Jaarverslag 2025
Jaarverslag 2025
Overeenkomstig het koninklijk besluit van 14
november 2007 betreffende de verplichtingen van
emittenten van nanciële instrumenten die zijn
toegelaten tot de verhandeling op een gereglemen
-
teerde markt (KB van 14 november 2007), moet
Aannemingsmaatschappij CFE haar jaarlijks nan
-
cieel verslag ter beschikking stellen van haar
aandeelhouders.
Dit verslag bevat:
• het gecombineerde statutaire en geconsoli
-
deerde jaarverslag van de Raad van Bestuur
(opgesteld overeenkomstig de artikelen 3:6 (e.v.)
en 3:32 (e.v.) van het Wetboek van Vennoot
-
schappen en Verenigingen (hierna: “WVV”))
(waarin nu ook de Duurzaamheidsverklaring is
opgenomen);
• de verklaring van de verantwoordelijke personen
binnen CFE;
• het door de commissaris ondertekende rapport.
Dit verslag bevat een verkorte versie van de statu-
taire jaarrekening (opgesteld conform artikel 3:17
WVV) en een volledige versie van de geconsolideerde
jaarrekening.
De volledige statutaire jaarrekening, het jaarverslag
van de Raad van Bestuur en het verslag van de
commissaris zijn neergelegd bij de Nationale Bank
van België overeenkomstig de artikelen 3:10 en 3:12
WVV. De commissaris heeft een oordeel zonder voor
-
behoud gegeven over de statutaire en geconsoli-
deerde jaarrekening.
Overeenkomstig artikel 12, §2, 3° van het KB van 14
november 2007 verklaren Trorema BV, vertegenwoor
-
digd door Raymund Trost, CEO en voorzitter van het
Executief Comité, en MSQ BV, vertegenwoordigd door
Fabien De Jonge, CFO, dat bij hun weten:
a) de jaarrekeningen, die zijn opgesteld overeen
-
komstig de toepasselijke standaarden voor
jaarrekeningen, een getrouw beeld geven van
het vermogen, van de nanciële toestand en
van de resultaten van CFE en in de consolidatie
opgenomen ondernemingen;
b) het jaarverslag een getrouw overzicht geeft van
de ontwikkeling, de resultaten en de positie van
CFE en van de in de consolidatie opgenomen
ondernemingen, alsmede een beschrijving van
de voornaamste risico’s en onzekerheden
waarmee zij geconfronteerd worden.
De ofciële ESEF-versie van het jaarverslag in het
Nederlands is beschikbaar op de website van CFE.
Daarnaast is het jaarverslag, de integrale versie van
de statutaire en geconsolideerde jaarrekening en het
verslag van de commissaris over de jaarrekening
beschikbaar op de website (www.cfe.be) of kunnen
gratis worden verkregen op eenvoudig verzoek aan
het volgende adres: Edmond Van Nieuwenhuyselaan
30 - 1160 Brussel (België) - Tel. +32 2 661 18 15 -
Jaarverslag 2025 - CFE
2
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring 2025
Financiële staten
Inhoudsopgave
Bericht van de Voorzitter en de CEO 5
Onze ambities en realisaties 10
Financiële kerncijfers 10
Vastgoed ontwikkeling 11
Multitechnieken | VMA 14
Multitechnieken | MOBIX 16
Bouw & Renovatie 18
Investments 21
Mensen 22
Duurzaamheid 23
IT, digitalisering & innovatie 24
Legal and Compliance 25
Safety 26
Governance
Jaarverslag van de Raad van Bestuur 28
I. Statutaire jaarrekening 30
II. Geconsolideerde jaarrekening 33
III. Verklaring van deugdelijk bestuur 51
IV. Remuneratieverslag 65
Duurzaamheidsverklaring
Algemeen 74
Milieu-informatie 96
Sociale informatie 122
Informatie over de governance 135
Bijlagen 140
Financiële staten
I. Geconsolideerdenanciëlestaten 153
II. Toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening 156
III. Statutairenanciëlestaten 242
Algemene informatie 244
Jaarverslag 2025 - CFE
3
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring 2025
Financiële staten
Belangrijke informatie
voor de aandeelhouders
Financiële kalender
• 7 mei 2026: gewone algemene aandeelhoudersvergadering
• 20 mei 2026: tussentijdse verklaring van 31 maart 2026
• 27 augustus 2026: halfjaarresultaten 2026
• 25 november 2026: tussentijdse verklaring van 30 september
2026
Voorgesteld dividend
Aan de gewone algemene vergadering van 7 mei 2026 zal worden
voorgesteld om de winstdeling voor het boekjaar 2025 goed te
keuren, namelijk een brutobedrag van 0,50 euro per aandeel CFE, het
equivalent van 0,35 euro netto per aandeel (na aftrek van de
roerende voorhefng van 30%).
Dit dividend zal betaalbaar zijn vanaf 21 mei 2026, met overschrijving
aan de aandeelhouders op naam of met creditering op de bankre
-
kening van de eigenaar van gedematerialiseerde aandelen. De
nanciële dienst wordt verzorgd door Bank Degroof Petercam
(System Paying Agent).
Beleggersrelaties
Bijkomende informatie is beschikbaar op onze website (www.cfe.be),
waaronder:
• de jaarverslagen en halfjaarverslagen en de driemaandelijkse
persberichten;
• de andere persberichten;
• de presentaties voor de analisten en investeerders;
• een online inschrijving om beleggersinformatie te ontvangen
(aankondigingen van publicaties, persberichten, ...).
Proel van de Groep CFE
CFE is een multidisciplinaire Groep die globale oplossingen ontwikkelt voor complexe maatschappelijke
uitdagingen in de snelgroeiende markten van duurzame gebouwen, slimme industrieën en de infrastructuur
voor energie en mobiliteit van morgen. Om dit te bereiken bundelt de Groep de krachten van haar vier
segmenten: Vastgoedontwikkeling, Multitechnieken (o.a. gebouwbeheer, industriële automatisering en
energie- en mobiliteitsinfrastructuur), Bouw & Renovatie en Duurzame Investeringen.
CFE wil een leidende rol spelen op deze sleutelmarkten door het status quo in vraag te stellen en alles te
veranderen wat niet duurzaam is voor de toekomstige generaties. Daarom heeft de Groep innovatie,
duurzaamheid en veiligheid centraal gesteld in haar activiteiten. Haar missie is om mensen, competenties,
materialen en technologie samen te brengen in een gemeenschap voor positieve verandering. Deze missie
heeft de Groep in staat gesteld een voortrekkersrol op zich te nemen in het gebruik van duurzame
bouwmaterialen, grootschalige renovatie, geavanceerd energiebeheer en andere domeinen met een hoge
maatschappelijke waarde.
De strategie van CFE wordt afgekort onder het acroniem ‘SPARC’ dat als kompas dient voor de entiteiten van
de Groep. Het leidt de ‘Shift’ naar innovatie en duurzaamheid, de wens om te ‘Performen’ en operationele
uitmuntendheid te bereiken, haar groei te versnellen (‘Accelerate’) door een geïntegreerde aanpak, het
creëren van waarde en het rendement (‘Return’) voor alle belanghebbenden, en het creëren van een echte
‘Community’ van mensen die geloven in een positieve verandering zowel binnen als buiten de organisatie.
Jaarverslag 2025 - CFE
4
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring 2025
Financiële staten
Hier delen Chief Executive Ofcer Raymund Trost
en voorzitter van de raad van bestuur Luc Bertrand
hun visie op de prestaties van de CFE Groep in 2025
en hun verwachtingen voor de komende jaren.
Bericht van de
Voorzitter en
de CEO
“We hebben vorig jaar
grote vooruitgang geboekt
in onze veiligheidscultuur.”
We starten altijd met veiligheid. In 2025
realiseerden jullie een daling van de
ernstgraad met 50%. Zijn jullie tevreden
met dit resultaat?
Raymund: Tevreden is niet het juiste woord — elk
veiligheidsincident is een tragische gebeurtenis en
we moeten uit elk incident leren om beter te worden.
Maar ja, we hebben vorig jaar grote vooruitgang
geboekt in onze veiligheidscultuur.
Samen hebben we ons gericht op het eenvoudige
maar krachtige principe Stop – Talk – Act, dat ons
aanmoedigt om onmiddellijk in te grijpen wanneer
iets niet in orde lijkt. Het wordt steeds meer een
tweede natuur, en het feit dat we het vooropgestelde
doel van 85% voor onze veiligheidsbezoeken door het
Raymund Trost, CEO van CFE Groep
en Luc Bertrand, Voorzitter van de
Raad van Bestuur
Jaarverslag 2025 - CFE
5
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring 2025
Financiële staten
management hebben overschreden, toont hoe
ernstig we dit nemen.
In 2026 zullen we onze onderaannemers nog actiever
betrekken om een gedeeld begrip op te bouwen van
onze ambitie Go for Zero.
Wat springt er voor u uit in 2025?
Raymund: Aan de start van het jaar heb ik
iedereen aangemoedigd om van 2025 een jaar van
performantie te maken — op volle kracht draaien en
focussen op uitmuntendheid in uitvoering in een
moeilijke marktomgeving. En dat is gelukt. Alle
bedrijfssegmenten hebben sterk bijgedragen aan
onze resultaten en ik ben bijzonder trots op wat het
team samen heeft bereikt.
Luc: De veerkracht van BPI Real Estate is bijzonder
opmerkelijk. De vastgoedcrisis heeft enorme druk
gezet op de sector, maar zij hebben zorgvuldige en
goed onderbouwde keuzes gemaakt bij de selectie
en ontwikkeling van projecten. CFE behaalt een sterk
rendement op eigen vermogen van 13,5% en beschikt
over een gezonde balans, wat ons positioneert als
zowel een aantrekkelijke investering als een
betrouwbare partner.
Raymund: Ik zal 2025 herinneren als het jaar waarin
onze strategie en waarden echt verankerd raakten.
Teams werkten steeds vaker samen over de grenzen
van de Groep heen om gezamenlijke projecten te
ontwikkelen die onze verschillende expertise-
domeinen combineren. Het is inspirerend om ons
multidisciplinair bedrijfsmodel in actie te zien — het
zorgt voor veerkracht in moeilijke tijden en creëert
echte waarde voor onze klanten.
Hoe kijkt u terug op ZIN in Noord, het
grootste bouwproject dat u ooit hebt
opgeleverd?
Raymund: De realisatie van het Best Tall Building
Worldwide 2025 is een buitengewone mijlpaal in de
geschiedenis van ons bedrijf. Het volledige gebouw
werd gerealiseerd door teams van CFE en dankzij
onze eigen Vmanager-software voor gebouwbeheer
van VMA biedt het vandaag een slimme en
comfortabele omgeving voor alle gebruikers.
Luc: ZIN was een grote technische uitdaging, maar
de teams hebben het project opgeleverd tot de
grootste tevredenheid van de klant. Ze mogen daar
bijzonder trots op zijn. We zijn ook zeer tevreden dat
we met de klant een constructief akkoord hebben
bereikt over de vorderingen en verrekeningen.
Raymund: De omvang, complexiteit en unieke
duurzaamheidskenmerken van ZIN hebben ons ertoe
aangezet veel van onze bestaande werkwijzen te
herdenken. Het project heeft ons geholpen om ons
projectmanagement verder te versterken en onze
interne processen te verbeteren, zodat we beter
voorbereid zijn op toekomstige projecten van een
gelijkaardige schaal en complexiteit.
“CFE behaalt een sterk
rendement op eigen vermogen
van 13,5% en beschikt
over een gezonde balans, wat
ons positioneert als
zowel een aantrekkelijke
investering als een
betrouwbare partner.”
Jaarverslag 2025 - CFE
6
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring 2025
Financiële staten
Het volgende grote project is Kennedy
Park in Luxemburg, de grootste
investering van CFE ooit. Wat mogen
we verwachten?
Luc: Kennedy Park (voorheen Kronos) is inderdaad de
grootste vastgoed ontwikkeling in de geschiedenis
van CFE. Het positioneert BPI Real Estate in een
volledig nieuwe categorie.
Raymund: Deze investering was mogelijk ondanks een
uitdagende vastgoedcontext, dankzij onze solide en
schuldenvrije balans en de steun van onze meerder-
heids aandeelhouder Ackermans & van Haaren.
Kennedy Park is een van de grootste houten
kantoorontwikkelingen ter wereld en zal opnieuw
de marktstandaard verhogen op het vlak van
duurzaamheid en innovatie in gemengde projecten.
We passen een nieuwe vorm van vroeg-stadium
samenwerking toe op vlak van design, engineering en
toeleveringsketen tussen BPI Real Estate, CLE, Wood
Shapers en onze externe partners, om een maximale
projectvoorbereiding en een naadloze uitvoering te
garanderen. Ik ben ervan overtuigd dat dit opnieuw
een uitstekend voorbeeld zal zijn van de synergie
tussen onze vastgoed-, bouw- en technische
expertteams — een belangrijke onderscheidende
factor van onze Groep.
Ik wil ook onze recente acquisitie benadrukken,
samen met Compagnie du Bois Sauvage, van het
gebouw aan Moniuszki 1a in Warschau. Dit
emblematische kantoorgebouw van 20 verdiepingen
bevindt zich in het centrum van een van de meest
dynamische hoofdsteden van Europa en zal op
termijn worden herontwikkeld tot een uitzonderlijk
residentieel project. Ook hier zal deze reconversie van
kantoor naar residentieel BPI Real Estate in een
nieuwe categorie plaatsen op het vlak van duurzame
stedelijke ontwikkeling.
U hebt het nettoresultaat verbeterd
terwijl de omzet de voorbije jaren
daalde. Hoe zal dit verder evolueren?
Luc: Het verbeteren van het nettoresultaat is een
belangrijke prestatie, mogelijk gemaakt door de
nauwgezetheid en discipline van onze teams om
marge boven volume te stellen. Het vertegenwoordigt
een echte cultuurverandering waar ze trots op
mogen zijn.
Raymund: Verschillende elementen hebben
bijgedragen aan ons nettoresultaat: een sterker
eigenaarschap van de bedrijfsperformantie,
gestandaardiseerde processen voor aanbestedingen,
project- en risicobeheer, en de succesvolle afronding
van verschillende uitdagende projecten.
“Het verbeteren van het net-
toresultaat is een belangrijke
prestatie, mogelijk gemaakt
door de nauwgezetheid en
discipline van onze teams
om marge boven volume te
stellen.”
“Kennedy Park is een van de
grootste houten kantooront-
wikkelingen ter wereld en zal
opnieuw de marktstandaard
verhogen op het vlak van
duurzaamheid en innovatie in
gemengde projecten.”
Jaarverslag 2025 - CFE
7
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring 2025
Financiële staten
Luc: De omzet is inderdaad gedaald, deels door een
meer zorgvuldige selectie van nieuwe opdrachten,
maar ook door een lagere vraag in de residentiële,
kantoor-, industriële en spoorwegmarkten. Vandaag
beschikt de Groep over een sterk platform om
opnieuw te groeien en opportuniteiten te benutten
wanneer de economie de komende jaren herneemt.
CFE is klaar voor de toekomst.
Waar ziet u de belangrijkste
groeikansen?
Raymund: In onze kernmarkt van duurzame
gebouwen hebben we een unieke positie opgebouwd
dankzij ons multidisciplinair model. We slagen erin
duurzame materialen, renovatie en slimme
energietechnologie op grotere schaal toe te passen
en beschikken over expertise in zeer complexe bouw-
projecten. Vandaag benutten we al deze knowhow
volop om opportuniteiten te grijpen in de sectoren
industrie, gezondheidszorg, defensie en datacenters.
Goede voorbeelden zijn onder meer het LCL
Datacenter, Ineos Project One en de
Oosterweel verbinding.
Ten tweede bieden we, dankzij de samenwerking
tussen onze verschillende activiteiten, een volledige
lifecycle-oplossing die onze klanten echte
gemoedsrust geeft: van het ontwerp van een
gebouw tot de bouw en het onderhoud ervan
gedurende vele jaren nadien. En dat geldt niet alleen
voor nieuwbouw. Met onze nieuwe activiteit Pulse
spelen we in op de opkomende vraag van eigenaars
van vastgoed die hun bestaande gebouwenportfolio
willen opwaarderen — een trend die naar
verwachting zal versnellen zodra het vertrouwen van
investeerders terugkeert.
Tot slot vormt de energietransitie een belangrijke
groeipool. Zowel MOBIX als VMA hebben sterke
competenties ontwikkeld in elektrische netwerken,
laadinfrastructuur en batterijparken. We combineren
deze vandaag om oplossingen te ontwikkelen in
specieke segmenten met een groot groeipotentieel.
CFE is nu schuldenvrij en beschikt
over een positieve kaspositie.
Overweegt u overnames om de groei
te ondersteunen?
Luc: Absoluut. In de voorbije drie jaar heeft CFE een
recordkaspositie opgebouwd en heeft de Groep geen
schulden. Ik wil het team bedanken voor hun discipline
die dit mogelijk heeft gemaakt. Onze sterke nanciële
positie wekt vertrouwen bij klanten in een uitdagende
markt en geeft ons de exibiliteit om
partnerschappen en overnames na te streven die
ons aanbod verder kunnen versterken.
Raymund: Een van onze prioriteiten is het vernieuwen
van de vastgoedportefeuille van BPI Real Estate met
kwaliteitsvolle projecten. We zullen blijven investeren
op een verantwoorde manier, met een zorgvuldige
beheersing van de risico’s die samenhangen met de
complexiteit van vergunningen, en blijven ambitieus
in onze bijdrage aan duurzame, mensgerichte
stedelijke omgevingen.
“Wij bieden, dankzij de
samen werking tussen onze
verschillende activiteiten, een
volledige lifecycle-oplossing
die onze klanten echte
gemoedsrust geeft.”
Jaarverslag 2025 - CFE
8
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring 2025
Financiële staten
Hebt u het gevoel dat de
duurzaamheidsambities aan het
verschuiven zijn?
Raymund: De transitie naar netto-nuluitstoot is volop
aan de gang en zal niet vertragen, ondanks
geopolitieke turbulentie. Ja, regelgeving moet
vereenvoudigd worden, en dat is positief — het laat
ondernemingen toe zich minder op rapportering te
richten en meer op concrete acties.
Luc: De duurzaamheidsambities van CFE blijven
ongewijzigd. Onze activiteiten staan centraal in de
transitie naar netto-nuluitstoot en we zien steeds
meer kapitaal stromen naar duurzame projecten. Dit
vormt een belangrijke zakelijke opportuniteit.
Raymund: De sleutel zal zijn om duurzaamheid zowel
betaalbaar als de standaardkeuze te maken. Normen
en wetgeving spelen een essentiële rol om een gelijk
speelveld te creëren waarin duurzame investeringen
worden beloond. Wij hebben ervoor gekozen om
duurzaamheid in elk project te integreren en het
expliciet onderdeel te maken van onze dialoog met
klanten, waarbij de toegevoegde waarde duidelijk en
meetbaar is.
Hoe zorgt CFE ervoor dat mensen en AI
samen kunnen werken?
Raymund: Wij blijven in de eerste plaats een door
mensen gedreven onderneming. We steunen op de
expertise, wendbaarheid en probleemoplossende
capaciteiten van onze teams — en we zijn actief op
zoek om in de komende jaren honderden nieuwe
collega’s aan te werven.
Tegelijk zien we een aanzienlijk potentieel voor AI en
andere technologieën om mensen te ondersteunen
zodat zij optimaal kunnen presteren. Net zoals we
blijven investeren in leiderschap en werkcultuur,
richten we ook middelen op mensgerichte AI die
kwaliteit en performantie verbetert. We zijn er trots op
een uitstekende werkplek te zijn. Onze CFE Academy
biedt leer- en ontwikkelingsprogramma’s, interne
mobiliteit creëert interessante carrièremogelijkheden
binnen de Groep en ons portfolio van boeiende en
uitdagende projecten zorgt voor een omgeving
waarin mensen kunnen groeien en hun talenten
voortdurend kunnen ontwikkelen. Daarbij komt ook de
veerkracht van onze Groep in een uitdagende markt,
die medewerkers de nodige zekerheid biedt voor hun
loopbaan. Dat is wat ons echt onderscheidt.
Hoe zal CFE eruitzien in 2030, wanneer
het zijn 150-jarig bestaan viert?
Luc: Drie jaar geleden, toen we opnieuw wilden
deniëren waar CFE voor staat, hebben we
toekomstige generaties en onze verantwoordelijkheid
tegenover hen centraal geplaatst in onze purpose.
Ongeacht de tijdshorizon — 2030 of 2050 — ben ik
ervan overtuigd dat CFE een organisatie zal blijven
die via haar kernactiviteiten een positieve impact
realiseert.
Raymund: Die ambitie om positieve impact en
duurzame groei te realiseren delen we met
Ackermans & van Haaren. We hebben allebei een
lange geschiedenis — Ackermans & van Haaren viert
al in 2026 zijn 150-jarig bestaan — en daardoor ook
een gezamenlijke focus op langetermijn waarde-
creatie voor alle stakeholders. De veerkracht van het
bedrijfsmodel van CFE, ondersteund door de
stabiliteit van zijn aandeelhouders, zal ons in staat
stellen om nog vele generaties lang te oreren.
Jaarverslag 2025 - CFE
9
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring 2025
Financiële staten
OMZET
1.041,6m
NETTO RESULTAAT
33,5m
ORDERBOEK
1.632,6m
Fabien: 2025 was een sterk jaar voor CFE. We reali-
seerden een stijging van 40% van ons bedrijfsresul-
taat en brachten het rendement op het eigen
vermogen op 13,5%, wat de soliditeit en veerkracht
van ons multidisciplinair model bevestigt in een
uitdagende marktomgeving.
De omzet bedroeg 1.041,6 miljoen euro, een daling
tegenover 2024, voornamelijk als gevolg van een
lagere activiteit bij de bouwentiteiten in België en
Polen, evenals bij MOBIX. Ondanks deze context steeg
de EBIT tot 44,9 miljoen euro, ondersteund door de
sterke prestaties van de segmenten Bouw & Reno
-
vatie en Vastgoedontwikkeling. Het nettoresultaat
(aandeel van de Groep) bedroeg 33,5 miljoen euro.
Voor het tweede jaar op rij bereikte de operationele
kasstroom een nieuw recordniveau van 113,3 miljoen
euro, dankzij de stijging van de EBITDA en een duide
-
lijke verbetering van de werkkapitaalbehoefte. Deze
kasgeneratie stelde ons in staat om een netto nan
-
ciële schuld om te buigen naar een netto nancieel
overschot van 43,8 miljoen euro. Het eigen vermogen
bedraagt 264 miljoen euro.
Met een stabiel orderboek van 1,63 miljard euro en
een inmiddels zeer sterke nanciële positie zijn we
uitstekend gepositioneerd om te investeren in de
groei van onze activiteiten en in transformatieve
projecten zoals Kennedy Park.
Met het oog op 2026 blijven wij actief in structureel
groeigerichte markten, zoals renovatie en de verbe
-
tering van de energieprestaties van bestaande
gebouwen, de ontwikkeling van infrastructuur voor de
energietransitie, evenals technisch complexe bouw
-
projecten in de industrie, de gezondheidszorg,
defensie en datacenters. Ons multidisciplinair model,
dat de volledige levenscyclus van projecten bestrijkt,
vormt in dit kader een duidelijke concurrentiële troef.
BPI Real Estate zal blijven inzetten op nieuwe vast
-
goedontwikkelingen met een beperkt vergunningen-
risico en een aantrekkelijk commercieel potentieel.
VMA beschikt over een sterk groeiend orderboek en
een positieve dynamiek in activiteiten met recurrente
inkomsten, terwijl de entiteiten in Bouw & Renovatie
een zorgvuldige selectie van nieuwe opdrachten
zullen blijven hanteren en blijven inzetten op de
continue verbetering van de operationele prestaties,
evenals op het benutten van opportuniteiten in
rendabele nichemarkten waar hun expertise in
complexe bouwprojecten tot zijn recht komt.
Voor 2026 verwachten wij een nettoresultaat dicht bij
dat van 2025. Onze prioriteit blijft een gediscipli
-
neerde kapitaalallocatie, het behoud van gezonde
marges en een strikt risicobeheer. Dankzij onze netto
positieve kaspositie en sterke kasgeneratie
beschikken wij over de nodige exibiliteit om nieuwe
groeikansen te benutten, terwijl we een strikt risicobe
-
heer blijven voeren.
Financiële kerncijfers
“CFE speelt in op een toenemende
marktvraag naar oplossingen die de
volledige levenscyclus van een project
bestrijken — van ontwikkeling en bouw
tot multitechnische installaties en
onderhoud.”
Fabien De Jonge, Chief Financial Ofcer
Jaarverslag 2025 - CFE
10
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring 2025
Financiële staten
In 2025 zette BPI Real Estate zijn succesvolle samenwerking voort met de
andere entiteiten binnen CFE evenals met langetermijnpartners, met als
doel hoogwaardige projecten te realiseren die bijdragen aan duurzame steden.
In een markt die verstoord bleef, slaagde de BPI Real Estate erin koers te houden.
De eerste tekenen van herstel in de residentiële sector worden zichtbaar. Voor de
kantorenmarkt wordt een heropstart verwacht vanaf 2026, in het bijzonder voor
gebouwen op toplocaties met sterke duurzaamheids- en welzijnsprestaties. Het
project Kennedy Park (voorheen Kronos) in Luxemburg evolueert positief en zal
een belangrijke referentie worden op het vlak van duurzame ontwikkeling.
Project overview
In België werd gestart met de bouw van het iconische
gemengde project Brouck’R in het centrum van
Brussel, in samenwerking met Immobel. De Nationale
Loterij verwierf de resterende 4.500 m
2
kantoorruimte,
bovenop de 6.800 m
2
die reeds in 2024 werd
aangekocht. De commercialisering van de eerste
residentiële fase kende een sterke start, met meer
dan 50% van de entiteiten reeds verkocht. Samen
met AG Real Estate werd de ingrijpende renovatie van
het kantoor gebouw EQ in de Europese wijk opgestart.
Met de Europese Commissie werd een vruchtgebruik-
overeenkomst van 23 jaar afgesloten, goed voor een
geïndexeerde jaarlijkse vergoeding van 7,2 miljoen
euro. Op de site Bavière in Luik werd de toekomstige
verpleegkundigenschool verkocht op plan aan de
Provincie Luik. De bouw van het residentiële project
Uni’Vert in Oudergem ging van start. Het project
Clarisse in Aarlen werd verkocht aan een lokale
ontwikkelaar na het verkrijgen van een
onherroepelijke bouwvergunning. Het residentiële
complex John Martin in Antwerpen werd opgeleverd
en verkocht aan de eindinvesteerder. Voor het project
Move Hub in Brussel werden de stedenbouwkundige
en milieuvergunningen verkregen, al werd er
inmiddels een nieuw beroep ingediend. Voor het
project Samaya nabij het station van Ottignies werd
eveneens een vergunning bekomen. Dit
co- ontwikkelings project met AG Real Estate omvat
680 wooneenheden en 10.000 m
2
commerciële en
publieke functies.
Vastgoed-
ontwikkeling
Uni’Vert Brussel
“De vastgoedsector
ondergaat een ingrijpende
transformatie. Om relevant en
succesvol te blijven, moeten
we nieuwsgierigheid, lef en
experimenten aanmoedigen.
Mijn doel is een omgeving
te creëren waarin teams
nieuwe vaardigheden kunnen
ontwikkelen en nieuwe
techno logieën kunnen
omarmen om zo meer waarde
te creëren voor onze klanten
en partners.”
Jacques Lefèvre, CEO BPI Real Estate
Jaarverslag 2025 - CFE
11
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring 2025
Financiële staten
“Ik ben er stellig van overtuigd dat het onze
verantwoordelijkheid is om projecten te
ontwikkelen die het leven van mensen verbeteren,
gemeenschappen ondersteunen en de grenzen
van de planeet respecteren. Als leider wil ik onze
transitie naar nog duurzamere, transparantere en
ambitieuzere modellen versnellen, zodat elk BPI-
project een positieve impact heeft op toekomstige
generaties.”
Arnaud Regout, Chief Investment Ofcer & New Development Real Estate
Roots Belval (LU)
In Luxemburg werd de laatste fase van het
residentiële project Domaine des Vignes in Mertert
opgeleverd. Meer dan 90% van de 53 appartementen
werd inmiddels verkocht.
Het residentiële project Mimosa in Strassen is in
aanbouw en combineert nieuwe woonentiteiten met
co-livingruimten in een herbestemd kantoorgebouw.
De oplevering is voorzien in 2026. Samen met Unibra
Real Estate werd gestart met de bouw van het
gemengde project Roots in Belval, waarvan reeds
42 van de 102 appartementen werden verkocht. Voor
Kennedy Park werd een langlopende huurovereen-
komst afgesloten met het internationale advocaten-
kantoor Linklaters voor 5.460 m
2
kantoorruimte. Reeds
twee derde van de totale 55.000 m
2
kantoor-
oppervlakte werd op lange termijn voorverhuurd. De
start van de bouwwerken is gepland in het tweede
kwartaal van 2026.
In Polen werd het project Chmielna Duo in Warschau
afgewerkt en zijn de opleveringen gestart; 80% van
de appartementen werd reeds verkocht. In Poznań
werden de eerste twee residentiële gebouwen van
het Cavallia-project opgeleverd, terwijl het derde
gebouw bijna voltooid is. Ook hier werd 80% van de
appartementen verkocht. BPI Real Estate Poland
verwierf, samen met vaste joint venture-partner
Compagnie du Bois Sauvage, een kantoorgebouw
aan de Moniuszkistraat 1a in Warschau, genancierd
door Millennium Bank. Het gebouw telt
20 verdiepingen en biedt 9.860 m
2
verhuurbare
oppervlakte op een strategische locatie in het
stadscentrum. Het merendeel van de kantoorruimte
is momenteel verhuurd. Op lange termijn wordt een
duurzame reconversie naar residentiële functies
onderzocht. Compagnie du Bois Sauvage bevestigde
eerder haar vertrouwen in BPI Real Estate via een
participatie van 40% in het project Piano Forte in
Warschau. Dit project kent een sterke commerciële
dynamiek, met 30% van de wooneenheden verkocht
en een oplevering gepland tegen eind 2026. Voor het
project Panoramiqa werden in 2025 de vergunningen
en de gronden veiliggesteld. De verwerving werd
afgerond in januari 2026, waarmee de volgende
ontwikkelingsfase van dit strategische project werd
ingeluid.
Jacques: De vastgoedsector ondergaat een
ingrijpende transformatie met nieuwe technologieën,
snel evoluerende stedelijke omgevingen en steeds
hogere verwachtingen van klanten. Bij BPI streven we
ernaar een omgeving te creëren waarin teams
nieuwe vaardigheden kunnen ontwikkelen en nieuwe
technologieën kunnen omarmen om zo meer waarde
te creëren voor onze klanten en partners.
Arnaud: Een belangrijke prioriteit voor BPI Real Estate
is het versterken van een cultuur van continue
verbetering. Met ons klantenportaal wordt de
klantenervaring transparanter en persoonlijker
gemaakt. De governance van commerciële data
werd verbeterd, wat leidt tot nauwkeurigere
prognoses. De lancering van een vernieuwde website
verhoogt de toegankelijkheid van informatie, terwijl
de migratie naar Business Central bijdraagt tot
gestandaardiseerde en versterkte operationele en
nanciële processen. PowerBI biedt teams betere
dashboards en inzichten, waardoor projecten
nauwkeuriger kunnen worden opgevolgd en
aangestuurd. Daarnaast wordt gebruikgemaakt
van articiële intelligentie, onder meer via
Spacemaker, om projecten reeds in de ontwerpfase
te optimaliseren op het vlak van ruimtegebruik,
energie-efciëntie en performantie. De klantgerichte
aanpak werd verder gestructureerd door
Jaarverslag 2025 - CFE
12
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring 2025
Financiële staten
systematisch feedback te verzamelen en gerichte
bevragingen te organiseren. Dit laat toe beter in te
spelen op de verwachtingen van toekomstige kopers
en gebruikers.
Jacques: Wat BPI Real Estate onderscheidt, is onze
focus op duurzame ruimtes die iedereen ten goede
komen. Duurzaamheid is geen marketingtruc – we
integreren ESG-criteria systematisch in al onze
projecten en publiceren de resultaten jaarlijks – het is
onze manier om verantwoording af te leggen. Onze
decarbonisatieplannen, ons gebruik van circulaire
bouwmethoden en de toepassing van duurzamere
materialen zijn concrete stappen die bepalen hoe we
dagelijks werken.
Ik wil mensen centraal blijven stellen: onze teams,
onze klanten en onze partners. Wanneer mensen
oreren, oreren onze projecten – en daarmee ook
onze impact. Deze focus op de gemeenschap omvat
ook onze aanwezigheid in partnernetwerken,
federaties en werkgroepen. Als nieuw benoemde
voorzitter van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van
onze vastgoedfederatie UPSI kijk ik ernaar uit om alle
belanghebbenden samen te brengen om
gezamenlijk een positieve impact op onze steden te
hebben. Deze partnerschappen bieden ons nieuwe
inzichten en zorgen er tevens voor dat BPI Real Estate
gezien, gehoord en verbonden is waar het ertoe doet.
Ik ben erg trots op onze geschiedenis: 35 jaar in
België, 15 jaar in Polen en 25 jaar in Luxemburg.
Vooruitkijkend hebben we onlangs onze interne
governance versterkt met een strategisch comité om
de weg naar 2030 te effenen.
Piano Forte Warschau (PL)
EQ Brussel
Jaarverslag 2025 - CFE
13
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring 2025
Financiële staten
2025 was een uitdagend maar positief jaar voor VMA. Ondanks de aanhoudende
druk op nieuwbouwprojecten, inatie en een tekort aan gekwaliceerde technici,
realiseerde VMA een omzetgroei conform de verwachtingen, mede dankzij de
succesvolle afronding van het ZIN in NOORD-project. De resultaten in de activiteiten
op het gebied van Building Technologies waren bemoedigend, hoewel deze
gedeeltelijk werden gecompenseerd door de sterke daling in de activiteiten op
het gebied van Industrial Automation, voornamelijk als gevolg van de moeilijke
marktomstandigheden in de Europese auto-industrie.
2026 vertoont een sterk potentieel: de markt zal naar verwachting uitdagend
blijven, maar de opportuniteiten nemen toe in vijf kernsectoren – Defensie,
Gezondheidszorg, Datacenters, Energie-infrastructuur en Onderhoud & Express Jobs.
In combinatie met de groeiende samenwerking van VMA met MOBIX en de bredere
CFE Groep, is de commerciële pijplijn voor 2026 klaar voor een gezonde groei.
Project overview
De teams van Building Technologies realiseerden
geavanceerde technische installaties voor onder
meer het ING-hoofdkantoor Marnix in Brussel, de
zorgcampus van AZ Diest, het geautomatiseerd
magazijn van PepsiCo in Veurne en het BRUSK-
museum in Brugge.
VMA zette de werken verder voor het radiothera-
peutisch centrum van Full-Life Technologies in
Gembloux (samen met BPC Group), het LCL-
datacenter in Diegem (met MBG), de nieuwe
productie-eenheid van Leonidas in Nijvel, het Instituut
Koning Albert II voor Kanker en Hematologie in de
Cliniques Universitaires Saint-Luc in Brussel, de
radiotherapie-eenheid en UPSIE bij UZ Gent, het
Green Energy Park- datacenter in Zellik, de
communicatie- en voedingssystemen voor de
Brusselse metro en het Infrabel-dienstgebouw in
Gent. Nieuwe projecten werden opgestart, waaronder
de hoog spannings kabelproductiesite van Nexans in
Charleroi (met BPC Group), het gemengde project
Brouck’R in Brussel (voor BPI Real Estate en Immobel),
de BIOTECH 5-laboratoria en het opleidingscentrum
in La Louvière, de forensisch-psychiatrische instelling
Les Marronniers in Doornik en het gemengde
gebouw AXA Belmont Court.
Binnen Smart Building Management realiseerde VMA
energie-efciëntieverbeteringen voor 18 gebouwen in
het kader van het OEPC-contract van Beerse en
Oud-Turnhout, inclusief een onderhoudscontract
Multitechnieken | VMA
“Ik ben trots op onze
organisatie, die zowel
technologisch gedreven
als mensgericht is, en op
de constante kwaliteit
die we aan onze klanten
leveren.“
Peter Matton, CEO VMA
Nexans Charleroi
Jaarverslag 2025 - CFE
14
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring 2025
Financiële staten
van 15 jaar. Daarnaast werd gestart met de renovatie
van technische installaties in 25 gebouwen voor het
OEPC-contract van Tessenderlo, gevolgd door een
onderhoudscontract van 12 jaar met de gemeente.
In Industrial Automation werden projecten
opgeleverd voor de Plastic-2-Chemicals-installatie
van Indaver in Antwerpen en de uitbreiding van de
industriële site van Unilin in Frankrijk. De werkzaam-
heden werden verdergezet voor Lutosa, Jaguar Land
Rover (VK), Volvo (BE/SK) en BMW (UK/D).
Op het gebied van Maintenance bleef VMA haar
dienstenaanbod uitbreiden met onderhouds-
contracten voor onder meer 44 sportinfrastructuur-
gebouwen voor Farys, 50 gebouwen voor de
Mutualités Chrétiennes in Wallonië en 5 bioscoop-
gebouwen voor UGC.
Peter: Ik ben trots op het harde werk dat onze teams
hebben verricht om de activiteiten van VMA in 2025
te laten groeien. Vandaag de dag is VMA een
technologiegedreven, maar ook mensgerichte
organisatie die erin slaagt om consistente kwaliteit
aan onze klanten te leveren.
Deel uitmaken van de CFE Groep stelt ons in staat
een essentiële rol te spelen in de volledige levens-
cyclus van een gebouw, waarbij we klanten van A tot
Z gemoedsrust bieden - van ontwerp en ontwikkeling
tot bouw en installatie, en tot onderhoud gedurende
vele jaren daarna. Dit, in combinatie met ons werk
voor externe klanten, biedt ons de mogelijkheid tot
aanzienlijke groei in de komende jaren.
In 2026 richten we ons op het vergroten van onze
pijplijn en het verbeteren van de conversie, het
verbeteren van de klantervaring en het selectief
blijven inschrijven op aanbestedingen om de
winstgevendheid te waarborgen. Groei zal met name
te vinden zijn in nichemarkten zoals de gezondheids-
zorg, defensie, datacenters en energie-infrastructuur.
Maar we zien ook kansen in onze VMA Maintenance -
teams, die steeds vaker meerjarige servicecontracten
afsluiten, in ons snelle responsaanbod met speciale
Express-teams en in onze paneelbouwactiviteiten,
die we willen uitbreiden. Binnen de industriële
automatisering blijven we ons richten op klanten in
de voedingsmiddelen-, jnchemie- en kunststof-
recyclingsector en diversiëren we onze automotive-
divisies naar andere sectoren.
Op het vlak van duurzaamheid en innovatie
bevestigen wij onze decarbonisatieambities via
concrete acties met impact, zoals de verdere
elektricatie van ons wagenpark, de uitrol van onze
VPlan-tool die de stroom van engineeringdata naar
de werven automatiseert, evenals de betrokkenheid
van onze belangrijkste materiaalleveranciers en de
ontwikkeling van oplossingen voor predictief en
preventief onderhoud op basis van articiële
intelligentie.
AZ Diest
Automation Jaguar Land Rover
Leonidas Nijvel
Jaarverslag 2025 - CFE
15
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring 2025
Financiële staten
“Onze kracht ligt in het feit dat we beschikken
over eigen, vakkundig personeel, dat we
zelf opleiden, en dat we talent snel kunnen
inzetten wanneer zich nieuwe opportuniteiten
voordoen. In dynamische markten zoals
de energiesector – waar elke week wel iets
nieuws opduikt – stelt ons model ons in staat
snel en betrouwbaar te reageren.”
David Vanhelmont, CEO MOBIX
2025 was een uitdagend jaar voor MOBIX, met een lagere omzet. Dit was voornamelijk
het gevolg van de afronding van het project LuWa (moderniseringsfase) en de
bijna-voltooiing van het project Enves (ETCS II automatische treinbeveiliging). De
spooractiviteiten (signalisatie, aanleg van sporen en bovenleidingen) lijden onder
het gebrek aan nieuwe opdrachten van Infrabel, waardoor de bezettingsgraad van
het machinepark te laag blijft. Daarentegen vertonen de activiteiten rond de aanleg
van elektriciteitskabels en -leidingen een sterke groei in Wallonië. De onzekerheid
over de timing van de opstart van de investeringsprogramma’s van Infrabel blijft
echter wegen op de zichtbaarheid op middellange termijn.
Het orderboek blijft evenwel gezond, met lopende investeringen in luchthavens,
energienetten, laadinfrastructuur en spoorprojecten, zowel voor publieke als
voor private klanten met eigen spoorinfrastructuur op hun industriële sites. De
diversicatiestrategie van MOBIX naar kansen in de energie-infrastructuur is erop
gericht het bedrijf de komende jaren weer op een groeipad te zetten.
Project overview
MOBIX zette zijn diversicatiestrategie verder met
activiteiten in de energie-infrastructuur, waaronder
de installatie van een batterij-energieopslagsysteem
(BESS) van 50 MW/140 MWh voor Tesla en B-STOR in
La Louvière, een project dat in samenwerking met
VMA werd uitgevoerd. De werkzaamheden voor
D’Ieteren en TUC Rail aan de uitrol van laad-
infrastructuur werden voortgezet en een eerste
testproject voor Fastned werd opgeleverd. De
bekabelingswerkzaamheden voor ORES en RESA
werden opgevoerd en de activiteiten aan de
Brusselse metro werden voortgezet.
Binnen Mobility Infrastructure is MOBIX, na de
succesvolle afronding van het spoortraject
Herentals–Olen, gestart met de tweede fase van
Lijn 15, waarbij 7 kilometer spoor wordt vernieuwd.
In het kader van het GEN-raamcontract met Infrabel
werkt MOBIX aan de trajecten Boondaal–Boxtael en
Nijvel en aan de pre-assemblage van wissels in heel
België. Daarnaast werkt MOBIX aan de bovenleidingen
tussen Gent en Brugge en aan de modernisering
van de bovenleidingssystemen op rangeerterreinen.
Multitechnieken |
MOBIX
Bekabelingswerkzaamheden
Jaarverslag 2025 - CFE
16
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring 2025
Financiële staten
Bovenleidingswerken
David: In 2026 zal MOBIX haar kernactiviteiten verder
diversiëren met projecten in de energiemarkt.
De samenwerking met VMA voor geïntegreerde
oplossingen zal onze positie als geloofwaardige
leverancier van complexe energiesystemen in de
transitie naar netto-nuluitstoot verder versterken.
MOBIX onderscheidt zich doordat het bedrijf met
eigen personeel werkt – bekwame teams die intern
zijn opgeleid, wat zorgt voor exibiliteit, consistentie
en hoge kwaliteit. We kunnen snel talent inzetten
wanneer zich kansen voordoen. Klanten waarderen
dit ten opzichte van concurrenten die sterk afhankelijk
zijn van uitbestede arbeidskrachten. Deze
diversicatie zal de komende jaren een strategisch
voordeel blijken te zijn, nu de arbeidsmarkt krapper
wordt.
MOBIX zal de operationele excellentie blijven
verbeteren, zoals de digitalisering van dagelijkse
locatierapporten – waardoor alle administratie op
locatie, zoals meetformulieren, kwaliteitsrapporten en
productiviteitsregistratie, wordt gestroomlijnd.
BSTOR Batterijpark La Louvière
Jaarverslag 2025 - CFE
17
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring 2025
Financiële staten
De activiteiten Bouw & Renovatie van CFE kijken terug op een jaar dat werd
gekenmerkt door een uitdagende macro-economische omgeving, met blijvend hoge
materiaalprijzen, toenemende concurrentie en aanhoudende druk op de marges.
De activiteit van CFE bleef sterk in Vlaanderen en Luxemburg dankzij meerdere
grote projecten, maar lag lager in Brussel, Wallonië en Polen. CFE bleef focussen op
de zorgvuldige selectie van nieuwe opdrachten en, ondanks de moeilijke macro-
economische context, droegen alle ondernemingen binnen het segment positief bij
aan het resultaat van de Groep.
Bouw & Renovatie
In Vlaanderen zijn verschillende grootschalige
projecten in uitvoering in de regio Antwerpen. Dit
omvat onder meer het grootste civiele infrastructuur-
project in België, de Oosterweel verbinding, waarbij
Van Laere deel uitmaakt van de ROCO TM, het project
INEOS Project One, het toekomstige houten
hoofdkantoor van SD Worx, het nieuwe hoofdkantoor
van DEME Group en vier gemengde gebouwen in de
nieuwe wijk Nieuw-Zuid. De residentiële gebouwen
O’Sea in Oostende werden opgeleverd tot
tevredenheid van de klant. De gespecialiseerde
activiteiten van CFE in erfgoedrenovatie kenden een
Project overview
In deze gemengde marktomgeving kijkt het segment
Bouw & Renovatie met de nodige voorzichtigheid,
maar ook met vertrouwen, naar 2026. De dochter-
ondernemingen verwachten een lichte omzetgroei. In
België blijft een zorgvuldige selectie van nieuwe
opdrachten essentieel om de marges te behouden in
een nog steeds concurrerende markt. In Luxemburg
blijven de vooruitzichten gunstig, met name dankzij
aankomende projecten zoals Kennedy Park, die de
orderportefeuille zullen versterken. In Polen wordt een
geleidelijk herstel verwacht naarmate er meer kansen
ontstaan. Prioriteit wordt gegeven aan een strikte
selectie van nieuwe opdrachten, continue verbetering
van de operationele prestaties en een strikt risico-
management. Het segment is tevens van plan
opportuniteiten te grijpen in winstgevende niche-
markten, waar de expertise in de uitvoering van
complexe bouwprojecten een doorslaggevend
concurrentievoordeel vormt.
In Brussel werden zowel het residentiële project Park
Lane II voor Nextensa op de site Tour & Taxis als het
kantoorgebouw The Arch voor Cores Development
opgeleverd. De ingrijpende renovatie van het
toekomstige museum Kanal-Centre Pompidou
kende verdere vooruitgang, ondanks de technische
complexiteit die eigen is aan een project van deze
omvang. In de Europese wijk werden werken opgestart
voor de Europese Commissie aan Realex, hun nieuwe
conferentiecentrum, aan EQ, hun nieuwe directoraat-
generaal Migratie en Binnenlandse Zaken, evenals aan
Meeûs 29, Newton en Oasis, allemaal belangrijke
kantoorrenovaties. Ook de werken voor het residentiële
project Uni’Vert voor BPI Real Estate in Oudergem
gingen van start. In de Brusselse rand bouwt CFE het
nieuwe LCL-datacenter, waarbij de expertise van
MBG en VMA wordt gecombineerd voor respectievelijk
bouw en gebouwtechnieken. Daarnaast wordt ook het
kantoorcomplex Airport Business Center gerealiseerd
voor The House of Development. De werken werden
voortgezet aan het schoolproject M3K3 en de
studentenhuisvesting Erasme Campus in Anderlecht,
evenals aan de Prigogine mediaschool op de site
van RTBF en VRT in Schaarbeek.
SD Worx Antwerpen
Jaarverslag 2025 - CFE
18
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring 2025
Financiële staten
“Wat ons onderscheidt in de
markt, is onze identiteit als een
netwerk van regionale spelers
die dicht bij hun klanten staan,
maar ondersteund worden door
schaalbare expertise.”
Bruno Lambrecht, CEO Construction & Renovation
sterke groei, met onder meer de reconversie van de
Wasserijsite in Gent en de restauratie van de Sint-
Janskerk in Anzegem.
In Wallonië werden de werken voortgezet aan de
nieuwe onderzoeksfaciliteit van Full Life Technologies
in Gembloux, evenals aan de serre en het waterpark
van Pairi Daiza, die in 2026 zullen worden opgeleverd.
In Charleroi werden de werken gestart aan de nieuwe
productie-eenheid voor hoogspanningskabels van
Nexans, samen met VMA, en werden de werken aan
het kantoorproject Tirou 1 verdergezet. In Bergen
maakte het woonproject SHAPE aan het NAVO- militair
hoofdkwartier goede vooruitgang. Daarnaast werd
gestart met de bouw van een nieuwe productie-
eenheid voor farmaceutisch bedrijf UCB in Braine-
l’Alleud, genaamd UCB-B10. In Luik werden de werken
voortgezet aan het schoolproject Bavière en aan de
gemengde ontwikkeling Relais Grand Poste.
In Luxemburg kende de activiteit van CLE opnieuw
groei na twee jaar van marktdaling. Deze trend zal
zich naar verwachting in de komende kwartalen
verderzetten dankzij de opstart en versnelling van de
bouwplaatsen voor de nieuwe hoofdzetels van PwC
en van het Luxemburgse Rode Kruis, de residentiële
gebouwen op de site Rout Lëns in Esch-sur-Alzette,
het gemengde project Roots en het administratieve
gebouw voor CFL.
In Polen lag de activiteit lager door minder gunstige
marktomstandigheden in de logistieke en kantoor-
segmenten. Residentiële projecten voor BPI Real
Estate werden echter in een stabiel tempo voortgezet:
het project Chmielna Duo in Warschau en de eerste
twee residentiële gebouwen van het Cavallia -project
in Poznań werden opgeleverd, en de bouw van het
project Piano Forte in Warschau werd opgestart, met
oplevering gepland tegen eind 2026. Andere
residentiële projecten omvatten Osiedle Lumea in
Warschau en Vilda Arte in Poznań voor Bouygues
Immobilier Polska / Develia, evenals Żelazna 54 in
Warschau voor Matexi. De derde bouwfase van
Marina Royale – MiraMar in Darłowo voor POC
Partners is in uitvoering, evenals de tweede fase van
het project Neowo voor Yareal. Het uitbreidingsproject
van de American School of Warsaw werd opgeleverd
en de bouw startte van een nieuw attractie park van
6,7 hectare voor Momentum Leisure, voor wie reeds
drie Majaland-parken in Polen werden gerealiseerd.
Industriële projecten voor terugkerende klanten
Konsorcjum Stali en Saint- Gobain (waterstofstation)
in Zuid-Polen werden afgerond, evenals projecten
voor nieuwe industriële klant NiceDream in Gdańsk en
voor Volvo-Renault. Een eerste militair project werd
gerealiseerd voor MBDA in Czosnów. In het
retailsegment werd Kraków Designer Outlet
opgeleverd voor KG Group, met wie ook een ander
project loopt, ATUT in Ożarów Mazowiecki.
Croix Rouge LuxembourgPairi Daiza Brugelette
Park Lane II Brussel
Jaarverslag 2025 - CFE
19
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring 2025
Financiële staten
Newton Brussel Ineos Project One Antwerpen
Bruno: Voor 2026 verwachten we geen drastische
veranderingen. De markt zal waarschijnlijk niet abrupt
veranderen en geopolitieke onzekerheden kunnen
de omstandigheden zowel positief als negatief
beïnvloeden. Om veerkrachtig te blijven, blijven
risicobeheer, duurzaamheid en synergieën binnen de
groep onze leidraad. Onze geograsche spreiding —
met activiteiten in verschillende regio’s en segmenten
— biedt ons bescherming tegen lokale economische
schommelingen.
We blijven investeren in operationele excellentie door
best practices te delen en consistente management-
en uitvoeringsstandaarden in te voeren. We geloven
sterk in gestructureerde processen en in de kracht van
standaardisatie. We willen identiceren wat het beste
werkt binnen elke entiteit en dit overal toepassen.
Zorgvuldige selectie van nieuwe opdrachten, IT-tools
en de implementatie van ERP-systemen zijn hiervan
voorbeelden.
Een gelijkaardige aanpak geldt voor duurzaamheid.
We versterken onze expertise via een speciek
sustainability competence center, evenals via onze
afdelingen structurele engineering en onze interne
studiebureaus. Samen met de andere ondernemingen
binnen CFE creëren deze competenties een unieke
waardepropositie: we kunnen de volledige levens-
cyclus van een gebouw bestrijken, van ontwerp tot
onderhoud, en duurzaamheid in elke fase integreren.
Dit vormt een duidelijke onderscheidende factor.
Klanten waarderen steeds meer partners die niet
alleen efciënt kunnen bouwen, maar ook begrijpen
hoe de uitstoot over de volledige levensduur kan
worden verminderd, hoe de optimale systemen voor
kantoren of industriële sites kunnen worden
geselecteerd en hoe prestaties op lange termijn
kunnen worden gegarandeerd.
Wat ons op de markt onderscheidt, is onze identiteit
als een netwerk van regionale spelers die dicht bij hun
klanten staan, maar ondersteund worden door
schaalbare expertise. Onze technische diepgang,
gecombineerd met onze kennis op het vlak van
duurzaamheid, geeft ons geloofwaardigheid in
gesprekken waar klanten op zoek zijn naar oplossingen
op lange termijn, en niet enkel naar uitvoering op korte
termijn.
Chmielna Duo Warschau
Jaarverslag 2025 - CFE
20
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring 2025
Financiële staten
BSTOR Batterijpark
La Louvière
Fabien: Het segment Investeringen van CFE omvat
participaties in Green Offshore (50%), Deep C Holding
(50%) en GreenStor (50%).
De energieproductie van Green Offshore uit de
offshorewindparken Rentel en SeaMade bereikte
2,6 TWh. De productie in de tweede jaarhelft lag in lijn
met de verwachtingen, maar kon het effect van de
ongunstige weersomstandigheden in de eerste helft
van 2025 slechts gedeeltelijk compenseren.
De verkoop van industriële gronden door Deep C
Holding in Vietnam bedroeg 81,2 hectare. Het is daarbij
vermeldenswaard dat de dienstenactiviteiten sterk
presteerden, waarbij zowel de omzet als het bedrijfs-
resultaat al meerdere jaren gestaag groeien. De
goede operationele prestaties van Deep C Holding
werden echter gedeeltelijk gecompenseerd door de
impact van de waardedaling van de Amerikaanse
dollar op de aandeelhoudersleningen die in USD zijn
uitgedrukt.
GreenStor startte met de bouw van zijn derde
batterijpark met een capaciteit van 270 MWh, gelegen
in Aubange en ontwikkeld in samenwerking met
SOCOFE (15%) en SOPAER (10%). Dit park zou
operationeel moeten zijn tegen het vierde kwartaal
van 2026.
Investments
“Onze investerings-
portefeuille blijft stabiele
rendementen genereren,
ondersteund door
kwalitatief hoogwaardige
activa. ”
Fabien De Jonge, Chief Financial Ofcer
Jaarverslag 2025 - CFE
21
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring 2025
Financiële staten
Valérie: We blikken terug op een jaar waarin de
HR- functie aanzienlijk verder is ontwikkeld en dichter
bij de business is komen te staan, met een veel
sterkere focus op data, luisteren en de ontwikkeling
van onze medewerkers.
De campagne “How Are You?” (een enquête naar
medewerkersbetrokkenheid inclusief Net Promoter
Score) werd voor het vierde jaar op rij uitgerold en de
verzamelde data blijven onze people strategy voeden
met concrete actieplannen in elk van onze business
units. We integreerden het ABC-motivatiemodel,
waardoor we autonomie, betrokkenheid en
competentie nauwkeuriger kunnen meten. Daarnaast
ontwikkelden we meerdere datadashboards die ons
een duidelijker beeld geven van waarom mensen voor
ons kiezen en waarom ze bij ons blijven. Het doel is
eenvoudig: beter begrijpen wat onze medewerkers
motiveert en onze people strategy daarop
afstemmen, met bijzondere aandacht voor
talentretentie.
Een van de belangrijkste veranderingen dit jaar was
de lancering van Connect & Grow, een meer
gestructureerde manier van communiceren met onze
medewerkers. Deze vraag kwam rechtstreeks van de
medewerkers via de “How Are You?”- campagne: zij
wilden regelmatiger en constructiever feedback
ontvangen. In reactie daarop hebben we werkgroepen
opgericht en met tal van leidinggevenden gesproken
om te begrijpen hoe we hen kunnen ondersteunen bij
het versterken van prestaties op de werkvloer en het
beter begeleiden van de ontwikkeling van hun teams.
We introduceerden twee gestructureerde
Mensen
gesprekken per jaar voor elke medewerker, en dit zal
een van de belangrijkste projecten van volgend jaar
worden. Tegelijk digitaliseerden we het talent-
reviewproces, waardoor we meer zicht krijgen op
ontwikkelingspaden en een veel bredere groep
leidinggevenden wordt betrokken — niet langer alleen
de directiecomités zoals vroeger.
De ontwikkeling van talent bleef centraal staan. Onze
CFE Academy kreeg een grondige vernieuwing met
nieuwe inhoud die aansluit bij de evoluerende
behoeften van onze organisatie. De Academy bevat
nu ook AI-gestuurde leerfunctionaliteiten die helpen
om programma’s beter af te stemmen op individuele
behoeften. Het programma Leading for Good loopt
verder in 2026 en zal worden uitgebreid met een nieuw
luik rond impactvolle communicatie: hoe leiders
duidelijke doelstellingen kunnen formuleren voor hun
teams en effectieve, gestructureerde feedback
kunnen geven. Daarnaast starten we volgend najaar
opnieuw met het Future Leaders-programma in
samenwerking met Vlerick, met 25 nieuwe deelnemers.
Rekrutering en talentaantrekking bleven een grote
uitdaging in een krappe arbeidsmarkt. We hebben
dit jaar veel nieuwe medewerkers aangeworven en
bereiden nu een sterke employer branding-
campagne voor om onze zichtbaarheid te vergroten.
Daarnaast werken we samen met onze sector-
federaties om meer mensen naar onze sector toe
te leiden.
Welzijn blijft essentieel. We bekijken veiligheid in de
brede zin van het woord, zowel op het vlak van
“Onze ambitie blijft
onveran derd: onze
businessactiviteiten onder-
steunen door mensen te
ontwikkelen, leiderschap te
versterken en een mens-
gerichte cultuur op te
bouwen. Dit alles onder-
steund door een moderne,
datagedreven HR-functie
die nauw verbonden is met
onze strategie.”
Valérie Van Brabant,
Chief People Ofcer
psychologische als fysieke integriteit van iedereen
binnen de organisatie. In dat kader hebben we een
charter ondertekend en uitgerold binnen de
organisatie dat iedereen aanmoedigt om zichzelf te
kunnen zijn. Een ander belangrijk element om gelijke
kansen te bevorderen is de invoering van pay
transparency. Medewerkers verwachten meer
duidelijkheid over verloning en carrièremogelijkheden,
en we bereiden ons voor om hierover transparanter en
consistenter te communiceren.
Onze ambitie blijft onveranderd: onze business-
activiteiten ondersteunen door mensen te ontwikkelen,
leiderschap te versterken en een mensgerichte cultuur
uit te bouwen. Dit alles wordt ondersteund door een
moderne HR-functie, datagedreven en nauw
verbonden met onze strategie.
Jaarverslag 2025 - CFE
22
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring 2025
Financiële staten
Isabelle: Europa evolueert naar een meer
pragmatische benadering van duurzaamheid, met
als doel de Green Deal te vereenvoudigen. Wij werkten
al op deze manier — met focus op concrete acties in
plaats van louter administratieve rapportering — en
deze evolutie bevestigt onze aanpak.
We hebben onze rol als katalysator voor de sector
versterkt door actief te blijven in belangrijke
verenigingen zoals de Belgian Green Building Council
(BGBC), de Belgian Alliance for Construction (BA4C)
en ESG-werkgroepen binnen de federaties UPSI en
VBA. De lancering van de eerste Low-Carbon
Barometer vormde een belangrijke mijlpaal. Deze
toont een duidelijke ambitie voor de net-zero-transitie
en bevestigt tegelijk dat er in de markt een consensus
bestaat over de nood aan een duidelijk wettelijk kader
dat voor gelijke concurrentievoorwaarden zorgt.
Het jaar 2025 werd opnieuw gekenmerkt door
emblematische projecten waarin we onze
duurzaamheids kennis inzetten. Projecten zoals The
Arch, EQ en Kanal tonen onze expertise op het vlak van
grootschalige renovatie en het hergebruik van
bestaande materialen en structuren. De voortdurende
transformatie van de site Tour & Taxis illustreert onze
ambitie om steden te helpen bij het heruitvinden en
herbestemmen van ruimtes, waarbij historische
locaties worden omgevormd tot moderne, gemengde
en duurzame stadswijken. In Luxemburg blijven we de
grenzen verleggen op het vlak van biogebaseerde
materialen in projecten zoals Roots, Rout Lëns en het
toekomstige Kennedy Park-project, dat duurzame
bouw naar een nieuw niveau zal tillen. We blijven de
renovation-rst-benadering versterken, ondersteund
door hout en andere koolstofarme materialen, terwijl
we ook nieuwe oplossingen die op de markt
verschijnen integreren.
Een belangrijke pijler van onze duurzaamheids-
strategie is de uitwisseling van expertise binnen de
Groep via het Sustainability Knowledge Center. Dit
centrum omvat zowel experten die onze projecten
ondersteunen als een gecentraliseerd digitaal
platform dat toegankelijk is voor iedereen. Het
knowledge center verzamelt nieuwe best practices,
bundelt innovatieve materialen in een materialenlijst
en bevat een vergelijkingstool voor CO
2
-uitstoot en
prijsberekeningen. Het doel is om klanten al vanaf het
begin van hun projecten te helpen bij het integreren
van bewezen duurzame optimalisaties.
In 2025 hebben we ons Bazaar-platform open-
gesteld voor bijna 100 externe partners, waardoor
zij gebruik kunnen maken van het platform voor
materiaal uitwisseling en het hergebruik van
materialen op grotere schaal wordt bevorderd.
We blijven op koers om onze doelstellingen voor 2030
te behalen en liggen zelfs licht voor op schema, onder
meer dankzij de belangrijke vooruitgang in de
elektricatie van ons wagenpark — de grootste bron
van onze uitstoot. Tegelijk zetten we de implementatie
van de CO
2
-Prestatieladder binnen de Groep voort
en onderzoeken we de mogelijkheid om een
certicering op groepsniveau te behalen, terwijl we
steeds de nadruk blijven leggen op de onderliggende
acties eerder dan op het label zelf.
Duurzaamheid
“We blijven de renovation-
first-benadering
versterken, ondersteund
door hout en andere
koolstofarme materialen,
terwijl we ook nieuwe
oplossingen die op
de markt verschijnen
integreren.”
Isabelle De Bruyne,
Chief Sustainability Ofcer
Kanal - Centre Pompidou Brussel
Jaarverslag 2025 - CFE
23
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring 2025
Financiële staten
IT, digitalisering &
innovatie
“Vooruitkijkend naar 2026
blijft het belangrijk om
technologische trends
nauwgezet op te volgen
om onze toekomstige
strategie vorm te geven.
We leggen nu al de
basis voor cybersecurity,
AI-gereedheid en
datakwaliteit, als
fundament voor wat de
toekomst brengt.”
Hans Van Dromme,
Chief Information Ofcer
Hans: In 2025 zette de organisatie belangrijke
stappen in de modernisering van haar technologie-
landschap. Een belangrijke mijlpaal was de
transformatie van het netwerk, waarbij werd
gekozen voor één gespecialiseerde partner voor
zowel netwerkbeheer als beveiliging. Dit resulteerde in
een meer gestandaardiseerde en beter beveiligde
omgeving, wat essentieel is in een sector waar veel
partners nauw samenwerken en de blootstelling aan
cyberdreigingen toeneemt. Daarnaast versterkte het
team de cyberweerbaarheid door tabletop-
oefeningen met het management te organiseren. Op
deze manier wordt het leiderschap actief betrokken
bij het anticiperen op en beheren van mogelijke
beveiligingsscenario’s.
Een andere belangrijke mijlpaal was de migratie
naar Windows 11. Alle toestellen werden geïntegreerd
in Microsoft Intune, waardoor beleidsregels centraal
kunnen worden toegepast en updates efciënt
binnen de hele organisatie kunnen worden uitgerold.
Dit betekende een duidelijke vooruitgang op het vlak
van endpointbeheer en consistentie.
Ook het meerjarige ERP-programma maakte
verdere vooruitgang en zal een belangrijke hefboom
vormen voor efciëntie en datakwaliteit.
Articiële intelligentie zette in 2025 een belangrijke
stap vooruit. Honderden medewerkers gebruiken
vandaag dagelijks AI-toepassingen om hun
persoonlijke efciëntie te verhogen, terwijl meer
geavanceerde initiatieven werden opgestart om
specieke bedrijfsprocessen te ondersteunen, zoals
aanbestedingen en contractbeheer. De onderneming
investeerde ook aanzienlijk in het versterken van haar
datafundamenten. Er werd een robuust dataplatform
opgezet als toekomstige data lake en de eerste
toepassingen — zoals HR-rapportering en centrale
applicaties — zijn reeds operationeel.
Vooruitkijkend naar 2026 blijft het belangrijk om
technologische trends nauwgezet op te volgen om
onze toekomstige strategie vorm te geven. We zullen
onze AI-strategie blijven uitrollen langs drie pijlers:
medewerkers efciënter laten werken, steeds meer
geïntegreerd raken in bedrijfsapplicaties en pilots
ondersteunen voor kritieke bedrijfsprocessen. Onze
focus op cybersecurity blijft onverminderd groot,
waarbij we een zorgvuldige balans bewaren tussen
sterke bescherming en gebruiksgemak.
Jaarverslag 2025 - CFE
24
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring 2025
Financiële staten
Legal & Compliance
beperken voordat ze zich voordoen. Dit ondersteunt
het vermogen van de organisatie om te navigeren in
een steeds complexer wordend regelgevings- en
juridisch landschap.
Voortdurende investeringen in talentontwikkeling,
competenties en leiderschap binnen Legal &
Compliance functie blijven een prioriteit om de
continuïteit en uitmuntendheid op lange termijn te
waarborgen. Legal & Compliance zal tevens blijven
inzetten op het versterken van de juridische kennis en
bewustwording van interne stakeholders via gerichte
opleidingen en initiatieven die duurzame
partnerschappen met de verschillende
businessactiviteiten van de Groep bevorderen. Door
de organisatie te ondersteunen bij het vertalen van
regelgevende complexiteit naar duidelijke richtlijnen
en door toekomstige uitdagingen tijdig te anticiperen,
zal Legal & Compliance haar rol als proactieve en
toekomstgerichte facilitator van duurzame groei
verder consolideren.
Philippine: Na de herlancering en harmonisering van
het complianceprogramma en de procedures van de
Groep in 2024, heeft de compliancefunctie in 2025
belangrijke vooruitgang geboekt in het integreren van
governancevereisten in de dagelijkse bedrijfsvoering.
Deze aanpak zorgt ervoor dat wettelijke verplichtingen
niet alleen worden nageleefd, maar ook naadloos
worden geïntegreerd in de werking van de
organisatie, wat de wendbaarheid en groei van
de onderneming ondersteunt.
Daarnaast werd de betrokkenheid van de juridische
functie bij risicoanalyses en besluitvorming inzake
belangrijke projecten verder versterkt. De Legal
Board heeft zich verder ontwikkeld tot een
doeltreffend platform voor samenwerking,
kennisdeling en de exibele inzet van juridische
expertise binnen de Groep. De vroege betrokkenheid
van Legal bij strategische initiatieven heeft geleid tot
een meer proactieve risicobeheersing en heeft
bijgedragen aan waardecreatie, waardoor de
positionering van de juridische functie als een
volwaardige business partner verder werd versterkt.
Vooruitkijkend naar 2026 zal Legal & Compliance zich
meer richten op anticiperen door proactieve en
voorspellende risicobeheerpraktijken te verbeteren.
Door gebruik te maken van data-gedreven inzichten
en nauw samen te werken met interne stakeholders,
streeft de afdeling ernaar risico’s te identiceren en te
“Met het oog op 2026 zal het prioriteren van
investeringen in de competenties van onze teams
en in de juridische expertise van onze interne
stakeholders de juridische functie positioneren
als een gewaardeerde strategische partner. Door
risico’s te anticiperen en een proactief risicobeheer
te integreren in onze dagelijkse activiteiten, zullen wij
de business blijvend kunnen ondersteunen in haar
ontwikkeling, zonder deze te belemmeren.”
Philippine De Wolf, General Counsel
Jaarverslag 2025 - CFE
25
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring 2025
Financiële staten
Safety
een gevaarlijke situatie vaststellen. Dit bevordert
open dialoog en gezamenlijke risicobeoordeling.
Aangezien veel incidenten het gevolg zijn van
vermijdbaar gedrag, werd ook meer aandacht
besteed aan menselijke factoren. Dit werd
ondersteund door krachtige getuigenissen over
reële ongevallen, die aanzetten tot reectie en
voortdurende waakzaamheid.
Voor 2026 zal de onderneming verder bouwen op
deze dynamiek, onder meer door de geleidelijke
invoering van het verplicht dragen van hand-
schoenen in alle entiteiten om risico’s voor handen
verder te verminderen. Het Time to Stop-programma
zal worden uitgebreid, met een diepgaandere
analyse van stopzettingssituaties om het leerproces
te versterken.
Daarnaast zal in 2026 het Workplace Well-Being
Knowledge Center worden opgericht, dat een
groepsbrede referentie moet worden op het vlak van
preventie en welzijn, ten dienste van zowel interne als
externe medewerkers.
Christian: In 2025 bleef de onderneming haar
veiligheidscultuur versterken via verschillende
initiatieven die erop gericht zijn preventie nog sterker
te verankeren in de dagelijkse activiteiten. Dankzij de
inzet en aandacht van alle betrokkenen werden
duidelijke verbeteringen gerealiseerd, zowel op het
vlak van frequentiegraad als ernstgraad. Het jaar
werd afgesloten met een frequentiegraad van 11,4
en een ernstgraad van 0,35, wat de voortdurende
inspanningen weerspiegelt om incidenten en hun
impact te verminderen. Daarnaast werd 86% van
de geplande veiligheidsbezoeken door het
management uitgevoerd.
Opleiding maakte een belangrijke sprong vooruit
met de introductie van een virtual reality
streamingstudio. Hierdoor kunnen teams leren
via immersieve en realistische scenario’s die de
aandacht verscherpen en veiligheidsregels
versterken.
Ook collectieve bescherming werd verder versterkt,
met een gestructureerde aanpak voor het
identiceren, inzetten en opvolgen van beschermings-
middelen om een consistent veiligheidsniveau op alle
werven te garanderen. Operationele standaarden
verbeterden door gerichte acties rond orde en
netheid, wat helpt om ongevallen te verminderen en
de werkomstandigheden te verbeteren.
De Time to Stop-campagne gaf medewerkers meer
autonomie om activiteiten stop te zetten wanneer zij
“In 2025 bleef de onderneming haar
veiligheidscultuur versterken via verschillende
initiatieven die erop gericht zijn preventie nog
sterker te verankeren in de dagelijkse activiteiten.”
Christian Simenon, Head of Safety
Jaarverslag 2025 - CFE
26
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring 2025
Financiële staten
Next generations
deserve new heroes
who change what
needs to be changed.
Jaarverslag 2025 - CFE
27
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring 2025
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
28
Beheersverslag
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
29
INHOUDSOPGAVE
I. Statutaire jaarrekening 30
1. Kapitaal en aandeelhouderschap 30
2. Toelichtingen bij de statutaire jaarrekening 30
2.1. Financiële positie op 31/12/2025 30
2.2. Bestemming van het resultaat 31
2.3. Vooruitzichten 2026 31
2.4. Voornaamste risico’s en onzekerheden 31
2.5. Belangrijke gebeurtenissen na balansdatum 31
2.6. Financiële instrumenten 31
2.7. Informatie 31
II. Geconsolideerde jaarrekening 33
1. Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening 33
1.1. Financiële positie op 31/12/2025 33
1.2. Belangrijkste risico’s 39
1.3. Belangrijke gebeurtenissen na balansdatum 49
1.4. Onderzoek en ontwikkeling 49
1.5. Financiële instrumenten 49
1.6. Vooruitzichten 2026 49
III. Verklaring van deugdelijk bestuur 51
1. Referentiecode 51
2. Raad van Bestuur en zijn Comités 51
2.1. Raad van Bestuur 51
2.2. Rol van de Voorzitter van de Raad van Bestuur 55
2.3. Aanwezigheden, werking en bevoegdheden
van de Raad van Bestuur 55
3. Comités van de Raad van Bestuur 56
3.1. Het Auditcomité 56
3.2. Het Benoemings- en Remuneratiecomité 57
4. Het Executief Comité 57
5. Diversiteitsbeleid 60
6. Belangenconicten 60
7. Externe en interne controle en risicobeheer 60
7.1. Externe controle 60
7.2. Interne controle 60
7.3. Interne controle en systemen voor risicobeheer 61
8. Structuur van het aandeelhouderschap 64
9. Afwijkingen van de Code 2020 64
IV Remuneratieverslag 65
1. Remuneratiebeleid 65
1.1. Governance – Procedure 65
1.2. Remuneratiebeleid voor de niet-uitvoerende
bestuurders 65
1.3. Remuneratiebeleid voor de CEO 66
1.4. Remuneratiebeleid voor de leden van
het Executief Comité 67
1.5. Mandaten in de dochterondernemingen 67
1.6. Wijzigingen sinds het vorige remuneratiebeleid 67
1.7. Stemming van de aandeelhouders 67
2. Remuneratieverslag 68
2.1. Remuneratie van de niet-uitvoerende bestuurders 68
2.2. Remuneratie van de CEO en de leden
van het Executief Comité in 2025 68
2.3. Ontslagvergoedingen 70
2.4. Jaarlijkse evolutie van de remuneratie en
de prestaties van de Vennootschap 70
Denities 72
V Duurzaamheidsverklaring 72
1. Algemeen 74
1.1. Basis voor de voorbereiding 74
1.2. GOV-4 & 5 Risico en due diligence 78
1.3. SBM-1 Strategie, businessmodel en waardeketen 79
1.4. SBM-2 Belangen en opvattingen van stakeholders 83
1.5. SBM-3 Materiële impacts, risico’s en opportuniteiten
en de wisselwerking daarvan met de strategie en het
businessmodel 87
1.6. IRO-1 en 2 Dubbele materialiteitsanalyse 91
1.7. Organisatie van rollen en verantwoordelijkheden voor
duurzame ontwikkeling (GOV-1, 2 en 3) 94
2. Milieu-informatie 96
2.1. Informatie met betrekking tot de Europese
Taxonomie (overeenkomstig artikel 8 van
Verordening 2020/852) 96
2.2. ESRS E1: Klimaatverandering 105
3. Sociale informatie 122
3.1. ESRS S1: Eigen personeel 122
3.2. ESRS S2: Werknemers in de waardeketen 130
4. Informatie over de governance 135
4.1. ESRS 2 IRO-1: beschrijving van de processen
om materiële impacts, risico’s en opportuniteiten
in kaart te brengen en te analyseren 135
4.2. Beleid voor een verantwoorde bedrijfscultuur 135
4.3. Speciekedoelstellingenenopvolgingvandeze
beleidsregels 137
5. Bijlagen 140
5.1. Signicantegebeurtenissenenwijzigingenin
omstandigheden 140
5.2. Bijlage 1: Lexicon en afkortingen 140
5.3. Bijlage 2: Lijst met referenties 143
5.4. Bijlage 3: Lijst met weggelaten informatie 144
5.5. Bijlage 4: Lijst met datapunten afkomstig uit andere
wetgevingen van de EU 145
5.6. Bijlage 4: Verslag van de bedrijfsrevisor 150
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
30
Geachte aandeelhouders,
Wij hebben de eer u verslag uit te brengen over de activiteit van onze Vennootschap in het voorbije boekjaar en u de op
31 december 2025 afgesloten statutaire en geconsolideerde jaarrekeningen ter goedkeuring voor te leggen. Overeenkomstig
artikel 3:32, §1, laatste lid van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (“WVV”) zijn de jaarverslagen over de
enkelvoudige en geconsolideerde jaarrekeningen gecombineerd tot één enkel verslag.
I. STATUTAIRE JAARREKENING
1. Kapitaal en aandeelhouderschap
Bij het afsluiten van het boekjaar bedroeg het maatschappelijk kapitaal 8.135.621,14 euro, vertegenwoordigd door 25.314.482
aandelen zonder vermelding van nominale waarde. Alle aandelen zijn volledig volgestort. Elk aandeel geeft recht op één stem.
Er zijn geen houders van effecten met bijzondere controle- of stemrechten.
Bij het afsluiten van het boekjaar 2025 zijn de aandeelhouders die 5% of meer bezitten van de stemrechten van de effecten die
zij aanhouden:
Ackermans & van Haaren SA
Begijnenvest, 113, B-2000 Antwerpen (België)
15.725.684 effecten (62,12%)
VINCI Construction SAS
1973 Boulevard de la Defense, F-92000 Nanterre (Frankrijk)
3.066.460 effecten (12,11%)
2. Toelichtingen bij de statutaire jaarrekening
2.1. Financiële positie op 31/12/2025
Resultatenrekening van CFE NV (volgens Belgische normen)
In duizend euro 2025 2024
Bedrijfsopbrengsten 17.337 17.854
Bedrijfskosten (23.749) (22.009)
Bedrijfsresultaat (6.412) (4.155)
Financiële opbrengsten 22.433 21.869
Financiële kosten (7.190) (11.063)
Resultaat van het boekjaar vóór belastingen 8.831 6.651
Belastingen op het resultaat 6 (9)
Resultaat van het boekjaar 8.837 6.642
HetnanciëleresultaatomvatvoornamelijkdedividendenvandelialenBPIRealEstateBelgium(8miljoeneuro)CFEContracting
(7miljoeneuro)enGreenOffshore(2.250miljoeneuro)gedeeltelijkgecompenseerddoornancieringskostenvandenanciële
schulden.
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
31
Balans van CFE NV na winstverdeling (volgens Belgische normen)
In duizend euro 2025 2024
Activa
Vaste activa 318.002 314.109
Vlottende activa 99.496 104.415
Totaal der activa 417.498 418.524
Passiva
Eigen vermogen 135.566 139.043
Voorzieningen voor risico's en kosten 4.364 3.988
Schulden op meer dan één jaar 70.301 105.355
Schulden op ten hoogste één jaar 207.267 170.137
Totaal van de passiva 417.498 418.524
Op 31 december 2025, bedragen de schulden op meer dan één jaar 70,3 miljoen euro die de opgenomen bedragen op de
bevestigde kredietlijnen (40 miljoen euro) en de handelspapieren (30 miljoen euro) omvatten.
2.2. Bestemming van het resultaat
Winst van het boekjaar 2025 8.836.514 euro
Overgedragen winst 7.971.721 euro
Te bestemmen winst 17.228.871 euro
Toevoeging aan overige reserves 1.826.959 euro
Onttrekking aan de vrijgestelde reserves 420.635 euro
Uit te keren winst 12.313.241 euro
Over te gedragen winst 3.088.671 euro
2.3. Vooruitzichten 2026
Het resultaat van het boekjaar 2026 zal in grote mate afhangen van de belangrijkste dochtervennootschappen van CFE, namelijk
CFE Contracting, BPI Real Estate Belgium, Deep C Holding en Green Offshore uitgekeerde dividenden.
2.4. Voornaamste risico’s en onzekerheden
Wij verwijzen naar hoofdstuk II.1.2 van de geconsolideerde jaarrekening.
2.5. Belangrijke gebeurtenissen na balansdatum
Sinds31december2025hebbenerzichgeenbelangrijkewijzigingenvoorgedaanindenanciëleencommerciëletoestandvanCFE.
Wij verwijzen bovendien naar sectie II.3 van de geconsolideerde jaarrekening.
2.6. Financiële instrumenten
DeVennootschapgebruiktnanciëleinstrumentenmethetoogoprisicobeheer.Hetbetreftmeerbepaaldnanciële
instrumenten die uitsluitend bedoeld zijn om de risico’s van de schommelingen van de rentevoeten te beheren. De tegenpartijen
in de overeenkomstige transacties zijn uitsluitend Europese banken van eerste rang.
2.7. Informatie
Onderzoek en ontwikkeling
De vennootschap heeft geen onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteit.
Bijkantoren
Bij het afsluiten van het boekjaar 2025 heeft de Vennootschap nog louter CFE Tunisie als bijkantoor (“vestigingseenheid”).
Dit bijkantoor heeft al sinds enkele jaren geen operationele activiteit meer.
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
32
Bijkomende bezoldiging van de commissaris
EY Bedrijfsrevisoren BV heeft 168.135 euro ontvangen als forfaitaire vergoeding voor de wettelijke controle.
Met toepassing van artikel 3:65, §3 WVV delen wij u ook mee dat een bedrag van 184.765 euro werd betaald aan EY Bedrijfsrevisoren
BV als vergoeding voor uitzonderlijke prestaties of bijzondere opdrachten. Dit bedrag is als volgt verdeeld:
• Andere opdrachten (inclusief de opdracht om de duurzaamheidsinformatie te waarborgen): 137.940 euro
• Andere opdrachten buiten de controleopdracht: 46.825 euro.
Overige informatie krachtens het WVV en de wet op de openbare overnamebiedingen
• Artikel7:96§1WVV:Debelangenconictenregelingzoalsvoorgeschrevendoorartikel7:96WVVdiendeniettewordentoegepast
in het boekjaar 2025.
• Artikel 7:97,§4/1, al. 4 WVV: Tijdens het boekjaar 2025 vonden geen verrichtingen tussen de Vennootschap en haar verbonden
vennootschappen plaats die de toepassing zouden hebben vereist van dit artikel.
• Artikel 7:220 WVV: Op 29 november 2024 heeft de Raad van Bestuur besloten om opnieuw een programma voor de inkoop van
eigen aandelen te lanceren voor een maximum van 200.000 aandelen, binnen de grenzen van de (hernieuwde) machtiging
om eigen aandelen van de Vennootschap in te kopen, zoals verleend door de buitengewone algemene vergadering van 2 mei
2024. Dit nieuwe inkoopprogramma is op 14 januari 2025 van start gegaan en werd vervroegd afgesloten op 7 oktober 2025. Per
31 december 2025 hield CFE 688.000 eigen aandelen aan. Dit is 2,7% van het kapitaal.
• Artikel 7:202 WVV: momenteel beschikt de Vennootschap niet langer over een machtiging die de Raad van Bestuur toestaat het
kapitaal te verhogen volgens de voorwaarden van artikel 7: 202 WVV
• Artikel 74, §7 van de wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen: per 31 december 2025 heeft de Vennootschap
geen kennisgeving ontvangen in de zin van dit artikel 74,§7.
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
33
II. GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
1. Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening
1.1. Financiële positie op 31/12/2025
A. Kerncijfers
(in miljoen euro) 2025 2024 Variatie
Omzet 1.041,6 1.182,2 -11,9%
EBITDA
In % van de omzet
63,0
6,0%
49,9
4,2%
+26,3%
Bedrijfsresultaat (EBIT)
In % van de omzet
44,9
4,3%
32,0
2,7%
+40,3%
Resultaat - deel van de groep
In % van de omzet
33,5
3,2%
24,0
2,0%
+39,6%
Resultaat per aandeel (deel van de groep) (in euro) 1,36 0,97 +40,2%
(in miljoen euro) 2025 2024 Variatie
Eigen vermogen - deel groep 264,0 247,8 +6,5%
Nettonanciëleschuld -43,8 41,7 -205,0%
Orderboek 1.632,6 1.646,3 -0,8%
B. Algemeen overzicht
In 2025 bedraagt de omzet 1.041,6 miljoen euro, een daling met 11,9% tegenover het vorige boekjaar. De terugval in de activiteit doet
zich voornamelijk voor bij de Belgische en Poolse bouwentiteiten en bij MOBIX. De economische context blijft moeilijk.
De operationele kasstroom bereikt voor het tweede jaar op rij een historisch record, namelijk 113,3 miljoen euro, een stijging met
28 miljoen euro tegenover 2024. Deze sterke prestatie wordt verklaard door het niveau van de EBITDA (63 miljoen euro) en de
duidelijke verbetering van de werkkapitaalbehoefte.
Het bedrijfsresultaat (EBIT) bedraagt 44,9 miljoen euro, een stijging met 40,3% tegenover 31 december 2024. De segmenten Bouw
& Renovatie en Vastgoedontwikkeling hebben hier weliswaar aanzienlijk toe bijgedragen, deels gecompenseerd door de lagere
resultaten van MOBIX.
Het nettoresultaat (deel van de Groep) bedraagt 33,5 miljoen euro.
Het eigen vermogen bedraagt 264 miljoen euro per 31 december 2025, een stijging met 6,5% tegenover 31 december 2024. Het
rendement op eigen vermogen (ROE) bedraagt 13,5%, (10,1% in 2024).
CFEisgeëvolueerdvaneennettonanciëleschuldvan41,7miljoeneuroper31december2024naareennettonancieeloverschot
van 43,8 miljoen euro. Deze opmerkelijke evolutie is te danken aan het recordniveau van de operationele kasstroom.
CFE NV, de moedermaatschappij van de groep, en haar dochterondernemingen BPI Real Estate Belgium en BPI Real Estate
Luxembourg beschikken samen over 250 miljoen euro bevestigde kredietlijnen, die per 31 december 2025 voor 43 miljoen euro
werden gebruikt. Alle bankconvenanten worden nageleefd.
Het orderboek bedraagt 1,63 miljard euro en blijft daarmee stabiel tegenover 31 december 2024. De situatie is niet dezelfde voor
de verschillende divisies van de Groep: het orderboek neemt toe bij VMA, maar daalt in de Belgische en Poolse Bouw & Renovatie-
activiteiten. Het orderboek van CLE en MOBIX blijft stabiel.
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
34
C. Analyse per segment
Vastgoedontwikkeling
KERNCIJFER
(in miljoen euro) 2025 2024 Variatie
Omzet 76,7 125,7 -39,0%
Bedrijfsresultaat (EBIT) 14,5 8,5 70,6%
Resultaat - deel van de groep 12,0 8,0 50,0%
Nettonanciëleschuld 54,6 95,4 -42,8%
Evolutie van het uitstaand vastgoedbestand
Verdeling volgens de fase van projectontwikkeling
(in miljoen euro) 2025 2024
Commercialiseringsbestand 10 11
Bouwbestand 57 48
Ontwikkelingsbestand 153 197
Totaal 220 256
Verdeling per land
(in miljoen euro) 2025 2024
België 68 82
Groothertogdom Luxemburg 101 112
Polen 51 62
Totaal 220 256
Het uitstaand vastgoedbestand bedraagt 220 miljoen euro per 31 december 2025, een daling met 14,1% tegenover 31 december
2024. De verkoopwaarde van projecten in ontwikkeling (naar aandeel) wordt geschat op 1,62 miljard euro, hetzij 358.000 m² waarvan
76.000 m² in aanbouw is.
Nieuwe acquisitie
In oktober 2025 verwierf BPI Real Estate Polen, in samenwerking met een partner, een kantoorgebouw van 20 verdiepingen
(10.000 m²) in het hart van Warschau. Het gebouw is momenteel bijna volledig verhuurd. Op termijn is het de bedoeling om het
gebouw om te vormen tot een hoogwaardige woontoren in het kader van een duurzame herbestemmingsstrategie.
Projecten in studiefase
BELGIË
In de wijk rond het station Brussel-Zuid werden de stedenbouwkundige en milieuvergunningen voor het gemengde project
Move’Hub (55.000 m², waarvan 38.000 m² kantoren) verkregen, maar hiertegen werd een beroep tot nietigverklaring ingesteld.
In Ottignies-Louvain-la-Neuve werd in september 2025 de stedenbouwkundige vergunning afgeleverd voor het Samaya-project.
Dezeisuitvoerbaarendenitief.Detoekenningvandestedenbouwkundigevergunningvormteencrucialestapinderealisatievandit
ambitieuze vastgoedproject van 88.600 m², dat op termijn 680 wooneenheden zal omvatten, evenals 17.000 m² aan handelsruimten,
diensten, collectieve woonvormen, kantoorruimten en gemeenschapsvoorzieningen, waaronder een school. Deze voormalige
industriële site zal worden omgevormd tot een levendige en duurzame wijk op wandelafstand van het station van Ottignies.
LUXEMBURG
Op de site van het Kennedy Park (Plateau Kirchberg) heeft BPI Real Estate in juni een langlopende huurovereenkomst gesloten met
het advocatenkantoor Linklaters voor bijna 5.500 m² kantoorruimte. Deze overeenkomst toont aan hoe aantrekkelijk dit project is
voor potentiële huurders die op zoek zijn naar gebouwen die zowel op het vlak van duurzaamheid en decarbonisatie alsook qua
ligging uitblinken. Twee derde van de 55.000 m² kantoorruimte is daarmee al voor een lange termijn voorverhuurd, terwijl gestart is
met de afbraak van de oude gebouwen.
De gerichte wijziging van het Bijzonder Plan van Aanleg is eind oktober 2025 in behandeling genomen door het college van
schepenen en zal vóór eind maart 2026 aan de gemeenteraad worden voorgelegd, nadat het advies van het ministerie van
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
35
Binnenlandse Zaken is ontvangen. De gerichte wijziging zal de ontwikkeling op de site mogelijk maken van ongeveer 18.000 m² extra,
verspreid over drie gebouwen met residentiële functies (wooneenheden, co-living en een hotel).
POLEN
In Poznan heeft BPI Real Estate de vergunningen ontvangen voor de bouw van respectievelijk 399 en 644 wooneenheden op de sites
van Cavallia en PanoramiQa. De (gefaseerde) werken gaan van start in het eerste semester van 2026.
In Gdansk werd de bouwvergunning voor 141 wooneenheden begin 2026 ontvangen.
Opstart van de bouwwerkzaamheden en de verkoop van nieuwe projecten
BELGIË
Op de Brouck’R-site in het centrum van Brussel zijn BPI Real Estate en haar partner gestart met de tweede fase van de
herontwikkeling van het project, die betrekking heeft op de commercialisatie en de bouw van 97 wooneenheden. De verkoop
verloopt vlot met meer dan de helft van de wooneenheden verkocht. De opstart van de derde en laatste fase is gepland voor de
zomer 2026 (76 wooneenheden en 130 studentenkamers).
In Oudergem werd de verkoop en de bouw van het residentieel project Uni’Vert opgestart. Dit project van 10.000 m² omvat 75
hoogwaardige wooneenheden. De verkoop verloopt naar wens. De Raad van State heeft het beroep dat werd aangetekend tegen
destedenbouwkundigevergunningafgewezen.Dezeisdusuitvoerbaarendenitief.
BPI Real Estate en haar partners zijn gestart met de bouw van een schoolgebouw op de site Bavière in Luik. In maart 2025 werd deze
verkocht in het kader van een VEFA (Vente en Etat Futur d’Achèvement of verkoop in toekomstige staat van oplevering) aan de
provincie Luik.
LUXEMBURG
In Belval zijn BPI Real Estate en haar partner gestart met de bouw van het project ROOTS in juli 2025. Het gaat om een gemengd
project bestaande uit 6.000 m² kantoorruimte, 102 wooneenheden (waarvan 40% verkocht is) en handelsruimten.
POLEN
In Warschau is BPI Real Estate gestart met de bouw van het residentieel project Piano Forte
(10.000 m², 100 wooneenheden). Meer dan 30% van dit project is reeds verkocht. Het gebouw zal eind 2026 worden opgeleverd. In het
vierde kwartaal van 2025 heeft BPI Real Estate 40% van het project verkocht aan Compagnie du Bois Sauvage.
Residentiële projecten in aanbouw of opgeleverd in 2025
BELGIË
BPI Real Estate en haar partner zetten de bouw van de eerste fase van het project Brouck’R voort. Deze bestaat voornamelijk uit twee
kantoorgebouwen die in toekomstige staat van oplevering werden overgedragen aan de Nationale Loterij: het eerste (6.800 m²)
eind 2024 en het tweede (4.500 m²) in juni 2025.
De grootschalige renovatie van het EQ-kantoorgebouw (20.000 m²) vordert goed. Op 23 oktober 2025 heeft de Europese Commissie
een vruchtgebruikovereenkomst voor 23 jaar ondertekend voor alle kantoorruimten in het gebouw. De jaarlijkse vergoeding
bedraagt7,2miljoeneuro,geïndexeerd.HetgebouwbeoogtdecerticeringenBREEAMOutstandingenWELLCoreGold.
In Antwerpen werd in het derde kwartaal het residentieel complex John Martin’s (10.000 m²) opgeleverd en in blok verkocht aan ION
Residential Platform.
LUXEMBURG
In Mertert heeft BPI Real Estate de vierde en laatste fase van het project Domaine des Vignes opgeleverd eind 2025. Meer dan 90%
hiervan is reeds verkocht.
POLEN
BPI Real Estate heeft de volgende projecten opgeleverd:
• in de zomer 2025, het residentieel project Chmielna Duo in het centrum van Warschau (17.000 m²), verkocht voor 90%;
• op het einde van het boekjaar, de eerste drie fasen van het Cavallia-project (25.000 m²) in Poznan, waarvan meer dan 85%
verkocht is. De oplevering van de wooneenheden is gestart in het vierde kwartaal van 2025.
EIGEN VERMOGEN EN NETTO FINANCIËLE SCHULD
Het eigen vermogen bedraagt 165,2 miljoen euro per 31 december 2025.
Denettonanciëleschuldbedraagt54,6miljoeneuroper31december2025,enligtdaarmeebeduidendlagerdan31december
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
36
2024 (95,4 miljoen euro). Deze heeft de trend in uitstaand vastgoedbestand gevolgd.
NETTORESULTAAT
De belangrijkste bijdragen aan het nettoresultaat van 2025 zijn, enerzijds, de marge op de verkochte en opgeleverde
wooneenheden in Polen en, anderzijds, de meerwaarden op de verkoop van i) 40% van het project Piano Forte, ii) het tweede
kantoorgebouw voor De Nationale Loterij en iii) het project John Martin’s.
Multitechnieken
KERNCIJFERS
(in miljoen euro) 2025 2024 Variatie
Omzet 301,4 304,3 -1,0%
Bedrijfsresultaat (EBIT) 9,2 10,2 -9,8%
Resultaat - deel van de groep 6,0 6,3 -4,8%
Nettonanciëlepositie 41,1 25,5 61,2%
Orderboek 338,1 286,9 17,8%
OMZET
(in miljoen euro) 2025 2024 Variatie
VMA 223,5 213,2 +4,8%
MOBIX 78,0 91,3 -14,6%
Eliminaties intra segment -0,1 -0,1 n.s.
Totaal Multitechnieken 301,4 304,3 -1,0%
VMA realiseerde een omzet van 223,5 miljoen euro per 31 december 2025, een stijging met 4,8% tegenover 2024. VMA speelt in op
veelbelovende markten, zoals datacenters en ziekenhuizen. De groei van de activiteit is vooral merkbaar bij de business unit Building
HVAC, Electro en Maintenance. De business unit Industrial Automation kende daarentegen een terugval in omzet, voornamelijk door
demarktsituatieindeindustrieenspeciekindeEuropeseautoproductie.
De omzet van MOBIX daalt met 14,6% tot 78 miljoen euro. De spooractiviteiten (signalisatie, spooraanleg en bovenleidingen) lijden
onder het tekort aan nieuwe opdrachten van Infrabel waardoor de bezettingsgraad van het machinepark te laag blijft. De aanleg
van elektriciteitskabels en -leidingen kent daarentegen een aanzienlijke groei in Wallonië (Business Unit Energy South).
BEDRIJFSRESULTAAT
Het bedrijfsresultaat per 31 december 2025 bedraagt 9,2 miljoen euro, een daling met 1 miljoen euro tegenover 31 december 2024.
De situatie is verschillend voor de twee divisies:
• VMA heeft haar operationele marge in 2025 aanzienlijk verbeterd, dankzij de goede opvolging van projecten en de inning van
vorderingen en verrekeningen met betrekking tot het project ZIN IN NO(O)RD, waarvan de bouw in 2024 werd voltooid.
• bij MOBIX blijven het LuWa-project en het lage activiteitsniveau negatief doorwegen op de resultaten.
ORDERBOEK
(in miljoen euro) 2025 2024 Variatie
VMA 223,1 171,2 30,3%
MOBIX 115,0 115,7 -0,6%
Totaal Multitechnieken 338,1 286,9 17,8%
Het orderboek bedraagt 338,1 miljoen euro, een stijging met 17,8% tegenover 31 december 2024.
VMA heeft in 2025 voor 275 miljoen euro aan opdrachten ontvangen. De belangrijkste contracten werden afgesloten door de
Business Unit Building Technologies voor industriële klanten en ziekenhuizen, zowel in Vlaanderen als in Wallonië.
Het orderboek van MOBIX bedraagt 115 miljoen euro, wat vrijwel stabiel is tegenover 31 december 2024.
NETTO FINANCIËLE POSITIE
Hetnettonancieeloverschotbedraagt41,1miljoeneuroper31december2025,eenstijgingmet15,6miljoeneurotegenover
31 december 2024. De in 2025 gegenereerde operationele kasstroom verklaart deze positieve evolutie.
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
37
Bouw & Renovatie
KERNCIJFERS
(in miljoen euro) 2025 2024 Variatie
Omzet 683,4 788,5 -13,3%
Bedrijfsresultaat (EBIT) 19,3 8,3 132,5%
Resultaat - deel van de groep 16,5 10,6 55,7%
Nettonanciëlepositie 285,8 255,8 +11,7%
Orderboek 1.286,3 1.343,5 -4,3%
OMZET
(in miljoen euro) 2025 2024 Variatie
België 496,8 567,7 -12,5%
Luxemburg 83,2 60,2 +38,2%
Polen 103,9 159,1 -34,7%
Overige 0,0 2,1 -100,0%
Eliminaties intra segment -0,5 -0,6 n.s.
Totaal Bouw & Renovatie 683,4 788,5 -13,3%
De omzet bedraagt 683,4 miljoen euro, een daling met 13,3% tegenover 31 december 2024.
In België bleef de activiteit in de Antwerpse regio goed op peil, vooral dankzij grote projecten zoals de werken aan de Antwerpse
ring (Oosterweelverbinding), de bouw van vier gebouwen in de nieuwe wijk Nieuw Zuid, het nieuwe hoofdkantoor van SD Worx en
het INEOS One-project. In de Brusselse rand vorderen de werven goed, met name die van het datacenter voor LCL en het vastgoed
-
complex “Airport Business Center”.
De omzet daalt daarentegen in Brussel: enkele grote projecten, zoals Park Lane en The Arch, zijn intussen naar tevredenheid van
de klant opgeleverd, terwijl verschillende nieuwe grootschalige werven — zoals Realex, EQ en Newton — geleidelijk op kruissnelheid
komen. In Wallonië loopt de derde en laatste fase van het Shape-project in Mons op haar einde, net als de bouw van de tropische
serre van 4 hectare (Edenya) in het dierenpark Pairi Daiza. Globaal gezien krimpt de activiteit in België met 12,5% tegenover 2024.
InLuxemburgorerendeactiviteitenvanCLEopnieuwnatweejarenvanmarktvertraging.Dezetrendzalzichin2026voort
-
zetten dankzij de vorderingen van de bouw van de nieuwe hoofdkantoren van PwC en van het Luxemburgse Rode Kruis, alsook
van de residentiële gebouwen op het Rout Lëns-terrein in Esch-sur-Alzette. CLE is ook gestart met de afbraakwerken van de oude
gebouwen van het project Kennedy Park.
In Polen is de activiteit gedaald als gevolg van minder gunstige marktomstandigheden in de logistieke en kantoorsector.
BEDRIJFSRESULTAAT
Het bedrijfsresultaat bedraagt 19,3 miljoen euro, dit is meer dan een verdubbeling tegenover 2024. De operationele marge bedraagt
2,8%. Al de operationele dochterondernemingen van het segment Bouw & Renovatie kunnen positieve resultaten voorleggen voor
2025.NaastdepositieveimpactvandetransactiemetBemmorondhetprojectZININNO(O)RDendeverkoopvandeproduc
-
tie-eenheden van LTS in Moorslede, is de sterke stijging van het bedrijfsresultaat ook te verklaren door de duidelijke daling van het
aantal verlieslatende werven.
ORDERBOEK
(in miljoen euro) 2025 2024 Variatie
België 1.072,1 1.102,1 -2,7%
Luxemburg 148,3 150,5 -1,5%
Polen 65,9 90,9 -27,5%
Overige 0,0 0,0 n.s.
Totaal Bouw & Renovatie 1.286,3 1.343,5 -4,3%
Het orderboek bedraagt 1,3 miljard euro, een daling met 4,3% tegenover 31 december 2024.
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
38
De situatie verschilt van land tot land:
• in België, waar de marktomstandigheden moeilijk blijven, daalt het orderboek met 2,7%;
• in Luxemburg blijft het orderboek schommelen rond 150 miljoen euro. Dit orderboek houdt nog geen rekening met de
opdrachten voor de bouw van de gebouwen van de eerste fase van het project Kennedy Park;
• het aantal nieuwe opdrachten in Polen is bescheiden door een daling van het aantal nieuwe aanbestedingen in logistieke,
industriële en, in mindere mate, residentiële projecten.
De belangrijkste contracten die in 2025 werden ondertekend, zijn:
• de grootschalige renovatie van het EQ-gebouw (22.000 m²) voor BPI Real Estate en haar mede-ontwikkelaar;
• de bouw van een bovengronds gemengd project van 25.000 m² voor Matexi (Permeke-project in Antwerpen);
• de grondige renovatie van een kantoorgebouw voor AG Real Estate (Newton-project in Brussel);
• de bouw van het gemengde project Roots in Belval voor BPI Real Estate en haar partner;
• de bouw van 12 residentiële gebouwen in Gent (project “De Stip”);
• de bouw van twee residentiële gebouwen in Oudergem, ontwikkeld door BPI Real Estate en haar partner (Uni’Vert);
• de uitvoering van de winddichte ruwbouw van een kantoorgebouw voor DEME in Zwijndrecht;
• de bouw van een industrieel gebouw op de site van UCB in Braine-l’Alleud;
• de uitvoering van het Monumentum Leisure pretpark in Gliwice in Polen;
• de bouw van 185 sociale woningen in Antwerpen;
• de uitvoering van de winddichte ruwbouw van een gebouw dat onder meer 72 bedden voor intensieve zorg zal huisvesten voor
het Universitair Ziekenhuis Leuven.
NETTO FINANCIEEL POSITIE
Hetnettonancieeloverschotbereikteenhistorischhoogniveau:285,8miljoeneuroper31december2025,eenstijgingmet
30 miljoen euro tegenover 31 december 2024.
Investeringen & Holding
KERNCIJFERS
(in miljoen euro) 2025 2024 Variatie
Omzet exclusief eliminaties tussen segmenten 2,7 2,0 35,0%
Eliminaties tussen polen -22,7 -38,3 -40,7%
Omzet inclusief eliminaties tussen polen -20,0 -36,3 -44,9%
Bedrijfsresultaat (EBIT) 1,8 5,1 -64,7%
Resultaat - deel van de groep -1,0 -1,0 0,0%
BEDRIJFSRESULTAAT
Het bedrijfsresultaat van het segment bedraagt 1,8 miljoen euro tegenover 5,1 miljoen euro per 31 december 2024. Dit resultaat
bestaat uit de bijdrage van de drie hieronder beschreven deelnemingen, verminderd met de centrale kosten die niet aan de
dochterondernemingen worden toegerekend.
Green Offshore (aandeel van CFE : 50%)
De windparken Rentel en SeaMade, waarin Green Offshore een participatie van respectievelijk 12,5% en 8,75% houdt, genoten van
gunstige weersomstandigheden in de laatste vier maanden van het jaar, maar deze konden de ongunstige omstandigheden van
de eerste acht maanden slechts gedeeltelijk compenseren. De gecombineerde groene energieproductie van de twee parken
bereikt 2,6 Twh in 2025.
Green Offshore draagt voor 3,2 miljoen euro bij aan het resultaat van het segment (4,1 miljoen euro in 2024).
Deep C Holding (aandeel van CFE : 50%)
In Vietnam werden 81 hectare aan industrieterreinen verkocht (80 hectare in 2024). De verkoop voor IAI
1
, in verhouding met haar
aandeel, steeg van 54 hectare naar 66 hectare. De service-activiteiten presteerden opnieuw zeer goed in 2025, met een aanzienlijke
stijging van de omzet en de resultaten. De goede operationele prestaties van Deep C Holding worden gedeeltelijk gecompenseerd
door de impact van de devaluatie van de Amerikaanse dollar op de in USD uitgedrukte aandeelhoudersleningen.
Deep C Holding draagt 5,2 miljoen euro bij aan het resultaat van het segment (6,4 miljoen euro in 2024).
GreenStor (aandeel van CFE : 50%)
GreenStor heeft een participatie van 38% in BSTOR, een bedrijf dat batterijparken ontwikkelt in België. Een eerste park van 10 MW is
operationeel sinds eind 2021.
1 IAI (Infra Asia Invesment) is een holding die toezicht houdt op de activiteiten in Vietnam en waarvan Deep C Holding 84% bezit.
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
39
Twee andere batterijparken zijn in aanbouw:
• D-STOR in La Louvière (aandeel BSTOR: 50%) met een capaciteit van 50 MW, dat operationeel zal zijn in het tweede kwartaal van
2026:
• ESTOR LUX II in Aubange (aandeel BSTOR: 75%) met een capaciteit van 100 MW, dat operationeel zal zijn in het vierde kwartaal
van 2026.
Het nettoresultaat van GreenStor voor 2025 bedraagt - 1,2 miljoen euro (aandeel CFE - 0,6 miljoen euro).
NETTO FINANCIËLE SCHULD
Denettonanciëleschuldbedraagt228,5miljoeneuroenblijftdaarmeestabieltegenover31december2024.
1.2. Belangrijkste risico’s
1.2.1. Algemeen
Het Executief Comité is belast met het uitwerken van een kader adequate interne controles en risicobeheer, dat ter goedkeuring aan
de Raad van Bestuur wordt voorgelegd. De Raad van Bestuur is verantwoordelijk voor de beoordeling van de implementatie van
dit kader, rekening houdend met de aanbevelingen van het Auditcomité. Ten minste eenmaal per jaar evalueert het Auditcomité
de door het Executief Comité uitgewerkte interne controlesystemen, om zich ervan te vergewissen dat de voornaamste risico’s
behoorlijkwerdengeïdenticeerd,gemeldenbeheerd.
DedochtervennootschappenvanCFEzijnverantwoordelijkvoorhetbeheervanhuneigenoperationeleennanciëlerisico’s.Deze
risico’s, die van sector tot sector variëren, worden niet centraal beheerd op het niveau van CFE. De managementteams van de
dochtervennootschappen rapporteren aan hun raad van bestuur over het risicobeheer.
Dithoofdstukbeschrijftinalgemenetermenenerzijdsdenanciële,economischeenESG-risico’swaaraandeGroepblootgesteld
is, en anderzijds de operationele risico’s van de verschillende segmenten waarin zij via haar participaties (rechtstreeks of
onrechtstreeks) actief is.
Om,inhetbijzonder,derisico’sinverbandmetduurzameontwikkelingteidenticereneneffectieftebeheren,heeftCFEeen
dubbele materialiteitsanalyse (“DMA”) van de ESG-risico’s uitgevoerd, d.w.z. risico’s op het gebied van milieu, maatschappij en
governance. Deze analyse en het beheer van deze ESG-risico’s (in het bijzonder met betrekking tot het beleid, de doelstellingen en
de ondernomen acties) worden gedetailleerd en volledig transparant voorgesteld, in overeenstemming met de vereisten van de
CSRD, in de duurzaamheidsverklaring in sectie [pagina 73 tot pagina 136]. Voor een goed begrip van alle belangrijke risico’s, inclusief
de ESG-risico’s, worden deze ook kort beschreven in dit hoofdstuk.
1.2.2. Financiële, economische en ESG-risico’s op het niveau van de Groep
Rentevoetrisico
CFEisblootgesteldaandeimpactvanrenteschommelingenophaarnanciëleschuldmetvariabelerente.Ditrisicowordtgedeel-
telijk gecompenseerd door het gebruik van renteafdekkingen van het type ‘Interest Rate Swap’ (“IRS”) en CAP.
Liquiditeitsrisico
De Groep is blootgesteld aan een liquiditeitsrisico uit hoofde van:
• de verplichtingen tot terugbetaling van haar bestaande schulden;
• detoekomstigenancieringsbehoeften.
Omhetliquiditeitsrisicotebeperken,hebbenCFEenenkeledochtervennootschappenhunnancieringsbronnengediversieerdin
vier categorieën:
• bevestigde bilaterale kredietlijnen op middellange termijn;
• leningen van het type ‘project nance’diesommigeBusinessUnitsgebruikenombepaaldeprojectentenancieren;
• leasingcontracten voor verscheidene zetels van dochtervennootschappen en voor bepaalde bouwmachines, en
• ‘commercial paper’ voor de dekking van de kasbehoeften op korte en middellange termijn.
Op 31 december 2025 bedragen de bevestigde kredietlijnen van de Groep 250 miljoen euro, waarvan 43 miljoen euro gebruikt
is. Daarnaast beschikt de Groep over 199,3 miljoen euro beschikbare geldmiddelen, waarvan meer dan 75 miljoen op de
bankrekeningen van de moedervennootschap, CFE NV.
CFEleeftalhaarnanciëleconvenantenna.
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
40
Wisselkoersrisico
De Groep voert het merendeel van haar activiteiten in de eurozone uit, zodat het wisselkoersrisico zeer beperkt is.
De belangrijkste blootstellingen bevinden zich in Polen (schommeling van de Poolse zloty (“PLN”) tegenover de EUR) en bij Deep C
Holding (wisselkoersrisico tegenover de Amerikaanse dollar (“USD”) en de Vietnamese dong (“VND”)).
De Groep heeft voor bepaalde transacties in PLN valutadekkingen (termijncontracten) afgesloten.
Tegenpartijrisico
De Groep is blootgesteld aan het tegenpartijrisico met betrekking tot contracten met particuliere en parastatale klanten.
De maatregelen voor risicobeheer zijn als volgt:
• nanciëleanalysevanklantenvóórdeondertekeningvandecontracten;
• regelmatige opvolging van de evolutie van het kredietrisico tijdens de duur van het project;
• het eventueel verstrekken van startersvoorschotten en/of zekerheids- of moedermaatschappijwaarborgen voor klanten van
wiedenanciëledraagkrachtonvoldoendewordtgeacht.
Risico met betrekking tot wijzigingen van wetten en reglementen
DejuridischeinstabiliteitinalhaarvormeniseenbelangrijkrisicovoordeGroep,ophetwetgevende,reglementaire,scaleenook
jurisprudentievlak, zonder de Europese regelgeving te vergeten.
De Groep beheerst dit risico door een doorlopende monitoring van de wetgeving.
Risico’s op het gebied van talentmanagement en Diversity, Equity and Inclusion (“DEI”)
Het tekort aan goed opgeleid talent is een constante uitdaging, die nog verergerd wordt door de toegenomen concurrentie en
arbeidsmobiliteit. De belangrijkste maatregelen om dit risico te beheersen zijn:
• opleiding,
• aantrekkelijkheid van de Groep, en
• implementatie van strategieën voor het behouden van talent.
Voortdurende opleiding is essentieel om de vaardigheden van medewerkers te ontwikkelen en hen voor te bereiden op toekomstige
uitdagingen. De entiteiten van de Groep moeten voortdurend investeren in opleidingsprogramma’s die zijn afgestemd op
despeciekebehoeftenvandebouwsector,zoalsnieuwetechnologieënenduurzamepraktijken.Daarnaastzijneffectieve
retentiestrategieën, zoals betere werkomstandigheden, erkenning van prestaties en mogelijkheden voor loopbaanontwikkeling,
cruciaal om talent te behouden.
Ten slotte kan het ontbreken van een robuust Diversity, Equity and Inclusion (“DEI”) beleid het aantrekken en behouden van
medewerkers beperken, wat de innovatie en productiviteit ondermijnt. Bovendien neemt zonder een cultuur van inclusie het risico
op discriminatie en intimidatie toe, wat het welzijn van medewerkers kan aantasten en de Groep kan blootstellen aan rechtszaken.
Naleving van de antidiscriminatieregelgeving is essentieel om juridische sancties te voorkomen. Tot slot versterkt een inclusieve
cultuur de betrokkenheid van werknemers en draagt zij zo bij aan een beter imago van de Groep, waardoor deze klanten en
partners aantrekt die gevoelig zijn voor deze waarden. Door de DEI-principes effectief te integreren, kunnen de entiteiten van de
Groep deze risico’s beperken en genieten van een meer betrokken en productiever personeelsbestand.
Milieurisico’s
In het kader van de implementatie van de CSRD, scherpt CFE de analyse van de milieurisico’s aan rekening houdend met de
vereisten van de European Sustainability Reporting Standards (« ESRS »). Deze analyse heeft betrekking op de voornaamste
potentiële impacten van de bouw-, renovatie- en multitechnische activiteiten van CFE, een sector die wordt gekenmerkt door een
hogekoolstofvoetafdrukeneenaanzienlijkverbruikvannatuurlijkehulpbronnen.Omdezerisico’steidenticerenentebeheren,is
een volledige levenscyclusanalyse (“LCA”) van een bouw- of infrastructuurproject noodzakelijk.
Aanzienlijke CO
2
-emissies dragen bij aan de klimaatverandering, waardoor maatregelen nodig zijn om de koolstofvoetafdruk van
projecten te verminderen. De bouwactiviteiten stellen de Groep immers bloot aan transitierisico’s als gevolg van de strengere
Europese klimaatregelgeving, alsook aan toenemende fysieke risico’s (extreme weersomstandigheden). Om hierop in te spelen zet
CFE de vermindering van haar emissies voort in overeenstemming met de ESRS en de Europese Taxonomie, onder meer door in te
zetten op innovatie in koolstofarme bouwtechnieken en de integratie van duurzame materialen in haar projecten.
De afhankelijkheid van energie-intensieve materialen stelt CFE bloot aan prijsvolatiliteit, bevoorradingsrisico’s en toenemende
reglementairevereisteninzakehulpbronnenefciëntie.DeGroepvoertmaatregeleningerichtophetbeperkenvanhetgebruikvan
primaire grondstoffen en de verdere ontwikkeling van circulair bouwen, onder meer via de toepassing van hout en biogebaseerde
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
41
materialen, evenals door logistieke en operationele optimalisatie op haar werven.
Dewervenkunnenoverlastveroorzaken(stof,geluid,efuenten)enrisico’svoorbodem-enwaterverontreinigingmetzich
meebrengen. In overeenstemming met haar due diligence-benadering en de vereisten van de CSRD versterkt CFE systematisch
haar milieubeheersplannen op de werf en implementeert zij gerichte preventieve maatregelen, geïntegreerd binnen het kader van
haar milieubeheer zoals opgenomen in de duurzaamheidsverklaring.
De projecten van de Groep kunnen een impact hebben op de lokale ecosystemen. In naleving van de geldende regelgeving en
Europese standaarden houdt CFE vanaf de beginfase van elk project rekening met milieueffectstudies en geeft zij prioriteit aan
ontwikkelingsoplossingen die bodemverharding beperken en het ecologisch beheer van de werven ondersteunen.
De snelle evolutie van het Europese kader, met name de inwerkingtreding van de CSRD en de geleidelijke publicatie van de
ESRS, onderstreept de noodzaak van een robuust beheer en een verhoogde capaciteit voor het verzamelen, consolideren en
veriërenvanduurzaamheidsgegevens.CFEpasthaarinterneprocessenaanomtevoldoenaandeverplichtingeninzake
dubbelematerialiteitendekwaliteitvandegepubliceerdeniet-nanciëleinformatietewaarborgen,zoalstoegelichtinde
duurzaamheidsverklaring van de Groep.
Door de toenemende vereisten op het gebied van transparantie en vermindering van indirecte emissies (Scope 3), met name in de
bouwsector, loopt CFE het risico dat zij te maken krijgt met leveranciers die niet in lijn zijn met de ESRS-standaarden. Om dit risico te
beperken, voert de Groep de dialoog met haar partners op, verscherpt zij de ESG-vereisten in haar aanbestedingsdocumenten en
waarborgt zij de integratie van milieucriteria in de volledige waardeketen.
Tot slot is afvalbeheer van cruciaal belang, aangezien werven grote hoeveelheden afval genereren die moeten worden gesorteerd
en gerecycleerd om de impact op het milieu tot een minimum te beperken.
CFE zet zich dan ook in om verontreiniging en milieuafval te verminderen door te streven naar ‘ZERO milieu-incidenten’. Om dit te
bereiken, zetten alle teams van de Groep zich in om een voorbeeldgedrag te stellen en het beleid inzake Kwaliteit, Gezondheid,
Veiligheid en Milieu (“QHSE”), dat is gebaseerd op de vereisten die zijn vastgelegd in ISO 9001, ISO 45001 en ISO 14001 en op de
VCA-certicering,striktnateleven.
1.2.3. Operationele risico’s op het niveau van de Groep
Er moet een onderscheid worden gemaakt tussen de gemeenschappelijke risico’s en de risico’s eigen aan elk van de vier segmenten.
Gemeenschappelijke risico’s van de vier segmenten
Risico’s met betrekking tot de uitvoering van projecten
Hetgeen de vakgebieden van de Groep hoofdzakelijk kenmerkt, is de verbintenis bij het indienen van een offerte om een object te
realiseren dat uniek van aard is, voor een prijs waarvan de modaliteiten vooraf bepaald zijn, binnen een overeengekomen termijn.
De risico’s hebben voornamelijk betrekking op:
• in de voorafgaande studiefase , d.w.z. vóór de ondertekening van het contract:
• foutieve evaluatie van het project of van de klant;
• ontwerp- en berekeningsfouten;
• fouten in de beoordeling van de bepalingen van het contract;
• overschatting van de beschikbare interne middelen, en
• foutieve evaluatie van de onderaanneming.
• in de uitvoeringsfase, d.w.z. na de ondertekening van het contract:
• ontoereikende of onaangepaste menselijke en materiële middelen;
• moeilijke relaties met de klant;
• onverwachte omstandigheden;
• milieuverontreiniging of -ongevallen;
• tijdens de werken door de klant opgelegde wijzigingen;
• slecht beheer van het contract;
• variaties van de kosten van materialen en benodigdheden;
• verstoring van de toeleveringsketen en schaarste aan grondstoffen en werkkrachten;
• in gebreke blijven van partners (medeaannemers, leveranciers, onderaannemers) of van klanten;
• organisatorische, technische, contractuele en reglementaire moeilijkheden in de uitvoering van het voorwerp van
het contract, met een mogelijke impact op de termijnen, de kosten, de geldmiddelen, de kwaliteit en de reputatie
van de Groep, en
• betwisting van de facturering en de eindafrekening door de klant.
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
42
De maatregelen voor het beheer van de voornoemde risico’s zijn:
• in de voorafgaande studiefase:
• voorafgaande analyse;
• onderhandeling met de klant om tot een evenwichtige verdeling van de risico’s te komen;
• het voorleggen van de offertes aan het Engagementcomité vooraleer deze worden ingediend voor projecten die een
bepaalde drempel overschrijden;
• beoordeling van de correcte dimensionering van de verantwoordelijke teams, en
• inachtneming van de feedback in de studiefase.
• in de uitvoeringfase:
• organisatie van de voorbereiding van de werven;
• invoeringvanspecieke,aanhetvakgebiedaangepastebeheersystemen;
• toepassing van formules voor prijsherziening of voorafgaande inachtneming van de impact van niet door de formules
gedekte kostenvariaties;
• overdracht van het risico op onderaannemers en leveranciers;
• voorafgaande keuze van de technische oplossingen of uitrustingen;
• dialoog met de klant en de opdrachtgever;
• invoeren van contractuele clausules met wederzijdse verbintenissen;
• opleggen van betalingsgaranties, en
• onderschrijving van verzekeringspolissen.
Risico’smetbetrekkingtotdeinatie
HetinatieniveauindedrielandenwaarCFEactiefis,isteruggekeerdnaareenniveauvergelijkbaarmetdatvanvóórdecrisisvan
2022–2023, maar blijft een risico dat inherent is aan voor de bouw- en projectontwikkelingsactiviteiten van de Groep.
Hetrisicometbetrekkingtotdeinatiewordtbeperktdoor:
• het opnemen van prijsherzieningsclausules in de contracten, en
• het sluiten van contracten met een vaste prijs met bepaalde onderaannemers en/of leveranciers.
Conjunctuurrisico’s
De vier segmenten van de Groep zijn door hun aard onderhevig aan sterke cyclische schommelingen. Deze vaststelling moet echter
worden genuanceerd per segment, aangezien de sleutelfactoren van geval tot geval kunnen verschillen.
Zo volgen de activiteiten bouw en vastgoedontwikkeling voor hun kantorencomponent de klassieke conjunctuurcyclus, (met in
het bijzonder een afhankelijkheid van overheids- en regionale investeringsprogramma’s voor bouwactiviteiten in de publieke
sector) terwijl de activiteit privéwoningen meer direct afhankelijk is van de conjunctuur, het vertrouwen van de huishoudens en
de rentevoeten.
De maatregelen die de Groep neemt om deze risico’s te beheren kunnen als volgt worden samengevat:
• diversicatievandeactiviteitenvandeGroep;
• voorafgaande controle van de aanvaarding van opdrachten door middel van de “selective bidding” procedure, en
• monitoring van de evolutie van het orderboek en de prestaties van de projecten.
Juridische risico’s
De activiteit van de segmenten is gebaseerd op contracten die onderhevig zijn aan een complexe reglementaire omgeving, die
gebonden is aan de plaats waar de prestaties worden uitgevoerd en aan de activiteitendomeinen. Tijdens de uitvoering van de
contracten kunnen geschillen ontstaan, als gevolg van met name meningsverschillen over nieuwe elementen tijdens de uitvoering,
een wijziging in de governance van de opdrachtgever, een nieuwe jurisprudentie, een verkeerde interpretatie van contractuele
bepalingen.
Informatie over de belangrijkste geschillen en arbitrages waarbij de Groep betrokken is, wordt gegeven in toelichting 29 (Geschillen)
in de Bijlage aan de geconsolideerde jaarrekening. Deze geschillen worden op de balansdatum beoordeeld en indien nodig worden
provisies aangelegd om de geschatte risico’s te dekken.
De maatregelen voor het risicobeheer bestaan hoofdzakelijk in het opnemen van contractuele bepalingen die het met name mogelijk
maken om:
• de meerkosten en/of vertragingen als gevolg van wijzigingen die na de ondertekening van het contract op verzoek van
de klant zijn uitgevoerd, op de klant te verhalen;
• in geval van wanbetaling de werven stop te zetten;
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
43
• indirecte schade uit te sluiten;
• de aansprakelijkheid voor bestaande verontreiniging uit te sluiten of te beperken;
• de contractuele aansprakelijkheid voor het geheel van het project te beperken tot een redelijk deel van het bedrag van
het contract;
• de boetes wegens laattijdige oplevering of ontoereikende prestaties te beperken tot een aanvaardbaar percentage van
het bedrag van het contract;
• eenaanpassingvandecontractuelebepalingen(prijs,termijn)tevoorzieninhetgevalvanwetgevende,scaleof
r eglementaire wijzigingen;
• een clausule inzake overmacht op te nemen (politiek risico, eenzijdige beslissing van de klant of concessiegever,
economische crisis, slecht weer) of vroegtijdige beëindiging van het project, en
• toe te zien op de activering van de verzekeringsdekkingen.
Naleving van wetten en reglementen
GeletopdediversiteitvanhunactiviteitenenhungeograscheinplantingkrijgendeverschillendeBusinessUnitsvande
Groep te maken met een complexe regelgevende omgeving in verband met de uitvoering van prestaties en de betrokken
activiteitendomeinen.
Zij moeten met name de regels naleven met betrekking tot:
• de modaliteiten voor de gunning en uitvoering van contracten en overheids- of privé opdrachten;
• het bouwrecht, met name de toepasselijk technische regels voor het verstrekken van diensten, leveringen en werken, en
• het milieurecht, het economisch recht, het arbeidsrecht, het sociaal recht of nog, het mededingingsrecht.
Dankzij het vermogen van de Groep om zich aan te passen aan nieuwe reglementen, samen met haar monitoring van de normen,
kan zij de wetgevende en reglementaire risico’s in grote mate beheren.
Risico’s met betrekking tot de informaticaveiligheid
In 2025 heeft de Groep haar cyberbeveiligingspositie verder versterkt gelet op de steeds toenemende dreigingen — cyberaanvallen,
phishing, identiteitscompromittering, dataverlies en menselijke fouten. Het jaar werd gekenmerkt door een ingrijpende technische
modernisering, een meer gestructureerd beheer en een merkbare verbetering van de beveiligingspositie van de Groep. De onder
-
nomen initiatieven, die hebben bijgedragen aan een verhoogde weerbaarheid van de Groep en tegelijk de operationele continuïteit
van haar activiteiten ondersteunen, kunnen als volgt worden samengevat:
• Modernisering en beveiliging van de infrastructuur. De Groep heeft verschillende belangrijke technische transformaties
doorgevoerd met als doel de beveiliging en standaardisering van haar omgevingen te versterken:
• Consolidatie van het beheer van de netwerk- en cloudinfrastructuur bij één partner, met een versterkte beheerstructuur, in
het bijzonder op het vlak van beveiliging.
• Afronding van de modernisering en harmonisatie van netwerk- en beveiligingsoplossingen door de implementatie
van een next-generation architectuur, met versterkte segmentatie en uniforme, geauthenticeerde toegang voor alle
apparatuur en gebruikers.
• Implementatie van een nieuwe Azure-cloudinfrastructuur en gefaseerde migratie van de omgevingen van meerdere
entiteiten, wat uiteindelijk (in 2026) zal leiden tot een geconsolideerde hosting onder een uniform en versterkt
veiligheidsbeheer.
• Uniformering van het e-mailbeveiligingsecosysteem naar een centraal beheerde, performantere oplossing, 24/7
operationeel via een gespecialiseerde partner. Verbetering van de meldingsmethoden van phishingincidenten voor de
gebruikers.
• Integratie van alle Windows-werkstations in een modern beheerplatform, met uniformering van het beheerbeleid en de
invoering van geautomatiseerde patching.
• Uitbreiding van het wachtwoordbeheersysteem naar alle medewerkers (afronding voorzien in 2026).
• Versterking van de beheerstructuur en beveiligingspraktijken. Het jaar 2025 werd eveneens gekenmerkt door een versterking
van de beheerstructuur en een verdere structurering van de beveiligingsprocessen:
• Inrichting van cybercrisismanagementoefeningen voor de directies van de entiteiten, met afronding voorzien in 2026.
• Afronding van het beleid inzake het gebruik van AI en van de nieuwe Acceptable Use Policy voor IT-gebruik.
• Uitbreidingvanhetinternebeveiligingsdashboard,zodatelkeentiteithaarnalevingvandeGroepsrichtlijnenkanveriëren,
met een duidelijke verbetering van de datakwaliteit.
• Consistente toepassing van een analysekader voor elk nieuw applicatievoorstel, met het oog op de naleving van de
architectuur- en beveiligingsrichtlijnen.
• Versterking van de controles tijdens de jaarlijkse audits inzake cyberbeveiligingsconformiteit.
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
44
• Optimalisatie van de controles en de beveiligingspositie. Verschillende initiatieven hebben bijgedragen aan een verbeterde
bescherming van de omgevingen en een betere dreigingsdetectie:
• Uitvoering van gerichte penetratietests, gevolgd door corrigerende maatregelen.
• Belangrijke vooruitgang bij de uitvoering van het mitigatieplan dat voortvloeit uit de penetratietests van 2024, met
name op het gebied van opschoning van technische en administratieve accounts en de implementatie van anti-
tamperingmaatregelen.
• Implementatie van Privileged Identity Management (PIM), met tijdelijke toekenning van hoge privileges na goedkeuring.
• Migratie naar een performantere backupoplossing voor O365 en Entra.
• Versterkingvandebeveiligingsmonitoringinfrastructuur,metverbeterdedataintegratieenefciëntererapportering.
• Aanzienlijke vooruitgang op het gebied van authenticatie en autorisatie door een bredere implementatie van
gecentraliseerde authenticatie en verbeterd rolgebaseerd toegangs- en permissiebeheer.
• Periodieke evaluatie van IT-partners aan de hand van een maturiteitsvragenlijst gericht op beveiliging en continuïteit van
de activiteiten.
Operationele risico’s eigen aan de segmenten Bouw & Renovatie en Multitechnieken
Risico’s met betrekking tot de solvabiliteit van de klant
De segmenten Bouw & Renovatie alsook Multitechnieken zijn blootgesteld aan het risico van insolvabiliteit van hun klanten.
De maatregelen voor dit risicobeheer kunnen als volgt worden samengevat:
• vericatievandesolvabiliteitvandeklantenbijdeindieningvanoffertes;
• regelmatige follow-up van de uitstaande bedragen van de klanten en indien nodig aanpassing van de positie van de
betrokken Business Unit tegenover de klant, en
• voor klanten met een niet te verwaarlozen solvabiliteitsrisico, eisen van voorschotten en/of bankgaranties voor de werken beginnen.
Risico’s met betrekking tot het kaderpersoneel en de arbeiders
De uitdaging van het aantrekken en behouden van talenten is essentieel voor een groep waarvan de activiteit van de projecten
zeer snel evolueert en waarvoor de specialisatie van de vakgebieden en van de expertise een concurrentievoordeel oplevert in de
respons op aanbestedingen.
De activiteiten van de Bouw & Renovatie en van het segment Multitechnieken worden geconfronteerd met een chronisch gebrek aan
kaderpersoneel en geschoolde arbeiders. De goede realisatie van de projecten in de fase van de studie, van de voorbereiding en van
deuitvoeringisafhankelijkvanhetkwalicatie-encompetentieniveauvanhetpersoneelenzijnbeschikbaarheidopdearbeidsmarkt.
De maatregelen die de Groep aanneemt om deze risico’s te beheren zijn:
• versterking van de competenties van de werknemers van de Groep in een cyclus voor de ontwikkeling van het menselijke kapitaal;
• invoering van een opleidingsprogramma voor elke medewerker;
• ontwikkeling van programma’s die de interne mobiliteit bevorderen, en
• realisatie van lokale partnerschappen met economische, sociale, institutionele of academische actoren.
Contractuele risico’s van publiek-private samenwerkingscontracten
De juridische en contractuele risico’s zijn nog groter in een publiek-privaat samenwerkingscontract (onder de vorm van Design,
Build, Finance and Maintain (“DBFM”)-contracten, concessiecontracten, energieprestatiecontracten van het type ESCO, ...), waarvan
de duur van enkele jaren tot verscheidene decennia kan variëren. De risico’s worden vóór de indiening van de offerte beoordeeld
in de studiefase, die meestal veel langer duurt dan bij een klassiek bouwcontract. De belangrijkste risico’s van de exploitatie van
werken in concessie
hebben betrekking op het behoud van de levensduur van het werk in het licht van de in het concessiecontract vastgelegde
doelstellingen voor het onderhoud, de energieprestaties en de herstellingen. Voor elk gebouw of elke infrastructuur die in het kader
van een publiek-privaat samenwerkingscontract wordt geëxploiteerd, moeten op basis van een raming van het grote onderhoud
provisies worden aangelegd voor de kosten van de vernieuwing van de uitrusting en het onderhoud van de werken.
De maatregelen voor het beheer van deze risico’s kunnen als volgt worden samengevat:
• het voorleggen van de offerte aan het Engagementcomité vooraleer deze wordt ingediend;
• hetopzettenvaneenprojectvennootschap,meteennancieringdiegrotendeelswordtverzekerddooreenschuldzonderof
met beperkt verhaal op de aandeelhouders;
• het betrekken van kredietverstrekkers in de aanloop naar de projecten, en
• de inschakeling van externe consultants.
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
45
Risico’s met betrekking tot sociaal recht en arbeidsrecht
De sociale risico’s waarmee de segmenten Bouw & Renovatie en Multitechnieken worden geconfronteerd, liggen in de context van
de grensoverschrijdende onderaanneming, voornamelijk in de bouwsector.
Debelangrijkstegeïdenticeerderisico’svoordewerveninBelgiëzijn:deherkwalicatievanonderaannemingscontractenvan
eerste rang, de tewerkstelling en het ontbreken van de checkin@work aangifte.
Elke inbreuk op de sociale wetgeving kan een juridisch en reputatierisico inhouden.
Volgende maatregelen om deze risico’s te beheren, zijn dan ook genomen:
• invoering van een beleid inzake onderaanneming;
• invoering van opleidingen voor alle Business Units;
• uitvoering van sociale audits van de onderaanneming op de werf, met bijzondere aandacht voor de naleving van sociale
verplichtingen, en
• halfjaarlijkse analyse van de sociale risico’s en opstellen van actieplannen.
De afgelopen jaren werden bepaalde Business Units meermaals voor de hoven en rechtbanken gedagvaard in dit verband, maar
dezegeschillenresulteerdenallemaalingunstigeuitsprakenvanhetBrusselseHofvanBeroep,dienudenitiefzijn.Demeestrecente
zaak op het gebied van sociaal strafrecht, die door het Arbeidsauditoraat werd aangespannen tegen een tijdelijke maatschap
bestaande uit BPC Group en een partner voor de werf “Jardins de la Chasse”, werd op 17 december 2024 in eerste aanleg gunstig
beslecht, maar het Arbeidsauditoraat tekende begin 2025 beroep aan tegen deze beslissing. De zaak zal worden bepleit in maart 2026.
Risico’s met betrekking tot de veiligheid van personen
De vaak complexe projecten en operaties van de operationele Business Units van de Groep zijn onderhevig aan gevaren die de
hygiëne, de veiligheid, de gezondheid en de levenskwaliteit van de werknemers en de onderaannemers kunnen aantasten.
Een ongeval of bijna-ongeval kan een grote impact hebben op de activiteit van de betrokken Business Unit, en de activiteit kan pas
na het nemen van passende verbeteringsmaatregelen worden hervat.
Om de risico’s voor de veiligheid van personen te verminderen, heeft de Groep haar engagement inzake veiligheid versterkt met
de installatie in 2023 van een nieuw ‘GO FOR ZERO’-veiligheidsbeleid. Een van de doelstellingen van dit beleid is ervoor te zorgen
dat alle arbeiders, werknemers, partners, onderaannemers, bezoekers en klanten ongedeerd thuiskomen na het werk, ongeacht de
operationele en commerciële uitdagingen.
De Groep wil komen tot ‘ZERO arbeidsongevallen’. Daartoe past elke medewerker de waarden van gedeelde waakzaamheid toe
door te zorgen voor zijn eigen veiligheid en die van de mensen die met hem werken. Elke medewerker heeft ook de mogelijkheid om
STOP te zeggen als hij denkt dat het werk dat wordt uitgevoerd hem in gevaar kan brengen.
Tot slot neemt CFE de volgende maatregelen voor risicobeheer:
• invoering van veiligheidsbezoeken op de werven door de managers van de Groep en de Business Units van het segment
Bouw & Renovatie, met als doel de veiligheid en het welzijn op de werkplek te bevorderen en een veiligheidscultuur, zichtbaar
voorbeeldgedrag,risico-identicatieenverbeterdecommunicatietussenwerknemersinallefunctiestestimuleren;
• sensibilisering voor orde en netheid
• voorafgaande analyse van de risico’s, in een zo vroeg mogelijk stadium van de projecten en uiterlijk bij het begin van de werken;
• levering van passende persoonlijke beschermingsmiddelen;
• invoering van collectieve beschermingsmiddelen die zijn aangepast aan de preventieprocedures en werkwijzen op basis van
de risicobeoordeling (afbakeningen, borstweringen, trappen enz.);
• uitvoering van interne en externe audits om de procedures te beoordelen met betrekking tot bouwplaatsen die een impact
hebben op het welzijn op het werk;
• realisatie van samenwerkingen met externe organismen;
• organisatie van vernieuwende opleidingen en bewustmakingsevenementen, zoals opleidingen waarbij gebruik wordt gemaakt
van virtual reality om zo goed mogelijk de behoeften van de Groep te benaderen;
• opnamevanspeciekebepalingeninzakeveiligheidindecontractenmetonderaannemers,en
• naleving van de door de plaatselijke overheid genomen milieu- en sanitaire maatregelen.
Operationele risico’s eigen aan het segment Vastgoedontwikkeling
Risico’s met betrekking tot de economische omgeving
Momenteel bevinden de projecten zich uitsluitend in België, het Groothertogdom Luxemburg en Polen.
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
46
Een wijziging van de belangrijkste macro-economische indicatoren, van de geopolitieke omgeving of van de economische cyclus
in het algemeen kan een invloed hebben op het vertrouwen van de huishoudens, de beleggers en de private en publieke entiteiten.
Ze kan leiden tot (i) een daling van de vraag naar woningen, handelsruimten en andere categorieën van vastgoedactiva, (ii) een
daling van de verkoopprijzen en een lager rendement en (iii) een hoger risico van faling van dienstverleners, aannemers in de bouw
en andere betrokkenen.
Een verandering van de rentevoeten kan een invloed hebben op het vermogen van de huishoudens en de beleggers om residen
-
tiële vastgoedactiva te kopen, zodat de vraag naar deze activaklasse daalt.
Op de kantoormarkt kan een verandering van de rentevoeten op lange termijn eveneens een invloed hebben op het rendement dat
wordtgebruiktomdeprijsvankantoorvastgoedteberekenen.Eendergelijkeveranderingkanduseensignicanteimpacthebben
op het vermogen van het segment om kantoorgebouwen te verkopen.
Enkele factoren kunnen deze risico’s echter beperken:
• vanwege de schaarste aan goed gelegen grondposities oefenen het aanbod en de vraag een opwaartse druk uit;
• sectordiversicatievandeklanten;
• de waarde van het vastgoed wordt vooral bepaald door de commerciële waarde van de ligging van het goed, en
• de investeringen zijn geconcentreerd in deelgebieden met een hoge koopkracht.
Risico’sverbondenaandeafschafngvanhetverlaagdebtw-tariefvan6%voordeverkoop(op
plan) van woningen na afbraak-wederopbouwwerken in België
In het jaarverslag 2024 was aangegeven dat er een risico bestond dat het verlaagde btw-tarief van 6% voor de verkoop (op plan)
van woningen na afbraak- en wederopbouwwerken zou worden afgeschaft vanaf 30 juni 2025. Dit risico is inmiddels verdwenen.
De federale regering heeft immers met de programmawet van 18 juli 2025 het gunstige btw-tarief van 6% voor de verkoop (op plan)
van woningen na afbraak- en wederopbouwwerken permanent verlengd en uitgebreid.
Deze hervorming heeft een positief effect op de activiteiten van BPI Real Estate Belgium, aangezien het verlaagde tarief de
vastgoedontwikkelingssector en de verkoopactiviteiten economisch stimuleert.
Risico’s met betrekking tot de verwerving van vastgoed
Vooraleerzijeengrondpositieaankopen,bestuderendeBusinessUnitsvanhetsegmentVastgoedontwikkelingdenanciële,
technische en stedenbouwkundige haalbaarheid van het vastgoedproject. Deze haalbaarheidsstudies, waarbij externe experts of
consultants worden betrokken, vertrekken van hypothesen over de economische, markt- en andere omstandigheden (met inbegrip
van ramingen van de potentiële verkoopprijzen). Ondanks de waakzame aanpak van de Business Units zou het kunnen voorvallen
dat zij niet alle relevante factoren in overweging nemen of er kennis van hebben teneinde een weloverwogen beslissing te nemen.
Om dit risico te beperken worden volgende maatregelen genomen:
• systematische voorafgaande beoordeling van alle vastgoedaankopen door het Investeringscomité van CFE, en
• opname van opschortende voorwaarden in de contracten voor de aankoop van terreinen.
Risico’s met betrekking tot de ontwikkeling van vastgoed
Alle projecten zijn afhankelijk van de toekenning van een stedenbouwkundige vergunning, een bouwvergunning en een
milieuvergunning. De realisatie van elk project kan bijgevolg worden beïnvloed door (i) het onvermogen van het segment om de
vereiste vergunningen te verkrijgen, te behouden of te vernieuwen of (ii) elke vertraging in het verkrijgen, behouden of vernieuwen
van de vergunningen en (iii) het onvermogen van de Business Units om de voorwaarden van de vergunningen na te leven. Het is
ook frappant dat het aantal beroepen tegen vergunningen voor nieuwe projecten toeneemt, vooral in de Brusselse regio.
Bovendien kunnen de wijzigingen die de bevoegde overheden aanbrengen aan de juridische omgeving en de administratieve
procedures met betrekking tot de indiening, de afgifte of de geldigheid van dergelijke vergunningen een negatieve weerslag
hebbenophetnanciëleresultaatvaneenproject.
Volgende maatregelen om dit te beheren, zijn dan ook genomen:
• het kaderpersoneel en de medewerkers beschikken over de vereiste kennis van het stedenbouwkundige- en vergunningsrecht;
• beroep op gespecialiseerde externe consultants in het stedenbouwkundig recht van de betrokken regio;
• voorafgaand onderzoek van de stedenbouwkundige vergunningen tijdens de ontwikkeling van het project;
• verzekeringspolissen om het risico op intrekking of annulering van vergunningen te dekken, en
• doorlopende evaluatie van de wijzigingen van de stedenbouwkundige vergunningen en toelatingen en van hun naleving,
samen met het anticiperen op mogelijke wijzigingen.
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
47
De oplevering van de projecten kan trouwens worden vertraagd of in het gedrang worden gebracht door diverse factoren, zoals de
weersomstandigheden,ongevallenopdewerf,natuurrampen,arbeidsconicten,eengebrekaanuitrustingenofbouwmaterialen,
ongevallen of andere onvoorziene moeilijkheden. De Business Units van het segment Vastgoedontwikkeling kunnen bovendien
bijkomende kosten en boetes oplopen in verband met de bouw of ontwikkeling van hun projecten die de oorspronkelijke ramingen
en uitvoeringstermijnen overschrijden.
Om deze risico’s te beperken worden volgende maatregelen genomen:
• overdracht van de bouwrisico’s aan de onderaannemers;
• vrijwel systematische uitbesteding van de bouw van de projecten aan de dochtervennootschappen van CFE, en
• onderschrijving van passende verzekeringsdekkingen.
Liquiditeits-ennancieringsrisico’s
Deontwikkelingvanprojectenvereistgroteinvesteringen,dievoornamelijkmeteigenmiddelenenexternenancieringsbronnen
wordengenancierd.
Het kan niet worden uitgesloten, hoewel het onwaarschijnlijk is, dat BPI België, BPI Luxemburg of BPI Polen niet in staat zouden zijn de
bestaandenancieringsovereenkomstentevernieuwenofnieuwenancieringentegencommercieelwenselijkevoorwaardenaan
te trekken.
Om deze risico’s te beperken, worden volgende maatregelen getroffen:
• diversicatievandenancieringsbronnen;
• verhoging van de bevestigde kredietlijnen;
• gebruik van ‘commercial paper’ en promessen op middellange termijn, en
• opzettenvanverscheidenenieuweprojectnancieringeninBelgië,LuxemburgenPolen,metdezelfdevoorwaardenalsvóórde
gezondheidscrisis.
Op 31 december 2025 beschikken BPI België en haar dochtervennootschap BPI Luxemburg samen over 60 miljoen euro bevestigde
bilaterale kredietlijnen waarvan 3 miljoen euro gebruikt is door BPI Luxemburg.
Risico’s met betrekking tot de projectvennootschappen
Om sommige van hun vastgoedoperaties te realiseren, nemen BPI België, BPI Luxemburg en BPI Polen deel aan projectvennoot-
schappen (“Special Purpose Vehicles” of “SPV’s”) die waarborgen verstrekken ter ondersteuning van hun krediet. Het risico bestaat
dat bij faling van dit type van vennootschappen en realisatie van de waarborgen, de opbrengsten onvoldoende zijn om het eigen
vermogen dat ter beschikking werd gesteld voor het verkrijgen van de kredieten, geheel of gedeeltelijk terug te betalen.
De betrokken Business Units zorgen er daarom voor dat er risicobeperkende maatregelen en factoren worden genomen, zoals:
• het risico met partners delen;
• nancieringmeteenleningzonderofmetbeperktverhaalopdeaandeelhouders;
• bijzondere aandacht voor de voorbereidende fase en de betrekkingen met de belanghebbenden, en
• monitoring van de commercialisering en het verkoopritme.
Risico’s met betrekking tot de capaciteit om de projecten te verkopen
Deactiviteit,denanciëlepositie,deresultatenendevooruitzichtenvandeBusinessUnitsactiefindeVastgoedontwikkelinghangen
bijna uitsluitend af van de verkoop van hun projecten.
De investeringen in vastgoed waarvoor nog geen bouwvergunningen zijn verkregen, zijn relatief weinig liquide, in het bijzonder voor
kantoorgebouwen van meer dan 100 miljoen euro. Het is mogelijk dat de Business Units geen passende koper vinden voor dit type
actief wanneer zij liquiditeiten nodig hebben. De marktomstandigheden kunnen de Business Units bovendien verplichten om hun
projecten te verkopen voor lagere prijzen dan voorzien.
Het onvermogen van het segment om een positieve kasstroom uit de verkoop van projecten te genereren, kan een negatieve
invloed hebben op het vermogen om zijn schulden af te lossen.
Om dit risico te beperken worden volgende maatregelen genomen:
• uitvoering van een zorgvuldige marktstudie voorafgaand aan elke investering en tijdens haar ontwikkeling;
• opname van opschortende voorwaarden in de contracten voor de aankoop van terreinen;
• beperking van ‘blanco’ operaties, vereiste van een minimale drempel voor de pre-commercialisering;
• elasticiteit van de vraag op de residentiële markt, en
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
48
• eenconservatieveenbehoedzamenancieringsstrategie,gekenmerktdooreendiversicatievandenancieringsbronnenen
een brede Groep van bankpartners.
Risico’s met betrekking tot de concentratie van de portfolio
De overgrote meerderheid van de projecten in dit segment zijn residentiële projecten. Bijgevolg zou elke vertraging of elke wijziging
van de reglementering in België of elke wijziging van de markt met een weerslag op de residentiële markt aanzienlijke nadelige
gevolgen kunnen hebben voor de resultaten en de operaties van het segment.
In 2025 bleef de vastgoedmarkt turbulent, hoewel de marktontwikkelingen in het residentiële segment de eerste tekenen van herstel
vertoonden, zonder het niveau van vóór de crisis te bereiken.
De Groep ziet er dan ook op toe volgende risicobeperkende maatregelen te nemen:
• diversicatievandeportfolioendeprojecten,zowelinBelgiëalsinPolenenLuxemburg,en
• maximaal anticiperen op elke wetswijziging die een impact op de projecten zou kunnen hebben, door een aanpassing van de
contractuelebepalingen(prijs,termijn)tevoorzieninhetgevalvaneenwetgevende,scaleofreglementairewijziging.
Risico’s met betrekking tot belanghebbenden
Het segment Vastgoedontwikkeling onderhoudt contractuele betrekkingen met verscheidene partijen, zoals partners, investeerders,
huurders,aannemers,nanciëleinstellingenenarchitecten.Dezebelanghebbendenkunnenstoringeninhunwerkingondervinden
ofwordenblootgesteldaannanciëlemoeilijkhedendietotvertragingenkunnenleidenoftoteenvolledigeonmogelijkheidomhun
contractuele verplichtingen na te komen.
De Business Units van het segment Vastgoedontwikkeling zien er dan ook op toe volgende maatregelen te nemen:
• de controles voor de gunning en de follow-up van de werken versterken;
• in de contractuele overeenkomsten zekerheden opnemen, bij voorkeur bankgaranties op eerste verzoek;
• voorafgaand onderzoek en permanente follow-up van de solvabiliteit van de belanghebbenden, en
• onderschrijving van passende verzekeringsdekkingen.
Risico’s eigen aan het segment Investeringen & Holding
DEEP C HOLDING (HAVENCONCESSIES IN VIETNAM)
Geopolitiek risico
De politieke situatie in Vietnam is al vele jaren stabiel. Hoewel het hoogst onwaarschijnlijk is, kunnen politieke risico’s echter nooit
volledig worden uitgesloten.
Daarom zijn er, afhankelijk van het opvolgen van de ontwikkelingen in de politieke situatie van het land, momenteel geen andere
speciekemaatregelengetroffenomditrisicotebeheersen.
Liquiditeits-ennancieringsrisico
De ontwikkeling van de projecten vereist grote investeringen.
Deep C Holding zou een liquiditeitsrisico kunnen lopen uit hoofde van:
• de verplichtingen tot terugbetaling van de bestaande schuld, en
• haartoekomstigenanciëleverplichtingen.
DeepCHoldingheeftdaaromcorporatenancieringenopgezetophetniveauvanhaardochtervennootschapInfraAsia
InvestmentHKenlokalenancieringeninVietnam,omzoweldevasteactivazoalskantoorruimtesenmagazijneneninfrastructuur
bestemdvoorverhuurd,alsookdebehoeftenaanwerkkapitaalvandeverschillendeindustriëlezonestenancieren.
GREEN OFFSHORE (MINDERHEIDSPARTICIPATIES IN DE BELGISCHE OFFSHORE WINDPARKEN RENTEL EN SEAMADE)
Aangezien(i)detweeparkenRentelenseamadegebouwd,genancierdenvolledigoperationeelzijnen(ii)eenminimumprijs
voordegeproduceerdeelektriciteitwordtgegarandeerddooreenmechanismevangroenestroomcerticaten,zijndebelangrijke
resterende risico’s:
• overschrijdingen van het onderhoudsbudget, en
• de productie van groene stroom die afhangt van de weersomstandigheden en de beschikbaarheid van windturbines.
GREENSTOR (DEELNAME IN EEN ONTWIKKELINGS-, FINANCIERINGS- EN EXPLOITATIEVENNOOTSCHAP VOOR BATTERIJPARKEN
BSTOR)
De ontwikkeling van batterijparken (BESS) brengt diverse risico’s met zich mee die de rendabiliteit en continuïteit van de projecten
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
49
kunnen beïnvloeden. Hiertoe behoren onder meer veranderingen in het regelgevingskader en de marktmechanismen voor
elektriciteit, die de verwachte inkomsten kunnen aantasten, evenals de prijsvolatiliteit van energie. Daarnaast bestaan technische
risico’s, met name op het gebied van prestaties, batterijdegradatie, brandveiligheid en beschikbaarheid van apparatuur. Verder
kunnen projecten worden geconfronteerd met vertragingen bij de vergunningverlening, aansluitingsbeperkingen op het net en
afhankelijkhedenvansleutel-leveranciers.Tenslottevormendetoegangtotnancieringendeevolutievaninvesterings-en
exploitatiekosten aanvullende risicofactoren.
1.3. Belangrijke gebeurtenissen na balansdatum
Na31december2025isdenanciëleencommerciëlesituatievandeGroepnietbeduidendgewijzigd.
1.4. Onderzoek en ontwikkeling
In 2025 heeft de Groep de eerder ingeslagen strategische koers met succes voortgezet. De focus bleef liggen op het gebruik
vanarticiëleintelligentieterondersteuningvandagelijksewerkzaamheden.Tegelijkertijdwerdhetprojectvoorhetvoorspellen
van door AI gegenereerde inkomsten op bouwplaatsen voortgezet en uitgebreid naar onderzoek naar contractanalyse- en
risicobeheertools. In deze domeinen zijn reeds succesvolle tests uitgevoerd, of zijn gevorderde verkennings- en ontwikkelingsfasen
opgestart. Naarmate het ERP-systeem in de verschillende entiteiten van de Groep wordt uitgerold, verbetert de datatoegang, wat
binnenkort zal bijdragen aan de optimalisatie van voorspellingen, planningen en budgetten.
Tegelijkertijd is in verschillende activiteitensectoren een innovatieve aanpak gehanteerd. Dit leidde tot een gerichte focus op
speciekedomeinenenprojecten,zoalsbouwenrenovatie,multitechnieken,vastgoedontwikkelingenMobix.Viadezeaanpak
wisselen onze teams, ondersteund door het Innovation Core Team, best practices op het gebied van innovatie uit en delen zij kennis
tussen de verschillende segmenten. Deze focus stelt de Groep in staat om grotere en waardevollere innovaties te introduceren en
te integreren. De aanpak kan tevens worden beschouwd als een combinatie van korte- en langetermijnstrategieën voor innovatieve
projecten.
De LEAN- en kitting-projecten, die bedoeld zijn om de organisatie van werven, de prefabricatie van structuren, gevels en installaties,
evenals de kwaliteit en werkwijze, te optimaliseren blijven centraal staan, met name in het segment bouw en renovatie.
Op lange termijn volgt de Groep nauwgezet de trends in de bouwsector en daarbuiten, met aandacht voor diverse geavanceerde
oplossingen, zoals robotisering en automatisering van werven, geavanceerde energiebesparings- en energie-terugwinnings-
technologieën, en nieuwe bouwmaterialen.
Dit alles wordt mede mogelijk gemaakt door samenwerkingen en allianties met start-ups, gevestigde zakelijke partners, evenals
onafhankelijke organisaties zoals universiteiten en onderzoeksinstituten.
1.5. Financiële instrumenten
DeGroepmaaktvoornamelijkgebruikvanafgeleidenanciëleinstrumentenomrisico’salsgevolgvanongunstigerente-
enwisselkoersschommelingentebeperken.DeGroepbezitofgeeftgeennanciëleinstrumentenuitmethetoogop
transactiedoeleinden.
1.6. Vooruitzichten 2026
De vooruitzichten op middellange en lange termijn voor CFE zijn positief dankzij haar positie op groeimarkten zoals renovatie en
verbetering van de energieprestaties van bestaande gebouwen, de ontwikkeling van infrastructuren die verband houden met de
energietransitie, alsook technisch complexe bouwprojecten in de industriële sector, ziekenhuizen, defensie en datacenters. Door de
combinatie van haar verschillende activiteiten speelt CFE in op de toenemende marktvraag naar totaaloplossingen die de volledige
levenscyclus van een project beslaan – van ontwikkeling tot bouw, inclusief multitechnische installaties en onderhoud.
BPI Real Estate zal in 2026 blijven inzetten op nieuwe vastgoedontwikkelingen met een laag vergunningsrisico en een aantrekkelijk
commercieel potentieel. Het bedrijf heeft zich goed staande gehouden in een vastgoedmarkt – zowel residentieel als kantoorge
-
bouwen – die op korte termijn uitdagend blijft, maar waarin de eerste tekenen van herstel zichtbaar zijn. Het project Kennedy Park
(voorheen Kronos) in Luxemburg zal naar verwachting een gamechanger zijn voor zowel BPI Real Estate als CFE, zowel door de
omvang als de duurzame ambities van het project.
VMA heeft haar orderboek sterk vergroot en toont een aanzienlijk groeipotentieel, met name in haar activiteiten op het gebied
vangebouwtechniekenenonderhoud,dieeenbronvormenvangediversieerde,terugkerendeinkomsten.Daarnaastbiedtde
gecombineerde expertise met MOBIX in energie-infrastructuren een groeipijler voor de komende jaren. VMA verwacht in 2026 een
stijging van zowel de omzet als het resultaat te realiseren.
De dochterondernemingen in Bouw & Renovatie verwachten in 2026 een lichte stijging van hun omzet. De focus zal liggen op een
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
50
zorgvuldige selectie van nieuwe opdrachten en het continu verbeteren van de operationele prestaties, evenals het benutten van
kansen in winstgevende nichemarkten waar hun expertise in complexe bouwprojecten tot zijn recht komt.
Globaal gezien verwacht CFE voor 2026 een nettoresultaat dicht bij dat van 2025. De groep zal proberen optimaal gebruik te maken
van haar sterke kaspositie om nieuwe groeikansen te grijpen, terwijl ze blijft vasthouden aan een strikte risicobeheersing.
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
51
III. VERKLARING VAN DEUGDELIJK BESTUUR
1. Referentiecode
Deze verklaring inzake deugdelijk bestuur bevat de informatie die vereist wordt door het Wetboek van Vennootschappen en
Verenigingen (het “WVV”) en door de Belgische Corporate Governance Code 2020 (de “Code 2020”).
CFE gebruikt de Code 2020 als referentiecode en past de bepalingen ervan toe door het beginsel ‘comply or explain’ te volgen.
Het Corporate Governance Charter van de Vennootschap kan worden geraadpleegd op de website van de Vennootschap
www.cfe.be. Een bijgewerkte versie van de Dealing Code en het remuneratiebeleid van de Vennootschap die als bijlagen aan het
Corporate Governance Charter van de Vennootschap gaan, werden respectievelijk goedgekeurd door de Raad van Bestuur op
17 maart 2025 en door de algemene vergadering op 30 april 2025.
Deze verklaring van deugdelijk bestuur beschrijft de samenstelling en de werkingswijze van de Raad van Bestuur van CFE en
zijn comités. Ze geeft toelichting bij de praktische toepassing van de bestuursregels van CFE tijdens het boekjaar eindigend op
31 december 2025. Daarnaast stipt ze de bepalingen van de Code 2020 aan waarvan de Vennootschap is afgeweken en legt ze uit
waarom. Ze omvat tevens het remuneratiebeleid en het remuneratieverslag. Tot slot geeft ze belangrijkste kenmerken weer van de
doeltreffendheid van de systemen van interne controle en risicobeheer van de Vennootschap.
2. Raad van Bestuur en zijn Comités
2.1. Raad van Bestuur
De Vennootschap heeft geopteerd voor een monistische structuur. Bijgevolg is de Raad van Bestuur verantwoordelijk voor de
algemene bedrijfsvoering van de Vennootschap en moet hij verslag uitbrengen van zijn bestuur overeenkomstig de artikelen 7:93 en
7:94 WVV.
De Raad van Bestuur bepaalt de oriëntatie van de activiteiten van de Vennootschap. Hij bepaalt ook de strategie en het kernbeleid
vandeVennootschap.Hijonderzoektdesignicantetransactiesdieerbetrekkingophebbenenkeurtzegoed,ziettoeopde
uitvoering ervan en bepaalt elke maatregel die nodig is voor de realisatie van zijn beleid. Hij beslist over het risiconiveau dat de
Vennootschap bereid is te aanvaarden.
De Raad van Bestuur:
• keurt het algemene kader van de interne controle en het risicobeheer goed en ziet toe op de toepassing daarvan;
• neemt alle nodige maatregelen om de integriteit van de jaarrekeningen te waarborgen;
• oefent toezicht uit op de prestaties van de commissaris;
• onderzoekt de prestaties van de CEO en het Executief Comité;
• ziettoeopdegoedewerkingendeefciëntievandegespecialiseerdecomitésbinnendeRaadvanBestuur.
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
52
2.1.1. Leden van de Raad van Bestuur op 31 december 2024
LUC BERTRAND
Hoedanigheid Niet-uitvoerend bestuurder - Voorzitter (sedert februari 2016)
Comités Voorzitter van het Benoemings- en Remuneratiecomité sedert mei 2021
Nationaliteit en geboortejaar Belg, geboren in 1951
Eerste benoeming als Bestuurder december 2013
Einde van het huidige mandaat GAV van 2029
Studies en ervaring Luc Bertrand behaalde in 1974 het diploma van handelsingenieur (KU
Leuven). Hij begon zijn loopbaan bij Bankers Trust, waar hij de functie van
Vice President en Regional Sales Manager, Northern Europe, bekleedde.
Hij werd in 1985 benoemd tot bestuurder van Ackermans & van Haaren
en was tot 2016 voorzitter van het Executief Comité. Hij is voorzitter van de
Raad van Bestuur van Ackermans & van Haaren, DEME, SIPEF en JM Finn
en bestuurder van Delen Private Bank, Bank Van Breda (tot 4 mei 2023),
T.P.G. en Verdant Bioscience.
Luc Bertrand heeft ruime ervaring in corporate governance. Doordat hij
in een aantal audit- en risicocommissies heeft gezeten, heeft hij een
gedegen kennis van risicomanagement en interne controlesystemen.
Hij was ook stichtend lid van Guberna, een Belgisch instituut dat goed
bestuur wil stimuleren, en was lange tijd voorzitter van de raad en
voorzitter van de ‘Board of Trustees’. Hij is tevens voorzitter van Instituut
de Duve en Middelheim Promotors, lid van een aantal andere raden van
bestuur van verenigingen zonder winstoogmerk en publieke instellingen
zoals Museum Mayer van den Bergh en Europalia.
PIET DEJONGHE
Hoedanigheid Niet-uitvoerend bestuurder
Comités Lid van het Auditcomité tot 30 april 2025
Nationaliteit en geboortejaar Belg, geboren in 1966
Eerste benoeming als Bestuurder december 2013
Einde van het huidige mandaat GAV van 2029
Studies en ervaring Piet Dejonghe behaalde na zijn studies als licentiaat in de rechten (KU
Leuven, 1989) een postgraduaat bedrijfskunde (KU Leuven, 1990) en een
MBA aan het INSEAD (1993). Hij is co-CEO van Ackermans & van Haaren.
Voor hij daar in 1995 naar toekwam, was hij als advocaat verbonden aan
het kantoor A§O Shearman e en actief als consultant bij BCC. Als lid van
het investeringsteam van Ackermans & Van Haaren volgt Piet Dejonghe
voortdurendopleidingenomESG-risico'sen-opportuniteitenteidenti-
ceren en blijft hij op de hoogte van de ESG-regelgeving. Piet Dejonghe is
ook lid van het ESG-sturingscomité van Ackermans & Van Haaren, waar
hij de ESG-prioriteiten en strategische vooruitgang van Ackermans & Van
Haaren opvolgt en adviseert.
KOEN JANSSEN
Hoedanigheid Niet-uitvoerend bestuurder
Comités /
Nationaliteit en geboortejaar Belg, geboren in 1970
Eerste benoeming als Bestuurder december 2013
Einde van het huidige mandaat GAV van 2025
Studies en ervaring Koen Janssen behaalde na zijn studies burgerlijk ingenieur elektro-
mechanica (KU Leuven, 1993) een MBA aan het IEFSI (Frankrijk, 1994).
Hij werkte voor Recticel, ING Investment Banking en ING Private Equity,
voor hij in 2001 naar Ackermans & van Haaren kwam. Hij is er lid van
het Executief Comité. Koen Janssen heeft expertise in onder andere
offshore energieoplossingen, mariene infrastructuur, milieuprojecten,
energieopslagfaciliteiten en biogasinstallaties. Als lid van het
investerings team van Ackermans & Van Haaren neemt Koen Janssen
deel aan voortdurende opleidingen om ESG-risico's en -opportuniteiten
teidenticerenenblijfthijopdehoogtevandeESG-regelgeving.
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
53
AN HERREMANS
Hoedanigheid Niet-uitvoerend bestuurder
Comités Lid van het Auditcomité sinds 30 april 2025
Nationaliteit en geboortejaar Belg, geboren in 1982
Eerste benoeming als Bestuurder juni 2022
Einde van het huidige mandaat GAV van 2026
Studies en ervaring An Herremans behaalde een Master in Business Engineering aan de
KU Leuven en een Master in Finance aan de Vlerick Business School.
ZijheeftalsStrategyOfceManagerbijBarcogewerktenalsSenior
Consultant bij Roland Berger Strategy Consultants. Zij is momenteel lid
van het Executief Comité van Ackermans & van Haaren. Als lid van het
investeringsteam van Ackermans & Van Haaren neemt An Herremans
deel aan voortdurende opleidingen om ESG-risico's en - opportuniteiten
teidenticerenenblijfthijopdehoogtevandeESG-regelgeving.
WARAKU BV, vertegenwoordigd door HELENE BOSTOEN
Hoedanigheid Onafhankelijk bestuurder
Comités Lid van het Auditcomité sedert mei 2021
Nationaliteit en geboortejaar Belg, geboren in 1977
Eerste benoeming als Bestuurder mei 2021
Einde van het huidige mandaat GAV van 2029
Studies en ervaring Hélène Bostoen is handelsingenieur (Solvay Business School, ULB, Brussel)
en behaalde een MBA aan het INSEAD.
Zij begon haar loopbaan bij Merrill Lynch in New York. In 2005 richtte zij
Itza Food op, nu Mexma Food, een tortillafabrikant. In 2007 nam zij de
leiding over van het familiebedrijf Fenixco, dat actief is in de ontwikkeling
van residentieel vastgoed in België, Polen en Frankrijk. Zij is onafhankelijk
bestuurder van Home Invest Belgium en Abattoir NV, en co-voorzitster
van de Commissie Ontwikkelaars van de beroepsfederatie BVS-UPSI.
LIEVE CRETEN BV, vertegenwoordigd door LIEVE CRETEN
Hoedanigheid Onafhankelijk bestuurder
Comités Voorzitter van het Auditcomité sedert juli 2022
Lid van het Benoemings- en Remuneratiecomité sedert juli 2022
Nationaliteit en geboortejaar Belg, geboren in 1965
Eerste benoeming als Bestuurder mei 2022
Einde van het huidige mandaat GAV van 2026
Studies en ervaring Lieve Creten is handelsingenieur (KU Leuven, 1989) en behaalde een
Master in Fiscaliteit (1989). Zij was meer dan twintig jaar lang partner bij
Deloitte, waar zij de M&A-praktijk ontwikkelde en als Managing Partner van
2008 tot 2019 de activiteit Financial Advisory leidde. Zij was tot 2019 lid van
het Executief Comité van Deloitte België. Daarnaast maakte zij van 2015
tot 2021 deel uit van het wereldwijde executive team van Deloitte Financial
Advisory. Lieve Creten is momenteel actief als onafhankelijk bestuurder in
verschillende vennootschappen en ook zelfstandig consultant.
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
54
B GLOBAL MANAGEMENT SRL, vertegenwoordigd door STEPHANE BURTON
Hoedanigheid Onafhankelijk bestuurder
Comités Lid van het Benoemings- en Remuneratiecomité sedert juni 2022
Nationaliteit en geboortejaar Belg, geboren in 1973
Eerste benoeming als Bestuurder juni 2022
Einde van het huidige mandaat GAV van 2026
Studies en ervaring Stéphane Burton behaalde een Master in de Rechten aan de Université
Catholique de Louvain (1996), een Master in Sociaal, Economisch &
Fiscaal Recht aan de Universiteit Gent (1997) en een Global Executive
MBA aan INSEAD (2013). Hij begon zijn carrière als advocaat voor hij
in 2007 de TAT/Sabena Technics groep vervoegde. Hij bekleedde
verschillende functies binnen de groep en werd bestuurder van de
Belgische dochter vennootschappen in 2008 en lid van de Directoire
van de groep in 2009. In 2014 leidde hij een management buy-out van
de Belgische dochtervennootschappen van de groep en sindsdien zet
hij - als CEO - de ontwikkeling voort van de ORIZIO Group, ontstaan uit
de fusie tussen Sabena Aerospace en Sabca, nu de Orizio Group. Hij is
ook bestuurder van Liège Airport en onafhankelijk bestuurder van SECO,
CharleroiAirportenSopartec/UCLouvain-TechnologyTransferOfce.
Fernando Sistac Management & Conseil SAS, vertegenwoordigd door FERNANDO SISTAC
Hoedanigheid Niet-uitvoerend bestuurder
Comités /
Nationaliteit en geboortejaar Fransman, geboren in 1959
Eerste benoeming als Bestuurder mei 2023
Einde van het huidige mandaat GAV van 2027
Studies en ervaring Fernando Sistac is burgerlijk en geotechnisch ingenieur (Polytech Lille,
1982). In 2000 vervoegt hij de groep Vinci als CEO van CBC (groep
Sogea). Van 2012 tot 2018 treedt hij toe tot het uitvoerend comité
van Vinci Construction France als adjunct-directeur-generaal en
operationeel directeur, aan het hoofd van dochterondernemingen
voor bouw- en openbare werken in Île-de-France. Van 2019 tot 2022
maakt hij deel uit van het uitvoerendcomité van Entrepose Group
als operationeel directeur, waar hij ook de functie van algemeen
directeur van Vinci Environnement uitoefent. Met zijn sterke technische
en managementexpertise in de bouwsector adviseert hij vandaag
managers die geconfronteerd worden met de uitdagingen van de
transformatie van hun markt.
Gezien het verstrijken van verschillende bestuursmandaten (waaronder twee als onafhankelijk bestuurder), zal, op aanbeveling
van het Benoemings- en Remuneratiecomité, aan de Gewone Algemene Vergadering van 7 mei 2026 worden voorgesteld om het
mandaat van An Herremans als bestuurder te vernieuwen voor een termijn van vier jaar, alsook de mandaten van Lieve Creten BV,
vertegenwoordigd door Lieve Creten en van B Global Management SRL, vertegenwoordigd door Stéphane Burton, als onafhankelijk
bestuurder.
2.1.2. Samenstelling en diversiteit van de Raad van Bestuur
De samenstelling van de Raad van Bestuur van CFE weerspiegelt het meerderheidsaandeelhouderschap van de Vennootschap.
CFE wordt immers gecontroleerd door Ackermans & van Haaren NV, een Belgische vennootschap waarvan de aandelen zijn
toegelaten tot de verhandeling op Euronext Brussels en door VINCI Construction SAS. Op 31 december 2025 bestaat de Raad
van Bestuur van CFE uit acht leden, waaronder vijf niet-uitvoerende bestuurders en drie onafhankelijke bestuurders (of 37,5%).
In de Raad van Bestuur zetelen op een totaal van acht bestuurders, vier vertegenwoordigers die zijn voorgedragen door de
referentieaandeelhouder, Ackermans & van Haaren NV en één vertegenwoordiger voorgedragen door VINCI Construction SAS.
Deze controle rechtvaardigt tevens de aanwezigheid op 31 december 2025 van door de referentieaandeelhouder, Ackermans & van
Haaren NV, voorgedragen vertegenwoordigers, in het Auditcomité (één lid op drie) en in het Benoemings- en Remuneratiecomité
(één lid op drie).
Bij de samenstelling van de Raad van Bestuur wordt ook gestreefd naar een evenwicht tussen ervaring, competentie en
onafhankelijkheid, met respect voor diversiteit en, in het bijzonder, gelijkheid tussen mannen en vrouwen. Zo bestaat de Raad van
Bestuur uit een voldoende aantal onafhankelijke bestuurders om ervoor te zorgen dat de belangen van alle aandeelhouders van de
Vennootschap worden gerespecteerd, en een derde van de leden zijn vrouwen om te voldoen aan de vereisten van artikel 7:86 WVV.
Dit evenwicht wordt jaarlijks opnieuw beoordeeld door het Benoemings- en Remuneratiecomité.
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
55
2.2. Rol van de Voorzitter van de Raad van Bestuur
De taken van de Voorzitter van de Raad van Bestuur zijn uitvoerig opgenomen in het Corporate Governance Charter van de
Vennootschap.
De Voorzitter onderhoudt nauwe banden met de Voorzitter van het Executief Comité en werkt nauw samen met deze laatste om
ervoor te zorgen dat de Raad van Bestuur bij zijn samenstelling, beraadslaging, besluitvorming en implementatie van besluiten
handelt in overeenstemming met de bepalingen van het Charter en, opnieuw in nauwe samenwerking met de Voorzitter van het
Executief Comité, de agenda opstelt voor de vergaderingen van de Raad van Bestuur.
InhetalgemeenzorgtdeVoorzittervandeRaadvanBestuurookvooreenefciëntecommunicatiemetallebestuurdersdoor
een klimaat van vertrouwen te creëren dat open discussies en opbouwende kritiek mogelijk maakt, en met de aandeelhouders en
andere belanghebbenden van de Vennootschap.
De Voorzitter is ook verantwoordelijk voor de verschillende evaluatieprocedures van de Raad van Bestuur en zijn Comités.
2.3. Aanwezigheden, werking en bevoegdheden van de Raad van Bestuur
De Raad van Bestuur is zodanig georganiseerd dat besluiten op collegiale wijze en in het belang van de Vennootschap worden
genomenendattakenefciëntkunnenwordenuitgevoerd.
Zo vergadert de Raad van Bestuur ten minste vijf keer per jaar op tijdstippen die in het begin van het jaar worden vastgelegd, en
telkens het belang van de Vennootschap dit vereist.
De Raad van Bestuur kwam in 2025 zes maal bijeen.
Het aanwezigheidspercentage van de leden bij de vergaderingen van de Raad van Bestuur in 2025 wordt hieronder weergegeven:
Naam Hoedanigheid Aanwezigheids-
percentage
Luc Bertrand Niet-uitvoerend bestuurder - Voorzitter 6/6
Piet Dejonghe Niet-uitvoerend bestuurder 6/6
Koen Janssen Niet-uitvoerend bestuurder 6/6
An Herremans Niet-uitvoerend bestuurder 6/6
Waraku BV, vertegenwoordigd door Hélène Bostoen Onafhankelijk bestuurder 6/6
Lieve Creten BV, vertegenwoordigd door Lieve Creten Onafhankelijk bestuurder 6/6
B Global Management SRL, vertegenwoordigd door Stéphane Burton Onafhankelijk bestuurder 6/6
Fernando Sistac Management & Conseil SAS, vertegenwoordigd door Fernando Sistac Niet-uitvoerend bestuurder 6/6
Naast het bepalen van de bedrijfsstrategie en -cultuur en het toezicht op het werk van de Comités, keurt de Raad van Bestuur de
statutaire en geconsolideerde jaarrekening en het jaarverslag goed en beslist hij over de resultaatverwerking en de publicatie van
nanciëleenniet-nanciëleinformatie.
DespeciekebesluitenvandeRaadvanBestuurin2025haddenvoornamelijkbetrekkingop:
• de afsluiting van de jaarrekening van boekjaar 2024 en van de halfjaarrekening 2025;
• de beoordeling van de updates aan het budget 2025;
• de beoordeling van het budget 2026;
• de evolutie van de veiligheidsindicatoren
• de herziening van het strategisch plan van de belangrijkste Business Divisies van de Groep (BPC, VMA Automotive, VManager –
BMS, VMA Esco, Pulse en Wood Shapers);
• het nazicht van de in het Engagementcomité voorgestelde dossiers;
• hetonderzoekvandenanciëlepositievanCFE,deevolutievanhaarschuldenhaarbehoefteaanwerkkapitaal;
• de beoordeling en bijwerking van de ESG-strategie en de materialiteitsmatrix in het kader van de CSRD (zoals meer in detail
toegelicht in de Duurzaamheidsverklaring);
• het nazicht van de innovatiestrategie van de Groep;
• het nazicht van de Selective Bidding-procedure van de Groep;
• de goedkeuring van de nieuwe Dealing Code;
• het onderzoek van de evolutie van het uitstaande vastgoedbestand, en
• de goedkeuring van de aankoop en verkoop van verscheidene vastgoedprojecten met een waarde van meer dan tien miljoen euro.
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
56
Tijdenshetboekjaar2025werdendebestuurdersnietgeconfronteerdmetsituatiesvanbelangenconicten.Bijgevolgdiendende
artikelen 7:96 en 7:97 WVV niet te worden toegepast in 2025.
Binnen de Raad van Bestuur worden periodieke evaluatieprocedures georganiseerd in overeenstemming met artikel II.6 van het
Charter. Deze vinden plaats op initiatief en onder toezicht van de Voorzitter. Zoals aangekondigd tijdens het vorige boekjaar, heeft een
onafhankelijk orgaan (Guberna) eind 2024 de werking van de Raad van Bestuur van CFE en zijn interactie met het Executief Comité
geëvalueerd en de conclusies werden meegedeeld op de eerste vergadering van de Raad van Bestuur van het boekjaar 2025.
3. Comités van de Raad van Bestuur
CFE telt twee Comités binnen de Raad van Bestuur, namelijk het Audit- en Risicobeheercomité (“Auditcomité”) (overeenkomstig
artikel 7:99 WVV) en het Benoemings- en Remuneratiecomité (overeenkomstig artikel 7:100 WVV).
3.1. Het Auditcomité
AlgemeenhoudthetAuditcomitétoezichtopdevoorbereidingencontrolevandeboekhoudkundigeennanciëleinformatievan
de Vennootschap, evenals op de doeltreffendheid van de systemen voor interne controle, toezicht en risicobeheer.
Op 31 december 2025 bestond het Auditcomité uit drie leden, van wie er twee onafhankelijk zijn in de zin van artikel 7:87 WVV en in de
zin van de Code 2020, namelijk Lieve Creten BV, vertegenwoordigd door Lieve Creten en Waraku BV, vertegenwoordigd door Hélène
Bostoen. Het andere lid, namelijk Piet Dejonghe tot 30 april 2025 en An Herremans vanaf die datum, is een vertegenwoordiger van de
referentieaandeelhouder.
Als geheel beschikt het Auditcomité over de nodige vaardigheden op het gebied van boekhouding, auditing en IFRS, met name
dankzijdestudiesenervaringvanzijnledeninnanciëleenvastgoedondernemingen.
Het Auditcomité is in 2025 viermaal bijeengekomen en heeft met name het volgende onderzocht:
• de jaarrekening 2024 en de halfjaarrekening 2025;
• de kwartaalrekeningen per einde maart en einde september 2024;
• het ontwerp van het budget 2026 vóór voorlegging ervan aan de Raad van Bestuur;
• de verslagen van de interne auditor;
• de evolutie van de resultaten van de belangrijkste werven;
• de voornaamste verzekeringspolissen van de Groep;
• de belangrijke geschillen van de Groep;
• de evolutie van de geldmiddelen en van de behoefte aan werkkapitaal van de Groep;
• de IT-beveiliging binnen de Groep;
• de opvolging van de bankgaranties van de Groep;
• de implementatie van de ERP binnen de entiteiten van het segment Bouw & Renovatie;
• deniet-nanciëleindicatoren,dedubbelematerialiteitsmatrixendeinvoeringvanCSRD-rapportage;
• de verbintenissen buiten balans van de Groep en in het bijzonder de bankgaranties, en
• het auditplan en de verslagen van de commissaris.
Het Auditcomité heeft in 2025 bijzondere aandacht gewijd aan de interne controle van de Groep en heeft de door CFE ondernomen
stappen om ze te verbeteren, gemonitord. Het heeft ook bijzondere aandacht besteed aan enkele verlieslatende werven, zoals de
projecten LuWa en Nieuw Zuid Blok 21/24.
De duur van het mandaat van de leden van het Auditcomité valt samen met de duur van hun bestuursmandaat.
Leden van het Auditcomité Actief mandaat Deelnemingspercentage
Lieve Creten BV, vertegenwoordigd door Lieve Creten (Voorzitter) 2022-2026 4/4
Waraku BV, vertegenwoordigd door Hélène Bostoen 2025-2029 4/4
Piet Dejonghe* 2021-2025 1/1
An Herremans 2025-2026 3/3
* Piet Dejonghe was lid van het Auditcomité van de Vennootschap tot 30 april 2025.
Tenzij het Auditcomité anders beslist, wonen de voorzitter van het Executief Comité, de CFO en de verantwoordelijke van interne
audit de vergaderingen van het Auditcomité bij. Om de drie jaar beoordeelt de Raad van Bestuur de omvang, samenstelling en
werking van het Auditcomité, zoals meer in detail beschreven in Artikel II.6 van het Charter.
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
57
3.2. Het Benoemings- en Remuneratiecomité
Algemeen zorgt het Benoemings- en Remuneratiecomité voor een billijke bezoldiging binnen de Groep, rekening houdend met de
reglementaire normen, de gekozen doelstellingen, de risico’s en de in het Charter vastgelegde gedragsregels. Het Benoemings- en
Remuneratiecomité ziet er ook op toe de beste competenties voor het toezicht op en het beheer van de Vennootschap te selecteren.
Op 31 december 2025 bestond het Benoemings- en Remuneratiecomité uit drie leden, van wie er twee onafhankelijk zijn in de zin
van artikel 7:87 WVV en in de zin van de Code 2020, namelijk Lieve Creten BV, vertegenwoordigd door Lieve Creten en B Global
Management BV, vertegenwoordigd door Stéphane Burton. Voorzitter is Luc Bertrand, tevens Voorzitter van de Raad van Bestuur en
een vertegenwoordiger van de referentieaandeelhouder.
Als geheel beschikt het Benoemings- en Remuneratiecomité over de nodige deskundigheid op het gebied van beloning.
Het Benoemings- en Remuneratiecomité is in 2025 driemaal bijeengekomen en heeft met name het volgende onderzocht:
• de vaste en variabele remuneratie van de CEO;
• de vaste en variabele remuneratie van de leden van het Executief Comité en van de directeuren;
• het jaarlijkse remuneratieverslag en het remuneratiebeleid;
• de remuneratie van de bestuurders; en
• de opvolging van de evolutie van de talenten en de successieplanning.
De duur van het mandaat van de leden van het Benoemings- en Remuneratiecomité valt samen met de duur van hun
bestuursmandaat.
Leden van het Benoemings- en Remuneratiecomité Actief mandaat Deelnemingspercentage
Luc Bertrand (Voorzitter) 2025-2026 3/3
Lieve Creten BV, vertegenwoordigd door Lieve Creten 2022-2026 3/3
B Global Management BV, vertegenwoordigd door Stéphane Burton 2022-2026 3/3
Wanneer de remuneratie wordt besproken, wordt de Human Resources Director van de Vennootschap, zijnde Focus2LER
BV, vertegenwoordigd door Valérie Van Brabant, systematisch uitgenodigd om de vergadering van het Benoemings- en
Remuneratiecomité bij te wonen.
Net zoals voor het Auditcomité, beoordeelt de Raad van Bestuur om de drie jaar de omvang, samenstelling en werking van het
Benoemings- en Remuneratiecomité, zoals meer in detail beschreven in artikel II.6 van het Charter.
4. Het Executief Comité
Op 29 juni 2022 richtte de Raad van Bestuur van de Vennootschap een Executief Comité op dat bestaat uit ten minste vijf leden
van het management en delegeerde hij het dagelijks bestuur van de Vennootschap uitsluitend aan de Voorzitter van het Executief
Comité, zijnde de CEO.
De leden van het Executief Comité (met inbegrip van zijn vaste genodigden) worden beschouwd als andere leidinggevenden in de
zin van het WVV en als personen met leidinggevende verantwoordelijkheid in de zin van de Europese Verordening Marktmisbruik.
Het Executief Comité, onder het voorzitterschap van de CEO, is voornamelijk belast met het onderzoek van het algemeen beheer
van de Vennootschap en CFE Groep, en meer in het bijzonder voor:
I. het voorstellen van de strategie van de Vennootschap en de Groep aan de Raad van Bestuur;
II. het uitvoeren van deze strategie;
III. het waarborgen van het dagelijks en operationeel beheer van de Vennootschap en de Groep en hierover verslag uitbrengen
aan de Raad van Bestuur;
IV. het tijdig verstrekken aan de Raad van Bestuur van alle informatie die nodig is om zijn verantwoordelijkheden te vervullen; en
V. het instaan voor de naleving van zijn verplichtingen tegenover de Raad van Bestuur en hierover verslag uitbrengen aan de
Raad van Bestuur.
De CEO, bijgestaan door het Executief Comité, heeft ook - binnen de grenzen van het dagelijks bestuur en de bevoegdheden
die hem werden toegekend door de Raad van Bestuur - delegaties van bevoegdheden toegekend en een lijst opgesteld van de
gemachtigde vertegenwoordigers van de Vennootschap en hun ondertekeningsbevoegdheden in september 2024 bepaald.
De leden van het Executief Comité worden benoemd en ontslagen door de Raad van Bestuur. Zij worden in principe benoemd voor
onbepaalde duur. De Raad van Bestuur zorgt ervoor dat het Executief Comité bestaat uit integere personen met uiteenlopende
professionele vaardigheden en met de kennis, ervaring en aanvullende vaardigheden die nodig zijn om hun taken naar behoren uit
te voeren.
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
58
Op 31 december 2025 bestond het Executief Comité uit:
TROREMA BV, vertegenwoordigd door Raymund Trost
Hoedanigheid Voorzitter van het Executief Comité
ChiefExecutiveOfcervanCFE(“CEO”)
Nationaliteit en geboortejaar Belg, geboren in 1964
Studies en ervaring Raymund Trost behaalde een Master Economie en International Finance en een Master
in European Affairs & Econometrics (Universiteit Leuven, 1987), en volgde een opleiding in
leadership (Harvard University, 2014).
Hij begon zijn loopbaan op het Ministerie van Financiën (Research Analyst, 1987-1998).
Vervolgens werkte hij bij BNP Paribas Fortis (Financieel Analist, 1989-1991). In 1991 trad hij als
Adjunct-Administrateur (Audit & Finance) toe tot de Europese Commissie. In 1992 stapte hij
over naar Owens Corning (European Business Planning Manager). Gedurende vele jaren
bekleedde hij daar functies van Financial Director, General Manager en Managing Director
(1996-2007).HijverlietdeondernemingalsCEOvan3B-thebreglasscompany(Divested
business by Owens Corning, 2007-2008). Vervolgens werd hij Managing Director Strategy &
Business Development bij Saertex (2008-2010).
In 2011 stapte hij over naar Tyco Electronics (VP Telecom Networks, 2010-2011). Vervolgens werd
hij CEO van de vennootschap Joris Ide Group (2011-2015).
In 2015 vervoegde hij CFE Groep als Voorzitter van het Executief Comité van CFE Contracting.
Momenteel oefent hij via zijn managementvennootschap de functies van CEO en Voorzitter
van het Executief Comité van CFE uit.
MSQ BV, vertegenwoordigd door Fabien De Jonge
Hoedanigheid Lid van het Executief Comité
ChiefFinancialOfcer(“CFO”)
Nationaliteit en geboortejaar Belg, geboren in 1972
Studies en ervaring Fabien De Jonge behaalde een Master in Management (Louvain School of Management, 1995).
Hij begon zijn loopbaan bij Arthur Andersen (Auditor, 1995–2000).
Vervolgens werkte hij bij Bank Degroof Petercam (Internal Auditor, 2000-2001).
In 2002 vervoegde hij CFE Groep, waar hij als Project Finance Manager van start ging. In 2004
combineerde hij deze functie met die van Head of Finance van BPI. Sinds 2014 oefent hij via zijn
managementvennootschapdefunctievanChiefFinancialOfcervanCFEuit.
Focus2LER BV, vertegenwoordigd door Valérie Van Brabant
Hoedanigheid Lid van het Executief Comité
ChiefPeopleOfcervanCFE
Nationaliteit en geboortejaar Belg, geboren in 1979
Studies en ervaring Valérie Van Brabant behaalde een Master in Business Administration (ICHEC, 2004) en volgde
een opleiding in HR Management (Vlerick Business School, 2016-2017) en een opleiding in
General Management (INSEAD, 2022).
Zij begon haar loopbaan bij het rekruteringsbureau Robert Half en werkte vervolgens bij Robert
Walters (Senior Consultant, 2004-2007).
In 2007 vervoegde zij CFE Groep, waar zij begon als Recruitment and Development Consultant
(2007-2013).
Zij heeft haar loopbaan binnen de Groep ontwikkeld als HR Manager van Louis Stevens
& Co, MOBIX Remacom, MOBIX Engema, MOBIX Engetec en BPI (2014-2019). In 2019 werd
zijbenoemdtotChiefHumanResourcesOfcervanCFE,CFEContractingenBPI,enlid
van het Executief Comité van CFE Contracting (2019-2022). Momenteel oefent zij via haar
managementvennootschapdefunctievanChiefPeopleOfcervanCFEuit.
ARTIST VALLEY NV, vertegenwoordigd door Jacques Lefèvre
Hoedanigheid Lid van het Executief Comité
CEO Vastgoedontwikkeling
Nationaliteit en geboortejaar Belg, geboren in 1962
Studies en ervaring Jacques Lefèvre behaalde een diploma van Handelsingenieur (ICHEC, 1988).
In 2004 trad hij toe tot CFE Groep, waar hij via zijn managementvennootschap de functie van
Gedelegeerd Bestuurder van BPI Real Estate Belgium uitoefent. In 2007 werd hij benoemd tot lid
van de Raad van Bestuur van UPSI-BVS. In 2010 werd hij benoemd tot bestuurder van BPI Real
Estate Poland en in 2014 van BPI Real Estate Luxembourg.
Sinds 2018 is hij voorzitter van de Raad van Bestuur van BPI Real Estate Poland. Sinds 2019 is hij
bestuurder van Wood Shapers en van Wood Shapers Luxembourg. Hij is ook lid van de Raad
van Bestuur van CFE Polska.
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
59
Bruno Lambrecht en LAMCY SRL, vertegenwoordigd door Bruno Lambrecht (vanaf 25 november 2025)
Hoedanigheid Lid van het Executief Comité
CEO Bouw & Renovatie België en Polen
Nationaliteit en geboortejaar Belg, geboren in 1971
Studies en ervaring Bruno Lambrecht behaalde een diploma van Burgerlijk Ingenieur (KU Leuven, 1996) en van
Industrieel Ingenieur (VIVES, 1993).
HijbegonzijnloopbaanbijDecloedtEngineeringOfce(Coördinatieenfollow-upvanhet
ontwerp van een metalen structuur voor een elektriciteitscentrale in Duitsland, 1996-1997).
VervolgenswerktehijbijIBSEngineeringOfcealsverantwoordelijkevoorhetontwerpende
supervisie van meerdere projecten (1997-1998).
In1998tradhijtoetotCFEGroepalswerngenieurvanCFENederland.VervolgenswashijPro-
ject Manager bij CFE Polska (2000-2004). In 2004 werd hij Project Manager bij CFE Brabant. In
2005 keerde hij als Area Manager terug naar CFE Polska (2005-2009) en als General Manager
sinds 2009. In september 2020 trad hij toe het Executief Comité van CFE. Daarnaast heeft hij
sinds oktober 2024 ook de functie van CEO van het segment Bouw & Renovatie België en de
functie van CEO van BPC Group SA opgenomen.
COEDO BV, vertegenwoordigd door Arnaud Regout
Hoedanigheid Lid van het Executief Comité
ChiefInvestmentOfcer&NewdevelopmentRealEstate
Nationaliteit en geboortejaar Belg, geboren in 1978
Studies en ervaring Arnaud Regout heeft een MBA Corporate Finance (Solvay Brussels School, 2004).
HijbegonzijnloopbaanbijCushman&Wakeeld(ValuationAnalyst,2003)enwerktevervolgens
bij Ernst & Young (Senior Auditor, 2004-2007). Van 2007 tot 2008 werkte hij bij de Groep Besix aan
verscheidenescaleennanciëleprojecten.
In 2008 vervoegde hij CFE Groep als Administratief en Financieel Directeur van BPI Luxembourg
en de activiteiten in Marokko en Tunesië (2008-2012). In 2012 werd hij benoemd tot Adjunct-
Directeur van BPI Luxembourg. Vervolgens werd hij benoemd tot bestuurder van BPI Luxembourg,
waar hij verantwoordelijk was voor de ontwikkeling van de vastgoedactiviteiten (2014-2015).
Sinds2015ishijChiefInvestmentOfcervanBPIenGedelegeerdBestuurdervanBPILuxembourg.
CONSULTON VoF, vertegenwoordigd door Peter Matton
Hoedanigheid Lid van het Executief Comité
CEO VMA
Nationaliteit en geboortejaar Belg, geboren in 1965
Studies en ervaring Na zijn studies als industrieel ingenieur begon Peter Matton zijn loopbaan in een commerciële
functie bij ABB Industry. Van 1995 tot 1998 leidde hij zijn eigen distributiebedrijf HVAC, waarna hij
als Sales Manager toetrad tot de Building Division van ABB.
Peter Matton heeft verschillende managementfuncties bekleed in zowel private als publieke
ondernemingen, waaronder Managing Director van Equans Belux, COO van ADB Safegate
Group, Divisional Managing Director van Rotork plc en Chairman van IMI Norgren Europe.
Indezefunctieswashijonderandereverantwoordelijkvoordebalans,nanciën,human
resources, verkoop, supply chain, QHSE, R&D en operations. Begin 2024 trad Peter Matton toe
tot CFE Groep als CEO van VMA, een van de bedrijven van het segment Multitechnieken van de
Groep, en maakt hij deel uit van het Executief Comité van CFE.
Zijn, tot slot, ook uitgenodigd om deel te nemen aan alle vergaderingen van het Executief Comité als vaste genodigden:
• ALCIN BV, met als vaste vertegenwoordiger Philippine De Wolf, als General Counsel;
• IsabelleDeBruyne,alsChiefSustainabilityOfcer;
• HexpeditionBV,metalsvastevertegenwoordigerHansVanDromme,alsChiefInformationOfcer,en
• GARFUNKELBV,metalsvastevertegenwoordigerRaphaeldeVisser,alsChiefCommunicationOfcer.
Sinds 2023 telt het Executief Comité in zijn midden nog verscheidene andere comités, namelijk het Selectiecomité en het
Engagementcomité.
De rol van het Selectiecomité bestaat in het beoordelen en goedkeuren van bepaalde commerciële opportuniteiten (een
“ Prospect”) die een Business Unit mogelijk wil nastreven in de normale uitoefening van haar activiteiten, waarbij het nastreven van
datProspecteenaanzienlijkeimpactkanhebbenopdenanciën,menselijkeen/ofnanciëlemiddelenen/ofrisicoblootstelling
van de Groep.
Het Selectiecomité bestaat uit de CEO van de Groep, de CFO van de Groep en het lid van het Executief Comité die het activiteiten-
segment vertegenwoordigt waartoe de betrokken Business Unit behoort.
Het Engagementscomité werd opgericht om bepaalde belangrijke bindende offertes te onderzoeken die, als ze worden aanvaard, een
aanzienlijkeimpactkunnenhebbenopdenanciën,menselijkeen/ofnanciëlemiddelenen/ofrisicoblootstellingvandeGroep.Dit
Comité werd op zijn beurt ook nog eens onderverdeeld in drie subcomités op basis van het betrokken activiteiten segment, namelijk
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
60
het Engagementcomité Bouw & Renovatie, het Engagementcomité Multitechnieken en het Investeringscomité Vastgoedontwikkeling.
Het Engagementcomité bestaat enerzijds uit vaste leden, namelijk de CEO van de Groep, de CFO van de Groep, de General Counsel
(behalve voor het Investeringscomité Vastgoedontwikkeling waar hij vervangen wordt door de Head of Legal van BPI Real Estate) en
twee bestuurders van CFE (vertegenwoordigers van de referentieaandeelhouder) en anderzijds ad hoc leden, namelijk voor:
• het Engagementcomité Bouw & Renovatie: de leden van het Executief Comité die het segment Bouw & Renovatie
vertegenwoordigen en een senior adviseur die optreedt als technisch expert voor het voorgestelde project;
• het Engagementcomité Multitechnieken: de leden van het Executief Comité die het segment Multitechnieken
vertegenwoordigen en een senior adviseur die optreedt als technisch expert voor het voorgestelde project;
• het Investeringscomité Vastgoedontwikkeling: de leden van het Executief Comité die het segment Vastgoedontwikkeling
vertegenwoordigen en een senior adviseur die optreedt als technisch expert voor het voorgestelde project.
Ook andere personen kunnen worden uitgenodigd op die Comités naargelang het geval op basis van hun bijzondere expertise.
In de loop van 2025 kwam het Executief Comité drieëntwintig keer samen.
De Raad van Bestuur beoordeelt, samen met het Benoemings- en Remuneratiecomité en de CEO, de werking van het Executief
Comité en in het bijzonder de bijdrage van elk lid ervan aan de ontwikkeling van de activiteiten en de resultaten van de Groep. De
voorzitter van het Executief Comité (in dit geval de CEO) neemt niet deel aan de beoordeling van zijn eigen prestaties.
5. Diversiteitsbeleid
DeVennootschapmeentdateengediversieerdteamdekwaliteitvanhetbesluitvormingsprocesenuiteindelijkdeglobale
prestaties verbetert. Diversiteit en inclusie zijn globale prioriteiten voor CFE, want het zijn belangrijke factoren voor het succes van de
Vennootschap en haar individuen. De Vennootschap meent dat haar grootste kracht schuilt in de diversiteit van haar team en dat
haar werknemers het verdienen zich op het werk goed te voelen en authentiek zichzelf te zijn, ongeacht hun gender, hun etnische
afkomst, hun seksuele geaardheid of andere kenmerken. De Vennootschap blijft werken aan alle aspecten van de diversiteit binnen
haar team van hogere kaderleden. Zij ziet toe op de samenstelling van een pool van diverse talenten, rekening houdend met de
respectieve competenties, opleidingen, ervaringen en loopbaantrajecten.
De procedure voor de selectie en benoeming van de leden van de Raad van Bestuur en van het Executief Comité wordt in
het Corporate Governance Charter beschreven. Bij hun samenstelling wordt gestreefd naar een evenwicht tussen ervaring,
competentie en onafhankelijkheid, met respect voor diversiteit, met name de gelijkheid tussen mannen en vrouwen.
Momenteel zijn drie van de acht leden van de Raad van Bestuur vrouwen. De expertisedomeinen van de bestuurders vullen elkaar
aan en bestrijken alle activiteiten van de Groep en de bijbehorende risico’s en opportuniteiten.
6. Belangenconicten
Watbelangenconictenbetreft,moetdeVennootschapdeartikelen7:96en7:97WVVnaleven.HetisdeplichtvandeBestuurders
elkedaadtevermijdendieinconictzouzijnmetdebelangenvandeVennootschapenhaaraandeelhouders.Zijbrengende
VoorzittervandeRaadvanBestuuronmiddellijkopdehoogteindieneendergelijkbelangenconictzichzouvoordoen.
DeledenvanhetExecutiefComitézijneveneensonderworpenaanspeciekeregelstervoorkomingvanbelangenconicten.Deze
regels worden meer gedetailleerd beschreven in hoofdstuk IV.7 van het Charter.
Ten slotte werden, in het kader van de verplichte opleidingen over de Gedragscode en het Beleid inzake Bedrijfsintegriteit, alle
medewerkersvanCFEGroeperaanherinnerddatzebelangenconictenmoetenvermijdenendatzedergelijkesituaties,indien
nodig,moetenidenticerenenmeldenviahetklokkenluiderinstrumentvandeGroep.HetBeleidinzakeBedrijfsintegriteitvande
Groepgeeftookmeerindetailaanwelkesituatiesmogelijkeenbelangenconictvormen.
7. Externe en interne controle en risicobeheer
7.1. Externe controle
De commissaris van de vennootschap is EY Bedrijfsrevisoren BV, vertegenwoordigd door Marnix Van Dooren. EY Bedrijfsrevisoren
BVwerdherbenoemddoordeGewoneAlgemeneVergaderingvan2mei2024,vooreenperiodevandriejaardieaooptnade
Gewone Algemene Vergadering van 2027. Het bedrag van de bezoldiging van de Commissaris wordt gepubliceerd conform artikel
3:65 WVV in de bijlage bij de geconsolideerde jaarrekening en de statutaire jaarrekening.
7.2. Interne controle
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
61
De Raad van Bestuur ziet toe op de uitvoering van het referentiekader van interne controle en risicobeheer. Algemeen ondersteunt
het Auditcomité de Raad van Bestuur bij het vervullen van zijn verantwoordelijkheden inzake interne en externe controle van de
Groep in de ruimste zin, inclusief de risico’s.
Het Auditcomité is onder meer belast met volgende taken:
• eroptoeziendatdenanciëlerapporteringvandeVennootschapeengetrouw,eerlijkenduidelijkbeeldgeeftvandepositieen
vooruitzichten van de Vennootschap en de Groep;
• toezien op een correcte en coherente toepassing van de boekhoudkundige normen en waarderingsregels van de Groep en de
nodige aanbevelingen doen voor de aanpassing ervan;
• het beoordelen van de kwaliteit en doeltreffendheid van het systeem voor interne controle en risicobeheer om ervoor te zorgen
datdebelangrijksterisico’scorrectwordengeïdenticeerd,beheerdengerapporteerdaanhetbestuur(eninhetbijzonderde
dubbele materialiteitsanalyse, zoals uitvoeriger uitgelegd in de Duurzaamheidsverklaring);
• het beoordelen van de doeltreffendheid van de interne audit;
• het beoordelen en monitoren van de onafhankelijkheid van de Commissaris, waarbij met name wordt nagegaan of de
verlening van bijkomende diensten aan de Vennootschap passend is, en
• aanbeveling doen aan de Raad van Bestuur van de Vennootschap voor de benoeming van de Commissaris.
Daarnaast beschikt CFE Groep sinds 2014 onder haar medewerkers ook over een interne auditor om zekerheid te verschaffen
over de mate van controle over de activiteiten binnen de Groep, advies te geven over hoe deze te verbeteren en te helpen bij het
creëren van toegevoegde waarde. Hij helpt de Groep om haar doelstellingen te bereiken door systematisch en methodisch de
risicobeheer-, controle- en bestuursprocessen te evalueren en voorstellen te doen om de doeltreffendheid ervan te verbeteren.
De interne auditor rapporteert aan de algemene directie en onderhoudt een nauwe relatie met het Executief Comité en het Audit-
comité en geeft hen zekerheid over de doeltreffendheid van de systemen voor risicobeheer en interne controle.
De interne auditor actualiseert de in kaart gebrachte risico’s van de belangrijkste segmenten van de Groep, namelijk het segment
Bouw & Renovatie, het segment Multitechnieken en het segment Vastgoedontwikkeling.
Deze‘cartograeën’wordenomdetweejaarherzien.Hetgaatom:
• hetinventariserenvandebelangrijkstebronnenvanidenticeerbareinterneofexternerisico’sdiehindernissenvormenvoorhet
bereikenvandedoelstellingenvanhetsegment;zekunnennancieelofmenselijkzijnofbetrekkinghebbenopzijnreputatie;
• het beoordelen, op een kwalitatieve schaal, van het kritieke karakter van de risico’s, door rekening te houden met hun potentiële
impact, de waarschijnlijkheid dat ze zich zullen voordoen en de mate waarin ze kunnen worden beheerst, en
• het invoeren van een passende aanpak van deze risico’s.
Op basis van het in kaart brengen van de belangrijkste Business Units zijn er risicoroosters opgesteld voor elke Business Unit,
waardoor een uniforme presentatie en beoordeling mogelijk is van gebeurtenissen die van invloed kunnen zijn op de projecten
die worden onderzocht door de bevoegde organen van de Business Units.
In de loop van het boekjaar 2025 werden vijf auditopdrachten uitgevoerd. Ze hebben geen dysfuncties aan het licht gebracht die
eensignicanteinvloedzoudenkunnenhebbenopdeactiviteitendenanciëleoverzichtenvandeGroep.Dezeauditshaddenmet
name betrekking op:
• het Selective Bidding-proces;
• de werking van het Engagementcomité en het Investeringscomité;
• het risico op faillissement van de onderaannemers;
• het betalingsproces bij Van Laere; en
• de bancaire handtekeningsvolmachten.
7.3. Interne controle en systemen voor risicobeheer
7.3.1. Dispositief en organisatie van de interne controle
Het Executief Comité van CFE is verantwoordelijk voor het opstellen van gemeenschappelijke richtlijnen voor de Groep.
Deze richtlijnen hebben voornamelijk betrekking op:
• de veiligheid, de kwaliteit en het milieu;
• de integriteit;
• de aanvaarding van opdrachten;
• het beheer en de monitoring van projecten;
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
62
• het nemen van participaties in maatschappen en in het kapitaal van vennootschappen;
• de aankoop en onderaanneming;
• de investering;
• hetboekhoudkundigeennanciëlebeheer;
• het beheer van de human resources;
• hetjuridische,scaleenverzekeringsbeheer;
• de interne en externe communicatie, en
• de informaticabeveiliging.
De respectieve directies van de Business Units zijn verantwoordelijk voor de toepassing van deze richtlijnen, door het opstellen,
desgevallend, van gedetailleerde procedures en de invoering van een organisatie die toeziet op de juiste toepassing van deze
procedures.
In 2023 is een Groepsbrede oefening gestart om deze richtlijnen te herschrijven en te hercoderen onder leiding van de General
Counsel van de Groep. Deze oefening leidde tot de publicatie in 2024 van een nieuwe Gedragscode en Beleid inzake Bedrijfsintegriteit,
evenals een reeks andere beleidslijnen zoals het klokkenluidersbeleid, het mensenrechtenbeleid, het crisiscommunicatieplan,
het charter voor kwaliteit, gezondheid, veiligheid en milieu (QSHE), enz. In 2025 werden de procedure voor het beheer van de
groepsverzekeringen,dediversebeleidslijneninzakeICTenarticiëleintelligentieenverschillendenanciëlebeleidsdocumenten—
waaronderhetbeleidrondkredietbeheer,garantiesenthesaurie—herzienengepubliceerd.Andere,zoalshetbeleidinzakescaal
beheer en budgettaire controle, worden momenteel herschreven. Deze actualisering wordt in 2026 voortgezet.
De sensibiliseringscampagnes en verplichte opleidingen blijven bovendien een essentieel onderdeel van het interne controlesysteem.
CFE handhaaft een rechtstreekse en regelmatige controle over haar Business Units uit, met name door middel van:
• de aanwezigheid van bestuurders en/of leden van het Executief Comité van CFE in de Raden van Bestuur van de
dochtervennootschappen en in het Selectiecomité, het Engagementcomité en het Investeringscomité;
• de driemaandelijkse beoordeling van het budget (zie 7.3.5.2) ;
• de selectie, de follow-up (due diligence) en de beslissingen over het nemen van participaties in externe ondernemingen
en de follow-up van de herstructureringen binnen de dochtervennootschappen;
• de centralisatie van het onderschrijven van abonnement- en projectverzekeringspolissen voor de dekking van alle
verzekerbare risico’s van de Groep;
• de centralisatie van de geldmiddelen van de Groep (cash pooling);
• de ad-hocopdrachten van de interne auditor (zie 7.2) met het oog op:
• het toezicht op de effectieve toepassing door elke Business Unit van de Groep van de procedures van interne controle,
opgesteld in samenhang met de Groepsrichtlijnen terzake, en
• het organiseren van de centralisatie van de resultaten van de interne controles door de dochtervennootschappen,
om over een goede kennis en begrip te beschikken van de aard, de intensiteit en de lokalisatie van de risico’s
waaraan de Groep in haar geheel is blootgesteld.
Het Auditcomité beoordeelt ten minste éénmaal per jaar de procedures van de interne auditafdeling die het Executief Comité heeft
ontwikkeld,omzichervantevergewissendatdebelangrijksterisico’scorrectwerdengeïdenticeerd,gemeldenbeheerd.
TijdensdedriemaandelijksevergaderingenvanhetAuditcomitéwordendenanciëlekwartaalresultatenendeverslagenvande
Interne Audit voorgesteld aan de leden van het Auditcomité en aan de commissaris.
De Raad van Bestuur evalueert de toepassing van de interne-controleprocedures binnen de Groep, rekening houdend met de
aanbevelingen van het Auditcomité.
7.3.2. Doelstelling van de interne controle
De interne controle heeft meerdere doelstellingen, zoals de naleving van de wetten en reglementen, de toepassing van de door de
algemenedirectievanCFEbepaaldeinstructies,devrijwaringvandeactivaendebetrouwbaarheidvandenanciëleinformatie.
7.3.3. Perimeter van de interne controle en het risicobeheer
De perimeter van het risicobeheer en van de interne controle bestrijkt alle geconsolideerde dochtervennootschappen waarop de
vermogensmutatiemethode is toegepast.
De raden van bestuur van de vennootschappen die in gezamenlijke controle worden gehouden, namelijk GreenStor, Deep-C
Holding, Green Offshore en de SPV’s van het segment Vastgoedontwikkeling, zijn verantwoordelijk voor hun interne controle. CFE ziet
echter via haar vertegenwoordigers in de respectievelijke raden van bestuur van deze ondernemingen toe op de bevordering van
haar goede praktijken.
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
63
7.3.4. Geïdenticeerderisico’s
Voordeidenticatievandevoornaamsterisico’sverwijzenwenaarsectieII.1.2vanditbeheersverslag.
7.3.5. Activiteiten en procedures van de interne controle
Sommige activiteiten en procedures van de interne controle die in sectie 7.2 worden vermeld en hierna uitvoeriger worden
beschreven,zijngemeenschappelijkvoorhetgeheelvandeGroep,anderezijnspeciekvooreenofmeersegmenten.
7.3.5.1. Activiteiten en procedures gemeenschappelijk voor het geheel van de Groep
Financiële verslaggeving
CFEgeefthaardochtervennootschappenduidelijkeinstructiesvoordenanciëleverslaggeving,mettermijnenenregelsvoorde
voorbereidingendebeoordeling.Eenexterneauditvandehalfjaarlijksenanciëlestatenendejaarrekeninghoudtrekeningmetde
elementen van de interne controle en het risicobeheer op het niveau van de betrokken entiteit.
Detoereikendheidvandezeprocedureswordtmetregelmatigeintervallengeverieerdengeauditeerdenindiennodigworden
zegeoptimaliseerd.Eenpassendeverdelingvandeverantwoordelijkhedeneneencoördinatietussendebevoegdediensten
garandereneeneffectieveenstiptecommunicatievandeperiodiekenanciëleinformatieaandemarkt.
De veiligheid van de informatica wordt gecontroleerd door een periodieke audit, een proactieve benadering met updates, back-ups
en, wanneer nodig, tests van de informatica-infrastructuur. Er zijn ook plannen voor bedrijfscontinuïteit en noodherstel opgesteld.
CFEmonitortdenormenvoordenanciëleverslaggeving.Deevolutiesvanhetwettelijkekadervandenanciëleverslaggeving
wordenvannabijgevolgdenhunimpactopdeverslaggevingvandeGroepwordtproactiefbesprokenmetdenanciëledirectie
en de commissaris.
ElkesignicantewijzigingvandeinternecontroleomgevingofvandeIFRS-boekhoudnormendiedeGroeptoepast,wordt
onderworpen aan een onderzoek door het Auditcomité en aan de goedkeuring door de Raad van Bestuur van CFE.
Driemaandelijkse beoordeling van het budget
Elk kwartaal wordt een vergadering voor de beoordeling van het budget gehouden. Aan deze vergaderingen nemen deel: de CEO,
de CFO en de directeur Finance & Controlling van CFE, de CEO van de betrokken Business Division, de gedelegeerd bestuurder of de
algemeendirecteurvandebetrokkenBusinessUnit,haaroperationeeldirecteurenhaarnancieelenadministratiefdirecteur.
De volgende onderwerpen worden behandeld:
• de budgetten (en hun driemaandelijkse aanpassing);
• de transactievolumes van het lopende boekjaar, de staat van het orderboek;
• de meest recent bekendgemaakte jaarrekening (balans en resultatenrekening);
• het voorlopige resultaat van de dochtervennootschap en het detail van de marges per project;
• de analyse van de balans van de dochtervennootschap;
• de analyse van de lopende risico’s en meer bepaald een presentatie van de geschillen;
• de staat van de gegeven garanties;
• de investeringsbehoeften of de desinvesteringen, en
• de geldmiddelen en hun toekomstige evolutie over twaalf maanden.
7.3.5.2. Procedures voor de toestemming tot het aannemen van opdrachten eigen aan de segmenten
Naast de reeds beschreven procedures gemeenschappelijk voor de Groep, zijn procedures voorafgaand aan de aanname van
opdrachteningevoerddiespeciekzijnvoorenerzijdsdesegmentenBouw&RenovatieenMultitechniekenenanderzijdshet
segment Vastgoedontwikkeling.
Aannameprocedures eigen aan de segmenten Bouw & Renovatie en Multitechnieken
• Het Selectiecomité (waarvan de samenstelling meer in detail wordt gegeven onder sectie 4)
Het uitvoeren van de studie met het oog op de indiening van offertes voor opdrachten van het type Design & Build (met
inbegripvanDB(R)FM,,DBF,DBM)dieeenpotentieeldesign-ofnancieringsrisicoinhoudenvooreenBusinessUnit,moet
vooraf door het Selectiecomité worden goedgekeurd. Indien het Selectiecomité ingaat op het verzoek tot indiening van een
offerte, kent het een budget toe voor de studie van de offerte en legt het een planning vast. De evolutie van het dossier en de
budgettaire follow-up van de studie worden conform de planning aan het Selectiecomité voorgelegd.
• Het Engagementcomité (waarvan de samenstelling meer in detail wordt gegeven onder sectie 4)
Projectenmeteenhoogrisicoproelen/ofeenwaardevanmeerdan50miljoeneurovoorhetsegmentBouw&Renovatieof
10 miljoen euro voor het segment Multitechnieken moeten door het Engagementcomité worden goedgekeurd vóór een offerte
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
64
wordtingediend.HetComitéonderzoektmetnamedetechnische,commerciële,contractueleennanciëlerisico’svande
projecten die het voorgelegd krijgt. Voor projecten met een waarde van meer dan 150 miljoen euro voor het segment Bouw &
Renovatie of 50 miljoen euro voor het segment Multitechnieken is de voorafgaande goedkeuring van de Raad van Bestuur van
CFE ook vereist.
Specieke aannameprocedures voor het segment Vastgoedontwikkeling
• Het Investeringscomité
De opdracht van het Investeringscomité (waarvan de samenstelling meer in detail gegeven wordt onder sectie 4) bestaat
in het analyseren en goedkeuren van alle vastgoedinvesteringen van de Business Units actief in Vastgoedontwikkeling,
namelijk BPI Belgium, BPI Luxembourg en BPI Poland. Voor investeringen met een waarde groter dan 10 miljoen euro is ook de
goedkeuring van de raad van bestuur van de betrokken juridische entiteiten en van de Raad van Bestuur van CFE vereist.
De bevoegdheid van het Investeringscomité strekt zich niet uit tot de vertegenwoordiging van de Vennootschap en sluit die van
de Raad van Bestuur niet uit. De Raad van Bestuur kan op elk ogenblik elk investerings- of desinvesteringsproject naar zich toe
trekken, ongeacht het bedrag, en in voorkomend geval in plaats van het Strategisch en Investeringscomité beslissen.
8. Structuur van het aandeelhouderschap
De meerderheidsaandeelhouder van de Vennootschap is Ackermans & van Haaren, dat 15.725.684 aandelen (zijnde 62,12%) van de
Vennootschap aanhoudt.
Ackermans&vanHaarenwordtgecontroleerddoorScaldisInvest,dat33%aanhoudt.Belmasbezit92,25%vanhetkapitaalvan
Scaldis Invest. De uiteindelijke controle over Scaldis Invest wordt uitgeoefend door Stichting Administratiekantoor ‘Het Torentje’.
Stichting Administratiekantoor
‘Het Torentje’
Ultiem controlerende aandeelhouder
Controle
BELFIMAS NV
92,25%
SCALDIS INVEST NV
33%
ACKERMANS & VAN HAAREN
Beursgenoteerd op Euronext Brussels
62,12%
Aannemingsmaatschappij CFE
Beursgenoteerd op Euronext Brussels
Uit de meest recente transparantiemelding die VINCI Construction SAS op 1 juli 2022 heeft gedaan in het kader van de Wet van 2 mei
2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op
een gereglementeerde markt, blijkt dat zij 3.066.460 aandelen van de Vennootschap bezit, d.i. 12,11% van het kapitaal.
Tot slot blijkt uit een gezamenlijke verklaring van 7 maart 2014 dat het handelen in onderling overleg tussen Ackermans & van
Haaren NV, VINCI S.A. en VINCI Construction S.A.S. werd beëindigd naar aanleiding van de afsluiting van het verplichte openbaar
overnamebod dat door AvH werd uitgebracht op CFE.
9. Afwijkingen van de Code 2020
De afwijkingen van de Code 2020 hebben uitsluitend betrekking op de vergoeding van de niet-uitvoerende Bestuurders en in het
bijzonder op principe 7.6 van de Code 2020. De gemotiveerde redenen voor deze vrijstelling worden uiteengezet in het remuneratie-
beleid onder punt 1.2 hierna.
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
65
IV REMUNERATIEVERSLAG
1. Remuneratiebeleid
Dit remuneratiebeleid is opgesteld in het kader van artikel 7:89/1 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen (“WVV”)
en de Belgische Corporate Governance Code 2020 (de “Code 2020”). Het werd opgesteld door de Raad van Bestuur van de
vennootschap op aanbeveling van het Benoemings- en Remuneratiecomité en goedgekeurd door de algemene vergadering van
de vennootschap op 30 april 2025.
Het remuneratiebeleid is van toepassing op de volgende personen:
• de bestuurders:
• de CEO, en
• de andere leidinggevenden van CFE die, verzameld in het Executief Comité, deelnemen aan de algemene leiding van CFE in de
betekenis van artikel 3:1, WVV.
Het remuneratiebeleid is ontworpen om de prestatiecultuur en de waardecreatie op lange termijn van de Vennootschap
te ondersteunen. Het heeft tot doel bestuurders en leidinggevenden aan te trekken en te behouden die over uiteenlopende
competenties beschikken in de verschillende domeinen die nodig zijn voor de groei van de activiteiten van de Vennootschap.
Het onderstaande is slechts een samenvatting van het remuneratiebeleid van de Vennootschap. Het beleid kan in zijn geheel
worden geraadpleegd op de website van de Vennootschap, als bijlage bij het Corporate Governance Charter van CFE. In geval van
tegenstrijdigheid tussen het remuneratiebeleid en de presentatie in dit hoofdstuk, heeft het remuneratiebeleid voorrang.
1.1. Governance – Procedure
Het remuneratiebeleid wordt door de Raad van Bestuur opgesteld op aanbeveling van het Benoemings- en Remuneratiecomité.
Vervolgens wordt het ter goedkeuring voorgelegd aan de Algemene Vergadering. Elke materiële wijziging van het remuneratiebe
-
leid moet eveneens door de Algemene Vergadering worden goedgekeurd.
Het Benoemings- en Remuneratiecomité ontvangt jaarlijks een voorstel van de CEO over de vaststelling van de bereikte prestatie
-
criteria en het niveau van de remuneratie van het uitvoerend management. Het lid van het Executief Comité dat verantwoordelijk
is voor het personeelsbeheer in de Vennootschap doet het voorstel met betrekking tot de CEO. Deze voorstellen verwijzen naar de
toepassing van het remuneratiebeleid. Indien van het beleid wordt afgeweken, worden de redenen voor die afwijking uiteengezet.
Het Benoemings- en Remuneratiecomité adviseert de Raad van Bestuur en staat hem bij. In dit kader:
• onderzoekt het remuneratievoorstel van de CEO;
• doet het aanbevelingen aan de Raad van Bestuur over de individuele remuneratie van de bestuurders, de CEO en de leden van
het Executief Comité;
• beoordeelt het de prestaties van de CEO en, indien het dat nodig acht, ook de prestaties van de andere leden van het Executief
Comité, in samenwerking met de CEO;
• beoordeelt het de verwezenlijking van de strategische doelstellingen van de Vennootschap op basis van de prestatie -
indicatoren en van de doelstellingen van het remuneratiebeleid, en
• ziet het toe op de opstelling van het remuneratieverslag dat in het jaarverslag wordt opgenomen.
De individuele remuneratie van de niet-uitvoerende bestuurders wordt goedgekeurd door de Algemene Vergadering en in voor
-
komend geval wordt de individuele remuneratie van de CEO goedgekeurd door de Raad van Bestuur van de Vennootschap. Deze
remuneratie wordt telkens vastgesteld op basis van het remuneratiebeleid, op advies van het Benoemings- en Remuneratiecomité.
AlgemeenwordenderegelsvanhetWVVoverbelangenconictengevolgdwanneerzevantoepassingzijn.
1.2. Remuneratiebeleid voor de niet-uitvoerende bestuurders
Op 31 december 2025 telt de Vennootschap enkel niet-uitvoerende bestuurders. De hiernavolgende beschrijving heeft daarom
betrekking op de remuneratie van de niet-uitvoerende bestuurders van de Vennootschap.
De remuneratie bestaat uit een vast jaarlijks bedrag van 20.000 euro en een aanwezigheidsvergoeding van 2.500 euro per
vergadering van de Raad van Bestuur.
De voorzitter van de Raad van Bestuur ontvangt een jaarlijks vast bedrag van 100.000 euro en geen aanwezigheidsvergoeding.
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
66
Daarnaast ontvangt de voorzitter van het Auditcomité een aanwezigheidsvergoeding van 2.500 euro per vergadering en de andere
leden 2.000 euro per vergadering. Wat het Benoemings- en Remuneratiecomité betreft, ontvangen alle leden (inclusief de Voor
-
zitter) een aanwezigheidsvergoeding van 1.500 euro per vergadering.
Er kunnen ook extra aanwezigheidsvergoedingen worden toegekend aan bestuurders die door de Raad van Bestuur belast zijn met
specieketaken.
Al deze remuneratiepakketten werden goedgekeurd door de Buitengewone Algemene Vergadering van 29 juni 2022, op aanbeveling
van het Benoemings- en Remuneratiecomité. Ze worden om de twee jaar herzien door het Benoemings- en Remuneratiecomité.
Bovendien worden de niet-uitvoerende bestuurders vergoed voor de kosten die de uitoefening van hun mandaat met zich kan
brengen, volgens de door de Raad van Bestuur bepaalde voorwaarden. Hieronder vallen de terugbetaling van uitzonderlijke reis- en
verblijfkosten van niet-uitvoerende bestuurders (bv. uitzonderlijke dienstreizen naar het buitenland, enz.).
De niet-uitvoerende bestuurders ontvangen geen variabele remuneratie zoals bonussen of aandelenopties. Zij ontvangen evenmin
voordelen in natura of voordelen in verband met pensioenplannen.
De bestuurders worden uitgenodigd, maar zijn niet verplicht, om aandelen in de Vennootschap te bezitten. Deze afwijking van prin
-
cipe 7.6 van de Code 2020 wordt verantwoord door het feit dat het beleid van de Vennootschap op toereikende wijze een perspec-
tief op lange termijn bevordert. Daarnaast worden verscheidene bestuurders in het kader van de functies die zij bij Ackermans & van
Haaren (“AvH”) uitoefenen reeds blootgesteld aan de evolutie van de waarde van de Vennootschap, gelet op het aantal aandelen
in AvH dat zij houden en waarvan de waarde gedeeltelijk afhangt van die van de Vennootschap.
Er bestaat geen dienstverleningscontract tussen de Vennootschap en de bestuurders die hun mandaat uitoefenen onder het
statuut van zelfstandige of via hun managementbedrijf. In overeenstemming met de statuten van de Vennootschap kunnen zij
worden ontslagen ad nutum, zonder reden of vergoeding.
1.3. Remuneratiebeleid voor de CEO
1.3.1. Structuur van de remuneratie
De remuneratie van de CEO omvat uitsluitend de volgende elementen:
(i) een vaste jaarlijkse remuneratie die schommelt rond de mediaan van de markt voor een gelijkaardige functie;
(ii) een variabele remuneratie op korte termijn (“STI”) die wordt toegekend op basis van prestatiedoelstellingen die in de loop van
een gegeven boekjaar moeten worden bereikt, deze vertegenwoordigt een totaal jaarlijks brutopotentieel ten opzichte van
debasisremuneratievan75%enisgebaseerdopdevolgendeprestatiecriteria:nanciëlecriteriavanCFEGroep(50%),niet-
nanciëlecriteriavanCFEGroep(25%)endeindividueleprestatievandeCEO(25%);
(iii) een variabele remuneratie op lange termijn die wordt toegekend op basis van prestatiecriteria die over meerdere boekjaren
worden beoordeeld (“LTI”*) ,waarvan een deel in contanten en een deel in de vorm van aandelenopties overeenkomstig de
wet van 26 maart 1999 (aandelenoptieplan of “SOP-plan”). Deze vertegenwoordigt een totaal jaarlijks brutopotentieel ten
opzichtevandebasisremuneratievan100%.Hetplanisgebaseerdopdenanciëleprestatiesovervijfjaar,metalscriterium
Return on Equity (“ROE”), zoals beschreven in sectie 1.6 hieronder.
1.3.2. Contractuele voorwaarden van de CEO
De relatie tussen de Vennootschap en haar CEO is er een van de levering van gespecialiseerde diensten. De overeenkomst tussen
de vennootschap en de onderneming die haar de CEO-diensten levert, bevat de gebruikelijke bepalingen inzake honoraria (vaste
remuneratie, variabele remuneratie STI en LTI of aandelenoptieplan) in overeenstemming met de bepalingen van het remuneratie-
beleid, samen met de gebruikelijke bepalingen inzake niet-concurrentie en vertrouwelijkheid. In voorkomend geval zullen de
overeenkomsten worden aangepast om wijzigingen in het remuneratiebeleid te weerspiegelen. Deze dienstenovereenkomst
voorziet geen voordeel van alle aard voor om het even welke individuele persoon.
De overeenkomsten tussen de Vennootschap en de CEO bevatten ook gebruikelijke bepalingen inzake de criteria voor de
toekenningvanderemuneratieenvoorzieneenrechtvoordeVennootschapomeenopbasisvanfoutievenanciëlegegevens
toegekende variabele remuneratie terug te vorderen, ongeacht of ze reeds is uitgekeerd.
De overeenkomsten blijven geldig voor onbepaalde duur. Zowel de CEO als de Vennootschap kan de overeenkomst eenzijdig
opzeggen met inachtneming van een opzegtermijn van zes maanden.
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
67
1.4. Remuneratiebeleid voor de leden van het Executief Comité
1.4.1. Structuur van de remuneratie
De remuneratie van de leden van het Executief Comité omvat uitsluitend de volgende elementen:
(i) een vaste jaarlijkse remuneratie die schommelt rond de mediaan van de markt voor een gelijkaardige functie;
(ii) een variabele remuneratie op korte termijn (“STI”) die wordt toegekend op basis van prestatiedoelstellingen die in de loop van
een gegeven boekjaar moeten worden bereikt, deze vertegenwoordigt een totaal jaarlijks brutopotentieel ten opzichte van de
basisremuneratievan50%enisgebaseerdopdevolgendeprestatiecriteria:nanciëlecriteriavanCFEGroepvoorledenvan
het Executief Comité die grensoverschrijdende verantwoordelijkheden hebben of van de entiteiten voor leden van het Executief
ComitédieverantwoordelijkzijnvooréénofmeerdochterondernemingenvanCFEGroep(50%),niet-nanciëlecriteriavanCFE
Groep 25%) en de individuele prestatie (25);
(iii) een variabele remuneratie die wordt toegekend op basis van prestatiecriteria die over meerdere boekjaren worden
beoordeeld (“LTI”*), waarvan een deel in contanten en een deel in de vorm van aandelenopties overeenkomstig de wet van
26 maart 1999 (aandelenoptieplan of “SOP-plan”). Deze vertegenwoordigt een totaal jaarlijks brutopotentieel ten opzichte van
debasisremuneratievan50tot75%.Hetplanisgebaseerdopdenanciëleprestatiesovervierjaar,metalscriteriumReturn
on Equity (“ROE”), zoals beschreven in sectie 1.6 hieronder.
1.4.2. Contractuele voorwaarden van de leden van het Executief Comité
De overeenkomsten tussen de Vennootschap en de leden van het Executief Comité kunnen de vorm aannemen van een
arbeidsovereenkomst of een dienstenovereenkomst met een zelfstandige dienstverlener of een gespecialiseerde vennootschap.
Deze overeenkomsten bevatten de gebruikelijke bepalingen inzake remuneratie (vaste en variabele remuneratie), niet- concurrentie
en vertrouwelijkheid, samen met bepalingen inzake de criteria voor de toekenning van de variabele remuneratie. Ze voorzien
eenrechtvoordeVennootschapomeenopbasisvanfoutievenanciëlegegevenstoegekendevariabeleremuneratieterugte
vorderen, ongeacht of ze reeds is uitgekeerd.
De overeenkomsten gelden voor onbepaalde duur.
Alle leden van het Executief Comité voeren hun taken uit onder een rechtstreeks dienstverleningscontract of via een vennootschap.
In dit geval ontvangt het lid van het Executief Comité geen andere voordelen. Zowel het lid van het Executief Comité als de Vennoot
-
schap kan de overeenkomst eenzijdig opzeggen met inachtneming van een opzegtermijn van zes maanden. Voor bepaalde leden
van het Executief Comité kan deze periode verlengd worden tot maximaal twaalf maanden, afhankelijk van de duur van het betref
-
fende contract op het moment van eenzijdige beëindiging van de overeenkomst door de Vennootschap.
1.5. Mandaten in de dochterondernemingen
De niet-uitvoerende bestuurders, de CEO en de leden van het Executief Comité kunnen een mandaat als uitvoerende of niet-uitvoe-
rende bestuurder uitoefenen in dochterondernemingen van de Vennootschap.
Aangezien de dochterondernemingen van de Vennootschap niet beursgenoteerd zijn, valt de remuneratie van hun leden die geen
bestuurder, CEO of lid van het Executief Comité van de Vennootschap zijn, niet onder het toepassingsgebied van de regels van het
WVV met betrekking tot het remuneratiebeleid en het remuneratieverslag.
De Vennootschap ziet er evenwel op toe dat haar verschillende dochterondernemingen een gezond en toereikend remuneratie-
beleid toepassen. In dit kader en om de nadruk te leggen op de waardecreatie op korte en op lange termijn, ziet de Vennootschap
erop toe dat in haar dochterondernemingen een op de individuele prestaties en de prestaties van de onderneming gebaseerde
remuneratie wordt gehanteerd. Bovendien moet worden benadrukt dat de contracten van de uitvoerende bestuurders in de doch
-
terondernemingendeterugvorderingvoorzienvandevariabeleremuneratiediezouzijntoegekendopbasisvanfoutievenanciële
informatie.
Tenzij anders tussen de partijen overeengekomen, leidt het einde van de relatie tussen de Vennootschap en de gedelegeerd
bestuurder tot het einde van de in de dochterondernemingen van de Vennootschap uitgeoefende mandaten.
1.6. Wijzigingen sinds het vorige remuneratiebeleid
Er werden geen wijzigingen aangebracht ten opzichte van het momenteel geldende remuneratiebeleid. Dit beleid werd echter wel
geactualiseerd in 2025 en goedgekeurd door de Algemene Vergadering op 30 april 2025, zonder verdere aanpassingen sinds die datum.
1.7. Stemming van de aandeelhouders
De Gewone Algemene Vergadering van 2025 heeft het remuneratieverslag unaniem goedgekeurd. Het remuneratiebeleid werd in
2025 herzien en op 30 april 2025 door de Algemene Vergadering goedgekeurd, zonder verdere wijzigingen sindsdien.
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
68
2. REMUNERATIEVERSLAG
De remuneratie van de niet-uitvoerende bestuurders, de CEO en van leden van het Executief Comité voor 2025 wordt in dit verslag
gedetailleerd omschreven.
2.1. Remuneratie van de niet-uitvoerende bestuurders
In 2025 werd een totaal bedrag van 459.000 euro uitgekeerd aan de niet-uitvoerende bestuurders, verdeeld zoals aangegeven in
de onderstaande tabel. De Vennootschap heeft hen geen andere remuneraties, voordelen, leningen of waarborgen toegekend.
Geen enkele niet-uitvoerende bestuurder ontving een variabele remuneratie volgens het huidige remuneratiebeleid.
2025
(In duizend euro)
Vaste
remuneratie
Presentie-
geld
Audi-
comité
Remuneratie-
comité
Bijkomende
voordelen
1
Totale
remuneratie
Luc Bertrand 100 0 0 4,5 0 104,5
Koen Janssen 20 15 0 0 0 35
Fernando Sistac Management et Conseil SAS,
vertegenwoordigd door Fernando Sistac
2
20 15 0 0 35 70
Waraku BV, vertegenwoordigd door Hélène Bostoen 20 15 8 0 0 43
Lieve Creten BV, vertegenwoordigd door Lieve Creten 20 15 10 4,5 0 49,5
B Global Management BV, vertegenwoordigd door
Stéphane Burton
20 15 0 4,5 39,5 79
An Herremans 20 15 0 0 0 35
Piet Dejonghe 20 15 8 0 0 43
Totaal 240 105 26 13,5 74,5 459
2.2. Remuneratie van de CEO en de leden van het Executief Comité in 2025
2.2.1. Totale remuneratie van de CEO en het Executief Comité
De totale remuneratie, uitgesplitst naar component, betaald door de Vennootschap of door een onderneming die deel uitmaakt
van CFE Groep, bedraagt voor de betrokken personen:
(In duizend euro) Vaste remuneratie Variabele remuneratie
Totaal
Verhouding vaste en
variabele remuneratie
Basisremuneratie
Totaal
Korte termijn
Lange termijn
Totaal
Trorema BV, vertegenw. door Raymund Trost (Bj. 2024) 604 604 361 0 361 966 63/37
Executief Comité 2.480 2.480 1.127 0 1.127 3.606 69/31
2.2.2. Toelichting bij de prestaties in de loop van 2025
Voor het boekjaar 2025 heeft de Raad van Bestuur beslist om de variabele remuneratie op korte termijn (STI) toe te kennen aan de
leden van het Executief Comité op basis van de vervulling van de volgende prestatiecriteria:
Voor de CEO:
• Financiële criteria (50% van de STI): behaald nettoresultaat CFE Groep van 100% en behaald werkkapitaal/omzet van 100%:
• Niet-nanciëlecriteria(25%vandeSTI):
– Veiligheidscriteria (ernstgraad, frequentiegraad en veiligheidsbezoeken door de leden van het Executief Comité): 100%
behaald;
– Cybersecurity audit : niet behaald;
– eNPS (‘Employee Net Pomotor Score’) van CFE Groep: niet behaald;
• Individuele prestatie (25%): 85% behaald.
1 Deze component omvat de kosten voor reis en verblijf, evenals de vergoeding voor uitzonderlijke opdrachten die door de raad werden vastgesteld.
2 Sinds 26 maart 2024 na een coöptatie, voorheen Fernando Sistac als natuurlijke persoon.
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
69
Voor de andere leden van het Executief Comité:
• Financiële criteria (50% van de STI):
– behaald nettoresultaat van CFE Groep voor de leden van het Executief Comité die grensoverschrijdende functies
uitoefenen van 100%, en behaald werkkapitaal van 100%
– behaald eigen nettoresultaat van de entiteiten voor de leden van het Executief Comité die verantwoordelijk zijn voor één of
meer dochterondernemingen van CFE Groep: 0 tot 100%;
• Niet-nanciëlecriteria(25%vandeSTI):
– Veiligheidscriteria (ernstgraad, frequentiegraad en veiligheidsbezoeken door de leden van het Executief Comité): 75% tot
100% behaald;
– Cybersecurity audit: 0 tot 100% aan de lijn behaald;
– eNPS («Employee Net Promotor Score ») van de entiteiten: 0 tot 100% behaald;
• Individuele prestatie (25%): 69% tot 80% behaald.
Tijdens het boekjaar 2025 heeft geen enkel lid van het Executief Comité (inclusief de CEO) daarentegen een variabele remuneratie
op lange termijn (LTI) ontvangen, noch in geld, noch in de vorm van aandelenopties.
2.2.3. Remuneratie in aandelen van de CEO en het Executief Comité
In 2022 heeft CFE een Stock Action Plan (“SOP”) ingevoerd met betrekking tot aandelen van de Vennootschap (“Plan 2022”). Slechts
twee leden van het Executief Comité zijn ingegaan op dit plan, namelijk Valérie Van Brabant en Bruno Lambrecht; de andere leden
van het Executief Comité waren al aandeelhouder van de Vennootschap of hadden de mogelijkheid om dat te worden op het
moment van de toekenning van opties onder dit Plan 2022.
In overeenstemming met de bepalingen van dit Plan 2022 geeft elke optie het recht om in te schrijven op één aandeel van de
Vennootschap. De uitoefenprijs is EUR 10,31, d.w.z. de gemiddelde koers van de aandelen van de Vennootschap gedurende de
laatste 30 dagen voorafgaand aan de datum van het aanbod, en de uitoefenperiode van de optie is 7 jaar vanaf de datum van
het aanbod. De aandelenopties worden onvoorwaardelijk aan het einde van het 3e jaar nadat ze zijn toegekend en kunnen daarom
alleen worden uitgeoefend na het kalenderjaar volgend op het jaar waarin ze zijn toegekend, in dit geval van 1 januari 2026 tot
16 oktober 2029. Als de opties aan het einde van de uitoefenperiode niet zijn uitgeoefend, worden ze automatisch ongeldig. In
geval van overlijden van de begunstigde kunnen de aanvaarde en verworven opties, naar keuze van de rechthebbenden, ofwel
onmiddellijk worden uitgeoefend ofwel worden uitgeoefend tot de oorspronkelijke looptijd en in overeenstemming met de voor
-
waarden van het plan. In geval van pensionering van de begunstigde kunnen de aanvaarde en verworven opties naar keuze van
de begunstigde worden uitgeoefend binnen 12 maanden na pensionering of worden uitgeoefend tot de oorspronkelijke looptijd in
overeenstemming met de voorwaarden van het plan. In geval van beëindiging van de professionele relatie om een andere reden
dan het overlijden of de pensionering van de begunstigde, zullen de aanvaarde, al dan niet verworven, maar nog niet uitgeoefende
aandelenopties onmiddellijk worden geannuleerd.
Op 29 november 2024 heeft de Raad van Bestuur een nieuw LTI-plan goedgekeurd, dat met name betaalbaar is in de vorm van een
SOP, en bijgevolg een nieuw aandelenoptieplan van de Vennootschap opgezet (“Plan 2024”), onder voorwaarden die sterk lijken op
de voorwaarden van het Plan 2022, met dien verstande dat de uitoefenprijs werd vastgesteld op 5,94 euro, zijnde het gemiddelde
van de aandelenkoers van de Vennootschap op de laatste 30 dagen vóór de datum van het aanbod, en dat de looptijd van de
opties 4 jaar bedraagt.
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
70
Belangrijkste bepalingen van het aandelenoptieplan Informatie over het boekjaar waarop het verslag betrekking heeft
Identicatievanhetplan
Datum van toekenning
1
Datum van de verkrijging
Einde van de retentieperiode
Uitoefenperiode
Uitoefenprijs
Openings-
balans
In de loop van het boekjaar waarop het
verslag betrekking heeft
Slotbalans
Aantal
opties
aan het
begin van
het -jaar
2
A) Aantal
toegekende
opties
B) Waarde van de
onderliggende
aandelen op
de datum van
toekenning
3
A) Aantal verworven
opties
B) Waarde van de
onderliggende
aandelen op
de datum van
verkrijging
C) Waarde aan de
uitoefenprijs
D) Meerwaarde op
de datum van
verkrijging
4
Aandelen-
opties
nog niet
toegekend
5
Valérie
Van
Brabant
Plan 2022 17/10/22 01/12/22 31/12/25 01/01/26
16/10/29
10,31 € 60.000 A) A) 60.000
B) 564.000
C) 618.600
D) /
60.000
Bruno
Lambrecht
Plan 2022 17/10/22 15/12/22 31/12/25 01/01/26
16/10/29
10,31 € 140.000 A) A) 140.000
B) 1.261.400
C) 1.443.400
D) /
140.000
Raymund
Trost
Plan 2024 27/12/24 27/12/24 31/12/27 01/01/28
26/12/29
5,94 € 142.000 A) A) 142.000
B) 830.700
C) 843.480
D) /
142.000
Fabien De
Jonge
Plan 2024 27/12/24 27/12/24 31/12/27 01/01/28
26/12/29
5,94 € 76.000 A) A) 76.000
B) 438.520
C) 451.440
D) /
76.000
Bruno
Lambrecht
Plan 2024 27/12/24 27/12/24 31/12/27 01/01/28
26/12/29
5,94 € 72.000 A) A) 72.000
B) 421.200
C) 427.680
D) /
72.000
Valérie
Van
Brabant
Plan 2024 27/12/24 27/12/24 31/12/27 01/01/28
26/12/29
5,94 € 29.000 A) A) 29.000
B) 167.330
C) 172.260
D) /
29.000
Jacques
Lefèvre
Plan 2024 27/12/24 27/12/24 31/12/27 01/01/28
26/12/29
5,94 € 76.000 A) A) 76.000
B) 444.600
C) 451.440
D) /
76.000
Arnaud
Regout
Plan 2024 27/12/24 27/12/24 31/12/27 01/01/28
26/12/29
5,94 € 42.000 A) A) 42.000
B) 242.340
C) 249.480
D) /
42.000
Peter
Matton
Plan 2024 27/12/24 27/12/24 31/12/27 01/01/28
26/12/29
5,94 € 51.000 A) A) 51.000
B) 294.270
C) 302.940
D) /
51.000
2.3. Ontslagvergoedingen
In 2025 werd er geen opzeggingsvergoeding toegekend.
2.4. Jaarlijkse evolutie van de remuneratie en de prestaties van de Vennootschap
De onderstaande tabel geeft een overzicht van de jaarlijkse evolutie van de remuneratie van elke niet-uitvoerende bestuurder, en
de werknemers (gemiddelde op basis van een voltijds equivalent). De tabel geeft ook een overzicht van de jaarlijkse evolutie van de
prestaties van de Vennootschap.
1 Dit betreft de datum waarop de aandelenopties zijn toegekend of aangeboden.
2 Hetaantaloptiesdatbijaanvangvanhetboekjaarwaarophetrapportbetrekkingheeft,nognietdenitiefwastoegekend.
3 Het aantal opties dat in de loop van het jaar is voorgesteld en de marktwaarde van de onderliggende aandelen op de datum van het voorstel.
4 Hetaantaloptiesdatdenitiefistoegekendindeloopvanhetboekjaarwaarophetrapportbetrekkingheeft,evenalsdemarktwaardevandeonderliggendeaandelen
op de datum van verwerving, de waarde van de onderliggende aandelen tegen uitoefenprijs en de bijbehorende meerwaarde op de datum van verwerving van de
opties (dat wil zeggen het verschil tussen deze twee bedragen)
5 Hetaantaloptiesdataanheteindevanhetjaarnognietdenitiefwastoegekend.
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
71
2021 2022 2023 2024 2025
Evolutie van de remuneratie van de niet-uitvoerende bestuurders, de CEO en het Executief Comité
(% tegenover vorig jaar)
Luc Bertrand 0% +1,46% 0% 0% 0%
Koen Janssen 0% +17,19% -7% 0% 0%
Waraku BV, vast vertegenwoordigd door Hélène Bostoen / *+75,3% -7% -6,5% 12%
Lieve Creten BV, vast vertegenwoordigd door Lieve Creten / **N/A *63% +5,3% 0%
Fernando Sistac Management et Conseil SAS, vast
vertegenwoordigd door Fernando Sistac
1
/ / **N/A +50,9% 100%
2
B Global Management SRL, vast vertegenwoordigd door
Stéphane Burton
/ **N/A *84% 0% 100%
3
An Herremans / **N/A *100% 0% 0%
Piet Dejonghe 0% **N/A **N/A -4,7% 5%
Trorema SRL, vast vertegenwoordigd door Raymund Trost, CEO / **N/A ***-0,8% +15,9% +4,2%
Executief Comité / **N/A ***-0,9% +0,3% -2,2%
Evolutie van de gemiddelde remuneratie van de werknemers op basis van een voltijds equivalent
2021 2022 2023 2024 2025
Werknemer van CFE NV (gemiddelde) 80.180,10 € 80.118,92 € 89.087,33 € 90.353,76 € 94.597,53 €
Werknemer van de Belgische dochterondernemingen van
CFE Groep (gemiddelde)
****58.763,00 € ****59.674,00 € 61.856,92 €
Ratio tussen de hoogste remuneratie (in dit geval die van
de CEO van CFE NV) en de laagste onder de werknemers
van de Belgische dochterondernemingen van CFE NV:
*****18,57 *****18,10 17,48
Bedrijfsprestaties
(in duizend euro) 2021 2022 2023 2024 2025
Criterium 1: Geconsolideerd nettoresultaat van CFE Groep vóór
belastingen
51.937 47.360 31.031 36.803 43.770
Criterium 2: Return on equity van CFE Groep 41,5% 22,0% 10,15% 10,15% 13,52%
Criterium 3: Return on Capital Employed voor het BPI (segment
Vastgoedontwikkeling)
15,7% 9,2% 6,72% 3,3% 5,7%
Criterium 4: Resultaat vóór belastingen voor het segment
Multitechnieken
18.337 10.520 -5.502 9.573 8.283
Criterium 5: Resultaat vóór belasting voor het segment Bouw &
Renovatie
6.850 12.762 2.607 16.233 22.465
* De omvang van de verandering wordt verklaard door de stopzetting of bij aanvang van functie(s) in de loop van dit of het vorige boekjaar.
** Verandering niet van toepassing wegens gebrek aan gegevens voor het referentiejaar omdat de persoon in het lopende boekjaar in functie is getreden of van
status is veranderd.
*** Ratio pro rata voorgaand jaar.
**** De gemiddelde remuneraties van de werknemers is berekend op basis van de bruto jaarlijkse vaste remuneratie van bedienden en arbeiders voor de Belgische
dochterondernemingen van de Groep.
***** De verhouding tussen de laagste en hoogste remuneratie werd berekend op basis van de laagste jaarlijkse vaste remuneratie voor de Belgische dochteronder-
nemingen en de vaste bezoldiging voor de hoogste remuneratie (in dit geval die van de CEO van CFE).
De variabele remuneratie van de CEO van CFE wordt vermeld onder sectie 2.2.1. hierboven.
1 Sinds 26 maart 2024 na een coöptatie, voorheen Fernando Sistac als natuurlijke persoon.
2 reiskosten/verblijfskosten en vergoeding voor prestaties bij een uitzonderlijke opdracht vastgesteld door de raad
3 Idem nota 2.
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
72
DEFINITIES
Behoefte aan werkkapitaal Voorraden + handelsvorderingen en overige bedrijfsvorderingen + Bouwcontracten activa
+ overige vlottende activa uit niet-operationele activiteiten – handelsschulden en overige
schulden–scaleschulden–bouwcontractenpassiva–overigekortlopendeverplichtingenuit
niet-operationele activiteiten.
Vastgoedbestand Eigenvermogensegmentvastgoedontwikkeling+nettonanciëleschuldsegmentvastgoed-
ontwikkeling.
Netto nanciële schuld (NFS) Langlopendeenkortlopendeobligatieleningen+langlopendeenkortlopendenanciële
schulden – geldmiddelen en kasequivalenten.
Netto nanciële positie Geldmiddelen en kasequivalenten - langlopende en kortlopende obligatieleningen -
langlopendeenkortlopendenanciëleschulden.
Resultaat van de operationele activiteiten Omzet + overige exploitatiebaten + aankopen + bezoldigingen en sociale lasten + overige-
exploitatielasten + afschrijvingen.
Bedrijfsresultaat (EBIT) Resultaat van de operationele activiteiten + aandeel in de winst (het verlies) van deelnemingen
waarop vermogensmutatiemethode is toegepast.
EBITDA Resultaat van de operationele activiteiten + afschrijvingen.
Rendement op eigen vermogen (ROE) Resultaat - deel van de groep / eigen vermogen – deel van de groep (opening).
Orderboek De te realiseren omzet voor de projecten waarvan het contract ondertekend is en in werking
isgetreden(metnamenahetverkrijgenvanhetaanvangsbevelofdeophefngvande
opschortendevoorwaarden)enwaarvoordeprojectnancieringrondis.
Verkoopwaarde van projecten in ontwikke-
ling
De geschatte marktwaarde aan een derde koper van alle projecten waarvoor BPI een actief
heeft gekocht of een onherroepelijke toezegging heeft gedaan om een actief te kopen.
Gemiddelde rentevoet op bruto nanciële
schuld
Decontractuelerentevoet(gewogengemiddelde)vandenanciëleschulddievankracht
was tijdens het boekjaar, rekening houdend met afdekkingsinstrumenten. Financiële schulden
omvatten opnames op kredietlijnen, bankleningen, obligatieleningen en leases.
Brutodividendrendement Het bedrag van het dividend voorgesteld aan de Algemene Vergadering van Aandeelhouders
gedeeld door de marktkapitalisatie op balansdatum.
Commercialiseringsbestand Projecten waarvan de bouw is afgerond en opgeleverd in de kwartalen voorafgaand aan de
balansdatum.
Bouwbestand Projecten in aanbouw.
Ontwikkelingsbestand Projecten die door BPI Real Estate zijn bekomen i) waarvoor vergunningaanvragen worden
voorbereid of zijn ingediend of ii) waarvoor bouwvergunningen zijn verkregen maar waarvan de
bouw nog niet is gestart.
Operationele kasstroom Kasstromen uit hoofde van (gebruikt in) operationele activiteiten.
V DUURZAAMHEIDSVERKLARING
Overeenkomstig artikel 3:32, §2 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen moet het jaarverslag een Duurzaam-
heidsverklaring bevatten. Deze verklaring is opgenomen in het volgende hoofdstuk van dit jaarverslag, waarvan het integraal deel
uitmaakt.
Namens de Raad van Bestuur, 17 maart 2025.
Luc BERTRAND
Voorzitter van de Raad van Bestuur
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
73
Duurzaamheids-
verklaring
2025
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
74
Inhoud van de duurzaamheidsverklaring
De duurzaamheidsverklaring bevat de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie van CFE in overeenstemming met artikel 3:32/2
van het Belgische Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen, met betrekking tot het boekjaar dat eindigt op 31 december 2025.
CFE handelt in haar Duurzaamheidsverklaringen in overeenstemming met de Europese Richtlijn inzake duurzaamheidsrappotage
door ondernemingen (CSRD) en met de Europese standaarden voor duurzaamheidsrapportage (ESRS). In juli 2025 maakte een
gedelegeerde EU-handeling (“Quick Fix”) het mogelijk voor ondernemingen die al onder de CSRD vallen om hun rapportage
-
aanpak van 2024 te behouden voor de boekjaren 2025 en 2026. Deze maatregel zorgt voor continuïteit terwijl het regelgevings-
kader zich verder ontwikkelt. Ondernemingen van de eerste golf, zoals CFE, moeten echter voor 2025 en 2026 CSRD-conforme
rapporten opstellen, in overeenstemming met de Belgische nationale regelgeving. Als pionier heeft de CSRD-rapportage in deze
periode dan ook een aanzienlijke inspanning van de Groep gevergd.
Aangezien de besprekingen binnen de Europese instellingen over de zogenaamde “Omnibus”-voorstellen, die tot doel hebben
de duurzaamheidsrapportagevereisten te vereenvoudigen en te kalibreren, worden voortgezet, zal CFE haar aanpak aanpassen
zodra er meer duidelijkheid is verkregen.
DevoorbereidingvandetenuitvoerleggingvandeCSRDenhetverzamelen,veriërenenconsoliderenvanallevoorgeschreven
gegevens, die vaak nieuw en zeer gedetailleerd zijn, vereist de tussenkomst van verschillende rollen en teams binnen de orga
-
nisatie. De doelstellingen, prognoses en bepaalde datapunten zijn toekomstgericht en daarom onderhevig aan externe varia-
belen en onzekerheden. Beperkingen in de gegevens (zoals het gebruik van schattings-/extrapolatiemethoden en -technieken,
vertrouwen op gegevens van derden) kunnen ook van invloed zijn op de nauwkeurigheid van de verstrekte informatie. CFE heeft,
voortbouwendophaareerdereniet-nanciëleverklaring,aanzienlijkemiddelenbesteedaanhetopstellenvanduurzaam
-
heids-verklaringen, ook voor haar dochtervennootschappen, en heeft aanzienlijke inspanningen geleverd om deze verklaringen in
overeenstemming te brengen met de geest van de nieuwe wetgeving en normen.
De duurzaamheidsverklaring behandelt duurzaamheidsthema’s die van materieel belang worden geacht voor CFE, haar doch
-
tervennootschappen en haar stakeholders. Andere thema’s, hoewel potentieel relevant, zijn niet opgenomen in de duurzaam-
heidsverklaringen omdat ze minder belangrijk zijn.
Hoewel tagging niet verplicht is, heeft CFE besloten om verwijzingen naar datapunten aan te geven zoals opgenomen in de
EFRAG-richtlijnen. Een tabel met referenties in de tekst is opgenomen als Bijlage 2. Een lijst met weggelaten referenties is opge
-
nomen als Bijlage 3.
1. ALGEMEEN
1.1. Basis voor de voorbereiding
CFE voert voortdurend due diligenceprocedures uit en stelt haar dubbele materialiteitsanalyse (DMA) regelmatig in vraag, inclusief
een sterk engagement met de betrokken stakeholders. Due diligence is een voortdurende praktijk die inspeelt op evoluties en kan
leiden tot veranderingen in de strategie, het businessmodel, de activiteiten, de zakelijke relaties, de operationele praktijken, de
inkoop- en verkoopomgeving van onze Groep. Voor onze DMA gebruiken we drempelwaarden en inschattingen die in de loop der
tijd kunnen veranderen als gevolg van nieuwe inzichten, discussies in de sector en ontwikkelingen.
De Duurzaamheidsverklaringen beogen te voldoen aan de vereisten van de CSRD op datum van dit verslag en zijn gebaseerd op
het inzicht dat CFE daar op dat moment in heeft. Sinds de publicatie van de CSRD in december 2022 zijn verschillende gedelegeerde
handelingen uitgevaardigd, blijft de interpretatie van de CSRD-vereisten evolueren en worden de onderliggende ESRS momen
-
teel herzien. Regelgevende wijzigingen die voortvloeien uit de Omnibusvoorstellen kunnen bijkomende aanpassingen vergen in de
aanpak en rapportagepraktijken van CFE. Deze zullen eveneens worden beïnvloed door andere, in ontwikkeling zijnde duurzaam
-
heidswetgeving.
1.1.1. Scope
De Duurzaamheidsverklaring voor de periode eindigend op 31 december 2025 bevat informatie van CFE NV en haar dochterven-
nootschappen,inovereenstemmingmethaarnanciëleconsolidatiezoalsgedetailleerdindeToelichtingbijdegeconsolideerde
jaarrekening op [pagina 137].
ESRS 2 BP-1 5 a , ESRS 2 BP-1 5 b i
De kwantitatieve gegevens die in deze duurzaamheidsverklaring worden gepubliceerd, hebben betrekking op CFE NV (hierna ‘de
vennootschap’ of ‘CFE’ genoemd) en haar volledig geconsolideerde
1
dochtervennootschappen, hierna gegroepeerd per
handelsnaam: MBG, BPC Group, Wood Shapers, Benelmat, LTS
2
, Van LAERE, CLE, Arthur Vandendorpe, CFE Polska, BPI Belgium, BPI
1 De volledige lijst van geconsolideerde dochterondernemingen is te raadplegen op pagina 207.
2 LTS is de handelsnaam van de Business unit die de dochterondernemingen Terryn, Korlam en Lamcol omvat
Duurzaamheidsverklaring
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
75
Luxembourg, BPI Polska, VMA
1
en MOBIX
2
. (zie schema hierna). De dochtervennootschappen gaan geen eigen duurzaamheidsverkla-
ring publiceren.
De dochtervennootschappen van het segment Investeringen (GreenStor, Deep C Holding en Green Offschore) vallen niet binnen de
scope van deze duurzaamheidsverklaring. Aangezien CFE geen exclusieve controle heeft over deze dochtervennootschappen, wordt
dit segment dan ook geacht buiten het toepassingsgebied van de CSRD te vallen.
Tabel 1: Structuur de Groep CFE
Bouw & Renovatie Vastgoed- Multitechnieken Investeringen en Holding
ontwikkeling
Multitechnique Investissements
et Holding
Promotion
immobilières
Construction & Rénovation
CFE Bau
Green Stor
Deep C Holding
ESRS 2 BP-1 5 b ii
1.1.2. ESRS-rapportagestandaarden
De duurzaamheidsverklaring volgt de structuur, het formaat en de kwalitatieve en kwantitatieve kenmerken die zijn voorgeschreven
door de ESRS (zie Sectie 8 en Bijlage F van ESRS 1 “Algemene Vereisten”) voor het bekendmaken van informatie over de materiële
impacts, risico’s en opportuniteiten in overeenstemming met de uitgevoerde dubbele materialiteitsanalyse (“DMA”).
Met betrekking tot de transversale ESRS’s past CFE de principes van ESRS 1 “Algemene vereisten” en ESRS 2 “Algemene toelichtingen”
toe in haar duurzaamheidsverklaring. Deze transversale thema’s zijn opgenomen in de secties “1.1 Basis voor de voorbereiding”, “1.2
GOV-4 & 5 Risico en due diligence”, “1.3 SBM-1 Strategie, businessmodel en waardeketen”, “1.4 SBM-2 Belangen en opvattingen van
stakeholders”, “1.5 SBM-3 Materiële impacts, risico’s en opportuniteiten en de wisselwerking daarvan met de strategie en het busi
-
nessmodel”, “1.6 IRO-1 en 2 Dubbele materialiteitsanalyse” en “1.7 Organisatie van rollen en verantwoordelijkheden voor duurzame
ontwikkeling”.
Na afronding van de DMA werden drie subthema’s geselecteerd als materieel voor CFE. Deze zijn het subthema “Klimaatmitigatie”
(ESRS E1) en de subthema’s “Veiligheid en gezondheid” voor onze eigen werknemers en de medewerkers in de waardeketen (ESRS S1
en ESRS S2). CFE zal daarom informatie met betrekking tot deze drie subthema’s publiceren in de duurzaamheidsverklaring.
De subthema’s die betrekking hebben op de bedrijfscultuur, de bescherming van klokkenluiders en de bestrijding van corruptie
en omkoping (samengebracht onder de titel “Zakelijk gedrag en naleving van de wet”) zijn niet als materieel vastgesteld na de
dubbele materialiteitsanalyse (DMA). Deze conclusie wordt toegelicht in hoofdstuk 1.x.
Aangezien dit subthema echter traditioneel wordt gedocumenteerd en doorgaans verwachtingen en vragen oproept bij externe
stakeholders, heeft CFE besloten om vrijwillig informatie over dit onderwerp te publiceren, gebaseerd op de relevante bepalingen
van de ESRS G1-standaard – Zakelijk gedrag.
In overeenstemming met de ESRS 1- vereiste, heeft CFE de informatie voorgeschreven door de EU Taxonomieverordening (Artikel 8
van Verordening (EU) 2020/852 en de bijbehorende gedelegeerde handelingen), opgenomen in de “Milieu-informatie” van de
duurzaamheidsverklaring.
1.1.3. Begrip ‘tijdshorizon’
Het begrip tijdshorizon in de European Sustainability Reporting Standards (ESRS) van de Corporate Sustainability Reporting Directive
(CSRD) is essentieel voor het beoordelen van de impacts, risico’s en opportuniteiten van duurzaamheid.
De ESG-thema’s kunnen immers belangrijk worden over verschillende tijdshorizonten. Daarom is het belangrijk om de korte-, middel
-
lange- en langetermijnhorizon te bepalen vooraleer te starten met het beoordelen van de impacts, risico’s en opportuniteiten.
AangezieneentypischeeconomischecyclusbinnenCFEisgedenieerdals5jaar,gebruikenwijditalsreferentieomdetijdshorizon
opmiddellangetermijntedeniëren.Opbasishiervangaanwijuitvanvierverschillendetijdshorizonten:
1 VMA is de handelsnaam van de Business Division die de dochterondernemingen VMA, VMA Zuid, VMA Maintenance en VMA Polska omvat
2 MOBIX is de handelsnaam van de Business Division die de dochterondernemingen MOBIX en MOBIX Engetec omvat
Duurzaamheidsverklaring
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
76
• Huidige
• Korte termijn: minder dan één jaar
• Middellange termijn: van 1 tot 5 jaar
• Lange termijn: meer dan 5 jaar
DezedenitiesvantijdshorizontenzijninovereenstemmingmetdevereistenvandeESRS.
ESRS 2 BP-2 9 a , ESRS 2 BP-2 9 b
1.1.4. Schattingen en beoordelingen
Bij de publicatie van vooruitziende informatie in overeenstemming met de ESRS, dient het management deze informatie op te
stellen op basis van de huidige verwachtingen, schattingen en prognoses, alsook de overtuigingen en veronderstellingen van het
management met betrekking tot toekomstige gebeurtenissen. De werkelijke resultaten zullen waarschijnlijk afwijken en kunnen
worden beïnvloed door gebeurtenissen buiten onze controle, zoals wijzigingen in wet- en regelgeving, marktomstandigheden,
problemen in de toeleveringsketen en technologische ontwikkelingen. CFE en haar dochtervennootschappen hebben schattingen
en extrapolaties gebruikt voor bepaalde rapportagedatapunten. Zo zijn de Scope 3 BKG-emissies momenteel voornamelijk geba
-
seerd op uitgavengegevens. Alle veronderstellingen worden gedetailleerd beschreven in de betreffende hoofdstukken (zie tabel
2 hieronder). CFE en zijn dochterondernemingen herevalueren deze schattingen en oordelen regelmatig op basis van ervaring,
de ontwikkeling van ESG-rapportering en de beschikbaarheid van meer gedetailleerde gegevens wanneer deze relevant worden
geacht voor de onderneming.
CFE en haar dochterondernemingen herzien deze schattingen en beoordelingen regelmatig op basis van ervaring, de verdere
ontwikkeling van ESG-rapportering en de beschikbaarheid van meer gedetailleerde gegevens wanneer deze als relevant voor de
onderneming worden beschouwd.
Tabel 2: Lijst van ESRS 2-secties die in een andere sectie van het jaarverslag zijn opgenomen
Gegevenspunt Referenties Relevant
hoofdstuk
Beschrijving van de onzekerheid of
onnauwkeurigheid
Actieplan om de onzekerheid of onnauwkeurig-
heid te beperken
Evaluatie van de
IRO's
ESRS2 SBM-3
48a
1.5 De evaluatie van de IRO's is uitgevoerd op basis
van het oordeel van CFE en haar dochteron-
dernemingen bij het maken van ramingen en
veronderstellingen. De inachtneming van de
belanghebbenden is gebaseerd op indirecte
bronnen.
Deze ramingen en beoordelingen worden regel-
matig herzien op basis van de beschikbare infor-
matie. Op de middellange termijn zal een enquête
worden uitgevoerd om rechtstreeks informatie te
verkrijgen van de belanghebbenden.
EU-taxonomie - OPEX
EU taxo-
nomy -
OPEX
2.1.3 CFE zal voor een conservatieve benadering kie-
zen en de materialiteitsvrijstelling gebruiken voor
de teller.
Deze behoedzame aanpak zal in de toekomst
worden gehandhaafd.
Scope 3-broeikasga-
semissies (totaal)
ESRS E1-6 51
2.2.5 De bekendgemaakte Scope 3-cijfers moeten
worden beschouwd als eerste ramingen, die
voornamelijk zijn gebaseerd op uitgavengege-
vens (93%) en slechts voor 7% op gegevens die
zijn gebaseerd op theoretische ramingen van
het toekomstig verbruik. Bepaalde niet-materiële
categorieën zijn opzettelijk weggelaten.
In de komende jaren zullen geleidelijk aan meer
gedetailleerde activiteitsgegevens worden toege-
past om het percentage ramingen op basis van
de uitgaven te verminderen. Wat betreft gege-
vens voor de raming van het toekomstige verbruik
is momenteel geen verbetering mogelijk.
Scope 3-broeikas-
gasemissies
(categorie 1)
ESRS E1-6 51
2.2.5 Huidige waarden zijn louter ramingen op basis
van uitgavengegevens.
Er zullen geleidelijk aan meer gedetailleerde
gegevens worden verzameld om de mate van
raming te verminderen, eerst door algemene
gegevens te verzamelen en vervolgens door
geleidelijkaanspeciekeinformatievanfabri-
kanten te integreren wanneer ze beschikbaar en
betrouwbaar is.
Scope 3-broeikas-
gasemissies
(categorie 2)
ESRS E1-6 51
2.2.5 idem categorie 1 idem categorie 1
Scope 3-broeikas-
gasemissies (cate-
gorie 4)
ESRS E1-6 51
2.2.5 idem categorie 1 idem categorie 1
Scope 3-broeikas-
gasemissies (cate-
gorie 11)
ESRS E1-6 51
2.2.5 Deze gegevens zijn gebaseerd op ramingen van
het theoretische toekomstige verbruik.
In dit stadium kan de kwaliteit van deze gegevens
niet worden verbeterd.
Scope 3-broeikasga-
semissies (categorie
12)
ESRS E1-6 51
2.2.5 idem categorie 1 idem categorie 1
Aantal ongevallen
met arbeidsonge-
schiktheid bij onder-
aannemers
ESRS S2-5
40
3.2.7 Gezien de lengte en complexiteit van de waar-
deketen zijn deze gegevens beperkt tot onder-
aannemers die werken aan de projecten van
de groep. Deze gegevens kunnen onvolledig zijn,
omdat ze alleen ongevallen registreren waar-
overdewereidersgeïnformeerdzijn.
Op korte termijn zal de feedback van de onder-
aannemers worden geformaliseerd.
ESRS 2 BP-2 10 a, b, c & d , ESRS 2 BP-2 11 a, 11 b i & 11 b ii
Duurzaamheidsverklaring
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
77
1.1.5. Opname door verwijzing
DespeciekeESRSopenbaarmakingsvereistenmetbetrekkingtotESRS2“Algemenetoelichtingen”zijnnauwverwantaandeopen-
baarmakingsvereisten die al gelden voor CFE. Deze zijn gedeeltelijk of volledig terug te vinden in andere meer relevante secties van
hetjaarverslag.Tabel3hieronderlaatzienwaarinformatievoorhetjaareindigendop31december2025,metbetrekkingtotspecieke
openbaarmakingsvereisten buiten de duurzaamheidsverklaring, is opgenomen door middel van verwijzing in het “Beheersverslag”, in
het bijzonder het gedeelte “Belangrijkste risico’s”, de “Verklaring van deugdelijk bestuur” en het “Remuneratieverslag”.
Wat het risicobeheer betreft, heeft CFE de ESG-risico’s opgenomen in het hoofdstuk over de risico’s. Meer details over de ESG-risico’s
en het beheer ervan vindt u in het ‘Beheersverslag’ - II. Geconsolideerde jaarrekening - 1.2 Belangrijkste risico’s”.
Informatieoverdenanciëleimpactvanduurzaamheidsthema’sisopgenomenindejaarrekeninginovereenstemmingmetde
IFRS-normen en de CSRD-richtlijn. De belangrijkste effecten van klimaat- en sociale thema’s op de jaarrekening worden meer gede
-
tailleerd beschreven in hoofdstuk “2.2 Aanvullende informatie in verband met de milieu-impact van de Groep”.
ESRS 2 BP-2 16
Tabel3: Lijst van ESRS 2-secties die in een andere sectie van het jaarverslag zijn opgenomen
Deel van ESRS 2 Meldingsplicht Deel van het jaarverslag waar de informatie kan worden
gevonden
GOV-1 Informatie over de bestuurs-, beheer- en controleorga-
nen (rol, samenstelling, expertise enz.)
Verklaring van deugdelijk bestuur
GOV-2 Informatie verstrekt aan de bestuurs-, beheer- en toe-
zichthoudende organen van de onderneming en kwesties
die door hen worden behandeld
Verklaring van deugdelijk bestuur
GOV-3 Integratie van de prestaties op het gebied van duurzame
ontwikkeling in de incentivesystemen
Remuneratieverslag
GOV-5 Risicobeheer en interne controles Extern(e) en intern(e) risicocontrole en -beheer
1.1.6. Bepalingen voor gefaseerde implementatie
CFE gebruikt de bepalingen voor gefaseerde implementatie beschreven in ESRS 1 “Algemene vereisten” (sectie 10.4. - Overgangs-
bepaling) en Bijlage C (Lijst van ingefaseerde rapportage-eisen). De volgende vereisten worden daarom weggelaten uit de duur-
zaamheidsverklaring voor het boekjaar dat eindigt op 31 december 2025.
ESRS 2 BP-2 17
Tabel 4: Rapportage-eisen die deel uitmaken van een gefaseerde implementatie
Referentie Meldingsplicht Voorziening voor geleidelijke implementatie
ESRS E1-9
Verwachtenanciële
impact van de materiële
fysieke en transitierisico's
en potentiële klimaat-
gerelateerde opportuni-
teiten.
In 2024 heeft CFE richtlijnen opgesteld voor de beoordeling van de klimaatrisico's en -opportuniteiten.
Vanaf het volgende verslagjaar worden kwalitatieve toelichtingen opgenomen en vanaf het verslag-
jaar eindigend op 31 december 2027 worden monetaire effecten bekendgemaakt.
ESRS S1-7
Kenmerken van de zelf-
standigen in het eigen
personeelsbestand van
de onderneming
In principe zijn de beleidsregels en procedures van de groep ook van toepassing op de niet-werkne-
mers binnen CFE. De rapportagesystemen zullen verder worden ontwikkeld en verbeterd om een gro-
tere granulariteit te bieden.
ESRS S1-13
Kwantitatieve gegevens
over de opleidingsuren
en het evaluatieproces
Deze gegevens worden gecontroleerd en bijgehouden door de verschillende dochterondernemingen
van de groep. De digitalisering en consolidatie van deze gegevens wordt momenteel afgerond. De
kwantitatieve gegevens worden gepubliceerd vanaf het verslagjaar dat eindigt op 31 december 2025.
1.1.7. Wijzigingen in de rapportagemethode en aanpassingen in de voorgaande periode
Wat de emissie van broeikasgassen (BKG) betreft, zijn de Scope 3-gegevens die zijn gepubliceerd conform ESRS E1-6 herzien. Met
name de emissie die eerder werd opgenomen in categorie 1 “Gekochte goederen en diensten” en die betrekking had op categorie
4 “Upstream transport en distributie” en categorie 12 “Verwerking aan het einde van de levensduur van goederen en diensten”, is nu
heringedeeld in de juiste categorie.
Deze herindeling is van toepassing op het boekjaar 2025 en heeft tot doel de nauwkeurigheid te verbeteren en de naleving van de
ESRS E1-6-methodologie te waarborgen.
Na de stopzetting van de activiteiten van de Business Unit LTS in oktober 2025, worden de gegevens met betrekking tot BKG-emissie
(Scopes 1, 2 en 3), energieverbruik en veiligheidsindicatoren niet langer opgenomen voor het vierde kwartaal van 2025. Aangezien
de impact marginaal is, is herziening van de vergelijkende informatie voor het boekjaar 2024 niet noodzakelijk geacht.
Wat betreft de Europese Taxonomie past CFE het vereenvoudigde publicatieformat toe dat is ingevoerd door de gedelegeerde
Duurzaamheidsverklaring
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
78
verordening (EU) [XYZ]/2025 tot wijziging van de gedelegeerde verordeningen (EU) 2021/2178 (“Gedelegeerde handeling inzake infor-
matie”), 2021/2139 (“Gedelegeerde klimaathandeling”) en 2023/2486 (“Gedelegeerde milieuhandeling”).
Ten slotte publiceert CFE vrijwillig informatie over de onderwerpen die als relevant worden beschouwd onder de ESRS G1 - Gedrag
van het bedrijf.
Er zijn geen materiële fouten of weglatingen geconstateerd in de voor het voorgaande boekjaar gepubliceerde informatie die een
aanpassing zouden vereisen. Niettemin verbindt CFE zich, in overeenstemming met de ESRS-principes en de CSRD-vereisten, tot een
voortdurende verbetering van de kwaliteit, duidelijkheid en nauwkeurigheid van haar rapportage.
ESRS 2 BP-2 13 a, b &c ; ESRS 2 BP-2 14 a, b & c
1.1.8. Informatie ontleend aan andere wetgeving of algemeen aanvaarde standpunten over
duurzaamheidsrapportage
CFE gebruikt het BKG-protocol om de emissie van broeikasgassen te berekenen en te rapporteren.
ESRS 2 BP-2 15
1.1.9. Externe evaluatie
De duurzaamheidsverklaring wordt gedekt door het ESG-onderzoek (beperkte zekerheid audit) dat wordt uitgevoerd door de
bedrijfsrevisor van CFE, namelijk EY. Zie het beperkte zekerheidsverslag van de bedrijfsrevisor in sectie 5.6 Bijlage 5. Verslag van de
bedrijfsrevisor
De vergelijkende cijfers in de tabellen en de trends in deze overzichten zijn niet onderworpen aan procedures inzake beperkte
zekerheid audit in overeenstemming met de vereisten van de CSRD/ESRS.
1.2. GOV-4 & 5 Risico en due diligence
Zoals bepaald in het “Beheersverslag” in hoofdstuk 1.2 “Belangrijkste risico’s”, werkt het Executief Comité een kader van interne
controle en risicobeheer uit, dat ter goedkeuring wordt voorgelegd aan de Raad van Bestuur. De Raad van Bestuur beoordeelt
de implementatie van dit kader, op basis van de aanbevelingen van het Auditcomité. Ten minste eenmaal per jaar evalueert het
Auditcomitédeinternecontrolesystemen,omzichervantevergewissendatdevoornaamsterisico’sbehoorlijkwerdengeïdenti
-
ceerd, gemeld en beheerd.
DedochtervennootschappenvanCFEbeherenzelfhuneigenoperationeleennanciëlerisico’s,dievariërenvansectortotsector.
Deze risico’s worden niet centraal beheerd op het niveau van CFE. De managementteams van de dochtervennootschappen
rapporteren aan hun respectievelijke raad van bestuur over het risicobeheer.
Anderzijds,wordenallegeïdenticeerderisico’sendeorganisatievandeinternecontrolegedetailleerdbeschreveninhet“Beheers
-
verslag”. Daarin worden in algemene termen enerzijds de risico’s beschreven waaraan de Groep blootgesteld is, en anderzijds de
operationeleennanciëlerisico’svandeverschillendesegmentenwaarinzijviahaarparticipaties(rechtstreeksofonrechtstreeks)
actief is.
ESRS 2 GOV-5 ; ESRS 2 IRO-1 53 d,e,f
Om met name de duurzaamheidsrisico’s te in kaart te brengen en effectief te beheren, heeft CFE een dubbele materialiteitsanalyse
(DMA) van de ESG-risico’s uitgevoerd. Deze analyse komt in de volgende hoofdstukken aan bod.
Duediligenceiseenessentiëlestapinhetrisicobeheerproces,omdatrisico’shiermeegrondigkunnenwordengeïdenticeerden
beoordeeld, wat proactief en effectief beheer vergemakkelijkt.
Duurzaamheidsverklaring
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
79
Tabel 5: Mapping van informatie met betrekking tot het due diligenceproces
In kaart brengen van
informatie over het due-
diligenceproces
Paragrafen van de relevante duurzaamheidsverklaring Relevante ESRS
Due diligence integreren in het
bestuur, de strategie en het
bedrijfsmodel
1.7 Organisatie van de rollen en verantwoordelijkheden voor duurzame ontwikkeling (GOV -1, 2 en 3) ESRS 2 GOV-1
ESRS 2 GOV-2
ESRS 2 GOV-3
1.3 SBM-1 Strategie, businessmodel en waardeketen ESRS 2 SBM-1
1.5 SBM-3: Materiële IRO’s en de wisselwerking daarvan met strategie
en businessmodel
ESRS 2 SBM-3
2.2.1 SBM-3: Materiële IRO’s en de wisselwerking daarvan met strategie
en businessmodel
ESRS E1 SBM-3
3.1.2 SBM-3: Materiële IRO’s en de wisselwerking daarvan met strategie
en businessmodel
ESRS S1 SBM-3
3.2.2 SBM-3: Materiële IRO’s en de wisselwerking daarvan met strategie
en businessmodel
ESRS S2 SBM-3
Samenwerken met de
relevante belanghebbenden
1.4 SBM-2 Belangen en opvattingen van stakeholders ESRS 2 SBM-2
1.6 IRO-1 en 2 Dubbele materialiteitsanalyse ESRS 2 IRO1
1.7 Organisatie van de rollen en verantwoordelijkheden voor duurzame ontwikkeling (GOV -1, 2 en 3) ESRS 2 GOV-2
2.2.3 E1-2 Beleid ten aanzien van “klimaatmitigatie” ESRS E1-2
3.1.3 S1-1 Beleid ten aanzien van eigen personeel ESRS S1-1
3.1.4 S1-2 Processen om met eigen werknemers en werknemersvertegenwoordigers te overleggen ESRS S1-2
3.2. 1 SBM-2 Belangen en opvattingen van stakeholders ESRS 2 SBM-2
De negatieve gevolgen voor
mensenmilieuidenticeren
en beoordelen
1.5 SBM-3 Materiële IRO’s en hun interactie met het businessmodel en de strategie ESRS 2 SBM-3
1.6 IRO-1 en 2 Dubbele materialiteitsanalyse ESRS 2 IRO1 &2
2.2.1 SBM-3 Materiële IRO’s en de wisselwerking daarvan met strategie
en businessmodel
ESRS E1 SBM-3
2.2.2 E1.IRO-1: Beschrijving van de processen om materiële impacts, risico’s en opportuniteiten in
kaart te brengen en te analyseren
ESRS E1 IRO-1
3.1.2 SBM-3 Materiële IRO’s en de wisselwerking daarvan met strategie
en businessmodel
ESRS S1 SBM-3
3.2.2 SBM-3 Materiële IRO’s en de wisselwerking daarvan met strategie
en businessmodel
ESRS S2 SBM-3
Maatregelen nemen om de
negatieve gevolgen voor
mens en milieu te verhelpen
2.2.4 E1-1, E1-3 en E1-4 : Transactieplannen, decarbonisatiehefbomen en middelen in verband met
beleidsmaatregelen ter bestrijding van klimaatverandering
ESRS E1-3
3.1.6 S1-4 Acteren op materiële impacts op eigen personeel en benaderingen om wat eigen perso-
neel betreft materiële risico’s te mitigeren
ESRS S1-4
3.2.6 Acteren op materiële impacts op werknemers in de waardeketen, en benaderingen
om wat betreft werknemers in de waardeketen materiële risico’s te beheersen en materiële
opportuniteiten te benutten, en de effectiviteit van die maatregelen
ESRS S2-4
De effectiviteit van deze in-
spanningen monitoren
2.2.4 E1-1, E1-3 en E1-4: Transactieplannen, decarbonisatiehefbomen en middelen in verband met
beleidsmaatregelen ter bestrijding van klimaatverandering
ESRS E1-4
3.1.7 S1-5 Doelen ESRS S1-5
3.1.8 S1-6 Kenmerken van de onderneming ESRS S1-6
3.1.11 S1-14 Veiligheids- en gezondheidsmaatstaven ESRS S1-14
3.2.7 S2-5 Doelen wat betreft het beheersen van materiële negatieve impacts, het bevorderen van
positieve impacts en het beheersen van materiële risico’s en opportuniteiten
ESRS S2-5
ESRS 2 GOV-4
1.3. SBM-1 Strategie, businessmodel en waardeketen
1.3.1. Strategie en businessmodel
CFE is een multidisciplinaire groep die globale oplossingen ontwikkelt voor complexe maatschappelijke uitdagingen in de snelgroei-
ende markten van duurzame gebouwen, slimme industrieën en de infrastructuur voor energie en mobiliteit van morgen. Om dit te
bereiken bundelt de Groep de krachten van haar vier segmenten: Vastgoedontwikkeling, Multitechnieken (o.a. gebouwbeheer, indus
-
triële automatisering en energie- en mobiliteitsinfrastructuur), Bouw & Renovatie en Investeringen & Holding.
Duurzaamheidsverklaring
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
80
1. Vastgoedontwikkeling:
BPI Real Estate, een bedrijf in het segment vastgoedontwik-
keling, is actief in België, Luxemburg en Polen. BPI Real Estate
richt zich op ontwikkelingen in stads- en dorpscentra met een
sterk groeipotentieel, een positieve impact op het milieu, reële
mogelijkheden voor zachte mobiliteit en die zorgen voor sociaal
welzijn. BPI Real Estate richt zich op projecten voor gemengd
gebruik waarbij woningen, kantoren, winkelruimten en diensten
worden gecombineerd. Al deze ambities zijn haalbaar dankzij de
vele talenten die de teams van BPI Real Estate vormen en hun
focus op innovatie en duurzame benaderingen.
2.Multitechnieken:
De Multitechniekenactiviteiten van CFE zijn onderverdeeld in
twee commerciële divisies: VMA en MOBIX.
VMA: De activiteiten van VMA zijn onderverdeeld in twee Busi
-
ness Units (BU’s): Gebouwtechnieken en Industrial Automation.
De divisie Gebouwtechnieken omvat commerciële elektriciteit
en HVAC (verwarming, ventilatie en airconditioning). De divisie
Industrial Automation omvat zowel robotisering als automatise
-
ring, of het beheer van productieprocessen.
MOBIX: De activiteiten van Rail & Utilities worden geleid door het
MOBIX-cluster. MOBIX bestaat uit twee BU: Rail en Utilities.
De BU Rail omvat spoortechnieken (spoor- en bovenleidingin-
stallatie) en seininrichting. De BU Utilities omvat energietransport
en openbare verlichting in België.
3. Bouw & Renovatie:
Het segment Bouw & Renovatie is actief in België, Luxemburg,
Polen en Duitsland en is gespecialiseerd in de nieuwbouw en
renovatie van onder andere kantoorgebouwen, residentiële
gebouwen, hotels, scholen, universiteiten, parkeergarages, indus
-
triële gebouwen, enz.
4. Investeringen & Holding
In samenwerking met Ackermans & van Haaren investeert de
Groep CFE in duurzame initiatieven via haar participaties in
DEEP C Holding, Greenstor en Green Offshore. DEEP C Holding
ontwikkelt projecten om havens en aanverwante industriege
-
bieden te creëren in Vietnam. Greenstor van haar kant ontwik-
kelt batterijparken om de energietransitie te versnellen. Green
Offshore heeft participaties in de ontwikkeling en exploitatie van
Belgische offshore windparken. Aangezien CFE geen exclusieve
controle heeft over deze activiteitensector, wordt deze dan ook
geacht buiten het toepassingsgebied van de CSRD te vallen.
ESRS 2 SBM-1 40 a i,ii; ESRS 2 SBM-1 42
Sustainable
buildings
Green Energy
and mobility
Smart
Industry
Duurzaamheidsverklaring
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
81
CFE wil een leidende rol spelen op deze sleutelmarkten door het status quo in vraag te stellen en alles te veranderen wat niet duur-
zaam is voor de toekomstige generaties. Daarom heeft de Groep innovatie, duurzaamheid en veiligheid centraal gesteld in haar
activiteiten. Haar missie is om mensen, competenties, materialen en technologie samen te brengen in een gemeenschap voor
positieve verandering (“Changing for Good”). Deze missie heeft de Groep in staat gesteld een voortrekkersrol op zich te nemen in
het gebruik van duurzame bouwmaterialen, grootschalige renovatie, geavanceerd energiebeheer en andere domeinen met een
hogemaatschappelijkewaarde.Dezestrategiesluitvolledigaanbijdemateriëlethema’sdiezijngeïdenticeerdinhetkadervan
de dubbele materialiteitsoefening.
De belangrijkste materiële aandachtspunten betreffen enerzijds de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen (mitigatie van
klimaatverandering) en anderzijds de gezondheid en veiligheid van de werknemers van de Groep, evenals van de werknemers in de
waardeketen die bij onze projecten betrokken zijn.
De strategische ambitie van de CFE-groep om zich te positioneren als leider in de realisatie van duurzame gebouwen, de ontwik
-
keling van verantwoordelijke industrialisatieprojecten en de bouw van mobiliteits- en energie-infrastructuren vormt een concreet
geheel van hefboomfactoren om bij te dragen aan de mitigatie van klimaatverandering. Via deze activiteiten oefent de Groep een
directe en positieve impact uit door technische, operationele en organisatorische oplossingen te integreren die de emissie redu
-
cerenendeenergie-efciëntiebevorderen.
Daarnaast, door expliciet veiligheid centraal te stellen in haar strategie, bevestigt CFE haar intentie om de centrale rol van de mens
in de uitvoering van haar projecten te erkennen en te waarderen. Deze benadering weerspiegelt een sterke en gestructureerde
maatschappelijke verantwoordelijkheid, in lijn met de verwachtingen van de CSRD op het gebied van de bescherming van de
gezondheid, veiligheid en het welzijn van werknemers.
ESRS 2 SBM-1 40 f,g
De strategie van CFE wordt afgekort onder het acroniem “SPARC” dat als kompas dient voor de entiteiten van de Groep. Het leidt
de “Shift” naar innovatie en duurzaamheid, de wens om te “Performen” en operationele uitmuntendheid te bereiken, haar groei te
versnellen (“Accelerate”) door een geïntegreerde aanpak, het creëren van waarde en het rendement (“Return”) voor alle stakehol
-
ders, en, tot slot, het creëren van een echte “Community” van actoren voor verandering zowel binnen als buiten de organisatie.
CFE telt 2.681 werknemers, waarvan 2.145 in België, 223 in Luxemburg en 313 in Polen. Deze informatie is in overeenstemming met de
gegevens van het eigen personeel die zijn opgenomen in hoofdstuk 3.1.8.
ESRS 2 SBM-1 40 a iii
Er zijn verschillende methoden ingevoerd om de belangen van de actoren en verschillende stakeholders in de CFE-waardeketen
vast te leggen. Dit wordt in detail beschreven in hoofdstuk 1.4. Deze informatie werd gebruikt in het DMA-proces. Alle stadia van de
DMA(overlegmetstakeholders,identicatievanpotentieelmateriëlethema’s,identicatievanIRO’s,dedubbelematerialiteitsa
-
nalyse van potentieel materiële thema’s) werden geleidelijk gevalideerd door de verschillende management- en controleorganen,
tijdens Executieve Comités, Auditcomités en Raden van Bestuur.
ESRS 2 SBM-2 45 d
De resultaten van de DMA hebben de strategie van de Groep bevestigd. De strategische richtingen die de Groep heeft geformu-
leerd, komen in feite sterk overeen met de materiële thema’s die uit de DMA-analyse naar voren zijn gekomen.
ESRS 2 SBM-1 42 a, b
1.3.2. Analyse van de waardeketen
CFE is een multidisciplinaire groep die actief is op drie markten: duurzame gebouwen, intelligente industrie en infrastructuur voor
duurzame energie en mobiliteit.
De verschillende dochtervennootschappen van de Groep zijn op verschillende niveaus actief in de uitvoering van deze projecten.
Om de eigen activiteiten van de Groep in kaart te brengen, hebben wij ervoor gekozen om de uitvoering van projecten en de algemene
aannemingsactiviteit (MBG, Van Laere, BPC groep, CLE, CFE Polska, AVDD en MOBIX) in het centrum van de waardeketen te plaatsen.
Onderaanneming en de levering van bouwmaterialen zullen daarom stroomopwaarts worden bekeken. Stroomafwaarts vinden we
de ontwikkelaars en de eindgebruikers.
Duurzaamheidsverklaring
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
82
Lorem ipsum
DOWNSTREAM
TIER 2+
FINAL USER
UPSTREAM
TIER 2+
SUPPLIERS
UPSTREAM
TIER 1+
SUB-
CONTRACTORS
OWN SECTOR
TIER 0
GENERAL
CONTRACTOR
REAL ESTATE
DOWNSTREAM
TIER 1+
DEVELOPMENT
Figuur 1: Visualisatie van de waardeketen
In dit geval kunnen de activiteiten van VMA, Benelmat en LTS worden beschouwd als stroomopwaarts (upstream tier +1) en de vast-
goedontwikkelingsactiviteiten van BPI Real Estate en Wood shapers als stroomafwaarts (downstream tier +1) in dezelfde waardeketen.
ESRS 2 SBM-1 42 c
Deze analyse wordt aangevuld met input van andere geraadpleegde organisaties in de waardeketen en met een benchmarkin-
goefening. Als onderdeel van de DMA worden er 109 verschillende stakeholders opgelijst.
Deze werden na een interne analyse opgenomen en ingedeeld in verschillende groepen stakeholders:
• Directe stakeholders en vennoten
• Selectie van ondernemingen die de grootste uitgaven vertegenwoordigen
• Partners in gemeenschappelijke ondernemingen
• Klanten (downstream) en (onder)aannemers (upstream)
• SelectievanondernemingendieactiefzijninhetzelfdegeograschegebiedalsCFE
Hetgaatinhetbijzonderommarktactoren(anderealgemeneaannemers,projectontwikkelaars,enz.),nanciëlepartners(nan
-
ciële instellingen, verzekeringsmaatschappijen, enz.) en leveranciers van de belangrijkste grondstoffen die in onze projecten worden
gebruikt (beton, staal, enz.).
Door dit in kaart te brengen, krijgen wij een beter overzicht van onze waardeketen en de verschillende leveranciers en stakeholders
waarmee CFE in wisselwerking staat. Natuurlijk is deze oefening om de waardeketen in kaart te brengen niet-exhaustief.
ESRS 2 SBM-1 42
Deze clustering van de geanalyseerde ondernemingen maakte het mogelijk om de belangrijkste stakeholders bij de daaropvol-
gendeDMA-analyseduidelijkerteidenticeren.
ESRS 2 BP-1 5c
Duurzaamheidsverklaring
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
83
1.4. SBM-2 Belangen en opvattingen van stakeholders
1.4.1. Identicatievandebelangrijkstebetrokkenstakeholders
Doorverschillendestakeholdersinonzewaardeketentegroeperen,ishetmogelijkomgroepenstakeholdersteidenticerendie
“belangrijkstebetrokkenofbeïnvloedestakeholders”zoudenkunnenzijn.Ditproceswordtaangetoondinonderstaandeguur.
Consultants
End clients
Financial
institutions
Suppliers
General
contractors
Sub-
contractors
Project
developers
Architects &
engineers
Direct control
Indirect control
Indirect control
Media
Environmental
groups and ngo’s
Academic
researchers
Sector
alliances
Neighbourhood
Authorities
Figuur 2: Visualisatie van de belangrijkste stakeholders
ESRS 2 SBM-2 45 a i
Getroffen stakeholders van CFE kunnen worden onderverdeeld in twee categorieën: degenen die onder directe controle staan en
degenendieonderindirectecontrolestaan.Directecontrolekomttotstanddoorcontractueleovereenkomsten,nanciëlebanden
of een bewuste keuze om samen te werken. Dit onderscheid is belangrijk omdat CFE beslissingen kan nemen die rechtstreeks van
invloed zijn op deze stakeholders.
CFE heeft daarentegen geen beslissingsbevoegdheid over indirect gecontroleerde stakeholders. Hun meningen zijn nochtans
beangrijk en het is absoluut noodzakelijk om rekening te houden met de positieve en negatieve impact die wij op hen hebben. Toch
moeten wij hun meningen en opmerkingen met de nodige voorzichtigheid benaderen, omdat hun perspectief vaak gericht is op
hun eigen bekommernissen in plaats van op de bredere impact.
CFE heeft er daarom voor gekozen om deze categorie stakeholders niet rechtstreeks te benaderen als onderdeel van de DMA voor
hetboekjaar2025.Hunmeningenenopinieswordenalleenindirectverzameld,viaspeciekestudiesofpublicaties.Aangeziende
DMA een continu en dynamisch proces is, worden de verschillende stakeholders erbij betrokken wanneer dat nodig is.
Voorhetlopendeboekjaarwaseenspeciekeraadplegingvanexternestakeholdersgeplandomhunverwachtingenteverza
-
melenmetbetrekkingtotdemogelijkeevolutievandestrategieenhetbusinessmodel,rekeninghoudendmetdegeïdenticeerde
materiële impacts, risico’s en opportuniteiten. CFE heeft echter besloten dit overleg uit te stellen vanwege het gebrek aan duidelijk
-
heid over de toekomstige rapportageverplichtingen en de verwachte aanpassingen van het CSRD-kader vanaf 2025.
In deze context van regelgevingsonzekerheid heeft de Groep het gepast geacht de raadpleging uit te stellen, zodat een gestructu
-
reerde dialoog kan worden aangegaan, gebaseerd op gestabiliseerde vereisten en met waarborg voor de relevantie en kwaliteit
van de uitwisseling met de stakeholders.
ESRS 2 SBM-2 45 a, 53 b iii
Duurzaamheidsverklaring
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
84
Voor de andere betrokken stakeholders werden vijf verschillende soorten engagement gebruikt om de impact, risico’s en
opportuniteiten(IRO’s)teidenticeren.Ditwordtuitgelegdindevolgendesectie.
Het betrekken van een brede waaier aan stakeholders bij de materialiteitsanalyse is belangrijk om een volledige en evenwichtige
weergave van impacts, risico’s en opportuniteiten te verkrijgen.
ESRS 2 SBM-2 45 b
ESRS 2 SBM-2 45 a iv
ESRS 2 SBM-2 45 a v
1.4.2. Strategieën om stakeholders te betrekken
OmtebegrijpenhoedebetrokkenstakeholderskunnenwordenbeïnvloedenomdeIRO’svanCFEteidenticerenentebeoordelen,
werden voor deze oefening vijf verschillende processen voor overleg met stakeholders gebruikt:
1. Deelname aan de eerste dubbele materialiteitsanalyse: De ESG-strategie van CFE begon vorm te krijgen via een grondige
analyse van de stakeholders en de omringende markt in 2019. Deze analyse werd uitgevoerd op basis van interne expertise
en met de hulp van een externe consultant. Deze analyse diende als basis voor het opstellen van de strategie voor duurzame
ontwikkeling van de Groep en het bepalen van de prioriteiten. De matrix werd vervolgens elke twee jaar herzien en opnieuw
gevalideerd. Dit onderzoek is gebaseerd op voortdurend overleg met de stakeholders.
2. Kwantitatieve onderzoeksmethode: Deze methode maakt gebruik van de tool en methodologie voorgeschreven door
een externe consultant (PwC). Met behulp van deze tool heeft CFE een uitgebreide analyse uitgevoerd van de gepubliceerde
materialiteitsmatrices,ESG-strategieënenandereofciëleverslagenvan40strategischgeselecteerdestakeholders.Selec
-
tiecriteriavoordestakeholderswarenonderanderenanciëleuitgaven/omzet,geograschespreidingeneengoedeverte-
genwoordigingvandeverschillendegroepenbinnendewaardeketenzoalsgedenieerdinparagraaf1.3.1.Deverschillende
publicaties van ongeveer 40 stakeholders werden in detail geanalyseerd en gekoppeld aan de lijst van sectorale subthema’s
van de ESRS.
3. Panelgesprekken binnen sectorallianties: CFE is ook lid van sectororganisaties zoals UPSI/BVS en ADEB/VBA, waardoor zij een
centralepositieinneemtvoorhetidenticeren,monitorenenbetrokkenrakenbijESG-gerelateerdethema’s.Opgemerktmoet
worden dat sommige van deze instanties multisectoraal zijn (d.w.z. niet alleen bouwbedrijven en vastgoedontwikkeling). Dit
versterkt de dialoog met de stakeholders.
4. Externe en interne interviews: Een vierde methode om in dialoog te gaan met onze belangrijkste betrokken stakeholders is
het voeren van externe en interne gesprekken met zogenaamde “deskundigen” die vanuit hun operationele of commerciële rol
voldoende expertise hebben om een aantal van de belangrijkste betrokken stakeholders te vertegenwoordigen. Deze externe
en interne gesprekken dienden ook als tussentijdse controle van de voorlopige resultaten. De interne deskundigen vormden
bovendieneenuitgebreidteamdatookdeelnamaandeidenticatievanIRO’senaanbesprekingenoverdewaarderinginhet
kader van de dubbele materialiteitsoefening.
5. Continu proces om stakeholders te betrekken: De strategie van CFE is gebaseerd op continue samenwerking met alle
stakeholders van het project, in de overtuiging dat succes ligt in het overleg met de hele waardeketen van het project. Deze
collectieve aanpak, waarbij duurzaamheid en impact centraal staan, strekt zich uit van ontwerp tot onderhoud. Vertrouwen,
transparantie en wederzijds begrip zijn de hoekstenen van onze sterke partnerschappen, die gericht zijn op duurzame oplos
-
singen. Daarom neemt CFE de tijd om voortdurend in dialoog te gaan met haar stakeholders om hun belangen en de impact
van CFE beter te begrijpen. Deze dialoog kan plaatsvinden aan het begin van projecten (openbare raadplegingen, bijeenkom
-
sten van buurtcomités, monitoring van klachten en incidenten, enz.), tijdens projecten (bezoeken en bijeenkomsten op de werf,
bijeenkomsten met buurtbewoners, enz.) of aan het einde (feedback, tevredenheidenquêtes, etc.).
ESRS 2 SBM-2 45 a
De volgende tabel geeft een overzicht van de methoden voor het betrekken van stakeholders die de belangrijkste betrokken stake-
holders vertegenwoordigen. Er moet ook worden opgemerkt dat sommige categorieën stakeholders die in de vorige paragraaf zijn
geïdenticeerd,nietals‘belangrijk’wordenbeschouwd.Stakeholdersgemarkeerdmeteensterretje“*”kunnenwordenbeschouwd
als eenvoudige gebruikers van onze duurzaamheidsverklaring. In onderstaande tabel zijn direct gecontroleerde stakeholders vetge
-
drukt en indirect gecontroleerde stakeholders niet.
De DMA-analyse is echter een dynamisch proces, wat betekent dat het overleg met de verschillende stakeholders in de loop van de
tijd kan evolueren.
Duurzaamheidsverklaring
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
85
Tabel 6: Lijst van belangrijke stakeholders en strategieën om hen te betrekken
Relevante belanghebbenden Strategieën voor de betrokkenheid
Onderzoekers en universiteiten* Wordt niet beschouwd als een belangrijke belanghebbende: er kon geen materiële invloed wor-
dengeïdenticeerd,maarwordtgebruiktalsinformatiebroninonzeESG-analyse
Architecten &studiebureaus Kwantitatieve onderzoeksmethode
Autoriteiten* Kwantitatieve onderzoeksmethode
Consultants Wordt niet beschouwd als een belangrijke belanghebbende: er kon geen materiële invloed wor-
den geïdenticeerd, maar wordt gebruikt als informatiebron in onze ESG-analyse
Eindgebruikers* • Kwantitatieve onderzoeksmethode
• Voortdurende dialoog met de belanghebbenden
Milieugroeperingen en ngo's Wordt niet beschouwd als een belangrijke belanghebbende: de invloed is beperkt, de CSRD-
dialoog is nog niet voldoende ontwikkeld.
Financiële instellingen* • Interne en externe interviews
• Kwantitatieve onderzoeksmethode
• Paneldiscussies met de sectorallianties
Algemene aannemers • Voormalige materialiteitsmatrix van CFE
• Paneldiscussies met de sectorallianties
• Interne en externe interviews
Media* Wordt niet beschouwd als een belangrijke belanghebbende: de invloed is beperkt, de CSRD-
dialoog is nog niet voldoende ontwikkeld.
Buurt Wordt niet beschouwd als een belangrijke belanghebbende: de invloed is beperkt, de CSRD-
dialoog is nog niet voldoende ontwikkeld.
Projectontwikkelaars • Voormalige materialiteitsmatrix van CFE en interne experts
• Paneldiscussies met de sectorallianties
• Interne en externe interviews
Sectorallianties Paneldiscussies met de sectorallianties
Onderaannemers • Voormalige materialiteitsmatrix van CFE
• Kwantitatieve onderzoeksmethode
• Interne en externe interviews
Leveranciers • Kwantitatieve onderzoeksmethode
• Interne en externe interviews
ESRS 2 SBM-2 45 a
ESRS 2 SBM-2 45 a ii
ESRS 2 SBM-2 45 a iii
CFE is van plan om deze analyse te vervolledigen door een meer gedetailleerde enquête te houden onder de belangrijkste
stakeholders. Dit werk wordt voorbereid met de verschillende sectorallianties om ervoor te zorgen dat de sector op één lijn zit wat
betreft de meest relevante manier om stakeholders te ondervragen.
ESRS 2 SBM-2 45 c ii
HetmanagementvanCFEwasdirectbetrokkenbijdeidenticatievandeIRO’sendematerialiteitsanalyse.Tegelijkertijdwerdenhet
managementendeverschillendeorganenvanCFEtijdensspeciekevergaderingen(ExecutiefComité,AuditcomitéenRaadvan
Bestuur) op de hoogte gehouden van de resultaten van de analyse van de standpunten van de stakeholders over de ESG-aspecten.
ESRS 2 SBM-2 45 d
1.4.3. Resultaten van het overleg met de stakeholders
De analyse van de in 2023 herziene materialiteitsmatrix, de analyse van de gegevens uit het kwantitatieve onderzoek (benchmar-
king)endepanelgesprekkenhebbengeleidtotdeidenticatievaneeneerstereeksrelevantethema’s.Deresultatenwordenin
onderstaande tabel weergegeven.
Tijdens het kwantitatieve onderzoek werd een onderscheid gemaakt tussen thema’s van groot belang (hier vetgedrukt) en thema’s
van gemiddeld belang (een evaluatie die werd gemaakt door rekening te houden met het aantal keren dat het thema als materieel
werdbeschouwdtijdensdeanalysevande40datareeksen).Dethema’sdiemetdeanderetweemethodenwerdengeïdenticeerd,
worden standaard als zeer belangrijk beschouwd en worden daarom vetgedrukt weergegeven in onderstaande tabel.
Duurzaamheidsverklaring
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
86
Tabel7:Identicatievanthema’sensubthema’sbijhetbetrekkenvandestakeholders
ESRS-thema's en subthema's Geïdenticeerde ESRS-thema's en subthema's
Vorige dubbele-
materialiteitsoefening
Kwantitatieve analyse UPSI/BVS ADEB/VBA
Beheer van de
leveranciersrelaties, inclusief
betalingspraktijken
Partnerschappen
Mitigatie van de klimaatver-
andering
Acties voor het klimaat Mitigatie van de klimaat-
verandering
Mitigatie van de klimaat-
verandering
Mitigatie van de klimaat-
verandering
Adaptatie aan de klimaatver-
andering
Adaptatie aan de klimaat-
verandering
Adaptatie aan de kli-
maatverandering
Instroom van middelen Verantwoordelijke con-
sumptie en productie
Instroom van middelen Instroom van middelen Instroom van middelen
Uitstroom van middelen Uitstroom van middelen
met betrekking tot pro-
ducten en diensten
Afvalbeheer Afvalbeheer
Gezondheid en veiligheid Gezondheid en veiligheid Arbeidsomstandigheden:
gezondheid en veiligheid
Gezondheid en veiligheid
Balans werk-privéleven
Opleidingen en talentontwik-
keling
Kwaliteit van de opleiding Opleidingen en talentont-
wikkeling
Energie Schone en betaalbare
energie
Energie Energie
Bedrijfscultuur Fatsoenlijk werk en
economische groei
Bedrijfscultuur
Corruptie en omkoping
Verlies van biodiversiteit Verlies van biodiversiteit
Diversiteit Diversiteit
Gendergelijkheid Gendergelijkheid
TijdensdezeidenticatiefasewerdookeeneerstelijstvanpotentiëleIRO’sopgesteldvoorelkrelevantthema.
De externe gesprekken met deskundigen richtten zich voornamelijk op de methodologie die werd gebruikt om de standpunten van
de verschillende stakeholders vast te leggen. Dankzij deze gesprekken kon CFE haar methodologie valideren en de relevantie van de
verzamelde resultaten garanderen. Deze gesprekken stelden ons in staat om de meningen van de geïnterviewden over de relevante
thema’s en de bijbehorende IRO’s te verzamelen.
Deze oefening bevestigde het belang van de thema’s: Klimaatverandering, circulaire economie, veiligheid en gezondheid, governance
en talentmanagement.
De voortdurende dialoog met de stakeholders van CFE benadrukt de bekommernissen, principes en processen op het gebied van ESG.
Recente raadplegingen hebben niet geleid tot wijzigingen in eerdere analyses. Dit bewijst dat de geïnterviewde interne deskundigen
zich bewust zijn van de potentieel materiële thema’s en de bestaande en nieuwe IRO’s in onze sector. Dit betekent dat onze interne
kennis representatief is voor de belangrijkste externe stakeholders die bij deze oefening betrokken zijn.
ESRS 2 SBM-2 45 a v
1.4.4. Opstellen van een shortlist van potentieel materiële thema’s
Eencrucialestapishetopstellenvandedenitievelijstmetrelevantemateriëlethema’senvervolgenshetidenticerenvanalle
impacts,risico’senopportuniteitenvoorCFE.Dezeeerstefasevanhetidenticerenvanrelevantethema’sisgebaseerdopde
lessen die zijn geleerd uit de methoden voor het betrekken van stakeholders die in het vorige hoofdstuk zijn beschreven. Deze
hebben ons in staat gesteld om een eerste shortlist van potentieel materiële thema’s op te stellen:
1. Klimaatadaptatie
2. Klimaatmitigatie
3. Energie
4. Directe drukfactoren biodiversiteitsverlies - Verandering in bodemgebruik
5. Materiaalinstromen, inclusief materiaalgebruik
6. Afvalstoffen
7. Arbeidsvoorwaarden - Werk-privébalans
8. Arbeidsvoorwaarden - Veiligheid en gezondheid (eigen werknemers)
Duurzaamheidsverklaring
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
87
9. Gelijke behandeling en gelijke opportuniteiten voor iedereen - Opleiding en ontwikkeling vaardigheden
10. Arbeidsvoorwaarden - Veiligheid en gezondheid (toeleveringsketen)
11. Bedrijfscultuur
12. Corruptie en omkoping
1.4.5. Validatie van de shortlist van potentieel materiële thema’s
CFE heeft verschillende iteraties en consistentiecontroles uitgevoerd om deze lijst te valideren.
Hiervoor gebruikte CFE informatie van ratingbureaus en voerde zij verschillende herzieningen uit met interne deskundigen,
waaronder de verschillende bestuurs-, beheers- en controleorganen. Tot slot werd de Longlist van AR16 doorgespit om er zeker
van te zijn dat geen enkel thema was vergeten of verwaarloosd.
Tijdens deze iteraties werden verschillende thema’s toegevoegd. Namelijk de volgende thema’s:
13. Waterverbruik
14. Materiaaluitstromen met betrekking tot producten en diensten
15. Gendergelijkheid
16. Diversiteit
17. Economische, sociale en culturele rechten van gemeenschappen - Impact op gronden
18. Bescherming klokkenluiders
19. Beheer van leveranciersrelatie, inclusief betalingspraktijken
Wij zien dus dat er geen thema’s verwijderd zijn, maar dat de uiteindelijke shortlist integendeel alle opgesomde potentieel materiële
thema’s bevat. De shortlist met potentieel materiële thema’s bestaat dus uit 19 thema’s. De volgende stappen zullen bestaan uit:
• DeidenticatievanmogelijkeIRO’sdieverbandhoudenmetdezethema’s(eenoefeningdiealisgestarttijdensdevorigefase
van de dialoog met de stakeholders)
• De beoordeling (scoring) van deze IRO’s
• DeclusteringvanIRO’sinESG-thema’s.HetzijndezeESG-thema’sdiewordengevisualiseerdindeDMA-graek.
1.5. SBM-3 Materiële impacts, risico’s en opportuniteiten en de wisselwerking daarvan
met de strategie en het businessmodel
Alsbelangrijkonderdeelvandeidenticatievanmateriëleduurzaamheidsthema’sheeftCFEeenDMAuitgevoerd.Materialiteitwordt
toegepast sinds 2019, toen CFE begon te rapporteren onder de NFRD-regelgeving, maar het concept is geëvolueerd onder de
huidige CSRD-wetgeving.
Vanaf 2019 zijn alle ESG-thema’s ingedeeld in een materialiteitsmatrix die rekening houdt met het belang voor de verschillende stake
-
holdersendeimpactopdeactiviteitenendenanciëleprestatie.Alle“thema’smeteenhogematerialiteit”(prioritairethema’s),
d.w.z. thema’s die zowel een hoge impact hebben op de activiteiten en het resultaat van CFE als van groot belang zijn voor de
stakeholders, werden daarom speciaal opgevolgd.
Deze matrix werd vervolgens regelmatig herzien en systematisch gevalideerd door de bestuurs-, beheers- en controleorganen.
DezemethodologielieptotopzekerehoogtevooruitopdelosoevaneenDMAonderdeCSRD.
In2024voerdeCFEeennieuweDMA-benaderinguitopbasisvanhetconceptvan“nanciëlematerialiteit”(outside-in)en
“impact-materialiteit” (inside-out) op basis van ESRS 2 en EFRAG IG1 “Materialiteitsanalyse” implementatierichtlijnen. De methodo
-
logievoorhetidenticerenvanpotentieelmateriëlethema’swerdbeschreveninhoofdstuk1.3-SBM-2Belangenenopvattingen
van stakeholders. De methodologie die is gebruikt om de IRO’s met betrekking tot deze thema’s te bepalen en om ze te beoordelen,
wordt belicht in paragraaf 1.5 IRO-1 en 2 Dubbele materialiteitsanalyse.
In 2025 heeft CFE een kritische herziening uitgevoerd van haar materialiteitsanalyse uit 2024. Deze aanpak werd in twee fasen uitge
-
voerd:
1 Sectoriëlebenchmarkingbijsectorgenotenomdeopkomendepraktijkenentrendsteidenticeren;
2 Analyse op basis van triggers (trigger-based analysis) met als doel na te gaan dat geen enkele verandering of trend, hetzij
intern (strategie, reikwijdte, businessmodel…), hetzij extern (regelgevende ontwikkelingen, technologische vooruitgang, soci
-
aaleconomische veranderingen, marktdynamiek…), een herwaardering van de thema’s en subthema’s die tijdens de DMA 2024
zijngeïdenticeerd,rechtvaardigde.
De benchmarkinganalyse bij sectorgenoten, evenals de herziening van de in 2024 gepubliceerde CSRD-verslagen, wijst op een
tendens om het thema “Zakelijk gedrag” (ESRS G1) als materieel te beschouwen. In dat kader heeft CFE dit subthema grondig
opnieuw beoordeeld. De methodologie en de gehanteerde hypothesen voor de scoring van de impact op de bedrijfsvoering
Duurzaamheidsverklaring
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
88
werden bevestigd. De sectorale tendensen hebben geleid tot een opwaartse bijstelling van de score op de impactas in het kader
van de materialiteitsoefening. Niettemin blijft het subthema “Zakelijk gedrag”, ook na deze herziening, voor CFE niet-materieel. Gelet
op de belangstelling van de stakeholders voor dit onderwerp, heeft CFE ervoor gekozen om hierover op vrijwillige basis informatie te
publiceren, op basis van de relevante bepalingen van de ESRS G1-standaard.
Er zijn derhalve geen materiële wijzigingen te melden.
ESRS 2 SBM-3 48g
De in 2025 herziene materialiteitsmatrix werd op 5 december 2025 goedgekeurd door de Raad van Bestuur.
CFE is ervan overtuigd dat het gepresenteerde resultaat een getrouw beeld geeft van haar belangrijkste duurzaamheidsthema’s,
inclusief impacts, risico’s en opportuniteiten. De in 2025 uitgevoerde herziening van de materialiteitsanalyse heeft geen noodzaak
aangetoond om de in 2024 toegepaste methodologie voor de inventarisatie, selectie of beoordeling van impacts, risico’s en oppor
-
tuniteiten (IRO) te wijzigen.
ESRS 2 IRO-1 53hg
De volgende secties geven meer details over de resultaten van de DMA en het toegepaste proces.
1.5.1. Resultaten van de dubbele materialiteitsanalyse
De onderstaande tabel vat de beoordeling van het belang van duurzaamheidsthema’s samen en geeft aan of ze een impact-
materialiteitofeennanciëlematerialiteit(ofbeide)hebben.Metbetrekkingtothetnanciëleperspectiefwordtaangegevenofhet
belang gekoppeld is aan een risico of een opportuniteit. Alleen materiële subthema’s zijn weergegeven. De IRO’s werden in detail
geanalyseerd met de verschillende stakeholders.
Op basis van de DMA werden drie thema’s geselecteerd als materieel: “Klimaatmitigatie”, “Veiligheid en gezondheid van eigen
personeel” en “Veiligheid en gezondheid van onderaannemers”.
CFE beschrijft haar analyse van IRO’s in hoofdstuk 1.5.2 “Impact, risico’s en opportuniteiten voor materiële thema’s”. In de andere
hoofdstukken van de duurzaamheidsverklaring worden het beleid, de doelstellingen, de belangrijkste prestatie-indicatoren en de
vooruitgang voor elk materieel thema gedetailleerd volgens de CSRD-indeling, waarbij de volgorde wordt gevolgd die in de ESRS is
opgenomen onder “2. Milieu-informatie” en “3. Sociale informatie”.
Bijgevolg omvat deze duurzaamheidsverklaring, naast de informatie met betrekking tot ESRS 2, ook de informatie inzake ESRS E1, S1 en
S2 (voor zover de datapunten relevant of van toepassing zijn). De lijst van de behandelde datapunten, evenals hun exacte locatie in
het verslag, is opgenomen in hoofdstuk 5.2 – Bijlage 2: Lijst met referenties.
Met het oog op transparantie is de lijst van niet-behandelde datapunten uitdrukkelijk opgenomen in hoofdstuk 5.3 – Bijlage 3: Lijst
met weggelaten informatie. Deze lijst vermeldt eveneens de redenen voor de weglating.
Ten slotte bevindt zich, overeenkomstig ESRS 2, de tabel met de ESRS-datapunten die voortvloeien uit andere EU-wetgeving in
bijlage 5.4.
ESRS 2 IRO-2 56
Tabel 8: Resultaten van de DMA
Materieel onderwerp
voor CFE
Denitie Overeenkomstige ESRS Materialiteit van de
impact
Financiële materialiteit
Risico Opportuniteit
Mitigatie van de gevolgen
van de klimaatveran-
dering
Het proces om de uitstoot
van broeikasgassen te
verminderen (scope 1, wa-
genpark, brandstof en gas;
scope 2, elektriciteit; scope
3, bouwmaterialen, ener-
gievereisten voor bouwpro-
jecten) van CFE.
Klimaatverandering (ESRS
E1) - Mitigatie van de ge-
volgen van de klimaatver-
andering
ja ja ja
Gezondheid en veiligheid Indicatoren, beleid en prak-
tijken inzake gezondheid en
veiligheid voor alle perso-
neelsleden van CFE
Eigen personeel (ESRS S1) -
Arbeidsomstandigheden -
Gezondheid en veiligheid
ja nee nee
Indicatoren, beleid en prak-
tijken inzake gezondheid en
veiligheid voor alle onder-
aannemers.
Werknemers in de waarde-
keten (ESRS S2) - Arbeids-
omstandigheden - Ge-
zondheid en veiligheid
Duurzaamheidsverklaring
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
89
Het eerste materiële thema is dus de mitigatie van de klimaatverandering. De bouwsector heeft immers een aanzienlijke impact
opdebroeikasgasemissies(BKG).Vanuitnancieeloogpuntisereenaanzienlijkrisicodatdekostenzullenstijgenalsgevolgvan
mogelijke belastingen of de noodzaak om materialen of technieken te gebruiken die duurder kunnen uitvallen. Aan de andere
kant biedt de verschuiving naar nieuwe markten, zoals energierenovatie en de bouw van gebouwen in overeenstemming met de
Europese Taxonomie, echte opportuniteiten voor de sector.
De beoogde risico’s en opportuniteiten vereisen echter geen onmiddellijke en radicale aanpassing van het businessmodel van de
Groep. Het huidige model is namelijk al in lijn met de strategie, die zich richt op de ontwikkeling en bouw van duurzame gebouwen,
intelligente industrie en infrastructuur voor groene energie en mobiliteit. Het is meer een kwestie van een overgang naar een
toename van dit soort activiteiten in de toekomst, waarbij de teams en het bedrijf klaar voor staan.
Meer details hierover worden gegeven in hoofdstuk 2.2.1.
De gezondheid en veiligheid van de werknemers van de Groep en van de onderaannemers die op onze werven werken, zijn de twee
andere materiële thema’s. Er is met name een grote kans op een negatieve impact, aangezien de sector bekend staat als zeer
ongevalgevoelig.Striktgenomenisergeenmaterieelrisicoofmateriëlenanciëleopportuniteitvoordezethema’s.Hetisdaarom
nietnodigomradicaleveranderingeninhetbusinessmodelteoverwegen,maarwelomdoortegaanmetdespeciekeactiesdie
zijn opgezet om het risico op ongevallen op de werf zo veel mogelijk te beperken voor iedereen die bij het project betrokken is. Meer
details hierover worden gegeven in hoofdstukken 3.1.2 en 3.2.2.
De dubbele materialiteitsoefening laat ook zien dat twee thema’s vrij dicht bij de materialiteitsgrenzen liggen die door CFE zijn gede
-
nieerd(ziedetailsoverdedenitievandezegrenzeninhoofdstuk1.6.2).Dezethema’shebbenbetrekkingop“talentmanagement
en -behoud” en “beheer en gebruik van materiaalinstromen”. Deze thema’s worden daarom extra opgevolgd door middel van en
speciekeinternemonitoring,omdatzematerieelkunnenwordenwanneerdeinterneenexternecontextindetoekomstopnieuw
wordt beoordeeld. Daarom worden er preventieve maatregelen genomen.
Wat talent betreft, ligt de nadruk op opleiding en communicatie. CFE heeft trouwens ook een CFE Academy ontwikkeld, die de digi
-
talisering van opleidingen mogelijk maakt en de toegang ertoe vergemakkelijkt op de meest geschikte momenten voor de werkne-
mers. Ook de monitoring van personeelsbeoordelingen en ontwikkeling is gedigitaliseerd.
Met betrekking tot het materiaal wordt bijzondere aandacht besteed aan de belangrijkste materialen van de projecten en aan
ontwikkelingen in de circulaire economie en het gebruik van biogebaseerde materialen. Deze thema’s worden regelmatig opgevolgd.
Zoals reeds eerder aangehaald, blijkt ook uit de dubbele materialiteitsoefening van 2024 dat de thema’s met betrekking tot de
bedrijfscultuur, de bescherming van klokkenluiders en corruptie en omkoping (gecombineerd in een thema “zakelijk gedrag en
respectvoordewet”)nietmaterieelzijn,watopheteerstegezichtverrassendkanlijken.Daaromisspeciekvoordezethema’seen
kritischeanalyseenvericatievandeveronderstellingenenmaterialiteitsdrempelsuitgevoerdvanaf2024enbevestigdin2025..
Hetisookbelangrijkomdeverschilleninactiviteit,geograscheaanwezigheidenstructuurtebenadrukkendieCFEonderscheiden
van de andere ondernemingen die als vergelijkingspunt kunnen dienen.
Dezelfde vraag zou gesteld kunnen worden over de klimaatadaptatie. Dit komt voornamelijk door de aard van de activiteiten van
CFE.Watdeopportuniteitenbetreft,isCFEnietgespecialiseerdinburgerlijkebouwkundeofindebouwvanspeciekebouwwerken
ter bescherming tegen de gevolgen van de klimaatverandering, zoals dijken, stormbekkens, enz. Wat de projecten betreft die tradi
-
tioneel door CFE worden uitgevoerd (woningen, kantoren, enz.), houdt de huidige regelgeving al in grote mate rekening met de
belangrijkste risico’s in onze regio’s.
CFE heeft ook niet veel onroerende goederen in haar portefeuille die gevaar zouden kunnen lopen. Daarnaast zijn op basis van
de DMA de volgende thema’s (afkomstig uit de shortlist van potentieel materiële onderwerpen zoals vermeld in de secties 1.4.4 en
1.4.5) ook niet als materieel beschouwd: energie, biodiversiteit, afvalbeheer, watergebruik, gebruik van hulpbronnen gerelateerd aan
producten en diensten, DE&I, economische, sociale en culturele rechten van gemeenschappen (grondgerelateerde impact) en
beheer van relaties met leveranciers.
Duurzaamheidsverklaring
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
90
1.5.2. Impacts, risico’s en opportuniteiten voor de materiële thema’s
Tabel9:IRO’svoordemateriëlethema’s
Onderwerp Subonderwerp Sub-subon-
derwerp
Type IRO Beschrijving IRO Tijdshorizon Belangrijkste
betrokken scha-
kel in de waar-
deketen
Klimaatverande-
ring
Mitigatie van de
klimaatverande-
ring
Negatieve impact Koolstofemissies door
ingebedde koolstof
(bouwmaterialen) en
operationele koolstof
(energieverbruik van
gebouwen)
Korte termijn Eigen sector
niveau 0
Downstream
niveau 1+
Klimaatverande-
ring
Mitigatie van de
klimaatverande-
ring
Risico CO
2
-quota of belastin-
gen die de kosten verho-
gen/ de marge verlagen
Middellange ter-
mijn
Eigen sector
niveau 0
Downstream
niveau 1+
Lager activiteitenniveau
of mitigatie naar duurde-
re oplossingen.
Eigen sector
niveau 0
Downstream
niveau 1+
Klimaatverande-
ring
Mitigatie van de
klimaatverande-
ring
Opportuniteit Ontwerp en bouw van
op de EUT afgestem-
de gebouwen die zich
onderscheiden van de
concurrenten
Actueel Downstream
niveau 1+
Hoge CO
2
PL-score om
een commercieel voor-
deel te hebben bij aan-
bestedingen
Eigen sector
niveau 0
De markt voor energiere-
novatie heeft een enorm
potentieel om de opera-
tionele koolstofuitstoot te
verminderen
Eigen sector
niveau 0
Downstream
niveau 1+
Upstream
niveau 1+
Eigen personeel Arbeidsvoorwaar-
den
Veiligheid en
gezondheid
Negatieve impact Risico op ongevallen,
zelfs dodelijke ongevallen
ter plekke zijn mogelijk
Actueel Eigen sector
niveau 0
Werknemers in de
waardeketen
Arbeidsvoorwaar-
den
Veiligheid en
gezondheid
Negatieve impact Risico op ongevallen,
zelfs dodelijke ongevallen
ter plekke zijn mogelijk
Actueel Downstream
niveau 1+
De bovenstaande tabel geeft een overzicht van de materiële impacts, risico’s en opportuniteiten met betrekking tot duurzame
ontwikkelingdiezijngeïdenticeerdinhetkadervanhetDMA-proces.Zegevenookaanbijwelkeschakelindewaardeketendeze
impacts, risico’s of opportuniteiten voornamelijk horen. Er wordt ook aangegeven of de impacts positief of negatief, huidig of poten
-
tieelzijn,enwatdebelangrijkstetijdshorizonis.Allerisico’senopportuniteitenhebbennanciëleeffectendiewordenverwacht
op basis van beschikbare kennis en inschatting. Meer informatie over hoe de effecten van de impacts, risico’s en opportuniteiten
worden aangepakt, is opgenomen in de thematische hoofdstukken “2. Milieu-informatie” en “3. Sociale informatie”.
ESRS 2 SBM-3 48 a ;b; 48c I, ii, iii, iv; d; f; g; h
HetbusinessmodelvanCFEvertoonteensterkeweerbaarheidtenaanzienvandegeïdenticeerdemateriëleimpacts,risico’sen
opportuniteiten,dankzijdediversicatievandeactiviteitenvandeGroep(gebouwen,infrastructuur,multitechniek,industrialisatie),
waardoor marktschommelingen kunnen worden opgevangen en de operationele continuïteit wordt gewaarborgd.
De strategie integreert geleidelijk principes van klimaatmitigatie en -adaptatie, evenals de verdere uitbouw van industrialisatie
(prefabricatie,modulariteit)endigitalisering,waardoordeoperationeleexibiliteitenhetvermogenomintespelenopregelge
-
vende en technologische ontwikkelingen worden versterkt.
De prioriteit die aan veiligheid wordt gegeven, via de implementatie van geharmoniseerde QHSE-standaarden in directe samen
-
werking met de teams op het terrein, verkleint het risico op operationele onderbrekingen en versterkt de robuustheid van de activi-
teiten. Daarnaast draagt het werk met de waardeketen — met aangescherpte eisen, evaluatie en begeleiding van leveranciers — bij
aan de betrouwbaarheid van de bevoorrading en aan de naleving van de geldende normen en vereisten.
Ten slotte bevordert de Total Cost of Ownership (TCO)-benadering duurzame en gefaseerde investeringsbeslissingen, waardoor
de blootstelling van de Groep aan plotselinge investeringsschokken wordt beperkt. Dankzij dit geheel van hefbomen beschikt CFE
Duurzaamheidsverklaring
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
91
over een businessmodel dat in staat is risico’s op te vangen en opportuniteiten van de duurzame transitie op korte en middellange
termijn te benutten.
OpditmomenttoontdeanalysegeensignicantemateriëleeffectenopdehuidigeCAPEX,OPEXofdeomzetvandeGroep,noch
op korte of middellange termijn, die in directe relatie staan tot de materiële effecten, risico’s en opportuniteiten die in de dubbele
materialiteitzijngeïdenticeerd.
De aard van het businessmodel van CFE — gericht op de uitvoering van bouwprojecten, infrastructuur en multitechnische oplos
-
singen — vereist een geleidelijke aanpassing aan de reglementaire, technologische en sectorale evoluties die samenhangen met
de duurzame transitie. De strategische reacties van de Groep komen tot uiting in geïntegreerde investeringen binnen de bestaande
operationele cycli, gebaseerd op een Total Cost of Ownership (TCO)-benadering, in plaats van op grootschalige eenmalige inves
-
teringsprogramma’s.
De noodzakelijke investeringen (bijvoorbeeld geleidelijke modernisering van uitrusting, energie-optimalisatie, digitalisering van
processen, innovatieve laag-koolstofbouwmethoden) maken deel uit van de reguliere investeringsplannen en veroorzaken op dit
momentgeenafzonderlijkmaterieeleffectdateenspeciekecommunicatievereist.
Bovendienwijstnietseropdathetnoodzakelijkisomspeciekevoorzieningentevormenvoordegeïdenticeerdemateriële
effecten, risico’s of opportuniteiten. De bestaande verplichtingen kunnen binnen het normale kader van risicobeheer van de Groep
gewaarborgd worden.
Samengevat zijn het businessmodel en de strategie van CFE reeds afgestemd op de materiële uitdagingen die door de DMA zijn
geïdenticeerd.Dezeafstemmingkomttotuitinginduurzamebouw,verantwoordelijkeindustrialisatie,digitaliseringenversterkte
HSE-standaarden. In plaats van een radicale transformatie is het doel voorbereid te zijn om de opportuniteiten van de transitie te
benutten (laag-koolstofgebouwen en infrastructuur, multitechnische oplossingen, partnerschappen in de waardeketen), terwijl de
risico’s worden beperkt en de concurrentiekracht op korte en middellange termijn wordt versterkt.
1.6. IRO-1 en 2 Dubbele materialiteitsanalyse
1.6.1. Beschrijving van de toegepaste procedure om dubbele materialiteitsanalyse uit te voeren
Onderstaandeguurtrachthetdubbelematerialiteitsanalyseprocestevisualiseren.
Evaluatie (scoring)
van de IRO's
Mapping van
de waardeketen
Identificatie van de belangrijkste
betrokken stakeholders
Betrokkenheid van
stakeholders
Identificatie van potentieel
materiële onderwerpen
Identificatie
van IRO's
Validatie via
opeenvolgende
iteraties
Groepering van materiële
IRO’s (clustering)
indien nodig
Definitieve dubbele
materialiteitsmatrix
Figuur 3: Visualisatie van het DMA-analyseproces
De eerste 4 stappen zijn al in detail beschreven in de voorgaande hoofdstukken (SBM1 en SBM2).
Hetbetrefthetinkaartbrengenvandewaardeketen(hoofdstuk1.3.2),hetidenticerenvandebelangrijkstestakeholders(hoofdstuk
1.4.1), het overleggen met stakeholders (hoofdstukken 1.4.2 en 1.4.3), en ten slotte het opstellen van een shortlist van ESG-thema’s die
relevant zijn voor CFE en die bronnen van impact, risico’s en opportuniteiten zouden zijn (hoofdstukken 1.4.4 en 1.4.5). Nadat deze
thema’s in kaart zijn gebracht, werden tijdens het overleg met de stakeholders al potentiële IRO’s voor de geselecteerde thema’s
geïdenticeerd.NaverschillendeiteratieskondendebelangrijksteIRO’swordengeïdenticeerdaandehandvaneeninterneoefe
-
ningmethetmanagementendeskundigen.TijdensdebetrokkenheidmetstakeholderszijnalpotentiëleIRO’sgeïdenticeerdvoor
de geselecteerde thema’s.
ESRS 2 IRO-1 53 b,c,d,g
Duurzaamheidsverklaring
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
92
1.6.2. Beschrijving van de methodologie die is gebruikt om IRO’s te beoordelen
CFE heeft haar methodologie ontwikkeld aan de hand van ESRS 2 ‘Algemene toelichting’ en de implementatiegids EFRAG IG1 ‘Materiali-
teitsanalyse’.Desectieshieronderbehandelendeconceptenalszijndepre-mitigatie,dedenitieenconsolidatievandeimpactende
nanciëlematerialiteitgeïdenticeerddoorheendeeconomischecyclivandeGroependeverkregendekkingintermenvanDMA.
Bijdeidenticatieenbeoordelingvanmateriëleimpacts,risico’senopportuniteitenbaseertCFEzichophaarkadervoordue-diligence
en risicobeheer zoals beschreven in hoofdstuk 1.2 van de Duurzaamheidsverklaring (rol van de Raad van Bestuur, het Auditcomité en
de interne controle van de dochtervennootschappen). Dit vormt een doorlopende praktijk die als basis dient voor de DMA.
Voor het boekjaar 2025 blijven er nog bepaalde methodologische beperkingen bestaan: het gebruik van interne oordelen en inschat
-
tingen, een variabele beschikbaarheid van gegevens en een indirecte betrokkenheid van stakeholders. Deze elementen worden gedo-
cumenteerd en regelmatig herzien naarmate de granulariteit van de ESG-gegevens verbetert.
ESRS 2 IRO-1 53 b
Pre-mitigatie
CFEbeoordeeltpotentiëleIRO’sdietijdensdeeconomischecycluszijngeïdenticeerdopbasisvanhetpre-mitigatieprincipe.Dit
betekent dat de beoordeling wordt uitgevoerd voordat er risicobeperkende maatregelen worden toegepast die verder gaan dan
wat op basis van “voorzichtig beheer” van een typisch bedrijf in de sector wordt verwacht.
Connecties en afhankelijkheden
Bij de beoordeling van de dubbele materialiteit (DMA) heeft CFE expliciet rekening gehouden met de afhankelijkheden en verbanden
tussen de verschillende thema’s gedurende het volledige evaluatieproces van de IRO’s.
In het bijzonder erkent de analyse het directe verband tussen milieuthema’s zoals energie, afval, de selectie van hulpbronnen en de
mitigatievanklimaatverandering(E1):keuzesinzakeenergie-efciëntie,afvalbeheerenmaterialenbeïnvloedendeemissietrajecten
en de koolstofarme prestaties van projecten (en omgekeerd).
Deze onderlinge afhankelijkheden werden op coherente wijze geïntegreerd in de hiërarchisering van de kwesties, zonder tegenstrij
-
dige acties of strategische keuzes te veroorzaken; zij versterken daarentegen de afstemming van het businessmodel op duurzame
bouw, circulariteit en de progressieve decarbonisatie van de activiteiten.
ESRS 2 IRO-1 53 ci,ciii
Impact-materialiteit
Een duurzaamheidsthema is materieel vanuit het oogpunt van impactmaterialiteit als de werkelijke of potentiële impact, positief of
negatief,vanCFEopmensenofophetmilieusignicantisopdekorte,middellangeoflangetermijn.Inovereenstemmingmetde
ESRS werden drie parameters - “schaal”, “reikwijdte” en “onomkeerbaar karakter” (alleen voor negatieve impact) - gebruikt om de
“ernst” van de impacts te beoordelen.
Thema’s kunnen heel divers zijn en zowel betrekking hebben op het milieu als op mensen, biodiversiteit, enz. zodat het onmogelijk is
oméénenkeledenitievanschaalofreikwijdtetehebben.CFEheeftdaaromeendenitieopgesteldvandeniveaus(van1tot5)die
voor elk type impact in overweging worden genomen.
De beoordeling werd uitgevoerd per activiteitensector (Vastgoedontwikkeling, B&R en Multitechnieken). Voor de vastgoed- en
B&R-activiteiten is de beoordeling uitgesplitst naar bouw- of renovatieprojecten. Voor Multitechnieken werd een afzonderlijke
analyse uitgevoerd voor VMA en voor MOBIX. Deze opsplitsing is gemaakt om rekening te houden met substantiële verschillen in
de impact van de activiteiten.
De weging voor de Groep CFE om een eindscore per potentieel materieel thema te verkrijgen, werd in twee fasen uitgevoerd. Ten
eerste op basis van het percentage nieuwbouw of renovatieprojecten in onze portefeuille.
Daarna werden de verschillende activiteitensectoren gewogen om tot een eindcijfer te komen. Om te vermijden dat potentieel
signicantethema’sinkleinere(nanciële)activiteitensectorenverdampendooreengewogengemiddeldetenemenopbasisvan
nanciëleparameters,wordteengewogengemiddeldegenomenvoordeimpact-materialiteitopbasisvanESG-toewijzingssleu
-
telsdiespeciekzijnvoorhetthemadatwordtbeoordeeld.Dezeniet-nanciëlecijfersgeveneenbeterbeeldvandeimpactvande
Groep CFE. Voor thema’s met betrekking tot de werknemers (veiligheid en gezondheid, talentmanagement, enz.) wordt de weging
bijvoorbeeld gebaseerd op het aantal werknemers per activiteitensector.
Een thema moet een score halen van ten minste 3,5 op 5 om als materieel beschouwd te worden. Vanaf een score van 3 wordt een
thema beschouwd als een thema om opgevolgd te worden, aangezien een herevaluatie op korte of middellange termijn kan leiden
toteenherclassicatiealseenmaterieelthema.Dezedrempelwerdvastgelegdtijdensworkshopsmetdedeskundigenvande
verschillende participaties van de groep AvH. Dit was een workshop waarin de markt en de goede praktijken werden geanalyseerd.
Deze drempel werd vervolgens besproken en daarna gevalideerd in het Executief Comité en daarna in de Raad van Bestuur.
Duurzaamheidsverklaring
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
93
Financiële materialiteit
EenkwestievanduurzameontwikkelingisbelangrijkvanuitnancieeloogpuntalszeaanzienlijkenanciëlegevolgenvoorCFE
teweegbrengt of zou kunnen brengen op korte, middellange of lange termijn.
MetbetrekkingtotdenanciëlematerialiteitbekijktCFEdeimpactopdenettowinstaandehandvaneenvoortschrijdendhistorisch
gemiddelde over vijf jaar, inclusief incidentele meer- of minderwaarden. Voor eenmalige risico’s en impacts wordt rekening
gehouden met de impact op het eigen vermogen in het meest recente jaar.
Net als bij de impact-materialiteit , werd de beoordeling uitgevoerd voor de vier activiteitensectoren. Voor het vastgoed is de
beoordeling ook opgesplitst tussen nieuwbouw- en renovatieprojecten. Deze opsplitsing is gemaakt omdat wij kunnen suggereren dat
ersubstantiëleverschillenzijnindeimpactvandeactiviteiten.Denanciëleimpactwordtgewogenmeteenwaarschijnlijkheidsfactor.
Tijdensdebeoordelinghebbenwijdenanciëleimpactovermeerderejarenteruggebrachttoteenjaarlijkseimpact.Ditom
rekening te houden met het feit dat de beoordeling voor verschillende tijdshorizonten werd uitgevoerd.
VoordedenitievannancieelbelangwerdendeberekeningengemaaktopbasisvaneentypischeCFE-activiteitencyclus:de3
voorgaandejarenende2komendejarenvandenettowinstvanCFE.Opbasisvanzijnervaringengoedbeheerwerdeennanciële
impact van meer dan 10% door de Raad van Bestuur als materieel beschouwd. Dit komt overeen met een drempel van 3.178.380 EUR.
Ondertussenisdenettowinstvanhetboekjaar2024ookgekend,dezeheeftgeenmaterieleimpactopdegedenieerdedrempel.
Om aan te sluiten bij de impact-materialiteit, komt deze drempel overeen met een waarde van 3,5 op een schaal van 0 tot 5. (0
komt overeen met 0 EUR).
ESRS 2 IRO-1 53 a
Link met niet-ESG-risico’s
Het beheer van ESG-risico’s maakt integraal deel uit van het algemene kader voor risicobeheer en due diligence zoals beschreven
in hoofdstuk 1.2 van de Duurzaamheidsverklaring, waarin de managementorganen (Raad van Bestuur, Auditcomité en systemen van
internecontrole)toezienopdeidenticatie,evaluatieenopvolgingvanallerisico’svandeGroep,metinbegripvandeESG-risico’s.
IndezegeïntegreerdebenaderingwordenESG-risico’sopdezelfdemanierbehandeldalsandereoperationele,strategischeofnan
-
ciële risico’s en worden zij dus niet parallel of in silo’s beheerd.
Hetgebruikvandemonetairewaarderingvanrisico’sindeanalysevandenanciëlematerialiteitmaakthetmogelijkoméénzelfde
evaluatietaal toe te passen op alle risico’s, waardoor wordt gewaarborgd dat ESG-risico’s noch worden onderschat, noch als onder
-
geschikt worden beschouwd ten opzichte van de andere risicocategorieën van de Groep.
Deze benadering versterkt de samenhang tussen de dubbele materialiteitsanalyse, het risicobeheer en de strategische besluitvor
-
ming, en zorgt voor een gelijkwaardige en rigoureuze behandeling van alle risico’s die de prestaties, naleving en weerbaarheid van
de Groep kunnen beïnvloeden.
ESRS 2 IRO-1 53 e,,f
Er is in 2025 geen wijziging in de methodologie doorgevoerd. Wel is een kritische herziening van de scoring uitgevoerd, zoals eerder
beschreven in hoofdstuk 1.5.
ESRS 2 IRO-1 53 h
Duurzaamheidsverklaring
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
94
1.7. Organisatie van rollen en verantwoordelijkheden voor duurzame ontwikkeling
(GOV-1, 2 en 3)
Conseil d’Administration
Comité d’Audit Comité Exécutif
Sustainability Board et senior executive management
ChiefSustainabilityOfcer
Business Units
Raad van Bestuur
Auditcomité Executief comité
Sustainability Board en senior executive management
ChiefSustainabilityOfcer
Business Units
Duurzaamheid maakt integraal deel uit van het strategisch en operationeel beheer van CFE. De Groep heeft een robuuste manage-
mentstructuur opgezet die een coherente, transparante en doeltreffende aanpak van alle ESG-gerelateerde onderwerpen waarborgt,
inclusiefdeidenticatie,evaluatieenopvolgingvandeIRO’s(terinformatie:materiëleimpacts,risico’senopportuniteiten).
Rol en toezicht van de Raad van Bestuur
De Raad van Bestuur draagt de uiteindelijke verantwoordelijkheid voor de duurzaamheid van de Groep en oefent toezicht uit op alle
materiële ESG-kwesties. Dit toezicht omvat onder meer:
• de goedkeuring van de ESG-strategie, beleidslijnen, doelstellingen en de langetermijnvisie van de Groep;
• devalidatievandedubbelematerialiteitsanalyse(DMA),inclusiefdegehanteerdemethodologie,aannamesendeidenticatie
van materiële thema’s en IRO’s;
• de goedkeuring van de jaarlijkse update van de materialiteitsmatrix, die opnieuw werd goedgekeurd op 5 december 2025;
• het opvolgen van de voortgang van ESG-doelstellingen via de gepresenteerde KPI’s en interne rapporten;
• hettoezichtopdedoorhetExecutiefComitévastgesteldedoelstellingen,inclusiefdevericatievanhunafstemmingmetde
materiële thema’s en de evaluatie van de risico’s van de Groep;
• het opvolgen van de veiligheid en gezondheid van eigen personeel en onderaannemers op de werf, onder meer door het
monitoren en analyseren van de frequentie- en ernstgraad van ongevallen op de werf aan het begin van elke Raad van
Bestuursvergadering.
De Raad van Bestuur ziet erop toe dat de ESG-strategie voldoende geïntegreerd is in het algemene risicobeheer en in lijn is met de
nanciëleenoperationeledoelstellingenvandeGroep.
Rol van het Auditcomité
Het Auditcomité is verantwoordelijk voor het gedetailleerd opvolgen van:
• de methode en de kwaliteit van de analyse van de IRO’s;
• de voortgang van het rapportageproces in overeenstemming met de CSRD en de ESRS;
• het toezicht op duurzaamheidsrisico’s, geïntegreerd in het algemene kader van interne controle en risicobeheer, zoals
beschreven in hoofdstuk 1.2 van de Duurzaamheidsverklaring;
• de betrouwbaarheid van de gerapporteerde KPI’s en de doeltreffendheid van de interne controlesystemen.
Het Auditcomité doet ook aanbevelingen aan de Raad van Bestuur met betrekking tot de implementatie van het kader voor interne
controle en risicobeheer.
Rol van het Executief Comité
Het Executief Comité:
• bepaalt de operationele duurzaamheidsdoelstellingen, rekening houdend met de materiële thema’s en de evaluatie van
ESG-risico’s;
• vertaalt de strategische duurzaamheidsprioriteiten naar operationele plannen voor de gehele Groep;
• integreert de ESG-doelstellingen in de managementcyclus, inclusief de parameters voor variabele remuneratie, zoals toege
-
licht in het Remuneratieverslag, punt 2.4 Componenten van de remuneratie;
Duurzaamheidsverklaring
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
95
• ziet toe op een coherente implementatie van de bevindingen van de DMA op Groepsniveau;
• werktnauwsamenmetdeChiefSustainabilityOfcer.
DeChiefSustainabilityOfcerisvastlidvanhetExecutiefComitéenzorgtervoordatduurzaamheidsaspectenstructureelworden
geïntegreerd in alle strategische beslissingen.
In het kader van de opvolging van de veiligheid en gezondheid van het personeel en de onderaannnemers (vastgesteld als materieel
op basis van de DMA-analyse, zoals vermeld onder punt 1.5.1 « Resultaten van de dubbele materialiteitsanalyse »):
• elke vergadering van het Executief Comité begint met een analyse en herziening van de frequentie- en ernstgraad van onge
-
vallen op de werven door de Head of Safety;
• alle leden van het Executief Comité voeren jaarlijks minstens tien veiligheidsbezoeken uit;
• de variabele remuneratie van de leden van het Executief Comité houdt rekening met veiligheidscriteria (ernstgraad, frequentie
van ongevallen en het aantal uitgevoerde veiligheidsbezoeken).
Sustainability Board en senior executive management
DeSustainabilityBoard,voorgezetendoordeChiefSustainabilityOfcer,brengtdeduurzaamheidsverantwoordelijkenvandeBusiness
Units samen. Zij:
• beoordeelt de relevantie en de proportionaliteit van de actieplannen van de Business Units;
• volgt de voortgang ten opzichte van de SMART-doelstellingen;
• waarborgtdeconsistentievandemethodologievoordeidenticatieenevaluatievandeIRO’s;
• deelt beste praktijken en adviseert het Executief Comité over de operationele uitvoering.
Elke duurzaamheidsmanager van de Business Unit wordt in het lokale directiecomité vertegenwoordigd door een lid van dat comité,
dat optreedt als ‘”ESG-sponsor”
Integratie in het risicobeheer en de due diligence
De ESG-governance van CFE is volledig geïntegreerd in het algemene kader voor risicobeheer en due diligence van de Groep (zie punt
1.2 GOV 4 & 5 Risico en due diligence). Concreet betekent dit dat:
• ESG-risico’snietafzonderlijkofinsilo’swordenbeheerd,maarvolgensdezelfdemethodologiealsanderestrategische,nan
-
ciële en operationele risico’s;
• demonetairewaarderingvanrisico’sindeanalysevannanciëlematerialiteiteenuniformebeoordelingsbasisbiedtvooralle
risicocategorieën;
• de DMA een doorlopend proces is dat wordt gevoed door de bredere risicobeheerpraktijken van de Groep.
Ontwikkeling van competenties en expertise
CFE zorgt ervoor dat een selectie van leden van de Raad van Bestuur en een deel van het senior management over de nodige
competenties beschikt om adequaat te kunnen toezien op de strategie, risico’s en doelstellingen op het gebied van duurzaamheid.
OphetgebiedvanopleidingenontwikkelinglevertdeChiefSustainabilityOfcer,indiennodig,bijdragenaandeRaadvanBestuur,het
Auditcomité en het Executief Comité.
DespeciekedetailsoverdeESG-competentiesvandeRaadvanBestuurvanCFEwordenweergegeveninde“CorporateGovernance
Verklaring, 2 Raad van Bestuur – 2.1 Samenstelling”.
Bovendien volgt de Sustainability Board regelmatig gerichte opleidingen en trainingssessies op het gebied van ESG, om hun expertise
en begrip van de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van duurzaamheid, wetgeving en beste praktijken voortdurend te versterken.
Strategie en actieplannen
Elke Business Unit voert om de drie jaar een strategische oefening uit op basis van de strategie van de Groep en de materiële duur
-
zaamheidskwesties.VoorelkeBUwordenjaarlijksspeciekeactieplannenopgesteldengeëvalueerddoordeSustainabilityBoard.
Op projectniveau worden duurzame acties uitgevoerd door de lokale teams, ondersteund door het “Greenbook”, een interne prakti
-
sche gids die innovatie en kennisdeling stimuleert.
Duurzaamheidsverklaring
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
96
2. MILIEU-INFORMATIE
2.1. Informatie met betrekking tot de Europese Taxonomie (overeenkomstig artikel 8
van Verordening 2020/852)
Hoeweldeklimaatmitigatieisgeïdenticeerdalseenpotentieelnancieelrisico,beschikkenCFEenhaarBU’sookoverhetpotentieel
om een positieve impact te hebben op de klimaatmitigatie, zoals blijkt uit de afstemming van CFE op de EU-Taxonomie.
Als wij 2025 vergelijken met 2024, is de uitgelijnde omzet licht gestegen van 21,5% naar 22,6%. Dit weerspiegelt vooral een bevestiging
van de zeer hoge mate van afstemming voor de projecten ontwikkeld door BPI Real Estate (84,6% alignment in 2025 tegenover
77,31% in 2024). Wat betreft de projecten ontwikkeld door externe klanten blijft de trend vrij stabiel. Hoewel wij ons bewust zijn van de
geldende regelgeving en het belang van taxonomie, is er weinig vooruitgang geboekt.
De gealigneerde kapitaaluitgaven blijven gematigd op 14,11% in 2025. Dit is in lijn met het businessmodel van CFE, dat niet de bedoe
-
ling heeft om zware investeringen te doen.
Figuur4: Visualisatie van de waarden voor 2025 voor Omzet en CAPEX uitgelijnd
14,1%22,6%
22.57 % du chiffre d’affaire de CFE
est aligné à la taxonomie
Européenne
14.11% des dépenses d’investissement
(CAPEX) de CFE est aligné à la
taxonomie Européenne
aligné
éligible mais non aligné
non éligible
(2024 – 13.97%)(2024 – 21.47%)
22,57% van de omzet van CFE is
afgestemd op de Europese Taxonomie
14,11% van de kapitaaluitgaven
(CAPEX) van CFE zijn afgestemd op
de Europese Taxonomie
Uitgelijnd
Eligible maar niet uitgelijnd
Niet eligible
ESRS E1 : Klimaatverandering Het
verminderen van de uitstoot van
broeikasgassen en het bestrijden
van klimaatverandering zijn belang-
rijke doelstellingen voor de interna-
tionale gemeenschap. De bouw- en
ondernemingssector is een belang-
rijke speler in deze transitie.
SBM3 : CFE heeft daarom een plan
opgesteld om zijn directe emissies met
-40% en zijn indirecte emissies (scope
3) met -20% te verminderen tegen
2030. Mobiliteit, vermindering van
energieverbruik op de werf, duurzame
materiaalkeuze en koolstofarme ont-
werpprincipes vormen de belangrijkste
hefbomen van dit plan.
Duurzaamheidsverklaring
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
97
2.1.1. Beschrijving van de Europese Taxonomie
De Taxonomieverordening
1
creëert een kader voor het bepalen van de mate waarin economische activiteiten in de Europese Unie
als ecologisch duurzaam kunnen worden beschouwd, waardoor de transparantie wordt verbeterd.
De zes milieudoelstellingen van de Taxonomieverordening zijn de volgende: de mitigatie van klimaatverandering, de adaptatie aan
klimaatverandering, het duurzaam gebruik en de bescherming van water en mariene hulpbronnen, de transitie naar een circulaire
economie, de preventie en bestrijding van verontreiniging, de bescherming en het herstel van de biodiversiteit en ecosystemen.
Een economische activiteit wordt als duurzaam beschouwd als deze substantieel bijdraagt aan een van deze doelstellingen zonder
de andere te schaden (DNSH-principe) en sociale minimumgaranties respecteert. Deze garanties zorgen ervoor dat sociale normen
en mensenrechten in het hele bedrijf worden gerespecteerd.
De Europese Commissie stelt technische selectiecriteria (TSC) op voor in aanmerking komende activiteiten en vult deze geleidelijk
aan. Als aan deze criteria en de minimumgaranties wordt voldaan, is de activiteit in overeenstemming met de taxonomie en wordt
deze als duurzaam beschouwd.
2.1.2. Toepassingsgebied en methodologie
CFE heeft onderzocht hoe en in welke mate haar activiteiten verband houden met economische activiteiten die volgens de
EU-Taxonomie als duurzaam worden beschouwd. Ondanks enkele onzekerheden over de praktische toepassing van de Taxonomie
-
verordening en de bijbehorende gedelegeerde handelingen, heeft CFE haar best gedaan om betrouwbare gegevens te verzamelen
over de in aanmerking komende en op elkaar afgestemde activiteiten en om de verschillende technische selectiecriteria te analy
-
seren. De resultaten staan in de gedetailleerde tabellen op de volgende pagina’s.
Net als deze duurzaamheidsverklaring als geheel, heeft de analyse betrekking op de entiteiten in de volgende segmenten: Bouw en Reno
-
vatie, Vastgoedontwikkeling en Multitechnieken. De activiteiten van het segment Investeringen en Holding (Greenstor, Deep C Holding en
Green Offshore) zijn niet opgenomen in de analyseperimeter aangezien CFE geen exclusieve controle uitoefent over dit segment.
Het is belangrijk op te merken dat voor vastgoedontwikkelingsprojecten alleen rekening wordt gehouden met projecten die gecon
-
solideerd zijn volgens de globale methode (waarin BPI Real Estate 100% van de aandelen bezit).
Eriseenstructuuropgezetvoordubbelecontroleenafstemmingopdenanciëlerapportagetussendeunitsendeconsolidatie
om consistentie te behouden in de interpretatie van de Taxonomieverordening en de consistentie van de jaarrekening. Dit voorkomt
ook het risico van dubbeltellingen en onnauwkeurigheden als gevolg van transacties tussen CFE en haar dochtervennootschappen.
2.1.3. Eligibiliteitsberekening
Op basis van de omzetcijfers in de geconsolideerde jaarrekening is een overzicht geschetst van de verschillende entiteiten van de
Groep met betrekking tot de aard van hun activiteiten en hun NACE-codes. De lijst met NACE-codes is een Europees kader dat alle
economische activiteiten in verschillende codes verdeelt. Om deze berekening te vervolledigen, werd ook een volledige analyse
uitgevoerd op basis van de verschillende activiteiten van de dochtervennootschappen van CFE. Dit zorgt ervoor dat er geen poten
-
tieel in aanmerking komende activiteit over het hoofd wordt gezien.
Omwille van de verschillende segmenten waarin de Groep CFE actief is, zijn er verschillende activiteiten om rekening mee te houden.
Drie verschillende doelstellingen kunnen worden toegepast op de activiteiten van de Groep: “mitigatie van klimaatverandering”,
“adaptatie aan klimaatverandering” en “transitie naar een circulaire economie” Gezien de activiteiten van de Groep komt zij echter
niet in aanmerking voor de doelstelling “adaptatie aan klimaatverandering”. CFE is niet gespecialiseerd in burgerlijke bouwkunde
ofindeconstructievanspeciekebouwwerkenterbeschermingtegendegevolgenvandeklimaatverandering.Deprojectendie
worden uitgevoerd door de Groep CFE worden daarom niet beschouwd als “facilitatoren” voor adaptatie aan klimaatverandering
volgens de Europese Taxonomie. De projecten van CFE zijn gericht op bouw, renovatie, vastgoed en multitechnieken. Hoewel ze
elementenvanduurzaamheidhebbeningebouwd,zijnzenietspeciekontworpenomdeadaptatievanandereeconomischeacti
-
viteiten aan de gevolgen van klimaatverandering te vergemakkelijken. Deze analyse kan in de toekomst worden herzien om reke-
ning te houden met mogelijke veranderingen in de activiteiten van de Groep.
Hieronder volgt een overzicht van de verschillende milieudoelstellingen waarvoor in aanmerking kan worden gekomen, afhankelijk
van de verschillende activiteiten van CFE.
1 Omkaderd door Verordening (EU) 2020/852 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2020 betreffende de totstandbrenging van een kader ter bevordering
van duurzame beleggingen en tot wijziging van Verordening (EU) 2019/2088 (hierna “de Taxonomieverordening” of “de Verordening”).
Duurzaamheidsverklaring
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
98
Tabel 10: Overzicht van de milieudoelstellingen waarvoor in aanmerking kan worden gekomen, afhankelijk van de verschillende activiteiten
Segmenten van de
CFE Groep
Activiteit van de Europese Taxonomie Mitigatie
van de
klimaat-
verande-
ring
Adaptatie
aan kli-
maatver-
andering
Duurzaam
gebruik en
bescherming
van water-
en mariene
hulpbronnen
Overgang
naar een
circulaire
economie
Preventie en
beheersing
van
vervuiling
Biodiversi-
teit
Bouw & Renovatie -
Vastgoedontwikkeling
Bouw van nieuwe gebouwen (CCM 7.1. –
CE 3.1.)
x x
Renovatie van bestaande gebouwen
(CCM 7.2. – CE 3.2.)
x x
Multitechnieken
(Business Division
VMA)
Installatie, onderhoud en reparatie van
oplaadstations voor elektrische voertui-
gen in gebouwen (en parkeerplaatsen
verbonden aan gebouwen) (CCM 7.4.)
x
Installatie, onderhoud en reparatie van
energie-efciëntieapparatuur
(CCM 7.3.)
x
Installatie, onderhoud en reparatie van
instrumenten en apparaten voor het me-
ten, regelen en controleren van de ener-
gieprestaties van gebouwen (CCM 7.5.)
x
Installatie, onderhoud en reparatie van
technologieën op het gebied van her-
nieuwbare energie (CCM 7.6.)
x
Multitechnieken
(Business Division
MOBIX)
Infrastructuur voor spoorvervoer
(CCM 6.14.)
x
De berekening van de in aanmerking komende kapitaaluitgaven volgt dezelfde methode, waardoor de berekening vergelijkbaar is
met die voor de omzet. De activiteiten 7.1 en 7.2 komen in aanmerking voor zowel de beperking van klimaatverandering als voor de
transitie naar een circulaire economie.
Om dubbeltellingen te vermijden en rekening te houden met het afstemmingspotentieel zoals toegelicht in het volgende hoofdstuk,
worden de KPI’s uitsluitend opgenomen in de verschillende tabellen onder de categorie beperking van klimaatverandering.
Deoperationeleuitgaven(OPEX),zoalsgedenieerdindeEU-Taxonomie,omvatteneenlimitatievelijstvanoperationelekosten.
Aangezien Onderzoek en Ontwikkeling niet expliciet in de jaarrekening worden opgenomen en grote uitgaven voor onderhoud en
renovatie als activa op de balans worden geboekt en dus al in de CAPEX zijn opgenomen, maakt CFE gebruik van de vrijstellingsregel
voor OPEX.
2.1.4. Berekening van de afgestemde activiteiten – criteria voor een substantiële bijdrage (CSB)
De activiteiten van de Groep op het gebied van Vastgoedontwikkeling en Bouw en Renovatie zijn projectmatig. Om de alignment te
kunnen berekenen, moet dus per project worden geanalyseerd of aan de technische selectiecriteria is voldaan.
Voor deze segmenten is de milieudoelstelling “klimaatmitigatie” het meest relevant. Met betrekking tot de milieudoelstelling
“ transitie naar een circulaire economie” maakt het huidige regelgevingskader het niet mogelijk om bepaalde recycling- en
hergebruikdrempels te bereiken. Deze materialen zijn onvoldoende beschikbaar op de markt, waardoor de criteria voor een
substantiële bijdrage aan deze doelstelling bijna onmogelijk te behalen zijn, zelfs voor zeer ambitieuze projecten.
Voor de bouw- (CCM 7.1) en renovatie- (CCM 7.2) activiteiten van CFE zijn de criteria voor een substantiële bijdrage daarom gericht
op de energieprestaties van het project. Dit wil zeggen:
• Primair energieverbruik, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen nieuwe gebouwen (ten minste 10% minder dan de eisen
voor bijna-nulenergiegebouwen) en renovaties (naleving van de eisen voor ingrijpende renovaties);
• Analyse van de levenscyclus van gebouwen;
• Naleving en uitvoering van een luchtdichtheidstest;
• Naleving en uitvoering van een kwaliteitscontrole follow-up of een thermische integriteitstest
Om aan te tonen dat aan deze criteria is voldaan, moet een reeks documenten worden verstrekt, namelijk de EPB-verkla
-
ring, een luchtdichtheidstest, een bewijs van de kwaliteit van het uitgevoerde werk en een levenscyclusanalyse. Merk op dat
voor renovatieprojecten alleen de EPB-berekening vereist is.
Voor VMA wordt een op activiteiten gebaseerde methodologie toegepast om de geschiktheid en afstemming met de Europese
Taxonomie te bepalen. De omzet wordt eerst opgesplitst tussen Gebouwtechnieken (geschikt) en Industriële automatisering (niet
geschikt).
Duurzaamheidsverklaring
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
99
VoordeactiviteitenmetbetrekkingtotGebouwtechniekenwordenallocatiecoëfciëntenvastgesteldopbasisvaneengedetail-
leerde contractuele analyse van representatieve grote projecten over verschillende jaren. Deze toewijzingen op projectniveau weer-
spiegelen het aandeel van de scope van de werkzaamheden dat overeenkomt met de activiteiten van de Europese Taxonomie en
worden regelmatig herzien om hun coherentie en representativiteit te waarborgen.
Opbasisvandezeanalysewordendevolgendeherzienegemiddeldecoëfciëntentoegepast:
• activiteit7.3:Installatie,onderhoudenreparatievanenergie-efciëntieapparatuur(renovatie):1,68%(geschikt)
• activiteit 7.4: Opladen van elektrische voertuigen: 0,41% (afgestemd)
• activiteit 7.5: Systemen voor energieprestatiebeheer: 6,00% (afgestemd)
• activiteit 7.6: Technologieën voor hernieuwbare energie: 5,39% (afgestemd)
Intercompany-eliminaties worden op geconsolideerd niveau toegepast om dubbeltellingen binnen de divisie Multitechnieken te
vermijden.
De belangrijkste activiteit in verband met de taxonomie voor MOBIX is de infrastructuur voor het spoorvervoer. Het gaat om werk
-
zaamheden aan de sporen, bovenleidingen en seininrichting. De meeste criteria kunnen worden aangetoond in de bewijsstukken van
de studies en vergunningen die de klant heeft uitgevoerd. Aangezien deze niet altijd aan MOBIX ter beschikking worden gesteld, kon
voor sommige criteria niet het nodige bewijsmateriaal worden verzameld om de afstemming aan te tonen. Als gevolg hiervan is de
alignment voor MOBIX 0% in plaats van een potentiële 70%. Er werd hier dus gekozen voor een voorzichtige aanpak.
2.1.5. Berekening van de afgestemde activiteiten – Do not signicantly harm-criteria (DNSH)
Afhankelijk van de afgestemde activiteiten zijn de volgende DNSH-criteria van toepassing:
• Klimaatadaptatie: De projecten moeten een beoordeling van de fysieke klimaatrisico’s bevatten en maatregelen implemen
-
teren om deze risico’s te beperken. Dit houdt ook in dat er rekening moet worden gehouden met de toekomstige gevolgen van
de klimaatverandering en dat de infrastructuur moet worden aangepast.
• Verontreiniging: De activiteiten moeten bouwmaterialen en componenten gebruiken die minder dan 0,06 mg formaldehyde
per m³ en minder dan 0,001 mg kankerverwekkende vluchtige organische stoffen (VOS) van categorie 1A en 1B per m³ uitstoten.
Deze materialen moeten ook voldoen aan de criteria van Bijlage C van de Taxonomie.
• Water: De activiteiten moeten zorgen voor duurzaam gebruik en bescherming van de waterreserves. Dit betekent met name
efciëntomgaanmetwater,hetverbruikterugdringenenvervuilingvandewaterreservesvoorkomen.Daarnaastmoetende
sanitaire installaties in de gebouwen voldoen aan bepaalde technische vereisten, met name zoals vermeld in bijlage E.
• Circulariteit: De projecten moeten de circulaire economie bevorderen door gerecycleerde en recycleerbare materialen te
gebruiken, afval te beperken en het hergebruik van materialen aan te moedigen. Dit omvat een concept voor de duurzaam
-
heid en een eenvoudige demontage.
• Biodiversiteit: De projecten mogen geen schade toebrengen aan ecosystemen en natuurlijke habitats. Dit omvat maatregelen
om de biodiversiteit te beschermen en te herstellen, waarbij negatieve gevolgen voor soorten en hun habitats worden vermeden.
Voor elke in aanmerking komende en potentieel afgestemde activiteit (of project) werd de naleving van de DNSH-criteria beoor
-
deeld en gedocumenteerd.
Het is belangrijk om op te merken dat de meeste projecten die door de Groep worden uitgevoerd, projecten zijn die over meerdere
jaren gespreid zijn, evenals de omzet van deze projecten. Om de taxonomie te berekenen, moeten wij echter rekening houden met
de omzet die deze projecten in het huidige jaar hebben gegenereerd. Aan de andere kant kunnen veel van de criteria pas volledig
worden gecontroleerd als de projecten volledig zijn afgerond. De potentiële alignment wordt daarom beoordeeld op basis van de
informatie die aan het einde van het boekjaar bekend is, ervan uitgaande dat de rest van het project onder dezelfde omstandig
-
hedenzalverlopen,zonderwijzigingenofincidentendiededenitievealignmentindewegstaan.
Er worden in het begin schattingen gemaakt om de alignment te berekenen. De waarden van de verschillende criteria worden
aangegeven in het lastenboek om de algemene aannemer instructies te geven ten overstaan van de bouwheer. Deze geschatte
waarden worden vervolgens gecontroleerd bij de oplevering van het gebouw en bij de uitvoering van de tests op de opgeleverde
gebouwenenindiennodigkanereencorrectiewordentoegepast.Ditsystematischevericatieproceszalverderwordenontwik
-
keld en geautomatiseerd om de documentatiestroom tussen de verschillende stakeholders te verbeteren. De naleving van deze
verschillende criteria wordt daarom jaarlijks geëvalueerd, en de uiteindelijke afstemming van deze projecten kan pas worden goed
-
gekeurd wanneer aan alle criteria is voldaan.
In het kader van de beoordeling van de geschiktheid en afstemming van onze activiteiten op de Europese Taxonomie blijft het
verzamelenvandebenodigdebewijslasteencomplexeoefening.Sommigeessentiëledocumenten–metnamediewelkedede
-
nitieve naleving van de technische criteria bevestigen – zijn pas aan het einde van het project beschikbaar en vallen vaak onder
het eigendom van de opdrachtgever. Het gestructureerde proces voor het uitwisselen van informatie dat nodig is voor de
Duurzaamheidsverklaring
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
100
Taxonomie-rapportage is nog niet sectorbreed geïmplementeerd. Dit leidt momenteel tot situaties waarin de vereiste documen-
tatie niet systematisch tijdig toegankelijk is.
Ondanks deze uitdagingen heeft de Groep alle redelijke middelen ingezet om de beschikbare bewijzen bij de betrokken partijen te
verzamelen en om de afstemming van de projecten zorgvuldig te documenteren. Er is bovendien bijzondere inspanning geleverd
om, voor de in 2024 en 2025 afgeronde projecten, zoveel mogelijk de volledigheid van de dossiers te bevestigen, zodat het niveau
van afstemming getrouw wordt weergegeven. Wij verwachten dat de geleidelijke verspreiding van de rapportagevereisten en de
toenemende collectieve maturiteit rond de Europese Taxonomie in de komende jaren de informatie-uitwisseling zal vergemakke
-
lijken en de betrouwbaarheid van de gerapporteerde gegevens zal versterken.
2.1.6. Minimumgaranties (Minimum safeguards)
De Groep CFE voldoet aan de vereisten van de minimumgaranties van de EU-Taxonomie (dat wil zeggen artikel 18 van Verordening
2020/852 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2020 betreffende de totstandbrenging van een kader ter bevordering
van duurzame beleggingen en tot wijziging van Verordening (EU) 2019/2088).
Artikel18speciceerthetvolgende:
“De in artikel 3, onder c), bedoelde minimumgaranties zijn procedures die ten uitvoer worden gelegd door een onderneming
die een economische activiteit verricht, om overeenstemming te garanderen met de OESO-richtlijnen voor multinationale
ondernemingen en de leidende beginselen van de VN inzake bedrijfsleven en mensenrechten, met inbegrip van de principes en
rechten die worden beschreven in de acht fundamentele verdragen die in de verklaring van de Internationale Arbeidsorganisatie
(IAO) betreffende de fundamentele principes en rechten op het werk worden genoemd en in het Internationaal Statuut van de
Rechten van de Mens.”
Eind 2024 werd een gedetailleerde beoordeling van de documenten en procedures met betrekking tot deze thema’s uitgevoerd om
de naleving van deze minimumvereisten te bevestigen. In 2025 werd geen enkele verandering vastgesteld. Deze interne evaluatie is
gebaseerdopeenevaluatiedooreenexternedeskundige(Greensh)in2022.
De geanalyseerde documenten omvatten de “Gedragscode”, de handleiding “Bedrijfsintegriteitsbeleid” en het “Mensenrechten-
beleid”. De inhoud van deze documenten en hun beschikbaarheid worden beschreven in hoofdstuk 4.2. De procedures omvatten in
het bijzonder alle verplichte opleidingen, de bewustmakings- en communicatiecampagnes, de administratieve controleprocedure
opdewerf,deonhaalprocedureopdewerfendespeciekeveiligheidsopleidingopdewerf(toolboxmeeting),alleISO-certicaties,
de procedure voor overleg met alle stakeholders bij het project en de interne auditprocedure. Deze lijst is natuurlijk niet exhaustief.
2.1.7. Resultaten 2025 - Tabellen Boekjaar 2025
2.1.7.1 Omzet (Turnover): zie tabel 11
De tabellen 11 en 12 zijn berekend met de Greenomy-tool.
Voor de bouwactiviteiten (CCM 7.1. ; CE 3.1.) en de renovatieactiviteiten (CCM 7.2. en CE 3.2.) is de totale omzet de som van de omzet
van de verschillende projecten. Hierbij wordt rekening gehouden met dubbeltelling door eliminaties uit te voeren in overeenstem
-
mingmetderegelsvoornanciëleconsolidatie.
Voor de in aanmerking komende en afgestemde omzet in het segment Multitechnieken is de analyse gebaseerd op de activiteit
van een BU.
MOBIX bestaat uit de BU’s Rails (die volledig in aanmerking komt voor de activiteit CCM 6.14) en Utilities (die volgens de Taxonomie
voor geen enkele activiteit in aanmerking komt).
VMA bestaat uit de BU’s Gebouwtechnieken (die gedeeltelijk in aanmerking komt voor de activiteiten CCM 7.3; 7.4; 7.5 en 7.6) en
Industrial Automation (die volgens de Taxonomie voor geen enkele activiteit in aanmerking komt).
2.1.7.2 Kapitaaluitgaven (Capex): zie tabel 12
De kapitaaluitgaven volgen dezelfde methode als de berekening van de omzet, die als basis dient voor de toewijzing van de
verschillende Capex aan de verschillende in aanmerking komende en op elkaar afgestemde projecten en activiteiten.
2.1.7.3 Operationele uitgaven (Opex): zie tabel 13
Hetbedragindetabelwordtalsniet-signicantbeschouwdomdatCFEdevrijstellingsregelvoorOpexgebruiktinhetkadervan
deinformatieverschafngvandetaxonomie.Bijgevolgbedragendeeligibiliteitendealignment0%.Deoperationeleuitgavendie
binnen het regelgevend kader vallen (onderhoud, herstellingen, controles en andere uitgaven inzake milieuprestaties) vertegen
-
woordigenimmerseenniet-signicantdeelvandekostenbasis.Overeenkomstigdebepalingenvandegedelegeerdeverordening
is het opstellen van een OPEX Taxonomie-indicator dan ook niet vereist en zou dit geen materieel relevante informatie opleveren.
Tabel 14 geeft een overzicht van de drie KPI’s (Turnover, Capex en Opex).
Duurzaamheidsverklaring
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Financiële staten
Reported KPI Turnover
Financial year (N) 2025
Environmental objective of Taxonomy aligned activities
Economic Activities (1) Code (2)
« Taxonomy eligible KPI
(Proportion of Taxonomy
eligible Turnover) (3) »
« Taxonomy aligned KPI
(monetary value of
Turnover) (4) »
« Taxonomy aligned KPI
(Proportion of Taxonomy
aligned Turnover) (5) »
Climate Change Mitigation (6)
Climate Change Adaptation (7)
Water (8)
Circular
Economy (9)
Pollution (10)
Biodiversity (11)
« Enabling
activity
(12) »
« Transitional
activity (13) »
« Proportion of
Taxonomy
aligned in
Taxonomy
eligible (14) »
% eur % % % % % % % (E where
applica-
ble)
(T where
applicable)
%
Installation, maintenance and repair
of renewable energy technologies
CCM 7.6. 1,00% 10.419.385 1,00% 1,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% E 100%
Renovation of existing buildings CCM 7.2./
CE 3.2.
4,10% 39.766.779 3,82% 3,82% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% T 93%
Infrastructure for rail transport CCM 6.14. 4,73% 0 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0%
Installation, maintenance and re-
pair of instruments and devices for
measuring, regulation and control-
ling energy performance of buildings
CCM 7.5. 1,11% 11.588.268 1,11% 1,11% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% E 100%
Installation, maintenance and re-
pair of charging stations for electric
vehicles in buildings (and parking
spaces attached to buildings)
CCM 7.4. 0,08% 787.155 0,08% 0,08% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% E 100%
Construction of new buildings CCM 7.1./
CE 3.1.
49,72% 172.555.570 16,57% 16,57% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 33%
Installation, maintenance and repair
ofenergyefciencyequipment
CCM 7.3. 0,31% 0 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0%
Sum of alignment per objective 22,57% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00%
Total KPI 61,06% 235.117.157 22,57% 22,57% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 2% 4% 37%
Gelievedenoemer“Omzet”teraadplegenindenanciëlestatenondertoelichting4:“Segmentinformatie–elementenvandegeconsolideerderesultatenrekening”.
Tabel 11: Eligibiliteit en alignment van de omzet
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring 2025
Financiële staten
Tabel 12: Eligibiliteit en alignment van de Capex
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring 2025
Financiële staten
Reported KPI Capex
Financial year (N) 2025
Environmental objective of Taxonomy aligned activities
Economic Activities (1) Code (2)
« Taxonomy eligible KPI
(Proportion of Taxonomy
eligible Turnover) (3) »
« Taxonomy aligned KPI
(monetary value of
Turnover) (4) »
« Taxonomy aligned KPI
(Proportion of Taxonomy
aligned Turnover) (5) »
Climate Change Mitigation (6)
Climate Change Adaptation (7)
Water (8)
Circular
Economy (9)
Pollution (10)
Biodiversity (11)
« Enabling
activity
(12) »
«Transitional
activity (13) »
« Proportion of
Taxonomy
aligned in
Taxonomy
eligible (14) »
% eur % % % % % % % (E where
applica-
ble)
(T where
applicable)
%
Installation, maintenance and repair
of renewable energy technologies
CCM 7.6. 1,41% 314.782 1,41% 1,41% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% E 100%
Renovation of existing buildings CCM 7.2./
CE 3.2..
2,32% 479.724 2,15% 2,15% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% T 93%
Infrastructure for rail transport CCM
6.14..
13,88% 0 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0%
Installation, maintenance and re-
pair of instruments and devices for
measuring, regulation and control-
ling energy performance of buildings
CCM 7.5.. 1,57% 350.095 1,57% 1,57% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% E 100%
Installation, maintenance and re-
pair of charging stations for electric
vehicles in buildings (and parking
spaces attached to buildings)
CCM 7.4.. 0,11% 23.781 0,11% 0,11% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% E 100%
Construction of new buildings CCM 7.1./
CE 3.1.
28,67% 1.974.639 8,87% 8,87% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 31%
Installation, maintenance and repair
ofenergyefciencyequipment
CCM 7.3. 0,44% 0 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0%
Sum of alignment per objective 14,11% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00%
Total KPI 48,40% 3.143.021 14,11% 14,11% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 3% 2% 29%
Gelievedenoemer“CAPEX”teraadplegenindenanciëlestatenondertoelichting12:“Immateriëlevasteactiva(exclusiefgoodwill)–Investeringen”entoelichting14:“Materiëlevasteactiva–Investeringen”.
Tabel 13: Eligibiliteit en alignment van de Opex
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring 2025
Financiële staten
Reported KPI Opex
Financial year (N) 2025
Environmental objective of Taxonomy aligned activities
Economic Activities (1) Code (2)
« Taxonomy eligible KPI
(Proportion of Taxonomy
eligible Turnover) (3) »
« Taxonomy aligned KPI
(monetary value of
Turnover) (4) »
« Taxonomy aligned KPI
(Proportion of Taxonomy
aligned Turnover) (5) »
Climate Change Mitigation (6)
Climate Change Adaptation (7)
Water (8)
Circular
Economy (9)
Pollution (10)
Biodiversity (11)
« Enabling
activity
(12) »
« Transitional
activity (13) »
« Proportion of
Taxonomy
aligned in
Taxonomy
eligible (14) »
% eur % % % % % % % (E where
applica-
ble)
(T where
applicable)
%
Installation, maintenance and repair
of renewable energy technologies
CCM 7.6. 0,00% 0 0,00% 1,41% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% E 0%
Renovation of existing buildings CCM 7.2./
CE 3.2.
0,00% 0 0,00% 2,15% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% T 0%
Infrastructure for rail transport CCM 6.14. 0,00% 0 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0%
Installation, maintenance and re-
pair of instruments and devices for
measuring, regulation and control-
ling energy performance of buildings
CCM 7.5. 0,00% 0 0,00% 1,57% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% E 0%
Installation, maintenance and re-
pair of charging stations for electric
vehicles in buildings (and parking
spaces attached to buildings)
CCM 7.4. 0,00% 0 0,00% 0,11% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% E 0%
Construction of new buildings CCM 7.1./
CE 3.1.
0,00% 0 0,00% 8,87% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0%
Installation, maintenance and repair
ofenergyefciencyequipment
CCM 7.3. 0,00% 0 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0%
Sum of alignment per objective 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00%
Total KPI 0,00% 0 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0% 0% 0%
Financial year (N) 2025
Breakdown by environmental objectives of Taxonomy aligned
activities
KPI (1) Total (2)
Proportion of Taxonomy eligible
activities (3)
Taxonomy aligned activities (4)
Proportion of Taxonomy aligned
activities (5)
Climate Change Mitigation (6)
Climate Change Adaptation (7)
Water (8)
Circular
Economy (9)
Pollution (10)
Biodiversity (11)
Proportion of enabling
activities (12)
Proportion of transitional
activities (13)
Not assessed activities
considered nonmaterial (14)
Taxonomy aligned activities in
previousnancial
year (N-1) (15)
Proportion of Taxonomy aligned
activitiesinpreviousnancial
year (N-1) (16)
eur % eur % % % % % % % % % % eur %
Turnover 1.041.593.379 61,06% 235.117.157 22,57% 22,57% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 2,19% 3,82% 0,00% 253.780.757 21,47%
Capex 22.268.046 48,40% 3.143.021 14,11% 14,11% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 3,09% 2,15% 0,00% 3.787.806 13,96%
Opex 3.440.122 0,00% - 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% - 0,00%
Tabel 14 : Totaal
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring 2025
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
105
2.1.8. Verklaring betreffende activiteiten in verband met het gebruik van kernenergie of fossiele
brandstoffen
In 2025 heeft CFE geen activiteiten uitgevoerd die verband houden met het gebruik van kernenergie of fossiele brandstoffen.
Tabel 15: Activiteiten met betrekking tot kernenergie en fossiele brandstoffen.
Row Nuclear energy related activities YES / NO
1 The undertaking carries out, funds or has exposures to research, development, demonstration and deployment of innovative
electricity generation facilities that produce energy from nuclear processes with minimal waste from the fuel cycle.
NO
2 The undertaking carries out, funds or has exposures to construction and safe operation of new nuclear installations to produ-
ce electricity or process heat, including for the purposes of district heating or industrial processes such as hydrogen producti-
on, as well as their safety upgrades, using best available technologies.
NO
3 The undertaking carries out, funds or has exposures to safe operation of existing nuclear installations that produce electricity
or process heat, including for the purposes of district heating or industrial processes such as hydrogen production from nu-
clear energy, as well as their safety upgrades.
NO
Fossil gas related activities
4 The undertaking carries out, funds or has exposures to construction or operation of electricity generation facilities that produ-
ce electricity using fossil gaseous fuels.
NO
5 The undertaking carries out, funds or has exposures to construction, refurbishment, and operation of combined heat/cool and
power generation facilities using fossil gaseous fuels.
NO
6 The undertaking carries out, funds or has exposures to construction, refurbishment and operation of heat generation facilities
that produce heat/cool using fossil gaseous fuels.
NO
2.2. ESRS E1: Klimaatverandering
Het reduceren van de broeikasgasemissies en het tegengaan van klimaatverandering zijn belangrijke doelstellingen voor de internati-
onale gemeenschap. De 1,5°C-doelstelling van Het Akkoord van Parijs stelt dat de wereldwijde emissies tegen 2030 aanzienlijk moeten
worden gereduceerd en tegen 2050 nul moeten zijn. In Europa wordt deze ambitie ondersteund door de Europese Green Deal.
Het reduceren van de broeikasgasemissies, zowel in intensiteit als in absolute termen, is en blijft een prioriteit voor CFE. CFE verbindt
zich ertoe actieplannen te implementeren om deze broeikasgassen te reduceren.
Sinds2020zijnerspeciekeactieplannenopgesteldomdedirecteenindirecteemissiesvandeGroep(Scope1en2)tebeperken.Het
gaat hierbij met name om mobiliteitsbeheer en energiebeheer op onze werven en hoofdkantoren.
Sinds 2020 voert CFE een screening uit van haar indirecte emissies (Scope 3) om de belangrijkste emissiebronnen op te sporen en
prioritaire actieplannen op te stellen om deze belangrijkste emissiebronnen aan te pakken. In 2024 werd een meer gedetailleerde
analyse van de indirecte emissies in het kader van het BKG-protocol uitgevoerd, waarbij de sinds 2020 ondernomen acties werden
bevestigd.
Het uitvoeren van actieplannen om onze milieuambities te realiseren is een collectieve verantwoordelijkheid. Iedereen die hierbij
betrokkenis,vanpersoneelopdewerventotsustainabilityofcers,projectontwikkelaars,deontwerp-enmethodeafdelingende
QHSE-teams, speelt een cruciale rol. Niettemin heeft het management een grote verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat de
actieplannen in hun Business Units worden geïmplementeerd. Om het belang van deze ESG-doelstellingen te onderstrepen, wordt
het behalen van de milieudoelstellingen opgenomen in hun variabele remuneratie, inclusief korte- en langetermijnbonussen. Meer
details hierover worden gegeven in het “Remuneratieverslag”.
ESRS E1 GOV-3 13
2.2.1. SBM3 : Materiële impacts, risico’s en opportuniteiten en de wisselwerking daarvan met strategie
en businessmodel
De bouwsector heeft een aanzienlijke impact op de broeikasgasemissies. Bouwactiviteiten verbruiken grote hoeveelheden energie,
voornamelijk uit fossiele brandstoffen om materialen zoals cement, staal en glas te produceren. Deze materialen zijn verantwoor
-
delijk voor een aanzienlijke CO
2
-emissie tijdens hun productie. Daarnaast genereren werven directe emissies door het gebruik van
machines en voertuigen. De gebouwen zelf blijven na hun bouw bijdragen aan de emissie van broeikasgassen door hun operatio
-
neel energieverbruik voor verwarming, koeling en verlichting. Tot slot voegt het beheer van bouw- en sloopafval nog een extra emis-
sielaag toe, waardoor de totale koolstofvoetafdruk van de sector nog groter wordt.
Het ESRS-thema “klimaatmitigatie” is van materieel belang voor CFE en haar verschillende dochtervennootschappen, aangezien
de emissie van broeikasgassen een aanzienlijke impact kan hebben op de toekomstige resultaten van de Groep, voornamelijk als
gevolgvandenanciëleimpactvantoekomstigekoolstofbelastingen.Deeconomischemodellenmoetennogevolueren,maar
worden geconfronteerd met de volgende uitdagingen: beschikbaarheid en opschaling van nieuwe technologieën, toeleveringsketens
die deze opschaling niet kunnen ondersteunen en de bereidheid en het vermogen van klanten om deze extra kosten te aanvaarden.
Klimaatmitigatie is dus een prioritair voor de Groep CFE.
ESRS E1 SBM-3 18
Duurzaamheidsverklaring
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
106
De activiteiten van CFE, waaronder de bouw van residentiële en niet-residentiële gebouwen, leveren geen substantiële en directe
bijdrage aan de klimaatadaptatie. Dit soort projecten richt zich vooral op het creëren van infrastructuur om te voldoen aan
de behoeften van de samenleving op het gebied van werk, huisvesting en onderwijs. Hoewel deze gebouwen elementen van
duurzaamheidkunnenbevatten,zoalsenergie-efciëntieenhetgebruikvanmilieuvriendelijkematerialen,zijnzenietspeciek
ontworpen om de gevolgen van de klimaatverandering voor de gemeenschap, zoals extreme weersomstandigheden of een
stijgende zeespiegel, substantieel te beperken. Als gevolg hiervan blijven deze projecten, hoewel ze essentieel zijn voor stedelijke en
sociale ontwikkeling, beperkt in hun directe bijdrage aan klimaatadaptatie. Aangezien CFE niet echt onroerende goederen in haar
portefeuilleheeft,isergeenreëelnancieelrisicoverbondenaandeklimaatadaptatie.Doordeafwezigheidvandezegoederen
is CFE niet rechtstreeks blootgesteld aan de potentiële kosten die gepaard gaan met de modernisering of bescherming van de
infrastructuur tegen klimaatgevolgen.
ESRS E1 SBM-3 19c
Hoewel de klimaatmitigatie een materieel thema is voor CFE, waarbij het gaat om de reductie van de Scope 1- en Scope 2- emissies
en het energieverbruik, wordt het thema energietransitie niet als materieel beschouwd. Dit komt omdat Scope 3-emissies, inclu
-
sief ingebedde en operationele CO
2
, aanzienlijk hoger zijn dan de directe emissies. Met andere woorden, de indirecte emissies
in verband met de gebruikte materialen en de werking van het gebouw vertegenwoordigen een veel groter deel van de totale
CO
2
-voetafdruk van CFE, waardoor het hefboomeffect van deze energietransitie veel minder relevant is dan het beheer van Scope
3-emissies. Om deze reden rapporteert CFE niet over de ESRS E1-5.
In 2025 is een analyse van klimaatweerbaarheid uitgevoerd om na te gaan of Groep CFE in staat is om levensvatbaar en compe
-
titief te blijven ondanks de effecten van klimaatverandering. De analyse baseerde zich op erkende scenario’s (IPCC, NGFS) om de
robuustheid van het bedrijfsmodel te testen in twee contrasterende contexten: een scenario van sterke transitie (<1,5 °C) en een
scenario van zwakke transitie (2–3 °C). Binnen dit kader werden fysieke risico’s (overstromingen, hittegolven, stormen, water
-
schaarste)entransitiesrisico’s(regelgeving,marktontwikkelingen,technologieën,nanciering)geïdenticeerdenperactiviteitsseg-
ment in kaart gebracht. Hun materialiteit werd beoordeeld, en een stresstest maakte het mogelijk de potentiële impact op marges,
planningenkostentekwanticeren.
De studie heeft eveneens onderzocht in welke mate het businessmodel en de strategie bestand zijn tegen deze schokken, door de
transitieplannen (doelstellingen inzake broeikasgasreductie, acties en governance) en de bestaande adaptatiemaatregelen te
analyseren. Deze analyse toont aan dat CFE haar kwetsbaarheden kan beperken en opportuniteiten kan benutten in een onzekere
klimaatcontext, in overeenstemming met de vereisten van CSRD/ESRS.
Binnen deze context werd de beoordeling van de impacts, risico’s en opportuniteiten in verband met klimaatverandering uitgevoerd
rekeninghoudendmetdeverschillendeactiviteitenvandeGroep,aangezienelksegmentspeciekeIRO’skanhebben.Vervolgens
werd een consolidatie uitgevoerd zoals beschreven in hoofdstuk 1.4 van de DMA. De reikwijdte van de weerbaarheidsanalyse is
identiek aan die welke is vastgesteld voor de volledige DMA-analyse.
Deze analyse werd uitgevoerd met inachtneming van verschillende tijdshorizonten (huidig, korte termijn, middellange termijn en
lange temijn). Conform de ESRS is onze beoordeling van impacts, risico’s en opportubiteiten gestructureerd volgens korte, middel
-
lange en lange termijn. Omdat een typische economische cyclus binnen CFE vijf jaar bedraagt, wordt deze gebruikt als referentie
voor de middellangetermijnhorizon. Op basis hiervan worden vier tijdshorizonten onderscheiden: (i) Huidig, (ii) Korte termijn: < 1 jaar,
(iii) Middellange termijn: 1–5 jaar, (iv) Lange termijn: > 5 jaar. Voor de analyse van klimaatweerbaarheid (ESRS E1) past CFE ruimere
tijdshorizonten toe om de systemische dynamiek van klimaatverandering in kaart te kunnen brengen. Deze oefening maakt gebruik
van scenario’s die meerdere decennia beslaan, aangezien belangrijke klimaatimpacts zich op de lange termijn manifesteren, zoals
aangegeven in studies over klimaatrisico’s en de noodzaak van uitgebreide strategische planning. Daarom worden de bekende
mijlpalen van 2030 (transitiemijlpaal), 2040 (intermediaire mijlpaal) en 2050 (mijlpaal koolstofneutraliteit) gebruikt om deze tijdsho
-
rizontentedeniëren.
Hoewel de klimaatverandering materieel is voor CFE, vormt ze geen risico dat een onmiddellijke en radicale aanpassing van het
businessmodel van de Groep vereist. Het huidige model is namelijk al in lijn met de strategie, die zich richt op de ontwikkeling en
bouw van duurzame gebouwen, intelligente industrie en infrastructuur voor groene energie en mobiliteit. Het gaat meer om een
overgang naar een toename van dit soort activiteiten in de toekomst, en de teams en de onderneming zijn er klaar voor. Daarnaast
zijn de maatregelen die we nemen om onze activiteiten te decarboniseren, én onze actieve inzet om de hele sector in de transitie te
betrekken, cruciale hefbomen om transitiesrisico’s te beperken..
ESRS E1 SBM-3 19 c, ESRS E1 SBM-3 AR 8b
Duurzaamheidsverklaring
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
107
2.2.2. E1.IRO-1: Beschrijving van de processen om materiële impacts, risico’s en opportuniteiten in kaart
te brengen en te analyseren
CFE heeft de lijst van ESRS-thema’s in haar DMA geanalyseerd, waaronder ESRS E1 klimaatverandering, ESRS E2 verontreiniging, ESRS
E3 water en mariene hulpbronnen, ESRS E4 biodiversiteit en ecosystemen, en ESRS E5 materiaalgebruik en circulaire economie. Op
basisvandeuitgevoerdeDMAwordtalleenESRSE1klimaatveranderinggeïdenticeerdalseenrisicometeenhogeimpact-ma
-
te-rialiteitennanciëleimpact.Hetprocesvoorhetinkaartbrengenvandeimpacts,risico’senopportuniteitenwordtmeerindetail
beschreven in sectie 1.4.3 in de Duurzaamheidsverklaring. Zoals bepaald in de ESRS bestrijken de DMA-oefening en de weerbaar
-
heidsanalyse de volledige waardeketen en worden deze geanalyseerd over de verschillende tijdshorizonten.
Om de weerbaarheid van het economische model te beoordelen, is de klimaat¬analyse gebaseerd op verschillende tijdshorizonten,
in overeenstemming met de aanbevolen praktijken voor klimaatscenario’s. Deze tijdshorizonten omvatten de korte termijn (1 jaar),
middellange termijn (1–5 jaar) en lange termijn (meer dan 5 jaar), inclusief standaard vooruitziende mijlpalen zoals 2030, 2040 en
2050. Deze structuur sluit aan bij de benaderingen die in internationale klimaatscenario’s worden gehanteerd, waarbij meerdere
decennia nodig zijn om de ontwikkeling van fysieke risico’s en transitiesrisico’s volledig in kaart te brengen. Deze tijdshorizonten
maken het mogelijk om de gevoeligheid van de verschillende activiteitssegmenten ten opzichte van meer of minder ambitieuze
mitigatietrajecten te beoordelen en vormen het tijdskader waarin de hieronder gepresenteerde scenario’s moeten worden geïnter
-
preteerd.
ESRS E1.IRO-1 20 a,b,c, AR 9 et AR12a
Voor de weerbaarheidsanalyse maken we gebruik van internationaal erkende klimaatscenario’s, zoals die ontwikkeld door het
IPCC (Intergovernmental Panel on Climate Change) en het Network for Greening the Financial System (NGFS). Deze scenario’s zijn
bedoeld om plausibele trajecten van klimaatverandering en transitiebeleid te verkennen; ze voorspellen de toekomst niet, maar
dienen om de robuustheid van strategieën te testen in uiteenlopende contexten.
Scenario van sterke transitie (in lijn met het Akkoord van Parijs, < 1,5 °C)
Dit scenario beschrijft een traject waarin ambitieuze en snelle maatregelen worden genomen om de opwarming van de aarde te
beperken tot 1,5 °C ten opzichte van pre-industriële niveaus. Het is gebaseerd op de aannames van de IPCC-scenario’s RCP1.9 of
RCP2.6 en het NGFS-scenario “Net Zero 2050”. Het scenario omvat een versnelde decarbonisatie, strikte klimaatbeleidmaatregelen
en een ingrijpende transformatie van de energie- en industriesystemen. De evaluatie van de mijlpalen 2030 (Korte Termijn), 2040
(Middellange Termijn) en 2050 (Lange Termijn) is nodig om de aanpassingscapaciteit aan een snelle en ordelijke transitie te beoor
-
delen, eerst op korte termijn, vervolgens middellang, en uiteindelijk bij het bereiken van koolstofneutraliteit.
Scenario van zwakke transitie (opwarming tussen 2 °C en 3 °C)
Dit scenario weerspiegelt onvoldoende of vertraagde klimaatactie, wat leidt tot een wereldwijde opwarming tussen 2 °C en 3 °C
tegen het einde van de eeuw. Het is gebaseerd op aannames die vergelijkbaar zijn met de IPCC-scenario’s RCP4.5 of RCP6.0 en de
NGFS-trajecten “Current Policies” of “Delayed Transition”.
Deze situatie wordt gekenmerkt door een gedeeltelijke overgang naar koolstofarme technologieën, een aanhoudende afhankelijk
-
heid van fossiele brandstoffen en een aanzienlijke toename van fysieke risico’s door extreme klimaatgebeurtenissen. De evaluatie
van de mijlpalen 2030 (Korte Termijn), 2040 (Middellange Termijn) en 2050 (Lange Termijn), en eventueel een uitbreiding na 2050, is
nodig om de geleidelijke toename van fysieke gevaren en vertraagde regelgevende beperkingen in kaart te brengen.
Deze scenario’s vormen de methodologische basis voor de beoordeling van de weerbaarheid van de economische modellen,
in overeenstemming met de vereisten van de CSRD en de ESRS E1-norm, waarbij zowel fysieke risico’s als transitiesrisico’s worden
meegenomen.
CFE wordt blootgesteld aan een reeks fysieke klimaatrisico’s die direct de activiteiten in de bouw, renovatie, infrastructuur en multi
-
techniekenbeïnvloeden.Demeestsignicantegevarenzijnallereerstextremeneerslagenoverstromingen,waarvanzowelde
frequentie als de ernst sterk toenemen en die vertragingen, extra kosten en schade aan de werven veroorzaken. Hittegolven en
extreme temperaturen vormen een ander belangrijk risico: ze verminderen de productiviteit, degraderen bepaalde materialen en
belasten technische systemen en arbeidsomstandigheden. Stormen en zware winden zijn eveneens kritieke risico’s, die apparatuur,
tijdelijke constructies of bovengrondse lijnen kunnen beschadigen, vooral bij bekabelingsactiviteiten. Daarnaast zijn er risico’s zoals
aardverschuivingen door verzadigde bodems, vorst- en dooiperiodes die infrastructuren verzwakken, en droogtes die de bodem
-
stabiliteit en de beschikbaarheid van water voor de werven beïnvloeden. Op langere termijn vormen de stijging van de zeespiegel
en kustgerelateerde risico’s een toenemend risico voor bepaalde activiteitszones. Al deze fysieke gevaren vormen samen de
belangrijkste drijfveren van klimaatrisico voor CFE. Aangezien CFE geen asset-gericht businessmodel heeft, hebben deze risico’s
uitsluitend betrekking op de projecten.
Naast de fysieke risico’s loopt CFE ook transitiesrisico’s als gevolg van veranderingen in het klimaatbeleid, technologieën en markten.
Debelangrijkstefactorhierbijisdestrengereregelgeving:Europeseeisenophetgebiedvanenergie-efciëntie,decarbonisatie,
duurzame Taxonomie en naleving van een aangescherpt klimaatbeleid, die de marktomstandigheden wijzigen en hogere eisen
Duurzaamheidsverklaring
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
108
stellen in publieke en private aanbestedingen. Het tweede risico heeft betrekking op de beschikbaarheid en de kostprijs van kool-
stofarme technologieën — zoals innovatieve materialen, geavanceerde technische systemen en schone energieoplossingen —
waarvan de toegang bepalend is voor de concurrentiekracht in een scenario van sterke transitie. Bovendien legt de toenemende
druk van investeerders, verzekeraars en klanten op klimaatprestaties extra eisen op aan de businessmodellen, de transparantie en
hetvermogenomeengeloofwaardigetransitiestrategietetonen.Daarnaastvergrotendenanciëlerisico’s—mogelijkehogere
verzekeringspremies, extra CAPEX voor naleving, waardevermindering van niet-gealigneerde activa — het belang van proactief
plannenvoordetransitieenhetveiligstellenvantoegangtotgroenenancieringineensnelveranderendemarkt.Deklimaat
-
weerbaarheidsanalyse omvat vier kernsegmenten: Bouw & Renovatie, Vastgoed, Multitech – Rail & Energie (Mobix) en Multitech
– VMA.Elksegmentvertoontspeciekeblootstellingenaanfysiekeentransitiesrisico’senbiedtstrategischeopportuniteitenineen
context van klimaatverandering.
Bouw&Renovati≈60%vandeomzet)
Dit segment, dat gericht is op grootschalige projecten voor publieke en private klanten, is sterk blootgesteld aan klimaatgerela
-
teerde risico’s (intense neerslag, overstromingen, hittegolven, vorst, stormen). Deze gebeurtenissen leiden tot vertragingen, meer-
kosten, HSE-onderbrekingen en risico’s voor de kwaliteit van materialen. De transitiesrisico’s omvatten een strengere regelgeving
(energie-efciëntie,circulariteit),eentoenemendevraagnaarkoolstofarmeprojectenendebeschikbaarheidvaninnovatieve
materialen.
Opportuniteiten: differentiatie via een klimaatbestendig ontwerp, expertise in koolstofarme oplossingen en het aanbod “Design for
Adaptation”.
Scenarios:
• Sterke transitie (<1,5 °C) : strengere regelgeving en versnelde technologische ontwikkeling, maar opportuniteiten voor proactieve
spelers
• 2030 (KT): eerste golf van strengere vereisten en koolstofarme opportuniteiten voor proactieve spelers
• 2040 (MT): verdere technologische versnelling en concurrentievoordeel
• 2050 (LT): standaardisering van weerbaarheidsvereisten
• Zwakke transitie (2–3 °C) : toename van de fysieke risico’s en laattijdige maar abrupte regelgevende druk
• 2040 (MT): toenemende risico’s en stijgende erzekeringskosten
• 2050 (LT): dominantie van de fysieke risico’s en laattijdige maar abrupte normen
RealEstate(≈10%vandeomzet
De risico’s doen zich voornamelijk voor in de ontwikkelingsfase (acquisties, vergunningen, ontwerp, bouw). Klimaatgerelateerde
gevaren beïnvloeden de planning en de kosten, terwijl regelgevende en marktvereisten (Taxonomie, BREEAM-, HQE- en DGNB-certi
-
ceringen)onmisbarecriteriaworden.
Opportuniteiten: commerciëlemeerwaardeviaenergieprestaties,vlotteretoegangtotgroenenancieringendifferentiatiedoor
koolstofarm en circulair ontwerpen.
Scenarios:
• Sterke transitie: sterke vraag naar klimaatbestendige en koolstofarme gebouwen, met bevoorrechte toegang tot duurzame
nanciering.
• 2030(KT):versterkingvandelabelsendeTaxonomiealstoegangspoorttotduurzamenancieringenduidelijkedifferenti
-
atie
• 2040 (MT): sterke vraag naar klimaatbestendige gebouwen
• 2050 (LT): waarde van het vastgoed afhankelijk van de klimaatadaptatie
• Zwakke transitie: verhoogde fysieke risico’s en een tragere maar onzekere regelgevende evolutie.
• 2040 (MT): verhoogde fysieke risico’s en instabiele regelgevende trajecten
• 2050 (LT): vastgoedwaarde sterk afhankelijk van de klimaatadaptatie, met aanzienlijke waardevermindering van niet-
uitgelijnde activa en substantiële investeringen (CAPEX) nodig om deze op niveau te brengen
Multitechieken – Rail & Energie (MOBIX)
Netwerkgebonden activiteiten (spoorwegen, kabels, pylonen) zijn sterk afhankelijk van de weersomstandigheden en de logistieke
beperkingen. De fysieke risico’s omvatten overstromingen, aardverschuivingen, stormen en hittegolven, die de planning en veiligheid
beïnvloeden. De transitiesrisico’s hebben betrekking op koolstofarme normen, ESG-clausules in aanbestedingen en de beschikbaar
-
heid van laag-emissieapparatuur.
Opportuniteiten: verbetering van ESG-scores voor publieke aanbestedingen, productiviteitswinst door weersafhankelijke planning
en BIM-tools, en differentiatie via operationele weerbaarheid.
Scenarios:
• Sterke transitie: snelle invoering van koolstofarme standaarden en innovatieve technologieën.
• 2030 (KT): toename van ESG-clausules en productiviteitswinst door digitale tools
• 2040 (MT): snelle invoering van koolstofarme standaarden
• Zwakke transitie: toename van klimaatgerelateerde gevaren en stijging van de verzekeringskosten.
• 2040 (MT): aanzienlijke toename van de gevaren en de verzekeringskosten
Duurzaamheidsverklaring
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
109
• 2050 (LT): de continuïteit van diensten wordt een concurrentievoordeel, terwijl een gebrek aan klimaatadaptie het risico
op boetes vergroot
Multitechieken–VMA(≈20%vandeomzet)
Activiteitenrondelektrischesystemen,HVACenBMSzijngevoeligvoorhittepiekenenregelgevendebeperkingen(energie-efciëntie,
F-gasbeperkingen, EPBD). De fysieke risico’s omvatten een overbelasting van d koelsystemen, overstromingen die de apparatuur
aantasten en stormen die de operaties verstoren. De transitiesrisico’s betreffen de beschikbaarheid van koolstofarme technolo
-
gieën, de cyberveiligheid van BMS en de volatiliteit op de energiemarkt.
Opportuniteiten: differentiatie door “climate-ready” en cyberveilige oplossingen, contracten op basis van energieprestaties, en
toegangtotgroenenancieringviadeTaxonomie-alignment.
Scenarios:
• Sterketransitie:sterkevraagnaarklimaatbestendigeenexibelesystemen,versneldeinvoeringvankoolstofarmetechnolo
-
gieën.
• 2030 (KT): toenemende EPBD-vereisten en vraag naar performante oplossingen
• 2040(MT):sterkevraagnaarklimaatbesstendigeenexibelekoolstofarmesystemen
• 2050 (LT): brede invoering van prestatiegerichte energiecontracten, met voordelen voor klimaatbestendige en veilige kool
-
stofarme oplossingen
• Zwakke transitie: dominante fysieke risico’s, met opportuniteiten beperkt tot klimaatmitigatie.
• 2040 (MT): fysieke risico’s blijven overheersen, met opportuniteiten voornamelijk gericht op klimaatmitigatie en prestatie
-
gerichte onderhoudsmaatregelen
Strategische conclusie:
Alle segmenten worden geconfronteerd met toenemende fysieke risico’s en een steeds zwaardere regelgevende en marktdruk
over alle tijdshorizonten — vanaf de korte termijn (2030), sterker op de middellange termijn (2040) en structureel op de lange
termijn (2050 en nadien). De waardecreatie vereist daarom onmiddellijke actie: klimaatadaptatie en decarbonisatie integreren in
de operationele modellen, de klimaatbestendigheid van projecten versterken en opportuniteiten benutten die voortkomen uit de
Taxonomieengroenenanciering.Hetuitstellenvandezemaatregelenverhoogtdekosten,vermindertdeconcurrentiekrachten
vergroot de kwetsbaarheid van de onderneming naarmate men van de ene tijdshorizon naar de volgende gaat.
De belangrijkste drijfveren van de klimaatbestendigheid zijn de toename van fysieke risico’s, wijzigingen in de regelgeving, de
beschikbaarheidvankoolstofarmetechnologieën,debijbehorendenanciëleeffectenenhetvermogenvanhetbusinessmodelom
zich aan te passen en opportuniteiten uit de transitie te benutten.
Op basis van ons IRO- 1-proces, waarin wordt beschreven hoe we de klimaatgerelateerde impacts, risico’s en opportuniteiten
continuidenticerenenevalueren(dubbelematerialiteitsanalyse,klimaatscenario’senbeoordelingvolgenskorte/middellange/
lange termijn), zijn de strategie en het businessmodel van de Groep zo ingericht dat ze deze risico’s integreren en een adequate
weerbaarheid tonen tegenover uiteenlopende klimaatscenario’s. Conform ESRS E1 steunt deze beoordeling op erkende scenario’s
en op de analyse van de robuustheid van onze strategie en plannen (mitigatie, adaptatie, energie) ten opzichte van de relevante
tijdshorizonten.
Op datum van dit verslag en obasis van de resultaten van 2025 is geen enkele activiteit van de Groep in strijd met onze klimaatbe
-
stendigheidsstrategie. Er zijn geen extra grote inspanningen nodig naast de acties die al in onze beleidslijnen, plannen, middelen en
doelstellingen zijn opgenomen. Deze beoordeling wordt jaarlijks herzien in het kader van het IRO-1-proces en de ESRS E1-vereisten,
vooral als er veranderingen optreden in de fysieke of transitiesrisico’s of als nieuwe informatie de analyse van de klmaatbestendig
-
heidendeverwachtenanciëleeffectenbeïnvloedt.
Opditmomentisgeenenkelkritischrisicovastgesteldeniseropkorteofmiddellangetermijngeenbehoefteaansignicante
investeringen.
ESRS E1.IRO-1 11 a,b,c,d , 21, AR 12, 15
2.2.3. E1-2 Beleid ten aanzien van “klimaatmitigatie”
CFE heeft een beleid opgesteld met als titel “Beleid inzake de klimaatverandering”. In dit beleid komt klimaatadaptatie niet aan bod
aangezien dit thema niet materieel is.
ESRS E1-2 24, 25
Dit beleid heeft betrekking op alle activiteiten van de Groep en is van toepassing op alle werknemers van de Groep. Het beleid werd
opgesteld door de CSO van de Groep (die ook verantwoordelijk is voor de implementatie ervan) en gevalideerd door het Executief
Comité en de Raad van Bestuur. Werknemers kunnen dit beleid raadplegen via het intranet van de Groep.
Duurzaamheidsverklaring
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
110
Met dit beleid verbindt CFE zich er niet alleen toe om haar broeikasgasemissies te controleren, maar ook om de nodige acties te
ondernemen om haar ambities op het vlak van reductie van deze emissies te realiseren.
Omdekwaliteitenvolledigheidvandegecontroleerdegegevenstegaranderen,gaatditbeleidvergezeldmeteenspecieke
handleidingmetbetrekkingtotdedenitieenmethodenvangegevensverzameling.DegegevenswordenverzamelddoordeBusi
-
ness Units en geconsolideerd door het centrale team in overeenstemming met de methoden die zijn uiteengezet in het BKG-pro-
tocol.
Dit beleid gaat ook in op de rollen en verantwoordelijkheden van de verschillende Business Units bij het opstellen van lokale actie
-
plannen.Hetisookgebaseerdopdenormenencerticeringendiespeciekzijnvoordeverschillendeactiviteiten(ISO,CO
2
-pres-
ta-tieladder, enz.).
CFE heeft haar decarbonisatiedoelstellingen in 2024 herzien en streeft er nu toe haar directe emissies (Scope 1 en 2) tegen 2030 met
40% te reduceren tegenover de emissies in 2020. Indirecte emissies (Scope 3) moeten tegen 2030 met 20% verminderen tegenover
de waarden die werden gemeten in 2024. Deze doelstellingen maken integraal deel uit van het beleid
ESRS E1-2 24
De weg naar een koolstofarme onderneming is complex omdat de bouwsector een lange, gefragmenteerde en onderling afhanke-
lijke waardeketen heeft. In plaats van overdreven ambities te stellen zonder concrete acties, gelooft CFE in jaarlijkse vooruitgang op
basis van operationele uitmuntendheid, beschikbare technologieën en innovatie-inspanningen. De groei in omzet en capex in lijn
met de EU-Taxonomie toont dit engagement eens te meer aan.
Het is duidelijk nog steeds nodig om de gegevensverzameling te verbeteren, vergelijkbare uitgangswaarden voor de sector
alsgeheelvasttestellenendehaalbaarheidenbeschikbaarheidteveriërenvantechnologieëndiekunnenfungerenals
decarbonisatiehefbomen. Bijgevolg is het 2050-transitieplan nog steeds in ontwikkeling. Hierbij wordt rekening gehouden met de
evolutie van de huidige technologische beperkingen, de onvoldoende innovatie in de sector en het algemene gebrek aan zicht
-
baarheid van de verbintenissen van de rest van de sector. Bovendien worden Scope 3-emissies pas sinds 2024 berekend en
hebben ze nog steeds hun beperkingen, zoals hierboven is aangegeven.
Aan de andere kant is er een broeikasgasreductieplan voor 2030 opgesteld, waarin we onze inspanningen om koolstofarm te
worden, bewijzen. Dit plan is gebaseerd op het SBTi-kader. Hoewel het nog niet formeel gevalideerd is, zal CFE het SBTi-kader zo snel
mogelijk volgen.
ESRS E1-1 16a
2.2.4. E1-1, E1-3 en E1-4: Transactieplannen, decarbonisatiehefbomen en middelen in verband met be-
leidsmaatregelen ter bestrijding van klimaatverandering
Om voeling te houden met het terrein en de markt en tegelijkertijd een globale en geïntegreerde strategische aanpak te garanderen
ondanks haar gedecentraliseerde businessmodel, heeft CFE een duidelijk ESG-governance ingevoerd.
Het Executief Comité van CFE is verantwoordelijk voor de algemene strategie en langetermijnvisie, evenals voor het bepalen van de
doelstellingen. Dit betekent in het bijzonder dat de algemene broeikasgasreductiedoelstellingen van de Groep voor 2030 en 2050 en
de bijbehorende transitieplannen (in overeenstemming met de CSRD) onder de verantwoordelijkheid van het Executief Comité vallen.
AandeanderekantontwikkeltelkeBusinessUnithaareigenspeciekeactieplannenvoorreductie,rekeninghoudendmethaar
eigen economische en operationele model. De relevantie van deze plannen en de mogelijkheid om collectieve actie te onder
-
nemen worden beoordeeld door de Sustainability Board.
Deopvolgingvandedoelstellingenendedoeltreffendheidvandespeciekereductiebeleidslijnenen-plannengebeurtmaandelijks
doordelokalesustainabilityofcers.Hetcentraleduurzaamheidsdepartementconsolideertdezegegevenselkkwartaalenvoert
eenkritischeanalysevandevoortganguitondertoezichtvandeChiefSustainabilityOfcer.
Aangezienklimaatveranderingendenegatieveinvloedvanbroeikasgasemissieszijngeïdenticeerdalsmateriëlethema’s
op groepsniveau, worden deze aspecten opgenomen in de jaarlijkse ESG-analyse door de Raad van Bestuur. Wijzigingen van
indicatoren en doelstellingen worden ook jaarlijks voorgesteld aan het Auditcomité en de Raad van Bestuur.
ESRS E1-1, 16 h & i
In 2025 worden alle broeikasgasemissies van scope 1 en 2 ondersteund door een broeikasgasemissiereductieplan voor 2030. Voor
2050 is, om de in sectie 2.2.3 uiteengezette redenen, geen verbintenis aangegaan. Bijgevolg is er strikt genomen geen transitieplan
voor Scope 1- en Scope 2-broeikasgasemissies voor deze tijdshorizon. Dit plan is momenteel in ontwikkeling.
Voor alle broeikasgasemissies van scope 1 en 2 zijn reductiedoelstellingen vastgesteld voor 2030 (korte termijn). Deze doelstel
-
lingen zijn in overeenstemming met de SBTi en daarom wat betreft reductieambities verenigbaar met het Akkoord van Parijs om de
Duurzaamheidsverklaring
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
111
opwarming van de aarde te beperken tot 1,5°C. Deze zijn nog niet formeel gevalideerd door de SBTi. In 2025 vallen alle broeikasgase-
missies (BKG) van scope 1 en 2 onder een reductieplan dat gericht is op een reductie van 40% tegen 2030.
Wat betreft de Scope 3- broeikasgasemissies, zijn de belangrijkste emissiecategorieën in kaart gebracht in 2024. Emissies die
minder dan 1% van het totaal uitmaken, worden als niet-materieel beschouwd en worden niet gerapporteerd. Een consultant heeft
een controle uitgevoerd om na te gaan of er geen materieel aspect van de berekening van Scope 3-emissies over het hoofd werd
gezien en of de berekeningsmethode correct was. De gegevens die in 2025 zijn verzameld, worden beschouwd als referentiewaarde
om de basis te leggen voor de reductie-inspanningen tegen 2030. De Scope 3-emissies zijn voornamelijk afkomstig uit de emissie
-
categorie aankopen van goederen en diensten en zijn gebaseerd op uitgavengegevens voor de materialen die de meeste emissies
veroorzaken voor de activiteitensector (beton, staal, speciale technieken, gevelelementen). Deze berekeningsmethode zal
later worden aangepast om de nauwkeurigheid te verbeteren. Waar dit relevant is voor de onderneming, zullen meer gedetailleerde
gegevenswordenverzameldopbasisvanactiviteitsgegevens,omberekeningenteverjnenenbetereinformatietegevenoverde
te ondernemen acties. Dit zal de komende jaren een voortdurend proces zijn.
Voor de Scope 3-broeikasgasemissies zijn reductiedoelstellingen vastgesteld voor 2030. Hoewel deze doelstellingen verenigbaar zijn
met de reductieambities van het Akkoord van Parijs, worden ze niet formeel gevalideerd door de SBTi.
ESRS E1-4, 34 e & 16 a
Deze doelstellingen zijn vastgesteld op basis van een interne analyse van de mogelijke actiemiddelen binnen elke BU, om te garan-
deren dat ambitie en realisme in balans zijn. De doelstellingen zijn sinds 2024 niet gewijzigd.
Devaststellingvandezedoelstellingenendeanalysevandeverschillendereductiemiddelenisnietgebaseerdopeenspeciek
klimaatscenario.
ESRS E1-4, 34 e & 16 a
Tabel 16: Percentage broeikasgasemissies waarvoor een reductiedoelstelling en/of -plan bestaat.
Datapunten 2025 Referentie
Scope 1 en 2 BKG-emissies
Percentage Scope 1 en 2 BKG-emissies gedekt door een plan voor BKG-reductie tegen 2030 100%
ESRS E1-1
Percentage Scope 1 en 2 BKG-emissies gedekt door een transitieplan in lijn met de ESRS 0%
ESRS E1-17
Percentage Scope 1 en 2 BKG-emissies gedekt door een reductiestreefdoel voor 2030 100%
ESRS E1-4
Percentage Scope 1 en 2 BKG-emissies gedekt door een streefdoel in lijn met het Akkoord van Parijs 100%
ESRS E1-1 16 a
Scope 3 BKG-emissies
Percentage Scope 3 BKG-emissies gedekt door een plan voor BKG-reductie 100%
ESRS E1-1
Percentage Scope 3 BKG-emissies gedekt door een transitieplan in lijn met de ESRS 0%
ESRS E1-17
Percentage Scope 3 BKG-emissies gedekt door een reductiestreefdoel voor 2030 100%
ESRS E1-4
Percentage Scope 3 BKG-emissies gedekt door een doelstelling in lijn met het Akkoord van Parijs 0%
ESRS E1-1 16 a
2.2.4.1 Reductieplan, doelstellingen en vooruitgang
Directe en indirecte emissies: Scope 1 en 2
Sedert 2021 heeft CFE zich ertoe verbonden om haar broeikasgasemissie-intensiteit tegen 2030 met 40% te verminderen tegenover
de waarden van 2020. In 2024 heeft CFE haar doelstellingen herzien en zich ertoe verbonden om de absolute broeikasgasemissies
tegen 2030 met 40% te verminderen tegenover 2020. Deze doelstelling is verenigbaar met het Akkoord van Parijs en is in lijn met de SBTi
(maarisnietofcieelgevalideerddoordeSBTi).
ESRS E1-4 33
De Scope 1 en 2-emissies hebben voornamelijk betrekking op productieactiviteiten, namelijk Bouw en Renovatie en Multitechnieken.
Het is dan ook bij deze activiteiten dat acties worden ondernomen die gericht zijn op het beperken van de broeikasgasemissies. De
inspanningen met betrekking tot het wagenpark (bedrijfswagens) hebben daarentegen betrekking op alle activiteiten van de Groep.
ESRS E1-4 34b
Hefboom 1 – Mobiliteit en logistiek
De eerste hefboom die geactiveerd wordt, betreft mobiliteit. Wat de bedrijfswagens betreft, is er in de hele Groep een voordelig
mobiliteitsplanvoordewerknemersomhetgebruikvanalternatievevervoersmiddelenzoalsdeetsofhetopenbaarvervoeraante
moedigen. Elektrische wagens worden op grote schaal aangemoedigd. Op de meeste sites van de Groep zijn laadpalen geïnstalleerd
om het gebruik ervan te vergemakkelijken. De laadcapaciteit van de bestelwagens en de routes worden geoptimaliseerd en er worden
Duurzaamheidsverklaring
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
112
tests uitgevoerd met hybride en elektrische bestelwagens. Ten slotte worden vrachtwagens en andere zware machines geleidelijk
vervangen door minder vervuilende voertuigen en machines. Alle mobiliteitsgerelateerde acties alleen al vertegenwoordigen een
potentiële reductie van 28% in de totale Scope 1 en 2-broeikasgasemissies tegen 2030.
Hefboom 2 - Energieverbruik op werven
Een tweede manier om de broeikasgasemissies te beperken is het verminderen van het energieverbruik van installaties op werven.
Op de werf wordt het energieverbruik opgevolgd om het te optimaliseren, met name door abnormaal verbruik op te sporen. Inzicht
in dit verbruik gaat gepaard met verbeteringen aan de isolatie van werfcontainers en diverse corrigerende maatregelen. Op
veel werven worden ook zonnepanelen geïnstalleerd. Bij de plaatsing van de installaties op de werf wordt daarom ook rekening
gehouden met de optimalisatie van het zonlicht van de werfcontainers. In het algemeen wordt het gebruik van groene elektriciteit
op werven waar mogelijk aanbevolen. Het reductiepotentieel van deze acties is ongeveer 15% tegen 2030.
Er wordt speciale aandacht besteed aan generatoren die onder andere worden gebruikt voor het opstarten van werven of als
eenmalige back-up voor verwarmingsbehoeften op werven in de winter. Deze generatoren verbruiken veel energie. Er worden
proefstudies uitgevoerd met batterijen of waterstofgeneratoren. Het reductiepotentieel is nog niet beoordeeld, omdat de huidige
technologieën nog niet effectief zijn.
Hefboom 3 - Energieverbruik op kantoren
Voor bestaande hoofdkantoren waarvan CFE eigenaar is, zijn energieaudits en renovaties uitgevoerd om het energieverbruik tot
een minimum te beperken. Er werden uiteraard ook zonnepanelen en energiebeheersystemen geïnstalleerd. Tot slot hebben de
entiteiten BPC, BPI Real Estate, CLE, Van Laere, VMA en de hoofdzetel van CFE hun intrek genomen in nieuwe gebouwen die werden
ontworpen en gebouwd door de entiteiten van de Groep en die allemaal een zeer laag energieverbruik hebben. Zo is het nieuwe
hoofdkantoor van CFE, Wood Hub, een uitstekend voorbeeld op het gebied van energieverbruik. Het gebouw wordt verwarmd
en gekoeld met geothermische energie en warmtepompen en is uitgerust met 300 zonnepanelen. Dit maakt Wood Hub bijna
energieonafhankelijk, met een primair energieverbruik van niet meer dan 8,59 kWh per m². Vergeleken met het huidige gemiddelde
van 180 kWh/m²/jaar voor kantoorgebouwen in Brussel, onderscheidt Wood Hub zich als een uitzonderlijke NZEB (Nearly Zero Energy
Building), ontworpen voor de toekomst. Het reductiepotentieel van deze acties is vrij beperkt (minder dan 1%) omdat het totale
energieverbruik van de kantoren zeer laag is in vergelijking met de werven. Toch zijn deze acties noodzakelijk om consistent te zijn
met de andere acties en om een echte bedrijfscultuur te creëren rond de uitdagingen van klimaatverandering.
Terwijl de meeste hefbomen voor de vermindering van de Scope 1 en 2-broeikasgasemissies al goed benut zijn, blijft CFE streven
naar een verdere optimalisatie van haar energieverbruik. De aannemer test regelmatig nieuwe proefprojecten op haar werven en
volgt de technologische vooruitgang en innovaties op dit gebied op de voet. Bijzondere aandacht wordt besteed aan generatoren
voor werven, waarvoor de huidige technologie helaas nog niet aan de marktverwachtingen voldoet.
ESRS E1-3 29a, ESRS E1-3 AR21, ESRS E1-1 14, 16b,j, ESRS E1-4 34f, 16b
Om ervoor te zorgen dat deze verschillende maatregelen worden opgevolgd en dat de werven de oplossingen kiezen die het meest
geschikt zijn voor hun situatie, heeft CFE alle oplossingen die goede resultaten opleveren, gebundeld in een handboek,
het ‘Greenbook’.
In 2025 heeft CFE al een absolute reductie van de totale Scope 1 en 2 gerealiseerd van 38,1% in vergelijking met de referentie
-
waarden voor 2020. De verwachte resultaten voor 2025 waren een reductie van 20% in vergelijking met de waarden van 2020. Deze
uitstekende resultaten kunnen worden verklaard door de snelle invoering van methoden voor energieoptimalisatie op de werven en
een effectief beleid om het wagenpark groener te maken.
ESRS E1-3 29 b
Tabel 17: Scope 1 en 2-broeikasgasemissies per bron
Scope 1 en 2 resultaten van de
ondernomen acties
Eenheid 2020
Referentie
2024
N-1
2025
N
Verbetering
vergeleken met N-1
Verbetering vergeleken met
het referentiejaar
Scope 1 tCO2eq 15.812,17 11.235,58 9.711,44 -14 % -39 %
Wagenpark tCO2eq 11.713,19 8.329,56 7.556,68 -9% -35%
Brandstof tCO2eq 3.319,34 1.966,17 1.560,01 -21% -53%
Gas tCO2eq 779,64 899,72 580,21 -36% -26%
Koelmiddelen tCO2eq 0,00 40,13 14,54 -64%
Scope 2 tCO2eq 1.872,00 1.412,11 1.954,99 -37% 4%
Elektriciteit tCO2eq 1.872,00 1.742,15 933,54 -46% -50%
Elektriciteit voor het wagenpark tCO2eq 0,00 212,84 301,67 42%
Totaal scope 1 en 2 tCO2eq 17.684,17 13.190,57 10.946,65 -17% -38%
ESRS E1-3 29 b, ESRS E1-4 34 a,b
Duurzaamheidsverklaring
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
113
Indirecte emissies: Scope 3
In 2024 heeft CFE een volledige analyse uitgevoerd van haar indirecte emissies volgens het BKG-protocol. Deze analyse heeft de
materiëlecategorieënvandeScope3-broeikasgasemissies(ditwilzeggenhogerdan1%vandetotaleemissies)geïdenticeerd,
namelijk de categorie “aankoop van goederen en diensten”, die verantwoordelijk is voor 92% van de emissies, de categorie “gebruik
van verkochte producten”, die verantwoordelijk is voor 7% van de emissies, en in mindere mate de categorie “goederen en appara
-
tuur”, die verantwoordelijk is voor 1% van de emissies.
In de categorie “aankoop van goederen en diensten” toont de analyse aan dat een kleine categorie materialen verantwoordelijk is
voor het grootste deel van deze emissies. Het gaat hierbij vooral om beton, staal, gevelelementen en, in mindere mate, technische
gebouwinstallaties zoals HVAC, leidingen, bekabeling, enz. Rekening houdend met deze analyse en met de huidige technologieën,
informatie en bouwmethoden, heeft CFE haar doelstellingen voor 2030 vastgelegd. CFE heeft een grondig onderzoek uitgevoerd naar
de aangekondigde doelstellingen van haar waardeketen, in het bijzonder die van leveranciers van materialen met een grote impact
op de broeikasgasemissies. Op basis van deze informatie heeft CFE zich tot doel gesteld om haar Scope 3-emissies tegen 2030 met
20% te verminderen, gebaseerd op de waarden van 2024. Er moet nog een gedetailleerd reductieplan worden opgesteld, waarvoor
een meer gedetailleerde analyse van de gegevens nodig is. De reductiedoelstelling van 20% geldt voor de hele Groep CFE.
In 2025 is een reductie van 25,5 % gerealiseerd tegenover 2024. Hoewel dit zeer bemoedigend is, moeten deze resultaten met de
nodige voorzichtigheid worden bekeken, omdat ze vooral voortkomen uit een betere datakwaliteit en nauwkeurigere gebruikte coëf
-
ciënten,enminderuitdedirecteeffectenvandegenomenmaatregelen.DaarnaasthangendeScope3-emissiessterkafvan
het activiteitsniveau, het type activiteit (renovatie of nieuwbouw) en de uitvoeringsfasen van de projecten. Een meer concrete en
gerichte analyse van de resultaten kan pas plaatsvinden na nog een of twee jaar aan aanvullende metingen, zodat een volledig
beeld over een volledige activiteitscyclus ontstaat.
ESRS E1-3 AR21, ESRS E1-4 33, ESRS E1-4 34b
Hefboom 1 – Leveranciers en duurzame materialen
De belangrijkste hefboom voor het reduceren van Scope 3-broeikasgassen is daarom de inzet van de leveranciers die zelf
doelstellingen en reductieplannen hebben in lijn met het Akkoord van Parijs.
Naast dit hefboomeffect wil CFE ook een proactieve aanpak aanwenden.
Als ontwikkelaar zet BPI Real Estate zich in voor het ontwikkelen van duurzame projecten en het beperken van zowel het niveau
vandeopgenomenkoolstofalsdekoolstonhoudvanhaargebouwen.BPIRealEstatehanteerthiervoordeLevenscyclusanalyse
volgens de EN 19578-norm en baseert zich waar mogelijk op de criteria van de taxonomie.
Als aannemer en Multitechniekenbedrijf stelt CFE actief duurzame en innovatieve alternatieven voor op het moment van de
aanbesteding of zelfs tijdens de uitvoering van projecten. Dit kunnen hergebruikte materialen, biogebaseerde materialen of andere
alternatieven zijn.
Een gecentraliseerd expertisecentrum ondersteunt de teams op de werven bij het ontwikkelen van deze duurzame varianten en
oplossingen en centraliseert ook de beste werkwijzen in een database die beschikbaar is voor alle werknemers van de Groep.
CFE is ook betrokken bij innovatieve proefprojecten, zoals het project om de logistiek op de werf te optimaliseren door gebruik te
maken van consolidatiecentra.
Hefboom 2 - Verandering in de sector stimuleren
CFE neemt deel aan en/of is voorzitter van talrijke sectoriële werkgroepen die gericht zijn op het implementeren van grootschalige
duurzame en innovatieve oplossingen. Dit geldt met name voor de circulaire economie, de invoering van de “CO
2
-Prestatieladder”
en de herziening van de bestekken voor openbare diensten, ... CFE is ook bijzonder actief in de Belgian Alliance for Sustainable
Construction (BA4SC), die vertegenwoordigers van de verschillende beroepsverenigingen in de bouwsector samenbrengt rond de
thema’s duurzaamheid en klimaatverandering.
Hefboom 3 - Opportuniteiten in het businessmodel
CFE heeft ook drie nieuwe Business Units gecreëerd die een nieuwe, duurzamere benadering van bouwprojecten moeten
aanleveren. Dit zijn Wood Shapers, Vmanager en Pulse.
Wood Shapers, een dochtervennootschap van de Groep CFE, is gespecialiseerd in duurzaam bouwen waarbij voornamelijk hout en
andere materialen van biologische oorsprong worden gebruikt. Door zich te richten op het verkleinen van de ecologische voetafdruk
en het gebruik van recycleerbare materialen draagt Wood Shapers bij aan een groenere bouw. Daarnaast zijn de ruimten die de
onderneming creëert ontworpen om het welzijn van de bewoners te verbeteren door middel van gezonde materialen en veiligere
werkomgevingen.
VMA biedt ESCO-diensten aan die gegarandeerde energieprestaties bieden aan klanten. In 2020 heeft VMA Vmanager gelanceerd,
een software-en applicatiepakket gericht op energiebesparing, beheer van energiestromen en, meer in het algemeen, beheer van
gebouwtechnologie. Deze innovatieve tool maakt intelligent, duurzaam beheer van nieuwe gebouwen of te renoveren gebouwen
mogelijk door de technische expertise van VMA, intensieve monitoring en tools voor het bewaken en controleren van hun daadwer
-
kelijke energieprestaties te bundelen. De ontwikkeling van Vmanager in combinatie met de expertise van VMA betekent dat wij nu
Duurzaamheidsverklaring
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
114
een globale oplossing voor energiebeheer kunnen bieden.
Pulse,totslot,isgespecialiseerdindeherontwikkelingvangebouwenenbiedteengeïntegreerdeoplossingomdeenergie-efci
-
entie te verbeteren, de CO
2
-emissie te reduceren en het comfort van de bewoners te verhogen. De onderneming biedt diensten
aan die variëren van energie- en milieuaudits tot de volledige renovatie van gebouwen, inclusief de installatie van innovatieve
technologieën. Pulse streeft ernaar de waarde van onroerend goed van haar klanten te verhogen en tegelijkertijd te voldoen aan de
milieueisen en een optimaal rendement op investering te garanderen.
ESRS E1-3 29a, ESRS E1-1 14, 16b,j
Samenvattende tabel van broeikasgasreductiedoelstellingen
2020 20252024 2030
17.683,79
13.190,57
10.946,65
-38% -40%
Scope 1-2 market based
2024 2025 2030
482.306,42
-25.5% -20%
Scope 3
tCO2eq tCO2eq
10.610,27
359.432,70
385.845,14
Tabel 18: Broeikasgasreductiedoelstellingen
Doelstellingen van de CO
2
vermindering
referentie-
jaar
referentie-
waarde
streefjaar
voor de
doelstelling
waarde
2025
reductie in 2024 ten
opzichte van het
referentiejaar
verwachte vermindering
in het doeljaar ten
opzichte van het
referentiejaar
tCO
2
eq tCO
2
eq % tCO
2
eq % tCO
2
eq
Scope 1-2 market based 2020 17.683,79 2030 10.946.65 -38% -6.737.52 -40% -7.073,52
Scope 3 2024 482.306,42 2030 359.432,70 -25.5% -122.873.72 -20% -96.461,28
ESRS E1-4 34 a,b
Toelichting bij de selectie van de referentiejaren
2020 en 2024 zijn gekozen als referentiejaar voor respectievelijk Scope 1, 2 en Scope 3, omdat ze overeenkomen met het moment
waaropdespeciekeactieplannenzijningevoerdomdebroeikasgasemissiestereduceren.Erzijngeenbijzonderefactorendie
erop wijzen dat deze jaren als niet-representatief kunnen worden beschouwd.
ESRS E1-4 AR 25 a,b
2.2.4.2 Financiële middelen ter ondersteuning van het transitieplan voor de klimaatmitigatie
Zieookdeinformatieinhetnancieelverslag:‘AanvullendeinformatiemetbetrekkingtotdemilieueffectenvandeGroep.
Directeenindirecteemissies:Scope1en2
Hefboom 1: Mobiliteit en logistiek
Devernieuwingvanhetwagenparkendeuitrustingvoorelektrischevoertuigengebeurtregelmatig.CFEidenticeertgeenactiva
waarvoor de economische levensduur moet worden verkort. Het gaat voornamelijk om leasingcontracten gewaardeerd onder de
post materiële vaste activa. De andere acties hebben betrekking op de bewustmaking van of het overstappen naar alternatieve
vervoersmiddelen, die zijn opgenomen in het mobiliteitsplan van de Groep. Dit plan houdt rekening met alle aspecten van mobiliteit
(TCO, belastingen, enz.) en brengt geen bijzondere kosten of investeringen met zich mee.
Hefboom 2 en 3: Energieverbruik op de werf en in de kantoren
Om het verbruik te beperken, wordt dit op de werf dagelijks gecontroleerd om energieverspilling te voorkomen, zijn er zonnepanelen
geïnstalleerdopdewerfcontainersenwordenerefciënteregeneratorengebruikt.Erzijngeengrotekostenverbondenaandeze
acties, aangezien de vermindering in verbruik de totale investering in apparatuur compenseert. Deze bedragen zijn miniem. Tegelij
-
kertijd wordt al sinds 2020 overgeschakeld op groene energie.
Duurzaamheidsverklaring
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
115
De installatie van CFE en haar dochtervennootschappen BPC, BPI, CLE, VMA en Van Laere in nieuwe kantoren die zeer weinig energie
verbruiken (met name Wood Hub), alsook de renovatie van andere hoofdkantoren van de Groep, hebben het verbruik van de Groep
eveneensaanzienlijkverminderd.CFEidenticeertgeenactivawaarvoordeeconomischelevensduurmoetwordenverkort.
Opmerking over CAPEX afgestemd op de Europese taxonomie
In het kader van de ontwikkeling van duurzame activiteiten spelen investeringen (Capex) een essentiële rol. Deze hebben betrekking
op uitrusting en machines, het eigen wagenpark van CFE en, in mindere mate, de kantoren en productiesites van CFE. In 2024 werd
in totaal 27 miljoen euro geïnvesteerd in deze categorieën, waarvan 13,97% direct verband hield met duurzame projecten, in over
-
eenstemming met de EU-Taxonomie.
Indirecte emissies: Scope 3
In dit stadium is het nog te vroeg om conclusies te trekken over de middelen ter ondersteuning van het transitieplan voor Scope
3-emissies. Dit is een complex thema aangezien het de volledige waardeketen behelst.
Een eerste stap om een meer gedetailleerd inzicht te verkrijgen, is het aanpassen van de berekeningsmethode voor de emissies
in categorie 1. Ten eerste zal CFE de CO
2
-conversiefactorengebruikendiewordenverstrektdooreengecerticeerdeenuniforme
database van Buildwise, waarin de belangrijkste in België gebruikte bouwmaterialen zijn opgenomen. Vervolgens, in tegenstelling tot
2024, toen alle emissies gerelateerd aan de levenscyclus van materialen in één categorie 1 werden opgenomen, zal CFE vanaf 2025
deze emissies verdelen over de juiste categorieën (categorie 1, 4 en 12). Zo wordt duidelijk onderscheid gemaakt tussen productie,
transporteneindelevensduurvandematerialendieinonzeprojectenwordengebruikt.Dezejneredetailleringmaakthetook
mogelijkomdespeciekedoelstellingenbetertekoppelenaandeuitgevoerdeacties.
Anderzijds zijn de eerste sectorale trends zijn als volgt:
De activiteiten van de Groep CFE zullen evolueren om hun kosten op het vlak van CO
2
-emissie te verminderen, in het bijzonder met
betrekking tot de keuze van de materialen en het transport van materialen en afval voor de activiteiten van de segmenten Bouw
&RenovatieenMultitechnieken.Erwordtookverwachtdathetaandeelvanrenovatie-enenergie-efciëntie-renovatiewerkzaam
-
heden zal toenemen naarmate het regelgevingskader evolueert.
De kostenimpact van de keuze van materialen of de uitwerking van nieuwe benaderingen voor transport wordt geschat in de indie
-
ningsfase van het project en vervolgens opgenomen in de commerciële offerte die aan de klant wordt voorgelegd. Deze studie
wordt per project uitgevoerd, dus de marges worden bij aanvang van elke nieuwe opdracht opnieuw geëvalueerd. Een bijkomend
risico,daarentegen,zijndekostenvandeinefciëntiesdieinherentzijnaanhetaanlerenvannieuweproductietechniekenofnieuwe
logistieke benaderingen. Dit komt omdat het niet altijd mogelijk is om deze kosten met voldoende precisie te anticiperen (zowel op
contractueelniveaualsbijdevoorbereidingvandeprojectuitvoering)entekwanticeren.
De vastgoedontwikkeling neemt in de ontwikkeling van nieuwe projecten systematisch oplossingen op voor het verminderen van
het energieverbruik van gebouwen. Verder komen renovatieprojecten voor bestaande gebouwen steeds vaker voor. Zodra de grond
is aangekocht om een project te ontwikkelen, wordt er een haalbaarheidsstudie van
Speciekeomkadering
Om ervoor te zorgen dat deze acties worden geïmplementeerd, heeft CFE haar managementteam versterkt met lokale “Sustainabi
-
lityOfcers”dieindeverschillendeBusinessUnitswerken,evenalseenteamdatopdeholdingwerktominformatieteconsolideren
enlokaleteamsteondersteunen.Dekostenvandezespeciekeomkaderingzijnopgenomenonder“bedrijfskosten“zoalsvoorge
-
steldinhetnancieelverslagpagina183.AangeziendezekostennietmaterieelzijnvoorCFE,ishetnietnodigdezeverdertespeci-
cereninhetnancieelverslag.
ESRS E1-3 29 ci, ESRS E1-1 16c
De middelen in verband met het transitieplan zullen later opnieuw in detail worden beoordeeld om de kosten in verband met het
Scope 3-reductieplan te analyseren, zodra dit is afgerond. Deze analyse, oorspronkelijk gepland voor 2025, is uitgesteld om beter af
te stemmen op andere sectorale initiatieven rond dit onderwerp.
Er zal ook een analyse worden uitgevoerd om rekening te houden met de 2050-doelstellingen en het overeenkomstige reductieplan
zodra dit is afgerond.
Erzijngeensignicantekapitaalinvesteringengeplandvooreconomischeactiviteitendieverbandhoudenmetsteenkolen,kern
-
energie of fossiele brandstoffen.
ESRS E1-1 16 f; ESRS E1-3 29 c ii,16 c & c iii,16 c
2.2.4.3 Risico’s op stagnatie van broeikasgasemissies
Dekapitaaluitgaven(CAPEX)werdenbeoordeeldenhetrisicoopstagnatiewerdnietsignicantgeacht.
Duurzaamheidsverklaring
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
116
ESRS E1-1 16 d
2.2.4.4 EU-benchmarks afgestemd op de Overeenkomsten van Parijs
Noch CFE, noch een van haar dochtervennootschappen is uitgesloten van de EU-benchmarks die zijn afgestemd op het Akkoord
van Parijs.
ESRS E1-1 16 g
2.2.5. E1-6: Bruto Scope 1,2 en 3-broeikasgasemissies
2.2.5.1 Totale BKG-voetafdruk
De bruto broeikasgasemissies worden berekend volgens het BKG-protocol. Dit betekent dat ze niet beperkt zijn tot koolstofdioxide
(CO
2
)alleen,maarookanderebroeikasgassenomvattenzoalsmethaan(CH4),distikstofoxide(N2O),uorkoolwaterstoffen(HFK’s),
peruorkoolwaterstoffen(PFK’s),zwavelhexauoride(SF6)enstikstoftriuoride(NF3).
ESRS E1-6 AR 39b
VoordeGroepCFEzijnderapportagegrenzenvoorbroeikasgassenondernanciële(boekhoudkundige)enoperationelecontrole
dezelfde. Dit komt omdat alle Business Units volledig geconsolideerd worden in de jaarrekening. Projecten waarover gezamenlijk de
controle wordt uitgeoefend (Joint Venture of gezamenlijke activiteiten) worden pro-rata geboekt volgens de deelname van CFE in
hetproject.Dezegeïntegreerdeaanpakzorgtervoordatderapportageoverbroeikasgasemissiesconsistentismetdenanciële
rapportage.
ESRS E1-6 50
Tabel 19: Broeikasgasemissies per Scope
Datapunten Eenheid Referentiejaar
2020
2023 2024 2025 Referentie
Scope 1 BKG-emissies
Totale bruto Scope 1 BKG-emissies tCO2eq 15.812,17 13.974.48 11.235,58 9.711.,44
ESRS E1-6 48 a
Percentage Scope 1 BKG-emissies van regelingen
voor emissiehandel (%)
% 0% 0% 0% 0%
ESRS E1-6 48 b
Scope 2 BKG-emissies
Totale bruto locatiegebaseerde Scope 2 BKG-emis-
sies
tCO2eq NC* NC 3.520,07 2.497,51
ESRS E1-6 49 a, 52 a
Totale bruto marktgebaseerde Scope 2 BKG-emissies tCO2eq 1.872,00 1.412,11 1.954,99 1.235,21
ESRS E1-6 49 b, 52 b
Signicante Scope 3 BKG-emissies
Totale bruto indirecte (Scope 3) BKG-emissies tCO2eq NG NG 482.306,42 359.432,70
ESRS E1-6 51
Categorie 1. Gekochte goederen en diensten tCO2eq NG NG 386.729,71 281.375,76
Categorie 2. Kapitaalgoederen tCO2eq NG NG 4.968,62 3.659,96
Categorie 3. Brandstof- en energiegerelateerde
activiteiten (niet opgenomen in Scope 1 of Scope 2)
tCO2eq NG NG NG Niet materieel
Categorie 4. Upstream transport en distributie tCO2eq NG NG 25.395,28 18.477,03
Categorie 5. Afval gegenereerd in operaties tCO2eq NG NG NG Niet materieel
Categorie 6. Zakenreizen tCO2eq NG NG NG Niet materieel
Categorie 7. Woon-werkverkeer van de werknemers tCO2eq NG NG NG Niet materieel
Categorie 8. Upstream geleasede activa tCO2eq NG NG NG Niet van toepas-
sing
Categorie 9. Downstream transport en distributie tCO2eq NG NG NG Niet van toepas-
sing
Categorie 10. Verwerking van verkochte producten tCO2eq NG NG NG Niet van toepas-
sing
Categorie 11. Gebruik van verkocht product tCO2eq NG NG 32.133,75 31.852,23
Categorie 12. End-of-life behandeling van verkochte
producten
tCO2eq NG NG 33.079,26 24.067,72
Categorie 13. Downstream geleasede activa tCO2eq NG NG NG Niet van toepas-
sing
Duurzaamheidsverklaring
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
117
Datapunten Eenheid Referentiejaar
2020
2023 2024 2025 Referentie
Categorie 14. Franchises tCO2eq NG NG NG Niet van
toepassing
Categorie15.Investeringen/genancierdeemissies(1) tCO2eq NG NG NG Niet materieel
TotaleBKG-emissiesincl.genancierdeemissies
(locatiegebaseerd)
tCO2eq NG NG 497.062,07 371.642,04
ESRS E1-6 44, 52 a
TotaleBKG-emissiesincl.genancierdeemissies
(marktgebaseerd)
tCO2eq NG NG 495.496,99 370.379,73
ESRS E1-6 44, 52 b
BKG-emissies buiten Scope 1 - 3
Directe biogene koolstofemissies
(Scope 1-2-3)
NG NG NG Niet van
toepassing
ESRS E1-6 AR 43c,
45e, 46j
*NG betekent niet geboekt
ESRS E1-6 44, 46d ; ESRS E1-6 48 a,b, 49 a,b, 52 a,b, 51, AR43c, AR45e, AR46j
Tabel 20: Uitsplitsing van broeikasgasemissies per activiteitensegment
Opsplitsing van de broeikas-
gas-emissies 2024 per activiteit
Eenheid Segment Bouw en
Renovatie
Segment Vastgoed-
ontwikkeling
Segment
Multitechnieken
Segment Holding en
Investeringen
Totaal bruto Scope 1 en 2
BKG-emissies marktgebaseerd
tCO2eq 4.515,90 64,64 6.197,34 -
TotaalbrutosignicanteScope3
BKG-emissies
tCO2eq 254.743,03 12.718,00 91.971,97 Niet materieel
Totaal bruto Scope 1-2-3
BKG-emissies marktgebaseerd
tCO2eq 259.258,93 12.782,64 98.169,31 Niet materieel
ESRS E1-6 AR 41
Scope 1 – directe emissies
Directe emissies worden gerapporteerd volgens het BKG-protocol en worden berekend voor alle activiteiten van de Groep. Het
segment Holding en Investeringen, waarover CFE geen exclusieve controle heeft, houdt enkel rekening met de emissies verbonden
aan de hoofdzetel. De emissies zijn voornamelijk afkomstig van het wagenpark (auto’s, bestelwagens en vrachtwagens) en de
energie (gas en brandstof) die wordt gebruikt op de werven en in de verschillende hoofdkantoren van de Groep. Het wagenpark
alleen al is verantwoordelijk voor 69% van deze emissies.
De emissiefactoren die zijn gebruikt om de Scope 1 directe emissies te berekenen, komen uit de database
www.CO
2
emissiefactoren.be. Deze database wordt regelmatig bijgewerkt en de factoren waarmee rekening wordt gehouden,
hebben betrekking op het jaar 2025.
ESRS E1-6 AR39 b
De mate van nauwkeurigheid is 100%, gebaseerd op primaire gegevens.
ESRS 2 BP-2 10 c
Scope2–indirecteemissies
De Scope 2-emissies, zoals gerapporteerd volgens het BKG-protocol, worden berekend voor alle activiteiten van de Groep, met
uitzondering van het segment Investeringen waarover CFE geen operationele leiding heeft. Ze omvatten indirecte broeikasga
-
semissies die voornamelijk het gevolg zijn van de productie van elektriciteit die wordt gekocht en verbruikt door CFE en haar
dochtervennootschappen. Scope 2-emissies op basis van locatie worden berekend door de gekochte elektriciteitsvolumes te
vermenigvuldigenmetdeemissiefactorendiespeciekzijnvoorelkland.OmdeScope2-broeikasgasemissiesteberekenenaan
de hand van de marktgebaseerde benadering, vertrouwt CFE op groene-elektriciteitscontracten als de contractuele instrumenten
voor de aangekochte elektriciteit. Het engagement van CFE komt tot uiting in het feit dat 78% van de aangekochte en verbruikte kWh
groene elektriciteit is. Dit percentage groene elektriciteit komt volledig overeen met de gebundelde contractuele instrumenten.
Het percentage contractuele instrumenten dat wordt gebruikt voor de verkoop en aankoop van energie in combinatie met
attributen met betrekking tot energieopwekking in relatie tot Scope 2-broeikasgasemissies.
73%
Het percentage contractuele instrumenten dat wordt gebruikt voor de aan- en verkoop van energieattributenclaims dat niet is
gegroepeerd met betrekking tot Scope 2-broeikasgasemissies.
0%
ESRS E1-6 45d
Duurzaamheidsverklaring
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
118
De emissiefactoren die gebruikt worden om de emissies van elektriciteit gebruikt in België te berekenen, komen van de databases
www.CO
2
emissiefactoren.be en www.aib-net.org. De emissiefactoren die werden gebruikt om de emissies van de energiemix in
Polen, Luxemburg en Duitsland te berekenen, komen uit de database www.aib-net.org. Tot slot zijn de emissiefactoren die werden
gebruikt om de emissies van “location based” elektriciteit in Polen, Luxemburg en Duitsland te berekenen, afkomstig uit lokale data
-
bases (Legilux, Kobize et UBA).
ESRS E1-6 AR39b
De mate van nauwkeurigheid wordt geschat op 100% op basis van primaire gegevens.
ESRS 2 BP-2 10 c
Scope 3 – indirecte emissies
Scope 3-emissies worden gerapporteerd volgens het BKG-protocol, waarbij de Scope 3-inventaris is onderverdeeld in 15 categorieën.
CFE is van plan de nauwkeurigheid van de gerapporteerde waarden voor Scope 3 geleidelijk te verbeteren. 2024 wordt beschouwd
als een referentiejaar voor het bepalen van een basiswaarde waarop CFE haar decarbonisatiedoelstellingen kan afstemmen. In
2024 zal CFE alleen de categorieën van Scope 3 rapporteren die materieel zijn, d.w.z. waarvan de waarde groter is dan 1% van de
totale waarde van Scope 3.
De in 2024 gebruikte berekeningsmethode hield in dat de categorieën “Upstreamvervoer en -distributie” en “End-of-life-verwerking
van verkochte producten” al zijn opgenomen in de categorie “Gekochte goederen en diensten”. Dit kwam doordat bijna alle emis
-
siefactoren die in categorie 1 worden gebruikt, betrekking hebben op volledige EPD’s die het einde
van de levensduur en het vervoer van producten integreren. Deze methodologie wordt toegepast om dubbeltellingen te vermijden.
Deze methodologie werd aangepast in 2025 zodat ze volledig in overeenstemming is met het BKG-protocol.
ESRS E1-6 AR 46 i, 46 h
Devolgenderelevantecategorieënzijninditstadiumalsmaterieelgeïdenticeerdinovereenstemmingmetdegebruikte
methoden voor het schatten van emissies:
• Categorie 1: Gekochte goederen en diensten: Deze categorie heeft voornamelijk betrekking op emissies die verband houden met
de productie en het gebruik van materialen in projecten die door de Groep worden uitgevoerd. In 2024 werd de volgende bere
-
keningsmethode gebruikt. CFE heeft de materiaalsoorten opgesomd die, volgens recente studies in de sector, verantwoordelijk
zijn voor het grootste deel van de emissies die verband houden met hun productie (ongeveer 80%). CFE maakte vervolgens een
lijst van alle uitgaven in verband met deze materialen en diensten. Tot slot werden de geselecteerde uitgavengegevens verme
-
nigvuldigd met de overeenkomstige generieke emissiefactoren. Deze emissiefactoren zijn afkomstig uit een lijst van emissiefac-
toren uitgegeven door Buildwise.
• Categorie 2: Kapitaalgoederen: Het uitgangspunt voor deze categorie is de balans van CFE. Kapitaalgoederen worden
ondergebracht bij ‘materiële vaste activa’. Deze rubriek kan worden onderverdeeld in de volgende categorieën: • Terreinen •
Gebouwen • Uitrusting • Voertuigen Aan elk van deze categorieën is een CAPEX-waarde gekoppeld die wordt vermenigvuldigd
met een overeenkomstige generieke emissiefactor. Deze emissiefactoren zijn afkomstig van generieke EPD’s.
• Categorie 11: Gebruik van de verkochte producten: Dit betreft het energieverbruik voor de komende 50 jaar in gebouwen ontwik
-
keld door BPI Real Estate en in gebouwen waarvoor een ESCO-contract is afgesloten met Vmanager. De basis voor de bereke-
ning van Scope 3 is direct gekoppeld aan de voorlopige EPB van de gebouwen in aanbouw.
Niet-materiële categorieën: 3. Brandstof- en energieactiviteiten, 5. Afval geproduceerd bij activiteiten, 6. Zakelijk reisverkeer, 7.
Woon-werkverkeer werknemers, 15. Investeringen.
Categorieën die niet van toepassing zijn op de activiteiten van CFE: 8. Upstream geleasede activa, 9. Downstreamvervoer, 10.
Verwerking van de verkochte producten, 13. Downstream geleasede activa en 14. Franchises.
De categorieën 4 en 12 worden vanaf 2025 opgenomen om meer gedetailleerde informatie te geven over de keuze van bouwmate
-
rialen en om af te stemmen op mogelijke actieplannen. CFE berekent de emissies van de categorieën 1, 4 en 12 van scope 3 op basis
van de levenscyclusanalyse (LCA) van de meest emissie-intensieve aangekochte materialen. Voor elk materiaal maken de LCA-ge
-
gevens (op basis van de lijsten van Buildwise) het mogelijk om het aandeel van de emissies te bepalen dat verband houdt met de
productie(A1–A3),hetupstreamtransport(A4)endeend-of-lifefase(C1–C4).Dezepercentageswordengebruiktalscoëfciënten
om de totale koolstofvoetafdruk van het materiaal toe te wijzen aan de categorieën scope 3.1, 3.4 en 3.12.
DekoolstontensiteituitdeLCA(uitgedruktinkgCO
2
e per ton) wordt vervolgens gerelateerd aan de gemiddelde aankoopprijs van
het materiaal, om zo een emissiefactor per bestede euro te verkrijgen. Deze factor wordt toegepast op de werkelijke uitgaven van
2025 per materiaal. Deze methode maakt het mogelijk om de emissies verbonden aan aankopen, upstream transport en end-of-
lifeteramen,enweerspiegeltopeennauwkeurigemanierdewerkelijkekoolstompactvanonzebevoorrading.
Duurzaamheidsverklaring
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
119
Om de consistentie te waarborgen en vergelijkingen met de vorige periode mogelijk te maken, werd deze nieuwe methodologie
ook toegepast op de cijfers van 2024. Dit betekent dat dezelfde verdeelsleutel als in 2025 werd toegepast op de waarden van 2024,
waarbijhettotaalvandeemissiesvoor2024uiteraardongewijzigdblijft.Dezeverdeelsleutelwerdbepaaldopbasisvandecoëfci
-
enten van Buildwise.
ESRS E1-6, AR 46 i
De vermelde Scope 3-emissies moeten worden beschouwd als eerste schattingen, voornamelijk gebaseerd op uitgavengegevens
of voorlopige EPB. Dit resulteert in 0% primaire gegevens. Deze schattingen kunnen later worden aangepast. In de komende jaren
zullen meer gedetailleerde activiteitsgegevens worden opgenomen.
ESRS 2 BP-2 10 c, E1-6, AR 46 g
De conversiefactoren die gebruikt worden voor categorieën 1 en 2 komen ofwel van generieke EPD’s ofwel van de database uitgegeven
door Buildwise Voor categorie 11 worden dezelfde conversiefactoren gebruikt als voor de “location based” berekening van Scope 1 en 2.
ESRS E1-6 AR39 b
De Scope 3-emissies werden voor het eerst berekend en gerapporteerd in 2024. Er zijn geen andere wijzigingen aan te geven dan
de eerder toegelichte aanpassingen (wijziging van de EPD-database en opname van de categorieën 4 en 12). Er is geen wijziging in
het toepassingsgebied of de emethode voor Scope 1 en 2-emissies. Scope 1, 2 en 3-emissies werden voor het eerst voorgesteld in
2024, waarbij onderscheid werd gemaakt tussen marktgebaseerde en locatiegebaseerde waarden. In het verleden werden enkel
demarktgebaseerdewaardengerapporteerd.Erzijngeengebeurtenissentemeldendieeensignicanteinvloedzoudenkunnen
hebben op de gerapporteerde waarden.
ESRS E1-6 47, 42c
2.2.5.2 Intensiteit van broeikasgasemissies op basis van netto-inkomen
DekoolstontensiteitwordtberekenddoordehoeveelheidgeproduceerdeCO
2
te delen door de geconsolideerde omzet van het
boekjaar van alle activiteiten van CFE en haar dochtervennootschappen.
ESRS E1-6 53, 55 & AR55
Tabel 21: Intensiteit van broeikasgasemissies
Datapunten 2024 2025 Referentie
Intensiteit van de uitstoot van broeikasgassen scope 1 en 2 per netto resultaat
Location-based (tCO2eq/M€) 12,48 11,72
Market based (tCO2eq/M€) 11,16 10,51
Intensiteit van de uitstoot van broeikasgassen scope 1 en 2 per netto resultaat
Location-based (tCO2eq/M€) 420,47 356,8
ESRS E1-6 53
Market based (tCO2eq/M€) 419,14 355,59
ESRS E1-6 53
Onderstaande tabel toont een reconciliatie met het nettoresultaat uit de resultatenrekening.
ESRS E1-6 AR 55
Tabel 22 : Netto-resultaat gebruikt voor intensiteitsberekeningen
Afstemming van de opbrengsten 2024 Referentie
Netto-resultaat gebruikt om de intensiteit van de uitstoot van broeikasgassen te berekenen (€) 1.041.593
Andere omzet (€) -
Totalenetto-omzet(zoalsvermeldindenanciëleverklaring)(€) 1.041.593
ESRS E1-6 AR55
Duurzaamheidsverklaring
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
120
2.2.6. E1-7:Broeikasgasverwijderingenenprojectenvoorbroeikasgasmitigatiegenancierduitkoolstof-
kredieten
CFE heeft geen broeikasgasverwijderingen of -opslag die voortvloeien uit projecten die zijn ontwikkeld als onderdeel van haar eigen
activiteiten of waaraan zij heeft bijgedragen in hun upstream- en downstreamwaardeketen. Daarnaast wordt er bij de vermelde
broeikasgasemissies geen rekening gehouden met broeikasgasemissiereducties of -verwijderingen door projecten ter mitigatie van
klimaatveranderingbuitenhunwaardeketen,diezehebbengenancierdofvanplanzijntenancierendoordeaankoopvankool
-
stofkredieten.
ESRS E1-7
2.2.7. E1-8: Interne koolstofbeprijzing
CFE heeft geen interne structurele koolstofbeprijzingssystemen om de besluitvorming te ondersteunen of de uitvoering van
klimaatgerelateerd beleid en doelstellingen te stimuleren.
ESRS E1-8
2.2.8. E1-9:Beoogdenanciëleeffectenvanmateriëlefysiekeentransitierisico’senpotentiële
klimaatopportuniteiten
In 2025 heeft CFE een oefening uitgevoerd om de klimaatweerbaarheid van de activiteiten van de Groep te evalueren. Deze
oefening heeft betrekking op de volledige CFE-groep en al haar activiteiten.
Voor CFE zijn transitiesrisico’s belangrijker dan fysieke risico’s, omdat ze een systemische en langdurige impact hebben op het
vermogen van de onderneming om competitief te blijven en te voldoen aan veranderende regelgeving. Het aanscherpen van
regelgeving(EPBD,EuropeseTaxonomie,afschafngvangeuoreerdegassen),demarktvraagnaarkoolstofarmeprojecten
en de beschikbaarheid van technologieën beïnvloeden alle operationele eenheden en hebben impact op het succes van
aanbestedingen,prijsstellingentoegangtotnanciering.
Daarentegen zijn fysieke risico’s, zoals overstromingen of hittegolven, gelokaliseerd en van korte termijn. CFE beperkt deze risico’s
door de diversiteit van projecten, korte uitvoeringstermijnen en haalbaarheidsstudies vooraf — met name in de vastgoedsector,
waar fysieke risico’s al in de voorlopige projectanalyse worden beoordeeld. Stresstests bevestigen dit: de transitiesrisico’s zijn
materieel voor CFE, terwijl de aanpassingsrisico’s onder de kritische drempels blijven.
Het reductieplan van CFE pakt de belangrijkste risico’s uit de klimaatanalyse aan — zoals strengere regelgeving, de vraag naar
koolstofarme oplossingen en de beschikbaarheid van technologie — via een duidelijke governance, ambitieuze emissiereductie
-
doelstellingen(–40%voorscope1&2tegen2030;–20%voorscope3tegen2030)enoperationelehefbomenzoalselektricatie
van het wagenpark, energieoptimalisatie op de werven en inkoop van duurzame materialen. Het plan steunt ook op innovatie en
sectorinvloed (Wood Shapers, Vmanager, Pulse) om kansen te benutten en systemische risico’s te beperken.
Hoewel de mitigatiemaatregelen stevig zijn, dekt het plan slechts gedeeltelijk de fysieke risico’s (overstromingen, hittegolven,
stormen,waterstress)dieindeanalysezijngeïdenticeerd.Deaanpassingssmaatregelenzijnnognietvastgelegdinverplichte
standaarden, en er ontbreken nog indicatoren voor weerbaarheid. Eveneens zijn voor Scope 3-maatregelen nog geen gedetail
-
leerde regels voor inkoop of drempels voor ingebedde CO
2
-uitstoot vastgesteld.
Deze risico’s worden echter sterk beperkt door de aard van het businesssmodel van CFE:
• De duur, diversiteit en het grote aantal projecten dat elk jaar wordt uitgevoerd, spreidt de blootstelling en verkleint het
concentratierisico.
• Deevolutievanmateriaalkostenwordtnauwgezetgevolgdenperprojectgeïntegreerd,metinbegripvaninatierisico’stijdens
de uitvoering.
• Voorelkprojectwordenvoorafspeciekerisicoanalysesuitgevoerd,metnamevoorfysiekerisico’senplanningsbeperkingen,
wat zorgt voor passende mitigatiemaatregelen.
• In de vastgoedsector worden fysieke risico’s systematisch beoordeeld tijdens de voorlopige haalbaarheidsstudie, waardoor
aanpassingen al in het ontwerp kunnen worden meegenomen (bv. drainagesystemen, ophogingsstrategieën).
Samengevat is het bedrijfsmodel van CFE voornamelijk gebaseerd op de uitvoering van projecten voor klanten, en niet op het
bezit en exploiteren van risicovolle activa (permanent blootgestelde operationele activa). Daarom is geen enkele portefeuille van
eigendomsactivageïdenticeerddiemateriëlewaardeverminderingzoukunnenondergaandoorklimaatgerelateerdegevaren
oftransitiesrisico’sbinnendebeschouwdetijdshorizonten(kort/middellang/lang).Bijgevolgzijnergeensignicanteverwachte
nanciëleeffectenterapporterenonderESRSE19vooreigendomsactiva(herwaardering/afwaardering),aangezienCFEgeen“asset
heavy”-model hanteert.
Duurzaamheidsverklaring
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
121
Deze conclusie sluit niet uit dat er incidentele effecten kunnen optreden bij de uitvoering van projecten (bijv. werfactiva, tijdelijk
materieel,speciekevoorraden,lopendecontractenen,indienvantoepassing,gehuurdeactiva)dieextrakostenofvertragingen
kunnen veroorzaken bij fysieke gevaren of regelgevende beperkingen. Deze effecten worden opgevolgd via de IRO 1/ESRS E1-pro
-
cessen, zijn op de datum van dit verslag niet materieel en worden opgevangen binnen het projectmanagement (planning,
contractclausules, verzekeringen, technische aanpassingen).
CFE voert een zeer beperkt aantal activiteiten uit voor TotalEnergies en Ineos, die actief zijn in de olie- en gassector.
Tabel 23: Netto-inkomsten van klanten actief in de kolen-, olie- en gasindustrie.
Waarde in euro (€) Waarde in percentage ten opzichte
van de totale inkomsten (%)
Netto-inkomsten afkomstig van klanten die actief zijn in activiteiten gerelateerd
aan steenkool
- -
Netto-inkomsten afkomstig van klanten die actief zijn in activiteiten gerelateerd
aan olie
- -
Netto-inkomsten afkomstig van klanten die actief zijn in activiteiten gerelateerd
aan gas
29,85 2,87%
Totale netto-inkomsten van de groep 1.041,59 100%
ESRS E1-9 67e
Duurzaamheidsverklaring
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
122
3. SOCIALE INFORMATIE
3.1. ESRS S1: Eigen personeel
De mens staat centraal in de strategie van de Groep. CFE draagt bij tot de creatie van belangrijke directe tewerkstelling (2681
werknemers), maar ook indirecte tewerkstelling via haar verschillende onderaannemers en leveranciers. In 2020 lanceerde CFE
een “employer branding”-campagne die haar “Framily”-karakter (family & friends) benadrukte. De menselijke schaal van de
dochtervennootschappen en de soliditeit van de Groep, evenals de vele synergiën, maken CFE sterk en uniek.
CFE wil maximale aandacht geven aan veilige en gezonde werkplekken. De ernst en frequentie van ongevallen op de werkplek
krijgen prioritaire aandacht tijdens elke Raad van Bestuur. CFE presteert op dit vlak beter dan het sectorgemiddelde in België
volgensdeofciëleinformatievanFedrisdiebeschikbaarisopwww.fedris.be.CFEisvastbeslotenomhaarscoreelkjaarteverbe
-
teren. Een beleid van bewustmaking, opleiding en preventie zijn in dit opzicht belangrijke hulpmiddelen. Het inbouwen van veilig-
heid in methodes en voorbereiding van de werven draagt hier ook aan bij. Er worden regelmatig bezoeken gebracht op de werven
omtecontrolerenofdeprocedureswordennageleefd.Omrekeningtehoudenmetdespeciekeaardenhetrisiconiveauvan
deverschillendeactiviteitenvandeteamsvanCFE,werdenvoorelksegmentspeciekedoelstellingenbepaald.CFEheeftervoor
gekozen om de ernstgraad (LTIGR) te gebruiken als indicator om de impact van veiligheidsinitiatieven te monitoren.
3.1.1. SBM-2 Belangen en opvattingen van stakeholders
In de strategie en het businessmodel wordt rekening gehouden met de belangen, opvattingen en rechten van het personeel van
CFE, met inbegrip van respect voor de mensenrechten. De mens staat centraal in de strategie van CFE, maar haar werknemers zijn
ook de drijvende kracht achter de ontwikkeling van deze strategie.
De waarden die de werknemers van CFE inspireren, worden weerspiegeld in het acroniem H.E.R.O. (Happener, Engaged, Reliable and
One).
De werknemers van CFE zijn “Happeners”. Oplossingsgericht, durven zij te denken dat zij een verschil kunnen maken en de wereld
kunnen veranderen. Het zijn ook “Geëngageerde” en gepassioneerde mensen die zich actief inzetten om hun klanten en collega’s
tevreden te stellen. Vertrouwen en respect voor onze principes zijn essentiële waarden voor CFE. Wij zeggen wat wij doen en wij
doen wat wij zeggen. De werknemers van CFE zijn “Reliable”. Tot slot geloven wij in de kracht van onze Groep en handelen wij als een
team. Samen zijn wij gewoon sterker als wij optreden als “One” team.
ESRS S1 en S2 : de veiligheid en ge-
zondheid van zijn werknemers en van
de volledige waardeketen is een priori-
teit voor de CFE Groep.
S1-1 Beleidslijnen met betrekking tot
eigen personeel: CFE streeft naar nul on-
gevallen door in te zetten op preventie en
opleiding van de teams, evenals door elke
medewerker verantwoordelijk te maken
voor zijn of haar rol in de collectieve vei-
ligheid.
Duurzaamheidsverklaring
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
123
Elke vergadering van de directiecomités van de verschillende Business Units en van elk Executief Comité begint met een update
over gezondheid en veiligheid.
Het dashboard met de KPI’s met betrekking tot gezondheid en veiligheid is permanent toegankelijk voor alle BU-directiecomités en
het Executief Comité. De strategie van de Groep, inclusief de gezondheids- en veiligheidsstrategie, wordt minstens één keer per jaar
voorgelegd aan het Auditcomité en de Raad van Bestuur. Veiligheid en gezondheid maken deel uit van de ‘Community’-pijler van
de SPARC-strategie van de Groep CFE (Shift, Perform, Accelerate, Return en Community).
ESRS 2 SBM-2
3.1.2. SBM-3 Materiële impacts, risico’s en opportuniteiten en de wisselwerking daarvan met strategie
en businessmodel
De DMA-oefening (hoofdstuk 1.5.1) toonde aan dat gezondheid en veiligheid materiële subthema’s zijn voor CFE en haar onderaan-
nemers. Er is in het bijzonder een aanzienlijk risico op negatieve impacts, namelijk ongevallen op werven met het risico op ernstige
invaliditeit, blijvende nawerkingen en zelfs overlijden.
De kern van de activiteiten van CFE vindt plaats op de werven. De werken worden uitgevoerd door eigen arbeiders van CFE of door
onderaannemers. Er is momenteel geen manier om deze projecten uit te voeren zonder gebruik te maken van arbeidskrachten.
Daarom moet alles in het werk worden gesteld om deze risico’s te beperken.
CFE past dezelfde benadering van veiligheid toe op al haar projecten, ongeacht het type project of het land waar het wordt uitge
-
voerd. Ook de begeleiding en de opleiding van arbeiders voor alle projecten is van hetzelfde niveau, ongeacht het land.
Het personeel dat echter het meeste risico loopt op de werf zijn de werknemers die 100% van hun tijd op de werd doorbrengen. Er
wordt daarom speciale aandacht besteed aan hun opleiding en begeleiding. Aangezien de risico’s identiek zijn, past CFE dezelfde
strenge veiligheidsnormen toe op iedereen op de werf.
Veiligheid blijft echter de verantwoordelijkheid van elke werknemer. Elkeen is verantwoordelijk om alles te doen wat in zijn vermogen
ligt om veilig te werken, om een andere werknemer niet in gevaar te brengen en om elke situatie die een potentieel risico vormt te
melden.
Elkprojectkanspeciekegezondheids-enveiligheidsrisico’smetzichmeebrengen.Daaromwordtvoordestartvanelkprojecteen
speciekerisicoanalyseuitgevoerdenwordtvoorelkewerfeenspeciekeonthaalbrochuregemaakt.Hierinwordenonderandere
de regels beschreven die op de werf moeten worden nageleefd, evenals eventuele speciale aandachtspunten. Elke werknemer
enonderaannemerontvangtdezebrochureeneenspeciekeopleidingwanneerzijvoorheteerstopdewerfaankomen.Erwordt
gecontroleerd of deze brochure wordt begrepen voordat de werknemer op de werf aan de slag mag.
Erwordenookmaandelijkseopleidingssessiesgeorganiseerd,“toolboxmeetings”,afgestemdopspeciekeprojectenenprojectfasen.
Het beschikken van een goede veiligheidscultuur in de bouwsector biedt een aantal mogelijkheden om nieuwe werknemers aan te
trekken, vooral in een context van sterke concurrentie om talent. Ten eerste verbetert een gevestigde veiligheidscultuur het imago van
een bedrijf. Potentiële kandidaten worden vaak aangetrokken door werkgevers die de nadruk leggen op de veiligheid en het welzijn van
hun werknemers. Dit toont aan dat het bedrijf om zijn werknemers geeft en bereid is om in hun bescherming te investeren.
Een veiligheidscultuur vermindert ook het aantal ongevallen en incidenten op de werkplek, wat leidt tot een veiligere en aangenamere
werkomgeving. Bestaande en potentiële werknemers zullen eerder starten of blijven bij een bedrijf waar zij zich veilig voelen.
Bovendien kan een goede veiligheidscultuur de tevredenheid en motivatie van de werknemers vergroten. Als werknemers zich
beschermd en gewaardeerd voelen, zijn zij meer betrokken en productiever. Dit kan ook het verloop verminderen, wat een aanzienlijk
voordeel is in een sector waar het behouden van talent cruciaal is.
Tot slot kan het bevorderen van een veiligheidscultuur ook de reputatie van een bedrijf in de sector versterken en kwaliteitstalent
aantrekken dat op zoek is naar verantwoordelijke en betrouwbare werkgevers.
Transitieplannen gericht op het verminderen van negatieve milieueffecten en het milieuvriendelijker en klimaatneutraler maken
van de activiteiten hebben voor zover bekend geen materiële gevolgen voor werknemers op de korte tot middellange termijn. Op
langere termijn kunnen wij er echter van uitgaan dat een grotere industrialisatie van projecten, met inbegrip van meer prefabricatie,
een positief effect zou moeten hebben op de veiligheid. Prefabricatie in de bouw biedt een aantal belangrijke voordelen voor de
gezondheid en veiligheid van werknemers. Door de onderdelen te produceren in een gecontroleerde omgeving, zoals een fabriek,
wordt het aantal arbeiders en complexe operaties op de werf beperkt, waardoor de risico’s van werken op hoogte en gevaarlijke
handelingen afnemen. De geprefabriceerde elementen komen kant-en-klaar aan om gemonteerd te worden, wat het aantal
zware en repetitieve fysieke taken op de werf vermindert en helpt om aandoeningen aan het spier- en skeletstelsel bij arbeiders
te verminderen. Bovendien maakt prefabricatie het mogelijk om de arbeidsomstandigheden in de fabriek beter te beheren, waar
veiligheidsnormen strikter kunnen worden toegepast, inclusief een beter beheer van persoonlijke beschermingsmiddelen en veilig
-
heidsprocedures. Tot slot beperkt prefabricatie bouwafval en overlast op de werf, zoals lawaai en stof, tot een minimum, waardoor
de algehele werkomgeving verbetert.
Duurzaamheidsverklaring
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
124
De activiteiten van CFE vinden voornamelijk plaats in België, Luxemburg en Polen. CFE respecteert er niet alleen de nationale regels,
maar ook de Europese regels inzake mensenrechten en arbeidsrechten in het bijzonder. Er zijn dan ook geen bijzondere risico’s
geïdenticeerdmetbetrekkingtotkinderarbeidofdwangarbeid.
ESRS S1-SBM-3
3.1.3. S1-1 Beleid ten aanzien van eigen personeel
In haar “Gedragscode” noemt CFE als eerste regel de bescherming van haar teams en partners. CFE verbindt zich ertoe te streven
naar nul ongevallen, het goede voorbeeld te geven en de nodige middelen, ondersteuning en opleiding te voorzien om de veiligheid
en het welzijn van haar werknemers en partners te garanderen.
Deze Code is beschikbaar op het intranet van de Groep en op de website van CFE.
RespectvoormensenrechtenwordtookindetailbehandeldindezeCodeenineenspeciekbeleid(Mensenrechtenbeleid)dat
beschikbaar is op de website van CFE.
Deze codes en beleidsregels respecteren de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (Verenigde Naties), de Verklaring
inzake de Fundamentele Principes en Rechten op het Werk (Internationale Arbeidsorganisatie) en de OESO-richtlijnen voor multina
-
tionale ondernemingen.
Meer informatie over deze Code is ook te vinden in hoofdstuk 4.2.
ESRS S1-1 20 a, b, c, ESRS S1-1 21
AangezienveiligheidengezondheideenmaterieelrisicovormenvoorCFE,isereenspeciekbeleidopgesteld.Ditbeleidwordt
regelmatig herzien in overleg met de Safety Board (een groepsbreed orgaan dat wordt voorgezeten door de Head of Safety van
de Groep en bestaat uit QHSE-managers van elke BU) om ervoor te zorgen dat het zo goed mogelijk aansluit bij de realiteit van
het bedrijf. Het beleid werd voor het laatst herzien in 2024 en goedgekeurd door het Executief Comité en de Raad van Bestuur. De
herziening van dit QHSE-beleid heeft gezorgd voor een vereenvoudiging van de tekst, zodat deze begrijpelijk is voor alle werknemers.
Het doel van dit beleid is echter niet veranderd, want het is nog steeds gericht op nul ongevallen.
Dit beleid is van toepassing op alle werknemers van de Groep CFE (directeurs, managers, bedienden en arbeiders) en op haar
onderaannemers en partners. Iedereen is verantwoordelijk voor zijn eigen veiligheid en die van zijn collega’s.
Dit beleid, dat streeft naar nul ongevallen op de werkplek en nul milieu-incidenten, omvat het volgende:
• Naleven van de ISO 9001-, 14001- en 45001-normen
• Naleven van alle toepasselijke QHSE-wetten, voorschriften en industrienormen
• Volgenvanspeciekeopleidingen
• In kaart brengen en analyseren van alle potentiële QHSE-risico’s en implementeren van controlemaatregelen om deze risico’s
te beperken
• Rapporteren en onderzoeken van alle incidenten, ongevallen en bijna-ongevallen
• Communiceren van QHSE-beleid, -procedures en -prestaties
• Overleg met het Executief Comité bij de implementatie van dit beleid.
Dit beleid is beschikbaar op het intranet en opgehangen in de burelen op de werf. Het maakt ook deel uit van het onthaal van
arbeidersenonderaannemersdieopelkewerfaandeslaggaanenvanhetonthaalvanallenieuwewerknemers.Eenspecieke
communicatiecampagne (“Go for Zero”) behandelt ook de verschillende aspecten van dit beleid.
ESRS S1-1 17,18,19, ESRS S1-1 23
Derisico’smetbetrekkingtotkinderarbeidendwangarbeidzijnbeoordeeldalsniet-materieelgeziendegeograschereikwijdte
van de activiteiten van de Groep. Niettemin herinneren de verschillende beleidslijnen van CFE ons aan de verplichting voor al haar
werknemers en commerciële partners om de geldende regels en wetten op dit vlak nauwgezet na te leven. Deze thema’s komen
met name aan bod in de Gedragscode en het Mensenrechtenbeleid.
ESRS S1-1 22
Elke werknemer is ook verantwoordelijk voor de veiligheid van de werven, voor zijn eigen veiligheid en voor die van derden.
NietteminkrijgendearbeidersvandeGroepeenspeciekeopleidingvoorhunactiviteiten.Erzijngeenanderegroepenof
personengeïdenticeerddiekwetsbaarderzijnophetgebiedvangezondheidenveiligheidbijonzeactiviteiten.
ESRS S1-1 24 a,b,c,d
3.1.4. S1-2 Processen om met eigen werknemers en werknemersvertegenwoordigers te overleggen
Veiligheid en gezondheid zijn de verantwoordelijkheid van alle werknemers. CFE heeft echter een solide organisatie opgezet om
de arbeiders te begeleiden, hen te helpen geschikte werkprocedures toe te passen en oplossingen te vinden om het risico op
ongevallen zoveel mogelijk te beperken.
Daarnaast geeft CFE de voorkeur aan een dubbele methode om met haar werknemers en hun vertegenwoordigers te communi
-
ceren. Deze strategie omvat zowel directe communicatie met de personeelsleden als, wanneer dat nodig blijkt, een indirecte verte-
genwoordiging via de werknemersvertegenwoordigers.
Duurzaamheidsverklaring
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
125
De Groep streeft ernaar de meningen van haar werknemers actief te integreren in de besluitvorming en in alle initiatieven die
gericht zijn op het beheren van zowel reële als potentiële impact. Deze aanpak zorgt ervoor dat het beleid en de initiatieven reke
-
ning houden met de belangen van de onderneming en tegelijk inspelen op de verwachtingen van de werknemers, en draagt zo bij
aan een positieve en zorgzame werkomgeving.
CFE communiceert rechtstreeks met haar werknemers via:
• enquêtes over de betrokkenheid van de werknemers, die het sentiment van de werknemers, hun welzijn en hun perceptie van
het beleid van de Groep evalueren;
• functionerings- en ontwikkelingsgesprekken met werknemers;
• interne communicatiekanalen, waaronder open communicatie via plenaire vergaderingen, teamvergaderingen en digitale
platformen (bijv. intranet of feedbackformulieren).
CFE raadpleegt de werknemersvertegenwoordigers via:
• sociaal overleg: regelmatige consultaties met de ondernemingsraden en vakbonden zorgen ervoor dat de standpunten van
het personeel worden meegenomen in beslissingen die invloed hebben op arbeidsomstandigheden, gezondheid en veiligheid,
en organisatorische veranderingen;
• overlegorganen voor werknemers: personeelsvertegenwoordigers werken samen met het management binnen comités die
zich bezighouden met veiligheid en welzijn op het werk;
• collectieve arbeidsovereenkomsten, die het resultaat zijn van onderhandelingen tussen de verschillende entiteiten van de
Groep en de personeelsvertegenwoordigers.
3.1.4.1 Organisatie van de begeleiding
Een Head of Safety zorgt ervoor dat de veiligheidscultuur in alle BU’s van de Groep uniform is. In elke BU is er minstens één preventie
-
adviseur.Hetaantaladviseurshangtafvanhetaantalprojecten,hetsoortwerkenhungeograschelocatie.
Deze preventieadviseurs komen maandelijks samen in een “Safety Board”. Deze bijeenkomsten zijn bedoeld om de beste praktijken
tedeniërenophetgebiedvanQHSE,werkmethodenendemeestgeschiktematerialen.
Preventieadviseurs zijn in hun BU verantwoordelijk voor het monitoren van deze werkmethoden. Zij bezoeken regelmatig de werven
van hun BU’s om te controleren of de veiligheidsregels worden nageleefd en om de teams te adviseren. Zij zijn ook betrokken bij
devoorbereidingsfasevandewerf,waarbijzijdeteamshelpenomdebestewerkmethodenteselecterenenprojectspecieke
risicoanalyses uit te voeren. Tot slot schrijven zij de onthaalbrochure voor de werf.
3.1.4.2 Onthaal en opleidingen
Hetonthaalvandearbeidersiseenideaalmomentomdespeciekerisico’svanhetprojecttebelichtenenervoortezorgendat
ze volledig begrepen worden. Al onze eigen arbeiders en alle onderaannemers moeten deze onthaalsessie hebben bijgewoond
voordat zij de werf voor het eerst mogen betreden.
Opallewervenwordtmaandelijkseenspeciekeopleidinggeorganiseerddietoolboxmeetingwordtgenoemd.Dezeopleidingis
eengelegenheidomeenrisicotebelichtendatspeciekisvoorhetprojectendefasevanhetwerkinuitvoering,ofomalgemene
veiligheidsregels te herhalen.
ElkearbeidervandeGroepCFEmoetookeenspeciekeVCA-opleidingvolgenenhiervoorslagen.Dezeopleidingis10jaargeldig.
Tot slot wordt elk jaar een “safety day” georganiseerd. Dit is een opleidingsdag voor al diegenen die op de werf werken, met speciale
aandacht voor veiligheid en welzijn. De deelname aan en het succesvol afronden van deze opleidingen worden opgevolgd en
maken deel uit van het opvolgdossier van elke werknemer.
3.1.4.3 Betrekken van het management
Heel het management (inclusief het uitgebreide executief comité) heeft zich ertoe verbonden om minstens één keer per maand
een project in uitvoering te bezoeken. Het doel is om het management bewust te maken van de veiligheidsrisico’s en de teams te
laten zien dat veiligheid een prioriteit is voor het management. Elke vergadering van de directiecomités en het Executief Comité
begintmeteenveiligheidsupdateeneenbeoordelingvandevoortgangvandespeciekeKPI’s
3.1.4.4 Voortdurend overleg
Er wordt voortdurend met de werknemers van de Groep in dialoog gegaan over veiligheid. Elke werknemer wordt aangemoedigd om
veiligheidskwestiestemeldenzodraeenrisicooftekortkomingwordtvastgesteld.Tochwerdenerin2023en2024tweespecieke
soorten enquêtes uitgevoerd om de mening van de werknemers op een meer gerichte manier te horen.
De eerste enquête, NOSACQ, is ontworpen om werknemers te ondervragen over de veiligheidscultuur en hun perceptie van veiligheid
binnen de Groep. De analyse van de ontvangen reacties heeft geleid tot de ontwikkeling van een bewustmakingscampagne met de
naam “Go for Zero”. Doel van deze campagne is mensen eraan te herinneren dat elk ongeval, hoe klein ook, één te veel is. Tegelijker
-
tijd werd het veiligheidshandvest herzien en goedgekeurd door het hele managementteam.
Duurzaamheidsverklaring
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
126
ErwordenookregelmatigeNPS-enquêtesuitgevoerd.Naastdegoederesultatenvandezeenquête,maaktedeidenticatievande
verbeterpunten die door de werknemers naar voren werden gebracht het mogelijk om snel te reageren op hun verwachtingen.
De participatiegraad aan de verschillende enquêtes wordt per BU opgevolgd om ervoor te zorgen dat deze voldoende hoog is
omrepresentatieftezijn(erwordenspeciekedrempelsperactiviteitvastgelegd).
De verschillende directiecomités van de BU’s voeren ook regelmatig overleg met hun werknemers via maandelijkse Ondernemings
-
raden en Comités voor Preventie en Bescherming op het Werk (CPBW).
Elke BU moet ook een strategisch plan opstellen dat de veiligheidskwestie omvat. Deze plannen worden goedgekeurd door de
ver-schillendebestuursorganenvandeGroep.Speciekeveiligheids-KPI’swordenookminstenséénkeerperjaarvoorgelegd
aan het Auditcomité.
Ten slotte, om zich te inspireren uit de beste praktijken in de sector, is CFE vertegenwoordigd in de Safety Board van ADEB-VBA,
die elk kwartaal samenkomt.
ESRS S1-1 20b, ESRS S1-2 25, 26, 27
De risico’s op het vlak van veiligheid hebben in de eerste plaats betrekking op de arbeiders en de operationele teams, die in het
kader van onze activiteiten het meest worden blootgesteld. Preventie-, opleidings- en sensibiliseringsacties worden daarom in de
eerste plaats voor deze doelgroep ontwikkeld en afgestemd op de operationele realiteit van de werven.
Indehuidigefasetoontdeanalysegeenspeciekesubgroepaan(leeftijd,geslacht,afkomst,taalofeniganderkenmerk)die
binnendezedoelgroepeensignicantafwijkendrisiconiveauvertoont.Bijgevolgbestaatergeennoodzaakomdecommunicatie
of de preventiemaatregelen op basis van deze criteria te differentiëren.
Er wordt echter bijzondere aandacht besteed aan het begrijpen van de veiligheidsinstructies, met name wanneer er taalaanpas
-
singen nodig zijn. Daarnaast is een sensibiliseringscampagne rond respect voor verschillen (geslacht, taal, cultuur, enz.) opgezet om
een inclusief werkklimaat te versterken en te waarborgen dat elke werknemer in een respectvolle en veilige omgeving kan werken.
ESRS S1-2 28
3.1.5. S1-3 Herstelprocessen voor negatieve impacts en kanalen voor eigen werknemers om zorgen
kenbaar te maken
CFE moedigt een open dialoog en transparantie aan met betrekking tot ethische kwesties en mogelijke overtredingen van de
‘Gedragscode’, inclusief alle gezondheids- en veiligheidskwesties.
Werknemers worden aangemoedigd om elk vermoeden van een overtreding te melden, te beginnen met de gebruikelijke
meldingskanalen, waaronder, maar niet beperkt tot, melding aan hun teamleider, manager, elke andere leidinggevende, de HR-af
-
deling en het Group Compliance Department. De meldingen kunnen in de gewenste taal worden gedaan en zijn vertrouwelijk
en anoniem. Alle meldingen worden meteen grondig onderzocht en indien nodig worden passende corrigerende maatregelen
genomen. Werknemers kunnen ook ethische kwesties of overtredingen van de “Gedragscode” melden via de Klokkenluiderstool van
CFE. Er werd een vereenvoudigde procedure (infographic) verspreid onder alle werknemers. Het gebruik van de klokkenluiderstool
van CFE maakt ook deel uit van de opleidingscyclus.
ESRS S1-3 31, 32
De verschillende dochtervennootschappen van de Groep beschikken ook over een digitale tool voor het coderen van veiligheids-
opmerkingen of suggesties in verband met veiligheid. Deze opmerkingen en suggesties worden vervolgens opgenomen in een lijst
totdat de opmerking wordt verwijderd of gecorrigeerd. Elke werknemer heeft toegang tot deze tool. Bij bezoeken aan de werf door
het management of de preventieadviseurs worden hun opmerkingen ook opgenomen in deze digitale tool.
ESRS S1-3 32
Andere stakeholders bij het project worden ook uitgenodigd om hun opmerkingen en commentaar met betrekking tot veiligheid
te geven. Deze opmerkingen zullen worden opgenomen in de lijst van werven en ook worden behandeld. Er is ook een 24-uurs
meldpunt beschikbaar voor externe stakeholders van het project.
ESRS S1-3 32 e
Tijdens de maandelijkse vergaderingen van het CPBW en de OR worden de meer algemene opmerkingen over veiligheid en
gezondheid besproken en vastgelegd.
De NOSACQ-enquête die werd uitgevoerd, bevestigt de betrokkenheid en het vertrouwen van de werknemers van CFE in de aanpak
van CFE op het gebied van veiligheid en gezondheid. De zeer positieve resultaten van de eNPS-enquêtes wijzen in dezelfde richting.
Duurzaamheidsverklaring
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
127
Tot slot zorgen regelmatige en verplichte veiligheidsopleidingen ervoor dat gezondheids- en veiligheidsboodschappen door alle
werknemers worden gehoord en begrepen.
ESRS S1-3 33
3.1.6. S1-4 Acteren op materiële impacts op eigen personeel en benaderingen om wat eigen personeel
betreft materiële risico’s te mitigeren
3.1.6.1 Voorbereiding en begeleiding
Veiligheid is een reëel en aanwezig risico bij alle bouwprojecten. Als verantwoordelijke onderneming heeft CFE al lang ervaring met
het monitoren van de veiligheid van haar projecten. Alle BU’s genieten de ervaring van doorgewinterde preventieadviseurs, die
zowel de lopende als de voorbereide projecten begeleiden. Zij houden ook toezicht op de projecten en zorgen ervoor dat eventuele
opmerkingen worden opgevolgd.
Alle projecten die momenteel lopen, beschikken over de materiële en persoonlijke beschermingsmiddelen die nodig zijn om de
veiligheidvandewerkzonestegaranderen.Eenspeciekerisicoanalysevoorafgaandaanelkprojectmaakthetookmogelijkom
debesteuitvoeringsmethodentedeniërendiespeciekzijnvoorhetprojectinkwestie.Inovereenstemmingmetdegeldende
wetgeving is elk project verzekerd tijdens de bouwperiode en gedurende de garantieperiode van tien jaar.
3.1.6.2 Proactieve benadering en veiligheidscultuur
CFE wil geen genoegen nemen met minimumnormen op het vlak van veiligheid. Zo heeft een enquête over de veiligheidsper
-
ceptie en de veiligheidscultuur (NOSACQ) verbeterpunten aan het licht gebracht. Naar aanleiding van deze enquête werden een
communicatiecampagneenspeciekeopleidingenopgezetomdeveiligheidscultuurvandeGroepteversterkeneneenproac
-
tieve aanpak aan te moedigen.
3.1.6.3 Gegevens gebruiken om continue verbetering te stimuleren
CFE volgt de impact van haar acties met behulp van haar veiligheidsdashboard, dat het aantal incidenten, ongevallen (met of
zonder arbeidsongeschiktheid) en proactieve acties zoals managementbezoeken en toolbox meetings omvat. Er zal een nieuwe
NOSACQ-enquêtewordenuitgevoerdéénjaarnadathetspeciekeactieplangelanceerdwerdomdeeffectenervantemeten.
Voor 2030 is een streefcijfer vastgesteld voor de verbetering van de frequentiegraad.
Verder dringt CFE aan op het delen van ervaringen en goede praktijken, evenals op de analyse van alle incidenten om ervoor te
zorgendatalleBU’shiervankunnenproteren.
ESRS S1-4 36, 37, 38, 39, 42
3.1.6.4 Rekening houden met coactiviteit
CFE heeft bij haar bouwprojecten tal van coactiviteiten met onderaannemers of derden. Het is daarom essentieel dat dezelfde
waakzaamheid en naleving van de regels op dezelfde manier wordt toegepast op het eigen personeel als op andere deelnemers
aan het project. Daarom wordt ook het aantal ongevallen met onderaannemers bijgehouden. Dit punt wordt in detail beschreven in
het volgende hoofdstuk.
3.1.6.5 Financiële impact van de ondernomen acties
De ondernomen acties bestaan voornamelijk uit omkadering (lokale preventieadviseurs in de Business Units en de Head of safety),
opleidingencommunicatie,enspeciekemiddelenomdedagelijkseveiligheidopdewerftegaranderen.
Het gaat dus enkel om uitgaven van het type OPEX.
ER wordt altijd een kostenanalyse uitgevoerd tijdens de indieningsfase van het project en vervolgens opgenomen in de commer
-
ciële offerte die aan de klant wordt voorgelegd.
Alle veiligheidsgerelateerde kosten (directe en indirecte kosten) zijn opgenomen onder “bedrijfskosten” zoals voorgesteld in het
nancieelverslagpagina162.Totophedenisdenauwkeurigheidvandenanciëleinformatienognietvoldoendeomkwantitatieve
waarden van kwaliteit te leveren. In 2025 werd in elke BU een analyse uitgevoerd om zich ervan te vergewissen dat de omvang van
de belangrijkste veiligheidsuitgaven in overeenstemming is met de eerder vastgestelde kostenraming.
ESRS S1-4 43
3.1.7. S1-5 Doelen
In haar gezondheids- en veiligheidsbeleid streeft CFE naar nul ongevallen. Haar communicatiecampagne heet immers GO FOR
ZERO. Deze doelstelling geldt niet alleen voor alle werknemers van CFE, maar ook voor iedereen die op de werven werkt.
Met deze ambitie in gedachten heeft CFE echter besloten om zichzelf ambitieuze maar realistische doelen te stellen voor 2030.
CFE heeft zich daarom tot doel gesteld om tegen 2030 een maximale ernstgraad van 0,52 te bereiken. Deze doelstelling werd
bepaald met het oog op een halvering van de gemiddelde sectorwaarden (bron: fedris). Daarom werden interne jaarlijkse doelen
Duurzaamheidsverklaring
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
128
vastgesteld met behulp van een lineaire regressie, uitgaande van de referentiewaarde, de ernstgraad voor 2021, die 0,69 bedroeg.
De doelstelling voor de ernstgraad (= aantal kalenderdagen afwezigheid x 1.000 gedeeld door het aantal gewerkte uren) heeft
uitsluitend betrekking op ongevallen waarbij eigen personeel van de Groep CFE betrokken is.
Het streefdoel werd vastgelegd op basis van de sectorresultaten voor 2021 (bron fedris.be), met als doel minstens twee keer zo goed
te zijn als de sector (en dus een ernstgraad te hebben die gelijk is aan de helft van de ernstgraad van de sector).
ESRS S1-5 46
Het streefniveau en de kwantitatieve doelstelling voor de ernstgraad werden vastgelegd door het Executief Comité na validering
van dit voorstel door de Safety Board. In 2025 werd geen enkele wijziging aangebracht aan deze doelstellingen.
ESRS S1-5 47
De veiligheidsdashboards laten voortdurend zien of de jaarlijkse doelstellingen voor elke BU worden gehaald.
Naast deze externe doelstellingen worden ook interne doelstellingen gevolgd. De proactieve doelstellingen krijgen prioriteit, zoals
het monitoren van incidenten en bijna-ongelukken, het aantal gehouden toolbox meetings en het aantal bezoeken van het
management. Alle directiecomités van de BU’s hebben permanent toegang tot deze dashboards.
ESRS S1-5 47
3.1.8. S1-6 Kenmerken van de onderneming
De tabel in deze sectie geeft een overzicht van het personeelsbestand aan het einde van het boekjaar, 31 december 2025. De
tabel bevat alleen de werknemers die beschouwd worden als eigen personeel en nog niet de niet-bezoldigde werknemers die
deel uitmaken van het eigen personeel (in overeenstemming met de infaseringsbepaling).
De gepubliceerde cijfers hebben alleen betrekking op CFE en haar BU’s en omvatten niet de gegevens van het segment
Investeringen & Holding, die buiten het bereik van de rapportage vallen.
ESRS S1-6 49,ESRS S1-6 50 dii
Tabel 24: Aantal werknemers per type overeenkomst
Aantal werknemers per type
overeenkomst
Overeenkomst voor
onbepaalde tijd
Overeenkomst voor
bepaalde tijd
Overeenkomst per uur,
niet gegarandeerd
Totaal
2022 2.937 137 0 3.074
2023 2.822 168 0 2.990
2024 2.712 142 0 2.854
2025 2.580 101 0 2.681
Van de 142 werknemers met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, hebben er 7 een werk & studiecontract.
Tabel 24: Aantal werknemers per gender
Aantal vrouwen en mannen Totaal #vrouwen %vrouwen #mannen %mannen
2022
3.074 487 15,80% 2.587 84,20%
2023
2.990 487 16,30% 2.503 83,70%
2024
2.854 476 16,70% 2.378 83,30%
2025 2.681 457 17,05% 2.224 82,95%
ESRS S1-6 50 a,b
Tabel 26 : Aantal werknemers per land
Aantal werknemers per land België Luxemburg Polen Total
2024 2.282 213 359 2.854
2025 2.145 223 313 2.681
CFE heeft in totaal 2.681 werknemers in dienst, waarvan 2.145 in België, 223 in Luxemburg en 313 in Polen.
ESRS S1-6 51
De cijfers worden weergegeven op basis van het aantal werknemers en niet op basis van FTE. De informatie over de werknemers
en hun contracten zijn afkomstig van sociale secretariaten. Deze gegevens worden geconsolideerd in één HR-management
-
dashboard. In België hebben de verschillende entiteiten van de Groep één sociaal secretariaat voor alle 2145 werknemers, wat de
betrouwbaarheid en degelijkheid van de gegevens garandeert. Deze gegevens worden echter niet gevalideerd door een externe
istelling. In Luxemburg en Polen is er ook een sociaal secretariaat per land.
ESRS S1-6 50f
Duurzaamheidsverklaring
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
129
Niet-werknemers worden momenteel nog niet meegerekend. Hoewel deze gegevens niet materieel zijn, zullen ze geleidelijk worden
opgenomen in de rapportering om een volledig overzicht te bieden. De rapportagesystemen zullen in de toekomst echter verder
worden ontwikkeld en verbeterd om een grotere nauwkeurigheid te bieden. Niet-werknemers worden daarentegen niet in aanmer
-
king genomen. Dit is niet materieel. Desalniettemin zullen de rapporteringssystemen in de toekomst verder worden ontwikkeld en
verbeterd om een grotere granulariteit te bereiken.
ESRS S1-6 50 di
Eind december 2025 bedroeg het personeelsverloop van de Groep (uitgedrukt in aantal werknemers) 16,23%. Dit komt overeen met
435 vertrekken.
Het personeelsverloop, ofwel de rotatiegraad, is de verhouding tussen het gemiddelde aantal instroom- en uitstroombewegingen
binnen de onderneming gedurende het jaar en het totale aantal werknemers aan het begin van het jaar.
Intra-groepsoverplaatsingen, overlijdensgevallen en pensioneringen of vervroegde pensioneringen worden bij deze berekening niet
in aanmerking genomen.
ESRS S1-6 50 c
Alle voormelde HR-indicatoren zijn de afgelopen 3 jaar relatief stabiel gebleven.
ESRS S1-6 50 e
3.1.9. S1-11 Sociale bescherming
In overeenstemming met de geldende Europese en lokale wetgeving genieten alle werknemers van de Groep CFE sociale
bescherming in geval van ziekte of een ongeval op het werk of op weg naar het werk.
ESRS S1-11
3.1.10. S1-13 Opleidingen en ontwikkeling van vaardigheden
Opleiding en ontwikkeling van vaardigheden worden aangeboden via opleidingsplannen, coaching, carrièreplannen enz. Deze
plannenrichtenzichopzowelniet-technischealstechnischevaardighedenomhetbehoudvangekwaliceerdwerktevergemakke
-
lijken. Eind 2022 lanceerde CFE haar “CFE Academy”. Dit is een online opleidingsplatform waarmee elke werknemer een opleiding kan
vinden die is afgestemd op zijn behoeften, zowel qua inhoud als qua formaat. De digitale aanpak (met behoud van de mogelijkheid
omface-to-faceopleidingssessiesbijtewonen)biedtmeerexibiliteitvoorwerknemersomopleidingentevolgenwanneerhethen
het beste uitkomt.
Erwordenspeciekegezondheids-enveiligheidsopleidingengeorganiseerdwanneerwerknemerswordenaangenomen,wanneer
zij op de werf aankomen, tijdens maandelijkse toolbox meetings en tijdens safety days.
Het aantal opleidingsuren binnen CFE en haar BU’s wordt opgevolgd via het CFE Academy-programma. Deze gegevens worden
globaal en per gender gemeten.
Op dit moment maakt CFE deze gegevens niet extern bekend.
Phase in requirements for ESRS S1-13 83 a, 84, 85
Een nieuw programma om het prestatiebeoordelingsproces te digitaliseren maakt het mogelijk om het percentage werknemers
te meten dat heeft deelgenomen aan deze evaluatie. Het zal in 2025 worden ingezet. Deze gegevens worden daarom pas in het
volgende verslagjaar gepubliceerd in het verslag van 2025.
Phase in requirements for ESRS S1-13 83 a, 84, 85
3.1.11. S1-14 Veiligheids- en gezondheidsmaatstaven
Omdat veiligheid een voortdurende zorg is, heeft CFE QHSE-dashboards ontwikkeld waarmee zij veranderingen in de statistieken
zo nauwkeurig mogelijk kan volgen en zo snel mogelijk de nodige corrigerende maatregelen kan nemen.
De ernstgraad (een van de klassieke indicatoren in termen van veiligheid) werd gekozen als een van de KPI’s voor onze duurzaam
-
heidsgerelateerde leningen met de banken.
De dashboards bevatten de belangrijkste informatie voor elke dochtervennootschap en worden minstens één keer per maand
bijgewerkt om de veiligheidsgegevens zo nauwkeurig mogelijk bij te houden. Ze bevatten traditionele veiligheidsinformatie (frequen
-
tiegraad en ernstgraad), maar ook proactieve actie-indicatoren (toolbox meetings, betrokkenheid van het management, rekening
houden met incidenten en feedback, enz.)
Deze gegevens hebben betrekking op 100% van de eigen werknemers van de Groep. Zelfstandigen, uitzendkrachten en onderaan
-
nemers worden dus niet meegeteld. De controle van deze gegevens volgt de regels die worden voorgeschreven door ISO 9001 en
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
130
deBelgischewettelijkedenitiesvanveiligheidsindicatoren:
• Frequentiegraad = aantal ongevallen met arbeidsongeschiktheid x 1 miljoen gedeeld door het aantal gewerkte uren
• Ernstgraad = aantal kalenderdagen afwezigheid x 1.000 gedeeld door het aantal gewerkte uren
• Een ongeval met arbeidsongeschiktheid is een ongeval op de werkplek dat resulteert in ten minste één dag arbeidsongeschikt
-
heid, de dag van het ongeval niet meegerekend
• Een ongeval zonder arbeidsongeschiktheid is een ongeval dat niet resulteert in arbeidsongeschiktheid na de dag van het
ongeval
• Een ongeval met eerste hulp is een ongeval zonder arbeidsongeschiktheid waarbij alleen eerste hulp ter plaatse nodig is.
Deze worden niet opgenomen in dit verslag.
• Registreerbare ongevallen zijn de som van ongevallen met en zonder arbeidsongeschiktheid (exclusief eerste hulp)
• De frequentiegraad wordt als volgt berekend: aantal ongevallen met arbeidsongeschiktheid x 1.000.000 gedeeld door het
aantal gewerkte uren
• De ernstgraad wordt als volgt berekend: aantal kalenderdagen afwezigheid x 1.000 gedeeld door het aantal gewerkte uren
• Het aantal te registreren ongevallen wordt als volgt berekend: aantal te registreren ongevallen x 1.000.000 gedeeld door het
aantal gewerkte uren
ESRS S1-14 87
Tabel 27: Gegevens over ongevallen met eigen personeel.
2022 2023 2024 2025
% van de medewerkers betrokken bij het beheer van veiligheids- en gezondheidsrisico’s 100 100 100 100
Aantal sterfgevallen als gevolg van een arbeidsongeval (eigen personeel) 0 0 0 0
Aantal sterfgevallen als gevolg van een arbeidsongeval (onderaannemer of derden) 1 1 0 0
Aantal registreerbare ongevallen (exclusief eerste hulp) 145 139 115 114
Aantal ongevallen met arbeidsongeschiktheid 93 77 64 44
Frequentiegraad 21,96 18,47 15,34 11,4
Ernstgraad 0,72 0,68 0,56 0,35
Frequentie van “registreerbare” ongevallen NC NC 27,55 29,55
Aantal gevallen van ziekte direct gerelateerd aan werk 0 0 0 0
Aantal verloren dagen als gevolg van een arbeidsongeval 3.050 2.847 2.321 1.333
Het aantal gerapporteerde ongevallen en het aantal verloren dagen komen overeen met door de verzekeraars geregistreerde
en gevalideerde gegevens voor België en Luxemburg. In Polen daarentegen worden ongevallen en hun gevolgen geregistreerd in
nationale dossiers. Deze informatie is daarom degelijk, volledig en betrouwbaar.
ESRS S1-14 88
Wat de ernstgraad betreft, is er een verbetering van 38% ten opzichte van 2024. De resultaten van 2025 overtreffen de doelstelling
voor 2030 (frequentiegraad = 0,52). Het blijft echter essentieel om deze uitstekende resultaten duurzaam te bestendigen en de
doelstelling voor 2030 blijft behouden.
Metdeveiligheidvanonderaannemerswordtookrekeninggehoudenineenspeciekdashboard(ziehoofdstuk3.2.7).
3.1.12. S1-17 Incidenten, klachten en ernstige impacts op het gebied van mensenrechten
In 2025 werden geen overtredingen of klachten van discriminatie of niet-naleving van de mensenrechten geregistreerd. Er werden
ook geen boetes opgelegd.
ESRS S1-17
3.2. ESRS S2: Werknemers in de waardeketen
Dezeanalyserichtzichspeciekoponderaannemersinplaatsvanopdegehelewaardeketenvaneenbouwproject.Debelang-
rijkste reden is dat de waardeketen in deze sector vaak erg lang en gefragmenteerd is, met veel verschillende actoren met
verschillende rollen. Bovendien is er niet altijd direct contact met de lagere schakels in de keten, waardoor het moeilijk is om een
volledige en nauwkeurige analyse te maken van alle potentiële risico’s en impacts. Door ons te richten op de onderaannemers, die
belangrijkepartnerszijndiedirectbetrokkenzijnbijdewerkzaamhedenopdewerf,ishetmogelijkomgerichtereenefciëntere
veiligheidsmaatregelen in te voeren, die zorgen voor een beter beheer van materiële risico’s en een aanzienlijke verbetering van
de arbeidsomstandigheden.
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
131
3.2.1. SBM-2 Belangen en opvattingen van stakeholders
Samenwerking en dialoog met onderaannemers zijn essentiële elementen van de strategie van de Groep CFE. Wij vinden hen even
belangrijk als onze eigen werknemers. Door open en continue communicatie te bevorderen, zorgen wij ervoor dat onderaanne
-
mers volledig in onze processen worden geïntegreerd en onze veiligheids- en kwaliteitsdoelstellingen delen. Deze gezamenlijke
aanpakversterktdevertrouwensrelaties,verbetertdecoördinatieopdewerfenzorgtervoordatallebetrokkenensoepelenefciënt
samenwerken. Door de bijdragen van de onderaannemers te waarderen en hen als belangrijke partners te behandelen, creëren wij
een veiligere en productievere werkomgeving voor iedereen.
ESRS 2 SBM-2
3.2.2. SBM-3 Materiële impacts, risico’s en opportuniteiten en de wisselwerking daarvan met strategie
en businessmodel
De DMA-oefening (hoofdstuk 1.5.1) toonde aan dat gezondheid en veiligheid materiële subthema’s zijn voor CFE en haar
onderaannemers. Er is in het bijzonder een aanzienlijk risico op negatieve impacts, namelijk ongevallen die kunnen gebeuren
op de werf met het risico op ernstige invaliditeit, blijvende nawerkingen en zelfs overlijden.
De kern van de activiteiten van CFE vindt plaats op de werven. De werken worden uitgevoerd door eigen arbeiders van CFE of door
onderaannemers. Er is momenteel geen manier om deze projecten uit te voeren zonder gebruik te maken van arbeidskrachten.
Daarom moet alles in het werk worden gesteld om deze risico’s te beperken.
CFE is van mening dat het net zo belangrijk is om te strijden voor het beperken van veiligheidsrisico’s op de werf voor haar eigen
personeel als voor onderaannemers, aangezien iedereen het verdient om gelijk behandeld te worden als er gevaar dreigt.
De analyse die is uitgevoerd in hoofdstuk 3.1.2 heeft daarom ook betrekking op de gehele waardeketen.
ESRS S2-SBM-3 11 a,c
3.2.3. S2-1 Beleid ten aanzien van werknemers in de waardeketen
CFE heeft een reeks beleidsregels vastgesteld die zowel van toepassing zijn op de eigen werknemers als op de verschillende partijen
die op de werf betrokken zijn. Het gaat onder andere om het Mensenrechtenbeleid en het QHSE-beleid. Deze documenten worden in
detail beschreven in hoofdstuk 3.1.3.
Er werd ook een gedragscode voor de handelspartners opgesteld. Deze omvat de verplichting om de interne Gedragscode na te
leven en in het bijzonder om de veiligheidsregels in het QHSE-beleid na te leven.
De verplichting om te voldoen aan nationale en Europese wet- en regelgeving en de bovengenoemde beleidsregels vormen een
integraal onderdeel van de contractuele clausules voor onderaanneming.
ESRS S2-16, 17, 18, 19
3.2.4. S2-2 Processen om met werknemers in de waardeketen te overleggen over impacts
Een voortdurende dialoog met de verschillende partijen die betrokken zijn bij de werven is een prioriteit, en dit betreft in de eerste
plaats de veiligheid.
Het onthaal van alle onderaannemers wordt geformaliseerd door middel van een korte opleidingssessie waarin de werf, de
contactpersonenendespeciekeregelsmetbetrekkingtothetprojectwordenvoorgesteld.Hetisvanessentieelbelangdat
iedereendeverschillendestakeholderskanidenticerenenweetmetwiezijcontactmoetenopnemeningevalvanproblemen.
De baas op de werf zorgt ervoor dat al deze informatie goed wordt begrepen door deze opleiding te geven in een taal die de
werknemers begrijpen. Elk team moet een leidinggevende hebben die een van de nationale talen van het project spreekt, zodat
zij te allen tijde kunnen communiceren met de managementteams op de werf.
Er worden minstens eenmaal per week formele bijeenkomsten georganiseerd met onderaannemers die op de werf werken.
Om ervoor te zorgen dat deze vergaderingen zo soepel mogelijk verlopen, vertegenwoordigen teamleiders van de verschillende
onderaannemers er hun bedrijf. Deze vergaderingen worden gevolgd door een duidelijk verslag met de acties die door de verschil
-
lende betrokken partijen moeten worden ondernomen, een update van de planning en een overzicht van de komende fasen. Bij alle
projecten wordt een LEAN- en samenwerkingsaanpak gehanteerd. Het is namelijk van essentieel belang om te overleggen met de
waardeketenopdewerfophetgebiedvanveiligheid,metbehulpvaneenLEAN-aanpak,omeenveiligeenefciëntewerkomgeving
te garanderen.
Daarnaast maakt het in kaart brengen van de waardeketen het mogelijk om elke fase van het bouwproces te analyseren, van
ontwerp tot oplevering, en om kritieke punten op te sporen waar zich veiligheidsincidenten kunnen voordoen.
Er moet een veiligheidscultuur worden gecreëerd, met zichtbaar leiderschap waarbij managers het goede voorbeeld geven door
veiligheidspraktijken en open communicatie te respecteren en te waarderen.
Tot slot zorgt het monitoren en evalueren van de veiligheidsprestaties aan de hand van belangrijke indicatoren en regelmatige
bezoeken aan de werf ervoor dat de normen worden nageleefd en dat gebieden die voor verbetering vatbaar zijn, worden geïden
-
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
132
ticeerd.
DoordezeLEAN-principesteintegrereninhetveiligheidsbeheeropdewerf,ishetmogelijkomeenveiligere,efciëntereenmeerop
samenwerking gerichte werkomgeving te creëren. De sleutel ligt in de betrokkenheid van alle actoren in de waardeketen en in een
cultuur van voortdurende verbetering.
Er worden sancties voorzien en meegedeeld aan elke werknemer die de geldende veiligheidsregels op de projecten niet naleeft.
ESRS S2-2
3.2.5. S2-3 Herstelprocessen voor negatieve impacts en kanalen voor werknemers in de waardeketen
om zorgen kenbaar te maken
Omdenegatieveimpactsopwerventeverhelpen,ishetessentieelomeengestructureerdprocesenefciëntecommunicatieka-
nalen in te voeren. Dit proces begint met het in kaart brengen en beoordelen van potentiële impacts. Dit omvat het uitvoeren van
risicoanalysesompotentiëlegevarenteidenticerenendeernstenwaarschijnlijkheidvanderisico’stebeoordelen.Bijdestartvan
deactiviteitenopdewerfmoetelkeonderaannemerdezespeciekerisicoanalysedelenmethetmanagementteamopdewerfom
samen de te implementeren middelen en verantwoordelijkheden te analyseren.
Nadat de impacts in kaart zijn gebracht, moeten er preventieve en/of corrigerende maatregelen geïmplementeerd worden. Dit
kan onder andere betekenen dat de werkprocedures worden aangepast, de veiligheidsuitrusting wordt verbeterd of werknemers
wordenopgeleidomdegeïdenticeerderisico’sbetertebeheersen.Hetiscruciaalomdezemaatregelentedocumenterenen
ervoor te zorgen dat ze duidelijk worden gecommuniceerd naar alle teamleden.
Om werknemers in de waardeketen de gelegenheid te geven hun zorgen kenbaar te maken, moeten er verschillende communica
-
tiekanalen worden opgezet:
Onthaal van nieuwe werknemers: Dit onthaal wordt gebruikt om nieuwe personen die betrokken zijn bij een project te informeren
en op te leiden. In het bijzonder worden het organigram van het management op de werf en hun contactgegevens verstrekt om
toekomstigeuitwisselingentevergemakkelijken.Bijhetonthaalvannieuwearbeidersinhetbijzonderwordteenspeciekeopleiding
gegeven waarin de basisveiligheidsinstructies aan bod komen. Vervolgens wordt een kennisproef afgenomen, waarvan het slagen
eenvereisteisvoorhetverkrijgenvandebadgedietoegangtotdewerfverleent.Voorbepaaldewervenmetzeerspeciekerisico’s
(bijvoorbeeldchemischeindustrie,militairesites,…)kanbovendieneenaanvullendespeciekeopleidingverplichtzijn.Hetvolledige
proces wordt opgevolgd door het leidinggevend team van de werf.
Regelmatige vergaderingen: Er worden wekelijks veiligheidsvergaderingen georganiseerd over de projecten waar werknemers
veiligheidskwesties kunnen bespreken en oplossingen kunnen voorstellen.
Directe communicatielijnen: Onderaannemers worden aangemoedigd om eventuele zorgen of opmerkingen rechtstreeks met de
teams op de werf te bespreken.
Mobiele applicaties : Op de meeste werven kunnen werknemers via een mobiele applicatie snel en eenvoudig incidenten of
problemen melden.
Veiligheidsafgevaardigden : De QHSE-manager van de werf en het hele managementteam van de werf brengen regelmatig
bezoeken aan de werf, zodat zij rechtstreeks contact kunnen hebben met alle betrokkenen.
Het is ook belangrijk om een veiligheidscultuur te creëren waarin werknemers zich op hun gemak voelen om problemen te melden
zonder bang te hoeven zijn voor represailles. Dit wordt aangemoedigd door zichtbaar en toegewijd leiderschap, dat de bijdrage
van werknemers aan veiligheid waardeert en respecteert. Indien een klokkenluider om welke reden dan ook terughoudend of onge
-
makkelijk is om een fout te melden via de gebruikelijke meldkanalen, biedt het interne klokkenluidersplatform van CFE een alternatief
kanaal waarmee hij of zij een fout vertrouwelijk of anoniem kan melden.
Ten slotte is het essentieel om de doeltreffendheid van de ingevoerde maatregelen te controleren en te evalueren door veiligheids
-
indicatoren bij te houden.
ESRS S2-3 27, 28
3.2.6. S2-4 Acteren op materiële impacts op werknemers in de waardeketen, en benaderingen om wat
betreft werknemers in de waardeketen materiële risico’s te beheersen en materiële opportunitei-
ten te benutten, en de effectiviteit van die maatregelen
Elkprojectisuniekenvereisteenspeciekerisicoanalyse.Dezeoefeningmoetzoweldoorhetprojectmanagementteamalsdoor
de onderaannemers worden uitgevoerd. Deze analyse moet worden uitgevoerd voordat het werk begint, zodat er een dialoog kan
plaatsvinden met de projectmanagementteams en om samen de meest geschikte werkmethoden te valideren om de risico’s te
beperken. De planning zal ook zo worden opgesteld dat coactiviteiten tussen werknemers zoveel mogelijk worden beperkt.
Wekelijkse vergaderingen op de werf stellen ons in staat om te zien of wij de gekozen werkmethoden al dan niet moeten aanpassen
of corrigeren.
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
133
Iedereen die betrokken is bij een project is medeverantwoordelijk voor zijn eigen veiligheid en die van anderen. Anderzijds zullen
de onderaannemingscontracten de rollen en verantwoordelijkheden van alle betrokkenen in detail beschrijven. Hierin staat onder
andere wie verantwoordelijk is voor het uitvallen en het onderhoud van collectieve beveiligingsapparatuur. Elke onderaannemer
is echter verantwoordelijk voor zijn eigen persoonlijke beschermingsmiddelen. Het managementteam van de werf zal er echter op
toezien dat elk personeelslid deze middelen correct gebruikt.
Hetmanagementteamvandewerfzalervoorzorgendatereenverantwoordelijke,coöperatieveenrespectvollewerfcultuurwordt
gecreëerd. Deze werksfeer bevordert de communicatie en een echte veiligheidscultuur.Er worden regelmatige controles op de
werf uitgevoerd door de QHSE-manager van de BU en door de managementteams. Deze bezoeken helpen om veiligheidstekortko
-
mingen vast te stellen en zo snel mogelijk te verhelpen. Over deze bezoeken wordt altijd een verslag opgesteld om er zeker van te
zijn dat alle opmerkingen werden behandeld. De controle houdt ook in dat veiligheidsindicatoren regelmatig worden gecontroleerd
enregelmatigwordengecommuniceerd.Eenspeciekmaandelijksdashboardbevatookhetaantalincidentenenongevallenmet
onderaannemers.
Het managementteam zorgt er ook voor dat de onderaannemingsteams de nodige opleiding krijgen.
Als de regels niet worden nageleefd, zullen er sancties worden opgelegd. In het geval van ernstig wangedrag zal de verantwoorde
-
lijke persoon worden gevraagd om de werf met onmiddellijke ingang te verlaten en niet meer terug te keren. CFE controleert ook de
staat van dienst op het vlak van naleving van de veiligheidsregels en de veiligheidscultuur en houdt hiermee rekening bij de selectie
van haar onderaannemers.
CFE is niet op de hoogte van ernstige mensenrechtenkwesties of -incidenten in verband met de upstream- of downstreamwaarde
-
keten (afgezien van de bedrijfsongevallen die in het volgende hoofdstuk worden vermeld).
Deze acties brengen geen bijzondere kosten met zich mee. In feite worden de meeste van deze acties al ondernomen voor het
eigen personeel en zijn ze daarom al opgenomen in hoofdstuk 3.1.6 .
ESRS S2-4
3.2.7. S2-5 Doelen wat betreft het beheersen van materiële negatieve impacts, het bevorderen van
positieve impacts en het beheersen van materiële risico’s en opportuniteiten
Erisopditmomentgeenkwanticeerbarejaarlijksedoelstellingvastgesteld.Hetalgemenedoelisechterhetzelfdealsvoorhet
eigen personeel, namelijk streven naar nul ongevallen.
ESRS S2-5 41
Hiertoe wordt het aantal werkgerelateerde ongevallen met arbeidsongeschiktheid bijgehouden voor alle onderaannemers die
op de projecten werken. Deze informatie maakt deel uit van het veiligheidsdashboard dat maandelijks wordt voorgesteld aan het
Executief Comité.
Tabel 28: Gegevens over ongevallen met onderaannemers.
2022 2023 2024 2025
Aantal sterfgevallen als gevolg van een arbeidsongeval (onderaannemer of
derden)
1 1 0 0
Aantal ongevallen met arbeidsongeschiktheid van onderaannemers
29 30 35
21
Entityspecic
Deze gegevens moeten met grote omzichtigheid worden behandeld, aangezien ze door de onderaannemers zelf zijn verstrekt en
er geen garantie is voor de kwaliteit en volledigheid van deze gegevens. Het is niet mogelijk om de frequentiegraad of de ernst
-
graad voor onderaannemers te meten, omdat wij voor deze berekeningen het aantal dagen arbeidsongeschiktheid en het aantal
gewerkte uren van elke onderaannemer moeten kennen, maar deze gegevens worden niet doorgegeven aan de algemene
aannemer. Deze gegevens zijn beperkt tot tier 1 (onderaannemers). Gezien de omvang en complexiteit van de waardeketen is het
momenteel fysiek niet mogelijk om het verzamelen van gegevens uit te breiden naar de lagere niveaus van de keten (leveranciers,
fabrikanten, enz.). Toch blijft CFE werken aan de ontwikkeling van degelijkere processen voor het verzamelen van informatie over de
waardeketen.
Op dit ogenblik beschikt CFE niet over voldoende complete en uniforme gegevens om concrete kwantitatieve doelstellingen vast te
stellen met betrekking tot de veiligheid van werknemers in de waardeketen. Conform de principes van ESRS S2-5 richt de Groep zich
daarom op het monitoren van de op dit moment meest betrouwbare indicatoren, namelijk:
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
134
• het aantal sterfgevallen,
• het aantal ongevallen met arbeidsongeschiktheid,
wanneer deze rechtstreeks worden gerapporteerd door partners of onderaannemers.
Deze indicatoren zijn gekozen omdat ze momenteel de enige indicatoren zijn waarvoor CFE over voldoende betrouwbare gegevens
beschiktomregelmatigtekunnenopvolgen.Dedenitieszijnafgestemdopdievoorheteigenpersoneel,watinternevergelijking
vergemakkelijkt en een consistente interpretatie van de veiligheidsprestaties op Groepsniveau mogelijk maakt.
Gezien de gevoeligheid en vertrouwelijkheid van informatie met betrekking tot ongevallen met personeel dat niet rechtstreeks onder
CFE valt, en het ontbreken van een systematische contractuele verplichting om gedetailleerde gegevens door te geven, kunnen
deze cijfers momenteel niet onafhankelijk extern worden gevalideerd. CFE werkt echter stapsgewijs aan strengere vereisten, betere
meldingsmechanismen en hogere datakwaliteit binnen de waardeketen, zodat de rapportage in de komende jaren kan worden
verbeterd.
Deonderaannemerswordenopditmomentnietbetrokkenbijhetdeniërenvandedoelstelling.Ditkomtvoornamelijkdoorde
omvang en complexiteit van de waardeketen voor projecten van CFE. De algemene zoektocht naar voortdurende verbetering op
het vlak van veiligheid is een zorg voor de hele waardeketen. CFE en haar verschillende BU’s nemen actief deel aan de ADEB-VBA
SafetyBoard,waarvoorbeeldenvangoedepraktijkenwordenuitgewisseldensectorspeciekeprojectenwordengeïnitieerd.
ESRS S2-5 42
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
135
4. INFORMATIE OVER DE GOVERNANCE
4.1. ESRS 2 IRO-1: beschrijving van de processen om materiële impacts, risico’s en
opportuniteiten in kaart te brengen en te analyseren
Zoals vermeld in hoofdstuk 1.5.1 blijkt uit de dubbele materialiteitsoefening dat de thema’s met betrekking tot de bedrijfscultuur, de
bescherming van klokkenluiders en corruptie en omkoping (gecombineerd in een thema “zakelijk gedrag en respect voor de wet”)
niet materieel zijn omdat ze onder de vastgelegde materialiteitsdrempels liggen. Hetzelfde geldt voor het thema partnerschap, dat
betrekking heeft op zaken als relaties met leveranciers, betalingspraktijken, enz. ...
CFE verbindt zich er echter toe deze gedragsregels te respecteren en alle stakeholders te respecteren. De SPARC-strategie van de
Groep zet ons aan tot “Presteren” door te streven naar uitmuntendheid in onze processen en risicobeheer (de “P”) en om mensen en
de gemeenschap centraal te stellen bij alles wat wij doen (de “C”). Het naleven van de hoogste normen van zakelijke eerlijkheid en
integriteit en het respecteren van de mensenrechten zijn dan ook een integraal onderdeel van de strategie van de Groep.
4.2. Beleid voor een verantwoorde bedrijfscultuur
Alle normen en ethische richtlijnen die het gedrag van alle personen verbonden aan de Groep sturen, zijn vastgelegd in de
“Gedragscode” en verder uitgewerkt in het handboek “Beleid inzake bedrijfsintegriteit voor zakenpartners” en in het “Klokkenluiders
-
beleid”.
Het toepassingsgebied van deze beleidsdocumenten is globaal en zonder uitzondering: alle medewerkers van de Groep, ongeacht
hun statuut, functie of hiërarchisch niveau, zijn eraan onderworpen. In het bijzonder zijn deze beleidslijnen wereldwijd van toepas
-
sing op alle vaste en tijdelijke arbeiders en bedienden (inclusief stagiairs), evenals op alle freelancers, consultants, leidinggevenden,
bestuurders en vertegenwoordigers van CFE NV en al haar volledig geconsolideerde dochterondernemingen (handelend in loon
-
dienst of als zelfstandige).
Deze documenten zijn voor alle medewerkers toegankelijk via het intranet van de Groep. De “Gedragscode” is tevens beschikbaar
op de website van de groep CFE (https://www.cfe.be/nl/vennootschapsdocumenten).
Hoewel dit niet materieel is, acht CFE
het belangrijk om transparant te
zijn over de thema’s inzake zakelijk
gedrag.
Informatie, opleiding en de
invoering van duidelijke en
sterke beleidslijnen dragen bij
tot het verminderen van het
risico op niet-naleving.
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
136
Uitbreiding naar de waardeketen
CFE past deze vereisten eveneens toe op de volledige waardeketen, zowel upstream als downstream. De regels en maatregelen
inzake bedrijfsintegriteit die van toepassing zijn op commerciële partners zijn opgenomen in het handboek “Bedrijfsintegriteitsbeleid
voor commerciële partners”.
Deze beleidslijnen gelden voor alle commerciële partners, met inbegrip van leveranciers, onderaannemers, contractspartijen,
agenten,tussenpersonen,consortiumpartners,klantenenanderezakelijkerelaties,zondergeograschebeperking.Inhetbijzonder
stemt de gedragscode die van toepassing is op zakenpartners in alle wezenlijke opzichten overeen met die welke intern van
toepassing is.
ESRS G1-2 15a, ESRS G1-2 15b
De verplichting om deze regels en maatregelen na te leven maakt integraal deel uit van de contracten die worden ondertekend
met de verschillende zakenpartners. Deze verplichting heeft betrekking op thema’s als een verantwoorde bedrijfscultuur en op
sociale en milieukwesties. Er zijn geen afwijkingen of uitzonderingen voorzien met betrekking tot het toepassingsgebied van deze
beleidslijnen.
Meldingsmechanisme voor inbreuken
CFE heeft een formeel meldingsmechanisme voor inbreuken ingevoerd, zoals beschreven in het Klokkenluidersbeleid, om het mogelijk
temakenillegaalgedragofgedragdatinstrijdismetdeethiekofdebeleidslijnenvandeGroepteidenticerenentebehandelen.
Het Klokkenluidersbeleid bepaalt dat medewerkers worden aangemoedigd om elke inbreuk of vermoedelijke overtreding in eerste
instantie via de gebruikelijke interne kanalen te melden. Wanneer deze kanalen niet geschikt zijn of niet kunnen worden gebruikt,
wordt een online meldingsinstrument, dat 24/7 toegankelijk is, ter beschikking gesteld als alternatief kanaal. Dit maakt het mogelijk
om meldingen schriftelijk te doen op lokaal niveau of op groepsniveau. Dit beleid voorziet in strikte procedurele waarborgen, waar
-
onder de vertrouwelijkheid van de identiteit van de klokkenluider, de mogelijkheid tot anonieme melding en een expliciet verbod op
elke vorm van represailles ten aanzien van de klokkenluider, met de klokkenluider verbonden derden of iedereen die de klokkenluider
heeft geholpen. Dit alles om te waarborgen dat meldingen kunnen gebeuren in een veilige en betrouwbare omgeving.
Externe betrokken partijen (zoals klanten, leveranciers, dienstverleners, onderaannemers, consultants, commerciële partners of
andere derden) kunnen eveneens rechtstreeks gebruikmaken van het meldingsinstrument om elke inbreuk of vermoedelijke over
-
treding met betrekking tot de activiteiten van de Groep te melden, overeenkomstig de bepalingen van het Klokkenluidersbeleid.
Governance en goedkeuring van het beleid
Al deze documenten zijn gevalideerd door de verschillende bestuurs-, beheer- en toezichtsorganen. Op het niveau van het Execu-
tief Comité wordt de verantwoordelijkheid voor thema’s met betrekking tot een verantwoorde bedrijfscultuur uitgeoefend door
de General Counsel van de Groep, die op vaste basis wordt uitgenodigd. De deskundigheid van de verschillende leden van de
bestuurs-en toezichtsorganen wordt uiteengezet in hoofdstuk 1. 7 met betrekking tot de organisatie van rollen en verantwoordelijk
-
heden voor duurzame ontwikkeling (GOV-1, 2 et 3).
ESRS G1.GOV-1_5a, ESRS G1.GOV-1_5b
Inhoud van het bedrijfsintegriteitsbeleid
De handleiding “Bedrijfsintegriteitsbeleid” bevat met name de volgende beleidsregels:
• Beleid inzake geschenken en entertainment
• Beleid inzake politiek engagement
• Antitrustbeleid
• Beleid inzake internationale sancties
• Beleidinzakebelangenconicten
• En beleid tegen omkoping en corruptie
De Gedragscode behandelt, zonder volledig te zijn, het geheel van algemene principes en ethische richtlijnen die kunnen worden
toegepast op verschillende niveaus van de Groep en binnen de verschillende BU’s. Deze omvatten:
• Teams en partners beschermen
– Diversiteit, gelijke opportuniteiten en non-discriminatie
– Gezondheid en veiligheid
– Respect en pestvrije werkplek
– Vertrouwelijkheid van de gegevens
• Ethischzakelijkgedrag(ditverwijstnaarderegelsindespeciekehandleiding“Bedrijfsintegriteitsbeleid”zoalshierboven
beschreven)
• Financiële integriteit
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
137
• Thema’s met betrekking tot milieu, duurzaamheid en respect voor mensenrechten en gemeenschappen
Deze verschillende beleidsregels respecteren de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (Verenigde Naties), de
Verklaring inzake de Fundamentele Principes en Rechten op het Werk (Internationale Arbeidsorganisatie) en de OESO-richtlijnen
voor multinationale ondernemingen.
Respect voor de mensenrechten
Respect voor de mensenrechten van elk individu is essentieel voor CFE en vormt de kern van onze fundamentele waarden. Wij
respecteren en beschermen mensenrechten en zorgen ervoor dat wij niemand uitbuiten, waar ter wereld wij ook werken. Alle
personen met wie wij zaken doen, moeten aan dezelfde normen voldoen. Wij zullen nooit slavernij, kinderarbeid, dwangarbeid of
mensenhandel tolereren. Wij respecteren de fundamentele rechten en vrijheden die zijn vastgelegd in de Universele Verklaring van
de Rechten van de Mens van de Verenigde Naties. Ons Mensenrechtenbeleid is afgestemd op onze Gedragscode en staat onder
toezicht van de juridische afdeling en de HR-afdeling van CFE. In het bijzonder in haar Mensenrechtenbeleid ( https://www.cfe.be/nl/
vennootschapsdocumenten) verbindt CFE zich ertoe de acht fundamentele conventies van de IAO na te leven.
Speciekebeleidslijnenmetbetrekkingtotmensenrechten,veiligheid,diversiteitengegevensbescherming,evenalsdeprocedure
in geval van een inbreuk op persoonsgegevens en datalekken, zijn ingevoerd en worden gecommuniceerd aan alle medewerkers.
Deze documenten zijn beschikbaar op de website van de CFE-groep (https://www.cfe.be/nl/vennootschapsdocumenten) evenals
op het intranet van de Groep.
ESRS G1.-1 7
Verantwoordelijke relaties met leveranciers
CFE vergewist zich ervan haar partners te respecteren, wat onder meer tot uiting komt in een strikt naleven van de betalingster-
mijnen. Sommige leveranciers of KMO’s vormen immers een belangrijk en soms kwetsbaar deel van de toeleveringsketen. Deze
opvolging gebeurt via strikte administratieve procedures, digitale verwerking van facturen en een regelmatige monitoring van de
betalingstermijnendoordenanciëleteams.Wettelijkeofcontractueelvastgelegdetermijnenwordenstriktnageleefd,encorrige
-
rende maatregelen worden onmiddellijk genomen zodra vertragingen dreigen.
De Groep zorgt er ook voor dat de communicatie met haar leveranciers, en in het bijzonder met de KMO’s, transparant verloopt,
zodateventueleadministratieveknelpuntensnelkunnenwordenopgelost.Dezeaanpakhelpthunnanciëlestabiliteitteonder
-
steunen en versterkt tegelijk de kwaliteit van de zakelijke relaties van CFE.
ESRS G1.-2 14
4.3. Speciekedoelstellingenenopvolgingvandezebeleidsregels
De “Gedragscode” en de handleiding “Bedrijfsintegriteitbeleid” werden volledig herzien in 2024 om afstemming te verzekeren met de
activiteiten en risico’s van de Groep. Het klokkenluidersbeleid werd in 2025 herzien. Deze documenten staan ook
op het intranet.
CFE beschouwt communicatie en opleiding als cruciaal om haar « Gedragscode » stevig te verankeren in de bedrijfscultuur en
een klimaat van openheid en vertrouwen te bevorderen. Om een optimaal begrip van de verwachtingen van de Groep te waar
-
borgen en een consistente toepassing van de integriteitsprincipes te garanderen, heeft CFE een gerichte aanpak ontwikkeld die
rekeninghoudtmetdeverschillendeprofessioneleproelen.Deprincipesmetbetrekkingtotdepreventievancorruptieengelijk
-
aardige praktijken, waaronder de bestrijding van corruptie en omkoping, zijn geïntegreerd in de “Gedragscode” en in de handleiding
“Bedrijfsintegriteitbeleid” van de Groep. CFE heeft op dit moment de volledige overeenstemming van deze beleidslijnen met het
Verdrag van de Verenigde Naties tegen Corruptie nog niet geëvalueerd.
Preventiemaatregelen: opleiding, communicatie en sensibilisering
De Groep is van mening dat communicatie, opleiding en sensibilisering een essentiële rol spelen bij het duurzaam verankeren van
deprincipesvande“Gedragscode”indebedrijfscultuur.Omrekeningtehoudenmetdeverschillendeberoepsproelenenniveaus
van blootstelling aan risico’s, werd een gedifferentieerde aanpak ingevoerd.
De Groep is van mening dat alle werknemers (white collars) een hoger blootstellingsniveau hebben aan risico’s op niet-naleving,
waaronder corruptie en gelijkaardige praktijken, gezien hun mogelijke betrokkenheid bij besluitvormings-, contractuele, commer
-
ciële,nanciëleofadministratieveprocessen.Daaromissinds2024eenverplichteopleiding“ethicsandcompliance”opgelegdaan
alle werknemers en medewerkers. Deze opleiding wordt aangeboden via een e-learningmodule die alle thema’s van de “Gedrags
-
code”behandelt,metnameprofessioneleintegriteit,corruptiepreventie,belangenconicten,gegevensbescherming,respectvoor
mensenrechten,eerlijkeconcurrentie,internationalesanctiesennanciëleintegriteit.Demoduleisbeschikbaarinverschillende
talen, aangepast aan de landen en regio’s waar CFE actief is. De opleidingen worden aangeboden via de CFE Academy. Alle
betrokken nieuwe medewerkers zijn verplicht deze opleidingen te volgen in het kader van hun onboarding. Daarnaast moeten de
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
138
opleidingen regelmatig opnieuw worden gevolgd om een adequaat bewustzijnsniveau binnen de Groep te waarborgen. De deel-
name wordt centraal opgevolgd en de resultaten worden regelmatig aan het management gerapporteerd.
Hetklokkenluidersbeleidmaakteveneenshetvoorwerpuitvaneenspeciekeopleiding,geïntegreerdinhete-learningprogramma
van de CFE Academy. Deze opleiding is verplicht voor de betrokken medewerkers, moet door elke nieuwe medewerker worden
gevolgd in het kader van zijn of haar onboarding en wordt op regelmatige basis hernomen. Ze heeft tot doel een adequate
kennis te waarborgen van de meldingsmechanismen, de toepasselijke procedures en de waarborgen inzake vertrouwelijkheid
en bescherming tegen represailles. Daarnaast krijgen medewerkers die verantwoordelijk zijn voor de ontvangst, beoordeling en
behandeling van meldingen, indien nodig, ad-hocopleidingen om een correcte afhandeling van meldingen te garanderen, met
inachtneming van de interne procedures, de vertrouwelijkheid en de gevoeligheid van de verwerkte informatie.
De deelname wordt centraal opgevolgd en de resultaten worden regelmatig aan het management gerapporteerd. CFE streeft naar
een hoge voltooiingspercentage (namelijk 95%) om een goede beheersing van de thema’s binnen alle betrokken functies te waar
-
borgen. De werknemers vertegenwoordigen 65% van alle medewerkers binnen de Groep. 100% van de werknemers valt binnen de
opleidingscyclus.
De arbeiders, die vanwege de aard van hun operationele taken een lager risiconiveau vertonen, moeten deze verplichte e-learning
nietvolgen.Zemakenechtervolledigdeeluitvanhetsensibiliseringsprogramma.CFEorganiseertvoorhenspeciekecommunica
-
tiecampagnes, afgestemd op hun werkomgeving, de gebruikte werktaal en hun manier van informatie ontvangen zoals via visuele
materialen, teamvergaderingen en interne communicatiemiddelen die op de sites beschikbaar zijn.
Dankzij deze gedifferentieerde aanpak zorgt CFE ervoor dat iedere werknemer — zowel white collar als arbeider — over een passend
en proportioneel niveau van informatie beschikt, terwijl tegelijk een uniforme verspreiding van de waarden van integriteit, verant
-
woordelijkheid en transparantie over de gehele Groep wordt gewaarborgd.
ESRS G1-1 9, ESRS G1-1 10g,h, ESRS G1-3 20, 21a, 21b, 21c
Tabel 29: Opleiding in % werknemers
Opleiding in % werknemers Doel 2025
Opleidingscyclus “ethics and compliance” 95% 85,26%
In 2025 heeft 85,26% van de werknemers hun opleidingscyclus “Ethics and Compliance” voltooid via het e-learningplatform (tegen-
over een doelstelling van 95%). Voor de ABAC-module (Anti-Bribery and Anti-Corruption), opgenomen in de opleidingscyclus
“ethics and compliance”, bedraagt het voltooiingspercentage 82,37%. Deze gegevens zijn verzameld op het e-learningplatform op
20/01/2026. Deze gegevens zijn afkomstig uit een interne rapportering die niet werd gecontroleerd door een externe instantie.
ESRS G1-4 24b
Naastdezeopleidingscycluswordenerookjaarlijksspeciekeopleidingenencommunicatiecampagnesovercyberveiligheid,
veiligheid en diversiteit georganiseerd.
Het beleid inzake bedrijfsintegriteit wordt gecommuniceerd en toegankelijk gemaakt voor medewerkers via het intranet, interne
documentplatformen (SharePoint), opleidingen en arbeids- of dienstverleningsovereenkomsten.
In het kader van de versterking van zijn aanpak inzake bedrijfsintegriteit binnen de toeleveringsketen is CFE gestart met de uitwer
-
kingvaneenaankoopbeleid(“procurementpolicy”).Ditbeleidheefttotdoeldeidenticatieenhetbeheervanrisico’sinverband
met relaties met leveranciers en zakenpartners verder te structureren, met inbegrip van risico’s op corruptie en gelijkaardige prak
-
tijken, evenals sociale en milieugerelateerde risico’s die de activiteiten van de Groep kunnen beïnvloeden. Het zal onder meer de
principes en vereisten verduidelijken die van toepassing zijn bij de selectie, evaluatie en opvolging van leveranciers, in overeenstem
-
ming met de bestaande beleidslijnen inzake bedrijfsintegriteit.
ESRS G1-3_18b,c
Detectiemaatregelen: waakzaamheid, meldingen en onderzoeken
Van werknemers wordt verwacht dat zij waakzaam zijn voor de risico’s waaraan de Groep kan worden blootgesteld bij de uitvoering
van haar activiteiten.
Elk gedrag dat als onwettig of onethisch wordt beschouwd (of verondersteld wordt), moet onmiddellijk worden bekendgemaakt of
gerapporteerd, zodat een analyse kan plaatsvinden en, indien nodig, passende maatregelen kunnen worden genomen.
CFE moedigt een open dialoog en transparantie aan met betrekking tot ethische kwesties en mogelijke overtredingen van de
“Gedragscode”, het “Klokkenluidersbeleid” en de verschillende “beleidslijnen inzake zakelijke integriteit”, met inbegrip van corruptie en
omkoping.
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
139
Werknemers worden aangemoedigd om elke vermeende overtreding te melden, te beginnen met de gebruikelijke meldingska-
nalen, waaronder, maar niet beperkt tot, melding aan hun teamleider, manager, elke andere leidinggevende, de HR-afdeling en het
Group Compliance Department. De meldingen kunnen in de gewenste taal worden gedaan en worden vertrouwelijk behandeld. Alle
meldingen worden meteen grondig onderzocht en indien nodig worden passende corrigerende maatregelen genomen.
ESRS G1-1_10a, ESRS G1-1_10c, e, ESRS G1-3_18a
Werknemers kunnen ook ethische kwesties of overtredingen van de “Gedragscode” of van enig ander beleid van de Groep melden
via de Klokkenluiderstool van CFE. Er werd een vereenvoudigde procedure (infographic) verspreid onder alle werknemers. Het
gebruik van de klokkenluiderstool van CFE maakt ook deel uit van de opleidingscyclus. Deze tool is zodanig ingericht dat meldingen
worden behandeld door personen die onafhankelijk zijn van de gemelde situatie, waardoor de onpartijdigheid en onafhankelijkheid
van de onderzoeken worden gewaarborgd.
Interne controles, audit en opvolging door de bestuursorganen
Elke entiteit van de Groep wordt regelmatig onderworpen aan risicoanalyses en procedurele evaluaties door de interne auditafde-
ling. Interne audit is een onafhankelijke functie waarvan de belangrijkste missie erin bestaat het management te ondersteunen en
te begeleiden bij een betere beheersing van risico’s. De interne audit rapporteert functioneel aan het Auditcomité van CFE door het
jaarlijkse auditplan voor te leggen en de belangrijkste resultaten van de uitgevoerde audits te presenteren, evenals de opvolging
van de actieplannen. Indien nodig kunnen bijkomende opdrachten worden uitgevoerd op verzoek van het Auditcomité of het Execu
-
tief Comité van CFE.
ESRS G1-3_18b,c.
De General Counsel van de Groep rapporteert jaarlijks aan het Auditcomité over de statistieken en de bevestigde meldingen die
via de meldtool zijn gedaan, en draagt zo bij aan het toezicht door de bevoegde organen en aan de continue verbetering van het
systeem.
De CFE Groep heeft in het boekjaar 2025 geen enkele veroordeling noch boete geregistreerd wegens overtreding van wetgeving
inzake de bestrijding van corruptie en omkoping (ABAC).
Er dient echter opgemerkt te worden dat de Belgische gerechtelijke autoriteiten momenteel een onderzoek voeren naar vermeende
overtredingen met betrekking tot de bouw van het Grand Hotel in N’Djamena, Tsjaad. Ter herinnering, dit contract, dat dateert uit
2011, heeft geleid tot een verlies van meer dan 50 miljoen euro voor CFE, als gevolg van de niet-betaling van een deel van haar
schuldvorderingen. De werken werden uitgevoerd door CFE Tsjaad, een dochtervennootschap van de Groep, tot de verkoop ervan in
2021.
In het kader van dit onderzoek werd op 4 september 2024 een huiszoeking uitgevoerd op het hoofdkantoor van CFE. Daarnaast zijn
verschillende leden van het management en de raad van bestuur ondervraagd, evenals voormalige werknemers van de Groep CFE.
Op datum van dit verslag heeft CFE echter nog geen toegang gehad tot het onderzoeksdossier en is er geen aanklacht ingediend
tegen CFE of haar huidige directieleden en/of bestuurders, noch, voor zover CFE weet, tegen voormalige werknemers van de Groep
CFE. CFE verleent haar volle medewerking aan het onderzoek.
IndehuidigeomstandighedeneninhetlichtvanhetvoorgaandeisCFEnietinstaatomdenanciëlegevolgenvandehuidige
procedure op betrouwbare wijze in te schatten. Als gevolg hiervan is er geen voorziening opgenomen op 31 december 2025, in over
-
eenstemming met IAS 37.
ESRS G1-4_24a
Opditmoment,geziendegeïdenticeerderisico’s,zijnergeenanderespeciekemaatregelengenomennaastdecommunicatie-
en opleidingsinitiatieven.
ESRS G1-4
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
140
5. BIJLAGEN
5.1. Signicantegebeurtenissenenwijzigingeninomstandigheden
Tijdensdebeschouwdeperiodehebbenzichgeensignicantegebeurtenissenofwijzigingeninomstandighedenvoorgedaandie
een impact zouden kunnen hebben op de broeikasgasemissies binnen de waardeketen. De in dit verslag opgenomen emissiege
-
gevens weerspiegelen dan ook stabiele operationele omstandigheden, zonder dat aanpassingen nodig zijn als gevolg van evoluties
tussenderapporteringsdatavandeentiteitenindewaardeketenendeafsluitdatumvandenanciëlestatenvandeonderneming.
5.2. Bijlage 1: Lexicon en afkortingen
• ADEB/VBA (Vereniging der Belgische Aannemers van Grote Bouwwerken): Een organisatie die de belangen van de grote
bouwbedrijven in België vertegenwoordigt en verdedigt.
• BA4SC (Belgian Alliance for Sustainable Construction): Deze organisatie wil duurzame en innovatieve praktijken in de bouw
-
sector in België promoten.
• BACA (Belgian Alliance for Climate Action): Een platform voor Belgische organisaties die hun BKG-uitstoot willen verminderen,
hun klimaatambitie willen aantonen en het Science Based Targets (SBTi)-initiatief willen gebruiken om hun doelstellingen te
deniëren.
• BREEAM (Building Research Establishment Environmental Assessment Method): Internationale maatstaf voor duurzaamheid
en norm voor de optimale bouw (nieuwe gebouwen) of renovatie (gebouwen in gebruik) en exploitatie van gebouwen met een
minimale impact op het milieu, gebaseerd op wetenschappelijk onderbouwde duurzaamheidsmaatstaven en -indices voor
een reeks milieuthema’s, zoals de beoordeling van energie- en waterverbruik, impact op gezondheid en welzijn, verontreiniging,
transport, materialen, afval, ecologie en beheerprocessen.
• BD (Business Division): Tussenliggende structuur die Business Units (BU’s) groepeert onder hetzelfde management binnen een
Business Segment (BS).
• BS (Business segment): Rapportagestructuur die BD’s en BU’s groepeert die actief zijn in dezelfde sector.
• BU (Business unit): Elke organisatie van middelen, personeel en kapitaal waarvan de activiteit is geconcentreerd op één
homogene hoofdactiviteit, in een bepaald gebied.
• TSC (Technische Selectiecriteria): Technischeselectiecriteriadiezijngedenieerdvoorelkeeconomischeactiviteitinde
EU-Taxonomieendiewordengebruiktomtebepalenofeenbepaaldeactiviteitals“duurzaam”kanwordengeclassiceerd.In
het Engels hebben wij het over TSC (Technical Screening Criteria).
• Circulariteit: Dit betekent dat grondstoffen, componenten en producten na hun nuttige levensduur opnieuw worden gebruikt
om hun waarde te behouden.
• CO
2
PL (CO
2
Prestatie Ladder): De CO
2
Prestatieladder (CO
2
Performance Ladder) is een instrument voor duurzaamheidsbe-
heer dat bedrijven en overheden helpt om hun CO
2
-emissieenkostenteverminderen.Zewerktalseencerticerings-en
beheersysteem dat organisaties aanmoedigt om duurzamere praktijken toe te passen en hun koolstofvoetafdruk in hun activi
-
teiten en toeleveringsketen te verminderen.
• CSRD (Corporate Sustainability Reporting Directive): EU-wetgeving over de ESG-openbaarmaking die van kracht wordt vanaf
2024. Deze richtlijn moderniseert en versterkt de regels voor de milieu- en sociale informatie die bedrijven moeten rapporteren.
De nieuwe regels zullen beleggers en andere stakeholders voorzien van de informatie die zij nodig hebben om de impact van
bedrijvenopmensenmilieutebeoordelen,evenalsdenanciëlerisico’senopportuniteitendievoortvloeienuitdeklimaatver
-
andering en andere duurzaamheidsthema’s te evalueren.
• DMA (Double Materiality Assessment): Beoordeelt zowel de impact van de activiteiten van het bedrijf op het milieu en de
maatschappij(vanbinnennaarbuiten,impact-materialiteit)alsdeimpactvanmilieu-ensocialethema’sopdenanciële
prestatiesvanhetbedrijf(vanbuitennaarbinnen,nanciëlematerialiteit).
• OR (Ondernemingsraad): Een ondernemingsraad is een vertegenwoordigingsorgaan van het personeel binnen een bedrijf.
Het is het resultaat van de fusie van personeelsafgevaardigden, de ondernemingsraad, het CHSCT (Comité voor Gezondheid,
Veiligheid en Arbeidsomstandigheden) en vakbondsafgevaardigden.
• Waardeketen: Alle activiteiten en processen waarmee een bedrijf waarde creëert voor zijn klanten. Dit omvat alle stadia, van
de levering van grondstoffen tot de levering van het eindproduct of de einddienst aan de klant.
• Waardeketen - upstream: Dit verwijst naar de stadia en activiteiten die plaatsvinden voordat een eindproduct of -dienst
wordt geproduceerd. Dit omvat alle activiteiten met betrekking tot de levering van grondstoffen, inkomende logistiek en de
voorbereidingsprocessen die nodig zijn om de productie te starten.
• Waardeketen - downstream: Dit verwijst naar de stadia en activiteiten die plaatsvinden nadat een eindproduct of -dienst
wordt geproduceerd.
• Corporate governance: Corporate governance verwijst naar het systeem van regels, praktijken en processen waarmee een
bedrijf wordt bestuurd en gecontroleerd.
• CPBW (Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk): Een overlegorgaan binnen Belgische bedrijven met minstens
50 werknemers. De belangrijkste missie ervan is actief bij te dragen aan het verbeteren van het welzijn van werknemers tijdens
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
141
het uitvoeren van hun werk. Dit omvat aspecten zoals veiligheid, gezondheid, ergonomie, hygiëne op het werk, psychosociale
aspecten en de verfraaiing van de werkplek.
• DEI (Diversiteit, Gelijkheid & Inclusie): Het gaat hierbij om het inpassen van verschillende opvattingen en het vermijden van
discriminatie, door het bevorderen van diversiteit op verschillende gebieden, zoals geslacht, geloofsovertuiging of afkomst, en
het implementeren van een inclusiebeleid.
• DNSH(DoNoSignicantHarm):Hetconcept«DoNoSignicantHarm»(DNSH)wordtindeEU-Taxonomiegebruiktalseenvan
devoorwaardenomeenactiviteitals“duurzaam”teclassiceren.Ditbetekentdateeneconomischeactiviteitnietalleeneen
substantiëlebijdragemoetleverenaaneenofmeermilieudoelstellingen,maarookgeensignicanteschademagtoebrengen
aan een van deze doelstellingen.
• eNPS (employee Net Promoter Score): Een indicator die wordt gebruikt om te meten hoe waarschijnlijk het is dat uw werk
-
nemers uw organisatie aanbevelen als een plek om te werken. Om de eNPS te berekenen, wordt werknemers de volgende
vraag gesteld: «Op een schaal van 0 tot 10, hoe waarschijnlijk is het dat u ons bedrijf zou aanbevelen als een goede plek om te
werken?» De antwoorden worden vervolgens ingedeeld in drie categorieën:
• Detractors (scores van 0 tot 6): werknemers die niet erg tevreden zijn en het bedrijf niet zouden aanbevelen.
• Passives (scores van 7 tot 8): werknemers die tevreden zijn maar niet enthousiast en die het bedrijf niet actief zouden
aanbevelen.
• Promoters (scores van 9 tot 10): zeer tevreden werknemers die het bedrijf actief zouden aanbevelen.
• De eNPS wordt berekend door het percentage detractors af te trekken van het percentage promoters, wat een score
tussen -100 en 100 oplevert.
• EPB (Energy Performance of Buildings): Ditverwijstnaardeefciëntiewaarmeegebouwenenergiegebruiken.
• EPD (Environmental Product Declaration): Standaarddocument met gedetailleerde informatie over de milieu-impact van een
product gedurende zijn levenscyclus.
• ESG ( Environment, Social and Governance): Een reeks criteria om de duurzaamheid en ethische impact van een bedrijf te
beoordelen.
• ESG-(beleid): Verklaring waarin de aanpak van het bedrijf ten aanzien van milieu-, sociale en bestuursthema’s wordt
uiteengezet, evenals het plan om dit te bereiken en de indicatoren die worden gebruikt om de voortgang te meten.
• ESRS (European Sustainability Reporting Standards): Ondernemingen die onder de CSRD vallen, zullen moeten rapporteren
in overeenstemming met de European Sustainability Reporting Standards (ESRS). De standaarden worden aangepast aan het
EU-beleid en er wordt gebruik gemaakt van en bijgedragen aan internationale initiatieven op het gebied van standaardisatie.
• EU Taxonomy:Regelsdiebepalenwelkeinvesteringenals“duurzaam”kunnenwordengeclassiceerdendiebijdragenaan
derealisatievandeEUGreenDeal.Declassicatieisgebaseerdoptechnischeselectiecriteria(TSC)enminimumcriteriaom
aanzienlijke schade te vermijden (DNSH).
• BKG – Scope 1: Alle directe emissies uit bronnen die eigendom zijn van of beheerd worden door het bedrijf (bv. wagenpark,
brandstof- en aardgasverbranding).
• BKG – Scope 2: Alle indirecte emissies van de productie van elektriciteit die door het bedrijf is ingekocht. Scope 2-emissies
vinden fysiek plaats in de faciliteit waar de elektriciteit wordt opgewekt.
• BKG – Scope 2 location based: Deze methode berekent emissies aan de hand van de gemiddelde emissiefactor van het elektri
-
citeitsnetwerk waar de energie wordt verbruik Ze weerspiegelt de gemiddelde emissie-intensiteit van lokale elektriciteitsnetten.
• BKG – Scope 2 market based: Deze methode berekent emissies op basis van de elektriciteit die organisaties hebben gekozen
omintekopen,vaakgespeciceerdincontractenofinstrumentenzoalshernieuwbare-energiecerticaten(REC’s).Zehoudt
rekeningmetdespeciekekeuzesvanhetbedrijfophetgebiedvanenergievoorziening.
• BKG - Scope 3: Indirecte emissies van de activiteiten van een bedrijf, zoals emissies van de productie van ingekochte
producten (upstream) of van producten, diensten of projecten die door het bedrijf worden verkocht (downstream).
• BKG-protocol (Broeikasgasprotocol): Een gestandaardiseerd wereldwijd kader voor het meten en beheren van de emissie
van broeikasgassen (BKG) afkomstig van activiteiten in de private en publieke sector, waardeketens en mitigatieacties. Het
biedt de meest gebruikte standaarden voor de boekhouding van broeikasgasemissies en helpt bedrijven, landen en steden om
hun voortgang op weg naar klimaatdoelen bij te houden.
• Mensenrechten:DerechtenzoalsgedenieerdindeUniverseleVerklaringvandeRechtenvandeMens.
• IAO (Internationale Arbeidsorganisatie): Een gespecialiseerd agentschap van de Verenigde Naties. Haar mandaat bestaat in
het bevorderen van sociale en economische rechtvaardigheid door internationale arbeidsnormen vast te stellen.
• IRO (Impact, Risks and Opportunities);
• Impacts: De effecten die de activiteiten van het bedrijf hebben op het milieu en de maatschappij.
• Risico’s:Depotentiëlebedreigingenvoorhetbedrijf,zoalsklimatologischeofnanciëlerisico’s.
• Opportuniteiten: De opportuniteiten voor ontwikkeling en innovatie die zich kunnen voordoen.
• JV (Joint Venture): Een commercieel partnerschap waarin twee of meer bedrijven hun krachten bundelen om een gezamenlijk
project uit te voeren.
• KPI (Key Performance Indicator): Een maatstaf die gebruikt wordt om de doeltreffendheid van een bedrijf, een project of een
speciekprocesteevalueren.
• Limited assurance : Beperkte mate van zekerheid is een vorm van audit waarbij de auditors een gematigd oordeel geven over
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
142
denanciëleofniet-nanciëlestatenvaneenbedrijf.Ditbetekentdatzijnietgenoegbewijshebbenverzameldomdewaar-
heidsgetrouwheid van de informatie volledig te garanderen, maar dat zij wel basiscontroles hebben uitgevoerd.
• NACE-code: EenclassicatiesysteemvooreconomischeactiviteitendatinEuropawordtgebruikt.
• NOSACQ (Nordic Occupational Safety Climate Questionnaire): NOSACQ-50 is een vragenlijst die wordt gebruikt om het veilig
-
heidsklimaat op het werk te beoordelen. Het meet het beeld dat werknemers hebben van het beveiligingsbeleid, de beveili-
gingsprocedures en beveiligingspraktijken in hun organisatie.
• NFRD (Non-Financial Reporting Directive): DeNFRDiseenEuropeserichtlijndiegrotebedrijvenverplichtomniet-nanciële
informatie te publiceren, zoals hun impact op het gebied van milieu, maatschappij en goed bestuur (ESG). Ze heeft tot doel de
transparantie en verantwoordelijkheid van bedrijven te verbeteren.
• nZEB (nearly Zero Energy Buildings): Een bijna-nul-energiegebouw (nZEB) is een gebouw met een zeer goede energieprestatie.
• OESO: (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling): Een intergouvernementele organisatie die in 1961
werd opgericht om beleid te bevorderen dat het economische en sociale welzijn van mensen over de hele wereld verbetert.
• Reporting:Heeftbetrekkingopnanciëleenniet-nanciëleverslaggeving,metdenadrukopdemateriëleaspectendiezijn
geïdenticeerdindeDMA.
• Risk management: Gestructureerd risicobeheer.
• SBM (Sustainable Business Model): Een strategische benadering die criteria op het gebied van milieu, maatschappij en goed
bestuur (ESG) integreert in de activiteiten en beslissingen van het bedrijf. Het doel is om waarde op lange termijn te creëren en
tegelijkertijd de negatieve impact op het milieu en de maatschappij te minimaliseren.
• SBTi (Science Based Targets initiative):Eeninitiatiefdatdebestepraktijkendenieertvoorhetverminderenvandeemissie
van broeikasgassen en het stellen van doelen in lijn met de doelstellingen van de Overeenkomst van Parijs.
• SDGs (Sustainable Development Goals) : De duurzame ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties die een oproep tot actie
zijn om welvaart te bevorderen en tegelijkertijd de planeet te beschermen tegen klimaatverandering. Ze omvatten strategieën
die economische groei ondersteunen en tegemoetkomen aan sociale behoeften .
• Sustainalytics: Een bedrijf dat beoordelingen en onderzoek uitvoert naar de duurzaamheid van beursgenoteerde bedrijven,
gebaseerd op hun prestaties op het gebied van milieu, maatschappij en goed bestuur (ESG) .
• Frequentiegraad: De frequentiegraad meet het aantal arbeidsongevallen met minstens één verzuimdag per miljoen gewerkte
uren. Het wordt gebruikt om te beoordelen in welke mate werknemers zijn blootgesteld aan beroepsrisico’s.
• Ernstgraad: De ernstgraad meet de ernst van arbeidsongevallen in termen van het aantal verloren werkdagen door tijdelijke
arbeidsongeschiktheid per duizend gewerkte uren.
• UPSI/BVS (Beroepsvereniging van de Vastgoedsector): Een Belgische organisatie die de belangen van vastgoedprofessionals
behartigt.
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring
Financiële staten
5.3. Bijlage 2: Lijst met referenties
ESRS 2 BP-1 5 a , ESRS 2 BP-1 5 b i 74
ESRS 2 BP-1 5 b ii 75
ESRS 2 BP-2 9 a , ESRS 2 BP-2 9 b 76
ESRS2 SBM-3 48a 76
EU taxonomy - OPEX 76
ESRS E1-6 51 76
ESRS E1-6 51 76
ESRS E1-6 51 76
ESRS E1-6 51 76
ESRS E1-6 51 76
ESRS E1-6 51 76
ESRS S2-5 40 76
ESRS 2 BP-2 10 a, b, c & d ,
ESRS 2 BP-2 11 a, 11 b i & 11 b ii 76
ESRS 2 BP-2 16 77
ESRS 2 BP-2 17 77
ESRS E1. IRO-1 77
ESRS E1-9 77
ESRS S1-7 77
ESRS S1-13 77
ESRS 2 BP-2 13 a, b &c ;
ESRS 2 BP-2 14 a, b & c 78
ESRS 2 BP-2 15 78
ESRS 2 GOV-5 ; ESRS 2 IRO-1 53 d,e,f 78
ESRS 2 GOV-4 79
ESRS 2 SBM-1 40 a i,ii; ESRS 2 SBM-1 42 80
ESRS 2 SBM-1 40 f,g 81
ESRS 2 SBM-1 40 a iii 81
ESRS 2 SBM-2 45 d 81
ESRS 2 SBM-1 42 a, b 81
ESRS 2 SBM-1 42 c 82
ESRS 2 SBM-1 42 82
ESRS 2 BP-1 5c 82
ESRS 2 SBM-2 45 a i 83
ESRS 2 SBM-2 45 a, 53 b iii 83
ESRS 2 SBM-2 45 b 84
ESRS 2 SBM-2 45 a iv 84
ESRS 2 SBM-2 45 a v 84
ESRS 2 SBM-2 45 a 84
ESRS 2 SBM-2 45 a 85
ESRS 2 SBM-2 45 a ii 85
ESRS 2 SBM-2 45 a iii 85
ESRS 2 SBM-2 45 c ii 85
ESRS 2 SBM-2 45 d 85
ESRS 2 SBM-2 45 a v 86
ESRS 2 SBM-3 48g 88
ESRS 2 IRO-1 53hg 88
ESRS 2 IRO-2 56 88
ESRS 2 SBM-3 48 a ;b; 48c I, ii, iii, iv; d; f; g; h 90
ESRS 2 IRO-1 53 b,c,d,g 91
ESRS 2 IRO-1 53 b 92
ESRS 2 IRO-1 53 ci,ciii 92
ESRS 2 IRO-1 53 a 93
ESRS 2 IRO-1 53 e,,f 93
ESRS 2 IRO-1 53 h 93
ESRS E1 GOV-3 13 105
ESRS E1 SBM-3 18 105
ESRS E1 SBM-3 19c 106
ESRS E1 SBM-3 19 c, ESRS E1 SBM-3 AR 8b 106
ESRS E1.IRO-1 20 a,b,c, AR 9 et AR12a 107
ESRS E1.IRO-1 11 a,b,c,d , 21, AR 12, 15 109
ESRS E1-2 24, 25 109
ESRS E1-2 24 110
ESRS E1-1 16a 110
ESRS E1-1, 16 h & i 110
ESRS E1-4, 34 e & 16 a 111
ESRS E1-4, 34 e & 16 a 111
ESRS E1-1 111
ESRS E1-17 111
ESRS E1-4 111
ESRS E1-1 16 a 111
ESRS E1-1 111
ESRS E1-17 111
ESRS E1-4 111
ESRS E1-1 16 a 111
ESRS E1-4 33 111
ESRS E1-4 34b 111
ESRS E1-3 29a, ESRS E1-3 AR21,
ESRS E1-1 14, 16b,j, ESRS E1-4 34f, 16b 112
ESRS E1-3 29 b 112
ESRS E1-3 29 b, ESRS E1-4 34 a,b 112
ESRS E1-3 AR21, ESRS E1-4 33, ESRS E1-4 34b 113
ESRS E1-3 29a, ESRS E1-1 14, 16b,j 114
ESRS E1-4 34 a,b 114
ESRS E1-4 AR 25 a,b 114
ESRS E1-3 29 ci, ESRS E1-1 16c 115
ESRS E1-1 16 f; ESRS E1-3 29 c ii,16 c & c iii,16 c 115
ESRS E1-1 16 d 115
ESRS E1-1 16 g 116
ESRS E1-6 AR 39b 116
ESRS E1-6 50 116
ESRS E1-6 48 a 116
ESRS E1-6 48 b 116
ESRS E1-6 49 a, 52 a 116
ESRS E1-6 49 b, 52 b 116
ESRS E1-6 51 116
ESRS E1-6 44, 52 a 117
ESRS E1-6 44, 52 b 117
ESRS E1-6 AR 43c, 45e, 46j 117
ESRS E1-6 44, 46d ; ESRS E1-6 48 a,b,
49 a,b, 52 a,b, 51, AR43c, AR45e, AR46j 117
ESRS E1-6 AR 41 117
ESRS E1-6 AR39 b 117
ESRS 2 BP-2 10 c 117
ESRS E1-6 45d 117
ESRS E1-6 AR39b 118
ESRS 2 BP-2 10 c 118
ESRS E1-6 AR 46 i, 46 h 118
ESRS E1-6, AR 46 i 119
ESRS 2 BP-2 10 c, E1-6, AR 46 g 119
ESRS E1-6 AR39 b 119
ESRS E1-6 47, 42c 119
ESRS E1-6 53, 55 & AR55 119
ESRS E1-6 53 119
ESRS E1-6 53 119
ESRS E1-6 AR 55 119
ESRS E1-6 AR55 119
ESRS E1-7 120
ESRS E1-8 120
ESRS E1-9 67e 121
ESRS 2 SBM-2 123
ESRS S1-SBM-3 124
ESRS S1-1 20 a, b, c, ESRS S1-1 21 124
ESRS S1-1 17,18,19, ESRS S1-1 23 124
ESRS S1-1 22 124
ESRS S1-1 24 a,b,c,d 124
ESRS S1-1 20b, ESRS S1-2 25, 26, 27 126
ESRS S1-2 28 126
ESRS S1-3 31, 32 126
ESRS S1-3 32 126
ESRS S1-3 32 e 126
ESRS S1-3 33 127
ESRS S1-4 36, 37, 38, 39, 42 127
ESRS S1-4 43 127
ESRS S1-5 46 128
ESRS S1-5 47 128
ESRS S1-5 47 128
ESRS S1-6 49,ESRS S1-6 50 dii 128
ESRS S1-6 50 a,b 128
ESRS S1-6 51 128
ESRS S1-6 50 di 129
ESRS S1-6 50 c 129
ESRS S1-6 50 e 129
ESRS S1-11 129
Phase in requirements for ESRS S1-13
83 a, 84, 85 129
Phase in requirements for
ESRS S1-13 83 a, 84, 85 129
ESRS S1-14 87 130
ESRS S1-14 88 130
ESRS S1-17 130
ESRS 2 SBM-2 131
ESRS S2-SBM-3 11 a,c 131
ESRS S2-16, 17, 18, 19 131
ESRS S2-2 132
ESRS S2-3 27, 28 132
ESRS S2-4 133
ESRS S2-5 41 133
Entityspecic 133
ESRS S2-5 42 134
ESRS G1.GOV-1_5a, ESRS G1.GOV-1_5b 136
ESRS G1.-1 7 137
ESRS G1.-2 14 137
ESRS G1-1 9, ESRS G1-1 10g,h,
ESRS G1-3 20, 21a, 21b, 21c 138
ESRS G1-4 24b 138
ESRS G1-3_18b,c 138
ESRS G1-4_24a 139
ESRS G1-4 139
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring 2025
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
144
5.4. Bijlage 3: Lijst met weggelaten informatie
Referentie Rechtvaardiging van de
weglating
Referentie Rechtvaardiging van de
weglating
ESRS 2 BP-1 5d Niet van toepassing ESRS S1 3 34 Niet-materieel gegeven
ESRS 2 BP-1 5e Niet van toepassing ESRS S1 4 40 b Niet-materieel gegeven
ESRS 2 BP-2 AR2 Rapportage op vrijwillige basis ESRS S1 4 41 Niet-materieel gegeven
ESRS 2 GOV-2 AR6 Rapportage op vrijwillige basis ESRS S1 4 AR 33, 35, 36, 40,
41 et 48
Rapportage op vrijwillige basis
ESRS 2 SBM-1 40 a iv Niet van toepassing ESRS S1 4 AR 43 Niet-materieel gegeven
ESRS 2 SBM-2 45 c i Niet van toepassing ESRS S1 5 AR 49 Rapportage op vrijwillige basis
ESRS 2 SBM-2 45 c iii Niet van toepassing ESRS S1 6 52 Rapportage op vrijwillige basis
ESRS 2 IRO-1 53 h Niet van toepassing ESRS S1 7 Niet-materieel subthema
ESRS 2 IRO-2 57 Niet van toepassing ESRS S1 8 Niet-materieel subthema
ESRS 2 IRO-2 58 Rapportage op vrijwillige basis ESRS S1 9 Niet-materieel subthema
ESRS S1 10 Niet-materieel subthema
ESRS E1 1-17 Niet van toepassing ESRS S1 12 Niet-materieel subthema
ESRS E1 IRO-1 AR 11 Gefaseerde implementatie ESRS S1 13 Gefaseerde implementatie
ESRS E1 IRO-1 21 Gefaseerde implementatie ESRS S1 14 89 et 90 Rapportage op vrijwillige basis
ESRS E1 IRO-1 AR 12 b,c,d Gefaseerde implementatie ESRS S1 14 AR 81 et 94 Rapportage op vrijwillige basis
ESRS E1 IRO-1 AR15 Gefaseerde implementatie ESRS S1 15 Niet-materieel subthema
ESRS E1 3 AR19d Rapportage op vrijwillige basis ESRS S1 16 Niet-materieel subthema
ESRS E1 4 AR 30 c Rapportage op vrijwillige basis ESRS S1 17 Niet-materieel subthema
ESRS E1 5 AR 38 b Rapportage op vrijwillige basis ESRS S2 SBM3 11 aiv,b,d,e Niet-materiële gegevens
ESRS E1 7 Niet van toepassing SBM3 12,13 Niet-materiële gegevens
ESRS E1 8 Niet van toepassing 1 AR 15,12,16 Rapportage op vrijwillige basis
ESRS E1 9 90 a - 100 a Niet van toepassing 2 24 Niet van toepassing
ESRS E1 9 AR71 b Rapportage op vrijwillige basis 3 29 Niet van toepassing
ESRS E1 9 67 (exept e) Gefaseerde implementatie 3 AR 23,24,25 Rapportage op vrijwillige basis
ESRS E1 9 AR72 Gefaseerde implementatie 4 AR 30,3,36,37,44 Rapportage op vrijwillige basis
ESRS E1 9 AR73 Gefaseerde implementatie 5 AR 45 Rapportage op vrijwillige basis
ESRS E1 9 AR 74 Rapportage op vrijwillige basis
ESRS E1 9 AR 76 Rapportage op vrijwillige basis ESRS S3 Niet-materieel thema
ESRS E1 9 68 Gefaseerde implementatie
ESRS E1 9 69 Gefaseerde implementatie ESRS S4 Niet-materieel thema
ESRS E2 Niet-materieel thema ESRS G1 1 10 b,d,e,f,h Niet-materieel thema
1 11 Rapportage op vrijwillige basis
ESRS E3 Niet-materieel thema 2 Niet-materieel thema
3 18 b,c Niet-materieel thema
ESRS E4 Niet-materieel thema 3 19 Niet-materieel thema
3 AR 7 Rapportage op vrijwillige basis
ESRS E5 Niet-materieel thema 4 25 Rapportage op vrijwillige basis
5 Niet-materieel thema
ESRS S1 1 AR10, 14 et 17 Rapportage op vrijwillige basis 6 Niet-materieel thema
ESRS S1 2 29 Niet van toepassing
ESRS S1 2 AR 25 et 26 Rapportage op vrijwillige basis
ESRS S1 3 AR 29 et 30 Rapportage op vrijwillige basis
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
145
5.5. Bijlage 4: Lijst met datapunten afkomstig uit andere wetgevingen van de EU
Disclosure Requirement and related
datapoint
SFDR (1) Pillar 3 (2) Benchmark Regula-
tion (3)
EU Climate Law (4) Localisation in the
sustainability state-
ments or in another
chapter of the annual
report
reference reference reference reference
ESRS 2 GOV-1 Board’s gender diversi-
ty paragraph 21 (d)
Indicator number
13 of Table #1 of
Annex 1
Commission Dele-
gated Regulation
(EU) 2020/1816 (5) ,
Annex II
Corporate governan-
ce statement chap 2
ESRS 2 GOV-1 Percentage of board
members who are independent pa-
ragraph 21 (e)
Delegated Regula-
tion (EU) 2020/1816,
Annex II
Corporate governan-
ce statement chap 2
ESRS 2 GOV-4 Statement on due
diligence paragraph 30
Indicator number
10 Table #3 of
Annex 1
Sustainability state-
ments chap 1.2
ESRS 2 SBM-1 Involvement in activities
related to fossil fuel activities para-
graph 40 (d) i
Indicators num-
ber 4 Table #1 of
Annex 1
Article 449a Re-
gulation (EU) No
575/2013; Commis-
sion Implementing
Regulation (EU)
2022/2453 (6) Ta-
ble 1: Qualitative
information on En-
vironmental risk and
Table 2: Qualitative
information on So-
cial risk
Delegated Regula-
tion (EU) 2020/1816,
Annex II
Sustainability state-
ments chap 2.2.8
ESRS 2 SBM-1 Involvement in activities
related to chemical production pa-
ragraph 40 (d) ii
Indicator num-
ber 9 Table #2 of
Annex 1
Delegated Regula-
tion (EU) 2020/1816,
Annex II
Sustainability state-
ments chap 2.2.8
ESRS 2 SBM-1 Involvement in activities
related to controversial weapons pa-
ragraph 40 (d) iii
Indicator num-
ber 14 Table #1 of
Annex 1
Delegated Re-
gulation (EU)
2020/1818 (7) , Arti-
cle 12(1) Delegated
Regulation (EU)
2020/1816, Annex II
Sustainability state-
ments chap 2.2.8
ESRS 2 SBM-1 Involvement in activities
related to cultivation and production
of tobacco paragraph 40 (d) iv
Delegated Regula-
tion (EU) 2020/1818,
Article 12(1) Delega-
ted Regulation (EU)
2020/1816, Annex II
Sustainability state-
ments chap 2.2.8
ESRS E1-1 Transition plan to reach cli-
mate neutrality by 2050 paragraph 14
Regulation (EU)
2021/1119, Article 2(1)
Sustainability state-
ments chap 2.2.4
ESRS E1-1 Undertakings excluded from
Paris-aligned Benchmarks para-
graph 16 (g)
Article 449a Regula-
tion (EU) No 575/2013;
Commission Imple-
menting Regulation
(EU) 2022/2453
Template 1: Ban-
king book- Climate
Change transition
risk: Credit quality of
exposures by sector,
emissions and resi-
dual maturity
Delegated Regula-
tion (EU) 2020/1818,
Article12.1 (d) to (g),
and Article 12.2
Sustainability state-
ments chap 2.2.4
ESRS E1-4 GHG emission reduction
targets paragraph 34
Indicator num-
ber 4 Table #2 of
Annex 1
Article 449a Regula-
tion (EU) No 575/2013;
Commission Imple-
menting Regulation
(EU) 2022/2453 Tem-
plate 3: Banking book
– Climate change
transition risk: align-
ment metrics
Delegated Regula-
tion (EU) 2020/1818,
Article 6
Sustainability state-
ments chap 2.2.4
ESRS E1-5 Energy consumption from
fossil sources disaggregated by
sources (only high climate impact
sectors) paragraph 38
Indicator number
5 Table #1 and In-
dicator n. 5 Table
#2 of Annex 1
Not material
ESRS E1-5 Energy consumption and
mix paragraph 37
Indicator number
5 Table #1 of An-
nex 1
Not material
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
146
Disclosure Requirement and related
datapoint
SFDR (1) Pillar 3 (2) Benchmark Regula-
tion (3)
EU Climate Law (4) Localisation in the
sustainability state-
ments or in another
chapter of the annual
report
ESRS E1-5 Energy intensity associated
with activities in high climate impact
sectors paragraphs 40 to 43
Indicator number
6 Table #1 of An-
nex 1
Not material
ESRS E1-6 Gross Scope 1, 2, 3 and Total
GHG emissions paragraph 44
Indicators number
1 and 2 Table #1 of
Annex 1
Article 449a; Regula-
tion (EU) No 575/2013;
Commission Imple-
menting Regulation
(EU) 2022/2453 Tem-
plate 1: Banking book
– Climate change
transition risk: Credit
quality of exposures
by sector, emissions
and residual ma-
turity
Delegated Regula-
tion (EU) 2020/1818,
Article 5(1), 6 and
8(1)
Sustainability state-
ments chap 2.2.5
ESRS E1-6 Gross GHG emissions inten-
sity paragraphs 53 to 55
Indicators num-
ber 3 Table #1 of
Annex 1
Article 449a Regula-
tion (EU) No 575/2013;
Commission Imple-
menting Regulation
(EU) 2022/2453 Tem-
plate 3: Banking book
– Climate change
transition risk: align-
ment metrics
Delegated Regula-
tion (EU) 2020/1818,
Article 8(1)
Sustainability state-
ments chap 2.2.5
ESRS E1-7 GHG removals and carbon
credits paragraph 56
Regulation (EU)
2021/1119, Article 2(1)
Sustainability state-
ments chap 2.2.6
ESRS E1-9 Exposure of the benchmark
portfolio to climate-related physical
risks paragraph 66
Delegated Regula-
tion (EU) 2020/1818,
Annex II Delegated
Regulation (EU)
2020/1816, Annex II
Phased in
ESRS E1-9 Disaggregation of mone-
tary amounts by acute and chronic
physical risk paragraph 66 (a) ESRS
E1-9Locationofsignicantassets
at material physical risk paragraph
66 (c).
Article 449a Regula-
tion (EU) No 575/2013;
Commission Imple-
menting Regulation
(EU) 2022/2453
paragraphs 46 and
47; Template 5: Ban-
king book - Climate
change physical risk:
Exposures subject to
physical risk.
Phased in
ESRS E1-9 Breakdown of the carrying
value of its real estate assets by
energy-efciencyclassesparagraph
67 (c).
Article 449a Regula-
tion (EU) No 575/2013;
Commission Imple-
menting Regulation
(EU) 2022/2453
paragraph 34;Tem-
plate 2:Banking book
-Climate change
transition risk: Loans
collateralised by
immovable property
-Energyefciencyof
the collateral
Phased in
ESRS E1-9 Degree of exposure of the
portfolio to climate- related opportu-
nities paragraph 69
Delegated Regula-
tion (EU) 2020/1818,
Annex II
Phased in
ESRS E2-4 Amount of each pollutant
listed in Annex II of the E- PRTR Regu-
lation (European Pollutant Release
and Transfer Register) emitted to air,
water and soil, paragraph 28
Indicator num-
ber 8 Table #1 of
Annex 1 Indicator
number 2 Table
#2 of Annex 1
Indicator number 1
Table #2 of Annex
1 Indicator num-
ber 3 Table #2 of
Annex 1
Not material
ESRS E3-1 Water and marine resour-
ces paragraph 9
Indicator num-
ber 7 Table #2 of
Annex 1
Not material
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
147
Disclosure Requirement and related
datapoint
SFDR (1) Pillar 3 (2) Benchmark Regula-
tion (3)
EU Climate Law (4) Localisation in the
sustainability state-
ments or in another
chapter of the annual
report
ESRS E3-1 Dedicated policy para-
graph 13
Indicator number
8 Table 2 of An-
nex 1
Not material
ESRS E3-1 Sustainable oceans and
seas paragraph 14
Indicator number
12 Table #2 of
Annex 1
Not material
ESRS E3-4 Total water recycled and
reused paragraph 28 (c)
Indicator number
6.2 Table #2 of
Annex 1
Not material
ESRS E3-4 Total water consumption in
m3 per net revenue on own operati-
ons paragraph 29
Indicator number
6.1 Table #2 of
Annex 1
Not material
ESRS 2 - SBM 3 - E4 paragraph 16 (a) i Indicator number
7 Table #1 of An-
nex 1
Not material
ESRS 2 - SBM 3 - E4 paragraph 16 (b) Indicator number
10 Table #2 of
Annex 1
Not material
ESRS 2 - SBM 3 - E4 paragraph 16 (c) Indicator number
14 Table #2 of
Annex 1
Not material
ESRS E4-2 Sustainable land / agricul-
ture practices or policies paragraph
24 (b)
Indicator num-
ber 11 Table #2 of
Annex 1
Not material
ESRS E4-2 Sustainable oceans / seas
practices or policies paragraph 24
(c)
Indicator number
12 Table #2 of
Annex 1
Not material
ESRS E4-2 Policies to address defo-
restation paragraph 24 (d)
Indicator number
15 Table #2 of
Annex 1
Not material
ESRS E5-5 Non-recycled waste para-
graph 37 (d)
Indicator number
13 Table #2 of
Annex 1
Not material
ESRS E5-5 Hazardous waste and
radioactive waste paragraph 39
Indicator number
9 Table #1 of An-
nex 1
Not material
ESRS 2- SBM3 - S1 Risk of incidents of
forced labour paragraph 14 (f)
Indicator number
13 Table #3 of
Annex I
Sustainability state-
ments chapter
ESRS 2- SBM3 - S1 Risk of incidents of
child labour paragraph 14 (g)
Indicator number
12 Table #3 of
Annex I
Not material
ESRS S1-1 Human rights policy com-
mitments paragraph 20
Indicator number
9 Table #3 and
Indicator number
11 Table #1 of An-
nex I
Sustainability state-
ments chapter 3.1.3
ESRS S1-1 Due diligence policies on
issues addressed by the fundamen-
tal International Labor Organisation
Conventions 1 to 8, paragraph 21
Delegated Regula-
tion (EU) 2020/1816,
Annex II
Sustainability state-
ments chapter 3.1.3
ESRS S1-1 processes and measures
forpreventingtrafckinginhuman
beings paragraph 22
Indicator num-
ber 11 Table #3 of
Annex I
Sustainability state-
ments chapter 3.1.3
ESRS S1-1 workplace accident pre-
vention policy or management sys-
tem paragraph 23
Indicator number
1 Table #3 of An-
nex I
Sustainability state-
ments chapter 3.1.3
ESRS S1-3 grievance/complaints
handling mechanisms paragraph
32 (c)
Indicator num-
ber 5 Table #3 of
Annex I
Sustainability state-
ments chapter 3.1.5
ESRS S1-14 Number of fatalities and
number and rate of work-related
accidents paragraph 88 (b) and (c)
Indicator num-
ber 2 Table #3 of
Annex I
Delegated Regula-
tion (EU) 2020/1816,
Annex II
Sustainability state-
ments chapter 3.1.11
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
148
Disclosure Requirement and related
datapoint
SFDR (1) Pillar 3 (2) Benchmark Regula-
tion (3)
EU Climate Law (4) Localisation in the
sustainability state-
ments or in another
chapter of the annual
report
ESRS S1-14 Number of days lost to
injuries, accidents, fatalities or ill-
ness paragraph 88 (e)
Indicator num-
ber 3 Table #3 of
Annex I
Sustainability state-
ments chapter 3.1.11
ESRS S1-16 Unadjusted gender pay
gap paragraph 97 (a)
Indicator num-
ber 12 Table #1 of
Annex I
Delegated Regula-
tion (EU) 2020/1816,
Annex II
Not material
ESRS S1-16 Excessive CEO pay ra-
tio paragraph 97 (b)
Indicator num-
ber 8 Table #3 of
Annex I
Not material
ESRS S1-17 Incidents of discriminati-
on paragraph 103 (a)
Indicator num-
ber 7 Table #3 of
Annex I
Not material
ESRS S1-17 Non-respect of UNGPs
on Business and Human Rights and
OECD Guidelines paragraph 104 (a)
Indicator number
10 Table #1 and In-
dicator n. 14 Table
#3 of Annex I
Delegated Regula-
tion (EU) 2020/1816,
Annex II Delegated
Regulation (EU)
2020/1818 Art 12 (1)
Not material
ESRS2-SBM3–S2Signicantriskof
child labour or forced labour in the
value chain paragraph 11 (b)
Indicators number
12 and n. 13 Table
#3 of Annex I
Not material
ESRS S2-1 Human rights policy com-
mitments paragraph 17
Indicator number
9 Table #3 and
Indicator n. 11 Table
#1 of Annex 1
Sustainability state-
ments chapter 3.2.3
ESRS S2-1 Policies related to value
chain workers paragraph 18
Indicator number
11 and n. 4 Table
#3 of Annex 1
Sustainability state-
ments chapter 3.2.3
ESRS S2-1 Non- respect of UNGPs on
Business and Human Rights princi-
ples and OECD guidelines paragraph
19
Indicator num-
ber 10 Table #1 of
Annex 1
Delegated Regula-
tion (EU) 2020/1816,
Annex II Delegated
Regulation (EU)
2020/1818, Art 12 (1)
Sustainability state-
ments chapter 3.2.3
ESRS S2-1 Due diligence policies on
issues addressed by the fundamen-
tal International Labor Organisation
Conventions 1 to 8, paragraph 19
Delegated Regula-
tion (EU) 2020/1816,
Annex II
Sustainability state-
ments chapter 3.2.3
ESRS S2-4 Human rights issues and
incidents connected to its upstream
and downstream value chain para-
graph 36
Indicator number
14 Table #3 of
Annex 1
Sustainability state-
ments chapter 3.2.6
ESRS S3-1 Human rights policy com-
mitments paragraph 16
Indicator number
9 Table #3 of An-
nex 1 and Indicator
number 11 Table #1
of Annex 1
Not material
ESRS S3-1 non-respect of UNGPs on
Business and Human Rights, ILO prin-
ciples or OECD guidelines paragraph
17
Indicator number
10 Table #1 Annex 1
Delegated Regula-
tion (EU) 2020/1816,
Annex II Delegated
Regulation (EU)
2020/1818, Art 12 (1)
Not material
ESRS S3-4 Human rights issues and
incidents paragraph 36
Indicator number
14 Table #3 of
Annex 1
Not material
ESRS S4-1 Policies related to consu-
mers and end-users paragraph 16
Indicator number
9 Table #3 and
Indicator number
11 Table #1 of An-
nex 1
Not material
ESRS S4-1 Non-respect of UNGPs on
Business and Human Rights and
OECD guidelines paragraph 17
Indicator num-
ber 10 Table #1 of
Annex 1
Delegated Regula-
tion (EU) 2020/1816,
Annex II Delegated
Regulation (EU)
2020/1818, Art 12 (1)
Not material
ESRS S4-4 Human rights issues and
incidents paragraph 35
Indicator number
14 Table #3 of
Annex 1
Not material
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
149
Disclosure Requirement and related
datapoint
SFDR (1) Pillar 3 (2) Benchmark Regula-
tion (3)
EU Climate Law (4) Localisation in the
sustainability state-
ments or in another
chapter of the annual
report
ESRS G1-1 United Nations Convention
against Corruption paragraph 10 (b)
Indicator number
15 Table #3 of
Annex 1
Sustainability state-
ments chapter 4.2
ESRS G1-1 Protection of whistle- blo-
wers paragraph 10 (d)
Indicator num-
ber 6 Table #3 of
Annex 1
Sustainability state-
ments chapter 4.2
ESRS G1-4 Fines for violation of
anti-corruption and anti-bribery
laws paragraph 24 (a)
Indicator number
17 Table #3 of
Annex 1
Delegated Regula-
tion (EU) 2020/1816,
Annex II)
Sustainability state-
ments chapter 4.3
ESRS G1-4 Standards of anti- cor-
ruption and anti- bribery paragraph
24 (b)
Indicator number
16 Table #3 of
Annex 1
Sustainability state-
ments chapter 4.3
1 Regulation (EU) 2019/2088 of the
European Parliament and of the
Council of 27 November 2019 on sus-
tainability‐relateddisclosuresinthe
nancialservicessector(Sustainable
Finance Disclosures Regulation) (OJ L
317, 9.12.2019, p. 1).
2 Regulation (EU) No 575/2013 of
the European Parliament and of the
Council of 26 June 2013 on prudential
requirements for credit institutions
andinvestmentrmsandamending
Regulation (EU) No 648/2012 (Capital
Requirements Regulation “CRR”) (OJ L
176, 27.6.2013, p. 1).
3 Regulation (EU) No 575/2013 of
the European Parliament and of the
Council of 26 June 2013 on prudential
requirements for credit institutions
andinvestmentrmsandamending
Regulation (EU) No 648/2012 (Capital
Requirements Regulation “CRR”) (OJ L
176, 27.6.2013, p. 1).
4 Regulation (EU) 2021/1119 of the
European Parliament and of the
Council of 30 June 2021 establishing
the framework for achieving climate
neutrality and amending Regulations
(EC) No 401/2009 and (EU) 2018/1999
(‘European Climate Law’) (OJ L 243,
9.7.2021, p. 1).
5 Commission Delegated Regulation
(EU) 2020/1816 of 17 July 2020 supple-
menting Regulation (EU) 2016/1011 of
the European Parliament and of the
Council as regards the explanation
in the benchmark statement of how
environmental, social and gover-
nancefactorsarereectedineach
benchmark provided and published
(OJ L 406, 3.12.2020, p. 1).
6 Commission Implementing Regula-
tion (EU) 2022/2453 of 30 November
2022 amending the implementing
technical standards laid down in Im-
plementing Regulation (EU) 2021/637
as regards the disclosure of environ-
mental, social and governance risks
(OJ L 324,19.12.2022, p.1.).
7 Commission Delegated Regulation
(EU) 2020/1818 of 17 July 2020 sup-
plementing Regulation (EU) 2016/1011
of the European Parliament and of
the Council as regards minimum
standards for EU Climate Transition
Benchmarks and EU Paris- aligned
Benchmarks (OJ L 406, 3.12.2020, p. 17).
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
150
5.6. Bijlage 5: Verslag van de
bedrijfsrevisor
Verslag van de commissaris met een beperkte
mate van zekerheid over de geconsolideerde
duurzaamheidsverklaring van Aannemings-
maatschappij CFE NV
Aan de Algemene Vergadering van aandeelhouders,
In het kader van de wettelijke assuranceopdracht met een
beperkte mate van zekerheid met betrekking tot de geconsoli
-
deerde duurzaamheidsverklaring van Aannemingsmaatschappij
CFE NV (“de Vennootschap” of “de Groep”), leggen wij u ons
verslag over deze opdracht voor.
Wij werden benoemd door de algemene vergadering van 2
mei 2024, overeenkomstig het voorstel van het bestuursor
-
gaan uitgebracht op aanbeveling van het auditcomité van
Aannemingsmaatschappij CFE NV, voor het uitvoeren van een
assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid met
betrekking tot de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie van
de Vennootschap, opgenomen in de duurzaamheidsverklaring
van het jaarverslag per 31 december 2025 en voor het boekjaar
afgesloten op deze datum (hierna de “duurzaamheidsverkla
-
ring”).
Ons mandaat loopt af op de datum van de algemene verga
-
dering die beraadslaagt over de jaarrekening afgesloten op
31 december 2026. Wij hebben onze assurance opdracht over
de duurzaamheidsverklaring van de Vennootschap uitgevoerd
gedurende 2 opeenvolgende boekjaren.
Conclusie met een beperkte mate van zekerheid
Wij hebben een assuranceopdracht met een beperkte mate van
zekerheid met betrekking tot de duurzaamheidsverklaring van de
Vennootschap uitgevoerd.
Op basis van de uitgevoerde werkzaamheden en de verkregen
assuranceinformatie is niets onder onze aandacht gekomen dat
ons ertoe aanzet van mening te zijn dat de duurzaamheidsver
-
klaring van de Vennootschap, in alle van materieel belang zijnde
opzichten:
• niet is opgesteld in overeenstemming met de vereisten
bedoeld in artikel 3:32/2 van het Wetboek van vennoot
-
schappen en verenigingen, met inbegrip van de over-
eenstemming met de toepasbare Europese standaarden
voor duurzaamheidsinformatie (de European Sustainability
Reporting Standards (“ESRS’s”));
• niet in overeenstemming is met het door de Vennootschap
uitgevoerde proces (“het Proces”) om de op grond van
de ESRS’s openbaar gemaakte duurzaamheidsinformatie
vast te stellen, zoals uiteengezet in de sectie 1.6. “IRO-1 en 2
Dubbele materialiteits-analyse” van de duurzaamheidsver
-
klaring; en
• de vereisten niet naleeft van artikel 8 van Verordening (EU)
2020/852 (de “Taxonomieverordening”) betreffende de
openbaarmaking van de informatie opgenomen in sectie
2.1. “ Informatie met betrekking tot de Europese Taxonomie
(conform artikel 8 van Verordening (EU) 2020/852)“ in de
duurzaamheidsverklaring.
Basis voor de conclusie
Wij hebben onze assuranceopdracht met een beperkte mate van
zekerheid uitgevoerd overeenkomstig ISAE 3000 (Herzien), Assu
-
ranceopdrachten anders dan opdrachten tot controle of beoor-
delingvanhistorischenanciëleinformatie(“ISAE3000(Herzien)”),
zoals in België van toepassing.
Onze verantwoordelijkheden op grond van deze standaard zijn
uitvoeriger beschreven in de sectie van ons verslag “Verantwoor
-
delijkheden van de commissaris betreffende de assuranceop-
dracht met een beperkte mate van zekerheid met betrekking tot
de duurzaamheidsverklaring”.
Wij hebben alle deontologische vereisten die relevant zijn voor
een assuranceopdracht van duurzaamheidsinformatie in België
nageleefd, met inbegrip van deze met betrekking tot de onafhan
-
kelijkheid.
Wij passen de internationale standaard voor kwaliteitsmanage
-
ment 1 (“ISQM 1”) toe, die vereist dat het kantoor een kwaliteits-
managementsysteem opzet, implementeert en in werking stelt,
inclusief beleidslijnen of procedures met betrekking tot de nale
-
ving van ethische vereisten, professionele normen en toepasse-
lijke wettelijke en regelgevende vereisten.
We hebben van het bestuursorgaan en van de aangestelden
van de Vennootschap de vereiste ophelderingen en inlichtingen
verkregen voor onze assuranceopdracht met een beperkte mate
van zekerheid.
Wij zijn van mening dat de door ons verkregen assuranceinfor
-
matie voldoende en geschikt is als basis voor onze conclusie.
Verantwoordelijkheden van het bestuursorgaan betreffende
het opstellen van de duurzaamheidsverklaring
Het bestuursorgaan van de Vennootschap is verantwoordelijk
voor het opzetten en implementeren van een Proces en voor het
toelichten van dit Proces in sectie 1.6. “IRO-1 en 2 Dubbele mate
-
rialiteitsanalyse” van de duurzaamheidsverklaring. Deze verant-
woordelijk-heid omvat:
• het begrijpen van de context waarin de activiteiten en zake
-
lijke betrekkingen van de Vennootschap plaatsvinden en het
ontwikkelen van inzicht in haar betrokken belanghebbenden;
• hetidenticerenvandefeitelijkeenpotentiëleeffecten
(zowel negatieve als positieve) in verband met duurzaam
-
heidskwesties, alsook van risico’s en opportuniteiten die de
nanciëlepositie,denanciëleprestaties,dekasstromen,
detoegangtotnancieringofdekapitaalkostenvande
Vennootschap op korte, middellange of lange termijn
beïnvloeden of waarvan redelijkerwijs zou kunnen worden
verwacht dat zij hierop een invloed zullen hebben;
• het beoordelen van de materialiteit van de vastgestelde
effecten, risico’s en opportuniteiten in verband met duur
-
zaamheidskwesties door passende drempelwaarden te
selecteren en toe te passen; en
• het maken van veronderstellingen en schattingen die onder
de gegeven omstandigheden redelijk zijn.
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
151
Het bestuursorgaan van de Vennootschap is ook verantwoor-
delijk voor het opstellen van de duurzaamheidsverklaring, die de
door het Proces vastgestelde informatie bevat,
• in overeenstemming met de vereisten bedoeld in artikel
3:32/2 van het Wetboek van vennootschappen en vereni
-
gingen, met inbegrip van de toepasbare ESRS’s; en
• met naleving van de vereisten in artikel 8 van Verordening
(EU) 2020/852 (de “Taxonomie-verordening”) betreffende de
openbaarmaking van de informatie opgenomen in sectie
2.1. “Informatie met betrekking tot de Europese Taxonomie
(conform artikel 8 van Verordening (EU) 2020/852)“ in de
duurzaamheids-verklaring.
Deze verantwoordelijkheid omvat:
• het opzetten, implementeren en in stand houden van
dergelijke interne beheersingsmaatregelen die het bestuurs
-
orgaan noodzakelijk acht voor het opstellen van een duur-
zaamheidsverklaring die geen afwijkingen van materieel
belang, als gevolg van fraude of van fouten, bevat; en
• het kiezen en toepassen van geschikte methoden voor
duurzaamheidsverslaggeving, en het maken van veronder
-
stellingen en schattingen die onder de gegeven omstandig-
heden redelijk zijn.
Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het toezicht op het
duurzaamheids-verslaggevingsproces van de Vennootschap.
Inherente beperkingen bij het opstellen van de duurzaam
-
heidsinformatie
Bij het rapporteren van toekomstgerichte informatie in overeen
-
stemming met de ESRS’s, wordt van het bestuursorgaan van de
Vennootschap vereist dat het de toekomstgerichte informatie
opstelt op basis van toegelichte veronderstellingen over gebeur
-
tenissen die zich in de toekomst kunnen voordoen en mogelijke
toekomstige maatregelen van de Vennootschap. De werkelijke
uitkomsten zullen naar alle waarschijnlijkheid afwijken van de
veronderstellingen, aangezien de veronderstelde gebeurtenissen
zich veelal niet zullen voordoen zoals verwacht en de afwijking
daarvan van materieel belang kan zijn.
Verantwoordelijkheden van de commissaris betreffende de
assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid met
betrekking tot de duurzaamheidsverklaring
Het is onze verantwoordelijkheid om de assuranceopdracht te
plannen en uit te voeren met het oog op het verkrijgen van een
beperkte mate van zekerheid over de vraag of de duurzaam
-
heidsverklaring geen afwijkingen van materieel belang, als gevolg
van fraude of van fouten, bevat, en het uitbrengen van een assu
-
ranceverslag met een beperkte mate van zekerheid waarin onze
conclusie is opgenomen. Afwijkingen kunnen zich voordoen als
gevolg van fraude of fouten en worden als van materieel belang
beschouwd indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat zij, indi
-
vidueel of gezamenlijk, de beslissingen genomen door gebruikers
op basis van de duurzaamheidsverklaring, beïnvloeden.
Als deel van een assuranceopdracht met een beperkte mate
van zekerheid overeenkomstig ISAE 3000 (Herzien), zoals in België
van toepassing, passen wij professionele oordeelsvorming toe en
handhaven wij een professioneel-kritische instelling gedurende
de opdracht. De uitgevoerde werkzaamheden in een opdracht
met het oog op het verkrijgen van een beperkte mate van zeker
-
heid, waarvoor wij verwijzen naar de sectie “Samenvatting van de
uitgevoerde werkzaamheden” zijn minder uitgebreid dan in het
geval van een opdracht met het oog op het verkrijgen van een
redelijke mate van zekerheid. We brengen dan ook geen oordeel
met een redelijke mate van zekerheid tot uitdrukking als deel van
deze opdracht.
Aangezien de toekomstgerichte informatie in de duurzaam
-
heidsverklaring en de veronderstellingen waarop deze is geba-
seerd, betrekking hebben op de toekomst, kunnen deze worden
beïnvloed door gebeurtenissen die zich mogelijks voordoen en/
of door mogelijke acties van de Vennootschap. De werkelijke
uitkomsten zullen naar alle waarschijnlijkheid afwijken van de
veronderstellingen, aangezien de veronderstelde gebeurtenissen
zich veelal niet zullen voordoen zoals verwacht en de afwijking
daarvan van materieel belang kan zijn. Onze conclusie biedt
daarom geen garantie dat de gerapporteerde werkelijke uitkom
-
sten zullen overeenkomen met diegenen opgenomen in de
toekomstgerichte informatie in de duurzaamheidsverklaring.
Onze verantwoordelijkheden ten aanzien van de duurzaamheids
-
verklaring, met betrekking tot het Proces, omvatten:
• Het verwerven van inzicht in het Proces, maar niet met het
oog op het verstrekken van een conclusie over de effecti
-
viteit van het Proces, met inbegrip van de uitkomst van het
Proces; en;
• Het opzetten en uitvoeren van werkzaamheden om te
evalueren of het Proces in overeenstemming is met de
beschrijving van het Proces door de Vennootschap, zoals
uiteengezet in sectie 1.6. “IRO-1 en 2 Dubbele materialiteitsa
-
nalyse” van de duurzaamheids-verklaring.
Onze overige verantwoordelijkheden ten aanzien van de duur
-
zaamheidsverklaring omvatten:
• Het verwerven van inzicht in de beheersingsomgeving
van de Vennootschap, en in de relevante processen en
informatiesystemen voor het opstellen van de duurzaam
-
heidsverklaring,maarzonderdeopzetvandespecieke
controleactiviteiten te beoordelen, onderbouwende infor
-
matie over hun implementatie te verkrijgen of de effectieve
werking van de opgezette interne beheersingsmaatregelen
te toetsen;
• Hetidenticerenvandegebiedenwaarvanmaterieel
belang zijnde afwijkingen waarschijnlijk zullen optreden in
de duurzaamheidsverklaring of deze nu het gevolg zijn van
fraude of van fouten; en
• Het opzetten en uitvoeren van werkzaamheden die inspelen
op gebieden waar afwijkingen van materieel belang in de
duurzaamheidsverklaring zich waarschijnlijk zullen voordoen.
Het risico van het niet detecteren van een van materieel
belang zijnde afwijking is groter indien die afwijking het
gevolg is van fraude dan indien zij het gevolg is van fouten,
omdat bij fraude sprake kan zijn van samenspanning, vals
-
heid in geschrifte, het opzettelijk nalaten transacties vast te
leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het
doorbreken van de interne beheersing.
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
152
Samenvatting van de uitgevoerde werkzaamheden
Een assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid
omvat het uitvoeren van werkzaamheden om assuranceinfor
-
matiete verkrijgen over de duurzaamheidsverklaring. De werk-
zaamheden die bij een opdracht met een beperkte mate van
zekerheid worden uitgevoerd, zijn verschillend in aard en timing
en geringer van omvang dan voor opdrachten tot het verkrijgen
van een redelijke mate van zekerheid. Daardoor ligt het niveau
van zekerheid dat wordt verkregen bij een opdracht met een
beperkte mate van zekerheid aanzienlijk lager dan wanneer een
opdracht met een redelijke mate van zekerheid is uitgevoerd.
De aard, timing en omvang van geselecteerde werkzaamheden
zijn afhankelijk van professionele oordeelsvorming, waaronder de
vaststelling van gebieden waar afwijkingen van materieel belang
in de duurzaamheidsverklaring, als gevolg van fraude of van
fouten, zich waarschijnlijk zullen voordoen.
Bij het uitvoeren van onze assuranceopdracht met een beperkte
mate van zekerheid, met betrekking tot het Proces, hebben wij:
• Inzicht verworven in het Proces door:
– het verzoeken om inlichtingen teneinde inzicht te
verwerven in de bronnen van informatie gebruikt door
het management (bijv. betrokkenheid van belangheb
-
benden, bedrijfs-plannen en strategiedocumenten),
– alsook het beoordelen van de interne documentatie
van de Vennootschap van haar Proces; en
• Geëvalueerd of de assuranceinformatie verkregen uit onze
werkzaamheden over het door de Vennootschap geïm
-
plementeerde Proces in overeenstemming was met de
beschrijving van het Proces zoals uiteengezet in sectie 1.6.
“IRO-1 en 2 Dubbele materialiteitsanalyse” van de duur
-
zaamheidsverklaring.
Bij het uitvoeren van onze assuranceopdracht met een beperkte
mate van zekerheid, met betrekking tot de duurzaamheidsver
-
klaring, hebben wij:
• Inzicht verworven in de verslaggevingsprocessen van de
Vennootschap die relevant zijn voor het opstellen van haar
duurzaamheidsverklaring door:
– het interviewen van management en betrokken
medewerkers die verantwoordelijk zijn voor het
consolideren en het uitvoeren van interne beheer
-
singsmaatregelen met betrekking tot de duurzaam-
heids-verklaring; en
– wanneer dit passend wordt geacht, het bekomen van
onderbouwende documentatie voor de betreffende
verslaggevingsprocessen
• Geëvalueerd of de informatie zoals vastgesteld door het
Proces is opgenomen in de duurzaamheidsverklaring;
• Geëvalueerd of de structuur en het opstellen van de duur
-
zaamheidsverklaring overeenstemt met de ESRS’s;
• Om inlichtingen verzocht bij relevant personeel en cijfera
-
nalyses uitgevoerd op geselecteerde informatie in de duur-
zaamheidsverklaring;
• Gegevensgerichte assurancewerkzaamheden uitgevoerd
op basis van een steekproef op geselecteerde informatie in
de duurzaamheidsverklaring;
• Voor een aantal locaties die bijdragen tot de kwantitatieve
informatie opgenomen in de duurzaamheidsverklaring,
ter plaatse of via digitale weg, op basis van professionele
oordeelsvorming en op steekproefbasis, beperkte detail
-
testen uitgevoerd met betrekking tot de processen van
gegevensverzameling en -berekening, evenals validatie
-
procedures met betrekking tot de betreffende kwantitatieve
informatie;
• Assuranceinformatie verkregen over de methoden voor het
ontwikkelen van schattingen en toekomstgerichte infor
-
matie; geëvalueerd zoals beschreven in de sectie “Verant-
woordelijkheden van de commissaris betreffende de
assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid
met betrekking tot de duurzaamheidsverklaring”;
• Inzicht verworven in het proces voor het vaststellen
van economische activiteiten die voor de taxonomie in
aanmerking komen en op de taxonomie afgestemd zijn en
de overeenkomstige toelichtingen in de duurzaamheids
-
verklaring;
• Op steekproefbasis, afstemming gedaan van de econo
-
mische activiteiten met bewijsstukken die de substantiële
bijdrage, de geen ernstige afbreuk doen bijdrage, en de
minimumgaranties onderbouwen;
• Het afstemmen van de input voor de omzet, de kapitaal
-
uitgaven en de operationele uitgaven met onderliggende
nanciëleinformatievandeVennootschap.
Vermeldingen betreffende de onafhankelijkheid
Ons bedrijfsrevisorenkantoor en ons netwerk hebben geen
opdrachten die onverenigbaar zijn met de assuranceopdracht
met een beperkte mate van zekerheid verricht, en ons bedrijfs
-
revisorenkantoor is in de loop van ons mandaat onafhankelijk
gebleven tegenover de Vennootschap.
Diegem, 30 maart 2026
EY Bedrijfsrevisoren BV
Commissaris
Vertegenwoordigd door
Marnix Van Dooren*
Partner
* Handelend in naam van een BV
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring
Financiële staten
Jaarverslag 2025 - CFE
153
Financiële
staten
Jaarverslag 2025 - CFE
154
DEFINITIES ..................................................................................................... 155
GECONSOLIDEERDE FINANCIËLE STATEN ................................
.................. 156
GECONSOLIDEERD OVERZICHT VAN DE RESULTATENREKENING
........................................................................................ 156
GECONSOLIDEERD OVERZICHT VAN HET TOTAALRESULTAAT . 156
GECONSOLIDEERD OVERZICHT VAN DE FINANCIËLE POSITIE .. 157
GECONSOLIDEERD KASSTROOMOVERZICHT ........................ 158
GECONSOLIDEERD MUTATIEOVERZICHT VAN HET EIGEN
VERMOGEN
....................................................................... 161
KAPITAAL EN RESERVES ....................................................... 161
TOELICHTING BIJ DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING ...................... 162
VOORAF ........................................................................... 162
VOORNAAMSTE TRANSACTIES IN 2025 EN 2024 MET
GEVOLGEN VOOR DE CONSOLIDATIEKRING VAN DE GROEP CFE
........................................................................................ 162
1. ALGEMENE PRINCIPES .......................................................................... 165
2. BELANGRIJKE GRONDSLAGEN BIJ DE OPSTELLING VAN DE
JA
ARREKENING .................................................................................... 166
3. CONSOLIDATIEMETHODEN ................................
.................................. 180
4. SEGMENTINFORMATIE ................................
.......................................... 181
5. OVERNAMES EN VERVREEMDINGEN VAN DOCHTERONDER-
NE
MINGEN ............................................................................................. 185
6. OVERIGE EXPLOITATIEBATEN EN EXPLOITATIELASTEN .....................
186
7. PERSONEELSUITGAVEN ................................
........................................ 186
8. FINANCIEEL RESULTAAT ................................
....................................... 187
9. MINDERHEIDSBELANGEN ................................
..................................... 187
10. RESULTAAT PER AANDEEL ................................
.................................... 187
11. BELASTINGEN OP HET TOTAALRESULTAAT ................................
........ 188
12. IMMATERIËLE VASTE ACTIVA ANDERS DAN GOODWILL ....................
191
13. GOODWILL ................................
............................................................. 192
14. MATERIËLE VASTE ACTIVA ................................
.................................. 193
15. DEELNEMINGEN WAAROP VERMOGENSMUTATIEMETHODE I
S
TO
EGEPAST ........................................................................................... 195
16. OVERIGE FINANCIËLE VASTE ACTIVA ................................
................ 202
17. BOUWCONTRACTEN ................................
........................................... 204
18. VOORRADEN ................................
........................................................ 205
19. GELDMIDDELEN EN KASEQUIVALENTEN ................................
............ 205
20. KAPITAALSUBSIDIES ................................
........................................... 206
21. INFORMATIE OVER HET AANDELENOPTIEPLAN OP EIGEN AANDELEN
................................
............................................................................... 206
22. PERSONEELSBELONINGEN ................................
................................... 207
23. ANDERE VOORZIENINGEN DAN PENSIOENVERPLICHTINGEN E
N
P
ERSONEELSBELONINGEN .................................................................... 212
24. VOORWAARDELIJKE ACTIVA EN VERPLICHTINGEN ..........................
213
25. NETTO FINANCIËLE SCHULD ................................
................................ 214
26. INFORMATIE BETREFFENDE HET BEHEER VAN DE FINANCIËLE RISICO’S
................................
................................................................................ 217
27. ANDERE GEGEVEN VERPLICHTINGEN ................................
................. 223
28. ANDERE ONTVANGEN VERPLICHTINGEN ................................
........... 224
29. GESCHILLEN ................................
.......................................................... 224
30. VERBONDEN PARTIJEN ................................
....................................... 224
31. BEZOLDIGING VAN DE COMMISSARIS ................................
............... 226
32. BELANGRIJKE GEBEURTENISSEN NA BALANSDATUM ......................
226
33. ONDERNEMINGEN BEHORENDE TOT DE GROEP CFE .........................
226
VERKLARING OVER HET GETROUWE BEELD VAN DE FINANCIËLE STATEN EN
H
ET GETROUWE OVERZICHT IN HET BEHEERSVERSLAG ................... 233
ALGEMENE INLICHTINGEN OVER DE VENNOOTSCHAP ............................
234
STATUTAIRE FINANCIELE STATEN ................................
............................. 242
Jaarverslag 2025 - CFE
155
DEFINITIES
Behoefte aan werkkapitaal Voorraden + handelsvorderingen en overige bedrijfsvorderingen + Bouwcontracten
activa + overige vlottende activa uit niet-operationele activiteiten – handelsschulden en
overige schulden – fiscale schulden – bouwcontracten passiva – overige kortlopende
verplichtingen uit niet-operationele activiteiten.
Vastgoedbestand Eigen vermogen segment Vastgoedontwikkeling + netto financiële schuld segment
Vastgoedontwikkeling.
Netto financiële schuld (NFS) Langlopende en kortlopende financiële schulden – geldmiddelen en kasequivalenten.
Netto financiële positie
Geldmiddelen en kasequivalenten - langlopende en kortlopende financiële schulden.
Resultaat van de operationele
activiteiten
Omzet + overige exploitatiebaten + grondstoffen, verbruiksgoederen, diensten en
uitbesteed werk + Personeelsuitgaven + overige exploitatielasten + afschrijvingen.
Bedrijfsresultaat (EBIT)
Resultaat van de operationele activiteiten + aandeel in de winst (het verlies) van
deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast.
EBITDA
Resultaat van de operationele activiteiten + afschrijvingen
.
Rendement op eigen vermogen
(ROE)
Resultaat – deel van de groep / eigen vermogen – deel van de groep (opening).
Gemiddelde rente op financiële
schuld
De contractuele rentevoet (gewogen gemiddelde) van de financiële schulden die
gedurende
het jaar van kracht waren, rekening houdend met de
afdekkingsinstrumenten. De financiële schulden omvatten trekkingen op kredietlijnen,
bankleningen, obligaties en leasings.
Jaarverslag 2025 - CFE
156
GECONSOLIDEERDE FINANCIËLE STATEN
GECONSOLIDEERD OVERZICHT VAN DE RESULTATENREKENING
Boekjaar afgesloten op 31 december
(duizend euro)
Toelichting 2025 2024
Omzet 4 1.041.593 1.182.169
Overige exploitatiebaten 6 55.861 38.730
Grondstoffen, verbruiksgoederen, diensten en uitbesteed werk (706.843) (842.639)
Personeelsuitgaven 7 (242.829) (240.232)
Overige exploitatielasten 6 (84.778) (88.159)
Afschrijvingen (22.434) (21.832)
Resultaat van de operationele activiteiten 40.570 28.037
Aandeel in de winst (het verlies) van deelnemingen waarop
vermogensmutatiemethode is toegepast
15 4.282 3.968
Bedrijfsresultaat
44.852
32.005
Renteopbrengsten
8
12.141
12.944
Rentelasten
8
(11.021)
(15.386)
Overige financieel resultaat 8 (2.202) 7.240
Financieel resultaat
(1.082)
4.798
Resultaat vóór belastingen 43.770 36.803
Winstbelastingen 11 (10.247) (12.840)
Resultaat van de periode 33.523 23.963
Minderheidsbelangen 9 19 0
Resultaat - deel van de groep 33.542 23.963
Resultaat per aandeel (deel van de groep) (EUR) (basis en verwaterd)
10
1,36
0,97
GECONSOLIDEERD OVERZICHT VAN HET TOTAALRESULTAAT
Boekjaar afgesloten op 31 december
(duizend euro)
Toelichting 2025 2024
Resultaat
- deel van de groep 33.542 23.963
Resultaat van de periode
33.523
23.963
Financiële instrumenten
– veranderingen in de reële waarde 778 (2.070)
Wisselkoersverschillen uit de omrekening
(7.946) (561)
Uitgestelde belastingen
0 0
Overige elementen van het totaalresultaat die later overgebracht zullen
worden naar het nettoresultaat
(7.168) (2.631)
Herwaardering van de nettoverplichtingen m.b.t. toegezegde prestatie
- en
premieregelingen
22
1.050 (31)
Uitgestelde belastingen
11
(124)
48
Overige elementen van het totaalresultaat die later niet overgebracht
zullen worden naar het nettoresultaat
926 17
Totaal overige elementen van het totaalresultaat die rechtstreeks in het
eigen vermogen opgenomen worden
(6.242) (2.614)
Totaalresultaat :
27.281
21.349
-
Deel van de groep
27.282
21.351
-
Deel van de minderheidsbelangen (1) (2)
Totaalresultaat (deel van de groep) per aandeel (EUR) (basis en verwaterd)
1,11
0,86
Jaarverslag 2025 - CFE
157
GECONSOLIDEERD OVERZICHT VAN DE FINANCIËLE POSITIE
Boekjaar afgesloten op 31 december
(duizend euro)
Toelichting 2025 2024
Immateriële vaste activa 12 5.470 5.981
Goodwill 13 23.959 23.929
Materiële vaste activa 14 92.902 96.023
Deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast 15 176.902 176.382
Overige financiële vaste activa 16 125.567 120.248
Langlopende afgeleide financiële instrumenten 26 59 126
Overige vaste activa 14.857 13.961
Uitgestelde belastingvorderingen 11 7.743 9.017
Vaste activa
447.459
445.667
Voorraden 18 88.937 141.375
Handelsvorderingen en overige bedrijfsvorderingen
272.832
265.481
Bouwcontracten - activa 17
47.146
62.696
Overige vlottende activa uit niet-operationele activiteiten
7.215
7.329
Kortlopende afgeleide financiële instrumenten
26
0
77
Vlottende financiële activa
4.871
5.612
Geldmiddelen en kasequivalenten
19
199.324
173.510
Vlottende activa 620.325 656.080
Totaal der activa
1.067.784
1.101.747
Kapitaal 8.136 8.136
Uitgiftepremie 116.662 116.662
Ingehouden winsten 160.033 136.412
Eigen aandelen 21 (5.376) (4.250)
Pensioenplannen met vaste bijdragen en vaste prestaties 22 (11.093) (12.019)
Reserves met betrekking tot afdekkingsverrichtingen 4.314 3.536
Wisselkoersverschillen uit de omrekening (8.673) (709)
Eigen vermogen – deel groep 264.003 247.768
Minderheidsbelangen 6 7
Eigen vermogen
264.009
247.775
Pensioenverplichtingen en personeelsbeloningen 22 5.410 8.163
Langlopende voorzieningen 23
20.531
19.445
Overige langlopende schulden
29.105
25.535
Langlopende financiële schulden
25
137.055
184.830
Langlopende afgeleide financiële instrumenten
26
511
652
Uitgestelde belastingverplichtingen
11
3.150
5.247
Langlopende verplichtingen
195.762
243.872
Kortlopende voorzieningen
23
21.367
16.644
Handelsschulden en overige schulden
260.316
289.176
Bouwcontracten - verplichtingen 17 229.686 208.844
Fiscale schulden 4.908 6.342
Kortlopende financiële schulden 25 18.498 30.375
Kortlopende afgeleide financiële instrumenten 26 110 0
Overige kortlopende verplichtingen uit niet-operationele activiteiten 73.128 58.719
Kortlopende verplichtingen 608.013 610.100
Totaal eigen vermogen en verplichtingen 1.067.784 1.101.747
Jaarverslag 2025 - CFE
158
GECONSOLIDEERD KASSTROOMOVERZICHT
Boekjaar afgesloten op 31 december
(duizend euro)
Notes 2025 2024
Resultaat van de operationele activiteiten 40.570 28.037
Afschrijving op immateriële en materiële vaste activa en
vastgoedbeleggingen
12 – 14 22.434 21.832
(Afname)/toename van voorzieningen
3.835
582
Waardeverminderingen op activa en overige niet-kaselementen (7.976) (2.008)
Verlies/(winst) bij vervreemding van materiële en financiële vaste activa (5.293) (1.198)
Dividenden uit deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is
toegepast
15 10.072 17.447
Kasstromen uit hoofde van (gebruikt in) operationele activiteiten vóór
wijzigingen van het werkkapitaal
63.642 64.692
Afname/(toename) van handels- en overige kortlopende en
langlopende vorderingen
6.082 59.136
Kapitaalsvermindering/(verhoging) van deelnemingen waarop
vermogensmutatiemethode is toegepast in het segment
Vastgoedontwikkeling
(15.095) (4.506)
Terug betaling/(Nieuwe) verstrekte leningen aan deelnemingen waarop
vermogensmutatiemethode is toegepast in het segment
Vastgoedontwikkeling
14.746 1.517
Afname/(toename) van voorraden 30.642 15.408
Toename/(afname) van handelsschulden en overige kortlopende en
langlopende schulden
23.210 (38.086)
(Betaalde)/ontvangen winstbelastingen (9.902) (12.856)
Kasstromen uit hoofde van (gebruikt in) operationele activiteiten 113.325 85.305
Investeringen (11.581) (16.571)
Aankoop van immateriële en materiële vaste activa
(7.630)
(10.846)
Verhoging van het belangenpercentage met aftrek van
verworven/verkochte geldmiddelen
15 0 0
Kapitaalsverhoging van deelnemingen waarop
vermogensmutatiemethode is toegepast
15 (1.610) (671)
Nieuwe verstrekte leningen aan deelnemingen waarop
vermogensmutatiemethode is toegepast
(2.341) (5.054)
Desinvesteringen 8.241 8.123
Opbrengsten uit de verkoop van immateriële en materiële vaste activa
7.566
2.345
Vermindering van het belangenpercentage met aftrek van
verworven/verkochte geldmiddelen
5 0 550
Kapitaalsvermindering van deelnemingen waarop
vermogensmutatiemethode is toegepast
15 463 3.444
Terugbetaling van verstrekte leningen aan deelnemingen waarop
vermogensmutatiemethode is toegepast
15 212 1.784
Kasstromen uit hoofde van (gebruikt in) investeringsactiviteiten
(3.340)
(8.448)
Betaalde intresten
(11.021)
(15.386)
Ontvangen intresten
12.141
13.088
Overige financiële lasten en opbrengsten ontvangen/(uitgekeerd) (1.727) 1.806
Opbrengsten uit nieuwe leningen
25
0
44.599
Terugbetaling van leningen 25 (72.936) (92.235)
Inkoop van eigen aandelen 21 (1.406) 0
Ontvangen/(Uitgekeerde) dividenden
(9.921)
(9.921)
Kasstromen uit hoofde van (gebruikt in) financieringsactiviteiten (84.870) (58.049)
Netto toename/(afname) van de geldmiddelen
25.115
18.808
Geldmiddelen en kasequivalenten, openingsbalans 19 173.510 154.092
Gevolgen van wisselkoerswijzigingen voor geldmiddelen en
kasequivalenten
699 610
Geldmiddelen en kasequivalenten, slotbalans
19
199.324
173.510
Jaarverslag 2025 - CFE
159
De overnames en vervreemdingen van dochterondernemingen na aftrek van verworven geldmiddelen omvatten niet de
entiteiten die niet onder bedrijfscombinaties vallen (segment Vastgoedontwikkeling); deze worden dus niet beschouwd als
investeringsactiviteiten en worden rechtstreeks opgenomen in kasstromen uit hoofde van (gebruikt in) van operationele
activiteiten.
Toelichtingen bij de resultatenrekening van 2025:
- De omzet is gedaald met -11,9% in vergelijking met het vorige boekjaar, voornamelijk in de Belgische en Poolse bouw
entiteiten en bij Mobix..
De omzet in het segment Vastgoedontwikkeling is niet representatief voor de activiteit binnen dat segment aangezien
een belangrijk deel van de activiteiten van BPI wordt ontwikkeld in deelnemingen waarop de
vermogensmutatiemethode is toegepast.
- D
e overige exploitatiebaten omvatten met name de herfactureringen aan tijdelijke handelsvennootschappen en
winsten op de verkoop van aandelen en vaste activa. De stijging ten opzichte van het vorige boekjaar is voornamelijk
toe te schrijven aan: (i) de meerwaarde en herwaardering bij de verkoop van 40% van de aandelen van BPI Piano Forte
(vastgoedproject in Polen, 9,7 miljoen euro), (ii) de meerwaarde bij de verkoop van de aandelen van de vennootschap
Joma 2060 (Martin-project in Antwerpen), (iii) het verkrijgen van een earn-out met betrekking tot een verkoop in het
verleden, en (iv) de meerwaarden die gerealiseerd werden bij de verkoop van bepaalde activa van LTS.
- De kosten voor grondstoffen, verbruiksgoederen, diensten en uitbesteed werk zijn gedaald met -16,1%, wat in lijn ligt met
de gedaalde omzet alsook een gevolg van betere operationele prestaties. De personeelskosten stegen met 1,1%
,
v
oornamelijk als gevolg van de looninflatie, deels gecompenseerd door een daling van het gemiddel
de
pe
rsoneelsbestand als gevolg van de terugval van de activiteiten.
- Het financieel resultaat evolueert van een netto opbrengst van 4,8 miljoen euro, naar een financieel verlies van -1,
1
m
iljoen euro. Deze ontwikkeling wordt voornamelijk verklaard door:
o de sterke daling van de effecten van omrekeningsverschillen. Ter herinnering, deze werden onder meer positief
beïnvloed door het hergebruik van omrekeningsverschillen die in het resultaat werden opgenomen bij de
terugbetaling van intercompany-leningen in vreemde valuta (gelijkgesteld met permanente financiering).
Gedeeltelijk gecompenseerd door;
o de daling van de netto rentelasten, grotendeels als gevolg van een daling van de gemiddelde uitstaande bruto
financiële schuld over het boekjaar.
Opmerkingen bij het geconsolideerd overzicht van de financiële positie per 31 december 2025 :
- De immateriële vaste activa omvatten hoofdzakelijk de investeringen voor de implementatie van een ERP-systeem in
het segment Bouw & Renovatie.
- De goodwill heeft voornamelijk betrekking op de segmenten VMA en MOBIX en is stabiel ten opzichte van 2024.
- De materiële vaste activa zijn licht gedaald en omvatten voornamelijk de nettoboekwaarde van de maatschappelijk
e
z
etels van verscheidene Belgische dochterondernemingen, het materieel en het wagenpark.
- De geïntegreerde deelnemingen volgens de vermogensmutatiemethode en andere financiële activa omvatt
en
v
oornamelijk de participaties in, en de aandeelhoudersleningen aan Deep C Holding N.V., Green Offshore N.V., Greenstor
N.V. en gezamenlijk gecontroleerde projectvennootschappen voor vastgoedontwikkeling.
- De post ‘Deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast’ blijft stabiel.
o wat de bewegingen in de consolidatiekring betreft, wordt de deelneming na de verkoop van 40% van de
aandelen van BPI Piano Forte eind 2025, geconsolideerd volgens de vermogensmutatiemethode (per jaareinde
van 2024 werd deze entiteit nog volgens de integrale methode geconsolideerd). De impact van deze wijziging
in consolidatiemethode wordt grotendeels gecompenseerd door de verkoop van de aandelen van Joma 2060
N.V.
o bovendien werden de dividenduitkeringen door Green Offshore N.V. en door bepaalde gezamenlijk
gecontroleerde vastgoedontwikkelingsmaatschappijen, alsook de negatieve omrekeningsverschillen in
verband met de devaluatie van de Amerikaanse dollar bij Deep C Holding N.V., gecompenseerd door het
resultaat van het boekjaar 2025 en de (netto)kapitaalverhogingen in het segment Vastgoedontwikkeling.
- De voorraden zijn in essentie vastgoedprojecten ontwikkeld door BPI Real Estate en haar integraal geconsolideerde
dochterondernemingen. De afname van de voorraden is grotendeels het gevolg van de oplevering van dri
e
gr
ootschalige residentiële bouwprojecten in Polen (Cysta, Panoramiqa en Bernardowo), evenals de wijziging van d
e
cons
olidatiemethode van BPI Piano Forte, zoals eerder uitgelegd.
- De handelsvorderingen en overige bedrijfsvorderingen blijven globaal gezien stabiel binnen alle segmenten.
- De geldmiddelen en kasequivalenten van de groep bedragen 199,3 miljoen euro (tegenover 173,5 miljoen euro per 31
december 2024), waarvan 76,4 miljoen euro beschikbaar is bij CFE N.V. Het saldo wordt verdeeld over de tijdelijk
e
handel
svennootschappen en de buitenlandse entiteiten dewelke niet zijn opgenomen in de cashpooling.
- Het eigen vermogen - deel van de groep – van de voortgezette activiteiten stijgt van 247,8 miljoen euro per 31 december
Jaarverslag 2025 - CFE
160
2024 naar 264 miljoen euro per 31 december 2025. Deze stijging wordt verklaard door drie belangrijke elementen: het
resultaat van het boekjaar (33,5 miljoen euro), het uitgekeerde dividend (-9,9 miljoen euro) en omrekeningsverschillen
(-8,0 miljoen euro, voornamelijk bij Deep C Holding).
- De financiële schulden bedragen in totaal 155,6 miljoen euro, wat een daling van -59,6 miljoen euro betekent als gevol
g
va
n een hoge EBITDA alsook een verbeterde behoefte aan werkkapitaal binnen alle segmenten.
- De handelsschulden en overige schulden dalen met -28,9 miljoen euro.
Opmerkingen bij het geconsolideerd kasstroom overzicht per 31 december 2025
- Het operationeel resultaat is sterk gestegen en bedraagt 40,6 miljoen euro.
- De afschrijvingen op (im)materiële vaste activa en vastgoedbeleggingen blijven dicht bij het niveau van vorig jaar,
aangezien er geen grote investeringen of verkopen waren.
- De niet-kaselementen, andere dan afschrijvingen omvatten voornamelijk:
o een netto toevoeging van 3,8 miljoen euro aan voorzieningen om risico’s van lopende geschillen te dekken;
o waardeverminderingen op activa en andere niet-kaselementen voor een bedrag van (8,0 miljoen euro),
waarvan;
§ een netto terugname van waardeverminderingen op handelsvorderingen als gevolg van onder meer
de positieve ontwikkeling van een kredietrisico in Luxemburg;
§ een herwaarderingswinst op het resterende belang van 60% in de vennootschap BPI Piano Forte als
gevolg van de wijziging in zeggenschap, zoals voorgeschreven in de IFRS-normen.
- De verliezen/(winsten) met betrekking tot de verkoop van materiële en financiële vaste activa (5,3 miljoen euro)
omvatten voornamelijk de gerealiseerde meerwaarden op de verkoop van bepaalde activa van LTS.
- De aanzienlijke verbetering van de ‘Kasstromen uit hoofde van (gebruikt in) operationele activiteiten’ van (+28 miljoen
euro) is voornamelijk te danken aan
o een verbeterde EBITDA van +63,0 miljoen euro (+49,9 miljoen euro in 2024), gesteund door;
o een verbeterde behoefte aan werkkapitaal.
Deze laatste daalt namelijk met -50 miljoen euro als gevolg van een daling van de voorraden binnen d
e
v
astgoedpromotie (+30,6 miljoen euro), de toename van de handelsschulden en andere kortlopend
e en
l
anglopende schulden (+23,2 miljoen euro), voornamelijk toe te schrijven aan de segmenten Bouw & Renovatie
en Multitechnieken, en in mindere mate aan de afname van de handelsvorderingen en andere kortlopend
e en
l
anglopende vorderingen (+6,1 miljoen euro), ook voornamelijk toe te schrijven aan de segmenten Bouw
&
Renov
atie en Multitechnieken.
- De netto kapitaalverhoging van de deelnemingen die volgens de vermogensmutatiemethode worden geboekt binnen
het segment Vastgoedontwikkeling bedraagt 15,1 miljoen euro, waarvan 10 miljoen voor de vennootschap Roots Office
in Belval te Luxemburg (4,5 miljoen euro in 2024).
- De terugbetalingen/(toekenningen) van leningen aan deelnemingen die volgens de vermogensmutatiemethod
e
ge
boekt worden binnen het segment Vastgoedontwikkeling bedragen 14,7 miljoen euro (1,5 miljoen euro in 2024); deze
omvatten voornamelijk de terugbetaling van de lening die is verstrekt in het kader van de Roots-projecten (8,9 miljoe
n
eur
o), de gedeeltelijke terugbetaling van de lening die is verstrekt aan BPI Piano Forte (3,5 miljoen euro) en de nieuw
e
v
oorschotten die zijn verstrekt in het kader van het Gedania-project (-4,7 miljoen euro).
- De ‘Kasstromen uit hoofde van (gebruikt in) investeringsactiviteiten’ bedragen -3,3 miljoen euro, waarvan:
o aankopen van (im)materiële vaste activa, waaronder de aankoop van uitrusting en materialen voor
de
s
egmenten Bouw & Renovatie en Multitechnieken.
o de netto kapitaalverhoging van de deelnemingen die volgens de vermogensmutatiemethode worden geboekt
(met uitzondering van het segment Vastgoedontwikkeling), die beperkt is tot 1,6 miljoen euro en uitsluit
end
be
trekking heeft op Green Stor N.V.
o de toekenning van leningen verstrekt aan deelnemingen opgenomenvolgens de vermogensmutatiemet
hode
(
met uitzondering van het segment Vastgoedontwikkeling) en die voornamelijk betrekking hebben op Gr
een
S
tor N.V. (2,1 miljoen euro).
o de verkoop van (im)materiële vaste activa voor een bedrag van 7,6 miljoen euro, die onder meer betrekki
ng
heef
t op de verkoop van activa bij LTS.
o de kapitaalvermindering van deelnemingen opgenomen volgens de vermogenmutatiemethode heeft
uitsluitend betrekking op Hofkouter NV, een bedrijf in het segment Bouw & Renovatie.
o gedeeltelijke terugbetaling van leningen verstrekt aan deelnemingen opgenomen volgens de
vermogensmutatiemethode (met uitzondering van het segment Vastgoedontwikkeling).
- De
‘Kasstromen uit hoofde van (gebruikt in) financieringsactiviteiten’ bedraagt -84,8 miljoen euro, voornamelijk met
betrekking tot netto terugbetalingen van leningen (-72,9 miljoen euro) en de dividenduitkering voor het boekjaar 2024
(-9,9 miljoen euro).
Jaarverslag 2025 - CFE
161
GECONSOLIDEERD MUTATIEOVERZICHT VAN HET EIGEN VERMOGEN
(duizend euro)
Kapitaal
Uitgiftepremie
Ingehouden winsten
Eigen aandelen
Pensioenplannen met
vaste bijdragen en
vaste prestaties
Reserves met betrekking
tot
afdekkingsverrichtingen
Wisselkoersverschillen
uit de omrekening
Eigen vermogen –
deel groep
Minderheidsbelangen
Eigen vermogen
December 2024 8.136
116.662
136.412
(4.250)
(12.019) 3.536
(709) 247.768 7
247.775
Totaalresultaat voor de periode 0
0
33.542
0
926 778
(7.964) 27.282
(1) 27.281
Dividenden aan
aandeelhouders
0
0
(9.921)
0
0 0
0
(9.921)
0
(9.921)
Mutaties in verband met eigen
aandelen en op aandelen
gebaseerde betalingen
0
0
0
(1.126)
0 0
0
(1.126)
0
(1.126)
Wijziging consolidatiekring en
andere wijzigingen
0
0
0
0
0 0
0
0
0
0
December 2025
8.136
116.662
160.033
(5.376)
(11.093) 4.314
(8.673) 264.003
6
264.009
De veranderingen in de reële waarde van de pensioenplannen met vaste bijdragen en vaste prestaties en de veranderingen met
betrekking tot afgeleide instrumenten worden respectievelijk toegelicht in toelichtingen 22 “Personeelsbeloningen” en 15
“Deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast” terwijl de bewegingen met betrekking tot de eigen aandelen
worden uiteengezet in toelichting 21 “Informatie over het aandelenoptieplan op eigen aandelen”.
(duizend euro)
Kapitaal
Uitgiftepremie
Ingehouden winsten
Eigen aandelen
Pensioenplannen met
vaste bijdragen en
vaste prestaties
Reserves met betrekking
tot
afdekkingsverrichtingen
Wisselkoersverschillen
uit de omrekening
Eigen vermogen –
deel groep
Minderheidsbelangen
Eigen vermogen
December 2023 8.136 116.662
122.962
(4.410
)
(12.035) 5.606
(151) 236.770
(377) 236.393
Totaalresultaat voor de
periode
0 0
23.963
0
16 (2.070)
(558) 21.351
(2) 21.349
Dividenden aan
aandeelhouders
0 0
(9.921)
0
0 0
0
(9.921)
0
(9.921)
Mutaties in verband met
eigen aandelen en op
aandelen gebaseerde
betalingen
0 0
0
160
0 0
0
160
0
160
Wijziging consolidatiekring
en andere wijzigingen
0 0
(592)
0
0 0
0
(592) 386 (206)
December 2024 8.136 116.662
136.412
(4.250)
(12.019) 3.536
(709) 247.768 7
247.775
KAPITAAL EN RESERVES
Het kapitaal op 31 december 2025 bestaat uit 25.314.482 gewone aandelen. Het zijn aandelen zonder aanduiding van nominale
waarde. De houders van gewone aandelen hebben het recht om dividenden te ontvangen en hebben recht op één stem per
aandeel op de algemene vergadering van aandeelhouders.
De Raad van Bestuur heeft een dividend van 0,50 euro bruto per aandeel voorgesteld dat ter goedkeuring zal worden
voorgelegd aan de aandeelhouders op de algemene vergadering van 7 mei 2026. De dividend wordt geschat op 12.313 duizend
euro op basis van de uitstaande aandelen (exclusief eigen aandelen) per 31 december 2025. De bestemming van het
resultaat werd niet opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening per 31 december 2025.
Met betrekking tot het boekjaar 2024, werd in mei 2025 een dividend van 9.921 duizend euro uitgekeerd, wat overeenstemt met
0,40 euro bruto per aandeel.
Jaarverslag 2025 - CFE
162
TOELICHTING BIJ DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
VOORAF
De Aannemingsmaatschappij CFE N.V. (hierna ‘de vennootschap’ of ‘CFE’ genoemd) is een naamloze vennootschap naar
Belgisch recht, gevestigd in België. De geconsolideerde jaarrekening voor de periode afgesloten op 31 december 2025 bevat de
jaarrekening van de vennootschap, van haar dochterondernemingen en haar belangen in de deelnemingen waarop
vermogensmutatie is toegepast (‘Groep CFE’). CFE wordt voor 62,12 % gecontroleerd door Ackermans & van Haaren (XBRU
BE0003764785) waarvan de uiteindelijke controlerende aandeelhouder Stichting Administratiekantoor “Het Torentje” is. CFE en
Ackermans & van Haaren zijn op Euronext Brussels genoteerde vennootschappen.
De raad van bestuur heeft toestemming gegeven voor de publicatie van de geconsolideerde jaarrekening van de Groep CFE op
16 maart 2026.
De geconsolideerde jaarrekening van de Groep CFE moet gelezen worden in samenhang met het beheersverslag van de raad
van bestuur.
VOORNAAMSTE TRANSACTIES IN 2025 EN 2024 MET GEVOLGEN VOOR DE
CONSOLIDATIEKRING VAN DE GROEP CFE
TRANSACTIES IN HET JAAR 2025
1. Segment Vastgoedontwikkeling
De belangrijkste wijzigingen van de consolidatiekring die het segment Vastgoedontwikkeling van de Groep CFE in het jaar 2025
hebben beïnvloed, zijn als volgt:
- De naam van de vennootschap BPI Wieslawa Sp. z.o.o., werd gewijzigd in Gedania Sp. z.o.o. Deze onderneming blijft
volgens de vermogensmutatiemethode opgenomen.
- De naam van van de vennootschap BPI Project 10 Sp. z.o.o., werd gewijzigd in Moniuszki Sp. z.o.o. Daarenboven heeft BPI
Real Estate Poland Sp. z.o.o., een 100% dochteronderneming van de Groep CFE en integraal geconsolideerd, 70% van haar
aandelen in Moniuzski Sp. z.o.o. verkocht, waardoor haar participatie daalde van 100% naar 30%. Als gevolg van deze
wijziging in het controlepercentage wordt de onderneming, die voorheen integraal werd geconsolideerd, nu volgens de
vermogensmutatiemethode geïntegreerd.
- De vennootschap BPI Real Estate Poland Sp. z.o.o., een 100% dochteronderneming van de Groep CFE en volgens de
integrale methode geconsolideerd, heeft 40% van haar aandelen in BPI Piano Forte Sp. z.o.o. verkocht, waarvoor haar
participatie daalde van 100% naar 60%. Als gevolg van deze wijziging in het controlepercentage wordt de onderneming,
die voorheen integraal geconsolideerd werd, nu volgens de vermogensmutatiemethode geïntegreerd.
- De vennootschap BPI Real Estate Poland Sp. z.o.o. heeft al haar aandelen (90%) in BPI Obrzezna Sp. z.o.o. vereffend. Deze
onderneming werd volgens de integrale methode geconsolideerd.
- De vennootschap BPI Real Estate Poland Sp. z.o.o. heeft al haar aandelen (100%) in BPI Wolare Sp. z.o.o. vereffend. Deze
onderneming werd volgens de integrale methode geconsolideerd.
- De vennootschap BPI Real Estate Belgium N.V. heeft al haar aandelen (70%) in Joma N.V. verkocht. Deze onderneming
werd volgens de integrale methode geconsolideerd.
- De vennootschap BPI Real Estate Luxembourg B.V. heeft al haar aandelen (50%) in The Roots Real Estate B.V. vereffend.
Deze onderneming werd volgens de vermogensmutatiemethode geïntegreerd.
2. Segment Multitechnieken
In de loop van het boekjaar 2025 deden er zich geen belangrijke wijzigingen voor in de consolidatiekring binnen het segment
Multitechnieken van de CFE Groep.
3. Segment Bouw & Renovatie
In de loop van het boekjaar 2025, werd de naam van de vennootschap Korlam N.V. gewijzigd in ‘Laminated Timber Solutions N.V.
(LTS). Deze onderneming blijft integraal geconsolideerd.
4. Segment Investeringen & Holding
In de loop van het boekjaar 2025 deden er zich geen belangrijke wijzigingen voor in de consolidatiekring binnen het segment
Investeringen & Holding.
Jaarverslag 2025 - CFE
163
TRANSACTIES IN HET JAAR 2024
1. Segment Vastgoedontwikkeling
De belangrijkste wijzigingen van de consolidatiekring die het segment Vastgoedontwikkeling van de Groep CFE in het jaar 2024
hebben beïnvloed, zijn als volgt:
- De naam van de vennootschap BPI Project 2 Sp. z.o.o., een 100% dochteronderneming van de Groep CFE en integraal
geconsolideerd, werd gewijzigd in BPI Piano Forte Sp. z.o.o.. Deze vennootschap blijft volgens de integrale methode
geconsolideerd.
- De naam van van de vennootschap BPI Project 8 Sp. z.o.o., een 100% dochteronderneming van de Groep CFE en integraal
geconsolideerd, werd gewijzigd in BPI Wieslawa Sp. z.o.o. Daarnaast heeft de vennootschap BPI Real Estate Poland Sp.
z.o.o. 50% van haar aandelen in BPI Wieslawa Sp. z.o.o. verkocht, bijgevolg daalde haar participatie van 100% naar 50%.
Als gevolg van deze wijziging in het controlepercentage wordt de onderneming, die voorheen integraal werd
geconsolideerd, nu volgens de vermogensmutatiemethode geïntegreerd.
- De naam van de vennootschap BPI Project 9 Sp. z.o.o. werd gewijzigd in BPI Panowamiq Sp. z.o.o. Deze vennootschap
blijft volgens de integrale methode geconsolideerd.
- De vennootschap BPI Real Estate Poland Sp. z.o.o., een 100% dochteronderneming van de Groep CFE en volgens de
integrale methode geconsolideerd, verwierf 100% van de nieuw opgerichte vennootschap BPI Project 10 Sp. z.o.o. Deze
vennootschap is volgens de integrale methode geconsolideerd.
- De vennootschap BPI Real Estate Poland Sp. z.o.o., een 100% dochteronderneming van de Groep CFE en volgens de
integrale methode geconsolideerd, verwierf 100% van de nieuw opgerichte vennootschap BPI Project 11 Sp. z.o.o. Deze
vennootschap is volgens de integrale methode geconsolideerd.
- De vennootschap Mimosas Real Estate S.A.R.L., een 100% dochteronderneming van de Groep CFE en volgens de integrale
methode geconsolideerd, verwierf 100% van de nieuw opgerichte vennootschap Mimosas Coliving S.A.R.L. Deze
vennootschap is volgens de integrale methode geconsolideerd.
- De vennootschap BPI Real Estate Poland Sp. z.o.o. heeft al haar aandelen (80%) in BPI Jaracza Sp. z.o.o. verkocht. Deze
onderneming werd volgens de integrale methode geconsolideerd.
- De vennootschap BPI Real Estate Poland Sp. z.o.o. heeft al haar aandelen (100%) in BPI Vilda Park Sp. z.o.o. verkocht. Deze
onderneming werd volgens de integrale methode geconsolideerd.
- De vennootschap BPI Real Estate Poland Sp. z.o.o. heeft al haar aandelen (100%) in BPI Barska Sp. z.o.o. verkocht. Deze
onderneming werd volgens de integrale methode geconsolideerd.
- De vennootschap BPI Luxembourg S.A. heeft al haar aandelen (50%) in Immo Marial S.A.R.L. verkocht. Deze onderneming
werd volgens de vermogensmutatiemethode geïntegreerd.
- De vennootschap Project Van Wellen S.A. heeft al haar aandelen (33%) in La Réserve Promotions Développement S.A.R.L.
verkocht. Deze onderneming werd volgens de vermogensmutatiemethode geïntegreerd.
2. Segment Multitechnieken
De belangrijkste wijzigingen van de consolidatiekring die het segment Multitechnieken van de Groep CFE in het jaar 2024 hebben
beïnvloed, zijn als volgt:
- De vennootschap VMA Sustainability Fund I., een 100% dochteronderneming van de Groep CFE en volgens de integrale
methode geconsolideerd, veranderde haar naam in Pulse en wordt naar het segment Investeringen & Holding
overgedragen;
- De vennootschap VMA Sud SA, een 100% dochteronderneming van de Groep CFE, heeft een deel van haar activiteiten,
met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2024, overgedragen aan de vennootschap VMA NV. Beide vennootschappen
blijven volgens de integrale methode geconsolideerd.
3. Segment Bouw & Renovatie
De belangrijkste wijzigingen van de consolidatiekring die het segment Bouw & Renovatie van de Groep CFE in het jaar 2024
hebben beïnvloed, zijn als volgt:
- De vennootschap Wood Shapers SA, een 100% dochteronderneming van de Groep CFE en volgens de integrale methode
geconsolideerd, vereffende al haar aandelen (50%) in de vennootschap Wood Gardens SA. Deze vennootschap werd
volgens de vermogensmutatiemethode geïntegreerd.
Jaarverslag 2025 - CFE
164
4. Segment Investeringen & Holding
De belangrijkste wijzigingen van de consolidatiekring die het segment Investeringen en Holding van de Groep CFE in het jaar 2024
hebben beïnvloed, zijn als volgt:
- De Groep CFE vereffende al haar aandelen (25%) in de vennootschap PPP Betrieb Schulen Eupen S.A. Deze vennootschap
werd volgens de vermogensmutatiemethode geïntegreerd;
De Groep CFE vereffende al haar aandelen (19%) in de vennootschap PPP Schulen Eupen S.A. Deze vennootschap werd
volgens de vermogensmutatiemethode geïntegreerd.
Jaarverslag 2025 - CFE
165
1. ALGEMENE PRINCIPES
IFRS ZOALS GOEDGEKEURD BINNEN DE EUROPESE UNIE
De boekhoudkundige principes die op 31 december 2025 worden gehanteerd, zijn dezelfde als dewelke voor de geconsolideerde
jaarrekening op 31 december 2024 werden gehanteerd, met uitzondering van de hierna beschreven normen en/of wijzigingen
van normen die door de Europese Unie zijn aangenomen en die vanaf 1 januari 2025 verplicht van toepassing zijn.
STANDAARDEN EN INTERPRETATIES TOEPASBAAR VOOR HET BOEKJAAR BEGINNEND OP
OF NA
1 JANUARI 2025
Aanpassingen aan IAS 21 De gevolgen van wisselkoerswijzigingen : Gebrek aan inwisselbaarheid.
De toepassing van deze standaarden en interpretaties heeft geen materiële gevolgen voor de geconsolideerde jaarrekening van
de Groep CFE.
UITGEBRACHTE STANDAARDEN EN INTERPRETATIES DIE ECHTER NOG NIET VAN
TOEPASSING ZIJN VOOR HET BOEKJAAR BEGINNEND OP
1 JANUARI 2025
De Groep heeft beslist niet te anticiperen op de volgende standaarden en interpretaties waarvan de toepassing op 31 december
2025 niet verplicht is:
- IFRS 18 Presentatie en toelichting in de jaarrekening (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2027).
- IFRS 19 Dochterondernemingen zonder publieke verantwoordingsplicht – Toelichtingen (toepasbaar voor boekjaren
vanaf 1 januari 2027 maar nog niet goedgekeurd binnen de Europese Unie).
- Aanpassingen aan IFRS 9 en IFRS 7 Classificatie en waardering van financiële instrumenten (toepasbaar voor boekjaren
vanaf 1 januari 2026).
- Jaarlijkse Verbeteringen – Volume 11 (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2026).
- Aanpassingen aan IFRS 9 en IFRS 7 Contracten die verwijzen naar van de natuur afhankelijke elektriciteit (toepasbaar
voor boekjaren vanaf 1 januari 2026).
- Aanpassingen aan IAS 21 De gevolgen van wisselkoerswijzigingen – Vertaling naar een presentatiemunteenheid van
een hyperinflatoire economie (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2027 maar nog niet goedgekeurd binnen de
Europese Unie).
IFRS 18 PRESENTATIE EN INFORMATIEVERSTREKKING IN DE JAARREKENING
De International Accounting Standards Board heeft de norm IFRS 18 “Presentation and Disclosure in Financial Statements”
gepubliceerd, die de norm IAS 1 “Presentation of Financial Statements” zal vervangen.
Deze standaard heeft tot doel de vergelijkbaarheid van financiële overzichten te verbeteren door onder meer een meer
gestandaardiseerde structuur van de winst-en-verliesrekening in te voeren, met nieuwe categorieën van opbrengsten en kosten
(operationeel, investering en financiering) en nieuwe verplichte subtotalen. De standaard introduceert ook informatievereisten
met betrekking tot door het management gedefinieerde prestatie-indicatoren (Management Performance Measures) en
versterkt bepaalde principes voor het groeperen en uitsplitsen van informatie.
De norm is van toepassing op boekjaren die beginnen op of na 1 januari 2027 en moet met terugwerkende kracht worden
toegepast. De Groep heeft deze norm niet vervroegd toegepast en evalueert momenteel de mogelijke gevolgen van de
toepassing op de presentatie van haar geconsolideerde jaarrekening.
In dit stadium hebben de verwachte effecten betrekking op:
- Het resultaat van de deelnemingen die volgens de vermogensmutatiemethode geïntegreerd worden : deze worden
momenteel opgenomen in het operationele bedrijfsresultaat, maar zullen geherclassificeerd worden naar het
investeringsresultaat.
- De meer- en minderwaarden op de verkoop van deelnemingen : deze worden momenteel opgenomen in het
operationele bedrijfsresultaat onder de opbrengsten uit nevenactiviteiten, maar zullen worden geherclassificeerd naar
het investeringsresultaat.
- De renteopbrengsten : deze worden momenteel opgenomen in het financieel resultaat, maar zullen worden
geherclassificeerd naar het investeringsresultaat.
Jaarverslag 2025 - CFE
166
2. BELANGRIJKE GRONDSLAGEN BIJ DE OPSTELLING VAN DE
JAARREKENING
a. A
ANVULLENDE INFORMATIE IN VERBAND MET DE IMPLICATIES VAN DE
MACRO
-ECONOMISCHE OMGEVING OP DE GECONSOLIDEERDE
FINANCIËLE STATEN
De Belgische vastgoedmarkt vertoont in 2025 de eerste tekenen van herstel na een aantal moeilijke jaren. In Luxemburg blijft de
markt voor verkoop op plan onder druk staan. In Polen is de vraag naar logistieke centra en kantoorprojecten bijzonder laag.
Anderzijds was het totale resultaat van de groep onderhevig aan een sterke volatiliteit als gevolg van de evolutie van de EUR/USD-
wisselkoers.
b. AANVULLENDE INFORMATIE IN VERBAND MET DE MILIEU-IMPACT VAN DE
GROEP
In de context van de beoordeling van klimaat gerelateerde kwesties moet er rekening gehouden worden met de volgende punten:
- De Groep CFE heeft duidelijke doelstellingen bepaald om haar rechtstreekse negatieve impact op het klimaat te
beperken, met een focus op haar directe CO₂-emissies (scope 1 en 2).
Een eerste doelstelling is het verminderen van 40% van de CO₂-emissies (scope 1 en 2) voor 2030, gerelateerd aan de
mobiliteit en logistiek van haar werknemers (in vergelijking met 2020).
Hierbij wordt het wagenpark en de uitrustingen vervangen door elektrische alternatieven. De Groep CFE identificeert
hiervoor geen activa waarvan de economische levensduur zou moeten worden verminderd. Het betreft voornamelijk
leasingcontracten die in de rubriek materiële vaste activa worden gewaardeerd (toelichting 14 – gebruiksrechten). De andere
acties hebben betrekking op de sensibilisering of op de overstap naar alternatieve vervoermiddelen die in het mobiliteitsplan
van de Groep CFE opgenomen zijn. Het plan houdt rekening met alle aspecten van de mobiliteit (TCO, belastingen enz.) en brengt
geen bijzondere kosten of investeringen met zich mee.
De beperking van het energieverbruik is een uitdaging voor zowel de bouwplaatsen als de maatschappelijke zetels van
de entiteiten. Ook hier is het streefdoel een vermindering van de CO₂-emissies met 40% tegen 2030. Om het verbruik te beperken,
wordt het dagelijks op de bouwplaatsen gemonitord (zodat men energieverspilling kan opsporen), worden op de werfketen
zonnepanelen geïnstalleerd en gebruikt men efficiëntere generatoren. Deze maatregelen vergen geen grote kosten en de daling
van het verbruik compenseert grotendeels de investeringen in het materieel. Merk op dat het marginale bedragen betreft.
Tegelijkertijd wordt er al sinds 2020 overgeschakeld op groene energie.
De investering van de Groep CFE en haar dochterondernemingen BPC, BPI, CLE, VMA en Van Laere in nieuwe zeer
energiezuinige gebouwen (met name Wood Hub) en de renovatie van andere zetels maakt eveneens een sterke daling van het
energieverbruik van de Groep mogelijk. CFE identificeert hiervoor geen activa waarvan de economische levensduur zou moeten
worden verminderd.
- Tegelijkertijd zullen de activiteiten van de Groep CFE verder evolueren om haar CO₂-emissies te verlagen, in het bijzonder
op het vlak van materiaalkeuze en het transport van (afval)materialen voor de activiteiten in de segmenten Bouw &
Renovatie en Multitechnieken. Er wordt tevens verwacht dat het aandeel van (energetische) renovatiewerken zal blijven
toenemen naarmate de regelgeving verder evolueert.
- Met betrekking op de indirecte CO
2
-uitstoot (scope 3) heeft de Groep CFE zich ten doel gesteld om tegen 2030 een
vermindering van 20% te realiseren in vergelijking met 2024.
De impact in termen van de materiaalkosten of de ontwikkeling van nieuwe transportbenaderingen wordt al in de fase
van de indiening van een project geschat en vervolgens opgenomen in het commerciële voorstel aan de klant. Deze studie
gebeurt project per project; de marges worden dus bij het begin van elke nieuwe opdracht herzien. Anderzijds vormen de kosten
die inherent zijn aan het aanleren van nieuwe productietechnieken of nieuwe logistieke benaderingen een blijvend risico. Men
Jaarverslag 2025 - CFE
167
kan deze kosten immers niet altijd anticiperen of genoeg nauwkeurig kwantificeren (zowel contractueel als tijdens de
voorbereiding van het uit te voeren project).
De vastgoedontwikkeling neemt tijdens de ontwikkeling van nieuwe projecten systematisch oplossingen op om het
energieverbruik van gebouwen te verminderen. Daarnaast worden renovatieprojecten voor bestaande gebouwen steeds
gebruikelijker. Zodra de grond is verworven om het project te ontwikkelen wordt er een haalbaarheidsstudie uitgevoerd. Hierbij
wordt de kostprijs van het project geschat en opgenomen in het commerciële voorstel aan de klanten.
De activa die verband houden met deze activiteiten zijn dus het wagenpark en de uitrustingen van Mobix en de
gebouwen van de maatschappelijke zetels van de entiteiten binnen de Groep CFE. Gelet op de hierboven beschreven elementen
moet de Groep CFE eind 2024 geen vervangingsplan opstellen voor de activa die gebruikt worden in haar activiteiten via een
investeringsplan, noch voorzieningen voor het ontmantelen van activa.
In de waardeverminderingstests werden de gegenereerde kasstromen van deze drie segmenten geschat op basis van
een driejarenplan. De voornoemde elementen werden in rekening gebracht om de evolutie van de omzet en de marges in te
schatten op basis van de tot nu toe beschikbare informatie.
BOEKHOUDKUNDIGE REGELS EN METHODEN
(A) OVEREENSTEMMINGSVERKLARING
De geconsolideerde jaarrekening werd opgesteld in overeenstemming met de IFRS boekhoudkundige standaarden zoals
goedgekeurd binnen de Europese Unie.
(B) PRESENTATIEBASIS
De geconsolideerde jaarrekening wordt uitgedrukt in duizenden euro, afgerond naar het dichtstbijzijnde duizendtal.
De jaarrekening wordt opgesteld op basis van de historische kostprijs, met uitzondering van eigenvermogeninstrumenten of
afgeleide financiële instrumenten, die worden gewaardeerd tegen reële waarde.
De boekhoudprincipes worden op consistente wijze toegepast.
De geconsolideerde jaarrekening wordt gepresenteerd vóór de bestemming van het resultaat van de moedermaatschappij zoals
voorgesteld aan de algemene vergadering van aandeelhouders.
(C) BELANGRIJKE GRONDSLAGEN VOOR FINANCIËLE VERSLAGGEVING
Bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening volgens de IFRS-normen, worden schattingen verricht en
veronderstellingen geformuleerd die een invloed hebben op de bedragen opgenomen in die jaarrekening, met name:
- de waardering van de voorzieningen en de pensioenverplichtingen (we verwijzen hiervoor naar toelichting 22
Personeelsbeloningen).
- de waardering van het resultaat volgens de vooruitgang van de bouwcontracten (we verwijzen hiervoor naar toelichting 17
Bouwcontracten). Het resultaat van de bouwcontracten wordt berekend volgens het voltooiingspercentage van het project,
vermenigvuldigd met het geschatte resultaat bij de voltooiing. Dat laatste omvat de geïdentificeerde bijkomende kosten
en de eventuele vertragingsboetes of compensaties die contractueel voorzien zijn, in overeenstemming met de regels van
de Groep. De loonkosten of kosten van uitrustingen die niet aan de projecten toegewezen zijn, worden niet meegenomen in
de berekening van het voltooiingspercentage.
- de waardering van inkomsten voorvloeiend uit vastgoedontwikkelingsprojecten. De verkopen worden bepaald op basis van
de verkochte eenheden bij elk project ; de geschatte marge wordt toegepast op het geheel van het project. De
winstgevendheid van de projecten wordt minstens drie keer per jaar opnieuw geraamd om rekening te houden met
markttrends, dit gebaseerd op interne kennis en beschikbare externe gegevens (d.w.z. de marktprijs voor elk type vastgoed
afhankelijk van diens kenmerken ervan). De opbrengsten (en kosten) worden daarom herzien om wijzigingen in de scope
van het project (volume, projectontwerp, enz.), prijsstijgingen en andere projectgebeurtenissen weer te kunnen geven.
- de waardering van de activa binnen het segment Vastgoedontwikkeling (we verwijzen hiervoor naar toelichting 15
Deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast, 16 Overige financiële vaste activa en 18 Voorraden).
o Projecten in aanbouw en/of gebouwd maar niet verkocht. Er zijn regelmatige controles op de
rentabiliteitsanalyses van de projecten wat ervoor zorgt dat de toekomstige kasstromen van de projecten
voldoende zullen zijn om de investeringen in vastgoedontwikkelingsprojecten terug te verdienen, ongeacht of
Jaarverslag 2025 - CFE
168
CFE voor 100% eigenaar is, dan wel in partnerschap. Als de analyse een risico op waardeverlies aan het licht
brengt, vraagt BPI een externe deskundige om het project te waarderen.
o Studieprojecten. BPI zorgt ervoor dat de nettoboekwaarde van een project lager is dan de
wederverkoopwaarde (zonder rekening te houden met de mogelijkheid om een bouwvergunning te verkrijgen).
- de in de waardeverminderingstests gebruikte waarderingen (we verwijzen hiervoor naar toelichting 13 Goodwill).
- de waardering van de financiële instrumenten tegen reële waarde (we verwijzen hiervoor naar toelichting 26 Informatie
bettreffende het beheer van de financiële risico’s).
- de beoordeling van de controlebevoegdheid op vennootschappen. In dit opzicht houdt de Groep CFE rekening met de
statuten, in het bijzonder met betrekking tot beslissingen die het dagelijks bestuur van de dochteronderneming beïnvloeden,
evenals met specifieke clausules (vetorechten, enz.); en
- de kwalificatie, bij de overname van een bedrijf, of de transactie een bedrijfscombinatie is, dan wel een verwerving van
activa.
Deze schattingen zijn gebaseerd op het continuïteitsprincipe, namelijk dat het voortbestaan van de bedrijfsactiviteiten
gewaarborgd is, en worden gemaakt op basis van de op dat ogenblik beschikbare informatie. De schattingen kunnen herzien
worden wanneer de omstandigheden waarop ze gebaseerd zijn wijzigen of wanneer er nieuwe informatie beschikbaar is. De
uiteindelijke resultaten kunnen afwijken van deze schattingen.
(D) CONSOLIDATIEPRINCIPES
Deze geconsolideerde jaarrekening bevat de jaarrekening van de Groep CFE en haar dochterondernemingen.
Dochterondernemingen zijn entiteiten waarover de Groep CFE zeggenschap heeft. Er is sprake van zeggenschap indien de Groep
CFE :
- macht heeft over de deelneming;
- blootgesteld is aan of rechten heeft op veranderlijke opbrengsten uit hoofde van haar betrokkenheid bij de deelneming;
- over de mogelijkheid beschikt deze opbrengsten via haar macht over de deelneming te beïnvloeden.
Indien de groep CFE niet over de meerderheid van de stemrechten in een uitgevende instelling beschikt, heeft zij stemrechten die
voldoende zijn om haar zeggenschap te geven zodat zij in de praktijk eenzijdig de relevante activiteiten van de uitgevende
instelling kan sturen. In haar beoordeling of de stemrechten die zij in de uitgevende instelling houdt, volstaan om haar
zeggenschap te geven, houdt de Groep CFE rekening met alle feiten en omstandigheden, met inbegrip van:
- het aantal stemrechten dat de Groep CFE houdt, in verhouding met het aantal stemrechten dat respectievelijk in het bezit is
van andere houders van stemrechten en hun spreiding;
- de potentiële stemrechten in het bezit van de Groep CFE, de andere houders van stemrechten of andere partijen;
- de rechten die voortvloeien uit andere contractuele overeenkomsten;
- de andere feiten en omstandigheden, indien zij bestaan, die aangeven of de Groep CFE wel of niet in staat is om de relevante
activiteiten te sturen op het ogenblik dat de beslissingen moeten worden genomen, met inbegrip van de tendensen van de
stemmingen tijdens de vorige aandeelhoudersvergaderingen.
De Groep CFE consolideert de dochteronderneming vanaf de datum waarop zij er de controle over verkrijgt, en consolideert ze
niet langer wanneer zij de controle verliest. Meer bepaald worden de winsten en verliezen van een dochteronderneming die in de
loop van het boekjaar wordt verworven of verkocht, opgenomen in de geconsolideerde resultatenrekening en het geconsolideerd
overzicht van het totaalresultaat vanaf de datum waarop de Groep CFE de controle over de dochteronderneming verwerft en tot
de datum waarop zij de controle verliest.
De jaarrekeningen van de dochterondernemingen worden indien nodig aangepast opdat hun waarderingsgrondslagen
overeenstemmen met de waarderingsgrondslagen van de Groep CFE. Alle activa en passiva, eigen vermogen, opbrengsten,
kosten en kasstromen binnen de groep die betrekking hebben op transacties tussen entiteiten van de Groep worden bij de
consolidatie volledig geëlimineerd.
Een wijziging in het eigendomsbelang in een dochteronderneming zonder verlies van zeggenschap wordt verwerkt als een eigen-
vermogenstransactie. De boekwaarden van het belang van de CFE Groep en de minderheidsbelangen worden bijgevolg
rechtstreeks in het eigen vermogen aangepast om de nieuwe proportionele belangen in de dochteronderneming te
weerspiegelen. Elk verschil tussen het bedrag van de aanpassing van de minderheidsbelangen en de reële waarde van de
betaalde of ontvangen vergoeding wordt rechtstreeks in het eigen vermogen opgenomen.
Wanneer de CFE Groep de minderheidsaandeelhouders van een dochteronderneming een verkoopoptie verleent (‘put’ op de
minderheidsbelangen), wordt de overeenkomstige financiële verplichting initieel in het eigen vermogen verwerkt als een daling
van de minderheidsbelangen.
Een geassocieerde onderneming is een entiteit waarin de Groep CFE een aanzienlijke invloed van betekenis heeft. Een aanzienlijke
invloed van betekenis is het vermogen om deel te nemen aan de beslissingen over het financiële en operationele beleid van een
Jaarverslag 2025 - CFE
169
uitgevende instelling, zonder echter een controle of gezamenlijke controle over dit beleid uit te oefenen.
Een joint venture is een partnerschap waarin de partijen die samen de controle over de onderneming uitoefenen rechten hebben
op netto-activa van de onderneming. Gezamenlijke controle betekent het contractueel overeengekomen delen van de controle
over een onderneming, dat alleen bestaat wanneer de beslissingen over de relevante activiteiten de unanieme goedkeuring
vereisen van de partijen die de controle delen.
De resultaten en de activa en passiva van de geassocieerde deelnemingen of joint ventures worden in de geconsolideerde
jaarrekening opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode, tenzij de deelneming of er een gedeelte ervan wordt
geclassificeerd als aangehouden voor verkoop; in dat geval wordt ze opgenomen volgens IFRS 5. Volgens de
vermogensmutatiemethode wordt een participatie in een geassocieerde onderneming of een joint venture aanvankelijk tegen
kostprijs opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening en vervolgens aangepast om het aandeel van de groep op te nemen
in het nettoresultaat en de andere elementen van het totaalresultaat van de geassocieerde onderneming of de joint venture. Als
het aandeel van de groep in de verliezen van een geassocieerde onderneming of een joint venture groter is dan haar participatie
erin, neemt de Groep CFE haar aandeel in de toekomstige verliezen niet langer op en, indien van toepassing, wordt een
voorziening geregistreerd. De bijkomende verliezen worden enkel opgenomen in de mate dat de Groep CFE een in rechte
afdwingbare of feitelijke verplichting is aangegaan of betalingen heeft verricht in naam van de geassocieerde onderneming of
de joint venture.
Een deelneming in een geassocieerde onderneming of joint venture wordt opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode
vanaf de datum waarop de entiteit een geassocieerde deelneming of joint venture wordt. Bij de verwerving van de deelneming
in een geassocieerde onderneming of een joint venture, wordt elk overschot van de verkrijgingsprijs op het aan de Groep
toerekenbare aandeel in de reële waarden van de individuele activa en verplichtingen van de entiteit opgenomen als goodwill,
die is inbegrepen in de boekwaarde van de deelneming. Elk overschot van het aan de Groep toerekenbare aandeel in de reële
waarde van de identificeerbare activa en passiva verkrijgingsprijs (na herwaardering), wordt onmiddellijk opgenomen in het
nettoresultaat in de periode waarin de deelneming wordt verworven.
Een gezamenlijke onderneming (joint venture) is een partnerschap waarin de partijen die gezamenlijk de controle over de
onderneming uitoefenen rechten hebben op de activa en plichten met betrekking tot de passiva van de onderneming.
Gezamenlijke controle betekent de contractueel overeengekomen verdeling van de controle over een onderneming, die alleen
bestaat wanneer beslissingen over de relevante activiteiten de unanieme goedkeuring vereisen van de partijen die de controle
delen. Wanneer een entiteit van de Groep CFE haar activiteiten onderneemt in het kader van een joint venture, dient de Groep
CFE, als medepartner, de volgende elementen op te nemen voor haar belangen in de joint venture:
- haar activa, met inbegrip van haar aandeel in de gezamenlijk gehouden activa;
- haar passiva, met inbegrip van haar aandeel in de gezamenlijk gedragen passiva, in voorkomend geval;
- de winst die zij ontvangt uit de verkoop van haar aandeel in de productie die de joint venture voortbrengt;
- haar aandeel in de winst uit de verkoop van de productie die de joint venture voortbrengt;
- de kosten die zij draagt, met inbegrip van haar aandeel in de gezamenlijk gedragen kosten, in voorkomend geval.
(E) VREEMDE VALUTA
(1) TRANSACTIES IN VREEMDE VALUTA
De transacties in vreemde valuta worden omgerekend in euro tegen de wisselkoers die geldt op de datum van de transactie.
Aan het eind van de periode worden de monetaire activa en verplichtingen die uitgedrukt zijn in vreemde valuta, omgerekend in
euro tegen de wisselkoers op de balansdatum. De winsten en verliezen die hieruit voortvloeien worden opgenomen in de rubriek
wisselresultaten en worden in de resultatenrekening gepresenteerd als overige financiële lasten en opbrengsten.
Niet-monetaire activa en verplichtingen uitgedrukt in vreemde valuta, worden omgerekend tegen de wisselkoers die geldt op de
datum van de transactie
.
(2) JAARREKENINGEN VAN BUITENLANDSE ENTITEITEN
De activa en verplichtingen van vennootschappen van de Groep CFE die andere functionele valuta dan de euro gebruiken,
worden omgerekend in euro tegen de wisselkoers op de balansdatum. Opbrengsten, kosten en kasstromen van buitenlandse
dochterondernemingen worden omgerekend in euro tegen de gemiddelde wisselkoers van het boekjaar.
De eigenvermogenscomponenten worden omgerekend tegen de historische wisselkoers.
De wisselkoersverschillen die voortvloeien uit deze omrekening worden opgenomen in de overige elementen van het
totaalresultaat en worden ondergebracht in een afzonderlijke rubriek van het eigen vermogen, met name
‘omrekeningsverschillen’. Deze verschillen worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening in het boekjaar waarin de entiteit
wordt verkocht of vereffenend.
Jaarverslag 2025 - CFE
170
(3) WISSELKOERSEN
Slotkoers Valuta Gemiddelde koers 2025 Slotkoers 2024 Gemiddelde koers 2024 2025 Poolse zloty 4,22 4,24 4,27 4,31 US dollar 1,18 1,13 1,04 1,08 Tunesische dinar 3,43 3,39 3,31 3,37 Roemeense leu 5,10 5,04 4,97 4,97 Engels pond 0,87 0,86 0,83 0,85 Vietnamese dong 30.896,00 29.417,81 26.531,00 27.117,91 1 euro = X vreemde valuta
(F) IMMATERIËLE VASTE ACTIVA
(1) OPNAME EN WAARDERING VAN LICENTIES- EN IMPLEMENTATIEKOSTEN VAN SOFTWARE
Alle immateriële activa worden enkel geactiveerd als toekomstige economische voordelen waarschijnlijk zijn en de kostprijs ervan
betrouwbaar kan worden beoordeeld. Deze criteria zijn van toepassing op het tijdstip van de eerste opname en op latere
uitgaven.
Alle immateriële activa worden in de balans opgenomen tegen hun historische aanschaffingswaarde, verminderd met de
geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen.
De historische kosten omvatten de aankoopprijs van de licenties en de kosten die zijn gemaakt tijdens de implementatieperiode
van de software. Implementatiekosten omvatten de kosten van leveranciers of consultants die actief zijn op het project, evenals
de directe loonkosten van personeelsleden wiens hoofdactiviteit de implementatie van de tool is.
(2) KOSTEN NA EERSTE OPNAME
Kosten na eerste opname voor geactiveerde immateriële vaste activa worden enkel als activa opgenomen indien ze toekomstige
economische voordelen kunnen opleveren die het oorspronkelijk bepaalde prestatieniveau overschrijden. Alle andere kosten
worden als kost opgenomen op het moment dat ze worden gemaakt.
(3)
AFSCHRIJVINGEN
De immateriële activa worden lineair afgeschreven over een periode die overeenstemt met hun geraamde levensduur. Op het
niveau van de Groep CFE zijn dit voornamelijk softwarelicenties met een geraamde levensduur van 3 tot 5 jaar.
(G) MATERIËLE VASTE ACTIVA
(1) OPNAME EN WAARDERING
Materiële vaste activa worden enkel geactiveerd als toekomstige economische voordelen waarschijnlijk zijn en de kostprijs ervan
betrouwbaar kan worden beoordeeld. Deze criteria zijn van toepassing op het tijdstip van de eerste opname en op latere
uitgaven.
Alle materiële vaste activa worden in de balans opgenomen tegen hun historische aanschaffingswaarde, verminderd met de
cumulatieve afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen.
De historische kosten omvat de aankoopprijs, de tijdens de bouwperiode aangegane financieringskosten en de andere directe
bijkomende kosten (zoals niet terugvorderbare belastingen of vervoerkosten
). De kostprijs van de door de onderneming
geproduceerde activa omvat de prijs van de materialen, de directe loonkosten en een evenredig deel van de overheadkosten.
(2) KOSTEN NA EERSTE OPNAME
Kosten na eerste opname voor geactiveerde materiële vaste activa worden enkel als activa opgenomen indien ze toekomstige
economische voordelen kunnen opleveren die het materieel vast actief in zich bergt,. herstellings- en onderhoudskosten die de
toekomstige economische voordelen van de activa waarop ze betrekking hebben niet vergroten, worden als kost opgenomen
op het moment dat ze worden aangegaan.
(3) AFSCHRIJVINGEN
De materiële activa worden lineair afgeschreven over een periode die overeenstemt met hun geraamde gebruiksduur. Deze
afschrijvingen worden berekend vanaf de datum waarop het actief gebruiksklaar is. De raming van de gebruiksduur is als volgt:
vrachtwagens: 5 jaar voertuigen: 3 - 5 jaar ander materieel: 5 jaar informaticamaterieel: 3 jaar
Jaarverslag 2025 - CFE
171
kantoormaterieel: 5 jaar kantoormeubilair: 10 jaar renovatie van gebouwen/nieuwbouw: 20 - 33 jaar kranen: 8 - 12 jaar met/zonder restwaarde van 1% graafmachines: 7 jaar zonder restwaarde tracklayers : 10 jaar met restwaarde van 5% containers et werfinstallaties 5 jaar diverse werfmaterieel 5 jaar
Terreinen worden niet afgeschreven aangezien ze worden geacht een onbeperkte gebruiksduur te hebben.
(H) LEASEOVEREENKOMSTEN
De Groep CFE treedt hoofdzakelijk op als huurder in het kader van huurcontracten. Leaseovereenkomsten worden in de balans
opgenomen als gebruiksrechten en leaseverplichtingen tegen de contante waarde van de toekomstige leasebetalingen tegen
een vooraf bepaalde disconteringsvoet.
De Groep CFE gebruikt een marginale rentevoet die verschilt naargelang van de aard van het onderliggende actief van het
contract. Met het oog op de herwaardering van de leaseverplichting werd de herziene disconteringsvoet toegepast op de
resterende leases in de volgende gevallen:
- op elke overeenkomst die tijdens haar looptijd substantieel werd gewijzigd, maar zonder dat een afzonderlijke
leasingovereenkomst werd opgenomen;
- op nieuwe overeenkomsten die vanaf de datum van de herziening van de disconteringsvoet werden opgenomen.
De gebruiksrechten worden lineair afgeschreven over de gebruiksduur of over de looptijd van de lease indien de
leaseovereenkomst niet voorziet in de overdracht van de eigendom aan het einde van de leaseperiode. De overeenkomstige
verplichtingen worden geboekt als financiële schulden.
De leasebetalingen gekoppeld met betrekking tot huurcontracten met een maximale looptijd van 12 maanden en huurcontracten
waarbij de waarde van de onderliggende waarde laag is, worden ten laste genomen in de periode waarin het actief wordt
gebruikt.
Alle minimumhuren zijn deels opgenomen als financieringskosten en deels als terugbetaling van de leaseverplichting, zodat dit
resulteert in een constante periodieke rente op het resterende saldo van de verplichting. De financiële kosten worden rechtstreeks
ten laste van de winst-en-verliesrekening gebracht.
Bij vroegtijdige beëindiging van een leaseovereenkomst, wordt iedere aan de leasegever betaalde vergoeding ten laste
genomen in de periode waarin de beëindiging zich voordoet.
(I) FINANCIËLE ACTIVA
Financiële activa worden initieel opgenomen aan reële waarde. Voor de latere waardering worden financiële activa
onderverdeeld in volgende categorieën:
(1)
OBLIGATIES EN ANDERE FINANCIËLE ACTIVA
Deze financiële producten worden gepresenteerd als financiële activa aangehouden voor handelsdoeleinden en worden
gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs, bepaald op basis van de effectieve-rentemethode wanneer aan de volgende twee
voorwaarden is voldaan:
- het criterium ‘Solely Payment of Principal and Interests’, zoals gedefinieerd door IFRS 9 ;
- activa aangehouden met het oog op het ontvangen van contractuele kasstromen.
De effectieve-rentemethode berekent de geamortiseerde kostprijs of een financiële verplichting van een financieel actief, alsook
de verdeling van de renteopbrengsten- en lasten over de relevante periode. De effectieve rentevoet is de rentevoet die de
geschatte toekomstige contante betalingen- of ontvangsten gedurende de verwachte looptijd van het financiële instrument
exact disconteert tot de nettoboekwaarde. De winst of het verlies, alsook de waardeverminderingen worden opgenomen in de
winst-en-verliesrekening.
(2) GELDMIDDELEN- EN KASEQUIVALENTEN
Wij verwijzen naar paragraaf (L).
(3)
HANDELSVORDERINGEN
Wij verwijzen naar paragraaf (K).
Jaarverslag 2025 - CFE
172
(4) FINANCIËLE ACTIVA TEGEN REËLE WAARDE IN WINST-EN VERLIESREKENING
Afgeleide financiële instrumenten worden gewaardeerd tegen reële waarde in de winst-en-verliesrekening, tenzij er een
gedocumenteerde indekkingsrelatie bestaat (paragraaf W).
(J) VOORRADEN
De grondstoffen worden gewaardeerd tegen de gewogen gemiddelde kostprijs of de netto-realiseerbare waarde indien deze
lager is.
De kostprijs van terreinen, gebouwen in aanbouw en gebouwen aangehouden voor verkoop worden gewaardeerd tegen hun
individuele kostprijs of tegen de netto-realiseerbare waarde indien deze lager is. Hierbij wordt rekening gehouden met kostprijs
van de grond, de bouwkosten, de ontwikkelingskosten en de opvolging op het project.
De netto realiseerbare waarde stemt overeen met de geschatte verkoopprijs bij een normale gang van zaken, verminderd met
de geschatte kosten nodig voor de verdere afwerking en verkoop van het product.
(K) HANDELSVORDERINGEN
Kortlopende handelsvorderingen worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, die over het algemeen overeenstemt
met de nominale waarde inclusief de waardeverminderingen. De waardering van financiële activa gebeurt op basis van het
geschatte verliesmodel, dat rekening houdt met de verdisconteerde waarde van geschatte verliezen als de debiteur in gebreke
blijkt te zijn. Geraamde verliezen worden berekend op basis van het gewogen gemiddelde van de verwachte verliezen in
verschillende scenario’s. Deze analyse wordt per geval uitgevoerd, op het niveau van iedere werf.
(L) GELDMIDDELEN EN KASEQUIVALENTEN
Geldmiddelen- en kasequivalenten omvatten cash en termijndeposito’s met een looptijd van minder dan drie maanden.
(M) BIJZONDERE WAARDEVERMINDERING VAN NIET-FINANCIËLE ACTIVA
De boekwaarde van de vaste activa (met uitzondering van financiële activa die onder het toepassingsgebied van IFRS 9 vallen,
uitgestelde belastingen en vaste activa aangehouden voor verkoop) wordt op elke balansdatum herzien om na te gaan of er
een aanwijzing is dat een actief een bijzondere waardevermindering heeft ondergaan. Indien er een dergelijke indicatie bestaat,
dient de realiseerbare waarde van het actief te worden geschat. Voor immateriële activa met onbeperkte gebruiksduur en voor
goodwill, wordt de realiseerbare waarde op elke balansdatum geschat. Een bijzondere waardevermindering wordt opgenomen
wanneer de boekwaarde van het actief of de kasstroomgenererende eenheid waartoe het actief behoort, hoger is dan de
realiseerbare waarde. Bijzondere waardeverminderingen worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening.
(1)
SCHATTING VAN DE REALISEERBARE WAARDE
De realiseerbare waarde van de niet-financiële activa is de hoogste waarde tussen de bedrijfswaarde en de reële waarde minus
verkoopkosten van de activa. De bedrijfswaarde is de contante waarde van de verwachte toekomstige kasstromen.
Om de bedrijfswaarde te bepalen, worden de verwachte toekomstige kasstromen verdisconteerd tegen een rentevoet vóór
belastingen, die zowel de actuele marktrente als de specifieke risico’s met betrekking tot het actief weergeeft.
Voor activa die zelf geen kasstromen genereren, wordt de realiseerbare waarde bepaald voor de kasstroomgenererende eenheid
waartoe die activa behoren.
(2)
TERUGNEMING VAN BIJZONDERE WAARDEVERMINDERINGEN
Er gebeuren geen terugnemingen van bijzondere waardeverminderingen met betrekking tot goodwill. Voor niet-financiële activa
wordt een bijzondere waardevermindering teruggenomen indien er een wijziging is geweest in de schattingen die gebruikt
worden om de realiseerbare waarde vast te stellen.
Een bijzondere waardevermindering van een actief wordt slechts teruggenomen als de boekwaarde van het actief, verhoogd na
terugname van een bijzondere waardevermindering, niet hoger ligt dan de boekwaarde na afschrijvingen, die zou zijn vastgesteld
als er geen bijzondere waardevermindering voor het actief was opgenomen.
(N) INKOOP VAN EIGEN AANDELEN
Wanneer aandelen van de vennootschap worden aangekocht door de vennootschap zelf of door een vennootschap van de
Groep CFE, wordt het betaalde bedrag, inclusief de direct aan de aankoop toe te rekenen kosten, in mindering gebracht op het
eigen vermogen. De opbrengst van de verkoop van aandelen wordt direct opgenomen in het totaal eigen vermogen, zonder
impact op de winst-en-verliesrekening.
Jaarverslag 2025 - CFE
173
Indien eigen aandelen opnieuw worden uitgegeven, wordt elk verschil tussen de boekwaarde en de vergoeding opgenomen als
uitgiftepremie.
(O) VOORZIENINGEN
Voorzieningen worden aangelegd wanneer de vennootschap een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting heeft als gevolg
van gebeurtenissen in het verleden, wanneer het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen die economische voordelen
genereren vereist zal zijn om die verplichting af te wikkelen en wanneer het bedrag van die verplichting betrouwbaar kan worden
bepaald.
Het als voorziening opgenomen bedrag stemt overeen met de beste schatting van de uitgaven die vereist zijn om de bestaande
verplichting op de balansdatum af te wikkelen. Deze schatting wordt verricht op basis van een rentevoet vóór belastingen die
zowel de actuele marktramingen als de specifieke risico’s van de schuld weerspiegelt.
Voorzieningen voor herstructurering worden aangelegd wanneer de vennootschap een gedetailleerd en geformaliseerd
herstructureringsplan heeft goedgekeurd en wanneer de herstructurering ofwel werd aangevat ofwel publiek werd
bekendgemaakt. Voor kosten verbonden aan de normale activiteiten van de vennootschap worden geen voorzieningen
aangelegd.
De voorzieningen voor diensten na verkoop dekken de verplichtingen van de entiteiten binnen de Groep CFE in het kader van de
wettelijke garantieverplichtingen met betrekking tot opgeleverde werven. Ze worden geraamd op basis van statistische
informatie van vastgestelde uitgaven in voorgaande boekjaren en op individuele basis voor specifiek geïdentificeerde
problemen. De voorzieningen voor diensten na verkoop worden aangelegd vanaf de start van de werken.
De voorzieningen voor geschillen in het kader van de activiteit betreffen hoofdzakelijk geschillen met klanten, onder- en
medeaannemers of leveranciers. De overige kortlopende voorzieningen voor risico’s bestaan hoofdzakelijk uit voorzieningen voor
laattijdigheidsboetes en andere operationele bedrijfsrisico’s.
Langlopende voorzieningen zijn voorzieningen die niet direct verband houden met de exploitatiecyclus en waarvan de looptijd
doorgaans meer dan een jaar bedraagt.
(P) PERSONNEELSBELONINGEN
(1) VERPLICHTINGEN INZAKE PENSIOEN
De pensioenverplichtingen omvatten de pensioenplannen en de levensverzekeringen.
De vennootschap past wereldwijd een aantal pensioenplannen toe van het type ‘met vaste prestaties’ en het type ‘met vaste
bijdragen’.
In België zijn bepaalde op toegezegde bijdragen gebaseerde pensioenplannen het voorwerp van een door de werkgever wettelijk
gewaarborgd minimumrendement en worden ze dus beschouwd als toegezegde pensioenregelingen.
De activa van die pensioenplannen worden in het algemeen beheerd door aparte instellingen en gefinancierd door bijdragen
van de betrokken dochterondernemingen en van de werknemers. Deze bijdragen worden bepaald op basis van de
aanbevelingen van onafhankelijke actuarissen.
De pensioenverplichtingen van de Groep CFE zijn al dan niet gedekt door activa.
a) Pensioenplannen van het type ‘vaste bijdragen’
De bijdragen aan deze pensioenplannen worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening van het boekjaar waarin ze betaald
worden.
b) Pensioenplannen van het type ‘vaste prestaties’
Voor deze pensioenplannen worden de kosten van elk plan afzonderlijk geschat op basis van de ‘projected unit credit’-methode.
De methode van de geprojecteerde kredieteenheden stelt dat elke tewerkstellingsperiode recht geeft op een bijkomende
voordeeleenheid en beschouwt elke eenheid afzonderlijk.
Volgens deze methode worden de pensioenkosten ten laste genomen in de winst-en-verliesrekening zodat de kosten op
regelmatige wijze gespreid worden over de resterende diensttijd van de deelnemende werknemers, dit op basis van de
aanbevelingen van actuarissen die deze plannen jaarlijks aan een grondige beoordeling onderwerpen. De in de winst-en-
verliesrekening opgenomen bedragen omvatten de kostprijs van de verleende diensten, de rentelasten, de verwachte inkomsten
uit de dekkingsactiva en de kosten van ontvangen diensten.
De in de balans opgenomen pensioenverplichtingen worden gewaardeerd op basis van de contante waarde van de geschatte
toekomstige uitgaven, berekend op basis van rentevoeten gelijk aan die van bedrijfsobligaties van hoge kwaliteit met een looptijd
die deze van de pensioenverplichtingen benadert, na aftrek van de niet-opgenomen kosten van verstreken diensttijd en de reële
Jaarverslag 2025 - CFE
174
waarde van de activa.
De actuariële winsten- en verliezen worden afzonderlijk berekend voor elk type regeling met vaste prestaties. De actuariële
winsten- en verliezen omvatten het effect van de verschillen tussen actuariële veronderstellingen en de werkelijkheid en het effect
van wijzigingen in de actuariële veronderstellingen.
De actuariële verschillen met betrekking tot de verplichtingen of tot de activa die verbonden zijn met de voordelen bij
uitdiensttreding en die resulteren uit de verrekeningen van het arbeidsverleden en/of de wijzigingen van actuariële
veronderstellingen worden opgenomen onder andere elementen van het totaalresultaat in de periode waarin ze zich voordoen
en maken het voorwerp uit van een afzonderlijke reserve in het eigen vermogen. Deze verschillen en de schommelingen van de
limiet van de opgenomen activa worden voorgesteld in het overzicht van de staat van het totaalresultaat.
De rentekosten als gevolg van de afwikkeling van de verdiscontering van de pensioenvoordelen en soortgelijke verplichtingen,
evenals de financiële opbrengsten van het verwachte rendement op de activa van de regeling worden opgenomen in het
financieel resultaat.
De invoering of de wijziging van een nieuwe regeling bij uitdiensttreding of van andere regelingen op lange termijn kan de
geactualiseerde waarde verhogen van de verplichting uit hoofde van een regeling met vaste prestaties voor de diensten die
verleend zijn in de vorige periodes, d.w.z. de kosten van ontvangen diensten. De kosten van ontvangen diensten die verband
houden met de regelingen bij uitdiensttreding worden lineair over de gemiddelde periode opgenomen als resultaat totdat de
overeenkomstige voordelen aanvaard zijn door de werknemers. De voordelen die aanvaard zijn als gevolg van het aannemen of
het wijzigen van een regeling bij uitdiensttreding, en de kosten van ontvangen diensten verbonden met de andere voordelen op
lange termijn, worden onmiddellijk opgenomen als resultaat.
De actuariële berekeningen van de verplichtingen bij uitdiensttreding en van de andere voordelen op lange termijn worden
uitgevoerd door onafhankelijke actuarissen.
De bonussen toegekend aan bedienden en hogere kaderleden zijn gebaseerd op doelstellingen die voortvloeien uit belangrijke
financiële en niet-financiële kernindicatoren. Het geschatte bedrag van de bonussen wordt opgenomen als last van het boekjaar
waarop ze betrekking hebben.
(Q) RENTEDRAGENDE LENINGEN
(1) FINANCIËLE VERPLICHTINGEN TEGEN GEAMORTISEERDE KOSTPRIJS
Rentedragende leningen worden initieel verwerkt tegen reële waarde, verminderd met toerekenbare transactiekosten. Elk verschil
tussen het bedrag bij de eerste opname en het aflossingsbedrag op basis van de effectieve-rentemethode in de winst-en-
verliesrekening wordt opgenomen over de looptijd van de leningen. We verwijzen naar paragraaf I (1) voor de definitie van deze
methode.
(2)
FINANCIËLE VERPLICHTINGEN TEGEN REËLE WAARDE IN WINST-EN-VERLIESREKENING
Afgeleide financiële instrumenten worden gewaardeerd tegen reële waarde in winst-en-verliesrekening, tenzij er een
gedocumenteerde indekkingsrelatie bestaat (paragraaf W).
(R) HANDELSSCHULDEN EN OVERIGE SCHULDEN
De handelsschulden en overige kortlopende schulden worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs.
(S) WINSTBELASTINGEN
Belastingen op het resultaat omvatten de verschuldigde belastingen en de uitgestelde belastingen. De belastingen worden
opgenomen in de winst-en-verliesrekening, tenzij ze betrekking hebben op elementen die in andere elementen van het
totaalresultaat of in het eigen vermogen werden geboekt; in dat geval worden de uitgestelde belastingen ook in deze categorieën
opgenomen.
De verschuldigde belasting omvat het bedrag van de verschuldigde belastingen op de belastbare inkomsten van het afgelopen
jaar, evenals alle aanpassingen van betaalde of te betalen belastingen met betrekking tot vorige jaren. De belastingen worden
berekend op basis van de belastingtarieven die van toepassing zijn op de balansdatum.
Uitgestelde belastingen worden berekend op basis van de tijdelijke verschillen tussen de boekwaarde en de belastinggrondslag
van een actief/verplichting (‘liability method’). De uitgestelde belastingen worden berekend op basis van de belastingtarieven
die van toepassing zijn op de balansdatum. Volgens deze methode moet de vennootschap, in geval van een bedrijfscombinatie,
voorzieningen aanleggen voor uitgestelde belastingen tot dekking van het verschil tussen de reële waarde van het verworven
netto-actief en de belastinggrondslag.
De volgende tijdelijke verschillen worden niet opgenomen: fiscaal niet-aftrekbare goodwill, eerste opname van activa en
verplichtingen die geen invloed hebben op de boekhoudkundige winst noch op de belastbare winst en verschillen met betrekking
Jaarverslag 2025 - CFE
175
tot belangen in dochterondernemingen in zover een tegenboeking in de voorzienbare toekomst niet waarschijnlijk is.
Uitgestelde belastingvorderingen worden enkel opgenomen als het waarschijnlijk is dat er in de toekomst een belastbare winst
beschikbaar zal zijn om het belastingvoordeel te compenseren. De uitgestelde belastingvordering wordt verminderd wanneer
het niet langer waarschijnlijk is dat het eraan verbonden belastingvoordeel zal gerealiseerd worden.
(T) OPBRENGSTEN VAN BOUW- EN DIENSTVERLENINGSCONSTRACTEN
Wanneer de winst of het verlies van een aannemingscontract op een betrouwbare wijze kan worden ingeschat, worden de
inkomsten- en uitgaven van het contract, inclusief de financieringskosten die gemaakt worden wanneer het contract de
boekhoudperiode overschrijdt, in de tijd gespreid opgenomen in de winst-en-verliesrekening, in verhouding tot het
voltooiingspercentage van het contract op balansdatum. Het voltooiingspercentage wordt berekend als de verhouding tussen
de contractkosten op de balansdatum en de geschatte totale contractkosten.
Het grootste deel van de inkomsten wordt in de tijd gespreid opgenomen als aan een van de volgende criteria voldaan is:
- de klant ontvangt en verbruikt simultaan de voordelen van de prestaties van de vennootschap terwijl ze deze presteert;
- de prestaties van de vennootschap creëren of verbeteren een actief dat de klant controleert terwijl het actief gecreëerd of
verbeterd wordt;
- de prestaties van de vennootschap creëren een actief zonder mogelijk alternatief nut voor de vennootschap en de
vennootschap heeft een afdwingbaar recht op betaling voor de prestaties die tot dusver geleverd zijn.
(1)
CONTRACTKOSTEN
Projectkosten worden opgenomen als een uitgave in de winst-en-verliesrekening in de boekhoudperiodes waarin de geleverde
prestaties betrekking hebben. De gemaakte kosten die betrekking hebben op toekomstige activiteiten in het project worden
gekapitaliseerd als het waarschijnlijk is dat deze terugverdiend zullen worden. Er wordt een correctie toegepast voor de kosten
van materiaal dat aangekocht maar nog niet vervaardigd werd of in productie is op de verslagdatum. Wanneer het waarschijnlijk
is dat de totale projectkosten hoger zullen zijn dan de totale projectopbrengsten, wordt het verwachte verlies onmiddellijk erkend
als een last.
(2)
CONTRACT OPBRENGSTEN
Opbrengsten van een aannemingscontract omvatten het initiële bedrag van de opbrengsten dat in het contract gedefinieerd
wordt alsook de wijzigingen in de werkzaamheden die door het contract gespecificeerd worden, vorderingen en
prestatiebonussen voor zover het zeer waarschijnlijk is dat een significante terugboeking van opgenomen cumulatieve
opbrengsten niet zal plaatsvinden wanneer de onzekerheid met betrekking tot de variabele vergoeding vervolgens opgelost
wordt. Wanneer het resultaat van een aannemingscontract niet op een betrouwbare manier ingeschat kan worden, worden de
projectopbrengsten opgenomen tot het bedrag van de gemaakte projectkosten die waarschijnlijk terugverdiend zullen worden.
De transactieprijs wordt gewaardeerd tegen het bedrag die de tegenprestatie weerspiegelt waarop de entiteit verwacht recht te
hebben in ruil voor de levering van de beloofde goederen- en diensten aan de klant.
Een wijziging van het contract kan leiden tot een stijging of daling van de transactieprijs. Dit betreft een instructie van de klant
voor een wijziging in de omvang van de werkzaamheden die in het kader van het contract uitgevoerd moeten worden. Bij de
toepassing van dit principe worden de prestatiebonus en de inkomsten uit vorderingen over het algemeen alleen als onderdeel
van de transactieprijs beschouwd wanneer hierover een overeenkomst met de klant is gesloten. De meest voorkomende
variabele elementen zoals de prijs van de materialen en de bezoldigingen van het aan de bouwplaatsen toegewezen personeel
worden slechts in de transactieprijs opgenomen voor zover het waarschijnlijk is dat er geen significante terugname van de
erkende opbrengsten zal plaatsvinden.
Prestatiebonussen maken deel uit van de projectopbrengsten wanneer het, op basis van het voltooiingspercentage van het
project, waarschijnlijk is dat het gespecificeerde prestatieniveau zal worden bereikt of overschreden wordt en het bedrag van de
prestatiebonus op een betrouwbare manier kan worden bepaald.
(3) CONTRACT TEGOEDEN
Een contractueel actief is het recht op een vergoeding in ruil voor goederen of diensten die overgedragen worden. Als de entiteit
goederen of diensten aan een klant levert vóór de klant de vergoeding betaalt of vóór de betaling verschuldigd is, wordt een
contractueel actief opgenomen voor de verdiende vergoeding die voorwaardelijk is.
Een contractverplichting is de verplichting om goederen of diensten over te dragen aan de klant waarvoor de Groep een
vergoeding heeft ontvangen vóór de vennootschap goederen of diensten aan de klant overdraagt. Een contractverplichting
wordt opgenomen op het moment dat de betaling uitgevoerd is of de betaling verschuldigd is (afhankelijk van wat het vroegste
is). Contractverplichtingen worden opgenomen als opbrengsten wanneer de vennootschap werkzaamheden uitvoert in het
kader van het contract.
De lopende werkzaamheden weerspiegelen de netto positie van de activa en passiva op contracten.
Jaarverslag 2025 - CFE
176
Een voorziening voor verlieslatende contracten wordt aangelegd wanneer de verwachte economische voordelen van een
contract lager liggen dan de onvermijdelijke kosten om aan de contractuele verplichtingen te voldoen. De onvermijdelijke kosten
van een contract weerspiegelen de netto uitstapkosten van het contract, namelijk de uitvoeringskosten van het contract of, als
ze lager is, elke schadevergoeding of boete wegens het niet-uitvoeren van het contract. De uitvoeringskosten van het contract
omvatten de rechtstreeks aan het contract verbonden kosten ('full direct costs'), namelijk:
- de marginale kosten van de uitvoering van het contract, en
- een toerekening van de andere kosten die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van het contract.
(4) KOSTEN OM EEN CONTRACT TE VERKRIJGEN OF UIT TE VOEREN
De Groep CFE heeft vastgesteld dat de kosten voor het aantrekken van een contract (bv. betaalde commissies) en de kosten
voor de uitvoering van een contract dat niet gedekt wordt door een specifieke IFRS-norm die normaal gesproken gekapitaliseerd
moeten worden, zoals gedefinieerd in IFRS 15, wanneer ze voldoen aan bepaalde specifieke criteria, geen materiële impact
hebben op de opname van opbrengsten en de marge van projecten. Als zodanig worden deze kosten om een contract aan te
trekken of uit te voeren niet afzonderlijk verwerkt in overeenstemming met IFRS 15, maar worden ze opgenomen in de
projectboekhouding en derhalve opgenomen als gemaakte kosten.
(5) BIJZONDERE OVERWEGINGEN MET BETREKKING TOT INKOMSTEN PER SEGMENT
a) Inkomsten uit bouwcontracten en multitechnieken
De Groep CFE staat in voor het globale beheer van een project waarin verschillende goederen en diensten zijn opgenomen, zoals
afbraak, grondwerken, bodemsanering, funderingswerken, aankoop van materialen, bouw van de ruwbouw en de gevels,
installatie van de technische percelen (elektriciteit, HVAC, enz.) en de afwerking.
De boekhouding van de omzet dient volgens IFRS 15 het volgende weer te geven:
• enerzijds, het tempo van de uitvoering van de prestatieverplichtingen die overeenkomen met de overdracht van de
controle over een goed of dienst aan de klant;
• anderzijds, het bedrag waarvoor de verkoper verwacht recht te hebben als vergoeding voor de uitgevoerde activiteiten.
Prestatieverplichtingen om goederen en diensten over te dragen worden in het kader van het contract niet afzonderlijk
behandeld, omdat de entiteit een belangrijke dienst verleent door goederen en diensten (de inputs) te integreren in het gebouw
(het gecombineerd product) waarvoor de klant een overeenkomst heeft gesloten. Daarom zijn goederen en diensten niet
gescheiden. De entiteit neemt alle goederen en diensten in het contract op als één enkele prestatieverplichting.
Opbrengsten uit bouwcontracten worden opgenomen naar rato van het stadium van de voltooiing op basis van de
kostenmethode, d.w.z. op basis van het aandeel van de tot dan toe gemaakte projectkosten in de totale geschatte kosten.
Het eigendom wordt geleidelijk overgedragen aan de koper tijdens de bouwperiode, zodat de opbrengst in de tijd wordt geboekt
wanneer de prestatie van de entiteit geen activum creëert met een alternatieve gebruiksmogelijkheid voor de entiteit en deze
een afdwingbaar recht heeft op betaling voor de tot op heden voltooide prestatie, wat voldoet aan het derde criterium
gedefinieerd in de IFRS norm 15.35.
Voor zover het contract expliciet elke eenheid afzonderlijk identificeert en de klant van elke eenheid afzonderlijk kan profiteren,
moet de constructie van elke eenheid worden beschouwd als een afzonderlijke prestatieverplichting en worden de producten
afzonderlijk erkend voor elke prestatieverplichting.
De overdracht van de controle over een goed of dienst kan op een specifiek moment plaatsvinden, wat overeenkomt met de
voltooiing van de werkzaamheden. Voor sommige contracten, voornamelijk in het segment Multitechnieken, waar de installatie-
en uitvoeringswerkzaamheden een zeer korte periode beslaan. Voor dergelijke contracten worden de opbrengsten verantwoord
wanneer de werkzaamheden zijn voltooid.
b) Vastgoedontwikkelingen
De Groep CFE staat in voor het globale beheer van de vastgoedprojecten waarbij verschillende blokken van gebouwen in
aanbouw (of nog te bouwen) aan de klant(en) worden verkocht. Hoewel de lokale regulator de eigendomsoverdracht aan de
eindklant regelt, wordt de prestatieverplichting geleidelijk of op een specifiek moment nagekomen. Opbrengsten worden
opgenomen zodra de materiële risico’s en voordelen van eigendom in wezen zijn overgedragen aan de koper en er geen
onzekerheid bestaat over de inning van de verschuldigde bedragen, de daaraan verbonden kosten of de eventuele terugzending
van de goederen.
De zogenaamde gemengde projecten, namelijk vastgoedontwikkelingen die residentiële eenheden, kantoren en/of
handelsruimten omvatten, zullen naargelang de verschillende ontwikkelde eenheden al dan niet onderscheiden zijn in de
betekenis van IFRS 15, worden onderverdeeld in een of meerdere prestatieverplichtingen. Voor het overige, zullen de ontwikkeling
van het project en de opvolging van de bouw als een enkele of als twee onderscheiden prestatieverplichtingen worden
beschouwd, afhankelijk van het contractuele kader.
Jaarverslag 2025 - CFE
177
De opbrengst wordt geboekt wanneer elk individueel genomen prestatieverplichting voldaan is, namelijk:
- indien de lokale wetgever de eigendom van de bouw geleidelijk overdraagbaar maakt gedurende de uitvoering van de
bouwwerkzaamheden en indien de Groep contractueel verplicht is de onroerende goederen door te verkopen naar andere
klanten en een afdwingbaar recht heeft op betaling voor de uitgevoerde werkzaamheden, zullen de opbrengsten uit de
bouw van deze woningen derhalve geleidelijk worden opgenomen naarmate de voortgang vordert. Het
voltooiingspercentage wordt berekend volgens het aandeel in de cumulatieve contractkosten die gemaakt werden voor
de realisatie, gesplitst door de geschatte totale kosten en volgens de mate van eigendomsoverdracht op de balansdatum.
Dit betreft uitsluitend de in België en Luxemburg ontwikkelde projecten;
- indien de wetgever bepaalt dat de overdracht van risico’s en voordelen en het afdwingbare recht op betaling pas wordt
vastgesteld wanneer de wooneenheid volledig is gebouwd en geleverd, worden de inkomsten pas op een specifiek moment
erkend: bij de ondertekening van de notariële akte of het overdrachtsprotocol tussen de Groep CFE en de eindklant. Dit
betreft uitsluitend de in Polen ontwikkelde projecten.
Indien de ontwikkeling van een project en de opvolging van de bouw als twee onderscheiden verplichtingen worden beschouwd,
zal de opbrengst van de ontwikkeling van het project in het algemeen worden opgenomen op een welbepaald ogenblik bij de
verkoop, en zal de opbrengst van de opvolging van de bouw, zoals eerder beschreven, worden opgenomen volgens het
voltooiingspercentage.
(U) OVERIGE INKOMSTEN
HUURINKOMSTEN EN -KOSTEN
Huurinkomsten en kosten uit gewone huurcontracten worden lineair opgenomen over de looptijd van de huurovereenkomst.
(V) LASTEN
(1) FINANCIËLE LASTEN
De financiële lasten omvatten de verschuldigde rente op leningen, de wisselkoersverliezen op vreemde valuta’s en verliezen
afkomstig van de afdekkingsinstrumenten opgenomen in de winst-en-verliesrekening.
Alle rente en andere kosten in verband met leningen, met uitzondering van die welke in aanmerking kwamen voor activering,
worden als financieringskosten in de winst-en-verliesrekening opgenomen. De rentekosten met betrekking tot de huurcontracten
worden in de winst-en-verliesrekening opgenomen volgens de effectieve-rentemethode.
(2)
ONDERZOEKS- EN ONTWIKKELINGENKOSTEN, RECLAME- EN PROMOTIEKOSTEN EN ONTWIKKELINGSKOSTEN VAN
INFORMATIESYSTEMEN
De onderzoeks-, reclame- en promotiekosten worden opgenomen in het boekjaar waarin deze kosten worden gemaakt.
Ontwikkelingskosten en kosten voor de ontwikkeling van informatiesystemen worden ten laste genomen wanneer ze worden
gemaakt, wanneer deze niet voldoen aan de criteria voor immateriële vaste activa.
(W) BOEKHOUDKUNDIGE VERWERKING VAN AFDEKKINGSTRANSACTIES
De vennootschap gebruikt afgeleide financiële instrumenten hoofdzakelijk om de risico’s te beperken die voortvloeien uit
ongunstige schommelingen van de rentevoeten, wisselkoersen, grondstoffenprijzen en andere marktrisico’s. Het beleid van de
vennootschap verbiedt het gebruik van deze instrumenten voor speculatiedoeleinden.
De Groep CFE houdt geen derivaten aan voor handelsdoeleinden en geeft deze ook niet uit. Derivaten die echter niet in
aanmerking komen voor hedge accounting in de zin van de IFRS 9 norm, worden verwerkt als instrumenten aangehouden voor
handelsdoeleinden.
Afgeleide financiële instrumenten worden zowel bij de eerste opname als erna gewaardeerd tegen reële waarde. De boeking van
niet-gerealiseerde winsten of verliezen hangt af van de kwalificatie van het afgeleide financiële instrument en de effectiviteit van
de dekking.
De reële waarde van renteswaps is het geschatte bedrag dat de Groep CFE zou ontvangen of betalen om de swap per
balansdatum te beëindigen, rekening houdend met de actuele rente en de kredietwaardigheid van de tegenpartijen bij de swap.
De reële waarde van een ‘forward exchange contract’ is de beurskoers op de afsluitdatum, oftewel de contante waarde van de
genoteerde ‘forward’ prijs.
De boekhouding van afdekkingstransacties is van toepassing indien aan de voorwaarden van IFRS 9 is voldaan:
- de afdekkingsrelatie moet duidelijk aangeduid en gedocumenteerd worden op de datum waarop het afdekkingsinstrument
wordt ingesteld;
- het economisch verband tussen de afgedekte positie en het afdekkingsinstrument moet gedocumenteerd worden, evenals
de potentiële bronnen van inefficiëntie;
Jaarverslag 2025 - CFE
178
- de retrospectieve inefficiëntie moet bij elk besluit gemeten worden;
- de afdekkingsrelatie bestaat uitsluitend uit in aanmerking komende afdekkingsinstrumenten en in aanmerking komende
afgedekte posities;
- de afdekkingsverhouding in de afdekkingsrelatie is dezelfde als die welke voortvloeit uit de hoeveelheid van de afgedekte
positie die de entiteit feitelijk afdekt en de hoeveelheid van het afdekkingsinstrument dat de entiteit feitelijk gebruikt om die
hoeveelheid van de afgedekte positie af te dekken.
De veranderingen in de reële waarde van de ene periode naar de andere worden op verschillende manieren verwerkt, afhankelijk
van de boekhoudkundige kwalificatie van het instrument:
(1) KASSTROOMAFDEKKING (CASH-FLOW HEDGES)
Wanneer een afgeleid financieel instrument de mogelijke variabiliteit van kasstromen van een opgenomen verplichting, een
vaststaande verbintenis of een verwachte toekomstige transactie van de vennootschap afdekt, wordt het effectieve deel van de
winst of verlies op het afgeleide financieel instrument rechtstreeks in andere elementen van het totaalresultaat en in een aparte
categorie van ingehouden winsten in het eigen vermogen opgenomen.
Wanneer de vaststaande verbintenis of de verwachte toekomstige transactie leidt tot opname van een niet-financieel actief of
een niet-financiële verplichting, worden de cumulatieve winsten of verliezen verwijderd uit de rubriek ‘eigen vermogen’ en worden
ze opgenomen in de initiële waardering van het actief of de verplichting.
In het andere geval worden de cumulatieve winsten of verliezen verwijderd uit het eigen vermogen en opgenomen in de winst-
en-verliesrekening op hetzelfde ogenblik als de afgedekte transactie.
Het niet-effectieve deel van de winst of het verlies op het financieel instrument wordt in de winst-en-verliesrekening opgenomen.
De winsten en verliezen die voortvloeien uit de tijdelijke waarde van het afgeleid financieel instrument worden in de winst-en-
verliesrekening opgenomen.
Wanneer een afdekkingsinstrument of afdekkingsrelatie ten einde loopt maar de afgedekte transactie nog moet plaatsvinden,
blijft de op dat ogenblik niet-gerealiseerde cumulatieve winst of verlies in de rubriek ‘eigen vermogen’ en wordt deze opgenomen
volgens het hierboven beschreven principe wanneer de transactie plaatsvindt.
Wanneer men niet meer verwacht dat de afgedekte transactie zal plaatsvinden, wordt de niet-gerealiseerde cumulatieve winst
of verlies die opgenomen werd in het eigen vermogen, onmiddellijk in de winst-en-verliesrekening opgenomen.
(2)
REËLE-WAARDEAFDEKKING
Voor ieder afgeleid financieel instrument dat de mogelijke variabiliteit in de reële waarde van een opgenomen vordering of
schuld afdekt, wordt de winst of het verlies als gevolg van de herwaardering van het afdekkinginstrument opgenomen in de
winst-en-verliesrekening. Ook de waarde van het afgedekte element wordt gewaardeerd tegen de reële waarde die aan het
afgedekte risico toe te rekenen is. De daarmee verbonden winst of verlies wordt opgenomen in de winst-en-verliesrekening.
De reële waarde van de afgedekte elementen in verband met het afgedekte risico, zijn de boekwaarden op de balansdatum,
omgerekend in euro tegen de wisselkoers die geldt op de balansdatum.
(3)
AFDEKKING VAN EEN NETTO-INVESTERING IN BUITENLANDSE ACTIVITEITEN
Als een schuld in vreemde valuta een investering in een buitenlandse entiteit afdekt, worden de wisselkoersverschillen ingevolge
de omzetting van de schuld in euro rechtstreeks opgenomen als omrekeningverschillen onder ‘andere elementen’ van het
resultaat.
Als een afgeleid financieel instrument een netto-investering met betrekking tot buitenlandse activiteiten afdekt, dan wordt het
effectieve deel van de winst of het verlies op het financieel instrument rechtstreeks opgenomen als ‘omrekeningverschil’ onder
‘andere elementen’ van het resultaat.
(4) INSTRUMENTEN GEKOPPELD AAN BOUWCONTRACTEN
Indien een afgeleid financieel instrument de mogelijke variabiliteit van kasstromen van een opgenomen verplichting, een
vaststaande verbintenis of een verwachte toekomstige transactie van de vennootschap in het kader van een bouwcontract
afdekt (voornamelijk termijncontracten voor de aankoop of verkoop van valuta), dan wordt dit instrument niet gedocumenteerd
als een kasstroomafdekkingsinstrument zoal beschreven in punt (1) hierboven. De winsten of verliezen die op het afgeleid
financieel instrument worden gerealiseerd, worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening als financiële baten of lasten.
De gerealiseerde winsten of verliezen op het afgeleid financieel instrument, worden beschouwd als kosten van het bouwcontract
(zie sectie (U) hierboven). Dit element heeft echter geen invloed op de bepaling van de mate van voortgang van het contract.
Jaarverslag 2025 - CFE
179
(X) SEGMENTINFORMATIE
Een segment is een onderscheiden onderdeel van de Groep CFE dat kosten en opbrengsten genereert, en waarvan de
operationele resultaten regelmatig door de directie worden geëvalueerd om beslissingen te nemen of de prestaties van het
segment na te gaan. De voortgezette activiteiten van de Groep CFE bestaat uit vier operationele segmenten:
Vastgoedontwikkeling, Multitechnieken, Bouw & Renovatie en Investeringen & Holding.
(Y) KASSTROMEN TEN OPZICHTE VAN GECONSOLIDEERDE VENNOOTSCHAPPEN VOLGENS DE
VERMOGENMUTATIEMETHODE
De kasstromen ten aanzien van de geconsolideerde vennootschappen volgens de vermogensmutatiemethode, alsook met
betrekking tot de verhoging of vermindering van het kapitaal en de verstrekking (terugbetaling) van leningen worden in principe
opgenomen in de kasstromen in de investeringsactiviteiten.
Echter, met betrekking tot het segment Vastgoedontwikkeling worden deze kasstromen gepresenteerd in de operationele
activiteiten. Dit komt omdat de ontwikkeling van vastgoedprojecten plaatsvindt via geconsolideerde dochtervennootschappen
of via joint ventures. Al deze projecten worden beheerd door hetzelfde managementteam binnen het segment
Vastgoedontwikkeling van de Groep CFE. De kasstromen die verband houden met lopende ontwikkelingsprojecten, die gehouden
worden door de geconsolideerde dochtervennootschappen, worden per definitie toegewezen aan de rubriek “wijzigingen in het
werkkapitaal”, d.w.z. de operationele kasstromen.
Om de consistentie voor de lezer te waarborgen van de financiële staten, heeft de Groep CFE ervoor gekozen om ook de
kasstromen met betrekking tot de financiering van de door de joint ventures gehouden vastgoedprojecten, op te nemen binnen
dezelfde rubriek ‘wijzigingen in het werkkapitaal’. Deze redenering is gebaseerd op het feit dat de door de joint ventures gehouden
projecten evenals de projecten die gehouden worden door geconsolideerde dochtervennootschappen, economisch gezien
vergelijkbaar zijn en beide betrekking hebben op de belangrijkste productieve activiteiten van de Groep CFE en dus beide
operationeel zijn van aard. Vandaar het besluit van de Groep CFE om de kasstromen van al haar vastgoedprojecten samen te
voegen onder de operationele activiteiten, ongeacht van de onderliggende juridische structuur. Door te kiezen voor de
presentatie van kasstromen als operationele activiteiten, heeft de Groep CFE zich gebaseerd op het principe van IAS 7, paragraaf
11, met name dat een entiteit haar kasstromen met betrekking tot operationele activiteiten, investeringen en financiering op de
meest geschikte manier voor haar bedrijfsvoering presenteert.
Jaarverslag 2025 - CFE
180
3. CONSOLIDATIEMETHODEN
CONSOLIDATIEKRING
Vennootschappen waarvan de groep direct of indirect de meerderheid van de stemrechten bezit en waarover ze dus
zeggenschap heeft, worden geconsolideerd volgens de integrale consolidatiemethode.
De vennootschappen waarover de groep een gezamenlijke zeggenschap heeft, samen met andere aandeelhouders, worden
geïntegreerd volgens de vermogensmutatiemethode. Dit heeft met name betrekking op Deep C Holding N.V., Green Offshore N.V.,
GreenStor N.V. en sommige dochterondernemingen van BPI.
De evolutie van de consolidatiekring van de Groep CFE tussen 2025 en 2024 wordt als volgt samengevat:
Aantal entiteiten 2025 2024 Integrale methode 59 63 Vermogensmutatiemethode 87 87 Totaal 146 150
VERRICHTINGEN BINNEN DE GROEP
De wederzijdse verrichtingen en transacties van activa en verplichtingen, baten en lasten tussen opgenomen ondernemingen
worden in de geconsolideerde financiële staten geëlimineerd. Deze eliminatie gebeurt:
- volledig, als de transactie plaatsheeft tussen twee dochterondernemingen die volgens de integrale consolidatiemethode
worden geconsolideerd; en
- naar rato van het belang in de onderneming waarop vermogensmutatie wordt toegepast voor het interne resultaat
gerealiseerd tussen een integraal geconsolideerde onderneming en een onderneming geconsolideerd volgens de
vermogensmutatiemethode.
OMREKENING VAN DE JAARREKENINGEN VAN DE BUITENLANDSE VENNOOTSCHAPPEN
EN VESTIGINGEN
In de meeste gevallen stemt de functionele valuta van de vennootschappen en vestigingen overeen met de valuta van het
betrokken land.
De jaarrekeningen van de buitenlandse vennootschappen waarvan de functionele valuta verschilt van de presentatievaluta van
de geconsolideerde financiële staten van de Groep CFE, worden omgerekend tegen de wisselkoers op de balansdatum wat
betreft de posten van de balans en tegen de gemiddelde koers over de periode voor de posten van de resultatenrekening. De
omrekeningsverschillen die daaruit voortvloeien, worden in de geconsolideerde reserves opgenomen als wisselkoersverschillen
die uit de omrekening resulteren. De goodwill met betrekking tot de buitenlandse vennootschappen wordt geacht deel uit te
maken van de verworven activa en verplichtingen en wordt uit dien hoofde omgerekend tegen de wisselkoers op de
balansdatum.
TRANSACTIES IN VREEMDE VALUTA
De transacties in vreemde valuta worden omgerekend in euro tegen de wisselkoers die geldt op de datum van de transactie.
Aan het eind van de periode worden de monetaire activa en verplichtingen die uitgedrukt zijn in vreemde valuta, omgerekend in
euro tegen de wisselkoers op de balansdatum. De winsten en verliezen die hieruit voortvloeien worden opgenomen in de rubriek
wisselresultaten en worden in de resultatenrekening gepresenteerd als overige financiële lasten en opbrengsten.
De wisselkoersverschillen op leningen in vreemde valuta of op afgeleide producten gebruikt voor afdekking van belangen in de
buitenlandse dochterondernemingen, worden opgenomen in de rubriek van de wisselkoersverschillen uit de omrekening onder
de overige elementen van het totaalresultaat en zijn het voorwerp van een afzonderlijke reserve in het eigen vermogen. Wanneer
de leningen worden afgelost, worden de koersverschillen die in het eigen vermogen zijn geboekt, hergebruikt in de winst-en-
verliesrekening.
Jaarverslag 2025 - CFE
181
4. SEGMENTINFORMATIE
O
PERATIONELE SEGMENTEN
De segmentinformatie wordt voorgesteld rekening houdend met de verschillende operationele segmenten. De resultaten, activa
en verplichtingen van de segmenten omvatten elementen die rechtstreeks toe te wijzen zijn aan een segment.
De Groep CFE bestaat uit de volgende vier operationele segmenten:
Vastgoedontwikkeling
Het segment Vastgoedontwikkeling ontwikkelt vastgoedprojecten in België, Luxemburg en Polen.
Multitechnieken
Het segment Multitechnieken bedient de energiemarkt in het kader van project- en onderhoudscontracten met variabele
looptijden en omvat de activiteiten van de divisies VMA en MOBIX:
- VMA is gespecialiseerd in de technische installaties van gebouwen, hun geautomatiseerde beheer (smart buildings) en hun
onderhoud op lange termijn, evenals in de automatisering van productieketens in de auto-industrie, de chemische
nijverheid en de voedingsindustrie;
- MOBIX is in België een vooraanstaande speler in de realisatie van spoorwegwerken (aanleg van sporen, bovenleidingen en
signalisatie) en de openbare straatverlichting.
Er worden synergiën verwacht tussen deze activiteiten, die vergelijkbare economische kenmerken hebben.
Bouw & Renovatie
Het segment Bouw & Renovatie verzamelt alle dochterondernemingen van de Groep CFE die actief zijn in België, Polen en het
Groothertogdom Luxemburg, gespecialiseerd in de bouw en renovatie van kantoorgebouwen, residentiële gebouwen
(voornamelijk in het kader van vastgoedontwikkeling), ziekenhuizen, hotels, scholen, parkings en industriële gebouwen. Deze
activiteiten hebben vergelijkbare economische kenmerken.
Investeringen & Holding
Naast de activiteiten die een holding eigen zijn, omvat dit segment participaties in Deep C Holding N.V., Green Offshore N.V.,
GreenStor N.V. en een contract van het type Design Build Finance and Maintenance in België.
Jaarverslag 2025 - CFE
182
ELEMENTEN VAN HET GECONSOLIDEERD OVERZICHT VAN DE RESULTATENREKENING
Eliminaties Boekjaar afgesloten op 31 december 2025 Vastgoed-Multi- Bouw & Investeringen Totaal tussen (duizend euro) ontwikkeling technieken Renovatie & Holding geconsolideerd segmenten Omzet 76.749 301.400 683.402 2.732 (22.690) 1.041.593 EBITDA 19.626 20.320 28.615 (5.345) (212) 63.004 % Omzet 25,57% 6,74% 4,19% 6,05% Afschrijvingen (1.391) (11.095) (9.279) (669) 0 (22.434) Resultaat van de operationele activiteiten 18.235 9.225 19.336 (6.014) (212) 40.570 Aandeel in de winst (het verlies) van deelnemingen waarop (3.710) 8 (12) 7.996 0 4.282 vermogensmutatiemethode is toegepast Bedrijfsresultaat (EBIT) 14.525 9.233 19.324 1.982 (212) 44.852 % Omzet 18,93% 3,06% 2,83% 4,31% Financieel resultaat 610 (950) 3.141 (3.883) 0 (1.082) Winstbelastingen (3.112) (2.321) (5.966) 1.099 53 (10.247) Resultaat - deel van de groep 12.042 5.962 16.499 (802) (159) 33.542 % Omzet 15,69% 1,98% 2,41% 3,22% Eliminaties Boekjaar afgesloten op 31 december 2024 Vastgoed-Multi- Bouw & Investeringen Totaal tussen (duizend euro) ontwikkeling technieken Renovatie & Holding geconsolideerd segmenten Omzet 125.699 304.309 788.462 1.978 (38.279) 1.182.169 EBITDA 17.932 20.160 17.443 (5.277) (389) 49.869 % Omzet 14,27% 6,62% 2,21% 4,22% Afschrijvingen (1.283) (9.959) (9.950) (640) 0 (21.832) Resultaat van de operationele activiteiten 16.649 10.201 7.493 (5.917) (389) 28.037 Aandeel in de winst (het verlies) van deelnemingen waarop (8.188) (22) 788 11.390 0 3.968 vermogensmutatiemethode is toegepast Bedrijfsresultaat (EBIT) 8.461 10.179 8.281 5.473 (389) 32.005 % Omzet 6,73% 3,34% 1,05% 2,71% Financieel resultaat 3.913 (606) 7.952 (6.461) 0 4.798 Winstbelastingen (4.351) (3.258) (5.656) 328 97 (12.840) Resultaat - deel van de groep 8.023 6.315 10.577 (660) (292) 23.963 % Omzet 6,38% 2,08% 1,34% 2,03%
In het boekjaar 2025, werd de omzet voor een aantal projecten binnen de vastgoedontwikkeling in Polen erkend op basis van hun
voltooiing, dit ter waarde van 29.388 duizend euro (2024: 79.919 duizend euro).
O
PSPLITSING VAN DE OMZET
Opsplitsing per geografisch gebied
Boekjaar afgesloten op 31 december 2025 2024 (duizend euro) België 800.321 856.938 Polen 130.527 225.731 Luxemburg 100.824 67.591 Overige 9.921 31.909 Totaal geconsolideerd 1.041.593 1.182.169
De verdeling van de omzet per land is afhankelijk van het land waarin de prestaties zijn uitgevoerd.
De Groep CFE heeft in 2025 geen inkomsten gerealiseerd afkomstig van een significante klant ten belope van meer dan 10% van
de omzet.
Jaarverslag 2025 - CFE
183
Opsplitsing per activiteitBoekjaar afgesloten op 31 december 2025 2024 (duizend euro) Vastgoed-ontwikkeling 76.749 125.699 VMA 223.557 213.151 MOBIX 77.975 91.253 Eliminaties tussen segmenten (132) (95) Multitechnieken 301.400 304.309 Bouw & Renovatie 683.402 788.462 Investeringen & Holding & Eliminaties tussen segmenten (19.958) (36.301) Totaal geconsolideerd 1.041.593 1.182.169
De Groep CFE erkent in het segment Bouw & Renovatie, de omzet gerealiseerd door het segment Vastgoedontwikkeling.
De eliminatie van de gemeenschappelijke omzet tussen het segment Bouw & Renovatie en het segment Vastgoedontwikkeling
gebeurt ter hoogte van de ‘eliminaties tussen segmenten’.
Aangezien er een vertraging bestaat tussen de bouw en de verkoop door het segment Vastgoedontwikkeling (BPI), wordt het
interne omzetcijfer tijdens de bouwperiode opgenomen in capital employed en pas toegewezen op het moment van de verkoop
aan een derde partij.
Geconsolideerd overzicht van de financiële positieEliminaties Boekjaar afgesloten op 31 december 2025 Vastgoed-Multi- Bouw & Investeringen Totaal tussen (duizend euro) ontwikkeling technieken Renovatie & Holding geconsolideerd segmenten ACTIVA Goodwill 0 23.048 911 0 (0) 23.959 Materiële vaste activa 4.648 47.994 36.011 4.273 (24) 92.902 Langlopende leningen aan geconsolideerde 0 0 0 40.000 (40.000) 0 vennootschappen van de groep Overige financiële vaste activa 93.392 0 0 32.175 0 125.567 Deelnemingen waarop 98.299 168 243 78.192 (0) 176.902 vermogensmutatiemethode is toegepast Overige vaste activa 9.932 1.675 15.831 136.380 (135.689) 28.129 Voorraden 77.516 6.505 5.717 24 (825) 88.937 Geldmiddelen en kasequivalenten 11.050 5.037 106.805 76.432 (0) 199.324 Interne kaspositie - Cash pooling - actief 1.520 67.982 215.034 12.916 (297.452) 0 Overige vlottende activa 13.814 119.484 190.530 18.330 (10.094) 332.064 Totaal der activa 310.171 271.893 571.082 398.722 (484.084) 1.067.784 VERPLICHTINGEN Eigen vermogen 165.184 100.772 120.936 13.655 (136.538) 264.009 Langlopende leningen aan geconsolideerde 40.000 0 0 0 (40.000) 0 vennootschappen van de groep Langlopende financiële schulden 21.491 25.226 17.435 72.903 (0) 137.055 Overige langlopende verplichtingen 34.321 1.549 18.708 4.129 0 58.707 Kortlopende financiële schulden 5.652 6.417 5.992 437 0 18.498 Interne kaspositie - Cash pooling - passief 0 295 12.620 284.537 (297.452) (0) Overige kortlopende verplichtingen 43.523 137.634 395.391 23.061 (10.094) 589.515 Totaal der passiva 144.987 171.121 450.146 385.067 (347.546) 803.775 Totaal eigen vermogen en verplichtingen 310.171 271.893 571.082 398.722 (484.084) 1.067.784
Jaarverslag 2025 - CFE
184
Eliminaties Boekjaar afgesloten op 31 december 2024 Vastgoed-Multi- Bouw & Investeringen Totaal tussen (duizend euro) ontwikkeling technieken Renovatie & Holding geconsolideerd segmenten ACTIVA Goodwill 0 23.017 912 0 0 23.929 Materiële vaste activa 5.134 47.768 39.433 3.711 (23) 96.023 Langlopende leningen aan geconsolideerde 0 0 0 40.000 (40.000) 0 vennootschappen van de groep Overige financiële vaste activa 90.202 0 0 30.046 0 120.248 Deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is 95.928 159 1.050 79.245 0 176.382 toegepast Overige vaste activa 10.368 1.707 16.296 162.463 (161.749) 29.085 Voorraden 126.541 6.624 9.011 25 (826) 141.375 Geldmiddelen en kasequivalenten 7.230 2.533 80.300 83.447 (0) 173.510 Interne kaspositie - Cash pooling - actief 9.774 59.768 218.449 22.537 (310.528) 0 Overige vlottende activa 13.261 123.678 202.703 17.639 (16.086) 341.195 Totaal der activa 358.438 265.254 568.154 439.113 (529.212) 1.101.747 VERPLICHTINGEN Eigen vermogen 160.328 98.892 113.982 37.176 (162.603) 247.775 Langlopende leningen aan geconsolideerde 40.000 0 0 0 (40.000) 0 vennootschappen van de groep Langlopende financiële schulden 31.690 26.158 19.477 107.505 0 184.830 Overige langlopende verplichtingen 32.401 2.050 20.011 4.580 (0) 59.042 Kortlopende financiële schulden 18.490 6.086 5.462 337 (0) 30.375 Interne kaspositie - Cash pooling - passief 22.222 4.555 17.982 265.769 (310.528) 0 Overige kortlopende verplichtingen 53.307 127.513 391.240 23.746 (16.081) 579.725 Totaal der passiva 198.110 166.362 454.172 401.937 (366.609) 853.972 Totaal eigen vermogen en verplichtingen 358.438 265.254 568.154 439.113 (529.212) 1.101.747
GECONSOLIDEERD KASSTROOMOVERZICHT
Boekjaar afgesloten op 31 december 2025 Vastgoed-Multi- Bouw & Investeringen Totaal (duizend euro) ontwikkeling technieken Renovatie & Holding geconsolideerd Kasstromen uit hoofde van (gebruikt in) operationele activiteiten vóór wijzigingen van het 21.943 19.153 25.656 (3.110) 63.642 werkkapitaal Kasstromen uit hoofde van (gebruikt in) 48.942 30.951 38.534 (5.102) 113.325 operationele activiteiten Kasstromen uit hoofde van (gebruikt in) (209) (3.478) 4.347 (4.000) (3.340) investeringsactiviteiten Kasstromen uit hoofde van (gebruikt in) (45.005) (24.953) (16.882) 1.970 (84.870) financieringsactiviteiten Netto toename/(afname) van de geldmiddelen 3.728 2.520 25.999 (7.132) 25.115 Boekjaar afgesloten op 31 december 2024 Vastgoed-Multi- Bouw & Investeringen Totaal (duizend euro) ontwikkeling technieken Renovatie & Holding geconsolideerd Kasstromen uit hoofde van (gebruikt in) operationele activiteiten vóór wijzigingen van het 25.399 19.937 17.052 2.304 64.692 werkkapitaal Kasstromen uit hoofde van (gebruikt in) 12.672 23.487 37.375 11.771 85.305 operationele activiteiten Kasstromen uit hoofde van (gebruikt in) (322) (3.860) (851) (3.415) (8.448) investeringsactiviteiten Kasstromen uit hoofde van (gebruikt in) (9.586) (20.303) (34.781) 6.621 (58.049) financieringsactiviteiten Netto toename/(afname) van de geldmiddelen 2.764 (676) 1.743 14.977 18.808
De kasstroom uit hoofde van (gebruikt in) financieringsactiviteiten bevat de cashpooling bedragen ten opzichte van de andere
segmenten. Een positief bedrag stemt overeen met een gebruik van geldmiddelen in de cashpooling. Deze rubriek wordt ook
beïnvloed door externe financiering, met name en hoofdzakelijk in de segmenten Vastgoedontwikkeling en Investeringen &
Holding.
Jaarverslag 2025 - CFE
185
OVERIGE INFORMATIE
Boekjaar afgesloten op 31 december 2025 Vastgoed-Multi- Bouw & Investeringen & Totaal (duizend euro) ontwikkeling technieken Renovatie Holding (*) geconsolideerd Grondstoffen, verbruiksgoederen, diensten en (52.985) (145.755) (525.045) 16.942 (706.843) uitbesteed werk * Afschrijvingen (1.391) (11.095) (9.279) (669) (22.434) Investeringen 675 11.644 8.734 1.217 22.270
(*) voor de rubriek “Grondstoffen, verbruiksgoederen, diensten en uitbesteed werk”, omvat het segment Investeringen & Holding ook de eliminaties
tussen segmenten.
Boekjaar afgesloten op 31 december 2024 Vastgoed-Multi- Bouw & Investeringen & Totaal (duizend euro) ontwikkeling technieken Renovatie Holding (*) geconsolideerd Grondstoffen, verbruiksgoederen, diensten en (75.044) (148.957) (640.436) 21.798 (842.639) uitbesteed werk * Afschrijvingen (1.283) (9.959) (9.950) (640) (21.832) Investeringen 1.017 12.544 13.259 312 27.132
(*) voor de rubriek “Grondstoffen, verbruiksgoederen, diensten en uitbesteed werk”, omvat het segment Investeringen & Holding ook de eliminaties
tussen segmenten.
De investeringen omvatten de verwervingen van materiële en immateriële vaste activa en de contante waarde van huurprijzen
die overeenkomen met de leaseovereenkomsten onder de gebruiksrechten van IFRS 16.
GEOGRAFISCHE INFORMATIE
De operaties van de Groep CFE in de segmenten Bouw & Renovatie, Multitechnieken en Vastgoedontwikkeling bevinden zich
voornamelijk in België, Luxemburg en Polen. De materiële vaste activa bevinden zich voornamelijk in België.
Jaarverslag 2025 - CFE
186
5. OVERNAMES EN VERVREEMDINGEN VAN DOCHTERONDER-
NEMINGEN
O
VERNAMES EN VERVREEMDINGEN VAN DOCHTERONDERNEMINGEN OVER DE
PERIODE AFGESLOTEN PER
31 DECEMBER 2025
In de loop van het boekjaar 2025, hebben er zich geen overnames of verkopen voorgedaan die een significante invloed hadden
in de zin van de IFRS 3 norm “bedrijfscombinaties“.
In de loop van het eerste semester 2024, zijn de vennootschappen PPP Betrieb Schulen Eupen S.A. en PPP Schulen Eupen S.A.
geliquideerd. Deze transacties hadden een immateriële impact op de winst-en-verliesrekening. In het kasstroomoverzicht werd
het effect van deze transacties (+550 duizend euro) gepresenteerd op de lijn “Verkoop van aandelenbelang, na aftrek van
verworven/verkochte kasmiddelen”.
De gerealiseerde overnames en vervreemdingen op het niveau van het segment vastgoedontwikkeling betreffen geen
bedrijfscombinaties en bijgevolg is het totaal van de betaalde prijs toegekend aan terreinen en gebouwen aangehouden in de
voorraad. De voornaamste gerealiseerde overnames en vervreemdingen op het niveau van het segment Vastgoedontwikkeling
werden in het voorwoord beschreven.
6. OVERIGE EXPLOITATIEBATEN EN EXPLOITATIELASTEN
De overige exploitatiebaten bedragen 55.861 duizend euro (2024: 38.730 duizend euro) en hebben voornamelijk betrekking op:
- doorberekeningen van kosten en andere diverse vergoedingen voor 37.977 duizend euro (2024: 35.446 duizend euro);
- de meerwaarden op de verkoop van deelnemingen voor 12.333 duizend euro (2024: 1.979 duizend euro), voornamelijk
bestaande uit de verkoop van 40% van de aandelen van BPI Piano Forte Sp. z.o.o. en de verkoop van de aandelen van Joma
2060;
- meerwaarden op de verkoop van materiële en immateriële vaste activa voor 5.551 duizend euro (2024: 1.305 duizend euro)
waarvan de verkoop van bepaalde activa van LTS.
De overige exploitatielasten zijn als volgt samengesteld:
Boekjaar afgesloten op 31 december 2025 2024 (duizend euro) Diverse diensten en goederen (79.623) (84.838) Bijzondere waardevermindering van activa - Voorraden (1.047) (215) - Handelsvorderingen en overige bedrijfsvorderingen 2.902 392 Netto toevoeging aan de voorzieningen (behalve toevoeging voor (5.536) (1.837) pensioenverplichtingen) Overige exploitatielasten (1.473) (1.661) Totaal geconsolideerd (84.777) (88.159)
De diverse diensten en goederen en overige exploitatielasten omvatten voornamelijk de algemene kosten, diverse belastingen,
verkoopcommissies en diverse honoraria.
7. PERSONEELSUITGAVEN
Boekjaar afgesloten op 31 december 2025 2024 (duizend euro) Bezoldigingen (148.586) (145.524) Verplichte sociale zekerheidsbijdragen (45.673) (45.135) Overige loonkosten (45.360) (44.488) Bijdragen pensioenplannen (met vaste prestaties) (3.210) (5.084) Totaal geconsolideerd (242.829) (240.231)
Het gemiddeld aantal voltijdse equivalenten (gemiddeld totaal personeelsbestand) voor 2025 bedraagt 2.606 (2024: 2.775), wat
overeenkomt met 2.854 personen per 31 december 2024 (2023: 2.990) en 2.680 per 31 december 2025 (2024 : 2.854).
Jaarverslag 2025 - CFE
187
8. FINANCIEEL RESULTAAT
Boekjaar afgesloten op 31 december 2025 2024 (duizend euro) Renteopbrengsten 12.141 12.944 Rentelasten (11.021) (15.386) Overige financiële lasten en opbrengsten (2.202) 7.240 Winst (verlies) uit gerealiseerde en niet-gerealiseerde wisselresultaten (382)5.360Rentekosten en opbrengsten uit regelingen met vaste prestaties (105) (189) Waardevermindering op financiële activa 0 0 Overige (1.715) 2.069 Financieel resultaat (1.082) 4.798
Het financieel resultaat bedraagt (1.082) duizend euro per 31 december 2025, tegenover 4.798 duizend euro per 31 december
2024. Deze daling is voornamelijk verklaard door:
- de sterke daling van de effecten van omrekeningsverschillen. Ter herinnering: deze werden onder meer positief
beïnvloed door het hergebruik van omrekeningsverschillen die in het resultaat werden opgenomen bij de terugbetaling
van intercompany leningen in vreemde valuta (gelijkgesteld met permanente financiering).
Gedeeltelijk gecompenseerd door;
- de daling van de netto rentelasten, grotendeels als gevolg van een daling van de gemiddelde uitstaande bruto
financiële schuld over het boekjaar.
De renteopbrengsten bedragen 12.141 duizend euro en bestaan voornamelijk uit de verkregen rente op de leningen verstrekt aan
de projectvennootschappen (SPV) binnen de segmenten Vastgoedontwikkeling en Investeringen & Holding die geconsolideerd
zijn volgens de vermogensmutatiemethode, evenals uit de renteopbrengsten van de termijndeposito’s.
De rentelasten bedragen 11.021 duizend euro en bestaan voornamelijk uit de rentelasten op de bedrijfsfinanciering op het niveau
van CFE N.V. en BPI Real Estate Belgium N.V., de financiering van projecten in het segment Vastgoedontwikkeling die geïntegreerd
zijn volgens de integrale methode, evenals de rentelasten op leaseverplichtingen.
9. MINDERHEIDSBELANGEN
Per 31 december 2025 bedraagt het aandeel van de minderheidsbelangen in het resultaat van het boekjaar 19 duizend euro, wat
neerkomt op een toe te rekenen verlies aan de minderheidsaandeelhouders (2024 : 0 euro).
10. RESULTAAT PER AANDEEL
Het basisresultaat per aandeel is identiek aan het verwaterd resultaat per aandeel, gezien er geen potentiële gewone aandelen
met verwateringseffect in omloop zijn en als volgt berekend wordt:
Boekjaar afgesloten op 31 december 2025 2024 (duizend euro)Resultaat - deel van de groep (duizend euro) 33.542 23.963 Totaalresultaat - deel van de groep (duizend euro) 27.282 21.351 Aantal gewone aandelen op afsluitingsdatum 25.314.482 25.314.482 Gewogen gemiddelde aantal uitstaande gewone aandelen gedurende de periode 24.684.386 24.801.925 Resultaat per aandeel, op basis van gewogen gemiddelde aantal uitstaande gewone aandelen gedurende de periode (basis): Resultaat per aandeel (deel van de groep) (in euro) 1,36 0,97 Totaalresultaat per aandeel (deel van de groep) (in euro) 1,11 0,86
In 2025 hadden de aandelenoptieplannen geen verwaterend effect.
Jaarverslag 2025 - CFE
188
11. BELASTINGEN OP HET TOTAALRESULTAAT
O
PGENOMEN IN HET TOTAALRESULTAAT
Boekjaar afgesloten op 31 december 2025 2024 (duizend euro) Actuele belastingen Lasten uit hoofde van belastingen in het huidig boekjaar 9.140 11.014 Overschot (tekort) voorziening vorige boekjaren 460 132 Totaal actuele lasten uit hoofde van belastingen 9.600 11.146 Uitgestelde belastingen Opname en terugname van uitgestelde belastingen m.b.t. verliezen in voorgaande 0 0 periodes Opname en terugname van tijdelijke verschillen 647 1.694 Totaal kosten/(opbrengsten) uit hoofde van uitgestelde belastingen 647 1.694 Belastingen op het resultaat van het boekjaar 10.247 12.840 (Opbrengsten)/kosten rechtstreeks opgenomen in andere elementen van het 124 (48) totaalresultaat Totaal belastinglast in het totaalresultaat 10.371 12.792
AFSTEMMING VAN HET EFFECTIEVE BELASTINGTARIEF
Boekjaar afgesloten op 31 december 2025 2024 (duizend euro) Resultaat vóór belastingen 43.770 36.805 waarvan het aandeel in de winst (het verlies) van deelnemingen waarop 4.282 3.968 vermogensmutatiemethode is toegepast Winst vóór belastingen, exclusief deelnemingen waarop 39.488 32.837 vermogensmutatiemethode is toegepast Winstbelasting berekend aan het tarief van 25% 9.872 8.209 Fiscale impact van niet-aftrekbare uitgaven 2.465 2.610 Fiscale impact van niet-belastbare opbrengsten (1.160) (1.830) Belastingkrediet 0 0 Effect van verschillende belastingtarieven van dochterondernemingen in andere (1.096) (719) rechtsgebieden Fiscale gevolgen van het gebruik van fiscale verliezen niet opgenomen in voorgaande (2.789) (3.708) periodes Fiscale impact van correcties in uitgestelde en actuele belastingen m.b.t. voorgaande 332 4.203 periodes Fiscale impact van niet-erkenning uitgestelde actieve belastinglatentie op verliezen 2.623 4.074 van het jaar Belastinglast 10.247 12.840 Effectieve belastingtarief van het boekjaar 25,95% 39,10%
De belastingkosten bedragen 10.247 duizend euro per 31 december 2025, tegenover 12.840 duizend euro eind 2024. Het effectieve
belastingtarief bedraagt 25,95% tegenover 39,10% in 2024.
Jaarverslag 2025 - CFE
189
OPGENOMEN UITGESTELDE BELASTINGVORDERINGEN EN VERPLICHTINGEN
Boekjaar afgesloten op 31 december ACTIVA VERPLICHTINGEN (duizend euro) 2025 2024 2025 2024 Immateriële en materiële vaste activa 200 210 (8.572) (13.687) Leasingschulden 7.621 12.484 0 0 Personeelsbeloningen 1.163 1.662 0 0 Voorzieningen 2.664 2.383 0 0 Reële waarde van afgeleide instrumenten 0 0 0 0 Behoefte aan werkkapitaal 2.406 3.247 (203) (92) Overige elementen 5.518 3.292 (6.204) (5.729) Fiscale verliezen 42.740 42.567 0 0 Bruto uitgestelde belastingen activa/verplichtingen 62.312 65.845 (14.979) (19.508) Niet-opgenomen uitgestelde belastingvorderingen (42.740) (42.567) 0 0 Belastingverrekening (11.829) (14.261) 11.829 14.261 Netto te ontvangen (te betalen) uitgestelde belasting 7.743 9.017 (3.150) (5.247)
Overdraagbare fiscale verliezen en andere tijdelijke verschillen waarop geen uitgestelde belastingvordering is erkend, bedragen
171.477 duizend euro per 31 december 2025. Fiscale verliezen betreffen meestal Belgische vennootschappen en hebben bijgevolg
geen vervaldatum.
De post ‘belastingverrekening’ geeft de verrekening weer die is uitgevoerd tussen uitgestelde belastingvorderingen en
verplichtingen per entiteit.
PILLAR II
De Pillar II wetgeving is van kracht vanaf het boekjaar beginnend op 1 januari 2024.
In bepaalde jurisdicties waar de Groep CFE actief is (o.a. België), is de Pillar Two wetgeving al vastgesteld of substantieel
vastgesteld. Ackermans & van Haaren N.V. (AvH N.V.) is de 'Ultimate Parent Entity' ('UPE') voor Pillar Two doeleinden voor de
entiteiten van de CFE Groep. De CFE entiteiten zullen bijgevolg onder het toepassingsgebied vallen van de gevolgen van Pillar
Two die van toepassing zijn op de AvH Groep.
Aangezien de CFE Groep deel uitmaakt van de AvH Groep, worden de effecten van Pillar II geraamd op het niveau van de AvH
Groep.
Op basis van een analyse heeft de AvH Groep Pillar Two-bijheffingen (Top-Up tax) geïdentificeerd in bepaalde jurisdicties.
Volgens de geïmplementeerde wetgeving is de AvH Groep in principe verplicht om in België of in betrokken jurisdictie bijheffingen
te betalen op de winsten van haar groepsentiteiten die belast worden tegen een effectieve belastingsvoet van minder dan 15
procent.
Voor het boekjaar 2025 bedraagt de totale impact van deze aanvullende belastingen op het geconsolideerde nettoresultaat van
de AvH Groep 0,4 miljoen euro. Deze schatting is gebaseerd op de meest recente financiële informatie van de entiteiten binnen
de AvH Groep, namelijk de “Country-by-Country Reporting” en de geconsolideerde jaarrekening.
De voornaamste jurisdicties die blootgesteld zijn aan de Top-Up Taxes van Pillar II zijn Mexico, De Verenigde Arabische Emiraten
en Denemarken. Aangezien de Groep CFE niet actief is binnen deze jurisdicties, is er geen verplichting met betrekking tot deze
aanvullende belastingen opgenomen in de geconsolideerde financiële staten per 31 december 2025.
Per 31 december 2025 maakt de Groep CFE gebruik van de tijdelijke uitzondering inzake het erkennen en openbaar maken van
uitgestelde belastingen zoals uiteengezet in IAS 12. Als gevolg wordende uitgestelde belastingvorderingen- en verplichtingen
gerelateerd aan de Pillar Two-inkomstenbelasting niet erkend en gepubliceerd.
FISCALE VERLIEZEN WAAROP GEEN ACTIEVE UITGESTELDE BELASTINGVORDERING
GEBOEKT IS
Er werden geen uitgestelde belastingvorderingen geboekt in de gevallen waarin het onwaarschijnlijk is dat er in de nabije
toekomst voldoende belastbare winst beschikbaar zal zijn om de dochtermaatschappijen in staat te stellen hun fiscale verliezen
te recupereren.
Jaarverslag 2025 - CFE
190
UITGESTELDE BELASTINGOPBRENGSTEN (-KOSTEN) OPGENOMEN IN ANDERE
ELEMENTEN VAN HET TOTAALRESULTAAT
Boekjaar afgesloten op 31 december 2025 2024 (duizend euro) Uitgestelde belastingen op het effectieve deel van de wijzigingen in reële waarde in 0 0 kasstroomafdekking Uitgestelde belastingen op de herwaardering van het passief m.b.t. regelingen met (124) 48 vaste prestaties Totaal (124) 48
Jaarverslag 2025 - CFE
191
12. IMMATERIËLE VASTE ACTIVA ANDERS DAN GOODWILL
Boekjaar afgesloten op 31 december 2025Licenties Ontwikkelingskosten Totaal (duizend euro) Aanschaffingswaarde Saldo op het einde van het vorige boekjaar 8.512 4.459 12.971 Netto wisselkoersverschillen 18 0 18 Verwervingen 202 0 202 Afstotingen (578) 0 (578) Overdracht naar andere activacategorieën (378) 0 (378) Saldo op het einde van het boekjaar 7.776 4.459 12.235 Afschrijvingen en waardeverminderingen Saldo op het einde van het vorige boekjaar (6.957) (33) (6.990) Netto wisselkoersverschillen (14) 0 (14) Afschrijvingen (715) 0 (715) Afstotingen 570 0 570 Overdracht naar andere activacategorieën 384 0 384 Saldo op het einde van het boekjaar (6.732) (33) (6.765) Netto boekwaarde Per 1 januari 2025 1.555 4.426 5.981 Per 31 december 2025 1.044 4.426 5.470
De verwervingen voor de periode bedragen 202 duizend euro per 31 december 2025 (2024 : 3.047 duizend euro).
De afschrijvingen op immateriële vaste activa bedragen (715) duizend euro per 31 december 2025 (2024 : (955) duizend euro)
De immateriële vaste activa die beantwoorden aan de definitie van de norm IAS 38 “Immateriële vaste activa” werden erkend in
de mate dat toekomstige economische voordelen waarschijnlijk zijn.
Boekjaar afgesloten op 31 december 2024 Licenties Ontwikkelingskosten Totaal (duizend euro) Aanschaffingswaarde Saldo op het einde van het vorige boekjaar 7.751 2.221 9.972 Netto wisselkoersverschillen 19 0 19 Verwervingen 428 2.619 3.047 Afstotingen (127) (380) (507) Overdracht naar andere activacategorieën 441 (1) 440 Saldo op het einde van het boekjaar 8.512 4.459 12.971 Afschrijvingen en waardeverminderingen Saldo op het einde van het vorige boekjaar (5.676) (415) (6.091) Netto wisselkoersverschillen (14) 0 (14) Afschrijvingen (955) 0 (955) Afstotingen 117 380 497 Overdracht naar andere activacategorieën (429) 2 (427) Saldo op het einde van het boekjaar (6.957) (33) (6.990) Netto boekwaarde Per 1 januari 2024 2.075 1.806 3.881 Per 31 december 2024 1.555 4.426 5.981
Jaarverslag 2025 - CFE
192
13. GOODWILL
Boekjaar afgesloten op 31 december 2025 2024 (duizend euro) Aanschaffingswaarde Saldo op het einde van het vorige boekjaar 29.951 29.916 Effect van wijzigingen in de consolidatiekring 0 0 Overdracht naar andere activacategorieën 0 0 Overige wijzigingen 30 35 Saldo op het einde van het boekjaar 29.981 29.951 Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen Saldo op het einde van het vorige boekjaar (6.022) (6.022) Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen van het boekjaar 0 0 Overdracht naar andere activacategorieën 0 0 Effect van wijzigingen in de consolidatiekring 0 0 Saldo op het einde van het boekjaar (6.022) (6.022) Netto boekwaarde per 31 december 23.959 23.929
Volgens de norm IAS 36 “Bijzondere waardevermindering van activa”, werd een waardeverminderingstest uitgevoerd op de
waarde van deze goodwill per 31 december 2025.
De volgende hypothesen werden aangenomen in de waardeverminderingstests:
Afwaardering Netto waarde Parameters gebruikt in het model met Bruto waarde Activiteit van het goodwill toekomstige kasstromen goodwill boekjaar Boekjaar afgesloten op 31 december Groeipercentage Actualiserings-Gevoeligheids-2025 2024 (duizend euro) (eindwaarde) voet percentage VMA 15.021 14.991 0,50% 10,20% 5% 18.911 0 MOBIX 8.026 8.026 0,50% 10,20% 5% 10.159 0 BPC Group 911 911 0,50% 10,20% 5% 911 0 Totaal 23.959 23.929 29.981 0
De in de waardeverminderingstests gebruikte kasstromen zijn afgeleid uit de aan de Raad van Bestuur van de Groep CFE
voorgelegde begrotingen. Een groeivoet van 0,5% werd toegepast voor de bepaling van de eindwaarde. De gebruikte
disconteringsvoet is 10,2% (tegenover 10,2% per 31 december 2024) en komt overeen met de gewogen gemiddelde kapitaalkosten
op lange termijn van de Groep CFE.
Een gevoeligheidsanalyse werd uitgevoerd door de kasstromen en de disconteringsvoet met 5% te laten variëren. Aangezien de
gebruikswaarde van de entiteiten telkens hoger was dan hun boekwaarde, inclusief goodwill, werd er geen waardevermindering
vastgesteld.
Jaarverslag 2025 - CFE
193
14. MATERIËLE VASTE ACTIVA
Installaties, Boekjaar afgesloten op 31 december 2025Terreinen en Meubilair en Activa in machines en Totaal (duizend euro) gebouwen rollend materieel aanbouw uitrusting Aanschaffingswaarde Saldo op het einde van het vorige boekjaar 83.818 81.863 74.779 41 240.501 Netto wisselkoersverschillen 32 13 39 0 84 Effect van wijzigingen in de consolidatiekring (6) 0 (2) 0 (8) Verwervingen 6.108 5.003 10.946 10 22.067 Overdracht naar andere activacategorieën 1.547 (1.592) (172) 0 (217) Afstotingen (5.802) (11.513) (11.449) (4) (28.768)Saldo op het einde van het boekjaar 85.697 73.774 74.141 47 233.659 Afschrijvingen en waardeverminderingen Saldo op het einde van het vorige boekjaar (29.583) (67.844) (47.048) (3) (144.478)Netto wisselkoersverschillen (12) (10) (22) 1 (44) Effect van wijzigingen in de consolidatiekring 0 0 2 0 2 Afschrijvingen (5.396) (3.892) (12.431) 0 (21.719) Overdracht naar andere activacategorieën (1.547) 1.555 201 0 209 Afstotingen 4.128 10.792 10.352 0 25.272 Saldo op het einde van het boekjaar (32.410) (59.399) (48.946) (2)(140.757)Netto boekwaarde Per 1 januari 2025 54.235 14.019 27.731 38 96.023 Per 31 december 2025 53.287 14.375 25.195 45 92.902
Deze activa hebben voornamelijk betrekking op de maatschappelijke zetels van verschillende dochterondernemingen van de
Groep CFE, het wagenpark en de uitrustingen.
Op 31 december 2025 bedragen de verwervingen van materiële vaste activa 22.067 duizend euro (op 31 december 2024: 24.085
duizend euro), waarvan de belangrijkste betrekking heeft op de bedrijfsuitrustingen van Mobix en het wagenpark van de Groep
CFE.
De afschrijvingen op materiële vaste activa bedragen (21.719) duizend euro (2024 : (20.878) duizend euro).
Jaarverslag 2025 - CFE
194
Installaties, Boekjaar afgesloten op 31 december 2024 Terreinen en Meubilair en machines en Activa in aanbouw Totaal (duizend euro) gebouwen rollend materieel uitrusting Aanschaffingswaarde Saldo op het einde van het vorige boekjaar 80.050 85.662 69.003 1.891 236.606 Netto wisselkoersverschillen 29 15 43 0 87 Effect van wijzigingen in de consolidatiekring (7) 0 (4) 0 (11) Verwervingen 4.277 4.104 15.704 0 24.085 Overdracht naar andere activacategorieën 2.246 59 (325) (1.840) 140 Afstotingen (2.777) (7.977) (9.642) (10) (20.406) Saldo op het einde van het boekjaar 83.818 81.863 74.779 41 240.501 Afschrijvingen en waardeverminderingen Saldo op het einde van het vorige boekjaar (26.410) (70.876) (44.233) 0 (141.519) Netto wisselkoersverschillen (14) (11) (22) 0 (47) Effect van wijzigingen in de consolidatiekring 0 0 0 0 0 Afschrijvingen (4.623) (4.229) (12.025) (1) (20.878) Overdracht naar andere activacategorieën (778) (17) 510 (1) (286) Afstotingen 2.242 7.289 8.722 (1) 18.252 Saldo op het einde van het boekjaar (29.583) (67.844) (47.048) (3) (144.478) Netto boekwaarde Per 1 januari 2024 53.640 14.786 24.770 1.891 95.087 Per 31 december 2024 54.235 14.019 27.7313896.023
De nettowaarde van de materiële vaste activa met een gebruiksrecht bedraagt 49.101 duizend euro per 31 december 2025
tegenover 49.939 duizend euro per 31 december 2024. Deze activa hebben voornamelijk betrekking op het wagenpark van de
Groep CFE, de maatschappelijke zetels en de uitrustingen van bepaalde dochterondernemingen.
De evolutie van de materiële vaste activa met een gebruiksrecht is weergegeven in de tabel op de volgende bladzijde.
De Groep CFE beschikt over een beperkt aantal leasingovereenkomsten met verlengingsopties en oefent een belangrijk oordeel
uit om te bepalen of het redelijk zeker is dat deze verlengings- en opzeggingsopties zullen worden uitgeoefend. Op 31 december
2025 beschikt de groep over geen enkele leasingovereenkomst met verlengingsopties waarvan het redelijk zeker is dat ze niet
zullen worden uitgeoefend, of opzeggingsopties waarvan het redelijk zeker is dat ze zullen worden uitgeoefend.
Jaarverslag 2025 - CFE
195
Installaties, Boekjaar afgesloten op 31 december 2025 Terreinen en Meubilair en rollend machines en Totaal (duizend euro) gebouwen materieel uitrusting Aanschaffingswaarde Saldo op het einde van het vorige boekjaar 33.546 6.847 41.124 81.517 Netto wisselkoersverschillen 30 0 26 56 Effect van wijzigingen in de consolidatiekring 0 0 0 0 Verwervingen 4.590 935 9.079 14.604 Overdracht naar andere activacategorieën (39) (1.537) (2) (1.578) Afstotingen (1.100) (549) (6.177) (7.826) Saldo op het einde van het boekjaar 37.027 5.696 44.050 86.773 Afschrijvingen en waardeverminderingen Saldo op het einde van het vorige boekjaar (8.644) (4.430) (18.504) (31.578) Netto wisselkoersverschillen (12) 0 (11) (23) Effect van wijzigingen in de consolidatiekring 0 0 0 0 Afschrijvingen (3.939) (336) (9.907) (14.182) Overdracht naar andere activacategorieën 0 1.538 28 1.566 Afstotingen 335 549 5.661 6.545 Saldo op het einde van het boekjaar (12.260) (2.679) (22.733) (37.672) Netto boekwaarde Per 1 januari 2025 24.902 2.417 22.620 49.939 Per 31 december 2025 24.767 3.017 21.317 49.101 Installaties, Boekjaar afgesloten op 31 december 2024 Terreinen en Meubilair en machines en Totaal (duizend euro) gebouwen rollend materieel uitrusting Aanschaffingswaarde Saldo op het einde van het vorige boekjaar 32.359 7.133 34.764 74.256 Netto wisselkoersverschillen 27 0 26 53 Effect van wijzigingen in de consolidatiekring 0 0 0 0 Verwervingen 2.223 1.017 13.349 16.589 Overdracht naar andere activacategorieën (176) (334) 237 (273) Afstotingen (887) (969) (7.252) (9.108) Saldo op het einde van het boekjaar 33.546 6.847 41.124 81.517 Afschrijvingen en waardeverminderingen Saldo op het einde van het vorige boekjaar (6.325) (4.522) (15.581) (26.428) Netto wisselkoersverschillen (13) 0 (10) (23) Effect van wijzigingen in de consolidatiekring 0 0 0 0 Afschrijvingen (3.318) (771) (9.444) (13.533) Overdracht naar andere activacategorieën 176 160 (13) 323 Afstotingen 836 703 6.544 8.083 Saldo op het einde van het boekjaar (8.644) (4.430) (18.504) (31.578) Netto boekwaarde Per 1 januari 2024 26.034 2.611 19.183 47.828 Per 31 december 2024 24.902 2.417 22.620 49.939
Jaarverslag 2025 - CFE
196
15. DEELNEMINGEN WAAROP VERMOGENSMUTATIEMETHODE IS
TOEGEPAST
W
IJZIGINGEN VAN DE PERIODE
De belangen in deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast worden als volgt weergegeven:
Boekjaar afgesloten op 31 december 2025 2024 (duizend euro) Saldo op het einde van het vorige boekjaar 176.382 185.365 Overdracht naar andere activacategorieën 1.047 3.581 Aandeel in de winst (het verlies) van deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is 4.282 3.968 toegepast Kapitaalverhoging/(vermindering) 16.242 1.732 Dividenden (10.072) (17.447) Wijzigingen in de consolidatiekring (2.608) (76) Overige wijzigingen (8.371) (741) Saldo op het einde van het boekjaar 176.902 176.382
Alle entiteiten waarin de Groep CFE een noemenswaardige invloed heeft, worden opgenomen volgens de
vermogensmutatiemethode. Het betreft voornamelijk de deelnemingen in Deep C Holding N.V. en Green Offshore N.V.,
opgenomen in het segment Investeringen & Holding, en in de projectvennootschappen van het segment Vastgoedontwikkeling
die gezamenlijk gecontroleerd worden, waaronder JFK Real Estate. Op 31 december 2025 bedragen de bijdragen van Deep C
Holding N.V., Green Offshore N.V. en JFK Real Estate N.V. aan de volgens de vermogensmutatiemethode opgenomen
deelnemingen respectievelijk 64.901 duizend euro (inclusief de minderheidsbelangen), 21.465 duizend euro en 60.956 duizend
euro. De Groep CFE beschikt niet over geassocieerde deelnemingen die op een publieke markt zijn genoteerd.
Het aandeel van de Groep CFE in de winst (het verlies) van deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast
bedraagt 4.282 duizend euro op 31 december 2025 (tegenover 3.968 duizend euro in 2024). Het houdt voornamelijk verband met
de activiteiten van het segment Vastgoedontwikkeling en met de investeringen in havenconcessies via Deep C Holding N.V. (5.249
duizend euro op 31 december 2025 als aandeel van CFE), evenals in de activiteiten van de concessiehouders in offshore
windparken (Rentel en SeaMade) via Green Offshore N.V. (3.215 duizend euro op 31 december 2025 als aandeel van CFE).
De dividenden die worden uitgekeerd door deelnemingen die volgens de vermogensmutatiemethode worden geïntegreerd,
bedragen 10.072 duizend euro en komen van Green Offshore N.V. (2.250 duizend euro) en enkele projectvennootschappen van
het segment Vastgoedontwikkeling (voornamelijk Gravity: 1.180 duizend euro en De Brouckère: 3.628 duizend euro).
De kapitaalverhogingen in de deelnemingen die volgens de vermogensmutatiemethode worden geïntegreerd, bedragen 16.242
duizend euro en komen uit Green Stor N.V. (1.610 duizend euro) en de activiteiten van het segment Vastgoedontwikkeling (15.095
duizend euro), gecompenseerd door een kapitaalvermindering van de entiteit Hofkouter N.V. in het segment Bouw & Renovatie
(463 duizend euro).
In 2025 hielden de wijzigingen in de consolidatiekring verband met de vereffening van alle deelnemingen in Joma 2060 N.V. en
BPI Chmielna Sp. z.o.o., alsook de wijziging in de consolidatiemethode, met name van de integrale methode naar de
vermogenmutatiemethode, bij de Poolse entiteiten BPI Piano Forte Sp. z.o.o. en Moniuszki Sp. z.o.o. als gevolg van de verkoop van
respectievelijk 40% en 70% van de aandelen.
De rubriek ‘Overdracht naar andere activacategorieën’ betreft voornamelijk de herclassificatie, van deelnemingen die volgens
de vermogensmutatiemethode geïntegreerd worden en waarvan de waarde negatief is, naar de rubrieken ‘Overige financiële
vaste activa’ en ‘Andere voorzieningen dan pensioenverplichtingen en personeelsbeloningen’ (zie respectievelijk de toelichting
16 en 23). Wanneer het aandeel van de Groep CFE in de verliezen van een geassocieerde onderneming of joint venture groter is
dan haar belang daarin, stopt de Groep CFE met het boeken van haar aandeel in toekomstige verliezen. Bedragen die deze
grenswaarde overschrijden worden niet geboekt, behalve voor de verplichtingen van de Groep CFE jegens deze deelnemingen
die volgens de vermogensmutatiemethode worden geïntegreerd. Indien van toepassing, wordt het aandeel in de verliezen in
eerste instantie in mindering gebracht op de financiële activa ten opzichte van de geassocieerde onderneming. Indien er een
gebrek is aan financiële activa of wanneer de verliezen groten zijn dan de financiële activa, wordt een voorzien aangelegd via de
‘lange termijn voorzieningen’, aangezien de Groep CFE van mening is dat zij een verplichting heeft om deze bedrijven en projecten
te ondersteunen.
De ‘overige wijzigingen’ zijn voornamelijk wijzigingen van de marktwaarden van de rentederivaten in de concessiebedrijven van
de offshore windparken Rentel en SeaMade, evenals de wijziging van de koersverschillen bij de integratie van deelnemingen die
activiteiten hebben in vreemde valuta (voornamelijk Deep C Holding).
Jaarverslag 2025 - CFE
197
KREDIET RISICO
Het bedrag van de verstrekte leningen aan dochtervennootschappen binnen het segment Vastgoedontwikkeling die
geconsolideerd worden volgens de vermogensmutatiemethode en die ondergeschikt zijn aan andere schulden (voornamelijk
bankkredieten verstrekt voor de financiering van projecten), bedraagt 29.238 duizend euro per 31 december 2025 (per 31
december 2024: 47.007 duizend euro).
Het krediet risico wordt in de eerste plaats geëvalueerd op basis van de waarde van de vennootschap die volgens de
vermogensmutatiemethode wordt geconsolideerd. Daarnaast wordt er een beoordeling uitgevoerd met betrekking tot eventuele
waardeverminderingen van de leningen. Wij beschouwen het niet als noodzakelijk om waardeverminderingen van de leningen
te boeken zolang er geen aanwijzingen voor impairment zijn op het niveau van de geassocieerde onderneming.
FINANCIËLE INFORMATIE BETREFFENDE DEELNEMINGEN WAAROP VERMOGENS-
MUTATIEMETHODE IS TOEGEPAST
De belangrijkste deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast, zijn opgenomen in toelichting 33, volgens hun
belangenpercentage binnen de Groep CFE, het segment waarin ze actief zijn en de geografische regio waar hun
maatschappelijke zetel ligt.
De per segment gegroepeerde financiële informatie die hieronder volgt, is afkomstig uit rekeningen opgesteld op basis van de
IFRS-boekhoudmethoden voor de deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast. De transacties tussen
bedrijven werden niet geneutraliseerd. De afstemming met de bijdrage aan de geconsolideerde rekeningen wordt voorgesteld
na de financiële indicatoren.
BOEKJAAR 2025
December 2025 Vastgoed- Multitechnieken en Investeringen & Totaal (duizend euro) ontwikkeling Bouw & Renovatie Holding 100% E/A 100% E/A 100% E/A 100% E/A Resultatenrekening Omzet 182.772 86.820 7.565 1.891 72.038 31.714 262.375 120.425 Afschrijvingen (181) (61) (11) (3) (2.358) (1.179) (2.550) (1.243) Rente-inkomsten en -kosten (26.605) (12.516) 82 23 (4.779) (2.587) (31.302) (15.080) Resultaat - deel van de (7.208) (3.710) (4) (4) 16.760 7.996 9.548 4.282 groep Balans Vaste activa 450.113 242.952 34 9 362.407 104.424 812.554 347.385 Vlottende activa 557.326 282.454 5.830 1.525 328.885 120.387 892.041 404.366 Eigen vermogen (*) 141.858 98.299 1.374 411 200.309 93.919 343.541 192.629 Langlopende verplichtingen 460.299 241.775 380 95 302.000 74.082 762.679 315.952 Kortlopende verplichtingen 405.282 185.332 4.110 1.028 188.983 56.810 598.375 243.170 Geldmiddelen en 24.863 10.380 8.425 2.169 84.098 36.969 117.386 49.518 kasequivalenten Langlopende financiële 142.005 64.964 0 0 272.193 65.063 414.198 130.027 verplichtingen Kortlopende financiële 7.453 4.219 0 0 73.264 18.898 80.717 23.117 verplichtingen Netto financiële schuld 124.595 58.803 (8.425) (2.169) 261.359 46.992 377.529 103.626
(*) inclusief minderheidsbelangen (15.730 duizend euro, aandeel CFE)
Jaarverslag 2025 - CFE
198
De informatie van het segment Vastgoedontwikkeling wordt als volgt gespecifieerd:
December 2025 JFK-RE Overige Totaal Vastgoedontwikkeling (duizend euro) 100% E/A 100% E/A 100% E/A Resultatenrekening Omzet 0 0 182.772 86.820 182.772 86.820 Afschrijvingen 0 0 (181) (61) (181) (61) Rente-inkomsten en -kosten (1.941) (1.115) (24.664) (11.401) (26.605) (12.516) Resultaat - deel van de groep (2.422) (1.391) (4.786) (2.319) (7.208) (3.710) Balans Vaste activa 327.558 188.182 122.555 54.770 450.113 242.952 Vlottende activa 18.931 10.876 538.395 271.578 557.326 282.454 Eigen vermogen 106.103 60.956 35.755 37.343 141.858 98.299 Langlopende verplichtingen 240.000 137.880 220.299 103.895 460.299 241.775 Kortlopende verplichtingen 386 222 404.896 185.110 405.282 185.332 Geldmiddelen en kasequivalenten 48 28 24.815 10.352 24.863 10.380 Langlopende financiële verplichtingen 0 0 142.005 64.964 142.005 64.964 Kortlopende financiële verplichtingen 0 0 7.453 4.219 7.453 4.219 Netto financiële schuld (48) (28) 124.643 58.831 124.595 58.803
De vaste en vlottende activa van het segment Vastgoedontwikkeling bestaan voornamelijk uit de vennootschappen:
•
JFK Real Estate S.A.:
346.489
duizend euro
(100%)
•
Cavillia Sp. z.o.o.:
85.016
duizend euro
(100%)
•
The Roots Office S.A.R.L.:
50.614
duizend euro
(100%)
•
BPI Chmielna Sp. z o.o.:
30.166
duizend euro
(100%)
•
Moniuszki Sp. z.o.o.:
34.079
duizend euro
(100%)
•
BPI Piano Forte Sp. z.o.o.
31.872
duizend euro
(100%)
•
Debrouckère Land S.A.:
24.761
duizend euro
(100%)
•
Debrouckère Development S.A.:
56.500
duizend euro
(100%)
•
Bavière Développement S.A.:
22.075
duizend euro
(100%)
•
MG Immo S.A.R.L.:
34.033
duizend euro
(100%)
•
Arlon 53 S.A.:
37.399
duizend euro
(100%)
•
Goodways S.A.:
24.534
duizend euro
(100%)
De informatie van het segment Investeringen en Holding wordt als volgt gespecifieerd :
December 2025 Totaal Investeringen & Deep C Holding Green Offshore Overige (duizend euro) Holding 100% E/A 100% E/A 100% E/A 100% E/A Resultatenrekening Omzet 60.709 30.355 0 0 11.329 1.359 72.038 31.714 Afschrijvingen (2.495) (1.248) 137 69 0 0 (2.358) (1.179) Rente-inkomsten en -kosten (5.395) (2.698) 89 45 527 66 (4.779) (2.587) Resultaat - deel van de 10.499 5.249 6.429 3.215 (168) (468) 16.760 7.996 groep BalansVaste activa 97.103 48.551 41.542 20.771 223.762 35.102 362.407 104.424 Vlottende activa 179.387 89.693 8.639 4.320 140.859 26.374 328.885 120.387 Eigen vermogen (*) 129.803 64.901 42.930 21.465 27.576 7.553 200.309 93.919 Langlopende verplichtingen 80.871 40.435 2.107 1.054 219.022 32.593 302.000 74.082 Kortlopende verplichtingen 65.816 32.908 5.144 2.572 118.023 21.330 188.983 56.810 Geldmiddelen en 60.725 30.363 5.653 2.826 17.720 3.780 84.098 36.969 kasequivalenten Langlopende financiële 78.639 39.320 1.054 527 192.500 25.216 272.193 65.063 verplichtingen Kortlopende financiële 17.221 8.611 360 180 55.683 10.107 73.264 18.898 verplichtingen Netto financiële schuld 35.135 17.568 (4.239) (2.119) 230.462 31.544 261.359 46.992
(*) inclusief minderheidsbelangen (15.730 duizend euro, aandeel CFE)
Jaarverslag 2025 - CFE
199
Per 31 december 2025, is de bijdrage van Deep C Holding N.V. en Green Offshore N.V. aan het geconsolideerde resultaat na
belastingen respectievelijk -4.097 duizend euro en 3.739 duizend euro.
Boekjaar afgesloten op 31 december 2025 2024 (duizend euro) Green Green Deep CDeep C Offshore Offshore 5.249 3.215 Aandeel in de winst (het verlies) van deelnemingen waarop 6.367 4.054 vermogensmutatiemethode is toegepast (47) 524 (1.438) Financiële instrumenten – veranderingen in de reële waarde (49) (9.299)0 0 Wisselkoersverschillen uit de omrekening 671 00 12 360 Uitgestelde belastingen (4.097)3.739 2.975 Totaalresultaat 7.001
De samengevatte financiële informatie per segment omvat de informatie van joint ventures en geassocieerde ondernemingen.
Deze laatste betreffen voornamelijk de vennootschap Hofkouter N.V., opgenomen in het segment Constructie & Renovatie, en
Luwa S.A., opgenomen in het segment Investeringen & Holding.
De informatie van de geassocieerde entiteiten wordt als volgt gespecificeerd:
December 2025 Hofkouter Luwa SPV Overige Totaal (duizend euro) 100% E/A 100% E/A 100% E/A 100% E/A Resultatenrekening Omzet 0 0 11.329 1.359 0 0 11.329 1.359 Afschrijvingen 0 0 0 0 0 0 0 0 Rente-inkomsten en -kosten 29 10 520 62 (1.235) (267) (686) (195) Resultaat - deel van de (27) (10) 1.011 121 (1.406) (273) (422) (162) groep BalansVaste activa 0 0 184.251 22.110 0 0 184.251 22.110 Vlottende activa 525 184 52.116 6.254 19.397 1.156 72.038 7.594 Eigen vermogen 524 184 16.106 1.933 (14.639) (1.463) 1.992 654 Langlopende verplichtingen 0 0 178.897 21.468 0 0 178.897 21.468 Kortlopende verplichtingen 1 0 41.363 4.963 34.036 2.619 75.400 7.582 Geldmiddelen en 523 183 13.140 1.577 1.797 30 15.460 1.790 kasequivalenten Langlopende financiële 0 0 166.034 19.924 0 0 166.034 19.924 verplichtingen Kortlopende financiële 0 0 12.863 1.544 0 0 12.863 1.544 verplichtingen Netto financiële schuld (523) (183) 165.757 19.891 (1.797) (30) 163.437 19.678
Jaarverslag 2025 - CFE
200
VERGELIJKENDE INFORMATIE – BOEKJAAR 2024
Multitechnieken en December 2024 Vastgoed-ontwikkeling Investeringen & Holding Totaal Bouw & Renovatie (duizend euro) 100% E/A 100% E/A 100% E/A 100% E/A Resultatenrekening Omzet (**) 64.141 27.856 11.936 2.984 56.491 22.834 132.568 53.674 Afschrijvingen (20) (10) (12) (3) (2.576) (1.288) (2.608) (1.301) Rente-inkomsten en -(26.832) (12.667) 32 8 (1.351) (653) (28.151) (13.312) kosten Resultaat - deel van de (15.765) (8.188) 2.314 766 24.781 11.390 11.330 3.968 groep BalansVaste activa 57.189 30.373 43 11 376.958 106.638 434.190 137.022 Vlottende activa 885.269 468.416 15.675 4.217 339.474 129.225 1.240.418 601.858 Eigen vermogen (*) 136.897 95.928 3.650 1.209 202.421 96.229 342.968 193.366 Langlopende 430.293 232.346 393 98 296.726 73.298 727.413 305.742 verplichtingen Kortlopende 375.268 170.516 11.674 2.921 217.284 66.336 604.226 239.773 verplichtingen Geldmiddelen en 26.010 11.726 9.873 2.745 75.166 32.907 111.048 47.378 kasequivalenten Langlopende financiële 121.789 60.495 0 0 289.688 70.913 411.477 131.409 verplichtingen Kortlopende financiële 17.329 9.157 11.652 2.913 69.543 17.746 98.524 29.816 verplichtingen Netto financiële schuld 113.108 57.925 1.778 167 284.066 55.753 398.952 113.845
(*) inclusief minderheidsbelangen (16.984 duizend euro, aandeel CFE)
(**) Herwerkt cijfers
De informatie van het segment Vastgoedontwikkeling wordt als volgt gespecifieerd:
December 2024 JFK-RE Overige Totaal Vastgoedontwikkeling (duizend euro) 100% E/A 100% E/A 100% E/A Resultatenrekening Omzet (*) 0 0 64.141 27.856 64.141 27.856 Afschrijvingen 0 0 (20) (10) (20) (10) Rente-inkomsten en -kosten (1.580) (908) (25.252) (11.760) (26.832) (12.667) Resultaat - deel van de groep (2.557) (1.469) (13.208) (6.719) (15.765) (8.188) Balans Vaste activa (11.864) (6.816) 69.053 37.189 57.189 30.373 Vlottende activa 360.860 207.314 524.408 261.102 885.269 468.416 Eigen vermogen 108.525 62.348 28.372 33.581 136.897 95.928 Langlopende verplichtingen 240.000 137.880 190.293 94.466 430.293 232.346 Kortlopende verplichtingen 472 271 374.796 170.245 375.268 170.516 Geldmiddelen en 101 58 25.909 11.668 26.010 11.726 kasequivalenten Langlopende financiële 0 0 121.789 60.495 121.789 60.495 verplichtingen Kortlopende financiële 0 0 17.329 9.157 17.329 9.157 verplichtingen Netto financiële schuld (101) (58) 113.210 57.983 113.108 57.925
(*) Herwerkt cijfers
De vaste en vlottende activa van de segmenten Vastgoedontwikkeling bestaan voornamelijk uit de vennootschappen:
•
JFK Real Estate S.A.:
348.997
duizend euro
(100%)
•
Cavallia Sp. z o.o.:
61.970
duizend euro
(100%)
•
The Roots Office S.A.R.L.:
31.648
duizend euro
(100%)
•
BPI Chmielna Sp. z.o.o.:
62.547
duizend euro
(100%)
•
Debrouckère Land S.A.:
26.908
duizend euro
(100%)
•
Bavière Développement S.A.:
21.600
duizend euro
(100%)
Jaarverslag 2025 - CFE
201
•
Joma 2060 S.A. :
20.582
duizend euro
(100%)
•
Bavière Dévelopment S.A.:
21.218
duizend euro
(100%)
•
Erasmus Gardens S.A.:
29.365
duizend euro
(100%)
•
MG Immo S.A.R.L.:
24.176
duizend euro
(100%)
•
Arlon 53 S.A.:
22.383
duizend euro
(100%)
•
Goodways S.A.:
23.454
duizend euro
(100%)
De informatie van het segment Investeringen & Holding wordt als volgt gespecifieerd:
December 2024 Totaal Investeringen Deep C Holding Green Offshore Overige (duizend euro) & Holding 100% E/A 100% E/A 100% E/A 100% E/A Resultatenrekening Omzet 42.238 21.119 0 0 14.253 1.715 56.491 22.834 Afschrijvingen (2.713) (1.357) 137 69 0 0 (2.576) (1.288) Rente-inkomsten en -kosten (1.281) (640) 253 126 (323) (139) (1.351) (653) Resultaat - deel van de groep 12.734 6.367 8.108 4.054 3.939 969 24.781 11.390 Balans Vaste activa 107.739 53.869 38.485 19.243 230.734 33.526 376.958 106.638 Vlottende activa 201.172 102.355 8.903 4.452 129.398 22.418 339.474 129.225 Eigen vermogen (*) 140.502 70.251 39.952 19.976 21.967 6.002 202.421 96.229 Langlopende verplichtingen 91.718 45.859 2.242 1.121 202.766 26.318 296.726 73.298 Kortlopende verplichtingen 76.692 40.115 5.194 2.597 135.399 23.624 217.284 66.336 Geldmiddelen en kasequivalenten 54.068 27.034 4.420 2.210 16.678 3.663 75.166 32.907 Langlopende financiële verplichtingen 89.581 44.791 1.121 561 198.986 25.562 289.688 70.913 Kortlopende financiële verplichtingen 16.421 8.211 315 157 52.807 9.378 69.543 17.746 Netto financiële schuld 51.935 25.967 (2.984) (1.492) 235.115 31.278 284.066 55.753
(*) inclusief minderheidsbelangen (16.984 duizend euro, aandeel CFE)
De gecomprimeerde financiële informatie per segment bevat informatie van joint ventures en geassocieerde deelnemingen.
Deze betreffen voornamelijk Hofkouter N.V., opgenomen in het segment Bouw & Renovatie, en Luwa S.A., opgenomen in het
segment Investeringen & Holding.
Informatie van geassocieerde deelnemingen wordt als volgt uitgesplitst:
December 2024 Hofkouter Luwa Overige Totaal (duizend euro)100% E/A 100% E/A 100% E/A 100% E/A Resultatenrekening Omzet 0 0 14.216 1.706 0 0 14.216 1.706 Afschrijvingen 0 0 0 0 0 0 0 0 Rente-inkomsten en -kosten 0 0 (60) (7) (597) (9) (657) (16) Resultaat - deel van de groep 2.759 966 0 0 (677) (14) 2.082 952 Balans Vaste activa 0 0 196.370 23.564 0 0 196.370 23.564 Vlottende activa 2.844 996 49.666 5.960 19.362 1.152 71.872 8.107 Eigen vermogen 2.823 988 12.794 1.535 (13.234) (1.189) 2.383 1.334 Langlopende verplichtingen 0 0 177.937 21.352 0 0 177.937 21.352 Kortlopende verplichtingen 22 8 55.305 6.637 32.596 2.341 87.922 8.985 Geldmiddelen en kasequivalenten 2.772 970 12.087 1.450 1.812 28 16.671 2.448 Langlopende financiële verplichtingen 0 0 177.937 21.352 0 0 177.937 21.352 Kortlopende financiële verplichtingen 0 0 14.787 1.774 0 0 14.787 1.774 Netto financiële schuld (2.772) (970) 180.637 21.676 (1.812) (28) 176.053 20.679
De afstemming tussen het evenredig aandeel van de Groep CFE in het eigen vermogen van deze vennootschappen en de
boekwaarde van de deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast, wordt samengevat in onderstaande tabel:
Jaarverslag 2025 - CFE
202
December 2025 Vastgoed-Multitechnieken en Investeringen & Totaal (duizend euro, als evenredig aandeel van CFE)ontwikkeling Bouw & Renovatie Holding Nettoactiva van partners vóór reconciliatieposten 68.836 411 83.444 152.691 Exclusie van minderheidsbelangen 0 0 (15.730) (15.730) Afstemmingselementen (0) 0 10.478 10.478 Negatieve deelnemingen waarop 29.463 0 0 29.463 vermogensmutatiemethode is toegepast Boekwaarde van de participatie van CFE 98.299 411 78.192 176.902 December 2024 Vastgoed- Multitechnieken en Investeringen & Totaal (duizend euro, als evenredig aandeel van CFE) ontwikkeling Bouw & Renovatie Holding Nettoactiva van partners vóór reconciliatieposten 67.511 1.209 88.266 156.986 Exclusie van minderheidsbelangen 0 0 (16.984) (16.984) Afstemmingselementen 0 0 7.963 7.963 Negatieve deelnemingen waarop 28.417 0 0 28.417 vermogensmutatiemethode is toegepast Boekwaarde van de participatie van CFE 95.928 1.209 79.245 176.382
De reconciliatie elementen hebben voornamelijk betrekking op het wegwerken van het negatieve eigenvermogen van
deelnemingen waarvoor CFE geen verplichtingen tot financiële ondersteuning heeft.
16. OVERIGE FINANCIËLE VASTE ACTIVA
De overige financiële vaste activa bedragen 125.568 duizend euro per 31 december 2025, een stijging tegenover 31 december
2024 (120.248 duizend euro). Ze omvatten uitsluitend leningen toegekend aan deelnemingen waarop de
vermogensmutatiemethode is toegepast.
De toename van het saldo van deze financiële vorderingen in 2025 wordt voornamelijk verklaard door:
- het effect van de consolidatiekring die betrekking heeft op:
o de lening van 17.455 duizend euro verstrekt door BPI Real Estate Poland Sp. z.o.o. voor het project Piano Forte in
Warschau, waarvan BPI 40% van haar aandelen heeft verkocht om haar deelneming van 100% te verminderen
naar 60% en zo de consolidatiemethode te wijzigen door deze volgens de vermogensmutatiemethode te
integreren.
o de lening ten bedrage 524 duizend euro verstrekt door BPI Real Estate Poland Sp. z.o.o. voor het Moniuszki project
in Warschau, waarvan BPI 70% van haar aandelen heeft verkocht om haar deelneming van 100% te verminderen
naar 30% en zo de consolidatiemethode te wijzigen door deze volgens de vermogensmutatiemethode te
integreren.
- de verhogingen en terugbetalingen die voornamelijk betrekking hebben op:
o het verstrekken van leningen aan projectvennootschappen in het segment Vastgoedontwikkeling,
voornamelijk voor de projecten Gedania (6.058 duizend euro), Moniuszki (3.011 duizend euro), Cavallia (3.215
duizend euro) en Brouck’R (4.115 duizend euro).
o de toekenning van aanvullende leningen van 2.118 duizend euro aan Green Stor N.V.
gecompenseerd door;
o de gedeeltelijke terugbetaling van de leningen toegekend aan Roots (8.930 duizend euro), Brouck’R (3.641
duizend euro), Chmielna (2.104 duizend euro), Cavallia (5.661 duizend euro) en Piano Forte (3.538 duizend euro).
De toename van het saldo van de financiële vorderingen in 2024 wordt voornamelijk verklaard door:
- het effect van de consolidatiekring die betrekking heeft op:
o de lening voor een bedrag van 3.762 duizend euro, door BPI Real Estate Poland Sp. z o.o. toegekend voor het
project Wieslawa in Warschau, waarvan BPI 50% van haar gehouden aandelen had verkocht om haar
deelneming te verlagen van 100% naar 50% en zodoende de consolidatiemethode te wijzigen naar de
vermogensmutatiemethode;
- de verhogingen en terugbetalingen die voornamelijk betrekking hebben op:
o de toekenning van leningen aan projectvennootschappen van het segment Vastgoedontwikkeling,
voornamelijk met betrekking tot Cavallia (2.824 duizend euro), Brouck’R (2.185 duizend euro), Move’Hub (1.392
duizend euro), Arlon 53 (1.478 duizend euro) en Roots (2.317 duizend euro);
gecompenseerd door;
Jaarverslag 2025 - CFE
203
o de toekenning van een lening van 2.339 duizend euro aan Green Stor; gecompenseerd door de gedeeltelijke
terugbetaling van de leningen toegekend aan Emely (2.876 duizend euro), Chmielna (7.709 duizend euro),
Green Offshore (848 duizend euro) en Luwa S.A. (936 duizend euro).
Boekjaar afgesloten op 31 december 2025 2024 (duizend euro) Saldo aan het einde van het vorige boekjaar 120.248 118.553 Effect van wijzigingen in de consolidatiekring 17.979 3.762 Verhogingen 23.541 24.375 Terugbetalingen (35.417) (25.123) Overdracht naar andere activacategorieën (1.231) (1.829) Waardeverminderingen/tegenboeking waardeverminderingen 0 66 Netto wisselkoersverschillen 448 444 Saldo op het einde van het boekjaar 125.568 120.248
De ‘verhogingen’ en ‘terugbetalingen’ omvatten:
- De toekenning en terugbetalingen met betrekking tot de financiering van de projectvennootschappen (SPV) in het
segment Vastgoedontwikkeling, die zijn opgenomen in de rubriek "Terugbetaling/(Toekenning) van leningen aan
deelnemingen waarop de vermogensmutatiemethode is toegepast” in het geconsolideerde kasstroomoverzicht.
- De toekenning van financiering met betrekking tot andere segmenten (voornamelijk het segment Investeringen &
Holding), opgenomen in de rubriek "Toekenningen van leningen aan deelnemingen waarop de
vermogensmutatiemethode is toegepast" in het geconsolideerde kasstroomoverzicht, en
- De terugbetalingen van financiering met betrekking tot andere segmenten (voornamelijk het segment Investeringen &
Holding), opgenomen in de rubriek "Terugbetaling van leningen aan deelnemingen waarop de
vermogensmutatiemethode is toegepast” in het geconsolideerde kasstroomoverzicht.
Het bedrag van de leningen verstrekt aan de volgens de vermogensmutatiemethode geïntegreerde
vastgoedontwikkelingsmaatschappijen, achtergesteld aan andere schulden (voornamelijk bankkredieten voor de financiering
van projecten) beloopt 29.238 duizend euro op 31 december 2025 (31 december 2024: 47.007 duizend euro).
Als het door de projectontwikkelaar gerealiseerde project wordt gefinancierd door een banklening, moet worden opgemerkt dat
er geen verhaal is op de terugbetaling van de hoofdsom van de lening. Er zijn echter twee clausules in de kredietovereenkomsten
opgenomen die kunnen worden beschouwd als voorwaardelijk verhaal op de aandeelhouders:
- 'Cost overrun'-clausule: dit is het verschil tussen de gebudgetteerde kosten van het project zoals geschat op het
moment dat het krediet werd verstrekt en de werkelijk gemaakte kosten. Het risico dat de Groep CFE bijkomende injecties
zou moeten doen in het kader van de 'cost overrun'-clausule wordt beperkt door de toepassing van forfaitaire prijzen in
de bouwcontracten en door de veiligheidsmarge die wordt berekend op het ogenblik van de initiële
haalbaarheidsanalyse van het project (contingencies).
- 'Cashflow deficiency'-clausule. Volgens deze clausule verplichten de aandeelhouders zich om de exploitatiekosten van
de projectvennootschap (SPV) en de rente en reserveringscommissies op het bankkrediet te financieren voor zover deze
niet worden gedekt door de trekkingen op het krediet.
BPI meent dat deze verhaalmogelijkheden niet kwantificeerbaar zijn. Bijgevolg vertegenwoordigt de boekwaarde van de
vorderingen van BPI, op de volgens vermogensmutatiemethode geïntegreerde vastgoedontwikkelingsmaatschappijen, de
schatting van de maximale blootstelling van BPI aan de financiële verplichtingen van deze ondernemingen.
Wat het kredietrisico betreft, maakt de regelmatige beoordeling van de analyses van de rentabiliteit van de projecten het
mogelijk om te verzekeren dat de toekomstige kasstromen uit projecten de investeringen en leningen in deze
vastgoedondernemingen zullen dekken.
Jaarverslag 2025 - CFE
204
17. BOUWCONTRACTEN
De Groep CFE voert een grote variëteit van projecten uit in termen van de aard en omvang van de werken, de klanten, de types
contracten, de betalingsvoorwaarden en de geografische locaties. De meeste projecten voorzien gespreide betalingen na
goedkeuring door de klant van afrekeningen per fase of volgens een financieel planning. Sommige contracten voorzien
voorafbetalingen..
Overeenkomstig IFRS 15 Opbrengsten van contracten met klanten, hebben de activa en verplichtingen in verband met
bouwcontracten betrekking op de onderhanden projecten van de Groep. De lopende projecten weerspiegelen de opbrengsten
na aftrek van de tussentijdse factureringen, de ontvangen voorschotten en de eventuele voorzieningen voor verliezen bij
voltooiing. Het nettobedrag verschuldigd door klanten of verschuldigd aan klanten wordt contract per contract bepaald door het
verschil tussen deze twee posten.
Zoals beschreven in de paragrafen (K) en (T) van de toelichting over de voornaamste boekhoudprincipes, worden de kosten en
opbrengsten van de bouwcontracten respectievelijk geboekt als lasten en als opbrengsten afhankelijk van de vorderingsgraad
van de activiteit van het contract op de datum van afsluiting (methode van het voltooiingspercentage). De vorderingsgraad van
de activiteit wordt berekend volgens de 'cost to cost' methode. Een verwacht verlies op het bouwcontract wordt onmiddellijk als
kost geboekt.
Een activa op bouwcontracten is het recht van een entiteit om een vergoeding te ontvangen in ruil voor de overdracht van
goederen of diensten die zij aan een klant heeft geleverd, wanneer dat recht afhankelijk is van iets anders dan het verstrijken van
de tijd (bijvoorbeeld de toekomstige prestaties van de entiteit). Als de entiteit goederen of diensten levert aan een klant voordat
de klant de vergoeding betaalt of de vergoeding verschuldigd is, wordt een activa op bouwcontracten opgenomen voor de
verkregen voorwaardelijke vergoeding.
De verplichtingen gerelateerd aan onderhanden projecten weerspiegelen het overschot van de tussentijdse factureringen ten
opzichte van de opgelopen kosten en de geboekte winsten en verliezen. Deze omvatten de voorzieningen voor verliezen einde
werf, die 22.955 duizend euro bedragen (2024: 19.908 duizend euro), de ontvangen voorschotten, die 2.938 duizend euro bedragen
(2024: 7.485 duizend euro) alsook de uitgestelde opbrengsten en toe te rekenen kosten met betrekking tot onderhanden
projecten, die 203.793 duizend euro bedragen (2024: 181.451 duizend euro). De voorschotten zijn de bedragen ontvangen door de
Groep CFE voordat de werken worden uitgevoerd.
Wijzigingen in verband (duizend euro) 31 December 2024 Overige variaties 31 December 2025 met activiteiten Onderhanden projecten van derden - activa 62.696 (15.399) (150) 47.146 Onderhanden projecten van derden - verplichtingen (208.844) (26.937) 6.095 (229.686) Onderhanden projecten van derden - netto bedrag (146.148) (42.336) 5.945 (182.540) Wijzigingen in verband (duizend euro) 31 December 2023 Overige variaties 31 December 2024 met activiteiten Onderhanden projecten van derden - activa 68.411 (5.908) 193 62.696 Onderhanden projecten van derden - verplichtingen (201.618) (6.553) (673) (208.844) Onderhanden projecten van derden - netto bedrag (133.207) (12.461) (480) (146.148)
De variaties verbonden aan de activiteit houden verband met de evolutie van de voortgang van de projecten, met wijzigingen in
ramingen van de prijs van contracten en met wijzigingen in contracten.
De toename van de verplichtingen gerelateerd aan bouwcontracten in het boekjaar 2025 is voornamelijk toe te schrijven aan de
segmenten Bouw & Renovatie en Multitechnieken.
Gelet op het grote aantal en de diversiteit van de projecten (in termen van aard, klanten, betalingstermijnen enz.) wordt een
gedetailleerde beschrijving van de evolutie van de actieve en passieve bouwcontracten vergeleken met het vorige boekjaar niet
relevant geacht.
In 2025, heeft de rubriek ‘Overige variaties’ voornamelijk betrekking op de wijziging in de consolidatiemethode van de
onderneming BPI Piano Forte (-6.288 duizend euro) en op wisselkoersverschillen (716 duizend euro).
De resterende prestatieverplichtingen, namelijk de te behalen omzet in de volgende jaren voor de projecten die op 31 december
2025 in uitvoering zijn, bedragen 1.543 miljoen euro (2024: 1.641 miljoen euro), waarvan 718 miljoen euro in 2026 uitgevoerd zou
moeten worden (eind 2024 moest 733 miljoen euro in 2025 worden uitgevoerd).
Jaarverslag 2025 - CFE
205
18. VOORRADEN
Per 31 december 2025 bedragen de voorraden, die voornamelijk bestaan uit vastgoedprojecten ontwikkeld door BPI en haar
dochterondernemingen geconsolideerd volgens de integrale methode, 88.936 duizend euro (2024 : 141.374 duizend euro) en zijn
als volgt samengesteld :
Wijzigingen in Toevoegingen Boekjaar afgesloten op 31 december Overige 2024 verband met /bestedingen van 2025 (duizend euro) variaties activiteiten waardevermindering Grond- en hulpstoffen 10.794 (2.027) 0 (370) 8.397 Waardeverminderingen op voorraad grond- en hulpstoffen (69) 0 (342) 378 (33) Eindproducten en onroerende goederen bestemd voor 132.546 (28.615) 0 (20.757) 83.174 verkoop Waardeverminderingen op voorraad eindproducten en (1.897) 0 (705) 0 (2.602) onroerende goederen bestemd voor verkoop Voorraden 141.374 (30.642) (1.047) (20.749) 88.936 Wijzigingen in Toevoegingen Boekjaar afgesloten op 31 december Overige 2023 verband met /bestedingen van 2024 (duizend euro) variaties activiteiten waardevermindering Grond- en hulpstoffen 11.115 (330) 0 9 10.794 Waardeverminderingen op voorraad grond- en hulpstoffen (31) 0 (38) 0 (69) Eindproducten en onroerende goederen bestemd voor 152.614 (15.078) 0 (4.990) 132.546 verkoop Waardeverminderingen op voorraad eindproducten en (1.854) 0 (178) 135 (1.897) onroerende goederen bestemd voor verkoop Voorraden 161.844 (15.408) (216) (4.846) 141.374
In 2025 omvatten de ‘Overige variaties’ ((20.749) duizend euro) de wisselkoersvariaties (939 duizend euro) en de impact van de
wijziging van de consolidatiemethode van BPI Piano Forte Sp. z.o.o. ((21.688) duizend euro) van integrale naar de
vermogensmutatiemethode na de verkoop van 40% van de aandelen.
De wijzigingen in verband met de activiteit ((30.642) duizend euro) zijn voornamelijk toe te schrijven aan:de oplevering van de
projecten Bernardowo in de streek van Gdańsk, Panoramiqa in Poznań (Fase 1), Herrenberg aan Mertert en Czysta in Wroclaw.
De verdeling van de voorraden van het segment Vastgoedontwikkeling wordt hierna weergegeven:
Boekjaar afgesloten op 31 december 2025 2024 (duizend euro) Commercialiseringsbestand 20.536 41.830 Bouwbestand 7.840 38.557 Ontwikkelingsbestand 49.140 46.153 Voorraden Vastgoedontwikkeling segment 77.516 126.541
19. GELDMIDDELEN EN KASEQUIVALENTEN
Boekjaar afgesloten op 31 december 2025 2024 (duizend euro) Deposito's op korte termijn 70.730 38.247 Bank- en kasmiddelen 128.594 135.263 Geldmiddelen en kasequivalenten 199.324 173.510
De geldmiddelen omvatten 76,4 miljoen euro, beschikbaar bij CFE N.V.. Het saldo is verspreid bij tussen de tijdelijke
vennootschappen en de niet in de cashpooling opgenomen buitenlandse entiteiten.
De bankdeposito’s op korte termijn betreffen beleggingen bij financiële instellingen met een duurtijd van enkele dagen tot enkele
maanden. De variabele vergoeding van deze beleggingen is voornamelijk gekoppeld aan de Euribor of de Ester met een floor op
0%.
Jaarverslag 2025 - CFE
206
20. KAPITAALSUBSIDIES
De Groep CFE heeft geen kapitaalsubsidies ontvangen in 2025.
21. INFORMATIE OVER HET AANDELENOPTIEPLAN OP EIGEN
AANDELEN
A
ANDELENOPTIEPLAN
In de loop van het tweede semester van 2022 heeft de Raad van Bestuur een aandelenoptieplan goedgekeurd om de leden van
het Executief Comité bij de ontwikkeling op lange termijn van de Groep te betrekken. Het plan voorziet dat de opties elk betrekking
hebben op een aandeel van de Groep CFE en gratis worden toegekend. De opties hebben een looptijd van 7 jaar. De opties
worden geannuleerd indien de contractuele relatie voor de datum van de verwerving van de rechten wordt beëindigd. Het
Remuneratiecomité is verantwoordelijk voor de begeleiding van het plan en de aanduiding van de begunstigden.
In de loop van het boekjaar 2022, werden 200.000 opties toegekend aan twee begunstigden, leden van het Executief Comité, die
ze volledig hebben aanvaard. In 2023, werden geen opties toegekend.
In december 2024 keurde de Raad van Bestuur, op voorstel van het Benoemings- en Bezoldigingscomité, een tweede
aandelenoptieplan goed om de leden van het Directiecomité te betrekken bij de ontwikkeling van de Groep op lange termijn. Het
plan bepaalt dat de opties elk betrekking hebben op een aandeel van de Groep CFE en gratis worden toegekend. De opties
hebben een looptijd van 5 jaar. De opties worden geannuleerd indien de contractuele relatie vóór de datum van verwerving van
de rechten wordt beëindigd. Het Remuneratiecomité is verantwoordelijk voor de begeleiding van het plan en de aanduiding van
de begunstigden.
In de loop van het boekjaar 2024, werden 488.000 opties toegekend aan zeven begunstigden, leden van het Executief Comité, die
ze volledig aanvaard hebben.
In de loop van het boekjaar Op het einde van het boekjaar Aantal Jaar van de Toegekende Uitgeoefende Vervallen Uitoefenprijs Aantal opties uitgeoefende Uitoefenperiode toekenning opties opties opties (in euro) opties 2022 200.000 0 0 200.0000 10,31 01/01/2026 – 16/10/2029 2023 0 0 0 200.000 0 10,31 01/01/2026 – 16/10/2029 2024 488.000 0 0 688.000 0 7,21 01/01/2026 – 26/12/2029 2025 0 0 0 688.000 0 7,21 01/01/2026 – 26/12/2029
Voor uitstaande aandelenopties aan het einde van de periode is de gewogen gemiddelde resterende contractuele looptijd als
volgt:
Aantal jaren December 2022 6,8 December 2023 5,7 December 2024 4,9 December 2025 3,9
De waarde van deze opties wordt berekend op basis van hun waarde op het ogenblik van de toekenning, bepaald door een
onafhankelijke expert aan de hand van de volgende hypothesen:
Waarde volgens de methode Aantal Jaar van de Verwachte van Black & Scholes Beurskoers uitgeoefende Dividendrendement Volatiliteit Rentevoet toekenning duur Totale opties (€/aandeel) waarde (k€) 2022 10,46 0 4,31% 33,10% 2,66% 7,0 2,406 481 2024 5,77 0 10,25% 35,79% 2,24% 5,0 0,739 361
De totale waarde van de in 2022 en 2024 toegekende opties bedroeg respectievelijk 481 en 361 duizend euro. De reële waarde
wordt lineair opgenomen in de winst-en-verliesrekening tijdens de periode van de verwerving van de rechten (3 jaar voor de in
2022 uitgegeven opties en 3 jaar voor de in 2024 uitgegeven opties). Bijgevolg werd een totale kost van 280 duizend euro
opgenomen in de winst-en-verliesrekening voor de periode eindigend op 31 december 2025, waarvan de impact wordt
Jaarverslag 2025 - CFE
207
weergegeven op de lijn “Mutaties in verband met eigen aandelen en op aandelen gebaseerde betalingen” in het geconsolideerd
mutatieoverzicht van het eigen vermogen.
EIGEN AANDELEN
In het boekjaar 2025, heeft CFE 175.443 eigen aandelen aangekocht. Dit programma voor de inkoop van eigen aandelen werd
uitgevoerd door een onafhankelijke tussenpersoon, in overeenstemming met de geldende regelgeving.
Op het einde van het boekjaar 2025, houdt CFE 688.000 eigen aandelen aan, tegen een gemiddelde prijs van 8,68 euro per
aandeel.
Saldo aan het begin van het In de loop van het boekjaar Saldo op het einde van het BBooeekkjjaaaarrboekjaar Aankopen Verkopen boekjaar 2022 0 1.241.650 849.492 392.158 2023 392.158 120.399 0 512.557 2024 512.557 0 0 512.557 2025 512.557 175.443 0 688.000
22. PERSONEELSBELONINGEN
De Groep CFE draagt bij tot pensioenplannen en brugpensioenplannen in verschillende landen waar de Groep actief is. Deze
voordelen worden verwerkt in overeenstemming met IAS 19 en worden beschouwd als 'post-employment' en 'long-term benefit
plans'.
Per 31 december 2025 bedraagt de netto verplichting van de Groep CFE voor de voordelen 'post employment' voor pensioenen
en brugpensioenen 5.410 duizend euro (2024 : 8.096 duizend euro). Deze bedragen zijn opgenomen in de rubriek
‘Pensioenverplichtingen en personeelsbeloningen’. Deze rubriek omvat eveneens provisies ten bedrage van 67 duizend euro voor
overige personeelsbeloningen per 31 december 2024.
BELANGRIJKSTE ELEMENTEN VAN TOEGEZEGDE VOORDEELPLANNEN VAN DE GROEP
CFE
De toegezegde voordeelplannen kunnen opgesplitst worden in regelingen met vaste bijdragen en regelingen met vaste
prestaties.
Regelingen met vaste bijdragen
De pensioenplannen met vaste bijdragen zijn plannen volgens dewelke de onderneming de bijdragen – zoals bepaald in het
overeengekomen plan – betaalt aan een vennootschap of aan een apart fonds. Eenmaal deze bijdragen vereffend zijn, is er geen
bijkomende verplichting voor de onderneming.
Regelingen met vaste prestaties
Alle regelingen die geen regelingen met vaste bijdragen zijn, worden verondersteld regelingen met vaste prestaties te zijn. Deze
plannen zijn ofwel extern gefinancierd door pensioenfondsen of verzekeringsinstellingen (‘gefinancierde plannen’), ofwel binnen
de Groep CFE gefinancierd (‘niet gefinancierde plannen’). Er wordt een jaarlijkse actuariële evaluatie gemaakt door een
onafhankelijke actuaris voor de belangrijkste pensioenregelingen.
De toegezegde voordeelplannen van de Groep CFE kennen aan haar personeelsleden een voordeel toe in geval van pensionering
alsook in geval van overlijden. Alle plannen worden extern gefinancierd door een verzekeringsmaatschappij die geen banden
heeft met de Groep CFE. De verplichtingen in hoofde van vaste prestaties zijn uitsluitend in België.
De toegezegde Belgische voordeelplannen zijn belegd in ‘Tak 21’, hetgeen inhoudt dat de verzekeraar een minimum rendement
op de betaalde bijdragen moet garanderen.
Al deze plannen zijn conform aan het lokaal gereglementeerd kader en voldoen aan de minimale vereisten inzake financiering.
Het merendeel van de toegezegde voordeelplannen van de Groep CFE zijn van het type ‘met vaste prestaties’.
Jaarverslag 2025 - CFE
208
BELANGRIJKSTE ELEMENTEN VAN DE REGELINGEN MET VASTE PRESTATIES
Belgische pensioenplannen van het type « tak 21 »
Sommige personeelsleden genieten van een regeling met vaste bijdragen die door een verzekeringsmaatschappij van ‘Tak 21’
wordt gefinancierd.
De Belgische wetgeving vereist dat een werkgever op de regelingen met vaste bijdragen een minimuminterest van 3,25 %
garandeert op zijn eigen bijdragen aan de plannen en van 3,75 % op de bijdragen van de begunstigden gestart vóór 1 januari
2016, en een minimuminterest die gelijk is aan een deel (momenteel 85%) van het gemiddelde over de laatste 24 maanden van
de OLO-rentevoeten op 10 jaar. De rentevoet bedraagt minimaal 1,75% en maximaal 3,75%. Het gegarandeerde
minimumrendement bedraagt 1,75% voor de bijdragen die tussen 1 januari 2016 en 31 december 2024 zijn gestort, en 2,5% voor de
bijdragen die vanaf 1 januari 2025 zijn gestort. Dit percentage kan in de toekomst veranderen. Als gevolg van de wetswijziging
eind 20215, zijn deze pensioenregelingen in de boekhouding opgenomen als pensioenregelingen met vaste prestaties.
De arbeiders van de bouwsector genieten van een pensioenregeling met vaste bijdragen die gefinancierd wordt door het multi-
werkgever pensioenfonds ‘fbz-fse Constructiv’. Dit pensioenplan is ook onderworpen aan de hierboven genoemde Belgische
wetgeving aangaande het gewaarborgd minimumrendement.
Informatie met betrekking tot de risico’s van de regelingen met vaste prestaties
Bij stelsels met vaste prestaties draagt over het algemeen de werkgever het actuarieel risico, zoals het risico inherent aan
renteschommelingen, aan de evolutie van de salarissen alsook het risico verbonden aan de evolutie van het inflatiepercentage.
De mogelijke impact van de evolutie van deze risico’s is toegelicht in de gevoeligheidsanalyse hieronder.
Het risico verbonden aan de spreiding in de tijd van de prestaties is beperkt in die zin dat de meerderheid van de plannen in de
uitbetaling van een kapitaal voorziet. De optie van een jaarlijkse uitkering werd toch voorzien. In dit geval is de jaarlijkse uitkering
in handen van een verzekeringsinstelling die het kapitaal omzet naar jaarlijkse annuïteiten. Het overlijdensrisico tijdens de actieve
loopbaan is eveneens verzekerd bij een verzekeringsinstantie. Het risico op insolvabiliteit van de verzekeringsinstelling wordt in
aanmerking genomen bij de berekening van de waarde van de activa.
Informatie met betrekking tot het beheer van de regelingen met vaste prestaties
De administratie en het beheer van de verzekeringen zijn toevertrouwd aan de verzekeringsinstelling. CFE verzekert de naleving
door de verzekeringsmaatschappijen van de gerelateerde pensioenwetgeving.
Informatie met betrekking tot de activa van de regelingen met vaste prestaties
De activa van de plannen geïnvesteerd bij een verzekeringsinstelling zijn niet onderhevig aan marktbewegingen, aangezien het
verzekeringscontracten in ‘Tak 21’ betreft (met gewaarborgde rentevoet). Het betreft voornamelijk schuldinstrumenten zoals
staats- en bedrijfsobligaties en vastgoed. De activa van de plannen bevatten geen financiële instrumenten van de Groep CFE,
noch enig gebouw dat gebruikt wordt door de Groep CFE.
De reële waarde van de verzekeringscontracten komt overeen met de geactiveerde waarde van de betaalde bijdragen rekening
houdend met het contractueel rendement overeengekomen met de verzekeringsmaatschappij (België).
SCHULDEN MET BETREKKING TOT REGELINGEN MET VASTE PRESTATIES EN
BRUGPENSIOEN
Boekjaar afgesloten op 31 december 2025 2024 (duizend euro) Nettovorderingen (-verplichtingen) uit hoofde van gefinancierde te bereiken doel (5.410) (8.096) plannen Contante waarde van volledig of gedeeltelijk gefinancierde verplichtingen (57.903) (59.407) Reële waarde van fondsbeleggingen 52.493 51.312 Op de balans voorziene verplichtingen (5.410) (8.096) Verplichtingen (5.410) (8.096) Activa 0 0
Jaarverslag 2025 - CFE
209
VARIATIES VAN DE VERPLICHTINGEN UIT HOOFDE VAN REGELINGEN MET VASTE
PRESTATIES EN BRUGPENSIOEN
Boekjaar afgesloten op 31 december 2025 2024 (duizend euro) Saldo op 1 januari (8.096) (9.198) Nettolasten opgenomen in de resultatenrekening (3.314) (3.550) Nettolasten opgenomen in overige elementen van het totaalresultaat 1.050 (31) Bijdragen van werkgever 4.672 4.428 Overige bewegingen 278 255 Overdrachten naar verplichtingen in verband met activa aangehouden voor verkoop 0 0 Saldo op 31 december (5.410) (8.096)
De in de overige elementen van het totaalresultaat opgenomen opbrengst is hoofdzakelijk toe te schrijven aan de opwaartse
herziening van de disconteringsvoet van 3,35% eind december 2024 naar 3,90% eind december 2025.
Jaarverslag 2025 - CFE
210
NETTOLASTEN OPGENOMEN IN DE RESULTATENREKENING MET BETREKKING TOT
REGELINGEN MET VASTE PRESTATIES EN BRUGPENSIOEN
Boekjaar afgesloten op 31 december 2025 2024 (duizend euro) Nettolasten opgenomen in de resultatenrekening (3.314) (3.550) Kosten van geleverde diensten (3.210) (3.360) Rentekosten (1.943) (1.827) Rendement op fondsbeleggingen (-) 1.753 1.612 Niet-opgenomen kosten van ontvangen diensten 86 25
NETTOLASTEN OPGENOMEN IN DE OVERIGE ELEMENTEN VAN HET TOTAALRESULTAAT
MET BETREKKING TOT REGELINGEN MET VASTE PRESTATIES EN BRUGPENSIOENEN
Boekjaar afgesloten op 31 december 2025 2024 (duizend euro) Nettolasten opgenomen in overige elementen van het totaalresultaat 1.050 (31) Actuariële verschillen 3.289 810 Rendement op fondsbeleggingen, uitgezonderd bedragen in renteopbrengsten (2.239) (841) Wisselkoerseffecten 0 0
BEWEGINGEN IN DE VERPLICHTINGEN UIT HOOFDE VAN REGELINGEN MET VASTE
PRESTATIES EN BRUGPENSIOEN
Boekjaar afgesloten op 31 december 2025 2024 (duizend euro) Saldo op 1 januari (59.407) (59.270) Kosten van geleverde diensten (3.210) (3.360) Rentekosten (1.943) (1.827) Bijdragen van werkgever (559) (571) Betalingen aan begunstigden (-) 3.216 4.300 Opgenomen actuariële (winsten) verliezen, netto 3.374 834 Actuariële (winsten) verliezen die ontstaan uit demografische veronderstellingen 0 0 Actuariële (winsten) verliezen die ontstaan uit financiële assumpties 3.216 1.571 Ervarings(winsten)/verliezen 158 (737) Niet-opgenomen kosten van ontvangen diensten 0 0 Overige bewegingen 626 487 Saldo op 31 december (57.903) (59.407)
BEWEGINGEN IN DE FONDSBELEGGINGEN VAN DE REGELINGEN MET VASTE PRESTATIES
EN BRUGPENSIOEN
Boekjaar afgesloten op 31 december 2025 2024 (duizend euro) Saldo op 1 januari 51.312 50.072 Rendement op fondsbeleggingen, uitgezonderd bedragen in renteopbrengsten (2.239) (841) Rendement op fondsbeleggingen 1.754 1.614 Bijdragen van werkgever 5.509 5.254 Betalingen aan begunstigden (-) (3.216) (4.300) Overige bewegingen (627) (487) Saldo op 31 december 52.493 51.312
Jaarverslag 2025 - CFE
211
VOORNAAMSTE ACTUARIËLE VERONDERSTELLINGEN OP AFSLUITINGSDATUM (IN
GEWOGEN GEMIDDELDE) 2025 2024 Disconteringsvoet op 31 december 3,90% 3,35% Verwacht percentage van loonsverhogingen 3,10% 3,10% Inflatie 2,10% 2,10% Toegepaste sterftetabellen MR-5/FR-5 MR-5/FR-5
Gelet op de macro-economische context in 2025, die op het eind van het boekjaar tot een lichte daling van de rentevoeten op
lange termijn heeft geleid, heeft de Groep CFE op basis van de geldende rentevoeten op de financiële markten een
disconteringsvoet van 3,90% toegepast (tegenover 3,35% op 31 december 2024) voor het bepalen van haar in de balans op te
nemen verplichtingen uit hoofde van toegezegde pensioenregelingen en brugpensioenen op 31 december 2025 (looptijd van
10,5 jaar).
OVERIGE VERONDERSTELLINGEN INZAKE PENSIOENREGELINGEN MET VASTE PRESTATIES
2025 2024 Looptijd (in jaren) 10,50 10,50 Gemiddeld reëel rendement van de pensioenactiva -0,94% 1,54% Voorziene bijdragen te storten voor pensioenplannen in de loop van volgend boekjaar 4.002 4.136 (duizend euro)
GEVOELIGHEIDSANALYSE (INVLOED OP HET BEDRAG VAN DE VERPLICHTINGEN)
2025 2024 Disconteringsvoet Toename met 25 basispunten -2,5% -2,5% Afname met 25 basispunten 2,6% 2,6% Verwacht percentage van loonsverhogingen Toename met 25 basispunten 1,7% 1,8% Afname met 25 basispunten -1,6% -1,7% Inflatie Toename met 25 basispunten 1,1% 1,2% Afname met 25 basispunten -1,1% 0,4%
Jaarverslag 2025 - CFE
212
23. ANDERE VOORZIENINGEN DAN PENSIOENVERPLICHTINGEN
EN PERSONEELSBELONINGEN
Per 31 december 2025 bedragen deze voorzieningen 41.898 duizend, een stijging met 5.809 duizend euro ten opzichte van
december 2024 (36.089 duizend euro).
Voorzieningen voor negatieve deelnemingen Diensten (duizend euro) waarop Overige risico's Totaal na verkoop vermogensmutatie-methode is toegepast Saldo op het einde van het vorige boekjaar 15.442 2.522 18.125 36.089 Netto wisselkoersverchillen 27 0 55 82 Overdracht naar andere rubrieken 0 (184) 374 190 Voorzieningen : toevoegingen 2.330 0 8.316 10.646 Voorzieningen : bestedingen (1.876) 0 (3.233) (5.109) Saldo op het einde van het boekjaar 15.923 2.338 23.637 41.898 waarvan kortlopende : 1.593 0 19.774 21.367 langlopende : 14.330 2.338 3.863 20.531
De voorziening voor diensten na verkoop stijgt met 481 duizend euro en bedraagt 15.923 duizend euro op 31 december 2025. De
evolutie in het jaar 2025 wordt verklaard door het nemen en/of terugnemen van voorzieningen in het kader van de tienjarige
garanties.
Als het aandeel van de Groep CFE in de verliezen van deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode wordt toegepast hoger
is dan de boekwaarde van de deelneming, wordt deze laatste tot nul teruggebracht en neemt de Groep CFE dus haar aandeel
in toekomstige verliezen niet langer op. De verliezen boven dit bedrag worden niet geboekt, met uitzondering van het bedrag van
de verbintenissen van de Groep CFE tegenover deze entiteiten waarop vermogensmutatiemethode wordt toegepast.
Het bedrag van deze verbintenissen wordt eerst in mindering gebracht van de financiële activa ten opzichte van de
deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode wordt toegepast. Indien er geen financiële activa zijn of de verliezen hoger
dan de financiële activa zijn, wordt een voorziening geboekt aangezien de Groep meent dat ze een verplichting heeft om deze
entiteiten en hun projecten te ondersteunen.
De voorzieningen voor overige risico’s stijgen met 5.512 duizend euro en bedragen 23.637 duizend euro op 31 december 2025.
De voorzieningen voor overige kortlopende risico’s (19.774 duizend euro) omvatten de voorzieningen voor lopende geschillen
(10.864 duizend euro), alsook overige kortlopende risico’s (7.497 duizend euro). Omdat voor deze laatste categorie de
onderhandelingen met de klanten nog lopen, kunnen we geen verdere informatie verstrekken over de toegepaste
veronderstellingen en over het moment van de waarschijnlijke kasuitgaven.
De overige langlopende risico’s omvatten de voorzieningen voor risico’s die niet rechtstreeks verband houden met de
operationele cyclus van de lopende werven.
Jaarverslag 2025 - CFE
213
24. VOORWAARDELIJKE ACTIVA EN VERPLICHTINGEN
Volgens de beschikbare informatie op de datum waarop de financiële staten zijn goedgekeurd door de Raad van Bestuur heeft
de Groep CFE geen kennis van significante voorwaardelijke activa en verplichtingen, met uitzondering van voorwaardelijke activa
en verplichtingen gerelateerd aan bouwcontracten (bijvoorbeeld de eisen van de Groep CFE ten opzichte van de klanten of de
eisen van de onderaannemers), wat normaal is in de bouw en multitechnieken sectoren, en die worden verwerkt via de bepaling
van het werfresultaat door toepassing van de methode van de vorderingsgraad.
De Belgische gerechtelijke autoriteiten voeren momenteel een onderzoek uit naar vermeende strafbare feiten in verband met de
bouw van het Grand Hotel de N'Djamena in Tsjaad. Ter herinnering: dit contract, dat dateert uit 2011, heeft geleid tot een verlies
van meer dan 50 miljoen euro voor de Groep CFE, vanwege het niet betalen van een deel van haar vorderingen ondanks de
oplevering van het project. De werkzaamheden werden uitgevoerd door CFE Tchad, een dochteronderneming van de Groep CFE,
tot aan de verkoop ervan in 2021. In het kader van dit onderzoek vond er op 4 september 2024 een huiszoeking plaats op het
hoofdkantoor van CFE. Daarnaast zijn diverse leden van het management en de Raad van Bestuur, alsmede oud-werknemers
van de CFE-groep, verhoord. Op de datum van dit verslag heeft CFE nog geen toegang gehad tot het onderzoeksdossier en zijn
er geen aanklachten ingediend tegen CFE of haar huidige leidinggevenden en/of bestuurders. CFE verleent volledige
medewerking aan het lopende onderzoek. Gezien de huidige omstandigheden en het bovenstaande kan CFE de financiële
gevolgen van de lopende procedures niet op betrouwbare wijze inschatten. Daarom is er per 31 december 2025 geen voorziening
opgenomen, in overeenstemming met de vereisten van IAS 37.
De Groep CFE ziet er ook op toe dat de groepsmaatschappijen zich organiseren om de geldende wetten en regelgeving na te
leven, met inbegrip van de “complianceregels”.
Jaarverslag 2025 - CFE
214
25. NETTO FINANCIËLE SCHULD
ANALYSE VAN DE NETTO FINANCIËLE SCHULD ZOALS BEPAALD DOOR DE GROEP
2025 2024 (duizend euro) Langlopende Kortlopende Totaal Langlopende Kortlopende Totaal Bankleningen en andere financiële schulden 61.403 3.104 64.507 72.306 14.040 86.346 Obligatieleningen 0 0 0 0 0 0 Opname van kredietlijnen 40.000 2.990 42.990 75.000 2.985 77.985 Leasingschulden 35.652 12.405 48.057 37.523 11.356 48.879 Totaal van de langlopende financiële schuld 137.055 18.498 155.553 184.829 28.381 213.210 Financiële schulden op korte termijn 0 0 0 0 1.995 1.995 Kasequivalenten 0 (70.730) (70.730) 0 (38.247) (38.247) Geldmiddelen 0 (128.594) (128.594) 0 (135.264) (135.264) Totaal van de kortlopende netto financiële 0 (199.324) (199.324) 0 (171.516) (171.516) schuld (of beschikbare middelen) Totaal van de netto financiële schuld 137.055 (180.826) (43.771) 184.829 (143.135) 41.694 Financiële derivaten - interestindekking 158 110 268 526 (77) 449
De bankleningen en andere financiële schulden (64.507 duizend euro) hebben voornamelijk betrekking op de bankleningen op
middellange termijn van het segment Vastgoedontwikkeling voor de financiering van bepaalde projecten, het handelspapier dat
CFE N.V. heeft uitgegeven, en de financiering van de maatschappelijke zetels van Van Laere N.V. en VMA N.V.
De leasingschulden (48.057 duizend euro) hebben betrekking op contracten die voldoen aan de criteria van het
toepassingsdomein van de norm IFRS 16 “Leaseovereenkomsten”.
TIJDSCHEMA VAN DE FINANCIËLE SCHULDEN
Vervallen Vervallen Vervallen Vervallen Vervallen Vervallen Boekjaar afgesloten op 31 december 2025 binnen het tussen 1 en tussen 2 en 3 tussen 3 en tussen 5 en na meer Totaal (duizend euro) jaar 2 jaar jaar 5 jaar 10 jaar dan 10 jaar Bankleningen en andere financiële 3.524 34.414 6.729 17.665 6.787 2.562 71.682 schulden Opname van kredietlijnen 3.201 40.350 0 0 0 0 43.551 Leasingschulden 14.165 11.985 8.290 7.927 11.573 0 53.940 Totaal van de langlopende financiële 20.891 86.749 15.019 25.593 18.361 2.562 169.173 schuld Financiële schulden op korte termijn 0 0 0 0 0 0 0 Kasequivalenten (70.730) 0 0 0 0 0 (70.730) Geldmiddelen (128.594) 0 0 0 0 0 (128.594) Totaal van de kortlopende netto financiële (199.324) 0 0 0 0 0 (199.324) schuld (of beschikbare middelen) Totaal van de netto financiële schuld (178.433) 86.749 15.019 25.593 18.361 2.562 (30.151) Vervallen Vervallen Vervallen Vervallen Vervallen Boekjaar afgesloten op 31 december 2024 Vervallen tussen 1 en tussen 2 en 3 tussen 3 en tussen 5 en na meer Totaal(duizend euro) binnen het jaar2 jaar jaar5 jaar10 jaardan 10 jaarBankleningen en andere financiële 19.104 11.400 37.871 18.484 6.210 3.769 96.838 schulden Opname van kredietlijnen 3.192 10.115 65.697 0 0 0 79.004 Leasingschulden 13.337 11.194 8.926 11.634 11.603 0 56.694 Totaal van de langlopende financiële 35.632 32.709 112.494 30.118 17.813 3.769 232.536 schuld Financiële schulden op korte termijn 1.995 0 0 0 0 0 1.995 Kasequivalenten (38.247) 0 0 0 0 0 (38.247) Geldmiddelen (135.264) 0 0 0 0 0 (135.264) Totaal van de kortlopende netto financiële (171.516) 0 0 0 0 0 (171.516) schuld (of beschikbare middelen) Totaal van de netto financiële schuld (135.884) 32.709 112.494 30.118 17.813 3.769 61.020
Jaarverslag 2025 - CFE
215
KASSTROMEN MET BETREKKING TOT FINANCIËLE SCHULDEN
Niet-contante bewegingen Boekjaar afgesloten op 31 december 2025 Totaal niet-Overige (duizend euro) 2024 Kasstromen Overdrachten contante 2025 wijzigingen bewegingen Langlopende financiële schulden Overige langlopende financiële schulden 184.830 (51.408) (1.561) 5.195 3.634 137.055 Kortlopende financiële schulden Obligatieleningen 0 0 0 0 0 0 Overige kortlopende financiële schulden 30.375 (21.528) 1.561 8.089 9.650 18.498 Totaal 215.205 (72.936) 0 13.284 13.284 155.553 Niet-contante bewegingen Boekjaar afgesloten op 31 december 2024 Totaal niet-Overige (duizend euro) 2023 Kasstromen Overdrachten contante 2024 wijzigingen bewegingen Langlopende financiële schulden Overige langlopende financiële schulden 190.965 (7.706) (6.856) 8.425 1.570 184.829 Kortlopende financiële schulden Obligatieleningen 0 0 0 0 0 0 Overige kortlopende financiële schulden 56.394 (39.930) 6.856 7.055 13.912 30.376 Totaal 247.359 (47.636) 0 15.480 15.482 215.205
Op 31 december 2025 bedragen de financiële schulden van de Groep CFE 155.553 duizend euro, een daling met 59.652 duizend
euro tegenover 31 december 2024. Dit wordt voornamelijk verklaard door de hoge EBITDA en de verbetering van de behoefte aan
werkkapitaal.
De kasstromen omvatten voornamelijk de daling van de op de kredietlijnen opgenomen bedragen ((35.000) duizend euro), de
terugbetaling van handelspapieren van BPI Real Estate Belgium S.A. ((10.250) duizend euro), de aflossingen van bankleningen in
verband met de projecten Bernadovo en Herrenberg (respectievelijk (5.037) en (5.048) duizend euro) en de aflossingen van de
hoofdsom van de huurschulden ((15.293) duizend euro).
De tijdens het boekjaar met betrekking tot huurcontracten betaalde rente bedroeg (2.0) duizend euro (2024: (1.8) miljoen euro).
KREDIETLIJNEN EN TERMIJNBANKLENINGEN
CFE N.V. beschikt op 31 december 2025 over bevestigde langlopende bankkredietlijnen ten bedrage van 190 miljoen euro (2024:
190 miljoen euro), waarvan 40 miljoen euro wordt gebruikt op 31 december 2025 (2024: 75 miljoen euro). Sommige ervan
omvatten duurzaamheids- en veiligheidscriteria waarvan de (niet-)naleving een impact heeft op de door de bank toegepaste
marge. CFE N.V. heeft eveneens de mogelijkheid om handelspapier uit te geven ten bedrage van 50 miljoen euro. Deze
financieringsbron wordt op 31 december 2025 gebruikt ten bedrage van 30 miljoen euro (2024: 30 miljoen euro). Om het
rentevoetrisico te beperken, werden renteafdekkingscontracten gesloten voor een notioneel bedrag van 60 miljoen euro (2024:
80 miljoen euro); de reële waarde van deze afgeleide instrumenten bedraagt (158) duizend euro per 31 december 2025 (2024:
(175) duizend euro).
Op 31 december 2025 beschikken BPI Real Estate Belgium S.A. en haar dochteronderneming BPI Real Estate Luxembourg S.A.
samen over bevestigde langlopende bankkredietlijnen ten bedrage van 60 miljoen euro (2024: 60 miljoen euro), die op 31
december 2025 tot 3 miljoen euro gebruikt worden (2024: 3 miljoen euro). BPI Real Estate Belgium S.A. heeft eveneens de
mogelijkheid om handelspapier uit te geven ten bedrage van 40 miljoen euro. Deze financieringsbron wordt op 31 december 2025
niet gebruikt (2024: 10,25 miljoen euro). Om het rentevoetrisico te beperken, werden renteafdekkingscontracten gesloten voor
een notioneel bedrag van 32,4 miljoen euro (2024: 32,4 miljoen euro); de reële waarde van deze afgeleide instrumenten bedraagt
(110)
dui
zend euro (2024: (272) duizend euro).
FINANCIËLE CONVENANTEN
De bilaterale kredieten zijn onderworpen aan specifieke convenanten die rekening houden met onder andere de schuldpositie
en haar relatie met het eigen vermogen of de vaste activa, alsook met de gegenereerde kasstroom.
De bestaande convenanten met betrekking tot de geconsolideerde jaarrekening van de Groep CFE, de statutaire jaarrekening
van CFE N.V. en de geconsolideerde stand-alone IFRS-rekeningen van BPI Real Estate Belgium N.V. worden per 31 december 2025
volledig nageleefd.
Jaarverslag 2025 - CFE
216
Naam van de ratio Formule Vereiste December 2025 CFE SA, IFRS-geconsolideerde rekeningen Netto financiële schuld / (Eigen vermogen - Solvabiliteitsratio <1,65 -0,19 immateriële vaste activa - goodwill) Langlopende financiële schulden / Materiële vaste Netto financiële schuld op lange termijn <1 0,75 activa Kasstroomdekking van de financiële Operationele kasstroom + netto financiële >0 228,4 M€ schuld schulden op korte termijn >0 CFE SA, statutaire rekeningen, Belgische boekhoudnormen Eigen vermogen Eigen vermogen >125 M€ 135,6 M€ BPI Real Estate Belgium SA, IFRS-geconsolideerde rekeningen – Stand Alone Eigen vermogen van de groep + Achtergestelde Minimum eigen vermogen >70 M€ 205,2 M€ schulden Netto financiële schuld / (Eigen vermogen + Solvabiliteitsratio <1,65 0,27 achtergestelde schulden)
Jaarverslag 2025 - CFE
217
26. INFORMATIE BETREFFENDE HET BEHEER VAN DE FINANCIËLE
RISICO’S
B
EHEER VAN DE FINANCIËLE MIDDELEN
Eind 2025 omvatten de financiële middelen van de Groep CFE een netto financiële schuld van -43.771 duizend euro (toelichting
25) en eigen vermogen van 264.009 duizend euro. Bovendien, beschikt CFE N.V. over bevestigde kredietlijnen (toelichting 25),
terwijl CFE N.V. en BPI N.V. handelspapier kunnen uitschrijven. Het eigen vermogen van de Groep CFE bestaat uit geplaatst kapitaal,
uitgiftepremies, geconsolideerde reserves, eigen aandelen en minderheidsbelangen. De Groep CFE bezit geen converteerbare
obligaties. Het geheel van het eigen vermogen is bestemd voor het financieren van de operationele activiteiten zoals voorzien in
het maatschappelijk doel van CFE en haar dochterondernemingen.
RENTEVOET RISICO’S
Het beheer van het rentevoetrisico wordt binnen de Groep CFE op het niveau van de verschillende segmenten verzekerd.
De bouw en renovatie activiteiten worden gekenmerkt door een overschot van geldmiddelen. Het beheer is grotendeels
gecentraliseerd in het kader van de cashpooling.
Anderzijds gebruiken CFE N.V. en BPI N.V. ook afgeleide producten (IRS en CAP) om het renterisico van de opnames op haar
bevestigde kredietlijnen van vastgoedprojectfinancieringen in te dekken.
Onderstaande tabellen geven een overzicht van het uitstaande bedrag op 31 december en van de gemiddelde rentevoet per
aard van schulden.
Effectieve gemiddelde rentevoet vóór effect van financiële derivaten - 31/12/2025 Vaste rentevoet Variabele rentevoet Totaal Soort schulden Bedragen Aandeel Rentevoet Bedragen Aandeel Rentevoet Bedragen Aandeel Rentevoet Bankleningen en andere 44.430 48,04% 3,88% 20.072 31,83% 4,99% 64.502 41,47% 4,66% financiële schulden Leasingschulden 48.057 51,96% 3,51% 0 0,00% 0,00% 48.057 30,89% 3,51% Opname van kredietlijnen 0 0,00% 0,00% 42.994 68,17% 3,63% 42.994 27,64% 3,63% Totaal 92.487 100% 3,68% 63.066 100% 3,91% 155.553 100% 3,87% Effectieve gemiddelde rentevoet vóór effect van financiële derivaten - 31/12/2024 Vaste rentevoet Variabele rentevoet Totaal Soort schulden Bedragen Aandeel Rentevoet Bedragen Aandeel Rentevoet Bedragen Aandeel Rentevoet Bankleningen en andere financiële schulden 53.824 52,41% 2,97% 32.522 29,43% 7,38% 86.346 40,50% 5,91% Leasingschulden 48.879 47,59% 3,71% 0 0,00% 0,00% 48.879 22,93% 3,71% Opname van kredietlijnen 0 0,00% 0,00% 77.985 70,57% 4,44% 77.985 36,58% 4,44% Total 102.703 100% 3,21% 110.507 100% 5,03% 213.210 100% 4,79% Effectieve gemiddelde rentevoet na effect van financiële derivaten - 31/12/2025 Vaste rentevoet Variabele rentevoet Variabele rentevoet + inflatie Totaal Soort schulden Bedragen Aandeel Rentevoet Bedragen Aandeel Rentevoet Bedragen Aandeel Rentevoet Bedragen Aandeel Rentevoet Bankleningen en andere financiële 44.430 37,82% 3,88% 20.072 52,73% 4,99% 0 0,00% 0,00% 64.502 41,47% 4,66% schulden Leasingschulden 48.057 40,90% 3,51% 0 0,00% 0,00% 0 0,00% 0,00% 48.057 30,89% 3,51% Opname van 25.000 21,28% 4,17% 17.994 47,27% 3,61% 0 0,00% 0,00% 42.994 27,64% 3,99% kredietlijnen Totaal 117.487 100% 4,05% 38.066 100% 4,23% 0 0,00% 0,00% 155.553 100% 4,12%
Jaarverslag 2025 - CFE
218
Effectieve gemiddelde rentevoet na effect van financiële derivaten - 31/12/2024 Vaste rentevoet Variabele rentevoet Variabele rentevoet + inflatie Totaal RentevoeSoort schulden Bedragen Aandeel Rentevoet Bedragen Aandeel Rentevoet Bedragen Aandeel Rentvoet Bedragen Aandeel t Bankleningen en andere financiële schulden 53.824 31,17% 2,97% 32.522 80,29% 7,38% 0 0,00% 0,00% 86.346 40,50% 5,91% Leasingschulden 48.879 28,30% 3,53% 0 0,00% 0,00% 0 0,00% 0,00% 48.879 22,93% 3,53% Opname van kredietlijnen 70.000 40,53% 2,95% 7.985 19,71% 5,09% 0 0,00% 0,00% 77.985 36,58% 3,65% Totaal 172.703 100% 2,99% 40.507 100% 6,09% 0 0,00% 0,00% 213.210 100% 4,22%
GEVOELIGHEID VOOR HET RENTEVOETRISICO
De Groep CFE wordt geconfronteerd met het risico van volatiliteit van de rentevoeten op zijn resultaat, gelet op:
- de kasstromen van financiële instrumenten tegen variabele koers na indekking;
- financiële instrumenten tegen vaste koers, erkend tegen reële waarde in de balans via het resultaat.
Daarentegen wordt de wijziging in de reële waarde van derivaten als kasstroomindekking gekwalificeerd, niet in de winst-en-
verliesrekening erkend, maar rechtstreeks in andere elementen van het totaalresultaat. Indien de waarde van het derivaat wordt
hergebruikt, wordt de impact in de winst-en-verliesrekening opgenomen.
De volgende analyse veronderstelt dat het bedrag van financiële schulden en derivaten op 31 december 2025 constant blijft
gedurende een jaar.
Een wijziging van de rentevoeten met 50 basispunten op afsluitingsdatum zou bijgevolg een stijging of een vermindering van het
eigen vermogen en het resultaat gekend hebben ter hoogte van de hieronder aangegeven bedragen. Met het oog op deze
analyse, werden de andere variabelen verondersteld constant te blijven.
(duizend euro) 31-12-2025 Resultaat Eigen vermogen Impact van Impact van Impact van Impact van sensibiliteitsberekening sensibiliteitsberekening sensibiliteitsberekening sensibiliteitsberekening +50bp -50bp +50bp -50bp Langlopende schulden (+ vervallend binnen het jaar) aan variabele renten na 316 (316) boekhoudkundige indekking Netto financiële schuld (korte termijn) (*) 0 0 Derivaten boekhoudkundig niet gekwalificeerd als indekking Als indekking gekwalificeerde derivaten 420 (575) (kasstroom zeker of hoogstwaarschijnlijk) (duizend euro) 31-12-2024 Resultaat Eigen vermogen Impact van Impact van Impact van Impact van sensibiliteitsberekening sensibiliteitsberekening sensibiliteitsberekening sensibiliteitsberekening +50bp -50bp +50bp -50bpLanglopende schulden (+ vervallend binnen het jaar) aan variabele renten na 554 (554) boekhoudkundige indekking Netto financiële schuld (korte termijn) (*) 10 (10) Derivaten boekhoudkundig niet gekwalificeerd als indekking Als indekking gekwalificeerde derivaten 875 (950) (kasstroom zeker of hoogstwaarschijnlijk) (*) exclusief beschikbare middelen
Jaarverslag 2025 - CFE
219
BESCHRIJVING VAN DE KASSTROOMINDEKKINGSOPERATIES
Op afsluitingsdatum hebben de als kasstroomindekking gekwalificeerde instrumenten van CFE N.V. en BPI Real Estate Belgium
N.V. de volgende kenmerken:
31-12-2025Reële Reële (duizend euro) Tussen Tussen < 1 jaar > 5 jaar Onderliggendewaarde waarde 1 en 2 jaar 2 en 5 jaar activa passiva Renteswap variabele rentevoet ontvangen en vaste 0 0 0 0 0 0 0 rentevoet betaald Rentevoet opties (cap, collar) 0 0 0 0 0 0 0 Rentevoetderivaten: indekking van 0 0 0 0 0 0 0 hoogstwaarschijnlijk verwachte kastromen Renteswap variabele rentevoet ontvangen en vaste 32.416 40.000 0 0 72.416 59 -328rentevoet betaald Rentevoet opties (cap, collar) 0 20.000 0 20.000 2 0 Rentevoetderivaten: indekking van zekere kastromen 32.416 60.000 0 0 92.416 61 (328) 31-12-2024Reële Reële (duizend euro)Tussen Tussen < 1 jaar > 5 jaar Onderliggendewaarde waarde 1 en 2 jaar 2 en 5 jaar activa passiva Renteswap variabele rentevoet ontvangen en vaste 0 0 0 0 0 0 0 rentevoet betaald Rentevoet opties (cap, collar) 0 0 0 0 0 0 0 Rentevoetderivaten: indekking van 0 0 0 0 0 0 0 hoogstwaarschijnlijk verwachte kastromen Renteswap variabele rentevoet ontvangen en vaste 0 32.416 50.000 0 82.416 150 (618) rentevoet betaald Rentevoet opties (cap, collar) 10.000 0 10.000 20.000 53 (34) Rentevoetderivaten: indekking van zekere kastromen 10.000 32.416 60.000 0 102.416 203 (652)
VALUTARISICO
Verdeling van de financiële schulden op lange termijn per valuta
Het bedrag van de lange termijn schulden (buiten leasingverplichtingen die voor het grootste deel in euro zijn) per valuta is:
(duizend euro) 2025 2024 Euro 107.496 159.293 Poolse zloty 0 5.038 Overige valuta 0 0 Totale langlopende financiële verplichtingen 107.496 164.331
Op 31 december 2025 bedragen de financiële schulden op lange termijn (buiten leasingverplichtingen) 107.496 duizend euro (31
december 2024: 164.331 duizend euro).
Onderstaande tabel geeft de reële waarde en de onderliggende waarde weer van de financiële wisselkoersinstrumenten
(forward verkoop / aankoop contracten) (+ : activa / - : passiva) :
31/12/2025 PLN - Poolse zloty (duizend euro) Onderliggende Reële waarde Termijnaankopen 0 0 Termijnverkopen 6.200 (293) 31/12/2024 PLN – Poolse Zloty (duizend euro) Onderliggende Reële waarde Termijnaankopen 0 0 Termijnaankopen 0 0
Jaarverslag 2025 - CFE
220
De Groep CFE wordt aan valutarisico’s op haar resultaat blootgesteld.
De volgende analyse wordt uitgevoerd door te veronderstellen dat het bedrag van de financiële activa en passiva en de
derivaten op 31 december 2025 constant blijven gedurende het jaar.
Een variatie van 5% van de wisselkoersen (appreciatie van de euro) op afsluitingsdatum zou een stijging of een vermindering
van het eigen vermogen en van het resultaat op het niveau van de hieronder aangegeven bedragen voor gevolg hebben gehad.
Met het oog op deze analyse, werden de andere variabelen verondersteld constant te blijven.
31/12/2025 Resultaat (duizend euro) Impact van de Impact van de sensitiviteitsberekening - sensitiviteitsberekening - verhoging EUR 5% vermindering EUR 5% Langlopende schulden (+ vervallend binnen het jaar) (31) 31 met variabele renten na boekhoudkundige indekking Netto financiële schuld op korte termijn (544) 544 Werkkapitaal (4) 4 31/12/2024 Resultaat (duizend euro) Impact van de Impact van de sensitiviteitsberekening - verhoging sensitiviteitsberekening -EUR 5% vermindering EUR 5% Langlopende schulden (+ vervallend binnen het jaar) (271) 271 met variabele renten na boekhoudkundige indekking Netto financiële schuld op korte termijn (386) 386 Werkkapitaal (783) 783
RISICO VERBONDEN AAN GRONDSTOFFEN
Grond- en hulpstoffen die in de producten worden verwerkt, vormen een belangrijk element van de kostprijs. Hoewel bepaalde
contracten prijsherzieningsformules bevatten, blijft het risico van prijsfluctuaties van grondstoffen groot.
KREDIET- EN TEGENPARTIJRISICO
De Groep CFE is blootgesteld aan kredietrisico in geval van wantbetaling door haar klanten. De Groep wordt aan het
tegenpartijrisico blootgesteld in het kader van de belegging van haar beschikbare middelen, de intekening in verhandelbare
schuldbewijzen, financiële vorderingen en derivaten.
Voorts heeft de Groep CFE procedures opgesteld om de concentratie van het kredietrisico te vermijden en te beperken.
Financiële instrumenten
De Groep CFE heeft een systeem met beleggingslimieten ingevoerd om haar tegenpartijrisico te beheren. Dit systeem bepaalt
maximale risicolijnen per tegenpartijen gedefinieerd in functie van hun kredietnotaties zoals gepubliceerd door Standard & Poor's
en Moody's. Deze limieten worden regelmatig opgevolgd en bijgewerkt.
Klanten
De Groep CFE heeft procedures opgesteld teneinde het risico van haar klantenvorderingen te beperken. Hierbij wordt opgemerkt
dat een niet te verwaarlozen deel van de geconsolideerde omzet met openbare of semi-openbare klanten wordt gerealiseerd.
Bovendien is de Groep CFE van mening dat de concentratie van het tegenpartijrisico voor klanten wordt beperkt vanwege het
grote aantal klanten.
Om het courante risico in te dijken, volgt de Groep CFE regelmatig de uitstaande klantenbedragen op en stelt ze haar positie ten
opzichte daarvan bij.
Jaarverslag 2025 - CFE
221
De analyse van de betalingsachterstanden eind 2025 en eind 2024 is als volgt:
Situatie per 31 december 2025 Op het einde van Niet vervallen < 3 maanden < 1 jaar > 1 jaar (duizend euro) de periode Handelsvorderingen en overige 295.279 204.766 28.913 17.788 43.812 bedrijfsvorderingen Totaal bruto 295.279 204.766 28.913 17.788 43.812 Verwachte kredietverliezen - Handelsvorderingen en overige (22.445) (71) (176) (140) (22.058) bedrijfsvorderingen Totaal verwachte kredietverliezen (22.445) (71) (176) (140) (22.058) Totaal nettobedragen 272.834 204.695 28.737 17.648 21.754 Situatie per 31 december 2024 Op het einde van Niet vervallen < 3 maanden < 1 jaar > 1 jaar (duizend euro) de periode Handelsvorderingen en overige 292.102 216.613 28.458 12.031 35.000 bedrijfsvorderingen Totaal bruto 292.102 216.613 28.458 12.031 35.000 Verwachte kredietverliezen - Handelsvorderingen en overige (26.621) (0) 0 0 (26.621) bedrijfsvorderingen Totaal verwachte kredietverliezen (26.621) (0) 0 0 (26.621) Totaal nettobedragen 265.481 216.613 28.458 12.031 8.379
De verwachte kredietverliezen op handelsvorderingen en op overige bedrijfsvorderingen tonen de volgende evolutie:
(duizend euro) 2025 2024 Gecumuleerde verwachte kredietverliezen - beginsaldo (26.621) (24.991) Wijziging van de consolidatiekring 0 2 Verwachte kredietverliezen / tegenboeking verwachte kredietverliezen tijdens het 2.902 392 boekjaar Wisselkoersverschillen en overdrachten naar andere activacategorieën 1.274 (2.024) Gecumuleerde verwachte kredietverliezen - eindsaldo (22.445) (26.621)
De in de loop van het jaar teruggenomen en opgenomen verwachte kredietverliezen bedragen 2.902 duizend euro (2024: 392
duizend euro), en betreffen voornamelijk een risico in Luxemburg.
De rubriek ‘Wisselkoersverschillen en overdrachten naar andere activacategorieën’ heeft voornamelijk betrekking op de
terugboeking van waardeverminderingen op vorderingen en de daarmee samenhangende handelsvorderingen.
LIQUIDITEITSRISICO
CFE N.V. en BPI Real Estate Belgium N.V. beschikken over bilaterale kredietlijnen die hen in staat stellen het liquiditeitsrisico
beduidend te beperken.
Jaarverslag 2025 - CFE
222
BOEKWAARDE EN REËLE WAARDE PER BOEKHOUDCATEGORIE 30 december 2025 FAVGRW / FAVGRW / (duizend euro) FVGRW (3) -Activa/ FVGRW (3) - Afgeleide verplichtingen Bepaling van de Reële waarde Afgeleide Totale instrumenten aan reële waarde van de instrumenten boekwaarde niet afgeschreven per niveau categorie gekwalificeerd gekwalificeerd kost als indekking als indekking Financiële vaste activa 0 59 125.567 125.626 125.626 Financiële leningen en vorderingen (1) 0 0 125.567 125.567 Niveau 2 125.567 Rentevoetderivaten 0 59 0 59 Niveau 2 59 Financiële vlottende activa 0 0 472.156 472.156 472.156 Handels- en overige vorderingen uit 0 0 272.832 272.832 Niveau 2 272.832 operationele activiteiten Rentevoetderivaten 0 0 0 0 Niveau 2 0 Kasequivalenten (2) 0 0 70.730 70.730 Niveau 1 70.730 Beschikbare middelen (2) 0 0 128.594 128.594 Niveau 1 128.594 Totaal activa 0 59 597.723 597.782 597.782 Langlopende financiële verplichtingen 0 511 137.055 137.566 150.129 Financiële schulden 0 0 137.055 137.055 Niveau 2 149.618 Rentevoetderivaten 0 511 0 511 Niveau 2 511 Kortlopende financiële verplichtingen 0 110 278.814 278.924 283.038 Handelsschulden en andere voortvloeiend uit operationele 0 0 260.316 260.316 Niveau 2 260.316 activiteiten Financiële schulden 0 0 18.498 18.498 Niveau 2 22.612 Rentevoetderivaten 0 110 0 110 Niveau 2 110 Totaal passiva 0 621 415.869 416.490 433.167 31 december 2024 FAVGRW / FAVGRW / (duizend euro) FVGRW (3) -FVGRW (3) - Activa/ Afgeleide Afgeleide verplichtingen Bepaling van de Reële waarde Totale instrumenten instrumenten aan reële waarde van de boekwaarde niet gekwalificeerd afgeschreven per niveau categorie gekwalificeerd als indekking kost als indekking Financiële vaste activa 0 126 120.248 120.374 120.374 Financiële leningen en vorderingen (1) 0 0 120.248 120.248 Niveau 2 120.248 Rentevoetderivaten 0 126 0 126 Niveau 2 126 Financiële vlottende activa 0 77 438.991 439.068 439.068 Handels- en overige vorderingen uit 0 0 265.481 265.481 Niveau 2 265.481 operationele activiteiten Rentevoetderivaten 0 77 0 77 Niveau 2 77 Kasequivalenten (2) 0 0 38.247 38.247 Niveau 1 38.247 Beschikbare middelen (2) 0 0 135.263 135.263 Niveau 1 135.263 Totaal activa 0 203 559.239 559.442 559.442 Langlopende financiële verplichtingen 0 652 184.830 185.482 201.200 Financiële schulden 0 0 184.830 184.830Niveau 2 200.548Rentevoetderivaten 0 652 0 652 Niveau 2 652 Kortlopende financiële verplichtingen 0 0 319.551 319.551 323.922 Handelsschulden en andere voortvloeiend uit operationele 0 0 289.176 289.176 Niveau 2 289.176 activiteiten Financiële schulden 0 0 30.375 30.375 Niveau 2 34.746 Rentevoetderivaten 0 0 0 0 Niveau 2 0 Totaal passiva 0 652 504.381 505.033 525.122
Jaarverslag 2025 - CFE
223
(1) Gepresenteerd in de rubriek “overige financiële vaste activa”
(2) Gepresenteerd in de rubriek “kas en kasequivalenten”
(3) FAVGRW : Financiële vaste activa, verplicht gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in
de resultatenrekening.
FVGRW : Financiële verplichtingen, gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeverminderingen in de winst-
en resultatenrekening.
De reële waarde van financiële instrumenten kunnen in drie niveaus (1 tot 3) geclassificeerd worden naargelang de inputs
gebruikt voor de waardering waarneembaar zijn:
- de reële waardering van niveau 1 zijn gebaseerd op genoteerde prijzen (niet gecorrigeerd) voor identieke activa en
verplichtingen ;
- de reële waardering van niveau 2 zijn gebaseerd op inputs, andere dan in niveau 1 opgenomen genoteerde prijzen, die
direct (via prijzen) of indirect (via inputs afgeleid van prijzen) voor het actief of de verplichting waarneembaar zijn ;
- de reële waardering van niveau 3 zijn gebaseerd op waarderingstechnieken die inputs omvatten die niet waarneembaar
zijn voor het actief of de verplichting.
De juiste waarde van de financiële instrumenten werd aan de hand van de volgende technieken berekend :
- voor kortlopende financiële instrumenten zoals de handelsvorderingen en handelsschulden werd de juiste waarde
beschouwd als niet significant verschillend van de boekwaarde aan afgeschreven kostprijs ;
- voor leningen met een variabele interestvoet, werd de juiste waarde beschouwd als niet significant verschillend van de
boekwaarde aan afgeschreven kostprijs ;
- voor financiële instrumenten zoals rentevoet derivaten, wisselkoers derivaten of toekomstige kasstromen derivaten, wordt
de juiste waarde bepaalde aan de hand van een verdisconteringsmodel van de toekomstige kasstromen rekening houdend
met toekomstige rentecurves, wisselkoerscurves, of andere termijnprijscurves (forwards) ;
- voor overige afgeleide financiële instrumenten, wordt de juiste waard bepaald op basis van een verdisconteringsmodel van
toekomstige geschatte kasstromen ;
- voor leningen met vaste rentevoet, werd de juiste waarde beschouwd als niet significant verschillend van de boekwaarde
aan afgeschreven kostprijs aangezien vaste en variabele rentevoeten niet significant verschillen.
27. ANDERE GEGEVEN VERPLICHTINGEN
Het totaal van de gegeven verplichtingen andere dan de zakelijke zekerheden voor de Groep CFE voor de periode afgesloten op
31 december 2025 bedraagt 333.870 duizend euro (2024 : 364.022 duizend euro). Het wordt als volgt onderverdeeld naar aard :
Boekjaar afgesloten op 31 december 12025 2024(duizend euro) Goede uitvoering en performance bonds (a) 252.079 285.042 Biedingen (b) 2.563 1.243 Garantie-inhouding (c) 0 0 Overige gegeven verplichtingen (d) 79.228 77.737 Totaal overige gegeven verplichtingen 333.870 364.022
(a) Garanties gegeven in het kader van de uitvoering van de overeenkomsten inzake werken. In geval van wanprestatie van de
bouwonderneming, verbindt de bank (of de verzekeringsmaatschappij) zich ertoe de klant tot aan het bedrag van de garantie
te vergoeden.
(b) Garanties gegeven in het kader van aanbestedingen in verband met de overeenkomsten inzake werken.
(c) Garanties gegeven door de bank aan een klant waarin de teruggave van de voorschotten op contracten wordt
gegarandeerd.
(d) Kredietbrieven– voltooiingsgaranties wet Breyne - hypotheken en hypotheekmandaten.
De rubriek “Overige gegeven verplichtingen” heeft voornamelijk betrekking op opleveringsgaranties (Wet Breyne) en hypotheken
die zijn verstrekt in het kader van de financiering van projecten in het segment Vastgoedontwikkeling (voornamelijk voor Pourpelt,
Herrenberg en Prince Henri).
1
Door de revisie van de indeling van de soorten bankgaranties zijn de gegevens van 2024 opnieuw ingedeeld om de economische representativiteit
ervan te verbeteren.
Jaarverslag 2025 - CFE
224
28. ANDERE ONTVANGEN VERPLICHTINGEN
Het totaal van de ontvangen verplichtingen voor de Groep CFE voor de periode afgesloten op 31 december 2025 bedraagt 54.710
duizend euro (2024 : 53.264 duizend euro) en wordt als volgt onderverdeeld:
Boekjaar afgesloten op 31 december 2025 2024 (duizend euro) Goede uitvoering en performance bonds 47.066 47.338 Overige ontvangen verplichtingen 7.644 5.926 Totaal overige ontvangen verplichtingen 54.710 53.264
29. GESCHILLEN
De Groep CFE kent een aantal geschillen dat men als normaal kan beschouwen in de sectoren Bouw & Renovatie en
Multitechnieken.
In het merendeel van de gevallen tracht de Groep CFE een dading te sluiten met de tegenpartij, wat bijgevolg het aantal
procedures aanzienlijk heeft verminderd.
De Groep CFE tracht tevens de bedragen terug te vorderen bij haar klanten. Het is echter onmogelijk om een inschatting te
geven van deze potentiële activa.
30. VERBONDEN PARTIJEN
Ackermans & van Haaren (AvH) bezit 15.725.684 aandelen van CFE op 31 december 2025 en is bijgevolg de voornaamste
aandeelhouder van CFE met 62,12 % van de aandelen.
CFE N.V. heeft een dienstencontract afgesloten met Ackermans & van Haaren N.V. De door CFE N.V. verschuldigde vergoedingen
op grond van dit contract bedragen 388 duizend euro in 2025 (2024: 373 duizend euro).
Op 31 december 2025 oefent de Groep CFE een gezamenlijke controle met Ackermans & van Haaren uit over Deep C Holding
N.V., Green Offshore N.V., GreenStor N.V. en Hofkouter N.V.
Op 31 december 2025, wordt het dagelijks beheer van CFE verzorgd door Trorema B.V., vertegenwoordigd door Raymund Trost,
CEO en Voorzitter van het Executief Comité. De zes andere leden van het Executief Comité zijn: MSQ B.V., vertegenwoordigd door
Fabien De Jonge, Artist Valley N.V., vertegenwoordigd door Jacques Lefèvre, COEDO B.V., vertegenwoordigd door Arnaud Regout,
Focus2LER B.V., vertegenwoordigd door Valérie Van Brabant en Consulton V.O.F., vertegenwoordigd door Peter Matton en Lamcy
B.V. vertegenwoordigd door Bruno Lambrecht.
De enige transacties tussen CFE en de leden van het Executief Comité zijn:
- de facturering van hun prestaties via hun managementvennootschap;
- transacties in het kader van incentiveplannen op lange termijn (wij verwijzen naar toelichting 21 ‘Informatie over het
aandelenoptieplan op aandelen’);
De bedragen van de remuneraties en andere voordelen die direct of indirect aan de leden van het voornoemde management
van CFE werden toegekend, zijn als volgt (globaal uitgedrukte bedragen in duizend euro):
Boekjaar afgesloten op 31 december 2025 2024 (duizend euro) Vaste vergoedingen 3.084 3.350 Variabele vergoedingen op korte termijn 1.488 1.263 Overige voordelen 0 0 Totaal 4.572 4.613
De transacties met verbonden partijen betreffen voornamelijk de operaties met de vennootschappen waarin CFE een
opmerkelijke invloed of een gezamenlijke controle heeft. Deze transacties worden op basis van een marktprijs uitgevoerd.
Tijdens het boekjaar 2025 werd geen significante verandering in de aard van de transacties tussen verbonden partijen in
vergelijking met 31 december 2024 vastgesteld.
De commerciële transacties of financieringstransacties tussen de Groep CFE en de deelnemingen waarop
vermogensmutatiemethode is toegepast, zijn als volgt:
Jaarverslag 2025 - CFE
225
Boekjaar afgesloten op 31 december 2025 2024 (duizend euro) Activa met verbonden partijen 172.065 169.313 Financiële vaste activa 152.693 146.142 Handelsvorderingen en overige bedrijfsvorderingen 10.165 15.223 Overige vlottende activa 9.207 7.948 Passiva met verbonden partijen 11.571 8.962 Overige langlopende schulden 3.727 8.901 Handelsschulden en overige schulden 7.844 61
De stijging van de financiële vaste activa omvat de mutaties in de financiële vorderingen binnen het segment
Vastgoedontwikkeling (met name BPI Piano Forte: +14 miljoen euro en Moniuszki: +3,5 miljoen euro, grotendeels gecompenseerd
door The Roots Office: -4,9 miljoen euro, The Roots Real Estate: -4 miljoen euro en Tervuren Square: -2,2 miljoen euro).
De daling van de handelsvorderingen en overige bedrijfsvorderingen heeft betrekking op het segment Bouw & Renovatie en
betreft voornamelijk de Poolse projecten Chmielna: -3,5 miljoen euro en Cavallia: -4 miljoen euro, gecompenseerd door een
stijging van de vorderingen van het project Piano Forte: +1,6 miljoen euro.
De daling van de overige langlopende schulden betreft voornamelijk het segment Vastgoedontwikkeling (De Brouckère Office:
-6 miljoen euro).
De stijging van de handelsschulden en andere bedrijfsschulden omvat de mutaties in de rekeningen-courant in het segment
Vastgoedontwikkeling (BPI Chmielna: +7,8 miljoen euro).
Boekjaar afgesloten op 31 december 2025 2024 (duizend euro) Lasten en opbrengsten met verbonden partijen 46.302 77.588 Omzet en overige exploitatiebaten 38.213 68.902 Aankopen en overige exploitatiebaten (330) (264) Financiële lasten en opbrengsten 8.419 8.951
De omzet en overige exploitatiebaten ten opzichte van deelnemingen waarop vermogensmutatiemethode is toegepast daalt
voornamelijk ten gevolge van de projecten Erasmus Garden, Tervuren Square, Chmielna en Cavallia, die in co-promotie zijn
ontwikkeld.
Jaarverslag 2025 - CFE
226
31. BEZOLDIGING VAN DE COMMISSARIS
De bezoldiging van de commissaris voor het geheel van de Groep, inclusief CFE N.V. (boekjaar 2025) bedraagt:
(duizend euro) Ernst & Young Bedrag%Audit Bezoldiging van de commissaris 872 79,9% Andere controleopdrachten 156 14,3% Andere opdrachten buiten de revisorale opdrachten 57 5,2% Subtotaal audit 1.085 99,5% Non-audit Belastingadviesopdrachten 6 0,5% Subtotaal non-audit 6 0,5% Totaal honoraria commissaris der rekeningen 1.091 100%
32. BELANGRIJKE GEBEURTENISSEN NA BALANSDATUM
Na 31 december 2025 is de financiële en commerciële situatie van de Groep CFE niet beduidend gewijzigd.
33. ONDERNEMINGEN BEHORENDE TOT DE GROEP CFE
LIJST VAN DE BELANGRIJKSTE INTEGRAAL GECONSOLIDEERDE
DOCHTERONDERNEMINGEN IN
2025 AANDEEL VAN DE NAAM ZETEL OPERATIONELE SEGMENT GROEP IN % EUROPA België BPI PURE NV Brussel Vastgoedontwikkeling 100% BPI REAL ESTATE BELGIUM NV Brussel Vastgoedontwikkeling 100% BPI SAMAYA SA Brussel Vastgoedontwikkeling 100% BPI SERENITY VALLEY SA Brussel Vastgoedontwikkeling 100% BPI PARK WEST SA Brussel Vastgoedontwikkeling 100% PROJECTONTWIKKELING VAN WELLEN NV Brussel Vastgoedontwikkeling 100% WOLIMMO SA Brussel Vastgoedontwikkeling 100% ZEN FACTORY SA Brussel Vastgoedontwikkeling 100% BRANTEGEM NV Aalst Multitechnieken 100% MOBIX NV Mechelen Multitechnieken 100% MOBIX ENGETEC SA Manage Multitechnieken 100% VMA NV Sint-Martens-Latem Multitechnieken 100% VMA SUD SA Jumet Multitechnieken 100% VMA BE.MAINTENANCE SA Brussel Multitechnieken 100% ARTHUR VANDENDORPE NV Zedelgem Bouw & Renovatie 100% BATIMENTS ET PONTS CONSTRUCTION (BPC) SA Brussel Bouw & Renovatie 100% BPC GROUP SA Brussel Bouw & Renovatie 100% BENELMAT SA Gembloux Bouw & Renovatie 100% DESIGN & ENGINEERING SA Brussel Bouw & Renovatie 100% GROEP TERRYN NV Moorslede Bouw & Renovatie 100% GROEP TERRYN CONSTRUCT NV Moorslede Bouw & Renovatie 100% LTS NV Moorslede Bouw & Renovatie 100% LAMCOL SA Marche-en-Famenne Bouw & Renovatie 100% MBG NV Wilrijk Bouw & Renovatie 100% TERRYN TIMBER PRODUCTS NV Moorslede Bouw & Renovatie 100% VAN LAERE NV Zwijndrecht Bouw & Renovatie 100% WEFIMA NV Zwijndrecht Bouw & Renovatie 100% WOOD SHAPERS SA Brussel Bouw & Renovatie 100% CFE CONTRACTING SA Brussel Investeringen & Holding 100% HDP CHARLEROI SA Brussel Investeringen & Holding 100% PULSE NV Brussel Investeringen & Holding 100%
Jaarverslag 2025 - CFE
227
Groothertogdom Luxemburg BPI REAL ESTATE LUXEMBOURG S.À R.L. Leudelange Vastgoedontwikkeling 100% CENTRAL PARC S.À R.L. Luxemburg Vastgoedontwikkeling 100% HERRENBERG S.À R.L. Leudelange Vastgoedontwikkeling 100% IMMO KIRCHBERG S.À R.L. Leudelange Vastgoedontwikkeling 100% JFK DEVELOPPEMENT 1 S.À R.L. Leudelange Vastgoedontwikkeling 100% JFK DEVELOPPEMENT 2 S.À R.L. Leudelange Vastgoedontwikkeling 100% MIMOSAS REAL ESTATE S.À R.L. Leudelange Vastgoedontwikkeling 100% MIMOSAS COLIVING S.À R.L. Leudelange Vastgoedontwikkeling 100% POURPELT SA Leudelange Vastgoedontwikkeling 100% PRINCE HENRI S.À R.L. Leudelange Vastgoedontwikkeling 100% COMPAGNIE LUXEMBOURGEOISE D’ENTREPRISES CLE SA Leudelange Bouw & Renovatie 100% IMMO-BECHEL CLE S.À R.L. Leudelange Bouw & Renovatie 100% WOOD SHAPERS LUXEMBOURG SA Leudelange Bouw & Renovatie 100% SOCIETE FINANCIERE D’ENTREPRISES SFE SA Leudelange Investeringen & Holding 100% Polen BPI BERNADOWO SP. Z O.O. Warschau Vastgoedontwikkeling 100% BPI WAGROWSKA SP. Z O.O. Warschau Vastgoedontwikkeling 100% BPI PANOWAMIQ SP. Z O.O. Warschau Vastgoedontwikkeling 100% BPI PROJECT 11 SP. Z O.O. Warschau Vastgoedontwikkeling 100% BPI CZYSTA SP. Z O.O. Warschau Vastgoedontwikkeling 100% BPI REAL ESTATE POLAND SP. Z O.O. Warschau Vastgoedontwikkeling 100% BPI WROCLAW SP. Z O.O. Warschau Vastgoedontwikkeling 100% VMA POLSKA SP. Z O.O. Kobierzyce Multitechnieken 100% CFE POLSKA SP. Z O.O. Warschau Bouw & Renovatie 100% Andere Europese landen CFE BAU GMBH Berlijn, Duitsland Bouw & Renovatie 100% VMA MIDLANDS LTD Yorkshire, Groot-Brittannië Multitechnieken 100% CFE CONTRACTING AND ENGINEERING SRL Boekarest, Roemenië Investeringen & Holding 100% AMERIKA Verenigde staten VMA US INC South Carolina Multitechnieken 100%
LIJST VAN DE BELANGRIJKSTE JOINT VENTURES GECONSOLIDEERD VOLGENS DE
VERMOGENSMUTATIEMETHODE IN
2025
AANDEEL VAN DE NAAM ZETEL OPERATIONELE SEGMENT GROEP IN % EUROPA België ARLON 53 SA Brussel Vastgoedontwikkeling 50% BAVIERE DEVELOPPEMENT SA Luik Vastgoedontwikkeling 30% BATAVES 1521 SA Brussel Vastgoedontwikkeling 50% DEBROUCKERE DEVELOPMENT SA Brussel Vastgoedontwikkeling 50% DEBROUCKERE LAND SA Brussel Vastgoedontwikkeling 50% DEBROUCKERE LEISURE SA Brussel Vastgoedontwikkeling 50% DEBROUCKERE OFFICE SA Brussel Vastgoedontwikkeling 50% ERASMUS GARDENS SA Brussel Vastgoedontwikkeling 50% ESPACE ROLIN SA Brussel Vastgoedontwikkeling 33,33% FONCIERE DE BAVIERE SA Luik Vastgoedontwikkeling 30% FONCIERE DE BAVIERE A SA Luik Vastgoedontwikkeling 30% FONCIERE DE BAVIERE C SA Luik Vastgoedontwikkeling 30% GOODWAYS SA Antwerpen Vastgoedontwikkeling 50% IMMOANGE SA Brussel Vastgoedontwikkeling 50% IMMO PA 33 1 SA Brussel Vastgoedontwikkeling 50% IMMO PA 44 1 SA Brussel Vastgoedontwikkeling 50% IMMO PA 44 2 SA Brussel Vastgoedontwikkeling 50% KEYWEST DEVELOPMENT SA Brussel Vastgoedontwikkeling 50% LES JARDINS DE OISQUERCQ SA Brussel Vastgoedontwikkeling 50% LES 2 PRINCES DEVELOPMENT SA Brussel Vastgoedontwikkeling 50% LIFE SHAPERS NV Brussel Vastgoedontwikkeling 70% MG IMMO SRL Brussel Vastgoedontwikkeling 50% PRE DE LA PERCHE CONSTRUCTION SA Brussel Vastgoedontwikkeling 50% PROMOTION LEOPOLD SA Brussel Vastgoedontwikkeling 30,44% SAMAYA DEVELOPMENT SA Brussel Vastgoedontwikkeling 50% TERVUREN SQUARE SA Brussel Vastgoedontwikkeling 37,50%
Jaarverslag 2025 - CFE
228
TULIP ANTWERP NV Brussel Vastgoedontwikkeling 70% VICTOR BARA SA Brussel Vastgoedontwikkeling 50% VICTOR SPAAK SA Brussel Vastgoedontwikkeling 50% VICTOR ESTATE SA Brussel Vastgoedontwikkeling 50% VICTOR PROPERTIES SA Brussel Vastgoedontwikkeling 50% VAN MAERLANT RESIDENTIAL SA Brussel Vastgoedontwikkeling 40% LUWA MAINTENANCE SA Wierde Multitechnieken 25% LIGHTHOUSE PARKING NV Gent Bouw & Renovatie 33,33% BPG CONGRES SA Brussel Investeringen & Holding 49% BPG HOTEL SA Brussel Investeringen & Holding 49% GREEN OFFSHORE NV en haar dochterondernemingen Antwerpen Investeringen & Holding 50% GREENSTOR NV en haar dochterondernemingen Antwerpen Investeringen & Holding 50% DEEP C HOLDING NV en haar dochterondernemingen Antwerpen Investeringen & Holding 50% Groothertogdom Luxemburg BAYSIDE FINANCE SRL Luxemburg Vastgoedontwikkeling 40% BEDFORD FINANCE SRL Luxemburg Vastgoedontwikkeling 40% CHATEAU DE BEGGEN S.À R.L. Luxemburg Vastgoedontwikkeling 50% EMELY S.À R.L. Leudelange Vastgoedontwikkeling 50% GRAVITY SA Luxemburg Vastgoedontwikkeling 50% JFK REAL ESTATE S.À R.L. Luxemburg Vastgoedontwikkeling 57,45% M1 SA Luxemburg Vastgoedontwikkeling 33,33% M7 S.À R.L. Leudelange Vastgoedontwikkeling 33,33% THE ROOTS OFFICE S.À R.L. Luxemburg Vastgoedontwikkeling 50% Polen CAVALLIA SP. Z O.O. Warschau Vastgoedontwikkeling 50% BPI CHMIELNA SP. Z O.O. Warschau Vastgoedontwikkeling 50% BPI PIANO SP. Z.O.O. Warschau Vastgoedontwikkeling 60% GEDANIA SP. Z.O.O. Warschau Vastgoedontwikkeling 50% MONIUSZKI SP. Z O.O. Warschau Vastgoedontwikkeling 30% AFRIKA Tunesië BIZERTE CAP 3000 SA en haar dochteronderneming Tunesië Investeringen & Holding 20%
LIJST VAN DE BELANGRIJKSTE GEASSOCIEERDE DOCHTERONDERNEMINGEN
GECONSOLIDEERD VOLGENS DE VERMOGENSMUTATIEMETHODE IN
2025
AANDEEL VAN DE NAAM ZETEL OPERATIONELE SEGMENT GROEP IN % EUROPA België EUROPEA HOUSING SA Brussel Vastgoedontwikkeling 33% MALL OF EUROPE SA Brussel Vastgoedontwikkeling 1,5% HOFKOUTER NV Zwijndrecht Bouw & Renovatie 35% LUWA SA Wierde Investeringen & Holding 12%
LIJST VAN DE BELANGRIJKSTE INTEGRAAL GECONSOLIDEERDE
DOCHTERONDERNEMINGEN IN
2024
AANDEEL VAN DE NAAM ZETEL OPERATIONELE SEGMENT GROEP IN % EUROPA België BPI PURE NV Brussel Vastgoedontwikkeling 100% BPI REAL ESTATE BELGIUM NV Brussel Vastgoedontwikkeling 100% BPI SAMAYA SA Brussel Vastgoedontwikkeling 100% BPI SERENITY VALLEY SA Brussel Vastgoedontwikkeling 100% BPI PARK WEST SA Brussel Vastgoedontwikkeling 100% PROJECTONTWIKKELING VAN WELLEN NV Brussel Vastgoedontwikkeling 100% WOLIMMO SA Brussel Vastgoedontwikkeling 100% ZEN FACTORY SA Brussel Vastgoedontwikkeling 100% BRANTEGEM NV Aalst Multitechnieken 100% MOBIX NV Mechelen Multitechnieken 100% MOBIX ENGETEC SA Manage Multitechnieken 100% VMA NV Sint-Martens-Latem Multitechnieken 100% VMA SUD SA Jumet Multitechnieken 100% VMA BE.MAINTENANCE SA Brussel Multitechnieken 100%
Jaarverslag 2025 - CFE
229
ARTHUR VANDENDORPE NV Zedelgem Bouw & Renovatie 100% BATIMENTS ET PONTS CONSTRUCTION (BPC) SA Brussel Bouw & Renovatie 100% BPC GROUP SA Brussel Bouw & Renovatie 100% BENELMAT SA Gembloux Bouw & Renovatie 100% DESIGN & ENGINEERING SA Brussel Bouw & Renovatie 100% GROEP TERRYN NV Moorslede Bouw & Renovatie 100% GROEP TERRYN CONSTRUCT NV Moorslede Bouw & Renovatie 100% KORLAM NV Moorslede Bouw & Renovatie 100% LAMCOL SA Marche-en-Famenne Bouw & Renovatie 100% MBG NV Wilrijk Bouw & Renovatie 100% TERRYN TIMBER PRODUCTS NV Moorslede Bouw & Renovatie 100% VAN LAERE NV Zwijndrecht Bouw & Renovatie 100% WEFIMA NV Zwijndrecht Bouw & Renovatie 100% WOOD SHAPERS SA Brussel Bouw & Renovatie 100% CFE CONTRACTING SA Brussel Investeringen & Holding 100% HDP CHARLEROI SA Brussel Investeringen & Holding 100% PULSE NV Brussel Investeringen & Holding 100% Groothertogdom Luxemburg BPI REAL ESTATE LUXEMBOURG S.À R.L. Leudelange Vastgoedontwikkeling 100% CENTRAL PARC S.À R.L. Luxemburg Vastgoedontwikkeling 100% HERRENBERG S.À R.L. Leudelange Vastgoedontwikkeling 100% IMMO KIRCHBERG S.À R.L. Leudelange Vastgoedontwikkeling 100% JFK DEVELOPPEMENT 1 S.À R.L. Leudelange Vastgoedontwikkeling 100% JFK DEVELOPPEMENT 2 S.À R.L. Leudelange Vastgoedontwikkeling 100% MIMOSAS REAL ESTATE S.À R.L. Leudelange Vastgoedontwikkeling 100% MIMOSAS COLIVING S.À R.L. Leudelange Vastgoedontwikkeling 100% POURPELT SA Leudelange Vastgoedontwikkeling 100% PRINCE HENRI S.À R.L. Leudelange Vastgoedontwikkeling 100% COMPAGNIE LUXEMBOURGEOISE D’ENTREPRISES CLE SA Leudelange Bouw & Renovatie 100% IMMO-BECHEL CLE S.À R.L. Leudelange Bouw & Renovatie 100% WOOD SHAPERS LUXEMBOURG SA Leudelange Bouw & Renovatie 100% SOCIETE FINANCIERE D’ENTREPRISES SFE SA Leudelange Investeringen & Holding 100% Polen BPI BERNADOWO SP. Z O.O. Warschau Vastgoedontwikkeling 100% BPI PIANO SP. Z O.O. Warschau Vastgoedontwikkeling 100% BPI OBRZEZNA SP. Z O.O. Warschau Vastgoedontwikkeling 100% BPI WAGROWSKA SP. Z O.O. Warschau Vastgoedontwikkeling 100% BPI PANOWAMIQ SP. Z O.O. Warschau Vastgoedontwikkeling 100% BPI PROJECT X SP. Z O.O. Warschau Vastgoedontwikkeling 100% BPI PROJECT XI SP. Z O.O. Warschau Vastgoedontwikkeling 100% BPI CZYSTA SP. Z O.O. Warschau Vastgoedontwikkeling 100% BPI REAL ESTATE POLAND SP. Z O.O. Warschau Vastgoedontwikkeling 100% BPI WOLARE SP. Z O.O. Warschau Vastgoedontwikkeling 100% BPI WROCLAW SP. Z O.O. Warschau Vastgoedontwikkeling 100% VMA POLSKA SP. Z O.O. Kobierzyce Multitechnieken 100% CFE POLSKA SP. Z O.O. Warschau Bouw & Renovatie 100% Andere Europese landen CFE BAU GMBH Berlijn, Duitsland Bouw & Renovatie 100% VMA MIDLANDS LTD Yorkshire, Groot-Brittannië Multitechnieken 100% CFE CONTRACTING AND ENGINEERING SRL Boekarest, Roemenië Investeringen & Holding 100% AMERIKA Verenigde staten VMA US INC South Carolina Multitechnieken 100%
LIJST VAN DE BELANGRIJKSTE JOINT VENTURES GECONSOLIDEERD VOLGENS DE
VERMOGENSMUTATIEMETHODE IN
2024
AANDEEL VAN DE NAAM ZETEL OPERATIONELE SEGMENT GROEP IN % EUROPA België ARLON 53 SA Brussel Vastgoedontwikkeling 50% BAVIERE DEVELOPPEMENT SA Luik Vastgoedontwikkeling 30% BATAVES 1521 SA Brussel Vastgoedontwikkeling 50% DEBROUCKERE DEVELOPMENT SA Brussel Vastgoedontwikkeling 50% DEBROUCKERE LAND SA Brussel Vastgoedontwikkeling 50%
Jaarverslag 2025 - CFE
230
DEBROUCKERE LEISURE SA Brussel Vastgoedontwikkeling 50% DEBROUCKERE OFFICE SA Brussel Vastgoedontwikkeling 50% ERASMUS GARDENS SA Brussel Vastgoedontwikkeling 50% ESPACE ROLIN SA Brussel Vastgoedontwikkeling 33,33% FONCIERE DE BAVIERE SA Luik Vastgoedontwikkeling 30% FONCIERE DE BAVIERE A SA Luik Vastgoedontwikkeling 30% FONCIERE DE BAVIERE C SA Luik Vastgoedontwikkeling 30% GOODWAYS SA Antwerpen Vastgoedontwikkeling 50% IMMOANGE SA Brussel Vastgoedontwikkeling 50% IMMO PA 33 1 SA Brussel Vastgoedontwikkeling 50% IMMO PA 44 1 SA Brussel Vastgoedontwikkeling 50% IMMO PA 44 2 SA Brussel Vastgoedontwikkeling 50% JOMA 2060 NV Brussel Vastgoedontwikkeling 70% KEYWEST DEVELOPMENT SA Brussel Vastgoedontwikkeling 50% LES JARDINS DE OISQUERCQ SA Brussel Vastgoedontwikkeling 50% LES 2 PRINCES DEVELOPMENT SA Brussel Vastgoedontwikkeling 50% LIFE SHAPERS NV Brussel Vastgoedontwikkeling 70% MG IMMO SRL Brussel Vastgoedontwikkeling 50% PRE DE LA PERCHE CONSTRUCTION SA Brussel Vastgoedontwikkeling 50% PROMOTION LEOPOLD SA Brussel Vastgoedontwikkeling 30,44% SAMAYA DEVELOPMENT SA Brussel Vastgoedontwikkeling 50% TERVUREN SQUARE SA Brussel Vastgoedontwikkeling 37,50% TULIP ANTWERP NV Brussel Vastgoedontwikkeling 70% VICTOR BARA SA Brussel Vastgoedontwikkeling 50% VICTOR SPAAK SA Brussel Vastgoedontwikkeling 50% VICTOR ESTATE SA Brussel Vastgoedontwikkeling 50% VICTOR PROPERTIES SA Brussel Vastgoedontwikkeling 50% VAN MAERLANT RESIDENTIAL SA Brussel Vastgoedontwikkeling 40% LUWA MAINTENANCE SA Wierde Multitechnieken 25% LIGHTHOUSE PARKING NV Gent Bouw & Renovatie 33,33% BPG CONGRES SA Brussel Investeringen & Holding 49% BPG HOTEL SA Brussel Investeringen & Holding 49% GREEN OFFSHORE NV en haar dochterondernemingen Antwerpen Investeringen & Holding 50% GREENSTOR NV en haar dochterondernemingen Antwerpen Investeringen & Holding 50% DEEP C HOLDING NV en haar dochterondernemingen Antwerpen Investeringen & Holding 50% Groothertogdom Luxemburg BAYSIDE FINANCE SRL Luxemburg Vastgoedontwikkeling 40% BEDFORD FINANCE SRL Luxemburg Vastgoedontwikkeling 40% CHATEAU DE BEGGEN S.À R.L. Luxemburg Vastgoedontwikkeling 50% EMELY S.À R.L. Leudelange Vastgoedontwikkeling 50% GRAVITY SA Luxemburg Vastgoedontwikkeling 50% JFK REAL ESTATE S.À R.L. Luxemburg Vastgoedontwikkeling 57,45% M1 SA Luxemburg Vastgoedontwikkeling 33,33% M7 S.À R.L. Leudelange Vastgoedontwikkeling 33,33% THE ROOTS REAL ESTATE S.À R.L. Luxemburg Vastgoedontwikkeling 50% THE ROOTS OFFICE S.À R.L. Luxemburg Vastgoedontwikkeling 50% Polen CAVALLIA SP. Z O.O. Warschau Vastgoedontwikkeling 50% BPI CHMIELNA SP. Z O.O. Warschau Vastgoedontwikkeling 50% BPI WIESLAWA SP. Z O.O. Warschau Vastgoedontwikkeling 50% AFRIKA Tunesië BIZERTE CAP 3000 SA en haar dochteronderneming Tunesië Investeringen & Holding 20%
LIJST VAN DE BELANGRIJKSTE GEASSOCIEERDE DOCHTERONDERNEMINGEN
GECONSOLIDEERD VOLGENS DE VERMOGENSMUTATIEMETHODE IN
2024
AANDEEL VAN DE NAAM ZETEL OPERATIONELE SEGMENT GROEP IN % EUROPA België EUROPEA HOUSING SA Brussel Vastgoedontwikkeling 33% MALL OF EUROPE SA Brussel Vastgoedontwikkeling 1,5% HOFKOUTER NV Zwijndrecht Bouw & Renovatie 35% LUWA SA Wierde Investeringen & Holding 12%
Jaarverslag 2025 - CFE
231
AFSTEMMING VAN ALTERNATIEVE FINANCIËLE INDICATOREN
Zoals hieronder wordt weergegeven, gebruikt CFE prestatie-indicatoren om de financiële prestaties van de Groep te meten.
Definities van deze indicatoren zijn beschikbaar in de sectie "definities" van dit verslag.
De netto financiële schuld, EBITDA, rendement op het eigen vermogen en de schuldgraad worden berekend op basis van de
geconsolideerde resultatenrekening en het geconsolideerd overzicht van de financiële positie :
Netto financiële schuld Boekjaar afgesloten op 31 december 2025 Vastgoed- Multi- Bouw & Investeringen Eliminaties Totaal (duizend euro) ontwikkeling technieken Renovatie & Holding tussen polen geconsolideerd Langlopende leningen aan geconsolideerde 40.000 0 0 0 (40.000) 0 vennootschappen van de groep (*) + Langlopende financiële schulden 21.491 25.226 17.435 72.903 0 137.055 + Kortlopende financiële schulden 5.652 6.417 5.992 437 0 18.498 + Interne kaspositie - Cash pooling - passief (*) 0 295 12.620 284.537 (297.452) 0 Financiële schulden 67.143 31.938 36.047 357.877 (337.452) 155.553 - Langlopende leningen aan geconsolideerde 0 0 0 (40.000) 40.000 0 vennootschappen van de groep (*) - Geldmiddelen en kasequivalenten (11.050) (5.037) (106.805) (76.432) 0 (199.324) - Interne kaspositie - Cash pooling - actief (*) (1.520) (67.982) (215.034) (12.916) 297.452 0 Geldmiddelen en kasequivalenten (12.570) (73.019) (321.839) (129.348) 337.452 (199.324) Netto financiële schuld 54.573 (41.081) (285.792) 228.529 0 (43.771)
Netto financiële schuld Eliminaties Boekjaar afgesloten op 31 december 2024 Vastgoed-Multi- Bouw & Investeringen Totaal tussen (duizend euro) ontwikkeling technieken Renovatie & Holding geconsolideerd polen Langlopende leningen aan geconsolideerde 40.000 0 0 0 (40.000) 0 vennootschappen van de groep (*) + Langlopende financiële schulden 31.690 26.158 19.477 107.505 0 184.830 + Kortlopende financiële schulden 18.490 6.086 5.462 337 0 30.375 + Interne kaspositie - Cash pooling - passief (*) 22.222 4.555 17.982 265.769 (310.528) 0 Financiële schulden 112.402 36.799 42.921 373.611 (350.528) 215.205 - Langlopende leningen aan geconsolideerde 0 0 0 (40.000) 40.000 0 vennootschappen van de groep (*) - Geldmiddelen en kasequivalenten (7.230) (2.533) (80.300) (83.447) 0 (173.510) - Interne kaspositie - Cash pooling - actief (*) (9.774) (59.768) (218.449) (22.537) 310.528 0 Geldmiddelen en kasequivalenten (17.004) (62.301) (298.749) (145.984) 350.528 (173.510) Netto financiële schuld 95.398 (25.502) (255.828) 227.627 0 41.695
(*) Deze rekeningen hebben betrekking op de kasposities tegenover de entiteiten die deel uitmaken van de andere segmenten van de Groep
(voornamelijk CFE N.V. en CFE Contracting N.V.)
Behoefte aan werkkapitaal Boekjaar afgesloten op 31 december 2025 2024 (duizend euro) Voorraden 88.937 141.375 + Handelsvorderingen en overige bedrijfsvorderingen 272.832 265.481 + Bouwcontracten - activa 47.146 62.696 + Overige vlottende activa uit niet-operationele activiteiten 7.215 7.329 - Handelsschulden en overige schulden (260.316) (289.176) - Fiscale schulden (4.908) (6.342) - Bouwcontracten - passiva (229.686) (208.844) - Overige kortlopende verplichtingen uit niet-operationele activiteiten (73.128) (58.719) Behoefte aan werkkapitaal (151.908) (86.200)
Jaarverslag 2025 - CFE
232
EBITDA Boekjaar afgesloten op 31 december 2025 2024 (duizend euro) Resultaat van de operationele activiteiten 40.570 28.037 Afschrijvingen op (im)materiële vaste activa 22.434 21.832 Geconsolideerde EBITDA 63.004 49.869
Rendement op eigen vermogen (ROE) 2025 2024 Eigen vermogen - deel van de groep, opening 247.775 236.770 Nettoresultaat - deel van de groep 33.542 23.963 Rendement op eigen vermogen (ROE)13,5% 10,1%
Ingezet kapitaal Boekjaar afgesloten op 31 december 2025 2024 (duizend euro) Netto financiële schuld (43.771) 41.695 Eigen vermogen - deel van de groep 264.009 247.775 Ingezet kapitaal 220.238 289.470
Schuldgraad 2025 2024 Netto financiële schuld (43.771) 41.695 Ingezet kapitaal 220.238 289.470 Schuldgraad -19,9% 14,4%
Het uitstaand vastgoedbestand en de rendement van de eigen vermogen van het segment Vastgoedontwikkeling worden
berekend op basis van het geconsolideerd overzicht van de financiële positie per segment:
Vastgoedbestand Boekjaar afgesloten op 31 december 2025 2024 (duizend euro) Eigen vermogen - vastgoedontwikkeling 165.184 160.328 Netto financiële schuld - vastgoedontwikkeling 54.573 95.398 Vastgoedbestand 219.757 255.726
Rendement op eigen vermogen (ROE) - Vastgoedontwikkeling 2025 2024 Eigen vermogen, opening - Vastgoedontwikkeling 160.328 159.141 Nettoresultaat uit voortgezette activiteiten - deel van de groep - 12.042 8.023 Vastgoedontwikkeling Rendement op eigen vermogen (ROE) - Vastgoedontwikkeling 7,5% 5,0%
Jaarverslag 2025 - CFE
233
VERKLARING OVER HET GETROUWE BEELD VAN DE FINANCIËLE
STATEN EN HET GETROUWE OVERZICHT IN HET BEHEERSVERSLAG
(Artikel 12, par 2, 3° van het Koninklijk besluit van 14.11.2007 betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële
instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt)
We verklaren, namens en voor rekening van Aannemingsmaatschappij CFE N.V. en onder verantwoordelijkheid van de
maatschappij dat, voor zover ons bekend,
1. de jaarrekeningen, die zijn opgesteld overeenkomstig de toepasselijke standaarden voor jaarrekeningen, een getrouw beeld
geven van het vermogen, van de financiële toestand en van de resultaten van Aannemingsmaatschappij CFE N.V. en van
de in de consolidatie opgenomen ondernemingen;
2. het jaarverslag een getrouw overzicht geeft van de ontwikkeling en de resultaten van het bedrijf en van de positie van
Aannemingsmaatschappij CFE N.V. en van de in de consolidatie opgenomen ondernemingen, alsmede een beschrijving
van de voornaamste risico’s en onzekerheden waarmee zij geconfronteerd worden.
HANDTEKENINGEN
Naam : Fabien De Jonge Raymund Trost
*Handelend in naam van een B.V. *Handelend in naam van een B.V.
Functie : Financieel en administratief directeur. Gedelegeerd bestuurder en Voorzitter van het Executief Comité
.
Datum : 16 maart 2026
Jaarverslag 2025 - CFE
234
ALGEMENE INLICHTINGEN OVER DE VENNOOTSCHAP
Identiteit van de vennootschap:
Aannemingsmaatschappij CFE
Zetel:
Edmond Van Nieuwenhuyselaan 30
1160 Brussel (België)
Telefoon:
+ 32 2 661 12 11
Rechtsvorm:
Naamloze vennootschap
Wetgeving:
Belgisch
Oprichting:
21 juni 1880
Duur:
onbepaald
Boekjaar:
vanaf 1 januari tot 31 december van elk jaar
Handelsregister:
RPM Brussel 0400 464 795 – BTW 400.464.795
Plaatsen waar de juridische documenten kunnen worden
geraadpleegd:
op de maatschappelijke zetel van de vennootschap
SOCIAAL DOEL (ARTIKEL 2 VAN DE STATUTEN)
« De vennootschap heeft als doel het bestuderen en uitvoeren, in België alsmede in het buitenland, hetzij alleen hetzij gezamenlijk
met andere natuurlijke of rechtspersonen, publiek- of privaatrechtelijk, voor eigen rekening of voor rekening van publiek- of
privaatrechtelijke derden, van welk danige aanneming van werken en bouwwerken, in alle en elk van haar beroepen, onder
andere elektriciteit en milieu.
Zij kan eveneens diensten aanverwant aan deze activiteiten verlenen, voor de promotie ervan zorgen, deze direct of indirect
uitbaten of in concessie brengen, alsmede eender welke aankoop-, verkoop- huur-, verhuur-, of leasingverrichting uitvoeren
die verband houdt met deze aannemingen.
Zij kan direct of indirect deelnemingen verwerven, houden of overdragen in iedere bestaande of op te richten vennootschap
of maatschappij, bij wijze van verwerving, fusie, splitsing of anderszins.
Zij kan alle commerciële, industriële, administratieve, financiële verrichtingen uitvoeren, roerend of onroerend, die direct of
indirect verband houden met haar doel, zelfs gedeeltelijk, of van aard zijn om de verwezenlijking ervan te vergemakkelijken of
te ontwikkelen, zowel voor haarzelf als voor haar dochtervennootschappen.
De algemene vergadering mag het maatschappelijk doel wijzigen onder de bij artikel vijfhonderd negenenvijftig van het
Wetboek van vennootschappen bepaalde voorwaarden. »
Jaarverslag 2025 - CFE
235
Besloten vennootschap
Société à responsabilité limitée
RPR Brussel
- RPM Bruxelles - BTW-TVA BE0446.334.711-IBAN N° BE71 2100 9059 0069
*handelend in naam van een vennootschap:/agissant au nom d'une société
A member firm of Ernst & Young Global Limited
Kouterveldstraat 7b bus 001
B - 1831 Diegem
Tel: +32 (0) 2 774 91 11
ey.com
Verslag van de commissaris aan de algemene vergadering van
Aannemingsmaatschappij CFE NV over het boekjaar afgesloten op 31 december 2025
In het kader van de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening van Aannemingsmaatschappij CFE NV
(de “Vennootschap”) en haar dochterondernemingen (samen “de Groep”), brengen wij u verslag uit in het kader
van ons mandaat van commissaris. Dit verslag omvat ons oordeel over de geconsolideerde staat van de financiële
positie op 31 december 2025, de geconsolideerde resultatenrekening en het geconsolideerd overzicht van het
globaal resultaat, het geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen en het geconsolideerd
kasstroomoverzicht van het boekjaar afgesloten op 31 december 2025 en over de toelichting, met informatie van
materieel belang over de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving (alle stukken gezamenlijk de
“Geconsolideerde Jaarrekening”) en omvat tevens ons verslag betreffende overige door wet- en regelgeving
gestelde eisen. Deze verslagen zijn één en ondeelbaar.
Wij werden als commissaris benoemd door de algemene vergadering op 2 mei 2024, overeenkomstig het voorstel
van het bestuursorgaan uitgebracht op aanbeveling van het auditcomité. Ons mandaat loopt af op de datum van de
algemene vergadering die zal beraadslagen over de Geconsolideerde Jaarrekening afgesloten op 31 december
2026. We hebben de wettelijke controle van de Geconsolideerde Jaarrekening van de Groep uitgevoerd gedurende
5 opeenvolgende boekjaren.
Verslag over de controle van de Geconsolideerde Jaarrekening
Oordeel zonder voorbehoud
Wij hebben de wettelijke controle uitgevoerd van de
Geconsolideerde Jaarrekening van
Aannemingsmaatschappij CFE NV, die de
geconsolideerde staat van de financiële positie op 31
december 2025 omvat, alsook de geconsolideerde
resultatenrekening en het geconsolideerd overzicht van
het globaal resultaat, het geconsolideerd
mutatieoverzicht van het eigen vermogen en het
geconsolideerd kasstroomoverzicht over het boekjaar
afgesloten op die datum en de toelichting met inbegrip
van de materieel belang zijnde gehanteerde
grondslagen voor financiële verslaggeving, met een
geconsolideerd balanstotaal van € 1.067.784.000 en
waarvan de geconsolideerde resultatenrekening afsluit
met een winst van het boekjaar van € 33.523.000.
Naar ons oordeel geeft de Geconsolideerde
Jaarrekening een getrouw beeld van het
geconsolideerde eigen vermogen en van de
geconsolideerde financiële positie van de Groep op 31
december 2025, alsook van de geconsolideerde
resultaten en de geconsolideerde kasstromen voor het
boekjaar dat op die datum is afgesloten, in
overeenstemming met de International Financial
Reporting Standards zoals goedgekeurd door de
Europese Unie (“IFRS”) en met de in België van
toepassing zijnde wettelijke en reglementaire
voorschriften.
Basis voor ons oordeel zonder voorbehoud
We hebben onze controle uitgevoerd in
overeenstemming met de International Standards on
Auditing (“ISA’s”) die van toepassing zijn in België. Wij
hebben bovendien de door International Auditing and
Assurance Standards Board (“IAASB”) goedgekeurde
ISA’s toegepast die van toepassing zijn op huidige
afsluitingsdatum en nog niet goedgekeurd zijn op
nationaal niveau. Onze verantwoordelijkheden uit
hoofde van die standaarden zijn nader beschreven in
het gedeelte “Onze verantwoordelijkheden voor de
controle van de Geconsolideerde Jaarrekening” van ons
verslag.
Wij hebben alle deontologische vereisten die relevant
zijn voor de controle van de Geconsolideerde
Jaarrekening in België nageleefd, met inbegrip van deze
met betrekking tot de onafhankelijkheid.
Wij hebben van het bestuursorgaan en van de
aangestelden van de Vennootschap de voor onze
controle vereiste ophelderingen en inlichtingen
verkregen.
Jaarverslag 2025 - CFE
236
Verslag van de commissaris van 30 maart 2026 over
de Geconsolideerde Jaarrekening van Aannemingsmaatschappij CFE NV
over het boekjaar afgesloten op 31 december 2025 (vervolg)
of Compagnie d'Entreprises CFE SA as of and
for the year ended 31 december 2024 (continued)
236
Wij zijn van mening dat de door ons verkregen
controle-informatie voldoende en geschikt is als basis
voor ons oordeel.
Kernpunten van de controle
De kernpunten van onze controle betreffen die
aangelegenheden die volgens ons professioneel
oordeel het meest significant waren bij onze controle
van de Geconsolideerde Jaarrekening van de huidige
verslagperiode.
Deze aangelegenheden werden behandeld in de
context van onze controle van de Geconsolideerde
Jaarrekening als een geheel en bij het vormen van ons
oordeel hieromtrent en derhalve formuleren wij geen
afzonderlijk oordeel over deze aangelegenheden.
Omzeterkenning en boekhoudkundige verwerking van
projecten (segmenten Bouw & Renovatie en
Multitechnieken)
Beschrijving van het kernpunt
Voor het gros van haar projecten (hierna “contracten”
of “projecten”) erkent de Groep opbrengsten en winst à
rato van de voortschrijding der werken, die
gedefinieerd wordt als het aandeel van de gemaakte
projectkosten voor de tot de balansdatum verrichte
werkzaamheden versus de geschatte totale kosten bij
voltooiing van het project. De erkenning van omzet en
winst worden aldus gebaseerd op schattingen van de
verwachte totale kosten per project. Kosten voor
onvoorziene omstandigheden kunnen ook in deze
schattingen worden opgenomen om rekening te
houden met specifieke onzekere risico's of claims tegen
de Groep. De omzet uit projecten kan ook variatie-
orders en claims omvatten die per contract worden
opgenomen wanneer de bijkomende opbrengsten met
een hoge mate van zekerheid kunnen worden
gewaardeerd.
Omzeterkenning en boekhoudkundige verwerking van
projecten omvat vaak een hoge mate van
oordeelsvorming vanwege de complexiteit van
projecten, onzekerheid over de nog op te lopen kosten
en onzekerheid over de uitkomst van gesprekken met
opdrachtgevers over variatie-orders en claims.
Dit is een kernpunt van onze controle wegens een hoge
graad van risico en bijhorende oordeelsvorming door
de directie inzake de inschatting van de te erkennen
omzet en winst of verlies, en wijzigingen in deze
schattingen kunnen aanleiding geven tot belangrijke
afwijkingen.
Samenvatting van de uitgevoerde procedures
• Wij hebben inzicht verkregen in het proces van
contractopvolging, de erkenning van omzet en
winst en, voor zover van toepassing, de
voorzieningen voor verlieslatende contracten. Wij
hielden rekening met het ontwerp en de
implementatie van de belangrijkste interne
controles, inclusief de controles uitgevoerd door de
directie.
• Op basis van kwantitatieve en kwalitatieve criteria
hebben wij een steekproef van contracten
geselecteerd om de belangrijkste en meest
complexe schattingen en oordeelsvormingen te
beoordelen. Tijdens deze testen hebben wij inzicht
verworven in de huidige status en historiek van het
project, en hebben wij de inschattingen m.b.t. deze
projecten besproken met het senior uitvoerend en
financieel management. Wij analyseerden de
verschillen met eerdere projectinschattingen en
evalueerden de consistentie met de ontwikkelingen
van het project gedurende het jaar.
• Wij hebben de accurate berekening van het
percentage van de voortschrijding der werken
(“percentage of completion”) en de bijhorende
erkenning van omzet en winst voor een steekproef
van projecten nagegaan.
• Wij vergeleken de financiële prestaties van
projecten ten opzichte van budgetten en
historische trends.
• Wij voerden werfbezoeken uit voor bepaalde
projecten, en observeerden de voortschrijding der
werken van die projecten en bespraken met het
personeel ter plaatse de status en complexiteiten
van het project die de verwachte totale kosten
zouden kunnen beïnvloeden.
• Wij analyseerden de correspondentie met klanten
over variatie-orders en claims, en beoordeelden of
deze informatie consistent is met de gemaakte
inschattingen door de directie.
• Wij inspecteerden belangrijke clausules voor een
selectie van contracten. We identificeerden de
relevante contract-clausules die een invloed
hebben op de (ont)bundeling van contracten,
Jaarverslag 2025 - CFE
237
Verslag van de commissaris van 30 maart 2026 over
de Geconsolideerde Jaarrekening van Aannemingsmaatschappij CFE NV
over het boekjaar afgesloten op 31 december 2025 (vervolg)
of Compagnie d'Entreprises CFE SA as of and
for the year ended 31 december 2024 (continued)
237
boetes voor vertragingen, bonussen of succes-
vergoedingen, en wij beoordeelden of deze
clausules naar behoren zijn weerspiegeld in de
bedragen die zijn opgenomen in de
Geconsolideerde Jaarrekening.
• We beoordeelden of de informatie in de
toelichtingen 2 en 17 van de Geconsolideerde
Jaarrekening gepast is.
Omzeterkenning en recupereerbaarheid van
voorraden (segment Vastgoedontwikkeling)
Beschrijving van het kernpunt
De waardering van de grondposities en de gemaakte
bouwkosten voor vastgoed ontwikkelingsprojecten
(inclusief diegene aangehouden door deelnemingen
waarop vermogensmutatiemethode is toegepast) is
gebaseerd op de historische kostprijs of de lagere
netto-realisatiewaarde. De beoordeling van de netto-
realisatiewaarde omvat veronderstellingen met
betrekking tot toekomstige marktontwikkelingen,
vergunningsbeslissingen van overheidsinstanties,
verdisconteringsvoeten en toekomstige veranderingen
in kosten en verkoopprijzen. Deze schattingen zijn
gevoelig voor gebruikte scenario's en assumpties en
houden als zodanig een significante inschatting in van
de directie. Het risico bestaat dat mogelijke bijzondere
waardeverminderingen van voorraden niet adequaat
worden verwerkt in de Geconsolideerde Jaarrekening.
Omzeten resultaten van residentiële vastgoedprojecten
in België en Luxemburg (inclusief diegene aangehouden
door deelnemingen waarop
vermogensmutatiemethode is toegepast) worden
erkend voor zover componenten
(huisvestingseenheden) verkocht zijn, en à rato van het
percentage van voortschrijding der werken. Omzet- en
winsterkenning worden aldus verantwoord op basis van
schattingen met betrekking tot de verwachte totale
kosten per project. Vaak is er een zekere mate van
inschatting vanwege de complexiteit van projecten en
de onzekerheid over de verwachte kosten. Dit is een
kernpunt van onze controle omdat er een hoge graad
van risico gekoppeld is aan het inschatten van het
bedrag van opbrengsten en winst die door de groep
moet worden erkend in de periode, en wijzigingen in
deze schattingen kunnen aanleiding geven tot
belangrijke afwijkingen.
Samenvatting van de uitgevoerde procedures
• Wij hebben inzicht verkregen in het proces van
opvolging van vastgoedprojecten, en van de
erkenning van omzet en marge. Wij hielden
rekening met het ontwerp en de implementatie
van de belangrijkste interne controles, inclusief de
controles uitgevoerd door de directie.
• Wij hebben met de directie en de
beheercontrollers het percentage van
voortschrijding der werken besproken alsook de
bijhorende projectrisico’s (stadium van het
bekomen van de vergunning, evolutie van de bouw,
verkoopritme van de huisvestings-eenheden,
overblijvende voorraden).
• Voor een steekproef van projecten in ontwikkeling
verifieerden wij de tot op heden gemaakte kosten
met betrekking tot grondaankopen en
onderhanden werk. We herrekenden ook het
percentage van voortschrijding der werken op
balansdatum, sloten verkoopwaarden aan met
contracten, en controleerden de accuraatheid van
de formule van marge-erkenning.
• Wij evalueerden de financiële prestaties van
specifieke projecten ten opzichte van het budget
en historische trends, met name om de
redelijkheid van de kosten tot afwerking te
beoordelen.
• Voor een steekproef van projecten waarop
verkopen werden gerealiseerd, hebben wij de
gerealiseerde verkoopprijzen geanalyseerd om het
risico op overwaardering van de netto boekwaarde
van hun resterende voorraden te identificeren.
• Wij hebben de berekeningsmethoden nagekeken
die de directie gebruikt om de netto-
realisatiewaarde in te schatten. Wij hebben de
redelijkheid en coherentie van de door de directie
gehanteerde waarderingsmodellen en assumpties
beoordeeld.
• Wij hebben beoordeeld of de netto boekwaarde
van de voorraden gelijk is aan het laagste van de
geschatte netto- realisatiewaarde of de historische
kostprijs.
• We beoordeelden of de informatie in de
toelichtingen 2 en 18 van de Geconsolideerde
Jaarrekening gepast is.
Jaarverslag 2025 - CFE
238
Verslag van de commissaris van 30 maart 2026 over
de Geconsolideerde Jaarrekening van Aannemingsmaatschappij CFE NV
over het boekjaar afgesloten op 31 december 2025 (vervolg)
of Compagnie d'Entreprises CFE SA as of and
for the year ended 31 december 2024 (continued)
238
Verantwoordelijkheden van het bestuursorgaan
voor het opstellen van de Geconsolideerde
Jaarrekening
Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het
opstellen van de Geconsolideerde Jaarrekening die een
getrouw beeld geeft in overeenstemming met de IFRS
Accounting Standards en met de in België van
toepassing zijnde wettelijke en reglementaire
voorschriften, alsook voor een systeem van interne
beheersing die het bestuursorgaan noodzakelijk acht
voor het opstellen van de Geconsolideerde
Jaarrekening die geen afwijking van materieel belang
bevat die het gevolg is van fraude of van fouten.
In het kader van de opstelling van de Geconsolideerde
Jaarrekening is het bestuursorgaan verantwoordelijk
voor het inschatten van de mogelijkheid van de
Vennootschap om haar continuïteit te handhaven, het
toelichten, indien van toepassing, van
aangelegenheden die met continuïteit verband houden
en het gebruiken van de continuïteitsveronderstelling
tenzij het bestuursorgaan het voornemen heeft om de
Vennootschap te vereffenen of om de
bedrijfsactiviteiten stop te zetten of geen realistisch
alternatief heeft dan dit te doen.
Onze verantwoordelijkheden voor de controle
over de Geconsolideerde Jaarrekening
Onze doelstellingen zijn het verkrijgen van een redelijke
mate van zekerheid over de vraag of de
Geconsolideerde Jaarrekening als geheel geen afwijking
van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude
of van fouten en het uitbrengen van een
commissarisverslag waarin ons oordeel is opgenomen.
Een redelijke mate van zekerheid is een hoog niveau
van zekerheid, maar is geen garantie dat een controle
die overeenkomstig de ISA’s is uitgevoerd altijd een
afwijking van materieel belang ontdekt wanneer die
bestaat. Afwijkingen kunnen zich voordoen als gevolg
van fraude of fouten en worden als van materieel
belang beschouwd indien redelijkerwijs kan worden
verwacht dat zij, individueel of gezamenlijk, de
economische beslissingen genomen door gebruikers op
basis van de Geconsolideerde Jaarrekening,
beïnvloeden.
Bij de uitvoering van onze controle leven wij het
wettelijk, reglementair en normatief kader dat van
toepassing is op de controle van de Geconsolideerde
Jaarrekening in België na. De wettelijke controle biedt
geen zekerheid omtrent de toekomstige
levensvatbaarheid van de Vennootschap en van de
Groep, noch omtrent de efficiëntie of de
doeltreffendheid waarmee het bestuursorgaan de
bedrijfsvoering van de Vennootschap en van de Groep
ter hand heeft genomen of zal nemen. Onze
verantwoordelijkheden inzake de door het
bestuursorgaan gehanteerde
continuïteitsveronderstelling staan hieronder
beschreven.
Als deel van een controle uitgevoerd overeenkomstig
de ISA’s, passen wij professionele oordeelsvorming toe
en handhaven wij een professioneel-kritische instelling
gedurende de controle. We voeren tevens de volgende
werkzaamheden uit:
• het identificeren en inschatten van de risico’s dat
de Geconsolideerde Jaarrekening een afwijking van
materieel belang bevat die het gevolg is van fraude
of fouten, het bepalen en uitvoeren van
controlewerkzaamheden die op deze risico’s
inspelen en het verkrijgen van controle-informatie
die voldoende en geschikt is als basis voor ons
oordeel. Het risico van het niet detecteren van een
van materieel belang zijnde afwijking is groter
indien die afwijking het gevolg is van fraude dan
indien zij het gevolg is van fouten, omdat bij fraude
sprake kan zijn van samenspanning, valsheid in
geschrifte, het opzettelijk nalaten om transacties
vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen
van zaken of het doorbreken van het systeem van
interne beheersing;
• het verkrijgen van inzicht in het systeem van
interne beheersing dat relevant is voor de
controle, met als doel controlewerkzaamheden op
te zetten die in de gegeven omstandigheden
geschikt zijn maar die niet zijn gericht op het geven
van een oordeel over de effectiviteit van het
systeem van interne beheersing van de Groep;
• het evalueren van de geschiktheid van de
gehanteerde grondslagen voor financiële
verslaggeving en het evalueren van de redelijkheid
van de door het bestuursorgaan gemaakte
schattingen en van de daarop betrekking
hebbende toelichtingen;
Jaarverslag 2025 - CFE
239
Verslag van de commissaris van 30 maart 2026 over
de Geconsolideerde Jaarrekening van Aannemingsmaatschappij CFE NV
over het boekjaar afgesloten op 31 december 2025 (vervolg)
of Compagnie d'Entreprises CFE SA as of and
for the year ended 31 december 2024 (continued)
239
• het concluderen van de aanvaardbaarheid van de
door het bestuursorgaan gehanteerde
continuïteitsveronderstelling, en op basis van de
verkregen controle-informatie, concluderen of er
een onzekerheid van materieel belang bestaat met
betrekking tot gebeurtenissen of omstandigheden
die significante twijfel kunnen doen ontstaan over
de mogelijkheid van de Vennootschap en de Groep
om de continuïteit te handhaven. Als we besluiten
dat er sprake is van een onzekerheid van materieel
belang, zijn wij ertoe gehouden om de aandacht in
ons commissarisverslag te vestigen op de daarop
betrekking hebbende toelichtingen in de
Geconsolideerde Jaarrekening of, indien deze
toelichtingen inadequaat zijn, om ons oordeel aan
te passen. Onze conclusies zijn gebaseerd op de
controle-informatie die verkregen is tot op de
datum van ons commissarisverslag. Toekomstige
gebeurtenissen of omstandigheden kunnen er
echter toe leiden dat de continuïteit van de
Vennootschap of van de Groep niet langer
gehandhaafd kan worden;
• het evalueren van de algehele presentatie,
structuur en inhoud van de Geconsolideerde
Jaarrekening, en of deze Geconsolideerde
Jaarrekening de onderliggende transacties en
gebeurtenissen weergeeft op een wijze die leidt tot
een getrouw beeld.
Wij communiceren met het auditcomité binnen het
bestuursorgaan, onder andere over de geplande
reikwijdte en timing van de controle en over de
significante controlebevindingen, waaronder eventuele
significante tekortkomingen in de interne beheersing
die we identificeren gedurende onze controle.
Omdat we de eindverantwoordelijkheid voor ons
oordeel dragen, zijn we ook verantwoordelijk voor het
organiseren, het toezicht en het uitvoeren van de
controle van de dochterondernemingen van de Groep.
In die zin hebben wij de aard en omvang van de
controleprocedures voor deze entiteiten van de Groep
bepaald.
We verstrekken aan het auditcomité binnen het
bestuursorgaan een verklaring dat we de relevante
deontologische vereisten inzake onafhankelijkheid
naleven en we melden hierin alle relaties en andere
aangelegenheden die redelijkerwijs onze
onafhankelijkheid zouden kunnen beïnvloeden, alsook,
voor zover van toepassing, de bijbehorende
maatregelen die we getroffen hebben om onze
onafhankelijkheid te waarborgen.
Aan de hand van de aangelegenheden die met het
auditcomité binnen het bestuursorgaan besproken
worden, bepalen we de aangelegenheden die het
meest significant waren bij de controle van de
Geconsolideerde Jaarrekening over de huidige periode
en die daarom de kernpunten van onze controle
uitmaken. We beschrijven deze aangelegenheden in
ons verslag, tenzij het openbaar maken van deze
aangelegenheden is verboden door wet- of regelgeving.
Jaarverslag 2025 - CFE
240
Verslag van de commissaris van 30 maart 2026 over
de Geconsolideerde Jaarrekening van Aannemingsmaatschappij CFE NV
over het boekjaar afgesloten op 31 december 2025 (vervolg)
of Compagnie d'Entreprises CFE SA as of and
for the year ended 31 december 2024 (continued)
240
Verslag betreffende de overige door wet- en regelgeving gestelde eisen
Verantwoordelijkheden van het bestuursorgaan
Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen en de inhoud van het jaarverslag over de Geconsolideerde
Jaarrekening en de andere informatie opgenomen in het jaarrapport.
Verantwoordelijkheden van de commissaris
In het kader van ons mandaat en overeenkomstig de Belgische bijkomende norm (Herzien) bij de in België van toepassing
zijnde ISA’s, is het onze verantwoordelijkheid om, in alle van materieel belang zijnde opzichten, het jaarverslag over de
Geconsolideerde Jaarrekening te verifiëren alsook de andere informatie opgenomen in het jaarrapport, alsook verslag over
deze aangelegenheden uit te brengen.
Aspecten betreffende het jaarverslag over de Geconsolideerde Jaarrekening en de andere informatie
opgenomen in het jaarrapport
Het jaarverslag over de Geconsolideerde Jaarrekening bevat de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie die het voorwerp
uitmaakt van ons afzonderlijk verslag over de beoordeling met een beperkte mate van zekerheid hiervan. Deze sectie betreft
niet de assurance over de geconsolideerde duurzaamheids-informatie opgenomen in het jaarverslag.
Naar ons oordeel, na het uitvoeren van specifieke werkzaamheden op het jaarverslag over de Geconsolideerde Jaarrekening,
stemt dit jaarverslag over de Geconsolideerde Jaarrekening overeen met de Geconsolideerde Jaarrekening voor hetzelfde
boekjaar, enerzijds, en is dit jaarverslag over de Geconsolideerde Jaarrekening opgesteld overeenkomstig artikel 3:32 van het
Wetboek van vennootschappen en verenigingen, anderzijds.
In de context van onze controle van de Geconsolideerde Jaarrekening, zijn wij tevens verantwoordelijk voor het overwegen,
op basis van de kennis verkregen in de controle, of het jaarverslag over de Geconsolideerde Jaarrekening en de andere
informatie opgenomen in het jaarrapport, zijnde:
• financiële kerncijfers
een afwijking van materieel belang bevat, hetzij informatie die onjuist vermeld is of anderszins misleidend is. In het licht van
de werkzaamheden die wij hebben uitgevoerd, hebben wij geen afwijking van materieel belang te melden.
Vermeldingen betreffende de onafhankelijkheid
Ons bedrijfsrevisorenkantoor en ons netwerk hebben geen opdrachten verricht die onverenigbaar zijn met de wettelijke
controle van de Geconsolideerde Jaarrekening en zijn in de loop van ons mandaat onafhankelijk gebleven tegenover de
Groep.
De honoraria voor de bijkomende opdrachten die verenigbaar zijn met de wettelijke controle van de Geconsolideerde
Jaarrekening bedoeld in artikel 3:65 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen werden correct vermeld en
uitgesplitst in de toelichting bij de Geconsolideerde Jaarrekening.
Europees uniform elektronisch formaat (“ESEF”)
Wij hebben, overeenkomstig de norm inzake de controle van de overeenstemming van de financiële overzichten met het
Europees uniform elektronisch formaat (hierna “ESEF”), de controle uitgevoerd van de overeenstemming van het ESEF-
formaat met de technische reguleringsnormen vastgelegd door de Europese Gedelegeerde Verordening nr. 2019/815 van 17
december 2018 (hierna: “Gedelegeerde Verordening”).
Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen, in overeenstemming met de ESEF-vereisten, van de
geconsolideerde financiële overzichten in de vorm van een elektronisch bestand in ESEF-formaat (hierna “de digitale
geconsolideerde financiële overzichten”) opgenomen in het jaarlijks financieel verslag beschikbaar op het portaal van de
FSMA (https://www.fsma.be/nl/stori).
Jaarverslag 2025 - CFE
241
Verslag van de commissaris van 30 maart 2026 over
de Geconsolideerde Jaarrekening van Aannemingsmaatschappij CFE NV
over het boekjaar afgesloten op 31 december 2025 (vervolg)
of Compagnie d'Entreprises CFE SA as of and
for the year ended 31 december 2024 (continued)
241
Het is onze verantwoordelijkheid voldoende en geschikte onderbouwende informatie te verkrijgen om te concluderen dat
het formaat en de markeertaal van de digitale geconsolideerde financiële overzichten in alle van materieel belang zijnde
opzichten voldoen aan de ESEF-vereisten krachtens de Gedelegeerde Verordening.
Op basis van de door ons uitgevoerde werkzaamheden zijn wij van oordeel dat het formaat en de markering van informatie
in de digitale geconsolideerde financiële overzichten van Compagnie d'Entreprises CFE SA per 31 december 2025 opgenomen
in het jaarlijks financieel verslag beschikbaar op het portaal van de FSMA (https://www.fsma.be/nl/stori) in alle van materieel
belang zijnde opzichten in overeenstemming zijn met de ESEF-vereisten krachtens de Gedelegeerde Verordening.
Andere vermeldingen
• Huidig verslag is consistent met onze aanvullende verklaring aan het auditcomité bedoeld in artikel 11 van de
verordening (EU) nr. 537/2014.
Diegem, 30 maart 2026
EY Bedrijfsrevisoren BV
Commissaris
Vertegenwoordigd door
Marnix Van Dooren *
Partner
* Handelend in naam van een BV
Jaarverslag 2025 - CFE
242
STATUTAIRE FINANCIELE STATEN
S
TATUTAIR OVERZICHT VAN DE FINANCIËLE POSITIE EN RESULTATENREKENING
(BEGAAP)
Boekjaar afgesloten op 31 december
(duizend euro)
2025 2024
Oprichtingskosten 0 0
Vaste activa 318.002 314.109
Immateriële vaste activa 55 82
Materiële vaste activa 1.464 1.427
Financiële vaste activa 316.483 312.600
- Verbonden ondernemingen 316.478 312.595
- Overige 5 5
Vlottende activa
99.496
104.415
Vorderingen op meer dan één jaar
0
0
Voorraden en bestellingen in uitvoering 0 0
Vorderingen op ten hoogste één jaar
10.408
10.520
- Handelsvorderingen
5.686
6.590
- Overige vorderingen
4.722
3.930
Geldbeleggingen
21.557
5.065
Liquide middelen 60.847 82.870
Overlopende rekeningen
6.684
5.960
Totaal der activa 417.498 418.524
Eigen vermogen 135.567 139.043
Kapitaal 8.136 8.136
Uitgiftepremies 116.662 116.662
Herwaarderingsmeerwaarden 0 0
Reserves 7.680 6.274
Overdragen winst (+) of overgedragen verlies (-) 3.089 7.972
Voorzieningen en uitgestelde belastingen
4.364
3.988
Schulden
277.567
275.492
Schulden op meer dan één jaar
70.301
105.355
Schulden op ten hoogste één jaar 203.584 166.257
- Schulden op meer dan één jaar die binnen het jaar vervallen
53
53
- Financiële schulden
0
0
- Handelsschulden
5.332
4.947
- Schulden met betrekking tot belastingen, bezoldigingen en social lasten en
ontvangen vooruitbetalingen op bestellingen
1.005 894
- Overige schulden 197.194 160.363
Overlopende rekeningen 3.682 3.880
Totaal van de passiva 417.498 418.524
Jaarverslag 2025 - CFE
243
Boekjaar afgesloten op 31 december
(duizend euro)
2025 2024
RESULTATEN
Bedrijfsopbrengsten 17.337 17.854
Bedrijfskosten (23.749) (22.009)
- Handelsgoederen, grond- en hulpstoffen (734) (76)
- Diensten en diverse goederen (16.804) (16.022)
- Bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen (5.542) (5.500)
- Afschrijvingen, waardeverminderingen en voorzieningen
(529)
(181)
- Overige (140) (230)
Bedrijfsresultaat
(6.412)
(4.155)
Financiële opbrengsten
22.433
21.869
Financiële kosten
(7.190)
(11.063)
Resultaat vóór belastingen
8.831
6.651
Belastingen (heffingen en regularisering)
6
(9)
Resultaat van het boekjaar
8.837
6.642
BESTEMMING
Resultaat van het boekjaar 9.257 6.642
Overgedragen resultaat van het vorige boekjaar 7.972 11.251
Vergoeding van het kapitaal (12.313) (9.921)
Wettelijke reserves 0 0
Overige reserves (1.826) 0
Over te dragen resultaat 3.089 7.972
ANALYSE VAN DE FINANCIËLE POSITIE EN VAN HET TOTAALRESULTAAT
Op 31 december 2025, bedragen de schulden op meer dan één jaar leningen 70 miljoen euro die de opgenomen bedragen op
de bevestigde kredietlijnen (40 miljoen euro) en de handelspapieren (30 miljoen euro) omvatten.
Het financiële resultaat omvat voornamelijk de dividenden van de filialen BPI Real Estate Belgium (8 miljoen euro) en CFE
Contracting N.V. (7 miljoen euro) en Green Offshore (2,25 miljoen euro) gedeeltelijk gecompenseerd door financieringskosten
van de financiële schulden..
Jaarverslag 2025 - CFE
244
ALGEMENE INFORMATIE OVER DE VENNOOTSCHAP
Adres van de zetel
Edmond Van Nieuwenhuyselaan 30, 1160 Brussel
Website: https://www.cfe.be
Datum van de oprichting, laatste wijziging van de statuten
De Vennootschap werd opgericht bij notariële akte van 21 juni 1880, gepubliceerd in de Bijlagen van het Belgisch Staatsblad van
27 juni 1880 onder het nummer 911. De statuten werden herhaaldelijk gewijzigd, het laatst bij notariële akte van 2 mei 2024, gepubli
-
ceerd in de Bijlagen van het Belgisch Staatsblad van 6 juni 2024 onder het nummer 24085750.
Duur van de vennootschap
Onbeperkt
Vennootschapsvorm – Toepasselijk recht
Naamloze vennootschap naar Belgisch recht
Doel van de Vennootschap
De Vennootschap heeft als doel het bestuderen en uitvoeren, in België alsmede in het buitenland, hetzij alleen hetzij gezamenlijk
met andere natuurlijke of rechtspersonen, publiek- of privaatrechtelijk, voor eigen rekening of voor rekening van publiek- of privaat
-
rechtelijke derden, van elke aanneming van werken en bouwwerken, in alle en elk van haar beroepen, onder andere elektriciteit en
milieu. Zij kan eveneens diensten aanverwant aan deze activiteiten verlenen, voor de promotie ervan zorgen, deze rechtstreeks of
onrechtstreeks uitbaten of in concessie brengen, alsmede eender welke aankoop-, verkoop-, huur-, verhuur- of leasingverrichting
uitvoeren die verband houdt met deze aannemingen.
Zij kan rechtstreeks of onrechtstreeks deelnemingen verwerven, houden of overdragen in iedere bestaande of op te richten ven
-
nootschap of maatschappij, bij wijze van verwerving, fusie, splitsing of anderszins.
Zij kan alle commerciële, industriële, administratieve en nanciële verrichtingen uitvoeren of handelingen met betrekking tot roeren
-
de of onroerende goederen verrichten die rechtstreeks of onrechtstreeks verband houden met haar doel, zelfs gedeeltelijk, of die
van aard zijn om de verwezenlijking ervan te vergemakkelijken of te ontwikkelen, zowel voor haarzelf als voor haar dochteronderne
-
mingen.
Kapitaal van de Vennootschap
Geplaatst kapitaal
Bij de sluiting van het boekjaar bedroeg het maatschappelijk kapitaal 8.135.621,14 euro, vertegenwoordigd door 25.314.482 aandelen
zonder vermelding van nominale waarde. Alle aandelen zijn volledig volgestort.
Toegestaan kapitaal
Overeenkomstig de beslissing van de buitengewone algemene vergadering van 2 mei 2019 kan de Raad van Bestuur in de 5 jaren
na de publicatie van de statutenwijziging van 6 juni 2022 het kapitaal eenmalig of meermaals verhogen met een maximumbedrag
van 3.000.000 euro (exclusief ontslagpremies).
De kapitaalverhogingen waartoe krachtens deze machtiging wordt besloten, kunnen warden uitgevoerd in overeenstemming
met de voorwaarden die door de raad van bestuur warden vastgesteld, en met name bij wijze van inbreng in geld of bij wijze van
inbreng in natura, door omzetting van beschikbare of onbeschikbare reserves of van uitgiftepremies, met of zonder uitgifte van
nieuwe aandelen, al dan niet preferent, met of zonder stemrecht, onder, boven of tegen fractiewaarde, binnen de door de wet toe
-
gestane grenzen.
Aard van de effecten
De aandelen van de Vennootschap zijn volledig volgestort en zijn op naam of gedematerialiseerd. Elke titularis kan op elk ogenblik
op zijn kosten de omzetting vragen van zijn volgestorte effecten in een andere vorm, binnen de grenzen van de wet, de eigendom,
het vruchtgebruik of de blote eigendom op te heffen.
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Financiële staten
Duurzaamheidsverklaring 2024
Jaarverslag 2025 - CFE
245
Plaats waar de documenten van de Vennootschap kunnen worden geraadpleegd
De statutaire en geconsolideerde jaarrekening van de Vennootschap wordt neergelegd bij de Nationale Bank van België. De geco-
ordineerde versie van de statuten van de Vennootschap kan worden geraadpleegd op de grife van de ondernemingsrechtbank
van Brussel, afdeling Brussel. Het jaarlijks nancieel verslag wordt toegezonden aan de aandeelhouders op naam en aan elke per
-
soon die daarom verzoekt. De gecoördineerde versie van de statuten en het jaarlijks nancieel verslag zijn eveneens beschikbaar
op de website (www.cfe.be).
Woord van de Voorzitter en CEO
Onze ambities en realisaties
Beheersverslag
Duurzaamheidsverklaring
Financiële staten
5493003N7PPOYDZI1G902025-01-012025-12-315493003N7PPOYDZI1G902024-01-012024-12-315493003N7PPOYDZI1G902025-12-315493003N7PPOYDZI1G902024-12-315493003N7PPOYDZI1G902023-12-315493003N7PPOYDZI1G902024-12-31ifrs-full:IssuedCapitalMember5493003N7PPOYDZI1G902025-01-012025-12-31ifrs-full:IssuedCapitalMember5493003N7PPOYDZI1G902025-12-31ifrs-full:IssuedCapitalMember5493003N7PPOYDZI1G902024-12-31ifrs-full:SharePremiumMember5493003N7PPOYDZI1G902025-01-012025-12-31ifrs-full:SharePremiumMember5493003N7PPOYDZI1G902025-12-31ifrs-full:SharePremiumMember5493003N7PPOYDZI1G902024-12-31ifrs-full:RetainedEarningsMember5493003N7PPOYDZI1G902025-01-012025-12-31ifrs-full:RetainedEarningsMember5493003N7PPOYDZI1G902025-12-31ifrs-full:RetainedEarningsMember5493003N7PPOYDZI1G902024-12-31ifrs-full:TreasurySharesMember5493003N7PPOYDZI1G902025-01-012025-12-31ifrs-full:TreasurySharesMember5493003N7PPOYDZI1G902025-12-31ifrs-full:TreasurySharesMember5493003N7PPOYDZI1G902024-12-31ifrs-full:ReserveOfRemeasurementsOfDefinedBenefitPlansMember5493003N7PPOYDZI1G902025-01-012025-12-31ifrs-full:ReserveOfRemeasurementsOfDefinedBenefitPlansMember5493003N7PPOYDZI1G902025-12-31ifrs-full:ReserveOfRemeasurementsOfDefinedBenefitPlansMember5493003N7PPOYDZI1G902024-12-31ifrs-full:ReserveOfCashFlowHedgesMember5493003N7PPOYDZI1G902025-01-012025-12-31ifrs-full:ReserveOfCashFlowHedgesMember5493003N7PPOYDZI1G902025-12-31ifrs-full:ReserveOfCashFlowHedgesMember5493003N7PPOYDZI1G902024-12-31ifrs-full:ReserveOfExchangeDifferencesOnTranslationMember5493003N7PPOYDZI1G902025-01-012025-12-31ifrs-full:ReserveOfExchangeDifferencesOnTranslationMember5493003N7PPOYDZI1G902025-12-31ifrs-full:ReserveOfExchangeDifferencesOnTranslationMember5493003N7PPOYDZI1G902024-12-31ifrs-full:EquityAttributableToOwnersOfParentMember5493003N7PPOYDZI1G902025-01-012025-12-31ifrs-full:EquityAttributableToOwnersOfParentMember5493003N7PPOYDZI1G902025-12-31ifrs-full:EquityAttributableToOwnersOfParentMember5493003N7PPOYDZI1G902024-12-31ifrs-full:NoncontrollingInterestsMember5493003N7PPOYDZI1G902025-01-012025-12-31ifrs-full:NoncontrollingInterestsMember5493003N7PPOYDZI1G902025-12-31ifrs-full:NoncontrollingInterestsMember5493003N7PPOYDZI1G902023-12-31ifrs-full:IssuedCapitalMember5493003N7PPOYDZI1G902024-01-012024-12-31ifrs-full:IssuedCapitalMember5493003N7PPOYDZI1G902023-12-31ifrs-full:SharePremiumMember5493003N7PPOYDZI1G902024-01-012024-12-31ifrs-full:SharePremiumMember5493003N7PPOYDZI1G902023-12-31ifrs-full:RetainedEarningsMember5493003N7PPOYDZI1G902024-01-012024-12-31ifrs-full:RetainedEarningsMember5493003N7PPOYDZI1G902023-12-31ifrs-full:TreasurySharesMember5493003N7PPOYDZI1G902024-01-012024-12-31ifrs-full:TreasurySharesMember5493003N7PPOYDZI1G902023-12-31ifrs-full:ReserveOfRemeasurementsOfDefinedBenefitPlansMember5493003N7PPOYDZI1G902024-01-012024-12-31ifrs-full:ReserveOfRemeasurementsOfDefinedBenefitPlansMember5493003N7PPOYDZI1G902023-12-31ifrs-full:ReserveOfCashFlowHedgesMember5493003N7PPOYDZI1G902024-01-012024-12-31ifrs-full:ReserveOfCashFlowHedgesMember5493003N7PPOYDZI1G902023-12-31ifrs-full:ReserveOfExchangeDifferencesOnTranslationMember5493003N7PPOYDZI1G902024-01-012024-12-31ifrs-full:ReserveOfExchangeDifferencesOnTranslationMember5493003N7PPOYDZI1G902023-12-31ifrs-full:EquityAttributableToOwnersOfParentMember5493003N7PPOYDZI1G902024-01-012024-12-31ifrs-full:EquityAttributableToOwnersOfParentMember5493003N7PPOYDZI1G902023-12-31ifrs-full:NoncontrollingInterestsMember5493003N7PPOYDZI1G902024-01-012024-12-31ifrs-full:NoncontrollingInterestsMemberiso4217:EURiso4217:EURxbrli:shares