (Los Angeles). Onze geconsolideerde omzet in 2025 bedroeg € 254.2 miljoen, volledig in de vloerbekledingsindustrie en
voornamelijk in de textielsector.
We verwijzen naar sectie BP-1 'Algemene basis voor het opstellen van de duurzaamheidsrapportage' voor een overzicht van
onze waardeketen, en secties E5-2 'Acties en middelen met betrekking tot het gebruik van grondstoffen en circulaire
economie' respectievelijk S4-SBM3 'Materiële impact, risico's en opportuniteiten en hun interactie met strategie en
bedrijfsmodel' voor meer informatie over onze upstream- en downstreamwaardeketen.
Mensen
Wij zijn een geïntegreerde fabrikant van zachte vloerbekleding met bijna 1.000 werknemers. Mensen staan dan ook centraal in
onze organisatie en in ons succes. Wij zijn ervan overtuigd dat we een positieve en samenwerkingsgerichte werkomgeving
moeten creëren waarin de persoonlijke ontwikkeling van werknemers wordt bevorderd, essentieel om onze doelstellingen te
bereiken. Door een sterke en transparante communicatie over onze waarden en onze strategische doelstellingen, kan iedereen
binnen de organisatie bijdragen aan de verwezenlijking ervan.
Als sterke promotoren van lichamelijk en geestelijk welzijn op de werkplek, blijven gezondheid en veiligheid onze topprioriteit.
We blijven inzetten op risicobewustzijn, veiligheidsacties en leiderschap inzake veiligheid door middel van
preventiecampagnes, gerichte initiatieven en opleidingen, en door het gebruik van digitale tools voortdurend op te voeren.
Planeet
Belysse heeft haar hoofdkantoor in Europa en productievestigingen in België en de VS. Twee van onze drie fabrieken vallen
onder het EU-beleid en het bijbehorende actieplan voor duurzame financiering, dat tot doel heeft kapitaalstromen te
heroriënteren naar duurzame economische activiteiten, duurzaamheidsgerelateerde risico’s te integreren in de besluitvorming
en de transparantie op de financiële markten te verhogen. Dit vormt de basis voor EU-instrumenten voor
duurzaamheidsrapportage, zoals de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) en de EU-taxonomie.
De Europese Green Deal heeft als doel om Europa tegen 2050 klimaatneutraal te maken. Belysse staat volledig achter die
doelstelling en de shift van een lineaire naar een circulaire economie en is zich volledig bewust van zijn verantwoordelijkheden
in deze transitie.
Na de desinvestering hebben we de mijlpalen die in 2018 zijn opgesteld, opnieuw beoordeeld. Op basis van de tot nu toe
geboekte voortgang en de plannen die we voor de komende jaren hebben opgesteld, zien we geen reden om onze
doelstellingen te herformuleren.
Algemene informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 30
Bedrijfsethiek
Belysse handelt in overeenstemming met de geldende wetgeving, maar wil ook voldoen aan de strengste normen op het vlak
van integriteit en ethiek. Daarom leveren we voortdurend inspanningen om ons robuuste compliancebeleid onder de aandacht
te brengen. In 2025 zijn er online trainingen georganiseerd en gevolgd door onze werknemers, op het gebied van omkoping en
corruptie, mededinging en informatiebeveiliging. Het interne compliance beleid werd geüpdatet in overeenstemming met de
huidige wetgeving en een formele gedragscode is nog in voorbereiding (met het doel deze in 2026 te finaliseren).
SBM-2 Belangen en standpunten van stakeholders
Belangrijkste
groepen
stakeholders
Participatiemethode
Doel van de participatie
Uitkomstoverweging
(gerelateerd aan strategie en
businessmodel)
Werknemers
• Enquêtes over welzijn en
betrokkenheid
• Town hall meetings
• Toolboxmeetings
• Zorgen voor open tweerichtings-
communicatie met onze
werknemers
• Een duidelijk begrip stimuleren van
de visie en strategie van Belysse
• Zorgen voor betrokkenheid van
werknemers
• Een positieve werkomgeving
bevorderen
• Regelmatige formele en
informele communicatie door
management
• Aanpassingen van het
bedrijfsbeleid
• Verbeteringen en actieplannen
die ingaan op specifieke
verzoeken of zorgen van
werknemers
Federatie &
sectorverenigingen
• Vergaderingen van leden
van de federatie
• Proactief op de hoogte zijn van
mogelijke wijzigingen in de
wetgeving die gevolgen kunnen
hebben voor onze industrie of
Belysse in het bijzonder
• Bijdragen aan industriestandaarden
op het gebied van duurzaamheid
• Afstemmen over
duurzaamheids-praktijken
• Samenwerkingsverbanden tot
stand brengen
Financiële
stakeholders
• Investors calls
• Vergaderingen van de
Raad van Bestuur
• ESG-evaluaties op
kwartaalbasis
• Jaarlijkse ESG-
benchmarking
• Ervoor zorgen dat de strategie en
het bedrijfsmodel van Belysse in lijn
zijn met de verwachtingen van onze
belangrijkste financiële
stakeholders
• Antwoorden op vragen van
investeerders
Wetgevers
• Geen formele reguliere
betrokkenheid, ad-hoc
• Op de hoogte blijven van mogelijke
wetswijzigingen die van invloed
kunnen zijn op Belysse
• Mogelijke compliance risico’s
beperken
Leveranciers
• Enquêtes
• Due diligence van
leveranciers
• Audits ter plaatse
• Regelmatige
communicatie met onze
afdeling Inkoop
• Naleving van onze gedragscode
voor leveranciers
• Verantwoorde aankoop bevorderen
• De mensen- en arbeidsrechten van
werknemers in de waardeketen
beschermen
• Geïnformeerde selectie van
leveranciers
• Jaarlijkse verklaring over
slavernij en mensenhandel
Vakbonden
• Regelmatige
vergaderingen zoals
ondernemingsraden,
CPBW (Comités voor
Preventie en
Bescherming op het
Werk)
• Zorgen voor een open en
communicatieve relatie met onze
werknemers en de vakbonden
• Ervoor zorgen dat we voldoen aan
alle haalbare verzoeken met
betrekking tot onze manier van
werken
• Verbeteringen en actieplannen
die ingaan op specifieke
verzoeken of bezorgdheden
van werknemers
Klanten
• Enquêtes
• Regelmatige
communicatie met onze
werknemers van Sales
en Customer Service
• Ervoor zorgen dat de strategie en
het bedrijfsmodel van Belysse in lijn
zijn met de verwachtingen van onze
klanten en eindgebruikers
• Op de hoogte blijven van
opkomende trends in de markt
• Onze klanten en eindgebruikers
voorzien van duurzame vloer-
oplossingen
• Verbeteringen in
producten/diensten
• Marketing communicaties die
relevant zijn voor onze klanten
Algemene informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 31
• Onze klanten in staat stellen hun
duurzaamheidsdoelstellingen te
bereiken
Lokale
gemeenschappen/
autoriteiten
• Geen formele reguliere
betrokkenheid, ad-hoc
• Zorgen voor een open
communicatielijn met lokale
gemeenschappen en autoriteiten
• Eventuele bezorgdheden of vragen
van de gemeenschap aanpakken
• Vertrouwen opbouwen met lokale
gemeenschappen
• Actieve deelname aan lokale
duurzaamheidsinitiatieven
Burgerlijke en non-
profitorganisaties
• Ondersteuning van en
samenwerking op het
gebied van
duurzaamheid en
onderzoeksprojecten
• Partnerschappen met
NGO's
• Deelnemen aan een breder
ecosysteem, buiten onze eigen
activiteiten of waardeketen
• Bijdrage aan lokale en
wereldwijde
duurzaamheidsinitiatieven
• Actieve deelname aan
onderzoeksprojecten die
relevant zijn voor de industrie
Waar relevant worden deze belangen en standpunten van stakeholders besproken met het ESG-comité volgens het proces
dat is beschreven in GOV-1 'De rol van de bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen' en GOV-2 'Informatie
verstrekt aan en duurzaamheidskwesties aangepakt door bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen van
Belysse'.
Algemene informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 32
SBM-3 Materiële impact, risico's en opportuniteiten
E1 - Klimaatverandering
Materiële impact, risico
of opportuniteit
Beschrijving
Oorsprong
Tijdshorizon
Effecten en reacties van
Belysse
Financiële
gevolgen
van R&O
CO
2
-
voetafdruk
(scope 1,
scope 2 en
scope 3)
Negatieve
impact
Emissie van
broeikasgassen door
energieverbruik in de
fabrieken.
Eigen
operaties
Actuele
impact
Belysse is voortdurend op zoek
naar innovatie in haar producten
en productieprocessen om de
ecologische voetafdruk van haar
producten en fabrieken te
verkleinen.
N.V.T
Negatieve
impact
Emissie van
broeikasgassen door
de winning en
productie van
grondstoffen.
Upstream
Actuele
impact
De EPD's van onze producten
laten zien dat de belangrijkste
CO
2-
voetafdruk afkomstig is van
de winning en verwerking van
grondstoffen. Belysse werkt
actief om meer gerecycleerde
grondstoffen in haar producten
te gebruiken. Bovendien maakt
een deel van de leveranciers van
Belysse gebruik van
hernieuwbare energiebronnen
en schakelen ze over op energie-
efficiëntere
productieprocessen.
N.V.T
Negatieve
impact
Emissie van
broeikasgassen door
de verwerking van de
producten van
Belysse aan het
einde van de
levensduur.
Downstream Actuele
impact
Het merendeel van de tapijten
en tapijttegels wordt aan het
einde van de levensduur nog
steeds verbrand, wat resulteert
in de uitstoot van
broeikasgassen. Belysse zet
actief samenwerkingen op die
hergebruik en/of recyclage van
haar producten aan het einde
van hun levensduur mogelijk
maken.
N.V.T
Negatieve
impact
Emissie van
broeikasgassen uit
de up- en
downstream supply
chain (transport van
grondstoffen en
eindproducten).
Upstream,
Downstream
Actuele
impact
Hoewel de CO
2
-voetafdruk
kleiner is dan de winning van
grondstoffen en de verwerking
van producten aan het einde van
de levensduur, leidt transport
nog steeds tot aanzienlijke
broeikasgasemissies.
Acties die we ondernemen zijn
het kiezen van de meest
efficiënte manier van transport,
het optimaliseren van zendingen
en ook ons productontwerp
heeft impact - onze ecoBACK
PLUS-backing die in 2024 is
gelanceerd, is zo licht dat er
meer tegels tegelijk kunnen
worden vervoerd, wat resulteert
in een vermindering van de CO
2
-
uitstoot door transport met
18%.
N.V.T
Algemene informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 33
CO
2
-voetafdruk
(scope 1, scope
2 en scope 3)
(vervolg)
Opportuniteit
Mogelijkheid om
marktaandeel te
winnen dankzij onze
SBTi verbintenis,
vermits dit een
vereiste is van
sommige grotere
klanten.
Downstream
1 – 5 jaar
Belysse heeft zich in 2023
geëngageerd voor SBTi,
haar voorgestelde SBTi-
doelstellingen in de loop
van 2024 ingediend en
deze doelstellingen zijn
begin 2025 gevalideerd.
€ 1-5 m
Positieve
impact
Positieve impact door
de perceptie van
klanten van Belysse’s
SBTi verbintenis.
Downstream
1 – 5 jaar
Belysse heeft zich in 2023
geëngageerd voor SBTi,
haar voorgestelde SBTi-
doelstellingen in de loop
van 2024 ingediend en
deze doelstellingen zijn
begin 2025 gevalideerd.
N.V.T
Gebruik van
energiebronnen
Negatieve
impact
Uitputting van fossiele
brandstoffen om aan
de energievraag van
Belysse te voldoen.
Eigen
operaties
Actuele
impact
Waar mogelijk en
economisch haalbaar
schakelt Belysse haar
energieverbruik over op
hernieuwbare energie.
N.V.T
Negatieve
impact
Uitputting van fossiele
brandstoffen om aan
de grondstoffenvraag
van Belysse te
voldoen.
Upstream
Actuele
impact
Belysse werkt actief om
meer gerecycleerde
grondstoffen in haar
producten te gebruiken en
onderzoekt voortdurend
mogelijkheden om
biogebaseerd materialen
toe te passen.
N.V.T
Risico
Risico van extra
investeringskosten in
infrastructuur om het
energieverbruik van
Belysse te
verminderen en/of
hogere kosten om
koolstofemissie-
rechten te kopen.
Eigen
operaties
1 – 5 jaar
Belysse heeft haar
energieverbruik en de
daarmee gepaard gaande
koolstof-uitstoot de
afgelopen jaren aanzienlijk
verminderd, met
doelstellingen om deze
verder te verminderen,
naast onze SBTi-
verbintenis.
€ 1-5 m
E3 – Water
Materiële impact, risico
of opportuniteit
Beschrijving
Oorsprong
Tijdshorizon
Effecten en reacties van
Belysse
Financiële
gevolgen
van R&O
Water-
verbruik
Negatieve
impact
Druk- en
verfprocessen
vereisen grote
hoeveelheden water,
die slechts gedeeltelijk
met regenwater
kunnen worden
gedekt. Dit resulteert
in een aanzienlijk
waterverbruik in
regio’s met hoge
waterstress.
Eigen
operaties
Actuele
impact
Belysse onderzoekt continu
innovaties in haar producten en
productieprocessen om het
waterverbruik te verminderen.
Daarnaast maximaliseren we,
waar technisch haalbaar, het
gebruik van regenwater en
grijswater. In Tielt nemen we
deel aan het WaterProof-project
om de regenwateropvang in de
regio verder te versterken, en
we evalueren de mogelijkheid
van waterrecycling op de site.
N.V.T
Algemene informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 34
E5 – Gebruik van grondstoffen en circulaire economie
Materiële impact, risico of
opportuniteit
Beschrijving
Oorsprong
Tijdshorizon
Effecten en reacties van
Belysse
Financiële
gevolgen
van R&O
Grondstoffen
instroom
(efficiënt gebruik
van
grondstoffen)
Negatieve
impact
Emissie van
broeikasgassen
door de winning
en productie van
grondstoffen
Upstream
Actuele impact
Belysse werkt actief om meer
gerecycleerde grondstoffen
in haar producten te
gebruiken en onderzoekt
voortdurend mogelijkheden
om biogebaseerd materialen
toe te passen. In 2025
hebben we bijkomende
producten op de markt
gebracht die biogebaseerd
materialen bevatten: de
modulyss Haelo-collectie
met onze nieuw ontwikkelde
lichtere ecoBACK PLUS-
backing met biogebaseerd
materiaal, wat resulteert in
een lagere ecologische
voetafdruk en een
verminderd global warming
potential.
N.V.T
Uitstroom van
grondstoffen
(operationeel
afval)
Negatieve
impact
Uitstoot van
broeikasgassen
als gevolg van de
verwerking van
afval dat
afkomstig is uit
het
productieproces
en aan het einde
van de
levensduur van
onze producten.
Downstream
Actual impact
Waar dit technisch en
economisch haalbaar is,
recycleert Belysse haar eigen
productieafval. Voor alle
andere afvalstromen en voor
de verwerking van producten
aan het einde van hun
levensduur wordt de
voorkeur gegeven aan
partners die mogelijkheden
voor hergebruik en/of
recycling bieden.
€ 5-10 m
Grondstoffen
instroom
(grondstoffen-
selectie &
ecodesign)
Positieve
impact
De uitstoot van
broeikasgassen
verminderen
door meer
gebruik te maken
van
gerecycleerde of
biogebaseerde
materialen.
Upstream
Actuele impact
Belysse zet zich actief in om
het aandeel gerecycleerde
grondstoffen te vergroten en
onderzoekt voortdurend de
mogelijkheden om
biogebaseerde materialen te
gebruiken.
N.V.T
Risico
Het risico van
verlies van
marktaandeel,
mocht Belysse er
vanwege de
beperkte
beschikbaarheid
op de markt niet
in slagen om
voldoende
grondstoffen
met
gerecycleerde of
hernieuwbare
inhoud tegen een
economisch
haalbare prijs in
te kopen.
Upstream
1 – 5 years
Belysse werkt nauw samen
met haar toeleveringsketen
om de inkoop van
gecertificeerde
gerecycleerde grondstoffen
te vergroten en onderzoekt
voortdurend de
mogelijkheden om het
gebruik van biogebaseerde
materialen verder uit te
breiden.
€ 5-10 m
Algemene informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 35
Opportuni-
teit
Opportuniteit
door de voorkeur
van klanten voor
producten met
een lage
ecologische
voetafdruk.
Downstream
1 – 5 jaar
Een aanzienlijk deel van onze
bestaande klanten – vooral in
het commerciële segment –
houdt rekening met de
ecologische voetafdruk van
het product in hun
beslissingsproces. Mogelijke
verdere wijzigingen in de
wetgeving om klanten te
stimuleren dit te doen, zullen
dit belang alleen maar
vergroten en we verwachten
een vergelijkbare groeiende
trend bij residentiële klanten.
€ 5-10 m
Keuze van
grondstoffen
(vervolg)
Risico
Klanten baseren
hun strategieën
voor duurzame
inkoop vaak op
certificaten. Als
niet aan de eisen
van deze
certificeringsnor
men wordt
voldaan, kan dit
leiden tot
omzetverlies.
Downstream
Upstream
1 – 5 jaar
Belysse zoekt voortdurend
naar mogelijkheden om de
duurzaamheid van haar
producten te verbeteren en
werkt nauw samen met haar
leveranciers om ervoor te
zorgen dat de door hen
geleverde materialen en
informatie aan deze
certificeringsnormen
voldoen.
€ 1-5 m € 5-10
m
Uitstroom van
grondstoffen
(einde
levensduur van
producten)
Risico
Het risico dat het
marktaandeel
afneemt, mocht
Belysse niet
voldoen aan de
eis van haar
klanten om
recyclebare
producten te
maken.
Downstream
1 – 5 jaar
Belysse onderzoekt
voortdurend mogelijkheden
om de samenstelling van
haar producten en de
bijbehorende
productieprocessen aan te
passen, om de
recycleerbaarheid van haar
producten te vergroten, in
nauwe samenwerking met
verschillende instituten en
leveranciers.
€ 1-5m
Algemene informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 36
S1 – Eigen personeelsbestand
Materiële impact, risico
of opportuniteit
Beschrijving
Oorsprong
Tijdshori-
zon
Effecten en reacties van Belysse
Finan-
ciële
gevolg-
en van
R&O
Gezondheid
en veiligheid
op het werk
Negatieve
impact
Werknemers in onze
productieomgevinge
n werken met
machines, heftrucks
en vrachtwagens,
wat een inherent
veiligheidsrisico met
zich meebrengt.
Eigen
operaties
Actuele
impact
Als overtuigde voorstanders van
lichamelijk en geestelijk welzijn op
de werkplek, blijven gezondheid en
veiligheid onze topprioriteit. We
blijven inzetten op risicobewustzijn,
veiligheidsacties en leiderschap
inzake veiligheid door middel van
preventiecampagnes, gerichte
initiatieven en opleidingen, en door
het gebruik van digitale tools
voortdurend op te voeren
N.V.T
Opleiding en
ontwikkeling
Positieve
impact
Medewerkers krijgen
ontwikkelingsmogelij
kheden om zich
binnen het bedrijf te
ontplooien.
Eigen
operaties
Actuele
impact
Belysse investeert in persoonlijke
groei en ontwikkeling, biedt haar
medewerkers een breed scala aan
opleidingen aan en stimuleert
carrièremogelijkheden door middel
van interne mobiliteit.
N.V.T
Algemene informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 37
G1 – Governance
Materiële impact, risico of
opportuniteit
Beschrijving
Oorsprong
Tijdshorizon
Effecten en reacties van
Belysse
Financiële
gevolgen
van R&O
Zakelijk
gedrag
binnen de
eigen
operaties
Positieve
impact
Belysse organiseert
regelmatig
trainingen voor
werknemers met
betrekking tot het
Zakelijk
gedragsbeleid
Eigen
operaties
Actuele
impact
Belysse organiseert regelmatig
verplichte trainingen voor werk-
nemers over onderwerpen op
het gebied van zakelijk gedrag,
zoals anti-trust, anti-
witwaspraktijken, anti-corruptie,
anti-fraude
N.V.T
 Risico
Risico op reputatie-
schade en/of
financiële schade,
mocht er zich een
probleem met
hetzakelijk gedrag
voordoen, zoals een
cyberaanval of
corruptie,...
Eigen
operaties
1 – 5 jaar
De afgelopen jaren heeft Belysse
sterk geïnvesteerd in het
creëren van een gestructureerd,
compliance-programma voor de
hele Groep. Het programma
omvat beleidsverklaringen en
tools om de belangrijkste
compliance risico's te
identificeren, te beoordelen en
aan te pakken. Ons beleid wordt
jaarlijks en op ad-hoc basis
herzien, bijvoorbeeld wanneer
de wetgeving wordt gewijzigd.
Bovendien worden interne
controles geleidelijk
geïntegreerd in alle operationele
processen in nauwe
samenwerking met Finance, de
Credit Control, de verschillende
business units en andere
relevante functies.
Gegevensbescherming en
cyber-beveiliging behoren tot de
hoogste prioriteiten bij Belysse
Group. Er worden voortdurend
inspanningen geleverd om de
bescherming van ons
beveiligingssysteem en van
persoonsgegevens te
verbeteren, waaronder het
aanbieden van verplichte online
cursussen over cyber-
beveiliging aan werknemers.
€ 1-5 m
Risico
Risico op boetes,
indien Belysse niet
voldoet aan de
toepasselijke
wetgeving
Eigen
operaties
1 – 5 jaar
We hebben een reeks
verschillende beleidslijnen en
procedures ontwikkeld en blijven
deze ontwikkelen, nauwlettend
opvolgen en altijd up-to-date
houden. Deze beleidsverklaring
is de operationele vertaling van
de meest recente regelgeving
en aanbevelingen, en omvat de
ethische principes en
integriteitsnormen van de
Groep.
€ 1-5 m
Algemene informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 38
De financiële effecten van risico's en opportuniteiten zijn op jaarbasis geschat, met uitzondering van vereiste investeringen
(klimaat, pollutie) en governance-gerelateerde risico's die over de aangegeven tijdshorizon cumulatieve effecten zouden zijn,
aangezien we zouden verwachten dat deze investeringen of governance risico's zich voordoen als eenmalige gebeurtenissen
in plaats van zich over meerdere jaren te herhalen.
Deze high level schattingen zijn gebaseerd op het oordeel van interne Business en Finance experts, en werden geschat als
EBITDA impact, behalve voor noodzakelijke investeringen die kapitaalinvesteringen zouden zijn.
Onze DMA heeft geen materiële risico's en opportuniteiten geïdentificeerd waarvoor er een aanzienlijk risico bestaat op
materiële aanpassing binnen de volgende jaarlijkse verslagperiode van de boekwaarden van activa en passiva die in
gerelateerde jaarrekeningen worden gerapporteerd.
Aangezien duurzaamheid een belangrijke pijler is in de algemene strategie van Belysse en de geïdentificeerde IRO's in
overeenstemming zijn met de materiële ESG-thema's die al in voorgaande jaren door middel van materialiteitsanalyses zijn
geïdentificeerd, zijn we van mening dat de aard, de verwachte tijdshorizon en de potentiële impact van deze IRO’s niet
vereisen om onze strategie en ons bedrijfsmodel aan te passen buiten ons aanpassingsvermogen als of waar nodig. Zoals
hierboven in meer detail beschreven in de 'Effecten en reacties van Belysse', beoordelen we dat we de geïdentificeerde IRO's
in het algemeen kunnen beheren door middel van beleid, doelstellingen en acties die passen binnen de context van ons
bestaande bedrijfsmodel en onze strategie.
Er waren slechts beperkte wijzigingen in de materialiteit van de IRO’s ten opzichte van de vorige rapporteringsperiode, zoals
weergegeven in IRO-2.
IRO-1 Beschrijving van het materialiteitsbeoordelingsproces
In 2020 voerde Belysse een eerste materialiteitsanalyse uit om de belangrijkste ESG-onderwerpen te identificeren die relevant
zijn voor het bedrijf. In 2023 hebben we besloten om de omvang van onze materialiteitsanalyse uit te breiden met zowel het
'outside-in'- als het 'inside-out'-perspectief. Er is een zogenaamde 'Dubbele materialiteitsanalyse' uitgevoerd. In 2024 is deze
dubbele materialiteitsanalyse geactualiseerd om ervoor te zorgen dat volledig wordt voldaan aan de CSRD-vereisten.
In 2025 werd de Dubbele Materialiteitsanalyse opnieuw geactualiseerd op basis van de meest recente inzichten en
benchmarking met sectorgenoten.
Waardeketen in kaart brengen
Ons materialiteitsbeoordelingsproces is niet gericht op specifieke activiteiten, zakelijke relaties, regio's of andere factoren die
aanleiding geven tot een verhoogd risico op ongunstige effecten - het dekt volledig de activiteiten van Belysse Group en al
haar dochterondernemingen.
Als onderdeel van de DMA heeft Belysse de materiële impact, risico's en opportuniteiten in alle activiteiten en de waardeketen
beoordeeld:
• Upstream waardeketen bestaande uit leveranciers
• Eigen activiteiten bestaande uit onze 3 productievestigingen in Tielt, Zele en Los Angeles, en onze werknemers
• Downstream-waardeketen bestaande uit onze klanten, consumenten en eindgebruikers
De beoordeling strekt zich ook uit tot de verschillende interne en externe stakeholders die we via onze activiteiten
beïnvloeden; deze groepen stakeholders worden verder beschreven in de sectie "Betrokkenheid van de belangrijkste
stakeholders" hieronder.
Tijdshorizon
Bij de beoordeling van impact, risico’s en opportuniteiten passen we de tijdshorizon toe zoals gedefinieerd in ESRS 1:
• Korte termijn: het verslagjaar
• Middellange termijn van 1-5 jaar
• Lange termijn met een tijdshorizon van meer dan 5 jaar
Algemene informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 39
Betrokkenheid van belangrijke stakeholders
Bij Belysse zijn we ons sterk bewust van het belang van stakeholderbetrokkenheid, voor de toekomstige duurzaamheid van ons
bedrijf.
Betrokken stakeholders Participatiemethode
Gebruikers van het
verslag
Participatiemethode
Intern
Leiderschapsteam Workshops
Geselecteerde leden van
de Raad van Bestuur
Workshops
Werknemers Enquête Kredietverstrekker Desktop onderzoek
Sleutelfiguren voor ESG-
onderwerpen binnen
Belysse
Workshops
Analisten en
investeerders
Desktop onderzoek
Extern
Klanten Enquête
Overheid, institutionele
organen
Desktop onderzoek
Leveranciers Enquête Federaties Interview
Lokale gemeenschappen -
Wetenschappelijke
kenniscentra
Desktop onderzoek
Partners Enquête / interview Pers & media Desktop onderzoek
Om externe feedback te krijgen op onze IRO lijst, hebben we contact opgenomen met zowel de betrokken stakeholders als de
gebruikers van het rapport. De participatiemethoden werden aangepast aan de specifieke stakeholder en omvatten
workshops, directe interviews, enquêtes en desktoponderzoek.
Op basis van de gecombineerde feedback van interne en externe stakeholders werd de materialiteit van elke geïdentificeerde
IRO beoordeeld door een impactscore toe te kennen:
• Voor impacten: waarschijnlijkheid en ernst, gebaseerd op onomkeerbaarheid, schaal en reikwijdte
• Voor risico’s en opportuniteiten: tijdshorizon, waarschijnlijkheid en de omvang van het financiële effect
Lidmaatschap van verenigingen
We hebben ook gebruik gemaakt van de inzichten van verschillende sectorverenigingen en federaties waarvan we lid zijn, door
middel van gerichte interviews als aanvulling op het desktop onderzoek dat we hebben gebruikt om het standpunt van
wetenschappelijke kenniscentra, overheids- en institutionele organen en bredere pers en media vast te leggen. We vonden
deze gesprekken bijzonder belangrijk om ervoor te zorgen dat we een voldoende breed beeld hadden van de impact, risico’s
en opportuniteiten die van invloed zijn op de bredere sector, en om ervoor te zorgen dat we ook rekening hielden met IRO's
met een mogelijk langere tijdshorizon.
Algemene informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 40
Het eigenlijke proces van dubbele materialiteitsanalyse werd in drie fasen uitgevoerd:
Identificatie van impact, risico's en opportuniteiten
Belysse, een bedrijf met lokale productie maar wereldwijde waardeketens en afzetmarkten, heeft een impact op mens en
milieu. De analyse daarvan, het 'Inside-Out perspectief', werd samengevat in de lijst van impacten.
Belysse heeft niet alleen een impact op mens en milieu, ons bedrijf wordt ook beïnvloed door ESG-activiteiten buiten ons
bedrijf. Het resultaat van het 'Outside-In' perspectief is geanalyseerd, wat heeft geresulteerd in een lijst van Risico's en
Opportuniteiten.
Impact, risico’s en opportuniteiten werden onafhankelijk van elkaar geïdentificeerd, maar eventuele onderlinge
afhankelijkheden tussen impacten en risico's of opportuniteiten zijn duidelijk geïdentificeerd en uiteindelijk gebruikt om de
financiële en impactmaterialiteit van gekoppelde IRO's opnieuw in evenwicht te brengen om een consistente aanpak te
waarborgen.
Eerst hebben we een longlist van materialiteit opgesteld, waarbij we de ESRS-normen als kompas hebben gebruikt en
workshops hebben gehouden met interne experts over elk van de ESRS-normen.
Er werden interviews of focus groep sessies met interne experts gehouden om de belangrijkste risico's en opportuniteiten
voor elk ESRS sub-topic in kaart te brengen, vanuit een operationeel, juridisch, financieel of commercieel perspectief.
Er werden interviews en gerichte enquêtes gehouden met interne en externe stakeholders om de werkelijke en potentiële
effecten in kaart te brengen.
Beoordeling van impact, risico's en opportuniteiten
Deze verschillende inputs werden geconsolideerd in een Impact, Risico’s & Opportuniteiten ("IRO") kader.
In dit kader werden de impacten (actueel en potentieel) en de risico's en opportuniteiten (korte, middellange en lange termijn)
beoordeeld aan de hand van CSRD-vereisten om alle ESG-onderwerpen te rangschikken en te bepalen welke het meest
materieel zijn voor Belysse:
• Een focusgroep bestaande uit interne experts op het gebied van zakelijk gedrag (operationeel), dienstverlening,
duurzaamheid, HSE, onderzoek en ontwikkeling, financiën, juridische zaken, verkoop en marketing, aankoop en HR
evalueerde alle geïdentificeerde risico's en opportuniteiten in termen van tijdshorizon, probabiliteit en omvang van
het financiële effect - op basis van feedback uit externe interviews met stakeholders en enquêtes. De combinatie van
deze 3 aspecten resulteerde in een financiële materialiteit.
• Een focusgroep bestaande uit interne experts op het gebied van R&D, HSE en HR evalueerde alle effecten in termen
van probabiliteit, remedieerbaarheid, schaal en reikwijdte - op basis van feedback uit interviews met externe
stakeholders en enquêtes. De combinatie van deze 4 aspecten resulteerde in een impact materialiteit.
• De probabiliteit van het optreden van risico's en opportuniteiten is beoordeeld op een schaal van onwaarschijnlijk tot
zeer waarschijnlijk; de omvang van het financiële effect is geschat op een schaal variërend van < € 1 miljoen, € 1-5
miljoen, € 5-10 miljoen en ≥ € 10 miljoen
• De probabiliteit van impacten is beoordeeld als werkelijke impact (100% probabiliteit) of de waarschijnlijkheid van het
optreden van mogelijke impacten
• Remedieerbaarheid is beoordeeld als hoe moeilijk het zou zijn om de impact om te keren in termen van mogelijkheid
om terug te draaien en de kosten en inspanningen die nodig zijn om dit te doen, variërend van gemakkelijk te
herstellen tot onherstelbaar
• De schaal is beoordeeld op een bereik van beperkt tot zeer significant
• De reikwijdte is beoordeeld op een bereik van lokaal tot wereldwijd
Algemene informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 41
Op alle impacten, risico’s en opportuniteiten werd een materialiteitsdrempel toegepast; alle IRO’s die boven deze drempel
uitkomen, worden beschouwd als materieel voor Belysse; de materiële IRO’s werden goedgekeurd door de ESG-commissie,
de Auditcommissie en de Raad van Bestuur.
Elk (sub)topic dat een materiële IRO bevat, wordt beschouwd als materieel voor Belysse. De daaruit voortvloeiende lijst van
materiële (sub)topics is besproken met de ESG-commissie, mede in het licht van de benchmarking met sectorgenoten.
Effecten, risico’s en opportuniteiten op het gebied van duurzaamheid worden op dezelfde wijze beoordeeld als alle andere
bedrijfsgerelateerde IRO’s die van invloed zijn op Belysse, waarbij de Raad van Bestuur het uiteindelijke toezicht uitoefent,
direct of indirect via de ESG-commissie en haar banden met de andere commissies van de Raad.
IRO-2 Openbaarmakingsvereisten in ESRS die vallen onder de duurzaamheidsrapportage van Belysse
De materiële onderwerpen zijn:
1. Broeikasgasemissies
Emissies afkomstig van elektriciteits- en gasverbruik in onze eigen productieprocessen, evenals upstream en
downstream in de toeleveringsketen, voornamelijk gedreven door grondstoffen, transport en end-of-life-verwerking
van producten.
2. Waterverbruik
Verbruik van grondwater, grijs water en regenwater in onze eigen productieprocessen.
3. Operationeel afval
Afval voortkomend uit onze eigen productieprocessen.
4. Opleiding en ontwikkeling
Het creëren van een werkomgeving die de professionele ontwikkeling van medewerkers stimuleert via opleiding en
coaching.
5. Energieverbruik
Gas- en elektriciteitsverbruik in onze eigen productieprocessen.
6. Materiaalefficiëntie
Verbruik van grondstoffen in onze eigen productieprocessen.
7. Materiaalkeuze en ecodesign
Productontwerp, impact van gebruikte grondstoffen zoals gerecycleerde of hernieuwbare materialen en circulariteit
ter bevordering van hergebruik en recyclage aan het einde van de levensduur.
8. Einde levensduur van producten
Milieu-impact van de end-of-life-verwerking van onze producten, beheerd via systemen en diensten voor inzameling,
hergebruik en recyclage.
9. Gezondheid en veiligheid
Het creëren van een werkomgeving waarin fysieke en mentale schade wordt voorkomen en waarin de gezondheid van
werknemers actief wordt bevorderd.
10. Producttransparantie
Het verstrekken van relevante, feitelijke en geverifieerde productinformatie aan onze klanten.
11. Productveiligheid
Het waarborgen dat onze producten te allen tijde veilig zijn voor consumenten en eindgebruikers.
12. Zakelijk gedrag
Het beheren van risico’s en opportuniteiten die de governance van onze eigen activiteiten beïnvloeden.
Algemene informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 42
Deze Dubbele Materialiteitsmatrix geeft een overzicht van de ESG-onderwerpen die belangrijk zijn voor Belysse:
Materiële topics en subtopics worden weergegeven in de niet-grijze vakken.
Wijzigingen ten opzichte van de vorige rapporteringsperiode
Er waren slechts beperkte wijzigingen in de materialiteit van de IRO’s ten opzichte van de vorige rapporteringsperiode:
• De meest opvallende wijziging is dat ESRS E2 Pollutie en ESRS S2 Werknemers in de waardeketen niet langer boven de
materialiteitsdrempel liggen; de onderbouwing hiervan wordt verder toegelicht in deze sectie.
• Binnen de Governance-sectie werden de subonderwerpen Politieke beïnvloeding & lobbyactiviteiten en
Betalingspraktijken als niet-materieel beoordeeld.
• De IRO-sets voor ESRS E3 Water en ESRS S1 Gezondheid & Veiligheid werden herzien, wat leidde tot de identificatie van
één bijkomende negatieve impact per (sub)topic.
• Het subtopic Welzijn & Respect werd hernoemd naar Opleiding & Ontwikkeling, omdat dit de onderliggende IRO’s beter
weerspiegelt.
• De herwaardering van IRO’s voor zowel de Europese als de Amerikaanse activiteiten leidde ertoe dat bepaalde IRO’s
binnen ESRS E5 Gebruik van grondstoffen en circulaire economie en ESRS S1 Eigen personeel (Opleiding &
Ontwikkeling) niet langer materieel zijn of net materieel werden, evenals meer ESRS S4-impacten op consumenten en
eindgebruikers met betrekking tot producttransparantie.
E5 Gebruik van grondstoffen en circulaire
economie
- Einde levensduur van producten
E5 Gebruik van grondstoffen en circulaire
economie
- Materiaalkeuze & eco-design
S4 Consumenten en eindgebruikers
- Transparante informatie van
producten
- Veiligheid van producten
G1 Governance, risicobeheer & interne
controle
- Zakelijk gedrag
E1 Klimaatadaptatie
E2 Pollutie
- Pollutie op de site
- Microplastics
E4 Biodiversiteit
- Verlies van biodiversiteit door eigen
activiteiten
- Verlies van biodiversiteit in de
toeleveringsketen
E5 Grondstofgebruik & Circulaire
Economie
- Levensduurverlenging van producten
S1 Eigen personeel
- Arbeidsomstandigheden
- Gelijke kansen
S2 Wernemers in de waardeketen
- Beheer van de waardeketen
Impact materialiteit
E1 Klimaatverandering
- Uitstoot van broeikasgassen
- Energieverbruik
E3 Water en mariene hulpbronnen
- Waterverbruik
E5 Gebruik van grondstoffen en circulaire
economie
- Materiaalefficiëntie
- Operationeel afval
S1 Eigen personeelsbestand
- Gezondheid en veiligheid
- Opleiding en Ontwikkeling
Financiële materialiteit
Algemene informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 43
Belysse geeft nadere toelichting op onderwerpen die als niet-materieel zijn beoordeeld.
Pollutie
Door voortdurende benchmarking en dataverzameling over uitgestoten polluenten heeft Belysse de beoordeling van
pollutiegerelateerde IRO’s herzien. Belysse overschrijdt de drempels voor emissies zoals vastgelegd in Bijlage II van Verordening
(EG) nr. 166/2006 van het Europees Parlement en de Raad niet.
Vervuiling is strikt gereguleerd in zowel België als Californië. In België moeten ondernemingen beschikken over een
milieuvergunning en voldoen aan steeds strengere milieuwetgeving, waaronder Vlarem, Vlarema (afval) en Vlarebo (bodem).
Deze kaders reguleren en monitoren emissies naar lucht en water.
In Californië opereert Bentley onder enkele van de strengste milieuregels in de Verenigde Staten. Het bedrijf rapporteert
luchtemissies via AER (Annual Emissions Reports), Criteria Pollutants, TAC (Toxic Air Contaminants) en ODC (Ozone Depleting
Compounds). Aanvullende rapporteringsverplichtingen vloeien voort uit de South Coast Air Quality Management District
(SCAQMD), evenals vereisten inzake afvalwater en vast afval onder de Los Angeles County Sanitation Districts (LACSD).
Biodiversiteit
De beoordeling van niet-materialiteit van biodiversiteitsverlies uit eigen activiteiten en de toeleveringsketen is gebaseerd op de
DMA uitgevoerd door interne en externe experts, aangevuld met het gebruik van de WWF Biodiversity Risk Filter. Deze analyses
maken het mogelijk om te begrijpen in welke mate ons businessmodel afhankelijk is van lokale ecosystemen en bevestigen dat
geen van onze productiesites zich bevindt in of nabij biodiversiteitsgevoelige of beschermde gebieden.
Werknemers in de waardeketen
Voortdurende benchmarking en dataverzameling met betrekking tot impacten en risico’s hebben Belysse ertoe aangezet de
beoordeling van IRO’s met betrekking tot werknemers in de waardeketen te herzien. Belysse vereist dat alle leveranciers onze
Supplier Code of Conduct ondertekenen en naleven. Deze gedragscode werd ingevoerd in 2021 en bevat duidelijke
verwachtingen inzake sociale prestaties, veiligheid en milieu. De code bepaalt dat leveranciers er tevens voor moeten zorgen
dat hun eigen leveranciers, aannemers en andere zakelijke partners voldoen aan deze vereisten. Belysse behoudt zich het recht
voor om de naleving van de code ter plaatse te auditen.
Onze Supplier Code of Conduct is gebaseerd op de United Nations Guiding Principles on Business and Human Rights en stelt
expliciet dat wij van onze leveranciers verwachten dat zij deze VN-richtlijnen naleven, evenals de acht fundamentele conventies
van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO). De code gaat echter verder dan uitsluitend mensenrechten en vereist expliciet
dat leveranciers de volgende voor Belysse materiële onderwerpen in relatie tot onze waardeketen aanpakken:
• Naleving aantonen van alle toepasselijke wet- en regelgeving
• Respect voor mensen- en arbeidsrechten, waaronder de bescherming van internationaal erkende mensenrechten, het
verbod op dwangarbeid, schuldslavernij en onvrijwillige arbeid (met inbegrip van moderne slavernij en mensenhandel)
en kinderarbeid, non-discriminatie, vrijheid van vereniging en de effectieve erkenning van het recht op collectief
overleg, het mogelijk maken voor werknemers en andere stakeholders om anoniem bezorgdheden of mogelijk
onwettige praktijken op de werkvloer te melden zonder represailles, en het waarborgen van eerlijke lonen
• Naleving van gezondheids- en veiligheidsnormen, met inbegrip van een gezonde en incidentvrije werkomgeving, het
verstrekken van passende informatie en uitrusting inzake gezondheid en veiligheid, en het waarborgen dat producten
of onderdelen geen materialen of stoffen bevatten die wettelijk verboden zijn, inclusief naleving van de Europese
REACH-procedures of het toepasselijke nationale equivalent
• Beperking van de milieu-impact
• Naleving van normen inzake ethisch zakendoen
Het ondertekenen van de Supplier Code of Conduct is een verplichte voorwaarde om leverancier van Belysse te worden. Ons
supply chain managementsysteem wordt ondersteund door een externe partner die on-site audits kan uitvoeren bij
leveranciers. Wij maken gebruik van de wereldwijd meest gebruikte sociale audit om onze aanpak ter beperking van potentiële
negatieve impacten te onderbouwen.
Algemene informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 44
Voor zover ons bekend zijn de typen werknemers in de waardeketen die mogelijk door Belysse worden beïnvloed, geen
werknemers die bijzonder kwetsbaar zijn voor negatieve impacten, hetzij door hun intrinsieke kenmerken, hetzij door de
specifieke context. Er zijn geen gevallen vastgesteld van niet-naleving van de VN-richtlijnen inzake bedrijfsleven en
mensenrechten, de IAO-verklaring inzake fundamentele beginselen en rechten op het werk, of de OESO-richtlijnen voor
multinationale ondernemingen met betrekking tot werknemers in onze waardeketen.
Belysse beschikt niet over een algemeen proces om rechtstreeks in dialoog te treden met werknemers in de waardeketen.
Naast on-site audits beschikken wij echter over een klokkenluidersmechanisme, en kunnen leveranciers of werknemers van
leveranciers gebruikmaken van het e-mailadres compliance@belysse.com of het contactformulier op onze website om klachten
in te dienen. Deze kanalen staan open voor alle werknemers in de waardeketen. Tot op heden zijn er geen bezorgdheden of
meldingen ontvangen van werknemers in onze waardeketen. Indien dergelijke meldingen zouden worden gedaan, zouden zij
hetzelfde proces volgen als beschreven voor meldingen door medewerkers uit onze eigen organisatie via het
klokkenluidersinstrument.
Daarnaast beperken wij risico’s structureel via een multi-sourcingstrategie. Voor alle belangrijke grondstoffen zorgen wij ervoor
dat wij samenwerken met meerdere leveranciers en alternatieven aanhouden buiten regio’s met een verhoogd risico. Deze
strategie wordt continu geëvalueerd door de relevante interne stuurgroepen en voor significante wijzigingen opgevolgd door de
Raad van Bestuur.
Gelet op de robuustheid van onze Supplier Code of Conduct, de contractuele verplichtingen voor leveranciers, onze audit- en
klachtenmechanismen, het ontbreken van vastgestelde gevallen en de structurele risicobeperking die inherent is aan onze
sourcingstrategie, worden de potentiële negatieve impacten, risico’s en opportuniteiten met betrekking tot werknemers in de
waardeketen als beperkt beschouwd. Op basis van onze dubbele materialiteitsanalyse wordt “Werknemers in de waardeketen”
daarom als niet-materieel beoordeeld voor Belysse.
Politieke beïnvloeding en lobbyactiviteiten
Belysse neemt niet deel aan politieke beïnvloeding of lobbyactiviteiten. Bijgevolg worden politieke beïnvloeding en
lobbyactiviteiten als niet-materieel beoordeeld.
Betalingspraktijken
Belysse richt zich op het realiseren van een evenwichtig werkkapitaal. Om die reden streven wij ernaar om met onze grootste
leveranciers betalingsvoorwaarden overeen te komen die in lijn zijn met de voorwaarden die aan onze klanten worden
toegekend. Op basis van onze dubbele materialiteitsanalyse vormen betalingspraktijken geen materiële impact, risico of
opportuniteit voor Belysse.
Algemene informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 45
Tabel met openbaarmakingsvereisten in ESRS die onder de duurzaamheidsrapportage vallen
Toepasselijke
norm
Openbaarmakingsplicht
Verwijzing naar het hoofdstuk in de
duurzaamheidsrapportage
ESRS 2
BP-1 Algemene basis voor het opstellen van de
duurzaamheidsrapportage
BP-1 Algemene basis voor het opstellen van de
duurzaamheidsrapportage
BP-2 Specifieke omstandigheden BP-2 Specifieke omstandigheden
GOV-1 De rol van de bestuurs-, leidinggevende en
toezichthoudende organen
GOV-1 De rol van de bestuurs-, leidinggevende en
toezichthoudende organen
GOV-2 Informatie verstrekt aan en
duurzaamheidskwesties behandeld door de
bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende
organen van de onderneming
GOV-2 Informatie verstrekt aan en
duurzaamheidskwesties behandeld door bestuurs-,
leidinggevende en toezichthoudende organen van
Belysse
GOV-3 Integratie van duurzaamheidsgerelateerde
prestaties in beloningsregelingen
GOV-3 Integratie van duurzaamheidsprestaties in
beloningsregelingen
GOV-4 Verklaring over Due diligence
GOV-4 Verklaring over Due diligence
GOV-5 Risicobeheer en interne beheersing van
duurzaamheidsrapportagegeving
GOV-5 Risicobeheer
SBM-1 Strategie, businessmodel en waardeketen
SBM-1 Strategie, businessmodellen en
waardeketen
SBM-2 Belangen en standpunten van stakeholders SBM-2 Belangen en standpunten van stakeholders
SBM-3 Materiaal, impact, risico’s en
opportuniteiten en hun interactie met strategie en
businessmodel
SBM-3 Materiaal, impact, risico’s en
opportuniteiten en hun interactie met strategie en
businessmodel
IRO-1 Beschrijving van het proces om materiaal,
impact, risico's en opportuniteiten te identificeren
en te beoordelen
IRO-1 Beschrijving van het
materialiteitsbeoordelingsproces
IRO-2 Openbaarmakingsvereisten in ESRS die
onder de duurzaamheidsrapportage vallen
IRO-2 Openbaarmakingsvereisten in ESRS die
onder de duurzaamheidsrapportage vallen
E1 Klimaat-
verandering
E1. GOV-3 Integratie van duurzaamheids-
gerelateerde prestaties in beloningsregelingen
E1. GOV-3 Integratie van
duurzaamheidsgerelateerde prestaties in
beloningsregelingen
E1. SBM-3 Materiële impact, risico's en
opportuniteiten en hun interactie met strategie en
businessmodel
E1. SBM-3 Materiële impact, risico's en
opportuniteiten en hun interactie met strategie en
businessmodel
E1. IRO-1 Beschrijving van de processen voor het
identificeren en beoordelen van materiële klimaat-
gerelateerde impact, risico’s en opportuniteiten
E1. IRO-1 Beschrijving van de processen voor het
identificeren en beoordelen van materiële klimaat-
gerelateerde impact, risico’s en opportuniteiten
E1-1 Transitieplan voor mitigatie van
klimaatverandering
E1-1 Transitieplan voor mitigatie van
klimaatverandering
E1-2 Beleid met betrekking tot mitigatie van en
aanpassing aan klimaatverandering
E1-2 Beleid
E1-3 Acties en middelen in verband met het beleid
inzake klimaatverandering
E1-3 Acties en middelen in verband met het beleid
inzake klimaatverandering
E1-4 Doelstellingen met betrekking tot mitigatie van
en aanpassing aan klimaatverandering
E1-4 Doelstellingen
E1-5 Energieverbruik en mix
E1-5 Energieverbruik en mix
E1-6 Bruto scope 1, 2, 3 en totale
broeikasgasemissies
E1-6 Bruto scope 1, 2, 3 en totale
broeikasgasemissies
Algemene informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 46
E1-7 Projecten voor broeikasgasverwijdering en
mitigatie, gefinancierd door middel van
koolstofkredieten
E1-7 Projecten voor broeikasgasverwijdering en
mitigatie, gefinancierd door middel van
koolstofkredieten
E1-8 Interne koolstofbeprijzing
E1-8 Interne koolstofbeprijzing
E1-9 Potentiële financiële effecten van materiële
fysieke en transitierisico's en potentiële klimaat-
gerelateerde opportuniteiten
E1-9 Potentiële financiële effecten van materiële
fysieke en transitierisico's en potentiële klimaat-
gerelateerde opportuniteiten
Toepasselijke
norm
Openbaarmakingsplicht
Verwijzing naar het hoofdstuk over de
duurzaamheidsrapportage
E3 Water en
mariene
hulpbronnen
E3. IRO1 Beschrijving van processen voor het
identificeren en beoordelen van materiële impact,
risico’s en opportuniteiten in verband met water en
mariene hulpbronnen
E3. IRO1 Beschrijving van processen voor het
identificeren en beoordelen van materiële impact,
risico’s en opportuniteiten in verband met water en
mariene grondstoffen
E3-1 Beleid met betrekking tot water en mariene
hulpbronnen
E3-1 Beleid met betrekking tot water en mariene
hulpbronnen
E3-2 Acties en middelen met betrekking tot water
en mariene hulpbronnen
E3-2 Acties en middelen met betrekking tot water
en mariene hulpbronnen
E3-3 Doelstellingen met betrekking tot water en
mariene hulpbronnen
E3-3 Doelstellingen met betrekking tot water en
mariene grondstoffen
E3-4 Waterverbruik
E3-4 Waterverbruik
E3-5 Potentiële financiële effecten van impact,
risico’s en opportuniteiten in verband met water en
mariene hulpbronnen
E3-5 Potentiële financiële effecten van impact,
risico’s en opportuniteiten in verband met water en
mariene hulpbronnen
E5 Gebruik
van grond-
stoffen en
circulaire
economie
E5.IRO1 Beschrijving van processen voor het
identificeren en beoordelen van het gebruik van
grondstoffen en de impact, risico’s en
opportuniteiten in verband met de circulaire
economie
E5.IRO1 Beschrijving van processen voor het
identificeren en beoordelen van het gebruik van
grondstoffen en de impact, risico’s en
opportuniteiten in verband met de circulaire
economie Error! Reference source not found.
E5-1 Beleid met betrekking tot het gebruik van
grondstoffen en de circulaire economie
E5-1 Beleid met betrekking tot het gebruik van
grondstoffen en de circulaire economie Error!
Reference source not found.
E5-2 Acties en middelen in verband met het gebruik
van grondstoffen en de circulaire economie
E5-2 Acties en middelen in verband met het gebruik
van grondstoffen en de circulaire economie Error!
Reference source not found.
E5-3 Doelstellingen met betrekking tot het gebruik
van grondstoffen en de circulaire economie
E5-3 Doelstellingen met betrekking tot het gebruik
van grondstoffen en de circulaire economie
E5-4 Instroom van middelen
E5-4 Instroom van middelen
E5-5 Uitstroom van middelen
E5-5 Uitstroom van middelen
E5-6 Potentiële financiële effecten van het gebruik
van grondstoffen en impact, risico’s en
opportuniteiten in verband met de circulaire
economie
E5-6 Potentiële financiële effecten van het gebruik
van grondstoffen en impact, risico’s en
opportuniteiten in verband met de circulaire
economie
S1 Eigen
personeels-
bestand
S1-SBM2 Belangen en standpunten van
stakeholders
S1-SBM2 Belangen en standpunten van
stakeholders
S1-SBM3 Materiële impact, risico’s en
opportuniteiten en hun interactie met strategie en
bedrijfsmodel
S1-SBM3 Materiële impact, risico’s en
opportuniteiten en hun interactie met strategie en
bedrijfsmodel
S1-1 Beleid met betrekking tot eigen
personeelsbestand
S1-1 Beleid met betrekking tot eigen
personeelsbestand
Algemene informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 47
S1-2 Processen voor het betrekken van eigen
werknemers en werknemersvertegenwoordigers bij
het bespreken van impacten
S1-2 Processen voor het betrekken van eigen
werknemers en werknemersvertegenwoordigers bij
het bespreken van impacten
S1-3 Processen om negatieve impacten te
verhelpen en kanalen voor eigen personeel om
zorgen te uiten
S1-3 Processen om negatieve impacten te
verhelpen en kanalen voor eigen personeel om
zorgen te uiten
Toepasselijke
norm
Openbaarmakingsplicht
Verwijzing naar het hoofdstuk over de
duurzaamheidsrapportage
S1 Eigen
personeels-
bestand
(vervolg)
S1-4 Actie ondernemen tegen materiële impact op
het eigen personeelsbestand, en benaderingen
voor het beheren van materiële risico's en het
nastreven van materiële opportuniteiten met
betrekking tot het eigen personeelsbestand, en de
effectiviteit van die acties
S1-4 Actie ondernemen tegen materiële impact op
het eigen personeelsbestand, en benaderingen
voor het beheren van materiële risico's en het
nastreven van materiële opportuniteiten met
betrekking tot het eigen personeelsbestand, en de
effectiviteit van die acties
S1-5 Doelstellingen met betrekking tot het beheren
van materiële negatieve impact, het bevorderen
van positieve impact en het beheren van materiële
risico's en opportuniteiten
S1-5 Doelstellingen met betrekking tot het beheren
van materiële negatieve impact, het bevorderen
van positieve impact en het beheren van materiële
risico's en opportuniteiten
S1-6 Kenmerken van de werknemers van de
onderneming
S1-6 Kenmerken van de werknemers van de
onderneming
S1-7 Kenmerken van niet-werknemers in het eigen
personeelsbestand van de onderneming
S1-7 Kenmerken van niet-werknemers in het eigen
personeelsbestand van de onderneming
S1-13 Statistieken voor training en ontwikkeling van
vaardigheden
S1-13 Statistieken voor training en ontwikkeling van
vaardigheden
S1-14 Gezondheids- en veiligheidsstatistieken
S1-14 Gezondheids- en veiligheidsstatistieken
S4
Consumenten
en eind-
gebruikers
S4-SBM3 Materiële impact, risico’s en
opportuniteiten en hun interactie met strategie en
bedrijfsmodel
S4-SBM3 Materiële impact, risico’s en
opportuniteiten en hun interactie met strategie en
bedrijfsmodel
S4-1 Beleid met betrekking tot consumenten en
eindgebruikers
S4-1 Beleid met betrekking tot consumenten en
eindgebruikers
S4-2 Processen voor het betrekken van
consumenten en eindgebruikers bij het bespreken
van impacten
S4-2 Processen voor het betrekken van
consumenten en eindgebruikers bij het bespreken
van impacten
S4-3 Processen om negatieve impact te verhelpen
en kanalen voor consumenten en eindgebruikers
om zorgen te uiten
S4-3 Processen om negatieve impact te verhelpen
en kanalen voor consumenten en eindgebruikers
om bezorgdheden te uiten
S4-4 Actie ondernemen tegen materiële impact op
consumenten en eindgebruikers, en benaderingen
voor het beheren van materiële risico's en het
nastreven van materiële opportuniteiten met
betrekking tot consumenten en eindgebruikers, en
de effectiviteit van die acties
S4-4 Actie ondernemen tegen materiële impact op
consumenten en eindgebruikers, en benaderingen
voor het beheren van materiële risico's en het
nastreven van materiële opportuniteiten met
betrekking tot consumenten en eindgebruikers, en
de effectiviteit van die acties
S4-5 Doelstellingen met betrekking tot het beheren
van materiële negatieve impact, het bevorderen
van positieve impact en het beheren van materiële
risico's en opportuniteiten
S4-5 Doelstellingen met betrekking tot het beheren
van materiële negatieve impact, het bevorderen
van positieve impact en het beheren van materiële
risico's en opportuniteiten (consumenten en
eindgebruikers)
Algemene informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 48
Toepasselijke
norm
Openbaarmakingsplicht
Verwijzing naar het hoofdstuk over de
duurzaamheidsrapportage
G1
Governance
G1. GOV-1 De rol van de bestuurs-, leidinggevende
en toezichthoudende organen
G1. GOV-1 Rol van bestuurs-, leidinggevende en
toezichthoudende organen
G1. IRO1 Beschrijving van processen om materiële
impact, risico’s en opportuniteiten te identificeren
en te beoordelen
G1. IRO-1 Beschrijving van processen om materiële
impact, risico’s en opportuniteiten te identificeren
en te beoordelen
G1-1 Beleid ten aanzien van Zakelijk gedrag en
bedrijfscultuur
G1-1 Beleid ten aanzien van Zakelijk gedrag en
bedrijfscultuur
G1-2 Beheer van leveranciersrelaties
G1-2 Beheer van leveranciersrelaties
G1-3 Preventie en opsporing van corruptie of
omkoping
G1-3 Preventie en opsporing van corruptie of
omkoping
G1-4 Incidenten van corruptie en omkoping
G1-4 Incidenten van corruptie of omkoping
Algemene informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 49
Tabel van alle datapunten die zijn afgeleid van andere EU-wetgeving
SFDR: Sustainable Finance Disclosure Regulation (Verordening informatieverstrekking over duurzaamheid in de financiële
sector)
P3: EBA Pillar 3 disclosure requirements (Openbaarmakingsvereisten in het kader van EBA-pijler 3)
CBR: Climate Benchmark Regulation (Klimaat benchmark regelgeving)
EUCL: EU Climate Law (EU-klimaatwet)
Toepasselijke
norm
Openbaarmakingsvereiste en bijbehorend datapunt
Wetgeving
Verwijzing naar het hoofdstuk
in de
duurzaamheidsrapportage
ESRS 2
ESRS 2 – GOV 1: Genderdiversiteit in het bestuur
paragraaf 21 (d)
SFDR, CBR
GOV-1 De rol van de bestuurs-,
leidinggevende en toezichthoudende
organen
ESRS 2 GOV-1 : Percentage bestuursleden dat onafhankelijk is
paragraaf 21 (e)
CBR
ESRS 2 GOV-4 : Verklaring over Due diligence
paragraaf 30
SFDR GOV-4 : Verklaring over Due diligence
ESRS 2 SBM-1 : Betrokkenheid bij activiteiten in verband met fossiele
brandstoffen
paragraaf 40 (d) i
SFDR, P3, CBR
Niet van toepassing
ESRS 2 SBM-1 : Betrokkenheid bij activiteiten in verband met
chemische productie
paragraaf 40 (d) ii
SFDR, CBR
Niet van toepassing
ESRS 2 SBM-1 : Betrokkenheid bij activiteiten in verband met
controversiële wapens
paragraaf 40 (d) iii
SFDR, CBR
Niet van toepassing
ESRS 2 SBM-1 : Betrokkenheid bij activiteiten in verband met de teelt
en productie van tabak
paragraaf 40 (d) iv
CBR
Niet van toepassing
E1 Klimaat-
verandering
ESRS E1-1 : Transitieplan om tegen 2050 klimaatneutraliteit te
bereiken
Paragraaf 14
EUCL
Niet van toepassing
ESRS E1-1 : Ondernemingen die zijn uitgesloten van op het Akkoord
van Parijs afgestemde benchmarks
paragraaf 16 (g)
P3, CBR
E1-1 Transitieplan voor mitigatie van
klimaatverandering
ESRS E1-4 : Doelstellingen voor de vermindering van de
broeikasgasemissies
paragraaf 34
SFDR, P3, CBR
E1-4 Doelstellingen
ESRS E1-5 : Energieverbruik uit fossiele bronnen, uitgesplitst naar
bron (alleen sectoren met een hoge klimaatimpact)
paragraaf 38
SFDR E1-5 Energieverbruik en mix
ESRS E1-5 Energieverbruik en mix
paragraaf 37
SFDR
ESRS E1-5 : Energie-intensiteit in verband met activiteiten in
sectoren met een hoge klimaatimpact
paragrafen 40 tot 43
SFDR
Algemene informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 50
Toepasselijke
norm
Openbaarmakingsvereiste en bijbehorend datapunt
Wetgeving
Verwijzing naar het
hoofdstuk in de
duurzaamheidsrapportage
E1 Klimaat-
verandering
(vervolg)
ESRS E1-6 : Bruto scope 1, 2, 3 en totale broeikasgasemissies
paragraaf 44
SFDR, P3, CBR Bruto scope 1, 2, 3 en totale
broeikasgasemissies
ESRS E1-6 : Intensiteit van de bruto broeikasgasemissies
paragrafen 53 tot 55
SFDR, P3, CBR
ESRS E1-7 : Projecten voor broeikasgasverwijdering en mitigatie,
gefinancierd door middel van koolstofkredieten
paragraaf 56
EUCL
E1-7 : Projecten voor
broeikasgasverwijdering en
mitigatie, gefinancierd door
middel van koolstofkredieten
ESRS E1-9 : Blootstelling van de benchmarkportefeuille aan klimaat-
gerelateerde fysieke risico's
paragraaf 66
CBR
Niet materieel
ESRS E1-9 : Uitsplitsing van geldbedragen naar acuut en chronisch
fysiek risico, paragraaf 66, (a)
ESRS E1-9 : Locatie van belangrijke activa met materieel fysiek risico
paragraaf 66 (c)
P3 Niet materieel
ESRS E1-9 : Uitsplitsing van de boekwaarde van haar vastgoedactiva
naar energie-efficiëntieklassen
paragraaf 67 (c)
P3
Niet materieel
ESRS E1-9 : Mate van blootstelling van de portefeuille aan klimaat-
gerelateerde opportuniteiten
paragraaf 69
CBR
Niet materieel
E2 Pollutie
ESRS E2-4 : Hoeveelheid van elke in bijlage II van de E-PRTR-
verordening opgenomen verontreinigende stof die in lucht, water
en bodem wordt uitgestoten
paragraaf 28
SFDR
Niet materieel
E3 Water en
mariene
hulpbronnen
ESRS E3-1 : Beleid inzake water en mariene hulpbronnen
paragraaf 9
SFDR
E3-1: Beleid inzake water en
mariene hulpbronnen
ESRS E3-1 : Specifiek beleid (voor locaties in gebieden met veel
stress)
paragraaf 13
SFDR
ESRS E3-1 : Duurzame oceanen en zeeën
paragraaf 14
SFDR
Niet materieel
ESRS E3-4 : Totale hoeveelheid gerecycleerd en hergebruikt water
paragraaf 28 (c)
SFDR
E3-4 Waterverbruik
ESRS E3-4 : Totaal waterverbruik in m³ per netto-omzet uit eigen
activiteiten
paragraaf 29
SFDR
E4 Biodiversiteit
ESRS 2- SBM3 - E4 : Lijst van sites waar de activiteiten gevolgen
hebben voor de kwetsbare biodiversiteit
paragraaf 16 (a)
SFDR
Niet materieel
ESRS 2- SBM3 - E4 : Geïdentificeerde negatieve effecten van
materialen op bodemdegradatie, woestijnvorming en
bodemafdekking
paragraaf 16 (b)
SFDR
Niet materieel
ESRS 2- SBM3 - E4 : Acties die van invloed zijn op bedreigde
soorten
paragraaf 16 (c)
SFDR
Niet materieel
ESRS E4-2 : Duurzame grond/landbouwpraktijken of -beleid
paragraaf 24 (b)
SFDR Niet materieel
ESRS E4-2 : Praktijken of beleid op het gebied van duurzame
oceanen / zeeën
paragraaf 24 (c)
SFDR
Niet materieel
ESRS E4-2 : Beleid om ontbossing aan te pakken
paragraaf 24 (d)
SFDR
Niet materieel
E5 Gebruik van
grondstoffen en
circulaire
economie
ESRS E5-5 : Niet-gerecycleerd afval
paragraaf 37 (d)
SFDR
E5-5: Grondstoffen uitstroom
ESRS E5-5 : Gevaarlijke afvalstoffen en radioactieve afvalstoffen
paragraaf 39
SFDR
Algemene informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 51
Toepasselijke
norm
Openbaarmakingsvereiste en bijbehorend datapunt
Wetgeving
Verwijzing naar het
hoofdstuk in de
duurzaamheidsrapportage
S1 Eigen
personeelsbestand
ESRS 2- SBM3 - S1: Risico op gevallen van dwangarbeid
paragraaf 14 (f)
SFDR
Niet materieel
ESRS 2- SBM3 - S1 Risico op gevallen van kinderarbeid
paragraaf 14 (g)
SFDR
Niet materieel
ESRS S1-1 : Verbintenissen op het gebied van het
mensenrechtenbeleid
paragraaf 20
SFDR
S1-1 Beleid met betrekking tot
het eigen personeelsbestand
ESRS S1-1 : Beleid inzake Due diligence met betrekking tot kwesties
die aan de orde komen in de fundamentele Verdragen 1 tot en met
8 van de Internationale Arbeidsorganisatie
paragraaf 21
CBR
ESRS S1-1 : Processen en maatregelen ter voorkoming van
mensenhandel
paragraaf 22
SFDR
Niet materieel
ESRS S1-1 : Beleid of managementsysteem voor de preventie van
ongevallen op de werkplek
paragraaf 23
SFDR
S1-1 Beleid met betrekking tot
het eigen personeelsbestand
ESRS S1-3 : Mechanismen voor de behandeling van klachten
paragraaf 32 (c)
SFDR S1-3 Processen om negatieve
effecten te verhelpen en
kanalen voor eigen personeel
om zorgen te uiten
ESRS S1-14 : Aantal dodelijke slachtoffers en aantal en percentage
werkgerelateerde ongevallen
paragraaf 88 (b) en (c)
SFDR, CBR
S1-14 Gezondheids- en
veiligheidsstatistieken
Error! Reference source not
found.
ESRS S1-14 : Aantal verloren dagen door verwondingen, ongevallen,
dodelijke slachtoffers of ziekte
paragraaf 88 (e)
SFDR
ESRS S1-16 : Niet-gecorrigeerde loonkloof tussen mannen en
vrouwen
paragraaf 97 (a)
SFDR, CBR
Niet materieel
ESRS S1-16 : Buitensporige beloningsverhouding van de CEO
paragraaf 97 (b)
SFDR
Niet materieel
ESRS S1-17 : Gevallen van discriminatie
paragraaf 103 (a)
SFDR
Niet materieel
ESRS S1-17 : Niet-naleving van de UNGP's inzake bedrijfsleven en
mensenrechten en de OESO
paragraaf 104 (a)
SFDR, CBR
Niet materieel
S2 Werknemers in
de waardeketen
ESRS 2- SBM3 – S2 : Aanzienlijk risico op kinderarbeid of
dwangarbeid in de waardeketen
paragraaf 11 (b)
SFDR
Niet materieel
ESRS S2-1 : Verbintenissen op het gebied van het
mensenrechtenbeleid
paragraph 17
SFDR Niet materieel
ESRS S2-1 : Beleid met betrekking tot werknemers in de
waardeketen
paragraaf 18
SFDR
ESRS S2-1 : Niet-naleving van de UNGP's inzake de beginselen van
bedrijfsleven en mensenrechten en de OESO-richtlijnen
paragraaf 19
SFDR, CBR
Niet materieel
ESRS S2-1 : Zorgvuldigheidsbeleid met betrekking tot kwesties die
aan de orde komen in de fundamentele Verdragen 1 tot en met 8
van de Internationale Arbeidsorganisatie
paragraaf 19
CBR
Niet materieel
ESRS S2-4 : Mensenrechtenkwesties en incidenten in verband met
de upstream- en downstreamwaardeketen
paragraaf 36
SFDR Niet materieel
Algemene informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 52
Toepasselijke
norm
Openbaarmakingsvereiste en bijbehorend datapunt
Wetgeving
Verwijzing naar het
hoofdstuk in de
duurzaamheidsrapportage
S3 Getroffen
gemeenschappen
ESRS S3-1 Verplichtingen in het mensenrechtenbeleid
paragraaf 16
SFDR
Niet materieel
ESRS S3-1 niet-naleving van UNGP's over bedrijfsleven en
mensenrechten, ILO-beginselen of OESO-richtlijnen
paragraaf 17
SFDR, CBR Niet materieel
ESRS S3-4 Mensenrechtenkwesties en incidenten
paragraaf 36
SFDR
Niet materieel
S4 Consumenten
en eindgebruikers
ESRS S4-1 Beleid met betrekking tot consumenten en
eindgebruikers
paragraaf 16
SFDR
S4-1 Beleid met betrekking tot
consumenten en
eindgebruikers
ESRS S4-1 Niet-naleving van de UNGP's inzake bedrijfsleven en
mensenrechten en de OESO-richtlijnen
paragraaf 17
SFDR, CBR
Niet materieel
ESRS S4-4 Mensenrechtenkwesties en incidenten
paragraaf 35
SFDR Niet materieel
G1 Governance
ESRS G1-1 Verdrag van de Verenigde Naties tegen corruptie
paragraaf 10 (b)
SFDR
G1-1 Beleid ten aanzien van
Zakelijk gedrag en
bedrijfscultuur
ESRS G1-1 Bescherming van klokkenluiders
paragraaf 10 (d)
SFDR
ESRS G1-4 Boetes voor overtreding van anti-corruptie en anti-
omkopingswetten
paragraaf 24 (a)
SFDR, CBR
G1-4 Incidenten van corruptie of
omkoping
ESRS G1-4 Normen voor de bestrijding van corruptie en omkoping
paragraaf 24 (b)
SFDR
Milieu-informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 53
E1 - Klimaatverandering
E1. GOV-3 Integratie van duurzaamheidsgerelateerde prestaties in beloningsregelingen
Prestaties op het gebied van duurzaamheid zijn tot nu toe niet structureel geïntegreerd in de beloningsregelingen van de Raad
van Bestuur of management. Specifieke leden van het managementteam hadden wel duurzaamheidsgerelateerde
doelstellingen of de oplevering van duurzaamheidsgerelateerde projecten als onderdeel van hun variabele
beloningsdoelstellingen voor 2025.
Zie sectie GOV-3 'Integratie van duurzaamheidsprestaties in incentiveplannen' voor meer informatie.
E1. SBM-3 – Materiële impact, risico's en opportuniteiten en hun interactie met strategie en businessmodel
Materiële impact, risico
of opportuniteit
Beschrijving
Oorsprong
Tijdshorizon
Effecten en reacties van Belysse
CO
2
-
voetafdruk
(scope 1,
scope 2 en
scope 3)
Negatieve
impact
Emissie van
broeikasgassen door
energieverbruik in de
fabrieken.
Eigen
operaties
Actuele
impact
Belysse is voortdurend op zoek naar
innovatie in haar producten en
productieprocessen om de ecologische
voetafdruk van haar producten en
fabrieken te verkleinen.
Negatieve
impact
Emissie van
broeikasgassen door
de winning en
productie van
grondstoffen.
Upstream
Actuele
impact
De EPD's van onze producten laten zien dat
de belangrijkste CO
2-
voetafdruk afkomstig
is van de winning en verwerking van
grondstoffen. Belysse werkt actief om
meer gerecycleerde grondstoffen in haar
producten te gebruiken. Bovendien maakt
een deel van de leveranciers van Belysse
gebruik van hernieuwbare energiebronnen
en schakelen ze over op energie-
efficiëntere productieprocessen.
Negatieve
impact
Emissie van
broeikasgassen door
de verwerking van de
producten van
Belysse aan het
einde van de
levensduur.
Downstream
Actuele
impact
Het merendeel van de tapijten en
tapijttegels wordt aan het einde van de
levensduur nog steeds verbrand, wat
resulteert in de uitstoot van
broeikasgassen. Belysse zet actief
samenwerkingen op die hergebruik en/of
recyclage van haar producten aan het
einde van hun levensduur mogelijk maken.
Negatieve
impact
Emissie van
broeikasgassen uit
de up- en
downstream supply
chain (transport van
grondstoffen en
eindproducten).
Upstream,
Downstream
Actuele
impact
Hoewel de CO
2
-voetafdruk kleiner is dan
de winning van grondstoffen en de
verwerking van producten aan het einde
van de levensduur, leidt transport nog
steeds tot aanzienlijke
broeikasgasemissies.
Acties die we ondernemen zijn het kiezen
van de meest efficiënte manier van
transport, het optimaliseren van zendingen
en ook ons productontwerp heeft impact -
onze ecoBACK PLUS-backing die in 2024 is
gelanceerd, is zo licht dat er meer tegels
tegelijk kunnen worden vervoerd, wat
resulteert in een vermindering van de CO
2
-
uitstoot door transport met 18%.
Milieu-informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 54
CO
2
-voetafdruk
(scope 1, scope
2 en scope 3)
(vervolg)
Opportuniteit
Mogelijkheid om
marktaandeel te
winnen dankzij onze
SBTi verbintenis,
vermits dit een
vereiste is van
sommige grotere
klanten.
Downstream
1 – 5 jaar
Belysse heeft zich in 2023
geëngageerd voor SBTi, haar
voorgestelde SBTi-doelstellingen in
de loop van 2024 ingediend en deze
doelstellingen zijn begin 2025
gevalideerd.
Positieve
impact
Positieve impact door
de perceptie van
klanten van Belysse’s
SBTi verbintenis.
Downstream
1 – 5 jaar
Belysse heeft zich in 2023
geëngageerd voor SBTi, haar
voorgestelde SBTi-doelstellingen in
de loop van 2024 ingediend en deze
doelstellingen zijn begin 2025
gevalideerd.
Gebruik van
energiebronnen
Negatieve
impact
Uitputting van fossiele
brandstoffen om aan
de energievraag van
Belysse te voldoen.
Eigen
operaties
Actuele
impact
Waar mogelijk en economisch
haalbaar schakelt Belysse haar
energieverbruik over op
hernieuwbare energie.
Negatieve
impact
Uitputting van fossiele
brandstoffen om aan
de grondstoffenvraag
van Belysse te
voldoen.
Upstream
Actuele
impact
Belysse werkt actief om meer
gerecycleerde grondstoffen in haar
producten te gebruiken en
onderzoekt voortdurend
mogelijkheden om biogebaseerd
materialen toe te passen.
Risico
Risico van extra
investeringskosten in
infrastructuur om het
energieverbruik van
Belysse te
verminderen en/of
hogere kosten om
koolstofemissie-
rechten te kopen.
Eigen
operaties
1 – 5 jaar
Belysse heeft haar energieverbruik
en de daarmee gepaard gaande
koolstof-uitstoot de afgelopen jaren
aanzienlijk verminderd, met
doelstellingen om deze verder te
verminderen, naast onze SBTi-
verbintenis.
Milieu-informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 55
E1. IRO-1- Beschrijving van de processen voor het identificeren en beoordelen van materiële klimaatgerelateerde
impact, risico’s en opportuniteiten
Zie sectie IRO-1 Beschrijving van het materialiteitsbeoordelingsproces voor ons algemene proces om materiële impact, risico’s
en opportuniteiten te identificeren.
Specifiek voor de uitstoot van broeikasgassen werd ons proces geïnformeerd door onze CO
2
-voetafdruk voor het geheel van
Scope 1, 2 en 3 zoals ontwikkeld in de context van SBTi.
Hoewel er geen formele analyse van de klimaatbestendigheid is uitgevoerd, werden tijdens onze dubbele materialiteitsanalyse
fysieke klimaatimpacten en -risico’s op dit moment niet materieel geacht, op basis van een combinatie van verschillende
externe bronnen en inzichten van experts die hieronder worden beschreven - doorgaans op basis van scenario's met een
gemiddeld tot hoog broeikasgas-emissieniveau (bv. RCP 4.5 of 6.0). Belysse verwacht dan ook niet dat er op middellange
termijn een meer uitgebreide, formele klimaatbestendigheids- en scenarioanalyse zal worden uitgevoerd.
• De Global Adaptation Initiative Country Index van de University of Notre Dame, die de kwetsbaarheid en paraatheid van
193 landen ten aanzien van klimaatverstoringen beoordeelt. Zowel de Verenigde Staten als België worden gerangschikt
als lage kwetsbaarheid en hoge paraatheid; de meest relevante risicogebieden voor Belysse, water en infrastructuur, zijn
voor beide landen geclassificeerd als "lage kwetsbaarheid".
• Om de potentiële impact van een toename van het overstromingsgevaar en, voor België, toenemende impact door
stijging van de zeespiegel, verder te evalueren, hebben we gebruik gemaakt van de WWF-risicofiltertool, de waterkaart
voor Vlaanderen (kaart van overstromingsgevoelige gebieden) die een risico van slechts beperkte overstromingen op
beide Belgische locaties vaststelt, en de Los Angeles County Public Works Flood Zone Determination om vast te stellen
dat onze Bentley Mills-fabriek zich in een gebied met een matig tot laag overstromingsgevaar bevindt. Wat betekent dat
er slechts een beperkt risico is op overstroming (bepaald als minder dan 0,2% kans per jaar).
• We vulden dit aan met desktoponderzoek naar de mogelijke impact van klimaatverandering op de beschikbaarheid van
belangrijke grondstoffen voor onze productieprocessen, meer specifiek CaCO
3
. Alle CaCO
3
die door Belysse wordt
aangekocht, is afkomstig van continentale mijnbouw, waar experts geen risico zien op een onderbroken aanvoer als
gevolg van klimaatverandering, in tegenstelling tot CaCO
3
ontgonnen uit mariene bronnen.
• Als onderdeel van de leveranciersvragenlijst die we tijdens de dubbele materialiteitsanalyse met onze belangrijkste
leveranciers hebben gedeeld, geeft 67% van de leveranciers aan dat ze een impact van klimaatverandering op hun
productieproces verwachten, maar ze geven allemaal aan dat ze verwachten dat deze impact beheersbaar zal zijn. 61%
van de leveranciers verwacht ook een impact van klimaatverandering op de beschikbaarheid van grondstoffen, maar
geeft aan dat ook deze impact beheersbaar zal zijn. Geen van de respondenten verwacht dat klimaatverandering een
significante impact zal hebben op hun productieprocessen of zal leiden tot schaarste van belangrijke grondstoffen.
De risico's en opportuniteiten gerelateerd aan klimaattransitie op korte en middellange termijn worden afgedekt door de
respectievelijke materiële risico's en impacten die zijn geïdentificeerd via onze dubbele materialiteitsanalyse in de
verschillende ESRS-omgevingsthema's. Onze DMA identificeerde op dit moment geen materiële risico's en opportuniteiten op
de lange termijn die aanzienlijk zouden verschillen van de geïdentificeerde risico's en opportuniteiten op de middellange
termijn. Onze aanpak om klimaatgerelateerde transitierisico's te beoordelen en te beheren, houdt rekening met evoluerende
regelgevingsvereisten, evoluties in de markt die verband houden met de wereldwijde verschuiving naar een koolstofarme
economie en technologische ontwikkelingen.
Met betrekking tot activa of bedrijfsactiviteiten die onverenigbaar zijn of aanzienlijke inspanningen zouden vergen om
verenigbaar te zijn met een transitie naar een klimaatneutrale economie, zullen de inzichten van Belysse op dit gebied blijven
evolueren. Onze BEYOND en SBTi doelstellingen om de broeikasgasemissies van onze eigen activiteiten en waardeketen
aanzienlijk te verminderen, de acties die in voorgaande jaren al zijn ondernomen om deze ambities te verwezenlijken, evenals
toekomstige acties, zijn belangrijke stappen in deze overgang op korte en middellange termijn en tonen duidelijk ons
engagement om ervoor te zorgen dat onze activiteiten verenigbaar zijn met de beperking van de opwarming van de aarde tot
1,5°C in overeenstemming met het Akkoord van Parijs. Daarnaast zijn er afhankelijkheden van factoren die niet of slechts
gedeeltelijk onder onze directe invloed staan, zoals evoluties in de voorkeur van klanten of eindconsumenten voor duurzamere
producten, opkomende groenere technologieën, regelgeving die duurzaamheid mogelijk maakt.
Milieu-informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 56
E1-1 Transitieplan voor mitigatie van klimaatverandering
Belysse heeft haar hoofdkantoor in Europa en productievestigingen in België en de VS. Twee van onze drie fabrieken vallen
onder het EU-beleid en het bijbehorende actieplan voor duurzame financiering. De Europese Green Deal heeft als doel om
Europa tegen 2050 klimaatneutraal te maken. Belysse staat volledig achter die doelstelling en de shift van een lineaire naar een
circulaire economie en is zich volledig bewust van haar verantwoordelijkheden in deze transitie.
Bij de screening van onze activa en activiteiten hebben we een 2-stappenaanpak gevolgd, waarbij we ons in 2018 eerst hebben
gericht op de scope 1- en 2- emissies van onze activiteiten, aangezien deze activiteiten onder onze directe controle vallen;
deze focus werd in de loop van 2024 verder uitgebreid met de volledige scope 1-, 2-, 3-emissiesvan alle activiteiten van Belysse
wereldwijd, inclusief de upstream- en downstream-waardeketen, als onderdeel van onze SBTi baselining oefening die in dit
hoofdstuk verder wordt beschreven.
Het kader dat wordt gebruikt om onze baseline voor broeikasgasemissies te bepalen, is de GHG Protocol Corporate
Accounting and Reporting Standard.
Er is momenteel geen sectorspecifiek decarbonisatie-traject voor onze industrie.
Een van de belangrijkste strategische pijlers in ons BEYOND-programma - onze 4-jarige roadmap voor transformatie die in
januari 2022 van start is gegaan - is een grotere focus op duurzaamheid door middel van innovatieve producten en
productieprocessen, waaronder specifieke plannen en doelstellingen voor het beperken van klimaatverandering.
In het BEYOND-programma hebben we als doel gesteld om de CO
2
-intensiteit van onze activiteiten (Scope 1 en 2) tegen 2030
met 30% te verminderen, ten opzichte van een 2018 baseline, met een tussentijdse mijlpaal in 2025 om tegen die tijd een
vermindering in intensiteit van 28% te bereiken.
kg CO
2
/m²
Baseline 2018 Doel 2025 Doel 2030
1,18 -28% -30%
Reeds genomen acties om onze scope 1- en 2-emissie-intensiteit (kg CO
2
-equivalent per geproduceerde m²) te verminderen:
• De verbeteringsmaatregelen die in de periode 2018-2025 werden doorgevoerd, waren voornamelijk gericht op het
verminderen van ons elektriciteits- en gasverbruik, naast de elektrificatie van productieapparatuur: deze gecombineerde
acties resulteerden in een verbetering van de CO
2
-intensiteit met -23% op Belysse Groepsniveau
• Gedeeltelijk groene stroom betrekken in onze productiesite in Tielt: -7% in 2025 t.o.v. 2023
Verdere maatregelen om na 2025 te verbeteren (% verbetering uitgedrukt ten opzichte van de CO
2
-intensiteit van 2025):
• Verdere inkoop van groene elektriciteit op de productiesite in Tielt: 15% verbetering van de CO₂-intensiteit op
groepsniveau.
• Omschakeling van de meest energie-intensieve productieprocessen naar alternatieve technologieën: 16%
verbetering van de CO₂-intensiteit op groepsniveau.
Deze gecombineerde acties zouden resulteren in een verbetering van de CO
2
-intensiteit met 40% voor onze
productievestigingen ten opzichte van 2023 of 50% ten opzichte van 2018, ten opzichte van de BEYOND-doelstelling van 30%
die we tegen 2030 willen bereiken.
Milieu-informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 57
De bovenstaande doelstellingen waren nog niet in lijn met het beperken van de opwarming van de aarde tot 1,5°C in
overeenstemming met het Akkoord van Parijs. Belysse heeft zich echter geëngageerd tot SBTi en heeft in de loop van 2024
SBTi-doelstellingen voor 2030 ingediend die in lijn zijn met het Akkoord van Parijs; deze doelstellingen werden begin 2025 door
SBTi gevalideerd:
• Onze absolute scope 1 en 2 broeikasgasemissies tegen 2030 met 42% te verminderen, ten opzichte van het baseline
jaar 2023.
• Onze absolute scope 3 broeikasgasemissies van ingekochte goederen & diensten en upstream transport & distributie
met 25% te verminderen binnen hetzelfde tijdsbestek
Voor Scope 3 hebben we in de loop van 2024 onze baseline voor 2023 bepaald, als onderdeel van de SBTi-verbintenis van
Belysse. Vervolgens zullen verdere transitieplannen worden ontwikkeld, naast onze lopende acties en doelstelling om het
gebruik van gerecycleerde of biogebaseerd grondstoffen te vergroten.
Belysse is niet uitgesloten van de EU-benchmarks die afgestemd zijn op het Akkoord van Parijs, zoals gedefinieerd in artikel 12
"Uitsluitingen voor op het Akkoord van Parijs afgestemde EU-benchmarks" in de EU-verordening inzake
klimaattransitiebenchmarks.
Belysse is nog steeds bezig met het ontwikkelen van haar inzicht in de potentiële locked-in (ingesloten) broeikasgasemissies
van belangrijke activa of producten. Het bedrijf is actief op zoek naar duurzamere product- en productieprocesinnovaties,
waaronder een focus op het aanpassen van onze meest energie-intensieve productieprocessen met behulp van alternatieve
technologieën, evenals onderzoek om de ecologische voetafdruk van onze producten tijdens hun levenscyclus verder te
verkleinen. Er zijn ook geen recente investeringen gedaan in koolstofintensieve technologieën, maar eerder in mogelijkheden
om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Er zijn geen locked-in broeikasgasemissies door het gebruik van onze
producten, zoals verder uiteengezet in sectie E1-6 Bruto-scopes 1, 2, 3 en totale broeikasgasemissies. Verdere reductie van
locked-in-emissies zal ook afhangen van evoluties in de voorkeur van klanten voor duurzamere producten en de balans tussen
kosten, baten en impact.
Het transitieplan ligt volledig in lijn met de ambitie van Belysse om zich te focussen op markten in het midden- tot hoge
segment waar de vraag van klanten naar innovatieve producten met een lage koolstofvoetafdruk groter is. Alle investeringen
die nodig zijn om deze transitie mogelijk te maken, maken deel uit van de financiële planning van het bedrijf. In het geval van
innovatieve producten die zich richten op nieuwe marktsegmenten of investeringen die het energieverbruik verminderen,
zullen deze direct positief bijdragen aan de financiële resultaten.
Milieu-informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 58
De BEYOND doelstellingen voor de verbetering van de CO
2
-intensiteit en de SBTi-doelstellingen zijn goedgekeurd door de
Raad van Bestuur. De voortgang ten opzichte van deze doelstellingen voor intensiteitsverbetering wordt ten minste drie keer
per jaar besproken op de Raad van Bestuur en in het ESG-comité; de voortgang ten opzichte van de SBTi-doelstellingen zal ten
minste jaarlijks worden besproken op de Raad van Bestuur en in het ESG-comité.
Een breed scala aan verbeteringsinitiatieven om de Scope 1- en 2-emissie-intensiteit te verminderen, is al geïmplementeerd:
• Veranderingen in de operationele manier van werken, zoals een lagere loopsnelheid op onze garen cablage machines
om het elektriciteitsverbruik te verminderen met behoud van arbeidsefficiëntie
• Technische aanpassingen aan productieapparatuur en onze persluchtnetten, resulterend in een lager gasverbruik
• Elektrificatie van vorkheftrucks.
• Installatie van laadpunten op productiesites ter ondersteuning van de elektrificatie van het bedrijfswagenpark.
• Verdere verhoging van het aandeel groene elektriciteit op de productiesite in Tielt. In Los Angeles en Zele wordt reeds
volledig groene elektriciteit ingekocht; zowel Tielt als Zele maken gebruik van zonne-energie via zonnepanelen op de
daken.
• Lancering van nieuwe commerciële kamerbrede collecties met een hoger aandeel solution dyed (in de massa
geverfde) garens, wat resulteert in een lager gas- (en water)verbruik
Er zijn ook maatregelen genomen om de Scope 3-emissies van Belysse te verminderen, al voordat de SBTi-baseline werd
gedefinieerd, door:
• Het verhogen van het gebruik van gerecycleerde materialen. Bijvoorbeeld door de integratie van Post-Consumer
Calcium Carbonate (PC4) in de producten van Bentley, waarbij 25% van het calciumcarbonaat in standaardbackings
wordt vervangen.
• Lanceren van lichtere backing-opties die zich vertalen in een lager grondstoffenverbruik en een lagere CO
2
-uitstoot
tijdens het transport van onze eindproducten
• Introduceren van onze eerste collecties met biogebaseerd materialen
• verhogen van de interne recyclage van productieafval in onze fabriek in Zele, wat uiteindelijk leidt tot een lager
grondstoffenverbruik per geproduceerde m²
• Onze Take Back-service in Europa die onze klanten een eenvoudige en efficiënte manier biedt om oude tapijttegels
opnieuw te gebruiken of te recycleren en er waardevolle grondstoffen van te maken
• Ons Fulfill carpet reclamation program (programma voor de terugwinning van tapijt) in de VS om onze klanten de best
beschikbare afvoeroptie te bieden, met als doel oud tapijtmateriaal opnieuw te gebruiken of te recycleren, en te
voorkomen dat het op stortplaatsen terechtkomt
Milieu-informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 59
E1-2 Beleid
De eerste beleidsmaatregel van Belysse om klimaatverandering tegen te gaan, draait rond op onze BEYOND-doelstelling om
de emissie-intensiteit van scope 1 en 2 tegen 2030 met 30% te verminderen ten opzichte van een baseline in 2018. Deze
beleidsmaatregel is goedgekeurd door de Raad van Bestuur en is publiek beschikbaar gemaakt via onze jaarverslagen.
Het toepassingsgebied van deze beleidsmaatregel omvat de eigen operaties van Belysse wereldwijd, maar is om praktische
redenen beperkt tot de emissies gelinkt aan het elektriciteits- en gasverbruik in onze 3 productievestigingen in Tielt, Zele en
Los Angeles – die 92% van onze totale scope 1- en 2-emissies vertegenwoordigen.
Deze beleidsmaatregel is gericht op de volgende materiële impact, risico’s en opportuniteiten:
• Risico van extra investeringskosten in infrastructuur om het energieverbruik van Belysse te verminderen en/of hogere
kosten om koolstofemissierechten te kopen
• Emissie van broeikasgassen door energieverbruik in de fabrieken
• Uitputting van fossiele brandstoffen om aan de energievraag van Belysse te voldoen
Een verdere verhoging van ons ambitieniveau komt voort uit onze SBTi-doelstellingen en richt zich ook op de volgende
materiële impact, risico’s en opportuniteiten:
• Mogelijkheid om marktaandeel te winnen dankzij onze SBTi verbintenis, aangezien dit een vereiste is van sommige
grotere klanten
• Potentieel positieve impact als gevolg van de positieve perceptie van klanten ten aanzien van Belysse’s engagement
voor SBTi
• Negatieve impact van broeikasgasemissies verbonden aan de ontginning en productie van grondstoffen
• Negatieve impact van broeikasgasemissies in de upstream-waardeketen, inclusief transport van grondstoffen en
afgewerkte producten
• Negatieve impact door de uitputting van fossiele brandstoffen die nodig zijn om aan de grondstoffenbehoefte van
Belysse te voldoen
• Potentiële aanzienlijke stijgingen van de grondstofkosten als gevolg van uitputting van fossiele bronnen na verloop
van tijd
• Positieve impact op de reductie van broeikasgasemissies door een verhoogd gebruik van gerecycleerde of
biogebaseerde materialen
• Negatieve impact van het blijvend aankopen van een substantieel aandeel niet-gerecycleerde grondstoffen, waardoor
een lineair economisch model dat steunt op fossiele grondstoffen behouden blijft
Het hoogste niveau binnen de organisatie dat verantwoordelijk is voor de implementatie van deze beleidslijn is de R&D &
Sustainability Director.
De belangrijkste stakeholders wiens belangen in aanmerking genomen zijn bij het opstellen van deze beleidsmaatregel, zijn de
klanten van Belysse.
Deze beleidsverklaring is sinds de implementatie ervan in 2018 extern gecommuniceerd en beschikbaar gesteld als onderdeel
van ons jaarverslag. Sindsdien is onze vooruitgang in het verminderen van onze scope 1 en 2 emissie-intensiteit ook
opgenomen in ons jaarverslag. Onze SBTi-doelstellingen en de voortgang hierop werden voor het eerst gerapporteerd in
boekjaar 2024 en worden jaarlijks geactualiseerd; dit jaarverslag 2025 bevat de meest recente update.
De belangrijkste initiatieven om deze emissie-intensiteitsreductie en absolute emissiereductie te bereiken zijn:
• Verbetering van de energie-efficiëntie door vermindering van ons elektriciteits- en gasverbruik, door veranderingen in
onze productieprocessen en productsamenstelling
• Maximaliseren van het gebruik van hernieuwbare energie, inclusief het inkopen van groene stroom en het gebruik van
zonne-energie van de zonnepanelen die op de daken van onze fabrieken in Tielt en Zele zijn geïnstalleerd
• Verdere elektrificatie van productieprocessen waar technisch en economisch haalbaar
Milieu-informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 60
De tweede beleidsmaatregel van Belysse om klimaatverandering tegen te gaan, heeft tot doel het gehalte aan gerecycleerde
materialen in onze producten te verhogen, met specifieke doelstellingen om ten minste 50% gerecycleerd materiaal te
bereiken voor Modulyss- en Bentley-producten. Deze beleidsverklaring is goedgekeurd door de Raad van Bestuur en is publiek
gemaakt via onze jaarverslagen.
Deze beleidsverklaring richt zich specifiek op de materiële impact: uitputting van fossiele brandstoffen om aan de
grondstoffenvraag van Belysse te voldoen.
De belangrijkste stakeholders wiens belangen in aanmerking genomen zijn bij het opstellen van deze beleidsmaatregel, zijn de
klanten van Belysse.
Deze beleidsverklaring is sinds de implementatie ervan in 2022 extern gecommuniceerd en beschikbaar gesteld als onderdeel
van ons jaarverslag. Sindsdien is onze vooruitgang op het vlak van verhoogd gebruik van gerecycleerde materialen ook
opgenomen in ons jaarverslag.
De belangrijkste initiatieven om deze toename van gerecycleerd materiaal te bereiken zijn:
• Ons totale grondstoffenverbruik verminderen door afval in het productieproces te verminderen en door het
productgewicht te verlagen door lichtere tapijttegel backings aan te bieden (bv. ecoBACK sinds 2020 en ecoBACK
PLUS sinds 2024).
• Actief samenwerken met onze bestaande en potentiële nieuwe leveranciers om belangrijke materiaalinstromen te
identificeren, zoals granulaten, garens, backings en backing-componenten met een hoger gehalte aan gerecycleerd
materiaal.
Deze belangrijkste initiatieven, de bijhorende doelstellingen en acties worden in meer detail behandeld in sectie E5 Gebruik van
grondstoffen en circulaire economie.
E1-3 Acties en middelen in verband met het beleid inzake klimaatverandering
De acties die we ondernemen op het gebied van decarbonisatie - Energie-efficiëntie, gebruik van hernieuwbare energie en
elektrificatie
Onze doelstelling om de intensiteit van de CO
2
-uitstoot in scope 1 en 2 met 30% te verminderen, legt rechtstreeks
maatregelen op om ons energieverbruik aan te passen, en kan worden bereikt door een combinatie van acties in onze
Europese en Amerikaanse vestigingen:
• In 2022 zijn we gestart met de implementatie van nieuwe software voor energiebeheer en monitoring in onze twee
Belgische productiesites. In 2024 werden bijkomende meters geïnstalleerd en in 2025 werd het systeem verder
uitgerold, met verdere implementatie voorzien in 2026.
• In 2025 werd de aansluiting op het hoogspanningsnet in Tielt vernieuwd, wat de betrouwbaarheid en capaciteit van de
energievoorziening verhoogt.
• Onze projecten voor continue verbetering blijven lopen. Voorbeelden zijn de energie-optimalisatieacties in onze
cablage afdeling, het opsplitsen van het persluchtnetwerk in onze fabriek in Tielt in 2 verschillende drukken (met een
lagere druk voor processen waar dit voldoende is), en energie-efficiëntie-initiatieven voor de drogers in onze
afwerkingsafdelingen.
• De productiesite in Zele is ISO 50001 gecertificeerd. Gecertificeerde organisaties zijn verplicht om hun
energieprestaties systematisch te verbeteren. Modulyss neemt ook deel aan het sectorale energieakkoord van
Fedustria waarmee we ons streven naar gestructureerd energiebeheer en voortdurende verbetering.
• De site in Tielt neemt deel aan de nieuwe periode van het vrijwillige Energiebeleidsovereenkomst (EBO)-programma
sinds 2023. In 2024 werd een energieplan opgesteld en werden eerste acties geïmplementeerd; in 2025 volgde
verdere uitrol.
• In de winter van 2025 werd de ventilator in de afdeling garen-heatset-cabblage op onze productielocatie in Tielt
uitgeschakeld, waardoor 180 MWh aan energie werd bespaard.
• In 2025 werden er laadstations geïnstalleerd op onze productielocaties in Tielt en Zele ter ondersteuning van de
elektrificatie van het bedrijfswagenpark.
• Ook dit jaar hebben we campagnes gevoerd om ons energieverbruik te verminderen. Het voordeel van deze
campagnes werd echter gedeeltelijk tenietgedaan door een verminderde efficiëntie als gevolg van kleinere
productieruns in de Belgische fabrieken. Onze productielijnen zijn minder efficiënt wanneer er meer opstarts,
omschakelingen of stilstanden plaatsvinden.
Milieu-informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 61
Bentley
• In 2025 behaalde Bentley de ENERGY STAR-certificering van de Amerikaanse EPA voor het magazijn in Los Angeles.
• Verdere efficiëntiemaatregelen omvatten LED-verlichting en het uitschakelen van verlichting buiten gebruiksuren in
de showroom in Chicago.
• In 2025 werd één boiler in de tegelproductielijn in Los Angeles geëlektrificeerd ter vervanging van aardgas.
Tabel 1 Openbaarmaking van inhoud over middelen in verband met het beleid inzake klimaatverandering (in duizenden EUR)
2024
2025
Financiële middelen toegewezen aan het actieplan (OpEx)
N.V.T
N.V.T
Financiële middelen toegewezen aan het actieplan (CapEx)
€ 560 K
€1848 K
In de jaarrekening worden deze CapEx-bedragen gerapporteerd als onderdeel van Materiële vaste activa – Installaties,
machines en uitrusting in het hoofdstuk ‘2. Geconsolideerde balans per 31 december’. Meer informatie over de EU-taxonomie
is opgenomen in het afzonderlijke hoofdstuk hierover.
E1-4 Doelstellingen
In het BEYOND-programma hebben we als doel gesteld om de CO
2
-intensiteit van onze activiteiten (Scope 1 en 2 markt-
gebaseerde emissies van elektriciteits- en gasverbruik in onze 3 productievestigingen, die 89% van de totale Scope 1 en 2
markt-gebaseerde emissies van Belysse vertegenwoordigen) tegen 2030 met 30% te verminderen, ten opzichte van een 2018
baseline, met een tussentijdse mijlpaal in 2025 om tegen die tijd een vermindering in intensiteit van 28% te bereiken.
kg CO₂/m²
Baseline 2018 Actuals 2024
Actuals 2025
Doel 2025 Doel 2030
1,18 -22%
-23%
-28% -30%
Deze emissies zijn gebaseerd op werkelijke metingen van ons elektriciteits- en gasverbruik; de enige aanname die wordt
genomen bij het berekenen van de baseline en de werkelijke verbeteringen, zijn de emissiefactoren die in meer detail worden
toegelicht in sectie E1-6.
Stakeholders waren niet rechtstreeks betrokken bij het bepalen van deze doelstelling, hoewel deze is goedgekeurd door de
Raad van Bestuur voordat deze werd vastgesteld.
Er zijn geen wijzigingen geweest in de doelstelling, de overeenkomstige indicatoren, de onderliggende meetmethodologieën,
de significante veronderstellingen, beperkingen, bronnen en processen voor het verzamelen van gegevens die binnen de
gedefinieerde tijdshorizon zijn aangenomen, met uitzondering van de aanpassing van de emissiefactor voor elektriciteit in de
fabriek van Tielt in de cijfers 2018-2023 om in overeenstemming te zijn met de markt-gebaseerde emissiefactor die voor 2023-
2024 wordt gebruikt in het kader van SBTi en CSRD. De impact op 2018 is onvoldoende materieel om de baseline te veranderen,
die 1,18 kg CO
2
/m² blijft.
Deze doelstellingen voor de vermindering van broeikasgasemissies zijn brutodoelstellingen, exclusief
broeikasgasverwijderingen, koolstofkredieten of vermeden emissies als middel om de doelstellingen te bereiken.
In 2025 bedroeg de CO₂-intensiteit 0,9 kg CO₂/m², wat overeenkomt met een reductie van 23% ten opzichte van het basisjaar
2018. Deze prestatie ligt onder de BEYOND-doelstelling voor 2025. De achterstand ten opzichte van de beoogde reductie van
28% is voornamelijk te wijten aan significant lagere productievolumes in 2025 in vergelijking met 2024. Het energieverbruik in
2025 lag wel lager dan in 2018, maar lagen de productievolumes eveneens 10% lager, een daling die zich vrijwel volledig in
Europa voordeed.
Milieu-informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 62
In mei 2023 heeft Belysse zich geëngageerd voor het Science Based Targets Initiative (SBTi). In de loop van 2024 hebben we
onze Science Based doelstellingen voor 2030 ontwikkeld, die begin 2025 zijn gevalideerd:
• Onze absolute scope 1 en 2 broeikasgasemissies tegen 2030 met 42% te verminderen, ten opzichte van het baseline jaar
2023
• Onze absolute scope 3 broeikasgasemissies van ingekochte goederen & diensten en upstream transport & distributie
met 25% te verminderen binnen hetzelfde tijdsbestek
De bovenstaande doelstellingen zijn gekozen uit een mogelijke reeks opties die door SBTi zijn gedefinieerd -er is geen sector-
specifiek decarbonisatietraject voor onze industrie- en zijn in overeenstemming met het Akkoord van Parijs. Deze
doelstellingen werden goedgekeurd door de Raad van Bestuur en extern geborgd door SBTi.
Nog voordat deze scope 3-emissiereductiedoelstelling werd vastgelegd, heeft Belysse al de nodige actie ondernomen om
deze emissies te verminderen, door het gebruik van gerecycleerde of biogebaseerd grondstoffen te vergroten.
Er is gezorgd voor consistentie tussen de doelstellingen voor de vermindering van broeikasgasemissies en de grenzen van de
broeikasgasinventaris, aangezien de bovenstaande SBTi-doelstellingen volledig in overeenstemming zijn met de manier
waarop de volledige broeikasgasinventaris voor Belysse is berekend voor SBTi, zoals verder uiteengezet in sectie E1-6.
De baseline van de CO
2
-uitstoot omvat alle activiteiten van Belysse. Aangezien 2023 een jaar was met een relatief laag
verkoopvolume, kunnen de resulterende absolute emissies na deze reducties eerder aan de lage kant zijn. 2023 was echter het
eerste volledige jaar van Belysse als bedrijf, na de desinvestering in 2022.
Om een duidelijk onderscheid te maken tussen de volume-impact en de impact van energie- en emissiereductie-initiatieven,
zullen we de emissie-intensiteit in kg CO
2
per m² geproduceerd tapijt blijven rapporteren voor de uitstoot van onze productie-
sites.
Bij het vastleggen van de doelstellingen in 2023 werden de volgende aannames gehanteerd: constante verkoopvolumes ten
opzichte van 2023, voldoende klantenacceptatie van duurzamere producten en de financiële haalbaarheid van de vereiste
investeringen. De doelstellingen zijn niet afhankelijk van toekomstige, onbewezen technologieën. Externe factoren, zoals
wijzigingen in de elektriciteitsmix van het net of schommelingen in zonne-energieproductie, kunnen duidelijk worden
gekwantificeerd en worden daarom afzonderlijk beoordeeld.
De onderstaande tabel toont de opsplitsing van de door SBTi gevalideerde klimaatmitigatiedoelstellingen van Belysse. Deze
tabel is onderhevig aan een herformulering ten opzichte van de toelichting in de duurzaamheidsverklaring over boekjaar 2024.
De aard van deze herformulering wordt toegelicht in ESRS 2.
Milieu-informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 63
Tabel 2 Tabel met broeikasgasdoelstellingen (in lijn met SBTi-doelstellingen)
Bruto broeikasgasemissies
Streefjaar
Baseline
2023
Actuals 2024 Actuals 2025 2030
GHG emissies (markt-
gebaseerd) tCO2*
157.391
145.030
141.710
115.202
GHG Scope 1 tCO2
12.911
12.274
11.760
GHG Scope 2 locatie-
gebaseerd tCO2
5.012
5.097
4.878
GHG Scope 2 markt-
gebaseerd tCO2
3.803
2.870
1.611
GHG Scope 1 + Scope 2
markt-gebaseerd tCO2
16.714
15.144
13.371
9.694
GHG Scope 3 tCO2 *
140.677
129.886
128.339
105.508
Verbeteringsinitiatieven
t.o.v. baseline 2023
-1.570
-3.343
-7.020
Scope 1+2
Energie-efficiëntie en
vermindering van het
verbruik, incl. vervanging of
wijziging van producten en
productieprocessen tCO2
-373
-379
-2550
Elektrificatie tCO2
-290
-443
-530
Gebruik van hernieuwbare
energie tCO2
-1070
-2.521
-3670
Andere tCO2
+128 volume impact
+35 lagere opwekking
van zonne-energie
N.V.T
-270 te
identificeren
Verbeteringsinitiatieven
t.o.v. baseline 2023
-10.791
-12.338
-35.169
Scope 3
Aangekochte goederen en
diensten
-9.560
Voornamelijk door een
hoger aandeel
gerecycleerde PA6-
garens
-12.435
Primarily from
higher share
of
gerecycleerde
PA6 yarns and
PES backings
Scope 3
roadmap moet
nog worden
ontwikkeld
aangezien de
baseline in de
loop van 2024
werd opgesteld
Upstream transport en
distributie
-1.231
Voornamelijk door
verandering van
grondstofleveranciers,
kortere transportafstand
en het wijzigen van het
type transport
+97
Primarily
from a
higher US
road
transport
emission
factor and
higher
transport
distances
Target is a
25%
reduction of
scope 3
emissions
from
purchased
goods &
services and
upstream
transportation
& distribution
Milieu-informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 64
* Scope 3-emissiecijfers omvatten voor Belysse twee Scope 3-categorieën: aangekochte goederen en diensten (enkel
activiteit-gebaseerde diensten) en upstream transport en distributie. Onze baseliningoefening voor 2023 in het kader van SBTi
toonde aan dat deze twee categorieën samen meer dan 67% van onze totale Scope 3-emissies vertegenwoordigen.
Onze op korte termijn gevalideerde SBTi Scope 3-doelstelling omvat een emissiereductie van 25% binnen deze twee
categorieën.
Geen van de bovenstaande initiatieven omvat zgn. nature-based solutions.
In 2025 daalden de Scope 1-, 2- en 3-emissies van Belysse ten opzichte van de 2023-baseline, wat wijst op vooruitgang richting
de SBTi-doelstellingen voor 2030. Deze daling weerspiegelt zowel de lagere productievolumes in 2025 als de impact van
geïmplementeerde decarbonisatiemaatregelen.
Onze Scope 1 + 2 doelstellingen voor de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen zijn vastgelegd voor onze markt-
gebaseerde emissies, vanwege de vele onzekerheden die van invloed zijn op onze toekomstige locatie-gebaseerde emissies:
• Op dit moment is het onduidelijk in welke mate locatie-gebaseerde emissiefactoren, in het bijzonder voor
elektriciteit, zullen evolueren in België en de VS. Vooral in België is er onzekerheid over de omvang en het tijdstip van
de uitfasering van kernenergie, de impact die dit kan hebben op de afhankelijkheid van het land van fossiele
brandstoffen voor energieopwekking, in combinatie met een groeiende vraag als gevolg van de aanhoudende
elektrificatie van het industriële en huishoudelijke verbruik
Onze grootste hefboom bij het verminderen van onze scope 2 broeikasgasemissies, het gebruik van hernieuwbare energie,
zou geen directe impact hebben op onze locatie-gebaseerde emissies; indirect zou een groeiend aandeel van industriële en
huishoudelijke consumenten die hernieuwbare energie aankopen, ertoe moeten leiden dat energieleveranciers actief
overschakelen op koolstofarmere energieopwekking, wat vervolgens zou moeten leiden tot een vermindering van de locatie-
gebaseerde emissiefactoren in de loop van de tijd
• Energie-efficiëntie en vermindering van het verbruik zouden doorgaans een vergelijkbare impact moeten hebben op
locatie-gebaseerde emissies in vergelijking met markt-gebaseerde emissies, hoewel de exacte impact moeilijk te
kwantificeren is, aangezien de vervanging of wijziging van onze productieprocessen gedeeltelijke elektrificatie kan
omvatten
• De impact van afzonderlijke elektrificatie-initiatieven op locatie-gebaseerd emissies zou slechts gedeeltelijk zijn,
waarbij nog steeds zou worden geprofiteerd van een vermindering van het nettoverbruik door energie-efficiëntie,
maar slechts in mindere mate van de lagere emissiefactoren van elektriciteit in vergelijking met fossiele
energiebronnen
Voor Scope 2 verwachten wij dat het merendeel van de reducties zich zal voordoen in onze markt-gebaseerde Scope
2-emissies, aangezien de meeste geplande decarbonisatiehefbomen verband houden met de inkoop van hernieuwbare
elektriciteit (zoals groene contracten en garanties van oorsprong). Door de bestaande onzekerheden kunnen markt-
gebaseerde doelstellingen niet worden vertaald naar een exacte locatiegebaseerde doelstelling. Onze Scope 3-doelstellingen
(goed voor 83% van de totale emissiereducties) worden niet beïnvloed door het onderscheid tussen markt- en
locatiegebaseerde emissies.
De omschakelingvan onze meest energie-intensieve productieprocessen naar alternatieve technologieën zal afhangen van de
bijbehorende CAPEX-investeringen, hun financiële haalbaarheid en de mogelijke implementatietijdlijn die in ontwikkeling zijn.
Wanneer deze wijzigingen aanpassingen van onze producten omvatten, zal de impact van deze wijzigingen bovendien
afhangen van de marktacceptatie, d.w.z. de bereidheid van klanten om over te stappen op duurzamere producten.
De technische haalbaarheid van de vereiste technologieën is onderzocht en bevestigd, dus hoewel deze technologieën nieuw
zouden zijn voor Belysse of de specifieke Belysse-fabriek waar ze zouden worden geïmplementeerd, zijn dit bewezen
technologieën in onze sector.
De bovenstaande doelstellingen zijn in overeenstemming met het Akkoord van Parijs en zijn extern geborgd door het Science
Based Targets-initiatief. Het zijn bruto doelstellingen, exclusief broeikasgasverwijderingen, koolstofkredieten of vermeden
emissies als middel om de doelstellingen te bereiken.
Milieu-informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 65
Tabel 3 Doelstellingen voor de vermindering van de broeikasgasemissies per scope per decarbonisatie-hefboom
(in lijn met SBTi-doelstellingen)
tCO2 Baseline 2023
Doelstellingen voor 2030
Energie-
efficiëntie en
vermindering
van het
verbruik
Elektrificatie
Gebruik van
hernieuwbare
energie
Andere
Uitstoot van broeikasgassen *
157.391
-2550
-530
-3670
-35.439
Percentage van het streefcijfer
dat betrekking heeft op de
totale uitstoot van
broeikasgassen
78%
-1,6%
-0,3%
-2,3%
-22,5%
Scope 1 broeikasgasemissies **
12.911
-2550
-615
-
-270
Percentage van de doelstelling
met betrekking tot Scope 1
broeikasgasemissies
100%
-20%
-5%
-
-2%
Scope 2 broeikasgasemissies
op de markt
3.803
-
+85
-3670
-
Percentage van de doelstelling
met betrekking tot Scope 2-
broeikasgasemissies
100%
-
+2%
-97%
-
Scope 3 broeikasgasemissies *
140.677
-
-
-
-35.169
Percentage van de doelstelling
met betrekking tot Scope 3
broeikasgasemissies *
76%
-
-
-
-25%
* Scope 3-emissiecijfers omvatten voor Belysse twee Scope 3-categorieën: aangekochte goederen en diensten (uitsluitend
activiteit-gebaseerde diensten) en upstream transport en distributie. Onze baseliningoefening voor 2023 in het kader van SBTi
toonde aan dat deze twee categorieën samen meer dan 67% van onze totale Scope 3-emissies vertegenwoordigen.
** De doelstelling voor 2030 is vastgesteld op de combinatie van Scope 1+2; voor de eenvoud zijn de nog niet geïdentificeerde
initiatieven allemaal toegeschreven aan Scope 1-emissies, aangezien dit na implementatie van alle geïdentificeerde initiatieven
een aanzienlijk grotere categorie zal zijn dan Scope 2.
In deze baseline cijfers en streefdoelen is geen rekening gehouden met koolstofcompensaties of met koolstofkredieten die
worden behandeld in deel E1-7 Projecten voor broeikasgasverwijdering en mitigatie, gefinancierd door middel van
koolstofkredieten.
De meeste van de bovenstaande Scope 1 en 2 decarbonisatie-initiatieven zullen ook bijdragen aan onze BEYOND-emissie-
intensiteitsdoelstelling in onze productievestigingen:
Milieu-informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 66
Statistieken
E1-5 Energieverbruik en mix
Tabel 4 Energieverbruik en mix (in MWh)
Eenheid: MWh
2024
2025
Europa US
Belysse
Totaal
Europa US
Belysse
Totaal
Totaal energieverbruik
79.512
15.945
95.458
76.805
16.106
92.911
Totaal fossiel
energieverbruik
56.772 10.215 66.987 52.022 10.236 62.258
Brandstofverbruik uit
steenkool en
steenkoolproducten
- - - - - -
Brandstofverbruik van ruwe
olie en aardolieproducten
- - - - - -
Brandstofverbruik uit aardgas
50.670
10.007
60.677
47.894
10.016
57.910
Brandstofverbruik uit andere
fossiele bronnen
- - - - - -
Verbruik van ingekochte of
verworven elektriciteit,
warmte, stoom en koeling uit
fossiele bronnen
6.102 208 6.310
4.128
220 4.348
Aandeel fossiele bronnen in
het totale energieverbruik
71% 64% 70% 68% 64% 67%
Verbruik uit nucleaire bronnen
10.257
64
10.322
7.275
55
7.330
Aandeel van het verbruik uit
nucleaire bronnen in het
totale energieverbruik
13% 0,4% 11% 9% 0.3% 8%
Totaal verbruik van
hernieuwbare energie *
12.483 5.666 18.149 17.508 5.815 23.323
Brandstofverbruik uit
hernieuwbare bronnen
- - - - - -
Verbruik van ingekochte of
verworven elektriciteit,
warmte, stoom en koeling uit
hernieuwbare bronnen
12.483 5.666 18.149 17.508 5.815 23.323
Verbruik van zelf opgewekte,
hernieuwbare energie uit
andere bronnen dan
brandstof
- - - - - -
Aandeel hernieuwbare
bronnen in het totale
energieverbruik
16% 36% 19% 23% 36% 25%
Productie van niet-
hernieuwbare energie
- - - - - -
Productie van hernieuwbare
energie
- - - - - -
Totaal energieverbruik van
activiteiten in sectoren met
hoge klimaatimpact**
79.512 15.945 95.458 76.805 16.106 92.911
Totaal energieverbruik van
activiteiten in sectoren met
een hoge klimaatimpact, per
netto-omzet van activiteiten
in sectoren met een hoge
klimaatimpact (MWh/€) **
0,00063 0,00010 0,00034 0,00070 0,00011 0,00037
* 2024: Bestaat uit 6.413 MWh hernieuwbare-energiecertificaten, 3.222 MWh zonne-energie en 8.514 MWh
groene-elektriciteitscontracten.
2025: Bestaat uit 11.000 MWh hernieuwbare-energiecertificaten, 3.772 MWh zonne-energie en 8.444 MWh
groene-elektriciteitscontracten.
Milieu-informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 67
** Aangezien de NACE-sector “vervaardiging van tapijten en vloerkleden” wordt beschouwd als een sector met een hoge
klimaatimpact, werden het volledige energieverbruik en de volledige omzet van Belysse opgenomen in deze berekeningen,
inclusief het energieverbruik in magazijnen en showrooms.
2024: De netto-omzetcijfers die in deze berekening werden gebruikt, zijn:
• €280,4 miljoen voor Belysse, afkomstig uit de financiële staten, sectie 1 Geconsolideerde winst- en verliesrekening
voor de periode eindigend op 31 december 2024: Omzet
• €125,9 miljoen voor Europa, afkomstig uit de financiële staten, toelichting 4 Segmentrapportering: Omzet per segment
• €154,5 miljoen voor de Verenigde Staten, afkomstig uit de financiële staten, toelichting 4 Segmentrapportering:
Omzet per segment
2025: De netto-omzetcijfers die in deze berekening werden gebruikt, zijn:
• €254,2 miljoen voor Belysse, afkomstig uit de financiële staten, sectie 1 Geconsolideerde winst- en verliesrekening
voor de periode eindigend op 31 december 2025: Omzet
• €110,5 miljoen voor Europa, afkomstig uit de financiële staten, toelichting 4 Segmentrapportering: Omzet per segment
• €143,7 miljoen voor de Verenigde Staten, afkomstig uit de financiële staten, toelichting 4 Segmentrapportering:
Omzet per segment
De emissiereducties in de onderstaande tabel worden gemeten ten opzichte van de baseline van 2018 en hebben betrekking
op Scope 1 en 2 markt-gebaseerde emissies van elektriciteits- en gasverbruik in onze 3 productievestigingen.
Eenheid
2024
2025
Absolute waarde van Scope 1+2
broeikasgasemissiereductie
ton CO2 -16.983 -17.549
Percentage van Scope 1+2
broeikasgasemissiereductie
(ten opzichte van emissies in de baseline)
% -55% -57%
Absolute waarde van Scope 1
broeikasgasemissiereductie
ton CO2 -9.226 -8.606
Percentage van Scope 1 broeikasgasemissiereductie
(ten opzichte van emissies in de baseline)
% -46% -42%
Absolute waarde van locatie-gebaseerde Scope 2
broeikasgas-emissiereductie
ton CO2 -4.615 -4.794
Percentage locatie-gebaseerde Scope 2 broeikasgas-
emissiereductie (ten opzichte van emissies in de
baseline)
% -48% -50%
Absolute waarde van markt-gebaseerde Scope 2
broeikasgas-emissiereductie
ton CO2 -7.756 -8.944
Percentage markt-gebaseerde Scope 2 broeikasgas-
emissiereductie (ten opzichte van emissies in de
baseline)
% -74% -85%
Opmerking: Belysse heeft geen doelstellingen voor de vermindering van de broeikasgasemissies in
intensiteitswaarde
(per
netto-omzet); al onze doelstellingen voor broeikasgassen zijn ofwel in absolute waarde (SBTi) of in verhouding tot
productievolumes (BEYOND).
Milieu-informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 68
E1-6 Bruto scope 1, 2, 3 en totale broeikasgasemissies
In 2025 hebben zich geen significante wijzigingen voorgedaan binnen Belysse en haar waardeketen. Daarom werd
gebruikgemaakt van de screening en mapping van de GHG-Protocolcategorieën die in boekjaar 2024 werd uitgevoerd. Sinds
2024 wordt onze koolstofvoetafdruk berekend volgens de SBTi-baselinemethodologie, die voor het eerst werd toegepast in
ons jaarverslag 2024. Dezelfde methodologie wordt consistent toegepast in dit jaarverslag 2025:
• Alle scope 1 emissiecategorieën:
o Stationaire verbranding bestaande uit aardgasverbruik in onze 3 productievestigingen en showrooms
o Mobiele verbranding omvat niet-elektrische bedrijfswagens en tankkaarten van het bedrijf, intern transport
tussen fabrieken en niet-elektrische heftrucks. Deze verbruiken werden omgerekend naar CO
2
-emissie
equivalenten met behulp van gegevens van 'CO2-emissiefactoren' voor België en het U.S. Environmental
Protection Agency voor de VS
o Vluchtige emissies van de print- en verfactiviteiten in onze fabrieken in Tielt en Bentley, en procesemissies
van onze eigen afvalwaterzuivering in onze fabriek in Tielt. Deze laatste zijn biogeen van aard en bestaan uit
CO
2
- en N
2
O-emissies, die 4% van onze totale scope 1 emissies vertegenwoordigen
• Alle scope 2 emissiecategorieën: het elektriciteitsverbruik in onze 3 productievestigingen, hoofdkantoor en
showrooms, evenals het elektriciteitsverbruik voor elektrische en hybride bedrijfswagens. Het elektriciteitsverbruik
voor elektrische heftrucks is al inbegrepen in het elektriciteitsverbruik van onze fabrieken. Deze verbruiken werden
omgerekend naar CO2 emissie equivalenten met behulp van locatie- en markt-gebaseerde gegevens van 'CO2-
emissiefactoren' voor België op nationaal niveau, en het U.S. Environmental Protection Agency voor de VS op eGRID
(Emissions & Generation Resource Integrated Database) subregioniveau (WECC California, RFC West, NPCC
NYC/Westchester, NPCC New England, SERC South, RFC East).
De contractuele instrumenten die worden gebruikt om scope 2 emissies te berekenen zijn:
o Gebundelde instrumenten: groene stroomcontracten voor Zele en onze Bentley Mills fabriek, die samen 27%
van het totale elektriciteitsverbruik van Belysse vertegenwoordigen
o Niet-gebundelde instrumenten: in het kader van onze inzet voor hernieuwbare energie werden in 2025
hernieuwbare-energiecertificaten (Europese garanties van oorsprong voor hernieuwbare elektriciteit)
aangekocht voor 11.000 MWh, overeenkomend met 49% van het netverbruik van de site in Tielt en 35% van
het totale elektriciteitsverbruik van Belysse
• Alle scope 3 emissiecategorieën: aangekochte goederen en diensten, kapitaalgoederen, brandstof- en energie
gerelateerde activiteiten die niet zijn opgenomen in scope 1 en 2, upstream en downstream transport en distributie,
afval gegenereerd in productie, zakenreizen, woon-werkverkeer van werknemers met uitzondering van bedrijfsauto's
of tankkaarten, upstream geleasede activa (bepaalde showrooms waar Belysse geen eigenaar is van de
energiecontracten) en verwerking van verkochte producten aan het einde van de levensduur. Van de bovenstaande
categorieën zijn de belangrijke scope 3 categorieën (die 93% van onze scope 3 emissies in 2023 vertegenwoordigen):
o Aangekochte goederen: Er werden CO2-emissiefactoren per producttype toegepast, waarbij gebruik werd
gemaakt van primaire gegevens van de leverancier indien beschikbaar, of van industriestandaarden uit een
database voor levenscyclus-analyse bij gebrek aan specifieke leveranciersgegevens. In 2025 was 43% van de
berekende emissies gebaseerd op primaire gegevens. Deze emissiefactoren werden toegepast op het
gewicht van de gekochte goederen, dat voor 95% gebaseerd was op gemeten gewichten, 5% op basis van
berekeningen voor (meestal verpakkings)producten die per stuk worden gekocht in plaats van per gewicht.
o Aangekochte diensten (op activiteiten gebaseerd): voor alle uitbestede productieprocessen werden de CO2-
emissiefactoren gebaseerd op EPD-gegevens (Environmental Product Declaration), hetzij van onze eigen
producten waar we vergelijkbare productieprocessen intern hebben, hetzij van leveranciers. Deze
emissiefactoren werden toegepast op de gemeten volumes of gewichten van de halffabricaten die deze
processtappen doorliepen.
o Upstream transport en distributie: berekend op basis van het gewicht van de vervoerde goederen en de
afgelegde afstand, afhankelijk van de transportmethode (vrachtwagen vs. spoor vs. zee). Geen van deze
berekeningen was gebaseerd op primaire gegevens. De afstand die grondstoffen afleggen, is berekend op
basis van de locatie van de leverancierssite en onze productiesite; de afstand die wordt afgelegd door
verkochte goederen is geschat als de afstand van onze productiesite tot het geografische centrum van het
land of de Amerikaanse staat waar onze producten naartoe zijn verzonden.
o Verwerking aan het einde van de levensduur van verkochte producten: berekend op basis van de specifieke
EPD-gegevens van onze producten voor alle commerciële producten die 33% van de CO2-uitstoot in deze
categorie vertegenwoordigen, en referentie-EPD's voor de sector op basis van productsamenstelling en
poolgewicht voor alle residentiële producten die 67% van de CO2-uitstoot in deze categorie
vertegenwoordigen.
Milieu-informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 69
• Uitgesloten GreenHouse Gas protocol categorieën zijn:
o Verwerking van verkochte producten: niet van toepassing voor Belysse, aangezien de producten die wij
verkopen eindproducten zijn en geen enkele bewerking ondergaan voordat ze worden gebruikt, volgens de
definitie van het GHG Protocol
o Gebruik van verkochte producten: niet van toepassing op de producten van Belysse omdat onze producten
tijdens hun levensduur geen energie verbruiken
o Downstream verhuurdee activa: Belysse verhuurt geen activa aan andere bedrijven
o Franchises: Belysse heeft geen franchises
o Investeringen: Belysse heeft geen investeringen die nog niet zijn opgenomen in scope 1 of 2
Eenheid
2024
2025
Bruto Scope 1 broeikasgasemissies
ton CO
2
12.274
11.760
Percentage van Scope 1
broeikasgasemissies binnen
gereglementeerde
emissiehandelssystemen
% 67,1% 66,5%
Bruto locatie-gebaseerd Scope 2
broeikasgasemissies
ton CO
2
5.097 4.878
Bruto markt-gebaseerde Scope 2
broeikasgasemissies
ton CO
2
2.870 1.611
Bruto Scope 3 broeikasgasemissies * ton CO
2
158.190 152.825
Totale locatie-gebaseerde
broeikasgasemissies *
ton CO
2
175.561
169.463
Totale markt-gebaseerde
broeikasgasemissies *
ton CO
2
173.334 166.196
* De Scope 3-emissiecijfers omvatten de 3 belangrijke categorieën voor Belysse: Aangekochte goederen en diensten,
Upstream transport en distributie, End-of-life verwerking van verkochte producten. Uit onze baselining oefening voor 2023 in
het kader van SBTi bleek dat deze 3 categorieën 93% van onze totale scope 3 emissies vertegenwoordigen.
De markt-gebaseerde Scope 2-emissies zijn gedaald van 2024 naar 2025 als gevolg van een groter aandeel
groene-energie-koolstofcompensaties en de aankoop van hernieuwbare energie op onze sites in Tielt en Los Angeles.
Milieu-informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 70
Tabel 5 Broeikasgasemissies (in ton CO
2
)
2024 2025 % N / N-1 2030 %
Doelstelling
/ Basisjaar
Scope 1
broeikasgasemissies
Bruto Scope 1
broeikasgasemissies
12.274 11.760 -4.2%
Geen afzonderlijke
doelstelling voor
scope 1
N.V.T
Stationaire verbranding
11.039
10.527
-4.6%
Mobiele verbranding
740
608
-17.8%
Proces emissies
391
444
13.6%
Vluchtige emissies
104
181
74.0%
Percentage van Scope 1
broeikasgasemissies binnen
gereglementeerde
emissiehandelssystemen
67,1% 66,5% -0.9%
Scope 2
broeikasgasemissies
Bruto locatie-gebaseerd
Scope 2
broeikasgasemissies
5.097 4.878 -4.3%
Geen afzonderlijke
doelstelling voor
scope 2
N.V.T
Bruto markt-gebaseerde
Scope 2
broeikasgasemissies
2.870 1.611 -43.9%
Significante scope 3
broeikasgas-emissies *
Totale bruto indirecte
(Scope 3)
broeikasgasemissies *
158.190 152.825 -3.4%
Geen doelstelling
voor de totale
scope 3 emissies **
N.V.T
Percentage van de bruto
Scope 3 uitstoot van
broeikasgassen *
N.V.T*
N.V.T*
N.V.T*
Geen afzonderlijke
doelstelling per
categorie
N.V.T
Aangekochte goederen en
diensten
118.164 115.289 -2.4%
105.508 **
66,9%
Upstream transport en
distributie
11.722 13.050 11.3%
End-of-life verwerking van
verkochte producten
28.304 24.486 -13.5%
Geen doelstelling
op einde-levensduur
van verkochte
producten
N.V.T
Totale uitstoot van
broeikasgassen
Totale broeikasgasemissies
(locatie-gebaseerd) * 175.561 169.463 -3.5%
Geen doelstelling
voor de totale
scope 3 emissies **
N.V.T
Totale broeikasgasemissies
(markt-gebaseerd) * 173.334 166.196 -4.1%
Geen doelstelling
voor de totale
scope 3 emissies **
N.V.T
* Significante scope 3 emissiecijfers omvatten de belangrijkste scope 3 categorieën voor Belysse: aangekochte goederen en
diensten, upstream transport en distributie, End-of-life verwerking van verkochte producten. Uit onze baselining oefening voor
2023 bleek dat deze 3 categorieën 93% van onze totale scope 3 emissies vertegenwoordigen.
** De Scope 3-emissiecijfers in onze SBTi-doelstelling op korte termijn omvatten twee Scope 3-categorieën voor Belysse:
aangekochte goederen en diensten (uitsluitend activiteit-gebaseerde diensten) en upstream transport en distributie. Onze
baseliningoefening voor 2023 in het kader van SBTi toonde aan dat deze twee categorieën samen meer dan 67% van onze
totale Scope 3-emissies vertegenwoordigen.
Milieu-informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 71
Tabel 6 Broeikasgasemissies - waardeketen
2024
2025
Upstream
waarde
keten
Eigen
opera-
ties
Transport
Downstream
waardeketen
Upstream
waarde
keten
Eigen
operaties
Transport
Downstream
waardeketen
Bruto Scope
1
broeikasgas
emissies
- 12.274 - - - 11.760 - -
Bruto
locatie-
gebaseerd
Scope 2-
broeikasgas
emissies
- 5.097 - - - 4.878 - -
Bruto markt-
gebaseerde
Scope 2-
broeikasgas
emissies
- 2.870 - - - 1.611 - -
Bruto Scope
3
broeikasgas
emissies *
118.164 - 11.722 28.304 115.289 - 13.049 24.486
Totale
markt-
gebaseerde
broeikasgas
emissies *
118.164 15.144 11.722 28.304 115.289 13.371 13.049 24.486
Totale
locatie-
gebaseerd
broeikasgas
emissies *
118.164 17.371 11.722 28.304 115.289 16.638 13.049 24.486
Broeikasgasintensiteit
per netto-omzet
Eenheid
2024 *
2025*
% N/N-1 *
Totale
broeikasgasemissies
(locatie-gebaseerd) per
netto-omzet
tCO
2
eq
per €
0,000626
tCO
2
eq / €
0,000667
tCO2eq / €
6.6%
Totale
broeikasgasemissies
(markt-gebaseerd) per
netto-omzet
tCO
2
eq
per €
0,000618
tCO
2
eq / €
0,000654
tCO2eq / €
5.9%
* Scope 3-emissiecijfers omvatten de belangrijkste Scope 3-categorieën voor Belysse, om volledige vergelijkbaarheid tussen
de cijfers van 2024 en 2025 te waarborgen.
2024: Het netto-omzetcijfer dat in deze berekening werd gebruikt bedraagt €280,4 miljoen voor Belysse, afkomstig uit de
jaarrekening, sectie 1 Geconsolideerde omzet voor de periode eindigend op 31 december 2024: Omzet.
2025: Het netto-omzetcijfer dat in deze berekening werd gebruikt bedraagt €254,2 miljoen voor Belysse, afkomstig uit de
jaarrekening, sectie 1 Geconsolideerde omzet voor de periode eindigend op 31 december 2025: Omzet.
Milieu-informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 72
E1-7 Projecten voor broeikasgasverwijdering en mitigatie, gefinancierd door middel van koolstofkredieten
Belysse beschikt niet over activiteiten inzake broeikasgasverwijdering of -opslag.
Alle koolstofkredieten die buiten de waardeketen van Belysse worden aangekocht, zijn geverifieerd: voor Modulyss gebeurt dit
hetzij onder de Gold Standard, hetzij onder Verra’s Verified Carbon Standard (VCS), afhankelijk van de specifieke aangekochte
kredieten; voor Bentley werden alle aangekochte kredieten geverifieerd onder Verra’s Verified Carbon Standard (VCS).
• Gold Standard is één van de toonaangevende standaarden en registers op de vrijwillige koolstofmarkt. Het ontwikkelt
vereisten en methodologieën om ervoor te zorgen dat klimaatprojecten die Gold Standard koolstofkredieten willen
uitgeven en andere programma's die gericht zijn op geloofwaardige impactrapportering, positieve resultaten
opleveren. De Gold Standard Foundation, die de standaard beheert, werd in 2003 opgericht door het WWF en andere
internationale NGO's om het niveau van milieu-integriteit te verhogen en de duurzame ontwikkelingsresultaten van
koolstofkredietprojecten te meten. De stichting voert de Gold Standard for the Global Goals (GS4GG) uit, de
standaard waartegen koolstofkredietprojecten zijn gecertificeerd. Het stelt koolstofprojecten in staat om hun impact
te kwantificeren en te certificeren tegenover strikte vereisten aan ecologische en sociale voordelen. Projecten kunnen
Gold Standard-koolstofkredieten krijgen na robuuste assurance van emissiereducties en het bijdragen aan ten minste
twee aanvullende doelstellingen voor duurzame ontwikkeling om een positieve impact te garanderen. Bovendien
vereisen Gold Standard koolstofkredieten een gender- en stakeholder-inclusief ontwerp en de implementatie van
verschillende milieu- en sociale waarborgen.
Gold Standard houdt een openbaar register bij van de geplande, uitgegeven en ingetrokken Gold Standard carbon
credits.
• Verra is een register voor koolstofkredieten dat de Verified Carbon Standard (VCS) beheert, de grootste standaard in
de koolstofmarkt op basis van marktaandeel. Verra legt als standaard regels en vereisten vast voor
koolstofkredietprojecten om ervoor te zorgen dat ze meetbare en zeer integere resultaten opleveren. Als register van
koolstofkredieten houdt het een openbare database bij van alle geregistreerde Verra-projecten en de uitgegeven en
ingetrokken koolstofkredieten.
Het Verified Carbon Standard Program is de koolstofkredietstandaard van Verra. Deze bepaalt de regels voor
koolstofkrediet-projecten en de validatie en verificatie daarvan. Deze omvatten definities voor essentiële concepten
voor de kwaliteit en integriteit van koolstofkredieten, zoals additionaliteit, duurzaamheid en lekkagevereisten. De norm
stelt ook methodologieën vast voor verschillende soorten projecten, zoals hernieuwbare energie of landbouw,
bosbouw en ander landgebruik. Deze beschrijven de procedures en berekeningen die nodig zijn om te voldoen aan de
vereisten van de norm voor het kwantificeren van emissie-reducties van een project.
100% van de carbon credits voor Modulyss en Bentley zijn gerelateerd aan reductieprojecten. Deze zijn allemaal afkomstig van
projecten buiten de Europese Unie.
Tabel 9 Geannuleerde koolstofkredieten in het verslagjaar (in tCO2eq)
2024
2025
Europa
US
Belysse
Totaal
Europa
US
Belysse
Totaal
Totaal (tCO2eq) 2.003 2.100 4.103 2.538 2.070 4608
Aandeel van reductieprojecten (%) 100% 100% 100% 100% 100% 100%
Aandeel van verwijderingsprojecten
(%)
0%
0%
0%
0%
0%
0%
Erkende kwaliteitsnorm (%)
100%
100%
100%
100%
100%
100%
Aandeel van projecten binnen de EU
(%)
0%
0%
0%
0%
0%
0%
Aandeel koolstofkredieten dat
kwalificeert als een Corresponding
Adjustment (%)
0%
0%
0%
0%
0%
0%
Milieu-informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 73
Annulering van koolstofkredieten verwijst naar het proces waarbij koolstofkredieten permanent uit circulatie worden gehaald
om ervoor te zorgen dat ze niet opnieuw kunnen worden gebruikt voor het compenseren van emissies:
• Koolstofkredieten worden gecreëerd door projecten die de uitstoot van broeikasgassen verminderen, vermijden of
verwijderen; elke vermindering van één metrische ton CO
2
of equivalent in andere broeikasgassen wordt
vertegenwoordigd door één koolstofkrediet
• Bedrijven als Belysse kunnen koolstofkredieten kopen om hun eigen uitstoot te compenseren. Eenmaal gekocht,
moeten deze kredieten worden geannuleerd via een certificeringsinstantie of een register voor koolstofkredieten, om
dubbeltelling of oververtegenwoordiging van reducties te voorkomen
Carbon credits buiten de waardeketen van Belysse worden geannuleerd op:
• Halfjaarlijkse basis Modulyss, in lijn met de bijhorende verkoopvolumes van onze Cradle to Cradle
Certified®-collecties – wij verwachten dit ook in de toekomst te blijven doen; er bestaan geen contractuele
verplichtingen voor toekomstige koolstofkredieten
• Jaarlijkse basis voor Bentley, in lijn met het overeenkomstige aardgasverbruik voor de productie – we verwachten
hetzelfde te blijven doen in de toekomst; we hebben geen bestaande contractuele overeenkomsten met betrekking
tot toekomstige koolstofkredieten
Voor beide merken bieden wij klanten de mogelijkheid om de CO
2
-uitstoot van hun aankoop volledig te compenseren, op hun
verzoek. We verwachten dit ook in de toekomst te blijven aanbieden.
E1-8 Interne koolstofbeprijzing
Belysse past geen interne koolstofbeprijzing toe. Duurzaamheid is een belangrijk aspect in onze investerings- en
bedrijfsbeslissingen, maar deze worden beoordeeld binnen een bredere context dan uitsluitend de impact op onze
koolstofvoetafdruk.
E1-9 Potentiële financiële effecten van materiële fysieke en transitierisico's en potentiële klimaatgerelateerde
opportuniteiten
Klimaatgerelateerde fysieke effecten en risico's werden als niet-materieel beschouwd, zoals uiteengezet in ESRS 2 IRO-1.
Er is in 2025 geen financieel effect geweest met betrekking tot activa onderhevig aan een materieel fysiek of materieel
transitierisico. De financiële effecten op middellange en lange termijn zijn in ontwikkeling, zoals uiteengezet in sectie E1-1
Transitieplan voor mitigatie van klimaatverandering.
Een vermeldenswaardig materieel transitierisico is het EU-emissiehandelssysteem, behandeld door het geïdentificeerde risico
"risico van extra investeringskosten in infrastructuur om het energieverbruik van Belysse te verminderen en/of kosten om
koolstofemissies te kopen".
Dit transitierisico en hoe Belysse proactief op dit risico anticipeert, wordt verder toegelicht in sectie GOV-5
Risicomanagement.
Milieu-informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 74
Korte
termijn
(2024)
Korte
termijn
(2025)
Middellange
termijn
Lange termijn
Activa met materieel
fysiek risico
N.V.T N.V.T N.V.T N.V.T N.V.T
Acuut N.V.T N.V.T N.V.T N.V.T N.V.T
Chronisch
N.V.T
N.V.T
N.V.T
N.V.T
N.V.T
Percentage van de activa
met materieel fysiek risico
N.V.T
N.V.T
N.V.T
N.V.T
N.V.T
Netto-omzet uit
bedrijfsactiviteiten met
materieel fysiek risico
N.V.T
N.V.T
N.V.T
N.V.T
N.V.T
Percentage van de netto-
omzet uit
bedrijfsactiviteiten met
materieel fysiek risico
N.V.T
N.V.T
N.V.T
N.V.T
N.V.T
Activa met een
materieel transitierisico
N.V.T
N.V.T
In ontwikkeling
Gestrande activa
N.V.T
N.V.T
Aandeel van de activa met
een materieel
transitierisico
N.V.T N.V.T
Aandeel van de gestrande
activa
N.V.T
N.V.T
Verplichtingen uit
materiële transitie
N.V.T
N.V.T
Potentiële toekomstige
verplichtingen
N.V.T
N.V.T
Netto-omzet uit
bedrijfsactiviteiten met
materieel transitierisico
N.V.T
N.V.T
Steenkool gerelateerde
activiteiten
N.V.T
N.V.T
N.V.T
N.V.T
N.V.T
Olie gerelateerde
activiteiten
N.V.T
N.V.T
N.V.T
N.V.T
N.V.T
Gas gerelateerde
activiteiten
N.V.T
N.V.T
N.V.T
N.V.T
N.V.T
Percentage van de netto-
omzet uit
bedrijfsactiviteiten met
een materieel
transitierisico
N.V.T
N.V.T
In ontwikkeling
Activiteiten in verband
met steenkool
N.V.T
N.V.T
N.V.T
N.V.T
N.V.T
Olie gerelateerde
activiteiten
N.V.T
N.V.T
N.V.T
N.V.T
N.V.T
Gas gerelateerde
activiteiten
N.V.T
N.V.T
N.V.T
N.V.T
N.V.T
Zie hoofdstuk E1.IRO-1 – Materiële impact, risico's en opportuniteiten en hun interactie met strategie en businessmodel, dat de
methodologie beschrijft die werd gebruikt om transitierisico's te identificeren.
Milieu-informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 75
E3 - Water en mariene hulpbronnen
E3. IRO1 Beschrijving van processen voor het identificeren en beoordelen van materiële impact, risico’s en
opportuniteiten in verband met water en mariene grondstoffen
De volgende informatie is door middel van verwijzing opgenomen:
• De beschrijving van het proces voor het identificeren van materiële IRO's is opgenomen in de sectie Algemene
vereisten IRO-1
Het proces om de actuele en potentiële impact, risico's en opportuniteiten van water en mariene hulpbronnen in onze eigen
activiteiten en de upstream- en downstreamwaardeketen te identificeren, was gericht op de wateronttrekking en het daaruit
voortvloeiende waterverbruik in de eigen activiteiten van Belysse. Daarbij is de productiesite in Tielt verantwoordelijk voor
ongeveer 81% van de totale wateronttrekking van de Belysse Group.
Belysse heeft de water- en mariene hulpbronnen-gerelateerde impacten en risico’s voor haar drie productiesites op twee
manieren gescreend:
• door gebruik te maken van de WWF Water Risk Filter om het risico op waterschaarste te evalueren;
• door gebruik te maken van de Aqueduct-tool van het World Resources Institute (WRI) om het niveau van waterstress
te beoordelen.
• Alle drie de productiesites bevinden zich in regio’s met een hoge basiswaterstress, wat betekent dat de
wateronttrekking hoog is in verhouding tot de beschikbaarheid van hernieuwbaar zoet oppervlakte- en grondwater. Dit
wordt bevestigd door zowel de WWF Water Risk Filter als de WRI Aqueduct-tool.
Hoewel het waterverbruik in onze Upstream waardeketen naar schatting ongeveer vergelijkbaar is met ons eigen
waterverbruik, is onze eerste prioriteit om manieren te zoeken om ons eigen zoetwaterverbruik te verminderen en het goede
voorbeeld te geven. Via onze gedragscode voor leveranciers maken we ook duidelijk dat we van onze leveranciers verwachten
dat ze efficiënt omgaan met hulpbronnen; de gedragscode vermeldt ook expliciet onze verwachting dat onze leveranciers
ernaar streven om het watergebruik in hun productieprocessen en diensten te verminderen.
Om deze redenen, en gezien het feit dat het upstream waterverbruik verspreid is over verschillende leveranciers en daardoor
minder geconcentreerd is dan ons eigen waterverbruik, heeft Belysse geen meer gedetailleerde screening uitgevoerd van
activiteiten in de upstreamwaardeketen.
Materiële impact, risico's en opportuniteiten en interactie met strategie en businessmodel:
Materiële impact, risico
of opportuniteit
Beschrijving
Oorsprong
Tijdshorizon
Effecten en reacties van Belysse
Water-
verbruik
Negatieve
impact
Druk- en
verfprocessen
vereisen grote
hoeveelheden water,
die slechts gedeeltelijk
met regenwater
kunnen worden
gedekt. Dit resulteert
in een aanzienlijk
waterverbruik in
regio’s met hoge
waterstress.
Eigen
operaties
Actuele
impact
Belysse onderzoekt continu innovaties in
haar producten en productieprocessen om
het waterverbruik te verminderen.
Daarnaast maximaliseren we, waar
technisch haalbaar, het gebruik van
regenwater en grijswater. In Tielt nemen we
deel aan het WaterProof-project om de
regenwateropvang in de regio verder te
versterken, en we evalueren de
mogelijkheid van waterrecycling op de site.
Milieu-informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 76
E3-1 Beleid met betrekking tot water en mariene grondstoffen
Het kwaliteits-, milieu- en energiebeleid van Belysse geeft onze ambitie aan om efficiënt gebruik te maken van natuurlijke
hulpbronnen, waarvan water een belangrijke is, aangezien onze productieprocessen, met name verven en bedrukken, sterk
afhankelijk zijn van water. Waterschaarste is een wereldwijd probleem dat nog toeneemt door de klimaatopwarming. Belysse
zoekt daarom naar manieren om minder water te gebruiken.
• Hoewel het beleid productontwerp niet expliciet vermeldt, is het duidelijk geïdentificeerd als een belangrijk
verbeterinitiatief en speelt het een grote rol in onze acties om ons waterverbruik te verminderen, zoals beschreven in
sectie E3-2 Acties en middelen met betrekking tot water en mariene hulpbronnen.
• Onze aanpak om water op een meer duurzame manier te betrekken, begint eerst met conservatie; waar water moet
worden gebruikt in onze processen, maximaliseren we het gebruik van opgevangen regenwater van de daken van
onze productiefaciliteiten en het gebruik van grijs water. Op de site in Tielt beschikken wij over een eigen
waterzuiveringsinstallatie en onderzoeken wij bijkomende zuiveringsmogelijkheden om hergebruik van water in onze
productieprocessen mogelijk te maken. Meer informatie over acties en middelen is opgenomen in sectie E3-2. In 2026
plannen wij de toevoeging van een actieve-koolstoffase aan het zuiveringsproces.
Alle drie de productiesites bevinden zich in regio’s met een hoge basiswaterstress, zoals blijkt uit de WWF Water Risk Filter en
de WRI Aqueduct-tool.
Een van de managementsystemen die ons ondersteunt bij de uitvoering van ons milieubeleid, is de ISO 14001 methodologie
die we hebben aangenomen voor onze Belgische sites. Hiermee hebben we een gestructureerde manier geïntroduceerd om
doelstellingen te stellen, acties te definiëren en de effectiviteit daarvan te monitoren. Beide Belgische productiesites zijn ISO
14001 gecertificeerd door externe partijen. Voor onze Belgische fabrieken wordt het algemene beleid inzake Kwaliteit, Milieu en
Energie verder aangevuld met een specifieke Waterprocedure, die niet alleen een efficiënt watergebruik waarborgt maar ook
onze voortdurende inspanningen weerspiegelt om het waterbeheer verder te optimaliseren.
Bentley Mills voldoet volledig aan de regelgeving van het Los Angeles Sanitation District, die het afvalwaterbeheer reguleert
voor de stad Los Angeles en de omliggende regio’s.
Het hoogste niveau in de organisatie dat verantwoordelijk is voor de implementatie van deze beleidsverklaring is onze
Operations Director voor Europa en onze President en Chief Operating Officer voor Bentley Mills.
Ons kwaliteits-, milieu- en energiebeleid en onze doelstelling om onze wateronttrekking te verminderen, worden gepubliceerd
op de website van Belysse; zowel onze doelstelling als de behaalde resultaten zijn sinds de doelstelling in 2018 is vastgesteld,
in het jaarverslag gepubliceerd.
Bij het opstellen van deze beleidsverklaring is er niet specifiek rekening gehouden met de belangen van stakeholders, hoewel
de belangrijkste stakeholders geraadpleegd werden in onze analyse van dubbele materialiteit om water gerelateerde impact,
risico’s en opportuniteiten te identificeren - en ons beleid gaat duidelijk in op beide geïdentificeerde impacten.
Het bestaan van het 'WaterProof'-project geïnitieerd door de Vlaamse Overheid (verder beschreven in sectie E3-2) en het
brede scala aan programma's gelanceerd door het California Department of Water Resources, benadrukt het belang van
watergebruik voor stakeholders zoals de overheid, institutionele instanties en lokale gemeenschappen.
Aangezien er in Belysse geen wateronttrekking of waterlozing van/in oceanen of zeeën is, hebben we geen beleid met
betrekking tot duurzame oceanen en zeeën.
Milieu-informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 77
E3-2 Acties en middelen met betrekking tot water en mariene grondstoffen
2024
2025
Financiële middelen toegewezen aan het actieplan
(OpEx)
N.V.T
N.V.T
Financiële middelen toegewezen aan het actieplan
(CapEx)
N.V.T
N.V.T
In het BEYOND-programma hebben we ons ten doel gesteld om de waterintensiteit (wateronttrekking per m² geproduceerd
tapijt) van onze activiteiten tegen 2030 met 30% te verminderen, gemeten ten opzichte van de baseline in 2018.
Om dit doel te bereiken, hebben we een stappenplan opgesteld met twee pijlers, die parallel lopen. In beide pijlers is er een
sterke focus op onze productiesite in Tielt, aangezien deze meer dan 81% van de totale wateronttrekking van de Belysse
Group vertegenwoordigt. De geïdentificeerde acties om onze beoogde vermindering van de waterintensiteit te bereiken,
worden jaarlijks herzien in het licht van technologische ontwikkelingen op het gebied van verven en hergebruik van water.
Ten eerste streven wij ernaar het totale waterverbruik te verminderen door het verminderen van verfactiviteiten in Europa. In
Tielt werken wij aan de integratie van solution-dyed garens in onze residentiële collecties, waardoor traditionele verfprocessen
overbodig worden.
• 14 van onze 35 residentiële broadloom-tapijtcollecties worden vervaardigd met solution-dyed garens.
• Daarnaast bereidde ITC in 2025 de lancering voor van een hoogwaardige commerciële broadloom-collectie, die begin
2026 volledige marktzichtbaarheid zal krijgen. Deze collectie omvat 24 designs, waaronder 8 volledig vervaardigd met
solution-dyed garens en 2 collecties waarbij het gebruik van solution-dyed garens afhankelijk is van de gekozen kleur.
• Eind 2025 was 22% van de productie van residentiële broadloom-tapijten solution-dyed.
De verdere toename van het gebruik van solution-dyed garens zal naar verwachting ongeveer de helft van de beoogde
reductie in wateronttrekking voor Belysse tegen 2030 realiseren.
Ten tweede onderzoeken wij strategieën voor een verbeterd waterbeheer in Tielt.
• Wij hebben de waterstromen binnen de fabriek in kaart gebracht.
• Wij hebben waterreductiemaatregelen gedefinieerd en de implementatie ervan opgestart. Dit is een continu proces,
dat echter gedeeltelijk wordt gecompenseerd door kleinere productieseries als gevolg van onze
made-to-order-productiestrategie.
• Wij definiëren de vereiste waterkwaliteit per proces, met als doel het gebruik van regenwater en grijs water te
maximaliseren en zo ons grondwaterverbruik te verminderen.
• De laatste stap, het onderzoek naar verschillende opties voor waterhergebruik, werd eveneens opgestart. De
uitdaging hierbij is dat hergebruikopties rechtstreeks samenhangen met de kwaliteit van het geloosde water. De
scope van deze studie is daarom niet beperkt tot waterhergebruik alleen, maar omvat ook aanvullende
waterzuiveringstechnologieën (als onderdeel van onze acties om toekomstige emissies naar water te verminderen,
zoals beschreven in sectie E2 Vervuiling) en het gebruik van alternatieve kleurstoffen.
Onze fabriek in Tielt is gelegen op het industrieterrein Tielt Noord, dat fungeert als demonstratiecase van het project
‘WaterProof’, geïnitieerd door de Vlaamse overheid. Het doel van dit project is het maximaliseren van het gebruik van
regenwater. Dit project zal het voor ons mogelijk maken water te gebruiken uit een groot regenwaterbekken dat in de nabijheid
van onze fabriek zal worden aangelegd.
De acties in de fabriek in Zele zijn in de eerste plaats gericht op het verbeteren van de operationele efficiëntie, gezien hun
relatief beperkte aandeel in de totale wateronttrekking van Belysse.
Bentley-Mills update voor 2025:
In 2025 is het waterverbruik bij Bentley Mills in Los Angeles gestegen ten opzichte van het reductietraject van de Groep. Deze
afwijking werd voornamelijk veroorzaakt door twee uitzonderlijke incidenten en een wijziging in de productmix. Eind augustus
en begin september deden zich twee ernstige leidingbreuken voor als gevolg van incidenten met vorkheftrucks, wat leidde tot
niet-productieve waterverliezen die niet volledig konden worden gemeten, maar waarvan bekend is dat zij een materiële
impact hadden op het jaarlijkse waterverbruik. Tegelijkertijd lanceerde Bentley een nieuwe productlijn die stukverven
(piece-dyeing) vereist, een proces dat structureel waterintensiever is dan de continue verfprocessen die inmiddels standaard
zijn in het grootste deel van onze activiteiten.
De pH-waarde van het afvalwater wordt continu gemonitord en de site voert tweemaal per jaar uitgebreide
samenstellingsanalyses uit vóór lozing op het gemeentelijke rioolstelsel, in lijn met de focus van de Groep op verantwoordelijk
waterbeheer in regio’s met hoge waterstress.
Milieu-informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 78
Tijdens het jaar herbekijkt Bentley de haalbaarheid van een verhoging van waterhergebruik. Er werd een studie uitgevoerd
samen met het lokale waterbedrijf om de site aan te sluiten op het gerecycleerde-waternetwerk van de stad. De conclusie was
dat dit project momenteel niet haalbaar is: de afstand tot de dichtstbijzijnde leiding zou aanzienlijke
infrastructuurinvesteringen vereisen en de kwaliteit van het gerecycleerde water zou bijkomende zuivering noodzakelijk maken
om interferentie met gevoelige verfchemie te vermijden. Ondanks deze negatieve uitkomst blijft het management
waterreductie als een prioriteit beschouwen en is het voornemens om in de toekomst alternatieve technische en
economische opties voor waterbesparing en hergebruik op de site opnieuw te evalueren.
E3-3 Doelstellingen met betrekking tot water en mariene grondstoffen
Met betrekking tot waterverbruik zijn er geen verplichte doelstellingen opgelegd door de wetgeving, zolang we binnen de
grenzen van onze milieuvergunning werken. Als onderdeel van het BEYOND-programma hebben we ons vrijwillig als doel
gesteld om de waterintensiteit, gedefinieerd als wateronttrekking per m² geproduceerd tapijt, van onze activiteiten tegen 2030
met 30% te verminderen, gemeten ten opzichte van een 2018 baseline.
Deze doelstelling omvat de volledige wateronttrekking uit elke bron (zoals beschreven in sectie E3-4 Waterverbruik) in onze
drie productievestigingen en de volledige productie van tapijt en tapijttegels in deze fabrieken.
Hoewel doelstelling 6.4 van de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties voor efficiënt watergebruik
geen gekwantificeerde reductiedoelstelling heeft, is onze doelstelling in lijn omdat deze duidelijk bijdraagt aan de doelstelling
om "tegen 2030 de efficiëntie van het watergebruik in alle sectoren aanzienlijk te verhogen..."
Wateronttrekking (l/m² geproduceerd)
Baseline 2018 Doel 2025 Doel 2030
17,3 -22% -30%
Onze wateronttrekking wordt rechtstreeks gemeten uit de verschillende bronnen, met uitzondering van regenwater (dat ca.
17% van onze totale wateronttrekking vertegenwoordigt) dat wordt geschat op basis van de oppervlakte van het
captatiegebied en uitgaat van een gemiddelde regenval over de jaren, aangezien we de werkelijke inname of het gebruik van
regenwater in onze fabriek in Tielt niet meten.
De belangrijkste stakeholders die betrokken was bij het vaststellen van de doelstelling was de Raad van Bestuur die deze
doelstelling heeft goedgekeurd.
Wateronttrekking (incl. regenwater)
2018
2024
2025
1.000 m² productievolumes
26.112
15.069
13.574
Wateronttrekking in m³
452.630
256.356
256.351
Wateronttrekking in l / m²
geproduceerd
17,3
17,0
18,9
Winst ten opzichte van de 2018
baseline
-1,9%
9,2%
Hoewel het totale waterverbruik is gedaald ten opzichte van eerdere jaren, is de waterintensiteit (l/m²) in 2025 toegenomen. Dit
is hoofdzakelijk toe te schrijven aan lagere productievolumes in Tielt, terwijl een deel van het waterverbruik relatief vast blijft
omwille van proces- en operationele vereisten. Hierdoor nam het waterverbruik per geproduceerde eenheid toe, ondanks een
daling van het absolute waterverbruik.
Voor onze Belgische activiteiten is de gemiddelde productierun de afgelopen jaren afgenomen als gevolg van onze strategie
om meer op bestelling te produceren.
Een nadeel van deze manier van werken is een hoger waterverbruik per geproduceerde m², omdat de grootte van de
kleurstofvaten vastligt en is afgestemd op grote productieruns; bovendien vereist het reinigen van de vaten tussen
productieruns een bepaalde hoeveelheid water, ongeacht de grootte van de productierun. Dit effect heeft de winst die is
geboekt door efficiëntieverbeteringen gedeeltelijk teniet gedaan.
Belysse heeft geen afzonderlijke doelen gesteld voor waterverbruik en waterlozing, aangezien deze waterstromen een direct
gevolg zijn van onze wateronttrekkingen en onze geïdentificeerde IRO's specifiek verband houden met wateronttrekking.
Milieu-informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 79
E3-4 Waterverbruik
2024
2025
Europa
US
Belysse
Totaal
Europa
US
Belysse
Totaal
Waterverbruik * (m³) 55.266 46.233 101.499 45 751 47 552 93 303
Waterverbruik in gebieden met
waterrisico * (m³)
55.266
46.233
101.499
45 751 47 552 93 303
Waterverbruik in gebieden met hoge
waterstress * (m³)
55.266
46.233
101.499
45 751 47 552 93 303
Gerecycleerd en hergebruikt water **
(m³)
N.V.T
N.V.T
N.V.T
N.V.T
N.V.T
N.V.T
Opgeslagen water *** (m³)
Niet
gemeten
N.V.T
Niet
gemeten
Niet
gemeten
N.V.T
Niet
gemeten
Veranderingen in opgeslagen water ***
(m³)
Niet
gemeten
N.V.T
Niet
gemeten
Niet
gemeten
N.V.T
Niet
gemeten
Water intensiteitsratio (waterverbruik in
m³ per € omzet)
0,00044
0,00030
0,00036
0,00041 0,00033 0,00037
Wateronttrekking (inclusief regenwater,
m³) ****
214.594
46.233
260.827
213 714 47 552 261 266
Waterlozing * (m³)
159.328
Niet
gemeten
159.328
167 963
Niet
gemeten
167 963
* Waterlozing wordt verondersteld gelijk te zijn aan wateronttrekking voor Bentley. Dit is een vereenvoudiging omdat er een
zekere mate van verdamping is in onze productieprocessen, maar de emissie van water naar lucht en het volume van de
waterlozing worden niet gemeten. In onze fabrieken in Tielt en Zele beschikken we wel over werkelijke metingen van de
waterlozing.
** Op dit moment is er geen waterrecyclage, aangezien de technische studie voor de fabriek van Tielt en de mogelijke impact
op de kwaliteit van het geloosde water nog loopt.
*** In Tielt en Zele hebben we weliswaar wateropslag om regenwater op te vangen, maar dit volume wordt niet gemeten en
kan worden verondersteld relatief constant te zijn over de jaren heen, aangezien beide buffers een vaste capaciteit hebben.
**** Onttrekking van regenwater in onze fabriek in Tielt en Zele wordt berekend op basis van gemiddelde regenval in plaats van
werkelijke metingen.
Het verschil met het onttrekkingscijfer voor productieactiviteiten in sectie E3-3 Doelstellingen met betrekking tot water en
mariene hulpbronnen, is dat sectie E3-4 Waterverbruik ook waterverbruik omvat dat verband houdt met niet-productie
gerelateerde activiteiten zoals landschapsirrigatie.
De daling van het waterverbruik in Europa ten opzichte van 2024 is voornamelijk toe te schrijven aan lagere productievolumes
en de verminderde operationele activiteit van de ververij in Tielt, waar de ververijactiviteiten plaatsvinden.
2024
2025
Waterbronnen (m³)
Europa
US
Belysse
Totaal
Europa
US
Belysse
Totaal
Totale
wateronttrekking
214.594
46.233
260.827
213.714
47.552
259.580
Grondwater
112.650
-
112.650
104 729
-
104 729
Regenwater
42.326
-
42.326
42 920
-
42 920
Drinkwater
1.857
46.233
48.090
1.976
47.552
50 122
Grijs water
57.761
-
57.761
64 089
-
64 089
Totale afvoer
159.328
Niet
gemeten
159.328
167.963
Niet
gemeten
167 963
Milieu-informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 80
E3-5 Potentiële financiële effecten van impact, risico’s en opportuniteiten in verband met water en mariene
grondstoffen
Er zijn in 2024 geen grote incidenten, afzettingen of sanerings-/milieubeschermingskosten geweest.
Verhoogde waterschaarste in de regio rond onze productiefaciliteit in Tielt kan leiden tot:
• Minder beschikbaar grondwater of beperkingen op het grondwatergebruik als onderdeel van de
omgevingsvergunning. Het potentiële financiële effect moet nog worden gekwantificeerd, aangezien de studie naar
hergebruik van water nog loopt.
• Prijsstijgingen van water. Het potentiële financiële effect is nog niet ingeschat, aangezien dit sterk wordt beïnvloed
door factoren zoals klimaatverandering, inspanningen voor natuurbehoud, investeringen in waterinfrastructuur en
beleidsbeslissingen - naast onze eigen inspanningen om wateronttrekking te verminderen en ons gebruik van
regenwater in plaats van andere waterbronnen voortdurend te vergroten.
Daarnaast kan klimaatverandering leiden tot meer droogte of minder regenval en dus minder regenwater dat we kunnen
opvangen via het dak van onze productiesites. Het pilootproject 'WaterProof' in de industriezone Tielt-Noord biedt wel een
opportuniteit, want dit zal leiden tot meer beschikbaar regenwater voor de productieprocessen die geen hoogwaardigere
waterbronnen vereisen.
De transitie naar meer in de massa geverfde producten om onze afhankelijkheid van water te verminderen, vereist CAPEX-
investeringen in flexibelere productiecapaciteiten. Aangezien deze transitie een belangrijke factor is om onze doelstelling op
wateronttrekking te behalen, verwachten we dat deze investering geleidelijk zal plaatsvinden in de komende jaren.
Milieu-informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 81
E5 - Gebruik van grondstoffen en circulaire economie
E5.IRO-1 Beschrijving van de processen om materiële impacten, risico’s en opportuniteiten met betrekking tot
hulpbronnengebruik en circulaire economie te identificeren en te beoordelen
De volgende informatie wordt opgenomen via verwijzing:
• De beschrijving van het proces om materiële IRO’s te identificeren is opgenomen in de algemene vereisten, sectie
IRO-1.
Onze IRO’s werden geïdentificeerd door de volledige waardeketen te analyseren, inclusief de upstream-waardeketen, de eigen
activiteiten en de downstream-waardeketen, tot en met de einde-levensfase van onze producten.
De verschillende certificeringen die wij voor onze producten hebben, zoals levenscyclusanalyses / Environmental Product
Declarations (EPD’s) en Cradle to Cradle, hebben bijgedragen aan de identificatie van onze IRO’s. In het kader van onze
voortdurende inspanningen om het hulpbronnengebruik en de circulariteit van onze producten te verbeteren, gaan wij
regelmatig in dialoog met stakeholders zoals klanten, leveranciers, sectorfederaties en wetenschappelijke kenniscentra. Deze
stakeholdergroepen maakten ook deel uit van de stakeholders die werden betrokken bij de Dubbele Materialiteitsanalyse,
waardoor hun feedback werd meegenomen.
Materiële impact, risico of
opportuniteit
Beschrijving
Oorsprong
Tijdshorizon
Effecten en reacties van
Belysse
Grondstoffen
instroom
(efficiënt
gebruik van
grondstoffen)
Negatieve
impact
Emissie van
broeikasgassen door
de winning en
productie van
grondstoffen
Upstream
Actuele
impact
Belysse werkt er actief aan om
meer gerecycleerde
grondstoffen in haar producten
te gebruiken en onderzoekt
voortdurend mogelijkheden om
biogebaseerd materialen toe te
passen. In 2025 hebben we
bijkomende producten op de
markt gebracht die
biogebaseerd materialen
bevatten: de modulyss Haelo-
collectie met onze nieuw
ontwikkelde lichtere ecoBACK
PLUS-backing met
biogebaseerd materiaal, wat
resulteert in een lagere
ecologische voetafdruk en een
verminderd global warming
potential.
Uitstroom van
grondstoffen
(operationeel
afval)
Negatieve
impact
Uitstoot van
broeikasgassen als
gevolg van de
verwerking van afval
dat afkomstig is uit
het productieproces
en aan het einde van
de levensduur van
onze producten.
Downstream
Actual
impact
Waar dit technisch en
economisch haalbaar is,
recycleert Belysse haar eigen
productieafval. Voor alle andere
afvalstromen en voor de
verwerking van producten aan
het einde van hun levensduur
wordt de voorkeur gegeven aan
partners die mogelijkheden voor
hergebruik en/of recycling
bieden.
Grondstoffen
instroom
(grondstoffen-
selectie &
ecodesign)
Positieve
impact
De uitstoot van
broeikasgassen
verminderen door
meer gebruik te
maken van
gerecycleerde of
biogebaseerde
materialen.
Upstream
Actuele
impact
Belysse zet zich actief in om het
aandeel gerecycleerde
grondstoffen te vergroten en
onderzoekt voortdurend de
mogelijkheden om
biogebaseerde materialen te
gebruiken.
Risico
Het risico van verlies
van marktaandeel,
mocht Belysse er
vanwege de
Upstream
1 – 5 years
Belysse werkt nauw samen met
haar toeleveringsketen om de
inkoop van gecertificeerde
gerecycleerde grondstoffen te
Milieu-informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 82
beperkte
beschikbaarheid op
de markt niet in
slagen om
voldoende
grondstoffen met
gerecycleerde of
hernieuwbare inhoud
tegen een
economisch
haalbare prijs in te
kopen.
vergroten en onderzoekt
voortdurend de mogelijkheden
om het gebruik van
biogebaseerde materialen
verder uit te breiden.
Opportuniteit
Opportuniteit door
de voorkeur van
klanten voor
producten met een
lage ecologische
voetafdruk
Downstream
1 – 5 jaar
Een aanzienlijk deel van onze
bestaande klanten – vooral in
het commerciële segment –
houdt rekening met de
ecologische voetafdruk van het
product in hun
beslissingsproces. Mogelijke
verdere wijzigingen in de
wetgeving om klanten te
stimuleren dit te doen, zullen dit
belang alleen maar vergroten en
we verwachten een
vergelijkbare groeiende trend bij
residentiële klanten.
Risico
Klanten baseren hun
strategieën voor
duurzame inkoop
vaak op certificaten.
Als niet aan de eisen
van deze
certificeringsnormen
wordt voldaan, kan
dit leiden tot
omzetverlies.
Downstream
1 – 5 jaar
Belysse zoekt voortdurend naar
mogelijkheden om de
duurzaamheid van haar
producten te verbeteren en
werkt nauw samen met haar
leveranciers om ervoor te
zorgen dat de door hen
geleverde materialen en
informatie aan deze
certificeringsnormen voldoen.
Uitstroom van
grondstoffen
(einde
levensduur van
producten)
Risico
Het risico dat het
marktaandeel
afneemt, mocht
Belysse niet voldoen
aan de eis van haar
klanten om
recyclebare
producten te maken.
Downstream
1 – 5 jaar
Belysse onderzoekt voortdurend
mogelijkheden om de
samenstelling van haar
producten en de bijbehorende
productieprocessen aan te
passen, om de
recycleerbaarheid van haar
producten te vergroten, in
nauwe samenwerking met
verschillende instituten en
leveranciers.
Het Akkoord van Parijs, de Europese Green Deal en tal van andere regelgeving en initiatieven leggen ambitieuze doelstellingen
vast om broeikasgasemissies te reduceren. Het toepassen van de principes van de circulaire economie is essentieel om deze
doelstellingen te bereiken. Ons grondstoffengebruik heeft een directe impact op onze Scope 3-koolstofemissies: hoeveel
materialen gebruiken wij, hoe passen wij ze toe in onze producten, waar halen wij onze grondstoffen vandaan en wat is hun
oorsprong?
Ecodesign omvat meer dan enkel bewuste materiaalkeuze. Het is even belangrijk om de technische eigenschappen van
producten zo aan te passen dat zij recycleerbaar zijn aan het einde van hun levensduur.
Een belangrijke stap richting circulariteit is het gebruik van gerecycleerde of hernieuwbare/biogebaseerde grondstoffen. Dit
vertaalt zich in een aanzienlijk lagere koolstofvoetafdruk voor producten met een hoger gerecycleerd aandeel. Bovendien leidt
het gebruik van gerecycleerde materialen tot een verminderd gebruik van primaire (virgin) grondstoffen.
Onze klanten worden zich steeds meer bewust van de milieu-impact van de producten die zij aankopen. In toenemende mate
vergelijken zij producten op basis van gerecycleerd aandeel en koolstofvoetafdruk. In Europa maken publieke aankopers steeds
vaker gebruik van Green Public Procurement-criteria om producten met een lagere koolstofvoetafdruk en een hoger
gerecycleerd aandeel te bevoordelen. Richtlijnen op EU-niveau zijn momenteel nog vrijwillig, maar in specifieke sectoren
worden reeds minimale vereisten ingevoerd.
Milieu-informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 83
Het inkopen van grondstoffen met een gerecycleerd aandeel wordt echter steeds uitdagender. De vraag naar deze materialen
overstijgt het huidige aanbod, wat een impact heeft op prijs en beschikbaarheid. Positief is dat er veel innovatie plaatsvindt op
het vlak van nieuwe recyclagetechnologieën en de ontwikkeling van biogebaseerde materialen. De beschikbaarheid van deze
nieuwe oplossingen is momenteel echter nog beperkt.
De beperkte beschikbaarheid van gerecycleerde of hernieuwbare materialen wordt verder bemoeilijkt door onze specifieke
vereisten. Belysse vereist van leveranciers van gerecycleerde materialen een door derden geverifieerd “Certificate of Origin”
als garantie dat het materiaal daadwerkelijk gerecycleerd of hernieuwbaar is. Daarnaast moeten gerecycleerde materialen
voldoen aan onze vereisten inzake materiaalgezondheid en de afwezigheid van legacy chemicals. Vooral bij post-consumer
gerecycleerde materialen is het vaak moeilijk om deze conformiteit sluitend aan te tonen, gezien de herkomst van het afval.
E5-1 Beleidslijnen met betrekking tot hulpbronnengebruik en circulaire economie
Het Kwaliteit, milieu en energie -beleid van Belysse beschrijft onze ambitie om natuurlijke hulpbronnen efficiënt te benutten.
Dit omvat efficiëntie met betrekking tot kritieke grondstoffen en bewuste materiaalkeuze en ecodesign, en strekt zich uit
voorbij onze eigen activiteiten tot de upstream-waardeketen (instroom van hulpbronnen).
Onze actieve ondersteuning van de transitie van een lineaire naar een circulaire economie draagt eveneens bij aan deze
ambitie, door het beheer van operationeel afval en het aanpakken van de einde-levensfase van onze producten, met als doel
een positieve impact op de downstream-waardeketen (uitstroom van hulpbronnen).
De verantwoordelijkheid op het hoogste niveau voor de implementatie van dit onderdeel van het Quality, Environment and
Energy-beleid wordt gedeeld door:
• Grondstoffenefficiëntie en operationeel afval: de Operations Director Europe en de President en Chief Operating
Officer van Bentley Mills
• Materiaalkeuze en ecodesign, einde levensduur van producten: de R&D & Sustainability Director Europe en de Senior
Director Sustainability & Technical van Bentley Mills
Het Quality, Environment and Energy-beleid is gepubliceerd op de website van Belysse. De bijhorende doelstellingen,
beschreven in sectie E5-3 Doelstellingen inzake hulpbronnengebruik en circulaire economie, en de behaalde resultaten worden
sinds de invoering van de doelstellingen gepubliceerd in het jaarverslag (respectievelijk sinds 2018 voor afvalrecyclage en 2022
voor gerecycleerd aandeel).
E5-2 Acties en middelen met betrekking tot hulpbronnengebruik en circulaire economie
Instroom van hulpbronnen (grondstoffenefficiëntie)
Onze primaire focus ligt op het verminderen van het totale grondstoffengebruik, door afval in het productieproces te beperken
en door het productgewicht te verlagen met behoud van dezelfde prestaties.
Dit laatste is voornamelijk van toepassing op tapijttegels. Modulyss introduceerde in 2020 de ecoBACK-tapijttegel, die 25%
lichter was dan conventionele ruggen. De ecoBACK PLUS-collectie, gelanceerd in 2024, bevat een verder verbeterde versie
met een 48% lager gewicht dan de Back2Back-oplossing en bestaat voor 80% uit gerecycleerde materialen, aangevuld met
biogebaseerde materialen.
Deze ontwikkelingen zijn sterk geïnformeerd door feedback van klanten en door nauwe samenwerking tussen onze R&D-teams
en wetenschappelijke kenniscentra.
Instroom van grondstoffen (materiaalkeuze en eco-design)
Overzicht van de prestaties van Bentley Mills in 2025
• Bentley Premium™-vezels worden geselecteerd uit nylon van de hoogste kwaliteit. Bentley Mills zet de standaard voor
garenprestaties en de integratie van gerecycleerd materiaal. Het garensysteem is ontworpen voor herhaaldelijke
terugwinning, met blijvende veerkracht, vuilafstoting en behoud van textuur en kleur.
Milieu-informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 84
•
In 2025 bevorderde Bentley Mills verder de ambitie van de Groep om het aandeel gerecycleerd material in de
productportfolio te verhogen, in lijn met de circulariteitsstrategie van Belysse. Een belangrijk initiatief was de volledige
implementatie van PC4 (Post-Consumer Carpet Calcium Carbonate) vanaf februari 2025, dat calciumcarbonaat
integreert dat is teruggewonnen uit tapijt aan het einde van de levensduur in nieuwe backings van Bentley. PC4
vervangt ongeveer 25% van de calciumcarbonaatvuller over alle backingplatformen van Bentley, waarbij virgin of pre-
consumer inputs worden vervangen door materiaal dat is teruggewonnen via Californische terugwinningskanalen.
Aangezien calciumcarbonaat slechts een deel van het totale gewicht van het afgewerkte tapijt vertegenwoordigt,
komt deze vervanging op componentniveau, afhankelijk van de productconstructie, overeen met ongeveer 2–4%
post-consumer inhoud op basis van het totale productgewicht. Dit vertegenwoordigt betekenisvolle vooruitgang in
het operationaliseren van “carpet-to-carpet” circulaire inputs op schaal, terwijl in de loop van de tijd aanvullende
maatregelen nodig zullen zijn om te voldoen aan Californië’s vereiste van 5% post-consumer tapijtinhoud op basis van
het totale productgewicht tegen 2028.
• Aan de garenkant voltooide Bentley de overgang van alle producten die eerder Universal-garens gebruikten naar
Thrive-garens vanaf januari 2025. Thrive-garens bevatten 75% gerecycleerde inhoud (74% pre-consumer en 1% post-
consumer tapijtinhoud), wat bijdraagt aan de doelstelling van de Groep om 50% gerecycleerde inhoud te bereiken in
Modulyss- en Bentley Mills-producten. Daarnaast blijft Bentley Aquafil-garens specificeren met een gerecycleerde
inhoud van 97% (in evenwicht tussen pre- en post-consumer inputs). Hoewel Aquafil dit systeem momenteel niet
certificeert als “carpet-to-carpet”, verminderen deze keuzes materieel het gebruik van virgin grondstoffen en
ondersteunen zij Belysse’s bredere circulariteits- en materiaalgezondheidsdoelstellingen.
• Bentley behield en verankerde ook verder productcertificeringen van derden. De meeste producten voldoen nu aan
Cradle to Cradle (C2C) v4.0 Silver, wat groepsbrede eco-designbeleid en klantvereisten aanvult. Drie
backingplatformen (Easy Street Cushion, Optimum Barrier II Cushion en Prestige Plus) verloren C2C-certificering
tijdens de overgang naar v4.0, wat weerspiegelt dat de externe backingleverancier niet is gecertificeerd. Deze
productplatformen blijven voldoen aan interne materiaalgezondheidsvereisten, maar kunnen niet langer als C2C-
gecertificeerd worden vermarkt.
• Bentley Mills heeft ervoor gekozen te voldoen aan de NSF/ANSI 140 Sustainability Assessment-standaard voor tapijt.
Deze standaard werd ontwikkeld via een op consensus gebaseerd openbaar proces door een multistakeholdergroep
van Amerikaanse fabrikanten, leveranciers, regelgevende instanties en andere stakeholdergroepen, en is gebaseerd
op levenscyclusbeoordelingsprincipes, inclusief het gebruik van niet-virgin inputmaterialen en ecodesign. Bentley
Mills voltooide met succes de NSF/ANSI 140-audit en heeft een certificering voor al zijn producten over de 10
backingplatformen. Twee daarvan behaalden Platinum-niveau, acht bereikten Gold.
Vooruitkijkend bereidt Bentley zich voor op de Californische vereiste dat tapijten die in de staat worden verkocht vanaf januari
2028 minstens 5% post-consumer tapijtinhoud bevatten op basis van het totale gewicht. Het PC4-project is een belangrijke
stap in de richting van deze toekomstige wettelijke vereiste, maar aanvullende post-consumer tapijtbronnen zullen moeten
worden geïdentificeerd en gekwalificeerd in samenwerking met leveranciers en terugwinningspartners.
Overzicht van de prestaties van Belysse Europe in 2025
• Eind 2024 lanceerde Modulyss 22 nieuwe broadloom-collecties, goed voor 42 individuele producten. Hiervan gebruiken
15 producten garen met minstens 75% gerecycleerde inhoud, en zijn 20 collecties beschikbaar met een backing die
70% gerecycleerd materiaal bevat. Hoewel de lancering eind 2024 plaatsvond, werden de collecties gedurende heel
2025 actief op de markt gebracht en verkocht. Daarnaast introduceerde Modulyss in 2025 twee nieuwe
tapijttegelcollecties die zijn gemaakt met 90% gerecycleerd PA6 Thrive matter-garen. In 2025 zette ITC de e-weave-
collectie om van virgin garen naar garen met 75% gerecycleerde inhoud. De lichtgewicht ecoBACK PLUS-backing van
Modulyss, die in 2024 werd gelanceerd, omvat het gebruik van een hoog gehalte aan gerecycleerde grondstoffen
evenals het gebruik van biogebaseerde materialen. De twee nieuwe tapijttegelcollecties die in 2025 werden
gelanceerd, hebben ecoBACK PLUS ook als standaard backing. Een belangrijke focus van onze R&D-afdeling is om
continu te zoeken naar mogelijkheden om het ontwerp van onze producten aan te passen om de recycleerbaarheid te
verbeteren.
• In 2025 vernieuwde Modulyss met succes onze Cradle to Cradle Certified®-certificeringen en zetten we onze eerder
volgens Versie 3.1 gecertificeerde collecties over naar Versie 4.0, waarbij minstens Full Scope Silver werd behaald
onder de v4.0-standaard. Deze prestatie versterkt onze inzet voor circulariteit, gezondheid en verantwoorde
productie. De reikwijdte van deze certificering omvat onze bestaande C2C-collecties (v3.1), onze nieuwste
tapijttegelontwerpconcepten PLUS en Haelo voorzien op onze nieuwe ecoBACK PLUS-backing. Deze
verwezenlijkingen bevestigen dat onze materiaalinkoop voldoet aan de vereisten van de Cradle to Cradle Certified®
Product Standard, met percentages gerecycleerde inhoud voor onze gecertificeerde collecties die voldoen aan of
hoger liggen dan industriële gemiddelden en aansluiten bij gangbare praktijken.
Milieu-informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 85
De percentages gerecycleerd materiaal in onderstaande tabellen zijn gebaseerd op een combinatie van door derden
geverifieerde data en leveranciersrapportering.
Gerecycleerd materiaal (gewicht / gewicht %)
Merk Baseline 2021 2024
2025
Doelstelling 2025
(zoals vastgelegd in 2020)
Modulyss
35,1%
58,9%
56,74%
50%
Bentley Mills
29,5%
40,7%
50,3%
50%
Vanaf boekjaar 2026 zal uitsluitend door derden geverifieerd gerecycleerd aandeel worden opgenomen. Een meer
gedetailleerde toelichting op deze methodologische wijziging is te vinden in paragraaf 5-3: Doelstellingen inzake
grondstoffenverbruik en de circulaire economie.
Cradle to Cradle Certified® producten Full Scope v4.0
Modulyss
Bentley Mills
1.291 10.599
In het boekjaar 2025 hebben we de telmethodologie voor Modulyss en Bentley Mills aangepast en op elkaar afgestemd. In het
boekjaar 2024 telde Modulyss certificeringen al op het niveau van product-rug-kleur (SKU), terwijl Bentley Mills alleen telde per
product en rug (zonder rekening te houden met kleuren). Vanaf het boekjaar 2025 passen beide regio’s de SKU-benadering toe:
elk product, op elke rug, in elke kleur.
Uitstroom van middelen (operationeel afval)
In de algemene context van ons milieu-, kwaliteits- en energiebeleid dat gericht is op een efficiënt gebruik van natuurlijke
grondstoffen en Belysse dat de transitie van een lineaire naar een circulaire economie actief ondersteunt, is een van de
principes van deze circulaire economie het elimineren van afval. Dit kan worden bereikt door het ontwerp en het proces aan te
passen om de hoeveelheid afval te verminderen, of door afval te herwaarderen zodat het een grondstof wordt voor onze eigen
producten of voor een ander product. Bij Belysse omvat bedrijfsafval restanten uit productie en verpakkingsmateriaal.
Sinds 2012 zorgen we ervoor dat er geen afval van de Belgische productiesites naar de stortplaats gaat. In de VS kan dit niet
worden gegarandeerd vanwege de beschikbare afvalverwerkingspraktijken.
Bentley richt zich daarom op het zoveel mogelijk maximaliseren van sortering en recycling. Afvalstromen uit de productie
worden naar gespecialiseerde recyclingbedrijven gestuurd, die de recyclebare fracties verder scheiden en verwerken; alleen
de resterende reststoffen worden uiteindelijk gestort. Deze aanpak sluit aan bij het beleid van de Belysse-groep om de
recycling van productieafval tegen 2030 te maximaliseren.
Onze ambitie voor 2030 is om het afval dat afkomstig is van onze productielijnen (bv. resten en overschotten) maximaal te
recycleren, met als doel al het afval te laten recycleren, hetzij intern via een gesloten lus recyclage, hetzij door externe
partners.
We streven er voortdurend naar om de operationele afvalvolumes in elke stap van ons productieproces, in al onze
productievestigingen, te verminderen.
In de VS werden in 2025 verschillende concrete proceswijzigingen doorgevoerd om afval bij de bron te verminderen. De
breedte van de basisstof werd teruggebracht van 158 inch naar 156 inch, waardoor het snijafval van zowel de basisstof als de
latex, evenals het garenafval aan de randen, aanzienlijk werd verminderd, zonder dat dit ten koste ging van de
productprestaties.
Na reductie komt recyclage. We richten ons op interne recuperatie van niet-gebruikte materialen in Europa.
• Al meer dan 10 jaar zijn we in staat om snijafval van tapijttegels die in onze fabriek in Zele worden geproduceerd, te
recycleren. De randen worden eerst door een randversnipperaar geleid en vervolgens opnieuw verwerkt tot
rugmateriaal dat wordt gebruikt in de backing van nieuwe producten. Pas in 2022 hebben we meetapparatuur
geïnstalleerd om na te gaan hoeveel afval we eigenlijk recycleren. Sindsdien hebben we met succes gewerkt aan het
verwerken van meer afval. De volumes zijn al twee jaar op rij gestegen. Naast snijranden recycleren wij nu ook
tapijttegels die niet geschikt zijn voor verkoop.
Milieu-informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 86
De interne en externe recyclage van tapijttegelafval nam in 2025 af ten opzichte van 2024. Dit is voornamelijk te wijten aan een
tijdelijke afleiding van materiaal voor externe testen, gecombineerd met een verschuiving in de productmix naar kwaliteiten
met lichtere ruggen, wat resulteert in minder afval per geproduceerde m².
• In Zele werden de verbeterprojecten die in 2024 werden opgestart en gericht zijn op onze vier grootste afvalstromen,
voortgezet gedurende boekjaar 2025, voortbouwend op eerdere inspanningen om deze stromen te minimaliseren en
te optimaliseren via continue verbetering.
• In Tielt werden initiatieven om garen-, folie- en kartonafval te reduceren, verder ontwikkeld en versterkt in 2025.
Daarnaast werd de bronscheiding verder verbeterd en werd de gescheiden inzameling van organisch afval uitgebreid.
• In Tielt werd een snijmachine aangekocht om restgaren uit kokers terug te winnen, wat een betere sortering mogelijk
maakt. De installatie is gepland voor 2026.
• Wanneer reductie (eliminatie) of interne recyclage niet mogelijk is, zoeken wij naar externe partners die ons afval
kunnen ophalen, met als doel ook hier de recyclage maximaal te verhogen.
• Wij scheiden ons afval in meer dan 20 fracties voor afzonderlijke inzameling.
In 2025 heeft Bentley Mills zijn aanpak van operationeel afval versterkt via partnerschapsoplossingen, met focus op twee
initiatieven die hergebruik, remanufacturing en het vermijden van afvalverwerking ondersteunen:
• Ten eerste werd, in samenwerking met recycler New Green Day, een closed-loop hergebruikproces voor garenkokers
opgezet. New Green Day verwijdert restgaren en levert de kokers terug aan Bentley voor hergebruik in de productie,
wat afvalvolumes en de nood aan nieuwe kokers vermindert.
• Ten tweede voltooide Bentley, in samenwerking met een externe partner, succesvolle technische proefprojecten om
verouderde voorraden afgewerkte producten met cushion backing (polyurethaan en PET) te remanufacturen tot
gevelbekledingsproducten voor buitengebruik. Dit initiatief biedt een oplossing voor materialen die anders moeilijk te
recycleren zijn en ondersteunt de afbouw van voorraden. Aangezien deze volumes betrekking hebben op afgewerkte
producten en niet op productieafval, zijn zij niet opgenomen in de afval- en recyclage-indicatoren. De prioriteit voor de
komende jaren is het aanpakken van logistieke en transportkosten zodat deze “cushion-to-siding”-route kan evolueren
van proof-of-concept naar een operationeel programma.
Uitstroom van middelen (einde levensduur van producten)
De meeste van onze producten, zowel in de VS als in Europa, zijn gebaseerd op polyamide, wat resulteert in een uitstekende
duurzaamheid van het product, zoals blijkt uit de garantieperiodes die worden vermeld in sectie E5-5 Uitstroom van middelen.
Het toepassen van onze onderhoudshandleidingen voor eindgebruikers draagt verder bij aan deze lange levensduur van onze
producten.
Er wordt ook veel aandacht besteed aan het ontwerpen van onze producten vanaf het begin voor eenvoudigere
recycleerbaarheid, als onderdeel van onze huidige product terugwinnings- en recyclageprogramma's, evenals het initiëren van
bredere toekomstige samenwerkingen met recyclage partners.
We blijven actief recyclagetechnologieën ontwikkelen met externe partners, zowel via 1-op-1-initiatieven met deze partners als
via partnerschappen in sectorbrede projecten.
Milieu-informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 87
In 2019 zijn we gestart met de ontwikkeling van een nieuwe backing voor onze modulyss tapijttegels, ecoBack. In 2021
ontwikkelden we een tweede backing met verbeterde akoestische eigenschappen, comfortBACK ECO. In 2024 hebben we een
derde backing ontwikkeld met biogebaseerd inhoud en een nog lager gewicht, ecoBack PLUS. Voortbouwend op deze
innovaties bleven wij in 2025 actief zoeken naar grondstoffen met meer gerecycleerde of biogebaseerde materialen en verdere
mogelijkheden tot gewichtsreductie. Eén van de belangrijkste voordelen en doelstellingen van deze backings is de
mogelijkheid om tapijttegels met deze backings te demonteren voor het recycleren van de grondstoffen: tegels met deze
backings kunnen mechanisch worden gedemonteerd om de verschillende componenten te scheiden, waardoor deze
grondstoffen daarna kunnen worden gerecycleerd, als onderdeel van onze focus op circulair ontwerp. Gezien de lange
levensduur van onze producten, is geen van deze soorten backing gerecycleerd omdat de producten nog steeds in gebruik
zijn; Ondertussen werken we samen met verschillende partners om ons recyclageproces en de demontagetechnologie verder
te verbeteren. Ons doel is om de terugwinning van alle grondstoffen op hun waarde te maximaliseren met een zo laag
mogelijke ecologische voetafdruk.
Al onze backings voor Bentley zijn al gebaseerd op polyolefine met vergelijkbare recycleerbaarheidseigenschappen als de
Modulyss polyolefine backings.
In 2025 hebben we met succes onze volledige Cradle to Cradle Certified®-portfolio opgewaardeerd van versie 3.1 naar versie
4.0, en de certificering uitgebreid met onze nieuwste collecties, Plus en Haelo voorzien op onze nieuwe ecoBACK
PLUS-backing. In onze Cradle to Cradle Certified®-collecties is minstens 70% van de materialen (op gewichtsbasis)
compatibel met hun beoogde cyclingsroutes — wat high-value cycling ondersteunt en effectieve recycling en circulariteit
mogelijk maakt.
In het kader van ons terugnameprogramma voor Modulyss werken we samen met verschillende externe partners om
afgedankte tapijttegels waar mogelijk te hergebruiken en indien hergebruik niet mogelijk is, te laten recycleren; daarnaast biedt
de extra lijn die we in 2023 hebben geïnstalleerd om commerciële tapijttegels in kleine oplages op maat te printen, de
mogelijkheid om tegels herop te waarderen en te bedrukken met een nieuw ontwerp.
Alle nieuwe modulyss collecties worden standaard gelanceerd op ecoBACK, comfortBACK ECO of ecoBACK PLUS, om onze
gemakkelijkste recycleerbare backing oplossing bij onze klanten te promoten.
In ons modulyss tapijt take back programma werken we samen met lokale partners in België, Nederland, het Verenigd
Koninkrijk en Frankrijk om oude tapijttegels op de meest duurzame manier te hergebruiken en te recycleren. Samen werken we
aan het verminderen van afval en het bevorderen van een groenere toekomst.
Als specifiek voorbeeld werken we in het VK samen met Uplyfted, dat in het hele VK zo goed als nieuwe tapijttegels levert en
installeert, op maat gemaakt voor aanbieders van sociale huisvesting. We maakten deel uit van Uplyfted’s proefsamenwerking
en waren de eerste producent van tapijttegels die een overeenkomst ondertekende om met Uplyfted samen te werken voor
de terugname van onze tapijttegels. Ondertussen zijn er al verschillende terugnames gerealiseerd.
De aanpak van Bentley voor de einde-levensfase blijft ingebed in de circulaire ambitie van de Groep en het langlopende
FULFILL™-reclamationprogramma, dat het transport en de verwerking van gebruikte tapijten van klanten coördineert en
reclamatiecertificaten verstrekt om milieuvoordelen te documenteren.
Tegelijk erkennen wij dat Bentley momenteel geen interne compounding- of recyclagecapaciteiten heeft. Dit beperkt de
mogelijkheid om ingezamelde post-consumer tapijten ter plaatse om te zetten in nieuwe producten en wordt beschouwd als
een strategisch risico in het licht van mogelijke toekomstige Extended Producer Responsibility (EPR)-regelingen en
evoluerende klantverwachtingen. Voor luxury vinyl tiles (LVT) bestaat momenteel geen haalbare recyclageroute in de VS,
voornamelijk vanwege de aanwezigheid van PVC en additieven. Californische EPR-wetgeving heeft LVT voorlopig vrijgesteld in
afwachting van verder onderzoek. Tegen deze achtergrond is Bentley voornemens om op middellange termijn opties te
verkennen om compounding- en recyclagecapaciteiten te ontwikkelen of te ontsluiten, met als doel zowel regulatoire
kostenrisico’s te beperken als de circulariteit van het Amerikaanse productportfolio te versterken.
Milieu-informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 88
Er zijn in 2025 geen specifieke OpEx of CapEx investeringen geweest in verband met de acties die we ondernemen op het
gebied van gebruik van grondstoffen en circulaire economie; alle acties maken deel uit van de business as usual activiteiten
van onze Operations, HSE, Product Development en R&D-teams.
2024
2025
Financiële middelen toegewezen
aan het actieplan (OpEx)
N.V.T
N.V.T
Financiële middelen toegewezen
aan het actieplan (CapEx)
N.V.T
€92K
E5-3 Doelstellingen met betrekking tot het gebruik van grondstoffen en de circulaire economie
Beschrijving van
het doel
Gerelateerd
beleid
Streefniveau
& streefjaar
Scope
(activiteiten,
waardeketen,
geografieën,
specifieke
groep)
Vrijwillige of
verplichte
doelstellingen
(wetgeving)
Algemene
vooruitgang
2024
Algemene
vooruitgang
2025
Instroom van
grondstoffen:
Het gebruik van
gerecycleerde
materialen in onze
producten
verhogen
Het relevante
beleid wordt
beschreven in
E5-1
50% tegen
2025 voor
modulyss en
Bentley Mills
Selectie van
grondstoffen
(upstream)
Vrijwillig
Modulyss:
58,9%
Bentley Mills:
40,7%
Modulyss:
56,74%
Bentley
Mills: 50,3%
Uitstroom van
middelen:
De recyclage van
afval van onze
productielijnen
maximaliseren
Het relevante
beleid wordt
beschreven in
E5-1
100% tegen
2030
Operationeel
afval (eigen
operaties)
Vrijwillig
Belysse: 30,1%
34,1%
*Waarden voor gerecycleerde inhoud omvatten zowel door derden geverifieerde gerecycleerde inhoud als cijfers over
gerecycleerde inhoud die door leveranciers worden gerapporteerd.
In 2025 hebben we de externe assurance voltooid onder het QACER-schema. QACER maakt deel uit van het
BQA-productcertificeringskader en is gebaseerd op EN 15343 voor het bepalen van gerecycleerde inhoud, waarbij een
controlled-blending chain-of-custody-model wordt toegepast in overeenstemming met ISO 22095. Na het assuranceproces
hebben we onze bewijsvereisten voor gerecycleerde inhoud versterkt. Om de transparantie te vergroten, berekende Belysse
de cijfers ook uitsluitend op basis van door derden gecertificeerde gerecycleerde inhoud. Met behulp van deze strengere, door
derden geverifieerde methodologie bedraagt de gerecycleerde inhoud voor FY2025 37,02% voor Modulyss en 41,6% voor
Bentley Mills. We pasten dezelfde strikte benadering ook met terugwerkende kracht toe op FY2024, wat resulteerde in 19,2%
voor Modulyss en 15,1% voor Bentley Mills.
Verschillende leveranciers die momenteel enkel over eigen verklaringen beschikken, zijn momenteel bezig met het verkrijgen
van formele certificering. Tot hun verificatie is voltooid, worden niet-gecertificeerde volumes uitgesloten van de door derden
geverifieerde cijfers. Vanaf FY2026 zal gerecycleerde inhoud uitsluitend worden gerapporteerd met deze strengere, door
derden geverifieerde benadering.
We blijven de voortgang ten opzichte van de doelstelling voor gerecycleerde inhoud volgen op basis van de oorspronkelijke
berekeningsmethodologie, aangezien dit de basis was waarop de doelstelling voor 2025 werd vastgesteld. In 2026 zal een
nieuwe doelstelling worden bepaald, volledig afgestemd op de vereiste om uitsluitend door derden gecertificeerde
gerecycleerde inhoud op te nemen.
Milieu-informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 89
Instroom van grondstoffen (materiaalkeuze & eco-design)
Een belangrijke stap richting circulariteit is het gebruik van gerecycleerde of hernieuwbare grondstoffen. Dit vertaalt zich in de
koolstofvoetafdruk van onze producten, die aanzienlijk lager is voor producten met een hoger aandeel gerecycleerd materiaal.
Daarnaast heeft het gebruik van gerecycleerde grondstoffen een directe impact op het grondstoffengebruik: doordat
gerecycleerde materialen worden ingezet in plaats van primaire grondstoffen, verminderen ze uiteindelijk ons verbruik van
nieuwe (virgin) grondstoffen. We hebben onszelf de ambitie gesteld om het aandeel gerecycleerde of hernieuwbare inhoud in
onze producten te verhogen, met als doel om tegen 2025 50% gerecycleerde inhoud te bereiken in onze Modulyss- en Bentley
Mills-producten.
Het percentage gerecycleerde grondstoffen wordt gedefinieerd als het aandeel gerecycleerde grondstoffen ten opzichte van
ons totale grondstoffengebruik over alle producten heen.
De belangrijkste stakeholder bij het vastleggen van deze doelstellingen is de Raad van Bestuur, die deze doelstellingen heeft
goedgekeurd.
Voor Modulyss is het percentage gerecycleerde grondstoffen in 2025 licht gedaald ten opzichte van 2024. Dit weerspiegelt
onze verschuiving naar lichtere backingplatformen die door hun ontwerp minder totaal materiaal gebruiken en daardoor ook
minder gerecycleerde inhoud bevatten.
Voor Bentley wordt de stijging van het aandeel gerecycleerde inhoud in 2025 voornamelijk gedreven door de verdere integratie
van post-consumermaterialen in de verschillende backings en het gebruik van garens met een hoog gerecycleerd aandeel, wat
Bentley’s bijdrage aan de circulariteitsdoelstellingen van Belysse ondersteunt.
Uitstroom van grondstoffen (operationeel afval)
Onze doelstelling rond gerecycleerde inhoud heeft per definitie betrekking op de duurzame inkoop en het gebruik van
hernieuwbare grondstoffen. Deze relatie wordt verder versterkt door de acties die we ondernemen om de recycleerbaarheid te
verbeteren, met als uiteindelijk doel een “gesloten lus” voor belangrijke grondstoffen te realiseren. Een goed voorbeeld hiervan
is het gebruik van gerecycleerd PA6-granulaat en -garens. In het bijzonder maakt chemische recyclage van polyamide het
mogelijk om het materiaal vrijwel onbeperkt opnieuw te gebruiken zonder kwaliteitsverlies, in lijn met het cascade principe.
Onze doelstelling rond het recycleren van afval uit onze productielijnen situeert zich op het recyclageniveau van de
afvalhiërarchie. Daarnaast hebben we ook verschillende initiatieven lopen voor het hergebruik van onze producten via
terugnameprogramma’s met diverse partners en via heropwaardering, wat mogelijk is op onze eigen tapijttegel-printlijn die in
2023 werd geïnstalleerd. Voor deze acties hebben we momenteel echter nog geen specifieke doelstellingen vastgelegd. Voor
ons “Take Back, Give Back”-programma selecteren we bewust partners die hergebruik van onze producten opschalen over hun
volledige technische levensduur, alvorens recyclage te overwegen, aangezien hergebruik de hoogst gewaardeerde oplossing
is binnen de hiërarchie van de circulaire economie.
Daarnaast hebben we de ambitie om de recyclage van afval afkomstig uit onze productielijnen (zoals snijresten, overschotten
en residuen) te maximaliseren, hetzij on-site via interne ‘gesloten lus’ recyclage, hetzij via externe partners. Om deze
recyclageambitie te ondersteunen, scheiden we al ons afval in fracties om interne en/of externe recyclage te maximaliseren.
Externe recyclage en andere vormen van afvalverwerking worden gecertificeerd door de afvalverwerkers.
In het kader van onze ambitie voor 2030 om de recyclage van afval uit onze productielijnen te maximaliseren, monitoren we
nauwgezet de totale hoeveelheid afval die door onze activiteiten wordt gegenereerd en het aandeel gerecycleerd afval. Deze
doelstelling en onze prestaties ten opzichte ervan worden sinds 2018, toen ze werden vastgelegd en goedgekeurd door de
Raad van Bestuur, gepubliceerd in ons jaarverslag.
Op dit moment hebben we geen specifieke doelstellingen voor:
• Grondstoffenefficiëntie: we blijven ons aanbod van meer geavanceerde backingopties uitbreiden en promoten, maar
uiteindelijk zullen de keuze van de klant en de marktaanvaarding bepalen welk volume van deze lichtere producten
wordt verkocht.
• Einde levensduur van producten: we ontwerpen onze producten met het oog op recyclage, werken nauw samen met
onze partners voor productterugwinning en recyclage en verkennen actief nieuwe samenwerkingen. We zijn hierbij
echter ook afhankelijk van het bestaan en het succes van dergelijke partners in de verschillende markten.
Milieu-informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 90
E5-4 Instroom van middelen
De belangrijkste materiaalinstromen voor Belysse zijn aangegeven in onderstaande schematische voorstelling van onze
productiestromen:
Eenheden 2024
2025
Totaalgewicht van de producten en technische
en biologische materialen die tijdens de
verslagperiode zijn gebruikt
Ton
53.280
47.040
Percentage biologische materialen (en
biobrandstoffen die voor niet-energetische
doeleinden (inclusief verpakking) worden
gebruikt)
%
4,6%
4,9%
Het absolute gewicht van secundaire
hergebruikte of gerecycleerde materialen,
secundaire tussenproducten en secundaire
materialen die worden gebruikt voor de
vervaardiging van de producten en diensten van
de onderneming (met inbegrip van verpakking)
Ton
17.770
17.122
Percentage secundaire hergebruikte of
gerecycleerde componenten, secundaire
tussenproducten en secundaire materialen
% 33,4% 36.4%
De bovenstaande percentages worden berekend op massa-op-massa-basis. Dubbele telling wordt vermeden door te
vertrekken van de instroom van grondstoffen en door intercompany-aankopen van halfafgewerkte en afgewerkte producten
tussen de verschillende Belysse-entiteiten te elimineren. De in de bovenstaande tabel gepresenteerde percentages
gerecycleerde inhoud zijn gebaseerd op een combinatie van door derden geverifieerde gerecycleerde inhoud en cijfers over
gerecycleerde inhoud die door leveranciers worden gerapporteerd. Vanaf boekjaar 2026 zullen wij in onze rapporteringen
uitsluitend door derden geverifieerde gerecycleerde inhoud erkennen. Een meer gedetailleerde toelichting van deze
methodologische wijziging is opgenomen in sectie 5-3 Doelstellingen inzake grondstoffengebruik en circulaire economie.
Er is een verschil in berekeningsmethode van de gerecycleerde inhoud in producten en verpakkingen tussen Europa en
Bentley:
• Europa berekent dit op basis van alle aangekochte materialen en verpakkingen tijdens boekjaar 2025.
• Bentley berekent dit op basis van alle verkochte producten (inclusief verpakkingen) tijdens boekjaar 2025.
Deze berekeningsmethoden zijn consistent met eerdere jaarverslagen. Het hanteren van deze twee verschillende methoden is
een bewuste keuze, vanwege het hoge niveau van intercompany-stromen tussen de fabrieken in Tielt en Zele - vertrekken
vanuit de aankopen buiten de perimeter van Belysse zorgt voor een robuustere manier om mogelijke dubbeltellingen te
vermijden.
Er is geen verschil in berekeningsmethode voor biologische materialen: zowel Europa als Bentley berekenen dit op basis van de
aangekochte materialen en verpakkingen. Momenteel worden bij Belysse geen biobrandstoffen voor niet-energetische
doeleinden gebruikt.
Polyamide
granulaten
Eigen garen-
productie
Extern aangekochte garens
(hoofdzakelijk polyamide)
Backing
materialen, bv.
latex en latex-
verbindingen
Voor tegels:
bitumen of
polyolefinen
en vulstoffen
Milieu-informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 91
E5-5 Uitstroom van middelen
De belangrijkste materiaaluitstromen voor Belysse zijn aangegeven in de onderstaande schematische voorstelling van onze
productiestromen:
Belangrijkste
circulair ontworpen
productgroepen
Korte beschrijving
Verwachte duurzaamheid
(in relatie tot sectorgemiddelden)
Percentages van
recycleerbare inhoud *
Commerciële
tapijttegels
Tapijttegels voor
commercieel gebruik
• Europa: 15 jaar garantie
• VS: 5 backing platformen - 15 jaar
garantie
Onze garanties zijn in lijn met de
industrienormen voor polyamide
commerciële tapijttegels
• Europa: >70%
hoogwaardige
recycling voor C2C-
gecertificeerde v4.0
collecties; voor niet-
C2C-gecertificeerde
collecties is dit nog
niet gemeten (resultaat
voor 2024: 90% voor
C2C-gecertificeerde
collecties)
• VS: nog niet gemeten
Commercieel
kamerbreed tapijt
Kamerbreed tapijt voor
commercieel gebruik
• Europa: niet gemeten, hangt af van
de commerciële gebruiksklasse
• US:
• 6' kamerbreed tapijt: 2 backing
platformen - 20 jaar garantie
• 12' kamerbreed tapijt: 2 backing
platformen - 10 jaar garantie
• 12' kamerbreed tapijt: 3 backing
platformen - 15 jaar garantie
Niet gemeten
Residentiële
tapijttegels
Tapijttegels voor
residentieel gebruik (enkel
Europa)
Niet gemeten, hangt af van het
garentype en residentiële
gebruiksklasse
Niet gemeten
Residentieel
kamerbreed tapijt
Kamerbreed tapijt voor
residentieel gebruik (enkel
Europa)
Niet gemeten, hangt af van het
garentype en residentiële
gebruiksklasse
Niet gemeten
Verpakking
Verpakkingen gebruikt voor
onze tegels (kartonnen
dozen, paletten) en
kamerbreed tapijt
(kartonnen kegels, folie)
-
• Europa: 99% voor
commerciële tapijt-
tegels, niet gemeten
voor andere producten
(resultaat 2024:99%)
•
VS: 99%
Ecru garens
Pre-
coating
Verven
Zware
coating
Snijden
Commerciële
tegels
In de massa geverfde garens
Ecru garens
Pre-
coating
Verven
Commercieel
kamerbreed
In de massa geverfde garens
Ecru garens
Pre-
coating
Verven
Snijden
Residentiële
tegels
In de massa geverfde garens
Ecru garens
Pre-
coating
Verven
Residentieel
kamerbreed
In de massa geverfde garens
Zware
coating
Milieu-informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 92
* Opmerking: dit zijn de percentages zonder mogelijke downcycling; inclusief downcycling zou de recycleerbaarheid 100% zijn
voor alle productcategorieën
De bovenstaande percentages zijn berekend als massa op massa.
Mogelijkheid tot herstelling is niet van toepassing op tapijten of tapijttegels. We geven onze klanten duidelijke onderhouds- en
reinigingsaanbevelingen om de levensduur van onze producten te maximaliseren.
Operationeel afval
2024
2025
Afval
Europa
US
Belysse
Totaal
Europa
US
Belysse
Totaal
Totaal afval (ton) 7.605 2.003 9.607 5.980 2.047 8.027
Gerecycleerd afval
(ton)
2.422
473
2.895
2.269
470
2.739
Gerecycleerd afval
(%)
31,9%
23,6%
30,1%
37,9%
23%
34,1%
Niet-gerecycleerd afval
(ton)
5.183
1.530
6.713
3.711
1.577
5.288
Niet-gerecycleerd
afval (%)
68,1%
76,4%
69,9%
62,1%
77%
65,9%
De belangrijkste afvalstromen zijn allemaal specifiek voor onze sector, omdat ze het resultaat zijn van onze productie-
processen:
- Afvalwater, voornamelijk afkomstig van onze verf & druk en latex processen
- Slib uit de afvalwaterzuivering in Tielt, dat hoofdzakelijk vaste stoffen opvangt zoals pigmenten gebruikt bij print- en
verfprocessen
- Tapijtafval met secundaire rug, voornamelijk bestaande uit polyamide, polyester, polypropyleen, latex,
aluminiumtrihydroxide, polyolefinen of bitumen en CaCO₃
- Tapijtafval zonder latex, voornamelijk bestaande uit polyamide, polyester en polypropyleen
- Garenresten, voornamelijk bestaande uit polyamide
- Karton, gebruikt als garenkokers/-conussen en voor verpakkingen
De afvalcijfers die in dit duurzaamheidsrapportage worden gerapporteerd, hebben betrekking op onze productiefaciliteiten
en niet op het verwaarloosbare afval van andere locaties, zoals showrooms.
Soorten afvalverwerking (2024)
2025
Niet-afgevoerd
afval
Gevaarlijk
afval
Niet-gevaarlijk afval Gevaarlijk afval Niet-gevaarlijk afval
Hergebruik (intern) - -
- -
Recyclage (intern) - 674
-
553
Hergebruik (extern) - 49
-
9
Recyclage (extern) 1 2.221
2
2.186
Ander - -
-
-
Subtotaal 1 2944
2
2749
Afgevoerd afval
Gevaarlijk
afval
Niet-gevaarlijk afval Gevaarlijk afval Niet-gevaarlijk afval
Verbranding - 5.090
-
3.647
Storten - 1.527
- 1.573
Ander 9 36
14
43
Subtotaal 9 6653
14
5263
Totaal
10
9597
16 8011
* Interne recyclage van tapijttegelafval in Zele. Dit wordt gerapporteerd als een hulpbronnenuitstroom omdat het om
operationeel afval gaat, zij het dat dit afval intern wordt gerecycleerd in plaats van extern via een derde partij.
In 2024 en 2025 werd geen radioactief afval gegenereerd door de Belysse Group.
Milieu-informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 93
Alle bovenstaande cijfers zijn gebaseerd op werkelijke wegingen uitgevoerd door de externe afvalverwerker of
recyclagepartner wanneer ze ons afval inzamelen, en op werkelijke wegingen in onze eigen operaties voor interne recyclage.
Percentages worden berekend als massa op massa. Ook de classificatie per verwijderingsmethode is gebaseerd op
informatie van de afvalverwerker of recyclagepartner, op de bijbehorende facturen van de afvalstroom. De daling van het
niet-gevaarlijk afval dat naar verbranding wordt gestuurd, is voornamelijk toe te schrijven aan lagere productievolumes en
verbeterde afvalsortering en terugwinningsmaatregelen die in 2025 werden ingevoerd. De lichte stijging van gevaarlijk afval
houdt voornamelijk verband met onderhoudswerkzaamheden op de Belgische sites, waaronder het aftappen van
thermische olie en een beperkte opruiming van vervallen chemische producten.
E5-6 Potentiële financiële effecten van het gebruik van grondstoffen en impact, risico’s en opportuniteiten in
verband met de circulaire economie
Mocht Belysse door de beperkte beschikbaarheid op de markt niet in staat zijn om voldoende grondstoffen met
gerecycleerde of hernieuwbare inhoud tegen een economisch haalbare prijs aan te kopen, dan bestaat er een risico om
marktaandeel te verliezen. Tijdens de dubbele materialiteitsanalyse werd dit risico op middellange termijn als materieel
beschouwd, met een aanzienlijke potentiële financiële impact.
Om dit risico te beperken, werkt Belysse actief aan het vergroten van het aandeel gerecycleerde grondstoffen en
onderzoekt het bedrijf voortdurend mogelijkheden om biogebaseerd materialen te gebruiken.
De toenemende belangstelling van klanten voor producten met een lage koolstofvoetafdruk en mogelijke verdere
wijzigingen in de wetgeving om klanten te stimuleren om rekening te houden met de koolstofvoetafdruk van het product in
hun beslissingsproces, biedt Belysse ook een opportuniteit om op middellange termijn marktaandeel te veroveren, met een
vergelijkbare maar positieve potentiële financiële impact.
Een ander risico met betrekking tot de circulaire economie houdt verband met klantvereisten inzake recycleerbaarheid van
producten en naleving van duurzaamheidscertificeringsnormen. Indien Belysse niet aan deze verwachtingen zou kunnen
voldoen, kan dit leiden tot beperkte markttoegang of omzetverlies op middellange termijn, met een vergelijkbaar potentieel
financieel effect.
Ter mitigatie van dit risico onderzoekt Belysse continu mogelijkheden om de recycleerbaarheid en duurzaamheidsprestaties van
producten te verbeteren en werkt zij nauw samen met leveranciers en externe partners om te waarborgen dat materialen en
bijhorende informatie voldoen aan de relevante certificeringsschema’s.
Milieu-informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 94
Rapportering van de EU-taxonomieverordening
De EU-Taxonomieverordening is een kernonderdeel van het actieplan van de Europese Commissie om kapitaalstromen te
heroriënteren naar een duurzamere economie. Zij vormt een belangrijke stap in de richting van koolstofneutraliteit tegen 2050,
in lijn met de doelstellingen van de Europese Unie, aangezien de taxonomie een classificatiesysteem voor ecologisch duurzame
economische activiteiten is.
Op grond van artikel 8(2) van Verordening (EU) 2020/852 moeten niet-financiële ondernemingen informatie openbaar maken over
de kernprestatie-indicatoren (KPI's) die betrekking hebben op het aandeel in hun omzet van ecologisch duurzame economische
activiteiten ("op de Taxonomie afgestemde activiteiten") en het aandeel van hun kapitaaluitgaven en hun operationele uitgaven
dat verband houdt met activa of processen die verband houden met ecologisch duurzame economische activiteiten.
Zoals aangegeven in de Gedelegeerde Verordening van (EU) 2021/2178 zijn niet-financiële ondernemingen verplicht om
informatie te verstrekken over het aandeel van de voor de Taxonomie in aanmerking komende economische activiteiten in hun
totale omzet, kapitaaluitgaven en operationele uitgaven en de kwalitatieve informatie voor het verslagjaar, met inbegrip van
vergelijkende cijfers.
Voor boekjaar 2025 blijven wij onze EU-Taxonomie-rapportering opstellen overeenkomstig de vereisten van artikel 8 van
Verordening (EU) 2020/852 en de bijhorende gedelegeerde handelingen zoals deze van kracht waren vóór de wijzigingen die
werden ingevoerd via het Omnibus-vereenvoudigingspakket van de Europese Commissie.
Op 8 januari 2026 publiceerde de Europese Commissie in het Publicatieblad van de Europese Unie een gedelegeerde handeling
tot wijziging van de Gedelegeerde Verordening inzake artikel-8-openbaarmakingen, evenals van de klimaat- en
milieu-gedelegeerde handelingen. Deze wijzigingen treden in werking op 28 januari 2026 en zijn retroactief van toepassing vanaf
1 januari 2026 op de rapportering over boekjaar 2025. Overeenkomstig de overgangsbepalingen kunnen ondernemingen ervoor
kiezen om voor boekjaar 2025 het voorgaande regelgevend kader te blijven toepassen en de vereenvoudigde vereisten pas
vanaf boekjaar 2026 te implementeren.
Belysse heeft ervoor gekozen om voor de rapportering over boekjaar 2025 het regelgevend kader toe te passen dat van kracht
was vóór de Omnibus-wijzigingen. Dienovereenkomstig werden de taxonomie-geschiktheid, afstemmingsbeoordelingen en de
bijhorende kernprestatie-indicatoren voor boekjaar 2025 vastgesteld en gepresenteerd op basis van de pre-amendement
gedelegeerde handelingen, teneinde consistentie en vergelijkbaarheid met eerdere rapporteringsperiodes te waarborgen.
Methodologie
Belysse heeft geen activiteiten op het gebied van gas of kernenergie, zoals gedefinieerd in de volgende tabel:
Nucleaire en fossiele gasgerelateerde activiteiten
Ja / Nee
Nucleaire energie gerelateerde activiteiten
De onderneming verricht, financiert of heeft blootstelling aan onderzoek, ontwikkeling, demonstratie
en inzet van innovatieve elektriciteitsopwekkingsinstallaties die energie produceren uit nucleaire
processen met minimale afvalproductie tijdens de splijtstofcyclus.
Nee
De onderneming verricht, financiert of heeft blootstelling aan de bouw en veilige exploitatie van
nieuwe nucleaire installaties voor de productie van elektriciteit of proceswarmte, inclusief voor
stadsverwarming of industriële processen zoals waterstofproductie, evenals de bijbehorende
veiligheidsverbeteringen, met gebruik van de best beschikbare technologieën.
Nee
De onderneming voert bestaande nucleaire installaties die elektriciteit of proceswarmte produceren
uit, financiert of heeft blootstellingen aan de veilige exploitatie ervan, onder meer met het oog op
stadsverwarming of industriële processen zoals de productie van waterstof uit kernenergie, alsook de
verbetering van de veiligheid daarvan.
Nee
Fossiele gasgerelateerde activiteiten
De onderneming verricht, financiert of heeft blootstelling aan de bouw of exploitatie van
elektriciteitsopwekkings-installaties die elektriciteit produceren uit fossiele gasvormige brandstoffen.
Nee
De onderneming verricht, financiert of heeft blootstelling aan de bouw, renovatie en exploitatie van
gecombineerde warmte-/koel- en elektriciteitsopwekkingsinstallaties uit fossiele gasvormige
brandstoffen.
Nee
De onderneming verricht, financiert of heeft blootstelling aan de bouw, renovatie en exploitatie van
warmte-opwekkingsinstallaties die warmte/koeling produceren uit fossiele gasvormige brandstoffen.
Nee
Milieu-informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 95
We hebben zorgvuldig onderzocht of de activiteiten van Belysse (NACE 13.93) binnen het toepassingsgebied van de
Gedelegeerde Verordening van de EU-taxonomie vallen. Geen van onze activiteiten wordt beschreven in de lijst van "voor
taxonomie in aanmerking komende economische activiteiten". Om deze reden bevestigen we dat ze niet in aanmerking komen
voor de Taxonomie en dat Belysse daarom 0% in aanmerking komt.
De in aanmerking komende economische activiteiten van de Gedelegeerde Verordening Milieubescherming beschrijven
"Inzameling en vervoer van ongevaarlijke en gevaarlijke afvalstoffen". Belysse heeft een vergunning om een dergelijke activiteit
uit te voeren, maar deze is niet significant, is tijdens het verslagjaar niet uitgevoerd en er is geen bijbehorende commerciële
activiteit of inkomstenstroom. Daarom wordt deze activiteit ook als niet in aanmerking komend beschouwd.
De omzetnoemer is de totale netto-omzet van Belysse, ontleend aan de jaarrekening, sectie 1. 'Geconsolideerd overzicht van
gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten voor de periode eindigend op 31 december': Omzet
Ten slotte zijn alle specifieke operationele en kapitaaluitgaven tijdens het verslagjaar met betrekking tot de zes klimaat- en
milieuthema's in het EU-taxonomiekompas (mitigatie van klimaatverandering, aanpassing aan klimaatverandering, duurzaam
gebruik en bescherming van water en mariene hulpbronnen, overgang naar een circulaire economie, preventie en bestrijding van
verontreiniging, bescherming en herstel van biodiversiteit en ecosystemen) geëvalueerd of ze in aanmerking komen voor de
Taxonomie, gescreend op basis van de technische screeningcriteria onder Substantiële bijdrage, DNSH (doen geen ernstige
afbreuk) en de Minimum garanties.
De OpEx-noemer bestaat uit directe, niet-geactiveerde kosten die worden gemaakt om de lopende operationele activiteiten van
de onderneming te ondersteunen. Dit omvat onder meer niet-geactiveerde R&D-kosten, kortlopende en laagwaardige
leasingcontracten, onderhoud en herstellingen, en andere directe uitgaven die verband houden met het dagelijks gebruik van
vaste activa (materiële vaste activa en immateriële vaste activa). Aangezien er in het rapporteringsjaar geen specifieke
materiële OpEx werd gemaakt die verband houdt met de materiële ESG-onderwerpen die in deze duurzaamheidsverklaring
worden toegelicht, rapporteert Belysse 0% taxonomie-geschikte OpEx.
De CapEx-noemer bestaat uit de som van toevoegingen aan ‘materiële vaste activa’ en toevoegingen aan overige ‘immateriële
vaste activa’, zoals opgenomen in de financiële staten, respectievelijk Toelichting 13 Materiële vaste activa en Toelichting 12
Overige immateriële vaste activa. De enige materiële taxonomie-geschikte CapEx wordt toegelicht in sectie E1-3 Acties en
middelen met betrekking tot klimaatbeleid, aangezien er in het rapporteringsjaar geen materiële specifieke CapEx werd besteed
aan de vijf andere klimaat- en milieudoelstellingen, zoals beschreven in de overeenkomstige secties van deze
duurzaamheidsverklaring.
Milieu-informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 96
Omzet
Substantiële
bijdrage
criteria
‘Doen geen ernstige afbreuk’
criteria
Economische
activiteiten
Codes
Omzet 2025
Proportie omzet 2025
Mitigatie van
klimaatverandering
Aanpassing aan
klimaatverandering
Water
Pollutie
Circulaire economie
Biodiversiteit
Mitigatie van
klimaatverandering
Aanpassing aan
klimaatverandering
Water
Pollutie
Circulaire economie
Biodiversiteit
Minimum garanties
Aandeel van op taxonomie
afgestemde of ervoor in
aanmerking komende omzet
2024
Categorie faciliterende
ti it it
Categorie transitie-
ondersteunende activiteit
m€
%
Ja; Nee; N/EL (komt niet in
aanmerking)
Ja / Nee
%
E
T
A. Voor de
taxonomie in
aanmerking
komende
activiteiten
-
-
0%
0%
A1. Op de
taxonomie
afgestemde
activiteiten
-
- 0% 0%
waarvan
faciliterende
-
-
0%
0%
waarvan transitie
-
ondersteunend
-
- 0% 0%
A2. Niet op de
taxonomie
afgestemde
activiteiten
-
-
0%
0%
B. Niet voor de
taxonomie in
aanmerking
komende
activiteiten
-
254.2
100%
0%
0%
0%
0%
0%
0%
-
-
-
-
-
-
-
100%
0%
0%
Totaal (A+B)
-
254.2
100%
100%
Milieu-informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 97
Operationele uitgaven
Substantiële bijdrage criteria
‘Doen geen ernstige afbreuk’
criteria
Economische
activiteiten
Codes
Operationele uitgaven 2025
Proportie operationele uitgaven 2025
Mitigatie van klimaatverandering
Aanpassing aan klimaatverandering
Water
Pollutie
Circulaire economie
Biodiversiteit
Mitigatie van klimaatverandering
Aanpassing aan klimaatverandering
Water
Pollutie
Circulaire economie
Biodiversiteit
Minimum garanties
Aandeel van op taxonomie afgestemde
of ervoor in aanmerking komende
operationele uitgaven 2024
Categorie faciliterende activiteit
Categorie transitie-ondersteunende
activiteit
m€
%
Ja; Nee; N/EL (komt niet in
aanmerking)
Ja / Nee
%
E
T
A. Voor de
taxonomie in
aanmerking
komende
activiteiten
-
-
0%
0%
A1. Op de
taxonomie
afgestemde
activiteiten
-
-
0%
0%
waarvan
faciliterende
-
-
0%
0%
waarvan transitie-
ondersteunend
-
-
0%
0%
A2. Niet op de
taxonomie
afgestemde
activiteiten
-
-
0%
0%
B. Niet voor de
taxonomie in
aanmerking
komende
activiteiten
-
3.5
100%
0%
0%
0%
0%
0%
0%
-
-
-
-
-
-
-
100%
0%
0%
Totaal (A+B)
-
3.5
100%
100%
Milieu-informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 98
Kapitaaluitgaven
Substantiële bijdrage criteria
‘Doen geen ernstige afbreuk’
criteria
Economische
activiteiten
Codes
Kapitaaluitgaven 2025
Proportie
kapitaaluitgaven 202
5
Mitigatie van
klimaatverandering
Aanpassing aan
klimaatverandering
Water
Pollutie
Circulaire economie
Biodiversiteit
Mitigatie van
klimaatverandering
Aanpassing aan
klimaatverandering
Water
Pollutie
Circulaire economie
Biodiversiteit
Minimum garanties
Aandeel van op taxonomie
afgestemde of ervoor in
aanmerking komende
Categorie faciliterende
activiteit
Categorie transitie-
ondersteunende activiteit
m€
%
Ja; Nee; N/EL (komt niet in aanmerking)
Ja / Nee
%
E
T
A. Voor de
taxonomie in
aanmerking
komende
activiteiten
-
2.0
14.19%
3.5%
A1. Op de
taxonomie
afgestemde
activiteiten
-
-
0%
0%
waarvan
faciliterende
-
-
0%
0%
waarvan
transitie
-
ondersteunend
-
- 0% 0%
A2. Niet op de
taxonomie
afgestemde
activiteiten
-
2.0
14.19%
3.5%
Productie,
installatie en
onderhoud van
elektrische
apparatuur voor
hoog
-, midden-
en
laagspanning
CCM
3.2
1.5
10.5%
Y
N/EL
N/EL
N/EL
N/EL
N/EL
0%
Installatie,
onderhoud en
herstelling van
energie
efficiëntie
apparatuur
CCM
7.3
0.3
2.36%
Y
N/EL
N/EL
N/EL
N/EL
N/EL
3.3%
Installatie,
onderhoud en
herstelling van
oplaadstations
voor elektrische
voertuigen in
gebouwen (en
parkeerplaatsen
die aan
gebouwen zijn
verbonden)
CCM
7.4
0.04
0.3%
Y
N/EL
N/EL
N/EL
N/EL
N/EL
0.2%
Sanering van
verontreinigde
locaties en
gebieden
PPC
2.4
0.15
1.05%
N/EL
N/EL
N/EL
Y
N/EL
N/EL
0%
B. Niet voor de
taxonomie in
aanmerking
komende
activiteiten
-
12.06 85.81%
0% 0% 0% 0% 0% 0% - - - - - - - 96.5% 0% 0%
Totaal (A+B)
-
14.06
100%
100%
De hogere taxonomie-geschikte CapEx die voor boekjaar 2025 wordt gerapporteerd in vergelijking met de €0,56 miljoen
gerapporteerd voor boekjaar 2024, is voornamelijk toe te schrijven aan de vernieuwing van de hoogspanningsaansluiting op onze
productiesite in Tielt.
Sociale informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 99
S1 - Eigen personeelsbestand
S1-SBM2 Belangen en standpunten van stakeholders
De duurzaamheidsrapportagegeving van Belysse is van toepassing op alle eigen werknemers en contractoren. Dit omvat
arbeiders op de loonlijst, bedienden op de loonlijst en contractoren.
De overeenkomstige belangrijke groepen stakeholders zijn natuurlijk de werknemers zelf en instanties die de werknemers
vertegenwoordigen, zoals vakbonden. De interactie van Belysse met deze stakeholdergroepen en de manier waarop rekening
wordt gehouden met de resultaten van deze interacties, worden beschreven in de onderstaande tabel:
Belangrijkste
groepen
stakeholders
Participatiemethode
Doel van de participatie
Uitkomstoverweging
(gerelateerd aan strategie en
businessmodel)
Werknemers
• Enquêtes over welzijn en
betrokkenheid
• Town hall meetings
• Zorgen voor open
tweerichtings-communicatie
met onze werknemers
• Een duidelijk begrip
stimuleren van de visie en
strategie van Belysse
• Zorgen voor betrokkenheid
van werknemers
• Een positieve werkomgeving
bevorderen
• Regelmatige formele en
informele communicatie
door management
• Aanpassingen van het
bedrijfsbeleid
• Verbeteringen en
actieplannen die ingaan op
specifieke verzoeken of
zorgen van werknemers
Vakbonden
•
Regelmatige vergaderingen
zoals ondernemingsraden
en CPBW (Comités voor
Preventie en Bescherming
op het Werk)
• Zorgen voor een open en
communicatieve relatie met
onze werknemers en de
vakbonden
• Ervoor zorgen dat we voldoen
aan alle haalbare verzoeken
met betrekking tot onze
manier van werken
• Verbeteringen en
actieplannen die ingaan op
specifieke verzoeken of
bezorgdheden van
werknemers
S1-SBM3 Materiële impact, risico’s en opportuniteiten en hun interactie met strategie en bedrijfsmodel
Materiële impact, risico
of opportuniteit
Beschrijving
Oorsprong
Tijdshorizon
Effecten en reacties van Belysse
Gezondheid
en veiligheid
op het werk
Negatieve
impact
Werknemers in onze
productieomgevingen
werken met machines,
heftrucks en vrachtwagens,
wat een inherent
veiligheidsrisico met zich
meebrengt.
Eigen
operaties
Actuele
impact
Als overtuigde voorstanders van
lichamelijk en geestelijk welzijn op
de werkplek, blijven gezondheid en
veiligheid onze topprioriteit. We
blijven inzetten op risicobewustzijn,
veiligheidsacties en leiderschap
inzake veiligheid door middel van
preventiecampagnes, gerichte
initiatieven en opleidingen, en door
het gebruik van digitale tools
voortdurend op te voeren
Opleiding en
ontwikkeling
Positieve
impact
Medewerkers krijgen
ontwikkelingsmogelijkheden
om zich binnen het bedrijf
te ontplooien.
Eigen
operaties
Actuele
impact
Belysse investeert in persoonlijke
groei en ontwikkeling, biedt haar
medewerkers een breed scala aan
opleidingen aan en stimuleert
carrièremogelijkheden door middel
van interne mobiliteit.
Risico’s op het vlak van arbeidsveiligheid en gezondheid zijn meer van toepassing op werknemers in productieomgevingen dan
op werknemers in een kantooromgeving. Wij versterken voortdurend opleiding en ontwikkeling door opleidingsmogelijkheden
aan te bieden die zijn afgestemd op de noden van onze medewerkers.
De transitieplannen van Belysse om onze negatieve impact op het milieu te verminderen en onze activiteiten te vergroenen,
zullen naar verwachting geen materiële gevolgen hebben voor onze werknemers, aangezien deze transitie een geleidelijk,
continu en reeds lopend proces is.
Sociale informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 100
S1-1 Beleid met betrekking tot het eigen personeelsbestand
Wij zijn er van overtuigd dat we een positieve en collaboratieve werkomgeving moeten creëren waarin de persoonlijke
ontwikkeling van werknemers wordt bevorderd om onze doelstellingen te bereiken. Door een sterke en transparante
communicatie over onze waarden en onze strategische doelstellingen, kan iedereen in de organisatie bijdragen aan de
verwezenlijking ervan.
Als overtuigde voorstanders van lichamelijk en geestelijk welzijn op de werkplek, blijven gezondheid en veiligheid onze
topprioriteit. We blijven inzetten op risicobewustzijn, veiligheidsacties en leiderschap inzake veiligheid door middel van
preventiecampagnes, gerichte initiatieven en opleidingen, en door het gebruik van digitale tools voortdurend op te voeren.
We versterken de persoonlijke vaardigheden van werknemers om stress te voorkomen en leren werknemers om ermee om te
gaan. We investeren in persoonlijke groei en ontwikkeling.
• Alle werknemers, ongeacht hun functie, krijgen opleidingen. Sommige van de voorgestelde trainingen zijn verplicht
omdat ze betrekking hebben op vaardigheden die nodig zijn voor de functie. Andere trainingen, bijvoorbeeld IT-
vaardigheden, zijn vrijwillig.
• Alle arbeiders en bedienden krijgen feedback over hun prestaties tijdens jaarlijkse functioneringsgesprekken.
• We geloven sterk in ons eigen talent en stimuleren daarom interne mobiliteit.
• Voor werknemers die willen doorgroeien binnen hun functie of naar een andere functie, wordt een persoonlijk
ontwikkelingsplan opgesteld, om hen te ondersteunen in die groei.
We hebben een reeks verschillende beleidslijnen en procedures ontwikkeld en blijven deze ontwikkelen, nauwlettend opvolgen
en altijd up-to-date houden. Deze beleidsverklaring is de operationele vertaling van de meest recente regelgeving en
aanbevelingen, en omvat de ethische principes en integriteitsnormen van de Groep. Ze bieden houvast en duidelijkheid voor
alle stakeholders en werknemers die actief zijn binnen en/of samenwerken met de bedrijven die deel uitmaken van de Belysse
Group. Deze beleidsverklaring wordt gepubliceerd op het intranet, is toegankelijk voor alle werknemers en maakt deel uit van
het onboarding proces van de werknemers.
Belysse hanteert een zero-tolerance benadering van moderne slavernij en zet zich volledig in om slavernij en mensenhandel te
voorkomen in haar activiteiten en toeleveringsketen. Elk jaar wordt, in overeenstemming met artikel 54(1) van de Modern
Slavery Act van 2015, een afzonderlijke verklaring afgelegd over de procedures en resultaten door de CEO van Belysse en haar
dochterondernemingen. Dit wordt aangevuld met een specifiek “Beleid inzake preventie van kinderarbeid en ondersteuning
van jonge werknemers”.
Onze productielocaties bevinden zich in België en de VS, waar de overheid wetten handhaaft die erop gericht zijn of tot gevolg
hebben dat bedrijven de mensenrechten moeten respecteren, en die regelmatig de toereikendheid van dergelijke wetten
beoordeelt om eventuele tekortkomingen aan te pakken. Het is duidelijk dat Belysse voldoet aan alle lokale wetgeving. 58%
van onze werknemers valt onder collectieve arbeidsovereenkomsten. We garanderen de vrijheid van vereniging en hebben veel
werknemers die lid zijn van vakbonden en die ervoor zorgen dat we voldoen aan alle haalbare verzoeken met betrekking tot
werkpraktijken.
Het beleid van Belysse met betrekking tot ons personeelsbestand is afgestemd op internationaal erkende instrumenten,
waaronder de VN-richtlijnen voor mensenrechten en bedrijfsleven.
Mensenrechten zijn stevig verankerd in de Belgische en Amerikaanse/Californische wetgeving; Belysse voldoet uiteraard altijd
aan de toonaangevende wetten en ons beleid is daarom afgestemd op alle regelgeving.
Belysse Group heeft zich sinds de oprichting ervan in 2017 een Vision Zero-onderneming getoond. Dit initiatief is ontwikkeld
door de International Social Security Association (ISSA). Ondernemingen die de Vision Zero-strategie implementeren, zetten
een managementsysteem op voor de preventie van incidenten in de drie dimensies veiligheid, gezondheid en welzijn op alle
werkniveaus. Al onze werknemers vallen onder een dergelijk HSE-managementsysteem.
We streven ernaar om de Lost-Time Accident Frequency rate (LTAFR, frequentie van de ongevallen met verzuim) te verlagen
naar minder dan 1. Dit betekent dat er per miljoen gewerkte uren minder dan 1 ongeval plaatsvindt waardoor de gewonde
persoon zijn of haar werk gedurende een bepaalde periode niet kan uitvoeren. De doelstelling betreft eigen werknemers,
uitzendkrachten en contractoren. De voortgang wordt nauwgezet opgevolgd via continue opvolging en
bewustmakingsinitiatieven. Opmerkelijk is dat Bentley gedurende twee opeenvolgende jaren geen enkel ongeval met
werkverlet heeft geregistreerd.
Ons gezondheids- en veiligheidsbeleid is van toepassing op alle werknemers van Belysse wereldwijd. Het hoogste niveau in de
organisatie dat verantwoordelijk is voor de uitvoering van deze beleidsverklaring is de CEO van Belysse Group NV.
In Europa vormen de maandelijkse vergaderingen van de HSE-commissie de basis van ons gezondheids- en
veiligheidsmanagement. De rol van de HSE-commissie is om het overleg van het HSE-team met de werknemers te
vergemakkelijken en om samen de acties te bespreken die nodig zijn om onze ambitie te verwezenlijken. Het werk van de HSE-
commissie wordt ondersteund door de volgende initiatieven:
- Voor formele werknemersparticipatie en -raadpleging over het werk van de HSE-commissie zijn 'Comités voor
Preventie en Bescherming op het Werk' (CPBW) opgezet. De leden van het CPBW moeten worden verkozen en
worden geïnformeerd over de veiligheidsresultaten en lopende projecten.
Sociale informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 101
- Maandelijkse veiligheidsvergaderingen met afdelingsverantwoordelijken, operations managers, de operations director
en de site HSE manager, waarin ongevallen, incidenten en de veiligheidscampagne van de maand worden besproken.
In Zele worden deze inspanningen versterkt door veiligheidscoaches die als ambassadeurs van onze
veiligheidscultuur optreden. Deze medewerkers krijgen de nodige opleiding en dit netwerk bestaat uit 15 vrijwillige
medewerkers.
- Sinds 2022 hebben we het gebruik van een software applicatie geïntroduceerd voor een groot aantal werkprocessen
op de productievestigingen. Deze app, die betrekking heeft op gezondheid en veiligheid, vergemakkelijkt het melden
van risico's, zorgt voor een eenvoudige follow-up van werkplekinspecties en veiligheidsrondes, en stelt managers in
staat om de prestaties van hun teams op te volgen.
Veiligheidsrondes in de fabrieken worden maandelijks georganiseerd met als doel onveilige situaties tijdig te detecteren.
Belysse Europe is trots op het behalen van de ISO 45001 certificering voor haar productievestiging in Zele. Dit is onze eerste
vestiging die gecertificeerd is voor zijn managementsysteem voor gezondheid en veiligheid op het werk. De certificering
bekroont ons sterk engagement voor gezondheid en veiligheid op het werk, en had niet kunnen worden gerealiseerd zonder
ons zeer toegewijde HSE-team en ons management team ter plaatse.
Een goed functionerend veiligheidsmanagementsysteem is niet voldoende om een veiligheidscultuur tot stand te brengen.
Daarnaast is het belangrijk om de kennis en het bewustzijn over veiligheid en gezondheid onder onze werknemers te vergroten.
Om dit te bereiken hebben we een lijst met acties opgesteld:
- In de Belgische productievestigingen worden maandelijkse veiligheidsthema's gedefinieerd en gecommuniceerd via
schermen in de fabrieken, toolboxmeetings en kalenders die elke maand een nieuw thema belichten. Daarnaast wordt
jaarlijks een veiligheidsquiz georganiseerd. Na het vastleggen van een nulmeting in 2024 werden in 2025
veiligheidsinteracties gelanceerd die minstens acht keer per kwartaal plaatsvinden en gekoppeld zijn aan het
maandelijkse veiligheidsthema.
- In Bentley Mills worden maandelijkse veiligheidsbewustzijnsdagen georganiseerd, waarbij interactie met alle
werknemers en afdelingen plaatsvindt over alle relevante incidenten of veiligheidstrainingen van die maand.
Beschrijving van het
beleid
Gerelateerde
impact, risico of
opportuniteit
Scope
Verantwoording
(hoogste
niveau)
Audit
door
derden
Kanalen voor
het
communiceren
van beleid
Toepasselijke
wetgeving
• Engagement voor
gezondheid en
veiligheid: we voelen
ons verantwoordelijk
voor het fysieke en
mentale welzijn van
alle werknemers. We
streven ernaar om een
gezonde en
incidentvrije
werkomgeving te
creëren voor al het
personeel dat
aanwezig is en
werkzaam is op onze
locaties
• Wij delen de Vision
Zero-aanpak: wij
geloven dat elk
arbeidsongeval of
beroepsziekte kan
worden vermeden
Werknemers in de
fabrieken werken
met machines, wat
een inherent
veiligheidsrisico
met zich
meebrengt.
Sommige taken zijn
ergonomisch
veeleisend
Alle werk-
nemers van
Belysse
wereldwijd
CEO
ISO 45001
voor
Modulyss
• Formeel
gecom-
municeerd op
Belysse
sharepoint
• Ondersteund
door
veiligheids-
toolbox
meetings
binnen de
verschillende
productie-
afdelingen,
houdt
management
in de fabrieken
veiligheids-
rondes
Relevante
lokale normen
voor
veiligheid,
gezondheid
en welzijn op
het werk in
België en
Californië
Geen specifiek
opleidingsbeleid, maar
een jaarlijks
opleidingsplan, waarin
verplichte en vrijwillige
opleidingsmogelijkheden
worden gecombineerd,
die zowel intern als
extern georganiseerd
worden
Werknemers
krijgen
ontwikkelings-
mogelijkheden om
binnen het bedrijf
te groeien.
Alle
werknemers
van Belysse
wereldwijd
HR Director voor
Belysse Group
en Europa, Vice
President of
Human
Resources voor
de VS
N.V.T
Het jaarlijkse
opleidingsplan en
het aanbod van
beschikbare
opleidingen
worden formeel
gecommuniceerd
op Belysse
sharepoint
Verplichte
veiligheids-
trainingen
Sociale informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 102
S1-2 Processen voor het betrekken van eigen werknemers en werknemersvertegenwoordigers bij het bespreken van
impacten
In Europa zijn we, naast de feedback van werknemers die wordt verzameld via de HSE-commissie, het CPBW en het netwerk
van veiligheidscoaches, in 2024 begonnen met het meten van impact via onze SENSOR-enquête voor welzijn en een enquête
die is gelanceerd door de werkgroep Veiligheid, om onze basis te vormen voor het nemen van beslissingen.
Bij Bentley is ons veiligheidsprogramma een uitgebreide manier om met ons personeel in contact te komen. Het wordt
beheerd door de Safety Manager en omvat verschillende componenten zoals:
- Veiligheidsvergaderingen: Maandelijkse vergaderingen om veiligheidsprotocollen te bespreken, bezorgdheden weg te
nemen en eventuele incidenten of bijna-ongevallen te beoordelen
- Trainingssessies: Uitgebreide trainingsprogramma's die een breed scala aan veiligheidsonderwerpen behandelen, zodat
alle werknemers goed geïnformeerd zijn en voorbereid zijn om met mogelijke gevaren om te gaan
- Veiligheidscommissie: Een speciale commissie met vertegenwoordigers van verschillende afdelingen, die samenwerken
om risico's te identificeren, het veiligheidsbeleid te ontwikkelen en een veiligheidscultuur te bevorderen
- Veiligheidsaudits en -inspecties: Regelmatige audits en inspecties om potentiële gevaren te identificeren en de naleving
van de veiligheidsvoorschriften te garanderen
Op individueel niveau wordt betrokkenheid geformaliseerd door middel van jaarlijkse functioneringsgesprekken voor zowel alle
bedienden als alle arbeiders. Op afdelingsniveau zijn er regelmatig -meestal maandelijkse- vergaderingen. Zowel in Europa als
in de VS worden town hall meetings met het hoger management georganiseerd om de open tweerichtingscommunicatie
verder te vergroten en werknemers in staat te stellen rechtstreeks in contact te komen met het hoogste management in het
bedrijf.
Belysse streeft ernaar het groepsgevoel en de verbinding tussen afdelingen te versterken, door zowel formele als informele
betrokkenheidsmomenten te stimuleren. Een belangrijk formeel moment op individueel niveau blijft het jaarlijkse
evaluatiegesprek voor arbeiders en bedienden. De SENSOR-enquête in Europa wordt om de vijf jaar uitgevoerd. De
responsgraad bedroeg 78% voor de SENSOR-enquête en 79% voor de veiligheidsenquête, als kwantitatieve indicatoren van
de effectiviteit van werknemersbetrokkenheid.
In 2025 voerde Bentley Mills geen specifieke site-gebonden welzijnsenquête uit. De meest recente groepsbrede
welzijnsenquête (SENSOR) dateert van 2023. Betrokkenheid en ontwikkeling van medewerkers worden daarom voornamelijk
opgevolgd via bestaande HR-processen, waaronder jaarlijkse evaluaties, die Bentley verder wil versterken door explicietere
vragen over groei en ontwikkeling op te nemen.
Het hoogste niveau in de organisatie dat operationele verantwoordelijkheid heeft om ervoor te zorgen dat dit engagement
gebeurt en dat de resultaten de aanpak van het bedrijf bepalen, is onze HR directeur voor Belysse Group en Europa, en onze
Vice President of Human Resources voor de VS.
Om de negatieve impact ‘stress’ aan te pakken, gebruiken wij inzichten uit de SENSOR-enquête om vermijdbare
stressbronnen te identificeren. Wij versterken medewerkers in hun persoonlijke vaardigheden om stress te voorkomen en
leren hen omgaan met stress. Daarnaast streeft Bentley ernaar om opleidingsregistraties — naast veiligheidsopleidingen —
geleidelijk te centraliseren en automatiseren in het ADP HR-systeem, wat de consistentie, traceerbaarheid en rapportering van
leer- en ontwikkelingsactiviteiten verder verbetert.
De materiële negatieve impact 'veiligheid' wordt aangepakt door het opbouwen van een preventie-cultuur. Belysse Group
heeft zich sinds de oprichting ervan in 2017 een Vision Zero-onderneming getoond. Dit initiatief is ontwikkeld door de
International Social Security Association (ISSA). Ondernemingen die de Vision Zero-strategie implementeren, zetten een
managementsysteem op voor de preventie van incidenten in de drie dimensies veiligheid, gezondheid en welzijn op alle
werkniveaus. Al onze werknemers vallen onder een dergelijk HSE-managementsysteem.
Werknemers kunnen via verschillende kanalen hun vragen, zorgen en/of problemen kenbaar maken. De eerste
aanspreekpunten zijn de rechtstreekse leidinggevenden, de leden van het HR-team, of -voor sociale kwesties- de opgeleide
vertrouwenspersonen (in België). Daarnaast kan elke werknemer terecht bij de Compliance Officer.
Sociale informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 103
S1-3 Processen om negatieve effecten te verhelpen en kanalen voor eigen personeel om zorgen te uiten
Sinds oktober 2020 kunnen werknemers onze digitale whistleblowing-tool gebruiken om anoniem vooraf gedefinieerde soorten
wanpraktijken of ongepast gedrag te melden, zoals gespecificeerd in het klokkenluidersbeleid van Belysse. Deze rapporten
worden naar een speciale mailbox gestuurd die wordt beheerd door een externe en onafhankelijke organisatie, waarbij ervoor
wordt gezorgd dat alle informatie op een eerlijke en vertrouwelijke manier wordt behandeld. Alle vragen en bezorgdheden
worden geregistreerd.
De whistleblowing-tool zelf wordt beheerd en onderhouden door een onafhankelijke externe partij.
In een volgende fase worden de ingediende meldingen ter beoordeling voorgelegd aan de Compliance Officer van Belysse en
de HR Director. Als een incident binnen het bestek van het beleid van Belysse valt, wordt dit onmiddellijk toegewezen aan een
onderzoeksteam, samengesteld uit verschillende (interne en/of externe) experts, afhankelijk van het onderwerp. Een speciale
groep mensen beslist vervolgens welke corrigerende maatregelen moeten worden genomen en bereidt een antwoord aan de
klokkenluider voor. Deze groep personen bestaat uit de Compliance Officer van Belysse en de HR Director, en wordt
afhankelijk van de aard van het incident, aangevuld met de CEO, CFO, relevante business unit manager, externe consultants /
auditors / advocaten, en in geval van vermeende strafbare feiten, betrokkenheid van politieautoriteiten.
Alle incidenten die via de whistleblowing-tool worden gemeld, worden voorgelegd aan het Auditcomité. In 2021 hebben we een
intern protocol voor de behandeling van dergelijke gevallen opgesteld en geïmplementeerd, het zogenaamde
'Klokkenluidersflowchart'.
Naast het klokkenluidersbeleid heeft Belysse een goed klachtenmechanisme voor werknemers, dat grotendeels gebaseerd is
op wettelijke vereisten. Deze systemen omvatten procedures, rollen en regels voor het ontvangen en afhandelen van klachten.
Op elke vestiging in België hebben we gecertificeerde interne vertrouwenspersonen en hebben werknemers de mogelijkheid
om problemen te melden aan (neutrale) externe adviseurs die gespecialiseerd zijn in psychosociale problemen. Iedereen die
een probleem meldt, wordt beschermd tegen alle mogelijke vormen van vergelding.
Het klokkenluidersbeleid en de bijbehorende tool werden in de volledige Belysse Group geïmplementeerd en geïntroduceerd
door een bewustmakingscampagne in verschillende talen. We zullen onze cultuur van dialoog blijven promoten via een
verscheidenheid aan acties en communicatie, omdat we deze communicatie-inspanningen zien als een manier om ervoor te
zorgen dat onze werknemers vertrouwen hebben in het klokkenluidersbeleid, de tool en het proces. Verdere details van het
klokkenluidersbeleid, inclusief het non retaliatieprincipe en beschermingsmechanismen, zijn opgenomen in sectie G1 Beleid
ten aanzien van zakelijk gedragen bedrijfscultuur.
S1-4 Acties inzake materiële impacten op het eigen personeelsbestand, beheer van risico’s en benutting van
opportuniteiten, en effectiviteit van deze acties
Een belangrijk aspect van mentaal welzijn is stress. Wij investeren aanzienlijk in stresspreventie via een tweesporenaanpak. Ten
eerste nemen we preventieve maatregelen om stressveroorzakende situaties te minimaliseren, waaronder de introductie van
campagnes die het “recht op deconnectie” promoten, gelanceerd in 2023. Ten tweede versterken we het vermogen van
medewerkers om met stress om te gaan via gerichte opleidingen en coaching.
Daarnaast investeren we in de motivatie van medewerkers via een reeks gerichte maatregelen, waaronder de ontwikkeling van
individuele persoonlijke ontwikkelingsplannen en, waar nodig, het creëren van aangepaste functies die beter aansluiten bij de
behoeften van medewerkers.
Onze acties om een sterke veiligheidscultuur te bevorderen worden ondersteund door een uitgebreid
HSE-managementsysteem. Dit omvat initiatieven om de kennis en het bewustzijn van medewerkers rond gezondheid en
veiligheid te vergroten, de implementatie van processen en tools om risico’s systematisch te identificeren en te beheersen, en
open communicatie over veiligheid via management safety walks en regelmatige veiligheidstrainingen.
In 2025 zette Bentley Mills verdere stappen in de professionalisering van haar aanpak rond gezondheid, veiligheid en
talentontwikkeling door een verhoogd gebruik van digitale tools en meer gestructureerde talentmanagementpraktijken.
Veiligheids- en complianceopleidingen werden gedeeltelijk gedigitaliseerd via de uitrol van twee specifieke platformen:
GoSafety, gebruikt voor wekelijkse “tailgate” veiligheidsthema’s en algemene compliancemodules, en LEZAGE, dat
interactieve quizzes en de opvolging van functiegebonden veiligheidstrainingen zoals Lockout/Tagout ondersteunt. Deze
evolutie sluit aan bij de bredere, groepsbrede verschuiving van Belysse naar digitaal leren en digitale
veiligheidsmanagementsystemen.
Opleiding van medewerkers is een kernelement van onze aanpak voor people development. Medewerkers van Belysse Europe
worden aangemoedigd om zelf de verantwoordelijkheid te nemen voor hun ontwikkeling en kunnen opleidingen aanvragen die
aansluiten bij hun individuele leerbehoeften. Daarnaast is er via COBOT een breed en toegankelijk opleidingsaanbod
beschikbaar, waardoor medewerkers zich vrijwillig kunnen inschrijven voor een ruime waaier aan leersessies.
Sociale informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 104
Functiespecifieke opleidingsprogramma’s zijn ontworpen om tegemoet te komen aan de specifieke vereisten van verschillende
rollen. Zo worden bijvoorbeeld jaarlijkse sales trainingdagen georganiseerd voor nieuwe medewerkers in verkoopfuncties. Voor
arbeiders ondersteunt een gestructureerd buddy-systeem het onboardingproces, waarbij opgeleide collega’s worden
toegewezen om nieuwe medewerkers te begeleiden.
Verdere initiatieven omvatten taallessen voor anderstaligen, cross-training mogelijkheden waarmee medewerkers nieuwe
vaardigheden kunnen ontwikkelen terwijl ze in hun primaire rol blijven, en een gestructureerd mentorschapsprogramma dat de
opvolgingsplanning ondersteunt. Alle opleidingsprogramma’s worden afgesloten met een evaluatie door de deelnemers om de
effectiviteit te beoordelen en continue verbetering te stimuleren.
De bovenstaande maatregelen beschrijven tevens hoe we het risico op kennisverlies beperken, onder meer via opleidingen,
functioneringsgesprekken en talent reviews, mentorschap en opvolgingsplanning.
Bentley heeft zijn talentmanagementkader versterkt door opvolgingsplanning voor sleutelrollen en verwachte pensioneringen te
formaliseren. In 2025 introduceerde de site ook “floater”-posities: cross-getrainde medewerkers die tijdelijk meerdere
afdelingen kunnen ondersteunen, wat de operationele veerkracht verhoogt en kennisoverdracht faciliteert. Daarnaast streeft
Bentley ernaar om opleidingsregistraties – ook buiten veiligheidsopleidingen – geleidelijk te centraliseren en te automatiseren
binnen het ADP-HR-systeem, om zo consistentie, traceerbaarheid en rapportering binnen leer- en ontwikkelingsactiviteiten
verder te verbeteren.
Via onze SENSOR-enquête meten we de impact van de verschillende acties die genomen worden op het vlak van welzijn en
stresspreventie.
We gebruiken de resultaten van de SENSOR-enquête, evenals diverse veiligheidsinteracties via het CPBW, veiligheidscoaches,
het veiligheidsprogramma, managementwalks en onze digitale tools om risico’s te identificeren en te rapporteren als basis voor
verdere acties. In 2025 hebben we deze inzichten vertaald naar concrete acties via workshops en gerichte campagnes. In
reactie op de behoeften die in de SENSOR-enquête werden vastgesteld, hebben we een formeel actieplan opgesteld met drie
kernprioriteiten: het voorkomen van ongewenst gedrag en intimidatie op het werk; het verminderen van herstelbehoefte door
rust en recuperatie te ondersteunen; en het verzekeren van duidelijke en consistente communicatie.
Om deze prioriteiten te realiseren, werden vijf projectgroepen opgericht: Ongewenst Gedrag en Intimidatie op het Werk,
Waardering, Sociale Steun, Werktempo en Interne Communicatie. De eerste reeks acties binnen deze thema’s werd in 2025
geïmplementeerd, waaronder workshops en gerichte communicatiecampagnes. Eén campagne, gelanceerd eind 2025 en
doorlopend in begin 2026, richtte zich op het aanpakken van ongewenst gedrag en het aanmoedigen van medewerkers om
grenzen te stellen tegenover collega’s. In het kader van deze campagne werd ook de rol en beschikbaarheid van
vertrouwenspersonen extra in de verf gezet.
Deze initiatieven worden in 2026 voortgezet, met een verhoogde focus op sociale steun en waardering, evenals op het
beheersen van werkdruk en werktempo, om het welzijn en bewustzijn van medewerkers verder te versterken.
In 2025 bereidde Belysse Europe zich voor op een grote overgang naar een nieuw ERP-systeem dat een impact zal hebben op
het Europese personeelsbestand. Key users werden geïdentificeerd en actief betrokken om deze verandering te ondersteunen,
als eerste aanspreekpunt voor hun collega’s. Zij ontvingen gerichte opleidingen zodat zij anderen kunnen trainen in het gebruik
van de nieuwe tools en hun collega’s positief kunnen begeleiden tijdens de verandering. De daadwerkelijke implementatie van
het systeem vindt plaats begin 2026, waardoor deze transitie ook in 2026 een aanzienlijke impact zal blijven hebben.
De bovenstaande acties en initiatieven worden gedreven door de gezamenlijke inspanningen van onze HR-, HSE- en Operations-
teams en hebben betrekking op Europa en de VS. Deze acties hebben een continu karakter en zullen naar verwachting ook in de
komende jaren worden voortgezet.
We hebben voor deze acties geen CapEx of significante, specifieke OpEx besteed, en verwachten dit in de toekomst ook niet te
doen, aangezien deze acties stevig verankerd zijn in onze reguliere HSE- en HR-processen.
S1-5 Doelstellingen met betrekking tot het beheren van materiële negatieve impact, het versterken van positieve
impact en het beheren van materiële risico’s en opportuniteiten
Het bredere personeelsbestand van Belysse is niet rechtstreeks betrokken bij het bepalen van onze ESG-doelstellingen. De
verschillende afdelingen die een directe bijdrage leveren aan onze ESG-doelstellingen, zoals Operations, HSE, R&D, Product
Development en HR, zijn echter nauw betrokken bij het opvolgen van de prestaties ten opzichte van deze doelstellingen.
Daarnaast wordt de voortgang elk kwartaal intern gecommuniceerd, en extern via onze jaarlijkse rapporten en
investeerderscalls.
Zoals vermeld in sectie S1-1 ‘Policies related to own workforce’, is het onze ambitie om de Lost-Time Accident Frequency Rate
(LTAFR) terug te brengen tot onder 1. Dit betekent dat per één miljoen gewerkte uren minder dan één ongeval plaatsvindt waarbij
de getroffen persoon gedurende een bepaalde periode zijn of haar functie niet kan uitoefenen. De doelstelling omvat eigen
medewerkers, uitzendkrachten en contractoren. Deze doelstelling voor 2030 werd in 2020 vastgelegd door het Management
Committee.
Sociale informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 105
We hebben geen specifieke meetbare doelstellingen voor opleiding en ontwikkeling van vaardigheden, aangezien we
momenteel het aantal opleidingsuren niet consistent registreren in de VS – zoals verder beschreven in sectie S1-13 Training and
skills development metrics. Een consistente registratie zal nodig zijn om een robuuste baseline te definiëren.
S1-6 Kenmerken van de werknemers van Belysse
Aantal werknemers
Belysse Totaal
2024
Belysse Totaal
2025
Personeelsbestand einde van het jaar 981 958
Gemiddeld personeelsbestand gedurende het jaar
1011
968,5
2024
2025
Aantal werknemers in landen met 50 of meer
werknemers die ten minste 10% van het totale
aantal werknemers vertegenwoordigen
België
US
België
US
Personeelsbestand einde van het jaar
569
389
541
389
Gemiddeld personeelsbestand gedurende het jaar
594,5
393
553
389,5
Informatie over
werknemers per
contracttype en geslacht
Personeelsbestand einde
van het jaar
Belysse Totaal 2024
Belysse Totaal 2025
Mannelijk
Vrouwelijk
Ander
Mannelijk
Vrouwelijk
Ander
Vaste werknemers
596
384
0
578
374
0
Tijdelijke werknemers
1
0
0
5
1
0
Werknemers met niet-
gegarandeerde uren
0
0
0
0
0
0
Totaal
597
384
0
583
375
0
In de jaarrekening wordt het gemiddelde aantal werknemers gerapporteerd in toelichting 6. Personeelskosten. Aangezien het
aantal daar wordt uitgedrukt in voltijdse equivalenten, is dat aantal lager dan het aantal personeelsleden dat wordt vermeld in
S1-6 Kenmerken van de werknemers van Belysse.
• Het gemiddeld personeelsbestand wordt berekend als het rekenkundige gemiddelde tussen het aantal niet-werknemers
op 1 januari 2025 en 31 december 2025
Aantal werknemers dat de
onderneming in de loop
van 2024 heeft verlaten
Belysse
Totaal
2024
Belysse
Totaal
2025
Aantal personeelsleden
183
101
Percentage personeels-
verloop
Belysse
Totaal
2024
Belysse
Totaal
2025
% 18.1 10,43
Het totale aantal werknemers dat het bedrijf heeft verlaten, is aanzienlijk gedaald in vergelijking met 2024, wat resulteert in een
lager personeelsverloop. In de Verenigde Staten is deze daling voornamelijk toe te schrijven aan gerichtere rekrutering en
versterkte retentie-inspanningen. In België werd het hogere aantal vertrekkers in 2024 grotendeels veroorzaakt door specifieke
eenmalige factoren, waaronder een hoger aantal pensioneringen, die in 2025 minder significant waren.
• Werknemers worden gedefinieerd als personen die op de payroll staan van Belysse, Modulyss, ITC CO of Bentley Mills,
Modulyss UK.
• Uitgesloten van deze aantallen zijn bestuursleden, freelancers, stages, interim-/uitzendkrachten, langdurige ziekte.
• Werknemersaantallen worden gerapporteerd in headcount.
Gemiddelde headcountcijfers worden berekend als het wiskundige gemiddelde tussen het aantal werknemers op 1 januari
en 31 december 2025.
Sociale informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 106
• Werknemerstevredenheid is berekend als het aantal werknemers dat het bedrijf heeft verlaten gedurende 2025, gedeeld
door het gemiddelde headcount in 2025.
• Het aantal werknemers dat het bedrijf heeft verlaten zijn werknemers die op enig moment in 2025 op de payroll stonden
van Belysse, Modulyss, ITC CO of Bentley Mills, maar niet meer aan het einde van 2025. Dit sluit contracten van bepaalde
duur uit
S1-7 Kenmerken van niet-werknemers in het eigen personeelsbestand van Belysse
Aantal niet-werknemers in eigen
personeelsbestand
Belysse Totaal 2024
Belysse Totaal 2025
Personeelsbestand einde van het jaar
48
53
Aantal niet-werknemers in het eigen
personeelsbestand – zelfstandigen
Belysse Totaal 2024
Belysse Totaal 2025
Personeelsbestand einde van het jaar
23
31
Aantal niet-werknemers in het eigen
personeelsbestand – mensen die ter
beschikking worden gesteld door
ondernemingen die zich voornamelijk
bezighouden met arbeidsactiviteiten
Belysse Totaal 2024
Belysse Totaal 2025
Personeelsbestand einde van het jaar
25
22
• Niet-werknemers in het eigen personeelsbestand worden gedefinieerd als:
o Zelfstandigen: freelancers
o Mensen die ter beschikking worden gesteld door ondernemingen die zich voornamelijk bezighouden met
uitzendactiviteiten: interim-/uitzendkrachten
• Aantallen niet-werknemers worden gerapporteerd in headcount.
• Het aantal niet-werknemers in de eigen workforce aan het einde van 2024 was lager. De stijging aan het einde van 2025
wordt voornamelijk veroorzaakt door het aantal interim-werknemers, dat fluctueert met de productievolumes, aangezien
we deze werknemers gebruiken als een flexibele aanvulling op onze workforce op payroll
S1-13 Statistieken voor training en ontwikkeling van vaardigheden
Percentage werknemers dat
heeft deelgenomen aan
regelmatige functionerings- en
loopbaan-
ontwikkelingsbeoordelingen
Belysse Totaal 2024
Belysse Totaal 2025
Mannelijk
Vrouwelijk
Mannelijk
Vrouwelijk
Arbeiders
39%
54%
34%
57%
Bedienden
94%
94%
97%
96%
Totaal
52%
71%
50%
74%
Voor Belysse Europe (white-collar werknemers) en Bentley (zowel white- als blue-collar werknemers) worden
functioneringsgesprekken uitgevoerd in Q1 en hebben zij betrekking op het voorgaande prestatiejaar. Omdat het
CSRD-rapport voor FY2025 werd opgesteld in Q1 2026 terwijl de functioneringsgesprekken voor 2025 nog bezig waren, werd de
rapporteringsmethodologie aangepast om duidelijkheid en datanauwkeurigheid te verzekeren. Het voltooiingspercentage
weerspiegelt daarom de beoordelingen die in 2025 zijn afgerond (met betrekking tot prestatiejaar 2024), gemeten tegenover
de headcount op 31 december 2024. Voor Bentley resulteerde dit in een voltooiingspercentage van 100% voor zowel white- als
blue-collar werknemers.
Voor de blue-collar werknemers van Belysse Europe volgt het functioneringsgesprekproces een andere cyclus. Beoordelingen
worden uitgevoerd over een periode van twee jaar (april 2024–april 2026). Het gerapporteerde voltooiingspercentage
weerspiegelt daarom alleen de beoordelingen die in 2025 zijn afgerond, gemeten tegenover de headcount op 31 december
2025. In het algemeen blijft het tot nu toe waargenomen voltooiingspercentage voor deze tweejarige beoordelingscyclus
relatief laag; het proces zal daarom in 2026 opnieuw worden geëvalueerd.
Sociale informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 107
Gemiddeld aantal
opleidingsuren per persoon
voor werknemers
Belysse Totaal 2024
Belysse Totaal 2025
Mannelijk
Vrouwelijk
Mannelijk
Vrouwelijk
Arbeiders
26
29
20
26
Bedienden
22
15
17
11
Totaal
25
23
19
19
De lichte daling in het gemiddeld aantal trainingsuren per persoon voor Belysse Europe in vergelijking met FY2024 is
voornamelijk te wijten aan het stopzetten van drie grote trainingstrajecten die in FY2025 niet werden herhaald. Daarnaast werd
SAP-gerelateerde training in FY2025 alleen gegeven aan key users, terwijl deze in FY2024 breder werd uitgerold naar alle
gebruikers.
Voor Bentley zijn de trainingsuren gebaseerd op schattingen in plaats van op gegevens die zijn geëxtraheerd uit leer- en
ontwikkelingssystemen. De toegepaste schattingsmethodologie is echter consistent met die welke werd gebruikt voor de
gegevens van FY2024, wat de vergelijkbaarheid tussen de jaren verzekert. Vanaf het volgende rapportagejaar zal het leer- en
ontwikkelingssysteem het mogelijk maken om trainingsuren nauwkeurig te registreren.
S1-14 Gezondheids- en veiligheidsstatistieken
Registreerbare
werkgerelateerde letsels en
werkgerelateerde
gezondheidsproblemen
– eigen personeelsbestand
Belysse
Totaal 2024
Belysse
Totaal 2025
Aantal LTA's
7
8
LTA-frequentie 5,53 6,47
Ernstgraad van LTA’s
0,16
0,13
Aantal verloren dagen als gevolg
van LTA's
197
159
Aantal niet-LTA's 18 21
Aantal gevallen van
registreerbare werkgerelateerde
gezondheids-problemen van
werknemers
0
0
Aantal verloren dagen als gevolg
van werkgerelateerde
gezondheids-problemen
0 0
Sociale informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 108
De frequentie van ongevallen met werkverlet (LTA) wordt berekend als het aantal ongevallen met werkverlet per miljoen
gewerkte uren.
De ernstgraad van de LTA’s wordt berekend als het aantal verloren dagen als gevolg van LTA's per duizend gewerkte uren.
Registreerbare
werkgerelateerde letsels en
werkgerelateerde
gezondheidsproblemen
– Andere werknemers die op de
bouwplaatsen van het bedrijf
werkzaam zijn
Belysse
Totaal 2024
Belysse
Totaal 2025
Aantal LTA's
1
0
LTA-frequentie
32,5
0
Ernstgraad van LTA’s 0,33 0
Aantal verloren dagen als gevolg
van LTA's
10
0
Aantal niet-LTA's
2
2
Aantal gevallen van
registreerbare werkgerelateerde
gezondheids-problemen van
werknemers
0 0
Aantal verloren dagen als gevolg
van werkgerelateerde
gezondheids-problemen
0
0
Aantal klachten ingediend via
kanalen voor mensen in het eigen
personeelsbestand om
gezondheids- en veiligheids-
gerelateerde problemen aan de
orde te stellen
Belysse Totaal
2024
Belysse Totaal
2025
Aantal
0
0
Percentage of employees and
non-employees in own
workforce who are covered by
health and safety
management system based on
legal requirements and (or)
recognised standards or
guidelines
Belysse total
2024
Belysse total
2025
%
100%
100%
Number of fatalities as result
of work-related injuries and
work-related ill health
Belysse total
2024
Belysse total
2025
Own workforce
0
0
Other workers working on
undertaking’s sites
0
0
Sociale informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 109
S4 - Consumenten en eindgebruikers
S4-SBM3 Materiële impact, risico’s en opportuniteiten en hun interactie met strategie en bedrijfsmodel
Materiële impact, risico of
opportuniteit
Beschrijving
Oorsprong
Tijdshorizon
Effecten en reacties van Belysse
Informatie-
gerelateerde
effecten
Positieve
impact
Publicatie van
productrelevante
informatie om onze
klanten in staat te
stellen producten te
vergelijken voordat ze
hun keuze maken, om
duurzaamheidscriteria
mee te nemen in hun
besluitvormingsproces
Downstream
Actuele
impact
Belysse stelt de nodige
duurzaamheidsgegevens en
certificaten ter beschikking van haar
klanten
Positieve
impact
Duurzamer
koopgedrag bij
klanten dankzij de
transparante
productinformatie die
Belysse verstrekt.
Downstream
1 – 5 jaar
• Naast het verstrekken van informatie
aan klanten, gaan de teams
duurzaamheid en verkoop van
Belysse ook actief de dialoog aan
met klanten om te praten over
duurzaamheid en duurzamere
productkeuzes, en hen hierover voor
te lichten.
Opportuniteit
Een hoge mate van
transparantie en
authenticiteit kan het
vertrouwen en de
loyaliteit van klanten
vergroten.
Downstream
1 – 5 jaar
Belysse streeft ernaar om in haar
contacten met en communicatie naar
klanten toe zo transparant en feitelijk
mogelijk te zijn.
De
persoonlijke
veiligheid van
consumenten
en
eindgebruikers
Positieve
impact
Belysse eist van
leveranciers dat zij
zich houden aan de
gedragscode voor
leveranciers, waarin
de eisen met
betrekking tot
milieuprestaties zijn
vastgelegd.
Upstream
Actuele
impact
Het naleven van de gedragscode voor
leveranciers van Belysse is een vereiste
voor elke bestaande of potentiële
nieuwe leverancier.
Risico
Het risico dat veel van
de producten van
Belysse C2C-
gecertificeerd zijn; wil
Belysse een hoger
certificeringsniveau
behalen of behouden,
moeten haar
leveranciers
essentiële informatie
verstrekken en bereid
zijn mee te werken
wanneer
verbeteringen nodig
zijn.
Upstream
1 – 5 jaar
Deze informatie maakt deel uit van de
leveranciersdocumentatie die Belysse
van haar potentiële leveranciers vraagt.
De bereidheid om waar nodig
verbeteringen door te voeren, maakt
deel uit van onze beoordelingscriteria
voor leveranciers.
De geïdentificeerde materiële positieve impacten, opportuniteiten en risico's zijn van toepassing op alle consumenten en
eindgebruikers van Belysse. Hoewel commerciële klanten en eindgebruikers doorgaans meer vertrouwd zijn met
productspecificaties, certificeringen en duurzaamheidscriteria, vinden wij het essentieel om al onze klanten de nodige
informatie te verstrekken, zodat ze een weloverwogen keuze kunnen maken.
Aangezien het bovenstaande risico een commercieel risico vormt voor Belysse, eerder dan een risico voor onze consumenten
of eindgebruikers, heeft onze dubbele materialiteitsanalyse geen consumenten of eindgebruikers geïdentificeerd die negatief
worden of kunnen worden beïnvloed met bepaalde kenmerken, of een groter risico op schade voor consumenten of
eindgebruikers die bepaalde producten gebruiken die wij aanbieden.
Sociale informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 110
Tijdens onze dubbele materialiteitsanalyse zijn geen materiële negatieve effecten op eindgebruikers vastgesteld.
Consumentenrechten, die vaak worden omschreven als het recht op veiligheid, het recht om geïnformeerd te worden, het
recht om te kiezen en het recht om gehoord te worden, vormen de kern van de strategie en het bedrijfsmodel van Belysse.
Deze worden verder beschreven in de volgende paragrafen:
S4-1 Gezondheid en veiligheid van onze producten, met inbegrip van het recht op veiligheid
S4-1 Transparantie van informatie, met inbegrip van het recht om geïnformeerd te worden en het recht om te kiezen
S4-2 Processen voor het betrekken van consumenten en eindgebruikers bij het bespreken van impacten, met betrekking tot
het recht van klanten om gehoord te worden
Alle consumenten en eindgebruikers die materiële impact kunnen ondervinden van Belysse, haar producten en waardeketen
vallen onder het toepassingsgebied van dit duurzaamheidsrapportage:
• Wij verkopen aan residentiële en commerciële eindgebruikers via doe-het-zelfketens, speciaalzaken, onafhankelijke
retailers en installateurs
• Wij verkopen aan commerciële eindgebruikers via aannemers, installateurs en architecten & ontwerpers
Geen van deze eindgebruikers zijn
• Consumenten en/of eindgebruikers van producten die inherent schadelijk zijn voor mensen en/of het risico op
chronische ziekten verhogen;
• Consumenten en/of eindgebruikers van diensten die mogelijk een negatieve impact hebben op hun recht op privacy,
op bescherming van hun persoonsgegevens, op vrijheid van meningsuiting en op non-discriminatie;
• Consumenten en/of eindgebruikers die afhankelijk zijn van nauwkeurige en toegankelijke product- of
dienstengerelateerde informatie, zoals handleidingen en product etiketten, om mogelijk schadelijk gebruik van een
product of dienst te voorkomen;
• Consumenten en/of eindgebruikers die bijzonder kwetsbaar zijn voor gevolgen voor hun gezondheid of privacy of de
gevolgen van marketing- en verkoopstrategieën, zoals kinderen of financieel kwetsbare personen.
S4-1 Beleid met betrekking tot consumenten en eindgebruikers
Hoewel er bij Belysse geen expliciet beleid is met betrekking tot consumenten en eindgebruikers, zorgen we er wel voor dat
onze producten voldoen aan alle regelgeving met betrekking tot gezondheid en veiligheid voor onze eindgebruikers en
daarnaast ondernemen we vrijwillige actie om de gezondheid en veiligheid van ons product verder aan te tonen dan wat in
deze regelgeving wordt behandeld. We gebruiken de specifieke criteria van deze wereldwijd erkende industrie-standaarden in
plaats van een overkoepelend beleid.
Met betrekking tot informatietransparantie nemen we vrijwillige maatregelen om een breed scala aan productinformatie
beschikbaar te stellen aan onze potentiële klanten en eindgebruikers, om hun besluitvormingsproces optimaal te informeren.
Gezondheid en veiligheid van onze producten
Wij maken producten waarop onze eindgebruikers een groot deel van hun tijd doorbrengen. Of het nu in een openbare of in
een privéomgeving is, tapijten en tapijttegels zijn vaak een vast element in interieurs. Reden te meer om ervoor te zorgen dat
onze producten de gezondheid en veiligheid waarborgen van mensen die op onze producten stappen of ermee leven.
Onze tapijten en tapijttegels zijn gemaakt van synthetische polymeren zoals nylon en polyester, wat een negatieve perceptie
zou kunnen uitlokken over hun impact op de menselijke gezondheid. Ondanks dit vooroordeel staan zachte vloeren bekend om
hun vele voordelen. Een zachte vloer geeft een knus en comfortabel gevoel, helpt geluid te dempen en kan worden ontworpen
om uitglijden en struikelen te voorkomen.
Met productielocaties in België en Californië opereren wij onder strikte regelgeving inzake het gebruik van chemicaliën in onze
producten, waaronder de REACH-verordening en de POP-verordening.
Om volledige naleving te waarborgen, hebben wij een centraal beheerd systeem geïmplementeerd dat alle grondstoffen en
producten screent voordat ze in productie gaan. Dit wordt ondersteund door strikte kwaliteitscontroles die specifiek gericht
zijn op productcompliance.
Elke grondstof wordt beoordeeld voordat deze aan onze Europese sites kan worden geleverd. Elk nieuw aangekocht chemisch
product wordt geëvalueerd op basis van de REACH-vereisten en eventuele aanvullende klantspecifieke eisen. Op basis van
leveranciersverklaringen en de bijbehorende Material Safety Data Sheets zorgen wij ervoor dat er geen zeer zorgwekkende
stoffen (SVHC’s) aanwezig zijn in onze eindproducten. Met de expertise binnen ons bedrijf en die van onze leveranciers kunnen
wij bevestigen dat dergelijke stoffen niet worden gebruikt in onze productieprocessen.
Sociale informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 111
In de VS passen we een parallelle aanpak toe met behulp van de Living Building Challenge Red List: we screenen alle
aangekochte materialen op giftige of beperkte chemicaliën vóór bestelling, waarbij we Red List-criteria rechtstreeks integreren
in onze aankoopbeslissingen.
Het Europees Agentschap voor Chemische Stoffen (ECHA) werkt regelmatig de Kandidatenlijst van zeer zorgwekkende
stoffen bij. Als een van onze textielproducten een stof bevat die op de lijst staat boven 0,1% (gewicht/gewicht), informeren wij
onze klanten dienovereenkomstig. In dergelijke gevallen onderzoekt Belysse actief alternatieve oplossingen om de betreffende
stoffen uit te faseren.
Onze producten voldoen ook aan de minimale gezondheids- en veiligheidseisen zoals vastgelegd in de geharmoniseerde
Europese norm EN 14041 (de CE-markering), die veiligheid, slipweerstand, antistatische eigenschappen en limieten voor
gevaarlijke stoffen omvat. Naleving van alle relevante wetgeving en normen is een vereiste om onze producten op de markt te
mogen brengen. Daarnaast nemen we vrijwillige maatregelen om aan te tonen dat onze producten veilig zijn voor hun
gebruikers.
In ons productontwerp focussen wij op het gebruik van materialen met lage emissies van vluchtige organische stoffen (VOS).
• Voor onze Bentley-producten zijn alle tapijten gecertificeerd om te voldoen aan de vereisten van het Carpet and Rug
Institute’s (CRI) Green Label Plus-programma, dat strikte limieten stelt voor VOS-emissies en wordt erkend als een
hoge standaard voor binnenluchtkwaliteit in de Verenigde Staten.
• Alle Modulyss- en ITC-tapijtproducten zijn gecertificeerd door GUT (Gemeinschaft Umweltfreundlicher
Teppichboden), het erkende Europese label voor milieu- en consumentenbescherming in de tapijtindustrie.
GUTPRODIS-labeling omvat uitgebreide testen op schadelijke stoffen en hanteert acceptatiecriteria die veel strenger
zijn dan die welke onder REACH worden vereist. Onze Modulyss looselay LVT is gecertificeerd met Indoor Air Comfort
Gold, dat alle belangrijke Europese vereisten voor VOS-productemissies combineert.
Naast het verminderen van VOS-emissies hebben we de doelstelling van nul schadelijke chemicaliën vastgesteld. We volgen
de richtlijnen van erkende certificeringen:
• De Cradle to Cradle Material Health Assessment is een van de strengste beoordelingen voor producten. In 2025
behaalde Modulyss v4.0 Material Health-certificering voor zijn Cradle to Cradle Certified®-collecties op minstens
Silver-niveau. De certificeringen hebben betrekking op tapijttegelcollecties over drie backingplatformen.
• Bij Bentley Mills hebben de 10 tapijt-backingplatformen het Declare-label van het International Living Institute
verkregen. Het Declare-label screent productingrediënten aan de hand van de Living Building Challenge Red List, om
te verzekeren dat er geen chemicaliën worden opgenomen waarvan bekend is dat zij risico’s vormen voor de
menselijke gezondheid of het milieu.
• Bij Bentley Mills zijn alle collecties Cradle to Cradle-gecertificeerd op het Silver-niveau op 6 van de 10
backingplatformen
Transparantie van informatie
Een positieve impact die we creëren voor onze klanten en eindgebruikers komt voort uit de publicatie van productrelevante
informatie zoals productpaspoorten, duurzaamheidsinformatiebladen en milieuproductverklaringen (EPD’s), waarmee onze
klanten producten kunnen vergelijken voordat ze een weloverwogen keuze maken en duurzaamheidscriteria kunnen
meenemen in hun besluitvormingsproces.
S4-2 Processen voor het betrekken van consumenten en eindgebruikers bij het bespreken van impacten
Voor Belysse is er een duidelijk verschil tussen onze klanten en de eindgebruikers, aangezien Belysse vooral in contact staat
met klanten (architect, ontwerper, retailer, groothandelaar, installateur) die een tussenpersoon zijn tussen ons en de
eindgebruiker. Hoewel we geen direct contact hebben met onze residentiële eindgebruikers en geen formeel
betrokkenheidsproces hebben met onze commerciële eindgebruikers, voeren we regelmatig klanttevredenheidsonderzoeken
uit om een beter inzicht te krijgen in de verwachtingen van de klant. Daarnaast gebruiken wij gestructureerde
onderzoeksmethoden zoals Customer Journey Mapping om de verwachtingen van verschillende stakeholders doorheen een
project beter te begrijpen.
Elke drie jaar wordt een klanttevredenheidsonderzoek uitgevoerd. In 2025 voerden wij voor Modulyss een
customer-journey-mappingoefening uit. In 2026 plannen wij een uitgebreid klanttevredenheidsonderzoek voor ITC, Modulyss
en Belysse Group EU. Dit onderzoek zal onder meer de perceptie van producten, marketing, servicekwaliteit,
klachtenafhandeling en boekhoudkundige processen evalueren. Voor Bentley staat eveneens een algemene klantenenquête
gepland in 2026.
Sociale informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 112
Daarnaast staan we in nauw contact met onze belangrijkste klanten via onze Sales en Customer Service afdelingen,
klantbezoeken aan onze showrooms en productiefaciliteiten en andere klantevenementen.
We beschikken ook over de whistleblowing-tool en klanten en eindgebruikers kunnen het compliance@belysse.com e-
mailadres of de contactpagina op onze website gebruiken om contact op te nemen met Belysse.
Het hoogste niveau in de organisatie dat verantwoordelijk is om ervoor te zorgen dat de betrokkenheid bij klanten plaatsvindt
en dat de resultaten de aanpak van het bedrijf mee helpen bepalen, zijn uiteindelijk de CEO & Managing Director Europe en de
President & Chief Operating Officer van Bentley Mills.
S4-3 Processen om negatieve impact te verhelpen en kanalen voor consumenten en eindgebruikers om
bezorgdheden te uiten
Onze productnalevingsprocessen met betrekking tot de naleving van chemische en technische producteigenschappen
zorgen ervoor dat we voldoen aan de noodzakelijke voorschriften voor het gebruik van chemische stoffen en
productveiligheidsnormen die in meer detail worden beschreven in sectie S4-4.
Onze klanten staan in nauw contact met onze afdelingen Sales en Customer Service afdelingen, waar ze mogelijke
bezorgdheden kunnen uiten of meer informatie kunnen vragen over onze producten en productveiligheid.
Bovendien kan elke klant of eindgebruiker het contactformulier op onze website of het algemene contact e-mailadres
gebruiken om aan te geven dat ze een probleem willen melden aan onze Compliance Officer.
Er bestaan geen specifieke processen om de beschikbaarheid van kanalen in de downstream waardeketen te ondersteunen,
maar verschillende kanalen zijn beschikbaar voor klanten en eindgebruikers om eventuele bezorgdheden te uiten. De nauwe
contact van onze Sales en Customer Service afdelingen met onze klanten en de beschikbaarheid van een algemeen
contactformulier en e-mailadres op onze website, geven ons het nodige vertrouwen dat onze klanten en eindgebruikers op de
hoogte zijn van en kunnen vertrouwen op deze verschillende kanalen om hun bezorgdheden of behoeften te melden en te
laten aanpakken. Persoonlijk contact met onze werknemers is typisch een eigenschap die klanten sterk associëren met onze
merken, op basis van eerdere klantenonderzoeken die we hebben uitgevoerd.
Het aantal claims en klachten blijft zeer beperkt (minder dan 1% van de omzet) en wordt bij Bentley Mills beheerd via het
Customer Quality Response (CQR)-proces, dat waarborgt dat productgerelateerde kwesties worden onderzocht en
gecorrigeerd. Voor 2026 staat bij Bentley een meer uitgebreide klantenenquête gepland om een breder inzicht te verkrijgen in
klantpercepties en verwachtingen met betrekking tot productduurzaamheid en -kwaliteit.
Sectie G1-1 Beleid ten aanzien van Zakelijk gedrag en bedrijfscultuur behandelt verder onze whistleblowing tool en de
bescherming tegen vergelding voor iedereen die een probleem meldt via deze tool. Hetzelfde proces en dezelfde
bescherming tegen vergelding is van toepassing op elke bezorgdheid die via de andere beschikbare kanalen aan onze
Compliance Officer wordt geuit.
S4-4 Actie ondernemen tegen materiële impact op consumenten en eindgebruikers, en benaderingen voor het
beheren van materiële risico's en het nastreven van materiële opportuniteiten met betrekking tot consumenten en
eindgebruikers, en de effectiviteit van die acties
Om eventuele negatieve gezondheidseffecten voor de eindgebruikers van onze producten te vermijden, voldoen we aan zeer
strenge voorschriften voor het gebruik van chemische stoffen, zoals REACH en POP. Onze producten voldoen ook aan de
minimumcriteria voor gezondheid en veiligheid zoals vastgelegd in de geharmoniseerde Europese norm EN14041, beter bekend
als de CE-markering, met criteria voor veiligheid, slip, antistatische eigenschappen en gevaarlijke stoffen. In ons
productontwerp richten we ons op het gebruik van materialen met een lage uitstoot van vluchtige organische stoffen. Naast
het verminderen van de VOS-emissies, hebben we ons ten doel gesteld om geen schadelijke chemische stoffen te gebruiken.
We nemen ook deel aan vrijwillige certificeringsprogramma’s zoals:
Voor Bentley:
• Alle Bentley-tapijtproducten hebben Environmental Product Declarations (EPD’s) en NSF 140 multi-attribute
certificeringen. Health Product Declarations (HPD’s) en ILFI Red List Free Declare®-labels voor producttransparantie,
Cradle 2 Cradle (voor C2C-gecertificeerde producten), en CRI Green Label Plus, Health Product Declaration (HPD™),
voor lage VOS-emissies en FloorScore®.
• LVT: Product Declarations (EPD’s), FloorScore-certificering, met certificering voor een nieuwe leverancier gepland
voor voltooiing in 2026. HPD’s voor LVT en vloerkleden zijn eveneens gepland voor 2026, waarmee transparantie over
productcategorieën heen wordt uitgebreid.
Sociale informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 113
Voor Modulyss:
• Environmental Product Declarations (EPD’s), Cradle 2 Cradle (voor C2C-gecertificeerde producten), GUT, M1
• LVT: Indoor Air Comfort Gold-certificering
Voor ITC:
• GUT, TÜV Nord Allergiker, Blauer Engel
De sites van Bentley en Belysse Europe behielden in 2025 dit brede scala aan vrijwillige productgezondheids-certificeringen. Dit
is een terugkerende actie, zowel het opnieuw certificeren van bestaande producten wanneer de certificeringen hun eisen
verstrengd hebben en/of wanneer certificeringen hun vervaldatum naderen, als het beoordelen en opstarten van het
certificeringsproces voor nieuwe productlanceringen.
De effectiviteit van onze acties blijkt uit het feit dat onze producten consequent voldoen aan de vereisten van hogere niveaus
van deze certificeringen. Zo hebben zowel Modulyss als Bentley met succes de volledige Cradle to Cradle Certified®-portfolio
opgewaardeerd van versie 3.1 naar versie 4.0.
Productkwaliteit die wordt onderbouwd door certificeringen is een kenmerk dat klanten, op basis van eerdere
klantonderzoeken, sterk associëren met onze merken.
In 2025 werden geen ernstige mensenrechtenkwesties of incidenten gemeld die verband houden met consumenten en/of
eindgebruikers. We verwijzen naar sectie G1 – Governance voor een beschrijving van het proces dat Belysse zou volgen
wanneer een probleem zou gemeld worden, ons algemene proces om de geschikte actie te ondernemen en de effectiviteit
van dit proces te garanderen.
S4-5 Doelstellingen met betrekking tot het beheren van materiële negatieve impact, het bevorderen van positieve
impact en het beheren van materiële risico's en opportuniteiten (consumenten en eindgebruikers)
Er zijn geen specifieke, meetbare doelen met betrekking tot het beheren van materiële negatieve impact, het bevorderen van
positieve impact en het beheren van materiële risico's en opportuniteiten die specifiek zijn voor consumenten en
eindgebruikers. We zorgen ervoor dat al onze producten worden verkocht met de nodige transparante informatie en
certificeringen.
Het risico dat wij niet in staat zouden zijn om de vereiste certificeringen te leveren die klanten verwachten, wordt gemitigeerd
door continue productverbetering met als doel hoge certificeringsniveaus te behalen. Onze teams in Sales, Customer Service,
Productontwikkeling en Sustainability staan bovendien in nauw contact met klanten om hun informatie- en
certificeringsbehoeften grondig te begrijpen, inclusief mogelijk opkomende nieuwe certificeringen die relevant kunnen worden
voor klanten en eindgebruikers.
Governance informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 114
G1 – Governance
G1. GOV-1 Rol van bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen
De volgende informatie is door middel van verwijzing opgenomen:
• De beschrijving van de rol van bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen is opgenomen in ESRS2
General Requirements, sectie GOV-1 'De rol van de bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen'.
G1. IRO-1 Beschrijving van processen om materiële impact, risico’s en opportuniteiten te identificeren en te
beoordelen
De volgende informatie is door middel van verwijzing opgenomen:
• De beschrijving van het proces om materiële IRO's te identificeren is opgenomen in ESRS2 General Requirements,
sectie IRO-1 'Beschrijving van het materialiteitsbeoordelingsproces'.
Materiële impact, risico of
opportuniteit
Beschrijving
Oorsprong
Tijdshorizon
Effecten en reacties van Belysse
Zakelijk gedrag
binnen de
eigen
operaties
Positieve
impact
Belysse organiseert
regelmatig
trainingen voor
werknemers met
betrekking tot
Zakelijk gedrag
policies
Eigen
operaties
Actuele
impact
Belysse organiseert regelmatig
verplichte trainingen voor werk-
nemers over onderwerpen op het
gebied van zakelijk gedrag, zoals anti-
trust, anti-witwaspraktijken, anti-
corruptie, anti-fraude
Risico
Risico op reputatie-
schade en/of
financiële schade,
mocht er zich een
probleem met het
zakelijk gedrag
voordoen, zoals
een cyberaanval of
corruptie,...
Eigen
operaties
1 – 5 jaar
De afgelopen jaren heeft Belysse
sterk geïnvesteerd in het creëren van
een gestructureerd, compliance-
programma voor de hele Groep. Het
programma omvat
beleidsverklaringen en tools om de
belangrijkste compliance risico's te
identificeren, te beoordelen en aan
te pakken. Ons beleid wordt jaarlijks
en op ad-hoc basis herzien,
bijvoorbeeld wanneer de wetgeving
wordt gewijzigd. Bovendien worden
interne controles geleidelijk
geïntegreerd in alle operationele
processen in nauwe samenwerking
met Finance, Credit Control, de
verschillende business units en
andere relevante functies.
Gegevensbescherming en cyber-
beveiliging behoren tot de hoogste
prioriteiten bij Belysse Group. Er
worden voortdurend inspanningen
geleverd om de bescherming van
ons beveiligingssysteem en van
persoonsgegevens te verbeteren,
waaronder het aanbieden van
verplichte online cursussen over
cyber-beveiliging aan werknemers.
Risico
Risico op boetes,
indien Belysse niet
voldoet aan de
toepasselijke
wetgeving
Eigen
operaties
1 – 5 jaar
We hebben een reeks verschillende
beleidslijnen en procedures
ontwikkeld en blijven deze
ontwikkelen, nauwlettend opvolgen
en altijd up-to-date houden. Deze
beleidsverklaring is de operationele
vertaling van de meest recente
regelgeving en aanbevelingen, en
omvat de ethische principes en
integriteitsnormen van de Groep.
Governance informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 115
G1-1 Beleid ten aanzien van Zakelijk gedrag en bedrijfscultuur
Bedrijfsethiek
De manier waarop we onze resultaten behalen is even belangrijk als de resultaten zelf, en dit is een belangrijke maatstaf voor
het succes van het bedrijf. Ons engagement om op de juiste manier zaken te doen, betekent dat we integer handelen naar al
onze stakeholders toe en dat we voor hen een betrouwbare en verantwoordelijke partner zijn.
We hebben een reeks verschillende beleidsverklaringen en procedures ontwikkeld en blijven deze verder ontwikkelen, van nabij
opvolgen en altijd up-to-date houden. Deze beleidsverklaringen zijn de operationele vertaling van de meest recente
regelgeving en aanbevelingen, en omvatten de strenge normen van de groep op het vlak van ethiek en integriteit. Het beleid
vormt een duidelijk regelgevend kader voor alle stakeholders en werknemers die actief zijn binnen en/of samenwerken met de
bedrijven die deel uitmaken van de Belysse Group.
Niet-exhaustieve voorbeelden van deze beleidsverklaringen zijn: Compliance charter, Anti-fraude en anti-corruptiebeleid, Anti-
trustbeleid, Delegatie van bevoegdheden en ondertekeningsbeleid, Klokkenluidersbeleid, Gegevensbeschermingsbeleid,
Beleid inzake datalekken en het Cyber security beleid.
Het hoogste niveau in de organisatie dat verantwoordelijk is voor de implementatie van deze beleidsverklaring, is de Group
Compliance Officer.
De belangrijkste uitdagingen waarmee Belysse vandaag de dag wordt geconfronteerd, zijn nog steeds de niet-naleving van de
huidige anti-trust-, GDPR- en economische sanctieregelgeving en het bewustzijn over cyber security kwesties. Daarom bleven
we ons in ons compliance-programma voor 2025 richten op deze domeinen.
Een ethische en compliancecultuur opbouwen
Een doeltreffend compliance-programma vereist een stevig fundament. Het onze is opgebouwd uit vijf hoekstenen, met als
doel het beschermen en behouden van Belysse’s compliance op ethisch en wettelijk vlak, daarbij onze integriteit en onze
reputatie handhavend:
Leiderschap
Het compliance-programma van Belysse wordt volledig gedragen door de Raad van Bestuur en het Managementcomité. Hun
engagement om de compliance strategie van de Groep te versterken, is een drijvende kracht geweest achter onze ambitie om
procedures en interne controles in te voeren om de hoogste ethische normen te handhaven en te voldoen aan alle relevante
beleidsverklaringen en regelgeving. Als zodanig is compliance een integraal onderdeel geworden van onze bedrijfscultuur en
de kern van de manier waarop we zakendoen.
Minstens twee keer per jaar en eender wanneer nodigwordt een update gegeven over de genomen en te nemen compliance-
actiepunten aan het Auditcomité van Belysse. Na regelmatige contacten en gesprekken met de Compliance Officer wordt het
Managementcomité actief betrokken en beslist het mee over de te nemen compliance-maatregelen.
Risico-analyse
We voeren op geregelde tijdstippen risico-analyses uit en beschikken over een robuust en proactief monitoringsysteem om
problemen op te sporen en aan te pakken. De data en conclusies van dit systeem vormen de basis voor nieuwe of aangepaste
beleidsmaatregelen, of koerswijzigingen in de focus en/of strategie van de Groep.
Standaarden en controles
De afgelopen jaren heeft Belysse sterk geïnvesteerd in een gestructureerd, compliance-programma voor de hele Groep. Het
programma bestaat uit richtlijnen, procedures en tools om de belangrijkste compliance-risico's te identificeren, te beoordelen
en aan te pakken. Ons beleid wordt jaarlijks en op ad-hoc basis herzien, bijvoorbeeld wanneer de toepasselijke wetgeving is
veranderd. Daarnaast worden interne controles geleidelijk geïntegreerd in alle operationele processen in nauwe samenwerking
met de financiële afdeling, credit management, de verschillende business units en andere relevante functies.
Training en communicatie
Compliance is een sleutelbegrip in onze bedrijfscultuur: het is van kapitaal belang voor onze dagelijks zakelijk gedrag en vormt
de basis voor onze visie, activiteiten, ons gedrag en zelfs onze manier van denken. Om compliance centraal te plaatsen,
hebben we een jaarlijks trainingsprogramma voor al onze bedienden, inclusief online trainingen waarvoor we een overeen-
komst hebben met een externe aanbieder van e-learning, en praktijksessies voor specifieke doelgroepen. Als onderdeel van
hun introductie krijgen nieuwkomers in de onderneming bovendien een speciale cursus om hen vertrouwd te maken met de
compliance-cultuur van Belysse. We hebben ook externe consultants en agenten toegevoegd aan het onboardingsprogramma
Governance informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 116
om ervoor te zorgen dat al onze partners en werknemers volledig op de hoogte zijn van het beleid en de ethische normen van
Belysse.
Overzicht (monitoring – audits – respons)
Bij Belysse hebben we een protocol van ‘checks and balances’ om compliance-problemen zo snel mogelijk op te sporen en aan
te pakken. De Compliance Officer van Belysse en een juridische adviseur beheren samen het compliance-programma van
Belysse op dagelijkse basis. Naast onze interne protocollen blijven we verder werken aan een sterk en wereldwijd kader voor
compliance - in overeenstemming met de lokale wetgeving, gecontroleerd door de bevoegde instanties en nageleefd door al
onze partners en werknemers wereldwijd.
In 2025 bleven we verder werken aan een groter bewustzijn rond onze wereldwijde klokkenluidersprocedure als een effectief en
toegankelijk instrument voor werknemers om wanpraktijken of andere compliance-problemen te melden of te escaleren,
waardoor we snel en doortastend kunnen optreden en potentiële problemen in de kiem smoren. Door de drempel te verlagen
en werknemers de kans (en verantwoordelijkheid) te bieden om op een discrete manier aan de alarmbel te trekken bij
problemen die zich op de werkplek voordoen, zijn we ook in staat om handhavingsacties en reputatieschade te voorkomen.
Belysse maakt bovendien verder gebruik van een tool voor het screenen van ‘gesanctioneerde partijen’, die het bedrijf helpt
om de naleving van de toepasselijke watchlists van over de hele wereld te verbeteren. Het online en dynamische systeem
(d.w.z. automatische herscreening op dagelijkse basis) stelt Belysse in staat om op een eenvoudige manier klanten,
leveranciers en anderen met wie het bedrijf of haar dochterondernemingen zaken doen, te screenen en onmiddellijk resultaten
te ontvangen die nauwkeurig en eenvoudig te interpreteren zijn.
Anti-discriminatie en ‘speak-up’ cultuur
Werknemers kunnen via verschillende kanalen hun vragen, zorgen en/of problemen kenbaar maken. De eerste
aanspreekpunten zijn de rechtstreekse leidinggevenden, de leden van het speciale HR-team, of -voor sociale kwesties- de
opgeleide vertrouwenspersonen (in België). Daarnaast kan iedere medewerker terecht bij de Compliance Officer.
Sinds oktober 2020 kunnen werknemers ons digitaal klokkenluidersplatform gebruiken om anoniem vooraf gedefinieerde
soorten wanpraktijken of ongepast gedrag te melden, zoals gespecificeerd in het klokkenluidersbeleid van Belysse. Deze
meldingen worden doorgestuurd naar een speciale mailbox die wordt beheerd door een externe en onafhankelijke organisatie,
waardoor alle informatie op een eerlijke en vertrouwelijke manier wordt behandeld. Van alle vragen en opmerkingen wordt een
register bijgehouden.
In een volgende fase worden de ingediende meldingen ter beoordeling voorgelegd aan de Compliance Officer van Belysse en
de HR Director. Als een incident binnen het bestek van het beleid van Belysse valt, wordt dit onmiddellijk toegewezen aan een
onderzoeksteam, samengesteld uit verschillende (interne en/of externe) experts, afhankelijk van het onderwerp. Een speciale
groep mensen beslist vervolgens welke corrigerende maatregelen moeten worden genomen en bereidt een antwoord aan de
klokkenluider voor. Deze groep personen bestaat uit de Compliance Officer van Belysse en de HR Director, en wordt
afhankelijk van de aard van het incident, aangevuld met de CEO, CFO, relevante business unit manager, externe consultants /
auditors / advocaten, en in geval van vermeende strafbare feiten, betrokkenheid van politieautoriteiten. Alle incidenten die via
het klokkenluidersplatform worden gemeld, worden voorgelegd aan het Auditcomité. In 2021 hebben we een intern protocol
voor de behandeling van dergelijke gevallen opgesteld en geïmplementeerd, de zogenaamde 'Klokkenluidersflowchart'.
Het interne klokkenluidersbeleid bepaalt dat, tenzij een klokkenluider willens en wetens een valse beschuldiging heeft geuit, in
de loop van het onderzoek valse of misleidende informatie heeft verstrekt of op een andere manier te kwader trouw heeft
gehandeld, de klokkenluider niet mag worden ontslagen, geschorst, bedreigd, lastig gevallen, geïntimideerd of het doelwit
worden van vergelding als gevolg van het feit dat hij of zij te goeder trouw een melding heeft gedaan of heeft geholpen bij de
behandeling of het onderzoek van een melding in het kader van het klokkenluidersbeleid. Dit beginsel van niet-vergelding is ook
van toepassing als de melding uiteindelijk door het onderzoek ongegrond is gebleken. Klachten over vergelding tegen een
klokkenluider worden zeer serieus genomen. Al deze klachten zullen onmiddellijk worden beoordeeld en, indien nodig, worden
onderzocht. Verder zal de klokkenluidersprocedure er zoveel mogelijk voor zorgen dat de identiteit van de klokkenluider niet
bekend wordt gemaakt en dat er door het onderzoek geen verband met hem of haar kan worden gelegd. Ten slotte kan de
klokkenluider bij het doen van de melding naar eigen goeddunken kiezen of hij/zij anoniem wil blijven of niet.
Het klokkenluidersbeleid en de bijbehorende tool werden in de hele Belysse Group geïmplementeerd en geïntroduceerd door
een bedrijfs-brede bewustmakingscampagne in verschillende talen. In de toekomst zullen we onze cultuur van dialoog blijven
promoten door middel van een verscheidenheid aan acties en communicatie. In de loop van 2025 is geen incident gemeld.
Om de speak-up-cultuur verder te verankeren en de meldingskanalen zichtbaarder te maken, werd het klokkenluidersplatform
rechtstreeks geïntegreerd in het hoofddashboard van het ADP-HR-systeem dat bij Bentley wordt gebruikt. Daarnaast werd het
platform ook gecommuniceerd via fysieke prikborden voor medewerkers zonder regelmatige IT-toegang. Deze maatregelen
vormen een aanvulling op het groepsbrede klokkenluidersbeleid en de online tool, die elke persoon die een bezorgdheid meldt
Governance informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 117
beschermen tegen represailles en een duidelijk proces vastleggen voor onderzoek en herstelmaatregelen bij mogelijke
inbreuken op het beleid ten aanzien van zakelijk gedrag.
Naast het klokkenluidersbeleid heeft Belysse een goed klachtenmechanisme voor werknemers, dat grotendeels gebaseerd is
op wettelijke vereisten. Deze systemen omvatten procedures, rollen en regels voor het ontvangen en afhandelen van klachten.
Op elke vestiging in België hebben we gecertificeerde interne vertrouwenspersonen en hebben werknemers de mogelijkheid
om problemen te melden aan (neutrale) externe adviseurs die gespecialiseerd zijn in psychosociale problemen. Iedereen die
een probleem meldt, wordt beschermd tegen alle mogelijke vormen van vergelding.
In 2025 hadden de vertrouwenspersonen in België 0 formele dossiers, op basis van 29 gesprekken. Evenzo registreerde Belysse
in 2024 0 formele gevallen en 18 gesprekken.
We hebben in 2025 opnieuw naar onze werknemers gecommuniceerd over de klokkenluidersregeling en de tool waarin
incidenten gemeld kunnen worden.
G1-2 Beheer van leveranciersrelaties
Sociale en milieucriteria zijn een inherent onderdeel van ons selectieproces van potentiële leveranciers; allereerst vereisen we
van al onze leveranciers dat ze de Belysse gedragscode voor leveranciers ondertekenen, die onze verwachtingen van
leveranciers op het gebied van ethisch zakendoen, arbeids- en mensenrechten, gezondheid en veiligheid en ecologische
duurzaamheid duidelijk uiteenzet.
Sinds 2021 vereist Belysse van alle leveranciers dat zij de Supplier Code of Conduct ondertekenen en aantonen dat zij deze
naleven. Deze gedragscode bevat duidelijke verwachtingen inzake sociale prestaties, veiligheid en milieuprestaties, en bepaalt
dat leveranciers ervoor moeten zorgen dat ook hun eigen leveranciers, aannemers en andere zakenpartners aan deze
vereisten voldoen. Belysse behoudt zich het recht voor om de naleving van de code ter plaatse te auditen.
Onze Supplier Code of Conduct is gebaseerd op de VN-Richtlijnen inzake Bedrijfsleven en Mensenrechten (United Nations
Guiding Principles on Business and Human Rights) en stelt expliciet dat wij van onze leveranciers verwachten dat zij deze
richtlijnen naleven, evenals de acht kernconventies van de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO). De code gaat echter verder
dan uitsluitend mensenrechten en vereist expliciet dat leveranciers de volgende voor Belysse materiële thema’s in de
waardeketen adresseren:
• Naleving van toepasselijke wet- en regelgeving
• Respect voor mensen- en arbeidsrechten, waaronder de bescherming van internationaal erkende mensenrechten,
het verbod op gedwongen, gebonden of onvrijwillige arbeid (met inbegrip van moderne slavernij en mensenhandel) en
kinderarbeid, non-discriminatie, vrijheid van vereniging en de effectieve erkenning van het recht op collectief overleg,
het mogelijk maken van anonieme meldingen van bezorgdheden of potentiële onwettige praktijken op de werkvloer
zonder represailles, en eerlijke verloning
• Naleving van gezondheids- en veiligheidsnormen, inclusief het waarborgen van een gezonde en incidentvrije
werkomgeving, het verstrekken van passende informatie en uitrusting, en het verzekeren dat producten of
onderdelen geen stoffen bevatten die verboden zijn door wet- of regelgeving, met inbegrip van de Europese
REACH-procedures of gelijkwaardige nationale bepalingen
• Beperking van de milieu-impact
• Naleving van normen voor ethisch zakendoen
In 2025 heeft Bentley Mills zijn Supplier Code of Conduct geactualiseerd om de toepassing ervan op leveranciers te verbreden
en de afstemming met internationale due-diligencestandaarden te versterken, waaronder de vereisten van Cradle to Cradle
v4.0, met behoud van strikte naleving van de Amerikaanse wetgeving. De update legt bijzondere nadruk op gedwongen arbeid
en kinderarbeid, in lijn met de verhoogde verwachtingen inzake mensenrechten in de toeleveringsketen.
Een belangrijke verbetering betreft de omgang met conflicterende normen: in plaats van uitsluitend uit te gaan van nationale
regelgeving, instrueert de herziene code leveranciers expliciet om te streven naar naleving van de strengste vereiste wanneer
lokale wetgeving afwijkt van internationale mensenrechtenstandaarden. De update van 2025 versterkt bovendien de
gezondheids- en veiligheidsvereisten door explicietere verwachtingen vast te leggen met betrekking tot
arbeidsomstandigheden van werknemers. Daarnaast werd de sectie Ethisch Zakendoen verfijnd om de bescherming van
niet-openbare informatie te verduidelijken, met meer precisie rond vertrouwelijkheidsverwachtingen.
De geactualiseerde Supplier Code of Conduct werd gecommuniceerd aan en ondertekend door grondstoffenleveranciers. De
afstemming met kernverwachtingen wordt verder ondersteund via het Cradle to Cradle-certificeringsproces, waarbij de
certificerende instantie de Supplier Code of Conduct en elementen van de supply-chain-managementaanpak van Bentley Mills
beoordeelt.
Het ondertekenen van de Supplier Code of Conduct is een strikte voorwaarde om leverancier van Belysse te worden.
Belysse heeft geen gevallen vastgesteld van niet-naleving van de VN-Richtlijnen inzake Bedrijfsleven en Mensenrechten, de
ILO-Verklaring over fundamentele beginselen en rechten op het werk of de OESO-Richtlijnen voor Multinationale
Ondernemingen waarbij werknemers in de waardeketen betrokken waren.
Governance informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 118
G1-3 Preventie en opsporing van corruptie of omkoping
De Europese Unie heeft een beleid ter bestrijding van fraude, corruptie en witwaspraktijken ingevoerd, waarin de maatregelen
ter bestrijding van fraude, corruptie en omkoping worden uiteengezet, omdat zij ervan overtuigd is dat een strenge wetgeving
noodzakelijk is om onethische zakelijke praktijken te voorkomen.
Belysse hanteert een nultolerantiebeleid ten aanzien van fraude, omkoping en corruptie, in overeenstemming met het Verdrag
van de Verenigde Naties tegen corruptie. Deze beleidsverklaring geldt voor al onze zakelijke transacties en transacties in alle
landen waar wij of onze dochterondernemingen en werknemers actief zijn en is specifiek geïmplementeerd om fraude,
omkoping en corruptie tegen te gaan.
De naleving van deze beleidsverklaring in het hele bedrijf wordt nauwlettend en voortdurend gecontroleerd door de financiële
afdeling van Belysse, die ook toezicht houdt op onze interne waarborgen en controles.
We erkennen dat de blootstelling aan fraude en corruptie varieert binnen de Groep, afhankelijk van de aard en locatie van de
activiteiten. In het verleden hebben we het gebruik van derden en tussenpersonen, zoals handelsagenten, als een risico
aangemerkt. Deze doelgroepen worden nu opgenomen in onze communicatie- en opleidingsprogramma's en dat zal ook in de
toekomst zo blijven.
Het beleid inzake delegatie van autoriteit en ondertekening (DOAS), dat bepaalt wie moet worden geraadpleegd, wie een
zakelijke beslissing moet goedkeuren voordat deze wordt genomen en wie de bevoegdheid heeft om de begeleidende
documenten te ondertekenen, werd in 2025 geactualiseerd in overeenstemming met de organisatie van de Groep na de
Desinvestering.
We blijven gefocust op het bestrijden van fraude, corruptie en omkoping en vergroten het bewustzijn bij elke stap. Om deze
focus verder te versterken, werd de beslissing genomen om een jaarlijkse verplichte onlinetraining over anti-omkoping en anti-
corruptie en anti-trust uit te rollen.
Alle bedienden zijn verplicht om deel te nemen aan een onlinetraining over anti-corruptie en anti-omkoping en om de nodige
achtergrond-informatie te ontvangen over onze interne beleidsverklaringen met betrekking tot deze onderwerpen als
onderdeel van hun onboarding proces. De training behandelt een breed scala aan onderwerpen, waaronder een algemene
inleiding tot anti-corruptie, anti-omkoping en ethische richtlijnen, en behandelt verschillende scenario's en ethische
dilemma's, waarin de deelnemers het juiste zakelijke gedrag en ethisch gedrag moeten selecteren. De deelnemers verwerven
kennis over hoe anti-corruptiewetten en anti-omkopingswetten werken en hoe inbreuk op deze wetten van invloed kan zijn op
ons bedrijf en hen als individuen. Aan het einde van elk onderdeel van de cursus moeten de deelnemers een quiz afleggen
waarop ze een score van 80% moeten behalen voordat ze verder kunnen gaan met de training.
De training is bedoeld om onze nultolerantie ten aanzien van omkoping, corruptie en ongepast Zakelijk gedrag te vertalen naar
het dagelijkse werk en ervoor te zorgen dat werknemers goed zijn voorbereid om te begrijpen wat goed Zakelijk gedrag
betekent en hoe ze kunnen voldoen aan ons beleid en de toepasselijke wetgeving.
Het hoogste niveau in de organisatie dat verantwoordelijk is voor de uitvoering van deze beleidsverklaring, is de Group
Compliance Officer.
Stakeholders waren niet direct betrokken bij het opstellen van deze beleidsverklaring, die sterk geïnspireerd is door het beleid
van de Europese Unie ter bestrijding van fraude, corruptie en witwaspraktijken.
Deze beleidsverklaring is gepubliceerd op de interne SharePoint van Belysse, die toegankelijk is voor alle Europese werknemers
van Belysse.
De functies binnen Belysse die het meeste risico lopen op betrekking tot corruptie en omkoping, zijn doorgaans
managementfuncties, sales en procurement, vanwege het commerciële karakter van deze functies. 100% van de
risicofuncties krijgen de trainingen over anti-omkoping en corruptie en anti-witwaspraktijken, aangezien deze trainingen
verplicht zijn voor alle bedienden in de VS en Europa, en we ervoor zorgen dat onze actieve werknemers de training voor 100%
voltooien (d.w.z. met uitzondering van mensen die afwezig zijn)
Governance informatie
02 Duurzaamheidsverslag Belysse Jaarverslag 2025 119
G1-4 Incidenten van corruptie of omkoping
Zoals in 2024 heeft Belysse in 2025 geen:
• Veroordelingen voor overtreding van anti-corruptie- en anti-omkopingswetten
• Boetes voor overtreding van anti-corruptie- en anti-omkopingswetten
• Bevestigde incidenten van corruptie of omkoping
• Bevestigde incidenten waarbij eigen werknemers werden ontslagen of gestraft voor corruptie of omkoping
gerelateerde incidenten
• Bevestigde incidenten met betrekking tot contracten met zakenpartners die zijn beëindigd of niet zijn verlengd
vanwege schendingen in verband met corruptie of omkoping
• Rechtszaken met betrekking tot corruptie of omkoping tegen Belysse en/of haar eigen werknemers
Het doel dat we hebben gesteld met betrekking tot het voorkomen van incidenten van corruptie of omkoping, is dat onze
actieve werknemers de trainingen over anti-omkoping en corruptie en anti-witwaspraktijken voor 100% afronden. In 2025 werd
deze 100% opleidingsdoelstelling effectief gerealiseerd.
PwC Bedrijfsrevisoren BV - PwC Reviseurs d'Entreprises SRL -
Financial Assurance Services
Maatschappelijke zetel/Siège social: Culliganlaan 5, B-1831 Diegem
T: +32 (0)2 710 4211 BTW/TVA BE 0429.501.944 / RPR Brussel,
Nederlandstalige afdeling - RPM Bruxelles, division néerlandophone
ING BE43 3101 3811 9501 - BIC BBRUBEBB
BELFIUS BE92 0689 0408 8123 - BIC GKCC BEBB
pwc.be
Verslag met een beperkte mate van zekerheid van de
commissaris aan de algemene vergadering van aandeelhouders
over de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie van Belysse
Group NV voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2025
In het kader van de wettelijke assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid met betrekking
tot de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie van Belysse Group NV (de "Vennootschap") en haar
filialen (samen de “Groep”), leggen wij u ons verslag over deze opdracht voor. De geconsolideerde
duurzaamheidsinformatie van de Groep is opgenomen in sectie “02 Duurzaamheidsrapportage” van
“2025 Jaarverslag” op 31 december 2025 en voor het jaar afgesloten op deze datum (hierna
de “geconsolideerde duurzaamheidsinformatie”).
Wij werden benoemd door de algemene vergadering van 28 mei 2025, overeenkomstig het voorstel van
het bestuursorgaan uitgebracht op aanbeveling van het auditcomité van Belysse Group NV, voor het
uitvoeren van een assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid met betrekking tot de
geconsolideerde duurzaamheidsinformatie van de Groep.
Ons mandaat loopt af op de datum van de algemene vergadering die beraadslaagt over de jaarrekening
afgesloten op 31 december 2025. Wij hebben onze assuranceopdracht over de geconsolideerde
duurzaamheidsinformatie van Groep uitgevoerd gedurende 2 opeenvolgende boekjaren.
Conclusie met een beperkte mate van zekerheid
Wij hebben een assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid met betrekking tot de
geconsolideerde duurzaamheidsinformatie van de Groep uitgevoerd.
Op basis van de uitgevoerde werkzaamheden en de verkregen assurance-informatie is niets onder onze
aandacht gekomen dat ons ertoe aanzet van mening te zijn dat de geconsolideerde
duurzaamheidsinformatie van de Groep, in alle van materieel belang zijnde opzichten:
● niet is opgesteld in overeenstemming met de vereisten bedoeld in artikel 3:32/2 van het Wetboek
van vennootschappen en verenigingen, met inbegrip van de overeenstemming met de toepasbare
Europese standaarden voor duurzaamheidsinformatie (European Sustainability Reporting Standards
(ESRS));
● niet in overeenstemming is met het door de Groep uitgevoerde proces (“het Proces”), zoals
beschreven in toelichting “IRO-1 Beschrijving van het materialiteitsbeoordelingsproces” van de
geconsolideerde duurzaamheidsinformatie, om de op grond van de Europese standaarden
openbaar gemaakte geconsolideerde duurzaamheidsinformatie vast te stellen; en
2 van 7
● de vereisten in artikel 8 van Verordening (EU) 2020/852 (de “Taxonomieverordening”) betreffende
de openbaarmaking van de informatie, opgenomen in toelichting “Rapportering van de EU-
taxonomieverordening” van de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie, niet naleeft.
Basis voor de conclusie
Wij hebben onze assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid uitgevoerd overeenkomstig
ISAE 3000 (Herzien), Assurance-opdrachten anders dan opdrachten tot controle of beoordeling van
historische financiële informatie (“ISAE 3000 (Herzien)”) zoals van toepassing in België.
Onze verantwoordelijkheden op grond van deze standaard zijn uitvoeriger beschreven in de sectie van
ons verslag ”Verantwoordelijkheden van de commissaris betreffende de assuranceopdracht met een
beperkte mate van zekerheid met betrekking tot de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie”.
Wij hebben alle deontologische vereisten die relevant zijn voor de assuranceopdracht van de
duurzaamheidsinformatie in België nageleefd, met inbegrip van deze met betrekking tot de
onafhankelijkheid.
Wij passen de internationale standaard voor kwaliteitsmanagement 1 (ISQM 1) toe, die vereist dat het
kantoor een kwaliteitsmanagementsysteem opzet, implementeert en in werking stelt, inclusief
beleidslijnen of procedures met betrekking tot de naleving van ethische vereisten, professionele normen
en toepasselijke wettelijke en regelgevende vereisten.
Wij hebben van het bestuursorgaan en van de aangestelden van de Vennootschap de voor onze
assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid vereiste ophelderingen en inlichtingen
verkregen.
Wij zijn van mening dat de door ons verkregen assurance-informatie voldoende en geschikt is als basis
voor onze conclusie.
Verantwoordelijkheden van de raad van bestuur betreffende het opstellen van de
geconsolideerde duurzaamheidsinformatie
De raad van bestuur is verantwoordelijk voor het opzetten en implementeren van een Proces en voor het
toelichten van dit Proces in toelichting “IRO-1 Beschrijving van het materialiteisbeoordelingsproces” van
de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie.
Deze verantwoordelijkheid omvat:
● het begrijpen van de context waarin de activiteiten en zakelijke betrekkingen van de Groep
plaatsvinden en het ontwikkelen van inzicht in haar betrokken belanghebbenden;
● het identificeren van de feitelijke en potentiële effecten (zowel negatieve als positieve) in verband
met duurzaamheidskwesties, alsook van risico’s en opportuniteiten die de financiële positie, de
financiële prestaties, de kasstromen, de toegang tot financiering of de kapitaalkosten van de Groep
3 van 7
op korte, middellange of lange termijn beïnvloeden of waarvan redelijkerwijs zou kunnen worden
verwacht dat zij hierop een invloed zullen hebben;
● het beoordelen van de materialiteit van de vastgestelde effecten, risico’s en opportuniteiten in
verband met duurzaamheidskwesties door passende drempelwaarden te selecteren en toe te
passen; en
● het maken van veronderstellingen en schattingen die onder de gegeven omstandigheden redelijk
zijn.
De raad van bestuur is ook verantwoordelijk voor het opstellen van de geconsolideerde
duurzaamheidsinformatie, die de door het Proces vastgestelde informatie bevat:
● in overeenstemming met de vereisten bedoeld in artikel 3:32/2 van het Wetboek van
vennootschappen en verenigingen, met inbegrip van de toepasbare Europese standaarden voor
duurzaamheidsinformatie (European Sustainability Reporting Standards (ESRS)); en
● met naleving van de vereisten in artikel 8 van Verordening (EU) 2020/852 (de
“Taxonomieverordening”) betreffende de openbaarmaking van de informatie opgenomen in de
toelichting “Rapportering van de EU-Taxonomieverordening” van de geconsolideerde
duurzaamheidsinformatie.
Deze verantwoordelijkheid omvat:
● het opzetten, implementeren en in stand houden van dergelijke interne beheersingsmaatregelen die
de raad van bestuur noodzakelijk acht voor het opstellen van geconsolideerde
duurzaamheidsinformatie die geen afwijkingen van materieel belang, als gevolg van fraude of van
fouten, bevat; en
● het kiezen en toepassen van geschikte methoden voor duurzaamheidsverslaggeving, en het maken
van veronderstellingen en schattingen die onder de gegeven omstandigheden redelijk zijn.
Het ESG comité is verantwoordelijk voor het toezicht op het duurzaamheidsverslaggevingsproces van de
Groep.
4 van 7
Inherente beperkingen bij het opstellen van de duurzaamheidsinformatie
Bij het rapporteren van toekomstgerichte informatie in overeenstemming met de ESRS, wordt van de
raad van bestuur vereist dat het de toekomstgerichte informatie opstelt op basis van toegelichte
veronderstellingen over gebeurtenissen die zich in de toekomst kunnen voordoen en mogelijke
toekomstige maatregelen van de Groep. De feitelijke uitkomst zal waarschijnlijk anders zijn, aangezien
verwachte gebeurtenissen vaak niet plaatsvinden zoals verwacht en de afwijking daarvan van materieel
belang kan zijn.
Verantwoordelijkheden van de commissaris betreffende de assuranceopdracht met een
beperkte mate van zekerheid met betrekking tot de geconsolideerde
duurzaamheidsinformatie
Het is onze verantwoordelijkheid om de assuranceopdracht te plannen en uit te voeren met het oog op
het verkrijgen van een beperkte mate van zekerheid over de vraag of de geconsolideerde
duurzaamheidsinformatie geen afwijkingen van materieel belang, als gevolg van fraude of van fouten,
bevat, en het uitbrengen van een assurance verslag met een beperkte mate van zekerheid waarin onze
conclusie is opgenomen. Afwijkingen kunnen zich voordoen als gevolg van fraude of fouten en worden
als van materieel belang beschouwd indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat zij, individueel of
gezamenlijk, de beslissingen genomen door gebruikers op basis van de geconsolideerde
duurzaamheidsinformatie, beïnvloeden.
Als deel van een assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid overeenkomstig ISAE 3000
(Herzien), zoals in België van toepassing, passen wij professionele oordeelsvorming toe en handhaven
wij een professioneel-kritische instelling gedurende de opdracht. De uitgevoerde werkzaamheden in een
opdracht met het oog op het verkrijgen van een beperkte mate van zekerheid, waarvoor wij verwijzen
naar de sectie “Samenvatting van de uitgevoerde werkzaamheden”, zijn minder uitgebreid dan in het
geval van een opdracht met het oog op het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid. We
brengen dan ook geen oordeel met een redelijke mate van zekerheid tot uitdrukking als deel van deze
opdracht.
Aangezien de toekomstgerichte informatie in de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie en de
veronderstellingen waarop deze is gebaseerd, betrekking hebben op de toekomst, kunnen deze worden
beïnvloed door gebeurtenissen die zich mogelijk voordoen en/of door mogelijke acties van de Groep. De
werkelijke uitkomsten zullen naar alle waarschijnlijkheid afwijken van de veronderstellingen, aangezien
de veronderstelde gebeurtenissen zich veelal niet zullen voordoen zoals verwacht en de afwijking
daarvan van materieel belang kan zijn. Onze conclusie biedt daarom geen garantie dat de
gerapporteerde werkelijke uitkomsten zullen overeenkomen met diegene opgenomen in de
toekomstgerichte informatie in de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie.
Onze verantwoordelijkheden ten aanzien van de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie, met
betrekking tot het Proces, omvatten:
● Het verwerven van inzicht in het Proces, maar niet met het oog op het verstrekken van een
conclusie over de effectiviteit van het Proces, met inbegrip van de uitkomst van het Proces;
5 van 7
● Het opzetten en uitvoeren van werkzaamheden om te evalueren of het Proces in overeenstemming
is met de beschrijving van het Proces door de Groep, zoals toegelicht in toelichting “IRO-1
Beschrijving van het materialiteitsbeoordelingsproces” van de geconsolideerde
duurzaamheidsinformatie.
Onze overige verantwoordelijkheden ten aanzien van de duurzaamheidsinformatie omvatten:
● Het verwerven van inzicht in de beheersingsomgeving van de entiteit, de relevante processen en
informatiesystemen voor het opstellen van de duurzaamheidsinformatie, maar zonder de opzet van
specifieke controleactiviteiten te beoordelen, onderbouwende informatie over hun implementatie te
verkrijgen of de effectieve werking van de opgezette interne beheersingsmaatregelen te toetsen;
● Het identificeren van de gebieden waar van materieel belang zijnde afwijkingen waarschijnlijk zullen
optreden in de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie, of deze nu het gevolg zijn van fraude of
fouten; en
● Het opzetten en uitvoeren van werkzaamheden die inspelen op gebieden waar afwijkingen van
materieel belang in de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie zich waarschijnlijk zullen
voordoen. Het risico van het niet detecteren van een van materieel belang zijnde afwijking is groter
indien die afwijking het gevolg is van fraude dan indien zij het gevolg is van fouten, omdat bij fraude
sprake kan zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten transacties vast te
leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing.
Samenvatting van de uitgevoerde werkzaamheden
Een assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid omvat het uitvoeren van werkzaamheden
om assurance-informatie te verkrijgen over de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie. De
werkzaamheden die bij een opdracht met een beperkte mate van zekerheid zijn uitgevoerd, zijn
verschillend in aard en timing en geringer van omvang dan voor opdrachten tot het verkrijgen van een
redelijke mate van zekerheid. Daardoor ligt het niveau van zekerheid dat is verkregen bij een opdracht
met een beperkte mate van zekerheid aanzienlijk lager dan wanneer een opdracht met een redelijke
mate van zekerheid was uitgevoerd.
De aard, timing en omvang van geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van professionele
oordeelsvorming, waaronder de vaststelling van gebieden waar afwijkingen van materieel belang in de
geconsolideerde duurzaamheidsinformatie, als gevolg van fraude of van fouten, zich waarschijnlijk zullen
voordoen.
Bij het uitvoeren van onze assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid, met betrekking tot
het Proces, hebben wij:
● Inzicht verworven in het Proces door:
6 van 7
− het verzoeken om inlichtingen teneinde inzicht te verwerven in de bronnen van informatie
gebruikt door het management (bijv. betrokkenheid van belanghebbenden, bedrijfsplannen en
strategiedocumenten); en
− het beoordelen van de interne documentatie van de Groep van haar Proces.
● Geëvalueerd of de assurance-informatie verkregen uit onze werkzaamheden over het door de
Groep geïmplementeerde Proces in overeenstemming was met de beschrijving van het Proces
zoals uiteengezet in toelichting “IRO-1 Beschrijving van het materialiteitsbeoordelingsproces” van de
geconsolideerde duurzaamheidsinformatie.
Bij het uitvoeren van onze assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid, met betrekking tot
de duurzaamheidsinformatie, hebben wij:
● Inzicht verworven in de verslaggeving processen van de Groep die relevant zijn voor het opstellen
van haar geconsolideerde duurzaamheidsinformatie door het verkrijgen van inzicht in de interne
beheersing, processen en het informatiesysteem die relevant zijn voor het opstellen van de
geconsolideerde duurzaamheidsinformatie, maar die niet zijn gericht op het geven van een oordeel
over de effectiviteit van de interne beheersing van de Groep;
● Geëvalueerd of de informatie zoals vastgesteld door het Proces is opgenomen in de
geconsolideerde duurzaamheidsinformatie;
● Geëvalueerd of de structuur en het opstellen van de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie
overeenstemt met de ESRS;
● Om inlichtingen verzocht bij relevant personeel en cijferanalyses uitgevoerd op geselecteerde
informatie in de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie;
● Gegevensgerichte assurance werkzaamheden uitgevoerd op basis van een steekproef op
geselecteerde informatie in de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie;
● Assurance informatie verkregen over de methoden voor het ontwikkelen van schattingen en
toekomstgerichte informatie geëvalueerd zoals beschreven in de sectie “Verantwoordelijkheden van
de commissaris betreffende de assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid met
betrekking tot de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie”; en
● Inzicht verworven in het proces voor het vaststellen van economische activiteiten die voor de
taxonomie in aanmerking komen en op de taxonomie afgestemd zijn en de overeenkomstige
toelichtingen in de duurzaamheidsinformatie.
7 van 7
Vermelding betreffende de onafhankelijkheid
Ons bedrijfsrevisorenkantoor en ons netwerk hebben geen opdrachten verricht die onverenigbaar zijn
met de assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid, en ons bedrijfsrevisorenkantoor is in
de loop van ons mandaat onafhankelijk gebleven tegenover de Groep.
Gent, 23 april 2026
De commissaris
PwC Bedrijfsrevisoren BV
Vertegenwoordigd door
Wouter Coppens*
Bedrijfsrevisor
*Handelend in naam van Wouter Coppens BV
03 Corporate governance
Corporate Governance
03 Corporate Governance Jaarverslag Belysse 2025 128
Corporate Governance
In dit hoofdstuk wordt meer informatie gegeven over het
deugdelijk bestuur (Corporate Governance) van Belysse Group
NV (hierna ook ‘Belysse’ of ‘de vennootschap’ genoemd).
Corporate Governance Charter
Conform artikel 3:6 §2, 1° van het Belgisch Wetboek van
Vennootschappen en Verenigingen (‘Belgisch Wetboek
van Vennootschappen’ of ‘WVV’) baseert Belysse zich ter
referentie op de Belgische Corporate Governance Code van 9
mei 2019 (de ‘Corporate Governance Code’). De Corporate
Governance Code is te raadplegen op de website van de
Belgische Commissie Corporate Governance
(www.corporategovernancecommittee.be).
Als een in België gevestigde, beursgenoteerde
vennootschap die zich verbindt tot een hoge standaard
inzake corporate governance, heeft de Raad van Bestuur
in mei 2017 een Corporate Governance Charter ingevoerd,
zoals vereist door de Corporate Governance Code.
Dit Corporate Governance Charter wordt occasioneel
bijgewerkt en werd voor het laatst herzien in 2022. Het kan
gedownload worden in de rubriek ‘Corporate Governance’
op onze investeerderswebsite
https://www.belysse.com/nl/over-ons/
corporate-governance.
De vennootschap voldoet aan de regels van de Belgische
Corporate Governance Code van 2020, tenzij uitdrukkelijk
anders vermeld en verantwoord in deze Corporate
Governance Verklaring.
Kapitaal- en aandeelhoudersstructuur
Kapitaal en kapitaalontwikkelingen
Per 31 december 2025 bedraagt het kapitaal van de
vennootschap € 260.589.621, vertegenwoordigd door
35.943.396 aandelen zonder nominale waarde. Elk aandeel
geeft recht op één stem. In 2025 heeft geen kapitaalverkeer
plaatsgevonden.
Ontwikkelingen in de aandeelhoudersstructuur
De opeenvolgende drempels die krachtens de wet van 2 mei
2007 van toepassing zijn op de bekendmaking van belangrijke
deelnemingen in emittenten van wie aandelen zijn toegelaten
tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en
andere bepalingen worden vastgesteld op 5% van de totale
stemrechten, en 10%, 15%, 20%, enz. met toenemende
intervallen van 5%.
Corporate Governance
03 Corporate Governance Jaarverslag Belysse 2025 129
Aandeelhoudersstructuur
De volgende tabel geeft de aandeelhoudersstructuur weer
per 31 december 2025 op basis van de kennisgevingen door
onderstaande aandeelhouder aan de vennootschap en de
Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (‘FSMA’)
overeenkomstig artikel 6 van de Belgische wet van 2 mei
2007 op de kennisgeving van belangrijke deelnemingen:
In de loop van 2025 werden geen aankopen of verkopen
gemeld van aandelen door personen met leidinggevende
verantwoordelijkheid (‘PMDR’).
Aandeelhouders Aandelen
Aantal
%
LSF9 Belysse Holdco S.à r.l.
19.408.879
54.00%
Prime AIFM Lux S.A.
2.529.400
7.04%
Joris Ide.
2.227.971
6.20%
Management
83.500
0.23%
Public
11.693.646
32.53%
Dividendbeleid
Behoudens de beschikbaarheid van uitkeerbare reserves en
het ontbreken van wezenlijke externe groeimogelijkheden,
heeft de vennootschap de intentie om een dividend te
betalen van 30% tot 40% van haar nettowinst over het jaar,
op basis van haar geconsolideerde jaarrekening opgesteld
volgens IFRS. Het bedrag van de dividenden en de
beslissing om in een jaar al dan niet dividenden uit te keren,
kunnen worden beïnvloed door diverse factoren, waaronder
de zakelijke vooruitzichten, kasstromen en wezenlijke
groeimogelijkheden.
Jaarlijkse algemene vergadering van aandeelhouders
De jaarlijkse algemene vergadering van aandeelhouders
vond plaats op 28 mei 2025.
De aandeelhouders hebben kennisgenomen van het
jaarverslag en het verslag van de commissaris met
betrekking tot de statutaire en geconsolideerde
jaarrekening over het boekjaar afgesloten op 31 december
2024 en de geconsolideerde jaarrekening over het boekjaar
afgesloten op 31 december 2024.
De aandeelhouders hebben het remuneratieverslag over
het boekjaar eindigend op 31 december 2024 goedgekeurd.
Voorts keurden ze de statutaire jaarrekening goed met
betrekking tot het boekjaar afgesloten op 31 december
2024, met inbegrip van de bestemming van het resultaat
zoals voorgesteld door de Raad van Bestuur.
Zowel de bestuurders als de commissaris (PwC
Bedrijfsrevisoren BV, met maatschappelijke bedrijfszetel te
Culliganlaan 5, 1831 Machelen, vertegenwoordigd door M.
Wouter Coppens) werden kwijting verleend voor de
uitoefening van hun mandaat gedurende het boekjaar
eindigend op 31 december 2024.
De aandeelhouders hebben tevens kennis genomen van het
ontslag van Mevr. Flora Siegert als niet-uitvoerend
bestuurder van de vennootschap, met ingang van 14 februari
2025, en de bevestiging van de coöptatie door de Raad van
Bestuur van Mevr. Claire Knollys als niet-uitvoerend
bestuurder van de vennootschap, met ingang van 6 maart
2025 voor de resterende duur van het mandaat van
mevrouw Flora Siegert en zoals voorgesteld door de Raad
van Bestuur op aanbeveling van het Remuneratie- en
Benoemingscomité
De aandeelhouders keurden ook de herbenoeming goed
van:
• M. Cyrille Ragoucy (Voorzitter van de Raad), M.
Michael Kolbeck, M. Neal Morar, Mevr. Hannah
Strong en Mevr. Claire Knollys als niet-uitvoerende
bestuurders;
• Mevr. Vanessa Temple en Accelium BV,
vertegenwoordigd door haar vaste
vertegenwoordiger M. Nicolas Vanden Abeele, als
onafhankelijke bestuurders. Beide onafhankelijke
bestuurders voldoen aan de voorwaarden van
onafhankelijkheid van artikel 7:87 van het Belgisch
Wetboek van Vennootschappen.
Bovendien keurden de aandeelhouders de benoeming goed
van volgende nieuwe bestuurders:
• Heath Road BV,(vertegenwoordigd door haar vaste
vertegenwoordiger M. Johan Deburchgrave) als
onafhankelijk bestuurder. De onafhankelijk
bestuurder voldoet aan de voorwaarden van
onafhankelijkheid van artikel 7:87 van het Belgisch
Wetboek van Vennootschappen;
• M. Vishesh Khatnani als niet-uitvoerend
bestuurder.
Alle bestuurders werden herbenoemd voor een periode van
vier jaar, tot de jaarlijkse algemene vergadering waarin wordt
beslist over de jaarrekening van het boekjaar dat eindigt op
31 december 2029. Deze mandaten worden vergoed zoals
beschreven in het jaarlijkse remuneratierapport en in
overeenstemming met het remuneratiebeleid.
De aandeelhouders hebben tevens ingestemd met de
benoeming van de commissaris van de vennootschap, PwC
Bedrijfsrevisoren BV, met maatschappelijke zetel te 1831
Diegem, Culliganlaan 5, ingeschreven bij de Kruispuntbank
van Ondernemingen onder nummer 0429.501.944, voor de
assurance-opdracht over de geconsolideerde
duurzaamheidsrapportering voor een periode van twee jaar,
tot de jaarlijkse algemene vergadering die uiterlijk op 31
december 2025 een besluit neemt over de
duurzaamheidsrapportering.
Corporate Governance
03 Corporate Governance Jaarverslag Belysse 2025 130
Dealing Code
Op 29 augustus 2017 keurde de Raad van Bestuur de
Dealing Code van de vennootschap goed, overeenkomstig
de Europese Verordening Marktmisbruik EU 596/2014
van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014
inzake marktmisbruik (‘MAR’). De Dealing Code beperkt
transacties in effecten van Belysse door leden van de
Raad van Bestuur en het Managementcomité, senior
management en bepaalde andere personen tijdens
gesloten en verboden periodes. De Dealing Code bevat ook
regels betreffende de bekendmaking van voorgenomen en
uitgevoerde transacties door leidinggevenden en nauw met
hen verbonden personen door middel van een kennisgeving
aan de vennootschap en aan de FSMA. De Secretaris van
de Raad van Bestuur fungeert als Compliance Officer in de
zin van de Dealing Code van Belysse.
De Raad van Bestuur en Comités
Belysse Group NV heeft een Raad van Bestuur, een
Managementcomité, een Auditcomité, een Remuneratie-
en Benoemingscomité en een ESG Comité.
Raad van Bestuur
Bevoegdheden van de Raad
De Raad van Bestuur heeft de bevoegdheid om alle
handelingen te stellen die noodzakelijk of nuttig worden
geacht voor de verwezenlijking van het doel van de
vennootschap, behalve die handelingen die krachtens de
wet of de statuten specifiek zijn voorbehouden aan de
aandeelhoudersvergadering of andere bestuursorganen.
De Raad van Bestuur is in het bijzonder verantwoordelijk
voor:
• de vaststelling van de algemene beleidsstrategie
van de vennootschap en haar
dochterondernemingen;
• de beslissingen over alle belangrijke strategische,
financiële en operationele zaken van de
vennootschap;
• het toezicht op het beheer door de Chief
Executive Officer (‘CEO’) en andere leden van het
Managementcomité; en
• alle andere zaken en verplichtingen (inclusief
bekendmakingsverplichtingen) die door de wet of
de statuten zijn voorbehouden of opgelegd aan de
Raad van Bestuur.
Samenstelling van de Raad van Bestuur
Het WVV stelt verschillende bestuursmodellen voor. De
vennootschap heeft gekozen voor monisme, d.w.z. één
Raad van Bestuur. Dat bestuursmodel sluit aan bij het
bestaande model en is het meest geschikt voor onze
organisatie. Krachtens de statuten moet de Raad van
Bestuur zijn samengesteld uit minstens vijf leden.
Op 31 december 2025 bestond de Raad van Bestuur uit
negen leden, waaronder drie onafhankelijke niet-
uitvoerende bestuurders.
De statuten geven LSF9 Belysse Holdco S.à r.l., zolang
het minstens 50% bezit van het totale aantal door de
vennootschap uitgegeven aandelen (wat het geval is), het
recht om minstens vijf bestuurders voor te dragen voor
benoeming door de aandeelhoudersvergadering.
De duur van het mandaat van bestuurders is volgens de
Belgische wetgeving beperkt tot zes jaar (verlengbaar),
maar de Corporate Governance Code raadt aan de termijn
tot vier jaar (verlengbaar) te beperken. De statuten beperken
de duur van het mandaat van de bestuurders tot vier jaar
(verlengbaar).
De benoeming en de verlenging van het mandaat van
bestuurders zijn gebaseerd op een aanbeveling van
het Remuneratie- en Benoemingscomité aan de Raad
van Bestuur en moeten worden goedgekeurd door de
aandeelhoudersvergadering, rekening houdend met de
hierboven beschreven voordrachtrechten.
Corporate Governance
03 Corporate Governance Jaarverslag Belysse 2025 131
Op 31 december
2025 was de Raad van Bestuur als volgt samengesteld:
Naam Positie Bestuurder sinds
Mandaat
vervalt
Cyrille Ragoucy Voorzitter van de Raad van Bestuur 2017 2029
Michael Kolbeck
Niet-uitvoerend bestuurder en voorzitter van het
Remuneratie- en Benoemingscomité
2017 2029
Accelium BV,
vertegenwoordigd door
Nicolas Vanden Abeele
Onafhankelijk Bestuurder 2017 2029
Vanessa Temple
Onafhankelijk Bestuurder en voorzitter van
het ESG Comité
2022 2029
Heath Road BV,
vertegenwoordigd door
Johan Deburchgrave
Onafhankelijk Bestuurder 2025 2029
Neal Morar
Niet-uitvoerend bestuurder en voorzitter van het
Auditcomité
2018 2029
Hannah Strong Niet-uitvoerend bestuurder 2017 2029
Claire Knollys Niet-uitvoerend bestuurder 2025 2029
Vishesh Khatnani Niet-uitvoerend bestuurder 2025 2029
Corporate Governance
03 Corporate Governance Jaarverslag Belysse 2025 132
M. Hannes D’Hoop werd aangesteld als secretaris van de
Raad van Bestuur.
M. Cyrille Ragoucy heeft meer dan 30 jaar ervaring in
senior managementfuncties. Op 1 maart 2024 werd hij
opgevolgd door M. James Neuling als CEO van Belysse.
Voor hij CEO werd van Belysse, was M. Ragoucy CEO van
Tarmac Ltd (oorspronkelijk Lafarge Tarmac),
een toonaangevend bedrijf voor bouwmaterialen en
bouwoplossingen in het VK, waar hij toezicht hield op de
oprichting van de joint venture tussen Lafarge SA en Anglo
American en de integratie van verschillende overnames,
voordat de entiteit in augustus 2015 werd overgenomen
door CRH, een groot Iers bouwbedrijf.
Van 1998 tot 2012 werkte M. Ragoucy bij Lafarge als CEO
voor Lafarge Shui On Cement, een Chinese joint venture
tussen Lafarge en Shui On, en als CEO van Lafarge
Construction Materials voor Oost-Canada, naast andere
functies op bestuurs- en uitvoerend niveau.
M. Ragoucy behaalde een Master in Management aan de
Université Paris IX Dauphine in Frankrijk.
M. Michael Kolbeck is Managing Director en Head of
Corporate Investments voor Europa bij Hudson Advisors
UK Limited, dat advies verstrekt aan Lone Star en de
fondsen die het beheert, met inbegrip van Lone Star
Fund IX, een investeerder in de vennootschap. Voor hij bij
Hudson startte in januari 2017, was hij Managing Director
bij Lone Star Germany Acquisitions GmbH. Momenteel
is hij ook bestuurslid bij Xella International S.A., een
toonaangevend Europees bedrijf in bouwmaterialen, en
bij Evoca S.p.A., een toonaangevende producent van
professionele koffiemachines. Hij is ook waarnemer in het
bestuur van LSF 10 Edilians Investments S.à r.l., een grote
dakpannenfabrikant in Frankrijk, en in het bestuur van LSF11
Folio Lux S.à r.l., een toonaangevende specialist voor de
wereldwijde flexografische printindustrie. Alvorens hij bij
Lone Star en Hudson begon in 2004, werkte de heer
Kolbeck een aantal jaren voor Allianz Group als
vermogensbeheerder.
M. Kolbeck behaalde een Master in Business
Administration aan de Ludwig-Maximilians-Universität in
München, Duitsland.
M. Nicolas Vanden Abeele is CEO van Ascom (sinds
2022), een internationale aanbieder van ICT-oplossingen
en medische technologie voor de gezondheidszorg en
de zakelijke markt. Hij is een ervaren leidersfiguur met
meer dan 25 jaar ervaring in meerdere markten en kan
bogen op een diepgaande commerciële, financiële en
operationele expertise. Nicolas heeft een waardevolle
staat van dienst in het versnellen van de verkoop,
bedrijfstransformatie en operationele uitmuntendheid in
verschillende leidinggevende functies. Vóór Ascom maakte
hij deel uit van het managementteam van Barco, een
wereldleider in visualisatieoplossingen (van 2017 tot 2021)
en bij de Etex Group (van 2011 tot 2017), een toonaangevend
bouwmaterialenbedrijf, waar hij aan het hoofd stond van
de divisie Isolatie- en Bouwmaterialen. Vóór Etex Group
bekleedde hij diverse internationale uitvoerende functies
in de technologiesector bij Nokia/Alcatel-Lucent (met
benoemingen in Amerika en Azië), en was hij strategisch
adviseur bij Arthur Andersen.
M. Vanden Abeele behaalde een Master in Business
Administration (KU Leuven, België), een Master in
Management (Solvay School of Management/ULB, België)
en een Master in International Business and European
Economics (Europacollege, België).
Mevr. Vanessa Temple is sinds april 2022 ESG Lead voor
ING België. Tussen Q1 2021 en Q1 2022 was ze lid van het
Climate Risk-team van de ING Groep. Voorheen leidde ze
het Belgische team in Capital Structuring and Advisory
van ING, gevolgd door een functie als hoofd van de ING
Corporate Sector-teams voor België, Luxemburg en
Scandinavië. Daarvóór ontwikkelde Mevr. Temple financiële
producten en complexe financieringsprogramma’s bij de
grootbank, zoals bedrijfsovernamefinanciering en obligaties
voor bedrijven en KMO’s. Aan het begin van haar carrière
werkte ze ook 3 jaar lang in Singapore, waar ze Corporate
Relationships Manager was voor ING.
Mevrouw Temple heeft een masterdiploma in Business
Engineering (Leuven School of Management, België).
Corporate Governance
03 Corporate Governance Jaarverslag Belysse 2025 133
M. Johan Deburchgrave is CEO van de Vandersanden
Group (sinds januari 2024), de grootste producent in
familiale handen in Europa van keramische bakstenen. Met
meer dan 30 jaar ervaring in de bouwsector, ook in een
internationale context, beschikt Johan over sterke
operationele en algemene managementvaardigheden. Vóór
zijn aanstelling bij de Vandersanden Group was Johan
werkzaam bij de Unilin Group (in 2019), waar hij CEO van de
IVC Group werd en later Chief Strategy Officer. Als Chief
Strategy Officer leidde Johan verschillende strategische
projecten. Vóór de Unilin Group bekleedde Johan
leidinggevende functies bij de Etex Group. Hij studeerde
voor burgerlijk ingenieur aan de KU Leuven, aangevuld met
een MBA van de KU Leuven en managementopleidingen
aan de Vlerick Management School en Insead
Fontainebleau.
M. Neal Morar is Director in het Corporate team bij
Hudson Advisors UK Limited dat advies verleent aan Lone
Star en de fondsen die het beheert, met inbegrip van Lone
Star Fund IX, dat een investeerder is in de vennootschap.
Vóór zijn huidige functie was hij gedurende 5 jaar UK CFO
van Hudson Advisors UK Limited en zat hij in de raden van
bestuur van verschillende internationale entiteiten in
diverse sectoren, waaronder hotels en
projectontwikkelingen, kredietbeheer en equity release.
Voor hij bij Hudson in dienst trad in 2012, werkte M. Morar 5
jaar als Managing Director, International CFO voor AIG
Investments en 10 jaar in verschillende CFO-functies voor
de FTSE100 Capita Group. Daar was hij onder meer
verantwoordelijk voor het oprichten en beheren
van een captive center in Mumbai, India, in 2003. M. Morar
is sinds 1996 lid en sinds 2001 een Fellow van de Association
of Chartered Certified Accountants (FCCA). Hij is ook al 25
jaar gereguleerd bij de FCA (VK), JFSC (Jersey) en CBI
(Ierland) in verschillende hoedanigheden.
M. Morar behaalde een diploma in Accounting and Finance
aan de University of Hertfordshire in het Verenigd
Koninkrijk.
Mevr. Hannah Strong is Senior Vice President, Legal
Counsel bij Hudson Advisors UK Limited dat advies
verleent aan Lone Star en de fondsen die het beheert, met
inbegrip van Lone Star Fund IX, dat een investeerder is in
de vennootschap. Vóór haar huidige functie bij Hudson
werkte Mevr. Strong als bedrijfsjurist bij The Carlyle Group
(2013-2017) en was ze vennoot bij Latham & Watkins in
Londen (2007-2013). Mevr. Strong is een ervaren adviseur
met een grote ervaring in juridische en compliance-
kwesties waarmee bedrijven in tal van sectoren en landen
te maken hebben.
Mevr. Strong behaalde een Bachelor in Rechtsleer aan
Oxford University.
Mevr. Claire Knollys is Director bij Hudson Advisors UK
Limited dat advies verleent aan Lone Star en de fondsen die
het beheert, met inbegrip van Lone Star Fund IX, dat een
investeerder is in de vennootschap.
Mevr. Knollys heeft meer dan 22 jaar ervaring op het gebied
van internationaal belastingrecht en is zowel in het
Verenigd Koninkrijk als in de Verenigde Staten erkend. Haar
ervaring omvat:
• Vijf jaar bij Hudson Advisors UK Limited
verantwoordelijk voor de fiscale structureringen
van investeringen aangehouden door bepaalde van
de Lone Star Funds.
• Drie jaar leiding geven aan het EMEA internationaal
tax team bij Expedia Group.
• Veertien jaar bij PwC met focus op international
tax voor M&A, bedrijfsherstructureringen en
private-equity transacties, in talrijke
rechtsgebieden. Ze werkte hierbij acht jaar vanuit
Londen en zes jaar vanuit San Francisco.
Mevr. Knollys heeft haar Master in Taxation gehaald aan de
Braden School of Taxation (Golden Gate University, VS) en
een Bachelor diploma aan de universiteit van Southampton
(VK) in Management Sciences. Ze is lid van het Institute of
Chartered Accountants in Engeland en Wales en behaalde
het statuut van Fellow in 2016.
M. Vishesh Khatnani is een Director bij Hudson Advisors
UK Limited dat advies verleent aan Lone Star fondsen, met
inbegrip van Lone Star Fund IX, dat een investeerder is in de
vennootschap. Voor hij in 2018 bij Hudson in dienst trad,
werkte M. Khatnani enkele jaren als equity research analist
bij Macquarie Bank en als auditor bij Deloitte. Hij is CFA-
gecertificeerd, gediplomeerd accountant en heeft een
bachelordiploma in Accounting en Finance behaald aan de
Universiteit van Warwick
Corporate Governance
03 Corporate Governance Jaarverslag Belysse 2025 134
Evolutie in de samenstelling tijdens 2025 en na
jaareinde
Er waren verschillende wijzigingen in de samenstelling van
de Raad van Bestuur in 2025 gezien het mandaat van alle
bestuurders eindigde op de algemene vergadering van
aandeelhouders van 28 mei 2025, met als gevolg de
herbenoeming van enkele bestuurders voor een nieuwe
termijn van 4 jaar en de benoeming van nieuwe
bestuurders.
Ten eerste, is Mevr. Flora Siegert teruggetreden als niet-
uitvoerend bestuurder op 14 februari 2025.
Op 6 maart 2025 vervoegde Mevr. Claire Knollys de Raad
van Bestuur als niet-uitvoerend bestuurder door middel van
coöptatie en voor de resterende duur van het mandaat van
Mevr. Flora Siegert.
Tijdens de algemene vergadering van aandeelhouders van
28 mei 2025 werden:
M. Cyrille Ragoucy, M. Michael Kolbeck, Accelium BV
(vertegenwoordigd door haar vaste vertegenwoordiger, M.
Nicolas Vanden Abeele), Mevr. Vanessa Temple, M. Neal
Morar en Mevr. Hannah Strong herbenoemd als bestuurder
voor een nieuwe termijn van vier jaar.
Heath Road BV (vertegenwoordigd door haar vaste
vertegenwoordiger M. Johan Deburchgrave) en M. Vishesh
Khatnani benoemd tot nieuwe bestuurders, eveneens voor
een periode van vier jaar.
Het mandaat van M. Itzhak Wiesenfeld en M. Patrick
Lebreton als bestuurder werd niet verlengd.
Na afloop van het boekjaar hebben zich geen wijzigingen
voorgedaan in de samenstelling van de Raad van Bestuur.
Werking van de Raad van Bestuur
In principe komt de Raad van Bestuur minstens vijf keer per
jaar bijeen. Bijkomende vergaderingen kunnen te allen tijde
met passende kennisgeving worden bijeengeroepen om
specifieke zakelijke behoeften te bespreken. In totaal is de
Raad vijf (5) keer bijeengekomen. Alle bestuursleden (of
hun vertegenwoordigers) tekenden aanwezig. Bovendien
zijn er bij twee gelegenheden besluiten genomen door
middel van unanieme schriftelijke besluiten.
De belangrijkste onderwerpen die in 2025 door de Raad van
Bestuur werden besproken, waren:
• de financiële en algemene prestaties van de groep;
• voortdurend toezicht op de cashflowsituatie, het
actieplan voor aankopen en follow-up van de
evolutie van de marktomstandigheden en de
effecten van de implementatie van de prijszetting;
• executie, evaluatie en opvolging van initiatieven op
het vlak van gezondheid en veiligheid;
• presentatie en gedetailleerde follow-up van de
vooruitgang die werd geboekt met het vierjarige
programma BEYOND voor duurzaamheid, innovatie,
efficiëntie en flexibiliteit van de vennootschap;
• algemene strategische, financiële en operationele
zaken van de vennootschap (bv. update van de hedging
policy, prijszetting,…);
• toezicht houden op de voorbereiding, de voortgang en
het beheer van de overgang naar een nieuw ERP-
systeem voor Europa;
• op aanbeveling van het Auditcomité, goedkeuring van
de driemaandelijkse trading updates en halfjaarlijkse
financiële resultaten en de bijbehorende verslagen en
persberichten, het budget voor 2025, de benoeming
van de commissaris voor de asssurance-opdracht in
kader van de geconsolideerde
duurzaamheidsrapportering;
• op aanbeveling van het Remuneratie- en
Benoemingscomité, de goedkeuring van de bonus voor
2024 en het bonussysteem voor 2025 voor de leden van
het Managementcomité, goedkeuring van de comp &
ben-pakketten van de leden van het
Managementcomité en anderen, en de benoeming en
herbenoeming van bestuurders;
• opvolging van specifieke acties en projecten (bv. het
bodemsaneringsdossier (bij OVAM) voor de site in Tielt)
en goedkeuring van relevante documenten die verband
houden met die projecten;
• opvolging van de rapportering van het ESG-comité en
het voorstel van de benoeming van de commissaris
voor een bijkomende periode van 1 jaar tot na de
algemene vergadering die de jaarrekening per 31
december 2025 goedkeurt, voor de assurance-opdracht
voor de geconsolideerde duurzaamheidsrapportering
voor boekjaar 2025 en de goedkeuring van de IRO
methodiek (CSRD);
• goedkeuring van de ondernemingsstrategie;
• goedkeuring van enkele voorbehouden
aangelegenheden, onder andere met betrekking tot de
wijzigingen in de raad van bestuur van de Luxco
entiteiten binnen de groep.
De Raad van Bestuur wordt samengeroepen door de
voorzitter of de CEO telkens wanneer het belang van
de vennootschap dat vereist, of op verzoek van twee
bestuurders.
Corporate Governance
03 Corporate Governance Jaarverslag Belysse 2025 135
Aanwezigheid van de Bestuurders op de vergaderingen van de Raad van Bestuur en Comités
Naam
Raad van
Bestuur
Auditcomité
Remuneratie- en
Benoemingscomité
ESG
comité
Cyrille Ragoucy 5/5
4/4
Michael Kolbeck
5/5
6/6
Accelium BV, vertegenwoordigd door
Nicolas Vanden Abeele
5/5 9/9 6/6
Heath Road BV, vertegenwoordigd door Johan
Deburchgrave
2/2 3/3
Vanessa Temple 5/5 9/9
4/4
Itzhak Wiesenfeld 3/3 3/3
Neal Morar
5/5
9/9
Hannah Strong 5/5
Flora Siegert 1/1
Claire Knollys 3/3
Patrick Lebreton 3/3
Vishesh Khatnani 2/2
Onder leiding van de voorzitter zal de Raad regelmatig zijn
omvang, samenstelling en werking en die van zijn comités
evalueren, evenals de relatie met het uitvoerend
management.
De CEO en andere uitvoerende managers worden
uitgenodigd om de vergaderingen bij te wonen als dat
nodig wordt geacht. De Chief Financial Officer (‘CFO’) is
aanwezig op alle vergaderingen van de Raad van Bestuur
en ook andere leden van het Managementcomité worden
regelmatig uitgenodigd. Dat garandeert een goede
interactie tussen de Raad van Bestuur en het management.
Diversiteit
Voor vennootschappen waarvan de effecten voor het eerst
tot een gereglementeerde markt worden toegelaten, moet
vanaf de eerste dag van het zesde boekjaar dat begint na
de beursintroductie, voor de vennootschap is dat vanaf
1 januari 2023 worden voldaan aan de vereiste dat ten
minste één derde van de bestuursleden van een ander
geslacht moet zijn dan de overige leden. Momenteel is één
derde van onze bestuursleden vrouwelijk, wat betekent dat
aan de bovengenoemde vereiste wordt voldaan. Onze Raad
van Bestuur beschikt ook over een mix van expertise op
verschillende operationele gebieden.
We staan voor de uitdaging om ons ruimer
personeelsbestand divers te maken en gelijke kansen te
creëren, ongeacht geslacht, ras of culturele achtergrond,
gezien de aard van onze activiteiten. In 2020 heeft het
Managementcomité de nieuwe ambitie gelanceerd om
tegen 2030 minstens 40% vrouwen te hebben in alle lagen
van het topmanagement van Belysse Group. Dat zou een
weerspiegeling zijn van de verdeling van mannen en
vrouwen in onze hele organisatie. Het verhogen van de
genderdiversiteit op de werkvloer en in de
leiderschapsteams is een kritische succesfactor en zal ons
helpen betere beslissingen te nemen en meer innovatieve
bedrijfsoplossingen te ontwikkelen.
Een aangetoonde focus op gendergelijkheid stelt een
organisatie in staat de beste talenten aan te trekken en te
behouden. Het zorgt er ook voor dat alle werknemers binnen
de organisatie toegang hebben tot gelijke kansen bij het
ontwikkelen van hun carrière in een werkomgeving zonder
vooroordelen.
De medewerkers van Belysse hebben uiteenlopende
achtergronden en zijn vertegenwoordigd in alle
leeftijdsgroepen, van onze geïdentificeerde ‘toekomstige
leiders’ tot ‘medewerkers met diepgaande gespecialiseerde
kennis’. Bovendien vormen ze een genderdivers team met
een toenemend aantal vrouwen in managementfuncties.
Als wereldwijd bedrijf met hoofdzetel in België zijn we actief
in verschillende talen en hebben we meer dan 35
nationaliteiten in dienst, verspreid over 4 hoofdlocaties op 2
continenten.
Dat wordt weerspiegeld in het Managementcomité, dat is
samengesteld uit verschillende nationaliteiten: Australië,
België en de VS.
We zijn er stellig van overtuigd dat we door de juiste mensen
voor de juiste functies aan te nemen een evenwichtige
werkplek stimuleren. Dit heeft zich vertaald in nagenoeg een
status-quo van het genderevenwicht aan het eind van 2025.
We hebben heel wat acties opgezet ter bevordering van
een optimaal evenwicht tussen werk en privéleven voor
mannen en vrouwen. Op die manier moedigen we al onze
medewerkers en managers aan om over te stappen op deze
nieuwe manier van werken.
Corporate Governance
03 Corporate Governance Jaarverslag Belysse 2025 136
Auditcomité
In overeenstemming met boek 7, titel 4, hoofdstuk 1 van het
Belgisch Wetboek van Vennootschappen en artikel 5.2 van
de Corporate Governance Code, heeft de Raad van
Bestuur van Belysse een Auditcomité opgericht.
In de loop van 2025 bestond het Auditcomité uit drie leden,
waarvan allen niet-uitvoerende bestuurders zijn en waarvan
een meerderheid onafhankelijke bestuurders zijn.
In de loop van 2025 kwam het Auditcomité negen (9) keer
bijeen. Zoals vereist door het Belgisch Wetboek van
Vennootschappen, beschikt M. Neal Morar, de voorzitter
van het Auditcomité, over de nodige deskundigheid en
ervaring op dit gebied. Er wordt verwezen naar zijn biografie
in de sectie ‘Samenstelling van de Raad van Bestuur’
hierboven.
De voorzitter brengt aan de raad van bestuur verslag uit
over de resultaten van elke vergadering.
De CEO en de CFO zijn geen leden van het Auditcomité,
maar worden uitgenodigd om deel te nemen aan de
vergaderingen. Dat waarborgt een goede interactie tussen
het comité en het management. Indien nodig, worden
andere leden van de Raad van Bestuur uitgenodigd om deel
te nemen aan de vergaderingen van het Auditcomité.
De commissaris woonde drie vergaderingen bij waarin hij
verslag uitbracht over de resultaten van de audit en het
globale auditplan voorstelde.
Naast zijn statutaire bevoegdheden en zijn bevoegdheden
onder het Corporate Governance Charter, besprak het
Auditcomité de volgende belangrijke onderwerpen: de
driemaandelijkse trading updates, de jaarrekeningen, de
rapportage over de (maandelijkse) resultaten en
kasstroomprognoses, de compliance-aanpak en de
bijbehorende policies, het budget voor 2025 en 2026, de
opstart en de voortgang van het nieuwe ERP-project, de
rapportering door de commissaris over bevindingen inzake
interne controle en belangrijke financiële en CSRD-
controlekwesties, evenals over het duurzaamheidsbeleid,
de goedkeuring van niet-auditdiensten en de aanbesteding
voor externe financiële & CSRD-audit, opvolging van het
bodemsaneringsdossier (met OVAM) voor de site in Tielt.
Naam Functie Mandaat sinds Mandaat vervalt
Neal Morar
Niet-uitvoerend bestuurder en voorzitter
van het Auditcomité
2018 2029
Accelium BV,
vertegenwoordigd door
Nicolas Vanden Abeele
Lid en onafhankelijk bestuurder 2017 2029
Vanessa Temple Lid en onafhankelijk bestuurder 2022 2029
Remuneratie- en Benoemingscomité
In overeenstemming met de bepalingen in boek 7, titel 4, hoofdstuk 1 van het Belgisch Wetboek van Vennootschappen en
artikel 5.3 en 5.4 van de Corporate Governance Code, heeft de Raad van Bestuur een Remuneratie- en Benoemingscomité
opgericht. In de loop van 2025 bestond het Remuneratie- en Benoemingscomité uit drie leden, waarvan allen niet-uitvoerende
bestuurders zijn en waarvan een meerderheid onafhankelijke bestuurders zijn:
Naam Functie Mandaat sinds Mandaat vervalt
Michael Kolbeck Voorzitter en niet-uitvoerend bestuurder 2017 2029
Accelium BV,
vertegenwoordigd door
Nicolas Vanden Abeele
Lid en onafhankelijk bestuurder 2017 2029
Itzhak Wiesenfeld Lid en onafhankelijk bestuurder 2019 2025
Heath Road BV,
vertegenwoordigd door
Johan Deburchgrave
Lid en onafhankelijk bestuurder 2025 2029
Corporate Governance
03 Corporate Governance Jaarverslag Belysse 2025 137
In 2025 kwam het Remuneratie- en Benoemingscomité drie
(3) keer bijeen.
De CEO en de HR Director zijn geen leden van het
comité, maar worden uitgenodigd om deel te nemen
aan de vergaderingen, tenzij de leden van het comité
afzonderlijk wensen te vergaderen (bijv. bij bespreking van
bezoldigingen). Dat waarborgt een goede interactie tussen
het comité en het management.
Naast zijn statutaire bevoegdheden en zijn bevoegdheden
onder het Corporate Governance Charter, besprak
het Remuneratie- en Benoemingscomité de volgende
belangrijke onderwerpen: de prestaties van de leden van
het Managementcomité, de betaling van de bonus voor
2024 voor de leden van het Managementcomité en het
algemene management, de vergoedingen en voordelen
voor 2025 voor de leden van het Managementcomité,
evaluatie van de verloning en prestaties van de leden van
het Managementcomité, de Bentley organisatie, de
aanbeveling aan de Raad van Bestuur met betrekking tot de
coöptatie van Mevr. Claire Knollys als bestuurder na het
ontslag van Mevr. Flora Siegert als niet-uitvoerend
bestuurder, de (her)benoeming en de bezoldiging van de
huidige bestuurders tijdens de algemene vergadering van
aandeelhouders van 28 mei 2025, de benoeming van Heath
Road BV, vertegenwoordigd door M. Johan Deburchgrave,
als nieuw lid van het Remuneratie- en Benoemingscomité,
de aanstelling van Jim Cusick als officer in de functie van
Interim-President van Bentley Mills, alsmede de
kennisname van het ontslag van Jay Brown als President
van Bentley Mills, , het 2024 remuneratieverslag en -beleid,
HR uitdagingen en 2025 beoordelingen van talentvolle
medewerkers.
ESG Comité
In November 2023 heeft de Raad van Bestuur een ESG
co
mité opgericht voor een initiële duurtijd van drie jaar.
In overeenstemming met haar intern reglement is het doel
van
het ESG Comité om toezicht te houden op wettelijke
vereisten en ervoor te zorgen dat de vennootschap deze
naleeft, om de effecten en de belangrijkste risico's en
opportuniteiten waarmee de vennootschap wordt
geconfronteerd met betrekking tot milieu-, sociale en
bestuurlijke factoren die een invloed hebben op de
langetermijnprestaties van de vennootschap op te volgen.
Het ESG comité houdt toezicht op het gedrag, de
prestaties en de verslaggeving van de vennootschap met
betrekking tot dergelijke materiële ESG-aangelegenheden,
informeert de Raad van Bestuur en doet aanbevelingen aan
de Raad van Bestuur waar beslissingen, maatregelen of
verbeteringen nodig zijn.
Het ESG Comité wordt voorgezeten door Vanessa Temple,
onafhankelijk en niet-uitvoerend bestuurder van de
vennootschap. Op 31 december 2025 zijn de leden van het
ESG Comité:
Naam Functie
Vanessa Temple
Voorzitter van het ESG Comité en
onafhankelijk bestuurder van de
vennootschap
Cyrille Ragoucy
Lid en Voorzitter van de Raad van
Bestuur
Andrew James
Neuling
Lid en Chief Executive Officer
Andy Rogiest Lid en Chief Financial Officer
Philip Noens
Lid en Directeur R&D en
Duurzaamheid
Tine Pieters Lid en Duurzaamheidsmanager
Belangrijke onderwerpen die in 2025 door het ESG Comité
werden behandeld, waren: rapportering over de status van
de BEYOND KPI's, de CSRD-roadmap en SBTi-doelen van de
vennootschap, ontwikkeling van ESG-governance en ESG
compliance en-risicomonitoring van de vennootschap,
follow-up van de voortgang van product certificering en
belangrijke projecten in het kader van ESG.
Chief Executive Officer
Per 1 maart 2024 werd M. N
euling door de Raad van Bestuur
benoemd tot CEO als opvolger van Cyrille Ragoucy. De CEO
rapporteert rechtstreeks aan de Raad van Bestuur. Hij heeft
de directe operationele verantwoordelijkheid voor de
vennootschap en houdt toezicht op de organisatie en het
dagelijks bestuur van de vennootschap en haar
dochterondernemingen.
De CEO is verantwoordelijk voor de uitvoering en de
opvolging van alle beslissingen van de Raad van Bestuur.
De CEO leidt het Managementcomité, dat aan hem
rapporteert, binnen het kader dat is vastgesteld door de
Raad van Bestuur en onder zijn uiteindelijke supervisie.
Managementco
mité
De CEO leidt het Managementcomité. De andere leden
v
an het Managementcomité worden benoemd en kunnen
worden ontslagen door de Raad van Bestuur op advies van
de CEO en het Remuneratie- en Benoemingscomité.
Het Managementcomité voert de taken uit die worden
toegewezen door de CEO, onder het uiteindelijke toezicht
van de Raad van Bestuur.
De samenstelling van het directiecomité van de
vennootschap is gewijzigd in 2025 als gevolg van het
terugtreden van M. Jay Brown uit zijn functie in Bentley Mills
en de benoeming van M. Jim Cusick als Interim President
van Bentley Mills in Augustus 2025. Met ingang van 13 april
2026 werd Jim Cusick benoemd tot President van Bentley
Mills. Per 31 december 2025 bestaat dit uit volgende leden:
Corporate Governance
03 Corporate Governance Jaarverslag Belysse 2025 138
Naam Functie
EQIDNA BV,
vertegenwoordigd door
Andrew James Neuling
Chief Executive Officer
ANMIRU BV,
vertegenwoordigd door
Andy Rogiest
Chief Financial Officer
Jim Cusick
Interim President
Bentley Mills
Charlotte Veys HR Director
M. Andrew James Neuling
(vertegenwoordiger van EQIDNA BV) trad in
oktober 2022 in dienst bij Belysse als Managing
Director voor Europa en werd CEO op 1 maart
2024. Hij is een ervaren en dynamische
executive die veel ervaring heeft opgedaan in
een aantal sectoren waar hij seniorfuncties
bekleedde. Hij begon zijn carrière in Zuidoost-
Azië in de verlichtingssector waar hij opklom
tot Regional Manager voor Zumtobel voordat
hij naar Europa verhuisde voor zijn MBA. De
heer Neuling ging vervolgens aan de slag bij GE
Plastics in een senior commerciële functie en
leidde vervolgens de ommekeer van GE's
Europese vellen- en folieactiviteiten.
Vervolgens reorganiseerde en stootte hij twee
wereldwijde divisies bij Rio Tinto Alcan af,
voordat hij leidinggevende functies kreeg bij
Mondi Group en Scapa. In 2017 werd de heer
Neuling benoemd tot vicepresident bij Beaulieu
Flooring Solutions. Vlak voor Belysse hielp hij
Melrose bij de verkoop van Nortek HVAC aan
Madison.
M. Neuling heeft een Bachelor’s degree in
Electrical & Electronic Engineering (University of
Adelaide, Australië), een Graduate Diploma in
Marketing (Thames Business School,
Singapore) en een Master of Business
Administration (IMD Business School,
Zwitserland).
M. Andy Rogiest (vertegenwoordiger van
ANMIRU BV) werd begin juni 2022 benoemd tot
Chief Financial Officer van Belysse. Hij heeft
een uitgebreide ervaring in corporate finance
en kwam van de Belgische
gezondheidsinnovator Home Health Products,
waar hij COO was. Daarvoor bekleedde hij
verschillende seniorfuncties in financiën,
strategie en operations bij Imperial Meat
Products, Ontex en PSA HNN.
M. Rogiest heeft een masterdiploma
toegepaste economische wetenschappen
(Universiteit van Gent, België) en financiën
(Vlerick Business School, België).
Mevr. Charlotte Veys begon haar carrière bij
Belysse in 2010. Voordat ze in maart 2022 HR
Director werd, bekleedde ze verschillende
andere HR-functies bij Belysse Group en was
ze Compensation & Benefits manager van de
onderneming.
Mevr. Veys heeft een masterdiploma in de
psychologie (Katholieke Universiteit Leuven,
België).
M. Jim Cusick heeft meer dan 30 jaar ervaring
in de productiesector, waaronder
leidinggevende functies bij Shaw Industries en
Welspun Flooring in India. Hij heeft met succes
leiding gegeven aan grootschalige activiteiten
verspreid over meerdere vestigingen en staat
bekend om zijn sterke toewijding aan veiligheid,
klantgerichtheid, teamontwikkeling en
voortdurende verbetering. Door strategische
visie te combineren met hands-on leiderschap
stimuleert Jim duurzame groei en operationele
uitmuntendheid).
M. Cusick heeft een Bachelor’s degree in
Science, Industrial en Systems Engineering van
de Universiteit van Florida (VS).
Wijziging in 2026
Mevr. Charlotte Veys heeft het bedrijf in januari
2026 verlaten. Ze is vervangen door Mevr.
Sabine Blanchet als interim HR Director.
Mevr. Blanchet is geen lid van het
Managementcomité van de vennootschap.
Corporate Governance
03 Corporate Governance Jaarverslag Belysse 2025 139
Commissaris
De controle van de enkelvoudige en geconsolideerde
jaarrekening van de vennootschap wordt toevertrouwd aan
de commissaris aangesteld op de algemene vergadering
van aandeelhouders, voor een hernieuwbare termijn van
drie jaar. De huidige commissaris is
PricewaterhouseCoopers Bedrijfsrevisoren BV, met
maatschappelijke zetel te 1831 Machelen, Culliganlaan 5,
vertegenwoordigd door de heer Wouter Coppens.
Het mandaat van PricewaterhouseCoopers
Bedrijfsrevisoren BV verstrijkt op de jaarlijkse
aandeelhoudersvergadering die zal worden gevraagd om
de jaarrekening voor het boekjaar afgesloten op 31
december 2025 goed te keuren. In overeenstemming met
de Belgische wetgeving inzake de rotatie van
controlewerkzaamheden bij organisaties van openbaar
belang (OOB) heeft de vennootschap een openbare
aanbesteding uitgeschreven voor haar
controlewerkzaamheden op haar jaarrekeningen.
Artikel 3:71 van het Belgisch Wetboek van Vennootschappen
en artikel 24 van de wet van 7 december 2016 tot
organisatie van het beroep van en het publiek toezicht op
de bedrijfsrevisoren beperken de aansprakelijkheid van
commissarissen van beursgenoteerde bedrijven tot € 12
miljoen voor, respectievelijk, taken betreffende de wettelijke
controle van jaarrekeningen in de zin van artikel 3:55 van
het Belgisch Wetboek van Vennootschappen en andere
taken die zijn voorbehouden aan commissarissen van
beursgenoteerde bedrijven volgens het Belgisch recht of in
overeenstemming met het Belgisch recht, behalve inzake
aansprakelijkheid die het gevolg is van fraude of een andere
bewuste schending van de plicht door de commissaris.
In 2025 bedroeg de vergoeding betaald aan de commissaris
voor auditwerkzaamheden (inclusief CSRD-attest) 524.200 €
en andere attestatieopdrachten (ESEF-attest, diensten in
het kader van de halfjaarrapportering) 32.750 €.
De vergoeding betaald voor andere opdrachten buiten het
auditmandaat bedroeg 26.810 € voor belastinggerelateerde
diensten.
Corporate Governance
03 Corporate Governance Jaarverslag Belysse 2025 140
Relevante informatie in geval van een overnamebod
Artikel 34 van het Koninklijk Besluit van 14 november
2007 betreffende de verplichtingen van emittenten van
effecten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een
gereglementeerde markt, vereist dat beursgenoteerde
vennootschappen bepaalde elementen bekendmaken die
een impact kunnen hebben in geval van een overnamebod.
Kapitaalstructuur
Een uitgebreid overzicht van onze kapitaalstructuur
per 31 december 2025 is te vinden in het hoofdstuk
‘Kapitaalstructuur’ van deze Verklaring inzake
deugdelijk bestuur.
Beperkingen op de overdracht van aandelen
De statuten van de vennootschap leggen geen beperkingen
op aan de overdracht van aandelen. Bovendien is de
vennootschap niet op de hoogte van dergelijke
beperkingen opgelegd door de Belgische wetgeving
behalve in het kader van de Verordening Marktmisbruik.
Houders van effecten met bijzondere
zeggenschapsrechten
Er zijn geen houders van effecten met bijzondere
zeggenschapsrechten dan de hierna beschreven
nominatierechten.
De vennootschap heeft geen aandelenplannen voor
werknemers opgesteld waarbij de zeggenschapsrechten
op de aandelen niet rechtstreeks door de werknemers
worden uitgeoefend.
Beperking van het stemrecht
De statuten van de vennootschap bevatten geen
beperkingen op de uitoefening van het stemrecht door de
aandeelhouders, mits de betrokken aandeelhouders alle
formaliteiten vervullen om tot de algemene vergadering te
worden toegelaten.
Aandeelhoudersovereenkomsten
Belysse is niet op de hoogte van enige
aandeelhoudersovereenkomst die de overdracht van zijn
aandelen of de uitoefening van stemrechten in verband
met zijn aandelen beperkt of zou kunnen beperken.
Regels voor de benoeming en vervanging van leden van
de Raad Bestuur en voor statutenwijzigingen
De duur van het mandaat van bestuurders is volgens de
Belgische wetgeving beperkt tot zes jaar (verlengbaar),
maarde Corporate Governance Code raadt aan de termijn
tot vier jaar te beperken.
Volgens de statuten wordt de vennootschap geleid door
een Raad van Bestuur die bestaat uit minstens vijf
bestuurders.
Zij worden benoemd door de aandeelhoudersvergadering
voor een maximale termijn van vier jaar die hernieuwbaar
is, zoals aanbevolen door de Belgische Corporate
Governance Code. Hun mandaat kan te allen tijde door de
aandeelhoudersvergadering worden ingetrokken.
Indien een van de bestuursmandaten, om welke reden dan
ook, vacant wordt kunnen de overblijvende bestuurders
tijdelijk in deze vacature voorzien totdat de eerstvolgende
aandeelhoudersvergadering een nieuwe bestuurder
benoemt.
Zolang LSF9 Belysse Holdco S.à r.l. (‘LSF9’) of een daarmee
verbonden vennootschap in de zin van artikel 1:20 van het
Belgisch Wetboek van Vennootschappen (een ‘daarmee
verbonden vennootschap’), rechtstreeks of onrechtstreeks,
ten minste 50% bezit van het totale aantal aandelen
uitgegeven door de vennootschap – wat het geval was in
2025 – heeft LSF9 het recht om ten minste vijf bestuurders
voor te dragen die door de aandeelhoudersvergadering
worden benoemd.
Zolang LSF9 of een daarmee verbonden vennootschap,
rechtstreeks of onrechtstreeks, minder dan 50% maar
ten minste 40% bezit van het totale aantal aandelen
uitgegeven door de vennootschap, heeft LSF9 het
recht om vier bestuurders voor te dragen die door de
aandeelhoudersvergadering worden benoemd.
Zolang LSF9 of een daarmee verbonden vennootschap,
rechtstreeks of onrechtstreeks, minder dan 40% maar
ten minste 30% bezit van het totale aantal aandelen
uitgegeven door de vennootschap, heeft LSF9 het
recht om drie bestuurders voor te dragen die door de
aandeelhoudersvergadering worden benoemd.
Corporate Governance
03 Corporate Governance Jaarverslag Belysse 2025 141
Zolang LSF9 of een daarmee verbonden vennootschap,
rechtstreeks of onrechtstreeks, minder dan 30% maar
ten minste 20% bezit van het totale aantal aandelen
uitgegeven door de vennootschap, heeft LSF9 het
recht om twee bestuurders voor te dragen die door de
aandeelhoudersvergadering worden benoemd.
Zolang LSF9 of een daarmee verbonden vennootschap,
rechtstreeks of onrechtstreeks, minder dan 20% maar
ten minste 10% bezit van het totale aantal aandelen
uitgegeven door de vennootschap, heeft LSF9 het
recht om één bestuurder voor te dragen die door de
aandeelhoudersvergadering worden benoemd.
Indien het directe of indirecte aandeelhouderschap
van LSF9 of een met LSF9 verbonden vennootschap in
de vennootschap daalt tot onder één van de hierboven
genoemde drempels, zal LSF9 een bij zijn voordracht
benoemde bestuurder zijn of haar ontslag als bestuurder
doen indienen met ingang van de datum van de
eerstvolgende jaarlijkse aandeelhoudersvergadering, bij
gebreke waarvan het mandaat van de bestuurder die als
laatste werd benoemd op voordracht van LSF9,
automatisch eindigt op de datum van de eerstvolgende
jaarlijkse aandeelhoudersvergadering.
De CEO is verantwoordelijk voor het dagelijkse bestuur
van de vennootschap en de vertegenwoordiging van de
vennootschap met betrekking tot dit bestuur. De CEO wordt
benoemd en kan worden ontslagen door de Raad van
Bestuur.
Binnen de grenzen van de bevoegdheden die hem/haar
door of krachtens de statuten zijn toegekend, kan de CEO
bijzondere en beperkte bevoegdheden delegeren aan een
Managementcomité of aan enige andere persoon.
Behoudens kapitaalverhogingen beslist door de Raad van
Bestuur binnen de grenzen van het toegestane kapitaal,
is enkel een buitengewone aandeelhoudersvergadering
bevoegd tot wijziging van de statuten van de vennootschap.
Een algemene vergadering van aandeelhouders is het enige
orgaan dat kan beraadslagen over statutenwijzigingen,
overeenkomstig de statuten van het Belgisch Wetboek van
Vennootschappen.
Corporate Governance
03 Corporate Governance Jaarverslag Belysse 2025 142
Toegestaan kapitaal en inkoop van eigen aandelen
Toegestaan kapitaal
Volgens artikel 6 van de statuten kan de Raad van Bestuur
het maatschappelijk kapitaal van de vennootschap één of
meerdere malen verhogen met een (gecumuleerd) bedrag
van maximaal 100% van het bedrag van het
maatschappelijk kapitaal.
Die machtiging kan worden verlengd overeenkomstig de
wettelijke bepalingen ter zake. De Raad van Bestuur kan
die bevoegdheid uitoefenen voor een periode van vijf jaar
vanaf de datum van bekendmaking in de Bijlagen tot het
Belgisch Staatsblad van de statutenwijziging die werd
goedgekeurd door de buitengewone algemene vergadering
van aandeelhouders van 22 mei 2024.
Alle kapitaalverhogingen waartoe op grond van deze
machtiging kan worden besloten, zullen geschieden in
overeenstemming met de door de Raad van Bestuur te
bepalen modaliteiten en kunnen worden verwezenlijkt
(i) door middel van een inbreng in geld of in natura
(desgevallend met inbegrip van een beschikbare
uitgiftepremie), (ii) door omzetting van reserves, al dan
niet beschikbaar voor uitkering, en uitgiftepremies, met
of zonder uitgifte van nieuwe aandelen met of zonder
stemrecht. De Raad van Bestuur kan deze machtiging
ook gebruiken voor de uitgifte van converteerbare
obligaties, inschrijvingsrechten of obligaties waaraan
inschrijvingsrechten of andere roerende waarden zijn
verbonden, of andere effecten.
Bij gebruik van zijn machtiging in het kader van het
toegestane kapitaal kan de Raad van Bestuur, in het
belang van de vennootschap, binnen de perken en
overeenkomstig de voorwaarden voorgeschreven door het
Wetboek van Vennootschappen, het voorkeurrecht van de
aandeelhouders beperken of opheffen. Die beperking of
opheffing kan ook gebeuren ten gunste van
personeelsleden van de vennootschap of haar
dochtervennootschappen of ten gunste van één of meer
bepaalde personen, zelfs als zij geen personeelsleden zijn
van de vennootschap of haar dochtervennootschappen.
De Raad van Bestuur is uitdrukkelijk gemachtigd om over
te gaan tot een kapitaalverhoging onder alle vormen, met
inbegrip van maar niet beperkt tot een kapitaalverhoging
die gepaard gaat met de beperking of de opheffing van het
voorkeurrecht, (zelfs na ontvangst door de vennootschap
van een kennisgeving door de FSMA) van een overnamebod
op de aandelen van de vennootschap. In dat geval moet
de kapitaalverhoging evenwel voldoen aan de aanvullende
voorwaarden, voorzien in artikel 7:202 van het Wetboek
van vennootschappen en verenigingen. De aan de raad
van bestuur verleende bevoegdheden blijven van kracht
gedurende een periode van drie jaar te rekenen vanaf de
datum van publicatie in de Bijlagen bij het Belgisch
Staatsblad van de machtiging van de buitengewone
vergadering van 22 mei 2024. Deze bevoegdheden kunnen
voor een nieuwe periode van drie jaar worden verlengd door
een besluit van de aandeelhoudersvergadering,
beraadslagen en beslissen in overeenstemming met de
toepasselijke regels. De kapitaalverhogingen waartoe
besloten werd in het kader van deze machtiging zullen
toegerekend worden aan het resterend deel van het
toegestane kapitaal waarvan sprake is in de eerste
paragraaf.
In de loop van 2025 deed de Raad van Bestuur geen beroep
op de machtiging tot verhoging van het kapitaal van de
Onderneming, zoals vermeld in artikel 6 van de statuten.
Corporate Governance
03 Corporate Governance Jaarverslag Belysse 2025 143
Inkoop van eigen aandelen
In overeenstemming met artikel 16 van de statuten kan de
vennootschap, zonder voorafgaande machtiging van de
algemene vergadering, overeenkomstig artikel 7:215 van het
Belgisch Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen
en binnen de grenzen die deze artikelen voorzien, maximaal
20% van haar eigen aandelen op of buiten een
gereglementeerde markt verkrijgen, tegen een
eenheidsprijs die de wettelijke vereisten zal naleven, maar
alleszins niet meer dan 10% lager zal zijn dan de laagste
slotkoers van de laatste dertig beursdagen voorafgaand
aan de verrichting en niet meer dan 10% hoger zal zijn dan
de hoogste slotkoers van de laatste dertig beursdagen
voorafgaand aan de verrichting. Deze machtiging is geldig
gedurende vijf jaar vanaf de datum van publicatie in de
Bijlagen tot het Belgisch Staatsblad van de machtiging
goedgekeurd door de buitengewone algemene
vergadering van 22 mei 2024. Deze machtiging geldt ook
voor de verwerving op of buiten een gereglementeerde
markt door een rechtstreekse dochtervennootschap zoals
bedoeld in en binnen de grenzen van artikel 7:221, eerste lid,
van het Belgisch Wetboek van Vennootschappen en
Verenigingen. Als de verwerving gebeurt door de Raad van
Bestuur buiten een gereglementeerde markt, zelfs van een
dochtervennootschap, moet de Raad van Bestuur artikel
7:215 §1, 4° van het Belgisch Wetboek van
Vennootschappen naleven.
De Raad van Bestuur is gemachtigd om – als hij de
bepalingen van het Wetboek van Vennootschappen en
Verenigingen naleeft – voor rekening van de vennootschap,
haar eigen aandelen, winstbewijzen of certificaten die
daarop betrekking hebben te verkrijgen en te vervreemden
voor het geval zulke verkrijging of vervreemding noodzakelijk
is ter voorkoming van een ernstig en dreigend nadeel voor
de vennootschap. Deze machtiging is geldig gedurende
drie jaar vanaf de datum van publicatie in de Bijlagen tot het
Belgisch Staatsblad van de machtiging goedgekeurd door
de buitengewone algemene vergadering van 22 mei 2024.
Overeenkomstig artikel 7:218 van het Belgisch Wetboek van
Vennootschappen en Verenigingen is de Raad van Bestuur
gemachtigd om te allen tijde en tegen een door hem
bepaalde prijs een deel van of alle aandelen van de
Vennootschap te vervreemden, op of buiten de beurs of in
het kader van zijn vergoedingsbeleid voor de
personeelsleden van de Vennootschap. Deze machtiging
heeft betrekking op de desinvestering van de aandelen,
winstbewijzen of gelijkgestelde certificaten van de
vennootschap door een rechtstreekse
dochtervennootschap in de zin van artikel 7:221, eerste lid,
van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen. Bij
besluit van de buitengewone algemene vergadering
gehouden op 22 mei 2024 en in overeenstemming met
artikel 7:218 §1, 4° van het Wetboek van Vennootschappen
en Verenigingen, is de Raad van Bestuur uitdrukkelijk
gemachtigd om de aandelen van de vennootschap te
vervreemden in het voordeel van personen die niet tot het
personeel van de vennootschap behoren.
In de loop van 2025 deed de Raad van Bestuur geen beroep
op de machtiging om eigen aandelen van de vennootschap
te verwerven, zoals vermeld in artikel 16 van de statuten.
Corporate Governance
03 Corporate Governance Jaarverslag Belysse 2025 144
Materiële overeenkomsten waarbij Belysse of bepaalde van zijn
dochterondernemingen een partij is die bepalingen inzake wijziging van
zeggenschap bevat
Senior Secured Notes
Sinds 31 december 2023 had LSF9 Belysse Issuer S.à r.l. (de
‘Emittent’) een totaalbedrag van € 128.684.663 in hoofdsom
(exclusief gekapitaliseerde interesten) van Senior Secured
Notes met vervaldatum 2024 (de ‘2024 Notes’), die waren
uitgegeven krachtens een indenture op datum van 8 maart
2021, zoals gewijzigd (de ‘Indenture’), en € 1.838.700 in
hoofdsom van senior notes met looptijd tot 2030 (de ‘2030
Notes’) die zijn uitgegeven krachtens indenture op datum
van 3 augustus 2015, zoals gewijzigd.
Op 5 februari 2024 herfinancierde de Emittent alle
uitstaande 2024 Notes met de opbrengst van een nieuwe €
120 miljoen (equivalent) Term Facility agreement van
Blantyre aan Belysse Investments S.à r.l. (zie verder). De
herfinanciering werd gedeeltelijk voltooid door het
terugkopen van de 2024 Notes, in bezit van bepaalde
obligatiehouders die ongeveer 75% van de totale
uitstaande 2024 Notes, aanhielden tegen een prijs die gelijk
was aan 86,5% van de nominale waarde, waarbij het
resterende bedrag werd afgelost tegen 100% van de
nominale waarde via de optionele aflossingsbepalingen
van de Indenture.
Revolving Credit Facility
Op 31 december 2023 had de Emittent een Super Senior
Revolving Credit Facility van € 45 miljoen die vervalt in
2024 (de ‘Bestaande RCF’). Op 11 januari 2024 is de directe
dochtervennootschap van de Emittent, LSF9 Belysse
Investments S.à r.l. een nieuwe super senior revolving
credit facility van € 20 miljoen (de ‘Nieuwe RCF’)
aangegaan, die de Bestaande RCF, op heden geannuleerde,
heeft vervangen. De Nieuwe RCF is beschikbaar gesteld
onder de gebruikelijke voorwaarden voor faciliteiten van
deze aard, met een looptijd die eindigt op 2 augustus 2027,
met de optie om met één jaar te verlengen als de nieuwe
Term Facility gelijktijdig wordt verlengd.
De Nieuwe RCF bepaalt dat een gehele of gedeeltelijke
verplichte vooruitbetaling vereist is bij het zich voordoen
van bepaalde omstandigheden (elk een ‘Exit Event’),
namelijk of (i) een vervreemding van alle of vrijwel alle
activa van LSF9 Belysse Investments S.à r.l. of haar
dochterondernemingen of (ii) een wijziging van
zeggenschap waarbij (a) bepaalde aandeelhouders die
direct of indirect een meerderheid van de totale uitstaande
aandelen van LSF9 Belysse Investments S.à r.l. in handen
hebben (de ‘Toegelaten Aandeelhouders’) niet langer meer
dan 40% van de aandelen van LSF9 Belysse Investments S.à
r.l. bezitten, (b) enige persoon meer aandelen in LSF9
Belysse Investments S.à r.l. verwerft dan in totaal worden
gehouden door de Toegelaten Aandeelhouders, (c) de
Emittent ophoudt alle aandelen van LSF9 Belysse
Investments S.à.r.l. rechtstreeks te bezitten (met
uitzondering van aandelen die voor een tijdelijke periode
worden uitgegeven aan roll-up investeerders) of (d) een
verkoop van de bedrijfsactiviteiten van de Vennootschap
die worden uitgevoerd in de Verenigde Staten.
Gecommitteerde Term Facility
Op 7 december 2023 is LSF9 Belysse Investments S.à r.l.
een nieuwe termijnfaciliteit aangegaan van € 120 miljoen
(equivalent) verstrekt door Blantyre (de ‘Termijnfaciliteit’).
De Term Facility is beschikbaar gesteld tegen de
gebruikelijke voorwaarden voor faciliteiten van deze aard,
geprijsd aan 6,00% p.a. contante betaling en 5,00% p.a.
payment-in-kind (‘PIK’) rente (met betrekking tot leningen
in EUR) en 7,00% p.a. contante betaling en 5,00% p.a.
PIK-rente (met betrekking tot leningen in USD) (in beide
gevallen, vaste rente, behalve dat PIK-rente op leningen
in EUR en leningen in USD onderworpen is aan een
leveragegebaseerde margin ratchet en dus in elk geval
kan stijgen met nog eens 2,00% p.a. wanneer bepaalde
financiële ratio’s worden overschreden). De PIK-rente wordt
gekapitaliseerd aan het einde van elke renteperiode en
levert rente op tegen de geldende rentevoet. LSF9 Belysse
Investments S.à r.l. kan eenzijdig verzoeken om de looptijd
van de Term Facility met één jaar te verlengen.
De Term Facility bepaalt dat een verplichte gehele of
gedeeltelijke vooruitbetaling vereist is bij het zich voordoen
van een Exit Event.
Er zijn diverse pandovereenkomsten gesloten, waaronder,
maar niet beperkt tot, materiële bankrekeningen van
verschillende entiteiten binnen de groep en
aandelenpandovereenkomsten met betrekking tot de
operationele entiteiten van de groep. Deze
pandovereenkomsten zijn verleend ten gunste van de
kredietverstrekkers van de Term Facility en de doorlopende
RCF.
Corporate Governance
03 Corporate Governance Jaarverslag Belysse 2025 145
Als voorwaarde voor de financiering kreeg Blantyre
‘contingent value rights’ (de ‘CVR’) toegekend die
gekoppeld zijn aan de waarde van het eigen vermogen
van Belysse Group NV, die, bij het optreden van bepaalde
gebeurtenissen, de CVR-houder het recht geven
op een contante betaling of, naar keuze van Belysse
(onder voorbehoud van de goedkeuring van de vereiste
aandeelhouders), een uitgifte van aandelen gelijk aan 20%
van de waarde van het eigen vermogen van Belysse Group
NV boven een totale eigen vermogenswaarde drempel van
€41,1 miljoen (de ‘Drempel’). De betalingen onder de CVRs
moeten worden gedaan: (i) verplicht in het geval van een
verkoop van alle of vrijwel alle activa van, of aandelen in,
Belysse Group NV; en (ii) naar keuze van de CVR-houder
van de in het geval dat ofwel (a) het aandelenbezit de
Toegelaten Aandeelhouders daalt tot 40% of minder; of (b)
een andere persoon of in onderling overleg handelende
personen meer aandelen in Belysse Group NV verwerven
dan de Toegelaten Aandeelhouders (de gebeurtenissen
beschreven onder (i) en (ii) hierboven, elk een ‘CVR Control
Event’). Naast een CVR Control Event hebben de CVR-
houders de mogelijkheid om hun ‘betalingsrechten uit te
oefenen vanaf 7 december 2027.
De opbrengst van de Term Facility is gebruikt om de
herfinanciering van alle uitstaande 2024 Notes te voldoen
(zie hierboven).
Sale-and-leaseback
Op 20 december 2019 sloot de vennootschap een sale-and-
leaseback overeenkomst met drie banken. Indien
een derde partij controle over de vennootschap verwerft,
hebben de banken het recht om de overeenkomst naar
eigen goeddunken te beëindigen. Die change of control-
clausule werd goedgekeurd door de algemene vergadering
van aandeelhouders van 26 mei 2020 overeenkomstig
artikel 7:151 van het Belgisch Wetboek van
Vennootschappen.
Op 31 maart 2022 werd deze sale-and-leaseback
overeenkomst gesplitst in het kader van een partiële
splitsing in het kader van de Desinvestering en bleef ze bij
de vennootschap enkel met
betrekking tot het de vestiging in Tielt.
Factoringovereenkomsten
Verscheidene dochtervennootschappen van de
Vennootschap sloten afzonderlijke overeenkomsten
voor factuurdiscontering met KBC Commercial Finance
NV (“KBCCF”) op 1 april 2022, krachtens welke deze
dochtervennootschappen de eigendom van al hun huidige
en toekomstige handelsvorderingen die onder dergelijke
overeenkomsten vallen, overdragen aan KBCCF. Deze
overeenkomst is verschillende keren gewijzigd. De laatste
wijziging dateert van 1 juni 2024.
Volgens de toepasselijke algemene voorwaarden zijn de
uitstaande bedragen onmiddellijk verschuldigd in geval van
een wijziging in zeggenschap, indien een dergelijke wijziging
niet in het belang van de bank zou zijn. De algemene
voorwaarden bevatten typische clausules die standaard zijn
voor dit soort transacties, met inbegrip van gronden voor
beëindiging indien het beoogde transactievolume niet wordt
bereikt.
Op 31 oktober 2024 sloot Bentley Mills, Inc. (“Bentley Mills”)
een factoringovereenkomst met KBC Commercial Finance NV
(“KBCCF”) krachtens dewelke Bentley Mills aan KBCCF alle
vorderingen verkoopt die voortvloeien uit de verkopen van
Bentley Mills in verband met haar activiteiten.
Langetermijnincentiveplan 2022
Op 15 juni 2022 heeft de Raad van Bestuur een nieuw
langetermijnincentiveplan (het ‘LTIP 2022’) goedgekeurd.
De PSU’s ontvangen onder het LTIP 2022 zullen worden
toegekend aan relevante managers die nog steeds diensten
verlenen aan de Belysse Groep op de derde verjaardag
van hun toekenning, voor zover de koers van het aandeel
van de vennootschap bepaalde doelstellingen bereikt. De
clausule die voorziet in een versnelde toekenning van PSU’s
in geval van de afsluiting van een openbaar overnamebod
op de vennootschap werd goedgekeurd door de algemene
vergadering van aandeelhouders van 26 mei 2020,
overeenkomstig artikel 7:151 van het Belgisch Wetboek van
Vennootschappen.
Ontslagvergoeding wegens beëindiging van het contract
van bestuurders of werknemers ingevolge een
overnamebod
De vennootschap heeft met haar bestuurders of
werknemers geen enkele overeenkomst gesloten die zou
leiden tot de betaling van een specifieke ontslagvergoeding
indien, ingevolge een overnamebod, de bestuurders of
werknemers ontslag nemen, ontslagen worden of hun
arbeidsovereenkomst beëindigd wordt.
Zie sectie ‘Bepalingen betreffende individuele
ontslagvergoedingen voor leden van het
Managementcomité/Bepalingen inzake
ontslagvergoedingen’ van deze Corporate Governance
Verklaring over ontslagvergoedingen van de leden van het
Managementcomité.
Corporate Governance
03 Corporate Governance Jaarverslag Belysse 2025 146
Belangenconflicten
Belangenconflicten van bestuurders
Artikels 7:96 en 7:97 van het Belgisch Wetboek van
Vennootschappen voorzien in een bijzondere procedure
als een bestuurder van de vennootschap, behalve voor
bepaalde vrijgestelde beslissingen of transacties, direct
of indirect een persoonlijk vermogensrechtelijk belang
heeft dat strijdig is met een beslissing of transactie die
behoort tot de bevoegdheden van de Raad van Bestuur.
De betrokken bestuurder moet de andere bestuurders,
evenals de commissaris, vóór enige beslissing van de Raad
van Bestuur op de hoogte brengen. Voor beursgenoteerde
vennootschappen mag de bestuurder met het
belangenconflict niet deelnemen aan de beraadslaging of
stemming over de conflicterende beslissing of transactie.
Relevant deel van de notulen van de Raad van Bestuur
van 29 februari 2024
Alvorens de beraadslaging startte, deelde M. Cyrille
Ragoucy een belangenconflict, zoals gedefinieerd in artikel
7:96 van het Belgisch Wetboek van Vennootschappen en
Verenigingen, mee aangaande volgend punt op de agenda:
op aanbeveling van het Remuneratie- en
Benoemingscomité en onder voorbehoud van goedkeuring
door de algemene vergadering van de vennootschap, de
goedkeuring van de vergoeding die wordt betaald als
compensatie voor de mandaten van M. Cyrile Ragoucy als
bestuurder en voorzitter van de Raad van Bestuur van de
vennootschap en voor zijn rol als adviseur aan het
management, zoals opgenomen in de nieuwe
bestuurdersovereenkomst van M. Cyrille Ragoucy.
Het belangenconflict ontstaat doordat M. Ragoucy zowel
bestuurder van de vennootschap is en tevens zal vergoed
worden voor consultancy diensten ten behoeve van de
vennootschap.
Met inachtneming van artikel 7:96 van het Belgische
Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen, erkent de
Raad van Bestuur dat de goedkeuring van de vergoeding die
moet worden betaald voor de mandaten van M. Cyrille
Ragoucy als bestuurder en voorzitter van de Raad van
Bestuur van de vennootschap en voor zijn rol als adviseur
van het management, de volgende financiële gevolgen zou
hebben voor de vennootschap: een jaarlijkse vergoeding
voor de voorzitter van de Raad van Bestuur van 70.000 €
bruto, en een jaarlijkse vergoeding voor de
consultancydiensten als adviseur van het management van
130.000 € bruto.
Overeenkomstig artikel 7:96 van het Belgisch Wetboek van
Vennootschappen, heeft M. Ragoucy zich onthouden van
deelname aan de beraadslagingen en de stemming over de
besluiten. De Raad merkt op dat de heer Ragoucy niet heeft
deelgenomen aan de beraadslaging en besluitvorming over
de goedkeuring.
De Raad van Bestuur heeft genoteerd dat M. Ragoucy niet
deelnam aan de beraadslagingen en de besluitvorming over
de goedkeuring van agendapunten die aanleiding gaven tot
het belangenconflict, en dat desondanks aan de vereisten
inzake quorum is voldaan.
Ondanks het hierboven genoemde belangenconflict heeft
elke bestuurder de notulen ondertekend en daarmee alle
documenten, gebeurtenissen en transacties die in de
notulen worden vermeld, goedgekeurd en bevestigd dat ze
in het belang van de Vennootschap zijn.
Corporate Governance
03 Corporate Governance Jaarverslag Belysse 2025 147
Naleving van de Belgische Corporate Governance Code 2020
Belysse verbindt zich tot een hoge standaard voor zijn
corporate governance en baseert zich ter referentie
voor het boekjaar eindigend op 31 december 2025 op de
Belgische Corporate Governance Code van 2020. Omdat
de Corporate Governance Code gebaseerd is op een ‘pas
toe of leg uit’-systeem, neemt de Raad van Bestuur zich
voor om de Corporate Governance Code na te leven, met
uitzondering van de volgende bepalingen:
1. krachtens de statuten kan de vennootschap aandelen,
aandelenopties en andere effecten toekennen die
vroeger dan drie jaar na hun toekenning uitoefenbaar
worden. De huidige Long Term Incentive Plans (2020
LTIP en 2022 LTIP) omvatten een wachtperiode van drie
jaar na de datum van beloning van de PSU’s, met als
enige uitzondering een versnelde PSU inbezitstelling in
geval van de sluiting van een openbaar overnamebod
op de vennootschap. De Raad is van mening dat de
inbezitstelling van de Performance Share Units aan de
relevante managers die op de derde verjaardag van hun
toekenning nog steeds diensten verlenen aan de
Belysse Group, een duurzame en langdurige verbintenis
van deze managers tot het creëren van
aandeelhouderswaarde bevordert die inspeelt op het
doel van Principe 7,11 van de Corporate Governance
Code;
2. de groep van bestuurders die worden benoemd op
voordracht van LSF9 Belysse Holdco S.à r.l. vormen
de meerderheid van de bestuurders (5 van de 9) als
gevolg van het meerderheidsaandeelhouderschap
van dat bedrijf. Deze situatie is specifiek voor de
aandeelhoudersstructuur van de vennootschap en
is gebaseerd op nominatierechten zoals bepaald in
de statuten van de vennootschap. Daar LSF9 Belysse
Holdco S.à r.l. het aandeelhouderschap onder bepaalde
overeengekomen percentages vermindert, wordt ook
het recht om bestuurders te benoemen verminderd
(zie hierboven). Het Remuneratie- en
Benoemingscomité streeft ernaar om in overleg met
LSF9 Belysse Holdco S.à r.l. ervoor te zorgen dat de
Raad van Bestuur evenwichtig is en dat niet-
uitvoerende bestuurders aanvullende vaardigheden en
ervaring hebben;
3. de niet-uitvoerende bestuurders van de Raad van
Bestuur worden niet vergoed in aandelen, die
worden aangehouden tot één jaar na hun vertrek uit
de Raad van Bestuur en ten minste drie jaar na het
moment van de toekenning. Hun persoonlijke
belangen zijn afgestemd op de
langetermijnbelangen van de Onderneming. Ook de
niet-uitvoerende onafhankelijke bestuurders
worden niet vergoed in aandelen, omdat de
vennootschap van oordeel is dat ze op deze manier
voldoende gericht zijn op het creëren van waarde
op lange termijn voor de vennootschap en dat ze
op die manier hun onafhankelijke status behouden.
Dit zal jaarlijks opnieuw worden bekeken;
4. de leden van het Managementcomité worden niet
vergoed in aandelen. Om de persoonlijke belangen
van het directiecomité af te stemmen op de
belangen van de langetermijnaandeelhouders
werden andere mechanismen ingevoerd, nl. LTIP en
variabele bezoldiging;
5. de variabele bezoldiging die voor 2025 aan de leden
van het Management Comité werd toegekend, was
gebaseerd op de financiële doelstellingen van de
groep (voor management op groepsniveau: CEO,
CFO en HR Director) of financiële doelstellingen
voor een divisie (CEO en MD Europe en MD Bentley)
en niet op individuele doelstellingen. Dit zal jaarlijks
opnieuw worden bekeken;
6. in de contracten met de leden van het
directiecomité worden geen specifieke bepalingen
opgenomen over de terugvordering van of de
inhouding van de betaling van variabele
bezoldiging. De gebruikelijke triggers die zijn
opgenomen in terugvorderingsbepalingen, zoals
fraude of ernstig wangedrag, kunnen op andere
manieren worden aangepakt, zoals ontslag (om
dringende reden), terugvordering op basis van
burgerlijk recht, uitsluiting van D&O-
verzekeringsdekking en andere. Bovendien is het
aantal situaties dat aanleiding kan geven tot een
terugvordering zeer beperkt, aangezien subsidies
voor variabele beloningen gebaseerd zullen zijn op
gecontroleerde financiële informatie.
Corporate Governance
03 Corporate Governance Jaarverslag Belysse 2025 148
Remuneratieverslag
Inleiding
Vergoeding van bestuurders
Het remuneratieverslag is gestructureerd om op een
transparante manier informatie te verschaffen en te
voldoen aan de meest recente regels, voorschriften en
richtlijnen inzake de (gestandaardiseerde) presentatie van
remuneratieverslagen, met inbegrip van de Shareholder
Rights Directive en de daarmee verwante Belgian
Implementation Act.
De vergoeding die in 2025 aan de leden van de Raad
van Bestuur en het Managementcomité werd betaald,
was in overeenstemming met het remuneratiebeleid
van Belysse zoals herzien en goedgekeurd door de
aandeelhoudersvergadering van 22 mei 2024.
Dit remuneratiebeleid zet de bestaande praktijken
voort, maar actualiseert bepaalde principes om de
langetermijnbelangen van het bedrijf en de afstemming van
alle stakeholders te bevorderen.
Tijdens het boekjaar 2025 is Belysse niet afgeweken van de
principes in zijn remuneratiebeleid.
In overeenstemming met de remuneratieprincipes van de
vennootschap zoals beslist door de algemene vergadering
van aandeelhouders van 22 mei 2024, kunnen enkel de
onafhankelijke en niet-uitvoerende bestuurders van de Raad
van Bestuur aanspraak maken
op een (vaste) vergoeding voor hun bestuursmandaat.
Er werd geen bestuurdersvergoeding betaald aan de
bestuurders die werden benoemd op voordracht van
LSF 9 Belysse Holdco S.à r.l.
De vergoeding van de onafhankelijke leden van de Raad van
Bestuur was als volgt in 2025:
• Jaarlijkse onafhankelijke bestuurdersvergoeding
van € 40.000 bruto;
• Extra jaarlijkse vergoeding elk Comité-
lidmaatschap (Audit Comité en Remuneratie-en
Benoemingscomité) van € 10.000 bruto;
• Extra jaarlijkse vergoeding voor de voorzitter van
het ESG Comité van € 10.000 bruto
De vergoeding van M. Ragoucy als niet-uitvoerend lid
van de Raad van Bestuur was als volgt in 2025:
• Jaarlijkse vergoeding als voorzitter van de Raad van
Bestuur van € 70.000 bruto, en;
• Jaarlijkse vergoeding voor consultancydiensten als
een adviseur van het management van € 130.000
bruto.
Corporate Governance
03 Corporate Governance Jaarverslag Belysse 2025 149
Naam / functie
Voorzitter
schap
Adviseur van
het
management
Onafhankelij
k bestuurder
AC-
lidmaats
chap
RNC-
lidmaats
chap
Voorzitter
van het
ESG
Comité
Totaal
Cyrille Ragoucy
Voorzitter van de Raad
van Bestuur
€ 70.000 € 130.000 - - - -
€ 200.000
Michael Kolbeck
Niet-uitvoerend
bestuurder
Voorzitter van het
Remuneratie- en
Benoemingscomité
- -
-
- - -
Flora Siegert
Niet-uitvoerend
bestuurder
- - - - - -
Claire Knollys
Niet-uitvoerend
bestuurder
- - - - - -
Accelium BV,
vertegenwoordigd
door Nicolas Vanden
Abeele
Onafhankelijk
bestuurder
- € 40.000 € 10.000 € 10.000 - € 60.000
Heath Road BV,
Vertegenwoordigd
door Johan
Deburchgrave
Onafhankelijk
bestuurder
- € 23.333 - € 5.833 - € 29.166
Vanessa Temple
Onafhankelijk
bestuurder
Voorzitter van het ESG
Comité
- € 40.000 € 10.000 - € 10.000 € 60.000
Itzhak Wiesenfeld
Onafhankelijk
bestuurder
- € 16.667 € 4.167 € 20.834
Neal Morar
Niet-uitvoerend
bestuurder
Voorzitter van het
Auditcomité
- -
-
- -
Hannah Strong
Niet-uitvoerend
bestuurder
- - - - -
Patrick Lebreton
Niet-uitvoerend
bestuurder
- - - - -
Vishesh Khatnani - - - - -
Totaal € 70.000 € 130.000 € 120.000 € 20.000 € 20.000 €10.000 € 370.000
Er werden geen andere vergoedingen betaald aan de leden van de Raad van Bestuur voor hun bestuursmandaat.
Er werd in totaal € 370.000 bruto toegekend.
Corporate Governance
03 Corporate Governance Jaarverslag Belysse 2025 150
Vergoeding toegekend aan de CEO en andere leden
van het Managementcomité
De bezoldiging van de leden van het Managementcomité
werd op 6 maart 2025 door de Raad van Bestuur herzien
op basis van de aanbevelingen van het Remuneratie- en
Benoemingscomité van 5 maart 2025.
In overeenstemming met de remuneratieprincipes
van de vennootschap zoals beslist door de algemene
vergadering van aandeelhouders van 22 mei 2024,
omvatte de bezoldiging van de leden van het
Managementcomité (i) een vaste jaarlijkse vergoeding, (ii)
een variabele jaarlijkse vergoeding
(kortetermijnincentiveplan (‘STIP’)), (iii) een
langetermijnincentiveplan (‘LTIP’), (iv) pensioenbijdragen,
en (v) diverse andere voordelen.
(i) Vaste jaarlijkse vergoeding
Voor het boekjaar 2025 ontving de CEO een vaste
jaarlijkse vergoeding van € 358.958 (bruto) en ontvingen
de andere leden van het Managementcomité een totale
vaste jaarlijkse vergoeding van € 715.328 (bruto).
(ii) Kortetermijnincentiveplan (‘STIP’)
Het kortetermijnincentiveplan beloont de realisatie van
belangrijke financiële prestatie-indicatoren met
doelstellingen die worden aanbevolen door het
Remuneratie- en Benoemingscomité en goedgekeurd
door de Raad van Bestuur voor de periode van 1 januari
2025 tot 31 december 2025.
Voor de CFO en de HR Director was het STIP voor
2025 gebaseerd op de financiële doelstellingen van de
groep: 70% op de Gecorrigeerde EBITDA van de groep en
30% op de cash op kwartaalbasis van de groep.
Voor de CEO was het STIP voor 2025 gebaseerd op de
financiële doelstellingen van de groep en de divisies: 20%
op de gecorrigeerde EBITDA van de groep, 50% op de
gecorrigeerde EBITDA van de divisie en 30% op de cash
op kwartaalbasis van de groep.
Voor de Managing Director van Bentley was het STIP
gebaseerd op financiële doelstellingen van de divisie:
70% op de Gecorrigeerde EBITDA van de divisies en 30%
op cash op kwartaalbasis van de divisies.
Het Remuneratie- en Benoemingscomité heeft voor elk
lid van het Managementcomité de verwezenlijking van
de prestatiedoelstellingen voor 2025 geëvalueerd en
hun variabele vergoedingscomponent op korte termijn
voorgesteld aan de Raad van Bestuur.
Het doel van de variabele vergoeding is het creëren van
een prestatiegerichte cultuur door middel van een bonus
in contanten gekoppeld aan prestaties ten opzichte van
gecontracteerde te leveren prestaties, waarbij rekening
wordt gehouden met het voorkomen van excessief risico
nemen. Het STIP is in de hele organisatie geharmoniseerd.
Het is bedoeld om de manager te belonen voor de prestaties
van de vennootschap en haar divisies over een periode van één
jaar.
De variabele vergoeding is niet gespreid over de tijd.
In 2025 bedroeg het STIP-objectief 66% van de vaste
jaarlijkse vergoeding voor de CEO en, gemiddeld, 40% van
de jaarlijkse vaste vergoeding voor de andere leden van het
Managementcomité.
(iii) Langetermijnincentiveplan (‘LTIP’)
In 2018 heeft de Raad van Bestuur beslist om jaarlijkse
langetermijnincentiveplannen (‘LTIP’s’) in te voeren om voor
afstemming te zorgen tussen het belang van de managers
en de aandeelhouders. De LTIP’s bestaan uit Performance
Share Units (‘PSU’s’).
De PSU’s in het LTIP 2018 zullen worden toegekend aan
relevante managers die nog steeds diensten verlenen
aan Belyssa Group op de derde verjaardag van hun
toekenning en worden omgezet in aandelen, voor zover
de koers van het aandeel van de vennootschap bepaalde
doelstellingen heeft bereikt met een minimale drempel
van € 13,25 per aandeel voor een eventuele omzetting. Het
LTIP 2018 werd toegekend aan de toenmalige leden van het
Managementcomité. In 2021 werd de drempelwaarde niet
bereikt, dus werden er geen PSU’s toegekend.
In 2019 werd een gelijkaardig LTIP ontworpen om de
prestaties en langetermijngroei van Balta Group te
stimuleren door langetermijnincentives toe te kennen aan
managers die bijdragen aan dergelijke prestaties en groei,
en het was ook bedoeld om de aanwerving en retentie
van uitmuntend personeel te vergemakkelijken. De PSU’s
ontvangen onder het LTIP 2019 zullen worden toegekend
aan relevante managers die nog steeds diensten verlenen
aan de groep op de tweede en derde verjaardag van hun
toekenning, voor zover de koers van het aandeel van de
vennootschap bepaalde doelstellingen heeft bereikt die
allemaal beduidend boven de huidige koers van het aandeel
liggen. De clausule die voorziet in een versnelde toekenning
van PSU’s in geval van de afsluiting van een openbaar
overnamebod op de vennootschap werd goedgekeurd door
de algemene vergadering van aandeelhouders van 28 mei
2019, overeenkomstig artikel 7:151 van het Belgisch Wetboek
van Vennootschappen. Het LTIP 2019 werd toegekend aan de
CEO en aan de andere leden van het Managementcomité.
In 2022 werd de drempelwaarde niet bereikt, dus werden er
geen PSU’s toegekend.
Corporate Governance
03 Corporate Governance Jaarverslag Belysse 2025 151
Voor dezelfde doeleinden werd ook een LTIP 2020
ingevoerd. De PSU’s ontvangen onder het LTIP 2020 zullen
worden toegekend aan relevante managers die nog
steeds diensten verlenen aan de Belysse Groep op de
derde verjaardag van hun toekenning, voor zover de koers
van het aandeel van de vennootschap bepaalde
doelstellingen bereikt. De clausule die voorziet in een
versnelde toekenning van PSU’s in geval van de afsluiting
van een openbaar overnamebod op de vennootschap
werd goedgekeurd door de algemene vergadering van
aandeelhouders van 26 mei 2020, overeenkomstig artikel
7:151 van het Belgisch Wetboek van Vennootschappen.
Het LTIP 2020 werd toegekend aan de leden van het
Managementcomité, behalve aan de CEO.
In 2021 werd er geen LTIP ingevoerd.
Voor dezelfde doeleinden als de vorige LTIP’s werd een
LTIP 2022 ingevoerd. De PSU’s ontvangen onder het LTIP
2022 zullen worden toegekend aan relevante managers
die nog steeds diensten verlenen aan de Belysse Groep
op de derde verjaardag van hun toekenning, voor zover de
koers van het aandeel van de vennootschap bepaalde
doelstellingen bereikt. De clausule die voorziet in een
versnelde toekenning van PSU’s in geval van de afsluiting
van een openbaar overnamebod op de vennootschap
werd goedgekeurd door de algemene vergadering van
aandeelhouders van 26 mei 2020, overeenkomstig artikel
7:151 van het Belgisch Wetboek van Vennootschappen.
Het LTIP 2022 werd toegekend aan de leden van het
Managementcomité, behalve aan de CEO.
In 2023, 2024 en 2025 werd er geen LTIP ingevoerd.
(iv) Pensioenbijdragen
Leden van het Managementcomité komen in aanmerking
voor aansluiting bij een groepsverzekering.
(v) Andere voordelen
Leden van het Managementcomité komen in aanmerking
voor een bedrijfswagen of autovergoeding, maaltijdcheques
en vaste onkostenvergoedingen.
(vi) Vergoedingen toegekend aan de CEO als lid van
het Managementcomité
Voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2025 was
de totale vergoeding van de CEO als volgt:
• Basissalaris (brutobezoldiging): € 358.958
• Variabele bezoldiging (op basis van de prestaties
in 2025, uitbetaald in 2026): € 41.359
• Pensioen: nihil
• Overige componenten van de vergoeding
(bedrijfswagen, tankkaart en smartphone): nihil
• Er werden geen PSU’s toegekend in 2025.
(vii) Vergoeding toegekend aan de andere leden van
het Managementcomité
Voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2025
was de totale vergoeding van de andere leden van het
Managementcomité als volgt:
• Basissalaris (brutobezoldiging): € 715.328
• Variabele bezoldiging (op basis van de prestaties
in 2025, uitbetaald in 2026): € 66.239
• Pensioen: € 9.975
• Overige componenten van de vergoeding
(bedrijfswagen, verzekering, maaltijdcheques,
vergoeding voor representatiekosten): € 93.352
• Er werden geen PSU’s toegekend in 2025.
Corporate Governance
03 Corporate Governance Jaarverslag Belysse 2025 152
Belangrijkste voorwaarden van LTIP
Informati
e
betreffen
de het
boekjaar
In 2023, 2024 en 2025 werd er geen LTIP ingevoerd.
Begunst
-igden
Plan-
nen
Prestatieperiode
Toekenningsdatum
Datum van uitoefening
PSU
toegekend
In bezit
gestelde
aandelen
Leden
van het
Manage-
ment-
comité
2022 01/07/2022 - 01/07/2025 01/07/2022 01/07/2025 52.205 0
2020 11/09/2020 - 11/08/2023 11/09/2020 11/08/2023 84.500 0
2019 Periode 1:
05/16/2019 - 05/15/2021
Periode 2:
05/16/2019 - 05/15/2022
16/05/2019 Uitoefeningsdatum 1:
05/15/2021
Uitoefeningsdatum 2:
05/15/2022
343.500
0
2018 07/01/2018 - 06/30/2021 07/01/2018 46.666 0
Overzicht vergoedingen
Naam en functie
Vaste
jaarlijkse
vergoeding
STIP
LTIP
Pensioen
Diverse
andere
voordelen
Totale
vergoeding
% vast en
variabel
CEO
€ 358.958 € 41.359 € 0 € 0 € 0 € 400.317 90% vast
10%
variabel
Andere leden van het
Managementcomité
€ 715.328 € 66.239 € 0 € 9.975 € 93.352 € 884.894 81% vast
19%
variabel
Corporate Governance
03 Corporate Governance Jaarverslag Belysse 2025 153
Wijzigingen aangebracht aan het remuneratiebeleid sinds het einde van 2025
Er werden geen wijzigingen aangebracht aan het remuneratiebeleid sinds het einde van 2025.
Bepalingen betreffende individuele
ontslagvergoedingen voor leden van het
Managementcomité/ontslagbepalingen
In de loop van 2025 werden geen wijzigingen
aangebracht aan de volgende ontslagbepalingen voor
de genoemde leden van het Managementcomité.
Behalve bij beëindiging in bepaalde gevallen
van contractbreuk, heeft de CEO recht op een
opzeggingstermijn van zes (6) maanden of een
opzeggingsvergoeding die gelijk is aan de vaste
vergoeding waar hij tijdens die periode van zes
maanden recht op zou hebben gehad.
Behalve bij beëindiging in bepaalde gevallen van
contractbreuk, heeft de CFO recht op een minimale
opzeggingstermijn van zes (6) maanden en een
opzeggingsvergoeding die gelijk is aan het relevante
gedeelte van dit vaste bedrag bij vroegtijdige beëindiging
van de opzeggingstermijn.
Behalve in geval van beëindiging onder bepaalde omstandigheden
heeft M. Jim Cusick recht op een opzegtermijn van zestig (60)
dagen of op een vergoeding ter vervanging van de opzegtermijn
gelijk aan het basissalaris dat tijdens de opzegtermijn verschuldigd
zou zijn geweest of zou zijn opgebouwd.
Mevrouw Charlotte Veys heeft de vennootschap in januari 2026
verlaten.
Vergelijkende informatie over wijziging van verloning en bedrijfsprestaties, en verhouding
Corporate Governance
03 Corporate Governance Jaarverslag Belysse 2025 154
Terugvorderingsbepaling met betrekking tot de leden
van het Managmentcomité
Er zijn geen terugvorderingsbepalingen. Er zijn geen
specifieke bepalingen over de terugvordering of
inhouding
van de betaling van variabele vergoedingen opgenomen
in de contracten met leden van het Managementcomité.
De gebruikelijke trigger-events die zijn opgenomen in
terugvorderingsbepalingen, zoals fraude, grove
nalatigheid
of opzettelijk wangedrag, kunnen op een andere manier
worden aangepakt, zoals door ontslag (om dwingende
reden), terugvordering van gelden op basis van burgerlijk
recht, uitsluiting van D&O-verzekeringsdekking en andere.
Bovendien is het aantal situaties dat aanleiding kan
geven tot een terugvordering zeer beperkt, aangezien de
toekenning van variabele vergoedingen wordt gebaseerd
op de gecontroleerde jaarrekening.
Naleving van het remuneratiebeleid,
langetermijndoelstellingen en duurzaamheid
De bezoldiging is afgestemd op de huidige marktpraktijk
en streeft naar een marktmediane positie voor het totale
salarispakket. De bezoldiging en het bezoldigingssysteem
belonen individuele prestaties.
De variabele vergoeding op korte termijn stimuleert acties en
resultaten in overeenstemming met de jaarlijkse
bedrijfsdoelstellingen. De betrokkenheid op lange termijn bij de
vennootschap wordt gestimuleerd via een op aandelen gebaseerd
langetermijnincentiveplan dat rekening houdt met de
aandelenprestaties van de vennootschap. Belysse’s
bezoldiging beloont zijn werknemers op een eerlijke
en gepaste manier, ongeacht geslacht, nationaliteit of
geloofsovertuiging, en zal uitsluitend gebaseerd zijn op
functie en prestaties.
Afwijkingen van het remuneratiebeleid
Er waren geen afwijkingen in 2025.
In 2025 was de verhouding tussen het hoogst bezoldigde
kaderlid en de minst bezoldigde werknemer (op basis van
voltijdsequivalenten) binnen de vennootschap 1.
Informatie over de stemming van aandeelhouders
De algemene vergadering van aandeelhouders van 28 mei 2025
keurde het remuneratieverslag voor het boekjaar 2024
goed met een meerderheid van 93,7%.
Corporate Governance
03 Corporate Governance Jaarverslag Belysse 2025 155
Risicobeheer en intern controlesysteem
Inleiding
Belysse hanteert een risicobeheer- en controlesysteem
in overeenstemming met het Belgische Wetboek van
Vennootschappen en de Corporate Governance Code
Belysse wordt in het kader van zijn bedrijfsvoering en
activiteiten blootgesteld aan uiteenlopende risico’s, die
de realisatie van de doelstellingen van de vennootschap
kunnen bedreigen of in de weg staan. Het beheersen van
dergelijke risico’s is een kerntaak van de Raad van Bestuur,
het Managementcomité en alle andere medewerkers met
leidinggevende verantwoordelijkheden. Ons risicobeheer-
en controlesysteem is ontwikkeld om de volgende
doelstellingen te bereiken: de bedrijfsdoelen van Belysse
realiseren, operationele uitmuntendheid bereiken, zorgen
voor correcte en tijdige financiële rapportering en alle
toepasselijke wetten en richtlijnen naleven.
Controleomgeving
De controleomgeving vormt de basis van ons risicobeheer-
en controlesysteem. De controleomgeving wordt bepaald
door een mix van formele en informele regels en een
bedrijfscultuur waarop de bedrijfsvoering steunt.
Drie lijnen van verdediging
Belysse past het model van de ‘drie lijnen van verdediging’
toe om rollen en verantwoordelijkheden te verduidelijken
en de communicatie op het gebied van risico en controle te
verbeteren:
• Eerste lijn van verdediging: het lijnmanagement is
de eerste instantie die verantwoordelijk is voor de
voortdurende beoordeling van nieuwe risico’s en de
uitvoering van controles in reactie op die risico’s.
• Tweede lijn van verdediging: toezichtfuncties zoals
Finance, Controlling, Safety Health Environment and
Quality, Compliance en Legal houden toezicht op
het risicobeheer zoals dat door de eerste lijn van
verdediging wordt uitgevoerd. Degenen die de
tweede verdedigingslinie vormen, geven sturing en
richting en gaan na of de eerste lijn van verdediging
goed is opgezet, op haar plaats zit en werkt zoals
bedoeld.
• Derde lijn van verdediging: externe auditors,
toezichthouders en andere externe organen
bevinden zich buiten de organisatiestructuur, maar
spelen een belangrijke rol in de algemene bestuurs-
en controlestructuur van de organisatie. Wanneer
ze effectief worden gecoördineerd, kunnen externe
auditors, regelgevers en andere groepen buiten de
organisatie worden beschouwd als extra
verdedigingslijnen die zekerheid bieden aan de
aandeelhouders van de organisatie, met inbegrip
van het bestuur en het senior management. Er is
geen interne audit (director) aangezien de huidige
controleomgeving geacht wordt voldoende
beveiliging te bieden op het vlak van risico en
controle.
Beleidslijnen, procedures en processen
Onze bedrijfscultuur berust op een breed en robuust
beleidskader met verschillende regels, richtlijnen,
procedures en praktijken, o.a.: het beleid voor de bestrijding
van fraude, corruptie en witwaspraktijken; het beleid
inzake geschenken en entertainment; het beleid inzake
reis- en onkostenvergoedingen; het beleid inzake niet-audit
diensten;
het beleid inzake voorbehouden zaken;
het antitrustbeleid; het economisch sanctiebeleid; het
beleid inzake delegatie van bevoegdheden; het uitgebreide
beleid voor gegevensbescherming en -privacy (AVG,
inclusief nieuwe beleidsregels voor externe partners
en nieuwe medewerkers); het klokkenluidersbeleid; en
onze kwaliteitsmanagementsystemen. Zowel de Raad
van Bestuur als het Managementcomité ondersteunen
die beleidsregels en de bijbehorende acties ten volle.
Medewerkers worden regelmatig geïnformeerd en
getraind over deze onderwerpen teneinde een afdoend
risicomanagement te hebben, alsook controle op
alle niveaus en in alle geledingen van de organisatie.
Belysse is een bedrijf met een open cultuur, dat
ernaar streeft de hoogste bedrijfsethiek na te leven.
Aangezien onethisch gedrag in de meeste organisaties
kan voorkomen, is een open bedrijfscultuur niet altijd
voldoende om dergelijk onethisch gedrag te elimineren.
Daarom heeft Belysse in 2020 een ‘peak-up’-procedure,
-beleid en -tool geïmplementeerd. We hebben het
bewustzijn voor alle medewerkers van Belysse verder
verspreid in de daaropvolgende jaren. Gevallen die in de
Whistleblowing-tool worden gemeld, worden anoniem
behandeld door een speciaal onderzoeksteam. Algemene
en discrete rapportering over klokkenluiderszaken wordt
verstrekt aan het Auditcomité.
ERP-systeem van de groep
Zowel Belysse Europe als Belysse Bentley hebben
een centraal beheerd ERP-platform, dat de rollen en
verantwoordelijkheden op divisieniveau omvat. Deze
systemen zorgen voor gestandaardiseerde stromen,
belangrijke interne controles, en worden regelmatig
onderworpen aan testen uitgevoerd door de afdeling
Corporate Finance. Het systeem zorgt ook voor een
gedetailleerde opvolging van onze activiteiten en een
rechtstreekse centrale toegang tot gegevens. Sinds 2023
wordt het ERP-platform van Belysse Europe l gehost in twee
extern gecertificeerde datacenters, beiden geaccrediteerd
met ISO9001 en ISO27001. Begin 2025 is Belysse Europe
gestart met de analyse en implementatie van een modern,
cloudgebaseerd ERP- en shopfloor platform. Dit programma
is gericht op de integratie, standaardisatie en
vereenvoudiging van bedrijfsprocessen en data binnen de
hele organisatie. Door een greenfield-aanpak te hanteren
voor de implementatie van deze uniforme en schaalbare
digitale backbone, wil Belysse Europe de operationele
efficiëntie verder versterken, de ondersteuning van onze
klanten verbeteren en de strategische evolutie van een
Make to Stock (MTS)- naar een Make to Order (MTO)-
bedrijfsmodel ondersteunen. Deze transformatie is bedoeld
om de transparantie, het reactievermogen en de veerkracht
op lange termijn binnen onze end-to-end-waardeketen te
verbeteren.
Corporate Governance
03 Corporate Governance Jaarverslag Belysse 2025 156
Controleactiviteiten
Er zijn controlemaatregelen genomen om de gevolgen van
de risico’s te beperken zodat Belysse haar doelstellingen
kan realiseren. Deze controleactiviteiten zijn opgenomen
in de belangrijkste processen en systemen van Belysse om
ervoor te zorgen dat de risicoresponsen en de algemene
doelstellingen van Belysse worden uitgevoerd zoals
ontworpen.
De controleactiviteiten worden in de hele organisatie
uitgevoerd op alle niveaus en binnen alle afdelingen. De
volgende controlemaatregelen zijn genomen bij Belysse
Europa: een cascaderegeling voor autorisatie in het
computersysteem, toegang- en monitoringsystemen
in de gebouwen, betalingsmachtigingen, telling van
inventarissen, inventarisatie van machines en uitrusting,
dagelijkse controle van de kaspositie en een intern
rapporteringssysteem waarmee zowel financiële gegevens
als operationele gegevens op regelmatige basis worden
gerapporteerd. Afwijkingen van budgetten en voorgaande
referteperiodes worden zorgvuldig geanalyseerd
en toegelicht. Sinds 2023 zijn een reeks aanvullende
beveiligingsmaatregelen, waaronder MFA,
ZTNA-technologie en netwerksegmentatie met firewalls, in
voege om de beveiliging van alle gegevens die in
computersystemen zijn opgeslagen te garanderen.
Informatie en communicatie
Belysse erkent het belang van tijdige, volledige en
correcte uitwisseling van informatie, zowel top-down
als bottom-up. De Groep communiceert daarom
operationele en financiële informatie zowel op divisie- als
op groepsniveau. Het algemeen principe is te zorgen
voor een consistente en tijdige communicatie aan alle
belanghebbenden over alle informatie die van invloed is op
hun verantwoordelijkheidsgebied.
Alle belangrijke bedrijfsprocessen worden beheerd via
het ERP-systeem van elke divisie. Dat biedt niet alleen
uitgebreide functionaliteit op het gebied van interne
rapportering en communicatie, maar ook de mogelijkheid
om toegangsrechten en autorisatiebeheer centraal te
regelen en te controleren. Verdere
acties werden ondernomen om de veiligheid en
toegankelijkheid van de rapporteringstools die door de
divisie Belysse Europa worden gebruikt, te waarborgen.
Het Managementcomité bespreekt ook maandelijks de
bereikte financiële resultaten. Het departement Corporate
Finance stuurt het informatie- en communicatieproces aan.
Zowel voor de interne als voor de externe rapportering en
communicatie is een financiële kalender opgesteld met alle
rapporteringsdata, die aan alle betrokken partijen wordt
meegedeeld.
Risicobeheer
Deugdelijk risicobeheer begint bij het identificeren en
beoordelen van de risico’s die verbonden zijn aan de
vennootschap, om deze risico’s te minimaliseren zodat de
organisatie haar doelstellingen kan bereiken en waarde kan
creëren voor haar belanghebbenden.
Alle medewerkers van Belysse zijn verantwoordelijk voor
het tijdig identificeren en kwalitatief beoordelen van de
risico’s binnen hun verantwoordelijkheidsgebied. Belysse
heeft haar belangrijkste bedrijfsrisico’s geïdentificeerd en
geanalyseerd. Daarvoor wordt verwezen naar het hoofdstuk
‘Samenvatting van belangrijkste risico’s’ van dit jaarverslag.
Risicobeheer en interne controle met betrekking tot
financiële rapportering
De correcte en consistente toepassing van de
boekhoudregels in de vennootschap wordt gewaarborgd
door middel van procedures en richtlijnen voor financiën
en boekhouding. De boekhoudteams zijn verantwoordelijk
voor het produceren van de boekhoudcijfers, terwijl de
controleteams de validiteit van de gegevens controleren.
Die controles omvatten consistentietoetsen, waarbij de
huidige cijfers worden vergeleken met historische en
budgetcijfers, alsook steekproeven van transacties op basis
van hun materialiteit. Er zijn specifieke interne controles
met betrekking tot de financiële rapportering uitgevoerd,
waaronder het gebruik van een periodieke afsluitings- en
rapporteringschecklist. Die checklist zorgt voor een
duidelijke communicatie van tijdslijnen, de volledigheid van
taken en de duidelijke toewijzing van verantwoordelijkheden.
Uniforme rapportering van financiële informatie in de hele
organisatie zorgt voor een consistente informatiestroom,
waardoor potentiële onregelmatigheden snel kunnen
worden gedetecteerd.
Het ERP-systeem en de managementinformatietools
van elke Afdeling geven het centrale controleteam
onmiddellijk toegang tot gesplitste financiële en niet-
financiële informatie. In overleg met de Raad van Bestuur
en het Managementcomité wordt een externe financiële
kalender voorzien. Deze kalender wordt bekendgemaakt
aan externe stakeholders via de sectie Investeerders van
onze bedrijfswebsite. Het doel van die externe financiële
rapportering is de belanghebbenden van Belysse de
informatie te verschaffen die nodig is voor het nemen van
solide zakelijke beslissingen. Het toezicht en de controle
worden voornamelijk uitgeoefend door de Raad van
Bestuur via het Auditcomité en het Managementcomité.
Interne audit rapporteert ook aan het Auditcomité over het
risicogebaseerde auditplan. Risicogebaseerde auditing
richt zich op de analyse en het beheer van de bedrijfs-,
operationele en strategische risico’s. Het doel is om de
Raad van Bestuur en het Auditcomité de zekerheid te geven
dat de risicomanagementprocessen doeltreffend en
adequaat worden beheerd met betrekking tot de
risicobereidheid.
Bovendien brengt de commissaris in het kader van de
controle van de jaarrekening verslag uit aan het Auditcomité
over zijn beoordeling van de interne controles en de
risicobeheersystemen. Daarbij richt de commissaris zich
op de organisatie en doeltreffendheid van de interne
controlesystemen die relevant zijn voor het opstellen van de
jaarrekening.
Remuneratiebeleid
03 Corporate Governance Jaarverslag Belysse 2025 157
Bereik
De Raad van Bestuur heeft het remuneratiebeleid
opgesteld in overeenstemming met artikel 7:89/1 van het
Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (het
‘WVV’) en de Belgische Corporate Governance Code 2020
(de ‘Corporate Governance Code’). Het bepaalt de
remuneratieprincipes ten aanzien van de leden van de Raad
van Bestuur en het Managementcomité.
Op voorstel van het Remuneratie- en Benoemingscomité
heeft de Raad van Bestuur op 18 april 2024 het
remuneratiebeleid goedgekeurd. Het bijgewerkte beleid
werd goedgekeurd op de aandeelhoudersvergadering van
22 mei 2024. Het remuneratiebeleid is van toepassing
binnen Belysse vanaf 1 januari 2024 en vervangt het
vroegere remuneratiebeleid, dat werd goedgekeurd op de
aandeelhoudersvergadering van 26 mei 2021.
De bezoldiging van de leden van de Raad van Bestuur
en het Managementcomité zal worden betaald in
overeenstemming met het remuneratiebeleid.
Bij een materiële wijziging van het beleid, en in ieder geval
ten minste om de vier (4) jaar, legt de Raad van Bestuur een
(herzien en door het Remuneratie- en Benoemingscomité
voorgesteld) remuneratiebeleid voor aan de
aandeelhoudersvergadering. Niet-materiële wijzigingen aan
het beleid zullen worden doorgevoerd zonder dat daarvoor
de goedkeuring van de aandeelhouders is vereist.
Belysse’s visie op bezoldiging
De remuneratiefilosofie van Belysse beoogt alle werknemers
eerlijk en correct te vergoeden voor hun bijdrage.
Het algemene remuneratiebeleid en de
bezoldigingspraktijken
worden beheerst door de volgende principes:
• De bezoldiging moet in lijn worden gebracht met de
huidige marktpraktijken en streven naar een
marktmediane positionering van het totale
salarispakket.
• De bezoldiging moet individuele prestaties belonen.
• De variabele verloning op korte termijn moet acties
en resultaten stimuleren die in lijn zijn met de
jaarlijkse bedrijfsdoelstellingen.
• De betrokkenheid op lange termijn bij de
onderneming wordt gestimuleerd via een op
aandelen gebaseerd lange termijn incentiveplan dat
rekening houdt met de aandelenprestaties van de
vennootschap.
• Belysse zal haar werknemers eerlijk en gepast
belonen, ongeacht geslacht, nationaliteit en
geloofsovertuiging. Dit zal uitsluitend gebaseerd zijn
op functie en prestaties.
Het algemene remuneratiebeleid en de
bezoldigingspraktijken van Belysse worden regelmatig
geëvalueerd en geactualiseerd, teneinde de duurzaamheid
van de vennootschap en de succesvolle uitvoering van haar
strategie te bevorderen, en zo waarde te blijven creëren
voor alle belanghebbenden, waaronder klanten,
aandeelhouders en werknemers.
Remuneratiebeleid
03 Corporate Governance Jaarverslag Belysse 2025 158
Leden van de Raad van Bestuur
Besluitvormingsproces en maatregelen om
belangenconflicten te vermijden of te beheren.
De aandeelhoudersvergadering bepaalt de bezoldiging van
de leden van de Raad van Bestuur op voorstel van de Raad
van Bestuur. De Raad van Bestuur keurt haar voorstel goed
op voorstel van het Remuneratie- en Benoemingscomité.
Bij het bepalen van de bezoldiging van niet-uitvoerende
bestuurders wordt rekening gehouden met hun rol als
gewoon lid van de Raad van Bestuur en hun specifieke rol
als voorzitter van de Raad van Bestuur, voorzitter of lid van
comités van de Raad van Bestuur, alsook met de daaruit
voortvloeiende verantwoordelijkheden en inzet voor de
ontwikkeling van de vennootschap. Het
remuneratiesysteem is erop gericht personen aan te
trekken en te behouden die over de nodige ervaring en
competenties beschikken voor die rol.
De aandeelhoudersvergadering is als enige bevoegd voor
de bezoldiging van de leden van de Raad van Bestuur. Die
exclusieve bevoegdheid garandeert dat er op dit gebied
geen belangenconflicten bestaan.
Om de onafhankelijkheid van de Raad van Bestuur in zijn
toezichthoudende functie op het Managementcomité te
verzekeren en om kortetermijnuitkeringen te vermijden
die de langetermijnvisie van Belysse in gevaar brengen,
hebben niet-uitvoerende bestuurders geen recht
op prestatiegebonden bezoldiging, zoals bonussen,
aandelengerelateerde langetermijnincentiveprogramma’s,
voordelen in natura of pensioenvoordelen.
Remuneratiecomponenten
Sinds de goedkeuring door de aandeelhoudersvergadering
bestaat de bezoldiging toegekend aan de niet-uitvoerende
bestuurders uit de volgende vaste elementen:
• Bestuurdersvergoeding voor niet-uitvoerende
bestuurders
• Bijkomende vergoeding voor lidmaatschap van het
comité (per comité)
• Extra vergoeding voor de voorzitter van de Raad
van Bestuur
Deze worden maandelijks betaald.
Het bedrag van de bezoldiging wordt bepaald op basis van
de marktpraktijk. Om de twee jaar worden salarisenquêtes
gehouden om ervoor te zorgen dat de beloningsniveaus in
overeenstemming zijn met de marktpraktijken. De
bezoldiging van de leden van de Raad van Bestuur kan om
de twee jaar worden herzien.
De onafhankelijke bestuurders ontvangen geen variabele
bezoldiging, aandelen, aandelenopties of andere rechten
om aandelen te verwerven (of andere op aandelen
gebaseerde bezoldigingen), noch andere bonussen of
voordelen.
Benoeming, ontslag en evaluatie van de bestuurders
De bestuurders hebben een zelfstandig statuut en worden
benoemd door de aandeelhoudersvergadering
voor een periode van maximaal vier jaar (overeenkomstig de
bepalingen van de statuten van de vennootschap en het
WVV).
De aandeelhoudersvergadering kan een bestuurder ontslaan
zonder opzeggingstermijn of opzeggingsvergoeding, zonder
opgave van redenen, en bij meerderheid van stemmen. Het
staat de aandeelhoudersvergadering evenwel vrij om bij
ontslag een opzeggingstermijn of opzeggingsvergoeding
toe te kennen.
Aan het einde van het mandaat van elke bestuurder
beoordeelt het Remuneratie- en Benoemingscomité ook
zijn/haar aanwezigheid op de vergaderingen van de Raad
van Bestuur of van de comités, zijn/haar inzet en zijn/haar
constructieve betrokkenheid bij de besprekingen en de
besluitvorming. Het Remuneratie- en Benoemingscomité
houdt rekening met die evaluatie bij het formuleren van zijn
aanbevelingen inzake (her)benoemingen en bezoldiging aan
de Raad van Bestuur.
Remuneratiebeleid
03 Corporate Governance Jaarverslag Belysse 2025 159
Leden van het Managementcomité
Besluitvormingsproces en maatregelen om
belangenconflicten te vermijden of te beheren.
De Raad van Bestuur bepaalt de bezoldiging van de
leden van het Managementcomité op voorstel van het
Remuneratie- en Benoemingscomité.
Het Remuneratie- en Benoemingscomité (bijgestaan door
gespecialiseerde personeelsleden) bepaalt de voorstellen
met betrekking tot de bezoldiging van de CEO en de
andere leden van het Managementcomité, rekening
houdend met de geldende wetgeving, de Corporate
Governance Code, het profiel van het individu in termen
van competenties en beroepservaring, en de courante
marktpraktijken en-tendensen.
Bij het vaststellen van de remuneratieniveaus wordt
rekening gehouden met passende marktreferenties en -
benchmarks, zodat de nadruk ligt op beloning naar
prestaties. Die aanpak helpt topmanagers aan te trekken, te
engageren, te behouden en te motiveren, en zorgt er
tegelijk voor dat hun gedrag in overeenstemming blijft met
onze waarden en strategie.
Op basis van het advies van het Remuneratie- en
Benoemingscomité bepaalt de Raad van Bestuur de
bezoldiging die aan de CEO en de andere leden van het
Managementcomité wordt toegekend. De Raad van
Bestuur zal de vergoedingen op geregelde tijdstippen
evalueren. Het bedrag in kwestie is opgesplitst in een vaste
component en prestatie-gerelateerde componenten.
De CEO en de HR Director zijn geen lid
van het Remuneratie- en Benoemingscomité, maar
worden uitgenodigd om de vergaderingen bij te wonen,
tenzij de besprekingen binnen het Remuneratie- en
Benoemingscomité betrekking hebben op hun
eigen bezoldiging. We verwijzen hier ook naar de
belangenconflictregeling van artikel 7:96 van het WVV.
De CEO voert een jaarlijkse evaluatie uit van de prestaties
van elk lid van het Managementcomité en bespreekt de
resultaten met het Remuneratie- en Benoemingscomité,
dat zal rapporteren aan de Raad van Bestuur.
De Raad van Bestuur komt ook jaarlijks bijeen in een niet-
uitvoerende sessie (d.w.z. zonder aanwezigheid van de
CEO) om de prestaties van de CEO te bespreken en te
evalueren.
Remuneratiecomponenten
De bezoldiging die kan worden toegekend aan de leden van
het Managementcomité bestaat uit de volgende
elementen:
• Vaste bezoldiging
• Korte termijn variabele bezoldiging
• Eenmalige bonussen
• Lange termijn incentiveplan
• Andere voordelen
Vaste bezoldiging
De vaste bezoldiging bestaat uit een vaste jaarlijkse
vergoeding in contanten, die onafhankelijk van de resultaten
van Belysse wordt toegekend.
De vaste jaarlijkse vergoeding wordt bepaald op basis van
verschillende criteria, zoals de marktwaarde van de functie,
de reikwijdte van de functie en het profiel van de bekleder in
termen van vaardigheden en beroepservaring.
Het doel van de gegarandeerde vaste vergoeding is de
manager te compenseren voor tijd en competenties tegen
een marktconform tarief. Belysse streeft ernaar haar
managers te betalen tegen de mediaan van de markt.
Om een correcte benchmark te kunnen uitvoeren, laat het
Remuneratie- en Benoemingscomité minstens om de twee
jaar een salarisstudie uitvoeren door een extern bedrijf.
De salarissen worden elk jaar geëvalueerd. Alle managers
komen in aanmerking voor verhogingen op basis van hun
prestaties en hun positie op de markt, maar hebben daar
niet automatisch recht op.
Remuneratiebeleid
03 Corporate Governance Jaarverslag Belysse 2025 160
Korte termijn variabele bezoldiging
De korte termijn variabele bezoldiging bestaat uit een korte
termijn incentiveplan (‘STIP’), betaald in contanten.
Het doel van het STIP is het creëren van een
prestatiegerichte cultuur door middel van een bonus in
contanten gekoppeld aan jaarlijkse prestatiedoelstellingen,
waarbij rekening wordt gehouden met het voorkomen van
excessief risico nemen. Het STIP is in de hele organisatie
geharmoniseerd. Het is bedoeld om de manager te
belonen voor de prestaties van de vennootschap en haar
divisies over een periode van één jaar.
Het STIP beloont de realisatie van financiële KPI’s ten
opzichte van doelstellingen die door de Raad van Bestuur
zijn vastgelegd op aanbeveling van het Remuneratie- en
Benoemingscomité. Die targets zijn uitsluitend gebaseerd
op de realisatie van financiële doelstellingen voor de groep
of de divisie. Voor de leden van het Managementcomité
zijn de doelstellingen gebaseerd op drie financiële
indicatoren, afgestemd op de jaarlijkse doelstellingen. Het
kan gaan om prestatie-indicatoren op groepsniveau of op
divisieniveau. Die KPI’s worden op voorstel van het
Renumeratiecomité eenmaal per jaar goedgekeurd door de
Raad van Bestuur.
Die financiële KPI’s creëren een nauw verband tussen
de belangen van de leden van het Managementcomité
enerzijds en de vennootschap en haar aandeelhouders
anderzijds. De erkenning van concrete prestaties,
zowel op groeps- als op divisieniveau, draagt bij tot
het langetermijnbelang en de duurzaamheid van de
vennootschap en tot de succesvolle verwezenlijking van
haar strategie.
De prestaties ten opzichte van de doelstellingen (en de
daaruit voortvloeiende uitbetalingen) worden jaarlijks
beoordeeld door de Raad van Bestuur op aanbeveling van
het Remuneratie- en Benoemingscomité, daarin bijgestaan
door de controlling en finance-afdeling.
Het jaarlijkse potentieel van het STIP voor de leden van het
Managementcomité bedraagt tot 70% van hun respectieve
vaste jaarlijkse vergoeding, met een minimum van 0% in het
geval van onderpresteren en een maximum van 170% in het
geval van overpresteren.
Voor de CEO kan het jaarlijkse potentieel van het STIP bij
het behalen van de doelstellingen oplopen tot 100% van zijn
jaarlijkse vaste vergoeding, met een minimum van 0% in het
geval van onderpresteren en een maximum van 200% in het
geval van overpresteren.
Eenmalige bonussen
De Raad van Bestuur kan, in uitzonderlijke of specifieke
omstandigheden en op aanbeveling van het Remuneratie en
Benoemingscomité, eenmalige bonussen toekennen aan
één of meerdere leden van het Managementcomité voor
bijzondere prestaties.
De eenmalige bonussen kunnen tot 100% van de
jaarlijkse vaste vergoeding van het betrokken lid van het
Managementcomité bedragen.
Remuneratiebeleid
03 Corporate Governance Jaarverslag Belysse 2025 161
Lange termijn incentiveplan
Het Lange termijn incentiveplan (‘LTIP’) bestaat uit een
vergoeding in Performance Share Units (‘PSU’s’).
De PSU’s worden toegekend aan relevante leden van het
Managementcomité die nog steeds diensten verlenen
aan de vennootschap op de derde verjaardag van hun
toekenning en worden omgezet in aandelen voor zover
de koers van het aandeel van de vennootschap bepaalde
doelstellingen bereikt met een zekere minimumdrempel.
De ontvangen aandelen zijn niet onderworpen aan enige
lock-up-overeenkomsten.
Zoals goedgekeurd door de algemene vergadering van
aandeelhouders van 16 juni 2017 in overeenstemming met
artikel 7:151 van het WVV, wordt de toekenning van de PSU’s
versneld in het geval van een wijziging van de zeggenschap
of de afsluiting van een openbaar overnamebod op de
vennootschap.
Het LTIP heeft tot doel om de belangen van de managers
en de aandeelhouders op één lijn te brengen. Het is ook
bedoeld om de aanwerving en het behoud van personeel
met uitmuntende capaciteiten te vergemakkelijken. Op
die manier draagt het LTIP bij tot de bedrijfsstrategie en de
lange termijn belangen van de vennootschap.
Op basis van een jaarlijkse voorlegging komen de leden
van het Managementcomité in aanmerking voor (maar
hebben ze niet automatisch recht op) een toekenning van
PSU’s onder het LTIP. Op voorstel van het Remuneratie- en
Benoemingscomité beslist de Raad van Bestuur over de
voorwaarden en modaliteiten van het LTIP en keurt de Raad
de lijst van begunstigden goed.
De Raad van Bestuur zal, op voorstel van het
Remuneratiecomité, eenmaal per jaar de drempelprijs, de
accelerator en de verwervingsdatum goedkeuren.
De waarde van de PSU’s die in het kader van het LTIP
worden toegekend aan de leden van het
Managementcomité, kan op het ogenblik van de
toekenning tot 100% van de jaarlijkse vaste vergoeding van
het betrokken lid bedragen.
Andere voordelen
De leden van het Managementcomité kunnen nog
andere voordelen genieten, zoals de aansluiting
bij een groepsverzekering, een bedrijfswagen, een
tankkaart, een smartphone, maaltijdcheques en
representatievergoedingen. Die voordelen worden
regelmatig gebenchmarkt en aangepast aan de lokale
standaardpraktijken.
De groepsverzekering omvat een bepaalde bijdrage in het
pensioenplan, een gegarandeerde inkomensverzekering en
een levensverzekering.
De andere voordelen kunnen tot 10% van de jaarlijkse
vaste vergoeding van het betrokken lid van het
Managementcomité bedragen.
Contractuele regelingen met de leden van het
Managementcomité
De rechten en verplichtingen in verband met de functie van
CEO zijn geformaliseerd in een managementovereenkomst
van onbepaalde duur. Behalve bij beëindiging in bepaalde
gevallen van contractbreuk, heeft de CEO recht op
een opzeggingstermijn van zes (6) maanden (of een
opzeggingsvergoeding die gelijk is aan het deel van de
vaste vergoeding waarop hij recht zou hebben tijdens de
opzeggingstermijn).
De leden van het Managementcomité werken voor
de vennootschap op basis van een arbeids- of
managementovereenkomst van onbepaalde duur. Behalve
bij beëindiging in bepaalde gevallen van contractbreuk, en
behalve de uitzonderingen in het Hoofdstuk ‘Bepalingen
betreffende individuele ontslagvergoedingen voor leden
van het Managementcomité/Ontslagbepalingen’ hebben
ze recht op een opzeggingstermijn van zes (6) maanden (of
op een opzeggingsvergoeding gelijk aan het deel van de
vaste vergoeding waarop ze recht zouden hebben tijdens de
opzeggingstermijn).
Afwijkingen van het remuneratiebeleid
Belysse zal de bezoldiging van de leden van de Raad van
Bestuur en het Managementcomité uitsluitend betalen in
overeenstemming met het remuneratiebeleid.
De Raad van Bestuur kan echter, in uitzonderlijke
omstandigheden en op voorstel van het Remuneratie-en
Benoemingscomité, tijdelijk afwijken van het
remuneratiebeleid. Uitzonderlijke omstandigheden hebben
enkel betrekking op situaties waarin de afwijking van het
remuneratiebeleid noodzakelijk is om de lange termijn
belangen en de duurzaamheid van Belysse in zijn geheel te
dienen of om zijn leefbaarheid te verzekeren.
Afwijkingen zijn toegestaan ten aanzien van alle elementen
van het remuneratiebeleid.
Bij besluiten over afwijkingen van het remuneratiebeleid
dient de Raad van Bestuur zich te houden aan de hierboven
beschreven besluitvormingsprocedure.
De Raad van Bestuur zal eventuele afwijkingen toelichten in
het remuneratieverslag van het betrokken boekjaar.
Geen significante wijzigingen in het huidige
beleid
Dit remuneratiebeleid werd goedgekeurd door de algemene
vergadering van aandeelhouders van 22 mei 2024 en heeft
als doel de bezoldigingspraktijken te integreren in een
formeel remuneratiebeleid in overeenstemming met de
vereisten van artikel 7:89/1 van het Belgisch Wetboek van
Vennootschappen en Verenigingen.
Samenvatting van de belangrijkste risico’s
03 Corporate Governance Jaarverslag Belysse 2025 162
Belysse beschouwt risicobeheer als een inherent
onderdeel van haar bedrijfsvoering. De onderstaande
samenvatting biedt, hoewel ze niet volledig is, een
overzicht van de belangrijkste risico’s die we hebben
kunnen vaststellen. Ook al nemen wij beperkende
maatregelen, toch kunnen we niet garanderen dat
dergelijke risico’s zich niet zullen voordoen
.
Marktconcurrentie
De wereldwijde markt van vloerbekleding is competitief en
elk van onze divisies ondervindt concurrentie van andere
producenten van zachte vloerbekleding en van
alternatieven voor harde vloerbekleding.
Voor onze concurrentiepositie is het cruciaal dat wij snel
veranderende klantenbehoeften kunnen identificeren en
erop inspelen. Daarom moeten we onze designs en
productmix continu vernieuwen en blijven innoveren.
In de afgelopen jaren hebben een aantal
vloerbekledingsbedrijven aangekondigd (een deel van) hun
Europese activiteiten te sluiten of te reorganiseren in
gevolge gestegen grondstof-, arbeids- en energiekosten.
Klantafhankelijkheid
Onze klantafhankelijkheid is sinds de transactie aanzienlijk
verminderd. In 2025 waren onze top drie klanten goed voor
ongeveer 10% van onze omzet.
Algemene macro-economische en
geopolitieke gebeurtenissen &
handelsregelingen
De vraag naar onze producten is sterk afhankelijk van het
consumentenvertrouwen, de economische omgeving en
factoren die invloed hebben op de residentiële en
commerciële markten voor renovatie en bouw. Met
productie- en distributiefaciliteiten in België en de
Verenigde Staten en verkoopactiviteiten in meer dan 100
landen zijn we blootgesteld aan geopolitieke risico’s aan
zowel de vraag- als de aanbodzijde.
Wetgeving en compliance
Het niet naleven van de wetgeving van de landen waar we
actief zijn, kan leiden tot een vertraging of tijdelijke
opschorting van onze verkoops- en operationele
activiteiten, wat een impact kan hebben op onze financiële
situatie.
Onvoldoende preventiemaatregelen of bewustzijn op het
vlak van de bescherming van vertrouwelijke gegevens
kunnen in onze zeer competitieve markt leiden tot
concurrentienadelen, verlies van bedrijfsinformatie en
reputatieschade.
Publiciteit en reputatie
We kunnen worden getroffen door terugroepingen van
producten of claims voor productaansprakelijkheid of
anderszins blootgesteld worden aan negatieve publiciteit.
Medewerkers
We kunnen onze strategie alleen succesvol uitvoeren als we
erin slagen medewerkers aan te trekken, te behouden en
verder te ontwikkelen.
Als de relatie met onze medewerkers of vakbonden slechter
zou worden, zou dit een nadelige impact kunnen hebben op
onze activiteiten.
Grondstoffen, supply chain en
leveranciersrisico
We gebruiken grote hoeveelheden grondstoffen waarvoor
we afhankelijk zijn van een beperkt aantal leveranciers. De
meeste van onze leveranciers zijn grote ondernemingen die
daardoor veel macht kunnen uitoefenen. Wij hebben met
onze belangrijkste leveranciers langdurige relaties
opgebouwd. In de loop van 2025 hebben we de uitbreiding
van ons netwerk van grondstoffenleveranciers verdergezet.
In 2025 vertegenwoordigden de grondstoffenkosten
ongeveer 40% van onze omzet. Onze belangrijkste
grondstoffen waren polypropyleen, (ingekochte afgewerkte
goederen), polyester en polyamide garens, latex en
polyamide. Samen waren ze goed voor ongeveer 70% van
onze totale grondstoffen uitgaven.
De prijzen voor grondstoffen zijn volatiel en hangen af van
factoren die vaak buiten onze controle liggen, waaronder,
maar niet beperkt tot, het lokale evenwicht tussen vraag en
aanbod, algemene economische omstandigheden (bv.
geopolitieke situatie) en schommelende grondstofprijzen.
De meeste van onze commerciële regelingen met onze
klanten voorzien niet in prijsaanpassingsmechanismen voor
de verrekening van hogere grondstoffenprijzen.
Verwezen wordt naar het grondstoffenprijsrisico, zoals
beschreven in Toelichting 26 ‘Financieel risicomanagement’
van de jaarrekening.
Samenvatting van de belangrijkste risico’s
03 Corporate Governance Jaarverslag Belysse 2025 163
Productie en logistiek
Om nieuwe klanten aan te trekken en bestaande klanten te
behouden is het belangrijk dat we onze producten tijdig
kunnen produceren en leveren.
In onze productie- en distributiefaciliteiten kunnen
ontregelingen optreden die kunnen leiden tot tijdelijke
productieonderbrekingen, late of onvolledige leveringen of
hogere verkoopkosten. Bovendien kunnen we verliezen
lijden die volledig of gedeeltelijk onverzekerd zijn. We
bezitten geen eigen transportinfrastructuur en zijn
afhankelijk van externe dienstverleners om onze producten
tijdig te leveren bij onze klanten.
IT
Aangezien ons IT-platform de ruggengraat vormt voor onze
activiteiten (waaronder verkoop, klantenservice, logistiek en
administratie), zou een storing ons vermogen om orders op
tijd te verwerken kunnen affecteren. Sinds het
loskoppelingsproces van Balta Victoria hebben we onze
kritieke IT-applicaties versterkt met een architectuur met
hoge beschikbaarheid, compleet met automatische
failover-mogelijkheden. Service Level Agreements
garanderen een maximale uitvalperiode van 8 uur, waardoor
onze operationele continuïteit tijdens onvoorziene
gebeurtenissen gewaarborgd is.
Bedrijven hebben ook te maken met toenemende
cybercriminaliteit. Belysse blijft zich richten op
bewustmakingstraining en heeft in 2023 aanzienlijke
investeringen gedaan in veilige netwerken en
verdedigingsmechanismen tegen cyberaanvallen, welke in
2024 en 2025 werden verdergezet.
Financieel
Ons bedrijf is blootgesteld aan diverse financiële risico’s,
waaronder, maar niet beperkt tot, het wisselkoersrisico, het
intrestrisico, het kredietrisico en het liquiditeitsrisico. Een
deel van onze verkopen en aankopen worden gefactureerd
in andere valuta’s dan de euro. De belangrijkste valuta’s zijn
de Britse pond en de Amerikaanse dollar. De
schommelingen van deze valuta’s tegenover de euro kunnen
invloed hebben op onze resultaten. Daarnaast kan de
devaluatie van valuta’s ten opzichte van de euro in landen
waar onze concurrenten grondstoffen produceren of
inkopen, zoals Turkije of Egypte, een impact hebben op ons
concurrentievermogen. Sommige van onze externe
schulden hebben een variabele rente.
Niet alle kredietrisico’s tegenover onze klanten zijn gedekt
door onze externe kredietverzekeringen.
Een verlaging van de externe kredietlimieten zou er onder
meer toe kunnen leiden dat de bestaande factoring in de
toekomst niet meer beschikbaar is op de bestaande
niveaus. Veranderingen in onze eigen kredietbeoordeling
kunnen een negatief effect hebben op ons werkkapitaal en
onze liquiditeit.
Onze financiële contracten met externe partijen omvatten
verplichtingen, beperkingen en convenanten die een
nadelige impact kunnen hebben op onze activiteiten,
financiële situatie en operationele resultaten mochten we
niet in staat zijn deze na te leven. We verwijzen voor meer
informatie naar Toelichting 26 van de sectie ‘Financieel
risicomanagement’ in de jaarrekening.
Samenvatting van de belangrijkste risico’s
03 Corporate Governance Jaarverslag Belysse 2025 164
Veranderingen in de belastingwetgeving of
boekhoudregels zouden een impact kunnen
hebben op de toekomstige resultaten
Veranderingen in aannames die ten grondslag liggen aan de
boekwaarde van onze activa kunnen leiden tot een
waardevermindering van die activa, inclusief immateriële
activa zoals goodwill. Op 7 december 2023 is LSF9 Belysse
Investments S.à r.l. de Termijnfaciliteit aangegaan. De
opbrengsten van de Termijnfaciliteit zijn gebruikt om de
herfinanciering van alle uitstaande 2024 Notes te voltooien
(zie hierboven). Op 31 december 2023 had de Emittent een
Super Senior Revolving Credit Facility van € 45 miljoen met
vervaldatum in 2024 (de ‘Bestaande RCF’). Op 11 januari 2024
heeft de directe dochtervennootschap van de Emittent,
LSF9 Belysse Investments S.à r.l., een nieuwe super-senior
revolving credit facility van € 20 miljoen afgesloten, die de
nu geannuleerde Bestaande RCF heeft vervangen.
De uitstaande senior schulden van de Groep bestaan nu uit
uit de nieuwe termijnfaciliteit, een € 20 miljoen super-senior
revolving credit facility en de € 1,8 miljoen senior notes met
looptijd tot 2030.
De voltooiing van de herfinanciering van de senior secured
notes verbeterde het looptijdprofiel van de schulden van
Belysse en zal Belysse in staat stellen haar strategie verder
uit te voeren.
We verwijzen naar de risicofactoren beschreven in
Toelichting 26 van de sectie ‘Financieel risicomanagement’
van de jaarrekening.
BEYOND-programma
Ons transformatieprogramma ‘BEYOND’ werd in 2022
gelanceerd. Dit programma is speciaal ontwikkeld om onze
resultaten te verbeteren over een periode van vier jaar. De
belangrijkste initiatieven focussen op duurzaamheid door
middel van innovatieve producten en productieprocessen,
een incrementele verbetering van de efficiëntie door
Leanstrategieën en flexibiliteit door digitale en operationele
verbeteringsinitiatieven. Terwijl onze BEYOND-initiatieven
essentieel zijn om onze marktpositie te versterken en onze
marges te verbeteren, bestaat de kans dat we vertraging
oplopen met, of niet kunnen beantwoorden aan, onze
verwachtingen betreffende de resultaatverbeteringen.
Duurzaamheid
De verwachtingen van klanten op het vlak van de levering
van duurzame producten zijn steeds veeleisender en
houden steeds meer uitdagingen in. Het risico niet te
beantwoorden aan nieuwe technologische
duurzaamheidsvereisten en het mislopen van
marktontwikkelingen kan leiden tot concurrentienadelen
alsook tot een aanzienlijk verlies van marktaandeel.
Wanneer we er niet in slagen duurzaamheid te integreren
als onderdeel van de strategie van de Groep kan dit een
impact hebben op ons toekomstig concurrentievermogen,
op de waardecreatie op lange termijn en op het
voortbestaan van de Groep.
In 2023 werd het ESG-comité opgericht om dit risico aan te
pakken. ESG prioriteiten zijn vastgelegd in het ESG charter
van het ESG-comité en zullen nauwlettend worden
opgevolgd.
Het boekjaar 2025 markeert de tweede rapportagecyclus
van Belysse in het kader van de Richtlijn inzake
duurzaamheidsrapportering door ondernemingen (CSRD) en
de Europese normen voor duurzaamheidsrapportering
(ESRS). Na de publicatie van ons eerste CSRD-conforme
duurzaamheidsrapport voor het boekjaar 2024 hebben we in
het boekjaar 2025 dezelfde rapportagestructuur
gehanteerd. Voor het boekjaar 2025 heeft Belysse het
dubbele materialiteitsproces (DMA) getoetst op
geschiktheid, zoals vereist door de ESRS, gezien het
dynamische karakter ervan. Het DMA-proces is bijgewerkt
om rekening te houden met veranderingen in de
operationele context en de verwachtingen van
belanghebbenden. De Impact, Risk, en Opportunity (IRO)-
beoordelingen werden herzien en waar relevant opnieuw
beoordeeld door belanghebbenden, waarbij gebruik werd
gemaakt van inzichten uit benchmarking, vergelijkingen van
verzamelde gegevens met drempels in relevante wetgeving,
auditprocedures in het eerste jaar en verbeterde ESG-
expertise. De beperkte assurance-opdracht door onze
commissaris, die in het boekjaar 2024 werd gestart, werd in
het boekjaar 2025 voortgezet, waardoor de betrouwbaarheid
van onze geconsolideerde duurzaamheidsinformatie werd
gewaarborgd.
Uit onze dubbele materialiteitsbeoordeling voor het
boekjaar 2025 blijkt dat klimaatverandering, waterverbruik,
grondstoffengebruik en de circulaire economie, ons eigen
personeelsbestand, consumenten en eindgebruikers, en
governance de belangrijkste onderwerpen van Belysse zijn.
Klimaatverandering omvat onze CO₂-voetafdruk en het
energieverbruik in onze bedrijfsactiviteiten en de
waardeketen. Waterverbruik weerspiegelt de aanzienlijke
hoeveelheden die nodig zijn voor druk- en verfprocessen.
Grondstoffengebruik en hernieuwbaarheid hebben
betrekking op grondstoffenefficiëntie, afval dat tijdens de
productie en aan het einde van de levensduur wordt
gegenereerd, en het vergroten van het aandeel gerecyclede
en biogebaseerde grondstoffen. De impact op het
personeelsbestand omvat gezondheid en veiligheid op het
werk en de ontwikkeling van medewerkers door middel van
training. De impact op consumenten en eindgebruikers is
gericht op de persoonlijke veiligheid van consumenten en
het verstrekken van duidelijke, vergelijkbare
productinformatie die weloverwogen, op duurzaamheid
gebaseerde aankoopbeslissingen ondersteunt. Governance
is gericht op professioneel gedrag door middel van training
van medewerkers over belangrijke onderwerpen op het
gebied van professioneel gedrag en een sterk compliance-
programma.
04 Jaarrekening
Jaarrekening
04 Jaarrekening Jaarverslag Belysse 2025 166
1. Geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten
voor de periode eindigend op 31 december
Voor het jaar eindigend
op 31 december
(In duizend €)
Toelichting
2025
2024
I. GECONSOLIDEERDE RESULTATENREKENING
Omzet
Toelichting 4
254.219
280.381
Kostprijs grondstoffen
(91.678)
(109.418)
Voorraadwijzigingen Toelichting 15 (2.441) (424)
Personeelskosten
Toelichting 6
(73.112)
(76.532)
Overige inkomsten
Toelichting 7
1.045
891
Overige kosten Toelichting 7 (53.638) (52.459)
Afschrijvingen / waardeverminderingen
Toelichting 8
(19.327)
(19.582)
Gecorrigeerd bedrijfsresultaat
1
15.069
22.857
Integratie- en herstructureringskosten
Toelichting 9
(5.867)
133
Bedrijfswinst / (-verlies)
9.201
22.990
Financiële opbrengsten Toelichting 10 7.478 14.199
Financiële kosten
Toelichting 10
(19.812) (24.288)
Netto financiële kosten
(12.334)
(10.089)
Winst / (verlies) vóór belastingen
(3.132)
12.901
Belastingopbrengsten / (-uitgaven) Toelichting 11 (3.491) (2.328)
Winst / (verlies) over de periode
(6.623)
10.573
Toerekenbaar aan:
Houders van eigenvermogensinstrumenten
(6.623)
10.573
Minderheidsbelangen
-
-
II. GECONSOLIDEERDE NIET-GEREALISEERDE RESULTATEN
Posten in niet-gerealiseerde resultaten die later kunnen worden
geherclassificeerd naar de resultatenrekening
Wisselkoersverschillen bij het omzetten van buitenlandse
activiteiten
(14.185)
7.556
Posten in niet-gerealiseerde resultaten die niet zullen worden
geherclassificeerd naar de resultatenrekening
Wijzigingen in uitgestelde belastingen
(0)
123
Wijzigingen in provisies van toegezegde pensioenregelingen
2
(478)
Niet-gerealiseerde resultaten over de periode, na aftrek van
belastingen
(14.184)
7.201
Totaal (niet-)gerealiseerde resultaten over de periode
(20.807)
17.774
Gewone en verwaterde winst per aandeel uit voortgezette
bedrijfsactiviteiten toerekenbaar aan houders van gewone aandelen
Toelichting 34
(0,18)
0,29
1 Gecorrigeerde bedrijfswinst / bedrijfswinst / (verlies) zijn non-GAAP-maatstaven zoals gedefinieerd in Toelichting 1.25.
De Toelichtingen vormen een integraal onderdeel van deze geconsolideerde jaarrekening.
Jaarrekening
04 Jaarrekening Jaarverslag Belysse 2025 167
2. Geconsolideerde balans per 31 december
Voor het jaar eindigend
op 31 december
(In duizend €)
Toelichting
2025
2024
Materiële vaste activa
90.971
99.615
Waarvan activa met gebruiksrechten onder IFRS 16 (exclusief sale-and-leaseback)
16.196
22.557
Terreinen en gebouwen
Toelichting 13
36.010
42.170
Installaties, machines en uitrusting
Toelichting 13
49.263
51.825
Overige materiële vaste activa
Toelichting 13
5.698
5.620
Goodwill
Toelichting 5
98.718
107.668
Immateriële vaste activa
Toelichting 12
4.243
4.698
Uitgestelde belastingvorderingen
Toelichting 14
520
1.372
Handels- en overige vorderingen
Toelichting 16
574
624
Totaal vaste activa
195.026
213.978
Voorraden Toelichting 15 46.214 49.608
Handels- en overige vorderingen
Toelichting 16
15.819
17.503
Belastingvorderingen op korte termijn
798
585
Liquide middelen
Toelichting 17
34.459
38.605
Totaal vlottende activa
97.290
106.301
Totaal activa
292.316
320.279
Maatschappelijk kapitaal
Toelichting 18
252.950
252.950
Uitgiftepremie
Toelichting 18
65.660
65.660
Overige niet-gerealiseerde resultaten Toelichting 19 (5.699) 8.485
Overgedragen resultaten
Toelichting 20
(198.363)
(191.717)
Overige reserves
(39.876)
(39.876)
Totaal eigen vermogen
74.673
95.502
Senior Secured Notes
Toelichting 22
1.839
1.839
Term Facility
Toelichting 21
124.785
124.319
Bank- en overige leningen Toelichting 23 20.855 30.353
Waarvan lease verplichtingen onder IFRS 16-lease (exclusief sale-and-leaseback)
Toelichting 23
11.163
18.888
Uitgestelde belastingschulden
Toelichting 14
3.710
3.842
Voorzieningen voor overige verplichtingen en kosten Toelichting 30 3.918 2.689
Verplichtingen uit hoofde van personeelsbeloningen
Toelichting 28
601
631
Afgeleide financiële instrumenten
Toelichting 26
1.816
1.547
Totaal schulden op lange termijn
157.523
165.220
Senior Secured Notes
Toelichting 22
17
17
Term Facility
Toelichting 21
443
503
Bank- en overige leningen
Toelichting 23 10.230 9.439
Waarvan IFRS 16 lease verplichtingen (exclusief sale-and-leaseback)
Toelichting 23
8.415
7.685
Provisies voor overige verplichtingen en lasten
Toelichting 30
211
-
Andere wedde-, salaris- en sociaal gerelateerde schulden Toelichting 29 11.921 14.415
Handels- en overige schulden
Toelichting 31
37.239
35.087
Belastingschulden
60
97
Totaal schulden op korte termijn
60.121
59.557
Totaal verplichtingen
217.643
224.778
Totaal passiva
292.316
320.279
De Toelichtingen vormen een integraal onderdeel van deze geconsolideerde jaarrekening.
Jaarrekening
04 Jaarrekening Jaarverslag Belysse 2025 168
3. Geconsolideerd kasstroomoverzicht voor de periode afgesloten op 31
december
Voor het jaar eindigend
op 31 december
(In duizend €)
Toelichting
2025
2024
I. KASSTROMEN VAN BEDRIJFSACTIVITEITEN
Winst / (-verlies) voor de periode
(6.623)
10.573
Aanpassingen voor:
Belastingkosten / (-opbrengsten)
Toelichting 11
3.491
2.328
Financiële opbrengsten
Toelichting 10
(7.478)
(14.199)
Financiële kosten Toelichting 10 19.812 24.288
Afschrijvingen / waardeverminderingen
Toelichting 8
19.327
19.582
(Winst) / verlies op verkoop van vaste activa
(89)
(119)
Bewegingen in provisies (149) 645
Kosten opgenomen voor in eigenvermogensinstrumenten afgewikkelde, op
aandelen gebaseerde betalingstransacties
(22)
8
Gegenereerde kasstroom vóór wijzigingen in werkkapitaal
28.268
43.106
Wijzigingen in werkkapitaal:
Voorraden
Toelichting 15
2.009
3.733
Handelsvorderingen
Toelichting 16
668
6.312
Handelsschulden
Toelichting 31
4.421
(7.887)
Overig werkkapitaal
(2.382)
(302)
Gegenereerde kasstroom na wijzigingen in werkkapitaal
32.985
44.962
Netto belastingen (betaald)
(3.131)
(4.830)
Nettokasstromen uit / (gebruikt in) bedrijfsactiviteiten
29.854
40.132
II. KASSTROMEN VAN INVESTERINGSACTIVITEITEN
Aankopen van materiële vaste activa
Toelichting 13
(9.974)
(9.286)
Aankopen van immateriële vaste activa
Toelichting 12
(1.701)
(915)
Nettokasstromen gebruikt voor investeringsactiviteiten
(11.675)
(10.200)
III. KASSTROMEN VAN FINANCIERINGSACTIVITEITEN
Rente en andere financieringskosten betaald, netto
(10.179)
(21.630)
Opbrengsten van leningen met derden
Toelichting 21
-
120.000
Terugbetalingen van Senior Secured Notes
Toelichting 22
-
(118.624)
Terugbetalingen van leningen met derden
Toelichting 23
(9.402)
(8.517)
Nettokasmiddelen gegenereerd / (gebruikt) door
financieringsactiviteiten
(19.581)
(28.770)
NETTOTOENAME / (-AFNAME) VAN LIQUIDE MIDDELEN EN
BANKTEGOEDEN
(1.402)
1.162
Liquide middelen en banktegoeden aan het begin van de periode
38.605
35.812
Wisselkoers winst / (-verlies) op liquide middelen (2.745) 1.631
Liquide middelen en banktegoeden aan het einde van de periode
Toelichting 17
34.459
38.605
De Toelichtingen vormen een integraal onderdeel van deze geconsolideerde jaarrekening.
Jaarrekening
04 Jaarrekening Jaarverslag Belysse 2025 169
4. Geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen voor het boekjaar
afgesloten op 31 december
(In duizend €)
Maatschappelijk
kapitaal
Uitgifte-
premie
Niet-
gerealiseerde
resultaten
Overgedragen
resultaten
Overige
reserves
1
Totaal
eigen
vermogen
Balans op 31 december 2023
252.950 65.660 1.283 (202.298) (39.876) 77.720
Winst / (verlies) over de periode
-
-
-
10.573
-
10.573
Overige niet-gerealiseerde
resultaten
Wisselkoersverschillen bij het
omzetten van buitenlandse
activiteiten
-
-
7.556
-
-
7.556
Cumulatieve wijzigingen in
uitgestelde belastingen
-
-
123
-
-
123
Cumulatieve wijzigingen in
toegezegde pensioenregelingen
-
-
(478)
-
-
(478)
Totaal niet-gerealiseerde
resultaten over de periode
-
-
7.201
-
-
7.201
Totaal niet-gerealiseerde
resultaten over de periode
-
-
7.201
10.573
-
17.774
In eigenvermogensinstrumenten
afgewikkelde, op aandelen
gebaseerde
betalingenstransacties
- - - 8 - 8
Balans op 31 december 2024
252.950 65.660 8.485 (191.717) (39.876) 95.502
1 Overige reserves werd aangemaakt als gevolg van bepaalde transacties voorafgaand aan de beursintroductie. Zie het jaarverslag van 2017 voor meer informatie
De Toelichtingen vormen een integraal onderdeel van deze geconsolideerde jaarrekening.
Jaarrekening
04 Jaarrekening Jaarverslag Belysse 2025 170
(In duizend €)
Maatschappelijk
kapitaal
Uitgifte-
premie
Niet-
gerealiseerde
resultaten
Overgedragen
resultaten
Overige
reserves
1
Totaal
eigen
vermogen
Balans op 31 december 2024
252.950 65.660 8.485 (191.717) (39.876) 95.502
Winst / (verlies) over de periode
-
-
-
(6.623)
-
(6.623)
Overige niet-gerealiseerde
resultaten
Wisselkoersverschillen bij het
omzetten van buitenlandse
activiteiten
-
-
(14.185)
-
-
(14.185)
Cumulatieve wijzigingen in
uitgestelde belastingen
-
-
(0)
-
-
(0)
Cumulatieve wijzigingen in
toegezegde
pensioenverplichtingen
-
-
2
-
-
2
Totaal niet-gerealiseerde
resultaten over de periode
-
-
(14.184)
-
-
(14.184)
Totaal niet-gerealiseerde
resultaten over de periode
-
-
(14.184)
(6.623)
-
(20.807)
In eigenvermogensinstrumenten
afgewikkelde, op aandelen
gebaseerde betalingstransacties
-
-
-
(22)
-
(22)
Balans op 31 december 2025
252.950 65.660 (5.699) (198.363) (39.876) 74.673
1 Overige reserves werd aangemaakt als gevolg van bepaalde transacties voorafgaand aan de beursintroductie. Zie het jaarverslag van 2017 voor meer informatie
De Toelichtingen vormen een integraal onderdeel van deze geconsolideerde jaarrekening.
Jaarrekening
04 Jaarrekening Jaarverslag Belysse 2025 171
5. Toelichtingen bij de Geconsolideerde Jaarrekening
Toelichting 1. Boekhoudkundige principes
Hierna worden de belangrijkste boekhoudprincipes voor
financiële verslaggeving beschreven die werden toegepast
bij het opstellen van deze geconsolideerde jaarrekening.
Deze principes werden consistent toegepast op het
voorgestelde jaar, tenzij anders vermeld.
Toelichting 1.1. Basisprincipes
Basisprincipes
Deze Geconsolideerde Jaarrekening van Belysse Group NV
(‘de Vennootschap’), geregistreerd op Franklin
Rooseveltlaan 172-174, 8790 Waregem, België
(ondernemingsnummer 0671.974.626) en haar
dochterondernemingen (‘Belysse Group’ of ‘de Groep’)
werd opgesteld overeenkomstig de Internationale
Financiële Rapporteringsstandaarden (‘IFRS’), zoals
aangenomen door de Europese Unie. Deze omvatten alle
IFRS-normen en IFRIC-interpretaties die zijn uitgevaardigd
en van kracht waren op 31 december 2025. De Groep werd
voorheen Balta Group NV genoemd, geregistreerd aan de
Wakkensteenweg 2, 8710 Sint-Baafs-Vijve, België
(ondernemingsnummer 0671.974.626), maar werd in oktober
2022 hernoemd tot Belysse Group NV.
De Belysse Group NV is gevestigd in België onder de
juridische vorm van een Naamloze Vennootschap ('NV').
België was ook het land van oprichting. Bovendien is België
de hoofdzetel van de Groep. Belysse produceert duurzame
textiel vloerbekleding voor commerciële en residentiële
toepassingen en commercialiseert zijn producten voor
90% in Noord-Amerika en Europa onder de
premiummerken Bentley (VS), modulyss, Arc Edition en ITC
(Europa). Belysse heeft ongeveer 1.000 mensen in dienst en
heeft drie productievestigingen in België (Tielt en Zele) en
de Verenigde Staten (Los Angeles). Sinds juni 2017 staat
Belysse Group genoteerd op Euronext Brussel en is de
meerderheid in handen van LSF9 Belysse Holdco S.à r.l.
Op 4 april 2022 kondigde Belysse Group NV de voltooiing
aan van de verkoop van haar activiteiten inzake karpetten
(Rugs), residentieel polypropyleen (PP) en non-woven (“de
Stopgezette bedrijfsactiviteiten”), samen met het Balta-
merk, aan Victoria PLC (“de Transactie” of
“de Desinvestering”).
De Geconsolideerde Jaarrekening van Belysse Group NV en
haar dochterondernemingen (gezamenlijk de Groep) voor
het jaar eindigend op 31 december 2025 werd goedgekeurd
voor publicatie in overeenstemming met een besluit van de
bestuurders op 23 april 2026.
De Geconsolideerde Jaarrekening van de Vennootschap
over de periode van 1 januari 2025 tot 31 december 2025
omvat de Vennootschap en haar dochterondernemingen
(samen ‘de Groep’ en individueel ‘entiteiten van de
Groep’ genoemd).
Deze geconsolideerde jaarrekening is opgesteld in euro,
zijnde de presentatievaluta van de Groep en de functionele
valuta van de Vennootschap. Alle bedragen in deze
geconsolideerde jaarrekening zijn uitgedrukt in duizenden
euro’s, tenzij anders vermeld. Bij de berekening van
bepaalde financiële informatie die in deze jaarrekening is
opgenomen, zijn afrondingsaanpassingen gemaakt.
Deze jaarrekening is opgesteld conform het
continuïteitsbeginsel, wat betekent dat de werkzaamheden
zich zullen voortzetten in de nabije toekomst, die op zijn
minste 12 maanden bedraagt.
Elke gebeurtenis en/of transactie die van wezenlijk belang is
om inzicht te kunnen verwerven in de veranderingen sinds 31
december 2024 werd toegevoegd aan deze toelichtingen bij
de geconsolideerde jaarrekening.
Bij het opmaken van de jaarrekening in overeenstemming
met de IFRS moet een beroep worden gedaan op bepaalde
essentiële ramingen. Tevens dient het management zich
een oordeel te vormen bij de toepassing van de
boekhoudkundige beleidsregels van de Groep. De gebieden
die een hogere mate van oordeelsvorming of complexiteit
met zich meebrengen, of de gebieden waar
veronderstellingen en schattingen van wezenlijk belang zijn
voor de geconsolideerde jaarrekening, worden verder
uitgewerkt in Toelichting 2.
Jaarrekening
04 Jaarrekening Jaarverslag Belysse 2025 172
Invloed van nieuwe normen en wijzigingen van normen
De volgende nieuwe normen, wijzigingen en interpretaties
van normen zijn uitgevaardigd. De Groep neemt zich voor
deze normen en interpretaties, indien van toepassing, toe
te passen wanneer deze van kracht en verplicht worden en
geacht worden significant te zijn.
De volgende nieuwe standaarden en wijzigingen aan
standaarden zijn voor het eerst verplicht van toepassing
voor het boekjaar startend op 1 januari 2025 en zijn
goedgekeurd door de EU:
• Wijzigingen aan IAS 21 ‘De effecten van wijzigingen in
wisselkoersen: gebrek aan uitwisselbaarheid’ (van
kracht per 1 januari 2025). IAS 21 behandelde voorheen
niet hoe wisselkoersen moeten worden bepaald in
het geval er langdurig gebrek aan uitwisselbaarheid is
en de contante koers die door het bedrijf moet
worden toegepast niet waarneembaar is. De
wijzigingen met beperkt toepassingsgebied voegen
specifieke eisen toe aan:
» Bepalen wanneer een valuta inwisselbaar is
in een andere en wanneer niet;
» Bepalen van de toe te passen wisselkoers
indien een valuta niet inwisselbaar is;
» Aanvullende toelichtingen die moeten
worden verstrekt wanneer een valuta niet
inwisselbaar is.
Deze wijzigingen zijn niet van toepassing op de Belysse
Group.
De volgende nieuwe standaarden en wijzigingen aan
standaarden werden gepubliceerd, maar zijn nog niet voor
het eerst verplicht van toepassing voor het boekjaar
startend op 1 januari 2025 en zijn goedgekeurd door de
EU:
• Wijzigingen aan IFRS 9 en aan IFRS 7: de classificatie
en waardering van financiële instrumenten (van
kracht per 1 januari 2026). Op 30 mei 2024 heeft de
IASB wijzigingen aan IFRS 9 en IFRS 7 uitgegeven om:
» De datum van herkenning en afboeking van
sommige financiële activa en verplichtingen
te verduidelijken, met een nieuwe
uitzondering voor sommige financiële
verplichtingen die worden afgewikkeld via
een elektronisch geld overdrachtsysteem;
» De beoordeling of een financieel actief
voldoet aan het criterium van uitsluitend
betalingen van hoofdsom en rente (SPPI) te
verduidelijken;
» Nieuwe toelichtingen toe te voegen voor
bepaalde instrumenten met contractuele
voorwaarden die de kasstromen kunnen
wijzigen (zoals sommige instrumenten met
kenmerken die gekoppeld zijn aan het
behalen van milieu-, sociale en governance
(ESG) doelen);
» De toelichtingen bij aandelen instrumenten
die worden aangewezen tegen reële waarde
via het overige totaalresultaat (FVOCI) bij te
werken.
• Wijzigingen aan IFRS 9 en aan IFRS 7: Contracten die
verwijzen naar natuur-afhankelijke elektriciteit (van
kracht per 1 januari 2026). Op 18 december 2024 heeft
de IASB wijzigingen aan IFRS 9 en IFRS 7 uitgegeven:
» Verduidelijking van de toepassing van de
eisen voor ‘eigen gebruik’;
» toestaan van hedge accounting als deze
contracten als afdekkingsinstrument worden
gebruikt;
» en toevoeging van nieuwe
toelichtingsvereisten om beleggers in staat
te stellen het effect van deze contracten op
de financiële prestaties en kasstromen van
een bedrijf te begrijpen.
Deze wijzigingen zijn niet van toepassing op de Belysse
Group.
• Jaarlijkse aanpassingen Volume 11 (van kracht per 1
januari 2026). De gewijzigde standaarden zijn:
» IFRS 1 Eerste toepassing van International
Financial Reporting Standards;
» IFRS 7 financiële Instrumenten: Toelichtingen
en aanvullende begeleiding voor de
implementatie van IFRS7;
» IFRS 9 Financiële Instrumenten;
» IFRS 10 Geconsolideerde jaarrekening; en
» IAS 7 Kasstroomoverzicht.
Deze wijzigingen zullen naar verwachting geen wezenlijke
invloed hebben op de geconsolideerde jaarrekening van de
Groep.
Jaarrekening
04 Jaarrekening Jaarverslag Belysse 2025 173
De volgende nieuwe standaarden en wijzigingen aan
standaarden werden gepubliceerd, maar zijn nog niet voor
het eerst verplicht van toepassing voor het boekjaar
startend
op 1 januari 2025 en zijn nog niet goedgekeurd door de EU:
• IFRS 18 Presentatie en toelichting in de jaarrekening
(van kracht per 1 januari 2027). De IASB heeft IFRS 18
uitgegeven, de nieuwe standaard voor presentatie en
toelichting in de jaarrekening, met een focus op
aanpassingen aan de resultatenrekening. De
belangrijkste nieuwe concepten die geïntroduceerd
worden in IFRS 18 hebben betrekking op
» De structuur van de resultatenrekening;
» Verplichte toelichtingen in de jaarrekening
voor bepaalde prestatie-indicatoren van
winst en verlies die buiten de financiële
overzichten van een entiteit worden
gerapporteerd (dat wil zeggen, door het
management gedefinieerde prestatie-
indicatoren); en
» Verbeterde principes voor aggregatie en
disaggregatie die van toepassing zijn op de
primaire financiële overzichten en
toelichtingen in het algemeen.
IFRS 18 zal IAS 1 vervangen; veel van de andere
bestaande principes in IAS 1 worden behouden, met
beperkte wijzigingen. IFRS 18 zal geen invloed hebben
op de erkenning of waardering van posten in de
jaarrekening, maar het kan wel veranderen wat een
entiteit rapporteert als haar ‘operationele winst of
verlies’.
IFRS 18 zal van toepassing zijn op de verslagperiodes
beginnend op of na 1 januari 2027 en is ook van
toepassing op vergelijkende informatie. De
veranderingen in presentatie en toelichtingen die
vereist zijn door IFRS 18 kunnen systeem- en
proceswijzigingen vereisen.
De Groep heeft IFRS 18 niet toegepast in haar
geconsolideerde jaarrekening over het boekjaar eindigend op
31 december 2025.
De Groep is begonnen met de beoordeling van de verwachte
impact van IFRS 18 op haar financiële verslaggeving. Op de
verslagdatum is de impact nog niet bekend of redelijkerwijs
te schatten. De Groep verwacht haar beoordeling in de loop
van 2026 verder te ontwikkelen en is van plan om in de
jaarrekening over 2026 bijgewerkte toelichtingen te
verstrekken. De Groep is van plan om IFRS 18 vanaf 1 januari
2027 toe te passen, in overeenstemming met de verplichte
ingangsdatum.
Jaarrekening
04 Jaarrekening Jaarverslag Belysse 2025 174
Toelichting 1.2. Consolidatie
Dochterondernemingen
Dochterondernemingen zijn alle entiteiten waarvoor de
Groep blootgesteld is aan of rechten heeft op variabele
inkomsten die het gevolg zijn van haar betrokkenheid bij
een entiteit en het vermogen heeft om deze inkomsten te
bestemmen als gevolg van haar zeggenschap over de
entiteit. Het bestaan en het effect van potentiële
stemrechten die momenteel uitoefenbaar of
converteerbaar zijn, worden in aanmerking genomen bij het
beoordelen of de Groep zeggenschap uitoefent over een
andere entiteit. Dochterondernemingen worden volledig
geconsolideerd vanaf de datum waarop de zeggenschap
overdragen wordt aan de Groep. De consolidatie wordt
ongedaan gemaakt vanaf de datum waarop de
zeggenschap ophoudt te bestaan.
De Groep past de acquisitiemethode toe om
bedrijfscombinaties boekhoudkundig te verwerken. De
betaalde vergoeding weerspiegelt de reële waarde van de
overgedragen activa, de overgenomen verplichtingen en de
uitgegeven eigenvermogensinstrumenten. De
overgedragen vergoeding omvat de reële waarde van een
actief of passief die voortvloeit uit een overeenkomst met
betrekking tot voorwaardelijke vergoeding (bijvoorbeeld
regelingen voor variabele vergoeding voor toekomstige
gebeurtenissen zoals winstdoelstellingen na
overnamedatum of het welslagen van een belangrijk
project).
Verworven identificeerbare activa en verplichtingen en
voorwaardelijke verplichtingen overgenomen als gevolg van
een bedrijfscombinatie worden aanvankelijk gewaardeerd
tegen hun reële waarde op de overnamedatum. Voor elke
overname waardeert de Groep elk minderheidsbelang in de
overgenomen partij tegen de reële waarde of tegen het
evenredige deel van het minderheidsbelang in de netto-
activa van de overgenomen partij.
De kosten die gemaakt werden in het kader van de
overname worden opgenomen in de resultatenrekening.
De aankoopkosten worden gewaardeerd als het totaal van
de overgedragen vergoeding, gewaardeerd aan de reële
waarde op de overnamedatum en het bedrag van
minderheidsbelangen en eerder aangehouden belangen in
de overgenomen entiteit. Voor elke bedrijfscombinatie
waardeert de Groep de minderheidsbelangen in de
overgenomen partijen aan de reële waarde of aan het
evenredige deel in de identificeerbare netto-activa van de
overgenomen partij. Het verschil van de totale vergoeding
van de overname en het bedrag van de
minderheidsbelangen over het netto erkend bedrag
(meestal aan reële waarde) van de verworven
identificeerbare activa en overgenomen verplichtingen
wordt aanzien als goodwill. Negatieve goodwill wordt
onmiddellijk in de resultatenrekening opgenomen.
Intercompany-transacties, balansen en niet-gerealiseerde
winsten op transacties tussen entiteiten van de Groep
worden geëlimineerd tijdens de consolidatie. Niet-
gerealiseerde verliezen worden ook geëlimineerd, tenzij de
transactie bewijs levert van een bijzondere
waardevermindering van het getransfereerde actief in welk
geval het actief in waarde wordt verminderd via de
resultatenrekening. De grondslagen van financiële
verslaggeving van dochterondernemingen worden waar
nodig aangepast om ervoor te zorgen dat de grondslagen
die door de Groep worden gehanteerd consistent worden
toegepast.
IFRS 5 (Vaste activa aangehouden voor verkoop en
stopgezette bedrijfsactiviteiten) specificeert niet de
behandeling voor de eliminatie van intercompany-
transacties tussen de stopgezette en de voortgezette
bedrijfsactiviteiten. Als grondslag voor financiële
verslaggeving opteert Belysse Group voor het elimineren
van intercompany-transacties in de resultatenrekening
tussen de stopgezette en de voortgezette
bedrijfsactiviteiten in overeenstemming met de vereiste
eliminatie van alle intercompany-saldi voor de presentatie
van de jaarrekening (IFRS 10).
Segmentrapportage
Toelichting 4 verschaft informatie over de segmenten van
de Groep overeenkomstig IFRS 8. De Groep zal haar
resterende bedrijfsactiviteiten uitvoeren via twee
segmenten die regionaal georganiseerd zijn. Het Europese
segment ontwerpt, produceert en distribueert kamerbrede
merktapijten (merken ITC en Arc Edition) en modulaire
tapijttegels (merk modulyss). Het Amerikaanse segment
ontwerpt, produceert en distribueert modulaire tapijttegels,
voornamelijk voor kantoren en overheidsprojecten via het
merk Bentley van de Groep in de VS.
Operationele segmenten worden op een consistente
manier gerapporteerd in lijn met de interne rapportering die
wordt voorgesteld aan de Raad van Bestuur en het
Managementcomité. Op maandelijkse basis worden voor
het Managementcomité de posten voor omzet,
Gecorrigeerde EBITDA, netto-voorraad, handelsvorderingen
en investeringen weergegeven. De segmentinformatie die in
Toelichting 4 wordt verschaft, werd op deze basis
geselecteerd. Hieruit volgt dat andere posten, zoals totale
activa en passiva per segment niet intern worden nagezien
en dus ook niet worden toegelicht. Intrestopbrengsten,
intrestkosten en belastingen worden centraal beheerd en
hierdoor worden zulke posten niet per segment voorgesteld
en worden ze uitgesloten van de waardering van de
winstgevendheid per segment.
Jaarrekening
04 Jaarrekening Jaarverslag Belysse 2025 175
Toelichting 1.3. Omrekening vreemde valuta
Functionele en presentatievaluta
De posten in de jaarrekening van elk van de entiteiten van de
Groep zijn gewaardeerd in de valuta van de primaire
economische omgeving waarin de desbetreffende entiteit
werkzaam is (‘de functionele valuta’). Deze geconsolideerde
jaarrekening is opgesteld in euro, zijnde de presentatievaluta en
de functionele valuta van de Groep. Alle bedragen zijn uitgedrukt
in duizenden euro’s tenzij anders vermeld.
Transacties en saldi
Transacties in vreemde valuta worden naar de functionele valuta
omgerekend tegen de koersen die gelden op de data van de
transacties of op de datum van waardering, in het geval van
posten die op de rapporteringsdatum opnieuw worden
gewaardeerd. Wisselkoerswinsten en -verliezen die voortvloeien
uit de afwikkeling van dergelijke transacties en uit de
herwaardering van de monetaire balansposten aan de koers op
eindejaar, en verplichtingen uitgedrukt in vreemde valuta
worden opgenomen in de resultatenrekening.
Wisselkoerswinsten en -verliezen die verband houden met
liquide middelen en leningen, inclusief leningen, schulden en
vorderingen tussen entiteiten van de Groep die niet in
aanmerking komen als een netto-investering in een buitenlandse
transactie worden in de resultatenrekening opgenomen in
‘Financiële opbrengsten’ en ‘Financiële kosten’. Alle andere
wisselkoerswinsten en -verliezen worden opgenomen in de
resultatenrekening in ‘Overige opbrengsten’ of ‘Overige kosten’,
een onderdeel van de bedrijfswinst.
De belangrijkste wisselkoersen die werden gebruikt bij het
opstellen van deze jaarrekening zijn de volgende:
31 december 2025 31 december 2024 Slotkoers Gemiddelde Slotkoers Gemiddelde koers koers USD 1.1750 1.1300 1.0389 1.0824 GBP 0.87260 0.85679 0.82918 0.84662
Entiteiten van de Groep
De resultaten en de financiële positie van alle entiteiten van de
Groep (waarvan geen enkele entiteit een valuta gebruikt van een
land dat onderworpen is aan hyperinflatie) die een andere
functionele valuta gebruiken dan de valuta waarin de
jaarrekening is opgesteld, worden als volgt omgerekend naar de
valuta waarin de jaarrekening is opgesteld:
• activa en passiva voor elke gepresenteerde balans
worden omgerekend tegen de slotkoers of koers van
eindejaar;
• inkomsten en uitgaven voor elke
resultatenrekening worden omgerekend tegen
de gemiddelde wisselkoersen (tenzij dit
gemiddelde geen redelijke benadering is van
het gecumuleerde effect van de op de
transactiedata geldende koersen, in welk geval
inkomsten en uitgaven omgerekend worden
tegen de koers op de transactiedata); en
• alle hieruit voortvloeiende
wisselkoersverschillen worden opgenomen in
‘Niet-gerealiseerde resultaten’.
Bij de consolidatie worden wisselkoersverschillen die
voortvloeien uit de omrekening van de netto-
investeringen in buitenlandse activiteiten en van
leningen en andere valuta-instrumenten die
aangemerkt zijn als hedging-instrumenten van
(eventuele) dergelijke investeringen, overgeboekt naar
niet-gerealiseerde resultaten. Wanneer een
buitenlandse activiteit gedeeltelijk wordt afgestoten of
verkocht, worden de wisselkoersverschillen die onder
het eigen vermogen waren opgenomen, opgenomen in
de resultatenrekening als onderdeel van de winst of het
verlies op verkoop.
Wisselkoerswinsten en -verliezen die verband houden
met leningen en transacties tussen entiteiten van de
Groep in een andere valuta dan functionele valuta
worden in de resultatenrekening opgenomen in
‘Financiële opbrengsten’ en ‘Financiële kosten’ wanneer
deze leningen niet in aanmerking komen als een netto-
investering in een buitenlandse activiteit.
Wisselkoerswinsten en -verliezen die voortvloeien uit
hedging-instrumenten met een handelskarakter
worden opgenomen in ‘Niet-gerealiseerde resultaten’
vóór ze uitgeoefend worden. Op datum van uitoefening
worden de resultaten in de resultatenrekening
opgenomen in ‘Financiële opbrengsten’ en ‘Financiële
kosten’.
Goodwill en aanpassingen van de reële waarde na
overname van een buitenlandse entiteit worden
behandeld als activa en passiva van de buitenlandse
entiteit en worden omgerekend tegen de slotkoers.
Jaarrekening
04 Jaarrekening Jaarverslag Belysse 2025 176
Toelichting 1.4. Materiële vaste activa
Materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen
aanschaffingswaarde, verminderd met eventuele
gecumuleerde afschrijvingen en verminderd met eventuele
gecumuleerde waardeverminderingen. De kostprijs van
materiële vaste activa omvat ook de geraamde kostprijs
voor ontmanteling en verwijdering van het actief en het
herstellen van de site in zijn oorspronkelijke staat, waarbij
de voorziening wordt opgenomen in overeenstemming met
IAS 37 ‘Voorzieningen, voorwaardelijke verplichtingen en
voorwaardelijke activa’.
Latere kosten worden opgenomen in de boekwaarde van
het actief of als een afzonderlijk actief, waar gepast, maar
enkel wanneer het waarschijnlijk is dat toekomstige
economische voordelen die verbonden zijn aan het actief
naar de Groep zullen vloeien en de kostprijs van het actief
op een betrouwbare wijze kan worden gemeten. De
boekwaarde van het vervangen onderdeel wordt niet langer
in de balans opgenomen. Alle andere herstellingen en
onderhoudskosten worden opgenomen in de
resultatenrekening tijdens de boekingsperiode waarin ze
zijn gemaakt
Gronden worden niet afgeschreven. De afschrijving van
andere activa wordt berekend volgens de lineaire methode
om de kosten te kunnen toewijzen over de geraamde
resterende levensduur, en wel als volgt:
Industriële en administratieve gebouwen
• Structurele werkzaamheden
• Andere elementen
• Machines
• Rollend materieel
• Meubilair en toebehoren
40-50 jaar
10-25 jaar
10-33 jaar
5 jaar
5-15 jaar
Auto’s in eigendom worden afgeschreven tot een
restwaarde van 20% van de oorspronkelijke kostprijs.
Vervangingsonderdelen aangekocht voor specifieke
installaties worden geactiveerd en afgeschreven over de
nuttige levensduur die niet meer dan 4 jaar bedraagt.
Productstalen worden geactiveerd en afgeschreven over 2
jaar.
De restwaarde en nuttige levensduur van activa worden
herzien en waar nodig aangepast op het einde van de
verslagperiode. De boekwaarde van een actief wordt
onmiddellijk verminderd tot het realiseerbare bedrag indien
de boekwaarde van het actief hoger is dan het geraamde
realiseerbare bedrag.
Aanpassingen aan de reële waarde als gevolg van bedrijfs-
combinaties worden afgeschreven over de geraamde
resterende nuttige levensduur van de betreffende activa.
Winsten en verliezen op verkopen van activa worden
bepaald door de opbrengsten te vergelijken met de
boekwaarde en worden in de resultatenrekening
opgenomen in ‘Overige opbrengsten’ of ‘Overige kosten’.
Toelichting 1.5. Goodwill
De goodwill wordt toegerekend aan kasstroom-genererende
eenheden of groepen van kasstroom-genererende
eenheden waarvan verwacht wordt dat zij voordeel zullen
halen uit de bedrijfscombinatie waaruit de goodwill
ontstond. Goodwill wordt jaarlijks getest op
waardevermindering en tegen kostprijs gewaardeerd in de
onderliggende valuta verminderd met de gecumuleerde
bijzondere waardeverminderingen. Bijzondere
waardeverminderingen op goodwill worden niet meer
teruggedraaid. Winsten en verliezen op de verkoop van een
kasstroom-genererende eenheid omvatten de boekwaarde
van de goodwill met betrekking tot de verkochte kasstroom-
genererende eenheid.
Toelichting 1.6. Andere immateriële vaste activa
Handelsmerken
Handelsmerken die verworven zijn in een bedrijfscombinatie
worden opgenomen tegen de reële waarde op de
verwervingsdatum. De reële marktwaarde wordt bepaald op
basis van een berekening van de netto contante waarde,
gecorrigeerd voor de kosten die moeten worden gemaakt
om de handelsmerken verder in de markt te ondersteunen.
Handelsmerken hebben een eindige nuttige levensduur en
worden geboekt tegen kostprijs verminderd met
gecumuleerde waardeverminderingen. De
waardeverminderingen worden berekend volgens de lineaire
methode om de kostprijs van de handelsmerken toe te
wijzen over het kortste van hun geraamde nuttige
levensduur of de periode van het wettelijk recht, die voor de
huidige handelsmerken 10 jaar bedraagt.
Software en licenties
De kosten in verband met de aankoop van software worden
geactiveerd tegen hun kostprijs en worden vervolgens
afgeschreven over hun geraamde nuttige levensduur
volgens de lineaire methode of over de looptijd van het
contract, mocht deze korter zijn. De nuttige levensduur
wordt meestal geraamd op 4 jaar.
Uitgaven voor gekochte licenties worden geactiveerd tegen
hun kostprijs en worden vervolgens afgeschreven over hun
geraamde nuttige levensduur volgens de lineaire methode
of over de looptijd van het contract, mocht deze korter zijn.
De nuttige levensduur wordt meestal geraamd op 4 jaar.
Jaarrekening
04 Jaarrekening Jaarverslag Belysse 2025 177
Intern ontwikkelde software en andere
ontwikkelingskosten
Kosten die verbonden zijn aan het onderhoud van
computersoftwareprogramma’s worden opgenomen als
een uitgave wanneer deze wordt gemaakt.
Ontwikkelingskosten die rechtstreeks toerekenbaar zijn aan
het ontwerp en het testen van identificeerbare en unieke
softwareproducten die gecontroleerd worden door de
Groep worden in immateriële activa opgenomen wanneer
aan de volgende criteria is voldaan:
• het is technisch haalbaar om de software te
voltooien zodat deze beschikbaar is voor gebruik;
• het management heeft de intentie om de software
te voltooien en deze te gebruiken of te verkopen;
• er bestaat een mogelijkheid om de software te
gebruiken of te verkopen;
• er kan worden aangetoond hoe de software in de
toekomst waarschijnlijk economische voordelen
kan opleveren;
• er zijn adequate technische, financiële en andere
middelen beschikbaar om de ontwikkeling te
voltooien en om het softwareproduct te gebruiken
of te verkopen; en
• de uitgaven die toerekenbaar zijn aan de software
tijdens de ontwikkeling ervan kunnen op een
betrouwbare manier worden gemeten.
Rechtstreeks toerekenbare kosten die geactiveerd worden
als onderdeel van het softwareproduct omvatten de
personeelskosten voor de softwareontwikkeling en een
redelijk deel van rechtstreeks toerekenbare vaste
bedrijfskosten.
Voor de nieuwe ERP-SaaS-omgeving van de Groep worden
bepaalde eigen ontwikkelingsactiviteiten uitgevoerd met
betrekking tot ERP-configuraties, maatwerk en integraties.
Wanneer deze activiteiten identificeerbare software
creëren die door de Groep wordt gecontroleerd en voldoet
aan de activatiecriteria van IAS 38, worden de bijbehorende
ontwikkelingskosten geactiveerd als intern gegenereerde
immateriële vaste activa.
Andere ontwikkelingsuitgaven die niet aan deze criteria
beantwoorden, worden opgenomen als een uitgave
wanneer deze wordt gemaakt. Ontwikkelingskosten die
eerder opgenomen waren als een uitgave worden in een
daaropvolgende periode niet opgenomen als een actief.
Ontwikkelingskosten voor computersoftware opgenomen
als activa worden afgeschreven over hun geraamde nuttige
levensduur, die over het algemeen tussen 3 en 5 jaar
bedraagt.
Toelichting 1.7. Bijzondere waardevermindering van
vaste activa
Goodwill is niet onderworpen aan afschrijving en wordt
jaarlijks getoetst op een bijzondere waardevermindering of
vaker wanneer gebeurtenissen of veranderingen in
omstandigheden aangeven dat ze mogelijk een bijzondere
waardevermindering hebben ondergaan. Andere activa
worden getoetst op bijzondere waardevermindering
wanneer gebeurtenissen of wijzigingen in omstandigheden
aangeven dat de boekwaarde mogelijk niet realiseerbaar is.
Er wordt een bijzondere waardevermindering opgenomen
voor het bedrag waarvoor de boekwaarde de realiseerbare
waarde ervan overstijgt. De realiseerbare waarde is de
hoogste van de reële waarde van een actief verminderd met
de kosten van verkoop en de gebruikswaarde. Deze waarden
worden over het algemeen bepaald op basis van de
berekening van de contante waarde van de kasstroom. Met
het oog op de beoordeling van de bijzondere
waardevermindering worden activa gegroepeerd op de
laagste niveaus waarvoor er afzonderlijk identificeerbare
kasinstromen zijn die grotendeels afhankelijk zijn van
kasinstromen uit andere activa of groepen van activa
(kasstroom-genererende eenheden). Andere niet-financiële
activa dan goodwill die een bijzondere waardevermindering
hebben ondergaan, worden op het einde van elke
verslagperiode beoordeeld op mogelijke terugname van de
bijzondere waardevermindering.
Toelichting 1.8. Afgeleide financiële instrumenten
Afgeleide financiële instrumenten worden aanvankelijk
tegen reële waarde opgenomen op de datum waarop een
derivatencontract is gesloten en worden daarna opnieuw
tegen reële waarde herrekend. De Groep neemt alle winsten
of verliezen die voortvloeien uit wijzigingen in reële waarde
van derivaten in de resultatenrekening op onder ‘Overige
inkomsten’ of ‘Overige kosten’, voor zover ze betrekking
hebben op bedrijfsactiviteiten en onder ‘Financiële
opbrengsten’ of ‘Financiële kosten’ voor zover ze betrekking
hebben op de financieringsactiviteiten van de Groep.
Afgeleide financiële instrumenten die gebruikt worden om
de blootstelling aan variabiliteit van toekomstige
kasstromen af te dekken, worden aangemerkt als
afdekkingen op basis van kasstroom-hedging. Het
effectieve deel van de wijzigingen in reële waarde vanaf de
aanwijzingsdatum van de kasstroom-hedge wordt
opgenomen in de kasstroom-hedge-reserve, onderdeel van
‘Niet-gerealiseerde resultaten’. Bedragen opgenomen in de
kasstroom-hedge-reserve zullen in de resultatenrekening
worden opgenomen in dezelfde periode of periodes tijdens
welke de verwachte transactie die wordt afgedekt, een
impact heeft op de resultatenrekening. In geval van
afdekking van een verwachte verkooptransactie, valt dit
samen met de datum waarop de opbrengst en de
handelsvordering wordt verantwoord.
Jaarrekening
04 Jaarrekening Jaarverslag Belysse 2025 178
Wanneer de onderliggende afgedekte transactie niet langer
beantwoordt aan de criteria voor hedge-accounting, zal de
cumulatieve winst of het cumulatieve verlies op het
afdekkingsinstrument die/dat in ‘Overige niet-gerealiseerde
resultaten’ werd opgenomen vanaf de periode toen de
afdekking effectief was, overgeboekt worden van het eigen
vermogen naar de winst of het verlies als een
herclassificatie-aanpassing.
Wanneer niet langer verwacht wordt dat de onderliggende
afdekkingstransactie zal plaatsvinden, zullen de
cumulatieve winsten of verliezen op het
afdekkingsinstrument die in ‘Overige niet-gerealiseerde
resultaten’ werden opgenomen vanaf de periode toen de
afdekking effectief was, overgeboekt worden van het eigen
vermogen naar de winst of het verlies als een
herclassificatie-aanpassing
.
Toelichting 1.9. Voorraden
Voorraden worden opgenomen tegen het laagste van de
kostprijs of de realiseerbare nettowaarde. Deze
realiseerbare nettowaarde wordt op regelmatige basis
herzien en bijgewerkt om de geschatte verkoopprijs minus
verkoopuitgaven te weerspiegelen op basis van historische
data en verwachtingen. De kosten worden bepaald volgens
de first-in, first-out (‘FIFO’) -methode. De kostprijs van
afgewerkte producten en werken in uitvoering omvat onder
meer ontwerpkosten, grondstoffen, directe arbeidskosten,
andere directe kosten en gerelateerde productiekosten (op
basis van normale bedrijfscapaciteit). De realiseerbare
nettowaarde is de geschatte verkoopprijs bij normale
bedrijfsuitoefening verminderd met de variabele
verkoopuitgaven.
Op basis van een gekwantificeerde methode worden
voorzieningen tegen de boekwaarde van voorraden
opgenomen, rekening houdend met kwalitatieve aspecten,
waaronder de laagste waarde van de kostprijs versus de
inschatting van de realiseerbare nettowaarde. Deze
voorzieningen worden beoordeeld door het management.
Toelichting 1.10. Handelsvorderingen
Handelsvorderingen zijn bedragen die verschuldigd zijn van
klanten voor goederen die verkocht of diensten die
verleend werden in het kader van de normale
bedrijfsuitoefening. Handelsvorderingen worden
aanvankelijk opgenomen tegen reële waarde en later
gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs gebruik
makend van de effectieve intrestmethode, verminderd met
een eventuele provisie voor dubieuze debiteuren.
Handelsvorderingen worden op een continue basis
beoordeeld. Ze worden als vlottende activa geclassificeerd
wanneer verwacht wordt dat de vordering binnen het jaar
wordt geïnd. In het andere geval worden ze opgenomen als
vaste activa.
De Groep heeft IFRS 9 toegepast door de gewijzigde
retrospectieve methode toe te passen, door gebruik te
maken van de vereenvoudigde benadering van de norm en
berekende verwachte kredietverliezen (ECL’s) op basis van
de verwachte kredietverliezen over de volledige levensduur.
De Groep heeft een voorzieningenmatrix opgesteld. De
handelsvorderingen zijn ingedeeld volgens
gemeenschappelijke kenmerken die representatief zijn voor
het vermogen van de klant om te betalen (op basis van de
geografische regio en het type klanten, zoals detailhandel,
groothandel of bouw & constructie en de status van
wanbetaling). De voorzieningenmatrix is gebaseerd op de
voorspelde wanbetalingspercentages die zijn gepubliceerd
door Moody’s, en is aangepast met schaalfactoren om
verschillen te weerspiegelen in de visie van de Groep op de
huidige en voorspelde economische omstandigheden en de
historische omstandigheden.
Naast deze algemene aanpak, neemt de Groep naargelang
het geval ook individueel beheerde posities op die niet
onder het ECL-model vallen, waarbij ook rekening wordt
gehouden met extra risicofactoren in het ECL-model, indien
deze nog niet zijn opgenomen.
Toelichting 1.11. Liquide middelen
Liquide middelen omvatten kasmiddelen, bij banken direct
opvraagbare deposito’s, overige kortlopende liquide
beleggingen en bankvoorschotten. Bankschulden worden in
de balans opgenomen onder ‘Bankleningen’, onder
kortlopende schulden.
Toelichting 1.12. Maatschappelijk kapitaal
Gewone aandelen worden opgenomen als eigen vermogen.
Kosten die rechtstreeks toerekenbaar zijn aan de uitgifte
van nieuwe aandelen of opties worden netto, na aftrek van
belastingen, in mindering gebracht van het eigen vermogen.
Toelichting 1.13. Overheidssubsidies
Overheidssubsidies worden opgenomen tegen hun reële
waarde wanneer er redelijke zekerheid bestaat dat deze
subsidie zal worden toegekend en de Groep zal voldoen aan
alle voorwaarden die eraan verbonden zijn.
Overheidssubsidies met betrekking tot kosten worden
uitgesteld en opgenomen in de resultatenrekening in
‘Overige opbrengsten’ over de periode die nodig is om ze in
overeenstemming te brengen met de kosten die ze geacht
zijn te compenseren.
Overheidssubsidies met betrekking tot materiële vaste
activa worden opgenomen in langlopende schulden als
uitgestelde overheidssubsidies en worden op lineaire basis
gecrediteerd op de resultatenrekening over de verwachte
nuttige levensduur van de bijhorende activa.
Jaarrekening
04 Jaarrekening Jaarverslag Belysse 2025 179
Toelichting 1.14. Handelsschulden
Handelsschulden zijn verplichtingen tot het betalen van
goederen of diensten die in het kader van de normale
bedrijfsuitoefening werden aangeschaft bij leveranciers.
Handelsschulden worden als kortlopende schulden
geclassificeerd wanneer betaling verschuldigd is binnen een
jaar of minder (of binnen de normale bedrijfscyclus indien
langer). In het andere geval worden ze opgenomen als
langlopende schulden.
Handelsschulden worden aanvankelijk opgenomen tegen
reële waarde en later gewaardeerd tegen geamortiseerde
kostprijs gebruik makend van de effectieve intrestmethode.
Financieringsregelingen voor de leverancier worden
opgenomen als een financiële verplichting tenzij de
oorspronkelijke handelsschuld afgelost is of waar de
voorwaarden ingrijpend gewijzigd zijn zodat ze in aanmerking
komen om in overeenstemming met IFRS 9 van de balans te
worden gehaald (zie Toelichting 1.17. ‘Uitboeken van financiële
activa en verplichtingen’).
Toelichting 1.15. Classificatie als schuld of eigen
vermogen
Sommige instrumenten die de juridische vorm van een
schuld hebben, zijn in wezen eigen vermogen. Een financieel
instrument wordt geclassificeerd als een financiële
verplichting of een eigen-vermogensinstrument afhankelijk
van de inhoud van de regeling, veeleer dan van de juridische
vorm. Verplichtingen ontstaan wanneer de emittent
contractueel verplicht is de houder geldmiddelen of een
ander financieel actief te leveren. Een instrument is alleen
een eigen-vermogensinstrument als de emittent een
dergelijke verplichting niet heeft, d.w.z. als hij het
onvoorwaardelijke recht heeft een afwikkeling in contanten of
een ander financieel actief te vermijden. De mogelijkheid om
de betaling uit te stellen is niet voldoende om de classificatie
als eigen vermogen te verkrijgen, tenzij de betaling voor
onbepaalde tijd kan worden uitgesteld. Over het algemeen is
een verplichting van een entiteit om haar eigen aandelen te
leveren geen financiële verplichting omdat de eigen aandelen
van een entiteit niet als haar financiële activa worden
beschouwd. Een uitzondering hierop is het geval waarbij een
entiteit verplicht is om een variabel aantal van haar eigen-
vermogensinstrumenten te leveren.
Toelichting 1.16. Senior Secured Notes, Term Facility en
bank- en overige leningen
Senior Secured Notes, Term Facility en bank- en overige
leningen worden aanvankelijk opgenomen tegen reële
waarde, na aftrek van gemaakte transactiekosten. Daarna
worden ze geboekt tegen geamortiseerde kostprijs; elk
verschil tussen de opbrengsten (na aftrek van
transactiekosten) en de aflossingswaarde wordt opgenomen
in de resultatenrekening over de periode van de leningen,
gebruik makend van de effectieve intrestmethode.
Toelichting 1.17. Uitboeken van financiële activa en
verplichtingen
Een financieel actief (of, waar van toepassing, een deel van
een financieel actief of deel van een groep van gelijkaardige
financiële activa) wordt uitgeboekt wanneer:
• de rechten om kasstromen uit het actief te
ontvangen, vervallen zijn;
• de Groep het recht behoudt om kasstromen uit het
actief te ontvangen, maar een verplichting is
aangegaan om ze volledig en zonder relevant uitstel
te betalen aan een derde partij in het kader van een
‘doorgeefregeling’; of
• de Groep haar rechten om kasstromen uit het actief
te ontvangen, heeft overgedragen en ofwel (a) vrijwel
alle risico’s en voordelen van het actief heeft
overgedragen, ofwel (b) niet vrijwel alle risico’s en
voordelen van het actief heeft overgedragen of
behouden, maar de controle van het actief heeft
overgedragen.
Wanneer aan de criteria van IFRS 9 voor het uitboeken niet is
voldaan, blijven de vorderingen opgenomen in de balans,
terwijl de inkomsten die de Groep ontvangt in het kader van
financierings/factoring-regelingen opgenomen worden als
een financiële verplichting.
Een financiële verplichting wordt uitgeboekt wanneer de
verplichting kwijtgescholden of geschrapt wordt of haar
vervaldatum heeft bereikt. Wanneer een bestaande financiële
verplichting vervangen wordt door een andere van dezelfde
kredietverstrekker maar met aanzienlijk verschillende
voorwaarden, of wanneer de bestaande verplichting
overgedragen wordt naar een andere kredietverstrekker en de
Groep door haar oorspronkelijke kredietverstrekker van haar
verplichting wordt gekweten, of de voorwaarden van een
bestaande verplichting aanzienlijke wijzigingen ondergaan,
wordt een dergelijke ruil of wijziging behandeld als een
uitboeking van de oorspronkelijke verplichting en de boeking
van een nieuwe verplichting en wordt het verschil tussen de
respectieve bedragen opgenomen in de resultatenrekening.
De voorwaarden zijn aanzienlijk verschillend wanneer de
verdisconteerde huidige waarde van de kasstromen krachtens
de nieuwe voorwaarden, inclusief eventuele betaalde
vergoedingen na aftrek van eventuele ontvangen en
verdisconteerde vergoedingen gebruik makend van de
oorspronkelijke effectieve intrestvoet, minstens tien procent
verschilt van de verdisconteerde huidige waarde van de
resterende kasstromen van de oorspronkelijke financiële
verplichting.
Jaarrekening
04 Jaarrekening Jaarverslag Belysse 2025 180
Toelichting 1.18. Verschuldigde en uitgestelde
belastingen
De belastinguitgaven voor de periode omvatten
verschuldigde en uitgestelde belastingen. De belastingen
worden opgenomen in de resultatenrekening, behalve
wanneer ze betrekking hebben op posten die opgenomen
zijn in ‘Niet-gerealiseerde resultaten’ of rechtstreeks in
‘Eigen vermogen’. In dit geval worden de belastingen ook
opgenomen respectievelijk in ‘Niet-gerealiseerde resultaten’
of rechtstreeks in ‘Eigen vermogen’.
De actuele belastinglast wordt berekend op basis van de
belastingwetgeving waarvan het wetgevingsproces
(materieel) is afgesloten op de balansdatum in de landen
waar de entiteiten van de Groep actief zijn en belastbaar
inkomen genereren. In overeenstemming met paragraaf 46
van ‘Inkomstenbelastingen’ onder IAS 12, evalueert het
management op periodieke basis posities aangenomen in
belastingaangiften met betrekking tot situaties waarin de
toepasselijke belastingregelgeving aan interpretatie
onderhevig is. Ze legt waar gepast voorzieningen aan op
basis van de bedragen die verwacht betaald zullen moeten
worden aan de belastingautoriteiten. Deze evaluatie wordt
gemaakt voor belastbare periodes die open zijn voor audit
door de bevoegde instanties.
Uitgestelde inkomstenbelastingen worden volgens de
balansmethode voor tijdelijke verschillen die ontstaan
tussen de fiscale basis van activa en verplichtingen en hun
boekwaarde opgenomen in de geconsolideerde
jaarrekening. De uitgestelde inkomstenbelastingen worden
echter niet geboekt wanneer zij ontstaan uit de
aanvankelijke opname van een actief of verplichting in een
andere transactie dan een bedrijfscombinatie die op het
ogenblik van de transactie geen impact heeft op het boek-
houdkundige of belastbare winst of verlies. De uitgestelde
inkomstenbelastingen worden bepaald gebruik makend van
de belastingtarieven (en wetten) die op de balansdatum
uitgevaardigd of inhoudelijk uitgevaardigd zijn en waarvan
verwacht wordt dat ze van toepassing zullen zijn wanneer
het actief waarop de belastinglatentie betrekking heeft,
gerealiseerd wordt of de uitgestelde belastingschuld wordt
afgewikkeld.
Uitgestelde belastingvorderingen worden enkel opgenomen
wanneer het waarschijnlijk is dat er toekomstige belastbare
winst beschikbaar zal zijn waarmee de tijdelijke verschillen
kunnen worden verrekend.
Uitgestelde inkomstenbelastingen worden voorzien voor
tijdelijke verschillen die voortvloeien uit investeringen in
dochterondernemingen en deelnemingen, tenzij de Groep
de volledige controle heeft over het moment waarop het
tijdelijke verschil wordt teruggeboekt en het waarschijnlijk is
dat het tijdelijk verschil niet in de nabije toekomst zal worden
teruggeboekt.
Uitgestelde belastingvorderingen en -schulden worden
gesaldeerd als er een wettelijk afdwingbaar recht bestaat om
verschuldigde belastingvorderingen te salderen tegen
verschuldigde belastingschulden en wanneer de uitgestelde
belastingvorderingen en -schulden betrekking hebben op
inkomstenbelastingen geheven door dezelfde
belastingautoriteit op ofwel de belastbare entiteit of
verschillende belastbare entiteiten wanneer er een intentie
bestaat om de saldi op netto basis te vereffenen. Uitgestelde
belastingen worden niet verdisconteerd.
IFRIC 23 ‘Onzekerheid over fiscale behandelingen van
inkomsten’. Deze interpretatie verduidelijkt de
boekhoudkundige verwerking voor onzekerheden inzake
inkomstenbelastingen. De interpretatie moet worden
toegepast op de bepaling van de belastbare winst (het
belastbare verlies), belastbare basis, niet-gecompenseerde
fiscale verliezen, ongebruikte belastingkredieten en
belastingvoeten, wanneer er onzekerheid bestaat over het feit
of de belasting opgenomen door een Groep aanvaard zal
worden door de belastingautoriteit. Ze wordt toegepast op
zowel verschuldigde als uitgestelde belastingen wanneer er
onzekerheid bestaat over de belastingpositie van een Groep.
De Groep heeft een gedetailleerde inschatting gemaakt van
alle belastingonzekerheden binnen de Groep die de volgende
implicaties hebben voor de boekhoudkundige principes:
a. De Groep heeft beslist of haar onzekere
belastingposities individueel of gezamenlijk in
aanmerking moeten worden genomen, gebaseerd op
welke benadering de beste voorspellingen verschafte
van het oplossen van de onzekerheden met de
belastingautoriteit;
b. De Groep is ervan uitgegaan dat de belastingautoriteit
de positie zal onderzoeken (indien ze gemachtigd is
dit te doen) en volledige kennis zal hebben van alle
relevante informatie;
c. De Groep heeft geval per geval beslist om een
onzekere belastingpositie (groep van onzekere
belastingposities) op te nemen gebruik makend van
ofwel het meest waarschijnlijke bedrag of de
verwachte waarde, afhankelijk van wat gedacht wordt
een betere voorspelling op te leveren voor het
oplossen van elke (groep van) onzekere belasting-
positie(s) om de waarschijnlijkheid van een
aanpassing uitgevoerd na onderzoek te
weerspiegelen.
Jaarrekening
04 Jaarrekening Jaarverslag Belysse 2025 181
Toelichting 1.19. Voorzieningen
Voorzieningen voor herstructureringskosten,
bodemsanering, juridische claims, servicegaranties en
compensatieverplichtingen worden opgenomen wanneer
de Groep een bestaande in rechte afdwingbare of feitelijke
verplichting heeft ten gevolge van gebeurtenissen in het
verleden, het waarschijnlijk is dat een uitstroom van
middelen vereist zal zijn om de verplichting af te wikkelen
en het bedrag op betrouwbare wijze kan worden geschat.
Er worden geen voorzieningen opgenomen voor
toekomstige bedrijfsverliezen.
Wanneer er sprake is van een aantal gelijkaardige
verplichtingen, wordt de categorie van verplichtingen in
haar geheel beschouwd om te bepalen of het waarschijnlijk
is dat een uitstroom van middelen vereist zal zijn om de
verplichtingen af te wikkelen. Een voorziening wordt
opgenomen zelfs als de waarschijnlijkheid van een
uitstroom met betrekking tot één van de items in dezelfde
categorie van verplichtingen klein is.
Voorzieningen worden berekend tegen de contante waarde
van de beste schatting van het management van de kosten
vereist om de huidige verplichting af te wikkelen op het
einde van de verslagperiode. De disconteringsvoet die
wordt gebruikt om de contante waarde te bepalen is een
disconteringsvoet vóór belastingen die een afspiegeling is
van de huidige marktbeoordelingen van de tijdswaarde van
geld en de specifieke risico’s van de verplichting. De
toename van de voorziening als gevolg van het verstrijken
van tijd wordt opgenomen als intrestuitgave.
Toelichting 1.20. Personeelsvoordelen
Pensioenverplichtingen
IAS 19 onderscheidt twee types van regelingen betreffende
vergoedingen na uitdiensttreding:
• Toegezegde-bijdrageregelingen of ‘defined
contribution plans’ (DC-plannen) zijn regelingen
betreffende vergoeding na uitdiensttreding
waarbij een onderneming vaste bijdragen betaalt
in een afzonderlijke entiteit (een fonds of
groepsverzekeringscontract) en geen in rechte
afdwingbare of feitelijke verplichting heeft om
verdere bijdragen te betalen indien het fonds niet
over voldoende activa beschikt om alle
personeelsbeloningen te betalen die verband
houden met werknemersprestaties in de huidige
of vorige periodes;
• Toegezegde-pensioenregelingen of ‘defined
benefit plans’ (DB-plannen) zijn alle andere
regelingen betreffende vergoedingen na
uitdiensttreding dan toegezegde-
bijdrageregelingen.
De entiteiten van de Groep hanteren één toegezegde-
pensioenregeling voor een groep managers en verschillende
pensioenregelingen die worden gefinancierd door betalingen
aan verzekeringsmaatschappijen. Gelet op de Belgische
wetgeving die van toepassing is op de 2de pensioenpijler
(zogenaamde ‘Wet Vandenbroucke’), moeten alle Belgische
toegezegde-bijdrageregelingen onder IFRS beschouwd worden
als toegezegde-pensioenregelingen. De Wet Vandenbroucke
bepaalt dat de werkgevers in het kader van toegezegde-
bijdrageregelingen, een minimumrendement van 3,75% moeten
waarborgen op werknemersbijdragen en van 3,25% op
werkgeversbijdragen. Kort voor het jaareinde van 2015 is er
echter een wijziging in de Belgische wetgeving doorgevoerd die
resulteerde in een daling van het gewaarborgde rendement van
3,25% tot een minimale rentevoet gebaseerd op de Belgische
rentevoet op 10 jaar, maar binnen de vork van 1,75%-3,25%. De
nieuwe rentevoet (1,75% per 31 december 2024 en per 31
december 2023) is van toepassing voor de jaren na 2015 op de
toekomstige bijdragen en ook op de gecumuleerde bijdragen
van het verleden vanaf 31 december 2015 wanneer het
financieringsorganisme geen bepaald resultaat op de bijdragen
kan garanderen tot de pensioenleeftijd. Wanneer het organisme
een dergelijk resultaat kan garanderen, blijven de historische
rentevoeten van toepassing.
Door deze gegarandeerde minimumrendementen is de
werkgever blootgesteld aan een financieel risico: verdere
bijdragen zouden vereist kunnen zijn als het rendement op de
activa niet voldoende is om het minimumvoordeel te behalen
dat betaald moet worden. De Groep heeft regelingen inzake
vergoedingen na uitdiensttreding die worden gefinancierd door
middel van verzekeringscontracten. De ‘projected unit credit’-
methode is gebruikt als actuariële techniek voor de waardering
van de verplichting uit hoofde van toegezegde-
pensioenregelingen. Merk op dat voor de bonusplannen een
vereenvoudigde benadering wordt toegepast, aangezien het
niet mogelijk is om toekomstige bonussen (die toekomstige
bijdragen definiëren) te voorspellen. De reële waarde van de
fondsbelegging is gebaseerd op § 113 van IAS 19 en wordt
gedefinieerd als de contante waarde van de door de
verzekeringsmaatschappij gegarandeerde pensioenkapitalen
(op basis van de door de verzekeringsmaatschappij
vastgestelde tarieven). De gebruikte disconteringsvoet houdt
rekening met het beleggings-risico van financiële instellingen
door te verwijzen naar financiële A-obligaties. Daarom wordt
een extra verschil toegevoegd aan de disconteringsvoet van de
verplichting uit hoofde van toegezegde-pensioenregelingen
(‘defined benefit plans’ of DB-plannen) dat het verschil
weergeeft tussen AA-bedrijfsobligaties en A-bedrijfs-obligaties.
Op 31 december 2025 bedroeg deze kloof 40 basispunten.
Jaarrekening
04 Jaarrekening Jaarverslag Belysse 2025 182
Andere verplichtingen na uitdiensttreding
De Groep heeft geen andere verplichtingen na
uitdiensttreding.
Ontslagvergoedingen
Ontslagvergoedingen zijn verschuldigd wanneer het
dienstverband van een werknemer wordt beëindigd door
de Groep vóór de normale pensioendatum of wanneer een
werknemer in ruil voor deze vergoedingen vrijwillig ontslag
heeft aanvaard. De Groep boekt een verplichting en uitgave
voor ontslagvergoedingen op de vroegste van de volgende
datums: (a) wanneer de Groep het aanbod van deze
voordelen niet langer kan intrekken; en (b) wanneer de
Groep kosten boekt voor een herstructurering die binnen
het toepassingsgebied van IAS 37 valt en de betaling van
ontslagvergoedingen inhoudt. Vergoedingen die worden
toegekend na meer dan 12 maanden na het einde van de
verslagperiode worden verdisconteerd tegen hun contante
waarde.
In België zorgt het systeem van brugpensioen ervoor dat
oudere personen die door hun werkgever ontslagen worden
of die aangemoedigd worden om hun dienstverband te
beëindigen en die aan bepaalde voorwaarden voldoen, in
aanmerking komen voor een aanvullende
werkloosheidsuitkering die betaald wordt door hun
vroegere werkgever bovenop de werkloosheidsuitkeringen
die betaald worden door de sociale zekerheid. Doorgaans
wordt die uitkering betaald tot de normale pensioenleeftijd,
die in 2025 65 jaar bedraagt.
Binnen de Groep genieten verschillende voormalige
werknemers van het systeem van ‘brugpensioen’, op basis
van verschillende Belgische collectieve
arbeidsovereenkomsten (cao’s) die van kracht zijn voor de
sector (textielnijverheid en breiwerk / industrie textile et de
la bonneterie) of die specifiek zijn voor de Groep. Deze
cao’s beschrijven de verschillende mogelijkheden waarover
werknemers in de sector beschikken om te genieten van
het brugpensioen, de oprichting van een sectorfonds
(fonds voor bestaanszekerheid / fonds de sécurité
d’existence), deeltijdse arbeid, opleiding en training, enz. Er
bestaan bepaalde cao’s voor arbeiders en andere voor
bedienden.
Voor deze brugpensioenen die rechtstreeks door de
werkgever worden betaald, zou een voorziening moeten
worden aangelegd overeenkomstig IAS 19. Die werd
vastgelegd als de contante waarde van de beste raming
van toekomstige kasstromen. De gebruikte
disconteringsvoet is gebaseerd op het rendement van
bedrijfsobligaties met een hoge rating (AA) met een looptijd
die gelijkwaardig is aan de looptijd van de verplichtingen. De
wijzigingen in pensioenverplichtingen worden verwerkt in
overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten
wanneer de wijzigingen betrekking hebben op een
verandering in de actuariële aannames van het ene jaar op
het andere.
Bonusregelingen
De bonussen die ontvangen worden door werknemers van
de vennootschap en het management zijn gebaseerd op het
behalen van vooraf door de Groep vastgelegde en
individuele doelstellingen. Het geschatte bedrag van de
bonus wordt opgenomen als een kost in de periode waarin
de bonus wordt verdiend.
Op aandelen gebaseerde betalingen
Een in eigen-vermogensinstrumenten af te wikkelen, op
aandelen gebaseerde betalingstransactie is een transactie
waarbij de Groep diensten ontvangt als vergoeding voor
haar eigen aandelen (of aandelenopties). De reële waarde
van de diensten die in ruil voor de toekenning van de
aandelen (of aandelenopties) worden ontvangen, bepaald
op basis van de reële waarde op de toekenningsdatum van
de aandelen (of aandelenopties), wordt opgenomen als een
last voor de duur van de uitoefenperiode.
Wanneer op aandelen gebaseerde betalingsregelingen
worden betaald in contanten dan worden de verworven
goederen en de ontvangen diensten en de verplichting
gewaardeerd tegen de reële waarde van de verplichting. Tot
de verplichting afgewikkeld is, wordt de reële waarde van de
verplichting opnieuw gewaardeerd op het einde van elke
verslagperiode en op de afwikkelingsdatum, waarbij
eventuele wijzigingen in de reële waarde opgenomen
worden in de resultatenrekening voor de periode.
Personeelsvoordelen op korte termijn
Deze omvatten lonen, salarissen en sociale
zekerheidsbijdragen, betaald jaarlijks verlof en ziekteverlof,
bonussen en niet-cash voordelen en worden opgenomen als
een uitgave voor de desbetreffende periode. Alle
bedrijfsmanagers komen in aanmerking voor bonussen die
gebaseerd zijn op indicatoren, waaronder persoonlijke
prestaties en belangrijke financiële doelstellingen. Het
bedrag van de bonus wordt opgenomen als een uitgave, op
basis van een raming die gemaakt wordt op het einde van de
verslagperiode.
Jaarrekening
04 Jaarrekening Jaarverslag Belysse 2025 183
Toelichting 1.21. Opname en erkenning van de omzet
Opbrengsten uit contracten
Onder IFRS 15 wordt de omzet opgenomen als een bedrag
dat de vergoeding weerspiegelt waarop een entiteit
verwacht recht te hebben in ruil voor de overdracht van
goederen of diensten aan een klant. De nieuwe norm
voorziet in een vijfstappenmodel voor het verantwoorden
van opbrengsten die voortvloeien uit contracten met
klanten. De norm vereist van entiteiten dat ze een oordeel
vormen, rekening houdend met alle relevante feiten en
omstandigheden wanneer elke stap van het model wordt
toegepast op contracten met hun klanten. De vijf stappen
zijn het identificeren van het (de) contract(en) met de klant,
het identificeren van de resultaatverplichtingen in het
contract, het bepalen van de transactieprijs, het toewijzen
van de transactieprijs aan elke resultaatverplichting en het
opnemen van opbrengsten naarmate aan elke
resultaatverplichting is voldaan.
De Groep heeft elk van de omzetstromen beoordeeld
vanuit het perspectief van IFRS 15 voor omzetopname
(zoals vermeld in Toelichting 4) en is tot de conclusie
gekomen dat IFRS 15 geen impact heeft op het bedrag en
de timing van de omzetopname. Bij toepassing van IFRS 15
heeft de Groep rekening gehouden met het volgende:
Opname van opbrengsten uit afzonderlijke
resultaatverplichtingen
De Groep heeft haar contracten met klanten geanalyseerd
om al haar resultaatverplichtingen te bepalen.
Resultaatverplichtingen die voortvloeien uit
verkoopcontracten van de Groep zijn voornamelijk
leveringen aan klanten via orders die verband houden met
de verkoop van goederen. Diensten hebben meestal een
ondergeschikte rol in de bedrijfsactiviteiten van de Groep
of vormen een aanvulling op de levering van goederen. De
Groep heeft geen afzonderlijke resultaatverplichtingen
geïdentificeerd die boekhoudkundig zouden moeten
worden verwerkt in overeenstemming met IFRS 15.
Variabele overwegingen
Sommige contracten met klanten voorzien in
volumediscounts, financiële kortingen, prijsconcessies of
een recht op retour voor kwaliteitsclaims. De omzet uit
deze verkopen wordt opgenomen op basis van de prijs die
vermeld staat in het contract, na aftrek van retours en
vergoedingen, volumediscounts en kortingen.
Tijdens een boekjaar kan de presentatie van het effect van
een variabele prijscomponent gebaseerd worden op het
oordeel van het management over kortingsredenen,
bijvoorbeeld het verkoopvolume dat in de loop van het jaar
bij een bepaalde klant is bereikt. IFRS 15 wijzigt niets aan de
principes die door de Groep worden toegepast bij de
bepaling of toewijzing van de transactieprijs.
Opbrengst opnemen naarmate aan elke
resultaatverplichting is voldaan
In overeenstemming met IFRS 15 worden opbrengsten
opgenomen in de periode waarin de klant de controle van de
geleverde goederen op zich neemt. De Groep levert
goederen onder contractuele voorwaarden gebaseerd op
de internationaal aanvaarde leveringsvoorwaarden
(Incoterms) en is tot de conclusie gekomen dat de
overdracht van risico’s en voordelen over het algemeen
samenvalt met de overdracht van controle op een bepaald
moment van de Incoterms. Bijgevolg verandert de timing
van de omzet die is opgenomen voor de verkoop van haar
producten niet onder IFRS 15.
Garantieverplichtingen
De Groep biedt garanties dat de verkochte goederen
voldoen aan de overeengekomen specificaties. Deze
garanties gelden niet als een afzonderlijke dienst
(resultaatverplichting) en zullen daarom boekhoudkundig
verwerkt blijven worden onder IAS 37 ‘Voorzieningen,
voorwaardelijke verplichtingen en voorwaardelijke activa’,
zoals in het verleden gebeurde.
Intrestopbrengsten
Intrestopbrengsten worden opgenomen volgens de
effectieve-intrestmethode. Wanneer een vordering een
bijzondere waardevermindering heeft ondergaan, verlaagt
de Groep de boekwaarde van de invorderbare waarde,
zijnde de geschatte toekomstige kasstromen
verdisconteerd tegen de oorspronkelijke effectieve
intrestvoet en gaat zij door met de afwikkeling van de
disconteringsvoet als intrestopbrengsten.
Intrestopbrengsten op in waarde verminderde leningen en
vorderingen worden opgenomen volgens de oorspronkelijke
effectieve intrestvoet.
Dividendinkomsten
Dividendinkomsten worden opgenomen wanneer het recht
om betaling te ontvangen, vastgelegd is.
Bijzondere waardeverminderingen op
handelsvorderingen of contractactiva
De Groep past IFRS 9 toe met betrekking tot de bijzondere
waardeverminderingen op handelsvorderingen (zie
Toelichting 1.10). De Groep heeft geen belangrijke
contractsaldi waarbij ofwel de Groep de
resultaatverplichting heeft uitgevoerd waarvoor nog geen
facturering heeft plaatsgevonden, ofwel vooruitbetalingen
heeft ontvangen waarvoor aan de resultaatverplichting niet
is voldaan.
Jaarrekening
04 Jaarrekening Jaarverslag Belysse 2025 184
Toelichting 1.22. Leases
De Groep leaset bepaalde materiële vaste activa.
IFRS 16 ‘Leases’ (van kracht sinds 1 januari 2019). Vanaf 1
januari 2019 heeft de Groep haar boekhoudkundige
principes gewijzigd om IFRS 16 te kunnen toepassen. IFRS
16 heeft IAS 17 ‘Leases’ vervangen en dit betekent een
verregaande wijziging in de boekhoudkundige verwerking
door leasingnemers in het bijzonder. Onder IAS 17
moesten leasingnemers een onderscheid maken tussen
een lease (balans) en een operationele lease
(buitenbalans). IFRS 16 vereist van leasingnemers dat ze
een leaseverplichting opnemen die toekomstige lease-
betalingen weerspiegelen en een actief met gebruiksrecht
voor vrijwel alle leasecontracten. Onder IFRS 16 is of bevat
een contract een lease wanneer het contract het recht
verleent om het gebruik van een geïdentificeerd actief te
gebruiken gedurende een tijdsperiode in ruil voor een
vergoeding.
Onder de IFRS 16 toepassingsmethode die door de Groep
is gekozen (gewijzigde retrospectieve benadering) worden
vorige jaren niet herwerkt om in overeenstemming te zijn
met de nieuwe principes. Vandaar dat de Groep ervoor
heeft gekozen om het actief met gebruiksrecht te
waarderen tegen een bedrag dat gelijk is aan de
leaseverplichting bij opening (geen voorafbetaalde of
opgebouwde leasinguitgaven). Bijgevolg worden de
wijzigingen in de winst, de activa en de passiva en de
kasstromen tegenover vorig jaar beïn
vloed door de nieuwe
grondslagen.
De nieuwe boekhoudkundige norm mondt uit in het feit dat
vrijwel alle leasings op de balans worden opgenomen
(behalve voor activa met een lage waarde of leases met
een leasingtermijn van 12 maanden of minder die in de
resultatenrekening worden opgenomen).
Onder de nieuwe norm worden een actief (het actief met
gebruiksrecht) en een verplichting om leasebetalingen te
verrichten (de leaseverplichting) opgenomen. Het
gebruiksrecht van de geleasede activa wordt geactiveerd
onder materiële vaste activa en omvat de netto contante
waarde van de leasing. De overeenkomstige
leaseverplichting is opgedeeld in kortlopende
(leasebetaling binnen 12 maanden) en een langlopende
verplichtingen. Voor elk leasecontract is op de
toepassingsdatum een schatting gemaakt van de termijn
van de overeenkomst, inclusief een optionele leasetermijn
voor het geval dat er redelijke zekerheid bestaat dat de
optie zou worden verlengd.
De leasetermijnen blijven ongewijzigd, tenzij een
belangrijke gebeurtenis of een belangrijke wijziging in de
omstandigheden waarover de leasingnemer zeggenschap
heeft, de duur van de leaseovereenkomst heeft beïnvloed.
In dat geval zal de leasetermijn opnieuw worden
beoordeeld.
De Groep heeft er ook voor gekozen om niet opnieuw te
beoordelen of een contract een leaseovereenkomst is of
bevat op de datum van de eerste toepassing. In plaats
daarvan heeft de Groep voor overeenkomsten die vóór de
overgangsdatum zijn aangegaan, vertrouwd op de
beoordelingen die ze heeft gemaakt bij de toepassing van
IAS 17 en Interpretatie 4 Vaststelling of een overeenkomst
een leaseovereenkomst bevat.
Op de aanvangsdatum van een leaseovereenkomst nemen
leasingnemers een leaseverplichting (d.w.z. een
verplichting om leasebetalingen te verrichten) en een
recht-op-gebruik actief (d.w.z. een actief dat het recht
vertegenwoordigt om het onderliggende actief gedurende
de leasetermijn te gebruiken) op. De leaseverplichtingen
worden opgenomen tegen de contante prijs van de
resterende leasebetalingen. Het recht-op-gebruik actief
wordt afgeschreven over de termijn van de
leaseovereenkomst. De intrestuitgaven worden
opgenomen in de leaseverplichting. De leaseverplichting
wordt geherwaardeerd wanneer zich bepaalde
gebeurtenissen voordoen (bijvoorbeeld een wijziging in de
leasetermijn of een wijziging in toekomstige
leasebetalingen als gevolg van een wijziging in de index).
Dergelijke herwaarderingen van de leaseverplichting zullen
over het algemeen worden opgenomen als een aanpassing
van het recht-op-gebruik actief.
De Groep past vrijstellingen voor de opname van
leaseovereenkomsten toe voor kortlopende
leaseovereenkomsten en leaseovereenkomsten waarvan
het onderliggende actief van lage waarde is. De Groep
kiest er, per klasse van onderliggende activa, voor om
lease- en niet-leasecomponenten niet van elkaar te
scheiden en verwerkt in plaats daarvan elke
leasecomponent en de bijhorende niet-leasecomponent
als één enkele leasecomponent.
Wat de financieringsovereenkomsten van de Groep
betreft, voorziet de documentatie in een neutralisatie van
de wijzigingen in boekhoudkundige normen. Als dusdanig
heeft de toepassing van IFRS 16 geen gevolgen voor de
financiering van de Groep. We zullen de Schuldgraad
blijven berekenen in overeenstemming met de definitie in
onze financieringsovereenkomst.
Jaarrekening
04 Jaarrekening Jaarverslag Belysse 2025 185
Toelichting 1.23. Dividenduitkering
Dividendenuitkeringen aan de aandeelhouders van de
Vennootschap worden in de jaarrekening van de Groep
opgenomen als een verplichting in de periode waarin de
dividenden door de aandeelhouders van de Vennootschap
zijn goedgekeurd.
Toelichting 1.24. Kasstroomoverzicht
De kasstromen van de Groep worden gepresenteerd
volgens de indirecte methode. Deze methode splitst de
bewegingen op in kasmiddelen voor de verslagperiode door
de nettowinst voor het jaar te corrigeren voor alle niet-
kaskosten en veranderingen in het bedrijfskapitaal en door
investerings- en financieringskasstromen te identificeren
voor de verslagperiode.
Toelichting 1.25. Non-GAAP-maatstaven
De volgende alternatieve resultaatmaatstaven (niet-IFRS)
werden gebruikt aangezien het management van mening is
dat ze vaak door bepaalde investeerders, effectenanalisten
en andere geïnteresseerde partijen worden gebruikt als
aanvullende maatstaven voor de prestaties en de liquiditeit.
De alternatieve resultaatmaatstaven zijn mogelijk niet
vergelijkbaar met maatstaven met vergelijkbare namen van
andere ondernemingen, kunnen als analytische
hulpmiddelen beperkingen hebben en mogen niet
autonoom in aanmerking worden genomen of worden
gebruikt als vervanging voor een analyse van onze bedrijfs-
resultaten, onze prestaties of onze liquiditeit onder IFRS.
Organische Groei wordt gedefinieerd als groei zonder (i)
wisselkoerseffect, wat de omrekening van belangrijke
buitenlandse entiteiten omvat en (ii) M&A-impact.
Gecorrigeerde winst per aandeel wordt gedefinieerd als
winst/(verlies) over de periode gecorrigeerd voor (i) het
effect van de toewijzing van de aankoopprijs voornamelijk
op voorraadwijzigingen, (ii) winsten op afstotingen van
activa, (iii) integratie- en herstructureringskosten, (iv)
milieuvoorzieningen die verband houden met historische
vervuiling, (v) niet-recurrente financieringskosten (vi) niet-
recurrente belastingeffecten, gedeeld door het aantal
aandelen van Belysse Group NV.
Gecorrigeerde EBITDA wordt gedefinieerd als
bedrijfswinst/(-verlies) gecorrigeerd voor (i) het effect van
de toewijzing van de aankoopprijs vooral op
voorraadwijzigingen, (ii) winsten op afgestoten activa, (iii)
integratie- en herstructureringskosten, (iv)
waardeverminderingen en afschrijvingen, (v) bijzondere
waardeverminderingen en afboekingen en (vi)
milieuvoorzieningen die verband houden met historische
vervuiling.
Gecorrigeerde EBITDA-marge wordt gedefinieerd als de
Gecorrigeerde EBITDA als percentage van de omzet.
Gecorrigeerde bedrijfswinst/-verlies wordt gedefinieerd
als bedrijfswinst/(-verlies) gecorrigeerd voor (i) het effect
van de toewijzing van de aankoopprijs vooral op
voorraadwijzigingen, (ii) winsten op afgestoten activa, (iii)
integratie- en herstructureringskosten, (iv) bijzondere
waardeverminderingen en afboekingen en (vi)
milieuvoorzieningen die verband houden met historische
vervuiling.
Brutoschuld wordt gedefinieerd als (i) Term Facility
aangepast voor de financieringskosten opgenomen in de
boekwaarde, (ii) Notes die in 2030 vervallen en (iii) bank- en
andere leningen aangepast voor geactiveerde
financieringskosten.
Nettoschuld wordt gedefinieerd zoals in de vorige periode
als (i) Termijnlening, (ii) Notes die in 2030 vervallen, (iii) bank-
en andere leningen (en waar genoteerd verplichten volgens
IFRS 16), met aftrek van (iv) liquide middelen.
Netto-investering of netto-investeringsuitgaven worden
gedefinieerd als de som van alle investeringen in materiële
en immateriële vaste activa, aangepast voor de
opbrengsten van de verkoop van vaste activa.
Schuldgraad (Leverage) wordt gedefinieerd als de
verhouding tussen Nettoschuld en Gecorrigeerde EBITDA
(beide exclusief de impact van IFRS 16 volgens de vorige
rapportering, met uitzondering van sale-en-lease-back-
transacties).
Jaarrekening
04 Jaarrekening Jaarverslag Belysse 2025 186
Toelichting 2. Kritische boekhoudkundige
schattingen en beoordelingen
Voor de bedragen die in de jaarrekening worden
gepresenteerd, worden schattingen en aannames over de
toekomst gebruikt. Schattingen en beoordelingen worden
voortdurend geëvalueerd en zijn gebaseerd op ervaringen
uit het verleden en andere factoren, waaronder verwachte
toekomstige gebeurtenissen waarvan het onder de huidige
omstandigheden waarschijnlijk is dat ze zich zullen
voordoen. De schattingen en aannames zullen zelden gelijk
zijn aan de betreffende daadwerkelijke resultaten. De
schattingen en aannames die een impact zouden kunnen
hebben op de jaarrekening worden hieronder besproken.
Goodwill
Het bedrag van de goodwill dat aanvankelijk opgenomen is
als een resultaat van een bedrijfscombinatie is afhankelijk
van de toewijzing van de aankoopprijs aan de reële waarde
van de verworven identificeerbare activa en de aangegane
verplichtingen. De bepaling van de reële waarde van de
activa en verplichtingen is grotendeels gebaseerd op het
oordeel van het management. De toewijzing van de
aankoopprijs heeft een impact op de resultaten van de
Groep aangezien immateriële vaste activa met een eindige
levensduur worden afgeschreven, terwijl immateriële vaste
activa met een onbepaalde levensduur, met inbegrip van
goodwill, niet worden afgeschreven en zouden kunnen
resulteren in verschillende afschrijvingskosten op basis van
de toewijzing aan immateriële vaste activa met een
onbepaalde en een eindige levensduur.
Impairment testing
IFRS vereist van het management dat het de bijzondere
waardeverminderingen van activa met een onbepaalde
levensduur jaarlijks toetst en dat het bijzondere
waardeverminderingen van activa met een eindige levensduur
toetst wanneer gebeurtenissen of wijzigingen in
omstandigheden aangeven dat de boekwaarde van een actief
mogelijk niet recupereerbaar is. Een impairment test is een
onderdeel waarvoor het oordeel van het management van
belang is. Het management onderzoekt of de boekwaarde van
de activa ondersteund kan worden door de netto contante
waarde van toekomstige kasstromen afgeleid van activa die
zulke kasstroomvoorspellingen gebruiken waarbij de
toekomstige kasstromen verdisconteerd zijn tegen een
aangepast tarief. Bij het berekenen van de netto contante
waarde van de toekomstige kasstromen moeten er bepaalde
aannames in acht worden genomen met betrekking tot
onzekere situaties inclusief de verwachtingen van het
management in verband met:
• groei in Gecorrigeerde EBITDA, berekend als
gecorrigeerde bedrijfswinst/(-verlies) voor
afschrijvings- en waardeverminderingskosten;
• tijdsplanning en hoogte van toekomstige
investeringen;
• groeipercentages op lange termijn; en
• de selectie van disconteringsvoeten om de
betrokken risico’s te weerspiegelen.
Het wijzigen van de aannames die geselecteerd zijn door het
management, in het bijzonder voor de disconteringsvoet en
de aannames inzake groeipercentage die gebruikt worden in
de kasstroomvoorspellingen, zouden een aanzienlijke impact
kunnen hebben op de impairment test en dus ook op de
resultaten van de Groep. De evaluatie van de Groep omvat de
belangrijke aannames met betrekking tot gevoeligheid in de
kasstroomvoorspellingen. Verdere details zijn terug te vinden
in Toelichting 5.
Jaarrekening
04 Jaarrekening Jaarverslag Belysse 2025 187
Inkomstenbelastingen
De Groep is actief in diverse fiscale rechtsgebieden en
moet daarom belastingposities bepalen onder de
respectieve lokale belastingwetten en standpunten van
belastingautoriteiten die complex en onderhevig kunnen
zijn aan verschillende interpretaties van belastingbetalers
en lokale belastingautoriteiten. De Groep maakt centraal
kosten die toegewezen worden aan
dochterondernemingen in verschillende rechtsgebieden en
die de Groep blootstellen aan inherente belastingrisico’s,
zoals het geval is voor alle ondernemingen die in een
internationale context actief zijn. Op basis van deze
belastingrisico’s heeft het management een gedetailleerde
beoordeling uitgevoerd voor onzekere belastingposities,
wat heeft geresulteerd in voor deze onzekerheden
opgenomen voorzieningen, in overeenstemming met IFRIC
23.
IFRIC 23 ‘Onzekerheid over fiscale behandelingen van
inkomsten’ (van kracht sinds 1 januari 2019). Deze
interpretatie verduidelijkt de boekhoudkundige verwerking
voor onzekerheden inzake inkomstenbelastingen. De
interpretatie moet worden toegepast op de bepaling van
de belastbare winst (het belastbare verlies), belastbare
basis, niet-gecompenseerde fiscale verliezen, ongebruikte
belastingkredieten en belastingvoeten, wanneer er
onzekerheid bestaat over het feit of de belasting
opgenomen door een Groep aanvaard zal worden door de
belastingautoriteit. Ze wordt toegepast op zowel
verschuldigde als uitgestelde belastingen wanneer er
onzekerheid bestaat over de belastingpositie van een
Groep. De Groep heeft een gedetailleerde inschatting
gemaakt van alle belastingonzekerheden binnen de Groep
die de volgende implicaties hebben voor de
boekhoudkundige principes:
a. De Groep heeft beslist of haar onzekere
belastingposities individueel of gezamenlijk in
aanmerking moeten worden genomen, gebaseerd op
welke benadering de beste voorspellingen verschafte
van het oplossen van de onzekerheden met de
belastingautoriteit;
b. De Groep is ervan uitgegaan dat de belastingautoriteit
de positie zal onderzoeken (indien ze gemachtigd is
dit te doen) en volledige kennis zal hebben van alle
relevante informatie;
c. De Groep heeft geval per geval beslist om een
onzekere belastingpositie (groep van onzekere
belastingposities) op te nemen gebruik makend van
ofwel het meest waarschijnlijke bedrag of de
verwachte waarde afhankelijk van wat gedacht wordt
een betere voorspelling op te leveren voor het
oplossen van elke (groep van) onzekere
belastingpositie(s) om de waarschijnlijkheid van een
aanpassing uitgevoerd na onderzoek te
weerspiegelen.
De totale IFRIC 23-voorziening bedraagt € 2,7 miljoen voor
2025 in vergelijking met € 2.9 miljoen vorig jaar.
De Groep heeft belastingkredieten met betrekking tot
overgedragen verliezen en DBI-aftrek (definitief belaste
inkomsten, vrijstellingsregeling voor dividenduitkeringen door
kwalificerende EU-dochterondernemingen aan kwalificerende
EU-moedermaatschappijen om dubbele belastingheffing op
dividendinkomsten te vermijden). Deze belastingkredieten
kunnen gebruikt worden om toekomstige belastbare winsten
te compenseren. De waardering van dit actief hangt af van
een aantal oordeelkundige aannames met betrekking tot de
toekomstige belastbare winsten van verschillende
dochterondernemingen van de Groep in verschillende
rechtsgebieden en van het resultaat van fiscale
planningsstrategieën. Deze schattingen zijn voorzichtig
gemaakt, rekening houdend met de huidige kennis en met
redelijke langetermijnvoorspellingen. Indien de
omstandigheden wijzigen en het uiteindelijke fiscale resultaat
verschillend zou zijn van de bedragen die aanvankelijk waren
opgenomen, zullen dergelijke verschillen een impact hebben
op de inkomstenbelasting en voorzieningen voor uitgestelde
belastingen in de periode waarin die vaststelling wordt
gedaan.
Handelsvorderingen
Bij de toepassing van IFRS 9 maakt de Groep belangrijke
schattingen voor het bepalen van de realiseerbare waarde
met betrekking tot handelsvorderingen. De Groep past de
vereenvoudigde benadering van IFRS 9 toe bij de waardering
van verwachte kredietverliezen op basis van de verwachte
kredietverliezen over de volledige levensduur van alle
handelsvorderingen.
Om de verwachte kredietverliezen over de volledige
levensduur te meten, heeft de Groep een
voorzieningenmatrix opgesteld. De Groep heeft de volgende
parameters opgenomen: kans op wanbetaling en blootstelling
bij wanbetaling (inclusief de verwachte terugbetaling van de
kredietverzekering). Om deze parameters te benaderen,
werden de handelsvorderingen ingedeeld op basis van
gemeenschappelijke kenmerken (voornamelijk geografische
regio, type klant en de achterstallige dagen). De
voorzieningenmatrix is gebaseerd op de voorspelde
wanbetalingspercentages die zijn gepubliceerd door
Moody’s, en is aangepast met schaalfactoren om verschillen
te weerspiegelen in de visie van de Groep op de huidige en
voorspelde economische omstandigheden en de historische
omstandigheden. Naast deze algemene aanpak neemt de
Groep ook geval per geval individueel beheerde
blootstellingen op, wanneer deze niet door het ECL-model
worden gedekt.
Jaarrekening
04 Jaarrekening Jaarverslag Belysse 2025 188
Klantenkortingen
De Groep moet ook een aantal schattingen maken bij het
bepalen van overlopende posten voor klantenkortingen
zoals voorgesteld in de balans onder ‘Overige schulden’. Bij
haar ramingen van de verschuldigde kortingen gebruikt de
Groep alle beschikbare informatie, waaronder historische
en voorspellende resultaten, rekening houdend met het
type klant, het type transactie en de specifieke kenmerken
van elke transactie. Zie Toelichting 1.21 ‘Opname en
erkenning van opbrengsten’.
Materiële vaste activa
De Groep moet ook een aantal schattingen maken bij het
bepalen van de gebruiksduur van de immateriële en
materiële vaste activa. We verwijzen naar Toelichting 1.4
waar we een overzicht geven van de geschatte
gebruiksduur per activacategorie. De nuttige levensduur
van activa worden herzien en waar nodig aangepast op het
einde van de verslagperiode.
Leases
Bij het toepassen van IFRS 16 maakt de Groep een aantal
inschattingen met betrekking tot de leasetermijnen. Voor
elk leasecontract is op de toepassingsdatum een schatting
gemaakt van de termijn van de overeenkomst, inclusief een
optionele leasetermijn voor het geval dat er redelijke
zekerheid bestaat dat de optie zou worden verlengd. De
leasetermijnen blijven ongewijzigd, tenzij een belangrijke
wijziging in de omstandigheden waarover de leasingnemer
zeggenschap heeft, de duur van de leaseovereenkomst
heeft beïnvloed. In dat geval zal de leasetermijn opnieuw
worden beoordeeld. We verwijzen naar Toelichting 1.22.
Toelichting 3. Afstemming van non-GAAP-
maatstaven
De onderstaande tabel toont de impact van de eenmalige
posten op het geconsolideerd overzicht van gerealiseerde
en niet-gerealiseerde resultaten van de periode en geeft
een afstemming weer tussen de gerapporteerde informatie
en de non-GAAP-maatstaven, zoals gepresenteerd in deze
jaarrekening.
(In duizend €) 2025 2024
Omzet 254.219 280.381
Kostprijs grondstoffen
(91.678)
(109.418)
Voorraadwijzigingen
(2.441)
(424)
Personeelskosten (73.112) (76.532)
Overige inkomsten
1.045
891
Overige kosten
(53.638)
(52.459)
Gecorrigeerde EBITDA
1
34.396
42.440
Afschrijvingen /
waardeverminderingen
(19.327)
(19.582)
Gecorrigeerd
bedrijfsresultaat
1
15.069
22.857
Integratie- en
herstructureringskosten
(5.867)
133
Bedrijfswinst / (-verlies)
9.201
22.990
Financiële opbrengsten
7.478
14.199
Financiële kosten
(19.812)
(24.288)
Netto financiële kosten
(12.334)
(10.089)
Winst / (verlies) vóór
belastingen
(3.132)
12.901
Belastingopbrengsten /
(-uitgaven)
(3.491)
(2.328)
Winst / (verlies) over de
periode
(6.623)
10.573
1
Gecorrigeerd bedrijfsresultaat en Gecorrigeerde EBITDA zijn non-GAAP-maatstaven zoals
gedefinieerd in Toelichting 1.25.
De netto-impact van eenmalige posten op het nettoresultaat
van 2025 was negatief ten belope van € 5,9 miljoen (€ 0,16 per
aandeel) vergeleken een positieve impact van € 0,1 miljoen (€
0,00 per aandeel) in 2024. De kosten in 2025 houden
voornamelijk verband met de implementatie van ons nieuwe
ERP-systeem en de opname van bodemsanering en -zuivering
in Europa.
Jaarrekening
04 Jaarrekening Jaarverslag Belysse 2025 189
Toelichting 4. Segmentrapportage
Segmentinformatie wordt gepresenteerd met betrekking
tot de bedrijfssegmenten van de Groep, zoals eerder
gedefinieerd. We verwijzen naar Toelichting 1.2 voor meer
informatie over het EU- en VS-segment. De prestaties van
de segmenten worden beoordeeld door het belangrijkste
operationele besluitvormingsorgaan van de Groep, het
Managementcomité.
(In duizend €) 2024 2023 Omzet per segment 254.219 280.381 Europa 110.527 125.854 VS 143.692 154.527 Omzet per geografie 254.219 280.381 Europa 95.450 108.067 Noord-Amerika 145.620 157.488 Rest van de wereld 13.148 14.826 Gecorrigeerde EBITDA per 34.396 42.4401segment Europa 4.491 10.396 VS 29.905 32.044 Netto-investering per 11.675 10.200segment Europa 7.982 6.461 VS 3.693 3.739 Nettovoorraad per segment 46.21449.608Europa 26.572 29.403 VS 19.643 20.205 Handelsvorderingen per 14.280 16.507 segment Europa 4.579 4.474 VS 9.700 12.033
1
Gecorrigeerd bedrijfsresultaat en Gecorrigeerde EBITDA zijn non-GAAP-maatstaven
zoals gedefinieerd in Toelichting 1.25.
Gezien de internationale verkoopvoetafdruk van de Groep
wordt 98% van de omzet gerealiseerd buiten België, wat
neerkomt op een omzet in België van ongeveer € 4,8
miljoen in 2025 (2024: € 4,8 miljoen).
De volledige omzet in de bovenstaande tabel weerspiegelt
de omzet met betrekking tot contracten met klanten,
opgenomen in overeenstemming met IFRS 15. De Groep
heeft deze omzet opgenomen op een moment in de tijd
(point in time), in overeenstemming met de
boekhoudkundige principes zoals vermeld in Toelichting 1.21.
We hebben geen klanten die meer dan 10%
vertegenwoordigen van de totale verkoop.
Toelichting 5. Goodwill
De goodwill omvat onder andere de waarde van langlopende
klantenrelaties, de marktpositie van de Groep, merk en
reputatie, alsook de waarde van het personeelsbestand van
de Groep.
De impairment test op goodwill wordt uitgevoerd op het
niveau van de kasstroom-genererende eenheid of een groep
van kasstroom-genererende eenheden, dat het laagste
niveau is waarop goodwill wordt opgevolgd voor interne
managementdoeleinden. Onze kasstroom-genererende
eenheden zijn in lijn met onze segmenten. Na de
desinvestering zijn er 2 geografische segmenten, Europa en
de VS. In de VS is er één kasstroom-genererende eenheid.
Ook in Europa moeten alle activa worden gegroepeerd om
de kleinste groep activa te identificeren die een instroom
van kasmiddelen genereren welke onafhankelijk is van de
instroom van kasmiddelen van andere activa, aangezien de
twee productiefabrieken operationeel volledig met elkaar
verbonden zijn om tegels en kamerbreed tapijt te
produceren voor zowel residential als commercial bedrijven.
Beslissingen over de toewijzing van middelen en
kapitaaluitgaven aan beide Europese productiesites worden
genomen voor het bedrijf als geheel. Het Europese
managementniveau is volledig gecentraliseerd en omvat de
volgende hoofdfuncties: productie, inkoop, HR,
productontwikkeling, toeleveringsketen en financiën. Er is
één sleutelmanager verantwoordelijk voor beide fabrieken in
Europa en het is onmogelijk om activa te splitsen om ze
afzonderlijk toe te wijzen aan de residential en commercial
activiteiten omdat ze volledig zijn opgenomen.
Ten behoeve van de impairment test wordt goodwill
verworven in een bedrijfscombinatie toegewezen aan de
kasstroom-genererende eenheden waarvan verwacht wordt
dat ze het meest voordeel halen uit de bedrijfscombinatie.
Bijgevolg bedraagt de goodwill die voortvloeit uit de
overname van Balta Finance en na de afschrijving van de
goodwill op onze in 2022 verkochte Rugs-activiteit (€ 94,3
miljoen) € 98,7 miljoen en werd hij toegewezen aan Europa (€
30,4 miljoen), terwijl de goodwill die voortvloeit uit de
overname van Bentley werd toegerekend aan de VS (€ 68,3
miljoen).
De impairment test werd uitgevoerd op 31 december 2025.
Jaarrekening
04 Jaarrekening Jaarverslag Belysse 2025 190
Gebaseerd op de vergelijking van de ‘gebruikswaarde’
(afgeleid m.b.v. de ‘discounted cash flow’-analyse) en de
boekwaarde (boekwaarde van het aangewende kapitaal)
per kasstroom-genererende eenheid op 31 december 2025,
heeft de Groep kunnen aantonen dat het invorderbaar
bedrag meer bedraagt dan de boekwaarde en zodoende is
de goodwill niet afgewaardeerd. De berekeningen van de
‘gebruikswaarde’ maken gebruik van
kasstroomvoorspellingen gebruikt (die EBITDA, bewegingen
inzake werkkapitaal, investeringen en belastingen
omvatten) en zijn gebaseerd op financiële voorspellingen
voor een periode van vijf jaar. Schattingen die verder gaan
dan deze periode van vijf jaar worden berekend met een
groeipercentage dat de langetermijn-groei weerspiegelt
die van toepassing is op de kasstroom-genererende
eenheid, in lijn met wat het management denkt over de
langetermijnwinst over de hele cyclus.
Belangrijke aannames waarop het management zich heeft
gebaseerd om de ‘gebruikswaarde’ te bepalen omvatten
groeipercentages van 2% voor Europa en 2% voor de VS
(2024: respectievelijk 1% en 2%) en een disconteringsvoet
na belasting van 10,5% (2024: 10,2%).
De ‘gebruikswaarde’ is voornamelijk gebaseerd op de
eindwaarde, die bijzonder gevoelig is voor wijzigingen in de
veronderstelling over het groeipercentage en de
disconteringsvoet. Disconteringsvoeten zijn gebaseerd op
de gewogen gemiddelde kapitaalkost. Deze gewogen
gemiddelde kapitaalkost wordt vergeleken met
vergelijkbare concurrenten. Bij de groeipercentages van de
eindwaarde wordt rekening gehouden met externe macro-
economische gegevensbronnen en industrie-specifieke
tendensen. Onderstaande tabel omvat de kasstroom-
genererende eenheden waaraan goodwill werd
toegewezen en presenteert de waarde die deze twee
aannames onafhankelijk moeten vertegenwoordigen om de
‘gebruikswaarde’ te verminderen tot de boekwaarde.
Minimum Sensitiviteits Minimaal Maximaal COGS analyse groei % groei % efficientie per KGE % Europe 0.7% 11.4% 1.9% US (26.5)% 20.7% N/A
Bewegingen ten opzichte van vorig jaar hebben uitsluitend
betrekking op wisselkoerswijzigingen.
Toelichting 6. Personeelskosten
De volgende tabel geeft de personeelskosten weer voor de
jaren afgesloten op 31 december 2025 en 2024:
(In duizend €) 2025 2024 Totaal personeelskosten 73.11276.532 Lonen en wedden 51.518 53.996 Sociale zekerheidskosten 11.214 11.534 Pensioenkosten 4.143 4.037 Overige personeelskosten 6.236 6.966
De daling van de personeelskosten is voornamelijk het
gevolg van een afname van het aantal FTE’s (zie hieronder) in
combinatie met lagere productievolumes in Europa. Het
totaal bedraagt € 73,1 m, tegenover € 76,5 m per 31
december 2024.
Het gemiddelde aantal werknemers in 2025 en 2024 bedroeg
respectievelijk 949 en 978 (beide in voltijdse equivalenten).
Deeltijdse werknemers zijn op proportionele basis
opgenomen.
2025 2024 Gemiddeld aantal totale werknemers949978 Gemiddeld aantal werknemers 646 671 arbeiders Gemiddeld aantal werknemers 303 307 bedienden
Jaarrekening
04 Jaarrekening Jaarverslag Belysse 2025 191
Toelichting 7. Overige inkomsten en kosten
(In duizend €) 2025 2024 Overige inkomsten 1.045 891 Wisselkoerswinsten 89 105 Huuropbrengsten van zonne-262 267 energie-installaties op daken Huuropbrengsten magazijn 354 - Subsidies 3 13 Winst op verkoop van vaste activa 89 119 Overige 248 388 Overige kosten 53.638 52.459 Diensten en diverse goederen 33.670 32.205 Verkoopkosten 19.026 19.562 Wisselkoersverliezen 60 87 Belasting op onroerend goed 573 782 Overige 310 (177)
De overige opbrengsten bestaan grotendeels uit hoofde
van huuropbrengsten van derden die ruimte huren voor de
installatie van zonnepanelen, huuropbrengsten uit
magazijnen en de verkoop van vaste activa.
De overige kosten stegen met € 1,2 miljoen naar € 53,6
miljoen voor het jaar eindigend op 31 december 2025. De
belangrijkste component van de overige kosten zijn
diensten en diverse goederen, waaronder voornamelijk
elektriciteit en gas, onderhoud en reparatie, en
uitzendkrachten. Verkoopkosten omvatten voornamelijk
vrachtkosten en commissies. De toename van de overige
kosten heeft voornamelijk te maken met de stijging van de
energie- en transportkosten.
De kosten voor onderzoek en ontwikkeling zijn ook
opgenomen in 'Overige kosten'.
De Groep maakte € 5,0 miljoen aan onderzoeks- en
ontwikkelingskosten tijdens de 12 maanden eindigend op 31
december 2025 (2024: € 5,7 miljoen). Een van de
competitieve voordelen van ons bedrijf is onze lange
trackrecord van creativiteit en innovatie. De Groep streeft
ernaar om via onderzoek en ontwikkeling de
productiecapaciteit continu te optimaliseren en ontwerpen
aan te bieden die onze klanten aanspreken. Trends in
productontwikkeling en -innovatie worden van nabij
opgevolgd door voortdurend te testen en te analyseren.
Daarbij proberen we vooral in te spelen op de wensen van
onze klanten en op ontwikkelingen in de markt.
Toelichting 8. Afschrijvingen /
waardeverminderingen
Afschrijvingen en waardeverminderingen kunnen
als volgt samengevat worden:
(In duizend €) 2025 2024 Afschrijvingen / 19.32719.582 waardeverminderingen Waardevermindering immateriële 1.843 1.679 activa Afschrijvingen vaste 17.484 17.903 activa
Afschrijvingen / waardeverminderingen bedragen € 19,3
miljoen, een daling met € 0,3 miljoen ten opzichte van 2024.
Toelichting 9. Integratie- en
herstructureringskosten
De totaal gemaakte integratie- en herstructureringskosten
in 2025 bedragen € 5,9 miljoen (2024: € -0,1 miljoen). Dit
omvat verschillende posten die door het management
beschouwd worden als eenmalig of ongebruikelijk van aard.
(In duizend €) 2025 2024 Integratie- en 5.867(133) herstructureringskosten Implementatie van nieuw ERP-3.927 - systeem Bodemsanering EU 1.544 - Strategische advieskosten 90 (626) Reorganisatie 306 493
Het netto-effect van eenmalige posten op het
nettoresultaat van 2025 bedroeg -5,9 miljoen euro,
tegenover een positief bedrag van 0,1 miljoen euro in 2024.
De kosten in 2025 houden voornamelijk verband met de
implementatie van ons nieuwe ERP-systeem en de opname
van kosten voor bodemsanering en -zuivering in Europa.
Jaarrekening
04 Jaarrekening Jaarverslag Belysse 2025 192
Toelichting 10. Financiële opbrengsten /
kosten
(In duizend €) 2025 2024 Financiële opbrengsten 7.478 14.199 Korting op afwikkeling Senior - 13.387 Secured Notes Overige financiële opbrengsten 249 453 Opbrengsten op termijndeposito's 477 256 Wisselkoersresultaten op transacties 357 79 binnen de Groep Wisselkoersresultaten op financiële 6.395 24 transacties
(In duizend €) 2025 2024 Totaal financiële kosten 19.812 24.288Rentekosten op Term Facility 16.465 14.847 Rentekosten op Senior Secured 55 1.247 Notes Rentekosten op leaseverplichtingen 1.464 1.689 Rentekosten op bankleningen 584 592 Niet-gerealiseerde - 3.156 wisselkoersresultaten op financiële transacties Gerealiseerde wisselkoersresultaten 27 - op financiële transacties Wijzigingen in reële waarde van 269 1.547 afgeleide financiële instrumenten Overige financieringskosten 949 1.209
De netto financieringskosten bedragen € 12,3 miljoen in
2025 en omvatten voornamelijk de rentekosten voor
externe leningen (Term Facility, Senior Secured Notes,
Super Senior Revolving Credit Facility en
leaseverplichtingen). We verwijzen naar Toelichtingen 21 tot
24 voor een beschrijving van deze kredieten. Vergeleken
met 2024 steeg de netto financieringskosten van € 10,1
miljoen naar € 12,3 miljoen in 2025 (€ +2,2m), Deze stijging
wordt sterk beïnvloed door de wisselkoersverschillen van
de Amerikaanse dollar in 2025 en het eenmalige positieve
effect van de afwikkeling van de Senior Secured Notes die
in 2024 vervielen.
De effectieve rentelasten voor de Term Facility bestaan uit
contante rente van € 8,3 miljoen, PIK-rente van € 6,4 miljoen
en de afschrijving van gekapitaliseerde financieringskosten
van € 1,8 miljoen.
De overige financieringskosten hebben voornamelijk betrekking
op kosten verbonden aan factoring, kosten voor niet-
opgenomen kredieten en andere bank-gerelateerde kosten.
Toelichting 11. Opbrengsten en kosten uit
hoofde van belastingen
(In duizend €) 2025 2024 Belastingopbrengsten / (3.491) (2.328) (-uitgaven)Verschuldigde belastingen (2.925) (5.394) Uitgestelde belastingen (566) 3.065 Belastingopbrengsten / (3.491) (2.328) (-uitgaven) Belasting berekend tegen Belgisch 677 (3.225) tarief (25%) Invloed van verschillende (259) (288) belastingtarieven van entiteiten in andere rechtsgebieden Niet-aftrekbare kosten (3.392) (1.944) Fiscale verliezen waarvoor geen (623) - uitgestelde belastingvordering was opgenomen Gebruik en opname van voorheen - 3.018 niet-opgenomen belastingvorderingen Overige 107 112
De Groep rapporteerde een belastinglast voor 2025 van € 3,5
miljoen (€ 2,3 miljoen voor 2024) op basis van een totaal verlies
vóór belastingen van € 3,1 miljoen (verlies vóór belastingen van
€ 12,9 miljoen 2024). Dit bedrag is voornamelijk het gevolg van
de belastingheffing op de winsten van onze Amerikaanse
divisie en het niet opnemen van uitgestelde
belastingvorderingen op de verliezen in Europa.
Jaarrekening
04 Jaarrekening Jaarverslag Belysse 2025 193
Toelichting 12. Andere immateriële vaste activa
Intern Software en gegenereerde (In duizend €) Handelsmerken Totaal licenties immateriële vaste activa Opening nettoboekwaarde per 1 januari 2024 3.432 1.697 84 5.212 Aanschaffingen - 915 - 915 Verkopen - - - - Overdrachten - 68 - 68 Afschrijvingen (1.117) (478) (84) (1.679) Wisselkoersverschillen 212 (29) - 183 Sluiting nettoboekwaarde per 31 december 2024 2.5272.171-4.698Kostprijs of reële waarde 11.230 3.656 3.085 17.972 Gecumuleerde afschrijvingen, bijzondere (8.704) (1.485) (3.085) (13.274) waardeverminderingen en overige aanpassingen Sluiting nettoboekwaarde per 31 december 2024 2.527 2.171 - 4.698 Opening nettoboekwaarde per 1 januari 2025 2.527 2.171 - 4.698 Aanschaffingen - 1.701 - 1.701 Verkopen - - - - Overdrachten - - - - Afschrijvingen (1.033) (810) - (1.843) Wisselkoersverschillen (253) (60) - (313) Sluiting nettoboekwaarde per 31 december 2025 1.241 3.002 - 4.243 Kostprijs of reële waarde 9.930 5.205 3.085 18.220 Gecumuleerde afschrijvingen, bijzondere (8.688) (2.203) (3.085) (13.977) waardeverminderingen en overige aanpassingen Sluiting nettoboekwaarde per 31 december 2025 1.241 3.002 - 4.243
Het handelsmerk van € 1,2 miljoen heeft betrekking op de overname van Bentley.
De totale afschrijvingen van € 1,8 miljoen (2024: € 1,7 miljoen) zijn opgenomen op de regel ‘Afschrijvingen en
waardeverminderingen’ van de resultatenrekening.
Jaarrekening
04 Jaarrekening Jaarverslag Belysse 2025 194
Toelichting 13. Materiële vaste activa
Installaties, Terreinen en Overige (In duizend €) machines en Totaal gebouwen apparatuur uitrusting Opening nettoboekwaarde per 1 januari 2024 44.963 49.742 6.090 100.795 Aanschaffingen 2.591 7.154 5.254 14.999 Verkopen - (13) (28) (41) Overdrachten - 550 (617) (68) Afschrijvingskosten (6.148) (6.532) (5.223) (17.903) Wisselkoersverschillen 764 925 145 1.834 Sluiting nettoboekwaarde per 31 december 2024 42.170 51.825 5.620 99.615 Kostprijs of reële waarde 90.441 171.682 13.278 275.402 Gecumuleerde afschrijvingen, bijzondere (48.272) (119.857) (7.658) (175.787) waardeverminderingen en overige aanpassingen Sluiting nettoboekwaarde per 31 december 2024 42.17051.8255.62099.615Opening nettoboekwaarde per 1 januari 2025 42.170 51.825 5.620 99.615 Aanschaffingen 1.116 6.209 5.154 12.479 Verkopen - (106) (14) (121) Overdrachten 26 130 (155) - Afschrijvingskosten (5.877) (6.971) (4.637) (17.484) Wisselkoersverschillen (1.425) (1.825) (269) (3.518) Sluiting nettoboekwaarde per 31 december 2025 36.010 49.263 5.698 90.971 Kostprijs of reële waarde 87.935 173.308 14.544 275.787 Gecumuleerde afschrijvingen, bijzondere (51.925) (124.045) (8.846) (184.816) waardeverminderingen en overige aanpassingen Sluiting nettoboekwaarde per 31 december 2025 36.010 49.263 5.698 90.971
In 2025 werd in totaal € 12,5 miljoen toegevoegd (2024: € 15,0 miljoen). De belangrijkste investeringen in 2025 waren in installaties
en machines maar ook in overige uitrustingen.
De totale afschrijvingskosten van € 17,5 miljoen (2024: € 17,9 miljoen) werden opgenomen in 'Afschrijvingen en
waardeverminderingen' van de resultatenrekening.
Jaarrekening
04 Jaarrekening Jaarverslag Belysse 2025 195
Recht-op-gebruik (In duizend €) Eigen PP&E Totaal PP&E activa Per 31 december 2024 44.793 54.822 99.616 Aanschaffingen 2.417 10.062 12.479 Verkopen 16 (137) (121) Afschrijvingen (7.794) (9.691) (17.484) Overdrachten - - - Wisselkoerseffect (1.699) (1.820) (3.518) Per 31 december 2025 37.734 53.237 90.971 (In duizend €) 2025 2024 Recht-op-gebruik activa – Terreinen en gebouwen 32.593 38.516 Kosten – Gekapitaliseerde leasings 78.688 80.972 Gecumuleerde afschrijvingen (46.095) (42.457) Recht-op-gebruik activa – Installaties, machines en uitrusting 5.141 6.277 Kosten – Gekapitaliseerde leasings 12.184 11.896 Gecumuleerde afschrijvingen (7.043) (5.619) Recht-op-gebruik activa – Totaal geleasede terreinen, gebouwen en uitrusting 37.734 44.793 Kosten – Gekapitaliseerde leasings 90.872 92.868 Gecumuleerde afschrijvingen (53.138) (48.075)
De activa van de Groep die in onderpand gegeven zijn als waarborg voor de leningen worden beschreven in Toelichtingen 21 tot
23.
Jaarrekening
04 Jaarrekening Jaarverslag Belysse 2025 196
Toelichting 14. Uitgestelde belastingvorderingen en -schulden
IFRS vereist dat uitgestelde belastingen voor elk rechtsgebied voorgesteld worden als een netto-vordering of -schuld. Het
verrekenen van uitgestelde belastingschulden van één rechtsgebied met de uitgestelde belastingvorderingen van een ander
rechtsgebied is niet toegestaan. De onderstaande tabel geeft een overzicht van de netto uitgestelde belastingpositie in
overeenstemming met deze presentatieprincipes.
(In duizend €) 2025 2024 Totaal uitgestelde belastingvorderingen 520 1.372 Uitgestelde belastingvorderingen te gebruiken na meer dan 12 maanden 481 1.269 Uitgestelde belastingvorderingen te gebruiken binnen 12 maanden 39 103 Totaal uitgestelde belastingschulden (3.710) (3.842) Uitgestelde belastingschulden te gebruiken na meer dan 12 maanden (3.213) (3.413) Uitgestelde belastingschulden te gebruiken binnen 12 maanden (496) (429) Netto uitgestelde belastingschulden (3.190) (2.470)
De beweging in de netto uitgestelde belastingposities kan als volgt worden samengevat:
(In duizend €) 2025 2024 Per 1 Januari (2.470) (5.388)Wisselkoersverschillen (50) (57) Overige niet-gerealiseerde resultaten (0) 123 Winst- en verliesrekening (669) 2.851 Per 31 december (3.190) (2.470)
In tegenstelling tot de bovenstaande tabel toont de onderstaande tabel de bruto-bewegingen van de uitgestelde belastingen,
m.a.w. zonder de uitgestelde belastingschulden en uitgestelde belastingvorderingen binnen hetzelfde rechtsgebied met
elkaar te verrekenen.
Jaarrekening
04 Jaarrekening Jaarverslag Belysse 2025 197
Uitgestelde belastingvorderingen Overge-Imma-dragen teriële Personeels-Voor-(In duizend €) Leningen Voorraden Overig Totaal fiscale vaste beloningen zieningen verliezen activa Per 1 januari 2024 5.194 - - 34 429 1.497 1.084 8.239 (Ten laste)/ten gunste 271 (390) 387 (7) 378 418 41 1.096 van de winst- en verliesrekening gebracht Wisselkoersverschillen--- -(92)(222)-(315)Overige niet-- - - 123 - - - 123 gerealiseerde resultaten Per 31 december 5.465 (390) 387151 715 1.693 1.125 9.144 2024 Per 1 januari 2025 5.465 (390) 387 151 715 1.693 1.125 9.144 (Ten laste)/ten gunste 842 393 42 - (270) (407) (289) 312 van de winst- en verliesrekening gebracht Wisselkoersverschillen- - - - 141 446 - 587 Overige niet-- - - - - - - - gerealiseerde resultaten Per 31 december 6.307 2 429 150 586 1.731 836 10.042 2025
Bij het beoordelen van de realiseerbaarheid van uitgestelde
belastingvorderingen neemt het management in
overweging in hoeverre het waarschijnlijk is dat de
uitgestelde belastingvordering zal worden gerealiseerd. De
uiteindelijke realisatie van uitgestelde belastingvorderingen
is afhankelijk van het genereren van toekomstige
belastbare winsten in de periodes waarin deze tijdelijke
verschillen en overdraagbare verliezen aftrekbaar worden.
Het management houdt bij deze beoordeling rekening met
de verwachte terugboeking van uitgestelde belasting-
verplichtingen en het verwachte toekomstige belastbare
inkomen. Op basis van het niveau van het historische
belastbare inkomen en prognoses van het toekomstige
belastbare inkomen over de periodes waarin de uitgestelde
belastingvorderingen aftrekbaar zijn, is het management
van mening dat het waarschijnlijk is dat de Groep de
voordelen van deze aftrekbare verschillen zal realiseren. Per
31 december 2025 heeft de Groep bepaalde
fiscale verliezen die onderhevig zijn aan aanzienlijke
beperkingen. Voor deze verliezen worden geen uitgestelde
belastingvorderingen opgenomen, aangezien het niet
waarschijnlijk is dat er winsten zullen worden gegenereerd om
deze verliezen te compenseren. Onzekere belastingposities,
zoals beschreven in Toelichting 2, worden in aanmerking
genomen bij het opnemen van uitgestelde
belastingvorderingen en -verplichtingen.
Per 31 december 2025 bedroegen de totale
belastingkredieten € 451,7 miljoen, wat resulteerde in een
potentiële uitgestelde belastingvordering van € 112,6 miljoen,
waarvan we slechts € 6,3 miljoen hebben opgenomen eind
2025. Het grootste deel van de belastingkredieten zit op het
niveau van de entiteiten van de Groep in België, waar er geen
vervaldatum is met betrekking tot belastingkredieten.
Jaarrekening
04 Jaarrekening Jaarverslag Belysse 2025 198
Uitgestelde belastingschulden
Materiële Immateriële (In duizend €) Voorraden Overige Totaal vaste activa vaste activa Per 1 januari 2024 (12.168) 178 (546) (1.091) (13.627) (Ten laste)/ten gunste van de winst- en (347)1.146(117)1.0731.755verliesrekening gebracht Wisselkoersverschillen473(107)-(109)258Per 31 december 2024 (12.042) 1.217 (663) (126) (11.614) Per 1 januari 2025 (12.042) 1.217 (663) (126) (11.614) (Ten laste)/ten gunste van de winst- en 1.243 (1.315) (68) (841) (981) verliesrekening gebracht Wisselkoersverschillen(771) (34) - 169 (637) Per 31 december 2025 (11.570) (133) (731) (798) (13.232)
Uitgestelde inkomstenbelastingschulden werden niet opgenomen voor de bronbelasting en andere belastingen die
betaalbaar zouden zijn op niet-uitgekeerde resultaten van bepaalde dochterondernemingen. Dergelijke bedragen worden
voortdurend geherinvesteerd. De totale niet-uitgekeerde resultaten zijn gelijk aan € 46,0 miljoen per 31 december 2025
(tegenover € 44,9 miljoen per 31 december 2024). Het optellen van de brutobedragen van uitgestelde belastingvorderingen
van € 10,0 miljoen en het brutobedrag van uitgestelde belastingschulden (€ 13,2 miljoen) resulteert in een netto uitgestelde
belastingschuld op 31 december 2025 van € 3,2 miljoen.
Jaarrekening
04 Jaarrekening Jaarverslag Belysse 2025 199
Toelichting 15. Voorraden
De onderstaande tabel geeft een gedetailleerd overzicht
van de totale voorraden per 31 december:
(In duizend €) 2025 2024 Totaal voorraden 46.21449.608Grondstoffen en hulpstoffen 22.117 23.070 Deels afgewerkte producten 13.262 14.174 Afgewerkte goederen 10.835 12.363
De voorraden daalden van € 49,6 miljoen naar € 46,2 miljoen.
De afname van de voorraden is in lijn met de lagere vraag en
activiteit in 2025 in vergelijking met 2024.
De Groep verlaagde de voorziening voor verouderde
voorraad in 2025 met € 1,0 miljoen in vergelijking met een
daling van € 0,3 miljoen voor 2024, die is opgenomen in het
geconsolideerd overzicht van de resultatenrekening onder
'Gebruikte grondstoffen' en 'Voorraadwijzigingen in
afgewerkte goederen en werken in uitvoering'.
De som van de grondstofkosten en voorraadwijzigingen
opgenomen als kosten in 2025 bedraagt € 94,1 miljoen, in
vergelijking met € 109,8 miljoen in 2024.
De activa van de Groep die in onderpand gegeven zijn als
waarborg voor de Term Facility, de Senior Secured Notes
en leningen worden beschreven in de Toelichtingen 21 tot
23.
Toelichting 16. Handels- en overige
vorderingen
(In duizend €) 2025 2024 Totaal handels- en overige 16.393 18.127 vorderingen Handels- en overige vorderingen 574 624 (lange termijn) Overige vorderingen 574 624 Handels- en overige vorderingen 15.819 17.503 (korte termijn) Nettohandelsvorderingen 14.280 16.507 Handelsvorderingen 14.706 16.782 Min: Voorziening voor dubieuze (427) (274) debiteuren Vooruitbetalingen en toe te 1.093 819 rekenen opbrengsten Overige vorderingen 446 177
De reële waarde van de handels- en overige vorderingen
benadert de boekwaarde ervan aangezien het
verdisconteringseffect niet significant is. Als onderdeel van
haar normale bedrijfsuitoefening heeft de Groep
ingeschreven op non-recourse factoringovereenkomsten
met financiële partijen. De Groep heeft de vorderingen
waarvoor vrijwel alle risico’s en voordelen van eigendom
werden overgedragen, met uitzondering van de reserves die
nog op de balans staan, uitgeboekt.
De kortlopende handels- en overige vorderingen zijn gedaald
van € 17,5 miljoen per 31 december 2024 naar € 15,8 miljoen
per 31 december 2025 als gevolg van lagere volumes.
De vooruitbetalingen en overlopende activa stegen met €
0,3 miljoen van € 0,8 miljoen per 31 december 2024 tot € 1,1
miljoen per 31 december 2025. Deze stijging is voornamelijk
te wijten aan een toename van de over te dragen kosten en
de over te dragen opbrengsten.
Per 31 december 2025 waren de netto handelsvorderingen
die meer dan 15 dagen vervallen waren, goed voor € 1,0
miljoen (vergeleken met € 1,2 miljoen per 31 december 2024).
Jaarrekening
04 Jaarrekening Jaarverslag Belysse 2025 200
De Groep maakt gebruik van kredietverzekeringen in Europa
en de VS om het kredietrisico dat verbonden is aan
handelsvorderingen over te dragen. Bovendien is onze
handelsvorderingenportefeuille zeer gediversifieerd, zowel
op het gebied van segmentatie als klantenbestand, wat het
kredietrisico beperkt. De kredietkwaliteit van de handels-
vorderingen die noch vervallen zijn, noch een bijzondere
waardevermindering hebben ondergaan, is goed.
De boekwaarden van de handels- en overige vorderingen van
de Groep worden uitgedrukt in de volgende valuta’s:
(In duizend €) 2025 2024 Totaal handels- en overige 16.39318.127vorderingen EUR 5.409 5.016 USD 10.724 12.999 GBP 260 112
De Groep monitort de recupereerbaarheid van handels- en
overige vorderingen op basis van een beoordeling per geval.
Daarnaast heeft de Groep IFRS 9 toegepast door aanwending
van de gewijzigde retrospectieve methode, door gebruik te
maken van de vereenvoudigde benadering van de norm en
berekende ECL's (verwachte kredietverliezen) op basis van de
verwachte kredietverliezen over de volledige levensduur. De
Groep heeft een voorzieningenmatrix opgesteld. De
handelsvorderingen zijn ingedeeld volgens
gemeenschappelijke kenmerken die representatief zijn voor
het vermogen van de klant om te betalen (op basis van de
geografische regio en het type klanten, zoals detailhandel,
groothandel of bouw & constructie en de status van
wanbetaling). De voorzieningenmatrix is gebaseerd op de
voorspelde wanbetalingspercentages die zijn gepubliceerd
door Moody’s, en is aangepast met schaalfactoren om
verschillen te weerspiegelen in de visie van de Groep op de
huidige en voorspelde economische omstandigheden en de
historische omstandigheden.
Niet verschuldigd Meer dan Per 31 december of minder 15 dagen Totaal 2024 dan 15 dagen na de na de vervaldag vervaldag Verwacht 1,1% 16,5% verliespercentage Brutoboekwaarde - 16.173 608 16.782 handelsvorderingen Kredietverliezen 174 100 274
Niet verschuldigd Meer dan Per 31 december of minder 15 dagen Totaal 2025 dan 15 dagen na de na de vervaldag vervaldag Verwacht 2,1% 23,0% verliespercentage Brutoboekwaarde - 14.162 547 14.706 handelsvorderingen Kredietverliezen 301 125 427
De bewegingen van de voorziening voor dubieuze debiteuren
van de Groep met betrekking tot handelsvorderingen zijn als
volgt:
(In duizend €) 2025 2024 Per 1 Januari (274) (570) Verhoging van provisie voor verliezen op (442) (56) leningen die in de loop van het jaar in de winst-en-verliesrekening is opgenomen Tijdens het jaar als oninbaar 267 147 afgeschreven vorderingen Teruggenomen bedragen 9 231 Wisselkoersverschil 14 (27) Per 31 december (427) (274)
Het aanleggen en vrijgeven van voorzieningen voor
vorderingen die een bijzondere waardevermindering hebben
ondergaan, werd opgenomen in ‘Overige inkomsten/kosten’
in het overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde
resultaten. Bedragen die ten laste worden gebracht van de
voorziening worden doorgaans afgeschreven wanneer niet
verwacht wordt dat nog bijkomende geldmiddelen
gerecupereerd zullen worden.
De andere klassen in handels- en overige vorderingen
bevatten geen activa die een bijzondere waardevermindering
hebben ondergaan.
De maximale blootstelling aan kredietrisico op de
verslagdatum is de boekwaarde van elke hierboven vermelde
klasse van vordering. Per 31 december 2025 houdt de Groep
beperkte onderpanden voor minder dan € 0,1 miljoen aan.
Jaarrekening
04 Jaarrekening Jaarverslag Belysse 2025 201
Toelichting 17. Liquide middelen
(In duizend €) 2025 2024 Totaal liquide middelen 34.459 38.605 Liquide middelen bij de bank en in 26.151 17.062 kas Liquide middelen in 8.308 21.543 dochterondernemingen buiten de EU Waarvan in landen met wettelijke - - beperkingen
De kredietkwaliteit van de banken en financiële instellingen
is beschreven in Toelichting 27. De activa van de Groep die
in onderpand gegeven zijn als zekerheid voor de Term
Facility en de Super Senior Revolving Credit Facility en
leningen worden beschreven in Toelichtingen 21 tot 23.
Toelichting 18. Maatschappelijk kapitaal en
uitgiftepremie
Het wettelijk uitgegeven maatschappelijk kapitaal van de
Groep bedraagt € 253,0 miljoen, onderverdeeld in
35.943.396 gewone aandelen zonder nominale waarde. Alle
door de Groep uitgegeven aandelen zijn volledig volgestort,
De uitgiftepremie bedraagt € 65,7 miljoen.
Jaarrekening
04 Jaarrekening Jaarverslag Belysse 2025 202
Toelichting 19. Overige niet-gerealiseerde resultaten
De componenten van ‘Overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten’ (OCI of ‘Other comprehensive income’) zijn
posten van inkomsten en kosten (inclusief herclassificatie-aanpassingen) die niet zijn opgenomen in het overzicht van de niet-
gerealiseerde resultaten, zoals vereist of toegelaten door andere IFRS-normen. De Groep heeft overige niet-gerealiseerde
resultaten die voornamelijk verband houden met de herwaardering van toegezegde personeelsvoordelen na tewerkstelling en
de winsten en verliezen die voortkomen uit de omzetting van de jaarrekening van buitenlandse entiteiten.
De bewegingen van de overige niet-gerealiseerde resultaten zijn samengevat in onderstaande tabel
(In duizend €) 2025 2024 Posten in gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten die later kunnen (7.600) 6.585 worden geherclassificeerd naar de resultatenrekening Gecumuleerde omzettingsreserves per 31 december (7.600) 6.585 Gecumuleerde omzettingsreserves bij het begin van de periode 6.585 (970) Wisselkoersverschillen bij het omzetten van buitenlandse activiteiten (14.185) 7.556 Posten in niet-gerealiseerde resultaten die niet zullen worden 1.901 1.899geherclassificeerd naar de resultatenrekening Wijzigingen in uitgestelde belastingen per 31 december (616) (616) Wijzigingen in uitgestelde belastingen bij het begin van de periode (616) (739) Wijzigingen in uitgestelde belastingen tijdens de periode - 123 Wijzigingen in provisie pensioenverplichtingen per 31 december 2.517 2.515 Wijzigingen in provisie pensioenverplichtingen bij het begin van de periode 2.515 2.993 Wijzigingen in provisie pensioenverplichtingen tijdens de periode 2 (478) Totaal overige niet-gerealiseerde resultaten per 31 december (5.699) 8.485
De mutatie in de wisselkoersverschillen bij de omrekening
van buitenlandse activiteiten weerspiegelt de
wisselkoersschommelingen van de Amerikaanse dollar ten
opzichte van de euro.
Toegezegde verplichtingen uit hoofde van personeel
De Groep werkt met toegezegde-pensioenregelingen (DB).
De wijzigingen in pensioenverplichtingen worden verwerkt
in overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten
wanneer de wijzigingen betrekking hebben op een
verandering in de actuariële aannames van het ene jaar op
het andere.
In het verleden hebben verschillende
verzekeringsmaatschappijen beslist om de technische
intrestvoet op groepsverzekeringscontracten te
verminderen tot een niveau dat lager lag dan het
minimumrendement dat gewaarborgd werd door de wet
voor Belgische toegezegde-pensioenregelingen. Omdat de
werkgever de wettelijke minimumopbrengst van deze
regelingen moet garanderen, worden niet alle actuariële en
beleggingsrisico’s met betrekking tot deze regelingen
overgedragen naar de verzekeringsmaatschappij of het
pensioenfonds die/dat deze regelingen beheert. Daarom
voldoen deze regelingen niet aan de definitie van
toegezegde-bijdrageregelingen (DC) volgens IFRS en
zouden deze standaard moeten geclassificeerd worden als
toegezegde-pensioenregelingen (DB). Zie Toelichting 28
voor meer informatie.
De verplichting werd gewaardeerd met behulp van een
disconteringsvoet van 3,09% voor 2025 en 3,13% voor 2024.
Uitgestelde belastingen
De veranderingen in de pensioenverplichtingen beïnvloeden
ook de uitgestelde belastingen. Wanneer de veranderingen
in pensioenverplichtingen worden opgenomen via de
Overige niet-gerealiseerde resultaten, wordt de
gerelateerde uitgestelde belasting eveneens opgenomen in
de Overige niet-gerealiseerde resultaten.
Jaarrekening
04 Jaarrekening Jaarverslag Belysse 2025 203
Toelichting 20. Overgedragen resultaten
(In duizend €) 2025 2024 Per 1 januari (191.717) (202.298) In eigenvermogensinstrumenten afgewikkelde, op aandelen gebaseerde (22) 8 betalingsregelingen Winst / (verlies) voor het jaar toerekenbaar aan houders van (6.623) 10.573 eigenvermogensinstrumenten Per 31 december (198.363) (191.717)
De overdragen resultaten mogen onder de aandeelhouders verdeeld worden bij beslissing van een algemene
aandeelhoudersvergadering, rekening houdend met de beperkingen zoals gedefinieerd in de Term Facility en de Super Senior
Credit Facilities en de beperkingen opgelegd door de wet.
Toelichting 21. Term Facility
(In duizend €) 2025 2024 Totaal Term Facility 125.228 124.822 Langlopend deel 124.785 124.319 Waarvan: brutoschuld 126.794 128.174 Waarvan: geactiveerde (2.009) (3.856) financieringskosten Kortlopend deel 443 503 Waarvan: opgebouwde intresten 2.265 2.337 Waarvan: geactiveerde (1.822) (1.834) financieringskosten
Op 7 december 2023 is LSF9 Belysse Investments S.à r.l.
een nieuwe Term Facility aangegaan van € 120 miljoen
(equivalent) verstrekt door Blantyre (de ‘Term Facility’).
De Term Facility is beschikbaar gesteld tegen de
gebruikelijke voorwaarden voor faciliteiten van deze aard,
geprijsd aan 6,00% p.a. contante betaling plus 5,00% p.a.
payment-in-kind (‘PIK’) rente (met betrekking tot leningen in
EUR) en 7,00% p.a. contante betaling plus 5,00% p.a. PIK-
rente (met betrekking tot leningen in USD) (in beide
gevallen, vaste rente, behalve dat PIK-rente op leningen in
EUR en leningen in USD onderworpen is aan een hefboom-
gebaseerde margeschaal en dus in elk geval kan stijgen
met nog eens 2,00% p.a. wanneer bepaalde financiële
ratio’s worden overschreden). Zie ook Toelichting 27 over
de blootstelling aan USD. De PIK-rente wordt
gekapitaliseerd aan het einde van elke renteperiode en
draagt rente tegen de geldende rentevoet. LSF9 Belysse
Investments S.à r.l. kan eenzijdig verzoeken om de looptijd
van de Term Facility met één jaar te verlengen.
De Term Facility bepaalt dat een verplichte gehele of
gedeeltelijke vooruitbetaling vereist is bij het zich voordoen
van een Exit Event.
Als voorwaarde voor de financiering kreeg Blantyre
‘contingent value rights’ (de ‘CVR’) toegekend die gekoppeld
zijn aan de waarde van het eigen vermogen van Belysse
Group NV, die, bij het optreden van bepaalde
gebeurtenissen, de CVR-houder het recht geven op een
contante betaling of, naar keuze van Belysse (onder
voorbehoud van de vereiste goedkeuring van de
aandeelhouders), een uitgifte van aandelen gelijk aan 20%
van de waarde van het eigen vermogen van Belysse Group
NV boven een specifieke drempel van €41,1 miljoen (de
‘Drempel’). De betalingen onder de CVRs moeten worden
gedaan: (i) verplicht in het geval van een verkoop van alle of
vrijwel alle activa van, of aandelen in, Belysse Group NV; en
(ii) naar keuze van de CVR-houder in het geval dat ofwel (a)
het aandelenbezit de Toegelaten Aandeelhouders daalt tot
40% of minder; of (b) een andere persoon of in onderling
overleg handelende personen meer aandelen in Belysse
Group NV verwerven dan de Toegelaten Aandeelhouders
(de gebeurtenissen beschreven onder (i) en(ii) hierboven, elk
een ‘CVR Control Event’). Naast een CVR Control Event
hebben de CVR-houders de mogelijkheid om hun
betalingsrechten uit te oefenen vanaf 7 december 2027. De
CVR is een afgeleid financieel instrument en wordt tegen
reële waarde gewaardeerd op elke verslagdatum (zie
Toelichting 10).
De opbrengst van de Term Facility is gebruikt om de
herfinanciering van alle uitstaande 2024 Notes te voldoen
(zie Toelichting 22).
Jaarrekening
04 Jaarrekening Jaarverslag Belysse 2025 204
Verschillende onderpandovereenkomsten zijn gesloten,
met inbegrip van maar niet beperkt tot materiële
bankrekeningen en intercompany vorderingen van
operationele entiteiten binnen de Groep en
onderpandovereenkomsten op de operationele entiteiten
van de Groep. Deze onderpandovereenkomsten worden
verleend ten gunste van de leners van de Term Facility en
de Revolving Credit Facility. De Groep is onderworpen aan
maandelijkse rapporteringsvereisten en bepaalde
beperkingen op beperkte betalingen en het aangaan van
schulden.
Wij bevestigen dat wij over de verslagperiode aan alle
convenanten hebben voldaan.
Toelichting 22. Senior Secured Notes
(In duizend €) 2025 2024 Totaal Senior Secured Notes 1.855 1.855 Langlopend deel 1.839 1.839 Waarvan: brutoschuld 1.839 1.839 Kortlopend deel 17 17 Waarvan: opgebouwde intresten 17 17 Waarvan: geactiveerde - - financieringskosten Waarvan: brutoschuld - -
Sinds 31 december 2023 had LSF9 Belysse Issuer S.à r.l. (de
‘Emittent’) een totaalbedrag van € 128.684.663 in hoofdsom
(exclusief gekapitaliseerde financieringskosten en exclusief
geactiveerde PIK-rente) van Senior Secured Notes met
looptijd tot 2024 (de ‘2024 Notes’), die waren uitgegeven
krachtens een indenture op datum van 8 maart 2021, zoals
gewijzigd (de ‘Indenture’), en € 1.838.700 in hoofdsom van
Senior Secured Notes met looptijd tot 2030 (de ‘2030
Notes’) die waren uitgegeven krachtens een indenture op
datum van 3 augustus 2015, zoals gewijzigd.
Op 5 februari 2024 herfinancierde de Emittent alle
uitstaande 2024 Notes met de opbrengst van een nieuwe €
120 miljoen (equivalent) Term Facility (Toelichting 21)
verstrekt door Blantyre aan LSF9 Belysse Investments S.à
r.l. (zie hieronder). De herfinanciering werd gedeeltelijk
voltooid door het terugkopen van de 2024 Notes in bezit
van bepaalde obligatiehouders die ongeveer 75% van de
totale uitstaande 2024 Notes aanhielden tegen een prijs die
gelijk was aan 86,5% van de nominale waarde, waarbij het
resterende bedrag werd afgelost tegen 100% van de
nominale waarde via de optionele aflossingsbepalingen van
de Indenture.
De uitstaande Senior Secured Notes zijn niet onderworpen
aan convenanten en aan de obligatiehouders is geen
onderpand verleend. De op de uitstaande Senior Secured
Notes toepasselijke rentevoet bedraagt 3,00% per jaar en
de vervaldatum is 31 december 2030.
Toelichting 23. Bank- en overige leningen
De onderstaande tabel toont een overzicht van de bank- en
overige leningen op 31 december 2025 en 31 december 2024:
(In duizend €) 2025 2024 Totaal bank- en overige leningen 31.085 39.792 Langlopend deel 20.855 30.353 Overige leaseverplichtingen 11.163 18.888 Sale-and-leaseback verplichtingen 10.270 12.488 Waarvan: geactiveerde (146) (194) financieringskosten in verband met de sale-and-leaseback Geactiveerde financieringskosten (431) (827) met betrekking tot SSRCF Kortlopend deel 10.230 9.439 Overige leaseverplichtingen 8.415 7.685 Sale-and-leaseback verplichtingen 2.218 2.157 Waarvan: geactiveerde (48) (48) financieringskosten in verband met de sale-and-leaseback Super Senior RCF (SSRCF) 38 37 Geactiveerde financieringskosten (392) (392) met betrekking tot de SSRCF
Wat de financieringsovereenkomsten van de Groep betreft,
voorziet de documentatie in een neutralisatie van de
wijzigingen in boekhoudkundige normen. Als dusdanig heeft
de toepassing van IFRS 16 geen gevolgen voor de
financiering van de Groep. We zullen de Schuldgraad blijven
berekenen in overeenstemming met de definitie in onze
financieringsovereenkomst (exclusief de impact van IFRS 16
maar inclusief sale-and-leasebacks).
Jaarrekening
04 Jaarrekening Jaarverslag Belysse 2025 205
Revolving Credit Facility
Op 11 januari 2024 is de directe dochtervennootschap van
de Emittent, LSF9 Belysse Investments S.à r.l. een nieuwe
Super Senior Revolving Credit Facility van € 20 miljoen (de
‘Nieuwe RCF’) aangegaan, die de bestaande RCF, nu
geannuleerd, heeft vervangen. De nieuwe RCF is
beschikbaar gesteld tegen de gebruikelijke voorwaarden
voor faciliteiten van deze aard, voor een termijn die eindigt
op 2 augustus 2027, met de optie om met één jaar te
verlengen indien de nieuwe Term Facility tegelijkertijd wordt
verlengd.
De nieuwe RCF bepaalt dat een verplichte gehele of
gedeeltelijke vooruitbetaling vereist is bij het zich voordoen
van bepaalde omstandigheden (elk een ‘Exit Event’),
namelijk of (i) een vervreemding van alle of vrijwel alle activa
van LSF9 Belysse Investments S.à r.l. of haar
dochterondernemingen of (ii) een wijziging van
zeggenschap waarbij (a) bepaalde aandeelhouders die
direct of indirect een meerderheid van de totale uitstaande
aandelen van LSF9 Belysse Investments S.à r.l. in handen
hebben (de ‘Toegelaten Aandeelhouders’) niet langer meer
dan 40% van de aandelen van LSF9 Belysse Investments
S.à r.l. bezitten, (b) een persoon meer aandelen in LSF9
Belysse Investments S.à r.l. verwerft dan in totaal worden
gehouden door de Toegelaten Aandeelhouders, (c) de
Emittent ophoudt alle aandelen van LSF9 Belysse
Investments S.à r.l. rechtstreeks te bezitten (met
uitzondering van aandelen die voor een tijdelijke periode
worden uitgegeven aan roll-up investeerders) of (d) een
verkoop van de bedrijfsactiviteiten van de Vennootschap
die worden uitgevoerd in de Verenigde Staten.
Wij bevestigen dat wij over de verslagperiode aan alle
convenanten hebben voldaan.
Sale-and-lease-back
Op 20 december 2019 sloot de vennootschap een sale-and-
leaseback overeenkomst met drie banken. Indien een derde
partij controle over de vennootschap verwerft, hebben de
banken het recht om de overeenkomst naar eigen
goeddunken te beëindigen. Die change of control-clausule
werd goedgekeurd door de algemene vergadering van
aandeelhouders van 26 mei 2020 overeenkomstig artikel
7:151 van het Belgisch Wetboek van Vennootschappen en
Verenigingen.
Op 31 maart 2022 werd deze sale-and-leaseback-
overeenkomst gesplitst als onderdeel van een partiële
splitsing in het kader van de Desinvestering en bleef ze bij
de vennootschap enkel met betrekking tot de vestiging in
Tielt.
Factoring
In het kader van de normale bedrijfsuitoefening, heeft de
Groep ingeschreven op twee non-recourse
factoringovereenkomsten, waarbij ze handelsvorderingen
die voortvloeien uit de normale bedrijfsactiviteit kan
verkopen aan nominale waarde waarvan bepaalde reserves
en vergoedingen worden afgehouden. Het kredietrisico dat
gepaard gaat met de gefactorde vorderingen is
overgedragen aan de factoringonderneming, die dit risico
op haar beurt heeft overgedragen aan een
kredietverzekeringsmaatschappij. In het kader van de non-
recourse overeenkomsten int de Groep betalingen van
klanten namens de factoringonderneming aan wie de
vorderingen zijn gefactord. Aangezien vrijwel alle risico’s en
voordelen van eigendom zijn overgedragen, worden de
handelsvorderingen die zijn toegewezen aan de
factoringondernemingen niet langer opgenomen in de
balans.
Verscheidene dochtervennootschappen van de
Vennootschap sloten afzonderlijke overeenkomsten voor
factuurdiscontering met KBC Commercial Finance NV
('KBCCF') op 1 april 2022, krachtens welke deze
dochtervennootschappen de eigendom van al hun huidige
en toekomstige handelsvorderingen die onder dergelijke
overeenkomsten vallen, overdragen aan KBCCF. Deze
overeenkomst werd meermaals gewijzigd. Het laatst op 1
juni 2024. Onder de toepasselijke algemene voorwaarden
van de overeenkomst moeten openstaande bedragen
onmiddellijk worden betaald in het geval van een
controlewijziging die niet in het belang is van de bank. De
algemene voorwaarden bevatten typische clausules die
standaard zijn voor dit soort transacties, met inbegrip van
gronden voor beëindiging indien het beoogde
transactievolume niet wordt bereikt.
Op 31 oktober 2024 sloot Bentley Mills, Inc. (‘Bentley Mills’)
een factoringovereenkomst met KBC Commercial Finance
NV (‘KBCCF’) krachtens welke Bentley Mills alle rekeningen
die voortvloeien uit de verkoop van Bentley Mills in verband
met zijn activiteiten aan KBCCF verkoopt.
In 2025 blijft de Groep een deel van de vorderingen
opnemen naar rato van hun aanhoudende betrokkenheid,
overeenkomstig IFRS 9 (€ 13,2 miljoen) (2024: € 15,6 miljoen).
Jaarrekening
04 Jaarrekening Jaarverslag Belysse 2025 206
Toelichting 24. Leases
De leaseverplichtingen zijn afgenomen van € 41,0 miljoen
per 31 december 2024 tot € 31,9 miljoen per 31 december
2025. Op het einde van 2025 bedraagt de overeenkomstige
leaseverplichting met betrekking tot IFRS 16 (exclusief sale-
en-lease-back) € 19,6 miljoen.
De verplichting werd gewaardeerd tegen de contante
waarde van de resterende leasebetalingen, verdisconteerd
tegen een vooraf bepaalde disconteringsvoet. De Groep
paste verschillende disconteringsvoeten toe, afhankelijk
van het type actief (gebouwen of machines), de
leasetermijn, de geografische regio, de risicopremie (van
1,80% tot 3%) en de variabiliteit van de basisrentevoet
(gebaseerd op de marktswaprentes op het moment van
initiële opname). De toegepaste impliciete rentevoet is
afhankelijk van de locatie en de resterende looptijd van de
overeenkomst. Voor contracten binnen Europa ligt deze
tussen 0% en 3,1%. In de VS ligt de marginale
leningrentevoet tussen 3,4% en 6,8%.
De leaseovereenkomsten onder IFRS 16 hebben een
resterende looptijd tussen 1 en 5 jaar. Als alternatief voor
het uitvoeren van een beoordeling op bijzondere
waardevermindering, zijn wij uitgegaan van eerdere
beoordelingen of leaseovereenkomsten verlieslatend zijn –
per 31 december 2025 waren er geen verlieslatende
overeenkomsten.
Wat de financieringsovereenkomsten van de Groep betreft,
voorziet de documentatie in een neutralisatie van de
wijzigingen in boekhoudkundige normen. Als dusdanig
heeft de toepassing van IFRS 16 geen gevolgen voor de
financiering van de Groep. We zullen de Schuldgraad blijven
berekenen in overeenstemming met de definitie in onze
financieringsovereenkomst.
Boekwaarden van de leaseverplichtingen en bewegingen in
2025:
IFRS 16 excl. sale-and-(In duizend €) Totaal sale-and-leaseback leaseback Per 31 december 26.572 14.402 40.975 2024 Aanschaffingen 2.469 - 2.469Verkopen - - - Financieringskosten - 48 48 Aangroei van intrest 1.031 369 1.399Betalingen (8.526) (2.526) (11.051) Wisselkoerseffect (1.969) - (1.969) Per 31 december 19.577 12.293 31.870 2025 IFRS 16 excl. sale-and-(In duizend €) Totaal sale-and-leaseback leaseback Kortlopende 8.415 2.170 10.584 leaseverplichtingen Langlopende 11.163 10.124 21.286 leaseverplichtingen Totaal 19.577 12.293 31.870 leaseverplichtingen (In duizend €) 2025 2024 Totaal contante waarde van leaseverplichtingen 32.065 41.217 (exclusief geactiveerde financieringskosten) Binnen het jaar 10.632 9.842 Langer dan 1 jaar en niet langer 21.433 25.342 dan 5 jaar Langer dan 5 jaar - 6.033
De Groep heeft vooruitziendheid gebruikt bij het bepalen
van de leasetermijn wanneer het contract opties bevat om
de leaseovereenkomst te verlengen of te beëindigen. Naast
de impact op de operationele activiteiten wordt in deze
analyse rekening gehouden met criteria zoals boetes en
verbeteringen aan het geleasede goed. Variabele
leasebetalingen werden niet meegenomen in de waardering
van de leaseverplichtingen.
Jaarrekening
04 Jaarrekening Jaarverslag Belysse 2025 207
Toelichting 25. Nettoschuld-reconciliatie
De volgende tabel geeft een overzicht van de nettoschuld en -bewegingen:
Schulden uit financieringsactiviteiten (In duizend €) Term Senior Senior Lease-Term Lease-Facility Secured Secured verplicht- Facility verplicht-Totaal met Notes Notes met ingen met Super met ingen met financiële verval-met verval-verval-Senior verval-verval-bruto-datum verval-datum datum RCF datum datum na schuld binnen datum binnen binnen na 1 jaar 1 jaar 1 jaar na 1 jaar 1 jaar 1 jaar Nettoschuld per (128.174) (2.337) (1.839) (17) (31.375) (9.842) (37) (173.620) 31 december 2024 Kasstromen - - - - - - - - Opbrengsten uit leningen met - - - - - - - - derden Terugbetalingen van leningen met - - - - - 9.402 - 9.402 derden Andere non-cash bewegingen (inclusief 1.380 72 - - 9.942 (10.192) (1) 1.201 wisselkoers-bewegingen) Nettoschuld per (126.794) (2.265) (1.839) (17) (21.433) (10.632) (38) (163.017) 31 december 2025
Liquide middelen (In duizend €) Totaal Liquide Totaal financiële middelen financiële brutoschuld nettoschuld Nettoschuld per (173.620) 38.605 (135.015) 31 december 2024 Kasstromen - (4.146) (4.146) Opbrengsten uit leningen - - - met derden Terugbetalingen van 9.402 - 9.402 leningen met derden Andere non-cash bewegingen (inclusief 1.201 - 1.201 wisselkoersbewegingen) Nettoschuld per (163.017) 34.459 (128.559) 31 december 2025
De non-cash beweging op de Term Facility heeft betrekking op de driemaandelijkse PIK-rente die wordt toegevoegd aan de
hoofdsom (€ 6,4 miljoen) gedurende de periode, de niet-gerealiseerde wisselkoersopbrengsten op de schijf in USD van de
nieuwe Term Facility (€ 7,8 miljoen) en de nettobeweging in opgelopen rente (€ 0,1 miljoen). De bovenstaande tabel heeft
geen betrekking op de geactiveerde financieringskosten, noch op de driemaandelijks betaalde intrest (zie Toelichtingen 21 tot
23).
Jaarrekening
04 Jaarrekening Jaarverslag Belysse 2025 208
Toelichting 26. Aanvullende informatie over financiële instrumenten
De volgende tabel geeft de boekwaarde en de reële waarden weer van elke categorie van financiële activa en financiële
verplichtingen:
(In duizend €) Reële waarde-2025 2025 2024 2024 hiërarchie Reële Reële Boekwaarde Boekwaarde waarde waarde Activa per balansdatum 50.852 50.852 56.732 56.732 Leningen en vorderingen 50.852 50.852 56.732 56.732 Handels- en overige vorderingen 16.393 16.393 18.127 18.127 Liquide middelen Niveau 1 34.459 34.459 38.605 38.605 Verplichtingen per balansdatum 195.408 195.067 76.735 76.292 Financiële verplichtingen gewaardeerd tegen 195.408 195.067 76.735 76.292 geamortiseerde kostprijs Term Facility Niveau 2 125.228 125.228 124.822 124.822 Senior Secured Notes Niveau 1 1.855 1.515 1.855 1.412 Bank- en overige leningen Niveau 2 31.085 31.085 39.792 39.792 Handels- en overige schulden 37.239 37.239 35.087 35.087 Financiële verplichtingen gewaardeerd tegen - - - - reële waarde Afgeleide financiële instrumenten Niveau 2 1.816 1.816 1.547 1.547
Verschillende waarderingsniveaus werden als volgt gedefinieerd:
• Niveau 1: zijn waarderingen afgeleid van genoteerde prijzen (niet aangepast) in een actieve markt voor identieke
activa en passiva;
• Niveau 2: zijn waarderingen afgeleid van bronnen, anders dan genoteerde prijzen vervat in Niveau 1, die
waarneembaar zijn voor het actief of passief, ofwel direct (als prijzen), ofwel indirect (afgeleid van prijzen);
• Niveau 3: zijn waarderingen afgeleid van bronnen voor het actief of passief die niet gebaseerd zijn op observeerbare
marktdata (niet-waarneembare inputs).
De reële waarde van de Senior Secured Notes is gebaseerd op een raming van Niveau 1. De reële waarde van alle andere
financiële instrumenten, met uitzondering van liquide middelen, werd bepaald op basis van ramingen van Niveau 2. De reële
waarde van de valutatermijn-contracten werd bepaald door gebruik te maken van de op een actieve markt genoteerde
termijnkoers. De verdisconteringseffecten zijn over het algemeen niet significant voor derivaten van Niveau 2. Voor
handels- en overige vorderingen, alsook handels- en overige schulden, wordt de boekwaarde beschouwd als een goede
raming van de reële waarde, gelet op de kortlopende aard van deze posten.
Er waren geen veranderingen in de toegepaste waarderingstechnieken gedurende de periode.
Jaarrekening
04 Jaarrekening Jaarverslag Belysse 2025 209
Toelichting 27. Financieel risicobeheer
De activiteiten van de Groep zijn blootgesteld aan diverse
financiële risico’s: marktrisico (inclusief wisselkoersrisico,
reële waarde renterisico, kasstroom renterisico en
grondstoffenprijsrisico), kredietrisico en liquiditeitsrisico.
Het algemene risicobeheerprogramma van de Groep richt
zich op de onvoorspelbaarheid van de financiële markten en
streeft ernaar mogelijke negatieve effecten op de financiële
prestaties van de Groep tot een minimum te beperken. Het
doel is de gebeurtenissen of handelingen die kunnen leiden
tot financiële verliezen te identificeren, te meten, te beheren
en vervolgens te monitoren. Afgeleide financiële
instrumenten worden niet langer gebruikt om bepaalde
risicoblootstellingen op groepsniveau af te dekken,
aangezien de blootstelling aan vreemde valuta's is
verminderd.
Kwalitatieve en kwantitatieve toelichtingen over het
marktrisico
Wisselkoersrisico
We zijn in aanzienlijke mate blootgesteld aan de waarde van
de Amerikaanse dollar. Bijgevolg zijn onze financiële
resultaten onderhevig aan de gevolgen van transacties in
vreemde valuta’s en omzettingsverschillen die voortvloeien
uit wisselkoersschommelingen, voornamelijk de wisselkoers
tussen de EUR en de USD. Het aandeel van onze inkomsten
dat in de verschillende valuta’s is opgenomen, stemt niet
exact overeen met de inkomsten afkomstig uit elke regio,
omdat wij onze klanten soms factureren in een andere valuta
dan hun plaatselijke valuta.
Onze geconsolideerde jaarrekening is opgesteld in euro.
Hierdoor zijn we blootgesteld aan het omzettingsrisico bij de
voorbereiding van onze geconsolideerde jaarrekening
wanneer we de jaarrekeningen van onze
dochterondernemingen omzetten die een andere
functionele valuta hebben dan de euro. Een deel van onze
activa, passiva, opbrengsten en kosten zijn uitgedrukt in
verschillende andere valuta’s dan EUR, voornamelijk USD.
Daardoor kunnen onze geconsolideerde bedrijfsresultaten,
die in euro worden gerapporteerd, beïnvloed worden door
wisselkoersschommelingen.
Veranderingen in wisselkoersen kunnen ook een impact op
lange termijn hebben op onze verkoopvolumes. Bijvoorbeeld,
wanneer er een langdurige ontwaarding is van de euro,
kunnen onze volumes stijgen doordat we competitiever
worden in de markten buiten de eurozone. Daartegenover
staat dat een langdurige versterking van de euro tot een
daling van de verkoopvolumes en prijzenconcurrentie kan
leiden in de markten buiten Europa.
De volgende tabel toont de posten die het meest worden
blootgesteld aan wisselkoersrisico’s.
(In duizend €) EUR GBP USD Totaal Nettoblootstelling per 31 December 2025 (65.183) 1.240 (47.672) (111.615) Term Facility (62.859) 0 (62.369) (125.228) Handels- en overige vorderingen 5.409 260 10.724 16.393 Liquide middelen 14.248 1.199 19.011 34.459 Handels- en overige schulden (21.981) (219) (15.039) (37.239) Nettoblootstelling per 31 December 2024 (58.089) 897 (45.985) (103.177) Term Facility (57.735) - (67.087) (124.822) Handels- en overige vorderingen 5.016 112 12.999 18.127 Liquide middelen 14.440 819 23.346 38.605 Handels- en overige schulden (19.811) (34) (15.242) (35.087)
Jaarrekening
04 Jaarrekening Jaarverslag Belysse 2025 210
De volgende tabel geeft de sensibiliteitsanalyse weer van
de eindejaarsbalans in GBP en USD als de euro met 10%
verzwakt:
(In duizend €) 2025 2024 In GBP 138 100Wijziging in boekwaarde van 138 100 monetaire activa en passiva In USD (5.297) (5.109) Wijziging in boekwaarde van 1.633 2.345 monetaire activa en passiva Wijziging in boekwaarde van (6.930) (7.454) Term Facility (stijging)
De volgende tabel geeft de sensibiliteitsanalyse weer van
de eindejaarsbalans in GBP en USD als de euro met 10%
versterkt:
(In duizend €) 2025 2024 In GBP (113) (82) Wijziging in boekwaarde van (113) (82) monetaire activa en passiva In USD 4.334 4.180 Wijziging in boekwaarde van (1.336) (1.918) monetaire activa en passiva Wijziging in boekwaarde van 5.670 6.098 Term Facility (daling)
Risico in verband met de grondstoffenprijzen
We zijn blootgesteld aan schommelingen in de prijs van
belangrijke grondstoffen die worden gebruikt in het
productieproces.
In 2025 vertegenwoordigden de grondstoffenkosten 36,1%
van de omzet, tegenover 39,0% vorig jaar. Dit is
voornamelijk te danken aan een inkoopstrategie waarbij we
erin zijn geslaagd extra manieren te vinden om
grondstoffen wereldwijd in te kopen, waardoor onze
inkoopprijzen zijn gedaald. Omdat er een tijdsvertraging is
voordat verhogingen van grondstofprijzen kunnen worden
doorgerekend aan onze klanten, hebben wijzigingen in de
kostprijs van grondstoffen doorgaans een tijdelijk negatief
effect op de brutomarge van de Groep.
Als de prijzen van onze voornaamste grondstoffen 10%
hoger (lager) waren geweest, zou de gecorrigeerde EBITDA
ongeveer € 4 miljoen lager (hoger) zijn geweest als het
management geen risicobeperkende maatregelen had
genomen. Deze impact werd bepaald door de volumes van
onze voornaamste grondstoffen te vermenigvuldigen met
een afwijking van 10% op de gemiddelde aankoopprijs van
die grondstoffen voor het jaar. Bij de sensibiliteits-
berekening wordt rekening gehouden met het typische
tijdsverloop tussen de aankoop van grondstoffen en de
verwerking van de grondstofkosten ten opzichte van de
verkoop.
Renterisico
Ons renterisico houdt vooral verband met de externe
schulden die een variabele rente hebben. Zonder de impact
van IFRS 16 (met uitzondering van sale-en-lease-back) zijn
enkel de bedragen die wij lenen onder de Super Senior
Revolving Credit Facility en de bedragen onder onze
factoringovereenkomsten onderhevig aan een variabele
rente, aangezien de Senior Secured Notes en de Term
Facility een vaste rente hebben. Wij hebben daarom tijdens
de verslagperiode geen gebruik gemaakt van renteswaps
voor onze financiering.
De volgende tabel geeft de sensibiliteitsanalyse weer van de
rentekosten en -opbrengsten bij een verschuiving van 25
basispunten in de EUR-rentecurve. De Super Senior
Revolving Credit Facility wordt momenteel niet opgenomen
in cash, dus een stijging van de rente heeft geen impact en
de impact van 25 basispunten op de factoring is lager dan
€ 0,1 miljoen.
31 december 2025 25 25 basispunten basispunten neerwaartse opwaartse (In duizend €) verschuiving verschuiving in EUR-in EUR-rentecurve rentecurve Totale impact op 33 (33) rentekosten/- opbrengsten Niet-afgeleide financiële 33 (33) verplichtingen met variabele rente
Jaarrekening
04 Jaarrekening Jaarverslag Belysse 2025 211
Kwalitatieve en kwantitatieve toelichtingen over
kredietrisico
Ons kredietrisico wordt voor de hele Groep samen
beheerd. We beoordelen de kredietkwaliteit van de klant,
rekening houdend met zijn financiële positie, de ervaringen
uit het verleden en andere factoren. Er worden individuele
kredietlimieten vastgesteld op basis van ervaringen uit het
verleden, een grondig inzicht in de klant en in nauwe
samenwerking met de verkoopteams. Deze kredietlimieten
worden regelmatig beoordeeld door de Sales Directors en
door het financieel management. Daarnaast hebben wij een
kredietverzekering afgesloten om een groot deel van het
wanbetalingsrisico te dekken. Tot slot wordt het
kredietrisico ook beperkt door non-recourse
factoringovereenkomsten voor de handelsvorderingen,
waarbij het kredietrisico is overgedragen aan de
tegenpartij. De handelsvorderingen zijn gespreid over een
aantal landen en tegenpartijen. De handelsvorderingen zijn
niet sterk geconcentreerd.
De wanbetalingspercentages voor 2025 en 2024 lagen niet
hoger dan 1%.
Het teveel aan liquiditeiten wordt herbelegd voor zeer korte
periodes en wordt gespreid over een beperkt aantal banken
die allemaal beschikken over een bevredigende
kredietrating. Voor kasmiddelen op bankrekeningen en
kortlopende bankdeposito’s geeft de onderstaande tabel
een overzicht van de kredietratings voor banken die door de
Groep worden gebruikt.
(In duizend €) 2025 2024 Totaal liquide middelen 34.459 38.605 AA-rating 8.329 21.555 A-rating 26.130 17.050
Kwalitatieve en kwantitatieve toelichtingen over
liquiditeitsrisico
Wij zien centraal toe op de kasstroomprognoses en
liquiditeitsvereisten om ervoor te zorgen dat wij over
voldoende geldmiddelen beschikken om aan onze
operationele behoeften te voldoen en om tegelijkertijd altijd
voldoende bewegingsruimte te behouden op onze niet-
opgenomen toegezegde kredietfaciliteiten zodat wij
kredietlimieten of convenanten op onze kredietfaciliteit niet
overschrijden.
De bedrijfsactiviteiten van onze dochterondernemingen en
de daaruit resulterende instromen van kasmiddelen zijn
onze belangrijkste bron van liquiditeit. Dankzij ons systeem
van cashpooling kunnen wij profiteren van kasoverschotten
van bepaalde dochterondernemingen om de financiële
behoeften van andere dochterondernemingen te dekken.
Wij beleggen kasoverschotten in rentedragende lopende
rekeningen en kortetermijndeposito’s en selecteren
instrumenten met een gepaste vervaldatum of liquiditeit om
voldoende bewegingsruimte te bieden, zoals bepaald door
de bovenvermelde prognoses.
Om te voldoen aan onze verplichtingen inzake uitstromen
van kasmiddelen, gebruiken wij indien nodig kasstromen uit
bedrijfsactiviteiten en kredietfaciliteiten bij financiële
instellingen. Daarnaast hebben wij met financiële
instellingen factoringovereenkomsten gesloten, waarbij
geldmiddelen aan ons beschikbaar worden gesteld in ruil
voor bepaalde door ons gegenereerde handelsvorderingen.
De belangrijkste financiële overeenkomsten per 31
december 2025 zijn de Term Facility (zie Toelichting 21), de
Senior Secured Notes (zie Toelichting 22), de Super Senior
Revolving Credit Facility (zie Toelichting 23) en de financiële
leaseovereenkomsten (zie Toelichting 24).
Jaarrekening
04 Jaarrekening Jaarverslag Belysse 2025 212
De volgende tabel weerspiegelt alle contractuele vaste betalingen die moeten voldaan worden, alsook terugbetalingen en
rente voortvloeiend uit de erkende financiële verplichtingen. De toegelichte bedragen zijn niet-verdisconteerde
nettokasuitstromen, gebaseerd op de marktomstandigheden per 31 december 2025.
Tussen Tussen 2 Minder dan Tussen 1 en Meer dan (In duizend €) 6 maanden en 6 maanden 2 jaar 5 jaar en 1 jaar 5 jaar Totaal per 31 december 2025 (47.411) (10.210) (15.123) (165.070) - Term Facility (4.168) (4.345) (8.953) (144.514) - Afgeleid financieel instrument - - - (1.816) - Senior Secured Notes (28) (28) (55) (2.004) - Super Senior RCF (38) - - - - Leaseverplichtingen (5.938) (5.838) (6.116) (16.737) - Handels- en overige schulden (37.239) - - - -
Onze financieringsovereenkomsten met externe partijen omvatten verplichtingen, beperkingen en convenanten die een
nadelige impact kunnen hebben op onze activiteiten, financiële situatie en operationele resultaten, als we ze niet kunnen
naleven.
De schuldgraad op het einde van het jaar bedroeg 4.2x.
De volgende tabel weerspiegelt alle contractuele vaste betalingen die moeten voldaan worden, alsook terugbetalingen en
rente voortvloeiend uit de erkende financiële verplichtingen. De toegelichte bedragen zijn niet-verdisconteerde
nettokasuitstromen, gebaseerd op de marktomstandigheden per 31 december 2024.
Tussen Tussen 2 Minder dan Tussen 1 en Meer dan (In duizend €) 6 maanden en 6 maanden 2 jaar 5 jaar en 1 jaar 5 jaar Totaal per 31 december 2024 (44.274) (9.304) (15.365) (180.390) (7.899) Term Facility (4.201) (4.355) (8.974) (161.218) - Afgeleid financieel instrument - - - (1.547) - Senior Secured Notes (28) (28) (55) (165) (1.866) Super Senior RCF (37) - - - - Leaseverplichtingen (4.921) (4.921) (6.335) (19.006) (6.033) Handels- en overige schulden (35.087) - - - -
Jaarrekening
04 Jaarrekening Jaarverslag Belysse 2025 213
Kapitaalrisicobeheer
Met haar kapitaalrisicobeheer wil de Groep ervoor zorgen
dat ze opbrengsten kan blijven aanbieden aan de
aandeelhouders, toezeggingen aan andere
belanghebbenden, en dat ze een optimale kapitaalstructuur
kan handhaven om de kapitaalkosten te beperken.
Om de kapitaalstructuur in stand te houden of aan te
passen, kan de Groep het aan de aandeelhouders betaalde
dividend aanpassen, nieuwe aandelen uitgeven of activa
verkopen om de schulden te verminderen. De Groep volgt
haar financiële prestaties van nabij op om de financiële
convenanten na te leven. Zie Toelichting 21 tot 23 voor meer
informatie.
Klimaatkwesties
• Impact van de klimaatverandering op grondstoffen
Polymeren zijn het hoofdmateriaal voor onze vloerbe-
dekkingen. De impact van evaluerende klimaat
gerelateerde vereisten zoals decarbonisatie en
grotere vraag naar gerecycleerde polymeren, kan een
mogelijke impact hebben op de jaarrekening van
Belysse.
• Impact van de klimaatverandering op productie en
producten
Om te voldoen aan de Europese Green Deal en de
overheidsregeling inzake emissies in België en de VS,
doet Belysse operationele en kapitaaluitgaven om de
CO2-voetafdruk te verkleinen.
• Impact van waterschaarste
Een aantal van onze productieprocessen, in het
bijzonder verven en bedrukken, zijn afhankelijk van de
beschikbaarheid van water. De operationele en
kapitaaluitgaven zullen blijven doorgaan om het
waterverbruik te verlagen en te optimaliseren, met
speciale aandacht voor de site van Tielt (Vlaanderen,
België). Aan de andere kant, gezien dat alle productie
vestigingen gesitueerd zijn boven het zee niveau,
is er een klein risico van een stijgend zeeniveau
veroorzaakt door de opwarming van de aarde. Zie de
duurzaamheidsverklaring, sectie 'E1.IRO-1 –
Beschrijving van de processen voor het identificeren
en inschatten van materiële klimaat-gerelateerde
effecten, risico's en opportuniteiten' voor meer details
van deze risicobeoordeling.
Macro-economische omgeving
Onze handel met klanten in het Midden-Oosten
vertegenwoordigt minder dan 2%. Als reactie op de
daarmee gepaard gaande kostenstijgingen, zoals voor
grondstoffen, energie en transport, zullen we passende
prijsverhogingen en toeslagen doorvoeren.
De huidige handelstarieven hebben een beperkte directe
invloed op de handelsactiviteiten van de onderneming,
gezien de zeer beperkte handelsstromen van de Europese
activiteiten met de VS en de binnenlandse
productiecapaciteit van Bentley Mills voor de Amerikaanse
markt.
De situatie van Rusland in Oekraïne en de daaruit
voortvloeiende sancties hadden slechts een beperkte
directe impact op onze Groep. De hevige inflatie had
daarentegen wel een impact, met een sterke stijging van
bijna al onze inputkosten. Dit wordt aangepakt door een
voortdurende herziening van onze kostenbasis en een
doorberekening aan klanten waar nodig. In onze Europese
activiteiten hebben we een vertraging geconstateerd
tussen het ontstaan van deze kosten en de doorberekening
aan klanten. Het indirecte effect van hogere rentetarieven is
beperkt, aangezien we, zoals hierboven uitgelegd,
grotendeels tegen een vaste rente worden gefinancierd.
Jaarrekening
04 Jaarrekening Jaarverslag Belysse 2025 214
Toelichting 28. Verplichtingen uit hoofde van
personeelsbeloningen
De Groep past een pensioenregeling toe en voorziet ook in
pensioenverplichtingen. Deze voordelen werden
gewaardeerd in overeenstemming met de herziene IAS 19
en de gehanteerde grondslagen voor financiële
verslaggeving van de Groep zoals beschreven in Toelichting
1.20. De verplichting werd gewaardeerd door gebruik te
maken van een disconteringsvoet van respectievelijk 3,09%
en 3,13% in 2025 en 2024. De jaarlijkse pensioenkosten met
betrekking tot de pensioenregeling worden vermeld in
Toelichting 6.
De verplichtingen aan personeelsbeloningen die in de
jaarrekening worden opgenomen, staan hieronder
beschreven:
(In duizend €) 2025 2024 Totaal verplichtingen aan 603 634 personeelsbeloningen Pensioenregelingen 598 628 Brugpensioenen 6 6 Totaal verplichtingen aan 603 634 personeelsbeloningenLange termijn 601 631 Korte termijn 3 3
Pensioenregelingen: overzicht
Er werden pensioenregelingen opgesteld voor het management
en deze worden gefinancierd door werkgeversbijdragen die
toenemen afhankelijk van de anciënniteit (basisbijdrage van
3,75% van het pensioengevend salaris; dit stijgt met 0,5% voor
elke 5 jaar anciënniteit binnen de Groep tot een
maximumbijdrage van 5,75%). De regeling bevat ook een
voordeel voor 'overlijden tijdens dienstverband’ dat oploopt tot
tweemaal het pensioengevend salaris. Er werden verschillende
pensioenregelingen opgezet voor de bedienden en deze worden
gefinancierd door vaste werkgeversbijdragen. Daarnaast wordt,
als onderdeel van de bonusregelingen voor leden van het
management, een deel van de bonus toegekend via
werkgeversbijdragen aan een pensioenregeling.
De in de balans opgenomen verplichting in verband met
toegezegde-pensioenregelingen is de contante waarde van de
toegezegde-pensioenregeling aan het einde van de
verslagperiode, verminderd met de reële waarde van de activa
van de regelingen.
Pensioenregelingen: waarderingsmethode
De pensioen- en bonusregelingen zoals hierboven beschreven,
werden ingedeeld als ‘defined benefit’. De waardering van de
pensioen- en bonusregelingen werd uitgevoerd in
overeenstemming met IAS 19.
We verwijzen naar Toelichting 1.20 voor de gebruikte waarderings-
methode. De verplichting is gebaseerd op het verschil tussen de
contante waarde van de toegezegde-pensioenregeling (‘defined
benefit obligation’), rekening houdend met het
minimumrendement en een disconteringsfactor, verminderd
met de reële waarde van de activa van de regelingen op de
relevante datum.
Pensioenregelingen: belangrijkste waarderingsaannames
De belangrijkste aannames die gebruikt worden om de
waardering uit te voeren, staan hieronder beschreven:
(In duizend €) 2025 2024 Disconteringsvoet BE 3,09% 3,13% Pensioenleeftijd 65 Years 65 years Mortaliteit MR/FR-5 MR/FR-5
Voor het jaar dat eindigde op 31 december 2025 bedraagt de
verplichting uit hoofde van toegezegde-pensioenregelingen,
rekening houdend met het belastingeffect, € 3,2 miljoen (2024: €
3,1 miljoen) en de compensatie door activa van de regeling € 2,6
miljoen (2024: € 2,6 miljoen).
Jaarrekening
04 Jaarrekening Jaarverslag Belysse 2025 215
Toelichting 29. Overige wedde-, salaris- en
sociaal gerelateerde schulden
(In duizend €) 2025 2024 Totaal Overige wedde-, salaris- en 11.921 14.415 sociaal gerelateerde schulden Vakantiegeld 5.337 5.514 Sociale zekerheidspremies 1.010 2.115 Lonen en wedden 4.456 5.475 Brugpensioenen 3 3 Groepsverzekering 33 - Ingehouden belastingen 540 690 Overige 542 618
Overige wedde-, salaris- en sociaal gerelateerde schulden
bleven stabiel op € 11,9 miljoen voor het jaar eindigend op 31
december 2025.
Toelichting 30. Voorzieningen voor overige
verplichtingen en kosten
Verplichting Provisie (In duizend tot Garan-voor Totaal €) terugtrekkintie Bodem-g van activa sanering Per 1 1.100 1.589 - 2.689 januari 2025 Aanschaf-19 215 1.544 1.778fingen Terug-- - - -genomen bedragen Wissel-(130) (209) - (339) koers-verschillen Per 31 990 1.595 1.544 4.129 december 2025 (In duizend €) 2025 Lange termijn 3.918 Korte termijn 211 Per 31 december 2025 4.129
De voorziening voor overige risico's en kosten steeg van € 2,7
miljoen per 31 december 2024 tot € 4,1 miljoen per 31 december
2025.
Op basis van de voorlopige conclusies uit 2022, het definitieve
onderzoek naar bodemverontreiniging in 2024 en het definitieve
onderzoek naar waterverontreiniging in 2025 is bevestigd dat er
op een van de Europese productielocaties sprake is van PFAS-
verontreiniging (zowel bodem- als grondwaterverontreiniging).
De vereiste saneringsprojecten voor bodem- en
grondwaterverontreiniging werden vastgesteld, ingediend en
aanvaard door de OVAM.
Op basis van deze beoordeling concludeerde het management
dat het bedrag van de verplichting eindelijk met voldoende
betrouwbaarheid kan worden bepaald dankzij de externe studie
en de aanvaarding daarvan door de OVAM.
Aangezien de verwachte uitgaven gespreid zijn over een
periode tussen 2026 en 2045, werd de contante waarde van de
toekomstige verplichtingen bepaald met behulp van een
disconteringsvoet van 4,8%. Dit heeft geresulteerd in een
kortlopende verplichting van € 0,2 miljoen en een langlopende
verplichting van € 1,3 miljoen.
Jaarrekening
04 Jaarrekening Jaarverslag Belysse 2025 216
Toelichting 31. Handels- en overige schulden(In duizend €) 2025 2024 Handels- en overige schulden 37.239 35.087Handelsschulden 30.380 27.188 Toegerekende kosten en 4.969 5.836 overgedragen opbrengsten Overige schulden 1.891 2.063
De handelsschulden per 31 december 2025 van € 30,4
miljoen omvatten de bedragen voor openstaande facturen
(€ 22,2 miljoen, in vergelijking met € 20,9 miljoen per 31
december 2024) en verwachte facturen voor goederen en
diensten ontvangen tijdens de verslagperiode (€ 4,5
miljoen, in vergelijking met € 4,0 miljoen per 31 december
2024).
Toegerekende kosten en overgedragen opbrengsten
hebben voornamelijk betrekking op toegerekende kosten
voor klantenkortingen (€ 1,8 miljoen, in vergelijking met € 2,2
miljoen per 31 december 2024) en verschillende andere
kosten.
Toelichting 32. Op aandelen gebaseerde
betalingen
De Vennootschap heeft een lange termijn incentiveplan
voor bepaalde medewerkers dat afhankelijk is van het
behalen van een vooropgesteld doel voor de koers van het
aandeel. Op dit moment zijn de opties ‘out-of-the-money’.
We verwijzen naar het remuneratieverslag dat onderdeel is
van de 'Corporate Governance'.
Toelichting 33. Overheidssubsidies
De overheidssubsidies van de Groep hebben betrekking op
de incentives die de Belgische overheid toekent op basis
van het investerings-, milieu- en tewerkstellingsbeleid van
de Groep. De in 2025 ontvangen bedragen waren lager dan
€ 0,1 miljoen.
Jaarrekening
04 Jaarrekening Jaarverslag Belysse 2025 217
Toelichting 34. Winst per aandeel
Gewone en verwaterde winst per aandeel 2025 2024 Gewone en verwaterde winst per aandeel Nettoresultaat (6.623) 10.573 Percentage van nettoresultaat toe te rekenen aan de houders van gewone en verwaterde 100% 100%aandelen Nettoresultaat toe te rekenen aan de houders van gewone en verwaterde aandelen(6.623) 10.573Gewogen gemiddeld aantal uitstaande gewone en verwaterde aandelen (in duizend) 35.943 35.943 Nettoresultaat per aandeel toe te rekenen aan de houders van gewone en verwaterde (0,18) 0,29 aandelen (in euro)
In overeenstemming met IAS 33 wordt de basiswinst per aandeel berekend door de nettowinst over het jaar die kan worden
toegerekend aan houders van eigenvermogensinstrumenten van de moedervennootschap te delen door het gewogen
gemiddelde aantal gewone uitstaande aandelen gedurende het jaar.
Gecorrigeerde winst per aandeel
In het resultaat van 2025 en 2024 werden enkele eenmalige posten opgenomen die van invloed waren op de berekening van
de winst per aandeel. Vanuit managementperspectief hebben we een gecorrigeerde winst per aandeel berekend, waarbij
geen rekening is gehouden met de impact van eenmalige posten.
2025 2024 1Gecorrigeerde winst per aandeel Nettoresultaat (6.623) 10.573 Normalisatie-aanpassingen 5.867 (13.486) Gecorrigeerd nettoresultaat (756) (2.913) Percentage van nettoresultaat toe te rekenen aan de houders van gewone en verwaterde 100% 100% aandelen Nettoresultaat toe te rekenen aan de houders van gewone en verwaterde aandelen (756) (2.913) Gewogen gemiddeld aantal uitstaande gewone en verwaterde aandelen (in duizend) 35.943 35.943 Nettoresultaat per aandeel toe te rekenen aan de houders van gewone en verwaterde (0,02) (0,08) aandelen (in euro) 1 Zie Toelichting 1.25 voor een overzicht van de niet-GAAP-maatstaven en Toelichting 3.
Het verlies in 2025 omvat de nettobelastingimpact van de eenmalige uitgaven van € (5,9 miljoen) voor integratie en
herstructurering (zie Toelichting 9) Zonder deze gebeurtenissen zou het genormaliseerde resultaat voor de periode een
verlies van € 0,8 miljoen geweest zijn. De winst voor 2024 omvat een nettobelastingimpact van de eenmalige uitgave na
belasting van € 0,1 miljoen en de financiële opbrengst in verband met de korting op de terugbetaling van de Senior Secured
Notes voor € (13,4 miljoen).
De Groep of een rechtstreekse dochteronderneming of een persoon, handelend in eigen naam maar voor rekening van de
Vennootschap, heeft geen aandelen van de Vennootschap verworven.
Jaarrekening
04 Jaarrekening Jaarverslag Belysse 2025 218
Toelichting 35. Dividend per aandeel
Omdat we ons blijven richten op schuldafbouw en verdere
investeringen in de activiteiten, zal de Raad van Bestuur
geen dividend voor het jaar voorstellen.
Toelichting 36. Verbintenissen
Energie
Onze vaste prijsafspraken voor elektriciteit en gas, voor
leveringen in 2026 en 2027, zijn gelijk aan € 2,4 miljoen per 31
december 2025, in vergelijking met een bedrag van € 3,0
miljoen per 31 december 2024.
Kapitaaluitgaven
Op 31 december 2025 zijn er uitstaande
kapitaalverbintenissen van € 1,0 miljoen in vergelijking met
€ 2,3 miljoen op 31 december 2024.
Jaarrekening
04 Jaarrekening Jaarverslag Belysse 2025 219
Toelichting 37. Lijst van geconsolideerde ondernemingen
De dochterondernemingen en gezamenlijk gecontroleerde entiteiten van Belysse Group NV, het participatiepercentage van
de Groep en het controlepercentage van de Groep van de actieve ondernemingen worden hieronder voorgesteld.
2025 2024 % participatie % controle % participatie % controle België Belysse NV 100% 100% 100% 100% ITC Co BV 100% 100% 100% 100% Modulyss NV 100% 100% 100% 100% Luxemburg LSF9 Belysse Issuer S.à r.l. 100% 100% 100% 100% LSF9 Belysse Luxembourg S.à r.l. 100% 100% 100% 100% LSF9 Belysse Investment S.à r.l. 100% 100% 100% 100% Verenigde Staten LSF9 Renaissance Holdings LLC 100% 100% 100% 100% LSF9 Renaissance Acquisitions LLC 100% 100% 100% 100% BPS Parent, Inc. 100% 100% 100% 100% Bentley Prince Street Holdings, Inc. 100% 100% 100% 100% Bentley Mills, Inc. 100% 100% 100% 100% Prince Street, Inc. 100% 100% 100% 100% Verenigd Koninkrijk Modulyss UK Ltd. 100% 100% 100% 100%
Jaarrekening
04 Jaarrekening Jaarverslag Belysse 2025 220
Toelichting 38. Transacties met verbonden
partijen
De Vennootschap kan in het kader van de gewone
bedrijfsuitoefening transacties aangaan met haar
aandeelhouders en andere entiteiten die in het bezit zijn
van haar aandeelhouders. Deze transacties omvatten onder
meer financieringsovereenkomsten en professionele,
advies-, consultancy- en andere zakelijke diensten.
De Vennootschap heeft in het kader van haar
bedrijfsuitoefening overeenkomsten gesloten met een
aantal van haar dochterondernemingen en verbonden
ondernemingen. Deze overeenkomsten hebben betrekking
op productie, verkooptransacties, dienstverlening en
financieringsovereenkomsten en werden marktconform
gesloten. Transacties tussen de Vennootschap en haar
dochterondernemingen, die verbonden partijen zijn, zijn
geëlimineerd in de consolidatie en worden derhalve niet
behandeld in deze Toelichting.
Vergoeding aan managers op sleutelposities
Het management op sleutelposities betekent het
Managementcomité van de Groep dat bestaat uit personen
die de bevoegdheid hebben en verantwoordelijk zijn voor
het plannen, sturen en controleren van de activiteiten van
de Groep. De vergoeding voor managers op sleutelposities
omvat alle vaste en variabele bezoldigingen en andere
voordelen die voorgesteld worden in overige kosten en
langetermijn-personeelsbeloningen die beschreven staan
in integratie- en herstructureringskosten.
(In duizend €) 2025 2024 Totaal vergoedingen aan managers 1.552 1.802 op sleutelposities Personeelsbeloningen op korte 1.182 1.476 termijn Vergoedingen Raad van Bestuur 370 327
We verwijzen naar het 'Corporate Governance' voor
informatie over de bezoldiging van bestuurders en leden
van het Managementcomité van de Groep.
Er waren geen andere transacties met verbonden partijen.
Toelichting 39. Totaal vergoedingen betaald
aan de commissaris van de Groep
(In duizend €) 2025 2024 Auditgerelateerde diensten 524 579Audit van de Groep volgens wettelijke 524 579 verplichtingen (incl. CSRD) Niet-auditgerelateerde diensten 60 102 Belastingdiensten 27 27 Overige diensten 33 75 Totale vergoedingen betaald aan de 584 680 commissaris van de Groep
Toelichting 40. Gebeurtenissen na de
verslagperiode
Er hebben zich geen volgende gebeurtenissen voorgedaan
die een aanzienlijke impact kunnen hebben op de
jaarrekening van de Groep per 31 december 2025.
Jaarrekening
04 Jaarrekening Jaarverslag Belysse 2025 221
6. Verkorte versie van de statutaire jaarrekening van Belysse Group NV
De statutaire balans en het statutaire overzicht van de
gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten voor de
periode afgesloten op 31 december 2025 van Belysse
Group NV worden hieronder in verkorte vorm weergegeven.
De boekhoudregels die gebruikt worden voor de statutaire
jaarrekening van Belysse Group NV verschillen van de
boekhoudregels die gebruikt worden voor de
geconsolideerde jaarrekening: de statutaire jaarrekening
volgt de Belgische wettelijke vereisten, terwijl de
geconsolideerde jaarrekening de International Financial
Reporting Standards volgt.
Het managementverslag van de Raad van Bestuur aan de
algemene aandeelhoudersvergadering en de statutaire
jaarrekening van Belysse Group NV, evenals het verslag van
de commissaris, zullen binnen de wettelijke termijnen bij de
Nationale Bank van België worden neergelegd. Deze
documenten zijn beschikbaar op de website
www.belysse.com en kunnen kosteloos worden
aangevraagd.
Het verslag van de commissaris is zonder voorbehoud en
bevestigt dat de niet-geconsolideerde jaarrekening van
Belysse Group NV voor het jaar eindigend op 31 december
2025 een getrouw beeld geeft van de financiële situatie en
de resultaten van de onderneming in overeenstemming
met alle wettelijke en reglementaire voorschriften.
(In duizend €) 2025 2024
Vaste activa
260.432
280.241
Financiële activa
260.432
280.241
Totaal vaste activa
260.432
280.241
Vorderingen op ten hoogste één
jaar
340
360
Liquide middelen
9
2.813
Totaal vlottende activa
349
3.174
Totaal activa
260.782
283.415
(In duizend €) 2025 2024
Maatschappelijk kapitaal
260.590
260.590
Uitgiftepremie 65.660 65.660
Overige reserves
147.125
147.125
Overgedragen resultaten
(212.937)
(190.291)
Totaal eigen vermogen
260.438
283.083
Handels- en overige schulden
344
331
Totaal schulden op korte termijn
344
331
Totaal eigen vermogen en
passiva
260.782
283.415
(In duizend €)
Periode
eindigend
op 31
december
2025
Periode
eindigend
op 31
december
2024
Overige inkomsten
1.223
779
Overige kosten
(1.227)
(762)
Bedrijfswinst /
(-verlies)
(4)
16
Financiële opbrengsten 68 105
Financiële kosten
(22.709)
(15)
Winst / (verlies) over
de periode
(22.645)
106
Belastingopbrengsten /
(-uitgaven)
-
-
Winst / (verlies) over
de periode na
belastingen
(22.645)
106
Het resultaat van het jaar werd toegewezen aan de
overgedragen resultaten die wachten op de goedkeuring van
de aandeelhouders.
pwc.be
PwC Bedrijfsrevisoren BV - PwC Reviseurs d'Entreprises SRL -
Financial Assurance Services - Maatschappelijke zetel/Siège
social: Culliganlaan 5, B-1831 Diegem T: +32 (0)2 710 4211,
BTW/TVA BE 0429.501.944 / RPR Brussel - RPM Bruxelles / ING
BE43 3101 3811 9501 - BIC BBRUBEBB / BELFIUS BE92 0689
0408 8123 - BIC GKCC BEBB
Verslag van de commissaris aan de algemene vergadering van
aandeelhouders van Belysse Group NV over de geconsolideerde
jaarrekening voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2025
In het kader van de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening van Belysse Group NV (de
“Vennootschap”) en haar filialen (samen “de Groep”), leggen wij u ons commissarisverslag voor. Dit
bevat ons verslag over de geconsolideerde jaarrekening en de overige door wet- en regelgeving
gestelde eisen. Het vormt één geheel en is ondeelbaar.
Wij werden benoemd in onze hoedanigheid van commissaris door de algemene vergadering van
24 mei 2023, overeenkomstig het voorstel van de raad van bestuur uitgebracht op aanbeveling van het
auditcomité. Ons mandaat loopt af op de datum van de algemene vergadering die beraadslaagt over de
jaarrekening voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2025. Wij hebben de wettelijke controle van
de geconsolideerde jaarrekening van de Groep uitgevoerd gedurende 9 opeenvolgende boekjaren.
Verslag over de geconsolideerde jaarrekening
Oordeel zonder voorbehoud
Wij hebben de wettelijke controle uitgevoerd van de geconsolideerde jaarrekening van de Groep, die de
geconsolideerde balans op 31 december 2025 omvat, alsook het geconsolideerd overzicht van
gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten, het geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen
vermogen en het geconsolideerd kasstroomoverzicht over het boekjaar afgesloten op die datum, en de
toelichting met de belangrijkste gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere
toelichtingen. Deze geconsolideerde jaarrekening vertoont een geconsolideerd balanstotaal van
EUR’000 292.316 en het geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten
sluit af met een verlies van het boekjaar (Houders van eigenvermogensinstrumenten) van EUR’000
6.623.
Naar ons oordeel geeft de geconsolideerde jaarrekening een getrouw beeld van het vermogen en de
geconsolideerde financiële toestand van de Groep per 31 december 2025, alsook van zijn
geconsolideerde resultaten en van zijn geconsolideerde kasstromen over het boekjaar dat op die datum
is afgesloten, in overeenstemming met de Internationale Financiële Rapporteringsstandaarden, zoals
aangenomen door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en
reglementaire voorschriften.
Basis voor het oordeel zonder voorbehoud
Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens de internationale controlestandaarden (ISA’s) zoals van
toepassing in België. Wij hebben bovendien de door de IAASB goedgekeurde internationale
controlestandaarden toegepast die van toepassing zijn op de huidige afsluitdatum en nog niet
goedgekeurd zijn op nationaal niveau.
2 van 7
Onze verantwoordelijkheden op grond van deze standaarden zijn verder beschreven in de sectie
“Verantwoordelijkheden van de commissaris voor de controle van de geconsolideerde jaarrekening” van
ons verslag. Wij hebben alle deontologische vereisten die relevant zijn voor de controle van de
geconsolideerde jaarrekening in België nageleefd, met inbegrip van deze met betrekking tot de
onafhankelijkheid.
Wij hebben van de raad van bestuur en van de aangestelden van de Vennootschap de voor onze
controle vereiste ophelderingen en inlichtingen verkregen.
Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis
voor ons oordeel.
Kernpunt van de controle
Een kernpunt van onze controle betreft die aangelegenheid die naar ons professioneel oordeel het
meest significant was bij de controle van de geconsolideerde jaarrekening van de huidige
verslagperiode. Deze aangelegenheid is behandeld in de context van onze controle van de
geconsolideerde jaarrekening als geheel en bij het vormen van ons oordeel hierover, en wij verschaffen
geen afzonderlijk oordeel over deze aangelegenheid.
Waardering van Europese goodwill en overige Europese (im)materiële vaste activa
Beschrijving van het kernpunt van de controle
Belysse Group heeft op de balans een aanzienlijk bedrag aan Europese goodwill, namelijk EUR 30.4
miljoen, en aan overige Europese (im)materiële vaste activa. Conform IFRS is de Vennootschap
verplicht om het bedrag van de goodwill minstens jaarlijks te toetsen op bijzondere waardevermindering.
De bijzondere waardeverminderingstest is voor onze controle van belang vanwege de complexiteit van
deze testen en omdat de met zulk een toetsing gepaard gaande inschattingen en veronderstellingen
worden beïnvloed door in de toekomst verwachte economische en marktevoluties. De belangrijkste
veronderstellingen betreffen de groeiratio’s van opbrengsten en de verwachte winstverbeteringen.
Onze auditbenadering met betrekking tot het kernpunt van de controle
We hebben zowel de kasstroomprojecties die voor de testen op bijzondere waardevermindering
gehanteerd zijn als de wijze waarop die projecties tot stand gekomen zijn aan een kritische beoordeling
onderworpen.
Voor onze controle hebben we bovendien een kritische evaluatie en toetsing uitgevoerd met betrekking
tot de veronderstellingen, de methodologieën, de gewogen gemiddelde kapitaalkost en andere gebruikte
gegevens, bijvoorbeeld door deze te vergelijken met externe en historische gegevens, zoals externe
verwachtingen inzake marktgroei, en door sensitiviteitsanalyses uit te voeren op Belysse Group’s
waarderingsmodel.
3 van 7
We hebben de historische juistheid van de door het management gehanteerde schattingen en
ondernemingsplan geëvalueerd door de prognose van het voorgaande boekjaar te vergelijken met de
effectieve resultaten van de Vennootschap. Voor deze werkzaamheden hebben we beroep gedaan op
waarderingsspecialisten. We hebben bijzondere aandacht besteed aan de sensitiviteit van de marge
tussen de realiseerbare waarde en van de boekwaarde van de kasstroom genererende eenheden;
hierbij zijn we nagegaan of een redelijkerwijs mogelijke wijziging in veronderstellingen ertoe zou kunnen
leiden dat de boekwaarde groter is dan de desbetreffende realiseerbare waarde. De kans dat zulk een
wijziging zich effectief zal voordoen hebben we met het management besproken. Daarnaast hebben we
de toereikendheid van de informatieverschaffing (toelichting 5) gecontroleerd.
Verantwoordelijkheden van de raad van bestuur voor het opstellen van de
geconsolideerde jaarrekening
De raad van bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening die een
getrouw beeld geeft in overeenstemming met de Internationale Financiële Rapporteringsstandaarden,
zoals aangenomen door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en
reglementaire voorschriften, alsook voor de interne beheersing die de raad van bestuur noodzakelijk
acht voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening die geen afwijking van materieel belang
bevat die het gevolg is van fraude of van fouten.
Bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening is de raad van bestuur verantwoordelijk voor het
inschatten van de mogelijkheid van de Groep om zijn continuïteit te handhaven, het toelichten, indien
van toepassing, van aangelegenheden die met continuïteit verband houden en het gebruiken van de
continuïteitsveronderstelling, tenzij de raad van bestuur het voornemen heeft om de Groep te liquideren
of om de bedrijfsactiviteiten te beëindigen, of geen realistisch alternatief heeft dan dit te doen.
Verantwoordelijkheden van de commissaris voor de controle van de geconsolideerde
jaarrekening
Onze doelstellingen zijn het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid over de vraag of de
geconsolideerde jaarrekening als geheel geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van
fraude of van fouten, en het uitbrengen van een commissarisverslag waarin ons oordeel is opgenomen.
Een redelijke mate van zekerheid is een hoog niveau van zekerheid, maar is geen garantie dat een
controle die overeenkomstig de ISA’s is uitgevoerd altijd een afwijking van materieel belang ontdekt
wanneer die bestaat. Afwijkingen kunnen zich voordoen als gevolg van fraude of fouten en worden als
van materieel belang beschouwd indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat zij, individueel of
gezamenlijk, de economische beslissingen genomen door gebruikers op basis van deze
geconsolideerde jaarrekening, beïnvloeden.
Bij de uitvoering van onze controle leven wij het wettelijk, reglementair en normatief kader na, dat van
toepassing is op de controle van de jaarrekening in België. Een wettelijke controle biedt evenwel geen
zekerheid omtrent de toekomstige levensvatbaarheid van de Groep, noch omtrent de efficiëntie of de
doeltreffendheid waarmee de raad van bestuur de bedrijfsvoering van de Groep ter hand heeft genomen
of zal nemen. Onze verantwoordelijkheden inzake de door de raad van bestuur gehanteerde
continuïteitsveronderstelling worden hieronder beschreven.
4 van 7
Als deel van een controle uitgevoerd overeenkomstig de ISA’s, passen wij professionele
oordeelsvorming toe en handhaven wij een professioneel-kritische instelling gedurende de controle.
We voeren tevens de volgende werkzaamheden uit:
● het identificeren en inschatten van de risico’s dat de geconsolideerde jaarrekening een afwijking van
materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten, het bepalen en uitvoeren van
controlewerkzaamheden die op deze risico’s inspelen en het verkrijgen van controle-informatie die
voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Het risico van het niet detecteren van een van
materieel belang zijnde afwijking is groter indien die afwijking het gevolg is van fraude dan indien zij
het gevolg is van fouten, omdat bij fraude sprake kan zijn van samenspanning, valsheid in
geschrifte, het opzettelijk nalaten om transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen
van zaken of het omzeilen van de interne beheersing;
● het plannen en uitvoeren van de groepsaudit om voldoende en geschikte controle-informatie te
verkrijgen met betrekking tot de financiële informatie van de entiteiten of bedrijfseenheden binnen de
Groep als basis voor het vormen van een oordeel over de geconsolideerde jaarrekening. Wij zijn
verantwoordelijk voor de sturing, supervisie en beoordeling van de uitgevoerde
controlewerkzaamheden met het oog op de groepsaudit. Wij blijven als enige verantwoordelijk voor
ons oordeel;
● het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle, met als doel
controlewerkzaamheden op te zetten die in de gegeven omstandigheden geschikt zijn maar die niet
zijn gericht op het geven van een oordeel over de effectiviteit van de interne beheersing van de
Groep;
● het evalueren van de geschiktheid van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving
en het evalueren van de redelijkheid van de door de raad van bestuur gemaakte schattingen en van
de daarop betrekking hebbende toelichtingen;
● het concluderen of de door de raad van bestuur gehanteerde continuïteitsveronderstelling
aanvaardbaar is, en het concluderen, op basis van de verkregen controle-informatie, of er een
onzekerheid van materieel belang bestaat met betrekking tot gebeurtenissen of omstandigheden die
significante twijfel kunnen doen ontstaan over de mogelijkheid van de Groep om zijn continuïteit te
handhaven. Indien wij concluderen dat er een onzekerheid van materieel belang bestaat, zijn wij
ertoe gehouden om de aandacht in ons commissarisverslag te vestigen op de daarop betrekking
hebbende toelichtingen in de geconsolideerde jaarrekening, of, indien deze toelichtingen inadequaat
zijn, om ons oordeel aan te passen. Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die
verkregen is tot de datum van ons commissarisverslag. Toekomstige gebeurtenissen of
omstandigheden kunnen er echter toe leiden dat de Groep zijn continuïteit niet langer kan
handhaven; en
● het evalueren van de algehele presentatie, structuur en inhoud van de geconsolideerde
jaarrekening, en van de vraag of de geconsolideerde jaarrekening de onderliggende transacties en
gebeurtenissen weergeeft op een wijze die leidt tot een getrouw beeld.
Wij communiceren met het auditcomité onder meer over de geplande reikwijdte en timing van de
controle en over de significante controlebevindingen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in
de interne beheersing die wij identificeren gedurende onze controle.
5 van 7
Wij verschaffen aan het auditcomité tevens een verklaring dat wij de relevante deontologische
voorschriften over onafhankelijkheid hebben nageleefd, en wij communiceren met hen over alle relaties
en andere zaken die redelijkerwijs onze onafhankelijkheid kunnen beïnvloeden en, waar van toepassing,
over de daarmee verband houdende maatregelen om onze onafhankelijkheid te waarborgen.
Uit de aangelegenheden die met het auditcomité zijn gecommuniceerd bepalen wij die zaken die het
meest significant waren bij de controle van de geconsolideerde jaarrekening van de huidige
verslagperiode, en die derhalve de kernpunten van onze controle uitmaken. Wij beschrijven deze
aangelegenheden in ons verslag, tenzij het openbaar maken van deze aangelegenheden is verboden
door wet- of regelgeving.
Overige door wet- en regelgeving gestelde eisen
Verantwoordelijkheden van de raad van bestuur
De raad van bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen en de inhoud van het jaarverslag over de
geconsolideerde jaarrekening, met inbegrip van de duurzaamheidsinformatie en de andere informatie
opgenomen in het jaarrapport over de geconsolideerde jaarrekening.
Verantwoordelijkheden van de commissaris
In het kader van onze opdracht en overeenkomstig de Belgische bijkomende norm bij de in België van
toepassing zijnde internationale controlestandaarden (ISA’s), is het onze verantwoordelijkheid om, in alle
van materieel belang zijnde opzichten, het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening en de
andere informatie opgenomen in het jaarrapport over de geconsolideerde jaarrekening te verifiëren, en
verslag over deze aangelegenheden uit te brengen.
Aspecten betreffende het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening en andere
informatie opgenomen in het jaarrapport over de geconsolideerde jaarrekening
Het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening bevat de geconsolideerde
duurzaamheidsinformatie die het voorwerp uitmaakt van ons afzonderlijk verslag, dewelke een
‘Conclusie zonder voorbehoud’, betreffende de beperkte mate van zekerheid met betrekking tot deze
geconsolideerde duurzaamheidsinformatie inhoudt. Deze sectie betreft niet de assurance over de
geconsolideerde duurzaamheidsinformatie opgenomen in het jaarverslag over de geconsolideerde
jaarrekening.
Na het uitvoeren van specifieke werkzaamheden op het jaarverslag over de geconsolideerde
jaarrekening, zijn wij van oordeel dat dit jaarverslag overeenstemt met de geconsolideerde jaarrekening
voor hetzelfde boekjaar en is opgesteld overeenkomstig het artikel 3:32 van het Wetboek van
vennootschappen en verenigingen.
6 van 7
In de context van onze controle van de geconsolideerde jaarrekening zijn wij tevens verantwoordelijk
voor het overwegen, in het bijzonder op basis van de kennis verkregen tijdens de controle, of het
jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening en de andere informatie opgenomen in het jaarraport
over de geconsolideerde jaarrekening, zijnde het strategisch verslag, een afwijking van materieel belang
bevatten, hetzij informatie die onjuist vermeld is of anderszins misleidend is. In het licht van de
werkzaamheden die wij hebben uitgevoerd, hebben wij geen afwijking van materieel belang te melden.
Vermeldingen betreffende de onafhankelijkheid
● Ons bedrijfsrevisorenkantoor en ons netwerk hebben geen opdrachten verricht die onverenigbaar
zijn met de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening en ons bedrijfsrevisorenkantoor
is in de loop van ons mandaat onafhankelijk gebleven tegenover de Groep.
● De honoraria voor de bijkomende opdrachten die verenigbaar zijn met de wettelijke controle van de
geconsolideerde jaarrekening bedoeld in artikel 3:65 van het Wetboek van vennootschappen en
verenigingen werden correct vermeld en uitgesplitst in de toelichting bij de geconsolideerde
jaarrekening.
Europees uniform elektronisch formaat (ESEF)
Wij hebben ook, overeenkomstig de norm inzake de controle van de overeenstemming van het
jaarrapport met het Europees uniform elektronisch formaat (hierna “ESEF”), de controle uitgevoerd van
de overeenstemming van het ESEF-formaat met de technische reguleringsnormen vastgelegd door de
Europese Gedelegeerde Verordening nr. 2019/815 van 17 december 2018 (hierna: “Gedelegeerde
Verordening”) en met het koninklijk besluit van 14 november 2007 betreffende de verplichtingen van
emittenten van financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde
markt.
De raad van bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van een jaarrapport, in overeenstemming met
de ESEF vereisten, met inbegrip van de geconsolideerde jaarrekening in de vorm van een elektronisch
bestand in ESEF-formaat (hierna “digitale geconsolideerde jaarrekening ”).
Het is onze verantwoordelijkheid voldoende en geschikte onderbouwende informatie te verkrijgen om te
concluderen dat het formaat en de markeertaal XBRL van de digitale geconsolideerde jaarrekening in
alle van materieel belang zijnde opzichten voldoen aan de ESEF-vereisten krachtens de Gedelegeerde
Verordening.
Op basis van de door ons uitgevoerde werkzaamheden zijn wij van oordeel dat het formaat van het
jaarrapport en de markering van informatie in de digitale geconsolideerde jaarrekening opgenomen in
het jaarrapport van Belysse Group NV per 31 december 2025, en die beschikbaar zullen zijn in het
Belgische officiële mechanisme voor de opslag van gereglementeerde informatie (STORI) van de FSMA,
in alle van materieel belang zijnde opzichten in overeenstemming zijn met de ESEF-vereisten krachtens
de Gedelegeerde Verordening en het koninklijk besluit van 14 november 2007.
7 van 7
Andere vermelding
Huidig verslag is consistent met onze aanvullende verklaring aan het auditcomité bedoeld in artikel 11
van de verordening (EU) nr. 537/2014.
Gent, 23 april 2026
De commissaris
PwC Bedrijfsrevisoren BV
Vertegenwoordigd door
Wouter Coppens*
Bedrijfsrevisor
*Handelend in naam van Wouter Coppens BV
Jaarrekening
04 Jaarrekening Jaarverslag Belysse 2025 229
8. Verklaring van de Raad van Bestuur
Wij, de Raad van Bestuur, verklaren hierbij dat, voor zover
wij weten, de geconsolideerde jaarrekening per 31
december 2025 opgesteld in overeenkomst met de
International Financial Reporting Standards, zoals
goedgekeurd door de Europese Unie, en met de in België
van toepassing zijnde wettelijke voorschriften, een getrouw
beeld geeft van de activa, de passiva, de financiële situatie
en de winsten en verliezen van de Groep
en de ondernemingen opgenomen in de consolidatie als
geheel, en dat het managementverslag een getrouw beeld
bevat van de ontwikkeling en de prestaties van de business
en de positie van de Groep en de ondernemingen
opgenomen in de consolidatie als geheel, samen met een
beschrijving van de belangrijkste risico's en onzekerheden
waarmee ze worden geconfronteerd.
Glossarium
04 Jaarrekening Jaarverslag Belysse 2025 230
Glossarium
Alternatieve prestatiemaatstaven
Het management presenteert alternatieve maatstaven die
niet door IFRS worden erkend omdat het van mening is dat
deze maatstaven vaak door bepaalde beleggers,
effectenanalisten en andere geïnteresseerde partijen
worden gebruikt als aanvullende maatstaven om prestaties
en liquiditeit te meten.
De alternatieve prestatiemaatstaven zijn mogelijk niet
vergelijkbaar met maatstaven met vergelijkbare namen van
andere ondernemingen, kunnen als analytische
hulpmiddelen beperkingen hebben en mogen niet
autonoom in aanmerking worden genomen of worden
gebruikt als vervanging voor een analyse van onze
bedrijfsresultaten, onze prestaties of onze liquiditeit onder
IFRS.
Organische Groei wordt gedefinieerd als groei zonder (i)
wisselkoerseffect, wat de omrekening van belangrijke
buitenlandse entiteiten omvat en (ii) M&A-impact.
Gecorrigeerde winst per aandeel wordt gedefinieerd als
winst/(verlies) over de periode gecorrigeerd voor (i) het
effect van de toewijzing van de aankoopprijs voornamelijk
op voorraadwijzigingen, (ii) winsten op afstotingen van
activa, (iii) integratie- en herstructureringskosten, (iv)
milieuvoorzieningen die verband houden met historische
vervuiling, (v) niet-recurrente financieringskosten en (vi)
niet-recurrente belastingeffecten, gedeeld door het aantal
aandelen van Belysse Group NV.
Gecorrigeerde EBITDA wordt gedefinieerd als
bedrijfswinst/(-verlies) gecorrigeerd voor (i) het effect van
de toewijzing van de aankoopprijs vooral op
voorraadwijzigingen, (ii) winsten op afgestoten activa, (iii)
integratie- en herstructureringskosten, (iv)
waardeverminderingen en afschrijvingen, (v) bijzondere
waardeverminderingen en afboekingen en (vi)
milieuvoorzieningen die verband houden met historische
vervuiling.
Gecorrigeerde EBITDA-marge wordt gedefinieerd als de
Gecorrigeerde EBITDA als een percentage van de omzet.
Gecorrigeerde bedrijfswinst/-verlies wordt gedefinieerd
als bedrijfswinst/(-verlies) gecorrigeerd voor (i) het effect
van de toewijzing van de aankoopprijs vooral op
voorraadwijzigingen, (ii) winsten op afgestoten activa, (iii)
integratie- en herstructureringskosten, (iv) bijzondere
waardeverminderingen en afboekingen en (vi)
milieuvoorzieningen die verband houden met historische
vervuiling.
Brutoschuld wordt gedefinieerd als (i) Term Facility
aangepast voor de financieringskosten opgenomen in de
boekwaarde, (ii) Notes die in 2030 vervallen en (iii) bank- en
andere leningen aangepast voor geactiveerde
financieringskosten.
Nettoschuld wordt gedefinieerd zoals in de vorige periode
als (i) Termijnlening, (ii) Notes die in 2030 vervallen, (iii) bank-
en andere leningen (en waar genoteerd verplichten volgens
IFRS 16), met aftrek van (iv) liquide middelen.
Netto-investering of netto-investeringsuitgaven worden
gedefinieerd als de som van alle investeringen in materiële
en immateriële vaste activa, aangepast voor de
opbrengsten van de verkoop van vaste activa.
Schuldgraad (Leverage) wordt gedefinieerd als de
verhouding tussen Nettoschuld en Gecorrigeerde EBITDA
(beide exclusief de impact van IFRS 16 volgens de vorige
rapportering, met uitzondering van sale-en-lease-back-
transacties).
Investeerdersrelaties
04 Jaarrekening Jaarverslag Belysse 2025 231
Overzicht
We streven ernaar om alle spelers op de financiële markt
transparante, duidelijke en tijdige informatie te bezorgen
over de strategie, activiteiten en financiële resultaten van
Belysse.
Sinds de beursintroductie hebben we tijdens roadshows en
conferenties op verschillende Europese locaties
investeerders ontmoet. We hebben ook een aantal
bedrijfsbezoeken georganiseerd, zowel in ons hoofdkantoor
en Belgische productiefaciliteiten als bij onze Amerikaanse
dochteronderneming Bentley.
Aandeelhoudersstructuur
De aandeelhoudersstructuur van Belysse Group NV, op
basis van de verklaringen ontvangen in de periode tot 31
december 2025, is als volgt:
Aandeelhouder
Aantal
Aandelen
%
LSF9 Belysse Holdco S.à r.l. 19.408.879 54,00%
Prime AIFM Lux S.A.
2.529.400
7,04%
DUMAC, Inc.
2.227.971
6,20%
Management 83.500 0,23%
Publieke aandeelhouders
11.693.646
32,53%
Totaal
35.943.396
100%
Aandelenprestaties
De aandelen van Belysse noteren op Euronext Brussel.
Het kalenderjaar eindigde met een beurskoers van € 0,82,
28% boven de beurskoers van € 0,64 aan het einde van
2024.
Contact investeerders en pers
press@belysse.com
investor.relations@belysse.com
Juridisch adviseur
Hannes D’Hoop – hannes.dhoop@belysse.com
Belysse Group NV
Franklin Rooseveltlaan 172-174
8790 Waregem
België
hello@belysse.com www.belysse.com
Financiële kalender
27
mei 2026
Jaarlijkse algemene
vergadering
13
maart 2026
Resultaten volledig jaar
2025
4
september
2026
2026
Halfjaarlijkse resultaten
549300ZH4K23FNK8LI262025-01-012025-12-31549300ZH4K23FNK8LI262024-01-012024-12-31549300ZH4K23FNK8LI262025-12-31549300ZH4K23FNK8LI262024-12-31549300ZH4K23FNK8LI262023-12-31549300ZH4K23FNK8LI262023-12-31ifrs-full:IssuedCapitalMember549300ZH4K23FNK8LI262024-01-012024-12-31ifrs-full:IssuedCapitalMember549300ZH4K23FNK8LI262024-12-31ifrs-full:IssuedCapitalMember549300ZH4K23FNK8LI262023-12-31ifrs-full:SharePremiumMember549300ZH4K23FNK8LI262024-01-012024-12-31ifrs-full:SharePremiumMember549300ZH4K23FNK8LI262024-12-31ifrs-full:SharePremiumMember549300ZH4K23FNK8LI262023-12-31ifrs-full:AccumulatedOtherComprehensiveIncomeMember549300ZH4K23FNK8LI262024-01-012024-12-31ifrs-full:AccumulatedOtherComprehensiveIncomeMember549300ZH4K23FNK8LI262024-12-31ifrs-full:AccumulatedOtherComprehensiveIncomeMember549300ZH4K23FNK8LI262023-12-31ifrs-full:RetainedEarningsMember549300ZH4K23FNK8LI262024-01-012024-12-31ifrs-full:RetainedEarningsMember549300ZH4K23FNK8LI262024-12-31ifrs-full:RetainedEarningsMember549300ZH4K23FNK8LI262023-12-31ifrs-full:OtherReservesMember549300ZH4K23FNK8LI262024-01-012024-12-31ifrs-full:OtherReservesMember549300ZH4K23FNK8LI262024-12-31ifrs-full:OtherReservesMember549300ZH4K23FNK8LI262025-01-012025-12-31ifrs-full:IssuedCapitalMember549300ZH4K23FNK8LI262025-12-31ifrs-full:IssuedCapitalMember549300ZH4K23FNK8LI262025-01-012025-12-31ifrs-full:SharePremiumMember549300ZH4K23FNK8LI262025-12-31ifrs-full:SharePremiumMember549300ZH4K23FNK8LI262025-01-012025-12-31ifrs-full:AccumulatedOtherComprehensiveIncomeMember549300ZH4K23FNK8LI262025-12-31ifrs-full:AccumulatedOtherComprehensiveIncomeMember549300ZH4K23FNK8LI262025-01-012025-12-31ifrs-full:RetainedEarningsMember549300ZH4K23FNK8LI262025-12-31ifrs-full:RetainedEarningsMember549300ZH4K23FNK8LI262025-01-012025-12-31ifrs-full:OtherReservesMember549300ZH4K23FNK8LI262025-12-31ifrs-full:OtherReservesMemberiso4217:EURiso4217:EURxbrli:shares