549300X72GEQB1X8K9112025-01-012025-12-31iso4217:EUR549300X72GEQB1X8K9112024-01-012024-12-31iso4217:EURxbrli:shares549300X72GEQB1X8K9112025-12-31549300X72GEQB1X8K9112024-12-31549300X72GEQB1X8K9112023-12-31549300X72GEQB1X8K9112024-12-31ifrs-full:IssuedCapitalMember549300X72GEQB1X8K9112024-12-31ifrs-full:TreasurySharesMember549300X72GEQB1X8K9112024-12-31ifrs-full:RetainedEarningsMember549300X72GEQB1X8K9112024-12-31ifrs-full:OtherReservesMember549300X72GEQB1X8K9112024-12-31ifrs-full:EquityAttributableToOwnersOfParentMember549300X72GEQB1X8K9112024-12-31ifrs-full:NoncontrollingInterestsMember549300X72GEQB1X8K9112025-01-012025-12-31ifrs-full:IssuedCapitalMember549300X72GEQB1X8K9112025-01-012025-12-31ifrs-full:TreasurySharesMember549300X72GEQB1X8K9112025-01-012025-12-31ifrs-full:RetainedEarningsMember549300X72GEQB1X8K9112025-01-012025-12-31ifrs-full:OtherReservesMember549300X72GEQB1X8K9112025-01-012025-12-31ifrs-full:EquityAttributableToOwnersOfParentMember549300X72GEQB1X8K9112025-01-012025-12-31ifrs-full:NoncontrollingInterestsMember549300X72GEQB1X8K9112025-12-31ifrs-full:IssuedCapitalMember549300X72GEQB1X8K9112025-12-31ifrs-full:TreasurySharesMember549300X72GEQB1X8K9112025-12-31ifrs-full:RetainedEarningsMember549300X72GEQB1X8K9112025-12-31ifrs-full:OtherReservesMember549300X72GEQB1X8K9112025-12-31ifrs-full:EquityAttributableToOwnersOfParentMember549300X72GEQB1X8K9112025-12-31ifrs-full:NoncontrollingInterestsMember549300X72GEQB1X8K9112023-12-31ifrs-full:IssuedCapitalMember549300X72GEQB1X8K9112023-12-31ifrs-full:TreasurySharesMember549300X72GEQB1X8K9112023-12-31ifrs-full:RetainedEarningsMember549300X72GEQB1X8K9112023-12-31ifrs-full:OtherReservesMember549300X72GEQB1X8K9112023-12-31ifrs-full:EquityAttributableToOwnersOfParentMember549300X72GEQB1X8K9112023-12-31ifrs-full:NoncontrollingInterestsMember549300X72GEQB1X8K9112024-01-012024-12-31ifrs-full:IssuedCapitalMember549300X72GEQB1X8K9112024-01-012024-12-31ifrs-full:TreasurySharesMember549300X72GEQB1X8K9112024-01-012024-12-31ifrs-full:RetainedEarningsMember549300X72GEQB1X8K9112024-01-012024-12-31ifrs-full:OtherReservesMember549300X72GEQB1X8K9112024-01-012024-12-31ifrs-full:EquityAttributableToOwnersOfParentMember549300X72GEQB1X8K9112024-01-012024-12-31ifrs-full:NoncontrollingInterestsMember
2025
A YEAR OF
WITH IMPACT
MEDIA
ROULARTA MEDIA GROUP - GEÏNTEGREERD JAARVERSLAG 2025
Jaaroverzicht met de CEO ................................ 06
2025: A YEAR OF
Communities with impact ............................ 08
Partnerships with impact ............................. 16
Colleagues with impact ................................ 24
Innovations with impact .............................. 32
Visie van de voorzitter ...................................... 40
Missie, visie en waarden ................................... 44
06
08
16
24
32
40
Geconsolideerde jaarrekening ......................... 98
Toelichtingen bij de geconsolideerde
jaarrekening ................................................... 106
Statutaire jaarrekening ................................. 136
Verslag van de commissaris geconsolideerde
jaarrekening ................................................... 138
Duurzaamheidsverslag 2025 ......................... 142
Verslag van de commissaris
duurzaamheidsinformatie .............................. 346
Vestigingen ..................................................... 350
Financiële kalender ........................................ 351
Waardecreatie .................................................. 46
Resultaten 2025 ............................................... 50
Roularta brands ................................................ 52
Aandeel ............................................................ 60
Kerncijfers ........................................................ 62
Executive Management Committee
en Raad van Bestuur ......................................... 64
Jaarverslag Raad van Bestuur ......................... 66
Verklaring deugdelijk bestuur .......................... 80
Groepsstructuur ................................................ 96
Colofon
ROULARTA MEDIA GROUP - JAARVERSLAG 2025
Concept Roularta Media Group • Barbara Spyckerelle (Directeur Corporate Marketing) • Art Directors Cindy Mahieu, Sven Vandamme
Teksten SPYKE • Foto’s Rebecca Fertinel, Leyla Hesna, Kristof Pattyn • Druk Roularta Printing • Verantwoordelijke uitgever Rik De Nolf
RECHTEN Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfi lm of op enige andere wijze, zonder
voorafgaand schriftelijk akkoord van de uitgever.
Dit jaarverslag werd gedrukt op papier afkomstig van duurzaam beheerde bossen en gecontroleerde bronnen.
Dit jaarverslag is beschikbaar in het Nederlands en het Engels. Bij eventuele afwijkingen is de tekst van het Nederlandstalige jaarverslag bindend.
Inhoud
JAARVERSLAG 2025 - 54 - JAARVERSLAG 2025
TRANSFORMEREN EN PRESTEREN TEGELIJKERTIJD
De nieuwe bedrijfsstrategie die in 2024 werd
ontwikkeld en uitgerold, zorgde in 2025 voor
heel wat aanpassingen binnen Roularta Media
Group. In volle transformatie werden al heel
wat mooie resultaten geboekt.
2025 was een jaar waarin twee bewegingen
tegelijkertijd plaatsvonden. Enerzijds zaten
we volop in transformatie. Die hoort bij de
nieuwe strategie die we in 2024 uitstippelden.
Anderzijds zetten we ook meteen de turbo op de
implementatie van de nieuwe strategie. Het zorgt
ervoor dat we - sneller dan voorzien - al mooie
resultaten boeken.
Drie pijlers
Onze strategie focust op drie pijlers, die de
kern van onze aanpak vormen. We gaan voor
multimediale ontwikkelingen, focussen ons
op onze kernmerken en werken heel hard aan
partnerships. We gaan daarbij uitgebreide
samenwerkingen aan met bedrijven. Dat resulteert
in langetermijnrelaties voor de werving van nieuwe
lezers en het aanbieden van nieuwe content
en productextensies, wat belangrijk is om de
doelgroepen in onze app Mijn Magazines te doen
groeien.
Resultaten mogen er zijn
Tot mijn grote tevredenheid zitten we meer dan
on track als we naar de resultaten kijken. Onze
redacties zetten veel meer audio en video in.
In 2025 publiceerden onze meer dan 70 merken
maar liefst 133.000 contentstukken, waaronder
ook heel wat podcasts en video’s.
Daarnaast willen we sterk groeien in digitale
abonnees en vooral dankzij onze partnerships is
die stijging er ook. Meer zelfs, we hebben eind
2025 al zo goed als ons target van 2027 – 125.000
nieuwe digitale abonnees, verspreid over België en
Nederland – bereikt. Dit verandert niets aan onze
ambitie. Het is nu de uitdaging om deze abonnees
te behouden.
Op het vlak van onze merken tot slot vierden we
enkele memorabele verjaardagen. Denk maar aan
80 jaar Libelle en EW, en 25 jaar De Zondag. Het
toont aan dat we impactvolle merken bouwen die
door de tijd heen hun relevantie blijven behouden.
Trots op 2025
Trots is dan ook het gevoel dat overheerst bij het
terugblikken op 2025. Op de innovaties. Op de
resultaten. Maar vooral op alle medewerkers en
partners die begrijpen hoe groot de nood aan
transformatie in onze mediasector is. Dankzij hen
hebben we zulke grote stappen kunnen zetten en
blijven we impactvolle media bouwen. Elke dag
opnieuw.
XAVIER BOUCKAERT,
CEO Roularta Media Group
MET DE CEO
JaarJaaroverzichtoverzicht
B
E
K
I
J
K
D
E
V
I
D
E
O
6 - JAARVERSLAG 2025 JAARVERSLAG 2025 - 7
WITH
IMPACT
communities
2025: A YEAR OF
Een doelgroep is voor Roularta Media Group geen losse verzameling mensen. Onze
merken stellen alles in het werk om community’s van gelijkgestemden te smeden
en warme gemeenschappen op te bouwen. Met content en evenementen die lezers,
luisteraars en kijkers samenbrengen rond specifieke interesses of sectoren. Met
activaties die impact creëren.
JAARVERSLAG 2025 - 98 - JAARVERSLAG 2025
OVER ‘DE MIXER
VAN LIBELLE’ EN
DE INGREDIËNTEN
VAN COMMUNITY
BUILDING
Een gesprek met:
KAREN HELLEMANS, Uitgever magazines België en
JAN DE MEULEMEESTER, Head of Business News en
HELLA HUECK, Hoofdredacteur van EW, Beleggers Belangen en KIJK
B
E
K
I
J
K
D
E
V
O
D
C
A
S
T
Merken die actief op zoek gaan naar verbinding met en
tussen hun lezers, kijkers en luisteraars. Dat is een constante
bij Roularta Media Group en een aanpak die ook in 2025
een aantal mooie projecten opleverde. Wanneer Jan De
Meulemeester (Trends Z), Karen Hellemans (Libelle) en Hella
Hueck (EW) hun community-inspanningen toelichten, blijkt
meteen hoe diepgeworteld die zijn binnen de organisatie.
10 - JAARVERSLAG 2025 JAARVERSLAG 2025 - 11
Neem nu de festiviteiten rond de 80
ste
ver-
jaardag van Libelle. Zo waren er de podcast
‘Het mysterie van de appelvrouw’ en het
uitgebreide feestnummer – met de eerste
cover uit de geschiedenis van het merk, de
vrouw met de appel. En het feest met een
kransje 80-jarige abonnees, een bijzonder
warm moment. “Dat was hét hoogtepunt
voor mij”, aldus Karen, naast haar rol als
uitgever van de Belgische magazines nog
steeds hoofdredacteur van dit iconische
merk. Een merk dat overloopt van ervaring
in het mobiliseren van de fans – denk maar
aan de Winterfair die 20.000 lezeressen op
de been bracht om samen kerst te vieren,
Libelle Lekker Kookclub en de vele georgani-
seerde reizen.
Een herkenbaar verhaal voor Hella. Zij is
hoofdredacteur van het toonaangeven-
de Nederlandse opinieweekblad EW, dat
in 2025 fors aan bereik won door snel te
schakelen naar communitygerichte ver-
kiezingscontent. Het voormalige Elsevier
Weekblad mocht ook 80 kaarsjes uitbla-
zen in 2025 én zet sterk in op – steevast
spectaculaire – reizen. “Lezers brengen naar
plaatsen waar ze anders nooit komen: hoe
mooi is dat?” vult Karen aan.
Nood aan verbinding
Volgens Jan, Head of Business News, situeert
het community-idee zich op tal van niveaus.
“Ten eerste in de content die je brengt, waar
voor Trends Z ook een ambassa deursrol aan
verbonden is. We kennen de beslommerin-
gen van ons publiek en bevragen de politieke
macht kritisch.
Ten tweede is er de distributie: we moeten
onze content brengen daar waar mensen die
het liefst consumeren.” Ten derde noemt hij
de vele events. “Met Trends Manager van het
Jaar – het grootste netwerkevent van België
– als ons vlaggenschip.”
“De opkomst van AI maakt het nóg belang-
rijker om jezelf te laten zien en contact te
zoeken met de lezer-luisteraar-kijker”, pikt
Hella in. “In onzekere tijden zoeken mensen
verbinding. Ze willen ideeën uitwisselen om
De Zondag: een uniek en
warm zondagsgevoel
Versgebakken koffi ekoeken, dampende koffi e én een
opengeslagen editie van De Zondag: het grootste
weekblad van het land – dat wekelijks 1,1 miljoen
lezers bereikt – is in Vlaamse huishoudens een
onmisbaar deel van het zondagse ontbijtritueel.
De community van De Zondag is niet alleen bijzonder
groot en zowel lokaal als familiaal verankerd, ze
is bovendien actief betrokken bij het merk en de
verdeelpunten. Gerichte activatiecampagnes als
‘De Favoriete Koffi ekoek’, ‘De Leukste Klas’ en ‘De
Zondag van de Bakker’ – een event dat samenviel
met de viering van 25 jaar De Zondag en zo een echte
feestdag werd – bouwden daar in 2025 mooi op
verder. Op die manier versterkten ze de duurzame
relatie met de lezers en partners. Tegelijk leverden
de vele deelnemers en nieuwe registraties heel wat
fi rst-party data op, waar ook de andere titels binnen
de groep de vruchten van plukken.
zich voor te bereiden op morgen. Daar kun-
nen wij een grote rol in spelen.”
Zo ging EW van start met twee specifi eke
nieuwsbrieven, geschreven vanuit de
persoonlijke visie van respectievelijk een
fi scalist en een politiek specialist uit het
redactieteam. “Daarmee straal je autoriteit
en vertrouwen uit, zonder vanuit een ivoren
toren te preken. We staan op gelijke hoogte
met onze lezer en spelen maximaal in op wat
de nieuwsconsument van ons verwacht.”
De mixer van Libelle
Het digitale is tegenwoordig belangrijker, zo-
wel maatschappelijk als binnen de strategie
van Roularta Media Group. “Maar dat bete-
kent niet dat de ingrediënten voor het op-
bouwen van een emotionele band veranderd
zijn”, merkt Karen op. Die vat ze samen in vier
p’s: purpose, people, passion en proximity.
Waarom is Selfcare Season een mooi voorbeeld van community building?
We hebben met Happinez, Flow en Psychologie Magazine wel wat ‘mindstyle’-merken in
onze portefeuille. De merken hebben een verschillende achterban en tone of voice, maar
gelijkaardige onderwerpen. Zo vormen ze een community die we wilden echt aanspreken
en activeren en zo het onderwerp ‘mindstyle’ claimen.
Wat is Selfcare Season juist?
Het is een campagne waarbij we op alle kanalen van de drie merken aandacht geven aan
het onderwerp selfcare. De redacties en marketing werken daarbij nauw samen. Deel van
de campagne is de Selfcare Challenge, die we aan onze lezers voorschotelen en waarbij
we hen gedurende tien dagen uitdagingen geven. Wanneer ze zijn ingeschreven, krijgen
ze elke dag een e-mail met een opdracht, maar ook met inspirerende artikels.
Enerzijds was het de bedoeling om het thema Selfcare aan belang te doen toenemen,
anderzijds wilden we deze actie ook gebruiken om lezers of prospecten aan te zetten tot
een actie, van zich inschrijven voor een nieuwsbrief tot een abonnement nemen. In 2024
vond de kick-off van het project plaats en boekten we al mooie successen. Daar bouwden
we in 2025 op verder, samen met een aantal externe partners.
Wat kan je meegeven over de resultaten?
In 2025 telde de challenge 32.134 unieke deelnemers, meer dan 10.000 meer dan een
jaar eerder. Er werden zo’n 2.000 extra abonnementen verkocht. De Mijn Magazines-app
tekende voor een groot aandeel in het bereik, maar ook het retailfacet van de campagne
had impact. Daarnaast hebben we in 2025 meer linken gelegd in de richting van trainings
en e-commerce. Zo hebben we een Selfcare Box in het leven geroepen. In deze doos vind
je producten van verschillende titels, waardoor we de link tussen de verschillende merken
duidelijker maken.
Hoe blik je op de editie van 2025 terug?
De mooie resultaten bewijzen dat content marketing écht kan leiden tot conversie. Daar-
naast heeft Selfcare Season ook intern bruggen geslagen. Redactie en marketing werken
nu sterk samen. En er is een beter contact tussen de titels onderling.
Wat wil je nog bereiken met deze community?
Ik droom ervan om de leden van deze community fysiek met elkaar in contact te bren-
gen. Bijvoorbeeld door een gezamenlijke kick-off op een bepaalde locatie. Of door je
eindresultaat met anderen te kunnen delen.
Saskia Hillebrand
Marketing Manager
IN ONZEKERE TIJDEN
ZOEKEN MENSEN
VERBINDING
WE STAAN OP GELIJKE
HOOGTE MET ONZE
LEZER
12 - JAARVERSLAG 2025 JAARVERSLAG 2025 - 13
“Proximity of nabijheid gaat precies over
dat direct contact met de community,
waarvoor events ideaal zijn en vaak voor
kruis bestuiving zorgen – tussen mensen
onderling én tussen community en merk.
Waar purpose dan weer slaat op de waar-
om-vraag! met doelstellingen die idealiter
matchen met de noden van de doelgroep,
verwijst people naar de medewerkers die de
merken een gezicht geven.”
Passie is misschien wel de aller belangrijkste
factor. “Expertise alleen volstaat niet. De
service die je als journalist biedt aan de
lezer, dat is iets waarmee je gaat slapen en
opstaat.” Daarbij denkt ze meteen aan col-
lega Sofie. “Toen een lezeres belde met de
vraag welke mixer de minste geluidsoverlast
veroorzaakt, zette zij direct een test op po-
ten. Dát is engagement.” En een verhaal dat
de redactie van Trends Z inspireerde. Jan:
“Het principe van de mixer van Libelle – je
publiek echt helpen – is bij ons een leidraad
geworden.”
Een succesvol verjongingstraject
In de loop van 2025 werd duidelijk dat
de verschillende merken er absoluut in
slagen hun community te digitaliseren én
te verjongen. Ook de doelgroepen van de
toekomst vinden hun weg naar de kanalen
van Roularta Media Group. “Met de funfactor
die een initiatief als de Beleggers Challenge
aandraagt, spreken we heel wat jongeren
aan”, illustreert Jan die omslag. “Hetzelfde
geldt voor het multimediaal opgezette ‘CEO
van mijn leven’ – letterlijk gemaakt door en
voor jonge mensen.”
Voorbeelden die Karen inspireren tot een
raak besluit. “Uiteraard moeten we onze
oren en ogen openhouden en kijken naar
wat er in het buitenland gebeurt op vlak van
community building. Maar intussen mogen
we ook trots zijn op onze eigen verwezen-
lijkingen. Onze markt mag dan klein zijn, de
expertise van onze merken is groot.”
Profile Truckstar Festival: het familiefeest van de
transportsector
Met 30.000 vierkante meter aan beursruimte, 2.300 opgestelde vrachtwagens, 58.000 enthousiaste bezoekers en heel
wat persaandacht was de 43
e
editie van het Profile Truckstar Festival een schot in de roos. Het grootste transportfeest van
Europa bewees opnieuw dat Truckstar veel meer is dan louter een tijdschrift en een website. Het merk transformeert een
gedeelde passie in een hechte familie.
Eén van de hoogtepunten van het event op het circuit van Assen is de befaamde verkiezing van de Mooiste Truck van
Nederland, met 24 deelnemers verdeeld over acht categorieën. Maar uiteindelijk zijn die eretitels slechts een detail. Het
draait in de eerste plaats om trots – op het materiaal, op het beroep, op de collega’s – en om verbinding. Met elkaar, en
met het merk Truckstar, dat binnen de doelgroep 100% naamsbekendheid geniet en in stickervorm op wel 30% van de
Nederlandse én Belgische vrachtwagens prijkt.
In onze vodcast leggen Jan De
Meulemeester, Karen Hellemans en
Hella Hueck in de diepte uit hoe de
Roularta-merken aan community
building doen. Benieuwd?
B
E
K
I
J
K
D
E
V
O
D
C
A
S
T
JAARVERSLAG 2025 - 1514 - JAARVERSLAG 2025
WITH
IMPACT
2025: A YEAR OF
Partners die de handen ineenslaan en vervolgens elk een duidelijk positieve impact
ervaren: dat is de mooiste vorm van samenwerking. Bij Roularta Media Group is dat
de dagelijkse realiteit. Onze strategische samenwerkingen hebben niets minder dan
gezamenlijke waarde als objectief. In nauw overleg met de externe partners en met teams
die doelgericht hetzelfde doel nastreven, bouwen we aan aangename win-winsituaties.
partnerships
JAARVERSLAG 2025 - 1716 - JAARVERSLAG 2025
Een gesprek met:
VEERLE DESMET, Strategic Partnerships Manager en
STEVEN VAN GENECHTEN, Sales Director News,
Business en Invest
B
E
K
I
J
K
D
E
V
O
D
C
A
S
T
PARTNERSHIPS
ALS SLEUTEL TOT
LANGETERMIJN 
SUCCES
Bij Roularta Media Group mogen we terugblikken op een jaar
vol sterke partnerships. Want die waren in 2025 niet op één
hand te tellen. De rode draad: interne afdelingen en externe
partners die de krachten bundelen en samen de beste resul-
taten creëren voor álle betrokken partijen.
18 - JAARVERSLAG 2025 JAARVERSLAG 2025 - 19
Internationale expansie
dankzij status van betrouwbare
printpartner
Als deel van een grote groep die kwalitatief drukwerk als
een van haar kernactiviteiten beschouwt, speelt Roularta
Printing een essentiële rol in een drukkerijlandschap
gekenmerkt door instabiliteit. Dankzij een duidelijke
langetermijnstrategie blijft het een rots in de branding
voor heel wat nationale én internationale uitgevers.
In 2025 zette Roularta Media Group in op verdere
globale expansie via duurzame samenwerkingen met
toonaangevende uitgevers als Bloomberg, The Economist
Group, The Financial Times, The Guardian en The
New York Times. Daarbij worden kwaliteit, service en
leverbetrouwbaarheid naar een alsmaar hoger niveau
getild.
Binnen deze partnerships is een maximale ondersteuning
het streven. Daarom is het onder meer cruciaal om
de doorlooptijden in te dammen. Zo heeft Roularta
Printing het statuut known consignor voor The
Economist en The New York Times – waarbij de strikte
veiligheidsprocedures op het eigen bedrijfsterrein de
controles in de luchthavens vervangen – en een douane-
vermijdende goedgekeurde laadplaats voor The Financial
Times.
“Waarom partnerships belangrijk zijn vanuit
het oogpunt van de advertentieregie?
Daarvoor verwijs ik graag naar een prach-
tige slogan van onze uitgever van Belgi-
sche magazines Karen Hellemans: ‘Samen
ondernemen we de toekomst’. Een mooi
toekomstverhaal schrijf je sámen.” Dat zegt
Steven Van Genechten, Sales Director News,
Business & Invest bij Roularta Media Group.
Strategic Partnerships Manager Veerle
Desmet kijkt mee achterom naar het af-
gelopen jaar en sluit zich volmondig aan
bij die stelling. “Onze zeer ambitieuze
Northstar-doelstelling – 75.000 digitale
abonnees in België, 50.000 in Nederland –
zet het belang van slimme partnerships zelfs
nog meer kracht bij. Op eigen houtje komen
we ongetwijfeld ver, maar samenwerken met
anderen zorgt voor een welkome versnelling.”
Meerdere niveaus van
samenwerking
Externe partners die met Roularta Media
Group in zee willen gaan, kunnen kiezen uit
een rijk palet aan partnerships. Steven licht
een tipje van de sluier. “Het eerste niveau
is de typische media-aankoop, klassieke
advertising dus. Een stapje verder hebben
we de loyalty-campagne, waarbij een bedrijf
bijvoorbeeld een proefabonnement op de
Mijn Magazines-app cadeau geeft aan zijn
klanten. Een derde optie is het opzetten
van een heuse contenthub: een platform
waar we alle redactionele content rond een
bepaald thema bundelen en verrijken met
de expertise van een partner uit dat domein
– partnercontent.”
Mijn Magazines-app als hefboom
Mijn Magazines speelt een essentiële rol in
het geheel aan partnerships, bevestigt Veerle.
En tegelijk in de realisatie van de bedrijfsstra-
tegie. “Deze app is echt ontstaan vanuit de
behoeften van onze klanten. In het week-
end nemen mensen graag een mooi print-
magazine in de hand, maar tijdens de week is
scrollen de norm – bij uitstek onder jongeren.”
De appcatalogus is dankzij het rijke portfolio
van Roularta Media Group al zeer aantrek-
kelijk, maar wordt via de juiste partnerships
nóg relevanter. “We willen de lezer aan
ons binden door verrassend uit de hoek te
komen met nieuwe productextensies”, legt
Veerle uit. Een mooi voorbeeld uit 2025: de
samenwerking met Standaard Uitgeverij.
“Zo kunnen we families nu ook allerhan-
de strips aanbieden, van Jommeke tot
De Kiekeboes. Een voltreffer.”
Partnership met Engie als
toonbeeld win-win
Steven kijkt op zijn beurt trots terug op de
partnerships met een handjevol tourope-
rators, zoals TUI, Reizen Lauwers en De
Blauwe Vogel. “Hun klanten krijgen toegang
tot Mijn Magazines terwijl ze op reis zijn. Een
heel fijne formule.”
Nog een schot in de roos in de loop van
2025 was het partnership met Engie. Die
opzet, een eindejaarscampagne met een
Mijn Magazines-geschenk voor een selec-
Waaruit bestaat het partnership met Strips.be?
We werken samen met Standaard Uitgeverij zodat we de abonnees van onder
andere de Mijn Magazines-app toegang kunnen geven tot Strips.be, een digi-
taal platform waarop je heel wat strips online kan lezen.
Waarom is dit zo’n belangrijk partnership?
Dit is een partnership waarbij we samen met een ander bedrijf of organisatie
toegevoegde waarde creëren. We willen onze gebruikers van de Mijn Maga-
zines-app een zo groot en breed mogelijk aanbod geven. De uitbreiding met
Strips.be is zonder twijfel de meest ingrijpende geweest sinds de start van de
app.
Waartoe krijgen de abonnees van de Mijn Magazines-app toegang?
Enerzijds kregen abonnees in juni 2025 toegang tot het digitaal platform
Strips.be, waarop ze 2.800 strips kunnen lezen. Anderzijds draait dit partner-
ship ook om een productextentie in de app, met als doel een extra beleving te
bieden zodat ze er meer tijd besteden. In de app zelf kunnen zo’n 200 strips
gelezen worden.
Worden de strips veel gelezen?
In nauwelijks een half jaar tijd hebben al meer dan 35.000 abonnees van onze
merken gebruik gemaakt van het aanbod. Al meer dan 285.000 strips zijn
gelezen.
Het valt ons trouwens op hoe de striphelden verschillen per land. Nederland
houdt het meest van Suske en Wiske, België kiest eerder voor Jommeke.
Waarom is dit een goed voorbeeld van een partnership?
Omdat dit partnership goed aansluit bij ons DNA. Het gaat om een leeser-
varing, complementair aan wat we vandaag al aanbieden. Bovendien is de
samenwerking met Standaard Uitgeverij altijd constructief en in vol vertrou-
wen verlopen.
Philippe De Brabanter
Project Manager
SAMENWERKEN MET
ANDEREN ZORGT
VOOR EEN WELKOME
VERSNELLING
HET PARTNERSHIP
MET ENGIE WAS EEN
SCHOT IN DE ROOS
20 - JAARVERSLAG 2025 JAARVERSLAG 2025 - 21
Landelijke Gilden digitaliseert en verjongt via Mijn Magazines
Buiten, het magazine van Landelijke Gilden, kent een uitgesproken printtraditie maar heeft het potentieel om een grotere rol te spelen in het
digitale landschap en tegelijk een jonger publiek aan te spreken. Daarom ging de ledenorganisatie in zee met Roularta Media Group. Zo is
het blad voortaan digitaal beschikbaar in de Mijn Magazines-app, samen met vier titels uit dezelfde interessesfeer: Fiets Actief, Landleven,
Libelle Lekker en Plus Magazine.
De app is een sterke tool voor retentie én acquisitie: bestaande leden krijgen een tastbaar voordeel in de vorm van een ruime en
inhoudelijk relevante mediacatalogus, en het digitale aanbod vergroot de aantrekkingskracht van het lidmaatschap – ook bij jongeren. Een
gepersonaliseerde toegang loodst de leden van Landelijke Gilden eerst naar de app en maakt hen via aantrekkelijke kortingen warm voor
betalende abonnementen. Zo haalt ook Roularta Media Group voordeel uit deze samenwerking, die een goed gedefi nieerde doelgroep in
contact brengt met het portfolio. Op die manier groeit het volume digitale klanten én het begrip van deze mensen.
Meer weten over de partnerships
die in 2025 uitgerold werden? In
onze vodcast doen Veerle Desmet
en Steven Van Genechten ze van
A tot Z uit de doeken.
B
E
K
I
J
K
D
E
V
O
D
C
A
S
T
tie van klanten van de energieleverancier,
illu streerde mooi de krachtige samen-
werking tussen Roularta Advertising en
het Partnerships departement. Net als de
verschillende pluspunten van zulke samen-
werkingen ...
“De klanten waarderen het loyalty-geschenk
en gaan er bovendien actief mee aan de
slag, namelijk door onze content te consu-
meren”, verduidelijkt Veerle. “Daar halen we
heel wat nuttige inzichten uit – onder meer
rond de sterke multimediale interesse van
heel wat lezers – en daar plukken zowel wij
als de partner de vruchten van.” Over een
win-winsituatie gesproken.
Wederzijds begrip en vertrouwen
Hét voordeel voor Roularta Media Group
schuilt in de organische flow die zo’n proef-
abonnement kan aanzwengelen. “Mensen
ontdekken onze content, gaan aan het lezen
en raken erdoor geïnspireerd”, schetst Veer-
le het beoogde traject. “Idealiter kunnen
ze onze merken niet meer missen wanneer
ze ervan geproefd hebben. Samen met de
collega’s van marketing doen we er alles aan
om die flow te faciliteren.”
Voor de belangrijkste stap in het proces
moeten we even terugspoelen naar de
gesprekken die voorafgaan aan de samen-
werking. “Een succesvol partnership begint
bij een wederzijds begrip van elkaars uit-
dagingen en doelstellingen”, weet Steven.
De vertrouwensrelatie die dan vorm krijgt,
geeft beide partijen aanleiding tot de meest
gunstige langetermijneffecten.
in slechts 15 minuten
RECEPTEN
voor extra veel
gezelligheid
45
AAN TAFEL!
bUrGeRs oM
iN tE bIjTeN
BROOD
BAKKEN
MAKKELIJKER
DAN JE DENKT!
OVENSCHOTELS
MET PUREE
SMEUÏG & SMAKELIJK
M A G A Z INE
Liefde
HOE PITTIG
BEN JIJ?
TEST
SLAAPTIPS
Voor een nachtrust
om van te dromen
DE BESTE PRIJS
VOOR JE REIS
Nu boeken
of wachten?
MAGNIFIEK
MILAAN
en cultuur
KLEINER WONEN
ej beh taW‘
écht nodig?’
kent geen
leeftijd
Over blijven,
loslaten
en opnieuw
beginnen
OT_02_26_COV_05E50_NATIONAAL_001.indd 1 1/6/2026 3:09:43 PM
NR. 8/9 | DECEMBER 2025 | JAARGANG 28 | FIETSACTIEF.NL | € 9 ,50
en oo
k
> De lagunes van Veneto
> Snel! R&M Charger5 Pinion HS
> Fietsstad York
‘Op de fiets is het leven
zo overzichtelijk’
DOOR DE PROVENCE & LANGS DE COSTA’S
LUX, LUMEN & LICHTBUNDELS: ALLES WAT JE MOET WETEN OVER FIETSVERLICHTING
LEUVEN ZIEN EN DAN EEN PINTJE DRINKEN
DAT ZIET ER STRAK UIT: GAZELLE CAYO C310
3 HANZESTEDEN IN 1 KNOOPPUNTENROUTE
MAROKKO: GROOTS EN VOL KLEUR
ACHTEROP BIJ SCHRIJVER FRANK HEINEN
TESTS ROUTES AFSTAPADRESSEN REISVERHALEN PRAKTISCHE TIPS E-BIKENIEUWS
EXTR A
DIK
NUMMER
+ STREEKGIDS
LEUVEN
DE
NR. 1
IN FIETS-
INSPIRATIE
Landelijke Gilden digitaliseert en verjongt via
Buiten, het magazine van Landelijke Gilden, kent een uitgesproken printtraditie maar heeft het potentieel om een grotere rol te spelen in het
digitale landschap en tegelijk een jonger publiek aan te spreken. Daarom ging de ledenorganisatie in zee met Roularta Media Group. Zo is
het blad voortaan digitaal beschikbaar in de Mijn Magazines-app, samen met vier titels uit dezelfde interessesfeer: Fiets Actief, Landleven,
Libelle Lekker en Plus Magazine.
De app is een sterke tool voor retentie én acquisitie: bestaande leden krijgen een tastbaar voordeel in de vorm van een ruime en
inhoudelijk relevante mediacatalogus, en het digitale aanbod vergroot de aantrekkingskracht van het lidmaatschap – ook bij jongeren. Een
gepersonaliseerde toegang loodst de leden van Landelijke Gilden eerst naar de app en maakt hen via aantrekkelijke kortingen warm voor
betalende abonnementen. Zo haalt ook Roularta Media Group voordeel uit deze samenwerking, die een goed gedefi nieerde doelgroep in
contact brengt met het portfolio. Op die manier groeit het volume digitale klanten én het begrip van deze mensen.
in slechts 15 minuten
RECEPTEN
voor extra veel
gezelligheid
45
AAN TAFEL!
AAN TAFEL!
AAN TAFEL!
AAN TAFEL!
AAN TAFEL!
AAN TAFEL!
AAN TAFEL!
AAN TAFEL!
AAN TAFEL!
AAN TAFEL!
AAN TAFEL!
AAN TAFEL!
bUrGeRs oM
iN tE bIjTeN
BROOD
BAKKEN
MAKKELIJKER
DAN JE DENKT!
OVENSCHOTELS
MET PUREE
SMEUÏG & SMAKELIJK
SMEUÏG & SMAKELIJK
JAARVERSLAG 2025 - 2322 - JAARVERSLAG 2025
WITH
IMPACT
2025: A YEAR OF
Veerkracht en verbinding. Dat is ons DNA. Onze medewerkers, dé kracht
van Roularta Media Group, zetten hun schouders onder een mooi collectief
toekomstverhaal en timmeren mee aan het succes van het bedrijf. In hun queeste
naar positieve impact – zowel op Roularta Media Group als op de maatschappij
– laten ze zich niet tegenhouden door grenzen of onverwachte omstandigheden.
Hun carrièrepaden lopen parallel met de groei en (digitale) transformatie van de
organisatie.
Colleagues
JAARVERSLAG 2025 - 2524 - JAARVERSLAG 2025
BELGISCHE EN
NEDERLANDSE
COLLEGA’S BOUWEN
SAMEN AAN ÉÉN
KOERS
Een gesprek met:
NELE BAEYENS, Chief Marketing Officer en
MARJOLEIN DENEKAMP, CEO Roularta Media Nederland
B
E
K
I
J
K
D
E
V
O
D
C
A
S
T
Onze teams werken steeds intensiever samen – nationaal
en over de grenzen heen – en dat komt zowel het bedrijf als
de lezer ten goede. Chief Marketing Officer Nele Baeyens en
Marjolein Denekamp, CEO van Roularta Media Nederland, gaan
in op de wortels en troeven van deze versterkte samenwerking.
26 - JAARVERSLAG 2025 JAARVERSLAG 2025 - 27
Een nieuwe digitale
opportuniteit voor Jeroen
Na drie jaar als online marketeer bij de
lifestylemerken en drie jaar als product
marketeer bij Knack is Jeroen Van Raemdonck
nu Digital Marketing Lead voor diezelfde
lifestylebladen. In zijn nieuwe rol draagt hij zijn
steentje bij aan de digitale transformatie die
cruciaal is in een mediawereld die razendsnel
evolueert.
Jeroens loopbaan binnen Roularta Media
Group is een mooi voorbeeld van een organisch
traject: een leerrijke start als online marketeer
in het lifestylesegment, dan een switch naar
Knack met het oog op een verbrede expertise
binnen brand marketing en vervolgens
een terugkeer naar digital, ditmaal in een
strategische rol.
Na een eerste jaar aan het roer van Roularta
Media Nederland kijkt Marjolein terug. Nu al
voelt ze dat ze in januari 2025 aan boord is
gekomen bij een sterke, toekomstgerichte
mediagroep. De vier succescomponenten van
transitie die in haar ogen onontbeerlijk zijn,
ziet ze alsmaar meer terug in de organisatie.
“Die componenten vat ik graag samen in vier
s’en: slimheid, slagkracht, schaal en signa-
tuur. Waar die laatste term in de context van
Roularta Media Group verwijst naar de lokale
relevantie die zowel de Nederlandse als de
Belgische tak garandeert, vloeien de eerste
drie net voort uit eenheid en samenwerking.”
Dat zijn de fundamenten om de toekomst-
doelen waar te maken.
Nele voegt eraan toe dat Roularta Media
Group over drie goudklompjes beschikt. “Ten
eerste is er de betrouwbare content, met
dank aan de passie van onze jour nalisten. Ten
tweede zijn er onze sterke merken. Ten derde
is er de hechte relatie met de consument.” De
medewerkers zijn de verbindende factor en
zorgen voor een positieve spiraal. “En daarbij
merk je inderdaad dat de goesting en drive
binnen het bedrijf grensoverschrijdend zijn.
Fijn, want België en Nederland kunnen veel
van elkaar leren.”
Dat gebeurt ook meer en meer, aldus
Marjolein. “Verbinding ontstaat door samen
aan tafel te zitten en zulke momenten – die
ideaal zijn om elkaar te leren kennen en bo-
vendien te inspireren – proberen we actief
te faciliteren. De eerste goede stappen heb-
ben we in 2025 gezet en daar moeten we de
komende jaren in blijven investeren.”
Gemeenschappelijke strategie
Parallel aan de start van Marjolein bij
Roularta Media Nederland liep de uitrol van
de driepijlerstrategie die eerder al in België
werd gelanceerd. Die moet het bedrijf klaar-
stomen voor morgen. Dankzij een multime-
diale manier van werken, focus op de kern
en duurzame partnerships is de Northstar
– sterke groei van digitale abonnees – een
realistische ambitie. “Daar werken we nu ge-
zamenlijk naartoe, met een BeNe-mindset.
In elk overkoepelend project schuiven
medewerkers van beide markten aan”, aldus
Marjolein.
Nele maakt al wat langer deel uit van de
Roularta-familie en heeft zo een goede kijk
op de evolutie van de samenwerking. “Die is
recent veel intensiever geworden”, zegt ze.
“De gemeenschappelijke bedrijfsstrategie
en objectieven zorgen ervoor dat we meer
met elkaar praten en kennis uitwisselen. De
neuzen staan in dezelfde richting.”
Multidisciplinaire teams
Die eendracht is van levensbelang in een
medialandschap dat razendsnel ver andert
en heel wat transformatiebewegingen
vraagt. “We hebben teams nodig met
veerkracht”, stelt Nele, die in AI een extra
versnelling ziet maar tegelijk een instrument
om de stip aan de horizon, de Northstar,
te realiseren. “Daarom zijn we volop bezig
met het opleiden van onze mensen en staan
onderzoek en experimenten hoog op de
agenda.”
Roularta Media Group wil een lerende organisatie worden. Wat moeten
we daaronder begrijpen?
We willen dat learning & development een integraal onderdeel van de be-
drijfscultuur wordt en dat medewerkers hierrond zelf eigenaarschap nemen.
Door deze integratie kunnen we als organisatie continu leren, innoveren en
ons aanpassen aan de veranderende sector die media tegenwoordig is.
Hoe moeten we dat ‘leren’ begrijpen?
Leren is meer dan passief kennis tot jou laten komen. Wetenschappelijk on-
derzoek heeft aangetoond dat we maar liefst 70% van onze kennis oppikken
door te doen, door fouten te maken en door bij te sturen waar nodig.
Welke stappen werden er in 2025 gezet?
In 2025 legden we de focus op België. Zo is er de Breakfast Club, een mo-
ment waarop medewerkers elkaar kunnen inspireren. Daarnaast hebben we
ons trainingsaanbod uitgebreid en brengen we met Young Roularta jongeren
samen om van hun peers te leren. In 2026 willen we meer investeren in Ne-
derland en samenwerking over de grenzen heen.
Past het Impact Team ook in deze lerende organisatie?
Het Impact Team is een team binnen Roularta Media Group dat onze digitale
transformatie moet versnellen. Om dat mogelijk te maken hebben we een ont-
wikkelingstraject opgezet voor de mensen die het verschil kunnen maken.
Elke twee maanden komen deelnemers een dag samen om na te denken over
strategische thema’s. We organiseren op deze dagen ook inspiratiesessies en
leermomenten met interne en externe sprekers.
Welke droom heb je rond learning & development?
Ik zou dolgraag misbaar worden. Dat zou betekenen dat mensen leren leren
en zo zelf beginnen leren. Met een dergelijke aanpak motiveer je jouw mede-
werkers, wat leidt tot geluk op de werkvloer. Waarschijnlijk zal dat nooit 100%
lukken, maar dat is niet erg. Ik zal vooral blij zijn als medewerkers zeggen ‘ik
leer nog elke dag iets bij op het werk’.
Veerle Hofman
Training & Coaching Development Manager
ROULARTA MEDIA
GROUP BESCHIKT
OVER DRIE GOUD-
KLOMPJES: CONTENT,
STERKE MERKEN EN
EEN HECHTE RELATIE
MET DE CONSUMENT
JAARVERSLAG 2025 - 2928 - JAARVERSLAG 2025
Samenwerken over de landsgren-
zen heen maakt Nele Baeyens en
Marjolein Denekamp erg trots, zo
vertellen ze in onze vodcast.
B
E
K
I
J
K
D
E
V
O
D
C
A
S
T
Sebastien transformeert mee met Roularta Media Group
Na enkele jaren als journalist bij Trends online kreeg Sebastien Marien de kans om aan de slag
te gaan bij Trends DataNews, het resultaat van de integratie van DataNews in Trends. Zijn focus
verschuift zo van technologie-actualiteit naar nog meer diepgaande items rond AI en de digitale
transformatie. Daarmee is de cirkel rond, want in 2018 was hij als stagiair actief bij het toenmalige
DataNews.
Sebastien weet zo uit eigen ervaring dat de digitaliseringsbeweging binnen Roularta Media Group
nieuwe kansen teweegbrengt. Terwijl Trends DataNews met zijn digital first-strategie nood had aan
andere profielen, is het voor Sebastien een ideale gelegenheid om zich te ontwikkelen en mee zijn
schouders te zetten onder de integratie van DataNews in Trends.
Marjolein bevestigt dat het cruciaal is om AI
doordacht te omarmen. “Deze techno logische
ontwikkeling raakt tenslotte alle assen van
onze organisatie: de redacties, advertising,
finance, de marketing operaties, … Hierdoor
zetten we sterk in op het doorbreken van silo’s
en werken we in multidisciplinaire teams, die
afdelingen én grenzen overstijgen.” Dat blijkt
ook bij Roularta Printing, waar efficiëntie het
hoogste goed is. “Papier wordt schaarser, de
keten duurder”, legt Marjolein uit.
“Belgisch-Nederlandse synergie en slagkracht
is noodzakelijk om die uitdagingen slim aan
te pakken. Zodoende zijn we intern ook in het
aantal ‘potjes’ verminderd, om efficiënter met
ons drukproces en voorraden om te gaan.”
Rijk portfolio aan mogelijkheden
De grootste multidisciplinaire projecten van
2025 tonen aan dat de lezer mee de vruch-
ten plukt van die internationale samenwer-
king. Zo was er de lancering van het platform
Beleggen Live – een collectief verhaal van
het Belgische Trends(-Tendences) en het
Nederlandse Beleggers Belangen.
“Een succesvol initiatief, met dank aan het
BeNe-opzet”, beklemtoont Nele. “Redacties
en marketeers uit beide landen timmerden
samen aan het best mogelijke resultaat.”
Het uitgebreide portfolio binnen de Mijn
Magazines-app vormt het beste bewijs
van de toegevoegde waarde die de klant
ervaart. “Een abonnement op één titel
dat toegang geeft tot een bundel met
allerlei toon aangevende bladen van de
zuider- of noorder buren, als aanvulling op
de vertrouwde merken van eigen bodem,
uiteraard is dat een bijzonder aantrekkelijk
aanbod.” Beide nationale portfolio’s ver-
sterken elkaar. “Zo bieden we leesvoer en
inspiratie voor het hele gezin.”
30 - JAARVERSLAG 2025 JAARVERSLAG 2025 - 31
WITH
IMPACT
Innovations
2025: A YEAR OF
Een wereld in beweging, met veranderende behoeften van lezers, adverteerders en
partners, vraagt een mediagroep die mee is met haar tijd. Daar werken we hard aan.
Strategisch onderbouwde innovatietrajecten stimuleren verduurzaming en creëren
redacties, merken en diensten die klaar zijn voor morgen. Met onze impactvolle
investeringen in technologische en digitale vernieuwing dragen we bij aan een
toekomstbestendige mediasector.
JAARVERSLAG 2025 - 3332 - JAARVERSLAG 2025
Een gesprek met:
EGLANTINE NYSSEN, Editorial AI Innovation Expert en
KAROLIEN VAN DINTER, Publishing Manager
B
E
K
I
J
K
D
E
V
O
D
C
A
S
T
HOE REDACTIES
ÉN HUN LEZERS
VOORDEEL HALEN
UIT AIINNOVATIE
Tal van AI-trajecten kleurden het jaar. Intern lag de focus eerst op
training en bewustwording, om dan te kijken hoe de tech nologie
voor tijds- en bovenal kwaliteitswinst kan zorgen binnen de eind-
redactie. Tegelijk werden ook de eerste AI-tools voor lezers ge-
lanceerd. Dat vertellen Editorial AI Innovation Expert Eglantine
Nyssen en Publishing Manager Karolien Van Dinter.
JAARVERSLAG 2025 - 3534 - JAARVERSLAG 2025
Zelfrijdende heftrucks in
de drukkerij
Ook Roularta Printing blijft innoveren. Sinds 2025 zijn
in de drukkerij vier Automated Guided Vehicles (AGV)
actief. Dat zijn autonoom rijdende heftrucks, die paletten
met afgewerkt drukwerk verplaatsen van een tiental
machineposities naar een centrale dispatchzone.
Deze slimme automatisering sluit mooi aan bij de
langetermijnstrategie van Roularta Media Group en moet
in een competitieve markt zorgen voor een toegenomen
effi ciëntie. Ze biedt een structureel antwoord op de
gekende problematiek van de arbeidsmarktkrapte,
met name voor logistieke functies binnen een
ploegensysteem.
De komende jaren zal het project uitbreiden met extra
AGV’s en nieuwe productstromen en trajecten.
De kansen van AI benutten zonder in de
valkuilen te lopen: dat is de ambitie bij Rou-
larta Media Group. We willen deze moderne
technologie slim aangrijpen om de USP van
onze merken – een hoogkwalitatief conten-
taanbod dat de lezer informeert, inspireert en
bij de hand neemt – te versterken. De eerste
innovatietrajecten bleken al een grote stap in
de juiste richting.
Transparantie
Hét sleutelwoord is zonder twijfel transpa-
rantie. Lezers moeten precies weten waar
en op welke manier de redacties AI inzetten.
“Daarom vinden ze op de website van elke
titel een AI-charter terug”, stipt Karolien aan.
“Zo wordt duidelijk wat we wel, maar vooral
ook níét doen met AI.” Uitgesloten zijn bij-
voorbeeld kunstmatige gezichten en teksten
gecreëerd zonder enige menselijke inbreng
en meerwaarde.
Aan elke AI-tool die de interne keuken
vervoegt, gaat een grondige denkoefening
vooraf. De voordelen voor zowel de eigen
medewerkers als de eindconsument gaan
daarbij in de weegschaal, samen met de
potentiële risico’s. “Bovendien is de ene titel
de andere niet: waar een gegenereerd cover-
beeld zeer nuttig kan zijn voor Knack, laat het
authentieke karakter van een merk als Libelle
zo’n toepassing van AI niet toe. Daar houden
we rekening mee”, is Karolien stellig.
Opleidingstraject
Essentieel is dat zulke oefeningen zich niet
boven de hoofden van de redacties afspe-
len. De redactievloer wordt actief betrokken
én opgeleid. “Het volstaat niet om gewoon
een handige toolbox aan te reiken”, weet
Eglantine. “Een nieuwe technologie als AI
vraagt zowel bewustwording – hoe kan AI
ons helpen in ons dagelijks werk? – als nieu-
we vaardigheden: productief brainstormen
met AI, videotools gebruiken, goede prompts
ingeven, … Daar lag mijn focus in de eerste
helft van het jaar.”
Karolien zag een groot enthousiasme opbor-
relen bij de collega’s en wil Eglantine daar
graag voor bedanken. “Haar journalistieke
achtergrond, kennis en nieuwsgierigheid wer-
ken duidelijk aanstekelijk. De redacties gaan
volledig mee in dit verhaal.”
Tijdswinst in eindredactieproces
In de loop van het jaar kwam zo ook de vraag
om eens na te denken over een optimalisatie
van het eindredactiewerk – het tweede grote
interne AI-project van 2025.
Niet onlogisch gezien de groeiende druk op de
eindredacteurs, stelt Eglantine. “De digitale
versnelling brengt heel wat extra naleeswerk
met zich mee. Er zijn meer webartikels, meer
video’s en meer podcasts. Een effi ciëntieslag
drong zich op, want meer tijd is er niét.”
Dat AI voortaan een rol speelt in het eind-
redactieluik, doet echter niets af aan de
kwaliteit van de content. Eglantine: “Het gaat
enkel om kleine taalkundige correcties en
wat bijgeschaafde punten en komma’s. Door
zulke tijdrovende taken los te laten, hebben
onze eindredacteurs net meer ruimte om
menselijke meerwaarde te bieden.”
De kwaliteit die synoniem is met de
Roularta-titels blijft zo gegarandeerd. En
wordt ook beschermd tégen AI. “We hebben
de nodige maatregelen getroffen om een
dam op te werpen tussen onze kwalitatie-
Roularta Media Group heeft een extra zonnepanelenpark aangelegd. Hoe
past dit binnen de duurzaamheidsstrategie?
Dit initiatief kadert in onze belofte om in te zetten op vier SDG’s, in dit geval op
SDG 13: klimaatactie. De aanleg van het zonnepanelenpark is een concretise-
ring van ons engagement om tegen 2050 CO
2
-neutraal te zijn en in te zetten
op een groene leefomgeving. Maar ook andere maatregelen, zoals nieuwe
ovens die minder gas nodig hebben, passen daarin.
Wat houdt deze stap precies in?
We plaatsten in totaal 2.933 zonnepanelen op de vestiging in Roeselare. De
jaarlijkse stroomproductie daarvan zal 1.980 megawattuur bedragen of het
gemiddelde verbruik van ongeveer 565 huishoudens. Zo dekken we ongeveer
een vijfde van het totale stroomverbruik op onze productielocatie.
Waarom deze stap?
Voor grote verbruikers (Roularta Media Group gebruikt vooral met de drukkerij
veel energie, nvdr.) heeft de Vlaamse overheid een PV-verplichting opgelegd.
Het aantal zonnepanelen moet daarbij tussen 2026 en 2035 stelselmatig
verhogen. Als groep kozen we ervoor om meteen een stapje verder te gaan.
Vandaag voldoen we al aan de verplichte hoeveelheid die voor 2035 werd
vooropgesteld. Nog beter: er liggen al dubbel zoveel zonnepanelen. Zo zetten
we belangrijke stappen in het kader van onze duurzaamheidsstrategie.
Vanwaar de keuze om een heus park te bouwen?
Onze daken waren eigenlijk al volledig gevuld met zonnepanelen. Het bijzon-
der aan het project is dus dat de zonnepanelen op de grond werden geplaatst
en niet op het dak, zoals gebruikelijk is.
Hoe innovatief is dit project?
Bij innovatie denken we vaak aan initiatieven die inkomsten kunnen genere-
ren, maar ook kostenbesparingen zijn innovatief. Zo gingen we creatief aan
de slag met de verplichting en het feit dat we geen extra zonnepanelen op de
daken konden leggen. Dat uit zich ook in het feit dat we nu een energieland-
schap hebben en de biodiversiteit bevorderen.
Mario Paret
Project Manager
ONZE AI-CHARTERS
MAKEN DUIDELIJK
WAT WE WEL, MAAR
VOORAL OOK NIÉT
DOEN MET AI
JAARVERSLAG 2025 - 3736 - JAARVERSLAG 2025
Meer weten over deze innovatieve
projecten? In onze vodcast gaan
Eglantine Nyssen en Karolien Van
Dinter er in detail op in.
B
E
K
I
J
K
D
E
V
O
D
C
A
S
T
Knack Weekend & Le Vif Weekend:
relaunch van een iconisch merk
Een medialandschap in beweging bleek de ideale context om het sterke merk dat Knack Weekend/Le Vif
Weekend altijd al was nóg sterker te maken. Dat lukte dankzij een knap, veelzijdig en vooral consistent staaltje
rebranding.
De iconische titel kreeg een fris jasje over alle kanalen heen: visueel, met nieuwe logo’s, een nieuwe lay-out
en nieuw papier, maar ook inhoudelijk. De introductie van een aantal extra pijlers, zoals kunst en wellbeing,
maakt dat dit journalistiek ijzersterk merk expertise in álle lifestyledomeinen kan voorleggen. Dankzij de
verscherpte focus – luxe-lifestyle, intelligent gebracht, op maat van de lezer die houdt van de mooie dingen
des levens én voor de adverteerder die zich graag associeert met kwaliteit – zijn Knack Weekend en Le Vif
Weekend helemaal klaar voor de toekomst.
Liefst 80 adverteerders tekenden in op de eerste nieuwe editie. De advertentiemarkt heeft veel vertrouwen in
de nieuwe wind, zoveel is duidelijk. En met Trends Weekend krijgt dit verhaal ook een passend verlengstuk als
lifestylebijlage bij het businessmagazine, tienmaal per jaar.
ve producties en de ChatGPT’s van deze
wereld”, vertelt Karolien. “Onze content
mag niet in de output van zulke platformen
verschijnen.”
AI-tools voor lezers
De opmars van de AI-zoekmachines, het
dalend bereik via sociale media en traditione-
le zoekmachines … Roularta Media Group is
actief in een concurrerend medialandschap.
Daarom is het belangrijk om het direct verkeer
naar de websites te vergroten. Dat vergt sterke
content en een service die het verschil maakt
voor het lezerspubliek.
Ook op dat vlak kan AI van nut zijn, bewijzen
de projecten die in 2025 helemaal tot ont-
plooiing kwamen. Karolien: “Terwijl de fans
van Libelle Lekker nu met al hun culinaire vra-
gen terechtkunnen bij AI-assistent Maia, zet
een andere tool de lezers van Knack Weekend
en Le Vif Weekend op weg naar een geschikt
restaurant – via een database van álle eet-
gelegenheden die de voorgaande jaren door
de redactie werden getest en goedgekeurd.
Projecten die meteen goed scoren.”
“Bij het ontwikkelen van dit soort toepassingen
gaan we niet over één nacht ijs”, benadrukt ze.
“We moeten tenslotte tot een betrouwbare as-
sistent met de juiste toon en visuele uitstraling
komen, afgestemd op de titel en doelgroep.”
Belangrijk daarbij is dat de modellen enkel los-
gelaten worden op het eigen contentarchief.
“Door uitsluitend redactionele content op te
nemen in de trainingsdata, weten we dat de
kwaliteit zeer hoog ligt.”
JAARVERSLAG 2025 - 3938 - JAARVERSLAG 2025
FOCUS OP KERNWAARDEN EN ACTIVITEITEN
Een groep die volop innoveert, maar daar-
bij blijft focussen op zijn kernkrachten.
Het is een evolutie waar de voorzitter van
de Raad van Bestuur meer dan tevreden
mee is. Een gesprek met Rik De Nolf.
“Door de geopolitieke en economische
situatie vallen de advertentie-inkomsten
tegen, maar de lezersinkomsten compense-
ren dat.” 2025 was een jaar waarin Roularta
Media Group koos voor versterking en inno-
vatie. Denk bijvoorbeeld aan het vergemak-
kelijken van de abonnementenwerving.
Decennia geleden koos Rik De Nolf voor een
focus op abonnementenwerving.
Hoe kijkt hij naar de evoluties? “De digi-
talisering opende veel nieuwe deuren. Het
laat ons enerzijds toe om nieuwe lezers te
vinden en om meer en preciezer te com-
municeren. Anderzijds verruimt het ons
aanbod. Iemand met een printabonnement
bieden we een pak extra. Met toegang tot
een digitale kiosk met alle magazines en tot
alle artikelen gerealiseerd door de verschil-
lende redacties, non-stop en 7 dagen op 7.
Door onze partnerships laten we mensen
van ons aanbod proeven, bijvoorbeeld via de
Mijn Magazines-app. Zo ontdekken zij al de
voordelen van een abonnement.”
Reclamemarkt biedt
opportuniteiten
Er is ook een keerzijde: de markt van de
advertentie-inkomsten staat onder druk.
“Toch zit er in elke categorie veel poten-
tieel”, reageert De Nolf. “Een nationale cam-
pagne valt veel meer op en is performanter
door de rustige reclamebezetting.”
Voor regionale adverteerders biedt Roularta
Local Media verschillende nieuwe mogelijk-
heden. Met digitale campagnes gegeoloca-
liseerd via de websites van Roularta Media
Group: de advertenties verschijnen in de
regio’s die interessant zijn voor de adver-
teerder. Met service op het vlak van digitale
campagnes via Google-search en sociale
media.
Rik De Nolf breekt ook een lans voor De
Zondag, een uniek fenomeen dat in 2025
een nieuwe look kreeg. Het is de krant met
de grootste oplage van het land, exclusief
verspreid op zondagmorgen in alle steden
en gemeenten via bakkerijen en warenhui-
zen. Het is een multimediaal koepelmerk,
met o.a. een mogelijkheid om te adverteren
via digitale schermen in de drukbezochte
winkelpunten in alle steden van Vlaanderen:
DZ out-of-home.
Synergieën tussen België en
Nederland
Deze evolutie toont dat de multimediale
aanpak van Roularta Media Group voor groei
zorgt, in het bijzonder in Nederland waar heel
wat nieuwe initiatieven op vlak van digitale
marketing nu pas starten. Het pad dat in Bel-
gië wordt gevolgd op vlak van abonnemen-
tenwerving wordt een interessant leertraject
voor Nederland.
RIK DE NOLF,
Voorzitter Raad van Bestuur
Roularta Media Group
VAN DE
VOOR-
ZITTER
Visie
“Nederland biedt daarenboven veel mogelijk heden tot
synergieën”, klinkt het. “Tussen de merken onder-
ling, maar ook tussen vergelijkbare titels. Het beste
voorbeeld is Plus Magazine, dat in Nederland en
België bestaat en waar de redacties al langer content
uitwisselen, maar altijd waken over de relevantie op
de lokale markt.”
Roularta Printing over het kanaal
We mogen natuurlijk Roularta Printing niet vergeten,
waar investeringen in de modernste drukpersen
succes opleveren. Zo is de Britse markt nu ook een
belangrijke afzetmarkt. Roularta Printing drukte
al langer magazines zoals o.a. The Economist en
Bloomberg Business Week voor verspreiding op het
Europese vasteland. Maar de magazines van The
Financial Times worden nu ook gerealiseerd met
grote oplagen voor Groot-Brittannië zelf.
“Dit succes is te danken aan de voortdurende inves-
tering in de drukpersen en in de vergroening van de
drukkerij. Door onze kwaliteit komen grote spelers
sneller aankloppen. Vergeet ook onze kennis van
de douanespelregels niet, die essentieel is om alle
bladen over heel Europa te verspreiden.”
Basis blijft dezelfde
Rik De Nolf is tevreden en kijkt de toekomst positief
tegemoet. “We focussen nog steeds op onze core”,
besluit hij. “Onze basis is niet veranderd: sterke
content maken en die verpakken in een kwalitatief
aanbod. Op beide vlakken hebben we nieuwe moge-
lijkheden en technieken. Zo blijven we ons aanbod
steeds verbeteren. Als daar nog een heropleving van
de economie en de advertentie-inkomsten bij komt,
zien de komende jaren er mooi uit.”
JAARVERSLAG 2025 - 4140 - JAARVERSLAG 2025
CREATE
WE
MEDIA
IMPACT
WITH
MISSIE,
VISIE
EN
WAARDEN
Roularta Media Group wil de meest relevante mediapartner
voor de lange termijn blijven. De mediamerken van Roularta
Media Group zijn bakens van vertrouwen en kwaliteit.
We zijn aanwezig in elk gezin, altijd en overal.
Als multimediabedrijf creëert en verspreidt
Roularta Media Group kwaliteitsvolle, onafhankelijke en
relevante content voor het brede publiek en voor specifieke
doelgroepen. Daaraan koppelt zij geavanceerde marketing-
en reclameplatformen voor haar partners. Roularta Media
Group wil een duurzame meerwaarde scheppen voor al haar
stakeholders en voor de hele samenleving.
1
2
5
3
4
Passie voor de
mediaconsument
Streef naar
duurzame waarde,
vernieuwing en groei
Ga voor merk
en kwaliteit
One team, One family, One Planet
Beschouw elke
uitdaging als een
opportuniteit
MEDIA WITH IMPACT
JAARVERSLAG 2025 - 4544 - JAARVERSLAG 2025
46 - JAARVERSLAG 2025 JAARVERSLAG 2025 - 47
HOE ROULARTA
MEDIA GROUP
WAARDE CREËERT
Productiekapitaal
6 geavanceerde full-colour
offsetdrukpersen uitgerust met
state-of-the-art verzamel-
en verpakkingsmachines
Verschillende lidmaatschappen in diverse professionele organisaties, zoals o.m. Raad voor de Journalistiek,
Febelgra, Conseil de Déontologie Journalistique, de Jury voor Ethische Praktijken inzake reclame (JEP),
Vlaamse Nieuwsmedia en Magazines en EMMA (Europese Magazine-uitgeversvereniging)
Lid van ENT.A (Entertainment Associatie), de nieuwe Vlaamse speerpuntcluster. De cluster stelt innovatie en
samenwerking in de entertainmentsector voorop en zal internationalisering en talentontwikkeling versnellen.
waardecreatie
Input
Intellectueel kapitaal
Sterk ingeburgerde kwaliteitsvolle mediamerken
Menselijk kapitaal
1.197 personeelsleden
612 mannen
585 vrouwen
247 journalisten
Een netwerk van meer dan
1.600 freelancemedewerkers
Financieel kapitaal
85 M€ kapitaal
13.931.920 aandelen
genoteerd op Euronext Brussel
185 M€ eigen vermogen
39 M€ nettocashpositie
Natuurlijk kapitaal
39.173 ton papier
742 ton inkt
16.705 m³ water
66.000 m² groenzone naast
het bedrijf, in 2021 beplant
met ca. 15.000 bomen
Installatie van
2.933 zonnepanelen
in het najaar van 2025 (operationeel
vanaf het eerste kwartaal van 2026)
MEDIA WITH IMPACT
48 - JAARVERSLAG 2025 JAARVERSLAG 2025 - 49
Output
* Scope 1: directe emissies = uitstoot door bronnen die eigendom zijn van of beheerd door Roularta Media Group. Voornamelijk als gevolg
van de verbranding van fossiele brandstoffen voor verwarming of bedrijfsvoertuigen. Scope 2: indirecte emissies = emissies door de
productie van elektriciteit, warmte of stoom geïmporteerd voor de activiteiten van Roularta Media Group.
Intellectueel kapitaal
70 kwalitatieve magazine- en krantentitels
Meer dan 90 evenementen/beurzen (Trends Manager
van het Jaar, Trends Summer/Winter University, Trends
Impact Awar
ds, Happinez Festival, Truckstar Festival...)
Natuurlijk kapitaal
15% daling CO
2
-uitstoot (scope 1 & scope 2*)
t.o.v. 2024
Productiekapitaal
358.442.028 aantal
omwentelingen rotatiepersen
247.150.035 gedrukte
exemplaren magazines
27.080.597 gedrukte
exemplaren kranten
Menselijk kapitaal
944.125 abonnees
8.100.738 lezers van
Belgische en Nederlandse
magazines en kranten
1.472.000 wekelijkse kijkers
van de tv-zender voor
ondernemend België Trends Z
(NL/FR)
Financieel kapitaal
301,5 M€ omzet
MEDIA WITH IMPACT
RESULTATEN 2025
BALANS - 31/12/25
in miljoen euro
Vaste activa 202,2
Vlottende activa 117,2
BALANSTOTAAL 319,3
Eigen vermogen - 185,4
aandeel van de Groep
Verplichtingen 134,1
Liquiditeit
(3)
1,0
Solvabiliteit
(4)
58,0%
NETTO FINANCIËLE CASHPOSITIE
(5)
38,8
Gearing
(6)
-21,0%
(1) EBITDA = EBIT + afschrijvingen op (im)materiële vaste activa en bijzondere waardeverminderingen.
(2) EBIT = bedrijfsresultaat (inclusief aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen en joint ventures).
(3) Liquiditeit = vlottende activa / kortlopende verplichtingen.
(4) Solvabiliteit = eigen vermogen (aandeel van de Groep + minderheidsbelangen) / balanstotaal.
(5) Netto financiële cash/(schuld) = vlottende geldmiddelen - financiële schulden.
(6) Gearing = - netto financiële cash/(schuld) / eigen vermogen (aandeel van de Groep + minderheidsbelangen).
(7) EBITDA-marge = EBITDA / omzet
Meer informatie over de geconsolideerde cijfers van Roularta Media Group vindt u op: www.roularta.com/op-de-beurs/financiele-informatie
301,5
M€
OMZET
EBITDA
KERNCIJFER
per aandeel
26,4
M€
€ 2,13
De omzet daalt met 5,9%
EBITDA per aandeel
EBITDA daalt met 2,5%
93,7
M€
19,9
M€
3,9
M€
OMZET EBITDA
Investeringen
MEDIAFIN IN CIJFERS
7,7
M€
InvesteringenEvolutie EBITDA-marge
( 7 )
Evolutie abonnementen
8,8% 8,4%
+ 9,8
%
of + 4,7 M€
OMZETVERDELING
per type omzet
OMZETVERDELING
per business unit
Conform de IFRS-voorschriften, wordt er 50% van het nettoresultaat van Mediafin opgenomen (50% is 5,2 M€) minus
o.a. de jaarlijkse afschrijving voor merken De Tijd en L’Echo (50% van de totale aanpassingen is 1,3 M€).
Aldus bedraagt de bijdrage van Mediafin in de EBITDA van Roularta Media Group 3,9M€ voor 2025.
15,0%
Local Media merken
9,4%
Printing Services
75,6%
Magazine merken
11,2%
Overige
10,8%
Drukwerk voor derden
48,6%
Abonnementen en losse verkoop
29,4%
Publiciteit
Roularta in cijfers
WINST-EN-VERLIESREKENING
in miljoen euro
Omzet 301,5
EBITDA
(1)
26,4
EBIT
(2)
1,7
NETTORESULTAAT 4,9
NETTORESULTAAT TOEREKENBAAR
AAN AANDEELHOUDERS
4,9
2025 2024
➜
MEDIA WITH IMPACT
50 - JAARVERSLAG 2025 JAARVERSLAG 2025 - 51
NEWS / BUSINESS
2025
was een topjaar voor
cybercriminelen
AI
verovert de werkvloer
ondanks valkuilen
De impact
van AI
op datacenters
DIGITAL
20
25
BIJLAGE BIJ TRENDS NR. 50
11 DECEMBER 2025
BIJLAGE BIJ DATA NEWS NR. 6
10 DECEMBER 2025
Merken
52 - JAARVERSLAG 2025 JAARVERSLAG 2025 - 53 JAARVERSLAG 2025 - 53
MEDIA WITH IMPACT
LIFESTYLE / WOMEN
Merken
NR. 8/9 | DECEMBE R 2025 | JAARGAN G 28 | FIETSACT IEF.NL | € 9,50
en oo
k
> De lagunes van Veneto
> Snel! R&M Charger5 Pinion HS
> Fietsstad York
‘Op de fiets is het leven
zo overzichtelijk’
DOOR DE PROVENCE & LANGS DE COS TA’S
LUX, LUMEN & LICHTBUNDELS: ALLES WAT JE MOET WETEN OVER FIETSVERLICHTING
LEUVEN ZIEN EN DAN EEN PINTJE DRINKEN
DAT ZIET ER STRAK UIT: GAZELLE CAYO C310
3 HANZESTEDEN IN 1 KNOOPPUNTENROUT E
MAROKKO: GROOTS EN VOL KLEUR
ACHTEROP BIJ SCHRIJVER FRA NK HEINEN
TESTS ROUTES AFSTAPADRESSEN REISVERHALEN PRAKTISCHE TIPS E-BIKENIEUWS
EXTRA
DIK
NUMMER
+
STREEKGIDS
LEUVEN
DE
NR. 1
IN FIETS-
INSPIRATIE
www.levifweekend.be
2e cahier du
Vif et Focus Vif
ISSN 0774-3491
NR 49
4 décembre
2025
NOTRE PERSONNALITÉ
DE L’ANNÉE
Bas Smets,
architecte paysagiste
« JE NE VOIS PAS DE
LIMITES, SEULEMENT
DES POSSIBILITÉS »
DE BLIKVANGERS
VAN ‘25
SLIMSTE MENS
ANNA-LIVIA SMEKENS
SPECIAL FORCE
JEAN JANSSENS
MASTERCHEF
INGE WAELES
DJ EN ZANGERES
BIBI SECK
COUTURIER
IRIS VAN HERPEN
VAN KALKOEN
TOT KROKETTEN
STRESSLOOS
TAFELEN: CHECK!
ZON MET OUD
EN NIEUW
VIEREN IN
BANGKOK EN CO.
DECEMBER 2025
❘
NR 12
❘
482
NR 12
482
DE ULTIEME
CADEAUGIDS
CLUB KERST
FEEST MET COVERGIRL
JENNA EN FAMILIE
Van Aalsburg
Van Aalsburg
Grienden
INSPIRATIE
VOOR BUITENWONEN
& BUITENLEVEN
CARNAVAL
OP BOERENERF
VRIJWILLIGERS
IN DE SPRENGEN
Maak een
HANDIGE
ZAAGBOK
GENERATIES LANG
op he
t
zelfde erf
54 - JAARVERSLAG 2025 JAARVERSLAG 2025 - 55
MEDIA WITH IMPACT
MINDSTYLE
Merken
NIEUW BEGIN
Het jaar
van het
Vuurpaard
& jij
8 betoverende rituelen
Witchcraft
Wie was Greet Hofmans echt?
Mélissa Da Costa: 'Geluk is jezelf de kans geven om dingen anders te doen'
Zo leer je los te zijn van alles
De ware aard van Medusa
Wat je spiegelbee ld onthult
Pater Anselm Grün: oude wijsheid voor de nieuwe tijd
Verbindend: mode met een verhaal
Vrijheid
Nothing can dim the light that shines from within
JOUW GIDS IN SPIRITUALITEIT EN GELUK
Go with
the flow
Leven met de ele menten
Bewegen
Over de duur van
houdingen
Filosofie
De Veda's: hoe
alles met elkaar
verbonden is
Skandasana
(diepe sid e lun ge)
met e en ha rten bloem
mudra
Gratis
Yin yogales
'Rust in zijn'
& meditatie
Alles over het elem ent water
by
Ayurveda
De helende
kracht van water
Healing
Yoga & emoties:
doorvoelen
en loslaten
LOKALE MEDIA
Merken
⊲
nieuws
⊲
inspiratie
⊲
agenda
⊲
sport
⊲
puzzels
11 Januari 2026 Antwerpen Zuid en Centrum
Elke week
lezers
Elke week
lezers
1,1 miljoen
(foto Belga)
SpOrt
Wordt Thibau weer
Belgisch kampioen
veldrijden?
Gisteren Marion,
vandaag…
dOSSier mOBiLiteit
Ontdek alles over het
autsalon, de nieuwe
merken en modellen
Feest voor
Koning Auto
(foto Christophe De Muynck)
pAGinA 6-7
Voorzitter De Gucht:
“Het wordt een
belangrijk keerpunt”
Nieuwe naam
voor Open VLD
(foto Getty)
Wie zijn huisdier mishandelt, zal er even geen meer mogen houden. Dankzij een nieuw
decreet zullen burgemeesters straks een tijdelijk verbod kunnen opleggen.
De meerderheidspartijen in de Vlaamse regering hebben daarover een akkoord bereikt.
pAGinA 3
Burgemeester kan straks tijdelijk huisdierverbod opleggen
Beestjes beter beschermd
De Zondag wordt gratis aangeboden zonder enige aankoopverplichting • Bel 03 241 16 11 of mail [email protected] • Weekblad - P911188
Polestar Antwerpen
—
Salonvoorwaarden
*
Meer info: polestar.com. WLTP: 17,8-21,7 kWh/100 km en CO
2
: 0 g/km.
NGA AREA
Vosveld 7, 2110 WijnegemZondag 11, 18 & 25 januari geopend.
DB163996A6
Met nog
méér nieuws
uit jouw
gemeente
BRUGGE
•
TORHOUT
15 Januari 2026
•
€ 5,10
Weekblad
●
120
ste
jaargang
●
P509581
●
Week 3
●
Website www.kw.be
●
Klantenservice 078 35 33 13
BRUGGE WINGENE
Na protest
wordt gft-bakje
plots 30 euro
goedkoper
Kjenta verlaat
Focus/WTV
om wereld
te ontdekken
⊲
pag. 2-3 in jouw lokale krant
⊲
pag. 64 in jouw lokale krant
Laat je baby
stralen in KW!
Krijg
een bon
van € 20
bij Supra Bazar
Ben je in 2025 mama of papa geworden?
Stuur ons een foto van je baby of gezin voor
de KW Beebee-special.
Doe mee en stuur vóór 11 januari je foto in via
kw.be/beebee
in samenwerking met
⊲ pagina 3
⊲
pagina 3
Leger verleidt
onze jeugd
⊲
pagina 16-18
⊲ pagina 10-11
Hans brengt 80 volle
zalen aan het lachen
Hier is een huis van
15 miljoen geen
uitzondering:
op villa-safari
in Het Zoute
Gedurende januari zijn onze
showrooms elke zondag open
Geniet nu van
saloncondities
op ons volledige Volvo gamma
DB163978A6
STERCK AN TWERPEN — nr 52 — okt ober 2025
WILMS
Tina Ermgodts
& Erik Wilms
LOTUS HERUI TGEVONDEN
Van pure sport wagen
naar exclusieve SUV.
LOTUS ELETRE
De harmonie
tussen famili e- en
bedrijfsbelangen bij
Kerkstoel Bet on en
Kerkstoel 2000+.
FAMILIEBEDRIJVEN
LOTUS HERUI TGEVONDEN
Waardegedreven
ondernemen
Grote spelers in de bouw
samen aan het woord.
Oplossing voor
uitdagingen ligt in
samenwerking.
SECTOR BOUW
Schaduwmeesters blijven trouw aan kernwaarden.
56 - JAARVERSLAG 2025 JAARVERSLAG 2025 - 57
SPECIAL INTEREST
Merken
AFZENDER
ONBEKEND
Kunstschatten van
anonieme makers
HANNIBAL
Wie was deze
aartsvijand
van R ome?
PRUIKENTIJD
Een beetje man
wilde lange lokken
in de 18de eeuw
Verhef het volk
Ordinaire arbeiders moesten
modelburgers worden
MUITERIJ
Opstanden op zee, van de
Batavia tot de Zeven Provinciën
58 - JAARVERSLAG 2025 JAARVERSLAG 2025 - 59 JAARVERSLAG 2025 - 59
MEDIA WITH IMPACT
HET AANDEEL
ROULARTA
MEDIA GROUP
Het aandeel bereikte op 18 juni 2025
met 15,95 euro zijn hoogste slotkoers
in het afgelopen jaar. De laagste
koers van 11,10 euro werd genoteerd
op 2 januari 2025. Op 14 maart 2025
werd het grootste dagvolume opge-
tekend met 74.172 verhandelde aan-
delen.
DIVIDENDPOLITIEK
De algemene vergadering volgt op
voorstel van de Raad van Bestuur
inzake de resultaatbestemming een
beleid waarbij zij poogt een dividend
uit te keren, zonder hierbij het gezon-
de evenwicht tussen een dividenduit-
kering en het behoud van de inves-
teringsmogelijkheden uit het oog te
verliezen.
Op voordracht van de Raad van Be-
stuur zal aan de komende algemene
vergadering voorgesteld worden om
geen dividend uit te keren.
€
GEMIDDELDE SLOTKOERS - 2025
Mio €
Volume
VOLUMES EN BEDRAGEN IN MIO EURO - 2025
0
1
2
3
4
0
25.000
50.000
75.000
100.000
125.000
150.000
175.000
DecNovOktSepAugJulJunMeiAprMrtFebJan
€
UITGEKEERD BRUTODIVIDEND
KAPITAAL EN AANDELEN
Het kapitaal van de NV Roularta
Media Group bedraagt 84.815.953,73
euro. Het wor
dt vertegenwoordigd
door 13.931.920 volstorte aandelen
zonder vermelding van nominale
waarde, die elk een gelijk deel van
het kapitaal vertegenwoordigen.
Alle aandelen die het kapitaal ver
-
tegenwoordigen, genieten van de-
zelfde maatschappelijke rechten.
In o
vereenstemming met artikel
7:53 van het Wetboek van Ven-
nootschappen en Verenigingen en
artikel 34 v
an de statuten van de
vennootschap, verkrijgen de vol
-
gestorte aandelen die ten minste
twee jaar ononderbroken op naam
van dezelfde aandeelhouder in het
register van de aandelen op naam
zijn ingeschreven, een dubbel stem
-
recht.
INKOOP EIGEN AANDELEN
In de loop van het boekjaar 2025 werden er
geen eigen aandelen ingekocht op basis van de
statutaire machtiging van de Raad van Bestuur.
Per 31 december 2025 heeft de vennootschap
1.541.194 eigen aandelen in portefeuille, die
11,06% van het kapitaal vertegenwoordigen.
AANDEELHOUDERSSTRUCTUUR
Het aandeelhouderschap is per 31 december
2025 als volgt verdeeld :
Aantal
aandelen
% tov
kapitaal
Stem-
rechten
% stem-
rechten
Koinon NV
11.500.893 82,55% 20.853.870 89,56%
Eigen aandelen
1.541.194 11,06% 1.541.194 6,62%
Individuele en
institu tionele beleggers
889.833 6,39% 889.884 3,82%
TOTAAL
13.931.920 100,00% 23.284.948
100,00%
Van het totaal aantal uitstaande aandelen zijn
er 11.500.944 aandelen op naam.
WET OP DE OPENBARE OVERNAMEBIEDING
In het kader van de wet van 1 april 2007 op de
openbare overnamebiedingen werd er door de
NV Koinon op 30/08/2018 als rechtstreekse hou-
der van meer dan 30% van de aandelen Roularta
Media Group, een actualisatie gedaan van de aan-
melding bij de FSMA overeenkomstig artikel 74 § 6
van voormelde wet.
BEURSEVOLUTIE
Het aandeel Roularta Media Group is genoteerd
op NYSE Euronext Brussels, onder de rubriek
Media - Publishing, met ISIN-code BE0003741551
en Mnemo ROU.
Het Roularta-aandeel is opgenomen in de BEL
Small Cap Index (BE0389857146).
SLOTKOERSEN EN VOLUMES IN 2025
Maand
Gemiddelde
slotkoers
Volumes in mio €
Jan 25 12,34 42.550 0,52
Feb 25 11,84 22.094 0,26
Mrt 25 13,90 176.459 2,63
Apr 25 15,26 121.653 1,84
Mei 25 15,35 44.371 0,68
Jun 25 15,60 95.147 1,48
Jul 25 15,50 63.196 0,98
Aug 25 14,33 34.020 0,49
Sep 25 13,44 17.292 0,23
Okt 25 12,84 21.158 0,27
Nov 25 12,42 27.238 0,34
Dec 25 12,40 20.579 0,25
685.757 9,99
DecNovOktSepAugJulJunMeiAprMrtFebJan
0
15
10
25
20
De stemrechten verbonden aan eigen aandelen zijn geschorst.
(*) bruto-interimdividend van 5,00 euro + een brutoslotdividend van 0,50 euro
(**) Tussentijds dividend goedgekeurd door de bijzondere algemene vergadering van 29 juli 2025
het aandeel
0,50 0,50
0,00
5,50
0,00
1,00
1,00 1,001,00
0
1
2
3
4
5
6
2018
2015 2016 2017
2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025
3,00
* *
*
MEDIA WITH IMPACT
60 - JAARVERSLAG 2025 JAARVERSLAG 2025 - 61
62 - JAARVERSLAG 2025
MEDIA WITH IMPACT
GECONSOLIDEERDE
KERNCIJFERS
(*) Herwerkt voor nieuwe definitie EBITDA -
zie jaarverslag 2022 toelichting 1.
(1) EBITDA = EBIT + afschrijvingen op (im)materiële vaste activa
en bijzondere waardeverminderingen.
(2) EBIT = bedrijfsresultaat (inclusief aandeel in het resultaat van
geassocieerde ondernemingen en joint ventures).
(3) Nettoresultaat toerekenbaar aan aandeelhouders van RMG-
marge = Nettoresultaat toerekenbaar aan aandeelhouders van
RMG / omzet.
(4) Liquiditeit = vlottende activa / kortlopende verplichtingen.
(5) Solvabiliteit = eigen vermogen (aandeel van de Groep +
minderheidsbelangen) / balanstotaal.
(6) Netto financiële cash/(schuld) = geldmiddelen en kasequivalenten
- financiële schulden.
(7) Gearing = - netto financiële cash/(schuld) / eigen vermogen
(aandeel van de Groep + minderheidsbelangen).
Voor de berekening van de ratio’s (4) tem (7) verwijzen we naar het
‘Jaarverslag Raad van Bestuur’ bij de ‘Belangrijkste financiële
gegevens’.
BALANS
IN DUIZEND EURO
Trend
2025-2024
2025 2024 2023 2022 2021
Vaste activa -5,0% 202.152 212.747 223.272 221.865 208.214
Vlottende activa -16,5% 117.171 140.260 140.184 159.189 174.476
Balanstotaal -9,5% 319.323 353.007 363.456 381.054 382.690
Eigen vermogen - aandeel van de Groep -14,5% 185.394 216.765 217.003 226.039 229.564
Eigen vermogen - minderheidsbelangen 7,1% -165 -178 -228 -247 13.027
Verplichtingen -1,7% 134.094 136.420 146.681 155.262 140.099
Liquiditeit
(4)
-13,8% 1,0 1,2 1,1 1,3 1,5
Solvabiliteit
(5)
-5,5% 58,0% 61,4% 59,6% 59,3% 63,4%
Netto financiële cash/(schuld)
(6)
-37,0% 38.826 61.590 56.794 73.015 100.994
Gearing
(7)
26,3% -21,0% -28,4% -26,2% -32,3% -41,6%
WINST-EN-VERLIESREKENING
IN DUIZEND EURO
Trend
2025-2024
2025 2024 2023 2022 2021*
Omzet -5,9% 301.500 320.307 323.526 343.140 300.205
EBITDA
(1)
-2,5% 26.382 27.059 21.595 30.081 36.895
EBITDA - marge 8,8% 8,4% 6,7% 8,8% 12,3%
EBIT
(2)
-52,2% 1.741 3.646 3.236 5.495 12.754
EBIT - marge 0,6% 1,1% 1,0% 1,6% 4,2%
Nettofinancieringskosten 913 1.147 392 -315 -183
Bedrijfsresultaat na nettofinancieringskosten -44,6% 2.654 4.793 3.629 5.180 12.571
Belastingen 2.222 1.331 -1.261 -4.625 3.465
Nettoresultaat -20,4% 4.876 6.124 2.368 555 16.036
Toerekenbaar aan minderheidsbelangen -75,6% 12 51 18 -7.065 -557
Toerekenbaar aan aandeelhouders RMG -19,9% 4.864 6.073 2.350 7.620 16.593
Toerekenbaar aan aandeelhouders RMG - marge
(3)
1,6% 1,9% 0,7% 2,2% 5,5%
KERNCIJFERS
PER AANDEEL
(1)
(*) Herwerkt voor nieuwe definitie EBITDA -
zie jaarverslag 2022 toelichting 1.
(1) Op basis van het gewogen gemiddeld
aantal uitstaande aandelen.
(2) Gebaseerd op de koers van 31 december
en het nettoresultaat toerekenbaar aan
aandeelhouders RMG.
OMSCHRIJVING
IN EURO
2025 2024 2023 2022 2021*
Eigen vermogen - aandeel van de Groep 15,00 17,33 18,42 19,21 19,59
EBITDA 2,13 2,16 1,83 2,56 3,15
EBIT 0,14 0,29 0,27 0,47 1,09
Nettoresultaat toerekenbaar aan aandeelhouders RMG 0,39 0,49 0,20 0,65 1,42
Nettoresultaat toerekenbaar aan aandeelhouders RMG
na verwateringseffect
0,39 0,49 0,20 0,65 1,41
Brutodividend (uitgekeerd) 3,00 1,00 1,00 1,00 1,00
Koers/winst (P/E)
(2)
31,64 23,17 63,67 27,41 13,42
Aantal aandelen op 31/12 13.931.920 13.931.920 13.141.123 13.141.123 13.141.123
Gewogen gemiddeld aantal aandelen 12.361.504 12.510.872 11.781.577 11.766.209 11.719.515
Gewogen gemiddeld aantal aandelen na
verwateringseffect
12.363.808 12.510.872 11.794.665 11.797.911 11.736.202
Hoogste koers 15,95 13,80 18,50 21,50 19,10
Koers eind december 12,45 11,25 12,70 17,75 19,00
Beurskapitalisatie in miljoen euro op 31/12 173,5 156,7 166,9 233,3 249,7
Jaarlijks volume in miljoen euro 10,0 4,5 4,4 8,2 9,6
Jaarlijks volume in aantal 688.446 399.499 296.150 434.611 628.872
JAARVERSLAG 2025 - 63
64 - JAARVERSLAG 2025 JAARVERSLAG 2025 - 65
1
2
3
6
5
4
8
9
7
10
EXECUTIVE
MANAGEMENT
COMMITTEE
RAAD
V
AN BESTUUR
1. RIK DE NOLF I Uitvoerend voorzitter
Raad van Bestuur (2026)
2. XAVIER BOUCKAERT I
Vaste vertegenwoordiger
van NV Koinon I Uitvoerend bestuurder I
Gedelegeerd bestuurder (2026)
3. LIEVE CLAEYS I
Niet-uitvoerend bestuurder (2026)
4. CORALIE CLAEYS I
Vaste vertegenwoordiger van
NV Verana I Niet-uitvoerend bestuurder (2028)
5. FRANCIS DE NOLF I
Vaste vertegenwoordiger
van NV Alauda I Niet-uitvoerend
bestuurder (2027)
6. KOEN DEJONCKHEERE I Vaste
vertegenwoordiger van NV Invest at Value I
Onafhankelijk bestuurder (2026) |
Lid Auditcomité | Lid Benoemings- en
Remuneratiecomité
7. PASCALE SIOEN
I
Vaste vertegenwoordiger van
BV P. Company | Onafhankelijk bestuurder (2026)
8. RIK VANPETEGHEM I Onafhankelijk bestuurder
(2026) I Voorzitter Auditcomité I Lid
Benoemings- en Remuneratiecomité
9. WILLIAM DE NOLF I Vaste vertegenwoordiger van
NV Cella I Niet-uitvoerend bestuurder (2027)
10. LOUIS DE NOLF I vaste vertegenwoordiger van
BV LDN Business – Niet-uitvoerend bestuurder
(2028) I Lid Auditcomité
1. XAVIER BOUCKAERT I CEO I
Vaste vertegenwoordiger van NV Koinon
2. RIK DE NOLF I Voorzitter Raad van Bestuur
3. KATRIEN DE NOLF I Directeur Human Resources I
Vaste vertegenwoordiger van NV Eridanus
4. STEVEN VANDENBOGAERDE I CFO I
Vaste vertegenwoordiger van BV VMCo
5. JEROEN MOUTON I COO I Vaste vertegenwoordiger
van de BV Waar
RvB
12
3
5
4
VERKLARING MET
BETREKKING TOT DE
INFORMATIE GEGEVEN
IN DIT JAARVERSLAG
2025
ONDERGETEKENDEN VERKLAREN DAT,
VOOR ZOVER VOOR HEN BEKEND:
• de jaarrekeningen zijn opgesteld overeenkomstig
de toepasselijke standaarden voor jaarrekeningen,
een getrouw beeld geven van het vermogen, van de
financiële toestand en van de resultaten van Roularta
Media Group NV en de in de consolidatie opgenomen
ondernemingen;
• het jaarverslag een getrouw overzicht geeft van de
ontwikkeling, de resultaten en de positie van Roularta
Media Group NV en de in de consolidatie opgenomen
ondernemingen, evenals een beschrijving van de
voornaamste risico’s en onzekerheden waarmee zij
geconfronteerd worden.
XAVIER BOUCKAERT, CEO / STEVEN VANDENBOGAERDE, CFO
JAARVERSLAG
RAAD VAN BESTUUR
aan de gewone Algemene Vergadering van de aandeelhouders van
19 mei 2026 betreffende de geconsolideerde jaarrekening afgeslo-
ten op 31 december 2025.
Geachte aandeelhouders,
Dit jaarverslag dient samen met de geauditeerde jaarrekening van NV
Roularta Media Group, hierna de Groep genoemd, en de bijbehorende
toelichtingen te worden gelezen. Deze geconsolideerde jaarrekening
werd door de raad van bestuur van 3 april 2026 goedgekeurd. Roularta
Media Group, met zetel te 8800 Roeselare, Meiboomlaan 33, is sinds
1998 genoteerd op Euronext Brussel. Roularta Media Group was in 2025
actief in de media, meer in het bijzonder als uitgever van magazines,
kranten, local media, televisie, internet, line extensions, beurzen en
grafische productie.
COMMENTAAR OP DE GECONSOLIDEERDE
JAARREKENING
De geconsolideerde jaarrekening wordt opgesteld in overeenstemming met
de IFRS Accounting Standards (IFRSs) uitgegeven door de International
Accounting Standards Board (IASB), en met de interpretaties uitgegeven
door het International Financial Reporting Interpretation Committee
(IFRIC) van de IASB die door de Europese Commissie zijn goedgekeurd.
De niet-financiële informatie en met name het ‘Duurzaamheidsverslag’
is opgemaakt in overeenstemming met de richtlijnen van de Corporate
Sustainability Reporting Directive (CSRD) en de EU Taxonomie. De
geconsolideerde jaarrekening geeft een algemeen overzicht van de
activiteiten van de Groep en de behaalde resultaten. Ze geeft een getrouw
beeld van de financiële positie, de financiële prestaties en de kasstromen
van de entiteit, en is opgesteld in de veronderstelling dat de continuïteit
gewaarborgd is. De geconsolideerde jaarrekening is opgesteld op basis
van historische kostprijs, met uitzondering van investeringen in financiële
activa die gewaardeerd worden aan hun reële waarde.
1.1 Gebeurtenissen mbt het voorwaardelijk
openbaar overnamebod
• Op 14 maart kondigde de FSMA aan
dat Koinon NV, de moederholding van
Roularta Media Group NV (RMG), een
vrijwillig en voorwaardelijk openbaar over-
namebod wenst uit te brengen op de
aandelen van NV Roularta Media Group aan
een prijs van 15,50 euro per aandeel.
• Op 19 mei werd het prospectus met betrek-
king tot het vrijwillig en voorwaardelijk
openbaar overnamebod door het FSMA
goedgekeurd. De initiële aanvaardings-
periode met betrekking tot het bod werd
geopend op 20 mei en sloot af op 13 juni
2025.
• Op 17 juni werden de resultaten van de
intiële aanvaardingsperiode gecom-
municeerd. Na afloop van deze initiële
aanvaardingsperiode bezit Koinon NV en
de met haar verbonden personen 91,17%
van de aandelen van Roularta Media Group
(goed voor 12.702.277 aandelen). De NV
Koinon doet afstand van de voorwaarde van
het behalen van 95% van de aandelen en
beslist het bod te heropenen vanaf 23 juni
tot en met 15 juli 2025 aan een biedprijs van
15,50 euro per aandeel.
• Op 17 juli werd aangekondigd dat Koinon NV
en de met haar verbonden personen, na de
verplichte heropening van het Bod, 93,13%
van Roularta Media Group NV in handen
heeft (goed voor 12.975.316 aandelen) en
beslist heeft het bod te heropenen vanaf 18
juli tot en met 29 juli 2025 aan een biedprijs
van 15,50 euro per aandeel.
• Op 30 juli werd aangekondigd dat Koinon
NV en de met haar verbonden personen, na
de derde opening van het Bod, 93,61% van
Roularta Media Group NV in handen heeft
(goed voor 13.042.087 aandelen).
1.2 Andere gebeurtenissen
• Op 19 maart heeft Roularta Media Group
(RMG) een akkoord bereikt met Professional
Media Group (PMG) rond de overname van
de vakbladen Artsenkrant, De Apotheker en
Ak Hospitals (= de Healthcare activiteiten).
De Groep consolideert de omzet vanaf 1
april niet meer.
• Op 24 april kondigde Roularta Media Group
een partnership aan met het Vlaamse
vastgoedplatform Immoscoop. Roularta
Media Group beëindigde hiermee ook
haar commerciële samenwerking met de
BV Immovlan en heeft haar aandeel in
Immovlan overgedragen aan haar mede-
aandeelhouder Rossel. De Groep heeft als
gevolg geen resultaten van de BV Immovlan
meer opgenomen in 2025.
• Roularta Media Group heeft een akkoord
bereikt met de SA Anthemis, waarbij per
1 oktober 2025 de fiscaal-juridische nieuws-
brieven (zoals Fiscoloog/Fiscologue, enz.)
en gerelateerde activiteiten werden overge-
dragen aan de SA Anthemis. SA Anthemis is
een Belgische uitgeverij die juridische infor-
matie van hoge kwaliteit verspreidt. Sinds
haar oprichting richt het zich op profes-
sionals op het gebied van recht, economie
en management, evenals studenten, in Bel-
gië, Luxemburg en Frankrijk.
• Met ingang vanaf boekjaar 2025 zal
Mevr. Line Vyvey in plaats van Mevr. Lieve
Cornelis optreden als vaste vertegenwoordi-
ger van de commissaris, EY Bedrijfsrevisoren
BV.
• Op 8 augustus 2025 werd een tussen-
tijds dividend ten belope van 3,00 euro
per aandeel (bruto) uitgekeerd aan RMG’s
aandeelhouders na de goedkeuring van de
bijzondere algemene vergadering van de NV
Roularta Media Group op 29 juli 2025.
BELANGRIJKSTE GEBEURTENISSEN EN WIJZIGINGEN
IN DE GROEP GEDURENDE HET BOEKJAAR 2025
jaarverslag Raad van Bestuur
MEDIA WITH IMPACT
JAARVERSLAG 2025 - 6766 - JAARVERSLAG 2025
WINST-EN-VERLIESREKENING
IN DUIZEND EURO
31/12/2025 31/12/2024 Trend (%)
Omzet 301.500 320.307 -5,9%
Gecorrigeerde omzet
(1)
310.430 320.307
-3,1%
EBITDA
(2)
26.382 27.059 -2,5%
EBITDA - marge
8,8% 8,4%
EBIT
(3)
1.741 3.646 -52,2%
EBIT - marge
0,6% 1,1%
Nettofinancieringskosten
913 1.147
-20,4%
Belastingen 2.222 1.331 66,9%
Nettoresultaat 4.876 6.124 -20,4%
Nettoresultaat toerekenbaar aan minderheidsbelangen 12 51 -75,6%
Nettoresultaat toerekenbaar aan
aandeelhouders van RMG
4.864 6.073 -19,9%
Nettoresultaat toerekenbaar aan aandeelhouders van
RMG - marge
(4)
1,6% 1,9%
BALANS
IN DUIZEND EURO
31/12/2025 31/12/2024 Trend (%)
Vaste activa 202.152 212.747 -5,0%
Vlottende activa 117.171 140.260 -16,5%
Balanstotaal 319.323 353.007 -9,5%
Eigen vermogen - aandeel van de Groep 185.394 216.765 -14,5%
Eigen vermogen - minderheidsbelangen -165 -178 7,1%
Verplichtingen 134.094 136.420 -1,7%
Liquiditeit
(5)
1,0 1,2 -13,8%
Solvabiliteit
(6)
58,0% 61,4% -5,5%
Netto financiële cash/(schuld)
(7)
38.826 61.590 -37,0%
Gearing
(8)
-21,0% -28,4% 26,3%
BELANGRIJKSTE
FINANCIËLE
GEGEVENS
De brutomarge ten opzichte van omzet is met
84,3% 0,3 procentpunten beter dan vorig jaar
dankzij een lichte daling van de papierprijzen.
De EBITDA per 31 december 2025 bedraagt €
26,4 miljoen of 8,8% van de omzet versus € 27,1
miljoen of 8,4% t.o.v. de omzet per eind 2024.
Zowel de kosten voor diensten en diverse goe-
deren als de personeelskosten daalden jaar over
jaar met respectievelijk € 10,4 en € 1,7 miljoen.
De andere bedrijfsopbrengsten en -kosten zijn
niet vergelijkbaar jaar over jaar. 2025 bevat €
1,6 miljoen meerwaarden, voornamelijk gereali-
seerd op de verkoop van de bovenvermelde ac-
tiviteiten, terwijl er in 2024 € 4,8 miljoen meer-
waarden werden gerealiseerd op de verkoop van
de Duitse magazines en twee gebouwen.
De 50% joint-venture Mediafin (De Tijd/L’Echo)
heeft in 2025 terug een mooie omzetgroei ge-
realiseerd. In combinatie met een kostencon-
trole zorgt dit voor een groei in EBITDA. De
omzet van Mediafin (voor 100%) steeg met 5,9%
t.o.v. vorig jaar tot € 93,7 miljoen. De EBITDA
klopte af op € 19,9 miljoen (€ +1,4 miljoen vs.
vorig jaar) en Mediafin zette een nettoresultaat
neer van € 7,9 miljoen (+8,2% vs. vorig jaar) nà
afschrijving van de merken De Tijd/L’Echo. Dit
resulteert voor de 50% participatie in een bij-
drage in Roularta’s EBITDA en nettoresultaat
van € 3,9 miljoen (+ € 0,3 miljoen vs. vorig jaar)
volgens de vermogensmutatiemethode.
Roularta Media Group realiseerde in 2025 een
omzet van € 301,5 miljoen en een EBITDA van
€ 26,4 miljoen dankzij een continue kosten-
beheersing en hogere resultaten uit de joint
ventures.
De gerealiseerde omzet van € 301,5 miljoen
betekent in vergelijking met 2024 een da-
ling van € 18,8 miljoen. Deze daling vindt in
hoofdorde haar oorzaak in een lagere adver-
tentieomzet en de verkoop van enkele activi-
teiten.
De gecorrigeerde omzet
1
, die vergelijkbaar is
met de geconsolideerde omzet van 2024 ein-
digt op € 310,4 miljoen wat een absolute da-
ling is van € 9,9 miljoen (of -3,1%) jaar over
jaar. Het verschil tussen de geconsolideerde en
de gecorrigeerde omzet is te verklaren door: 1/
de Healthcare (Artsenkrant/Journal Médecin)
en Fiscaal-Juridische activiteiten (Fiscoloog/
Fiscologue, etc) die respectievelijk verkocht
werden in maart en oktober 2025; 2/ de Duit-
se magazines G-Geschichte, Frau im Leben en
Plus Magazin die in november 2024 verkocht
werden. De verkoop van het 35% aandeel in de
BV Immovlan heeft geen impact op de omzet
van de Groep, gezien deze entiteit reeds onder
vermogensmutatiemethode werd geconsoli-
deerd. Voor verdere toelichting per type omzet
verwijzen we naar ‘2. Bespreking resultaten
segmenten van de groep’.
GECONSOLIDEERDE RESULTATENREKENING
(1) Gecorrigeerde omzet = de vergelijkbare omzet met vorig jaar, i.e.
exclusief wijzigingen ten gevolge van overname en verkoop van
merken.
(2) EBITDA is gelijk aan EBIT+ afschrijvingen op (im)materiële vaste
activa en bijzondere waardeverminderingen.
(3) EBIT is gelijk aan het bedrijfsresultaat, inclusief het aandeel
in het resultaat van geassocieerde ondernemingen en joint
ventures.
(4) Nettoresultaat toerekenbaar aan aandeelhouders van RMG-
marge = nettoresultaat toerekenbaar aan aandeelhouders van
RMG ten opzichte van omzet.
(5) Liquiditeit = vlottende activa / kortlopende verplichtingen.
(6) Solvabiliteit = eigen vermogen (aandeel van de Groep +
minderheidsbelangen) / balanstotaal.
(7) Netto financiële cash/(schuld) = geldmiddelen en
kasequivalenten - financiële schulden.
(8) Gearing = - netto financiële cash/(schuld) / eigen vermogen
(aandeel van de Groep + minderheidsbelangen).
Management acht deze ratio’s als prestatiemaatstaf relevant om
de financiële positie te evalueren (jaar over jaar).
(4) Nettoresultaat toerekenbaar aan aandeelhouders van
RMG-marge op 31/12/2025 = 4.864 K€ / 301.500 K€ = 1,6%
Nettoresultaat toerekenbaar aan aandeelhouders van
RMG-marge op 31/12/2024 = 6.073 K€ / 320.307 K€ = 1,9%
(5) Liquiditeit op 31/12/2025 = 117.171 K€ / 112.043 K€ = 1,0
Liquiditeit op 31/12/2024 = 140.260 K€ / 115.640 K€ = 1,2
(6) Solvabiliteit op 31/12/2025 = 185.229 K€ / 319.323 K€ = 58,0%
Solvabiliteit op 31/12/2024 = 216.588 K€ / 353.007 K€ = 61,4%
(7) Netto financiële cash/(schuld) op 31/12/2025 = 51.300 K€ -
9.368 K€ - 3.106 K€ = 38.826 K€
Netto financiële cash/(schuld) op 31/12/2024 = 70.048 K€ -
4.973 K€ - 3.486 K€ = 61.590 K€
(8) Gearing op 31/12/2025 = -38.826 K€ / 185.229 K€ = -21,0%
Gearing op 31/12/2024 = -61.590 K€ / 216.588 K€ = -28,4%
(1) Gecorrigeerde omzet = de vergelijkbare omzet met vorig jaar, i.e. exclusief wijzigingen ten gevolge van overname en verkoop van mer-
ken. Het management beschouwt deze prestatiemaatstaf als relevant omdat de externe lezer hierdoor de inherente omzet-evoluties
jaar over jaar kan vergelijken.
MEDIA WITH IMPACT
JAARVERSLAG 2025 - 6968 - JAARVERSLAG 2025
In totaal werd € 21,7 miljoen EBITDA ge-
realiseerd door de volledig geconsolideer-
de ondernemingen van de Groep versus
€ 25,3 miljoen in 2024; met daarnaast €
4,6 miljoen door de geassocieerde onder-
nemingen en joint ventures (hun resultaat
via vermogensmutatie) vs. € 1,8 miljoen
vorig jaar. Het hogere resultaat van deze
laatste omvat in 2025 een meerwaarde
van € 0,9 miljoen in de SA CTR Media,
terwijl 2024 daarentegen geïmpacteerd
was door een waardevermindering van €
-1,3 miljoen op de geconsolideerde deel-
neming onder vermogensmutatiemetho-
de in de BV Immovlan.
De EBIT evolueert van € 3,6 miljoen in
2024 naar € 1,7 miljoen in 2025 wat 0,6
% van de omzet is versus 1,1 % in 2024.
2025 bevat voor € 5,1 miljoen bijzonde-
re waardeverminderingen op de merken
EW, Beleggersbelangen, Fiets, Helden,
Gezondheid, Feeling/Gaël. In 2024 was
er een gelijkaardige conclusie met
betrekking tot het merk 50+Beurs &
Festival waardoor dit tot een bijzondere
waardevermindering van € -2,5 miljoen
leidde. Doordat de nettoboekwaarde van
50+Beurs & Festival volledig op nul kwam
te staan, resulteerde dit in 2025 in lagere
afschrijvingen.
De belastingen (€ 2,2 miljoen opbrengst)
omvatten in 2025 voornamelijk actu-
ele belastingopbrengsten naar aanleiding
van het belastingkrediet ten behoeve van de
uitgevers en latente belastingopbrengsten in-
zake toekomstig recupereerbare fiscale verlie-
zen in Nederland.
In 2024 (€ +1,3 miljoen) waren dit voornamelijk
hogere actuele belastingopbrengsten in Neder-
land.
Het minderheidsbelang is net zoals in 2024 ni-
hil.
Het geconsolideerd nettoresultaat van de
Groep eindigt op € 4,9 miljoen (€ - 1,2 miljoen
versus vorig jaar), waarvan eenzelfde bedrag
toewijsbaar is aan de aandeelhouders van
Roularta Media Group.
Het uitbetalen van een tussentijds dividend op
8 augustus 2025 van € 3,00 per aandeel zorg-
de voor een kasuitstroom van € 37,2 miljoen.
Voornamelijk de positieve EBITDA zorgde er wel
voor dat de totale kasuitstroom beperkt bleef
tot € -18,7 miljoen waardoor de Groep op het
einde van het jaar 2025 een sterke balans kon
behouden. De kaspositie per 31 december 2025
bedraagt € 51,3 miljoen (€ 70,0 miljoen op 31
december 2024).
De Raad van Bestuur zal aan de Algemene Ver-
gadering voorstellen om over het volledige jaar
2025 geen dividend uit te keren.
GECONSOLIDEERDE RESULTATEN 2025
PER SEGMENT
De twee segmenten in RMG bestaan uit Media
Brands en Printing Services. Het segment Media
Brands staat voor alle merken die door RMG en
haar participaties worden geëxploiteerd. Het seg-
ment Printing Services staat voor de premedia- en
drukkerij activiteiten voor interne merken en externe
klanten. De (gecorrigeerde) omzet die op segment
niveau getoond wordt, omvat zowel externe (i.e.
naar externe klanten) als interne omzet (i.e. naar
het andere segment). In de geconsolideerde cijfers
wordt over beide segmenten gerapporteerd tot op
brutomargeniveau. Tussen beide segmenten is er
immers een intense verwevenheid en worden onder-
steunende diensten intens gedeeld.
Geconsolideerde omzet per segment
in duizend euro 31/12/2025 31/12/2024 Trend (%)
Media Brands 273.062 291.902 -6,5%
Printing Services 60.845 63.289 -3,9%
Intersegment omzet -32.407 -34.885 7,1%
Geconsolideerde omzet 301.500 320.307 -5,9%
Geconsolideerde omzet 31/12/2025 regionaal
Geconsolideerde omzet 31/12/2025 volgens de verschillende categorieën bedrijfsactiviteiten
9,4%
Printing Services
75,6%
Magazine merken
77,9%
België
22,1%
Nederland
15,0%
Local Media merken
MEDIA WITH IMPACT
JAARVERSLAG 2025 - 7170 - JAARVERSLAG 2025
Media Brands
in duizend euro 31/12/2025 31/12/2024 Trend Trend (%)
Omzet 273.062 291.902 -18.840 -6,5%
Gecorrigeerde
omzet
(1)
283.253 291.902 -8.649 -3,0%
Brutomarge 217.604 231.998 -14.394 -6,2%
Brutomarge
op omzet
79,7% 79,5%
(1) Gecorrigeerde omzet = de vergelijkbare omzet met vorig jaar, i.e. exclusief
wijzigingen ten gevolge van overname en verkoop van merken.
De omzet van het segment Media Brands daalt met € 18,8
miljoen tot € 273,1 miljoen. De vergelijkbare omzet daalt met
€ 8,6 miljoen.
De daling laat zich voornamelijk voelen in de publiciteitsmarkt
die met 9,9% afneemt (-7,8% op vergelijkbare basis), wat een
stuk hoger is dan vorig jaar (-2,0%). De daling is voelbaar in
zowel België als Nederland, maar is het grootst bij de gratis
pers bladen in België die het meest te lijden hebben onder het
zwakkere economisch klimaat.
Ook de lezersmarkt
2
doet het minder goed dan vorig jaar met
een daling jaar over jaar van 5,9%. Deze terugval is voorna-
melijk te wijten aan de Duitse magazines die eind vorig jaar
verkocht werden. Op vergelijkbare basis is de afname hier-
door minder uitgesproken (-2,0%) en vooral afkomstig van
Nederland. De Groep zet dan ook voor Nederland volop in
op de digitale werving en leeservaring van abonnees.
De overige omzet
3
stijgt met 3,3% en met 5,7% op verge-
lijkbare basis.
De brutomarge op omzet blijft quasi ongewijzigd (van
79,5 % naar 79,7 %), maar omwille van de lagere omzet
daalt de brutomarge echter met € 14,4 miljoen in absolute
waarde.
Printing Services
in duizend euro 31/12/2025 31/12/2024 Trend Trend (%)
Omzet 60.845 63.289 -2.444 -3,9%
Gecorrigeerde
omzet
(1)
60.845 63.289 -2.444 -3,9%
Brutomarge 37.020 37.126 -106 -0,3%
Brutomarge
op omzet
60,8% 58,7%
(1) Gecorrigeerde omzet = de vergelijkbare omzet met vorig jaar, i.e. exclu-
sief wijzigingen ten gevolge van overname en verkoop van merken.
De omzet van het segment Printing Services daalt met €
2,4 miljoen naar € 60,8 miljoen. De daling komt uit lagere
intragroepsomzet van het Printing Services segment naar
het Media Brands segment. Meer dan de helft van de omzet
van Printing Services is intragroepsomzet naar het segment
Media Brands.
De brutomarge op omzet stijgt van 58,7 % naar 60,8 %.
Reconciliatie van de totale segmentomzet met de gecorrigeerde segmentomzet
in duizend euro
2025 Media
Brands
Printing
Services
Eliminaties
tussen
segmenten
Gecon-
solideerd
totaal
Omzet van het segment 273.062 60.845 (32.407) 301.500
Omzet externe klanten 273.062 28.438 - 301.500
Omzet uit transacties met andere
segmenten
- 32.407 (32.407) -
Wijzigingen omwille van overname of
afstoting van merken
8.930 - - 8.930
Wijzigingen in externe klanten 8.930 - - 8.930
Wijzigingen in transacties met andere
segmenten
- - - -
Gecorrigeerde omzet 281.992 60.845 (32.407) 310.430
KASSTROOMOVERZICHT
in duizend euro 31/12/2025 31/12/2024
Nettocashflow uit operationele activiteiten (A) 26.179 25.630
Nettocashflow met betrekking tot investeringen (B) -5.705 -11.392
Nettocashflow uit financieringsactiviteiten (C) -39.223 -12.456
Totaal mutatie geldmiddelen en kasequivalenten (A+B+C) -18.748 1.781
Geldmiddelen en kasequivalenten, openingsbalans 70.048 68.267
Geldmiddelen en kasequivalenten, eindbalans 51.300 70.048
De totale geldmiddelen en kasequivalenten
dalen met € 18,7 miljoen terwijl er vorig boek-
jaar een stijging van € 1,8miljoen was. De
geldmiddelen en kasequivalenten bevatten
enkel de banksaldi van € 51,3 miljoen. Vorig
jaar waren er ook nog kortetermijndeposito’s
ter waarde van € 25,0 miljoen.
Het geconsolideerd kasstroomoverzicht toont
van welke activiteiten deze kasstromen afkom-
stig zijn :
De kasstroom uit operationele activiteiten
bedraagt € 26,2 miljoen. Deze kasstroom is
gedreven door een positieve EBITDA van € 18,2
miljoen (i.e. exclusief het resultaat van de joint
ventures, provisies en waardeverminderingen
op voorraden en vorderingen), het ontvang-
en dividend van € 4,9 miljoen van Roularta’s
geassocieerde ondernemingen en joint ventu-
res en een positieve werkkapitaalbeweging van
€ 2,5 miljoen.
Vorig jaar dezelfde periode bedroeg deze kas-
stroom € 25,6 miljoen, opgebouwd als volgt:
een positieve EBITDA van € 24,1 miljoen (i.e.
exclusief het resultaat van de joint ventures,
provisies en waardeverminderingen op voor-
raden en vorderingen), waarvan nog volgende
meerwaarden in mindering werden gebracht :
een meerwaarde van € 2,2 miljoen uit de ver-
koop van twee gebouwen en € 2,6 miljoen uit
de verkoop van de Duitse magazines. Daar-
naast was er een dividend van € 5,6 miljoen
ontvangen van Roularta’s geassocieerde
ondernemingen en joint ventures.
(2) Lezersmarkt = de omzet die de Groep realiseert uit verkoop van abonnementen en losse verkoop van haar magazines
(3) Overige omzet = alle omzet die geen publiciteits-, abonnementen-, losse verkoop of omzet uit printing activiteiten is.
Het omvat onder meer, maar niet limitatief, omzet uit line extensions, evenementen, etc.
MEDIA WITH IMPACT
72 - JAARVERSLAG 2025 JAARVERSLAG 2025 - 73
De kasstroom met betrekking tot investerin-
gen bedraagt € -5,7 miljoen. De uitstroom is
te wijten aan nieuwe investeringen in mate-
riële (€ -5,4 miljoen) en immateriële (€ -2,3
miljoen) vaste activa. Voor meer uitleg verwij-
zen we naar het hoofdstuk ‘Investeringen’. De
instroom is het gevolg van de verkoop van de
Healthcare en Fiscaal-Juridische activiteiten
die samen voor € 2,1 miljoen werden verkocht.
Vorig jaar dezelfde periode bedroeg deze
kasstroom € -11,4 miljoen. Dit was voor een
groot stuk toe te schrijven aan investeringen
in nieuwe materiële (€ -8,3 miljoen) en imma-
teriële (€ -7,0 miljoen) vaste activa. Daarnaast
werden ook twee gebouwen verkocht voor €
2,3 miljoen en werden de Duitse magazines
aan Herder Verlag en Agentur2 verkocht voor
€ 1,3 miljoen.
De kasstroom uit financieringsactiviteiten
bedraagt € -39,2 miljoen in 2025. Deze grote
kasuitstroom is bijna volledig te wijten aan de
uitkering van een tussentijds dividend (€ -37,2
miljoen). Daarnaast werd de IFRS 16 leasing
schuld voor € 3,0 miljoen afgelost maar ont-
ving de Groep € 1,0 miljoen naar aanleiding
van de uitoefening van opties op aandelen.
Vorig jaar dezelfde periode bedroeg deze
kasstroom € -12,5 miljoen ten gevolge van
de uitbetaling van een keuzedividend van €
4,6 miljoen, de aflossing van 1/ de schuld ten
opzichte van Mediafin NV ter waarde van €
2,5 miljoen en 2/ IFRS16 leasing schulden ter
waarde van € 3,0 miljoen, en tenslotte de aan-
koop van eigen aandelen voor € 2,4 miljoen.
BALANS
Op 31 december 2025 bedraagt het
eigen vermogen – aandeel van de
Groep € 185,4 miljoen tegenover €
216,8 miljoen op 31 december 2024.
De beweging op het eigen vermogen
bestaat hoofdzakelijk uit het resul-
taat over 2025 (+ € 4,9 miljoen ), het
tussentijds dividend dat uitbetaald
werd voor € 37,2 miljoen en de ver-
koop van eigen aandelen ten gevolge
van het uitoefenen van opties voor €
1,0 miljoen. Het eigen vermogen –
minderheidsbelangen blijft stabiel
op € -0,2 miljoen.
Per 31 december 2025 bedraagt de
geconsolideerde netto financiële
cashpositie (= geldmiddelen en kas-
equivalenten min financiële schul-
den) € 38,8 miljoen vs. € 61,6 miljoen
het jaar ervoor. RMG blijft vrij van
enige bankschulden.
Per 31 december 2025, beschikt de
Groep over 1.541.194 eigen aandelen.
INVESTERINGEN
De totale geconsolideerde inves-
teringen in 2025 bedragen € 7,7
miljoen ten opzichte van € 15,3 mil-
joen in 2024. De immateriële vaste
activa (€ 2,3 miljoen ten opzichte
van € 6,9 miljoen in 2024) omvat-
ten in 2025 enkel software waarbij
o.a. de MijnMagazines app continu
geoptimaliseerd wordt.
De investeringen in materiële vaste activa
(€ 5,4 miljoen) blijven hoog door verdere
investeringen in de kantoren in Brussel (€
1,6 miljoen) en Roeselare (€ 0,5 miljoen),
het nieuwe zonnepanelenpark (€ 0,7 mil-
joen), automatisaties in de drukkerij (€ 0,5
miljoen) en nieuwe machines (€ 1,4 mil-
joen).
In 2024 werd er hoofdzakelijk geïnvesteerd
(€ 8,3 miljoen) in nieuwe hardware in onze
IT-afdeling (€ 3,5 miljoen), de renovatie en
inrichting van de kantoren in Brussel (€
1,5 miljoen), de nieuwe paperwrap blis-
termachine (€ 1,1 miljoen), nieuwe printers
in de drukkerij (€ 0,5 miljoen) en de laat-
ste betaling voor de nieuwe ovens voor de
drukkerij (€ 0,4 miljoen).
BELANGRIJKE GEBEURTENISSEN
NA HET EINDE VAN HET
BOEKJAAR
Er hebben zich geen belangrijke gebeurte-
nissen voorgedaan die de resultaten en de
fin
anciële positie van de onderneming op
belangrijke wijze beïnvloeden.
INLICHTINGEN OVER DE
OMSTANDIGHEDEN DIE DE
ONTWIKKELING VAN DE
VENNOOTSCHAP AANMERKELIJK
KUNNEN BEÏNVLOEDEN
Op basis van de tendens van de eerste
drie maanden van 2026, ziet de Groep
de structurele neerwaartse druk op de
reclame-inkomsten verder aanhouden. De
Groep houdt rekening met het feit dat het
gedrag van adverteerders vrij volatiel
is. Een negatieve ontwikkeling van het
economisch klimaat kan een negatieve
impact hebben op de bestedingen van
onze adverteerders en consumenten.
De digitale strategie van de Groep werpt
zijn vruchten af, waardoor er met succes
langs digitale weg meer abonnementen
geworven worden. Roularta blijft ook in
2026 verder inzetten op het werven en in
stand houden van meer print, digitale en
family abonnementen en het sluiten van
partnerships met strategische partners
om te zorgen voor een stabiele en duur-
zame omzet.
De losse verkoop evolueert in lijn met
de tendens binnen de markt, die verder
dalend is in zowel België als Nederland.
We verwachten dat de omzet uit line
extensions
4
en evenementen ongeveer
zal stabiel blijven.
In het segment Printing Services ver-
wacht de Groep ook dat de omzet
ongeveer stabiel zal blijven.
De distributiekosten zullen, gezien de
nieuwe stevige indexatie voor 2026, terug
een belangrijke impact hebben in 2026.
Gezien de geopolitieke instabiliteit naar
aanleiding van het conflict in Iran, de
onzekerheid over de duur van het con-
flict en/of de mogelijke escalatie en
uitbreiding ervan, is het moeilijk in te schatten
hoeveel de kosten in 2026 zullen stijgen. De Groep
probeert het prijsrisico van het papier zoveel
mogelijk te beheersen door periodieke contracten
af te sluiten voor dagblad- en magazinepapier. Om
het risico op prijsstijgingen inzake energie af te
vlakken en pieken te vermijden, wordt voor een deel
van de afname van energie gewerkt met ‘click-
contracten’, waarbij de prijs op voorhand wordt
vastgeklikt, ongeacht de marktomstandigheden.
Niettemin blijft de Groep verder inzetten op effi-
ciëntiemaatregelen om rekening te houden met
aanhoudende inflatie, waaronder de uniformisering
van de Nederlandse en Belgische processen en
systemen.
ONDERZOEK EN ONTWIKKELING
Als multimediabedrijf is Roularta Media Group
actief in verschillende hoogtechnologische secto-
ren. Binnen die sectoren onderzoekt Roularta Media
Group voortdurend nieuwe mogelijkheden, waarbij
ze de reputatie geniet een belangrijke innovator te
zijn. Roularta Media Group hecht zeer veel belang
aan onderzoek en ontwikkeling. Die inspanningen
komen uiteraard de interne werkprocessen van de
Groep zelf ten goede, maar niet zelden fungeren ze
tevens als motor achter ingrijpende marktontwik-
kelingen.
De focus van de Groep is vooral de digitale trans-
formatie van zowel haar klantenbasis als haar
magazine-en nieuwsaanbod, en dit zowel in België
als in Nederland. De Groep doet veel onderzoek-en
ontwikkelingswerk om te zorgen dat de print
lezer gemakkelijk de weg vindt naar haar digitale
aanbod van nieuws en magazines en er ook opti-
(4) Line extensions = specieke categorie van omzet onder de ‘overige
omzet’. Het is omzet uit o.a. de aan-en verkoop van handelsgoederen
(bvb. boeken, selfcare producten, sieraden, reizen, etc), omzet uit
ticket-deals of omzet uit licensing overeenkomsten.
maal toegang tot krijgt. Ze doet hiervoor o.a.
enquêtes bij haar lezers en investeert hiervoor
beduidende bedragen in de werking van haar
websites en in de ‘Mijn Magazines App’. Via die
Mijn Magazines App heeft de lezer direct toe-
gang tot het volledige aanbod artikels, video’s en
columns van onder meer Knack, Trends, Libelle
en andere magazines.
De Groep geeft ook prioriteit aan het ontwikkelen
van innovatieve én kwalitatieve toepassingen via
artificiële intellegentie (hierna AI). Roularta zet AI
niét in om teksten te schrijven, wel om journalis-
ten te ondersteunen, bijvoorbeeld bij vertaal- en
correctiewerk en bij transcripties van interviews.
MEDIA WITH IMPACT
JAARVERSLAG 2025 - 7574 - JAARVERSLAG 2025
De verbintenissen die de redacties aangaan rond het
gebruik van artificiële intelligentie, zijn transparant
vastgelegd in het redactioneel charter (zie knack.be/
ai-redactioneel-charter-rmg).
MEDEDELING NOPENS HET GEBRUIK
DOOR DE VENNOOTSCHAP VAN
FINANCIËLE INSTRUMENTEN, VOOR
ZOVER ZULKS VAN BETEKENIS IS VOOR
DE BEOORDELING VAN HAAR ACTIVA,
PASSIVA, FINANCIËLE POSITIE EN
RESULTAAT
De voornaamste financiële instrumenten van de
vennootschap zijn banksaldo’s. De belangrijkste
doelstelling van deze financiële instrumenten is de
financiering van de activiteiten van de onderneming.
De eventuele beleggingen van cash-overschotten
in termijnrekeningen worden gedaan op basis van
richtlijnen vastgelegd door de Raad van Bestuur met
betrekking tot liquiditeit en kredietrating.
Er dient te worden opgemerkt dat de Groep niet toe-
staat dat financiële instrumenten met speculatieve
doeleinden worden verhandeld. Daarnaast heeft
de Groep eveneens verschillende andere financiële
activa en passiva zoals vorderingen en schulden, die
rechtstreeks afkomstig zijn uit haar activiteiten.
De Groep heeft in het afgelopen boekjaar geen
gebruik gemaakt van financiële instrumenten zoals
bedoeld in artikel 3:6, 8° van het Wetboek van Ven-
nootschappen en Verenigingen.
PERSONEELSAANGELEGENHEDEN
Per 31 december 2025 telt de Groep in voltijdse
equivalenten, exclusief de joint ventures, 1.098 werk-
nemers tegenover 1.185 werknemers in 2024.
VOORNAAMSTE RISICO’S
EN ONZEKERHEDEN
Economische en geopolitieke
omstandigheden
Wijzigingen in algemene, globale
of regionale en/of geopolitieke
omstandigheden of van omstandig-
heden in gebieden waar de Groep
actief is en die een impact kunnen
hebben op het consumptiepatroon
van de consumenten, kunnen een
negatieve invloed uitoefenen op de
bedrijfsresultaten van de Groep. De
Groep en in het bijzonder haar bedrijfs-
resultaten kunnen eveneens negatief
geïmpacteerd worden door opgelegde
overheidsmaatregelen (zoals o.m.
doch niet beperkt tot verplichte lock-
downs in het kader van pandemieën).
De Groep verwacht geen significante
impact van niet-Europese import- en/
of exportheffingen, vermits de aan-
en verkoop van de Groep hoofdzakelijk
plaatsvindt binnen Europa.
Risico’s verbonden aan de marktont-
wikkelingen
De mediamarkt is voortdurend in
beweging. Het resultaat van de Groep
wordt in grote mate bepaald door de
advertentiemarkt, de lezersmarkt en
de kijkcijfers.
De Groep volgt de marktontwikkeling-
en binnen de mediawereld op de voet,
zodat zij te allen tijde kan inspelen op
wijzigingen en nieuwe trends binnen
de omgeving waarin de onderneming ope-
reert. Door het multimedia-aanbod waarover
de Groep beschikt, kan zij gepast reageren op
aandachtsverschuivingen van de reclamewe-
reld en van het lezerspubliek van de ene naar
de andere vorm van media.
Strategisch risico in verband met markt en
groei
De Groep kan mogelijk te maken krijgen met
een ongunstige marktsituatie of concurrentie
die zich ongunstig ontwikkelt.
Risico’s verbonden aan leveranciers
De kosten die in belangrijke mate de totale
kostprijs van de divisies Printing Services en
Media Brands bepalen, zoals druk-, distribu-
tie- en personeelskosten kunnen fluctueren
in functie van de economische conjunctuur.
De evolutie van de internationale papier- en
energieprijzen is onzeker en kan een nadelige
invloed hebben op de activiteiten, bedrijfsre-
sultaten en/of financiele positie van de Groep
indien de prijsstijgingen niet tijdig doorgere-
kend kunnen worden aan haar klanten. Om
het prijsrisico van papier te beheersen, wor-
den er periodieke contracten afgesloten voor
dagbladen magazinepapier. Om het risico
op prijsstijgingen inzake energie af te vlak-
ken en pieken te vermijden, wordt voor een
deel van de afname van energie gewerkt met
click-contracten waarbij de prijs op voorhand
wordt vastgeklikt, ongeacht de marktomstan-
digheden. Om het risico op prijsstijgingen
inzake distributiekosten te beheersen, wor-
den er intern aanpassingen gedaan aan het
bedelingsstramien, goede contracten onder-
handeld en alternatieve wijzen van distributie
onderzocht.
Storingen of onderbrekingen in het
informatica systeem
De Groep is blootgesteld aan mogelijke
storingen of onderbrekingen in haar informa-
ticasystemen.
Informaticasystemen vormen een centraal
onderdeel van de bedrijfsactiviteiten van de
Groep. Indien er een storing optreedt in de infor-
maticasystemen van de Groep, door een defect,
kwaadwillige aanvallen, virussen of andere
factoren, zou dit een ernstige impact kun-
nen hebben op verschillende aspecten van de
activiteiten, inclusief, maar niet beperkt tot de
verkoop, de klantenservice en de administratie.
Storingen in de werking van de informatica-
systemen kunnen een nadelig effect hebben
op de activiteiten of de bedrijfsresultaten van
de Groep. Tot op heden heeft de Groep geen
wezenlijke problemen met haar informatica-
systemen gekend.
De Groep investeert jaar na jaar belangrijke
middelen om haar IT-systemen te optimali-
seren en het risico op storingen te beperken. De
Groep is zich eveneens bewust van het groei-
ende gevaar van cybercriminaliteit en zet dan
ook zeer sterk in op ‘cybersecurity’. Op 10 juni
2025 meldde de Groep dat de IT-infrastructuur
geconfronteerd werd met een cyberaanval. De
websites van het bedrijf en van de mediamer-
ken alsook een deel van de interne werking,
werden verstoord door continue DDoS-aanval-
len. De impact voor de klanten bleef beperkt
gezien de snelle oplossing. Deze ervaring
sterkt de intenties van de Groep om verder
in te zetten op een strenge beveiliging van
haar IT-infrastructuur.
Risico’s in verband met intellectuele
eigendom
Het behoeden van intellectuele eigendoms-
rechten is kostbaar en onzeker. De Groep
kan niet garanderen dat ze succesvol zal
zijn in het voorkomen van misbruik van
haar intellectuele eigendomsrechten.
Risico van verminderde merkherkenning
of negatief merkimago
De positie van de Groep kan op een aan-
zienlijk negatieve wijze worden beïnvloed,
indien de merkherkenning aanzienlijk zou
verminderen of indien de toonaangevende
merken, publicaties en producten van de
Groep reputatieschade oplopen.
MEDIA WITH IMPACT
JAARVERSLAG 2025 - 7776 - JAARVERSLAG 2025
Risico van niet-hernieuwing van licenties voor
tv-activiteiten
De Groep beschikt over de nodige erkenningen
voor het uitvoeren van haar televisieactivitei-
ten op het Belgische grondgebied. Indien de
Groep er niet in zou slagen deze te verlengen,
kan dit mogelijks een negatieve impact hebben
op de financiële positie en/of bedrijfsresultaten
van de Groep.
Risico’s verbonden aan huidige en
toekomstige overnames
Wanneer de Groep entiteiten overneemt, staat
zij bloot aan risico’s verbonden aan de integra-
tie van deze entiteiten.
Innovatierisico
Het is van belang dat de Groep op permanente
basis nieuwe toepassingen ontwikkelt. Indien
de Groep hierin niet zou slagen, loopt zij het
risico een niet in te halen achterstand op te
lopen op haar concurrenten, wat mogelijks een
negatieve impact zou kunnen hebben op haar
financiële positie en/of bedrijfsresultaten.
Valutarisico
De Groep is minimaal onderhevig aan een
valutarisico gezien zowel aankopen als verko-
pen hoofdzakelijk in euro gebeuren.
Renterisico
De Groep heeft per 31 december 2025 geen
openstaande schulden bij kredietinstellingen
waardoor dit risico minimaal is.
Kredietrisico
De Groep is blootgesteld aan het krediet-
risico op haar klanten, wat zou kunnen leiden
tot kredietverliezen. Om het kredietrisico te
beheersen, worden kredietwaardigheids-
onderzoeken uitgevoerd met betrekking tot
klanten die belangrijke kredietfaciliteiten
wensen en, indien deze onderzoeken negatief
zijn, wordt de kredietverstrekking geweigerd
of beperkt.
Er is geen concentratie van belangrijke kre-
dietrisico’s.
Ondanks de intentie van de Groep om haar
kredietrisico te beperken, kan ze geconfron-
teerd worden met een achteruitgang van
de kredietwaardigheid van haar klanten.
Het eventuele onvermogen om een krediet-
verzekeringspolis met betrekking tot
bepaalde klanten af te sluiten, kan een
wezenlijk nadelige invloed hebben op de
activiteiten, financiële positie en/of bedrijfs-
resultaten van de Groep.
Liquiditeits- en kasstroomrisico
De Groep verwacht aan haar verplichtin-
gen te kunnen voldoen door de operationele
kasstromen en huidige liquide middelen.
Roularta is schuldenvrij en heeft eind 2025
een cashpositie van € 51,3 miljoen.
Vermogensstructuur
De Groep tracht constant haar vermogens-
structuur (combinatie van schulden en eigen
vermogen) te optimaliseren. Het belangrijk-
ste objectief van de vermogensstructuur is
de maximalisatie van de aandeelhouders-
waarde terwijl tegelijkertijd de gewenste
financiële flexibiliteit blijft behouden om
strategische projecten uit te voeren.
Risico’s verbonden aan de beoordeling
van de gebruiksduur van de merken en
klantenportefeuilles
Tot en met 30 juni 2018 hadden verschil-
lende merken een onbepaalde gebruiksduur.
Per 1 juli 2018 werd beslist om de gebruiks-
duur van de merken in portefeuille te
wijzigen naar een bepaalde gebruiksduur.
Vanaf 1 juli 2018 wordt de waarde van
de merken afgeschreven in functie van
de ingeschatte bepaalde gebruiksduur.
Op basis van een individueel assess-
ment per merk en inschattingen gemaakt
door het management wordt ieder merk
ondergebracht in een groep van merken;
i.e. ‘super’merken, ‘groei’merken, ‘mature’
merken en ‘jonge’/‘kleine’ merken. Deze
opdeling van merken in functie van hun
gebruiksduur is een algemene leidraad die
door het management werd uitgewerkt en
dit op basis van enerzijds hun inzichten in
de mediasector en anderzijds de toets van
deze inzichten aan de realiteit.
Deze inschattingen van het management
kunnen echter negatief beïnvloed wor-
den door enerzijds algemeen ongunstige
marktontwikkelingen, opgelegde over-
heidsmaatregelen (o.m. doch niet beperkt
tot overheidsmaatregelen in het kader
van pandemieën) en/of anderzijds tegen-
vallende prestaties van één of meerdere
merken. Hierdoor kan het management
genoodzaakt worden om de gemaakte
inschattingen inzake de levens/gebruiks-
duur van een merk of een klantenportefeuille
bij te sturen en het merk onder te brengen
in een andere groep van merken.
Op het einde van huidig verslagperiode zijn er
geen indicaties dat er aanpassingen zouden
moeten gebeuren aan de indeling van de mer-
ken in de verschillende merkengroepen, noch
dat de levens/gebruiksduur van een merk of een
klantenportefeuille sterker zou zijn gedaald ten
opzichte van de initieel ingeschatte gebruiksduur
ervan.
Risico’s verbonden aan mogelijke
waardeverminderingen van goodwill,
immateriële activa of materiële vaste activa
Een bijzondere waardevermindering wordt opge-
nomen indien de boekwaarde van een actief, of
de kasstroomgenererende eenheid waartoe het
actief behoort, hoger is dan de realiseerbare
waarde.
Deze realiseerbare waarde wordt bepaald aan
de hand van businessplannen opgesteld door
het management en gevalideerd door de raad
van bestuur. De Groep wijst op de sensitivi-
teit van deze businessplannen. In voorkomend
geval de premissen vervat in voormelde busi-
nessplannen door marktomstandigheden niet
kunnen worden gerealiseerd, worden bijzondere
waardeverminderingen opgenomen in de winst-
en-verliesrekening en hebben deze een effect op
het nettoresultaat en op het eigen vermogen van
de Groep.
Risico’s in verband met regelgeving
De Groep streeft ernaar om steeds binnen het
wettelijk kader op te treden. Bijkomende of wij-
zigende wetgeving, inclusief fiscale wetgeving
of beslissingen van administratieve overheden,
zouden ertoe kunnen leiden dat de Groep beperkt
wordt in haar groei of geconfronteerd wordt met
bijkomende kosten en/of belastingen.
Op het gebied van fiscale regel-
geving maakt de Groep gebruik van de
mogelijkheden die de fiscale wet- en
regelgeving biedt, zonder hierbij on-
nodige risico’s te lopen. De Groep heeft
hierbij ondersteuning van externe fis-
cale adviseurs.
Risico’s inzake rechtszaken
en arbitrages
De Groep is betrokken bij een aantal
hangende geschillen waarvoor veelal
provisies werden aangelegd. De Groep
kan niet garanderen dat er in de toe-
komst geen materiële geschillen door
derden zullen worden ingesteld met
betrekking tot gepubliceerde artikels,
inbreuken op het auteursrecht en meer
in het algemeen verband houdend de
media- activiteiten van de Groep.
Opgemaakt te Roeselare op 3 april 2026.
De raad van bestuur
MEDIA WITH IMPACT
78 - JAARVERSLAG 2025 JAARVERSLAG 2025 - 79
VERKLARING
INZAKE
DEUGDELIJK
BESTUUR
[
*
]
[*] Onderdeel van het jaarverslag van de Raad van Bestuur.
AANDUIDING VAN DE CODE INZAKE
DEUGDELIJK BESTUUR
Als multimediabedrijf creëert en verspreidt
Roularta Media Group kwaliteitsvolle, onaf-
hankelijke en relevante content voor het bre-
de publiek en voor specifieke doelgroepen.
Daaraan koppelt zij geavanceerde marketing-
en reclameplatformen voor haar partners.
Roularta Media Group wil een duurzame meer-
waarde scheppen voor al haar stakeholders en
voor de hele samenleving.
Het deugdelijk bestuur dat Roularta Media
Group hanteert, werd uitgeschreven in het Cor-
porate Governance Charter, dat u terugvindt op
de website van de vennootschap (https://www.
roularta.com/op-de-beurs/corporate-gover-
nance/).
Het Corporate Governance Charter, dat op
exhaustieve en transparante wijze uiteenzet
hoe Roularta Media Group wordt bestuurd en
hoe er over dit bestuur verantwoording wordt
afgelegd, vervolledigt de corporate governance-
bepalingen uit het Wetboek van Vennootschap-
pen en Verenigingen en de statuten van de NV
Roularta Media Group.
De Raad van Bestuur is van oordeel dat het
naleven van de principes uiteengezet in het
Corporate Governance Charter leidt tot een
efficiënter, transparanter bestuur en een beter
risico- en controlebeheer van de vennootschap.
Hierbij heeft Roularta Media Group waarde-
maximalisatie als doel voor ogen en dit zowel
voor de aandeelhouders, stakeholders als de
institutionele beleggers.
• Principe 9.1: de Raad van Bestuur
evalueert minstens om de drie jaar
zijn eigen prestaties alsook zijn in-
teractie met het uitvoerend ma-
nagement, evenals zijn omvang,
samenstelling en werking, alsook
die van de comités. De evaluatie
verloopt via een formele procedure,
al dan niet extern gefaciliteerd, in
overeenstemming met een door de
raad goedgekeurde methodologie.
BESCHRIJVING VAN DE
BELANGRIJKSTE KENMERKEN
VAN DE INTERNE CONTROLE-
EN RISICOBEHEERSYSTEMEN
Algemeen
Roularta Media Group heeft een intern
controle- en risicobeheersysteem op-
gezet in lijn met de voorschriften van
de Belgische Corporate Governance
Code van 2020.
Het interne controle- en risicobeheer-
systeem van Roularta Media Group is
gebaseerd op het COSO framework
en beoogt redelijke zekerheid te ver-
schaffen m.b.t. het behalen van de
doelstellingen van de onderneming. Dit
impliceert onder meer het herkennen
en beheersen van zowel operationele
als financiële risico’s, effectiviteit en
efficiëntie van de bedrijfsprocessen,
het naleven van wetten en regels en
het toezicht op de rapportering.
In overeenstemming met artikel 3:6 §
2 van het Wetboek van Vennootschap-
pen en Verenigingen hanteert Roularta
Media Group de Corporate Governan-
ce Code 2020 voor beursgenoteerde
bedrijven (zie https:// www.corporate-
governancecommittee.be/sites/default/
files/generated/files/page/belgische_
corporate_governance_code_2020.
pdf) als haar referentiecode. Roularta
Media Group NV wijkt weliswaar af van
de principes 4.3, 4.4, 7.6, 7.9, 7.12 en 9.1
vastgelegd in deze referentiecode.
• Principe 4.3: het benoemings- en
remuneratiecomité bestaat uit min-
stens drie bestuurders.
• Principe 4.4: de Raad van Bestuur
ziet erop toe dat voor elk comité een
voorzitter wordt aangesteld.
• Principe 7.6: de Raad van Bestuur
heeft beslist om geen aandelen toe te
kennen aan de niet-uitvoerende be-
stuurders als onderdeel van hun re-
muneratie.
• Principe 7.9: er werd evenmin een
minimumdrempel van aandelen
bepaald die moet worden aange-
houden door de leden van het uit-
voerend management.
• Principe 7.12: in de contracten met de
CEO en de andere leden van het uit-
voerend management zijn geen bepa-
lingen ingevoerd die de vennootschap
in staat stellen om betaalde variabele
remuneratie terug te vorderen.
deugdelijk bestuur
MEDIA WITH IMPACT
80 - JAARVERSLAG 2025 JAARVERSLAG 2025 - 81
Controle- en risicobeheer
Beheersomgeving
De organisatiecultuur binnen
Roularta Media Group laat ruimte
voor een decentrale werking. Direc-
tieleden en leidinggevenden worden
in verregaande mate geresponsabili-
seerd om te voorzien in operationele
aansturing. De decentrale aansturing
houdt onder meer het continu waken
over risicobeheersing in.
De beheersomgeving omvat volgen-
de elementen:
• de missie, visie en waarden, die
veelvuldig worden gecommuni-
ceerd en de voornaamste pijlers
vormen voor onze bedrijfscultuur;
• organigrammen en rapporterings-
lijnen;
• procedures en richtlijnen die via
het intranet worden gecommuni-
ceerd;
• voorbeeldfunctie van het manage-
ment;
• deskundigheid en juiste mindset
van onze medewerkers. Deze wor-
den onder meer verzekerd door
duidelijk geformuleerde functieom-
schrijvingen, het selectieproces en
competentiebeheer (incl. continue
opleidingen en verbeteracties).
Risicobeheerproces
Het risicobeheersysteem van
Roularta Media Group is gebaseerd
op het COSO ERM framework. De
voornaamste doelstellingen zijn het in kaart bren-
gen van de risico’s waaraan Roularta Media Group
wordt blootgesteld en deze te beheersen.
Het risicobeheerproces omvat volgende stappen:
• Risico-identificatie
• Risicoanalyse
• Risico-evaluatie
• Risicorespons
• Monitoring en bijsturing
Risico’s worden geïdentificeerd door middel van
audits en jaarlijkse interviews met het manage-
ment. De resultaten van de audits en de interviews
worden geconsolideerd en besproken met de leden
van het executive management committee.
Risico’s worden opgedeeld in vier categorieën:
• Operationele risico’s
• Financiële risico’s
• Compliancerisico’s
• Strategische risico’s
Ieder risico wordt geëvalueerd op basis van ener-
zijds de kans dat het risico zich voordoet en ander-
zijds de impact ervan:
KANS
Heel hoog
Hoog
Medium
Laag
Heel laag
Heel laag Laag Medium Hoog Heel hoog
IMPACT
Op basis van de risico-evaluatie beslist het
management over de gepaste acties.
Controleactiviteiten
Veel processen binnen Roularta Media Group zijn
geautomatiseerd. Een belangrijk onderdeel van de
automatisatie is risicobeheer met aandacht voor
correctheid, volledigheid, consistentie, tijdigheid
en valorisatie/autorisatie van de informatie.
Een continue bewaking, voornamelijk via inge-
bouwde controles in een sterk geautomatiseerde
operationele omgeving, bewerkstelligt het voor-
komen of het tijdig detecteren van mogelijke de-
viaties. De beveiliging van de IT-systemen is hier
cruciaal. Bijzondere aandacht wordt daarbij ge-
schonken aan:
• de ontdubbeling van systemen;
• toegangsbeveiliging;
• de scheiding van test- en productieomgeving;
• stroomgroepen;
• back-upprocedures;
• cybersecurity.
Informatie en communicatie
Dankzij de ruime interne rapportering en commu-
nicatiestromen hebben zowel medewerkers als
management toegang tot de voor hen relevante
informatie: medewerkers tot de informatie die zij
nodig hebben bij de uitvoering van hun takenpak-
ket, management tot de informatie die nodig is
voor de aansturing van hun businessunit. Deze
laatste bestaat hoofdzakelijk uit de belangrijkste
financiële en operationele KPI’s.
Monitoring
De Raad van Bestuur houdt via het auditcomité
toezicht op het risicobeheersysteem. Het auditco-
mité steunt hierbij op de informatie die het ontvangt
van de externe auditor. Roularta Media Group heeft
op vandaag geen interne auditor meer in dienst.
De openstaande vacature voor een interne auditor
wordt bij gebrek aan een instroom van geschikte
kandidaten niet ingevuld. In samenspraak met
het auditcomité werd dan ook beslist om voor-
lopig niet verder in te zetten op de invulling van
de openstaande vacature van interne auditor. In
samenspraak met het management wordt er door
het auditcomité beslist om wanneer de noodzaak of
de behoefte zich voordoet, een beroep te doen op
externe partijen om bepaalde interne audits uit te
voeren of bepaalde interne bedrijfsprocessen door
te lichten, aan te passen of te optimaliseren. Medio
2024 is binnen de Groep, de functie van Chief Ope-
ration Officer (COO) in het leven geroepen en ook
ingevuld. Eén van de kerntaken van de COO is de
evaluatie, monitoring en optimalisatie van de ope-
rationele processen binnen de groep. Gezien de
invulling van de COO functie en zijn opdracht om
te zorgen voor procesoptimalisatie, werd de zoek-
tocht naar een interne auditor voorlopig stopgezet.
Deze beslissing wordt op regelmatige basis geëe-
valueerd door het auditcomité
Controle- en risicobeheer inzake financiële
verslaggeving
De risicobeheersing inzake de financiële verslag-
geving wordt voornamelijk gekenmerkt door:
• de boekhoudkundige regels die dagelijks van
toepassing zijn;
• de uniformiteit die wordt nagestreefd binnen de
diverse vennootschappen van de Groep zowel
op het vlak van de toepassing van de IFRS-re-
gels alsook op het vlak van gestandaardiseerde
rapportering;
• de controle op de gerapporteerde cijfers van
verbonden ondernemingen door de centrale
afdeling controlling;
• het nazicht, monitoring van de financiële rap-
portering door het auditcomité.
OPENBAARMAKING BELANGRIJKE
DEELNEMINGEN EN TOELICHTING
BIJ DE ELEMENTEN OPGESOMD
IN ARTIKEL 34 VAN HET KB VAN
14/11/2007, VOOR ZOVER DIE
ELEMENTEN VAN AARD ZOUDEN
ZIJN EEN GEVOLG TE HEBBEN
IN GEVAL VAN EEN OPENBARE
OVERNAMEBIEDING
Het kapitaal van de vennootschap bedraagt
84.815.953,73 euro en wordt vertegenwoordigd
door 13.931.920 aandelen die elk een gelijk deel
van het kapitaal van de vennootschap vertegen-
woordigen.
Het aandeelhouderschap is per 31 december 2025
als volgt verdeeld:
Aantal
aandelen
% tov
kapitaal
Stem-
rechten
% Stem-
rechten
Koinon NV
11.500.893 82,55% 20.853.870 89,56%
Eigen aandelen
1.541.194 11,06% 1.541.194 6,62%
Individuele en
institu tionele beleggers
889.833 6,39% 889.884 3,82%
TOTAAL
13.931.920 100,00% 23.284.948
100,00%
De stemrechten verbonden aan eigen aandelen zijn geschorst.
MEDIA WITH IMPACT
82 - JAARVERSLAG 2025 JAARVERSLAG 2025 - 83
Alle eigen aandelen die de vennootschap
in portefeuille heeft, hebben geen stem-
recht zolang ze in eigen portefeuille zijn.
Ieder aandeel geeft recht op één stem.
In overeenstemming met artikel 7:53 van
het Wetboek van Vennootschappen en
Verenigingen en artikel 34 van de statu-
ten van Roularta Media Group, hebben
de volgestorte aandelen die ten minste
twee jaar ononderbroken op naam van
dezelfde aandeelhouder in het register
van de aandelen op naam zijn ingeschre-
ven, echter een dubbel stemrecht.
Er bestaat geen ‘relationship agreement’
tussen de vennootschap en haar referen-
tieaandeelhouder De Raad van Bestuur
heeft na evaluatie beslist dat de vennoot-
schap geen baat heeft bij een relation-
ship agreement.
De statuten en het Corporate Governan-
ce Charter van Roularta Media Group be-
vatten specifieke bepalingen betreffende
de (her)benoeming, vorming en evaluatie
van bestuurders. De bestuurders worden
voor een maximale duur van vier jaar
door de algemene vergadering van aan-
deelhouders benoemd, die hen ook te al-
len tijde kan ontslaan.
Een besluit tot benoeming of ontslag
behoeft de gewone meerderheid van de
stemmen. Wanneer een plaats van een
bestuurder vroegtijdig openvalt, kunnen
de overblijvende bestuurders zelf een
nieuwe bestuurder benoemen (coöpte-
van het Wetboek van Vennootschappen en Ver-
enigingen door aandelen uit te geven die niet
meer dan 10% vertegenwoordigen van de be-
staande aandelen ten tijde van een dergelijk
openbaar overnamebod. Deze machtiging werd
verleend door de buitengewone algemene ver-
gadering van 16 mei 2023 voor een termijn van
drie jaar. Aan de komende algemene vergade-
ring zal voorgesteld worden om deze machti-
ging te hernieuwen.
De vennootschap kan haar eigen aandelen,
winstbewijzen of andere certificaten verwerven,
vervreemden of verpanden voor zover de rele-
vante wettelijke bepalingen worden nageleefd.
De Raad van Bestuur is uitdrukkelijk gemach-
tigd om, zonder besluit van de algemene ver-
gadering, eigen aandelen te verwerven en aan
te houden indien dat nodig is om een dreigend
ernstig nadeel voor de vennootschap te voor-
komen. Deze machtiging werd verleend door
de buitengewone algemene vergadering van 16
mei 2023 voor een termijn van drie jaar. Aan de
komende algemene vergadering zal voorgesteld
worden om deze machtiging te hernieuwen.
In het kader van de Wet van 1 april 2007 op
de openbare overnamebiedingen werd er door
de NV Koinon op 30/08/2018 als rechtstreek-
se houder van meer dan 30% van de aandelen
Roularta Media Group een actualisatie gedaan
van de aanmelding bij de FSMA overeenkomstig
artikel 74 § 6 van voormelde wet. De NV Koinon
is een dochteronderneming van de Stichting
Administratiekantoor Cerveteri, die gecontro-
leerd wordt door de heer Rik De Nolf en me-
vrouw Lieve Claeys.
SAMENSTELLING EN
ACTIVITEITENVERSLAG VAN DE
RAAD VAN BESTUUR EN COMITÉS
EN DE AANWEZIGHEIDSGRAAD VAN
HUN LEDEN
De vennootschap heeft naar aanleiding
van de aanpassingen van haar statuten
naar de nieuwe bepaling van het Wetboek
van Vennootschappen en Verenigingen
duidelijk de keuze gemaakt voor een
monistische structuur.
Raad van Bestuur
Tijdens het boekjaar 2025 was de Raad van
Bestuur van de NV Roularta Media Group sa-
mengesteld uit tien leden:
- Zeven bestuurders die de referentieaandeel-
houder vertegenwoordigen en dit overeen-
komstig het statutair voordrachtsrecht:
• De heer Rik De Nolf, uitvoerend bestuurder en
voorzitter van de Raad van Bestuur (man-
daat tot de algemene vergadering in 2026).
• De heer Xavier Bouckaert, vaste vertegen-
woordiger van de NV Koinon (mandaat tot
de algemene vergadering in 2026),
• Mevrouw Coralie Claeys, vaste vertegen-
woordiger van de NV Verana (mandaat tot
de algemene vergadering in 2028)
• Mevrouw Lieve Claeys (mandaat tot de alge-
mene vergadering in 2026)
• De heer Francis De Nolf, vaste vertegenwoor-
diger van de NV Alauda (mandaat tot de al-
gemene vergadering in 2027)
• De heer William De Nolf, vaste vertegenwoor-
diger van de NV Cella (mandaat tot de alge-
mene vergadering in 2027).
• De heer Louis De Nolf, vaste
vertegenwoordiger van de BV LDN
Business (mandaat tot de algemene
vergadering van 2028)
- Drie onafhankelijke bestuurders
die allen een leidinggevende maat-
schappelijke functie bekleden:
» De heer Koen Dejonckheere, vas-
te vertegenwoordiger van de NV
Invest at Value (mandaat tot de
algemene vergadering in 2026):
De heer Koen Dejonckheere is
sinds 2008 CEO van de Gimv. Voor-
dien was hij managing director en
hoofd van Corporate Finance bij
KBC Securities. Eerder werkte de
heer Koen Dejonckheere bij Nes-
bic, Halder, Price Waterhouse Cor-
porate Finance Europe en de Bank
Brussel Lambert. De heer Koen
Dejonckheere kan bogen op een
uitgebreide ervaring als dealmaker
in investment banking en private
equity in België en internationaal.
» De heer Rik Vanpeteghem (man-
daat tot de algemene vergadering
in 2026): De heer Rik Vanpeteghem
studeer
de rechten en business ma
-
nagement aan de KU Leuven en
fiscaal recht aan de Fiscale Hoge-
school. Hij begon zijn carrière bij
Deloitte Belgium in 1985. Hij is ge-
specialiseerd in internationale tax-
planning. Vooraleer hij CEO werd van
Deloitte Belgium (2008-2016) was hij
er de managing partner T
ax & L
egal
(2004-2008). Van 2015 tot zijn uit
-
treding als vennoot in 2021 was hij de Regional Ma-
naging Director van EMEA (Europe, Middle East en
Africa) en lid v
an het Global Executive Committee
van Deloitte. De heer Rik Vanpeteghem is in de loop
der jaren een actief lid en bestuurder geweest van
businessfederaties zoals VBO, Voka en AmCham.
Hij was lid van de steunraad Koning Boudewijn
-
stichting West-Vlaanderen en is op heden voorzit-
ter van het bestuurscomité van de Kulak.
» Mevr
ouw Pascale Sioen, vaste vertegenwoordiger
van de BV P. Company (mandaat tot de algemene
vergadering in 2026): Pascale Sioen is CEO van de
Chemicals-divisie van de Sioen Industries Groep
die basisgrondstoffen verwerkt tot hoogkwalita
-
tieve halffabricaten voor tal van toepassingen. Zij
is master in de Economie en volgde verschillende
postuniversitaire opleidingen en stages in het bui
-
tenland. Pascale Sioen is uitvoerend bestuurder
van Sioen Industries (sinds 1990) maar heeft ook
aanzienlijke ervaring als bestuurder en manager in
tal van andere ondernemingen in diverse sectoren.
Daarnaast zorgt zij voor de begeleiding van een
aantal veelbelovende start-ups.
Aan de komende algemene vergadering zal worden
voorgesteld om de mandaten van volgende bestuur-
ders te hernieuwen voor een termijn van vier jaar:
- Dhr. Rik De Nolf, bestuurder & voorzitter;
- NV Koinon, vast vertegenwoordigd door
Xavier Bouckaert, gedelegeerd bestuurder;
- Mevrouw Lieve Claeys, bestuurder;
- De heer Rik Vanpeteghem, onafhankelijk
bestuurder;
- BV P.Company, vertegenwoordigd door mevrouw
Pascale Sioen, onafhankelijk bestuurder;
- NV Invest at Value, vertegenwoordigd door
Koen Dejonckeere, onafhankelijk bestuurder;
MEDIA WITH IMPACT
ren). In dat geval zal de eerstvolgende al-
gemene vergadering de definitieve benoe-
ming doen.
De statuten van de NV Roularta Media
Group voorzien in een bindend voordracht-
recht ten voordele van de NV Koinon. Op
grond van dit voordrachtrecht wordt de
meerderheid van de bestuurders benoemd
uit de kandidaten voorgedragen door de
NV Koinon zolang deze laatste recht-
streeks of onrechtstreeks ten minste 35%
van de aandelen van de vennootschap be-
zit.
Beslissingen tot wijziging van de statu-
ten zijn onderworpen aan een bijzonder
aanwezigheidsquorum en meerderheids-
vereiste. Elke beslissing tot wijziging van
de statuten vereist de aanwezigheid, in
persoon of bij volmacht, van aandeelhou-
ders die samen minstens de helft van het
kapitaal vertegenwoordigen en de goed-
keuring van minstens drie vierden van het
op de vergadering aanwezige of vertegen-
woordigde kapitaal. Indien het aanwezig-
heidsquorum niet gehaald is, dan moet
een tweede vergadering worden samenge-
roepen. Tijdens de tweede vergadering
geldt het aanwezigheidsquorum niet. De
vereiste van een bijzondere meerderheid
blijft echter bestaan.
De Raad van Bestuur is uitdrukkelijk ge-
machtigd om, in het geval van openbare
overnamebiedingen op effecten van de
vennootschap, het kapitaal te verhogen
binnen de grenzen voorzien in artikel 7:202
84 - JAARVERSLAG 2025 JAARVERSLAG 2025 - 85
Aan de komende algemene vergadering zal
eveneens worden voorgesteld om de coöptatie
van LDN Business BV, vast vertegenwoordigd
door Louis De Nolf te bekrachtigen.
Op basis van artikel 7:87 in het Wetboek van
Vennootschappen en Verenigingen (WVV) en de
Corporate Governance Code 2020 (CGC) is een
verlenging van het mandaat van de NV Invest
at Value (vertegenwoordigd door dhr.
Koen
Dejonckheere
als onafhankelijk bestuurder na
12 jaar mogelijk, mits een gedegen en positie-
ve motivering door de Raad van Bestuur en de
aanvaarding door de algemene vergadering.
Het overschrijden van het 12-jaarscriterium
(zoals vastgelegd in het principe 3.5.2 van de
CGC) doet een weerlegbaar vermoeden van
afhankelijkheid ontstaan.
Dat vermoeden kan worden doorbroken wan-
neer de Raad van Bestuur expliciet uiteenzet
waarom dhr. Koen Dejonckheere in de concrete
omstandigheden daadwerkelijk onafhankelijk
blijft in de zin van artikel 7:87 WVV.
Uit de informatie waarover de ven-
nootschap beschikt, blijkt dat de NV
Invest at Value, vast vertegenwoor-
digd door dhr. Koen Dejonckheere aan
alle specifieke onafhankelijkheidscri-
teria voldoet die zijn vastgelegd in ar-
tikel 3.5 van de Belgische Corporate
Governance Code 2020, op één na,
namelijk het criterium dat een be-
stuurder niet langer dan twaalf jaar
als niet-uitvoerend bestuurder mag
hebben gediend. Niettemin stelt de
Raad van Bestuur voor om het man-
daat van de NV Invest at Value, vast
vertegenwoordigd door dhr. Koen
Dejonckheere als onafhankelijk be-
stuurder te verlengen, aangezien hij
tot op heden blijk heeft gegeven van
een volledig onafhankelijke positie ten
opzichte van de vennootschap en de
meerderheidsaandeelhouder.
De Raad van Bestuur is er volledig
van overtuigd dat de NV Invest at
Value, vast vertegenwoordigd door
dhr. Koen Dejonckheere dit tijdens
zijn verlengde mandaat zal blijven
doen, en dit werd ook door dhr. Koen
Dejonckheere zelf bevestigd.
Gezien zijn ervaring, reputatie en
loopbaan is het in het belang van de
vennootschap om zijn mandaat als
onafhankelijk bestuurder te verlengen.
De Raad van Bestuur is ook van me
-
ning dat de kwaliteit en onafhankelijk-
heid van de bijdrage van de NV Invest
at V
alue, vast vertegenwoordigd door
dhr. Koen Dejonckheere aan de wer-
king van de Raad van Bestuur niet zijn
aangetast door de duur v
an zijn man-
daat, noch dat dit het ge
val zal zijn bij
een e
v
entuele verlenging ervan.
Ten slotte heeft dhr. Koen Dejonck-
heere, vaste vertegenwoordiger van
de NV Invest at Value uitdrukkelijk
verklaard dat hij geen relaties onder-
houdt met de vennootschap of met
de meerderheidsaandeelhouder die
zijn onafhankelijkheid in het gedrang
zouden kunnen brengen en dat hij dus
voldoet aan het algemene onafhan-
kelijkheidscriterium van artikel 7:87,
§1, eerste lid, van het WVV.
De Raad van Bestuur wordt voorgeze-
ten door de heer Rik De Nolf. Als voor-
zitter neemt de heer Rik De Nolf de
verbindende rol op tussen de referen-
tieaandeelhouder, de Raad van Be-
stuur en het uitvoerend management.
Als uitvoerend bestuurder blijft de
heer Rik De Nolf ook actief binnen
het uitvoerend management van
de Groep. Als lid van het executive
management committee neemt de
heer Rik De Nolf deel aan de weke
-
lijkse vergaderingen van het execu-
tive management committee, woont
hij managementteamv
ergaderingen
bij en is hij aanwezig op de maan
-
delijkse cijfer meetings met de ver-
schillende verantwoordelijken van
de onderscheiden business units
van de groep. Met zijn bedrijfser
-
varing treedt hij op als klankbord
en adviseur voor het uitvoerend
management. De heer Rik De Nolf
is als voorzitter en uitvoerend be
-
stuurder ook verantwoordelijk voor
de externe communicatie en de
‘in
vestor relations’ van de Groep.
Deze actieve uitvoerende rol die
aan de voorzitter van de Raad van
Bestuur werd toebedeeld, zorgt
voor een betere communicatie en
doorstroming van informatie tus
-
sen de Raad van Bestuur en het
uitv
oer
end management en draagt
in het algemeen bij tot een goede
werking van de vennootschap. Dit
alles in lijn met de aanbeveling
3.16 van de Corporate Governance
Code 2020.
De Raad van Bestuur is in 2025
zeven keer samengekomen (waar-
onder twee raden van bestuur via
videoconferentie). Op de agenda
van de raden van bestuur staat
steevast de opvolging van de fi-
nanciële resultaten van de Groep
genoteerd. Ook bijzondere topics
zoals bv. overnamedossiers, nieuwe
reglementeringen, de strategie van
de Groep, de CSRD-rapportering
en de bespreking van het jaarlijkse
budget komen uitgebreid aan bod.
De secretaris van de Raad van Be-
stuur, Sophie Van Iseghem, staat in voor de
verslaggeving van de raden van bestuur en
van de comités opgericht door de Raad van
Bestuur.
Overzicht aanwezigheden raden van
bestuur in 2025:
Rik De Nolf, voorzitter 7
Xavier Bouckaert, CEO 7
Lieve Claeys 7
Coralie Claeys 6
Francis De Nolf 7
William De Nolf
6
Louis De Nolf
7
Koen Dejonckheere 7
Pascale Sioen 6
Rik Vanpeteghem 7
In het afgelopen jaar vonden er ook een aantal
(digitale) vergaderingen plaats van de onaf-
hankelijke bestuurders en dit in het kader van
het vrijwillig en v
oor
waardelijk openbaar over-
namebod dat door de NV Koinon werd uitge-
bracht op de aandelen van de NV Roularta Me-
dia Group.
V
oor 2026 staan er z
es raden van bestuur op
het programma.
Auditcomité
Het auditcomité is samengesteld uit drie
bestuursleden waarvan twee onafhankelijke
bestuurders. De leden van het auditcomité
beschikken over een collectieve deskundigheid op het
gebied van de activiteiten van Roularta Media Group
cfr. artikel 7:99 van het Wetboek van Vennootschap-
pen en Verenigingen.
De voorzitter van het auditcomité, de heer Rik Van-
peteghem beschikt over de nodige expertise inzake
materies die tot de bevoegdheid van het auditcomi-
té behoren. Dit blijkt onder meer uit de professionele
ervaring die de heer Vanpeteghem heeft opgedaan
tijdens zijn actieve loopbaan binnen Deloitte Belgium.
Het auditcomité is in 2025 vier keer bijeengekomen.
Tijdens deze bijeenkomsten heeft het auditcomité
controle uitgeoefend op de integriteit van de finan-
ciële informatie van de vennootschap, heeft het de
activiteiten van de externe auditor van nabij opge-
volgd en heeft het indien het dit nodig achtte hierover
aanbevelingen gedaan aan de Raad van Bestuur.
Op uitnodiging van de voorzitter wordt het auditcomi-
té bijgewoond door de commissaris, de gedelegeerd
bestuurder
, de voorzitter van de Raad van Bestuur en
de financieel directeur. De commissaris was aanwezig
op twee vergaderingen van het auditcomité in 2025.
De voorzitter van het auditcomité brengt telkens na
het auditcomité verslag uit aan de Raad van Bestuur
omtrent de behandelde topics binnen het auditcomi-
té.
Overzicht aanwezigheden vergaderingen
auditcomité in 2025:
Rik Vanpeteghem 4
Koen Dejonckheere 4
Louis De Nolf 4
MEDIA WITH IMPACT
86 - JAARVERSLAG 2025 JAARVERSLAG 2025 - 87
Het benoemings- en remuneratiecomité
kwam twee keer samen in de loop van 2025
met als belangrijkste agendapunten: het
opstellen van het remuneratieverslag en de
evaluatie van de remuneratie- en bonuspo-
litiek van het uitvoerend management.
Overzicht aanwezigheden vergaderingen
benoemings- en remuneratiecomité in
2025:
Koen Dejonckheere 2
Rik Vanpeteghem 2
EVALUATIE RAAD VAN BESTUUR
EN COMITÉS
De Raad van Bestuur voert om de vier jaar,
onder leiding van de voorzitter en bijge-
staan door het benoemings- en remune-
ratiecomité, een evaluatie uit van zijn om-
vang, samenstelling, werking en interactie
met het uitvoerend management. Deze
evaluatie beoogt vier doelstellingen: (i) de
werking van de Raad van Bestuur en zijn
comités beoordelen; (ii) nagaan of de be-
langrijke onderwerpen grondig worden
voorbereid en besproken; (iii) de daadwer-
kelijke bijdrage van elke bestuurder aan
de werkzaamheden van de Raad van Be-
stuur nagaan, aan de hand van zijn of haar
aanwezigheid bij de raads- en comitéver-
gaderingen en zijn of haar constructieve
betrokkenheid bij de besprekingen en de
besluitvorming beoordelen; (iv) een verge-
lijking tot stand brengen tussen de huidige
samenstelling van de Raad van Bestuur en
zijn comités en de vooropgestelde gewens-
te samenstelling.
Hiermee wijkt Roularta Media Group af
van principe 9.1 van de Corporate Gover-
nance Code 2020 dat aanbeveelt om min-
stens om de drie jaar een evaluatie door
te sturen. Naar aanleiding van de laatste
evaluatie van de Raad van Bestuur en zijn
comités in 2023 werden de bestuurders
en de leden van de comités ook bevraagd
naar de ideale frequentie van deze evalu-
atie. De bevraagde bestuursleden en leden
van de onderscheiden comités waren van
mening dat een evaluatie om de vier jaar
een ideale frequentie is. Een evaluatie om
de vier jaar ligt in lijn met de duurtijd van
het mandaat van bestuurder, waarop er
sowieso al een evaluatie gebeurt met het
oog op de (her)benoeming van een be-
stuurder.
Eveneens om de vier jaar beoordelen de
niet- uitvoerende bestuurders hun interac-
tie met het senior management en, indien
toepasselijk, maken zij voorstellen over
aan de voorzitter van de Raad van Bestuur
ter verbetering van deze interactie.
GENDERDIVERSITEIT
De Raad van Bestuur telt drie (30%) vrou-
welijke en zeven mannelijke (70%) be-
stuursleden. Hiermee voldoet Roularta
Media Group aan de wettelijke quota cfr.
artikel 7:86 van het Wetboek van Vennoot-
schappen en Verenigingen inzake gender-
diversiteit binnen de Raad van Bestuur.
Los van de genderdiversiteit, houdt de
Raad van Bestuur bij zijn samenstelling
nog andere diversiteitsperspectieven voor
ogen, zoals onafhankelijkheid, leeftijd, oplei-
ding, professionele ervaring en nationaliteit.
De Raad van Bestuur is van mening dat de
diversiteit in zijn samenstelling zorgt voor een
gevarieerde input van meningen en visies. De
daaruit volgende interactie leidt tot een kwa-
liteitsvollere beraadslaging en besluitvorming.
Rekening houdend met de ‘war for talent’ is
het voor de Groep belangrijk om als werkge-
ver/opdrachtgever onze ambities inzake ver-
antwoord en duurzaam ondernemen duidelijk
in de verf te zetten en dit om nieuwe mede-
werkers aan te trekken en te behouden. Enkel
met geëngageerde werknemers en zelfstandi-
ge medewerkers kunnen wij onze ambitieuze
duurzame doelstellingen realiseren.
Roularta Media Group hanteert hiervoor een
inclusief personeelsbeleid met als doel talent-
volle werknemers en zelfstandige medewer-
kers aan te trekken en aan boord te houden.
Roularta Media Group is ervan overtuigd dat
een weerspiegeling van de diversiteit in de
samenleving binnen haar personeelsbestand,
haar het beste wapent tegen de uitdagingen
waarmee wij binnen een zeer competitieve
mediawereld worden geconfronteerd.
Daarnaast wordt ook ten volle aandacht be-
steed aan het principe van inclusie met als
doel al onze personeelsleden/medewerkers op
een efficiënte wijze ondanks hun persoonlijke
verschillen te laten samenwerken en elkaar
vanuit een ‘open spirit & mind’ te versterken.
Deze basisfilosofie hanteren wij niet enkel bij
de instroom van nieuwe personeelsleden/
medewerkers, maar ook bij een verdere door-
stroom, groei en ontwikkeling van onze huidi-
ge personeelsleden en medewerkers.
In het kader van het selectieproces voor
een openstaande vacature, een promotie,
opleiding of andere HR-gerelateerde mate
-
ries (zoals o.m. een loonsverhoging), wordt
een beleid gevoerd gebaseerd op eerlijkheid,
billijkheid en dit voor alle medewerkers, on
-
geacht leeftijd, achtergrond, voorkeuren of
sekse.
De afweging om in aanmerking te komen voor
een vacature, promotie, opleiding of een an-
dere HR-gerelateerde beslissing wordt steeds
in alle onafhankelijkheid en transparantie ge-
maakt op basis van eigen verdiensten van de
(kandidaat-) medewerker, namelijk op basis
van zijn/haar eigen geschiktheid/bekwaam-
heid en desgevallend andere objectieve cri-
teria (zoals loopbaangesprekken, reflectiege-
sprekken, mutatiedocumenten, enz.).
Voor meer informatie ivm het diversiteitsbeleid
wordt er verwezen naar het duurzaamheids-
verslag (Zie blz. 142 ).
SAMENSTELLING
UITVOEREND MANAGEMENT
De operationele bevoegdheden werden door
de Raad van Bestuur gedelegeerd aan het
executive management committee. Dit
comité onder leiding van de gedelegeerd
bestuurder (CEO) staat binnen de krijtlijnen
uitgezet door de Raad van Bestuur in voor de
leiding van de Groep.
Het executive management committee
is samengesteld als volgt: de CEO, de
uitvoerend voorzitter van de Raad van
Bestuur, de HR-directeur, de CFO en de
COO (zie samenstelling blz. 64).
Het executive management committee
is divers samengesteld zowel qua gen-
der, kennis, expertise, achtergrond als
leeftijd.
Overeenkomstig principe 2.10 van de
Corporate Governance Code heeft de
vennootschap een opvolgingsplan voor
de CEO en de andere leden van het
uitvoerend management. Bij het uitval-
len van de CEO worden de taken van
de CEO in eerste instantie op tijdelijke
wijze ingevuld door de voorzitter van de
Raad van Bestuur en wordt onmiddellijk
een benoemings- en remuneratiecomité
bijeengeroepen.
Bij het uitvallen van een ander lid van
het uitvoerend management worden in
eerste instantie de taken van het uitge
-
vallen lid verdeeld over de overige leden
van het uitvoerend management en
wordt er onmiddellijk een benoemings-
en remuneratiecomité samengeroepen.
TEGENSTRIJDIG BELANG
Er waren in de loop van het boekjaar
geen tegenstrijdige belangen van ver-
mogensrechtelijke aard die aanleiding
gaven tot toepassing van de artikels
7:96 en 7:97 van het Wetboek van Ven-
nootschappen en Verenigingen.
Benoemings- en remuneratiecomité
De Raad van Bestuur heeft zoals voorzien in de
Corporate Governance Code gebruikgemaakt
van de mogelijkheid om één gezamenlijk co-
mité op te richten, namelijk het benoemings-
en remuneratiecomité. Het benoemings- en
remuneratiecomité is samengesteld uit een
meerderheid van onafhankelijke, niet-uitvoe-
rende bestuurders.
Roularta Media Group wijkt af van het prin-
cipe 4.3 van de Corporate Governance Code
dat voorschrijft dat het benoemings- en re-
muneratiecomité bestaat uit minstens drie
bestuurders. De Raad van Bestuur is van
mening dat de rol en bevoegdheden van het
benoemings- en remuneratiecomité op een
afdoende wijze kunnen worden ingevuld door
twee bestuurders. De Raad van Bestuur heeft
ook beslist om geen voorzitter aan te stellen
voor dit comité, aangezien dit comité slechts
tweemaal per jaar samenkomt en de rol van
de voorzitter van een dergelijk comité geen
toegevoegde waarde heeft. Het benoemings-
en remuneratiecomité beschikt cfr. artikel
7:100 van het Wetboek van Vennootschappen
en Verenigingen over de nodige deskundig-
heid op het gebied van remuneratiebeleid.
De voorzitter en de CEO nemen met raadge-
vende stem deel aan de vergaderingen van
het benoemings- en remuneratiecomité cfr.
artikel 7:100 § 7 van het Wetboek van Ven-
nootschappen en Verenigingen, tenzij wan-
neer het benoemings- en remuneratiecomité
beraadslaagt over de vergoedingen van de
CEO. Ook de HR-directeur wordt uitgenodigd
op het benoemings- en remuneratiecomité.
MEDIA WITH IMPACT
88 - JAARVERSLAG 2025 JAARVERSLAG 2025 - 89
BELEID BETREFFENDE DE
TRANSACTIES EN ANDERE
CONTRACTUELE BANDEN
TUSSEN DE VENNOOTSCHAP,
INCLUSIEF VERBONDEN
VENNOOTSCHAPPEN, EN
HAAR BESTUURDERS EN
LEDEN VAN HET UITVOEREND
MANAGEMENT DIE NIET ONDER
DE BELANGENCONFLICTEN-
REGELING VALLEN
Rekening houdend met de principes en
richtlijnen vervat in de Belgische Cor-
porate Governance Code, heeft de ven-
nootschap in haar Corporate Governan-
ce Charter een beleid uitgewerkt inzake
de transacties en andere contractuele
banden tussen de vennootschap, in
-
clusief verbonden vennootschappen,
en haar bestuurders en leden van het
uitvoerend management die niet onder
de wettelijk
e
belangenconflictenrege-
ling ressorteren.
Er is sprake van een transactie of eni-
ge andere contractuele band tussen
de vennootschap en haar bestuurders
en/of de leden van haar uitvoerend
management wanneer:
• een bestuurder of een lid van het uit-
voerend management een significant
persoonlijk financieel belang heeft in
de rechtspersoon waarmee Roularta
Media Group een transactie wenst af
te sluiten;
• een bestuurder of een lid van het uit-
voerend management, zijn of haar
echtgenoot, samenwonende partner,
kind of bloed- of aanverwant tot in de twee-
de graad deel uitmaakt van de Raad van
Bestuur of het uitvoerend management van
de rechtspersoon waarmee Roularta Media
Group een belangrijke transactie wenst aan
te gaan;
• de Raad van Bestuur oordeelt dat een der-
gelijk conflict met betrekking tot de voorge-
nomen transactie bestaat.
De betrokken bestuurder of het lid van het
uitvoerend management verschaft de Raad
van Bestuur alle mogelijke relevante informa-
tie met betrekking tot het belangenconflict.
De betrokken bestuurder of het lid van het
uitvoerend management onthoudt zich van
deelname aan de beraadslaging en besluit-
vorming over dit agendapunt.
In voorkomend geval de Raad van Bestuur be-
slist om de voorgenomen verrichting te laten
doorgaan, zal deze transactie minstens moe-
ten plaatsvinden onder de voorwaarden en
tegen de zekerheden die op de markt gewoon-
lijk gelden voor soortgelijke verrichtingen.
De Raad van Bestuur omschrijft in de notu-
len de aard van de in het eerste lid bedoelde
beslissing of verrichting en de vermogens-
rechtelijke gevolgen ervan voor de vennoot-
schap en verantwoordt het genomen besluit.
Dit deel van de notulen wordt in zijn geheel
opgenomen in het jaarverslag of in een stuk
dat samen met de jaarrekening wordt neerge-
legd. De notulen van de vergadering worden
ook aan de commissaris van de vennootschap
meegedeeld. In zijn verslag bij de jaarrekening
beoordeelt de commissaris, in een afzonderlijke
sectie, de vermogensrechtelijke gevolgen voor de
vennootschap van de besluiten van de Raad van
Bestuur, zoals door hem omschreven, waarvoor
een strijdig belang als bedoeld in het eerste lid
bestaat.
De Raad van Bestuur bevestigt dat er in het af-
gelopen boekjaar geen dergelijke transacties tot
stand zijn gekomen of situaties zijn geweest, die
aanleiding hebben gegeven tot toepassing van de
hierboven vermelde procedure.
PROTOCOL TER VOORKOMING VAN
MARKTMISBRUIK
Het protocol ter voorkoming van marktmis-
bruik dat onderdeel vormt van het Corporate
Governance Charter van Roularta Media Group
legt aan bestuurders, leden van het uitvoe-
rend management en andere personeelsleden
of (externe) medewerkers die door de aard van
hun functie met vertrouwelijke en/of koersge-
voelige informatie in contact komen, het verbod
op om rechtstreeks, dan wel onrechtstreeks op
basis van voorwetenschap te handelen in finan-
ciële instrumenten uitgegeven door Roularta
Media Group. Dit protocol is opgesteld in de lijn
van de beginselen vastgelegd in de Europese
verordening n°596/2014 inzake marktmisbruik
en de wetten van 27 juni 2016 en 31 juli 2014 tot
wijziging van de wet van 2 augustus 2002 betref-
fende het toezicht op de financiële sector en de
financiële diensten. Het voormelde protocol bevat
ook regels betreffende de openbaarmaking van
uitgevoerde transacties door leidinggevende
managers en hun nauw verwante personen via
een kennisgeving aan de vennootschap en aan de
Belgische Autoriteit voor Financiële Diensten
en Markten (FSMA).
REMUNERATIEVERSLAG
Algemeen
Door de wet van 28 april 2020 werden nieuwe
regels ingevoerd in het Belgische vennoot-
schapsrecht, ter uitvoering van de EU-richtlijn
2017/828 met betrekking tot het aanmoedigen
van langetermijnbetrokkenheid van aandeel-
houders. Deze nieuwe regels vereisen onder
meer dat de vennootschap een remuneratie-
beleid heeft, waarover de aandeelhouders het
recht hebben te stemmen op de algemene
vergadering.
De Raad van Bestuur heeft zijn uitgewerkte
remuneratiebeleid voor zijn bestuurders en
de leden van het uitvoerend management ter
goedkeuring voorgelegd aan de algemene ver-
gadering van 20 mei 2025.
U vindt het remuneratiebeleid zoals uitgewerkt
door de Raad van Bestuur en goedgekeurd door
de algemene vergadering terug op de web
-
site van de vennootschap via de volgende link
https://www.roularta.com/op-de-beurs/cor-
porate-governance/.
Het uitgestippelde remuneratiebeleid voor de
bestuurders en de leden van het uitvoerend
management heeft als doel gekwalificeerde
bestuurders, managers met de vereiste ach-
tergrond en ervaring op het gebied van de
verschillende elementen van het onderne-
mingsbeleid aan te trekken en te behouden.
Om dit doel te bereiken, wordt een markt-
conform remuneratiebeleid gehanteerd
rekening houdend met de omvang en de
complexiteit van de onderneming en waar
mogelijk, gebruikmakend van referentie-
gegevens.
Bij iedere materiële wijziging en ten
minste om de vier jaar wordt het remu-
neratiebeleid in overeenstemming met de
bepalingen van de wet van 28 april 2020
opnieuw ter goedkeuring voorgelegd aan
de algemene vergadering.
De Raad van Bestuur bevestigt dat
er geen materiële wijzigingen werden
doorgevoerd aan het uitgewerkte remu-
neratiebeleid en is niet van voornemens
dit remuneratiebeleid in 2026 materieel
te wijzigen.
In onderstaand remuneratieverslag over
het boekjaar 2025 vindt u uitleg en dui-
ding bij de vergoeding van:
(I) de niet-uitvoerende leden van de
Raad van Bestuur;
(II) de Chief Executive Officer (CEO), die
ook lid is van de Raad van Bestuur
en dus ook uitvoerend bestuurder is;
(III) de uitvoerende bestuurders;
(IV) en van de andere leden van het uit-
voerend management die geen deel
uitmaken van de Raad van Bestuur.
Het remuneratieverslag over het boek-
jaar 2025 zal ter goedkeuring worden
voorgelegd aan de algemene vergade-
ring van 19 mei 2026.
Remuneratie van de niet-uitvoerende
bestuurders op jaarbasis
De niet-uitvoerende bestuurders ontvangen
een vaste remuneratie ter vergoeding van hun
lidmaatschap van de Raad van Bestuur en zit-
penningen in functie van hun aanwezigheid op
de raden van bestuur en de comités waarvan zij
lid zijn. De hoogte van de bestuurdersbezoldi-
ging wordt bepaald rekening houdend met hun
rol als gewoon bestuurder, hun specifieke rol-
len, zoals voorzitter van de Raad van Bestuur,
voorzitter of lid van een comité, alsook met de
daaruit voortvloeiende verantwoordelijkheden
en tijdsbesteding.
Aan de niet-uitvoerende leden van de Raad van
Bestuur wordt een vaste vergoeding van 10.000
euro toegekend, aangevuld met een vergoeding
per zitting van de Raad van Bestuur van 2.500
euro.
Voor telefonische of digitale raden van bestuur
wordt geen vergoeding toegekend.
Aan de leden van de comités van de Raad van
Bestuur (het auditcomité en het benoemings- en
remuneratiecomité) wordt aanvullend een ver-
goeding per zitting toegekend van 2.500 euro.
Aan de voorzitter van het auditcomité wordt per
zitting van dit comité een aanvullende vergoe-
ding van 5.000 euro toegekend.
De niet-uitvoerende bestuurders ontvangen
geen prestatiegebonden remuneratie zoals
bonussen, langetermijn-incentiveprogramma’s,
voordelen in natura of pensioenplannen. Er zijn
ook geen bijdragen voor pensioenen of soortge-
lijke vergoedingen voor bestuurders.
MEDIA WITH IMPACT
90 - JAARVERSLAG 2025 JAARVERSLAG 2025 - 91
Evenmin worden aan de niet-uitvoerende
bestuurders opties of warrants toege-
kend. Hiermee wijkt Roularta Media Group
af van het principe 7.6 van de Corporate
Governance Code dat aanbeveelt dat de
niet-uitvoerende bestuurders voor een deel
van hun remuneratie vergoed worden in de
vorm van aandelen. De Raad van Bestuur
heeft beslist om af te wijken van dit prin-
cipe om volgende redenen: vooreerst
zijn een aantal niet-uitvoerende leden
van de Raad van Bestuur voorgedragen
door en/of hebben zij een nauwe relatie
met de referentieaandeelhouder, die al over
een substantieel aandelenpakket beschikt.
Voor de overige niet-uitvoerende/onafhan-
kelijke bestuurders is de Raad van Bestuur
van mening dat een vergoeding van het
bestuurdersmandaat voor een deel onder
de vorm van aandelen, tegenstrijdig is met
enerzijds het onafhankelijkheidsprincipe
en anderzijds ook met het langetermijn-
perspectief voor de Groep, dat de Raad
van Bestuur voor ogen heeft.
Remuneratie van de uitvoerende
bestuurders op jaarbasis
De Raad van Bestuur heeft in zijn midden,
naast de gedelegeerd bestuurder/CEO, nog
één uitvoerende bestuurder, de heer Rik De
Nolf.
Aan de voorzitter van de Raad van Be-
stuur en aan de gedelegeerd bestuurder
wordt een vaste vergoeding toegekend van
100.000 euro. Omdat zowel de voorzitter als
de gedelegeerd bestuurder meer tijd be-
steedt aan de permanente opvolging van de
OVERZICHTSTABEL VERGOEDINGEN LEDEN RAAD VAN BESTUUR
Vaste
vergoeding in €
Zitpenningen
Raad van
Bestuur
(*)
Zitpenningen
auditcomité
Zitpenningen
benoemings- en
remuneratie comité
Vergoeding uitvoerend
bestuurder/lid uitvoer-
end management
Totaal
Rik De Nolf
voorzitter Raad van Bestuur
Uitvoerend
bestuurder
100.000 0 0 187.122 287.122
Xavier Bouckaert
vaste vertegenwoordiger van
NV Koinon – gedelegeerd bestuurder
Uitvoerend
bestuurder
100.000 0 0 810.875 910.875
Coralie Claeys
vaste vertegenwoordiger van
NV Verana
Niet-uitvoerend
bestuurder
10.000 10.000 0 0 0 20.000
Lieve Claeys Niet-uitvoerend
bestuurder
10.000 12.500 0 0 22.500
Koen Dejonckheere
vaste vertegenwoordiger van NV
Invest at Value
–
lid auditcomité
–
lid
benoemings- en remuneratiecomité
Onafhankelijk
bestuurder
10.000 12.500 10.000 5.000 0 37.500
Francis De Nolf
vaste vertegenwoor diger van
NV Alauda
Niet-uitvoerend
bestuurder
10.000 12.500 0 0 0 22.500
Louis De Nolf
vaste vertegenwoordiger van de
BV LDN Business - lid auditcomité
Niet-uitvoerend
bestuurder
10.000 12.500 10.000 0 0 32.500
William De Nolf
vaste vertegenwoordiger van
NV Cella
Niet-uitvoerend
bestuurder
10.000 10.000 0 0 0 20.000
Pascale Sioen
vaste vertegenwoordiger van
BV P. Company
Onafhankelijk
bestuurder
10.000 10.000 0 0 0 20.000
Rik Vanpeteghem
voorzitter auditcomité – lid
benoemings- en remuneratiecomité
Onafhankelijk
bestuurder
10.000 12.500 20.000 5.000 0 47.500
ontwikkelingen van de Groep in het algemeen
en in het bijzonder aan de voorbereiding van
de raden van bestuur en hun afgeleide comi-
tés wordt er aan hen een remuneratiepakket
toegekend dat louter bestaat uit een vaste
vergoeding. Dit remuneratiepakket wordt af-
zonderlijk bepaald door het benoemings- en
remuneratiecomité en wordt goedgekeurd
door de Raad van Bestuur.
Daarnaast wordt aan de uitvoerend voorzit-
ter van de Raad van Bestuur als lid van het
executive management committee en ter
vergoeding van zijn rol als verantwoordelijke
voor de externe communicatie en de ‘investor
relations’ van de Groep een afzonderlijke ver-
goeding toegekend van 187.122 euro.
De uitvoerende bestuurders ontvangen
geen prestatiegebonden remuneratie zoals
bonussen, langetermijn-incentiveprogram-
ma’s, voordelen in natura of pensioenplan-
nen. Evenmin worden aan de uitvoerende
bestuurders opties of warrants toegekend,
noch pensioenbijdragen of soortgelijke ver-
goedingen.
Remuneratie leden van het uitvoerend
management – vergoeding CEO
De vergoeding van de leden van het uitvoe-
rend management wordt bepaald door de
Raad van Bestuur op basis van de aanbe-
velingen van het benoemings- en remune-
ratiecomité.
Het niveau en de structuur van de remune-
ratie van het uitvoerend management moe-
ten de vennootschap toelaten gekwalificeer-
de en deskundige managers aan te trekken,
(*) Er worden geen zitpenningen toegekend voor telefonische of digitale raden van bestuur - in 2025 waren er twee digitale vergaderingen.
te behouden en blijvend te motiveren, rekening
houdend met de aard en de draagwijdte van hun
individuele verantwoordelijkheden.
De hoogte en structuur van de basisvergoeding
van het uitvoerend management worden op regel-
matige basis getoetst op hun marktconformiteit
door een (internationaal) consulting- & adviesbu-
reau gespecialiseerd op het gebied van bezoldi-
gingen en voordelen.
Er werd door de Raad van Bestuur in afwijking
van principe 7.9 van de Corporate Governance
Code 2020 geen minimumdrempel bepaald van
aandelen die moeten worden aangehouden door
de leden van het uitvoerend management. Door
de geregelde basis waarop er door de Raad van
Bestuur (op advies van het benoemings- en re-
muneratiecomité) aandelenoptieplannen worden
uitgeschreven, waarop door de leden van het uit-
voerend management kan worden ingetekend, is
de Raad van Bestuur van oordeel dat het bepalen
van een dergelijke minimumdrempel niet oppor-
tuun is.
De vennootschap gaat ervan uit dat het uitge-
stippelde remuneratiebeleid voor de leden van het
uitvoerend management voor de komende twee
boekjaren zal worden aangehouden, tenzij uit de
toets met de markt blijkt dat er zich aanpassingen
opdringen.
De remuneratie van de leden van het
uitvoerend management bestaat uit:
• een basisvergoeding conform de opleiding,
functie-inhoud, ervaring en anciënniteit;
• een prestatiegebonden bonus van maximaal
30% van de basis jaarvergoeding.
MEDIA WITH IMPACT
92 - JAARVERSLAG 2025 JAARVERSLAG 2025 - 93
Deze bonus is voor 50% gekoppeld aan de
geconsolideerde resultaten van de Groep,
zijnde de gebudgetteerde EBITDA en voor
de overige 50% aan de individuele doelstel-
lingen gelinkt aan de verantwoordelijkheden
van het betrokken lid van het executive ma-
nagement committee.
Bij het bepalen van de individuele kwalita-
tieve targets voor de overige leden van het
uitvoerend management wordt er een even-
wichtige mix nagestreefd tussen korte- en
langetermijndoelstellingen, met ook aan-
dacht voor ‘targets’ gelinkt aan het duur-
zaamheidsbeleid van de vennootschap.
Na afloop van het boekjaar wordt er door
het benoemings- en remuneratiecomité op
basis van de vastgelegde kwantitative en
kwalitatieve prestatiecriteria, bepaald of en
in welke mate de bonus werd gehaald.
Voor wat betreft de prestatiegebonden bo-
nus (zijnde 50% van het totale bonusbe-
drag) gekoppeld aan de gebudgetteerde
EBITDA wordt er voorzien dat bij het niet
behalen van deze financiële target, de bonus
als volgt in minus wordt aangepast.
afwijking ≤ 5% tov de gebudgetteerde
EBITDA = -20% op de bonus;
afwijking ≤ 10% tov de gebudgetteerde
EBITDA = -40% op de bonus;
afwijking ≤ 15% tov de gebudgetteerde
EBITDA = -60% op de bonus;
afwijking ≤ 20% tov de gebudgetteerde
EBITDA = -80% op de bonus;
afwijking ≥ 20% tov de gebudgetteerde
EBITDA = -100% op de bonus;
Er is geen accelator voorzien, in voorko-
mend geval de gebudgetteerde EBITDA
wordt overschreden.
De overige 50% van de te behalen bonus,
is gekoppeld aan meerdere individuele
kwalitatieve prestatiecriteria, die elk een
eigen wegingsfactor krijgen. Op basis
van een evaluatie en score, die wordt
geven aan deze individuele kwalitatieve
prestatiecriteria, wordt bepaald of en in
welke mate het lid van het uitvoerend
management recht heeft op zijn/haar
bonus.
De bonus wordt in cash uitbetaald. Er
werd niet voorzien in een terugvorde-
ringsrecht ten gunste van de vennoot-
schap in voorkomend geval de variabele re-
muneratie zou zijn toegekend op basis van
onjuiste financiële gegevens (claw back in
de zin van artikel 3:6 § 3,11° van het Wet-
boek van Vennootschappen en Verenigin-
gen). De toekenning van de bonussen ge-
beurt pas na de afsluiting van het boekjaar
en het uitvoeren door de commissarissen
van de nodige controle op de cijfers, zodat
de kans op de uitbetaling van een bonus op
basis van onjuiste financiële gegevens te
verwaarlozen is.
• een langetermijnincentive bestaande uit
rechten om aandelen van Roularta Media
Group te verwerven. Deze langetermijn-
incentive is niet prestatiegebonden. De
door de vennootschap uitgegeven optie-
plannen hebben telkens een looptijd van
tien jaar, waarbij de eerste uitoefening
ten vroegste kan plaatsvinden tijdens het
derde kalenderjaar ná het jaar waarop
werd ingetekend op de opties.
Aan de CEO en de uitvoerend voorzitter
van de Raad van Bestuur die tevens lid zijn
van het executive management committee
wordt geen bonus, noch een langetermijn-
incentive toegekend.
EVOLUTIE VAN DE VERGOEDING (LEDEN RAAD VAN BESTUUR EN
UITVOEREND MANAGEMENT) IN VERGELIJKING MET DE PRESTATIES
VAN DE VENNOOTSCHAP EN DE GEMIDDELDE VERLONING PER FTE
EVOLUTIE
IN K EURO
2025 2024 2023 2022 2021
Renumeratie RvB 423 412 385 375 365
Aantal leden RvB (op 31/12) 10 10 9 8 8
Renumeratie CEO 811 780 750 724 693
Renumeratie uitvoerend management
excl CEO (incl bonussen)
1.362 1.174
(+)
844
794
(*)
768
Aantal leden uitvoerend management
excl CEO (op 31/12)
4 4 3 3 3
Omzet 301.500 320.307 323.526 343.140 300.205
EBITDA 26.382 27.059 21.595 30.081 36.895
Personeelskosten 110.934 112.600 114.658 110.538 98.117
Aantal FTE's 1.098 1.185 1.214 1.293 1.243
Gemiddelde personeelskost per FTE 101 95 94 85 79
(+) vanaf 1 juni 2024 werd het uitvoerend management uitgebreid met de COO, Jeroen Mouton.
(*) de remuneratie van de CFO omvat de vergoeding aan Jeroen Mouton tot en met 14 november 2022, de vergoeding voor de nieuwe
CFO, Steven Vandenbogaerde vanaf 1 december 2022 en de vergoeding voor de ad interim CFO tussen 18 oktober 2022 en 9 december 2022.
Zoals voorzien in de wet van 28 april 2020 geeft Roularta Media Group voor 2025 hierbij de ratio mee tussen
de vergoeding van de CEO (exclusief bestuurdersvergoeding) en de laagste verloning (uitgedrukt in voltijds equivalent).
Deze ratio bedraagt 23,57.
De totale brutovergoeding die in 2025 aan de leden van het executive
management committee en de CEO werd toegekend, bedraagt:
ExCom excl.CEO (*) CEO (NV Koinon)
Basisvergoeding 1.212.281 810.785
Prestatiegebonden bonus 150.182
Pensioen of ander voordelen in natura - -
MEDIA WITH IMPACT
Overzicht (aandelen) opties executive
management committee
Op vandaag is er nog één optieplan lopen-
de. Het optieplan van 2019 aan een uitoe-
fenprijs van 14,39 euro.
De leden van het executive management
committee hebben geen aandelenopties in
het kader van dit nog lopende optieplan.
(*) incl. vergoeding uitvoerend voorzitter.
94 - JAARVERSLAG 2025 JAARVERSLAG 2025 - 95
≤ 5%
S.T.M. SA
( in vereffening )
100%
PULSAR IT BV
100%
PITE MEDIA BV
50%
MOTOR.NL BV
100%
BELGIAN BUSINESS
TELEVISION NV
75%
STUDIO APERI
NEGOTIUM NV
50%
MEDIAFIN NV
(1) De participatie van Roularta Media Group in de Proxistore NV is door de omzetting van een aantal converteerbare obligatieleningen begin februari 2026 gedaald naar 4,21%.
BELGIË NEDERLAND FRANKRIJK
50%
CTR MEDIA SA
35%
YELLOWBRICK NV
100%
PROVEC BV
CJ COMMUNICATIONS BV wordt met terugwerkende kracht tot 01/01/2026 gefusioneerd met MEDIAFIN NV
ONDERDEEL VERKLARING NIET-FINANCIËLE INFORMATIE (P. 106)
100%
PROFACTS BV
100%
CJ COMMUNICATIONS BV
GROEPSSTRUCTUUR
ROULARTA MEDIA GROUP
PER 31/12/2025
14%
PROXISTORE NV
(1)
≤ 5%
INCOFIN CV
KANAAL 127 CV
TILL ALWAYS BV
25%
VLAAMSE
NIEUWSMEDIA CV
25%
LICENSE2PUBLISH CV
ROULARTA
MEDIA
GROUP
NV
MEDIA WITH IMPACT
96 - JAARVERSLAG 2025 JAARVERSLAG 2025 - 97
100%
ROULARTA MEDIA
NEDERLAND BV
IN DUIZEND EURO
GECONSOLIDEERDE
Toelichting
31/12/2025
31/12/2024
1. GECONSOLIDEERDE WINST-EN-VERLIESREKENING
Omzet
4
301.500
320.307
Geproduceerde vaste activa
JAARREKENING
1.048
1.330
Handelsgoederen, grond- en hulpstoffen
-48.341
-52.491
Brutomarge
254.206
269.146
Diensten en diverse goederen
5
-127 .441
-137 .804
Personeelskosten
6
-110.934
-112.600
Andere bedrijfsopbrengsten
8
5.316
8.580
Andere bedrijfskosten
8
-2.964
-3.210
Waardeverminderingen op voorraden en vorderingen
7
1.710
-371
Voorzieningen
24
1.843
1.523
Aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen
16
4.646
1.793
en joint ventures
De geconsolideerde jaarrekening geeft de
EBITDA
cijfers weer voor de boekjaren afgesloten op
26.382
27 .059
Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen
31 december 2025 en 31 december 2024. De
bijgevoegde toelichtingen maken integraal deel
-24.641
-23.413
Afschrijvingen op immateriële en materiële vaste activa
14 & 15
-19.502
-20.862
Bijzondere waardeverminderingen
13 & 14
-5.139
-2.551
Bedrijfsresultaat - EBIT
uit van deze onderdelen van de jaarrekening.
1.7 41
3.646
Financieringsopbrengsten
9
1.057
1.849
Financieringskosten
9
-144
-702
Bedrijfsresultaat na nettofinancieringskosten
2.654
4.793
Belastingen op het resultaat
10
2.222
1.331
Nettoresultaat
4.876
6.124
Nettoresultaat van de geconsolideerde ondernemingen
4.876
6.124
Toerekenbaar aan:
Minderheidsbelangen
22
12
51
Aandeelhouders van Roularta Media Group
4.864
6.073
IN EURO
Het management beschouwt EBITDA als een
te beoordelen, gezien het – in tegenstelling
T
oelichting
31/12/2025
31/12/2024
WINST PER AANDEEL
relevante prestatiemaatstaf om de resultaten
Gewone winst per aandeel
tot EBIT – afschrijvingen en bijzondere
11
0,39
0,49
Verwaterde winst per aandeel
waardeverminderingen buiten beschouwing laat.
98 - JAARVERSLAG 2025
11
0,39
0,49
IN DUIZEND EURO
Toelichting
NIET-GEREALISEERDE RESULTATEN
31/12/2025
31/12/2024
MEDIA WITH IMPACT
Nettoresultaat van de geconsolideerde ondernemingen
4.876
6.124
2. GECONSOLIDEERD OVERZICHT VAN GEREALISEERDE EN
Niet-gerealiseerde resultaten van de periode
Niet-gerealiseerde resultaten van de periode die later niet geherklasseerd kunnen worden naar winst-en-verlies rekening
Langetermijnpersoneelsbeloningen - actuariële winsten / verliezen
22
1.240
Uitgestelde belastingen m.b.t. niet-gerealiseerde perioderesultaten
10
-6
-310
Aandeel in niet-herklasseerbare andere elementen van het resultaat
16
-21
-219
van joint ventures en geassocieerde ondernemingen
Niet-gerealiseerde perioderesultaten
-5
711
Gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten
4.871
6.835
Toerekenbaar aan:
Minderheidsbelangen
12
51
Aandeelhouders van Roularta Media Group
4.859
6.784
JAARVERSLAG 2025 - 99
ACTIVA
3. GECONSOLIDEERDE BALANS
Toelichting
31/12/2025
31/12/2024
IN DUIZEND EURO
Vaste activa
202.152
212.7 47
Goodwill
13
5.738
7 .975
Immateriële activa
14
67 .568
79.765
Materiële vaste activa
15
7 6.966
72.357
Deelnemingen gewaardeerd volgens de vermogensmutatiemethode
16
48.754
49.622
Investeringen in financiële activa, leningen en waarborgen
17
546
440
Uitgestelde belastingvorderingen
19
2.580
2.589
Vlottende activa
117 .171
140.260
Voorraden
20
6.988
8.637
Handelsvorderingen en overige vorderingen
18
50.142
52.718
Belastingvorderingen
2.545
3.208
Geldmiddelen en kasequivalenten
21
51.300
70.048
Over te dragen kosten en verkregen opbrengsten
6.197
5.649
Totaal activa
100 - JAARVERSLAG 2025
319.323
353.007
PASSIVA
Toelichting
31/12/2025
31/12/2024
MEDIA WITH IMPACT
IN DUIZEND EURO
Eigen vermogen
185.229
216.587
Eigen vermogen - aandeel van de Groep
185.394
216.765
Geplaatst kapitaal
22
84.816
84.816
Eigen aandelen
22
-27 .132
-31.801
Overgedragen winsten
124.427
160.030
Overige reserves
22
3.283
3.720
Minderheidsbelangen
22
-165
-178
Langlopende verplichtingen
22.051
20.779
Voorzieningen
24
1.671
3.080
Personeelsbeloningen
25
3.235
3.866
Uitgestelde belastingschulden
19
7 .777
8.860
Financiële schulden
26
9.368
4.973
Kortlopende verplichtingen
112.043
115.641
Financiële schulden
26
3.106
3.486
Handelsschulden
27
38.803
40.975
Ontvangen vooruitbetalingen
27
39.172
40.098
Personeelsbeloningen
27
18.359
16.969
Belastingschulden
27
332
1.137
Overige schulden
27
5.337
5.295
Toe te rekenen kosten en over te dragen opbrengsten
27
6.934
7 .681
Totaal passiva
319.323
353.007
JAARVERSLAG 2025 - 101
4. GECONSOLIDEERD KASSTROOMOVERZICHT
IN DUIZEND EURO
Toelichting
31/12/2025
31/12/2024
Cashflow uit operationele activiteiten
Nettoresultaat van de geconsolideerde ondernemingen
4.876
6.12 4
Aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen
16
-4.646
-1.793
en joint ventures
Dividenden ontvangen van geassocieerde ondernemingen
16
4.910
5.590
en joint ventures
Belastingen op het resultaat
10
-2.222
-1.331
Intrestkosten
9
144
702
Intrestopbrengsten (-)
9
-1.057
-1.849
Meer- (-) / minderwaarde (+) op realisatie immateriële en
-1.669
-2.446
materiële vaste activa
Niet-monetaire posten
20.859
19.863
Afschrijving op (im)materiële activa
14&15
19.502
20.862
Bijzondere waardeverminderingen
14
5.139
2.551
Kosten m.b.t. op aandelen gebaseerde betalingen
6
-
-29
Toevoeging (+) / terugname (-) op provisies
24
-1.843
-1.523
Andere niet-monetaire posten
8
-1.939
-1.997
Nettocashflow uit operationele activiteiten voor mutatie van het
21.195
24.861
werkkapitaal
Mutatie van de handelsvorderingen
3.641
-1.164
Mutatie van de voorraden
1.960
1.911
Mutatie van de handelsschulden
-2.532
-2.831
Overige mutaties van het werkkapitaal (a)
-564
2.062
Mutatie van het werkkapitaal
2.505
-22
Betaalde belastingen op het resultaat
1.416
-533
Betaalde intresten
-144
-440
Ontvangen intresten
1.207
1.7 64
NETTOCASHFLOW UIT OPERATIONELE ACTIVITEITEN (A)
102 - JAARVERSLAG 2025
26.179
25.630
IN DUIZEND EURO
Toelichting
31/12/2025
31/12/2024
MEDIA WITH IMPACT
Cashflow met betrekking tot investeringen
Immateriële activa - aanschaffingen
14
-2.340
-7 .018
Materiële activa - aanschaffingen
15
-5.361
-8.288
Immateriële activa - verkopen
2.050
200
Materiële activa - verkopen
53
2.369
Nettokasstroom met betrekking tot afstotingen en verkoop bedrijfstak
30
-
1.310
Investeringen in financiële activa, leningen en waarborgen -
andere mutaties
-107
35
NETTOCASHFLOW MET BETREKKING TOT INVESTERINGEN (B)
-5.705
-11.392
Cashflow uit financieringsactiviteiten
Betaalde dividenden
-37 .172
-4.589
Eigen aandelen
955
-2.404
Terugbetaling van kortlopende financiële schulden
26
-25
-2.500
Aflossing leasingschuld
26
-2.981
-2.963
NETTOCASHFLOW UIT FINANCIERINGSACTIVITEITEN (C)
-39.223
-12.456
TOTAAL MUTATIE GELDMIDDELEN EN KASEQUIVALENTEN (A+B+C)
-18.7 48
1.781
Geldmiddelen en kasequivalenten, openingsbalans
70.048
68.267
Geldmiddelen en kasequivalenten, eindbalans
51.300
70.048
NETTOMUTATIE GELDMIDDELEN EN KASEQUIVALENTEN
21
-18.748
overige schulden, ontvangen vooruitbetalingen en toe te rekenen kosten en over te dragen opbrengsten.
1.781
JAARVERSLAG 2025 - 103
(a) Mutatie in kortlopende overige vorderingen, over te dragen kosten en verkregen opbrengsten, voorzieningen, personeelsbeloningen,
We verwijzen naar toelichting 21 – Geldmiddelen en kasequivalenten voor verdere uitleg bij de bewegingen in het kasstroomoverzicht.
Over-
Eigen
Minder-
Totaal
5. GECONSOLIDEERD MUTATIEOVERZICHT VAN HET EIGEN VERMOGEN
MEDIA WITH IMPACT
2025
Geplaatst
Eigen
gedragen
Overige
vermogen
heids-
eigen
IN DUIZEND EURO
kapitaal
aandelen
winsten
reserves
- aandeel
belangen
vermogen
Groep
Balans per 01/01/2025
84.816
-31.801
160.030
3.720216.765-178
216.587
Nettoresultaat
-
-
4.864
-
4.864
12
4.876
Niet-gerealiseerde perioderesultaten, na aftrek van belastingen
-
-
-
-5
-5
-
-5
Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde perioderesultaten
-
-
4.864
-5
4.859
12
4.871
Uitoefening van opties
-
955
-
-
955
-
955
Toegekende dividenden
-
-
-37 .172
-
-37 .172
-
-37 .172
Overige toename / afname
-
3.714
-3.294
-433
-13
-
-13
Balans per 31/12/2025
84.816
-27 .132
124.427
3.283
185.394
-165
185.229
Over-
Eigen
Minder-
Totaal
2024
Geplaatst
Eigen
gedragen
Overige
vermogen
heids-
eigen
IN DUIZEND EURO
kapitaal
aandelen
winsten
reserves
- aandeel
belangen
vermogen
Groep
Balans per 01/01/2024
80.000
-30.020
166.366
657
217 .003
-228
216.775
Nettoresultaat
-
-
6.073
-
6.073
51
6.124
Niet-gerealiseerde perioderesultaten, na aftrek van belastingen
-
-
-
711
711
-
711
Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde perioderesultaten
-
-
6.073
711
6.784
51
6.835
Kapitaalverhoging nav keuzedividend
4.816
-
-
2.380
7 .196
-
7 .196
Inkoop eigen aandelen
-
-2.417
-
-
-2.417
-
-2.417
Uitoefening van opties
-
13
-
-
13
-
13
Toegekende dividenden
-
-
-11.786
-
-11.786
-
-11.786
Waardering van op aandelen gebaseerde betalingen
-
-
-
-29
-29
-
-29
Overige toename / afname
-
623
-623
-
-
- -
Balans per 31/12/2024
104 - JAARVERSLAG 2025
84.816-31.801
160.030
We verwijzen naar toelichting 22 – Eigen Vermogen voor verdere uitleg bij de bewegingen in het eigen vermogen.
3.720216.765
-178
216.587
JAARVERSLAG 2025 - 105
JAARVERSLAG 2025 - 107
MEDIA WITH IMPACT
106 - JAARVERSLAG 2025
4>I"³ï
Toelichting 2 - Groepsstructuur
Toelichting 3 - Gesegmenteerde informatie
Toelichting 4 - Omzet
Toelichting 5 - Diensten en diverse goederen
Toelichting 6 - Personeelskosten
Toelichting 7 - Waardeverminderingen op voorraden en vorderingen
Toelichting 8 - Andere bedrijfsopbrengsten en –kosten
Toelichting 9 - Financieringsopbrengsten en -kosten
Toelichting 10 - Belastingen op het resultaat
Toelichting 11 - Winst per aandeel
Toelichting 12 - Dividenden
Toelichting 13 - Goodwill
4>AI)ï
4>BI-ï
Toelichting 16 - Deelnemingen gewaardeerd volgens de vermogensmutatiemethode
4>DI)³ïQ
Toelichting 18 - Handels- en overige vorderingen
Toelichting 19 - Uitgestelde belastingvorderingen en –verplichtingen
Toelichting 20 - Voorraden
Toelichting 21 - Geldmiddelen en kasequivalenten
Toelichting 22 - Eigen vermogen
Toelichting 23 - Op aandelen gebaseerde betalingen
Toelichting 24 - Voorzieningen
Toelichting 25 - Langlopende verplichtingen met betrekking tot personeelsbeloningen
4?CI&ï
Toelichting 27 - Overige toelichtingen met betrekking tot passiva
Toelichting 28 - Voorwaardelijke verplichtingen en contractuele verbintenissen
ï
4?FK&ïKYï
Toelichting 30 - Kasstromen met betrekking tot overnames en afstotingen
Toelichting 31 - Erelonen van de commissaris en met hem verbonden personen
4@?I)³
Toelichting 33 - Belangrijke gebeurtenissen na balansdatum
Statutaire jaarrekening
Verslag van de commissaris
107
111
112
114
115
115
116
116
116
116
117
117
118
119
121
122
124
125
126
126
126
127
128
129
129
131
132
132
132
134
134
135
135
136
138
In overeenstemming met de IFRS Accounting
Standards is dit financieel jaarverslag opgesteld
in het European Single Electronic Format (ESEF).
In geval van tegenstrijdigheden of conflicten
tussen de ESEF versie en andere gepubliceerde
versies van dit verslag, heeft de ESEF-versie
voorrang. Dit elektronische formaat voldoet aan
de eisen van de European Securities and Markets
Authority (ESMA) en zorgt voor consistentie
en transparantie in de financiële verslaggeving
binnen de Europese Unie.
TOELICHTINGEN
BIJ DE
GECONSOLIDEERDE
JAARREKENING
INHOUDSTAFEL
7RHOLFKWLQJELMGHJHFRQVROLGHHUGH
MDDUUHNHQLQJ
TOELICHTING 1 - BELANGRIJKSTE
GEHANTEERDE GRONDSLAGEN VOOR
FINANCIËLE VERSLAGGEVING
1.1 Presentatiebasis
De geconsolideerde jaarrekening wordt opgesteld
in overeenstemming met de IFRS Accounting
Standards uitgegeven door de International
Accounting Standards Board (IASB), en met de
interpretaties uitgegeven door het International
Financial Reporting Interpretation Committee (IFRIC)
van de IASB die door de Europese Commissie zijn
goedgekeurd.
De geconsolideerde jaarrekening geeft een algemeen
overzicht van de activiteiten van de Groep en de
behaalde resultaten. Ze geeft een getrouw beeld van
de financiële positie, de financiële prestaties en de
kasstromen van de Groep, en is opgesteld in de
veronderstelling dat de continuïteit gewaarborgd is.
De geconsolideerde jaarrekening is opgesteld op
basis van historische kostprijs, met uitzondering van
investeringen in financiële activa die gewaardeerd
worden aan hun reële waarde. Ze is opgesteld in
duizend euro, tenzij anders aangegeven.
De geconsolideerde jaarrekening over het boekjaar
2025 werd door de raad van bestuur op 3 april 2026
goedgekeurd en kan gewijzigd worden tot de
algemene vergadering van 19 mei 2026.
1.2 Nieuwe en herziene IFRS-standaarden en
interpretaties
Volgende standaarden en interpretaties werden
toepasbaar voor boekjaar beginnend op of na 1 januari
2025:
x Aanpassingen aan IAS 21 De gevolgen van
wisselkoerswijzigingen: Gebrek aan
inwisselbaarheid
x Toelichtingen over Onzekerheden in de
jaarrekening
De toepassing van deze IFRS-normen had geen
significante invloed op de geconsolideerde
jaarrekening van de Groep.
V
Volgende standaarden en interpretaties zijn
gepubliceerd, maar nog niet van toepassing voor
het boekjaar beginnend op 1 januari 2025:
x IFRS 18 Presentatie en toelichting in de
jaarrekening (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1
januari 2027 maar nog niet goedgekeurd binnen
de Europese Unie)
x IFRS 19 Dochterondernemingen zonder publieke
verantwoordingsplicht – Toelichtingen
(toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2027
maar nog niet goedgekeurd binnen de Europese
Unie)
x Aanpassingen aan IFRS 9 en IFRS 7 Classificatie
en waardering van financiële instrumenten
(toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2026)
x Jaarlijkse Verbeteringen – Volume 11
(toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2026)
x Aanpassingen aan IFRS 9 en IFRS 7 Contracten
die verwijzen naar van de natuur afhankelijke
elektriciteit (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1
januari 2026)
x Aanpassingen aan IAS 21 De gevolgen van
wisselkoerswijzigingen – Vertaling naar een
presentatiemunteenheid van een hyperinflatoire
economie (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1
januari 2027 maar nog niet goedgekeurd binnen
de Europese Unie
De Groep verwacht dat de toepassing van deze IFRS-
normen geen significante invloed zullen hebben op de
geconsolideerde jaarrekening, met uitzondering van
IFRS 18 die IAS 1 vervangt. IFRS 18 zal geen invloed
hebben op de opname of waardering van posten in de
jaarrekening maar wel op de presentatie en de
informatieverschaffing ervan. IFRS 18 introduceert
namelijk onder andere nieuwe (sub)totalen
("bedrijfsresultaat" en "winst of verlies vóór
financiering en inkomstenbelasting") die verplicht zijn,
samen met een vereiste om deze te classificeren (in
één van de vijf categorieën: operationeel, beleggen,
financiering, inkomstenbelasting en beëindigde
activiteiten, waarvan de eerste drie nieuw zijn) en te
presenteren op basis van het "meest bruikbare
gestructureerde samenvatting"-principe. Daarnaast
zijn er ook aanvullende vereisten voor de door het
management gedefinieerde prestatiemaatstaven en
voor de aggregatie en dessaggregatie van informatie.
De Groep zal de impact van IFRS 18 op zijn
geconsolideerde financiële overzichten (en de impact
die dit zal hebben op de gerapporteerde lijnen in de
financiële overzichten) verder analyseren, en zal indien
nodig haar systemen en processen aanpassen.
1.3 Consolidatieprincipes
De geconsolideerde jaarrekening consolideert de
financiële gegevens van Roularta Media Group NV,
haar dochterondernemingen en joint ventures en dit na
de eliminatie van alle materiële transacties binnen de
Groep.
Dochterondernemingen zijn ent
iteiten waarover
Roularta Media Group NV een beslissende invloed
(‘zeggenschap’) uitoefent. Ze consolideert deze onder
de integrale consolidatiemethode.
De jaarrekeningen van de dochterondernemingen
worden
opgesteld voor hetzelfde boekjaar als dat van
de moedermaatschappij en op basis van uniforme
grondslagen voor financiële verslaggeving voor
vergelijkbare transacties en andere gebeurtenissen in
soortgelijke omstandigheden.
Gezamenlijke overeenkomsten (of joint ventures) en
geassocieerde ondernemingen
Er is s
prake van een
gezamenlijke overeenkomst
wanneer Roularta Media Group NV contractueel
overeengekomen is om de zeggenschap te delen met
een of meerdere partijen, wat enkel het geval is
wanneer beslissingen over de relevante activiteiten de
unanieme goedkeuring vereisen van de partijen die
gezamenlijke zeggenschap hebben.
Geassocieerde ondernemingen
zijn ondernemingen
waarin Roularta Media Group NV, rechtstreeks of
onrechtstreeks, een invloed van betekenis heeft en die
geen dochterondernemingen of gezamenlijke
overeenkomsten zijn. Dit is verondersteld het geval te
zijn indien de Groep ten minste 20% van de
stemrechten verbonden aan de aandelen bezit.
De opgenomen financiële informatie met betrekking
tot de joint ventures en geassocieerde ondernemingen
is opgesteld volgens de grondslagen voor financiële
verslaggeving van de Groep en verwerkt volgens de
vermogensmutatiemethode.
Wanneer het aandeel van de Groep in de verliezen van
een joint venture of geassocieerde onderneming groter
wordt dan de boekwaarde van de deelneming, wordt de
boekwaarde op nul gezet en worden bijkomende
verliezen enkel nog opgenomen in de mate dat de
Groep bijkomende verplichtingen op zich genomen
heeft. In dit geval wordt het gecumuleerde verlies
opgenomen onder de rubriek voorzieningen voor
overige risico’s en kosten.
De nettoboekwaarde van deelnemingen in joint
ve
ntures en geassocieerde ondernemingen wordt
opnieuw geëvalueerd indien er indicaties zijn van een
bijzondere waardevermindering, of indicaties dat
eerder opgenomen bijzondere waardeverminderingen
niet langer gerechtvaardigd zijn. De deelnemingen in
joint ventures en geassocieerde ondernemingen in de
balans omvatten ook de boekwaarde van gerelateerde
goodwill.
Goodwill verworven bij acquisitie van joint ventures of
geassocieerde deelnemingen wordt opgenomen in de
boekwaarde van de betreffende participatie en niet
apart op waardeverminderingen getest, dit wil zeggen
de volledige boekwaarde van de investering wordt
getest als één enkel actief volgens de bepalingen van
IAS 36 Bijzondere waardevermindering van activa.
Het aandeel in het resultaat van geassocieerde
ondernemingen en joint ventures wordt opgenomen in
het bedrijfsresultaat van de Groep .
1.4 Goodwill
Goodwill wordt bij verwerving van
dochterondernemingen vanaf overnamedatum
opgenomen voor het surplus van enerzijds het totaal
van de reële waarde van de overgedragen vergoeding,
het bedrag van eventuele minderheidsbelangen en (in
een bedrijfscombinatie die in verschillende fasen
wordt gerealiseerd) de reële waarde van het voorheen
aangehouden aandelenbelang over anderzijds het
nettosaldo van de verworven identificeerbare activa en
de overgenomen verplichtingen.
Conform IAS 36 wordt goodwill niet afgeschreven maar
minstens één keer per jaar onderworpen aan een test
op bijzondere waardevermindering, alsook telkens er
een aanwijzing bestaat dat een kasstroom
genererende entiteit mogelijk een
waardevermindering heeft ondergaan. Sedert 30 juni
2018 wordt elk merk als een afzonderlijke
kasstroomgenererende eenheid beschouwd.
1.5 Immateriële activa andere dan goodwill
Immateriële activa omvatten de van derden verworven
of door inbreng verkregen merken,
klantenportefeuilles, software, concessies,
eigendomsrechten en gelijkaardige rechten, alsook
intern gegenereerde software.
Immateriële activa die afzonderlijk worden verworven,
worden gewaardeerd tegen kostprijs terwijl de
immateriële activa die worden verworven via een
bedrijfscombinatie, tegen reële waarde worden
gewaardeerd.
Indien de voorwaarden voldaan zijn uit IAS 38.18, omvat
het geactiveerde bedrag bij intern gegenereerde
software de kosten van materialen, directe loonkosten
en een evenredig deel van de overheadkosten.
De Groep doet voor softwareoplossingen vaak beroep
op SaaS-oplossingen waarvoor de agenda-
beslissingen van het IFRIC (IFRS Interpretations
Committee) over cloud computing-overeenkomsten
(gepubliceerd in maart 2019) en de gerelateerde
implementatie- en configuratiekosten (gepubliceerd in
2021) in overweging worden genomen. De contracten
voor de SaaS-overeenkomsten (en bijhorende
implementatiekosten) worden onderzocht op
transactiebasis. Indien er wordt geoordeeld dat de
Groep enkel toegang verkrijgt tot de cloud-diensten en
Immateriële activa
ontvangen.
beschouwd.
A
Afschrijvingen
TTotale gebruiksduur
Volgende gebruiksduren worden toegepast:
Ontwikkelingskosten
3
Software
Immateriële acti
3 tot 5
Concessies,
Volgens de verwachte
eigendomsrechten en
gebruiksduur
verwante rechten
Klantenportefeuille
20 / 15 / 5
Merken (vanaf 2018)*
108 - JAARVERSLAG 2025 JAARVERSLAG 2025 - 109
* zie ook belangrijkste
bronnen van
40 / 20 / 10 / 5
schattingsonzekerheden
immaterieel vast actief gaat.
Totale
MEDIA WITH IMPACT
gebruiksduur
De Tijd/L'Echo
erwerft over een onderliggend
immaterieel actief worden de licentie- en
implementatiekosten niet weerhouden als
immateriële activa maar worden ze opgenomen in de
40
Landleven
20
Libelle/Femmes d'Aujourd'hui
kosten op het moment dat de diensten worden
20
Plus Magazine België
afzonderlijke kasstroomgenererende eenheid
20
Plus Magazine Nederland
Elk merk en/of klantenportefeuille wordt als een
20
EW
20
EW (klantenportefeuille)
15
Profacts (klantenportefeuille)
lineaire methode vanaf de datum waarop het actief
15
Top Uitgaves
va worden afgeschreven volgens de
beschikbaar is en dit over de verwachte gebruiksduur.
10
BePublic-BeReal
10
Télépro
10
Truckstar
10
Happinez
10
Flow
10
Profacts
7
Plus Magazine Nederland
5
(klantenportefeuille)
Black Tiger (klantenportefeuille)
5
Truckstar (klantenportefeuille)
5
Yoga (by Happinez) (*)
5
Psychologie
In onderstaande tabel wordt voor zowel de volledig
geconsolideerde ondernemingen als de joint ventures
en geassocieerde ondernemingen de initiële
gebruiksduur weergegeven van de immateriële activa
met een openstaande nettoboekwaarde op 31
december 2025. Het gaat steeds over de merken, tenzij
specifiek aangeduid werd dat het om een ander
5
(*) Yoga (by Happinez) behoort tot de ‘Happinez’
kasstroomgenererende eenheid
Conform IAS 36 wordt op elke balansdatum beoordeeld
of er aanwijzingen zijn dat een actief aan een
bijzondere waardevermindering onderhevig is. Indien
dergelijke indicaties aanwezig zijn, wordt de
realiseerbare waarde van het actief geschat als de
hoogste waarde van 1/ de reële waarde minus de
verkoopkosten en 2/ zijn bedrijfswaarde. Een
bijzondere waardevermindering wordt opgenomen
indien de boekwaarde van een actief, of de
kasstroomgenererende eenheid waartoe het actief
behoort, hoger is dan de realiseerbare waarde. Deze
bijzondere waardeverminderingen worden opgenomen
in de winst- en verliesrekening.
Het bepalen van de bedrijfswaarde is gebaseerd op het
verdisconteerd kasstroommodel, met name de
verdiscontering van de toekomstige kasstromen
voortvloeiend uit de voortgezette exploitatie van de
eenheid, waarbij het management uitgaat van een
kasstroomprognose van het vijfjaren-businessplan. De
toekomstige kasstromen worden verdisconteerd op
basis van een gewogen gemiddelde
vermogenskostenvoet. Om de kasstroomprognoses te
bepalen na de laatste budgetperiode worden ze
geëxtrapoleerd op basis van een groeivoet.
Bij het be
palen van de gewogen gemiddelde
vermogenskostenvoet wordt er rekening gehouden
met een verschillend rentepercentage, risicoprofiel en
belastingvoet in België versus Nederland. De
langetermijngroeivoet reflecteert de verwachtingen
binnen de mediawereld.
1.6 Materiële vaste activa
Materiële vaste activa worden gewaardeerd aan
kostprijs verminderd met eventuele cumulatieve
afschrijvingen en eventuele cumulatieve bijzondere
waardeverminderingsverliezen (conform IAS 36). De
kostprijs omvat de initiële aankoopprijs vermeerderd
met alle rechtstreeks toerekenbare kosten (zoals niet-
terugvorderbare belastingen, transport). De kostprijs
van een zelf vervaardigd actief omvat de kostprij
s van
de materialen, directe loonkosten en een
evenredig deel van de productieoverhead.
Leaseovereenkomsten
De Groep heeft vooral leasingovereenkomsten met
betrekking tot gebouwen en wagens.
Afschrijvingen
Het af te schrijven bedrag van een actief (zijnde
kostprijs verminderd met de restwaarde) wordt
opgenomen in de winst- en verliesrekening volgens de
lineaire methode vanaf de datum waarop het actief
beschikbaar is voor gebruik over de verwachte
gebruiksduur.
Volgende gebruiksduren worden toegepast:
• Gebouwen
» standaard 33 jaar
» gebouwen op terreinen duur van de
in erfpacht erfpacht
» herinrichting met
waardevolle meerwaarde 10 jaar
• Installaties, machines en uitrusting
» standaard 5 tot 15 jaar
» drukpersen, droogovens en warmtewisselaars
mbt de drukpersen model Lithoman 23 jaar
• Meubilair en kantooruitrusting 5 tot 10 jaar
• Elektronisch materiaal 3 tot 5 jaar
• Rollend materieel 4 tot 5 jaar
• Overige materiële vaste activa 5 tot 10 jaar
• Activa in aanbouw geen
afschrijvingen
• Leaseovereenkomsten en soortgelijke
rechten » standaard
2 tot 9 jaar
» erfpacht kantoor Brussel 30 jaar
Terreinen worden niet afgeschreven aangezien
aangenomen wordt dat zij een onbepaalde
gebruiksduur hebben.
1.7 Financiële activa
Classificatie, eerste en daaropvolgende waardering
van financiële activa
De classificatie van financiële activa bij eerste opname
hangt af van de contractuele kasstroomkenmerken van
het financiële actief en het bedrijfsmodel van de Groep
voor het beheer ervan. Met uitzondering van
handelsvorderingen die geen significante
financieringscomponent bevatten, waardeert de Groep
een financieel actief initieel tegen reële waarde plus,
in het geval van een financieel actief dat niet tegen
reële waarde met verwerking van
waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening
wordt gewaardeerd, transactiekosten.
Handelsvorderingen die geen significante
financieringscomponent bevatten heeft toegepast,
worden gewaardeerd tegen de transactieprijs.
Bij de eerste verwerking wordt een financieel vast
actief mogelijks geclassificeerd in één van de drie
waarderingscategorieën:
(a)
Financiële activa gewaardeerd tegen
geamortiseerde kostprijs.
Voorwaarden:
x het financiële actief wordt aangehouden
binnen een bedrijfsmodel dat erop gericht is
financiële activa aan te houden om
contractuele kasstromen te ontvangen, en
x de contractvoorwaarden van het financiële
actief geven op bepaalde data aanleiding tot
kasstromen die uitsluitend aflossingen en
rentebetalingen op het uitstaande
hoofdsombedrag betreffen.
Na de eerste waardering worden ze gewaardeerd
tegen geamortiseerde kostprijs volgens de effectieve
rentemethode. Wanneer het effect van discontering
immaterieel is, wordt er niet verdisconteerd.
Toepassing in de Groep : handels- en overige
vorderingen, geldmiddelen en kasequivalenten en
leningen en waarborgen.
(b)
Financiële activa gewaardeerd tegen reële
waarde met verwerking van
waardeveranderingen in de winst-en-
verliesrekening.
Voorwaarden: Financiële activa worden aangehouden
in een bedrijfsmodel anders dan ‘om contractuele
kasstromen te ontvangen’.
Na de eerste waardering wordt een winst of verlies
voortvloeiend uit de verandering van de reële waarde
van het financieel actief in de winst-en-verliesrekening
opgenomen onder de financiële opbrengsten en
kosten.
Toepassing in de Groep : investeringen in financiële
activa (dwz de niet-beursgenoteerde
aandelenbeleggingen)
(c)
Financiële activa gewaardeerd tegen reële
waarde met verwerking van
waardeveranderingen in de overige
gerealiseerde en niet-gerealiseerde
resultaten
Toepassing in de Groep : geen
Bijzondere waardevermindering van financiële activa
De Groep bepaalt op elke verslagdatum de waarde van
de voorziening voor verliezen (bijzondere
waardevermindering).
Voor handelsvorderingen die geen significante
financieringscomponent bevatten (d.w.z. vrijwel alle
handelsvorderingen), biedt IFRS 9 een vereenvoudigde
methode voor het meten van de verliescompensatie
tegen een bedrag dat gelijk is aan de verwachte
kredietverliezen aan de hand van een voorzieningen-
matrix, die rekening houdt met historische informatie
over wanbetalingen aangevuld met toekomstgerichte
informatie per klant. De Groep past deze methode toe
voor al haar (niet-verzekerde) handelsvorderingen. De
kost wordt in de winst-en verliesrekening opgenomen
onder de ‘Waardeverminderingen op voorraden en
vorderingen’.
De Groep beschouwt een financieel actief in
wanbetaling wanneer de vorderingen meer dan 120
dagen vervallen zijn of het voorwerp vormen van een
invorderingsprocedure. Niettemin beschouwt de Groep
een financieel actief evenzeer in wanbetaling wanneer
interne of externe informatie aangeeft dat het
onwaarschijnlijk is dat de Groep de
uitstaande contractuele bedragen volledig zal
ontvangen.
1.8 Voorraden
Voorraden worden gewaardeerd tegen kostprijs
(inkoopkosten of conversiekosten) volgens de FIFO
methode (first-in, first-out) of tegen de
opbrengstwaarde indien deze lager is.
De conversiekost omvat alle directe en
indirecte kosten die nodig zijn om de voorraden op
hun huidige locatie en in de huidige staat te brengen.
De opbrengstwaarde is de geschatte verkoopprijs
in het kader van de normale bedrijfsvoering,
verminderd met de geschatte kosten van voltooiing en
de geschatte kosten die nodig zijn om de verkoop te
realiseren.
Verouderde en traag roterende voorraden
worden systematisch afgeschreven.
1.9 Geldmiddelen en kasequivalenten
Geldmiddelen en kasequivalenten omvatten contante
en direct opvraagbare deposito’s.
1.10 Dividenden
De Groep neemt een verplichting tot het uitkeren van
dividend op wanneer de uitkering is goedgekeurd en
de uitkering niet langer ter beoordeling van de Groep
staat. Volgens het Belgisch vennootschapsrecht is
een uitkering goedgekeurd wanneer deze door de
aandeelhouders is goedgekeurd. Een overeenkomstig
bedrag wordt rechtstreeks in het eigen vermogen
opgenomen.
1.11 Eigen aandelen
Eigen aandelen worden in mindering gebracht van het
eigen vermogen en gerapporteerd in het
mutatieoverzicht van het eigen vermogen. Er wordt
geen winst of verlies opgenomen op de inkoop en
verkoop van eigen aandelen.
1.12 Voorzieningen
Voorzieningen worden aangelegd wanneer de Groep
een bestaande (in rechte afdwingbare of feitelijke)
verplichting heeft ten gevolge van een gebeurtenis in
het verleden, wanneer het waarschijnlijk is dat een
uitstroom van middelen vereist zal zijn om de
verplichting af te wikkelen, en als het bedrag van de
verplichting op betrouwbare wijze kan worden geschat.
1.13 Personeelsvoordelen
Pensioenverplichtingen
Binnen de Groep bestaan een aantal ‘toegezegde-
bijdragenregelingen’ die in België wettelijk
onderworpen zijn aan minimale gegarandeerde
rendementen. Hierdoor worden alle Belgische
toegezegde-bijdragenregelingen onder IFRS
beschouwd als een toegezegd-pensioenregeling. De
regelingen die gefinancierd zijn door
groepsverzekeringen, worden gekwalificeerd als
toegezegd-pensioenregelingen. De contante waarde
van de brutoverplichting wordt berekend volgens de
projected unit credit-methode, met actuariële
berekening op elk jaareinde. Op basis van deze
methode worden de verplichtingen met betrekking tot
de voorbije diensttijd en de opgebouwde
fondsbeleggingen berekend. Het verschil tussen de
verplichting en de reële waarde van de
fondsbeleggingen wordt door de Groep in de balans
opgenomen als personeelsbeloning.
Voor de toegezegd-pensioenregelingen worden de
voorzieningen gevormd door de actuariële huidige
waarde te berekenen van toekomstige tussenkomsten
aan de betrokken werknemers. Toegezegd-
pensioenkosten worden onderverdeeld in twee
categorieën:
x aan het dienstjaar en vorige dienstjaren
toegerekende pensioenkosten, winsten en
verliezen op inperkingen en afwikkelingen;
x nettorentekosten of –inkomsten
De kosten van verstreken diensttijd, de
nettointrestkosten, de herwaardering van overige
personeelsvergoedingen op lange termijn,
administratiekosten en belasting voor het jaar zijn
opgenomen onder personeelskosten in de
geconsolideerde winst- en verliesrekening. De
herwaardering van de netto-toegezegd-
opgenomen in
pensioenverplichting is het
geconsolideerd overzicht van de niet-gerealiseerde
resultaten van de periode die later niet geherklasseerd
kunnen worden naar winst-en-verliesrekening.
De Groep neemt tevens een voorziening op voor
bru
gpensioen. Het bedrag van deze voorzieningen is
gelijk aan de contante waarde van toekomstige
vergoedingen beloofd aan de betrokken werknemers.
Op aandelen gebaseerde betalingstransacties
Verschillende warrant- en aandelenoptieplannen laten
directie en kaderleden toe aandelen van de
onderneming te verwerven. IFRS 2 wordt toegepast op
alle op aandelen gebaseerde betalingstransacties,
toegekend na 7 november 2002 en welke op 1 januari
2006 nog niet onvoorwaardelijk waren geworden. De
uitoefenprijs van een optie wordt bepaald op basis van
de gemiddelde slotkoers van het aandeel tijdens de
dertig dagen die aan de datum van het aanbod van de
opties voorafgaan of de laatste slotkoers die
voorafgaat aan de dag van het aanbod. De reële waarde
van de optie wordt berekend op basis van de Black and
Scholes-formule. Wanneer de opties worden
uitgeoefend, wordt het eigen vermogen verhoogd met
het bedrag van de ontvangen uitoefenprijs. In het kader
van de op aandelen gebaseerde transacties, hanteert
de onderneming een vestingperiode, waarbij rechten
op aandelen geleidelijk worden verworven.
Andere langetermijnpersoneelsbeloningen
Di
t betreft voor
namelijk de tariefvoordelen op
abonnementen en jubileumuitkeringen. Het bedrag
van deze voorziening is gelijk aan de contante waarde
van deze toekomstige vergoedingen.
1.14 Financiële schulden
Financiële schulden, behalve derivaten,
worden initieel opgenomen tegen reële
waarde van de ontvangen geldmiddelen,
na aftrek van transactiekosten. Na de
eerste verwerking worden leningen en overige
financieringsverplichtingen gewaardeerd tegen de
geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve
rentemethode.
1.15 Handelsschulden
Handelsschulden worden initieel opgenomen aan
reële waarde. Voor daaropvolgende
waarderingen worden deze schulden
geclassificeerd als financiële verplichtingen
gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs op
basis van de effectieve rentemethode.
1.16 Belastingen
Belasting op het resultaat van het boekjaar is het totale
bedrag dat is opgenomen in de winst of het verlies over
de periode met betrekking tot actuele belasting en
uitgestelde belastingen. De belastingkost
wordt opgenomen in de winst- en verliesrekening
over de periode, tenzij de belasting voortvloeit
uit een
transactie of gebeurtenis die direct in het eigen
vermogen is opgenomen. In dat geval worden de
belastingen rechtstreeks ten laste van het eigen
vermogen genomen.
Actuele belastingen
voor lopende en voorgaande
perioden worden, in zoverre ze nog niet zijn betaald,
opgenomen als verplichting. Als het bedrag dat al is
betaald met betrekking tot de lopende en voorgaande
perioden groter is dan het bedrag dat over deze
periode verschuldigd is, wordt het saldo opgenomen
als een actief. Voor de berekening worden de
belastingtarieven gebruikt waarvan het
wetgevingsproces materieel is afgesloten op de
balansdatum.
Uitgestelde belastingen
worden opgenomen op basis
van de ‘liability’-methode, voor alle tijdelijke
verschillen tussen de belastbare basis en de
boekwaarde voor financiële verslaggevingsdoeleinden
en dit zowel voor activa als verplichtingen. Voor de
berekening worden de belastingtarieven gebruikt
waarvan het wetgevingsproces materieel is afgesloten
op de balansdatum.
Volgens deze methode moet de Groep bij een
bedrijfscombinatie onder meer uitgestelde
belastingen opnemen als gevolg van het verschil
tussen de reële waarde van de verworven activa,
verplichtingen en voorwaardelijke verplichtingen en
hun belastingbasis ten gevolge van de
bedrijfscombinatie.
Uitgestelde belastingvorderingen worden enkel
opgenomen indien het waarschijnlijk is dat er
voldoende toekomstige belastbare winsten zullen zijn
om het belastingvoordeel te kunnen genieten.
Uitgestelde belastingvorderingen worden
teruggenomen indien het niet langer waarschijnlijk is
dat het gerelateerde belastingvoordeel zal
gerealiseerd worden.
1.17 Overheidssubsidies
Overheidssubsidies ter compensatie van door de Groep
gemaakte kosten worden systematisch erkend als
baten onder de andere bedrijfsopbrengsten in dezelfde
periode waarin deze kosten worden gemaakt.
1.18 Opbrengsten
De Groep past het vijfstappenmodel toe beschreven in
IFRS 15 voor de opname van opbrengsten die
voortvloeien uit contracten met klanten. Opbrengsten
worden opgenomen voor het bedrag van de vergoeding
waarop de Groep verwacht recht te hebben in ruil voor
de overdracht van goederen of diensten aan een klant.
De belangrijkste activiteiten waaruit Roularta Media
Group haar opbrengsten genereert, worden hierna
beschreven, per segment. De Groep hanteert twee
operationele segmenten: ‘Media Brands’ en ‘Printing
110 - JAARVERSLAG 2025 JAARVERSLAG 2025 - 111
MEDIA WITH IMPACT
Services’.
Binnen het segment ‘Media Brands’ (de merken die
door de Groep en haar participaties worden
geëxploiteerd) worden de opbrengsten in de eerste
plaats gegenereerd uit magazines, gratis pers,
kranten, tv, evenementen en websitediensten. De
typische duur van klantcontracten bedraagt 12
maanden of minder. De opbrengsten omvatten in
hoofdzaak abonnementsinkomsten, inkomsten uit
losse verkoop, advertentie-inkomsten en inkomsten
van line extensions van de merken. Line extensions zijn
omzet uit o.a. de aan-en verkoop van handelsgoederen
(bvb. boeken, selfcare producten, sieraden, reizen,
etc.), omzet uit ticket-deals of omzet uit licensing
overeenkomsten.
De erkenning van opbrengsten valt over het algemeen
samen met de overdracht van de geleverde goederen.
Voor de abonnementen wordt, ofwel bij aanvang, ofwel
periodiek, een bedrag ontvangen voor de periode
waarin de magazines geleverd worden. De omzet van
de magazines wordt over de tijd heen verspreid en aan
de juiste periode toegekend, d.w.z. bij de
verschijningsdatum van de magazines. Bij
vooruitbetalingen van bijvoorbeeld een abonnement
wordt een ‘contract passiva’ teruggedraaid gedurende
de abonnementsperiode.. Deze contract passiva staan
gepresenteerd onder ‘Ontvangen vooruitbetalingen’.
De opbrengsten uit losse verkoop worden opgenomen
volgens de verschijningsdatum van het nummer. De
erkenning van omzet publiciteit gebeurt bij het
verschijnen van de publiciteit.
Daarnaast is er het segment ‘Printing Services’, dat de
prepress- en drukkerijactiviteiten voor interne merken
en externe klanten omvat. Prepressactiviteiten staan
voor het samenstellen van de magazines voordat ze
van de drukpersen rollen of op de website
gepubliceerd worden.
De erkenning van omzet prepress of drukwerk valt
samen met het leveren van de dienst/de goederen,
d.w.z. bij het leveren van de afgewerkte prepressdienst
of het leveren van het drukwerk.
Daarnaast zijn er ook opbrengsten uit
ruilovereenkomsten waarvoor een niet-geldelijke
vergoeding ontvangen wordt. De Groep sluit namelijk
ruiltransacties af waarbij voornamelijk publiciteit in
een magazine of krant van de Groep geruild wordt voor
publiciteit op TV, radio of in een magazine bij een
andere mediapartner. De Groep heeft bepaald dat deze
transacties binnen het toepassingsgebied van IFRS 15
vallen. Bijgevolg worden deze transacties
gewaardeerd tegen hun transactieprijs. De
voornaamste inschatting die hierbij gemaakt wordt, is
de waarde van de kortingen die gegeven worden in
gelijkaardige transacties. In de winst-en-
verliesrekening worden de opbrengsten als omzet
geboekt en de kosten als diensten en diverse
goederen.
De in IFRS 15 gebruikte terminologie
‘contractpassiva’ wordt niet gebruikt in de balans,
maar wordt wel beschreven in de toelichting met
betrekking tot de omzet. Ze worden opgenomen in de
geconsolideerde balans als ‘handelsschulden’ en
‘ontvangen vooruitbetalingen’.
1.19 Financieringskosten
Financieringskosten worden als last opgenomen in de
periode waarin ze zijn gemaakt.
1.20 Cruciale beoordelingen en belangrijkste
bronnen van schattingsonzekerheden
De opstelling van de jaarrekening in overeenstemming
met IFRS vereist dat het management oordelen vormt,
schattingen en veronderstellingen maakt die van
invloed kunnen zijn op de in de jaarrekening
opgenomen bedragen. De veronderstellingen en
hiermee verbonden schattingen zijn gebaseerd op
ervaringen uit het verleden en verschillende andere
factoren die, gegeven de omstandigheden, als redelijk
kunnen worden beschouwd. De uitkomsten hiervan
vormen de basis voor het oordeel over de boekwaarde
van activa en de verplichtingen die niet op eenvoudige
wijze uit andere bronnen blijken. De daadwerkelijke
uitkomsten kunnen afwijken van deze schattingen. De
schattingen en onderliggende veronderstellingen
worden periodiek beoordeeld.
Belangrijkste bronnen van beoordelingen en
schattingsonzekerheden:
Marktkapitalisatie en waardering van het netto-actief
De marktkapitalisatie is op 31 december 2025 (173,5
miljoen euro) fors gestegen ten opzichte van 31
december 2024 (toen 156,7 miljoen euro). Een
mogelijkse reden is het vrijwillig en voorwaardelijk
openbaar overnamebod van 15,50 euro dat Koinon NV,
de moederholding van Roularta Media Group NV,
uitbracht in 2025. De Groep heeft beoordeeld of het
verschil tussen de marktkapitalisatie van Roularta
Media Group (173,5 miljoen euro op 31 december 2025)
en de boekwaarde van het netto-actief (185,2 miljoen
euro op 31 december 2025) moet worden beschouwd
als een indicator voor een bijzondere
waardevermindering. De aandelenkoers daalde van €
17,8 op 2 januari 2023 tot € 12,45 op 31 december 2025;
de gemiddelde aandelenkoers over het ganse jaar 2025
bedroeg € 13,77.
De Groep stelt vast dat het aandeel een beperkte free
float (5%) heeft wat bijdraagt aan lagere
handelsvolumes (685.757 aandelen verhandeld
gedurende 2025 van de in totaal 13.931.920 aandelen).
De free float is nog verder gedaald ten opzichte van
2024 naar aanleiding van bovenvermeld overnamebod.
Een beperkte free float beïnvloedt de liquiditeit van de
aandelen en leidt mogelijk tot afwijkingen tussen de
marktp
rijs en de nettoboekwaarde. Als gevolg van de
beperkte free float vermindert ook de dekking van
analisten. De lage free float van het aandeel zorgt ook
voor een hogere volatiliteit in de aandelenkoers,
waardoor de investeringsbereidheid van institutionele
beleggers in het aandeel laag is.
Om bovenstaande redenen, oordeelt de Groep dan ook
dat de beurskoers van het aandeel niet relevant is als
indicator voor een waardevermindering.
Los hiervan onderzoekt de Groep haar netto-actief
sowieso op mogelijke indicaties van bijzondere
waardevermindering. Een groot deel van het netto-
actief bestaat uit goodwill en immateriële activa waar
er voor beide een indicatie op bijzondere
waardevermindering was in boekjaar 2025. We
verwijzen onder andere naar de
schattingsonzekerheden hierover in de paragraaf
‘Bijzondere waardeverminderingen op goodwill en
immateriële activa zoals inbegrepen in toelichting 13
en 14’ en de toelichtingen zelf. Noch voor de
deelnemingen gewaardeerd volgens de
vermogensmutatiemethode, noch voor de materiële
vaste activa waren er een indicaties op bijzondere
waardevermindering.
In het geval dat het management oordeelt dat er
indicaties zijn op bijzondere waardeverminderingen
voor gelijk welk actief, maakt het inschattingen over
een heel aantal parameters. Een eventuele wijziging
in deze beoordeling of in één of meerdere van deze
parameters, kan een significante invloed hebben op
de realiseerbare waarde.
Bijzondere waardeverminderingen op goodwill en
immateriële activa zoals inbegrepen in toelichting 13
en 14
Voor de immateriële activa waarvoor er een indicator
van bijzondere waardevermindering is, wordt een
specifieke test uitgevoerd. Het testen of er bijzondere
waardeverminderingen op immateriële activa en
goodwill zijn, vergt het maken van significante
schattingen over o.a. volgende parameters:
verdisconteringsvoet, groeivoet van de
publiciteitsinkomsten, groeivoet van het aantal
abonnees, losse verkoop en de abonnementsprijzen,
evolutie van de druk- en papierkosten en de indirecte
kosten. Bij het uitvoeren van een test op bijzondere
waardeverminderingen zal het management gebruik
maken van de historiek van deze parameters en de
verwachting over hoe deze parameters zullen
evolueren in een periode over 5 jaar zoals deze op het
moment van de test bekend zijn. Daarnaast maakt het
management een inschatting van de groeivoet na deze
periode.
Een eventuele wijziging van één of meerdere
parameters kan tot een significante wijziging van de
realiseerbare waarde leiden. We verwijzen naar
Toelichting 14 met betrekking tot immateriële activa.
Beoordeling gebruiksduur van de merken
De waarde van de merken wordt afgeschreven in
functie van de ingeschatte bepaalde gebruiksduur.
Sinds deze datum wordt elk merk als een aparte
kasstroomgenererende eenheid (KGE) aanzien omdat
elk merk een identiteit op zich vormt, met een eigen
strategische positionering, eigen doelgroep, eigen
waarden, eigen marketing- en salesaanpak die
individueel aangestuurd worden om zo de hoogste
waarde per merk te verkrijgen. Sinds de digitalisering
van het magazine-aanbod kunnen de abonnees een
bundel van magazines lezen, al dan niet in combinatie
met een papieren versie van één magazine. Het is niet
ondenkbaar dat de Groep in de toekomst haar
kasstroomgenererende eenheden hiervoor aanpast.
Onderstaande opdeling van merken in functie van hun
gebruiksduur is een algemene leidraad die door het
management werd uitgewerkt en dit op basis van
enerzijds hun inzichten in de mediasector en
anderzijds de toets van deze inzichten aan de realiteit.
Er worden vier groepen geïdentificeerd voor de
initiële bepaling van de gebruiksduur.
x Een 40 jaar economische gebruiksduur is voor
‘super’merken, die reeds een heel uitgesproken
naambekendheid hebben en nog groeien qua
omzet en/of EBITDA en een boekwaarde hebben
die kleiner is dan 10 keer de EBITDA van het
merk. Deze ‘super’merken worden ook buiten de
mediasector (naast andere grote merken)
erkend.
x Een 20 jaar economische gebruiksduur is voor
merken die reeds een naambekendheid hebben
of nog kunnen groeien qua omzet en/of EBITDA
en een boekwaarde hebben die kleiner is dan 10
keer de EBITDA van het merk. Deze
‘groei’merken worden ook buiten de sector (naast
andere grote merken) herkend.
x Een 10 jaar economische gebruiksduur is voor
‘mature’ merken waar omzet/EBITDA stabiel is of
licht dalend over de laatste 5 jaar maar met een
brutowaarde groter of gelijk aan € 1 miljoen. Dit
zijn merken met een relatief belangrijke naams-
en waardenherkenning in de sector waarin ze
opereren.
x Een 5 jaar economische gebruiksduur is voor
jonge (enkele jaren oud) of kleine merken, die nog
veel te bewijzen hebben maar met potentieel en
een beperkte initiële boekwaarde (< € 1 miljoen).
De gebruiksduur is hier beperkt maar zo’n merk
kan verder uitgebouwd worden in de komende
jaren.
Op basis van een individueel assessment per merk en
inschattingen gemaakt door het management wordt
ieder merk ondergebracht in één van bovenvermelde
groepen van merken (i.e. ‘super’merken,
‘groei’merken, ‘mature’ merken en ‘jonge’/’kleine’
merken). Deze inschattingen van het management
kunnen echter negatief beïnvloed worden door
enerzijds algemeen ongunstige marktontwikkelingen,
opgelegde overheidsmaatregelen (onder meer doch
niet beperkt tot overheidsmaatregelen in het kader van
pandemieën) en/of tegenvallende prestaties van een of
meerdere merken. Hierdoor kan het management
genoodzaakt worden om de gemaakte inschattingen
inzake de levens/gebruiksduur van een merk bij te
sturen en het merk onder te brengen in een andere
groep van merken.
Op het einde van de huidige verslagperiode zijn er geen
indicaties dat er aanpassingen zouden moeten
gebeuren aan de indeling van de merken in de
verschillende merkengroepen, noch dat de
levens/gebruiksduur van een merk sterker zou zijn
gedaald ten opzichte van de initieel ingeschatte
gebruiksduur ervan.
We verwijzen naar toelichting 14 en 16 voor een
sensitiviteitsanalyse uitgevoerd in 2025 op de
gebruiksduur van de verschillende merken.
Toegezegd-pensioenregelingen
De kosten van de toegezegd-pensioenregeling (zie
toelichting 25) en de contante waarde van de
pensioenverplichting worden bepaald door middel van
actuariële waarderingen. Een actuariële waardering
houdt in dat verschillende veronderstellingen worden
gemaakt die kunnen afwijken van de werkelijke
ontwikkelingen in de toekomst. Deze omvatten de
bepaling van de disconteringsvoet, toekomstige
salarisverhogingen, toekomstige inflatie,
personeelsverloop en sterftecijfers. Wegens de
complexiteit de waardering en het
langetermijnkarakter ervan, is een toegezegd-
pensioenverplichting zeer gevoelig voor wijzigingen in
deze veronderstellingen. Alle veronderstellingen
worden op balansdatum herzien.
Uitgestelde belastingvorderingen
Uitgestelde belastingvorderingen worden opgenomen
voor fiscaal overdraagbare verliezen en fiscaal
verrekenbare tegoeden voor zover het waarschijnlijk is
dat er toekomstige belastbare winst beschikbaar zal
zijn waarmee de fiscaal overdraagbare verliezen en
fiscaal verrekenbare tegoeden kunnen worden
verrekend. Bij deze beoordeling houdt het
management rekening met elementen zoals de
bedrijfsstrategie op lange termijn en de lokale
belastingwetgeving die van kracht is op de
verslagdatum.
Rechtszaken en geschillen
De Groep is betrokken bij een aantal hangende
geschillen waarvoor provisies worden aangelegd
indien het waarschijnlijk is dat er een kasuitstroom zal
zijn van middelen en wanneer het bedrag betrouwbaar
kan ingeschat worden.
1.21 Extra toelichting met betrekking tot impact en
risicobeheersing van algemene
bedrijfsrisico’s en geopolitieke onzekerheden
In 2025 daalden de energie-en papierprijzen lichtjes
ten opzichte van 2024, maar ze blijven wel op een hoog
niveau. De distributiekosten per magazine waren in
2025 hoger dan i
n 2024 omwille van een nieuw
bedelingscontract dat in voege trad vanaf de tweede
jaarhelft van 2024 waarbij bepaalde parameters
zwaarder doorwegen in de prijs van de bedeling.
Om de winstgevendheid onder controle te houden,
werden prijsstijgingen doorgevoerd samen met een
beleid van strikte kostencontrole. De Groep zal blijven
inzetten op een strikte kostenbewaking en op
efficiëntiemaatregelen door de verdere uniformisering
van de Nederlandse en Belgische processen en
systemen.
Gezien de geopolitieke instabiliteit naar aanleiding
van het conflict in Iran, de onzekerheid over de duur
van het conflict en/of de mogelijke escalatie en
uitbreiding ervan, is het moeilijk in te schatten
hoeveel de kosten in 2026 zullen stijgen. De Groep
probeert het prijsrisico van het papier zoveel mogelijk
te beheersen door periodieke contracten af te sluiten
voor dagblad- en magazinepapier. Om het risico op
prijsstijgingen inzake energie af te vlakken en pieken
te vermijden, wordt voor een deel van de afname van
energie gewerkt met ‘click-contracten’, waarbij de
prijs op voorhand wordt vastgeklikt, ongeacht de
marktomstandigheden.
De distributiekosten zullen gezien de stevige indexatie
in 2026 terug een belangrijke impact hebben in 2026.
De Groep probeert deze kosten verder onder controle
te houden door interne aanpassingen te doen aan het
bedelingsstramien, goede contracten te
onderhandelen en in te zetten op alternatieve wijzen
van distributie.
Onderbrekingen van levering van energie,
grondstoffen en/of goederen worden momenteel niet
verwacht, maar kunnen eventueel wel volgen indien de
geopolitieke situatie negatief evolueert. Onderbreking
van grondstoffen en distributie kan voor veel producten
van de Groep ondervangen worden door lezers en
adverteerders enkel de digitale versie aan te bieden.
Een onderbreking van energie betekent dat zowel
digitale als fysieke producten niet meer kunnen
geleverd worden en zou aldus aanleiding kunnen geven
tot een tijdelijk verlies aan omzet.
De Groep verwacht tenslotte geen significante impact
van niet-Europese import- en/of exportheffingen,
vermits de aan-en verkoop van de Groep hoofdzakelijk
plaatsvindt binnen Europa.
deze klimaat ambitie te verwezenlijken worden er
gerichte acties ondernomen, waaronder
investeringen in gebouwen en machines om de
ecologische voetafdruk te verkleinen. Voor meer
informatie hierover verwijzen we in dit jaarverslag
naar het ‘Duurzaamheidsverslag 2025’ waar de
duurzaamheidsdoelstellingen en status opgenomen
zijn.
1.22 Klimaatverandering en het effect op de
financiële rapportering
De EU en haar lidstaten hebben de Overeenkomst van
Parijs ondertekend en geratificeerd met als doel om
de eerste klimaat neutrale economie en samenleving
te creëren. In het kader van deze klimaatambities
heeft de Groep zich ook geëngageerd om klimaat
neutraal te worden voor scope 1 en scope 2 emi
ssies
tegen 2040 en voor scope 3 emissies tegen 2050. Om
TOELICHTING 2 - GROEPSSTRUCTUUR
2.1. Lijst van ondernemingen
Naam van de onderneming
Locatie
Deelnemingspercentage
1. Integraal geconsolideerde ondernemingen
2025
2024
De moedermaatschappij van de Groep is Roularta Media Group NV, Roeselare, België. Per 31 december 2025 en 31
december 2024 werden volgende dochtervennootschappen, joint ventures en geassocieerde ondernemingen
opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening. Voor de dochtervennootschappen zijn er geen restricties om activa
en passiva te realiseren. Voor de joint ventures en geassocieerde ondernemingen verwijzen we naar toelichting 16.
ROULARTA MEDIA GROUP NV
Roeselare, België
100%
100%
BELGIAN BUSINESS TELEVISION NV
Brussel, België
100%
100%
ROULARTA MEDIA NEDERLAND BV
1
Amsterdam, Nederland
100%
100%
ROULARTA MEDIA DEUTSCHLAND
2
Augsburg, Duitsland
-
100%
RMN MINDSTYLE BV
1
Amsterdam, Nederland
-
100%
STUDIO APERI NEGOTIUM NV
Roeselare, België
75%
75%
2. Joint ventures opgenomen onder
2025
2024
vermogensmutatiemethode
CTR MEDIA SA
Brussel, België
50%
50%
MEDIAFIN NV
Brussel, België
50%
50%
PROVEC BV ³
Gent, België
50%
50%
PROFACTS BV ³
Gent, België
50%
50%
PROFACTS HOLDING BV ³
Gent, België
-
50%
B2SENSE BV ³
Gent, België
-
50%
PULSAR-IT BV ³
Brussel, België
50%
45%
CJ COMMUNICATIONS BV ³
Brussel, België
50%
-
MOTOR.NL BV
1
Amsterdam, Nederland
50%
50%
PITE MEDIA BV
1
Amsterdam, Nederland
50%
50%
33. Geassocieerde ondernemingen opgenomen onder
2025
2024
vermogensmutatiemethode
IMMOVLAN BV
Brussel, België
-
35%
YELLOWBRICK NV
1
op de resultaten van de Groep.
Schaarbeek, België
² Vaste inrichting van Roularta Media Group NV die opgeheven werd eind 2025.
35%
opgenomen in de consolidatiekring van Roularta Media Group 2025 zoals hierboven vermeld.
³ 100% deelnemingen van Mediafin NV. De subconsolidatie wordt weergegeven in toelichting 16.
35%
Vrijstelling van het publiceren van financiële jaarrekeningen en verslag volgens artikel 403 Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek:
deze dochterondernemingen zijn vrijgesteld van publicatie van hun jaarrekening en jaarverslag 2025. Deze vennootschappen zijn
De vennootschap Find your Bike BV waar Roularta Media Nederland BV voordien een 20% deelneming in had, werd
in 2024 nog opgenomen als een investering in financiële activa (en niet als geassocieerde onderneming) gezien er
geen significante invloed was. In de loop van 2025 werd deze deelneming verkocht. Dit had geen significante impact
In 2025 heeft Roularta Media Group NV een belang van 25% in Vlaamse Nieuwsmedia en License To Publish genomen.
112 - JAARVERSLAG 2025 JAARVERSLAG 2025 - 113
MEDIA WITH IMPACT
Deze wordt ook opgenomen als een investering in financiële activa (en niet als geassocieerde onderneming) gezien
er geen significante invloed is. De deelneming wordt voor € 46K meegenomen onder Investeringen in financiële activa
gewaardeerd tegen reële waarde.
22.2 Wijzigingen in de consolidatiekring
Wijzigingen in de consolidatiekring gedurende 2025:
x Fusie Profacts Holding BV met Provec BV en van B2Sense BV met Profacts BV
x Verhoging onrechtstreekse deelneming in Pulsar-IT BV van 45% naar 50%
x Fusie BV RMN Mindstyle met BV Roularta Media Nederland
x Verkoop van het 35% aandeel in Immovlan BV
x IFRS 3 waardering Profacts BV en Provec BV
x Overname door de NV Mediafin van CJ Communications BV (merk ‘Evoke’) op 16 december 2025
Hieronder volgt wat meer info over de wijzigingen in de consolidatiekring:
x Begin 2025 heeft de NV Mediafin de 10% resterende aandelen overgenomen in de BV Pulsar-IT waardoor ze
100% van de aandelen bezit. RMG, die nu via de NV Mediafin een deelneming van 50% heeft in de BV Pulsar-IT,
consolideert de entiteit verder onder vermogensmutatiemethode.
x De Fusie BV RMN Mindstyle met BV Roularta Media Nederland werd in het begin van 2025 doorgevoerd met
terugwerkende kracht tot 1 januari 2025.
x Roularta Media Group en Immoscoop hebben een strategisch partnership gesloten om de veranderende
vastgoedmarkt verder te versterken en innoveren. Hierdoor werd RMG’s commerciële samenwerking met de
entiteit Immovlan BV stopgezet en heeft RMG haar aandeel in Immovlan overgedragen aan haar
medeaandeelhouder Rossel. De transactie heeft geen materiële impact gehad op de resultaten van 2025. Op
jaareinde 2024 had RMG haar deelneming onder vermogensmutatiemethode reeds volledig afgewaardeerd naar
aanleiding van tegenvallende resultaten van Immovlan.
x Eind december 2024 nam de NV Mediafin het Gentse marktonderzoekbureau Profacts over. De Groep heeft in
2025 IFRS 3 Bedrijfscombinaties toegepast voor de verwerking van deze overname en heeft de toerekening van
de overnameprijs afgewerkt binnen het jaar na overname. We verwijzen voor meer details naar toelichting 16.
x BePublic Group, het Belgisch pr- en strategisch communicatiebureau van Mediafin NV, heeft eind 2025 CJ
Communications BV (of het merk Evoke), gespecialiseerd in public relations voor techbedrijven, industriële
spelers en de automotive sector voor 100% overgenomen. De resultaten van de entiteit CJ Communications BV
zullen vanaf 1 januari 2026 opgenomen worden als ‘aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen
en joint ventures’. In de geconsolideerde balans wordt de deelneming gewaardeerd volgens de
vermogensmutatiemethode. De Groep zal IFRS 3 Bedrijfscombinaties toepassen voor de verwerking van deze
overname en zal de toerekening van de overnameprijs afwerken binnen het jaar na overname. Gezien de recente
overnamedatum is de eerste adminstratieve verwerking van de bedrijfscombinatie nog niet voltooid op moment
van de publicatie van dit jaarverslag.
Wijzigingen in de consolidatiekring gedurende 2024:
x Vereffening Bayard Media Verwaltungs GmbH op 28 februari 2024.
x Vereffening Senior Publications Verwaltungs GmbH op 16 april 2024.
x Uittreding Repropress CV op 30 juni 2024.
x Overname door de NV Mediafin van Provec BV, Profacts BV, Profacts Holding BV en B2Sense BV op 19 december
2024.
TOELICHTING 3 - GESEGMENTEERDE INFORMATIE
iin duizend euro
me
rken betreffen eenzelfde soort producten (magazines en kranten) die op eenzelfde manier tot stand komen, naar
een zelfde soort klant (B2B en B2C) gaan en op dezelfde manier gedistribueerd worden. Het omvat alle verkopen
Printing
Eliminaties
Geconsolideerd
2025
van publiciteit, abonnementen, losse verkoop en overige (o.a. line extensions) van de merken. Omzet uit de verkoop
van abonnementen en losse verkoop van magazines wordt ook samen benoemd als ‘lezersmarkt’ omzet. Overige
Media Brands
Services
tussen
totaal
segmenten
Omzet van het segment
omzet is alle omzet die geen publiciteits-, abonnementen-of losse verkoop omzet is. Het omvat bij de Media Brands
onder meer, maar niet limitatief omzet uit line extensions en evenementen. Line extensions is een specifieke
categorie van omzet onder de ‘overige omzet’. Het is omzet o.a. uit de aan-en verkoop van handelgoederen (bvb.
273.062
60.845
-32.407
301.500
Omzet externe klanten
boeken, selfcare producten, sieraden, reizen, etc), omzet uit ticket-deals of omzet uit licensing overeenkomsten.
273.062
28.438
-
301.500
Omzet uit transacties met andere segmenten
-
32.407
-32.407
-
Brutomarge (*)
217.604
37.020
-418
254.206
Aandeel in het resultaat van geassocieerde
Het segment ‘Printing Services’ staat voor de prepress- en drukkerijactiviteiten voor interne merken en externe
of op de website gepubliceerd worden. Omzet uit printing activiteiten wordt ook opgenomen onder het type ‘overige
4.646
-
-
4.646
ondernemingen en joint ventures
klanten. Prepress-activiteiten staan voor het samenstellen van de magazines voordat ze van de drukpersen rollen
Afschrijvingen op immateriële en materiële vaste
-16.457
-3.045
-
-19.502
activa
omzet’.
Verder wordt de segmentrapportering tot op brutomarge gepubliceerd gezien dat de Raad van Bestuur deze
Bijzondere waardeverminderingen
informatie tot op dit niveau analyseert. Er is immers tussen de twee segmenten een intense verwevenheid en de
-5.139
-
-
-5.139
Niet-gealloceerd resultaat (**)
ondersteunende diensten tussen beide segmenten worden erg gedeeld. Een verandering van allocatie van deze
-229.335
Nettoresultaat
4.876
Activa
kosten betekent een belangrijke fluctuatie op EBITDA, waardoor niet consistent zou kunnen gerapporteerd worden.
Goodwill
De waarderingsregels van de operationele segmenten zijn dezelfde als de waarderingsregels van de Groep zoals
5.738
-
5.738
Immateriële vaste activa
deze beschreven zijn in Toelichting 1.
66.640
928
67.568
Materiële vaste activa
De balansposten die kunnen opgesplitst worden, worden weergegeven langs de actief-en passiefzijde. Wat niet
37.307
39.659
76.966
Deelnemingen gewaardeerd volgens de
De prijsgrondslagen voor overdrachten tussen segmenten zijn bepaald volgens het ‘at arm’s length’-principe.
toewijsbaar is aan één van de segmenten wordt op niet-gealloceerde activa en passiva geplaatst.
vermogensmutatiemethode
48.754
-
48.754
Voorraden
1.288
5.699
6.987
Handelsvorderingen en overige vorderingen, vlottend
- Handelsvorderingen, bruto
44.268
3.591
47.859
- Niet-gealloceerde handels- en overige vorderingen
2.282
Niet-gealloceerde vaste activa
3.126
Niet-gealloceerde vlottende activa
60.044
Totaal activa
319.323
Passiva
Voorzieningen
1.671
-
1.671
Financiële schulden, langlopend
4.189
279
4.468
Financiële schulden, kortlopend
1.619
116
1.735
Ontvangen vooruitbetalingen
39.172
-
39.172
Niet-gealloceerde passiva (inclusief eigen vermogen)
272.277
Totaal passiva
319.323
in duizend euro
Printing
Eliminaties
Geconsolideerd
toegewezen activa betreffen grotendeels terreinen en (geleasde) kantoorgebouwen, die worden ingezet voor onze
2024
Media Brands
Services
tussen
totaal
segmenten
Omzet van het segment
Overeenkomstig IFRS 8 Operationele segmenten, wordt de managementbenadering voor financiële rapportering van
gesegmenteerde informatie toegepast. Volgens deze standaard dient de te rapporteren gesegmenteerde informatie
291.902
63.289
-34.885
320.307
redactionele activiteiten. Er is geen indicatie op een bijzondere waardevermindering van deze activa.
Omzet externe klanten
291.811
28.495
-
320.307
Gecorrigeerde omzet is de vergelijkbare omzet met vorig jaar, i.e. exclusief wijzigingen ten gevolge van overname
Omzet uit transacties met andere segmenten
91
34.794
-34.885
-
II. Segment informatie – gecorrigeerde omzet
en verkoop van merken. Management acht deze prestatiemaatstaf relevant omdat de externe lezer hierdoor de
Brutomarge (*)
aan te sluiten op de interne rapporten, gebruikt door de belangrijkste operationele besluitvormende functionarissen,
op basis waarvan de interne prestaties van Roularta’s operationele segmenten worden beoordeeld en middelen
231.998
37.126
22
269.146
inherente omzetevoluties jaar over jaar kan vergelijken.
Aandeel in het resultaat van geassocieerde
1.793
-
-
1.793
ondernemingen en joint ventures
Afschrijvingen op immateriële en materiële vaste
Roularta Media Group bestaat uit twee segmenten: ‘Media Brands’ en ‘Printing Services’ waarvan de Raad van
-18.061
-2.801
-
-20.862
activa
Bijzondere waardeverminderingen
Het segment ‘Media Brands’ staat voor alle merken die door RMG en haar participaties worden geëxploiteerd. De
-2.551
-
-
-2.551
in duizend
+HW QLHW JHDOORFHHUG UHVXOWDDW LV YRRU EHLGH ERHNMDUHQ DOV YROJW RSJHVWHOG
2025
2024
euro
Diensten en diverse goederen
-127.441
-137.804
Personeelskosten
-110.934
-112.600
Andere bedrijfsopbrengsten-en kosten
2.352
5.370
Waardeverminderingen op voorraden en vorderingen
1.710
-371
Voorzieningen
1.843
1.523
Financieringsopbrensten en-kosten
913
1.147
Belastingen
AAlgemene bedrijfsactiva
2.222
1.331
Niet-gealloceerd resultaat
-229.335
-241.402
In het segment Media Brands bevinden er zich € 37,3 miljoen (€ 31,3 miljoen in 2024) algemene bedrijfsactiva
(materiële vaste activa) naast de niet-gealloceerde vaste activa. Deze niet aan kasstroomgenererende eenheden
Niet-gealloceerd resultaat (**)
-241.402
Nettoresultaat
6.124
Activa
Goodwill
7.975
-
7.975
Immateriële vaste activa
78.828
938
79.766
Materiële vaste activa
31.324
41.033
72.357
Deelnemingen gewaardeerd volgens de
vermogensmutatiemethode
49.622
-
49.622
Voorraden
1.500
7.150
8.650
Handelsvorderingen en overige vorderingen, vlottend
- Handelsvorderingen, bruto
50.220
3.592
53.812
- Niet-gealloceerde handels- en overige vorderingen
-1.095
Niet-gealloceerde vaste activa
3.027
Niet-gealloceerde vlottende activa
78.894
Totaal activa
353.007
Passiva
Voorzieningen
2.597
-
2.597
Financiële schulden, langlopend
3.154
251
3.405
Financiële schulden, kortlopend
1.458
108
1.566
Ontvangen vooruitbetalingen
40.098
-
%UXWRPDUJH LV GH RP]HW SOXV GH JHSURGXFHHUGH YDVWH DFWLYD PLQ GH KDQGHOVJRHGHUHQ JURQG HQ KXOSVWRIIHQ
40.098
Niet-gealloceerde passiva
305.341
Totaal passiva
353.007
in duizend euro
In on
Media
Printing
Eliminaties
Geconsoli-
toelichting 4 –Omzet, waar ook de geconsolideerde gecorrigeerde omzet per type omzet weergegeven wordt.
2025
derstaande tabel wordt de reconciliatie van de totale segmentomzet met de gecorrigeerde segmentomzet
weergegeven. Voor meer uitleg bij de wijziging omwille van overname of afstoting van merken verwijzen we naar
Brands
Services
tussen
deerd totaal
segmenten
Omzet van het segment
273.062
60.845
(32.407)
301.500
Omzet externe klanten
273.062
28.438
-
301.500
Omzet uit transacties met andere segmenten
-
32.407
(32.407)
-
Wijzigingen omwille van overname of afstoting van merken
8.930
-
-
8.930
Wijzigingen in externe klanten
8.930
-
-
8.930
Wijzigingen in transacties met andere segmenten
-
-
-
-
De Groep haalt inkomsten uit de overdracht van goederen en diensten in de volgende geografische regio's: België en
Gecorrigeerde omzet
III. G Geografische informatie
281.992
Nederland. In 2024 haalde de groep ook nog inkomsten uit Duitsland.
60.845
(32.407)
310.430
in duizend euro
2025
De volgende overzichten geven een detail van de omzet en de vaste activa opgedeeld op basis van de geografische locatie
van de dochteronderneming (op basis van de zetel van de dochteronderneming waar de verkopen werden gerealiseerd).
België
Nederland
Duitsland
Geconsolideerd
de Duitse magazines die eind vorig jaar verkocht werden. De resterende daling is afkomstig van Nederland waar de
Groep volop inzet op de digitale werving en leeservaring van abonnees.
Voor de definitie van line extensions, verwijzen we naar toelichting 3. Er wordt sinds 2025 intern een licht gewijzigde
definitie gebruikt tussen voornamelijk abonnementen- en overige omzet. Voor 2024 werd de omzet op vergelijkbare
totaal
basis getoond door € 1,9 miljoen overige omzet toe te wijzen aan abonnementenomzet.
Omzet
234.903
66.597
-
301.500
Vaste activa (*)
155.569
46.583
-
202.152
De omzet erkend op een bepaald tijdstip bedraagt € 183,4 miljoen in 2025 (€ 195,5 miljoen in 2024). De omzet erkend
erkend worden in omzet over de periode dat het abonnement loopt.
in duizend euro
2024
België
Nederland
Duitsland
Geconsolideerd
totaal
Omzet
aangepast.
IV. IInformatie over belangrijke klanten
klantengroep.
244.066
70.486
5.755
320.307
Vaste activa (*)
161.944
50.803
-
212.747
(*) Stemt overeen met de definitie van vaste activa in de balans. Voor 2024 werden de cijfers ook volgens deze definitie
De omzet is zowel in België als in Nederland jaar over jaar gedaald. We verwijzen naar toelichting 4 voor meer informatie.
In Duitsland is er geen omzet meer na de verkoop van de Duitse magazines in 2024 (zie Groepsstructuur – Toelichting 2).
TOELICHTING 4 - OMZET
I. Opsplitsing van omzet uit contracten met klanten
De omzet van de Groep uitgesplitst naar de verschillende types omzet bestaat uit:
in duizend euro
2025
2024
Trend
Publiciteit
88.652
98.353
-9.701
Abonnementen en losse verkoop
146.500
155.657
-9.156
Drukwerk voor derden
32.513
33.532
-1.018
Overige omzet (o.a. line extensions)
33.834
32.765
1.069
Totale omzet
enkel maar ‘Drukwerk voor derden’ voor.
301.500
320.307
-18.807
Alle bovenstaande omzetstromen komen voor in het segment Media Brands; in het segment Printing Services komt
De geconsolideerde omzet van 2025 kent een daling van 6 %, van € 320,3 miljoen naar € 301,5 miljoen. Deze daling
vindt in hoofdorde haar oorzaak in een lagere advertentie-en lezersmarktomzet. Bij de advertentieomzet is de daling
voelbaar in zowel België als Nederland, maar ze is het grootst bij de gratis pers bladen in België die het meest te
lijden hebben onder het zwakkere economisch klimaat. Bij de lezersmarkt is de terugval voornamelijk te wijten aan
in duizend euro
2025
2024
De omzet van de Groep uitgesplitst naar de verschillende categorieën bedrijfsactiviteiten bestaat uit:
Trend
over een periode bedraagt € 118,1 miljoen (€ 124,8 miljoen in 2024) en bevat de abonnementenverkopen die gespreid
Local Media Brands
45.332
48.700
-3.368
Magazines Brands
227.730
243.112
-15.382
Drukwerk voor derden (door het
geconsolideerde
28.438
28.495
-57
segment Printing Services)
Totale omzet
Gezien de diverse activiteiten van de Groep en daarmee ook gepaard gaande diversiteit van haar klantenportefeuilles, is
er geen enkele externe klant met wie opbrengsten uit transacties gerealiseerd werden, die meer bedragen dan 10
procent van de opbrengsten van de Groep. Daarnaast is er geen concentratie van omzet bij bepaalde klanten of een
De tw
ee bovenstaande categorieën van bedrijfsactiviteiten vormen samen het segment Media Brands; het drukwerk
voornamelijk opgenomen onder de diensten en diverse goederen.
II. Gecorrigeerde omzet
inherente omzetevoluties jaar over jaar kan vergelijken.
In onderstaande tabel wordt de
2024.
301.500
320.307
Media Brands’ en ‘Magazines Brands’ en volgen op deze manier de interne rapportering.
-18.807
voor derden hier is de externe omzet van het segment Printing Services. In vorig boekjaar waren er nog de
categorieën ‘Kranten Brands’ en ‘Audiovisueel Brands’. Die zijn sinds 2025 respectievelijk opgenomen in de ‘Local
De omzet uit ruilovereenkomsten bedraagt € 23,7 miljoen (2024: € 24,1 miljoen). De corresponderende kost werd
in duizend euro
2025
2024
Trend
handels
vorderingen wordt verder toegelicht in Toelichting 18 Handels- en overige vorderingen.
De contractpassiva worden opgenomen in de geconsolideerde balans als ‘handelsschulden’ en ‘ontvangen
Gecorrigeerde omzet
Publiciteit
90.671
98.353
-7.682
vooruitbetalingen’. Het saldo van de ontvangen vooruitbetalingen van 31 december 2024 (€ 40,1 miljoen) werd
Abonnementen en losse verkoop
152.603
155.657
-3.054
volledig in omzet erkend in 2025. Verplichtingen tot retour, terugbetaling en andere vergelijkbare verplichtingen
nummers geboekt. Deze is gebaseerd op gegevens m.b.t. de historische retours.
Drukwerk voor derden
32.513
33.532
-1.019
hebben betrekking op losse verkopen via persverdeling. Er wordt hiervoor een provisie voor de onverkochte
Overige omzet (o.a. line extensions)
34.643
32.765
1.878
TOELICHTING 5 - DIENSTEN EN DIVERSE GOEDEREN
Gecorrigeerde omzet
310.430
320.307
-9.877
Wijzigingen omwille van overname of
afstoting van merken
-8.930
-
-8.930
Totale omzet
301.500
320.307
-18.807
Wijzigingen omwille van overname of afstoting van merken omvat volgende wijzigingen (we verwijzen ook naar
toelichting 2 – Groepsstructuur voor meer informatie rond deze transacties) :
- In november 2024 werden de Duitste magazines verkocht. In het jaar 2024 werd de omzet nog opgenomen
tot en met oktober. Voor de vergelijkbaarheid werd ook geschatte omzet van januari tot oktober 2025
opgenomen in bovenstaande ‘wijzigingen omwille van afstoting van merken’.
- Op 19 maart heeft Roularta Media Group (RMG) een akkoord bereikt met Professional Media Group (PMG)
rond de overname van de Healthcare activiteiten (i.e. de vakbladen Artsenkrant, De Apotheker en Ak
Hospitals). Voor de vergelijkbaarheid werd ook een geschatte omzet van april tot en met december 2025
opgenomen in bovenstaande ‘wijzigingen omwille van afstoting van merken’.
- Begin oktober 2025 heeft de Groep haar Fiscaal-Juridische activiteiten verkocht (i.e. Nieuwsbrieven
Fiscoloog/Le Fiscologue, Fiscoloog Internationaal/Le Fiscologue Int. en Tijdschrift voor Rechtspersoon en
Vennootschap/Revue pratique des sociétés). Voor de vergelijkbaarheid werd ook een geschatte omzet van
oktober tot en met december 2025 opgenomen in bovenstaande ‘wijzigingen omwille van afstoting van
merken’.
III. AActiva en verplichtingen met betrekking tot contracten met klanten
Na toepassing van IFRS 15
Omzet uit contracten met klanten
, heeft de groep de volgende activa en passiva met
betrekking tot contracten met klanten opgenomen:
De waarderingsregels van de Groep met betrekking tot de omzet zijn terug te vinden in Toelichting 1.
Toelichting
2025
2024
Trend
kostenbeheersing.
Naar aanleiding van de lagere lezersmarktomzet zijn ook de transport-en distributiekosten, ondanks een indexatie,
jaar over jaar gedaald.
Vorderingen
Handelsvorderingen, bruto
18
47.858
53.812
-5.954
Erelonen omvatten erelonen redactie en foto’s en algemene erelonen. De rubriek onderaannemers en diverse
Waardevermindering op dubieuze vorderingen,
vlottend (-)
18
-3.285
-4.782
1.497
leveringen omvat voornamelijk onderhouds- en herstellingskosten, telecommunicatiekosten en brandstofkosten.
Te factureren
18
2.893
2.052
841
en commissie abonnementen).
Contractpassiva
Ontvangen vooruitbetalingen
27
39.172
40.098
-926
Op te stellen creditnota's
27
1.183
1.372
-189
Creditsaldi klanten
27
638
703
-65
Over te dragen opbrengsten
27
6.737
7.411
-674
Verplichtingen tot retour, terugbetaling en andere
vergelijkbare verplichtingen
Op te stellen creditnota's: provisie voor onverkochte
Gecorrigeerde omzet is de vergelijkbare omzet met vorig jaar, i.e. exclusief wijzigingen ten gevolge van overname
27
6.529
6.830
-301
Contractactiva en -passiva hebben betrekking op klantcontracten die in het algemeen worden afgerekend binnen
twaalf maanden na aanvang van het contract. Roularta Media Group heeft geen contractkosten, m.a.w. geen kosten
die enkel specifiek aan één klant/contract gelinkt zijn. Er zijn geen contractactiva. Informatie over
nummers
en verkoop van merken. Management acht deze prestatiemaatstaf relevant omdat de externe lezer hierdoor de
gecorrigeerde omzet per type voor het jaar 2025 vergeleken met
in duizend euro
De diensten en diverse goederen van de Groep bestaan uit:
2025
2024
MEDIA WITH IMPACT
Transport- en distributiekosten
-18.450
-19.610
Marketing- en promotiekosten
-30.168
-33.066
Commissielonen
-4.289
-4.891
Erelonen
-47.771
-52.542
Huur
-1.299
-1.816
Energiekosten
-2.489
-2.751
Onderaannemers en diverse leveringen
-15.481
-16.017
Bestuurdersbezoldigingen
-610
-597
Uitzendkrachten
-3.566
-3.130
Verplaatsings- en onthaalkosten
-1.522
-1.526
Verzekeringen
-833
-794
Diverse diensten en diverse goederen
-964
-1.065
Totale diensten en diverse goederen
-127.441
-137.804
Diensten en diverse goederen zijn met € 10,4 miljoen of 7,5 % gedaald t.o.v. vorig jaar. De daling is voornamelijk
afkomstig van de verkochte entiteiten en activiteiten (zie toelichting 2 – Groepsstructuur) die niet langer opgenomen
zijn in 2025 of althans voor een deel ervan. Omwille van lagere omzetten is er echter ook sterk ingezet op
in duizend euro
TOELICHTING 6 - PERSONEELSKOSTEN
2025
2024
Commissielonen betreffen door derden gefactureerde commissies (commissie publiciteit, commissie losse verkoop
Lonen en wedden
-78.903
-79.131
Socialezekerheidsbijdragen
-19.704
-20.575
Op aandelen gebaseerde betalingen
-
29
Kosten uit hoofde van vergoedingen na
-3.097
-3.694
uitdiensttreding
Overige personeelskosten
-9.230
-9.229
Totaal personeelskosten
Voornamel
1,7 miljoen.
-110.934
-112.600
ijk een lagere personeelsbezetting (-87 FTE’s) is de reden van de daling van de personeelskosten met €
114 - JAARVERSLAG 2025 JAARVERSLAG 2025 - 115
TTewerkstelling in voltijdse equivalenten
De koste
2025
groepsverzekeringen die als een toegezegd-pensioenregeling beschouwd worden, zie Toelichting 25.
2024
n uit hoofde van vergoedingen na uitdiensttreding hebben voornamelijk betrekking op lasten voor
toegezegde-bijdragenregelingen. Dit betreft voornamelijk Belgische regelingen gefinancierd door
Aantal voltijds equivalente werknemers op het einde
1.098
1.185
van het boekjaar
De split tussen het aantal voltijds equivalente arbeiders en bedienden is als volgt: 219 arbei
ders (237 in 2024) en 879
bedienden (948 in 2024).
TOELICHTING 7 - WAARDEVERMINDERINGEN OP VOORRADEN EN VORDERINGEN
in duizend euro
2025
2024
Waardevermindering & terugname waardevermindering op
311
-74
voorraden
Waardevermindering & terugname waardevermindering op
1.399
-297
handelsvorderingen
Totaal waardeverminderingen op voorraden en vorderingen
1.710
-371
Waardeverminderingen op voorraden worden geboekt op papiervoorraad met weinig verbruik.
We verwijzen naar toelichting 18 voor uitleg bij de waardeverminderingen op handelsvorderingen .
TOELICHTING 8 - ANDERE BEDRIJFSOPBRENGSTEN EN –KOSTEN
in duizend euro
2025
2024
Bedrijfssubsidies
1.914
2.142
Meerwaarde bij realisatie van (im)materieel vast actief
1.690
2.468
Meerwaarde bij de verkoop van de Duitse merken
-
2.559
Betalingsverschillen-en kortingen
753
878
Overige bedrijfsopbrengsten
938
533
Totaal andere bedrijfsopbrengsten
5.316
8.580
in duizend euro
2025
2024
Overige belastingen
-1.155
-733
Verlies bij realisatie van (im)materieel vast actief
-21
-22
Verlies op handelsvorderingen
-573
-764
Verlies op overige vorderingen
-69
-785
Schadevergoeding
-28
-125
Omrekeningsverschillen
-13
-14
Betalingsverschillen, bankkosten
-628
-581
Overige bedrijfskosten
-456
-186
Totaal andere bedrijfskosten
-2.964
-3.210
Subsidies worden ontvangen voor ploegenarbeid in de drukkerij en voor innovatieve projecten binnen de Groep.
In 2025 bedragen de andere bedrijfsopbrengsten € 5,3 miljoen (2024: opbrengst van € 8,6 miljoen ) of een daling van
€ 3,3 miljoen. Deze is voornamelijk te wijten aan een verschil in meerwaarden in 2025 versus 2024. In 2025 werden
de Healthcare en Fiscaal-Juridische activiteiten verkocht en werd een meerwaarde gerealiseerd van samen € 1,3
mil
joen.
In 2024 was er ten eerste een meerwaarde van € 2,6 miljoen op de verkoop van de Duitse magazines Plus Magazin,
Frau im Leben en G-Geschichte. Daarnaast
werden er in 2024 nog enkele meerwaarden gerealiseerd op gebouwen
(€ 2,1 miljoen) en op de verkoop van de vakbladen Grafisch Nieuws, Verpakking & Label en Media & Communication
(€ 0,2 miljoen).
De andere bedrijfskosten zijn met € 0,2 miljoen gedaald. De overige belastingen zijn wat gestegen, maar worden
ruimschoots gecompenseerd door een lager ‘verlies op overige vorderingen’. Vorig jaar was er immers een
minderwaarde op een overige vordering die definitief oninbaar geworden is.
TOELICHTING 9 - FINANCIERINGSOPBRENGSTEN EN -KOSTEN
in duizend euro
2025
2024
Intrestopbrengsten
1.057
1.849
Financieringsopbrengsten
1.057
1.849
Intrestkosten
-379
-440
Reële waardeveranderingen in putoptie-verplichting
235
-262
Financieringskosten
-144
-702
Totaal nettofinancieringskosten
913
1.147
De intrestopbrengsten zijn in 2025 fors gedaald ten opzichte van 2024 omwille van de termijndeposito’s die over een
kortere periode in 2025 uitstonden dan in 2024. Deze daling is het gevolg van enerzijds de uitkering in 2025 van een
tu
ssentijds dividend (ten bedrage van € 37,2 miljoen) vanuit deze termijndeposito’s en anderzijds een lagere
gemiddelde intrestvoet.
In zowel 2025 als 2024 bestaan de intrestkosten hoofdzakelijk uit de interestlast afkomstig van de leaseverplichtingen
erkend onder IFRS 16. De kosten afkomstig van een reële waardeverandering in een putoptie-verplichting waren in
2024 negatief (€ -262K) omwille van een verhoogde inschatting van deze verplichting. Toen begin 2025 de putoptie
kwam te vervallen door de verkoop van de 35% deelneming in Immovlan BV (zie toelichting 2 – Groepsstructuur), kon
het verschil tussen de verplichting en de deelneming in de winst-en verliesrekening (€ 235K ) worden opgenomen.
TOELICHTING 10 - BELASTINGEN OP HET RESULTAAT
I. Actuele en uitgestelde belastingen
in duizend euro
2025
2024
A. Actuele belastingen
Belastingen op het resultaat van het boekjaar
927
-196
Aanpassingen aan belastingen van voorgaande
215
1.225
perioden
Totaal actuele belastingen
1.142
1.029
B. Uitgestelde belastingen
Opname en terugboeken van tijdelijke verschillen
330
126
Uitgestelde belastingen uit terugname van
afschrijving (+) of afschrijving (-) van uitgestelde
751
176
belastingvordering
Totaal uitgestelde belastingen
1.080
302
Totaal actuele en uitgestelde belastingen
verliezen in Nederland.
2.222
1.331
De actuele belastingopbrengsten in 2025 (€ 1.142K) zijn deels afkomstig van het belastingkrediet ten behoeve van de
uitgevers. Daarnaast werden er latente belastingopbrengsten geboekt inzake toekomstig recupereerbare fiscale
in duizend euro
II. Aansluiting tussen toepasselijk en effectief belastingtarief
Vorig jaar ware
n de actuele belastingopbrengsten volledig afkomstig van Nederland door een terugname van vroegere
op de meerwaarde op de verkoop van de Duitse magazines.
2025
2024
geraamde belastingen op statutaire afschrijvingen. In België en Duitsland waren er wel actuele belastingkosten,
namelijk roerende voorheffing op de ontvangen intresten uit de termijnrekeningen in België en geraamde belasting
Bedrijfsresultaat na nettofinancieringskosten
2.654
4.793
Aandeel in het resultaat van geassocieerde
4.646
1.793
ondernemingen en joint ventures
Resultaat vóór belastingen, exclusief aandeel in het
resultaat van geassocieerde ondernemingen en joint
-1.992
3.000
ventures
Toepasselijk belastingtarief
-25,0%
-25,0%
Belasting op basis van het toepasselijk
498
-750
belastingtarief
Aanpassingen aan belastingen van voorgaande
-
868
perioden (+/-)
Impact van niet-aftrekbare kosten (-)
-943
-753
Impact van niet-belastbare inkomsten (+)
5
-
Impact van investeringsaftrek, notionele
intrestaftrek en belastingkrediet t.b.v. uitgevers
1.882
518
(terugdraaiing (-))
Impact van opgezette / (aangewende) uitgestelde
1.829
2.126
belastingen op vorige boekjaren
Impact van het erkennen / (niet erkennen) van
189
-112
uitgestelde belastingen op vroegere fiscale verliezen
Impact van belastingtarief in andere rechtsgebieden
24
-198
Impact van niet-aftrekbare goodwill
-1.246
-619
Overige toename / afname (+/-)
-15
251
Belasting op basis van het effectief belastingtarief
2.222
1.331
Resultaat vóór belastingen
2.654
4.793
Aandeel in het resultaat van geassocieerde
4.646
1.793
ondernemingen en joint ventures
Resultaat vóór belastingen, exclusief aandeel in het
resultaat van geassocieerde ondernemingen en joint
-1.992
3.000
ventures
voornamelijk afkomstig van het hogervermelde belastingkrediet in België.
het eigen vermogen.
Effectief belastingtarief
-111,5%
44,4%
Belasting op basis van het effectief belastingtarief
Het effe
2.222
1.331
ctief belastingtarief bedraagt in 2025 (111,5) % (opbrengst), ten opzichte van 44,4 % in 2024. Dit is
in duizend euro
III. B Belastingen opgenomen in de niet-gerealiseerde resultaten
2025
Uitgestelde belastingen m.b.t. kosten en opbrengsten opgenomen in de niet-gerealiseerde resultaten:
2024
Langetermijnpersoneelsbeloningen - actuariële winsten / verliezen
-6
-310
Belastingen opgenomen in de niet-gerealiseerde
-6
-310
resultaten
2025
2024
MEDIA WITH IMPACT
I. Beweging in het aantal aandelen (gewone
aandelen)
TOELICHTING 11 - WINST PER AANDEEL
Aantal aandelen, beginsaldo
13.931.920
13.141.123
Kapitaalverhoging na keuzedividend
-
790.797
Aantal aandelen, eindsaldo
13.931.920
13.931.920
- aandelen uitgegeven en volledig betaald
13.931.920
13.931.920
II. Overige informatie
Aantal aandelen in bezit van de onderneming of
verbonden partijen
1.541.194
1.611.984
Waarvan aandelen gereserveerd voor uitgifte onder
1.750
78.540
opties
III. Berekening van de winst per aandeel
1. Aantal aandelen
1.1 Gewoon gewogen gemiddeld aantal aandelen
12.361.504
12.510.872
1.2. Aanpassingen om het gewogen gemiddeld
aantal aandelen na verwateringseffect te
2.304
-
berekenen
optieplannen
2.304
-
1.3. Gewogen gemiddeld aantal aandelen na
12.363.808
12.510.872
verwateringseffect
2. Berekening
Door het uitoefenen van 70.790 opties in de loop van 2025 zijn de eigen aandelen fors gedaald. Vorig jaar was er een
stijging in het totaal aantal aandelen (790.797 aandelen) komende van de kapitaalsverhoging naar aanleiding van het
keuzedividend over het boekjaar 2023.
Voor beide transacties verwijzen we naar toelichting 22 – Eigen vermogen.
De berekening van de gewone winst en de verwaterde winst per aandeel is gebaseerd op volgende parameters:
ൌ
ͶǤͺ͸Ͷ ̀
ͳʹǤ͵͸ͳǤͷͲͶ
ൌ Ͳǡ͵ͻ
ൌ
ͶǤͺ͸Ͷ ̀
ͳʹǤ͵͸͵ǤͺͲͺ
ൌ Ͳǡ͵ͻ
TOELICHTING 12 - DIVIDENDEN
2025
2024
Aantal aandelen op 31/12
Er zijn noch in 2025, noch in 2024 uitgestelde belastingen m.b.t. kosten en opbrengsten rechtstreeks opgenomen in
13.931.920
13.141.123
Aantal eigen aandelen op 31/12
-1.541.194
-1.611.984
Wijziging eigen aandelen (vóór Algemene
-
500
Vergadering)
Nieuwe aandelen wegens kapitaalverhoging
-
790.797
Aantal dividendgerechtigde aandelen op 31/12
12.390.726
12.320.436
116 - JAARVERSLAG 2025 JAARVERSLAG 2025 - 117
We ver
wijzen naar voorgaande toelichting en toelichting 22 voor de wijziging in het aantal (eigen) aandelen.
De Raad van Bestuur zal aan de Algemene Vergadering voorstellen om over het boekjaar 2025 geen brutodividend uit te
keren. In de loop van 2025 werd er een tussentijds dividend uitgekeerd. We verwijzen hiervoor ook naar toelichting 22 –
Eigen Vermogen.
In het geval dat optiehouders nog opties uitoefenen tussen het moment van publicatie van dit jaarverslag en de algemene
118 - JAARVERSLAG 2025 JAARVERSLAG 2025 - 119
MEDIA WITH IMPACT
vergadering, kan het aantal dividendgerechtigde aandelen nog wijzigen.
TOELICHTING 13 - GOODWILL
in duizend euro
2025
AAN KOSTPRIJS
Saldo op 1 januari
10.849
Mutaties tijdens het boekjaar
- Verkopen en buitengebruikstellingen
-1.877
Saldo op 31 december
8.972
AFSCHRIJVINGEN EN BIJZONDERE WAARDEVERMINDERINGEN
Saldo op 1 januari
2.874
Mutaties tijdens het boekjaar
- Bijzondere waardeverminderingen
2.237
- Verkopen en buitengebruikstellingen
-1.877
Saldo op 31 december
3.234
Nettoboekwaarde per einde van het boekjaar
5.738
in duizend euro
2024
AAN KOSTPRIJS
Saldo op 1 januari
10.849
Saldo op 31 december
10.849
AFSCHRIJVINGEN EN BIJZONDERE WAARDEVERMINDERINGEN
Saldo op 1 januari
997
Mutaties tijdens het boekjaar
- Bijzondere waardeverminderingen
1.877
Saldo op 31 december
2.874
Nettoboekwaarde per einde van het boekjaar
7.975
In onderstaande tabel wordt weergegeven welke goodwill op de balans staat in het huidige en vorige boekjaar. EW
in duizend euro
2025
(New Skool Media) is een Nederlands magazine en behoort tot het Media Brands segment.
2024
Goodwill EW (New Skool Media)
5.738
7.975
Totale Goodwill
5.738
7.975
Conform IAS 36 werd een goodwill impairment test uitgevoerd. Voor deze jaarlijkse test werd de realiseerbare
waarde bekomen via de methode van de bedrijfswaarde in een verdisconteerd kasstroommodel. Deze gaat uit van
kasstroomprognoses voor de komende vijf jaar (2026-2030). Het eerste jaar, 2026, is de meest recente
budgetinschatting van het management gebaseerd op de resultaten van 2025, aangevuld met de door het
management gemaakte schattingen met betrekking tot het komende jaar. De inschattingen voor de jaren 2026-2030
zijn gebaseerd op ervaringen uit het verleden waarbij o.a. kostenstijgingen steeds gecompenseerd worden met
kostenefficiënties en prijsstijgingen. Daarnaast zijn ze ook gebaseerd op interne inschattingen rond volumes en
prijzen. De gebruikte discontovoet is over alle jaren heen dezelfde.
De terminale waarde werd bepaald op basis van een perpetuïteitsformule waarbij uitgegaan werd van een
langetermijngroeivoet van 0% en een discontovoet na belastingen van 9,5% (vorig jaar 8,2%). De berekening is
gebaseerd op een WACC-model waarbij de risicopremie en gearingratio uitgaan van het profiel van een groep van
vergelijkbare bedrijven. De langetermijngroeivoet reflecteert de verwachtingen binnen de mediawereld.
De
ze test op bijzondere waardevermindering van goodwill heeft tot een bijzondere waardevermindering geleid van €
2,2 miljoen. Er staat naast de goodwill van € 8,0 miljoen (vóór bijzondere waardevermindering) ook een merk van €
12,3 miljoen en een klantenportefeuille van € 1,1 miljoen op de balans. We verwijzen naar Toelichting 14 voor een
overzicht van deze saldi. De € 2,2 miljoen bijzondere waardevermindering werd in overeenstemming met IAS 36
volledig afgeboekt van de goodwill.
Uit de bijzondere waardeverminderingstest van EW vorig jaar bleek dat de realiseerbare waarde van de eenheid de
boekwaarde met € 3,3 miljoen oversteeg. In die boekwaarde was ook het merk voor een bedrag van € 13,0 miljoen
en de klantenportefeuille voor € 1,2 miljoen opgenomen (op de balans onder de immateriële activa). Bijgevolg was
er toen geen bijzondere waardevermindering nodig noch van de goodwill noch van deze immateriële activa.
In 2024 resulteerde de test in een bijzondere waardevermindering van de totale openstaande nettoboekwaarde (€
2,6 miljoen van de goodwill met betrekking tot 50+Beurs en Gezondheidsbeurs (€ 1,9 miljoen) en het merk 50+Beurs
en Festival (€ 0,7 miljoen) – beide deel van het Media Brands segment. Deze kost bevond zich in de geconsolideerde
winst-en verliesrekening onder de ‘bijzondere waardeverminderingen’ in de post ‘Afschrijvingen en bijzondere
waardeverminderingen’. In 2025 werd de goodwill en merkwaarde ervan uitgeboekt (zie post ‘Verkopen en
buitengebruikstellingen’ in bovenstaande tabel en in toelichting 14) daar de exploitatie van dit merk werd stopgezet.
Voorts werd een sensitiviteitsanalyse uitgevoerd op de belangrijkste veronderstellingen van de impairment test. De
analyse is gebaseerd op een verandering in een belangrijke veronderstelling, waarbij alle andere veronderstellingen
constant blijven. Mogelijks is dit niet representatief voor een werkelijke wijziging, aangezien het onwaarschijnlijk is
dat veranderingen in veronderstellingen geïsoleerd plaatsvinden.
Voor EW resulteert elke negatieve wijziging in een bijzondere waardevermindering. In het geval dat de
disconteringsvoet met 2% zou stijgen, zou er een extra bijzondere waardevermindering van € 2,6 miljoen opgenomen
moeten worden. In het geval dat de langetermijngroeivoet van de kasstromen na de vijf jaar periode met 5% zou
dalen, zou er een extra bijzondere waardevermindering van € 3,5 miljoen moeten opgenomen worden. Tenslotte,
indien de kasstroom die dient voor de perpetuïteit met 20% zou dalen, zou er een extra bijzondere
waardevermindering van € 2,0 miljoen moeten geboekt worden. De wijzigingen in deze parameters mogen als de
maximaal mogelijke redelijkerwijs negatieve impacten beschouwd worden.
TOELICHTING 14 - IMMATERIËLE ACTIVA
in duizend euro
Concessie,
Klanten-
eigendoms-
Totaal
2025
Merken
portefeuille
Software
en gelijk-
immateriële
aardige
activa
rechten
AAN KOSTPRIJS
Saldo op 1 januari
155.809
3.261
57.435
7.509
224.014
Mutaties tijdens het boekjaar
- Aanschaffingen
-
-
2.340
-
2.340
- Verkopen en buitengebruikstellingen
-4.172
-
-1.286
-247
-5.705
Saldo op 31 december
151.637
3.261
58.488
7.262
220.647
AFSCHRIJVINGEN EN BIJZONDERE
WAARDEVERMINDERINGEN
Saldo op 1 januari
89.510
1.235
45.995
7.509
144.249
Mutaties tijdens het boekjaar
- Afschrijvingen
5.817
616
4.307
-
10.740
- Bijzondere waardeverminderingen
2.835
66
-
-
2.901
- Verkopen en buitengebruikstellingen
-3.287
-
-1.274
-247
-4.808
Saldo op 31 december
94.875
1.917
49.026
7.262
153.081
Nettoboekwaarde per einde van het boekjaar
merken (zie verder).
56.762
Festival (welke vorig jaar volledig afgewaardeerd werd).
1.344
9.461
-
optimalisering van de MijnMagazines App en de digitalisering van de abonnementenwerving.
67.568
In 2025 zijn er enkel maar aanschaffingen van software geweest. Ze betroffen veelal verdere investeringen in de
Onder de merken bevat de post ‘verkopen en buitengebruikstellingen’ (zowel in het bedrag aan kostprijs als in de
afschrijvingen en waardeverminderingen) voornamelijk de verkoop van de fiscaal-juridische merken (Fiscoloog/
Fiscologue en Tijdschrift voor Rechtspersoon en Vennootschap/Revue Pratique des Sociétés) met een
nettomerkwaarde van € 0,9 miljoen op moment van verkoop en de buitengebruikstelling van het merk 50+ Beurs en
Nog onder de merken heeft de ‘bijzondere waardevermindering’ van € 2,9 miljoen betrekking op de merken
BeleggersBelangen, Fiets, Feeling/Gael, Helden, Gezondheid en op de klantenportefeuille van de eerste twee
ook toelichting 13 – Goodwill).
in duizend euro
Concessie,
Klanten-
eigendoms-
Totaal
2024
Merken
portefeuille
Software
en gelijk-
immateriële
aardige
activa
rechten
AAN KOSTPRIJS
Saldo op 1 januari
160.962
3.261
51.792
9.255
225.270
Mutaties tijdens het boekjaar
- Aanschaffingen
119
-
6.899
-
7.018
- Verwervingen door middel van bedrijfscombinaties en
-179
-
-
-
-179
aankoop bedrijfstak
- Verkopen en buitengebruikstellingen
-5.093
-
-1.195
-1.746
-8.034
- Desinvestering van dochterondernemingen
-1
-
-62
-
-63
Saldo op 31 december
155.809
3.261
57.435
7.509
224.014
AFSCHRIJVINGEN EN BIJZONDERE
WAARDEVERMINDERINGEN
Saldo op 1 januari
87.640
620
42.152
9.174
139.586
Mutaties tijdens het boekjaar
- Afschrijvingen
6.291
615
5.082
81
12.069
- Bijzondere waardeverminderingen
674
-
-
-
674
- Verkopen en buitengebruikstellingen
-5.093
-
-1.177
-1.746
-8.016
- Desinvestering van dochterondernemingen
-1
-
-62
-
-63
Saldo op 31 december
89.510
1.235
45.995
7.509
144.249
Nettoboekwaarde per einde van het boekjaar
In
66.300
2.026
11.440
productinnovaties, onder meer op innovaties die de digitale leeservaring verbeteren.
2025 en 31 december 2024 en de resterende gebruiksduur per 31 december 2025.
-
overnamebalans van de acquisitie RMN Mindstyle BV binnen de éénjarige waarderingsperiode.
Verpakking & Label en Media & Communication die een merk-nettoboekwaarde van nul hadden.
79.765
2024 betrof de ‘aanschaffing’ op merken van 119K€ een aanpassing op de overnamebalans van het merk Flow. De
Groep had daarnaast veel aanschaffingen binnen software (€ 6,9 miljoen) omdat ze sterk inzet op proces-en
De -179K€ ‘verwerving door middel van bedrijfscombinaties en aankoop bedrijfstak’ betrof een aanpassing op de
De € -5,1 miljoen op de post ‘verkopen en buitengebruikstellingen’ (zowel in het bedrag aan kostprijs als in de
afschrijvingen en waardeverminderingen) onder de merken betrof de verkoop van de vakbladen Grafisch Nieuws,
De bijzondere waardevermindering van € 0,7 miljoen in 2024 had betrekking op het merk 50+ Beurs & Festival (zie
Onderstaande tabel toont de netto boekwaarde van de merken, klantenportefeuilles en software op 31 december
Totale
zijn gebaseerd op ervaringen uit het verleden waarbij o.a. kostenstijgingen steeds gecompenseerd worden met
IIn duizend euro
Immateriële
Immateriële
resterende
ma
nagement gemaakte schattingen met betrekking tot het komende jaar. De inschattingen voor de jaren 2026-2030
kostenefficiënties en prijsstijgingen. Daarnaast zijn ze ook gebaseerd op interne inschattingen rond volumes en
activa - 2025
activa - 2024
gebruiksduur
prijzen. De gebruikte discontovoet is over alle jaren heen dezelfde.
(in jaren)
Libelle/Femmes d'Aujourd'hui
16.561
17.885
12,5
De terminale waarde werd bepaald op basis van een perpetuïteitsformule waarbij uitgegaan werd van een
Plus magazine Nederland
12.682
13.514
15,3
EW
12.270
13.029
16,2
langetermijngroeivoet van 0% en een WACC van 9,7% voor de Belgische magazines (vorig jaar 9,1%) en 9,5% voor de
Landleven
5.191
5.421
12,5
Nederlandse magazines (vorig jaar 8,2%). De discontofactor na belastingen is gebaseerd op een WACC-model
rekening gehouden met een andere risicovrije rentevoet, risicopremie en belastingvoet in België versus Nederland.
Télépro
2.180
2.595
5,3
waarbij de risicopremie en gearingratio gebaseerd zijn op een groep van vergelijkbare bedrijven. Daarbovenop werd
De langetermijngroeivoet reflecteert de verwachtingen binnen de mediawereld.
Happinez
2.115
2.385
7,8
Flow
1.924
2.165
8,0
Truckstar
1.561
1.814
6,2
De test heeft voor een aantal merken tot een bijzondere waardevermindering geleid: BeleggersBelangen (€ -1,3
Plus magazine België
948
1.014
14,2
miljoen), Fiets (€ -1,0 miljoen), en € -0,6 miljoen bij de minder materiële merken (Helden, Feeling/Gael, Gezondheid).
Top Uitgaves
867
1.215
2,5
Allen behoren ze tot het Media Brands segment.
Voor de andere geteste merken is het bedrag waarmee de realiseerbare waarde de boekwaarde overstijgt : € 1,2
Psychologie
389
526
2,8
Yoga (by Happinez) (*)
74
100
2,8
miljoen voor Happinez, € 0,2 miljoen voor Flow en € 0,2 miljoen voor Psychologie.
Voorts werd een sensitiviteitsanalyse uitgevoerd op de belangrijkste veronderstellingen van de impairment test. De
Beleggers Belangen
-
1.436
-
analyse is gebaseerd op een verandering in een belangrijke veronderstelling, waarbij alle andere veronderstellingen
Fiscaal-juridisch
-
1.119
-
Fiets
-
1.118
-
constant blijven. Mogelijks is dit niet representatief voor een werkelijke wijziging, aangezien het onwaarschijnlijk is
Feeling/Gael
-
408
-
dat veranderingen in veronderstellingen geïsoleerd plaatsvinden.
Voor de assumptie met betrekking tot disconteringsvoet kan een daling of stijging van maximum 2% als redelijkerwijs
Gezondheid
-
311
-
mogelijke wijziging aanzien worden. Voor de langetermijngroeivoet van de kasstromen na de vijf jaar periode, is een
Helden
-
245
-
daling of stijging van maximum 5% een redelijkerwijs mogelijke wijziging. Voor de kasstroom die dient voor de
Totaal merkwaarde
56.762
66.300
Klantenporteuille (EW)
1.100
1.198
11,2
Klantenportefeuille Plus Magazine NL
70
349
0,3
Klantenportefeuille Black Tiger
128
268
1,0
Klantenporteuille (Beleggers Belangen, Truckstar, Fiets)
47
211
1,2
Totaal waarde klanteportefeuilles
1.345
2.026
-
Eén van de belangrijkste bronnen van schattingsonzekerheden is de beoordeling van de gebruiksduur van de merken.
Alle merken op zich zijn een kasstroomgenererende eenheid (KGE). Reden hiervoor is dat elk merk een identiteit op
zich vormt, met een eigen strategische positionering, eigen doelgroep, eigen waarden, eigen marketing- en
Op 31 december 2025 verwacht de Groep geen afwijking ten opzichte van de verwachte levensduur die bepaald werd
Daarnaast werd er bekeken of er voor sommige merken een indicatie op bijzondere waardevermindering bestaat
door de omzetten en winstmarges te vergelijken met de originele business plannen. Hieruit bleek dat een aantal
merken qua winstmarges beter presteren dan verwacht, maar voor EW, BeleggersBelangen, Fiets, Happinez (incl.
Yoga (by Happinez), Flow, en bij enkele minder materiële merken (nettoboekwaarde van minder dan één miljoen euro
zoals Psychologie, Helden, Feeling/Gael, Gezondheid) wordt echter een lagere winstgevendheid verwacht waardoor
een impairment test werd uitgevoerd. Voor EW verwijzen we naar toelichting 13 waar de goodwill impairment test
In de test op bijzondere waardevermindering werd de realiseerbare waarde voor elk van de kasstroomgenererende
eenheden bepaald op basis van een bedrijfswaarde-berekening in een verdisconteerd kasstroommodel. Deze gaat
uit van kasstroomprognoses voor de komende vijf jaar (2026-2030). Het eerste jaar, 2026, is de meest recente
budgetinschatting van het management gebaseerd op de resultaten van 2025, aangevuld met de door het
Totale software
Impairment test merken in 2025
op het einde van de vorige verslagperiode.
besproken wordt.
9.461
11.440
3 tot 5
Totaal immaterieel vast actief
67.568
(*) Yoga (by Happinez) behoort tot de ‘Happinez’ kasstroomgenererende eenheid
79.765
salesaanpak die individueel aangestuurd worden om zo de hoogste waarde per merk te verkrijgen.
Psychologie
Happinez
Flow
perpetuïteit is een een daling of stijging van maximum van 20% een redelijkerwijs mogelijke wijziging.
Veronderstelling
2025
2024
2025
2024
2025
2024
De onderstaande tabellen geven de wijziging in het percentage in de assumptie weer waardoor de headroom op nul
valt voor huidig en vorig boekjaar. Voor EW resulteert elke negatieve wijziging in een bijzondere waardevermindering.
Disconteringsvoet
3,0%
7,0%
10,0%
3,0%
1,0%
4,0%
Langetermijngroeivoet kasstromen
-15,0%
-15,0%
-35,0%
-4,5%
-1,5%
-6,5%
na de vijf jaar periode
Kasstroom die dient voor de
-35,0%
analyse op de merken van joint ventures.
-65,0%
-80,0%
-35,0%
-13,0%
-45,0%
december 2025 een nettoboekwaarde hadden van € 4,0 miljoen of hoger. Hieronder worden deze resultaten
opgenomen voor de volledig geconsolideerde ondernemingen. We verwijzen naar toelichting 16 voor eenzelfde
Indien de resterende gebruiksduur van 12,5 jaar voor het merk ‘Libelle/Femmes d’Aujourd’hui’, naar 10 jaar zou
teruggebracht worden, dan zou de impact 0,3 M€ bijkomende jaarlijkse afschrijving zijn. Indien de resterende
teruggebracht worden naar 5 jaar, dan zou de bijkomende jaarlijkse afschrijvingslast 1,8 M€ bedragen.
perpetuïteit
Daar
naast heeft de Groep ook een sensitiviteitsanalyse uitgevoerd op de gebruiksduur voor de merken die op 31
bedragen.
bedragen.
teruggebracht worden naar 5 jaar, dan zou de bijkomende jaarlijkse afschrijvingslast 0,6 M€ bedragen.
I
Impairment test merken in 2024
In 2024 werden er voor Télépro, Happinez, Flow, Beleggers Belangen, Fiets, 50+ Beurs & Festival en bij enkele
minder materiële merken (nettoboekwaarde v
an minder dan één miljoen euro zoals Psychologie, Feeling/Gael,
Gezondheid en Helden) een impairment test uitgevoerd. Enkel voor 50+ Beurs & Festival werd er een bijzondere
waardevermindering geboekt. We verwijzen hiervoor naar toelichting 13 - Goodwill.
TOELICHTING 15 - MATERIËLE VASTE ACTIVA
in duizend euro
Installaties,
Meubilair
Recht-op-
Overige
2025
Terreinen en
machines en
en rollend
gebruik
materiële
Activa in
Totaal
gebouwen
uitrusting
materieel
activa
vaste
aanbouw
activa
AAN KOSTPRIJS
Saldo op 1 januari
86.083
54.244
10.241
14.342
1.368
1.446
167.727
Mutaties tijdens het
boekjaar
- Aanschaffingen
778
1.408
401
8.349
10
2.763
13.709
- Verkopen en
-14
-874
-355
-1.710
-629
-
-3.582
buitengebruikstellingen
- Overige toename /
65
1.382
-
73
-
-1.447
73
afname
Saldo op 31 december
86.912
56.160
10.287
21.054
749
2.762
177.924
AFSCHRIJVINGEN EN BIJZONDERE WAARDEVERMINDERINGEN
Saldo op 1 januari
51.323
27.253
8.769
7.056
968
-
95.369
Mutaties tijdens het
boekjaar
- Afschrijvingen
1.595
3.763
344
2.983
78
-
8.763
- Verkopen en
-12
-868
-355
-1.384
-629
-
-3.248
buitengebruikstellingen
- Overige toename /
-
-
-
77
-
-
77
afname
- Transfer
-70
1
-
1
68
-
-
Saldo op 31 december
52.836
30.149
8.758
8.733
485
-
100.961
Nettoboekwaarde per
34.077
26.012
1.529
12.322
264
2.762
76.966
einde van het boekjaar
Activa gesteld als zekerheid
gebruiksduur zou teruggebracht worden naar 5 jaar, dan zou de bijkomende jaarlijkse afschrijvingslast 2,0 M€
in duizend euro
2025
Terreinen en gebouwen gesteld als zekerheid voor verplichtingen (hypotheek inbegrepen)
Indien de resterende gebruiksduur van 15,3 jaar voor het merk ‘Plus Magazine NL’ naar 10 jaar zou teruggebracht
worden, dan zou de impact 0,4 M€ aan bijkomende jaarlijkse afschrijvingslast zijn. Indien de resterende
gebruiksduur zou teruggebracht worden naar 5 jaar, dan zou de bijkomende jaarlijkse afschrijvingslast 1,7 M€
Indien de resterende gebruiksduur van 16,2 jaar voor het merk ‘EW’ naar 10 jaar zou teruggebracht worden, dan zou
de impact 0,5 M€ aan bijkomende jaarlijkse afschrijvingslast zijn. Indien de resterende gebruiksduur zou
Indien de resterende gebruiksduur van 12,5 jaar voor het merk ‘Landleven’ naar 10 jaar zou teruggebracht worden,
dan zou de impact 0,1 M€ aan bijkomende jaarlijkse afschrijvingslast zijn. Indien de resterende gebruiksduur zou
-
in duizend euro
Terreinen
Installaties,
Meubilair
Recht-op-
Overige
MEDIA WITH IMPACT
Activa in
2024
en
machines en
en rollend
gebruik
materiële
aanbouw
Totaal
gebouwen
uitrusting
materieel
activa
vaste activa
AAN KOSTPRIJS
Saldo op 1 januari
92.126
51.996
11.241
14.962
977
2.734
174.037
Mutaties tijdens het boekjaar
- Aanschaffingen
1.908
4.435
375
4.039
123
1.447
12.327
- Verkopen en
-8.049
-4.553
-1.335
-3.772
-
-
-17.709
buitengebruikstellingen
- Verkoop van
-
-
-39
-969
-
-
-1.008
dochterondernemingen
- Overige toename / afname
366
2.367
-
82
-
-2.734
81
- Transfer
-268
-
-
-
268
-
-
Saldo op 31 december
86.083
54.245
10.242
14.342
1.368
1.447
167.727
AFSCHRIJVINGEN EN BIJZONDERE WAARDEVERMINDERINGEN
Saldo op 1 januari
57.701
28.196
9.750
6.895
665
-
103.206
Mutaties tijdens het boekjaar
- Afschrijvingen
1.515
3.597
375
3.003
463
-
8.953
- Bijzondere
-
-
-
-
-160
-
-160
waardeverminderingen
- Verkopen en
-7.893
-4.540
-1.332
-2.125
-
-
-15.890
buitengebruikstellingen
- Verkoop van
-
-
-24
-802
-
-
-826
dochterondernemingen
- Overige toename / afname
-
-
-
85
-
-
85
- Transfer
-70
-
-
-
70
-
-
Saldo op 31 december
51.323
27.253
8.769
7.056
968
-
95.369
Nettoboekwaarde per einde
34.760
26.992
1.473
7.284
400
1.447
72.357
van het boekjaar
Activa gesteld als zekerheid
in duizend euro
0
Terreinen en gebouwen gesteld als zekerheid voor verplichtingen (hypotheek inbegrepen)
-
120 - JAARVERSLAG 2025 JAARVERSLAG 2025 - 121
De aanschaffingen in bovenstaande tabel hebben zowel betrekking op materiële vaste activa die een kasuitstroom
vertegenwoordigen (€ 5,4 miljoen, vorig jaar € 8,3 miljoen) als deze zonder kasuitstroom (€ 8,3 miljoen recht-op-
gebruik activa, vorig jaar € 4,0 miljoen).
Materiële vaste activa met een kasuitstroom
I
n 2025 hebben de ‘aanschaffingen’ (€ 5,4 miljoen) voornamelijk betrekking op 1/ ‘Activa in aanbouw’: de renovatie
van het kantoor in Brussel (€ 1,6 miljoen), de opbouw van het zonnepanelenpark (€ 0,7m) en automatisaties in de
drukkerij (€ 0,5m); 2/ ‘Installaties, machines en uitrusting’: nieuwe machines voor hoofdzakelijk de drukkerij (€
1,4m); 3/ ‘Terreinen en gebouwen’ : renovaties aan de gebouwen in Roeselare (€ 0,5m).
De paperwrap blistermachine (€ 1,1 miljoen) die einde boekjaar 2024 in activa nog in aanbouw zat, is inmiddels
operationeel en werd via ‘overige toename/afname’ opgenomen in ‘Installaties, machines en uitrusting’.
In 2024 hebben de materiële vaste activa met kasstroom voornamelijk betrekking op 1/ ‘Terreinen en gebouwen’ :
de renovatie van het kantoor in Brussel (€ 1,5 miljoen); 2/ ‘Installaties, machines en uitrusting’ : nieuwe hardware
systemen in onze IT-afdeling (€ 3,5 miljoen), nieuwe printers in de drukkerij (€ 0,5 miljoen waarvan € 0,2 miljoen
nog in activa in aanbouw), de laatste betaling voor de nieuwe ovens voor de drukkerij (€ 0,4 miljoen) en 3/ ‘Activa in
aanbouw’ : de nieuwe paperwrap blistermachine (€ 1,1 miljoen) .
iin duizend euro
De ve
in Zellik.
331/12/2025
bestaan de activa uit volgende categorieën met onderstaande nettoboekwaarden:
31/12/2024
Op 12 maart 2018 verwierf Roularta Media Group 50% van de aandelen in Mediafin NV. Mediafin is de Belgische
uitgever van kwaliteitsvolle media zoals De Tijd en L’Echo die topjournalistiek hoog in het vaandel hebben, wat een
goede match is met de Roularta groep die ook op hogere doelgroepen mikt. De andere 50% van Mediafin bleef in
handen van Groupe Rossel.
Eind 2024 verwierf Mediafin NV het onafhankelijke marktonderzoeksbureau Profacts, inclusief de holding Provec.
Deze overname sloot aan bij de ambitie van Mediafin om zowel haar lezerspubliek als haar adverteerders nog beter
te bedienen. Eind 2025 kocht Mediafin NV 100% van de aandelen in het communicatiebureau CJ Communications BV.
Gebouwen
rkopen en buitengebruikstellingen zijn in 2025 te wijten aan verkopen van installaties, machines en uitrusting
Materiële vaste activa zonder kasuitstroom
5.647
1.892
met nettoboekwaarde nul. In 2024 was dit te wijten aan de verkoop van twee gebouwen waaronder het kantoorgebouw
De aanschaffingen in de erkende recht-op-gebruik activa (in overeenstemming met de IFRS16-regelgeving)
(€ 8,3 miljoen) hebben zowel betrekking op gebouwen als op rollend materieel. Op het einde van de verslagperiode
Rollend materieel
6.519
5.194
Door die specifieke domeinkennis aan boord te halen, wil de BePublic Group (deel van Mediafin NV) zijn aanbod en
reputatiemanagement.
Overige
157
198
expertise verbreden en zet het een nieuwe stap in zijn ontwikkeling tot dé referentie in geïntegreerd
Totale recht-op-gebruik activa
12.323
7.284
Doordat Mediafin de afgelopen jaren tal van dochterondernemingen via overnames heeft verworven, wordt hierna de
geconsolideerde samengevatte financiële informatie weergegeven in plaats van de enkelvoudige gegevens. Voor 2025
omvat de subconsolidatie Mediafin NV, Pulsar-IT BV, Provec BV, Profacts BV en CJ Communications BV (Evoke).
De Groep huurt verschillende kantoren, voertuigen en sommige machines. Huurcontracten worden meestal gemaakt
voor een vaste periode van 3 tot 9 jaar, mogelijk met uitbreidingsopties; één heeft een leasetermijn van meer dan 20
jaar. Huurtermijnen worden op individuele basis onderhandeld en bevatten een reeks verschillende algemene
voorwaarden. De huurovereenkomsten leggen geen enkele convenant op, maar geleasede activa mogen niet worden
gebruikt als borg voor financieringsdoeleinden.
De stijging in de gebouwen komt door de verlenging van de erfpacht van de kantoren in Brussel met 30 jaar. De
stijging in het rollend materieel is afkomstig van de elektrische leasingwagens waarbij de leasingtermijn van
5 naar
6 jaar werd gebracht. Ongeveer een zelfde bedrag werd afgeboekt in de leaseverplichting (zie toelichting 26 –
Financiële schulden).
Onder de ‘verkoop van dochterondernemingen’ staan in 2024 de uitboekingen van voornamelijk de recht-op-gebruik
activa en het meubilair en rollend matereel binnen Roularta Media Duitsland.
De kosten met betrekking tot kortlopende huurovereenkomsten bedragen 384 K€ (640 K€ in 2024); de kosten met
betrekking tot leasing van activa met een lage waarde (die niet worden weergegeven als leasing op korte termijn)
bedragen 184 K€ (176 K€ in 2024).
TOELICHTING 16 - DEELNEMINGEN GEWAARDEERD VOLGENS DE VERMOGENSMUTATIE-
METHODE
I. OOverzicht van significante joint ventures en geassocieerde ondernemingen
De volgende deelnemingen in joint ventures en geassocieerde ondernemingen hebben een significante impact op de
financiële positie en resultaten van de Groep.
Percentage van deelneming
en stemrecht van de Groep
Naam van de entiteit
JV/assoc.
Hoofdzetel
2025
2024
Mediafin NV
Joint venture
Brussel, België
50,0%
50,0%
Immovlan BV
Geas
socieerde
Brussel, België
0,0%
35,0%
gerapporteerde enkelvoudige cijfers van Mediafin NV.
onderneming
De de
elnemingen in joint ventures en geassocieerde ondernemingen worden gewaardeerd volgens de
vermogensmutatiemethode. Voor een overzicht van alle joint ventures en geassocieerde ondernemingen verwijzen we
naar toelichting 2 Groepsstructuur. Deze financiële informatie komt overeen met de financiële rapportering van de joint
ventures en geassocieerde ondernemingen volgens IFRS.
II.
Samenvattende financiële informatie
in duizend euro
eigendom van de Groep.
waarderingsgrondslagen. Voor 2024 is de informatie vergelijkbare opgesteld
2025
2024*
Profacts BV is een 100% deelneming van Provec BV. De andere entiteiten zijn rechtstreeks 100% eigendom van
Mediafin. Doordat Mediafin NV voor 50% eigendom is van de Groep, zijn alle onderliggende deelnemingen ook 50%
Onderstaande tabel geeft een samenvatting van de belangrijkste posten van de balans en resultatenrekening van
die subconsolidatie onder Mediafin NV, aangepast voor reële waarde aanpassingen bij acquisitie en verschillen in
Samenvattende financiële informatie op balansdatum
Vaste activa
134.908
133.296
Vlottende activa
27.650
22.080
- waarvan geldmiddelen en kasequivalenten
9.883
5.816
Langlopende verplichtingen
-30.911
-29.704
- waarvan financiële schulden
-5.502
-5.005
Kortlopende verplichtingen
-35.346
-28.402
- waarvan financiële schulden
-3.704
-1.349
Nettoactiva
96.301
97.270
Omzet
105.386
89.470
Afschrijvingen
-11.112
-8.737
Intrestopbrengsten
50
195
Intrestkosten
-632
-366
Belastingen op het resultaat
-2.293
-2.279
Nettoresultaat van de periode
7.291
6.553
Niet-gerealiseerde resultaten van de periode
-21
-219
Nettoresultaat van de periode, gerealiseerd en niet-gerealiseerd
7.270
6.334
Dividenden uitgekeerd aan Roularta Media Groep tijdens de periode
De sti
4.110
5.390
(*) De vergelijkende cijfers voor 2024 werden herzien ten opzichte van het vorig jaar gepubliceerde jaarverslag. Deze aanpassing
vloeit voort uit het feit dat de groep voor 2024 de subconsolidatie van Mediafin NV en Pulsar-IT BV presenteert, in plaats van de eerder
jging in het vast actief in 2025 is voornamelijk te wijten aan de overname einde 2025 van CJ Communications BV
(zie toelichting 2 - Groepsstructuur) waarvan de toerekening van de overnameprijs zal afgewerkt worden binnen het
jaar na overname. De rest van de balansposten stijgen ook jaar over jaar door de overname van Profacts BV einde
in duizend euro
2024.
inclusief de definitieve toerekening van de aankoopprijs.
personeelsbeloningen.
Mediafin in 2025 en 2024 in de geconsolideerde jaarrekening:
2025
2024*
Toen was Profacts BV opgenomen als vast actief (deelneming) terwijl de balans in 2025 volledig opgenomen is,
De geldmiddelen en kasequivalenten zijn in 2025 met € 4,1 miljoen gestegen ten opzichte van 2024, en dit zelfs na een
dividenduitkering van € 4,1 miljoen in 2025 naar RMG (en eenzelfde bedrag naar de andere aandeelhouder Rossel).
De niet-gerealiseerde resultaten van 2025 (en 2024) bevatten de langlopende verplichtingen met betrekking tot
Reconciliatie van de hiervoor vermelde financiële informatie met de nettoboekwaarde van de subconsolidatie van
10 ja
ar zou teruggebracht worden, dan zou de bijkomende jaarlijkse afschrijvingslast respectievelijk € 1,3 miljoen of
€ 4,6 miljoen bedragen. Het aandeel in de winst van de joint venture Mediafin (na uitgestelde belastingen) zou dan
dalen met respectievelijk € 0,5 miljoen of € 1,7 miljoen.
Indien de resterende gebruiksduur van 12,2 jaar van de klantenrelaties binnen Mediafin zou teruggebracht worden
naar 10 jaar, dan zou de bijkomende jaarlijkse afschrijvingslast € 0,3 miljoen bedragen. Indien de resterende
gebruiksduur naar 5 jaar zou worden teruggebracht, dan zou de bijkomende jaarlijkse afschrijvingslast € 2,1 miljoen
bedragen. Het aandeel in de winst van de joint venture Mediafin zou dan met respectievelijk € 0,1 miljoen of € 0,8
miljoen dalen.
Roularta Media Group heeft geen nettoschuld meer openstaan ten opzichte van Mediafin. Voorts zijn er geen
voorwaardelijke of andere verplichtingen tegenover Mediafin op 31 december 2025. Mediafin heeft gezamenlijke
toestemming nodig van Roularta Media Group en de andere aandeelhouder, Groupe Rossel, om de winst te verdelen
Nettoactiva
96.301
97.270
en eventuele leningen aan te gaan.
Deelnemingspercentage van de Groep in Mediafin
50,0%
50,0%
Minus 5% van de nettoactiva Pulsar IT (in 2024 onrechtstreekse deelneming van 45% ipv
15
Op 6 januari 2021 werd de entiteit Immovlan BV opgericht door de Roularta Media Group (35%), de Groupe Rossel
50%)
gerapporteerde standalone cijfers van Mediafin NV
1 december 2025 waren er geen indicatoren op bijzondere waardevermindering van de investering, waardoor geen
impairment test werd uitgevoerd.
Nettoboekwaarde van de Mediafin subconsolidatie in de Groep
Op 3
48.150
48.651
(*) De vergelijkende cijfers voor 2024 werden herzien ten opzichte van het vorig jaar gepubliceerde jaarverslag. Deze aanpassing
vloeit voort uit het feit dat de groep voor 2024 de subconsolidatie van Mediafin NV en Pulsar-IT BV presenteert, in plaats van de eerder
(35%) en Belfius (30%). De entiteit omvat de activiteiten van Immovlan en Vacancesweb die voordien deel uitmaakten
van CTR Media SA (50% RMG/50% Rossel). De participatie kaderde in een strategische samenwerkingsovereenkomst
tussen Belfius en Immovlan, waarbij ze hun digitale expertise combineren en hun service aanbod inzake residentieel
vastgoed verder diversifiëren. Waar de entiteit van bij de start volledig geconsolideerd was, werd ze sinds de
deconsolidatie (eind september 2022) opgenomen onder de vermogensmutatiemethode.
Door de tegenvallende resultaten van de entiteit Immovlan ten opzichte van de inschatting van het management met
betrekking tot het jaar 2024, werd er op 31 december 2024 een bijzondere waardevermindering van de volledige
Totale
Onderstaande tabel geeft de goodwill en immateriële vaste activa aan in Mediafin en haar dochters Pulsar-IT, Provec
en Profacts (allen aan 100%) op 31 december 2025 en 31 december 2024. De resterende netto boekwaarden en
deelneming geboekt voor € -1,4 miljoen. Dit resultaat werd integraal in de geconsolideerde resultatenrekening
geboekt onder ‘Aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen en joint ventures’ waardoor deze impact
volledig ten laste kwam van de EBITDA van de Groep.
In 2025 heeft RMG de commerciële samenwerking met de entiteit Immovlan BV stopgezet en heeft ze haar aandeel
in Immovlan overgedragen aan haar medeaandeelhouder Rossel. De transactie heeft geen materiële impact gehad
in duizend euro
levensduur worden weergegeven:
Immateriële
De belangrijkste post onder de vaste activa betreft de immateriële vaste activa.
Immateriële
resterende
op de resultaten van 2025.
activa 2025
activa 2024
levensduur (in
jaren)
Merk - De Tijd/ L'Echo
66.369
68.432
32,2
Merk - BePublic - BeReal
779
1.138
2,2
Merk - Profacts
2.611
-
6,2
Klantenrelaties - Mediafin
17.981
19.459
12,2
Klantenrelaties - Profacts
5.851
-
14,0
Software - Mediafin
5.605
5.382
3 tot 5
Software - Pulsar-IT (OpenTheBox)
675
538
3 tot 5
Software - Profacts
1.624
-
3 tot 5
Goodwill - De Tijd/L'Echo
24.675
24.675
Onbeperkt
Goodwill - Luxury Leads
2.368
2.368
Onbeperkt
Goodwill - Pulsar-IT (OpenTheBox)
690
690
Onbeperkt
Goodwill - Profacts
3.557
-
Onbeperkt
Totaal
De to
tale afschrijvingslast van de bovenstaande merken en klantenrelaties, allen deel van de subconsolidatie Mediafin,
bedraagt € 5,0 miljoen (exclusief belastinglatenties) in 2025. De impact op de EBITDA van Roularta Media Group van deze
afschrijvingen inclusief belastinglatentie, bedroeg € 1,9 miljoen.
De Groep heeft daarnaast op eind december 2025 terug een sensitiviteitsanalyse uitgevoerd op de gebruiksduur van
de klantenrelaties en merken De Tijd/L’Echo gezien hun significante saldi. Hieronder volgen de conclusies:
Indien de resterende gebruiksduur van De Tijd/L’Echo van 32,2 jaar als ‘super’merk naar respectievelijk 20 jaar of
132.785
122.682
in duizend euro
2024
Onderstaande tabel geeft een samenvatting van de belangrijkse posten van de balans en resultatenrekening van
Immovlan BV zoals opgenomen in haar eigen jaarrekening, aangepast voor reële waarde aanpassingen en verschillen
in waarderingsgrondslagen in 2024. In 2025 was zowel de balans als de resultatenrekening leeg.
MEDIA WITH IMPACT
Samenvattende financiële informatie op balansdatum
Vaste activa
6.454
Vlottende activa
2.430
- waarvan geldmiddelen en kasequivalenten
414
Kortlopende verplichtingen
-2.720
Nettoactiva
6.163
Omzet
Immovlan in de geconsolideerde jaarrekening:
7.119
Afschrijvingen
-1.119
Belastingen op het resultaat
-204
Nettoresultaat van de periode, gerealiseerd en niet-gerealiseerd
-2.815
Reconciliatie van de hiervoor vermelde financiële informatie met de nettoboekwaarde van de deelneming van
122 - JAARVERSLAG 2025 JAARVERSLAG 2025 - 123
iin duizend euro
2024
Nettoactiva van de geassocieerde onderneming
6.163
Deelnemingspercentage van de Groep in Immovlan
35,0%
(Theoretische) nettoboekwaarde van de deelneming in Immovlan
2.157
Eliminatie resterende latente meerwaarde op klantenportefeuille nav deconsolidatie (na belastingen)
-864
Bijzondere waardevermindering van de geconsolideerde deelneming in Immovlan
-1.293
Nettoboekwaarde van de deelneming in Immovlan
0
Totale
Onderstaande tabel geeft de immateriële vaste activa aan in Immovlan (aan 100%) op 31 december 2025 en 31
iin duizend euro
Immateriële
Immateriële
De belangrijkste post onder de vaste activa betrof de immateriële vaste activa.
december 2024. De resterende netto boekwaarden en levensduur worden weergegeven:
resterende
activa 2025
activa 2024
levensduur
(in jaren)
Merk - Immovlan
-
601
0,0
Klantenportefeuille Immovlan
-
4.988
0,0
Totaal
III. SSamenvattende financiële informatie van geassocieerde ondernemingen en joint ventures die
individueel niet significant zijn
e categorie omvat zowel voor 2025 als 2024 de ondernemingen CTR Media SA, Yellowbrick NV, Motor.NL BV en
-
5.589
in duizend euro
vergelijkbaar zijn.
Dez
ventures op 31 december 2025 en 2024.
2025
2024
Pite Media BV. Pulsar-IT BV is in 2024 ook hier weggelaten en opgenomen onder ‘Mediafin’ zodoende dat de cijfers
Aandeel van de Groep in het nettoresultaat, gerealiseerd en niet-gerealiseerd
1.000
305
Totale nettoboekwaarde van de overige deelnemingen aangehouden door de Groep
1.000
kon realiseren op een vroegere verkoop van haar klantenportefeuille aan de BV Immovlan.
439
De stijging jaar over jaar komt van een meerwaarde ter waarde van € 0,9 miljoen die de SA CTR Media nu defintief
Roularta Media Group heeft geen contractuele verplichtingen tegenover deze geassocieerde ondernemingen en joint
in duizend euro
2025
2024
IV. EEvolutie nettoboekwaarde van de deelnemingen volgens de vermogensmutatiemethode
Saldo op het einde van het vorige boekjaar
49.622
53.511
Wijzigingen tijdens het boekjaar:
- Aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen en joint ventures
4.646
1.793
- Aandeel in de niet-gerealiseerde resultaten van joint ventures en geassocieerde
-21
-219
ondernemingen
- Dividenduitkering
-4.910
-5.590
- Voorziening voor bijkomende verliezen
-174
137
- Effect wijziging groep
-409
-10
Saldo op het einde van het boekjaar (deelnemingen, exclusief vorderingen)
48.754
49.622
Het aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen en joint ventures is hoger dan vorig jaar door hogere
r
esultaten bij Mediafin NV, de bovenvermelde meerwaarde in de SA CTR Media en het feit dat de BV Immovlan niet
meer opgenomen is terwijl ze vorig jaar verlieslatend was.
Het dividend in 2025 is afkomstig van Mediafin (€ 4,1 miljoen) en CTR Media SA (€ 0,8 miljoen). In 2024 kwam dit
volledig van Mediafin (€ 5,6 miljoen).
TOELICHTING 17 - INVESTERINGEN IN FINANCIËLE ACTIVA, LENINGEN EN WAARBORGEN
I. Overzicht rubriek
in duizend euro
2025
2024
Investeringen in financiële activa - reële waarde met
verwerking van waardeveranderingen in de winst-
en-verliesrekening
171
128
Leningen en waarborgen - geamortiseerde kostprijs
376
311
Totaal investeringen in financiële activa, leningen
547
440
en waarborgen
II
. Investeringen in financiële activa – evolutie tijdens het boekjaar
in duizend euro
2025
2024
AAN REËLE WAARDE MET VERWERKING VAN
WAARDEVERANDERINGEN IN WINST-EN-
VERLIESREKENING
Saldo op 1 januari
3.819
3.839
(*) Geen financiële activa zoals gedefinieerd in IAS
Mutaties tijdens het boekjaar
- Aanschaffingen
46
-
- Verkopen en buitengebruikstellingen
-25
-20
10% van het totale klantensaldo uitmaakt.
Saldo op 31 december
3.840
3.819
BIJZONDERE WAARDEVERMINDERINGEN (-)
Saldo op 1 januari
-3.691
-3.691
3 maanden/90. Dit is 50.034 K€/(88.200 K€/90) = 51 dagen ten opzichte van 53 dagen vorig jaar. Management acht
Mutaties tijdens het boekjaar
- Verkopen en buitengebruikstellingen
22
-
deze prestatiemaatstaf relevant om te evalueren of en welke klanten (on)voldoende snel betalen.
Saldo op 31 december
-3.669
-3.691
In de tabel hieronder wordt de ouderdomsanalyse van de bruto handelsvorderingen op korte termijn weergegeven:
Nettoboekwaarde per einde van het boekjaar
171
128
Het management heeft vastgesteld dat de kostprijs minus de bijzondere waardevermindering een juiste schatting is
van de reële waarde voor de niet-beursgenoteerde aandelenbeleggingen van de integraal geconsolideerde
ondernemi
ngen omdat er onvoldoende recente informatie beschikbaar is om de reële waarde te meten.
De aanschaffing in 2025 is het gevolg van de verwerving van een belang van 25% in Vlaamse Nieuwsmedia en
License2Publish (zie Toelichting 2 – Groepsstructuur). De verkopen en buitengebruikstellingen zijn het gevolg van
de verkoop van het 5% belang in de CV Artlead.
III. Leningen en waarborgen – evolutie tijdens het boekjaar
in duizend euro
2025
2024
AAN GEAMORTISEERDE KOSTPRIJS
Saldo op 1 januari
311
346
Mutaties tijdens het boekjaar
- Toevoegingen
64
32
- Bedrag aan gebruikte betalingen
-
-55
gerelateerde vorderingen in verschillende ratingklassen, gebaseerd op de bovenstaande ouderdomsanalyse van de
Dit is het geval als vorderingen meer dan 120 dagen achterstallig zijn en/of als er een interne of externe indicatie is
- Terugbetalingen
-
-12
vorderingen. Daarnaast houdt de Groep rekening met klantspecifieke indicaties wanneer betaling onwaarschijnlijk is.
voor risico op wanbetaling.
Saldo op 31 december
376
311
Voor alle vorderingen die minder dan zes maanden achterstallig zijn, neemt de Groep percentages tussen 0,19% en
Nettoboekwaarde per einde van het boekjaar
376
311
TOELICHTING 18 - HANDELS- EN OVERIGE VORDERINGEN
I. Handels- en overige vorderingen – vast
Er zijn geen vaste handels-of overige vorderingen.
II. Handels- en overige vorderingen – vlottend
in duizend euro
2025
2024
Handelsvorderingen, bruto
47.858
53.812
Waardevermindering op dubieuze vorderingen,
vlottend
-3.285
-4.782
Te factureren en te ontvangen creditnota's (*)
4.016
2.568
Te innen bedragen en debetsaldi leveranciers
1.445
679
Terug te vorderen BTW (*)
7
44
Overige vorderingen, bruto
358
731
Waardevermindering op overige vorderingen
-257
-333
Totaal handels- en overige vorderingen - vlottend
32
50.142
52.718
De openstaande saldi zijn verspreid over een groot aantal klanten en er is, met uitzondering van de distributeur van de
magazines en kranten naar de verkooppunten en krantenwinkels, geen klant met een openstaand saldo dat meer dan
De handelsvorderingen dalen licht omwille van de lagere omzet en een lagere DSO. DSO (= aantal dagen
klantenkrediet) wordt gedefinieerd als totale vlottende handelsvorderingen, gedeeld door totale omzet van de laatste
in duizend euro
2025
2024
MEDIA WITH IMPACT
Nominale waarde per einde boekjaar
47.858
53.812
- waarvan:
* niet vervallen en minder dan 30 dagen
35.775
41.873
vervallen
* vervallen 30 - 60 dagen
4.172
3.482
* vervallen 61 - 90 dagen
1.824
2.002
* meer dan 90 dagen vervallen
Op
6.087
6.455
31/12/2025 werd een bijzondere waardeverminderingsanalyse conform de vereenvoudigde benadering (IFRS 9)
uitgevoerd om de verwachte kredietverliezen van de Groep op al haar handelsvorderingen te meten. De Groep gebruikt
hiervoor een voorzieningenmatrix om de verwachte kredietverliezen te berekenen op basis van historische informatie.
De invloed van toekomstgerichte informatie wordt niet significant geacht. De Groep classificeert de klanten en hun
in duizend euro
3,3 miljoen (vorig jaar € 4,8 miljoen).
ECL %
Provisie
1,64% in aanmerking (zie onderstaande tabel kolom “ECL %” (ECL = expected credit loss)). De klantspecifieke
dubieuze vorderingen bedragen samen € 3,1 miljoen. Dit brengt de totale voorziening voor dubieuze debiteuren op €
31/12/2025
Verwachte kredietverliezen per ouderdomsbalans
* niet vervallen en minder dan 30 dagen vervallen
-0,19%
-68
* vervallen 30 - 60 dagen
-0,88%
-37
* vervallen 61 - 90 dagen
-1,28%
-23
* meer dan 90 dagen vervallen
-1,64%
-30
Klantspecifieke dubieuze debiteuren
evolutie
-3.126
Totaal voorziening dubieuze debiteuren
-3.285
in duizend euro
In
onderstaande tabel wordt de
2025
van de voorziening voor dubieuze debiteuren getoond:
2024
Nettoboekwaarde op 1 januari
-4.782
-4.511
- In boekjaar geboekte waardeverminderingen
-399
-1.487
- In boekjaar geboekte terugname
1.798
1.190
waardeverminderingen
- Overige bewegingen
in Toelichting 8 – Andere bedrijfsopbrengsten en-kosten.
98
26
124 - JAARVERSLAG 2025 JAARVERSLAG 2025 - 125
In 2025 zijn er veel minder nieuwe waardeverminderingen geboekt dan in 2024. Toen was er een grote
waardevermindering geboekt op een klant in faling. De gerealiseerde minwaarden op vorderingen zijn terug te vinden
Nettoboekwaarde op 31 december
-3.285
Onderstaande tabel geeft de evolutie van de voorziening voor overige vorderingen weer.
-4.782
iin duizend euro
2025
2024
Nettoboekwaarde per einde vorig boekjaar
-333
-116
- In boekjaar geboekte waardeverminderingen
-
-217
- In boekjaar teruggenomen
76
-
waardeverminderingen
Nettoboekwaarde per einde boekjaar
-257
-333
TOELICHTING 19 - UITGESTELDE BELASTINGVORDERINGEN EN –VERPLICHTINGEN
I. OOverzicht uitgestelde belastingvorderingen en –verplichtingen
De uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen opgenomen in de balans zijn toe te wijzen aan:
in duizend euro
2025
2024
Uitgestelde
Uitgestelde
Uitgestelde
Uitgestelde
belasting-
belasting-
belasting-
belasting-
vorderingen
verplichtingen
vorderingen
verplichtingen
Immateriële activa
248
11.283
884
12.355
Materiële vaste activa
28
5.289
64
5.400
Investeringen in financiële activa, leningen
-
2.738
-
2.738
en waarborgen
Overgedragen winsten
-
367
-
367
Voorzieningen
443
-
488
-
Langlopende personeelsvoordelen
462
-
528
-
Toe te rekenen kosten en over te dragen
-
-
75
-
opbrengsten
Totaal uitgestelde belastingen op tijdelijke
1.180
19.677
2.039
20.859
verschillen
Fiscale verliezen
708
-
299
-
Fiscaal verrekenbare tegoeden
12.592
-
12.249
-
Compensatie van belastingvorderingen en -
verplichtingen
-11.900
-11.900
-11.999
-11.999
Netto uitgestelde belastingvorderingen en
2.580
7.777
2.589
8.860
59.277 K€) enerzijds en op tijdelijke verschillen ten bedrage van 0 K€ (2024: 4 K€) anderzijds, aangezien het niet
waarschijnlijk is dat er in de nabije toekomst fiscale winst beschikbaar zal zijn waarmee deze kunnen verrekend worden.
-verplichtingen
De Gro
ep heeft geen uitgestelde belastingvorderingen erkend op fiscale verliezen ten bedrage van 57.409 K€ (2024:
in duizend euro
2025
2024
zullen beschikbaar zijn waarmee deze uitgestelde belastingvorderingen kunnen verrekend worden.
II. U Uitgestelde belastingvorderingen op fiscale verliezen en fiscaal verrekenbare tegoeden
Fiscaal
Fiscaal
Fiscale
verreken-
Fiscale
verreken-
verliezen
bare
verliezen
bare
tegoeden
tegoeden
Vervaldatum
126 - JAARVERSLAG 2025 JAARVERSLAG 2025 - 127
Geen vervaldatum
708
12.592
299
12.250
Totaal uitgestelde belastingvorderingen
708
12.592
299
12.250
TOELICHTING 20 - VOORRADEN
in duizend euro
2025
2024
Brutoboekwaarde
Grond- en hulpstoffen
5.691
7.434
Goederen in bewerking en bestellingen in uitvoering
874
954
Gereed product
156
169
Handelsgoederen
973
1.098
Totaal brutoboekwaarde (A)
7.694
9.655
Waardeverminderingen (-)
Grond- en hulpstoffen
-487
-800
Gereed product
-17
-25
Handelsgoederen
-202
-193
Totaal afschrijvingen en waardeverminderingen
-706
-1.018
(B)
Nettoboekwaarde
Grond- en hulpstoffen
5.204
6.634
Goederen in bewerking en bestellingen in uitvoering
874
954
Gereed product
139
144
Handelsgoederen
771
905
Totale nettoboekwaarde aan kostprijs (A+B)
6.988
8.637
In 2025 zijn vooral de papiervoorraad (voorraad grondstoffen) en de gerelateerde waardeverminderingen gedaald.
Voor de waardeverminderingen verwijzen we ook naar toelichting 7.
Er zijn geen panden of andere zekerheden van toepassing op de voorraden.
TOELICHTING 21 - GELDMIDDELEN EN KASEQUIVALENTEN
in duizend euro
2025
2024
Banksaldi
51.300
44.932
Kortetermijndeposito's
-
25.116
Kassaldi
1
1
Totaal geldmiddelen en kasequivalenten
Roularta Media Group heeft uitgestelde belastingvorderingen erkend voor een totaal van 708 K€ (2024: 303 K€) voor
dochterondernemingen die verliezen hebben geleden in de huidige of de vorige periode. De stijging jaar over jaar is
afkomstig van Roularta Media Nederland. De budgetten tonen aan dat er in de nabije toekomst voldoende fiscale winsten
51.300
70.048
De
totale geldmiddelen en kasequivalenten dalen jaar over jaar met € 18,7 miljoen. De geldmiddelen en
kasequivalenten bevatten enkel nog de banksaldi van € 51,3 miljoen. Vorig jaar waren er ook nog
kortetermijndeposito’s ter waarde van € 25,1 miljoen. Kortetermijndeposito’s zijn zeer liquide beleggingen die
gemakkelijk kunnen worden omgezet in een geldbedrag dat vooraf bekend is. De kortermijndeposito’s werden in
2025 aangewend voor de uitkering van een tussentijds dividend van € 37,2 miljoen (zie ook toelichting 22 – Eigen
vermogen). Er waren geen geldbeleggingen in 2025, noch in 2024.
Het geconsolideerd kasstroomoverzicht toont van welke activiteiten deze kasstromen afkomstig zijn :
De kasstroom uit operationele activiteiten bedraagt € 26,2 miljoen. Deze kasstroom is gedreven door een positieve
EBITDA van € 18,2 miljoen (i.e. exclusief het resultaat van de joint ventures, provisies en waardeverminderingen op
voorraden en vorderingen), het ontvangen dividend van € 4,9 miljoen van Roularta’s geassocieerde ondernemingen
en joint ventures en een positieve werkkapitaalbeweging van € 2,5 miljoen.
Vorig jaar dezelfde periode bedroeg deze kasstroom € 25,6 miljoen, opgebouwd als volgt: een positieve EBITDA van €
24,1 miljoen (i.e. exclusief het resultaat van de joint ventures, provisies en waardeverminderingen op voorraden en
vorderingen), waarvan nog volgende meerwaarden in mindering werden gebracht : een meerwaarde van € 2,2 miljoen
uit de verkoop van twee gebouwen en € 2,6 miljoen uit de verkoop van de Duitse magazines. Daarnaast was er een
dividend van € 5,6 miljoen ontvangen van Roularta’s geassocieerde ondernemingen en joint ventures.
De kasstroom met betrekking tot investeringen bedraagt € -5,7 miljoen. De uitstroom is te wijten aan nieuwe
investeringen in materiële (€ -5,4 miljoen) en immateriële (€ -2,3 miljoen) vaste activa. Voor meer uitleg verwijzen we
naar toelichting 15 – Materiële vaste activa. De instroom is het gevolg van de verkoop van de Healthcare en Fiscaal-
Juridische activ
iteiten die samen voor € 2,1 miljoen werden verkocht.
Vorig jaar dezelfde periode bedroeg deze kasstroom € -11,4 miljoen. Dit was voor een groot stuk toe te schrijven aan
investeringen in nieuwe materiële (€ -8,3 miljoen) en immateriële (€ -7,0 miljoen) vaste activa. Daarnaast werden ook
twee gebouwen verkocht voor € 2,3 miljoen en werden de Duitse magazines aan Herder Verlag en Agentur2 verkocht
voor € 1,3 miljoen.
De kasstroom uit financieringsactiviteiten bedraagt € -39,2 miljoen in 2025. Deze grote kasuitstroom is bijna volledig
te wijten aan de uitkering van een tussentijds dividend (€ -37,2 miljoen). Daarnaast werd de IFRS 16 leasing schuld
voor € 3,0 miljoen afgelost maar ontving de Groep € 1,0 miljoen naar aanleiding van de uitoefening van opties op
aandelen.
Vorig jaar dezelfde periode bedroeg deze kasstroom € -12,5 miljoen ten gevolge van de uitbetaling van een
keuzedividend van € 4,6 miljoen, de aflossing van 1/ de schuld ten opzichte van Mediafin NV ter waarde van € 2,5
miljoen en 2/ IFRS16 leasing schulden ter waarde van € 3,0 miljoen, en tenslotte de aankoop van eigen aandelen voor
€ 2,4 miljoen.
TOELICHTING 22 - EIGEN VERMOGEN
Geplaatst kapitaal
Per 31 december 2025 bedraagt het geplaatste kapitaal 84 8 1 6 K€ (2024: 84 8 1 6 K€ ) vertegenwoordigd door
13.931.920 (2024: 13.931.920 ) volledig volgestorte gewone aandelen. Deze aandelen hebben geen nominale waarde. In
onderstaande tabel worden de bewegingen weergegeven voor alle boekjaren.
Jaar
Maand
Verrichting
Aantal
MEDIA WITH IMPACT
Kaptitaal
BEF/
aandelen
EUR
1988
mei
Oprichting onder de naam Roularta Financieringsmaatschappij
12.510
381.000.000
BEF
1993
juli
Fusie - verhoging kapitaal
13.009
392.344.000
BEF
1997
december
Splitsing - verhoging kapitaal
18.137
546.964.924
BEF
1997
december
Fusie - verhoging kapitaal
22.389
675.254.924
BEF
1997
december
Verhoging kapitaal
24.341
734.074.465
BEF
1997
december
Wijziging naam in Roularta Media Group
1998
juni
Uitgifte 300.000 warrants - wijziging statuten
2.434.100
734.074.465
BEF
1998
juni
Fusie - verhoging kapitaal
2.690.400
1.545.457.541
BEF
1998
juni
Inbreng schuldvordering - verhoging kapitaal
8.277.700
2.496.457.541
BEF
1998
december
Inbreng schuldvordering - verhoging kapitaal
9.611.034
4.479.791.791
BEF
2001
juni
Omzetting kapitaal in euro - verhoging kapitaal door de conversie van
9.672.984
111.743.000
EUR
61.950 warrants
2001
oktober
Vernietiging 119.305 eigen aandelen
9.553.679
111.743.000
EUR
2002
juni
Verhoging van het kapitaal door de conversie van 35.350 warrants
9.589.029
112.138.000
EUR
2003
juni
Verhoging van het kapitaal door de conversie van 43.475 warrants
9.632.504
112.623.000
EUR
2003
juli
Verhoging van het kapitaal door een inbreng in natura
9.884.986
118.463.000
EUR
2004
juni
Verhoging van het kapitaal door de conversie van 43.625 warrants
9.928.611
118.950.000
EUR
2005
juni
Verhoging van het kapitaal door de conversie van 28.350 warrants
9.956.961
119.267.000
EUR
2006
januari
Verhoging van het kapitaal door de conversie van 39.090 warrants
9.996.051
120.054.000
EUR
2006
februari
Verhoging van het kapitaal door een inbreng in geld
10.985.660
131.939.204
EUR
2006
mei
Incorporatie uitgiftepremie
10.985.660
170.029.300
EUR
2006
juni
Verhoging van het kapitaal door de conversie van 19.825 warrants
11.005.485
170.250.500
EUR
2007
januari
Verhoging van het kapitaal door de conversie van 9.340 warrants
11.014.825
170.439.000
EUR
2007
juni
Verhoging van het kapitaal door de conversie van 22.225 warrants
11.037.050
170.687.000
EUR
2008
januari
Verhoging van het kapitaal door de conversie van 7.864 warrants
11.044.914
170.846.000
EUR
2008
mei
Verhoging van het kapitaal door de conversie van 17.375 warrants
11.062.289
171.040.000
EUR
2008
december
Verhoging van het kapitaal door een inbreng in geld
13.131.940
203.040.000
EUR
2011
januari
Verhoging van het kapitaal door de conversie van 9.183 warrants
13.141.123
203.225.000
EUR
2015
mei
Vermindering van het kapitaal
13.141.123
80.000.000
EUR
2015
juni
Fusie - Roularta Media Group NV met Roularta Printing NV, Biblo NV,
13.141.123
80.000.000
EUR
De Streekkrant - De Weekkrantgroep NV, Euro DB NV, Le Vif Magazine
SA, New Bizz Partners NV, Press News NV, Regie De Weekkrant NV,
Roularta Business Leads NV, Roularta IT-Solutions NV, Roularta
Publishing NV en West-Vlaamse Media Groep NV
2019
juni
Fusie Roularta Media Group NV met Bright Communications BVBA
13.141.123
80.000.000
EUR
2020
juni
Fusie Roularta Media Group NV met Senior Publications NV
13.141.123
80.000.000
EUR
2021
juli
Fusie Roularta Media Group NV met Belgomedia SA
13.141.123
80.000.000
EUR
2022
juli
Fusie Roularta Media Group NV met Gezondheid NV
13.141.123
80.000.000
EUR
2024
KVOJ
Verhoging van het kapitaal door de uitgifte van 790.797 nieuwe gewone
13.931.920
84.815.954
EUR
aandelen (keuzedividend)
Het geplaatst kapitaal van de vennootschap werd in 2024 naar aanleiding van een keuzedividend verhoogd met € 4,8
miljoen. Het saldo van de totale uitgifteprijs, hetzij € 2,4 miljoen werd geboekt op de onbeschikbare rekening
uitgiftepremies. Het participatiepercentage van de NV Koinon, de referentieaandeelhouder van Roularta Media Group
NV was daarmee op 31 december 2024 72,30%. In 2025 zijn er geen bewegingen op het geplaatst kapitaal noch
uitgiftepremie geweest. Het participatiepercentage is echter wel gestegen naar 82,55% omwille van het
voorwaardelijke openbaar overnamebod van Koinon NV. De tijdslijn hieromtrent is als volgt:
- Op 14 maart kondigde de FSMA aan dat Koinon NV, de moederholding van Roularta Media Group NV (RMG), een
vrijwillig en voorwaardelijk openbaar overnamebod wenst uit te brengen op de aandelen van NV Roularta Media
Group aan een prijs van 15,50 euro per aandeel.
- Op 19 mei werd het prospectus met betrekking tot het vrijwillig en voorwaardelijk openbaar overnamebod door
128 - JAARVERSLAG 2025 JAARVERSLAG 2025 - 129
MEDIA WITH IMPACT
het FSMA
goedgekeurd. De initiële aanvaardingsperiode met betrekking tot het bod werd geopend op 20 mei en
sloot af op 13 juni 2025.
- Op 17 juni werden de resultaten van de intiële aanvaardingsperiode gecommuniceerd. Na afloop van deze initiële
aanvaardingsperiode bezit Koinon NV en de met haar verbonden personen 91,17% van de aandelen van Roularta
Media Group (goed voor 12.702.277 aandelen). De NV Koinon doet afstand van de voorwaarde van het behalen
van 95% van de aandelen en beslist het bod te heropenen vanaf 23 juni tot en met 15 juli 2025 aan een biedprijs
van 15,50 euro per aandeel.
- Op 17 juli werd aangekondigd dat Koinon NV en de met haar verbonden personen, na de verplichte heropening
van het Bod, 93,13% van Roularta Media Group NV in handen heeft (goed voor 12.975.316 aandelen) en beslist
heeft het bod te heropenen vanaf 18 juli tot en met 29 juli 2025 aan een biedprijs van 15,50 euro per aandeel.
- Op 30 juli werd aangekondigd dat Koinon NV en de met haar verbonden personen, na de derde opening van het
Bod, 93,61% van Roularta Media Group NV in handen heeft (goed voor 13.042.087 aandelen).
EEigen aandelen
Op 31 december 2025 heeft de Groep 1.541.194 eigen aandelen in portefeuille (2024: 1.611.984 ), met een waarde van
€ 27,1 miljoen, of € 17,60 per aandeel.
Bij de uitoefening van hun opties werden tijdens het boekjaar 70.790 (2024: 1.100 ) eigen aandelen toegekend aan de
houders van de opties.
O Overig
e reserves
in duizend euro
2025
2024
Uitgiftepremies
2.684
2.684
Kosten van uitgifte en kapitaalverhoging (netto na
-1.275
-1.275
uitgestelde belasting)
Reserves m.b.t. op aandelen gebaseerde betalingen
121
554
Reserves m.b.t. actuariële wijziging
1.753
1.758
personeelsbeloningen
Totaal overige reserves
3.283
3.720
De reserves m.b.t. op aandelen gebaseerde betalingen hebben betrekking op de toegekende aandelenopties zoals
Land van
Naam
datum is het eigenvermogensbelang aangehouden door minderheidsaandeelhouders als volgt:
beschreven in Toelichting 23.
Minderheidsbelangen
Op balans
oprichting en
2025
2024
werking
Studio Aperi Negotium NV
België
25,00%
minderheidsbelangen kan in onderstaande tabel gevonden worden voor 2025 en 2024:
25,00%
De reconciliatie van het minderheidsbelang op de balans en het nettoresultaat toerekenbaar aan
in duizend euro
2025
2024
Langlopende activa
221
190
Kortlopende activa
775
656
Langlopende schulden
64
33
Kortlopende schulden
1.596
1.523
Eigen vermogen
-664
-710
Minderheidsbelang %
25,00%
25,00%
Minderheidsbelangen
-165
-178
Omzet
1.855
2.052
Nettoresultaat
50
203
Minderheidsbelang %
25,00%
25,00%
Nettoresultaat toerekenbaar aan minderheidsbelangen
12
51
TOELICHTING 23 - OP AANDELEN GEBASEERDE BETALINGEN
Verschillende aandelenoptieplannen werden door de NV Roularta Media Group uitgegeven met de bedoeling de
directie en kaderleden te laten genieten van de groei van het bedrijf en de evolutie van het Roularta aandeel. Om aan
mogelijke verplichtingen van aandelenopties tegemoet te komen, is in het verleden een programma van aankoop
eigen aandelen opgezet om het bedrijf toe te laten te voldoen aan deze toekomstige opties. Alle
aandelenoptieplannen worden in eigenvermogeninstrumenten afgewikkeld, waarbij elk van de plannen voorziet dat
één optie recht geeft op één aandeel Roularta tegen betaling van de uitoefenprijs. De opties worden onvoorwaardelijk
als de arbeidsovereenkomst of het bestuursmandaat niet beëindigd is op het ogenblik van de eerstvolgende
uitoefenperiode. Hierna volgt een overzicht van de bestaande aandelenoptieplannen.
Aandelenopties
Het benoemings- en remuneratiecomité beslist over de toekenning van de optieplannen in functie van de door
directie en kaderleden geleverde prestaties, hun bijdrage in het realiseren van de groepsobjectieven en hun
engagement in de langetermijnontwikkeling van de groepsstrategie.
Aandelenopties zijn uit te oefenen aan de prijs die overeenkomt met de gemiddelde slotkoers van het aandeel tijdens
de dertig dagen die aan de datum van het aanbod van de opties voorafgaan of de laatste slotkoers die voorafgaat aan
de dag van het aanbod. De maximale looptijd van toegekende opties wordt in volgende tabel toegelicht. Als de optie
niet uitgeoefend wordt na de laatste uitoefenperiode, vervalt deze. De nog niet uitoefenbare opties worden opgegeven
indien een lid van de directie of het kaderpersoneel de onderneming verlaat vóór de laatste uitoefenperiode, behalve
in geval van pensionering of overlijden.
Er zijn in 2025 en 2024 geen nieuwe optieplannen uitgegeven.
Overzicht van de nog lopende aandelenoptieplannen aangeboden aan de directie en het kaderpersoneel op 31
december 2025:
Jaar van
Aantal
Aantal
Uit te
Uitoefen-
Eerste uit-
Laatste uit-
aanbod
aangeboden
aanvaarde
oefenen
prijs in €
oefenperiode
oefenperiode
opties
opties
opties
2019
370.000
102.250
1.750
14,39
01/01 - 31/12/2023
01/01 - 31/12/2029
2025
icht van de aandelenopties uitstaand gedurende het boekjaar:
2024
Aantal opties
Gemiddelde
Aantal opties
Gemiddelde
uitoefenprijs
in €
uitoefenprijs
in €
Uitstaand op 1 januari
Overz
78.540
13,32
93.440
13,42
Opgegeven gedurende de periode
-
-
-13.800
-
Uitgeoefend gedurende de periode
-70.790
13,50
-1.100
11,73
Vervallen gedurende de periode
-6.000
11,73
-
-
Uitstaand op 31 december
1.750
14,39
78.540
13,32
Uitoefenbaar op 31 december
1.750
68.685
Tijdens het huidige boekjaar werden er 70.790 aandelenopties uitgeoefend (1.100 in 2024). De meeste opties werden
uitgeoefend naar aanleiding van de mogelijke beursexit van de Groep (zie toelichting 22 – Eigen vermogen). Bij optieplan
14 (met jaar van aanbod 2015) bleven er nog 6.000 opties over die uiteindelijk vervielen op 31/12/2025. Bij optieplan 15
(met jaar van aanbod 2019 en laatste uitoefenperiode 31/12/2029) werden op 1.750 opties na alle opties uitgeoefend.
Er werden in 2025 geen opbrengsten (2024: 29 K€ opbrengsten) erkend in de personeelskosten met betrekking tot in
eigenvermogeninstrumenten afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingstransacties. De opname in de winst-en
verliesrekening gebeurt vanaf 2015 voor alle optieplannen toegekend vanaf 7 november 2002.
De gewogen gemiddelde resterende loopt
ijd van de openstaande opties is 4,0 jaar (vorig jaar 3,4 jaar). De gewogen
gemiddelde aandelenkoers op de uitoefendatum was in 2025 € 15,57 (in 2024 € 12,00).
A
Aandelen
Er werden in 2025 geen Roularta aandelen verworven door één van de leden van het executive management committee
(vorig jaar betrof dit 8.772 aandelen).
TOELICHTING 24 - VOORZIENINGEN
Op het einde van de verslagperiode bedragen de voorzieningen € 1,7 miljoen ten opzichte van € 3,1 miljoen vorig
jaar. Ze bestaan in 2025 uit overige voorzieningen (€1,5 miljoen ) en hangende geschillen (€ 0,2 miljoen ). Vorig jaar
bestonden ze uit overige voorzieningen (€ 2,1 miljoen), hangende geschillen (€ 0,5 miljoen) en een
herstructureringsprovisie (€ 0,5 miljoen).
Deze laatste werd eind vorig jaar opgezet naar aanleiding van de verkoop van de Duitse bedrijfsactiviteit en de sluiting
van de locatie. De provisie is in 2025 volledig tot nul gebracht via de winst- en verliesrekening.
De overige voorzieningen betreffen allerhande voorzieningen die netto met € 0,5 miljoen dalen.
Tenzij anders aangegeven, zijn alle onderliggende bewegingen via de geconsolideerde winst-en verliesrekening in
de post ‘Voorzieningen’ opgenomen. De € 0,2 miljoen afname in de voorzieningen via deelneming, betreft
voorzieningen voor participaties opgenomen via de vermogensmutatiemethode waarvan de verliezen de boekwaarde
van de participatie overstijgen, zie ook toelichting 16 – Deelnemingen gewaardeerd volgens de
vermogensmutatiemethode. Als gevolg gaat deze beweging niet via de geconsolideerde winst-en verliesrekening.
2025
Voorzienin
Voorzieningen
Overige
in duizend euro
gen voor
voor her-
voorzie-
Totaal
hangende
structurering
ningen
geschillen
Saldo op 1 januari
540
484
2.057
3.080
Mutaties tijdens het boekjaar
- Additionele voorzieningen (+)
-
-
206
206
- Afname (-) voorzieningen via deelneming (*)
-
-
-174
-174
- Bedrag aan gebruikte voorzieningen (-)
-300
-484
-166
-950
- Terugname van niet-gebruikte voorzieningen (-)
-75
-
-417
-492
Saldo op 31 december
165
(*) Bewegingen die niet via de geconsolideerde winst-en verliesrekening gaan.
-
1.506
1.671
2024
in duizend euro
Voorzienin
Voorzieningen
Overige
gen voor
voor her-
voorzie-
Totaal
hangende
structurering
ningen
geschillen
Saldo op 1 januari
1.143
-
1.757
2.901
Mutaties tijdens het boekjaar
- Additionele voorzieningen (+)
233
-
919
1.152
- Additionele voorzieningen via deelneming (*)
-
-
137
137
- Toename door verkoop Duitse magazines (**)
-
784
-
784
- Bedrag aan gebruikte voorzieningen (-)
-836
-300
-679
-1.815
- Terugname van niet-gebruikte voorzieningen (-)
-
-
-77
-77
Saldo op 31 december
540
484
2.057
3.080
(*) Bewegingen die niet via de geconsolideerde winst-en verliesrekening gaan.
(**) Beweging die via de post ‘Andere Bedrijfsopbrengsten’ is gegaan in de geconsolideerde winst-en verliesrekening .
In totaal werd € 1,8 miljoen in opbrengst (2024: € 1,5 miljoen opbrengst) geboekt op de lijn voorzieningen in de
geconsolideerde winst-en verliesrekening. € 1,2 miljoen opbrengst (2024 : € 0,7 miljoen opbrengst) is afkomstig van
bovenstaande provisies en € 0,6 miljoen opbrengst (2024 : € 0,8 miljoen opbrengst) van de langlopende
personeelsbeloningen. Voor deze laatste verwijzen we naar toelichting 25.
TOELICHTING 25 - LANGLOPENDE VERPLICHTINGEN MET BETREKKING TOT
PERSONEELSBELONINGEN
I. Algemeen
in duizend euro
2025
2024
Toegezegd-pensioenregelingen
864
1.045
Opzeggingsvergoedingen
548
731
Andere langetermijnpersoneelsbeloningen
1.823
2.090
Toekomstig tariefvoordeel abonnementen
821
897
Jubileumuitkeringen
1.002
1.193
Totaal langlopende personeelsbeloningen
3.235
3.866
In onde
rstaande tabel kunnen de bewegingen van de bovenstaande langlopende personeelsbeloningen gevonden
worden. Alle gaan door de geconsolideerde winst-en verliesrekening via de lijn ‘Voorzieningen’, tenzij anders
22025
aangegeven. De t
Voorzie-
Voorzie-
oegezegd-pensioenregelingen worden in volgende paragraaf nog meer uitgelicht.
in duizend euro
ningen voor
Voorzieningen
ningen
toegezegde
voor opzeg-
andere
Totaal
betrekking tot de voorbij
personeelsbeloning.
In de tabel hieronder wordt het overzicht gegeven van de 2025 en 2024 brutoverplichting uit hoofde van toegezegd-
pensioenregelingen en de reële waarde van de fondsbeleggingen en de wijzigingen hierin. Ze omvatten meerdere
Belgische plannen die geaggregeerd worden weergegeven omdat ze niet materieel verschillen in karakteristieken,
geografische locatie, rapporteringssegment of financieringsregeling. De plannen zijn gefinancierd op basis van
pensioen-
vergoedingen
langeter-
regelingen
mijns-
beloningen
Saldo op 1 januari
1.045
731
2.090
3.866
Mutaties tijdens het boekjaar
- Additionele voorzieningen (+)
-
625
-
625
- Herwaarderingen via gerealiseerde perioderesultaten
-283
-
-143
-426
- Herwaarderingen via niet-gerealiseerde perioderesultaten
102
-
-124
-22
(*)
- Bedrag aan gebruikte voorzieningen (-)
-
-715
-
-715
- Terugname van niet-gebruikte voorzieningen (-)
-
-93
-
-93
Saldo op 31 december
864
548
1.823
3.235
(*) Bewegingen die niet via de geconsolideerde winst-en verliesrekening gaan.
2024
Voorzie-
Voorzie-
ningen voor
Voorzieningen
ningen
in duizend euro
toegezegde
voor opzeg-
andere
Totaal
pensioen-
vergoedingen
langeter-
regelingen
mijns-
beloningen
Saldo op 1 januari
2.110
1.229
2.548
5.887
Mutaties tijdens het boekjaar
- Additionele voorzieningen (+)
-
1.015
-
1.015
- Herwaarderingen via gerealiseerde perioderesultaten
-229
-
-55
-284
- Herwaarderingen via niet-gerealiseerde perioderesultaten (*)
-836
-
-403
-1.239
- Bedrag aan gebruikte voorzieningen (-)
-
-1.472
-
-1.472
- Terugname van niet-gebruikte voorzieningen (-)
-
-41
-
-41
Saldo op 31 december
II. Toegezegd-pensioenregelingen
1.045
(*) Bewegingen die niet via de geconsolideerde winst-en verliesrekening gaan.
731
bijdragenregelingen onder IFRS beschouwd als een toegezegd-pensioenregeling.
2.090
3.866
Er bestaan verschillende pensioenplannen, waarbij de vergoeding afhankelijk is van het aantal dienstjaren en het
loon. Voor de Belgische plannen worden activa aangehouden in fondsen conform de lokale wettelijke bepalingen.
in duizend euro
jaar.
Reële
2025
Reële
2024
verzekeringscontracten met een gegarandeerde rentevoet (tak 21), waarbij de reële waarde van de plan assets
vastgesteld is op basis van IAS 19.115. De netto-pensioenverplichting is met € 181 K gedaald ten opzichte van vorig
waarde
Netto-
waarde
Netto-
Pensioen-
fonds-
pensioen-
Pensioen-
fonds-
pensioen-
verpli
chting
beleggingen
verplichting
verplichting
beleggingen
verplichting
Saldo op 1 januari
56.683
55.638
1.045
52.148
50.038
2.110
Pensioenkosten opgenomen in de winst-
en-verliesrekening
Aan het dienstjaar toegerekende
pensioenkosten
2.432
-
2.432
2.510
-
2.510
Intrestkosten, netto
1.927
1.944
-18
1.894
1.876
18
Subtotaal opgenomen in de winst-en-
verliesrekening
4.359
1.944
2.415
4.404
1.876
2.528
Betaalde voordelen
-2.498
-2.498
-
-2.539
-2.539
-
Herwaarderingen opgenomen in de niet-
gerealiseerde perioderesultaten
Stijging als gevolg van transfers
-
-
-
2.187
2.187
-
effect zal via niet-gerealiseerde perioderesultaten gaan.
Rendement op fondsbeleggingen,
uitgezonderd bedragen in netto
intrestkosten
-
-2.444
2.444
-
903
-903
Actuariële wijzigingen als gevolg van
wijziging in demografische assumpties
-151
-
-151
-203
-
-203
Actuariële wijzigingen als gevolg van
wijziging in financiële assumpties
-2.017
-
-2.017
1.082
-
1.082
Actuariële wijzigingen als gevolg van
ervaringsaanpassingen
-174
-
-174
-812
-
-812
Subtotaal opgenomen in de niet-
gerealiseerde perioderesultaten
-2.342
-2.444
103
2.254
3.090
-836
-
Bijdragen van de werkgever
-
2.697
-2.697
-
2.757
-2.757
Bijdragen van de deelnemers van het plan
383
383
-
416
416
-
Saldo op 31 december
56.585
55.720
De belangrijkste actuariële veronderstellingen zijn als volgt:
864
56.683
55.638
1.045
Actuariële veronderstellingen
De Belgische toegezegde-bijdragenregelingen voor pensioenen zijn bij wet onderworpen aan gewaarborgde
minimumrendementen. Voor nieuwe stortingen vanaf 2025 is het wettelijke minimumrendement gekoppeld aan het
rendement op Belgische lineaire obligaties met een duurtijd van 10 jaar, met een minimum van 2,50% en een
maximum van 3,75%. Het wettelijk minimumrendement was voordien (vanaf 2016) 1,75%. Deze
2025
2024
1. Disconteringsvoet
3,78%
3,44%
2. Verwacht rendement op fondsbeleggingen
minimumrendementsvereiste wordt berekend als een gemiddelde over de volledige loopbaan van de aangeslotene.
in functie van leeftijd/anciënniteit gezien de hogere rente op OLO’s met 10 jaar looptijd; de andere plannen zijn
3,78%
3,44%
miljoen bedragen (idem 2024).
3. Verwacht percentage van loonsverhogingen
De Groep heeft verondersteld dat de minimumrendementsvereiste 3,00% is voor de plannen waar de premies stijgen
berekend met de 2,50%. Door deze gegarandeerde minimumrendementen worden alle Belgische toegezegde-
2,50%
2,50%
4. Onderliggende toekomstige inflatie
2,00%
2,00%
nsitiviteitsanalyse gebeurd op bovenstaande parameters op 31 december 2025. De cijfers hieronder tonen
de impact op de bruto pensioenverplichting (een negatief bedrag betekent een stijging van de absolute verplichting).
betalingen.
5. Minimumrendementsvereiste
IAS 19 verplicht een entiteit een voorziening aan te leggen wanneer een werknemer diensten heeft verricht in ruil
voor toekomstige te betalen voordelen. Voor elk plan afzonderlijk worden de pensioenkosten door een actuaris
berekend op basis van de projected unit credit-methode. Op basis van deze methode worden de verplichtingen met
Er is een se
3,00%/2,50%
3,00%/2,50%
in duizend euro
veronderstellingen de afgelopen jaren.
De sensiti
viteiten zijn volgens de Groep de zo redelijkerwijs mogelijke wijzigingen gezien de evoluties van deze
e diensttijd en de opgebouwde fondsbeleggingen berekend. Het verschil tussen de
verplichting en de reële waarde van de fondsbeleggingen wordt door de Groep in de balans opgenomen als
2025
Disconteringsvoet
Daling van 0,75%
-4.648
Stijging van 0,75%
4.077
Verwacht percentage van loonsverhogingen
Daling van 0,25%
756
Stijging van 0,25%
373
Toekomstige wijziging in inflatie
Daling van 0,25%
664
Stijging van 0,25%
465
Toekomstige wijzigingen in verloop
Daling van 5%
-524
Stijging van 5%
315
Toekomstige wijzigingen in minimum gegarandeerd rendement
Daling van 0,25%
587
Stijging van 0,25%
De bovenstaan
de sensitiviteitsanalyses zijn gebaseerd op een wijziging in een veronderstelling terwijl alle andere
376
veronderstellingen constant worden gehouden. In de praktijk is het onwaarschijnlijk dat dit gebeurt en kunnen
veranderingen in sommige van de veronderstellingen worden gecorreleerd. Bij de berekening van de gevoeligheid van
de toegezegd-pensioenverplichting voor significante actuariële veronderstellingen is ook de projected unit credit-
methode gebruikt. Impact op de netto-pensioenverplichting zal significant lager liggen dan bovenstaande waarden en
in duizend euro
(13,0% in 2024).
2025
en de liquiditeit van de beleggingen te waarborgen. Hierbij wordt rekening gehouden met de oordeelkundige
diversificatie en de spreiding van de beleggingen. De belangrijkste categorieën van fondsbeleggingen en het aandeel
van iedere belangrijke categorie in de reële waarde van de fondsbeleggingen zijn: 60,6% overheidsobligaties (62,2% in
2024), 7,9% bedrijfsobligaties (7,8% in 2024), 9,8% leningen (9,0% in 2024), 7,8% aandelen (8,0% in 2024), 14,0% vastgoed
De verwachte voordelen die zullen betaald worden uit de fondsbeleggingen op de groepsverzekeringen zijn als volgt:
Voor verdere info
Binnen de volgende 12 maanden
1.263
Tussen de 2 en 5 jaar
12.012
Tussen de 6 en 10 jaar
21.609
Totaal verwachte betalingen
De Groep verwa
34.884
cht dat er in 2025 € 2,7 miljoen werkgeversbijdragen zullen betaald worden met betrekking tot de
toegezegd-pensioenregelingen (€ 2,8 miljoen in 2024); de werknemersbijdragen zouden naar verwachting € 0,4
De gemiddelde looptijd van de pensioenverplichtingen aan het einde van de verslagperiode is 11,3 jaar.
in duizend euro
Kortlopend
TOELICHTING 26 - FINANCIËLE SCHULDEN
financiële schulden ter waarde van € 3,1 miljoen.
verplichtingen (dit zijn niet-verdisconteerde kasstromen).
Langlopend
MEDIA WITH IMPACT
2025
Op de balans staan er lange termijn (verdisconteerde) financiële schulden van € 9,4 miljoen en korte termijn
Onderstaande tabel geeft een overzicht van de overblijvende contractuele maturiteit van deze financiële
Financiële schulden
Max. 1 jaar
2 jaar
3 tot 5 jaar
>5 jaar
Totaal
Leasingverplichtingen
2.881
1.908
2.536
5.562
12.887
Overige leningen
225
-
-
-
225
Totale financiële schulden volgens de vervaldag
3.106
1.908
2.536
5.562
13.112
(onverdisconteerd)
in duizend euro
Kortlopend
Langlopend
2024
Financiële schulden
Max. 1 jaar
2 jaar
3 tot 5 jaar
>5 jaar
Totaal
Schuld verbonden aan putoptie op deelneming
629
-
-
-
629
opgenomen onder vermogensmutatiemethode
Leasingverplichtingen
2.607
2.469
2.601
96
7.773
Overige leningen
250
-
-
-
250
Totale financiële schulden volgens de vervaldag
3.486
2.469
2.601
Per 31 december 2025 staan geen gewaarborgde schulden open bij kredietverstrekkers.
96
deel afkomstig van de verlenging van de huur van het Brusselse kantoorgebouw met 30 jaar.
8.652
Ten gevolge van de toepassing van IFRS 16 Leaseovereenkomsten, worden er financiële leasingschulden opgenomen
vanaf 1 januari 2019. Gedurende 2025 werden er voor € 8,0 miljoen aan nieuwe leaseverplichtingen erkend : € 3,6
miljoen op roerende goederen en € 4,4 miljoen op onroerende goederen. Met betrekking tot deze laatste is een groot
(onverdisconteerd)
Voor de toegezegd-pensioenplannen wordt in de verzekeringscontracten een defensieve beleggingsstrategie
gehanteerd waarbij hoofdzakelijk belegd wordt in vastrentende effecten, om zodoende de veiligheid, het rendement
in duizend euro
Balans
Kasstromen
29 - Financiële instrumenten - risico’s en reële waarde.
inclusief de bewegingen gedurende het boekjaar.
Niet-kasstromen
Balans
rmatie betreffende de blootstelling van de Groep aan intrest- en wisselkoersrisico’s, zie Toelichting
Onderstaande tabel geeft de financiële schulden weer zoals deze in de balans opgenomen zijn (i.e. verdisconteerd),
1 januari 2025
Aflossing
Reclass LT-
IFRS16
Put optie
31 december
KT
bewegingen
2025
Financiële schulden - korte termijn
3.486
-3.006
2.981
274
-629
3.106
Financiële schulden - lange termijn
4.973
-
-2.981
7.377
-
9.368
Totale financiële schulden
Informatie in verband met aandelenopties wordt toegelicht onder toelichting 23 – Op aandelen gebaseerde
8.459
-3.006
-
7.651
-629
12.474
130 - JAARVERSLAG 2025 JAARVERSLAG 2025 - 131
132 - JAARVERSLAG 2025 JAARVERSLAG 2025 - 133
MEDIA WITH IMPACT
in duizend euro
Balans
Kasstromen
Niet-kasstromen
Balans
1 januari 2024
Aflossing
Reclass LT-
IFRS16
Put optie
31 december
KT
bewegingen
2024
Financiële schulden - korte termijn
5.444
-5.463
2.963
280
262
3.486
Financiële schulden - lange termijn
6.029
-
-2.963
1.906
-
4.973
Totale financiële schulden
11.473
-5.463
-
2.186
262
8.459
TOELICHTING 27 - OVERIGE TOELICHTINGEN MET BETREKKING TOT PASSIVA
i n duizend euro
Kortlopend
Langlopend
2025
Handels- en overige schulden
Max. 1 jaar
2 jaar
3 tot 5 jaar
> 5 jaar
Totaal
Handelsschulden
38.803
-
-
-
38.803
Leveranciers
19.298
-
-
-
19.298
Te ontvangen facturen / op te stellen creditnota's (*)
18.867
-
-
-
18.867
Creditsaldi klanten
638
-
-
-
638
Ontvangen vooruitbetalingen
39.172
-
-
-
39.172
Personeelsbeloningen
18.359
-
-
-
18.359
Schulden aan werknemers
15.423
-
-
-
15.423
Schulden aan openbare besturen
2.936
-
-
-
2.936
gemeentebelastingen.
Belastingschulden
332
-
-
-
332
Overige schulden
5.337
-
-
-
5.337
Te betalen indirecte belastingen (*)
5.217
-
-
-
5.217
Overige schulden
120
-
-
-
120
Toe te rekenen kosten en over te dragen opbrengsten
6.934
-
-
-
6.934
Totaal aan schulden volgens de vervaldag
108.937
(*) Geen financiële verplichting zoals gedefinieerd in IFRS 9
-
-
-
108.937
i
in duizend euro
Kortlopend
Langlopend
2024
Handels- en overige schulden
Max. 1 jaar
2 jaar
3 tot 5 jaar
> 5 jaar
Totaal
Handelsschulden
40.975
-
-
-
40.975
Leveranciers
22.292
-
-
-
22.292
Te ontvangen facturen / op te stellen creditnota's (*)
17.980
-
-
-
17.980
Creditsaldi klanten
703
-
-
-
703
Ontvangen vooruitbetalingen
40.098
-
-
-
40.098
Personeelsbeloningen
16.969
-
-
-
16.969
Schulden aan werknemers
14.088
-
-
-
14.088
Schulden aan openbare besturen
2.881
-
-
-
2.881
Belastingschulden
1.137
-
-
-
1.137
Overige schulden
5.295
-
-
-
5.295
Te betalen indirecte belastingen (*)
5.051
-
-
-
5.051
Overige schulden
244
-
-
-
244
Toe te rekenen kosten en over te dragen opbrengsten
7.681
-
-
-
7.681
Totaal aan schulden volgens de vervaldag
112.155
(*) Geen financiële verplichting zoals gedefinieerd in IFRS 9
-
-
-
112.155
De indirecte belastingen betreffen voornamelijk bedrijfsvoorheffing, te betalen BTW en provincie- en
in duizend euro
2025
De contractsaldi uit hoofde van contracten met klanten inbegrepen in deze saldi betreffen :
2024
Contractpassiva
Ontvangen vooruitbetalingen
39.112
40.097
Op te stellen creditnota's
1.183
1.372
Creditsaldi klanten
638
703
Over te dragen opbrengsten
6.737
7.411
Verplichtingen tot retour, terugbetaling en andere
vergelijkbare verplichtingen
Op te stellen creditnota's: provisie voor onverkochte
6.529
7.031
nummers
Over het algemeen hebben de ontvangen vooruitbetalingen een looptijd van ten hoogste één jaar.
TOELICHTING 28 - VOORWAARDELIJKE VERPLICHTINGEN EN CONTRACTUELE
VERBINTENISSEN VOOR DE VERWERVING VAN MATERIËLE VASTE ACTIVA
De Groep stelt zich geen borg voor verplichtingen, noch heeft ze panden op handelsfondsen (idem in 2024).
De contractuele verbintenissen voor de aankoop van papier bij derden door de Groep bedragen 1.008 K€ (2024: 831 K€).
Er zijn geen bankgaranties.
TOELICHTING 29 - FINANCIËLE INSTRUMENTEN – RISICO’S EN REËLE WAARDE
Bij de uitoefening van de bedrijfsactiviteit wordt de Groep blootgesteld aan valuta-, rente-, krediet- en marktrisico’s.
Derivaten worden desgevallend gebruikt om het risico verbonden aan de schommelingen van wisselkoersen en rente
te verminderen.
A. Valutarisico
Operationele activiteiten
De Groep is minimaal onderhevig aan een valutarisico gezien zowel aankopen als verkopen bijna altijd in euro
gebeuren.
Financieringsactiviteiten
Op
31 december 2025 zijn er, net zoals per 31 december 2024, geen financieringsactiviteiten met een potentieel
valutarisico.
Geschatte gevoeligheid voor valutarisico
Het management is van oordeel dat gezien de hiervoor vermelde beperkte valutarisico’s, de risico’s op
s
chommelingen in de reële waarde of in de toekomstige kasstromen van financiële instrumenten met impact op het
resultaat of het eigen vermogen als gevolg van wisselkoersveranderingen, niet materieel zijn.
B. Renterisico
De vervaltermijnen van de financiële schulden en verplichtingen zijn terug te vinden in Toelichting 26 – Financiële
schulden.
De Groep heeft per 31 december 2025 geen rekening-courant saldo ten opzichte van kredietinstellingen (2024: 0 K€).
G
Geschatte gevoeligheid voor intrestschommelingen
Aangezien er in 2025 geen uitstaande leningen zijn met variabele intrestvoet, is de Groep niet onderhevig aan
gevoeligheid voor intrestschommelingen per 31 december 2025.
C. Kredietrisico
De Groep is blootgesteld aan het kredietrisico op haar klanten, wat zou kunnen leiden tot kredietverliezen.
Om het kredietrisico te beheersen, worden kredietwaardigheidsonderzoeken uitgevoerd met betrekking tot klanten
die belangrijke kredietfaciliteiten wensen en, indien deze onderzoeken negatief zijn, wordt de kredietverstrekking
geweigerd of beperkt.
Er was geen belangrijke concentratie van kredietrisico’s met één enkele tegenpartij per 31 december 2025.
Ondanks de intentie van RMG om haar kredietrisico te beperken, kan zij geconfronteerd worden met een
achteruitgang van de kredietwaardigheid van haar klanten. Dit kan een wezenlijk nadelige invloed hebben op de
activiteiten, financiële positie en/of bedrijfsresultaten van RMG.
De boekwaarde van de financiële activa stelt de maximale blootstelling aan kredietrisico van de Groep voor. De
boekwaarde wordt gerapporteerd inclusief waardeverminderingen. Een overzicht van deze boekwaarde is terug te
vinden in punt F. hierna; de waardeverminderingen worden in Toelichting 18 – Handels -en overige vorderingen
gedetailleerd.
D. Liquiditeitsrisico
De analyse van de looptijd van de financiële verplichtingen kan teruggevonden worden in Toelichting 26 – Financiële
schulden.
De Groep verwacht aan haar verplichtingen te kunnen voldoen door de verwachte operationele kasstromen en de
huidige liquide middelen. Roularta heeft einde 2025 een nettokaspositie van € 38,8 miljoen. De Groep heeft geen
kredietlijnen op korte termijn. Het liquiditeitsrisico is dus minimaal.
RMG beheert de kas- en financieringsstromen en de hieruit voortvloeiende risico’s middels een thesauriebeleid op
groepsniveau. Om de vermogensposities te optimaliseren en de daaraan gerelateerde rentelasten tot een minimum
te beperken, worden de kasstromen van de dochterondernemingen binnen de Groep waar nodig gecentraliseerd in
een cash pool.
E. Vermogensstructuur
Op 31 december 2025 was de gearing ratio (i.e. -netto financiële kaspositie/totaal eigen vermogen) -21,0% ten
opzichte van -28,4% het jaar ervoor. Gezien de nettokaspositie waarin de groep zich bevindt, is de ratio negatief. De
lagere nettokaspositie is in 2025 afkomstig van het tussentijds dividend van € 3,00 per aandeel dat op 8 augustus
2025 werd uitgekeerd en voor een kasuitstroom zorgde van € 37,2 miljoen.
Roularta Media Group tracht constant haar vermogensstructuur (combinatie van schulden en eigen vermogen) te
optimaliseren. Het belangrijkste objectief van de vermogensstructuur is de maximalisatie van de
aandeelhouderswaarde terwijl tegelijkertijd de gewenste financiële flexibiliteit blijft behouden om strategische
projecten uit te voeren. De Groep beschikt vrij over de bovenvermelde nettokaspositie en kan op deze manier steeds
ingaan op opportuniteiten in de markt. Gezien de sterk bewegende mediasector waar de Groep zich in bevindt, wordt
er heel omzichtig met schuld omgesprongen.
De Raad van Bestuur van Roularta Media Group heeft in 2019 haar akkoord gegeven om eventuele cashreserves van
de Groep te beleggen via de tussenkomst van financiële instellingen om zo toch enig rendement te behalen op deze
cash. De beleggingsstrategie die door de Raad van Bestuur werd uitgetekend, wordt gekenmerkt door volgende
principes: (i) het bewaken van een gezond evenwicht tussen liquide middelen en het bedrag aan beleggingen; (ii) het
in acht nemen van de nodige voorzichtigheid bij het intekenen op een belegging; (iii) bij voorkeur beleggen in
duurzame ondernemingen. In 2025 zijn er geen geldbeleggingen geweest en werd er ook geen cash aangehouden in
kortetermijndeposito’s (de laatste was er wel op 31 december 2024). We verwijzen hiervoor naar toelichting 21 –
Geldmiddelen en Kasequivalenten.
De vermogensstructuur van de Groep bestaat hoofdzakelijk uit kapitaal (zie detail in Toelichting 22 – Eigen
Vermogen) op het einde van 2025. Toelichting 26 toont details van de beperkte financiële schulden. Toelichting 21
toont de geldbeleggingen, liquide middelen en kasequivalenten.
De Groep is niet onderhevig aan enige extern opgelegde kapitaalverplichtingen. Het auditcomité ziet halfjaarlijks de
kapitaalstructuur van de Groep na. Als onderdeel van dit nazicht worden de kost van kapitaal en het risico van ieder
soort kapitaal (vreemd of eigen) bekeken.
F. Reële waarde
Hieronder wordt een overzicht gegeven van de boekwaardes van de financiële instrumenten die de groep gebruikt in
de geconsolideerde jaarrekening. De boekwaardes zijn een goede inschatting van de reële waarde.
2025
2024
Categorie
in duizend euro
Toelichting
volgens
Boekwaarde
Boekwaarde
IFRS 9
Vaste activa
Investeringen in financiële activa
17
RW-W&V
171
128
Leningen en waarborgen
17
GK
376
311
Vlottende activa
Handelsvorderingen en overige vorderingen
18
GK
50.142
52.718
Geldmiddelen en kasequivalenten
21
GK
51.300
70.048
Langlopende verplichtingen
Financiële schulden
26
GK
-9.368
-4.973
K Kortlopende verplichtingen
Financiële schulden
26
GK
-3.106
-2.857
Put optie op deelneming gewaardeerd volgens de
26
RW-W&V
-
-629
vermogensmutatiemethode
Handelsschulden
27
GK
-38.803
-40.975
Ontvangen vooruitbetalingen
geamortiseerde
27
GK
-39.172
-40.098
Overige schulden
27
kostprijs
verlies
GK
-5.337
-5.295
Categorie volgens IFRS 9 GK Financiële activa en financiële verplichtingen tegen
RW-W&V Financiële activa gewaardeerd aan reële waarde via winst of
Hieronder worden de belangrijkste methoden en veronderstellingen vermeld die worden gebruikt bij het schatten
-
134 - JAARVERSLAG 2025 JAARVERSLAG 2025 - 135
MEDIA WITH IMPACT
van de reële waarden van financiële instrumenten die in het overzicht zijn opgenomen.
Investeringen in financiële
activa
Zoals vermeld in Toelichting 17 heeft het management vastgesteld dat de kostprijs minus bijzondere
waardeverminderingen een juiste schatting is van de reële waarde voor de niet-beursgenoteerde
aandelenbeleggingen van de integraal geconsolideerde ondernemingen omdat er onvoldoende recentere informatie
beschikbaar is om de reële waarde te meten.
Leningen, waarborgen, handels- en overige vorderingen, handels- en overige schulden
Voor de
vorderingen en schulden met een oorspronkelijke looptijd van minder dan één jaar wordt de nominale waarde
geacht een afspiegeling te zijn van de reële waarde gezien de korte vervaltermijn. Voor de vorderingen op meer dan één
jaar werd vastgesteld dat de boekwaarde een afspiegeling is van de reële waarde.
FFinanciële schulden
De reël
e waarde van de leningen en leasingschulden is berekend op basis van de contante waarde van de verwachte
toekomstige kasstromen uit hoofde van aflossingen en rentebetalingen.
OOverige verplichtingen
Voor de kortlopende verplichtingen wordt de nominale waarde geacht een afspiegeling te zijn van de reële waarde
gezien de korte vervaltermijn. Voor de financiële derivaten is de reële waarde bepaald op basis van marktwaardering
op balansdatum.
Reële waarde hiërarchie
De investeringen in financiële activa (171 K€ per 31 december 2025 en 128 K€ op 31 december 2024) zijn
gewaardeerd aan reële waarde en betreffen niveau 3 investeringen.
De geschreven putoptie op minderheidsbelangen die gewaardeerd werd aan reële waarde, is uitgeboekt gedurende
het jaar (zie toelichting 26 – Financiële schulden).
in duizend euro
31/12/2025
N Niveau 1
Niveau 2
Niveau 3
Activa gewaardeerd aan reële waarde
Investeringen in financiële activa
171
-
-
171
in duizend euro
31/12/2024
Niveau 1
Niveau 2
Niveau 3
Activa gewaardeerd aan reële waarde
Investeringen in financiële activa
128
-
-
128
Passiva gewaardeerd aan reële waarde
Geschreven putoptie op deelneming opgenomen onder
-629
-
-
-629
vermogensmutatiemethode
De volgende hiërarchie wordt gebruikt voor het bepalen en toelichten van de reële waarde van een financieel
instrument:
• niveau 1: marktprijzen in actieve markten voor identieke activa of verplichtingen
• niveau 2: andere gegevens dan deze uit niveau 1, die observeerbaar zijn voor het actief of de verplichting, hetzij direct
(via prijzen), hetzij indirect (afgeleid van prijzen)
• niveau 3: gegevens die niet gebaseerd zijn op observeerbare marktcijfers
Tijdens het boekjaar waren er geen transfers tussen de verschillende niveaus .
TOELICHTING 30 - KASSTROMEN MET BETREKKING TOT OVERNAMES EN AFSTOTINGEN
De tabel hierna geeft een samenvatting van de nettokasstromen met betrekkingen tot overnames/aankopen
van bedrijfstakken en afstotingen/verkopen van bedrijfstakken.
in duizend euro
2025
2024
2025
2024
ACTIVA
Acquisities
Acquisities
Verkopen
Verkopen
Vaste Activa
-
-
-
213
Materiële vaste activa
-
-
-
183
Investeringen in financiële activa, leningen en
-
-
-
30
waarborgen
Vlottende Activa
-
-
-
242
Handelsvorderingen en overige vorderingen
-
-
-
-25
Voorraden
-
-
-
267
Totaal activa
-
-
-
455
PASSIVA
Acquisities
Acquisities
Verkopen
Verkopen
Langlopende verplichtingen
-
-
-
-616
Voorzieningen
-
-
-
-784
Financiële schulden
-
-
-
168
Kortlopende verplichtingen
-
-
-
2.320
Ontvangen vooruitbetalingen
-
-
-
2.249
Sociale schulden
-
-
-
71
Totaal passiva
-
-
-
1.704
Totaal overgenomen/verkocht nettoactief
-
-
-
-1.249
Overgenomen/verkocht/gedeconsolideerd
-
-
-
-1.249
nettoactief
Meer (+) / minwaarde (-) op verkoop
-
-
-
2.559
Betaalde / ontvangen overnameprijs
-
-
-
1.310
Netto kasstroom (- uitgaande; + inkomende)
-
-
-
-1.310
De term ‘Verkopen’ in de tabel kan de betekenis hebben van een verkoop, een deconsolidatie zonder verkoop van
een belang of de ontbinding van een vennootschap.
In 2025 zijn er geen overnames/aankopen van bedrijfstakken, noch afstotingen/verkopen van bedrijfstakken gebeurd.
In 2024 zijn er ook geen overnames/aankopen geweest. De bedragen in de kolom ‘Verkopen’ komen van de verkoop
van de Duitse magazines voor 1.300 K€ en de verkoop van het belang in Repropress BV (10K€).
TOELICHTING 31 - ERELONEN VAN DE COMMISSARIS EN MET HEM VERBONDEN PERSONEN
Het ereloon van de commissaris bedraagt 232 K€ (in 2024: 162 K€). De stijging is afkomstig van een uitbreiding
van de auditwerkzaamheden van de commissaris. Het ereloon van de auditor voor bijkomende
controleopdrachten bedraagt 98 K€ (in 2024: 89 K€). Deze laatste omvat ook de beperkte controle
werkzaamheden op het duurzaamheidsverslag volgens de CSRD-richtlijnen.
in duizend euro
Geassocieerde
Overige
2025
ondernemingen
verbonden
Totaal
en joint ventures
partijen
I. Activa jegens verbonden partijen
-6
16
10
Vorderingen (vlottende activa)
-6
16
10
Handelsvorderingen
-6
16
10
II. Verplichtingen jegens verbonden partijen
219
293
512
Kortlopende verplichtingen
219
293
512
Handelsschulden
219
293
512
III. Transacties tussen verbonden partijen
1.778
294
2.072
Verrichting van diensten
2.904
845
3.749
Aankoop van diensten (-)
-1.126
-551
-1.677
IIV. Vergoedingen aan het key management (Executive
2.173
Management Committee)
- waarvan kortetermijnpersoneelsbeloningen
2.173
V. Vergoedingen bestuurders voor de uitoefening van hun
423
bestuurdersmandaat
in duizend euro
Geassocieerde
Overige
2024
ondernemingen
verbonden
Totaal
en joint ventures
partijen
I. Activa jegens verbonden partijen
99
15
114
Vorderingen (vlottende activa)
99
15
114
Handelsvorderingen
99
15
114
II. Verplichtingen jegens verbonden partijen
404
92
496
Kortlopende verplichtingen
404
92
496
Handelsschulden
404
92
496
III. Transacties tussen verbonden partijen
141
-403
-262
Verrichting van diensten
2.827
262
3.089
Aankoop van diensten (-)
-2.612
-665
-3.277
Transfers m.b.t. financieringsovereenkomsten
-74
-
-74
IIV. Vergoedingen aan het key management (Executive
1.954
Management Committee)
- waarvan kortetermijnpersoneelsbeloningen
1.954
V. Vergoedingen bestuurders voor de uitoefening van hun
413
bestuurdersmandaat
De daling in de aankoop van diensten jegens geassocieerde ondernemingen en joint ventures is hoofdzakelijk te
wijten aan het wegvallen van doorrekeningen van de BV Immovlan aan de Groep na de verkoop van de aandelen in
Immovlan. We verwijzen hiervoor naar toelichting 2 – Groepsstructuur.
Zowel de verrichting als aankoop van diensten is jaar over jaar gestegen door een aantal nieuwe verbonden partijen.
Voor meer uitleg rond de vergoedingen aan het key management en de bestuurders verwijzen we naar het
‘Remuneratieverslag’ in de ‘Verklaring inzake deugdelijk bestuur’. Met betrekking tot de vergoedingen aan het key
management betreft dit in alle gevallen, met uitzondering van de heer Rik De Nolf, diensten die geleverd worden via
een managementvennootschap. Voor de heer Rik De Nolf is dit een vaste vergoeding van 100.000 euro als voorzitter
van de Raad van bestuur en een vergoeding toegekend van 187.122 euro in het kader van zijn rol als lid van het
executive committee en rol als verantwoordelijke voor de externe communicatie en de ‘investor relations’ van de
Groep. Aan geen enkel lid van het uitvoerend management en bestuurders werden opties of warrants toegekend,
noch worden er pensioenbijdragen betaald of soortgelijke vergoedingen toegekend.
De Groep heeft geen activa, verplichtingen noch transacties met haar belangrijkste aandeelhouder NV Koinon (met
uitzondering van de uitvoering van de managementovereenkomst met de NV Koinon en de betaling van de vaste
bestuurdersvergoeding aan de NV Koinon).
Activa, verplichtingen en transacties met dochterondernemingen worden in de consolidatie volledig geëlimineerd en
zijn bijgevolg niet in deze rubriek opgenomen. Activa, verplichtingen en transacties met geassocieerde
ondernemingen en joint ventures worden in de consolidatie niet geëlimineerd, behalve up-en downstream
transacties met deze ondernemingen die dan wel geëlimineerd worden.
De lijst met dochterondernemingen, joint ventures en geassocieerde ondernemingen is te vinden in Toelichting 2.
De overige verbonden partijen zijn ondernemingen die door het Executive Management Committee van de Groep en
hun nauwe verwanten worden gecontroleerd, of waarin deze personen een significante invloed hebben. Er zijn geen
zekerheden verbonden aan de activa en verplichtingen jegens de verbonden partijen. Er werden geen
waardeverminderingen geboekt in 2025, noch in 2024.
We verwijzen verder naar de verklaring inzake deugdelijk bestuur eerder in dit jaarverslag.
Alle vorderingen en schulden betreffen kortetermijnvorderingen en -schulden die op de vervaldag worden voldaan.
Alle transacties betreffen gewone commerciële handelingen. Bij verkopen door de Groep aan deze verbonden
partijen wordt de gebruikelijke tarifering toegepast, zoals deze geldt ten aanzien van derden. Bij aankopen wordt de
gebruikelijke procedure toegepast wat betreft selectie van de leverancier en toegepaste prijzen.
TOELICHTING 33 - BELANGRIJKE GEBEURTENISSEN NA BALANSDATUM
Er hebben zich geen belangrijke gebeurtenissen na balansdatum voorgedaan die de resultaten en de financiële positie
van de onderneming op belangrijke wijze beïnvloeden.
72(/,&+7,1* ,1)250$7,(9(56&+$)),1* 29(5 9(5%21'(1 3$57,-(1
136 - JAARVERSLAG 2025 JAARVERSLAG 2025 - 137
MEDIA WITH IMPACT
6WDWXWDLUHMDDUUHNHQLQJ
VVERKORTE STATUTAIRE JAARREKENING
De volgende pagina’s zijn uittreksels uit de statutaire
jaarrekening van NV Roularta Media Group,
opgesteld overeenkomstig de Belgische
boekhoudkundige regels.
De waarderingsregels gebruikt voor de statutaire
jaarrekening verschillen aanzienlijk van de
waarderingsregels gebruikt voor de geconsolideerde
jaarrekening: de statutaire jaarrekening wordt
opgemaakt conform de Belgische wettelijke
bepalingen, terwijl de geconsolideerde jaarrekening
conform de IFRS Accounting Standards wordt
opgemaakt.
Alleen de geconsolideerde jaarrekening vervat in de
voorafgaande pagina’s geeft een getrouw beeld van
de financiële situatie en de prestaties van de groep in
zijn geheel.
Het verslag van de raad van bestuur in verband met
de statutaire jaarrekening aan de algemene
vergadering van aandeelhouders zal samen met de
jaarrekening van NV Roularta Media Group en het
verslag van de commissaris worden neergelegd bij de
Nationale Bank van België binnen de wettelijk
bepaalde termijn.
Deze documenten zijn op aanvraag verkrijgbaar bij de
afdeling Investor Relations van de vennootschap en
zijn beschikbaar op www.roularta.com.
De commissaris heeft een goedkeurende verklaring
zonder voorbehoud gegeven met betrekking tot de
statutaire jaarrekening van NV Roularta Media
Group.
UITTREKSEL UIT HET JAARVERSLAG VAN
DE RAAD VAN BESTUUR
De jaarrekening zoals ze zal worden voorgelegd aan de
algemene vergadering van aandeelhouders van 19 mei
2026, werd door de raad van bestuur van 3 april 2026
goedgekeurd.
RResultaatbestemming
De te bestemmen winst van het boekjaar 2025
bedraagt 13.354.070 € tegenover een te bestemmen
winst van 5.513.837 € voor het boekjaar 2024.
Rekening houdend met de overgedragen winst van
het vorige boekjaar van 56.602 € bedraagt het te
bestemmen winstsaldo voor het boekjaar 2025
13.410.671 €.
De raad van bestuur stelt aan de algemene
vergadering voor om over het jaar 2025 geen
brutodividend uit te keren.
Resultaatverwerking
W
ij stellen u voor aan het resultaat de volgende
bestemming te geven:
A. Te bestemmen winstsaldo 13.410.671
Bestaande uit:
• te bestemmen winst
van het boekjaar 13.354.070
• overgedragen winst van
het vorige boekjaar 56.601
B. Onttrekking aan het eigen vermogen
• aan de reserves 37.172.178
C. Toevoeging aan het eigen vermogen
• aan de wettelijke reserve -
• aan de overige reserves 13.400.000
D. Over te dragen resultaat 10.671
E. Uit te keren winst
• Vergoeding van het kapitaal (*) 37.172.178
(*) tussentijds dividend uitgekeerd op 8 augustus 2025
VERKORTE STATUTAIRE RESULTATENREKENING
in duizend euro 2025
22024
Verkorte statutaire resultatenrekening
Bedrijfsopbrengsten
273.614
284.769
Bedrijfskosten
-270.709 -282.344
BBedrijfswinst/Bedrijfsverlies
2.905
2.424
Financiële opbrengsten
8.005
9.617
Financiële kosten
972
-6.036
WWinst (verlies) van het boekjaar vóór belasting
11.882
6.005
Belastingen op het resultaat
1.472
-492
Winst (verlies) van het boekjaar 13.354
5.514
Te bestemmen winst (verlies) van het boekjaar 13.354
5.514
in duizend euro 2025
2024
Resultaatverwerking
Te bestemmen winst (verlies)
13.411
5.538
Te bestemmen winst (verlies) van het boekjaar
13.354
5.514
Overgedragen winst (verlies) van het vorige boekjaar
57
24
Onttrekking aan het eigen vermogen
37.172
-
Aan de reserves
37.172
-
Toevoegingen aan het eigen vermogen
-13.400 -5.482
Aan de wettelijke reserve
-482
Aan de overige reserves
13.400
5.000
OOver te dragen resultaat
-11 -57
Over te dragen winst (verlies)
11 57
UUit te keren winst
-37.172 -
Vergoeding van het kapitaal
37.172 -
VERKORTE STATUTAIRE BALANS NA WINSTVERDELING
in duizend euro 2025
2024
ACTIVA
Vaste activa 148.231
155.445
Immateriële vaste activa
19.798
25.946
Materiële vaste activa
43.362
43.246
Financiële vaste activa
85.071
86.253
Vlottende activa 119.465
140.895
Voorraden en bestellingen in uitvoering
6.557
8.133
Vorderingen op ten hoogste één jaar
45.490
45.064
Geldbeleggingen
18.257
42.684
Liquide middelen
43.830
39.980
Overlopende rekeningen
5.331
5.034
Totaal der activa 267.696
296.340
in duizend euro 2025
2024
PASSIVA
Eigen vermogen 184.345
208.163
Kapitaal
84.816
84.816
Uitgiftepremies
2.684
2.684
Wettelijke reserve
8.482
8.482
Onbeschikbare reserves
18.257
17.568
Belastingvrije reserves
1.207
1.207
Beschikbare reserves
68.889
93.350
Overgedragen winst (verlies)
11
57
Voorzieningen en uitgestelde belastingen 4.495
5.739
Schulden 78.856
82.439
Schulden op ten hoogste één jaar
72.466
75.559
Overlopende rekeningen
6.390
6.880
Totaal der passiva 267.696
296.340
138 - JAARVERSLAG 2025 JAARVERSLAG 2025 - 139
MEDIA WITH IMPACT
VERSLAG VAN
DE COMMISSARIS
VERSLAG VAN DE COMMISSARIS
OVER DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
VAN ROULARTA MEDIA GROUP NV
OVER HET BOEKJAAR AFGESLOTEN OP 31 DECEMBER 2025
Besloten vennootschap
Société à responsabilité limitée
RPR Brussel - RPM Bruxelles - BTW-TVA BE0446.334.711-IBAN N° BE71 2100 9059 0069
*handelend in naam van een vennootschap:/agissant au nom d'une société
A member firm of Ernst & Young Global Limited
EY Bedrijfsrevisoren
EY Réviseurs d’Entreprises
Pauline van Pottelsberghelaan 12
B - 9051 Gent
Tel: +32 (0) 9 242 51 11
ey.com
Verslag van de commissaris aan de algemene vergadering van Roularta Media Group
NV over het boekjaar afgesloten op 31 december 2025
In het kader van de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening van Roularta Media Group NV (de
“Vennootschap”) en haar dochterondernemingen (samen “de Groep”), brengen wij u verslag uit in het kader van
ons mandaat van commissaris. Dit verslag omvat ons oordeel over de geconsolideerde staat van de financiële
positie op 31 december 2025, de geconsolideerde winst-en verliesrekening, het geconsolideerde overzicht van
gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten, de geconsolideerde balans, het geconsolideerde kasstroomoverzicht
en het geconsolideerde mutatieoverzicht van het eigen vermogen van het boekjaar afgesloten op 31 december
2025 en over de toelichting, met informatie van materieel belang over de gehanteerde grondslagen voor financiële
verslaggeving (alle stukken gezamenlijk de “Geconsolideerde Jaarrekening”) en omvat tevens ons verslag
betreffende overige door wet- en regelgeving gestelde eisen. Deze verslagen zijn één en ondeelbaar.
Wij werden als commissaris benoemd door de algemene vergadering op 21 mei 2024, overeenkomstig het voorstel
van het bestuursorgaan uitgebracht op aanbeveling van het auditcomité en op voordracht van de
ondernemingsraad. Ons mandaat loopt af op de datum van de algemene vergadering die zal beraadslagen over de
Geconsolideerde Jaarrekening afgesloten op 31 december 2026. We hebben de wettelijke controle van de
Geconsolideerde Jaarrekening van de Groep uitgevoerd gedurende 2 opeenvolgende boekjaren.
Verslag over de controle van de Geconsolideerde Jaarrekening
Oordeel zonder voorbehoud
Wij hebben de wettelijke controle uitgevoerd van de
Geconsolideerde Jaarrekening van Roularta Media
Group NV, die de geconsolideerde staat van de
financiële positie op 31 december 2025 omvat, alsook
de geconsolideerde winst- en verliesrekening, het
geconsolideerde overzicht van gerealiseerde en niet-
gerealiseerde resultaten, de geconsolideerde balans,
het geconsolideerde kasstroomoverzicht en het
geconsolideerde mutatieoverzicht van het eigen
vermogen over het boekjaar afgesloten op die datum
en de toelichting met inbegrip van de materieel belang
zijnde gehanteerde grondslagen voor financiële
verslaggeving, met een geconsolideerd balanstotaal
van € 319.323 duizend en waarvan de geconsolideerde
resultatenrekening afsluit met een winst van het
boekjaar van € 4.876 duizend.
Naar ons oordeel geeft de Geconsolideerde
Jaarrekening een getrouw beeld van het
geconsolideerde eigen vermogen en van de
geconsolideerde financiële positie van de Groep op 31
december 2025, alsook van de geconsolideerde
resultaten en de geconsolideerde kasstromen voor het
boekjaar dat op die datum is afgesloten, in
overeenstemming met de International Financial
Reporting Standards (“IFRS”) zoals goedgekeurd door
de Europese Unie en met de in België van toepassing
zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften.
Basis voor ons oordeel zonder voorbehoud
We hebben onze controle uitgevoerd in
overeenstemming met de International Standards on
Auditing (“ISA’s”) die van toepassing zijn in België. Wij
hebben bovendien de door International Auditing and
Assurance Standards Board (“IAASB”) goedgekeurde
ISA’s toegepast die van toepassing zijn op huidige
afsluitingsdatum en nog niet goedgekeurd zijn op
nationaal niveau. Onze verantwoordelijkheden uit
hoofde van die standaarden zijn nader beschreven in
het gedeelte “Onze verantwoordelijkheden voor de
controle van de Geconsolideerde Jaarrekening” van ons
verslag.
Wij hebben alle deontologische vereisten die relevant
zijn voor de controle van de Geconsolideerde
Jaarrekening in België nageleefd, met inbegrip van deze
met betrekking tot de onafhankelijkheid.
Wij hebben van het bestuursorgaan en van de
aangestelden van de Vennootschap de voor onze
controle vereiste ophelderingen en inlichtingen
verkregen.
Wij zijn van mening dat de door ons verkregen
controle-informatie voldoende en geschikt is als basis
voor ons oordeel.
Verslag van de commissaris van 13 april 2026 over
de Geconsolideerde Jaarrekening van Roularta Media Group NV
over het boekjaar afgesloten op 31 december 2025 (vervolg)
Kernpunten van de controle
De kernpunten van onze controle betreffen die
aangelegenheden die volgens ons professioneel
oordeel het meest significant waren bij onze controle
van de Geconsolideerde Jaarrekening van de huidige
verslagperiode.
Deze aangelegenheden werden behandeld in de
context van onze controle van de Geconsolideerde
Jaarrekening als een geheel en bij het vormen van ons
oordeel hieromtrent en derhalve formuleren wij geen
afzonderlijk oordeel over deze aangelegenheden.
Waardering van immateriële vaste activa met een
beperkte gebruiksduur
Beschrijving van het kernpunt
Zoals uiteengezet in Toelichting 14, 'Immateriële activa',
heeft de Groep op 31 december 2025 merken ten
belope van € 56.762 duizend, of 17,8% van de totale
activa van de Groep, waarvoor de Groep op
overnamedatum de verwachte gebruiksduur heeft
bepaald op basis van veronderstellingen, die worden
beïnvloed door verwachte toekomstige markt- of
economische omstandigheden. Per
31 december 2025 werden indicatoren voor
waardeverminderingen vastgesteld en werd een
toetsing op waardeverminderingen van merken
uitgevoerd.
Deze toetsing werd uitgevoerd voor elke
kasstroomgenererende eenheid of “CGU” (kleinste
groep van activa die grotendeels onafhankelijke
kasstromen genereren). Op 31 december 2025 werd
een waardevermindering van € 2.835 duizend geboekt.
De Groep bepaalde de realiseerbare waarde van
een CGU op basis van de gebruikswaarde,
berekend met behulp van een verdisconteerde
kasstroommethode of “DCF”. Deze
waarderingsmethode is complex en vereist een
aanzienlijk oordeel bij het schatten van
kasstroomprognoses die worden beïnvloed door
de verwachtingen van het management omtrent
toekomstige prestaties en omzetgroei, marge-
evolutie, de disconteringsvoet en de groeivoet op
lange termijn na de projectieperiode.
Ingevolge de aanwezigheid van belangrijke
veronderstellingen, de complexiteit van de
waarderingsmethodologie, inherente onzekerheid
met betrekking tot prognoses en
veronderstellingen die worden beïnvloed door
economische omstandigheden, beschouwen wij
deze beoordeling als een kernpunt van onze
controle.
Samenvatting van de uitgevoerde procedures
•We hebben inzicht verkregen in de
waarderingsregels en in de procedures die de
Groep hanteert ter identificatie van aanwijzingen
voor waardevermindering en in de
boekhoudkundige schattingen van de
gebruiksduur van immateriële activa;
•Omwille van de lager dan verwachte rentabiliteit,
werden er aanwijzingen voor waardevermindering
van de immateriële vaste activa, uitgezonderd
goodwill, vastgesteld van bepaalde CGU’s. De
door de Groep uitgevoerde waardering, om de
gebruikswaarde van deze activa te bepalen en
eventuele waardevermindering te identificeren,
werd door ons kritisch beoordeeld;
•Onze interne waarderingsspecialisten hebben het
waarderingsmodel en de significante
veronderstellingen die in het waarderingsmodel
worden gebruikt, de methodologie en de
rekenkundige juistheid geanalyseerd en getest
door ondermeer kritische bevraging van het
management aangaande omzetgroei, verwachte
marge-evoluties en disconteringsvoet;
•We analyseerden en testten de sensitiviteit van de
belangrijkste veronderstellingen
(disconteringsvoet evenals de lange termijn
groeivoet en geraamde kasstromen) en de
toelichting ervan;
•We verifieerden dat de geboekte
waardevermindering in overeenstemming is met
de door het management berekende realiseerbare
waarde;
•De boekhoudkundige schattingen door het
management van de resterende gebruiksduur van
de immateriële activa, goodwill uitgezonderd,
evenals hun analyse om de afschrijvingsduur van
deze activa eventueel te herzien, werd door ons
beoordeeld;
•We beoordeelden de gepastheid van de
toelichting aangaande immateriële vaste activa,
goodwill uitgezonderd, in overeenstemming met
IAS 38.
140 - JAARVERSLAG 2025 JAARVERSLAG 2025 - 141
MEDIA WITH IMPACT
Verslag van de commissaris van 13 april 2026 over
de Geconsolideerde Jaarrekening van Roularta Media Group NV
over het boekjaar afgesloten op 31 december 2025 (vervolg)
Waardering van goodwill
Beschrijving van het kernpunt
Zoals uiteengezet in Toelichting 13, bedraagt de
goodwill op 31 december 2025 € 5.738 duizend, ofwel
1,8% van de totale activa. De Groep heeft de
waardevermindering voor elke kasstroom genererende
eenheid of ‘CGU’ (kleinste groep van activa die
grotendeels onafhankelijke kasstromen genereren)
beoordeeld. Op 31 december 2025 werd een
waardevermindering van € 2.237 duizend geboekt.
De Groep bepaalde de realiseerbare waarde van een
CGU op basis van de gebruikswaarde, berekend met
behulp van een verdisconteerde kasstroom methode of
“DCF”. Deze waarderingsmethode is complex en vereist
een aanzienlijk oordeel bij het schatten van
kasstroomprognoses die worden beïnvloed door de
verwachtingen van het management omtrent
toekomstige prestaties en omzetgroei, marge-evolutie,
de disconteringsvoet en de groeivoet op lange termijn
na de projectieperiode.
Vanwege de aanwezigheid van belangrijke
veronderstellingen, de complexiteit van de
waarderingsmethodologie, inherente onzekerheid met
betrekking tot prognoses en veronderstellingen die
worden beïnvloed door economische omstandigheden,
beschouwen wij deze beoordeling als een kernpunt van
onze controle.
Samenvatting van de uitgevoerde procedures
•Onze interne waarderingsspecialisten hebben het
waarderingsmodel en de significante
veronderstellingen die in het waarderingsmodel
worden gebruikt, de methodologie en de
rekenkundige juistheid geanalyseerd en getest;
•We beoordeelden kritisch de belangrijkste
veronderstellingen van omzetgroei, verwachte
marge-evolutie, de disconteringsvoet en de
groeivoet op lange termijn na de projectieperiode
door te vergelijken met de verwachtingen in het
media marktlandschap;
•Wij hebben kritische vragen gesteld aan het
management dat betrokken is bij de voorbereiding
van het 5-jarenplan, onderliggend aan het
waarderingsmodel;
•We analyseerden en testten de
sensitiviteitsanalyse die het management heeft
opgesteld om de impact te begrijpen van redelijke
veranderingen in de belangrijkste
veronderstellingen op de beschikbare
economische ruimte (‘headroom’) voor de CGU en
gingen na of er aanwijzingen waren op enige
vooringenomenheid vanwege het management bij
de bepaling van deze veronderstellingen;
•We verifieerden dat de geboekte
waardevermindering in overeenstemming is met
de door het management berekende realiseerbare
waarde;
•We evalueerden bijkomende aanwijzingen voor
waardevermindering door de notulen van de
bestuursorgaanvergaderingen door te nemen en
regelmatige gesprekken te voeren met het
management en het auditcomité;
•We beoordeelden de gepastheid van de
toelichting aangaande goodwill in de
Geconsolideerde Jaarrekening.
Verantwoordelijkheden van het bestuursorgaan
voor het opstellen van de Geconsolideerde
Jaarrekening
Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het
opstellen van de Geconsolideerde Jaarrekening die een
getrouw beeld geeft in overeenstemming met de IFRS
Accounting Standards en met de in België van
toepassing zijnde wettelijke en reglementaire
voorschriften, alsook voor een systeem van interne
beheersing die het bestuursorgaan noodzakelijk acht
voor het opstellen van de Geconsolideerde
Jaarrekening die geen afwijking van materieel belang
bevat die het gevolg is van fraude of van fouten.
In het kader van de opstelling van de Geconsolideerde
Jaarrekening is het bestuursorgaan verantwoordelijk
voor het inschatten van de mogelijkheid van de
Vennootschap om haar continuïteit te handhaven, het
toelichten, indien van toepassing, van
aangelegenheden die met continuïteit verband houden
en het gebruiken van de continuïteitsveronderstelling
tenzij het bestuursorgaan het voornemen heeft om de
Vennootschap te vereffenen of om de
bedrijfsactiviteiten stop te zetten of geen realistisch
alternatief heeft dan dit te doen.
Onze verantwoordelijkheden voor de controle
over de Geconsolideerde Jaarrekening
Onze doelstellingen zijn het verkrijgen van een redelijke
mate van zekerheid over de vraag of de
Geconsolideerde Jaarrekening als geheel geen afwijking
van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude
of van fouten en het uitbrengen van een
commissarisverslag waarin ons oordeel is opgenomen.
Verslag van de commissaris van 13 april 2026 over
de Geconsolideerde Jaarrekening van Roularta Media Group NV
over het boekjaar afgesloten op 31 december 2025 (vervolg)
Een redelijke mate van zekerheid is een hoog niveau
van zekerheid, maar is geen garantie dat een controle
die overeenkomstig de ISA’s is uitgevoerd altijd een
afwijking van materieel belang ontdekt wanneer die
bestaat. Afwijkingen kunnen zich voordoen als gevolg
van fraude of fouten en worden als van materieel
belang beschouwd indien redelijkerwijs kan worden
verwacht dat zij, individueel of gezamenlijk, de
economische beslissingen genomen door gebruikers op
basis van de Geconsolideerde Jaarrekening,
beïnvloeden.
Bij de uitvoering van onze controle leven wij het
wettelijk, reglementair en normatief kader dat van
toepassing is op de controle van de Geconsolideerde
Jaarrekening in België na. De wettelijke controle biedt
geen zekerheid omtrent de toekomstige
levensvatbaarheid van de Vennootschap en van de
Groep, noch omtrent de efficiëntie of de
doeltreffendheid waarmee het bestuursorgaan de
bedrijfsvoering van de Vennootschap en van de Groep
ter hand heeft genomen of zal nemen. Onze
verantwoordelijkheden inzake de door het
bestuursorgaan gehanteerde
continuïteitsveronderstelling staan hieronder
beschreven.
Als deel van een controle uitgevoerd overeenkomstig
de ISA’s, passen wij professionele oordeelsvorming toe
en handhaven wij een professioneel-kritische instelling
gedurende de controle.
We voeren tevens de volgende werkzaamheden uit:
•het identificeren en inschatten van de risico’s dat
de Geconsolideerde Jaarrekening een afwijking van
materieel belang bevat die het gevolg is van fraude
of fouten, het bepalen en uitvoeren van
controlewerkzaamheden die op deze risico’s
inspelen en het verkrijgen van controle-informatie
die voldoende en geschikt is als basis voor ons
oordeel. Het risico van het niet detecteren van een
van materieel belang zijnde afwijking is groter
indien die afwijking het gevolg is van fraude dan
indien zij het gevolg is van fouten, omdat bij fraude
sprake kan zijn van samenspanning, valsheid in
geschrifte, het opzettelijk nalaten om transacties
vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen
van zaken of het doorbreken van het systeem van
interne beheersing;
•het verkrijgen van inzicht in het systeem van
interne beheersing dat relevant is voor de
controle, met als doel controlewerkzaamheden op
te zetten die in de gegeven omstandigheden
geschikt zijn maar die niet zijn gericht op het geven
van een oordeel over de effectiviteit van het
systeem van interne beheersing van de
Vennootschap en van de Groep;
•het evalueren van de geschiktheid van de
gehanteerde grondslagen voor financiële
verslaggeving en het evalueren van de redelijkheid
van de door het bestuursorgaan gemaakte
schattingen en van de daarop betrekking
hebbende toelichtingen;
•het concluderen van de aanvaardbaarheid van de
door het bestuursorgaan gehanteerde
continuïteitsveronderstelling, en op basis van de
verkregen controle-informatie, concluderen of er
een onzekerheid van materieel belang bestaat met
betrekking tot gebeurtenissen of omstandigheden
die significante twijfel kunnen doen ontstaan over
de mogelijkheid van de Vennootschap en de Groep
om de continuïteit te handhaven. Als we besluiten
dat er sprake is van een onzekerheid van materieel
belang, zijn wij ertoe gehouden om de aandacht in
ons commissarisverslag te vestigen op de daarop
betrekking hebbende toelichtingen in de
Geconsolideerde Jaarrekening of, indien deze
toelichtingen inadequaat zijn, om ons oordeel aan
te passen. Onze conclusies zijn gebaseerd op de
controle-informatie die verkregen is tot op de
datum van ons commissarisverslag. Toekomstige
gebeurtenissen of omstandigheden kunnen er
Verslag van de commissaris van 13 april 2026 over
de Geconsolideerde Jaarrekening van Roularta Media Group NV
over het boekjaar afgesloten op 31 december 2025 (vervolg)
echter toe leiden dat de continuïteit van de
Vennootschap of van de Groep niet langer
gehandhaafd kan worden;
•het evalueren van de algehele presentatie,
structuur en inhoud van de Geconsolideerde
Jaarrekening, en of deze Geconsolideerde
Jaarrekening de onderliggende transacties en
gebeurtenissen weergeeft op een wijze die leidt tot
een getrouw beeld.
Wij communiceren met het auditcomité binnen het
bestuursorgaan, onder andere over de geplande
reikwijdte en timing van de controle en over de
significante controlebevindingen, waaronder eventuele
significante tekortkomingen in de interne beheersing
die we identificeren gedurende onze controle.
Omdat we de eindverantwoordelijkheid voor ons
oordeel dragen, zijn we ook verantwoordelijk voor het
organiseren, het toezicht en het uitvoeren van de
controle van de dochterondernemingen van de Groep.
In die zin hebben wij de aard en omvang van de
controleprocedures voor deze entiteiten van de Groep
bepaald.
We verstrekken aan het auditcomité binnen het
bestuursorgaan een verklaring dat we de relevante
deontologische vereisten inzake onafhankelijkheid
naleven en we melden hierin alle relaties en andere
aangelegenheden die redelijkerwijs onze
onafhankelijkheid zouden kunnen beïnvloeden, alsook,
voor zover van toepassing, de bijbehorende
maatregelen die we getroffen hebben om onze
onafhankelijkheid te waarborgen.
Aan de hand van de aangelegenheden die met het
auditcomité binnen het bestuursorgaan besproken
worden, bepalen we de aangelegenheden die het
meest significant waren bij de controle van de
Geconsolideerde Jaarrekening over de huidige periode
en die daarom de kernpunten van onze controle
uitmaken. We beschrijven deze aangelegenheden in
ons verslag, tenzij het openbaar maken van deze
aangelegenheden is verboden door wet- of regelgeving.
Verslag betreffende de overige door wet- en regelgeving gestelde eisen
Verantwoordelijkheden van het bestuursorgaan
Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het
opstellen en de inhoud van het jaarverslag over de
Geconsolideerde Jaarrekening en de andere informatie
opgenomen in het jaarrapport.
Verantwoordelijkheden van de commissaris
In het kader van ons mandaat en overeenkomstig de
Belgische bijkomende norm (Herzien) bij de in België
van toepassing zijnde ISA’s, is het onze
verantwoordelijkheid om, in alle van materieel belang
zijnde opzichten, het jaarverslag over de
Geconsolideerde Jaarrekening, de andere informatie
opgenomen in het jaarrapport te verifiëren, alsook
verslag over deze aangelegenheden uit te brengen.
Aspecten betreffende het jaarverslag over de
Geconsolideerde Jaarrekening en andere
informatie opgenomen in het jaarrapport
Het jaarverslag over de Geconsolideerde Jaarrekening
bevat de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie
die het voorwerp uitmaakt van ons afzonderlijk verslag
over de beoordeling met een beperkte mate van
zekerheid hiervan. Deze sectie betreft niet de
assurance over de geconsolideerde duurzaamheids-
informatie opgenomen in het jaarverslag.
Naar ons oordeel, na het uitvoeren van specifieke
werkzaamheden op het jaarverslag over de
Geconsolideerde Jaarrekening, stemt dit jaarverslag
over de Geconsolideerde Jaarrekening overeen met de
Geconsolideerde Jaarrekening voor hetzelfde boekjaar,
enerzijds, en is dit jaarverslag over de Geconsolideerde
Jaarrekening opgesteld overeenkomstig artikel 3:32 van
het Wetboek van vennootschappen en verenigingen,
anderzijds.
Verslag van de commissaris van 13 april 2026 over
de Geconsolideerde Jaarrekening van Roularta Media Group NV
over het boekjaar afgesloten op 31 december 2025 (vervolg)
In de context van onze controle van de
Geconsolideerde Jaarrekening zijn wij tevens
verantwoordelijk voor het overwegen, op basis van de
kennis verkregen in de controle, of het jaarverslag over
de Geconsolideerde Jaarrekening en de andere
informatie opgenomen in het jaarrapport, zijnde:
• jaarverslag Raad van Bestuur
• verklaring inzake deugdelijk bestuur
een afwijking van materieel belang bevatten, hetzij
informatie die onjuist vermeld is of anderszins
misleidend is. In het licht van de werkzaamheden die
wij hebben uitgevoerd, hebben wij geen afwijking van
materieel belang te melden.
Vermeldingen betreffende de onafhankelijkheid
Ons bedrijfsrevisorenkantoor en ons netwerk hebben
geen opdrachten verricht die onverenigbaar zijn met de
wettelijke controle van de Geconsolideerde
Jaarrekening en zijn in de loop van ons mandaat
onafhankelijk gebleven tegenover de Vennootschap.
De honoraria voor de bijkomende opdrachten die
verenigbaar zijn met de wettelijke controle van de
Geconsolideerde Jaarrekening bedoeld in artikel 3:65
van het Wetboek van vennootschappen en
verenigingen werden correct vermeld en uitgesplitst in
de toelichting bij de Geconsolideerde Jaarrekening.
Europees uniform elektronisch formaat (“ESEF”)
Wij hebben, overeenkomstig de norm inzake de
controle van de overeenstemming van de financiële
overzichten met het Europees uniform elektronisch
formaat (hierna “ESEF”), de controle uitgevoerd van de
overeenstemming van het ESEF-formaat met de
technische reguleringsnormen vastgelegd door de
Europese Gedelegeerde Verordening nr. 2019/815 van
17 december 2018 (hierna: “Gedelegeerde
Verordening”).
Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het
opstellen, in overeenstemming met de ESEF-vereisten,
van de geconsolideerde financiële overzichten in de
vorm van een elektronisch bestand in ESEF-formaat
(hierna “de digitale geconsolideerde financiële
overzichten”) opgenomen in het jaarlijks financieel
verslag beschikbaar op het portaal van de FSMA
(https://www.fsma.be/nl/stori).
Het is onze verantwoordelijkheid voldoende en
geschikte onderbouwende informatie te verkrijgen om
te concluderen dat het formaat en de markeertaal van
de digitale geconsolideerde financiële overzichten in
alle van materieel belang zijnde opzichten voldoen aan
de ESEF-vereisten krachtens de Gedelegeerde
Verordening.
Op basis van de door ons uitgevoerde werkzaamheden
zijn wij van oordeel dat het formaat en de markering
van informatie in de digitale geconsolideerde financiële
overzichten van Roularta Media Group NV per
31 december 2025 opgenomen in het jaarlijks
financieel verslag beschikbaar op het portaal van de
FSMA (https://www.fsma.be/nl/stori) in alle van
materieel belang zijnde opzichten in overeenstemming
zijn met de ESEF-vereisten krachtens de Gedelegeerde
Verordening.
Andere vermeldingen
• Huidig verslag is consistent met onze aanvullende
verklaring aan het auditcomité bedoeld in artikel
11 van de verordening (EU) nr. 537/2014.
Gent, 13 april 2026
EY Bedrijfsrevisoren BV
Commissaris
Vertegenwoordigd door
Line Vyvey *
Partner
* Handelend in naam van een BV
26LV0022
ROULARTA
MEDIA GROUP
DUURZAAMHEIDSVERSLAG 2024
Duurzaamheidsverslag 2025
INHOUD
VOORWOORD......................................................................................................................... 146
1 SDG’s ................................................................................................................................... 150
2. TARGETS EN KPI’S (SDG EN CSRD)
OVERZICHT EN RESULTATEN ............................................................................................ 152
3. RESULTATEN TARGETS EN KPI’S 2025: ........................................................................... 156
4. CSRD (CORPORATE SUSTAINABILITY
REPORTING DIRECTIVE) ................................................................................................... 199
5. E = ENVIRONMENTAL ........................................................................................................ 212
6. S = SOCIAL ......................................................................................................................... 258
7. WAARDEKETEN ................................................................................................................ 294
BESLUIT ................................................................................................................................. 304
ANNEX I TOPICS / SUBTOPICS / SUBSUBTOPICS ............................................................... 305
ANNEX II REFERENTIE TABEL .............................................................................................. 308
ANNEX III LIJST VAN DATAPUNTEN IN
DWARSDOORSNIJDENDE EN THEMATISCHE STANDAARDEN
DIE VOORTKOMEN UIT ANDERE EU-WETGEVING............................................................... 311
ANNEX IV CAPEX ................................................................................................................... 316
ANNEX V OPEX ...................................................................................................................... 320
ANNEX VI TURNOVER ........................................................................................................... 324
ANNEX VII DEFINITIES KPI’S EU TAXONOMIE ................................................................... 328
ANNEX VIII GEVALIDEERDE PARTNERTEKSTEN HOOFDSTUK 7 ........................................ 330
CSRD VERSLAG 2025 - 145
MEDIA WITH IMPACT
144 - CSRD VERSLAG 2025
VOORWOORD
Duurzaamheid maakt al decennialang deel uit van het DNA van Roularta Media Group.
Veel langer dan het vandaag een verplichting of een buzzword werd, investeerden we
doelbewust in projecten die onze ecologische voetafdruk beperken, onze medewerkers
ondersteunen, en onze rol als maatschappelijk verankerde onderneming versterken.
Dat brede, integrale duurzaamheidsdenken — van energie-efficiëntie en innovatie tot
kwaliteit, ethiek en lokale verankering — blijft ook vandaag de leidraad voor onze
beslissingen.
In 2025 trokken we die lijn resoluut door. We gingen opnieuw voor continuous improve-
ment: telkens beter, transparanter en ambitieuzer. Niet omdat het moet, maar omdat
we geloven dat duurzame vooruitgang ons sterker maakt als bedrijf, als werkgever en
als partner voor onze stakeholders. Duurzaam ondernemen is voor ons geen apart
traject, wel een dagelijkse manier van werken.
De rapporteringsverplichtingen binnen het Europese kader, waaronder de Corporate
Sustainability Reporting Directive (CSRD), helpen ons om die inspanningen gestruc-
tureerd in kaart te brengen. Ze maken zichtbaar waar we vandaag staan en waar
we verder kunnen groeien. We benutten deze rapportering dan ook als een kans: een
instrument om onze voortgang nauwgezet te monitoren en onze ambities helder te
formuleren.
In onze aanpak laten we ons bovendien leiden door de Sustainable Development Goals
(SDG’s) van de Verenigde Naties. Door onze initiatieven te koppelen aan deze inter-
nationale doelstellingen, blijven we scherp op wat écht impact heeft. Zo zetten we in
2025 onder andere verdere stappen op het vlak van kwaliteitsvolle productie, goed
bestuur en economische groei (SDG 8), verantwoord ondernemen en consumptie (SDG
12) en klimaatinitiatieven (SDG 13). Elk van deze domeinen vormt een bouwsteen voor
de duurzame toekomst die we samen willen realiseren.
We blijven ons voortdurend afvragen: hoe kunnen we het nóg beter doen? Dat is de
mentaliteit die Roularta Media Group al jarenlang vooruit helpt, en die we ook de
komende jaren vasthouden.
Veel leesplezier!
Xavier Bouckaert
CEO Roularta Media Group
CSRD VERSLAG 2025 - 147
MEDIA WITH IMPACT
146 - CSRD VERSLAG 2025
Roularta Media Group publiceerde voor het eerst in 2006 een
duurzaamheidsverslag. Dit onderstreept dat duurzaamheid al lange tijd
een expliciet strategisch thema is binnen het mediabedrijf.
In 2021 werd het duurzaamheidstraject verder versterkt, toen de SDG’s van de
Verenigde Naties het vertrekpunt van concrete duurzaamheidsinitiatieven werden.
De focus op vier SDG’s vormt sindsdien de basis van een duidelijke strategie en van
initiatieven die verder in dit rapport worden toegelicht.
IN HET KORT
1.DE SDG’S
Duurzame ontwikkeling is sinds 2006
expliciet ingebed in de strategie, de bedrijfs-
voering en de cultuur van Roularta Media
Group. Het verenigen van ambities als
ondernemerschap, creativiteit en innova-
tie met kernwaarden als toekomstgericht,
doordacht en respect staat daarbij centraal.
Reeds in 2006 verscheen een eerste duur-
zaamheidsverslag als startpunt van een
meer systematische rapportering.
In 2021 concretiseerde Roularta Media Group
haar duurzaamheidstraject verder met de
keuze voor een SDG-aanpak, een logische
stap die aansluit bij de slotzin van haar mis-
sie: “Roularta Media Group wil een duurzame
meerwaarde scheppen voor al haar stake-
holders en voor de hele samenleving”.
Duurzaamheid is hiermee verankerd in de
waarden van Roularta Media Group, dat
onder het interne motto ‘One Team, One
Family, One Planet’ wil bijdragen aan een
betere wereld. Het engagement van de orga-
nisatie werd verder vertaald in het manifest
‘Roularta Cares’ en in de oprichting van een
Sustainability Committee (Susco). Dit comité
coördineert het intern en extern bekendma-
ken en promoten van de vier focus-SDG’s,
en definieert en volgt doelstellingen op om
de duurzaamheidsambities te concretise-
ren. Daarnaast bewaakt het de kwaliteit en
samenhang van de duurzaamheidsrapporte-
ring.
1.1. VIER FOCUS-SDG’S
Uit de reeks ontwikkelingsdoelen van de
Verenigde Naties werden op basis van een
eerste materialiteitsoefening vier SDG’s
geselecteerd. Dit zijn de duurzaamheids-
speerpunten van de Roularta Media Group.
Het zijn vier strategische, vertaald in 22 tast-
en meetbare doelstellingen. Deze beloftes
vormen een duidelijke leidraad om over de
geleverde inspanningen te rapporteren.
• SDG 4 - Kwaliteitsonderwijs
• SDG 8 - Eerlijk werk en economische groei
• SDG 12 - Verantwoorde consumptie en
productie
• SDG 13 - Klimaatactie
Deze doelstellingen zijn verder uitgewerkt
in concrete KPI’s in hoofdstuk 2, met bijho-
rende definities en telmethodes in de annex
‘Definities KPI’s’ (o.a. voor ‘duurzaam artikel’,
‘factcheck’ en ‘activatie’).
1.1.1. SDG 4 - KWALITEITSONDERWIJS
Verzeker gelijke toegang tot kwaliteitsvol
onderwijs en bevorder levenslang leren voor
iedereen.
Roularta Media Group bouwt mee aan
slimmere en bewustere generaties via
betrouwbare, relevante informatie en doel-
gerichte activiteiten die duurzaam gedrag
stimuleren. Daarbij ligt de focus op zowel
interne als externe stakeholders.
Elke medewerker beschikt over een persoon-
lijk opleidingsplan en heeft toegang tot een
1. SDG’S
hele reeks opleidingsmogelijkheden rond
allerlei thema’s en vaardigheden. Zo zijn
er de Roularta Academy, de webinars met
experts en de workshops van de inhouse
coach, maar wordt ook het gebruik van
e-learningplatformen gefaciliteerd.
De mediagroep gaat ook haar verantwoor-
delijkheid naar de lezer toe niet uit de weg,
met in de eerste plaats het engagement
van de Roularta-redacties om jaarlijks min-
stens 2.000 artikels over duurzame topics te
publiceren. De definitie van een ‘duurzaam
artikel’ en de wijze waarop deze artikels
geteld worden, zijn opgenomen in de annex
‘Definities KPI’s’. Daarnaast hebben events
als de Trends Impact Awards en de Mas-
terclasses Sustainable Communication als
doel externe stakeholders verder te infor-
meren over en bovenal te inspireren rond
duurzaamheid.
1.1.2. SDG 8 - EERLIJK WERK EN
ECONOMISCHE GROEI
Bevorder aanhoudende, inclusieve en duur-
zame economische groei, volledige en
productieve tewerkstelling en waardig werk
voor iedereen.
Roularta Media Group streeft naar duur-
zame economische groei in een strategisch
wendbare en op innovatie gerichte organi-
satie. Het aantrekken van nieuw talent en
het stimuleren van medewerkers om zich
verder te ontwikkelen in een aangename,
familiale omgeving met aandacht voor wel-
zijn, continue opleiding en respect voor
elkaars eigenheid zijn daarbij prioritair.
Met talrijke initiatieven, zoals het
HAPPIE-engagement, het flexibel verlo-
ningssysteem Bar HR en de werkgroep
Roulactief, investeert Roularta Media
Group in een duurzame werkomgeving
waarin individuen en teams kunnen flo-
reren. Tegelijk neemt ze als actief lid van
meerdere vakverenigingen deel aan sec-
torinitiatieven rond duurzame groei in de
mediasector.
1.1.3. SDG 12 - VERANTWOORDE
CONSUMPTIE EN PRODUCTIE
Verzeker duurzame consumptie- en pro-
ductiepatronen.
Roularta Media Group zet in op duur-
zame productie en consumptie, en kiest
voor partners die deze visie delen.
Om haar impact op het milieu te ver-
minderen, investeert Roularta Media
Group continu in het optimaliseren van
de productietechnieken en hun ener-
gie-efficiëntie. De duurzame inkten in
de drukkerij, de papieren verpakkingen
waarin meer en meer titels in de bus val-
len, de bijna 2.000 zonnepanelen op de
gebouwen in Roeselare en Brussel en de
behaalde energiecertificaten zijn in deze
maar enkele van de vele voorbeelden.
Verder wordt ook duurzame mobiliteit op
diverse manieren gestimuleerd.
1.1.4. SDG 13 - KLIMAATACTIE
Neem dringend actie om de klimaatverande-
ring en haar impact te bestrijden.
Roularta Media Group kiest resoluut voor
een duurzamer energie- en grondstoffenbe-
leid en streeft naar een significant kleinere
ecologische voetafdruk, in het bijzonder
CO
2
e-neutraliteit in 2040.
Via een concreet stappenplan met korte
termijndoelstellingen werkt Roularta Media
Group aan haar ambitie om CO
2
e-neutraal te
zijn in scopes 1 en 2 tegen 2040. Tevens wil de
groep de scope 3-uitstoot helpen terugdrin-
gen, onder meer door het invoeren van een
aankoopcharter voor leveranciers. Als Green
Deal-bedrijf zet Roularta Media Group zich
daarnaast actief in voor biodiversiteit, zowel
op de eigen sites als elders.
voering en de cultuur van Roularta Media
Group. Het verenigen van ambities als
ondernemerschap, creativiteit en innova-
tie met kernwaarden als toekomstgericht,
doordacht en respect staat daarbij centraal.
Reeds in 2006 verscheen een eerste duur-
zaamheidsverslag als startpunt van een
meer systematische rapportering.
In 2021 concretiseerde Roularta Media Group
haar duurzaamheidstraject verder met de
keuze voor een SDG-aanpak, een logische
stap die aansluit bij de slotzin van haar mis-
sie: “Roularta Media Group wil een duurzame
meerwaarde scheppen voor al haar stake-
holders en voor de hele samenleving”.
Duurzaamheid is hiermee verankerd in de
waarden van Roularta Media Group, dat
onder het interne motto ‘One Team, One
Family, One Planet’ wil bijdragen aan een
CSRD VERSLAG 2025 - 151
MEDIA WITH IMPACT
150 - CSRD VERSLAG 2025
2. TARGETS
EN KPI’S
(SDG EN CSRD)
OVERZICHT EN
RESULTATEN
Overzicht van targets & KPI’s gebruikt in ESG-rapportering
Overzicht van targets & KPI’s gebruikt in ESG-rapportering
CSRD
REF
SDG ref Doel KPI
Target
geldig
vanaf
Scope Meetbaar
Resultaat
2025
E1 SDG 13 Klimaatneutraal
tegen 2050
Tegen 2030 dienen de scope 1- en
scope 2 emissies gedaald te zijn tot
4.700 ton CO
2
e-emissie*
2021 (ton CO
2
e): 8.273,84
2024 (ton CO
2
e): 5.521,6
Absolute reductie 2024 vs 2021 (ton):
-2.752,20
% reductie 2024 vs 2021: -33,3%
2025 (ton CO
2
e): 4.689,7
Absolute reductie 2025 vs. 2021 (ton):
- 3.584,1
% reductie 2025 vs 2021: -43,3%
2024 Roularta
Media
Group
ton CO
2
-
emissies 4.689,7
E1 SDG 13 Klimaatneutraal
tegen 2050
Tegen 2030 dienen de scope 3 emis-
sies gedaald te zijn tot 35.000 ton
CO
2
e-emissie
2021 (ton CO
2
e): 82.543,52
2024 (ton CO
2
-e): 43.312,49
Absolute reductie 2024 vs 2021 (ton):
39.231,03
% reductie 2024 vs 2021: -47,53%
2025 (ton CO
2
e): 37.814,3
Absolute reductie 2025 vs 2021 (ton):
- 44.729,2
% reductie 2025 vs 2021: -54,19%
2024 Roularta
Media
Group
ton CO
2
-
emissies
37.814,3
E1 SDG 13 Klimaatneutraal
tegen 2050
Tegen 2030 is het wagenpark van RMG
(bedrijfsvoertuigen) voor 95% CO
2
e-arm
2021: 6%
2024: 55%
2025 :71,79%
% evolutie 2025 vs 2024: + 30,53%
Verwachte trend: stijging
2024 Roularta
Media
Group
aantal wagens 71,79%
E1 SDG 13 Klimaatneutraal
tegen 2050
De totale uitstoot van het wagenpark
verminderen met 80% tegen 2028 t.o.v.
2019 ( 2.512 ton CO
2
e )
2019: 2.512 ton CO
2
e
FY24: 935 of - 62,8%
FY25: 512,3 of – 79.61%
Verwachte trend: daling
2024 Roularta
Media
Group
ton CO
2
-
emissies
512,3
CSRD
REF
SDG ref Doel KPI
Target
geldig
vanaf
Scope Meetbaar
Resultaat
2025
E1 SDG 13 Klimaatneutraal
tegen 2050
Verdubbeling aantal zonnepanelen Roeselare tegen eind
2025 t.o.v. 2020
FY20: 448 kWp
FY26: 2.531 kWp
Dit is 5,65 keer de capaciteit van 2020
Verwachte trend: einde installatie maart 2026
2024 Vestiging
Roeselare
Telling
On track
E1 SDG 12 Klimaatneutraal
tegen 2050
ISO 50001 elk jaar beter scoren op het vlak van energieper-
formantie
De EPI (Energie Performantie Indicator) moet elk jaar ‘hoger’
zijn; d.w.z. dat we meer halen uit eenzelfde eenheid energie.
FY24: 118,2
FY25: 123,1
Verwachte trend: status quo
2024 Roularta
Media
Group
EPI 123,1
E2 SDG 12 Emissies solven-
ten beperking
De totale emissie t.o.v. inktverbruik moet elk jaar minder zijn
dan 2% (of 50% minder dan de Vlarem III- norm van
9 december 2024)
Doel: < 2%
FY24: 1,05%
FY25: 0,94 %
% evolutie 2025 vs 2024: -10.5%
Verwachte trend: status quo
2024 Roularta
Media
België
Solventen
boekhouding
0,94%
E5 SDG 12 Verantwoorde
aankoop - cfr
verantwoord
afval
Al het papier voor eigen werken is PEFC- of FSC-
gecertificeerd
FY24 : 100%
FY25: 100%
Verwachte trend: 100% behouden
2024 Roularta
Media
Group
certificaten 100%
E5 SDG 12 Verantwoorde
aankoop - cfr
verantwoord
afval
Alle inkten hebben het Blue Angel-certificaat
FY24 : 100%
FY25: 100%
Verwachte trend: 100% behouden
2024 Roularta
Media
Group
certificaten 100%
E5 SDG 12 Verantwoorde
aankoop - cfr
verantwoord
afval
Minstens 80% van het papier wordt aangekocht bij
leveranciers die SBTi certified zijn
FY24 >90%
FY25: 97,84%
Verwachte trend: status-quo
2024 Roularta
Media
Group
Nazicht a.d.h.v.
omzet leveranciers
>95%
E5 SDG 12 Verantwoorde
aankoop - cfr
verantwoord
afval
Minstens 50% van alle inkt wordt aangekocht bij
leveranciers die SBTi certified zijn
FY24 > 50%
FY25: 97,86%
Verwachte trend: status-quo
2024 Roularta
Media
Group
Nazicht a.d.h.v.
omzet leveranciers
>95%
* Scope 2-emissies berekend op basis van de locatiegebaseerde methode.
152 - CSRD VERSLAG 2025 CSRD VERSLAG 2025 - 153
MEDIA WITH IMPACT
De koppeling tussen de
materiële impacten, risico’s
en kansen en de onderlig-
gende KPI’s/metrics wordt
weergegeven in de tabel in
dit hoofdstuk.
Overzicht van targets & KPI’s gebruikt in ESG-rapportering
Overzicht van targets & KPI’s gebruikt in ESG-rapportering
CSRD
REF
SDG ref Doel KPI
Target
geldig
vanaf
Scope Meetbaar
Resultaat
2025
S4 SDG 4 Toegang tot
kwaliteitsvolle
informatie
Er zullen minimum 250 factchecks worden gepubliceerd
elk jaar.
FY24: 280
FY25: 261
% evolutie 2025 vs 2024: -6,8%
% tov doel : +4,4%
Verwachte trend: stijging
2024 Roularta
Media
Group
telling aantal artikels 261
ES2
(onder
S3)
SDG 4 Brainprint &
Community
building
2.000 positief activerende artikels per jaar met betrekking
tot allerlei diverse aspecten van duurzaamheid.
FY24: 2.114
FY25: 2.612
% evolutie 2025 vs 2024: + 23,6%
Verwachte trend: stijging
2024 Roularta
Media
Group
telling aantal artikels
2.612
ES2
(onder
S3)
SDG 4 Brainprint &
Community
building
Elk jaar minstens 200.000 deelnames aan activaties die
aanzetten tot een gedragsverandering in het kader van de
duurzaamheid.
FY24: 261.796
FY25: 372.234
% evolutie 2025 vs 2024: + 42,18%
Verwachte trend: stijging
2024 Roularta
Media
Group
telling aantal
activaties
372.234
Waar-
deke-
ten
SDG 12 Duurzame aan-
koop
Tegen 2023 verloopt 30% van de aankoopwaarde bij leveran-
ciers die het duurzaam aankoopcharter hebben ondertekend.
Tegen 2025 verloopt 50% van de aankoopwaarde bij leveran-
ciers die het duurzaam aankoopcharter hebben ondertekend.
FY24 : 51%
FY25: 61%
% evolutie 2025 vs 2024 : +19.6%
Verwachte trend: stijging
2024 Roularta
Media
België
Telling van verslagen
leveranciers afgezet
t.o.v. omzet
61%
CSRD
REF
SDG ref Doel KPI
Target
geldig
vanaf
Scope Meetbaar
Resultaat
2025
S1 SDG 8
Diversiteit op de
werkvloer
Jaarlijks minstens 15 fun@work-sessies of -initiatieven
organiseren in België en/of Nederland.
FY24: 19
FY25: 35
% evolutie 2025 vs 2024: +84.2%
Verwachte trend: status-quo
2024 Roularta
Media
Group
telling aantal sessies 35
ES1
(onder
S1)
SDG 8 Aantrekken &
behouden van
werknemers
1 jaar na aanwerving nog 90% in dienst. 2 jaar na
aanwerving nog 80% in dienst. 3 jaar na aanwerving
nog 75% in dienst.
FY23: 89%
FY24: 96%
FY25: 94,5%
% evolutie na 1 jaar: -1.5%
% evolutie na 2 jaar: + 7%
% evolutie na 3 jaar: + 6%
Verwachte trend: status-quo
2024 Roularta
Media
Group
telling aantal aanwer-
vingen en uit dienst 94,5%
ES1
(onder
S1)
SDG 8 Aantrekken &
behouden van
werknemers
Nieuwe medewerkers in BE geven een tevredenheidsscore
van 90% m.b.t. het onboardingproces.
FY24: 87.50%
FY25: 86,10%
% evolutie 2025 vs 2024: -1,6%
Verwachte trend: lichte stijging
2024 Roularta
Media
Group
% medewerkers tevre-
den / zeer tevreden. 86,10%
ES1
(onder
S1)
SDG 8 Aantrekken &
behouden van
werknemers /
Diversiteit op de
werkvloer
De huidige medewerkers van RMG geven een
tevredenheidsscore van minstens 75%.
FY24: 75%
FY25: 76%
% evolutie 2025 vs 2024: + 1.3%
Verwachte trend: status-quo
2024 Roularta
Media
België
resultaat tevreden-
heidsenquête
76%
ES1
(onder
S1)
SDG 8 Aantrekken &
behouden van
werknemers
Gemiddeld aantal uren opleiding per werknemer in BE over
een periode van 3 jaar minstens gelijk aan 18 uur.
FY24: 17u
FY25: 17,98
Verwachte trend: stijging
2024 Roularta
Media
Group
registratie uren 17,98
ES4
(onder
S4)
SDG 4 Onafhankelijke
journalistiek
Alle gegronde klachten van de Raad van Journalistiek/
Conseil Deontologique zullen worden voorzien van de nodige
publiciteit zoals voorzien door de respectievelijke codes.
FY24: 0
FY25: 0
Verwachte trend: status quo
2024 Roularta
Media
Group
telling dagen vanaf
datum notificatie tot
aan datum oplossing
Geen
gegronde
klachten
154 - CSRD VERSLAG 2025 CSRD VERSLAG 2025 - 155
MEDIA WITH IMPACT
2021
82.543
ton CO
2
- emissies
2025
37.814
ton CO
2
- emissies
CO
2
-emissie laten
dalen
Tegen 2030 dienen de scope
3 emissies gedaald te zijn tot
35.000 ton CO
2
-emissie.
Wagenpark CO
2
-arm
maken
Tegen 2030 is het wagenpark van
RMG (bedrijfsvoertuigen) voor 95%
CO
2
-arm.
2023
1326
ton CO
2
- emissies
2022
1462
ton CO
2
- emissies
2024
935
ton CO
2
- emissies
2025
512,3
ton CO
2
- emissies
Wagenpark CO
2
-arm maken
De totale uitstoot van het wagenpark verminderen met
80% tegen 2028 t.o.v. 2019 (2.512 ton).
Meer zonnepanelen
Verdubbeling aantal zonnepanelen
in vestiging Roeselare tegen eind
2025 t.o.v. 2020.
FY20: 448 kWp
FY26: 2.531 kWp
Dit is 5,65 keer de capaciteit van 2020
71,79%
ISO 50001
ISO 50001 elk jaar beter scoren op
het vlak van energieperformantie.
2025
123,1
2022
109,9
2023
110,3
2024
118,2
E1
Gecertifi ceerd papier
Al het papier voor eigen werken is
PEFC- of FSC- gecertificeerd.
Gecertifi ceerde inkten
Alle inkten hebben het Blue Angel-certificaat.
SBTi gecertifi ceerd
papier
Minstens 80% van het papier
wordt aangekocht bij leveranciers
die SBTi certified zijn.
80%
>95%
E5E2
LUCHT-
KWALITEIT
KLIMAATVERANDERING
MATERIAALGEBRUIK &
CIRCULAIRE ECONOMIE
Emissie t.o.v. inktverbruik
De totale emissie t.o.v. inktverbruik moet elk jaar min-
der zijn dan 2% (of 50% minder dan de Vlarem III-norm
van 9 december 2024).
0,94%
Duurzame aankoop
Tegen 2023 verloopt 30% van de aankoop-
waarde bij leveranciers die het duurzaam
aankoopcharter hebben ondertekend. Tegen
2025 verloopt 50% van de aankoopwaarde bij
leveranciers die het duurzaam aankoopcharter
hebben ondertekend.
61%
4.689,7
ton CO
2
- emissies
4700
ton CO
2
- emissies
2030
2025
CO
2
-emissie laten dalen
Tegen 2030 dienen de scope 1- en scope 2 emissies
gedaald te zijn tot 4.700 ton CO
2
-emissie.*
* Scope 2-emissies berekend op basis van de locatiegebaseerde methode.
SBTi gecertifi ceerd
inkten
Minstens 50% van alle inkt wordt
aangekocht bij leveranciers die
SBTi certified zijn.
3.
RESULTATEN
TARGETS EN
KPI’S 2025
>95%
156 - CRSD VERSLAG 2025 CRSD VERSLAG 2025 - 157
EIGEN PERSONEEL
Fun@work-activiteiten
Jaarlijks minstens 15 fun@work-sessies of -initiatieven
organiseren in België en/of Nederland.
Retentie nieuwe
medewerkers
1 jaar na aanwerving minstens 90% in dienst.
2 jaar na aanwerving minstens 80% in dienst.
3 jaar na aanwerving minstens 75% in dienst.
89% na 3 jaar
96% na 2 jaar
94,5% na 1 jaar
35
Tevredenheidsscore nieuwe medewerkers
Nieuwe medewerkers in België geven een tevredenheidsscore van 90%
m.b.t. het onboardingproces.
Tevredenheidsscore huidige medewerkers
De huidige medewerkers van RMG geven een tevredenheidsscore van
minstens 75%.

Opleidingen medewerkers
Gemiddeld aantal uren opleiding per werknemer
in België over een periode van 3 jaar minstens
gelijk aan 18 uur.
86,1%
76%
18
CONSUMENTEN &
EINDGEBRUIKERS
Factchecks
Er zullen minimum 250 factchecks worden
gepubliceerd elk jaar.
Positief activerende artikels
2.000 positief activerende artikels per jaar met betrekking
tot allerlei diverse aspecten van duurzaamheid.
Duurzaamheidsactivaties
Elk jaar minstens 200.000 deelnames aan activaties die
aanzetten tot een gedragsverandering in het kader van de
duurzaamheid.
S1
S4
Onafhankelijke journalistiek
Alle gegronde klachten van de Raad van Journalistiek/Conseil Deontologi-
que zullen worden voorzien van de nodige publiciteit zoals voorzien door de
respectievelijke codes.
Geen gegronde klachten

261
2612
372.234
158 - CRSD VERSLAG 2025 CRSD VERSLAG 2025 - 159
4.1. INLEIDING
Met de komst van de Europese rappor-
teringsverplichting rond duurzaamheid
onder de noemer CSRD (Corporate Sus-
tainability Reporting Directive), die de
rapportering structureert rond de begrippen
ESG (Environment, Social en Governance),
is het belangrijk dat Roularta Media Group
de bestaande duurzaamheidsinitiatieven
systematisch in kaart brengt en waar nodig
bijkomende inspanningen levert om binnen
het CSRD-raamwerk relevante duurzaam-
heidsdoelstellingen te realiseren.
De CSRD is vooral gericht op het rapporte-
ren van impacten, risico’s en opportuniteiten
rond duurzaamheid en een duurzame eco-
nomie. De richtlijn is mede ingegeven door
het klimaatakkoord van Parijs en maakt deel
uit van het bredere actieplan voor duur-
zame financiering van de Europese Unie.
Het klimaatakkoord is niet enkel gekend voor
de klimaatambitie ‘klimaatneutraal tegen
2050’ maar heeft ook als doelstelling om
de financiële stromen in overeenstemming
te brengen met een klimaatbestendige ont-
wikkeling. Met andere woorden, naast de
louter financiële rapportering is het tevens
de bedoeling om een niet-financiële (duur-
zaamheids)rapportering op te zetten die
onderliggend verbonden is aan de financiële
stromen.
Het einddoel van deze regelgeving is een
grotere transparantie enerzijds en ander-
zijds vooral de vergelijkbaarheid tussen de
rapporten van verschillende organisaties. Op
die manier wil de EU ervoor zorgen dat het
voor de lezers gemakkelijker wordt om rap-
porten te vergelijken én wil het tegelijkertijd
verzekeren dat de rapporten terdege zijn.
Greenwashing vermijden, met andere woor-
den.
De CSRD wordt uitgerold in verschillende
fases, afgestemd op de al dan niet beurs-
genoteerde status, de omzet en het aantal
werknemers van een bedrijf.
Op basis van deze drie parameters zit
Roularta Media Group in de eerste golf en
heeft het bedrijf in 2025 voor het boekjaar
2024 voor het eerst gerapporteerd conform
de CSRD-verplichtingen en de Europese duur-
zaamheidsrapportagestandaarden (ESRS).
Dat betekent dat Roularta Media Group:
• rapporteerde over de materiële impac-
ten, risico’s en opportuniteiten, en over
het beleid en de doelstellingen met
betrekking tot de ESG-onderwerpen (E
= Environment of klimaat, S = Social of
sociale punten, en G = Governance of
bestuur), zoals geïdentificeerd in de dub-
bele materialiteitsanalyse;
•
een DMA (Double Materiality Assess-
ment of Dubbele Materialiteitsanalyse)
ui
tvoerde om zowel de impact van
Roularta Media Group op de buitenwereld
als de (financiële) invloed van de buiten
-
4. CSRD
(CORPORATE
SUSTAINABILITY
REPORTING
DIRECTIVE)
wereld op Roularta Media Group te
identificeren;
• bij de rapportering rekening moest
houden met de volledige ‘waar
-
deketen’, dus niet enkel met de
ei
gen operaties maar ook met de
upstream- en downstreamkant van
de waardeketen
• en het duurzaamheidsrapport liet
onderwerpen aan een controle
door een onafhankelijke externe
auditor onder de vorm van Limi
-
ted Assurance (beperkte mate van
z
e
kerheid), conform de wettelijke
vereisten.
Daarom startte Roularta Media Group
reeds in 2023 met de DMA. Deze diep-
gaande oefening heeft het bedrijf
geholpen om de relevante (materiële)
duurzaamheidsthema’s van het totale
duurzaamheidsverhaal in kaart te bren-
gen, niet alleen met betrekking tot de
eigen operaties maar voor de volledige
waardeketen.
De historiek aan duurzaamheidsinitiatie-
ven binnen Roularta Media Group vormt
een solide basis om toekomstige acties
verder uit te bouwen en te richten op de
materiële thema’s. Roularta Media Group
blijft haar duurzaamheidsaanpak ver-
sterken in lijn met de CSRD en de ESRS,
met het oog op een toekomstbestendige
organisatie en maatschappij.
4.1.1. BELANGRIJKSTE HOOGTEPUNTEN 2025
• Dubbele materialiteitsanalyse (DMA)
In 2025 blijft de resultatenmatrix onge-
wijzigd, omdat er zich geen materiële
veranderingen hebben voorgedaan in de
activiteiten van Roularta Media Group of
in de waardeketen die een herziening van
de uitkomst vereisen.
DRUKKERIJ
• Energie-efficiëntie Lithoman 3:
De Contiweb-oven op Lithoman 3 werd
aangepast zodat de deuren tijdens
productie beter gesloten blijven. Dit ver
-
mindert warmteverlies en verlaagt het
en
ergieverbruik.
• Omschakeling naar ledverlichting:
TL-verlichting wordt stelselmatig ver
-
vangen door led. In de drukkerij is ca.
35
% omgezet, in de uitgeverij ca. 30%.
• Milieuvriendelijker verpakken (Sitma 1):
Sitma 1 werd vervangen door een alter
-
natief dat papier (paperwrap/banderol)
ge
bruikt in plaats van plastic folie.
• Nieuwe adressenprinters op
SITMA-lijnen:
De adressenprinters werden vernieuwd,
me
t een aanzienlijk lager verbruik van
inkt en chemicaliën.
•
Introductie Spiral Screening (spiraaldruk):
Deze innovatie maakt dezelfde of
betere drukkwaliteit mogelijk met lagere
inktdekking, waardoor inktverbruik en
VOS-emissies dalen en het drukproces
stabieler en duurzamer wordt.
SITEMANAGEMENT
• Nieuw zonnepanelenpark opgestart:
Start aanleg van een park met 2.933 zon-
nepanelen. Verwachte opbrengst: 1.979
MWh/jaar, waarvan 1.649 MWh voor
eigen verbruik. De voorbereidende wer-
ken zijn gestart in kwartaal 4, 2025; de
installatie is gepland in kwartaal 1, 2026.
• Vervanging ramen IT & Premedia:
Ramen worden vervangen door energie-
zuinig drielagenglas (K-waarde 0,67 W/
m²) voor hogere energie-efficiëntie en
comfort.
• Elektrificatie wagenpark:
De inspanningen rond elektrificatie blij-
ven aangehouden, zowel qua voertuigen
als laadpalen.
• CO
2
-reductie op koers:
De daling van scope 1, 2 en 3-uitstoot
blijft in lijn met de langetermijn doelstel-
lingen.
MAATSCHAPPELIJKE
VERANTWOORDELIJKHEID
& DUURZAME INITIATIEVEN
• Charter “Stigma en media”
ondertekend:
In augustus 2025 ondertekende
Roularta Media Group het Charter
“Stigma en media”, als engagement voor
een zorgvuldige, respectvolle en stig-
mavrije behandeling van psychische
kwetsbaarheid in de media.
• Duurzame reclame bekroond:
Twee bronzen AMMA’s voor duurzame
160 - CSRD VERSLAG 2025 CSRD VERSLAG 2025 - 161
MEDIA WITH IMPACT
initiatieven, waaronder CO
2
-neutrale
campagnes en paperwrap-verpakking.
• Trends Impact Awards:
Verdere inzet op het stimuleren en
zichtbaar maken van duurzame onderne-
mingen en goede praktijken.
MEDEWERKERS & TALENTONTWIKKELING
• Nieuwe opleidingsmodule in HR Connect:
Eind 2025 wordt een digitale oplei-
dingsmodule gelanceerd in HR Connect.
Medewerkers kunnen opleidingen
eenvoudiger vinden en inschrijven; lei-
dinggevenden krijgen overzicht van
leertrajecten en budgetten. Dit automa-
tiseert rapportering en ondersteunt een
betere opvolging van de ambitie van
minstens 18 opleidingsuren per mede-
werker per jaar.
4.1.2. DE TOEKOMST
Naast de verdere uitrol van onze eigen ini-
tiatieven blijft ook het regelgevend kader in
beweging.
In 2025 publiceerde de Europese Com-
missie de zogeheten Omnibus-voorstellen,
met onder meer een “stop-the-clock”-
maatregel die de timing van bepaalde
CSRD-verplichtingen voor latere rapporte-
ringsgolven uitstelt.
Voor Roularta Media Group verandert dit
niet aan de ambitie om transparant te blij-
ven rapporteren over de materiële thema’s
en de voortgang van onze duurzaamheids-
aanpak.
Tegelijk volgen we de verdere besluitvorming
nauwgezet op, omdat de Omnibus-voor-
stellen ook inhoudelijke vereenvoudigingen
beogen, zoals een herziening/ vereenvou-
diging van de ESRS, het wegvallen van
sectorstandaarden, en een begrenzing van
welke informatie ondernemingen mogen
opvragen bij kleinere partijen in de waar-
deketen.
Zolang wijzigingen niet formeel zijn vast-
gelegd en van toepassing worden, blijft
Roularta Media Group rapporteren volgens
de geldende CSRD- en ESRS-vereisten.
Waar de regelgeving tijdelijke overgangsbe-
palingen - “gefaseerde invoeringen “ - of
gerichte aanpassingen -“quick fix” - toe-
laat, past de groep die toe zoals bedoeld,
en gebruikt zij die periode om datastro-
men, methodes en interne controles verder
te versterken.
In afwachting van de definitieve wijzi-
gingen wordt 2026 een jaar van verdere
verfijning van de bestaande initiatieven
en KPI’s. De groep volgt continu op wat in
2024 en 2025 werd opgestart en stuurt bij
waar nodig.
• Het is de bedoeling dat het ISO
50001-energiemanagementsysteem
voor 3 jaar wordt verlengd. De audit
hiervoor werd in het vierde kwartaal
van 2025 opgestart.
• In 2026 zal nog meer aandacht gaan
naar de leveranciers (vooral upstream
maar ook downstream), niet enkel voor
het domein Environment maar ook
voor Social & Governance.
• Roularta Media Group wil ook in 2026
een aantrekkelijke werkgever blijven,
voor zowel de huidige als de toekom-
stige werknemers.
• Alle infrastructuurwerken en innova-
tieprojecten zullen steeds gebeuren
met het oog op betere prestaties op
vlak van duurzaamheid.
• Tot slot zullen nieuwe procedures en
beleidslijnen worden opgesteld en
bestaande verder verfijnd, met het
oog op een nog betere aansluiting op
de ESRS-vereisten.
4.2. CSRD EN DOUBLE
MATERIALITY
ASSESSMENT (DMA)
4.2.1. DMA: INLEIDING
De EFRAG (European Financial Reporting
Advisory Group) heeft in het kader van de
CSRD en de Europese duurzaamheidsrap-
portagestandaarden (ESRS) een longlist
opgesteld van potentiële duurzaamheidson-
derwerpen (‘topics’) die relevant kunnen zijn
voor ondernemingen, ongeacht sector of pro-
duct. Via een zogenaamde Double Materiality
Assessment (DMA) selecteert een onderne-
ming uit deze longlist de onderwerpen die
materieel zijn voor haar activiteiten.
De DMA houdt in dat de activiteiten en de
waardeketen van de onderneming sys-
tematisch worden geanalyseerd vanuit
twee perspectieven: (1) de impact van de
onderneming op mens, milieu en maat-
schappij (inside-out, bv. de CO
2
-uitstoot
van de onderneming) en (2) de impact
van ontwikkelingen in de buitenwereld
op de onderneming en haar financiële
prestaties (outside-in, bv. schaarste van
grondstoffen, klimaatopwarming, natuur-
rampen, …).
Roularta Media Group heeft een beroep
gedaan op een externe adviseur om haar
te begeleiden bij een gestructureerde
Dubbele materialiteit
Financiële materialiteit Impact materialiteit
De impact van de wereld op mij
Milieu- en sociale impact op
het bedrijf
vb. schaarste grondstoffen, impact van klimaatverandering
Mijn impact op de wereld
De milieu- en sociale impact van
het bedrijf zijn activiteiten en zijn
waardeketen
vb. grondstofverbruik, broeikasgasemissies
Extern ExternBedrijf Bedrijf
uitvoering van de Double Materiality
Assessment. Hieronder en op de volgende
pagina’s wordt het gevolgde proces
toegelicht en worden de belangrijkste
resultaten van deze oefening beschreven.
De kerngroep rond duurzaamheid was
verantwoordelijk voor een groot deel van
de voorbereiding van de DMA. Deze kern-
groep wordt voorgezeten door de CFO, die
tevens betrokken was bij alle financiële
aspecten van de oefening. Op regelmatige
tijdstippen werden specifieke werkgroe-
pen georganiseerd met interne experten
om per bedrijfsstroom bijkomende input
te verzamelen en de gehanteerde aanna-
mes kritisch te toetsen.
162 - CSRD VERSLAG 2025 CSRD VERSLAG 2025 - 163
MEDIA WITH IMPACT
4.2.2. DE CSRD-SCOPE
Roularta Media Group bestaat uit verschillende legale entiteiten en een aantal bedrijven
waar ze een joint venture mee heeft:
NAAM VAN DE ONDERNEMING Locatie
Deelnemingspercentage
2025
ROULARTA MEDIA GROUP NV Roeselare, België 100.00%
BELGIAN BUSINESS TELEVISION NV Brussel, België 100.00%
ROULARTA MEDIA NEDERLAND BV Amsterdam, Nederland 100.00%
STUDIO APERI NEGOTIUM NV Roeselare, België 75.00%
CTR MEDIA SA Brussel, België 50.00%
MEDIAFIN NV Brussel, België 50.00%
PULSAR-IT BV Brussel, België 50.00%
PROFACTS BV Gent, België 50.00%
PROVEC BV Gent, België 50.00%
CJ COMMUNICATIONS BV Brussel, België 50.00%
MOTOR.NL BV Amsterdam, Nederland 50.00%
PITE MEDIA BV Amsterdam, Nederland 50.00%
YELLOWBRICK NV Schaarbeek, België 35.00%
Deze entiteitenlijst stemt overeen met de
consolidatiekring in de financiële jaarreke-
ning.
Roularta Media Deutschland (Augsburg)
werd ontbonden en vereffend per jaar-
einde 2025 en om die reden wordt in dit
duurzaamheidsverslag geen afzonderlijke
duurzaamheidsinformatie voor deze enti-
teit opgenomen. Voor de toelichting over de
groepsstructuur en de ontbinding verwijzen
we naar Toelichting 2 – Groepsstructuur in
het geconsolideerd jaarverslag.
4.2.4. STAKEHOLDER
ENGAGEMENT PLAN
Na het identificeren van de sta-
keholders werd beslist op welke
manier ze zouden betrokken
worden bij de DMA-oefening.
De belangrijkste stakeholders
in het proces waren de interne
stakeholders. Dit sluit aan bij
de nadruk die in de ESRS wordt
gelegd op ‘eigen personeel’ (bin-
nen het domein sociaal) en op
de uitstoot van broeikasgas-
sen en energieverbruik door de
organisatie (binnen het domein
milieu). Andere belanghebben-
den werden in een volgende fase
betrokken.
Om het geheel werkbaar te
houden, werd beslist om de
DMA-oefening eerst uit te voe-
ren met behulp van interne
experten/stakeholders. Er wer-
den gestructureerde interviews
georganiseerd om input te ver-
zamelen over de waardeketen en
over eventuele risico’s, oppor-
tuniteiten en impacten. Verder
werden de interne stakeholders
betrokken bij de scoring van de
impacten. Uiteindelijk werden de
resultaten besproken en gevali-
deerd met de vertegenwoordigers
van de diverse externe stakehol-
dersgroepen (klanten, papier- en
inktleveranciers, financiële instel-
lingen en transport & logistiek).
In een eerste stap werd bepaald welke
juridische entiteiten tot de scope van de
DMA-oefening behoren, en zo consistentie
te verkrijgen tussen duurzaamheidsrap-
portering en financiële rapportering.
Er werd beslist om volgende entiteiten op
te nemen in de CSRD-scope:
• Roularta Media Group NV
• Belgian Business Television NV
• Roularta Media Nederland BV
• Studio Aperi Negotium NV
Bedrijven waar Roularta Media Group de
dagelijkse werking aanstuurt, nemen we
volledig mee in onze cijfers en resultaten.
Er zijn ook samenwerkingsbedrijven
(joint ventures) en deelnemingen waarin
we meewerken, maar waar we de dage-
lijkse werking niet controleren. Daarom
worden die bedrijven niet volledig opge-
nomen in de groepscijfers. Voor de CSRD
beschouwen we deze niet-volledig gecon-
solideerde bedrijven wél als onderdeel van
onze waardeketen. Dat wil zeggen dat we
ze meenemen in de bredere blik op onze
impact, risico’s en opportuniteiten via onze
samenwerkingen en relaties.
4.2.3. STAKEHOLDERS
In deze stap werden de verschillende interne
en externe stakeholders geïdentificeerd en
ingedeeld in twee groepen, in lijn met de
CSRD en de ESRS:
• Betrokken stakeholders: individuen of
groepen die positief of negatief kunnen
worden beïnvloed door de activiteiten
van Roularta Media Group en/of door de
activiteiten in de waardeketen.
• Gebruikers van duurzaamheidsinfor-
matie van Roularta Media Group: lezers
van het financieel jaarverslag en het
duurzaamheidsverslag, zoals banken en
investeerders, vakbonden, academici, …
Per onderwerp werden de relevante exper-
ten binnen de onderneming geïdentificeerd
om het proces verder te zetten in themati-
sche werkgroepen.
CSRD VERSLAG 2025 - 165
MEDIA WITH IMPACT
164 - CSRD VERSLAG 2025
4.2.5.1. PRIMAIRE BEDRIJFSSTROMEN
Roularta Media Group heeft daarom vijf primaire
bedrijfsstromen geïdentificeerd:
• De drukkerij met de bijhorende drukkerijactivi-
teiten
• De uitgeverij (de titels, de redacties, de lezers,
inclusief marketingacties)
• Verkoop van advertenties (de ‘regie’)
• Evenementen en reizen (inclusief marketingac-
ties) zoals bijvoorbeeld Knack reizen of Trends
Impact Awards
• Televisie (focus op Kanaal Z)
Van deze bedrijfsstromen valt enkel de drukkerij
onder het segment ‘Printing Services’ zoals ver-
meld in het financieel rapport (sectie X). De overige
vier bedrijfsstromen maken deel uit van het seg-
ment ‘Media Brands’.
4.2.5.2. DRIE SEGMENTEN
Voor elk van deze stromen worden drie segmenten
in overweging genomen:
• Upstream (= alle activiteiten die gebeuren vóór de
activiteiten van Roularta Media Group zelf)
• Eigen operations (= de activiteiten die gebeuren
bij Roularta Media Group zelf)
• Downstream (= alle activiteiten die gebeuren na
de activiteiten van Roularta Media Group)
In de waardeketen is “upstream = leveranciers” en
“downstream = klanten” soms te simplistisch. Bij
transport hangt de indeling vooral af van wie het
transport organiseert en betaalt.
• Als RMG het transport aankoopt en betaalt (ook
voor de distributie van magazines/kranten naar
abonnees of verkooppunten), dan behandelen
we dit als upstream (een door RMG aange-
kochte dienst).
4.2.5. WAARDEKETEN
Waardeketen van Roularta Media Group met afhankelijkheden in het rood
Deze matrix illustreert de volledige levenscyclus van producten en diensten van Roularta Media Group, van grondstoffen (upstream)
tot eindgebruik en recyclage (downstream).
Een cruciale oefening binnen de DMA is het opstellen van de waardeketen van de organisatie, rekening houdend met de voornaamste
‘bedrijfsstromen’. Elk van deze bedrijfsstromen kan immers zowel upstream als downstream een volledig andere invulling krijgen.
ROULARTA MEDIA GROUP WAARDEKETEN
Indirecte operaties (upstream waardeketen) Eigen operaties Indirecte operaties (downstream waardeketen)
Niveau 2+ Niveau 1 Niveau 0 Niveau 1 Niveau 2+
Industrieën:
➜ Papier producten
➜ Chemicaliën
➜ Petroleum producten
➜ (Edele) metalen
➜ Vervaardiging van
consumptiegoederen, textiel,
…
➜ Autoconstructie
➜ Glas producten
➜ Vliegtuig- en cruise maat-
schappijen
➜ Landbouwproducten
➜ Bouw van gebouwen,
schepen,…
Gekochte goederen:
➜ Papier en inkt
➜ Machines en uitrusting
➜ Verpakkingsmateriaal
➜ Additieven en
reinigingsmiddelen
➜ Gas, elektriciteit en water
➜ Consumptiegoederen
➜ Gebouwen
➜ IT hardware en software
➜ Studio uitrusting
Gekochte Diensten:
➜ Aluminium platen
➜ Machine onderhoud
➜ HR (medewerkers)
➜ Auto Leasing
➜ Transport en Logistiek
➜ Evenement locaties,
meubilair en decoratie
➜ Reizen
➜ Acts
➜ Huur van gebouwen
➜ Licenties
Roularta Media Group
5 belangrijke businessstromen:
Drukkerij, Uitgeverij,
Advertentieverkoop, Televisie,
Evenementen & Reizen
Klanten:
➜ B2C: lezers (abonnees, losse
verkoop) kijkers, surfers,
luisteraars, deelnemers
➜ B2B: Magazine, kranten en
folder drukklanten, adver-
teerders,
evenement sponsors,
evenementgenodigden en
gasten
Diensten:
➜ Transport en
distributie van
magazines en kranten en
andere producten.
Klanten:
➜ Klanten van externe
uitgevers B2B.
➜ Klanten van externe drukkerij
klanten (magazine, kranten
en folders)
End-of-life proces:
➜ Recyclage en verwerking
(papier, plastic, It
materiaal, machines, …)
Werknemers, wetgevende
instanties, investeerders,
beroepsverenigingen,
banken, Roularta Media
Group
Infrastructuur
Gelijkaardige bedrijven:
➜ DPG Media
➜ Berteslmann
➜ Mediahuis
➜ Mauri (Gruppo Editoriale)
• Als RMG het transport niet
betaalt en de klant/partner
dit zelf regelt, dan beschou-
wen we dit als downstream.
Binnen de segmenten upstream
en downstream bestaat er ook
nog een opdeling in Niveau 1 en
Niveau 2+. Uit het schema blijkt
dat Niveau 1 de activiteiten en
relaties omvat met een directe
connectie met de eigen activi-
teiten van Roularta Media Group,
terwijl Niveau 2+ verwijst naar
activiteiten en partijen die zich
minstens één stap verder in de
waardeketen bevinden.
Een eenvoudig voorbeeld
ter illustratie:
Aan de upstreamkant bevindt
‘inkt’ zich onder Niveau 1, want
Roularta Media Group heeft inkt
nodig om te drukken. De grond-
stoffen om die inkt te maken
vallen onder Niveau 2+.
Downstream staat ‘lezers’ onder
zowel Niveau 1 als Niveau 2+.
In het eerste geval (Niveau 1)
gaat het om de lezers van de
eigen Roularta Media Group-ti-
tels, in het tweede (Niveau
2+) om de lezers van titels die
Roularta Media Group drukt voor
‘derden’ (denk bijvoorbeeld aan
The Economist).
CSRD VERSLAG 2025 - 167
MEDIA WITH IMPACT
166 - CSRD VERSLAG 2025
4.2.6. IMPACT MATERIALITY
De CSRD vertrekt voor de structuur van de rapportering van het ESG-model (Environment,
Social, Governance), waarbij het de bedoeling is om te rapporteren over zowel ‘overkoe-
pelende’ aspecten van de organisatie als ‘specifieke’ duurzaamheidsthema’s binnen de
w
a
ardeketen.
De overkoepelende aspecten worden beschreven in de ESRS 1 en ESRS 2 en de ‘speci-
fieke’ aspecten worden gegroepeerd: vijf standaarden die betrekking hebben op milieu
(E
nvironment), vier standaarden die te maken hebben met sociale thema’s (Social) en één
standaard die valt onder de noemer Governance.
OVERKOEPELENDE STANDAARDEN
ESRS 1 ESRS 2
Algemene vereisten Algemene toelichtingen
THEMATISCHE STANDAARD
Klimaat Sociaal Governance
ESRS E1
Klimaatverandering
ESRS S1
Eigen personeel
ESRS G1
Zakelijk gedrag
ESRS E2
Verontreiniging
ESRS S2
Werknemers in de
waardeketen
ESRS E3
Water en mariene
hulpbronnen
ESRS S3
Getroffen
gemeenschappen
ESRS E4
Biodiversiteit en
ecosystemen
ESRS S4
Consumenten en
eindgebruikers
ESRS E5
Materiaalgebruik en
circulaire economie
Deze laatste aspecten worden verder onder-
verdeeld in subaspecten en sub-subaspecten.
De volledige lijst van aspecten, subaspec-
ten en sub-subaspecten, die als basis werd
gebruikt voor de materialiteitsoefening, is
opgenomen in Annex I.
De impactmaterialiteitoefening bestaat erin
een evaluatie te maken van de feitelijke en
potentiële impact van Roularta Media Group
ten opzichte van dit ESG-kader. Om onder-
nemingen daarbij te begeleiden, heeft EFRAG
de eerder vermelde lijst van aspecten,
subaspecten en sub-subaspecten opgesteld,
los van sector of product. Het is vervolgens
aan elke onderneming om zelf te onderzoeken
waar en op welke manier zij – en bij uitbrei-
ding haar waardeketen (zowel upstream als
downstream) – een mogelijke impact kunnen
hebben. Die impact kan feitelijk of potentieel
zijn, en zowel positief als negatief.
Aangezien de EFRAG geen rekening houdt
met sectorspecifieke kenmerken en de lijst
slechts een leidraad vormt, moeten onderne-
mingen ook nagaan of er bijkomende aspecten
zijn die mogelijk relevant zijn. Ondernemin-
gen kunnen daarom eigen, entiteitspecifieke
aspecten definiëren en rapporteren.
Gezien haar specifieke positie en impact
op vlak van duurzaamheid besloot
Roularta Media Group een aantal entiteitspe-
cifieke aspecten toe te voegen. Deze worden
verder in het rapport meer in detail toege-
licht.
4.2.7. IRO’S BEPALEN (IMPACTEN,
RISICO’S EN OPPORTUNITEITEN)
Vertrekkend van de lijst van potentieel
relevante ESRS-aspecten, aangevuld
met entiteitspecifieke aspecten, werden
binnen Roularta Media Group werk-
groepen gevormd voor elk van de vijf
primaire bedrijfsstromen (zie beschrij-
ving waardeketen). De taak van elke
werkgroep — met interne experten
per bedrijfsstroom — bestond erin
om voor de eigen bedrijfsstroom de
relevante aspecten, subaspecten en
sub-subaspecten te evalueren (de
“assessment”) op vlak van mogelijke
materiële impacts en mogelijke risico’s
en opportuniteiten (IRO’s). Deze eerste
beoordeling vormde de basis om in een
volgende stap per relevant aspect een
score toe te kennen.
De werkgroepen waren afgestemd op
de kernactiviteiten van Roularta Media
Group: printing, broadcasting (tv),
online & media (opgedeeld in twee
werkgroepen om praktische redenen)
en events. Elke werkgroep kwam twee
keer samen: een identificatiesessie om
per ESRS-topic potentiële impacts, risi-
co’s en opportuniteiten te bepalen, en
een scoringsessie om deze IRO’s vol-
gens de afgesproken methodologie te
beoordelen. Tussen beide sessies werd
een overzicht van de geïdentificeerde
IRO’s telkens teruggekoppeld aan de
werkgroep voor nazicht en bevestiging.
De scoring gebeurde per werkgroep,
zonder nood aan consensus tussen
werkgroepen. Gelijkaardige IRO’s kon-
den dus in meerdere werkgroepen
voorkomen en werden per bedrijfs-
stroom besproken. IRO’s die slechts
door één werkgroep werden geïdenti-
ficeerd, bleven eveneens opgenomen
omdat ze activiteit-specifiek kunnen
zijn.
De resultaten werden vervolgens
samengebracht in één geconsolideerd
overzicht, waarbij de twee online/
media-werkgroepen werden samen-
gevoegd met publishing/marketing.
Parallel werkte een overkoepelende
werkgroep financiële impact organi-
satiebreed op financiële risico’s en
opportuniteiten. Het proces werd bege-
leid door een externe consultant, dat
de sessies voorbereidde, de aanpak en
scoring toelichtte, de workshops onder-
steunde en de consolidatie faciliteerde
in afstemming met de betrokken werk-
groepen. De uitkomst werd tenslotte
besproken in een formele consolidatie-
meeting en waar nodig aangevuld met
input van interne experten.
CSRD VERSLAG 2025 - 169
MEDIA WITH IMPACT
168 - CSRD VERSLAG 2025
4.2.8. BEOORDELING IMPACTMATERIALITEIT
Het tweede deel van de oefening bestond er
bijgevolg in om voor alle weerhouden aspecten
na te gaan in welke mate ze ook relevant zijn.
Voor deze beoordeling werden verschillende
dimensies toegepast:
• De schaal: als er een impact is, hoe groot is
die impact (bv. de impact per persoon)?
• De draagwijdte: wat is de draagwijdte van de
impact (bv. het aantal geïmpacteerde perso-
nen)?
• (On)omkeerbaarheid: hoe (on)omkeerbaar is
de impact? Deze dimensie is enkel van toepas-
sing voor negatieve impacten.
• Waarschijnlijkheid: hoe waarschijnlijk is het
dat een impact gaat voorvallen? Deze dimen-
sie is enkel van toepassing voor potentiële
impacten. Voor elk van de dimensies werd een
operationele definitie geformuleerd, gekoppeld
Ernst van de impact
Waarschijnlijkheid
van de impact
(in het geval van
een potentiële
impact)
Impactmaterialiteit
Schaal van de impact
Draagwijdte
van de impact
Onomkeerbaarheid
(in het geval van een
negatieve impact)
Hoe ernstig is de
negatieve impact op het
slachtoffer, de economie
of het milieu? Hoe gunstig
is de positieve impact?
Hoe wijdverspreid
zouden de effecten
zijn op de bevolking
en economieën van
de getroffen
ecosystemen?
Is het mogelijk om
de schade te
herstellen of te
compenseren?
Wat is de kans dat
de impact plaats-
vindt? Wanneer zal
de impact optreden?
Drempel voor materialiteit: 3,5
x x
x =
aan een score van 1 tot 5 (waarbij voor de waar-
schijnlijkheid bijvoorbeeld score 5 overeenkomt
met een kans binnen het jaar, score 4 met een
kans binnen twee jaar, score 3 met een kans bin-
nen drie tot vijf jaar, score 2 met een kans binnen
vijf tot tien jaar en score 1 met geen kans in de
eerste tien jaar).
Voor elk aspect werd een gemiddelde score bere-
kend op basis van deze dimensies. Wanneer het
gemiddelde gelijk aan of hoger dan 3,5 op 5 was,
werd het aspect als materieel beschouwd van-
uit impactmaterialiteit. Deze oefening werd voor
de volledige waardeketen uitgevoerd (upstream,
eigen operations en downstream).
4.2.9. FINANCIËLE MATERIALITEIT-
BEOORDELING
Na de impactmaterialiteit werd conform de
CSRD-voorschriften ook een financiële mate-
rialiteit-beoordeling uitgevoerd. In
deze oefening werden de aspec-
ten opnieuw beoordeeld, maar dan
vanuit het oogpunt van mogelijke
financiële gevolgen voor de organisa-
tie. In de praktijk lag de focus vooral
op risico’s voor het bedrijf als gevolg
van externe factoren (bijvoorbeeld
marktontwikkelingen, regelgeving, kli-
maatgerelateerde gebeurtenissen).
Voor deze beoordeling werden twee
specifieke dimensies gehanteerd:
• De kans
• De omvang van de financiële
impact, beoordeeld op basis van
interne en externe informatie
Hierbij werd ook rekening gehouden
met de termijn waarbinnen een risico
zich kan manifesteren, zonder die termijn als
aparte dimensie in de scoring op te nemen.
Omdat de risico’s in kwestie over alle bedrijfs-
stromen heen gelden, nam één interne
werkgroep deze oefening voor haar rekening.
Om groepsdenken te vermijden, maakten de
leden van de werkgroep de beoordeling eerst
individueel; de resultaten werden nadien
samengevoegd en besproken, waarna tot een
gezamenlijke score werd gekomen.
De dimensie ‘kans’ werd bepaald als de
geschatte waarschijnlijkheid dat een risico of
financiële impact zich voordoet. Daarbij gebrui-
ken we een schaal van 1 tot 5: minder dan 10% =
1, 10%–35% = 2, 35%–65% = 3, 65%–90% = 4 en
meer dan 90% = 5. De dimensie ‘omvang’ geeft
aan hoe groot het financiële effect zou zijn als
het zich voordoet, eveneens op een schaal van
1 tot 5.
De totaalscore voor financiële materia-
liteit berekenen we door beide scores te
vermenigvuldigen (kans × omvang). De score
ligt daardoor tussen 1 en 25. We hanteren een
drempelwaarde van 5 of hoger: onderwerpen
die deze score halen, worden beschouwd als
financieel materieel en verder meegenomen
in de analyse. Deze drempel sluit aan bij de
intern gehanteerde financiële materialiteits-
grens (gebaseerd op een percentage van de
omzet) en is de praktische vertaling daarvan
in onze risico- en impactbeoordeling. Hoewel
5 op 25 relatief laag kan lijken, kiest Roularta
Media Group hier bewust voor om geen moge-
lijk relevante risico’s vroegtijdig uit te sluiten en
discussies over grensgevallen te vermijden.
4.2.10. CONSOLIDATIE VAN DE TWEE BEOORDE-
LINGEN EN VALIDATIE
Na het afwerken van beide beoordelingen wer-
den impactmaterialiteit en financiële materialiteit
geconsolideerd om tot één overzicht te komen van
aspecten die voor Roularta Media Group relevant
zijn om op te volgen en over te rapporteren.
Dit overzicht houdt rekening met zowel onder-
werpen binnen de eigen activiteiten als in de
waardeketen.
Eenmaal de geconsolideerde uitkomst was vastge-
legd, werd deze besproken met een aantal externe
stakeholders (financiële partner, papierleveran-
cier, inktleverancier, nationale advertentieklant,
buitenlandse advertentieklant, drukkerijklant, dis-
tributeur). Zo was het mogelijk om na te gaan of
er geen fundamentele aspecten ontbraken en of
het eindresultaat in lijn lag met hoe deze externe
stakeholders Roularta Media Group percipieerden.
Na deze externe validatie volgde een interne vali-
datie via het management, het auditcomité en de
Raad van Bestuur.
Op basis van deze validaties kan
Roularta Media Group de finale uitkomst
van de DMA publiceren.
In de overzichtstabel worden de aspecten die
betrekking hebben op de eigen operaties in vet
weergegeven, terwijl de aspecten die de bredere
waardeketen aangaan cursief worden aangeduid.
Gezien de complexiteit van de oefening
en de verschillende gehanteerde criteria
is het niet zinvol om de resultaten voor
te stellen in de vorm van een klassieke
materialiteitsmatrix, die geen bijkomende
toegevoegde waarde zou bieden. Rappor-
tage-eis ESRS SBM-3 vereist dat Roularta
Media Group de materiële impacten, risi-
co’s en kansen beschrijft, wat met de
gekozen aanpak wordt gerealiseerd.
Voor FY 2025 werd een actualisatie uit-
gevoerd van de scope en van de externe
omstandigheden die een impact zouden
kunnen hebben op de uitkomst van de
dubbele materialiteitsanalyse (DMA). Op
basis van deze analyse wordt bevestigd
dat de resultaten van de DMA ongewij-
zigd zijn gebleven. Er hebben zich geen
significante wijzigingen voorgedaan in de
materialiteit of in de lijst van materiële
topics.
Wel werden enkele aanpassingen doorge-
voerd in de opbouw en plaatsing van de
topics binnen het duurzaamheidsrapport,
met als doel de leesbaarheid, logische
structuur en overzichtelijkheid van het
rapport verder te verbeteren.
Roularta Media Group beseft echter dat
de DMA-oefening geen eenmalige oefe-
ning is. Hoewel het huidige model de
situatie op dit moment correct weergeeft,
kunnen evoluties in een snel veranderende
wereld binnen en buiten de mediagroep
niet worden uitgesloten. Daarom zullen de
170 - CSRD VERSLAG 2025 CSRD VERSLAG 2025 - 171
MEDIA WITH IMPACT
E1 Klimaatmitigatie
E1 Energie
E2 Luchtverontreiniging
E5 Afval
E2 - Watervervuiling*
E2 - Verontreiniging van bodem*
E2 - Gevaarlijke chemicaliën*
E3 - Watergebruik en mariene
hulpbronnen*
E4 - Biodiversiteit en ecosystemen*
E5 - Materiaalinstromen*
S1 Diversiteit
S4 Toegang tot
kwaliteitsvolle informatie
S4 Privacy
S2 - Gezondheid & veiligheid*
S4 - Verantwoorde
marketingpraktijken*
ES1- Aantrekken en
behouden van Werknemers
(Entiteitspecifiek onder S1)
ES2- Brainprint & Community
Building
(Entiteitspecifiek onder S3)
ES3- Digitale innovatie en
IT-betrouwbaarheid
(Entiteitspecifiek onder S4)
ES4- Onafhankelijke journalistiek
& verantwoorde content
(Entiteitspecifiek onder S4)
KLIMAAT SOCIAAL
ENTITEITSPECIFIEK
* Alleen materieel in de waardeketen
UIT DE DOOR ROULARTA MEDIA GROUP
UITGEVOERDE DUBBELE MATERIALITEITSOEFENING,
KWAMEN VOORLOPIG VOLGENDE MATERIËLE
TOPICS OP HET GEBIED VAN DUURZAAMHEID NAAR BOVEN
resultaten periodiek worden geactualiseerd en
hertoetst aan de realiteit, in principe ten minste
om de vijf jaar, en sneller indien zich belang-
rijke wijzigingen voordoen in de organisatie, de
waardeketen, de regelgeving of het risicopro-
fiel.
Deze analyse bevestigt dat meerdere duurzaam-
heidsonderwerpen niet materieel zijn binnen de
eigen drukactiviteiten, maar wel materieel zijn
binnen de upstream en downstream waarde-
keten. Dit hoofdstuk licht deze beoordeling toe
en beschrijft de beleidskaders, engagementen
en opvolgingsprocessen in lijn met de vereisten
van ESRS.
4.2.11. MATERIEEL IN DE WAARDEKETEN –
UITGEBREIDE TOELICHTING
Deze analyse bevestigt dat meerdere duur-
zaamheidsonderwerpen niet materieel zijn
binnen de eigen drukactiviteiten, maar wel
materieel zijn in de waardeketen (upstream
en/of downstream). Hieronder lichten we per
onderwerp toe waarom dit zo is en hoe de
belangrijkste impacts zich situeren.
Milieu (E)
• E2 - Watervervuiling*
• E2 - Verontreiniging van bodem*
• E2 - Gevaarlijke chemicaliën*
•
E3 - Watergebruik en mariene hulpbronnen*
• E4 - Biodiversiteit en ecosystemen*
• E5 - Materiaalinstromen*
Sociaal (S)
• S2 - Gezondheid & veiligheid*
• S4 – Verantwoorde marketingpraktijken*
4.2.11.1 MOTIVERING
Milieu
• E2 – Verontreiniging (watervervuiling,
bodemverontreiniging, gevaarlijke che-
micaliën)
Binnen de rotatiedrukkerij zijn de directe
emissies en risico’s op verontreini-
ging doorgaans beperkt en worden ze
beheerst via wetgeving en interne proce-
dures (o.a. opslag en omgang met inkten
en reinigingsmiddelen). De belangrijk-
ste impacts liggen echter upstream bij
papierproducenten en leveranciers van
inkten en chemische producten, waar
processen en volumes groter zijn. Daar
kunnen water- en bodemvervuiling en
het gebruik van (potentieel) gevaarlijke
stoffen een grotere rol spelen. Daarnaast
is ook transport en logistiek in de keten
relevant door energiegebruik, uitstoot en
veiligheidsaspecten voor chauffeurs.
• E3 – Water en mariene hulpbronnen
De rotatiedrukkerij gebruikt water (o.a.
voor bevochtiging en reiniging), maar dit
is doorgaans beperkt en procesonder-
steunend. Daarom wordt de impact op
E3 in de eigen operaties niet als materi-
eel beschouwd. De grootste waterimpact
situeert zich vooral upstream bij papier-
productie en chemische productie, waar
het waterverbruik aanzienlijk hoger ligt.
• E4 – Biodiversiteit en ecosystemen
De eigen activiteiten vinden plaats op
bestaande sites en veroorzaken geen
grootschalige ingrepen in natuurgebie-
den, waardoor E4 in de eigen operaties
niet materieel is. In de waardeketen is E4
wél relevant, vooral upstream via bos-
beheer, herkomst van hout/pulp en de
biodiversiteitsimpact van grondstoffen
voor papier.
• E5 – Gebruik van hulpbronnen en circu-
lariteit (materiaalinstromen, end-of-life)
Binnen de drukkerij zijn papier en inkten
de belangrijkste materiaalstromen en
ligt de focus op efficiënt materiaalge-
bruik en afvalbeheer. De grootste impact
op grondstoffen en materialen bevindt
zich echter vooral upstream bij papier-
en chemiefabrikanten (grondstoffen,
energie- en watergebruik). Daarnaast
is E5 ook downstream relevant in de
eindlevensfase van drukwerk: recyclage,
hergebruik en papierstromen bepalen
mee de circulariteit van het product.
Sociaal
• Voor S2 geldt dat de werknemers in de
waardeketen werken in een omgeving
met gecontroleerde veiligheidsrisico’s,
ondersteund door preventie, opleiding en
ISO-gebaseerde processen.
• Voor S4 (Responsible Marketing Prac-
tices) geldt dat Roularta voornamelijk
in een B2B-drukkerijcontext opereert
en zelf geen grootschalige consumen-
tenmarketing voert. Daardoor zijn de
operationele risico’s binnen onze eigen
activiteiten beperkt. De verant-
woorde marketingpraktijken aan de
downstreamzijde — met name die van
uitgevers, klanten en adverteerders —
vallen inhoudelijk buiten de controle van
Roularta Media Group.
172 - CSRD VERSLAG 2025 CSRD VERSLAG 2025 - 173
MEDIA WITH IMPACT
4.2.11.2 BELEID EN ENGAGEMENT
IN DE WAARDEKETEN
De waardeketen werd, zoals reeds in het
vorige verslag, integraal meegenomen in
de E1-rapportering via de analyse van de
scope 3-emissies, die zich hoofdzakelijk
upstream situeren (o.a. papierproductie,
chemie, transport). Verschillende van onze
belangrijkste leveranciers en logistieke
partners volgen klimaatdoelstellingen
of reductietrajecten die aansluiten bij
internationale kaders zoals SBTi. Dit
ondersteunt onze inschatting dat de waar-
deketen verder kan verduurzamen.
Voor andere waardeketenonderwerpen
bouwen we de rapportering verder uit
op basis van beschikbare en betrouw-
bare informatie. ESRS verwacht dat
ondernemingen waardeketeninformatie
opnemen waar die relevant en materi-
eel is, maar dit vereist niet dat over elke
individuele speler in elke betrokken sector
afzonderlijk wordt gerapporteerd. Waar
volledige gegevens nog niet beschikbaar
zijn, werken we op basis van redelijke
inspanningen en gebruiken we waar nodig
onderbouwde schattingen of sectorinfor-
matie, en verfijnen we dit naarmate betere
data beschikbaar komen.
In dit rapport nemen we al concrete voor-
beelden op die inzicht geven in potentiële
impacts, risico’s en opportuniteiten in de
waardeketen. In de komende jaren wil-
len we deze waardeketenanalyse verder
verdiepen en verfijnen via gerichte leve-
ranciersdialoog, betere dataverzameling
en een verdere integratie van duur-
zaamheidscriteria in ons aankoop- en
partnerbeleid.
4.2.12. PRIORITEITSBEPALING
VOOR DE RAPPORTERING
Na het doorlopen van de DMA en het bepa-
len van de relevante datapunten voor de
activiteiten van Roularta Media Group, werd
beslist om het verzamelen van data voor de
duurzaamheidsrapportering gefaseerd aan
te pakken. De huidige rapportering wordt
daarom opgebouwd volgens drie prioritei-
ten.
In een eerste prioriteit ligt de focus op
de standaarden die op grond van de
CSRD en de ESRS een centrale rol spe-
len in de rapportering, namelijk ESRS 2
(de overkoepelende informatie voor elk
bedrijf), aangevuld met E1 (klimaatver-
andering) en S1 (eigen personeel). E1 en
S1 waren in de eerste ontwerpversie van
EFRAG aangeduid als “verplicht voor alle
ondernemingen”. Hoewel deze expliciete
verplichting nadien werd afgezwakt, blijft
het in de praktijk moeilijk om niet over E1
te rapporteren, aangezien de motivering
voor niet-rapportering zeer zwaar moet
wegen. Waar relevant wordt de informa-
tie in deze eerste prioriteit aangevuld met
entiteitspecifieke informatie, aangezien
Roularta Media Group deze thema’s als
bijzonder belangrijk voor haar business
beschouwt, wat ook blijkt uit de resultaten
van de DMA.
De tweede prioriteit omvat de overige
materiële milieugerelateerde en sociale
aspecten: E2, E5 en S4. Ook hier wordt,
waar relevant, bijkomende entiteitspeci-
fieke informatie opgenomen.
Tot slot wordt in een derde prioriteit
ingegaan op de aspecten die voorname-
lijk betrekking hebben op de rest van de
waardeketen. Deze worden voornamelijk
kwalitatief beschreven, en in mindere
mate kwantitatief, in functie van de
beschikbaarheid en betrouwbaarheid van
gegevens.
Met deze prioritering wil Roularta Media
Group de beschikbare middelen gericht
inzetten, door de meeste aandacht te
besteden aan de meest materiële onder-
werpen, in plaats van alle thema’s in
dezelfde mate en met hetzelfde detail-
niveau te behandelen. Ongeacht deze
prioriteiten wordt voor alle als materieel
geïdentificeerde onderwerpen minstens
kwalitatieve informatie gerapporteerd,
in overeenstemming met de CSRD- en
ESRS-vereisten.
174 - CSRD VERSLAG 2025 CSRD VERSLAG 2025 - 175
MEDIA WITH IMPACT
OVERZICHT AANGEPASTE KPI’S (FY2025 T.O.V. FY2024)
• Wijzigingen in methodologie en/of scope
4.3. ESRS:
ALGEMENE
TOELICHTINGEN
4.3.1. GRONDSLAG VOOR HET OPSTELLEN
VAN INFORMATIE
4.3.1.1. BP 1: ALGEMENE GRONDSLAG VOOR HET
OPSTELLEN VAN DE DUURZAAMHEIDSVERKLARING
Dit duurzaamheidsverslag is opgesteld op dezelfde conso-
lidatiebasis als de financiële geconsolideerde rapportering.
De ondernemingen die deel uitmaken van de groep en
worden opgenomen in de geconsolideerde financiële
rapportering, vallen ook binnen de scope van de duurzaam-
heidsverklaring (zie ook 4.2.2).
De DMA-oefening vertrok vanuit de vijf primaire bedrijfs-
stromen van Roularta Media Group (uitgeverij, drukkerij,
internet & media, televisie en evenementen en reizen). Bij
aanvang werden voor elk van deze stromen afzonderlijke
waardeketens opgesteld, die nadien zijn samengebracht in
één geconsolideerde waardeketen.
Binnen de geconsolideerde waardeketen werden drie blok-
ken geïdentificeerd:
•
De upstream-waardeketen omvat zowel directe als
indirecte leveranciers
• De eigen operaties omvatten de ‘geconsolideerde kring’
• De downstream-waardeketen omvat leveranciers (bv.
transport & distributie) maar ook directe en waar rele-
vant indirecte klanten (zowel B2B als B2C)
Bij de duurzaamheidsrapportering werd geen gebruik
gemaakt van de mogelijkheid om specifieke informa-
tie-elementen die intellectuele eigendom, knowhow of het
resultaat van innovatie zijn, weg te
laten.
Wel werden niet alle interne richtlijnen
en procedures gepubliceerd, omwille
van diverse redenen, waaronder pri-
vacy en interne vertrouwelijkheid. Waar
relevant werd in plaats daarvan een
samenvattende beschrijving van de
belangrijkste elementen opgenomen.
In het algemeen rapporteert Roularta
Media Group enkel de ESRS-data-
punten die verplicht zijn volgens de
toepasselijke rapporteringsvereisten.
Vrijwillige ESRS-datapunten worden
enkel opgenomen wanneer deze als
relevant en nuttig worden beschouwd
voor de gebruikers van het rapport.
4.3.1.2. BP 2: SPECIFIEKE
OMSTANDIGHEDEN
Om de vergelijkbaarheid van KPI’s
doorheen de jaren te ondersteunen,
lichten we hieronder toe voor welke KPI’s
de methodologie of scope in FY2025 is
gewijzigd ten opzichte van FY2024 en
welke correcties werden aangebracht
aan eerder gerapporteerde waarden.
Voor meer details verwijzen we naar de
respectieve secties in dit rapport.
KPI (ESRS) Type Wat is gewijzigd? Vergelijkbaarheid Referentie
E1-6 Scope 3 –
kapitaalgoederen
(Cat. 2) /
Scope 3 totaal
Methodologie
Voor ‘kapitaalgoederen’ (Scope 3 Cat. 2)
worden emissies berekend o.b.v. investe-
ringswaarde (i.p.v. netto boekwaarde).
Ter transparantie zijn voor 2021–2024
beide berekeningen opgenomen.
FY25 is deels beïnvloed door
methodologische wijziging.
Effect 2021–2024: +1.6% tot +4.4%
uitgebreide toelichting in sectie 5.1.9.
§E1 – E1-6
E1-6 Scope 3 –
Upstream
geleasede activa *
(Cat. 8) /
Scope 3 totaal
Methodologie
Voor ‘Upstream geleasde activa (Scope
3 Cat. 8) worden emissies berekend o.b.v.
investeringswaarde (i.p.v. netto boek-
waarde). Ter transparantie zijn 2021–2024
beide berekeningen opgenomen.
FY25 is deels beïnvloed door
methodologische wijziging.
Effect 2021–2024: 0.4% tot +3.3%
uitgebreide toelichting in sectie 5.1.9.
§E1 – E1-6
*Dit begrip is synoniem met de “recht-op-gebruik activa” zoals vermeld in het financieel rapport.
Jaar Netto boekwaarde Investeringswaarde Verschil (ton Co
2
e) Verschil (% ton CO
2
e)
2021 80.956 82.544 1.588 +2%
2022 74.711 76.709 1.998 +3%
2023 51.296 55.783 4.487 +9%
2024 40.205 43.312 3.107 +8%
• Vergelijking (FY2021–FY2024) – totaal Scope 3:
CSRD VERSLAG 2025 - 177
MEDIA WITH IMPACT
176 - CSRD VERSLAG 2025
4.3.1.2.1. TIJDSHORIZONTEN
De rapportageperiode voor het duurzaam-
heidsverslag is dezelfde als voor de finan-
ciële rapportering. Waar relevant werd een
‘basisjaar’ of ‘referentiejaar’ vermeld (bijvoor-
beeld voor doelstellingen met betrekking tot
de uitstoot van broeikasgassen is 2021 het
basisjaar).
De gehanteerde tijdshorizonten voor korte,
middellange en lange termijn worden vermeld
wanneer dit relevant is voor het begrijpen van
de doelstellingen, risico’s of opportuniteiten.
De beoordeling gebeurde conform CSRD-tijd-
shorizonnen:
• Kort: 0–1 jaar (operationele risico’s,
compliance)
• Middellang: 1–5 jaar (strategische
aanpassingen)
• Lang: 5+ jaar (structurele
transformatie businessmodel)
4.3.1.2.2. SCHATTINGEN
Dit duurzaamheidsverslag bevat een aantal
schattingen, interpretaties en onzekerheden
die inherent zijn aan het rapportageproces:
• Schattingen: De belangrijkste onze-
kerheden situeren zich in zowel het
upstream- als het downstreamgedeelte
van de waardeketen met betrekking tot
aspect E1, specifiek bij de berekening van
broeikasgasemissies. Ondanks deze onze-
kerheden is de duurzaamheidsverklaring
opgesteld en gepresenteerd in overeen-
stemming met de vereisten van de ESRS
en de toepasselijke wetgeving
• Aanvullende richtlijnen: Een uitge-
breider begrip van de vereisten wordt
verwacht naarmate aanvullende
implementatierichtlijnen of Q&A-do-
cumenten beschikbaar komen
• Tenzij anders vermeld, zijn de in
dit verslag gerapporteerde duur-
zaamheids-KPI’s en berekeningen
opgesteld op basis van interne data-
bronnen en methodologieën. Naast de
(beperkte) assurance/controle door
de auditor werden deze KPI’s niet
afzonderlijk gevalideerd of gecertifi-
ceerd door een externe organisatie.
• Toekomstige verfijningen: Schattin-
gen zullen mogelijk in toekomstige
rapportageperiodes worden aan-
gescherpt naarmate relevantere
gegevens beschikbaar komen
• Interne controle: De interne con-
trolemechanismen rondom
duurzaamheidsrapportage worden
momenteel verder versterkt om de
kwaliteit en betrouwbaarheid van
de gegevens te verbeteren. Zie ook
GOV-2 voor een verdere toelichting
over de governance en de interne
controleprocessen rond duurzaam-
heidsrapportering.
• Vergelijkende gegevens: Naar ver-
wachting zal de beschikbaarheid van
vergelijkende gegevens na het eerste
rapportagejaar de bruikbaarheid en
waarde van de informatie vergroten
• Materialiteitsbeoordeling: Het mate-
rialiteitsbeoordelingsproces zal naar
verwachting verder worden verfijnd in de
komende jaren. Voor de financiële mate-
rialiteitsbeoordeling is een drempelwaarde
gehanteerd op basis van een percentage
van de omzet om de omvang van de finan-
ciële impact te bepalen
• Uitbreiding van informatie: Naarmate het
aantal rapporterende organisaties toe-
neemt en de rapportagepraktijken verder
worden ontwikkeld, kan uitgebreidere en
gedetailleerdere informatie over de waar-
deketen worden opgenomen
4.3.1.2.3. WIJZIGINGEN IN DE
OPSTELLING OF DE PRESENTATIE VAN
DUURZAAMHEIDSINFORMATIE
In dit tweede duurzaamheidsverslag conform
de CSRD-richtlijnen, hebben wij de volgende
wijzigingen in de presentatie van de duur-
zaamheidsinformatie aangebracht.
Deze herstructurering betreft voorname-
lijk een aanpassing van de overzichtstabel
en een bijstelling van welke onderwerpen als
entity-specific worden beschouwd. Het her-
schrijven van inhoud blijft beperkt; waar nodig
werd enkel extra structuur aangebracht voor
de materiële topics in de waardeketen en de
reden waarom deze niet van toepassing zijn.
Aangezien er in de voorbije periode geen
materiële gebeurtenissen hebben plaats-
gevonden, blijft de in 2024 gepubliceerde
DMA-analyse actueel en betrouwbaar als
referentiepunt. Wel stellen we vast dat in de
recent gepubliceerde duurzaamheidsversla-
gen van andere Europese ondernemingen die
onder de ESRS-rapportageverplichting val-
len, het thema ‘G – Governance’ doorgaans
expliciet wordt opgenomen. Wij wijzen er
hierbij op dat de onderliggende subthema’s
binnen het domein Governance, met name
klokkenluidersbeleid (whistleblowing) en
bedrijfscultuur, reeds aan bod komen in het
huidige verslag onder hoofdstuk S1 – Eigen
personeel.
In boekjaar 2025 werd de IRO-lijst (impacts,
risico’s en opportuniteiten) inhoudelijk ver-
fijnd ten opzichte van FY24. Dit betrof het
aanscherpen en verduidelijken van IRO-om-
schrijvingen om overlap te verminderen
en de aansluiting met ESRS-vereisten te
versterken, en het explicieter toewijzen of
actualiseren van tijdshorizonnen (kort, mid-
dellang, lang) per IRO.
De verfijningen gebeurden binnen het
bestaande dubbele-materialiteitsproces,
onder coördinatie van het CSRD-team en
met inhoudelijke validatie door interne exper-
ten en relevante stakeholders. Ze hebben
uitsluitend tot doel de consistentie, transpa-
rantie en traceerbaarheid van de IRO-lijst te
verhogen en brengen geen wijziging aan in
de afbakening van de waardeketen, noch in
de gehanteerde methodologie, wegingen of
beoordelingscriteria.
Bijgevolg hebben deze aanpassingen geen
impact op de finale materialiteitsscores,
de prioritering van impacts, risico’s en
opportuniteiten, of de vastgestelde mate-
riële topics zoals gerapporteerd voor FY24.
Verschillen tussen de IRO-tabellen van
FY24 en FY25 dienen daarom te worden
geïnterpreteerd als kwalitatieve precise-
ringen binnen hetzelfde beoordelingskader.
Tijdshorizonten zijn realistische maar voor-
zichtige inschattingen met marge, gezien ze
toekomstgerichte aannames weerspiegelen;
impacts vloeien vaak voort uit onze ker-
nactiviteiten (drukkerij, productie, events)
zonder nodeloze detaillering, en externe
drivers worden zo structureel en algemeen
mogelijk geformuleerd om robuust te blijven
(bv. klimaatverandering).
In FY24 publiceerde Roularta Media Group
haar eerste duurzaamheidsrapport volgens
de ESRS/CSRD-vereisten. Omdat dit het
eerste rapporteringsjaar was, bestond er
nog geen eerdere CSRD-historiek om per
actie de vooruitgang ten opzichte van “vorig
jaar” te tonen. Daarom geldt FY24 als base-
line (nulmeting) voor de opvolging van acties
buiten klimaatmitigatie. Voor broeikasga-
semissies en klimaatdoelstellingen wordt
gewerkt met een apart referentiejaar 2021,
dat als basisjaar dient voor het CO
2
-reduc-
tietraject en de bijhorende doelwaarden.
Vanaf FY2025 wordt de vergelijkende rap-
portering structureel ingebouwd. Conform
MDR-A §68(e) wordt bij alle acties binnen
alle materiële topics expliciet vermeld of en
welke vooruitgang is geboekt ten opzichte
van het vorige rapporteringsjaar. Voor
niet-klimaatacties betekent dit een jaar-
op-jaar vergelijking met de baseline FY24
(implementatiegraad, mijlpalen, KPI-evo-
lutie). Voor klimaat- en CO
2
-acties wordt die
jaarlijkse voortgang daarnaast gekoppeld
aan het afbouwtraject met referentiejaar
2021, zodat zowel de evolutie sinds FY24
als de voortgang richting de klimaatdoelen
zichtbaar is. Waar mogelijk gebeurt dit kwan-
titatief via KPI’s; waar dat nog niet kan, wordt
de vooruitgang kwalitatief toegelicht met
concrete gerealiseerde stappen.
Vanaf boekjaar 2025 wordt de CO
2
e-uitstoot
uit kapitaalgoederen berekend op basis van
de volledige investeringswaarde, in plaats
van de netto boekwaarde. Deze wijziging sluit
aan bij het GHG-protocol en bevordert inter-
nationale vergelijkbaarheid (zie hoofdstuk
5.1.9).
4.3.1.2.4. GEBRUIK VAN
INFASERINGSBEPALINGEN
Een onderwerp dat momenteel in verschil-
lende landen (onder meer in Nederland) ter
di
scussie staat, is de positie van freelancers
(of ZZP’ers – zelfstandigen zonder perso
-
neel). Ook in België maken mediabedrijven
frequent gebruik van freelancemedewerkers.
In bepaalde gevallen zijn dit medewerkers
die in hoofdberoep journalist zijn maar voor
verschillende bedrijven stukken schrijven. In
andere gevallen gaat het over mensen die in
wezen een ander beroep hebben maar heel
sporadisch een stukje schrijven voor een
krant of een magazine. In nog andere gevallen
zijn het mensen die in bijberoep lokaal nieuws
verzamelen. En soms zijn het mensen die tij
-
delijk iemand vervangen of op dagbasis in de
dr
uk
kerij prestaties leveren.
178 - CSRD VERSLAG 2025 CSRD VERSLAG 2025 - 179
MEDIA WITH IMPACT
Volgens de ESRS-verwachtingen zouden
al deze categorieën van medewerkers in
principe onder het bredere begrip ‘eigen
personeel’ kunnen vallen, ongeacht of zij als
zelfstandige werken, via een interimkantoor
of gespecialiseerd bedrijf zijn aangesteld,
of als jobstudent worden ingezet. Ook de
intensiteit van hun prestaties (bijvoorbeeld
fulltime gedurende drie maanden, twee
dagen per week, één artikel per maand, …)
wordt in dat kader niet als onderscheidend
criterium beschouwd.
We noteren echter dat ‘freelancer’ geen wet
-
telijk statuut is. De freelancer zal ofwel zelf
‘
z
elfstandig’ zijn en zelf factureren, ofwel zul-
len de prestaties door iemand anders worden
g
e
factureerd. Bovendien wordt meestal een
beroep gedaan op een freelancer omwille van
een bepaalde expertise.
Daarnaast beschikt Roularta Media Group
voor freelancers niet over dezelfde gegevens
als voor haar eigen werknemers. Het is voor
Roularta Media Group dan ook niet mogelijk
om informatie te rapporteren waarover zij
niet op een betrouwbare en gestructureerde
wijze beschikt.
Om die reden houdt dit duurzaamheidsver
-
slag over boekjaar 2025 uitsluitend rekening
m
e
t de werknemerscategorie zoals bepaald
in ESRS S1-6 (eigen werknemers met een
arbeidsovereenkomst). Voor andere catego
-
rieën werknemers zoals bedoeld in ESRS S1-7
ma
akt Roularta Media Group gebruik van de
toegelaten infasering.
Daarnaast heeft de Europese Com
-
missie via de “Quick Fix” bijkomende
overgangsverlichting voorzien voor
“wave 1”-rapportering, waardoor
bepaalde Own Workforce (S1)-gege
-
vens later mogen worden opgenomen.
Hi
erdoor zullen de relevante S1-7-ge-
gevens in FY2025 nog niet worden
g
er
apporteerd.
Dit is relevant omdat S1 ‘eigen perso-
neel’, en in het bijzonder het subthema
‘d
iversiteit’, als materieel onderwerp uit
de dubbele materialiteitsanalyse naar
voren kwam.
Andere infaseringsclausules waarvan
Roularta Media Group in dit verslag
gebruikmaakt, hebben betrekking
op de rapportering van verwachte
(vooruitkijkende) financiële effec
-
ten (anticipated f
inancial effects). In
lijn met de toegelaten overgangsver-
lichting en de toepassing daarvan
v
o
or rapporteringsjaar 2025 (zoals
bevestigd via de Quick Fix voor onder
-
nemingen die reeds rapporteren),
neemt Roularta Media Group deze
vooruitkijkende financiële effecten niet
op in het duurzaamheidsverslag over
boekjaar 2025.
Roularta Media Group zal, naarmate
relevantere en meer volledige data
beschikbaar worden, stapsgewijs meer
kwantitatieve informatie opnemen voor
deze standaarden.
4.3.2. GOVERNANCE
Met dit hoofdstuk 4.3.2 (‘Governance’) geeft Roularta
Media Group uitvoering aan de rapportageverplich-
tingen inzake ESRS 2 GOV-1 tot en met GOV-5.
4.3.2.1. GOV-1: DE ROL VAN DE BESTUURS-,
LEIDINGGEVENDE EN TOEZICHTHOUDENDE
ORGANEN
Op 31 december 2025 bestond de Raad van Bestuur
uit 10 leden, waarvan 5 niet-uitvoerende bestuur-
ders, 3 onafhankelijke bestuurders en 2 uitvoerende
b
e
stuurders. De Raad van Bestuur telt 3 vrouwelijke
en 7 mannelijke bestuurders. Dit komt overeen met
30% vrouwelijke bestuurders ten opzichte van het
totaal aantal leden van de Raad van Bestuur (3 op 10).
Conform ESRS 2, artikel 21(d) wordt genderdiversiteit
berekend als het percentage vrouwelijke ten opzichte
van mannelijke bestuurders, wat neerkomt op
42,86% (3 vrouwelijke ten opzichte van 7 mannelijke
bestuurders). Het aandeel onafhankelijke bestuur-
ders bedraagt 30% van het totaal aantal leden van
de Raad van Bestuur. Voor verdere informatie over
de rol, samenstelling en werking van de bestuurs-,
leidinggevende en toezichthoudende organen wordt
verwezen naar de Verklaring inzake deugdelijk
bestuur in het jaarverslag van Roularta Media Group
(digitale jaarverslagsectie ‘Deugdelijk bestuur’)
4.3.2.2. GOV-2: INFORMATIE VERSCHAFT AAN
EN OMGANG MET DUURZAAMHEIDSTHEMA’S
DOOR BESTUURS-, LEIDINGGEVENDE EN
TOEZICHTHOUDENDE ORGANEN VAN DE
ONDERNEMING
De Raad van Bestuur en het auditcomité heb-
ben, onder andere, als taak om toezicht te
houden op de inspanningen en de vorderingen van
Roularta Media Group op vlak van duur-
zaamheid. In FY2024 vergaderden de
Raad van Bestuur en het auditcomité res-
pectievelijk één keer per kwartaal. Vanaf
2024 werd daarbij expliciet ook de opvol-
ging van het CSRD-traject op de agenda
geplaatst.
Een CSRD-coördinator werd formeel
aangesteld en werkt samen met de BU
Controller en de CFO. Deze structuur zorgt
voor een duidelijke verdeling van taken
en verantwoordelijkheden en bewaakt
de kwaliteit en betrouwbaarheid van de
ESG-gegevens. Om het CSRD-traject
structureel op te volgen, werd voor elke
bijeenkomst van de Raad van Bestuur en
het auditcomité een CSRD-statusnota
met de voortgang van het implementa-
tietraject opgemaakt en besproken met
de aanwezige leden, aangevuld met een
overzicht van relevante Susco-KPI’s.
De Raad van Bestuur volgt ook de risi-
co’s, impacten en opportuniteiten (IRO’s)
op. De betrokkenheid van de Raad van
Bestuur en van het management omtrent
de IRO’s wordt op verschillende plaatsen
in het duurzaamheidsverslag verder toe-
gelicht.
Op de vergaderingen van het Management
Team (MT) is duurzaamheid een telkens
terugkerend onderwerp dat afhankelijk
van de focus een of ander thema belicht
binnen het ESG-kader. Dat kan gaan over
het wagenpark, PV-installaties, digitale
innovatieprojecten, HR-aangelegenheden,
folie versus papier, nutsvoorzieningen, …
Roularta Media Group blijft in 2025 duurzaam-
heidsinformatie rapporteren volgens de CSRD
en ESRS. De duurzaamheidsverklaring wordt
onderworpen aan verplichte beperkte mate
van zekerheid (limited assurance) door de
externe auditor. Daarbij vallen ook de dubbele
materialiteitsanalyse en de rol van het audit-
comité binnen het toezicht op de rapportering
onder de reikwijdte van de zekerheidstoets.
De Europese Omnibus-voorstellen van febru-
ari 2025 voorzien in een uitstel van bepaalde
verplichtingen (“stop-the-clock”). Andere
mogelijke vereenvoudigingen zijn nog niet
definitief. Roularta Media Group volgt deze ont-
wikkelingen op en zal haar aanpak aanpassen
zodra de regelgeving formeel is vastgelegd.
De klimaatscenario- en veerkrachtanalyse
werd in 2025 ter goedkeuring voorgelegd aan
Susco en werd ook afgestemd met de auditor
in functie van de zekerheidsopdracht. Susco
valideerde de analyse op 15/10/2025; het audit-
comité en de Raad van Bestuur namen deze
ter kennis op respectievelijk 03/11 en 07/11. De
infaseringsbepalingen binnen ESRS E1 zullen
door het Europese uitstel later volledig van
kracht worden. Het jaar 2025 wordt gebruikt
om datastromen, methodes en interne contro-
les verder te versterken.
Om de kwaliteit en betrouwbaarheid van CSRD-
data te borgen, implementeerden we in 2025
extra interne controles in het dataverzame-
lingsproces en voeren we verbeteracties
uit op basis van de aanbevelingen van
onze auditor. Deze controles omvatten
onder meer vier-ogen-validatie, recon-
ciliatie met onderliggende bronsystemen
en formeel versiebeheer van emissiefac-
toren en KPI-bestanden. KPI’s voor het
Susco-dashboard worden per kwartaal
opgevolgd via Excel. Daarnaast wordt de
verdere automatisering van de rappor-
tering voorbereid (onder meer via extra
software of een tussenoplossing zodra
de data in de datawarehouses dit toe-
laten).
Het SUSCO (Sustainability Commit-
tee) is een interne werkgroep binnen
Ro
ularta Media Group die zich richt op
het integreren, coördineren en opvol
-
gen van duurzaamheidsinitiatieven
in lijn met de bedrijfsstrategie en de
CSRD-vereisten. Dit comité fungeert
als centraal coördinatie- en afstem
-
mingsorgaan tussen de verschillende
de
partementen (zoals HR, facilities,
operations, communicatie en redactie)
om duurzaamheid structureel te ver
-
ankeren in de organisatie. Het comité
ve
rgadert één keer per kwartaal om de
voortgang van projecten te bespreken,
nieuwe acties te plannen en de interne
en externe communicatie rond duur
-
zaamheid af te stemmen. Het comité
on
d
ersteunt een consistente en trans-
parante rapportering en faciliteert
s
a
menwerking en kennisdeling tussen
de betrokken entiteiten.
180 - CSRD VERSLAG 2025 CSRD VERSLAG 2025 - 181
MEDIA WITH IMPACT
Voor een overzicht van de materiële impac-
ten, risico’s en kansen waarop de bestuurs-,
leidinggevende en toezichthoudende organen
ageren, verwijzen we naar het hoofdstuk over
DMA-analyse.
4.3.2.3. GOV-3: INTEGRATIE VAN
DUURZAAMHEIDSPRESTATIES IN
BELONINGSREGELINGEN
Voor 2025 wordt in de afspraken met het top
management met betrekking tot het variabel
deel van de verloning een materiële bijdrage
tot het bereiken van de duurzaamheidstargets
opgenomen. Deze bijdragen worden enkel
kwalitatief bekeken. Dat impliceert dat er een
gemeenschappelijke verantwoordelijkheid is
van het management om duurzaamheid uit
te dragen. De individuele weging per manager
kan verschillen, afhankelijk van de mate van
invloed van de betrokken manager op het
relevante duurzaamheidsbeleid.
Dat impliceert dat er een gemeenschap-
pelijke verantwoordelijkheid is van het
management om de duurzaamheidstargets
en KPI’s die werden opgelijst in hoofdstuk 2
te behalen maar dat de individuele weging
per manager kan verschillen, afhankelijk van
de mate van invloed van de betrokken mana-
ger op de relevante targets en KPI’s.
Dit betekent ook dat de opvolging van de
stand van zaken ten opzichte van deze
kwalitatieve targets systematisch wordt
opgenomen op het niveau van de manage-
ment team meetings.
De kwalitatieve beoordeling van het beha-
len van de resultaten door het management
gebeurt door het Excom.
4.3.2.4. GOV-4: DUE DILIGENCE-
VERKLARING
Omwille van praktische redenen wordt het
due diligence-proces opgedeeld in vijf stap-
pen:
4.3.2.4.1. RISICO-IDENTIFICATIE
ESG-risico’s die een mogelijke bedreiging
vormen voor zowel het bedrijf als zijn sta-
keholders. Roularta Media Group staat voor
deze risico’s continu in contact met haar sta-
keholders. Denk bijvoorbeeld aan privacy en
GDPR, met in dat kader de integratie van een
opt-in-systeem (waarbij telkens de goedkeu-
ring van de klant vereist is).rbij telkens de
goedkeuring van de klant vereist is).
4.3.2.4.2. INTEGRATIE VAN DUE
DILIGENCE IN POLICIES
Duurzaamheid is over de hele lijn een
belangrijk begrip bij Roularta Media Group,
zowel binnen de strategie als qua beheer,
management en uitvoering. De waarde ‘One
Team, One Family, One Planet’ kreeg niet
zomaar een centrale rol binnen de organisa
-
tie. Verder spreken de inspanningen die het
bedrijf de voorbije jaren op diverse aspecten
van duurzaamheid leverde voor zich. Denk
maar aan de installatie van zonnepane
-
len, nieuwe ovens, paper wrap installaties,
de g
rote groene omgeving rond de site in
Roeselare, duurzame initiatieven voor het
personeel en zeker ook de verbintenis om
duurzaamheid te verkondigen en te promo
-
ten bij het brede publiek (zie ook ‘Brainprint’
– e
n
titeitspecifieke informatie bij hoofdstuk
S3 – getroffen gemeenschappen).
4.3.2.4.3. IMPACTEVALUATIE
Bij de uitvoering van operationele activitei-
ten houdt Roularta Media Group in de mate
van het mogelijke rekening met de impact
op de mens en de omgeving. Daarbij liggen
potentiële negatieve én potentiële posi-
tieve effecten in de weegschaal.
4.3.2.4.4. VERMIJDEN EN BEPERKEN VAN
NEGATIEVE IMPACT
Op basis van de risicoanalyses
en de impactevaluatie ontwikkelt
Roularta Media Group procedures en
actieplannen om potentiële negatieve
effecten te vermijden of te beperken.
Sommige procedures zijn het resultaat
van wettelijke normen en verplichtingen,
andere ontstaan uit eigen initiatief.
4.3.2.4.5. OPVOLGING EN EVALUATIE
Het spreekt voor zich dat opvolging en evalua-
tie op regelmatige tijdstippen cruciaal is om de
gemaakte progressie te meten en te beoorde-
len. In dat licht is dit duurzaamheidsverslag op
zich een waardevolle bron van metrics voor alle
aspecten die relevant zijn binnen de beleids-
voering van Roularta Media Group. Verder in
dit verslag kan elke stakeholder zelf nagaan op
welke manier de opvolging gebeurt en in welke
richting het bedrijf evolueert.
4.3.2.5. GOV-5: RISICOBEHEERSING EN
INTERNE CONTROLES
4.3.2.5.1 PROCESOMSCHRIJVING TOT STAND
KOMEN RAPPORTERING
• Het CSRD-team is in 2024 gestart met de
identificatie van de data owners binnen
Roularta Media Group, waarbij de data
gaps voor de belangrijkste topics (E1 en S1)
prioriteit kregen
• Het CSRD-team heeft diverse gesprekken
gevoerd met de data owners om inzicht
te krijgen in de datacaptatiesystemen en
-verzamelingsmethoden (automatisch of
manueel) die aangeboord moeten worden
voor het duurzaamheidsverslag. Verder
vond in 2024 een eerste navraag naar de
volledigheid van de data plaats.
• De interne controlemechanismen van de
belangrijkste datacaptatiesystemen (bv.
CO
2
e module) werden nagekeken en afge-
stemd op de CSRD-rapportagevereisten
• Er werd een SharePoint opgezet, met per
topic toegang voor de data owners voor
het opladen van informatie
• Via interne controles werden de data
nagekeken op vlak van volledigheid, nauw-
keurigheid en betrouwbaarheid
• Het CSRD-team ging na met welke frequen-
tie de informatie aangeleverd kan worden.
Momenteel is dat voor de meeste informa-
tie eenmaal per jaar
4.3.2.5.2 ALGEMENE RISICO’S BIJ
DUURZAAMHEIDSRAPPORTERING
• De data owners zijn wijdverspreid over de
volledige onderneming
• Voor bepaalde informatie zijn er zowel Bel-
gische als Nederlandse data owners
• Er zijn diverse datacaptatiesystemen in
gebruik
• Aangezien dit het tweede jaar van de
CSRD-verplichting is, zijn de data owners
nu vertrouwd met de deadlines voor het
aanleveren van informatie.
4.3.2.5.3 STRATEGIE VOOR
RISICOBEHEERSING BIJ
DUURZAAMHEIDSRAPPORTERING
• Data met een reëel risico op fouten,
voornamelijk manuele data, zullen in de
toekomst meermaals per jaar worden
opgevraagd.
• Om onze duurzaamheidsrapportering
verder te versterken, werken we aan een
oplossing die onze data centraliseert en
zorgt voor duidelijke verantwoordelijk-
heden. De data owners blijven instaan
voor de invoer van gegevens, terwijl de
CSRD-verantwoordelijke de interne
controles opvolgt – zo verzekeren we
kwaliteit en transparantie.
• In 2024 hebben we uitgebreid met
verschillende leveranciers gespro-
ken om de juiste IT-partner te vinden.
Na evaluatie hebben we besloten om
voorlopig verder te bouwen op onze
bestaande en vertrouwde tools.
Deze aanpak laat ons toe tegelijk flexi-
bel en wendbaar te werken aan onze
CSRD-doelstellingen. Met deze prak-
tische oplossing blijven we gericht op
groei, samenwerking en continue verbe-
tering.
Vanaf 2025 wordt een lijst bijgehouden
met verbeterpunten voor het duurzaam-
heidsverslag. Deze lijst wordt gedeeld
met het management, waarna de Raad
van Bestuur op de hoogte wordt gebracht
van eventuele noodzakelijke acties.
4.3.3. STRATEGIE
Samen met het hoofdstuk over de
DMA-analyse dekken de toelichtingen
in 4.3.3 de disclosure requirements van
ESRS 2 SBM-1 tot en met SBM-3.
4.3.3.1. SBM-1: STRATEGIE,
BUSINESSMODEL EN WAARDEKETEN
Roularta Media Group zet al meer dan
twee decennia in op duurzaam en
eco-efficiënt ondernemen, ambities die
ingebed zijn in de missie, visie en waar-
den van het bedrijf en de slagzin ‘One
Team, One Family, One Planet’.
182 - CSRD VERSLAG 2025 CSRD VERSLAG 2025 - 183
MEDIA WITH IMPACT
De vooropgestelde duurzaamheidsdoelen
hebben raakvlakken met alle producten
en diensten die Roularta Media Group
aanbiedt en de markten die ze bedient.
Significante groepen producten
en/of diensten:
• Publiciteit (SMA-sector*)
• Abonnementen en losse verkoop
(TMC-sector*)
• Drukwerk voor derden (TMC-sector*)
• Line extensions (SST-sector*)
Significante groepen markten:
• Lokale mediamarkt
• Magazinemarkt
• Drukwerk voor derden, verkoop papier
• Krantenmarkt
• Audiovisuele markt
De werknemers van Roularta Media Group
zijn verspreid over drie geografische
gebieden, met de grootste aantallen in
Nederland en België (zie ook hoofdstuk S1).
Land
aantal
personeelsleden
2024
aantal
personeelsleden
2025
evolutie
tov 2024
België 1.014 957 -57
Nederland 254 240 -14
Totaal aantal
werknemers per 31/12
1.268 1.197 -71
De doelstellingen die verband houden met
het klimaat zijn voornamelijk van toepassing
op de drukkerij van Roularta Media Group.
Deze objectieven beïnvloeden de lokale
mediamarkt, de magazinemarkt, de kran-
tenmarkt en de markt van het drukwerk
voor derden. De duurzaamheidsdoelstel-
lingen uit het sociale luik raken dan weer
vooral de werknemers en de magazines.
Er werd ook een doelstelling neergepend die
zich specifiek richt op de leveranciers van
Roularta Media Group, met als concrete
actie daarbij de vraag om het aankoop-
charter te ondertekenen.
Meer informatie over de waardeketen is
te vinden in het hoofdstuk 4.2.5 over de
DMA-analyse
4.3.3.2. SBM-2: BELANGEN EN
OPVATTINGEN VAN STAKEHOLDERS
Hoe interageert Roularta Media Group met
haar stakeholders?
De tabel op de volgende pagina geeft
een overzicht van de verschillende cate-
gorieën stakeholders, de manier waarop
R
o
ularta
Media Group met hen in dialoog
gaat en de beoogde doelstellingen. Het gaat
om vijf categorieën:
• de klanten
• de werknemers
• de leveranciers
• de aandeelhouders en de financiële en
wetgevende instanties
• de buren en de omgeving
Het spreekt voor zich dat de manier van
interageren verschilt van categorie tot
categorie, net als de ESG-aspecten die aan
bod komen.
Waar ESRS 1 twee hoofdcategorieën
stakeholders onderscheidt (geïmpac-
teerde stakeholders en gebruikers van de
duurzaamheidsinformatie), wordt in dit
hoofdstuk een meer praktische indeling
gehanteerd op basis van de relatie met
Roularta Media Group. De veronderstelling
is dat de meeste stakeholders die impact
kunnen ervaren, ook tot de potentiële lezers
van het duurzaamheidsverslag behoren.
Afhankelijk van het belang en de omvang
van de impact op of van de stakeholder,
worden ook bestuurs- en leidinggevende
organen betrokken in de communicatie en
besluitvorming.
* SMA-sector of Marketing sector, TMC-sector of ‘Media- and Communication’ sector, SST-sector of ‘Sales and Trade’ sector.
Klanten
• Contact via verkopers
• Feedback klantendienst(en)
• Evenementen voor klanten
• Tevredenheidsenquêtes
• Ad hoc feedback en reacties
• Bedrijfsbezoeken
• Uitwisseling informatie i.v.m. DMA-uitkomst
Deze contacten dienen vooral om te peilen naar de verwach-
tingen van en de prioritaire aspecten voor de klanten.
De materiële topics van het duurzaamheidsverslag werden
gevalideerd door de key B2B-klanten.
Werknemers
• Reflectiegesprekken
• Evenementen en netwerking
• Duurzaamheidsinitiatieven
• Duurzaamheid-awards
• Enquêtes
• Informele one-to-one-gesprekken
Deze contacten dienen om te leren waar het bedrijf kan verbe-
teren, welke opleidingen ontbreken, welke initiatieven mogelijk
zijn, hoe groot de betrokkenheid is en hoe tevreden de mede-
werkers zijn. We verwijzen naar het hoofdstuk S1-2 voor meer
informatie.
Leveranciers
• Nauwe contacten met hun vertegenwoordigers
• Bedrijfsbezoeken aan belangrijke leveranciers
• Uitwisseling informatie i.v.m. DMA-uitkomst
Deze contacten dienen enerzijds om de samenwerking met de
leveranciers te optimaliseren en anderzijds om hen duidelijk te
maken wat de verwachtingen van Roularta zijn (bv. i.v.m. het
duurzaam aankoopcharter).
De materiële topics van het duurzaamheidsverslag werden
gevalideerd door de sleutelleveranciers.
Financiële
instellingen en
aandeelhouders
• Meetings met financiële instellingen
• Meetings met beursanalisten
• Jaarvergadering voor aandeelhouders
• Periodieke rapportering rond resultaten
• Uitwisseling informatie i.v.m. DMA-uitkomst
Deze contacten dienen om de betrokkenen te informeren maar
tegelijk ook een aantal duurzaamheidsaspecten (bv. rond
investeringen in duurzaamheidsinitiatieven) te duiden.
De materiële topics van het duurzaamheidsverslag werden
gevalideerd door een financiële instelling.
Buren en omgeving
• Bedrijfsbezoeken
• Overleg met buren
Deze contacten dienen enerzijds om te communiceren naar
de omgeving toe, zodat de buren op een duidelijke en directe
manier geïnformeerd zijn over de acties en de plannen, en
anderzijds om te luisteren naar de bezorgdheden van de buren,
zodat die kunnen worden meegenomen in de besluitvorming.
OVERZICHT VAN DE VERSCHILLENDE CATEGORIEËN STAKEHOLDERS
184 - CSRD VERSLAG 2025 CSRD VERSLAG 2025 - 185
MEDIA WITH IMPACT
4.3.3.3. SBM-3: MATERIËLE RISICO’S,
IMPACTEN EN OPPORTUNITEITEN (IRO’S)
In overeenstemming met rapportage-eis SBM 3
rapporteert Roularta Media Group haar materi-
ele impacten, risico’s en kansen op basis van de
materialiteitsanalyse.
Roularta Media Group beoordeelt ook of mate-
riële duurzaamheidsrisico’s en -opportuniteiten
leiden tot huidige financiële effecten in de
jaarrekening. Voor boekjaar 2025 zijn geen
materiële financiële effecten geïdentificeerd
die afzonderlijk in de jaarrekening werden
opgenomen of toegelicht.
Daarnaast zijn er geen materiële duurzaam-
heidsrisico’s/opportuniteiten geïdentificeerd
waarvoor een aanzienlijk risico bestaat dat
de boekwaarde van activa of passiva in de
komende verslagperiode significant moet wor-
den aangepast.
De entiteitspecifieke onderwerpen worden als
volgt gerapporteerd:
• ES1 - Aantrekken en behouden van Werk-
nemers (Entiteitspecifiek onder S1)
• ES2- Brainprint & Community Buil-
ding (Entiteitspecifiek onder S3)
• ES3- Digitale innovatie en IT-be-
trouwbaarheid (Entiteitspecifiek
onder S4)
• ES4 Onafhankelijke journalistiek &
verantwoorde content (Entiteitspeci-
fiek onder S4)
Governance werd niet materieel beschouwd
in de waardeketen omwille van:
• het beperkt aantal landen waar
Roularta Media Group opereert;
• directe leveranciers die voornamelijk
Europees zijn gelokaliseerd; en
• het financieel risico op omkoping
en fraude dat werd ingeschat, maar
de materialiteitsdrempel niet over-
schreed.
Aangezien er in de voorbije periode geen
materiële gebeurtenissen hebben plaats-
gevonden, blijft de in 2024 gepubliceerde
DMA-analyse actueel en betrouwbaar als
referentiepunt.
Wel stellen we vast dat in de recent
gepubliceerde duurzaamheidsverslagen
van andere Europese ondernemingen die
onder de ESRS-rapportageverplichting
vallen, het thema ‘G – Governance’ door-
gaans expliciet wordt opgenomen.
Wij wijzen er hierbij op dat de onderlig-
gende subthema’s binnen het domein
Governance, met name klokkenluidersbe-
leid (whistleblowing) en bedrijfscultuur, reeds
aan bod komen in het huidige verslag onder
hoofdstuk S1 – Eigen personeel.
Het onderwerp verantwoorde content, meer
bepaald factchecking , werd als entiteitspeci-
fiek weerhouden en na interne beraadslaging
en overweging van input van belanghebben-
den opgenomen onder S4.
De lijst omvat de ESG-referentie, de IRO, de
tijdshorizont, de situering van de impact, het
risico of de kans in de waardeketen en de
omschrijving.
De omschrijving legt uit hoe de impact, de
kans of het risico een invloed heeft op mens
en maatschappij. De tijdshorizont vertelt dan
weer op welke tijdshorizont de impact, het
risico of de kans betrekking heeft. Is dat op
korte termijn (minder dan één jaar), middel-
lange termijn (twee à vijf jaar) en/of lange
termijn (vijf jaar of meer)?
Zoals uit de volgende tabel blijkt, hebben alle
aspecten qua tijdshorizon als redelijke ver-
wachting zowel de korte, de middellange als
de lange termijn. Op basis van de gekende
huidige situatie en informatie zullen de
impacten dus nog zeker vijf jaar of langer
actief zijn.
In boekjaar 2025 werd de IRO-lijst (impacts,
risico’s en opportuniteiten) inhoudelijk ver-
fijnd ten opzichte van FY24. Dit betrof het
aanscherpen en verduidelijken van IRO-om-
schrijvingen om overlap te verminderen en
de aansluiting met ESRS-vereisten te
versterken, en het explicieter toewijzen
of actualiseren van tijdshorizonnen (kort,
middellang, lang) per IRO.
De verfijningen gebeurden binnen het
bestaande dubbele-materialiteitsproces,
onder coördinatie van het CSRD-team
en met inhoudelijke validatie door interne
experten en relevante stakeholders. Ze
hebben uitsluitend tot doel de consis-
tentie, transparantie en traceerbaarheid
van de IRO-lijst te verhogen en brengen
geen wijziging aan in de afbakening van
de waardeketen, noch in de gehanteerde
methodologie, wegingen of beoordelings-
criteria.
Bijgevolg hebben deze aanpas-
singen geen impact op de finale
materialiteitsscores, de prioritering van
impacts, risico’s en opportuniteiten, of
de vastgestelde materiële topics zoals
gerapporteerd voor FY24. Verschillen tus-
sen de IRO-tabellen van FY24 en FY25
dienen daarom te worden geïnterpreteerd
als kwalitatieve preciseringen binnen
hetzelfde beoordelingskader. Tijdshori-
zonten zijn realistische maar voorzichtige
inschattingen met marge, gezien ze toe-
komstgerichte aannames weerspiegelen;
impacts vloeien vaak voort uit onze ker-
nactiviteiten (drukkerij, productie, events)
zonder nodeloze detaillering, en externe
drivers worden zo structureel en alge-
meen mogelijk geformuleerd om robuust
te blijven (bv. klimaatverandering).
CSRD VERSLAG 2025 - 187
MEDIA WITH IMPACT
186 - CSRD VERSLAG 2025
MATERIËLE ASPECTEN EN METRICS
Material Topic Subtopic IRO nummer IRO omschrijving Type IRO Type Positief
Negatief
Impact
Tijdshorizon Toelichting Tijdshorizon Own operations (EO)
Waardeketen (U / D)
E1. Klimaat
verandering
Klimaat mitigatie IRO-01
Door eigen bedrijfsactiviteiten van RMG komt energieverbruik en brandstofgebruik vrij, wat leidt
tot broeikasgasemissies (scope 1–2) en bijdraagt aan klimaatverandering
Impact Negatief KT, MT, LT
De impact is op vandaag concreet aanwezig en dit is ook
niet iets wat op korte termijn zal verdwijnen.
EO, U, D
IRO-02
Door upstream en downstream activiteiten (grondstoffenwinning, verwerking, vervoer, vliegreizen,
enz.) ontstaan scope-3 broeikasgasemissies, wat bijdraagt aan klimaatverandering
Impact Negatief KT, MT, LT
De impact is op vandaag concreet. Bovendien zijn we voor
dit aspect in belangrijke mate afhankelijk van ontwikkelin-
gen bij onze partners zowel upstream als downstream.
EO, U, D
IRO-03
Door overheidsbeleid voor decarbonisatie kan RMG toegang krijgen tot subsidies voor koolsto-
farme gebouwen en apparatuur, wat investeringskosten verlaagt en de transitie versnelt.
Opportunity Transitie KT, MT, LT
Mogelijkheid tot financiële voordelen kunnen zich zowel
op de korte, midden of lange termijn voordoen. Momen-
teel wordt er in de wetgeving veel aandacht besteed aan
duurzaamheid, wat op de lange termijn waarschijnlijk nog
steeds zo zal zijn.
EO, U, D
IRO-04
Door stijgende koolstofprijzen en regelgeving kunnen emissie-intensieve aankopen (papier, trans-
port, energie) duurder worden, wat de inkoopkosten van RMG verhoogt
Risk Transitie MT, LT
Momenteel is Roularta Media Group reeds bezig met
investeringen in koolstofarme technologieën. De eventuele
prijsstijgingen kunnen zich zowel op de middellange - of
de lange termijn voordoen.
EO, U, D
IRO-05
De noodzakelijke transitie-investeringen van RMG in koolstofarme technologieën en processen
(bv. energie-efficiëntie, elektrificatie, alternatieve brandstoffen) kunnen leiden tot extra CAPEX,
implementatie- en omschakelkosten en tijdelijke operationele verstoringen, wat druk zet op het
financieel resultaat. Deze investeringen kunnen tegelijk op termijn emissies verlagen en efficiën-
tiewinsten opleveren.
Risk Transitie KT , MT
Momenteel is Roularta Media Group reeds bezig met
investeringen in koolstofarme wagenparken. De eventu-
ele prijsstijgingen kunnen zich zowel op de korte - of de
middellange termijn voordoen.
EO, U, D
Energie IRO-06
Door eigen bedrijfsactiviteiten van RMG komt energieverbruik en brandstofgebruik vrij, wat leidt
tot broeikasgasemissies (scope 1–2) en bijdraagt aan klimaatverandering
Impact Negatief MT, LT
Ook hier opteren we voor de lange tijdshorizont. Op
middellange termijn mikken we wel degelijk op een
belangrijke vermindering van de negatieve impact voor
electriciteit. Echter is er momenteel geen vooruitzicht op
een volwaardig alternatief voor het gebruik van gas in de
productie-omgeving. (vb. waterstof)
EO, U
IRO-07
Door energie-intensieve upstream/downstream sectoren (papier/pulp, chemie, datacenters,
voeding, dranken) wordt veel energie verbruikt, wat indirect bijdraagt aan emissies en ener-
gie-impact in de waardeketen
Impact Negatief KT , MT
Wij rekenen op 'snel' realiseerbare optimalisaties op korte
& middellange termijn
EO, U
IRO-08
Door investeringen in energie-efficiëntie kan RMG minder energie verbruiken, wat de bedrijfskos-
ten verlaagt.
Opportunity Transitie MT , LT
Mogelijkheid tot financiële voordelen kunnen zich zowel op
de middellange - of lange termijn voordoen.
EO, U
IRO-09
Door verdere energie-efficiëntiemaatregelen kan RMG het verbruik reduceren, wat bijkomende
daling van bedrijfskosten oplevert
Opportunity Transitie MT , LT
Mogelijkheid tot financiële voordelen kunnen zich zowel op
middel of lange termijn voordoen.
EO, U
188 - CSRD VERSLAG 2025 CSRD VERSLAG 2025 - 189
MEDIA WITH IMPACT
Material Topic Subtopic IRO nummer IRO omschrijving Type IRO Type Positief
Negatief
Impact
Tijdshorizon Toelichting Tijdshorizon Own operations (EO)
Waardeketen (U / D)
IRO-10
Door stijgende energieprijzen of hogere verbruiksvolumes kunnen de energiekosten van
RMG toenemen, wat de operationele kosten verhoogt.
Risk Transitie MT , LT
Momenteel is Roularta Media Group bezig met
investeringen in energie-efficiëntere apparatuur.
De eventuele risico's kunnen zich zowel op middel-
lange - of lange termijn voordoen.
EO, U
IRO-11
Door de nood aan energie-efficiëntere apparatuur moet RMG investeren, wat op korte/
middellange termijn extra kapitaalkosten veroorzaakt.
Risk Transitie MT , LT
De eventuele risico's kunnen zich zowel op de
middel - of de lange termijn voordoen.
EO, U
IRO-12
Door gebeurtenissen in de waardeketen (schaarste, verstoringen, geopolitiek, klimaat)
kunnen toeleveringen onderbroken raken, wat productie en dienstverlening van RMG
belemmert
Risk Fysiek MT , LT
Klimaatimpact en geopolitieke risico’s op middellange
- en lange termijn
EO, U
IRO-13
Door markt- en ketenontwikkelingen kunnen prijzen van aangekochte goederen
en diensten (papier, transport, diensten) stijgen, wat financiële druk zet op RMG
Risk Transitie MT , LT
Transitiegedreven prijsveranderingen voorzien wij
op middellange - en langetermijn
EO, U
E2. Verontreiniging
Verontreiniging
van water, bodem
en zorgwekkende
stoffen
IRO-14
Door productieprocessen bij upstream leveranciers (papier/pulp, mijnbouw, metaal) kan
vervuild afvalwater ontstaan, wat waterkwaliteit en ecosystemen negatief beïnvloedt
Impact Negatief MT , LT
Vervuilingsgerelateerde risico’s zijn ketenafhankelijk
en verbonden aan de productieprocessen bij upstream
leveranciers. Zij vragen voortdurende monitoring en
samenwerking met leveranciers waardoor een mid-
del- tot langetermijnvisie (5–10 jaar) nodig is om ze
realistisch te beoordelen en te mitigeren.
U
IRO-15
Door gebruik van gevaarlijke chemicaliën in de toeleveringsketen kan blootstelling
of lozing leiden tot gezondheidsproblemen en/of bodemverontreiniging.
Impact Negatief MT , LT
Regelgeving rond chemische stoffen wordt strenger;
impact op gezondheid en bodem is structureel op
lange termijn te beschouwen
U
IRO-16
Door strengere regelgeving voor leveranciers kunnen hun nalevingskosten stijgen,
die (deels) worden doorgerekend aan RMG
Risk MT , LT
Kosten door regelgeving kunnen sneller voelbaar zijn
(3–7 jaar), Beleidswijzigingen kunnen sneller door-
werken in prijszetting en contracten, wat op de lange
termijn waarschijnlijk voelbaar wordt.
U
Lucht
verontreiniging
IRO-17
Door gebruik van oplosmiddelen en processen in eigen activiteiten kunnen
niet-broeikasgasemissies vrijkomen, wat lokale luchtkwaliteit negatief beïnvloedt.
Impact Negatief MT , LT
Aangezien dit aspect hoofdzakelijk gekoppeld is
aan de productie zal dit uiteraard de Belgische en
Europese normen volgen.
EO, U
IRO-18
Door upstream activiteiten in transport/reizen, mijnbouw, metaal en petroleum kunnen
schadelijke luchtemissies ontstaan, wat luchtkwaliteit en gezondheid in de keten schaadt.
Impact Negatief MT , LT
Upstream lucht-emissies zijn procesgebonden. Leve-
ranciers volgen Belgische/EU-normen, maar reducties
vergen investeringen en tijd, waardoor effecten vooral
op MT/LT spelen.
EO, U
MATERIËLE ASPECTEN EN METRICS
190 - CSRD VERSLAG 2025 CSRD VERSLAG 2025 - 191
MEDIA WITH IMPACT
Material Topic Subtopic IRO nummer IRO omschrijving Type IRO Type Positief
Negatief
Impact
Tijdshorizon Toelichting Tijdshorizon Own operations (EO)
Waardeketen (U / D)
E3. Water en mariene
hulpbronnen
Watergebruik
en -beheer (incl.
waterverbruik
& -lozingen)
IRO-20
Door water-intensieve upstream sectoren in RMG’s waardeketen (papier/pulp,
datacentra, productie geadverteerde producten) kan hoge wateronttrekking/lozing
bijdragen aan waterstress en ecosysteemdruk.
Impact Negatief MT , LT
Watergerelateerde impacts zijn ketenafhankelijk en nemen toe naar-
mate klimaatverandering en regionale waterstress in water-intensieve
upstream sectoren verergeren. Daarom is een middel- tot langetermijn-
visie (5–10 jaar) nodig om deze impacts realistisch te beoordelen en te
mitigeren.
U
IRO-21
Door waterstress en schaarste bij upstream leveranciers kunnen grondstoffen duurder
worden, wat de prijs van gekochte goederen voor RMG verhoogt.
Risk MT , LT
Prijsimpact manifesteert zich via marktwerking en regelgeving;
ketenaanpassing vergt tijd
U
IRO-22
Door waterstress bij papierleveranciers kan productie vertragen of stilvallen,
wat papieraanvoer verstoort en productie/inkomsten van RMG kan beïnvloeden.
Risk LT
Productie- en leveringsrisico’s zijn reëel, maar ontwikkelen zich over
langere termijn; vereist strategische sourcing
U
E4. Biodiversieit en
ecosystemen
Directe impact-
factoren van
biodiversiteits-
verlies
IRO-23
Door inkoop van materialen uit biodiversiteitsgevoelige sectoren (papier/bos, metalen,
chemicaliën) kan habitatverlies en biodiversiteitsimpact in de waardeketen toenemen.
Impact Negatief LT
De biodiversiteitsimpact is ketenafhankelijk, structureel en ontwikkelt
zich over meerdere jaren. Omdat veranderingen bij biodiversiteitsgevoe-
lige upstream leveranciers traag verlopen en strategische due diligence
vergen, situeert de beoordeling en mitigatie zich vooral op lange termijn.
U
E5. Materiaal gebruik
en circulaire econo-
mie
Instroom van
hulpbronnen,
inclusief gebruik
van hulpbronnen
IRO-24
Door winning en verwerking van kritieke grondstoffen (hout, ertsen, olie) in de keten kun-
nen negatieve milieu- en sociale effecten ontstaan, zoals landgebruikdruk en vervuiling.
Impact Negatief MT , LT
Deze impact ontstaat in upstream sectoren waar kritieke grondstof-
fen worden gewonnen en verwerkt en is structureel verbonden aan die
productieprocessen. RMG is via materiaalinkoop aan deze ketenimpact
blootgesteld, maar heeft slechts indirecte invloed. Door schaarste,
klimaatdruk en geopolitieke ontwikkelingen kan de ernst van deze
upstream impact op middel- tot lange termijn toenemen.
U
IRO-25
Door circulaire economiepraktijken (hergebruik, reductie, recyclage) kan RMG efficiënter
met materialen omgaan, wat kosten verlaagt en winstmarge verhoogt.
Opportunity LT Transitie vereist systeemverandering en samenwerking in de keten D
IRO-26
Door grondstoffentekorten bij leveranciers kan aanvoer stokken, wat productie verstoort
en financiële verliezen kan veroorzaken
Risk LT Langetermijnrisico door uitputting, regelgeving en geopolitieke druk U
Afval IRO-27
Het uitvoeren van RMG’s eigen druk- en distributieprocessen en het organiseren van
events, samen met het niet-verkopen van exemplaren, leidt tot afvalstromen (papier,
voedselafval, reststromen) die een negatieve milieu-impact veroorzaken wanneer ze niet
worden vermeden, hergebruikt of gerecycleerd.
Impact Negatief MT
Omdat deze afvalstromen rechtstreeks voortkomen uit terugkerende
eigen operationele processen, kan een reductie via interne maatregelen
(preventie, scheiding, recyclage) op middellange termijn effect hebben.
EO
IRO-28
Het inkopen en gebruiken van materialen en producten door RMG (bv. papier, inkt,
promotiematerialen, IT-apparatuur) en het op de markt brengen van print- en andere con-
sumentenproducten leidt ertoe dat in de toeleveringsketen aanzienlijke (soms gevaarlijke)
afvalstromen ontstaan en dat de end-of-life fase van deze producten bijkomende nega-
tieve milieu-impact kan veroorzaken.
Impact Negatief MT , LT
Omdat deze impacts samenhangen met materiaalkeuzes en product-
levenscycli, vraagt mitigatie langdurige acties (materiaalreductie,
circulaire inkoop, afspraken met verwerkers/partners), waardoor de
impact vooral op middel- tot lange termijn kan worden verminderd.
EO
MATERIËLE ASPECTEN EN METRICS
192 - CSRD VERSLAG 2025 CSRD VERSLAG 2025 - 193
MEDIA WITH IMPACT
Material Topic Subtopic IRO nummer IRO omschrijving Type IRO Type Positief
Negatief
Impact
Tijdshorizon Toelichting Tijdshorizon Own operations (EO)
Waardeketen (U / D)
IRO-29
Door onjuiste afvalverwijdering of verpakkingsbeheer kunnen milieuschade en wettelijke
sancties ontstaan.
Risk KT, MT Juridisch risico dat acuut kan optreden; vereist snelle compliance EO
IRO-30
Door controverses in eigen activiteiten of in de waardeketen kan reputatieschade ont-
staan, wat vertrouwen van lezers, adverteerders en partners ondermijnt.
Risk MT , LT Kan plots optreden, maar reputatieherstel is een langetermijnproces EO
S1. Eigen Personeel Diversiteit IRO-31
Door actief beleid rond diversiteit, gelijkheid en inclusie kan welzijn en betrokkenheid van
werknemers stijgen, wat werkklimaat en prestaties verbetert.
Impact Positief MT , LT
Positieve impact die zich geleidelijk manifesteert; intern gericht.
Het is uiteraard de bedoeling dat dit aspect een positieve impact
in de toekomst blijft
EO
Aantrekken en
behouden van
medewerkers (ES1
- Entiteitspecifiek
onder S1)
IRO-32
Door moeilijk invulbare vacatures of hoger personeelsverloop kan RMG extra rekruterings-
en opleidingskosten maken en omzet verliezen door capaciteitsgebrek.
Risk KT
Acuut operationeel risico met directe financiële impact; HR-cycli zijn
kort voor de 'war for talent'
EO
S2. Werknemers in de
waardeketen
Gezondheid en
veiligheid
IRO-33
Door hogere gezondheids- en veiligheidsrisico’s in bepaalde ketensectoren kunnen
arbeidsongevallen of gezondheidsimpact bij leveranciers optreden.
Impact Negatief MT Middellange termijn nodig voor due diligence en ketenverbetering U
S3. Getroffen
gemeenschappen
ES2 - Brain print IRO-34
Door contentcreatie en media-invloed kan RMG attitudes en gedrag van het publiek posi-
tief beïnvloeden, wat maatschappelijke waarde creëert.
Impact Positief KT, MT , LT
Een basisbetrachting van Roularta Media Group is duurzaamheid te pro-
moten bij al haar lezers, lezeressen, kijkers, surfers, luisteraars… Impact
op maatschappij en gedrag is gradueel en strategisch
EO
ES2 - Community
building
IRO-35
Door reis- en netwerkevenementen kan RMG mensen verbinden en communities vormen,
wat sociale cohesie en klantbetrokkenheid versterkt.
Impact Positief MT , LT
Middellange termijn voor merkopbouw en klantretentie. Dit positief
aspect zal hopelijk nog lang duren.
EO
IRO-36
Door community-opbouw en netwerken kan mond-tot-mondreclame en merkloyaliteit toe-
nemen, wat extra omzet en betere commerciële voorwaarden kan opleveren.
Opportunity MT
Financiële impact manifesteert zich via klantrelaties en merkuitbreiding
op middellange termijn
EO
ES3 - Digitale
innovatie
IRO-37
De verschuiving van mediaconsumptie naar digitale kanalen kan, indien RMG onvoldoende
digitaal innoveert, leiden tot daling van lezers/kijkers en advertentie-inkomsten en zo
omzetverlies veroorzaken.
Risk MT, LT
De trend naar digitale media is structureel en versnelt. Het opbouwen
van competitieve digitale producten en datagedreven proposities vraagt
meerjarige investeringen, waardoor financiële effecten vooral op MT/LT
zichtbaar worden.
EO
ES3 - IT-sys-
teemstoringen /
betrouwbaarheid
IRO-38
IT-storingen of cyberincidenten kunnen digitale diensten onderbreken, waardoor adverten-
tie- en abonnee-inkomsten dalen en klantvertrouwen schade oploopt.
Risk MT, LT
Omdat RMG’s inkomsten en klantrelaties in toenemende mate afhangen
van digitale platformen, kan een grote IT-storing of cyberincident op
middellange termijn direct tot omzet- en vertrouwenverlies leiden. Tege-
lijk neemt de complexiteit en dreiging structureel toe, waardoor blijvende
investeringen in weerbaarheid nodig zijn en de financiële impact ook op
lange termijn relevant blijft.
EO
MATERIËLE ASPECTEN EN METRICS
194 - CSRD VERSLAG 2025 CSRD VERSLAG 2025 - 195
MEDIA WITH IMPACT
Material Topic Subtopic IRO nummer IRO omschrijving Type IRO Type Positief
Negatief
Impact
Tijdshorizon Toelichting Tijdshorizon Own operations (EO)
Waardeketen (U / D)
S4. Consumenten
en eindgebruikers
Toegang tot kwaliteitsin-
formatie / producten en
diensten
IRO-39
Door betrouwbare en toegankelijke nieuwsvoorziening versterkt RMG het democratisch
medialandschap, wat maatschappelijke waarde en geïnformeerde participatie bevordert.
Impact Positief KT , MT
De positieve maatschappelijke impact van betrouwbare nieuws- en infor-
matievoorziening is onmiddellijk zichtbaar omdat onze content dagelijks
bijdraagt aan geïnformeerde keuzes en participatie. Tegelijk bouwt het
effect op democratische weerbaarheid, vertrouwen in media en het bre-
dere medialandschap zich verder op over meerdere jaren, waardoor de
impact ook op middellange termijn relevant blijft.
D
Verantwoorde marketing-
praktijken
IRO-40
Door frauduleuze/onethische marketing van adverteerders kan consumentenvertrouwen
dalen en kunnen consumenten misleid worden, wat negatieve klantimpact en reputatieri-
sico geeft.
Impact Negatief KT , MT
Reputatierisico dat acuut kan optreden; vereist snelle due diligence en
reactie
D
IRO-41
Door verantwoorde en transparante marketing kan RMG vertrouwen en merkvoorkeur
versterken, wat klantacquisitie, retentie en merkreputatie verhoogt.
Opportunity MT, LT
Verlies van vertrouwen kan op middellange termijn snel doorwerken in
churn en lagere advertentie- of abonnementsinkomsten. Reputatie- en
merkherstel vraagt consistente inspanningen over meerdere jaren, waar-
door ook langetermijneffecten relevant zijn.
D
IRO-42
Onverantwoorde of onvoldoende transparante marketingpraktijken kunnen het vertrouwen
van consumenten in RMG-merken schaden, waardoor churn toeneemt en merkvoorkeur
daalt, met omzetverlies en reputatieschade als gevolg.
Risk Negatief KT , MT
Privacy-impact kan zich op korte termijn acuut manifesteren bij incidenten
(datalekken, ongeoorloofde toegang). Tegelijk blijven GDPR-verplichtin-
gen, verhoogde cyberdreiging en toenemende datagedreven diensten
structureel relevant, waardoor voortdurende beveiliging, due diligence bij
verwerkers en contractuele waarborgen nodig zijn en de impact ook op
middellange termijn materieel blijft (komende 3–5 jaar).
EO, D
Informatiegerelateerde
gevolgen (privacy)
IRO-43
Het verwerken en bewaren van (gevoelige) abonnee- en gebruikersdata door RMG kan, bij
een datalek of ongeoorloofde toegang, leiden tot privacy-schendingen voor abonnees en
tot daaruit voortvloeiende financiële en reputatieschade.
Impact Negatief MT Middellange termijn nodig voor due diligence en ketenverbetering U
IRO-44
Door verwerking van persoonsgegevens door downstream-partners kan onvoldoende
beveiliging of oneigenlijk gebruik leiden tot privacy-schendingen, ongewenste profiling en
schade voor consumenten.
Impact Negatief KT , MT
De impact kan zich op korte termijn acuut manifesteren bij datalekken of
misbruik. Omdat persoonsgegevens ook structureel door partners worden
verwerkt, blijven due diligence, monitoring en contractuele waarborgen op
middellange termijn nodig.
D
IRO-45
Cyberincidenten of beveiligingslekken kunnen leiden tot datalekken bij RMG, waardoor
boetes, schadevergoedingen, herstelkosten en bijkomende investeringen in beveiliging
ontstaan, met een negatieve impact op het financieel resultaat als gevolg.
Risk KT , MT
Een datalek kan op korte termijn meteen tot boetes en herstelkosten
leiden. Daarnaast vergen opvolging, claims en structurele versterking van
beveiliging tijd, waardoor de financiële impact ook op middellange termijn
kan doorwerken.
EO
Inhoudelijke verantwoor-
delijkheid & onafhankelijke
journalistiek (Entiteitspecifiek
onder S4)
IRO-46
Door het leveren van kwaliteitsinformatie en het vermijden van desinformatie kan RMG
vertrouwen in media en maatschappelijke cohesie versterken.
Impact Positief MT
Middellange termijn voor reputatieopbouw en maatschappelijke impact
via content
EO
IRO-47
Het investeren in hoogwaardige, relevante en onafhankelijke content als kernproduct kan
het vertrouwen en de loyaliteit van lezers versterken en het bereik verhogen, waardoor RMG
meer abonnees en adverteerders aantrekt en zo omzet en marktaandeel kan laten groeien.
Opportunity MT , LT
Het versterken van contentkwaliteit en journalistieke onafhankelijkheid
is een strategische, meerjarige inspanning. Effecten op merkvertrouwen,
lezersloyaliteit en advertentiewaarde bouwen zich op over tijd en worden
daarom vooral op middel- tot lange termijn zichtbaar.
EO
MATERIËLE ASPECTEN EN METRICS
196 - CSRD VERSLAG 2025 CSRD VERSLAG 2025 - 197
MEDIA WITH IMPACT
4.3.3.4. MDR-P: BELEID MET BETREKKING TOT DE MATERIËLE TOPICS
Aspect Subaspect Beleid Waardeketen
E1 Klimaatverandering Klimaatmitigatie Klimaatplan eigen operatie / waardeketen
E1 Klimaatverandering Energie Energieverklaring ISO 50001 eigen operatie
E2 Verontreiniging Luchtverontreiniging Emissiebeleid / duurzaam aankoopcharter eigen operatie / waardeketen
E2 Verontreiniging Watervervuiling Duurzaam aankoopcharter waardeketen
E2 Verontreiniging Verontreiniging van bodem Duurzaam aankoopcharter waardeketen
E2 Verontreiniging Gevaarlijke chemicaliën Duurzaam aankoopcharter
waardeketen
E3 Water en marine
hulpbronnen
Watergebruik en marine bronnen Duurzaam aankoopcharter waardeketen
E4 Biodiversiteit en
ecosystemen
Biodiversiteit en ecosystemen Duurzaam aankoopcharter waardeketen
E5 Materiaalgebruik
en circulaire economie
Afval
3R: Reduce, Reuse & Recycle/ duurzaam
aankoopcharter
eigen operatie / waardeketen
S1 Eigen personeel Diversiteit Vertrouwenspersonen eigen operatie
S1 Eigen personeel Diversiteit Klokkenluidersprocedure
eigen operatie
S1 Eigen personeel Diversiteit Beleid Happie principes eigen operatie
S1 Eigen personeel
Aantrekken en behouden van werknemers
(entiteitspecifiek onder S1)
Beleid Happie principes
eigen operatie
S2 Werknemers
in de waardeketen
Gezondheid en veiligheid Duurzaam aankoopcharter
waardeketen
Aspect Subaspect Policies Waardeketen
S3 Getroffen gemeenschappen ES2 brainprint en community building Roularta Cares Charter eigen operatie
S4 Eindgebruikers & Consumenten Toegang tot kwaliteitsvolle informatie Ethische code van journalistiek eigen operatie
S4 Eindgebruikers & Consumenten
Privacy Privacy policy
eigen operatie / downstream
S4 Eindgebruikers & Consumenten Privacy Informatieveiligheidsbeleid eigen operatie
S4 Eindgebruikers & Consumenten
Verantwoorde content en onafhankelijke
journalistiek (Entiteit specifiek onder S4)
Ethische code van journalistiek eigen operatie
S4 Eindgebruikers & Consumenten
Verantwoorde content en onafhankelijke
journalistiek (Entiteit specifiek onder S4)
Factcheck policy eigen operatie
S4 Eindgebruikers & Consumenten ES3 digitale innovatie en IT betrouwbaarheid
Secure Development Lifecycle
policy
eigen operatie
S4 Eindgebruikers & Consumenten Verantwoorde marketingpraktijken Richtlijnen JEP downstream
4.3.3.5. MDR-T: OVERZICHT TARGETS EN KPI’S
(ZIE HOOFDSTUK 2)
198 - CSRD VERSLAG 2025 CSRD VERSLAG 2025 - 199
MEDIA WITH IMPACT
4.3.4. IMPACT, RISICO
EN KANSENMANAGEMENT
4.3.4.1. IRO-1: BESCHRIJVING VAN DE
PROCESSEN OM MATERIËLE IMPACTEN,
RISICO’S EN KANSEN IN KAART TE BRENGEN
EN TE ANALYSEREN
4.3.4.1.1 DUBBELE MATERIALITEITSANALYSE
In 2023 werd beslist om een dubbele materiali-
teitsanalyse uit te voeren met het oog op het
identificeren en het catalogeren van de materiële
impacten, de risico’s en de kansen.
Een gedetailleerde beschrijving van dit proces is
te vinden in hoofdstuk 4.2. CSRD en Double Mate-
riality Assessment (DMA)
Voor deze dubbele materialiteitsanalyse werden
diverse invalshoeken gehanteerd:
• In de eerste plaats werd gebruikt gemaakt
van de lijst van alle ESG-aspecten die staan
opgelijst in Appendix A van ESRS 1
• Daarnaast werd ook rekening gehouden
met de risico’s die de voorbije jaren uit de
risicoanalyses van Roularta Media Group
kwamen
• Een belangrijk perspectief volgt uit het
SDG-traject (met meer specifiek de vier
focus-SDG’s, zie ook hoofdstuk 1) dat de voor-
bije jaren werd opgezet en evolueerde tot een
belangrijke graadmeter van de duurzaam-
heidsinspanningen van Roularta Media Group
Op basis van deze invalshoeken, en na intensieve
besprekingen met interne experten en externe
stakeholders, werden aspecten geïdentificeerd
die als materieel kunnen worden beschouwd. De
materialiteit zelf werd overigens
bepaald via een scoremodel, om
individuele willekeur te vermijden.
Voor zowel de impactmateriali-
teit als de financiële materialiteit
werden drempels bepaald om te
garanderen dat de juiste aandacht
naar de juiste aspecten zou gaan.
Significante wijzigingen werden
op een continue basis opgevolgd
en geëvalueerd om te bepalen of
deze een materiële impact had-
den op de analyse van, of op reeds
geanalyseerde, impacts, risico’s en
kansen. Dit proces garandeerde dat
nieuwe risico’s, opportuniteiten en/
of impacten tijdig worden geïden-
tificeerd en geïntegreerd in het
bestaande kader, zodat de analyse
steeds up-to-date en relevant blijft.
We verwijzen naar GOV-4 Due
diligenceverklaring voor meer infor-
matie rond het due diligence proces.
4.3.4.1.2 VEERKRACHT ANALYSE
Roularta Media Group heeft in
2025 een veerkrachtanalyse voor
klimaatrisico’s uitgevoerd als inte-
graal onderdeel van de dubbele
materialiteitsbeoordeling onder
CSRD en ESRS E1. De analyse is
opgezet om zowel impactmateriali-
teit (effecten van RMG op klimaat)
als financiële materialiteit (effecten
van klimaatverandering op RMG)
systematisch te identificeren, te beoordelen
en te prioriteren.
Scope en afbakening
De veerkrachtanalyse focust op de activi-
teiten die voor Roularta materieel zijn in het
thema klimaatverandering (ESRS E1), met
specifieke aandacht voor media-activiteiten,
drukkerij, digitale platformen, logistiek en
gebouwen in België en Nederland, én rele-
vante delen van de upstream/downstream
waardeketen (papier, inkt, energie, transport,
IT-diensten). Deze analyse is enkel toegepast
op klimaatscenario’s en niet op niet-klimaat-
gerelateerde shocks. De analyse omvat Tier-1
leveranciers in de belangrijkste upstream
ketenlanden voor papier, inkt, energie, trans-
port en IT-diensten; overige ketendelen zijn
buiten scope wegens beperkte datatoe-
gang/materiële relevantie. De belangrijkste
upstream ketenlanden in scope zijn o.a. Fin-
land & Duitsland.
Tijdshorizonnen
De beoordeling van risico’s en impacts
gebeurt volgens de CSRD-tijdshorizonnen.
De definities van korte, middellange en lange
termijn zijn opgenomen in sectie 4.3.1.2.1
‘Tijdshorizonten’.
Processtappen
Materialiteitsbeoordeling (Stap 1)
• Identificatie van potentiële klimaatgere-
lateerde fysieke risico’s, transitierisico’s
en kansen voor eigen operaties en waar-
deketen.
• Vertaling naar een set klimaat-IRO’s
met nummering IRO-1 t.e.m. IRO-13
(zie 4.3.3.3. SBM-3: Materiële risico’s,
impacten en opportuniteiten (IRO’s)
• Uitvoering door interne experten met
audit-validatie in FY2024
Risico-inventarisatie per locatie en activiteit
(Stap 2)
• In kaart brengen van fysieke risico’s
(acuut/chronisch) voor sites en keten-
landen.
• In kaart brengen van transitierisico’s
rond technologie, beleid, marktver-
wachtingen en ketendruk.
Selectie van klimaatscenario’s (Stap 3)
Voor een robuuste beoordeling zijn vier refe-
rentiescenario’s gekozen:
• SSP5-8.5 >4°C (Worst Case) – hoge
emissies, beperkt beleid
• SSP2-4.5 ~3°C (Middle of the Road) –
gematigde transitie én blijvend fysieke
stress
• SSP1-1.9 1,5°C (Net Zero) – snelle tran-
sitie met beleidssteun/subsidies
• IEA STEPS ~3°C (Stated Policies) – trage
transitie op basis van huidig beleid
Impactanalyse (Stap 4)
Analyse van impacts per scenario op: assets
(drukpersen, gebouwen, servers), processen
(productie, distributie, redactie), waarde-
keten (papier/inkt/energie/IT) en personeel
(productiviteit, werkomstandigheden).
Veerkrachtbeoordeling (Stap 5)
• Toetsing van de robuustheid van stra-
tegie en businessmodel onder elk
scenario.
• Identificatie van belangrijkste kwets-
baarheden en kansen.
• Verwerking van onzekerheden
(beleids-, technologische, markt-,
fysieke en geopolitieke onzekerheden).
Actieplan en governance (Stap 6)
• Vertaling naar mitigatie- en
adaptatiemaatregelen en governan-
ce-inbedding.
• Koppeling aan lopende initiatieven (o.a.
ISO 50001, papieren wraps, digitale
groei, FSC/PEFC-papier, elektrificatie).
De veerkrachtanalyse wordt minstens
5-jaarlijks geactualiseerd, of eerder bij
significante wijzigingen in klimaatrisi-
co’s, beleid of businessmodel.
Uitkomst voor de materialiteits-
beoordeling
Op basis van de scenario- en veer-
krachtanalyse werden klimaat-IRO’s
geprioriteerd. IRO’s die in minstens één
scenario een (gemiddelde) score ≥3,5/5
bereikten, zijn als materieel bevestigd.
Materiële transitierisico’s/kansen bevinden
zich vooral rond energiekosten & CO
2
-prijs
(IRO-10/11/13), veranderende klantvraag
& reputatie (IRO-4/13), beschikbaarheid
gecertificeerd papier (IRO-4) en subsidies
als kans (IRO-3). Fysieke risico’s zijn vooral
materieel via potentiële ketenverstoring en
operationele continuïteit (IRO-12). De ver-
wachte financiële effecten situeren zich
vooral op MT/LT via opex-stijging (energie/
CO
2
-prijs en grondstoffen) en potentiële
omzetdruk in Printing; verdere kwantifica-
tie wordt in FY26 verfijnd.
4.4. EU TAXONOMIE
In het Klimaatakkoord van Parijs afgesloten in 2015
beloofden 200 landen gezamenlijk te streven naar de
beëindiging van de opwarming van de aarde.
De Europese Unie (EU) zet zich als doel om uiterlijk in
2050 klimaatneutraal te zijn.
Om deze doelstelling te realiseren, introduceerde de
EU in maart 2018 het actieplan voor financiering van
duurzame groei als onderdeel van de Europese ‘Green
Deal’ voor vergroening van de Europese economie. Een
cruciale stap bij het verwezenlijken van deze doelen is
de invoering van een uniform classificatiesysteem voor
duurzame economische activiteiten, hierna ‘EU--taxono-
mie’ genoemd.
De EU--taxonomie 2020/852 beoordeelt de duurzaam-
heid van economische activiteiten op basis van objectieve
criteria. Deze criteria werden in een raadplegingsproces
door technische deskundigen vastgesteld. Daarbij is
overeenstemming bereikt over zes milieudoelstellingen:
• mitigatie van klimaatverandering;
• aanpassing aan de klimaatverandering;
• duurzaam gebruik en bescherming van water en
mariene hulpbronnen;
• overgang naar een circulaire economie;
• voorkoming en bestrijding van verontreiniging;
• bescherming en herstel van biodiversiteit en ecosys-
temen.
Om als duurzaam te worden beschouwd, moet een eco-
nomische activiteit een significante bijdrage leveren aan
deze klimaat-/milieudoelstellingen en mag zij geen ern-
stige afbreuk doen (GEAD) aan andere doelstellingen.
Bovendien moet aan een aantal minimumgaranties wor-
den voldaan.
200 - CSRD VERSLAG 2025 CSRD VERSLAG 2025 - 201
MEDIA WITH IMPACT
Artikel 8, lid 2, van Verordening 2020/852
verplicht ondernemingen informatie te rap-
porteren over het aandeel van hun omzet,
kapitaaluitgaven en operationele uitgaven
(‘kritische prestatie-indicatoren’ – KPI’s) van
hun activiteiten die verband houden met
activa of processen die verband houden met
ecologisch duurzame economische activitei-
ten.
Net zoals in voorgaande jaren, heeft Roularta
in 2025 in lijn met de EU--taxonomiere-
gelgeving (meer bepaald de Gedelegeerde
Verordening Klimaat 2021/2139, de Veror-
dening van 27 juni 2023 [2023/2485] tot
wijziging van de Gedelegeerde Verordening
Klimaat en Gedelegeerde Verordening Milieu
2023/2486) haar activiteiten met behulp van
een externe consultant onder de loep geno-
men en op basis van een screening van de
NACE--codes geoordeeld dat slechts een
beperkt deel van haar activiteiten en meer
bepaald de exploitatie van haar business-
zender Trends Z geïdentificeerd kan worden
als een activiteit die in aanmerking komt voor
de omzet KPI binnen de taxonomie en meer
bepaald als een economische activiteit die
substantieel kan bijdragen aan de adaptatie
aan klimaatverandering (= de tweede milieu-
doelstelling).
Trends Z levert als unieke businesszender
in Vlaanderen, Wallonië en Brussel aan zijn
kijkers een aanbod van gespecialiseerd en
gevarieerd nieuws over business, economie
en geld. Deze activiteit met NACE--code
60 wordt onder Bijlage II, punt 8.3 opgeno-
men in de Gedelegeerde Verordening
2021/2139 van de commissie van 4 juni
2021.
Voor het jaar 2025 worden in lijn met
de verslaggeving over voorgaande
boekjaren volgende prestatie-indica-
toren inzake omzet, kapitaaluitgaven
(capex) en operationele uitgaven (opex)
gerapporteerd. De voor taxonomie in
aanmerking komende omzet is gelieerd
aan de exploitatie van de businesszen-
der Trends Z.
De gedelegeerde taxonomieverordening
van juli 2021 (Annex I 1.1.2) vermeldt drie
categorieën van capex- en opex-uit
-
gaven voor de rapportering van voor
de taxonomie in aanmerking komende/
afgestemde uitgaven:
a) uitgaven met betrekking tot acti
-
viteiten die rechtstreeks bijdragen
aa
n het genereren van omzet;
b) het maakt deel uit van een plan om
de op de taxonomie afgestemde
economische activiteiten uit te
breiden of om voor de taxonomie in
aanmerking komende economische
activiteiten af te stemmen op de
taxonomie (‘capex-plan’);
c) het houdt verband met de output
van op de taxonomie afgestemde
economische activiteiten en met
individuele maatregelen waarmee
de doelactiviteiten koolstofarm kun
-
nen worden of die tot reducties van
b
r
oeikasgasemissies kunnen leiden.
KPI OMZET
*
TOTALE OMZET IN K EURO
2025 2024
301.500 320.307
2025: 0% I 2024: 0%
Op taxonomie afgestemde omzet
2025: 1,3% I 2024: 1,5%
Voor taxonomie in aanmerking komende omzet
2025: 98,7% I 2024: 98,5%
Niet voor taxonomie in aanmerking komende omzet
KPI CAPEX
*
TOTALE CAPEX IN K EURO
2025 2024
16.049 19.166
2025: 0% I 2024: 0%
Op taxonomie afgestemde capex
2025: 22,1% I 2024: 25,6%
Voor taxonomie in aanmerking komende capex
2025: 77,9% I 2024: 74,4%
Niet voor taxonomie in aanmerking komende capex
KPI OPEX
*
TOTALE OPEX IN K EURO
2025 2024
8.176 9.573
**
2025: 0% I 2024: 0%
Op taxonomie afgestemde opex
2025: 1,34% I 2024: 0,6%
Voor taxonomie in aanmerking komende opex
2025: 98,66% I 2024: 99,4%
Niet voor taxonomie in aanmerking komende opex
* Raadpleeg de bijlage achteraan voor de bijbehorende tabellen
en definities van de KPI's.
** Gecorrigeerd cijfer tov vorige publicatie omwille van gebruik
verouderde waarde bij opmaak rapport.
In 2024 werden er geen specifieke noemenswaardige
capex-/opex--uitgaven geïdentificeerd voor onze in
aanmerking komende activiteit (Programmerings-
en omroepactiviteiten – categorie a), noch heeft de
Groep op vandaag formele capex-plannen (categorie
b).
Binnen Roularta werden er in 2024 enkel voor taxono-
mie in aanmerking komende capex- en opex-uitgaven
geïdentificeerd volgens categorie c, dewelke als volgt
opgelijst kunnen worden:
• aankoop van elektrische wagens
(economische activiteit opgenomen onder Annex
I van de Klimaat Gedelegeerde Verordening
onder 6.5 vervoer met motorfietsen, personen-
auto’s en lichte bedrijfsvoertuigen);
• uitgaven verricht in het kader van energie-effici-
entie (economische activiteit opgenomen onder
Annex I van de Klimaat Gedelegeerde Verorde-
ning onder 7.3 Installatie, onderhoud en reparatie
van energie-efficiënte uitrusting);
• installatie van elektrische oplaadstations
voor elektrische wagens (economische activi-
teit opgenomen onder Annex I van de Klimaat
Gedelegeerde Verordening onder 7.4 Installatie,
onderhoud en reparatie van oplaadstations voor
elektrische voertuigen in gebouwen (en parkeer-
plaatsen verbonden aan gebouwen);
• aankoop en installatie van zonnepanelen (econo-
mische activiteit opgenomen onder Annex I van
de Klimaat Gedelegeerde Verordening onder 7.6
Installatie, onderhoud en reparatie van technolo-
gieën op het gebied van hernieuwbare energie).
Deze investeringen (in capex en opex) dragen allen
bij aan de EU-taxonomiedoelstelling inzake mitigatie
van klimaatverandering.
De activiteiten van Trends Z beantwoorden op
vandaag nog niet (volledig) aan de technische
screeningscriteria opgelegd in de Gedele-
geerde Verordening. Hierdoor komen per eind
2025 de activiteiten van Trends Z weliswaar
voor taxonomie in aanmerking, maar zijn zij op
vandaag nog niet op taxonomie afgestemd. In
het kader van de CSRD-richtlijn, wordt er door
de Groep een stappenplan uitgewerkt om in de
toekomst te gaan beantwoorden aan de tech-
nische screeningscriteria.
Net zoals in 2024 hebben wij voor 2025 geen
specifieke noemenswaardige capex-/opex-uit-
gaven geïdentificeerd voor onze in aanmerking
komende activiteit (Programmerings- en
omroepactiviteiten – categorie a), noch heeft
de Groep op vandaag formele capex-plannen
(categorie b).
Via de controllers en businessverantwoordelij-
ken hebben we voor 2025 enkel voor taxonomie
in aanmerking komende capex- en opex-uit-
gaven geïdentificeerd volgens categorie c,
dewelke als volgt opgelijst kunnen worden:
• aankoop van elektrische wagens (econo-
mische activiteit opgenomen onder Annex
I van de Klimaat Gedelegeerde Verorde-
ning onder 6.5 vervoer met motorfietsen,
personenauto’s en lichte bedrijfsvoertui-
gen);
• uitgaven verricht in het kader van ener-
gie-efficiëntie (economische activiteit
opgenomen onder Annex I van de Kli-
maat Gedelegeerde Verordening onder
7.3 Installatie, onderhoud en reparatie van
energie-efficiënte uitrusting);
• installatie van elektrische oplaadstati-
ons voor elektrische wagens (economische
activiteit opgenomen onder Annex I van de
Klimaat Gedelegeerde Verordening onder
7.4 Installatie, onderhoud en reparatie van
oplaadstations voor elektrische voertuigen
in gebouwen (en parkeerplaatsen verbonden
aan gebouwen).
• Aankoop, installatie van zonnepanelen en
Power2Green bijdrage (economische activi-
teit opgenomen onder Annex I van de Klimaat
Gedelegeerde Verordening onder 7.6 Installa-
tie, onderhoud en reparatie van technologieën
op het gebied van hernieuwbare energie).
De daling van de KPI van de voor taxonomie in
aanmerking komende capex in 2025 is gevolg van
de investering in 2024 in de aankoop van nieuwe
state-of-the-art eco-efficiënte droogovens voor
de drie Manroland-magazinepersen en de lagere
aankoop van elektrische wagens.
We hebben geen formele bevestiging i.v.m. de
mogelijke taxonomieafstemming van deze output
van onze leveranciers, noch van de individuele
maatregelen. We kunnen dus niet besluiten dat
capex- en opex-uitgaven op taxonomie afgestemd
zijn. Deze uitgaven worden dan ook in de annexen
vermelde tabellen* (opgesteld volgens Bijlage II van
de Gedelegeerde Verordening 2021/2178 – tem
-
plates voor KPI’s niet-financiële ondernemingen)
o
p
genomen als uitgaven als zijnde ‘in aanmerking
komend, maar niet duurzaam’.
Roularta zal de verdere ontwikkelingen inzake
de Europese wetgeving inzake taxonomie verder
strikt blijven monitoren en evalueren.
CSRD VERSLAG 2025 - 203
MEDIA WITH IMPACT
202 - CSRD VERSLAG 2025
Een CSRD-rapport is klassiek opgebouwd volgens de bouwstenen
E = Environmental, S = Social en G = Governance.
Een structuur die ook Roularta Media Group volgt, al geven
we meteen mee dat vooral E en S zullen opvallen.
Niet omdat er geen aandacht is voor Governance, wel omdat dit
niet materieel werd beschouwd in de dubbele materialiteitsoefening.
ESG
206 - CSRD VERSLAG 2025 CSRD VERSLAG 2025 - 207
5.1 E1 – KLIMAATVER-
ANDERING
In dit hoofdstuk komen voornamelijk de diverse
klimaatgerelateerde aspecten aan bod. Aange-
zien deze aspecten in de ogen van het publiek
het nauwst aansluiten bij de term ‘duurzaam-
heid’, verbaast het niet dat ze in wat volgt veel
aandacht krijgen.
5.1.1. ESRS2 - GOV-3: INTEGRATIE
VAN DUURZAAMHEIDSPRESTATIES IN
BELONINGSREGELINGEN
In 2024 werden geen klimaatoverwegingen
meegenomen in de verloning van de leiding-
gevenden of bestuurders, noch in de vaste
vergoeding, noch in de variabele vergoeding.
Voor 2025 wordt in de afspraken met het top
management met betrekking tot het variabel
deel van de verloning een kwalitatieve bijdrage
tot het bereiken van het algemene duurzaam-
heidsbeleid opgenomen. Zie ook hoofdstuk
4.3.2.3 – GOV 3)
5.1.2. E1-1: TRANSITIEPLAN VOOR
KLIMAATMITIGATIE
Roularta Media Group is een engagement aan-
gegaan in het kader van het Akkoord van Parijs
en het streven om de opwarming van de aarde in
te perken. Reeds in 2021 sprak ze haar ambities
uit wat betreft CO
2
e-uitstoot: klimaatneutraal
voor scope 1- en scope 2-emissies tegen 2040
en voor scope 3-emissies tegen 2050.
Roularta Media Group voert geen activi-
teiten uit die volgens de EU-regels zouden
leiden tot uitsluiting uit een Paris-Aligned
Benchmark (PAB), een EU-standaard voor
beleggingsbenchmarks die in lijn liggen met
de klimaatdoelstellingen van het Akkoord van
Parijs.
Om die ambities om te zetten in
SMART-doelstellingen (Specifiek, Meetbaar,
Acceptabel, Realistisch en Tijdgebonden)
startte Roularta Media Group met het meten
van haar CO
2
e-voetafdruk. Daarvoor werd in
eerste instantie een samenwerking met Cli-
mateCalc opgezet, omdat al snel duidelijk was
dat de impact van de drukkerij-activiteiten
in de breedste zin van het woord (upstream
en downstream) een belangrijk deel zou uit-
maken van die oefening. Bovendien was (en
is) ClimateCalc dé referentie op vlak van
CO
2
e-berekeningen binnen de drukkerijsector.
In tweede instantie was er nood aan een tool
om de geconsolideerde uitstoot te bepalen.
Tapio bleek het best te beantwoorden aan de
noden.
Op basis van de berekeningen van Clima-
teCalc en Tapio en rekening houdend met
de uitgevoerde en geplande acties om de
CO
2
e-uitstoot te verminderen, werd een tran-
sitieplan opgesteld dat Roularta Media Group
effectief in staat moet stellen om haar kli-
maatambities te realiseren. Dit plan werd
besproken met en binnen het Sustaina-
bility Committee (Susco) en werd tevens
goedgekeurd. Meer details omtrent de
concrete doelstellingen zijn te vinden in
hoofdstuk 5.1.7. E1-4 Doelen inzake kli-
maatmitigatie
Onderstaande decarbonisatiehefbomen
werden geïdentificeerd:
5.1.2.1. SCOPES 1 EN 2
Drukkerij-activiteiten
Een belangrijke scope 1-activiteit bin-
nen de drukkerij-omgeving is het
‘heatset’-drukken. Daarbij worden de
drukwerken gedroogd in met gas gevoede
ovens. In 2023 en 2024 werden de
ovens van de vier magazinedrukpersen
vervangen door nieuwe, zuinigere Con-
tiweb-ovens, wat een belangrijk effect
heeft op het volume aan gasverbruik,
zonder dit evenwel volledig te elimineren.
De verwachting was dat de impact van
deze investering ten volle zou beginnen
renderen in 2024 met een aanzienlijke
vermindering van het gasverbruik. (zie
ook verder bij de bespreking van de scope
1 resultaten onder hoofdstuk 5.1.9.1.1 –
Scope 1 uitstoot)
Op dit ogenblik is er nog geen zicht
op een bruikbaar alternatief voor het
gasverbruik, al biedt de piste van water-
stofgas mogelijks perspectieven. Qua
broeikasgasuitstoot is dit een interes-
sante piste (gezien het restproduct water is),
maar de vraagstukken rond de aanlevering en de
prijszetting zullen in de toekomst uitmaken of dit
effectief een haalbaar alternatief is.
Bureelruimte
Het verminderen van bureelruimte heeft een
rechtstreekse impact op het gasverbruik. De
verwarming wordt zoveel mogelijk ingevuld met
de warmte die vrijkomt tijdens het droogproces
van de magazinepersen, maar moet in bepaalde
omstandigheden worden aangevuld met extra
gasverwarming.
Renovatie
In 2025 ging Roularta Media Group verder met
de renovatie van de gebouwen, inclusief isolatie
en ledverlichting. Ook die ingrepen hadden een
rechtstreeks effect op het gas- en elektriciteits-
verbruik.
Groene elektriciteit
Tot op heden maakt Roularta Media Group geen
gebruik van groene elektriciteit. Energie-effi-
ciëntie is daarom het eerste focuspunt in het
energieplan, met het type energie op plaats
twee.
De PV-installatie waarover Roularta Media Group
vandaag beschikt (228 KWp in BMC en 220 KWp
in Roeselare) is goed voor slechts een fractie van
het totale energieverbruik. Echter werd in 2024
een vergunning bekomen voor een uitbreiding
met 2.083 KWp.
In september 2025 is Roularta gestart met de
bouw van een zonnepanelenpark op de hoofd-
site in Roeselare. Het nieuwe zonnepark zal
be
staan uit 2.933 panelen, goed voor een
totale investering van circa één miljoen euro.
De jaarlijkse opbrengst van 1.979 MWh is
het equivalent van een jaarverbruik van 565
gezinnen. Dit is gebaseerd op een gemid
-
deld verbruik van circa 3.500 kWh per gezin
per jaar in België. Naar verwachting zal de
installatie in maart 2026 operationeel zijn.
Het project voorziet in ongeveer 75% van de
elektriciteitsbehoefte voor de productiefaci
-
liteiten (drukkerij), de kantoren en het laden
v
a
n het elektrische wagenpark. Hiermee geeft
Roularta invulling aan haar duurzaamheids
-
strategie, die gericht is op een significante
reductie van de ecologische voetafdruk en het
bevorderen van energie-efficiëntie binnen alle
bedrijfsactiviteiten.
Deze investering sluit nauw aan bij de duurzame
ontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde
Naties, in het bijzonder SDG 12 (Duurzame pro-
ductie en consumptie) en SDG 13 (Klimaatactie).
Met deze en toekomstige initiatieven streeft
Roularta Media Group ernaar uiterlijk in 2040
CO
2
-neutraal te opereren, conform de doel-
stellingen van het duurzaamheidsprogramma
‘Roularta Cares’.
Elektrificatie van het wagenpark
De elektrificatie van het wagenpark resulteert
in een toename aan scope 3-emissies, maar
daartegenover wordt een aanzienlijk positieve
impact op de scope 1-emissies verwacht.(zie
ook verder bij de bespreking van de scope 1
resultaten onder hoofdstuk 5.1.9.1.1)
KLIMAAT
5. E =
ENVIRONMENTAL
MEDIA WITH IMPACT
208 - CSRD VERSLAG 2025 CSRD VERSLAG 2025 - 209
Energie-efficiëntie
In 2019 haalde Roularta Media Group het ISO
50001-certificaat voor haar inspanningen inzake
energie-efficiëntie. Dit certificaat werd tot op
heden elk jaar opnieuw verlengd omdat het bedrijf
keer op keer voldeed aan de steeds hogere eisen.
Ook in 2025 werd dit certificaat verlengd.
5.1.2.2. SCOPE 3
Papierleveranciers
De belangrijkste bron van upstream scope
3-uitstoot is terug te vinden bij de trouwe en mili-
eubewuste papierleveranciers. In 2025 is papier
nog steeds goed voor bijna 49% van de totale
CO
2
e-uitstoot van Roularta Media Group. Het
goede nieuws is dat het overgrote deel van het
verbruikte papier afkomstig is van leveranciers
die onderworpen zijn aan de CSRD en bovendien
SBTi-gecertificeerd zijn. De garanties dat deze
partijen een gefundeerd plan hebben om kli-
maatneutraal te worden tegen 2050, zijn kortom
aanwezig. Hun inspanningen zijn bovendien voel-
baar (o.a. via een verbeterende EF).
Machinepark
Een tweede hefboom is het machinepark. Het
moderniseren van het machinepark (nieuwe druk-
persen en ovens) heeft een positieve impact op
scopes 1 en 2 maar ook een tijdelijke negatieve
impact op scope 3. Het bouwen van deze machi-
nes ging immers gepaard met een uitstoot van
broeikasgassen, voornamelijk CO
2
e.
Transport
Een derde niet onbelangrijke hefboom is het
transport van enerzijds de aangevoerde grond-
stoffen naar de Roularta Media Group-sites en
anderzijds de afgewerkte producten
naar de klanten.
Woon-werkverkeer
Het woon-werkverkeer van de eigen
medewerkers is een vierde punt in
scope 3.
5.1.3. ESRS2 SBM-3: MATERIËLE
IMPACTEN, RISICO’S EN KANSEN EN
DE WISSELWERKING DAARVAN MET
STRATEGIE EN BUSINESSMODEL
(INCLUSIEF VEERKRACHT)
De impact van Roularta Media Group
op het klimaat werd als materieel en
negatief beoordeeld, voor de korte, de
middellange en de lange termijn en
over alle scopes heen. Dat is te wijten
aan het gebruik van energie.
Verder in dit rapport wordt daar uit-
voerig en gedetailleerd op ingegaan.
Het volstaat op dit punt om te melden
dat de analyse de volgende belangrijke
categorieën opleverde:
• Scope 1: stationaire verbranding
(of de verbranding van gas) voor
de droogovens van de drukkerij
(bijna 75%) en voor de verwarming
van de gebouwen
• Scope 2: het verbruik van elektrici-
teit, waarvan meer dan 60% voor
de drukkerij en de rest voor de
burelen, de voertuigen, …
• Scope 3: het gros van de totale uit-
stoot van broeikasgassen, en dan
vooral upstream, en meer bepaald bij de papierle-
veranciers (de productie en het transport van het
papier zijn goed voor meer dan 50% van het totaal
en voor bijna 60% van de totale scope 3 uitstoot).
Scope-3 emissies vormen de dominante bron
van klimaatimpact in de waardeketen en zijn
daarom een kernfocus in zowel de materiali-
teitsbeoordeling als de veerkrachtanalyse.
Het GHG Protocol verdeelt de scope 3-emissies in
upstream en downstream en classificeert ze volgens
vijftien categorieën. Niet elke categorie is relevant
voor Roularta Media Group, maar het is zinvol om
hier toch de belangrijkste mee te geven:
o 3.1 Aankoop van goederen en diensten
(upstream): aankoop van papier, inkt,
bureelbenodigdheden,
marketinggoederen en diensten, ...
o 3.2 Kapitaalgoederen (upstream): aankoop
van de machines, …
o 3.3 Brandstof- en energiegerelateerde
activiteiten (niet opgenomen in
Scope 1 of Scope 2)
o 3.4 Transport en distributie (upstream):
transport van papier voor drukkerij, …
o 3.5 (Productie)afval
o 3.6 Zakelijke reizen: zakenreizen,
professionele verplaatsingen, …
o 3.7 Woon-werkverkeer: de uitstoot van
broeikasgassen ten gevolge van
verplaatsingen van medewerkers
van en naar het werk
o 3.8 Geleasde (recht-op-gebruik)
activa (upstream)
o 3.9 Transport en distributie (downstream)
o 3.10 Verwerken of bewerken van verkochte
producten
o 3.11 Gebruik van verkochte producten
o 3.12 End of life van verkochte producten
o 3.13 Geleasde (recht-op-gebruik) activa
(downstream)
o 3 .14 Franchisehouders
o 3.15 Investeringen
5.1.3.1. RISICO’S
Op basis van een eerste evaluatie werden een
aantal klimaatgerelateerde risico’s geïdentificeerd
die mogelijk een materiële impact zouden kunnen
hebben op Roularta Media Group. De belangrijkste
risico’s waren/zijn:
• Extreme weercondities (bv. langdurig aanhou-
dende hitte en droogte of overvloedige regen)
die kunnen leiden tot disrupties in de aanle-
vering, de productie en/of het transport van
goederen (voornamelijk grondstoffen) maar
tevens negatieve gevolgen inhouden voor mens
en materiaal (inclusief gebouwen)
• Het niet halen van de klimaattransitiedoelstel-
lingen, met als resultaat een negatieve impact
op het imago van het bedrijf en eventueel finan-
ciële gevolgen in de vorm van extra taksen,
bijkomende investeringen, hogere intresten op
kapitaal door negatieve rating van banken, ...
In de DMA-oefening werd bij het luik ‘financiële
impact’ in belangrijke mate naar dit aspect geke-
ken omdat elk negatief effect ook een rechtstreeks
financieel gevolg heeft of kan hebben. Dat uit zich
in meerdere vormen, van potentieel omzetverlies
tot extra, onvoorziene en buitensporige kosten of
investeringen.
Deze klimaatgerelateerde risico’s zijn in de DMA
beoordeeld volgens dezelfde criteria, scoringsme-
thode en materialiteitsdrempels als
andere IRO’s. In de veerkrachtana-
lyse werden ze vervolgens verder
onderzocht via klimaatscenario’s om
hun potentiële ontwikkeling per tijd-
shorizon beter te begrijpen. Met een
veerkrachtanalyse zetten we een
belangrijke stap om daar als orga-
nisatie bewust en proactief mee om
te gaan.
Een niet onbelangrijke ‘waarde’ die
Roularta Media Group hanteert is:
“Beschouw elke uitdaging als een
opportuniteit”. Dit impliceert dat het
bedrijf er van uitgaat dat elke uitda-
ging ook opportuniteiten biedt.
Wat we hier uitwerken, is meer dan
een verplichting onder CSRD en ESRS
E1. Het is een kans om onze strate-
gie te versterken, risico’s beter te
begrijpen en onze werking toekomst-
bestendig te maken. Door samen te
werken over afdelingen heen – van
duurzaamheid tot finance, van ope-
rations tot redactie – bouwen we aan
een gedeeld inzicht én een gedeelde
verantwoordelijkheid.
Duurzaamheid maakt al vele jaren
deel uit van onze manier van werken.
Uit interne communicatie blijkt dat
dit vandaag nog sterker doorleeft
binnen de organisatie. Medewerkers
geven aan dat duurzaamheid geen
afzonderlijk traject vormt, maar een
vanzelfsprekend onderdeel van onze dagelijkse
praktijk. Deze evolutie bevestigt dat duurzaam-
heid niet enkel strategisch is vastgelegd, maar
ook gedragen wordt in onze bedrijfscultuur.
Innovatie speelt hierin een sleutelrol. Of het
nu gaat om energie-efficiënte technolo-
gie, duurzame contentproductie of slimme
data-oplossingen: veerkracht vraagt om crea-
tiviteit en vernieuwing. Ook onze waardeketen
– van papierleveranciers tot digitale platfor-
men – moet mee evolueren.
Transparantie, samenwerking en duurzame
keuzes worden daarin steeds belangrijker.
Kortom is deze analyse geen eindpunt, maar
een startpunt. Een uitnodiging om samen te
bouwen aan een Roularta dat bestand is tegen
klimaatverandering en er ook sterker uitkomt.
5.1.3.2 HOE KLIMAAT-IRO’S HET
BUSINESSMODEL VAN ROULARTA RAKEN
De veerkrachtsanalyse bevestigt dat RMG’s
strategie steunt op een hybride model van
print, digitale content, advertising/events
en een energie-intensieve drukkerij. Daarom
wordt de klimaat-exposure vooral bepaald
door:
• afhankelijkheid van papier, inkten, energie
en logistiek (scope-3 dominant), en
• de versnelling van digitalisering als strate-
gische transitiehefboom.
De materiële klimaat-IRO’s beïnvloeden het
businessmodel specifiek via
• kosten- en rendabiliteitsdruk in Printing
door energie/CO
2
-kosten (IRO-10/11/13),
MEDIA WITH IMPACT
210 - CSRD VERSLAG 2025
• veranderende klantvraag en reputatie-ef-
fecten richting duurzame materialen en
lagere printvolumes (IRO-4/13) en
• continuïteits- en leveringsrisico’s in de
papier/inkt-keten (IRO-12/13)
5.1.3.3 RESULTATEN VAN DE SCENARIO-
ANALYSE: VEERKRACHT VAN STRATEGIE
5.1.3.3.1. KLIMAATGERELATEERDE FYSIEKE
RISICO VEERKRACHT
Fysieke risico’s houden verband met de directe
gevolgen van klimaatverandering op de acti-
viteiten en activa van Roularta Media Group.
Deze risico’s omvatten acute risico’s zoals
overstromingen, extreme weersomstandighe-
den, droogtes en branden, evenals chronische
risico’s zoals hittegolven, stormen, intensievere
neerslag, waterstress en zeespiegelstijging.
Deze fysieke klimaatrisico’s kunnen lei-
den tot schade aan vastgoed, infrastructuur
en bedrijfsactiviteiten. Ook kunnen ze de
operationele continuïteit van bedrijven en
investeringswaarde beïnvloeden.
De langdurige klimaateffecten versterken het
risico op waardeverlies van investeringen op
middellange tot lange termijn en onderstrepen
de noodzaak voor duurzame investeringsstra-
tegieën.
Roularta Media Group voerde in 2025 een ana-
lyse uit naar de veerkracht tegen de fysieke
risico’s in België, Nederland en voor de belang-
rijkste landen waar onze leveranciers een site
hebben. De analyse omvat Tier-1 leveran-
ciers in de belangrijkste upstream
ketenlanden (papier, inkt, energie,
transport) en relevante downstream
logistieke knooppunten; lagere Tiers
zijn buiten scope wegens beperkte
datatoegang.
De analyse maakt gebruik van
klimaatscenario’s van het Inter-
governmental Panel on Climate
Change (IPCC), waarbij zij verschil-
lende Representative Concentration
Pathways (RCP’s) en Shared Soci-
oeconomic Pathways (SSP’s)
overwegen.
De volgende twee scenario’s wer-
den vergeleken met een “business
as usual”-referentiescenario, over
drie tijdshorizonten: 2030, 2050 en
2100. Hierbij keken wij naar verande-
ringen in de frequentie van gevaren
per land, kwetsbaarheden per leve-
rancier en risicoscores op basis van
statistische wereldwijde verdeling
per gevaarstype:
• 4°C opwarming van de aarde
(overeenkomend met Worst
Case - IPCC’s RCP 8.5 en SSP-
5.85)
• 3°C opwarming van de aarde
(overeenkomend met Middle of
the Road - IPCC’s RCP 4.5 en
SSP-2.45)
Deze twee opwarmingspaden repre-
senteren de bandbreedte van fysieke
stress en volstaan om de veerkracht van assets en
keten onder realistische extremen te toetsen.
De analyse concludeert dat:
• Roularta Media Group’s upstream waardeketen
is vooral kwetsbaar in het >4°C-scenario.
De upstream-keten (voornamelijk leveranciers van
papier, inkten en grondstoffen) is gevoelig voor
fysieke risico’s die sterk afhangen van geografie.
In Finland zijn bosbranden en extreme neerslag
de belangrijkste dreigingen, wat kan leiden tot
tijdelijke verstoringen in de hout- en pulpvoorzie-
ning. In Duitsland verhogen rivieroverstromingen
en hittestress de kans op leveringsonderbrekingen
en productieverlies. Hoewel deze risico’s in veel
gevallen door lokale veerkrachtmaatregelen (water-
keringen, bosbeheer) deels worden afgedekt, kan
de keten kwetsbaar blijven voor acute incidenten
met aanzienlijke impact op leveringszekerheid. Dit
vergroot de kans op leveringsonderbrekingen (IRO-
12) en kostenschokken in papier/inkt/transport.
• Roularta Media Group’s downstream waarde-
keten
Downstream ligt het risico voornamelijk bij de dis-
tributie en klantlogistiek. In Nederland en België
kan piekneerslag, pluviale- en fluviale overstroming
de transportinfrastructuur tijdelijk ontwrichten, met
gevolgen voor tijdige levering van drukwerk. Daar-
naast kan hitte de energievraag bij klanten (bv.
Retail en packaging) verhogen, waardoor afhanke-
lijkheid van stabiele leveringsschema’s kritischer
wordt. De directe financiële impact downstream is
beperkter, maar reputatie- en vertrouwensrisico’s
kunnen ontstaan bij aanhoudende verstoringen.
Mogelijke onderbrekingen bij recycling en ver-
werking door ecologische ontwrichting rondom
afvalbeheer is ook mogelijk. De veerkracht hangt
samen met lokale adaptatiemaatregelen en de
mate van verzekering en subsidiemogelijkheden.
• Voor Roularta Media Group’s eigen activitei-
ten in België en Nederland
Klimaatsignalen in België worden duidelijker met
toenemende hittegolven en periodes van droogte.
Voor de drukkerij in België vormen hittegolven
het meest relevante chronische risico. Deze lei-
den tot hogere energiekosten (koeling), lagere
arbeidsproductiviteit en mogelijk storingen in
gevoelige productieapparatuur. Op langere ter-
mijn kan ook waterbeschikbaarheid onder druk
komen te staan, hoewel dit sterk afhankelijk is
van regionale ontwikkelingen. Overstromingsri-
sico’s zijn relatief beperkt. Stormen en extreme
wind kunnen frequenter en krachtiger worden, met
risico op schade aan gebouwen en infrastructuur.
• De Nederlandse kantoren zijn primair blootge-
steld aan pluviale wateroverlast en stijgende
temperaturen. Kortdurende, hevige neerslag
kan de bereikbaarheid beïnvloeden en ICT-/
facility-voorzieningen verstoren. Het fysieke
risico is minder groot dan bij productieac-
tiviteiten, maar operationele continuïteit
(bereikbaarheid van personeel, werken op
locatie) kan tijdelijk onder druk staan. Door
de sterke nationale infrastructuur (Deltaplan,
stedelijke waterbeheersing) is de veerkracht
hoger, maar incidentele verstoringen blijven
waarschijnlijk.
Keteninzichten (upstream/downstream)
• Upstream: Waterstress/droogte zijn het meest
materieel, veerkracht afhankelijk van lokale
infrastructuur en adaptatie.
• Downstream: Risico’s voor afne-
mers in risicogebieden zijn urgent,
vooral bij extreme weersomstan-
digheden en lokale overstromingen;
Nederland heeft de grootste veer-
kracht dankzij waterkeringen.
• Eigen operaties: Belangrijkste
risico’s zijn hittestress, neer-
slagextremen en overstroming;
veerkracht is het hoogst in Neder-
land, goed in België.
• Alle segmenten moeten blijven
investeren in lokale adaptatie,
robuust waterbeheer en bescher-
ming tegen overstromingen en
extreme temperaturen, in lijn met
ESRS E1 en CSRD-verplichtingen
voor een integrale veerkrachtana-
lyse.
Deze inzichten zijn gebruikt om adap-
tatie-prioriteiten te bepalen in het
actieplan van Roularta
Conclusie fysieke veerkracht
RMG is redelijk veerkrachtig voor eigen
sites in BE/NL, maar blijft structu-
reel kwetsbaar via de waardeketen.
Fysieke risico’s vertalen zich dus vooral
financieel via supplychain effecten
(IRO-12/13).
5.1.3.3.2. KLIMAATGERELATEERDE
TRANSITIE RISICO’S EN KANSEN
De veerkrachtsanalyse toont aan dat
klimaatgerelateerde transitierisico’s
en -kansen voor Roularta Media Group (RMG) de
komende 5 à 10 jaar een duidelijke impact zullen
hebben op zowel de operationele kosten als de
strategische positionering.
Op basis van de scenario’s Net Zero (1,5°C) – Pri
-
oriteit & STEPS (~3°C), aangevuld met informatie
ui
t het duurzaamheidsverslag en jaarverslag
2024, komen enkele duidelijke prioriteiten naar
voren. Net Zero en STEPS vormen respectievelijk
een snelle en een trage transitie, en dekken zo de
relevante bandbreedte van beleids- en markton
-
zekerheid.
Energie- en CO
2
-gerelateerde risico’s staan
bovenaan de agenda. (IRO-10, IRO-11, IRO-13).
Onder het Net Zero-scenario is de blootstel
-
ling hoog, met sterk stijgende energieprijzen en
CO
2
-heffingen die vooral de drukkerijactiviteiten
treffen. Onder STEPS blijft het risico aanwezig,
maar gematigder.
CSRD VERSLAG 2025 - 211
MEDIA WITH IMPACT
212 - CSRD VERSLAG 2025 CSRD VERSLAG 2025 - 213
Toch blijft dit een structurele kwets-
baarheid voor RMG, gezien de
en
ergie-intensieve aard van print.
Markt- en reputatierisico’s volgen kort
daarop (IRO-4, IRO-13). De vraag naar
duurzaam papier, circulaire verpakkin
-
gen en transparante rapportage groeit
snel. Dit dwingt RMG om te blijven
investeren in innovatieve oplossingen
zoals papieren wikkels en gerecycleerd
papier. Onder Net Zero is de marktdruk
zeer hoog, terwijl STEPS een trager pad
voorziet, maar wel in dezelfde richting.
Kansen liggen in technologische
innovatie en beleidssteun. Door
investeringen in energie-efficiëntie
(droogovens, LED, warmterecuperatie,
ISO 50001) kan RMG de operationele
kosten substantieel verlagen. Boven
-
dien openen subsidies en fiscale
s
t
imulansen in een Net Zero-context
aanzienlijke mogelijkheden om de
investeringslast te verlichten. In STEPS
blijven die kansen beperkter en toch
nog relevant.
Scope 3-samenwerking in de keten
biedt het grootste structurele hef
-
boomeffect. Bijna 90% van de uitstoot
bevindt zich bij leveranciers en klanten.
De samenwerking via SBTi-partner
-
ships en aankoopcharters maakt het
mogelijk om impact te reduceren én
reputatiewaarde te creëren.
De onderstaande tabel geeft
een kwalitatieve scoring van de
belangrijkste drivers, op basis van
de Net Zero- en STEPS-scena
-
rio’s. De scoring is uitgevoerd
op
dezelfde 1–5 schaal als de
DMA, zodat resultaten consistent
kunnen worden herleid naar mate
-
rialiteitsdrempels.
Ter verduidelijking: de koppeling van de impact
drivers met de IRO-nummers wordt reeds toe-
gelicht in hoofdstuk 4.3.3.3. SBM-3: Materiële
risico’s, impacten en opportuniteiten (IRO’s).
Belangrijkste transitiekansen (materieel of
grens-materieel ‘≥3,5/5’) zijn:
• Overheidssteun/subsidies (IRO-3): materi-
ele kans bij snelle transitie.
• Energie-efficiëntie (IRO-8/9): net op
materialiteitsgrens maar met significant
kosten- en emissiereductiepotentieel.
• Digitalisering/low-carbon productont-
wikkeling: strategische hefboom om
scope-3 te reduceren en marktkansen te
benutten.
5.1.3.3.3. GEVOLGEN VOOR STRATEGIE EN
BUSINESSMODEL
Roularta Media Group bevestigt met zijn
veerkrachtsanalyse dat de onderneming
stevig verankerd is in de transitie naar een
duurzame waardecreatie.
De scenario’s tonen dat RMG in alle toekomst-
paden met niet-vermijdbare klimaatdruk te
maken heeft, maar de aard verschilt:
• Snelle transitie (SSP1-1.9) ➜ hoge com-
pliance- en transitie-kosten, maar ook
hoge beleidssteun en reputatiekansen.
• Trage transitie/hoge opwarming (SSP2-
4.5 / SSP5-8.5 / STEPS) ➜ toenemende
fysieke verstoring in keten en operaties,
met risico voor continuïteit.
Daarom is een hybride veerkrachtstrategie
aangewezen:
• Proactief investeren in Net-Zero-com-
patibele transitie (energie-efficiëntie,
elektrificatie, duurzame keten) om kos-
tenrisico’s en marktdruk voor te zijn.
• Parallel fysieke adaptatie versterken
(back-up-leveranciers, noodplannen,
IT-redundantie, klimaatbestendige infra-
structuur). Concreet omvat deze
fysieke adaptatie ook maatregelen
om de bedrijfscontinuïteit te borgen
bij extreme weersomstandigheden
(bv. hittegolven of zware neerslag).
Omdat veel processen afhanke-
lijk zijn van IT-systemen, focussen
we op preventieve en correctieve
ingrepen zoals koeling, redundan-
tie/ontdubbeling, cloudoplossingen
en waterbeheersmaatregelen. Waar
passend kan ook thuiswerk bijdra-
gen aan de continuïteit bij tijdelijke
verstoringen. Daarnaast blijven
decarbonisatiehefbomen (zie 5.1.2)
essentieel, omdat zij de nood aan
adaptatie op langere termijn kun-
nen beperken.
• In lijn met ESRS houdt Roularta
Media Group rekening met haar
vermogen om strategie en busi-
nessmodel op korte, middellange
en lange termijn aan te passen aan
klimaatverandering. Dit betekent
onder meer dat we blijven waken
over toegang tot financiering tegen
aanvaardbare voorwaarden, dat we
onze gebouwen, installaties en IT
waar nodig kunnen moderniseren of
anders inzetten, dat we ons aanbod
kunnen bijsturen, en dat we mede-
werkers ondersteunen via opleiding
en omscholing.
De introductie van papieren wikkels en
de groei van digitale abonnementen
tonen hoe ecologische winst en bedrijfswaarde
vandaag al samenkomen. Dit zijn voorbeelden
van strategische respons op IRO-4/13. Tege-
lijkertijd liggen er veelbelovende kansen in de
verdere uitbouw van maatschappelijke cam-
pagnes en het “Inspiring Impact”-platform,
die duurzaamheid in de relatie met klanten en
adverteerders verankert.
De analyse maakt ook duidelijk dat er nog
transities nodig zijn: zo moet het resterende
niet-gecertificeerde papier volledig worden
verduurzaamd en blijven drukkerijactiviteiten
energie-intensief, wat extra investeringen in
efficiëntere technologie en hernieuwbare ener-
gie vraagt.
Daarnaast blijven de afhankelijkheid van een
fysieke drukkerij en de uitfasering van plastic
structurele uitdagingen. In lijn met de vereisten
van CSRD en ESRS1 bevestigt dit dat Rou-
larta niet alleen anticipeert op regelgeving en
marktveranderingen, maar actief de weg effent
naar een toekomstbestendig en klimaatneu-
traal bedrijfsmodel.
Als Roularta haar huidige koers verderzet — met
een sterke focus op de volledige verduurzaming
van de papierketen, structurele energie-effici-
entie in de drukkerij en een actieve opschaling
van klantgerichte duurzaamheidsoplossingen
— dan stelt dit het bedrijf in staat niet alleen
de risico’s van de klimaattransitie te beheer-
sen, maar ook de kansen ervan te benutten en
zo haar leidende positie in duurzame media
verder uit te bouwen.
Impact Drivers Net Zero (1,5°C) – Prioriteit STEPS (~3°C) – Prioriteit
CO
2
-prijs & hogere energiekosten
(IRO-10 – 11 - 13)
5 (Hoog) 2 (Middel)
Klantvraag naar duurzaam
materiaal / reputatie
5 (Hoog) 3 (Middel–Hoog)
(IRO-04 – 13) 5 (Hoog) 3 (Middel–Hoog)
Subsidies / overheids-
ondersteuning (IRO-03)
3 (Middel–Hoog) 1 (Laag–Middel)
Beschikbaarheid gecertificeerd
papier (IRO – 4)
4 (Hoog) 2 (Middel)
Digitalisering (dalende
printvolumes) (IRO-4 – 13)
3 (Middel–Hoog) 3 (Middel–Hoog)
Technologie & efficiency-
winst (IRO-8 – 5 )
3 (Middel–Hoog) 1 (Laag–Middel)
MEDIA WITH IMPACT
214 - CSRD VERSLAG 2025 CSRD VERSLAG 2025 - 215
De verwachte financiële effecten van
materiële klimaat-IRO’s werden in 2025
nog niet gekwantificeerd binnen deze
veerkrachtanalyse, conform de ESRS-fa-
se-in voor ‘anticipated financial effects’
en de ‘Quick Fix’-verlenging. Roularta volgt
de verdere evoluties van het ESRS-kader,
inclusief de voorgestelde Omnibus-ver-
eenvoudigingen. Indien toekomstige
ESRS-vereisten dit vragen, zal Roularta de
financiële effectanalyse gefaseerd uitwer-
ken, met focus op opex- en capex-impact
per tijdshorizon en scenario.”
5.1.3.3.4. ONZEKERHEDEN EN
AANNAMES
RMG rapporteert expliciet over kernonze-
kerheden die de veerkracht beïnvloeden:
• tempo/strengheid beleid en CSRD-in-
terpretatie;
• technologische doorbraaktempo’s en
lock-in risico’s;
• marktvraag naar duurzame producten
en betaalbereidheid;
• regionale variatie en voorspelbaarheid
fysieke extremen;
• geopolitieke impact op energie/grond-
stoffen.
De dominante onzekerheid is het tran-
sitie-tempo: sneller beleid verhoogt
transitierisico’s maar opent kansen, tra-
gere actie verhoogt fysieke risico’s zonder
beleidsvoordeel. Bij sneller beleid ver-
schuiven vooral IRO-10/11/13 naar hogere
prioriteit; bij trager beleid nemen fysieke
risico-scores in de keten toe.
5.1.4. ESRS 2 IRO-1: PROCES VOOR
IDENTIFICATIE EN BEOORDELING
VAN MATERIËLE IMPACTEN, RISICO’S
EN OPPORTUNITEITEN OMTRENT
KLIMAAT
De belangrijkste concrete maatregelen
die in dit Aansluitend op de initiële DMA
(zie hoofdstuk 4.2) werd volgend proces
gevolgd voor de detectie van de mate
-
riële IRO’s:
1. Analyse van de broeikasgas-voet-
afdruk van Roularta Media Group
in haar geheel en van de drukke-
rij-activiteiten in detail
2. Screening van de scope 3-emis-
siecategorieën volgens het
GHG-protocol
3. Inventaris van de scope 1-, scope
2- en scope 3-emissies die als
materieel worden beschouwd
4. Verzamelen van informatie, zowel
upstream als downstream en via
veelvuldige contacten met leve-
ranciers en klanten, om zo in kaart
te brengen welke mogelijke kli-
maatrisico’s en impacten zij zien
en welke antwoorden mogelijk zijn
5. Een continu proces van opvol-
ging van veranderende wetgeving
en regelgeving, zowel via interne
kanalen als via gespeciali-
seerde externe bedrijven die
Roularta Media Group hierbij
ondersteunen (bv. Antea)
Een overzicht van de meest relevante
IRO’s die geleid hebben tot de identifi-
catie van de materiële aspecten kan geconsulteerd
word
en onder hoofdstuk 4.3.3.3.
5.1.5. E1-2: BELEID OMTRENT KLIMAATMITIGATIE
Roularta Media Group erkent haar verantwoorde-
lijkheid in de strijd tegen de klimaatverandering
en focust daarbij op enerzijds haar ‘footprint’
maar anderzijds ook op haar ‘brainprint’ (hoofd-
stuk 6.2). Dat impliceert dat de inspanningen die
Roularta Media Group wil leveren ten aanzien van
de klimaatmitigatie zich niet enkel richten naar
concrete operationele acties maar dat tegelijk er
ook wordt gestreefd naar het stimuleren van een
grotere bewustwording zowel bij de interne mede-
werkers als bij het brede publiek en meer specifiek
bij de klanten.
Deze erkenning van de verantwoordelijkheid blijkt
reeds uit de missie van Roularta Media Group
waarbij het aspect ‘duurzame meerwaarde’ een
centrale rol speelt in de bedrijfsvoering:
Als multimediabedrijf creëert en verspreidt Rou-
larta Media Group kwaliteitsvolle, onafhankelijke
en relevante content voor het brede publiek en
voor specifieke doelgroepen. Daaraan koppelt zij
geavanceerde marketing en reclameplatformen
voor haar partners. Roularta Media Group wil een
duurzame meerwaarde scheppen voor al haar
stakeholders en voor de hele samenleving.
Dit wordt nog versterkt binnen de organisatie door
de ‘waarden’ van Roularta Media Group waarbij de
derde waarde expliciet verwijst naar duurzaamheid:
Streef naar duurzame waarde, vernieuwing en
groei.
Voegen we daar nog aan toe dat
Roularta Media Group expliciet gekozen
heeft voor SDG 13 - Neem dringend actie
om klimaatverandering en haar impact
te bestrijden - als één van de 4 duur-
zaamheidspeerpunten.
Dit klimaatbeleid uit zich, onder andere,
in de ambitie om CO
²
e-neutraal te zijn
voor scope 1 en 2 tegen 2040 en voor
scope 3 tegen 2050 waar een aan-
tal concrete doelstellingen en targets
tegenover staan.
Dit beleid uit zich daarnaast ook in
diverse initiatieven met betrekking tot
duurzaamheid waaronder het energie-
beheer en CO
2
e-beperking, duurzame
productie, monitoring van afval en
emissies, bewustwording en opvolging,
welzijn en diversiteit…
Met dit beleid wil Roularta Media Group
belangrijke stappen zetten naar een
betere toekomst. Daarbij wordt voortdu-
rend gezocht naar innovatie, oplossingen
en verbeteringen intern maar tegelijk
ook samen met partners naar creatieve
antwoorden op de duurzame uitdagin-
gen die nog voor ons liggen.
Om dit beleid in goede banen te leiden
werd in 2021 reeds het Sustainability
Committee (Susco) opgericht onder lei-
ding van de CEO. Initieel werd dit comité
opgericht om de praktische uitwerking
van de ambities en de doelstellingen te
vertalen naar targets en KPI’s en om deze ook
te implementeren en op te volgen. Het was snel
duidelijk dat het Susco een structureel onder-
deel werd van het beleid. Het Susco komt op
vandaag nog steeds per kwartaal samen en
bestaat uit tien medewerkers uit verschillende
afdelingen en geledingen. Gezien de diversiteit
van de topics, inclusief de entiteitspecifieke
items zoals de brainprint, is het logisch dat
in het Susco onder andere de directeur van de
drukkerij, de uitgever van alle Belgische maga-
zine merken zetelen naast de COO en de CFO
en naast medewerkers van de regie, de marke-
ting en de corporate communicatie.
Binnen het klimaatbeleid is sinds jaar en dag
bijzondere aandacht voor het efficiënt gebruik
en verbruik van energie en is er bijgevolg ook een
specifieke energiebeleidsnota conform de ISO
50001-specificaties. De ISO 50001-certifice-
ring is van toepassing op Roularta Media Group
en omvat ook de uitgeverijactiviteiten, maar de
reikwijdte van het certificaat is beperkt tot de
site in Roeselare. De eindverantwoordelijkheid
voor deze nota ligt bij de CEO en de voorzitter
van de Raad van Bestuur die de nota onderte-
kenen voor publicatie. Ook voor de ISO 50001
is er een afzonderlijk comité met vijf leden
onder voorzitterschap van de directeur van
de drukkerij die periodiek samenkomen om te
overleggen omtrent doelstellingen, targets,
opvolging, rapportering en communicatie. Hoe-
wel deze ISO 50001 energiebeleidsnota zich in
de eerste plaats richt op energie-efficiëntie en
niet op klimaatmitigatie, moet gezegd worden
dat het aspect energie-efficiëntie meestal ook
leidt tot klimaatgunstige initiatieven. Dat is
bijvoorbeeld het geval bij de geplaatste Con-
tiweb-droogovens. Deze droogovens zorgen
namelijk niet alleen voor een sterke verbetering
van de efficiëntie door een sterke vermindering
van het gasverbruik, maar hebben met dat ver-
laagd volume gas tegelijk een positieve impact
op de scope 1-emissies.
De communicatie met de stakeholders intern
gebeurt via verschillende platformen zoals het
personeelsmagazine “Happie” waar periodiek
gerapporteerd wordt over diverse aspecten
van de duurzaamheidsinspanningen én via de
Roularta Media Group “catch up” sessies onder
de vorm van webinars die geregeld plaatsvinden
over diverse onderwerpen waar de medewer-
kers ook vragen kunnen stellen. Om iedereen
de gelegenheid te geven ook achteraf nog een
catch up sessie te volgen of te herbekijken zijn
deze ook allemaal beschikbaar via het internet.
De communicatie met de stakeholders extern
gebeurt voornamelijk via persmededelingen en
artikels maar ook via persoonlijke contacten en
bedrijfsbezoeken.
Roularta Media Group zet reeds verschillende
jaren in op CO
2
e-vermindering. Tot 2024 ont-
brak evenwel een uitgeschreven transitieplan.
Dat werd in 2024 volledig uitgewerkt.
Daarnaast vraagt Roularta Media Group aan
haar leveranciers om het duurzaam aan-
koopcharter te ondertekenen en wordt bij de
aankoopprocedure rekening gehouden met de
inspanningen die de leveranciers leveren om
de ecologische voetafdruk te verlagen. Dit sluit
MEDIA WITH IMPACT
216 - CSRD VERSLAG 2025 CSRD VERSLAG 2025 - 217
tevens aan bij de keuze om in te zetten
op SDG 12 – verantwoorde consumptie
en productie-, waarbij Roularta Media
Group dus ook haar verwachtingen
jegens leveranciers concretiseert.
Ook is er sinds 2021 het engagement om
in te zetten op een vermindering van de
CO
2
e-uitstoot tegen 2040 voor scope 1
en scope 2 en tegen 2050 voor scope
3. De reden voor deze opdeling tussen
2040 en 2050 schuilt in het feit dat de
scope 3-uitstoot zich volledig buiten de
operationele activiteiten van het bedrijf
bevindt (enkel upstream en downstream).
5.1.6. E1-3: MAATREGELEN
EN MIDDELEN OMTRENT
KLIMAATVERANDERING
Om de finale ambities te realiseren, zet
Roularta Media Group in op een beperkt
aantal gerichte maatregelen die recht-
streeks bijdragen aan klimaatmitigatie
(reductie van CO
2
e-uitstoot). Hieronder worden de
belangrijkste uitgevoerde en geplande acties toe-
gelicht, met per actie een duidelijke afbakening
(land/site/activiteit) en – waar mogelijk – de ver-
wachte of reeds aangetoonde emissiereductie. De
voortgang wordt jaarlijks opgevolgd via energie-
en mobiliteitsdata, footprint berekeningen , interne
afstemming met betrokken stakeholders.
Waar de maatregelen gepaard gaan met sig-
nificante investeringen of kosten, worden deze
– conform IFRS – verwerkt in de financiële rappor-
tering en zijn ze terug te vinden in de toelichtingen
bij de geconsolideerde jaarrekening (Toelichting
15). Waar relevant worden deze investeringen
ook opgenomen onder de EU-Taxonomy Capex/
Opex KPI’s als taxonomie-eligible uitgaven. Op dit
moment worden deze uitgaven niet als taxono-
mie-aligned gerapporteerd.
De klimaatgerelateerde maatregelen onder E1-3
hebben voornamelijk betrekking op investerin-
gen (Capex), zoals energie-efficiënte installaties,
elektrificatie van het wagenpark en hernieuwba-
re-energie-installaties. In boekjaar 2025 werden
geen significante operationele uitgaven (Opex)
geïdentificeerd die specifiek aan deze klimaat-
maatregelen kunnen worden toegewezen.
Een deel van deze investeringen komt over-
een met uitgaven die onder de EU-Taxonomy als
voor taxonomie in aanmerking komend worden
geïdentificeerd (bv. elektrische mobiliteit, ener-
gie-efficiëntie en hernieuwbare energie). Voor
boekjaar 2025 komt 22,1% van de totale Capex en
0,6% van de totale Opex in aanmerking onder de
EU-Taxonomy. Deze uitgaven worden momenteel
gerapporteerd als taxonomie-eligible
maar niet taxonomie-aligned.
Voor prestaties t.o.v. doelstellingen en de
verdere uitwerking van targets verwijzen
we naar sectie 5.1.9.
De impact van de hieronder beschreven
maatregelen op de broeikasgasemissies
wordt jaarlijks opgevolgd via energie- en
mobiliteitsdata en komt tot uiting in de
evolutie van de emissies gerapporteerd
onder E1-6.
5.1.6.1 SCOPE 1- DIRECTE EMISSIES
(EIGEN INSTALLATIES
EN VOERTUIGEN)
Actie 1 – Nieuwe Contiweb-droogovens
en optimalisaties (gasverbruik drukkerij)
• Scope (afbakening): België – druk-
kerijactiviteiten (heatset-drukkerij)
– droogproces en naverbranding –
vaste installaties (droogovens) op de
drukkerijsite.
• Beschrijving: In 2023–2024 werd
4,65 miljoen euro geïnvesteerd in
nieuwe Contiweb-droogovens met
ingebouwde naverbranders. Deze
installaties verbruiken beduidend
minder aardgas dan conventio-
nele droogovens; bijkomend lopen
optimalisaties op het proces en
energiebeheer. De opvolging van
het gasverbruik en de energie-
prestaties gebeurt binnen het ISO
50001-energiemanagementsysteem
(energieboekhouding), als onderbou-
wing en verificatie van de Scope-1
reductiemaatregelen.
• Verwachte emissiereductie (waar
kwantificeerbaar): op basis van de
investeringsanalyse werd een reduc-
tie van ca. 25% gasverbruik tov de
vorige droogovens in de drukkerijac-
tiviteiten verwacht, overeenkomend
met ca. 14% CO
2
-reductie voor dit
onderdeel (scope 1).
• Reeds waargenomen effect (con-
text): de scope-1-uitstoot daalde van
5.244 ton CO
2
e (2021) naar 2.948 ton
CO
2
e (2024) (≈ −45%), verklaard door
het lager gasverbruik door nieuwe
droogovens en de vergroening van
het wagenpark.
• De evolutie van de energiepresta-
tie-indicator (EPI) in 2025 wordt
verder toegelicht onder E1-5 (ISO
50001 – verklaring van de evoluties).
• Timing/status: gerealiseerd (2023–
2024); verdere optimalisaties lopend.
• Opvolging: gasverbruik en emissies
worden periodiek gemonitord; de
effectiviteit wordt geëvalueerd via
de CO
2
-footprint en energie-opvol-
ging.
• Investering: deze maatregel betreft
een Capex-investering en valt onder
de klimaatgerelateerde investerin-
gen zoals beschreven in E1-3.
Actie 2 – Verdere vergroening en elektri-
ficatie van het wagenpark
• Scope (afbakening): België /
Nederland – bedrijfswagenpark
– mobiliteit (brandstofverbruik van voer-
tuigen) – emissies uit mobiele verbranding
(scope 1).
• Beschrijving: verdere elektrificatie van
bedrijfsvoertuigen; reeds meer dan 60%
van de bedrijfsvoertuigen is volledig elek-
trisch.
• Verwachte emissiereductie (waar moge-
lijk): de reductie is rechtstreeks gelinkt
aan vermindering van liters fossiele
brandstof (en bijhorende emissiefacto-
ren). De kwantificatie gebeurt via het
historisch brandstofverbruik, de geplande
vervangingsratio, en de toegepaste emis-
siefactoren, met een jaarlijkse actualisatie
in de CO
2
e-footprint.
• Timing/status: lopend (meerjarenplan),
gekoppeld aan vervangingscycli en ope-
rationele noden.
• Opvolging: brandstofverbruik, kilometrage
en samenstelling wagenpark; effect zicht-
baar in scope-1-trend.
• Investering: de elektrificatie van het
wagenpark gebeurt via Capex-investerin-
gen in elektrische voertuigen in lijn met de
normale vervangingscycli van het wagen-
park.
Actie 3 – Technologische opvolging voor ver-
dere neutralisatie van warmte (lange termijn)
• Scope (afbakening): België – drukke-
rijactiviteiten – proceswarmte (gas)
– technologie-scan voor alternatieven (bv.
waterstof).
• Beschrijving: omdat ‘heatset’-drukkerijen
een sectorgebonden uitdaging kennen,
blijft de ambitie om deze uitstoot volledig
te neutraliseren. Roularta volgt
technologische evoluties (o.a.
waterstofgas) nauwgezet en eva-
lueert toepasbaarheid.
• Verwachte emissiereductie: nog
niet kwantificeerbaar (afhankelijk
van maturiteit en beschikbaar-
heid van alternatieven).
• Timing/status: verkennend/moni-
toring; beslissingen volgen na
haalbaarheidsanalyse.
5.1.6.2 SCOPE 2- INDIRECTE
EMISSIES UIT AANGEKOCHTE
ELEKTRICITEIT
Actie 4 – Zonnepark op hoofdsite te
Roeselare (2.933 zonnepanelen)
• Scope (afbakening): België
– hoofdsite Roeselare – elek-
triciteitsverbruik van gebouwen
en processen op de site – eigen
opwek (PV) en directe eigen
afname (scope 2).
• Beschrijving: bouw van een zon-
nepark met 2.933 zonnepanelen.
Het project vertegenwoordigt
een totale investering van onge-
veer €1 miljoen. De grondwerken
startten op 3 juli 2025 en de
volledige operationele fase is
voorzien tegen maart 2026.
• Capex-fasering: circa €0,7 mil-
joen van de investering werd
gerealiseerd in FY25; het reste-
rende deel volgt bij ingebruikname
in FY26. Deze investering kan
onder de EU-Taxonomy worden
MEDIA WITH IMPACT
218 - CSRD VERSLAG 2025 CSRD VERSLAG 2025 - 219
beschouwd als taxonomie-eligible Capex
(categorie 7.6 – hernieuwbare-ener-
gie-technologieën).
• Eigen verbruik :ongeveer 75% van de
opgewekte energie wordt rechtstreeks
gebruikt door Roularta; dit vermindert de
afhankelijkheid van externe leveranciers.
• Verwachte emissiereductie (waar kwanti-
ficeerbaar): het project zal naar schatting
11–12% van het totale elektriciteitsver-
bruik op de site dekken via eigen opwek.
De exacte CO
2
e-reductie in ton/jaar wordt
berekend op basis van de effectieve
jaarlijkse productie (kWh) en de gehan-
teerde emissiefactor (location-based en/
of market-based, conform rapporterings-
keuze). De effectieve emissiereductie van
deze installatie zal pas zichtbaar zijn in
de scope-2-emissies vanaf het moment
dat de installatie volledig operationeel is
(verwacht in 2026).
• Timing/status: volledig operationeel
tegen maart 2026; omgevingsvergunning
goedgekeurd; werken gestart op 3 juli
2025; officiële opening voorzien in april
2026.
• Opvolging: gemeten PV-productie, eigen
afname (%) en aankoop elektriciteit; jaar-
lijkse rapportering van scope-2-emissies.
Actie 5 – Verder vergroenen van
aangeleverde elektriciteit (optie)
• Scope (afbakening): België / Nederland
– hoofdsite en relevante entiteiten – aan-
koop van elektriciteit – scope 2.
• Beschrijving: verkenning van verdere
vergroening via ontwikkelingen bij ener-
gieleveranciers en het behouden van
de mogelijkheid om op een passend
moment (deels of volledig) over te scha-
kelen op groenere stroomproducten.
• Verwachte emissiereductie: scenario-af-
hankelijk; kwantificatie gebeurt zodra
keuze en contractvoorwaarden vastlig-
gen (verschil in emissiefactor × kWh).
• Timing/status: voorbereidend/monito-
ring.
5.1.6.3 SCOPE 3- EMISSIES IN DE
WAARDEKETEN
Voor scope-3-emissies richt Roularta zich
voornamelijk op samenwerking met kern-
leveranciers, optimalisatie van logistieke
processen en reductie van materiaalgebruik,
aangezien deze factoren de belangrijkste
drivers zijn van de emissies in de waarde-
keten.
Actie 6 – Engagement met kernleveranciers
(papier, inkten/chemie, logistiek)
• Scope (afbakening): waardeketen
(upstream) – kernleveranciers (leveran-
ciers met het grootste aandeel in de
relevante inkoopwaarde en de bijhorende
milieu-impact)– aankoop en leverin-
gen voor drukkerij- en mediaproductie
– scope 3 (o.a. relevante categorieën
binnen inkoop en logistiek).
• Beschrijving: focus op leveranciers-
dialoog, het stimuleren van duurzame
aankoopcriteria en het duurzaam aan-
koopcharter. Voor papier en inkt worden
geen bijkomende maatregelen voorzien
bovenop dit charter; niet alle grote leve-
ranciers tekenden, maar veel van deze
partijen zijn CSRD-plichtig en SBTi-ge-
certificeerd, wat een belangrijke basis
vormt voor emissiereductie in de keten.
• Verwachte emissiereductie: waar moge-
lijk wordt dit kwantitatief onderbouwd
via de dekking van aankoop bij leveran-
ciers met reductiedoelen, de evolutie in
leveranciersdata/ product-specifieke
Co
2
e-voetafdruk (bv. carbon footprint
van een papiersoort ) en de trendana-
lyse van de scope-3-footprint. Niet alle
reducties zijn vandaag al kwantificeer-
baar door afhankelijkheid van externe
data en timing van leveranciersrappor-
tering.
• Timing/status: lopend; jaarlijks aan-
gescherpt op basis van beschikbare
leveranciersinformatie.
• Opvolging: jaarlijkse footprint update en
monitoring van kernleveranciers (focus
op materialiteitsdrivers). De impact van
deze maatregel wordt opgevolgd via de
jaarlijkse update van de scope-3-foot-
print en via monitoring van leveranciers
met klimaatdoelstellingen (bv. SBTi).
Actie 7 – Optimalisatie van transport
en logistiek (downstream transport
waar relevant)
• Scope (afbakening): waardeketen (logis-
tiek) – transportactiviteiten gelinkt aan
distributie/leveringen – scope 3 (trans-
portgerelateerde categorieën).
• Beschrijving: verbeterde organisatie
van transport en opvolging van trans-
portstromen als onderdeel van de
periodieke scope-3-opvolging.
• Verwachte emissiereductie: wordt
bepaald op basis van trans-
portdata (afstanden, modaliteit,
beladingsgraad) en emissiefactoren;
kwantificatie volgt naarmate data vol-
lediger beschikbaar is.
• Timing/status: lopend.
Actie 8 – Verminderen verpakkingsimpact
(minder plastic, meer paper wrap)
• Scope (afbakening): België / Neder-
land – verpakkingsmaterialen in
distributie/leveringen – materiaalge-
bruik en afvalstromen – scope 3.
• Beschrijving: reductie van plastic ver-
pakkingen en overschakeling naar
alternatieven (paper wrap) waar pas-
send. Deze installatie van duurzame
papieren wikkels had in 2024 een aan-
schaffingswaarde van € 1,1 miljoen
(Toelichting 15 – Machines).
• Verwachte emissiereductie: kwanti-
ficatie gebeurt via materiaalbalans
(kg plastic vermeden, kg alternatief
toegevoegd) × emissiefactoren; net-
to-effect wordt jaarlijks geëvalueerd
in de scope-3-update.
• Timing/status: lopend.
De daling van scope 3 ligt momenteel voor
op het streefdoel, maar door de afhanke-
lijkheid van een beperkt aantal (weliswaar
belangrijke) leveranciers wordt de evolu-
tie voorzichtig en jaar-na-jaar opgevolgd.
Verdere details en targets worden uitge-
werkt en toegelicht in sectie 5.1.9.
5.1.6.4. CARBON CREDITS OF
EMISSIERECHTEN?
Roularta Media Group kiest er vandaag
bewust voor om geen carbon credits te
kopen op de spotmarkt.
Dit betekent niet dat Roularta Media
Group ervan uitgaat dat een “nuluitstoot”
eenvoudig te realiseren is. Een belangrijk
aandachtspunt zijn namelijk locked-in
broeikasgasemissies: dit zijn de toekom-
stige emissies die nog zullen vrijkomen
doordat bestaande installaties, gebou-
wen en voertuigen doorgaans nog jaren
in gebruik blijven. Zolang deze assets
operationeel zijn, blijven ze emissies
veroorzaken, tenzij ze vroeger worden ver-
vangen of op een andere (lagere-emissie)
manier worden ingezet.
Voor Roularta Media Group situeren de
belangrijkste locked-in emissies zich
vandaag vooral bij de drukpersen en
afwerkingsmachines (door hun lange
levensduur en energieverbruik), bij ener-
gie-installaties die afhankelijk zijn van
aardgas, en bij het wagenpark (door het
aantal voertuigen). Deze vormen de basis
voor de inschatting van locked-in emissies
in Scope 1 en Scope 2.
De locked-in emissies voor Scope 1 en
Scope 2 worden in belangrijke mate
bepaald door enerzijds het gasverbruik
(waarvoor vandaag nog geen volwaar-
dig alternatief beschikbaar is voor alle
toepassingen) en anderzijds het elektri-
citeitsverbruik (waar nog opportuniteiten
liggen via bijkomende energie-efficiën-
tie en een groter aandeel hernieuwbare
elektriciteit). De verwachting is dan ook
dat vooral in de periode 2030–2040 bijko-
mende of alternatieve maatregelen zullen
worden onderzocht om de ambitie richting
2040 te kunnen realiseren.
De inschatting is gebaseerd op de histo-
rische evolutie (2021–2024) en de huidige
verwachtingen voor de komende jaren
(2025–2029), rekening houdend met
gekende plannen (zoals de verdere ver-
groening van het wagenpark). Dit blijft
een inschatting, omdat de uiteindelijke
uitkomst afhangt van toekomstige keuzes,
operationele noden en de beschikbaarheid
van alternatieven.
Volledigheidshalve vermelden we dat
Roularta Media Group momenteel geen
gebruik maakt van internal carbon pricing
(het intern waarderen van de kost van
CO
2
e-uitstoot). In de praktijk bestaan er
uiteenlopende benaderingen en aannames
om zo’n interne CO
2
-prijs te bepalen, wat
de vergelijkbaarheid en toepasbaarheid
kan beperken. Roularta Media Group kiest
er daarom voor om investeringen en acties
te beoordelen vanuit de eigen context en
op basis van de breedste toegevoegde
waarde voor duurzame ontwikkeling, zodat
beslissingen niet uitsluitend gestuurd
worden door één prijsprikkel, maar ook
rekening houden met andere relevante
duurzaamheidsaspecten.
MEDIA WITH IMPACT
220 - CSRD VERSLAG 2025 CSRD VERSLAG 2025 - 221
5.1.7. E1-4: DOELEN OMTRENT
KLIMAATMITIGATIE
Om de klimaatmitigatie effectief om
te zetten in resultaten heeft Roularta
Media Group naast het klimaattransitie-
plan ook een aantal doelen en subdoelen
geformuleerd.
5.1.7.1. DOELEN
De hoofddoelen werden reeds in 2021
uitgetekend onder de vorm van ‘ambi-
ties’ voor de lange termijn en werden
intussen verfijnd met tussendoelen voor
2030.
Langetermijn doelen
• Scope 1 & 2 : Roularta Media Group
streeft ernaar CO
2
e-neutraal zijn
tegen 2040
• Scope 3 : Roularta Media Group
streeft ernaar CO
2
e-neutraal zijn
tegen 2050
Deze doelstellingen zijn op dit moment
niet extern gevalideerd als zijnde com-
patibel met een 1,5°C-traject (bijvoorbeeld via
een wetenschappelijk gevalideerd kader zoals
SBTi). Er kan daarom geen harde garantie
worden gegeven dat deze doelstellingen vol-
ledig in lijn zijn met een 1,5°C-pad. Roularta
Media Group blijft de verdere ontwikkeling van
wetenschappelijke kaders en best practices
opvolgen en zal waar relevant de doelstellin-
gen en onderbouwing verder verfijnen.
Tussendoelen richting 2030 (basisjaar 2021)
Voor de tussendoelen hanteert Roularta
Media Group een doelperiode tot 2030, wat
aansluit bij gangbare sectoroverschrijdende
praktijken voor “near-term” reductiedoelen.
Ter oriëntatie verwijst ESRS voor de doelpe-
riode naar een sectorspecifiek emissietraject
(indien beschikbaar) of anders naar een sec-
toroverschrijdende 1,5°C-emissietraject. In
ESRS E1 wordt daarbij als cross-sector refe-
rentie genoemd dat een 1,5°C-pad in grote
lijnen neerkomt op ongeveer -42% tegen 2030
en -90% tegen 2050 (absolute reductie t.o.v.
een referentiejaar).
Zoals eerder aangehaald, focust Roularta
Media Group op de korte termijn op 2030, met
de volgende verfijnde tussendoelen:
• Scope 1 en 2 : –40% tegen 2030 t.o.v.
basisjaar 2021 (locatiegebaseerde
methode)
• Scope 3: minstens –50% tegen 2030
t.o.v. basisjaar 2021.
Aangescherpte scope-3 target
(35.000 tCO
2
e in 2030) – toelichting
De oorspronkelijke intentie was om scope 3
tegen 2030 minstens 50% te reduceren
t.o.v. 2021. Deze reductie werd echter reeds
gerealiseerd in 2024 (scope 3 daalde van
80.956 tCO
2
e in 2021 naar 40.205 tCO
2
e
in 2024). Daarom werd de scope-3 target
voor 2030 aangescherpt tot 35.000 tCO
2
e.
wat neerkomt op een reductie van 56.7%
Deze aanscherping dient twee doelen:
- ze vermijdt dat de 2030-target lou-
ter “behaald blijft” zonder bijkomende
ambitie, en
- ze houdt rekening met de realiteit
dat verdere verbeteringen in scope 3
waarschijnlijk geleidelijker zullen ver-
lopen en dat Roularta Media Group
slechts gedeeltelijke directe controle
heeft over de emissies in de waarde-
keten. Ondanks deze afhankelijkheid
wil Roularta Media Group een duidelijk
kwantitatief anker voor 2030 behou-
den.
Basisjaar en governance
2021 is gekozen als basisjaar omdat dit
het eerste jaar was waarin Roularta Media
Group de CO
2
e-uitstoot systematisch
in kaart bracht volgens het Greenhouse
Gas Protocol met behulp van gespeciali-
seerde software (ClimateCalc en Tapio).
Daarnaast vormt 2021 een geschikt refe-
rentiepunt omdat dit jaar het startpunt
was van de verdere formalisering en ver-
snelling van de duurzaamheidsaanpak.
Hierdoor kan de evolutie in uitstoot en de
impact van maatregelen vanaf dat ver-
trekpunt consistent worden opgevolgd.
De langetermijn ambities werden initieel
vastgelegd tijdens een duurzaamheids-
workshop (10–11 september 2021) met
het voltallige managementteam. Kort
daarna werd het Sustainability Commit-
tee (Susco) opgericht, met werkgroepen
per focus-SDG, waaronder SDG 13 (kli-
maat). In de daaropvolgende maanden
werden een beperkt aantal werkgebieden
vastgelegd (energiegebruik, mobiliteit,
footprint, transportorganisatie en targets
vanaf de nulmeting). Susco blijft vandaag
verantwoordelijk voor het vastleggen en
opvolgen van de targets, op basis van
bevraging en feedback van betrokken
interne stakeholders. Het Susco evalueert
jaarlijks het klimaattransitieplan; indien
tussendoelen sneller worden behaald
dan voorzien, kan het Susco tussendoe-
len aanscherpen of herformuleren.
Voor scope 3 is periodiek contact
met leveranciers die verantwoordelijk
zijn voor een materieel aandeel in de
scope 3-uitstoot essentieel om zicht te
houden op hun reductierichting en data-
volwassenheid. Op basis van beschikbare
informatie, kennis en expertise bepaalt
Susco of targets aanvaardbaar zijn, hoe
ze best worden geformuleerd en of bijstu-
ring nodig is. Hierdoor kunnen targets
doorheen de tijd ook evolueren in formu-
lering (bijvoorbeeld een verbreding van
“elektrificatie” naar het breder “CO
2
e-
arm maken” van het wagenpark), terwijl
het onderliggende doel – uitstootvermin-
dering – behouden blijft.
5.1.7.2. SUBDOELEN
Een aantal onderliggende doelen moeten
helpen om de hoofddoelen te bereiken. Zo
is er bijvoorbeeld het streven om tegen
2030 het eigen wagenpark 95% CO
2
-arm
te maken. Er wordt bewust gemikt op 95%
en niet op 100% om de doelstelling ambiti-
eus maar tegelijk ook realistisch te houden.
Voor deze doelstelling beschouwt Roularta
Media Group een wagen als “CO
2
-arm” wan-
neer het voertuig volledig elektrisch rijdt of
wanneer het gaat om een plug-in hybride
met aantoonbaar lage CO
2
-uitstoot per
kilometer volgens de officiële typegoedkeu-
ringswaarden.
Voor scope 3 ligt de focus vooral op de
categorieën met de grootste impact, zoals
de aankoop van goederen en diensten (3.1),
de aankoop van machines (3.2) en upstream
transport en distributie (3.4). Andere priori-
teiten zijn de verplaatsingen van freelancers
(3.7), en de end-of-life van de producten
(3.12).
Bij het bepalen van de scope-3 target
voor 2030 werd voor 2025 geen opsplit-
sing gemaakt tussen upstream- en
downstream-categorieën. Enerzijds wordt
het grootste deel van de scope-3-uitstoot
momenteel toegewezen aan de upstream
kant; anderzijds is er vandaag nog onvol-
doende uniforme data over de impact van
digitalisering op downstream categorie 11
(gebruik van verkochte producten). Digi-
talisering kan op termijn leiden tot een
emissieverschuiving in de waardeketen (van
upstream, zoals papier en inkt, naar downstream,
zoals energieverbruik bij gebruik door lezers/
gebruikers). Roularta Media Group volgt deze
evolutie daarom jaarlijks op en verfijnt de aanpak
naarmate data en inzichten verbeteren.
De concrete maatregelen en hun opvolging voor
de reductie van scope 1 en 2 worden toegelicht in
ESRS E1-3 (sectie 5.1.6)
MEDIA WITH IMPACT
222 - CSRD VERSLAG 2025 CSRD VERSLAG 2025 - 223
nen verklaren of en waarom het verbruik hoger
of lager uitvalt dan verwacht.
Energieverbruik in productieomgevingen ver-
loopt niet altijd lineair en wordt beïnvloed door
meerdere factoren. Net zoals in een huishou-
den een halvering van het aantal bewoners
niet noodzakelijk leidt tot een halvering van
het elektriciteits- of gasverbruik, geldt ook in
de drukkerij dat verbruik niet één-op-één mee-
beweegt met één parameter. Voorbeelden van
invloedfactoren op het verbruik van elektrici-
teit en gas in de drukkerij zijn onder meer:
• de baanbreedte van het papier;
• de papiersoort;
• de inktdikte (voor het drogen);
• het aantal opstarten (of de oplage van een
drukwerk);
• de buitentemperatuur;
• onderhoudsperiodes;
• de bezetting van de persen;
• …
Buiten de site Roeselare valt Roularta Media
Group niet onder ISO 50001. De CSRD-scope
blijft echter wel van toepassing. Voor de kan-
toren in België buiten Roeselare en voor de
kantoren in Nederland wordt het verbruik van
gas en elektriciteit opgevolgd op basis van
facturen.
Energiemix
De energiemix van Roularta Media Group
bestaat hoofdzakelijk uit aardgas (vooral
voor de drukkerijactiviteiten) en netstroom,
aangevuld met een volume zelfopgewekte her-
nieuwbare elektriciteit via zonnepanelen. In lijn
5.1.7.3. PRESTATIE OP DOELEN
In tabelvorm
De opvolging van de uitvoering en effectiviteit van de maatregelen wordt
toegelicht in sectie 5.1.6 (E1-3).
Onderstaande tabel geeft een beknopt overzicht van de doelen voor 2030 t.o.v.
het basisjaar 2021 en de realisatie in 2025.
Kort overzicht doelstellingen 2030 tov basisjaar 2021 en realiteit 2025
2021 2024 2025 target 2030
scope 1+2 (t CO
2
eq) 8.273,84 5.521,60 4.689,75 4700
scope 3( t CO
2
eq) 82.543,52** 43.312,49** 37.814,31** 35000
Totaal 90.817,36 48.834,1 42.504,06
* Scope emissies berekend op basis van de locatiegebaseerde methode.
** Vanaf FY25 wijzigde de berekeningsmethode voor Scope 3 (cat. 3.2 en 3.8) conform het GHG Protocol; jaar-op-jaar
vergelijkbaarheid kan daardoor afwijken (impact en vergelijkende cijfers 2021–2025: zie toelichting 5.1.9.2 Metrics).
In grafiekvorm:
0
2.000
4.000
6.000
8.000
10.000
0
20.000
40.000
60.000
80.000
100.000
2021 2024 2025
target
2030
2021 2024 2025
target
2030
scope 1 + 2 (t CO
2
eq) scope 3 - (t CO
2
eq)
0
2.000
4.000
6.000
8.000
10.000
0
20.000
40.000
60.000
80.000
100.000
2021 2024 2025
target
2030
2021 2024 2025
target
2030
scope 1 + 2 (t CO
2
eq) scope 3 - (t CO
2
eq)
Om interpretatieverschillen te vermijden,
wordt de toelichting inzake de evolutie van
de emissie metrics gecentraliseerd in de
sectie “Metrics” met betrekking tot broeikas-
gasemissies, waar de relevante gegevens
en trends integraal worden toegelicht.
De belangrijkste acties en de opvolging van
de uitvoering en effectiviteit worden toege-
licht in ESRS E1-3
5.1.8. E1-5: ENERGIEVERBRUIK EN
ENERGIEMIX
In het kader van de ISO 50001-certifice-
ring onderscheidt Roularta Media Group
twee belangrijke energiestromen binnen het
energiemanagementsysteem, met name
aardgas en elektriciteit.
5.1.8.1. METHODOLOGIE EN ASSUMPTIES
Het overgrote deel van het energiever-
bruik situeert zich op de site in Roeselare,
en meer specifiek in de drukkerij. De ener-
gieverbruiken worden daar geregistreerd
via wekelijkse deelmetingen, een aanpak
die sinds 2006 wordt toegepast. Binnen
ISO 50001 worden deze energieverbrui-
ken toegewezen aan vijftien verschillende
processen om een maximale opvolging te
garanderen.
Voor elk van deze processen wordt boven-
dien een Energie Prestatie Indicator (EPI)
vastgelegd. Deze indicator bepaalt het refe-
rentieverbruik (het “efficiënte” verbruik).
De werkelijke verbruiken worden telkens
getoetst aan deze referentie-EPI om te kun-
met de ESRS-vereisten wordt hieronder het energie-
verbruik en de energiemix verder gekwantificeerd.
Roularta Media Group wekt hernieuwbare elektrici-
teit op via zonnepanelen; deze productie wordt niet
verkocht.
België
De netstroom wordt geleverd door Luminus. Voor
2025 wordt de door de leverancier gerapporteerde
elektriciteitsmix op contractniveau weergegeven als
61,90% kernenergie en 38,10% fossiele brandstoffen.
(leveranciersinformatie; marktgebaseerde benade-
ring).
Nederland
Voor de Nederlandse kantoren worden elektriciteit en
gas afgenomen via:
• Duivendrecht (Amsterdam): elektriciteit via
Scholt Energy en gas via SEFE. Beide zijn dyna-
mische contracten waarbij wordt ingekocht op
de termijn- en dagmarkt. Daardoor is er geen
vooraf vastgelegde contractuele brandstofmix
(tenzij expliciet een groen product met garanties
wordt afgenomen).
• Hoog Keppel: elektriciteit via Vattenfall (variabel
contract). Ook hier wordt, waar beschikbaar, de
(jaar)stroometiket-/productinformatie gebruikt
voor de duiding van de elektriciteitsmix. Hoog
Keppel heeft een huishoudelijke gasaansluiting;
het gas wordt geleverd via het reguliere gasnet.
De energie metrics zijn hoofdzakelijk gebaseerd op
primaire meetgegevens (tellerstanden), aangevuld
met energie-facturen. Aannames blijven beperkt tot
specifieke locaties/onderdelen waar volledige gege-
vens (nog) niet beschikbaar zijn.
* Scope 2-emissies berekend op basis van de locatiegebaseerde methode.
MEDIA WITH IMPACT
CSRD VERSLAG 2025 - 225
5.1.8.2. METRICS
OVERZICHT VAN HET ENERGIEVERBRUIK
Energieverbruik & energiemix 2024 2025
Evolutie tov
2024
1 Brandstofverbruik uit kolen en kolenproducten (MWh) 0,00 0,0 0%
2 Brandstofverbruik uit ruwe olie en petroleumproducten (MWh) 3.691,00 2.126,8 -42,4%
3 Brandstofverbruik uit aardgas (MWh) 9.916,42 10.054,3 1,4%
4 Brandstofverbruik uit andere fossiele bronnen (MWh) 0,00 0,0 0,0%
5 Verbruik van ingekochte of verworven elektriciteit, warmte, stoom en koeling uit fossiele bronnen (MWh) 6.762,15 5.496,5 -18,7%
6 Totaal verbruik energie uit fossiele bronnen (MWh) (berekend als de som van lijnen 1 t/m 5) 20.369,57 17.677,6 -13,2%
Aandeel energie uit fossiele bronnen in totaal energieverbruik (%) 73,1% 66,0% -7,1%
7 Verbruik uit nucleaire bronnen (MWh) 6.990,44 8.373,31 19,8%
Aandeel energie uit nucleaire bronnen in totaal energieverbruik (%) 25,1% 31,3% 6,2%
8 Brandstofverbruik uit hernieuwbare bronnen met inbegrip van biomassa (biogas, waterstof uit hernieuwbare
bronnen, enz..) (MWh)
0,00 0,00 0%
9 Verbruik van ingekochte of verworven elektriciteit, warmte, stoom en koeling uit hernieuwbare bronnen (MWh) 25,00 178,31 613%
10 Verbruik van zelfopgewekte hernieuwbare energie uit andere bronnen dan brandstof (non-fuel) (MWh) 476,57 558,35 17%
11 Totaal verbruik hernieuwbare energie (MWh) (berekend als de som van lijnen 8 t/m 10) 501,57 736,66 47%
Aandeel hernieuwbare bronnen in totale energieverbruik (%) 1,8% 2,8% 0,9%
Totaal energieverbruik (MWh) (berekend als de som van lijnen 6, 7 en 11) 27.861,58 26.787,61 -4%
MEDIA WITH IMPACT
224 - CSRD VERSLAG 2025
226 - CSRD VERSLAG 2025 CSRD VERSLAG 2025 - 227
We voegen hier volledigheidshalve aan toe dat Roularta Media
Group geen hernieuwbare energie opwekt die wordt verkocht.
• Hernieuwbare energieproductie (MWh) –
Roularta Media Group produceerde in FY25
558,35 MWh hernieuwbare energie.
• Niet-hernieuwbare energieproductie (MWh) –
Roularta Media Group produceert geen niet-
hernieuwbare energie.
• Omdat de drukkerij-activiteit voor de CSRD als een sector
met grote klimaat impact wordt beschouwd geven we hier
nog volgende informatie mee:
2024 2025 % verschil
Totaal energieverbruik van de
drukkerij-activiteiten (MWh
)
16.729,49
16.528,20 -1,20%
Energie intensiteit grote klimaat
impact activiteiten volgens omzet
(MWh drukkerij/omzet drukkerij in
miljoen €*)
264,33 271,64 2,76%
*voor details met betrekking tot de omzet van de drukkerij-activiteiten
verwijzen we naar toelichting 3 – gesegmenteerde informatie.
5.1.8.3 VERKLARING VAN DE EVOLUTIES
In 2025 stijgt de energie-intensiteit van de drukkerijactiviteiten
per omzet (MWh per miljoen euro) met 2,76%. We verklaren dit
doordat het energieverbruik slechts licht daalt (−1,2%), terwijl de
drukkerijomzet sterker terugvalt (−3,9%).
Kijken we naar de operationele prestatie op basis van fysieke
productie (bijvoorbeeld per verwerkte papierhoeveelheid), dan
blijft 2025 sterk vergelijkbaar met 2024 en zien we een verbete-
ring van ± 4%.
Methodologische kanttekening: de omzetgebaseerde indicator
reageert sterk op prijs- en samenstellingseffecten (onder meer
door de papiercomponent). Die kunnen de omzet doen schom-
melen zonder dat het energieverbruik evenredig mee
verandert. Daarom beoordelen we deze omzetindica-
tor altijd samen met outputgebaseerde indicatoren
om de operationele prestatie correct te duiden.
De verbetering van de energieprestatie (EPI)
Bij de vergelijking van 2025 met 2024 zien we nog
steeds een daling in het elektriciteitsverbruik van
printing op de Roeselare site. Binnen de productie ver-
klaart de stijging van de EPI van 118,20 naar 123,1 dat
de beschikbare energie efficiënter wordt omgezet in
output. Deze verbetering sluit aan bij de aanpak van
ISO 50001, die expliciet inzet op continue, jaarlijkse
verbetering van de energieperformantie via meting,
sturing en opvolging.
Hoofdoorzaak: betere benutting van de ovens (hoger
rendement door stabielere belasting)
De EPI verbeterde vooral door een betere “benutting”
van de Contiweb-ovens: meer productie onder stabiele
omstandigheden en minder inefficiënte deelbelasting.
• Contiweb-droging is ontworpen als een hot-air
drying oplossing waarin droging, (geïntegreerde)
naverbranding en koeling in één geheel kunnen
worden geïntegreerd.
• Bij deze technologie wordt de energie uit inkto-
plosmiddelen mee ingezet: lucht met verdampte
oplosmiddelen wordt naar geïntegreerde ver-
brandingskamers geleid; de daarbij vrijgekomen
thermische energie wordt hergebruikt om de
droger op temperatuur te houden, wat het gas-
verbruik kan verlagen.
• In de praktijk geldt: hoe constanter en beter belast
de oven draait, hoe beter dit hergebruik-principe
rendeert (minder “verliesmomenten” door wisse-
lende procescondities).
Ondersteunende factor: beter afregelen en sturen
(ISO 50001)
In het kader van ISO 50001 is sterker ingezet op
opvolging van setpoints, procesdiscipline en opti-
malisatie van draaiuren, waardoor de ovens vaker
dichter bij hun optimale werkpunt draaien. Dit bete-
kent concreet: meer uit de bestaande investeringen
halen door betere operationele sturing.
Randvoorwaarde die het absolute minimum ver-
bruik verklaart: continu-proces en stand-by.
Een deel van het verbruik blijft structureel door het
proceskarakter van de ovens:
• De ovens kunnen overdag niet telkens stilge-
legd worden; ze moeten op temperatuur blijven
voor processtabiliteit.
• Contiweb beschrijft dit principe expliciet: tijdens
productiestops wordt de droger op stand-by
temperatuur gehouden voor een snelle her-
start.
• In onze operatie worden de ovens daarom stil-
gelegd in het weekend of bij stilstanden groter
dan 6 uren. Beperkte stilstanden tijdens de
week leiden dus tot een basisverbruik dat niet
volledig kan worden vermeden.
5.1.9. E1-6: BRUTO SCOPE 1-, 2-, 3-EMISSIES EN
TOTALE BROEIKASGASEMISSIES
5.1.9.1 METHODOLOGIE EN ASSUMPTIES
Reikwijdte van de rapportering en consolidatie
Binnen de CSRD-rapportering worden de entiteiten
opgenomen die volledig geconsolideerd zijn in de
financiële rapportering van Roularta Media Group
per 31 december 2025. Entiteiten die niet volledig
geconsolideerd worden (o.a. joint ventures) worden
beschouwd als onderdeel van de waardeketen.
Voor niet-geconsolideerde joint ventures
oefent Roularta Media Group geen operatio-
nele controle uit over het energieverbruik en
de bijhorende scope-1 en scope-2 emissies.
Deze emissies worden daarom niet opgeno-
men in scope 1 en 2 van de groep. In lijn met
het GHG Protocol vallen dergelijke emissies
onder scope 3, categorie 15 (Investeringen)
wanneer ze op basis van het equity sha-
re-principe (participatiepercentage) aan
Roularta zouden worden toegerekend.
Om na te gaan of deze potentiële toerekening
materieel is, werd een significantiescreening
uitgevoerd op basis van participatieper-
centages, indicaties van energie-intensieve
activiteiten, en conservatieve aannames
waar primaire data ontbreken. Op basis
hiervan werd geconcludeerd dat de toe te
rekenen scope-1 en scope-2 emissies van
niet-geconsolideerde joint ventures niet
materieel zijn en daarom niet als afzonder-
lijke significante bijdrage worden opgenomen
in scope 3, categorie 15. Deze beoordeling
wordt jaarlijks herbekeken wanneer activi-
teiten, participaties of datakwaliteit wijzigen.
Mediafin wordt expliciet vermeld omdat het
een joint venture is met een participatie van
50%. Op basis van dezelfde screening werd
geconcludeerd dat het pro rata aandeel van
Mediafin niet materieel is binnen de totale
scope-3 uitstoot van Roularta Media Group,
gezien de aard van de activiteiten (overwe-
gend kantooractiviteiten met beperkt direct
energieverbruik) en de verwachte verhouding
tussen scope 1 & 2 en de totale voetafdruk.
Daarom worden geen afzonderlijke emissies
van Mediafin opgenomen in scope 3, categorie
15.
Als de activiteiten, de waardeketen of de dat-
avolwassenheid wijzigen, herbekijkt Roularta
deze beoordeling en zal zij, waar relevant, bij-
komende scope-3-categorieën kwantitatief
opnemen.
Berekeningswijzen en gebruikte tools (Clima-
teCalc en Tapio)
Voor de berekening van de broeikasgasemis-
sies maakt Roularta Media Group gebruik van
twee tools: ClimateCalc en Tapio.
o ClimateCalc - een specifieke tool voor de
drukkerijwereld
ClimateCalc is een berekeningstool gespeciali-
seerd in het verschaffen van informatie over de
volledige footprint van print- en verpakkings-
producten. ClimateCalc volgt daarvoor diverse
internationale standaarden en richtlijnen, zoals
onder meer het ‘Greenhouse Gas Protocol’.
Als nichetool is ClimateCalc in staat om de
meest accurate emissiefactoren (EF’s) te
gebruiken en zo de meeste accurate informa-
tie te verschaffen. Zo berekent ClimateCalc
de precieze EF voor het papier op basis van
leverancier, type, hoeveelheid, fabriek, enz.. of
neemt ze integraal de EF van de leverancier
zelf over zoals bijvoorbeeld voor de inkten van
Sun Chemical.
Roularta Printing is een gecertificeerd gebrui-
ker van ClimateCalc. Dat houdt in dat Roularta
Media Group gemachtigd is om ClimateCalc
MEDIA WITH IMPACT
228 - CSRD VERSLAG 2025
te gebruiken om klanten te informe-
ren over de eigen footprint op basis
van de verschafte informatie. Climate-
Calc auditeert bovendien jaarlijks het
gebruik van de tool en de data die Rou-
larta Media Group aanwendt.
o Tapio - een algemene
Belgische tool
Tapio neemt veel data van ClimateCalc
over, maar verwerkt daarnaast alle
andere informatie met betrekking tot
Roularta Media Group. Op die manier
komt de tool tot een totaaloverzicht
van de footprint van de organisatie.
Alle CO
2
e-cijfers in dit duurzaamheids-
rapport zijn afkomstig uit deze tool.
Ook Tapio volgt het ‘Greenhouse Gas
Protocol’ als raamwerk voor het in
kaart brengen, berekenen en beheren
van de broeikasgas emissies.
Tapio baseert zijn berekeningen van
emissiefactoren (EF’s) op verschillende
betrouwbare databanken, waaronder
ADEME, AIB en UK Defra. Daarnaast
gebruikt Tapio ook specifieke emissie-
factoren, zoals die van MIVB, SNCF en
ClimateCalc (voor papier en inkt).
Dankzij deze combinatie van alge-
mene en gerichte emissiefactoren
wordt de CO
2
-uitstoot zo nauwkeurig
mogelijk berekend. Waar algemene
data volstaat, wordt die gebruikt; waar
specifieke informatie beschikbaar is,
past Tapio die toe om tot een realistisch en
betrouwbaar resultaat te komen.
Aangezien de drukkerijactiviteit een belang-
rijke impact heeft op de totaliteit en we
bovendien gebruiken maken van een spe-
cifieke tool en specifieke emissiefactoren
kunnen we besluiten dat de berekeningen
van de Scope 3 emissies voor 61,63% geba-
seerd zijn op primaire data.
Datagrondslag en rapporteringsmethoden
• Scope 1 en Scope 2
Voor scope 1 en 2 zijn de berekeningen
voor België (drukkerijactiviteiten en bure-
len) en Nederland (burelen) in hoofdzaak
gebaseerd op primaire meetgegevens
(tellerstanden) en energie-facturen. Aan-
names blijven beperkt tot het gasverbruik
van het kantoor in Sint-Denijs-Westrem (op
basis van een afrekeningsfactuur in maart
2024).
Datacollectie en kwaliteitscontrole –
Scope 1 (wagenpark/mobiele verbranding)
Voor de berekening en opvolging van de
emissies uit mobiele verbranding (Scope 1)
gebruikt Roularta Media Group gegevens uit
het fleet-managementsysteem, waaronder
gereden kilometers en brandstofverbruik
evenals de samenstelling van het wagen
-
park. Deze gegevens worden maandelijks
gerapporteerd door de fleetmanager en
periodiek afgestemd met de scope-1 emis
-
sie-overzichten, zodat de rapportering
consistent en controleerbaar blijft.
Scope 2 (locatiegebaseerd en marktgeba-
seerd; BE/NL)
Voor Scope 2 wordt gerapporteerd vol-
gens zowel de locatiegebaseerde als de
marktgebaseerde methode. Voor de loca-
tiegebaseerde methode, wordt gebruik
gemaakt van de producitemix emssiefac-
tor van Association of Issuing Bodies (AIB).
Vanaf FY2025, wordt voor de marktge-
baseerde methode gebruik gemaakt van
de residual mix emissiefactoren gepu-
bliceerd door AIB wanneer RMG geen
groen energiecontract heeft. Het scope 2
marktgebaseerde cijfer voor FY2024 werd
overeenkomstig herzien.
Merk op dat de scope van deze berekening
dezelfde is als de scope van de targets.
• Scope 3
Voor scope 3 zijn de berekeningen voor België
(drukkerijactiviteiten en kantoren) en Neder-
land (kantoren) hoofdzakelijk gebaseerd op
r
e
ële data (beschikbare activiteitsgegevens en
leveranciersinformatie waar van toepassing).
Spend-based (‘uitgavemethode’)
Voor categorieën waar geen geschikte leve
-
ranciersdata beschikbaar was of waar die
da
ta niet toepasbaar was, is de uitgaveme-
thode (spend-based methode) gebruikt. Dit is
ee
n methode waarbij de CO
2
e-uitstoot wordt
berekend op basis van financiële uitgaven (in
plaats van fysieke meetgegevens), met emis-
siefactoren per uitgavencategorie.
1
2
,65% van de totale scope 3 CO
2
e-uitstoot
werd op deze manier berekend.
Scope 3-categorieën die niet afzonderlijk
worden gekwantificeerd
Ni
et alle scope-3-categorieën uit het
GHG Protocol zijn relevant of significant
voor Roularta Media Group. Op basis van de aard
van de activiteiten en de beschikbare gegevens
werden onderstaande categorieën in boekjaar
2024 als niet relevant of
niet materieel beoordeeld
en daarom niet afzon
derlijk gekwantificeerd in de
scope-3-totaal
rapportering.
• Categorie 3.9 – Transport en distributie
downstream (na verkoop) : omdat Roularta
deze transportdiensten in de praktijk con-
tracteert en betaalt, worden de bijhorende
emissies in de huidige afbakening opge-
nomen onder categorie 3.4 (upstream
transport en distributie). Categorie 3.9
wordt daarom niet afzonderlijk gekwantifi-
ceerd (eventuele stromen die vroeger onder
3.9 stonden, zijn om consistentieredenen
heringedeeld naar 3.4).
• Categorie 3.10 – verwerken/bewerken
van verkochte producten: Roularta levert
drukwerk en publicaties in hoofdzaak als
eindproduct aan klanten/eindgebruikers.
Eventuele verdere verwerking door derden
gebeurt beperkt en buiten de invloedssfeer
van Roularta; op basis hiervan wordt deze
categorie als niet significant beschouwd in
de huidige context.
• Categorie 3.13 – downstream geleasede
activa: is niet relevant voor Roularta Media
Group
omdat het volume verhuurde/geleasede
activa (en dus de daaraan gelinkte emissies)
zeer beperkt is en geen materiële bijdrage
levert aan de totale scope-3-uitstoot.
• Categorie 3.14 – franchisehouders: niet
relevant voor Roularta Media Group,
aangezien de groep geen franchiseac-
tiviteiten of franchise-netwerk uitbaat
(zoals bedoeld in het GHG Protocol) en
er daardoor geen materiële emissies uit
franchisehouders te rapporteren zijn.
• Categorie 3.15 – investeringen: niet
opgenomen omdat dit als niet materieel
werd beoordeeld. (zie ook de screening
voor niet-geconsolideerde joint ventures
en de expliciete duiding voor Mediafin
hierboven).
Als de activiteiten, de waardeketen of de
datavolwassenheid wijzigen, herbekijkt
Roularta deze beoordeling en zal zij, waar
relevant, bijkomende scope-3-categorieën
kwantitatief opnemen.
Berekeningswijziging vanaf boekjaar 2025
(Scope 3, categorie 3.2 en 3.8)
Vanaf boekjaar 2025 werden methodolo-
gische aanpassingen doorgevoerd binnen
scope 3 voor categorie 3.2 (kapitaalgoede-
ren) en categorie 3.8 (upstream geleasede
activa). Met ingang van dit boekjaar werd de
berekeningsmethode voor deze categorieën
aangepast om in lijn te zijn met het Green-
house Gas Protocol (GHG Protocol). Deze
wijzigingen hebben betrekking op de bere-
keningswijze van de emissies en kunnen de
jaar-op-jaar vergelijkbaarheid beïnvloeden.
Daarom wordt de methode-impact trans-
parant toegelicht en worden, waar relevant,
vergelijkende cijfers voor 2021–2024 opge-
nomen.
CSRD VERSLAG 2025 - 229
MEDIA WITH IMPACT
230 - CSRD VERSLAG 2025
Categorie 3.2 – Kapitaalgoederen
Tot en met 2024 (FY24-methode): emissies
werden berekend op basis van de netto
boekwaarde (investeringswaarde min
afschrijvingen).
Vanaf 2025 (FY25-methode): emissies
worden berekend op basis van de volledige
investeringswaarde (zonder afschrijvin-
gen).
Dit sluit aan bij het GHG-protocol, dat
voorschrijft dat de emissies van aange-
kochte kapitaalgoederen (van grondstof
tot fabriekspoort – ‘cradle-to-gate’) wor-
den toegerekend aan het jaar van aankoop
en niet worden gespreid via afschrijving
(zoals in financiële verslaggeving).
Categorie 3.8 – Upstream geleasede
activa
Tot en met 2024 (FY24-methode):
berekening volgens de Bilan Carbone®-be-
nadering, waarbij geleasede activa die nog
niet volledig waren afgeschreven werden
meegenomen en emissies (productie en
einde levensduur) werden gespreid over de
levensduur (jaaraandeel).
Vanaf 2025 (FY25-methode): bereke-
ning in lijn met het GHG Protocol, waarbij:
enkel nieuwe geleasede activa worden
opgenomen (of activa met een nieuw
leasingcontract dat start in 2025); en de
gerapporteerde uitstoot sterker aansluit
op de instroom van geleasede activa in dat
jaar, in plaats van op een brede set lopende
(niet volledig afgeschreven) activa.
Deze methodologische wijzigingen kunnen
leiden tot niveauverschillen in categorie 3.2
en 3.8. Daarom wordt voor 2021–2024 een
transparante vergelijking opgenomen tus-
sen de historische methode en de nieuwe
methode, zodat trends correct kunnen wor-
den geïnterpreteerd en de impact op het
scope-3 totaal kan worden geduid.
Duiding interpretatie
De verschillen zijn het grootst op het niveau
van deelposten 3.2 en 3.8. Omdat deze
posten een relatief beperkt aan-
deel hebben binnen scope 3, kunnen
beperkte absolute herberekeningen
zich vertalen in grote procentu-
ele verschillen op deelpostniveau.
Daarom wordt het methode-effect
hieronder ook geduid als impact op
het scope-3 totaal en aandeel van
3.2 en 3.8 binnen scope 3.
Tabel A – Vergelijking 2021–2024: scope-3 totaal volgens beide methodes (tCO
2
e)
Jaar
Scope 3-emissies
(ton CO
2
e) –
netto boekwaarde
Scope 3-emissies
(ton CO
2
e) –
investeringswaarde
Verschil
(in ton CO
2
e)
Verschil
(%in ton CO
2
e)
2021
80.956 82.544 1.588 +2%
2022
74.711 76.709 1.998 +3%
2023
51.296 55.783 4.487 +9%
2024
40.205 43.312 3.107 +8%
Bij het analyseren van de CO
2
e emissies in 2025 dienen we dus rekening te houden dat er gemid-
deld een stijging van 2.795 ton (5.5%) toe te wijzen is aan het veranderen van methodologie.
Het ‘gemiddeld effect’ van 2.795 ton CO
2
e (5,5%) is het rekenkundig gemiddelde van het jaarlijkse
verschil tussen beide methodes over 2021–2024. Concreet wordt per jaar het verschil (inves-
teringswaarde minus netto boekwaarde) berekend en vervolgens gemiddeld; hetzelfde gebeurt
voor de procentuele verschillen.
Duiding: scope-3 emissies liggen hoger bij toepassing van de FY25-methode.
In 2023–2024 is het verschil groter, mede door belangrijke investeringen in die jaren
(o.a. droogovens in 2023 en een verpakkingslijn paper wrap in 2024).
Brugtabel 1 – Methode-effect als impact op scope-3 totaal (basis: FY24-methode)
Jaar
Herberekening
3.2 Kapitaalgoederen
Herberekening
3.8 Upstream geleasde activa **
2021
+1.283 (+1,6%* van scope 3) +305 (+0,4%* van scope 3)
2022
+715 (+1,0%) +1.283 (+1,7%)
2023
+3.337 (+6,5%) +1.149 (+2,2%)
2024
+1.769 (+4,4%) +1.338 (+3,3%)
*Impact (%) = (herberekening in tCO
2
e / scope-3 totaal volgens FY24-methode) × 100
**Dit begrip is synoniem met de “recht-op-gebruik activa” zoals vermeld in het financieel rapport.
Aandeel in scope 3 (oude methode ➜ herrekende methode) en wijziging in procentpunt (pp)
Jaar
Aandeel 3.2*
in scope 3
Wijziging in
pp**
Aandeel 3.8 *
in scope 3
Wijziging
in pp**
2021
5,67%
➜
7,12% +1,45 0,48%
➜
0,84% +0,36
2022
6,00%
➜
6,77% +0,78 0,54%
➜
2,20% +1,66
2023
9,35%
➜
14,58% +5,23 0,84%
➜
2,83% +1,99
2024
5,53%
➜
9,22% +3,69 1,15%
➜
4,16% +3,01
*Aandeel (%) = (categorie / scope-3 totaal) × 100.
** Wijziging (pp) = aandeel (FY25-methode) − aandeel (FY24-methode)
CSRD VERSLAG 2025 - 231
MEDIA WITH IMPACT
232 - CSRD VERSLAG 2025
5.1.9.2 METRICS
OVERZICHT VAN DE BRUTO BROEIKASGASEMISSIES
*
Overzicht van de totale broeikasgasemissies uitgesplitst volgens scope
2021
(basis jaar)
2023 2024 2025
% tov
vorig jaar
% van totale
emissies in 2025
(locatiegebaseerd
target
2030
Scope 1 broeikasgasemissies
Bruto scope 1-emissies (ton CO
2
-eq) 5.244,3 4.155,7 2.947,7 3.071,9 4,2% 7,23%
Percentage scope1-emissies van gereglementeerd
emissiehandelssystemen (%)
0,0 0,0 0,0 0,0
Scope 2 broeikasgasemissies
Bruto locatiegebaseerde scope 2-emissies (ton CO
2
-eq) 3.029,6 2.940,8 2.573,9 1.617,8 -37,1% 3,81%
Bruto marktgebaseerde scope 2-emissies (ton CO
2
-eq) 1.888,7 2.083,8 10,3%
Totaal scope 2-emissies (scope 1 + scope 2) locatiegebaseerd 8.273,8 7.096,5 5.521,6 4.689,7 -15,1% 11,03% 4.700
Scope 3 broeikasgasemissies
Totaal bruto indirecte (scope3) emissies (ton CO
2
-eq) 82.543,5 55.782,6 43.312,5 37.814,3 -12,7% 88,97% 35.000
1 Aankoop goederen en diensten 62.024,0 35.591,3 26.434,0 27.777,7 5,1%
65,35%
2 Kapitaalgoederen 5.874,2 8.134,0 3.992,3 2.274,1 -43,0%
5,35%
3 Brandstoffen en energie gerelateerde activiteiten
(niet inbegrepen in scope 1 of scope 2)
1.538,8 1.298,8 941,1 1.009,2 7,2%
2,37%
4 Transport en distributie upstream 9.126,5 6.390,2 7.032,3 3.891,3 -44,7%
9,16%
5 Verwerking productieafval 405,1 379,3 735,8 185,1 -74,8%
0,44%
6 Zakelijke reizen 5,7 36,1
44,2 38,9 -11,9% 0,09%
7 Woon-werkverkeer 790,9 730,5 757,6 1.252,3 65,3% 2,95%
8 Upstream geleasede activa** 692,5 1.579,4 1.800,1 848,2 -52,9% 2,00%
9 Transport en distributie downstream 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0% 0,00%
10 Bewerken van verkochte producten
11 Gebruik van verkochte producten 457,7 470,2 543,3 338,7 -37,6% 0,80%
12 Einde leven van verkochte producten 1.628,2 1.172,6 1.031,7 198,6 -80,7% 0,47%
13 Downstream geleasede activa**
14 Franchisehouders
15 Investeringen 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0% 0,00%
Totale broeikasgasemissies (locatiegebaseerd)(ton
CO
2
-eq
) 90.817,4 62.879,1 48.834,1 42.504,1 -13,0% 100,00%
Totale broeikasgasemissies (marktgebaseerd)(ton
CO
2
-eq
) 48.148,9 42.970,0 -10,8%
*Er zijn geen biogene emissies opgenomen in scope 1, scope 2 of scope 3, aangezien binnen de activiteiten van de organisatie geen uitstootbronnen van biogene aard voorkomen.
De totale bruto broeikasgasemissies
(locatiegebaseerd) daalden van 48.834,1
t CO
2
e in FY24 naar 42.504,1 t CO
2
e in
FY25, een reductie van 13%. De daling
wordt voornamelijk gedreven door een
sterke vermindering van scope 2-emis-
sies (-37,1%) en een afname van scope
3-emissies (-12,7%), die het grootste
aandeel van de totale emissies verte-
genwoordigen. Deze evolutie wordt onder
meer beïnvloed door een daling van de
gehanteerde emissiefactoren.
Scope 1-emissies vertonen een beperkte
stijging (+4,2%), gerelateerd aan directe
brandstofconsumptie. Deze stijging is
voornamelijk het gevolg van een verfijning
van de dataverzameling met betrekking
tot brandstofverbruik voor verwarming
en de opname van bijkomende kantoorlo-
caties binnen de rapporteringsscope ten
opzichte van FY24. Gezien het relatief
kleine aandeel van scope 1 in de totale
emissies (ongeveer 7,23%) heeft deze
stijging slechts een beperkte impact op
de globale emissietrend. De algemene
evolutie blijft in lijn met het reductie-
traject richting de klimaatdoelstellingen
voor 2030. (edited)
Alle berekeningen zijn conform de
FY24-methodiek; scope-3 emissiefac-
toren en aannames worden jaarlijks
herzien; brondata zie per actie verder
onder 5.1.9.1 hierna met de bespreking
van de evolutie van de opgenomen sco-
pes en categorieën. Dit geldt niet voor
scope 3.2 en scope 3.8
CSRD VERSLAG 2025 - 233
MEDIA WITH IMPACT
234 - CSRD VERSLAG 2025
Merk op dat de scope van deze berekening dezelfde is als de scope
van de targets.
Tabel met intensiteitsratio’s:
Broeikasgasintensiteit in ton CO
2
e/ omzet (miljoen €)*
2024
2025 % tov vorig jaar
Scope 1 9,20 10,19 10,72%
Scope 2 (locatiegebaseerd) 8,04 5,37 -33,22%
Scope 2 (marktgebaseerd) 5,90 6,91 17,21%
Scope 3 135,22 125,42 -7,25%
totaal (locatiegebaseerd) 152,43 140,98 -7,53%
totaal (marktgebaseerd) 150,32 142,52 -5,19%
*voor details met betrekking tot de omzet verwijzen we naar toelichting 4 – omzet
De intensiteitswaarde is een belangrijke parameter voor de evaluatie
van de geleverde inspanningen.
De intensiteitswaarde laat zien hoe de uitstoot zich verhoudt tot de
economische activiteit van een organisatie en hoe die verhouding in
de tijd evolueert. Het uitgangspunt is dat deze waarde elk jaar moet
dalen. Er wordt dus niet enkel gekeken naar de totale CO
2
-uitstoot,
maar naar de uitstoot in verhouding tot de omzet. Een lagere absolute
uitstoot zegt op zichzelf immers niet altijd iets over de efficiëntie of
vooruitgang van de organisatie.
Dat de omzet als enige referentiepunt wordt gebruikt, kan echter
tot discussie leiden. Omzetcijfers worden immers vaak beïnvloed
door externe factoren die niets te maken hebben met de werkelijke
CO
2
-prestaties. Bijvoorbeeld: de marktprijzen dalen of stijgen, er is
inflatie, er worden producten geschrapt of toegevoegd.
Daardoor kan de intensiteitswaarde veranderen, ook al
blijft de echte CO
2
-uitstoot gelijk.
De CSRD (Corporate Sustainability Reporting Directive)
legt deze methode momenteel verplicht op, omdat dit
een uniforme manier is om prestaties tussen bedrijven
te vergelijken.
5.1.9.3. VERKLARING VAN DE EVOLUTIE
De evolutie van de broeikasgasemissies wordt beïn-
vloed door veranderingen in het activiteitsniveau (bv.
productievolume, mobiliteit en logistieke volumes), door
structurele maatregelen (bv. efficiëntere installaties en
elektrificatie) en door veranderingen in parameters in de
waardeketen, zoals emissiefactoren en de klimaatpres-
taties van leveranciers.
5.1.9.3.1. SCOPE 1-UITSTOOT
Actie 1 – Verlaging gasverbruik in de drukkerij via nieuwe
droogovens & naverbranders
In FY24 was het effect van de investeringen in nieuwe
droogovens met geïntegreerde naverbranders volledig
zichtbaar. Deze installaties verlagen het aardgasverbruik
per productieshift en dragen bij aan een lagere scope-1
uitstoot.
In FY25 bleef deze maatregel operationeel en werd een
verdere lichte daling van het gasverbruik vastgesteld:
van 6.955.605 (2024) naar 6.874.311 (2025), een verschil
van –81.294 of –1,17%. Omdat het grootste structurele
effect van de ovenvervanging reeds in FY24 in de basis-
lijn vervat zat, is de bijkomende daling in FY25 vooral toe
te schrijven aan kleinere operationele optimalisaties (bv.
aanpassingen aan deuren zodat deze tijdens standby
gesloten blijven) én aan normale jaar-op-jaar variaties in
productie en omstandigheden. De lichte stijging van het
totale gasverbruik op groepsniveau (+1,4%)
is toe te schrijven aan een verfijning van
de datacaptatie binnen de kantooromge-
ving, waarbij bijkomende kantoren in de
scope werden opgenomen.
Het absolute gasverbruik kan immers
schommelen door factoren zoals het
aantal bedrukte vierkante meters, de inkt-
bezetting/droogintensiteit, rolbreedtes
en productmix (meer of minder droogin-
tensieve titels), onderhoud/operationele
instellingen en de buitentemperatuur
(warmtevraag van het gebouw).
De evolutie van gasverbruik in de
drukkerij activiteiten in FY25 wordt
daarnaast ondersteund door een
structureel efficiënter productiepro-
ces en warmterecuperatie, waardoor
ook minder gebouwverwarming
nodig is.
Door het gelijktijdig optreden van deze
variabelen is de afzonderlijke impact
van één specifieke optimalisatie
(zoals de standby-deuraanpassing)
niet eenduidig kwantificeerbaar bin-
nen het totale verbruik.
Evolutie CO
2
-uitstoot 'nieuwe wagens' in dat jaar.
in gram CO
2
per kilometer
81
59
24
1,13
0
0
10
20
30
40
50
60
70
80
90
2021 2022 2023 2024 2025
Actie 2 – Vergroening wagenpark
(snelle elektrificatie)
In 2025 heeft Roularta Media Group de elektrifica-
tie van het wagenpark verder doorgezet in België en
Nederland, als belangrijke hefboom om de directe
emissies uit mobiliteit (Scope 1) te verminderen. Voor
de in 2025 nieuw ingestroomde bedrijfswagens werd
een gemiddelde uitstoot van 0 g CO
2
e per kilometer
geregistreerd. De beperkte restemissie die in eerdere
jaren nog zichtbaar was, hield verband met de laattij-
dige levering van één voertuig met verbrandingsmotor
dat in 2024 werd besteld. In 2025 zijn uitsluitend vol-
ledig elektrische bedrijfswagens nieuw in gebruik
genomen.
CSRD VERSLAG 2025 - 235
MEDIA WITH IMPACT
236 - CSRD VERSLAG 2025
De tweede grafiek geeft een verdeling van het volledig wagen-
park in België en Nederland samen volgens type wagen op het
einde van 2025.
Verdeling wagenpark 'Group' eind 2025
volgens brandstof
Aantal wagens België en Nederland
15,85%
9,32%
3,03%
71,79%
elektrisch
hybrid
diesel
benzine
De vergroening van het wagenpark verloopt volgens plan.
Eind 2025 bestaat het groepswagenpark (België en Nederland
samen) voor 71,79% uit elektrische wagens (benzine: 15,85%,
diesel: 9,32%, hybride: 3,03%). Deze verschuiving ondersteunt de
verdere daling van de scope-1-emissies uit mobiele verbranding
ten opzichte van het basisjaar 2021. De exacte FY2025-daling
wordt gerapporteerd op basis van de gevalideerde emissiebere-
kening voor het wagenpark.
Ten opzichte van 2021 zijn de scope-1 emissies uit mobiele ver-
branding in 2024 al met 41,7% gedaald (2023: –14,9%), terwijl
oorspronkelijk een reductie van 50% tegen 2030 werd voorop-
gesteld. In FY2025 is deze daling verder doorgezet tot -71,8%.
De sterke daling van de emissies uit mobiele verbranding
houdt voornamelijk verband met de verdere elektrificatie van
het wagenpark. Nieuwe elektrische voertuigen vervangen
geleidelijk voertuigen met een verbrandingsmotor, waardoor
de directe emissies uit brandstofverbruik afnemen. De snel-
heid van deze daling wordt mede beïnvloed door praktische
factoren, zoals het aflopen van leasingcontracten, evenals
door gebruiksparameters zoals het aantal gereden kilome-
ters en het type trajecten. Deze factoren bepalen mee het
absolute emissieniveau, ook wanneer het wagenpark verder
vergroent.
5.1.9.3.2 SCOPE 2-UITSTOOT
De scope 2-emissies, die verband houden met het verbruik
van aangekochte elektriciteit, zijn sinds 2021 gedaald van
3.029,59 t CO
2
e naar 1.617,8 t CO
2
e in 2025. Dit komt neer op
een reductie van ongeveer 46,6% over deze periode. Hoewel
deze daling minder uitgesproken is dan bij scope 1, blijft het
aandeel van scope 2 in de totale emissies relatief beperkt.
Scope 2-emissies zijn bovendien uitsluitend verbonden aan
elektriciteitsverbruik.
Wanneer 2025 met 2024 wordt vergeleken, zet de dalende
trend zich verder door. De emissies dalen van 2.573,9 t CO
2
e
in 2024 naar 1.617,8 t CO
2
e in 2025, wat neerkomt op een
reductie van ongeveer 37,1%.
De daling van de scope 2-emissies (locatiegebaseerd) is
voornamelijk toe te schrijven aan een verbetering van de
gehanteerde emissiefactoren. Dit effect compenseert de
lichte stijging in de aangekochte hoeveelheid elektrici-
teit (+1,96%), die het gevolg is van een verfijning van de
datacollectie over de RMG-sites en een toename van het
elektriciteitsverbruik voor het opladen van elektrische voer-
tuigen binnen het wagenpark.
Voor de marktgebaseerde scope 2-emissies stijgt de uitstoot
van 1.888,7 t CO
2
e in FY2024 naar 2.083,8 t CO
2
e in FY2025,
wat overeenkomt met een toename van
10,3%. Deze evolutie wordt mede beïnvloed
door een hoger aangekochte elektriciteitsvo-
lume ten opzichte van FY2024.
Om de scope 2-emissies ook in de toekomst
verder te verminderen — zelfs met een ver-
wacht stijgend elektriciteitsverbruik door de
elektrificatie van het wagenpark — voorziet
Roularta Media Group bijkomende maatrege-
len. Zo is gepland om 2.083 kWp aan extra
zonnepanelen te installeren tegen maart
2026 (zie hoofdstuk 5.1.6.1 – maatregelen).
Daarnaast evolueert ook de elektriciteitspro-
ductie bij energieleveranciers richting een
lagere koolstofintensiteit. Roularta Media
Group blijft bovendien de mogelijkheid eva-
lueren om op termijn over te schakelen op
groene elektriciteit.
5.1.9.3.3 SCOPE 3-UITSTOOT
De scope 3-uitstoot vertegenwoordigt veruit
het grootste aandeel van de totale broeikas-
gasemissies van Roularta Media Group. Deze
emissies hebben betrekking op activiteiten in
de volledige waardeketen, zoals de produc-
tie van aangekochte goederen en diensten,
transportactiviteiten, zakelijke verplaatsin-
gen en andere indirecte emissies die niet
onder scope 1 of scope 2 vallen.
Op langere termijn is een duidelijke daling
zichtbaar.
Wanneer 2025 wordt vergeleken met 2024,
blijft scope 3 de dominante emissiebron bin-
nen de totale broeikasgasinventaris. In 2025
bedragen de scope 3-emissies 37.814,3 t
CO
2
e, tegenover 43.312,5 t CO
2
e in 2024,
wat neerkomt op een verdere daling van
ongeveer 12,7%.
Het grootste aandeel van deze emissies
situeert zich bij upstream-leveranciers.
De scope 3-uitstoot wordt in grote mate
bepaald door de waardeketen en meer
specifiek door de emissie-intensiteit van
leveranciers en de productie van aange-
kochte goederen en diensten.
Binnen de categorie aangekochte goe-
deren en diensten vormt het gebruik
van papier en inkt een belangrijke
emissiebron. De productie van papier
is energie-intensief en gaat gepaard
met aanzienlijke broeikasgasemis-
sies in de upstream-waardeketen. De
keuze van leveranciers, het gebruik van
gecertificeerde papierstromen en de
koolstofintensiteit van het productiepro-
ces spelen daarom een belangrijke rol in
de evolutie van de totale scope-3 emis-
sies.
Hieronder worden 10 relevante cate-
gorieën van scope 3-emissies verder
besproken. In grote lijnen kunnen deze
worden onderverdeeld volgens het GHG
Protocol in upstream- en downstreamca-
tegorieën.
De categorieën waar Roularta Media
Group zelf een meer directe invloed op
kan uitoefenen situeren zich voornamelijk
in de upstream-categorieën die verband
houden met transport en mobiliteit, zoals
zakelijke reizen en woon-werkverkeer van
werknemers.
Actie 3 – Scope-3 hefbomen: papier/
inkt/transport & leveranciersvergroe-
ning
Scope-3 emissies bleven in 2024 domi-
nant (43.312,49 t CO
2
e), voornamelijk
door emissies gerelateerd aan papier,
inkt (aangekochte goederen en dien-
sten) en transportactiviteiten. In 2024
werd een gerichte aanpak ontwikkeld via
leveranciersselectie, certificaties en het
duurzaam aankoopcharter. In FY2025
blijft deze aanpak verder doorlopen.
Evolutie 2025 t.o.v. 2024
• Status 2025: doorlopende aandacht
• Scope-3 totaal: in 2024 43.312,5 t
CO
2
e → 2025 37.814,3 t CO
2
e (daling)
• Effect van de actie: gedeeltelijk zicht-
baar
Bevorderende factoren
De daling van de scope-3 emissies
wordt onder meer ondersteund door de
keuze voor leveranciers met een lagere
koolstofintensiteit, onder andere via
een verschuiving naar partners met
SBTi-gevalideerde klimaatdoelstellin-
gen. Daarnaast dragen verbeteringen in
transportplanning en logistieke efficiën-
tie bij tot een lagere uitstoot per geleverd
product.
CSRD VERSLAG 2025 - 237
MEDIA WITH IMPACT
238 - CSRD VERSLAG 2025
Belemmerende factoren
Tegelijk ligt een belangrijk deel van de
evolutie van scope-3 emissies buiten
de directe controle van de organisatie.
Wijzigingen in emissiefactoren bij leve-
ranciers, marktomstandigheden en de
beschikbare datakwaliteit kunnen het
resultaat mee bepalen. Ook schom-
melingen in druk- en transportvolumes
hebben een impact op de absolute
scope-3 uitstoot, los van de genomen
reductiemaatregelen.
De berekening van scope-3 emissies is
bovendien in belangrijke mate geba-
seerd op gegevens uit de waardeketen
en externe emissiefactoren. Hierdoor
kan de gerapporteerde uitstoot beïn-
vloed worden door de beschikbaarheid
en kwaliteit van data van leveranciers
en door updates van emissiefactoren
in gebruikte databanken. Roularta
Media Group blijft daarom inzetten op
een verdere verbetering van de datak-
waliteit en transparantie binnen de
waardeketen, onder meer door nau-
were samenwerking met leveranciers
en door het stelselmatig verfijnen van
de gebruikte berekeningsmethodolo-
gie.
5.1.9.3.4 SCOPE 3.1-UITSTOOT:
AANKOOP GOEDEREN EN DIENSTEN
De belangrijkste categorie met het
grootste aandeel is de 3.1-uitstoot.
Scope 3.1 omvat alle indirecte,
upstream broeikasgasemissies die
samenhangen met goederen en diensten die
Roularta in het verslagjaar aankoopt of ver-
werft.
Wat valt er typisch onder Scope 3.1:
- Ingekochte grondstoffen en materialen
(bv. papier, drukinkt, verpakkingen).
- Ingekochte producten/onderdelen die Rou-
larta verder gebruikt of doorverkoopt.
- Ingekochte diensten (bv. IT-services,
onderhoud, consultancy, facility-services),
inclusief hun ketenemissies.
Deze categorie is verantwoordelijk voor meer
dan 65% van de totale scope 3-uitstoot. Deze
categorie is ook in grote mate gebaseerd op de
informatie van ClimateCalc, een tool die alle
data over papier, inkt en aluminium drukplaten
omvat. Ook wordt voor dit onderdeel gebruikge-
maakt van de specifieke emissiefactoren (EF’s)
die voortvloeien uit de bijzondere inspanningen
van de leveranciers. Voorbeelden daarvan zijn
de EF’s voor papier (afhankelijk van de leve-
rancier en de fabriek) en inkt.
In 2025 stijgt de uitstoot in deze categorie ten
opzichte van FY2024. Deze stijging is voor-
namelijk het gevolg van een toename van de
emissiefactor voor papier, ondanks een daling
in het aangekochte volume papier. De evolu-
tie van de emissiefactor hangt samen met
een gewijzigde verdeling van het aangekochte
papier over de verschillende papierleveran-
ciers, wat een impact heeft op het gewogen
gemiddelde. Daarnaast wordt de emissiefactor
berekend op basis van een volledige dataset,
waarbij voor een beperkt aandeel zonder spe-
cifieke data een conservatieve worst-case
benadering wordt toegepast.
Binnen de scope 3 is ‘papier’ immers verant-
woordelijk voor bijna 48% van de emissies.
Bovendien noteren we dat alle papierleve-
ranciers van 2025 CSRD-plichtig zijn, en dat
de vijf grootste leveranciers ook SBTi-ge-
certificeerd zijn. En bijna 73% van de scope
3.1-emissie is exclusief toe te wijzen aan het
papier.
5.1.9.3.5 SCOPE 3.2-UITSTOOT: KAPITAAL-
GOEDEREN
De uitstoot in categorie 3.2 is het gevolg van
investeringen waarvan de meeste met het
oog op het verlagen van de CO
2
e-uitstoot.
Denk bijvoorbeeld aan de nieuwe elektrische
bedrijfswagens, maar ook en vooral aan de
investering in Led verlichting en isolatie van
gebouwen.
Waar de 3.2-emissies in 2023 nog hoger
lagen dan in 2021, werd in 2024 een dui-
delijke daling vastgesteld. In 2025 zet deze
daling zich verder voort, met een uitstoot
van 2.274,1 ton CO
2
e, wat neerkomt op een
afname van 43% ten opzichte van 2024.
De daling is te verklaren door een vermin-
derde aankoop van vaste activa ten opzichte
van het voorgaande jaar. In het voorgaande
jaar werden nog significante investeringen
gerealiseerd in productiemiddelen, waar-
onder nieuwe droogovens, terwijl dergelijke
investeringen in FY25 beperkter waren.
Vanaf boekjaar 2025 wordt de CO
2
-uitstoot
uit kapitaalgoederen berekend op basis van
de volledige investeringswaarde, in plaats
van de netto boekwaarde. Deze wijziging
sluit aan bij het GHG-protocol en bevordert
internationale vergelijkbaarheid (zie hoofd-
stuk 5.1.9.1).
5.1.9.3.6. SCOPE 3.3-UITSTOOT:
BRANDSTOFFEN EN ENERGIE
GERELATEERDE ACTIVITEITEN
Scope 3.3-emissies omvatten de indirecte
emissies die ontstaan uit brandstoffen en
energiegerelateerde activiteiten die niet bin-
nen scope 1 of scope 2 vallen. Het gaat hierbij
voornamelijk om de uitstoot die gepaard
gaat met de productie en het transport van
brandstoffen (upstream emissies). Voor de
berekening van deze emissies maakt Tapio
gebruik van de emissiefactoren van ADEME.
Na een daling in 2024 stijgen de scope
3.3-emissies in 2025 licht tot 1.009,2 ton
CO
2
e, tegenover 941,1 ton CO
2
e in 2024
(+7,2%). Deze beperkte stijging houdt deels
verband met een verfijning van de data-
verzameling en de opname van bijkomende
vestigingen in de rapporteringsscope.
5.1.9.3.7 SCOPE 3.4-UITSTOOT:
TRANSPORT EN DISTRIBUTIE UPSTREAM
RMG berekent de emissies van het upstream
transport voornamelijk met ClimateCalc,
conform de Intergraf-aanbevelingen die in
de tool zijn ingebed:
de berekening vertrekt van het aangeleverde
volume van grondstoffen, waarbij papier de
dominante factor is. Voor papier worden
de emissies berekend op basis van de
werkelijke transportafstand (kilometers)
tussen de papierfabriek en de drukkerij,
zodat de berekening aansluit bij de reële
logistieke stromen. Op dit moment neemt
RMG binnen scope 3.4 primair het trans-
port van aangekochte papierstromen op
als materiële component;
Distributie van magazines naar abonnees
via externe partners wordt opgenomen
onder Scope 3.4 omdat Roularta deze
levering contractueel organiseert en
betaalt.
Na een stijging in 2024 dalen de emis-
sies in deze categorie in 2025 aanzienlijk
tot 3.891,3 ton CO
2
e, tegenover 7.032,3
ton CO
2
e in 2024 (-44,7%). De daling is
voornamelijk het gevolg van een sterke
afname van de upstream transporte-
missies van papier, dat de belangrijkste
emissiedrijver vormt binnen deze catego-
rie. Deze evolutie kan worden verklaard
door de beschikbaarheid van meer
gedetailleerde informatie in 2025 over
de gebruikte transportmodaliteiten voor
papier. Hierdoor kon een onderscheid
worden gemaakt tussen transport via
weg, zee en spoor, waarbij transport over
zee en via spoor gepaard gaat met lagere
emissiefactoren.
Tegelijkertijd wordt een stijging vastge-
steld in het aangekochte downstream
transport (voorheen opgenomen onder
scope 3.9). Deze stijging compen-
seert echter niet de sterke daling in
de upstream transportemissies van
papier.
De emissies in scope 3.4 hangen
bovendien nauw samen met de evolutie
van het papierverbruik binnen scope 3.1
(aankoop van goederen en diensten),
aangezien het transport van papier
het grootste aandeel vertegenwoordigt
binnen deze categorie.
Roularta werkt met externe logistieke
partners voor de levering van (print)
producten en pakjes aan abonnees,
klanten en retailkanalen. Aangezien
deze transportdiensten contractu-
eel door RMG worden aangekocht en
betaald (ook wanneer de uitvoering
gebeurt via externe partijen zoals
bpost), worden de bijhorende emis-
sies gerapporteerd onder scope 3.4
(upstream transport en distributie).
Om de rapportering consistent en
vergelijkbaar te houden, werd deze
indeling retroactief doorgevoerd in de
scope 3-tabel, waarbij emissies die
eerder onder scope 3.9 waren opgeno-
men, zijn herclassificeerd naar scope
3.4 voor de vergelijkende jaren.
CSRD VERSLAG 2025 - 239
MEDIA WITH IMPACT
240 - CSRD VERSLAG 2025
5.1.9.3.8 SCOPE 3.5-UITSTOOT: VERWERKING
PRODUCTIEAFVAL
Scope 3.5 heeft voornamelijk betrekking op de
verwerking van afvalstromen die voortkomen uit
de drukkerijactiviteiten. In tegenstelling tot het
totale afvalvolume (zie hoofdstuk 5.3.5), waar
het accent vooral ligt op papierafval, blijkt uit de
CO
2
e-uitstoot dat ook de verwerking van andere
afvalstromen binnen de drukkerijactiviteiten,
maar eveneens binnen de kantooractiviteiten, een
niet te verwaarlozen impact heeft.
Hoewel het volume papierafval meer dan 99% van
het vaste afval vertegenwoordigt, is het aandeel
van papier in de totale emissies uit afvalverwer-
king (zowel vast afval als afvalwater) aanzienlijk
lager. Dit komt doordat het recycleren en opnieuw
verwerken van papier relatief beperkte emissies
veroorzaakt in vergelijking met andere afvalstro-
men zoals plastic afval, gemengd huishoudelijk
afval, hout en metaal, of gevaarlijke stoffen zoals
solventen en inktafval.
In 2025 dalen de emissies uit deze categorie aan-
zienlijk tot 185,1 ton CO
2
e, tegenover 735,8 ton
CO
2
e in 2024 (−74,8%). Deze daling moet worden
bekeken in samenhang met de evolutie van de
afvalstromen binnen de organisatie. Het totale
afvalvolume uit eigen operaties daalt van 9.062
ton in 2024 naar 8.850 ton in 2025 (−2,3%). Tegelijk
wordt een groter aandeel van het afval omge-
leid van verwijdering naar nuttige toepassingen,
in het bijzonder recyclage. Zo stijgt de hoeveel-
heid gevaarlijk afval dat wordt gerecycleerd van
6,82 ton naar 17,71 ton (+160%), terwijl het volume
niet-gevaarlijk afval dat wordt verbrand sterk
daalt van 100,17 ton naar 37,03 ton (−63%).
Deze verschuiving in afvalbeheer ver-
taalt zich in een duidelijke verbetering
van de circulariteit van de afvalstro-
men. Het aandeel niet-gerecycleerd
afval daalt van 4,7% in 2024 naar
4,0% in 2025, terwijl het totale volume
gerecycleerd afval relatief stabiel
blijft op ongeveer 8.500 ton.
Ondanks het dominante aandeel
van papier in het afvalvolume wordt
de uitstoot uit afvalverwerking
dus in belangrijke mate beïnvloed
door specifieke afvalstromen met
hogere emissiefactoren, zoals che-
mische producten, solventen,
inktafval en bepaalde verpakkings-
materialen. Daarnaast dragen ook
afvalwaterstromen uit productie- en
kantooractiviteiten bij aan de emis-
sies binnen deze categorie.
Samenvattend kan worden gesteld
dat het volume afval voornamelijk
wordt bepaald door papier en water,
terwijl de emissies sterker worden
beïnvloed door kleinere afvalstromen
met hogere emissiefactoren en door
de gekozen afvalverwerkingsmetho-
den.
De emissies in deze categorie worden
berekend conform het GHG Protocol
Scope 3 Standard (categorie 5: waste
generated in operations), waarbij
emissiefactoren worden toegepast
volgens de specifieke afvalverwer-
kingsmethode (recyclage, verbranding, stort
of waterzuivering).
5.1.9.3.9 SCOPE 3.6-UITSTOOT: ZAKELIJKE
REIZEN
De emissies uit zakelijke reizen vertegen-
woordigen in 2025 een beperkt aandeel van
de totale scope 3-emissies (0,09%). In 2025
dalen de emissies in deze categorie tot 38,9
ton CO
2
e, tegenover 44,2 ton CO
2
e in 2024
(−11,9%).
De emissies binnen deze categorie worden in
hoofdzaak bepaald door vliegreizen, die een
aanzienlijk groter aandeel van de uitstoot
vertegenwoordigen dan treinverplaatsingen.
Hoewel treinreizen een deel van de zakelijke
mobiliteit vertegenwoordigen, blijft hun bij-
drage aan de totale emissies relatief beperkt.
De evolutie van deze emissies moet boven-
dien worden bekeken in het licht van een
verdere verfijning van de registratie van
zakelijke reizen en de centralisatie van de
Nederlandse reizen, waardoor de datakwa-
liteit en volledigheid van de rapportering
verder zijn verbeterd. Daarnaast blijft fysieke
aanwezigheid op beurzen, congressen en
externe evenementen in bepaalde gevallen
aangewezen om inhoudelijke of commerciële
redenen.
Het beperkte aandeel van deze categorie
binnen de totale scope 3-emissies houdt
verband met het feit dat de grootste emis-
siebronnen van de organisatie zich situeren
in andere waardeketenactiviteiten, zoals
de aankoop van goederen en diensten
en logistieke activiteiten, waardoor de
impact van zakelijke reizen relatief klein
blijft.
5.1.9.3.10 SCOPE 3.7-UITSTOOT:
WOON-WERKVERKEER
Categorie 3.7 omvat de emissies ver-
bonden aan het woon-werkverkeer
van medewerkers. De uitkomst wordt
voornamelijk bepaald door het aantal
medewerkers, hun woon-werkafstanden
en vervoersmiddelen, en door het aan-
deel thuiswerk.
Voor de berekening worden waar nodig
aannames toegepast rond thuiswerk.
Voor de Belgische kantoren wordt uitge-
gaan van een thuiswerkpatroon waarbij
medewerkers die voltijds werken gemid-
deld twee dagen per week thuiswerken
en medewerkers die vier vijfde werken
gemiddeld één dag per week thuiswerken.
Medewerkers die minder dan vier vijfde
werken, hebben geen recht op thuiswerk
en worden in de berekening verondersteld
volledig op locatie te werken.
Voor Nederland wordt het aantal
thuiswerkdagen afgeleid uit de thuis-
werkvergoeding: het uitbetaalde bedrag
(in euro) wordt gedeeld door het tarief per
thuiswerkdag, waardoor het aantal ver-
goede thuiswerkdagen per periode kan
worden bepaald. Deze werkwijze sluit aan
bij het hybride-werkbeleid, dat is vastge-
legd op basis van een fulltime referentie
en tot stand kwam met instemming
van de ondernemingsraad (OR). De
afgeleide thuiswerkdagen vormen een
traceerbare input voor de berekening
van categorie 3.7.
In 2025 stijgen de emissies uit
woon-werkverkeer tot 1.252,3 ton
CO
2
e, tegenover 757,6 ton CO
2
e in 2024
(+65,3%). Deze stijging is voorname-
lijk toe te schrijven aan een verdere
verfijning en uitbreiding van de beschik-
bare mobiliteitsdata en verfijning van
de gebruikte emissiefactoren. In 2025
werd de informatie over woon-werkver-
plaatsingen immers meer gedetailleerd
verzameld en verwerkt, waardoor een
groter deel van de effectieve mobili-
teitsstromen van medewerkers in de
berekening werd opgenomen.
De emissies binnen deze categorie
worden voornamelijk bepaald door
verplaatsingen met de wagen, die het
grootste aandeel van de afgelegde
kilometers vertegenwoordigen. Andere
vervoersmodi zoals trein, bus, tram en
fiets dragen in mindere mate bij aan de
totale uitstoot.
Tegelijk heeft het hybride werkmo-
del, waarbij medewerkers een deel van
de werktijd van thuis uit werken, een
temperend effect op de emissies uit
woon-werkverkeer, doordat het aan-
tal effectieve verplaatsingen wordt
beperkt.
De evolutie van deze categorie moet dan ook
vooral worden geïnterpreteerd in het licht van
een verbeterde datakwaliteit en volledigheid
van de mobiliteitsgegevens, eerder dan als
een structurele toename van het woon-werk-
verkeer.
5.1.9.3.11 SCOPE 3.8-UITSTOOT: UPSTREAM
GELEASEDE ACTIVA
Na een stijging in de voorgaande jaren dalen
de emissies in deze categorie in 2025 tot
848,2 ton CO
2
e, tegenover 1.800,1 ton CO
2
e in
2024 (-52,9%).
De emissies in 2025 zijn hoofdzakelijk toe
te schrijven aan de instroom van nieuwe
geleasde elektrische voertuigen. De hogere
emissiewaarde in 2024 hangt samen met een
grotere instroom van geleasde activa in dat
jaar, waaronder bijkomende voertuigen bin-
nen het wagenpark, wat resulteerde in een
hoger emissieniveau ten opzichte van 2025.
CSRD VERSLAG 2025 - 241
MEDIA WITH IMPACT
242 - CSRD VERSLAG 2025 CSRD VERSLAG 2025 - 243
5.1.9.3.12 SCOPE 3.11-UITSTOOT:
GEBRUIK VAN VERKOCHTE PRODUCTEN
Zoals reeds besproken in hoofdstuk 5.1.7.3
Digitalisering leidt de verdere digitalisering
van de activiteiten tot een stijgend aan-
tal digitale consultaties. Dit vertaalt zich
onder meer in een hoog aantal pageviews
op de digitale platformen, bijvoorbeeld via
het toenemende gebruik van de formule
‘Mijn Magazines’.
Hoewel het aantal digitale consultaties
verder stijgt, dalen de emissies in deze
categorie in 2025 tot 338,7 ton CO
2
e,
tegenover 543,3 ton CO
2
e in 2024 (−37,6%).
Deze evolutie wordt voornamelijk ver-
klaard door gunstigere emissiefactoren
voor digitale consultatie, die verband
houden met verbeteringen in de ener-
gie-efficiëntie van datacenters en digitale
infrastructuur. Hierdoor wordt de impact
van het stijgende aantal pageviews
gedeeltelijk gecompenseerd.
De evolutie van deze categorie moet dan
ook worden geïnterpreteerd als het resul-
taat van twee tegengestelde tendensen:
enerzijds een groei van digitale consul-
tatie, en anderzijds efficiëntere digitale
infrastructuur, waardoor de totale uitstoot
per consultatie afneemt.
5.1.9.3.13 SCOPE 3.12-UITSTOOT: EINDE
‘LEVEN’ PRODUCTEN OF DIENSTEN
Deze categorie heeft betrekking op de
CO
2
e-uitstoot die ontstaat in de eind-
fase van verkochte producten, die
bij Roularta hoofdzakelijk uit papier
bestaan. De berekening vertrekt
van de papierafzet in de markt,
bepaald op basis van het aange-
kochte volume papier, gecorrigeerd
voor productieverlies tijdens het
drukproces. Het resterende volume
wordt beschouwd als het papier dat
via eigen magazines en extern druk-
werk in de markt wordt gebracht.
Voor de berekening wordt aangeno-
men dat 95% van het in de markt
gebrachte papier aan het einde van
de levensduur wordt gerecycleerd,
terwijl 5% niet wordt gerecycleerd.
Op basis van deze assumptie
bedraagt de uitstoot in deze cate-
gorie in 2025 198,6 ton CO
2
e.
De gekozen recyclagegraad van
95% past in het bredere beeld dat
papier/karton in België zeer efficiënt
wordt ingezameld en gerecycleerd,
met een fijnmazig systeem van
huis-aan-huisinzameling en recy-
clageparken. Die 95% slaat specifiek
op huishoudelijke papier- en karton-
verpakkingen (Fost Plus, 2023). Dit
ligt hoger dan cijfers die wij soms
zien voor “papier en karton” in het
algemeen (bv. 86% in 2022 volgens
Statbel), omdat die laatste een bre-
dere stroom omvat (huishoudelijk
én bedrijfsmatig) en op een andere
methodiek gebaseerd is.
SYNTHESE VAN DE SCOPE-3 EMISSIES
De analyse van de scope-3 emissies toont aan dat
de grootste impact binnen de waardeketen voorna-
melijk wordt bepaald door aankoop van goederen
en diensten (categorie 3.1), die in 2025 ongeveer
66% van de totale scope-3 emissies vertegenwoor-
digt. Deze categorie houdt rechtstreeks verband
met de kernactiviteiten van de organisatie, in het
bijzonder het gebruik van papier als belangrijkste
grondstof.
Daarnaast spelen ook transport en distributie
upstream (categorie 3.4) en kapitaalgoederen
(categorie 3.2) een belangrijke rol, met respectie-
velijk ongeveer 9% en 5% van de totale scope-3
emissies. Deze categorieën weerspiegelen voorna-
melijk de logistieke stromen van grondstoffen en de
investeringen in productie-infrastructuur.
Andere categorieën, zoals zakelijke reizen (3.6)
en gebruik van verkochte producten (3.11), verte-
genwoordigen slechts een beperkt aandeel van
de totale scope-3 emissies. Categorieën zoals
woon-werkverkeer (3.7) en upstream geleasede
activa (3.8) vertonen jaar-op-jaar schommelin-
gen die in belangrijke mate samenhangen met
de beschikbaarheid en verfijning van data of met
wijzigingen in de gehanteerde berekeningsmetho-
dologie.
Over het algemeen wordt de evolutie van de
scope-3 emissies dus in belangrijke mate beïnvloed
door operationele factoren zoals papiergebruik,
logistieke stromen en investeringen, maar ook door
verbeteringen in datakwaliteit en methodologische
verfijningen, waardoor de emissies in de waardeke-
ten steeds nauwkeuriger in kaart worden gebracht.
Deze concentratie van emissies in een
beperkt aantal categorieën sluit bovendien
aan bij de dubbele materialiteitsanalyse
van Roularta, waaruit blijkt dat emis-
sies in de waardeketen — in het bijzonder
gerelateerd aan grondstoffen, logistiek en
productie-infrastructuur — tot de meest
materiële klimaateffecten van de organisa-
tie behoren.
5.2 E2-LUCHT-
VERONTREINIGING
Dit hoofdstuk behandelt het onderwerp
luchtverontreiniging, en dan specifiek lucht-
emissies en hoe Roularta Media Group
daarmee omgaat.
5.2.1. E2 IRO-1 PROCES VOOR
IDENTIFICATIE EN BEOORDELING
VAN MATERIËLE IMPACTEN, RISICO’S
EN OPPORTUNITEITEN OMTRENT
LUCHTVERVUILING
Tijdens de DMA-oefening werden de risico’s
van Roularta Media Group geëvalueerd in
functie van duurzaamheid. Op basis van de
scoring werd het gebruik van solventen in
het drukproces (meer concreet: in de dru-
kinkten) als een materieel risico ingeschat.
Bij het drogen van de inkt komen solven-
ten vrij die, indien ze niet correct worden
verwerkt, een risico kunnen vormen voor
de omgeving. Precies daarom is het topic
luchtvervuiling voor Roularta Media Group
materieel, ook al heeft het enkel en alleen
betrekking op het gebruik van solven-
ten in de drukkerij. Wel is het enkel van
toepassing in het luik van het productie-
proces en niet voor andere processen,
afdelingen of diensten.
5.2.1.1. DRUKPROCES
Industriële bedrijven moeten voldoen aan
regionale en nationale milieuwetgeving
én aan internationale afspraken zoals
de EU-richtlijnen voor luchtkwaliteit. De
implementatie van een goed beleid vergt
dan ook preventieve maatregelen om
emissies aan de bron te minimaliseren.
Voegen we hieraan toe dat die normering
zelf ook steeds strenger wordt.
Roularta Media Group beschikt over een
offset-rotatiedrukkerij met heatset-ro-
tatiepersen voor de productie van onder
meer magazines, brochures, commer-
cieel drukwerk en kranten. Tijdens het
drukken doorloopt het papier vier dru-
kunits (zwart, cyaan, magenta en geel)
met aluminium drukplaten. In dit proces
worden vooral heatset-inkt en water
gebruikt.
Onmiddellijk na het bedrukken wordt de
inkt gedroogd in droogovens die op aard-
gas werken. Bij dit droogproces op hoge
temperatuur komen vluchtige organische
stoffen (VOS) vrij, voornamelijk minerale
oliën uit de inkten, aangevuld met andere
stoffen uit additieven en reinigingsmid-
delen die eigen zijn aan dit drukprocédé.
MEDIA WITH IMPACT
244 - CSRD VERSLAG 2025 CSRD VERSLAG 2025 - 245
Er is zowel geleide uitstoot (bv. via schoor-
stenen) als diffuse uitstoot (verdamping in de
ruimte). De methodiek voor de berekening van
diffuse emissies wordt toegelicht in 5.2.2.2.
Roularta Media Group schat dat ongeveer 40%
van de diffuse uitstoot mee wordt afgevangen
en behandeld via de luchtaanzuiging van de
droogovens.
Een overzicht van de meest relevante IRO’s die
geleid hebben tot de identificatie van de mate-
riële aspecten kan geconsulteerd worden onder
hoofdstuk 4.3.3.3.
5.2.2. E2-1: BELEID OMTRENT
LUCHTVERONTREINIGING
Het emissiebeleid van Roularta Media Group
voor de eigen activiteiten is pragmatisch uitge-
werkt, met als doel de wettelijke conformiteit te
garanderen en tegelijk een duurzame impact te
realiseren. Dit beleid heeft uitsluitend betrek-
king op de eigen operaties (productiesite en
kantoren) en niet op de volledige waardeketen.
Binnen deze eigen operaties situeert de mate-
riële impact van luchtverontreiniging zich
voornamelijk in het drukproces. Daarom ligt de
focus van het beleid en de bijhorende beheers-
maatregelen in de praktijk vooral op de emissies
die verbonden zijn aan de drukkerijactiviteiten.
Als basis werd eerst een grondige inventarisa-
tie en analyse van potentiële emissiebronnen
uitgevoerd, in overleg met interne en externe
betrokkenen. Daarnaast is er op regelmatige
basis overleg met het overkoepelend wijkcomité
van de vier betrokken wijken, waarbij ook de
stad Roeselare vertegenwoordigd is. Dit
overleg vindt in principe jaarlijks plaats,
of vaker indien nodig. Waar aangewe-
zen is er ook tussentijds overleg met de
betrokken contactpersonen. Emissies
kunnen tijdens deze overlegmomenten
aan bod komen; tot op heden vormden
zij daarbij geen probleem.
De directeur van de drukkerij is ver-
antwoordelijk voor het beleid inzake
luchtverontreiniging.
5.2.2.1. MONITORING EN RAPPORTAGE
Daarnaast moet het beleid worden
ondersteund door een monitoring- en
rapportagesysteem. Regelmatige
metingen van emissies maken opvolging
mogelijk, zodat kan worden bijgestuurd
waar nodig. Door deze cijfers te com-
municeren, kiest Roularta Media Group
voor een transparant en geloofwaardig
beleid. Op gebied van luchtemissies zijn
er enerzijds de geregelde metingen en
analyses op de geleide emissiepunten
en anderzijds een onderbouwde bere-
kening van de diffuse emissie. Beide
zaken staan uitvoerig omschreven in de
solventenboekhouding. De berekenings-
methodologie voor de diffuse emissies
staat ook kort beschreven onder E2 4.
5.2.2.2. INTEGRALE AANPAK
Een doordacht emissiebeleid binnen
een industriële omgeving vereist een
integrale aanpak, waarbij technische
oplossingen, regelgeving en sociale
betrokkenheid hand in hand gaan. Door
continu te evalueren en bij te sturen, blijft
het beleid effectief en toekomstbestendig.
Inzake wettelijke conformiteit verwijzen we
naar een aantal aangiftes en rapporterin-
gen:
• IMJV (integraal milieujaarverslag,
jaarlijks in te sturen naar de bevoegde
Vlaamse overheid): voor de site
Roeselare zijn er rubrieken rond emis-
siewaarden (voor lucht en water),
afvalstoffengegevens, de waterbalans
en het energieverbruik
• Opstellen van een solventenboekhou-
ding (jaarlijks, t.b.v. Vlaamse overheid)
Alle relevante milieu- en emissieon-
derwerpen worden samengebracht en
samengevat in het jaarlijkse jaarverslag
van de milieucoördinator. Dit verplichte
document wordt in april besproken in het
Comité voor Preventie en Bescherming op
het Werk (CPBW).
Werknemers worden via het CPBW geïn-
formeerd over het luchtvervuilingsbeleid,
onder meer tijdens de maandelijkse
bespreking van het maandverslag van
de interne preventiedienst. Daarnaast
licht de externe milieucoördinator jaarlijks
(meestal in maart of april) in het CPBW
de uitgevoerde, lopende en geplande
acties toe. De communicatie en opvolging
worden verder geborgd via de verslagge-
ving: het CPBW-verslag wordt als valvas
uitgehangen op alle sites, en zowel het
CPBW-verslag als het maandverslag zijn
voor iedereen consulteerbaar op het intranet
van Roularta.
5.2.3. E2-2: MAATREGELEN EN MIDDELEN
OMTRENT LUCHTVERONTREINIGING
Zoals reeds aangehaald vraagt een doeltref-
fend beleid rond verontreiniging in de eerste
plaats om preventieve maatregelen, met als
doel emissies zo veel mogelijk aan de bron te
vermijden of te beperken. Een belangrijke hef-
boom daarbij is het efficiënter gebruik van
grondstoffen. In het kader van luchtemissies
gaat het dan vooral om een efficiënt gebruik
van heatset-inkt. Daarbij wordt bijvoorbeeld
kritisch bekeken in welke mate het drukken van
“zwart” het resultaat is van een mengeling van
de vier basiskleuren, dan wel van het gebruik
van afzonderlijke zwarte inkt.
Ook bewustwording speelt een belangrijke
rol. Training van personeel en gerichte infor-
matiecampagnes vergroten het inzicht in de
voordelen van emissiereductie en de praktische
stappen die nodig zijn om die te realiseren, wat
ook het interne draagvlak voor het beleid ver-
sterkt.
Naast preventie zijn er ook beheersmaatre-
gelen nodig om emissies te beperken en te
behandelen, zoals filters en rookgasreiniging,
om emissies te beperken en te behandelen.
Investeringen in nieuwe technologieën kunnen
bovendien leiden tot een structurele vermin-
dering van emissies, met een positief effect
op het milieu en mogelijke kostenbesparin-
gen op lange termijn. Roularta Media Group
blijft daarom systematisch evalueren welke
technische optimalisaties en duurzamere
alternatieven beschikbaar zijn en integreert
deze waar haalbaar in het investerings- en
onderhoudsbeleid.
Een concreet voorbeeld hiervan is de stelsel-
matige vernieuwing van naverbranders door
performantere installaties. Een belangrijke
technische maatregel om luchtemissies – en
in het bijzonder vluchtige organische stoffen
(VOS) – te beperken, is de (geïntegreerde)
naverbranding van dampen die vrijkomen
tijdens het heatset-droogproces. Tot enkele
jaren geleden gebeurde dit via een centrale
naverbrandingsinstallatie. In november 2020
werd echter een nieuwe pers met geïnte-
greerde naverbrander in gebruik genomen,
waarbij de vrijgekomen dampen rechtstreeks
in de machine worden naverbrand. Dit biedt
meerdere voordelen: solventhoudende dam-
pen kunnen deels als brandstof worden
benut, waardoor minder aardgas nodig is, en
het transport van dampen naar een centrale
installatie wordt vermeden.
Om de milieu-impact verder en structureel te
verminderen, werd deze aanpak stelselmatig
uitgebreid: in 2023 werden ook de droog-
ovens van de drie andere persen vervangen
door exemplaren met een geïntegreerde
naverbrander. Naast een vermindering
van de VOS-uitstoot draagt deze maatre-
gel ook bij tot een lager gasverbruik en dus
tot een daling van de daarmee samenhan-
gende CO
2
e-uitstoot. Elke oven heeft hierbij
een eigen afvoer (schoorsteen), waardoor
de geleide emissies per installatie worden
opgevolgd binnen het geldende vergun-
nings- en meetkader.
Daarnaast wordt voortdurend beke-
ken welke potentieel betere technische
oplossingen voorhanden zijn en welke
duurzamere alternatieven kunnen wor-
den gerealiseerd. Een duidelijk voorbeeld
is de eliminatie van isopropylalcohol (IPA).
In het vochtwater bevinden zich meestal
stoffen die de oppervlaktespanning beïn-
vloeden, zoals IPA en andere additieven.
Deze vochtadditieven zorgen ervoor dat
de flinterdunne waterfilm in het vochtwerk
en op de drukplaat intact blijft, ondanks
de hoge omwentelingssnelheid en druk.
In 2021 (nadat er in de context van de
COVID-19-pandemie heel veel vraag was
naar IPA) slaagde Roularta Media Group
erin het gebruik van IPA als vochtwaterad-
ditief volledig uit te schakelen. Omdat er
ondertussen ook een nog betere en fijnere
afstelling op de machines mogelijk is,
was het niet nodig om ter vervanging een
ander product te gebruiken.
Naast deze wettelijke vereisten wordt ook
ingezet op technologische optimalisa-
ties die bijdragen aan een vermindering
van inkt- en solventverbruik. Een voor-
beeld hiervan is de toepassing van Spiral
Screening – spiraaldruk, een moderne
rastertechniek waarbij beelden in een spi-
raalvormig patroon worden opgebouwd.
Hierdoor kan met lagere inktdekking
dezelfde drukkwaliteit worden behaald,
wat indirect ook leidt tot een verminderd
MEDIA WITH IMPACT
246 - CSRD VERSLAG 2025
gebruik van aanverwante producten zoals
vochtwateradditieven en reinigingsmid-
delen, en dus tot een lagere uitstoot van
VOS.
Incident- en storingsbeheersing (veilig-
heidsfunctie)
Bij technische afwijkingen die kunnen
leiden tot verhoogde emissies gelden
duidelijke beheersmaatregelen. Wan-
neer een naverbranderinstallatie niet
beschikbaar is, wordt de betrokken pers
automatisch stilgelegd zodat er geen
niet-nabehandelde dampen kunnen wor-
den uitgestoten. Sinds de overschakeling
naar geïntegreerde naverbranders heeft
elke magazinepers een eigen, onafhanke-
lijke oven; dit voorkomt dat een storing op
één installatie meerdere persen tegelijk
beïnvloedt, zoals bij de vroegere cen-
trale naverbrander het geval was. Deze
veiligheidswerking ondersteunt het uit-
gangspunt dat emissies enkel mogen
plaatsvinden binnen het vergunnings- en
meetkader en dat on-nabehandelde uit-
stoot wordt vermeden.
Toekomstplannen en tijdshorizon
De vernieuwing van de naverbranders
maakt deel uit van een meerjarig tra-
ject waarbij installaties en technologieën
stelselmatig worden geoptimaliseerd
om emissies blijvend te reduceren. Na
de realisaties in 2020 (eerste geïnte-
greerde naverbrander) en 2023 (uitrol
naar de overige persen) ligt de focus in
de komende jaren op het verder optima-
liseren van de werking en afstelling van
de installaties, het opvolgen van presta-
ties via het vergunnings- en meetkader
en het evalueren van bijkomende tech-
nologische verbeteringen (zoals verdere
efficiëntieverbeteringen in het droog-
proces en aanvullende rookgasreiniging
waar relevant). Nieuwe investeringen
worden ingepland in functie van techni-
sche evaluaties, wettelijke vereisten en
vervangingscycli, met als doel de emis-
sies aan de bron verder te beperken en
de milieuprestaties structureel te verbe-
teren.
De opgelijste acties en maatregelen
vragen geen significante alleenstaande
kapitaaltoewijzingen, deze kosten worden
volledig opgenomen in de budgetten van
de respectievelijke departementen.
De resultaten zijn gebaseerd op de solven-
tenboekhouding, interne procesmetingen
en VLAREM-conforme rapportering. De
data worden doorlopend gemeten en
geregistreerd en jaarlijks gerapporteerd
conform VLAREM.
De jaarlijkse evolutie van de metric (ratio
emissie/inkt) wordt opgenomen onder
E2-4: Metrics.
5.2.4. E2-3: DOELEN OMTRENT
LUCHTVERONTREINIGING
Qua concrete doelstellingen op vlak van
emissies vertrekt Roularta Media Group
bij het gegeven dat de materiële risico’s
zich situeren binnen het drukkerijgebeuren en
bij de vele wettelijke normen. De onderneming
heeft haar doelstellingen rond emissies dan ook
geformuleerd in functie van de emissies zelf en
niet gericht op de stoffen die kunnen leiden tot
die emissies. Deze doelen zijn jaarlijks terugke-
rende doelen en zijn bijgevolg niet gericht op het
bereiken van een target tegen een bepaalde tijd.
Roularta Media Group vertrekt van het gegeven
dat elk jaar opnieuw dient gestreefd te worden
naar het best mogelijke resultaat op het vlak
van emissies. Er is bijgevolg ook geen bijzon-
der actieplan gebaseerd op het bereiken van
een termijndoel in de toekomst. Het actieplan is
gericht op de actuele dagdagelijkse opvolging
van de emissies.
Roularta Media Group kijkt in dit verband naar
zowel de Europese als de Belgische en vooral
Vlaamse wetgeving en baseert haar doelstel-
lingen op het inktverbruik. Het inktverbruik is
tenslotte de basis voor alle andere vluchtige
organische stoffen (VOS), zoals vochtwateraddi-
tieven en reinigingsmiddelen. In deze is het niet
onbelangrijk om op te merken dat niet alle sol-
venten ‘verdampen’ en sommige solventen, die
gewoon worden afgevoerd en nabehandeld (zie
ook hoofdstuk E5), dus niet worden meegenomen
in deze doelstelling
Het is vooral Vlarem II (en sinds 9 december 2024
Vlarem III) dat aan de basis ligt van een aantal
meetverplichtingen. Het zijn deze metingen die
worden getoetst aan de wettelijke emissiegrens-
waarden.
De toepasselijke VLAREM III-emissiegrens-
waarde werd op 9 december 2024 verstrengd
van 10% naar 4%. Roularta Media Group
hanteert intern een strengere doelstel-
ling, namelijk minstens 50% beter dan de
geldende norm: dit komt neer op ≤5% vóór
9/12/2024 en ≤2% sinds 9/12/2024.
5.2.4.1 PRESTATIES OP DOELEN
Solventemissies in verhouding tot inktver-
bruik
Roularta Media Group stuurt op de ver-
houding tussen de totale solventemissies
(geleide + diffuse emissies) en het totale
inktverbruik, uitgedrukt als percentage. Deze
ratio wordt berekend door de geleide en dif-
fuse emissies op te tellen en te delen door
het inktverbruik. De indicator blijft relevant
omdat ze het emissieniveau beoordeelt in
verhouding tot de productie-activiteit en zo
toelaat prestaties te interpreteren bij schom-
melingen in absolute productievolumes.
In FY24 bedroeg de ratio emissie t.o.v. inkt-
verbruik 1,05%. Dit ligt ruim onder de VLAREM
III-norm van 4% (van kracht sinds 9/12/2024;
voordien 10%) en voldoet ook aan de interne
ambitie van ≤2%. Het beheer van solventen
werd bovendien structureel geborgd via con-
tinue procesbeheersing en een nauwgezette
opvolging van de solventenboekhouding.
Hierdoor bleven de luchtemissies ruim bin-
nen de interne grenswaarden.
De resultaten bevestigen dat Roularta Media
Group ruim binnen de wettelijke en interne
grenzen blijft. In FY25 bedraagt de ratio
solventemissies t.o.v. inktverbruik 0,94%,
wat lager is dan in FY24 en FY23 (beide
1,05%). Daarmee blijven we ruim onder de
wettelijke norm en behouden we aanzien-
lijke marge ten opzichte van de wettelijke
drempel (0,94% t.o.v. 4%). Deze stabiele en
dalende trend ondersteunt de conclusie dat
de procesbeheersing, onderhoudsplanning
en opvolging van de solventenboekhou-
ding doeltreffend zijn en het emissieniveau
structureel onder controle houden. Mocht
de ratio in de toekomst toch stijgen, dan
lichten we dit transparant toe en koppelen
we dit aan concrete bijsturende maatre-
gelen, conform onze aanpak van continue
verbetering.
Hoewel deze ratio het emissieniveau
normaliseert ten opzichte van de pro-
ductie-activiteit, kan ze jaar-op-jaar toch
wijzigen door veranderingen in het totale
inktverbruik en/of door nauwkeuriger
inputdata voor het VOS-gehalte van de
gebruikte inkten.
De daling van de KPI “totale emissies /
totaal inktverbruik” in 2025 is het gevolg
van een combinatie van twee effecten:
• Lager productievolume ➜ lager inkt-
verbruik
In 2025 is er minder geproduceerd/
gedrukt, waardoor ook het totale inkt-
verbruik is gedaald (van 792.120 kg
in 2024 naar 716.412 kg in 2025, of
-9,6%).
Minder inktverbruik leidt rechtstreeks
tot lagere potentiële VOS-emissies
(vluchtige organische stoffen), omdat
VOS-emissies samenhangen met de
hoeveelheid inkt en het VOS-gehalte
ervan.
• Verbeterde datakwaliteit ➜ nauwkeuri-
gere (bijgestelde) emissieberekening
Naast de volumeverandering is er in 2025
ook een methodologische verbetering
doorgevoerd in de gebruikte inputdata.
Waar in 2024 voor de relevante Sun-inkten
nog werd gewerkt met één leverancier-
gemiddelde / bandbreedte (bv. 26–38%
VOS) op een geaggregeerd volume, heb-
ben we in het najaar van 2025 bij de
inktleverancier product-specifieke gege-
vens opgevraagd. Daardoor gebruiken we
voortaan per inktcode:
o het effectieve verbruiksvolume van
die specifieke inkt, én
o het bijhorende VOS-percentage van
die specifieke inkt.
Concreet betekent dit dat we niet langer “één
gemiddelde VOS-waarde × totaalvolume” toe-
passen, maar een gewogen berekening per
product (“elk productvolume × eigen VOS%”),
en vervolgens optellen. Dit verlaagt de onze-
kerheid en kan de gerapporteerde diffuse
en geleide emissies zichtbaar beïnvloeden,
ook zonder dat er grote wijzigingen waren in
emissiereductiemaatregelen t.o.v. 2024.
CSRD VERSLAG 2025 - 247
MEDIA WITH IMPACT
248 - CSRD VERSLAG 2025 CSRD VERSLAG 2025 - 249
5.2.5. E2-4: METRICS OMTRENT
LUCHTVERONTREINIGING
Om luchtverontreiniging op te volgen
binnen de heatset rotatie, brengen
we de emissies van oplosmiddelen
(solventen) in kaart die tijdens het pro-
ductieproces kunnen vrijkomen. Hierbij
maken we een onderscheid tussen twee
types emissies: de geleide emissies, die
via afzuiging worden opgevangen en
behandeld, en de diffuse emissies, die
niet (volledig) worden opgevangen en
zich daardoor in de omgeving kunnen
verspreiden.
5.2.5.1. METHODOLOGIE EN
ASSUMPTIES
• Geleide emissies
Voor de geleide emissies van de
naverbrander(s) gelden wettelijke
meetverplichtingen conform VLAREM.
Emissiemetingen gebeuren doorgaans
jaarlijks, tenzij eerdere meetresultaten
boven 50% van de norm liggen; in dat
geval is een halfjaarlijkse meting vereist.
De metingen worden uitgevoerd door
een extern erkend labo, op aanvraag
van de interne preventie-/milieudienst.
De meetresultaten worden bezorgd aan de
externe milieucoördinator (Antea Group),
die instaat voor de verwerking, de wet-
telijke rapportering (o.a. VLAREM/IMJV)
en de berekening van de gerapporteerde
metrics. Deze rapporten worden vervol-
gens ook extern beoordeeld binnen de
wettelijke indienings- en toezichtproces-
sen. Daarnaast valt de CSRD-rapportering
onder assurance door een externe auditor.
• Diffuse emissies
Diffuse emissies kunnen niet rechtstreeks
via een schouwmeting worden gemeten,
omdat ze niet volledig via afzuiging naar
een meetpunt worden geleid. Daarom
worden deze emissies berekend. De bere-
keningsmethodiek is gebaseerd op een
sectorstudie (VITO i.s.m. Sitmae Con-
sultancy, in opdracht van AMINAL) die
een solventboekhouding voor de sector
voorstelt, met sectorkengetallen om ver-
damping en verliezen realistisch te kunnen
inschatten. De berekende waarden geven
een realistische inschatting van de orde
van grootte van deze emissies en worden
gebruikt om trends op te volgen en moge-
lijke procesverbeteringen te identificeren.
Concreet focust de berekening op
niet-afgevangen emissies afkomstig van
vochtwateradditieven en reinigingsmidde-
len. Het aandeel van de reinigingsmiddelen
bedraagt zo’n 10% van die van de inkten,
de vochtwateradditieven landen verhou-
dingsgewijs op 2,5%.
De berekening vertrekt van de gebruikte hoe-
veelheden van deze producten en bepaalt
stapsgewijs:
• hoeveel solvent in deze producten aanwe-
zig is;
• welk deel daarvan als afval wordt afge-
voerd;
• welk deel via afzuiging naar de naver-
brander gaat (op basis van ventilatie en
machine-afzuiging);
• wat daarna overblijft: dit resterende deel
wordt beschouwd als de diffuse uitstoot.
De resultaten dienen in de eerste plaats als
leidraad om mogelijke aanpassingen en ver-
beteringen in het proces te identificeren, te
prioriteren en op te volgen.
5.2.5.2. METRICS
De meest recente gerapporteerde waarden
voor boekjaar 2025 worden weergegeven in
sectie 5.2.4.1 “Prestaties op doelen”. Deze tabel
bevat de actuele meetresultaten en laat toe de
evolutie ten opzichte van de doelstellingen op
te volgen. De rapportering van deze emissies
gebeurt conform de toepasselijke milieuregel-
geving (VLAREM) en op basis van de hierboven
beschreven meet- en berekeningsmethodiek.
5.2.5.3. VERKLARING VAN DE EVOLUTIES
De evolutie van de metric ratio emissie t.o.v.
inktverbruik wordt toegelicht onder ‘Prestatie
op doelen’ (sectie 5.2.4.1), aangezien er bin-
nen E2 slechts één target van toepassing is en
deze target rechtstreeks betrekking heeft op
de enige gerapporteerde metric. In die sectie
wordt zowel de FY24-prestatie als de verkla-
ring van eventuele wijzigingen in FY25 t.o.v.
FY24 beschreven.
5.3. E5-MATERIAALGE-
BRUIK, EEN CIRCULAIRE
ECONOMIE EN AFVAL-
STROMEN
In dit hoofdstuk worden het materiaalgebruik,
de circulaire economie en in het bijzonder de
afvalstromen besproken.
5.3.1. E5 IRO-1 - PROCES VOOR
IDENTIFICATIE EN BEOORDELING
VAN MATERIËLE IMPACTEN, RISICO’S
EN OPPORTUNITEITEN OMTRENT
MATERIAALGEBRUIK, CIRCULAIRE
ECONOMIE EN AFVALSTROMEN
Tijdens de DMA-oefening werden de risico’s
van Roularta Media Group geëvalueerd in
functie van duurzaamheid. Op basis van de
scoring werd het gegeven afval in het druk-
proces en meer specifiek papierafval als een
materieel gegeven beschouwd.
Op zich is dat niet verwonderlijk, aangezien
bij het drukproces van magazines, hoe effici-
ent dat ook verloopt, steeds een volume aan
papier verloren gaat en rechtstreeks in de
papierafvalstroom terechtkomt.
5.3.1.1. BRONNEN VAN PAPIERAFVAL
De volgende bronnen van papierafval zijn van
tel:
• Het verlies van papier bij het voorbereiden van
de papierbobijn aan de drukpers
De papierrollen worden bij de fabrikant ingepakt
in een verstevigde beschermende verpakking.
De medewerker die de papierrollen voorbereidt
(de ‘bobineur’), heeft een speciaal mes waarmee
de verpakking verwijderd kan worden zonder te
veel van het echte drukpapier te beschadigen.
Desondanks gaat er altijd een klein aandeel
papier verloren.
• Drukinschiet of opstartverlies bij het opstar-
ten van de drukopdracht
Bij elke nieuwe drukopdracht moet de drukpers
opnieuw op kleur komen, waardoor de eerste
exemplaren nooit van voldoende hoge kwaliteit
zijn. Het komt er in deze fase op aan om zo snel
mogelijk de optimale kwaliteit te bereiken. Snel-
heid is werkelijk cruciaal omdat de drukpers zelf
ook steeds sneller gaat draaien.
• Snijafval bij de afwerking
Bij het afwerken van een magazine worden de
katernen verzameld in één magazine, dat dan
nog langs drie zijden netjes ‘gesneden’ wordt.
Snijafval is het gevolg en eveneens een belang-
rijke oorzaak van papierverlies.
Het verlies door drukinschiet en snijafval wordt
bepaald door een aantal parameters, waaron-
der:
- De keuze van het papierformaat en de tech-
nische mogelijkheden van de drukpers
- De grootte van de oplage (het aantal exem-
plaren)
- De kwaliteit van het papier (kwaliteitsvol
papier = minder papierbreuk = minder her-
opstart = minder papierverlies)
- Het gebruik van technologie, zoals
het inline kleurmeetsysteem dat de
kleur op de pers automatisch meet
en er meteen gedrukt kan worden
- Onvoldoende bobijnrest
Uitzonderlijk gaat er ook papier
verloren op het einde van het druk-
proces, wanneer wordt vastgesteld
dat de rest die nog op de bobijn
overblijft niet opnieuw ingezet kan
worden. Meestal wordt de bobijn
opnieuw gestockeerd in het papier-
magazijn en later hergebruikt. Bij
heel specifieke papiersoorten die op
vraag van een klant werden ingezet,
blijft de bobijn toch nog een tijd in
stock, vooraleer deze te verkopen (in
het slechtste geval als papierafval).
5.3.1.2. DRIE GROEPEN AFVAL
Papier is echter niet de enige vorm van
afval. Dit hoofdstuk behandelt het totale
volume aan afval, dat uiteenvalt in drie
groepen:
1. Het afval dat rechtstreeks het gevolg
is van het drukproces (bv. papier,
inktafval, ontwikkelvloeistof, oplos
-
middelen, verpakkingen, ... )
2. Het afval dat niet rechtstreeks het
gevolg is van het drukproces en
waarvan de hoeveelheid dus niet
automatisch samenhangt met het
volume drukwerk of drukorders (bv.
ijzerafval van de oude droogovens,
hout, batterijen, kabels, …)
MEDIA WITH IMPACT
250 - CSRD VERSLAG 2025 CSRD VERSLAG 2025 - 251
3. Het afval van de burelen, inclusief het
‘eenmalig afval’ ten gevolge van bijvoor-
beeld een verhuis van een kantoor of een
afdeling of een vernietiging van docu-
menten na hun wettelijke bewaartermijn.
(bv. papier, gemengd stedelijk afval of
voedingsafval en verpakkingsmateriaal.)
Een overzicht van de meest relevante IRO’s
die geleid hebben tot de identificatie van de
materiële aspecten kan geconsulteerd wor-
den onder hoofdstuk 4.3.3.3.
5.3.2. E5-1: BELEID OMTRENT
MATERIAALGEBRUIK EN CIRCULAIRE
ECONOMIE
Roularta Media Group voert een afvalbeleid
dat erop gericht is om het volume afval in
de eigen operaties (drukkerij en kantoren)
zoveel mogelijk te voorkomen, te beperken
en – waar afval toch ontstaat – maximaal
hoogwaardig te verwerken. Het beleid is
opgebouwd rond het 3R-principe: Reduce
(afval en materiaalgebruik vermijden), Reuse
(hergebruik stimuleren) en Recycle (geschei-
den inzamelen en recycleren). Dit beleid
bevat structurele richtlijnen voor afvalpre-
ventie aan de bron, correcte scheiding en
inzameling, veilige opslag en afvoer van
afvalstromen en bewustmaking en opvolging
zodat de afspraken in de praktijk consequent
worden toegepast.
Omdat het afvalbeleid betrekking heeft op
meerdere afdelingen en locaties, ligt de eind-
verantwoordelijkheid bij het SUSCO. Zo wordt
geborgd dat het beleid uniform wordt toege-
past en dat alle interne stakeholders
(zoals productie, facility en kantoor-
functies) voldoende betrokken en
ondersteund worden. In de implemen-
tatie wordt sterk ingezet op gedrags- en
procesverankering: medewerkers wor-
den dagelijks herinnerd aan het belang
van grondstoffenefficiëntie en afval-
preventie, bijvoorbeeld via zichtbare
boodschappen in de drukkerij zoals
“papier is een kostbare grondstof”. Dit
ondersteunt de doelstellingen van het
bedrijf en maakt afvalpreventie onder-
deel van de dagelijkse werking.
Het beleid draagt concreet bij aan
het verminderen van het gebruik van
primaire materialen, in het bijzon-
der papier, door het vermijden van
verspilling in de productieprocessen
en het beperken van onnodig papier-
gebruik in kantoorprocessen. In de
praktijk gebeurt dit onder meer door
procesmatige aandacht voor efficiënt
papier- en inktgebruik in de drukkerij
en door maatregelen die papierver-
bruik op kantoor verminderen, zoals
een daling van het aantal kantoorprin-
ters en een bredere focus op efficiënt
gebruik van middelen. Hierdoor wordt
minder nieuw (“primair”) materiaal
verbruikt en daalt de hoeveelheid res-
tafval die ontstaat uit vermijdbare
verspilling.
Daarnaast ondersteunt het beleid
duurzamere aankopen en het gebruik
van hernieuwbare of herbruikbare oplossin-
gen waar relevant. In de kantooromgeving
vertaalt dit zich bijvoorbeeld in de ver-
vanging van wegwerpbekers door stenen
koffiekoppen, en in energie-efficiënte keu-
zes zoals ledverlichting en het optimaliseren
van verwarming en koeling. Dergelijke keu-
zes verminderen het verbruik van eenmalige
materialen en versterken het gebruik van
meer duurzame alternatieven. Waar mogelijk
worden bij aankopen criteria meegenomen
die afvalpreventie, herbruikbaarheid en
recycleerbaarheid bevorderen.
Bij de opmaak en uitvoering van het beleid
worden relevante stakeholders betrokken.
Intern gebeurt dit via afstemming tussen de
betrokken diensten (o.a. productie, facility
en ondersteunende diensten) en door mede-
werkers actief te betrekken via duidelijke
afspraken, communicatie en sensibilisering
op de werkvloer. Extern is er, waar relevant,
overleg met betrokken partijen zoals lokale
stakeholders; dit zorgt voor transparantie en
draagt bij aan een goede verankering van
het beleid in de omgeving.
5.3.3. E5-2: MAATREGELEN EN MIDDELEN
OMTRENT MATERIAALGEBRUIK EN
CIRCULAIRE ECONOMIE
Op vlak van materiaalgebruik en de circu-
laire economie is het credo wellicht: geen
beleid zonder middelen. Niet voor niets kopte
de persmededeling van 17 september 2024:
“Roularta Printing investeert dit najaar in
een extra energie-efficiënte installatie om
magazines in duurzame papieren wikkels te
verpakken. Met deze investering anticipeert de
drukkerij van Roularta Media Group op de uit-
fasering van plastic verpakking en verstevigt ze
haar positie als innovatieve, duurzame drukpart-
ner voor binnen- en buitenlandse mediatitels.”
Daarmee werd verwezen naar een gespe-
cialiseerd systeem voor het verpakken van
magazines in papieren wikkels met een
aanschaffingswaarde van 1,1 miljoen euro (Toe-
lichting 15 in de jaarrekening– Machines).
Een bijzonder traject heeft te maken met de
aluminium drukplaten. Roularta Media Group
koopt deze drukplaten niet aan maar betaalt
de leverancier voor het gebruik ervan. Op die
manier voert het bedrijf ze niet af als afval en
is het de leverancier die bij een levering ook de
oude platen terug meeneemt voor recyclage.
De fabricage van de platen valt wel onder E1 in
scope 3, omdat Roularta Media Group dezelfde
platen niet hergebruikt maar er nieuwe ont-
vangt.
Ook de warmterecuperatie bij de droogovens
van de magazinepersen is een voorbeeld van
circulariteit waarbij zowel reduce (minder gas)
als reuse (hergebruik warmte) aan bod komen.
Om de warmte niet zomaar verloren te laten
gaan, wordt ze ingezet voor het verwarmen van
de burelen in Roeselare. De warmtewisselaars
die nodig zijn om dat mogelijk te maken, wer-
den geïnstalleerd bij het plaatsen van de nieuwe
droogovens met geïntegreerde naverbranders.
Het product met de grootste impact in het kader
van “recycle”, blijft echter het papier zelf. Al het
papier dat Roularta Media Group gebruikt voor
de eigen titels is FSC- en/of PEFC-gecertifi-
ceerd en bovendien 100% recycleerbaar.
En dan is er ook het bannen van plastic en
het verduurzamen van de verpakking door
het gebruik van paper wrap, wat een bespa-
ring oplevert van 30 kilometer plastic folie
per 100.000 exemplaren. Hierbij beseft Rou-
larta Media Group wel dat de medaille ook een
keerzijde heeft en dat het produceren van het
papier voor dit type verpakking in bepaalde
omstandigheden meer CO
2
e-uitstoot veroor-
zaakt. Tegelijk is Roularta Media Group ervan
overtuigd dat het precies in het kader van
E5 absoluut noodzakelijk is om zoveel moge-
lijk plastic te vermijden. Het is dus zaak om
een evenwicht te vinden tussen enerzijds de
CO
2
e-uitstoot voor de productie van de ver-
pakking en anderzijds de milieu-impact op vlak
van afval en downstream-vervuiling.
Waar Roularta Media Group al in 2022 en
2023 de eerste stappen ondernam wat de ver-
vanging van plastic betreft, zette deze trend
zich in 2024 door met titels als Libelle en
Trends. Intussen zijn ook een aantal belang-
rijke nationale en internationale klanten, zoals
The Economist, overgestapt op de papieren
variant.
In het kader van voortdurende innovatie bin-
nen onze drukactiviteiten heeft Roularta Media
Group de toepassing van Spiral Screening (spi-
raaldruk) verder onderzocht en geïntegreerd in
relevante productieprocessen. Spiral Scree-
ning is een moderne rastertechniek waarbij
beelden niet langer in traditionele lijn- of
puntpatronen worden opgebouwd, maar
via een spiraalvormige halftone-struc-
tuur. Deze methode zorgt voor een meer
gelijkmatige verdeling van rasterpunten
en resulteert in hogere detailweergave,
vloeiendere kleurverlopen en een verbe-
terde reproductiekwaliteit, zonder dat
hiervoor mechanische aanpassingen
aan de drukpersen nodig zijn. Dankzij
deze techniek kunnen we met lagere
inktdekking vergelijkbare of betere
visuele resultaten behalen. Dit leidt tot
efficiënter inktverbruik en een vermin-
dering van het ecologische effect dat
verbonden is aan zowel inktproductie
als transport.
Daarnaast vermindert Spiral Scree-
ning het risico op moiré-effecten en
andere druktechnische afwijkingen,
wat bijdraagt aan een stabieler en
kwalitatiever drukproces met min-
der afval en minder nood aan herdruk.
Spiral Screening ondersteunt onze
duurzaamheidsstrategie door innovatie,
efficiënter materiaalgebruik en kwali-
teitsverbetering te combineren, met een
lagere milieu-impact als resultaat.
Een laatste, maar daarom niet minder
belangrijk aandachtspunt is het geheel
van maatregelen dat Roularta Media
Group de voorbije jaren nam om de inza-
meling, stockage en ophaling van afval
verder te optimaliseren. Deze acties
hebben betrekking op de Belgische sites
MEDIA WITH IMPACT
252 - CSRD VERSLAG 2025 CSRD VERSLAG 2025 - 253
(Roeselare en Evere), tenzij anders ver-
meld. Om de werking te professionaliseren
en efficiënter te maken, stelde Roularta
Media Group een gedetailleerd overzicht
op van alle afvalstromen, de bijhorende
recipiënten, afhaalplaatsen en het vereiste
interne transport. Op basis daarvan werd
een afval- en actieplan uitgewerkt voor de
organisatie van een efficiënt afvalpark.
Dit traject leidde de voorbije jaren tot vol-
gende concrete verbeteringen:
• Afvaleilanden in de productieomge-
ving, met vaste plaatsen voor houders
en signalisatieborden met duidelijke
kleurcodes.
• PMD- en papierverzamelpunten, ook in
de kantooromgeving.
• Invoering van aparte GFT-inzameling
(groente-, fruit- en etensresten) vanaf
mei 2025 in Roeselare en Evere, zodat
deze biologische reststroom voortaan
afzonderlijk wordt ingezameld en ver-
werkt.
• Andere recipiënttypes voor specifieke
afvalstromen.
• Een perscontainer met kipinrichting en
geschikte rolcontainers.
• Extra containers in het afvalpark.
• Een overdekte opstelling voor KGA
(klein gevaarlijk afval) en andere klei-
nere afvalstromen (bv. lampen, lege
bidons, …).
• Een ruime, veilige wisselplaats voor
containers en een geluidsberm die de
lawaaihinder beperkt.
• Automatisatie van de afvoer van de
inschiet van drukpersen via een
ondergrondse transportband.
Indien gelijkaardige optimalisaties
ook op andere locaties (bv. in Neder-
land) werden doorgevoerd, worden
die aanvullend beschreven in de
locatiespecifieke uitwerking van het
afvalbeheer.
De opgelijste acties en maatregelen
vragen geen significante alleenstaande
kapitaaltoewijzingen, deze kosten
worden volledig opgenomen in de
budgetten van de respectievelijke
departementen.
5.3.4. E5-3: DOELEN OMTRENT
MATERIAALGEBRUIK EN CIRCULAIRE
ECONOMIE
De doelstellingen inzake materiaal-
gebruik en de circulaire economie
focussen enerzijds op de wetgeving en
anderzijds op de aard en het gebruik
van de grondstoffen om een zo efficiënt
mogelijk productieproces te hebben ifv
zo weinig mogelijk afval.
Wettelijk kader en verplichte opvol-
ging/rapportering
Wat betreft het voldoen aan de gel-
dende wetgeving gaat het om de
wettelijke voorschriften rond het
gebruik, maar ook om de regels met
betrekking tot de rapportering over dat
gebruik en het bijhorende afvalbeheer.
De voornaamste wetgeving omtrent
afval zit vervat in het Besluit van de Vlaamse
Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling
van het Vlaams reglement betreffende het
duurzaam beheer van materiaalkringlopen en
afvalstoffen (Vlarema).
In vb. artikel 4.3.2. staan de 29 afvalstromen
vermeld die bedrijfsmatig selectief moeten
ingezameld worden.
Naast deze bepalingen zijn er ook een aantal
verplichte aangiftes en registraties, waaronder:
• IMJV (integraal milieujaarverslag), jaarlijks
tegen 15 maart in te dienen bij de bevoegde
Vlaamse overheid
• Aangifte van de afvalwaterparameters
(debiet en vuillast) in functie van de jaar-
lijkse heffing, in te dienen bij VMM
• Aangifte van verpakkingsafval van de
secundaire en tertiaire verpakkingen bij
IVcie (via Val-I-Pac): - Preventieplan Ver-
pakking t.b.v. IVcie, via sectorfederatie
Febelgra. 3-jarenplan met jaarlijkse evalu-
atie door Febelgra/Fedustria.
• Bijhouden van afvalstoffenregister met de
gegevens van alle afvalophalers en -ver-
werkers
• Bijhouden van register van periodiek onder-
houd of vereiste EDTC-controles (Externe
diensten voor technische controle op
de werkplaats) op basis van milieuvoor-
schriften (bv. tweejaarlijkse controle op de
kathodische bescherming van ondergrondse
afvaltanks)
Al deze verplichtingen vormen een eerste drijf-
veer om gericht een aantal zaken bij te houden
of uit te voeren wat afvalstoffen betreft.
Doelstellingen rond grondstoffen en effi-
ciënt productieproces (printactiviteiten)
Wat betreft de doelstellingen rond de aard
en het gebruik van de grondstoffen voor
de print activiteiten werden een aantal
specifieke targets door Susco bepaald
rekening houdend met verschillende
criteria (zie ook hoofdstuk 2). Deze targets
leiden ook tot minder vervuilende afval.
• Al het papier voor eigen activiteiten
moet PEFC- of FSC-gecertificeerd
zijn
• Al de inkt moet Blue Angel-gecertifi-
ceerd zijn
• Minstens 80% van het papier moet
worden aangekocht bij leveranciers
die SBTi-gecertificeerd zijn
• Minstens 50% van de inkt moet wor-
den aangekocht bij leveranciers die
SBTi-gecertificeerd zijn
Roularta streeft steeds om de kwanti-
tatieve targets te bepalen in lijn met het
SMART principe (Specific, Measurable,
Achievable, Relevant en Time-bound)
rekening houdend met erkende externe
standaarden en labels en interne aan-
koop- en leverancierscriteria die gericht
zijn op het beperken van milieueffecten in
de waardeketen. Concreet:
• Voor papier is gekozen voor 100%
PEFC- of FSC-certificering, omdat
dit internationaal erkende certifi-
ceringsschema’s zijn die duurzaam
bosbeheer en traceerbaarheid bor-
gen.
• Voor inkt is gekozen voor 100% Blue
Angel-certificering, als onafhankelijk ecola-
bel met criteria rond o.a. milieuprestaties en
beperking van schadelijke stoffen.
• Voor de SBTi-doelstellingen (min. 80%
papier en min. 50% inkt bij SBTi-gecer-
tificeerde leveranciers) zijn de drempels
bepaald op basis van het relatieve aandeel
van deze aankopen in onze totale inkoop, de
beschikbaarheid van SBTi-gecertificeerde
leveranciers in onze leveranciersbasis en
een gefaseerde aanpak die toelaat om met
prioriteit de grootste leveranciers te active-
ren en tegelijk continuïteit van bevoorrading
en kwaliteit te borgen. De voortgang wordt
opgevolgd op basis van het aandeel van de
inkoop/omzet per leverancier dat onder deze
criteria valt.
Innovaties in het drukproces, zoals Spiral Scree-
ning (zie E5-1), ondersteunen deze doelstellingen
door een verdere reductie van inktverbruik en
bijhorende VOS-emissies mogelijk te maken.
5.3.4.1 PRESTATIES OP DOELEN
Op het vlak van recycleerbaarheid werden tot op
heden geen afzonderlijke, kwantitatieve targets
vastgelegd. De reden hiervoor is dat het afval-
beheer in de eigen operaties in belangrijke mate
wordt gestuurd door wettelijke verplichtingen,
contractuele afspraken met erkende afvalver-
werkers en operationele opvolging, waarbij de
organisatie primair inzet op continue verbetering
en het borgen van een hoog recyclagepeil, eer-
der dan op bijkomende meerjarenstreefcijfers.
In bredere zin kaderen de inspanningen rond
materiaalgebruik en circulariteit binnen vier
doelstellingen die betrekking hebben op
duurzame grondstoffen in de waarde-
keten: het gebruik van 100% PEFC- of
FSC-gecertificeerd papier, 100% Blue
Angel-gecertificeerde inkten, en het verho-
gen van het aandeel SBTi-gecertificeerde
leveranciers voor papier (> 95%) en inkten
(> 95%). In 2025 bevestigen de gerappor-
teerde resultaten dat deze doelstellingen
worden opgevolgd en dat het gebruik van
gecertificeerde grondstoffen en duurzame
leveranciers verder wordt verankerd in de
aankooppraktijk.
Uit de cijfers die in het volgende hoofd-
stuk (5.3.5 Materiaaluitstromen) worden
toegelicht blijkt dat meer dan 95% van de
materiaaluitstromen wordt gerecycleerd.
Bovendien is het aandeel gevaarlijk afval
beperkt tot minder dan 1% van het totaal. In
vergelijking met voorgaande jaren is dit een
stabiel beeld.
De resultaten van bovenstaande doelstel-
lingen zijn te vinden onder hoofdstuk 3
- Resultaten targets en KPI’s 2025.
5.3.5. E5-5: MATERIAALUITSTROMEN
5.3.5.1 METHODOLOGIE EN ASSUMPTIES
Deze paragraaf behandelt uitslui-
tend de materiaaluitstromen (afval- en
recyclagestromen). Informatie over materi-
aalinstromen en de link met de waardeketen
is opgenomen in hoofdstuk 7 (waardeketen),
waar ook de relevante instroomcategorieën
en hun plaats in de waardeketen worden
toegelicht.
MEDIA WITH IMPACT
254 - CSRD VERSLAG 2025 CSRD VERSLAG 2025 - 255
Definities en indeling (ESRS-conform)
Roularta Media Group classificeert afval uit
eigen operaties volgens twee vaste assen,
in lijn met de ESRS-indeling voor afvalstro-
men:
Type afval: gevaarlijk vs. niet-gevaarlijk
• Gevaarlijk afval: afval dat volgens de
geldende afvalwetgeving als gevaarlijk
wordt ingedeeld (op basis van de offi-
ciële afvalclassificatie van de ophaler/
verwerker en de bijhorende registraties).
• Niet-gevaarlijk afval: afval dat niet als
gevaarlijk wordt geclassificeerd volgens
dezelfde wettelijke indeling.
Bestemming: toegeleid naar verwijdering
vs. omgeleid van verwijdering
• Toegeleid naar verwijdering: afval dat
naar een verwerkingsroute gaat waarbij
het materiaal niet (of niet hoofdzakelijk)
als grondstof terugkeert in de economie.
In deze rapportering omvat dit de vol-
gende subroutes:
o Verbranding: afval dat wordt ver-
brand
o Stort: afval dat wordt gestort
o Andere behandeling: overige vor-
men van verwijdering die niet onder
verbranding of stort vallen (zoals
gerapporteerd door de ophaler/ver-
werker).
• Omgeleid van verwijdering: afval dat
naar een nuttige toepassing gaat, waar-
bij het materiaal (geheel of gedeeltelijk)
opnieuw wordt ingezet. In deze rappor-
tering omvat dit de volgende subroutes:
o Voorbereiding voor hergebruik:
handelingen om producten of
onderdelen opnieuw te kun-
nen gebruiken zonder verdere
ingrijpende verwerking.
o Recycling: verwerking waarbij
afval opnieuw als grondstof
wordt ingezet voor materialen
of producten.
o Andere nuttige toepassing(en):
overige nuttige toepassingen
naast voorbereiding voor her-
gebruik en recycling (zoals
gerapporteerd door de ophaler/
verwerker).
Toepassing in de rapportering
Voor elke afvalstroom rapporteert
Roularta Media Group de tonnages
in de relevante categorie (gevaarlijk/
niet-gevaarlijk) en bestemming (toe-
geleid naar verwijdering/omgeleid
van verwijdering), met de bijhorende
subroute zoals vermeld op de regis-
traties van de erkende afvalophaler
en -verwerker. Hierdoor blijft de clas-
sificatie consistent doorheen de jaren
en sluit ze aan bij de wettelijke afval-
registratie.
Databronnen, dataverwerking en
externe controle
Roularta Media Group baseert de
KPI’s voor materiaaluitstromen
(afval- en recyclagestromen, in ton)
hoofdzakelijk op primaire ophaal- en
verwerkingsgegevens van erkende
externe afvalophalers en -verwerkers
(leveranciersdata). Deze gegevens vormen
de standaardbron per afvalstroom.
Voor een beperkt aantal kantoorlocaties
waren niet alle primaire registraties volle-
dig beschikbaar. In die gevallen gebruikt
Roularta Media Group de beschikbare fac-
tuurgegevens als alternatieve databron voor
de rapportering.
We rapporteren per afvalstroom op basis
van de beschikbare primaire registraties en
wijken enkel waar nodig uit naar factuurdata,
zodat de dataverwerking consistent blijft en
aansluit bij de operationele afvalregistratie.
Voor de interpretatie van de materiaaluit-
stromen delen we afval uit eigen operaties in
drie broncategorieën: rechtstreeks gelieerd
aan drukkerij-productievolume, drukke-
rij-activiteit onafhankelijk van productie,
en burelen. Deze indeling helpt de repre-
sentativiteit te duiden en verklaart waarom
de evolutie van de totale volumes vooral
samenhangt met drukkerij-activiteiten.
Wat controle en externe validatie betreft,
wordt er geen aparte, afzonderlijke externe
validatie van deze KPI-berekeningen
beschreven als bijkomende verificatiestap.
De onderliggende registraties zijn wel inge-
bed in het wettelijk kader voor afvalbeheer
en rapportering. Roularta Media Group
houdt een afvalstoffenregister bij met gege-
vens van alle afvalophalers en -verwerkers
en dient jaarlijks het IMJV (integraal mili-
eujaarverslag) in bij de bevoegde Vlaamse
overheid. In dat kader kunnen de registra-
ties en rapporteringen extern gecontroleerd
worden door de bevoegde instanties.
5.3.5.2 METRICS
Hierna vindt u de tabel met het overzicht afval uit eigen operaties uitgedrukt in ton
OVERZICHT AFVAL UIT EIGEN OPERATIES
HOEVEELHEDEN IN TON
2024 2025 % tov vorig jaar
Gevaarlijk afval toegeleid naar verwijdering 59,56 48,09 -19,3%
voor verbranding
13,97 16,73 19,7%
voor stort
0,00 0,00
voor andere behandeling
45,58 31,36 -31,2%
Gevaarlijk afval omgeleid van verwijdering 7,04 18,01 156%
voor voorbereiding hergebruik
0,22 0,30 32%
voor recycling
6,82 17,71 160%
voor andere nuttige toepassing(en)
0,00 0,00
Niet-gevaarlijk afval toegeleid naar verwijdering 364,58 296,43 -19%
voor verbranding
100,17 37,03 -63%
voor stort
1,58 2,21 39%
voor andere behandeling
262,83 257,20 -2%
Niet-gevaarlijk afval omgeleid van verwijdering 8.630,94 8.487,60 -2%
voor voorbereiding hergebruik
3,48 5,70 64%
voor recycling
8.627,46 8.481,91 -2%
voor andere nuttige toepassing(en)
0,00 0,00
Totale hoeveelheid niet-gerecycleerd afval
427,84 350,51 -18,1%
Percentage niet-gerecycleerd afval
4,7% 4,0% -16,1%
Totale hoeveelheid gerecycleerd afval
8.634,28 8.499,62 -1,6%
Totale hoeveelheid gevaarlijk afval
66,60 66,09 -0,8%
Totale hoeveelheid radioactief afval
0,00 0,00
Totale hoeveelheid niet-gevaarlijk afval
8.995,52 8.784,04 -2,4%
Algemeen totaal
9.062,12 8.850,13 -2,3%
MEDIA WITH IMPACT
256 - CSRD VERSLAG 2025
Wanneer we de materiaaluitstroom van
Roularta Media Group verder uitsplit-
sen volgens de drie afvalgroepen zoals
beschreven in hoofdstuk 5.3.1.2, kunnen de
volumes als volgt worden ingedeeld:
• Uitstroom rechtstreeks gelieerd aan
drukkerij-productievolume: nagenoeg
99%
• Uitstroom uit drukkerij-activiteit maar
onafhankelijk van productie: ongeveer
1%
• Uitstroom burelen: minder dan 1%
Kijken we naar het soort afval, dan vallen
vooral twee elementen op:
• Papier is veruit de grootste stroom en
vertegenwoordigt meer dan 94,3% van
het niet-gevaarlijk en recycleerbaar
afval. Voor de oorzaken van dit grote
volume aan papierafval verwijzen we
naar hoofdstuk 5.3.1.1.
• Het gevaarlijk afval vertegenwoordigt
slechts 0,75% van het totale afvalvo-
lume.
5.3.5.3. VERKLARING VAN DE EVOLUTIE
Recyclagegraad
In FY24 werd meer dan 95% van de mate-
riaaluitstromen gerecycleerd. In FY25
bedroeg de recyclagegraad 95,6% en bleef
ze stabiel t.o.v. FY24.
De stabiliteit van deze recyclagegraad
wordt voornamelijk verklaard door de
consistent hoge dominantie van papier-
stromen in het totale afvalvolume, een
stabiele sorteer- en verwerkingsroute
via erkende ophalers/verwerkers, en het
feit dat het aandeel niet-gerecycleerde
stromen beperkt blijft in verhouding tot
de totale uitstromen. Waar zich uitzon-
derlijke afwijkingen zouden voordoen (bv.
wijzigingen in afvalstromen, verwerkings-
route of operationele omstandigheden),
worden deze transparant toegelicht en
waar nodig gekoppeld aan bijsturende
maatregelen.
Totale afvalhoeveelheid
en samenstelling
In FY25 daalde de totale afvalhoeveel-
heid met ongeveer 2% (van 9.062 ton
naar 8.850 ton, –212 ton). Deze daling
situeert zich bijna volledig bij niet-ge-
vaarlijk afval (–2,4%), terwijl gevaarlijk
afval in totaal quasi stabiel bleef (–0,8%).
Dit trendbeeld ligt in dezelfde richting als
de 4% lagere emissies in de drukkerij, wat
wijst op een lagere operationele activiteit
en/of efficiëntiewinsten.
Belangrijkste verschuivingen
• Sterke daling niet-gerecycleerd afval
(–18%): de hoeveelheid afval die
naar verwijdering gaat, daalde van
428 ton naar 351 ton. Dit is vooral te
danken aan minder verbranding van
niet-gevaarlijk afval (–63%; 100 ➜
37 ton). Voor hout in Roeselare gaat
het om niet-productiegerelateerde
opruim-/uitruimstromen die in FY24
hoger lagen dan in FY25.
• Gevaarlijk afval toegeleid naar ver-
wijdering daalt (–19%), vooral door
minder “andere behandeling” (–31%).
Dit wordt grotendeels verklaard door
ophaalfrequentie en jaargrenseffecten
bij oplosmiddelen die in een buffertank
(12.000 l) worden verzameld en pas bij
(bijna) volle tank worden opgehaald.
• Gevaarlijk afval omgeleid naar recy-
cling stijgt sterk (+160%), maar dit komt
van relatief kleine volumes (6,8 ➜ 17,7
ton). De stijging hangt samen met olie-
houdend afval (periodiek/meerjaarlijks
onderhoud + ophaalmoment rond jaar-
grens) en de batchgewijze ophaling van
loodzuurbatterijen (FY24 geen opha-
ling, FY25 wel).
• Gerecycleerd afval daalt licht (–1,6%):
omdat recyclingstromen het groot-
ste deel van het totaal uitmaken (ruim
8.400 ton), kan een beperkte absolute
verschuiving hier toch het totaal merk-
baar beïnvloeden.
Interpretatie van procentuele schom-
melingen
Enkele grote %-evoluties zijn te verkla-
ren door kleine absolute hoeveelheden
en/of door bufferopslag, batchgewijze
inzameling en ophaalmomenten rond
de jaargrens. Daardoor weerspiegelt
een sterke %-schommeling niet nood-
zakelijk een structurele wijziging in
afvalproductie.
Context – papier/karton in België
Deze context dient als externe referentie
voor Belgische papier/karton-recyclageke-
tens en wijzigt de berekening van de KPI’s
voor afval uit eigen operaties niet.
Op basis van Belgische, officieel
gerapporteerde cijfers mogen we
voor de papierstromen die Roularta
in België op de markt brengt (vooral
grafisch papier zoals magazines/kran-
ten en papier en kartonverpakkingen
rond pakjes) een referentie-recyclage-
percentage van 95% hanteren. België
haalt namelijk structureel zeer hoge
recyclagegraden voor papier/karton
in de verpakkingsketen: 94% recy-
clage voor huishoudelijke papier- en
kartonverpakkingen in 2023 (Fost
Plus) en 99,6% voor bedrijfsmatige
papier- en kartonverpakkingen in 2022
(Valipac). Deze cijfers worden beves-
tigd door sectorrapportering en tonen
aan dat papier- en kartonstromen die
via de Belgische selectieve inzame-
ling lopen, rond of boven 95% worden
gerecycleerd. Het gekozen percentage
is daarmee realistisch maar ook con-
servatief, omdat het onder de hoogste
(bedrijfsmatige) score blijft en tegelijk
aansluit bij de huishoudelijke score.
(Bron: papier.be)
We gebruiken dit percentage niet
als claim over “alle papier wereld-
wijd”, maar specifiek voor Belgische
inzamel- en recyclageketens waarop
Roularta steunt. In België is oud papier
een volledig uitgebouwde, wettelijk
verankerde recyclagestroom met hoge
inzameling en verwerking, waardoor
grafische producten zoals magazines
en kranten in de praktijk quasi volledig
in de papierkringloop terugkeren. Dat
is duidelijk hoger dan het Europese
gemiddelde voor alle papier-/bord-
stromen (ca. 79% in 2023), wat net
toont dat een Belgische, stroomspeci-
fieke referentie van 95% onderbouwd
en niet overschat is. (Bron: Cepi.org)
Door deze geografische en materi-
aalafbakening expliciet te maken,
vermijden we veralgemening en is
de 95%-assumptie methodologisch
aanvaardbaar voor de relevante Rou-
larta-papierstromen.
Conclusie
We kunnen bijgevolg besluiten dat
Roularta Media Group, omwille van de
aard van haar drukkerij-activiteiten
een niet onbelangrijke hoeveelheid
‘afval’ genereert maar bij nader inzien
bestaat dit hoofdzakelijk uit papier
(zie ook hiervoor hoofdstuk 5.3.1.1
‘bronnen van papierafval’) en boven-
dien wordt meer dan 95% van dat
afval gerecycleerd.
CSRD VERSLAG 2025 - 257
MEDIA WITH IMPACT
Binnen het duurzaamheidsverslag van Roularta
Media Group (RMG) vormt het Social-domein
een volwaardig onderdeel van de ESG-rap-
portering, naast de klimaat- en milieuthema’s
(E-topics) en de entiteitsspecifieke thema’s.
De sociale rapportering is opgebouwd volgens
de ESRS-standaarden, die expliciet het onder-
scheid maken tussen eigen activiteiten en, waar
relevant, de waardeketen.
Deze structuur sluit aan bij de opzet van
het verslag, waarin naast de ESRS-thema’s
ook entiteitsspecifieke onderwerpen worden
behandeld. Op basis van de dubbele materiali-
teitsanalyse (DMA) werden de materiële sociale
impacts, risico’s en kansen (IRO’s) afgebakend;
die situeren zich voornamelijk in S1 (eigen per-
soneel) met als materieel thema diversiteit en
gelijke kansen, en in S4 (consumenten en eind-
gebruikers) met als materiële thema’s toegang
tot kwaliteitsvolle informatie en bescherming
van privacy. Deze S4-thema’s weerspiegelen
de kernrol van RMG als uitgever en digitale
informatiespeler, waarbij betrouwbare infor-
matievoorziening en zorgvuldige omgang met
persoonsgegevens centraal staan.
Naast de ESRS-Social-standaarden identificeerde
de dubbele materialiteitsanalyse (DMA) vier enti-
teitsspecifieke sociale onderwerpen, in lijn met de
benaming in de KPI-overzichtstabel aan het begin
van dit rapport. Deze topics werden als entiteits-
specifiek geclassificeerd, maar worden in dit verslag
gepositioneerd onder het meest relevante ESRS-
topic (S1, S3 of S4) om de leesbaarheid en structuur
te ondersteunen
• ES1 – Aantrekken en behouden van werknemers
(onder S1): sluit aan bij ESRS S1 (eigen perso-
neel) en focust op instroom, retentie en kritieke
vaardigheden. Dit wordt ook entiteitsspecifiek
behandeld omdat er structurele krapte is voor
druktechnische, digitale en journalistieke profie-
len, omdat talentbeschikbaarheid de continuïteit
en kwaliteit van kernactiviteiten beïnvloedt, en
omdat werving en retentie strategische risi-
co’s en kansen creëren die niet volledig door de
standaard ESRS-datapunten worden afgedekt.
• ES2 – Brainprint & Community Building
(onder S3): sluit inhoudelijk aan bij getrof-
fen gemeenschappen, maar gaat breder dan
de ESRS-datapunten en focust op maat-
schappelijke impact zoals burgerparticipatie,
mediawijsheid, community-vorming en demo-
cratische versterking.
• ES3 – Digitale innovatie en IT-betrouwbaar-
heid (onder S4): ondersteunt S4-thema’s rond
toegang tot kwaliteitsvolle informatie en pri-
vacy, maar omvat ook bijkomende digitale en
technologische aspecten, zoals IT-continuïteit
en informatiebeveiliging, die niet volledig onder
ESRS S4 vallen.
• ES4 – Onafhankelijke journalistiek
& verantwoorde content (onder
S4): bouwt voort op de rol van Rou-
larta als mediabedrijf en behandelt
waarborgen rond redactionele
onafhankelijkheid, deontologie en
contentkwaliteit. Dit wordt ook enti-
teitsspecifiek behandeld omdat
onafhankelijke journalistiek een kern-
onderdeel is van de maatschappelijke
verantwoordelijkheid van Roularta,
omdat deze thema’s niet volledig
door ESRS S4-datapunten worden
gedekt, en omdat het onderwerp een
specifieke maatschappelijke impact
heeft binnen het Belgische en Euro-
pese mediabestel.
Dit hoofdstuk behandelt alle materiële
sociale thema’s conform de vereisten
van de ESRS-standaarden en aangevuld
met entiteitsspecifieke onderwerpen die
voor Roularta Media Group strategisch en
maatschappelijk materieel zijn op basis
van de DMA.
6.1. S1 - EIGEN
PERSONEEL
6.1.1. SBM-3: MATERIËLE IMPACTEN,
RISICO’S EN KANSEN EN DE
WISSELWERKING MET STRATEGIE EN
BUSINESSMODEL
Voor het overzicht van de materiële
impacts, risico’s en opportuniteiten
(IRO’s) in verband met ESRS S1 (eigen
personeel) wordt verwezen naar
hoofdstuk 4.3.3.3 “SBM-3: Materiële
risico’s, impacten en opportuniteiten
(IRO’s)”, waar de IRO’s integraal en
geconsolideerd worden weergegeven.
Uit de dubbele materialiteitsana-
lyse bleek dat de thema’s ‘diversiteit’
en ‘het aantrekken en behouden van
werknemers’ materieel zijn voor het
volledige personeelsbestand van Rou-
larta Media Group, en dus niet louter
voor bepaalde (minderheids)groepen
of specifieke activiteiten binnen de
organisatie.
Het vaste personeelsbestand van Rou-
larta Media Group telt per 31 december
2025, 1.197 mensen over België en
Nederland. Daarnaast doet Roularta
Media Group een beroep op freelan-
cejournalisten, -grafici en -fotografen
voor het aanleveren van kwalitatieve
content in België en Nederland.
• Impact transitieplannen
De verwachting op heden is dat
de transitieplannen gericht op het
verminderen van negatieve milieuef-
fecten, het vergroenen van activiteiten
en het realiseren van klimaatneutrali-
teit (E1) geen materiële gevolgen zullen
hebben voor het eigen personeel.
• Inclusief personeelsbeleid
Roularta Media Group hanteert een
inclusief personeelsbeleid met als
doel talentvolle medewerkers
1
aan te
trekken en aan boord te houden. De
onderneming is ervan overtuigd dat een
representatief personeelsbestand haar
het beste wapent tegen de uitdagingen
van een zeer competitieve mediawereld.
Tegelijk krijgt het principe van diver-
siteit op zich veel aandacht, waarbij
het tevens streeft naar een efficiënte
samenwerking in een context van per-
soonlijke verschillen. Die basisfilosofie
speelt niet alleen een rol bij de instroom
van nieuwe medewerkers, maar ook bij
de verdere doorstroom, groei en ontwik-
keling van de huidige personeelsleden.
Roularta Media Group weet dat een
divers en inclusief personeelsbeleid
leidt tot meer motivatie, betere perfor-
mantie en duurzame vooruitgang.
In het kader van de huidige ‘war for
talent’ is het essentieel dat Roularta
Media Group zich onderscheidt als
een aantrekkelijke werkgever. Het aan-
trekken en behouden van talentvolle
werknemers is cruciaal voor het media-
bedrijf en dat om verschillende redenen.
Allereerst zorgt een sterk en geta-
lenteerd team voor de creatie van
hoogwaardige journalistieke pro-
ducten en mediaproducten, wat de
concurrentiepositie versterkt en groei
en innovatie mogelijk maakt. Talentvolle
medewerkers brengen nieuwe ideeën en
perspectieven aan die essentieel zijn om
de strategische wendbaarheid en capa-
1
Onder medewerkers worden verstaan: personen met een arbeidscontract, stagiairs, uitzendkrachten en freelancers.
citeit om in te spelen op veranderende
marktomstandigheden en technologi-
sche ontwikkelingen te garanderen.
Daarnaast draagt een hoge retentie-
graad bij tot een stabiele en produc-
tieve werkomgeving. Het terugdringen
van personeelsverloop helpt om de kos-
ten van werving en training van nieuwe
medewerkers te minimaliseren. Dit stelt
Roularta Media Group in staat om meer
te investeren in de ontwikkeling en het
welzijn van de huidige medewerkers, wat
hun betrokkenheid en tevredenheid ver-
der vergroot. Een betrokken en tevreden
team leidt tot een hogere productiviteit,
betere samenwerking en uiteindelijk
betere resultaten voor het bedrijf.
Tijdens het jaarlijkse Ambassadors-mo-
ment werden collega’s met 25 tot 40
jaar dienst gevierd. Deze traditie onder-
streept het belang van ervaring en
verbondenheid binnen Roularta en toont
het langetermijn perspectief van onze
tewerkstelling.
Het aantrekken en behouden van talent-
volle werknemers is dus niet alleen een
op
erationele noodzaak, maar ook een
strategische prioriteit die bijdraagt aan
de groei, innovatie en duurzaamheid
van het mediabedrijf. Het biedt Roularta
Media Group de kans om haar doelen te
bereiken en haar missie te vervullen, ter
-
wijl ze een positieve impact heeft op haar
me
dewerkers en de bredere gemeen-
scha
p.
6. S = SOCIAL
SOCIAAL
258 - CSRD VERSLAG 2025 CSRD VERSLAG 2025 - 259
MEDIA WITH IMPACT
6.1.2. S1-1: BELEID OMTRENT EIGEN PERSONEEL
Roularta Media Group hecht veel belang aan het
waarborgen van de rechten en het welzijn van
haar medewerkers. Ze erkent de fundamentele
mensenrechten zoals vastgelegd in de UN Guiding
Principles on Business and Human Rights (UNGP’s),
in de Verklaring van de Internationale Arbeidsor-
ganisatie (IAO) inzake fundamentele principes en
rechten op het werk, en in de OESO-richtlijnen
voor Multinationale Ondernemingen.
De procedures en beleidslijnen worden via de
intranetpagina en in verschillende talen beschik-
baar gesteld aan de medewerkers. Ook worden
ze op de hoogte gebracht van deze beleidslijnen
door middel van diverse trainings- en communi-
catie-initiatieven.
Freelancers hebben toegang tot deze informa-
tie wanneer zij van Roularta Media Group een
bedrijfs-pc (en bijhorende intranettoegang) ter
beschikking krijgen.
6.1.2.1. BASISAFSPRAKEN
Deze principes vormen de basis van het beleid en
de bedrijfsvoering van Roularta Media Group. De
basisafspraken zijn opgenomen in het arbeids-
reglement, alsook voor België in een globaal
preventieplan en voor Nederland in een risi-
co-inventarisatie. Een belangrijk onderdeel zijn
de beleidslijnen met betrekking tot de klokken-
luidersprocedure, conform de Europese richtlijn
2019/1937 en aangevuld met het beleid rond ver-
trouwenspersonen. De verantwoordelijkheid voor
de uitvoering van dit beleid ligt bij het executive
management committee bestaande uit de CEO,
de COO, de voorzitter, de directeur Human resour-
ces en de CFO. Dit beleid geldt voor
alle medewerkers
2
.
6.1.2.2.
KLOKKENLUIDERSPROCEDURE EN
VERTROUWENSPERSONEN
Bij Roularta Media Group wordt de
klokkenluidersprocedure en het sys-
teem met vertrouwenspersonen,
vaste medewerkers van de organisa-
tie, gezien als cruciale instrumenten
om een veilige en respectvolle wer-
komgeving te waarborgen waarin
medewerkers zich gesteund voelen om
problemen of misstanden te melden.
Zo onderstreept Roularta Media
Group haar toewijding aan het res-
pecteren en beschermen van de
mensenrechten van al haar mede-
werkers en haar streven naar een
inclusieve en rechtvaardige werkcul-
tuur. De verantwoordelijkheid voor dit
beleid berust bij de directeur Human
Resources.
Deze aanpak draagt direct bij aan de
essentiële pijlers van het mensenrech-
tenbeleid: De klokkenluidersprocedure
biedt medewerkers een vertrouwe-
lijk en toegankelijk kanaal om zorgen
te uiten over mogelijke schendingen
van mensen- of arbeidsrechten. Ver-
trouwenspersonen spelen hierbij een
sleutelrol door te luisteren, te onder-
steunen en passende vervolgstappen
te coördineren, wat zorgt voor een
directe bescherming en handhaving van de
rechten van alle medewerkers.
Door vertrouwenspersonen uit het eigen perso-
neelsbestand aan te stellen, versterkt Roularta
Media Group de verbinding met haar medewer-
kers. Deze vertrouwenspersonen fungeren als
laagdrempelige contactpunten die een brug
slaan tussen het personeel en het management.
Dit bevordert de dialoog en geeft medewerkers
een actieve stem in het verbeteren van arbeids-
omstandigheden en mensenrechtenpraktijken.
De combinatie van een goed functionerende
klokkenluidersprocedure en de inzet van ver-
trouwenspersonen maakt het mogelijk om snel
te reageren op mogelijke schendingen van
mensenrechten binnen de organisatie. Door
gerichte acties te ondernemen en herstelpro-
cessen te faciliteren, waarborgt Roularta Media
Group dat eventuele negatieve impact op
medewerkers tijdig wordt aangepakt en waar
nodig hersteld.
6.1.2.3. DISCRIMINATIEBELEID
Naast het klokkenluidersbeleid beschikt Rou-
larta Media Group over een specifiek beleid om
discriminatie (met inbegrip van intimidatie) uit
te bannen en gelijke kansen te stimuleren. De
verantwoordelijkheid voor de uitvoering van
het discriminatiebeleid berust bij de directeur
Human Resources (HR). De HR-directeur is
tevens lid van het Executive Committee (Excom)
en vertegenwoordigt daarmee het hoogste ver-
antwoordelijke niveau binnen het uitvoerend
management voor de implementatie en opvol-
ging van dit beleid.
Het HR-departement is ook verantwoordelijk voor
de ondertekening van het ‘duurzaamheid Happie
engagement’ door elke werknemer. Hierbij verklaart
de werknemer om mee te bouwen aan een betere
wereld voor morgen, onder het motto ‘One Team,
One Family, One Planet’. De werknemer erkent zich
te gedragen volgens de HAPPIE-principes, waar-
bij elke letter staat voor een uniek aspect van de
bedrijfscultuur. De letter A bestrijdt discriminatie
in de breedste zin van het woord: ras en etnische
afkomst, huidskleur, gender, seksuele geaardheid,
genderidentiteit, beperking, leeftijd, religie, politieke
overtuiging, nationale afkomst of sociale afkomst,
of andere vormen van discriminatie die onder Unie-
wet- en -regelgeving en nationale wetgeving vallen.
6.1.2.4. AANTREKKELIJKE WERKGEVER
Roularta Media Group profileert zich als een aan-
trekkelijke werkgever via een breed scala aan
initiatieven: Roularta Media Group Ambassadeurs,
een zorgvuldig uitgewerkt onboarding-proces,
Fun@Work-activiteiten, Roularta Media Group Aca-
demies en de HAPPIE-principes gericht op zinvolle
bijdragen, respect, vertrouwen, initiatief en inno-
vatie. Door deze elementen centraal te stellen in
zijn personeelsbeleid, slaagt het bedrijf erin niet
alleen toptalent aan te trekken, maar ook een wer-
komgeving te creëren waarin medewerkers zich
thuis voelen en optimaal kunnen groeien binnen de
organisatie. Dit engagement werd in 2024 extern
erkend: Randstad Research riep Roularta Media
Group uit tot meest aantrekkelijke werkgever van
West-Vlaanderen en plaatste de groep op de 8ste
plaats in Vlaanderen. Een nieuwe editie van de
Randstad-studie wordt verwacht in april 2026; de
resultaten daarvan zijn op het moment van rappor-
tering nog niet beschikbaar.
Het beleid rond ‘aantrekken en behou-
den van werknemers’ is geïntegreerd
in het bredere HR- en personeels-
beleid van de groep. Dit beleid heeft
als doel talent op een transparante
en niet-discriminatoire manier aan
te trekken, nieuwe medewerkers
snel en inclusiegericht te integre-
ren en medewerkers
2
duurzaam te
ondersteunen in hun ontwikkeling
en werkbeleving. De toepassing en
effectiviteit van dit beleid wordt
opgevolgd door HR in samenwerking
met het managementteam op basis
van personeelsdata en periodieke
bevragingen.
Roularta profileert zich als aantrek-
kelijke werkgever via een duurzaam
pakket aan initiatieven zoals Rou-
larta Media Group Ambassadeurs,
een zorgvuldig uitgewerkt onboar-
dingproces, Fun@Work-activiteiten,
Roularta Media Group Academies
en de HAPPIE-principes (zinvolle bij-
drage, respect, vertrouwen, initiatief
en innovatie).
Aanvullend wordt het HR-beleid en
de bijhorende initiatieven rond het
aantrekken en behouden van werk-
nemers extern gecommuniceerd
via de employer branding-website
www.mijntoekomstbijroularta.be
Deze website wordt binnenkort
omgezet naar www.mijntoekomst-
bijroularta.com om de gezamenlijke
employer branding en samenwerking tussen België
en Nederland verder te versterken.
Belangrijk om weten is dat er vandaag nog geen vol-
ledige uniformiteit bestaat tussen alle procedures
en beleidslijnen in België en Nederland, onder meer
door cultuur- en wettelijke verschillen. Hoewel de
concrete uitwerking per land kan verschillen, gelden
de kernprincipes van dit beleid op groepsniveau. We
evalueren jaarlijks waar verdere harmonisatie tussen
België en Nederland mogelijk en wenselijk is. In beide
landen bestaan de nodige procedures om het wel-
zijn, de ontwikkeling en retentie van medewerkers
2
te ondersteunen.
6.1.3. S1-2: PROCESSEN VOOR OVERLEG MET
EIGEN PERSONEEL
De open en transparante bedrijfscultuur van Roularta
Media Group bevordert een sterke betrokkenheid
van haar medewerkers. Daarbij is plaats voor zowel
informele als formele communicatie, met in het infor-
mele luik frequente één-op-één-gesprekken tussen
managers en medewerkers, teamvergaderingen en
andere overlegmomenten.
Het HR-departement verzamelt op een gestruc-
tureerde manier feedback van medewerkers via
verschillende kanalen: de jaarlijkse medewerkerste-
vredenheidsenquête (MTO), een specifieke bevraging
over het onboardingproces en een suggestiebox
waarin medewerkers vrij uiteenlopende onderwer-
pen kunnen aankaarten. De resultaten van deze
feedbackkanalen worden gebruikt om noden en ver-
beterpunten tijdig te signaleren en de werkomgeving
gericht te optimaliseren. In het kader van de MTO
wordt bovendien ook de responsgraad actief opge-
volgd, omdat die een belangrijke indicator is voor de
2
Onder medewerkers worden verstaan: personen met een arbeidscontract, stagiairs, uitzendkrachten en freelancers.
260 - CSRD VERSLAG 2025 CSRD VERSLAG 2025 - 261
MEDIA WITH IMPACT
De definitie van klokkenluiden luidt als
volgt: “Het bekendmaken door huidige
of voormalige medewerkers van illegale,
immorele of niet-legitieme praktijken in
een werkgerelateerde context die onder
de controle vallen van hun werkgever of
opdrachtgever.”
Roularta Media Group erkent de waarde
van klokkenluiders. Hun meldingen stel-
len het bedrijf in staat om wangedrag
actief op te sporen, te onderzoeken en
maatregelen te nemen om dergelijke
praktijken in de toekomst te voorkomen.
Zonder deze meldingen zou dergelijk
gedrag mogelijk onopgemerkt blijven.
Het bedrijf moedigt medewerkers aan om
wangedrag in eerste instantie te melden
via de gebruikelijke hiërarchische kana-
len, zoals hun directe leidinggevende
of opdrachtgever. Als dit geen optie is,
kunnen medewerkers terecht bij interne
vertrouwenspersonen of de preventiead-
viseur psychosociaal welzijn (PAPS).
Ook meldingen via externe kanalen zijn
mogelijk.
De identiteit van de klokkenluider en van
de in de melding via een intern kanaal
vernoemde betrokken (derde) partijen
zal te allen tijde worden beschermd en
vertrouwelijk worden gehouden.
De interne meldkanalen rappor-
teren minimaal eenmaal per jaar
geanonimiseerd aan de preventiedienst.
Deze rapportages omvatten een over-
zicht van de ontvangen meldingen, het onderzoek
ervan en de genomen acties, zonder de identiteit
van de betrokkenen prijs te geven. Alle meldingen,
zowel formeel als informeel, worden opgenomen in
het jaarverslag van de preventiedienst, inclusief de
daaropvolgende acties. De meldingen in Nederland,
afkomstig van een externe vertrouwenspersoon,
worden jaarlijks geanonimiseerd opgenomen in de
rapportage aan de organisatie.
Dit beleid is geïntegreerd in het arbeidsreglement.
Door ondertekening van het reglement verklaren
de werknemers van Roularta Media Group op de
hoogte te zijn van deze richtlijnen.
6.1.5. S1-4: MAATREGELEN EN MIDDELEN
OMTRENT EIGEN PERSONEEL
Roularta Media Group zet zich actief in voor een
inclusieve en diverse werkomgeving, waar alle
medewerkers gelijke kansen krijgen om te groeien
en te excelleren. Tenzij anders vermeld, zijn de
acties en initiatieven die in dit hoofdstuk worden
beschreven van toepassing op de medewerkers van
Roularta Media Group in zowel België als Neder-
land. Waar een maatregel enkel in één land geldt
(bv. door verschillen in wetgeving, organisatie of
HR-processen), wordt dit aangeduid.
6.1.5.1. DIVERSITEIT
Om diversiteit en inclusie verder te bevorderen,
organiseert Roularta Media Group regelmatig fun@
work-evenementen. Een voorbeeld hiervan is de
jaarlijkse Roularta quiz, die gelijktijdig plaatsvond in
Brussel en Roeselare. Het evenement brengt mede-
werkers uit verschillende afdelingen en locaties
samen en bevordert zo onderlinge verbondenheid
en teamoverschrijdende samenwerking.
De volledige opbrengst van de quiz werd
geschonken aan het Kinderkankerfonds.
Tijdens het evenement werd een korte video-
boodschap getoond om het belang van het
gekozen goede doel te benadrukken. De orga-
nisatie van de quiz werd mogelijk gemaakt
dankzij de inzet van talrijke vrijwilligers.
Teams uit uiteenlopende redactionele en
ondersteunende diensten namen enthou-
siast deel. De brede vertegenwoordiging
van medewerkers illustreert de inclusieve
cultuur binnen Roularta Media Group. Met
initiatieven zoals de jaarlijkse quiz stimuleert
Roularta Media Group de sociale cohesie tus-
sen medewerkers, een open, toegankelijke en
diverse werkcultuur en tevens de betrokken-
heid bij maatschappelijke thema’s. Dergelijke
activiteiten dragen bij aan een werkomgeving
waarin iedereen zich welkom, gewaardeerd
en verbonden voelt.
Een tweede voorbeeld is de Bingokaart.
Tijdens de Klimaatweek 2025 lanceerde Rou-
larta Media Group een interne klimaatweek
Bingo als Fun@Work-initiatief om medewer-
kers op een speelse manier warm te maken
voor duurzaam en gezond gedrag. Medewer-
kers werden uitgedaagd om gedurende de
week zoveel mogelijk eenvoudige acties af te
vinken, zoals de fiets nemen voor een korte
boodschap, niets printen, de verwarming
lager zetten, geen wegwerpplastic gebruiken,
iets vegetarisch eten of een meeting buiten
houden. Elke actie is bewust laagdrempelig,
zodat iedereen makkelijk kan meedoen en
collega’s kan inspireren. De volle bingokaar-
ten konden na afloop worden ingediend aan de
receptie, gekoppeld aan een kleine beloning,
om deelname extra te stimuleren. Zo com-
bineert de campagne welzijn, teamspirit en
klimaatactie in het dagelijkse werk en thuis. Dit
initiatief draagt bij aan een positieve, betrokken
bedrijfscultuur waarin kleine keuzes samen een
merkbaar verschil maken.
De inspanningen worden meetbaar gemaakt
via concrete doelstellingen, zoals het organise-
ren van een minimum aantal fun@work-sessies
(zie ook hoofdstuk S1-5).
Met het oog op 2026 engageert Roularta Media
Group zich opnieuw om de reeds geboekte
vooruitgang verder te versterken. Het bedrijf
blijft zich actief richten op het bevorderen van
een diverse en inclusieve werkomgeving, waarin
iedereen gelijke kansen krijgt om bij te dragen
en te groeien.
Een ander voorbeeld van diversiteit en samen-
werking is het RMG GOLD-programma (ESRS
S1), een intern initiatief dat medewerkers uit
verschillende afdelingen en functieniveaus
samenbrengt rond organisatiebrede uitda-
gingen. Het programma staat open voor alle
medewerkers en bevordert daarmee een brede
waaier aan perspectieven in de besluitvorming.
Deelnemers werken gedurende het traject in
multidisciplinaire groepen aan concrete ver-
beter- en innovatievoorstellen. Via regelmatige
bijeenkomsten wordt de voortgang opgevolgd
en worden voorstellen inhoudelijk verfijnd. Het
initiatief versterkt zowel de betrokkenheid van
medewerkers als hun professionele ontwikke-
ling. RMG GOLD ondersteunt zo een inclusieve
werkcultuur waarin samenwerking, ken-
nisdeling en participatie centraal staan.
6.1.5.2. AANTREKKEN EN BEHOUDEN
VAN WERKNEMERS (ES1)
Roularta Media Group (RMG) volgt een
innovatietraject (zie ook entiteitsspeci-
fiek onderwerp Digitale innovatie) en wil
haar positie in het magazinelandschap
blijven verzekeren via digitalisering, inno-
vatie en nieuwe verdienmodellen. Dit
vereist voldoende instroom en retentie
van geschikte profielen.
RMG zet in op een combinatie van
instroom-, ontwikkelings- en retentiehef-
bomen:
1) Aantrekken van talent (instroom)
• In 2025 werd de employer bran-
ding-campagne “Ready to create
media with impact? Press to switch!”
verder ingezet, met focus op jonge,
digitale profielen.
• RMG hanteert een doordachte en
professioneel uitgewerkte aan-
wervingsprocedure, met aandacht
voor de volledige candidate jour-
ney, actieve betrokkenheid van de
relevante business unit en een con-
sistente opvolging van kandidaten.
2) Onboarding en integratie
(vroege retentie)
• Het onboardingproces wordt jaarlijks
geëvalueerd en waar nodig bijge-
stuurd via een tevredenheidsenquête.
representativiteit van de resultaten. De eind-
verantwoordelijkheid voor deze overleg- en
feedbackvormen ligt bij de directeur Human
Resources.
Elke derde donderdag van de maand voorziet
Roularta Media Group een Catch-Up. In deze
webinar krijgt de medewerker een stand
van zaken over lopende projecten en kan de
medewerker hier ook vragen over stellen.
De processen omtrent loopbaanontwikke-
ling bevorderen check-ins tussen managers
en medewerkers. Er worden jaarlijks reflec-
tiegesprekken georganiseerd, met daarin
aandacht voor de groei, prestaties en toe-
komst van de medewerkers. Tot slot overlegt
Roularta Media Group maandelijks met de
ondernemingsraden.
6.1.4. S1-3: PROCESSEN VOOR HERSTEL
VAN NEGATIEVE IMPACTEN EN KANALEN
VOOR EIGEN PERSONEEL OM ZORGEN
KENBAAR TE MAKEN
Roularta Media Group zet zich in voor waar-
dig werk, zoals beschreven in SDG 8, en
creëert een veilige werkomgeving waarin
medewerkers zich gehoord en gesteund voe-
len. Medewerkers kunnen eventuele zorgen
anoniem melden via de klokkenluidersproce-
dure, waarbij interne vertrouwenspersonen
(die zijn gebonden door confidentialiteit)
een belangrijke rol spelen om de drem-
pel tot melden te verlagen. De interne
vertrouwenspersonen bekleden geen
managementfunctie, wat bijdraagt aan de
toegankelijkheid voor medewerkers.
262 - CSRD VERSLAG 2025 CSRD VERSLAG 2025 - 263
MEDIA WITH IMPACT
• De tevredenheidsscore van deze
onboardingbevraging wordt gemoni-
tord als specifieke doelstelling (S1-5),
met als doel de integratie te ver-
sterken en vroegtijdige uitstroom te
beperken.
3) Opleiding en ontwikkeling
(retentie en inzetbaarheid)
• Opleiding en ontwikkeling vormen
een kernpijler: ook in 2025 heeft elke
bediende recht op drie dagen trai-
ning.
• Het aantal opleidingsuren wordt
als doelstelling opgevolgd, met een
ambitie van minstens 18 uur oplei-
ding per medewerker per jaar.
• Eind 2025 wordt een nieuwe oplei-
dingsmodule binnen HR Connect
geïntroduceerd, waarmee medewer-
kers zich digitaal kunnen inschrijven,
het aanbod overzichtelijk wordt ont-
sloten en opleidingen automatisch in
Outlook worden gepland. Leidingge-
venden krijgen een totaaloverzicht
per team (incl. budgetten), kunnen
opleidingen voorstellen en kennis-
delingsmomenten registreren. Dit
vermindert de rapporteringslast,
verhoogt de datanauwkeurigheid en
maakt sturing op leerinspanningen
eenvoudiger.
4) Interne mobiliteit en kennisdeling
• Het Erasmus-traject (gestart in 2024)
laat medewerkers toe om een dag
mee te draaien op een andere afde-
ling. Dit initiatief loopt zeker verder tot
2026 en ondersteunt ontwikkeling, inzicht
in de organisatie en interne samenwer-
king.
• The Breakfast Club
Als aanvulling op bestaande overleg-
en informatiemomenten (o.a. frequente
één-op-één-gesprekken, teamoverleg en
de maandelijkse Catch-Up webinar met
stand van zaken en Q&A ) organiseert HR
The Breakfast Club: een informele och-
tendbijeenkomst (elke eerste dinsdag van
de maand) met een inspirerende spreker,
gevolgd door een ruim en gezond ontbijt
en een netwerkmoment met collega’s.
Het initiatief is bedoeld om kennisdeling
en betrokkenheid organisatiebreed te ver-
sterken en past binnen het bredere HR- en
personeelsbeleid, waarin ook Fun@
Work-initiatieven en de Happie-principes
(zinvolle bijdrage, respect, vertrouwen,
initiatief en innovatie) worden ingezet om
werkbeleving en verbondenheid te onder-
steunen.
Ondertussen is The Breakfast Club uitge-
rold over de sites in Roeselare, Brussel en
Amsterdam. De eindverantwoordelijkheid
voor deze overleg- en feedbackvormen
ligt bij de directeur Human Resources.
5) Werkbeleving en verbondenheid (retentie)
• RMG investeert in werkbeleving en ont-
moeting, onder meer via initiatieven die
welzijn en verbondenheid ondersteunen
(o.a. Fun@Work).
• Daarnaast werd in 2024 bar Jos in
Roularta's Brussels Media Center (BMC)
personeel, het versterken van positieve
impacten (o.a. inclusieve werkcultuur,
ontwikkeling en welzijn) en het beheer-
sen van materiële risico’s en kansen (o.a.
instroom, retentie, werkbeleving en conti-
nuïteit van expertise).
De doelstellingen worden opgesteld en
opgevolgd door het Sustainability Com-
mittee (Susco). Dit comité bestaat uit
elf medewerkers (waaronder managers,
leden van het Executive Management
Committee, freelancers en werknemers
met een arbeidscontract). Hierdoor is een
diverse groep binnen de organisatie ver-
tegenwoordigd, zonder dat het volledige
personeelsbestand rechtstreeks betrok-
ken is bij de formulering van targets. Het
Susco komt elk kwartaal samen. Tijdens
deze bijeenkomsten worden doelstellin-
gen geformuleerd, geëvalueerd en waar
nodig bijgesteld op basis van prestaties,
evoluties in de organisatie en relevante
risico’s en kansen.
De doelstellingen en KPI’s die in deze
paragraaf worden beschreven, sluiten
aan op de KPI-tabel vooraan in dit ver-
slag. De realisaties en resultaten worden
verder uitgewerkt in hoofdstuk 3 “Resul-
taten targets en KPI’s FY2025”.
6.1.6.1. DIVERSITEIT, INCLUSIE EN
WELZIJN
Doelstelling 1 – Fun@Work
Doelstelling: jaarlijks minstens 15 fun@
work-sessies organiseren om samenwer-
king, verbinding, diversiteit en inclusie binnen de
organisatie te versterken. De fun@work-initiatie-
ven ondersteunen zo een werkomgeving waarin
samenwerking, diversiteit en inclusie centraal
staan.
De initiatieven worden als volgt opgevolgd:
• Indicator: aantal georganiseerde
fun@work-sessies (jaarlijks totaal).
• Bronnen: interne planning/registratie
van initiatieven (organisatie/HR of interne
communicatie) en rapportering aan Susco.
• Frequentie opvolging: minstens jaarlijks met
kwartaalmatige bespreking in Susco waar
relevant.
• Evaluatie en continuïteit: deze doelstelling
wordt jaarlijks geëvalueerd en is bedoeld als
structurele doelstelling die doorheen de jaren
dezelfde blijft.
Een concreet voorbeeld hiervan is de Hollandse
Spellenmiddag in Amsterdam, georganiseerd in
het kader van Koningsdag. Deze activiteit bracht
collega’s van verschillende leeftijden, afdelingen
en achtergronden samen in een informele en
speelse setting. Door traditionele Nederlandse
spelletjes te spelen in een ontspannen sfeer
ontstonden er nieuwe ontmoetingen en lagen
hiërarchische en organisatorische grenzen tij-
delijk weg. Collega’s die elkaar in het dagelijkse
werk minder vaak tegenkomen, kregen de kans
om op een gelijkwaardige manier contact te
maken. Met initiatieven als deze investeren we
actief in verbinding, toegankelijkheid en gelijk-
waardigheid, wat bijdraagt aan een inclusieve
werkcultuur waarin iedereen zich welkom, gezien
en betrokken voelt.
geopend als multifunctionele ontmoetings-
plek voor medewerkers en bezoekers (met
faciliteiten voor pauze, overleg en samen-
komst). In samenwerking met Food&I wordt
er dagelijks catering voorzien.
RMG volgt de effectiviteit van het aantrekken en
behouden van medewerkers op via:
• Onboardingtevredenheid
(specifieke doelstelling onder S1-5);
• Opleidingsinspanning: ambitie van ≥18 uur
opleiding per medewerker per jaar;
• HR-kengetallen: het aantal aanwervingen
en uitstroom wordt jaarlijks geregistreerd
en geanalyseerd om trends te detecteren en
acties bij te sturen.
Opvolging en bijsturing
De organisatie blijft investeren in talentontwikke-
ling en in maatregelen die instroom, inzetbaarheid
en retentie ondersteunen. De jaarlijkse registra-
tie en analyse van aanwervingen en uitstroom,
samen met de opvolging van onboarding- en
opleidingsindicatoren, vormt de basis om acties
gericht te evalueren en waar nodig te versterken.
De opgelijste acties en maatregelen vragen geen
significante alleenstaande kapitaaltoewijzingen,
deze kosten worden volledig opgenomen in de
budgetten van de respectievelijke departemen-
ten.
6.1.6. S1-5: DOELEN OMTRENT EIGEN
PERSONEEL
Roularta Media Group (RMG) stelt jaarlijks doel-
stellingen vast die bijdragen aan het beperken
van materiële negatieve impacten op eigen
Welzijn blijft een belangrijk aandachts-
punt binnen onze organisatie. Dit jaar
vonden meerdere acties plaats zoals
bijvoorbeeld EHBO-opleidingen op onze
sites in Roeselare, BMC en Amsterdam.
Tijdens de maand “Show it, Glow it” zet-
ten medewerkers elkaar in de kijker om
positieve initiatieven te stimuleren. Deze
initiatieven dragen bij aan een veilige en
positieve werkomgeving.
Deze doelstelling wordt jaarlijks geëvalu-
eerd en zal over de jaren heen dezelfde
blijven. Zie hoofdstuk 3 “Resultaten tar-
gets en KPI’s 2025” voor de resultaten.
6.1.6.2. AANTREKKEN EN BEHOUDEN
VAN WERKNEMERS
Roularta Media Group beschouwt het
aantrekken en behouden van werkne-
mers als een materieel thema voor het
volledige personeelsbestand in België
en Nederland. We willen een werkom-
geving bieden waarin medewerkers zich
welkom voelen, zich kunnen ontwikkelen
en op langere termijn aan de organisatie
verbonden blijven. Dit is essentieel voor
de continuïteit van onze activiteiten én
ondersteunt een inclusieve bedrijfscul-
tuur.
Onder medewerkers verstaan we: perso-
nen met een arbeidscontract, stagiairs,
uitzendkrachten en freelancers. Waar
een target expliciet verwijst naar werkne-
mers (bv. retentie na aanwerving), wordt
dit telkens zo benoemd.
264 - CSRD VERSLAG 2025 CSRD VERSLAG 2025 - 265
MEDIA WITH IMPACT
Conform de KPI-tabel vooraan in dit verslag
worden onder de topic Employee attrac-
tion & retention vier gelijkwaardige targets
opgevolgd. Samen vormen ze het kader
om negatieve impacten (bv. ongewenste
uitstroom, verlies van expertise, lagere werk-
beleving) te beperken, positieve impacten
(bv. kwaliteitsvolle instroom, ontwikkeling,
engagement) te versterken en HR-gerela-
teerde risico’s en kansen te beheersen.
Doelstelling 2 — Onboardingtevredenheid
• Doelstelling: een onboarding-tevreden-
heidsscore van minstens 90% bij nieuwe
medewerkers.
• Meetwijze:
via de onboardingbevraging
na indiensttreding.
• Scope: België; vanaf FY2025 wordt deze
target ook toegepast in Nederland.
• Evaluatie: jaarlijks (met mogelijkheid
tot bijsturing op basis van resultaten en
feedback).
• Rapportering: resultaten in hoofdstuk 3
“Resultaten targets en KPI’s FY2025”.
Doelstelling 3 — Opleidingsinspanning /
opleidingsduur
• Doelstelling : vaste werknemers in Bel-
gië volgen gemiddeld minstens 18 uur
opleiding per medewerker per jaar,
berekend als een driejarig gemiddelde
met 2022 als basisjaar
• Duiding : We gebruiken voor de rappor-
tering van opleidingsuren een driejarig
gemiddelde omdat dit een breder en
stabieler beeld geeft dan één enkel jaar.
Opleidingsuren kunnen namelijk sterk
schommelen door uitzonderlijke omstandig-
heden, zoals een reorganisatie, een tijdelijke
budgetpauze, een grote training die net in één
jaar plaatsvindt of opleidingen die verschui-
ven in de planning. Ook afwezigheden (bv.
langdurige ziekte of ouderschapsverlof) kun-
nen het jaarcijfer beïnvloeden.
Daarnaast voorkomt een driejarige benade-
ring dat het resultaat onevenredig bepaald
wordt door de instroom van nieuwe collega’s,
die bij de start vaak intensiever worden opge-
leid, terwijl medewerkers met een langere
anciënniteit doorgaans minder opleidingsuren
registreren. Door te middelen over drie jaar
kijken we vooral naar het structurele patroon:
investeren we consistent, jaar na jaar, in ont-
wikkeling? Zo sturen we op een duurzaam
beleid en vermijden we dat het cijfer te sterk
afhangt van toevallige pieken, dalen of timing.
• Meetwijze: registraties van opleidingen/oplei-
dingsuren (HR/L&D) en berekening volgens de
vastgelegde methodiek (gemiddelde over drie
jaar).
• Reikwijdte: België; vanaf FY2025 uitbreiding
naar Nederland.
• Evaluatie: jaarlijks.
• Rapportering: resultaten in hoofdstuk 3
“Resultaten targets en KPI’s FY2025”.
Doelstelling 4 — Retentie na aanwerving
(vaste werknemers)
• Doelstelling: één jaar na indiensttreding is
90% van de vaste werknemers nog in dienst;
twee jaar na aanwerving 80%; drie jaar na
aanwerving 75%.
• Meetwijze: HR-kengetallen op basis van per-
soneelsadministratie. We volgen nieuwe vaste
werknemers vanaf hun startdatum en
kijken na 1, 2 en 3 jaar hoeveel van hen
nog bij RMG werken
• Reikwijdte: vaste werknemers binnen
de Groep (met rapportering volgens de
afbakening in de KPI-tabel).
• Evaluatie: jaarlijks.
• Rapportering: resultaten in hoofdstuk 3
“Resultaten targets en KPI’s FY2025”.
Doelstelling 5 — Algemene medewerkers-
tevredenheid
• Doelstelling: minimumscore van de
jaarlijkse medewerkerstevredenheid-
senquête bedraagt 75%.
• Referentie: deze minimumdoelstelling
is gebaseerd op de gemiddelde werk-
nemerstevredenheidsscore in België
(Securex-benchmark). Door deze maat-
staf te hanteren, kan RMG objectief
opvolgen of ze op het gewenste niveau
presteert.
• Reikwijdte: vaste werknemers binnen
de Groep (met rapportering volgens de
afbakening in de KPI-tabel).
• Meetwijze: jaarlijkse enquête verstuurd
naar alle medewerkers binnen de groep;
verwerking en analyse van resultaten.
• Gebruik resultaten: de resultaten vor-
men input voor bijsturing van het
HR- en personeelsbeleid (acties wor-
den bepaald waar nodig). Het resultaat
wordt ook aan alle medewerkers
gecommuniceerd via een online info-
sessie (catch-up)
• Evaluatie: jaarlijks.
• Rapportering: resultaten in hoofdstuk 3
“Resultaten targets en KPI’s FY2025”.
[DB166.1]
6.1.6.3. PRESTATIES OP DOELEN
1. Fun@work-sessies
In FY24 organiseerde Roularta Media
Group 19 fun@work-sessies, boven de
doelstelling van minstens 15. In FY25
werden 35 fun@work-sessies georgani-
seerd (23 in België en 12 in Nederland).
Ten opzichte van FY24 is dit een stijging
van 84,2%.
De grote stijging is voornamelijk te
verklaren door de uitbreiding van het pro-
gramma naar Nederland, waardoor fun@
work-sessies in meer entiteiten en loca-
ties werden georganiseerd. De uitvoering
werd ondersteund door sterke lokale
betrokkenheid en een brede deelname.
Tegelijk kunnen planning en wisselende
opkomst in piekperiodes de deelnames
beïnvloeden.
De cijfers zijn gebaseerd op HR-registra-
ties van de activiteiten. HR bundelt deze
gegevens per kwartaal en de CSRD-co-
ordinator bespreekt de evolutie in de
Susco-meetings, zodat de uitvoering en
trend doorheen het jaar systematisch
wordt opgevolgd.
2. Onboarding-proces en evaluatie
In FY24 lag de onboarding-tevredenheid
op 87,5%. In FY25 bedroeg dit 86,10%,
een lichte daling van 1,4%. Deze evolutie
is voornamelijk te verklaren door de uit-
breiding van de onboarding-survey sinds
medio 2025 naar beide landen (BE en NL).
Tegelijk wordt het onboardingproces
zoals uitgewerkt in België in Nederland
pas sinds 08/2025 toegepast. Daardoor
bevindt NL zich nog in een opstartfase,
met variatie in toepassing en enkele
kinderziektes, wat het totale tevreden-
heidscijfer licht beïnvloedt.
De analyse steunt op de onboarding-sur-
vey en HR-registraties; HR evalueert
en valideert deze gegevens jaarlijks en
gebruikt de inzichten om het proces bij
te sturen.
Als opvolging is het onboardingproces in
01/2026 opnieuw volledig toegelicht aan
alle leidinggevenden van Roularta Neder-
land, met als doel de uitvoering verder te
uniformeren en de onboardingervaring te
versterken.
3. RMG Academies en opleidingen
Het gemiddelde aantal opleidingsuren
per werknemer stijgt van 17 uur in FY24
naar 17,98 uur in FY25. Deze evolutie is
niet uitsluitend het gevolg van “meer trai-
ning”, maar wordt mee verklaard door een
uitbreiding van de rapporteringsscope
en een aangepaste berekeningsbasis.
In FY25 is ook de Nederlandse entiteit
(RMN) opgenomen, terwijl FY24 in de
praktijk gebaseerd was op België. Daar-
door verandert het aantal werknemers
waarop het gemiddelde wordt berekend
en zijn FY24 en FY25 niet één-op-één
vergelijkbaar.
Om de cijfers correct te interpreteren, rappor-
teren we per land met een verschillende basis,
afhankelijk van de beschikbaarheid van his-
toriek:
• België: we gebruiken een 3-jaars
gemiddelde (2023–2025) om jaarlijkse
schommelingen te dempen (957 mede-
werkers; 19,12 uur per medewerker).
• Nederland: er is nog geen 3-jaars historiek
beschikbaar; daarom nemen we voorlopig
enkel FY25 op (240 medewerkers; 13,43
uur per medewerker).
De gerapporteerde 17,98 uur voor FY25 is
hierdoor een gewogen groepsgemiddelde over
België en Nederland. De stijging t.o.v. FY24 is
dus deels een scope-/methodologie-effect.
De resultaten zijn onderbouwd met data uit
het trainingsplatform en HR-rapportering.
HR bundelt deze gegevens per kwartaal en
de CSRD-coördinator bespreekt ze in de Sus-
co-meetings, zodat de evolutie doorheen het
jaar systematisch wordt opgevolgd.
Naast de targets volgt RMG de evolutie van
instroom en retentie ook op via HR-ken-
getallen zoals aanwervingen en uitstroom.
Deze cijfers worden jaarlijks geregistreerd
en geanalyseerd om trends tijdig te detec-
teren. Het Sustainability Committee (Susco)
bespreekt de voortgang minstens per kwar-
taal en stuurt bij waar nodig. Wanneer de
resultaten achterblijven bij de doelstellingen,
worden bijkomende acties bepaald en meege-
nomen in de opvolging. De resultaten worden
gerapporteerd in hoofdstuk 3 “Resultaten tar-
gets en KPI’s FY2025”.
266 - CSRD VERSLAG 2025 CSRD VERSLAG 2025 - 267
MEDIA WITH IMPACT
4. Retentie - behouden van werknemers
In FY24 bedroeg de retentie na 1 jaar 96%, na 2
jaar 89% en na 3 jaar 83% (boven de interne drem-
pel). Retentie wordt systematisch opgevolgd zodat
tijdig kan worden bijgestuurd op instroom, begelei-
ding en teamdynamiek.
In FY25 bedroeg de retentie na 1 jaar 94,5%, na 2
jaar 96% en na 3 jaar 89%.
Evolutie t.o.v. FY24
-
1 jaar: daling van 1,5 procentpunt (96% ➜ 94,5%)
- 2 jaar: stijging van 7 procentpunt (89% ➜ 96%)
- 3 jaar: stijging van 6 procentpunt (83% ➜ 89%)
De evolutie wordt per land verklaard vanuit de
instroom- en uitstroomdynamiek in dat land. Daar-
bij kunnen verschillen tussen België en Nederland
onder meer samenhangen met:
betere matching bij aanwerving, interne mobiliteit,
gerichte begeleiding en sterkere teamverankering,
krapte op de arbeidsmarkt, personeelswissels,
reorganisaties of uitzonderlijke uitstroom in speci-
fieke functies/profielen.
De resultaten zijn onderbouwd met HRIS-in-
stroom-/uitstroomdata en retentieanalyses. HR
valideert deze cijfers jaarlijks en rapporteert ze
aan de directie.
5. Medewerkerstevredenheid en respons
In 2024 bedroeg de medewerkerstevredenheid
75%, met een responsgraad van 73%. De resul-
taten van de bevraging vormden de basis voor
g
e
richte verbeteracties rond welzijn, inclusie en
werkorganisatie.
In 2025 kwam de medewerkerste
-
vredenheid uit op 75,6% (afgerond
76%) bij een responsgraad van 68,5%.
Tevredenheid is het gewogen gemid
-
delde van de score (1–10) op de vraag
naar algemene werktevredenheid en
bedroeg 7,56/10. België scoorde 7,62/10
en Nederland 7,24/10, waarbij België
door het grotere aantal respondenten
zwaarder doorweegt in het totaal. Ten
opzichte van 2024 is de tevredenheid
dus licht gestegen, terwijl de respons
daalde; beide evoluties worden samen
geïnterpreteerd, aangezien een lagere
respons de vergelijkbaarheid tussen
jaren kan beïnvloeden.
De lichte stijging in tevredenheid kan
samenhangen met meerdere facto
-
ren, waaronder de uitvoering van het
actieplan op basis van de bevragings-
resultaten, versterkt leiderschap en
o
r
ganisatiebrede opvolging, en gerichte
welzijns- en cultuurinitiatieven. Omdat
een bevraging een momentopname is,
kan de impact van individuele acties
niet één-op-één worden toegeschreven
aan de score; de resultaten geven wel
richting aan prioriteiten en opvolging.
Sinds twee jaar werkt de organi-
satie expliciet aan een positieve
bedrijfscultuur, met focus op: veerkracht
en een positieve mindset, een positieve
en verbindende sfeer, eigenaarschap en
betrokkenheid, positieve en transparante
communicatie, het maximaal benutten
van talenten.
Deze focus wordt gedragen door het
managementteam en vertaald naar
concrete acties. HR (L&D) onder-
steunt dit proces inhoudelijk en
faciliterend, en zorgt voor structuur,
opvolging en verankering.
Contextfactoren
Tegelijk opereert de organisatie in
een snel veranderende markt- en
werkomgeving, met een voortdu-
rende nood aan transformatie. Dit
kan leiden tot wijzigingen in jobin-
houd, teamwerking en organisatie.
Ook reorganisaties kunnen tijdelijke
onzekerheid, rolverschuivingen en
extra druk veroorzaken.
Daarnaast hebben nieuwe tools en
systemen, toenemende digitalise-
ring en de opkomst van AI invloed op
werkprocessen en werkdruk. Daarom
blijft de organisatie investeren in een
sterke en positieve bedrijfscultuur
als stabiliserende en verbindende
factor.
De resultaten van de medewerker-
stevredenheidsbevraging worden
geanalyseerd op organisatieniveau,
én uitgesplitst per land en per afde-
ling, in overleg met de betrokken
managementteamleden. Op basis
daarvan worden gerichte acties
bepaald om aandachtspunten doel-
gericht aan te pakken en verdere
verbetering te realiseren.
6.1.7. S1-6: KENMERKEN VAN DE
WERKNEMERS VAN DE ONDERNEMING
6.1.7.1. METHODOLOGIE EN
ASSUMPTIES
Tenzij anders vermeld, worden alle
gegevens in dit verslag gerapporteerd
in functie van het aantal personeelsle-
den (= headcount) per 31 december. De
data hebben uitsluitend betrekking op
werknemers met een arbeidsovereen-
komst bij Roularta Media Group (zie ook
hoofdstuk 4.3.1.2.4 van de algemene
toelichtingen). Activiteiten die in 2025
zijn afgestoten, worden niet meegeno-
men in dit rapport.
De verdeling van werknemers per land
of regio is gebaseerd op de juridische
entiteiten die hen tewerkstellen. Het
gender van een werknemer komt voort
uit de zelf en via de identiteitskaart ver-
strekte informatie. De noemer van de
berekening van het personeelsverloop
is het totale personeelsbestand op 31
december. We nemen ook de cijfers van
2024 op als vergelijkingsbasis, zodat de
evolutie ten opzichte van 2025 duidelijk
en consistent kan worden opgevolgd.
In de rapportering van werknemersken-
merken zijn geen schattingen toegepast.
6.1.7.2. WERKNEMERSKENMERKEN
Aantal personeelsleden volgens gender
Gender
Aantal
Personeelsleden FY24
Aantal
Personeelsleden FY25
% verschil
Man 648 612 -6%
Vrouw 620 585 -6%
Overig * 0 0 0%
Niet gerapporteerd 0 0 0%
Werknemers (totaal) 1.268 1.197 -6%
*Gender zoals opgegeven door de werknemers zelf
Aantal personeelsleden per land
Land
Aantal
Personeelsleden FY24
Aantal
Personeelsleden FY25
% verschil
België 1.014 957 -6%
Nederland 254 240 -6%
Totaal aantal werknemers
per 31/12
1.268 1.197 -6%
CSRD VERSLAG 2025 - 269
MEDIA WITH IMPACT
268 - CSRD VERSLAG 2025
Aantal personeelsleden volgens contractduur
Type contract Gender
Aantal
Personeelsleden
FY24
Aantal
Personeelsleden
FY25
% verschil
Contract van
onbepaalde duur
Man 629 598 -5%
Vrouw 589 555 -6%
Overig* 0 0 0%
Niet gerapporteerd 0 0 0%
Contract van
bepaalde duur
Man 19 14 -26%
Vrouw 31 30 -3%
Overig* 0 0 0%
Niet gerapporteerd 0 0 0%
Totaal Werknemers 1.268 1.197 -6%
*Gender zoals opgegeven door de werknemers zelf
Personeelsverloop
Personeelsverloop
Aantal
Personeelsleden
FY24
Aantal
Personeelsleden
FY25
% verschil
Personeelsleden die het bedrijf
hebben verlaten (exclusief
afgestoten activiteiten)
% totaal personeelsverloop
147 137 -7%
12% 11% -1%
Aanvullende toelichting voltijdse
equivalenten
In de geconsolideerde jaarrekening wordt
ook het aantal FTE’s (voltijdse equivalen-
ten) opgenomen. Dit cijfer is niet één op één
vergelijkbaar met de hierboven vermelde per-
soneelscijfers, omdat FTE’s een maat voor
arbeidsvolume zijn (niet hetzelfde als head-
count) en omdat in de financiële staten de
berekening ook elementen kan bevatten die
in dit duurzaamheidsdeel anders zijn afgeba-
kend (bv. afgestoten activiteiten of een ander
meetmoment).
Voor dit rapport verwijzen we voor de FTE-KPI
daarom naar de plaats in de geconsolideerde
jaarrekening waar deze wordt vermeld, met
name in de “Notes to the consolidated finan-
cial statements” bij “Personnel expenses” of
“Employees”. Deze noot is de referentie voor
de FTE-informatie in de financiële rapporte-
ring, ook wanneer er beperkte verschillen zijn
met de cijfers in dit duurzaamheidsdeel.
6.1.7.3 VERKLARING VAN DE EVOLUTIES
Het totaal aantal personeelsleden per 31
december daalt van 1.268 (FY24) naar 1.197
(FY25) of -6%. De daling doet zich in dezelfde
grootteorde voor bij mannen en vrouwen
(-6%), en ook per land ( -6%).
Ook per contracttype zien we een daling. Het
aantal personeelsleden met een contract
van onbepaalde duur neemt af bij mannen
(-5%) en vrouwen (-6%). Bij de contracten van
bepaalde duur daalt het aantal bij mannen
(-26%) en blijft het bij vrouwen nagenoeg sta-
biel (-3%).
Het personeelsverloop daalt eveneens: het
aantal personeelsleden dat het bedrijf ver-
laat (exclusief afgestoten activiteiten) daalt
met -7%. Het totaal personeelsverloop daalt
met - 1%.
De daling in FY25 is toe te lichten door een
combinatie van structurele en contextuele
factoren. Ten eerste hadden organisatorische
wijzigingen een impact: bij bepaalde merken,
zoals Plus Magazine, werd de redactionele
aansturing in Nederland gecentraliseerd,
waardoor functies in België zijn afgebouwd.
Daarnaast beïnvloedden desinvesteringen
het personeelsaantal, onder meer door de
verkoop van entiteiten zoals Fiscoloog en
Roularta Healthcare. Ook de economische
context speelde mee, met een daling van het
aantal medewerkers bij Roularta Advertising
(nationale regie) als gevolg van marktevolu-
ties. Tot slot was er een natuurlijk verloop:
niet elke pensionering werd één-op-één ver-
vangen, onder meer doordat functies werden
samengevoegd en processen verder werden
geautomatiseerd.
6.1.8. S1-9: DIVERSITEITSMAATSTAVEN
6.1.8.1. METHODOLOGIE EN ASSUMPTIES
Tenzij anders vermeld, worden alle gegevens
in dit verslag gerapporteerd in functie van
het aantal personeelsleden (= headcount)
per 31 december. De data hebben uitsluitend
betrekking op werknemers met een arbeids-
overeenkomst bij Roularta Media Group (zie
ook hoofdstuk 4.3.1.2.4 van de algemene
toelichtingen). Activiteiten die in 2025 zijn
afgestoten, worden niet meegenomen in de
rapportage. Het gender van een werknemer
komt voort uit de zelf en via de identiteits-
kaart verstrekte informatie.
Het ‘hoger management’ omvat alle leden
van het managementteam, dat één niveau
lager opereert dan het Executive Management
Committee (zie hoofdstuk S1-1 voor de leden
van het Executive Management Committee).
In deze cijfers zijn zowel medewerkers met een
arbeidsovereenkomst als zelfstandigen opge-
nomen.
6.1.8.2. METRICS
Genderverdeling op niveau van hoger management
Geslacht
2024
Aantal
medewerkers hoger
management
in aantal
2024
Aantal
medewerkers hoger
management
in %
2025
Aantal
medewerkers hoger
management
in aantal
2025
Aantal
medewerkers hoger
management
in %
Man 10 77% 6 55%
Vrouw 3 23% 5 45%
Overig * 0 0% 0 0%
Niet gerapporteerd 0 0% 0 0%
Medewerkers
(totaal)
13 100% 11 100%
Aantal personeelsleden per leeftijdsgroep
Leeftijd
Aantal
Personeelsleden FY24
Aantal
Personeelsleden FY25
% verschil
<30 jaar 96 75 -22%
30-50 jaar 578 544 -6%
>50 jaar 594 578 -3%
Werknemers (totaal) 1.268 1.197 -6%
270 - CSRD VERSLAG 2025 CSRD VERSLAG 2025 - 271
MEDIA WITH IMPACT
6.1.8.3. VERKLARING VAN DE EVOLUTIES
De samenstelling van het hoger
management wijzigt tussen 2024 en 2025.
Het totaal aantal medewerkers in het hoger
management daalt van 13 in 2024 naar 11
in 2025. Binnen die groep daalt het aantal
mannen van 10 naar 6 en stijgt het aantal
vrouwen van 3 naar 5. Daardoor verschuift
de verdeling van 77% mannen en 23%
vrouwen in 2024 naar 55% mannen en 45%
vrouwen in 2025. De categorieën overig en
niet gerapporteerd blijven in beide jaren 0.
Ook de leeftijdsopbouw van het perso-
neelsbestand wijzigt. Het totaal aantal
personeelsleden per 31 december daalt van
1.268 naar 1.197 met -6%. De grootste rela-
tieve daling zien we bij medewerkers jonger
dan 30 jaar: -22%. In de groep 30 tot 50 jaar
daalt het aantal met -6%. In de groep ouder
dan 50 jaar daalt het aantal met -3%.
Deze evoluties moeten worden geïnter-
preteerd binnen de afbakening van dit
hoofdstuk: de cijfers zijn gebaseerd op het
aantal personeelsleden per 31 december,
omvatten uitsluitend werknemers met een
arbeidsovereenkomst bij Roularta Media
Group, en sluiten activiteiten uit die in 2025
zijn afgestoten. Voor het hoger manage-
ment geldt bovendien dat de cijfers zowel
medewerkers met een arbeidsovereenkomst
als zelfstandigen omvatten, en dat “hoger
management” alle leden van het manage-
mentteam omvat dat één niveau lager
opereert dan het Executive Management
Committee.
6.1.9. S1-17: INCIDENTEN, KLACHTEN EN
ERNSTIGE IMPACTEN OP HET GEBIED VAN
MENSENRECHTEN
6.1.9.1. METHODOLOGIE EN ASSUMPTIES
Over de periode van 1 januari tot en met 31
december worden interventies inzake incidenten
en klachten over ongewenst gedrag binnen
de scope van de groep opgevolgd; afgestoten
activiteiten maken geen deel uit van dit verslag.
Om de anonimiteit van betrokkenen te waarbor-
gen worden geen gegevens geregistreerd over de
soorten interventies, waardoor geen opsplitsing
mogelijk is tussen interventies gelinkt aan discri-
minatie en andere vormen van ongewenst gedrag.
In alle entiteiten (België & Nederland) geldt een
tweesporenaanpak met informele en formele
interventies voor meldingen over pesten, (seksu-
ele) intimidatie, agressie/geweld en discriminatie.
Medewerkers kunnen hun situatie bespreken met
de direct leidinggevende, HR of directie, maar
kunnen ook rechtstreeks contact opnemen met de
vertrouwenspersoon. In België verloopt dit wet-
telijk kader via een vertrouwelijk eerste contact
met vertrouwenspersoon (VP) of preventieadvi-
seur psychosociale aspecten (PAPS), waaruit een
informeel of formeel verzoek kan volgen.
De vertrouwenspersoon biedt eerste opvang,
luistert, adviseert en begeleidt uitsluitend op ver-
zoek van de melder; de melder behoudt steeds de
regie. De vertrouwenspersoon (en ook de PAPS) is
gebonden aan beroepsgeheim, ook tegenover de
werkgever, en er wordt enkel gehandeld met het
uitdrukkelijk akkoord van de melder. Indien nodig
wordt doorverwezen naar professionele hulp-
verlening. Meldingen worden enkel
geanonimiseerd geregistreerd en
jaarlijks gerapporteerd om trends
en knelpunten te signaleren richting
directie en medezeggenschapsorga-
nen.
Waar een informele aanpak veilig en
passend is, krijgt deze de voorkeur.
In België wordt doorgaans aange-
raden om eerst de informele weg te
volgen omdat dit vaak tot de meest
duurzame resultaten leidt. Infor-
mele interventies zijn gericht op
interne oplossing zonder escalatie:
de vertrouwenspersoon ondersteunt
de melder bijvoorbeeld bij het zelf
aangaan van het gesprek met de
betrokken partij, kan begeleiding
bieden tijdens dat gesprek en/of
bemiddeling faciliteren.
Als deze informele weg geen oplos-
sing oplevert, of wanneer de melding
ernstig is of herhaling te vrezen valt,
kan worden overgegaan tot een for-
mele interventie. In België is een
formele interventie een schriftelijke
procedure die enkel door de PAPS kan
worden uitgevoerd, waarbij de wette-
lijke procedure strikt wordt gevolgd.
De melder dient dan een officiële
schriftelijke klacht in; de vertrou-
wenspersoon kan desgewenst helpen
bij het opstellen en indienen daarvan.
In de eerste fase wordt de werkgever,
door het beroepsgeheim, nog niet op
de hoogte gebracht; dit kan pas na een mandaat
van de verzoeker. De klacht wordt onafhankelijk
onderzocht, betrokkenen en eventuele getuigen
worden gehoord in beslotenheid, en er volgt een
gemotiveerde uitspraak over de gegrondheid.
Bij een gegronde klacht in België wordt – wanneer
de melder de formele procedure opstart – het
dossier onderzocht door de preventieadviseur
psychosociale aspecten (PAPS). De PAPS bezorgt
vervolgens een adviesrapport met aanbevelingen
voor passende preventieve en/of corrigerende
maatregelen aan de werkgever (in principe binnen
drie maanden, eventueel verlengbaar). De werkge-
ver beslist op basis daarvan over de maatregelen
en voert die uit. Tijdens en na de procedure geldt
strikte vertrouwelijkheid (beroepsgeheim) en
kunnen waar nodig beschermende/bewarende
maatregelen worden genomen om de melder te
beschermen.
Bij een gegronde klacht in Nederland formuleert
de klachtencommissie een advies over passende
preventieve en/of corrigerende maatregelen; de
directie beslist hierover en kan enkel gemoti-
veerd afwijken. Tijdens en na de procedure geldt
geheimhouding voor alle betrokkenen en wordt
erop toegezien dat de melder geen nadelige gevol-
gen ondervindt van het indienen van een klacht.
Verschillen België – Nederland
• België: het onderscheid formeel/informeel
wordt operationeel bepaald door de tus-
senkomst van een externe specialist. Een
formele interventie houdt in dat een externe
vertrouwenspersoon, preventieadviseur psy-
chosociaal welzijn (PAPS) of een andere
externe expert wordt ingeschakeld;
een informele interventie wordt
intern opgelost zonder externe
tussenkomst wanneer de interne
vertrouwenspersoon dit toerei-
kend acht. België rapporteert
enkel de aantallen formele en
informele interventies. In België
waren er in 2025 geen schade-
vergoedingen of geldboetes naar
aanleiding van een melding.
• Nederland: dezelfde tweesporen-
logica is formeel vastgelegd met
expliciete voorkeur voor informele
oplossingen waar mogelijk; for-
mele interventies verlopen via de
Roularta Media Nederland-klach-
tenprocedure met onafhankelijke
behandeling en vaste termijnen.
Voor Nederland is in de rapporte-
ring geen informatie beschikbaar
over informele interventies; er
wordt enkel over formele inter-
venties gerapporteerd. Over ieder
kalenderjaar ontvangt Roularta
Media Nederland een jaarrappor-
tage met het aantal medewerkers
dat de externe vertrouwensper-
soon inschakelt. In Nederland zijn
in 2025 geen schadevergoedin-
gen of geldboetes toegekend en
zijn er tot op heden geen formele
klachtenprocedures opgestart.
Contacten met de externe ver-
trouwenspersoon blijven strikt
vertrouwelijk en worden niet
gedeeld met de werkgever.
6.1.9.2. METRICS
Type interventie FY24 FY25
Verschil
tov
FY24
Informele interventies 7 9 2
Formele interventies 1 2 1
Totale interventies 8 11 3
6.1.9.3. VERKLARING VAN DE EVOLUTIES
Het aantal interventies stijgt van 8 (FY24) naar 11
(FY25). Door de keuze om geen gegevens over het
type interventie te registreren om anonimiteit te
waarborgen, kunnen we deze stijging niet verder
uitsplitsen naar thema’s (zoals discriminatie vs.
andere vormen van ongewenst gedrag). De cijfers
geven het aantal opgevolgde interventies weer en
laten op zichzelf geen conclusies toe over de aard
of de ernst van de meldingen.
In FY25 werden geen incidenten vastgesteld die
duiden op niet-naleving van de UN Guiding Princi
-
ples on Business and Human Rights, de Verklaring
van de Internationale Arbeidsorganisatie inzake
fundamentele principes en rechten op het werk,
of de OESO-richtlijnen voor multinationale onder
-
nemingen.
272 - CSRD VERSLAG 2025 CSRD VERSLAG 2025 - 273
MEDIA WITH IMPACT
6.2. S3- GETROFFEN
GEMEENSCHAPPEN -
BRAINPRINT &
COMMUNITY BUILDING
(ENTITEITSPECIFIEK)
Uit de dubbele materialiteitsanalyse (DMA) bleek
dat de binnen de ESRS voorziene thema’s rond
het sociale luik ‘getroffen gemeenschappen’
niet relevant zijn voor Roularta Media Group. Op
basis van de IRO’s kwam voor het luik S3 echter
wel een relevant entiteitspecifiek aspect boven
water, dat volgens de CSRD-regelgeving als
bijkomende informatie moet worden gerappor-
teerd.
6.2.1. SBM-3: MATERIËLE IMPACTEN, RISICO’S
EN KANSEN EN DE WISSELWERKING MET
STRATEGIE EN BUSINESSMODEL
Plaatsing binnen ESRS en terminologie
‘Brainprint & community building’ past inhoudelijk
het best onder ‘S3 getroffen gemeenschappen’.
De naam van dat luik is, gezien de negatieve
connotatie van het woord ‘getroffen’, een onge-
lukkige vertaling van ‘affected communities’.
Omdat de DMA hierbij wees op een entiteitspeci-
fiek aspect met een positieve impact op klanten
en de maatschappij, is de noemer ‘betrokken
gemeenschappen’ meer op zijn plaats. De
gemeenschap actiever betrekken bij diverse ele-
menten van duurzaamheid om op die manier ook
aan community building te doen, is tenslotte de
essentie van de beoogde brainprint.
Koppeling met strategie en business-
model: voorbeelden en uitwerking
Roularta lanceerde samen met
Standaard Uitgeverij het digitale strip-
platform Strips.be in 2025. Abonnees
van Roularta-tijdschriften krijgen gra-
tis toegang tot het volledige digitale
stripaanbod via een familieaccount op
Strips.be. Het platform wordt actief in
de markt gezet als “Belgische Netflix
voor strips” en past in de strategie
van Roularta om kwalitatieve content
breed toegankelijk te maken, gezin-
nen aan te zetten tot lezen en digitaal
leesplezier te stimuleren. Met deze
samenwerking levert Roularta ook een
maatschappelijke bijdrage: strips wor-
den laagdrempelig en voor jong & oud
beschikbaar en ingezet voor leesbe-
vordering.
In 2025 lanceerde Roularta Media
Group de nieuwe website roularta.com
als centrale digitale hub voor de pre-
sentatie van eigen merken, initiatieven
en engagementen. Deze site kadert
binnen de langetermijnstrategie van
Roularta, die focust op sustainability
en maatschappelijke impact.
Het platform benadrukt hiermee het
concept ‘brainprint’. Dit houdt in dat
Roularta haar media-inhoud en jour-
nalistieke activiteiten beschouwt
als driver voor positief gedrag en
duurzame mindset bij haar doelgroe-
pen. Via roularta.com worden best
practices, SDG-trajecten, transparantie rond
duurzaamheidsinitiatieven en de mobiliserende
rol van media stelselmatig gecommuniceerd. Het
jaarverslag en diverse masterclasses getuigen
van de intentie om het ‘brainprint’ model stapsge-
wijs uit te rollen in alle bedrijfsonderdelen.
Daarnaast fungeert roularta.com als facili-
tator van ‘community building’. Het platform
verbindt lezers, organisaties en adverteerders
via interactieve modules, evenementen en virtu-
ele netwerkmogelijkheden. Community building
wordt concreet gestimuleerd rond duurzaamheid,
lokaal ondernemerschap, educatie en inclusie,
met speciale aandacht voor stakeholderdialoog
en engagement.
Deze digitale strategie positioneert Roularta
Media Group als voortrekker in maatschappelijk
relevante media, waarbij de focus verschuift van
enkel ecologische footprint naar een structurele
en meetbare ‘brainprint’ gericht op collectieve
vooruitgang.
6.2.2 BELEID OMTRENT BRAINPRINT &
COMMUNITY BUILDING
Gezien haar unieke positie als mediabedrijf
besloot Roularta Media Group de brainprint in
2021 expliciet naar voren te schuiven als een
van de belangrijkste speerpunten van haar duur-
zaamheidsbeleid. “Roularta Media Group bouwt
mee aan slimmere en bewustere generaties via
betrouwbare, relevante informatie en doelgerichte
activiteiten die duurzaam gedrag stimuleren.”
Het beleid is van toepassing op alle entiteiten van
Roularta Media Group in België én Nederland.
Medewerkers worden hierover geïn-
formeerd via de gebruikelijke interne
communicatie- en HR-processen (bv.
bij onboarding, via leidinggevenden en
via interne HR-communicatie en richtlij-
nen). Daarnaast is de aanpak ook extern
transparant gemaakt: op roularta.com
publiceert Roularta informatie over
haar duurzaamheidsbeleid en verwijst
ze naar het CSRD-rapport.
Naast dat motto is er het Roularta
Media Group Charter, dat de brainprint
en het engagement van het bedrijf en
al zijn medewerkers hierin concretiseert
naast topics als duurzame productie
en klimaatneutraliteit. De verantwoor-
delijkheid voor de implementatie en
opvolging van dit beleid berust bij het
Sustainability Committee (Susco).
Roularta Media Group was een van de
eerste mediabedrijven die dit begrip
lanceerde als krijtlijn van het duur-
zaamheidsverhaal. Winnaars van de
Belgische Trends Impact Awards 2025
tonen vaak voorbeelden van mediabe-
drijven en marketeers die duurzaamheid
en maatschappelijke impact centraal
stellen in hun verhalen en campagnes.
(Bron: duurzaam-ondernemen.nl)
6.2.3. MAATREGELEN EN MIDDELEN
OMTRENT BRAINPRINT & COMMUNITY
BUILDING
Bij duurzaamheid denken we spontaan
aan het milieu en ook uitgevers beste-
den hier heel wat aandacht aan. In
navolging van het ‘Brainprint’-initiatief van
Roularta Media Group duiken ook in andere
landen initiatieven op waarbij uitgevers
hun lezers willen aanmoedigen duurzamer
te handelen. National Geographic promoot
net als heel wat andere titels een duurzame
levensstijl, meer bepaald bij hun jongste
lezers, die van National Geographic Little
Kids. In vrijwel elke editie worden thema’s als
dier- en natuurbehoud, duurzaam omgaan
met de planeet en respect voor biodiversi-
teit behandeld, op een speelse en educatieve
manier.
Roularta Media Group zet zich ook in om
partners en mediaconsumenten te sensibi-
liseren en te activeren rond duurzaamheid
via initiatieven als Maai Mei Niet, Brood-
doosnodig en de Trends Impact Awards. Die
sensibilisering stopt overigens niet bij de
lezers. Ook adverteerders worden betrokken
via seminaries en nieuwe formules die hen
toegevoegde waarde bieden. Denk maar aan
de papierwikkels, die nieuwe advertentiemo-
gelijkheden met zich meebrengen.
In samenwerking met AP Hogeschool orga-
niseert Roularta Media Group jaarlijks de
Masterclasses Sustainable Communication,
gericht op allerlei organisaties en profes-
sionals en met het oog op de gezamenlijke
ambitie om aan duurzaamheidssensibilise-
ring en -activatie te doen via een brainprint.
De beoogde brainprint gaat hand in hand
met community building. Hoewel het daarbij
eerder om het deelnemen dan om de uit-
komst draait, is het resultaat vaak een veel
grotere impact. Dat komt omdat onder
het motto ‘vele kleintjes maken een
groot’ een gevoel van samenhorigheid
ontstaat rond een gezamenlijk doel.
De opgelijste acties en maatregelen
vragen geen significante alleenstaande
kapitaaltoewijzingen, deze kosten wor-
den volledig opgenomen in de budgetten
van de respectievelijke departementen.
6.2.4. DOELEN OMTRENT BRAINPRINT
& COMMUNITY BUILDING
De doelstelling is meebouwen aan een
betere wereld van morgen. Daarbij leeft
het engagement om volgens het DNA
van elke titel een wezenlijke bijdrage te
leveren via de publicaties en de lezer zo
te inspireren om mee een stapje richting
een meer duurzame toekomst te zetten.
De targets zijn:
• Elk jaar over alle titels heen minstens
2.000 artikels publiceren die een
aspect van duurzaamheid belichten.
• Elk jaar minsten 200.000 lezers aan-
zetten om deel te nemen aan een
actie binnen een ESG-topic (bv. Maai
Mei Niet).
Zie hoofdstuk 3 “Resultaten targets
en KPI’s 2025” voor de resultaten.
Betrokkenheid bij het vastleggen
van doelstellingen
De doelstellingen voor brainprint en
gemeenschapsopbouw worden jaar-
lijks vastgelegd en geëvalueerd binnen
274 - CSRD VERSLAG 2025 CSRD VERSLAG 2025 - 275
MEDIA WITH IMPACT
de duurzaamheidsgovernance. Daarbij
nemen we inzichten mee uit signalen van
lezers en abonnees, feedback uit commu-
nity-initiatieven, input van adverteerders
en partners, en interne input vanuit
redacties en relevante ondersteunende
diensten. Deze input gebruiken we om te
bepalen welke acties en publicaties het
meest relevant en activerend zijn, en om
doelstellingen waar nodig bij te sturen.
6.2.4.1. PRESTATIES OP DOELEN
De voortgang van de acties rond brain-
print & community building wordt jaarlijks
opgevolgd en geëvalueerd op basis van
de uitvoering van de initiatieven (bv.
doorgang/organisatie van campagnes,
events, masterclasses en Awards), het
bereik en de betrokkenheid van doelgroe-
pen (lezers, partners en adverteerders)
en de mate waarin deze acties bijdra-
gen aan sensibilisering en activatie rond
duurzaamheid.
• Actie 1 – Duurzaamheidsartikels
(Brainprint / Community Building)
In FY24 publiceerden onze titels 2.114
artikels over duurzaamheid, waarmee
de doelstelling van 2.000 artikels
werd overtroffen. Via deze content
versterken we de maatschappelijke
impact van onze merken en dragen
we bij aan bewustwording rond duur-
zame keuzes. In FY25 steeg dit aantal
naar 2.612 artikels, wat neerkomt op
een stijging ten opzichte van FY24.
Deze evolutie wordt vooral verklaard
door de vaste Brainprint-focus binnen de
titels en de structurele verankering van dit
thema in de redactionele planning.
Deze cijfers zijn gebaseerd op Content
Management System (CMS)-registraties en
labels en kunnen een ondergrens vormen; in
FY25 zijn artikels van Plus, Gezondheidsnet
en Psychologie en content over duurzaam
reizen bij Columbus niet meegeteld (zie
6.2.5.1 Methodologie en assumpties).
• Actie 2 – Lezersactivaties rond
ESG-thema’s
In FY24 namen 261.796 lezers deel aan
ESG-activaties, boven de doelstelling van
200.000 deelnames. In FY25 bedroeg het
aantal deelnames 372.234, een stijging van
110.258 deelnames (+42,1%) ten opzichte
van FY24.
De stijging is deels verklaarbaar door de
uitbreiding van de scope naar Nederland:
in FY25 werden ook deelnames in Neder-
land geregistreerd (54.646), naast België
(317.588) (totaal BE+NL: 372.234). Daar-
naast kunnen sterke partnercampagnes,
hoge lezersbetrokkenheid en een brede
spreiding van activaties over meerdere
merken hebben bijgedragen aan het hogere
totaal. Opmerking: : In FY24 werd het aantal
deelnames foutief vermeld als 261.976; het
correcte aantal bedraagt 261.796.
Conclusie
In FY25 publiceerden we meer duurzaamheids-
artikels en registreerden we meer deelnames
aan ESG-activaties dan in FY24, vooral door
de structurele inbedding van het thema
en sterke activatiecampagnes, met de
kanttekening dat de artikelcijfers op
CMS-labels steunen en daardoor een
ondergrens kunnen vormen.
6.2.5 METRICS OMTRENT GETROFFEN
GEMEENSCHAPPEN
6.2.5.1. METHODOLOGIE EN
ASSUMPTIES
Databronnen en telwijze
De rapportering over brainprint en
gemeenschapsopbouw is gebaseerd
op CMS-registraties en, waar beschik-
baar, labels. De resultaten steunen op
CMS-tellingen per titel en worden jaarlijks
nagekeken en afgestemd door redactie
en data-analyse.
Databeperkingen en afbakening
Omdat niet alle merken structureel met
labels werken, kunnen de gerapporteerde
aantallen een ondergrens vormen. In
FY25 werden duurzame artikels van Plus,
Gezondheidsnet en Psychologie, die nog
niet met labels werken, niet meegeno-
men. Ook content over duurzaam reizen
bij Columbus is met de huidige labels
niet eenduidig te identificeren en werd
daarom niet meegeteld.
Om de rapportering vollediger en
consistenter te maken, worden redac-
ties opnieuw opgeroepen om de
Roulartacares-label te gebruiken. Het
Power BI-dashboard toont dat deze label
momenteel nog beperkt wordt toegepast;
in 2026 wordt de toepassing van deze label
en de bijhorende rapportering verder aan-
gescherpt.
Wanneer telt iets als een ‘actie’ en hoe
bewaken we ‘activerend’?
Een initiatief telt als “actie” wanneer er een
concrete deelname- of gedragscomponent
is voor lezers of deelnemers (bv. inschrijven,
deelnemen, een engagement opnemen,
een meetbare stap zetten of actief bijdra-
gen), en wanneer het initiatief aantoonbaar
bedoeld is om te sensibiliseren én activeren
rond een duurzaamheids- of ESG-thema.
Om te vermijden dat louter informatieve
communicatie als “actie” wordt meegeteld,
wordt vooraf beoordeeld of het initiatief
voldoende activerend is (bv. duidelijke call-
to-action, deelnamecriteria, en een manier
om deelname te registreren of te schatten).
Definitie ‘duurzaamheid’ voor deze targets,
wat telt mee als duurzaam?
Voor de targets in deze sectie wordt een arti-
kel of actie als “duurzaamheid” beschouwd
wanneer de inhoud aansluit bij minstens
één van de 17 Sustainable Development
Goals (SDG’s). Dit omvat zowel ecologische
thema’s (bv. klimaat, biodiversiteit, circu-
lariteit) als sociale en governance-thema’s
(bv. gezondheid, inclusie, onderwijs, eerlijke
ketens, goed bestuur). Op die manier wordt
“duurzaamheid” breder geïnterpreteerd
dan enkel milieu en sluit de afbakening aan
bij de inhoudelijke opzet van brainprint.
Definitie ‘ESG-topic’ voor deze targets, wat valt eronder?
Voor deze target wordt een ESG-topic gedefinieerd als een onderwerp dat betrekking
heeft op Environmental, Social of Governance aspecten, en dat – net zoals bij “duurzaam-
heid” – kan worden gekoppeld aan minstens één van de 17 SDG’s. Dit zorgt ervoor dat
initiatieven (zoals bv. Maai Mei Niet) én de publicaties onder een consistente en transpa-
rante inhoudelijke afbakening vallen.
6.2.5.2. METRICS
De onderstaande metrics zijn gekoppeld aan de targets in de sectie doelen omtrent brain-
print & community building.
Actie FY24 FY25 Doelstelling
Actie 1 –
Duurzaamheidsartikels
(brainprint /
gemeenschapsopbouw)
2.114 artikels 2.612 artikels 2.000 artikels per jaar
Actie 2 –
Lezersactivaties rond
ESG-thema’s
261.976
geregistreerde
deelnames
372.234
geregistreerde
deelnames
200.000
geregistreerde
deelnames per jaar
6.2.5.3. VERKLARING VAN DE EVOLUTIE
De evolutie van deze metrics wordt toegelicht onder ‘Prestaties op doelen’, aangezien
elke metric rechtstreeks gelinkt is aan een target. Daarbij wordt onder meer ingegaan
op de verklarende factoren (zoals de structurele verankering van brainprint in de redac-
tionele planning, de uitbreiding van de scope naar Nederland, partnercampagnes en
lezersbetrokkenheid) en op de relevante kanttekeningen bij de datacollectie (bv. CMS-
labels als mogelijke ondergrens).
276 - CSRD VERSLAG 2025 CSRD VERSLAG 2025 - 277
MEDIA WITH IMPACT
6.3. S4- CONSUMENTEN
EN EINDGEBRUIKERS
6.3.1. SBM-3: MATERIËLE IMPACTEN,
RISICO’S EN KANSEN EN DE
WISSELWERKING MET STRATEGIE EN
BUSINESSMODEL
De S4-topicbeschrijvingen in deze sectie heb-
ben betrekking op de activiteiten van Roularta
Media Group in België en Nederland, tenzij
anders vermeld. De scope omvat zowel de
eigen operaties als relevante elementen in
de downstream waardeketen (bv. distributie-
en marketingpartners) waar van toepassing.
Waar de nationale context verschilt, lichten
we dit per sub-topic toe: zo gebeurt fact-
checking in België via Knack en in Nederland
via EW (Elsevier Weekblad). Ook de externe
klachten- en deontologische kaders verschil-
len: in België zijn Raad voor de Journalistiek
en Conseil de Déontologie Journalistique de
relevante organen; in Nederland verloopt
klachtenopvolging via de daar geldende zelf-
regulerings- en klachtenkaders.
6.3.1.1 PRIVACY
Als mediabedrijf verwerkt Roularta Media
Group op dagelijkse basis grote volumes
informatie, waaronder persoonsgegevens van
abonnees, digitale gebruikers, deelnemers
aan acties en events, en in bredere zin ook van
medewerkers en B2B-klanten. Het vertrouwen
van consumenten en eindgebruikers in onze
merken en digitale diensten is een kritieke
succesfactor binnen ons businessmodel. Een
aantasting van dat vertrouwen, bijvoorbeeld
door een datalek of een (gepercipieerde)
integriteitsschending, kan leiden tot reputa-
tieschade en tot afhaken van lezers, kijkers of
adverteerders, met directe impact op omzet
en marktpositie. Daarom is het waarborgen
van privacy en dataverantwoordelijkheid niet
alleen een maatschappelijke verantwoorde-
lijkheid, maar ook een strategische noodzaak
voor de continuïteit en waardecreatie van de
groep.
Privacy is materieel omdat Roularta Media
Group in haar dienstverlening en commerci-
ele activiteiten persoonsgegevens verwerkt
in zowel eigen operaties als in de downstream
waardeketen. De verwerking van gevoe-
lige abonneedata brengt het risico met zich
mee dat, bij ongeoorloofde toegang of een
datalek, betrokkenen controle verliezen over
hun persoonsgegevens en blootgesteld wor-
den aan misbruik (zoals identiteitsfraude,
financiële schade of ongewenste profi-
lering). Dergelijke incidenten kunnen een
brede groep consumenten en eindgebruikers
treffen en hebben daarom een aanzienlijke
negatieve impact binnen ESRS S4.
Daarnaast verwerken downstream-entiteiten
zoals distributeurs, koeriers en reclame- of
marketingpartners grote hoeveelheden per-
soonsgegevens in het kader van distributie,
klantenbeheer of campagnes. Wanneer
beveiliging, datagebruik of consentbeheer
bij deze partners tekortschiet, kan dit leiden
tot privacy-schendingen buiten de directe
controle van RMG, met negatieve gevolgen
voor betrokkenen en een verhoogde kans op
verlies van vertrouwen bij het publiek.
Tot slot kunnen privacy-incidenten ook een
materiële financiële impact veroorzaken
voor de onderneming, onder meer via boetes,
schadeclaims, herstelmaatregelen en extra
beveiligingsinvesteringen. Dit versterkt het
belang van privacy als materieel risico- en
impactthema in de relatie met consumenten en
eindgebruikers.
Scope: eigen operaties + downstream
(distributeurs/partners) in België & Nederland
In de volgende secties (S4-1 t.e.m. S4-5) lich-
ten we toe welk beleid Roularta hanteert, hoe
signalen en klachten worden opgevolgd, welke
maatregelen worden genomen en hoe we de
voortgang monitoren.
6.3.1.2 TOEGANG TOT KWALITEITSVOLLE
INFORMATIE
Roularta Media Group streeft ernaar kwalita-
tieve informatie te delen die stakeholders in
staat stelt om op basis van betrouwbare gege-
vens weloverwogen beslissingen te nemen. Het
doel is een positieve impact hebben op zowel
stakeholders als op de samenleving. Onafhan-
kelijke, vrije en pluralistische media spelen een
cruciale rol in het verstrekken van betrouwbaar
nieuws. Ze bevorderen een robuust openbaar
debat en creëren mee goed geïnformeerde
burgers. Met objectieve berichtgeving draagt
Roularta Media Group bij aan de vorming en de
betrokkenheid van het publiek bij maatschap-
pelijke en politieke vraagstukken.
Roularta Media Group reflecteert voortdurend
over de gevolgen van haar contentcreatie en
-distributie om de rechten en de belangen
van mediagebruikers, klanten en derden te
beschermen. Ze vermijdt het verspreiden van
schadelijke content die kwetsbare groepen,
zoals minderjarigen of minderheden, zou kun-
nen schaden.
6.3.1.3 ONAFHANKELIJKE JOURNALISTIEK &
VERANTWOORDE CONTENT
Het verspreiden van verantwoorde content
door middel van onafhankelijke journalistiek
is essentieel. Journalistieke integriteit, zorg-
vuldige correcties en een geloofwaardige
scheiding tussen journalistiek en externe
invloeden zijn bepalend voor vertrouwen in de
merken van Roularta Media Group. Percepties
van partijdigheid, onvoldoende correcties of
twijfel over onafhankelijkheid kunnen de rela-
tie met eindgebruikers onder druk zetten en
reputatierisico’s versterken. Tegelijk is journa-
listieke kwaliteit een onderscheidende factor
binnen de strategie en het businessmodel.
6.3.1.4. DIGITALE INNOVATIE EN
IT-BETROUWBAARHEID
Digitale innovatie en IT-betrouwbaarheid zijn
materieel voor Roularta Media Group omdat
consumenten en eindgebruikers onze merken
en diensten steeds vaker digitaal gebruiken
(websites, apps, digitale abonnementen, acties
en diensten). Wanneer digitale systemen niet
beschikbaar zijn of storingen vertonen, kan
dat de toegang tot content en dienstverlening
tijdelijk beperken en het vertrouwen in onze
merken aantasten. Tegelijk creëert digitale
innovatie kansen om content gebruiksvriende-
lijker, relevanter en beter vindbaar te maken
voor de lezer.
Roularta Media Group erkent daar-
naast het blijvende belang van print,
dat voor veel lezers nog steeds een
waardevolle rol speelt. Daarom ont-
wikkelde de groep een strategie
die digitaal en print complementair
inzet. Deze combinatie ondersteunt
de continuïteit van onze dienstver-
lening en de waardecreatie van het
businessmodel, zowel via lezers-
relaties als via advertentie- en
partneractiviteiten. De scope van
dit topic omvat de activiteiten van
de groep in België en Nederland.
Digitale innovatie als motor van
vooruitgang
Om succesvol te blijven in het digi-
tale tijdperk, is het aan Roularta
Media Group om zich flexibel, inno-
vatief en proactief aan te passen aan
technologische ontwikkelingen en
veranderende publieksvoorkeuren.
Digitale innovatie is een essenti-
ele motor om relevant te blijven en
nieuwe kansen te benutten.
Digitalisering blijft aanzienlijke ver-
anderingen teweegbrengen in de
voorkeuren van klanten en hun inte-
resse in producten. Daarom blijft
Roularta Media Group investeren
in het ontwikkelen van nieuwe toe-
passingen, diensten en platformen
die aansluiten bij deze evoluerende
behoeften. Uitblijvende innovatie
brengt dan ook het risico met zich mee dat con-
currenten terrein winnen, wat kan resulteren in
een afnemende klantenbasis en een negatieve
impact op de financiële resultaten.
Of het nu gaat om de ontwikkeling van digi-
tale platformen, het gebruik van geavanceerde
data-analysetools of het creëren van nieuwe
vormen van content via nieuwe technologieën,
Roularta Media Group plaatst digitale innova-
tie centraal in haar strategie. Intern mikt het
bedrijf ermee op een hogere productiviteit,
meer efficiëntie en een versterkte en robuuste
bedrijfsvoering.
Voor consumenten en eindgebruikers betekent
dit concreet dat Roularta inzet op een betere
digitale gebruikerservaring en op content die
vlotter vindbaar en relevanter wordt via digitale
kanalen. Dit ondersteunt de relatie met lezers
en gebruikers, en draagt bij aan de continuïteit
van digitale diensten binnen het businessmo-
del.
De uitdagingen van een digitale wereld
De verschuiving naar een meer digitale focus
brengt ook nieuwe risico’s met zich mee. IT-on-
derbrekingen kunnen verregaande gevolgen
hebben, van operationele verstoringen en
financiële verliezen tot aanzienlijke reputatie-
schade. Het spreekt vanzelf dat het beheren en
het beveiligen van de systemen die al de digitale
processen en informatiestromen ondersteunen,
een topprioriteit is.
Voor eindgebruikers kunnen IT-storingen lei-
den tot tijdelijke hinder of verminderde toegang
278 - CSRD VERSLAG 2025 CSRD VERSLAG 2025 - 279
MEDIA WITH IMPACT
tot websites, apps en digitale diensten.
Daarom is IT-betrouwbaarheid niet
alleen een interne operationele ver-
eiste, maar ook een voorwaarde om
de beschikbaarheid van content en
dienstverlening richting consumenten
te waarborgen en het vertrouwen in de
merken van de groep te behouden.
6.3.2. S4-1: BELEID OMTRENT
CONSUMENTEN EN EINDGEBRUIKERS
6.3.2.1. PRIVACY BELEID
Roularta Media Group bevordert een
bedrijfscultuur waarin de privacyrech-
ten van individuen centraal staan. In
lijn met de General Data Protection
Regulation (GDPR) gaat de organisa-
tie zorgvuldig en transparant om met
persoonsgegevens die haar worden
toevertrouwd en respecteert zij de rech-
ten van betrokkenen. Dit is verankerd
in interne beleidslijnen en procedures,
waaronder een uitgebreid privacy- en
cookiebeleid. De privacy wetgeving is
voornamelijk de Europese GDPR die in
alle landen van de EU van toepassing is.
Het privacybeleid is van toepassing op
de verwerking van persoonsgegevens
van diverse groepen betrokkenen, waar-
onder klanten, bezoekers van websites,
gebruikers van digitale toepassingen,
deelnemers aan evenementen en acties,
en leveranciers. De doelstellingen van
het beleid zijn het beschermen van per-
soonsgegevens en het waarborgen van
de rechten op inzage, correctie en verwij-
dering.
Actualisaties
In 2024 voerde Roularta Media Group een
herzien privacybeleid voor personeel in, dat
verduidelijkt hoe binnen de eigen organisa-
tie zorgvuldig met persoonsgegevens wordt
omgegaan.
In 2025 werd het algemene privacybeleid
geactualiseerd en geharmoniseerd voor
België en Nederland en gepubliceerd op
de vernieuwde corporate website Roularta.
com met hyperlink naar www.roularta.com/
privacy-policy/. Daarbij lag de focus op (1)
transparanter en toegankelijker taalge-
bruik met een meer interactieve opbouw,
(2) een duidelijke integratie van digitale
personalisatie- en marketingpraktijken,
en (3) een gedetailleerd register van ver-
werkingsactiviteiten met per verwerking
informatie over doel, rechtsgrond, catego-
rieën persoonsgegevens, bewaartermijnen
en ontvangers. Deze actualisatie versterkt
de transparantie naar betrokkenen en ver-
hoogt de auditzekerheid door een betere
traceerbaarheid en toetsbaarheid van de
verwerkingen.
Governance
De eindverantwoordelijkheid voor het pri-
vacybeleid ligt bij de Privacy-Security-AI
Board (PSA Board), die de voormalige Pri-
vacy Board vervangt. Deze raad valideert
beleidslijnen en adviezen over bedrijfsri-
sico’s die verband houden met wettelijke
vereisten, interne beleidslijnen en technologische
ontwikkelingen, en fungeert als formeel besluitvor-
mingsplatform voor risico’s rond privacy, security
en AI.
Klachten - vragen
Roularta Media Group behandelt privacy-klachten
en verzoeken van betrokkenen conform de GDPR:
antwoorden volgen uiterlijk binnen 30 dagen en
meestal sneller. Er zijn geen openstaande dossiers
ouder dan twee maanden; indien nodig gebeurt tij-
dige escalatie volgens het interne proces.
In 2025 werd één klacht geregistreerd die leidde
tot een formele waarschuwing van de Gege-
vensbeschermingsautoriteit (GBA). Het betrof
ongevraagde marketingmails en een verzoek
tot stopzetting en gegevensverwijdering. Hoe-
wel het verzoek inhoudelijk werd uitgevoerd, werd
de betrokkene onvoldoende geïnformeerd over de
genomen maatregelen, wat vereist is onder arti-
kel 12.3 GDPR. De GBA publiceerde de beslissing
geanonimiseerd.
6.3.2.2.TOEGANG TOT KWALITEITSVOLLE
INFORMATIE
Roularta Media Group wil dat consumenten en
eindgebruikers op een toegankelijke manier kwa-
liteitsvolle informatie kunnen vinden en gebruiken.
Dit beleid focust op de beschikbaarheid, vind-
baarheid en begrijpbaarheid van informatie voor
eindgebruikers, en op het laagdrempelig kunnen
geven van feedback.
De organisatie stelt haar content en informatie ter
beschikking via haar websites, digitale toepassin-
gen en communicatiekanalen, en zorgt ervoor dat
gebruikers vragen, opmerkingen of signalen
kunnen doorgeven. Daarbij streven we naar
duidelijke communicatie en gebruiksvriende-
lijke kanalen, zodat eindgebruikers snel de weg
vinden naar de juiste informatie of ondersteu-
ning.
Wanneer er onjuistheden worden vastgesteld,
is het uitgangspunt dat fouten transparant en
zo snel mogelijk worden rechtgezet. Correcties
en rechtzettingen maken daarom deel uit van
het beleid om de kwaliteit van informatie voor
eindgebruikers te beschermen. De factcheck-
werking van Knack ondersteunt dit beleid door
beweringen te verifiëren en, waar nodig, bij te
sturen of te nuanceren. De concrete processen
voor feedback, correcties en herstel worden
verder toegelicht in S4-2 en S4-3.
De eindverantwoordelijkheid ligt bij de ‘ver-
antwoordelijke uitgever’, die telkens in
samenspraak met de hoofdredactie van de
verschillende merken/titels kijkt/zoekt naar
een oplossing in lijn met het beleid, zonder
afbreuk te doen van het principe van de ‘onaf-
hankelijkheid van de redacties’.
6.3.2.3. ONAFHANKELIJKE JOURNALISTIEK &
VERANTWOORDE CONTENT
De organisatie hanteert de ethische en
deontologische kaders (o.a. Raad voor de
Journalistiek/Conseil de Déontologie Journa-
listique) als basis voor journalistieke integriteit,
met toezicht door hoofdredacties. Correctie-
en klachtenmechanismen maken onderdeel uit
van de borging van contentverantwoordelijk-
heid en transparantie richting eindgebruikers.
Dit beleid ondersteunt het vertrouwen in
onze merken en in de betrouwbaarheid van
onze content.
Het leveren van kwalitatief hoogwaardige
en accurate inhoud staat centraal in de
missie van Roularta Media Group. Met een
sterke focus op contentverantwoordelijk-
heid en onafhankelijke journalistiek bouwt
Roularta Media Group verder aan haar
reputatie van betrouwbare informatiebron.
Cruciaal daarin zijn de ethische richtlijnen
van de Raad voor de Journalistiek. Die zijn
opgenomen in de Code van de Raad voor
de Journalistiek en waarborgen content-
verantwoordelijkheid en onafhankelijke
journalistiek.
• Contentverantwoordelijkheid verwijst
naar de verplichting om ervoor te zor-
gen dat de publicaties (print, online,
uitzendingen) nauwkeurig, eerlijk en
ethisch zijn en geen schade veroorza-
ken.
• Onafhankelijke journalistiek is jour-
nalistiek die vrij is van (ongepaste)
invloed of controle door externe par-
tijen, inclusief overheden, bedrijven,
politieke partijen of andere machtige
entiteiten.
Deze richtlijnen worden door de hele orga-
nisatie gedragen, wat haar journalistieke
integriteit versterkt. De hoofdredacteurs
binnen de organisatie zien daar ook nauw-
gezet op toe. Dit blijkt ook uit het feit dat
er in 2024 geen gegronde klachten binnen-
kwamen via de Raad voor de Journalistiek
of de Conseil Déontologique.
Het formele klachten- en correctiekader voor
eindgebruikers wordt verder beschreven in S4-3
, terwijl de opvolging via doelstellingen en indi-
catoren wordt opgenomen in S4-5.
6.3.2.4. DIGITALE INNOVATIE EN
IT-BETROUWBAARHEID
Binnen dit entiteitspecifieke topic beschrijft
Roularta Media Group het beleid (S4-1) voor
digitale innovatie en IT-betrouwbaarheid, omdat
deze elementen rechtstreeks bepalen of consu-
menten en eindgebruikers vlot toegang hebben
tot onze digitale diensten en content. Dit beleid
is van toepassing op de activiteiten van de
groep in België en Nederland. Het hoogste
niveau binnen de organisatie verantwoordelijk
voor de uitvoering van dit beleid is de operatio-
neel directeur (COO)
Digitale innovatie
Digitale innovatie is een breed begrip en mani-
festeert zich op verschillende niveaus van
de organisatie. Zo wordt er gewerkt aan een
multimediale strategie waarin de Mijn Maga-
zines-app een centrale rol speelt. Deze aanpak
is niet alleen gericht op de buitenwereld, maar
vormt tegelijk de basis van het interne beleid.
Hij wordt breed omarmd binnen de organisatie
en verder versterkt via gerichte communicatie.
Het integreren van een multimediale strategie
in alle lagen van de organisatie zorgt voor een
consistente en efficiënte manier van werken,
bijvoorbeeld door de installatie van multimedi-
ale redacties.
Digitale innovatie komt tevens tot uiting in de
nieuwe digitale oplossingen waar de medewerkers
280 - CSRD VERSLAG 2025 CSRD VERSLAG 2025 - 281
MEDIA WITH IMPACT
van Roularta Media Group gebruik van maken.
Aan de hand van technologie gaat zowel de
productiviteit als de veiligheid van de mede-
werkers erop vooruit.
Deze beleidskeuzes ondersteunen de ontwik-
keling van digitale producten en diensten die
aansluiten bij veranderende verwachtingen van
lezers en gebruikers, en dragen zo bij aan de
relevantie en continuïteit van het businessmo-
del.
IT-betrouwbaarheid
Het ontwikkelen van de websites en applicaties
van Roularta Media Group gebeurt intern én
met ondersteuning van externe partijen. Daar-
bij streeft de groep naar een gerichte inzet van
externe partners waar dit meer flexibiliteit biedt
voor schaalvergroting en waar gespecialiseerde
expertise in recente technologieën nodig is.
Het uitbouwen van deze websites en apps ver-
loopt in functie van de relevante (internationale)
ve
iligheidsstandaarden en beheersstandaar-
den die intern zijn vastgelegd en opgevolgd.
A
l
s concrete borging van IT-betrouwbaarheid
worden met externe partijen Service Level
Agreements (SLA’s) afgesloten, waarin onder
meer beschikbaarheid, redundantie, respon
-
stijden en monitoring expliciet zijn vastgelegd
en
s
trikt worden opgevolgd.
Door deze aanpak wil Roularta de beschikbaar-
heid, veiligheid en performantie van digitale
pl
atformen borgen, zodat eindgebruikers onze
diensten betrouwbaar kunnen blijven gebrui
-
ken.
6.3.3. S4-2: PROCESSEN VOOR
OVERLEG MET CONSUMENTEN EN
EINDGEBRUIKERS
6.3.3.1. PRIVACY
Roularta Media Group beschikt over toe-
gankelijke en transparante kanalen om met
consumenten en eindgebruikers te over-
leggen over privacygerelateerde impacten
en om vragen of signalen tijdig op te vol-
gen. Betrokkenen kunnen via een centraal
e-mailproces privacyvragen en -verzoe-
ken indienen, waaronder het beheer van
marketingtoestemmingen, verzoeken tot
informatie of inzage, het recht op gegevens-
wissing, correctie of bezwaar.
Elke aanvraag wordt binnen dertig dagen
beantwoord onder verantwoordelijkheid
van de aangestelde Data Protection Officer
(DPO). Deze input vormt een structurele bron
voor het identificeren van aandachtspunten
en het bijsturen van privacyprocessen, in
lijn met de materiële privacy-IRO’s (IRO-43,
IRO-44 en IRO-45).
Daarnaast hanteert Roularta Media Group
een proactieve informatieaanpak om eind-
gebruikers duidelijk te informeren over de
verwerking van hun persoonsgegevens.
Het privacybeleid en de privacy verkla-
ringen worden via verschillende kanalen
beschikbaar gemaakt, waaronder privacy
verklaringen op de websites, in apps en
via relevante verwerkingsovereenkomsten.
In dit beleid wordt helder toegelicht welke
persoonsgegevens worden verzameld,
voor welke doeleinden deze worden
gebruikt, met wie ze eventueel worden
gedeeld, en welke rechten en keuze-
mogelijkheden eindgebruikers hebben
met betrekking tot hun gegevens. Een
link naar het privacybeleid is beschik-
baar op elke webpagina en in de
digitale toepassingen.
Eindgebruikers kunnen hun priva-
cyvoorkeuren rechtstreeks beheren
via de My Account-omgeving van
Mijn Magazines. Voor specifieke
rechtenverzoeken die een individuele
behandeling vereisen (zoals inzage,
correctie, verwijdering of bezwaar)
wordt een aanvraag per e-mail
gevraagd, zodat de identificatie en
opvolging zorgvuldig en conform de
wettelijke vereisten kan gebeuren.
6.3.3.2. TOEGANG TOT
KWALITEITSVOLLE INFORMATIE
Naast transparantie rond privacy
garandeert Roularta Media Group
een ruime toegang tot informatie en
kennis. Via haar website en sociale
mediakanalen blijft de organisatie ook
actief en toegankelijk voor een breed
publiek. Het beheer en de coördinatie
van deze communicatiekanalen vallen
hoofdzakelijk onder de verantwoor-
delijkheid van de afdeling corporate
communication.
De Roularta Media Group Acade-
my-webinars zijn niet enkel gericht op
het eigen personeel, maar ook beschikbaar
voor externe stakeholders. Daarmee breidt
de organisatie haar kennisdeling verder uit.
Ook worden regelmatig persberichten gepu-
bliceerd.
Om feedback te verzamelen, zijn diverse
kanalen ingericht, zoals een FAQ-sec-
tie, chatbots, e-mail en telefonische
ondersteuning. Voor het eigen personeel zijn
er bovendien aanvullende mechanismen om
feedback te geven en te ontvangen. Die wor-
den uitvoerig toegelicht in hoofdstuk S1 van
dit verslag.
Roularta Media Group zet haar transparante
aanpak ook door in haar factchecking-pro-
cessen. Hoewel factcheckers streven naar
nauwkeurigheid, kunnen ook zij fouten
maken. Knack hanteert in dat licht het prin-
cipe dat fouten ruiterlijk worden erkend en zo
snel mogelijk en transparant worden gecor-
rigeerd.
Klachten, complimenten, opmerkingen en
vragen kunnen per e-mail worden meege-
deeld. De auteur van de factcheck leest en
behandelt elk bericht in overleg met de deel-
en hoofdredactie. Indien nodig wordt contact
opgenomen met de inzender.
Deze overleg- en feedbackkanalen onder-
steunen het beleid rond “toegang tot
kwaliteitsvolle informatie”: eindgebruikers
kunnen signalen geven over de inhoud, de
duidelijkheid of de correctheid van infor-
matie, zodat de organisatie waar nodig kan
bijsturen.
De overleg- en feedbackkanalen voor eind-
gebruikers worden toegelicht in S4-2, en
de herstelmechanismen via correcties en
rechtzettingen in S4-3.
De eindverantwoordelijkheid voor de coördi-
natie van de externe communicatiekanalen
(corporate website, corporate social media
en perscommunicatie) ligt bij de Corporate
Communication manager.
Bij het beleid en de uitvoering rond toe-
gang tot kwaliteitsvolle informatie wordt
aandacht besteed aan het vermijden van
schadelijke content en aan een zorgvuldige
omgang met kwetsbare groepen, zoals min-
derjarigen en minderheden.
Er is in FY2025 nog geen afzonderlijk, struc-
tureel traject opgezet dat specifiek het
perspectief van kwetsbare groepen sys-
tematisch in kaart brengt; de organisatie
beoordeelt of en hoe dit in toekomstige rap-
porteringsperioden kan worden versterkt.
Deze aanpak en de overlegkanalen rond
toegang tot kwaliteitsvolle informatie zijn
van toepassing op Roularta Media Group in
België én Nederland.
6.3.3.3 ONAFHANKELIJKE JOURNALISTIEK
& VERANTWOORDE CONTENT
Eindgebruikers kunnen opmerkingen,
correctiesuggesties of klachten over
redactionele inhoud doorgeven via de con-
tactkanalen van de merken (o.a. e-mail,
webformulieren, sociale media). Signalen
worden door de redacties beoordeeld en
waar nodig besproken met hoofdredactie en/of
juridische dienst. Structurele signalen worden
meegenomen in interne kwaliteitsbesprekingen.
6.3.3.4 DIGITALE INNOVATIE &
IT-BETROUWBAARHEID
Feedback over digitale diensten wordt verza-
meld via supportkanalen, gebruikerssignalen
(bv. app store reviews) en gebruiksdata (bv.
MAU). Deze input wordt gebruikt om prioriteiten
voor verbeteringen aan apps en platformen te
bepalen en om de gebruikerservaring te verster-
ken.
6.3.4. S4-3 PROCESSEN VOOR HERSTEL VAN
NEGATIEVE IMPACTEN EN KANALEN VOOR
CONSUMENTEN EN EINDGEBRUIKERS
6.3.4.1. PRIVACY
Voor het herstel van mogelijke negatieve pri-
vacy-impacten hanteert Roularta Media Group
duidelijke en gedocumenteerde klachten- en
incidentprocessen. Privacygerelateerde verzoe-
ken van consumenten en eindgebruikers worden
in principe binnen één maand afgehandeld;
wanneer een oplossing niet binnen twee maan-
den kan worden gerealiseerd, wordt het dossier
formeel opgeschaald via de klachtprocedure.
In de rapporteringsperiode werden geen geval-
len van niet-naleving vastgesteld met betrekking
tot consumenten/eindgebruikers onder de UNG-
P’s, de ILO-verklaring of de OESO-richtlijnen.
Er werden slechts beperkte externe klachten
geregistreerd, namelijk één informatieve vraag
van de Gegevensbeschermingsautoriteit (GBA)
en één GBA-melding/waarschuwing. Beide dos-
282 - CSRD VERSLAG 2025 CSRD VERSLAG 2025 - 283
MEDIA WITH IMPACT
siers zijn tijdig, conform het interne proces,
behandeld en nadien intern geëvalueerd om
procedures en controles verder te versterken.
Om privacygerelateerde risico’s proactief te
beheersen en te minimaliseren, treft Rou-
larta Media Group passende technische en
organisatorische maatregelen gericht op de
beveiliging van persoonsgegevens en het
voorkomen van datalekken. Risico’s worden
organisatiebreed geïdentificeerd, beoordeeld
en geprioriteerd via jaarlijkse risicoanalyses,
aangevuld met maandelijkse opvolging van
gekende kwetsbaarheden.
De doeltreffendheid van deze maatregelen
wordt continu gemonitord. Organisatierisi-
co’s worden bijgehouden in een dynamisch,
regelmatig geactualiseerd risicodocument,
terwijl gekende kwetsbaarheden automatisch
worden geregistreerd en opgevolgd via een
cloudbeveiligingsdashboard.
Incidentbeheer en herstel
Wanneer vermoedens ontstaan van inhou-
delijke incidenten die de vertrouwelijkheid of
de integriteit van persoonsgegevens kunnen
schaden, stelt de IT-afdeling een dossier op
om de daadwerkelijke feiten te onderzoeken.
Tijdens dit onderzoek kunnen meteen tijde-
lijke voorzorgsmaatregelen worden genomen
om verdere onregelmatigheden te voorko-
men.
Afhankelijk van de aard en de oorzaak van
een incident wordt de verantwoordelijke
voor personeelsbeleid, klanten en leveran-
ciers of lezers geïnformeerd. Die kan
indien nodig een vervolgprocedure
opstarten met verdere stappen en/
of tuchtmaatregelen, waarbij de
eindgebruikers worden geïnformeerd
conform de wettelijke, reglementaire
en contractuele vereisten.
Om bedrijfsprocessen en gegevens
optimaal te beschermen, heeft Rou-
larta Media Group een herstel- en
continuïteitsplan ontwikkeld voor alle
centraal beheerde, kritieke toepas-
singen en data. Dit plan waarborgt
de bedrijfscontinuïteit bij incidenten
en zorgt ervoor dat de impact mini-
maal is.
Met deze integrale aanpak streeft
de groep naar een veilige en
betrouwbare omgeving voor zowel
gegevensbeheer als bedrijfsvoering.
De onderneming beoordeelt of consu-
menten en eindgebruikers voldoende
bekend zijn met en vertrouwen heb-
ben in de beschikbare structuren en
processen om hun zorgen of behoef-
ten kenbaar te maken en oplossingen
te verkrijgen. Aangezien er via deze
kanalen daadwerkelijk aanvragen
en meldingen binnenlopen (en door-
lopend beantwoord worden), lijkt
dat absoluut het geval. Verder wij-
zen cookiebanners en dergelijke de
eindgebruiker regelmatig op pri-
vacy gerelateerde kwesties en is
aanvullende informatie vlot toegankelijk via de
bedrijfswebsite.
Hoewel de onderneming geen formeel beleid
heeft voor de bescherming tegen represailles bij
het gebruik van de meldingskanalen, wordt bij
privacy gerelateerde meldingen strikt toegezien
op anonimiteit en vertrouwelijkheid. Bovendien
ligt het behandelen van deze meldingen in han-
den van ervaren medewerkers die zijn aangeduid
om zorgvuldig en discreet om te springen met dit
soort kwesties. Er is kortom sprake van een vei-
lige omgeving waarin mensen hun zorgen kunnen
delen zonder angst voor nadelige consequenties.
6.3.4.2. TOEGANG TOT KWALITEITSVOLLE
INFORMATIE
Binnen Roularta Media Group bestaan er diverse
procedures om meldingen van eindgebruikers
op te volgen. Een concreet voorbeeld is te vin
-
den in de rubriek Factcheck, waar specifieke
richtlijnen zijn opgesteld voor het verwerken van
correcties.
Wanneer aangevoerde argumenten of nieuwe
informatie de aanpassing van een eerder gepu
-
bliceerde factcheck vereisen, wordt de tekst
online bijgewerkt. Bij grote fouten gebeurt dat
op een zichtbare wijze, met een toelichting
onderaan het artikel die uitlegt wat er mis is
gegaan en waarom de correctie noodzakelijk is.
Als de factcheck ook in een papieren magazine
verschenen is, wordt een rechtzetting gepubli
-
ceerd in de daarvoor bestemde rubriek in het
eer
stvolgende nummer. Bovendien kent de web-
site van Knack een overzicht van substantieel
g
e
corrigeerde factchecks.
In de periode van mei 2022 tot november
2023 werden drie factchecks substantieel
aangepast. Sinds november 2023 staat
de teller op nul.
Dit correctieproces maakt het herstelme-
chanisme concreet voor eindgebruikers:
wanneer fouten of onvolledigheden wor-
den vastgesteld, worden publicaties
transparant aangepast, met als doel het
vertrouwen in de kwaliteit van informatie
te behouden.
6.3.4.3. ONAFHANKELIJKE
JOURNALISTIEK & VERANTWOORDE
CONTENT
Herstel bij mogelijke negatieve impacten
van content gebeurt via correcties, recht-
zettingen en transparante communicatie
wanneer fouten of tekortkomingen worden
vastgesteld. Daarnaast bestaat een for-
meel extern klachtenmechanisme via de
Raad voor de Journalistiek/Conseil Déon-
tologique, waarbij de beslissing (gegrond/
niet gegrond) gemotiveerd wordt en gepu-
bliceerd, en het medium wordt gevraagd
de beslissing te publiceren.
De werking van de Raad voor de Journa-
listiek en de Conseil Déontologique
De Raad voor de Journalistiek behandelt
klachten tegen de Vlaamse/Nederlandse
media. Met de Conseil Déontologique
bestaat er ook een Waalse tegenhanger.
Een klacht moet verband houden met een
inbreuk door een journalist of media tegen
de code van het orgaan. Na ontvangst
brengt de secretaris-generaal van het
orgaan het medium in kwestie en de
betrokken journalist(en) op de hoogte
van de klacht. Daarna start een schrifte-
lijke procedure waarbij de verweerder en
de klager hun standpunten uiteenzetten.
Na de schriftelijke procedure volgt een
hoorzitting voor een door het orgaan
samengestelde commissie. Die beslist
op basis van de uiteengezette schrifte-
lijke argumentatie en de hoorzitting of er
effectief sprake is van een inbreuk. De
commissie bereidt een ontwerpbeslis-
sing voor, die daarna aan de volledige
Raad voor de Journalistiek wordt voor-
gelegd. De beslissing of het al dan niet
om een gegronde klacht ging, wordt
uitvoerig gemotiveerd en daarna op de
website van de Raad voor de Journalis-
tiek gepubliceerd. Het medium in kwestie
krijgt de vraag om een samenwerking
van de beslissing te publiceren.
Vaak zijn klachten niet gegrond. De
motivering kan onder meer betrekking
hebben op onderstaande zaken.
• Vrijheid van meningsuiting: een
geuite mening in een journalistiek
format dat geen feitenverslag is
• Relevantie voor het publiek: privacy-
gevoelige berichtgeving met evenwel
een groot maatschappelijk belang
• Feiten die al publiek waren
• Correct en transparant bronnenge-
bruik
6.3.4.4 DIGITALE INNOVATIE
& IT BETROUWBAARHEID
In juni 2025 werd Roularta Media Group
geconfronteerd met een cyberaanval in
de vorm van aanhoudende DDoS-aanval-
len (Distributed Denial of Service). Daarbij
werden servers overspoeld met kunstmatig
verkeer, wat tijdelijke overbelasting veroor-
zaakte. Hierdoor konden gebruikers hinder
ondervinden bij het bezoeken van Roular-
ta-websites en het gebruik van apps van
mediamerken zoals knack.be en libelle.be. De
aanval had ook een operationeel neveneffect
op de drukkerij Roularta Printing in Roeselare,
waardoor sommige lezers hun krant of maga-
zine mogelijk met vertraging ontvingen. De
verstoring werd binnen 24 uur onder controle
gebracht. Alle websites en applicaties waren
vervolgens opnieuw vlot bereikbaar en de
drukactiviteiten werden hervat, met slechts
beperkte impact op de levering aan lezers
en klanten. Roularta benadrukte dat er geen
indicaties waren van ransomware en dat er
geen datalekken of diefstal van gegevens
werden vastgesteld als gevolg van de aanval.
Dit incident onderstreept het belang van
digitale weerbaarheid voor de continuïteit
van nieuwsvoorziening en dienstverlening
aan lezers. Door de snelle mitigatie bleef de
impact op de toegang tot betrouwbare infor-
matie en op de distributie van print- en digitale
producten beperkt. Roularta blijft inzetten op
robuuste beveiliging en bedrijfscontinuïteit
om de beschikbaarheid van haar journalis-
tieke en publieksdiensten te waarborgen.
284 - CSRD VERSLAG 2025 CSRD VERSLAG 2025 - 285
MEDIA WITH IMPACT
6.3.5. S4-4: MAATREGELEN EN MIDDELEN
OMTRENT CONSUMENTEN
EN EINDGEBRUIKERS
6.3.5.1. PRIVACY
Sinds november 2025 hanteert Roularta
Media Group een geïntegreerd governan-
ce-model via de Privacy-Security-AI Board
(PSA Board), dat het vroegere Privacy
Board-model vervangt. Het PSA Board
brengt wettelijke vereisten, interne beleidslij-
nen en technologische ontwikkelingen samen
en fungeert als formeel beslissingsplatform
voor privacy-, security- en AI-gerelateerde
risico’s. Het orgaan vergadert minimaal elk
kwartaal en documenteert zijn besluiten en
opvolging systematisch, wat een audit- en
compliance-proof werking ondersteunt.
De rol van Data Protection Officer (DPO)
wordt ingevuld door een externe DPO voor
België en Nederland, met een onafhanke-
lijke adviserende en validerende functie inzake
GDPR-naleving en privacy-risico’s. Het priva-
cybeleid en eventuele wijzigingen worden finaal
goedgekeurd door Legal, met inhoudelijke toet-
sing door de DPO-functie en het PSA Board.
Privacy is structureel ingebed in de datastrate-
gie. In 2025 werd hiervoor de transversale cel
“Consumer 360°” opgezet, die initiatieven rond
consumentendata coördineert, inclusief iden-
tity- en consent-management. De cel werkt
nauw samen met het PSA Board en valideert
privacyaspecten vóór implementatie. Focus-
punten binnen deze aanpak zijn centraal en
gecontroleerd databeheer, duidelijke gover-
nance-frameworks en toolkits, een structurele
verankering van privacy-by-design en het sys-
tematisch uitvoeren van DPIA’s (data protection
impact assesment) bij nieuwe projecten en part-
nerships. Bij datagedreven samenwerkingen
wordt steeds beoordeeld welke technische en
organisatorische waarborgen nodig zijn om pri-
vacy-risico’s te voorkomen of te mitigeren.
Op het gebied van informatieveiligheid wordt in
2026 een volledig nieuw beleid ingevoerd. Dat
beleid wordt afgestemd op de NIS2-richtlijn en
verschuift de focus weg van ISO 27001. De uit-
werking en implementatie moeten afgerond zijn
tegen het tweede kwartaal van 2027.
IT Security is verantwoordelijk voor de aan-
sturing van de technische en organisatorische
maatregelen, zoals toegangsbeheer, beveili-
gingsarchitectuur, logging en monitoring, en
incidentrespons. Daarbij gebeurt de
afstemming met Legal en de DPO-func-
tie via het PSA Board.
Door de combinatie van PSA Board-
governance, onafhankelijke DPO-
validatie, de Consumer 360°-cel en
ISO-gealigneerde securitymaatregelen
borgt Roularta Media Group structureel
haar privacy- en gegevensbescherming-
spraktijken. Deze geïntegreerde aanpak
ondersteunt de continue identificatie,
mitigatie en opvolging van privacy-risi-
co’s en draagt bij aan het beperken van
negatieve impacts zoals beschreven in
IRO-43 en IRO-44.
Om het bewustzijn van haar mede-
werkers rond privacy te bevorderen,
wil Roularta Media Group ook blijven
investeren in trainings- en bewustma-
kingsprogramma’s Deze initiatieven
onderstrepen de toewijding van de orga-
nisatie om een sterk privacybeheer en
een veilige gegevensomgeving te garan-
deren.
6.3.5.2. TOEGANG TOT
KWALITEITSVOLLE INFORMATIE
In een context waarin mis- en desin-
formatie wijdverspreid zijn, versterkt
Roularta Media Group de kwaliteit en
betrouwbaarheid van haar informatie via
factchecking. In België gebeurt dit onder
meer via de wekelijkse factcheck-ru-
briek van Knack, die werkt volgens de
Code of Principles van het Internatio-
nal Fact-Checking Network (IFCN). Sinds
februari 2024 is Knack daarnaast erkend lid
van het European Fact-Checking Standards
Network (EFCSN). De hoofdredacteur van
Knack is verantwoordelijk voor de naleving
en implementatie van deze werkwijze binnen
de redactionele werking.
Factchecking ondersteunt “toegang tot kwa-
liteitsvolle informatie” doordat beweringen
systematisch worden geverifieerd en, waar
nodig, misverstanden en foutieve claims
worden rechtgezet. Wanneer onjuiste infor-
matie een substantiële impact kan hebben,
helpt factchecking om de negatieve gevol-
gen te beperken en het vertrouwen van
eindgebruikers te behouden. Transparantie
is hierbij een kernprincipe: de methode en
onderbouwing van de factcheck worden in
het artikel toegelicht, zodat lezers het proces
kunnen volgen, feedback kunnen geven en –
indien nodig – herbeoordeling mogelijk is.
De factcheckers van Knack voeren daar-
bij doorlopend controles uit op beweringen
die circuleren in het publieke debat; rond de
jaarwisseling onderzocht het team uiteenlo-
pende stellingen.
Sinds januari nemen de factcheckers boven-
dien deel aan een grootschalig Europees
project met als doel desinformatie (bewust
misleidende informatie) en misinformatie
(onjuiste informatie zonder opzet) proactief
te kunnen aanpakken. Met geavanceerde
tools en via nauwe internationale samen-
werking proberen ze te voorspellen welke
foutieve claims op bepaalde momen-
ten opnieuw de kop kunnen opsteken.
Op basis daarvan kunnen ze preventief
correcte informatie via social media
delen. Daarnaast belicht het team ook
veelgebruikte technieken waarmee ver-
spreiders van desinformatie mensen
proberen te misleiden. Het uiteinde-
lijke doel is om mensen minder vatbaar
te maken voor fake news en het ver-
trouwen in correcte berichtgeving te
versterken.
De scope van deze maatregel verschilt
per land. In België gebeurt factchec-
king binnen de werking van Knack. In
Nederland worden factchecking-acti-
viteiten opgenomen binnen de werking
van EW (Elsevier Weekblad).
Voor EW (Nederland) wordt factchec-
king momenteel niet apart gelabeld in
het CMS, waardoor een afzonderlijke
en verifieerbare telling van factchecks
in FY25 nog niet mogelijk is. Hoewel EW
gemiddeld ongeveer 20 relevante arti-
kels per maand publiceert (circa 240
per jaar), nemen we dit cijfer nog niet
op in de gerapporteerde FY25-resul-
taten. In 2026 bekijken we hoe we een
gelijkaardige tag- en registratiesyste-
matiek als bij Knack kunnen toepassen
binnen het EW-CMS, zodat rapporte-
ring op dezelfde basis mogelijk wordt.
De onderliggende telling voor België is
gebaseerd op het factcheck-register en
redactionele registraties en wordt jaar-
lijks geconsolideerd voor rapportering (zie
hoofdstuk 3 “Resultaten targets en KPI’s
2025”).
6.3.5.3. ONAFHANKELIJKE
JOURNALISTIEK & VERANTWOORDE
CONTENT
Roularta Media Group borgt onafhankelijke
journalistiek en contentverantwoordelijk-
heid via redactionele richtlijnen, toezicht
door hoofdredacties en externe deontolo-
gische kaders (Raad voor de Journalistiek/
Conseil Déontologique). Correcties en
rechtzettingen worden transparant ver-
werkt, zodat herstel mogelijk is wanneer
fouten of onvolledigheden worden vast-
gesteld. De effectiviteit wordt opgevolgd
via klachten, correcties en de uitkomsten
van externe deontologische procedures,
aangevuld met interne evaluaties door
redactie en juridische dienst.
6.3.5.4. DIGITALE INNOVATIE EN
IT-BETROUWBAARHEID
Hieronder staan de belangrijkste acties
en maatregelen waarmee Roularta Media
Group digitale innovatie versnelt en IT-ver-
storingen beperkt, zodat consumenten en
eindgebruikers vlot toegang houden tot
onze digitale diensten; de evolutie volgen
we op via de S4-metrics in sectie 6.3.5.5.
Roularta Media Group wil lezers en
gebruikers een betrouwbare en gebruiks-
vriendelijke digitale ervaring bieden. In
FY2025 lag de focus daarom op zowel
digitale productontwikkeling als op het
286 - CSRD VERSLAG 2025 CSRD VERSLAG 2025 - 287
MEDIA WITH IMPACT
beperken en snel herstellen van IT-ver-
storingen. De belangrijkste acties en
maatregelen zijn:
Digitale producten en diensten voor
eindgebruikers
• Mijn Magazines-app: in 2025 lag de
focus op de verdere ontwikkeling
van de digitale Mijn Magazines-app,
waarmee gebruikers eenvoudig
toegang krijgen tot een uitgebreid
portfolio van dertig magazines.
De app bevat exclusieve content,
zoals video’s en podcasts, en laat
gebruikers een persoonlijke leesfeed
creëren. In 2024 werd, op basis van
samenwerking over de landsgrenzen
heen, een nieuwe versie gelanceerd
met een volledig vernieuwde lay-out
en verbeteringen in gebruikservaring
(UX), zoals geoptimaliseerde flip-
books, dynamische brandfeeds en
de mogelijkheid om artikels direct
op te slaan. Dit verbetert de klan-
tervaring en ondersteunt tegelijk
een duurzame groei van de digitale
omzet.
De impact van deze vernieuwing
wordt opgevolgd via objectieve
gebruiks- en kwaliteitsindicatoren,
waaronder de app-rating in de iOS
App Store en Google Play (vergelij-
king t.o.v. 2024) en de evolutie van
het aantal MAU (Monthly Active
Users). In de loop van FY2025 is het
aantal MAU sterk toegenomen, wat
wijst op een hogere adoptie en een
robuustere gebruikerservaring.
• Libelle Lekker Maia (My Artificial Intel-
ligence Assistant):In de verslagperiode
lanceerde Libelle Lekker Maia: een digi-
tale kookassistent van Libelle Lekker
(My Artificial Intelligence Assistant),
ontwikkeld in samenwerking met Miso.
ai. Ze is 24/7 beschikbaar en beant-
woordt kookvragen in natuurlijke taal
op basis van de eigen redactionele
inhoud van Libelle Lekker (recep-
ten, artikels en keukentips). Daardoor
krijgen lezers betrouwbare, merkspe-
cifieke antwoorden die vertrekken
vanuit geteste Libelle-expertise.
Voor lezers betekent dit een laagdrem-
pelige, persoonlijke hulp in de keuken:
snel inspiratie op maat, praktische
uitleg bij technieken en gerichte door-
verwijzingen naar relevante recepten.
o Link met Brainprint : Maia draagt bij
aan duurzamere dagelijkse keuzes
door lezers te ondersteunen bij slim
koken, o.a. met ideeën om ingredi-
enten in huis te gebruiken, restjes
te verwerken en haalbare, bewuste
menu’s samen te stellen. Zo stimu-
leert Maia concreet gedrag dat kan
leiden tot minder voedselverspilling
en meer verantwoord consump-
tiegedrag, in lijn met de prioritaire
SDG-focus van Roularta.
• Weekend à la carte is een online zoek-
machine die alle restaurantrecensies
bundelt die verschenen zijn in Knack
Weekend en Feeling, evenals in Le
Vif Weekend en Gael. Het platform
werd ontwikkeld in samenwerking met Miso.
ai. Dankzij AI worden artikels uit ons recente
archief waarin restaurants worden vermeld
automatisch gedetecteerd en ontsloten.
Bezoekers kunnen daardoor snel en intuïtief
zoeken op type keuken en locatie. Zo activeren
we onze waardevolle redactionele content en
maken we die op een bijzonder gebruiksvrien-
delijke manier beschikbaar voor onze surfers.
• Vooruitblik 2026: Er staan voor 2026 nog
meerdere AI-assistenten en -gidsen op de
planning voor andere Roularta Media Group-ti-
tels. Het uitgangspunt is telkens hetzelfde: we
zetten AI in om onze eigen, betrouwbare en
authentieke journalistieke content beter vind-
baar en relevanter te maken voor onze lezers.
Interne digitalisering en werkwijzen (om digitale
producten en processen te ondersteunen)
• Multimediale werkwijze en WoodWing: intern
werden grote stappen gezet met het oog op
een multimediale werkwijze, waaronder de
oprichting van multimediale redacties op
basis van de nieuwe software WoodWing. De
voordelen van deze ambitieuze en gezamen-
lijk gerealiseerde transformatie zijn legio:
centralisatie van content, integratie van print
en digitaal, meer flexibiliteit in workflows, …
Dat gaat gepaard met nieuwe functionalitei-
ten, zoals het beheer van meerdere edities
bij kranten en de integratie van verschillende
advertentieboekingssystemen.
• Interne communicatie en begeleiding: via
interne communicatiekanalen zoals webi-
nars, mailingen en het Happie Magazine
deelt Roularta Media Group haar visie op
digitalisering met alle medewerkers. Het
bedrijf onderstreept zo het belang
van gezamenlijke inspanningen om de
multimediale strategie succesvol te
realiseren. Bovendien worden teams
actief gestimuleerd om bij te dragen
aan de verdere digitalisering van pro-
ducten en diensten, waarbij innovatie
en samenwerking centraal staan.
IT-betrouwbaarheid en digitale weerbaar-
heid (voorkomen, detecteren en herstellen)
IT-betrouwbaarheid is een noodzakelijke
randvoorwaarde om digitale diensten
beschikbaar te houden voor eindgebrui-
kers en om verstoringen zoveel mogelijk
te voorkomen of snel te herstellen. De
belangrijkste maatregelen zijn:
• Ontwikkeling en partners: de ontwikke-
ling van de websites en de applicaties
van Roularta Media Group gebeurt
intern maar ook door externe partijen.
Daarbij is het streven een verschuiving
naar externe partners, die meer flexi-
bel met schaalvergroting om kunnen
en bovendien steeds op de hoogte zijn
van de laatste nieuwe technologieën.
• Veiligheidsstandaarden: het uitbouwen
van deze websites en apps verloopt in
functie van de relevante internationale
veiligheidsstandaarden, die ook intern
neergeschreven staan.
• Kwetsbaarheden opsporen: alle
websites en applicaties staan gere-
gistreerd op een platform dat ethische
hackers toelaat om kwetsbaarheden
op te sporen. Op die manier merkt
Roularta Media Group nieuwe kwets-
baarheden zeer snel op en blijft de
beveiliging van haar websites con-
tinu op hoog niveau.
• Bescherming tegen aanvallen:
firewalls zorgen er dan weer voor
dat aanvallen automatisch gede-
tecteerd en geblokkeerd worden.
Aanvullend is specifieke DDoS-be-
veiliging (Distributed Denial Of
Service) actief.
• Continue monitoring: websites
en applicaties worden continu
gemonitord via scoring van het
beveiligingsniveau; afhankelijk van
de scoring worden de beveiligings-
niveaus bijgesteld.
Competenties en verdere investeringen
• Employer branding: Naast deze
operationele maatregelen zet de
groep ook in op het aantrekken van
de juiste competenties. Er loopt
een employer branding-campagne
om nieuwe digitale profielen aan te
werven (zie ook hoofdstuk S1).
• Andere innovaties: verdere inves-
teringen blijven voorzien voor het
geautomatiseerd uitgeven naar
verschillende digitale kanalen en
het doeltreffend inzetten van AI
ter ondersteuning van het publis-
hingsproces en van een efficiënt
editoriaal proces voor nieuwsbrie-
ven, campagnes en mailings.
De opgelijste acties en maatregelen
vragen geen significante alleenstaande
kapitaaltoewijzingen, deze kosten worden
volledig opgenomen in de budgetten van de
respectievelijke departementen.
6.3.6. S4-5: DOELEN OMTRENT
CONSUMENTEN EN EINDGEBRUIKERS
6.3.6.1. PRIVACY
De PSA Board vormt de basis om doelstellingen
rond privacybeheer structureel te formuleren
en op te volgen. Gezien het prille karakter van
dit governance-model lagen er tot recent nog
geen afzonderlijke, kwantitatieve targets vast.
In 2025 werd echter een concreet objectief
gelanceerd waarbij alle gegronde privacygere-
lateerde klachten binnen twee maanden door
het PSA Board worden behandeld. Daarnaast
monitort het PSA Board evoluties en identifi-
ceert het opportuniteiten om privacyprocessen
en het privacybeleid verder te verbeteren.
6.3.6.2. TOEGANG TOT KWALITEITSVOLLE
INFORMATIE
Het publiceren van factchecks draagt bij aan
de missie van Roularta Media Group om kwa-
liteitsvolle, onafhankelijke en relevante content
te publiceren en is daarom een goede indicator
van het streven naar journalistieke integriteit
en betrouwbaarheid. Sinds 2024 ligt het mini-
mumaantal gepubliceerde factchecks vast in
een target (zie ook hoofdstuk 3 “Resultaten
targets en KPI’s 2025” voor de resultaten). De
target van 250 factchecks is vastgesteld op
basis van historische data en representatieve
prestaties uit voorgaande jaren. Bij het vast-
stellen van de target zijn de eindgebruikers of
consumenten niet betrokken.
288 - CSRD VERSLAG 2025 CSRD VERSLAG 2025 - 289
MEDIA WITH IMPACT
Factchecks spelen een cruciale rol in het
bestrijden van desinformatie en het verster-
ken van het vertrouwen van het publiek in de
content van Roularta Media Group. Ze onder-
strepen het engagement van de organisatie
om waarheidsgetrouwe informatie te leveren
en complexe onderwerpen op een transpa-
rante manier te belichten.
Door een concrete doelstelling te koppelen
aan het aantal gepubliceerde factchecks,
wordt niet alleen de zichtbaarheid van dit
werk vergroot, maar ook consistent bijgedra-
gen aan het waarborgen van de inhoudelijke
kwaliteit van publicaties. Bovendien vormt
de target een stimulans om onjuiste of mis-
leidende informatie proactief te signaleren,
wat de positie van Roularta Media Group als
betrouwbare bron voor nieuws en informatie
alleen maar verder versterkt.
De doeltreffendheid van deze actie wordt
jaarlijks beoordeeld op basis van interne
registers, tellingen en logs en vergeleken met
de FY24-baseline. Deze doelstelling wordt
jaarlijks geëvalueerd en zal over de jaren heen
dezelfde blijven.
6.3.6.3 ONAFHANKELIJKE
JOURNALISTIEK & VERANTWOORDE
CONTENT
Sinds 2024 geldt als doelstelling dat,
wanneer de Raad voor de Journalistiek
of de Conseil de Déontologie Journa-
listique een klacht gegrond verklaart,
Roularta Media Group de beslissing
de nodige publiciteit geeft zoals voor-
zien in de respectievelijke codes (bv. via
publicatie of vermelding volgens de richt-
lijnen van het orgaan). Deze doelstelling
versterkt de transparantie naar eindge-
bruikers en ondersteunt het vertrouwen
in onafhankelijke journalistiek en con-
tentverantwoordelijkheid. De opvolging
gebeurt via de klachtenlog en de moni-
toring door redactie en juridische dienst.
Bij het vaststellen van deze doelstelling
zijn eindgebruikers of consumenten niet
betrokken.
Deze doelstelling is van toepassing op de
Belgische media-activiteiten van Rou-
larta Media Group, aangezien de Raad
v
o
or de Journalistiek en de Conseil de
Déontologie Journalistique de relevante
klachtenorganen zijn voor België. Voor
Nederland wordt klachtenopvolging over
redactionele inhoud uitgevoerd via de daar
geldende zelfregulerings- en klachtenka
-
ders. In Nederland bestaat momenteel
ge
en expliciete of uniforme verplichting,
zoals in België, om gegronde uitspraken
van een journalistieke klachteninstantie
systematisch publiek te maken; publicatie
gebeurt er eerder op vrijwillige basis en
kan verschillen per medium.
De target werd vastgesteld op basis van de
deontologische verplichtingen en publica-
tieverwachtingen van de betrokken organen
(codes van de Raad/Conseil) en intern vertaald
naar een concrete opvolgingsdoelstelling:
gegronde uitspraken worden systematisch
geregistreerd, opgevolgd en gepubliceerd vol-
gens de geldende richtlijnen. Omdat het om een
“als-dan”-doelstelling gaat, is ze niet gekop-
peld aan een vast kwantitatief streefgetal. De
prestatie wordt beoordeeld op de correcte en
tijdige toepassing van de publiciteitsvereisten
wanneer zich een gegronde uitspraak voor-
doet. De invulling en opvolging gebeuren door
redactie en juridische dienst.
De prestaties t.o.v. FY24 en de verklarende
factoren (bevorderend/belemmerend) worden
toegelicht in sectie 6.3.6.5 Prestaties op doe-
len
6.3.6.4. DIGITALE INNOVATIE EN
IT-BETROUWBAARHEID
Voor 2026 blijft de multimediale aanpak een
van de focuspunten. Een bijkomende doelstel-
ling is de harmonisatie en uniformisering tussen
België en Nederland. Er wordt ingezet op het
stimuleren van kennisdeling en samenwerking
over de redacties heen. Digitale opleidingspro-
gramma’s moeten eventuele kennisnoden op
vlak van data helpen wegwerken.
De betrouwbaarheid van digitale platformen
wordt geborgd via afspraken, standaarden en
monitoring, onder meer via SLA’s met externe
partijen waarin beschikbaarheid, redundantie,
responstijden en monitoring zijn vastgelegd en
opgevolgd.
6.3.6.5. PRESTATIE OP DOELEN
De onderstaande tabel bundelt de kwantitatieve prestaties (FY24 en FY25) voor de S4-doelstellingen zoals beschreven in sectie 6.3.6. De prestaties op de
S4-doelstellingen worden opgevolgd via de KPI’s en targets die in hoofdstuk 3 (“Resultaten targets en KPI’s 2025”) gerapporteerd worden.
Thema Doel Resultaat 2024 Resultaat 2025 Evolutie
Privacy
Gegronde privacy klachten
binnen 2 maanden behandeld
door PSA Board
Geen openstaande
dossiers ouder dan
twee maanden
Geen openstaande dossiers
ouder dan twee maanden;
daarnaast werd één klacht
geregistreerd die leidde tot
een formele waarschuwing
van de GBA
In FY25 werd governance verder
versterkt via PSA Board en
striktere opvolging waar nodig.
Toegang tot kwaliteitsvolle
informatie
Aantal gepubliceerde
factchecks
(minimum 250/jaar)
280 261
Daling t.o.v. FY24; blijft
boven het doel
Onafhankelijke journalistiek
& verantwoorde content
Geen gegronde klachten bij
Raad voor de Journalistiek/
Conseil de Déontologie
Journalistique
0 0
Status-quo:
geen gegronde klachten
Digitale innovatie
& IT-betrouwbaarheid
Beschikbaarheid en
performantie van
digitale platformen
(opvolging via SLA’s,
monitoring en
incidentrespons)
interne opvolging interne opvolging
De evolutie wordt vooral
verklaard door productstrategie/
digitale doorontwikkeling en
verdere borging via afspraken,
standaarden en monitoring.
CSRD VERSLAG 2025 - 291
MEDIA WITH IMPACT
290 - CSRD VERSLAG 2025
Evolutie per doel
• Privacy:
het meet- en registratieproces is nog
in opbouw; de onderbouwing van jaar-
op-jaar evoluties wordt verder verfijnd
naarmate KPI-registratie en governan-
ce-rapportering consistenter worden
toegepast.
• Factchecks (België): In FY24 publiceerde
Roularta Media Group 280 factchecks,
boven de doelstelling van minstens 250.
Dit draagt bij aan de betrouwbaarheid
en kwaliteit van informatie voor eindge-
bruikers. In FY25 werden in België 261
factchecks gepubliceerd. Ten opzichte
van FY24 betekent dit een daling. De
evolutie ten opzichte van FY24 verklaren
we onder meer door belemmerende fac-
toren, zoals verschuivende redactionele
prioriteiten en tijdelijke capaciteitsdruk,
terwijl de structurele inbedding van
factchecking in de nieuwsprocessen en
een stabiele redactionele kern blijvende
bevorderende factoren blijven.
Voor Nederland wordt factchecking
momenteel niet apart gelabeld in het
CMS, waardoor een afzonderlijke en
verifieerbare telling in FY25 nog niet
mogelijk is; in 2026 wordt bekeken hoe
een gelijkaardige tag- en registratiesys-
tematiek kan worden toegepast.
• Onafhankelijke journalistiek:
In FY24 en FY25 waren er geen gegronde
klachten; dit bevestigt de borging van
de onafhankelijke journalistieke stan-
daarden.
• Digitale innovatie
& IT-betrouwbaarheid:
De evolutie tussen FY24 en FY25 binnen
digitale innovatie en IT-betrouwbaar-
heid wordt vooral verklaard door de
verdere doorontwikkeling van digitale
diensten en de versterkte borging van
platformbetrouwbaarheid via afspraken,
standaarden en monitoring.
6.3.7. METRICS OMTRENT CONSUMENTEN
EN EINDGEBRUIKERS
Deze sectie bundelt de metrics waarmee
Roularta Media Group de materiële thema’s
binnen ESRS S4 (consumenten en eindge-
bruikers) opvolgt.
6.3.7.1. METHODOLOGIE EN ASSUMPTIES
• Privacy
Voor privacy worden onder meer de
volgende metrics opgevolgd: het aantal pri-
vacygerelateerde klachten en verzoeken van
betrokkenen, de tijdige afhandeling binnen de
voorziene termijnen, en relevante incidenten
met mogelijke impact op persoonsgegevens.
Het meet- en registratieproces is hierbij nog
in opbouw; de onderbouwing van jaar-op-jaar
evoluties wordt verder verfijnd naarmate de
KPI-registratie en governance-rapportering
consistenter worden toegepast.
• Toegang tot kwaliteitsvolle informatie
De opvolging van deze KPI gebeurt via
interne redactionele registraties en
monitoring van gepubliceerde fact-
checks, waarbij het aantal factchecks
periodiek wordt vergeleken met de vast-
gelegde doelstelling.
• Onafhankelijke journalistiek
& verantwoorde content
De opvolging gebeurt op basis van interne
registraties van correcties en rechtzet-
tingen, aangevuld met monitoring van
gegronde uitspraken van de Raad voor
de Journalistiek / Conseil de Déontologie
Journalistique en de naleving van publici-
teitsvereisten.
• Digitale innovatie
en IT-betrouwbaarheid
Voor digitale innovatie en IT-betrouwbaar-
heid volgen we de beschikbaarheid en
performantie van digitale platformen op
(o.a. via SLA’s met externe partijen, moni-
toring en incidentrespons), aangevuld met
KPI’s over digitale productontwikkeling
waar relevant.
Er zijn momenteel geen afzonderlijke
kwantitatieve metrics aan dit topic gekop-
peld.
6.3.7.2. METRICS
Deze sectie geeft een overzicht van de
metrics waarmee Roularta Media Group de
doelstellingen onder 6.3.6 (S4-5) opvolgt. De
kwantitatieve prestaties en de evolutie t.o.v.
FY24 worden centraal toegelicht in 6.3.6.5
Prestaties op doelen.
6.3.7.3. VERKLARING VAN DE EVOLUTIE
De evolutie van de KPI’s en de prestaties ten
opzichte van de vastgelegde doelstellingen
wordt centraal toegelicht in sectie 6.3.6.5
“Prestaties op doelen”, waar de relevante
trends, afwijkingen en verklarende factoren
worden besproken.
CSRD VERSLAG 2025 - 293
MEDIA WITH IMPACT
292 - CSRD VERSLAG 2025
7.0 INLEIDING
Uit de dubbele materialiteitsanalyse
(DMA) van Roularta Media Group (RMG)
blijkt dat verschillende duurzaamheids-
thema’s niet alleen materieel zijn in de
eigen activiteiten, maar ook bij partners in
de waardeketen. De grootste hefboom en
impact liggen daarbij vooral upstream (bij
leveranciers) en minder in de downstream
fase (na de eigen productieprocessen).
Dit sluit aan bij de scope-3 inventaris: het
grootste deel van de broeikasgasuitstoot
situeert zich upstream, met papierproduc-
tie en -transport als dominante component
(op basis van onze huidige scope-3-inven-
taris en materialiteitsinschatting)
Conform CSRD/ESRS rapporteert Rou-
larta over de materiële effecten, risico’s
en kansen in de volledige waardeketen
(IRO’s). De materiële waardeketenthema’s
omvatten onder meer: klimaatmitigatie,
energieverbruik, gebruik van mariene- en
waterbronnen, watervervuiling, hout als
grondstof, luchtvervuiling door transport,
afvalstromen bij leveranciers en na gebruik
van producten, gevaarlijke chemicaliën in
papier- en inktproductie, biodiversiteit en
ecosystemen, gezondheid en veiligheid van
werknemers bij papier- en inktfabrikanten,
privacy bij distributeurs en agentschappen,
en verantwoorde marketingpraktijken bij
adverteerders.
Sectorcontext papier (upstream)
De belangrijkste upstream milieu-im-
pact van RMG situeert zich bij de
pr
oductie van papier en karton. Europese
sectorstatistieken (CEPI) tonen dat de pulp-
en papierindustrie de voorbije decennia
substantiële vooruitgang boekte in emis
-
sie-intensiteit en brandstofmix: tussen 1991
e
n
2023 daalde de directe fossiele CO
2
-uit-
stoot van de sector van ca. 39 miljoen ton
na
ar ca. 22 miljoen ton per jaar, en steeg
het aandeel biomassa en andere hernieuw
-
bare brandstoffen tot circa 65% in 2023.
Ook de circulariteit neemt toe: in 2024 was
ongeveer 50,7% van de gebruikte vezel
-
grondstoffen “papier voor recyclage”. (Bron
: CEPI Key Statistics 2024 – European pulp
& paper industry)
Naast papierfabrikanten zijn kernsecto-
ren in de waardeketen ook inktfabrikanten,
machinebouwers, transporteurs en adver-
teerders. De waardeketen is bovendien al
geïntegreerd in de rapportering over scope-
3-uitstoot.
Infaseringsperiode
waardeketeninformatie (ESRS)
Omdat CSRD/ESRS nieuw is en waardeketen-
partners zich in verschillende maturiteitsfasen
bev
inden, gebruikt RMG de ESRS-infaserings-
periode (drie jaar) om waardeketeninformatie
v
e
rder te verdiepen. In die fase ligt de nadruk
op: het verduidelijken van de beïnvloedingssfeer
per ketenschakel, het opvragen en valideren
van data bij kernpartners, en het onderbouwen
van de belangrijkste waardeketen-IRO’s met
traceerbare bronnen en methodes. (in lijn met
ESRS-proportionaliteit en verifieerbaarheid).
Grote partners vallen zelf onder CSRD, wat de
beschikbaarheid van betrouwbare data zal ver
-
snellen. Hoewel we niet verplicht zijn om per
ke
tenpartner afzonderlijk te rapporteren, geven
we hieronder wel concrete voorbeelden van hoe
Roularta haar beleid, acties en doelstellingen
in de waardeketen operationaliseert en onder
-
bouwt. (op basis van gevalideerde partnerteksten
e
n p
roportionele integratie in onze rapportering).
Bijlagen
Ter ondersteuning zijn 4 aanvullende, gevali-
deerde, afzonderlijke bijlagen aan dit verslag
toegevoegd met extra partner-bron onderbou-
wing voor dit hoofdstuk.
1. Bijlage - Eutraco - partnertekst - transport
2. Bijlage – UPM - partnertekst - water &
afvalwater
3. Bijlage – Sun Chemical - partnertekst - o.a.
SBTi & leveranciersdekking
4. Bijlage – Bpost – partnertekst – transport
Deze bijlagen vormen de onderbouwing van de
cases/voorbeelden die hieronder in Hoofdstuk
7 zijn opgenomen (en ondersteunen ook de verwij-
zingen naar Hoofdstuk 3 “Targets & KPI’s”)
Leeswijzer afkortingen
• DMA = dubbele materialiteitsanalyse
• IRO’s = impacts, risico’s en kansen
• PATs = Policies, Actions & Targets (beleid,
acties en doelen)
• Upstream = leverancierskant
• Downstream = distributie/klantkant
• VC = value chain / waardeketen
Leeswijzer PAT-status (waardeketen)
In dit hoofdstuk slaat “P/A/T aanwezig” op wat
Roularta Media Group zelf heeft opgezet richting
de waardeketen (bv. via duurzaam aankoopbeleid,
leveranciersvoorwaarden, dialoog, monitoring en
doelstellingen). Waar (nog) geen afzonderlijke PATs
bestaan op waardeketen-niveau, rapporteren wij
MDR-conform de relevante “no-PAT”-datapunten
en motiveren wij dit.
7.1 MATERIËLE
WAARDEKETEN-THEMA’S:
BELEID – ACTIES –
DOELEN (PATS)
7.1.1 OVERKOEPELENDE AANPAK: HOE
ROULARTA MDR-P/A/T TOEPAST IN DE
WAARDEKETEN
Beleid (MDR-P)
Roularta Media Group (RMG) stuurt materiële
waardeketenthema’s in hoofdzaak via
duurzaam aankoopbeleid en leveran-
ciersverwachtingen. Voor leveranciers
en kernpartners wordt een mini-
mumkader gehanteerd waarin o.a.
naleving van wet- en regelgeving, res-
pect voor mensen en milieu, en een
doelstellinggedreven duurzaamheids-
aanpak worden verwacht. Dit kader
ondersteunt meerdere materiële waar-
deketenthema’s tegelijk (o.a. klimaat,
grondstoffen, circulariteit, gezondheid
& veiligheid).
Partnerinformatie (bv. van papier-,
inkt- en logistieke partners) wordt
gebruikt als onderbouwing van dia-
loog, als voorbeeld van ketenimpact en
als input die RMG gefaseerd integreert
waar dit proportioneel en verifieerbaar
is. Het gaat hierbij niet om “RMG-tar-
gets van partners”, maar om informatie
die RMG helpt om risico’s/hefboom en
datakwaliteit te beoordelen ( en om de
traceerbaarheid van waardeketenon-
derbouwing te versterken).
Roularta vertaalt haar waardeke-
ten-hefboom vooral via duurzaam
inkoopbeleid, leveranciersvoorwaar-
den en concrete doelstellingen rond
materialen en leveranciersprofielen. In
het CSRD-verslag worden onder meer
doelstellingen opgenomen rond gecer-
tificeerd papier, duurzame inkt en een
minimumpercentage aan onderte-
kende duurzaamheidscharters.
RMG benut haar beïnvloedingsruimte in de
waardeketen vooral via duurzaam inkoop-
beleid, leveranciersvoorwaarden en gerichte
KPI’s/targets. De belangrijkste hefbomen zijn:
• A1 – Duurzaam Aankoopcharter als
overkoepelende waardeketenhefboom
(verwachtingen, dialoog en monitoring)
• A2 – Preferentiële inkoop van papier
bij SBTi-leveranciers (klimaathefboom
upstream)
• A3 – Preferentiële inkoop van inkten
bij SBTi-leveranciers (klimaathefboom
upstream)
• A4 – 100% FSC/PEFC-papier voor eigen
titels behouden (grondstoffen/ontbos-
singsrisico)
• A5 – 100% Blue Angel-inkten behouden
(duurzame inkt als inkoopvoorwaarde)
De concrete targets, resultaten en trend-
verklaringen worden toegelicht in 7.1 (per
materieel waardeketenthema) en in Hoofd-
stuk 3 Targets & KPI’s (voortgang ten opzichte
van de doelstellingen).
7. WAARDEKETEN
CSRD VERSLAG 2025 - 295
MEDIA WITH IMPACT
294 - CSRD VERSLAG 2025
Acties (MDR-A)
RMG operationaliseert dit beleid via het Duurzaam
Aankoopcharter (A1), dat leveranciers gevraagd
wordt te onderschrijven. Het charter fungeert als
waardeketenhefboom: het maakt verwachtingen
expliciet, creëert een basis voor dialoog en laat
toe om de implementatie op te volgen.
Doelstellingen (MDR-T)
RMG monitort de implementatie van deze waar-
deketenhefboom via een KPI: het aandeel
aankoopwaarde bij leveranciers die het duurzaam
aankoopcharter onderschrijven.
Actie 1 – Leverancierscharter duurzame aankoop
(waardeketen-hefboom)
FY24: aandeel aankoopwaarde bij leveranciers die
het charter onderschrijven: 51%.
FY25: 64,33%, gestegen t.o.v. FY24.
Onderbouwing: lijst met ondertekende charters,
een bestedingsstaat per leverancier; jaarlijkse
verificatie en consolidatie door Procurement.
RMG kan aanvullend ook het aandeel leveranciers
dat het charter ondertekent opvolgen op basis
van aantallen. Dit is een andere indicator dan de
spend-KPI en toont vooral de breedte van dekking
in aantallen, niet het gewicht in aankoopwaarde.
Actie-effectiviteit & verklaring van evolutie
Schommelingen in deze KPI worden doorgaans
verklaard door bijkomende leveranciers die het
charter onderschrijven, eventuele verschuivingen
in aankoopvolumes naar (niet-)ondertekenaars,
of wijzigingen in leveranciersportfolio (nieuwe/
uitfasering van leveranciers). Indien FY25 daalt,
Doelstellingen (MDR-T)
Roularta hanteert concrete waardeke-
ten-gerichte targets/KPI’s, waaronder:
• minimumaandeel papierinkoop bij
SBTi-leveranciers;
• minimumaandeel inktinkoop bij SBTi-le-
veranciers.
(Details en “Resultaten tegenover de gecom-
municeerde doelen” in Hoofdstuk 3.) (zie ook
Hoofdstuk 3 Targets & KPI’s)
Keten-onderbouwing (voorbeelden uit
partnerdialoog met gevalideerde teksten)
• Eutraco beschrijft een klimaatcom-
mitment richting net-zero in logistiek/
transport tegen 2035 en werkt met
reductiedoelstellingen t.o.v. baseline
2023, plus extra transparantie (o.a. klan-
tenplatform met emissie-inzage) tegen
2026
• Eutraco koppelt energiehefbomen aan
“grid independence” (batterijsystemen)
en extra zonnepanelen, met scope-2
doelstelling van −70% tegen 2030 t.o.v.
2023.
• UPM rapporteert een energietransitie
met o.a. uitfasering van steenkool en turf
tegen 2030 en een hernieuwbaar ener-
gieaandeel van 73% in 2024.
• Bpostgroup beschrijft haar mili-
eu-aanpak en jaarlijkse DMA-updates/
ISO-14001-gestuurd milieumanagement;
in de aangeleverde bpost-tekst ligt de
focus binnen “pollution” vooral op lucht-
verontreiniging (NOx) en reductie via
vlootmaatregelen (o.a. Euro 6e en elek-
trische alternatieven)
wordt dit transparant toegelicht en, waar
relevant, gekoppeld aan gerichte opvolging
richting leveranciers.
De formele rapportering van targetwaar-
den en KPI-resultaten (incl. FY24–FY25
vergelijking) is opgenomen in Hoofdstuk
3 Targets & KPI’s. Dit onderdeel licht toe
welke waardeketenactie wordt ingezet en
waarom resultaten wijzigen.
7.1.2 KLIMAATVERANDERING IN DE
WAARDEKETEN – ESRS E1
Beleid (MDR-P)
Roularta verankert klimaat- en energie-
verwachtingen richting de waardeketen
primair via het duurzaam aankoopcharter
(met expliciete verwachtingen rond “res-
pect voor de planeet”, duurzame productie
en maatregelen tegen klimaatopwarming)
en via de keuze om voorkeur te geven
aan leveranciers met formeel vastge-
legde klimaatdoelen (SBTi). De focus ligt
op upstream hefbomen, omdat papierpro-
ductie en -transport een groot deel van
scope-3 uitmaken.
Acties (MDR-A)
Roularta operationaliseert deze hefboom
door:
• leveranciers systematisch te vragen
het charter te ondertekenen en dit op
te volgen via procurement;
• de belangrijkste leveranciers te scree-
nen via publieke informatie én via
gerichte gesprekken (leveranciers dia-
loog) om klimaat- en energierisico’s,
Actie-effectiviteit & verklaring van de
evolutie
Wijzigingen in het aandeel SBTi-leve-
ranciers worden doorgaans verklaard
door verschuivingen in inkoopvo-
lume per leverancier, wijzigingen in
het leverancierslandschap (nieuwe/
uitfasering), en/of veranderingen in
SBTi-status (nieuwe validatie, sta-
tuswijziging). Indien FY25 een daling
toont, wordt dit toegelicht en wordt
beoordeeld of bijkomende leveran-
ciersdialoog of alternatieve sourcing
aangewezen is.
7.1.3 ENERGIE IN DE WAARDEKETEN
(ESRS E1 – ENERGIE)
Beleid (MDR-P)
Energie in de waardeketen is materieel,
vooral via energie-intensieve productie-
processen upstream en via transport/
brandstof downstream. RMG benadert
dit thema via charterverwachtingen,
leveranciersselectie en dialoog over
energietransitie en datakwaliteit.
Acties (MDR-A)
• opvragen en valideren van ener-
gie- en transitie-informatie bij
kernpartners waar proportioneel;
• integratie van relevante ener-
gie-assumpties/invoergegevens in
scope-3 waar toepasbaar;
• dialoog met logistieke partners
over reductiehefbomen in trans-
port.
datadekking en verbeterkansen in
kaart te brengen;
• waardeketenimpact aanvullend
te onderbouwen via scope-3-rap-
portering, waar primaire data
en reële data maximaal worden
gebruikt en waar nodig proportio-
nele aannames worden toegepast.
• In logistiek: bijzondere aandacht
voor transport en reductiehefbo-
men in de keten
A2 – Preferentiële inkoop van papier
bij SBTi-leveranciers
• FY24: meer dan 90% van het
papier kwam van SBTi-gecertifi-
ceerde leveranciers (doel: ≥80%).
• FY25: 97,84%, gestegen t.o.v.
FY24.
• Onderbouwing: SBTi-status van
leveranciers + bestedingsana-
lyse van papierinkoop; jaarlijkse
bevestiging via financiële review
door de CSRD-coördinator.
A3 – Preferentiële inkoop van inkten
bij SBTi-leveranciers
• FY24: 96% van de ingekochte
inkten kwam van SBTi-gecertifi-
ceerde leveranciers (baseline).
• FY25:97,86%, gestegen t.o.v.
FY24.
• Onderbouwing: SBTi-status van
inktleveranciers; bestedingsana-
lyse van de inktinkoop; jaarlijkse
bevestiging via financiële review
door de CSRD-coördinator.
Doelstellingen (MDR-T) – ‘no target’
motivering
RMG heeft in FY24/FY25 nog geen afzon-
derlijke, kwantitatieve VC-energietargets
vastgesteld, omdat meetbaarheid en datadek-
king per ketenschakel nog gefaseerd worden
uitgebouwd en een proportionaliteitstoets dit
in de infaseringsperiode nog niet rechtvaar-
digt. Dit wordt jaarlijks herbekeken naarmate
datakwaliteit en beïnvloedingsruimte scherper
worden.
7.1.4 LUCHTVERVUILING (TRANSPORT) IN DE
WAARDEKETEN – ESRS E2
Beleid (MDR-P)
Roularta benadert luchtvervuiling in de waar-
deketen vooral via verwachtingen richting
logistieke partners en via de bredere due-di-
ligenceaanpak in aankoop. Via het duurzaam
aankoopcharter verwacht Roularta onder
meer naleving van toepasselijke wetgeving en
normen, en een doelstellinggedreven duur-
zaamheidsplan met jaarlijkse opvolging.
Acties (MDR-A)
• Roularta gaat in dialoog met belangrijke
waardeketenpartners om hun emissiepro-
fiel, reductie-aanpak en datadekking te
begrijpen en (waar relevant) te versterken.
• Als concreet voorbeeld van dataver-
zameling en dialoog in transport werd
partnerinformatie opgevraagd en geïnte-
greerd (o.a. via gevalideerde teksten).
Doelstellingen (MDR-T)
Voor transport gerelateerde luchtvervuiling
296 - CSRD VERSLAG 2025 CSRD VERSLAG 2025 - 297
MEDIA WITH IMPACT
(NOx/fijnstof) zijn in FY2024/FY2025 nog
geen afzonderlijke kwantitatieve waardeke-
ten-targets per transportpartner opgenomen.
Motivering (MDR-T “no target”): Roularta
gebruikt de infaseringsperiode om meetbaar-
heid, datadekking en beïnvloedingsruimte per
ketenschakel te verdiepen; waar dat robuust
genoeg wordt, kunnen aanvullende targets
worden toegevoegd.
Keten-onderbouwing (voorbeelden)
• Eutraco situeert E2-focus vooral op lucht-
vervuiling door transport (NOx en fijnstof)
en stuurt op elektrificatie en vlootvernieu-
wing; de aangeleverde targets zijn vooral
gekoppeld aan elektrificatie-mijlpalen (bv.
25% elektrificatie tegen eind 2025).
• UPM vermeldt investeringen in dual-fuel
schepen (LNG), met sterke dalingen in NOx
en SOx wanneer op LNG wordt gevaren.
• Bpostgroup beschouwt binnen ESRS E2
(in de aangeleverde partnertekst) enkel
impacts rond luchtverontreiniging als
materieel; waterverontreiniging, bodem-
verontreiniging en “substances of concern”
worden als niet-materieel beoordeeld en
daarom zijn er geen E2-doelstellingen voor
die sub-subthema’s.
7.1.5 WATERGEBRUIK & WATERVERVUILING
(UPSTREAM) – ESRS E2 / E3
Beleid (MDR-P)
Roularta neemt watergebruik en waterkwaliteit
upstream mee als materieel waardeketenthema,
gezien papier- en inktproductie doorgaans
waterintensief is en afvalwater kan genere-
ren. Roularta borgt dit thema
door leveranciersselectie, ver-
wachtingen via het duurzaam
aankoopcharter (duurzame pro-
ductie, naleving wetgeving/
normen, duurzaamheidsplan) en
door het gericht opvragen van
informatie bij kernleveranciers.
Acties (MDR-A)
• Roularta vraagt detailinfor-
matie op bij kernleveranciers
en verwerkt die na part-
nerfeedback/validatie in de
rapportering.
• Voorbeeld van die verdieping:
bij een kernpapierleve-
rancier wordt waterbeheer
opgevolgd via beleid, acties
en doelstellingen (zoals
procesoptimalisaties, herge-
bruik/recirculatie en
water-risicoscreening).
Roularta gebruikt derge-
lijke informatie om haar
upstream-risicobeeld te ver-
fijnen en de dialoog over
verbetermaatregelen
te voeren.
Doelstellingen (MDR-T)
Roularta heeft voor water in de
waardeketen nog geen eigen,
afzonderlijke kwantitatieve
VC-targets vastgelegd. Motive-
ring: waterprestaties en -targets
zijn in de praktijk sterk site- en
procesgebonden bij leveranciers; Roularta
verdiept tijdens de infaseringsperiode eerst
datakwaliteit en vergelijkbaarheid om te bepa-
len welke KPI’s proportioneel en zinvol als
Roularta-waardeketen targets kunnen worden
opgenomen.
Keten-onderbouwing (UPM-voorbeeld)
UPM heeft een groepsdoelstelling om het
afvalwatervolume per gemiddeld product
tegen 2030 met 30% te reduceren t.o.v. 2008;
in 2024 was volgens UPM al −16% gerealiseerd.
7.1.6 GEVAARLIJKE CHEMICALIËN IN PAPIER-
EN INKTPRODUCTIE (WAARDEKETEN)
– ESRS E2
Beleid (MDR-P)
Roularta verwacht van leveranciers dat zij
wettelijk conform werken en chemische risico’s
beheersen. Dit wordt upstream geborgd via:
• het duurzaam aankoopcharter (naleving
wetten en normen; veiligheid/opleiding;
duurzaamheidsplan);
• leveranciersdialoog en verificatie (publieke
informatie en gesprekken);
• inkoopkeuzes die ook producteigenschap-
pen raken (bv. uitsluitend inkten met Blue
Angel-certificaat).
Acties (MDR-A)
Roularta vraagt waar relevant bijkomende
informatie op bij leveranciers over hun che-
mical-stewardship en uitsluitingskaders voor
zorgwekkende stoffen. In de waardeketen-
informatie rond inkten wordt bijvoorbeeld
verwezen naar het uitsluitingsbeleid voor
bepaalde gevaarlijke stoffen en het gebruik
van een “Statement of Composition” voor
gevoelige toepassingen, waar dit relevant is
voor productveiligheid en compliance. (bv.
via het EuPIA-uitsluitingsbeleid, conform
REACH/sectorafspraken bij inktleveran-
ciers).
A5 – 100% Blue Angel-inkten behouden
RMG gebruikt uitsluitend inkten met het Blue
Angel-certificaat als concrete invulling van
“duurzame inkt” en als inkoopvoorwaarde
richting de waardeketen.
Doelstellingen (MDR-T)
Roularta hanteert voor inkten een concreet
inkoopdoel (100% Blue Angel).
Voor “substances of concern” in de
waardeketen zijn (naast deze product-/
inkoopvoorwaarden) geen afzonderlijke, bij-
komende kwantitatieve targets gedefinieerd;
motivering is gelijkaardig: eerst verdere
dataverrijking en proportionaliteitstoets in
de infaseringsperiode.
Keten-onderbouwing (Sun Chemical-voor-
beeld, bredere ketenbenadering)
Sun Chemical werkt binnen een bredere
duurzaamheidsaanpak die o.a. productveilig-
heid, downstream informatie en ketencriteria
omvat, en stuurt ook op leveranciersdekking
met science-based targets (80% van leve-
ranciersbestedingen tegen 2027)
7.1.7 VERONTREINIGING VAN BODEM
(ALLEEN MATERIEEL IN WAARDEKETEN) –
ESRS E2
Verontreiniging van bodem is volgens
de DMA enkel materieel in de waar-
deketen. Roularta heeft binnen de
huidige rapporteringsscope geen afzon-
derlijke waardeketen-PATs die exclusief
op bodemverontreiniging zijn gericht.
MDR-motivering “geen PAT”
• Beleid (MDR-P): bodemrisi-
co’s worden upstream in de
praktijk mee afgedekt via alge-
mene milieu-/EHS-verwachtingen
richting leveranciers (duurzame pro-
ductie, wet- en normconformiteit,
veiligheidsverwachtingen) en via
due-diligence-processen.
• Actions (MDR-A): Roularta monitort
en verdiept dit thema via leveran-
ciersdialoog en screening (publieke
info + gesprekken), maar heeft
geen apart bodemactieprogramma
bovenop deze overkoepelende aan-
pak.
• Targets (MDR-T): geen afzonderlijke
waardeketen bodemtargets; motive-
ring: beperkte directe meetbaarheid
op groepsniveau en focus op infa-
seringsperiode om datadekking te
verbeteren.
7.1.8 HOUT & GRONDSTOFFEN
(PAPIERINKOOP) – ESRS E4
Beleid (MDR-P)
Roularta beperkt risico’s rond ontbossing
en herkomst van houtvezels door uitslui-
tend FSC-/PEFC-gecertificeerd papier in te
kopen voor eigen werken.
Acties (MDR-A)
• Inkoop- en leverancierskeuzes worden
structureel geborgd via certificaten-
controle en jaarlijkse opvolging van de
inkooptargets/KPI’s.
• Via leveranciersdialoog verzamelt
Roularta bijkomende informatie over
duurzaam bosbeheer, traceerbaarheid
en due diligence in de houtketen, om
risico-inschatting te versterken en ver-
beterkansen te identificeren.
A4 – 100% FSC/PEFC-papier voor eigen
titels behouden
• FY24: voor alle eigen titels werd uitslui-
tend FSC- en/of PEFC-gecertificeerd
papier aangekocht (100%).
• FY25: 100%, stabiel t.o.v. FY24.
• Onderbouwing: FSC/PEFC-certificaten;
doorlopende opvolging door Facility en
jaarlijkse consolidatie.
Doelstellingen (MDR-T)
• 100% FSC/PEFC voor eigen titels/wer-
ken.
Minimumaandeel papierinkoop bij
SBTi-leveranciers als klimaat- én waardeke-
tenhefboom.
Sector-onderbouwing (CEPI)
De Europese sector gebruikt een mix van
vezelgrondstoffen, waarbij “papier voor
recyclage” in 2024 ruim de helft uitmaakt.
298 - CSRD VERSLAG 2025 CSRD VERSLAG 2025 - 299
MEDIA WITH IMPACT
Actie-effectiviteit & verklaring van
trends (MDR-A(e))
Het behoud van 100% is het
resultaat van structurele inkoopvoor-
waarden en de permanente opvolging
van certificering. Indien in een toekom-
stig jaar afwijkingen zouden optreden
(bv. omwille van beschikbaarheid),
wordt dit expliciet gemotiveerd en
worden mitigerende maatregelen
beschreven.
7.1.9 BIODIVERSITEIT &
ECOSYSTEMEN (PAPIER) – ESRS E4
Het materiële risico rond biodiversiteit
en ecosystemen ligt in de waardeke-
ten in eerste instantie bij ontbossing
en landgebruik. Roularta beperkt dit
risico via gecertificeerde papierinkoop
(FSC/PEFC) en via dialoog met kernle-
veranciers over hun biodiversiteits- en
bosbeheerpraktijken.
Roularta gebruikt de infaseringsperi-
ode om biodiversiteitsinformatie verder
te structureren (indicatoren, databron-
nen, en mate van beïnvloedingsruimte),
zodat in de toekomst – waar proporti-
oneel – aanvullende waardeketen-KPI’s
of targets kunnen worden opgenomen.
Keten-onderbouwing (Sun Chemi-
cal-voorbeeld)
Sun Chemical voert een biodiversi-
teitsrisicobeoordeling uit (verwacht
afgerond tegen Q2 2026) en vermeldt
dat kwantitatieve biodiversiteitsdoelen
pas na die beoordeling worden bepaald.
7.1.10 MATERIAAL INSTROMEN
(WAARDEKETEN FOCUS) - ESRS E5
RMG gebruikt in haar activiteiten een
afgebakende set materiaalstromen die
zowel in de eigen operaties als upstream
materieel zijn: papier, drukinkt, aluminium
drukplaten, druktechnische hulpstoffen
en water. Deze materialen vormen de kern
van de productie van magazines, kranten
en commerciële drukwerken.
• Papier is de belangrijkste mate-
riaalstroom en is afgestemd op
heatset-toepassingen.
• Drukinkten worden gebruikt in het
offsetproces en omvatten hittebe-
stendige formules.
• Aluminium drukplaten worden via een
gebruiksovereenkomst met de leve-
rancier ingezet in het prepress-proces.
• Daarnaast gebruikt RMG papieren
wikkels, kartonnen dragers en andere
verpakkingsmaterialen voor afwer-
king en verzending.
• Het drukproces vereist ook
vochtwateradditieven, reinigingsmid-
delen en andere chemische producten
(technische vereisten en kwaliteits-
standaarden).
• Water wordt gebruikt in het bevochti-
gingsproces en in beperkte mate voor
ondersteunende doeleinden.
• Het gebruik van hulpmaterialen, zoals
rubberdoeken en bepaalde machine-
onderdelen, maakt eveneens deel uit
van de materiaalinstromen, maar is
met betrekking tot volume en impact
beperkt.
RMG past continu optimalisaties toe om
materiaal efficiënter te gebruiken, primaire
grondstoffen te reduceren en afvalstromen
te verminderen (zowel in eigen operaties als
via keuzes in de waardeketen). Een concreet
voorbeeld is de verschuiving naar minder
plastic verpakking en meer paper wrap (her-
nieuwbare bron en lagere afvalimpact).
7.1.11 AFVAL IN DE WAARDEKETEN /
CIRCULARITEIT – ESRS E5
Volgens de DMA kan afval in de waardeketen
in twee groepen worden opgedeeld:
1. afval van toeleveranciers, vooral uit de
productiesector, en
2. afval van de eindconsument.
Beleid (MDR-P)
Roularta stuurt circulariteit en afval in de
waardeketen via:
• het duurzaam aankoopcharter (o.a. duur-
zaamheidsplan met jaarlijkse opvolging);
• product- en materiaalkeuzes die afval
reduceren of recyclage bevorderen
(bv. papieren wikkels i.p.v. plastic waar
relevant) en door te focussen op gecerti-
ficeerde materialen en duurzame inkten.
Acties (MDR-A)
• Roularta voert hefboomacties uit richting
downstream afval (bv. via alternatieve
verpakkingskeuzes zoals papierwik-
kels) en via consumentenbewustmaking
(brainprint/duurzaamheidscommunica-
tie).
• Upstream wordt afval/circulariteit
versterkt via leveranciersdialoog, moni-
toring en het vragen naar verbeterplannen
(charter-verwachting “doelstellinggedreven
duurzaamheidsplan”).
Doelstellingen (MDR-T)
• Voor waardeketen-instromen hanteert Rou-
larta concrete targets rond grondstoffen/
inkoop (FSC/PEFC, Blue Angel, SBTi-aandeel
papier/inkt).
• Voor downstream afvalstromen bij eindcon-
sument ontbreken momenteel kwantitatieve
targets door gebrek aan externe keten-KPI’s
en beperkte directe beïnvloedingsruimte;
Roularta focust in de infaseringsperiode op
hefboomacties en onderzoekt meetbaarheid/
partnerschappen om targets later te kunnen
formuleren.
Keten-onderbouwing (Eutraco-voorbeeld)
Eutraco koppelt circulariteit o.a. aan monitoring
en reductietrajecten voor afvalstromen met een
gespecialiseerde partner (RPB).
7.1.12 GEZONDHEID & VEILIGHEID VAN
WERKNEMERS (WAARDEKETEN) – ESRS S2
Beleid (MDR-P)
Roularta verankert verwachtingen rond gezond-
heid en veiligheid van werknemers bij leveranciers
via het duurzaam aankoopcharter, dat expliciet
veiligheid en opleiding van werknemers vraagt,
met aandacht voor alle aspecten van duurzaam-
heid.
Acties (MDR-A)
Roularta monitort en verdiept dit thema via:
• leveranciersscreenings (publieke info) en
gesprekken met kernleveranciers om risi-
co’s, processen en verbetermaatregelen
te begrijpen;
• RMG borgt dit via de opvolging door de
aankoopdienst: ondertekende charters
worden per leverancier bijgehouden, de
charter-dekking wordt gemonitord, en
leveranciers moeten op verzoek bewijs
van naleving kunnen voorleggen; daar-
naast wordt verwacht dat leveranciers
een doelstellinggedreven duurzaam-
heidsplan opmaken en jaarlijks opvolgen.
Doelstellingen (MDR-T)
Roularta heeft momenteel geen eigen,
afzonderlijke kwantitatieve S2-targets voor
waardeketen-werknemers. Motivering: het
prioritaire traject is het versterken van
leveranciersinformatie, due diligence en
auditbaarheid per ketenschakel; op basis van
robuustere incidentdata kan later een kwan-
titatieve targetafleiding gebeuren.
Keten-onderbouwing
(Sun Chemical-voorbeeld)
Sun Chemical rapporteert TRIR/LTAR en
heeft een doelstelling om TRIR te verlagen tot
≤1,0 tegen 2027 (t.o.v. 2024).
7.1.13 VERANTWOORDE
MARKETINGPRAKTIJKEN & PRIVACY
(DOWNSTREAM) – ESRS S4
Volgens de dubbele materialiteitsanalyse
is dit topic materieel in de downstream
waardeketen, omdat marketing- en recla-
mepraktijken van adverteerders en andere
partners het vertrouwen van consumenten
kunnen beïnvloeden. Roularta heeft niet
over alle geplaatste advertenties volle-
dige voorafgaande inhoudelijke controle.
• Advertenties die door Roularta
zelf worden gehost (geplaatst op
eigen platformen), worden vooraf
gescreend en beoordeeld. Bij twijfel
wordt juridisch advies ingewonnen
om misleidende of onzorgvuldige
communicatie zoveel mogelijk te
voorkomen.
• Voor advertenties die door de adver-
teerder zelf worden gehost (al dan
niet programmatic ingekocht), is
voorafgaande screening niet moge-
lijk. In die gevallen hanteert Roularta
een streng beleid met expliciete
blacklists van bepaalde categorieën
en adverteerders die niet voldoen
aan onze eisen.
Daarnaast blijft transparantie over com-
merciële communicatie (bv. duidelijke
herkenbaarheid van advertenties en
commerciële formats) cruciaal om het
vertrouwen in onze merken te behouden
en te versterken.
Privacy in de waardeketen
Privacy is belangrijk voor downstream-sec-
toren waarmee Roularta samenwerkt,
vo
oral distributeurs en agentschappen.
Roularta verwacht dat kernpartners een
publiek toegankelijk privacybeleid hebben
en monitort dit via beschikbare informatie.
300 - CSRD VERSLAG 2025 CSRD VERSLAG 2025 - 301
MEDIA WITH IMPACT
Verantwoorde marketingpraktijken
Marketingpraktijken worden beoordeeld
op basis van reclame-ethiek en relevante
wetgeving, met toetsing via onafhankelijke
zelfregulerende organen (JEP in Bel-
gië, RCC in Nederland). Binnen Roularta
screent de backoffice advertenties om
mogelijke onverantwoorde marketingprak-
tijken te detecteren; bij twijfel wordt advies
gevraagd aan de Legal-verantwoordelijke
van de groep. In kalenderjaar 2025 ontving
Roularta Media Group geen klachten van
de JEP/RCC (op basis van interne opvol-
ging/registratie).
PAT-status en targets
Voor privacy en marketing zijn er geen
aparte kwantitatieve targets, omdat opvol-
ging primair gebeurt via interne afspraken,
controles en opvolgingsprocessen (codes,
screening, escalatie naar Legal) en omdat
beïnvloedingsruimte richting downstream
partners vooral contractueel/operationeel
is, niet via directe KPI-sturing.
Keten-onderbouwing
(Sun Chemical-voorbeeld)
Sun Chemical screent marketinguitingen
op greenwashing en hanteert proces-
sen om duurzaamheidsclaims feitelijk
en onderbouwd te houden; er zijn geen
kwantitatieve S4-targets, met expliciete
motivatie dat het om kwaliteitsborging
gaat.
7.1.14 WAARDEKETENTHEMA’S ZONDER
BIJKOMENDE PATS
Om de volledigheid van de PAT-rappor-
tering per materieel waardeketenthema te
waarborgen, bundelen wij de topics waarvoor
op dit moment geen bijkomende, afzonderlijke
beleid, acties en/of targets zijn opgenomen
bovenop de bestaande overkoepelende waar-
deketenaanpak:
• E1 Energie (waardeketen): geen aparte VC
- energie targets per partner; borging via
duurzaam aankoopcharter, leveranciers-
dialoog en scope-3-integratie.
• E2 Bodemverontreiniging (alleen mate-
rieel in waardeketen): geen aparte
VC-bodem-PATs; borging via algemene
milieuvoorwaarden, nalevingsvereisten en
leveranciersscreening.
Deze thema’s blijven onderworpen aan
jaarlijkse DMA-updates/validatie en leve-
ranciers- en partnerdialoog, en worden bij
wijzigingen in materialiteit of invloedssfeer
vertaald naar concrete waardeketen-PATs.
7.2 METHODOLOGIE
& LEVERANCIERSBE-
TROKKENHEID
Roularta voert regelmatig screenings uit van
de belangrijkste leveranciers (papier, inkt en
transport). Daarnaast werkt de groep met een
duurzaam aankoopcharter waarin leveranciers
zich engageren tot duurzame verplichtingen.
Waardeketen-data wordt gefaseerd verdiept,
rekening houdend met ESRS-proportionaliteit
en praktische uitdagingen in het verkrijgen
van informatie van waardeketenactoren (o.a.
via gevalideerde partnerteksten van kernpart-
ners zoals papier-, inkt- en transportpartners).
7.2.1 BELEIDSLIJNEN, PROCESSEN EN ACTIES
T.O.V. WAARDEKETEN (UPSTREAM)
Roularta verzoekt leveranciers om het duur-
zaam aankoopcharter te ondertekenen. Dit
charter is gebaseerd op VN-principes en de
17 Sustainable Development Goals (SDG’s) en
beschrijft de verwachtingen richting leveran-
ciers, met aandacht voor: kwaliteit/service,
naleving van toepasselijke wetten en normen,
interne afspraken tegen fraude en kinderar-
beid, respect voor werknemers, respect voor de
planeet (duurzame productie en klimaatmaat-
regelen), veiligheid en opleiding, en de opmaak
en jaarlijkse opvolging van een doelstellingge-
dreven duurzaamheidsplan.
In de loop van 2025 werkte de aankoopdienst
verder aan het laten ondertekenen van het
aankoopcharter door zoveel mogelijk leve-
ranciers. De ondertekende charters worden
per leverancier bewaard. Daarnaast wordt
het aantal ondertekende charters bijgehou-
den en afgezet ten opzichte van de omzet
van Roularta Media Group om de effectivi-
teit van het initiatief te monitoren. In 2025
heeft 64.33% van de leveranciers het aan-
koopcharter ondertekend; er werden geen
meldingen van niet-naleving gerapporteerd
aan Roularta Media Group.
Naast het controleren van online publicaties en
het charterkader heeft de CSRD-coördinator
gesprekken gevoerd met vertegenwoordigers
van de belangrijkste leveranciers. Deze gesprek-
ken leverden inzichten op over de materiële
risico’s voor die ondernemingen en hoe zij die
trachten te beheersen via beleid, risicoma-
nagement, procesmonitoring en doelen.
7.2.2 DOELSTELLINGEN T.O.V. WAARDEKETEN
(UPSTREAM)
Roularta heeft in lijn met haar ambitie rond duurzame
consumptie- en productiepatronen doelstellingen vast-
gelegd, waaronder het gebruik van gecertificeerd papier,
duurzame inkt en een minimumpercentage aan onder-
tekende duurzaamheidscharters. Een overzicht van de
huidige doelstellingen en de behaalde resultaten wordt
opgenomen in het hoofdstuk “Targets en KPI’s”.
Concreet omvat dit onder meer:
• al het papier voor eigen activiteiten is PEFC- of
FSC-gecertificeerd;
• alle inkt is Blue Angel-gecertificeerd;
• minstens 80% van het papier wordt aangekocht bij
SBTi-gecertificeerde leveranciers;
• minstens 50% van de inkt wordt aangekocht bij
SBTi-gecertificeerde leveranciers.
7.3 AFBAKENING EN TRANS-
PARANTIE OVER ONTBREK-
ENDE PATS (“NO-PAT”)
Voor sommige waardeketenthema’s zijn (nog) geen
afzonderlijke beleid, acties of targets uitgewerkt, omdat:
• de beïnvloedingssfeer beperkt is of vooral indirect
verloopt,
• meetbaarheid en datadekking bij ketenactoren nog in
opbouw zijn, en/of
• RMG prioriteit geeft aan de grootste hefbomen (bv.
papier, inkt, transport) in de infaseringsperiode.
In die gevallen rapporteert RMG MDR-conform waarom
afzonderlijke PATs ontbreken en hoe het thema wél wordt
gemonitord (DMA-updates, leveranciersdialoog, wet-
telijke verplichtingen, interne richtlijnen, contractuele
afspraken met leveranciers en opvolging/controles).
CSRD VERSLAG 2025 - 303
MEDIA WITH IMPACT
302 - CSRD VERSLAG 2025
ANNEX I
TOPICS /
SUBTOPICS /
SUBSUBTOPICS
Tot dusver is dit het tweede duurzaamheidsverslag van Roularta Media Group dat is opgesteld
conform de eisen van de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) en de EFRAG-ge-
dragen European Sustainability Reporting Standards (ESRS). Hoewel door het omvangrijke
stelsel aan vereisten het verslag vrij uitgebreid is geworden, erkent Roularta dat de waardeke-
tenrapportering nog een doorlopend verbetertraject is.
Tegelijkertijd ligt een overgangsperiode achter ons: bepaalde faseringclausules zullen binnen-
kort niet meer van toepassing zijn. Een opvallende uitdaging betreft de positie van freelancers
in de mediasector: het is immers de vraag wanneer een freelancer structureel deel uitmaakt
van een organisatie en of dit afhangt van de aard, duur of frequentie van de werkzaamheden.
Een tweede voorbeeld betreft de koppeling tussen duurzaamheidsaspecten en financiële ver-
slaggeving — ook hier zal de periode van geleidelijke invoering ten einde lopen.
Voor de toekomst formuleert Roularta enkele opvolgingspunten: het blijvend monitoren van de
gestelde doelen (zoals in het klimaattransitieplan) én het anticiperen op strategische verschui-
vingen binnen de bedrijfsvoering (bijvoorbeeld de invloed van digitalisering op de CO
2
-uitstoot).
De waarschijnlijk grootste uitdaging — niet op het vlak van duurzaamheid maar op dat van
verslaglegging — blijft de waardeketen. Ondanks de driejarige fasering geldt nog steeds dat
het verzamelen van betrouwbare data bij alle betrokken upstream en downstream partijen een
nieuw terrein is. Dit vormt in de praktijk het voornaamste struikelblok binnen het Science Based
Targets initiative (SBTi)-traject en is vaak reden waarom bedrijven scope 3-rapportering uit-
stellen. Positief is dat de meeste grote leveranciers van Roularta zich in Europa bevinden, waar
de CSRD-richtlijnen geldig zijn, en dat de grootste scope 3-spelers reeds SBTi-gecertificeerd
zijn.
Voor bepaalde waardeketen-thema’s — zoals luchtvervuiling (transport), gevaarlijke chemi-
caliën, privacy en verantwoorde marketingpraktijken — zijn nog geen concrete, kwantitatieve
doelen vastgesteld. Redenen hiervoor zijn onder andere beperkte beïnvloedbaarheid en
beperkte maturiteit van de data. Deze thema’s worden echter opgenomen in het leveranciers-
programma en blijven onder continue monitoring. In toekomstige jaarverslagen zal Roularta de
voortgang systematisch meten, aanvullende data verzamelen en waar relevant beleid, acties
en doelen verder verfijnen.
Intussen bouwt Roularta Media Group gestaag verder aan een duurzame toekomst voor haar
klanten en medewerkers — onder het motto “One Team, One Family, One Planet.”
THEMATISCHE
ERS
Duurzaamheidsthema’s behandeld in thematische ESRS
Thematisch Sub-thematisch Sub-sub-thematisch
ESRS E1 Klimaat-
verandering
• Klimaatadaptatie
• Klimaatmitigatie
• Energie
ESRS E2 Verontreiniging • Luchtverontreiniging
• Waterverontreiniging
• Bodemverontreiniging
• Verontreiniging levende
organismen en voedselbronnen
• Zorgwekkende stoffen
• Zeer zorgwekkende stoffen
• Microplastics
ESRS E3 Water en
mariene
hulpbronnen
• Water
• Mariene hulpbronnen
• Waterverbruik
• Wateronttrekking
• Waterlozing
• Waterlozing in oceanen
• Ontginning en gebruik
mariene hulpbronnen
ESRS E4 Biodiversiteit en
ecosystemen
• Directe drukfactoren
biodiversiteitsverlies
• Klimaatverandering
• Verandering in gebruik land,
zoet water en zee
• Directe exploitatie
• Invasieve exoten
• Verontreiniging
• Overig
• Impact op toestand soorten Voorbeelden:
• Populatiegrootte soort
• Mondiaal risico uitsterven soort
• Impact op omvang en toestand
ecosystemen
• Voorbeelden:
• Landdegradatie
• Verwoestijning
• Bodemafdekking
• Impacts op en afhankelijkheden
van ecosysteemdiensten
ESRS E5 Circulaire
economie
• Materiaalinstromen,
incl. materiaalgebruik
• Materiaaluitstromen m.b.t.
producten en diensten
• Afval(stoffen)
8 BESLUIT
& VERVOLG-
TRAJECT
304 - CSRD VERSLAG 2025 CSRD VERSLAG 2025 - 305
MEDIA WITH IMPACT
THEMATISCHE
ERS
Duurzaamheidsthema’s behandeld in thematische ESRS
Thematisch Sub-thematisch Sub-sub-thematisch
ESRS S1 Eigen personeel • Arbeidsvoorwaarden • Baanzekerheid
• Werktijden
• Leefbaar loon
• Sociale dialoog
• Vrijheid van vereniging, het bestaan van ondernemingsraden, en de
informatie-, consultatie- en participatierechten van werknemers
• Collectieve onderhandelingen, incl. caodekkingsgraad werknemers
• Werk-privébalans
• Veiligheid en gezondheid
• Gelijke behandeling en gelijke kansen voor
iedereen
• Gendergelijkheid en gelijke beloning bij gelijkwaardig werk
• Opleiding en ontwikkeling vaardigheden
• Werkgelegenheid voor en inclusie van mensen met een beperking
• Maatregelen tegen geweld en intimidatie op de werkvloer
• Diversiteit
• Andere arbeidsrechten • Kinderarbeid
• Gedwongen arbeid
• Adequate huisvesting
• Privacy
ESRS S2 Werknemers
in de
waardeketen
• Arbeidsvoorwaarden • Baanzekerheid
• Werktijden
• Leefbaar loon
• Sociale dialoog
• Vrijheid van vereniging, incl. bestaan ondernemingsraden
• Collectieve onderhandelingen
• Werk-privébalans
• Veiligheid en gezondheid
• Gelijke behandeling en gelijke kansen voor
iedereen
• Gendergelijkheid en gelijke beloning bij gelijkwaardig werk
• Opleiding en ontwikkeling vaardigheden
• Werkgelegenheid voor en inclusie van mensen met een beperking
• Maatregelen tegen geweld en intimidatie op de werkvloer
• Diversiteit
• Andere arbeidsrechten • Kinderarbeid
• Gedwongen arbeid
• Adequate huisvesting
• Privacy
THEMATISCHE
ERS
Duurzaamheidsthema’s behandeld in thematische ESRS
Thematisch Sub-thematisch Sub-sub-thematisch
ESRS S3 Getroffen
gemeenschappen
• Economische, sociale en culturele rechten van
gemeenschappen
• Adequate huisvesting
• Voldoende te eten
• Schoon water en sanitair
• Impact op gronden
• Impact op veiligheid
• Burger- en politieke rechten van
gemeenschappen
• Vrijheid van meningsuiting
• Vrijheid van vergadering
• Impacts op verdedigers mensenrechten
• Rechten inheemse volken • Vrijwillige, voorafgaande en geïnformeerde instemming
• Zelfbeschikking
• Culturele rechten
ESRS S4 Consumenten en
eindgebruikers
• Impact op informatie voor consumenten en/of
eindgebruikers
• Vrijwillige, voorafgaande en geïnformeerde instemming
• Zelfbeschikking
• Culturele rechten
• Persoonlijke veiligheid consumenten en/of
eindgebruikers
• Veiligheid en gezondheid
• Veiligheid van een persoon
• Bescherming kinderen
• Sociale inclusie consumenten en/of
eindgebruikers
• Non-discriminatie
• Toegang tot producten en diensten
• Maatschappelijk verantwoorde marketingpraktijken
ESRS G1 Zakelijk gedrag • Bedrijfscultuur
• Bescherming klokkenluiders
• Dierenwelzijn
• Verhouding met de politiek en lobbyactiviteiten
• Beheer relaties met leveranciers,
incl. betalingspraktijken
• Corruptie en omkoping • Preventie en opsporing, incl. opleiding
• Incidenten
306 - CSRD VERSLAG 2025 CSRD VERSLAG 2025 - 307
MEDIA WITH IMPACT
ANNEX II
REFERENTIE
TABEL
SECTIE ESRS Standaard Rapportage-eisen Pagina
Algemene
toelichtingen
Algemene
toelichtingen (ESRS 2)
BP-1 Algemene grondslag voor het opstellen
van de duurzaamheidsverklaring
p. 176
BP-2 Specifieke omstandigheden p. 176
GOV-1 De rol van de bestuurs-, leidinggevende en
toezichthoudende organen
p. 180
GOV-2 Informatie verschaft aan en omgang met duurzaam-
heidsthema’s door bestuurs-, leidinggevende wen
toezichthoudende organen van de onderneming
p. 180
GOV-3 Integratie van duurzaamheidsprestaties
in beloningsregelingen
p. 182
GOV-4 Due diligenceverklaring p. 182
GOV-5 Risicobeheersing en interne controles p. 183
SBM-1 Strategie, businessmodel en waardeketen p. 183
SBM-2 Belangen en opvattingen van stakeholders p. 184
SBM-3 Materiële risico’s, impacten en opportuniteiten (IRO’s) p. 186
IRO-1
Beschrijving van de processen om materiële impacten,
risico’s en kansen in kaart te brengen en te analyseren
p. 200
IRO-2 Rapportage-eisen in ESRS opgenomen in de
duurzaamheidsverklaring van de onderneming
p. 208
MDR-P Policies met betrekking tot de materiële topics p. 198
MDR-T Overzicht targets en KPI’s p. 199
Klimaatgerelateer-
de toelichtingen
Klimaatverandering
(ESRS E1)
GOV-3 Integratie van duurzaamheidsprestaties in
beloningsregelingen
p. 182
E1-1 Transitieplan voor klimaatmitigatie p. 206
SBM-3 Materiële impacten, risico’s en kansen en de wissel-
werking daarvan met strategie en businessmodel
p. 208
IRO-1 Beschrijving van de processen om materiële
klimaatimpacten, -risico’s en -kansen in kaart
te brengen en te analyseren
p. 214
E1-2 Beleid ten aanzien van klimaatmitigatie p. 214
E1-3 Maatregelen en middelen wat betreft beleid
ten aanzien van klimaatverandering
p. 216
E1-4 Doelen inzake klimaatmitigatie p. 220
E1-5 Energieverbruik en energiemix p. 223
E1-6 Bruto scope 1-, 2-, 3-emissies en totale
broeikasgasemissies
p. 227
SECTIE ESRS Standaard Rapportage-eisen Pagina
Klimaatgerelateerde
toelichtingen
Verontreiniging (ESRS E2) IRO-1 Beschrijving van de processen om materiële impacten,
risico’s en kansen in kaart te brengen en te analyseren
p. 243
E2-1 Beleid ten aanzien van verontreiniging p. 244
E2-2 Maatregelen en middelen wat betreft verontreiniging p. 245
E2-3 Doelen wat betreft verontreiniging p. 246
E2-4 Verontreiniging van lucht, water en bodem p. 248
Water en mariene hulpbronnen
(ESRS E3)
Niet materieel voor Roularta Media Group in eigen operatie.
Toelichting in het hoofdstuk van de waardeketen
p. 341
Biodiversiteit en ecosystemen
(ESRS E4)
Niet materieel voor Roularta Media Group in eigen operatie.
Toelichting in het hoofdstuk van de waardeketen
p. 341
Materiaalgebruik en circulaire
economie (ESRS E5)
IRO-1 Beschrijving van de processen om materiële impacten, risico’s en kansen
in kaart te brengen en te analyseren
p. 249
E5-1 Beleid ten aanzien van materiaalgebruik en circulaire economie p. 250
E5-2 Beleid en middelen inzake materiaalgebruik en circulaire economie p. 250
E5-3 Doelen wat betreft materiaalgebruik en circulaire economie p. 252
E5-5 Materiaaluitstromen p. 253
Sociaalgerelateerde
toelichtingen
Eigen personeel (ESRS S1) SBM-3 Materiële impacten, risico’s en kansen en de wisselwerking met strategie
en businessmodel
p. 258
S1-1 Beleid ten aanzien van eigen personeel p. 260
S1-2 Processen om met eigen personeel en werknemersvertegenwoordigers
te overleggen over impacten
p. 261
S1-3 Processen voor herstel van negatieve impacten en kanalen voor eigen
personeel om zorgen kenbaar te maken
p. 262
S1-4 Acteren op materiële impacten op eigen personeel, en benaderingen om
wat eigen personeel betreft materiële risico’s te beheersen en materiële
kansen te benutten, en de effectiviteit van die maatregelen
p. 262
S1-5 Doelen wat betreft het beheersen van materiële negatieve impacten,
het bevorderen van positieve impacten en het beheersen van materiële
risico’s en kansen
p. 264
S1-6 Kenmerken van de werknemers van de onderneming p. 269
S1-9 Diversiteitsmaatstaven p. 271
S1-17 Incidenten, klachten en ernstige impacten op het gebied van
mensenrechten
p. 272
Werknemers in de waardeketen
(ESRS S2)
Niet materieel voor Roularta Media Group in eigen operatie.
Toelichting in het hoofdstuk van de waardeketen
p. 300
308 - CSRD VERSLAG 2025 CSRD VERSLAG 2025 - 309
MEDIA WITH IMPACT
SECTIE ESRS Standaard Rapportage-eisen Pagina
Sociaalgerelateerde
toelichtingen
Getroffen Gemeenschappen
(ESRS S3)
Niet materieel. Aanvullende entiteitspecifieke informatie is te
vinden onder deze standaard: Brainprint en community building
p. 274
Consumenten en Eindgebruikers
(ESRS S4)
SBM-3 Materiële impacten, risico’s en kansen en de wisselwerking met strategie
en businessmodel
p. 274
S4-1 Beleid ten aanzien van consumenten en eindgebruikers p. 280
S4-2 Processen om met consumenten en eindgebruikers te overleggen over
impacten
p. 282
S4-3 Processen voor herstel van negatieve impacten en kanalen voor
consumenten en eindgebruikers om zorgen kenbaar te maken
p. 283
S4-4 Acteren op materiële impacten op consumenten en/of eindgebruikers
en benaderingen om met betrekking tot consumenten en eindgebruikers
materiële risico’s te beheersen en materiële kansen te benutten, en de
effectiviteit van die maatregelen
p. 286
S4-5 Doelen wat betreft het beheersen van materiële negatieve impacten, het
bevorderen van positieve impacten en het beheersen van materiële risico’s
en kansen
p. 289
Aanvullende entiteitspecifieke informatie: digitale innovatie en
IT-betrouwbaarheid
p. 278
Bestuurgerelateerde
toelichtingen
Zakelijk gedrag (ESRS G1) Niet materieel.
LIJST VAN
DATAPUNTEN IN
DWARSDOOR
SNIJDENDE EN
THEMATISCHE
STANDAARDEN DIE
VOORTKOMEN UIT
ANDERE EU-
WETGEVING
ANNEX III
RAPPORTAGE-EIS Datapunt
SFDR
referentie
Pijler 3
referentie
Referentie
benchmark
verorde-
ning
Referentie
EU-
Klimaat-
wet
Pagina
ESRS 2 GOV-1 Genderdiversi-
teit raad van bestuur
alinea 21(d) x x p. 180
ESRS 2 GOV-1 Percentage
onafhankelijke bestuurders
alinea 21(e) x p. 180
ESRS 2 GOV-4 Due-diligence-
verklaring
alinea 30 x p. 182
ESRS 2 SBM-1 Betrokkenheid
bij activiteiten m.b.t. activitei-
ten fossiele brandstoffen
alinea 30 x x p. 183
ESRS 2 SBM-1 Betrokkenheid
bij activiteiten m.b.t. chemi-
sche productie
alinea 40
(d) ii
x x x Niet van
toepassing
ESRS 2 SBM-1 Betrokkenheid
bij activiteiten m.b.t. contro-
versiële wapens
alinea 40
(d) iii
x x Niet van
toepassing
ESRS 2 SBM-1 Betrokkenheid
bij activiteiten m.b.t. teelt en
productie tabak
alinea 40
(d) iv
x Niet van
toepassing
ESRS E1-1 Transitieplan om
tegen 2050 klimaatneutraliteit te
bereiken
alinea 14 x p. 206
ESRS E1-1 Ondernemingen uitge-
sloten van op Overeenkomst van
Parijs afgestemde benchmarks
alinea 16 (g) x x
p. 206
ESRS E1-4 Doelen BKG-
emissiereductie
alinea 34 x x x
p. 220
In de onderstaande tabel zijn alle datapunten opgenomen die voortvloeien uit andere EU-wetgeving zoals
vermeld in bijlage B van ESRS 2, waarbij is aangegeven waar de datapunten in het verslag te vinden zijn
en welke datapunten als ‘niet materieel’ zijn beoordeeld.
310 - CSRD VERSLAG 2025 CSRD VERSLAG 2025 - 311
MEDIA WITH IMPACT
RAPPORTAGE-EIS Datapunt
SFDR
referentie
Pijler 3
referentie
Referentie
benchmark
verordening
Referentie EU-
Klimaatwet
Pagina
ESRS E1-5 Totale energieverbruik uit hernieuwbare
bronnen, uitgesplitst naar bronnen (alleen sectoren
met grote klimaatimpact)
alinea 38 x
p. 223
ESRS E1-5 Energieverbruik en energiemix alinea 37 x
p. 223
ESRS E1-5 Energie-intensiteit
activiteiten in sectoren met grote klimaatimpact
alinea 40-43 x p. 223
ESRS E1-6 Bruto scope 1-, 2-, 3-
emissies en totale BKG-emissies
alinea 44 x x x p. 227
ESRS E1-6 Intensiteit bruto-BKG- emissies alinea 53-55 x x x p. 227
ESRS E1-7 BKG-verwijderingen en carbon credits alinea 56 x Niet van toepassing voor RMG
ESRS E1-9 Blootstelling benchmarkportefeuille aan
fysieke klimaatrisico’s
alinea 66 x Ingefaseerd – Niet in verslag
ESRS E1-9 Uitsplitsing geldbedragen in acuut en
chronisch fysiek risico
alinea 66 (a) x Ingefaseerd – Niet in verslag
ESRS E1-9 Locatie significante activa die materieel
fysiek risico lopen
alinea 66 (c) x Ingefaseerd – Niet in verslag
ESRS E1-9 Uitsplitsing boekwaarde vastgoedactiva
naar energie- efficiëntieklasse
alinea 67 (c) x Ingefaseerd – Niet in verslag
ESRS E1-9 Mate blootstelling portefeuille aan
klimaatkansen
alinea 69 x Ingefaseerd – Niet in verslag
ESRS E2-4 Hoeveelheid emissies naar lucht, water en
bodem van elke verontreinigende stof in bijlage II bij
E- PRTR- verordening (Europees register uitstoot
en overbrenging verontreinigende stoffen)
alinea 28 x p. 248
ESRS E3-1 Water en mariene
hulpbronnen
alinea 9 x Niet materieel
ESRS E3-1 Specifiek beleid alinea 13 x Niet materieel
ESRS E3-1 Duurzame oceanen
en zeeën
alinea 14 x Niet materieel
RAPPORTAGE-EIS Datapunt
SFDR
referentie
Pijler 3
referentie
Referentie
benchmark
verordening
Referentie EU-
Klimaatwet
Pagina
ESRS E3-4 Totale hoeveelheid
gerecycled en hergebruikt water
alinea 29 x Niet materieel
ESRS E3-4 Totale hoeveelheid gerecycled
en hergebruikt water
alinea 16 (a)i x Niet materieel
ESRS 2 – IRO-1 – E4 alinea 6 (b) x Niet materieel
ESRS 2 – IRO-1 – E4 alinea 16 (c) x Niet materieel
ESRS 2 – IRO-1 – E4 alinea 24 (b) x Niet materieel
ESRS E4-2 Praktijken of beleid duurzaam beheer
bodem / duurzame landbouw
alinea 4 (c) x Niet materieel
ESRS E4-2 Praktijken of beleid duurzaam beheer
oceanen / zee
alinea 24 (d) x Niet materieel
ESRS E4-2 Beleid tegen ontbossing alinea 37 (d) x Niet materieel
ESRS E5-5 Niet-gerecycled afval alinea 39 x p. 253
ESRS E5-5 Gevaarlijk afval en radioactief afval alinea 14 (f) x Niet materieel/
niet van toepassing
ESRS 2 – SBM3 – S1 Risico incidenten gedwongen
arbeid
alinea 14 (g) x p. 258
ESRS 2 – SBM3 – S1 Risico incidenten
kinderarbeid
alinea 20 x
Niet materieel
ESRS S1-1 Toezeggingen op gebied van
mensenrechtenbeleid
alinea 20 x p. 260
ESRS S1-1 Due-diligencebeleid rond kwesties aan
de orde in fundamentele verdragen 1 t/m 8 van
Internationale Arbeidsorganisatie
alinea 21 x p. 260
ESRS S1-1 Procedures en maatregelen
ter voorkoming van mensenhandel
alinea 22 x p. 260
312 - CSRD VERSLAG 2025 CSRD VERSLAG 2025 - 313
MEDIA WITH IMPACT
RAPPORTAGE-EIS Datapunt
SFDR
referentie
Pijler 3
referentie
Referentie
benchmark
verordening
Referentie EU-
Klimaatwet
Pagina
ESRS S1-1 Beleid of beheersystem ter
voorkoming van arbeidsongevallen
alinea 23 x p. 260
ESRS S1-3 Klachtenregelingen alinea 32 (c) x p. 262
ESRS S1-14 Aantal sterfgevallen en aantal
en aandeel arbeidsongevallen
alinea 88 (b) en (c) x x Niet materieel
ESRS S1-14 Aantal verzuimdagen als gevolg
van letsel, ongevallen, dodelijke ongevallen of
ziekte
alinea 88 (e) x Niet materieel
ESRS S1-16 Niet-gecorrigeerde loonkloof
man-vrouw
alinea 97 (a) x x Niet materieel
ESRS S1-16 Ratio buitensporige beloning CEO alinea 97 (b) x Niet materieel
ESRS S1-17 Gevallen van discriminatie alinea 103 (a) x p. 272
ESRS S1-17 Niet-nakoming UNGP’s on Busi-
ness and Human Rights en OESO-richtlijnen
alinea 104 (a) x x p. 272
ESR S2 – SBM3 – S2 Aanzienlijk risico kinder-
arbeid of gedwongen arbeid in waardeketen
alinea 11 (b) x Niet materieel
ESRS S2-1 Toezeggingen op gebied van
Mensenrechtenbeleid
alinea 17 x Niet materieel
ESRS S2-1 Beleid ten aanzien van werknemers
in waardeketen
alinea 18 x Niet materieel
ESRS S2-1 Niet-nakoming UNGP’s on Business
and Human Rights en OESO-richtlijnen
alinea 19 x x Niet materieel
ESRS S2-1 Due-diligencebeleid rond kwesties aan
de orde in fundamentele verdragen 1 t/m 8 van
Internationale Arbeidsorganisatie
alinea 19 x Niet materieel
ESRS S2-4 Mensenrechten- problemen
en - incidenten m.b.t. upstream- en
downstream- waardeketen
alinea 36 x Niet materieel
RAPPORTAGE-EIS Datapunt
SFDR
referentie
Pijler 3
referentie
Referentie
benchmark
verordening
Referentie EU-
Klimaatwet
Pagina
ESRS S3-1 Toezeggingen op gebied van
mensenrechten- beleid
alinea 16 x Niet materieel
ESRS S3-1 Niet-nakoming UNGP’s on
Business and Human Rights, ILO-beginselen en/of
OESO-richtlijnen
alinea 17 x x Niet materieel
ESRS S3-4 Mensenrechtenproblemen
en -incidenten
alinea 36 x Niet materieel
ESRS S4-1 Beleid ten aanzien van consumenten
en eindgebruikers
alinea 16 x p. 280
ESRS S4-1 Niet-nakoming UNGP’s on Business and
Human Rights en OESO-richtlijnen
alinea 17 x x p. 280
ESRS S4-4 Mensenrechten- problemen
en -incidenten
alinea 35 x Niet van toepassing
ESRS G1-1 VN-Verdrag tegen corruptie alinea 10 (b) x Niet materieel
ESRS G1-1 Bescherming klokkenluiders alinea 10 (d) x Niet materieel
ESRS G1-4 Geldboeten voor overtredingen
wetgeving tegen corruptie en omkoping
alinea 24 (a) x x Niet materieel
ESRS G1-4 Normen bestrijding corruptie
en omkoping
alinea 24 (b) x Niet materieel
CSRD VERSLAG 2025 - 315
MEDIA WITH IMPACT
314 - CSRD VERSLAG 2025
Boekjaar N 2025 Criteria inzake substantiële bijdrage GEAD criteria (‘Geen ernstig afbreuk doen aan’)
Economische activiteiten (1)
Code
(a)(2)
Absolute
CapEx (3)
Aandeel
CapEx, jaar
N (4)
Klimaat-
mitigatie (5)
Klimaat-
adaptatie (6)
Water (7)
Veront-
reiniging (8)
Circulaire
economie (9)
Biodiversiteit
(10)
Klimaat-
mitigatie
(11)
Klimaat-
adaptatie
(12)
Water (13)
Veront-
reiniging
(14)
Circulaire
economie
(15)
Biodiver-
siteit (16)
Minimum
garanties
(17)
Aandeel
taxonomie
afgestemde
(A.1.) of in
aanmerking
komende (A.2.)
CapEx,
jaar N-1 (18)
Categorie
facili-
ter
ende
activiteit
(19)
Category
tr
ansitie
activiteit (20)
Text
In € 1.000.000
%
Y; N; N/EL (b)
(c)
Y; N; N/EL (b)
(c)
Y; N; N/EL (b)
(c)
Y; N; N/EL (b)
(c)
Y; N; N/EL (b)
(c)
Y; N; N/EL (b)
(c)
Y/N Y/ N Y/N Y/N Y/ N Y/ N Y/N % E T
A. VOOR DE TAXONOMIE IN AANMERKING KOMENDE ACTIVITEITEN
A.1. Ecologisch duurzame activiteiten (op taxonomie afgestemd)
ACTIVITEIT 1 0,0 0% %
ACTIVITEIT 1 (d)
% %
ACTIVITEIT 2
% %
CapEx van ecologisch duurzame activiteiten
(op taxonomie afgestemd) (A.1)
% % % % % % % %
Waarvan faciliterend
% % % % % % % % E
Waarvan transitioneel
% % % T
A.2 Voor de taxonomie in aanmerking komende, maar ecologisch niet duurzame activiteiten(niet op taxonomie afgestemde activiteiten) (g)
EL; N/EL (f) EL; N/EL (f) EL; N/EL (f) EL; N/EL (f) EL; N/EL (f) EL; N/EL (f)
ACTIVITEIT 1 € Uitzending van radio- en televisieprogramma’s
% %
CapEx van de taxonomie in aanmerking komende,
maar ecologisch niet duurzame activiteiten
(niet op taxonomie af
gestemde activiteiten) (A.2)
% % % % % % % %
Vervoer met motorfietsen, personenauto’s en lichte
bedrijfsvoertuigen
6.5 1,8 11%
Installatie, onderhoud en repar
atie van energie-efficiënte uitrusting
7. 3 0,9 6%
Installatie, onderhoud en reparatie van oplaadstations voor
elektrische voertuigen in gebouwen (en parkeerplaatsen verbonden
aan gebouwen)
7. 4 0,1 1%
Installatie, onderhoud en reparatie van technologieën op het gebied
van hernieuwbare energie
7. 6 0,7 5%
A. CapEx van op taxonomie in aanmerking komende activiteiten
(A1+A2)
3,5 22% % % % % % %
B. NIET VOOR DE TAXONOMIE IN AANMERKING KOMENDE ACTIVITEITEN
CapEx niet voor de taxonomie in aanmerking komende activiteiten
12,5 78%
TOTAAL
16,0 100%
ANNEX IV
CAPEX
CSRD VERSLAG 2025 - 317
MEDIA WITH IMPACT
316 - CSRD VERSLAG 2025
(a) De code is de afkorting van de relevante doelstelling waartoe de economische activiteit in aanmerking komt om een wezenlijke bijdrage
te leveren, alsmede het sectienummer van de activiteit in de relevante bijlage die betrekking heeft op de doelstelling, d.w.z:
- Matiging van de klimaatverandering: CCM
- Aanpassing aan klimaatverandering: CCA
- Water en mariene hulpbronnen: WTR
- Circulaire economie: CE
- Preventie en bestrijding van verontreiniging: PPC
- Biodiversiteit en ecosystemen: BIO
Bijvoorbeeld, de activiteit “Bebossing” zou de code hebben: CCM 1.1
Als activiteiten in aanmerking komen om een substantiële bijdrage te leveren aan meer dan één doelstelling, moeten de codes voor alle
doelstellingen worden vermeld.
Als de exploitant bijvoorbeeld rapporteert dat de activiteit “Bouw van nieuwe gebouwen” een substantiële bijdrage levert aan de beperking
van klimaatverandering en de circulaire economie, dan zou de code zijn: CCM 7.1. / CE 3.1.
Dezelfde codes moeten worden gebruikt in Secties A.1. en A.2 van dit sjabloon.
(b) Y - Ja, taxonomie-geschikte en op de taxonomie afgestemde activiteit met de relevante milieudoelstelling
N - Nee, activiteit die in aanmerking komt voor de taxonomie maar niet is afgestemd op de taxonomie met de relevante milieudoelstelling
N/EL - niet in aanmerking komend, niet in de taxonomie opgenomen activiteit voor de relevante milieudoelstelling
(c) Wanneer een economische activiteit wezenlijk bijdraagt aan meerdere milieudoelstellingen, geven niet-financiële ondernemingen
vetgedrukt de meest relevante milieudoelstelling aan voor het berekenen van de KPI’s van financiële ondernemingen, waarbij
dubbeltelling wordt voorkomen. In hun respectieve KPI’s wanneer het gebruik van de opbrengst van de financiering niet bekend is,
berekenen financiële ondernemingen de financiering van economische activiteiten die bijdragen tot meerdere milieudoelstellingen onder
de meest relevante milieudoelstelling die door niet-financiële ondernemingen vet wordt weergegeven in dit model. Een milieudoelstelling
mag slechts eenmaal in één rij vetgedrukt zijn om dubbeltelling van economische activiteiten in de KPI’s van financiële ondernemingen
te voorkomen.
Dit geldt niet voor de berekening van de taxonomische afstemming van economische activiteiten voor financiële producten zoals gedefinieerd
in artikel 2, punt 12, van verordening (EU) 2019/2088. Niet-financiële ondernemingen rapporteren ook de mate van subsidiabiliteit en
afstemming per milieudoelstelling, waaronder afstemming op elk van de milieudoelstellingen voor activiteiten die substantieel bijdragen aan
meerdere doelstellingen, aan de hand van het onderstaande model.
(d) Dezelfde activiteit kan afgestemd zijn op slechts één of meer milieudoelstellingen waarvoor zij subsidiabel is.
(e) Dezelfde activiteit kan in aanmerking komen en niet afgestemd zijn op de relevante milieudoelstellingen.
(f) EL - Taxonomie subsidiabele activiteit voor de relevante doelstelling.
N/EL - Taxonomie niet-subsidiabele activiteit voor de relevante doelstelling
(g) Activiteiten worden alleen gerapporteerd in deel A.2 van dit model als ze niet zijn afgestemd op een milieudoelstelling waarvoor ze in
aanmerking komen. Activiteiten die op ten minste één milieudoelstelling zijn afgestemd, worden gerapporteerd in deel A.1 van dit model.
(h) Een activiteit wordt gerapporteerd in deel A.1 als aan alle DNSH-criteria en minimumwaarborgen is voldaan. Voor activiteiten vermeld
onder A2 kunnen de kolommen (5) tot en met (17) op vrijwillige basis worden ingevuld door niet-financiële ondernemingen. Niet-financiële
ondernemingen kunnen aangeven aan welke wezenlijke bijdrage en DNSH-criteria waaraan zij al dan niet voldoen in deel A.2 door
gebruik te maken van: a) voor substantiële bijdrage - Y/N- en N/EL-codes in plaats van EL en N/EL en b) voor DNSH - Y/N-codes.
CSRD VERSLAG 2025 - 319
MEDIA WITH IMPACT
318 - CSRD VERSLAG 2025
Boekjaar N 2025 Criteria inzake substantiële bijdrage GEAD criteria (‘Geen ernstig afbreuk doen aan’)
Economische activiteiten (1)
Code
(a)(2)
Absolute
CapEx (3)
Aandeel
CapEx, jaar
N (4)
Klimaat-
mitigatie (5)
Klimaat-
adaptatie (6)
Water (7)
Veront-
reiniging (8)
Circulaire
economie (9)
Biodiversiteit
(10)
Klimaat-
mitigatie
(11)
Klimaat-
adaptatie
(12)
Water (13)
Veront-
reiniging
(14)
Circulaire
economie
(15)
Biodiver-
siteit (16)
Minimum
garanties
(17)
Aandeel
taxonomie
afgestemde
(A.1.) of in
aanmerking
komende (A.2.)
CapEx,
jaar N-1 (18)
Categorie
facili-
ter
ende
activiteit
(19)
Category
tr
ansitie
activiteit (20)
Text
In € 1.000.000
%
Y; N; N/EL (b)
(c)
Y; N; N/EL (b)
(c)
Y; N; N/EL (b)
(c)
Y; N; N/EL (b)
(c)
Y; N; N/EL (b)
(c)
Y; N; N/EL (b)
(c)
Y/N Y/ N Y/N Y/N Y/ N Y/ N Y/N % E T
A. VOOR DE TAXONOMIE IN AANMERKING KOMENDE ACTIVITEITEN
A.1. Ecologisch duurzame activiteiten (op taxonomie afgestemd)
ACTIVITEIT 1 0,0 0% %
ACTIVITEIT 1 (d)
% %
ACTIVITEIT 2
% %
OpEx van ecologisch duurzame activiteiten
(op taxonomie afgestemd) (A.1)
% % % % % % % %
Waarvan faciliterend
% % % % % % % % E
Waarvan transitioneel
% % % T
A.2 Voor de taxonomie in aanmerking komende, maar ecologisch niet duurzame activiteiten(niet op taxonomie afgestemde activiteiten) (g)
EL; N/EL (f) EL; N/EL (f) EL; N/EL (f) EL; N/EL (f) EL; N/EL (f) EL; N/EL (f)
ACTIVITEIT 1 € Uitzending van radio- en televisieprogramma’s
% %
OpEx van de taxonomie in aanmerking komende, maar ecolo
-
gisch niet duurzame activiteiten (niet op taxonomie afgestemde
activiteiten) (A.2)
% % % % % % % %
Installatie, onderhoud en repar
atie van energie-efficiënte
uitrusting
7. 3 0,01 0,12%
Installatie, onderhoud en reparatie van technologieën op het
gebied van hernieuwbare energie
7. 6 0,1 1,22%
A. OpEx van op taxonomie in aanmerking komende activiteiten
(A1+A2)
0,1 1,34% % % % % % %
B. NIET VOOR DE TAXONOMIE IN AANMERKING KOMENDE ACTIVITEITEN
OpEx niet voor de taxonomie in aanmerking komende activiteiten
8,07 98,66%
TOTAAL
8,18 100%
ANNEX V
OPEX
CSRD VERSLAG 2025 - 321
MEDIA WITH IMPACT
320 - CSRD VERSLAG 2025
(a) De code is de afkorting van de relevante doelstelling waartoe de economische activiteit in aanmerking komt om een wezenlijke bijdrage
te leveren, alsmede het sectienummer van de activiteit in de relevante bijlage die betrekking heeft op de doelstelling, d.w.z:
- Matiging van de klimaatverandering: CCM
- Aanpassing aan klimaatverandering: CCA
- Water en mariene hulpbronnen: WTR
- Circulaire economie: CE
- Preventie en bestrijding van verontreiniging: PPC
- Biodiversiteit en ecosystemen: BIO
Bijvoorbeeld, de activiteit “Bebossing” zou de code hebben: CCM 1.1
Als activiteiten in aanmerking komen om een substantiële bijdrage te leveren aan meer dan één doelstelling, moeten de codes voor alle
doelstellingen worden vermeld.
Als de exploitant bijvoorbeeld rapporteert dat de activiteit “Bouw van nieuwe gebouwen” een substantiële bijdrage levert aan de beperking
van klimaatverandering en de circulaire economie, dan zou de code zijn: CCM 7.1. / CE 3.1.
Dezelfde codes moeten worden gebruikt in Secties A.1. en A.2 van dit sjabloon.
(b) Y - Ja, taxonomie-geschikte en op de taxonomie afgestemde activiteit met de relevante milieudoelstelling
N - Nee, activiteit die in aanmerking komt voor de taxonomie maar niet is afgestemd op de taxonomie met de relevante milieudoelstelling
N/EL - niet in aanmerking komend, niet in de taxonomie opgenomen activiteit voor de relevante milieudoelstelling
(c) Wanneer een economische activiteit wezenlijk bijdraagt aan meerdere milieudoelstellingen, geven niet-financiële ondernemingen
vetgedrukt de meest relevante milieudoelstelling aan voor het berekenen van de KPI’s van financiële ondernemingen, waarbij
dubbeltelling wordt voorkomen. In hun respectieve KPI’s wanneer het gebruik van de opbrengst van de financiering niet bekend is,
berekenen financiële ondernemingen de financiering van economische activiteiten die bijdragen tot meerdere milieudoelstellingen onder
de meest relevante milieudoelstelling die door niet-financiële ondernemingen vet wordt weergegeven in dit model. Een milieudoelstelling
mag slechts eenmaal in één rij vetgedrukt zijn om dubbeltelling van economische activiteiten in de KPI’s van financiële ondernemingen
te voorkomen.
Dit geldt niet voor de berekening van de taxonomische afstemming van economische activiteiten voor financiële producten zoals gedefinieerd
in artikel 2, punt 12, van verordening (EU) 2019/2088. Niet-financiële ondernemingen rapporteren ook de mate van subsidiabiliteit en
afstemming per milieudoelstelling, waaronder afstemming op elk van de milieudoelstellingen voor activiteiten die substantieel bijdragen aan
meerdere doelstellingen, aan de hand van het onderstaande model.
(d) Dezelfde activiteit kan afgestemd zijn op slechts één of meer milieudoelstellingen waarvoor zij subsidiabel is.
(e) Dezelfde activiteit kan in aanmerking komen en niet afgestemd zijn op de relevante milieudoelstellingen.
(f) EL - Taxonomie subsidiabele activiteit voor de relevante doelstelling.
N/EL - Taxonomie niet-subsidiabele activiteit voor de relevante doelstelling
(g) Activiteiten worden alleen gerapporteerd in deel A.2 van dit model als ze niet zijn afgestemd op een milieudoelstelling waarvoor ze in
aanmerking komen. Activiteiten die op ten minste één milieudoelstelling zijn afgestemd, worden gerapporteerd in deel A.1 van dit model.
(h) Een activiteit wordt gerapporteerd in deel A.1 als aan alle DNSH-criteria en minimumwaarborgen is voldaan. Voor activiteiten vermeld
onder A2 kunnen de kolommen (5) tot en met (17) op vrijwillige basis worden ingevuld door niet-financiële ondernemingen. Niet-financiële
ondernemingen kunnen aangeven aan welke wezenlijke bijdrage en DNSH-criteria waaraan zij al dan niet voldoen in deel A.2 door
gebruik te maken van: a) voor substantiële bijdrage - Y/N- en N/EL-codes in plaats van EL en N/EL en b) voor DNSH - Y/N-codes.
CSRD VERSLAG 2025 - 323
MEDIA WITH IMPACT
322 - CSRD VERSLAG 2025
ANNEX VI
OMZET
Boekjaar N 2025 Criteria inzake substantiële bijdrage GEAD criteria (‘Geen ernstig afbreuk doen aan’)
Economische activiteiten (1)
Code
(a)(2)
Absolute
Omzet (3)
Aandeel
Omzet, jaar
N (4)
Klimaat-
mitigatie (5)
Klimaat-
adaptatie (6)
Water (7)
Veront-
reiniging (8)
Circulaire
economie (9)
Biodiversiteit
(10)
Klimaat-
mitigatie
(11)
Klimaat-
adaptatie
(12)
Water (13)
Veront-
reiniging
(14)
Circulaire
economie
(15)
Biodiver-
siteit (16)
Minimum
garanties
(17)
Aandeel
taxonomie
afgestemde
(A.1.) of in
aanmerking
komende (A.2.)
Omzet,
jaar N-1 (18)
Categorie
facili-
ter
ende
activiteit
(19)
Category
tr
ansitie
activiteit (20)
Text
In € 1.000.000
%
Y; N; N/EL (b)
(c)
Y; N; N/EL (b)
(c)
Y; N; N/EL (b)
(c)
Y; N; N/EL (b)
(c)
Y; N; N/EL (b)
(c)
Y; N; N/EL (b)
(c)
Y/N Y/ N Y/N Y/N Y/ N Y/ N Y/N % E T
A. VOOR DE TAXONOMIE IN AANMERKING KOMENDE ACTIVITEITEN
A.1. Ecologisch duurzame activiteiten (op taxonomie afgestemd)
ACTIVITEIT 1 0,0 0% %
ACTIVITEIT 1 (d)
% %
ACTIVITEIT 2
% %
Omzet van ecologisch duurzame activiteiten
(op taxonomie afgestemd) (A.1)
% % % % % % % %
Waarvan faciliterend
% % % % % % % % E
Waarvan transitioneel % % % T
A.2 Voor de taxonomie in aanmerking komende, maar ecologisch niet duurzame activiteiten(niet op taxonomie afgestemde activiteiten) (g)
EL; N/EL (f) EL; N/EL (f) EL; N/EL (f) EL; N/EL (f) EL; N/EL (f) EL; N/EL (f)
ACTIVITEIT 1 € Uitzending van radio- en televisieprogramma’s
% %
Omzet van de taxonomie in aanmerking komende, maar ecolo
-
gisch niet duurzame activiteiten (niet op taxonomie afgestemde
activiteiten) (A.2)
% % % % % % %
Progr
ammatie en uitzend activiteiten
8.3 4,0 1% % % % % % % %
A. Omzet van op taxonomie in aanmerking komende activiteiten
(A1+A2)
4,0 1% % % % % % %
B. NIET VOOR DE TAXONOMIE IN AANMERKING KOMENDE ACTIVITEITEN
Omzet niet voor de taxonomie in aanmerking komende activiteiten
297,5 99%
TOTAAL
301,5 100%
CSRD VERSLAG 2025 - 325
MEDIA WITH IMPACT
324 - CSRD VERSLAG 2025
(a) De code is de afkorting van de relevante doelstelling waartoe de economische activiteit in aanmerking komt om een wezenlijke bijdrage
te leveren, alsmede het sectienummer van de activiteit in de relevante bijlage die betrekking heeft op de doelstelling, d.w.z:
- Matiging van de klimaatverandering: CCM
- Aanpassing aan klimaatverandering: CCA
- Water en mariene hulpbronnen: WTR
- Circulaire economie: CE
- Preventie en bestrijding van verontreiniging: PPC
- Biodiversiteit en ecosystemen: BIO
Bijvoorbeeld, de activiteit “Bebossing” zou de code hebben: CCM 1.1
Als activiteiten in aanmerking komen om een substantiële bijdrage te leveren aan meer dan één doelstelling, moeten de codes voor alle
doelstellingen worden vermeld.
Als de exploitant bijvoorbeeld rapporteert dat de activiteit “Bouw van nieuwe gebouwen” een substantiële bijdrage levert aan de beperking
van klimaatverandering en de circulaire economie, dan zou de code zijn: CCM 7.1. / CE 3.1.
Dezelfde codes moeten worden gebruikt in Secties A.1. en A.2 van dit sjabloon.
(b) Y - Ja, taxonomie-geschikte en op de taxonomie afgestemde activiteit met de relevante milieudoelstelling
N - Nee, activiteit die in aanmerking komt voor de taxonomie maar niet is afgestemd op de taxonomie met de relevante milieudoelstelling
N/EL - niet in aanmerking komend, niet in de taxonomie opgenomen activiteit voor de relevante milieudoelstelling
(c) Wanneer een economische activiteit wezenlijk bijdraagt aan meerdere milieudoelstellingen, geven niet-financiële ondernemingen
vetgedrukt de meest relevante milieudoelstelling aan voor het berekenen van de KPI’s van financiële ondernemingen, waarbij
dubbeltelling wordt voorkomen. In hun respectieve KPI’s wanneer het gebruik van de opbrengst van de financiering niet bekend is,
berekenen financiële ondernemingen de financiering van economische activiteiten die bijdragen tot meerdere milieudoelstellingen onder
de meest relevante milieudoelstelling die door niet-financiële ondernemingen vet wordt weergegeven in dit model. Een milieudoelstelling
mag slechts eenmaal in één rij vetgedrukt zijn om dubbeltelling van economische activiteiten in de KPI’s van financiële ondernemingen
te voorkomen.
Dit geldt niet voor de berekening van de taxonomische afstemming van economische activiteiten voor financiële producten zoals gedefinieerd
in artikel 2, punt 12, van verordening (EU) 2019/2088. Niet-financiële ondernemingen rapporteren ook de mate van subsidiabiliteit en
afstemming per milieudoelstelling, waaronder afstemming op elk van de milieudoelstellingen voor activiteiten die substantieel bijdragen aan
meerdere doelstellingen, aan de hand van het onderstaande model.
(d) Dezelfde activiteit kan afgestemd zijn op slechts één of meer milieudoelstellingen waarvoor zij subsidiabel is.
(e) Dezelfde activiteit kan in aanmerking komen en niet afgestemd zijn op de relevante milieudoelstellingen.
(f) EL - Taxonomie subsidiabele activiteit voor de relevante doelstelling.
N/EL - Taxonomie niet-subsidiabele activiteit voor de relevante doelstelling
(g) Activiteiten worden alleen gerapporteerd in deel A.2 van dit model als ze niet zijn afgestemd op een milieudoelstelling waarvoor ze in
aanmerking komen. Activiteiten die op ten minste één milieudoelstelling zijn afgestemd, worden gerapporteerd in deel A.1 van dit model.
(h) Een activiteit wordt gerapporteerd in deel A.1 als aan alle DNSH-criteria en minimumwaarborgen is voldaan. Voor activiteiten vermeld
onder A2 kunnen de kolommen (5) tot en met (17) op vrijwillige basis worden ingevuld door niet-financiële ondernemingen. Niet-financiële
ondernemingen kunnen aangeven aan welke wezenlijke bijdrage en DNSH-criteria waaraan zij al dan niet voldoen in deel A.2 door
gebruik te maken van: a) voor substantiële bijdrage - Y/N- en N/EL-codes in plaats van EL en N/EL en b) voor DNSH - Y/N-codes.
CSRD VERSLAG 2025 - 327
MEDIA WITH IMPACT
326 - CSRD VERSLAG 2025
ANNEX VII
DEFINITIES KPI’S
EU TAXONOMIE
Voor de berekening van de KPI’s inzake omzet, capex en opex werden voor
zowel de rapportering over 2024 als 2025 volgende definities gehanteerd. De
taxonomie data is gebaseerd op IFRS.
KPI ‘omzet’: het aandeel van de economische activiteiten die voor taxonomie
in aanmerking komen in onze totale omzet is berekend als het deel van de
omzet gegenereerd door economische activiteiten die voor de taxonomie in
aanmerking komen (teller) gedeeld door de geconsolideerde omzet (noemer).
De noemer sluit aan met de omzet die in onze geconsolideerde jaarrekening
werd gerapporteerd (Toelichting geconsolideerd jaarverslag 4).
Kapitaaluitgaven (capex) KPI: het aandeel van de kapitaaluitgaven dat
betrekking heeft op activa of processen die verband houden met voor
taxonomie in aanmerking komende economische activiteiten is berekend als
het deel van de kapitaaluitgaven dat betrekking heeft op activa of processen
die verband houden met voor de taxonomie in aanmerking komende
economische activiteiten (teller) gedeeld door de toevoegingen aan materiële
en immateriële activa, met inbegrip van de toevoegingen die voortvloeien uit
bedrijfscombinaties, zoals gerapporteerd in de geconsolideerde jaarrekening
(Toelichtingen geconsolideerd jaarverslag 14 en 15).
Operationele uitgaven (opex) KPI: het aandeel van de operationele uitgaven
dat betrekking heeft op activa of processen die verband houden met de voor
taxonomie in aanmerking komende activiteiten is berekend als het deel van
de operationele uitgaven dat betrekking heeft op activa of processen die
verband houden met de voor taxonomie in aanmerking komende activiteiten
gedeeld door de geconsolideerde operationele uitgaven als volgt gedefinieerd:
de som van niet-gekapitaliseerde kosten voor onderzoek & ontwikkeling,
leaseovereenkomsten (voor zover ze niet in de kapitaaluitgaven werden
opgenomen), en voor onderhoud en reparatie en andere directe kosten die
verband houden met het dagelijkse onderhoud van materiële vaste activa.
CSRD VERSLAG 2025 - 329
MEDIA WITH IMPACT
328 - CSRD VERSLAG 2025
Deze annex bundelt de door waardeketen-
partners gevalideerde tekstfragmenten die in
hoofdstuk 7 (Waardeketen) als onderbouwing
en illustratie worden gebruikt. De fragmenten
ondersteunen de beschrijving van materiële
waardeketen-thema’s en de bijhorende aan-
pak (beleid/acties/doelen), en versterken de
traceerbaarheid en controleerbaarheid van de
gerapporteerde waardeketeninformatie.
1. Eutraco – gevalideerde partnertekst: gebruikt
ter onderbouwing van waardeketeninformatie
rond logistiek/transport, reductiehefbomen
en luchtvervuiling/klimaat in de keten (zie
hoofdstuk 7.1.2 en 7.1.4).
2. UPM – gevalideerde partnertekst: gebruikt
ter onderbouwing van waardeketencontext
en voorbeelden rond energietransitie/kli-
maat en waterbeheer (zie hoofdstuk 7.1.2 en
7.1.5, en waar relevant ook 7.0 – sectorcon-
text papier).
3. Sun Chemical – gevalideerde part-
nertekst: gebruikt ter onderbouwing
van waardeketeninformatie
rond gevaarlijke stoffen/chemi-
cal stewardship en gezondheid &
veiligheid in de waardeketen (zie
hoofdstuk 7.1.6 en 7.1.11; en waar
relevant 7.1.9/7.1.12).
4. Bpost – gevalideerde partnertekst
: gebruikt ter onderbouwing van
waardeketeninformatie rond logis-
tiek/transport en de nuance dat
(in de partner-DMA) “pollution”
vooral via luchtverontreiniging
(NOx) materieel wordt benaderd,
terwijl water- en bodemverontreini-
ging en substances of concern als
niet-materieel worden beoordeeld
(zie hoofdstuk 7.1.2 en 7.1.4; en waar
relevant 7.2 – methodologie & leve-
ranciersbetrokkenheid).
1. UPM –
GEVALIDEERDE
PARTNERTEKST -
FY25
UPM is een strategische papier-
leverancier in de waardeketen van
Roularta Media Group en rapporteert
conform CSRD/ESRS. UPM hanteert een
stevig beleidskader (Code of Conduct,
Sustainability Policy Statement en Sup-
plier & Third-Party Code) en vertaalt dit in
concrete standaarden voor waterbeheer,
vervuiling, chemicaliënbeheer en product
stewardship (beheer van productveiligheid
en productinformatie doorheen de levens-
cyclus).
UPM heeft duidelijke 2030-doelstellingen
voor afvalwater, lucht- en wateremissies
en afval, waaronder een reductie van het
afvalwatervolume met 30% tegen 2030
t.o.v. 2008 (–16% gerealiseerd in 2024)
en het streven naar nul procesafval naar
stort of verbranding zonder energierecu-
peratie (“nul landfill”). RMG duiding : Nul
landfill betekent dat (bijna) geen afval naar
de stortplaats gaat, door zoveel mogelijk
recyclage, hergebruik of verwerking met
energierecuperatie.
Verantwoord inkopen wordt geborgd via
strikte eisen voor hout, pulp en chemische
grondstoffen (incl. naleving van REACH/
CLP), certificeringseisen en een Sustaina-
ble Supply Chain Programme met >80%
dekking van de Supplier Code (91% in 2024).
Veiligheid geldt als kernprioriteit voor eigen
personeel én aannemers, en marketing- en
duurzaamheidsclaims worden versterkt via
de Product Stewardship Standard, die in
2025 breed wordt uitgerold.
7.1 MATERIËLE WAARDEKETEN-THEMA’S:
BELEID – ACTIES – DOELEN (PATS)
UPM – aanvullende case
(papierleverancier)
Onderstaande informatie is gebaseerd op
het UPM Annual Report 2024 (incl. Sustaina-
bility Statement – CSRD/ESRS) en op publiek
beschikbare UPM beleids- en standaarddo-
cumenten die in dit verslag worden genoemd
en via de UPM-website beschikbaar zijn.
7.1.2 ENERGIE – E1
UPM verlaagt zijn energie- en klimaatimpact
via energie-efficiëntie, elektrificatie en een
hoger aandeel hernieuwbare energie (vol-
gens UPM 73% in 2024), met als expliciete
doelstelling om steenkool en turf volledig uit
te faseren tegen 2030.
RMG-duiding – energiebegrippen.
• Met hernieuwbare energie bedoelen
we energie uit bronnen zoals wind, zon,
waterkracht of biomassa.
• Energie-intensiteit geeft aan hoeveel
energie nodig is per eenheid output (bv.
per omzet of per ton product), zodat evo-
luties over de tijd vergelijkbaar blijven.
• Elektrificatie betekent dat processen die
vroeger op fossiele brandstoffen draai-
den (zoals gas of steenkool) worden
omgezet naar elektriciteit, bij voorkeur
uit hernieuwbare bronnen. Dit kan de uit-
stoot van broeikasgassen verlagen.
Beleid
UPM neemt energiebeheer op in haar duur-
zaamheidsbeleid en geeft aan dat het
bedrijf energie-efficiëntie en het gebruik
van hernieuwbare energie systematisch
wil versterken. Dit gebeurt onder meer
via energiemanagementsystemen, het
opvolgen van energieprestaties en door
concrete transitieplannen om bepaalde
fossiele energiebronnen uit te faseren.
Acties
UPM voert energiegerelateerde acties uit
die bijdragen aan klimaatmitigatie, met
focus op:
• verbetering van energie-efficiëntie in
productieprocessen;
• verhoging van het aandeel hernieuw-
bare en CO
2
-neutrale energie;
• elektrificatie van processen (o.a. elek-
trische boilers voor stoomproductie)
als alternatief voor fossiele brandstof-
fen;
• investeringen in duurzame energie-
bronnen zoals wind- en zonne-energie,
afhankelijk van de sitespecifieke
mogelijkheden.
Doelstellingen
UPM heeft expliciete energietransitie doel-
stellingen, waaronder:
• het stopzetten van het gebruik van
steenkool en turf tegen 2030 voor
energieproductie op de eigen sites;
• de verdere verschuiving naar een
hogere hernieuwbare energiemix (UPM
rapporteert het aandeel hernieuwbare
energie in de totale energieconsump-
tie). In 2024 bedroeg het aandeel
hernieuwbare energie 73%.
Prestatieopvolging (metrics) - UPM rappor-
teert jaarlijks over:
• totale energieconsumptie (fossiel vs. her-
nieuwbaar),
• aandeel hernieuwbare energie,
• energie-intensiteit (MWh per omzet),
• en elektriciteitsproductie uit eigen assets.
PAT-status: Beleid aanwezig · Acties uit-
gevoerd · Doelstellingen vastgesteld (o.a.
uitfasering steenkool en turf tegen 2030; ver-
hoging hernieuwbare energiemix).
7.1.3 LUCHTVERVUILING (TRANSPORT) –
ESRS E2
Transport levert volgens UPM een kleinere
bijdrage aan luchtvervuilende emissies in
vergelijking met emissies van productiesites,
maar wordt wel meegenomen in de beheers-
aanpak. UPM vermeldt dat het in recente
jaren investeerde in zeven schepen met dual-
fuel technologie (combinatie van traditionele
maritieme brandstof en vloeibaar aard-
gas – LNG). Wanneer deze schepen op LNG
varen, dalen de emissies volgens UPM met
ongeveer: CO
2
ongeveer –25%, NOx ongeveer
–85% en SOx ongeveer –99%, en ook roet-
deeltjes nemen sterk af.
Beleid
UPM geeft in haar duurzaamheidsbeleid aan
dat zij de impact op lucht en milieu wil beper-
ken door emissies te verminderen en de best
beschikbare technieken toe te passen. Dit
beleid vormt de basis voor reductiemaatre-
gelen, zowel voor productieprocessen als voor
ondersteunende activiteiten zoals transport.
ANNEX VIII
GEVALIDEERDE
PARTNERTEKSTEN
HOOFDSTUK 7
330 - CSRD VERSLAG 2025 CSRD VERSLAG 2025 - 331
MEDIA WITH IMPACT
Acties
• Investeringen in schonere scheepvaart
via dual-fuel schepen (LNG/marine gas
oil), waardoor NOx-, SOx- en roetemissies
dalen wanneer op LNG wordt gevaren.
• UPM werkt daarnaast verder aan alge-
mene emissiereductie en milieuprestaties
via technische verbeteringen en rookgas-
zuivering op sites (zoals filtersystemen
en elektrofilters), wat indirect bijdraagt
aan het beperken van luchtvervuiling in
de bredere keten.
RMG-duiding:
Dual-fuel (LNG) betekent dat een schip op
twee soorten brandstof kan varen, waaron-
der vloeibaar aardgas (LNG), wat doorgaans
leidt tot lagere emissies van luchtvervuilende
stoffen (NOx/SOx) en roetdeeltjes in vergelij-
king met traditionele scheepsbrandstof.
NOx (stikstofoxiden) en SOx (zwaveloxiden)
zijn luchtvervuilende stoffen die kunnen
bijdragen aan verzuring, smog en gezond-
heidsimpact. Het verminderen van deze
emissies is daarom relevant binnen ESRS E2
(luchtvervuiling).
UPM rapporteert luchtvervuiling (ESRS E2)
voornamelijk in relatie tot emissies van pro-
ductiesites en procesinstallaties; transport
wordt in de publiek gerapporteerde informatie
vooral behandeld via specifieke verbeterac-
ties (zoals schonere scheepvaart), zonder
afzonderlijke transport-specifieke reductie-
doelstellingen voor luchtvervuilende stoffen
in de aangehaalde passages.
Doelstellingen
UPM heeft een 2030-doelstelling op
groepsniveau voor “verzurende rook-
gassen (NOx/SO2)”, uitgedrukt per
gemiddeld UPM-product: –20% tegen
2030 (t.o.v. 2015). Deze doelstelling is
primair gerelateerd aan emissies van
productiesites en installaties. Trans-
portemissies worden in de publiek
gerapporteerde informatie vooral opge-
volgd via acties en verbeterprogramma’s
(zoals investeringen in dual-fuel sche-
pen), maar in de aangehaalde passages
wordt geen afzonderlijke, transport-spe-
cifieke NOx/SOx-reductiedoelstelling
vermeld.
PAT-status: Beleid aanwezig · Acties
uitgevoerd (schonere scheepvaart,
emissiereductiemaatregelen) · Doelstel-
lingen vastgesteld op groepsniveau voor
NOx/SO2 (geen afzonderlijke target spe-
cifiek voor transport in de aangehaalde
passages).
7.1.4 WATERGEBRUIK &
WATERVERVUILING (UPSTREAM) –
ESRS E2 / E3 (UPM)
Leveranciers in de papier- en pulpsector
gebruiken aanzienlijke volumes water en
genereren afvalwater. UPM beschouwt
water als een kritische hulpbron in haar
activiteiten (van duurzaam bosbeheer
tot productie) en integreert waterbeheer
expliciet in haar Code of Conduct, Sus-
tainability Policy Statement en Supplier
& Third-Party Code (minimumeisen voor
de waardeketen). UPM streeft ernaar waterver-
bruik en afvalwaterbelasting te beperken, met
extra aandacht voor regio’s met waterschaar-
ste of kwetsbare ontvangende waterlichamen.
Beleid
UPM’s Code of Conduct en Sustainability Policy
Statement omvatten expliciete verbintenissen
inzake het minimaliseren van negatieve mili-
eu-impacten, inclusief waterbeheer. De Supplier
& Third-Party Code bepaalt minimale vereisten
voor waardeketenpartners. Daarnaast zijn spe-
cifieke aspecten uitgewerkt via o.a. de Clean
Run Standard en het Sustainable Supply Chain
Programme. UPM is ook ondertekenaar van de
UN Global Compact CEO Water Mandate.
Acties
UPM implementeert procesoptimalisaties om
water efficiënt te gebruiken, met hergebruik
en interne recirculatie van proceswater waar
mogelijk. Afvalwater wordt gezuiverd (mecha-
nisch en biologisch) vóór lozing. UPM voert
jaarlijks een water-risicobeoordeling uit voor
haar productiesites (WWF Water Risk Filter), en
evalueert bijkomende tools in 2025.
RMG duiding: WWF Water Risk Filter is een
online instrument van het Wereld Natuur Fonds
(WWF) waarmee bedrijven het waterrisico van
hun locaties kunnen inschatten. Het tool bekijkt
onder meer waterschaarste, waterkwaliteit,
overstromingsrisico’s en regelgeving, en helpt
bedrijven bepalen waar water een verhoogd
risico vormt voor hun activiteiten of voor de
omgeving. UPM gebruikt dit instrument om
haar productiesites jaarlijks te screenen en om
maatregelen te prioriteren in gebieden met
een hoger waterrisico.
Doelstellingen
UPM heeft een groepsdoelstelling om het
afvalwatervolume voor een gemiddeld
UPM-product tegen 2030 met 30% te redu-
ceren t.o.v. 2008. In 2024 was volgens UPM
reeds een reductie van –16% gerealiseerd.
De opvolging gebeurt minstens jaarlijks op
groepsniveau en wordt gedeeld naar busi-
ness units en sites.
PAT-status: Beleid aanwezig · Acties uitge-
voerd · Doelen vastgesteld (2030).
7.1.5 GEVAARLIJKE CHEMICALIËN
IN PAPIER- EN INKTPRODUCTIE
(WAARDEKETEN) – ESRS E2 (UPM)
UPM erkent dat chemicaliën een materiële
grondstof zijn in papier- en pulpproductie
en hanteert een strikt chemicaliënbeheer,
met focus op uitsluiting van gevaarlijke
stoffen waar alternatieven beschikbaar zijn
en naleving van EU-regelgeving (REACH/
CLP). Tevens verplicht UPM leveranciers
om relevante informatie te rapporteren en
conform regelgeving te werken.
Beleid
UPM hanteert een Chemical Management
Standard waarin wordt vastgelegd dat che-
micaliën met ernstige gevaren niet worden
gebruikt indien technisch haalbare veiligere
alternatieven bestaan. Daarnaast vereisen
supplier requirements voor chemicaliën en
pigmenten volledige naleving van lokale
chemiewetgeving (zoals EU REACH en CLP)
en rapportering van relevante informatie aan
UPM.
Acties
UPM past interne risico-evaluatie en goed-
keuringsprocessen toe vóór chemicaliën
worden ingezet en streeft naar “least harm-
ful alternatives” in product- en proceskeuzes.
Leveranciers moeten voldoen aan de opge-
legde rapportage- en nalevingsvereisten.
Doelstellingen
UPM beheert dit thema vooral via duidelijke
regels en vaste werkprocessen om risico’s te
vermijden en aan de wetgeving te voldoen. In
de publiek gerapporteerde CSRD/ESRS-doel-
stellingen worden geen aparte cijfermatige
reductiedoelen per stofgroep vermeld. De
nadruk ligt vooral op het vermijden of uitslui-
ten van gevaarlijke stoffen waar mogelijk, het
zoeken naar veiligere alternatieven en het
strikt naleven van de regelgeving.
PAT-status: Beleid aanwezig · Acties uitge-
voerd · Doelen niet afzonderlijk kwantitatief
vastgesteld (naleving- en uitsluitingsgedre-
ven aanpak).
7.1.6 VERONTREINIGING VAN BODEM
(ALLEEN MATERIEEL IN WAARDEKETEN) –
ESRS E2 (UPM)
Bodemverontreiniging kan upstream optre-
den via incidenten, lozingen of onvoldoende
beheer van afval- en chemicaliënstromen.
UPM beheert dit risico via de Clean Run-stan-
daard, een formeel meld- en opvolgsysteem
voor incidenten en haar algemene milieubeleid,
met nadruk op preventie, continue monitoring
en corrigerende maatregelen wanneer zich
toch incidenten voordoen.
Beleid
UPM’s milieu- en EHS-beleid is ingebed in
haar Code of Conduct en Sustainability Policy
Statement, aangevuld met de Clean Run Stan-
dard (preventie en beheersing van emissies
en milieuprestaties). EHS staat voor Environ-
ment, Health & Safety (milieu, gezondheid
en veiligheid). Een EHS-beleid is het geheel
aan afspraken en procedures waarmee een
organisatie milieu-, gezondheids- en veilig-
heidsrisico’s beheerst, incidenten voorkomt en
opvolgt, en naleving van wetgeving en interne
standaarden verzekert. (RMG duiding)
Acties
Significante incidenten (incl. spills) worden
opgevolgd via formele procedures voor mel-
ding, onderzoek, corrigerende en preventieve
acties. Spills zijn morsingen of onbedoelde
lozingen van bijvoorbeeld chemicaliën, olie of
andere stoffen. ( RMG duiding)
Doelstellingen
Er worden geen afzonderlijke publieke doel-
stellingen voor bodemverontreiniging
gerapporteerd; de beheersing gebeurt via inci-
dentpreventie, Clean Run-aanpak en naleving.
PAT-status: Beleid aanwezig · Acties uitge-
voerd · Doelen niet afzonderlijk kwantitatief
vastgesteld (beheer via Clean Run & incident-
management).
332 - CSRD VERSLAG 2025 CSRD VERSLAG 2025 - 333
MEDIA WITH IMPACT
7.1.7 HOUT & GRONDSTOFFEN (PAPIERINKOOP)
– ESRS E4 (UPM)
Hout en houtvezels zijn de belangrijkste grond-
stoffen voor papier. UPM beschrijft verantwoord
bosbeheer en traceerbaarheid als kernpijlers
binnen haar waardeketen en legt via supplier
requirements strikte voorwaarden op rond legale
herkomst, certificering en vermijding van contro-
versiële bronnen (FSC Controlled Wood / PEFC
due diligence).
Beleid
UPM’s Sustainability Policy Statement en speci-
fieke eisen voor hout- en pulpleveranciers, samen
met het UPM Forest Action Programme, sturen
bosbeheer, hout- en vezelinkoop en de bijhorende
impacts/risico’s. UPM’s Supplier & Third-Party
Code bepaalt minimumeisen en vereist dat leve-
ranciers dezelfde verwachtingen doorgeven in
hun eigen keten.
Acties
UPM past traceerbaarheid en zorgvuldig-
heidscontrole (due diligence) toe voor hout- en
vezelinkoop, met focus op aanvaardbare her-
komstbronnen en uitsluiting van onaanvaardbare
of controversiële bronnen. UPM rapporteert dat
de herkomst van hout volledig gekend is en dat
een groot deel van het hout gecertificeerd is.
Doelstellingen
UPM rapporteert doelstellingen op groepsniveau
die onder meer betrekking hebben op het aandeel
gecertificeerde houtvezels binnen de focuszone
“Bos”. In de hier opgenomen passages wordt het
exacte kwantitatieve percentage niet vermeld,
maar UPM rapporteert dit wel op groepsniveau
als onderdeel van haar duurzaamheids-
focus en opvolging.
PAT-status: Beleid aanwezig · Acties
uitgevoerd · Doelen vastgesteld
(certificering/bosdoelstellingen op
groepsniveau).
7.1.8 BIODIVERSITEIT & ECOSYSTEMEN
(PAPIER) – ESRS E4 (UPM)
UPM beschouwt biodiversiteit en ecosys-
teemimpact als materieel via bosbeheer
en de water- en landgebruikimpact van
productie en sourcing. In 2024 nam UPM
deel aan het Science Based Targets
Network (SBTN) Corporate Engagement
Programme om methodes te ontwikkelen
voor science-based biodiversiteitsdoel-
stellingen.
Beleid
Biodiversiteitsbeheer is geïntegreerd in
duurzaam bosbeheer, de inkoopvereisten
voor grondstoffen en UPM’s duurzaam-
heidsbeleidsverklaring (Sustainability
Policy Statement).
Acties
• Deelname aan SBTN Corporate
Engagement Programme (2024) en
voortzetting in 2025.
• Integratie van biodiversiteitsdruk
op zoetwater (bv. wateronttrekking,
waterkwaliteit en impact op eco-
systemen) in de beoordeling en in
een piloottraject voor het testen van
doelstellingen (“target-setting”).
Doelstellingen
UPM werkt via het Science Based Targets
Network (SBTN) aan een methodiek en aan
het uitwerken van doelstellingen. In de publiek
gerapporteerde ESRS-doelstellingentabel
worden in de hier aangehaalde passages
geen afzonderlijke kwantitatieve biodiversi-
teitsdoelen vermeld (zoals gebiedsgerichte
doelen). UPM rapporteert dit thema momen-
teel voornamelijk via beleid, beheerpraktijken
en lopende processen om toekomstige doel-
stellingen te ontwikkelen.
PAT-status: Beleid aanwezig · Acties uitge-
voerd · Doelen in ontwikkeling (methodiek en
doelstellingen via SBTN).
7.1.9 AFVAL IN DE WAARDEKETEN /
CIRCULARITEIT – ESRS E5 (UPM)
UPM streeft naar een circulaire bio-econo-
mie door reststromen en nevenproducten uit
het productieproces zoveel mogelijk opnieuw
te gebruiken, recycling te versterken en pro-
cesafval te beperken. Deze aanpak wordt
vertaald in doelstellingen op groepsniveau en
in concrete acties via het Clean Run-concept
en Sustainable Product Design.
RMG-duiding: met reststromen en nevenpro-
ducten bedoelen we materialen die tijdens
het productieproces ontstaan naast het
hoofdproduct (bv. houtresten, vezelresten of
slib uit waterzuivering). Deze kunnen vaak
opnieuw worden ingezet als grondstof, gere-
cycleerd of verwerkt met energierecuperatie,
waardoor minder afval naar stort of verbran-
ding gaat.
Beleid
UPM’s Sustainability Policy Statement
bevat expliciete engagementen rond
circulariteit, recuperatie en recyclage
doorheen de keten.
Acties
UPM past het Clean Run-concept toe
om productieprocessen continu te ver-
beteren, met focus op minder afval,
efficiënter gebruik van grondstoffen en
het voorkomen van incidenten. Daar-
naast gebruikt UPM het Sustainable
Product Design-concept om producten
zo te ontwerpen dat hun milieu-impact
over de volledige levenscyclus (van
grondstof tot einde levensduur) zo laag
mogelijk is.
RMG-duiding: resource efficiency bete-
kent dat grondstoffen, water en energie
zo efficiënt mogelijk worden ingezet,
zodat minder verlies en afval ontstaat.
Met een levenscyclusbenadering
bedoelen we dat ook de impact van pro-
ductie, transport, gebruik en verwerking/
recyclage van het product wordt meege-
nomen.
Doelstellingen
UPM heeft een Group-level target om
tegen 2030 geen procesafval meer te
storten of te verbranden zonder energie-
recuperatie.
PAT-status: Beleid aanwezig · Acties uit-
gevoerd · Doelen vastgesteld (2030).
7.1.10 GEZONDHEID & VEILIGHEID VAN
WERKNEMERS (WAARDEKETEN) – ESRS S2
(UPM)
Gezondheid en veiligheid zijn kernprioriteiten
voor UPM, zowel voor eigen medewerkers als
voor aannemers die op productiesites werken.
Aannemers moeten voldoen aan de veilig-
heidsvereisten van UPM, en de naleving wordt
opgevolgd via arbeidsveiligheidsmanage-
mentsystemen en interne auditprogramma’s.
RMG-duiding: een arbeidsveiligheidsmanage-
mentsysteem (OHS: Occupational Health &
Safety) is het geheel van afspraken, procedures
en controles waarmee een organisatie risico’s op
ongevallen beheerst, veiligheidstraining orga-
niseert, incidenten opvolgt en verbeteracties
doorvoert. Auditprogramma’s zijn periodieke
controles om na te gaan of die veiligheidsaf-
spraken effectief worden nageleefd.
Beleid
UPM hanteert veiligheidsregels en OHS-ma-
nagementsystemen binnen business units en
verwacht naleving van de aannemers.
Acties
• Arbeidsveiligheidsaudits om na te gaan of
veiligheidsregels en -procedures correct
worden nageleefd.
• Corrigerende maatregelen bij overtredingen
van veiligheidsregels, met opvolging van
verbeteracties.
Doelstellingen
UPM rapporteert prestatie-indicatoren op
groepsniveau zoals de frequentie van gere-
gistreerde arbeidsongevallen, inclusief
aannemers (TRIF). In de hier aangehaalde
passages wordt geen specifiek streefcijfer
vermeld, maar de prestaties worden jaarlijks
opgevolgd en gerapporteerd.
RMG-duiding: TRIF staat voor Total
Recordable Injury Frequency en is een vei-
ligheidsindicator die aangeeft hoe vaak
geregistreerde arbeidsongevallen met
letsel voorkomen, omgerekend naar een
standaard aantal gewerkte uren. Een lagere
TRIF betekent doorgaans een veiligere
werkomgeving.
PAT-status: Beleid aanwezig · Acties uitge-
voerd · Doelen/doelstellingen: opvolging via
KPI’s (TRIF), geen expliciet publiek streefcij-
fer vermeld in de aangehaalde passages.
7.1.11 VERANTWOORDE
MARKETINGPRAKTIJKEN & PRIVACY
(DOWNSTREAM) – ESRS S4
UPM legt via haar Product Stewardship
Standard een expliciet kader vast voor pro-
ductveiligheid, naleving van wetgeving en
interne regels, duurzame productontwikke-
ling en correcte duurzaamheidsclaims. De
standaard werd ontwikkeld in 2024 en werd
in 2025 uitgerold via training naar relevante
functies.
Beleid
De UPM Product Stewardship Standard ver-
eist dat producten veilig zijn voor het beoogde
gebruik, conform de wet- en regelgeving en
duurzaam doorheen hun levenscyclus, met
334 - CSRD VERSLAG 2025 CSRD VERSLAG 2025 - 335
MEDIA WITH IMPACT
heldere, correcte en onderbouwde claims
over regelgeving en duurzaamheid.
Acties
• Implementatie van Product Ste-
wardship-processen in alle business
units.
• Training in 2025 voor medewerkers in
productbeheer, productontwikkeling
en technische klantendienst.
Doelstellingen
In de hier aangehaalde passages worden
geen afzonderlijke kwantitatieve doelstel-
lingen voor marketing- of privacypraktijken
vermeld. UPM borgt dit thema voorname-
lijk via beleid, opleiding en vaste processen
voor naleving en kwaliteitscontrole.
PAT-status: Beleid aanwezig · Acties uit-
gevoerd/in uitrol · Doelen niet afzonderlijk
kwantitatief vastgesteld (nalevings- en
procesgedreven).
7.1.12 WAARDEKETENTHEMA’S ZONDER
BIJKOMENDE KETEN-PATS (UPM –
TOELICHTING)
Voor bepaalde waardeketenonderwer-
pen (bijvoorbeeld bodemverontreiniging,
zorgwekkende stoffen en marketing- of
duurzaamheidsclaims) rapporteert UPM
voornamelijk via beleid, standaarden
en nalevingsprocessen. In de hier aan-
gehaalde passages zijn niet voor elk
subthema afzonderlijke kwantitatieve
doelstellingen publiek opgenomen. Dit
wordt in het verslag transparant toegelicht
door expliciet te beschrijven op welke manier
UPM deze thema’s beheert en opvolgt, met
name via:
• officiële beleidsdocumenten (zoals de Code
of Conduct, de Sustainability Policy State-
ment en de Supplier & Third-Party Code);
• thematische standaarden en beheer-
systemen (zoals Clean Run, Chemical
Management en Product Stewardship);
• zorgvuldigheidscontroles en leveranciers-
vereisten voor kritieke grondstoffen en
diensten (zoals hout, pulp, chemicaliën en
pigmenten);
• continue monitoring en rapportering op
groepsniveau, met opvolging van prestaties
en verbetermaatregelen.
2. EUTRACO -
GEVALIDEERDE PART-
NERTEKST - FY25
7.2 EUTRACO ALS LOGISTIEKE
WAARDEKETENPARTNER (ESRS 2)
In het kader van de verdere verfijning van onze
waardeketenrapportering conform CSRD/ESRS
werd aanvullende informatie opgevraagd bij
Eutraco over relevante waardeketen-topics,
met toepassing van de ESRS 2 Minimum Dis-
closure Requirements (MDR-P, MDR-A en
MDR-T).
Eutraco is een strategische logistieke
partner binnen de waardeketen van
Roularta, met transport- en logistieke
activiteiten in België, Frankrijk, Neder-
land en Duitsland, aangevuld met een
netwerk van partners in andere landen.
Volgens Eutraco omvatten kernsta-
keholders in hun ESG-aanpak o.a.
aandeelhouder, bestuur, management,
medewerkers, leveranciers, partners en
subcontractors, banken en investeer-
ders, sectorfederaties, lokale omgeving,
concurrenten en klanten.
De hieronder opgenomen informa-
tie is gebaseerd op (1) het antwoord
van Eutraco op de Roularta-vragen-
lijst en (2) formele beleidsdocumenten
waar Eutraco naar verwijst : Climate
Change Policy, ESG Roadmap (slides)
en QESH-beleid – Quality Environmen-
tal Safety & Health.
Eutraco gaf daarbij aan dat de volledige
ESG Roadmap niet kan worden doorge-
stuurd omwille van interne gegevens,
maar wel twee slides die de samen-
hang/structuur van de ESG-strategie
weergeven, en dat de eerder gedeelde
informatie uit dit document komt.
Ter verdere transparantie verwijst
Eutraco ook naar de corporate web-
site. (Bron: Eutraco corporate website
– https://www.eutraco.eu/ – Sustaina-
bility-pagina, link naar “Climate Change
Policy”.
7.2.1 KLIMAATVERANDERING – ESRS
E1 (EUTRACO – WAARDEKETEN/
TRANSPORT)
Beleid (MDR-P): Eutraco beschikt over
een formeel Climate Change Policy-kader
dat klimaatmitigatie en -adaptatie, ener
-
gie-efficiëntie en hernieuwbare energie
verankert in de logistieke en transpor-
tactiviteiten. Dit beleid omvat expliciete
d
o
elstellingen richting net-zero emissies
in logistiek en transport tegen 2035, met
reducties voor scope 1 en 2 tegen 2030, en
beschrijft de scope (activiteiten, waarde
-
keten, geografie) en monitoringprincipes.
D
a
arnaast vermeldt Eutraco in dit beleids-
kader o.a. dat (1) nieuwe locaties aan
B
R
EEAM*-standaarden moeten voldoen en
(2) uiterlijk tegen 2033 oudere faciliteiten
worden verlaten ten gunste van nieuwe of
vernieuwde (energie-efficiënte) sites.
*BREEAM is een internationaal beoorde-
lingssysteem dat meet hoe duurzaam een
gebouw is over zijn volledige levenscyclus.
Het evalueert onder meer energie- en
waterverbruik, gebruikte materialen, bin-
nenklimaat/gezondheid, afvalbeheer,
mobiliteit en effecten op milieu en biodi-
versiteit. Een BREEAM-score (bv. Good tot
Outstanding) geeft aan in welke mate een
gebouw voldoet aan erkende duurzaam-
heidscriteria. (Roularta duiding)
Acties (MDR-A): Volgens Eutraco stuurt
een GHG-commitment de organisatie
richting net-zero emissies in logistiek en
transport tegen 2035.
Eutraco koppelt dit aan onder andere
• Elektrificatie van de eigen zware vrachtwa-
genvloot (HDV – Heavy Duty Vehicles).
• Verdere uitrol van zonnepanelen en het rea-
liseren van (quasi) grid-independence via
batterijsystemen (o.a. ter ondersteuning van
laadinfrastructuur).
• Jaarlijkse monitoring van de carbon foot-
print t.o.v. baseline 2023 en bijsturing van
het actieplan.
• Versterking van governance door top- en
middenmanagement te betrekken bij reduc-
tiedoelstellingen (“ownership”).
Daarnaast plant Eutraco tegen 2026 bijko-
mende datatransparantie via (1) een online
klantenplatform met real-time zicht op logis-
tieke emissies en (2) een zichtbaar dashboard
in samenwerking met UA Antwerp om emissies
te berekenen en te monitoren. Dit wordt ook
publiek geduid als “real-time emission dash-
boards for our customers, in collaboration with
the University of Antwerp”.
Doelstellingen (MDR-T): Eutraco rapporteert
tijdsgebonden reductiedoelstellingen t.o.v.
baselinejaar 2023:
• Scope 1: algemene doelstelling -50% tegen
2030.
• Scope 2: algemene doelstelling -70% tegen
2030.
Aanvullend specificeert het klimaatbeleid een
gefaseerde elektrificatie van de eigen HDV-vloot
(o.a. 25% tegen 2025 en verdere opschaling rich-
ting 2030) en jaarlijkse opvolging via emissie- en
energie-performantie-tracking (incl. afstem-
ming op het GHG Protocol). Het policy-kader
vermeldt bovendien expliciet dat de Climate
Change Policy toegankelijk is voor leveran-
ciers, partners en klanten via de corporate
website en sustainability communicatie
7.2.2 ENERGIE – E1 (DEEL EUTRACO)
Aanvullende case (partnerdialoog): Eutraco
– energiehefbomen in transport/logistiek Cf.
punt 7.1 is Eutraco een strategische logistieke
partner binnen de waardeketen van Roularta.
In het kader van partnerdialoog gaf Eutraco
aan te beschikken over formele beleidslijnen
en roadmaps (incl. klimaatbeleid met miti-
gatiedoelstellingen) en verwijst Eutraco naar
formele beleidsdocumenten (Climate Change
Policy, ESG Roadmap (slides) en QESH-be-
leid).
Beleid (MDR-P): Eutraco bevestigt dat er for-
mele beleidslijnen en roadmaps bestaan,
waaronder een klimaatbeleid met duidelijke
mitigatiedoelstellingen en een geïntegreerde
ESG-strategie. In het Climate Change Poli-
cy-kader wordt energie bovendien expliciet
gekoppeld aan energie-efficiëntie (o.a. inzet
van warmtepompen, batterijsystemen en ver-
beterde isolatie) en aan hernieuwbare energie
(zonnepanelen), met het oog op meer ener-
gie-onafhankelijkheid in de logistieke sites.
Acties (MDR-A): Eutraco koppelt ener-
giehefbomen (scope 2) aan “Energy Grid
Independence” via een batterijsysteem tegen
2025 en extra zonnepanelen in 2024.
Doelstellingen & monitoring (MDR-T): Eutraco
336 - CSRD VERSLAG 2025 CSRD VERSLAG 2025 - 337
MEDIA WITH IMPACT
rapporteert een scope-2 mitigatiedoelstelling
van −70% tegen 2030 t.o.v. baseline 2023 en
geeft aan emissies jaarlijks op te volgen t.o.v.
baseline 2023
Monitoring & transparantie (ondersteunend
aan E1/Energie): Eutraco volgt emissies jaarlijks
op t.o.v. baseline 2023 en wil tegen 2026 bij-
komende transparantie voorzien via een online
klantenplatform met real-time emissie-inzage
en een zichtbaar dashboard in samenwerking
met UA Antwerp om emissies te berekenen en
te monitoren. Publiek wordt dit ook omschreven
als real-time emissiedashboards voor klanten
(i.s.m. University of Antwerp).
Deze aanpak ondersteunt de ESRS-vereisten
rond datakwaliteit en traceerbaarheid in de
waardeketen, en vergemakkelijkt de integratie
van scope-3 informatie in de waardeketenrap-
portering van Roularta. (Roularta duiding)
7.2.3 LUCHTVERVUILING EN OVERIGE
“POLLUTION” – ESRS E2 (EUTRACO –
WAARDEKETEN/TRANSPORT)
Beleid (MDR-P ) : Eutraco geeft aan dat de
materiële focus binnen “Pollution” vandaag
vooral ligt op luchtvervuiling door transport
(NOx en fijnstof), gekoppeld aan vlootvernieu-
wing en elektrificatie. Een afzonderlijk E2-beleid
voor water/bodem of zorgwekkende stoffen
wordt niet bevestigd.
Acties (MDR-A – partner) : Eutraco focust
op het verminderen van luchtverontreiniging
(NOx/PM) via elektrificatie van de truckvloot en
vlootvernieuwing.
Doelstellingen (MDR-T – partner) :
Eutraco koppelt de E2-benadering in de
aangeleverde input primair aan het E1-re-
ductietraject en elektrificatie-mijlpalen
(bv. 25% elektrificatie tegen eind 2025),
eerder dan aan afzonderlijke NOx/PM-tar-
gets.
7.2.4 WATERGEBRUIK &
WATERVERVUILING – ESRS E2 /
E3 (EUTRACO – WAARDEKETEN/
TRANSPORT)
Eutraco geeft aan dat er momenteel geen
afzonderlijk beleid of doelstelling is uitge-
werkt voor verontreiniging van water en
bodem of voor zorgwekkende stoffen bin-
nen de logistieke activiteiten (focus ligt op
lucht)
Eutraco geeft aan dat ESRS E3 in de
huidige activiteiten niet als prioritair
materieel wordt beschouwd; daarom zijn
geen aparte policies, acties of targets
opgesteld.
7.2.5 BIODIVERSITY AND ECOSYSTEMS –
ESRS E4 (EUTRACO)
Eutraco geeft aan dat ESRS E4 in de
huidige activiteiten niet als prioritair
materieel wordt beschouwd; daarom zijn
geen aparte policies, acties of targets
opgesteld.
7.2.6 CIRCULAR ECONOMY / RESOURCE
INFLOWS – ESRS E5 (EUTRACO)
Beleid (MDR-P ) : Eutraco situeert de
relevantie van E5 vooral in supply-chain
management en afvalstromen. In de aan-
geleverde informatie wordt geen uitgewerkt,
afzonderlijk keten-E5-beleid bevestigd;
Eutraco geeft aan hier nog geen volledig
ketenkader voor te hebben.
Acties (MDR-A): Voor scope 3/circulariteit
focust Eutraco op het monitoren van afvalstro-
men en het implementeren van reductie-acties
samen met partner RPB (Recycling Part-
ners Belgium). Recycling Partners Belgium
is een partner die afval- en materialenbe-
heer centraal organiseert (waste & materials
management) en bedrijven koppelt aan gespe-
cialiseerde recyclage-/verwerkingspartners.
(Roularta-duiding).
Doelstellingen (MDR-T): Eutraco koppelt hier-
aan reductiedoelen richting 2025 (monitoring
en reductietraject voor afvalstromen, samen
met partner RPB).
7.2.7 GEZONDHEID, VEILIGHEID EN WELZIJN
VAN WERKNEMERS – ESRS S2 (EUTRACO)
Beleid (MDR-P): Eutraco geeft aan dat het
sociaal beleid gericht is op eerlijke arbeid-
spraktijken, mensenrechten, welzijn, diversiteit
en inclusie, met nultolerantie voor kinder- en
dwangarbeid en met aandacht voor veilige
werkomstandigheden.
Daarnaast borgt Eutraco Health & Safety via
een formele QESH Policy (Quality, Environ-
mental, Safety & Health) met kernprincipes
rond het voorkomen van arbeidsongevallen/
incidenten, naleving van regelgeving en trai-
ning. In dat kader hanteert Eutraco het “Stop
& Consult”-principe (werk onderbreken en over-
leg plegen bij een onveilige situatie), past LMRA
(Last Minute Risk Assessment) toe als korte
risico-evaluatie vlak vóór de start van werk-
zaamheden, en gebruikt “Golden Life Saving
Rules” als set van niet-onderhandelbare veilig-
heidsregels voor kritieke risico’s.
Acties (MDR-A): Eutraco voorziet:
• Training voor relevante stakeholders om
strategie en verwachtingen te begrijpen,
met ruimte voor feedback
• Rapportering over rijgedrag om een veilige
rijcultuur te versterken
• Een alcoholslotprogramma voor Eutra-
co-trucks (in overwegingsfase)
Doelstellingen (MDR-T) : De QESH-policy ver-
trekt vanuit een “zero accidents”-ambitie en
opvolging via (o.a.) Frequency Rate en Severity
Rate monitoring (kwalitatieve target/manage-
ment KPI-kader).
7.2.8 VERANTWOORDE
MARKETINGPRAKTIJKEN – ESRS S4
(EUTRACO)
Eutraco beschouwt S4 Responsible marketing
practices als niet van toepassing gezien de
aard van de activiteiten en het ontbreken van
directe consumentenmarketing; er zijn daarom
geen afzonderlijke S4-targets of beleidslijnen
geformuleerd.
7.2.9 AANVULLEND: SUPPLIER-
PARTNERKADER – VOETNOOT BIJ S2 / E5
Eutraco hanteert een Supplier acceptance Code
of Conduct (Rev 2.0, 2025) waarin het stelt dat
leveranciers worden geselecteerd en geëvalueerd
met aandacht voor o.a. environmental protec-
tion, human rights, labor & social standards,
anti-discrimination en anti-corruption, en waarbij
leveranciers zich verbinden tot naleving van toe-
passelijke wetgeving en internationaal erkende
ESG-standaarden.
Het document verduidelijkt dat leveranciers
door het aangaan van een business relationship
akkoord gaan dit te respecteren. Indien een leve-
rancier weigert Eutraco’s Code of Conduct te
aanvaarden, dient de leverancier Eutraco onmid-
dellijk te informeren met een toelichting; bij
uitblijven van reactie kan dit leiden tot beëindi-
ging van de zakelijke relatie.
3. SUN CHEMICAL –
GEVALIDEERDE PART-
NERTEKST - FY25
Sun Chemical in de waardeketen
Sun Chemical is een kernleverancier van inkten
en pigmenten in de waardeketen van Roularta
Media Group. In voorbereiding op CSRD-rap-
portering heeft Sun Chemical een dubbele
materialiteitsanalyse uitgevoerd op basis van
ESRS 1 (sub-sub-topicniveau), met zowel impact-
als financiële materialiteit. Materiële thema’s
omvatten onder meer klimaatmitigatie, biodi-
versiteit, arbeidsomstandigheden, gelijkheid,
leveranciersrelaties en producten/diensten
die klantduurzaamheid ondersteunen.
Sun Chemical beheert milieu- en veiligheids-
risico’s via het SunCare-systeem (intern
milieu-, gezondheids- en veiligheidsmanage-
mentsysteem, afgestemd op ISO 14001 en
ISO 45001), aangevuld met een groepsbreed
biodiversiteitsbeleid en een gevalideerd
SBTi-klimaatdoel. Het bedrijf streeft naar
een vermindering van water- en afvalintensi-
teit met 10% tegen 2030 (t.o.v. 2019), bouwt
zijn productportefeuille om van fossiele naar
duurzaam gewonnen plantaardige grond-
stoffen, beperkt zorgwekkende stoffen via
het EuPIA-uitsluitingsbeleid en verstrekt voor
gevoelige toepassingen een Statement of
Composition.
Het EuPIA-uitsluitingsbeleid is een sectorale
regeling die bepaalde gevaarlijke chemi-
sche stoffen volledig verbiedt in drukinkten.
Voor toepassingen die in contact komen
met gevoelige producten – zoals voed-
selverpakkingen, cosmetica, speelgoed of
tabaksproducten – geeft Sun Chemical via
een Statement of Composition transparant
aan welke relevante stoffen aanwezig zijn,
zodat klanten zekerheid hebben over de nale-
ving van veiligheids- en regelgevingseisen.
Op sociaal vlak wil Sun Chemical zijn TRIR-cijfer
(Total Recordable Incident Rate) tegen 2027
verlagen tot ≤ 1,0. TRIR is een internationale
maatstaf voor het aantal arbeidsongevallen
met letsel per gewerkt uur; hoe lager dit cijfer,
hoe veiliger de werkomgeving.
338 - CSRD VERSLAG 2025 CSRD VERSLAG 2025 - 339
MEDIA WITH IMPACT
Gezondheid, veiligheid én mensenrech-
ten bij leveranciers worden opgevolgd
via een Supplier Code of Conduct en een
uitgewerkt EcoVadis-programma (zilve-
ren medaille, 93ste percentiel, >80% van
de leveranciersbestedingen op het plat-
form). EcoVadis is een internationaal
beoordelingsplatform dat bedrijven een
duurzaamheidsbeoordeling geeft op het
vlak van milieu, arbeids- en mensenrech-
ten, ethiek en verantwoord inkopen. Sun
Chemical gebruikt dit zowel voor de eigen
beoordeling als voor leveranciersbeheer:
een groot deel van de leveranciers moet
een EcoVadis-score behalen, lage scores
leiden tot corrigerende actieplannen en risi-
co’s rond milieu, arbeidsomstandigheden
en mensenrechten worden systematisch in
kaart gebracht en opgevolgd in de keten.
Voor waardeketenonderwerpen waarvoor
Sun Chemical momenteel nog geen spe-
cifieke kwantitatieve doelstellingen heeft
vastgelegd (zoals bepaalde aspecten van
biodiversiteit en verantwoorde marketing),
wordt transparant gerapporteerd dat
deze thema’s voorlopig worden beheerd
binnen bestaande groeps- en nalevings-
kaders. Sun Chemical beschikt hiervoor
over een uitgewerkt beleids- en beheers-
kader, waaronder het biodiversiteitsbeleid
van de DIC-groep, het SunCare-manage-
mentsysteem, interne procedures voor
het beoordelen van duurzaamheidsclaims
en een extern gecertificeerde methode
voor het berekenen van de klimaatvoet-
afdruk van producten. In afwezigheid van
afzonderlijke doelstellingen licht Sun
Chemical toe hoe deze onderwerpen
worden opgevolgd via beleid, lopende
risicobeoordelingen en bredere manage-
mentprocessen. Eventuele bijkomende
kwantitatieve doelstellingen zullen op
termijn worden bepaald op basis van
de resultaten van de biodiversiteits- en
materialiteitsanalyse.
De informatie in deze sectie is gebaseerd
op gegevens verstrekt door Sun Chemical
(Sustainability Report 2025 en bijko-
mende leveranciersdocumentatie).
Sun Chemical – per materieel ESRS-topic
in de waardeketen
1. ESRS E2 – VERVUILING (WATER,
BODEM, EMISSIES)
Beleid
Vervuilingsgerelateerde onderwerpen
worden beheerd via het SunCare-beleid
van Sun Chemical, een intern milieu-,
gezondheids- en veiligheidsmanage-
mentsysteem dat afgestemd is op ISO
14001 en ISO 45001. Dit beleid dekt zowel
werknemersveiligheid als milieuthema’s
en is erop gericht nul lozingen en nul
incidenten na te streven. Bodemveront-
reiniging wordt door Sun Chemical niet
als materieel beschouwd, omdat gevaar-
lijk afval zorgvuldig wordt afgevoerd via
gereguleerde kanalen.
Acties
Significante morsingen en lozingen wor-
den systematisch geregistreerd in de
EHS-systemen (Environment, Health & Safety),
met verplichte analyse van de onderliggende
oorzaken en gepaste opvolgacties.
Er wordt onderscheid gemaakt tussen gevaar-
lijk en niet-gevaarlijk afval; stort wordt tot een
minimum beperkt.
Doelstellingen
Doelstelling om de afvalintensiteit tegen 2030
met 10% te verminderen ten opzichte van 2019,
met jaarlijkse rapportering van afvalvolumes
en behandelingsroutes (recyclage, energiere-
cuperatie, beperkte stort).
2. ESRS E2 – ZORGWEKKENDE STOFFEN
(SUBSTANCES OF CONCERN)
Beleid
Sun Chemical beschikt over gereguleerde pro-
cessen en openbaarmaking voor zorgwekkende
stoffen.
Voor inktproducten geldt het EuPIA-uitslui-
tingsbeleid (binnenkort EuPIA Charter), dat
het gebruik van gevaarlijke grondstoffen in
drukinkten sterk beperkt op basis van gevaren-
classificatie.
Acties
Voor inkten in gevoelige toepassingen (zoals
voedselverpakkingen, cosmetica, speelgoed
en tabaksverpakkingen) voorziet Sun Chemi-
cal in een proces om informatie over relevante
stoffen te verstrekken via een Statement of
Composition.
Deze aanpak wordt ondersteund door het biodi-
versiteitsbeleid van DIC, dat inzet op duurzame
sourcing en beperking van vervuiling als pijlers
voor natuur- en biodiversiteitsbescherming.
Doelstellingen
Er zijn geen afzonderlijke, kwantitatieve reductie-
doelstellingen per stofcategorie geformuleerd. De
benadering is primair nalevings- en risicogedre-
ven (via EuPIA, REACH en interne beoordeling).
REACH is de Europese chemiewetgeving die
bedrijven verplicht om de risico’s van chemische
stoffen te kennen en te beheersen, zodat mens en
milieu beter worden beschermd. Dit wordt trans-
parant gerapporteerd als: beleid en acties zijn
aanwezig, maar er is geen aparte, hoeveelheids-
gebonden doelstelling vastgelegd.
3. ESRS E3 – WATER EN MARIENE
HULPBRONNEN
Beleid
Waterverbruik en waterverontreiniging vallen
onder SunCare en het biodiversiteitsbeleid van
DIC.
In lijn met dit beleid worden effecten op biodi-
versiteit (inclusief waterkwaliteit) systematisch
beoordeeld en wordt schade aan lokale habitats
beperkt.
Acties
Operationele maatregelen om het waterverbruik
te verminderen, onder meer via efficiëntiever-
beteringen in pigmentproductie (een belangrijke
watergebruiker).
Site-specifieke initiatieven zoals waterzuivering,
hergebruik en vermindering van afvalwaterlozin-
gen.
Doelstellingen
Groepsbrede doelstelling om de waterintensiteit tegen
2030 met 10% te reduceren ten opzichte van 2019.
Jaarlijkse waterinname en wate-
rintensiteit worden grafisch en
tekstueel toegelicht in het duur-
zaamheidsrapport van Sun
Chemical.
4. ESRS E4 – BIODIVERSITEIT EN
ECOSYSTEMEN
Beleid
Sun Chemical voert een biodi-
versiteitsrisicobeoordeling uit,
die naar verwachting tegen het
tweede kwartaal van 2026 wordt
afgerond.
Dit sluit aan op het DIC Group Bio-
diversity Policy, dat verplichtingen
vastlegt rond:
• naleving van biodiversiteits-
wetgeving,
• het uitvoeren van biodiversi-
teitsassessments,
• duurzame sourcing,
• vervuilingspreventie,
• gebruik van de 5R-principes
(Reduce, Reuse, Renew, Recy-
cle, Redesign) en circulaire
economie-benaderingen,
• educatie, stakeholderbe-
trokkenheid en transparante
rapportering.
Acties
Lopende biodiversiteitsrisicobe-
oordeling op groepsniveau, waarin
onder meer waterverontreiniging,
grondstoffengebruik en landge-
bruik worden meegenomen.
Doelstellingen
Momenteel zijn er geen kwantitatieve biodiversi-
teitsdoelen (zoals een percentage beschermde
gebieden) op Sun Chemical-niveau.
Toelichting: eerst wordt de risicobeoordeling
afgerond; op basis daarvan zullen eventuele
aanvullende doelstellingen worden bepaald.
5. ESRS E5 – HULPBRONNENSTROMEN
(RESOURCE INFLOWS)
Beleid
Strategische focus op het verlagen van de
broeikasgasemissies van de productporte-
feuille, voornamelijk door te verschuiven van
fossiele grondstoffen naar duurzaam gewon-
nen plantaardige grondstoffen. Daarmee
worden plantaardige grondstoffen bedoeld
die op een milieuvriendelijke en sociaal ver-
antwoorde manier worden geproduceerd en
ingezet als alternatief voor fossiele grondstof-
fen (zoals olie).
Volledige rapportering van scope 1-, 2- en
3-emissies; scope 3 vertegenwoordigt onge-
veer 93% van de totale emissies, waarvan
ingekochte grondstoffen circa 68% van scope
3 uitmaken.
Acties
Ontwikkeling en opschaling van biogebaseerde
pigmenten, harsen en inktsystemen.
Actieve samenwerking met leveranciers om
hun klimaatimpact te verlagen, onder meer
via EcoVadis-scores en door het opvragen en
gebruiken van gegevens over de klimaatvoetaf-
druk van producten.
340 - CSRD VERSLAG 2025 CSRD VERSLAG 2025 - 341
MEDIA WITH IMPACT
Doelstellingen
Als onderdeel van de DIC Group heeft
Sun Chemical een gevalideerd SBTi-doel:
• reductie van scope 1- en 2-emissies
met 27,5%,
• reductie van geselecteerde scope
3-categorieën met 13,5% tegen 2030
(baseline 2019),
• en de doelstelling dat 80% van de
leveranciersbestedingen tegen 2027
gedekt zal zijn door science-based
targets.
6. ESRS S2 – GEZONDHEID EN
VEILIGHEID (WAARDEKETEN)
Beleid
Gezondheid en veiligheid vallen onder de
SunCare-standaard, een intern EHS-ma-
nagementsysteem afgestemd op ISO
45001 en ISO 14001. Dit systeem wordt
gebruikt om milieu-, veiligheids- en
gezondheidsaspecten te beheren, te
registreren en op te volgen.
Voor leveranciers bestaat geen volle-
dig afzonderlijk H&S-beleid, maar de
verwachtingen rond veilige en waardige
arbeidsomstandigheden zijn opgenomen
in de Supplier Code of Conduct en wor-
den bewaakt via EcoVadis (pijler Labour
& Human Rights).
Acties
Rapportering van Total Recordable Inci-
dent Rate (TRIR) en Lost Time Accident
Rate (LTAR), inclusief regionale analy-
ses. TRIR en LTAR zijn internationale
maatstaven voor arbeidsongevallen: TRIR geeft
aan hoe vaak ongevallen met letsel gebeuren per
gewerkt uur, LTAR toont hoeveel van die ongeval-
len leiden tot werkverlet (dagen afwezigheid). Sun
Chemical volgt deze cijfers nauw op, ook per regio,
om de veiligheid op het werk continu te verbeteren.
Wereldwijde initiatieven zoals de jaarlijkse Safety
Stand Down, het SafetySTAR-programma en aan-
gescherpte technische standaarden (bijvoorbeeld
voor heftrucks, snijgereedschap en persoonlijke
beschermingsmiddelen).
Doelstellingen
In 2024 bedroeg de TRIR 1,14; er is een doelstelling
om deze tegen 2027 te verlagen tot ≤ 1,0 (circa 14%
reductie t.o.v. 2024).
Doelstelling om het aandeel werknemers dat ver-
tegenwoordigd is in formele H&S-comités en in
milieu-opleidingen significant te verhogen tegen
2027.
7. ESRS S4 – VERANTWOORDE
MARKETINGPRAKTIJKEN
Beleid
Sun Chemical heeft processen om externe mar-
ketinguitingen te screenen op greenwashing en te
waarborgen dat duurzaamheidsclaims specifiek,
feitelijk en onderbouwd zijn.
Er is een intern proces om de koolstofvoetafdruk
van producten te berekenen, dat door een derde
partij is gecertificeerd.
Acties
Systematische beoordeling van marketingma-
teriaal op juistheid, volledigheid en naleving van
relevante wetgeving en vrijwillige kaders.
Ondersteuning van klanten met trans-
parante milieu-informatie, waaronder
klimaatvoetafdrukken van producten,
verklarende statements en technische
fiches. Een productklimaatvoetafdruk
is de berekening van de klimaatim-
pact van één product, uitgedrukt in
CO
2
-equivalent.
Doelstellingen
Er zijn geen kwantitatieve doelstellingen
(bijvoorbeeld aantal campagnes) gede-
finieerd; de focus ligt op kwaliteits- en
nalevingsborging. Dit wordt in lijn met
ESRS expliciet als zodanig verklaard.
8. ECOVADIS,
LEVERANCIERSRELATIES EN DUBBELE
MATERIALITEIT
In lijn met de dubbele materialiteitsa-
nalyse onderscheidt Sun Chemical in de
waardeketen onder meer:
• Klimaatverandering (upstream
grondstoffen en logistiek – E1/E5),
• Mensenrechten en arbeidsomstan-
digheden in de toeleveringsketen
(S2),
• Productveiligheid en informatie voor
downstream klanten (E2/E5/S4),
• Biodiversiteit en vervuiling gelinkt
aan grondstoffen en end-of-life (E2/
E4/E5).
Duurzaam inkopen & EcoVadis
• Sun Chemical neemt deel aan het
EcoVadis-platform zowel voor de
eigen beoordeling als voor leveran-
ciersmanagement. Het bedrijf behaalde
een score van 73/100 (zilver, 93ste per-
centiel), met duidelijke verbeteringen op
milieu en arbeids- en mensenrechten.
• Meer dan 80% van de directe leveran-
ciers (ca. 1,8 miljard USD aan uitgaven)
is reeds op EcoVadis aangesloten.
• Belangrijkste doelstellingen zijn:
o geen leveranciers met een algemene
EcoVadis-score onder 45 tegen 2026,
o 99% van alle leveranciers risicoge-
screend via EcoVadis of EcoVadis IQ
Plus tegen 2026,
o geen leveranciers met een Human
Rights-score onder 25 (nu reeds
bereikt), met een verdere drempel
naar 45 tegen 2026.
Deze aanpak is rechtstreeks gelinkt aan
ESRS S2 (Management of relationships with
suppliers).
9. OMGANG MET
WAARDEKETENONDERWERPEN
ZONDER SPECIFIEK BELEID, ACTIES EN
DOELSTELLINGEN
Voor bepaalde waardeketenonderwerpen
bestaan nog geen afzonderlijke, expliciete
beleidslijnen, acties of kwantitatieve doel-
stellingen op het niveau van Sun Chemical
(bijvoorbeeld specifieke biodiversiteitsdoe-
len of numerieke KPI’s voor verantwoorde
marketing).
Conform ESRS zal Roularta in het verslag
expliciet opnemen:
• dat voor deze onderwerpen (nog) geen
apart beleid, acties en doelstellingen zijn
vastgesteld,
• waarom dat het geval is (bijvoorbeeld
lopende risicobeoordeling, lage mate-
rialiteit, of integratie in een breder
groepsbeleid),
• en op welke manier deze thema’s voor-
lopig worden opgevolgd via bestaande
beleidskaders, zoals het SunCare-sys-
teem, het DIC Group Biodiversity Policy,
de Supplier Code of Conduct en het
EcoVadis-programma.
4. BPOST -
GEVALIDEERDE PART-
NERTEKST - FY25
1.ESRS E2 – POLLUTION OF WATER /
POLLUTION OF SOIL / SUBSTANCES OF
CONCERN
IRO-1 – Proces om materiële impacts, risi-
co’s en opportuniteiten te bepalen
bpostgroup voert een dubbele materi-
aliteitsanalyse (DMA) uit die in 2024 op
sub-subthemaniveau werd herzien na de
overname van Staci. De materiële ESRS-
sub-subthema’s binnen E2 werden via
scoring en drempelwaarden bepaald.
Sub-subthema’s die niet materieel
zijn worden wel verder gemonitord via
jaarlijkse DMA-updates en het milieuma-
nagementsysteem.
SBM-3 – Materiële impacts/risico’s in de
waardeketen en scope
Voor bpostgroup zijn binnen E2 enkel
impacts rond luchtverontreiniging (NOx)
materieel. Water- en bodemverontreiniging
en (zeer) zorgwekkende stoffen werden
in de DMA als niet-materieel beoordeeld.
Dit hangt samen met de kernactiviteiten
(last-mile post/parcel logistiek en fulfill-
ment) waarin geen significante processen
met water/bodemverontreinigende emis-
sies of zorgwekkende stoffen voorkomen.
MDR-P – Beleid
bpostgroup beschikt over een formeel
Milieubeleid met drie beleidsdoelen: E1
(klimaat), E2 (verontreiniging – lucht/NOx)
en E5 (circulariteit). De policy omvat alle
werknemers, dochterondernemingen en
relevante niet-werknemers, en verwacht
dat leveranciers de principes onderschrij-
ven via de Supplier Code of Conduct. Er
is geen specifiek beleid uitgewerkt voor
E2-water, E2-soil of E2-substances of
concern omdat deze sub-subthema’s niet
materieel zijn.
MDR-A – Acties en middelen
Er zijn geen afzonderlijke actieplannen of
middelen voor water- of bodemverontreini-
ging of zorgwekkende stoffen. bpostgroup
voert wel acties uit voor het materiële
E2-subthema luchtverontreiniging, o.a.
vlootvernieuwing met vervanging van
voertuigen met oudere Euro-normen door
Euro 6e en elektrische alternatieven om
NOx te reduceren.
342 - CSRD VERSLAG 2025 CSRD VERSLAG 2025 - 343
MEDIA WITH IMPACT
MDR-T – Doelstellingen en opvolging
Geen E2-doelstellingen voor water/bodem/
zorgwekkende stoffen, gezien niet-materieel.
Materialiteit en eventuele evoluties worden
opgevolgd via het jaarlijkse DMA-proces en ISO-
14001-gestuurd milieumanagement.
2. ESRS E3 – WATER AND MARINE
RESOURCES
IRO-1
E3 werd beoordeeld binnen de DMA-methodo-
logie (sub-subthemaniveau, stakeholderinput,
benchmarking). De uitkomst was niet-materieel;
bpostgroup actualiseert deze beoordeling jaar-
lijks.
SBM-3
bpostgroup’s kernactiviteiten genereren volgens
de DMA geen significante water- of mariene
impacts/risico’s in de waardeketen. Water-
gebruik en eventuele impacts worden wel op
generiek niveau gemonitord binnen het milieu-
management.
MDR-P
Geen aparte E3-policy. Het Milieubeleid focust
op de materiële milieuthema’s E1, E2-lucht en
E5, en is van toepassing op alle entiteiten en
leveranciersrelaties.
MDR-A
Geen E3-specifieke acties of CapEx/Opex.
Eventuele relevante evoluties zouden via
DMA-herijking leiden tot beleids-/actie-aanpas-
sing.
MDR-T
Geen E3-targets of KPI’s, gezien niet-materieel.
3. ESRS E4 – BIODIVERSITY AND
ECOSYSTEMS
IRO-1
E4 werd via de DMA-stappen beoordeeld
maar niet als materieel geselecteerd;
opvolging gebeurt via jaarlijkse herzie-
ning.
SBM-3
Er werden geen materiële biodiver-
siteits-IRO’s geïdentificeerd voor de
activiteiten en waardeketen (last-mile,
3PL, fulfillment). Indirecte effecten wor-
den geacht beperkt te zijn t.o.v. andere
milieuthema’s.
MDR-P
Geen apart E4-beleid. Het Milieubeleid
dekt enkel de materiële E-thema’s (E1,
E2-lucht, E5) en benadrukt toepassing op
leveranciers.
MDR-A
Geen E4-specifiek actieprogramma.
Decarbonisatie- en circulariteitsacties
kunnen indirect druk op ecosystemen
verminderen, maar zijn niet als biodiver-
siteitsplan geformaliseerd.
MDR-T
Geen E4-targets of KPI’s, gezien niet-ma-
terieel.
4. ESRS E5 – RESOURCE INFLOWS /
MATERIAL USE & CIRCULAR ECONOMY
IRO-1
E5 is materieel. bpostgroup identificeert
E5-IRO’s via de DMA en heeft in 2024
voor het eerst uitgebreide E5-data
verzameld met een gestructureerd
groepsproces. De groep volgt deze
maatstaven jaarlijks op.
SBM-3
Materiële E5-impacts in de waar-
deketen situeren zich vooral bij
verpakkingsmateriaal (instromen/
uitstromen) en afval in last-mile
retailproducten en fulfillmentactivitei-
ten. bpostgroup ziet circulariteit als
hefboom om afval downstream te
reduceren en verpakkingsintensiteit te
verlagen.
MDR-P
Het Milieubeleid bevat een expliciet
E5-beleidsdoel: duurzame oplossin-
gen voor de e-commerce waardeketen
via recycleerbare en herbruikbare
verpakkingen; scope omvat groep en
waardeketenpartners/leveranciers.
MDR-A
Voor E5 lopen meerdere maatregelen
met tijdshorizon tot 2026–2030, o.a.:
• ontwikkelen van recycleerbaar
alternatief voor bubbelenveloppen;
• implementeren van “custom pack-
aging” om lege ruimte en materiaal
per pakje te verminderen;
• veralgemenen van hergebruik van
verpakkingsafval in fulfillment;
• evalueren van recuperatiesysteem
voor karton na levering;
• aanpassen van offerte-eisen naar
circulariteit in procurement.
MDR-T
E5-targets en KPI’s op groepsniveau:
• 100% recycleerbare/herbruikbare
verpakkingen tegen 2030 (retail
bpost NV en fulfillment); voortgang
2024: 99,4%.
• 80% gerecycleerd materiaal in ver-
pakkingen tegen 2030 (retail bpost
NV en fulfillment); voortgang 2024
Belgisch materiaal: 93,7%.
• 0% niet-sorteerbare “twee-compo-
nenten” verpakkingen tegen 2030.
5. ESRS S2 – HEALTH & SAFETY
(WAARDEKETENS - WERKNEMERS)
IRO-1
S2 is materieel voor waardeketen-werk-
nemers. bpostgroup identificeerde
zeven risicogebieden voor werknemers
in de waardeketen, waaronder veiligheid
en gezondheid, en beoordeelt deze via
due diligence en leverancierskaders.
SBM-3
Materiële risico’s situeren zich upstream
bij leveranciers en onderaannemers (bv.
uitbesteed vervoer), waar incidenten
of non-compliance reputatie- en ope-
rationele risico’s kunnen veroorzaken.
bpostgroup rapporteert geen systemi-
sche problemen maar beschouwt H&S
als continu aandachtspunt in leveran-
ciersrelaties.
MDR-P
Een formeel mensenrechten- en
gedragscode-kader geldt voor mede-
werkers én waardeketenpartners. De
Code of Conduct stelt expliciet dat gezondheid,
veiligheid en welzijn topprioriteit zijn, en dat
medewerkers veiligheids- en risicopreventie-
maatregelen moeten naleven en bevorderen.
Leveranciers worden contractueel verplicht de
veiligheid/gezondheid van hun werknemers te
waarborgen via Supplier Code of Conduct en
algemene voorwaarden.
MDR-A
Acties ter verbetering van H&S (primair eigen
operaties, met doorwerking naar waardeketen
via due diligence):
• Safety Performance Barometer om veilig-
heidsindicatoren te meten en prioriteiten
te bepalen;
• Safety Games en trainingen om veilig-
heidscultuur operationeel te verankeren;
• ergonomie-programma’s (werkplekana-
lyses, opleiding veilig tillen, inventaris
hulpmiddelen).
MDR-T
Nog geen aparte S2-targets voor waarde-
keten-werknemers. bpostgroup bouwt eerst
een versterkt leveranciers- en auditkader uit;
opvolging gebeurt via leveranciers-zelfevalua-
ties, externe ratings (o.a. EcoVadis) en interne
nalevingsaudits.
6. ESRS S4 – RESPONSIBLE MARKETING
PRACTICES
IRO-1
S4-relevante IRO’s werden in DMA bekeken
onder consumenten/eindgebruikers en gover-
nance-aspecten. De focus ligt op correcte
klantenpraktijken, toegankelijkheid van dien-
sten, non-discriminatie en privacy.
SBM-3
Materiële impacts/risico’s in de waar-
deketen ontstaan downstream bij
consumenten via mogelijke misleidende
of niet-toegankelijke dienstverlening en
via dataprivacy-risico’s. Voor bpost-
group zijn vertrouwen en correcte
marktpraktijken cruciaal voor licen-
se-to-operate.
MDR-P
bpostgroup hanteert een groepsbrede
Code of Conduct als ethisch referentie-
kader voor klant- en marktgedrag. De
Code verplicht naleving van wetgeving
en interne regels, incl. rond gegevens-
bescherming en correcte communicatie,
en wordt regelmatig geactualiseerd.
MDR-A
Acties omvatten o.a.:
• governance en compliance-me-
chanismen om ongepaste of
misleidende praktijken te voorko-
men;
• bescherming van persoonsge-
gevens en incident-melding via
DPO-proces;
• verbetering van transparante klan-
tinteractie via digitale kanalen.
MDR-T
Geen afzonderlijke, publiek gerappor-
teerde S4-targets per klantsegment.
Opvolging gebeurt via interne governan-
ce-KPI’s rond klantvertrouwen, privacy
en toegankelijke dienstverlening.
344 - CSRD VERSLAG 2025 CSRD VERSLAG 2025 - 345
MEDIA WITH IMPACT
VERSLAG VAN DE COMMISSARIS
MET EEN BEPERKTE MATE VAN
ZEKERHEID OVER DE GECONSOLIDEERDE
DUURZAAMHEIDSINFORMATIE VAN
ROULARTA MEDIA GROUP
Besloten vennootschap
Société à responsabilité limitée
RPR Brussel - RPM Bruxelles - BTW-TVA BE0446.334.711-IBAN N° BE71 2100 9059 0069
*handelend in naam van een vennootschap:/agissant au nom d'une société
A member firm of Ernst & Young Global Limited
EY Bedrijfsrevisoren
EY Réviseurs d’Entreprises
Pauline van Pottelsberghelaan 12
B - 9051 Gent
Tel: +32 (0) 9 242 51 11
ey.com/be
Verslag van de commissaris met een beperkte mate van zekerheid over de
geconsolideerde duurzaamheidsinformatie van Roularta Media Group NV
Aan de Algemene Vergadering van Aandeelhouders,
In het kader van de wettelijke assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid met betrekking
tot de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie van Roularta Media Group NV (de “Vennootschap” of
“de Groep”), leggen wij u ons verslag over deze opdracht voor.
Wij werden benoemd door de algemene vergadering van 21 mei 2024, overeenkomstig het voorstel van
het bestuursorgaan van Roularta Media Group NV voor het uitvoeren van een assuranceopdracht met
een beperkte mate van zekerheid met betrekking tot de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie van
de Vennootschap, opgenomen in het Sustainability Statement van het Roularta Media Group NV
Jaarverslag voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2025 (hierna de “duurzaamheidsinformatie”).
Ons mandaat loopt af op de datum van de algemene vergadering die beraadslaagt over de jaarrekening
afgesloten op 31 december 2026. Wij hebben onze assuranceopdracht over de
duurzaamheidsinformatie van Roularta Media Group NV uitgevoerd gedurende twee opeenvolgende
boekjaren.
Conclusie met een beperkte mate van
zekerheid
Wij hebben een assuranceopdracht met een
beperkte mate van zekerheid met betrekking tot
de duurzaamheidsinformatie van de
Vennootschap uitgevoerd.
Op basis van de uitgevoerde werkzaamheden en
de verkregen assuranceinformatie is niets onder
onze aandacht gekomen dat ons ertoe aanzet van
mening te zijn dat de duurzaamheidsinformatie
van de Vennootschap, in alle van materieel belang
zijnde opzichten:
• niet is opgesteld in overeenstemming met de
vereisten bedoeld in artikel 3:32/2 van het
Wetboek van vennootschappen en
verenigingen, met inbegrip van de
overeenstemming met de toepasbare
Europese standaarden voor
duurzaamheidsinformatie (de European
Sustainability Reporting Standards
(“ESRS’s”));
• niet in overeenstemming is met het door de
Vennootschap uitgevoerde proces (“het
Proces”) om de op grond van de ESRS’s
openbaar gemaakte duurzaamheidsinformatie
vast te stellen, zoals uiteengezet in de sectie
“CSRD en Double Materiality Assessment
(DMA)” en
• de vereisten in artikel 8 van Verordening (EU)
2020/852 (de “Taxonomieverordening”)
betreffende de openbaarmaking van de
informatie opgenomen in de sectie “EU
Taxonomie” binnen de milieu-informatie van
het Sustainability Statement, niet naleeft.
Basis voor de conclusie
Wij hebben onze assuranceopdracht met een
beperkte mate van zekerheid uitgevoerd
overeenkomstig ISAE 3000 (Herzien),
Assuranceopdrachten anders dan opdrachten tot
controle of beoordeling van historische financiële
informatie (“ISAE 3000 (Herzien)”), zoals in
België van toepassing.
Onze verantwoordelijkheden op grond van deze
standaard zijn uitvoeriger beschreven in de sectie
van ons verslag “Verantwoordelijkheden van de
commissaris betreffende de assuranceopdrachten
met betrekking tot de duurzaamheidsinformatie”.
Wij hebben alle deontologische vereisten die
relevant zijn voor de assuranceopdracht van de
duurzaamheidsinformatie in België nageleefd, met
inbegrip van deze met betrekking tot de
onafhankelijkheid.
Wij passen de internationale standaard voor
kwaliteitsmanagement 1 (“ISQM 1”) toe, die
vereist dat het kantoor een
kwaliteitsmanagementsysteem opzet,
implementeert en in werking stelt, inclusief
Verslag betreffende de beperkte mate van zekerheid
met betrekking tot de (geconsolideerde) duurzaamheidsinformatie
van Roularta Media Group NV voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2025 (vervolg)
2
beleidslijnen of procedures met betrekking tot de
naleving van ethische vereisten, professionele
normen en toepasselijke wettelijke en
regelgevende vereisten.
We hebben van het bestuursorgaan en van de
aangestelden van de Vennootschap de voor onze
assuranceopdracht met een beperkte mate van
zekerheid vereiste ophelderingen en inlichtingen
verkregen.
Wij zijn van mening dat de door ons verkregen
assuranceinformatie voldoende en geschikt is als
basis voor onze conclusie.
Verantwoordelijkheden van het
bestuursorgaan betreffende het opstellen
van de duurzaamheidsinformatie
Het bestuursorgaan van de Vennootschap is
verantwoordelijk voor het opzetten en
implementeren van een Proces en voor het
toelichten van dit Proces in de sectie “CSRD en
Double Materiality Assessment (DMA)” van de
duurzaamheidsinformatie. Deze
verantwoordelijkheid omvat:
• het begrijpen van de context waarin de
activiteiten en zakelijke betrekkingen van de
Vennootschap plaatsvinden en het
ontwikkelen van inzicht in haar betrokken
belanghebbenden;
• het identificeren van de feitelijke en
potentiële effecten (zowel negatieve als
positieve) in verband met
duurzaamheidskwesties, alsook van risico’s
en opportuniteiten die de financiële positie,
de financiële prestaties, de kasstromen, de
toegang tot financiering of de kapitaalkosten
van de Vennootschap op korte, middellange
of lange termijn beïnvloeden of waarvan
redelijkerwijs zou kunnen worden verwacht
dat zij hierop een invloed zullen hebben;
• het beoordelen van de materialiteit van de
vastgestelde effecten, risico’s en
opportuniteiten in verband met
duurzaamheidskwesties door passende
drempelwaarden te selecteren en toe te
passen; en
• het maken van veronderstellingen en
schattingen die onder de gegeven
omstandigheden redelijk zijn.
Het bestuursorgaan van de Vennootschap is ook
verantwoordelijk voor het opstellen van de
duurzaamheidsinformatie, die de door het Proces
vastgestelde informatie bevat,
• in overeenstemming met de vereisten bedoeld
in artikel 3:32/2 van het Wetboek van
vennootschappen en verenigingen, met
inbegrip van de toepasbare ESRS’s; en
• met naleving van de vereisten in artikel 8 van
Verordening (EU) 2020/852 (de
“Taxonomieverordening”) betreffende de
openbaarmaking van informatie opgenomen
in de sectie “EU Taxonomie” binnen de milieu-
informatie van het Sustainabiity Statement.
Deze verantwoordelijkheid omvat:
• het opzetten, implementeren en in stand
hourden van dergelijke interne
beheersingsmaatregelen die het
bestuursorgaan noodzakelijk acht voor het
opstellen van duurzaamheidsinformatie die
geen afwijkingen van materieel belang, als
gevolg van fraude of van fouten, bevat; en
• het kiezen en toepassen van geschikte
methoden voor duurzaamheidsverslaggeving,
en het maken van veronderstellingen en
schattingen die onder de gegeven
omstandigheden redelijk zijn.
Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het
toezicht op het
duurzaamheidsverslaggevingsproces van de
Vennootschap.
Inherente beperkingen bij het opstellen van
de duurzaamheidsinformatie
Bij het rapporteren van toekomstgerichte
informatie in overeenstemming met de ESRS’s,
wordt van het bestuursorgaan van de
Vennootschap vereist dat het de toekomstgerichte
informatie opstelt op basis van toegelichte
veronderstellingen over gebeurtenissen die zich in
de toekomst kunnen voordoen en mogelijke
toekomstige maatregelen van de Vennootschap.
De werkelijke uitkomsten zullen naar alle
waarschijnlijkheid afwijken van de
veronderstellingen, aangezien de veronderstelde
gebeurtenissen zich veelal niet zullen voordoen
zoals verwacht en de afwijking daarvan van
materieel belang kan zijn.
Besloten vennootschap
Société à responsabilité limitée
RPR Brussel - RPM Bruxelles - BTW-TVA BE0446.334.711-IBAN N° BE71 2100 9059 0069
*handelend in naam van een vennootschap:/agissant au nom d'une société
A member firm of Ernst & Young Global Limited
EY Bedrijfsrevisoren
EY Réviseurs d’Entreprises
Pauline van Pottelsberghelaan 12
B - 9051 Gent
Tel: +32 (0) 9 242 51 11
ey.com
Verslag van de commissaris aan de algemene vergadering van Roularta Media Group
NV over het boekjaar afgesloten op 31 december 2025
In het kader van de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening van Roularta Media Group NV (de
“Vennootschap”) en haar dochterondernemingen (samen “de Groep”), brengen wij u verslag uit in het kader van
ons mandaat van commissaris. Dit verslag omvat ons oordeel over de geconsolideerde staat van de financiële
positie op 31 december 2025, de geconsolideerde winst-en verliesrekening, het geconsolideerde overzicht van
gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten, de geconsolideerde balans, het geconsolideerde kasstroomoverzicht
en het geconsolideerde mutatieoverzicht van het eigen vermogen van het boekjaar afgesloten op 31 december
2025 en over de toelichting, met informatie van materieel belang over de gehanteerde grondslagen voor financiële
verslaggeving (alle stukken gezamenlijk de “Geconsolideerde Jaarrekening”) en omvat tevens ons verslag
betreffende overige door wet- en regelgeving gestelde eisen. Deze verslagen zijn één en ondeelbaar.
Wij werden als commissaris benoemd door de algemene vergadering op 21 mei 2024, overeenkomstig het voorstel
van het bestuursorgaan uitgebracht op aanbeveling van het auditcomité en op voordracht van de
ondernemingsraad. Ons mandaat loopt af op de datum van de algemene vergadering die zal beraadslagen over de
Geconsolideerde Jaarrekening afgesloten op 31 december 2026. We hebben de wettelijke controle van de
Geconsolideerde Jaarrekening van de Groep uitgevoerd gedurende 2 opeenvolgende boekjaren.
Verslag over de controle van de Geconsolideerde Jaarrekening
Oordeel zonder voorbehoud
Wij hebben de wettelijke controle uitgevoerd van de
Geconsolideerde Jaarrekening van Roularta Media
Group NV, die de geconsolideerde staat van de
financiële positie op 31 december 2025 omvat, alsook
de geconsolideerde winst- en verliesrekening, het
geconsolideerde overzicht van gerealiseerde en niet-
gerealiseerde resultaten, de geconsolideerde balans,
het geconsolideerde kasstroomoverzicht en het
geconsolideerde mutatieoverzicht van het eigen
vermogen over het boekjaar afgesloten op die datum
en de toelichting met inbegrip van de materieel belang
zijnde gehanteerde grondslagen voor financiële
verslaggeving, met een geconsolideerd balanstotaal
van € 319.323 duizend en waarvan de geconsolideerde
resultatenrekening afsluit met een winst van het
boekjaar van € 4.876 duizend.
Naar ons oordeel geeft de Geconsolideerde
Jaarrekening een getrouw beeld van het
geconsolideerde eigen vermogen en van de
geconsolideerde financiële positie van de Groep op 31
december 2025, alsook van de geconsolideerde
resultaten en de geconsolideerde kasstromen voor het
boekjaar dat op die datum is afgesloten, in
overeenstemming met de International Financial
Reporting Standards (“IFRS”) zoals goedgekeurd door
de Europese Unie en met de in België van toepassing
zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften.
Basis voor ons oordeel zonder voorbehoud
We hebben onze controle uitgevoerd in
overeenstemming met de International Standards on
Auditing (“ISA’s”) die van toepassing zijn in België. Wij
hebben bovendien de door International Auditing and
Assurance Standards Board (“IAASB”) goedgekeurde
ISA’s toegepast die van toepassing zijn op huidige
afsluitingsdatum en nog niet goedgekeurd zijn op
nationaal niveau. Onze verantwoordelijkheden uit
hoofde van die standaarden zijn nader beschreven in
het gedeelte “Onze verantwoordelijkheden voor de
controle van de Geconsolideerde Jaarrekening” van ons
verslag.
Wij hebben alle deontologische vereisten die relevant
zijn voor de controle van de Geconsolideerde
Jaarrekening in België nageleefd, met inbegrip van deze
met betrekking tot de onafhankelijkheid.
Wij hebben van het bestuursorgaan en van de
aangestelden van de Vennootschap de voor onze
controle vereiste ophelderingen en inlichtingen
verkregen.
Wij zijn van mening dat de door ons verkregen
controle-informatie voldoende en geschikt is als basis
voor ons oordeel.
CSRD VERSLAG 2025 - 347
MEDIA WITH IMPACT
346 - CSRD VERSLAG 2025
Verslag betreffende de beperkte mate van zekerheid
met betrekking tot de (geconsolideerde) duurzaamheidsinformatie
van Roularta Media Group NV voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2025 (vervolg)
3
Verantwoordelijkheden van de commissaris
betreffende de assuranceopdracht met een
beperkte mate van zekerheid met
betrekking tot de duurzaamheidsinformatie
Het is onze verantwoordelijkheid om de
assuranceopdracht te plannen en uit te voeren
met het oog op het verkrijgen van een beperkte
mate van zekerheid over de vraag of de
duurzaamheidsinformatie geen afwijkingen van
materieel belang, als gevolg van fraude of van
fouten, bevat, en het uitbrengen van een
assuranceverslag met een beperkte mate van
zekerheid waarin onze conclusie is opgenomen.
Afwijkingen kunnen zich voordoen als gevolg van
fraude of fouten en worden als van materieel
belang beschouwd indien redelijkerwijs kan
worden verwacht dat zij, individueel of
gezamenlijk, de beslissingen genomen door
gebruikers op basis van de
duurzaamheidsinformatie, beïnvloeden.
Als deel van een assuranceopdracht met een
beperkte mate van zekerheid overeenkomstig
ISAE 3000 (Herzien), zoals in België van
toepassing, passen wij professionele
oordeelsvorming toe en handhaven wij een
professioneel-kritische instelling gedurende de
opdracht. De uitgevoerde werkzaamheden in een
opdracht met het oog op het verkrijgen van een
beperkte mate van zekerheid, waarvoor wij
verwijzen naar de sectie “Samenvatting van de
uitgevoerde werkzaamheden” zijn minder
uitgebreid dan in het geval van een opdracht met
het oog op het verkrijgen van een redelijke mate
van zekerheid. We brengen dan ook geen oordeel
met een redelijke mate van zekerheid tot
uitdrukking als deel van deze opdracht.
Aangezien de toekomstgerichte informatie in de
duurzaamheidsinformatie en de
veronderstellingen waarop deze is gebaseerd,
betrekking hebben op de toekomst, kunnen deze
worden beïnvloed door gebeurtenissen die zich
mogelijks voordoen en/of door mogelijke acties
van de Vennootschap. De werkelijke uitkomsten
zullen naar alle waarschijnlijkheid afwijken van de
veronderstellingen, aangezien de veronderstelde
gebeurtenissen zich veelal niet zullen voordoen
zoals verwacht en de afwijking daarvan van
materieel belang kan zijn. Onze conclusie biedt
daarom geen garantie dat de gerapporteerde
werkelijke uitkomsten zullen overeenkomen met
diegenen opgenomen in de toekomstgerichte
informatie in de duurzaamheidsinformatie.
Onze verantwoordelijkheden ten aanzien van de
duurzaamheidsinformatie, met betrekking tot het
Proces, omvatten:
• Het verwerven van inzicht in het Proces, maar
niet met het oog op het verstrekken van een
conclusie over de effectiviteit van het Proces,
met inbegrip van de uitkomst van het Proces;
en;
• Het opzetten en uitvoeren van
werkzaamheden om te evalueren of het
Proces in overeenstemming is met de
beschrijving van het Proces door de
Vennootschap, [zoals toegelicht in toelichting
in de sectie “CSRD en Double Materiality
Assesment”.
Onze overige verantwoordelijkheden ten aanzien
van de duurzaamheidsinformatie omvatten:
• Het verwerven van inzicht in de
beheersingsomgeving van de Vennootschap,
en in de relevante processen en
informatiesystemen voor het opstellen van de
duurzaamheidsinformatie, maar zonder de
opzet van de specifieke controleactiviteiten te
beoordelen, onderbouwende informatie over
hun implementatie te verkrijgen of de
effectieve werking van de opgezette interne
beheersingsmaatregelen te toetsen;
• Het identificeren van de gebieden waar van
materieel belang zijnde afwijkingen
waarschijnlijk zullen optreden in de
duurzaamheidsinformatie, of deze nu het
gevolg zijn van fraude of van fouten; en
• Het opzetten en uitvoeren van
werkzaamheden die inspelen op gebieden
waar afwijkingen van materieel belang in de
duurzaamheidsinformatie zich waarschijnlijk
zullen voordoen. Het risico van het niet
detecteren van een van materieel belang
zijnde afwijking is groter indien die afwijking
het gevolg is van fraude dan indien zij het
gevolg is van fouten, omdat bij fraude sprake
kan zijn van samenspanning, valsheid in
geschrifte, het opzettelijk nalaten transacties
vast te leggen, het opzettelijk verkeerd
voorstellen van zaken of het doorbreken van
de interne beheersing.
Verslag betreffende de beperkte mate van zekerheid
met betrekking tot de (geconsolideerde) duurzaamheidsinformatie
van Roularta Media Group NV voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2025 (vervolg)
4
Samenvatting van de uitgevoerde
werkzaamheden
Een assuranceopdracht met een beperkte mate
van zekerheid omvat het uitvoeren van
werkzaamheden om assuranceinformatiete
verkrijgen over de duurzaamheidsinformatie. De
werkzaamheden die bij een opdracht met een
beperkte mate van zekerheid zijn uitgevoerd, zijn
verschillend in aard en timing en geringer van
omvang dan voor opdrachten tot het verkrijgen
van een redelijke mate van zekerheid. Daardoor
ligt het niveau van zekerheid dat is verkregen bij
een opdracht met een beperkte mate van
zekerheid aanzienlijk lager dan wanneer een
opdracht met een redelijke mate van zekerheid is
uitgevoerd.
De aard, timing en omvang van geselecteerde
werkzaamheden zijn afhankelijk van professionele
oordeelsvorming, waaronder de vaststelling van
gebieden waar afwijkingen van materieel belang in
de duurzaamheidsinformatie, als gevolg van
fraude of van fouten, zich waarschijnlijk zullen
voordoen.
Bij het uitvoeren van onze assuranceopdracht met
een beperkte mate van zekerheid, met betrekking
tot het Proces, hebben wij:
• Inzicht verworven in het Proces door:
• het verzoeken om inlichtingen teneinde
inzicht te verwerven in de bronnen van
informatie gebruikt door het management
(bijv. betrokkenheid van
belanghebbenden, bedrijfsplannen en
strategiedocumenten), alsook het
beoordelen van de interne documentatie
van de Vennootschap van haar Proces; en
• Geëvalueerd of de assuranceinformatie
verkregen uit onze werkzaamheden over het
door de Vennootschap geïmplementeerde
Proces in overeenstemming was met de
beschrijving van het Proces zoals uiteengezet
in de sectie “CSRD en Double Materiality
Assessment (DMA)”.
Bij het uitvoeren van onze assuranceopdracht met
een beperkte mate van zekerheid, met betrekking
tot de duurzaamheidsinformatie, hebben wij:
• Inzicht verworven in de
verslaggevingsprocessen van de
Vennootschap die relevant zijn voor het
opstellen van haar duurzaamheidsinformatie
door:
• het interviewen van management en
betrokken medewerkers die
verantwoordelijk zijn voor het
consolideren en het uitvoeren van interne
beheersingsmaatregelen met betrekking
tot de duurzaamheidsinformatie; en
• wanneer dit passend wordt geacht, het
bekomen van onderbouwende
documentatie voor de betreffende
verslaggevingsprocessen
• Geëvalueerd of de informatie zoals
vastgesteld door het Proces is opgenomen in
de duurzaamheidsinformatie;
• Geëvalueerd of de structuur en het opstellen
van de duurzaamheidsinformatie
overeenstemt met de ESRS’s;
• Om inlichtingen verzocht bij relevant
personeel en cijferanalyses uitgevoerd op
geselecteerde informatie in de
duurzaamheidsinformatie;
• Voor een aantal locaties die bijdragen tot de
kwantitatieve informatie opgenomen in de
duurzaamheidsinformatie, hebben we, op
basis van professionele oordeelsvorming, en
op steekproefbasis, beperkte detailtesten
uitgevoerd met betrekking tot de
gegevensverzamelings- en
berekeningsprocessen, evenals
validatieprocedures op basis van
professioneel oordeel en op steekproefbasis;
• Gegevensgerichte assurancewerkzaamheden
uitgevoerd op basis van een steekproef op
geselecteerde informatie in de
duurzaamheidsinformatie;
• Assuranceinformatie verkregen over de
methoden voor het ontwikkelen van
schattingen en toekomstgerichte informatie;
geëvalueerd zoals beschreven in de sectie
“verantwoordelijkheden van de commissaris
betreffende de assuranceopdracht met een
beperkte mate van zekerheid let betrekking
tot de duurzaamheidsinformatie”;
• Inzicht verworven in het proces voor het
vaststellen van economische activiteiten die
voor de taxonomie in aanmerking komen en
op de taxonomie afgestemd zijn en de
overeenkomstige toelichtingen in de
duurzaamheidsinformatie;
Verslag betreffende de beperkte mate van zekerheid
met betrekking tot de (geconsolideerde) duurzaamheidsinformatie
van Roularta Media Group NV voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2025 (vervolg)
5
• Op steekproefbasis, afstemming van de
economische activiteiten met bewijsstukken
die: 1/ de substantiële bijdrage, 2/ de geen
ernstige afbreuk doen bijdrage, en 3/ de
minimumgaranties, onderbouwen;
• De input voor de omzet, de kapitaaluitgaven,
en de operationele uitgaven afgestemd met
onderliggende financiële informatie van de
Vennootschap;
Vermeldingen betreffende de onafhankelijkheid
Ons bedrijfsrevisorenkantoor en ons netwerk
hebben geen opdrachten die onverenigbaar zijn
met de assuranceopdracht met een beperkte
mate van zekerheid verricht, en ons
bedrijfsrevisorenkantoor is in de loop van ons
mandaat onafhankelijk gebleven tegenover de
Vennootschap.
Gent, 13 april 2026
EY Bedrijfsrevisoren BV
Commissaris
Vertegenwoordigd door
Line Vyvey*
Partner
* Handelend in naam van een BV
26LV0050
Verslag van de commissaris van 13 april 2026 over
de Geconsolideerde Jaarrekening van Roularta Media Group NV
over het boekjaar afgesloten op 31 december 2025 (vervolg)
3
Waardering van goodwill
Beschrijving van het kernpunt
Zoals uiteengezet in Toelichting 13, bedraagt de
goodwill op 31 december 2025 € 5.738 duizend, ofwel
1,8% van de totale activa. De Groep heeft de
waardevermindering voor elke kasstroom genererende
eenheid of ‘CGU’ (kleinste groep van activa die
grotendeels onafhankelijke kasstromen genereren)
beoordeeld. Op 31 december 2025 werd een
waardevermindering van € 2.237 duizend geboekt.
De Groep bepaalde de realiseerbare waarde van een
CGU op basis van de gebruikswaarde, berekend met
behulp van een verdisconteerde kasstroom methode of
“DCF”. Deze waarderingsmethode is complex en vereist
een aanzienlijk oordeel bij het schatten van
kasstroomprognoses die worden beïnvloed door de
verwachtingen van het management omtrent
toekomstige prestaties en omzetgroei, marge-evolutie,
de disconteringsvoet en de groeivoet op lange termijn
na de projectieperiode.
Vanwege de aanwezigheid van belangrijke
veronderstellingen, de complexiteit van de
waarderingsmethodologie, inherente onzekerheid met
betrekking tot prognoses en veronderstellingen die
worden beïnvloed door economische omstandigheden,
beschouwen wij deze beoordeling als een kernpunt van
onze controle.
Samenvatting van de uitgevoerde procedures
• Onze interne waarderingsspecialisten hebben het
waarderingsmodel en de significante
veronderstellingen die in het waarderingsmodel
worden gebruikt, de methodologie en de
rekenkundige juistheid geanalyseerd en getest;
• We beoordeelden kritisch de belangrijkste
veronderstellingen van omzetgroei, verwachte
marge-evolutie, de disconteringsvoet en de
groeivoet op lange termijn na de projectieperiode
door te vergelijken met de verwachtingen in het
media marktlandschap;
• Wij hebben kritische vragen gesteld aan het
management dat betrokken is bij de voorbereiding
van het 5-jarenplan, onderliggend aan het
waarderingsmodel;
• We analyseerden en testten de
sensitiviteitsanalyse die het management heeft
opgesteld om de impact te begrijpen van redelijke
veranderingen in de belangrijkste
veronderstellingen op de beschikbare
economische ruimte (‘headroom’) voor de CGU en
gingen na of er aanwijzingen waren op enige
vooringenomenheid vanwege het management bij
de bepaling van deze veronderstellingen;
• We verifieerden dat de geboekte
waardevermindering in overeenstemming is met
de door het management berekende realiseerbare
waarde;
• We evalueerden bijkomende aanwijzingen voor
waardevermindering door de notulen van de
bestuursorgaanvergaderingen door te nemen en
regelmatige gesprekken te voeren met het
management en het auditcomité;
• We beoordeelden de gepastheid van de
toelichting aangaande goodwill in de
Geconsolideerde Jaarrekening.
Verantwoordelijkheden van het bestuursorgaan
voor het opstellen van de Geconsolideerde
Jaarrekening
Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het
opstellen van de Geconsolideerde Jaarrekening die een
getrouw beeld geeft in overeenstemming met de IFRS
Accounting Standards en met de in België van
toepassing zijnde wettelijke en reglementaire
voorschriften, alsook voor een systeem van interne
beheersing die het bestuursorgaan noodzakelijk acht
voor het opstellen van de Geconsolideerde
Jaarrekening die geen afwijking van materieel belang
bevat die het gevolg is van fraude of van fouten.
In het kader van de opstelling van de Geconsolideerde
Jaarrekening is het bestuursorgaan verantwoordelijk
voor het inschatten van de mogelijkheid van de
Vennootschap om haar continuïteit te handhaven, het
toelichten, indien van toepassing, van
aangelegenheden die met continuïteit verband houden
en het gebruiken van de continuïteitsveronderstelling
tenzij het bestuursorgaan het voornemen heeft om de
Vennootschap te vereffenen of om de
bedrijfsactiviteiten stop te zetten of geen realistisch
alternatief heeft dan dit te doen.
Onze verantwoordelijkheden voor de controle
over de Geconsolideerde Jaarrekening
Onze doelstellingen zijn het verkrijgen van een redelijke
mate van zekerheid over de vraag of de
Geconsolideerde Jaarrekening als geheel geen afwijking
van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude
of van fouten en het uitbrengen van een
commissarisverslag waarin ons oordeel is opgenomen.
Verslag van de commissaris van 13 april 2026 over
de Geconsolideerde Jaarrekening van Roularta Media Group NV
over het boekjaar afgesloten op 31 december 2025 (vervolg)
3
Waardering van goodwill
Beschrijving van het kernpunt
Zoals uiteengezet in Toelichting 13, bedraagt de
goodwill op 31 december 2025 € 5.738 duizend, ofwel
1,8% van de totale activa. De Groep heeft de
waardevermindering voor elke kasstroom genererende
eenheid of ‘CGU’ (kleinste groep van activa die
grotendeels onafhankelijke kasstromen genereren)
beoordeeld. Op 31 december 2025 werd een
waardevermindering van € 2.237 duizend geboekt.
De Groep bepaalde de realiseerbare waarde van een
CGU op basis van de gebruikswaarde, berekend met
behulp van een verdisconteerde kasstroom methode of
“DCF”. Deze waarderingsmethode is complex en vereist
een aanzienlijk oordeel bij het schatten van
kasstroomprognoses die worden beïnvloed door de
verwachtingen van het management omtrent
toekomstige prestaties en omzetgroei, marge-evolutie,
de disconteringsvoet en de groeivoet op lange termijn
na de projectieperiode.
Vanwege de aanwezigheid van belangrijke
veronderstellingen, de complexiteit van de
waarderingsmethodologie, inherente onzekerheid met
betrekking tot prognoses en veronderstellingen die
worden beïnvloed door economische omstandigheden,
beschouwen wij deze beoordeling als een kernpunt van
onze controle.
Samenvatting van de uitgevoerde procedures
• Onze interne waarderingsspecialisten hebben het
waarderingsmodel en de significante
veronderstellingen die in het waarderingsmodel
worden gebruikt, de methodologie en de
rekenkundige juistheid geanalyseerd en getest;
• We beoordeelden kritisch de belangrijkste
veronderstellingen van omzetgroei, verwachte
marge-evolutie, de disconteringsvoet en de
groeivoet op lange termijn na de projectieperiode
door te vergelijken met de verwachtingen in het
media marktlandschap;
• Wij hebben kritische vragen gesteld aan het
management dat betrokken is bij de voorbereiding
van het 5-jarenplan, onderliggend aan het
waarderingsmodel;
• We analyseerden en testten de
sensitiviteitsanalyse die het management heeft
opgesteld om de impact te begrijpen van redelijke
veranderingen in de belangrijkste
veronderstellingen op de beschikbare
economische ruimte (‘headroom’) voor de CGU en
gingen na of er aanwijzingen waren op enige
vooringenomenheid vanwege het management bij
de bepaling van deze veronderstellingen;
• We verifieerden dat de geboekte
waardevermindering in overeenstemming is met
de door het management berekende realiseerbare
waarde;
• We evalueerden bijkomende aanwijzingen voor
waardevermindering door de notulen van de
bestuursorgaanvergaderingen door te nemen en
regelmatige gesprekken te voeren met het
management en het auditcomité;
• We beoordeelden de gepastheid van de
toelichting aangaande goodwill in de
Geconsolideerde Jaarrekening.
Verantwoordelijkheden van het bestuursorgaan
voor het opstellen van de Geconsolideerde
Jaarrekening
Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het
opstellen van de Geconsolideerde Jaarrekening die een
getrouw beeld geeft in overeenstemming met de IFRS
Accounting Standards en met de in België van
toepassing zijnde wettelijke en reglementaire
voorschriften, alsook voor een systeem van interne
beheersing die het bestuursorgaan noodzakelijk acht
voor het opstellen van de Geconsolideerde
Jaarrekening die geen afwijking van materieel belang
bevat die het gevolg is van fraude of van fouten.
In het kader van de opstelling van de Geconsolideerde
Jaarrekening is het bestuursorgaan verantwoordelijk
voor het inschatten van de mogelijkheid van de
Vennootschap om haar continuïteit te handhaven, het
toelichten, indien van toepassing, van
aangelegenheden die met continuïteit verband houden
en het gebruiken van de continuïteitsveronderstelling
tenzij het bestuursorgaan het voornemen heeft om de
Vennootschap te vereffenen of om de
bedrijfsactiviteiten stop te zetten of geen realistisch
alternatief heeft dan dit te doen.
Onze verantwoordelijkheden voor de controle
over de Geconsolideerde Jaarrekening
Onze doelstellingen zijn het verkrijgen van een redelijke
mate van zekerheid over de vraag of de
Geconsolideerde Jaarrekening als geheel geen afwijking
van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude
of van fouten en het uitbrengen van een
commissarisverslag waarin ons oordeel is opgenomen.
Verslag betreffende de beperkte mate van zekerheid
met betrekking tot de (geconsolideerde) duurzaamheidsinformatie
van Roularta Media Group NV voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2025 (vervolg)
2
beleidslijnen of procedures met betrekking tot de
naleving van ethische vereisten, professionele
normen en toepasselijke wettelijke en
regelgevende vereisten.
We hebben van het bestuursorgaan en van de
aangestelden van de Vennootschap de voor onze
assuranceopdracht met een beperkte mate van
zekerheid vereiste ophelderingen en inlichtingen
verkregen.
Wij zijn van mening dat de door ons verkregen
assuranceinformatie voldoende en geschikt is als
basis voor onze conclusie.
Verantwoordelijkheden van het
bestuursorgaan betreffende het opstellen
van de duurzaamheidsinformatie
Het bestuursorgaan van de Vennootschap is
verantwoordelijk voor het opzetten en
implementeren van een Proces en voor het
toelichten van dit Proces in de sectie “CSRD en
Double Materiality Assessment (DMA)” van de
duurzaamheidsinformatie. Deze
verantwoordelijkheid omvat:
• het begrijpen van de context waarin de
activiteiten en zakelijke betrekkingen van de
Vennootschap plaatsvinden en het
ontwikkelen van inzicht in haar betrokken
belanghebbenden;
• het identificeren van de feitelijke en
potentiële effecten (zowel negatieve als
positieve) in verband met
duurzaamheidskwesties, alsook van risico’s
en opportuniteiten die de financiële positie,
de financiële prestaties, de kasstromen, de
toegang tot financiering of de kapitaalkosten
van de Vennootschap op korte, middellange
of lange termijn beïnvloeden of waarvan
redelijkerwijs zou kunnen worden verwacht
dat zij hierop een invloed zullen hebben;
• het beoordelen van de materialiteit van de
vastgestelde effecten, risico’s en
opportuniteiten in verband met
duurzaamheidskwesties door passende
drempelwaarden te selecteren en toe te
passen; en
• het maken van veronderstellingen en
schattingen die onder de gegeven
omstandigheden redelijk zijn.
Het bestuursorgaan van de Vennootschap is ook
verantwoordelijk voor het opstellen van de
duurzaamheidsinformatie, die de door het Proces
vastgestelde informatie bevat,
• in overeenstemming met de vereisten bedoeld
in artikel 3:32/2 van het Wetboek van
vennootschappen en verenigingen, met
inbegrip van de toepasbare ESRS’s; en
• met naleving van de vereisten in artikel 8 van
Verordening (EU) 2020/852 (de
“Taxonomieverordening”) betreffende de
openbaarmaking van informatie opgenomen
in de sectie “EU Taxonomie” binnen de milieu-
informatie van het Sustainabiity Statement.
Deze verantwoordelijkheid omvat:
• het opzetten, implementeren en in stand
hourden van dergelijke interne
beheersingsmaatregelen die het
bestuursorgaan noodzakelijk acht voor het
opstellen van duurzaamheidsinformatie die
geen afwijkingen van materieel belang, als
gevolg van fraude of van fouten, bevat; en
• het kiezen en toepassen van geschikte
methoden voor duurzaamheidsverslaggeving,
en het maken van veronderstellingen en
schattingen die onder de gegeven
omstandigheden redelijk zijn.
Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het
toezicht op het
duurzaamheidsverslaggevingsproces van de
Vennootschap.
Inherente beperkingen bij het opstellen van
de duurzaamheidsinformatie
Bij het rapporteren van toekomstgerichte
informatie in overeenstemming met de ESRS’s,
wordt van het bestuursorgaan van de
Vennootschap vereist dat het de toekomstgerichte
informatie opstelt op basis van toegelichte
veronderstellingen over gebeurtenissen die zich in
de toekomst kunnen voordoen en mogelijke
toekomstige maatregelen van de Vennootschap.
De werkelijke uitkomsten zullen naar alle
waarschijnlijkheid afwijken van de
veronderstellingen, aangezien de veronderstelde
gebeurtenissen zich veelal niet zullen voordoen
zoals verwacht en de afwijking daarvan van
materieel belang kan zijn.
Verslag betreffende de beperkte mate van zekerheid
met betrekking tot de (geconsolideerde) duurzaamheidsinformatie
van Roularta Media Group NV voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2025 (vervolg)
2
beleidslijnen of procedures met betrekking tot de
naleving van ethische vereisten, professionele
normen en toepasselijke wettelijke en
regelgevende vereisten.
We hebben van het bestuursorgaan en van de
aangestelden van de Vennootschap de voor onze
assuranceopdracht met een beperkte mate van
zekerheid vereiste ophelderingen en inlichtingen
verkregen.
Wij zijn van mening dat de door ons verkregen
assuranceinformatie voldoende en geschikt is als
basis voor onze conclusie.
Verantwoordelijkheden van het
bestuursorgaan betreffende het opstellen
van de duurzaamheidsinformatie
Het bestuursorgaan van de Vennootschap is
verantwoordelijk voor het opzetten en
implementeren van een Proces en voor het
toelichten van dit Proces in de sectie “CSRD en
Double Materiality Assessment (DMA)” van de
duurzaamheidsinformatie. Deze
verantwoordelijkheid omvat:
• het begrijpen van de context waarin de
activiteiten en zakelijke betrekkingen van de
Vennootschap plaatsvinden en het
ontwikkelen van inzicht in haar betrokken
belanghebbenden;
• het identificeren van de feitelijke en
potentiële effecten (zowel negatieve als
positieve) in verband met
duurzaamheidskwesties, alsook van risico’s
en opportuniteiten die de financiële positie,
de financiële prestaties, de kasstromen, de
toegang tot financiering of de kapitaalkosten
van de Vennootschap op korte, middellange
of lange termijn beïnvloeden of waarvan
redelijkerwijs zou kunnen worden verwacht
dat zij hierop een invloed zullen hebben;
• het beoordelen van de materialiteit van de
vastgestelde effecten, risico’s en
opportuniteiten in verband met
duurzaamheidskwesties door passende
drempelwaarden te selecteren en toe te
passen; en
• het maken van veronderstellingen en
schattingen die onder de gegeven
omstandigheden redelijk zijn.
Het bestuursorgaan van de Vennootschap is ook
verantwoordelijk voor het opstellen van de
duurzaamheidsinformatie, die de door het Proces
vastgestelde informatie bevat,
• in overeenstemming met de vereisten bedoeld
in artikel 3:32/2 van het Wetboek van
vennootschappen en verenigingen, met
inbegrip van de toepasbare ESRS’s; en
• met naleving van de vereisten in artikel 8 van
Verordening (EU) 2020/852 (de
“Taxonomieverordening”) betreffende de
openbaarmaking van informatie opgenomen
in de sectie “EU Taxonomie” binnen de milieu-
informatie van het Sustainabiity Statement.
Deze verantwoordelijkheid omvat:
• het opzetten, implementeren en in stand
hourden van dergelijke interne
beheersingsmaatregelen die het
bestuursorgaan noodzakelijk acht voor het
opstellen van duurzaamheidsinformatie die
geen afwijkingen van materieel belang, als
gevolg van fraude of van fouten, bevat; en
• het kiezen en toepassen van geschikte
methoden voor duurzaamheidsverslaggeving,
en het maken van veronderstellingen en
schattingen die onder de gegeven
omstandigheden redelijk zijn.
Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het
toezicht op het
duurzaamheidsverslaggevingsproces van de
Vennootschap.
Inherente beperkingen bij het opstellen van
de duurzaamheidsinformatie
Bij het rapporteren van toekomstgerichte
informatie in overeenstemming met de ESRS’s,
wordt van het bestuursorgaan van de
Vennootschap vereist dat het de toekomstgerichte
informatie opstelt op basis van toegelichte
veronderstellingen over gebeurtenissen die zich in
de toekomst kunnen voordoen en mogelijke
toekomstige maatregelen van de Vennootschap.
De werkelijke uitkomsten zullen naar alle
waarschijnlijkheid afwijken van de
veronderstellingen, aangezien de veronderstelde
gebeurtenissen zich veelal niet zullen voordoen
zoals verwacht en de afwijking daarvan van
materieel belang kan zijn.
348 - CSRD VERSLAG 2025 CSRD VERSLAG 2025 - 349
MEDIA WITH IMPACT
BELGIË EN NEDERLAND
ACTIEVE LANDEN
ROULARTA MEDIA GROUP
HOOFDZETEL
Meiboomlaan 33, 8800 Roeselare
BRUSSELS MEDIA CENTER
Raketstraat 50, 1130 Brussel
ROULARTA MEDIA NEDERLAND
Spaklerweg 53, 1114 AE Amsterdam
FINANCIËLE KALENDER
Jaarvergadering 2025 I dinsdag 19 mei 2026
Halfjaarresultaten 2026 I vrijdag 21 augustus 2026
Jaarresultaten 2026 I vrijdag 12 maart 2027
Jaarvergadering 2026 I dinsdag 18 mei 2027
INVESTOR RELATIONS
Rik De Nolf
Telefoon I +32 51 26 61 11
E-mail I rik.de.nolf@roularta.be
Website I www.roularta.com
NV Roularta Media Group, Meiboomlaan 33, 8800 Roeselare,
BTW BE 0434.278.896, RPR Gent, afdeling Kortrijk
Vestigingen
350 - JAARVERSLAG 2025
ROULARTA MEDIA GROUP
JAARVERSLAG 2025
roularta.com