549300JK7HFOCP0U8K852025-01-012025-12-31549300JK7HFOCP0U8K852024-01-012024-12-31549300JK7HFOCP0U8K852025-12-31549300JK7HFOCP0U8K852024-12-31549300JK7HFOCP0U8K852023-12-31549300JK7HFOCP0U8K852023-12-31xior:CapitalMember549300JK7HFOCP0U8K852024-01-012024-12-31xior:CapitalMember549300JK7HFOCP0U8K852024-12-31xior:CapitalMember549300JK7HFOCP0U8K852025-01-012025-12-31xior:CapitalMember549300JK7HFOCP0U8K852025-12-31xior:CapitalMember549300JK7HFOCP0U8K852023-12-31ifrs-full:SharePremiumMember549300JK7HFOCP0U8K852024-01-012024-12-31ifrs-full:SharePremiumMember549300JK7HFOCP0U8K852024-12-31ifrs-full:SharePremiumMember549300JK7HFOCP0U8K852025-01-012025-12-31ifrs-full:SharePremiumMember549300JK7HFOCP0U8K852025-12-31ifrs-full:SharePremiumMember549300JK7HFOCP0U8K852023-12-31xior:RetainedEarningsExcludingProfitLossForReportingPeriodAndOtherReservesMember549300JK7HFOCP0U8K852024-01-012024-12-31xior:RetainedEarningsExcludingProfitLossForReportingPeriodAndOtherReservesMember549300JK7HFOCP0U8K852024-12-31xior:RetainedEarningsExcludingProfitLossForReportingPeriodAndOtherReservesMember549300JK7HFOCP0U8K852025-01-012025-12-31xior:RetainedEarningsExcludingProfitLossForReportingPeriodAndOtherReservesMember549300JK7HFOCP0U8K852025-12-31xior:RetainedEarningsExcludingProfitLossForReportingPeriodAndOtherReservesMember549300JK7HFOCP0U8K852023-12-31ifrs-full:RetainedEarningsProfitLossForReportingPeriodMember549300JK7HFOCP0U8K852024-01-012024-12-31ifrs-full:RetainedEarningsProfitLossForReportingPeriodMember549300JK7HFOCP0U8K852024-12-31ifrs-full:RetainedEarningsProfitLossForReportingPeriodMember549300JK7HFOCP0U8K852025-01-012025-12-31ifrs-full:RetainedEarningsProfitLossForReportingPeriodMember549300JK7HFOCP0U8K852025-12-31ifrs-full:RetainedEarningsProfitLossForReportingPeriodMember549300JK7HFOCP0U8K852023-12-31ifrs-full:NoncontrollingInterestsMember549300JK7HFOCP0U8K852024-01-012024-12-31ifrs-full:NoncontrollingInterestsMember549300JK7HFOCP0U8K852024-12-31ifrs-full:NoncontrollingInterestsMember549300JK7HFOCP0U8K852025-01-012025-12-31ifrs-full:NoncontrollingInterestsMember549300JK7HFOCP0U8K852025-12-31ifrs-full:NoncontrollingInterestsMember549300JK7HFOCP0U8K852023-12-31xior:ReserveForBalanceOfVariationsInFairValueOfPropertyMember549300JK7HFOCP0U8K852024-01-012024-12-31xior:ReserveForBalanceOfVariationsInFairValueOfPropertyMember549300JK7HFOCP0U8K852024-12-31xior:ReserveForBalanceOfVariationsInFairValueOfPropertyMember549300JK7HFOCP0U8K852025-01-012025-12-31xior:ReserveForBalanceOfVariationsInFairValueOfPropertyMember549300JK7HFOCP0U8K852025-12-31xior:ReserveForBalanceOfVariationsInFairValueOfPropertyMember549300JK7HFOCP0U8K852023-12-31xior:ReserveForImpactOnFairValueOfEstimatedTransactionFeesAndCostsResultingFromHypotheticalDisposalOfInvestmentPropertyMember549300JK7HFOCP0U8K852024-01-012024-12-31xior:ReserveForImpactOnFairValueOfEstimatedTransactionFeesAndCostsResultingFromHypotheticalDisposalOfInvestmentPropertyMember549300JK7HFOCP0U8K852024-12-31xior:ReserveForImpactOnFairValueOfEstimatedTransactionFeesAndCostsResultingFromHypotheticalDisposalOfInvestmentPropertyMember549300JK7HFOCP0U8K852025-01-012025-12-31xior:ReserveForImpactOnFairValueOfEstimatedTransactionFeesAndCostsResultingFromHypotheticalDisposalOfInvestmentPropertyMember549300JK7HFOCP0U8K852025-12-31xior:ReserveForImpactOnFairValueOfEstimatedTransactionFeesAndCostsResultingFromHypotheticalDisposalOfInvestmentPropertyMember549300JK7HFOCP0U8K852023-12-31xior:ReserveForBalanceOfVariationsInFairValueOfPermittedHedgingInstrumentsThatAreNotSubjectToHedgingAccountingAsDefinedInIFRSMember549300JK7HFOCP0U8K852024-01-012024-12-31xior:ReserveForBalanceOfVariationsInFairValueOfPermittedHedgingInstrumentsThatAreNotSubjectToHedgingAccountingAsDefinedInIFRSMember549300JK7HFOCP0U8K852024-12-31xior:ReserveForBalanceOfVariationsInFairValueOfPermittedHedgingInstrumentsThatAreNotSubjectToHedgingAccountingAsDefinedInIFRSMember549300JK7HFOCP0U8K852025-01-012025-12-31xior:ReserveForBalanceOfVariationsInFairValueOfPermittedHedgingInstrumentsThatAreNotSubjectToHedgingAccountingAsDefinedInIFRSMember549300JK7HFOCP0U8K852025-12-31xior:ReserveForBalanceOfVariationsInFairValueOfPermittedHedgingInstrumentsThatAreNotSubjectToHedgingAccountingAsDefinedInIFRSMember549300JK7HFOCP0U8K852023-12-31xior:ReserveForShareOfProfitOrLossAndUnrealisedIncomeOfSubsidiariesAssociatesAndJointVenturesAccountedForUsingEquityMethodMember549300JK7HFOCP0U8K852024-01-012024-12-31xior:ReserveForShareOfProfitOrLossAndUnrealisedIncomeOfSubsidiariesAssociatesAndJointVenturesAccountedForUsingEquityMethodMember549300JK7HFOCP0U8K852024-12-31xior:ReserveForShareOfProfitOrLossAndUnrealisedIncomeOfSubsidiariesAssociatesAndJointVenturesAccountedForUsingEquityMethodMember549300JK7HFOCP0U8K852025-12-31xior:ReserveForShareOfProfitOrLossAndUnrealisedIncomeOfSubsidiariesAssociatesAndJointVenturesAccountedForUsingEquityMethodMember549300JK7HFOCP0U8K852023-12-31ifrs-full:ReserveOfExchangeDifferencesOnTranslationMember549300JK7HFOCP0U8K852024-01-012024-12-31ifrs-full:ReserveOfExchangeDifferencesOnTranslationMember549300JK7HFOCP0U8K852024-12-31ifrs-full:ReserveOfExchangeDifferencesOnTranslationMember549300JK7HFOCP0U8K852025-01-012025-12-31ifrs-full:ReserveOfExchangeDifferencesOnTranslationMember549300JK7HFOCP0U8K852025-12-31ifrs-full:ReserveOfExchangeDifferencesOnTranslationMember549300JK7HFOCP0U8K852023-12-31ifrs-full:MiscellaneousOtherReservesMember549300JK7HFOCP0U8K852024-12-31ifrs-full:MiscellaneousOtherReservesMember549300JK7HFOCP0U8K852025-12-31ifrs-full:MiscellaneousOtherReservesMember549300JK7HFOCP0U8K852023-12-31ifrs-full:RetainedEarningsExcludingProfitLossForReportingPeriodMember549300JK7HFOCP0U8K852024-01-012024-12-31ifrs-full:RetainedEarningsExcludingProfitLossForReportingPeriodMember549300JK7HFOCP0U8K852024-12-31ifrs-full:RetainedEarningsExcludingProfitLossForReportingPeriodMember549300JK7HFOCP0U8K852025-01-012025-12-31ifrs-full:RetainedEarningsExcludingProfitLossForReportingPeriodMember549300JK7HFOCP0U8K852025-12-31ifrs-full:RetainedEarningsExcludingProfitLossForReportingPeriodMember549300JK7HFOCP0U8K852023-12-31xior:TotalReservesMember549300JK7HFOCP0U8K852024-01-012024-12-31xior:TotalReservesMember549300JK7HFOCP0U8K852024-12-31xior:TotalReservesMember549300JK7HFOCP0U8K852025-01-012025-12-31xior:TotalReservesMember549300JK7HFOCP0U8K852025-12-31xior:TotalReservesMember549300JK7HFOCP0U8K852025-01-012025-12-31ifrs-full:MiscellaneousOtherReservesMemberxbrli:sharesiso4217:EURiso4217:EURxbrli:shares
Graphics
JAARLIJKS
FINANCIEEL VERSLAG
“
XIOR STUDENT HOUSING WIL ZOVEEL
MOGELIJK STUDENTEN EEN GEWELDIGE
EERSTE WOONERVARING BIEDEN.
„
2025

Graphics
10
675
3.767
2.773
2.236
4.873
8.770
6
2
7
16
46
22.268
c.150
51/49%
907.416
252
XIOR
IN EEN
NOTENDOP
42
3,6
Gelukkige
medewerkers in
Best in class
organisatie
Verdeling van de
vastgoedportefeuille
Reële waarde van
vastgoedportefeuille
94
6
Gelukkige studenten
in efficiënte gebouwen
*
cijfers inclusief pijplijn
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
2
4
XIOR IN EEN NOTENDOP XIOR

Graphics
1. RISICOBEHEER 13
2. WOORD VAN DE VOORZITTER 30
3. KERNCIJFERS PER 31 DECEMBER 2025 35
4. COMMERCIËLE ACTIVITEITEN EN STRATEGIE 39
5. BEHEERVERSLAG 49
6. CORPORATE GOVERNANCE 65
7. HET AANDEEL XIOR 93
8. VASTGOEDVERSLAG 103
9. DUURZAAMHEIDSVERSLAG 139
10. FINANCIEEL VERSLAG 185
11. VERKLARINGEN 279
12. PERMANENT DOCUMENT 283
13. LEXICON 311
14. ANNEX 317
15. IDENTITEITSKAART 327
This annual financial report is also available in English.
Dit Jaarverslag werd vertaald naar het Engels onder de verantwoordelijkheid van
Xior Student Housing NV. Enkel de Nederlandstalige versie van dit Jaarverslag heeft
bewijskracht. Beide versies kunnen geraadpleegd worden via de website van de
Vennootschap (www.xior.be) of op aanvraag bij de maatschappelijke zetel (Xior
Student Housing NV, Frankrijklei 64-68, 2000 Antwerpen).
Dit universele registratiedocument (URD) is gedeponeerd bij de FSMA, als de bevoegde autoriteit overeenkomstig Verordening
(EU) 2017/1129, zonder voorafgaande goedkeuring in overeenstemming met artikel 9 van verordening (EU) 2017/1129.
Het universele registratiedocument mag worden gebruikt met het oog op een aanbieding van effecten tot de handel op een
gereglementeerde markt, mits het, in voorkomend geval, samen met eventuele wijzigingen en een overeenkomstig Verordening
(EU) 2017/1129 goedgekeurde verrichtingsnota en samenvatting door de FSMA is goedgekeurd.
INHOUD
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
5
6
INHOUD XIOR

Graphics
1. RISICOBEHEER . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13
1.1 MARKTRISICO'S . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 15
1.1.1 Risico’s verbonden aan vraag en aanbod in de markt van studentenhuisvesting . . . . . . . . . . . . . . . . . .15
1.2 VASTGOEDGEBONDEN RISICO'S . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 16
1.2.1 Risico’s in verband met de evolutie van de Reële waarde van de vastgoedportefeuille . . . . . . . . . . . . . . . 16
1.2.2 Bouw- en ontwikkelings- en reconversierisico's . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 17
1.2.3 Risico's verbonden aan (het niet of niet tijdig bekomen van) vergunningen en andere machtigingen en
vereisten waaraan het vastgoed dient te voldoen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 19
1.2.4 Risico’s verbonden aan de uitvoering van onderhoudswerken en herstellingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 19
1.3 OPERATIONELE RISICO'S . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .20
1.3.1 Risico op reputatieschade als gevolg van overlast door huurders of negatieve publieke berichtgeving over
het verhuurderschap . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .20
1.3.2 Risico’s in verband met het onvermogen om huurovereenkomsten te sluiten en uit te doen voeren
(en in het bijzonder met de impact van wijzigingen aan het Nederlandse Woning Waardering Stelsel),
leegstand en huurderving . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .21
1.3.3 Risico’s verbonden aan fusie-, splitsings- of overnameverrichtingen en verwerking/integratie van de
overgenomen activiteiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .22
1.3.4 Risico’s in verband met het grootschalig digitaliseringsproject . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 22
1.3.5 Risico’s van het in gebreke blijven van de huurders . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .23
1.3.6 Risico’s verbonden aan de (onmogelijkheid tot) dividenduitkering . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .24
1.3.7 Risico’s verbonden aan operaties in Polen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .24
1.3.8 Risico’s verbonden aan een ontoereikend continuïteitsbeheer en onvoldoende testen van
herstelmaatregelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .24
1.3.9 Risico’s verbonden aan ontoereikend toezicht op leveranciers . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .25
1.3.10 Risico’s verbonden aan ethiek, belangenconflicten en anti-corruptie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .25
1.4 FINANCIËLE RISICO’S . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .25
1.4.1 Risico’s met betrekking tot financiering – overschrijding schuldgraad. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .25
1.4.2 Risico’s met betrekking tot financieringsovereenkomsten (inclusief naleving van convenanten) – liquiditeit .25
1.4.3 Risico’s verbonden aan de beschikbaarheid van eigen vermogen in volatiele marktomstandigheden . . . . . .26
1.4.4 Risico’s verbonden aan de fluctuerende rentevoeten en schommelingen van de reële waarde van de
afdekkingsinstrumenten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .26
1.4.5 Risico’s verbonden aan inflatie, stijgende energieprijzen en druk op betaalbaarheid . . . . . . . . . . . . . . . .26
1.4.6 Risico’s verbonden aan wisselkoersen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 27
1.5 REGLEMENTAIRE EN ANDERE RISICO'S . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .28
1.5.1 Risico’s verbonden aan het statuut van Openbare GVV en de toepasselijke fiscaliteit . . . . . . . . . . . . . . .28
1.6 ESG RISICO'S . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .29
1.6.1 Online klantbeoordelingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .29
1.6.2 Cyberaanvallen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .29
1.6.3 Voldoen aan veiligheids- en onderhoudsvoorschriften . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .29
1.6.4 Bedrijfsintegratie en -transformatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .29
1.6.5 Extreme weersomstandigheden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .29
1.6.6 Waardevermindering van niet-energie-efficiënte gebouwen door strengere regelgeving . . . . . . . . . . . . .30
2. WOORD VAN DE VOORZITTER . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 31
3. KERNCIJFERS PER 31 DECEMBER 2025
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 35
4. COMMERCIËLE ACTIVITEITEN EN STRATEGIE
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .39
4.1 WIE WE ZIJN – ONS PROFIEL . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .39
4.2 WAAROM WE HET DOEN – ONS DOEL
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .41
4.3 WAT WE DOEN – ONS PRODUCT EN ONZE ORGANISATIE
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .42
4.4 HOE WE HET DOEN – ONZE STRATEGIE . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .44
5. BEHEERVERSLAG . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .49
5.1 STATUUT VAN OPENBARE GVV . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 51
5.2 COMMENTAAR BIJ DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING BOEKJAAR 2025 . . . . . . . . . . . 51
5.2.1 Geconsolideerde balans . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 51
5.2.2 Geconsolideerde resultatenrekening . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .53
5.2.3 Bestemming van het resultaat . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .54
5.2.4 Onderzoek en ontwikkeling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .54
5.2.5 Bijkantoren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .54
5.3 BEHEER EN GEBRUIK VAN DE FINANCIËLE MIDDELEN . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .54
5.3.1 Financieringsovereenkomsten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .54
5.3.2 Indekking van het renterisico . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .56
5.3.3 Kapitalisatie en schuldenlast . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .56
5.4 TRANSACTIES EN VERWEZENLIJKINGEN . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .57
5.5 OPERATIONELE UPDATE
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .58
5.6 FEITEN NA BALANSDATUM
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .61
5.7 VOORUITZICHTEN VOOR 2026
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 61
5.7.1 Groeivooruitzichten voor het boekjaar 2026 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 61
5.8 GEGEVENS OVEREENKOMSTIG HET EPRA REFERENTIESYSTEEM . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .62
5.8.1 EPRA Key Performance Indicatoren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .62
5.8.2 EPRA netto huurinkomsten op constante vergelijkingsbasis . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .63
5.8.3 EPRA Capex tabel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .63
5.9 VEREISTE ONDERDELEN VAN HET JAARVERSLAG . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .64
6. CORPORATE GOVERNANCE . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 65
6.1 VERKLARING INZAKE DEUGDELIJK BESTUUR . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .67
6.1.1 Referentiecode en Corporate Governance Charter . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 67
6.1.2 Interne controle- en risicobeheersystemen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .68
6.1.3 Aandeelhouderschap . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .70
6.1.4 Raad van Bestuur van de Vennootschap . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 71
6.1.5 Samenstelling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 72
6.1.6 Beknopte beschrijving van de professionele carrière van de bestuurders . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .72
6.1.7 Voorzitterschap van de Raad van Bestuur . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 76
6.1.8 Betrouwbaarheid, deskundigheid en ervaring . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 76
6.1.9 Werking en taken van de Raad van Bestuur . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 76
6.1.10 Overzicht omtrent de werking van de Raad van Bestuur in 2025 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 78
6.1.11 Gedelegeerd bestuurder en effectieve leiding . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 78
6.1.12 Uitvoerend management . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 79
6.1.13 Comités van de Raad van Bestuur . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .81
6.1.14 Belangenconflicten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .82
6.1.15 Specifieke belangenconflicten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .83
6.1.16 Verklaringen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .84
6.1.17 Remuneratieverslag . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .84
6.2 INFORMATIE KRACHTENS ARTIKEL 34 VAN HET KONINKLIJK BESLUIT VAN 14 NOVEMBER 2007 . .92
6.2.1 Kapitaalstructuur . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .92
6.2.2 Beslissingsorganen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .92
6.2.3 Toegestaan kapitaal . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .92
6.2.4 Inkoop aandelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .92
6.2.5 Contractuele bepalingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .92
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
7
8
INHOUD XIOR

Graphics
7. HET AANDEEL XIOR . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 93
7.1 HET AANDEEL OP EURONEXT BRUSSELS . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .95
7.2 AANDEELHOUDERSCHAP
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .97
7.3 COUPONINFORMATIE
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 97
7.4 FINANCIËLE KALENDER 2026
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .98
7.5 DIVIDENDBELEID
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .98
7.6 VOORUITZICHTEN - WINSTPROGNOSE
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .99
7.6.1 Algemeen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .99
7.6.2 Hypothesen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .99
7.6.3 Prognose van de geconsolideerde resultaten en dividendverwachtingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 101
7.6.4 Verslag van de Commissaris m.b.t. de winstprognose . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 102
8. VASTGOEDVERSLAG . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .103
8.1 VASTGOEDMARKT . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .105
8.1.1 Studentenhuisvestingsmarkt in BelgIë . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 105
8.1.2 Studentenhuisvestingsmarkt in Nederland . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 107
8.1.3 Studentenhuisvestingsmarkt in Spanje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .109
8.1.4 Studentenhuisvestingsmarkt in Portugal . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .111
8.1.5 Studentenhuisvestingsmarkt in Polen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .113
8.1.6 Studentenhuisvestingsmarkt in Duitsland . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .115
8.1.7 Studentenhuisvestingsmarkt in Denemarken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 117
8.1.8 Studentenhuisvestingsmarkt in Zweden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .119
8.2 VASTGOEDPORTEFEUILLE . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .121
8.2.1 Beschrijving en spreiding van de vastgoedportefeuille . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .131
8.2.2 Fair value van de Belgische gebouwen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 135
8.2.3 Waardering van de vastgoedportefeuille door de Waarderingsdeskundigen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 136
9. DUURZAAMHEIDSVERSLAG . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 139
9.1 WOORD VAN DE CEO . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 141
9.2 DUURZAAMHEIDSSTRATEGIE
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 142
9.2.1 Dubbele Materialiteit Assessment (DMA) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 143
9.2.2 Stakeholder engagement . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 145
9.2.3 Xior’s ESG Framework: Housing the future is Respecting the future . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 147
9.2.4 Xior’s bijdrage aan de SDG’s . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 148
9.2.5 Actieplannen & KPI’s . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 149
9.3 ENERGIE . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 151
9.3.1 Klimaatimpact: naar net zero in 2050 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .151
9.3.2 Algemene resultaten (EPRA) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 154
9.4 SOCIAL . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 165
9.4.1 Social employees: welzijn, gezondheid, veiligheid personeel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 165
9.4.2 Social tenants: welzijn, gezondheid, veiligheid studenten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .171
9.5 GOVERNANCE: ETHIEK EN INTEGRITEIT . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 178
9.6 MEETMETHODOLOGIE EN ASSUMPTIES
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 180
9.6.1 Rapporteringsperiode en organisatorische grenzen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 180
9.6.2 Meetscope en coverage . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 180
9.6.3 Schatting en extrapolatie van de verbruiksgegevens onder verantwoordelijkheid van Xior . . . . . . . . . . .180
9.6.4 Rapportage van de verbruiksgegevens onder verantwoordelijkheid van Xior en onder verantwoordelijkheid
van de student . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .181
9.6.5 Rapportage van het eigen hoofdkantoor . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .181
9.6.6 Analyse van de berekening . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .181
9.7 EXTERNE VERIFICATIE VAN DE RAPPORTERING . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 183
9.7.1 Assurance rapport met beperkte mate van zekerheid van de onafhankelijke auditor met betrekking tot de
informatie over het onderzoeksobject van het jaarverslag 2025 van Xior Student Housing nv . . . . . . . . . 183
10. FINANCIEEL VERSLAG . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 185
10.1 GECONSOLIDEERDE RESULTATENREKENING . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 187
10.2 GECONSOLIDEERDE STAAT VAN HET GLOBAAL RESULTAAT
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 189
10.3 GECONSOLIDEERDE BALANS
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 190
10.4 GECONSOLIDEERD MUTATIE-OVERZICHT VAN HET EIGEN VERMOGEN
. . . . . . . . . . . . . . . . 193
10.5 GECONSOLIDEERD KASSTROOMOVERZICHT
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 197
10.6 BIJLAGEN BIJ DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 199
10.6.1 Algemene bedrijfsinformatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 199
10.6.2 Belangrijke grondslagen voor financiële verslaggeving . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 199
10.6.3 Grondslag voor de opstelling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 199
10.6.4 Significante boekhoudkundige beoordelingen en belangrijke bronnen van schattingsonzekerheden . . . . . 199
10.6.5 Grondslag voor consolidatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .200
10.6.6 Bedrijfscombinaties en Goodwill . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .200
10.6.7 Vreemde valuta . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 201
10.6.8 Vastgoedbeleggingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 201
10.6.9 Projectontwikkelingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 202
10.6.10 Uitgaven voor werken aan vastgoedbeleggingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 203
10.6.11 Vervreemding van een vastgoedbelegging . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .203
10.6.12 Andere materiële vaste activa . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 203
10.6.13 Vaste activa of groepen van activa bestemd voor verkoop . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .203
10.6.14 Financiële instrumenten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .204
10.6.15 Vlottende activa . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 204
10.6.16 Eigen vermogen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .204
10.6.17 Voorzieningen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 204
10.6.18 Financiële verplichtingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 205
10.6.19 Vastgoedresultaat . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 205
10.6.20 Vastgoedkosten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .205
10.6.21 Algemene kosten van de Vennootschap en andere operationele opbrengsten en kosten . . . . . . . . . . . .206
10.6.22 Financieel resultaat . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .206
10.6.23 Winstbelasting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 206
10.6.24 Exit-taks . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 206
10.6.25 Financieel risicobeheer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 208
10.7 SEGMENTINFORMATIE . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .209
10.8 ALTERNATIEVE PRESTATIE INDICATOREN (APM’S)
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 213
10.9 OVERIGE TOELICHTINGEN
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 221
10.9.1 Vastgoedresultaat . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 221
10.9.2 Vastgoedkosten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .223
10.9.3 Algemene kosten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 224
10.9.4 Andere operationele kosten en opbrengsten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 224
10.9.5 Resultaat op de portefeuille . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 225
10.9.6 Financieel resultaat . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 226
10.9.7 Vennootschapsbelasting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 227
10.9.8 Vastgoedbeleggingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 228
10.9.9 Andere materiële vaste activa . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 235
10.9.10 Financiële vaste activa . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .235
10.9.11 Handelsvorderingen en andere vaste activa . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .238
10.9.12 Deelnemingen in joint ventures - vermogensmutatiemethode . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 238
10.9.13 Handelsvorderingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 238
10.9.14 Belastingvorderingen en andere vlottende activa . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 239
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
9
10
INHOUD XIOR

Graphics
10.9.15 Kas en kasequivalenten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 239
10.9.16 Overlopende rekeningen – activa . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 239
10.9.17 Kapitaal en uitgiftepremies . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 239
10.9.18 Aandeelhoudersstructuur . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .242
10.9.19 Resultaat per aandeel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 243
10.9.20 Andere langlopende verplichtingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 243
10.9.21 Uitgestelde belastingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 243
10.9.22 Financiële schulden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 243
10.9.23 Handelsschulden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 245
10.9.24 Andere kortlopende verplichtingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 245
10.9.25 Overlopende rekeningen – passief . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 245
10.9.26 Financiële activa en verplichtingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 246
10.9.27 Transacties met verbonden partijen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 247
10.9.28 Vergoeding commissaris . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 247
10.9.29 Verworven vastgoedvennootschappen en vastgoedbeleggingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 247
10.9.30 Gemiddeld personeelsbestand en uitsplitsing van de personeelskosten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 248
10.9.31 Gebeurtenissen na balansdatum . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 248
10.9.32 Consolidatieperimeter . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .249
10.9.33 Schuldgraad . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 251
10.9.34 Rechten en verplichtingen buiten balans . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 251
10.9.35 Gerechtelijke en arbitrageprocedures . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 251
10.9.36 Verslag van de commissaris over de geconsolideerde jaarrekening . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 253
10.10 VERKORTE VERSIE VAN DE ENKELVOUDIGE JAARREKENING VAN XIOR STUDENT HOUSING NV . 265
10.10.1 Enkelvoudige resultatenrekening . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .267
10.10.2 Staat van het globaal resultaat . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .268
10.10.3 Enkelvoudige balans . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 269
10.10.4 Staat van de bewegingen van het eigen vermogen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 271
10.10.5 Detail van de reserves . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 273
10.10.6 Statutaire resultaatsverwerking . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 275
10.10.7 Uitkeringsplicht volgens artikel 13, §1, eerste lid van het KB van 13 juli 2014 met betrekking tot de GVV . . . . 276
10.10.8 Niet-uitkeerbaar eigen vermogen conform artikel 7:212 van het Wetboek van vennootschappen en
verenigingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .277
11. VERKLARINGEN . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .279
11.1 TOEKOMSTGERICHTE VERKLARINGEN . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 281
11.2 VERANTWOORDELIJKE VOOR DE INHOUD VAN HET REGISTRATIEDOCUMENT
. . . . . . . . . . . 281
11.3 INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DERDEN
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 281
12. PERMANENT DOCUMENT: ALGEMENE INFORMATIE OVER DE
VENNOOTSCHAP EN GECOÖRDINEERDE STATUTEN . . . . . . . . . . . . .283
12.1 GEGEVENS OVER DE VENNOOTSCHAP . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .285
12.1.1 Naam, rechtsvorm, statuut, duur en registratiegegevens . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 285
12.1.2 Maatschappelijke zetel en verdere contactgegevens . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 285
12.1.3 Oprichting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 285
12.1.4 Historiek van de Vennootschap . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 286
12.1.5 Externe groepsstructuur . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 291
12.1.6 Interne organisatiestructuur . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 291
12.1.7 Dochtervennootschappen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 293
12.1.8 Beschikbaarheid van vennootschapsdocumenten en andere informatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 295
12.2 DIENSTVERLENERS VAN DE VENNOOTSCHAP . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 295
12.2.1 Waarderingsdeskundigen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 295
12.2.2 Commissaris . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .296
12.2.3 Financiële dienst . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 296
12.2.4 Liquidity provider . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .296
12.3 GECOÖRDINEERDE STATUTEN VAN DE VENNOOTSCHAP PER 5 JUNI 2025 . . . . . . . . . . . .297
13. LEXICON . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .311
14. ANNEX
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 317
14.1 EPRA SBPR TABELLEN MET MILIEU PRESTATIE INDICATOREN - VOLLEDIGE PORTEFEUILLE &
HOOFDKANTOOR, SEGMENTANALYSE PER REGIO
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 319
14.2 EPRA SBPR TABEL MET SOCIALE PRESTATIE INDICATOREN
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .325
14.3 EPRA SBPR TABEL MET GOVERNANCE PRESTATIE INDICATOREN
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 326
15. IDENTITEITSKAART . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 327
CAMPO BENEFICA
Lissabon - PORTUGAL
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
11
12
INHOUD XIOR

Graphics
RISICO
BEHEER
”
STUDENTENUNITS VORMEN DE OVERGROTE
MEERDERHEID VAN DE VASTGOEDPORTEFEUILLE
VAN DE VENNOOTSCHAP„
94%
1
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
13
14
RISICOBEHEER XIOR

Graphics
BASECAMP BY XIOR
Łodź - POLEN
Xior Student Housing identificeert de voornaamste
risico’s op basis van de potentiële impact op de
operationele resultaten van de Vennootschap en de
waarschijnlijkheid dat deze risico’s zich voordoen.
In 2025 is een risk assessment uitgevoerd waarbij
hieronder een overzicht is opgenomen van de risico’s
die door de Vennootschap worden beschouwd als
specifiek en van materieel belang zijnde voor Xior
Student Housing.
Er werd rekening gehouden met het negatieve effect
ervan op de Vennootschap en de waarschijnlijkheid
dat ze zich zullen voordoen, rekening houdend met
risico mitigerende maatregelen. Bij de volgorde
van de risicofactoren per subcategorie, werden de
meest materiële risicofactoren als eerste vermeld.
De risicofactoren kunnen in principe betrekking
hebben op België, Nederland, Spanje, Portugal, Polen,
Duitsland, Denemarken of Zweden (of eventuele
andere landen waarin de Vennootschap in de
toekomst actief zou worden), met dien verstande
dat hieronder voor bepaalde risicofactoren expliciet
een onderscheid wordt gemaakt tussen België,
Nederland, Spanje, Portugal, Polen, Duitsland,
Denemarken of Zweden waar de omstandigheden
wezenlijk verschillen tussen deze landen. De Raad
van Bestuur en het management van Xior zijn zich
bewust van de specifieke risico’s die verbonden zijn
aan de terbeschikkingstelling en het beheer van een
vastgoedportefeuille, en trachten deze optimaal te
beheren en zoveel mogelijk te temperen of uit te
schakelen.
1.1 MARKTRISICO’S
1.1.1 RISICO’S VERBONDEN AAN VRAAG EN AANBOD
IN DE MARKT VAN STUDENTENHUISVESTING
De inkomsten van de Vennootschap en de waarde van haar
portefeuille zijn in zeer grote mate gerelateerd aan vastgoed dat
specifiek gericht is op studentenhuisvesting. Dit type vastgoed
vormt de overgrote meerderheid van de vastgoedportefeuille van
de Vennootschap (94% naar Reële Waarde van de portefeuille per
31 december 2025, waaruit de Vennootschap per 31 december
2025 90,25% van haar bruto huurinkomsten genereert). Het niveau
van de huurprijzen en de waardering van studentenvastgoed
worden sterk beïnvloed door zowel de vraag als het aanbod op
de koop- en huurmarkt in dit subsegment van de vastgoedmarkt.
De vraag naar studentenhuisvesting, en derhalve de financiële
situatie van de Vennootschap, kan sterk negatief worden
beïnvloed door een eventuele terugval in studentenpopulaties, al
dan niet afhankelijk van het onderwijsaanbod en/of de (blijvende)
aanwezigheid en kwaliteit van onderwijsinstellingen, of door de
toename van online opleidingen zoals MOOC’s (Massive Open
Online Courses), waarbij het studiemateriaal wordt verspreid
via het internet en de deelnemers zich bijgevolg niet hoeven te
verplaatsen en dus ook niet aan een locatie gebonden zijn.
Bovendien kan de vraag naar studentenkamers negatief beïn-
vloed worden indien eventuele financiële overheidssteun aan
studenten (bijvoorbeeld in de vorm van leningen, subsidies,
(huur)toeslagen of studiebeurzen) zou worden teruggeschroefd,
of indien onderwijsinstellingen zouden beslissen om de
inschrijvingsgelden te verhogen. Een dergelijke terugval in de vraag
naar studentenhuisvesting (al dan niet lokaal, beperkt tot een
bepaalde omgeving in een studentenstad, gehele studentenstad
of zelfs de gehele studentenpopulatie in een bepaald land) zal zich,
bij de hernieuwing van de huurovereenkomsten met bestaande
huurders of het afsluiten van nieuwe huurovereenkomsten,
vertalen in een lagere vraag.
Een daling in de vraag naar studentenkamers kan de bezettings-
graad doen dalen en/of het vermogen van de Vennootschap
aantasten om de huur van het vastgoed te handhaven of te
verhogen, hetgeen een rechtstreeks negatief gevolg zou hebben
op de inkomsten van de Vennootschap, en onrechtstreeks op de
waarde van het Vastgoed.
Een eventueel overaanbod van vastgoed dat specifiek gericht
is op studentenhuisvesting zou kunnen leiden tot zowel een
waardevermindering van het door de Vennootschap aangehouden
vastgoed (zie eveneens Risicofactor 1.2.1 van dit Jaarverslag), als
tot een daling van de huurprijzen die de Vennootschap aan haar
huurders kan aanrekenen en daarmee dus tot een daling van de
inkomsten van de Vennootschap.
Per 31 december 2025, zou een daling van de huurinkomsten (die
zoals gezegd voor het overgrote deel uit dit studentenvastgoed
gegenereerd worden) met 1%, abstractie makend van enige
belastingimpact, leiden tot een daling van het EPRA resultaat
1
van
de Vennootschap met 1,75%, een daling van de NAV per aandeel
2
van
0,04 EUR en een verhoging van de schuldgraad met 0,02%.
Aangezien het vastgoed dat de Vennootschap aanhoudt
grotendeels op basis van contracten van beperkte duur (van
een jaar of minder) wordt verhuurd, kan een dergelijke daling van
huurprijzen relatief snel volgen op een dergelijke evolutie in het
aanbod van, of de vraag naar, studentenvastgoed in een bepaalde
regio.
1
Alternatieve Performance Measures of Alternatieve prestatiemaatstaven. In
overeenstemming met de richtlijnen die op 3 juli 2016 door ESMA (European
Securities and Market Authority) werden uitgevaardigd, zijn de definities van de
APM’s, alsook het gebruik en de reconciliatie-tabellen in Hoofdstuk 10.8 van de
geconsolideerde jaarrekening 2025.
2
Zoals gedefinieerd in artikel 2, 23° van de GVV-Wet: de waarde die wordt
verkregen door het geconsolideerde nettoactief van Xior, na aftrek van de
minderheidsbelangen, te delen door het aantal door Xior uitgegeven aandelen, na
aftrek van de eigen aandelen die, in voorkomend geval op geconsolideerd niveau,
worden gehouden.
1.2 VASTGOEDGEBONDEN RISICO’S
1.2.1 RISICO’S IN VERBAND MET DE EVOLUTIE VAN DE
REËLE WAARDE VAN DE VASTGOEDPORTEFEUILLE
De Reële Waarde van de vastgoedportefeuille van de Vennoot–
schap, zoals die elk kwartaal door onafhankelijke waarderings-
deskundigen wordt geschat, schommelt van tijd tot tijd en wordt
opgenomen overeenkomstig IAS 40.
De Vennootschap is bijgevolg blootgesteld aan schommelingen
in de Reële Waarde van haar vastgoedportefeuille (sinds de
start van 2025 is de Reële Waarde van de vastgoedportefeuille
gestegen met 1,2%, hetgeen heeft geresulteerd in een positief
portefeuilleresultaat over 2025 (en dus impact op het
nettoresultaat) van 39,3 MEUR).
Over het algemeen zijn de waarderingen positief geëvolueerd,
deze stijging wordt voornamelijk verklaard door een wijziging
van de vastgoedmarkt, er zijn terug meer vastgoedtransacties
voor grote volumes, wat een impact heeft op de markt en de
waardering, waarbij voor sommige panden de yields licht gedaald
zijn. Daarnaast zijn ook de huurinkomsten over een groot deel
van de portfolio gestegen ten gevolge van onze pricing power.
Anderzijds hebben we ook de variaties in de waardering van
vastgoedbeleggingen ten gevolge van het verschil tussen de
conventionele waarde en de Reële Waarde van het nieuw
verworven vastgoed bij acquisitie.
Per 31 december 2025 zou een daling van 1% in de Reële Waarde van
de vastgoedportefeuille van de Vennootschap een impact hebben
van 35,6 MEUR op het nettoresultaat van de Vennootschap en van
ongeveer 0,76 EUR op de nettoactiefwaarde per aandeel. Dit zou
ook de schuldratio van de Vennootschap doen stijgen met 0,48%.
De Vennootschap loopt het risico van waardevermindering van
het vastgoed in haar portefeuille ingevolge:
• slijtage als gevolg van gewone, bouwkundige en technische ver-
oudering en/of schade veroorzaakt door huurders (zie even-
eens Risicofactor 1.2.4 van dit Jaarverslag);
• toenemende leegstand (bijvoorbeeld door een overaanbod van
studentenhuisvesting (zie eveneens Risicofactor 1.1.1 van dit
Jaarverslag) of de impact van onverwachte omstandigheden;
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
15
16
RISICOBEHEER XIOR

Graphics
• onbetaalde huurprijzen (zie eveneens Risicofactor 1.3.5 van dit
Jaarverslag);
• een daling van de huurprijzen bij het afsluiten van nieuwe
huurovereenkomsten of bij de verlenging van bestaande huur-
overeenkomsten (zie eveneens Risicofactor 1.3.2 van dit
Jaarverslag);
• wijziging in de fiscaliteit van de verkoop van vastgoed (zo is er
sinds 1 januari 2023 bijvoorbeeld de gewijzigde overdrachtsbe-
lasting in Nederland op een eventuele verkoop van panden be-
stemd voor studentenhuisvesting van 8% naar 10,4% die in het
eerste kwartaal van 2023 haar impact heeft gehad op de Reële
Waarde van het Nederlandse vastgoed van de Vennootschap;
de Nederlandse regering heeft aangekondigd dat deze over-
drachtsbelasting per 1 januari 2026 opnieuw wordt verlaagd
naar 8%);
• moeilijkheden in het uitvoeren van onderhoudsingrepen of ver-
bouwingen ingevolge het feit het betrokken vastgoed in me-
de-eigendom wordt gehouden (per 31 december 2025 wordt
een totaal van ca. 8,11% van de Reële Waarde van de portefeuille
vertegenwoordigd door vastgoed die de Vennootschap in me-
de-eigendom houdt); en/of
• ten gevolge van foutieve plannen en/of opmetingen waarop de
waardering van het vastgoed bij acquisitie is gebaseerd;
• duurzaamheidsvereisten als gevolg van klimaatverandering en
steeds strengere regelgeving met mogelijks hogere investe-
rings- en exploitatiekosten tot gevolg (zie eveneens Hoofdstuk
9 van dit Jaarverslag).
Indien de Vennootschap overgaat tot een transactie, d.i.
investeren of desinvesteren in vastgoed, loopt zij eveneens het
risico dat ze bepaalde risico’s niet identificeert op basis van haar
due diligence of dat ze, ondanks een voorafgaande due diligence
en een onafhankelijke vastgoedexpertise, vastgoed aankoopt
aan een te hoge prijs ten opzichte van de onderliggende waarde.
Sinds Xior’s IPO in december 2015, is de Reële Waarde van haar
vastgoedportefeuille gestegen van 196 MEUR naar 3.559 MEUR op
31 december 2025. Van 1 januari 2025 tot 31 december 2025 is
de Reële Waarde van de vastgoedportefeuille gestegen van 3.314
MEUR naar 3.559 MEUR. Daarmee is de Vennootschap één van de
snelst groeiende vastgoedvennootschappen. Indien zou worden
vastgesteld dat het vastgoed dat werd aangekocht sinds 1 januari
2025 bijvoorbeeld 5% overgewaardeerd zou zijn aangekocht, zou
dit tot een waardevermindering van de vastgoedportefeuille en
een impact op het nettoresultaat van 5.294 KEUR leiden en dit
zou tot een daling van de NAV per aandeel van 0,30% leiden. Op
basis van de schuldgraad per 31 december 2025 zou dit tot een
verhoging van de schuldgraad met 0,07% leiden.
Voor een beschrijving van de relevante vastgoedmarkt wordt
verwezen naar Hoofdstuk 8.1 van dit Jaarverslag.
1.2.2 BOUW- EN ONTWIKKELINGS- EN
RECONVERSIERISICO'S
Naast het verwerven van bestaande vastgoedactiva investeert
de Vennootschap in ontwikkelings- en reconversieprojecten
teneinde haar vastgoedportefeuille uit te breiden. Dit betreft
3.195 studentenunits op een totaal van 25.463 studentenunits
na de finalisatie van dergelijke projecten, of een stijging, na
finalisatie van de projecten, met 14% ten opzichte van de huidige
vastgoedportefeuille van de Vennootschap. Per 31 december
2025 bedraagt de huidige actieve pipeline een initieel geschatte
investeringswaarde van ca. 177 MEUR, met een totale cost to come
van ca. 14 MEUR om de actieve pipeline te finaliseren (netto na
verkoop deel Brinktoren aan Ymere).
Project
Verwachte investerings-
waarde bij realisatie
(ca. €m)³
Vergunningen voor
start bouw aanwezig? Verwachte oplevering
ACTIEVE PIPELINE
BELGIË
Trasenster – Seraing √ 2027
Bagatten – Gent √ 2027
NEDERLAND
Brinktoren – Amsterdam
1
√ 2026
IBERIA
Boavista – Porto √ 2026
TOT. ACTIEVE PIPELINE ~177m
LANDBANK PIPELINE
NEDERLAND
Project Amsterdam Area Verwacht 2026
Tower Karspeldreef – Amsterdam √
Bokelweg – Rotterdam √
Annadal potentiële uitbreiding TBD
Enschede – Ariënsplein (onontwikkeld deel) TBD
Overig (potentieel voor herontwikkeling/uitbreiding)
2
TBD
SPANJE
UEM – Madrid
TBD
TOT. LANDBANK PIPELINE
TBD
1
Minus de verkoop van een deel van Brinktoren aan Ymere (toegezegde verkoop €28 m), waarvoor de capex al grotendeels is gedragen.
2
Daarnaast werkt Xior aan het herontwikkelings-/uitbreidingspotentieel van bestaand vastgoed in de portefeuille.
3
De uiteindelijke investeringswaarden kunnen afwijken van de schattingen zodra de definitieve vergunningen en bouwovereenkomsten zijn afgesloten.
Ontwikkelings- en reconversieprojecten houden verschillende
risico's in, waaronder de specifieke risico’s dat de nodige
vergunningen om een gebouw op te richten, resp. te converteren,
niet toegekend worden (zie eveneens Risicofactor 1.2.3 van
dit Jaarverslag) dan wel aangevochten worden, dat het
project vertraging oploopt of niet kan worden uitgevoerd (met
verminderde huurinkomsten, uitstel of verlies van verwachte
huurinkomsten) of dat het budget wordt overschreden omwille van
onvoorziene kosten. De Vennootschap schat de waarschijnlijkheid
van het risico op vertragingen of kostenoverschrijdingen als
“gemiddeld” in, waarbij de potentiële impact dan eveneens
“gemiddeld” wordt ingeschat. De ontwikkeling of reconversie
van een gebouw neemt gemiddeld twee jaar in beslag (excl.
vergunningsperiode). Bovendien kunnen, na het bekomen van de
nodige vergunningen, de werkzaamheden bij reconversies van
kantoorgebouwen pas starten nadat de huurovereenkomsten
met de huurders van kantoorruimten beëindigd zijn, en kan het
zo zijn dat, indien de looptijd van die huurovereenkomsten niet
overeenkomt met het uiteindelijke vergunningstraject, deze te
vroeg aflopen (met leegstand tot gevolg) of langer doorlopen
(met als gevolg dat de werkzaamheden niet onmiddellijk na het
verkrijgen van de vergunning kunnen starten). Indien vertraging
BASECAMP BY XIOR
Potsdam - DUITSLAND
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
17
18
RISICOBEHEER XIOR

Graphics
optreedt in het bekomen van de vergunning of het uitvoeren
van de werkzaamheden, heeft dit evenredige vertraging in de
gebudgetteerde huurinkomsten tot gevolg, en, indien de start
van een academiejaar wordt gemist, een moeilijker eerste
verhuurseizoen.
De Vennootschap draagt het bouwrisico voor projecten die 5,3%
van de totale portefeuille inclusief investeringspipeline per 31
december 2025 vertegenwoordigen, en het vergunningsrisico
voor projecten die 1,2% van de totale portefeuille inclusief
investeringspipeline per 31 december 2025 vertegenwoordigen.
1.2.3 RISICO'S VERBONDEN AAN (HET NIET OF
NIET TIJDIG BEKOMEN VAN) VERGUNNINGEN
EN ANDERE MACHTIGINGEN EN VEREISTEN
WAARAAN HET VASTGOED DIENT TE VOLDOEN
De waarde van vastgoed wordt mede bepaald door de aanwezig-
heid van alle wettelijk benodigde (stedenbouwkundige en andere)
vergunningen en machtigingen. Het verkrijgen van vergunningen
is vaak tijdrovend en weinig transparant, wat een impact kan
hebben op de huurinkomsten, de waarde van de desbetreffende
panden, en de mogelijkheden voor de Vennootschap om haar
operationele activiteiten in dergelijke panden uit te voeren.
Bovendien kunnen specifieke reglementaire vereisten waaraan
alle vastgoed dient te voldoen, maar in het bijzonder in het
segment van vastgoed bestemd voor studentenhuisvesting
(waaruit de Vennootschap per 31 december 2025 90,25% van
haar bruto huurinkomsten genereert) en/of residentieel vastgoed
(bv. inzake wooncomfort of (brand)veiligheid), lokale verschillen
vertonen en kan de interpretatie en/of toepassing ervan
eveneens afhankelijk zijn van de betrokken overheden (die, in het
geval van studentensteden, vaak een eigen politiek voeren ten
aanzien van het beheersen van het aanbod en de bewaking van de
kwaliteit van studentenhuisvesting), wat een onzekere factor kan
inhouden voor het beantwoorden aan dergelijke reglementaire
vereisten, die vaak zeer lokaal, gedetailleerd en technisch zijn. De
internationale groei van de afgelopen jaren heeft ertoe geleid dat
de Vennootschap inmiddels wet- en regelgeving naleeft in acht
geografische regio’s. Het centrale juridische departement volgt
de ontwikkelingen in relevante wet- en regelgeving nauwgezet op,
in samenwerking met de lokaal opererende operationele teams
die beschikken over aanvullende lokale expertise.
Het ontbreken van de vereiste vergunningen of de niet-naleving
van vergunnings- of andere reglementaire voorwaarden kunnen
ertoe leiden dat de Vennootschap tijdelijk of permanent het
betrokken vastgoed niet zou kunnen verhuren met het oog op
de uitoefening van bepaalde activiteiten waardoor het vastgoed
niet of slechts aan lagere huurprijzen zou kunnen worden
verhuurd. De waarschijnlijkheid dat de Vennootschap niet over
de vereiste vergunningen zou beschikken of de vergunnings-
of andere reglementaire voorwaarden schat de Vennootschap
laag in, maar in voorkomend geval zou de potentiële impact wel
materieel kunnen zijn. In voorkomend geval kan het vastgoed
van de Vennootschap immers het voorwerp uitmaken van een
regularisatieprocedure of zelfs een heroriëntatie naar een
andere bestemming of invulling, die gepaard kunnen gaan met
de uitvoering van aanpassingswerken, of (naar aanleiding van
milieurisico's (zoals historische bodemverontreiniging, (vroegere)
aanwezigheid van risico-inrichtingen en/of uitoefening van
risicoactiviteiten, etc.) milieugerelateerde procedures, die
tijdrovend kunnen zijn en tot onderzoeks- en/of andere kosten
aanleiding kunnen geven, en die bijkomende verbouwingskosten
met zich kunnen meebrengen, en bovendien de verhuurbaarheid
van een gebouw (en dus de daaruit voortvloeiende inkomsten)
kunnen beperken. Een stedenbouwkundig misdrijf kan bovendien,
zelfs na het bekomen van een regularisatievergunning of na het
zich feitelijk in regel stellen door afbraak van de wederrechtelijke
constructies, vatbaar blijven voor strafsancties, zolang het misdrijf
niet is verjaard. Het in het geheel niet bekomen van vergunningen
kan bovendien tot gevolg hebben dat de herontwikkeling niet
mogelijk is en de betrokken panden dus ofwel dienen te worden
verkocht, waarbij de waarde, al naargelang het geval, in functie
van het bestaande gebouw en/of het ontwikkelpotentieel dat wel
vergund of vergunbaar is, mogelijk aanmerkelijk lager kan liggen.
Het risico op het in het geheel niet verkrijgen van vergunningen
wordt door de Vennootschap als laag ingeschat, maar de
potentiële impact in dat geval als hoog.
1.2.4 RISICO’S VERBONDEN AAN DE UITVOERING VAN
ONDERHOUDSWERKEN EN HERSTELLINGEN
De Vennootschap voert op regelmatige basis onderhoudswerken
uit in alle panden in haar portefeuille om het vastgoed en de
inboedel (aangezien de kamers in principe steeds gemeubeld ter
beschikking worden gesteld) op het gewenste onderhoudsniveau
en in kwalitatief behoorlijke toestand te houden. De gemiddelde
ouderdom van de gebouwen in de portefeuille van de
Vennootschap is gewogen gemiddeld 5 jaar, en de kosten van
dergelijk onderhoud in 2025 bedroeg ongeveer 6.747.513 EUR of
0,19% van de Reële Waarde van de portefeuille ofwel 3,75% van de
bruto huurinkomsten.
Naarmate de ouderdom van het vastgoed in portefeuille
toeneemt, zal de Vennootschap genoodzaakt zijn om belangrijke
en/of structurele renovatie- en investeringsprogramma’s uit te
voeren ingevolge de ouderdom of slijtage van de gebouwen (als
gevolg van gewone, bouwkundige en technische veroudering) en
de inboedel of ingevolge beschadiging van de gebouwen of de
inboedel. Bovendien bestaat het risico dat de gebouwen niet meer
(zullen) voldoen aan de toenemende (wettelijke of commerciële)
vereisten, onder meer op het gebied van wooncomfort,
brandveiligheid en duurzame ontwikkeling (energieprestatie,
etc.) en daaraan dienen te worden aangepast (zie eveneens
Risicofactor 1.2.3 van dit Jaarverslag). Deze werken kunnen
aanleiding geven tot substantiële kosten en tot een tijdelijke en/
of gedeeltelijke onverhuurbaarheid van het betrokken vastgoed,
waardoor de inkomsten van de Vennootschap negatief zouden
worden beïnvloed. Om de hierboven genoemde werkzaamheden
proactief te kunnen signaleren en kwalitatief te kunnen uitvoeren
of begeleiden, is het noodzakelijk dat binnen de organisatie
voldoende technische en bouwkundige expertise aanwezig is.
Rekening houdend met de relatief lage gemiddelde ouderdom van
de gebouwen in de portefeuille van de Vennootschap, schat de
Vennootschap de kans op het zich materialiseren van het risico
zoals hierboven beschreven als “laag” in, en de impact indien
het zich materialiseert als gemiddeld met inachtneming van
mitigerende maatregelen, zoals het intern of extern aantrekken
van aanvullende technische expertise om de uitvoering van deze
werkzaamheden te versterken.
1.3 OPERATIONELE RISICO'S
1.3.1 RISICO OP REPUTATIESCHADE ALS GEVOLG VAN
OVERLAST DOOR HUURDERS OF NEGATIEVE
PUBLIEKE BERICHTGEVING OVER HET
VERHUURDERSCHAP
Aangezien de activiteit van de Vennootschap bestaat in de
rechtstreekse of onrechtstreekse terbeschikkingstelling van haar
vastgoed aan voornamelijk studenten (94% van de Reële Waarde
van de portefeuille en 90,25% van haar bruto huurinkomsten per
31 december 2025), bestaat een verhoogd risico (specifiek versus
andere vastgoed (sub)sectoren) dat de Vennootschap ingevolge
overlast of burenhinder wordt geconfronteerd met klachten of dat
(administratieve) maatregelen worden opgelegd met betrekking
tot de gebouwen in haar vastgoedportefeuille. Dergelijke klachten
en maatregelen zouden zowel rechtstreeks als onrechtstreeks
(door reputatieschade, verstoring van de relatie met de betrokken
overheden of verminderde verhuurbaarheid van het betrokken
pand) tot bijkomende kosten en verminderde inkomsten aanleiding
kunnen geven. Bovendien bestaat er een verhoogd risico (versus
andere vastgoed (sub) sectoren) dat een huurder bepaalde
activiteiten uitvoert in de betrokken woning die niet zijn toegestaan
volgens de geldende wetgeving en/of het huurcontract, zonder dat
Xior hiervan op de hoogte wordt gebracht. Dergelijke activiteiten
zouden aanleiding kunnen geven tot handhavend optreden van
overheidswege, met mogelijks, in vergaande omstandigheden, de
(tijdelijke) sluiting van een gebouw tot gevolg.
Daarnaast kan negatieve of eenzijdige media-aandacht —
bijvoorbeeld naar aanleiding van klachten over onderhoud — de
reputatie van de Vennootschap nadelig beïnvloeden. Hoewel
dergelijke berichtgeving niet altijd binnen de directe invloedssfeer
van de verhuurder ligt, kan de impact ervan wel gevolgen hebben
voor het imago van Xior Student Housing (en uiteindelijk op
bezettingsgraden).
De waarschijnlijkheid dat de Vennootschap wordt geconfronteerd
met negatieve berichtgeving is materieel tot hoog, gezien het
grote aantal huurders. In dergelijke gevallen kan de potentiële
impact eveneens materieel zijn, aangezien de aard en inhoud van
deze berichtgeving veelal buiten de directe invloedssfeer van de
Vennootschap liggen.
BASECAMP BY XIOR SOUTH CAMPUS
Kopenhagen - DENEMARKEN
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
19
20
RISICOBEHEER XIOR

Graphics
Voor de initiatieven van de Vennootschap terzake wordt verwezen
naar het onderdeel “Engagement” onder Hoofdstuk 9.4.2 van dit
Jaarverslag.
1.3.2 RISICO’S IN VERBAND MET HET ONVERMOGEN
OM HUUROVEREENKOMSTEN TE SLUITEN EN
UIT TE DOEN VOEREN (EN IN HET BIJZONDER
MET DE IMPACT VAN WIJZIGINGEN AAN HET
NEDERLANDSE WONING WAARDERING STELSEL),
LEEGSTAND EN HUURDERVING
Ingevolge de activiteiten uitgeoefend door de Vennootschap
is zij blootgesteld aan het risico van huurderving verbonden
aan het vertrek van huurders vóór of bij het verstrijken van
lopende huurovereenkomsten, met een bijkomend risico op
niet (weder-)verhuring. In het algemeen is het kortlopend
karakter van de huurovereenkomsten die door de Vennootschap
worden afgesloten met studenten (in het algemeen minder
dan één jaar), eigen aan de sector van studentenhuisvesting
(waaruit de Vennootschap per 31 december 2025 90,25% van
haar bruto huurinkomsten genereert). Bij vertrek van huurders
is het niet uitgesloten dat nieuwe huurovereenkomsten lagere
huurinkomsten opbrengen dan de lopende huurovereenkomsten
bijvoorbeeld door een overaanbod van studentenhuisvesting, (zie
eveneens Risicofactor 1.1.1 van dit Jaarverslag), terwijl de met
de verhuur verbonden kosten niet noodzakelijk evenredig met de
lagere huurinkomsten kunnen worden verminderd.
In bepaalde landen waar de Vennootschap actief is, zijn er
bovendien een aantal bijkomende factoren die een belangrijke
impact kunnen hebben op dit risico:
• In Nederland (waar de Vennootschap per 31 december 2025
37% van haar huurinkomsten genereerde en het vastgoed
43% van de Reële Waarde van de totale vastgoedportefeuille
vertegenwoordigde) is het zo dat campuscontracten (dit zijn
contracten verbonden aan de kwalificatie van de huurder als
student) dienen te worden beëindigd indien de studies worden
beëindigd (waarbij de student de kamer binnen een termijn van
zes maanden dient te verlaten), en bovendien kunnen contrac-
ten worden opgezegd met een opzegtermijn (in hoofde van de
huurder) van één maand. De Nederlandse overheid hanteert
bovendien het Woning Waardering Stelsel (WWS) om het prijs-
niveau van de "sociale" huurmarkt te reguleren, dit in tegenstel-
ling tot de geliberaliseerde huurmarkt, waar geen beperkingen
gelden inzake de hoogte van de huurprijzen. Teneinde vast te
stellen of een woning in aanmerking komt voor geliberaliseerde
huur (en de verhuurder dus vrij de huurprijs mag bepalen) dient
de theoretische huurprijs zoals berekend overeenkomstig het
WWS boven een bepaald niveau (de zogenaamde “huurlibe-
ralisatiegrens”, die op 1 januari 2025 op 1.184,82 EUR lag) uit te
komen, waardoor dit stelsel ook voor geliberaliseerde verhuring
relevant is, aangezien ook een huurder van een “geliberaliseer-
de” woning het recht heeft om, indien hij van mening is dat
de theoretische huurwaarde beneden deze grens ligt, de huur-
commissie hierover uitspraak te laten doen. Dit WWS omvat
het zogenaamde "puntensysteem". Een woning wordt gewaar-
deerd op basis van een reeks kenmerken (zoals oppervlakte,
kwaliteit, locatie, en energieprestaties) die met punten worden
gewaardeerd en het totaal aantal punten bepaalt uiteindelijk
de huurwaarde, zijnde de maximale huurprijs voor de woning.
Indien wordt vastgesteld dat dit puntensysteem werd miskend
(door een huurprijs die hoger ligt dan de huur die voortkomt
uit de puntenberekening, dan wel omwille van een fout of ver-
keerde inschatting in die puntenberekening zoals toegepast
bij de bepaling van de huur) door de verhuurder, bestaat het
risico dat een huurder bij de huurcommissie verhaal zoekt om
een prijsverlaging te bekomen en het eventueel teveel betaal-
de retroactief terugvordert. Indien een huurder in een derge-
lijke vordering slaagt, bestaat bovendien het risico dat andere
huurders in vergelijkbare omstandigheden eveneens een vor-
dering instellen. Dit risico materialiseert zich relatief vaak, maar
heeft, aangezien dit op “geval per geval” basis gebeurt, een
lage impact. Een wetgevende of algemene beleidswijziging in
dit puntensysteem of in de interpretatie ervan (door wetge-
vend optreden, beleidswijziging bij de handhaving of prece-
denten door de huurcommissie of de rechtbanken) kan dan
weer, hoewel de Vennootschap dit niet verwacht, een mogelijk
aanzienlijke negatieve impact hebben op de geïnde en/of te
ontvangen huuropbrengsten van de Vennootschap, evenals op
de waardering van het betrokken vastgoed, aangezien dit een
rechtstreekse impact zou hebben op de te verwachten huurs-
tromen en dus marktwaarde van dit vastgoed.
• Voor Spanje en Portugal dient in het bijzonder te worden ge-
wezen op het feit dat de bezettingsgraad (voor de units die
rechtstreeks worden verhuurd aan studenten) bestaat uit twee
te onderscheiden periodes, namelijk enerzijds de periode ge-
durende het academische jaar waarbij huurcontracten vrijwel
uitsluitend maximaal voor de periode van het academische jaar
worden gesloten (10 maanden), en vaak korter (in het kader
van buitenlandse studenten die op semester- of maandbasis
deelnemen aan uitwisselingsprogramma’s) en anderzijds de
zomerperiode (2 maanden) die gekenmerkt wordt door veelal
kortere huur (aan hogere huurprijzen). De verhuur voor de zo-
merperiode is veelal gerelateerd aan de vraag naar toeristische
of korte-termijn verhuur in de betrokken steden. Bovendien is
gebleken dat voor de kortere termijn studenten-huurders, in
geval van een algemene terugloop van de vraag naar toeris-
tische en korte termijn verhuur (zoals hotels en appartemen-
ten), zoals veroorzaakt door de COVID-19 crisis, deze spelers
eveneens concurreren op de markt voor korte termijn verhuur
aan studenten, hetgeen tot een daling in bezettingsniveaus en
markthuurprijzen leidt. Op basis hiervan worden de Spaanse
en Portugese markt voor studentenhuisvesting dan ook ge-
kenmerkt door een grotere “frictieleegstand” en een hogere
beheersinspanning (frequente in- en uitchecks, administra-
tieve verwerking, marketinginspanningen) dan de Belgische en
Nederlandse markt, evenals een grotere gevoeligheid aan de al-
gemene economische toestand en de internationale mobiliteit.
• Ook in Polen ondervindt de huur een seizoenseffect waarbij
de bezettingsgraad in de zomermaanden lager ligt dan tijdens
het academiejaar. Voor de verhuur tijdens de zomermaanden
wordt veelal ingezet op de verhuur aan groepen (zoals bedrij-
ven of verenigingen met een nood aan korte termijn accom-
modatie) of aan evenementenverhuur. Deze verhuur kenmerkt
zich dan ook door een hogere “frictieleegstand” en een grotere
beheersinspanning, zoals in Spanje en Portugal, en is eveneens
meer gevoelig aan de algemene economische toestand en de
internationale mobiliteit.
• In Denemarken is studentenhuisvesting gereguleerd als
woonruimte en studenten worden beschermd door de Deense
huurwet (Lejeloven). Contracten zijn standaard voor onbepaal-
de tijd en de opzegtermijn is meestal 3 maanden. Er kan ook
een tijdslimiet worden afgesproken in het contract. In dit geval
eindigt de huur als het contract afloopt en als het wordt ver-
lengd aan dezelfde huurder, is de tijd onbepaald. Xior verhuurt
momenteel alleen voor onbepaalde tijd met een opzegtermijn
van 3 maanden. Deze korte opzegtermijn geeft een risico op
onvoorziene leegstand die moeilijk in te vullen kan zijn als het
tussen de academische termijnen valt. Als de woning na 1992 is
gebouwd of in een niet-gereguleerde wijk ligt, kan de verhuur-
der de huurprijs vrij bepalen. Maar de huur mag niet hoger zijn
dan 10% van de waarde van de huurovereenkomst. Huurders
kunnen een claim indienen bij de huisvestingscommissie
(Huslejenævnet) die bepaalt of de huur te hoog is.
• In Zweden is studentenhuisvesting ook geen aparte beleg-
gingscategorie. Net als in Denemarken is het gereguleerd als
woonruimte en worden studenten beschermd door de Zweedse
huurwet (Hyresrättslagen). Contracten zijn over het algemeen
van onbepaalde duur en volgens de wet is de opzegtermijn 3
maanden. Maar in de overeenkomst kan ook een tijdsbeperking
worden afgesproken. In dat geval eindigt de huur wanneer het
contract afloopt. Net als in Denemarken verhuurt Xior voor on-
bepaalde tijd met een opzegtermijn van 3 maanden. Dit creëert
hetzelfde risico op onvoorziene leegstand als in Denemarken,
maar het gebruik in Zweden is iets flexibeler, zodat we de gaten
kunnen opvullen met andere activiteiten dan studenten voor
een korte periode. De huurprijs wordt in Zweden bepaald door
ofwel de "utiliteitshuur" "bruksvärdeshyran" of de "vermoede-
lijke huurprijs" (presumtionshyra). Dit is een huurprijs die de
verhuurder met de huurder overeenkomt en die voor 15 jaar
vastligt. Voor Xior onroerend goed hebben we de huur bepaald
op basis van de Utility Value-methode en zijn we de huur indivi-
dueel overeengekomen met elke student. Er zijn geen algemene
regels die ons verbieden om een huurprijs met de huurders
overeen te komen die hoger is dan de "gebruikswaarde huur"
zolang de vaste huurprijs met de huurder is overeengekomen
in een individueel contract, ook de indexering moet vooraf in
het contract worden overeengekomen en het is niet toegestaan
om de huurprijs te verhogen als gevolg van onvoorziene kosten
zoals hogere belastingen. De gebruikswaarde is niet gebaseerd
op de werkelijke kosten van de verhuurder voor het apparte-
ment, maar op de waarde van het appartement voor een huur-
der in het algemeen. Het risico bestaat dat de huurder een claim
indient bij de huisvestingscommissie (Hyreslagstiftningen) om
zijn zaak bewezen te krijgen. De huisvestingscommissie kan
een mogelijke aanpassing eisen, al vanaf een eerder tijdstip.
Normaal gesproken accepteert de huisvestingscommissie een
extra huur van 15-25% van de kale markthuur als het concept
meubilair, internet, gemeenschappelijke ruimten enz. omvat.
Maar als er een geval is, wordt de exacte toeslag beoordeeld
door de rechtbank.
1.3.3 RISICO’S VERBONDEN AAN FUSIE-,
SPLITSINGS- OF OVERNAMEVERRICHTINGEN
EN VERWERKING/INTEGRATIE VAN DE
OVERGENOMEN ACTIVITEITEN
In het kader van de structurering en de groei van haar
vastgoedportefeuille is de Vennootschap in het verleden, en
zal zij naar verwachting in de toekomst, partij zijn bij fusie-,
splitsings- of andere overnameverrichtingen. Dergelijke trans-
acties hebben uit hun aard tot gevolg dat alle passiva van de
betrokken vastgoedvennootschappen worden overgedragen,
ook diegene die de Vennootschap mogelijkerwijze niet heeft
kunnen ontdekken in het kader van due diligence onderzoeken,
noch heeft kunnen afdekken door garanties in de betrokken
overnameovereenkomsten. Dit kan onder meer het gevolg zijn
van de niet-naleving van bepaalde verplichtingen door de
overdragers of het feit dat een aantal documenten niet kon worden
voorgelegd door de overdragers (zoals processen-verbaal van
voorlopige of definitieve oplevering, verzekeringsdocumenten,
elektriciteitsverslagen, post-interventiedossiers, verslagen van
controle brandveiligheid, enz.). Bovendien zijn de bedongen
garanties van nature uit beperkt in de tijd en bedingen verkopers
gebruikelijk beperkingen op hun maximale aansprakelijkheid
onder de garanties. Ten slotte blijft de Vennootschap daarbij
geconfronteerd met het risico van de insolvabiliteit van haar
tegenpartij.
Sinds Xior’s IPO in december 2015, is de Reële Waarde van haar
vastgoedportefeuille gestegen van 196 MEUR naar 3.559 MEUR
op 31 december 2025. Deze groei sinds de IPO is bijna uitsluitend
te verklaren door capex en overnameverrichtingen (met inbegrip
van overname van vastgoed), zoals in meer detail weergegeven
in het overzicht opgenomen in sectie 10.9.17 en 10.9.29 van de
geconsolideerde jaarrekening per 31 december 2025.
Xior heeft bovendien, met de overname van Basecamp, in de loop
van 2022 een zeer substantiële overnametransactie doorgevoerd
(met betrekking tot een vastgoedportefeuille van 671 MEUR per
31 December 2022). Deze transactie had eveneens betrekking (in
de tweede fase van deze transactie, doorgevoerd in april 2024)
op een aantal operationele vennootschappen, samen met de
operationele teams die daarin werkzaam zijn en die instaan voor
de uitbating van deze portefeuille. Een overname en integratie
van een dergelijke omvang gaat, naast bovenstaande risico’s,
bovendien gepaard met een belangrijk proces van organisationele
verandering teneinde de overgenomen organisatie te integreren
in de bestaande Xior-organisatie, en de betrokken medewerkers
zo snel mogelijk onderdeel te laten vormen van de gehele
organisatie. Dit gaat gepaard met risico’s op het vlak van het
behoud en aantrekken van gemotiveerde medewerkers, het
overdragen en behouden van operationele kennis, integratie van
processen en het verzekeren van continuïteit van de operaties
en rapportering van de Vennootschap. Indien dit proces niet of
niet voldoende wordt beheerst, kan dit, ook na doorvoeren van
deze operatie, leiden tot het verlies van operationele efficiëntie,
het onvoldoende opvolgen van operationele en financiële risico’s,
vertraging in het uitvoeren van de nodige stappen met betrekking
tot onderhoud, reparaties en klantendienst.
1.3.4 RISICO'S IN VERBAND MET HET GROOTSCHALIG
DIGITALISERINGSPROJECT
In 2022 is Xior begonnen met een breed uitgevoerde
selectieprocedure voor het opzetten van een geïntegreerd IT-
platform dat op termijn naar alle landen waarin zij actief is zal
worden uitgerold. Dit IT platform zal op termijn ondersteuning
bieden voor alle aspecten van de activiteiten van Xior, zowel op
operationeel vlak (verhuur, website, onderhoud en reparaties)
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
21
22
RISICOBEHEER XIOR

Graphics
als financieel vlak (boekhouding en rapportering). Dit project
werd in 2023 opgestart en er werd een plan gemaakt voor de
gefaseerde opzet en uitrol van dit platform in samenwerking met
de hiervoor geselecteerde partner, Yardi, over de verschillende
landen. Nederland werd als “gidsland” geselecteerd voor eerste
opzet en uitrol. In 2024 werd besloten om voor de uitrol binnen
Nederland gebruik te maken van een gefaseerde onboarding van
de verschillende regio's en gebouwen, met twee “soft go lives” in
de loop van 2024, die in 2025 zullen worden verder gezet met een
geslaagde afronding in Q4 2025 voor de volledige Nederlandse
portefeuille. Met dit project gaat een geschat investeringsbedrag
van 6 MEUR gepaard, maar de impact van het project raakt op
termijn de volledige waardeketen van de Vennootschap.
Dergelijke ambitieuze en verreikende IT-projecten omvatten
talloze aspecten en beslissingen die een nauwkeurig en
doorgedreven opvolging vergen, zowel van de externe partner als
intern, wat een noodzakelijke voorwaarde is om de nodige interne
draagkracht voor het project op de lange termijn te verzekeren.
Indien de Vennootschap er niet in zou slagen om het nieuwe
platform, samen met de externe implementatiepartner, succesvol
te realiseren, bestaat het risico dat de gedane investeringen
onvoldoende rendement opleveren. Bovendien zou een
onvoldoende functionerend platform kunnen leiden tot lagere
verhuringen, frustraties bij huurders, hogere of laattijdig herkende
onderhoudskosten, juridische en financiële risico’s, leegstand,
onvolledige of onjuiste rapportering en reputatieschade.
Het grootste en meest impactvolle deel van het traject — de
implementatie binnen de Nederlandse portefeuille, goed voor
circa 43% van de totale activiteiten van de Vennootschap — is
inmiddels succesvol afgerond. Hierdoor heeft de Vennootschap
substantieel meer inzicht verworven in de effectiviteit van het
platform, de optimale implementatieaanpak en de operationele
impact ervan. De overige portefeuilles zijn kleiner in omvang,
waardoor het resterende implementatierisico verder wordt
beperkt.
Gelet op de kwaliteit van de geselecteerde partner, de opgedane
ervaring binnen de Nederlandse implementatie, de gefaseerde
uitrol per land en de brede betrokkenheid van de interne teams,
schat de Vennootschap de kans op materialisatie van het risico
thans lager in dan voorheen. De potentiële impact wordt, indien
het risico zich alsnog zou voordoen, als gemiddeld beoordeeld.
Het risico wordt bijkomend gemitigeerd door onder meer
een gedetailleerde en gefaseerde roadmap voor design en
implementatie, tussentijdse evaluatie- en bijsturingsmomenten,
een uitgebreide gap-analyse tussen operationele behoeften en
platformfunctionaliteit, directe managementbetrokkenheid en de
inzet van middelen vanuit alle relevante afdelingen.
1.3.5 RISICO’S VAN HET IN GEBREKE BLIJVEN VAN DE
HUURDERS
De Vennootschap kan niet uitsluiten dat haar huurders in gebreke
blijven bij het voldoen van hun financiële verplichtingen ten
aanzien van de Vennootschap. Dit risico neemt toe naarmate de
inflatie (en de daaraan verbonden stijging van de huurprijzen en
de energiekosten) toeneemt, zoals in de periode 2022-2023 is
gebeurd. Dit risico is, in het segment van studentenhuisvestiging
waarin de Vennootschap actief is, hoger indien rechtstreeks
wordt verhuurd aan studenten (hetgeen op 31 december 2025
het geval was voor ca. 89,5% van de bruto huurinkomsten uit
studentenhuisvesting van de Vennootschap, hetgeen op zijn beurt,
per 31 december 2025 90,25% van haar bruto huurinkomsten
uitmaakt) en lager indien indirect wordt verhuurd aan studenten via
een huisvestingorganisatie verbonden aan een universiteit of een
hogeschool (hetgeen op 31 december 2025 het geval was voor ca.
10,5% van de bruto huurinkomsten uit studentenhuisvesting van
de Vennootschap). Daartegenover staat dat het tegenpartijrisico
in het tweede geval geconcentreerd is bij één enkele partij, waar
het bij de rechtstreekse verhuur aan studenten gespreid is. Het
risico bestaat dat, indien de betrokken huurders in gebreke
blijven hun verplichtingen na te komen ten aanzien van de
Vennootschap, de waarborg (ten belope van, al naar het geval,
één of twee maanden huur) niet volstaat en de Vennootschap
geen verhaal kan uitoefenen op de huurder en bijgevolg het
risico draagt niets of niet voldoende te kunnen recupereren van
de huurder die in gebreke is gebleven. Bovendien geeft het in
gebreke blijven van huurders en de opvolging van deze debiteuren
aanleiding tot bijkomende interne en externe kosten (versturen
van ingebrekestellingen, dagvaardingen, gerechtskosten).
Verlies van huurinkomsten zou ook een negatieve impact kunnen
hebben op de waardering van het betrokken vastgoed (zie in dit
verband Risicofactor 1.2.1 van dit Jaarverslag), en kan toenemen
naar aanleiding van specifieke gebeurtenissen (zoals bijvoorbeeld
een pandemie als COVID-19).
Per 31 december 2025 werd ten belope van 401.649 EUR aan
voorzieningen dubieuze debiteuren aangelegd (zie Hoofdstuk
10.9.13 van dit Jaarverslag). Dit betreft 0,25% van de bruto
huurinkomsten (excl. huurgaranties). In 2025 bedroeg de externe
kost voor inning van in gebreke blijvende huurders ongeveer
371.315 EUR ten opzichte van 440.073 EUR het jaar voordien (een
daling met 16%). De teams in de verschillende landen worden
ingezet om de stand van de inningen en de te nemen maatregelen
op te volgen.
1.3.6 RISICO’S VERBONDEN AAN DE
(ONMOGELIJKHEID TOT) DIVIDENDUITKERING
Ingevolge de GVV-Wetgeving en artikel 34 van haar statuten, is de
Vennootschap onderworpen aan een uitkeringsverplichting van
ten minste 80%.
Er kan geen zekerheid worden verstrekt dat de Vennootschap
in de toekomst dividendbetalingen zal kunnen verrichten. Het
is mogelijk dat, hoewel het vastgoed van de Vennootschap de
verwachte huuropbrengsten en operationele winst zou genereren,
het technisch onmogelijk wordt voor de Vennootschap om
een dividend uit te betalen aan haar Aandeelhouders in
overeenstemming met artikel 7:212 van het Wetboek van
vennootschappen en verenigingen en de GVV-Wetgeving.
Gegeven het feit dat de Vennootschap bij haar opstart (erkenning
als gereglementeerde vastgoedvennootschap en beursgang)
over beperkte of geen reserves beschikte (en deze gelet op de
verplichte uitkering zoals hierboven vermeld ook slechts langzaam
kon opbouwen, rekening houdend met de resultaatsverwerking
van 2025, zijn er sinds 2015 104.872 KEUR aan uitkeerbare
reserves opgebouwd), kan een daling in de reële waarde van
de vastgoedbeleggingen of een daling in de reële waarde van
indekkingsinstrumenten ertoe leiden dat de Vennootschap
geen dividend kan uitkeren ondanks het positieve operationele
resultaat. Per 31 december 2025 zou een daling van 24,2% (of
861 MEUR) in de Reële Waarde van de vastgoedportefeuille, ertoe
hebben geleid dat de schuldgraadgrens van 65% zou zijn bereikt,
hetgeen ertoe zou hebben geleid dat er geen dividend zou mogen
worden uitgekeerd.
1.3.7 RISICO’S VERBONDEN AAN OPERATIES IN POLEN
Het reeds jaren aanslepende conflict tussen Rusland en Oekraïne
(dat in februari 2022 aanleiding gaf tot een invasie door Rusland
en een daaropvolgende oorlog die tot vandaag voortduurt en
waarvan de toekomst uiterst onzeker is) kan mogelijk leiden
tot destabiliserende effecten voor Polen, en dit onder meer op
volgende vlakken:
• Polen, als naburig land met een uitgestrekte grens met Rusland,
heeft een grote instroom aan vluchtelingen te verwerken (meer
dan 10 miljoen vluchtelingen werden reeds in Polen opge-
vangen). Mochten deze vluchtelingen niet voldoende kunnen
doorstromen naar andere landen van de Europese Unie noch
kunnen terugkeren kan dit leiden tot mogelijke negatieve gevol-
gen voor Polen op budgettair en/of politiek vlak.
• Hoewel Polen lid is van de NAVO, bestaat er, gelet op de nabij-
heid, een risico dat de Russische vijandelijkheden zich uitbrei-
den naar het land.
• Meer in bijzonder dient te worden genoteerd dat, wat betreft
de long stay internationale studenten in Polen, de belangrijkste
landen van oorsprong Oekraïne en Belarus zijn met een totaal
van 59.762 studenten in academiejaar 2024-2025. Het is ge-
bleken dat de oorlogsomstandigheden hebben geleid tot een
toename van het aantal Oekraïense studenten in Polen. Een
wapenstilstand tussen Oekraïne en Rusland zou zodoende
kunnen leiden tot een afname van het aantal Oekraïense stu-
denten in Polen. Daarnaast hebben de oorlogsomstandigheden
tot op heden geen meetbaar negatieve impact gehad op de
aantrekkelijkheid van Polen als Erasmus-bestemming (als bron
van internationale studenten, met als voornaamste landen van
oorsprong Spanje met 5.507 studenten en Turkije met 3.896
studenten in het academiejaar 2025/26).
1.3.8 RISICO’S VERBONDEN AAN EEN ONTOEREIKEND
CONTINUÏTEITSBEHEER EN ONVOLDOENDE
TESTEN VAN HERSTELMAATREGELEN
Een onvoldoende uitgewerkt of ontoereikend getest kader voor
bedrijfscontinuïteit kan ertoe leiden dat de Vennootschap niet
optimaal in staat is te reageren op IT-storingen, (cyber)incidenten
of andere gebeurtenissen die de continuïteit van kritieke processen
kunnen verstoren. In een dergelijk geval bestaat het risico dat
bepaalde operationele systemen tijdelijk niet beschikbaar zijn,
BASECAMP BY XIOR
Lyngby - DENEMARKEN
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
23
24
RISICOBEHEER XIOR

Graphics
wat kan resulteren in vertragingen in de dienstverlening en
bijkomende kosten voor nood- en herstelmaatregelen.
Hoewel de Vennootschap haar continuïteits- en herstelplannen
periodiek actualiseert, kan niet worden uitgesloten dat een
zwaar incident de voorziene scenario’s overstijgt. Dit kan een
negatieve impact hebben op de operationele efficiëntie, de
financiële prestaties en mogelijk ook op de reputatie van de
Vennootschap, indien stakeholders hinder zouden ondervinden
van een langdurigere onderbreking.
1.3.9 RISICO’S VERBONDEN AAN ONTOEREIKEND
TOEZICHT OP LEVERANCIERS
Onvoldoende controle en opvolging van externe leveranciers en
andere contractanten kan ertoe leiden dat de Vennootschap
wordt blootgesteld aan operationele, financiële en contractuele
risico’s. Wanneer de prestaties van externe partijen onvoldoende
worden beoordeeld of bewaakt, bestaat de mogelijkheid dat
diensten niet volgens de vereiste kwaliteits- of tijdsstandaarden
worden geleverd, wat een negatieve impact kan hebben op de
dagelijkse werking en op de tevredenheid van huurders.
Een gebrek aan uniforme procedures, beperkte zichtbaarheid
op prestaties en naleving, of inconsistente toepassing van
contractvoorwaarden kan bovendien leiden tot hogere kosten,
vertragingen bij ontwikkelings- of onderhoudsprojecten en
mogelijke reputatieschade wanneer derden niet aan hun
verplichtingen voldoen. Ondanks voortdurende inspanningen om
het leveranciersbeheer verder te formaliseren en te harmoniseren,
kan niet worden uitgesloten dat incidenten bij externe partijen
de Vennootschap indirect treffen en bijkomende operationele of
financiële gevolgen met zich meebrengen.
1.3.10 RISICO’S VERBONDEN AAN ETHIEK,
BELANGENCONFLICTEN EN ANTI-CORRUPTIE
Onvoldoende naleving van interne gedragscodes, ethische
richtlijnen of procedures rond belangenconflicten en
anti-corruptie kan de Vennootschap blootstellen aan financiële,
juridische en reputatierisico’s. Wanneer medewerkers niet
correct worden geïnformeerd, opgeleid of opgevolgd in verband
met deze verplichtingen, bestaat het risico dat bedrijfsmiddelen
onrechtmatig worden gebruikt of dat beslissingen worden
genomen die niet in lijn zijn met de belangen van de Vennootschap.
Gebrekkige controlemechanismen, beperkte rapportering of
onvoldoende toepassing van relevante beleidslijnen kunnen
leiden tot ongewenste voordelen voor derden of medewerkers,
betalingen boven marktconforme voorwaarden, of de selectie
van partijen die onvoldoende aansluiten bij de vereisten van
de Vennootschap. Incidenten op dit vlak kunnen niet alleen
aanleiding geven tot financiële schade en bijkomende kosten voor
onderzoek en remediëring, maar ook tot reputatieschade die de
marktperceptie van de Vennootschap kan aantasten.
1.4 FINANCIËLE RISICO’S
1.4.1 RISICO’S MET BETREKKING TOT FINANCIERING –
OVERSCHRIJDING SCHULDGRAAD
Per 31 december 2025 bedroeg de geconsolideerde schuldgraad
van de Vennootschap 49,92%, en de statutaire schuldgraad
47,51%.
Hieruit kan worden geconcludeerd dat de Vennootschap
een additionele schuldcapaciteit heeft van 1.600 MEUR op
geconsolideerde basis alvorens de voor GVV’s wettelijke
maximale geconsolideerde schuldgraad van 65% te bereiken, en
van 935 MEUR alvorens een geconsolideerde schuldgraad van
60% te bereiken, de maximale schuldgraad die wordt opgelegd
in de financieringscontracten die zijn afgesloten met financiële
instellingen. De waarde van de vastgoedportefeuille heeft
eveneens een impact op de schuldgraad. Rekening houdend
met de waarde van de vastgoedportefeuille per 31 december
2025, zou de maximale geconsolideerde schuldgraad van 65%
pas overschreden worden bij een mogelijke waardedaling van
de vastgoedportefeuille van ongeveer 861 MEUR of 24,2% van
de waarde van de vastgoedportefeuille van 3.559 MEUR. Bij een
waardedaling van ongeveer 623 MEUR (of 17,5% van de waarde
van de vastgoedportefeuille op 31 december 2025), zou de
geconsolideerde schuldgraad van 60% overschreden worden.
Gelet op het feit dat de statutaire schuldgraad minder gevoelig
is aan zowel bijkomende investeringen als waardedalingen van
het vastgoed, zijn de relevante drempels daar hoger en is de
beperkende factor dus de geconsolideerde schuldgraad.
De niet-naleving van financiële parameters zou kunnen leiden
tot: (i) sancties, bijvoorbeeld het verlies van het GVV statuut
(zie ook Risicofactor 1.5.1 van dit Jaarverslag) en/of strenger
toezicht door de relevante toezichthouder(s) indien wettelijke
financiële parameters (zoals bijvoorbeeld de maximum
schuldratio van 65%) worden overschreden; of (ii) beëindiging
van de financieringsovereenkomsten, heronderhandeling van
de financieringsovereenkomsten, of verplichte vervroegde
terugbetaling van uitstaande bedragen, alsook een verminderd
vertrouwen tussen de Vennootschap en de beleggers en/of
tussen de Vennootschap en financiële instellingen, in geval van
niet-naleving van contractuele afspraken (zoals bijvoorbeeld
ingevolge de overschrijding van de conventionele schuldratio
van maximum 60%, ingevolge een wijziging van de controle of de
niet-naleving van de “negative pledge” bepalingen), wat op zijn
beurt zou kunnen leiden tot een verminderde liquiditeit (zie ook
Risicofactor 1.4.2 van dit Jaarverslag) en tot moeilijkheden om
de groeistrategie voort te zetten.
1.4.2 RISICO’S MET BETREKKING TOT
FINANCIERINGSOVEREENKOMSTEN (INCLUSIEF
NALEVING VAN CONVENANTEN) – LIQUIDITEIT
Per 31 december 2025 heeft de Vennootschap bevestigde
kredietlijnen voor een bedrag van 1.915 MEUR (excl. 200 MEUR
commercial paper), waarvan 141 MEUR nog niet werd opgenomen,
en bedroeg de schuldgraad van de Vennootschap 49,92%. Voor
de terugbetalingsdata en de spreiding van deze schulden wordt
verwezen naar sectie 10.9.22 van de geconsolideerde jaar-
rekening 2025, evenals naar Hoofdstuk 5.3.1 van dit Jaarverslag.
Indien de Vennootschap een inbreuk begaat op de bepalingen
(convenanten) die in haar financieringsovereenkomsten zijn
opgenomen, kunnen de kredietlijnen worden geannuleerd,
heronderhandeld of zou de Vennootschap tot terugbetaling
daarvan kunnen worden gedwongen. De geldende convenanten
zijn in grote lijnen marktconform en vereisen onder meer dat
de schuldratio (zoals gedefinieerd in het GVV-KB), dan wel, in
sommige gevallen, de “niet-bezwaarde” schuldgraad, niet hoger
is dan 60% (zie eveneens Risicofactor 1.4.1 van dit Jaarverslag).
Bovendien bestaat het risico van vervroegde beëindiging in geval
van een wijziging van de controle over de Vennootschap, in geval
van het niet nakomen van “negative pledge” of andere convenanten
en verplichtingen van de Vennootschap en, meer in het algemeen,
in geval van wanbetaling zoals dit wordt gedefinieerd in deze
financieringsovereenkomsten. Een wanprestatie (waarbij dient
te worden opgemerkt dat bepaalde gevallen van “wanprestatie”
of overtreding van convenanten, zoals een controlewijziging,
die in alle financieringsovereenkomsten is opgenomen, zich
buiten de controle van de Vennootschap bevinden) onder één
financieringsovereenkomst kan, ingevolge zogenaamde “cross
acceleration” of “cross default” bepalingen, bovendien leiden
tot wanprestaties onder andere financieringsovereenkomsten
(ongeacht de toekenning van eventuele “waivers” door andere
kredietverstrekkers, in het geval van een “cross default” bepaling)
en kan zo leiden tot de verplichte vervroegde terugbetaling door
de Vennootschap van al deze kredietlijnen (zie tevens Hoofdstuk
10.9.22 van de geconsolideerde jaarrekening 2025).
1.4.3 RISICO’S VERBONDEN AAN DE
BESCHIKBAARHEID VAN EIGEN VERMOGEN IN
VOLATIELE MARKTOMSTANDIGHEDEN
Schommelingen in de financiële markten, geopolitieke onzeker-
heden en wijzigingen in vastgoedwaarderingen kunnen een
negatieve impact hebben op het vertrouwen van investeerders.
Hierdoor bestaat het risico dat de Vennootschap in bepaalde
marktcycli moeilijker toegang krijgt tot nieuw eigen vermogen (via
uit te geven en plaatsen aandelenkapitaal) of dat de voorwaarden
waaronder (aandelen)kapitaal kan worden aangetrokken minder
gunstig worden. Dit kan gevolgen hebben voor de financiering
van groei- en investeringsprojecten, alsook voor de financiële
flexibiliteit van de Vennootschap.
Marktvolatiliteit, wijzigingen in rente- en schuld-ratio’s of een
verslechtering van de bredere financieringsomgeving kunnen
ertoe leiden dat investeerders voorzichtiger worden of zich
(tijdelijk) terugtrekken. In een dergelijk scenario kan het voor de
Vennootschap uitdagender zijn om tijdig en tegen aanvaardbare
voorwaarden nieuw kapitaal op te halen. Dit kan de uitvoering van
strategische projecten vertragen en op langere termijn gevolgen
hebben voor de investeringscapaciteit en de marktperceptie van
de Vennootschap.
3
Bedrag van kredieten met vaste of ingedekte variabele rentevoet / totaal bedrag van de kredieten.
1.4.4 RISICO’S VERBONDEN AAN DE FLUCTUERENDE
RENTEVOETEN EN SCHOMMELINGEN
VAN DE REËLE WAARDE VAN DE
AFDEKKINGSINSTRUMENTEN
Als gevolg van het (significant) financieren met vreemd vermogen
(schuldgraad per 31 december 2025 was 49,92%, het nominaal
bedrag van de uitstaande schulden per 31 december 2025 was
1.775 MEUR) is het rendement van de Vennootschap afhankelijk
van de ontwikkelingen van de rente. Een stijging in de rente zou
het financieren met vreemd vermogen duurder maken voor de
Vennootschap.
Voor de afdekking van het renterisico op lange termijn kan de
Vennootschap voor leningen die aangegaan worden aan een
vlottende rentevoet, gebruik maken van "interest rate swaps"
(hedging ratio
3
per 31 december 2025 van 89%).
De reële waarde van de afdekkingsinstrumenten wordt bepaald
door de rentevoeten op de financiële markten. De wijzigingen in
de marktrentevoeten verklaren gedeeltelijk de wijziging in de reële
waarde van de afdekkingsinstrumenten tussen 1 januari 2025 en
31 december 2025, wat leidde tot de afname van een last van
5.001 KEUR in de resultatenrekening van de Vennootschap.
De sensitiviteit van de "mark-to-market" waarde van afdekkings-
instrumenten voor een stijging van 20 bps van de rentecurve wordt
geschat op ongeveer 8.874 KEUR in de winst- en verliesrekening.
Een daling van 20 bps in de rentecurve zou een negatief effect
hebben op de winst- en verliesrekening in dezelfde orde van
grootte (zie eveneens toelichting 10.9.22 bij de geconsolideerde
jaarrekening 2025).
Per 31 december 2025 bedroeg het effect van de cumulatieve
wijzigingen in de reële waarde van de door de Vennootschap
aangehouden afdekkingsinstrumenten op de nettoactiefwaarde
per aandeel 0,11 EUR.
Indien bijvoorbeeld de Euribor rentevoet stijgt, zal de marktwaarde
van deze instrumenten een positieve variatie ondergaan. Indien de
rentevoet daalt, ondergaat de marktwaarde een negatieve variatie.
Daarenboven zal het, in het bijzonder in het geval van een scenario
van sterk stijgende en/of onzekere rentes, niet zeker zijn dat de
Vennootschap in de toekomst de afdekkingsinstrumenten vindt
die ze wenst af te sluiten, noch dat de voorwaarden verbonden
aan de indekkingsinstrumenten aanvaardbaar zullen zijn.
1.4.5 RISICO’S VERBONDEN AAN INFLATIE, STIJGENDE
ENERGIEPRIJZEN EN DRUK OP BETAALBAARHEID
Inflatie kan aanleiding geven tot een toename van de
financieringskost (ingevolge de daaruit volgende stijging
van de rentevoeten, zie hoger) en/of een toename van de
kapitalisatievoeten en kan bijgevolg een daling van de Reële
Waarde van de vastgoedportefeuille en een lager eigen vermogen
van de Vennootschap tot gevolg hebben.
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
25
26
RISICOBEHEER XIOR

Graphics
Voor ca. 8% van de huurinkomsten (per 31 december 2025) heeft
de Vennootschap huurcontracten van langere termijn dan één
jaar met een indexeringsclausule. In bepaalde gevallen kunnen
deze indexeringsclausules wel voorzien in beperkingen, bv. een
maximaal percentage van indexatie per jaar.
Voor de kamers die rechtstreeks worden verhuurd aan studenten
(typisch voor een jaar of korter) mikt de Vennootschap er in
principe op deze telkens (zowel bij terugkerende huurders als
bij nieuwe verhuur) minstens te indexeren (in bepaalde gevallen,
zoals in Vlaanderen, is de toegelaten stijging wettelijk beperkt
tot die indexering ten aanzien van terugkerende huurders).
Indien de Vennootschap om enige reden niet in staat zou zijn
deze indexatie door te voeren, houdt dit het risico in dat de
prijzen onvoldoende stijgen. De kosten stijgen wel, want worden
grotendeels automatisch geïndexeerd, wat een negatief effect
heeft op de rentabiliteit van de Vennootschap.
De principiële indexering van de huurprijs verhindert echter niet
noodzakelijk dat de huurprijs die wordt betaald in het kader van
de betrokken huurovereenkomst, in het geval van contracten van
meer dan één jaar of bij terugkerende huurders, minder snel stijgt
dan de huurprijs die op de markt zou kunnen worden verkregen
met nieuwe huurders. Langs de andere kant, kan het niet worden
uitgesloten dat op een bepaalde verhuurmarkt (bijvoorbeeld in een
bepaalde studentenstad) de haalbare markthuurprijzen minder
snel stijgen dan de inflatie (of zelfs zouden dalen), waardoor bij
de huurhernieuwing of het afsluiten van nieuwe contracten deze
indexering de facto niet zou kunnen worden doorgevoerd.
Daarnaast kunnen stijgende energieprijzen de operationele marge
onder druk zetten. De teams evalueren periodiek of energieprijzen
moeten worden vastgezet voor langere periodes; zo bestaan
voor onder meer de Belgische en Portugese portefeuille vaste
prijsafspraken met energieleveranciers. In Nederland kunnen
energiekosten via de servicekostenmethodiek 1-op-1 aan
bewoners worden doorgerekend.
Tenslotte kan inflatie, gecombineerd met stijgende energie- en
andere operationele kosten, leiden tot betaalbaarheidsdruk
voor huurders. Een verslechterde betaalbaarheid kan resulteren
in lagere retentie, hogere leegstand en druk op de huurgroei en
financiële prestaties. Xior monitort daarom de betaalbaarheid
per geografische markt, rekening houdend met het besteedbaar
inkomen van huurders en het feit dat opleidingen in Europa vaak
(gedeeltelijk) gesubsidieerd zijn, waardoor de totale kosten voor
studenten lager liggen dan in andere markten zoals de Verenigde
Staten of het Verenigd Koninkrijk.
1.4.6 RISICO’S VERBONDEN AAN WISSELKOERSEN
De Vennootschap kan worden blootgesteld aan valutarisico’s
en wisselkoersrisico’s. Activa en inkomsten van bepaalde
perimetervennootschappen zijn uitgedrukt in een andere valuta
dan de euro (met inbegrip van Poolse złoty, Deense kroon en
Zweedse kroon). Er moet op worden gewezen dat Denemarken
sinds 1982 een vast wisselkoersbeleid voert, eerst ten opzichte
van de Duitse mark en vervolgens ten opzichte van de euro in
het kader van het Europees Wisselkoersmechanisme. Dit zorgt
ervoor dat de wisselkoersschommelingen tussen de Deense
kroon en de euro binnen een marge van 2,25% blijven (d.w.z.
binnen een marge van 762,824 Deense kroon per 100 EUR en
729,252 Deense kroon per 100 EUR). Het risico in verband met
wisselkoersschommelingen is derhalve materieel beperkt tot de
Poolse złoty en de Zweedse kroon.
In het geval van schommelingen in de wisselkoers tussen de
euro en dergelijke vreemde valuta, zou dit kunnen leiden tot een
waardevermindering van de Reële Waarde van het Vastgoed en
andere Poolse en Zweedse activa van de Doelvennootschappen,
uitgedrukt in EUR. Het kan zijn dat het niet mogelijk is om zich tegen
een dergelijk wisselkoersrisico in te dekken. In 2025 waren 8,9%
van de geconsolideerde huurinkomsten van de Vennootschap
uitgedrukt in Poolse złoty en 1,9% van de geconsolideerde
huurinkomsten waren uitgedrukt in Zweedse kroon.
Vanaf 2026 zal de Vennootschap evenwel de mogelijkheid
hebben om in Polen huurinkomsten in euro te factureren en te
innen, hetgeen naar verwachting zal bijdragen tot een verdere
beperking van het blootgestelde wisselkoersrisico met betrekking
tot de Poolse złoty.
1.5 REGLEMENTAIRE EN
ANDERE RISICO'S
1.5.1 RISICO’S VERBONDEN AAN HET STATUUT
VAN OPENBARE GVV EN DE TOEPASSELIJKE
FISCALITEIT
Als Openbare GVV is de Vennootschap onderworpen aan de
GVV-Wetgeving, die bijzondere (op geconsolideerde of niet-
geconsolideerde basis) verplichtingen inhoudt ten aanzien van
o.m. de activiteiten, de schuldgraad, de resultaatverwerking,
belangenconflicten en corporate governance. Het (blijvend)
beantwoorden aan deze specifieke vereisten is onder meer
afhankelijk van het vermogen van de Vennootschap om op
succesvolle wijze haar activa en schuldpositie te beheren, en
van de naleving van strikte interne controleprocedures. De
Vennootschap zou mogelijk niet in staat kunnen zijn om aan deze
vereisten te beantwoorden in geval van een significante wijziging
in haar financiële situatie of anderszins, en zou zo aldus haar GVV-
status kunnen verliezen.
Indien de Vennootschap haar vergunning als GVV zou verliezen,
zou ze niet langer van het bijzonder fiscaal stelsel voor GVV’s
genieten (cf. artikel 185bis WIB 92), hetgeen, onder meer zou
betekenen dat de huurinkomsten op niveau van de Vennootschap,
die nu zijn vrijgesteld van vennootschapsbelasting, aan de
vennootschapsbelasting zouden worden onderworpen. Ook voor
eventuele buitenlandse statuten die de dochtervennootschappen
van de Vennootschap verkrijgen of zouden verkrijgen in andere
jurisdicties (zoals bv. de Spaanse SOCIMI of de Portugese SIC)
geldt dat de eraan verbonden voordelen wegvallen indien het
statuut om enigerlei reden verloren zou worden. Bovendien wordt
het verlies van de vergunning voor het GVV-statuut in de regel
in de kredietovereenkomsten van de Vennootschap aangemerkt
als een gebeurtenis waardoor de kredieten die de Vennootschap
heeft afgesloten vervroegd opeisbaar kunnen worden gesteld (al
dan niet naar aanleiding van zogenaamde “acceleration” of “cross
default” bepalingen begrepen in de kredietovereenkomsten – zie
eveneens Risicofactor 1.4.2). Een dergelijke vervroegde opeising
zou het voortbestaan van de Vennootschap in haar huidige vorm
met haar huidige vastgoedportefeuille in het gedrang brengen.
Dochtervennootschappen van de Vennootschap die niet
het statuut hebben van een GVV of een gespecialiseerd
vastgoedbeleggingsfonds (of de equivalenten onder lokaal recht),
blijven echter onderworpen aan vennootschapsbelasting zoals
elke andere vennootschap, en in de mate dat de Vennootschap
rechtstreeks vastgoed bezit in het buitenland, is het mogelijk
dat de Vennootschap onderworpen is aan lokale belastingen.
De activiteiten van (de dochtervennootschappen van) de
Vennootschap in Nederland (34% van het netto huurresultaat per
31 december 2025), Portugal (6% van het netto huurresultaat per
31 december 2025), Denemarken (11% van het netto huurresultaat
per 31 december 2025), Polen (9% van het netto huurresultaat per
31 december 2025), Duitsland (2% van het netto huurresultaat per
31 december 2025) en Zweden (2% van het netto huurresultaat
per 31 december 2025), worden onderworpen aan de lokale
vennootschapsbelasting. De Spaanse activiteiten vallen onder
het Spaanse SOCIMI regime dat onder bepaalde voorwaarden
aanleiding geeft tot vrijstelling van vennootschapsbelasting. Eén
vennootschap in Portugal heeft het SIC regime verkregen, dat een
vergelijkbaar gevolg heeft. Bovendien bestaat het risico dat het
resultaat (in het bijzonder de winstberekening en kostenallocatie
evenals toegepaste transfer pricing mechanismes), c.q.
de belastbare basis (met inbegrip van voorzieningen voor
(uitgestelde) belastingen) in deze landen op een andere wijze
dient te worden berekend dan op heden het geval is of dat de
interpretatie of praktische toepassing van de onderliggende
regels zou wijzigen. Voorts is het mogelijk dat het toepasselijk
belastingregime, inclusief de toepasbare tarieven, wijzigen.
Dit zou kunnen leiden tot een hogere belastingdruk op deze
activiteiten, of tot discussies en procedures met de bevoegde
fiscale overheden, hetgeen, naast de eventueel verschuldigde
belastingen, aanleiding kan geven tot procedurekosten, boetes en
verwijlintresten en met als ultieme gevolg dat er minder dividenden
naar de Vennootschap zouden opstromen en bijgevolg minder
dividenden aan de aandeelhouders van de Vennootschap zouden
kunnen worden uitgekeerd.
ZERNIKE TOREN
Groningen - NEDERLAND
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
27
28
RISICOBEHEER XIOR

Graphics
1.6 ESG RISICO'S
In het kader van het in kaart brengen van haar risicofactoren
heeft Xior ook de ESG risico’s die een materiele impact kunnen
hebben op haar operaties, financiële vooruitzichten en reputatie
apart in kaart gebracht. Deze risico’s zijn de volgende (die voor het
overgrote deel ook zijn opgenomen als (of als deel van) de hoger
vermelde bedrijfsrisico’s):
1.6.1 ONLINE KLANTBEOORDELINGEN
Negatieve recensies op platforms zoals Google, persartikelen
en berichten op sociale media kunnen de reputatie van Xior
schaden. Een slechte Net Promoter Score (NPS) kan potentiële
huurders en investeerders afschrikken, wat gevolgen heeft
voor de bezettingsgraad en de financiële prestaties. Online
beoordelingen en sociale media hebben een grote invloed
op de publieke perceptie en negatieve feedback kan zich snel
verspreiden, waardoor de reputatieschade nog groter wordt. Het
proactief beheren van online aanwezigheid, het direct reageren op
zorgen van huurders en het handhaven van hoge servicenormen
zijn essentieel om dit risico te beperken.
1.6.2 CYBERAANVALLEN
Cyberaanvallen vormen een aanzienlijk risico voor de IT-systemen
van Xior. Cyberaanvallen kunnen systemen onbeschikbaar
maken, wat kan leiden tot operationele onderbrekingen
en mogelijke financiële schade. Het nemen van robuuste
cyberbeveiligingsmaatregelen is essentieel om dit risico te
beperken. Cyberaanvallen kunnen leiden tot datalekken, verlies
van gevoelige informatie en financiële verliezen als gevolg
van losgeld of herstelkosten. Het implementeren van sterke
beveiligingsprotocollen, regelmatige systeemupdates, training
van werknemers en incidentbestrijdingsplannen zijn essentieel
om je te beschermen tegen cyberbedreigingen.
Zie ook Risicofactor 1.3.8 van dit Jaarverslag.
1.6.3 VOLDOEN AAN VEILIGHEIDS- EN
ONDERHOUDSVOORSCHRIFTEN
Naleving van gezondheids- en veiligheidsvoorschriften en
onderhoudsverplichtingen is cruciaal voor Xior. Niet-naleving kan
leiden tot juridische gevolgen en schade aan de reputatie van Xior.
Om deze risico's te vermijden, is het essentieel dat alle gebouwen
aan de vereiste normen voldoen. Regelmatige inspecties, tijdig
onderhoud en het naleven van veiligheidsprotocollen zijn
noodzakelijk om ongelukken te voorkomen en het welzijn van
huurders te garanderen. Niet-naleving van deze voorschriften
kan leiden tot boetes, wettelijke aansprakelijkheid en verlies van
vertrouwen bij belanghebbenden.
Zie eveneens Risicofactor 1.2.3 van dit Jaarverslag.
1.6.4 BEDRIJFSINTEGRATIE EN -TRANSFORMATIE
De snelle groei van Xior en de integratie van nieuwe
bedrijfsactiviteiten, zoals Basecamp, en het uitrollen van
nieuwe processen zoals Yardi, zorgen voor uitdagingen bij het
behouden van efficiëntie en operationele afstemming. Het
niet effectief integreren van deze veranderingen kan leiden tot
inefficiëntie, operationele problemen en het niet naleven van
intern beleid. Het integratieproces omvat het op één lijn brengen
van verschillende bedrijfsculturen, systemen en processen, wat
complex en tijdrovend kan zijn. Ineffectieve integratie kan leiden
tot verstoringen van de bedrijfsvoering, hogere kosten en een
afname van het moreel en de productiviteit van werknemers.
Zie eveneens Risicofactor 1.3.4 van dit Jaarverslag.
1.6.5 EXTREME WEERSOMSTANDIGHEDEN
De panden van Xior kunnen steeds kwetsbaarder worden voor
extreme weersomstandigheden zoals stormen, overstromingen,
extreme temperaturen en droogte. Deze omstandigheden kunnen
leiden tot aanzienlijke reparatiekosten, met name voor schade
zoals lekkage als gevolg van hevige regenval of brand. Zware
regenval kan bijvoorbeeld leiden tot het binnendringen van water
in kelders, wat leidt tot schimmelgroei en structurele schade,
waardoor dure reparaties en renovaties nodig zijn. In het ergste
geval kunnen brandincidenten door extreme hitte leiden tot
aanzienlijke materiële schade en hoge renovatiekosten.
Daarnaast kunnen extreme temperaturen het wooncomfort
van studenten aantasten, wat gevolgen kan hebben voor de
bezettingsgraad en de huurinkomsten. Langdurige hittegolven of
koude periodes kunnen HVAC-systemen belasten, wat leidt tot
hogere onderhoudskosten en energieverbruik.
1.6.6 WAARDEVERMINDERING VAN NIET-ENERGIE-
EFFICIËNTE GEBOUWEN DOOR STRENGERE
REGELGEVING
Onroerend goed met slechte EPC-labels wordt steeds
onaantrekkelijker op de markt. Regelgevende instanties leggen
steeds strengere energie-efficiëntienormen op. Xior zal gebouwen
met een slecht EPC-label moeten renoveren of desinvesteren
om aan deze regelgeving te voldoen. Als dit niet gebeurt, kan
dit leiden tot juridische sancties en hogere operationele kosten.
De nalevingskosten omvatten niet alleen de directe kosten voor
het aanpassen van gebouwen, maar ook de administratieve
lasten die gepaard gaan met de voortdurende naleving van de
veranderende regelgeving. Niet-naleving kan leiden tot boetes,
juridische geschillen en een aangetaste reputatie, wat de
financiële prestaties verder kan beïnvloeden.
Xior loopt het risico op zogenaamde “gestrande activa”, omdat
het niet langer mogelijk zou zijn om rendabel deze gebouwen te
desinvesteren. Waardevermindering van dergelijke gebouwen
kan een negatieve invloed hebben op de totale waardering van
de activaportefeuille van Xior. Gebouwen met een lage energie-
efficiëntie zijn minder aantrekkelijk voor milieubewuste huurders
en investeerders, wat leidt tot een lagere vraag en lagere
huurinkomsten. Bovendien kunnen de kosten om deze gebouwen
aan te passen aan de huidige energienormen onbetaalbaar hoog
zijn, waardoor hun marktwaarde nog verder daalt.
Door deze materiële ESG-risico's aan te pakken, wil Xior
zijn veerkracht en duurzaamheid vergroten en zorgen voor
waardecreatie op de lange termijn voor zijn belanghebbenden.
BASECAMP BY XIOR
Lyngby - DENEMARKEN
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
29
30
RISICOBEHEER XIOR

Graphics
”
DANKZIJ ONS UNIEK OPERATIONEEL MODEL
EN DE STERKE FUNDAMENTEN VAN DE
STUDENTENMARKT, HEBBEN WE ONZE BLIJVENDE
WAARDEN, ZOALS BEZETTINGSGRAAD EN LIKE-
FOR-LIKE GROEI, OPNIEUW BEVESTIGD.„
WOORD
VAN DE
VOORZITTER
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
31
32
WOORD VAN DE VOORZITTER XIOR

Graphics
In 2025 vierden we tien jaar Xior op de beurs en
blikten we terug op een uitzonderlijk groeitraject
sinds onze beursgang in 2015. Wat begon als een lokale
Belgische/Nederlandse portefeuille van €200 miljoen
en 2.000 units, is in een decennium uitgegroeid tot een
toonaangevend pan-Europees platform, actief in acht
landen en goed voor €3,6 miljard aan vastgoed en meer
dan 22.000 studentenunits. Vandaag is Xior uitgegroeid
tot de grootste kotbaas van continentaal Europa.
De voorbije jaren stonden in het teken van het versterken
van onze fundamenten. In een uitdagende macro-
economische context hebben we resoluut ingezet op
balansversterking, schuldafbouw, risicoreductie en het
creëren van een Europees platform. Met een schuldgraad
(LTV) onder de 50% hebben we een belangrijke financiële
mijlpaal bereikt, aangevuld met een verdere versterking van
onze liquiditeitspositie. Tegelijk zijn we blijven investeren
in de kwaliteit van onze portefeuille en dienstverlening
en in de structurele verbetering van onze operationele
efficiëntie.
Vandaag plukken we de vruchten van die inspanningen.
Xior staat sterker dan ooit, met een robuuste financiële
positie, een schaalbaar operationeel model en een
duidelijke strategische focus. Vanuit die solide basis
verschuift onze aandacht opnieuw naar duurzame
groei, met een blijvende focus op financiële discipline en
waardecreatie op lange termijn.
Een belangrijke troef van Xior is ons unieke pan-Europese
platform. In een geopolitieke context die steeds
complexer en onzekerder wordt, geloven wij meer dan
ooit in de kracht van Europese spreiding en integratie.
Onze aanwezigheid in acht landen biedt niet alleen
schaalvoordelen, maar verhoogt ook onze veerkracht en
wendbaarheid.
Die Europese spreiding gaat gepaard met een verdere
harmonisering van onze organisatie, processen en
policies over alle landen heen. Dit vertaalt zich in een
verdere verlaging van risico’s en een versterking van
onze operationele en organisatorische structuur. Xior
is vandaag een sterk geïntegreerd Europees bedrijf,
zowel op operationeel, digitaal als organisatorisch vlak.
De verdere uitrol van ons digitale platform MyXior,
dat inmiddels op kruissnelheid draait, speelt hierin
een sleutelrol. Het ondersteunt de integratie van onze
activiteiten, verhoogt de efficiëntie en versterkt de
connectie met onze studenten.
Ondanks de focus op balansversterking is Xior blijven
investeren in verdere groei, wat zich in 2025 vertaalde
in een toename van het aantal verhuurbare eenheden
met circa 8%. De portefeuille werd verder uitgebreid
met onder meer acquisities in Wroclaw, Warschau, en
de oplevering van de residentie Wenedów in Warschau.
Ook de ontwikkelingspijplijn blijft sterk, met geplande
opleveringen in 2026 en 2027, waaronder Brinktoren in
Amsterdam en Boavista in Porto, waardoor het totaal
aantal verhuurbare eenheden verder zal doorgroeien
tot ruim boven de 23.000.
We blijven overtuigd van de structurele sterkte van
onze niche. De vraag naar kwalitatieve en betaalbare
studentenhuisvesting blijft onverminderd hoog, gedreven
door een groeiende internationale studentenpopulatie,
een aanhoudend onderaanbod en toenemende
professionalisering. Tegelijk zien we dat digitalisering en
schaal steeds belangrijker worden in onze sector.
Onze hoge bezettingsgraad van 98% en een klant-
tevredenheid van 86% bevestigen dat onze prijs-
kwaliteitpropositie juist zit. Xior biedt vandaag meer
dan louter huisvesting: we creëren een geïntegreerde
woonbeleving voor studenten, met een duidelijke en
onderscheidende waardepropositie.
Dankzij onze sterke locaties, ons kwaliteitsvolle product
en onze schaalbare organisatie zijn we uitstekend
gepositioneerd om ook in de toekomst verder te groeien.
De verdere Europeanisering van onze activiteiten zal
daarbij een belangrijke rol blijven spelen.
VOORUITBLIK
Xior blijft gefocust op drie strategische pijlers: return,
efficiëntie en kwaliteit. Deze vormen de basis voor
duurzame EPS-groei en een verdere versterking van
onze marktpositie. Tegelijk blijven we investeren in
een kwalitatieve en geïntegreerde woonbeleving, zodat
studenten zich bij Xior écht thuis voelen.
Wilfried Neven
Voorzitter
Raad van Bestuur
LUMIAR
Lissabon - PORTUGAL
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
33
34
WOORD VAN DE VOORZITTER XIOR

Graphics
”
ALS ÉÉN VAN DE GROOTSTE EIGENAARS EN
BEHEERDERS VAN STUDENTENHUISVESTING
IN CONTINENTAAL EUROPA BLIJFT XIOR DE
SECTOR MEE VORMGEVEN EN INSPELEN OP
DE GROEIENDE VRAAG NAAR KWALITATIEVE
STUDENTENHUISVESTING.„
3
KERNCIJFERS
PER 31.12.2025
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
35
36
KERNCIJFERS XIOR

Graphics
Geconsolideerde resultatenrekening
in duizenden EUR 31/12/25 31/12/24 31/12/23
Nettohuurresultaat
179.600 167.638 145.567
Vastgoedresultaat
188.459 171.968 153.590
Operationeel resultaat voor resultaat op de portefeuille
144.296 130.183 112.377
Financieel resultaat (excl. variaties in de reële waarde van financiële activa
en passiva)
-34.925 -35.406 -25.889
EPRA-winst
1
102.827 91.240 82.566
EPRA-winst – deel van de groep
102.323 90.961 82.070
Resultaat op de portefeuille (IAS 40)
-31.921 1.295 -70.745
Herwaardering financiële instrumenten (niet-effectieve rente-indekkingen)
5.001 -20.136 -39.169
Aandeel in het resultaat van geassocieerde vennootschappen en joint
ventures
0 0 6.990
Uitgestelde belastingen
2
-7.235 -5.890 10.953
Nettoresultaat (IFRS)
68.672 66.509 -9.405
Verhuurbare portefeuille
31/12/25 31/12/24 31/12/23
Aantal verhuurbare units 22.268 20.695 19.673
Aantal verhuurbare bedden 22.863 21.274
Bruto waarderingsrendementen
3
31/12/25 31/12/24 31/12/23
België
5,39% 5,41% 5,29%
Nederland
5,84% 5,67% 5,62%
Spanje
5,13% 5,27%
Portugal
6,13% 6,11%
Duitsland
6,61% 6,66% 6,62%
Polen
8,88% 8,34% 8,36%
Denemarken
5,00% 5,28% 5,35%
Zweden
6,18% 6,31% 6,13%
Geconsolideerde balans
in duizenden EUR 31/12/25 31/12/24 31/12/23
Eigen vermogen
1.753.131 1.634.504 1.517.667
Eigen vermogen – deel van de groep
1.751.575 1.633.544 1.516.890
Reële waarde van de vastgoedbeleggingen
4
3.558.842 3.314.053 3.212.855
Loan-to-Value
49,87% 50,99% 52,40%
Schuldgraad (GVV-Wet)
5
49,92% 50,64% 52,88%
Kerncijfers per aandeel
in EUR 31/12/25 31/12/24 31/12/23
Aantal aandelen
46.695.094 42.344.283 38.227.797
Gewogen gemiddelde aantal aandelen
6
46.279.394 41.118.335 37.142.375
EPRA-winst
7
per aandeel
2,22 2,22 2,22
EPRA-winst
8
per aandeel - deel van de groep
2,21 2,21 2,21
Resultaat op de portefeuille (IAS 40)
-0,69 0,03 -1,61
Herwaardering indekkingsinstrumenten
-0,11 0,49 -1,05
Nettoresultaat per aandeel (IFRS)
9
1,48 1,62 -0,25
Slotkoers van het aandeel
28,95 29,65 29,70
Nettoactiefwaarde per aandeel (IFRS) (vóór dividend)
37,51 38,58 39,68
Uitkeringspercentage (tov EPRA-winst )
10
80% 80% 80%
Voorgesteld dividend per aandeel
11
1,768 1,768 1,768
1
Alternatieve Prestatiemaatstaven (APM’s) zijn maatstaven die Xior Student Housing NV hanteert om haar operationele performantie te meten en op te volgen. De European and
Markets Authority (ESMA) heeft richtlijnen uitgevaardigd die van toepassing zijn sinds 3 juli 2016 voor het gebruik en de toelichting van de alternatieve prestatiemaatstaven. De
begrippen die Xior beschouwt als APM’s zijn opgenomen in Hoofdstuk 10.8 van dit Jaarlijks Financieel Verslag. De APM’s zijn gemarkeerd met en voorzien van een definitie,
doelstelling en reconciliatie, zoals vereist door de ESMA richtlijn.
2
Er wordt verwezen naar Hoofstuk 10.9.7 van dit Jaarlijks Financieel Verslag voor meer uitleg omtrent de inhoud van deze uitgestelde belasting.
3
Berekend als geschatte huur op jaarbasis gedeeld door de Reële Waarde en exclusief ontwikkelingsprojecten. Voor Spanje en Portugal worden vanaf 2025 bruto waarderings-
rendementen gerapporteerd in plaats van NOI yields. De vergelijkende cijfers zijn overeenkomstig herwerkt.
4
Reële Waarde of “Fair value” van de vastgoedbeleggingen is de investeringswaarde zoals bepaald door een onafhankelijke vastgoeddeskundige, waarvan de transactiekosten (cfr.
Persbericht BE-REIT Association van 10 november 2016 - update persbericht van de BE-REIT Association van 30 juni 2025) zijn afgetrokken. De Reële Waarde stemt overeen met
de boekwaarde onder IFRS.
5
Berekend volgens het K.B. van 13 juli 2014 in uitvoering van de Wet van 12 mei 2014 met betrekking tot de Gereglementeerde Vastgoedvennootschappen.
6
Op basis van dividendgerechtigdheid van de aandelen.
7
Berekend op basis van het gewogen gemiddeld aantal aandelen.
8
Berekend op basis van het gewogen gemiddeld aantal aandelen.
9
Op basis van het aantal aandelen.
10
Het uitkeringspercentage is berekend op basis van het geconsolideerde resultaat. De effectieve uitkering van het dividend gebeurt op basis van het statutaire resultaat van Xior
Student Housing NV.
11
Onder voorbehoud van goedkeuring door de Algemene Vergadering.
Potsdam - DUITSLAND
BASECAMP BY XIOR
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
37
38
KERNCIJFERS XIOR

Graphics
4
COMMERCIËLE
ACTIVITEITEN
EN STRATEGIE
4.1 WIE WE ZIJN – ONS PROFIEL
Xior is de toonaangevende continentaal-Europese specialist in studenten-
huisvesting. Als eigenaar en beheerder van onze studenten residenties
bieden we een verscheidenheid van productfamilies aan om zoveel
mogelijk studenten een geweldige eerste woonervaring te bieden.

Xior werd in 2007 opgericht door haar huidige CEO, Christian Teunissen.
In de loop van zijn studies ontwikkelde Christian een passie voor
studentenhuisvesting met een duidelijke visie: elke student een
geweldige woonervaring bieden door hen een omgeving te verschaffen
waarin ze in de best mogelijke omstandigheden kunnen studeren en zich
kunnen voorbereiden op hun toekomst.
Xior is uitgegroeid tot de grootste eigenaar en beheerder van
studentenhuisvesting op het Europese vasteland. Vandaag heeft de
portefeuille van Xior residenties in België, Nederland, Spanje, Portugal,
Polen, Duitsland, Denemarken en Zweden. We hebben een toegewijd
team van meer dan 250 medewerkers die huisvesting bieden aan meer
dan 22.800 studenten, met de opdracht ze allemaal een thuisgevoel te
geven
(feel at home).
Om trouw te blijven aan deze visie, blijven we bouwen aan een sterke
en duurzame basis, door te werken aan de ontwikkeling van de juiste
medewerkers, cultuur, processen en milieuverbintenissen.
”
MENSEN VORMEN DE KERN VAN ONS BEDRIJF.
WE STIMULEREN INCLUSIE EN PERSOONLIJKE GROEI
ZODAT WE DE BEST MOGELIJKE SERVICE KUNNEN
BIEDEN OM ZOVEEL MOGELIJK GELUKKIGE STUDENTEN
TE HEBBEN.
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
39
40
COMMERCIËLE ACTIVITEITEN EN STRATEGIE XIOR

Graphics
DUITSLAND
Leipzig
Potsdam
ZWEDEN
Malmö
SPANJE
Barcelona
Granada
Madrid
Malaga
Sevilla
Zaragoza
PORTUGAL
Lissabon
Porto
BELGIË
Antwerpen Leuven
Brussel Luik/Seraing
Gent Mechelen
Hasselt Namen
NEDERLAND
Amsterdam
Breda
Delft
Eindhoven
Enschede
Groningen
Leeuwarden
Leiden
Maastricht
Rotterdam
Den Haag
Utrecht
Vaals
Venlo
Wageningen
DENEMARKEN
Aarhus
Kopenhagen
Lyngby
POLEN
Katowice
Krakau
Łódź
Warschaw
Wroclaw
252
werknemers
22.268
Operationele units
4.2 WAAROM WE HET DOEN –
ONS DOEL
Onze basis bestaat uit een geïntegreerde benadering van
duurzaamheid in onze activiteiten en onze waarden. Respect voor
milieu en maatschappij worden verankerd in het hele bedrijf en in
alles wat we doen. We zullen een mensgerichte cultuur hebben
en een governancemodel toepassen dat efficiëntie stimuleert
in een groter en breder geografisch verspreid bedrijf. Het
governancemodel omvat een meer evenwichtige werkmethode
tussen de regio's en de ondersteunende functies van de groep.
Xior wil meer doen dan enkel bakstenen of infrastructuur ter
beschikking stellen. Wij geloven dat we een fundamentele rol
spelen in de weg die studenten afleggen naar zelfstandigheid.
We willen onze studenten een veilige en kwalitatieve omgeving
bieden, een plek waar ze zich volledig thuis voelen. We willen onze
studenten de basis geven om te slagen door hen te ondersteunen
in hun ontwikkeling en leertraject en hen zo te helpen succesvol
te zijn in hun opleiding en toekomstige carrières.
Als grootste speler op het Europese vasteland hebben we een
grote verantwoordelijkheid ten aanzien van onze studenten,
een unieke, toekomstgerichte demografische groep met snel
wisselende generaties en veranderende behoeften. Daarom
streven we ernaar om altijd dicht bij onze studenten te staan
en op de hoogte te blijven van hun waarden, behoeften en
verwachtingen om zo een geweldige woonervaring te bieden.
Door onze positie als één van de grootste eigenaars en
beheerders van studentenhuisvesting kunnen wij normen
bepalen en een gamechanger zijn voor de sector. Zo kunnen we
studentenhuisvesting continu helpen te evolueren, om zoveel
mogelijk studenten toegang te geven tot onderwijs en huisvesting
in een gezonde omgeving.
4.3 WAT WE DOEN – ONS PRODUCT EN
ONZE ORGANISATIE
Xior is een beursgenoteerde vastgoedspeler gespecialiseerd in
studentenhuisvesting op het Europese vasteland. Als eigenaar en
beheerder hebben we de volledige waardeketen in huis, terwijl we
een pure player zijn, regelrecht gericht op studentenhuisvesting.
Door dit unieke bedrijfsmodel kunnen we meer zijn dan alleen een
verhuurder. We beheren ook de activa, bedienen de studenten
en stemmen de activa, kamers en diensten nauwkeurig af op de
specifieke behoeften van studenten.
ONZE DOELMARKT:
Onze doelgroep zijn studenten in de leeftijdscategorie 17-28
jaar. Dat zijn onder meer nationale en internationale studenten,
onderzoeksassistenten en onderzoekers, jonge postdoctorale
en doctoraatsstudenten aan wie we rechtstreeks in onze
verhuurkantoren en residenties verhuren. Daarnaast werkt Xior
rechtstreeks samen met onderwijsinstellingen door middel van
nominatieovereenkomsten of partnerships. In mindere mate
richten we ons ook op uitwisselingsstudenten voor een semester,
tijdelijke taalstudenten en beginnende jonge professionals.
Ouders zijn belangrijke medebeslissers bij de keuze van een thuis
weg van huis voor de student en Xior biedt hen de gemoedsrust
dat hun student in de best mogelijke omstandigheden kan wonen,
leren en groeien.
DE KERN VAN ONS PRODUCT:
We beheren een continentaal-Europees platform met lokale
aanwezigheid op al onze locaties via lokale teams in de residentie
en/of een lokaal verhuurkantoor. Zo staan we altijd klaar voor onze
studenten.
Xior heeft verschillende productfamilies, waardoor we huisvesting
aan een zo breed mogelijke waaier van studenten kunnen
aanbieden. Deze kamertypes zijn onderverdeeld in 4 categorieën
gaande van basic tot premium+.
BASIC BASIC+
COMFORT PREMIUM +
XIOR KAMERTYPES
Ongeacht het type bieden alle kamers in de residenties van Xior
een comfortabele leefomgeving en zijn ze volledig uitgerust voor
het welzijn van de studenten van vandaag en morgen.
”XIOR STUDENT
HOUSING WIL ZOVEEL
MOGELIJK STUDENTEN
EEN GEWELDIGE EERSTE
WOONERVARING BIEDEN, IN
OVEREENSTEMMING MET
HUN WAARDEN.
„
HOUSING THE FUTURE
Studenten huisvesten betekent de
toekomst huisvesten, de generaties
huisvesten die worden gecon fron-
teerd met de gevolgen van keuzes en
acties van de maatschappij vandaag.
Daarom vinden we het essentieel
om de waarden te volgen die deze
studenten zelf hebben vastgelegd,
door duurzaam te ondernemen
en hen tegelijkertijd te leren hun
leefomgeving en de planeet goed te
behandelen, zodat we samen een
impact kunnen maken. Zo kunnen we
bouwen aan een mooie toekomst voor
onze studenten en onze planeet.
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
41
42
COMMERCIËLE ACTIVITEITEN EN STRATEGIE XIOR

Graphics
Al onze residenties:
• zijn centraal gelegen op 'triple-A' locaties dicht bij de onder-
wijsinstellingen en/of het stadscentrum;
• bevinden zich in de buurt van het openbaar vervoer;
• zijn van de hoogste kwaliteit en worden regelmatig onderhou-
den, zijn uitgerust met adequate brand- en andere veiligheids-
uitrusting;
• genieten tal van andere faciliteiten (variërend van gebouw tot
gebouw), zoals:
- Aantrekkelijke gemeenschappelijke ruimtes (studieruimtes,
kookruimte, gamingruimtes, gyms, buitenruimtes of
dakterrassen, ...).
- Parking (voor auto's en/of fietsen).
- In sommige landen biedt Xior zelfs drie maaltijden per dag
(volpension), linnenservice, schoonmaak van de kamer,
24/7 aanwezigheid van receptie en security aan evenals
een buitenzwembad, airconditioning en een medische
telefoondienst ’s nachts.
Een levendige
gemeenschap
24/7
beschikbaarheid
voor noodsituaties
Lokale
teams
Snelle
internetverbinding
In-house
herstellingen met
snelle interventies
Probleemloos
in- en uitchecken
Wasruimtes
Schoonmaak-
diensten
Eerlijke prijsstelling
Beveiligings-
systemen
Verkoop-
automaten
Een levendige
gemeenschap
Leipzig - DUITSLAND
BASECAMP BY XIOR
4.4 HOE WE HET DOEN – ONZE STRATEGIE
Onze strategie houdt ons gefocust op onze prioriteiten, zodat we
op een duurzame manier een geweldige woonervaring kunnen
blijven bieden aan zoveel mogelijk studenten, terwijl we ook waarde
creëren voor onze aandeelhouders en al onze belanghebbenden.
De strategie van Xior bestaat uit 4 belangrijke pijlers: People,
Product, Planet en Process. Onze waarden maken integraal deel
uit van elk van deze pijlers en vormen de lijm die al onze acties
met elkaar verbindt.
P
E
O
P
L
E
P
L
A
N
E
T
P
R
O
D
U
C
T
P
R
O
C
E
S
S
G
E
L
U
K
K
I
G
E
S
T
U
D
E
N
T
E
N
I
N
E
F
F
I
C
I
Ë
N
T
E
G
E
B
O
U
W
E
N
G
E
L
U
K
K
I
G
E
M
E
D
E
W
E
R
K
E
R
S
I
N
B
E
S
T
I
N
C
L
A
S
S
O
R
G
A
N
I
S
A
T
I
E
HOUSING THE FUTURE
ZOVEEL MOGELIJK
STUDENTEN EEN
GEWELDIGE EERSTE
WOONERVARING BIEDEN
PEOPLE, PRODUCT, PLANET & PROCESS
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
43
44
COMMERCIËLE ACTIVITEITEN EN STRATEGIE XIOR

Graphics
PEOPLE – DE #XIORFAMILY
Mensen vormen de kern van ons bedrijf. Elke medewerker is
essentieel voor het succes van Xior. Een gemotiveerde medewerker
leidt tot blije studenten en sterke partnerships. Daarom is het
voor ons essentieel dat we investeren in onze mensen om hen
te helpen slagen. We stimuleren inclusie, persoonlijke groei en
koesteren talent, zodat we de best mogelijke service kunnen
bieden om zoveel mogelijk gelukkige studenten te hebben.
Onze bedrijfscultuur is gebaseerd op onze gedeelde waarden,
die dienen als de kernmotor van onze strategie, die ons bedrijf en
onze activiteiten sturen en die we handhaven in alles wat we doen.
F
FOCUS ON THE CLIENT
Hoe kan ik helpen? We zullen klanten altijd
centraal stellen en rekening met hen houden
als we een beslissing nemen.
A
ACT SUSTAINABLY
We zorgen voor de planeet en blijven ons
inspannen om onze impact op het klimaat te
verminderen.
M
MOVE AS ONE TEAM
We zijn één team, één familie. Samen kunnen
we zoveel meer bereiken.
I
INTEGRITY AND DIVERSITY
We respecteren elkaar en ieders verschillen en
bijdragen. Elke medewerker wordt gewaardeerd
en gerespecteerd voor wie hij of zij is.
L
LEARN, TEACH, GROW
We leren samen, we onderrichten samen, we
groeien samen.
Y
YOU CAN MAKE THE DIFFERENCE
We weten dat iedere persoon essentieel is voor
het succes van Xior. Iedereen brengt zijn talent
mee en heeft een impact op ons bedrijf.
PRODUCT (INVESTERINGS- & FINANCIËLE STRATEGIE)
Xior heeft als eigenaar en beheerder de volledige waardeketen
in huis. Door dit unieke bedrijfsmodel kunnen we meer zijn dan
alleen een verhuurder. We beheren ook de activa en bedienen de
studenten. Omdat we zoveel mogelijk studenten een geweldige
eerste woonervaring willen bieden, is het van cruciaal belang dat
we de juiste producten en diensten aanbieden.
Daarnaast willen we duurzame waardegroei op lange termijn
genereren voor onze aandeelhouders, gemeenschappen, werk-
nemers en het bedrijf zelf. Onze activa zijn geografisch gespreid,
waardoor de risico's van één markt afnemen.
Als we kijken naar nieuwe investeringen, zijn we op zoek naar
hoogwaardige, duurzame, goed ontworpen en goed gelegen
residenties. Xior past een reeks parameters toe op basis waarvan
toekomstige acquisities of ontwikkelingen worden beoordeeld,
waaronder criteria die ervoor zorgen dat onze volledige portefeuille
(en dus het volledige studentenhuisvestingslandschap) steeds
duurzamer wordt.
ONZE INVESTERINGSCRITERIA
Gevestigde studentensteden:
We focussen op steden met een centrum voor hoger onderwijs
en een grote en/of groeiende studentenpopulatie
Tier 1-locaties:
Residenties moeten goed gelegen zijn nabij onderwijs-
instellingen, openbaar vervoer en indien mogelijk dicht bij het
stadscentrum
Minimumgrootte:
Over het algemeen richten we ons op residenties met minstens
100 units om efficiënt beheer en schaalvoordelen mogelijk te
maken
Financiële rendementsdrempels:
De toepassing van bepaalde minimale rendementsdrempels
per land/stad, rekening houdend met de marktomstandigheden,
met een specifieke focus op stabiele cash-on-cash
rendementen op lange termijn
Kwaliteit en duurzaamheid:
Duurzaamheid en duurzame ontwikkeling van gebouwen zijn een
prioriteit in onze investeringsstrategie. Voor eigen ontwikkelingen
stelt Xior kwaliteitsnormen vast op het vlak van comfort, veilig-
heid en duurzaamheid. Wanneer bestaande gebouwen worden
aangekocht, moeten die ook aan die normen voldoen of op
een doeltreffende en kostenefficiënte manier kunnen worden
verbouwd om aan die normen te voldoen. Xior blijft de toepassing
verkennen van innovatieve & meer gevestigde oplossingen, zoals
warmteterugwinning, modulaire bouwtechnieken, energieopslag,
groene elektriciteit, de beheersing van isolatie- en ventilatie-
eigenschappen en het gebruik van zonnepanelen, groene daken,
enz.
Productdifferentiatie:
Nieuwe investeringen moeten bijdragen aan een evenwichtig
aanbod van producten op stads- en residentiebasis in
termen van kamertype, betaalbaarheid voor studenten en
serviceniveau
Portefeuillediversifiëring:
Xior diversifieert zijn portefeuille en activiteiten door het
opzetten van een studentenhuisvestingsplatform in meerdere
landen van het Europese vasteland. Andere soorten activa,
zoals commercieel of onderwijsvastgoed, zijn ondergeschikt
of complementair aan de kernfocus van studentenhuisvesting
ONZE INVESTERINGSAANPAK
Verwerving van activa:
Wij verwerven of ontwikkelen duurzame activa van hoge
kwaliteit met een lange levensduur
Verbetering en optimalisatie van de investeringswaarde:
We verbeteren de investeringswaarde door schaalbaarheid,
operationele efficiëntie en uitmuntendheid
Gedisciplineerde financiering:
We hanteren een gedisciplineerde financieringsaanpak, waarbij
we onze hefboomwerking in de gaten houden en ervoor zorgen
dat we ons kapitaal in al onze activa optimaliseren
Diversifiëring:
We diversifiëren op 4 verschillende niveaus:
1. Internationale diversifiëring door de portefeuille te spreiden
over meerdere landen op het Europese vasteland
2. Inspelen op de breedte van de markt door actief te zijn in
meerdere steden in één land
3. Verdieping van de markt door meerdere residenties in één
stad te beheren
4. Diversifiëring van ons product door verschillende product-
families aan te bieden
Duurzaamheid:
We zetten ons in om onze studenten een gezonde leefomgeving
te bieden en onze ecologische voetafdruk zoveel mogelijk
te beperken. We willen gelukkige studenten in efficiënte
gebouwen
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
45
46
COMMERCIËLE ACTIVITEITEN EN STRATEGIE XIOR

Graphics
Financiële strategie
Op Belgische REIT's zijn regels betreffende de maximale schuld-
graad (wettelijk begrensd op 65%), de rentedekkingsverhouding
(minstens 125%) en de pay-out ratio (minstens 80% van de winst
in eenvoudige termijnen) van toepassing. Bijgevolg is Xior, net als
elke andere REIT, beperkt in zijn mogelijkheden tot zelffinanciering.
Het bedrijf zal dan ook blijven streven naar een evenwichtige groei
van zowel het eigen vermogen als het vreemd vermogen, naast
de verdere uitbouw van de portefeuille. Het bedrijf hanteert een
financiële strategie die gebaseerd is op de volgende principes:
• Gezien de huidige macro-economische omgeving blijft conti-
nue balansdiscipline de kernfocus om de schuldgraad en LTV
onder 50% te houden.
• Een gediversifieerd looptijdprofiel van onze schuldverplichtingen.
• Een passende rentehedgingstructuur (zie eveneens Hoofdstuk
5.3.2 van dit Jaarverslag).
• Een aantrekkelijk dividendbeleid, onder voorbehoud van de be-
schikbaarheid van uitkeerbare reserves, dat ernaar streeft het
dividend per aandeel jaarlijks te verhogen (of minimaal stabiel
te houden) (zie Hoofdstuk 7.5 van dit Jaarverslag).
PLANET
Xior engageert zich als eigenaar en beheerder op lange termijn om
zoveel mogelijk studenten en al onze medewerkers een gezonde
en duurzame omgeving te bieden die persoonlijke groei bevordert.
'Housing the future' betekent dat we ons inzetten voor de zorg
voor en bescherming van de planeet door op een verantwoorde
en duurzame manier zaken te doen. We willen onze studenten
een gezonde leefomgeving bieden die hen klaarmaakt voor hun
toekomst, aansluit bij hun waarden en hen een eerste blik geeft
op hoe duurzaam leven in de praktijk kan werken.
Voor Xior is duurzaamheid een missie, een manier van denken,
doen en leven. Xior streeft naar maatschappelijk engagement en
een toekomstgerichte visie om zijn positie als verantwoordelijke
werkgever en verhuurder verder te verbeteren, door te investeren
in ons team en onze studenten, en op lange termijn waarde te
creëren voor al zijn stakeholders.
We zorgen voor de planeet en haar gemeenschappen door
verschillende acties te ondernemen en verbintenissen aan te
gaan. We zetten ons in voor het Science Based Targets Initiative
(SBTi) dat in 2015 werd opgericht om bedrijven te helpen
emissiereductiedoelstellingen op te stellen in overeenstemming
met de klimaatwetenschap en de doelstellingen van het Akkoord
van Parijs, met als einddoel de opwarming van de aarde te beperken
tot 1,5 °C boven het pre-industriële niveau. Als onderdeel van die
wereldwijde inspanning streeft Xior naar een vermindering van
haar uitstoot en heeft Xior zich reeds gecommitteerd om de
'scope 1&2' broeikasgassen te verminderen. Ook voor scope 3
zijn er reductieambities. Onze duurzaamheidsstrategie is ook
afgestemd op 7 'duurzame ontwikkelingsdoelstellingen' (SDG's)
van de VN (zie Hoofdstuk 9 van dit Jaarverslag voor onze
volledige ESG-rapportering en -strategie).
Met deze acties en verbintenissen streven we ernaar duurzame
gebouwen te creëren in duurzame gemeenschappen.
PROCESS
Governance, ethiek en integriteit
Xior heeft een duidelijke strategie om te allen tijde eerlijk en correct
zaken te doen. Dit zorgt voor verantwoorde bedrijfspraktijken in
het hele bedrijf met al onze belanghebbenden en partners.
Ons netwerk en onze gemeenschappen
Met jarenlange ervaring in studentenhuisvesting is Xior expert
geworden in studentenhuisvesting en heeft het sterke partnerships
uitgebouwd met ontwikkelaars, onderwijsinstellingen, lokale
gemeenschappen en buurten. We werken nauw met hen
samen om residenties te bouwen en te beheren die voldoen
aan de behoeften van de studenten, onze investeerders en de
gemeenschap en in overeenstemming zijn met onze waarden en
duurzaamheidsdoelstellingen. We blijven ons uitgebreide netwerk
ondersteunen en er de dialoog mee aangaan om zoveel mogelijk
studenten een geweldige eerste woonervaring te bieden. Op die
manier kunnen we duurzame, inclusieve gemeenschappen blijven
bouwen waarin studenten zich thuis voelen.
Operations
De operationele strategie van Xior is om zo dicht mogelijk bij
de doelmarkt te staan, ondersteund door gecentraliseerde
staffuncties. Het dagelijks beheer van de residenties gebeurt vanuit
lokale kantoren, zodat Xior een hoogstaande dienstverlening, korte
doorlooptijden en nauwe studentencontacten kan garanderen.
Hetzelfde geldt voor de verkoop en huurincasso.
Waar nodig doet Xior een beroep op een netwerk van
dienstverleners die consistente servicestandaarden leveren in
overeenstemming met onze waarden, en investeert Xior in het
uitbouwen van langdurige relaties met deze partners. Hoewel Xior
een persoonlijke en op maat gemaakte dienstverlening biedt per
residentie, ligt de nadruk evenzeer op digitale communicatie.
Onlinetools vervangen niet het nauwe contact van Xior met
studenten, maar zijn er om meer responsiviteit, klanttevredenheid
en community building te leveren. Voor de meeste residenties
kan de onboardingcyclus van kamerbezoeken, boekingen en
contracten nu online worden uitgevoerd. Het doel is om potentiële
huurders de mogelijkheid te geven informatie online te bekijken en
te bestuderen. Online marketinginspanningen zoals #xiorfamily
onderstrepen het gemeenschapsgevoel dat Xior wil creëren voor
zijn huurders. Die marketinginspanningen worden geleverd op
groepsniveau en op land-, regio-, stads- en residentieniveau
zodat relevante informatie haar weg vindt naar het juiste publiek.
De online marketingaanwezigheid wordt voortdurend ondersteund
door lokale activering, zoals open dagen en marketing ter
plaatse. Functionele gecentraliseerde ondersteuning vanuit het
hoofdkantoor van de groep of het hoofdkantoor in een land is
mogelijk in de vorm van management, financiën, boekhouding,
marketing, HR, juridisch advies, IT, projectmanagement, ESG-
implementatie, kwaliteitscontrole en engineering.
Baselife en community building
Naast kwalitatieve huisvesting zet Xior sterk in op het creëren van
een geïntegreerde woon- en leefervaring via het Baselife-concept.
Met dit programma wil Xior verder gaan dan het aanbieden van
een kamer alleen, door actief in te zetten op community building,
welzijn en sociale verbinding binnen de residenties.
Via een gevarieerd aanbod aan activiteiten, gaande van sport- en
ontspanningsmomenten tot culturele initiatieven, kookworkshops
en activiteiten gericht op het welzijn van de studenten, stimuleert
Xior interactie tussen bewoners van diverse nationaliteiten
en studierichtingen. Op die manier draagt Baselife bij aan
een inclusieve en veilige leefomgeving waarin studenten zich
ondersteund en betrokken voelen.
Een centrale rol binnen dit concept is weggelegd voor
de Basebuddies. Dit zijn studenten die in een bepaalde
residentie wonen en daar optreden als aanspreekpunt en
community-ambassadeur. Zij ondersteunen nieuwe bewoners
bij hun integratie, organiseren activiteiten en bevorderen het
gemeenschapsgevoel. Door deze peer-to-peer aanpak verlaagt
Xior de drempel voor contact, versterkt het de sociale cohesie en
verhoogt het de algemene tevredenheid van bewoners.
Met Baselife en de inzet van Basebuddies verbetert Xior niet
alleen de ervaring voor de bewoners, maar ook de retentie en
betrokkenheid. Het concept wordt gefaseerd uitgerold en verder
geoptimaliseerd binnen de verschillende landen waar Xior actief
is, met aandacht voor lokale noden en culturele verschillen.
BASELIFE &
COMMUNITY
BUILDING
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
47
48
COMMERCIËLE ACTIVITEITEN EN STRATEGIE XIOR

Graphics
5
BEHEER
VERSLAG
”
IN 2025, BREIDDEN WE ONS UNIEKE BASELIFE
COMMUNITY-CONCEPT VERDER UIT. ZO HEBBEN
WE STEEDS MEER ENTHOUSIASTE LOKALE
BASEBUDDIES (STUDENTENAMBASSADEURS) DIE
DE STUDENTEN IN HUN RESIDENTIE HELPEN OM
ZICH HELEMAAL THUIS TE VOELEN.„
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
49
50
BEHEERSVERSLAG XIOR

Graphics
5.1 STATUUT VAN OPENBARE GVV
Op 24 november 2015 heeft de FSMA aan Xior een vergunning
verleend als openbare Gereglementeerde Vastgoedvennoot-
schap (openbare GVV), overeenkomstig de GVV-Wet. De FSMA
heeft de Vennootschap in de officiële lijst van openbare GVV’s
opgenomen en dit met ingang op 24 november 2015.
Xior heeft op 11 december 2015 haar beursintroductie op Euronext
Brussels succesvol afgerond. Xior is hiermee de eerste Belgische
openbare GVV die zich specialiseert in studentenhuisvesting.
Dit OGVV- of BE-REIT statuut zal de verdere groei van Xior mogelijk
maken, onder een statuut dat aansluit bij de hoedanigheid van
Xior als operationeel en commercieel vastgoedbedrijf. Dit statuut
laat Xior toe om zich optimaal te positioneren als BE-REIT (Real
Estate Investment Trust) en zo haar zichtbaarheid bij nationale en
internationale stakeholders te optimaliseren.
5.2 COMMENTAAR BIJ DE GECONSO-
LIDEERDE JAARREKENING
BOEKJAAR 2025
1
5.2.1 GECONSOLIDEERDE BALANS
Op 31 december 2025 bestaat de portefeuille uit 22.268
verhuurbare studentenunits (22.863 verhuurbare bedden). De
totale vastgoedportefeuille wordt gewaardeerd op 3.558.842
KEUR per 31 december 2025, wat een stijging van 7,4% of 244.789
KEUR vertegenwoordigt t.o.v. 31 december 2024 (3.314.053 KEUR).
Deze stijging vloeit deels voort uit de acquisitie van drie panden
te Polen (Wolska, Wroclaw, Wenedów), de verdere afwerking van
panden in ontwikkeling en een positieve herwaardering van de
vastgoedportefeuille. Indien alle gecommitteerde acquisities en
projecten in de actieve en landbank pijplijn gerealiseerd worden,
stijgt de portfolio verder naar ca. 4 miljard EUR, met 25.463
verhuurbare studentenunits (26.046 bedden).
De Financiële vaste activa bedragen 18.034 KEUR per 31 december
2025 t.o.v. 7.690 KEUR per 31 december 2024 en zijn vooral
1
Voor toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening over 2024 wordt verwezen naar het Jaarlijks Financieel Verslag 2024 blz. 49-51. Voor toelichting bij de geconsolideerde
jaarrekening over 2023 wordt verwezen naar het Jaarlijks Financieel Verslag 2023 blz. 46-48.
gerelateerd aan de marktwaarde per 31 december 2025 van de
toegelaten afdekkingsinstrumenten.
De lange termijn vorderingen (6.245 KEUR) zijn gedaald met 28.530
KEUR t.o.v. 31 december 2024. De daling is hoofdzakelijk toe te
schrijven aan de conversie van de aandeelhouderslening aan de
joint venture Collegno naar een intercompanylening, volgend op
de acquisitie van de resterende aandelen van de vennootschap.
De resterende balans is gerelateerd aan een uitgestelde betaling
in het kader van een verkoop (6.110 KEUR).
De uitgestelde belastingen langs actiefzijde bedragen 21.854
KEUR en zijn gestegen met 3.374 KEUR t.o.v. 31 december 2024.
Dit bevat uitsluitend de uitgestelde belastingen op buitenlands
vastgoed. De stijging heeft voornamelijk betrekking op het
Nederlands vastgoed.
De vlottende activa bedragen 93.735 KEUR en zijn gedaald met
27.772 KEUR t.o.v. 31 december 2024. De daling is voornamelijk te
wijten aan een daling in de gelopen, niet vervallen huurinkomsten
onder het overlopend actief. Onder de vlottende activa bevond
zich in 2024 ook nog een deel van de geboekte earn-out
verplichting. Deze werd gedurende 2025 grotendeels toegewezen
aan de nieuwe Poolse acquisities.
De vlottende activa betreffen voornamelijk:
• Nog te innen handelsvorderingen (2.789 KEUR): voornamelijk
nog te ontvangen huurgelden;
• Belastingvorderingen en overige vorderingen (44.689 KEUR):
dit betreft voornamelijk voorafbetalingen voor Nederlandse
vennootschapsbelastingen en terug te vorderen BTW (10.812
KEUR), te ontvangen credit nota’s en een te ontvangen subsidie;
• Liquide middelen aangehouden door de verschillende entitei-
ten (4.756 KEUR);
• Overlopende rekeningen en uitgestelde activa (41.500 KEUR)
betreffen voornamelijk over te dragen kosten vastgoed (7.409
KEUR), verkregen opbrengsten vastgoed en huurgaranties
(15.833 KEUR), verkregen interesten (7.611 KEUR), en verkregen
overige inkomsten (onder andere project management vergoe-
dingen en schadevergoedingen).
Het eigen vermogen bedraagt 1.753.131 KEUR. Het maatschappelijk
kapitaal bedraagt op 31 december 2025 829.644 KEUR, wat
een toename is van 75.860 KEUR t.o.v. 31 december 2024. De
uitgiftepremies bedragen 821.273 KEUR per 31 december 2025,
wat een toename is van 41.415 KEUR t.o.v. 31 december 2024.
Deze toename van het maatschappelijk kapitaal en van de
uitgiftepremies is het gevolg van de inbreng in geld ten belope
van ca. 80 MEUR, de kapitaalverhoging ter betaling van de tweede
schijf van de earn-out vergoeding (16 MEUR) en het keuzedividend
(ca. 23,72 MEUR). De reserves zijn positief en bedragen 32.607
KEUR. Deze reserves bestaan hoofdzakelijk uit een negatieve
reserve voor de impact op de reële waarde van geschatte
mutatierechten en -kosten bij hypothetische vervreemding
van vastgoedbeleggingen, een positieve reserve voor het saldo
van de variaties in de reële waarde van vastgoed, een positieve
reserve voor het saldo van de variaties in de reële waarde van
toegelaten afdekkingsinstrumenten en een positieve reserve voor
de omrekeningsverschillen die voortvloeien uit de omrekening
van buitenlandse activiteiten.
Het nettoresultaat van 2025 bedraagt 68.672 KEUR.
Er werden in het boekjaar 2025 4.350.811 nieuwe aandelen
gecreëerd.
De langlopende financiële schulden bedragen 1.681.727 KEUR
per 31 december 2025 t.o.v. 1.584.104 KEUR per 31 december
2024. De toename vloeit voornamelijk voort uit de verdere
uitvoering van het capex programma. Xior blijft een proactieve
financieringsstrategie hanteren, waarbij leningen systematisch
minstens 12 maanden vóór hun vervaldatum worden verlengd of
geherfinancierd. Tegelijk blijft de vennootschap streven naar een
sterke liquiditeitspositie, met een minimum doelbedrag van 100
MEUR aan niet opgenomen kredietlijnen. Xior’s liquiditeitspositie
bedraagt 141 MEUR per 31 december 2025. Hiermee zijn 100%
van Xior’s financieringsbehoeften voor de komende 18 maanden
volledig gedekt. Zowel de herfinancieringen, het volledig ge-
commit teerd capex-programma als de uitstaande commercial
paper zijn integraal ingedekt. De USPP-lening van 34 MEUR die
afloopt in Q2 2026 zal geherfinancierd worden via een nieuwe
lening bij een andere bank.
Hierin zijn ook schulden m.b.t. financiële leasing opgenomen
(16.182 KEUR). De toename van 10.625 KEUR t.o.v. 31 december
2024 is gerelateerd aan de erfpachtverplichtingen voor een
aantal Poolse vastgoedprojecten.
Per 31 december 2025 bedroeg de loan-to-value 49,87% t.o.v.
50,99% per 31 december 2024 en bedroeg de schuldgraad
(GVV-KB) per 31 december 2025 49,92% t.o.v. 50,64% per 31
december 2024.
De uitgestelde belastingen bedragen 92.506 KEUR en zijn
gestegen met 5.916 KEUR. Dit bevat de uitgestelde belastingen op
buitenlands vastgoed. De stijging heeft voornamelijk betrekking
op het Deens, Zweeds, Duits en Pools vastgoed. Aan de andere
kant zijn er ook uitgestelde belastingvorderingen geboekt op de
waardedalingen.
De financiële korte termijn schulden bedragen 109.394 KEUR, en
hebben voornamelijk betrekking op het Commercial Paper dat is
opgenomen (66 MEUR) samen met leningen die in 2026 op vervaldag
komen (34 MEUR). Anderzijds omvat het de aflossingsverplichtingen
van sommige asset-gerelateerde leningen.
De andere korte termijnschulden betreffen voornamelijk:
• Openstaande leveranciersschulden en provisies voor te ont-
vangen facturen (7.811 KEUR): deze betreffen voornamelijk enkele
leveranciersposities m.b.t. uitgevoerde projecten in 2025;
• Overige (26.234 KEUR): deze betreffen voornamelijk provisies
voor belastingen van de Nederlandse vaste inrichting en de
overige dochtervennootschappen (6.226 KEUR), te betalen
btw en sociale schulden (16.604 KEUR) en voorschotten van
huurders (3.404 KEUR);
• Overige kortlopende verplichtingen (28.142 KEUR): deze hebben
voornamelijk betrekking op ontvangen waarborgen van huur-
ders.
Overlopende rekeningen en uitgestelde passiva (23.633 KEUR)
betreffen voornamelijk vooruitgefactureerde huurinkomsten
(4.780 KEUR), toe te rekenen interestkosten (2.940 KEUR),
provisies voor (overhead)kosten (2.595 KEUR), toe te rekenen
vastgoedkosten (6.044 KEUR) en provisies voor vastgoedtaksen
(1.469 KEUR).
XIOR WENEDOW
Warschau - POLEN
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
51
52
BEHEERSVERSLAG XIOR

Graphics
5.2.2 GECONSOLIDEERDE RESULTATENREKENING
Xior behaalde een nettohuurresultaat van 179.600 KEUR over
2025, t.o.v. 167.638 KEUR over 2024. Dit is een stijging van 7%.
Dit nettohuurresultaat zal in 2026 nog toenemen aangezien
bepaalde panden in de loop van 2025 werden opgeleverd of
aangekocht en dus geen volledig jaar hebben bijgedragen aan het
nettohuurresultaat. Het gaat om de volgende gebouwen:
• Wolska, Warschau, Polen: dit pand werd verworven op 25 maart
2025 en genereerde vanaf dan huurinkomsten;
• Wroclaw, Polen: dit pand werd verworven op 16 april 2025 en
genereerde vanaf dan huurinkomsten;
• Xior Wenedów, Warschau, Polen: deze site werd opgeleverd
over de zomer en verwelkomde de eerste studenten vanaf
september 2025.
De gemiddelde bezettingsgraad van de vastgoedportefeuille
bedroeg 98% over 2025.
Er zijn ook 6 panden verkocht in 2025, waardoor het netto-
huurresultaat beperkt zal dalen. Impact van de verkochte
gebouwen op het nettohuurresultaat bedraagt 1.233 KEUR op
geannualiseerde basis.
Over 2025 bedroeg de like-for-like huurgroei 5,43%, ten opzichte
van 2024, boven de guidance van 5%. Op 31 december 2025
kon Xior een like-for-like dekking berekenen van 84% van
de huurinkomsten over het hele jaar. Het vastgoedresultaat
bedraagt 188.459 KEUR en het operationeel vastgoedresultaat
bedraagt 156.627 KEUR. De vastgoedkosten (-31.832 KEUR)
omvatten voornamelijk kosten m.b.t. onderhoud en herstellingen,
verzekeringen, beheerskosten van het vastgoed, kosten van de
schatters en andere vastgoedkosten, d.i. de niet aan de huurders
doorrekenbare onroerende voorheffing. De algemene kosten
van de vennootschap voor 2025 bedragen -12.755 KEUR en de
ontvangen vergoeding voor beheer aan derden bedraagt 424
KEUR.
Het portefeuilleresultaat bedraagt -31.921 KEUR. Gedurende
2025 werd nieuw vastgoed verworven via aandelenovernames
en vastgoedovernames, alsook vastgoed verkocht via vastgoed-
overnames.
Het vastgoed werd verworven aan een conventionele waarde (de
aanschaffingswaarde overeengekomen tussen partijen), die in lijn
lag met (maar niet noodzakelijk gelijk is aan) de Reële Waarde
zoals gewaardeerd door de Waarderingsdeskundigen.
• Voor het vastgoed dat verworven werd via vastgoedovernames
(koop-verkoop) wordt het verschil tussen de Reële Waarde
en de conventionele waarde van het vastgoed verwerkt in de
resultatenrekening als “variaties in de reële waarde van vast-
goedbeleggingen”.
• Voor het vastgoed dat verworven werd door middel van aan-
delenovernames wordt het verschil tussen de boekwaarde en
de conventionele waarde van het vastgoed, alsook andere bron-
nen van verschil tussen de reële waarde en de conventionele
waarde van de aandelen, verwerkt in de resultatenrekening als
2
EPRA-winst = nettoresultaat +/- variaties in de reële waarde van vastgoedbeleggingen +/- ander portefeuilleresultaat +/- resultaat op de verkopen van vastgoedbeleggingen +/-
variaties in de reële waarde van financiële activa en passiva.
“ander portefeuilleresultaat”. Dit “ander portefeuilleresultaat”
betreft bedragen die voortvloeien uit de toepassing van conso-
lidatieprincipes en fusieverrichtingen en bestaat uit verschillen
tussen de betaalde prijs voor vastgoedvennootschappen en
de reële waarde van de overgenomen netto activa. Dit “ander
portefeuilleresultaat” omvat tevens de direct toe te rekenen
transactiekosten. Het verschil tussen de conventionele waarde
en de Reële Waarde werd verwerkt in de resultatenrekening als
“variaties in de reële waarde van vastgoedbeleggingen”.
De positieve variatie in de waardering van de vastgoedbeleg-
gingen is voornamelijk te verklaren door een wijziging van
de vastgoedmarkt, er zijn terug meer vastgoedtransacties
voor grote volumes, wat een impact heeft op de markt en de
waardering, waarbij voor sommige panden de yields licht gedaald
zijn. Daarnaast zijn ook de huurinkomsten over een groot deel
van de portfolio gestegen ten gevolge van onze pricing power.
Deze wijzigingen hebben tot gevolg dat de Reële Waarde van de
portefeuille gestegen is. De herwaardering van de portefeuille
steeg met 1,2% vs. Q4 2024 (+39,3 MEUR). Daarnaast werd ook
een negatief ander portefeuilleresultaat gerealiseerd van -70.167
KEUR. Dit is voornamelijk het gevolg van de allocatie van de
tweede earn-out in het kader van de Basecamp overname en de
betaling van een vergoeding na het behalen van een milestone in
het kader van een vergunningstraject dat nog niet gereflecteerd
wordt in de waardering.
Het financieel resultaat bedraagt -29.924 KEUR. Dit resultaat
bevat voornamelijk de interesten op de leningen (-42.664
KEUR), opbrengsten van IRS (4.827 KEUR), bankkosten en overige
financiële kosten (-3.180 KEUR). De vennootschap heeft IRS-
contracten afgesloten voor een bedrag van 1.167.633 KEUR. De
variatie in reële waarde van deze indekkingsinstrumenten wordt
rechtstreeks in de resultatenrekening geboekt (5.001 KEUR).
Het resultaat voor belastingen bedraagt 82.451 KEUR. Belastingen
bedragen -13.779 KEUR en hebben een negatief effect op het
nettoresultaat. Dit betreft voornamelijk de belastingen op het
resultaat van de vaste inrichting in Nederland en de Nederlandse
dochtervennootschappen (-6.544 KEUR) en uitgestelde be-
lasting en op het vastgoed (-7.235 KEUR).
Het nettoresultaat bedraagt 68.672 KEUR en de EPRA-winst
2
bedraagt 102.827 KEUR. De EPRA-winst – deel van de groep
bedraagt 102.323 KEUR. De EPRA-winst per aandeel bedraagt
2,22 EUR en de EPRA-winst per aandeel – deel van de groep
bedraagt 2,21 EUR.
5.2.3 BESTEMMING VAN HET RESULTAAT
3
Rekening houdende met een bevrijdende roerende voorheffing van 30%.
4
Op basis van het gewogen gemiddelde aantal aandelen, nu dus rekening houdend met de dividendgerechtigdheid van de aandelen uitgegeven ingevolge de kapitaalverhoging
van april 2025 waarbij een coupononthechting heeft plaatsgevonden. Alle aandelen Xior noteerden per 31 december 2025 met coupon nummer 28 en volgende aangehecht. Zie
in dit verband ook de in het kader van de kapitaalverhoging gepubliceerde persberichten. Meer info is eveneens beschikbaar op https://corporate.xior.be/nl/investors/dividend
De raad van bestuur stelt voor de winst van het boekjaar, zoals die blijkt uit de enkelvoudige jaarrekening, als volgt te bestemmen:
31/12/2025
A. Nettoresultaat 124.398
B. Toevoeging/onttrekking reserves (-/+)
1. Toevoeging aan/onttrekking van de reserve voor het (positieve of negatieve) saldo van de variaties in de
reële waarde van vastgoed (-/+)
- boekjaar
22.894
2. Toevoeging aan/onttrekking van de reserve van geschatte mutatierechten en -kosten bij hypothetische
vervreemding van vastgoedbeleggingen (-/+)
- boekjaar
-1.674
5. Toevoeging aan de reserve voor het saldo van de variaties in de reële waarde van toegelaten afdekkings-
instrumenten die niet onderworpen zijn aan een afdekkingsboekhouding zoals gedefinieerd in IFRS (+)
- boekjaar
3.440
10.
Toevoeging aan/onttrekking van andere reserves (-/+)
0
11.
Toevoeging aan/onttrekking van overgedragen resultaten van vorige boekjaren (-/+)
17.916
12. Toevoeging aan de reserves voor het aandeel in de winst of het verlies en in de niet-gerealiseerde
resultaten van dochterondernemingen, geassocieerde deelnemingen en joint ventures die administratief
verwerkt worden volgens de equity methode
0
C. Vergoeding voor het kapitaal overeenkomstig artikel 13,§ 1, eerste lid 81.045
D. Vergoeding voor het kapitaal - andere dan C 777
Op basis hiervan, is de raad van bestuur voornemens aan
de Algemene Vergadering voor te stellen om over 2025 een
dividend uit te keren van 1,768 EUR bruto of 1,238 EUR netto
3
per aandeel (rekening houdend met de dividendgerechtigdheid
van (resp. coupons die onthecht werden van) de aandelen,
vertegenwoordigd door coupon nr. 27 (die reeds werd onthecht
van het Xior aandeel
4
op 10 april 2025- ten belope van 0,4989
EUR) en coupon nr. 28 (ten belope van 1,2691 EUR).
5.2.4 ONDERZOEK EN ONTWIKKELING
De vennootschap heeft geen activiteiten ontwikkeld noch
uitgaven gemaakt op het gebied van onderzoek en ontwikkeling.
5.2.5 BIJKANTOREN
De vennootschap heeft geen bijkantoren.
5.3 BEHEER EN GEBRUIK VAN DE
FINANCIËLE MIDDELEN
5.3.1 FINANCIERINGSOVEREENKOMSTEN
Per 31 december 2025 had de Vennootschap financierings-
overeenkomsten afgesloten met 23 kredietverstrekkers voor
een bedrag van 1.915 MEUR. Per 31 december 2025 had de
Vennootschap voor 1.774 MEUR aan financieringen opgenomen.
De vennootschap tracht de looptijd van de leningen te spreiden,
waarbij de gemiddelde looptijd 5,2 jaar bedraagt per 31 december
2025. Dit omvat niet de “Commercial Paper”, de welke quasi
allemaal kortlopend zijn. Er wordt eveneens verwezen naar
Hoofdstuk 10.9.22 van dit Jaarverslag voor een verdere opdeling
van de schulden volgens maturiteit.
Xior heeft een aantal groene leningen en een obligatielening
afgesloten voor een totaal bedrag van 1.274 MEUR, waarvan 993
MEUR opgenomen was per jaareinde.
Met het geactualiseerde kader voor duurzame financiering stijgt
de totale waarde van de in aanmerking komende activa van 2,22
miljard EUR per 31 december 2024 tot ca. 2,31 miljard EUR per 31
december 2025, een stijging van ca. 4% op jaarbasis, wat eigenlijk
wilt zeggen dat Xior alle bestaande financiering een duurzaam
karakter zou kunnen geven.
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
53
54
BEHEERSVERSLAG XIOR

Graphics
Xior zal jaarlijks rapporteren over de allocatie van de groene/
sociale leningen, totdat deze volledig werd aangewend voor de
financiering van groene of sociale assets. De rapportering zal de
volgende informatie bevatten: totaal bedrag aan groene/sociale
leningen, totaal bedrag dat niet werd toegewezen aan groene
investeringen, samenstelling van de portefeuille, geografische
split van de portefeuille, financiering versus herfinanciering
en een overzicht van ‘eligible assets’. We verwijzen eveneens
naar Hoofdstuk 9.3.2.5 Duurzame gebouwen in duurzame
gemeenschappen – Duurzame assets en Sustainable Finance
Framework van dit Jaarverslag.
Bovendien is Xior voor een groot deel beschermd tegen een
klimaat van een stijgende rente door de afdekking op lange
termijn van haar bestaande schuldpositie. Daarbij wordt per 31
december 2025 89,3% van de financiering (1.774 MEUR) ingedekt
voor een termijn van 5 jaar, via Interest Rate Swap-contracten
(IRS) (1.168 MEUR) of via vastrentende interestvoeten (417 MEUR).
Vermits deze IRS-contracten niet gebeuren op het niveau van
de individuele financieringen, maar voor een langere looptijd dan
de onderliggende leningen, brengt het naderen van de vervaldag
van de individuele financieringen waarvoor IRS-contracten zijn
afgesloten geen bijkomend renterisico met zich mee.
De gemiddelde financieringskost over 2025 bedraagt 3,06%
(2024: 3,10%).
De belangrijkste convenanten die de Vennootschap in het kader
van deze financieringsovereenkomsten moet respecteren,
betreffen het naleven van een LTV-ratio (loan-to-value
i.e. openstaand kredietbedrag t.o.v. de waarde van de vast
goedportefeuille (berekening volgens het GVV-KB)) die steeds
kleiner moet zijn dan 60%, een interest coverage ratio die groter
moet zijn dan 2,5 en een indekking van minimum 70% van de
financieringsschulden.
De Schuldgraad per 31 december 2025 bedraagt 49,92%. De
Schuldgraad wordt als volgt berekend: verplichtingen (exclusief
voorzieningen, overlopende rekeningen, rente-indekkings-
instrumenten en uitgestelde belastingen), gedeeld door het totaal
der activa (excl. rente-indekkingsinstrumenten). De Schuldgraad
is lager dan de Schuldgraad per einde 2024. Deze daling vloeit
voort uit de waardestijging van het vastgoed en ten gevolge van
het feit dat de acquisities van Wroclaw en Wolska grotendeels
gefinancierd werden via de kapitaalsverhoging in geld (ca. 80
MEUR) van 21 januari 2025.
Onderstaande grafiek geeft een overzicht van de vervaldagen van
de leningen, rekening houdend met de bekomen verlengingen per
einde december 2025 m.b.t. een aantal van de leningen die in
2026 en 2027 op vervaldag komen. Quasi alle leningen die aflopen
in 2026 zijn verlengd. De USPP-lening van 34 MEUR die afloopt
in Q2 2026 zal geherfinancierd worden via een nieuwe lening bij
een andere bank. Xior onderhoudt sterke en langdurige relaties
met zijn kredietverstrekkers, die steeds interesse blijven tonen
om financieringen te verlengen en te verhogen.
0
50.000.000
100.000.000
150.000.000
200.000.000
Q3
2053
Q4
2051
Q1
2036
Q4
2033
Q3
2032
Q2
2032
Q1
2032
Q3
2031
Q2
2031
Q1
2031
Q4
2030
Q3
2030
Q2
2030
Q1
2030
Q4
2029
Q3
2029
Q2
2029
Q1
2029
Q4
2028
Q3
2028
Q2
2028
Q1
2028
Q4
2027
Q3
2027
Q2
2027
Q1
2027
Q4
2026
Q3
2026
Q2
2026
Q1
2026
ABN Amro Argenta Bank of China Banque de Lux Belfius Bank BNP Paribas Fortis CDE Natixis Danske Bank DZ Hyp Ethias
ICBC ING Bank KBC Bank Novo Banco Nykrediet Pensio B Pricoa Rabo bank Sparkasse Leipzig USPP vdk bank
Vervaldagen van de leningen (per 31/12/2025)
*
*
In bovenstaande grafiek zijn de leningen met kwartaalaflossingen niet opgenomen, vermits de grafiek dan niet meer leesbaar zou zijn.
5.3.2 INDEKKING VAN HET RENTERISICO
De Vennootschap wil het renterisico op haar lange termijn
financieringen grotendeels indekken, en dit ten belope van
minstens 70%, hetzij via een vaste rentevoet voor de ganse periode
dat de overeenkomst loopt, hetzij via indekkingsinstrumenten van
het type interest rate swap en forward rate agreement.
De indekkingspolitiek van de Vennootschap wordt regelmatig
geëvalueerd en desgevallend bijgestuurd (bijvoorbeeld met
betrekking tot het type van instrumenten, de periode van
indekking, enz.).
Er wordt in dit verband tevens verwezen naar Hoofdstuk 10.9.10
van dit Jaarverslag inzake de afgesloten rente-indekkingen.
5.3.3 KAPITALISATIE EN SCHULDENLAST
Voor een overzicht van het kapitaal wordt verwezen naar
Hoofdstuk 10.9.17 van dit Jaarverslag. Onderstaande tabel is
excl. resultaat van het boekjaar en excl. minderheidsbelangen.
in duizenden EUR
31/12/2025
Kapitaal
829.644
Uitgiftepremies
821.273
Reserves
32.607
Totaal eigen vermogen
1.683.524
Langlopende verplichtingen
1.780.588
Kortlopende verplichtingen
195.214
Totaal eigen vermogen en verplichtingen
3.659.326
Per 31 december 2025 bedroegen de langlopende en kortlopende financiële schulden aan nominale waarde 1.791.122 KEUR, zoals in detail
weergegeven in de onderstaande tabel:
in duizenden EUR 31/12/2025
Gewaarborgde
financiële
schulden
Niet-
gewaarborgde
financiële schulden
Langlopende financiële verplichtingen 1.681.727 264.927 1.416.800
Kortlopende financiële verplichtingen 109.394 4.800 104.594
Totaal 1.791.122 269.726 1.521.396
Overzicht netto schuldpositie
in duizenden EUR 31/12/2025
A Cash
4.756
B Cash equivalenten
-
C Trading securities
-
D Liquiditeiten (A+B+C) 4.756
E Korte termijn bankschulden
- 4.938
F Kortlopende financiële schulden - deel van lange termijn financiering
- 104.457
G Korte termijn schulden (E+F) - 109.394
H Netto korte termijn schuldenlast (G-D) - 104.638
I Lange termijn bankschulden
- 1.445.977
J Obligatieleningen en andere
- 235.750
K Overige niet korte termijn schulden
- 98.860
L Lange termijn schuldenlast (I+J+K) - 1.780.588
M Netto schuldenlast (H + L) - 1.885.226
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
55
56
BEHEERSVERSLAG XIOR

Graphics
5.4 TRANSACTIES EN
VERWEZENLIJKINGEN
5
De vastgoedportefeuille daalde licht van 117 panden per 31
december 2024 naar 116 panden per 31 december 2025 en is
daarmee nagenoeg stabiel gebleven.
Behoudens hetgeen vermeld wordt onder Hoofdstuk 5.6 van dit
Jaarverslag heeft er zich geen wijziging van betekenis voorgedaan
in de financiële of handelspositie van de Vennootschap na 31
december 2025.
In het kader van de acquisities werd een prijs gehanteerd
tussen partijen die in lijn lag met de waardering van de
Waarderingsdeskundigen.
OPERATIONELE REALISATIES
Uitbreiding in Polen met 2 nieuwe studentenresidenties
Xior kondigde op 16 januari 2025 aan haar positie te willen
versterken via de geplande acquisitie van 2 eersteklas en volledig
operationele studentenresidenties in Wroclaw en Warschau.
Hierdoor heeft Xior haar aanbod in één keer met ca. 900 units
kunnen uitbreiden, wat heeft geresulteerd in een totaal van
ongeveer 3.600 bedden in Polen. Het gaat om residenties in
Wroclaw (775 units) en Warschau (117 units), goed voor een
investeringswaarde van respectievelijk 55 MEUR en 12 MEUR. De
residentie in Warschau werd op 24 maart 2025 afgerond, terwijl de
overname van de residentie in Wroclaw op 16 april 2025 succesvol
werd voltooid, volledig binnen het verwachte tijdsbestek.
Closing van nieuwe residentie Wenedów in Warschau,
Polen
Xior heeft met succes de nieuwe studentenresidentie Wenedów
in Warschau, Polen volledig overgenomen van Solida Capital en
officieel geopend. De investering bedraagt 38,5 MEUR met een
bruto rendement van ca. 9%. De residentie telt 404 moderne units
en uitgebreide gemeenschappelijke ruimtes zoals studieruimtes,
fitness, cinemazaal en dakterras. Ze ligt centraal in Warschau, vlak
bij universiteiten en openbaar vervoer. Dit is de eerste volledig
door Xior ontwikkelde en gecommercialiseerde residentie in
Polen, waarmee Xior zijn Poolse portfolio uitbreidt tot 3.767 units.
De opening werd gevierd op 10 september 2025, en de sterke
huurinteresse bevestigt de positie van Xior als voorkeurskeuze
voor studentenhuisvesting in het land.
Europese Commissie erkent studentenhuisvesting als
essentiële infrastructuur
In november 2025 werd studentenhuisvesting voor het eerst
formeel erkend als ‘essentiële infrastructuur’ door de Europese
Commissie, in het kader van het aangekondigde European
Affordable Housing Plan. Deze erkenning onderstreept het
strategisch belang van de sector voor studentenmobiliteit,
sociale inclusie en economische veerkracht in Europa. Als actief
lid van EPRA droeg Xior bij aan deze beleidsdialoog en werd
het bedrijf opgenomen als casestudy, omwille van zijn focus op
5
Voor de transacties en verwezenlijkingen van 2024 wordt verwezen naar het Jaarlijks Financieel Verslag 2024 op blz. 54 e.v. Voor de transacties en verwezenlijkingen
van 2023 wordt verwezen naar het Jaarlijks Financieel Verslag 2023 op blz. 52 e.v. Voor de transacties en verwezenlijkingen van 2022 wordt verwezen naar het Jaarlijks
Financieel Verslag 2022 op blz. 56 e.v.
kwalitatieve, betaalbare en duurzame studentenhuisvesting op
Europese schaal.
FINANCIËLE REALISATIES
ABB van ca. 80 MEUR
Op 21 januari 2025 voltooide Xior met succes een kapitaal-
ver hoging door middel van een versnelde onderhandse
plaatsing (“ABB”). Het resultaat was de uitgifte van 2.877.698
nieuwe aandelen tegen een uitgifteprijs van 27,80 EUR per
aandeel. Gezien de uitgifteprijs en het aantal nieuwe aandelen,
resulteerde de kapitaalverhoging dus in een bruto-opbrengst
van 80.000.004 EUR. De nieuwe aandelen noteren vanaf 21
januari 2025 op de beurs.
Tweede en laatste earn-out Basecamp overname
Op 9 april 2025 kondigde Xior aan dat de tweede en laatste
tranche van de earn-out vergoeding, ten bedrage van ongeveer 16
MEUR, in het kader van de Basecamp overname, zou plaatsvinden
op 14 april 2025. In deze context werd coupon nr. 27 losgemaakt
op 10 april 2025 (ex-datum). Als onderdeel van de earn-out werd
een kapitaalverhoging uitgevoerd voor 595.418 aandelen, aan
ongeveer 26,896 EUR per aandeel. De nieuwe aandelen noteren
vanaf 16 april 2025 op de beurs.
Keuzedividend
Op 15 mei 2025 kondigde Xior de modaliteiten van een
keuzedividend aan. Op 5 juni werd bekend dat aandeelhouders van
Xior opteerden voor ca. 46,6% van hun dividend gerechtigdheid
voor een inbreng van netto-dividendrechten in ruil voor nieuwe
aandelen in plaats van de uitbetaling van het dividend in cash. Dit
resultaat leidde tot een kapitaalverhoging (incl. uitgiftepremie)
voor Xior van ca. 23,7 MEUR door middel van de creatie van
877.695 nieuwe aandelen.
Nieuwe lening
In de loop van Q3 2025 werd een nieuwe krediet faciliteit van 100
MEUR toegekend door Rabobank, een nieuwe financieringspartner
voor de groep. De toetreding van Rabobank als nieuwe
kredietverstrekker bevestigt het blijvende vertrouwen in Xior’s
businessmodel en strategie. De financiering bestaat uit twee
tranches: 50 MEUR met looptijd tot Q1 2030 (2,5 jaar +1 +1) en 50
MEUR met looptijd tot Q1 2031 (3,5 jaar +1 +1). In Q4 2025 werd
ook een nieuwe lening bij ICBC afgesloten voor een bedrag van 25
MEUR met een looptijd van 3 jaar.
5.5 OPERATIONELE UPDATE
Verhuurseizoen
Xior’s portefeuille bereikt opnieuw een maximale bezettingsgraad
van 98%, volledig in lijn met de verwachtingen. Zowel de bestaande,
gestabiliseerde residenties als recente opleveringen presteren
sterk.
Het nieuwe verhuurseizoen 2026-2027 gaat in de meeste
markten vanaf februari-maart 2026 van start. Xior ziet nu
al een sterke instroom van aanvragen, vooral in populaire
studentensteden waar de structurele tekorten het grootst zijn.
In alle landen bereiden de lokale teams zich actief voor op
het volgende verhuurseizoen. De aanhoudende groei van de
studentenpopulatie en het blijvende tekort aan kwalitatieve
studentenhuisvesting ondersteunen het vertrouwen in een sterk
en voorspelbaar verhuurseizoen. Via haar pan-Europese platform
combineert Xior hoogwaardige studentenhuisvesting met een
sterke merk- en communityaanpak in tal van Europese steden. Dit
laat studenten toe zich gemakkelijk tussen locaties te verplaatsen
en hun studies flexibel te organiseren, terwijl ze overal kunnen
rekenen op dezelfde kwaliteit en service.
Opleveringen en acquisities 2025
In 2025 werd de portefeuille verder versterkt met de oplevering
van de nieuwe residentie Wenedów te Warschau. Daarnaast
breidde Xior haar aanwezigheid in Polen uit via de overname van
twee operationele residenties in Wroclaw en Warschau. Polen
blijft een markt met aanzienlijk groeipotentieel en een structureel
tekort aan kwalitatieve studentenhuisvesting, waardoor nieuw
aanbod snel wordt opgenomen. Hierdoor werden in totaal ca.
1.300 verhuurbare units/bedden toegevoegd aan de portefeuille.
Ook in 2026 staan de opleveringen van enkele belangrijke
projecten uit de eigen ontwikkelingspijplijn gepland:
• Brinktoren (Amsterdam, Nederland) – 266 units/bedden
• Boavista (Porto, Portugal) – 532 units/bedden
Deze projecten kennen een goede voortgang en staan gepland
voor opening voor de start van het nieuwe academiejaar in 2026.
Voor Brinktoren Amsterdam werd reeds een letter of intent
ondertekend met Tio Business School Amsterdam voor de afname
van alle 266 units. Deze strategische samenwerking zal in Q2 2026
worden geformaliseerd via een definitieve huurovereenkomst.
Voor Boavista en Trasenster werden in juni 2025 belangrijke
mijlpalen bereikt, met respectievelijk de meiboomviering in Porto
en de eerste steenlegging van het project in Seraing.
De oplevering van Trasenster (Seraing, België) – 300 units/
bedden werd verschoven naar 2027. Na oplevering van deze drie
projecten zal de portefeuille in 2027 met ca. 1.100 extra units
worden uitgebreid.
BRINKTOREN
Amsterdam - NEDERLAND
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
57
58
BEHEERSVERSLAG XIOR

Graphics
MyXior
Het MyXior-transformatieproject boekt verdere vooruitgang.
Zoals eerder gecommuniceerd is de volledige Nederlandse
portefeuille inmiddels live op het platform, waar alle processen
vlot en stabiel verlopen.
MyXior versterkt de digitale interactie met studenten en verhoogt
tegelijk de operationele efficiëntie voor medewerkers.
Scan here
MyXior
Nieuwe Xior website voor studenten
Parallel werkt Xior aan de ontwikkeling van een vernieuwde website,
waarop studenten het volledige kamer- en residentieaanbod
kunnen ontdekken. De nieuwe website zal de customer journey
verder optimaliseren via een gebruiksvriendelijke interface en
uitgebreide informatie per residentie, waaronder kamertypes,
faciliteiten, locatie, het lokale team en bewonersreviews.
De website wordt opgebouwd naar het voorbeeld van de
Basecamp by Xior website, een best-in-class digitaal platform,
en staat eveneens gepland voor lente 2026.
Rebranding Duitse panden
De twee residenties in Duitsland (Leipzig en Potsdam) worden
momenteel nog uitgebaat onder de Basecamp by Xior-branding.
In de loop van 2026 zal Xior deze panden volledig rebranden
en integreren in de huidige Xior-huisstijl. Deze rebranding past
binnen de verdere harmonisatie van de portefeuille en zal de
merkconsistentie versterken en de herkenbaarheid van het Xior-
merk voor studenten verhogen.
Ambassador programma
Xior blijft zich sterk engageren om studenten niet alleen een
kamer aan te bieden, maar ook een hechte community-ervaring
te creëren via het Baselife-programma. Doorheen 2025 werden
verdere stappen gezet om dit concept in alle landen binnen
de portefeuille verder uit te rollen, en werd de samenwerking
met partners en universiteiten versterkt. Onze Basebuddies
organiseerden een brede waaier aan activiteiten in onze residenties,
waarbij studenten van alle nationaliteiten en studierichtingen
samenkwamen, zoals sportevenementen en -wedstrijden, onze
altijd populaire foodclubs, culturele evenementen, webinars rond
welzijn en nog veel meer.
Tijdens de afgelopen twee jaar werd het Baselife-programma
stapsgewijs binnen Xior geïmplementeerd, en zien we een
aanhoudende vraag naar meer activiteiten en een significante
stijging van de tevredenheid van bewoners. Dit bevestigt onze
overtuiging dat we studenten een volledige woonbeleving moeten
aanbieden, zodat zij zich tijdens hun verblijf bij Xior écht thuis
voelen.
De verdere uitrol van het programma in 2026 zal zich vooral
richten op de Belgische portefeuille, evenals op de optimalisatie
van bestaande processen om deze over de verschillende landen
heen te standaardiseren, inclusief het vastleggen van verschillen
in dienstverlening.
BASECAMP BY XIOR
Leipzig - DUITSLAND
Strategische pijlers voor duurzame EPS-groei
Na een periode waarin Xior bewust heeft ingezet op
balansversterking, integratie en operationele optimalisatie, start
de groep vanaf 2026 een nieuwe groeifase over een tweejarig
traject (2026-2027), gelijklopend met de afwikkeling van de
actieve pijplijn. Met een volledig gefinancierde groeipijplijn, een
stabiele schuldgraad en een bewezen operationeel platform
verschuift de focus opnieuw naar structurele en zichtbare groei
van de winst per aandeel (EPS), na een periode van overwegend
EPS-neutrale groei.
Voor de periode 2026–2027 steunt de strategie op drie
complementaire pijlers - Return, Efficiency en Quality - die
samen gericht zijn op het herstellen en versnellen van het
rendement per aandeel, zonder bijkomend balansrisico.
RETURN
Accelerate rental
performance
QUALITY
Deliver superior
student experience
EPS
GROWTH
Operational
excellence
EFFICIENCY
Smart cost
reduction
Return: acceleratie van huurgroei als primaire EPS motor
Xior versterkt haar EPS-profiel door een verdere versnelling van de
huurgroei, ondersteund door meerdere, concreet identificeerbare
hefboommechanismen:
• Structurele pricing power boven inflatie via dynamische
en marktgedreven prijszetting. Voor 2026 verwacht Xior een
LfL-huurgroei van minimaal 4%, minimaal 1% hoger dan inflatie,
gedragen door een blijvend onderaanbod in alle kernmarkten
en hoge bezettingsgraden.
• Versnelde bijdrage van nieuwe opleveringen, met een snelle-
re operationele ramp-up dankzij een gecentraliseerde digitale
salesaanpak en bewezen commerciële processen. De recente
opleveringen in 2025 en verwachte opleveringen in 2026 leve-
ren een onmiddellijke en zichtbare bijdrage aan de recurrente
winst.
• Uitbouw van een dedicated B2B revenue desk, gericht op het
maximaliseren van aanvullende inkomsten. Deze desk focust op
het verhogen van zomerbezetting via corporate partnerships
en het uitbreiden van samenwerkingen met universiteiten en
onderwijsinstellingen, wat leidt tot hogere inkomsten zonder
proportionele kostenstijging.
• Capital recycling via assetrotatie, waarbij opportunistisch
activa kunnen worden verkocht ter herinvestering in hoger
renderende activa. Deze initiatieven versterken niet alleen de
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
59
60
BEHEERSVERSLAG XIOR

Graphics
topline, maar vertalen zich rechtstreeks in hogere recurrente
winst per aandeel.
Efficiency: schaal en kostenreductie als directe EPS-hefboom
Na jaren van integratie, kostenbeheersing en platformuitbouw
beschikt Xior vandaag over een robuust, schaalbaar en lean
operating model. Vanaf 2026 wordt deze schaal expliciet benut
als operationele hefboom, waarbij de kosten per eenheid verder
zullen dalen, met een directe impact op marges en EPS. De
efficiëntieverbetering steunt onder meer op:
• De verdere uitrol van centrale shared services binnen een
matrixstructuur, met behoud van lokale verantwoordelijkheid.
Dit model combineert lokale marktkennis en operationele na-
bijheid met schaalvoordelen, consistente processen en strikte
kostenbeheersing.
• Verdere digitalisering en procesautomatisering, waaronder
administratieve workflows, IT integratie en datagedreven stu-
ring.
• Een lean en schaalbaar kostenmodel, met continue bench-
marking en discipline op overhead en operationele uitgaven
Quality: kwaliteit en retentie als fundament voor duurzame
EPS-groei
Xior blijft investeren in de kwaliteit van de studentenervaring als
een structurele hefboom voor pricing power, bezettingsgraad
en langetermijnwaardecreatie. Kwaliteit is geen kostenpost,
maar een strategisch instrument dat duurzame huurgroei
ondersteunt en de stabiliteit van de recurrente winst per aandeel
versterkt. De focus ligt op:
• De verdere uitrol van het Baselife-model, een kostenefficiënt
community- en servicemodel met een bewezen positieve
impact op studententevredenheid en retentie.
• Geharmoniseerde service- en kwaliteitsstandaarden over alle
landen en residenties heen, wat zorgt voor consistente dienst-
verlening op schaal.
• Een versterkte digitale klantenervaring, met naadloze digitale
touchpoints, snellere probleemoplossing en een efficiëntere
interactie met bewoners.
5.6 FEITEN NA BALANSDATUM
Er hebben zich geen belangrijke gebeurtenissen voorgedaan na
afsluiting van het boekjaar met impact op de jaarrekening.
6
Deze prognoses zijn gebaseerd op de huidige situatie en zijn onderhevig aan onvoorziene omstandigheden (zoals een aanzienlijke verslechtering van de economische en
financiële omgeving en/of de materialisatie van risico’s waaraan de Vennootschap en haar activiteiten zijn blootgesteld). Prognoses met betrekking tot dividenden zijn eveneens
onderworpen aan goedkeuring door de Jaarlijkse Algemene Vergadering.
5.7 VOORUITZICHTEN VOOR 2026
6
5.7.1 GROEIVOORUITZICHTEN VOOR HET BOEKJAAR
2026
Na een periode waarin de focus lag op balansversterking,
integratie en operationele optimalisatie, gaat Xior, samen met
de afwikkeling van de actieve pijplijn over 2026-2027, een
nieuwe groeifase in, gericht op hernieuwde en duurzame groei
van de winst per aandeel (EPS). De groep beschikt vandaag
over een volledig intern gefinancierde actieve pijplijn, een
stabiele schuldgraad onder 50% en een bewezen pan-Europees
operationeel platform. De groeivooruitzichten voor de komende
jaren worden ondersteund door drie complementaire drijfveren:
• Structurele huurgroei, gedragen door een blijvend tekort aan
kwalitatieve studentenhuisvesting in alle kernmarkten en on-
dersteund door pricing power. Voor 2026 verwacht Xior een
like-for-like huurgroei van minimaal 4%, minstens 1% boven
inflatie. Alsook dankzij snellere ramp-up en bijkomende initia-
tieven zoals de opstart van een B2B revenue desk.
• Operationele hefboomwerking, waarbij schaalvoordelen, ver-
dere digitalisering en een lean kostenmodel zich vanaf 2026
vertalen in lagere kosten per eenheid en hogere operationele
marges. De kwaliteit van de portefeuille en de studentenerva-
ring blijft hierbij een essentiële randvoorwaarde voor duurzame
waardecreatie.
• Uitvoering van de actieve pijplijn, met de oplevering van ca.
1.150 nieuwe verhuurbare units in 2026–2027, volledig gefinan-
cierd via interne kasstromen.
Dankzij deze elementen verwacht Xior dat de EPS-groei vanaf
2026 opnieuw structureel positief zal zijn, zonder bijkomende
druk op de balans of verhoging van het risicoprofiel.
Voor het boekjaar 2026 bevestigt Xior haar vooruitzichten van een
winst per aandeel (EPS) van 2,30 EUR en een dividend per aandeel
(DPS) van 1,84 EUR, wat een stijging van 4% betekent ten opzichte
van 2025 (zie eveneens Hoofdstuk 7.6.3 van dit Jaarverslag).
Voor het boekjaar 2027, verwacht Xior een verdere groei van een
winst per aandeel (EPS) tot 2,40 EUR en een dividend per aandeel
(DPS) van 1,92 EUR, wat een stijging van 4% betekent ten opzichte
van 2026.
Voor heel 2026 verwacht Xior een bezettingsgraad die vergelijk-
baar is met de huidige bezettingsgraad.
5.8 GEGEVENS OVEREENKOMSTIG HET
EPRA REFERENTIESYSTEEM
7
5.8.1 EPRA KEY PERFORMANCE INDICATOREN
De hieronder opgenomen gegevens worden niet vereist door de
GVV-regelgeving. De commissaris is nagegaan of de ratio’s “EPRA-
winst”, “EPRA NAW” en “EPRA NNNAW” werden berekend volgens de
7
Financiële prestatie-indicator berekend volgens de Best Practice Recommendations van EPRA (European Public Real Estate Association). Zie ook www.epra.com.
definities hernomen in de “EPRA Best Practice Recommendations”
en of de financiële gegevens die gebruikt werden in de berekening
van deze ratio’s overeenstemmen met de boekhoudkundige
gegevens die in de geconsolideerde financiële staten zijn
opgenomen.
Voor de gedetailleerde berekeningen wordt verwezen naar
Hoofdstuk 10.8 Alternatieve prestatie indicatoren (APM’s).
31/12/2025 31/12/2024
EPRA metrics Definitie in KEUR EUR per
aandeel
in KEUR EUR per
aandeel
EPRA-winst
Onderliggende resultaat afkomstig van de stra-
tegische operationele activiteiten. Dit geeft aan
in welke mate dividendbetalingen ondersteund
worden door de winst.
102.827 2,22 91.240 2,22
EPRA NAW
Netto actiefwaarde (NAW) aangepast om rekening
te houden met de reële waarde van de vast-
goedbeleggingen en met uitsluiting van bepaalde
elementen die niet kaderen in een financieel model
van vastgoedinvesteringen op lange termijn.
1.813.753 38,84 1.695.608 40,04
EPRA NNNAW
EPRA NAW aangepast om rekening te houden met
de reële waarde van (i) de financiële instrumenten,
(ii) de schulden en (iii) de uitgestelde belastingen.
1.753.131 37,54 1.634.504 38,60
EPRA
Net Reinstatement
Value (NRV)
Veronderstelt dat entiteiten nooit vastgoed
verkopen en beoogt de waarde te vertegenwoordi-
gen die nodig is om het vastgoed te herbouwen.
1.989.794 42,61 1.888.744 44,60
EPRA
Net Tangible Asset
(NTA)
Veronderstelt dat entiteiten activa kopen en
verkopen, waardoor bepaalde niveaus van onver-
mijdelijke uitgestelde belasting zich kristaliseren.
1.805.726 38,67 1.689.785 39,91
EPRA
Net Disposal Value
(NDV)
Vertegenwoordigt de aandeelhouderswaarde in een
‘uitverkoop scenario’, waarbij uitgestelde belasting,
financiële instrumenten en bepaalde andere aan-
passingen zijn berekend naar de volledige omvang,
na aftrek van de daaruit voortvloeiende belasting.
1.827.569 39,14 1.696.730 40,07
% %
EPRA Netto Initieel
Rendement (NIR)
Geannualiseerde bruto huurinkomsten op basis
van de lopende huren op afsluitdatum, met
uitsluiting van de vastgoedkosten, gedeeld door de
marktwaarde van de portefeuille verhoogd met de
geschatte mutatierechten en -kosten bij hypothe-
tische vervreemding van vastgoedbeleggingen.
4,8% 4,6%
EPRA Aangepast Netto
Initieel Rendement
(Aangepast NIR)
Deze maatstaf integreert een aanpassing van de
EPRA NIR voor de afloop van huurvrije periodes of
andere niet-vervallen huurincentives.
4,8% 4,6%
EPRA-huurleegstand
Geschatte Huurwaarde van leegstaande units
gedeeld door de Geschatte Huurwaarde van de
totale portefeuille.
1,76% 2,13%
EPRA LTV
Deze maatstaf geeft de verhouding weer tussen de
netto schulden en de netto eigendomswaarde.
49,69% 51,10%
EPRA kost ratio (incl.
leegstandskosten)
EPRA kosten (inclusief leegstandskosten) gedeeld
door de bruto huurinkomsten.
27,1% 28,3%
EPRA kost ratio (excl.
leegstandskosten)
EPRA kosten (exclusief leegstandskosten) gedeeld
door de bruto huurinkomsten.
27,1% 28,3%
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
61
62
BEHEERSVERSLAG XIOR
Graphics
5.8.2 EPRA NETTO HUURINKOMSTEN OP CONSTANTE VERGELIJKINGSBASIS
In duizenden EUR 31/12/2025 31/12/2024
Ongewijzigde
portefeuille
over 2 jaar
Projecten en
acquisities
Des -
inves teringen
Totale netto-
huur inkomsten
Ongewijzigde
portefeuille
over 2 jaar
Evolutie netto-
huur inkomsten
Evolutie netto-
huur inkomsten
(in%)
Wijzigingen ten gevolge
van indexatie
122.737 180.002 116.413 6.324 5,43%
Andere wijzigingen
57.838 -573
Totaal huurinkomsten bij
gelijkblijvende samen-
stelling
122.737 57.838 -573 180.002 116.413 6.324 5,43%
Reconciliatie met de
geconsolideerde netto
huurinkomsten
Waardeverminderingen
-402
NETTOHUURRESULTAAT 179.601
Bovenstaande tabel geeft de evolutie van de EPRA-huurinkomsten
weer bij gelijkblijvende samenstelling van de portefeuille. Like-
for-like kon berekend worden voor 84% van de huuropbrengsten.
De like-for-like van de EPRA-huurinkomsten vertoont per einde
2025 een stijging van 5,43% tegenover 6,52% vorig jaar. Dit is
voornamelijk te danken aan de indexatie van de huurinkomsten
en de indexatie van commerciële huurcontracten.
5.8.3 EPRA CAPEX TABEL
in duizenden EUR 31/12/2025
31/12/2024
Aankopen van vastgoed 71.952
92.901
Ontwikkelingen 56.551
109.532
Like-for-like portfolio 45.346
6.864
Overige 14.553
16.007
Totaal 188.402
225.304
Ontwikkelingen betreffen de capex op lopende project-
ontwikkelingen of projectontwikkelingen die in de loop van 2025
werden afgerond. Like-for-like portfolio betreft capex op panden
die reeds per 1/1/2025 in bezit waren en verhuurd werden. Het
betreft hier verbeteringsinvesteringen en grondige renovaties,
waarbij panden tijdelijk uit verhuur werden gehaald voor renovatie.
Een deel van de capex betreft ESG-investeringen in het kader van
Xior’s CO
2
climate plan, waarvan de impact op huurinkomsten en
waardering pas met vertraging zichtbaar zal worden.
Overige betreft de geactiveerde interestlasten.
HERTZ
Hasselt - BELGIË
5.9 VEREISTE ONDERDELEN VAN HET
JAARVERSLAG
Overeenkomstig de artikelen 3:6 en 3:32 van het Wetboek
van vennootschappen en verenigingen, worden de vereiste
onderdelen van het Jaarverslag van Xior weergegeven in de
volgende hoofdstukken:
1. Risicobeheer
5.2. Beheerverslag – Commentaar bij de geconsolideerde jaar-
rekening boekjaar 2025
5.3. Beheerverslag – Beheer en gebruik van de financiële
middelen
5.4. Beheerverslag – Transacties en verwezenlijkingen
5.6. Beheerverslag – Feiten na balansdatum
5.7. Beheerverslag – Vooruitzichten voor 2026
6. Corporate Governance
9. Duurzaamheidsverslag
10. Financieel verslag
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
63
64
BEHEERSVERSLAG XIOR
Graphics
CORPORATE
GOVERNANCE
”
XIOR PUBLICEERDE IN 2025 HAAR
HUMAN RIGHTS POLICY. DAARNAAST
HECHTEN WE VEEL BELANG AAN
HET OPSTELLEN, ACTUALISEREN EN
BESCHIKBAAR MAKEN VAN ALLERLEI
RELEVANTE POLICIES VOOR ONZE
MEDEWERKERS. „
6
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
65
66
CORPORATE GOVERNANCE XIOR
Graphics
BASECAMP BY XIOR
Malmö - ZWEDEN
6.1 VERKLARING INZAKE DEUGDELIJK
BESTUUR
6.1.1 REFERENTIECODE EN CORPORATE GOVERNANCE
CHARTER
Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de regels en de principes op
basis waarvan het “deugdelijk bestuur” (corporate governance)
van de Vennootschap is georganiseerd. Deze verklaring bevat
de belangrijkste regels die Xior heeft aangenomen in toepassing
van de wetgeving en aanbevelingen inzake deugdelijk bestuur en
maakt deel uit van het Jaarverslag, overeenkomstig artikel 3:6, § 2
en § 3 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.
De Vennootschap hanteerde voor het afgelopen boekjaar de
Belgische Corporate Governance Code 2020 zoals aangeduid door
het KB van 12 mei 2019 (de “Governance Code 2020”, beschikbaar
op de volgende website: https://corporategovernancecommittee.
be/nl/) als referentiecode.
Het Corporate Governance Charter (met inbegrip van het
Verhandelingsreglement) van de Vennootschap werd goed –
gekeurd op 25 november 2015 en werd het laatst herzien
op 15 september 2022. De Vennootschap heeft tevens een
“klokkenluidersregeling” (Interne Meldingsregeling) en een Code
of Conduct uitgewerkt. Deze documenten kunnen worden
geraadpleegd op de website van de Vennootschap https://
corporate.xior.be/nl/corporate-governance/policies, en kunnen
gratis worden verkregen op de zetel van de Vennootschap.
De Vennootschap doet al het mogelijke om op elk ogenblik te
beantwoorden aan de principes met betrekking tot corporate
governance zoals uiteengezet in de Governance Code 2020,
zonder evenwel afbreuk te doen aan de toepasselijke wettelijke
bepalingen (met name het Wetboek van vennootschappen
en verenigingen en de GVV-Wetgeving) en de statuten van de
Vennootschap. Indien de Vennootschap van één of meerdere
principes of bepalingen van de Governance Code 2020 afwijkt,
legt ze de redenen hiervoor uit in de corporate governance
verklaring, d.i. het zogenaamde “pas toe of leg uit”- principe
(“comply or explain”).
De Raad van Bestuur van Xior staat volledig achter de principes van
de Governance Code 2020, maar gelooft dat bepaalde (beperkte)
afwijkingen van de bepalingen ervan gerechtvaardigd zijn in het
licht van de aard, omvang en complexiteit van de Vennootschap
en haar activiteiten. Meer bepaald is Xior in 2025 afgeweken van
de volgende aanbeveling van de Governance Code 2020:
• Bepaling 7.6 van de Governance Code 2020: deze bepaling be-
veelt aan dat de niet-uitvoerende bestuurders een deel van
hun remuneratie in de vorm van aandelen van de Vennootschap
ontvangen om hen te laten handelen met het perspectief van
een lange-termijn aandeelhouder. Zoals reeds toegelicht in
het remuneratiebeleid van de Vennootschap (zie Hoofdstuk
6.5 van het Corporate Governance Charter), wijkt Xior van
dit principe af en kent geen vergoeding in aandelen toe aan
bestuurders. De Raad van Bestuur is ervan overtuigd dat de
toepassing van dit principe niet zou bijdragen aan het hande-
len met het perspectief van een langetermijnaandeelhouder,
gelet op de aard van de Vennootschap (als GVV) en de fei-
telijke omstandigheden van de bestuurders. De bedragen van
de vergoedingen van de niet-uitvoerende bestuurders van de
Vennootschap zijn van dien aard dat de invloed van een der-
gelijke vergoeding uitgekeerd in aandelen zeer beperkt zou zijn,
en het wettelijk kader van de Vennootschap en haar uiteen-
gezette strategie (zoals bepaald door de Raad van Bestuur),
waarborgen naar de mening van de Raad van Bestuur afdoende
dat wordt gehandeld met het perspectief van de lange-termijn
aandeelhouders van de Vennootschap.
6.1.2 INTERNE CONTROLE- EN
RISICOBEHEERSYSTEMEN
6.1.2.1 Algemeen
Interne controle is een proces dat o.m. als doel heeft redelijke
zekerheid te verschaffen met betrekking tot de doeltreffendheid
en verbetering van de werking van de onderneming, de
betrouwbaarheid en integriteit van informatie en de
overeenstemming met beleidslijnen, procedures, wetgeving en
reglementen.
De “interne controle” valt uiteen in drie concrete pijlers: interne
audit (interne audit procedures & interne audit functie), risk
management (risk management beleid & risk management functie)
en compliance (integriteitsbeleid & compliance functie), waarbij
de “interne audit” niet alleen als opzichzelfstaande derde pijler
dient te worden ingevuld, maar tevens vanuit een “transversale” rol
ten opzichte van de twee andere pijlers. De uitoefening van elk van
deze functies vormt, in samenwerking met de verantwoordelijken
van de operationele diensten, een “verdedigingslijn” tegen
de risico’s die de Vennootschap loopt. Hierbij wordt rekening
gehouden met de invulling van bovenstaande functies op een
passende en evenredige wijze, telkens in functie van de aard,
omvang en complexiteit van de activiteiten van de Vennootschap
qua balans en resultaten alsook qua personeelsbestand. Voor
een meer gedetailleerde omschrijving van de interne controle
van de Vennootschap, wordt verwezen naar Hoofdstuk 8 van
het Corporate Governance Charter van de Vennootschap, dat
beschikbaar wordt gesteld via de website van de Vennootschap
(https://corporate.xior.be/en/corporate-governance/charters).
De effectieve leiders van de Vennootschap, zijnde Christian
Teunissen en Frederik Snauwaert, staan in voor de organisatie van
de interne controle, en dit onder toezicht van de raad van bestuur
van de Vennootschap.
6.1.2.2 Organisatie van de interne controle
Het auditcomité van de Vennootschap is belast met o.m.: (i)
de monitoring van het financiële verslaggevingsproces; (ii) de
monitoring van de wettelijke controle van de jaarrekening en de
geconsolideerde jaarrekening, inclusief opvolging van de vragen
en aanbevelingen geformuleerd door de commissaris; en (iii)
de beoordeling en monitoring van de onafhankelijkheid van de
commissaris, waarbij met name wordt gelet op de verlening van
bijkomende diensten aan de Vennootschap. Het auditcomité
neemt zijn taken onder meer waar wanneer de raad van bestuur
de jaarrekening, de geconsolideerde jaarrekening en de voor
publicatie bestemde verkorte financiële overzichten opstelt.
Voorafgaand aan elke halfjaarlijkse vergadering van de raad van
bestuur wordt een halfjaarlijks rapport opgesteld dat door de
commissaris aan het auditcomité wordt voorgelegd.
6.1.2.3 Risicoanalyse en controlewerkzaamheden
Het auditcomité maakt op geregelde tijdstippen een evaluatie van
de risico’s waaraan de onderneming is blootgesteld, rapporteert
hierover aan de raad van bestuur en deze laatste neemt op basis
van deze evaluatie de nodige beslissingen (bijvoorbeeld met
betrekking tot de evoluties in de markt (zowel vastgoedmatig
als qua verhuurpotentieel), het bepalen van de financierings- en
rente-indekkingsstrategie, de evaluatie van de huurdersrisico’s,
het bepalen en beheersen van de geïdentificeerde residuele
risico’s, etc.).
In dit verband werd op 9 december 2022 een “Risk Voting”
sessie georganiseerd waarbij het management de belangrijkste
risico’s identificeerde en evalueerde (een gelijkaardige oefening
gebeurde in 2019), op basis van een “long list” die gebaseerd
werd op interviews met verantwoordelijken van verschillende
departementen van de onderneming. Dit resulteerde in een lijst
van veertien risico’s die elk beoordeeld werden op “residueel”
risiconiveau (dus na inachtname van de reeds bestaande
controlemaatregelen). Deze 14 risico’s werden in 2024 opnieuw
intern geëvalueerd. De interne auditor van de Vennootschap
herhaalt deze oefening op regelmatige basis en zal de conclusies
ervan gebruiken om de risico-beheersingsstrategie te bepalen
en de resultaten van de genomen initiatieven te evalueren. In
Q4 2025 werd een nieuwe “risk voting” sessie georganiseerd.
Naar aanleiding van deze sessie en ten gevolge van gewijzigde
marktomstandigheden, werd het risiconiveau van een aantal
bestaande risico’s aangepast en werden nieuwe risico’s in kaart
gebracht.
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
67
68
CORPORATE GOVERNANCE XIOR
Graphics
6.1.2.4 Financiële informatie en communicatie
Het proces voor het opstellen van de financiële informatie wordt
gestructureerd op basis van vooraf bepaalde uit te voeren
taken en te respecteren tijdschema’s. De controle omgeving
wat de financiële verslaggeving betreft, bestaat uit volgende
componenten:
(i) Het finance en accounting team is verantwoordelijk voor de
voorbereiding en rapportering van de financiële informatie.
(ii) Xior maakt gebruik van een checklist met daarin een
overzicht van alle taken die moeten worden uitgevoerd in
het kader van de jaarlijkse, halfjaarlijkse en kwartaalafsluiting
van de rekeningen van Xior (op enkelvoudig niveau
en op geconsolideerd niveau). Aan elke taak is een
verantwoordelijke binnen de financiële afdeling en een
te respecteren timing gekoppeld. Aan de hand van deze
checklist weet iedereen binnen de financiële afdeling welke
taken er moeten uitgevoerd worden en tegen wanneer.
(iii) De controller (d.i. de Finance Manager) is verantwoordelijk
voor het nazicht van de enkelvoudige financiële informatie
en voor de opvolging van de accountants.
(iv) De Finance & Reporting Director is verantwoordelijk
voor de voorbereiding van de geconsolideerde cijfers (in
samenspraak met de CFO) en de terugkoppeling van de
financiële informatie aan de operationele activiteiten van
Xior. De Finance & Reporting Director staat ook in voor
het voorbereiden van alle financiële rapporteringen zowel
ten behoeve van de buitenwereld als ten behoeve van het
Management en de Raad van Bestuur.
(v) De Finance & Reporting Director analyseert per kwartaal de
cijfers en maakt een vergelijking met het budget of forecast
en met de cijfers van het voorgaande kwartaal of met het
voorgaande jaar. Deze analyse wordt nadien besproken met
de CFO en de CEO.
(vi) De CFO is verantwoordelijk voor het eindnazicht van de
geconsolideerde financiële staten, en staat in voor de juiste
toepassing van de waarderingsregels.
(vii) De CFO bespreekt op regelmatige tijdstippen de financiële
informatie met de CEO als verantwoordelijke voor het
dagelijkse beleid.
(viii) De CEO, de CFO en de Finance & Reporting Director hebben
op recurrente basis een uitvoerige bespreking waarin de
voornaamste financiële aandachtspunten aan bod komen.
(ix) De Raad van Bestuur bevraagt en bespreekt samen met de
CEO en CFO elk kwartaal uitvoerig de financiële verslaggeving
en de vooruitzichten en ziet toe op de juiste toepassing van
de waarderingsregels.
6.1.2.5 Betrokkenen bij de evaluatie van de interne
controle
De kwaliteit van de interne controle wordt in de loop van het
boekjaar eveneens beoordeeld door:
(i) De commissaris: enerzijds in het kader van de audit van de
jaarcijfers en de beperkte audit van de halfjaarcijfers, en
anderzijds in het kader van de jaarlijkse beoordeling van de
onderliggende processen en procedures. Op basis van de
aanbevelingen van de commissaris worden processen, waar
nodig, bijgestuurd.
(ii) Het auditcomité (cf. supra) en de Raad van Bestuur.
(iii) De interne auditor.
(iv) Waarderingsdeskundigen: de Waarderingsdeskundigen
van de Vennootschap spelen onrechtstreeks uiteraard
een belangrijke rol voor doeleinden van interne controle,
in het kader van de waardering van het vastgoed van de
Vennootschap.
(v) FSMA: als beursgenoteerd bedrijf en als openbare GVV
staat de Vennootschap onder het toezicht van de FSMA. In
dat kader wordt onder meer een specifiek nazicht van de
financiële informatie uitgevoerd.
(vi) De Compliance Officer.
6.1.2.6 Pijlers van de interne controle
6.1.2.6.1 Passende risicobeheerfunctie en passend
risicobeheerbeleid
De persoon belast met de risicobeheerfunctie (de “Risk Manager”)
is verantwoordelijk voor o.a. het opstellen, uitwerken, bewaken,
actualiseren en implementeren van het risicobeheerbeleid en de
risicobeheerprocedures. Tot en met 1 april 2025 werd de rol van
Risk Manager binnen de Vennootschap waargenomen door de
CFO, de heer Frederik Snauwaert. Sinds 1 april 2025 wordt deze
rol waargenomen door de heer Dick Schotman (die voorheen
reeds aangesteld was als Operations Director verantwoordelijk
voor Nederland).
De Risk Manager vult deze rol in door vanuit zijn functie en
operationele ervaring, zowel op regelmatige tijdstippen als op een
ad hoc-basis, een analyse te maken van de risico’s waarmee de
Vennootschap wordt geconfronteerd. Daaruit kunnen concrete
adviezen worden geformuleerd aan de andere afdelingen van
de Vennootschap. Op frequente basis rapporteert de Risk
Manager hierover aan de effectieve leiders van de Vennootschap,
en minstens eenmaal per jaar bespreekt de Risk Manager de
voornaamste ontwikkelingen op het gebied van risico’s met de Raad
van Bestuur, via het auditcomité, die de eindverantwoordelijkheid
draagt over het risicobeheer van de onderneming.
Hierbij dient erop gewezen te worden dat risicobeheer integraal
deel uitmaakt van de manier waarop het bedrijf wordt gerund,
doorheen haar operationele, technische, financiële en juridische
bedrijvigheid. Dit gaat van dagelijks financieel en operationeel
beheer, constant intern overleg en waar nodig met externe
adviseurs, optimale toepassing van het “four eyes”-principe,
de analyse van nieuwe investeringsdossiers, due diligence
procedures, het formuleren van de strategie en objectieven, tot
het verankeren van strakke procedures voor de besluitvorming.
Daarom is het risicobeheer de verantwoordelijkheid van het
ganse team, i.e. over alle lagen van de organisatie heen, zij het op
ieder niveau met een verschillende verantwoordelijkheid.
6.1.2.6.1 Passende onafhankelijke interne-auditfunctie
De “interne audit” kan worden begrepen als een onafhankelijke
beoordelingsfunctie, ingebed in de organisatie, gericht op
het onderzoek en de beoordeling van de goede werking, de
doeltreffendheid en de efficiëntie van de door de Vennootschap
gehanteerde interne (controle-) processen/procedures, met
inbegrip van de compliance functie en de risicobeheerfunctie.
Interne audit heeft betrekking op onder meer de werking,
doeltreffendheid en efficiëntie van processen, procedures
en activiteiten inzake: (i) operationele aangelegenheden
(kwaliteit en aangepastheid van systemen en procedures,
organisatiestructuren, beleidslijnen en gehanteerde methoden
en middelen t.o.v. doelstellingen); (ii) financiële aangelegenheden
(betrouwbaarheid van de boekhouding, de jaarrekening en het
financiële verslaggevingsproces, en overeenstemming met
de geldende (boekhoud)reglementering); (iii) management
aangelegenheden (kwaliteit van de managementfunctie
en stafdiensten in het kader van de doelstellingen van de
onderneming); en (iv) risk management en compliance.
De Vennootschap heeft de interne-auditfunctie sinds 17 oktober
2021 toevertrouwd aan een werknemer van de Vennootschap
die voltijds de functie van “Internal Audit Manager” uitoefent en
rapporteert aan de Finance & Reporting Director.
6.1.2.6.2 Passende onafhankelijke compliance-functie en
passend integriteitsbeleid
De “onafhankelijke compliance-functie” wordt ingevuld als een
onafhankelijke functie binnen een organisatie, gericht op het
onderzoek naar, en het bevorderen van, de naleving door de
onderneming van de wetten, reglementen en gedragsregels van
toepassing op de Vennootschap en in het bijzonder de regels
die verband houden met de integriteit van de activiteiten van de
vennootschap. De regels betreffen zowel deze die voortvloeien uit
het beleid van de onderneming, het statuut van de onderneming,
alsmede andere wettelijke en reglementaire bepalingen. Het gaat
met andere woorden om een onderdeel van de bedrijfscultuur,
waarbij de nadruk wordt gelegd op eerlijkheid en integriteit, het
naleven van hoge ethische normen bij het zakendoen, en het
naleven van de regelgeving van toepassing op de Vennootschap.
Daarbij dienen zowel de onderneming (als GVV) als haar
medewerkers zich integer te gedragen, d.i. eerlijk, betrouwbaar
en geloofwaardig.
De persoon belast met de compliance-functie staat in voor
het opstellen en testen van aanbevelingen. Het werkdomein
van de compliance-functie omvat in het bijzonder - doch kan
niet beperkt worden tot - het toezicht op de naleving van de
toepasselijke regels (i) inzake belangenconflicten, (ii) inzake
onverenigbaarheid van mandaten (bv. voor de beoordeling van
de onafhankelijkheid van bestuurders), (iii) vastgelegd in de
(eventuele) deontologische code van de Vennootschap, en (iv)
inzake marktmisbruik (voorwetenschap en marktmanipulatie).
Deze regels zijn nader uitgewerkt in het Corporate Governance
Charter, het Verhandelingsreglement en de Code of Conduct van
de Vennootschap.
De effectieve leiding onderzoekt (op regelmatige basis) welke
andere domeinen en activiteiten deel zouden moeten uitmaken
van de werkdomeinen van de compliance-functie. Zij doet dit
op basis van een risicoanalyse en in overleg met de Raad van
Bestuur, rekening houdend met de specifieke kenmerken van de
onderneming.
De Compliance functie wordt sinds 6 augustus 2024 waarge-
nomen door Pieter Bogaert die daartoe werd aangesteld voor
onbepaalde duur.
6.1.3 AANDEELHOUDERSCHAP
6.1.3.1 Oprichters van de Vennootschap
De historische oprichters van de Vennootschap zijn:
• Aloxe, naamloze vennootschap, met maatschappelijke zetel
te Frankrijklei 70, 2000 Antwerpen, ingeschreven in de
Kruispuntbank van Ondernemingen onder het onderne-
mingsnummer BE 0849.479.874 (RPR Antwerpen, afdeling
Antwerpen); en
• Bimmoc, besloten vennootschap, met maatschappelijke zetel
te Mechelsesteenweg 34, bus 101, 2018 Antwerpen, ingeschre-
ven in de Kruispuntbank van Ondernemingen onder het on-
dernemingsnummer BE 0899.916.906 (RPR Antwerpen, afdeling
Antwerpen), inmiddels ontbonden ingevolge fusie met Xior
Student Housing NV.
6.1.3.2 Aandeelhoudersstructuur
Op 31 december 2025 bedroeg het maatschappelijk kapitaal van
Xior Student Housing NV 840.511.692 EUR vertegenwoordigd door
46.695.094 volledig volgestorte aandelen.
De tabel hieronder geeft de aandeelhoudersstructuur van
Xior weer, gebaseerd op de informatie ontvangen van de
aandeelhouders (cf. de transparantiekennisgevingen), c.q. publiek
bekende informatie voor wat Aloxe NV betreft.
Aandeelhouder
# aandelen
(31.12.2025)
% aandelen
(afgerond)
Aloxe NV -
Dhr. C. Teunissen &
Dhr. F. Snauwaert 5.094.009
10,91%
1
Car Logistics Brussels NV 2.945.826
6,31%
2
Publiek (free float) 38.655.259
82,78%
Totaal (noemer) 46.695.094
100%
1
Op basis van de transparantiekennisgevingen per 4 & 5 juli 2024 (met inbegrip van
de noemer per 5 juni 2025 (46.695.094)).
2
Op basis van de transparantiekennisgevingen per 10 juli 2024 (met inbegrip van de
noemer per 5 juni 2025 (46.695.094)).
Geen speciale controlerechten zijn toegekend aan bepaalde
categorieën van aandeelhouders.
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
69
70
CORPORATE GOVERNANCE XIOR
Graphics
6.1.3.3 Leden van de Raad van Bestuur of het uitvoe-
rend management
De onderstaande tabel geeft een overzicht weer van het aantal
aandelen in handen van leden van de Raad van Bestuur en het
uitvoerend management per 31 december 2025.
Lid van de Raad van Bestuur of uitvoerend
management per 31 december 2025
Aantal aandelen
per 31 decem-
ber 2025
Aloxe NV - Dhr. C. Teunissen & Dhr. F.
Snauwaert (cfr. transparantiekennisgeving/
publieke informatie)
5.094.009
Dhr. Christian Teunissen
5.103
Aloxe NV
1
5.083.569
Dhr. Frederik Snauwaert
5.337
Dhr. Joost Uwents
12.950
Dhr. Wouter De Maeseneire
1.795
Mevr. Kristina Olsen
4.500
1
Deze deelneming in Xior Student Housing NV wordt rechtstreeks aangehouden
door Aloxe NV. Aloxe NV wordt gecontroleerd door de heer Christian Teunissen
(rechtstreeks en via Nevi BV, een vennootschap die zelf eveneens wordt
gecontroleerd door de heer Christian Teunissen).
6.1.4 RAAD VAN BESTUUR VAN DE VENNOOTSCHAP
6.1.4.1 Algemeen
Met betrekking tot de periode 1 januari 2025 tot en met 15 mei
2025 bestond de Raad van Bestuur uit acht bestuurders, namelijk
zes niet-uitvoerende onafhankelijke bestuurders (waaronder
de Voorzitter) en twee uitvoerende bestuurders, waaronder de
gedelegeerd bestuurder. Sinds 15 mei 2025 bestaat de Raad van
Bestuur uit zeven bestuurders. Het betreft vijf niet-uitvoerende
onafhankelijke bestuurders (waaronder de Voorzitter) en twee
uitvoerende bestuurders, waaronder de gedelegeerd bestuurder.
De samenstelling van de Raad van Bestuur dient te zijn gekenmerkt
door een evenwichtige vertegenwoordiging tussen uitvoerende,
onafhankelijke en andere niet-uitvoerende bestuurders. Minstens
de helft van de Raad van Bestuur bestaat uit niet-uitvoerende
bestuurders, en minstens drie van hen zijn onafhankelijk in de
zin van artikel 7:87, §1 van het Wetboek van vennootschappen en
verenigingen en van Bepaling 3.5 van de Governance Code 2020.
De samenstelling van de Raad van Bestuur dient te waarborgen dat
beslissingen genomen worden in het vennootschapsbelang. Deze
samenstelling wordt bepaald op basis van complementariteit
inzake bekwaamheden, ervaring en kennis. Er wordt gestreefd naar
een samenstelling van de Raad van Bestuur die de aanwezigheid
waarborgt van bestuurders die vertrouwd zijn met vastgoed in
het algemeen, studentenhuisvesting in het bijzonder, en/of met
andere belendende expertisedomeinen die van belang worden
geacht voor de activiteiten van de Vennootschap. Daarnaast
wordt er gestreefd naar een vertegenwoordiging van bestuurders
die ervaring hebben in operationele, financiële en andere
aspecten van het beheer van een vastgoedvennootschap en een
gereglementeerde vastgoedvennootschap in het bijzonder en/of
in beleidsvoering in beursgenoteerde vennootschappen.
Er wordt eveneens de nodige aandacht besteed aan de vereisten
van genderdiversiteit en diversiteit in het algemeen. Artikel 7:86
van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen bepaalt
dat in vennootschappen waarvan de effecten zijn toegelaten tot
de verhandeling op een gereglementeerde markt, ten minste één
derde van de leden van de Raad van Bestuur van een ander geslacht
dient te zijn dan dat van de overige leden. Voor de toepassing van
deze bepaling wordt het vereiste minimumaantal van die leden
van een ander geslacht afgerond naar het dichtstbijzijnde gehele
getal. Voor vennootschappen waarvan de effecten voor het eerst
toegelaten worden tot een gereglementeerde markt moet aan
deze verplichting worden voldaan vanaf de eerste dag van het
zesde boekjaar dat aanvangt na deze toelating (d.i. vanaf 1 januari
2021). Sinds 19 mei 2022 voldoet de samenstelling van de Raad
van Bestuur aan de vereisten van Artikel 7:86 van het Wetboek van
vennootschappen en verenigingen.
De bestuurders, effectieve leiders en verantwoordelijken voor de
onafhankelijke controlefuncties mogen overeenkomstig de GVV-
Wetgeving uitsluitend natuurlijke personen zijn. Overeenkomstig
de relevante bepalingen van de GVV-Wetgeving dienen de
leden van de Raad van Bestuur steeds voor de uitoefening van
hun functie over de vereiste professionele betrouwbaarheid en
passende deskundigheid te beschikken. Zij mogen niet binnen
de werkingssfeer van de in de GVV-Wetgeving vastgelegde
BASECAMP BY XIOR
Katowice - POLEN
verbodsbepalingen vallen. Hun benoeming dient voorafgaand ter
goedkeuring te worden voorgelegd aan de FSMA.
6.1.5 SAMENSTELLING
De Raad van Bestuur van de Vennootschap bestaat per 31
december 2025 uit zeven leden:
• twee uitvoerende bestuurders, m.n. de heer Christian Teunissen
en de heer Frederik Snauwaert; en
• vijf niet-uitvoerende onafhankelijke bestuurders, m.n. Joost
Uwents, Wilfried Neven, Wouter De Maeseneire, Colette Dierick
en Conny Vandendriessche.
De onderstaande tabel geeft een overzicht weer van de
(niet-)uitvoerende bestuurders en de termijnen van hun
bestuursmandaten.
Naam bestuurder Hoedanigheid Ingang mandaat Einde mandaat
Herbenoeming
Christian Teunissen Uitvoerend bestuurder – CEO 23/11/2015
Gewone algemene
vergadering 2026
19/05/2022
Frederik Snauwaert Uitvoerend bestuurder – CFO 23/11/2015
Gewone algemene
vergadering 2026
19/05/2022
Wilfried Neven Niet-uitvoerend bestuurder 23/11/2015
Gewone algemene
vergadering 2026
19/05/2022
Wouter De Maeseneire Niet-uitvoerend bestuurder 23/11/2015
Gewone algemene
vergadering 2026
19/05/2022
Joost Uwents Niet-uitvoerend bestuurder 23/11/2015
Gewone algemene
vergadering 2026
19/05/2022
Colette Dierick Niet-uitvoerend bestuurder 19/05/2022
Gewone algemene
vergadering 2026
Nvt
Conny Vandendriessche Niet-uitvoerend bestuurder 19/05/2022
Gewone algemene
vergadering 2026
Nvt
Marieke Bax Niet-uitvoerend bestuurder 20/05/2021
Gewone algemene
vergadering 2025
*
Nvt
*
Het mandaat van Marieke Bax liep af op de algemene vergadering van 2025. Sinds de algemene vergadering van 2025 is de raad van bestuur samengesteld uit 7 leden, waarvan
2 bestuurders van het vrouwelijke geslacht. De Vennootschap voldoet hiermee nog steeds aan de vereiste van artikel 7:86, §1 WVV waarbij wordt vereist dat ten minste 1/3
de
van
de leden van een ander geslacht dient te zijn dan de overige leden. De Vennootschap zal in de loop van 2026 een grondige analyse maken van de samenstelling van de raad van
bestuur gelet op het verstrijken van de twaalfjarige onafhankelijkheidsperiode overeenkomstig de Corporate Governance Code 2020 voor een aantal bestuurders.
6.1.6 BEKNOPTE BESCHRIJVING VAN DE
PROFESSIONELE CARRIÈRE VAN DE
BESTUURDERS
Hierna volgen de mandaten en een beknopte beschrijving van de
professionele carrière van de bestuurders. Voor wat een overzicht
betreft van de professionele carrière van de heer Christian
Teunissen en de heer Frederik Snauwaert, wordt verwezen naar
Hoofdstuk 6.1.12 van dit Jaarverslag.
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
71
72
CORPORATE GOVERNANCE XIOR
Graphics
Dhr. Wilfried Neven - °1966
kantooradres: Rue des Croisiers 24,
4000 Luik
Dhr. Joost Uwents - °1969
kantooradres: Blakebergen 15,
1861 Wolvertem
Prof. Dr. Wouter De Maeseneire - °1977
kantooradres: Reep 1,
9000 Gent
Wilfried Neven is vice-CEO bij Ethias SA waar hij sinds december
2021 de sleutelrol van Chief Customer Experience Officer op zich
neemt. Voordien was hij sinds 2011 actief binnen de Allianz groep,
waar hij CEO Belgium van Allianz Benelux NV was tot einde 2019.
Eerder vervulde hij mandaten bij P&V Group en ING Insurance
Belgium. Hij behaalde het diploma van handelsingenieur in 1989 en
vervulde tevens de opleiding Risk Management aan de Antwerp
Management School. Daarnaast voltooide hij bijkomende
opleidingen aan de ING Business School, Heemskerk (Nederland).
Lopende mandaten: Ethias SA (lid van het directiecomité), Ethias
Solution NV (bestuurder), EURESA (bestuurder) en Ethias Ventures
NV (best uurder), Ethias Lease Coporation NV (bestuurder).
Beëindigde mandaten: Allianz Benelux NV (CEO Belgium en
lid van de Raad van Bestuur), Allianz Nederland Groep NV (lid
van raad van Management en Raad van Bestuur), Assuralia
(uitvoerend comité en Raad van Bestuur), EDB Investments SCA
(lid van de “Conseil de Surveillance”), Portima CBVA (Voorzitter
Raad van Bestuur), Viaxis CVBA (Bestuurder), De Koninklijke Kring
van Verzekeraars van België (Bestuurder).
Wilfried Neven is sinds 19 mei 2022 voorzitter van de Raad van
Bestuur van de Vennootschap.
Joost Uwents is CEO van de beursgenoteerde openbare GVV WDP
(Warehouses De Pauw) waar hij sinds 2002 zetelt in de Raad van
Bestuur. Hij behaalde het diploma van handelsingenieur in 1991
en is tevens houder van een MBA van de Vlerick Business School.
Joost startte zijn carrière als Accountmanager bij de Generale
Bank in 1994.
In 1999 ging hij aan de slag als CFO bij de toenmalige beurs-
genoteerde vastgoedbevak WDP, waar hij sinds 2010 CEO is. Hij is
mede verantwoordelijk voor de uitbouw van WDP tot marktleider
in de verhuur van logistiek en semi-industrieel vastgoed in de
Benelux, actief in onder meer België, Nederland, Roemenië en
Duitsland met een vastgoedportefeuille van ca. 8,6 miljard EUR.
Lopende mandaten: gedelegeerd bestuurder van WDP NV
(beursgenoteerd), en in dat kader uitvoerend bestuurder/
zaakvoerder van verschillende groepsvennootschappen: WDP
France SARL, WDP Nederland NV (incl. als vaste vertegenwoordiger
van WDP Nederland NV als bestuurder van WDP Development
NL BV), Warehouses De Pauw Romania SRL, WDP Invest NV, WDP
Luxembourg SA, WVI GmbH, lid van de Raad van Bestuur van
Catena.
Beëindigde mandaten: lid van de Raad van Bestuur van
Unifiedpost Group NV.
Wouter De Maeseneire is associate professor in corporate finance
aan de Vlerick Business School en gastprofessor aan Erasmus/
Universiteit Gent en werd benoemd tot academic dean van de
Vlerick Master opleidingen in augustus 2015 en is daarginds tevens
Programme Director van de Master in Financial Management. Hij
studeerde Toegepaste Economische Wetenschappen aan de
Universiteit Gent en behaalde een doctoraat aan de Erasmus
Universiteit Rotterdam.
Zijn onderzoek werd voorgesteld op verscheidene internationale
congressen, waaronder Financial Management Association en
Academy of Management Meeting, Babson Entrepreneurship
Conference, Strategic Management Society, Real Options
Conference en Midwest Finance Association. Wouter publiceerde
in wetenschappelijke tijdschriften zoals ‘Research Policy’ en
‘Journal of Business, Finance and Accounting’. Bovendien heeft
hij bijdrages geleverd aan tal van managementboeken. Na het
afronden van zijn proefschrift, schreef hij een boek over reële
opties, een nieuwe techniek voor het waarderen van bedrijven/
projecten die het mogelijk maakt de waarde in te schatten van
flexibiliteit die vaak aanwezig is bij risicovolle investeringsprojecten.
Wouter kreeg verschillende Best Teacher Awards en won de 2012
EFMD Banking & Finance Case Writing Competition met een
analyse van de ABInbev-deal. Zijn huidige onderzoeksinteresses
situeren zich op het vlak van beursintroducties, waardering,
reële opties, risicokapitaal, private equity, overnames en
financieringsbeperkingen.
Lopende mandaten: Vlerick Partner CVBA.
Colette Dierick behaalde het diploma van burgerlijk ingenieur aan
de UGent en startte na haar studies als management trainee bij
ING, waar zij tot eind juni 2022 actief was als CEO en managing
director van ING Luxemburg. Voorafgaand aan die functie was ze
verantwoordelijk voor onder meer de Belgische Retail en Private
Banking activiteiten, Digitale Channels en Marketing voor ING
Belgium en Record Bank.
Lopende mandaten: Belfius Bank (onafhankelijk bestuurder en lid
van het auditcomité en groepscomité).
Beëindigde mandaten: Nextensa (bestuurder), Patronale Groep
(bestuurder), Patronale Life (lid van het audit en risk comité en het
remuneratie- en benoemingscomité).
Mevr. Colette Dierick - °1960
kantooradres: Wolfsmelkweg 8,
8620 Nieuwpoort
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
73
74
CORPORATE GOVERNANCE XIOR
Graphics
Mevr. Conny Vandendriessche - °1964
kantooradres: Westwing Park, Kwadestraat 153 b 4.2,
8800 Rumbeke
Conny Vandendriessche volgde opleidingen aan de Vlerick
Business School, Guberna en Stanford. Zij is oprichter, en was
gedurende ruime tijd CEO, van Accent Jobs dat intussen uitgroeide
tot The House of HR, waar ze vandaag nog steeds actief is als
bestuurder en lid van het ESG comité. Conny richtte ook andere
verschillende andere bedrijven op, zoals Stella P. (een bedrijf
gespecialiseerd in de samenstelling van raden van bestuur en
adviesorganen) en We are Jane (een investeringsfonds specifiek
gericht op bedrijven geleid door vrouwen).
Lopende mandaten: Ardo NV (bestuurder), House of HR
(bestuurder en lid van het ESG comité).
Beëindigde mandaten: JBC NV (bestuurder).
Marieke Bax is van Nederlandse nationaliteit. Zij heeft een MA
Law van de universiteit Amsterdam, een LLM van Cambridge
University en een MBA van INSEAD. Marieke bekleedt verschillende
bestuursmandaten in diverse sectoren. Vandaag heeft zij
bestuursmandaten als voorzitter van het auditcomité bij Inpost,
Mediq en Superbet en als voorzitter van het benoemingscomité
bij Frontier Economics. Daarnaast neemt ze deel aan het ESG
comité bij Inpost en Mediq.
Lopende mandaten: InPost (voorzitter van het auditcomité en
lid van het ESG comité), Mediq (voorzitter van het auditcomité
en lid van het ESG comité), Superbet (voorzitter van het audit
& risk comité) en Frontier Economics (voorzitter van het
benoemingscomité).
Beëindigde mandaten: Fastned (lid van het auditcomité),
VastNed Retail (voorzitter van het remuneratiecomité en het
benoemingscomité), Fonds Podiumkunsten (bestuurder), CLSA
(lid van het auditcomité), Euroclear/EESA (voorzitter van het
audit- en riskcomité), Frans Hals Museum (lid van het auditcomité),
Corbion Nederland (bestuurder), ASR Insurance (voorzitter van
het remuneratiecomité), Gooseberry Amsterdam (managing
partner), KMPG The Netherlands (partner), Sara Lee Corporation
(director), Hot Orange Amsterdam (Chief Financial Officer), Vion
Food (voorzitter van het auditcomité), Climate Transition Capital
(voorzitter van de raad van bestuur).
6.1.7 VOORZITTERSCHAP VAN DE RAAD VAN BESTUUR
Wilfried Neven werd door de Raad van Bestuur van de
Vennootschap van 25 april 2022 voor een onbepaalde termijn
benoemd als voorzitter van de Raad van Bestuur.
6.1.8 BETROUWBAARHEID, DESKUNDIGHEID EN
ERVARING
Artikel 14 van de GVV-Wet legt bestuurders van een openbare
GVV specifieke verplichtingen op inzake professionele
betrouwbaarheid en passende deskundigheid.
In het kader van deze verplichtingen hebben de bestuurders
en leden van de bedrijfsleiding van de Vennootschap verklaard
dat zij gedurende de voorgaande vijf jaar niet zijn veroordeeld
voor fraudemisdrijven. Alle bestuurders van de Vennootschap
hebben daarenboven verklaard dat zij als lid van een bestuurs-
, leidinggevend of toezichtsorgaan de voorgaande vijf jaar niet
betrokken zijn geweest bij enig faillissement, surseance of
liquidatie. Tussen de leden van de bestuurs-, leidinggevende of
toezichthoudende organen bestaan geen familiebanden.
Bovendien hebben alle bestuurders en leden van de bedrijfsleiding
verklaard dat zij niet het voorwerp zijn geweest van enige officiële
of openbaar geuite beschuldigingen en/of sancties opgelegd
door een wettelijk of toezichthoudende autoriteit, noch dat zij
door de rechtbank verhinderd werden om op te treden (i) als een
lid van het bestuurs-, leidinggevend of toezichtsorgaan van een
emittent van financiële instrumenten of (ii) met het oog op het
beheer of de uitoefening van de activiteiten van een emittent van
financiële instrumenten.
Wij zijn van mening dat alle bestuurders vanuit hun persoonlijke
uitgebreide professionele ervaring en achtergrond, bijzondere
kennis en competenties bijdragen op het vlak van sociale, milieu-
en governance thema’s.
Tot slot voldoen de bestuurders van de Vennootschap elk aan
de selectie- en competentiecriteria opgenomen in het Corporate
Governance Charter van de Vennootschap (zie Hoofdstuk 6.1.4.1
van dit Jaarverslag), als volgt:
• De heer Christian Teunissen beschikt over kennis van de vast-
goed- en bouwsector en in het bijzonder van de sector van
studentenhuisvesting;
• De heer Frederik Snauwaert beschikt over kennis van de vast-
goed- en bouwsector en in het bijzonder van de sector van stu-
dentenhuisvesting, en beschikt tevens over financiële kennis;
• De heer Wilfried Neven beschikt over kennis uit de verzeke-
ringssector en risk management, evenals kennis inzake digitale
transformatie;
• De heer Joost Uwents beschikt over kennis van de vastgoed-
en bouwsector (zowel in België als Nederland) alsook van
openbare GVV’s; bovendien beschikt de heer Uwents, in zijn
hoedanigheid van CEO van WDP, als een GVV die aan de top
staat van de sector wat betreft ESG doelstellingen, visie en rap-
portering, over bijzonder relevante ervaring voor de uitdagingen
van de Venootschap op dit vlak;
• De heer Wouter De Maeseneire beschikt over kennis inzake
corporate finance en capital markets alsook in het bijzonder
over het doelpubliek van de Vennootschap;
• Mevrouw Colette Dierick beschikt over kennis in de bank- en
financiële sector. Gelet op haar bestuursmandaat bij andere
genoteerde vastgoedvennootschappen, beschikt zij tevens
over kennis in het vastgoed;
• Mevrouw Conny Vandendriessche beschikt over een uitgebrei-
de ervaring in het domein van Human Capital.
6.1.9 WERKING EN TAKEN VAN DE RAAD VAN BESTUUR
De Raad van Bestuur vergadert minstens vier maal per jaar,
en in ieder geval vaak genoeg om zich daadwerkelijk van zijn
verantwoordelijkheden te kunnen kwijten. De Voorzitter kan
andere of bijkomende vergaderingen samenroepen telkens de
belangen van de Vennootschap dit vereisen of op vraag van
minstens twee bestuurders of de CEO.
In 2025 vonden er dertien vergaderingen van de Raad van Bestuur
plaats. Daarnaast besliste de Raad van Bestuur ook achtmaal via
de procedure van schriftelijke besluitvorming.
In overleg met de CEO legt de Voorzitter de agendapunten
vast van elke vergadering van de Raad van Bestuur. Tijdens de
vergadering kan de Raad van Bestuur beslissen een bijkomend
punt op de dagorde te plaatsen voor zover alle leden aanwezig
zijn en met deze wijziging van de agenda instemmen.
Iedere bestuurder kan volmacht geven aan een ander lid van de
Raad van Bestuur om hem of haar op een welbepaalde vergadering
te vertegenwoordigen.
BASECAMP BY XIOR
Potsdam - DUITSLAND
Mevr. Marieke Bax - °1961
kantooradres: Plantage Westermanlaan 13, 1018 DK
Amsterdam (Nederland)
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
75
76
CORPORATE GOVERNANCE XIOR
Graphics
De Raad van Bestuur kan slechts geldig beraadslagen en beslissen
indien ten minste de meerderheid van de bestuurders aanwezig
of vertegenwoordigd is. Indien dit quorum niet is bereikt, kan een
nieuwe vergadering worden bijeengeroepen met dezelfde agenda,
die geldig zal beraadslagen en beslissen indien ten minste twee
bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd zijn.
Indien een bestuurder, rechtstreeks of onrechtstreeks, een belang
van vermogensrechtelijke aard heeft dat strijdig is met een
beslissing of een verrichting die tot de bevoegdheid behoort van
de Raad van Bestuur, dient hij zich te richten naar de bepalingen
van artikel 7:96 van het Wetboek van vennootschappen en
verenigingen. De leden van de Raad van Bestuur dienen eveneens
artikelen 37-38 van de GVV-Wet na te leven.
Besluiten van de Raad van Bestuur worden bij meerderheid van de
uitgebrachte stemmen genomen. Blanco of ongeldige stemmen
worden niet bij de uitgebrachte stemmen geteld. Bij staking van
stemmen binnen de Raad van Bestuur is het voorstel verworpen.
De Raad van Bestuur streeft het lange termijn succes van de
Vennootschap na door ondernemend leiderschap te garanderen
en tegelijkertijd de risico’s van de Vennootschap te beoordelen en
te beheren, en dit binnen een kader van efficiënte en effectieve
controles.
De Raad van Bestuur beslist vanuit haar beleidsfunctie over de
waarden en de strategie van de Vennootschap, de voornaamste
beleidslijnen, en haar bereidheid om risico’s te nemen. Zij ziet erop
toe dat de verplichtingen van de Vennootschap ten aanzien van
al haar aandeelhouders duidelijk zijn en dat eraan wordt voldaan,
rekening houdend met de belangen van de overige stakeholders.
De Raad van Bestuur beoordeelt vanuit haar toezichtsfunctie
de verwezenlijking van de strategie en doelstellingen van de
Vennootschap en de prestaties van het uitvoerend management.
Om de doeltreffendheid van de Raad van Bestuur voortdurend
te verbeteren, evalueert de Raad van Bestuur ten gepaste tijde
zijn omvang, samenstelling, prestaties en de interactie met
het uitvoerend management. De daadwerkelijke bijdrage en
aanwezigheid van elke bestuurder wordt periodiek geëvalueerd
om - rekening houdend met wijzigende omstandigheden - de
samenstelling van de Raad van Bestuur te kunnen aanpassen.
De Raad van Bestuur heeft een audit- en riskcomité, een
remuneratie- en benoemingscomité, een investeringscomité,
een ESG & Ethics comité en een uitvoerend comité opgericht
(zie infra). Op 1 april 2025 werd door de raad van bestuur besloten
om het ESG & Ethics comité te integreren in de Raad van Bestuur.
Voor een gedetailleerde beschrijving van de taken en de werking
van de Raad van Bestuur wordt verwezen naar Hoofdstuk 2.6 van
het Corporate Governance Charter van de Vennootschap.
6.1.10 OVERZICHT OMTRENT DE WERKING VAN DE RAAD VAN BESTUUR IN 2025
Naam Hoedanigheid
Aanwezigheden
Wilfried Neven
Voorzitter (sinds 19/05/2022)
Niet-uitvoerend, onafhankelijk bestuurder
Raad van Bestuur 15/15
Audit- en riskcomité: 5/5
Joost Uwents Niet-uitvoerend, onafhankelijk bestuurder
Raad van Bestuur: 15/15
Investeringscomité: 10/10
Wouter De Maeseneire Niet-uitvoerend, onafhankelijk bestuurder
Raad van Bestuur: 15/15
Remuneratiecomité: 2/2
Audit- en riskcomité: 2/2
*
Colette Dierick Niet-uitvoerend, onafhankelijk bestuurder
Raad van Bestuur: 13/15
Audit- en riskcomité: 4/5
Remuneratiecomité: 2/2
Conny Vandendriessche Niet-uitvoerend, onafhankelijk bestuurder
Raad van Bestuur: 13/15
Remuneratiecomité: 2/2
ESG & Ethics comité: 1/1
Marieke Bax Niet-uitvoerend, onafhankelijk bestuurder
Raad van Bestuur: 3/4
**
Audit- en riskcomité: 3/3
**
ESG & Ethics comité: 0/1
**
Christian Teunissen Uitvoerend bestuurder
Raad van Bestuur: 15/15
Audit- en riskcomité: 5/5 (op uitnodiging van het comité)
Remuneratiecomité: 2/2 (op uitnodiging van het comité)
Investeringscomité: 10/10
ESG & Ethics comité: 1/1
Frederik Snauwaert Uitvoerend bestuurder
Raad van Bestuur: 15/15
Audit- en riskcomité: 5/5 (op uitnodiging van het comité)
Remuneratiecomité: 2/2 (op uitnodiging van het comité)
*
Wouter De Maeseneire werd op 15 mei 2025 benoemd als lid van het Audit- en riskcomité. Bijgevolg wordt enkel melding gemaakt
van de vergaderingen die plaatsvonden tussen 15 mei 2025 en 31 december 2025.
**
Het mandaat van Marieke Bax liep af op de algemene vergadering van de Vennootschap van 15 mei 2025. Bijgevolg wordt enkel
melding gemaakt van de vergaderingen die plaatsvonden tussen 1 januari 2025 en 15 mei 2025.
6.1.11 GEDELEGEERD BESTUURDER EN EFFECTIEVE
LEIDING
De Raad van Bestuur van de Vennootschap heeft het dagelijks
bestuur toevertrouwd aan één gedelegeerd bestuurder, namelijk
de heer Christian Teunissen (CEO). De gedelegeerd bestuurder
werd op de vergadering van de Raad van Bestuur van 25 november
2015 benoemd voor een onbepaalde termijn, met dien verstande
dat zijn mandaat van gedelegeerd bestuurder een einde zal
nemen op het moment dat zijn mandaat als bestuurder van de
Vennootschap een einde neemt.
Christian Teunissen (CEO) en Frederik Snauwaert (CFO) zijn
voor onbepaalde duur aangesteld als effectieve leiders van de
Vennootschap in de zin van artikel 14 van de GVV-Wet.
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
77
78
CORPORATE GOVERNANCE XIOR
Graphics
6.1.12 UITVOEREND MANAGEMENT
Het uitvoerend management van de Vennootschap telt op heden
drie leden, m.n. twee uitvoerende bestuurders, zijnde de CEO en
de CFO, en de Chief Operating Officer (“COO”), zijnde Kristina
Olsen.
De CEO, CFO en de COO worden benoemd door de Raad van
Bestuur. In functie van haar toekomstige omvang, activiteiten en
behoeften kan de Vennootschap het uitvoerend management op
termijn uitbreiden of wijzigen.
Naam
Hoedanig-
heid
Ingang
mandaat
Einde
mandaat
Christian Teunissen
CEO 23/11/2015
Onbepaald
Frederik Snauwaert
CFO 23/11/2015
Onbepaald
Kristina Olsen
COO 19/10/2022
Onbepaald
Aan het hoofd van het uitvoerend management staat Christian
Teunissen, CEO. De CEO staat onder meer in voor het dagelijks
bestuur van de Vennootschap en de prospectie en identificatie van
nieuwe vastgoedprojecten. De CEO leidt tevens de operationele
beheers- en verhuuractiviteiten van de Vennootschap. De CFO
staat in voor de leiding van het financieel, boekhoudkundig en
administratief departement.
De COO is verantwoordelijk voor het beheer van de dagelijkse en
(niet-financiële) administratieve werking van de Vennootschap.
De CGO (voorheen “CIO”) staat in voor de coördinatie en
uitvoering van de investeringen en transacties waartoe de
Vennootschap wenst over te gaan. Er werd beslist om voorlopig
geen CGO aan te stellen, de voormelde verantwoordelijkheden
worden waargenomen door de CEO.
De rol en bevoegdheden van de leden van het uitvoerend
management staan beschreven in artikel 5.2 van het Corporate
Governance Charter van de Vennootschap.
Het beroepsadres van het uitvoerend management bevindt zich
op de maatschappelijke zetel van de Vennootschap, d.i. Frankrijklei
64-68, 2000 Antwerpen, België.
Hiernaast wordt een beknopte omschrijving gegeven van
de professionele carrière van de leden van het uitvoerend
management.
Christian Teunissen (°1973)
Christian Teunissen voltooide in 1996 zijn licentiaat
handelswetenschappen (optie accountancy) aan de EHSAL
te Brussel. Hij startte zijn carrière in de verzekeringssector bij
Fortis AG. In 2000 startte hij zijn eigen verzekeringskantoor via
de overname van AdB Business Partners, dat in 2005 verkocht
werd aan Van Dessel Verzekeringen. Op deze wijze heeft Christian
Teunissen gedurende 9 jaar kennis vergaard en ervaring opgedaan
in de verzekeringsindustrie. Sinds 2005 legt Christian zich toe op
de uitbouw van een vastgoedportefeuille, zowel als ontwikkelaar,
als investeerder, en als beheerder. In 2007 realiseerde Christian
Teunissen zijn eerste studenthuisvestingsproject, bestaande uit
45 studentenkamers. Hij staat reeds 19 jaar aan het hoofd van de
Xior groep.
In het kader van zijn professionele vastgoedactiviteiten, werd een
bijzondere focus gelegd op de sector van het studentenvastgoed,
die aan de grondslag ligt voor de uitbouw van de huidige
portefeuille van de Vennootschap. Hij is (mede-)oprichter en
bestuurder van diverse vastgoedvennootschappen, waaronder
Xior Student Housing NV.
Lopende mandaten: Naast zijn mandaat als lid van de Raad van
Bestuur van de Vennootschap, vervult hij tevens mandaten in
volgende vennootschappen (waarvan het overgrote merendeel
echter geen deelname aan het dagelijks bestuur impliceert): Aloxe
NV, Student House Building BV, Limimmo BV, Proinvest BV, Mopro
Antigoon NV, M-Building BV, Moose Real Estate BV, Anthonis
Verzekeringen NV, Nevi BV, Livec NV, Landwin BV, Gropius BV, Coral
BV, Coral Build BV, Teuvan NV, Immo DDL NV, Silex BV.
Afgelopen mandaten over de afgelopen 5 jaar: Devimmo NV,
CPG CVBA en Retail Design BV, Promiris Student NV en Alma
Student NV, Mopro Zurenborg BV, Jugho BV Off Site Europe BV,
Lotta BV, B&C Enterprises Ltd.
Frederik Snauwaert (°1980)
Frederik Snauwaert behaalde een master in handelswetenschappen
optie financieel beleid en beleggingsleer aan EHSAL te Brussel in
2003. In 2009 voltooide hij de vastgoedopleiding Postgraduaat
Vastgoedkunde aan de KU Leuven.
Frederik is sinds 2012 CFO van de Vennootschap. Hij startte
zijn loopbaan in 2003 bij PwC, waar hij tot 2006 actief was als
Senior Auditor. Vervolgens was hij actief als Group Credit/Asset
Risk Officer van Fortis Lease Group Services. Van 2008 tot 2012
was hij Relationship Manager Midcorporates & Institutionals (Real
Estate) bij ING België, waarna hij de overstap maakte naar de
Vennootschap.
Lopende mandaten: Naast zijn mandaat als lid van de Raad van
Bestuur van de Vennootschap, vervult hij tevens mandaten in
volgende vennootschappen (waarvan het overgrote merendeel
echter geen deelname aan het dagelijks bestuur impliceert):
Aloxe NV, CaliXto BV, Anthonis Verzekeringen NV, M-Building BV,
Mopro Antigoon NV, Studium Invest GCV, PDH Invest BV, Immo
DDL NV, Tyche Investments BV, Silex BV, Krijgimmo BV, Boerenkrijg
Construct BV, Immo Parkland BV.
Afgelopen mandaten over de afgelopen 5 jaar: Jugho BV,
Lovania Properties BV, Ramberghof BV, Mopro Zurenborg BV,
Off Site Europe BV, Modesti SARL, Vere Investments SARL, Here
Investments SARL, Leuven Tréfonds BV, Devimmo NV, CPG CVBA
en Retail Design BV, Promiris Student NV en Alma Student NV.
Kristina Olsen (°1967)
Kristina Olsen heeft postgraduaatcertificaten van zowel Oxford
University als INSEAD en is een erkend vastgoedmakelaar.
Kristina bekleedde tussen 2000 en 2016 verschillende manage-
mentfuncties binnen het beursgenoteerde Scandinavische
bouwbedrijf NCC. Toen ze zich op de woningbouw richtte, werd
ze Managing Director van Denemarken en Noorwegen. In 2021 trad
Kristina toe tot het Basecamp-team als Managing Director van
Basecamp Nordics. Sinds 19/10/2022 bekleedt Kristina de functie
van COO binnen Xior en is zij verantwoordelijk voor het algemeen
beheer van de dagelijkse activiteiten van Xior.
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
79
80
CORPORATE GOVERNANCE XIOR
Graphics
OVERZICHT VAN HET BESTUUR EN HET UITVOEREND
MANAGEMENT
Uitvoerende bestuurders
Christian Teunissen (CEO)
Frederik Snauwaert (CFO)
Niet-uitvoerende, onafhanke-
lijke bestuurders
Joost Uwents
Wilfried Neven
Wouter De Maeseneire
Colette Dierick
Conny Vandendriessche
Marieke Bax
*
Voorzitter Raad van Bestuur
Wilfried Neven
Gedelegeerd bestuurder
Christian Teunissen (CEO)
Uitvoerend management
Christian Teunissen (CEO)
Frederik Snauwaert (CFO)
Kristina Olsen (COO)
Effectieve leiders
Christian Teunissen (CEO)
Frederik Snauwaert (CFO)
*
Mandaat van Marieke Bax liep af op de jaarlijkse algemene vergadering van
aandeelhouders van 15 mei 2025.
6.1.13 COMITÉS VAN DE RAAD VAN BESTUUR
De Raad van Bestuur kan, in overeenstemming met artikel 7:93
WVV., in zijn midden en onder zijn aansprakelijkheid een of
meerdere adviserende comités oprichten, zoals bijvoorbeeld een
strategisch comité. De Raad van Bestuur bepaalt de samenstelling
en de bevoegdheden van deze comités, met inachtneming van de
toepasselijke regelgeving.
De Raad van Bestuur heeft de volgende comités opgericht: een
investeringscomité, een audit- en riskcomité, een remuneratie-
en benoemingscomité, een ESG & Ethics comité en sinds 15
september 2022 ook een uitvoerend comité. Zoals eerder
vermeld, werd door de raad van bestuur op 1 april 2025 besloten
om het ESG & Ethics comité te integreren in de Raad van Bestuur.
(i) Het investeringscomité
In de loop van 2018 werd een investeringscomité ingericht,
bestaande uit Joost Uwents (onafhankelijk en niet-uitvoerend
bestuurder), Christian Teunissen (uitvoerend bestuurder en CEO)
en Frederik Snauwaert (uitvoerend bestuurder en CFO).
Het investeringscomité heeft als doel de verdere groei van de
Vennootschap mee te faciliteren, door als brug te fungeren
tussen het uitvoerend management en de Raad van Bestuur.
Hiermee wordt de interactie met de Raad van Bestuur, en dus
ook het besluitvormingsproces, verder geoptimaliseerd, om zo
op nog efficiëntere wijze te kunnen inspelen op investerings-
opportuniteiten.
De rol en verantwoordelijkheden, samenstelling en werking van
het investeringscomité, staan beschreven in Hoofdstuk 4.5 van
het Corporate Governance Charter van de Vennootschap.
Het investeringscomité kwam in 2025 in totaal 10 keer samen (via
fysieke bijeenkomst of videoconferentie).
(ii) Het audit- en riskcomité
Tijdens het laatste kwartaal van 2019 heeft de Vennootschap,
gelet op de evolutie in de complexiteit, aard en omvang van de
Vennootschap en haar activiteiten (zie eveneens Hoofdstuk 6.1.1.
van dit Jaarverslag), een apart auditcomité opgericht dat over
voldoende relevante kennis beschikt, in het bijzonder in financiële
aangelegenheden, om haar rol effectief te kunnen vervullen en
een optimale werking te garanderen.
Tot 31 december 2022 werd het auditcomité gevormd door alle
onafhankelijke bestuurders van de Vennootschap met Wilfried
Neven als voorzitter. Gelet op de groei van de vastgoedportefeuille
van de Vennootschap in 2022, besloot de Raad van Bestuur om het
aantal leden van dit comité te reduceren naar 3 zodat het comité
in staat is regelmatiger en uitgebreider te vergaderen. Dit comité
wordt sinds 1 januari 2023 aangeduid als “Audit & Risk Comité” en
heeft als leden Marieke Bax, Wilfried Neven en Colette Dierick. Het
mandaat van Marieke Bax liep af op de algemene vergadering van
15 mei 2025. Wouter De Maeseneire werd aangesteld vanaf 15 mei
2025 als derde lid van dit comité. Colette Dierick werd benoemd
als voorzitter van dit comité.
De rol en verantwoordelijkheden, samenstelling en werking van
het auditcomité, staan beschreven in Hoofdstuk 4.2 van het
Corporate Governance Charter van de Vennootschap.
Het auditcomité kwam in 2025 in totaal 5 keer samen (via fysieke
bijeenkomst of videoconferentie).
(iii) Het remuneratie- en benoemingscomité
Op 31 maart 2020 heeft de Vennootschap een apart remuneratie-
en benoemingscomité opgericht, waarvan gedurende 2022
alle onafhankelijke bestuurders van de Vennootschap deel van
uitmaakten en met Wouter De Maeseneire als voorzitter. Gelet
op de groei van de vastgoedportefeuille van de Vennootschap
in 2022, besloot de Raad van Bestuur om het aantal leden van
dit comité te reduceren naar 3 zodat het comité in staat is
regelmatiger en uitgebreider te vergaderen. Sinds 1 januari 2023
bestaat het remuneratie- en benoemingscomité uit 3 leden,
zijnde Wouter de Maeseneire, Conny Vandendriessche en Colette
Dierick.
De rol en verantwoordelijkheden, samenstelling en werking van
het remuneratie- en benoemingscomité, staan beschreven in
Hoofdstuk 4.3 van het Corporate Governance Charter van de
Vennootschap.
Het remuneratie- en benoemingscomité kwam in 2025 in totaal 2
keer samen (via fysieke bijeenkomst of videoconferentie).
(iv) Het ESG & Ethics comité
In april 2022 heeft de Vennootschap een ESG & Ethics comité
opgericht. Marieke Bax, de heer Christian Teunissen en Conny
Vandendriessche werden benoemd als leden van dit comité.
Het comité heeft als taak enerzijds het toezicht houden op
de naleving door de Vennootschap van de hoogste ethische
standaarden in de meest ruime zin, met inbegrip van de code of
conduct van de Vennootschap (m.i.v. de “Xior Values”) en anderzijds
advies en aanbevelingen verstrekken aan de Raad van Bestuur
over het ESG-beleid inclusief in de context van de uitvoering of de
herziening van de duurzaamheidsstrategie van de Vennootschap.
Het eerste luik beoogt in het algemeen het zaken doen door de
Vennootschap op een eerlijke, transparante en ethische wijze en
het op systematische wijze voorkomen van zaken zoals fraude,
corruptie, discriminatie, schendingen van mensenrechten en
inbreuken op antiwitwaswetgeving of mededingingsrecht. Het
tweede luik past in de door de Vennootschap gecommuniceerde
ambitie om haar ESG-inspanningen te versnellen. De rol en
verantwoordelijkheden, samenstelling en werking van het ESG
& Ethics comité staan beschreven in Hoofdstuk 4.6 van het
Corporate Governance Charter van de Vennootschap.
Het ESG & Ethics comité kwam in 2025 1 keer samen (via fysieke
bijeenkomst of videoconferentie).
Op 1 april 2025 werd door de Raad van Bestuur van de Vennoot-
schap beslist om niet langer een afzonderlijk ESG & Ethics
comité te hebben, maar dit te integreren in de Raad van Bestuur
zelf. De Raad van Bestuur besloot hiertoe doordat enerzijds de
Vennootschap inmiddels een uitgebreide en gestandaardiseerde
code of conduct heeft en anderzijds de ESG versnelling die Xior
wou uitvoeren en waarbij het comité specifieke bijstand bood,
voltooid werd en verder kan worden opgevolgd binnen de schoot
van de Raad van Bestuur. De Raad van Bestuur zal twee keer per
jaar samen komen met bijzondere aandacht voor de niet financiële
onderwerpen, zoals bijvoorbeeld ESG. Deze nieuwe structuur zal
Xior beter positioneren om de ESG en ethische doelstellingen te
bereiken.
(v) Het uitvoerend comité.
Het uitvoerend comité werd op 15 september 2022 opgericht en
bestaat uit de CEO, CFO, COO en CGO (momenteel is er geen
CGO in functie en bestaat het comité dus uit de CEO, CFO en
COO). Het comité heeft als taak de CEO (die op zijn beurt de
Raad van Bestuur zal adviseren) te adviseren over belangrijke
aangelegenheden, het nemen van uitvoerende beslissingen en
het maken van belangrijke aanbevelingen aan de Raad van Bestuur
binnen de reikwijdte van de verantwoordelijkheden van elk van de
leden van het uitvoerend comité.
De rol en verantwoordelijkheden, samenstelling en werking van
het uitvoerend comité, staan beschreven in Hoofdstuk 4.4 van
het Corporate Governance Charter van de Vennootschap.
Het uitvoerend comité kwam in 2025 minstens één keer per
maand samen (via fysieke bijeenkomst of videoconferentie).
Bovendien had het comité in 2025 regelmatig op informele
wijze (elektronisch of telefonisch) overleg wanneer een formele
vergadering niet nodig was.
6.1.14 BELANGENCONFLICTEN
6.1.14.1 Algemeen
De Vennootschap heeft een aantal procedures ingebouwd met
het oog op het beperken van het risico van enige nadelige impact
van belangenconflicten op de Vennootschap.
De wettelijke regeling inzake belangenconflicten voor bestuurders
(artikel 7:96 van het Wetboek van vennootschappen en
verenigingen) is in principe van toepassing op beslissingen of
verrichtingen die tot de bevoegdheid van de Raad van Bestuur
behoren in het geval een bestuurder daarbij rechtstreeks of
onrechtstreeks een vermogensrechtelijk belang heeft dat strijdig
is met een beslissing of een verrichting die tot de bevoegdheid
behoort van de Raad van Bestuur.
De Vennootschap dient eveneens de procedure van artikel 7:97
van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen na te
leven indien zij een beslissing neemt of een verrichting uitvoert
die verband houdt met: (i) betrekkingen van de Vennootschap
met een verbonden vennootschap, met uitzondering van
haar dochtervennootschappen en (ii) betrekkingen tussen
een dochtervennootschap van de Vennootschap met een
daarmee verbonden vennootschap, met uitzondering van
dochtervennootschappen van die dochtervennootschap.
Ook de regeling van artikelen 37 en 38 van de GVV-Wet is van
toepassing op de Vennootschap. Artikel 37 GVV-Wet bevat
een functionele belangenconflictenregeling die inhoudt dat de
openbare GVV de FSMA moet informeren telkens bepaalde met
de openbare GVV verbonden personen (opgesomd in hetzelfde
artikel, waaronder onder meer de bestuurders, de personen die
de GVV controleren, ermee verbonden zijn of er een deelneming
in bezitten, de promotor en de andere aandeelhouders van alle
dochtervennootschappen van de openbare GVV) rechtstreeks
of onrechtstreeks optreden als tegenpartij bij, of enig
vermogensvoordeel halen uit, een verrichting met de openbare
GVV of een van haar dochtervennootschappen. Verrichtingen
in het kader waarvan een functioneel belangenconflict bestaat,
dienen ter kennis te worden gebracht van de FSMA en dienen
onmiddellijk openbaar te worden gemaakt (zonder afbreuk te
doen aan de regels inzake voorwetenschap). Ze worden in dit
Jaarverslag en in het verslag van de commissaris toegelicht. Deze
verrichtingen dienen tevens tegen normale marktvoorwaarden
te worden uitgevoerd en dienen te kaderen in de normale koers
van de ondernemingsstrategie van de Vennootschap. Wanneer
een dergelijke verrichting betrekking heeft op vastgoed, is de
waardering van de vastgoedexpert bindend als minimumprijs (bij
verkoop door de GVV) of als maximumprijs (bij aankoop door de
GVV). Artikel 38 GVV-Wet voorziet in een aantal uitzonderingen
waarin de bepalingen van artikel 37 van de GVV-Wet niet van
toepassing zijn.
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
81
82
CORPORATE GOVERNANCE XIOR

Graphics
De Vennootschap legt bovendien aan elk lid van de Raad van
Bestuur en van het uitvoerend management op dat hij of zij het
ontstaan van belangenconflicten zoveel mogelijk moet trachten
te vermijden. Bovendien hanteert de Vennootschap, op vrijwillige
basis, een strengere politiek inzake belangenconflicten, met
betrekking tot materies die tot de bevoegdheid van de Raad van
Bestuur of het uitvoerend management behoren.
Aangezien de bestuurders van de Vennootschap worden benoemd
op grond van hun competenties en ervaring inzake vastgoed
en andere belendende expertise-domeinen, komt het voor dat
zij bestuursmandaten hebben in andere vastgoedvennoot-
schappen of in vennootschappen die vastgoedvennootschappen
controleren, of dat zij als natuurlijke persoon vastgoedactiviteiten
uitoefenen. Het kan voorvallen dat een verrichting die aan de
Raad van Bestuur wordt voorgelegd (bijvoorbeeld de aankoop
van een gebouw in het kader van een veiling), de belangstelling
kan wekken van een andere vennootschap waarin een bestuurder
een mandaat uitoefent. Voor dergelijke “corporate opportunities”,
die soms tot belangenconflicten kunnen leiden, heeft de
Vennootschap besloten om eveneens een bijzondere procedure
toe te passen die in zekere mate ontleend is aan deze die artikel
7:96 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen
inzake belangenconflicten voorziet.
Voor een gedetailleerde beschrijving van de taken en de werking
van de Raad van Bestuur wordt verwezen naar Hoofdstuk 3 van
het Corporate Governance Charter van de Vennootschap.
6.1.15 SPECIFIEKE BELANGENCONFLICTEN
Er werd in 2025 in 1 vergadering van de Raad van Bestuur gebruik
gemaakt van de procedure van artikel 7:96 en 7:97 van het
Wetboek van vennootschappen en verenigingen.
Uittreksel uit de notulen van de vergadering van de Raad van
Bestuur van 31 januari 2025 inzake de variabele remuneratie
van het uitvoerend management met betrekking tot boekjaar
2023-2024 (long term 2023 – tweede schijf) en met betrekking
tot boekjaar 2024 (short term – eerste schijf):
“Vaststelling van de tweede schijf van variabele remuneratie van
het uitvoerend management met betrekking tot boekjaar 2023
1. Inleiding
De Raad van Bestuur neemt kennis van de melding door Christian
Teunissen en Frederik Snauwaert, zoals hieronder weergegeven,
van een vermogensrechtelijk belangenconflict in hun hoofde, in
toepassing van artikel 7:96 van het Wetboek van vennootschappen
en verenigingen (“WVV”). Na dit belangenconflict te hebben
gemeld, verlaten Christian Teunissen en Frederik Snauwaert de
vergadering.
2. Kennisname van de verklaring van Christian Teunissen en
Frederik Snauwaert overeenkomstig artikel 7:96 WVV
De Raad van Bestuur neemt kennis van de verklaring van Christian
Teunissen resp. Frederik Snauwaert in toepassing van artikel 7:96
WVV, betreffende hun belang van vermogensrechtelijke aard
dat strijdig is met de voorgenomen beslissing van de Raad van
Bestuur. Dit tegenstrijdig vermogensrechtelijk belang wordt aan
de bestuurders gemeld vóór de bespreking van en besluitvorming
over dit agendapunt.
Een kopie van voornoemde verklaringen wordt aan deze notulen
gehecht als Bijlage 2.
3. Bespreking en goedkeuring van de concrete toekenning van
de tweede schijf van de variabele remuneratie van de leden van
het uitvoerend management over 2023 (long term KPI’s) en de
eerste schijf van de variabele remuneratie van de leden van het
uitvoerend management over 2024 (short term KPI’s)
De Raad van Bestuur neemt kennis van de respectievelijke
meldingen in het kader van de voorgestelde bespreking van
de concrete toekenning van de tweede schijf van de variabele
remuneratie aan de leden van uitvoerend management over het
boekjaar 2023 (long term KPI’s) en de eerste schijf van de varia-
bele remuneratie aan de leden van uitvoerend management over
het boekjaar boekjaar 2024 (short term KPI’s), die logischerwijze
ten laste komt van Xior, en waar Xior bijgevolg de financiële
gevolgen van ondergaat, waardoor een vermogensrechtelijk
belangenconflict bestaat tussen Xior en Christian Teunissen resp.
Frederik Snauwaert.
De vermogensrechtelijke gevolgen voor Xior ten gevolge van het
ten laste nemen van de remuneratie, blijken uit Bijlage 5 en 6 bij
deze notulen, waarin het overzicht van de totale vaste verloning
en de totale maximale variabele verloning van de heren Christian
Teunissen en Frederik Snauwaert is opgenomen.
Vervolgens verwijst de Raad van Bestuur naar de vergadering van
het Remuneratie- en Benoemingscomité die op heden plaatsvond
en wordt er eveneens kennis genomen van de berekening van
de kwantitatieve KPIs en een inhoudelijke status update van de
kwalitatieve KPIs.
Het Remuneratie- en Benoemingscomité heeft een aanbeveling
geformuleerd omtrent de variabele vergoeding (zowel m.b.t. de
tweede schijf over boekjaar 2023 (long term KPI’s) als m.b.t. de
eerste schijf over boekjaar 2024 (short term KPI’s) en de Raad
van Bestuur beslist, in navolging van deze aanbeveling:
• tot toekenning van de tweede schijf van de variabele ver-
goeding m.b.t. 2023 (long term KPI’s) aan de heren Christian
Teunissen en Frederik Snauwaert ten belope van 88% van
het maximale bedrag voorzien voor deze tweede schijf, na
te hebben vastgesteld in welke mate de verschillende KPIs
werden gehaald (Bijlage 5);
• tot toekenning van de eerste schijf van de variabele vergoe-
ding m.b.t. 2024 (short term) aan de heren Christian Teunissen
en Frederik Snauwaert ten belope van 77% van het maximale
bedrag voorzien voor deze eerste schijf, na te hebben vast-
gesteld in welke mate de verschillende KPIs werden gehaald
(Bijlage 6).
6.1.15.1 Overige vastgoedactiviteiten van de uitvoe-
rende bestuurders en met hen verbonden ven-
nootschappen
De heer Christian Teunissen (CEO) en de heer Frederik
Snauwaert (CFO) zijn naast hun activiteiten in de
Vennootschap onrechtstreeks (via participaties in andere
vastgoedvennootschappen en/of als lid van een bestuursorgaan)
betrokken bij andere vastgoedactiviteiten. Deze activiteiten
zijn echter niet van dien aard dat zij een dagelijkse of actieve
opvolging of betrokkenheid vereisen, en vormen dus geenszins
een beletsel voor de operationele activiteiten van de CEO en de
CFO in de Vennootschap.
Bovendien houden deze activiteiten geen noemenswaardige
concurrerende activiteiten in ten opzichte van de studenten-
huisvestingsactiviteiten van de Vennootschap. Volledigheidshalve
wordt vermeld dat de heer Christian Teunissen (CEO) resp. de
heer Frederik Snauwaert (CFO) elk een participatie bezitten in een
respectieve vennootschap die een beperkt aantal units bestemd
voor studentenhuisvesting aanhoudt, maar waarover zij geen
controle uitoefenen of kunnen uitoefenen. Het betreft telkens een
uitdoofscenario, waarbij beide personen geen intenties hebben
om dergelijke studentenhuisvestingsactiviteiten in de toekomst uit
te breiden. Bovendien zijn deze activiteiten gelet op hun beperkte
omvang niet van dien aard dat zij enige significante concurrentie
zouden kunnen vormen voor de studentenhuisvestingsactiviteiten
van de Vennootschap.
6.1.16 VERKLARINGEN
De Vennootschap heeft geen enkele regeling of overeenkomst
gesloten met belangrijke aandeelhouders, cliënten, leveranciers
of andere personen, krachtens welk enig van de voormelde
personen gekozen werd als lid van een bestuurs-, leidinggevende
of toezichthoudende organen of als lid van de bedrijfsleiding.
6.1.17 REMUNERATIEVERSLAG
6.1.17.1 Algemeen – betrokken personen
Met toepassing van artikel 3:6, §3 van het Wetboek van
vennootschappen en verenigingen stelt Xior een remuneratie-
verslag op inzake het remuneratiebeleid en de individuele
remuneratie van haar uitvoerende en niet-uitvoerende
bestuurders en de leden van haar uitvoerend management.
Dit verslag behandelt de periode van 1 januari 2025 tot en met
31 december 2025. Dit verslag werd goedgekeurd door het
benoemings- en remuneratiecomité van 27 januari 2026 en de
Raad van Bestuur van de Vennootschap op 28 januari 2026.
Het remuneratiebeleid met betrekking tot 2025 werd ten opzichte
van de voorgaande verslagperiode niet gewijzigd. Dit beleid kan
worden geraadpleegd in het corporate governance charter van
de Vennootschap en staat gepubliceerd op de website van de
Vennootschap.
6.1.17.2 Bezoldiging van de leden van de Raad van
Bestuur
Het bedrag van de vergoedingen van de leden van de Raad van
Bestuur van de Vennootschap wordt voorgesteld aan de algemene
vergadering door de Raad van Bestuur. Het remuneratiebeleid
wordt jaarlijks geëvalueerd, op basis van een externe benchmarking
die op tweejaarlijkse basis wordt uitgevoerd of in geval van een
belangrijke wijziging in de omvang van de Vennootschap of functies
en verantwoordelijkheden van het uitvoerend management.
Wat de remuneratie betreft, streeft de Vennootschap ernaar
zich te positioneren op de mediaan van de benchmarkgroep.
De referentiegroep die de Vennootschap in dit verband
heeft geïdentificeerd, bestaat uit een groep vergelijkbare
beursgenoteerde vastgoedvennootschappen (waaronder, onder
andere, andere GVV’s).
Op vierjaarlijkse basis wordt het voorgelegd aan de Algemene
Vergadering ter goedkeuring, met dien verstande dat indien de
jaarlijkse evaluatie of benchmarking tot materiële wijzigingen
leiden, deze wijzigingen eveneens onderworpen zijn aan de
goedkeuring van de Algemene Vergadering.
Deze benchmarking werd voor de eerste maal uitgevoerd in 2018
door onafhankelijke specialist Hudson, en werd gebruikt bij de
aanpassing van de vergoedingen in de loop van 2018.
In 2021 werd voor de tweede maal een analyse uitgevoerd
van de vergoeding van de bestuurders, deze keer door het
remuneratiecomité. Op 14 april 2021 besliste de Raad van Bestuur
(op voorstel van het remuneratiecomité) om de vergoeding van
de niet-uitvoerende bestuurders te verhogen.
Op 12 april 2023 werd door het remuneratiecomité een derde maal
een analyse uitgevoerd van de vergoeding van de bestuurders.
De Algemene Vergadering van 19 mei 2023 besliste bijgevolg om
de bezoldiging van de niet-uitvoerende bestuurders opnieuw te
verhogen (zie Hoofdstuk 6.1.17.4 van dit Jaarverslag).
Op 27 januari 2026 voerde het remuneratiecomité opnieuw een
analyse uit van de vergoeding van de bestuurders. Ten gevolge
van deze analyse stelt de raad van bestuur (na advies van
het remuneratiecomité) voor om de vaste vergoeding van de
voorzitter van de raad van bestuur te verhogen. Na deze verhoging
zal de vaste vergoeding van de voorzitter gelijk zijn aan tweemaal
de vaste vergoeding van een niet-uitvoerende bestuurder die
geen voorzitter is. Deze verhoging volgt uit de jaarlijks uitgevoerde
benchmarking, alsook ten gevolge van bijkomende projecten
die door de voorzitter werden opgevolgd. De raad van bestuur
zal deze verhoging ter goedkeuring voorleggen op de jaarlijkse
algemene vergadering van aandeelhouders van 21 mei 2026.
Alle leden van de Raad van Bestuur zijn gedekt door een polis
burgerlijke aansprakelijkheid bestuurders ("D&O Insurance")
waarvan de premie (inclusief taksen) (50.801,25 EUR) wordt
betaald door Xior. De bestuurders genieten geen andere voordelen
(bedrijfswagen, pensioen, GSM, enz.).
Het vergoedingsbeleid van de Vennootschap maakt een
onderscheid tussen twee types van bestuurders: de uitvoerende
bestuurders en de niet-uitvoerende, al dan niet onafhankelijke
bestuurders. Aan de bestuurders wordt (in hun hoedanigheid
van bestuurder) geen variabele vergoeding toegekend (voor de
variabele vergoeding van de uitvoerende bestuurders in hun
hoedanigheid van lid van het uitvoerend management, wordt
verwezen naar Hoofdstuk 6.1.17.5 van dit Jaarverslag noch enige
vergoeding in functie van een specifieke verrichting of transactie
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
83
84
CORPORATE GOVERNANCE XIOR

Graphics
van de openbare GVV of haar dochtervennootschappen. Bijgevolg
is deze vergoeding in overeenstemming met artikel 35 van de
GVV-Wet.
Aan de leden van de Raad van Bestuur werden over 2025 geen
aandelen als vergoeding toegekend.
6.1.17.3 Uitvoerende bestuurders
De bestuurders van de Vennootschap die tevens lid zijn van
het uitvoerend management, ontvangen geen vaste vergoeding,
noch een zitpenning. Zij ontvangen als lid van het uitvoerend
management een managementvergoeding (zie hieronder
Hoofdstuk 6.1.17.5 van dit Jaarverslag).
6.1.17.4 Niet-uitvoerende bestuurders
De bezoldiging van niet-uitvoerende onafhankelijke bestuurders
houdt rekening met hun rol als lid van de Raad van Bestuur en
hun specifieke rollen, als voorzitter van de Raad van Bestuur of (in
voorkomend geval) als lid of voorzitter van een comité van de Raad
van Bestuur en de daaruit voortvloeiende verantwoordelijkheden
en tijdsbesteding.
De Algemene Vergadering van 19 mei 2023 heeft beslist om de
bezoldiging van de niet-uitvoerende bestuurders met ingang van
1 januari 2023 als volgt aan te passen.
Op niveau van de Raad van Bestuur ontvangen de niet-
uitvoerende bestuurders enkel een vaste jaarlijkse vergoeding en
geen zitpenningen meer voor deelname aan vergaderingen. Voor
de niet-uitvoerende bestuurder die voorzitter is van de raad van
bestuur bedraagt deze vaste vergoeding 47.500 EUR per jaar.
Voor elke andere niet-uitvoerende bestuurder bedraagt deze
37.500 EUR per jaar.
Zoals eerder vermeld, zal de raad van bestuur op de algemene
vergadering van aandeelhouders van 21 mei 2026 een verhoging
voorstellen met betrekking tot de vaste vergoeding van de
voorzitter van de raad van bestuur (zijnde tweemaal de vaste
vergoeding van een niet-uitvoerende bestuurder die geen
voorzitter is).
Op niveau van het Audit & Riskcomité ontvangt de niet-
uitvoerende bestuurder die voorzitter is van het comité een vaste
jaarlijkse vergoeding van 8.000 EUR. De andere niet-uitvoerende
bestuurders die lid zijn van het comité ontvangen 4.000 EUR per
jaar. Er zullen geen zitpenningen worden betaald voor deelname
aan vergaderingen van dit comité.
Op niveau van het Remuneratie- en Benoemingscomité ontvangt
de niet-uitvoerende bestuurder die voorzitter is van het comité
een vaste jaarlijkse vergoeding van 8.000 EUR. De andere niet-
uitvoerende bestuurders die lid zijn van het comité ontvangen
4.000 EUR per jaar. Er zullen geen zitpenningen worden betaald
voor deelname aan vergaderingen van dit comité.
Op niveau van het ESG & Ethics comité ontvangen alle niet-
uitvoerende bestuurders die lid zijn van dit comité een vaste
jaarlijkse vergoeding van 4.000 EUR. Er zullen geen zitpenningen
worden betaald voor deelname aan vergaderingen van dit comité.
Op het niveau van het Investeringscomité ontvangen alle niet-
uitvoerende bestuurders die lid zijn van het comité (op heden
enkel de heer Joost Uwents) een vaste jaarlijkse vergoeding van
20.000 EUR. Er zullen geen zitpenningen meer worden betaald
voor deelname aan de vergaderingen van dit comité.
De niet-uitvoerende bestuurders, gedomicilieerd in België
ontvangen tevens een forfaitaire onkostenvergoeding van
2.500 EUR per jaar. Voor de niet-uitvoerende bestuurder die
gedomicilieerd zijn buiten België wordt deze verhoogd naar 5.000
EUR.
Het remuneratiebeleid van de Vennootschap werd aangepast in
overeenstemming met bovenstaande regeling.
Er worden geen aanvullende vergoedingen in natura toegekend aan
de niet-uitvoerende (al dan niet onafhankelijke) bestuurders voor
de duurtijd van hun mandaat. Er bestaan geen voorwaardelijke,
variabele, of uitgestelde betalingen.
6.1.17.5 Bezoldiging van de leden van het uitvoerend
management
De leden van het uitvoerend management die tevens lid zijn
van de Raad van Bestuur, ontvangen geen vergoeding in hun
hoedanigheid van lid van de Raad van Bestuur. Zij ontvangen als
lid van het uitvoerend management een managementvergoeding.
De vergoeding van de leden van het uitvoerend management
bestaat uit een vast bedrag per maand of per jaar, dat wordt
vastgelegd in een bijzondere overeenkomst goedgekeurd door
de Raad van Bestuur van de Vennootschap op voorstel van het
benoemings- en remuneratiecomité.
De CEO en CFO hebben op 23 november 2015 elk een
managementovereenkomst afgesloten met de Vennootschap.
Ten gevolge van het nieuw opgerichte uitvoerend comité
in september 2022 en het nieuwe remuneratiebeleid dat
vanaf 2023 van toepassing is, werden eind 2022 nieuwe
managementovereenkomsten gesloten met de CEO en CFO die
in werking zijn getreden vanaf 1 januari 2023.
De COO werd benoemd op 19 oktober 2022 en heeft op 25
oktober 2022 een managementovereenkomst afgesloten met de
Vennootschap. De remuneratie van de COO is van toepassing
sinds 1 november 2022.
Naar aanleiding van het nieuw opgerichte uitvoerend comité in
september 2022, werd in 2022 een nieuwe benchmarkoefening
uitgevoerd. Aan de leden van het uitvoerend comité werd een long-
term incentive plan voorgesteld door middel van een jaarlijkse
bonus in contanten en een nettobedrag dat door de leden van
het uitvoerend comité moet worden gebruikt om aandelen van
de Vennootschap te kopen in overeenstemming met een driejarig
verwervingsprogramma. Aangezien dit long-term incentive plan
het huidige remuneratiebeleid in belangrijke mate wijzigt, werd
het nieuwe remuneratiebeleid voorgelegd aan en goedgekeurd
door de bijzondere algemene vergadering van 15 september 2022.
Dit nieuwe long-term incentive plan werd van toepassing vanaf 1
januari 2023. Op basis van de in dat nieuwe remuneratiebeleid
uiteengezette benchmarkoefening bij de in het remuneratiebeleid
aangeduide “peers” en in het licht van de door de significante groei
van de Vennootschap in 2022 en de daarbij horende uitgebreide
managementverantwoordelijkheden, werd de totale vaste jaarlijkse
vergoeding van de CEO voor 2023 aangepast naar 400.000 EUR
(jaarlijks te indexeren), en de totale vaste jaarlijkse vergoeding
voor de overige leden van het uitvoerend comité (CFO en COO)
naar 660.000 EUR (jaarlijks te indexeren). Met betrekking tot 2025
bedroeg de totale vaste jaarlijkse (geïndexeerde) vergoeding van
de CEO 418.265,64 EUR en de totale vaste jaarlijkse (geïndexeerde)
vergoeding voor de overige leden van het uitvoerend comité (CFO
en COO) 690.128,88 EUR.
Jaarlijks beslist de Raad van Bestuur van de Vennootschap (op
voorstel van het remuneratiecomité) over de variabele vergoeding
waarop de leden van het uitvoerend management effectief
recht kunnen hebben m.b.t. hun activiteiten voor het afgelopen
boekjaar. In hoeverre de financiële criteria werden gerealiseerd,
wordt gecontroleerd aan de hand van de boekhoudkundige en
financiële gegevens van de Vennootschap. De cijferberekening
van wat de variabele bezoldiging kan zijn, op basis van de mate
waarin de doelstellingen werden gerealiseerd, dient als richtsnoer
voor de Raad van Bestuur (op voorstel van het remuneratiecomité)
om de variabele bezoldiging definitief vast te leggen.
Voor alle leden van het uitvoerend management is het totale
maximumpakket van de variabele remuneratie bepaald op 150%
van hun vaste remuneratie, zodanig dat het maximaal 60% van
hun totale remuneratie kan vertegenwoordigen.
De variabele remuneratie met betrekking tot boekjaar 2025
wordt verder opgesplitst (voor de uitvoerende bestuurders,
overeenkomstig de bepalingen van artikel 7:91 WVV) in drie
schijven. De drie schijven met betrekking tot boekjaar 2025 zijn
opgenomen in onderstaand overzicht en bevat de betaling van
twee schijven in functie van langetermijncriteria en één schijf in
functie van korte termijncriteria, zijnde:
• De beoordeling van de langetermijncriteria met betrekking tot
2023-2024-2025, (i.e. de derde schijf van de variabele ver-
goeding van 2023).
• De beoordeling van de langetermijncriteria met betrekking tot
2024-2025 (i.e. de tweede schijf van de variabele vergoeding
van 2024).
• De beoordeling van de kortermijncriteria met betrekking tot
2025 (i.e. de eerste schijf van de variabele vergoeding van
2025).
HERTZ
Hasselt - BELGIË
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
85
86
CORPORATE GOVERNANCE XIOR

Graphics
1. LANGE TERMIJNCRITERIA 2023-2024-2025 – BEOORDELING EN BETALING DERDE SCHIJF
VARIABELE VERGOEDING
2023 2023-2024
2023-2024-2025
Uitvoerend
management
Kortetermijncriteria
Percentage van vaste vergoeding
Langetermijncriteria
Percentage van vaste vergoeding
Christian Teunissen 50% 25%
25%
Frederik Snauwaert 50% 25%
25%
Kristina Olsen 50% 25%
25%
↓
↓
↓
1
e
schijf 2
e
schijf
3
e
schijf
van de variabele vergoeding
van 2023
van de variabele vergoeding
van 2023
van de variabele vergoeding
van 2023
Beoordeling KPI’s en uitbetaling in 2024 Beoordeling KPI's en uitbetaling in 2025
Beoordeling KPI's en uitbetaling in 2026
(zie tabel langetermijncriteria 2023-
2024-2025)
Deze tabel gaat uit van het behalen van een targetscore op alle voorgestelde KPI’s. Indien de maximumscore zou worden behaald op de voorgestelde KPI’s, bedraagt het percentage 75%
van de vaste vergoeding m.b.t. kortermijncriteria (i.e. de eerste schijf), en 37,5% van de vaste vergoeding m.b.t. langetermijncriteria (i.e. de tweede schijf) en 37,5% m.b.t. langetermijncriteria
(i.e. de derde schijf), hetgeen opgeteld 150% van de vaste remuneratie uitmaakt. Er wordt op deze manier lineair gestegen, voor zowel de financële als non-financiële KPI's, tussen 0 EUR
(bij "Minimum" of lager), het " target" bedrag (bij de target score) en vandaar weer lineair naar de "Maximum" score).
Langetermijncriteria 2023-2024-2025
KPI Weging Score
Bezettingsgraad
20%
Target
Top line growth (like for like)
40%
Maximum
Net debt to EBITDA Ratio
*
20%
Tussen target en maximum
Kwalitatieve (non-financiële) KPI’s
20%
Target
*
Dit is de nieuwe invulling van de KPI “groei van de portefeuille” aangezien de focus nu ligt op de optimalisatie van de samenstelling van de portefeuille met oog op het bereiken van
een gepaste schuldgraad eerder dan groei in absolute zin.
>ESG
• Voorbereiding van een succesvolle eerste CSRD-rapportage
• CO
2
-reductie van ten minste 10% ten opzichte van het herberekende referentiejaar
• Verhoging het aantal opleidingsuren tot 32 uur per jaar/werknemer (soft skills, talen, cyberbeveiliging, functiespecifieke opleiding,
veiligheids- en brandopleiding)
• Transparante prestatiebeoordelingen (minimaal 80% van de werknemers in alle landen)
• Digitale veilige werkplek (geautomatiseerde beveiligingsbeleidsregels geïnstalleerd om persoonlijke en HR-gevoelige of bedrijfsge-
relateerde gegevens digitaal op te slaan) (alle landen)
• Gestandaardiseerde digitale onboarding- en offboarding-procedure ‘altijd en overal’ (gestandaardiseerd beleid BE, NL, ES, PT, DK,
DE, PT)
• Implementatie Comp&Ben strategie
>Yardi implementatie
• Live in Zweden, Denemarken, Polen
>Basecamp Integratie
• Implementatie van digitale systemen: implementatie van BC-eigenschappen en Ops-teams op Yardi-software (PMS, boekingsmo-
dule, website en back-end)
• HR: afstemming van rol en verantwoordelijkheid cfr. Xior-functiebeschrijvingen
>Finance
• Optimalisatie van de portefeuille in overeenstemming met de door de Raad van Bestuur goedgekeurde strategie
Op 28 januari 2026 besliste de raad van bestuur eveneens (na
het voorstel van het remuneratie-en benoemingscomité) over
de variabele vergoeding van boekjaar 2023 gekoppeld aan de
langetermijncriteria over het jaar 2023-2024-2025 (i.e. de derde
schijf van 2023) aan de hand van de volgende vooraf vastgelegde
KPIs waarbij “minimum”, “target” en “maximum” drempels werden
vastgelegd:
Op voormelde vergadering werd beslist dat de CEO, COO en CFO
het “target” niveau hadden behaald, behoudens met betrekking
tot de “Top line growth (like for like)” waarvoor het “maximum”
niveau werd behaald, en de “Net debt to EBITDA ratio” waarvoor
het niveau tussen maximum en target werd behaald (en dus in het
totaal 87% van het maximale bedrag van de variabele vergoeding
over 2023-2024-2025 werd behaald).
2. LANGE TERMIJNCRITERIA 2024-2025 – BEOORDELING EN BETALING TWEEDE SCHIJF
VARIABELE VERGOEDING
2024 2024-2025
2024-2025-2026
Uitvoerend
management
Kortetermijncriteria
Percentage van vaste vergoeding
Langetermijncriteria
Percentage van vaste vergoeding
Christian Teunissen 50% 25%
25%
Frederik Snauwaert 50% 25%
25%
Kristina Olsen 50% 25%
25%
↓
↓
↓
1
e
schijf 2
e
schijf
3
e
schijf
van de variabele vergoeding
van 2024
van de variabele vergoeding
van 2024
van de variabele vergoeding
van 2024
Beoordeling KPI’s en uitbetaling in 2025 Beoordeling KPI's en uitbetaling in 2026
(zie tabel langetermijncriteria 2024)
De derde tranche is afhankelijk van het
behalen van de daarvoor vastgestelde
KPI's. Deze KPI's zullen in 2027 worden
geëvalueerd op basis van de KPI's voor de
periode 2024-2025-2026.
Deze tabel gaat uit van het behalen van een targetscore op alle voorgestelde KPI’s. Indien de maximumscore zou worden behaald op de voorgestelde KPI’s, bedraagt het percentage
75% van de vaste vergoeding m.b.t. kortermijncriteria (i.e. de eerste schijf), en 37,5% van de vaste vergoeding m.b.t. langetermijncriteria (i.e. de tweede schijf) en 37,5% m.b.t.
langetermijncriteria (i.e. de derde schijf), hetgeen opgeteld 150% van de vaste remuneratie uitmaakt. Er wordt op deze manier lineair gestegen, voor zowel de financële als non-financiële
KPI’s, tussen 0 EUR (bij ”Minimum” of lager), het ”target” bedrag (bij de target score) en vandaar weer lineair naar de ”Maximum” score).
Langetermijncriteria 2024-2025
KPI Weging Score
Bezettingsgraad
20%
Target
Top line growth (like for like)
40%
Maximum
Net debt to EBITDA Ratio
*
20%
Maximum
Kwalitatieve (non-financiële) KPI’s
20%
Target
*
Dit is de nieuwe invulling van de KPI “groei van de portefeuille” aangezien de focus nu ligt op de optimalisatie van de samenstelling van de portefeuille met oog op het bereiken van
een gepaste schuldgraad eerder dan groei in absolute zin.
>ESG
• CSRD: Implementatie van de nieuwe CSRD KPI’s en doelstellingen, inclusief testrapportage H1 2025
• Klanttevredenheid van ten minste 75% en hoger dan het percentage dat in 2024 wordt behaald
>Yardi implementatie
• Activeringsdoelstellingen behaald in overeenstemming met de door de raad van bestuur vastgestelde implementatiestrategie
>Finance
• Optimalisatie van de portefeuille in overeenstemming met de door de Raad van Bestuur goedgekeurde strategie
Vervolgens besliste de raad van bestuur op 28 januari 2026
(na voorstel van het remuneratie- en benoemingscomité) over
de variabele vergoeding van boekjaar 2024 gekoppeld aan de
langetermijncriteria over het jaar 2024-2025 (i.e. de tweede
schijf van 2024) aan de hand van de volgende vooraf vastgele’de
KPI’s waarbij “minimum”, “target” en “maximum” drempels werden
vastgelegd:
Op voormelde vergadering beslist dat de CEO, COO en CFO het
“target” niveau hadden behaald, behoudens met betrekking tot
de “Net debt to EBITDA ratio” en “Top line growth” (like-for-like)
waarvoor het “maximum” niveau werd behaald (en dus in totaal
89 % van het maximale bedrag van de variabele vergoeding over
2024-2025 werd behaald.
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
87
88
CORPORATE GOVERNANCE XIOR

Graphics
3. KORTE TERMIJNCRITERIA 2025 – BEOORDELING EN BETALING EERSTE SCHIJF
VARIABELE VERGOEDING
2025 2025-2026
2025-2026-2027
Uitvoerend
management
Kortetermijncriteria
Percentage van vaste vergoeding
Langetermijncriteria
Percentage van vaste vergoeding
Christian Teunissen 50% 25%
25%
Frederik Snauwaert 50% 25%
25%
Kristina Olsen 50% 25%
25%
↓ ↓
↓
1
e
schijf 2
e
schijf
3
e
schijf
van de variabele vergoeding
van 2025
van de variabele vergoeding
van 2025
van de variabele vergoeding
van 2025
Beoordeling KPI’s en uitbetaling in 2026
(zie tabel kortertermijncriteria 2025)
De tweede en derde tranche zijn afhankelijk van het behalen van de daarvoor vast-
gestelde KPI's. Deze KPI's zullen in 2027 en 2028 worden geëvalueerd op basis van de
KPI's voor de periode 2025-2026 en de KPI's voor de periode 2025-2026-2027.
Deze tabel gaat uit van het behalen van een targetscore op alle voorgestelde KPI’s. Indien de maximumscore zou worden behaald op de voorgestelde KPI’s, bedraagt het percentage
75% van de vaste vergoeding m.b.t. kortermijncriteria (i.e. de eerste schijf), en 37,5% van de vaste vergoeding m.b.t. langetermijncriteria (i.e. de tweede schijf) en 37,5% m.b.t.
langetermijncriteria (i.e. de derde schijf), hetgeen opgeteld 150% van de vaste remuneratie uitmaakt. Er wordt op deze manier lineair gestegen, voor zowel de financële als non-financiële
KPI’s, tussen 0 EUR (bij ”Minimum” of lager), het ”target” bedrag (bij de target score) en vandaar weer lineair naar de ”Maximum” score).
Kortetermijncriteria 2025
KPI Weging Score
Bezettingsgraad
20%
Tussen target en maximum
EPS
40%
Target
Net debt to EBITDA Ratio
*
20%
Tussen target en maximum
Kwalitatieve (non-financiële) KPI’s
20%
Target
*
Dit is de nieuwe invulling van de KPI “groei van de portefeuille” aangezien de focus nu ligt op de optimalisatie van de samenstelling van de portefeuille met oog op het bereiken van
een gepaste schuldgraad eerder dan groei in absolute zin.
>ESG
• Klanttevredenheid op groepsniveau van ten minste 77% - meting op basis van de 2 enquêtes per jaar.
• Berekeningen CO
2
-scopes per 31/07/2025 + Doelstelling op basis van berekeningen 2030-2040-2050 per 30/09/2025 + verzoek
om validatie door SBTI per 31/12/2025.
• Opzet HR-structuur op groepsniveau volgens het HR-plan dat in augustus 2025 door de externe HR-consultant van Xior zal
worden voorgesteld (+ vaststelling van HR-doelstellingen in augustus 2025 voor H2 2025, 2026 en 2027).
>Yardi implementatie
• Activering en volledige implementatie in Nederland per 31/12/2025 + gegevensopschoning, gap fit, ontwerp en configuratie Spanje
& Portugal per 31/12/2025.
>Portfolio optimalisatie
• Desinvesteringen van ten minste 20 miljoen euro, uitvoering van vastgelegde projecten en activering van landbank (start-up
Seraing & Bokelweg) in overeenstemming met de door de raad van bestuur vastgestelde strategie.
Tot slot besliste de raad van bestuur op 28 januari 2026 (na
het voorstel van het remuneratie-en benoemingscomité) over
de variabele vergoeding van boekjaar 2025 gekoppeld aan de
kortetermijncriteria over voormeld jaar (i.e. de eerste schijf), aan
de hand van volgende vooraf vastgelegde KPIs waarbij eveneens
“minimum”, “target” en “maximum” drempels werden vastgelegd:
Op voormelde vergadering werd beslist dat de CEO, COO en
CFO in het totaal 76% van het maximale bedrag van de variabele
vergoeding over 2025 hadden behaald.
Er bestaat voor 2025 geen enkele vorm van aandelen-gebaseerde
vergoeding binnen de Vennootschap.
Indien er wordt voorgesteld om een systeem op te zetten
op basis waarvan de leden van het uitvoerend management
worden vergoed in de vorm van aandelen, aandelenopties of
elk ander recht om aandelen te verwerven, dient dit systeem
vooraf goedgekeurd te worden door de aandeelhouders van de
Vennootschap. Er bestaat wel de mogelijkheid dat de Raad van
Bestuur oplegt aan de leden van het uitvoerend management om
een deel van hun variabele vergoeding te gebruiken om aandelen
van de Vennootschap te kopen in overeenstemming met een
driejarig verwervingsprogramma. Hiervan werd geen toepassing
gemaakt voor de eerste schijf van de variabele vergoeding met
betrekking tot boekjaar 2025.
De criteria voor de toekenning van de variabele vergoeding aan de
uitvoerende bestuurders dat van de resultaten afhangen, hebben
uitsluitend betrekking op het geconsolideerde nettoresultaat van
de openbare GVV, met uitsluiting van alle schommelingen van
de reële waarde van de activa en de afdekkingsinstrumenten.
Er wordt geen vergoeding toegekend in functie van een
specifieke verrichting of transactie van de openbare GVV of
haar dochtervennootschappen. Bijgevolg is deze vergoeding in
overeenstemming met artikel 35 van de GVV-Wet.
Er worden geen andere aanvullende vergoedingen toegekend
aan de leden van het uitvoerend management. Er bestaan geen
voorwaardelijke, andere variabele, of uitgestelde betalingen.
In overeenstemming met Principe 7.9 van de Corporate Gover-
nance Code, bestaat er een minimumdrempel voor het aan tal
aandelen in de Vennootschap dat elk lid van het uitvoerend
comité dient te bezitten. Dit wordt nader toegelicht in Hoofdstuk
6.7.4 van het Corporate Governance Charter.
De overeenkomsten met de leden van het uitvoerend
management voorzien in terugvorderingsmechanisme voor zowel
de korte-termijn- als de lange-termijn incentives, waarbij de
Vennootschap het recht heeft om tot één jaar na de betaling de
variabele remuneratie geheel of gedeeltelijk terug te vorderen van
de begunstigde indien tijdens die periode blijkt dat de betaling is
gebeurd op basis van onjuiste informatie met betrekking tot het
bereiken van de doelstellingen die aan de variabele remuneratie
ten grondslag lagen of met betrekking tot de omstandigheden
waar van de variabele remuneratie afhankelijk was. De
overeenkomsten met het uitvoerend management werden
afgesloten tegen marktconforme voorwaarden. Met het oog op het
bepalen van de vergoedingen van het uitvoerend management,
werd bij het aangaan van de relevante overeenkomsten tevens
overgegaan tot een beperkte benchmarking met vergelijkbare
beursgenoteerde vastgoedvennootschappen.
Voor het overige heeft de Vennootschap geen andere overeen-
komsten afgesloten met de overige leden van haar bestuurs-,
leidinggevende-, en toezichtsorganen.
6.1.17.6 Overzicht bezoldiging leden van de Raad van Bestuur en uitvoerend management 2025
Raad van Bestuur Vaste vergoeding Onkostenvergoeding
Totaal
Joost Uwents 57.500 EUR 2.500 EUR
60.000 EUR
Wilfried Neven 51.500 EUR 2.500 EUR
54.000 EUR
Wouter De Maeseneire 48.000 EUR 2.500 EUR
50.500 EUR
Colette Dierick 49.500 EUR 2.500 EUR
52.000 EUR
Conny Vandendriessche 42.500 EUR 2.500 EUR
45.000 EUR
Marieke Bax
*
16.563 EUR 1.875 EUR
18.438 EUR
Christian Teunissen - -
Frederik Snauwaert - -
Totaal 265.563 EUR 14.375 EUR
279.938 EUR
*
Het mandaat van Marieke Bax liep af op de algemene vergadering van aandeelhouders van 15 mei 2025.
Uitvoerend management Vaste vergoeding Variabele vergoeding
Totaal
CEO 418.265,64 EUR 494.796,15 EUR
913.061,79 EUR (100%)
(samengesteld uit 130.077,43 EUR m.b.t de derde
schijf van de variabele vergoeding van 2023-
2024-2025 (lange termijn) vermeerderd met
135.933,01 EUR m.b.t. de tweede schijf van de
variabele vergoeding van 2024-2025 (lange
termijn), vermeerderd met 228.785,71 EUR m.b.t.
de eerste schijf van de variabele vergoeding van
2025 (korte termijn))
CFO en COO 690.128,88 EUR 816.413,66 EUR
1.506.542,54 EUR (100%)
(samengesteld uit 214.627,76 EUR m.b.t de derde
schijf van de variabele vergoeding van 2023-
2024-2025 (lange termijn), vermeerderd met
224.289,46 EUR m.b.t. de tweede schijf van de
variabele vergoeding van 2024-2025 (lange
termijn), vermeerderd met 377.496,41 EUR m.b.t.
de eerste schijf van de variabele vergoeding van
2025 (korte termijn))
Totaal 1.108.394,52 EUR 1.311.209,81 EUR
2.419.604,33 EUR
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
89
90
CORPORATE GOVERNANCE XIOR

Graphics
De verloning van het uitvoerend management wordt jaarlijks
geïndexeerd.
In de tabel hieronder worden de jaarlijkse verandering in
de remuneratie van de niet-uitvoerende bestuurders en
het uitvoerend management, de jaarlijkse verandering in
de ontwikkeling van de prestaties van de Vennootschap
en de jaarlijkse verandering in de gemiddelde remuneratie
(uitgedrukt in voltijdse equivalenten) van andere werknemers
van de Vennootschap dan de niet-uitvoerende bestuurders
en het uitvoerend management over de laatste vijf boekjaren
gezamenlijk gepresenteerd:
Jaarlijkse wijziging in%
2021 vs
2020
2022 vs
2021
2023 vs
2022
2024 vs
2023
2025 vs
2024
1. Remuneratie van de niet-uitvoerende bestuurders (totaal)
Joost Uwents 41% 5% -1,67% 0%
0%
Wilfried Neven 50% 16% 22,7% 0%
0%
Wouter De Maeseneire 47% 19% 9% 0%
0%
Marieke Bax Nvt 86%
1
26,2% 0%
-63,50%
2
Conny Vandendriessche Nvt Nvt 103,60%
3
0%
0%
Colette Dierick Nvt Nvt 116%
3
0%
0%
2.CEO (totaal)
Christian Teunissen 5% 6% 35,50% 15,03%
4
18,47%
5
3. Gemiddelde vergoeding van de overige leden van het uitvoerend management
CFO, CIO (tot en met 15 september 2022) & COO (vanaf
19 oktober 2022) 14% -8% 40,7% 15,03%
4
18,47%
5
4. Prestaties van de Vennootschap
EPRA EPS 6% 15% 7% 0%
0%
DPS 6% 15% 7% 0%
0%
FV Portefeuille 26% 54% 6% 3%
7%
Beurskapitalisatie 32% -26% 13% 11%
8%
5. Gemiddelde verloning van de medewerkers van de Vennootschap (FTE)
0% +4% +11% +13,3%
+6,8%
1
De vergoeding van Marieke Bax had in boekjaar 2021 slechts betrekking op de periode vanaf haar benoeming, zijnde 20 mei 2021, tot 31 december 2021.
2
De vergoeding van Marieke Bax had in boekjaar 2025 slechts betrekking op de periode 1 januari 2025 tot en met de beëindiging van haar mandaat, zijnde 15 mei 2025.
3
De vergoedingen van Conny Vandendriessche en Colette Dierick hadden in boekjaar 2022 slechts betrekking op de periode vanaf hun benoeming, zijnde 19 mei 2022, tot 31 december
2022.
4
De vergoeding van de CEO, CFO en COO betreft de vaste remuneratie m.b.t. 2024 vermeerderd met de variabele remuneratie (zijnde de tweede schijf van de variabele vergoeding
m.b.t. 2023-2024 (lange termijn) én de eerste schijf van de variabele vergoeding m.b.t. 2024 (korte termijn)).
5
De vergoeding van de CEO, CFO en COO betreft de vaste remuneratie m.b.t. 2025 vermeerderd met de variabele remuneratie (zijnde de derde schijf van de variabele vergoeding
m.b.t. 2023-2024-2025 (lange termijn), de tweede schijf van de variabele vergoeding m.b.t. 2024-2025 (lange termijn) én de eerste schijf van de variabele vergoeding m.b.t. 2025
(korte termijn)).
De ratio tussen de hoogste remuneratie van de managementleden
en de laagste verloning van de werknemers van de Vennootschap
bedraagt 13,94.
6.1.17.7 Aandelenopties
Tot 1 januari 2023 had de Vennootschap geen aandelen-
optieplannen, aandelenaankoopplannen of werknemers-
partici patie overeenkomsten afgesloten, ingevolge waarvan de
leden van de bestuurs-, leidinggevende of toezichthoudende
organen en de bedrijfsleiding aandelen zouden kunnen
verwerven in de Vennootschap. Sinds 1 januari 2023 bestaat
er de mogelijkheid dat de Raad van Bestuur oplegt aan de
leden van het uitvoerend management om een deel van
hun variabele vergoeding te gebruiken om aandelen van de
Vennootschap te kopen in overeenstemming met een driejarig
verwervingsprogramma. Hiervan werd geen toepassing gemaakt
voor de variabele vergoeding met betrekking tot boekjaar 2025.
6.2 INFORMATIE KRACHTENS ARTIKEL 34 VAN HET KONINKLIJK BESLUIT VAN 14
NOVEMBER 2007
6.2.1 KAPITAALSTRUCTUUR
Per 31 december 2025, bedroeg het kapitaal van de Vennootschap
840.511.692 EUR verdeeld in 46.695.094 aandelen, zonder
nominale waarde, die elk 1/46.695.094ste deel van het kapitaal
vertegenwoordigen.
Er zijn geen bevoorrechte aandelen. Elk van deze aandelen geeft
recht op één stem op de algemene vergadering. In geval van een
kapitaalverhoging in de Vennootschap genieten de bestaande
aandeelhouders van een voorkeurrecht (zie eveneens Hoofdstuk
10.9.17 van dit Jaarverslag).
Er zijn geen speciale controlerechten toegekend aan bepaalde
categorieën van aandeelhouders.
Er is geen wettelijke of statutaire beperking van het stemrecht.
De statuten van Xior bevatten geen bepaling die de vrije
overdraagbaarheid van de aandelen beperkt.
De Vennootschap is niet op de hoogte van het bestaan van
enige aandeelhoudersovereenkomst tussen de bestaande
aandeelhouders met betrekking tot de Vennootschap.
6.2.2 BESLISSINGSORGANEN
De regels die gelden bij de benoeming of de vervanging van de
leden van de Raad van Bestuur en die op de wijziging van de
statuten van Xior van toepassing zijn, zijn deze die zijn opgenomen
in de geldende wetgeving – in het bijzonder het Wetboek van
Vennootschappen en verenigingen en de GVV-Wetgeving – en in
de statuten van de Vennootschap (zie eveneens Hoofdstuk 6.1.4
van dit Jaarverslag).
6.2.3 TOEGESTAAN KAPITAAL
Bij de buitengewone algemene vergadering van 4 april 2025 werd
de Raad van Bestuur gemachtigd om het maatschappelijk kapitaal
in één of meerdere malen te verhogen (zie eveneens Hoofdstuk
10.9.17 van dit Jaarverslag en artikel 7 van de gecoördineerde
Statuten zoals gepubliceerd op de website van de Vennootschap).
6.2.4 INKOOP AANDELEN
De Vennootschap kan haar eigen aandelen verwerven of kan ze in
pand nemen in overeenstemming met de voorwaarden voorzien
in het Wetboek van vennootschappen en verenigingen (cf. artikel
7:215, §1, 1 tot 4 WVV).
De Vennootschap bezit geen eigen aandelen.
6.2.5 CONTRACTUELE BEPALINGEN
De voorwaarden waaronder de financiële instellingen aan Xior
financiering verschaft hebben, vereisen het behoud van het
statuut van openbare gereglementeerde vastgoedvennootschap.
De algemene voorwaarden waaronder deze financieringen
toegekend zijn, bevatten een beding van vervroegde opeisbaarheid
naar discretie van de bankinstellingen bij controlewijziging.
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
91
92
CORPORATE GOVERNANCE XIOR

Graphics
7
HET AANDEEL
XIOR
”
DE NETTOWAARDE PER AANDEEL PER
31 DECEMBER 2025 WAS 37,54 EUR.
DE MARKTKAPITALISATIE VAN XIOR OP
EURONEXT BRUSSELS STEEG IN 2025
TOT CA. 1,35 MILJARD EUR. „
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
93
94
HET AANDEEL XIOR

Graphics
Beurskoers (in EUR per aandeel) Net Asset Value EPRA NAV Net Asset Value IFRS NAV
12/’15 03/’16 06/’16 09/’16 12/’16 03/’17 06/’17 09/’17 12/’17 03/'18 06/’18 09/’18 12/’18 03/’19 06/’19 09/’19 12/’19 03/’20 06/’20 09/’20 12/’20 03/’21 06/’21 09/’21 12/’21 03/’22 06/’22 09/’22 12/’22 03/’23 06/’23 09/’23 12/’23 03/’24 06/’24 09/’24 12/”24 03/’25 06/’25 09/’25 12/'25
20,0
22,5
25,0
27,5
30,0
32,5
35,0
37,5
40,0
42,5
45,0
47,5
50,0
52,5
55,0
57,5
60,0
62,5
65,0
67,5
70,0
72,5
75,0
De beurskoers van het aandeel Xior klokte op het einde van het
tiende jaar als genoteerde vennootschap af op 28,95 EUR. Het
gemiddeld dagelijks volume op basis van het aantal uitstaande
aandelen per jaareinde bedroeg 58.004 aandelen. De velociteit –
het verhandeld aantal aandelen per jaar, gedeeld door het totaal
aantal aandelen op het einde van het jaar – bedroeg 31,96%.
GEGEVENS PER AANDEEL 31/12/25 31/12/24 31/12/23
31/12/22
Aantal uitgegeven aandelen
1
46.695.094 42.344.283 38.227.797
34.752.543
Gewogen gemiddelde aantal aandelen
2
46.279.394 41.118.335 37.142.375
30.005.985
Marktkapitalisatie (in EUR) 1.351.822.971 1.255.507.991 1.135.365.571
1.004.348.493
Free float
3
82,78% 81,02% 86,68%
72,15%
Beurskoers (slotkoers) over betrokken periode (in EUR)
Hoogste 31,75 35,50 32,95
52,40
Laagste 25,30 24,45 25,20
26,25
Gemiddelde 29,12 29,72 28,90
41,40
Bij afsluiting boekjaar 28,95 29,65 29,70
28,90
Volume (in aantal aandelen)
Verhandeld aantal aandelen 14.791.032 11.163.729 11.435.588
11.426.394
Gemiddeld dagvolume 58.004 43.608 44.670
44.461
Velociteit 31,96% 27,15% 30,79%
38,08%
NAV (IFRS) (in EUR) 37,54 38,60 39,70
42,77
EPRA NAV
(in EUR)
4
38,84 40,04 40,65
43,01
Uitkeringspercentage 80,00% 80,00% 80,00%
80,00%
EPRA-winst
/aandeel
5
(in EUR) 2,22 2,22 2,22
2,08
EPRA-winst
/aandeel
5
(in EUR) – deel van de groep 2,21 2,21 2,21
2,07
Brutodividend/aandeel (in EUR)
5
1,768 1,768 1,768
1,656
Nettodividend/aandeel (in EUR)
6
1,238 1,238 1,238
1,159
Brutodividendrendement
7
6,50% 6,34% 6,33%
6,08%
Nettodividendrendement
8
4,55% 4,44% 4,43%
4,25%
1
De gegevens worden weergegeven zoals deze beschikbaar worden gesteld op de website van Euronext Brussels, zonder correcties voor “corporate events” zoals
kapitaalverhogingen en coupononthechtingen.
2
In functie van de respectievelijke dividendgerechtigdheid.
3
Inschatting bij benadering, rekening houdend met de bekende percentages van de aandeelhouders die een transparantiekennisgeving hebben verricht (aan de hand van het op
dat ogenblik geldende totaal aantal aandelen (noemer)).
4
Op basis van het totaal aantal uitstaande aandelen. - Voor de definities, het gebruik en de reconciliatietabellen van de APM’s wordt verwezen naar Hoofdstuk 10.8 van dit
Jaarverslag. Alle APM’s worden aangeduid met een
.
5
Op basis van het gewogen gemiddeld aantal aandelen.
6
Rekening houdend met een roerende voorheffing van 30%.
7
Berekend als bruto dividend gedeeld door (slotkoers - bruto dividend).
8
Berekend als (bruto dividend - 30% roerende voorheffing) gedeeld door (slotkoers - bruto dividend).
Xior zal zich blijven inspannen om net zoals in de voorbije jaren regelmatig deel te nemen aan roadshows, conferenties en events
voor zowel institutionele als particuliere beleggers, om zo de beleggers op een transparante manier te blijven informeren en de
investeerdersbasis verder te verbreden en versterken.
Markt: Euronext Brussels
Symbool: XIOR
ISIN code: BE0974288202
Notering: continu
Index: BEL Mid, EPRA Index & MSCI Global Small Cap Index
Liquidity provider: Van Lanschot Kempen Wealth Management NV
7.1 HET AANDEEL OP EURONEXT BRUSSELS
1
Op basis van aantal uitgegeven aandelen.
Het aandeel Xior (ISIN-code BE0974288202) is sinds 11 december
2015 genoteerd op de gereglementeerde markt van Euronext
Brussels. Het Xior-aandeel verhuisde in 2017 van de BEL Small
naar de BEL Mid index van Euronext Brussels en werd in 2017
bovendien opgenomen in de EPRA Index, waarmee Xior de eerste
fully dedicated student housing REIT is in continentaal Europa die
werd opgenomen in deze index. Sinds November 2021 werd Xior
ook opgenomen in de Morgan Stanley Capital International (MSCI)
Global Small Cap Index.
Op de laatste handelsdag van 2025 (31 december 2025) bedroeg
de slotkoers 28,95 EUR, wat een discount vertegenwoordigt
van ca. 23% ten opzichte van de nettowaarde per aandeel per
31 december 2025 (cfr. GVV-KB), die 37,54 EUR
1
per aandeel
bedroeg. De marktkapitalisatie van Xior op Euronext Brussels
steeg in 2025 tot ca. 1.352 MEUR.
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
95
96
HET AANDEEL XIOR

Graphics
7.2 AANDEELHOUDERSCHAP
Voor een overzicht van de aandeelhoudersstructuur van Xior wordt verwezen naar Hoofdstuk 6.1.3 van dit Jaarverslag.
7.3 COUPONINFORMATIE
N° Type Dividend-periode
Waarde
brutodividend
Reden van
onthechting Ex date Record date
Payment
date
1 Dividend 01/01/16 – 10/09/16 0,892 EUR Inbreng in natura 12/10/17 13/10/17 19/05/17
2 Dividend 11/09/16 – 31/12/16 0,258 EUR Inbreng in natura 18/01/17 19/01/17 19/05/17
3 OTR
1
(SPO ‘17) N/A N/A SPO 2017 08/06/17 09/06/17 N/A
4 Dividend 01/01/17 – 21/06/17 0,565 EUR SPO 2017 08/06/17 09/06/17 22/05/18
5 Dividend 22/06/17 – 31/12/17 0,635 EUR Inbreng in natura 29/03/18 03/04/18 22/05/18
6 OTR
1
(SPO 2018) N/A N/A SPO 2018 31/05/18 01/06/18 N/A
7 Dividend 01/01/18 – 11/06/18 0,555 EUR SPO 2018 31/05/18 01/06/18 04/06/19
8 Dividend 12/06/18 – 04/12/18 0,603 EUR Inbreng in natura 06/12/18 07/12/18 04/06/19
9 Dividend 05/12/18 – 31/12/18 0,092 EUR – 17/05/19 20/05/19 04/06/19
10 Dividend 01/01/19 –12/06/19 0,581 EUR Inbreng in natura 14/06/19 17/06/19 27/05/20
11 OTR
1
(SPO 2019) N/A N/A SPO 2019 17/10/19 18/10/19 N/A
12 Dividend 13/06/19 – 28/10/19 0,492 EUR SPO 2019 17/10/19 18/10/19 27/05/20
13 Dividend 29/10/19 – 31/12/19 0,227 EUR – 25/05/20 26/05/20 27/05/20
14 Dividend 01/01/20 – 06/10/20 1,0104 EUR Inbreng in natura 09/10/20 12/10/20 26/05/21
15 Dividend 07/10/20 – 24/11/20 0,1821 EUR ABB 2020 23/11/20 24/11/20 26/05/21
16 Dividend 25/11/20 – 31/12/20 0,1375 EUR SPO 2021 25/02/21 26/02/21 26/05/21
17 Dividend 01/01/21 – 08/03/21 0,2643 EUR SPO 2021 25/02/21 26/02/21 9/06/22
18 OTR
1
(SPO 2021) N/A N/A SPO 2021 25/02/21 26/02/21 N/A
19 Dividend 09/03/21 – 06/12/21 1,0770 EUR ABB 2021 03/12/21 06/12/21 09/06/22
20 Dividend 07/12/21 – 31/12/21 0,0987 EUR – 23/05/22 24/05/22 09/06/22
21 Dividend 01/01/22 – 14/09/22 1,1660 EUR Inbrengen in natura 15/09/22 16/09/22 24/05/23
22 Dividend 15/09/22 – 31/12/22 0,4900 EUR Inbreng 21/04/23 24/04/23 24/05/23
23 Dividend 01/01/23 – 24/04/23 0,5522 EUR Inbreng 21/04/23 24/04/23 22/05/24
24 Dividend 25/04/23 – 31/12/23 1,2158 EUR – 20/05/24 21/05/24
22/05/24
25 Dividend 01/01/24 –17/04/24 0,5217 EUR Inbreng in natura
(earn-out 1)
16/04/24 17/04/24
21/05/25
26 Dividend 18/04/24 – 31/12/24 1,2463 EUR ABB 2025 17/01/25 20/01/25
21/05/25
27 Dividend 01/01/25 – 13/04/25 0,4989
2
EUR Inbreng in natura
(earn-out 2)
10/04/25 11/04/25
26/05/26
28 Dividend 14/04/25 – 31/12/25 1,2691
2
EUR 22/05/26 25/05/26
26/05/26
1
Onherleidbaar toewijzingsrecht.
2
Voor de waarde van de dividenden, met betrekking tot het vorige boekjaar, die nog uitgekeerd en betaald dienen te worden, zijn onder voorbehoud van goedkeuring door de
algemene vergadering en wordt verwezen naar de relevante gepubliceerde financiële informatie.
SPO: Secondary public offering
ABB: Accelerated Bookbuild
7.4 FINANCIËLE KALENDER 2026
Hieronder wordt de financiële kalender voor 2026 opgenomen.
Datum Item
24 april 2026 Bekendmaking resultaten per 31 maart 2026 (voor beurs)
21 mei 2026 Jaarlijkse Algemene Vergadering
26 mei 2026 Betaaldatum dividend 2025 (coupon 27 en 28)
6 augustus 2026 Bekendmaking resultaten per 30 juni 2026 (voor beurs)
23 oktober 2026 Bekendmaking resultaten per 30 september 2026 (voor beurs)
Deze data zijn onder voorbehoud van wijzigingen. Voor mogelijke
wijzigingen wordt verwezen naar de financiële agenda op de
website www.xior.be.
7.5 DIVIDENDBELEID
Overeenkomstig de GVV-Wetgeving dient de Vennootschap in
haar hoedanigheid van openbare GVV ieder jaar een minimum
bedrag uit te keren als vergoeding van het kapitaal. Ten minste
80% van het gecorrigeerd nettoresultaat (in de zin van artikel
13 van het GVV-KB), verminderd met de netto-daling van de
schuldenlast van de Vennootschap in de loop van het boekjaar,
moet worden uitgekeerd als vergoeding van het kapitaal.
Deze verplichting tot uitkering is aan twee grenzen onderworpen.
Enerzijds mag dit niet leiden tot een uitkering van een bedrag
dat niet zou mogen worden uitgekeerd overeenkomstig artikel
7:212 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en
anderzijds is zulke uitkering niet mogelijk indien de Schuldgraad
(enkelvoudig en geconsolideerd) na uitkering boven de grens
van 65% van de enkelvoudige resp. geconsolideerde activa zou
uitstijgen.
Voor het boekjaar 2025 stelt de vennootschap een bruto-
dividend van 1,768 EUR per aandeel voor, onder voorbehoud
van goedkeuring door de algemene vergadering van de
Vennootschap. Op grond van de artikelen 171, 3° io. 269 van het
Wetboek van Inkomstenbelastingen, is de roerende voorheffing
op de dividenden die uitgekeerd worden door een openbare GVV
(zoals Xior), met ingang van 1 januari 2017, principieel gelijk aan
30% (cf. artikelen 171, 3° io. 269, §1, 1° van het Wetboek van de
inkomstenbelastingen).
Onder voorbehoud van de beschikbaarheid van uitkeerbare
reserves, en steeds onder voorbehoud van goedkeuring door de
algemene vergadering, heeft de Vennootschap de intentie om het
dividend over de komende 3 jaar te laten groeien.
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
97
98
HET AANDEEL XIOR

Graphics
7.6 VOORUITZICHTEN & WINST-
PROGNOSE
7.6.1 ALGEMEEN
De hieronder beschreven vooruitzichten bevatten de
verwachtingen voor het boekjaar 2026, met betrekking tot de
geconsolideerde EPRA-winst en de geconsolideerde balans
van Xior Student Housing NV.
De hierna vermelde vooruitzichten en winstprognose werden
opgesteld door de raad van bestuur met het oog op het
opstellen van de verwachtingen voor het boekjaar 2026, rekening
houdende met de operationele trends tot dusver geïdentificeerd,
op vergelijkbare basis met de historische financiële informatie.
Het budget voor 2026 werd opgesteld rekening houdend met de
huidige bezettingsgraad en een inschatting van de toekomstige
bezettingsgraad rekening houdend met het verleden (incl. 2024
en 2025). Voor de nieuwe acquisities en opgeleverde gebouwen
van 2025, wordt eveneens rekening gehouden met de ontvangen
garanties.
De gebruikte boekhoudkundige basis voor de vooruitzichten is
conform de door Xior gehanteerde boekhoudkundige methoden,
in het kader van de voorbereiding van haar geconsolideerde
rekeningen per 31 december 2025 conform IFRS zoals door de
Europese Unie toegepast en geïmplementeerd door het GVV-KB.
De prognoses met betrekking tot de geconsolideerde EPRA-
winst
1
zijn voorspellingen waarvan de effectieve realisatie afhangt
van de evolutie van de economie, de financiële markten en de
vastgoedmarkten.
Deze vooruitzichten werden opgemaakt op basis van de informatie
beschikbaar op 31 december 2025 en houden tevens rekening
met de feiten na balansdatum indien die er zijn
2
. In Hoofdstuk
5.6 Feiten na balansdatum worden deze opgesomd. Deze
vooruitzichten werden opgesteld en voorbereid op een basis
1
Alternatieve Performance Measures of Alternatieve prestatiemaatstaven. In overeenstemming met de richtlijnen die op 3 juli 2016 door ESMA (European Securities and Market
Authority) werden uitgevaardigd, zijn de definities van de APM’s, alsook het gebruik en de reconciliatie-tabellen in Hoofdstuk 10.8 van de geconsolideerde jaarrekening 2025
opgenomen.
2
Zie tevens Hoofdstuk 5.6 van dit Jaarverslag.
die vergelijkbaar is met de historische financiële informatie en in
overeenstemming met de waarderingsregels van Xior.
Deze vooruitziende informatie, voorspellingen, opinies en
ramingen gemaakt door Xior, met betrekking tot de momenteel
verwachte toekomstige prestatie van Xior en van de markt waarin
Xior actief is, vormen geen verbintenis voor de Vennootschap.
Door hun aard impliceren vooruitziende verklaringen inherente
risico’s, onzekerheden en veronderstellingen, zowel algemeen als
specifiek, en het risico bestaat dat de vooruitziende verklaringen
niet zullen bereikt worden.
De belangrijkste economische trends die de vooruitzichten van
de Vennootschap kunnen beïnvloeden, zijn:
• De evolutie van de vastgoedmarkt in België, Nederland, Spanje,
Portugal, Duitsland, Polen, Denemarken en Zweden en in het
bijzonder de markt van studentenhuisvesting;
• De toekomstige vraag naar studentenkamers, die onder meer
beïnvloed wordt door het aantal 18 tot 25-jarigen, het aantal
inschrijvingen in het hoger onderwijs, de verdere democrati-
sering van het hoger onderwijs, de kwaliteit van het onderwijs,
het aantal buitenlandse studenten, het inschrijvingsgeld, de
afweging van op een studentenkamer dan wel thuis te stu-
deren. Deze evolutie zou een impact kunnen hebben op de
huuropbrengsten of op de waardering van de portefeuille zoals
bepaald door de Waarderingsdeskundige;
• De regionale wetgeving die onder meer een aantal veiligheids-,
gezondheids- en woonkwaliteitsnormen oplegt;
• De evolutie van de interestvoeten en de marges van de banken.
7.6.2 HYPOTHESEN
Gehanteerde boekhoudmethoden
De gebruikte boekhoudkundige basis voor deze vooruitzichten is
conform de door Xior gehanteerde boekhoudkundige methoden,
in het kader van de voorbereiding van haar geconsolideerde
rekeningen per 31 december 2026 conform IFRS zoals door de
Europese Unie toegepast en geïmplementeerd door het GVV-KB.
Hypothesen met betrekking tot elementen die Xior niet
rechtstreeks kan beïnvloeden
• Bij de evolutie van de huuropbrengsten werd vanaf september
2026 per land rekening gehouden met inflatie van de huurprij-
zen en/of huurprijswijzigingen, ook altijd rekening houdend met
de wetgeving en een inschatting van de retentiegraad. Bij de
inschatting van de huuropbrengsten werd rekening gehouden
met de huidige bezettingsgraad en werd een inschatting ge-
maakt voor de toekomstige bezettingsgraad op basis van het
verleden;
• De onroerende voorheffing wordt bepaald op basis van his-
torische cijfers (indien beschikbaar) of inschattingen van het
management in functie van vergelijkbare gebouwen. De on-
roerende voorheffing kan beïnvloed worden door wijzigingen in
wetgeving. Onroerende voorheffing voor commerciële ruimtes
wordt integraal aan de huurder doorgerekend in tegenstelling
tot onroerende voorheffing voor studentenhuisvesting dewelke
niet kan worden doorgerekend aan de huurders en volledig ten
laste komt van het resultaat van de GVV of haar dochterven-
nootschappen;
• De noteringskosten (zoals de zgn. “abonnementstaks”, vergoe-
ding Euronext Brussels NV, kosten FSMA, enz.) worden geschat
op basis van de gangbare markttarieven, die de GVV niet con-
troleert;
• Indien een belangrijk aantal huurders hun huurgelden niet be-
talen of indien de beoogde bezettingsgraad niet gehaald wordt,
kan dit een impact hebben op het netto-huurresultaat;
• De financiële indekkingsinstrumenten (IRS’en) worden con-
form IFRS (IAS 39) gewaardeerd tegen marktwaarde. Gezien de
volatiliteit op de internationale financiële markten, werd geen
rekening gehouden met de variaties van deze marktwaarden.
Deze variaties zijn tevens niet relevant voor de vooruitzichten
in verband met de EPRA-winst
3
, waarop de dividenduitkering
is gebaseerd;
• In lijn met IFRS worden de vastgoedbeleggingen (IAS 40) ge-
waardeerd aan Reële Waarde. Er worden echter geen voor-
spellingen gedaan wat de variaties in de reële waarde van de
vastgoedbeleggingen betreft, aangezien dit onbetrouwbaar zou
zijn en onderhevig is aan een aantal externe factoren waarop
de Vennootschap geen invloed heeft. Deze variaties zijn tevens
3
Alternatieve Performance Measures of Alternatieve prestatiemaatstaven. In overeenstemming met de richtlijnen die op 3 juli 2016 door ESMA (European Securities and Market
Authority) werden uitgevaardigd, zijn de definities van de APM’s, alsook het gebruik en de reconciliatie-tabellen in Hoofdstuk 10.8 van de geconsolideerde jaarrekening 2025
opgenomen.
niet relevant voor de vooruitzichten in verband met de EPRA-
winst
3
, waarop de dividenduitkering is gebaseerd;
• De Vennootschap gaat uit van een wettelijk, reglementair
en fiscaal kader zoals van toepassing op de datum van dit
Jaarverslag voor het bepalen van de vooruitzichten.
Hypothesen met betrekking tot elementen die Xior
rechtstreeks kan beïnvloeden
Nettohuurresultaat:
• Dit resultaat werd geraamd op basis van de huidige contracten
en inschatting van de contracten voor het nieuwe academie-
jaar, startende in september 2026. Voor nieuwe gebouwen,
werd op basis van kennis van de markt een inschatting ge-
maakt van de verwachte huurinkomsten. Qua bezettingsgraad
voor 2026 wordt rekening gehouden met een niveau dat in lijn
ligt met de bezettingsgraad van 2025;
• Normaliter worden de huurprijzen herbekeken bij het nieuwe
academiejaar, hiervoor werd een inschatting opgenomen in het
budget voor 2026. Zittende huurders zijn onderhevig aan ind-
exatie (wettelijk bepaald per land obv inflatie%). Voor nieuwe
huurders kunnen nieuwe huurprijzen worden aangerekend, het-
geen niet moet overeenstemmen met het inflatiepercentage.
Op basis van het verleden weten we dat prijsstijgingen kunnen
doorgevoerd worden en dat er een zekere pricing power is, er
werd dan ook met bepaalde prijsstijgingen boven inflatie re-
kening gehouden bij het opstellen van het budget voor 2026;
• Voor panden waarvoor de Vennootschap een huurgarantie
heeft ontvangen bij acquisitie werd deze in rekening genomen
voor de bepaling van het resultaat;
• Er werd in het budget een inschatting gemaakt voor dubieuze
debiteuren, dit is een percentage van de huurinkomsten en werd
bepaald op basis van historische informatie en een inschatting
naar de toekomst. Er werd voor 2026 rekening gehouden met
0,5% niet-inbare vorderingen. Qua bezettingsgraad werd reke-
ning gehouden met een bezettingsgraad die in lijn ligt met de
bezettingsgraad van 2025.
Vastgoedkosten:
• Deze kosten bevatten vooral de kosten voor onderhoud en
herstellingen, verzekeringen, belastingen m.b.t. onroerende
BASECAMP BY XIOR
Wroclaw - POLEN
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
99
100
HET AANDEEL XIOR

Graphics
goederen dewelke niet worden doorgerekend aan de stu-
denten, direct student gerichte publiciteit, leegstandskosten
bij structurele leegstand, beheer van het vastgoed en kosten
Waarderingsdeskundigen. Deze werden voor 2026 geraamd op
basis van de huidige portefeuille. Er werd ook rekening gehou-
den met bepaalde optimalisaties van kosten;
• Er werd een analyse gedaan van de lopende onderhoudscon-
tracten als basis voor het budget 2026, tevens werd er een
inschatting gemaakt van de variabele onderhoudskosten per
gebouw;
• Er werd een volledig marketingbudget per gebouw en/of per
land opgesteld;
• De beheerskosten van het vastgoed bevatten voor het over-
grote deel de personeelskosten, deze werden ingeschat per
persoon op basis van de tewerkgestelde personeelsleden
per land, alsook rekening houdend met nieuwe aanwervingen,
indien nodig en met de verhogingen van de loonkosten ten ge-
volge van inflatie.
Algemene kosten:
• Deze kosten omvatten de interne werkingskosten van de
Vennootschap, zijnde de vergoedingen van het management,
bestuurdersvergoedingen, kosten van het HQ personeel (IR,
legal, finance en accounting, onthaal, etc.), kosten aanspra-
kelijkheidsverzekeringen, kantoorkosten, afschrijvingen en in-
richtingskosten. Hiertoe behoren ook de afschrijvingen voor de
maatschappelijke zetel in Antwerpen en de huur voor kantoren
in het buitenland waar het administratief personeel werkzaam
is;
• Hierin zijn ook de geraamde kosten voor externe adviseurs, ad-
vocaten, fiscale experts, boekhoud- en IT kosten, compliance
kosten en de vergoeding voor de commissaris opgenomen;
• Als beursgenoteerde vennootschap bestaan de overheadkos-
ten eveneens uit de jaarlijkse taksen op de GVV, vergoedingen
verschuldigd aan de financiële agent en de liquiditeitsverstrek-
ker, vergoedingen voor de notering op Euronext Brussels, kosten
inzake prudentieel toezicht op GVV’s, budget voor financiële
communicatie. Enkel de kost van de financiële communicatie
kan beïnvloed worden door de Vennootschap;
• De algemene kosten werden ingeschat op basis van de algeme-
ne kosten opgelopen in 2025, ook hier rekening houdend met
eventuele optimalisaties. Anderzijds zijn er in 2025 eenmalige
kosten opgelopen, dewelke dus niet meer voorzien zijn in het
budget voor 2026.
Interestlasten:
• Wat de inschatting van de interestlasten betreft, wordt uit-
gegaan van de evolutie van de financiële schulden, startend
vanaf de actuele situatie op 31 december 2025 en met een
raming van de bijkomende schulden voor de financiering van
het in uitvoering zijnde investeringsprogramma in 2026. De
interestlasten worden per contract gebudgetteerd op basis
van de afgesloten financieringsovereenkomsten en de afgeslo-
ten Interest Rate Swap Kosten. Voor de inschatting werd ook
rekening gehouden met de nieuwe leningen die in het begin
van 2026 werden afgesloten alsook met de voorwaarden voor
de contracten die in 2026 vervallen en waarvoor er reeds een
akkoord tot verlenging werd bekomen.
Belastingen:
• Deze bevatten de jaarlijks verschuldigde vennootschaps-
belasting. De belastbare basis in België is quasi nihil gezien
de fiscale transparantie die de Vennootschap geniet. Ook in
Spanje heeft de Vennootschap een fiscaal transparant statuut
bekomen, bijgevolg is ook hier de belastbare basis quasi nihil.
De verschuldigde vennootschapsbelasting heeft voornamelijk
betrekking op de taxatie van de inkomsten van de Nederlandse
vaste inrichting, de Nederlandse dochtervennootschappen,
de Portugese, Deense, Poolse, Duitse en Zweedse dochter-
vennootschappen voor zover er geen fiscale verliezen zijn die
kunnen verrekend worden. Dit is een berekening o.b.v. de gel-
dende tarieven vennootschapsbelastingen. Daar waar er zicht
is op aanpassingen van de provisies voor belastingen uit het
verleden, ten gevolge van het indienen van aangiften, werd dit
ook mee opgenomen in het budget voor 2026.
7.6.3 PROGNOSE VAN DE GECONSOLIDEERDE
RESULTATEN EN DIVIDENDVERWACHTINGEN
De winstprognose voor 2026 is opgesteld en voorbereid op een
basis die vergelijkbaar is met die van de historische financiële
informatie en die in overeenstemming is met het boekhoudbeleid
van de Vennootschap.
Op basis van de huidige marktomstandigheden en de informatie
die op dit moment beschikbaar is, verwacht Xior voor 2026 een
stijging van de winst per aandeel (EPS) naar 2,30 EUR, of +4%
ten opzichte van de vooropgestelde winst per aandeel voor
2025 van 2,21 EUR. Deze groei wordt voornamelijk gedragen door
de onderliggende operationele prestaties van de portefeuille,
waaronder like-for-like huurgroei, een stijgende bijdrage van
recente acquisities en projecten in de pijplijn, en verdere
verbeteringen in digitale en operationele efficiëntie.
Na een periode van balansversterking en schuldgraadverlaging
in de voorbije jaren, verwacht Xior vanaf 2026 opnieuw groei van
de winst per aandeel te realiseren met een stabiele schuldgraad
(LTV). De operationele cashflow kan daarbij prioritair worden
ingezet voor verdere groei van de winst per aandeel, onder meer
via de verdere rentabilisering van projecten in de pijplijn zodat
deze een volwaardige bijdrage kunnen leveren aan de inkomsten.
Aangevuld met gerichte assetrotatie kan deze groei in belangrijke
mate gefinancierd worden vanuit de eigen cashgeneratie.
De Europese studentenhuisvestingsmarkt blijft bovendien
gekenmerkt door structurele schaarste, een toenemende
internationale studentenmobiliteit en een blijvend sterk
prijszettingsvermogen, wat bijdraagt aan een stabiel en
voorspelbaar groeiprofiel voor de sector.
Deze vooruitzichten blijven uiteraard onder voorbehoud van de
resultaten en van de verdere evolutie van de macro-economische
en financiële marktomstandigheden.
7.6.4 VERSLAG VAN DE COMMISSARIS M.B.T. DE WINSTPROGNOSE
ASSURANCE VERSLAG VAN DE COMMISSARIS OVER DE ANALYSE VAN DE TOEKOMSTGERICHTE FINANCIËLE INFORMATIE VOOR
OPNAME IN HET REGISTRATIEDOCUMENT
Op uw verzoek en in toepassing van Sectie 11 van Annex 1 van
de Gedelegeerde EU verordening 2019/980 van de Commissie,
tot aanvulling van de EU Verordening nr. 2017/1129 hebben wij
onderhavig verslag opgesteld over de toekomstgerichte financiële
informatie van de vennootschap Xior Student Housing NV (“de
Vennootschap”), opgenomen in hoofdstuk 7.6 van haar Jaarlijks
Financieel Verslag 2025 van de groep (het jaarlijks financieel
verslag 2025) (hierna “het Registratiedocument”).
Verantwoordelijkheden van de raad van bestuur
In toepassing van de beschikkingen van Sectie 11 van Annex 1 van
de Gedelegeerde EU verordening 2019/980 van de Commissie is
de raad van bestuur van de Vennootschap verantwoordelijk voor
het opstellen van de toekomstgerichte financiële informatie en
voor het bepalen van de ramingen en onderliggende relevante
veronderstellingen waarop deze toekomstgerichte financiële
informatie gebaseerd is. Voornoemde toekomstgerichte finan-
ciële informatie evenals de bepalingen en veronderstellingen
werden opgenomen in hoofdstuk 7.6 van het Registratiedocument
(de “Criteria”).
Verantwoordelijkheden van de commissaris
De commissaris is verantwoordelijk voor het uitdrukken van een
oordeel of de toekomstgerichte financiële informatie in alle van
materieel belang zijnde opzichten, op basis van de geschikte
Criteria door de raad van bestuur is samengesteld.
Voor de projectie met betrekking tot het boekjaar eindigend per
31 december 2026 hebben wij daartoe de toekomstgerichte
financiële informatie van de Vennootschap, evenals de ramingen
en onderliggende relevante veronderstellingen waarop deze
toekomstgerichte financiële informatie gebaseerd is, zoals
opgenomen in het Registratiedocument, onderzocht.
Wij hebben onze opdracht uitgevoerd in overeenstemming met
de “Internationale Standaard voor Assurance Opdrachten zoals
van toepassing bij de analyse van toekomstgerichte financiële
informatie” (ISAE 3400). De bedoeling van dergelijke opdracht
is het verkrijgen van een beperkte mate van zekerheid dat het
assurance-risico tot een in de omstandigheden aanvaardbaar
niveau wordt verlaagd om als basis te dienen voor een conclusie,
uitgedrukt in de negatieve vorm, over de toekomstgerichte
informatie, en meer bepaald of er iets onder onze aandacht
is gekomen dat ons ertoe brengt van mening te zijn dat de
toekomstgerichte financiële informatie in alle van materieel
belang zijnde opzichten niet is samengesteld in overeenstemming
met de geschikte Criteria zoals opgenomen in hoofdstuk 7.6 van
het Registratiedocument.
Voor wat betreft de toekomstgerichte informatie hebben we
werkzaamheden uitgevoerd met als doel voldoende geschikte
informatie te verkrijgen om te bepalen of de veronderstelling niet
onredelijk zijn, gebruik makend van geschikte boekhoudprincipes.
Conclusie
Op basis van ons onderzoek is er niets onder onze aandacht
gekomen dat ons ertoe zou brengen van mening te zijn dat de
ramingen en onderliggende relevante veronderstellingen geen
redelijke basis vormen voor de opstelling van de toekomstgerichte
financiële informatie.
Verder zijn we van mening dat de toekomstgerichte financiële
informatie op adequate wijze opgesteld is op basis van de
ramingen en onderliggende relevante veronderstellingen, in
overeenstemming met de beschikkingen van Sectie 11 van
Annex 1 van de Gedelegeerde EU verordening 2019/980 van de
Commissie, tot aanvulling van de EU Verordening nr. 2017/1129 en
gebruik makend van geschikte boekhoudprincipes.
Aangezien de werkelijkheid hoogstwaarschijnlijk zal afwijken van
de voorspellingen, en aangezien de projecties en onderliggende
hypothesen betrekking hebben op de toekomst, kunnen wij geen
verklaring geven over het feit of de werkelijke te rapporteren
resultaten zullen overeenstemmen met diegene zoals vermeld in
de projecties. Eventuele afwijkingen kunnen materieel zijn.
Omwille van het feit dat de hierboven beschreven werkzaamheden
noch een controle, noch een beoordeling uitmaken over-
eenkomstig de Internationale Controlestandaarden dan wel
de Internationale Standaarden voor Beoordelingsopdrachten,
brengen wij geen enkele mate van zekerheid tot uitdrukking over de
toekomstgerichte financiële informatie. Mochten we bijkomende
werkzaamheden hebben uitgevoerd dan waren mogelijks andere
aangelegenheden onder onze aandacht gekomen waarop wij uw
aandacht zouden hebben gevestigd.
Dit verslag werd opgesteld en toegevoegd aan het Registratie-
document in toepassing van en conform Sectie 11 van Annex 1 van
de Gedelegeerde EU verordening 2019/980 van de Commissie,
tot aanvulling van de EU Verordening nr. 2017/1129 en mag
voor geen enkel ander doel worden gebruikt. Het verslag dient
noodzakelijk samengelezen te worden met Hoofdstuk 7.6 van het
Registratiedocument.
Diegem, 13 april 2026
PwC Bedrijfsrevisoren BV
Commissaris van Xior Student Housing NV
Vertegenwoordigd door
Jeroen Bockaert
*
Bedrijfsrevisor
*
Handelend in naam van Jeroen Bockaert BV
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
101
102
HET AANDEEL XIOR

Graphics
”
XIOR BIEDT MET HAAR RESIDENTIES
EEN DUURZAAM ANTWOORD OP HET
STRUCTURELE TEKORT AAN KWALITATIEVE
STUDENTENHUISVESTING IN EUROPA. „
8
VASTGOED
VERSLAG
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
103
104
VASTGOEDVERSLAG XIOR

Graphics
ARC
Luik - BELGIË
8.1 VASTGOEDMARKT
De Vennootschap houdt hoofdzakelijk vastgoed bestemd
voor studentenhuisvesting aan in continentaal Europa: België,
Nederland, Spanje, Portugal, Duitsland, Polen, Denemarken en
Zweden. De volgende paragrafen beschrijven de algemene stand
van zaken in de onderliggende Belgische resp. Nederlandse,
Spaanse, Portugese, Duitse, Poolse, Deense en Zweedse
vastgoedmarkt voor studentenhuisvesting, op basis van
informatie die de Vennootschap bekomen heeft van BONARD
(Museumstraße 3b/16 1070 Wenen, Oostenrijk). BONARD heeft
ermee ingestemd dat deze informatie wordt opgenomen in het
Jaarverslag.
8.1.1 STUDENTENHUISVESTINGS MARKT IN BELGIË
Solide internationale studentenpopulatie
België blijft een aantrekkelijke bestemming voor zowel lokale als
internationale studenten. Tussen 2018 en 2023 groeide de totale
studentenpopulatie in de twee voornaamste studentensteden,
Brussel en Antwerpen, met respectievelijk 3,6% en 2,6% (CAGR).
In dezelfde periode nam ook het aantal internationale studenten
in deze steden gestaag toe, met een CAGR van 5,5% in Brussel
(124.676 studenten, waarvan 27,1% internationaal) en 4,2% in
Antwerpen (56.090 studenten, waarvan 15,2% internationaal).
Uit de meest recente beschikbare gegevens blijkt dat de totale
studentenpopulatie in België meer dan een half miljoen bedraagt,
met een gematigde groei in de grote steden.
Totaal aantal studenten in België
+3,8
% (CAGR)
+5,6% (CAGR)
0
100.000
200.000
300.000
400.000
500.000
600.000
'21/'22'20/'21'19/'20'18/'19'17/'18'
0
20.000
40.000
60.000
80.000
100.000
'21/'22'20/'21'19/'20'18/'19'17/'18'
525.498
88.102
0 2.000 4.000 6.000 8.000 10.000 12.000
Brussel
Antwerpen
8,8%
8,8%
Totaal provisiepercentage%
Aantal private PBSA beddenAantal niet-private PBSA bedden
Bron: Overheidsinstanties en statistieken van de respectieve landen, BONARD, 2026.
Aantal internationale studenten in België
+3,8% (CAGR)
+5,6% (CAGR)
0
100.000
200.000
300.000
400.000
500.000
600.000
'21/'22'20/'21'19/'20'18/'19'17/'18'
0
20.000
40.000
60.000
80.000
100.000
'21/'22'20/'21'19/'20'18/'19'17/'18'
525.498
88.102
0 2.000 4.000 6.000 8.000 10.000 12.000
Brussel
Antwerpen
8,8%
8,8%
Totaal provisiepercentage%
Aantal private PBSA beddenAantal niet-private PBSA bedden
Bron: Overheidsinstanties en statistieken van de respectieve landen, BONARD, 2026.
De aantrekkingskracht van België als studiebestemming voor
internationale studenten wordt ondersteund door een combinatie
van academische kwaliteit, mogelijkheden na het afstuderen,
cultuur en een groeiend aanbod van Engelstalige opleidingen. Het
land telt verschillende gerenommeerde universiteiten die bekend
staan om hun onderwijs en onderzoek, zoals de KU Leuven (46
e
plaats wereldwijd), de Universiteit Gent (91
e
plaats) en andere
hoog aangeschreven onderwijsinstellingen, zoals de Université
libre de Bruxelles en de Universiteit Antwerpen.
Land
Referentie-
jaar
Totaal
aantal
studenten
Aantal
inter-
nationale
studenten
% inter-
nationale
studenten
België
2017/2018 453.499 70.762
15,6%
2018/2019 472.117 73.271
15,5%
2019/2020 498.117 78.000
15,7%
2020/2021 520.275 83.353
16,0%
2021/2022 525.498 88.102
16,8%
Opmerking: Voor België hebben de beschikbare gegevens betrekking op de
academiejaren 2017/2018 tot 2021/2022, aangezien de officiële bron sindsdien niet
meer is bijgewerkt.
Bron: Overheidsinstanties en statistieken van de respectieve landen, BONARD, 2026.
Bovendien zijn de inschrijvingsgelden relatief laag in vergelijking
met die in andere populaire studiebestemmingen. Naast deze
factoren bieden de centrale ligging van België in Europa en de
aanwezigheid van internationale instellingen, met Brussel als
centrum, studenten waardevolle werkgelegenheidskansen.
BELGIË
Ontvangt
19.819
Erasmus
studenten
Zendt
17.169
Erasmus
studenten uit
Bron: Europese Commissie, BONARD, 2026.
Aanhoudende druk op de studentenhuisvestingsmarkt
De PBSA-sector in België blijft onderbezet, met een totaal
provisiepercentage van 8,8%, terwijl het provisiepercentage in de
private sector 13,4% bedraagt.
Hoewel Brussel en Antwerpen beide belangrijke studentensteden
zijn, verschillen hun PBSA-markten qua structuur. De sector in
Antwerpen wordt sterk gedomineerd door private aanbieders,
die het overgrote deel van de bestaande PBSA-bedden (93%)
beheren. De Belgische hoofdstad heeft daarentegen een meer
evenwichtige marktsplitsing, met 58% bedden die privaat worden
beheerd. Dit verschil komt duidelijk tot uiting in het private
provisiepercentage van deze steden: 25,6% in Antwerpen en
10,0% in Brussel.
Totaal aantal PBSA-bedden in België
+3,8% (CAGR)
+5,6% (CAGR)
0
100.000
200.000
300.000
400.000
500.000
600.000
'21/'22'20/'21'19/'20'18/'19'17/'18'
0
20.000
40.000
60.000
80.000
100.000
'21/'22'20/'21'19/'20'18/'19'17/'18'
525.498
88.102
0 2.000 4.000 6.000 8.000 10.000 12.000
Brussel
Antwerpen
8,8%
8,8%
Totaal provisiepercentage%
Aantal private PBSA beddenAantal niet-private PBSA bedden
Bron: BONARD, 2026.
Een eenpersoonsstudio in een private PBSA-residentie bereikte
een aangepaste gemiddelde maandhuur van 853 euro in Brussel
en 686 euro in Antwerpen. De huurprijzen zijn landelijk met 4,4%
gestegen ten opzichte van vorig jaar, maar door het structurele
tekort aan aanbod in het hele land, in combinatie met de groeiende
vraag, de sterke verhuursnelheid en de wachtlijsten, zal de druk op
de huurprijzen naar verwachting verder toenemen.
Marktontwikkeling
Onder de meest prominente private aanbieders met meer dan
1.000 bedden blijft Xior Student Housing de grootste exploitant,
met meer dan 4.500 bedden. Andere grote merken zijn Upkot,
Eckelmans, Generation Campus, Diggit Studentlife, Wilgimmo
en Student Comfort, die niet alleen in Brussel en Antwerpen
aanwezig zijn, maar ook in steden als Leuven en Hasselt. Samen
beheren deze aanbieders meer dan 17.000 bedden.
De projecten die momenteel in de pijplijn zitten, omvatten meer
dan 5.200 bedden, waarvan het merendeel in de privésector. Er
worden niet alleen nieuwe projecten ontwikkeld in Brussel en
Antwerpen, de belangrijkste studentensteden, maar er is ook veel
aandacht voor Gent, waar zeven nieuwe projecten (waarvan zes
private) in ontwikkeling zijn. Er zijn ook nieuwe projecten gepland
in de niet-private sector, mede onder impuls van de KU Leuven
en de Université Catholique de Louvain. Ondertussen bleef de
investeringsactiviteit in België in 2025 beperkt.
Alle belangrijke marktindicatoren blijven sterk, ondersteund
door een hoge huurdersretentie en uitgebreide wachtlijsten.
Het aanhoudende onevenwicht tussen vraag en aanbod blijft
duidelijke kansen creëren voor verdere marktontwikkeling.
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
105
106
VASTGOEDVERSLAG XIOR

Graphics
8.1.2 STUDENTENHUISVESTINGSMARKT IN NEDERLAND
Een internationale studententrekker
In het academiejaar 2024-2025 telde Nederland in totaal 787.072
studenten, waarvan 16,6% internationale studenten, wat een
sterke groei in dit segment in de afgelopen jaren weerspiegelt.
Tussen 2020 en 2024 groeide het aantal internationale studenten
met een CAGR van 6,3%.
De vraag van studenten concentreert zich grotendeels in de
belangrijkste universiteitscentra van Nederland. Amsterdam
onderscheidt zich als de grootste studentenmarkt, met 29
instellingen voor hoger onderwijs en 137.627 studenten, waarvan
20,4% internationaal is. Daarna volgen Utrecht, met 78.757
studenten (waarvan 9,5% internationaal), en Rotterdam, met
76.623 studenten (waarvan 16,2% internationaal). In vergelijking
met het voorgaande jaar is het aandeel internationale studenten
licht gestegen, wat de rol van deze steden als toonaangevende
studentencentra versterkt.
Totaal aantal studenten in Nederland
0 5.000 10.000 15.000 20.000 25.000 30.000
Utrecht
Rotterdam
Nijmegen
Groningen
Amsterdam
20,4%
21,2%
11,7%
14,8%
13,7%
787.072
-0,9
% (CAGR)
+6,3% (CAGR)
131.004
Totaal provisiepercentage
%
Aantal private PBSA beddenAantal niet-private PBSA bedden
Bron: Overheidsinstanties en statistieken van de respectieve landen, BONARD, 2026.
Aantal internationale studenten in Nederland
0 5.000 10.000 15.000 20.000 25.000 30.000
Utrecht
Rotterdam
Nijmegen
Groningen
Amsterdam
20,4%
21,2%
11,7%
14,8%
13,7%
787.072
-0,9% (CAGR)
+6,3
% (CAGR)
131.004
Totaal provisiepercentage
%
Aantal private PBSA beddenAantal niet-private PBSA bedden
Bron: Overheidsinstanties en statistieken van de respectieve landen, BONARD, 2026.
Nederland telt 13 wereldwijd erkende universiteiten die
consequent hoog scoren in internationale ranglijsten, waaronder
de Technische Universiteit Delft, de Universiteit van Amsterdam,
de Universiteit Leiden en de Universiteit Utrecht, die allemaal
tot de top 100 van instellingen voor hoger onderwijs ter wereld
behoren.
Dankzij een breed aanbod aan Engelstalige opleidingen – met
name op masterniveau – in combinatie met hoge academische
normen en gunstige inschrijvingsgelden, blijft Nederland een
aantrekkelijke bestemming voor internationale studenten.
Ontvangt
18.716
Erasmus
studenten
Zendt
22.358
Erasmus
studenten uit
NEDERLAND
Bron: Europese Commissie, BONARD, 2026.
Onevenwicht tussen vraag en aanbod
Het aanbod kan de stijgende vraag nauwelijks bijhouden. Het
gemiddelde provisiepercentage bedraagt 19,3%, waardoor slechts
één op de vijf studenten toegang heeft tot een PBSA-bed, terwijl
het private provisiepercentage nog lager ligt (8,7%). Van de
grootste studentensteden heeft Groningen het laagste totale
provisiepercentage (11,7%). De twee grote studentensteden blijven
ZERNIKE TOREN
Groningen - NEDERLAND
iets boven het gemiddelde, met een totaal provisiepercentage van
20,4% in Utrecht en 21,2% in Amsterdam. Het private aanbod in deze
steden blijft laag, onder de 10%, in lijn met de landelijke dynamiek.
Totaal aantal PBSA-bedden in Nederland
0 5.000 10.000 15.000 20.000 25.000 30.000
Utrecht
Rotterdam
Nijmegen
Groningen
Amsterdam
20,4%
21,2%
11,7%
14,8%
13,7%
787.072
-0,9% (CAGR)
+6,3% (CAGR)
131.004
Totaal provisiepercentage
%
Aantal private PBSA beddenAantal niet-private PBSA bedden
Bron: BONARD, 2026.
In de private PBSA-sector zijn de huurprijzen met 5,3% gestegen ten
opzichte van vorig jaar. De aangepaste gemiddelde huurprijs voor
een eenkamerstudio in private PBSA’s bedraagt momenteel 1.088
euro in Amsterdam, 980 euro in Utrecht en 1.206 euro in Rotterdam.
Het aanbod van PBSA’s in Nederland blijft achter bij de vraag,
terwijl het aanbod van alternatieve huisvestingsmogelijkheden
op de private huurmarkt verder is afgenomen. Dit als gevolg van
wijzigingen in de regelgeving die het verhuren aan studenten voor
private verhuurders minder aantrekkelijk hebben gemaakt.
Het wetsvoorstel “Internationalisering in balans”, een maatregel
die de groei van de instroom van internationale studenten
geleidelijk moet matigen en de druk op de woningmarkt op termijn
moet verlichten, is sinds de eerste indiening herzien. De wet, die
momenteel wordt herzien, is in de eerste plaats bedoeld om de
toekomstige ontwikkeling van opleidingen vorm te geven, met
name door het bevorderen van onderwijs in het Nederlands en het
aanscherpen van de criteria voor nieuwe Engelstalige opleidingen.
Als zodanig zal het effect naar verwachting eerder merkbaar
zijn door toekomstgerichte beperkingen en zelfregulering
van instellingen, dan door een onmiddellijke of wijdverbreide
vermindering van bestaande opleidingen of studentenaantallen,
waardoor de vraag op termijn stabiel blijft.
Onvoldoende marktverzadiging
Het Nationaal Actieplan voor Studentenhuisvesting, dat in 2022
van start is gegaan en bedoeld is om het tekort op de PBSA-
markt te helpen verlichten, heeft de afgelopen drie jaar al 15.000
nieuwe studenteneenheden opgeleverd. Er zijn concrete plannen
voor ten minste 11.600 extra studenteneenheden in 30 grote
studentensteden tegen 2029, en voorlopige plannen voor 9.600
eenheden.
Ongeveer 58% van de PBSA-projecten in steden die door BONARD
worden gemonitord, wordt ondersteund door niet-private spelers,
zoals gemeenten en verenigingen voor studentenhuisvesting.
In 2025 is 50% van de PBSA-voorraad in de onderzochte steden
in handen van slechts drie niet-private aanbieders, namelijk
DUWO, SSH en Lieven de Key, met in totaal 56.766 bedden.
Enkele van de grootste aanbieders in Nederland zijn Holland2Stay,
Xior Student Housing, The Social Hub, Student Experience en
Plaza Resident Services, gevolgd door The Cohesion, The Fizz en
OurDomain (Greystar).
De investeringsactiviteit in de Nederlandse PBSA-sector
nam in 2025 toe ten opzichte van het voorgaande jaar, wat
een weerspiegeling is van het hernieuwde vertrouwen van
investeerders en de sterke onderliggende marktfundamentals
die tot hogere transactievolumes hebben geleid. Nido Living,
gesteund door CPPIB, heeft twee panden in Leiden en Maastricht
verkocht aan Ardian en Rockfield Real Estate. Greystar heeft
een gemengd gebruikspand in Rotterdam verkocht, terwijl
International Campus 50 miljoen euro heeft geïnvesteerd in de
aankoop van een ontwikkelingsproject in dezelfde stad.
Land
Referentie-
jaar
Totaal
aantal
studenten
Aantal
inter-
nationale
studenten
% inter-
nationale
studenten
Nederland
2020/2021 815.817 102.561
12,6%
2021/2022 831.471 115.068
13,8%
2022/2023 816.490 122.287
15,0%
2023/2024 799.999 128.004
16,0%
2024/2025 787.072 131.004
16,6%
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
107
108
VASTGOEDVERSLAG XIOR

Graphics
Malaga - SPANJE
8.1.3 STUDENTENHUISVESTINGSMARKT IN SPANJE
Studentenbestemming in de schijnwerpers
Spanje wordt, samen met andere Zuid-Europese bestemmingen,
steeds meer gepositioneerd als een aantrekkelijk alternatief
voor internationale studenten, nu het restrictieve beleid in de
traditionele “Big Four”-markten (Verenigde Staten, Canada,
Verenigd Koninkrijk en Australië) de mobiliteitsstromen
ombuigt. Tegelijkertijd ontwikkelt de regio zich tot een populaire
bestemming voor investeringen en ontwikkelingsactiviteiten op
het gebied van PBSA.
Het land heeft een grote studentenpopulatie: in 2023-2024
bedroeg het totale aantal studenten meer dan 1,8 miljoen
(1.824.011), waarvan 14,4% internationaal was. Voorlopige cijfers
voor 2024-2025 wijzen op een aanhoudende groei. Spanje heeft
te maken gehad met een toegenomen vraag van internationale
studenten, met een groei van 2,1% in de afgelopen vier jaar.
Madrid en Barcelona blijven tot de populairste studentensteden
van Spanje behoren en staan consequent in de QS-top 50 van
studentensteden, met Valencia in de top 100.
Totaal aantal studenten in Spanje
+2,1
% (CAGR)
+5,9% (CAGR)
0
20.000
40.000
60.000
80.000
100.000
1.824.011
262.836
Totaal provisiepercentage%
Aantal private PBSA beddenAantal niet-private PBSA bedden
0 5.000 10.000 15.000 20.000 25.000
Valencia
Sevilla
Madrid
Granada
Barcelona
4,4%
10,5%
7,7%
11,5%
8,7%
'23/'24'22/'23'21/'22'20/'21'19/'20
Bron: Overheidsinstanties en statistieken van de respectieve landen, BONARD, 2026.
Aantal internationale studenten in Spanje
+2,1% (CAGR)
+5,9
% (CAGR)
0
20.000
40.000
60.000
80.000
100.000
1.824.011
262.836
Totaal provisiepercentage%
Aantal private PBSA beddenAantal niet-private PBSA bedden
0 5.000 10.000 15.000 20.000 25.000
Valencia
Sevilla
Madrid
Granada
Barcelona
4,4%
10,5%
7,7%
11,5%
8,7%
'23/'24'22/'23'21/'22'20/'21'19/'20
Bron: Overheidsinstanties en statistieken van de respectieve landen, BONARD, 2026.
Ontvangt
68.845
Erasmus
studenten
Zendt
59.580
Erasmus
studenten uit
SPANJE
Bron: Europese Commissie, BONARD, 2026.
De belangrijkste studentensteden van Spanje bieden een breed
scala aan onderwijsinstellingen. Madrid telt 54 instellingen voor
hoger onderwijs, waaronder acht die wereldwijd gerangschikt
staan, terwijl Barcelona 35 instellingen voor hoger onderwijs heeft,
waarvan er zes gerangschikt staan. Gesteund door zijn reputatie
van hoogwaardig onderwijs, een aantrekkelijke levensstijl en relatief
lage inschrijvingsgelden, blijft Spanje zijn aantrekkingskracht als
studiebestemming versterken.
Hoewel er de afgelopen jaren meerdere nieuwe projecten zijn
voltooid, is er nog steeds een tekort aan aanbod in deze sector.
Het huidige aanbod in Spanje blijft erg laag: 9,2% in totaal en
12,3% in de private sector. In Barcelona bedraagt het totale
aanbod 7,7%, met een privaat aanbod van 10,6%, vergelijkbaar
met Madrid, waar het totaal 8,7% bedraagt en het private aanbod
13,5%. De gemiddelde aangepaste huurprijzen in private PBSA’s
bedragen 1.265 euro in Madrid en 1.270 euro in Barcelona voor
een eenkamerstudio.
Land
Referentie-
jaar
Totaal
aantal
studenten
Aantal
inter-
nationale
studenten
% inter-
nationale
studenten
Spanje
2019/2020 1.681.747 208.627
12,4%
2020/2021 1.698.711 175.573
10,3%
2021/2022 1.752.402 224.387
12,8%
2022/2023 1.782.527 242.115
13,6%
2023/2024 1.824.011 262.836
14,4%
Bron: Overheidsinstanties en statistieken van de respectieve landen, BONARD, 2026.
Ontwikkelende markt
De Spaanse PBSA-markt bevindt zich nog steeds in een actieve
ontwikkelingsfase, waarbij investeerders zich niet alleen richten
op primaire markten, maar ook op secundaire steden.
De meest dominante speler in Spanje is Resa, met meer dan
12.000 bedden (in exploitatie en in ontwikkeling), gevolgd door
Micampus Residencias, met bijna 10.000 bedden. Andere grote
aanbieders van PBSA’s zijn YUGO en Livensa Living, dat onlangs is
overgenomen door het door CPPIB gesteunde Nido Living.
De pijplijn op nationaal niveau, die door BONARD wordt
gemonitord, omvat meer dan 21.600 eenheden, waarbij slechts
12% van alle bedden door niet-private aanbieders wordt
ontwikkeld. De private ontwikkelingen omvatten 18.902 bedden
en worden aangestuurd door de sterke spelers op de markt,
zoals YUGO, Bravo! Students, Micampus, Amro Estudiantes enz.
De geplande private projecten bevinden zich niet alleen in Tier
1-steden zoals Madrid, Barcelona en Valencia: ongeveer 50% van
de bedden zal worden toegevoegd in Tier 2- en Tier 3-steden,
namelijk Malaga, Cordoba, Sevilla en Granada.
Totaal aantal PBSA-bedden in Spanje
+2,1% (CAGR)
+5,9% (CAGR)
0
20.000
40.000
60.000
80.000
100.000
1.824.011
262.836
Totaal provisiepercentage
%
Aantal private PBSA beddenAantal niet-private PBSA bedden
0 5.000 10.000 15.000 20.000 25.000
Valencia
Sevilla
Madrid
Granada
Barcelona
4,4%
10,5%
7,7%
11,5%
8,7%
'23/'24'22/'23'21/'22'20/'21'19/'20
Bron: BONARD, 2026.
Investeringsmomentum versterkt
Voortbouwend op sterke onderliggende fundamenten heeft
de Spaanse PBSA-markt een versnelling van het investerings-
momentum gekend, met een intensivering van de activiteit in 2025.
Verschillende opmerkelijke transacties, zowel met betrekking
tot afzonderlijke activa als portefeuilles, wijzen op hernieuwd
vertrouwen van beleggers en een verbeterende marktliquiditeit.
De grootste transactie van het jaar in continentaal Europa was
de overname van de Livensa Living-portefeuille door Nido Living
en CPPIB voor 1,2 miljard euro. De portefeuille omvat ongeveer
9.000 bedden in 20 operationele panden en twee projecten in
ontwikkeling in de universitaire centra in Spanje en Portugal.
Greystar heeft een Spaanse portefeuille van Merkel Capital (1.225
bedden) overgenomen voor een aankoopprijs van 120 miljoen euro.
Bovendien zijn Amro Real Estate Partners en Invesco Real Estate
een joint venture aangegaan om drie ontwikkelingsprojecten te
verwerven, die volgens de planning in het academiejaar van 2028
zullen worden voltooid; de aankoopprijs voor 807 bedden bedroeg
150 miljoen euro.
Er werden ook transacties gesloten voor afzonderlijke activa en
percelen op zowel primaire als secundaire markten, waaronder
Malaga, Toledo en Santander, wat de interesse van private equity
en institutionele beleggers in kleinere, minder verzadigde locaties
bevestigt.
De verdere toetreding van institutioneel kapitaal en de
lancering van nieuwe platforms onderstrepen de groeiende
aantrekkingskracht van Spaanse PBSA binnen Europese
woonstrategieën, wat wijst op een markt die aan kracht wint.
XIOR ATALAYA
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
109
110
VASTGOEDVERSLAG XIOR

Graphics
LUMIAR
Lissabon - PORTUGAL
8.1.4 STUDENTENHUISVESTINGSMARKT IN PORTUGAL
Vraagmomentum en aanhoudend tekort aan aanbod
Het afgelopen jaar heeft Portugal steeds meer belangstelling
getrokken van studenten die kiezen uit de hoogwaardige
universiteiten in het land, evenals meer kapitaal, aangezien
nieuwe spelers op zoek zijn naar kansen in een steeds populairder
wordende markt.
Portugal heeft 456.032 studenten, waarvan 17,6% internationale
studenten. Het aantal internationale inschrijvingen is de afgelopen
vier jaar met 7,9% CAGR gegroeid, wat wijst op een toegenomen
vraag nu studenten verder kijken dan de “Big Four” (VS, Canada, VK
en Australië) als gevolg van recente wijzigingen in de regelgeving.
Land
Referentie-
jaar
Totaal
aantal
studenten
Aantal
inter–
nationale
studenten
% inter-
nationale
studenten
Portugal
2020/2021 411.995 58.960
14,3%
2021/2022 433.217 69.965
16,2%
2022/2023 446.028 78.113
17,5%
2023/2024 448.235 77.471
17,3%
2024/2025 456.032 80.065
17,6%
Bron: Overheidsinstanties en statistieken van de respectieve landen, BONARD, 2026.
Totaal aantal studenten in Portugal
+2,6
% (CAGR)
+7,9% (CAGR)
0
20.000
40.000
60.000
80.000
100.000
'24/'25'23/'24'22/'23'21/'22'20/'21
456.032
80.065
Totaal provisiepercentage%
Aantal private PBSA beddenAantal niet-private PBSA bedden
0 1.000 2.000 3.000 4.000 5.000 6.000 7.000 8.000
Porto
Lissabon
Coimbra
9,5%
7,1%
5,1%
Bron: Overheidsinstanties en statistieken van de respectieve landen, BONARD, 2026.
Aantal internationale studenten in Portugal
+2,6% (CAGR)
+7,9
% (CAGR)
0
20.000
40.000
60.000
80.000
100.000
'24/'25'23/'24'22/'23'21/'22'20/'21
456.032
80.065
Totaal provisiepercentage%
Aantal private PBSA beddenAantal niet-private PBSA bedden
0 1.000 2.000 3.000 4.000 5.000 6.000 7.000 8.000
Porto
Lissabon
Coimbra
9,5%
7,1%
5,1%
Bron: Overheidsinstanties en statistieken van de respectieve landen, BONARD, 2026.
Ontvangt
30.119
Erasmus
studenten
Zendt
17.395
Erasmus
studenten uit
Bron: Europese Commissie, BONARD, 2026.
Het structurele onevenwicht tussen vraag en aanbod op de
Portugese markt houdt aan, wat wordt bevestigd door het feit
dat Lissabon een van de laagste provisiepercentages heeft
van de door BONARD gevolgde Europese steden. Het totale
provisiepercentage van Lissabon bedraagt 5,1% en het private
provisiepercentage 7,5%, wat slechts een kleine stijging is ten
opzichte van vorig jaar. Porto, de op één na grootste markt van
het land, bereikt een iets hoger, maar nog steeds onvoldoende
provisiepercentage, met een totaal provisiepercentage van 9,5%
en een privaat provisiepercentage van 15,9%. Het grootste deel
van de bestaande voorraad in beide steden wordt beheerd door
private aanbieders, met een aandeel van 61% in Lissabon en 75%
in Porto.
Totaal aantal PBSA-bedden in Portugal
+2,6% (CAGR)
+7,9% (CAGR)
0
20.000
40.000
60.000
80.000
100.000
'24/'25'23/'24'22/'23'21/'22'20/'21
456.032
80.065
Totaal provisiepercentage%
Aantal private PBSA beddenAantal niet-private PBSA bedden
0 1.000 2.000 3.000 4.000 5.000 6.000 7.000 8.000
Porto
Lissabon
Coimbra
9,5%
7,1%
5,1%
Bron: BONARD, 2026.
De pijplijn van het land omvat meer dan 9.300 bedden.
Ontwikkeling wordt aangestuurd door zowel niet-private als
private spelers, waarbij de laatste 55% van alle gemonitorde
voorraad ontwikkelen. Dit omvat zowel gevestigde merken zoals
Micampus Residencias als nieuwe merken zoals aparto.
De pijplijn van het land wordt gedomineerd door private
aanbieders, terwijl verschillende projecten rechtstreeks
door universiteiten worden uitgevoerd in het kader van een
overheidsinitiatief dat betaalbare studentenhuisvesting wil
bieden door middel van nieuwbouw en renovatie van bestaande
accommodaties.
Tegen de achtergrond van een sterke vraag en een uiterst
beperkt aanbod zijn de huurprijzen op nationaal niveau in de
private PBSA’s met 6,1% gestegen ten opzichte van vorig jaar.
De aangepaste gemiddelde huurprijs voor een eenkamerstudio
in een private PBSA-residentie bedroeg 933 euro in Lissabon en
722 euro in Porto.
Een actieve markt
Tot de vijf grootste exploitanten in het land behoren Livensa Living
(in 2025 overgenomen door Nido Living), Xior Student Housing en
Micampus Residencias.
Met de komst van nieuwe merken en internationale spelers blijft
de markt de aandacht trekken, gedreven door een uitgesproken
kloof tussen vraag en aanbod. Er ontstaan niet alleen nieuwe
ontwikkelingsprojecten in de twee grote steden, maar ook in
secundaire markten zoals Coimbra, Almada, Aveiro en Faro.
Hoewel de Portugese PBSA-markt nog steeds gefragmenteerd is,
wordt deze steeds professioneler en zien veel investeerders deze
markt als een veelbelovende kans voor uitbreiding.
Nieuwkomers op de markt voor studentenhuisvesting
De Portugese markt noteerde in 2025 verschillende transacties,
waaronder de overname van de Livensa Living-portefeuille in
Portugal en Spanje door Nido Living. Hines (HEPP) betrad de
markt door een studentenhuisvestingsproject in Porto over
te nemen, dat in het volgende academiejaar onder het merk
aparto zal worden geopend. Gavari Properties vestigde zich ook
op de Portugese markt door voor 6 miljoen euro een perceel in
Lissabon te kopen, wat de eerste investering buiten Spanje was.
Tegelijkertijd verwierf Stoneshield Capital twee activa in Lissabon
voor een totaalbedrag van 60 miljoen euro.
De aantrekkingskracht van de Portugese markt blijft toenemen,
ondersteund door een van de laagste provisiepercentages onder
de Europese PBSA-markten en een stijgende vraag. Aangezien
de markt zich nog steeds in een groeifase bevindt, blijft deze de
interesse van investeerders wekken in alternatieve woonsectoren
zoals PBSA, waarbij spelers toegang zoeken via overnames of
de ontwikkeling van nieuwe projecten. Dit niet alleen in primaire
markten, maar ook in secundaire steden.
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
111
112
VASTGOEDVERSLAG XIOR

Graphics
XIOR WENEDOW
Warschau - POLEN
8.1.5 STUDENTENHUISVESTINGSMARKT IN POLEN
Toenemende vraag
Het aantal internationale studenten in Polen is de afgelopen
jaren gestaag gegroeid en bereikte in 2025 een aantal van
108.609, met een CAGR van 6,4% over vier jaar. Internationale
studenten maken 8,5% uit van de studentenpopulatie in
Polen, die momenteel 1.280.096 bedraagt. Gesteund door een
sterke academische reputatie, bevestigd door 45 wereldwijd
gerangschikte instellingen voor hoger onderwijs, een ruime
keuze aan Engelstalige opleidingen, gematigde kosten voor
levensonderhoud en toegewijde ondersteuning voor buitenlandse
studenten, zal Polen de komende jaren naar verwachting steeds
meer aandacht trekken.
Land
Referentie-
jaar
Totaal
aantal
studenten
Aantal
inter-
nationale
studenten
% inter-
nationale
studenten
Polen
2020/2021 1.218.046 84.689
7,0%
2021/2022 1.218.166 89.420
7,3%
2022/2023 1.223.629 105.404
8,6%
2023/2024 1.245.153 107.130
8,6%
2024/2025 1.280.096 108.609
8,5%
Bron: Overheidsinstanties en statistieken van de respectieve landen, BONARD, 2026.
Totaal aantal studenten in Polen
+1,2
% (CAGR)
+6,4% (CAGR)
0
20.000
40.000
60.000
80.000
100.000
120.000
'24/'25'23/'24'22/'23'21/'22'20/'21
1.280.096
108.609
Totaal provisiepercentage%
Aantal private PBSA beddenAantal niet-private PBSA bedden
0 5.000 10.000 15.000 20.000 25.000
Wroclaw
Warschau
Poznan
Lodz
Krakau
10,1%
7,2%
15,7%
15,2%
8,0%
Bron: Overheidsinstanties en statistieken van de respectieve landen, BONARD, 2026.
Aantal internationale studenten in Polen
+1,2% (CAGR)
+6,4
% (CAGR)
0
20.000
40.000
60.000
80.000
100.000
120.000
'24/'25'23/'24'22/'23'21/'22'20/'21
1.280.096
108.609
Totaal provisiepercentage%
Aantal private PBSA beddenAantal niet-private PBSA bedden
0 5.000 10.000 15.000 20.000 25.000
Wroclaw
Warschau
Poznan
Lodz
Krakau
10,1%
7,2%
15,7%
15,2%
8,0%
Bron: Overheidsinstanties en statistieken van de respectieve landen, BONARD, 2026.
Warschau blijft een van de vijf grootste studentenmarkten in
Europa en telt 256.669 studenten verspreid over 68 instellingen
voor hoger onderwijs, waarvan er zes wereldwijde erkenning
hebben gekregen. Het aantal internationale studenten bereikte in
2025 32.532, waarmee de stad dicht in de buurt komt van steden
als Brussel en Barcelona, en waarmee het Amsterdam, Edinburgh
en Rome achter zich laat. Warschau wordt gevolgd door Krakau,
Wrocław en Poznań, met elk meer dan 100.000 studenten.
Na de verplichting om de opleidingskwalificaties van aanvragers
te controleren, is in 2025 een regel ingevoerd die misbruik van
het studentenvisumbeleid verder moet voorkomen en die een
verplichte beheersing van de Poolse taal op B2-niveau invoert.
Deze maatregelen zullen naar verwachting echter geen gevolgen
hebben voor echte studenten die naar Polen komen om aan een
van de vele prestigieuze universiteiten van het land te studeren.
Ontvangt
25.319
Erasmus
studenten
Zendt
32.217
Erasmus
studenten uit
POLEN
Bron: Europese Commissie, BONARD, 2026.
Aanhoudend tekort aan aanbod
Door structurele redenen en een sterke groei van het aantal
internationale studenten heeft Polen moeite om aan de vraag
naar huisvesting te voldoen. Het totale aanbod in Polen bedraagt
10,4%, wat in lijn is met andere landen, maar het private aanbod is
met 2,7% een van de laagste in Europa, wat betekent dat slechts
één op de 37 internationale en binnenlandse mobiele studenten
toegang heeft tot private PBSA’s.
De grootste studentenmarkt in Polen, Warschau, kampt nog steeds
met een ernstig tekort, met het laagste totale provisiepercentage
van de vijf grootste steden, namelijk slechts 7,2%. Het private
provisiepercentage is slechts licht gestegen van 1,0% naar 1,3%,
wat het ernstige structurele tekort onderstreept.
De vraag blijft het aanbod in de belangrijkste steden van Polen
overtreffen. Krakau heeft met 15,7% het hoogste totale aanbod
in Polen, terwijl het aanbod van private woningen slechts 4,1%
bedraagt. Wroclaw vertoont slechts een iets hogere verzadiging dan
de hoofdstad (totaal 10,1%, privaat 2,9%). Over het algemeen blijven
de provisiepercentages ver onder die van de ontwikkelde Europese
markten, wat erop wijst dat Polen waarschijnlijk een aantrekkelijke
bestemming zal blijven voor lokaal en buitenlands kapitaal.
Totaal aantal PBSA-bedden in Polen
+1,2% (CAGR)
+6,4% (CAGR)
0
20.000
40.000
60.000
80.000
100.000
120.000
'24/'25'23/'24'22/'23'21/'22'20/'21
1.280.096
108.609
Totaal provisiepercentage%
Aantal private PBSA beddenAantal niet-private PBSA bedden
0 5.000 10.000 15.000 20.000 25.000
Wroclaw
Warschau
Poznan
Lodz
Krakau
10,1%
7,2%
15,7%
15,2%
8,0%
Bron: BONARD, 2026.
De huurgroei voor het academiejaar 2024-2025 was trager dan
in het voorgaande jaar. De aangepaste gemiddelde huurprijs
voor een eenkamerstudio in 2025 in private PBSA's bedroeg 758
euro in Warschau, 689 euro in Wroclaw en 589 euro in Krakau.
Aantrekkelijke PBSA-markt
De Poolse PBSA-markt is weliswaar in ontwikkeling, maar blijft qua
volwassenheid achter bij vergelijkbare markten in West-Europa.
De markt wordt nog steeds gedomineerd door niet-private
aanbieders, zoals universiteiten, die doorgaans goedkopere
opties bieden, maar met minder voorzieningen en diensten dan
gewoonlijk door private PBSA-exploitanten worden aangeboden.
Naast de eerste merken die actief zijn op de markt, waaronder
Student Depot, Basecamp, SHED Co-living en Milestone, is onlangs
de nieuwe exploitant Student Space op de markt gekomen, die
het huidige aanbod van PBSA-bedden uitbreidt.
Het Poolse merk Student Depot blijft de private PBSA-sector
domineren met meer dan 5.700 bedden (in gebruik en in
ontwikkeling). Het op één na grootste private merk is Basecamp
by Xior, met meer dan 4.400 bedden.
Groeiende private sector
De Poolse markt kende in 2025 verschillende toevoegingen
en veranderingen. Naast de aankoop van twee toplocaties
in Warschau en Wroclaw door Xior, breidde het bedrijf zijn
aanwezigheid in Polen uit met de lancering van een nieuwe
residentie in Warschau Wenedow, ontwikkeld in samenwerking
met Solida Capital.
In 2025 heeft Student Space, een relatief nieuwe speler op de
Poolse markt, twee panden geopend in Krakau, waarmee meer
dan 1.200 bedden aan de sector zijn toegevoegd. De PBSA-
capaciteit in Krakau werd verder uitgebreid met de opening van
het Zeitraum-pand aan de Raclawicka, terwijl in Warschau twee
SHED-panden zijn geopend.
Ondertussen opende Student Depot de uitbreiding van het
bestaande pand in Poznan, waardoor de totale capaciteit met
408 bedden werd vergroot.
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
113
114
VASTGOEDVERSLAG XIOR

Graphics
BASECAMP BY XIOR
Leipzig - DUITSLAND
8.1.6 STUDENTENHUISVESTINGSMARKT IN DUITSLAND
Dynamiek van de studentenpopulatie
De omvangrijke studentenpopulatie van Duitsland (2.864.122 in het
academiejaar 2024-2025) blijft stabiel, met een voorspelde stijging
tot bijna 2.877.000 studenten, volgens voorlopige gegevens voor
2025-2026. Ondertussen is het aantal interna tionale studenten
de afgelopen vier jaar met een CAGR van 4,3% gegroeid en maakt
het nu 17,2% van de totale studentenpopulatie uit.
Land
Referentie-
jaar
Totaal
aantal
studenten
Aantal
inter-
nationale
studenten
% inter-
nationale
studenten
Duitsland
2020/2021 2.944.145 416.437
14,1%
2021/2022 2.946.141 440.817
15,0%
2022/2023 2.920.263 458.210
15,7%
2023/2024 2.868.311 469.485
16,4%
2024/2025 2.864.122 492.087
17,2%
Bron: Overheidsinstanties en statistieken van de respectieve landen, BONARD, 2026.
Ontvangt
40.181
Erasmus
studenten
Zendt
59.649
Erasmus
studenten uit
DUITSLAND
Bron: Europese Commissie, BONARD, 2026.
Duitsland blijft een belangrijke bestemming voor internationale
studenten, dankzij de kracht van zijn hoger onderwijssysteem, de
solide fundamenten van de arbeidsmarkt en de aantrekkingskracht
van zijn grote universitaire centra. Dit komt tot uiting in wereldwijde
ranglijsten, waar München en Berlijn respectievelijk op de 4
e
en 7
e
plaats staan in de top 10 van studentensteden wereldwijd volgens
de QS-ranglijst.
Duitsland is een van de weinige landen ter wereld waar openbare
universiteiten in de meeste deelstaten gratis onderwijs aanbieden,
waarbij studenten in sommige gevallen slechts een bescheiden
semesterbijdrage betalen. Deze positieve academische omgeving
is een van de belangrijkste drijfveren achter de toename van het
aantal internationale studenten.
Totaal aantal studenten in Duitsland
-0,7
% (CAGR)
+4,3% (CAGR)
0
100.000
200.000
300.000
400.000
500.000
'24/'25'23/'24'22/'23'21/'22'20/'21
2.864.122
492.087
Totaal provisiepercentage%
Aantal private PBSA beddenAantal niet-private PBSA bedden
0 5.000 10.000 15.000 20.000 25.000 30.000
München
Keulen
Hamburg
Frankfurt
Berlijn
14,2%
12,9%
14,5%
6,4%
10,5%
Bron: Overheidsinstanties en statistieken van de respectieve landen, BONARD, 2026.
Aantal internationale studenten in Duitsland
-0,7% (CAGR)
+4,3% (CAGR)
0
100.000
200.000
300.000
400.000
500.000
'24/'25'23/'24'22/'23'21/'22'20/'21
2.864.122
492.087
Totaal provisiepercentage%
Aantal private PBSA beddenAantal niet-private PBSA bedden
0 5.000 10.000 15.000 20.000 25.000 30.000
München
Keulen
Hamburg
Frankfurt
Berlijn
14,2%
12,9%
14,5%
6,4%
10,5%
Bron: Overheidsinstanties en statistieken van de respectieve landen, BONARD, 2026.
Een van de sterkste Europese PBSA-markten
Duitsland behoort tot de grootste en meest volwassen PBSA-
markten van continentaal Europa. Gedurende 2025 bleven de
fundamentele marktfactoren veerkrachtig, met een stijging van
de huurprijzen met 2,5%. De aangepaste gemiddelde huurprijzen
voor een eenkamerstudio in private PBSA’s bedroegen 920 euro
in Berlijn, 852 euro in Hamburg en 993 euro in München.
Niet-private aanbieders blijven de markt domineren, met meer
dan 70% van alle studentenbedden in de 46 steden die door
BONARD worden gevolgd, en zij ontwikkelen momenteel ongeveer
50% van de gemonitorde pijplijnprojecten. In 2025 daalde het
private aanbod op nationaal niveau licht tot 7,1%, wat erop wijst
dat de vraag sneller groeit dan het aanbod.
De grootste private aanbieder op de Duitse markt blijft i-Live,
met meer dan 7.000 bedden, gevolgd door The Fizz met meer dan
4.000 bedden in beheer. Andere grote exploitanten, waaronder
Home & Co, Felixx en Campo Novo, beheren elk tussen de 2.800
en 2.900 bedden.
Op nationaal niveau bedraagt het totale provisiepercentage
12,9%, wat slechts een lichte stijging is ten opzichte van vorig jaar
en neerkomt op ongeveer één PBSA-bed per acht studenten.
Het aanbod in de grote studentensteden in Duitsland komt
grotendeels overeen met het nationale gemiddelde, waarbij
het private aanbod blijft stijgen. In Berlijn bedraagt het totale
provisiepercentage 12,9% en het private provisiepercentage 7,3%,
terwijl Hamburg een totaal provisiepercentage van 10,5% en een
privaat provisiepercentage van 7,7% heeft.
München heeft een hoger provisiepercentage (14,2% totaal, 14,1%
privaat), maar het aanbod is vrijwel onveranderd gebleven, wat
extra druk legt op studenten die op zoek zijn naar een PBSA-bed.
Totaal aantal PBSA-bedden in Duitsland
-0,7% (CAGR)
+4,3% (CAGR)
0
100.000
200.000
300.000
400.000
500.000
'24/'25'23/'24'22/'23'21/'22'20/'21
2.864.122
492.087
Totaal provisiepercentage%
Aantal private PBSA beddenAantal niet-private PBSA bedden
0 5.000 10.000 15.000 20.000 25.000 30.000
München
Keulen
Hamburg
Frankfurt
Berlijn
14,2%
12,9%
14,5%
6,4%
10,5%
Bron: BONARD, 2026.
Verhoogde activiteit op de kapitaalmarkt
In 2025 nam de activiteit op de Duitse PBSA-markt toe, wat
resulteerde in meerdere overnames op de primaire en secundaire
markten.
Amro Partners vormde een joint venture met Aviva Investors om
een platform voor investeringen in de PBSA-sector te lanceren
en een portefeuille in Duitsland op te bouwen, met als doel 3.000
studentenbedden, met een verwachte brutovermogenswaarde
van 500 miljoen euro in de komende drie jaar. De joint venture
heeft al het eerste ontwikkelingsproject in Berlijn verworven voor
60 miljoen euro, dat in het academiejaar 2028-2029 zal worden
geopend.
In Frankfurt heeft Home & Co een pand met 164 eenheden gekocht,
met de bedoeling het project te renoveren. Ondertussen hebben
Rockfield Real Estate en Ardian een termijnkoopovereenkomst
gesloten voor het ontwikkelingsproject in Aken, dat naar
verwachting 300 eenheden aan de lokale markt zal toevoegen.
Naast de aankopen is Ares onlangs een joint venture aangegaan
met Studentkompanie met de bedoeling een platform voor
studentenhuisvesting in Duitsland op te zetten. De portefeuille
moet worden ontwikkeld in vooraanstaande Duitse steden, met
een eindwaarde van 400 tot 500 miljoen euro.
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
115
116
VASTGOEDVERSLAG XIOR

Graphics
BASECAMP BY XIOR
Aarhus - DENEMARKEN
8.1.7 STUDENTENHUISVESTINGSMARKT IN
DENEMARKEN
Stabiele vraag en robuuste prestaties op het gebied van
studentenhuisvesting
In het academiejaar 2024-2025 bleef het totale aantal studenten
in het land stabiel op 249.331, waarvan 14,7% internationale
studenten.
Land
Referentie-
jaar
Totaal
aantal
studenten
Aantal
inter-
nationale
studenten
% inter-
nationale
studenten
Denemarken
2020/2021 265.025 37.656
14,2%
2021/2022 263.616 37.799
14,3%
2022/2023 253.286 35.675
14,1%
2023/2024 248.778 34.719
14,0%
2024/2025 249.331 36.750
14,7%
Bron: Overheidsinstanties en statistieken van de respectieve landen, BONARD, 2026.
Ontvangt
7.994
Erasmus
studenten
Zendt
6.425
Erasmus
studenten uit
DENEMARKEN
Bron: Europese Commissie, BONARD, 2026.
Kopenhagen, met een studentenpopulatie van 106.859 verspreid
over 24 instellingen voor hoger onderwijs, staat consequent in de
top 50 van de QS-ranglijst van ‘s werelds beste studentensteden. De
hoofdstad heeft met 34,4% het hoogste totale provisiepercentage
van de acht geselecteerde markten, met een privaat aanbod van
22,1%. Driekwart van de 36.710 beschikbare studentenbedden in
de stad wordt beheerd door niet-private aanbieders, waaronder
woningcorporaties en universiteiten.
Totaal aantal studenten in Denemarken
-1,5
% (CAGR)
-0,6% (CAGR)
0
5.000
10.000
15.000
20.000
25.000
30.000
35.000
40.000
'24/'25'23/'24'22/'23'21/'22'20/'21
249.331
36.750
Totaal provisiepercentage%
Aantal private PBSA beddenAantal niet-private PBSA bedden
0 5.000 10.000 15.000 20.000 25.000 30.000 35.000 40.000
Kopenhagen
Aarhus
Aalborg
29,4%
29,2%
34,4%
Bron: Overheidsinstanties en statistieken van de respectieve landen, BONARD, 2026.
Aantal internationale studenten in Denemarken
-1,5% (CAGR)
-0,6
% (CAGR)
0
5.000
10.000
15.000
20.000
25.000
30.000
35.000
40.000
'24/'25'23/'24'22/'23'21/'22'20/'21
249.331
36.750
Totaal provisiepercentage%
Aantal private PBSA beddenAantal niet-private PBSA bedden
0 5.000 10.000 15.000 20.000 25.000 30.000 35.000 40.000
Kopenhagen
Aarhus
Aalborg
29,4%
29,2%
34,4%
Bron: Overheidsinstanties en statistieken van de respectieve landen, BONARD, 2026.
Het beleid van Denemarken met betrekking tot internationaal
onderwijs is de afgelopen jaren aanzienlijk veranderd. De
algemene aanpak is verschoven van een intentie om het aantal
Engelstalige opleidingen te beperken naar een ommekeer in dit
beleid en een toezegging om nieuwe plaatsen voor internationale
studenten te openen, wat duidt op een meer gastvrije houding.
Hoewel het aantal internationale studenten bescheiden blijft
in vergelijking met grotere Europese markten, trekt de huidige
situatie – in combinatie met lage inschrijvingsgelden – steeds
meer belangstelling.
Denemarken is trots op de hoge kwaliteit van zijn onderwijs-
systeem, dat wereldwijde erkenning heeft gekregen. Een van de
toonaangevende instellingen van het land is de Universiteit van
Kopenhagen, die consequent tot de beste universiteiten ter
wereld behoort en momenteel op de 35e plaats staat. Een andere
Deense instelling in de wereldwijde top 100 is de Universiteit van
Aarhus, die op de 85e plaats staat, naast andere gerenommeerde
instellingen voor hoger onderwijs, zoals de Technische Universiteit
van Denemarken en de Universiteit van Aalborg.
Denemarken heeft met 32,2% het hoogste totale provisie-
percentage van alle landen die in dit rapport worden behandeld,
wat neerkomt op de beschikbaarheid van PBSA’s voor ongeveer
een op de drie studenten.
De gemiddelde huurgroei op nationaal niveau voor eenpersoons-
studio’s tussen 2024 en 2025 bedroeg 7,7%. De aangepaste
gemiddelde huurprijs voor een eenpersoonsstudio in private
PBSA’s in Kopenhagen bedroeg in 2025 1.201 euro.
De belangrijkste merken die op de markt actief zijn, zijn Basecamp
by Xior, Canvas (voorheen UMEUS) en CPH Village, die samen
meer dan 4.200 bedden beheren.
Totaal aantal PBSA-bedden in Denemarken
-1,5% (CAGR)
-0,6% (CAGR)
0
5.000
10.000
15.000
20.000
25.000
30.000
35.000
40.000
'24/'25'23/'24'22/'23'21/'22'20/'21
249.331
36.750
Totaal provisiepercentage%
Aantal private PBSA beddenAantal niet-private PBSA bedden
0 5.000 10.000 15.000 20.000 25.000 30.000 35.000 40.000
Kopenhagen
Aarhus
Aalborg
29,4%
29,2%
34,4%
Bron: BONARD, 2026.
Investeringsmarkt
In 2025 werden de UMEUS-residenties in Kopenhagen, ontwikkeld
en beheerd door NREP, door Greystar overgenomen voor 350
miljoen euro. De transactie van drie operationele panden in Amager,
Nordhavn en Frederiksberg, evenals een ontwikkelingsproject in
Valby, markeert de formele toetreding van Greystar tot de Deense
markt. Alle panden, met in totaal 1.758 bedden, zullen worden
uitgebaat onder het studentenmerk Canvas.
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
117
118
VASTGOEDVERSLAG XIOR

Graphics
BASECAMP BY XIOR
8.1.8 STUDENTENHUISVESTINGSMARKT IN ZWEDEN
Groeiende vraag
Zweden heeft een opmerkelijke versnelling gezien in de vraag
van internationale studenten, met een toename van het aantal
internationale inschrijvingen met 9,2% ten opzichte van het
academiejaar 2023-24, tot een totaal van 46.920 studenten. In
dezelfde periode is het totale aantal studenten met 3,7% gestegen
tot 476.223, wat de groeiende aantrekkingskracht van het land
als studiebestemming onderstreept. Deze trend wordt verder
ondersteund door het feit dat Zweden de hoogste CAGR in het
aantal internationale studenten onder de doelmarkten heeft,
namelijk 9,0% in de periode 2020-2024.
Totaal aantal studenten in Zweden
+1,2
% (CAGR)
+9,0% (CAGR)
0
10.000
20.000
30.000
40.000
50.000
'24/'25'23/'24'22/'23'21/'22'20/'21
476.223
46.920
Totaal provisiepercentage
%
Aantal private PBSA beddenAantal niet-private PBSA bedden
0 5.000 10.000 15.000 20.000
Uppsala
Stockholm
Malmö
Lund
Göteborg
18,4%
13,4%
16,5%
28,8%
29,4%
Bron: Overheidsinstanties en statistieken van de respectieve landen, BONARD, 2026.
Aantal internationale studenten in Zweden
+1,2% (CAGR)
+9,0% (CAGR)
0
10.000
20.000
30.000
40.000
50.000
'24/'25'23/'24'22/'23'21/'22'20/'21
476.223
46.920
Totaal provisiepercentage
%
Aantal private PBSA beddenAantal niet-private PBSA bedden
0 5.000 10.000 15.000 20.000
Uppsala
Stockholm
Malmö
Lund
Göteborg
18,4%
13,4%
16,5%
28,8%
29,4%
Bron: Overheidsinstanties en statistieken van de respectieve landen, BONARD, 2026.
Zendt
9.467
Erasmus
studenten uit
Ontvangt
14.054
Erasmus studenten
ZWEDEN
Bron: Europese Commissie, BONARD, 2026.
Stockholm is het grootste studentencentrum van het land en
staat consequent in de top van de QS-ranglijst van wereldwijde
studentensteden. Buiten Stockholm is het hoger onderwijs in
Zweden goed gediversifieerd over een netwerk van gevestigde
universiteitssteden, waaronder Göteborg, Malmö, Uppsala, Lund,
Linköping, Umeå en Örebro. In totaal telt het land 16 universiteiten
die wereldwijd hoog aangeschreven staan, wat de positie van
Zweden als aanbieder van hoogwaardig onderwijs in een breed
scala aan disciplines versterkt.
Land
Referentie-
jaar
Totaal
aantal
studenten
Aantal
inter-
nationale
studenten
% inter-
nationale
studenten
Zweden
2020/2021 454.046 33.285
7,3%
2021/2022 450.405 39.806
8,8%
2022/2023 441.114 41.699
9,5%
2023/2024 459.065 42.960
9,4%
2024/2025 476.223 46.920
9,9%
Bron: Overheidsinstanties en statistieken van de respectieve landen, BONARD, 2026.
Niet-private spelers domineren
In Zweden wordt het PBSA-landschap nog steeds
grotendeels bepaald door lokale, niet-private
studentenhuisvestingsorganisaties, die het grootste deel
(80%) van het bestaande aanbod vertegenwoordigen en een
centrale rol blijven spelen in het voldoen aan de vraag naar
studentenhuisvesting. Dit komt tot uiting in het landelijke
provisiepercentage van 6,6% aan private huisvesting, een van de
laagste in Europa, terwijl het totale percentage 20,3% bedraagt.
Het aanbod van PBSA blijft ontoereikend in alle studentensteden,
waaronder Stockholm, Göteborg, Lund, Uppsala, Visby en Malmö.
In Stockholm en Göteborg is het aanbod minder dan één bed
per vijf studenten (provisiepercentages van respectievelijk 16,5%
en 18,4%). Dit betekent een daling ten opzichte van vorig jaar en
wijst op een groeiende kloof tussen vraag en aanbod. Naast de
traditionele factoren die de vraag naar studentenhuisvesting
stimuleren, zoals het stijgende aantal internationale studenten
en het aanhoudende structurele tekort in de grootste markten,
versterken ook sociaaleconomische factoren, waaronder een
hoog aandeel eenpersoonshuishoudens en een van de laagste
leeftijden waarop jongeren het ouderlijk huis verlaten, het
onevenwicht tussen vraag en aanbod.
Het private provisiepercentage is bijzonder laag in Göteborg
(1,9%). Stockholm, de grootste markt, heeft een privaat provisie-
percentage van 8,2%.
In 2025 bedroeg de aangepaste gemiddelde huurprijs voor een
eenkamerstudio in een private PBSA 791 euro in Stockholm en 488
euro in Göteborg.
Totaal aantal PBSA-bedden in Zweden
+1,2% (CAGR)
+9,0% (CAGR)
0
10.000
20.000
30.000
40.000
50.000
'24/'25'23/'24'22/'23'21/'22'20/'21
476.223
46.920
Totaal provisiepercentage
%
Aantal private PBSA beddenAantal niet-private PBSA bedden
0 5.000 10.000 15.000 20.000
Uppsala
Stockholm
Malmö
Lund
Göteborg
18,4%
13,4%
16,5%
28,8%
29,4%
Bron: BONARD, 2026.
Aangezien het aantal studenten sneller groeit dan het aanbod,
wordt de kloof tussen vraag en aanbod s teeds groter en heeft het
land behoefte aan innovatieve oplossingen voor studentenhuis-
vesting. De groei van het woningbestand vertraagt, met slechts
één privaat en twee niet-private projecten die in 2025 zijn aan-
gekondigd. Het totale aantal bedden in de pijplijn bedraagt echter
bijna 7.000, waarvan slechts ongeveer 1.500 bedden volgens
planning in 2026 zullen worden opgeleverd. Het merendeel van
de projecten in de pijplijn (69%) zal door niet-private aanbieders,
zoals SSSB of Svenska Bostäder, op de markt worden gebracht.
Het initiatief om woningen te bouwen in de gemeente Skelleftea,
ondersteund door de EIB en een EU PLSF-subsidie, heeft tegen-
slagen gekend. Als gevolg van veranderingen op de woningmarkt,
leegstand en 600 woningen in aanbouw heeft woningcorporatie
Skelleftebostäder AB (Skebo) verschillende projecten opgeschort,
waaronder de planning van 420 studentenappartementen.
Onbenut marktpotentieel
Met de hoogste CAGR van internationale studenten onder de
geselecteerde markten (9,0%) en een laag privaat provisie-
percentage, vooral in de topmarkten, biedt Zweden grote kansen
in de PBSA-sector. In 2025 werd een grote portefeuilleaankoop
van 1.300 woningen in Zweden en Finland geregistreerd, toen
Brookfield en MESH Group zes nieuw gebouwde woningen onder
de merknaam Unity Living verwierven.
DEFINITIES
Totaal aantal studenten: aantal studenten (voltijd en
deeltijd) dat cumulatief is ingeschreven aan de respectieve
universiteiten en hogescholen in een respectieve stad.
Aantal binnenlandse studenten: aantal studenten (voltijds
en deeltijds) dat cumulatief is ingeschreven aan de respectie-
ve universiteiten en hogescholen in een respectieve stad en
dat is ingeschreven in het land van herkomst.
Aantal binnenlandse mobiele studenten: indicatie van
het aantal studenten dat cumulatief is ingeschreven aan de
respectieve universiteiten en hogescholen in een respectieve
stad die is ingeschreven in het land van herkomst en afkom-
stig is uit een andere stad/regio dan de stad waar zij studeren.
Aantal internationale studenten: aantal studenten (voltijds
en deeltijds) dat cumulatief is ingeschreven aan de respec-
tieve universiteiten en hogescholen in een respectieve stad
die een nationale of territoriale grens is overgestoken voor
onderwijsdoeleinden en nu buiten het land van herkomst is
ingeschreven.
Totaal provisiepercentage: totaal aantal bedden gedeeld
door het totale aantal studenten voor het betreffende land/
stad.
Privaat provisiepercentage : het aantal private PBSA-
bedden gedeeld door het totaal aantal binnenlandse mobiele
en internationale studenten voor het betreffende land/stad.
Bezettingsgraad: verhouding tussen het aantal bedden bezet
door studenten en het totale aantal bedden.
Private woning (private PBSA): een PBSA-vestiging die
eigendom is van/wordt uitgebaat door een private (commer-
ciële) onderneming/persoon. Voor prijsbenchmarking zijn ook
private stichtingen in deze categorie opgenomen. Openbare,
religieuze en universitaire residenties en andere niet-com-
merciële aanbieders vallen niet onder deze categorie.
Wereldwijd gerangschikte instellingen voor hoger onder-
wijs: instellingen voor hoger onderwijs die door ten minste
één van de drie door BONARD gevolgde ranglijsten (ARWU,
THE, QS) zijn gerangschikt. Alleen de hoogste positie die elke
instelling voor hoger onderwijs in de drie ranglijsten heeft
behaald, wordt in aanmerking genomen.
PBSA: Purpose Built Student Accommodation.
HEI: Higher Education Institution - instelling voor hoger onder-
wijs.
CAGR: Compound Annual Growth Rate - samengesteld
jaarlijks groeipercentage.
BASECAMP BY XIOR
Malmö - ZWEDEN
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
119
120
VASTGOEDVERSLAG XIOR

Graphics
Xior heeft activa opgebouwd op de beste locaties in zijn actieve markten in
Europa en bevindt zich in een ideale positie om een brede studentenpopulatie
aan te trekken.
3,6 miljard EUR
Totale reële waarde
105
Aantal standing assets
6.908 units
4.372 units
2.473 units
3.767 units
1.704 units
583 units
1.786 units
675 units
37
Assets
15 Steden
Amsterdam
Breda
Delft
Den Haag
Eindhoven
Enschede
Groningen
Leeuwarden
Leiden
Maastricht
Rotterdam
Utrecht
Vaals
Venlo
Wageningen
39 Assets
8 Steden
Antwerpen
Brussel
Gent
Hasselt
Leuven
Luik/Seraing
Mechelen
Namen
10 Assets
6 Steden
Barcelona
Granada
Madrid
Malaga
Sevilla
Zaragoza
7 Assets
5 Steden
Katowice
Krakau
Lodz
Warschau
Wroclaw
5 Assets
2 Steden
Lissabon
Porto
1 Asset
1 Stad
Malmö
4 Assets
3 Steden
Aarhus
Kopenhagen
Lyngby
2 Assets
2 Steden
Leipzig
Potsdam
22.268 studentenunits
42 Steden
Split portefeuille per regio Portefeuille KPI’s
8.2 VASTGOEDPORTEFEUILLE
% van de Reële Waarde
43%
17%
12%
12%
7%
5%
2%
2%
*
105 standing assets & 11 ontwikkelingen en landbank assets
22.268
Studentenunits
42
Steden
22.863
Studentenbedden
98%
Bezettingsgraad
RENTED
5 jaar
Gemid. leeftijd portefeuille
116
*
Assets
5,4 %
LfL-huurgroei
79%
EPC A-C
XIOR IS DE GROOTSTE
GEDIVERSIFIEERDE EUROPESE PBSA-
SPECIALIST IN CONTINENTAAL
EUROPA MET EEN PORTEFEUILLE DIE
EEN REËLE WAARDE VAN 3,6 MILJARD
EUR HEEFT.
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
121
122
VASTGOEDVERSLAG XIOR

Graphics
3. Narita Barajasweg 4. Karspeldreef 5. Woudestein
Het studentenhuisvestingsplatform van Xior in Nederland
Nederland is veruit de grootste actieve markt van Xior, met een
waarde van 1,52 miljard EUR of circa 43% van de FV van het
bedrijf. De Nederlandse portefeuille van Xior is strategisch gelegen
in topstudentensteden, in de nabijheid van toonaangevende
universiteiten en belangrijke campusgebieden. De moderne,
purpose-built residenties zorgen voor een consistent hoge
bezettingsgraad en bieden een solide basis voor duurzame
huurgroei.
Amsterdam
567 units
Groningen
1.161 units
Leiden
134 units
Utrecht
340 units
Eindhoven
335 units
Breda
450 units
Delft
317 units
Rotterdam
280 units
Enschede
400 units
Maastricht
1.116 units
Wageningen
201 units
Venlo
166 units
Vaals
460 units
Den Haag
335 units
3
Leeuwarden
266 units
2
2
2
2
2
2
4
1
1
13
4
4
3
#
Aantal operationele gebouwen
15 steden
37 gebouwen
6.908 units
99% bezettingsgraad
Ca. 9’ pendeltijd naar de campus
1
25% nominatieovereenkomsten
3
1
Gemiddelde pendeltijd (in minuten) per fiets van de studentenwoning naar de
dichtstbijzijnde universiteit;
2
Ook beïnvloed door het persoonlijke inkomen en vermogen van de studenten;
3
Gebaseerd op % van eenheden, exclusief partnerships;
4
Exclusief eenheden Keesomlaan verhuurd aan COA.
XIOR’S PORTEFEUILLE IS SAMENGESTELD OM TE VOLDOEN AAN HET NEDERLANDSE REGELGEVINGSKADER
Zelfstandig/onzelfstandig splitsing Verhuursegmentverdeling
4
~78% Zelfstandig
~22% Onzelfstandig
Komt in aanmerking voor
huursubsidie
2
87,7% Laag
7,6% Midden
4,7% Hoog
6.528
units
4
1. Zernike toren
Activa Stad
1. Zernike toren Groningen 2020 698 698 33.659 100 7,4 MEUR 130 MEUR
2. Annadal Maastricht 2019 725 725 45.695 100 4,8 MEUR 69 MEUR
3. Narita Barajasweg Amsterdam 2018 247 247 7.595 100 4,1 MEUR 71 MEUR
4. Karspeldreef Amsterdam 2019 320 320 12.350 100 3,9 MEUR 70 MEUR
5. Woudestein Rotterdam 2017 280 280 9.308 100 3,1 MEUR 58 MEUR
Bouw- of
renovatiejaar
# operationele
studentenunits
# operationele
bedden
# m²
Financiële
bezettingsgraad (%)
Geschatte
huurwaarde
FV per 31-dec-25
Top 5 activa in Nederland
2. Annadal
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
123
124
VASTGOEDVERSLAG XIOR

Graphics
Het studentenhuisvestingsplatform van Xior in België
België is de op één na grootste actieve markt van Xior, goed voor
602 MEUR of circa 17% van FV van het bedrijf. Als thuismarkt
van de Groep vormt België de operationele en strategische
ruggengraat van Xior. De portefeuille profiteert van een
structureel hoge bezettingsgraad (~98%), ondersteund door een
aanhoudend tekort aan kwaliteitsvolle studentenhuisvesting in
belangrijke universiteitssteden. In meer dan tien jaar tijd heeft
Xior een sterk en vertrouwd merk opgebouwd in België, met
moderne, hoogwaardige residenties die een stabiele vraag en een
solide prijszettingsvermogen kennen.
#
#
1
Gemiddelde pendeltijd (in minuten) te voet van de studentenresidentie naar de dichtstbijzijnde universiteit;
2
Gebaseerd op % van eenheden, exclusief partnerships;
2. Alma
Aantal operationele gebouwen
Aantal operationele gebouwen
Gent
651 units
3
Brussel
1.162 units
6
Antwerpen
982 units
10
Hasselt
354 units
2
Namen
216 units
1
Luik
378 units
2
Mechelen
15 units
1
Leuven
614 units
13
Het studentenhuisvestingsplatform van Xior in Spanje en Portugal
Spanje en Portugal vertegenwoordigen samen 608 MEUR of circa
17% van de FV van het bedrijf. Spanje en Portugal bieden een
groot groeipotentieel door het rendement op premium activa en
een aanhoudend structureel tekort aan aanbod. Iberia versterkt
het internationale profiel van Xior door een zeer internationale
huurdersgroep aan te trekken, met woningen in Spanje en Portugal
die consequent onderdak bieden aan grote aantallen EU- en niet-
EU-studenten.
1
Gemiddelde pendeltijd (in minuten) te voet van de studentenresidentie naar de dichtstbijzijnde universiteit;
2
Alleen in Portugal;. Gebaseerd op % van de eenheden, exclusief partnerships.
Porto
454 units
1
Granada
347 units
1
Zaragoza
340 units
1
Madrid
636 units
2
Malaga
450 units
2
Lissabon
1.250 units
4
Barcelona
397 units
3
Sevilla
303 units
1
8 steden
39 gebouwen
4.372 units
98% bezettingsgraad
Ca. 8’
pendeltijd naar de campus
1
22%
nominatie–
overeenkomsten
2
Activa Stad
1. Voskenslaan Overwale Gent 2016 490 490 8.046 100 3,1 MEUR 56 MEUR
2. Alma Brussel 2019 339 339 12.369 100 3,0 MEUR 53 MEUR
3. Drie Eiken Antwerpen 2024 334 334 7.891 88 2,7 MEUR 40 MEUR
4. Couronne-Kroonlaan Brussel 2014 337 337 13.774 99 2,3 MEUR 45 MEUR
5. Studax Leuven 2016 292 292 4.772 100 1,9 MEUR 38 MEUR
Bouw- of
renovatiejaar
# operationele
studentenunits
# operationele
bedden
# m²
Financiële
bezettingsgraad (%)
Geschatte
huurwaarde
FV per 31-dec-25
Activa Stad
1. Campus UEM Madrid 2016 490 545 16.471 100 9,6 MEUR 131 MEUR
2. Campo Pequeno Lissabon 2022 380 380 12.731 100 4,8 MEUR 63 MEUR
3. Lumiar Lissabon 2023 498 498 12.680 100 4,3 MEUR 51 MEUR
4. Retiro Madrid 2018 146 189 5.840 100 3,4 MEUR 42 MEUR
5. Asprela Porto 2020 454 454 12.600 100 3,3 MEUR 35 MEUR
Bouw- of
renovatiejaar
# operationele
studentenunits
# operationele
bedden
# m²
Financiële
bezettingsgraad (%)
Geschatte
huurwaarde
FV per 31-dec-25
Top 5 activa in België
Top 5 activa in Iberia
8 steden
15 gebouwen
4.177 units
96% bezettingsgraad
Ca. 13’
pendeltijd naar de campus
1
7%
nominatie–
overeenkomsten
2
1. Campus UEM
2. Campo Pequeno
3. Lumiar 4. Retiro
5. Asprela
3. Drie Eiken
4. Couronne-Kroonlaan
5. Studax
1. Voskenslaan Overwale
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
125
126
VASTGOEDVERSLAG XIOR

Graphics
Warchau
521 units
2
Lodz
1.118 units
2
Wroclaw
775 units
1
Krakau
620units
1
Katowice
733 units
1
Het studentenhuisvestingsplatform van Xior in Polen
Polen vertegenwoordigt 261 MEUR of circa 7% van de FV van
het bedrijf. Polen wordt gekenmerkt door hoge rendementen,
ondersteund door een toenemende vraag van studenten en een
structureel onderbevoorraadde markt. Het Baselife-model van
Xior slaat sterk aan bij Poolse studenten, wat leidt tot een hoge
tevredenheid, retentie en operationele outperformance.
#
1
Gemiddelde pendeltijd (in minuten) te voet van de studentenresidentie naar de dichtstbijzijnde universiteit;
2
Gebaseerd op % van de eenheden, exclusief partnerships;
Aantal operationele gebouwen
Het studentenhuisvestingsplatform van Xior in Duitsland
Duitsland vertegenwoordigt 82 MEUR of circa 2% van de FV
van het bedrijf. Xior’s Duitse portefeuille bevat twee grote
activa die zijn geïntegreerd in de bredere Noord-Europese
managementstructuur van Xior, waardoor operationele
consistentie en efficiëntie in alle regio's mogelijk is.
1
Gemiddelde pendeltijd (in minuten) te voet van de studentenresidentie naar de dichtstbijzijnde universiteit;
2
Gebaseerd op % van de eenheden, exclusief partnerships.
#
Aantal operationele gebouwen
2. Basecamp by Xior Krakau 3. Basecamp by Xior Katowice
4. Wenedow 5. Bacecamp by Xior Lodz I
Potsdam
263 units
1
Leipzig
412 units
1
5 steden
7 gebouwen
3.767 units
99% bezettingsgraad
Ca. 9’
pendeltijd naar de campus
1
5%
nominatie–
overeenkomsten
2
2 steden
2 gebouwen
675 units 100% bezettingsgraad
Ca. 13’
pendeltijd naar de campus
1
geen nominatie–
overeenkomsten
2
Activa Stad
1. Basecamp by Xior Wroclaw Wroclaw 2022 775 775 34.201 99 6,8 MEUR 62 MEUR
2. Basecamp by Xior Krakau Krakau 2019 620 676 14.394 100 4,2 MEUR 34 MEUR
3. Basecamp by Xior Katowice Katowice 2021 733 773 34.807 99 4,0 MEUR 38 MEUR
4. Wenedow Warschau 2025 404 404 9.076 100 3,7 MEUR 38 MEUR
5. Bacecamp by Xior Lodz I Lodz 2017 487 623 26.304 100 3,6 MEUR 38 MEUR
Bouw- of
renovatiejaar
# operationele
studentenunits
# operationele
bedden
# m²
Financiële
bezettingsgraad (%)
Geschatte
huurwaarde
FV per 31-dec-25
Activa Stad
Basecamp by Xior Leipzig Leipzig 2018 412 412 15.818 100 3,5 MEUR 49 MEUR
Basecamp by Xior Potsdam Potsdam 2017 263 263 10.131 100 2,5 MEUR 33 MEUR
Bouw- of
renovatiejaar
# operationele
studentenunits
# operationele
bedden
# m²
Financiële
bezettingsgraad (%)
Geschatte
huurwaarde
FV per 31-dec-25
Top 5 activa in Polen Top 5 activa in Duitsland
1. Basecamp by Xior Wroclaw
1. Basecamp by Xior Leipzig
2. Basecamp by Xior Potsdam
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
127
128
VASTGOEDVERSLAG XIOR

Graphics
Aarhus
650 units
1
Malmö
583 units
1
Kongens Lyngby
786 units
2
Kopenhagen
350 units
1
Het studentenhuisvestingsplatform van Xior in Nordics
Denemarken en Zweden vertegenwoordigen samen 491 MEUR of
circa 14% van de FV van het bedrijf. Zweden opereert in een
semi-gereguleerde markt, in combinatie met hoge studiebeurzen,
waardoor studenten een stabiele betaalbaarheid hebben.
Denemarken profiteert van vrije marktprijzen, ondersteund door
hoge studiebeurzen, waardoor een sterke betaalbaarheid en
prijsflexibiliteit mogelijk is.
2. Basecamp by Xior Aarhus
1
Gemiddelde pendeltijd (in minuten) te voet van de studentenresidentie naar de dichtstbijzijnde universiteit;
2
Alleen in Denemarken. Gebaseerd op % van de eenheden, exclusief partnerships.
3. Basecamp by Xior Kopenhagen
4. Basecamp by Xior Malmö
Aantal operationele gebouwen
#
5. Basecamp by Xior Lyngby (resid.)
”
BIJ XIOR BOUWEN WE NIET ALLEEN
RESIDENTIES, MAAR DUURZAME
STUDENTENOMGEVINGEN DIE ZORGEN
VOOR HOGE BEZETTINGSGRADEN, STABIELE
INKOMSTEN EN LANGETERMIJNWAARDE.„
4 steden
5 gebouwen
2.369 units
96% bezettingsgraad
Ca. 16’
pendeltijd naar de campus
1
12%
nominatie–
overeenkomsten
2
Top 5 activa in Nordics
Activa Stad
1. Basecamp by Xior Lyngby
(student) Lyngby 2020 639 639 23.500 99 8,1 MEUR 158 MEUR
2. Basecamp by Xior Aarhus Aarhus 2023 650 650 20.105 88 5,1 MEUR 105 MEUR
3. Basecamp by Xior
Kopenhagen Kopenhagen 2021 350 350 13.900 99 4,3 MEUR 87 MEUR
4. Basecamp by Xior Malmö Malmö 2023 583 583 20.492 97 4,9 MEUR 79 MEUR
5. Basecamp by Xior Lyngby
(residentieel) Lyngby 2020 147 147 12.055 100 3,2 MEUR 62 MEUR
Bouw- of
renovatiejaar
# operationele
studentenunits
# operationele
bedden
# m²
Financiële
bezettingsgraad (%)
Geschatte
huurwaarde
FV per 31-dec-25
1. Basecamp by Xior Lyngby (student)
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
129
130
VASTGOEDVERSLAG XIOR

Graphics
8.2.1 BESCHRIJVING EN SPREIDING VAN DE
VASTGOEDPORTEFEUILLE
8.2.1.1 Algemene beschrijving van de vastgoedporte-
feuille
De vastgoedportefeuille van de Vennootschap bestaat per 31
december 2025 uit 116 panden (waarvan 105 standing assets,
en 11 ontwikkelingen en landbank assets). Hiervan zijn 43 panden
gelegen in België, 42 panden in Nederland, 11 in Spanje, 6 in Portugal,
7 in Polen, 4 in Denemarken, 1 in Zweden en 2 in Duitsland. Deze
panden voorzien in het aanbod van in totaal 22.268 verhuurbare
units per 31 december 2025 (resp. ca. 25.463 studentenkamers
in 116 panden na uitvoering van de volledige gecommitteerde
pipeline van de Vennootschap per 31 december 2025, waarbij
er in 26 van deze gebouwen eveneens winkelactiviteiten op
het gelijkvloers zijn. De vastgoedportefeuille omvat verder een
pand dat uitsluitend bestemd is voor short stay activiteit, “Roxi”
Zaventem met 99 units. De vastgoedportefeuille, exclusief de
panden die in verbouwing zijn en de te converteren panden, heeft
over 2025 een totale bezettingsgraad van 98%.
De totale waarde reële waarde zoals geschat door de waarderings-
deskundige bedroeg per 31 december 3.568.619 KEUR. In de
geconsolideerde balans werden vastgoedbeleggingen opgenomen
voor een bedrag van 3.558.842 KEUR. Het verschil is te wijten aan
a) het vastgoed m.b.t. joint ventures wordt gewaardeerd door de
waarderingsdeskundige, maar wordt niet geboekt onder de lijn
vastgoedbeleggingen (44.400 KEUR); b) een aantal panden is in
aanbouw / renovatie, voor de bepaling van het bedrag opgenomen
in de geconsolideerde balans werd rekening gehouden met nog te
verwachten bouwkosten en eventuele development marge (cost
to come en eventuele development marge werden afgetrokken
van de Fair Value) (37.147 KEUR); c) bij een aantal panden in
portefeuille zullen bepaalde structurele werkzaamheden worden
uitgevoerd (vernieuwing van lift, update van installaties, energie-
investeringen, etc.), ook hiervoor werd voor de bepaling van
het bedrag opgenomen in de geconsolideerde balans rekening
gehouden met nog te verwachten kosten (2.128 KEUR); en d)
voor een aantal projecten werden reeds kosten gemaakt en
geactiveerd, waarvoor op vandaag het project nog preliminair is
en er nog geen accurate inschatting kan gemaakt worden van de
toekomstige projectwaarde. We zijn van mening dat de waarde
ten minste overeenstemt met de gemaakte kosten (73.855 KEUR).
De vastgoedportefeuille betreft een strategisch gediversifieerde
vastgoedportefeuille met ook binnen het studentenvastgoed,
wat de kernactiviteit uitmaakt van de Vennootschap als pure
player in studentenhuisvesting, een mix, zowel wat betreft de
geografische spreiding als wat het type studentenvastgoed
betreft (cf. verschillende types van studentenkamers). Gelet op
het grote aantal verschillende huurders enerzijds, en de diverse
types van kamers anderzijds (waardoor met andere woorden niet
één type van student of huurder wordt aangetrokken), is er ook
aan spreiding per type huurder voldaan.
De vastgoedportefeuille van Xior Student Housing wordt verzekerd
voor een totale heropbouwwaarde van 2.205 MEUR, exclusief de
terreinen waarop de panden zich bevinden, tegenover een Reële
Waarde van 3.559 MEUR (inclusief terreinen) per 31 december
2025, i.e. 62% van de Reële Waarde. Over 2025 werd er 1.368 KEUR
betaald aan verzekeringspremies.
De verzekerde waarde houdt geen rekening met verzekeringen
“alle bouwplaatsrisico’s” voor projecten die in ontwikkeling zijn.
Vanaf dat het project gefinaliseerd is en klaar is voor verhuur
wordt er een brandverzekering afgesloten voor de totale
heropbouwwaarde van het pand.
De verzekeringen omvatten eveneens bijkomende waarborgen
voor de onbruikbaarheid van de onroerende goederen door
huurderving. De gederfde huur wordt vergoed zolang het gebouw
niet heropgebouwd is. Xior Student Housing beschikt tevens over
een burgerlijke aansprakelijkheidsverzekering.
BASECAMP BY XIOR
Leipzig - DUITSLAND
8.2.1.2 Aard van de vastgoedportefeuille
Onderstaande grafiek geeft de spreiding van de Huurinkomsten
per type pand weer, op basis van de Totale Huur van de respectieve
panden in de vastgoedportefeuille.
Spreiding van de Huurinkomsten per type pand
De sterke focus op het studentenvastgoed, goed voor 90,25%
van de huurinkomsten blijkt uit bovenstaand overzicht.
Daarnaast omvat de portefeuille een beperkt aantal retailruimtes,
voornamelijk gelegen op het gelijkvloers van panden met
studentenvastgoed als hoofdfunctie. Het segment “Andere”
(9,75% van de huurinkomsten) bevat naast retail ook inkomsten
uit overige activiteiten, waaronder “Roxi” Brussel, enkele parkings
en de residentiële appartementen in Basecamp Lyngby.
8.2.1.3 Beschrijving van het type van studentenkamers
De Vennootschap biedt binnen haar studentenportefeuille
verschillende types studentenkamers aan. De meeste gebouwen
bevatten een mix van kamertypes, waardoor een brede doelgroep
van studenten wordt aangesproken. Ook het aantal units per
gebouw varieert sterk, en is vaak afhankelijk van de ligging. Het
kleinste pand omvat 8 studentenunits (Brusselsestraat 244,
Leuven), terwijl het grootste complex, Basecamp by Xior Wroclaw,
onder meer 775 studentenunits telt. Als algemene vuistregel
bedraagt de individueel verhuurbare oppervlakte (exclusief
gemeenschappelijke ruimtes) gemiddeld ongeveer 60% van de
totale oppervlakte.
De kamertypes zijn als volgt opgedeeld:
Basic: kamer met wastafel; toilet en douche zijn
gemeenschappelijk op de gang.
Basic+: kamer met wastafel en eigen douche; toilet is
gemeenschappelijk op de gang.
Comfort: kamer met een badkamer (wastafel, douche en
toilet) en koelkast.
Premium: studio met een eigen badkamer (wastafel, douche
en toilet) en kitchenette (koelkast en kookplaat).
De onderstaande grafiek toont de verdeling per kamertype binnen
de totale portefeuille. Het kamer type Premium vertegenwoordigt
met 57% het grootste aandeel. Samen met kamertypes Comfort
(28%) en Basic+ (5%) weerspiegelt dit de sterke vraag naar
privacy en eigen comfort. Verder bedraagt het aandeel van het
kamertype Basic 10%.
Aantal kamers - Spreiding per type kamer
Studenten 90,25%
Andere 9,75%
Basic
10%
Basic+
5%
Comfort
28%
Premium
57%
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
131
132
VASTGOEDVERSLAG XIOR

Graphics
8.2.1.4 Geografische spreiding van de vastgoedportefeuille
De onderstaande grafieken tonen de spreiding van de
vastgoedportefeuille per land op basis van Reële Waarde.
Nederland is de grootste markt met 42 panden en een Reële
Waarde van 1.457 MEUR (41% van de portefeuille). België telt
43 panden, goed voor een Reële Waarde van 627 MEUR (18%).
Spanje en Portugal vertegenwoordigen samen 17 panden met een
Reële Waarde van 649 MEUR (18%). De overige 23% bevindt zich
in Denemarken, Duitsland, Polen en Zweden, samen goed voor 14
panden en een Reële Waarde van 835 MEUR.
Spreiding van de vastgoedportefeuille per land
Reële Waarde
Op basis van Totale Huur (vertegenwoordigt Nederland 65 MEUR
(33%), Spanje en Portugal samen 48 MEUR (24%) en België 29 MEUR
(15%). De overige 28% (56 MEUR) situeert zich in Denemarken,
Zweden, Duitsland en Polen.
De gediversifieerde vastgoedportefeuille van de GVV is met 116
panden verspreid over 42 steden in 8 Europese landen. Hieronder
wordt een overzicht gegeven van de 10 belangrijkste locaties
binnen de portefeuille, op basis van hun vertegenwoordiging in
de Reële Waarde en de Totale Huur.
Spreiding van de vastgoedportefeuille per land
Totale huur
*
*
Totale Huur vertegenwoordigt de huur die de Vennootschap zou factureren op basis van haar vraagprijs per 31 december 2025, indien 100% van de vastgoedportefeuille, die
beschikbaar is voor verhuur dus exclusief kamers die in verbouwing of aanbouw zijn, 100% verhuurd zou zijn gedurende 12 maanden (dus abstractie makend van landen met
zomerverhuur waar er sowieso geen 100% bezetting is in de zomermaanden). De Spaanse en Portugese panden hebben een all-in prijs, voor opname in deze tabel werden de
huren inclusief de vergoedingen voor kosten zoals F&B, linnen, schoonmaak, elektriciteit, gas, water en internet opgenomen, waar de huren in de resultatenrekening exclusief deze
vergoedingen worden opgenomen.
België 18%
Denemarken 12%
Duitsland 2%
Nederland 42%
Polen 6%
Portugal 5%
Spanje 12%
Zweden 2%
België 17%
Denemarken 12%
Duitsland 3%
Nederland 34%
Polen 7%
Portugal 8%
Spanje 18%
Zweden 2%
8.2.1.5 Spreiding in functie van huuropbrengsten en Reële Waarde
Onderstaande tabellen geven de Top 10 assets van de vastgoedportefeuille weer op basis van respectievelijk Totale Huur en Reële
Waarde.
Top 10 assets op basis van totale huur
0 50.000.000 100.000.000 150.000.000 200.000.000
Karspeldreef 15-18, Amsterdam
Basecamp by Xior Malmö, Malmö
Project Regio Amsterdam
Basecamp by Xior South, Kopenhagen
Heer Bokelweg, Rotterdam
Brinktoren, Amsterdam
Basecamp by Xior Aarhus, Aarhus
Zernike Toren, Groningen
Xior Picasso – Velázquez, Madrid
Basecamp by Xior Lyngby, Lyngby
0 2.000.000 4.000.000 6.000.000 8.000.000 10.000.000
Basecamp by Xior Krakau, Krakau
Basecamp by Xior South, Kopenhagen
Annadal, Maastricht
Ariënsplein – fase I, Enschede
Campo Pequeno, Lissabon
Basecamp by Xior Aarhus, Aarhus
Basecamp by Xior Wrocław, Wrocław
Zernike Toren, Groningen
Basecamp by Xior Lyngby, Lyngby
Xior Picasso – Velázquez, Madrid
Top 10 assets op basis van Reële waarde
0 50.000.000 100.000.000 150.000.000 200.000.000
Karspeldreef 15-18, Amsterdam
Basecamp by Xior Malmö, Malmö
Project Regio Amsterdam
Basecamp by Xior South, Kopenhagen
Heer Bokelweg, Rotterdam
Brinktoren, Amsterdam
Basecamp by Xior Aarhus, Aarhus
Zernike Toren, Groningen
Xior Picasso – Velázquez, Madrid
Basecamp by Xior Lyngby, Lyngby
0 2.000.000 4.000.000 6.000.000 8.000.000 10.000.000
Basecamp by Xior Krakau, Krakau
Basecamp by Xior South, Kopenhagen
Annadal, Maastricht
Ariënsplein – fase I, Enschede
Campo Pequeno, Lissabon
Basecamp by Xior Aarhus, Aarhus
Basecamp by Xior Wrocław, Wrocław
Zernike Toren, Groningen
Basecamp by Xior Lyngby, Lyngby
Xior Picasso – Velázquez, Madrid
De site Xior Picasso - Velázquez in Madrid vertegenwoordigt met
een totaalbedrag van 9,1 MEUR het grootste aandeel in de Totale
Huur van de vastgoedportefeuille, goed voor 4,58%. Bascecamp by
Xior Lyngby in Lyngby en Zernike Toren in Groningen vervolledigen
de top 3 van grootste assets in termen van Totale Huur, met
respectievelijk 4,1% en 3,6%. De overige 113 assets zijn samen goed
voor 87,7% van de Totale Huur.
Op basis van Reële Waarde is Basecamp by Xior Lyngby de
grootste asset binnen de portefeuille, met een waarde van 158
MEUR, goed voor 4,4% van de totale Reële Waarde. Zernike Toren
in Groningen en Xior Picasso – Velázquez in Madrid vervolledigen
hier de top drie, met respectievelijk 3,7% en 3,7%. De overige
113 assets vertegenwoordigen samen 88,2% van de totale Reële
Waarde.
Denemarken
Spanje
Nederland
Polen
Portugal
Denemarken
Spanje
Nederland
Zweden
"
GEBOUWD OP KWALITEIT.
GEDREVEN DOOR VRAAG.
GERICHT OP DUURZAME GROEI.„
XIOR WENEDOW
Warschau - POLEN
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
133
134
VASTGOEDVERSLAG XIOR

Graphics
8.2.1.6 Spreiding gemiddelde looptijd van de contrac-
ten
De tabel hierna geeft een opsplitsing van de vervaldagen van
de huurinkomsten. Vermits de activiteit van Xior het verhuren
van studentenkamers betreft, worden de meeste contracten
aangegaan voor een periode van maximum één jaar. Elk jaar
moeten deze huurovereenkomsten met de studenten hernieuwd
worden.
Looptijd van
de huurcontracten
1
Huurinkomsten (iii)
Tot 1 jaar
170.219.906
Tussen 1 en 5 jaar
3.166.676
Meer dan 5 jaar
10.448.221
De gemiddelde looptijd van de contracten werd niet opgenomen,
aangezien dergelijk gemiddelde weinig of geen informatieve
waarde heeft, gelet op de korte termijn aard van de contracten
voor studentenhuisvesting.
Voor een beschrijving van de andere contracten, wordt verwezen
naar Hoofdstuk 10.9.1 van dit Jaarverslag.
8.2.1.7 Spreiding gemiddelde kamerprijs
De huurprijs van de verschillende kamertypes wordt bepaald
door diverse factoren, waaronder de geografische ligging, de
specifieke locatie van het pand (bijvoorbeeld de afstand tot
de onderwijsinstelling), de situering binnen het gebouw, de
oppervlakte en het comfortniveau. Hoewel alle panden voldoen
aan minimale kwaliteitsstandaarden, kunnen verschillen in
ouderdom, afwerking en gemeenschappelijke voorzieningen zich
vertalen in variaties in huurprijs per kamer.
Voor de gemiddelde huurprijzen per regio wordt verwezen naar
Hoofdstuk 10.9.8.
8.2.1.8 Spreiding in functie van ouderdom van de
gebouwen
Voor de berekening van de ouderdom van de panden van de
vastgoedportefeuille, wordt hetzij het bouwjaar, hetzij de datum
sinds de laatste verbouwing gehanteerd. Voor wat betreft de
spreiding naar ouderdomscategorie werden volgende intervallen
weerhouden:
• 0 tot 3 jaar
• 3 tot 6 jaar
• 6 tot 9 jaar
• Ouder dan 9 jaar
1
Deze tabel is verschillend van de tabel opgenomen in Hoofdstuk 10.9.1. De tabel in 10.9.1 is opgemaakt op basis van de gerealiseerde huur in het boekjaar 2025, daar waar deze
tabel werd opgesteld op basis van de tenancy schedule per 31 december 2025 (d.i. op basis van de Totale Huur).
In functie van de Reële Waarde gelden volgende verhoudingen per
categorie voor de Vastgoedportefeuille:
Spreiding in functie van ouderdom van de gebouwen
Het betreft met andere woorden een relatief jonge portefeuille.
8.2.2 FAIR VALUE VAN DE BELGISCHE GEBOUWEN
Reële waarde (zoals bepaald door IFRS 13) wordt gedefinieerd als
de prijs die zou worden ontvangen voor de verkoop van een actief
of betaald voor de overdracht van een verplichting in een ordelijke
transactie tussen marktdeelnemers op de waarderingsdatum,
op de belangrijkste markt voor het actief of de verplichting.
Vanuit het perspectief van de verkoper is dit de waarde van
de vastgoedbelegging na aftrek van overdrachtsbelastingen. In
België hangt het effectieve bedrag van deze belasting af van de
overdrachtswijze, de status van de koper en de geografische
ligging van het actief. De eerste twee elementen, en dus ook het
volledige bedrag van de verschuldigde belastingen, zijn daarom
pas bekend wanneer de eigendomsoverdracht is voltooid.
Als gevolg hiervan varieert het werkelijke percentage van de
overdrachtsbelasting van 0% tot 12,50%. In 2006 analyseerde
een panel van onafhankelijke vastgoeddeskundigen een
representatief aantal transacties om de gemiddelde impact
van overdrachtsbelastingen op de Belgische markt te bepalen.
Het panel heeft de gemiddelde impact van overdrachtsrechten
vastgesteld op 2,5%. In 2016 en 2025 werd deze berekening
geüpdatet volgens dezelfde methodologie, wat de eerder
vastgestelde percentages bevestigde.
Het panel van onafhankelijke vastgoeddeskundigen concludeerde
dat een algemene aanpak over alle subsectoren heen logisch en
consistent is, en dat het tarief van 2,5% kan worden gehandhaafd
voor vastgoed met een waarde van meer dan 2,5 MEUR. Onder
deze drempel werd vastgesteld dat het standaardtarief voor
registratierechten werd toegepast. Het tarief zal om de vijf
jaar worden herzien of wanneer de fiscale context aanzienlijk
verandert. Het tarief zal alleen worden aangepast als de drempel
van 0,5% wordt overschreden.
Xior Student Housing heeft slechts een beperkt aantal activa in
haar Belgische portefeuille met een individuele waarde van minder
dan 2,5 MEUR. Sommige van deze panden, gelegen in Leuven, liggen
naast elkaar en werden daardoor in het verleden door de schatter
als een cluster beschouwd. Bijgevolg wordt de reële waarde voor
deze clusterpanden bepaald door 2,5% af te trekken van de
waarde van de panden (in overeenstemming met de waardering
0 tot 3 jaar 31%
3 tot 6 jaar 38%
6 tot 9 jaar 28%
Ouder dan 9 jaar 4%
tegen “reële waarde” van haar waarderingsdeskundigen). In lijn
met haar strategie heeft Xior Student Housing in principe niet
de intentie om individuele panden binnen deze clusters met
een investeringswaarde van minder dan 2,5 MEUR te verkopen.
Xior Student Housing volgt de waardering van de onafhankelijke
schatters in overeenstemming met de GVV-wetgeving.
8.2.3 WAARDERING VAN DE VASTGOEDPORTEFEUILLE
DOOR DE WAARDERINGSDESKUNDIGEN
8.2.3.1 Algemeen
De waardering van de vastgoedportefeuille werd opgesteld door
Stadim (België en Nederland), Cushman & Wakefield (Spanje
en Portugal) en CBRE (Spanje, Polen, Denemarken, Zweden
en Duitsland). Deze waardering heeft als referentiedatum 31
december 2025.
Het waarderingsproces binnen Xior is geënt op een gestructu-
reerde aanpak waarbij het beleid inzake vastgoedschattingen
wordt bepaald door het uitvoerend management, met
goedkeuring van de raad van bestuur. Elk jaar zal het
uitvoerend management dit beleid evalueren, en nagaan welke
onafhankelijke Waarderingsdeskundigen worden aangesteld
voor de respectieve delen van de vastgoedportefeuille. Typisch
zullen contracten worden afgesloten voor een hernieuwbare
termijn van drie jaar waarbij een dubbele rotatieverplichting
geldt volgens de GVV-Wet (zie Hoofdstuk 12.3.1 van dit
Jaarverslag). De selectiecriteria omvatten onder andere lokale
marktkennis, reputatie, onafhankelijkheid en verzekering van
de hoogste professionele standaarden. De honoraria van de
Waarderingsdeskundigen worden vastgelegd voor de termijn
van hun mandaat en zijn niet gerelateerd aan de waarde van de
geschatte objecten.
De vastgoedportefeuille wordt op kwartaalbasis extern
gewaardeerd door de onafhankelijke Waarderingsdeskundigen.
De waarderingsmethoden worden bepaald door de externe
deskundigen. De waarderingsmethoden die gehanteerd worden
zijn de Discounted Cash Flow-methode (actualisatie van de
toekomstige kasstromen), waarbij de yield wordt afgetoetst
evenals de opsplitsing van de waarde over grond, gebouw en
financials en de huurkapitalisatiemethode (kapitalisatie van
de geschatte netto opbrengsten tegen een marktconform
rendement (de zogenaamde kapitalisatierente of yield)).
Dit aan de hand van een gedetailleerde actualisatie van de
financiële stromen op basis van expliciete veronderstellingen
van de toekomstige evolutie van deze inkomsten en de
eindwaarde. In dit geval houdt de actualisatievoet rekening met
de financiële interesten op de kapitaalmarkten, vermeerderd met
een specifieke risicopremie voor vastgoedinvesteringen. In de
evaluaties wordt op een conservatieve manier rekening gehouden
met schommelende rentevoeten en inflatieperspectieven. Deze
evaluaties worden eveneens getoetst aan de eenheidsprijzen die
worden genoteerd bij de verkoop van vergelijkbare gebouwen,
waarna men een correctie zal toepassen die rekening houdt met
de eventuele verschillen tussen deze referenties en de betrokken
goederen. De ontwikkelingsprojecten (bouw, verbouwings- of
uitbreidingswerken) worden gewaardeerd door de kosten van het
project bij de voltooiing ervan af te trekken van zijn verwachte
waarde die werd bepaald door bovenvermelde benaderingen toe
te passen. De kosten van de studiefase van de bouw, verbouwings-
of uitbreidingswerken worden aan hun aanschaffingswaarde
gewaardeerd. De onafhankelijke deskundige bepaalt de reële
marktwaarde op basis van een discounted cash flow model.
Bovendien worden de aldus bekomen schattingen vergeleken met
de initiële yield en beschikbare vergelijkingspunten via recente
markttransacties voor vergelijkbare objecten (waaronder ook
de objecten aangekocht door Xior zelf gedurende dat jaar). De
waarderingscyclus binnen een boekjaar bestaat uit een bezoek
aan de site waarna een gedetailleerd schattingsverslag wordt
opgesteld per individueel object en tevens drie desktop reviews
waarin de nieuwe gegevens aangeleverd door Xior met betrekking
tot de huursituatie worden gereflecteerd alsook de belangrijkste
assumpties met betrekking tot de significant niet-observeerbare
inputs worden gerationaliseerd.
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
135
136
VASTGOEDVERSLAG XIOR

Graphics
8.2.3.2 Conclusies van de Waarderingsdeskundigen Stadim, Cushman & Wakefield en CBRE per 31 december 2025
“Geachte,
We hebben het genoegen u onze schatting van de waarde van
de vastgoedportefeuille (43 panden in België en 42 panden
in Nederland, voor wat Stadim betreft, resp. 6 voor wat
Cushman & Wakefield Portugal betreft, 4 voor wat Cushman
& Wakefield Spanje betreft, 7 voor wat CBRE Spanje betreft,
7 panden in Polen voor wat CBRE Polen betreft en 7 voor wat
CBRE Limited betreft) van Xior Student Housing NV op datum
van 31 december 2025 voor te leggen.
Xior heeft ons aangesteld om als onafhankelijke vastgoed-
deskundigen de investeringswaarde en reële waarde
(fair value) van haar vastgoedportefeuille te bepalen. De
schattingen werden gemaakt rekening houdend met zowel
de opmerkingen en de definities vermeld in de verslagen als
met de richtlijnen van de International Valuation Standards,
uitgegeven door IVSC.
De reële waarde of fair value wordt door de norm IAS 40
gedefinieerd als het bedrag waarvoor de activa zouden
worden overgedragen tussen twee goed geïnformeerde
partijen, op vrijwillige basis en zonder al dan niet wederzijdse
bijzondere belangen. IVSC acht deze voorwaarden vervuld
indien men de hierboven vermelde definitie van marktwaarde
respecteert. De marktwaarde moet daarenboven een
weerspiegeling zijn van de lopende huurovereenkomsten,
de huidige brutomarge van zelffinanciering (of cashflow),
de redelijke veronderstellingen aangaande de potentiële
huuropbrengsten en van de verwachte kosten.
De aktekosten moeten in deze context aangepast worden
aan de feitelijke situatie van de markt. Na analyse van een
groot aantal transacties, kwamen de vastgoeddeskundigen
die handelen op vraag van beursgenoteerde vastgoedmaat-
schappijen, in een werkgroep tot de vaststelling dat,
aangezien vastgoed onder verschillende vormen kan
worden overgedragen, de impact van de transactiekosten
op grote investeringseigendommen op de Belgische markt
waarvan de waarde meer dan 2,5 miljoen euro bedraagt,
beperkt is tot 2,5%. De waarde vrij op naam beantwoordt
dus aan de fair value plus 2,5% aktekosten. De fair value
wordt dus berekend door de waarde vrij op naam te delen
door 1,025. De eigendommen die zich onder de drempel van
2,5 miljoen euro bevinden en de buitenlandse eigendommen,
vallen onder het gebruikelijke registratierecht en hun reële
waarde stemt dus overeen met de waarde kosten koper.
We hebben als onafhankelijke deskundigen gehandeld. Als
vastgoeddeskundige beschikken we over een relevante en
erkende kwalificatie alsook over een up-to-date ervaring met
eigendommen van een gelijkaardig type en een gelijkaardige
ligging als de eigendommen uit de vastgoedportefeuille van
Xior.
Bij de schatting van de eigendommen werd rekening
gehouden met zowel de lopende huurovereenkomsten als
met alle rechten en verplichtingen die voortvloeien uit deze
overeenkomsten. Elk eigendom werd afzonderlijk geschat.
De schattingen houden geen rekening met een potentiële
meerwaarde die verwezenlijkt zou kunnen worden door de
portefeuille in zijn geheel op de markt aan te bieden. Onze
schattingen houden geen rekening met marketingkosten
eigen aan een transactie, zoals makelaarslonen of
publiciteitskosten. Naast een jaarlijkse inspectie van de
betreffende onroerende goederen zijn onze schattingen
ook gebaseerd op de inlichtingen geleverd door Xior met
betrekking tot de huursituatie, de oppervlaktes, de schetsen
of plannen, de huurlasten en de belastingen in verband met het
betrokken eigendom, de conformiteit en de milieuvervuiling.
De verstrekte gegevens werden juist en volledig geacht. Onze
schattingen gaan ervan uit dat niet-meegedeelde elementen
niet van aard zijn om de waarde van het goed te beïnvloeden.
Op basis van de opmerkingen uit vorige paragrafen kunnen
we bevestigen dat de reële waarde (fair value) van het door
Stadim geschatte deel van het vastgoedpatrimonium (43
panden in België en 42 in Nederland) van Xior op 31 december
2025 EUR 2.084.221.374 (twee miljard vierentachtig miljoen
tweehonderdeenentwintigduizend driehonderdvierenzeventig
euro) bedraagt.
Op basis van de opmerkingen uit vorige paragrafen kunnen
we bevestigen dat de reële waarde (fair value) van het
door Cushman & Wakefield Portugal geschatte deel van
het vastgoedpatrimonium (6 panden in Portugal) van
Xior op 31 december 2025 afgerond EUR 231.777.000
(tweehonderdeenendertig miljoen zevenhonderd zevenen-
zeventigduizend euro) bedraagt.
Op basis van de opmerkingen uit vorige paragrafen kunnen
we bevestigen dat de reële waarde (fair value) van het
door Cushman & Wakefield Spanje geschatte deel van het
vastgoedpatrimonium (4 panden in Spanje) van Xior op 31
december 2025 afgerond EUR 113.100.000 (honderddertien
miljoen honderdduizend euro) bedraagt.
Op basis van de opmerkingen uit vorige paragrafen kunnen
we bevestigen dat de reële waarde (fair value) van het door
CBRE Spanje geschatte deel van het vastgoedpatrimonium
(7 panden in Spanje) van Xior op 31 december 2025 afgerond
EUR 304.065.000 (driehonderdvier miljoen vijfenzestigduizend
euro) bedraagt.
Op basis van de opmerkingen uit vorige paragrafen kunnen we
bevestigen dat de reële waarde (fair value) van het door CBRE
Limited geschatte deel van het vastgoedpatrimonium (2 panden
in Duitsland, 4 panden in Denemarken en 1 pand in Zweden)
van Xior op 31 december 2025 afgerond EUR 573.204.798
(vijfhonderddrieënzeventig miljoen tweehonderdvierduizend
zevenhonderdachtennegentig euro) bedraagt.
Op basis van de opmerkingen uit vorige paragrafen kunnen we
bevestigen dat de reële waarde (fair value) van het door CBRE
Polen geschatte deel van het vastgoedpatrimonium (7 panden in
Polen) van Xior op 31 december 2025 afgerond EUR 262.250.177
(tweehonderdtweeënzestig miljoen tweehonderdvijftigduizend
honderdzevenenzeventig euro) bedraagt.
Met de meeste hoogachting,
Stadim
Cushman & Wakefield Portugal
Cushman & Wakefield Spanje
CBRE Spanje
CBRE Polen
CBRE Limited.”
BASECAMP BY XIOR
Łódź - POLEN
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
137
138
VASTGOEDVERSLAG XIOR

Graphics
”ONZE AMBITIE BLIJFT ONGEWIJZIGD: HOUSING
THE FUTURE MEANS RESPECTING THE FUTURE
„
9
DUURZAAMHEIDS
VERSLAG
VOORNAAMSTE DUURZAAMHEIDSPRESTATIES 2025
+7,5%
evolutie aantal studenten
51%
49%
74%
algemene tevredenheid
medewerkers via
jaarlijkse enquête
86%
algemene tevredenheid
studenten via
jaarlijkse enquête
+10%
stijging groene eligible
gebouwen (in FV)
100%
groene stroom
11
extern gecertificeerde
gebouwen (23% in FV)
CO
2
intensiteit
= 13 kg CO
2
e/m²
(-59% vs. 2020)
CO
2
targets SBTi:
net ZERO in 2050
+34%
geïnstalleerd vermogen
zonnepanelen
+31%
trainingsuren voor
werknemers
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
139
140
DUURZAAMHEIDSVERSLAG XIOR

Graphics
9.1 WOORD VAN DE CEO
Met trots presenteer ik ons ESG-rapport 2025. In een jaar
waarin de duurzaamheidscontext en regelgeving sterk in
beweging bleven, heeft Xior duidelijke keuzes gemaakt:
vereenvoudigen waar mogelijk, versnellen waar nodig en
verdiepen waar het écht impact maakt.
Onze ambitie blijft ongewijzigd: “Housing the future
means respecting the future.” Studenten van vandaag
zijn de generatie van morgen. Wij willen hen niet alleen een
tweede thuis bieden, maar ook een leefomgeving die klaar
is voor een koolstofarme, inclusieve en toekomstgerichte
samenleving.
KLIMAAT: VAN METEN NAAR VERSNELLEN
2025 markeert een belangrijke stap in de verdere uitrol van ons
klimaat- en transitieplan. Met 100% groene elektriciteit, een
verdere daling van onze CO
2
-intensiteit (LfL, market-based) en
de structurele integratie van digitale energiemonitoring via het
IQBI-platform, bouwen we verder aan een portefeuille die klaar is
voor net zero in 2050.
Onze SBTi-gevalideerde doelstellingen blijven het kompas van
onze klimaatstrategie. Daarbij verschuift onze focus steeds
meer naar scope 3, waar het grootste reductiepotentieel ligt.
Naast operationele emissies werken we toe naar een meer
gestructureerde aanpak van embodied carbon, waarbij we Life
Cycle Assessment (LCA)-gebaseerde inzichten willen inzetten
om toekomstige projecten verder te optimaliseren.
PORTEFEUILLEKWALITEIT EN DUURZAME FINANCIERING
Het succesvol afgeronde desinvesteringsprogramma heeft
geleid tot een duidelijke verbetering van de kwaliteit en energie-
efficiëntie van onze portefeuille. Het aandeel duurzame en extern
gecertificeerde gebouwen blijft stijgen, en via ons Sustainable
Finance Framework beschikken we vandaag over voldoende
eligible assets om al onze financiering een duurzaam karakter te
geven.
Duurzaamheid is voor Xior geen aparte pijler, maar geïntegreerd
in onze investeringsbeslissingen, risicobeheer en waardecreatie
op lange termijn.
MENSEN CENTRAAL
Duurzaamheid gaat voor ons verder dan klimaat. Onze
medewerkers vormen de kern van onze organisatie. Met de
verdere uitrol van de Xior Academy, een versterkt KPI-plan
met ESG-componenten en een blijvende focus op welzijn en
betrokkenheid, bouwen we aan een ‘best in class’ organisatie.
Ook onze studenten blijven centraal staan. Hun tevredenheid,
veiligheid en gemeenschapsgevoel zijn essentieel voor ons
succes. Via initiatieven ons Baselife community concept, MyXior
en lokale engagementen blijven we investeren in een kwalitatieve
woonervaring.
VOORUITKIJKEN
Hoewel de regelgeving rond CSRD en rapportering in evolutie is,
blijven wij inzetten op transparantie en structurele verbetering.
Duurzaam ondernemen is geen compliance-oefening, maar een
strategische keuze.
Ik wil onze medewerkers, partners en stakeholders bedanken
voor hun inzet en vertrouwen. Samen blijven we bouwen aan
een portefeuille en organisatie die financieel robuust, sociaal
betrokken en ecologisch verantwoord is.
Met vertrouwen kijken we vooruit.
Christian Teunissen, CEO
Christian Teunissen, CEO
9.2 DUURZAAMHEIDSSTRATEGIE
’Housing the future’ betekent een thuis bieden aan de
generatie van de toekomst. We willen zoveel mogelijk studenten
een geweldige eerste woonervaring bieden, waar ze in de best
mogelijke omstandigheden worden klaargestoomd voor de
toekomst. We willen een tweede thuisgevoel creëren, waar
studenten kunnen groeien en zich verder ontplooien, zowel op
persoonlijk, academisch, als op professioneel vlak.
‘Housing the future’ betekent ook ‘respecting the future’, wat
enkel kan worden bereikt door ook zorg te dragen en respect te
tonen voor mens, planeet en omgeving.
We willen onze studenten een gezonde leefomgeving bieden die
hen klaarstoomt voor hun toekomst, aansluit bij hun waarden en
hen een eerste blik geeft op hoe duurzaam leven in de praktijk
kan werken. Xior vertaalt deze ambitie door dagdagelijks op een
verantwoorde en duurzame manier te ondernemen. Door als
onderneming het goede voorbeeld te geven, geloven wij dat we
samen met de generatie van de toekomst (onze studenten) een
nog grotere impact kunnen maken op de toekomst.
In dit hoofdstuk geven we een overzicht van op welke manier Xior
als organisatie zorg draagt voor haar studenten, personeel en de
planeet. Onze werknemers en andere stakeholders spelen een
cruciale rol in onze strategie. Door hun inzet en samenwerking
kunnen we onze duurzaamheidsdoelen bereiken en een positieve
impact maken op de gemeenschappen die we bedienen. Samen
streven we naar een toekomst waarin respect voor mens en milieu
centraal staat.
HOUSING THE FUTURE
“EEN TWEEDE THUIS
BETEKENT VOOR ONS
MEER DAN HUISVESTING:
HET IS EEN VEILIGE,
DUURZAME OMGEVING
WAAR STUDENTEN
KUNNEN GROEIEN EN
ZICH VOORBEREIDEN OP
HUN TOEKOMST.„
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
141
142
DUURZAAMHEIDSVERSLAG XIOR

Graphics
9.2.1 DUBBELE MATERIALITEIT ASSESSMENT (DMA)
In 2024 voerde Xior in samenwerking met een externe consultant
een volledige dubbele materialiteit assessment uit. Hierbij worden
de materiële duurzaamheidsonderwerpen en op basis daarvan de
duurzaamheidsstrategie voor de komende jaren bepaald, waarbij
niet enkel de operationele activiteiten maar ook de upstream- en
downstreamactiviteiten werden meegenomen zodat de gehele
waardeketen van Xior gecoverd wordt. Alle relevante stakeholders
werden bij dit proces betrokken om een breed en representatief
beeld te krijgen van de belangrijkste duurzaamheidskwesties.
WAT IS DUBBELE MATERIALITEIT?
FINANCIËLE MATERIALITEIT
(OUTSIDE-IN)
Impact van milieu en
samenleving op
onze organisatie
IMPACT MATERIALITEIT
(INSIDE-OUT)
Impact van onze
organisatie op milieu
en samenleving
Dubbele materialiteit is een belangrijk concept binnen de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) en helpt
organisaties om duurzaamheid vanuit twee verschillende perspectieven te beoordelen:
Financiële Materialiteit (Outside-In Perspectief):
Dit perspectief richt zich op hoe duurzaamheidskwesties de
organisatie zelf beïnvloeden. Het gaat om de risico’s en kansen
die voortvloeien uit duurzaamheidsgerelateerde ontwikkelingen
en gebeurtenissen. Dit perspectief helpt organisaties om stra-
tegische beslissingen te nemen die hun lange termijn succes en
veerkracht bevorderen.
Impact Materialiteit (Inside-Out Perspectief):
Dit perspectief kijkt naar de impact van de organisatie op mens
en milieu. Het gaat om de vraag hoe de activiteiten van de or-
ganisatie positieve of negatieve effecten hebben op de samen-
leving en het milieu. Dit perspectief helpt organisaties om hun
verantwoordelijkheid te nemen voor de bredere gevolgen van hun
activiteiten.
Duurzaamheidstopics
die materieel zijn vanuit
financieel materialiteits-
perspectief
Duurzaamheidstopics
die materieel zijn vanuit
impactmaterialiteits-
perspectief
Dubbele
materialiteit
Door beide perspectieven te combineren, kunnen organisaties
een vollediger beeld krijgen van de duurzaamheidsonderwerpen
die voor hen van belang zijn. Dit helpt niet alleen bij het voldoen
aan de CSRD-vereisten, maar ook bij het vormgeven van een
effectieve en verantwoorde duurzaamheidsstrategie. De materiële
duurzaamheidstopics kunnen zowel positieve als negatieve
impacten, risico's of opportuniteiten (IRO's) omvatten. Deze
materiële IRO's worden conform de CSRD-richtlijn gelinkt aan de
verschillende topics en subtopics, waardoor een gedetailleerd en
geïntegreerd overzicht ontstaat van de duurzaamheidskwesties
die de organisatie aangaan.
Een externe consultant ondersteunde Xior bij het DMA-proces,
dat werd uitgevoerd op basis van de volgende stappen:
• Het vaststellen van de context en selectie van stakeholders
• Het identificeren van potentiële materiële IRO's
• Het scoren van deze IRO’s om de materiele IRO’s vast te stellen
• Het valideren van de materiële IRO’s en categoriseren van de
resultaten naar ESRS sub-topics
Over het geheel genomen resulteerde de DMA in 8 sub-topics
die van materieel belang zijn voor Xior. Voor het bepalen van
de te rapporteren informatie onder CSRD (DR – Disclosure
Requirements) werden de materiële IRO’s gemapped aan de
relevante ESRS sub-sub-topics. De ESRS sub-sub-topics die
niet gelinkt kunnen worden aan een materiële IRO zullen niet
gerapporteerd worden. In lijn met de EPRA 2024 guidelines
zullen de overeenkomstige niet materiële EPRA KPI’s op basis
van deze dubbele materialiteit en mapping ook dit jaar niet
meer gerapporteerd worden. Volgens de nieuwe CSRD-richtlijn
zullen de materiële IRO’s verder worden geïmplementeerd met
concrete engagementen, doelen en actieplannen. We wachten
echter nog op de officiële publicatie en transpositie van de
Omnibus I-aanpassingen van de CSRD. Deze wijzigingen zijn
politiek overeengekomen en beperken de CSRD-scope tot grote
ondernemingen (>1.000 medewerkers én 450 MEUR netto-
omzet). Hierdoor zou Xior buiten de CSRD-scope vallen.
TABEL MATERIËLE IRO’S EN MAPPING NAAR ESRS SUB-SUB-TOPICS
Naam IRO
I/R/O *
Sub-sub-topic Xior DMA topic
GELUKKIGE STUDENTEN
Veiligheid studenten PI ESRS S4 Veiligheid en gezondheid Welzijn & engagement studenten
Residence Managers PI ESRS S4 Veiligheid en gezondheid Welzijn & engagement studenten
Klantentevredenheid O ESRS S4 Veiligheid en gezondheid Welzijn & engagement studenten
Naleving veiligheids- en onderhoudsvoorschriften R ESRS S4 Veiligheid en gezondheid Welzijn & engagement studenten
Online klanten reviews R
ESRS S4 Toegang tot (kwalitatieve)
informatie
Welzijn & engagement studenten
Sociale huisvesting PI
ESRS S4 Toegang tot producten en
diensten
Toegankelijke studentenhuisvesting
Partner voor universiteiten PI
ESRS S4 Toegang tot producten en
diensten
Toegankelijke studentenhuisvesting
Veranderende consumententrends
en -verwachtingen
O
ESRS S4 Toegang tot producten en
diensten
Toegankelijke studentenhuisvesting
Expansie in nieuwe regio’s/steden O
ESRS S4 Toegang tot producten en
diensten
Toegankelijke studentenhuisvesting
EFFICIËNTE GEBOUWEN
GHG emissies NI ESRS E1 Klimaatmitigatie Klimaatmitigatie
Extreme weersomstandigheden R ESRS E1 Klimaatadaptatie Klimaatadaptatie
Energiegebruik NI ESRS E1 Energie Energie-efficiënte gebouwen
Verwarming PI ESRS E1 Energie Energie-efficiënte gebouwen
Energie-efficiënte portefeuillegroei PI ESRS E1 Energie Energie-efficiënte gebouwen
Investeerdersverwachtingen & Taxonomie O ESRS E1 Energie Energie-efficiënte gebouwen
Devaluatie van niet-energie-efficiënte gebouwen
als gevolg van regelgeving
R ESRS E1 Energie Energie-efficiënte gebouwen
GELUKKIGE WERKNEMERS
Aantrekken en behouden van medewerkers op LT PI ESRS S1 Werkzekerheid Arbeidsomstandigheden & welzijn
War for talent R ESRS S1 Werkzekerheid Arbeidsomstandigheden & welzijn
Focus op groei en financieel rendement NI ESRS S1 Werk-privébalans Arbeidsomstandigheden & welzijn
Xior Academy platform PI
ESRS S1 Opleiding en ontwikkeling
vaardigheden
Training & ontwikkeling van vaardig-
heden
Ontwikkeling werknemers en leiderschap O
ESRS S1 Opleiding en ontwikkeling
vaardigheden
Training & ontwikkeling van vaardig-
heden
BEST-IN-CLASS ORGANISATIE
ESG verankeren in bedrijf en bedrijfscultuur PI ESRS G1 Bedrijfscultuur Bedrijfscultuur
Bedrijfsethiek PI
ESRS G1 Zakelijk gedrag, corruptie
en omkoping, bescherming van
klokkenluiders
Bedrijfsethiek & integriteit
Bedrijfsintegratie en -transformatie R ESRS G1 Entiteit specifiek Bedrijfsethiek & integriteit
Cyberaanvallen R ESRS G1 Entiteit specifiek Bedrijfsethiek & integriteit
*PI=Positieve impact, NI=Negatieve impact, R=Risico, O=Opportuniteit
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
143
144
DUURZAAMHEIDSVERSLAG XIOR

Graphics
9.2.2 STAKEHOLDER ENGAGEMENT
Het management van Xior identificeerde onderstaande
belangrijke stakeholdergroepen. De noden en verwachtingen
van deze stakeholdergroepen vormen de basis van Xior’s
duurzaamheidsbeleid dat aan de hand van duidelijke engage-
menten een antwoord brengt op deze verwachtingen. Dezelfde
stakeholdergroepen werden ook betrokken in het opstellen van
de dubbele materialiteit.
STUDENTEN/HUURDERS EN OUDERS
Hun verwachtingen
• Een tweede thuis die voldoet aan alle
noden en behoeften
• Een betrouwbare en bereikbare eigenaar en
beheerder
• Duurzame gebouwen die veiligheid, welzijn
en comfort voor huurders garanderen
• Een vlot check-in en check-out proces
• Eenvoudige toegang tot informatie
en extra diensten
• Ondersteuning bij het settelen en wonen in
een nieuw land
• Een levendige plek om te wonen en mensen
te leren kennen
Het engagement van Xior
•
Zoveel mogelijk studenten een fantastische
eerste woonervaring bieden met een aanbod
in verschillende prijscategorieën
• Professioneel team in front-& backoffice dat
de noden van de huurders perfect begrijpt
en omzet in kwaliteitsvolle gebouwen, inclu
-
sief een best in class service en operationeel
beheer
• Lokale aanwezigheid en 24/7 bereikbaarheid
• Gezonde & veilige leefomgeving waar stu-
denten kunnen ontspannen en concentreren
op hun studies
• Efficiënte gebouwen voor een optimaal ener-
gieverbruik
• Twee tevredenheidsenquêtes per jaar
• Actieplannen opgesteld op basis van tevre-
denheidsenquêtes: actief implementeren van
feedback studenten
• Uitrol MyXior & Xior App – nieuwe studenten-
website en -app voor optimaal gebruikers-
gemak (online betalen, toegang tot facturen,
huisreglement, … via klantenportaal)
• Webshop: aankoop starterspakketten
(linnen-, kook-, schoonmaak- en starters
-
pakket)
• KPI’s werknemers gelinkt aan studentenre-
views
• Basebuddy-programma, dat ook buiten de
normale openingstijden nauw contact on
-
derhoudt met de bewoners
• Baselife community-concept met maande-
lijkse evenementen (bijv. kookclubs, sportac-
tiviteiten, culturele festiviteiten, etc.)
• Community App (Discord) faciliteert contact
tussen studenten, houdt hen op de hoogte
van events en activiteiten en dient als laag
-
drempelig informatiekanaal tussen Xior en de
studenten (beschikbaar in DK, SE, DE, PL, PT,
en later ook in andere landen)
• Relevante partnerships en lokale promoties
voor bewoners
• Ontzorgen van ouders door een veilige, kwali-
tatieve en professioneel beheerde woonom-
geving te garanderen
MEDEWERKERS
Hun verwachtingen
• Hoge ethische waarden
• Goede work-life balance
• Een gezonde, veilige en aangename werk-
omgeving
• Stabiliteit & professionele ontwikkeling
• Persoonlijke ontwikkeling
• Tewerkstelling in lijn met het wetgevend
kader
• Inhoudelijk aantrekkelijke, gevarieerde jobs
of stageplaatsen
• Werkzekerheid
• Marktconforme verloning
• Duurzame kantoren
• Interne mobiliteit
• Cyber security
Het engagement van Xior
• Xior Family: open en horizontale bedrijfscul-
tuur
• Aangenaam werkkader gebaseerd op be-
drijfswaarden en Code of Conduct met res-
pect voor de werk-privébalans
• Regelmatige beoordelings- en evaluatiege-
sprekken met duidelijke KPI’s
• Xior Academy: ondersteuning van persoon-
lijke ontwikkeling, regelmatige opleidingen en
workshops
• Corporate wellbeing programma Xiorize
• Health & Safety Policy
• Getrainde HR-professionals met gespeciali-
seerde dienstverleners
• Correct salarisbeleid
• Financieel gezond bedrijf
• Jaarlijkse anonieme medewerkersenquête
• Mentorprogramma bij onboarding nieuwe
werknemers
• Whistleblowing policy
• Town hall per kwartaal en regelmatige com-
municatie
GEMEENTEN
Hun verwachtingen
• Antwoord bieden op nood aan studenten-
huisvesting
• Betrouwbaar overleg met lange termijn
samenwerking
• Prioriteit geven aan impact op de gemeen-
schap incl. milieu, welzijn & veiligheid
• Delen van informatie
Het engagement van Xior
• Open dialoog met lokale gemeenten om op-
lossing te geven aan huisvestingsbehoeften
• Deelnemen aan tenders/openbare aanbeste-
dingen
• Proactief overleg tijdens vergunnings- en
ontwikkelingsfase
• Monitoring en naleving van geldende lokale
regelgeving
ONDERWIJSINSTELLINGEN
Hun verwachtingen
• Betrouwbaar overleg
• Lange termijn samenwerkingen of partnerships
• Antwoord bieden op nood aan studentenhuis-
vesting
• Kennis delen en mee bouwen aan een sterke link
tussen het onderwijs en het bedrijfsleven
Het engagement van Xior
• Open dialoog om antwoord te bieden aan
huisvestingsbehoeften
• Deelname aan tenders/openbare aanbe-
stedingen
• Geven van opleidingen, workshops,
presentaties en organisatie van property
tours i.f.v. opleidingsprogramma’s
• Aanbieden van stageplaatsen
• Begeleiden studenten bij thesis,
projecten, …
LOKALE GEMEENSCHAPPEN EN OMWONENDEN
Het engagement van Xior
• Regelmatig buurtoverleg
• Respect voor omwonenden bij ontwikke-
ling en uitbating van de residenties
• Uitnodigen omwonenden bij officiële
openingen
• Lokale initiatieven gebouwen beter te in-
tegreren in de buurt
Hun verwachtingen
• Overleg & informatie in verband met nieuwe
(her)ontwikkelingen
• Minimale impact van activiteiten op de directe
omgeving
INVESTEERDERS EN KAPITAALMARKTEN
Hun verwachtingen
• Waardecreatie en winstgeneratie met een groei-
end dividend
• Corporate financial performance
• Stabiele lange termijn partnerships
• Tijdige verspreiding van betrouwbare & nauwkeu-
rige informatie
• Maatschappelijk verantwoorde investering
• Terugbetaling van schuld en betaling van intresten
• Risicomanagement
Het engagement van Xior
• Duidelijk & consistent investeringsbeleid
• Jaarverslagen, persberichten & andere
publicaties
• Deelname roadshows, seminaries, beur-
zen
• Jaarlijkse Algemene Vergadering
• Organisatie van Capital Markets Day en
property tours
• Dedicated IR contact
• Corporate governance charter
• Sustainable Finance Framework
AANNEMERS/ONTWIKKELAARS EN ANDERE LEVERANCIERS
Hun verwachtingen
• Naleving van contracten en betalingstermijnen
• Evenwichtige commerciële langetermijn relatie
• Respect voor personeel van aannemers
Het engagement van Xior
• Streven naar lange termijn relaties
• Samenwerking met duidelijke afspraken en naleving
van betalingstermijnen
• Supplier code of conduct
• Dialoog en openheid bij geschillen
BELEIDSMAKERS
Hun verwachtingen
•
Naleving geldende regelgeving inzake steden-
bouw, openbare ruimtelijke ordening, …
• Naleving regelgeving GVV* statuut & financiële
communicatie
• Naleving voorwaarden vergunningen, conformi-
teit, etc. inzake verhuur en operations
• Naleving verplichtingen sociale en fiscale wetge-
ving
• Naleving duurzaamheidsdoelstellingen in lijn met
de Europese Green Deal
Het engagement van Xior
• Financiële publicaties in lijn met regle-
mentaire vereisten
• Tijdig overmaken van informatie aan con-
troleautoriteit in het kader van transacties
• Open dialoog met regelgevende
instanties voor bouwaanvragen nieuwe
ontwikkelingen
• Targets en CO
2
reductieplan volgens SBTi
(max. 1,5°C)
• Monitoring en naleving van geldende
reglementering en procedures
• Open dialoog via beroepsverenigingen
*
Gereglementeerde Vastgoed Vennootschap
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
145
146
DUURZAAMHEIDSVERSLAG XIOR

Graphics
Associaties & verenigingen
Xior is lid van de volgende associaties en verenigingen en heeft in 2025 geen bijdragen geleverd aan politieke partijen of campagnes.
9.2.3 XIOR’S ESG FRAMEWORK: HOUSING THE FUTURE
IS RESPECTING THE FUTURE
Het huidige ESG framework (planet, people, process) bestaat uit
twee pijlers die de belangrijkste materiële thema’s onderbrengen
die gelinkt zijn aan de SDG’s (Sustainable Development Goals) van
de Verenigde Naties waaraan Xior een bijdrage levert.
• Gelukkige medewerkers in een ‘Best in class’ organisatie:
Het realiseren van operationele uitmuntendheid door ervoor te
zorgen dat de organisatie werkt op een ethische en transpa-
rante manier, en dat de mensen kunnen floreren.
• Gelukkige studenten in efficiënte gebouwen: Het aanbieden
van kwaliteitsvolle en duurzame huisvesting aan zoveel mogelijk
studenten, waar ze zich comfortabel, veilig en thuis voelen.
Deze pijlers vormen de basis van het duurzaamheidsbeleid
van Xior waarbij Xior de voorbije jaren op de verschillende
focusthema’s gewerkt heeft aan de hand van concrete actiepunten
en prioriteiten. Naar aanleiding van de dubbele materialiteit
assessment zal een nieuwe roadmap opgesteld worden die deze
2 pijlers verder zal concretiseren voor de toekomst.
ENERGIE-EFFICIËNTIE
& KLIMAATPLAN
ETHIEK &
INTEGRITEIT
WELZIJN, GEZONDHEID &
VEILIGHEID VOOR STUDENTEN &
WERKNEMERS
DUURZAME GEBOUWEN
IN DUURZAME
GEMEENSCHAPPEN
G
E
L
U
K
K
I
G
E
S
T
U
D
E
N
T
E
N
I
N
E
F
F
I
C
I
Ë
N
T
E
G
E
B
O
U
W
E
N
G
E
L
U
K
K
I
G
E
M
E
D
E
W
E
R
K
E
R
S
I
N
E
E
N
B
E
S
T
I
N
C
L
A
S
S
O
R
G
A
N
I
S
A
T
I
E
“HOUSING THE FUTURE MEANS
RESPECTING THE FUTURE„
9.2.4 XIOR’S BIJDRAGE AAN DE SDG’S
PLANET
E: ENVIRONMENT (milieuverantwoordelijkheid)
De verbruiksgegevens van al onze residenties en kantoren worden in kaart gebracht met de bedoeling zowel het verbruik
als energiekosten te verlagen. Ook wordt steeds meer ingezet op duurzame energie.
Xior investeert niet alleen in nieuwe duurzame gebouwen maar investeert ook in haar bestaande portefeuille waarbij
residenties worden geoptimaliseerd aan de hand van de laatste innovaties & milieuvriendelijke technologieën.
Xior heeft een ambitieus klimaatplan met concrete reductietargets (volgens SBTi) ingediend, die aansluiten bij de klimaa-
takkoorden van Parijs van 2015 (max. 1,5°C).
Xior biedt met haar residenties een antwoord op het tekort aan kwalitatieve, duurzame maar betaalbare woningen die in
harmonie zijn met de lokale gemeenschappen en idealiter ook waarde toevoegen aan de lokale omgeving.
PEOPLE
S: SOCIAL (sociale verantwoordelijkheid)
Een veilige, gezonde en aangename omgeving voor zowel onze studenten als onze werknemers vormt een essentieel
onderdeel van Xior’s bedrijfsvoering.
WAARDIG
Xior streeft als internationaal bedrijf steeds naar een gezonde mix van talenten, culturen, persoonlijkheden en genders
in haar aanwervingsbeleid. Xior biedt haar werknemers een inclusieve en aangename werkomgeving waar diversiteit,
respect en gelijkwaardigheid hand in hand gaan en waar voldoende aandacht wordt gegeven aan eigen ontwikkeling en
werk-privébalans.
PROCESS
G: GOVERNANCE (deugdelijk bestuur verantwoordelijkheid)
Xior is een doeltreffend, verantwoordelijk en transparant bedrijf waarin hoge ethische standaarden en waarden worden
aangehouden doorheen het hele bedrijf.
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
147
148
DUURZAAMHEIDSVERSLAG XIOR

Graphics
9.2.5 ACTIEPLANNEN & KPI’S
Materialiteit Actie KPI’s
Ethiek & Integriteit
ü Xior Values & policies Participatiegraad Code of conduct training
ü Ethics audit (3-jaarlijks) # inbreuken op de Code of conduct
ü Transparante rapportering Score MSCI / Sustainalytics
ü Formele anti-bribery & anti-corruptie policy EPRA sBPR award
ü Supplier code of conduct
ü Human rights policy
ü Whistle blower policy
ü Incident Reporting policy
ü Procure to Pay policy
ü Maintenance & Repair policy
6 Health, Safety, Security & Environment policy
6 Emergency Response procedure
ü Formele klachtenprocedure
ü Jaarlijkse Code of conduct & ethics training
ü Aanvullende opleidingen ethiek en integriteit
ü Cybersecurity trainingen
Energie-efficiëntie &
klimaatplan
ü Lokaal verantwoordelijkheidsmodel voor energiebeheer CO
2
uitstoot
ü Klimaatplan met CO
2
e targets a.d.h.v. SBTi CO
2
-reductie targets & reductieplan
ü Implementatie EMS Geïnstalleerde capaciteit zonnepanelen
ü Energie audits bestaande gebouwen % hernieuwbare energie (aangekocht / geproduceerd)
6 Green building policy % geïnstalleerde digitale energiemonitoring (EMS)
ü Aandeel hernieuwbare energie naar 100%
ü Digitalisering – overgang naar paperless
Duurzame gebou-
wen in duurzame
gemeenschappen
ü
Verhogen aandeel groene/sociale assets volgens criteria
Sustainable Finance Framework (continue target)
% duurzame leningen
ü
Verhogen aandeel duurzame leningen (continue target) % groene assets
ü
Verhogen aantal extern geverifieerde gebouwen
(BREEAM, LEED, DGNB) (continue target)
% sociale assets
ü
Continue dialoog met buurtbewoners & overheid # extern gecertificeerde gebouwen
ü
Kennis delen (gastcolleges universiteiten, …)
ü
Sociale inclusie jobs
ü
EPC mapping
¥
Charity policy
Welzijn, gezondheid
& veiligheid werkne-
mers
WAARDIG
ü
Jaarlijkse Workforce Survey & psychosociale risicoanalyse Algemene tevredenheidsscore medewerkers
ü
Xiorize corporate wellbeing program % jaarlijkse evaluatie
6
Employee handbook per land # opleidingsuren
ü
KPI bonusplan voor ieder personeelslid met focus op
ESG, klanttevredenheid en gebouwkwaliteit
# werknemers met EHBO certificaat
ü
Mogelijkheden tot interne promotie of rotatie #/% vrijwillige vertrekkers
ü
Referral programma voor nieuwe werknemers, met
schenking aan goed doel naar keuze
Resultaten KPI’s werknemers
ü
Volledig onboarding & offboarding plan
ü
Mentorprogramma (Xior Buddy) voor nieuwe werknemers
ü
Formaliseren individueel opleidingsplan Xior Academy:
digitaal leerplatform met alle opleidingsmogelijkheden
binnen Xior
ü
EHBO Training
ü
Interne ESG-workshops
Welzijn, gezondheid
& veiligheid studen-
ten
ü
Halfjaarlijkse tevredenheidsenquête Tevredenheidsscore & participatiegraad
ü
Google reviews actieplan
# incidenten of non-compliance met regulering /
health & safety
ü
Jaarlijkse H&S controle van de gebouwen Score Google reviews
ü
KPI’s werknemers gelinkt aan tevredenheid studenten
ü
Awareness campagnes energie/milieu
ü
Stageprogramma bij Xior
ü
Baselife-Basebuddy programma
ü
Community engagement: via Discord en MyXior-app
ü voltooid 6 lopend ¥ op te starten
”
Ik woon in Basecamp by Xior Katowice en kan deze plek van harte aanbevelen
aan iedereen. Het gebouw is modern, goed onderhouden en uitstekend uitgerust.
Bewoners hebben toegang tot een fitnessruimte en tal van gemeenschappelijke
ruimtes, ideaal om zowel te studeren als te socializen. Dit maakt het makkelijk
om relaties op te bouwen, niet alleen met mensen uit Polen, maar ook met
bewoners uit andere landen, wat zorgt voor een unieke, internationale sfeer.
Het is ook vermeldenswaardig dat er een hoog veiligheidsniveau is – er is
24/7 beveiliging aanwezig, wat een gevoel van comfort en gemoedsrust
geeft. De gebouwbeheerders verdienen een speciale vermelding, omdat ze
altijd behulpzaam, vriendelijk en toegewijd zijn. Je kan hen met elk probleem
contacteren, en ze zoeken altijd naar een oplossing.„
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
149
150
DUURZAAMHEIDSVERSLAG XIOR

Graphics
9.3 ENERGIE
9.3.1 KLIMAATIMPACT: NAAR NET ZERO IN 2050
Klimaatverandering vormt één van de grootste uitdagingen van
onze tijd. Bij Xior streven we ernaar een duurzame leefomgeving
te creëren voor zowel onze studenten als onze medewerkers, en
samen met hen een positieve impact op het klimaat te realiseren.
We nemen verantwoordelijkheid voor onze ecologische voetafdruk
en zetten ons actief in om deze te minimaliseren. Ons ambitieuze
doel is om tegen 2050 klimaatneutraal (net zero) te zijn.
Een belangrijke stap in ons klimaatbeleid was het indienen van
onze targets bij het Science Based Targets initiative (SBTi),
waarmee we onze emissiereducties afstemmen op de richtlijnen
van de klimaatwetenschap en de doelstelling van het Akkoord
van Parijs (1,5°C).
9.3.1.1 XIOR’S CO
2
-CLASSIFICATIE VOLGENS DE 3 SCOPES
In het kader van de nieuwe CSRD-richtlijn werkte Xior hard aan het
verbeteren van de meting van de drie verschillende emissiescopes
en het ontwikkelen van een nieuw klimaat- en transitieplan. Naar
aanleiding van de recente Omnibus-voorstellen en de mogelijke
aanpassing van de toepassingsscope van de CSRD, zal Xior naar
verwachting niet (langer) formeel onder de CSRD-verplichtingen
vallen. Desondanks blijft Xior zich engageren om de emissies binnen
scope 1, 2 en 3 structureel te blijven meten en op te volgen. Deze
continue inspanning vormt een essentieel onderdeel van haar
bredere duurzaamheidsstrategie en de verdere uitrol van haar
klimaatplan.
Xior classificeert haar emissies volgens het GHG Protocol in
scope 1, 2 en 3. Scope 1 en 2 hebben voornamelijk betrekking
op de eigen kantoren en het wagenpark. Het grootste aandeel
van Xior’s klimaatimpact bevindt zich in scope 3, omdat dit de
emissies omvat die verbonden zijn aan het energieverbruik in
residenties en – op termijn – ook aan de emissies die ontstaan
bij bouw en renovatie (embodied carbon).
”
DOOR ONS AAN TE SLUITEN BIJ HET
SBTI TONEN WE NIET ALLEEN DAT
WE ONZE KLIMAATAMBITIES ERNSTIG
NEMEN, MAAR OOK DAT WE ONS
ENGAGEREN TOT EEN REDUCTIENIVEAU
DAT IN LIJN LIGT MET INTERNATIONALE
KLIMAATVERWACHTINGEN.„
OVERZICHT: WAT ZIT IN WELKE SCOPE BIJ XIOR?
Scope Type emissies Wat zit erin bij Xior? Voorbeelden
Scope 1
Direct
Emissies onder directe controle van Xior
(kantoren + bedrijfswagenpark)
Gas in eigen kantoren,
brandstof bedrijfswagens,
koelmiddelenlekken
Scope 2
Indirect
(aangekochte energie)
Aangekochte energie die Xior zelf gebruikt
(hoofdzakelijk kantoren)
Elektriciteit,
stadsverwarming/koeling (kantoren)
Scope 3
Indirect overige
(waardeketen)
Downstream: energieverbruik studentenresidenties
(vanaf 2025)
*
+
Upstream: embodied carbon, aangekochte goederen
& diensten
Verbruik studenten,
materialen (beton/staal),
bouw/renovatie,
onderhoud,
afval/afbraak
*
Vanaf rapporteringsjaar 2025 wordt het energieverbruik van studentenresidenties geclassificeerd als scope 3 (downstream) in lijn met de waardeketenlogica van de CSRD/
ESRS.
Herclassificering in 2025 (impact op scope-verdeling,
niet op totale emissies)
Vanaf rapporteringsjaar 2025 wordt het energieverbruik
van studentenresidenties geherclassificeerd naar scope 3
(downstream leased assets), in lijn met een waardeketen-
benadering. Hierdoor zijn de cijfers per scope niet één-op-één
vergelijkbaar met voorgaande jaren. De herclassificering verandert
niet de totale emissies, maar wel de toewijzing van emissies aan
de verschillende scopes. Hiervoor werd in de loop van 2025 een
update gemaakt van het SBTI emissieprofiel op basis van de
emissies van 2024. Scope 3 zal jaarlijks gerapporteerd worden
volgens de EPRA richtlijnen, scope 1 en 2 zal gezien de beperkte
omvang periodiek gerapporteerd worden (2024 zijnde dus de
meest recente update voor scope 1 & 2). Xior streeft naar een
driejaarlijkse update.
Xior rapporteert via EPRA al jarenlang het energieverbruik en de
bijhorende emissies van haar kantoren en studentenresidenties
in scope 1 en 2. In lijn met het Greenhouse Gas Protocol werd
in de loop van 2025 het energieverbruik van de residenties
geherclassificeerd naar scope 3 (downstream leased assets).
Hierdoor zijn de cijfers per scope niet één-op-één vergelijkbaar
met voorgaande jaren. De herclassificering verandert niets aan de
totale emissies, maar wel aan de toewijzing van emissies aan de
verschillende scopes.
De scope van de berekening werd bovendien uitgebreid met het
wagenpark, embodied carbon van ontwikkelingen en corporate
emissies. Deze worden los van EPRA gerapporteerd.
Scope 1 & 2 (kantoren & wagens)
99,1 ton CO
2
e 0,4%
Scope 3 (operationele emissies,
verbruik studenten)
14.289.1 ton CO
2
e 55,5%
Scope 3 (embodied carbon
ontwikkelingen)
10.919,3 ton CO
2
e 42,4%
Scope 3 (corporate emissies:
travel, commuting, kantoormate-
riaal, etc.)
428,7 ton CO
2
e 1,7%
Totaal 25.736,4 ton CO
2
e 100%
Split Xior’s 2024 CO
2
emissies –
Totaal 25.736,4 ton CO
2
emissies (2024)
Scope 1&2
(kantoren en wagens)
0,4%
Scope 3
(verbruik studenten)
55,5%
Scope 3
(ontwikkelingen)
42,4%
Scope 3
(bedrijfsverbruik)
1,7%
In 2024 maakten scope 1 en 2 samen ongeveer 0,4% uit van
de totale emissies, terwijl scope 3 99,6% vertegenwoordigde.
Binnen scope 3 bestond circa 42% uit operationele emissies. Dit
onderstreept dat het grootste reductiepotentieel voor Xior zich
situeert in scope 3, en in het bijzonder in het energieverbruik en
de energiemix van onze residenties.
SBTi-validatie
Xior diende haar CO
2
-reductieplan in 2023 in bij het Science
Based Targets initiative (SBTi), met officiële validatie van de
targets en bevestiging dat Xior’s reductiedoelstellingen in lijn
zijn met de 1,5°C target van het Akkoord van Parijs. Xior blijft
gecommitteerd om haar CO
2
-uitstoot te verlagen richting net
zero tegen 2050, in lijn met het SBTi-raamwerk.
In rapporteringsjaar 2025 werd een herclassificering door–
gevoerd in de toewijzing van emissies aan scope 1, 2 en 3, om de
rapportering beter af te stemmen op een waardeketen–benadering.
Hierdoor zijn de cijfers per scope niet één-op-één vergelijkbaar
met voorgaande jaren. De onderliggende ambitie en opvolging van de
reductiedoelstellingen blijven echter gebaseerd op het basisjaar
2020.
Kantoren
Elektriciteit
Warmte
Aangekocht
Verbruik studenten
(downstream)
Embodied carbon (upstream)
Goods & services
End-of-life
Waardeketen
Kantoren
Wagens
Koelmiddelen
Direct
S
C
O
P
E
1
S
C
O
P
E
2
S
C
O
P
E
3
Kantoren
Elektriciteit
Warmte
Aangekocht
Verbruik studenten
(downstream)
Embodied carbon (upstream)
Goods & services
End-of-life
Waardeketen
Kantoren
Wagens
Koelmiddelen
Direct
S
C
O
P
E
1
S
C
O
P
E
2
S
C
O
P
E
3
Kantoren
Elektriciteit
Warmte
Aangekocht
Verbruik studenten
(downstream)
Embodied carbon (upstream)
Goods & services
End-of-life
Waardeketen
Kantoren
Wagens
Koelmiddelen
Direct
S
C
O
P
E
1
S
C
O
P
E
2
S
C
O
P
E
3
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
151
152
DUURZAAMHEIDSVERSLAG XIOR

Graphics
9.3.1.2 KLIMAAT- EN TRANSITIEPLAN: VAN METEN NAAR
VERSNELLEN
Xior brengt al meerdere jaren systematisch de klimaatimpact
van haar portefeuille in kaart en vertaalt deze inzichten naar een
concreet reductiebeleid. In lijn met onze SBTi-validatie focust Xior
op een combinatie van operationele reductie (energieverbruik
en energiemix) en structurele reductie (duurzame investeringen,
portefeuillekwaliteit en bouwprincipes).
Xior vertaalt de inzichten uit haar emissiemeting naar een concreet transitieplan dat focust op vier hefbomen:
E
X
I
S
T
I
N
G
B
U
I
L
D
I
N
G
S
:
H
E
A
T
I
N
G
T
R
A
N
S
I
T
I
O
N
F
L
E
E
T
A
N
D
O
F
F
I
C
E
S
G
R
E
E
N
B
U
I
L
D
I
N
G
G
U
I
D
E
L
I
N
E
S
M
O
N
I
T
O
R
I
N
G
&
E
F
F
I
C
I
E
N
C
Y
E
X
I
S
T
I
N
G
B
U
I
L
D
I
N
G
S
:
H
E
A
T
I
N
G
T
R
A
N
S
I
T
I
O
N
F
L
E
E
T
A
N
D
O
F
F
I
C
E
S
G
R
E
E
N
B
U
I
L
D
I
N
G
G
U
I
D
E
L
I
N
E
S
M
O
N
I
T
O
R
I
N
G
&
E
F
F
I
C
I
E
N
C
Y
E
X
I
S
T
I
N
G
B
U
I
L
D
I
N
G
S
:
H
E
A
T
I
N
G
T
R
A
N
S
I
T
I
O
N
F
L
E
E
T
A
N
D
O
F
F
I
C
E
S
G
R
E
E
N
B
U
I
L
D
I
N
G
G
U
I
D
E
L
I
N
E
S
M
O
N
I
T
O
R
I
N
G
&
E
F
F
I
C
I
E
N
C
Y
E
X
I
S
T
I
N
G
B
U
I
L
D
I
N
G
S
:
H
E
A
T
I
N
G
T
R
A
N
S
I
T
I
O
N
F
L
E
E
T
A
N
D
O
F
F
I
C
E
S
G
R
E
E
N
B
U
I
L
D
I
N
G
G
U
I
D
E
L
I
N
E
S
M
O
N
I
T
O
R
I
N
G
&
E
F
F
I
C
I
E
N
C
Y
1. Transitie van verwarmingssystemen in bestaande residenties
Gas blijft in delen van de portefeuille een belangrijke verwarmingsbron en vormt daardoor een
prioritaire reductie hefboom. Xior versnelt de transitie naar duurzamere alternatieven door onder
meer gasketels te vervangen door warmtepompen waar technisch mogelijk, en residenties aan te
sluiten op warmtenetten waar beschikbaar en economisch zinvol.
2. Energie-efficiëntie en monitoring als standaard
Xior blijft investeren in digitale energiemonitoring (waar mogelijk met kwartiermeting), zodat
verbruiken actief kunnen worden opgevolgd en geoptimaliseerd. Dit wordt aangevuld met
technische optimalisaties en gerichte awareness-acties bij studenten en beheerteams.
3. Nieuwe ontwikkelingen en renovaties: focus op embodied én operational carbon
Via interne green building guidelines integreert Xior klimaatimpact structureel in ontwerp- en
investerings–beslissingen. Hierbij wordt zowel gekeken naar energie-efficiëntie in gebruik
(operational carbon) als naar materiaalkeuzes en bouwmethodes met een lagere klimaatafdruk
(embodied carbon).
4. Elektrificatie van het wagenpark en reductie van kantoorimpact
Hoewel scope 1 en 2 een beperkt aandeel vertegenwoordigen, blijft Xior ook hier inzetten op
reductie via verdere elektrificatie van het wagenpark, energie-efficiëntie en vergroening van de
energievoorziening in eigen kantoren.
XIOR’S CO
2
TARGETS EN AMBITIES
Scope 1 & 2
Xior heeft voor scope 1 en 2 een absolute reductiedoelstelling
van -50% tegen 2030 (t.o.v. basisjaar 2020) en een net zero
target in 2040 (t.o.v. basisjaar 2020). In 2025 werd een volledige
herberekening van de scope 1 & 2-emissies over 2024 uitgevoerd.
In tegenstelling tot scope 3, waar jaarlijks een uitgebreide
update plaatsvindt, worden scope 1 & 2 periodiek herrekend.
Jaar Scope 1&2 (tCO
2
e)
Reductie% vs
2020
2020
73.6
2024 99,4 +35%
2030e
… -50% target
2040e Net zero -90% target
In 2024 bedraagt de uitstoot 99,4 tCO
2
e, wat een stijging betekent
ten opzichte van 2020. Deze toename is hoofdzakelijk het gevolg
van de verdere groei van de organisatie. Ongeveer 70% van de
totale scope 1 & 2-uitstoot in 2024 is toe te schrijven aan het
wagenpark (company cars), in lijn met de uitbreiding van het
personeelsbestand en het aantal bedrijfswagens. Tegelijkertijd
werd de transitie naar een koolstofarm wagenpark reeds ingezet.
Met de invoering van een nieuwe car policy vanaf 2026 zullen
alle nieuwe bedrijfswagens volledig elektrisch zijn. Vanaf 2026
worden de eerste full-electric wagens opgenomen in de vloot
en bij afloop van bestaande leasecontracten worden voertuigen
systematisch vervangen door elektrische alternatieven. Dit zal in
de komende jaren leiden tot een structurele daling van de scope
1-emissies. Gezien de beperktere omvang van scope 1&2 gebeurt
een grondige actualisatie om de meerdere jaren. Daarnaast maakt
Xior in alle kantoren reeds gebruik van 100% groene elektriciteit,
waardoor de scope 2-uitstoot structureel beperkt blijft. Hoewel
2024 een tijdelijke stijging laat zien door schaalvergroting, blijven
de reductiedoelstellingen richting 2030 en 2040 realistisch en
binnen bereik. De reeds genomen beleidsmaatregelen en de
geplande volledige elektrificatie van het wagenpark vormen een
duidelijke hefboom om de uitstoot de komende jaren versneld te
reduceren.
Scope 3 – operational carbon (ambitie)
Xior stelt reductie-ambities op basis van CO
2
-intensiteit (kg
CO
2
e/m²) voor de operationele emissies van residenties (verbruik
studenten).
Jaar Kg CO
2
e/m²
Reductie% vs
2020
2020
32
2021
24 -25%
2022
16 -50%
2023
15 -53%
2024
13 -61%
2025
13 -59%
2030e
… -65% ambitie
2040e
… -80% ambitie
2050e Net zero -90% ambitie
In de voorbije jaren werden al belangrijke stappen gezet,
waaronder 100% groene elektriciteit in al onze studentenhuizen.
Zo werd er in onze EPRA scope in 2025 bijna 1.500 MWh aan
eigen geproduceerde groene stroom gebruikt. In 2020 was dat
nog net geen 400MWh. In tussentijd hebben we ook de volledige
energiemonitoring gedigitaliseerd.
Scope 3 – embodied carbon (ambitie)
In 2025 werd voor 2024 de embodied carbon-impact binnen
scope 3 berekend op basis van gestandaardiseerde ramingen
voor de opgeleverde projecten. Xior onderzoekt momenteel
hoe een meer LCA-gedreven aanpak op een kostenefficiënte
en schaalbare manier kan worden geïntegreerd in toekomstige
ontwikkelingen. Het doel is om stapsgewijs te evolueren naar
een beter onderbouwde baseline en om project-specifiek
meer inzicht te krijgen in embodied carbon, met het oog op het
formuleren van realistische reductietrajecten.
Jaar Ambitie
2026 Verdere analyse van de implementatie van LCA-
gebaseerde berekeningen en mogelijke bepaling van
een baseline
>2026 Gefaseerde verbetering van embodied carbon-in-
zicht en reductie, met als richtambitie een jaarlijkse
optimalisatie van de CO
2
-intensiteit (kg CO
2
e/m²),
afhankelijk van projecttype en haalbaarheid.
Evaluatie van de haalbaarheid om LCA systematisch
toe te passen bij nieuwe projecten
1
Zie https://europeanclimate.org/wp-content/uploads/2022/03/ecf-building-emmissions-problem-march2022.pdf
9.3.2 ALGEMENE RESULTATEN (EPRA)
Als vastgoedspeler in studentenhuisvesting blijft Xior samen met
alle studenten actief inzetten op de reductie van haar ecologische
voetafdruk. Sinds 2019 heeft Xior er zich toe verbonden om de
milieuprestaties verder systematisch in kaart te brengen, mede
aan de hand van een uitgebreid aantal EPRA-indicatoren. Tevens
wordt de klimaatimpact van de studentenhuizen berekend.
In de Europese Unie zijn gebouwen verantwoordelijk voor 40%
1
van de totale energievraag en 36% van de totale CO
2
emissies.
Het verbeteren van de energieprestatie van de gebouwen over de
hele levensduur speelt dan ook een cruciale rol bij de ambitieuze
doelstellingen die Europa naar voren heeft geschoven m.b.t.
energiereducties en klimaatneutraliteit. Bij Xior begrijpen we
dan ook zeer goed dat het bedrijf met haar groeiende portfolio
een grote verantwoordelijkheid heeft, die niet uit de weg wordt
gegaan. Het in kaart brengen van het energieverbruik en de
klimaatimpact van de studentenresidenties vormt de basis om
deze impact verder te doen dalen via verdere initiatieven tijdens
de bouw- en gebruiksfase.
Xior sloot in 2022 een overeenkomst met IQBI, een specialist in
energiemonitoring, om haar data-collectie en milieuprestaties
nog efficiënter & accurater in kaart te brengen.
Xior blijft inzetten op vier kernprincipes:
VERDUURZAMING
VAN VERWARMING EN
ENERGIEMIX
(warmtepompen/warmtenetten
in residenties)
MONITORING, EFFICIËNTIE
EN GEDRAGSIMPACT
(slimme meters + awareness)
LCA & LOW-CARBON
BOUWEN
(als standaard voor nieuwe
ontwikkelingen en
grote renovaties)
100% HERNIEUWBARE
ELEKTRICITEIT
(via garanties van oorsprong of
PPAs)
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
153
154
DUURZAAMHEIDSVERSLAG XIOR

Graphics
Via het IQBI-platform kan Xior het energieverbruik digitaal meten
en opvolgen over de volledige portefeuille. Het systeem maakt
het mogelijk om energiestromen in real-time te monitoren en
biedt inzicht in piekverbruiken, afwijkingen, lekkages en mogelijke
defecten.
Daarnaast laat de centrale dataverzameling toe om gebouwen
onderling te benchmarken en op een gestructureerde manier
gerichte maatregelen te nemen om de energie-efficiëntie
verder te verbeteren. De monitoring ondersteunt bovendien
een transparantere communicatie naar studenten over hun
energieverbruik en helpt om gerichte acties te ondernemen om
de energiekosten te optimaliseren, zowel voor Xior als voor haar
bewoners.
Per eind 2025 is de uitrol van IQBI nagenoeg volledig afgerond
binnen de bestaande portefeuille, met uitzondering van enkele
technisch complexe dossiers. Nieuwe acquisities en opleveringen
worden vanaf ingebruikname onmiddellijk geïntegreerd in het
systeem, zodat het energieverbruik van de volledige portefeuille
continu en uniform wordt gemonitord.
Alle verbruiken en bijhorende broeikasgasemissies worden
centraal verzameld op basis van metingen en facturen. In dit
verslag wordt uitsluitend over de prestatiegegevens van de units
onder eigen beheer gerapporteerd en wordt 2023 als basisjaar
beschouwd voor de trendanalyse (like-for-like) tussen 2023,
2024 en 2025. De verbruiken van het vorig rapportagejaar werden
retrospectief aangepast aan de hand van de daadwerkelijke cijfers
uit facturen en metingen. De gebruikte methodologie voor alle
metingen staat uitgebreid omschreven in Hoofdstuk 9.6 van dit
Jaarverslag. Deze methodologie is in lijn met de EPRA-rapportage
richtlijnen en geldt voornamelijk voor het milieugedeelte, maar
ook voor het sociale deel.
Een overzicht van alle milieuprestatie-indicatoren wordt
weergegeven in de EPRA-tabellen in Annex van dit Jaarverslag.
De voornaamste waarnemingen en trends worden hieronder
besproken.
9.3.2.1 BROEIKASGASEMISSIES
Totale broeikasgasemissies in 2025: verdeling per bron
(market based)
Warmtenet
22,01%
Biomassa
0,12%
(pellets en pitten)
Aardgas 77,87%
Elektriciteit 0%
Elektriciteit
Xior’s elektriciteitsconsumptie is volledig groen en is vandaag
dus niet meer verantwoordelijk voor CO
2
- klimaatimpact door
Xior. In het kader van deze klimaatstudie worden emissies zowel
op market- als location-based methodologie berekend en
gerapporteerd. Beide methodes worden aanbevolen door het
GHG-Protocol.
• De location-based elektriciteitsemissies worden berekend
op basis van de gemiddelde CO
2
-intensiteit per kWh van de
nationale elektriciteitsnetwerken waarvan Xior gebruik maakt.
Dalingen in deze emissies zijn te danken aan verminderd ver-
bruik, meer eigen stroomproductie en een verbeterd nationaal
CO
2
/kWh.
• De market-based methodiek biedt de mogelijkheid om on-
derscheid te maken tussen het type stroom dat aangekocht
werd. De klimaatimpact van de elektriciteitsproductie verschilt
immers van producent tot producent en van het al dan niet
aankopen van groene stroom.
Hoewel beide waarden transparant berekend en gedeeld worden,
focust Xior zich in eerste plaats op de market-based emissies in
haar communicatie, grafieken en Science Based Target traject.
100% elektriciteitsconsumptie 2025 via groene elektriciteit
(100% in 2024)
via gecertificeerde groene
energieleveranciers
96%
eigen stroomopwekking via
hernieuwbare energiebronnen 4%
Xior heeft haar ambitie waargemaakt om 100% groene elektriciteit
te consumeren binnen haar CO
2
reductieplan. In diverse landen
lopen er initiatieven om de productie van eigen stroom via
zonnepanelen verder te verhogen.
Fossiele brandstoffen
De meeste sites van Xior worden verwarmd op aardgas. Uit de
metingen blijkt dat aardgas verantwoordelijk is voor 77,87% van
de broeikasemissies (excl. emissies door elektriciteitsverbruik)
gelinkt aan de portfolio in de meetscope. Dit vormt voor Xior
dus het grootste onderdeel van haar CO
2
reductieplan. De eerste
onderzoeken naar de implementatie van warmtepompen die
vanuit Xior’s digitale EMS werden naar voren geschoven zijn reeds
opgestart. In het kader van het CSRD klimaatplan, zal de uitrol
en implementatie van warmtepompen verder ingepland worden.
CO
2
emissies: Absoluut, like-for-like en intensiteit
(GHG-Dir-Abs, GHG-Indir-Abs, GHG-Dir-LfL, GHG-Indir-LfL, GHG-Int)
Het is duidelijk dat Xior’s klimaatstrategie, gericht op duurzame
en energie-efficiënte gebouwen zijn vruchten afwerpt. In 2025
stegen de absolute emissies van Xior naar 10.041 tCO
2
e (market-
based) vergeleken met 8.864 in 2024.
Deze stijging is voornamelijk te wijten aan een toename van het
absolute brandstofverbruik voor verwarming (+14%). Dit kan deels
verklaard worden door de toename van het aantal gebouwen in de
meetscope van 85 naar 91. Bovendien steeg de energie-intensiteit
van de gebouwen met 4% (kWh/m²). Het aantal graaddagen in
België en Nederland lag respectievelijk 9% en 10% hoger dan het
rapportagejaar 2024. Dit resulteerde in een hogere energienood
voor verwarming. We zien like-for-like in mindere mate dezelfde
evolutie met een stijging van 8.178 tCO
2
e naar 8.922 tCO
2
e (+9%).
Deze toename kan in grote mate worden verklaard door het
hogere aantal graaddagen.
CO
2
-intensiteit (LfL, market based) (kgCO
2
e/m²)
”
DE ENERGIE-INTENSITEIT VAN ONZE
VOLLEDIGE PORTFOLIO LIGT LAGER
DAN DIE VAN DE LIKE-FOR-LIKE
SCOPE . DIT TOONT DAT DE RECENT
OPGELEVERDE GEBOUWEN EEN
LAGERE ENERGIE-INTENSITEIT HEBBEN
DAN HET BESTAANDE PORTFOLIO EN
DE GEMIDDELDE VOETAFDRUK ZULLEN
VERBETEREN. „
9.3.2.2 Energie-efficiëntie
De sleutel tot het verminderen van onze klimaatimpact ligt in het
verbeteren van de energie-efficiëntie van onze gebouwen. Dit
proces begint al bij het ontwerp van nieuwe studentenresidenties
en loopt door tot aan de ontwikkeling en uiteindelijke
ingebruikname. Tijdens de ontwerpfase worden de beste
technieken en materialen geselecteerd, zoals zonnepanelen en
KWO-installaties. Zodra het gebouw operationeel is, richt Xior zich
op het beïnvloeden van het gedrag van de gebruikers door middel
van sensibiliseringscampagnes, ook wel bekend als 'nudging', om
zo het energieverbruik verder te optimaliseren.
Energie-intensiteit van gebouwen
(Energy-Int)
Indien alle gebouwen (excl. kantoren) in de scope worden
opgenomen stijgt de gemiddelde consumptie per m² naar
136 kWh/m². Dit is een stijging van ongeveer 4% t.o.v. 2024,
voornamelijk door een toename van de energienood in enkele
koude wintermaanden in het rapportagejaar.
Ook in de like-for-like scope werd een stijging van de energie-
intensiteit vastgesteld van 7% (stijging van 132 kWh/m² in 2024
naar 141 kWh/m²). Dit wijst erop dat de energie-intensiteit van
de nieuwe gebouwen in de scope een stuk lager ligt dan het
bestaande portfolio.
”
DE ENERGIE-INTENSITEIT VAN ONZE
NIEUWE GEBOUWEN LIGT AANZIENLIJK
LAGER DAN DIE VAN DE BESTAANDE
PORTEFEUILLE. DIT BEVESTIGT DAT
ONZE GERICHTE FOCUS OP DUURZAME
EN ENERGIE-EFFICIËNTE GEBOUWEN
EFFECTIEF BIJDRAAGT AAN DE VERDERE
VERLAGING VAN ONZE OPERATIONELE
IMPACT.„
Zonne-energie en groene stroom
In vergelijking met rapporteringsjaar 2024 is het geïnstalleerde
vermogen aan zonnepanelen in Xior’s portefeuille verder
gestegen, ondanks het uitgevoerde desinvesteringsprogramma
waarbij ook verscheidene panden met zonnepanelen aan derde
partijen verkocht werden. Daarnaast werd ook een strategische
samenwerking aangegaan in België voor de verdere uitplooi en
realisatie van zonnepanelen op alle Belgische assets van Xior
voor zover technisch en financieel mogelijk. Daarbovenop blijft
Xior werken om alle nuttige dakoppervlakte voor zover mogelijk
toe te wijden aan de installatie van zonnepanelen om de eigen
opgewekte elektrische energie uit hernieuwbare energiebronnen
te maximaliseren. Het gecumuleerd geïnstalleerd vermogen voor
de totale Xior-portefeuille bedraagt eind 2025 nu in totaal meer
dan 2.311 kWp. Een stijging t.o.v. rapporteringsjaar 2024 met meer
dan 34%.
ZONNE-ENERGIE
2.311kWp
15,06
13,05
14,19
0
4
8
12
16
20
kg CO
2
e/m²
2023 2024 2025
+9%
+34%
stijging
zonnepanelen
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
155
156
DUURZAAMHEIDSVERSLAG XIOR

Graphics
In 2025 werd 100% van de totale elektriciteitsvraag gedekt
door groene stroom (uit hernieuwbare energiebronnen) van de
sites in meetscope waarbij 4% zelf geproduceerd werd en 96%
afkomstig is via groene stroom contracten. Dit wil zeggen dat
de volledige portefeuille een net zero uitstoot rapporteert wat
betreft aangekochte elektriciteit (landlord-based).
Door de verkoop van meerdere panden waar studenten nog zelf
instonden voor hun eigen elektriciteitscontract is het relatief
percentage landlord obtained elektriciteit in de portefeuille
verder gestegen. Verder heeft Xior voor de panden waar ze zelf de
operationele bevoegdheid heeft ook een tenant based garantie
op 100% groene elektriciteit.
Elektriciteitsverbruik: absoluut en like-for-like
(Elec-Abs, Elec-LfL)
In 2025 telde de scope (waarvoor contracten op naam van
Xior staan) 91 gebouwen verantwoordelijk voor een absoluut
elektriciteitsverbruik van 36.850 kWh. Dit is een toename in
energieverbruik van ongeveer 21%. Het valt deels te verklaren
door een toename in aantal gebouwen in de EPRA scope (+7%).
Daarnaast zijn er ook verschillende kleinere panden verkocht en
grotere panden voor het eerste meegenomen in de EPRA scope,
zoals LivinnX in Polen (12.760 m²) en Campo Pequeno in Lissabon
(10.740 m²). Van dit verbruik is 100% afkomstig uit hernieuwbare
bronnen. Door de grote groei van de portefeuille en automatische
stijging van het absoluut elektriciteitsverbruik is het analyseren
van het LfL verbruik als indicator van de verbruiksevolutie veel
relevanter. Daarom is het voor Xior van belang de trends te
analyseren op basis van een constante scope in plaats van op
basis van de absolute verbruiken.
De like-for-like analyse vergelijkt het elektriciteitsverbruik van 77
gebouwen die operationeel waren in de laatste 3 jaar. De analyse
toont een stijging van 5% ten opzichte van 2024. Het aandeel
groene stroom in de like-for-like scope blijft op 100%.
Gezien het toenemende aantal gebouwen dat elektrisch verwarmd
wordt (warmtepompen) in de LfL score, wordt verwacht dat dit
percentage ook in de komende jaren systematisch zal blijven
stijgen.
Elektriciteitsverbruik 2023-2025 (LfL)
26.688
27.434
MWh
28.912
0
5.000
10.000
15.000
20.000
25.000
30.000
2023 2024 2025
Verbruik fossiele brandstoffen: absoluut en like-for-like
(Fuel-Abs, Fuel-LfL)
Het aandeel verwarming door gebruik van interne
verbrandingsprocessen zoals aardgas & pellets is aan het
verlagen, omdat er meer elektrisch & via stadsverwarming wordt
verwarmd. In 2025 werd absoluut 43.358 MWh aan aardgas (incl.
biomassa) verbruikt, verspreid over 64 gebouwen. Een stijging
van iets meer dan 14% t.o.v. 2024, deels te verklaren door een
koudere winter en de ingebruikname van enkele panden die nog
aardgasverwarming hebben. Ook in de like-for-like scope is
een stijging van 11% waarneembaar. Tegelijkertijd bevindt onze
verwarmingsstrategie zich in een duidelijke transitie. Xior zet
structureel in op de uitfasering van fossiele verwarmingssystemen
en de gefaseerde overschakeling naar warmtepompen en
andere duurzame warmteoplossingen. Deze omschakeling zal de
komende jaren een significante impact hebben op de verdere
daling van het fossiele brandstofverbruik en ondersteunt onze
langetermijndoelstellingen inzake CO
2
-reductie.
Een normalisatie van de verbruiksgegevens aan de hand van
graaddagen is in deze context niet relevant, aangezien een deel
van het aardgas ook gebruikt wordt voor het verwarmen van
het sanitair water. Meer uitleg hierover staat beschreven in de
meetmethodologie in Hoofdstuk 9.6 van dit Jaarverslag.
Warmtenetten
(DH&C-Abs & LfL)
Met een gemiddelde CO
2
-uitstoot die 38% lager ligt dan bij aardgas
per kWh geleverde energie (op basis van vergelijking tussen
emissiefactoren voor aardgas en warmtenetten, respectievelijk
afkomstig van BaseCarbone 8.10 en emissiefactoren.nl-
warmtelevering), heeft het gebruik van warmtedistributie een
positief effect op de ecologische afdruk van een gebouw.
Residentie Ariënsplein realiseert zelf een CO
2
reductie van meer
dan 88% t.o.v. een traditionele verwarming met behulp van
aardgas. In totaal zijn 18 residenties van Xior aangesloten op een
dergelijk systeem:
• Ariënsplein 1
• Barajasweg 60-70
• Basecamp by Xior Kopenhagen South
• Burgemeester Oudlaan 480-1008
• Bokelweg Rotterdam
• Basecamp by Xior Malmö
• Basecamp by Xior Aarhus
• Zernike toren
• Karspeldreef 15-18
• Basecamp by Xior Katowice
• Basecamp by Xior Krakau
• Lutherse Burgwal 10
• Naritaweg 139-149
• Naritaweg 151-161
• Basecamp by Xior Leipzig
• Basecamp by Xior Lodz II
• Basecamp by Xior Lodz I
• Diagonal Besòs
Dit jaar zitten 17 van de 18 gebouwen mee in de EPRA meetscope.
Bokelweg betreft een voormalig kantoorgebouw dat nog
geconverteerd moet worden naar studentenresidentie, en dus
nog niet in de scope werd opgenomen. De stijging in absolute
cijfers van 22.936 MWh naar 23.743 MWh is een positieve evolutie
aangezien warmtenetten een veel duurzamere energievorm zijn
dan fossiele brandstoffen (aardgas). De LfL analyse behelst 14
gebouwen en geeft een stijging weer van 4% t.o.v. 2024.
Sensibilisering bij huurders
Naast eigen investeringen in duurzaamheid zet Xior ook in op
sensibilisering of ‘nudging’ bij haar studenten. In de residenties
hangt informatie en tips en tricks om verantwoord met energie
om te gaan of correct te recycleren, en ook op social media
worden regelmatig tips gegeven.
OFF
T
U
R
N
E
D
O
F
F
T
H
E
H
E
A
T
E
R
OFF
T
U
R
N
E
D
O
F
F
T
H
E
H
E
A
T
E
R
T
U
R
N
E
D
O
F
F
M
Y
L
I
G
H
T
C
L
O
S
E
D
M
Y
W
I
N
D
O
W
T
U
R
N
E
D
O
F
F
M
Y
L
I
G
H
T
C
L
O
S
E
D
M
Y
W
I
N
D
O
W
U
N
P
L
U
G
G
E
D
A
L
L
P
L
U
G
S
RRemind me to save energy !emind me to save energy !
9.3.2.3 Waterverbruik
Het grootste deel van Xior’s
watergebruik komt uit het
verbruik van haar huurders
of studenten. Uit de dubbele
materialiteitsanalyse is ge-
bleken dat het waterverbruik
voor Xior geen materiële
duurzaamheidstopic is waar -
door Xior geen water verbruiken
meer zal rapporteren volgens
de CSRD richtlijnen. Toch blijft
Xior het waterverbruik meten via
haar digitaal monitoringsysteem
en zet Xior waar mogelijk in op
efficiënt watermanagement,
waarbij ook snel wordt
ingegrepen bij lekkages om zo
waterverspilling te beperken. Via
diverse maatregelen blijft Xior
studenten sensibiliseren: via
interne communicatie, het geven
van douchezandlopers, … In de
ontwerp en ontwikkelingsfase van gebouwen wordt ook steeds
gekeken naar waterbesparende technieken (spaardouchekoppen,
dubbele doorspoelknoppen, recuperatie van regenwater, …).
9.3.2.4 Afvalproductie
Uit de dubbele materialiteitsanalyse is gebleken dat de
afvalproductie voor Xior geen materiële duurzaamheidstopic is
waardoor Xior geen afvalproductie meer zal rapporteren volgens
de CSRD richtlijnen. Xior blijft zich wel inzetten op sensibiliserings
– en sorteringscampagnes.
Xior blijft wel sterk inzetten op het sorteerbeleid in de
verschillende residenties met regelmatige sensibiliserings – en
sorteringscampagnes.
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
157
158
DUURZAAMHEIDSVERSLAG XIOR

Graphics
9.3.2.5 Duurzame gebouwen in duurzame gemeen schappen
URBAN BROWNFIELDS
Xior vermijdt ontwikkelingen op “virgin” green fields. Gezien het
binnenstedelijke karakter van studentenhuisvesting heeft Xior al
vele urban brownfield projecten in het verleden ontwikkeld. Enkele
voorbeelden hiervan zijn Bonnefanten (Maastricht), Kipdorpvest
(Antwerpen), Black Box (Groningen), Alma (Brussel), en Ariënsplein
(Enschede). Hierbij krijgen leegstaande en/of verouderde gebouwen
zoals scholen, ziekenhuizen, kantoorgebouwen een tweede leven,
met een positief revitaliseringseffect op de hele buurt.
XIOR 3 EIKEN – BELGIË (334 UNITS)
108 zonnepanelen
(totaal vermogen van 46,44 kWp)
Fossielvrije sporthal: verwarming & koeling via
BEO-veld & warmtepompen
Maximale regenwaterinfiltratie
120 units aan sociaal tarief
Geïntegreerde biodiversiteit: nestgelegenheden
voor gierzwaluw in de gevel
Groene campus – minimale grondinname
Certificaten
(Cert-Tot)
86% van de gebouwen in scope zijn in bezit van een EPC of
gelijkaardige Energie Index (EI). Enerzijds ontbreken sommige
verslagen die nog in aanvraag zijn ten gevolge van recente
renovaties of nieuwbouwprojecten. Anderzijds kunnen wij
niet voor alle gebouwen en alle units over een EPC beschikken
aangezien in sommige steden er enkel de verplichting bestaat
om de energieprestatie van zelfstandige units op te meten. Xior
heeft de ambitie om van zo veel mogelijk panden de certificaten
te verzamelen om een zo goed mogelijk beeld te krijgen van de
energieprestatie van de portefeuille.
Het merendeel (79%) van de oppervlakte van de gebouwen
heeft een goede energiescore, met name A, B en C. Door de
uitvoering van het desinvesteringsprogramma (met name de
minst performante en minst duurzame residenties) en door de
uitvoering van het CO
2
reductieplan zullen de scores verbeteren,
wat een duidelijke weerspiegeling is van de strategische inzet
van Xior om haar portfolio te vergroenen. Zo doen we ook in
de bestaande residenties de nodige investeringen om deze
gebouwen te optimaliseren en dit niet enkel op vlak van comfort
maar ook op vlak van duurzaamheid.
Verdeling EPC certificaten Xior gebouwen in scope
0
25
50
75
100
49,6
79%
EPC A-C
4,3
21,2
8,2
1,6
4,5
10,6
A B C D E
F/G/H
Unkn.
%
Externe certificaten
Xior beschikt momenteel over 11 panden met een externe
certificering (BREEAM Very Good, LEED Gold, DGNB Silver en
BREEAM in use). Dit is reeds een aanzienlijk deel van de portefeuille
(5.381 units op een totaal van 22.268 units (24%) of 23% op basis van
Fair Value). Voor volgende ontwikkelingen of recent opgeleverde
panden is een aanvraag voor een duurzaamheidscertificaat
lopende: Brinktoren Amsterdam (BREEAM), Warschau Polen
(BREEAM) en Seraing (BREEAM). Daarnaast bestudeert Xior
ook voor bestaande panden de haalbaarheid voor externe
certificering. In Nederland (Woudestein) en in Portugal (Campo
Pequeno) beschikt Xior over een BREEAM in use certificaat.
Xior’s doel is om het aantal externe certificaten te verhogen waar
mogelijk.
Duurzame assets & Sustainable Finance Framework
(Cert-Tot)
Xior’s Sustainable Finance Framework omvat niet alleen
milieucriteria om haar meest groene activa te financieren, maar
ook sociale criteria (S) op basis van betaalbaarheid en sociale
prijsstelling.
In totaal omvat het sustainable finance framework van Xior ca.
2,31 miljard EUR aan eligible assets.
In het kader van de duurzaamheidsambities van Xior en met als
doel om specifieke financiering aan te trekken voor het (her)
financieren van groene of sociale projecten en assets, heeft Xior
een Sustainable Finance Framework ontwikkeld. Dit framework
biedt een kader dat voldoet aan de beginselen van de groene
obligaties (GBP-Green Bond Principles) en sociale obligaties
(Social Bond Principles), ondersteund door de International
Capital Market Association (ICMA) en met certificering door een
Second Party Opinion van Sustainalytics.
Per eind december 2025 bestond deze portefeuille uit:
• 44 groene gebouwen (waarvan 43 in EPRA meetscope), voor
een totale waarde van 1,92 miljard EUR (ten opzichte van 1,74
miljard EUR per eind 2024);
• 5.393 sociale/betaalbare units, voor een totale waarde van
756 MEUR. Rekening houdend met de panden die reeds onder
groene financiering vallen, bedraagt het resterende bijkomende
bedrag aan sociale assets 396 MEUR;
• Per 31 december 2025 beschikt Xior over een totaal van 1,27
miljard EUR aan duurzame financiering, waarvan 993 MEUR werd
opgenomen (67% van de totale financiering). In totaal beschikt
Xior over 2,31 miljard EUR aan sustainable assets, voldoende om
alle financiering duurzaam te maken.
Zoals aangegeven in de EPRA tabel (zie volledige EPRA tabellen
in Annex), behoren 43 sites uit de meetscope tot onze groene
portefeuille. Onderstaande tabel geeft meer inzicht in de volledige
groene portefeuille, inclusief de gebouwen die dit jaar nog niet
mee in de EPRA meetscope zaten.
Groene (duurzame) financiering
€ 1,27mld
€ 993 m opgenomen
Totale duurzame assets
€ 2,31 mld
€ 1,91 mld groene eligible assets
€396 m sociale eligible assets
*
*
exclusief sociale assets die al werden opgenomen als groene assets –
het totale aantal sociale eligible assets bedraagt €756m
S
u
s
t
a
i
n
a
b
l
e
F
i
n
a
n
c
e
F
r
a
m
e
w
o
r
k
67%
van totale
financiering
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
159
160
DUURZAAMHEIDSVERSLAG XIOR

Graphics
BELGIUM Residence External Certification E-score or EPC label (Kwh/m²)
1 Ghent Campus Overwale
E59 (72,94)
2 Ghent Voskenslaan 203-207
E66
4 Ghent Sint-Pietersplein
62
3 Brussels Ommegang
B- & C+ (gemiddeld 90,79)
5 Leuven Studax
Tussen E47 - E51 (49,12 - 71,50)
6 Leuven Minderbroedersrui 19
A (71)
7 Liège ARC
A & B (gemiddeld 96)
8 Namur Rue Mélot
A (66)
9 Hasselt Campus PXL
E67 (272,15)
THE NETHERLANDS
Residence External Certification EI (label) / EPC (label)
10 Delft Antonia Veerstraat
0,72-0,80 (A+ label) / 0,4 (A+++)
11 Delft Barbarasteeg
0,70-0,97 (A+/A label)
12 Utrecht Rotsoord
1,02-1,19 (A label) / 0,4 (A+++)
13 Rotterdam Woudestein BREEAM in use - Good (46,23%)
0,66-1,20 (A+/A label) / 0,52 (A++)
14 Groningen Oosterhamrikkade
0,72-0,79 (A+ label) / 0,57 (A++)
15 Amsterdam Karspeldreef
0,50-1,03 (A++/A+/A label) / 0,57 (A++)
16 Amsterdam Naritaweg 139-147
0,46-0,92 (A++/A+/A label) / 0,36 (A+++)
17 Amsterdam Naritaweg 151-159
0,50-0,78 (A++/A+ label) / 0,34 (A+++)
18 Amsterdam Barajasweg
0,48-0,77 (A++/A+ label) / 0,34 (A+++)
19 Enschede Ariënsplein fase 1
0,95-1,14 (A)
20 Groningen Zernike toren
0,34 (A+++)
21 Breda Studio Park
0,81-1,20 (A label) / 0,53 (A++)
22 Vaals Katzensprung
0,40 (A++)
23 Eindhoven Boschdijk Veste
Average 1.16
SPAIN Residence External Certification E-score or EPC label (Kwh/m²)
24 Barcelona Campus Diagonal Besos
A (33)
25 Barcelona The Lofttown
A (115)
26 Barcelona Collblanc
A (239)
27 Madrid Madrid Retiro
A (194)
28 Malaga Malaga Teatinos
A (55,89)
29 Malaga Malaga Atalaya
A (154,37)
30 Seville Xior Sevilla
A (122,05)
31 Granada Xior Granada
B (97,59 & 113,81)
32 Saragoza Pontoneros
A
PORTUGAL Residence External Certification E-score or EPC label (Kwh/m²)
33 Porto
Asprela
B
34 Lisboa
Benfica
B
35 Lisboa
Lumiar
B
36 Lisboa
Campo Pequeno
BREEAM in use - Very Good (59.50%)
B-
DENMARK Residence External Certification E-score or EPC label (Kwh/m²)
37 Lyngby
Lyngby Student DGNB Silver
A (2015)
38 Lyngby
Lyngby Residentieel DGNB Silver
A (2015)
39 Aarhus
Basecamp by Xior Aarhus DGNB Silver
A (2020)
40 Copenhagen
Basecamp by Xior South
Campus
DGNB Silver
POLAND Residence External Certification E-score or EPC label (Kwh/m²)
41 Lodz
Basecamp by Xior Lodz II
BREEAM Very Good 55.8% (89.38)
42 Katowice
Basecamp by Xior
Katowice
BREEAM Very Good 63.4% (83,.95)
GERMANY Residence External Certification E-score or EPC label (Kwh/m²)
43 Leipzig
Basecamp Leipzig
LEED GOLD A (29.2)
44 Potsdam
Basecamp Potsdam LEED GOLD (20.44)
SWEDEN Residence External Certification E-score or EPC label (Kwh/m²)
45 Malmö
Basecamp by Xior
Malmö
BREEAM Very Good 64.2% B (58)
TOTAL FAIR VALUE 1,911,590,168
Xior's ambition is to further increase this portfolio of sustainable
eligible assets every year along with the growth of the portfolio
through new sustainable developments or through the acquisition
of existing residences that meet the criteria to be included in the
green portfolio.
52% of Xior’s eligible assets are financed with green loans (993
MEUR drawn green loans vs 1.91 billion EUR of green eligible assets).
XIOR ANNUAL FINANCIAL REPORT 2025
161
162
SUSTAINABILITY REPORT XIOR

Graphics
Campus Overwale – Gent ARC – Luik Rue Mélot – Namen Campus PXL – Hasselt
Woudestein – Rotterdam Zernike toren – Groningen Karspeldreef – Amsterdam
Campus Diagonal Besos – Barcelona
Xior Granada
Pontoneros – Zaragoza
Lumiar – Lissabon Campo Pequeno – Lissabon
Basecamp by Xior Katowice Basecamp by Xior Lodz II
Basecamp by Xior Lyngby Basecamp by Xior Aarhus
Bc by Xior South Campus Kopenhagen
Basecamp by Xior Potsdam Basecamp by Xior Leipzig Basecamp by Xior Malmö
Duurzame financiering
Per eind december 2025 bedraagt het totaal aan groene leningen 1,27 miljard EUR waarvan 993 MEUR reeds opgenomen en reeds
volledig toegewezen aan ‘eligible’ groene assets. Het totaal aantal groene leningen bedraagt 67% van het totaal aan financieringen.
Door het toevoegen van de sociale assets en het uitbreiden van de portefeuille groene assets, kunnen in principe alle leningen een
duurzaam karakter krijgen.
Verdeling groene leningen
Impactrapportage: De totale GHG-intensiteit over 2025 (kgCO
2
/
sqm marketbased) blijft nagenoeg stabiel op 13,13 voor de totale
gerapporteerde Xior-portefeuille (vs. 12,63 over 2024) De GHG
intensiteit kan worden opgesplitst:
• GHG-intensiteit voor groene assets (activa die in aanmerking
komen op basis van het Sustainable Finance Framework): 8,89
kgCO
2
/sqm
• GHG-intensiteit voor de overige niet-groene assets: 39,86
kgCO
2
/sqm
De aanzienlijke vermindering van de CO
2
-uitstoot van de eligible
'groene' portefeuille kan duidelijk worden waargenomen.
SAMENVATTING EPRA TABEL ENERGIE
1
Absolute Meting Like for Like meting % verandering
EPRA KPI (totale portfolio) Meeteenheid 2023 2024 2025 2023 2024 2025 2025 vs 2024
Totaal elektriciteitsverbruik
Elec-Abs & LfL
kWh/jaar
28.390.395 30.387.061 36.850.087 26.687.935 27.433.834 28.911.701 5%
Totaal verbruik van stadsverwar-
ming en -koeling
DH&C-Abs & LfL
kWh/jaar
17.392.077 22.936.448 23.742.989 17.392.077 18.004.300 18.775.624 4%
Totaal verbruik brandstoffen
Fuels-Abs & LfL
kWh/jaar
42.456.877 38.134.087 43.358.484 37.422.643 36.496.200 40.329.813 11%
Totaal energie-intensiteit van het
gebouw
Energy-Int
kWh/jaar/m
2
134 130 136 134 132 141 7%
Totaal GHG emissies
(scope 3 - market based)
ton CO
2
/jaar
10.090 8.864 10.041 9.195 8.178 8.922 9%
Directe GHG emissies (brandstof)
GHG-Dir-Abs & LfL
ton CO
2
/jaar
7.700 6.898 7.830 6.770 6.596 7.271 10%
Indirecte GHG emissies
(elektriciteit & stadsverwarming/
koeling)
GHG-Indir-Abs & LFL
ton CO
2
/jaar
2.390 1.966 2.210 2.424 1.582 1.651 4%
Totaal GHG intensiteit
(market based)
GHG-Int
kg CO
2
e/jaar/m²
15,30 12,63 13,13 15,06 13,05 14,19 9%
Totaal water consumptie en
intensiteit
Water-Abs & LfL & Int
Niet materieel Niet materieel
Totaal afvalproductie
Waste-Abs & LfL
Niet materieel Niet materieel
1
Voor volledige tabel, zie Annex, Hoofdstuk 14 van dit Jaarverslag.
67%
245 MEUR USPP bonds
200 MEUR Green CP
245 MEUR ABN Amro
170 MEUR ING
77 MEUR Realkredit
27 MEUR Nykredit
25 MEUR Ethias
10 MEUR Pensio B
25 MEUR Banque de Lux
100 MEUR Rabobank
150 MEUR Natixis/CDE
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
163
164
DUURZAAMHEIDSVERSLAG XIOR

Graphics
9.4 SOCIAL
Xior is een organisatie die niet enkel op vlak van haar medewerkers
maar ook op vlak van haar huurders een grote sociale mix
samenbrengt van mensen uit alle hoeken van de wereld en uit
alle bevolkingsgroepen.
9.4.1 SOCIAL EMPLOYEES: WELZIJN, GEZONDHEID,
VEILIGHEID PERSONEEL
Bij Xior geloven we sterk in het creëren van een stimulerende
omgeving waarin werknemers kunnen groeien samen met het
bedrijf en waar ze hun volledige potentieel kunnen bereiken in elke
fase van hun loopbaan. Xior’s benadering van de employee life
cycle omvat een uitgebreide reeks initiatieven en programma’s
die gericht zijn op het ondersteunen en ontwikkelen van onze
medewerkers, vanaf het moment van aanwerving tot aan het
pensioen.
1. Xior’s HR strategie
Xior’s strategie is om een coherent en duurzaam personeelsbeleid
te voeren dat de langetermijndoelstellingen van Xior ondersteunt
en de onderneming people-driven en future-proof maakt. De
doelstellingen van het HR-departement bestaan uit:
• Het aantrekken van geschikte en getalenteerde kandidaten;
• Het optimaliseren van trainingen en het stimuleren van profes-
sionele en persoonlijke groei;
• Het versterken van de loyaliteit en engagement van onze werk-
nemers om personeelsverloop te verminderen.
Als internationale speler in studentenhuisvesting vindt Xior het
belangrijk om niet alleen aan de organisatie van vandaag maar ook
aan die van morgen te bouwen, door proactief het juiste talent
aan te trekken en bestaande werknemers verder te ontwikkelen.
Gezien de geografische expansie van Xior (4 nieuwe landen in
2022), werd Xior’s HR strategie verder aangescherpt om ons
divers en inclusief personeelsbestand te bevorderen en te zorgen
voor een naadloze culturele integratie in alle regio’s.
De implementatie van een nieuwe matrixorganisatiestructuur,
gekenmerkt door gedecentraliseerde operationele business units,
vereist een strategische benadering van talentmanagement,
waarbij de nadruk ligt op autonomie en samenwerking binnen
teams. Daarnaast stroomlijnt het shared service center via het
hoofdkantoor de administratieve functies, waardoor we onze
middelen kunnen optimaliseren en de operationele efficiëntie
kunnen verbeteren. Door deze strategische aanpassingen willen
we een soepele overgang mogelijk maken, synergiën benutten en
een uniforme organisatiecultuur cultiveren die is afgestemd op
onze overkoepelende bedrijfsdoelstellingen.
Deze strategie zal verder ingebed worden op de verschillende
fases van de volledige employee lifecycle om de ambitie van Xior
als duurzame, lange termijn werkgever nog verder te versterken.
HR
STRATEGIE
01
AANTREKKEN
VAN TALENT
Bedrijfscultuur & Waarden
OPEN
AANWERVING
voor iedereen
ONBOARDING
Welcome to the
#xiorfamily
04
LEARN,
TEACH, GROW
Ruimte krijgen om competen-
ties uit te bouwen
03
02
05
WE CARE FOR
YOUR TALENT
Belo
nen en erkennen
van talent
06
07
HEALTH, SAFETY
& WELLBEING
Een gezonde work-life
balance
EVALUATIE &
FEEDBACK
You can make the
difference
BEHOUDEN VAN
TALENT / OPVOLGEN
VAN VERTREKKEN
Employer engagement
08
09
-5%
evolutie werknemers
van 266 eind 2024
naar 252 eind 2025
Werknemers
20% BE
23% NL
23% ES
8% PT
2% DE
14% PL
7% DK
2% SE
2. Aantrekken van talent – Bedrijfscultuur & Waarden (Diversity-Emp)
Als toonaangevend vastgoedbedrijf begrijpen we het cruciale
belang van het aantrekken en behouden van toptalent voor het
succes van onze onderneming. Onze toewijding aan employer
branding gaat verder dan alleen werving; het gaat om het stimuleren
van een inclusieve en dynamische werkcultuur waarin individuen
zich kunnen ontplooien. We investeren actief in initiatieven die
onze waarden, mogelijkheden en toewijding aan de groei van onze
werknemers onder de aandacht brengen, zodat onze employer
brand aanslaat bij zowel huidig als potentieel talent. Diversiteit
vormt het hart van onze organisatie en weerspiegelt de levendige
gemeenschappen waarin we actief zijn. We erkennen de unieke
perspectieven en talenten die elk individu met zich meebrengt.
Door een cultuur van inclusiviteit te koesteren, trekken we niet
alleen divers talent aan, maar creëren we ook een omgeving
waarin iedereen zich gewaardeerd en gerespecteerd voelt en in
staat wordt gesteld om het beste van zichzelf te geven.
Om getalenteerd, geschikt personeel aan te trekken voor Xior en
zo een kwalitatieve “talent pool” te creëren en behouden, alsook
het “employer brand” op lange termijn te versterken, wordt de
rekrutering uitgebreid en aangepast aan de huidige trends
op de arbeidsmarkt en de behoeften van Xior en potentiële
sollicitanten. In 2023 lanceerde Xior een gloednieuwe careers
pagina, met meer focus op employer branding en een duidelijk
overzicht van de vacatures per land. Daarnaast heeft Xior ook een
“referral programma” waarbij huidige werknemers gekwalificeerde
kandidaten kunnen aanbrengen om vacatures in te vullen. Indien
de kandidaat wordt aangenomen, krijgt de werknemer van Xior
een som die hij mag schenken aan een goed doel naar keuze.
Xior zal ook evolueren naar strategische ‘future workforce planning’,
waarbij Xior zal trachten toekomstige aanwervingsbehoeften in te
schatten en te matchen met de juiste talenten en kwaliteiten. Deze
proactieve aanpak zal ervoor zorgen dat de jobs future-proof zijn en
Xior steeds de juiste talenten en vaardigheden in house heeft. Xior
past haar strategie aan op basis van de feedback van werknemers,
veranderende marktomstandigheden en best practices om steeds
pionier te zijn op vlak van talent attraction en talent management.
Xior heeft de ambitie een gewaardeerde werkgever te zijn door
een open, inclusieve en verwelkomende werkplek te creëren voor
zowel studenten als medewerkers. Deze cultuur wordt verder
uitgedragen door de Xior “FAMILY” waarden, waarbij elke letter
staat voor één van onze kernwaarden.
51%
mannen
49%
vrouwen
25%
ONDER 30J
55%
TUSSEN 30-50J
21%
BOVEN 50J
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
165
166
DUURZAAMHEIDSVERSLAG XIOR

Graphics
FOCUS ON THE CLIENT
ACT SUSTAINABLY
MOVE AS ONE TEAM
INTEGRITY AND DIVERSITY
LEARN, TEACH, GROW
YOU CAN MAKE THE DIFFERENCE
We act as a family.
We grow as a family.
We are a family.
WE OPERATE AND ACT AS ONE "FAMILY",
EACH LETTER STANDING FOR OUR MAIN PRINCIPLES
3. Open aanwerving voor iedereen
Xior’s wervingsbeleid is verankerd in de principes van diversiteit en
open werving. We gaan proactief met gerichte wervingscampagnes
op zoek naar mensen met de juiste competenties die zich ook
herkennen in onze bedrijfscultuur, waarden en activiteiten.
Hierbij representeren we ook een beeld van de samenleving in de
markten waar Xior in aanwezig is. Het is daarbij van belang dat er
een mix van culturen, talenten, competenties, persoonlijkheden,
socio-economische achtergronden en talen te zien is die bij onze
studenten ook weerspiegeld wordt naar onze werknemers.
Daarom is het voor Xior primordiaal dat er tijdens het
selectieproces ruimte is voor iedereen met oog voor diversiteit.
De selectieprocedures zijn kort, laagdrempelig en op basis van
objectieve selectiecriteria en zijn vrij van enige discriminatie
gebaseerd op de kandidaat zijn of haar leeftijd, etniciteit,
geslacht, nationaliteit, religie, seksuele geaardheid of enige andere
persoonlijke karaktereigenschap die geen enkele invloed hebben
op de voorwaarden voor tewerkstelling of de werkprestaties.
De medewerkers van Xior in België vallen onder het Paritair Comité
323 met uitzondering van enkele werknemers die werkzaam zijn
voor Roxi die onder Paritair Comité 302 vallen. In de andere landen
zijn er verschillende cao’s die afhangen van het type residentie, de
aangeboden diensten, locatie etc.
4. Onboarding – welcome to the #xiorfamily
Een belangrijk onderdeel van de strategie is het onboardings-
traject. Het onboardingstraject werd verder uitgebreid door
extra in te zetten op een vlotte integratie in de eerste maanden.
Het onboardingstraject vertrekt vanuit de principes Culture,
Connection, Clarification en Compliance. Xior streeft bij
indiensttreding naar een grondige onboarding waarbij nieuwe
medewerkers worden ondergedompeld in het bedrijf, onze
waarden, residenties, services en de cultuur.
Elke werknemer maakt kennis met Xior door middel van een
welkomstvideo, introductie presentatie en interactieve sessies
waarbij ze de business leren kennen. De video en introductie
bevatten o.a. een Code of Conduct & integriteitstraining,
inclusief de policies, een algemene presentatie over Xior en
de bedrijfswaarden en een GDPR training. Ze krijgen dan ook
een introductie tot de Xior Academy waar ze verdere opleiding
kunnen volgen en relevante trainingen op dat moment ingepland
worden. Elke nieuwe werknemer krijgt ook een introductie tot hun
persoonlijk KPI plan. Het traject gaat dan verder naar learning-on-
the-job. Xior heeft een buddy-systeem geïmplementeerd waarbij
nieuwe werknemers een mentor toegewezen krijgen uit een ander
departement. Dit initiatief bevordert de onderlinge connectie en
samenwerking binnen het bedrijf.
Xior voorziet ook voldoende contactmomenten tussen
werknemers via verschillende initiatieven, zodat iedereen met
elkaar geconnecteerd blijft. Nieuwe personeelsleden worden
voorgesteld aan de hand van de periodieke interne People Flash,
een intern communicatiedocument met allerhande nieuws over
de organisatie en haar teams. Het HR-team heeft in 2025 een
uitgebreid General Employee Handbook uitgerold dat dient als
leidraad voor zowel nieuwe als bestaande medewerkers. In 2026
zal dit verder worden aangevuld met een specifieke annex per
land, afgestemd op de lokale regelgeving en praktijken.
5. Learn, Teach, Grow
Learn (Emp-Training)
De cultuur bij Xior wordt gekenmerkt door een platte
organisatiestructuur en een familiale sfeer waar ondernemerschap
en initiatieven worden aangemoedigd en ondersteund. Xior wil dat
haar werknemers hun rol op de meest optimale manier vervullen,
in een omgeving waar iedereen binnen de Xior Family zich goed
en gewaardeerd voelt en de ruimte krijgt om hun competenties
verder uit te bouwen.
Alle werknemers (ook parttime, interim en zelfstandige mede-
werkers) krijgen de kans om zich persoonlijk verder te ontwikkelen.
Xior heeft hiervoor haar “Xior Academy” gelanceerd, een centraal
platform dat alle opleidingsmogelijkheden bundelt en dat openstaat
voor alle werknemers. Op deze manier kunnen ze makkelijk diverse
opleidingen volgen. Zowel in-house opleidingen, alsook externe
trainingen zijn hier te vinden (o.a. meer dan 150 vrij te volgen
online opleidingen in samenwerking met het opleidingsplatform
“GoodHabitz”). Ook andere externe opleidingen, degree
programma’s, leadership programma’s en certificaatopleidingen
kunnen eenvoudig worden aangevraagd via dit platform en in overleg
met de respectievelijke manager, of tijdens de jaarlijkse evaluatie.
Naast de online Academy gebeuren opleidingen ook via ‘on the field’
trainingen voor de ontwikkeling van jobspecifieke, ESG en software
skills (bv. GDPR training, EHBO training, Excel, ESG workshops,
integriteitstraining rond ethische standaarden en gelijke kansen, …)
alsook voor soft skills. Voor externe opleidingen wordt naast
GoodHabitz een beroep gedaan op erkende leerinstanties (bv.
EHBO training via het Rode Kruis, vastgoedopleidingen via Sociaal
Fonds 323, Real Estate Specialization courses via IEB (Instituto De
Estudios Bursatiles).
In 2025 werd officieel 8,4u opleiding per werknemer gegeven, t.o.v.
6,4u in 2024. Gezien ‘opleiding van werknemers en leiderschap’ een
materiële IRO is voor Xior zal hier de komende jaren sterk ingezet
worden en zal de Academy en opleidingsplan verder uitgebreid
worden.
Voor meer informatie rond de meetmethodologie van de
bovenstaande indicatoren wordt verwezen naar Hoofdstuk 9.6.6
van dit jaarverslag (‘analyse van de berekeningen’).
C
U
L
T
U
R
E
C
O
N
N
E
C
T
I
O
N
C
O
M
P
L
I
A
N
C
E
C
L
A
R
I
F
I
C
A
T
I
O
N
• Welcome videos
• Introduction presentation
• Xior values
• KPI targets
• Organisational charts –
who is who
• Internal Intranet (SharePoint)
• Employee handbook
• Company policies
• Health & safety
• Upcoming events
• Get to know the team
• Real time feedback
CULTURE
CLARIFICATION
COMPLIANCE
CONNECTION
THE
4 C
'S
ACADEMY
F
A
M
I
L
Y
8,4
COMMERCIËLE VAARDIGHEDEN
PRODUCTIVITEIT
DIGITALE VAARDIGHEDEN
MICROSOFT OFFICE
ETHIEK & INTEGRITEIT
GDPR
INTERNE TRAININGEN
PERSOONLIJKE KRACHT
INSPIREREND LEIDERSCHAP
MASTERCLASSES
TAAL
COMMUNICATIE
MANAGEMENT EN TEAMWORK
VEILIGHEID EN GEZONDHEID
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
167
168
DUURZAAMHEIDSVERSLAG XIOR

Graphics
Teach: Sharing knowledge
Xior bevindt zich als studentenhuisvester in de ideale positie om
te connecteren en kennis te delen met de jonge talenten van
vandaag. Daarom hebben we een traineeship programma waarbij
we elk jaar de kans bieden aan studenten om stage te lopen om
waardevolle ervaring op te doen en hun carrière goed te starten.
Tegelijkertijd biedt het voor Xior de kans om jonge talenten
aan te trekken en mogelijks te behouden na hun stage, om een
kwalitatieve talent pool te creëren.
Tijdens drukke periodes (rapportering, start verhuurseizoen,
openkotdagen, …) doet de organisatie ook beroep op jobstudenten.
Daarnaast geven we ook regelmatig lezingen en opleidingen
bij diverse Universiteiten en Hogescholen (o.a. KU Leuven, KDG
Hogeschool, Thomas More Hogeschool, Vlerick, Hogeschool
Rotterdam, PXL en andere).
Grow
Er zal in de strategie ook meer ingezet worden op ownership
en leadership development, zodat de Xior Family elkaar kan
blijven inspireren en motiveren. Ook interne mobiliteit speelt een
belangrijke rol, zelfs op internationaal vlak, waarbij personeels-
leden de mogelijkheid krijgen om ook voor Xior in één van de
andere landen te werken. De doelstelling is om ook een individueel
opleidingsplan uit te rollen.
6. Belonen en erkennen van talent
(Annual Incentive Plan) (Diversity-Pay)
Xior biedt al haar werknemers een eerlijk salarispakket aangevuld
met een variabele vergoeding en extralegale voordelen die
afhankelijk zijn van de plaats van tewerkstelling, rekening houdend
met lokale wetgevingen, het sociale statuut en de functie van
de medewerker. Eind 2023 lanceerden we een nieuw KPI-plan
dat van toepassing is voor alle werknemers. Dit plan omvat
meetbare KPI’s gefocust op financiële en ESG KPI’s (waaronder
klanttevredenheid en gebouwkwaliteit). Dit variabele loon of deze
variabele bonus wordt uitbetaald in cash of via een warrantsplan,
afhankelijk van het land-specifieke wettelijke en fiscale kader.
Of de doelstellingen al dan niet (gedeeltelijk) worden bereikt,
wordt berekend aan de hand van meetbare scorecards waarvan
medewerkers bij introductie van het KPI-plan op de hoogte zijn.
Per kwartaal wordt een feedbackmoment georganiseerd waarbij
de tussentijdse scores worden bekeken, zodat werknemers goed
op de hoogte zijn van hun vooruitgang.
Bij het bepalen van de lonen wordt uitgegaan van het principe “gelijk
loon voor gelijk werk” om te zorgen voor een faire en evenwichtige
verloning. Om een competitief salaris te garanderen voor haar
werknemers herbekijkt Xior jaarlijks haar functieomschrijvingen
en bijhorende weging en benchmarking voor personeel dat
reeds in dienst is bij Xior. Wat het salaris en andere extralegale
voordelen betreft wordt geen enkel onderscheid gemaakt
tussen mannen en vrouwen en worden mannen en vrouwen met
dezelfde functie gelijk behandeld en streven we naar een goede
loonkloofverhouding. Als gevolg van de niet-materialiteit op
basis van de dubbele materialiteit wordt deze metric niet meer
gerapporteerd.
Naast vaste en variabele vergoeding worden alle werknemers
bij Xior op tal van andere manieren erkend en beloond. Zo
krijgt iedereen jaarlijks een kerstpakket van Xior, zijn er e-bikes
beschikbaar voor de werknemers (BE) en worden er in de
verschillende landen diverse team events georganiseerd, etc.
14
STAGEPLAATSEN
2025
De Raad van Bestuur kan vanaf 2023 bepalen dat de leden
van het Uitvoerend Management een gedeelte van hun
variabele vergoeding moeten aanwenden om aandelen van
de Vennoot schap te verwerven, onderhevig aan een driejarige
verwervings regeling. Voor de niet-uitvoerende bestuurders
en voor de medewerkers van Xior bestaat er momenteel geen
aandelen(optie)plan.
7. Health, safety & wellbeing (H&S-Emp)
Xior wil haar werknemers ook de nodige flexibiliteit bieden, met
een gezonde work-life balance en ruimte voor interne mobiliteit.
Xior heeft ook een formele telewerk policy uitgewerkt, waarbij
werknemers hybride kunnen werken waar mogelijk. Om ongevallen
en ziekteverzuim te voorkomen, worden regelmatig gezondheids-
en veiligheidstrainingen georganiseerd. Werknemers kunnen
ook verschillende opleidingen rond gezondheid en veiligheid op
het werk volgen op de Xior Academy (bv. mentale gezondheid,
burn-out preventie, stressmanagement, veiligheid op het werk).
Op basis van de dubbele materialiteit wordt deze metric niet
meer gerapporteerd.
Xior heeft ook een corporate wellbeing programma genaamd
“Xiorize”. Hierbij worden tal van evenementen georganiseerd om
het fysieke en mentale welzijn van de werknemers te verbeteren.
Voorbeelden hiervan zijn: deelname aan een kwart triatlon met
volledige professionele coaching, diverse sportevenementen
zoals bv. de 10 Miles in Antwerpen, lokale fitnesslessen,
padeltoernooien, teambuildings, etc.
8. Evaluatie & feedback – You can make the difference
(Emp-Dev)
Voor alle werknemers wordt minimaal jaarlijks een (in)formeel
feedbackmoment georganiseerd met de rechtstreekse
leidinggevende. Voor het nieuwe KPI-plan wordt per kwartaal ook
een evaluatie ingepland, waarbij werknemers een overzicht krijgen
van hun progressie. Dit zal ook leiden tot een stijging van het
formele evaluatiepercentage. Daarnaast wordt verwacht dat de
lijnmanagers ook regelmatige één op één gesprekken houden met
hun werknemers met aandacht voor persoonlijke ontwikkeling,
ambities en prestaties. Via reguliere informele overlegmomenten
krijgt iedereen nog bijkomende kansen om extra feedback te
geven. In 2025 werd voor 47% van de werknemers een formeel
evaluatiemoment georganiseerd, tegenover 52% in 2024.
Voor meer achtergrond rond de rapportage van de ontwikkelings-
indicatoren wordt verwezen naar de meetmethodologie
in Hoofdstuk 9.6.6 van dit jaarverslag (‘analyse van de
berekeningen’).
Xior organiseert ook een jaarlijkse online Workforce Survey.
Deze wordt door een externe professionele partij georganiseerd
om zo de nodige anonimiteit te garanderen. Hierin worden
alle werknemers over de landen heen bevraagd over o.a. hun
tevredenheid bij Xior als werkgever, de opleidingsmogelijkheden,
persoonlijke ontwikkeling, salaris, etc.
KPI PLAN WERKNEMERS
1. Verloning gelinkt aan NOI & occupancy rate
2. Verloning gelinkt aan klanttevredenheid, meetbaar
via o.a. Google review score & resultaten student
wellbeing survey
3. Verloning gelinkt aan departement-specifieke
target (bv. opvolging van gebouwkwaliteit,
aanleveren en opvolgen van de
nodige attesten,… )
70% participatie
74% algemene tevredenheid
WORKFORCE SURVEY 2025
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
169
170
DUURZAAMHEIDSVERSLAG XIOR

Graphics
9. Behouden van talent / opvolgen van vertrekken
(employee engagement) (Emp-Turnover)
Binnen de HR strategie wordt op meerdere sporen gewerkt rond
employee engagement om ervoor te zorgen dat het juiste talent
binnen de organisatie kan gehouden worden, onder meer door
in te zetten op persoonlijke ontwikkeling, interne mobiliteit,
mentoring, coaching, loopbaanadvies en een evenwichtige en
degelijke verloningsstructuur. Bij elke werknemer die het bedrijf
verlaat, wordt een gestructureerd exitinterview ingepland.
Daarnaast werd in de loop van 2025 een volledige offboarding
policy uitgewerkt. Zo houden we onze aanpak geregeld met
kritische zin tegen het licht en kunnen we bijsturen waar nodig.
Xior beseft ook dat het verliezen van gekwalificeerd, gespeciali-
seerd personeel een risico is voor het succes van het bedrijf. Het
is het doel van het HR team om getalenteerde werknemers in
het bedrijf te houden, zodat ze zich verder kunnen specialiseren
en deze kennis in het bedrijf behouden blijft. Xior probeert
dit risico te mitigeren aan de hand van diverse initiatieven
en successieplanning. Concrete initiatieven die Xior hiervoor
neemt zijn: Xior Academy waarmee personeel zich verder
kan ontwikkelen, career planning, het nieuwe KPI-bonusplan,
regelmatige feedbackmomenten, leadership development,
wellbeing initiatieven, jaarlijkse tevredenheidsenqûete en meer.
1 Het aantal incidenten bevat ook nog de incidenten van de voorgaande jaren zolang deze nog niet volledig zijn opgelost.
9.4.2 SOCIAL TENANTS: WELZIJN, GEZONDHEID
VEILIGHEID STUDENTEN
Naast een diverse groep medewerkers, brengt Xior ook op vlak
van huurders een grote sociale mix van mensen samen, uit diverse
culturen, landen en socio-economische klassen. In 2025 bood
Xior onderdak aan ca. 150 verschillende nationaliteiten die in alle
harmonie samen konden studeren, wonen en leven.
Gerust, gezond en veilig op kot
(H&S-Assets & H&S-Comp)
Xior hecht veel belang aan het welzijn, de gezondheid en veiligheid
van zowel haar huurders als haar medewerkers. De slogan “feel at
home” is dan ook bewust gekozen, want bij Xior zal de veiligheid,
comfort en gezondheid van haar studenten altijd voorop staan,
zodat ze zorgeloos kunnen genieten van hun studententijd en Xior
voor hen echt aanvoelt als een tweede thuis. Residenties voldoen
steeds aan de hoogste veiligheidsnormen en beschikken over
toegangscontrole en brandveiligheidssystemen.
100% van de assets ondergaat een veiligheidsbeoordeling
conform de woningcode in het kader van de vergunningverlening.
Deze conformiteitscontroles zijn wettelijk vastgelegd en omvatten
o.a. (afhankelijk van de diverse regionale richtlijnen) controle
van de brandveiligheid en een technische beoordeling van o.a.
de liften, de elektriciteit, de waterkwaliteit, de verluchting en
de verwarmingssystemen. Zoals aangegeven in de EPRA-tabel
(zie Annex van dit jaarverslag) werden in 2025, 26 incidenten
1
(van niet-naleving van de voorschriften en vrijwillige codes
met betrekking tot de gezondheids- en veiligheidseffecten van
Azerbeidzjan
Turkije
Moldavië
Oman
Libië
Egypte
Marokko
Portugal
Spanje
Ivoorkust
Nigeria
Kenia
Uganda
Zuid-Afrika
Verenigde Arabische
Emiraten
Sudan
Kosovo
Zweden
Noorwegen
Denemarken
Australië
Suriname
Peru
Mexico
Ecuador
Colombia
Brazilië
Bolivia
Canada
Verenigde Staten
Costa Rica
Bermuda
Curacao
Cyprus
IJsland
Mauritius
Albanië
Macedonië
Griekenland
Bulgarije
Roemenië
Servië
Bosnië
Herzegovina
Kroatië
Polen
Tjechië
Slowakije
Oostenrijk
Hongarije
Italië
Oekraïne
Rusland
Georgië
Iran
Syrië
Afghanistan
Pakistan
India
Oezbekistan
Kazachstan
Libanon
Jordanië
Koeweit
Sri Lanka
Bahrein
Slovenië
Thailand
Vietnam
Indonesië
Maleisië
Taiwan
Filipijnen
China
Zuid-Korea
Japan
Letland
Estland
Litouwen
Finland
Singapore
FROM AROUND THE GLOBE A WORLD CLASS FAMILY
”
FEEL AT HOME! XIOR WIL ZOVEEL MOGELIJK STUDENTEN
EEN TWEEDE THUISGEVOEL GEVEN, WAAR ZE IN IDEALE
OMSTANDIGHEDEN KUNNEN STUDEREN, WONEN EN LEVEN.
„
onze assets) vastgesteld. Hierbij werd, volgens ons beleid, na
vaststelling onmiddellijk ingegrepen.
Daarnaast voeren de operationele medewerkers of Residence
Managers regelmatig site visits uit. Zij identificeren de noden
en mogelijke verbeteringen en zorgen ervoor dat eventuele
problemen snel worden aangepakt. Mocht er zich alsnog
een dringend technisch probleem voordoen, dan staan de
operationele teams 24/7 ter beschikking van de studenten.
De operationele teams krijgen ook jaarlijkse gezondheids- en
veiligheidstrainingen zodat ze steeds de beste zorg kunnen
bieden aan de studenten.
Xior blijft ook inzetten op sensibiliseringscampagnes om
studenten bewuster te maken over hun eigen energieverbruik.
Deze campagnes worden per mail, in de residenties en op social
media gedeeld.
Engagement: meeleven met de studenten
Het is voor Xior belangrijk om te weten wat er leeft bij haar
huurders. Daarom organiseert Xior sinds 2021 jaarlijks een
tevredenheidsenquête bij haar huurders, in samenwerking met
een professionele leverancier, en sinds 2024 wordt de enquête
tweejaarlijks uitgevoerd. De resultaten van deze enquête worden
ten harte genomen door Xior om verbeterpunten te identificeren
en concrete acties worden gecommuniceerd naar de studenten
om zo de dienstverlening en klantervaring nog verder te verbeteren.
“
Customer satisfaction is een cruciale
factor voor de duurzaamheid en
succes van Xior als bedrijf. Daarom
heeft Xior een customer satisfaction
percentage van minstens 75%
opgenomen in de ESG KPI’s gelinkt aan
de renumeratie van het Management
team.
„
Verder worden er ook lokale en internationale acties
georganiseerd zoals car sharing groene mobiliteit voor studenten
(reeds beschikbaar voor residenties in Eindhoven en Kopenhagen,
en zal uitgebreid worden in België en Nederland), exclusieve
avant-premières in de bioscoop voor Xior studenten, bezoek aan
een filmset of voetbalmatch, contact leggen met lokale bedrijven
voor lezingen etc.
Xior organiseert ook in alle landen verschillende evenementen
zoals een openingsevenement, een welkomstdrink, speeddating
om elkaar te leren kennen, filmavonden, pingpongtoernooien,
rondleidingen door de stad, kunstlessen en nog veel
meer ter bevordering van het gemeenschapsgevoel. Ook
seizoensevenementen zoals sinterklaas, Pasen, kerst, halloween,
carnaval, worden frequent georganiseerd. In Duitsland, Polen,
Denemarken en Zweden werd er in november ook een webinar
georganiseerd rond mentaal welzijn, op basis van input van de
studenten. En in december nam in Campo Pequeno (Lissabon)
een student zelf het initiatief om een boekenclub te organiseren.
In Nederland, voor de gebouwen waar standaard geen Residence
Manager aanwezig is, organiseren we ‘koffie-uurtjes’ waarbij
personeel van Xior ter plekke gaat en beschikbaar is voor de
studenten, zo krijgen we ook een nauwere band met de bewoners
en een beter beeld van wat er leeft in de studentenresidenties.
+7,5%
Evolutie aantal studenten
2024-2025
86%
Algemene tevredenheid
studenten
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
171
172
DUURZAAMHEIDSVERSLAG XIOR

Graphics
Daarnaast zetten we sterk in op ons community-concept, dat al
een belangrijke onderscheidende factor is voor onze residenties
in verschillende landen. Dit omvat het in dienst nemen van
lokale studentenambassadeurs die in de residenties wonen en
samenwerken met het lokale personeel om noodhulp te bieden,
evenementen te organiseren, studenten met elkaar in contact te
brengen en te ondersteunen en hen te helpen zich thuis te voelen
in hun nieuwe thuis en land.
BASEBUDDY AMBASSADOR PROGRAM
De Basebuddy ambassadeur rol is ontworpen om te helpen
een gemeenschap op te bouwen DOOR BEWONERS VOOR BEWONERS
DAGELIJKS IN DIENST
Studenten die bij ons wonen en part-time voor ons werken, lokaal opgeleid
EVENEMENTENPLANNER
Planning en uitvoering van gemeenschapsevenementen en
betrokkenheid gedurende het jaar
CONNECTORS
Rol ontworpen om te helpen een gemeenschap op te bouwen door
bewoners voor bewoners
ADMIN-ONDERSTEUNING
24/7 oproep- en noodhulp voor studenten buiten kantooruren
In residentie Lyngby in Denemarken is ook een running track van 700 meter op het dak aanwezig waar regelmatig
loopwedstrijden worden georganiseerd. Deze wedstrijden zijn niet alleen open voor de studenten, maar ook voor
de lokale buurt.
Met de integratie van het MyXior-platform zal ook de
administratieve kant van studenten hun verblijf nog
gebruiksvriendelijker en efficiënter verlopen (zie digitalisering).
“
De voorbije vier jaar heb ik hier
gewoond en het was een fantastische
plek tijdens mijn studententijd.
De studio is goed uitgerust en het
gebouw biedt alles wat je nodig
hebt. De studentcoach is ontzettend
behulpzaam en altijd beschikbaar
wanneer je ondersteuning nodig
hebt. Ben je op zoek naar een
studentenresidentie, dan kan ik deze
absoluut aanbevelen.
„
Betaalbaarheid voor de huurders
Xior beseft zeer goed dat studeren en op kot gaan een grote
investering vergt van studenten en hun ouders. We doen er dan
ook alles aan om kwalitatieve en betrouwbare huisvesting, waar
studenten in ideale omstandigheden kunnen studeren, wonen en
leven, toegankelijk te maken voor zo veel mogelijk studenten. We
streven naar een optimale mix van studentenkamers, waaronder
ook 'budgetkamers', zodat studentenhuisvesting geen luxeproduct
hoeft te zijn.
We werken samen met onderwijsinstellingen en woningcorpo-
raties om een extra ‘sociaal’ aanbod te kunnen verzekeren. In
verschillende steden gaat Xior een contract aan met de lokale
universiteiten om een sociaal aanbod te garanderen, of biedt
zij samen met hen ‘scholarships’ aan, waardoor studenten een
kamer kunnen huren aan een sterk verlaagde huurprijs.
Huurtoeslag Nederland: dit is een maatregel die invloed heeft op de
betaalbaarheid van zelfstandige studentenwoningen. In Nederland
bestaat de mogelijkheid om huurtoeslag aan te vragen. Indien een
student een zelfstandige woonruimte huurt en jonger is dan 23 jaar
dan komt hij of zij in aanmerking voor huurtoeslag indien de kale
huurprijs vermeerderd met subsidiabele servicekosten niet hoger
is dan de kwaliteitskortingsgrens (2025 = 477,20 EUR).
”
BASECAMP BY XIOR KRAKÓW IS EEN PLEK WAAR IK HEEL WARME
HERINNERINGEN AAN HEB. ER HANGT EEN GEWELDIGE SFEER EN IK HEB ER VEEL
TOFFE EN INTERESSANTE MENSEN ONTMOET. GESPREKKEN MET ANDEREN IN DE
GEMEENSCHAPPELIJKE RUIMTES ZAL IK ALTIJD BLIJVEN KOESTEREN. COMFORTABELE
KAMERS, EEN GOED UITGERUSTE 24/7 GYM EN TAL VAN VOORZIENINGEN MAKEN HET
HELEMAAL AF. HET TEAM VAN DE RESIDENTIE IS VRIENDELIJK, GRONDIG EN ALTIJD
BEHULPZAAM. IK KAN HET ZEKER AANRADEN!
„
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
173
174
DUURZAAMHEIDSVERSLAG XIOR

Graphics
Vanaf 23 jaar heeft de student recht op huurtoeslag indien de kale
huurprijs vermeerderd met subsidiabele servicekosten niet hoger
is dan de liberalisatiegrens (2025 = 900,07 EUR). Het bedrag van
de toeslag is afhankelijk van het inkomen van de student en het
bedrag van de huur. Xior stemt haar huren in Nederland af op
de huurtoeslaggrenzen waardoor de woningen betaalbaar blijven
voor de studenten. Vanaf 2026 wordt de leeftijdsgrens verlaagd en
komen jongeren vanaf 21 jaar in aanmerking voor een huurtoeslag.
Xior breidde ook haar ‘Green Finance Framework’ uit naar een
‘Sustainable Finance Framework’ om ook meer te kunnen inzetten
op sociale/betaalbare huisvesting. Zie Hoofdstuk 9.3.2.5 voor
meer informatie over dit framework.
“
MyXior is een
gebruiksvriendelijke app voor
huurders om gemakkelijk toegang te
krijgen, financiële zaken te regelen,
onderhoudsvragen te stellen, op de
hoogte te blijven van aankondigingen,
deel te nemen aan evenementen,
contactinformatie te vinden en
veelgestelde vragen te raadplegen.
„
MyXior
Ook de student kreeg een centrale plaats in het digitaal
transformatieproject dat in 2021 opgestart werd. De volledige
customer journey van de student werd in detail in beeld gebracht
en zal dienen als basis voor diverse platformen, waaronder ook
de nieuwe MyXior PMS en website. Het doel is om een efficiënt
maar vooral homogeen platform, van check-in tot check-out te
creëren, dat zal zorgen voor een nog sterkere studentenbeleving
alsook voor interessante partnerships met het bedrijfsleven. In
2022 werd er o.a. al een webshop voor studenten gelanceerd,
waar ze makkelijk starterspakketten kunnen kopen (zoals bv.
keuken-, schoonmaak-, linnenpakket, …).
In 2024 werd de nieuwe MyXior-app gelanceerd. MyXior is een
alles-in-één platform dat door al onze huurders kan worden
gebruikt voor:
• Gemakkelijke toegang: De MyXior-app opent moeiteloos met
wachtwoord of gezichtsherkenning. Geen gedoe meer met
wachtwoordherstel, de huurders hebben nu zelf de sleutel in
handen
• Financieel: Bekijk en volg je openstaande saldo. En het belang-
rijkste, maak gemakkelijk betalingen via de app
• Onderhoud & reparatie: Huurders kunnen via de app direct
vragen stellen over het onderhoud en de reparatie van hun
woning
• Aankondigingen: Houd huurders 24/7 op de hoogte van be-
langrijke ontwikkelingen in de residenties
• Evenementen: Focus op de gemeenschap
• Contactinformatie: Gegevens van de residentie en Residence
Manager die via de app rechtstreeks gecontacteerd kan worden
• FAQ's: Toegang tot veelgestelde vragen
Duurzame gemeenschappen: sociale inclusie & charity
Xior besteedt ook de nodige aandacht aan voorzieningen voor
andersvaliden. Zo beschikken vele gebouwen over bv. bredere
deuren voor rolstoelpatiënten, ruimere kamers en badkamers
voor andersvaliden.
In diverse residenties werkt Xior samen met verschillende sociale
non-profit organisaties die zich focussen op mensen met een
beperking of kansen wil bieden aan mensen met een sociale
achterstand. Zo wordt er o.a. samengewerkt met:
• Foundation Formació i Treball voor het restaurant, de catering
en de schoonmaak van de gemeenschappelijke ruimtes. Deze
Caritas-foundation heeft als doel om mensen aan een job te
helpen die niet of moeilijker in het reguliere arbeidscircuit te-
rechtkunnen.
• ILUNION voor het verwerken van de was en linnen. Deze or-
ganisatie wil kwalitatieve jobs creëren voor mensen met een
beperking.
• Diswork voor al de nachtconciërges, dit is een organisatie die
mensen met een beperking aan jobs helpt.
• No Hate Foundation – gebruik van de gemeenschappelijke keu-
kens in Lodz (Polen) om maaltijden te bereiden voor mensen
in nood.
In 'The Lofttown' in Barcelona worden lekkere, gezonde en uitge-
balanceerde maaltijden geserveerd (gemaakt met zoveel mogelijk
lokale en biologische producten) aan de studenten. Alle voed-
seloverschotten worden aan een goed doel geschonken dat die
overschotten op zijn beurt verdeelt onder de meest kansarmen
in de stad.
Xior weet maar al te goed dat een goede opleiding en onderdak
van zeer groot belang zijn voor jongeren. De organisatie draagt
deze twee waarden dan ook nauw aan het hart en daarom is
Xior sinds 2020 officiële corporate partner geworden van “Little
Hearts”. Dit is een non-profit weeshuis in Cambodja dat een
40-tal weeskindjes onder zich neemt en ook lesgeeft aan ca. 120
kinderen uit de buurt. Xior ondersteunt deze organisatie met een
maandelijkse bijdrage en occasionele acties of evenementen.
Op vlak van aanwerving heeft Xior ook een referral policy gelinkt
aan goede doelen. Hierbij kan een huidige werknemer een kan-
didaat voorstellen voor een openstaande vacature. Indien die
kandidaat uiteindelijk door Xior wordt aangenomen (en minstens
3 maanden werkzaam is bij Xior), krijgt de voorgenoemde werk-
nemer de kans om een cheque in naam van Xior te schenken aan
een goed doel naar hun keuze.
Xior zet zich ook in om haar studenten extra kansen te bieden
om succesvol te zijn in hun studies. In 2025 nam Xior opnieuw
deel aan Gala Kosmicznych Stypendiów, georganiseerd door de
gemeenteraad van Łódź als onderdeel van hun beurzenprogram-
ma. Hierbij schonk Xior 2 vouchers aan de beurswinnaars, waarbij
ze korting krijgen op hun accommodatie in Rembielińskiego. Op
deze manier krijgen ze een extra duwtje in de rug om hun eerste
stappen in het universiteitsleven te zetten.
Bij Xior geloven we sterk in het principe van "sharing is caring". Dit
betekent dat we niet alleen streven naar het delen van ruimtes en
faciliteiten, maar ook naar het hergebruiken van materialen om
onze ecologische voetafdruk te verkleinen. Een aantal concrete
voorbeelden van onze initiatieven op dit gebied zijn:
• Aparte ‘sharing is caring’ kamer in de residenties waar studen-
ten spullen kunnen achterlaten die ze niet meer nodig hebben.
Deze kunnen dan zonder kosten overgenomen en hergebruikt
worden door andere studenten.
• Donaties: Xior zet zich in om zoveel mogelijk spullen een tweede
leven in te geven;
• Gebruikte bedden, dekens & kussens die nog in goede staat
verkeren, worden gedoneerd aan goede doelen (bv. daklozen,
dierenasielen)
• Kledij wordt gedoneerd aan verschillende instanties die zich
inzetten voor sociaal kwetsbare doelgroepen
• Hulp aan rampgebieden: we doneren regelmatig materialen aan
gebieden die getroffen worden door rampen, zoals bv. de over-
stromingen in Polen en Spanje.
Xior heeft de doelstelling om een charity policy op te stellen
om een kader te scheppen om initiatieven van werknemers en
studenten te ondersteunen.
MyXior
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
175
176
VASTGOEDVERSLAG XIOR

Graphics
Samenvatting EPRA tabel Social*
EPRA KPI (totale portfolio) Meeteenheid 2023 2024 2025
Werknemers-
diversiteit
Diversity-Emp Gender diversiteit onder directe werknemers
Alle medewerkers
1
% vrouwen
46% 51% 49%
% mannen
54% 49% 51%
Diversity-Pay
Genderverhouding van het salaris incl. beloningen
niet materieel
Alle medewerkers
Ratio man/vrouw
Werknemers-
ontwikkeling
Emp-Training
Training ter ontwikkeling van
de werknemers
Gemiddeld aantal u/
werknemer
2
13,4 6,4 8,4
Emp-Dev
Prestatiebeoordeling van
de werknemers
% werknemers met
prestatie beoordeling
3
50% 52% 47%
Emp-Turnover
Personeelsverloop en retentie
1
Nieuwe medewerkers %
42% 35% 22%
Vertrokken medewerkers %
36% 21% 27%
Veiligheid en
gezondheid
H&S-Emp
Veiligheid en gezondheid van de werknemers niet materieel
H&S-Assets Gezondheids en veiligheidsbeoordelingen van
onze assets
% van assets in de meet-
scope
4
100% 100% 100%
H&S-Comp Incidenten van het niet naleven van de gezond-
heids en veiligheidsbeoordelingen
aantal incidenten in de
meetscope 30 32 26
Gemeenschap Compty-Eng Onze impact op de gemeenschap
% van assets in meetscope
met een studentencoach
4
57% 62% 65%
*
Voor volledige tabel, zie Annex, Hoofdstuk 14 van dit Jaarverslag.
1
Exclusief werkstudenten, zelfstandigen & tijdelijke interims. Xior maakt geen onderscheid tussen management en non-management functies. Voor meer informatie hieromtrent
verwijzen we naar Hoofdstuk 9.6.6 "werknemercategorieën"
2
In lijn met de dubbele materialiteitsbeoordeling werd deze categorie als niet materieel beoordeeld. Zie Hoofdstuk 9.2.1 voor meer informatie.
3
Voor meer informatie rond de berekeningsmethodologie verwijzen we naar Hoofdstuk 9.6.6 "meetmethodologie werknemers ontwikkeling"
4
Het betreft de sites die in scope zijn voor het betreffende rapportage jaar. Sites die niet in scope zijn vanwege verbouwingen, … worden niet in beschouwing genomen. We verwijzen
naar Hoofdstuk 9.6.2 voor een overzicht van het aandeel sites in scope
9.5 GOVERNANCE: ETHIEK EN INTEGRITEIT
Transparante rapportering
Xior engageert zich om te allen tijde eerlijk en correct zaken
te doen, open te communiceren en zo volledig en transparant
mogelijk te rapporteren. Voor het vijfde jaar op rij behaalde Xior
EPRA Gold voor haar duurzaamheidsrapportering.
Corporate Governance charter & Code of Conduct
Om een ethische bedrijfsvoering te bewerkstelligen en om
iedereen binnen de organisatie van duidelijke richtlijnen te voorzien
voorziet Xior een Corporate Governance charter (opgesteld met
de Belgische Corporate Governance Code als referentie) en een
Code of Conduct. Dit charter en de Code of Conduct, inclusief
alle policies kunnen vrij geconsulteerd worden op de website van
Xior. Er wordt jaarlijks gerapporteerd over de bedrijfsvoering via
de Corporate Governance verklaring in het jaarverslag.
Policies
Xior’s policies worden gebundeld in de Code of Conduct en
vormen de Xior standaard voor alle werknemers (inclusief
parttime, externen, alle leden van het executive management en
de Raad van Bestuur). Deze policies behandelen onder andere
discriminatie, diversiteit, gelijke kansen, pesterijen, vrijheid
van vereniging, corruptie, databescherming & GDPR, moderne
slavernij, ecologische verantwoordelijkheid, …. De volledige Code
of Conduct inclusief policies kan geraadpleegd worden op de
website.
Xior beschikt ook over volgende aparte en uitgebreide policies:
• Interne meldingsregeling (whistleblowing) (beschikbaar in 8
talen)
• Verhandelingsreglement
• Anti-omkoping & anti-corruptie policy
• Supplier Code of Conduct
• Human Rights policy
• Procure to Pay policy
• Maintenance & Repair policy
• Incident Reporting policy
• Capex procedure
• Kasprocedure (enkel in België)
• Delegation Structure
De bovenstaande policies worden vertaald in verschillende
interne bindende richtlijnen en interne procedures. Via de
interne meldingsregeling kunnen medewerkers een (potentiële)
schending van het Corporate Governance charter of de Code of
Conduct rapporteren in alle vertrouwen en confidentialiteit.
ESG & Ethics comité en ethics audit
In 2022 werd een separaat ESG & Ethics comité opgericht om
te waken over de verschillende policies en mogelijke inbreuken
hiervan (zoals diversiteit, human rights, corruptie, … ). Concrete
targets werden gezet en ook vindt een driejaarlijkse ethics audit
plaats. Op 1 april 2025 werd door de Raad van Bestuur besloten
om het ESG & Ethics comité te integreren in de Raad van Bestuur.
Opleidingen: integriteit & GDPR-training
Xior organiseert jaarlijks een training rond ethiek, diversiteit
en integriteit voor alle werknemers (inclusief parttime en
zelfstandigen) waarin alle policies en values duidelijk worden
toegelicht aan de hand van concrete voorbeelden. Verder wordt
er ook een jaarlijkse GDPR-training georganiseerd om iedereen op
de hoogte te houden van de laatste privacywetgeving. Daarnaast
kunnen werknemers ook extra trainingen rond deze onderwerpen
vinden op de Xior Academy.
Digitalisering
In 2021 werd een uitgebreid digitaal transformatieproject aange–
kondigd voor een betere customer experience en een nog
efficiënter beheer en rapportering. In een eerste fase In 2021 werd
2/7
1/3 0
v
r
o
u
w
e
l
i
j
k
e
b
e
s
t
u
u
r
s
l
e
d
e
n
v
r
o
u
w
e
l
i
j
k
e
e
x
c
o
l
e
d
e
n
i
n
b
r
e
u
k
e
n
o
p
c
o
r
r
u
p
t
i
e
e
n
a
n
t
i
m
e
d
e
d
i
n
g
i
n
g
Community engagement (Comty-Eng)
Een constante en interactieve communicatie met onderwijs-
instellingen en (lokale) overheden is een belangrijk aandachts –
punt voor Xior. Per 31 december 2025 is ca. 13% van de
geannualiseerde huurinkomsten uit de vastgoedportefeuille
verbonden aan een vorm van samenwerking met een
onderwijsinstelling (contracten, garanties en samenwerkingen).
Xior streeft naar goede relaties en een goede verstandhouding
met de buren van alle residenties. Om dat te bewerkstelligen
vindt er regelmatig overleg plaats met de buren, van bij het begin
van het vergunningstraject, maar ook na ingebruikname van het
gebouw. Daarnaast wordt er door de Residence Managers vaak
een gangverantwoordelijke aangesteld, die fungeert als extra
contactpersoon tussen de studenten en Xior. Er wordt gestreefd
om eventuele overlast (geluid, afval, …) voor zowel medebewoners
als omwonenden tot een absoluut minimum te beperken. Dit
gebeurt aan de hand van sensibiliseringsacties, maar ook door
een actieve en intensieve opvolging door de Residence Managers
die ter plaatse aanwezig zijn. Verder sponsort Xior ook diverse
jeugdclubs, sportclubs en studentenclubs, zowel op financieel
vlak als door het voorzien van goederen zoals sportkleding,
gadgets en andere.
Over de verschillende landen heen worden ook diverse lokale
initiatieven ondersteund, zoals bv. in Portugal het “cycling without
age” initiatief waarbij jongeren de oudere, mindervalide generatie
mee op stap nemen op de fiets.
65%
Gebouwen met
Residence Manager
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
177
178
VASTGOEDVERSLAG XIOR

Graphics
een uitgebreid digitaal transformatieproject aangekondigd voor
een betere customer experience en een nog efficiënter beheer
en rapportering. In een eerste fase (2021-2022) heeft Xior o.a.
een nieuwe IR website gelanceerd, PowerBI-rapporteringstools,
een webshop voor studenten, freshdesk als klantenservicetool en
jaarlijkse studenten -en medewerkersenquêtes uitgerold.
Dit transformatieproject zal Xior in staat stellen een nieuwe
studentenwebsite te creëren met online boekingen, inclusief
e-handtekening en online betalingen, samen met verbeterde
residentiële diensten via een mobiele app en portaal om de
klantervaring te optimaliseren. Het platform voor vastgoedbeheer
en financiële boekhouding zal ook verdere efficiëntie opleveren
op het gebied van onderhoud, inspecties en tijdsbesparing bij
bulk check-ins en check-outs, evenals financiële boekhouding en
rapportage. Hierdoor kan Xior zijn digitale aanwezigheid verder
opschalen, interne synergiën creëren en de customer journey
processen digitaliseren, in lijn met de Gen-Z klantverwachtingen.
In 2025 werd een belangrijke mijlpaal bereikt binnen het digitale
transformatieproject. Het geïntegreerde platform, dat voortaan
onder de naam MyXior wordt uitgerold, is per 1 oktober 2025
volledig live in de Nederlandse portefeuille. Daarmee wordt 100%
van de Nederlandse panden beheerd via MyXior, goed voor
meer dan 40% van de totale Xior-portefeuille. De uitrol verliep
gefaseerd en volgens planning, na eerdere pilootprojecten in vijf
panden (ca. 1.400 units).
Alle operationele processen in Nederland verlopen inmiddels
stabiel via het platform. Het team werd intern opgeleid en een
key user-structuur, inclusief ticketing helpdesk, werd opgezet ter
ondersteuning van verdere optimalisatie.
EPRA TABEL MET GOVERNANCE PRESTATIE INDICATOREN
Governance
GRI Standaard
Indicatoren
ESRS
sector
agnostic EPRA Duurzaamheidprestatiemeting
Meeteenheid Prestatie 2025
Totaal
Governance
2-9
GOV-1 Gov-Board Samenstelling van het bestuursorgaan (board)
Zie ook hoofdstuk 6.1.5 en 6.1.6 Corporate Governance –
Raad van Bestuur van de Vennootschap
Aantal executive board leden aantal
2
Aantal onafhankelijk/non-executive board
leden aantal
5
Gemiddelde termijn duur
8,23
Ervaring van bestuursleden omtrent milieu
of sociaal gerelateerde topics aantal
7
1
2-10 Gov-Select
Nominatie en selectie van de board
Zie hoofdstuk 6.1.4.1 Corporate
Governance – Algemeen
2-15 Gov-Col
Proces voor het beheren van
belangenconflicten
Zie hoofdstuk 6.1.14 Corporate
Governance – belangenconflicten
1
Elk van onze bestuursleden heeft competenties inzake milieu en sociaal gerelateerde onderwerpen
9.6 MEETMETHODOLOGIE EN
ASSUMPTIES
Xior rapporteert de milieu-, sociale- en governanceprestaties
in overeenstemming met de EPRA Sustainability Best Practice
Recommendations (sBPR). Deze rapportage is opgesplitst in
meerdere secties bestaande uit de overkoepelende EPRA-
aanbevelingen, de milieuprestatie-indicatoren, de sociale
prestatie-indicatoren en de governance prestatie-indicatoren.
Hoewel er nieuwe EPRA richtlijnen zijn uitgebracht in 2024 is
de methodiek achter de te rapporteren KPI’s niet veranderd ten
opzichte van ons jaarlijks verslag van 2023, vandaar dat er geen
fundamentele veranderingen zijn in 2025 en 2024 op de manier
waarop wij onze indicatoren rapporteren ten opzichte van 2023.
Meer uitleg over de meetmethodologie vindt u hieronder.
9.6.1 RAPPORTERINGSPERIODE EN
ORGANISATORISCHE GRENZEN
De rapporteringsperiode van dit verslag is gelijk aan die van het
jaarlijks financieel verslag, in dit geval het boekjaar 2025. Xior
publiceert vanaf 2019 in dit verslag jaarlijks een update van haar
activiteiten op het vlak van duurzaamheid. De portefeuille van Xior
werd geanalyseerd op 31 december 2025 waar vervolgens een
selectie gemaakt werd van de assets die opgenomen worden in
de berekeningsscope van de EPRA-indicatoren.
Er wordt een onderscheid gemaakt tussen ‘core’ en ‘non-core’
assets in de portfolio. Studentenhuizen maken het grootste
deel uit van de totale portfolio en zijn de core business van Xior.
Momenteel valt 84,6% van de fair value onder core business. De
portfolio buiten de scope (15,4%) is divers en omvat:
• 7,0% non core assets zoals retail, parkeergarages en bureaus.
Voor een deel van deze ‘core’ assets zijn momenteel geen ge-
gevens voor handen, waardoor ook deze uitgesloten worden uit
de meetscope voor 2024:
• 5,17% van de fair value is afkomstig van sites in ontwikkeling of
in afwachting tot reconversie;
• 3,25% van de sites core assets maar zijn te recent opgeleverd
of aangekocht om voldoende data te kunnen verzamelen.
Verdeling van de portefeuille volgens “fair value”
9.6.2 MEETSCOPE EN COVERAGE
In 2025 behoorde 84,6% van de totale fair value tot de meetscope.
Dit is een stijging t.o.v. 2024 (79,7%) Dit jaar komt de meetscope
overeen met 95 studentenhuizen en de verschillende Xior kantoren.
Vorig jaar waren dit 93 gebouwen. Hoewel er doorheen 2025 enkele
panden verkocht zijn, zijn er namelijk ook meerdere panden die voor
het eerst een héél jaar in gebruik waren, waaronder Campus 3 Eiken,
Felix, Basecamp by Xior Krakow, ... De verbruiksgegevens werden
verzameld aan de hand van digitale metering & factuurdata. In het
geval de data onvolledig zijn of ontbreken, werden de data conform
met EPRA bevestigde methodologieën geëxtrapoleerd.
In Annex in Hoofdstuk 14 kan u de volledige EPRA-tabellen met
de diverse prestaties vinden, inclusief het aandeel van gebouwen
in scope voor elk van de prestatie-indicatoren en de grootte van
de extrapolatie.
9.6.3 SCHATTING EN EXTRAPOLATIE VAN
DE VERBRUIKSGEGEVENS ONDER
VERANTWOORDELIJKHEID VAN XIOR
In lijn met de financiële rapportage worden EPRA indicatoren
gerapporteerd voor het jaar 2025. Echter, in lijn met voorgaande
jaren en zoals eerder aangegeven, zijn op het moment van
rapportage niet alle data beschikbaar voor het meetjaar 2025.
Indien er data voor minimaal 200 dagen aanwezig is, wordt data
conform EPRA-richtlijnen geëxtrapoleerd naar het volledige jaar.
Indien minder dan 200 dagen aan data, wordt eerst de voorkeur
gegeven aan data van vorig jaar om de missende data aan te
vullen. Dit gebeurt enkel in het geval data van vorig jaar volledig
was. Indien er geen data in 2025 of in 2024 beschikbaar zijn,
dan wordt van een mediaanverbruik per kamer gebruikt om een
inschatting van het gebruik te maken.
Bovenstaande methodiek staat ons toe een zicht te hebben
op de volledige portefeuille evenals op het doel om het totale
percent aan geëxtrapoleerde data verder te doen zakken. Immers,
in geval van extrapolatie wordt conform EPRA-methodiek het%
geëxtrapoleerde data aangegeven.
Conform de EPRA-richtlijnen werd voor meerdere milieu-
indicatoren een dergelijke like-for-like analyse uitgevoerd. De
analyse stelt Xior in staat om evoluties waar te nemen in de
verbruiken los van het feit dat jaarlijks nieuwe sites toegevoegd
worden aan de meetscope. Het schetst dus een zicht op de
evoluties ten gevolge van technische en sensibilisatie acties.
Gelieve op te merken dat in 2025 voor het eerst ook like-for-
like analyse beschikbaar is voor Duitsland, Polen & Denemarken
over een volledige duurtijd van 3 jaar, net zoals voor onze andere
landen. In de komende jaarverslagen zal de like-for-like scope
telkens opschuiven om de laatste 3 jaren weer te geven.
Xior merkt op dat inspanningen door het toevoegen van energie-
zuinige woningen aan de meetscope slechts zichtbaar zijn in de
absolute metingen. Deze sites bevinden zich vandaag immers nog
niet in de like-for-like scope van 3 jaar. Op vlak van intensiteiten
wordt er dan ook beter gekeken naar de absolute metingen. Om
bovengenoemde redenen is het bijvoorbeeld zo dat de absolute
energie-intensiteit voor 2025 lager is dan deze van de like-for-like
scope.
Sites in meetscope
84,5%
Recent afgeleverd 3,2%
Onder constructie/
herinrichting 5,2%
Geen core business
(landbank, hostel,
parking & retail 7,0%
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
179
180
DUURZAAMHEIDSVERSLAG XIOR

Graphics
9.6.4 RAPPORTAGE VAN DE VERBRUIKSGEGEVENS
ONDER VERANTWOORDELIJKHEID VAN XIOR
EN ONDER VERANTWOORDELIJKHEID VAN DE
STUDENT
Xior rapporteert conform een “operational control approach”,
wat inhoudt dat alle nutsgegevens voor de gerapporteerde
assets 100% gebaseerd zijn op facturen ter attentie van Xior.
Echter, in een deel van onze panden wordt door de huurder een
individueel elektriciteitscontract afgesloten voor de gehuurde
unit. Deze rapportering bevat zodus enkel het verbruik dat Xior
als verhuurder aanschaft en is exclusief de verbruiksgegevens van
de huurder zelf (facturen die direct door de huurder ontvangen
worden). Het blijft de visie van Xior deze contracten waar mogelijk
te internaliseren.
Sites waarvoor verbruikgegevens op naam van studenten of
andere externe partijen staan, worden conform EPRA-richtlijnen
niet meegenomen in de tabel van landlord-obtained indicatoren.
Xior staat zelf in voor het grootste deel van de contracten van
de studentenhuizen in de meetscope. Voor elektriciteitsfacturen
betreft het 96% van de gebouwen, dit is een stijging ten opzichte
van vorig jaar (91%). Voor aardgas is dit 98%, hetgeen ook een
stijging is ten opzicht van vorig jaar (95%). Voor warmtenetten
staan voor geen van de gebouwen de contracten op naam
van de student, net zoals vorig jaar. Door de contracten zelf te
beheren gaat men laattijdige betaling tegen en kan Xior op grotere
schaal optimale stroomcontracten afsluiten. Het past binnen
onze behaalde doelstelling om onze energievraag volledig te
vergroenen.
9.6.5 RAPPORTAGE VAN HET EIGEN HOOFDKANTOOR
Dit jaar rapporteren we voor een 6
e
maal over het hoofdkantoor en
werden ook de verbruiken van andere lokale offices toegevoegd.
Het hoofdkantoor betreft de ruimte die Xior inneemt in haar
hoofdkantoor te Antwerpen (Frankrijklei). Voor de eigen kantoren
worden enkel hetgeen gerapporteerd over het verbruik dat
betrekking heeft op de verdiepingen die zelf ingenomen worden in
het gebouw. De gegevens zijn afkomstig uit verbruiksfacturen ter
attentie van Xior of inschattingen op basis van het oppervlak. Ook
voor de energieprestatiecertificaten rapporteren we sinds enkele
jaren data over onze eigen (al dan niet gehuurde) kantoren. We
zetten het werk verder om het % geëxtrapoleerde data te doen
dalen in de toekomst. Immers, conform de EPRA-methodologie
en conform de rapportage rond deze assets wordt ook hier
aangegeven welk percentage van de data geëxtrapoleerd werd.
9.6.6 ANALYSE VAN DE BEREKENING
NORMALISATIE EN INTENSITEITEN
Xior berekent de intensiteitsindicatoren op basis van het
vloeroppervlak (m²), aangezien deze variabele vergelijkbaar is
overheen de hele scope. In lijn met vorig jaarverslag werd enkel
nuttig verwarmd oppervlak meegenomen en werden daarmee
dus parkings en trappenhallen bijvoorbeeld uitgesloten. De
analyse van gemiddelde verbruiken per m² en per kamer, staat
Xior toe verschillende uitschieters meer in detail te analyseren
en aangepaste maatregelen te nemen in het kader van de eigen
duurzaamheidsengagementen. Daarnaast werkt Xior intern
ook met een indicator per kamer, omdat ook op die manier
verschillende uitschieters vastgesteld kunnen worden, ongeacht
de grootte van de kamer.
Om een relevante intensiteitsindicator te berekenen werden
enerzijds sites uitgesloten waarvoor er data onder naam van de
student vallen en anderzijds enkel sites meegenomen waarvoor
data voorhanden waren voor elke vorm van energie geconsumeerd
op de site.
De verbruiksgegevens werden niet genormaliseerd volgens
graaddag-analyses. Er worden geen hypotheses toegevoegd
om de onzekerheden op de berekeningen zo laag mogelijk en
bovendien zichtbaar te houden. Het is immers niet mogelijk een
onderscheid te maken tussen het aandeel energie dat dient ter
verwarming van de kamers en het deel dat dient ter verwarming
van het sanitair water. Dat laatste staat immers los van de
hoeveelheid graaddagen en dus de al dan niet milde winter.
Daarnaast is Xior zich bewust dat niet voor 100% van de sites
geweten is of er al dan niet ook elektrisch verwarmd wordt door
het bijplaatsen van verwarmingselementen door de studenten
zelf.
Conform de meest recente aanbevelingen in de EPRA-richtlijnen,
die aansluiten bij de CSRD-richtlijnen, rapporteert Xior ook een
materialiteitsanalyse. Uit deze analyse blijkt dat bepaalde milieu-
en sociale indicatoren niet tot onze kernmaterialiteit behoren
en daardoor geen materiële duurzaamheidsthema’s zijn. Alle
materiële EPRA duurzaamheidstopics staan mee opgenomen
in de EPRA tabel, de niet-materiële staan aangeduid met een
voetnoot.
SEGMENTATIEANALYSE: GEOGRAFISCHE LIGGING
Binnen de meetscope vallen alle sites onder de ‘core’-categorie
‘studentenhuis’. Deze bevinden zich in België, Nederland, Portugal,
Spanje, Duitsland, Polen, Denemarken en Zweden. Voor Zweden
zijn er voor het eerste jaar sites die in de meetscope van dit
jaar vallen. Er werd dan ook geen onderscheid gemaakt per type
asset in de rapportage, maar wel een op basis van geografische
segmentatie. Veelal verschillen de energieleveranciers immers
per regio, evenals de klimaatimpact van de elektriciteitsproductie.
De EPRA-tabellen met de diverse prestaties, inclusief de
onderverdeling per regio, staan in Annex in Hoofdstuk 14 van
dit Jaarverslag. Ook voor de sociale indicatoren die betrekking
hebben op de sites is een segmentatieanalyse op basis van
geografie toegepast.
Ook voor de verschillende energieprestatiescores is de
geografische ligging een relevante manier van segmentatie
aangezien de certificatie schema's verschillen van land tot land.
MEETMETHODOLOGIE VAN DE WERKNEMER CATEGORIEËN
Xior rapporteert diversiteitsindicatoren voor werknemers.
Om een vollediger beeld te scheppen worden naast werknemers
in dienst van het bedrijf ook dezelfde indicatoren berekend voor
het Executive management en voor het Non-executive board. Zo
kan men bijvoorbeeld vaststellen dat het board doorheen de jaren
al meer gediversifieerd is.
Indien niet expliciet vermeld, focust Xior zich voor de andere
indicatoren enkel op de werknemers in loondienst excl. Executive
management & non-Executive board. Daarnaast worden conform
EPRA-richtlijnen ook zelfstandigen, contractors, interims en
studenten niet mee beschouwd in deze indicatoren. Door een
blijvende focus op verdere dataverbetering, beogen we dit in de
komende jaren mee te nemen in de rapportage.
Xior maakt in de rapportage van de werknemers in loondienst geen
verder onderscheid tussen management en non-management
functies. De snelle groei en de verschillende overnames, maakt het
irrelevant om vandaag een dergelijk onderscheid te maken over
de verschillende landen heen. Xior zet extra in op ondersteunend
personeel om de werknemers een goede werkplaats te bieden,
zo ook in HR-diensten. Het zal het in de toekomst mogelijk maken
het bedrijf verder te structureren en een relevant onderscheid te
maken tussen verschillende functiecategorieën voor onder ander
onze rapportage.
MEETMETHODOLOGIE VAN DE WERKNEMERS ONTWIKKELING
Sinds 2019 rapporteert Xior op verschillende indicatoren rond
de ontwikkeling van onze werknemers. Zo worden de gemiddelde
trainingsuren evenals de prestatiebeoordeling in kaart gebracht
voor de bedienden en arbeiders.
Voor de trainingsuren worden alle aantoonbare trainingen
voor het jaar 2025 meegenomen voor alle werknemers die
tijdens 2025 in dienst waren. Zo werden onder andere externe
opleidingen als EHBO meegenomen. Daarnaast krijgen werk-
nemers ook jaarlijkse Code of Conduct trainingen en kunnen
ze deelnemen aan verschillende softskill training zoals GDPR-
trainingen, ESG workshops, Integriteitstrainingen en andere. Meer
concreet worden sinds 2023 ook verschillende trainingen via het
platform GoodHabitz aangeboden. Op dit platform kunnen de
werknemers allerhande trainingen volgen om hun kennis en soft-
skills bij te schaven. Dit kan gaan over Excel, time management,
teamwork, stress management, talen, … Dit systeem is doorheen
2024 ingevoerd en wordt stelselmatig meer gebruikt onder de
werknemers.
Voor de prestatiebeoordeling verbindt Xior zich ertoe om
zo veel mogelijk elke werknemer minstens 1 maal per jaar
een officiële feedback te geven met zicht op prestaties en
toekomstmogelijkheden. Om een correct beeld te vormen baseren
we ons voor deze indicator dus op werknemers die minstens
1 jaar in dienst zijn bij het bedrijf. Daarbij wordt geteld hoeveel
van hen een officieel evaluatiegesprek gekregen hebben in 2025.
Dit doen we conform de GRI-richtlijn om zo door de significante
verandering in ons werknemersbestand geen vertekend beeld
te krijgen. In 2023 werden onze werknemers in Polen, Zweden,
Duitsland & Denemarken toegevoegd aan de scope. Hoewel ook
deze werknemers over het algemeen hun prestatiebeoordeling
krijgen, is dat nog niet altijd goed zichtbaar in de desbetreffende
indicator. We proberen hier een beter zicht op te krijgen door
onze systemen verder te harmoniseren.
MEETMETHODOLOGIE VAN DE KLIMAATIMPACT
Om de klimaatimpact gerelateerd aan de core business te meten,
werden de CO
2
-emissies berekend volgens het Greenhouse Gas
(GHG) Protocol. Dat protocol laat toe om op een consequente
manier de klimaatimpact van bedrijven te berekenen. Zowel
CO
2
als andere broeikasgassen die vrijkomen bij de productie
van de energievraag (CH
4
, N
2
O) worden in rekening gebracht en
uitgedrukt in CO
2
-equivalenten.
Xior berekent de directe emissies ter plaatse (aardgas,
biomassa) en emissies van elektriciteit en warmte die elders
wordt geproduceerd. Dit doen we door de consumpties
te vermenigvuldigen met bijhorende emissiefactoren. De
emissiefactoren zijn afkomstig van de IEA (International Energy
Agency), van de Bilan Carbone
©
database voor Europese
emissiefactoren, van DEFRA-2025 en supplier-specific EF.
De emissies worden vervolgens in de desbetreffende scopes
onderverdeeld, waarbij Xior de emissies van de studentenhuisen
conform aan het GHG Protocol onder scope 3 – downstream
leased assets rapporteert.
Het protocol schrijft m.b.t de klimaatimpact van elektriciteit voor
dat deze berekend kan worden op basis van zowel een gemiddelde
CO
2
-intensiteit per kWh van de nationale elektriciteitsnetwerken
(‘location-based’) als op basis van de energiemix van de
producent (‘market-based’). In deze rapportage werd de
klimaatimpact berekend voor beide manieren. De evolutie in
location-based emissies zijn gelinkt aan evolutie in verbruiken bij
Xior, de-carbonisatie van net-emissies en het aandeel stroom dat
zelf geproduceerd wordt en dus niet moet worden aangekocht.
Market based emissies laten dan weer toe om de inspanningen
van Xior te reflecteren in de aankoop van groene stroom dat een
lagere CO
2
impact heeft dan het net-gemiddelde.
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
181
182
VASTGOEDVERSLAG XIOR

Graphics
9.7 EXTERNE VERIFICATIE VAN DE RAPPORTERING
9.7.1 ASSURANCE RAPPORT MET BEPERKTE MATE VAN ZEKERHEID VAN DE ONAFHANKELIJKE AUDITOR MET
BETREKKING TOT DE INFORMATIE OVER HET ONDERZOEKSOBJECT VAN HET JAARVERSLAG 2025 VAN XIOR
STUDENT HOUSING NV
Ter attentie van de Raad van Bestuur van Xior Student Housing NV
Dit rapport is opgesteld in overeenstemming met de voorwaarden
opgenomen in onze opdrachtbrief gedateerd op 7 November
2025 (de “Overeenkomst”), waarbij we werden aangesteld om
een onafhankelijk assurance rapport met beperkte mate van
zekerheid uit te brengen met betrekking tot de 2025 EPRA
duurzaamheidsindicatoren opgenomen in de EPRA tabellen in
hoofdstukken 9.3, 9.4 en 9.5, alsook in hoofdstukken 14.1, 14.2 en
14.3 in de annex van het Jaarverslag voor het jaar afgesloten op 31
december 2025 (het “Verslag”).
VERANTWOORDELIJKHEID VAN DE RAAD VAN BESTUUR
De Raad van Bestuur van Xior Student Housing NV (“de
Vennootschap”) is verantwoordelijk voor het opstellen en
presenteren van de 2025 EPRA duurzaamheidsindicatoren
opgenomen in de EPRA tabellen in hoofdstukken 9.3, 9.4 en 9.5,
alsook in hoofdstukken 14.1, 14.2 en 14.3 in de annex van het Verslag
(de “Informatie Over Het Onderzoeksobject”), in overeenstemming
met de EPRA Sustainability Best Practices Recommendations
Guidelines – Version 4, April 2024 (de “Criteria”).
Deze verantwoordelijkheid bevat de selectie en toepassing
van de meest gepaste methodes om de Informatie Over het
Onderzoeksobject op te stellen, alsook de betrouwbaarheid van
de onderliggende informatie en het gebruik van assumpties en
schattingen voor de opmaak van individuele toelichtingen inzake
duurzaamheid, die redelijk zijn in de gegeven omstandigheden.
Bovendien is de Raad van Bestuur ook verantwoordelijk voor
het ontwerpen, het implementeren en het onderhouden van de
systemen en processen die de Raad van Bestuur noodzakelijk acht
om het opstellen van de Informatie Over het Onderzoeksobject
mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als
gevolg van fouten of fraude.
VERANTWOORDELIJKHEID VAN DE ONAFHANKELIJKE
AUDITOR
Onze verantwoordelijkheid bestaat erin een onafhankelijke
conclusie te formuleren met betrekking tot de Informatie Over
Het Onderzoeksobject, gebaseerd op de door ons uitgevoerde
werkzaamheden en de verkregen onderbouwende informatie.
We hebben onze werkzaamheden verricht in overeenstemming
met de International Standard on Assurance Engagements 3000
(Herzien) “Assurance Engagements other than Audits or Reviews
of Historical Financial Information” (ISAE 3000), uitgegeven door
de International Auditing and Assurance Standards Board. Deze
standaard schrijft voor dat we voldoen aan de ethische vereisten
en dat we de opdracht plannen en uitvoeren om een beperkte
mate van zekerheid te verkrijgen of er niets onder onze aandacht
is gekomen dat ons doet aannemen dat de informatie over de
Informatie Over Het Onderzoeksobject in alle van materieel
belang zijnde opzichten niet opgesteld zou zijn overeenkomstig
de Criteria.
In een assurance opdracht met beperkte zekerheid hebben
de uitgevoerde werkzaamheden een kleinere omvang dan het
geval is bij een assurance opdracht met redelijke zekerheid.
Dienovereenkomstig is het niveau van zekerheid verkregen in
een assurance opdracht met beperkte zekerheid substantieel
lager dan het niveau van zekerheid dat zou worden verkregen
indien een assurance opdracht met redelijke zekerheid was
uitgevoerd. De keuze van de uitgevoerde werkzaamheden is
afhankelijk van de door ons toegepaste oordeelsvorming en van
de inschatting van het risico op afwijkingen in de Informatie Over
Het Onderzoeksobject overeenkomstig de Criteria. Het geheel
van de door ons uitgevoerde werkzaamheden bestond onder
meer uit de volgende procedures:
• Het beoordelen en toetsen van het opzetten en het functione-
ren van de systemen en processen die gebruikt werden voor
het verzamelen, het analyseren, het aggregeren en valideren van
de gegevens, inclusief de gebruikte berekenings- en inschat-
tingsmethodes voor de Informatie Over Het Onderzoeksobject
voor het jaar afgesloten op 31 december 2025 van het Verslag;
• Het interviewen van de verantwoordelijke personeelsleden;
• Het inspecteren van interne en externe documenten;
• Het uitvoeren van een analytische beoordeling van de gege-
vens en trends in de voor consolidatie ingediende informatie;
• Rekening houdend met de openbaarmaking en presentatie van
de Informatie Over Het Onderzoeksobject.
De scope van onze werkzaamheden is beperkt tot assurance over
de Informatie Over Het Onderzoeksobject. Onze assurance strekt
zich niet uit tot informatie met betrekking tot eerdere perioden
of tot enige andere informatie die in het Verslag is opgenomen.
ONZE ONAFHANKELIJKHEID EN
KWALITEITSBEHEERSINGSSYSTEEM
We hebben de onafhankelijkheids- en overige ethische
voorschriften van de International Code of Ethics for Professional
Accountants zoals uitgevaardigd door de International Ethics
Standards Board for Accountants (IESBA), nageleefd, evenals
de Belgische wettelijke vereisten met betrekking tot de
onafhankelijkheid van de bedrijfsrevisor, en meer bepaald de
regels opgenomen in de artikelen 12, 13, 14, 16, 20, 28 en 29 van
de Wet van 7 december 2016 tot organisatie van het beroep en
het publiek toezicht op de bedrijfsrevisoren, en artikelen 3:62,
3:63 en 3:64 en 3:65 van het Wetboek van vennootschappen en
verenigingen.
Ons kantoor past de International Standard on Quality
Management n°1 toe, een kwaliteitsbeheer voor bedrijven
die controle-en beoordelingsopdrachten van financiële
overzichten en andere assurance-gerelateerde opdrachten
uitvoeren, en handhaaft dienovereenkomstig een uitgebreid
kwaliteitsbeheersingssysteem, inclusief (gedocumenteerde)
beleidslijnen en procedures met betrekking tot het naleven van
de ethische vereisten, professionele normen en toepasselijke
wettelijke en regelgevende vereisten.
CONCLUSIE
Op basis van de uitgevoerde werkzaamheden en de verkregen
bewijzen, is er geen aangelegenheid onder onze aandacht
gekomen dat ons laat vermoeden dat de Informatie Over Het
Onderzoeksobject opgenomen in uw Jaarverslag voor het jaar
afgesloten op 31 december 2025 niet is opgesteld, in alle van
materieel belang zijnde opzichten, overeenkomstig de Criteria.
ANDERE ESG-GERELATEERD INFORMATIE
De overige informatie omvat alle ESG-gerelateerde informatie in
het Verslag anders dan de Informatie Over Het Onderzoeksobject
en ons assurance-rapport. De bestuurders zijn verantwoordelijk
voor de overige ESG-gerelateerde informatie. Zoals hierboven
uitgelegd, strekt onze assurance-conclusie zich niet uit tot de
andere ESG-gerelateerde informatie en daarom geven we hierover
geen enkele vorm van assurance. In verband met onze assurance
van de Informatie Over Het Onderzoeksobject is het onze
verantwoordelijkheid om de andere ESG-gerelateerde informatie
te lezen en daarbij te overwegen of de andere ESG-gerelateerde
informatie materieel inconsistent is met de Informatie Over Het
Onderzoeksobject of onze kennis die is verkregen tijdens de
assurance-opdracht , of anderszins een materiële onjuistheid
van de feiten lijkt te bevatten. Als we een schijnbare materiële
inconsistentie of materiële onjuistheid van de feiten vaststellen,
zijn we verplicht om werkzaamheden uit te voeren om te
concluderen of er een materiële onjuistheid is in de Informatie
Over Het Onderzoeksobject of een materiële onjuistheid in de
andere informatie, en om passende maatregelen te nemen in de
omstandigheden.
1
Handelend in naam van Jeroen Bockaert BV
BEPERKING VAN HET GEBRUIK EN DE VERDELING VAN
ONS RAPPORT
Ons rapport is uitsluitend bedoeld voor gebruik door de
Vennootschap, met betrekking tot het Verslag over het jaar
afgesloten op 31 december 2025 en kan niet gebruikt worden voor
andere doeleinden. Wij zijn niet verantwoordelijk of aansprakelijk
voor dit rapport of voor de door ons getrokken conclusies ten
aanzien van enige derde partij.
Diegem, 13 april 2026
De commissaris
PwC Bedrijfsrevisoren BV
Vertegenwoordigd door
Jeroen Bockaert
1
Bedrijfsrevisor
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
183
184
DUURZAAMHEIDSVERSLAG XIOR

Graphics
”
XIOR BIEDT MET HAAR RESIDENTIES EEN ANTWOORD
OP HET TEKORT AAN KWALITATIEVE, DUURZAME MAAR
BETAALBARE WONINGEN DIE IN HARMONIE ZIJN MET DE
LOKALE GEMEENSCHAPPEN EN IDEALITER OOK WAARDE
TOEVOEGEN AAN DE LOKALE OMGEVING. „
10
FINANCIEEL
VERSLAG
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
185
186
FINANCIEEL VERSLAG XIOR

Graphics
10.1 GECONSOLIDEERDE RESULTATENREKENING
Cijfers in duizenden EUR Note 31/12/25 31/12/24
I
(+) Huurinkomsten
180.002 168.081
(+) Huurinkomsten
164.513 148.266
(+) Huurgaranties
15.868 20.332
(+/-) Huurkortingen
-380 -517
III
(+/-) Met verhuur verbonden kosten
-402 -443
Waardeverminderingen op handelsvorderingen -402 -443
NETTO HUURRESULTAAT
10.9.1
179.600 167.638
V
(+)
Recuperatie van huurlasten en belastingen normaal gedragen door
de huurders op verhuurde gebouwen
30.911 29.603
Doorrekening van huurlasten gedragen door de eigenaar 30.350 29.148
Doorrekening van voorheffingen en belastingen op verhuurde
gebouwen 561 456
VII
(-)
Huurlasten en belastingen normaal gedragen door de huurders op
verhuurde gebouwen
-34.650 -33.375
Huurlasten gedragen door de eigenaar -34.288 -32.937
Voorheffingen en belastingen op verhuurde gebouwen -363 -439
VIII
(+/-) Andere met verhuur verbonden inkomsten en uitgaven
12.598 8.102
VASTGOEDRESULTAAT 10.9.1 188.459 171.968
IX
(-) Technische kosten
-8.032 -6.814
(-)
Recurrente technische kosten -8.115 -6.881
(-) Herstellingen
-6.748 -5.591
(-) Verzekeringspremies
-1.368 -1.290
(-)
Niet-recurrente technische kosten 84 67
(-) Schadegevallen
84 67
X
(-) Commerciële kosten
-1.516 -1.540
(-) Publiciteit
-1.145 -1.100
(-) Honoraria advocaat, juridische kosten
-371 -440
XI
(-) Kosten en taksen van niet verhuurde gebouwen
-1 -73
XII
(-) Beheerskosten van het vastgoed
-14.382 -14.817
(-) Externe beheervergoedingen
0 0
(-) Interne beheerskosten van het patrimonium
-14.382 -14.817
XIII
(-) Andere vastgoedkosten
-7.902 -7.434
(-) Honoraria architecten
-1 -6
(-) Honoraria schatters
-769 -619
(-) Andere
-7.132 -6.809
VASTGOEDKOSTEN 10.9.2 -31.832 -30.678
OPERATIONEEL VASTGOEDRESULTAAT 156.627 141.290
XIV
(-) Algemene kosten van de vennootschap
10.9.3 -12.755 -12.669
XV
(+/-) Andere operationele opbrengsten en kosten
10.9.4 424 1.561
Cijfers in duizenden EUR
Note
31/12/25 31/12/24
OPERATIONEEL RESULTAAT VOOR HET RESULTAAT OP DE PORTEFEUILLE 144.296 130.183
XVI
(+/-) Resultaat op verkopen van vastgoedbeleggingen
10.9.5 -1.047 -28.213
(+)
Netto verkopen van de onroerende goederen (verkoopprijs -
transactiekosten) 24.284 154.449
(-)
Boekwaarde van de verkochte onroerende goederen -25.331 -182.662
XVII
(+/-) Resultaat op verkopen van overige niet-financiële activa
0 0
XVIII
(+/-) Variaties in de reële waarde van vastgoedbeleggingen 10.9.5
39.293 58.104
(+)
Positieve variaties in de reële waarde van vastgoedbeleggingen 117.848 119.747
(-)
Negatieve variaties in de reële waarde van vastgoedbeleggingen -78.555 -61.643
XIX
(+/-) Ander portefeuilleresultaat 10.9.5
-70.167 -28.596
OPERATIONEEL RESULTAAT 112.375 131.478
XX
(+) Financiële opbrengsten
6.930 4.396
(+)
Geïnde intresten en dividenden 6.930 4.396
XXI
(-) Netto interestkosten
-38.675 -37.447
(-)
Nominale intrestlasten op leningen -42.668 -57.761
(-)
Wedersamenstelling van het nominaal bedrag van financiële
schulden -834 -619
(-)
Kosten van toegelaten afdekkingsinstrumenten 4.827 20.932
XXII
(-) Andere financiële kosten
-3.180 -2.355
(-)
Bankkosten en andere commissies -634 -322
(-)
Andere -2.545 -2.033
XXIII
(+/-) Variaties in de reële waarde van financiële activa en passiva
5.001 -20.136
FINANCIEEL RESULTAAT 10.9.6 -29.924 -55.542
XXIV
Aandeel in het resultaat van geassocieerde vennootschappen en
joint ventures
0 0
RESULTAAT VOOR BELASTINGEN 82.451 75.936
XXV
(+/-) Vennootschapsbelasting
-6.544 -3.537
XXVI
(+/-) Exit taks
734 -569
XXVII
(+/-) Uitgestelde belastingen
-7.969 -5.321
BELASTINGEN 10.9.7 -13.779 -9.427
NETTO RESULTAAT 68.672 66.509
RESULTAAT PER AANDEEL
31/12/25 31/12/24
Aantal gewone aandelen in omloop
46.695.094 42.344.283
Gewogen gemiddelde aantal aandelen
46.279.394 41.118.335
Nettowinst per gewoon aandeel (in EUR)
1,48 1,62
Verwaterde nettowinst per gewoon aandeel (in EUR)
1,48 1,62
EPRA-winst per aandeel (in EUR) 2,22 2,22
EPRA-winst per aandeel (in EUR) - deel van de groep 2,21 2,21
Het resultaat per aandeel werd berekend rekening houdend met het gewogen gemiddelde aantal aandelen dat in omloop was gedurende
het boekjaar 2025.
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
187
188
FINANCIEEL VERSLAG XIOR

Graphics
10.2 GECONSOLIDEERDE STAAT VAN HET GLOBAAL RESULTAAT
Cijfers in duizenden EUR 31/12/25 31/12/24
Nettoresultaat 68.672 66.509
Andere componenten van het globaal resultaat
(+/-) Impact op de reële waarde van geschatte mutatierechten en -kosten bij de hypotheti-
sche vervreemding van vastgoedbeleggingen
0 0
(+/-) Variaties in het effectieve deel van de reële waarde van toegelaten afdekkingsinstrumen-
ten voor kasstroomafdekkingen
0 0
(+/-) Valutakoersverschillen gerelateerd aan de omrekening van buitenlandse activiteiten
4.802 275
Globaal resultaat 73.474 66.784
Toerekenbaar aan:
Minderheidsbelangen
600 368
Aandeelhouders van de groep
72.874 66.416
10.3 GECONSOLIDEERDE BALANS
ACTIVA Cijfers in duizenden EUR Note 31/12/25 31/12/24
I Vaste Activa 3.635.198 3.398.938
B Immateriële vaste activa
6.471 4.863
C Vastgoedbeleggingen 10.9.8
3.558.842 3.314.053
Vastgoed beschikbaar voor verhuur 3.148.319 2.905.287
Projectontwikkelingen 410.524 408.766
D Andere materiële vaste activa 10.9.9
10.533 11.309
Materiële vaste activa voor eigen gebruik 10.533 11.309
E Financiële vaste activa 10.9.10
18.034 7.690
Toegelaten afdekkingsinstrumenten
10.9.10
16.384 5.045
Andere 1.650 2.645
G Handelsvorderingen en andere vaste activa 10.9.11
6.245 34.775
H Uitgestelde belastingen - activa
21.854 18.480
I
Deelnemingen in geassocieerde vennootschappen en joint ventures
vermogensmutatie 10.9.12
13.220 7.768
II Vlottende Activa 93.735 121.507
D Handelsvorderingen 10.9.13
2.789 3.015
E Belastingvorderingen en andere vlottende activa 10.9.14
44.689 37.603
Belastingen 10.812 7.329
Andere 33.877 30.274
F Kas en kasequivalenten 10.9.15
4.756 9.462
G Overlopende rekeningen 10.9.16
41.500 71.426
Voorafbetaalde vastgoedkosten 7.409 28.318
Gelopen, niet vervallen vastgoedopbrengsten 15.833 37.109
Andere 18.258 5.999
TOTAAL ACTIVA 3.728.933 3.520.445
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
189
190
FINANCIEEL VERSLAG XIOR

Graphics
PASSIVA Cijfers in duizenden EUR 31/12/25 31/12/24
EIGEN VERMOGEN 10.4 1.753.131 1.634.504
I Eigen Vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders van de moedervennootschap 1.751.575 1.633.544
A Kapitaal 10.9.17
829.644 753.784
Geplaatst kapitaal 840.512 762.197
Kosten kapitaalverhoging -10.868 -8.413
B Uitgiftepremies 10.9.17
821.273 779.858
C Reserves
10.4 32.607 33.955
Reserve voor het saldo van de variaties in de reële waarde van
vastgoed 32.122 34.399
Reserve voor de impact op de reële waarde van geschatte mutatierechten
en -kosten bij hypothetische vervreemding van vastgoedbeleggingen -41.868 -34.896
Reserve voor het saldo van de variaties in de reële waarde van toegelaten
afdekkingsinstrumenten die niet onderworpen zijn aan een afdekkingsboek-
houding zoals gedefinieerd in IFRS 7.324 24.637
Reserve voor het aandeel in de winst of het verlies en in de niet-gereali-
seerde resultaten van dochterondernemingen, geassocieerde deelnemingen
en joint ventures die administratief verwerkt worden volgens de equity
methode -7.774 -7.774
Reserve voor de omrekeningsverschillen die voortvloeien uit de omrekening
van een buitenlandse activiteit 9.800 4.998
Andere reserves 89 102
Overgedragen resultaten van vorige boekjaren 32.914 12.488
D
Nettoresultaat van het boekjaar 68.051 65.947
II Minderheidsbelangen 1.556 960
VERPLICHTINGEN 1.975.802 1.885.941
I Langlopende verplichtingen 1.780.588 1.670.740
B Langlopende financiële schulden 10.9.22
1.681.727 1.584.104
a.
Kredietinstellingen 1.445.977 1.325.163
b.
Financiële leasing 16.182 5.557
c.
Andere 219.568 253.384
C Andere langlopende financiële verplichtingen
6.354 0
Toegelaten afdekkingsinstrumenten 6.354 0
E Andere langlopende verplichtingen 10.9.20
0 46
F Uitgestelde belastingen - verplichtingen 10.9.21
92.506 86.590
a.
Exit taks 0 1.962
b.
Andere 92.506 84.629
PASSIVA Cijfers in duizenden EUR 31/12/25 31/12/24
II Kortlopende verplichtingen 195.214 215.201
B Kortlopende financiële schulden
109.394 111.388
a
Kredietinstellingen 75.394 111.388
c.
Andere 34.000 0
D Handelsschulden en andere kortlopende schulden 10.9.23
34.045 31.979
a.
Exit taks 0 0
b.
Andere 34.045 31.979
Leveranciers 7.811 10.556
Huurders 3.404 1.026
Belastingen, bezoldigingen en sociale lasten 22.830 20.387
E Andere kortlopende verplichtingen 10.9.24
28.142 52.748
Andere 28.142 52.748
F Overlopende rekeningen 10.9.25
23.633 19.086
a.
Vooraf ontvangen vastgoedopbrengsten 4.780 4.153
b.
Gelopen, niet vervallen intresten en andere kosten 2.940 1.577
c.
Andere 15.913 13.356
TOTAAL EIGEN VERMOGEN EN VERPLICHTINGEN 3.728.933 3.520.445
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
191
192
FINANCIEEL VERSLAG XIOR


Graphics
10.4 GECONSOLIDEERD MUTATIE-OVERZICHT VAN HET EIGEN VERMOGEN
Cijfers in duizenden EUR Kapitaal Uitgiftepremies Reserves
Netto resultaat
van het boekjaar
Minderheids-
belangen Eigen vermogen
Balans per 31 december 2023 681.298 737.356 108.134 -9.897 777 1.517.667
Netto resultaatverwerking 2023
0
Overboeking resultaat portefeuille naar reserves -32.131 32.131 0
Overboeking operationeel resultaat naar reserves 19.765 -19.765 0
Resultaat van de periode
66.141 368 66.509
Andere elementen erkend in het globaal resultaat
0
Impact op de reële waarde van geschatte mutatierechten en -kosten bij de hypothetische vervreemding van vastgoedbeleggingen 0
Variaties in de reële waarde van financiële activa en passiva -35.486 35.486 0
Uitgifte van nieuwe aandelen
18.913 18.913
Kapitaalverhoging door inbreng in natura
*
97.685 97.685
Kosten van uitgifte nieuwe aandelen en van kapitaalsverhoging
-1.610 -1.610
Gedeeltelijke toewijzing van het kapitaal aan uitgiftepremies
-42.502 42.502 0
Dividenden
-65.667 -65.667
Acquisitie minderheidsaandeel
0
Omrekening buitenlandse activiteiten
275 275
Overige Reserves
-26.602 27.518 -185 731
Balans per 31 december 2024 753.784 779.858 33.955 65.947 960 1.634.504
Netto resultaatverwerking 2024
0
Overboeking resultaat portefeuille naar reserves -9.249 9.249 0
Overboeking operationeel resultaat naar reserves 33.240 -33.240 0
Resultaat van de periode
68.072 600 68.672
Andere elementen erkend in het globaal resultaat
0
Impact op de reële waarde van geschatte mutatierechten en -kosten bij de hypothetische vervreemding van vastgoedbeleggingen 0
Variaties in de reële waarde van financiële activa en passiva -17.313 17.313 0
Uitgifte van nieuwe aandelen
23.716 23.716
Kapitaalverhoging door inbreng in natura
96.014 96.014
Kosten van uitgifte nieuwe aandelen en van kapitaalsverhoging
-2.456 -2.456
Gedeeltelijke toewijzing van het kapitaal aan uitgiftepremies
-41.415 41.415 0
Dividenden
-72.697 -72.697
Acquisitie minderheidsaandeel
0
Omrekening buitenlandse activiteiten
4.802 4.802
Overige Reserves
-12.828 13.407 -4 575
Balans per 31 december 2025 829.643 821.273 32.607 68.051 1.556 1.753.131
*
Voor meer informatie, zie ook Hoofdstuk 10.9.17 en 10.9.29.2 van dit Jaarverslag
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
193
194
FINANCIEEL VERSLAG XIOR

Graphics
DETAIL VAN RESERVES Cijfers in duizenden EUR
Reserve voor
het saldo van de
variaties in de
reële waarde van
vastgoed
Reserve voor de
impact op de reële
waarde van ge-
schatte mutatie-
rechten en -kosten
bij hypothetische
vervreemding van
vastgoedbeleg-
gingen
Reserve voor het
saldo van de va-
riaties in de reële
waarde van toege-
laten afdekkings-
instrumenten die
niet onderworpen
zijn aan een afdek-
kingsboekhouding
zoals gedefinieerd
in IFRS
Reserve voor het
aandeel in de winst
of het verlies en in
de niet-gereali-
seerde resultaten
van dochteron-
dernemingen, ge-
associeerde
ondernemingen en
JV's die adminis-
tratief verwerkt
worden volgens de
equity methode
Reserve voor
omrekening van
buitenlandse
activiteiten Andere reserves
Overgedragen re-
sultaten van vorige
boekjaren
Totaal van de
reserves
Balans per 31 december 2023 62.055 -30.421 60.123 -7.774 4.723 102 19.325 108.134
Netto resultaatverwerking
17.816 17.816
Overboeking resultaat portefeuille naar reserves -27.656 -4.475 0 32.131 0
Overboeking operationeel resultaat naar reserves 0
Andere elementen erkend in het globaal resultaat
0
Impact op de reële waarde van geschatte mutatierechten en -kosten
bij de hypothetische vervreemding van vastgoedbeleggingen 0
Variaties in de reële waarde van financiële activa en passiva -35.486 35.486 0
Uitgifte van nieuwe aandelen
0
Kapitaalverhoging door inbreng in natura
0
Kosten van uitgifte nieuwe aandelen en van kapitaalsverhoging
0
Dividenden
-65.667 -65.667
Omrekeningsverschillen
275 275
Andere
-26.602 -26.602
Balans per 31 december 2024 34.399 -34.896 24.637 -7.774 4.998 102 12.488 33.955
Netto resultaatverwerking
79.376 79.376
Overboeking resultaat portefeuille naar reserves -2.277 -6.972 9.249 0
Overboeking operationeel resultaat naar reserves 0
Andere elementen erkend in het globaal resultaat
0
Impact op de reële waarde van geschatte mutatierechten en -kosten
bij de hypothetische vervreemding van vastgoedbeleggingen 0
Variaties in de reële waarde van financiële activa en passiva -17.313 17.313 0
Uitgifte van nieuwe aandelen
0
Kapitaalverhoging door inbreng in natura
0
Kosten van uitgifte nieuwe aandelen en van kapitaalsverhoging
0
Dividenden
-72.697 -72.697
Omrekeningsverschillen
4.802 4.802
Andere
-13 -12.815 -12.828
Balans per 31 december 2025 32.122 -41.868 7.324 -7.774 9.800 89 32.914 32.607
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
195
196
FINANCIEEL VERSLAG XIOR


Graphics
10.5 GECONSOLIDEERD KASSTROOMOVERZICHT
GECONSOLIDEERD KASSTROOMOVERZICHT (in KEUR) 31/12/25 31/12/24
KAS EN KASEQUIVALENTEN BEGIN BOEKJAAR 9.462 13.768
1. Kasstroom uit bedrijfsactiviteiten 86.093 56.544
Kasstroom m.b.t. de exploitatie: 61.786 56.120
Operationeel resultaat voor het resultaat op de portefeuille
119.768 116.204
Betaalde interesten
-51.246 -53.815
Ontvangen interesten
0 0
Betaalde vennootschapsbelastingen
-3.556 -3.914
Andere
-3.180 -2.355
Niet-kas elementen die worden toegevoegd/afgetrokken van het resultaat 388 400
* Afschrijvingen en waardeverminderingen
- Afschrijvingen/waardeverminderingen (of terugnamen) op materiële & immateriële activa 388 400
* Andere niet-kas elementen
0 0
- Variaties in de reële waarde van de vastgoedbeleggingen 0 0
- Andere niet-kaselementen 0 0
Variatie in de behoefte van het werkkapitaal
2
: 23.920 24
* Beweging van activa:
17.654 15.528
- Handelsvorderingen en overige vorderingen 272 1.295
- Belastingsvorderingen en andere vlottende activa -213 6.175
- Overlopende rekeningen 17.595 8.058
* Beweging van verplichtingen:
6.266 -15.504
- Handelsschulden en andere kortlopende schulden 436 -12.752
- Andere kortlopende verplichtingen 379 3.694
- Overlopende rekeningen 5.451 -6.446
2. Kasstroom uit investeringsactiviteiten -203.995 -13.560
Aanschaffing van Vastgoedbeleggingen en projectontwikkelingen
-182.023 -137.743
Verkoop Vastgoedbeleggingen
24.284 148.118
Aankoop aandelen vastgoedvennootschappen
1
-27.933 -2.500
Aanschaffing van Andere materiële activa
-1.220 -1.917
Wijziging in langlopende financiële vast activa
-7.100 -7.391
Ontvangsten uit Handelsvorderingen en andere langlopende activa
-10.003 -12.127
Activa bestemd voor verkoop
0 0
GECONSOLIDEERD KASSTROOMOVERZICHT (in KEUR) (vervolg) 31/12/25 31/12/24
3. Kasstroom uit financieringsactiviteiten 112.906 -48.185
* Verandering in financiële verplichtingen en financiële schulden
- Toename van de financiële schulden 104.170 234.931
- Afname van de financiële schulden -20.000 -235.000
- Terugbetaling van aandeelhoudersleningen 0 0
* Verandering in andere verplichtingen
173 -47
- Toename minderheidsbelangen 0 0
* Verandering in eigen vermogen
- Toename (+) / Afname (-) in kapitaal/uitgiftepremies 80.000 0
- Kosten voor uitgifte van aandelen -2.455 -1.611
Dividend van het vorige boekjaar
-48.982 -46.458
Toename cash nav fusie/acquisitie
290 895
KAS EN KASEQUIVALENTEN EINDE BOEKJAAR 4.756 9.462
1
Aankoop aandelen vastgoedvennootschappen: Dit betreft de betaalde prijs voor de aandelen van de verschillende vastgoedvennootschappen die verworven werden. Deze prijs
stemt niet overeen met de prijs van het vastgoed vermits de vennootschappen deels gefinancierd waren met schulden
2
De beweging in het werkkapitaal kan niet aangesloten worden met de beweging op de balans, want hierin is een correctie gedaan voor de impact van de acquisities van het jaar.
Voor overzicht van overgenomen activa en passiva wordt verwezen naar toelichting 10.9.29.
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
197
198
FINANCIEEL VERSLAG XIOR


Graphics
10.6 BIJLAGEN BIJ DE GECONSOLIDEER-
DE JAARREKENING

10.6.1 ALGEMENE BEDRIJFSINFORMATIE
Xior Student Housing NV is een openbare GVV (Openbare
Gereglementeerde Vastgoedvennootschap) en heeft de vorm
van een naamloze vennootschap naar Belgisch recht, met zetel
gevestigd in Antwerpen.
De geconsolideerde jaarrekening van de onderneming voor het
boekjaar afgesloten op 31 december 2025 omvat Xior Student
Housing NV en haar dochterondernemingen (de “Groep”). De
jaarrekening werd goedgekeurd voor publicatie door de raad
van bestuur van 2 april 2026 en zal aan de jaarlijkse algemene
vergadering van aandeelhouders worden voorgelegd op 21 mei
2026.




10.6.2 BELANGRIJKE GRONDSLAGEN VOOR FINANCIËLE
VERSLAGGEVING

Verklaring van overeenstemming
De geconsolideerde jaarrekening wordt opgesteld in overeen-
stemming met de International Financial Reporting Standards
(IFRS) zoals aanvaard binnen de Europese Unie en de in België van
toepassing zijnde wettelijke en bestuursrechtelijke voorschriften.
Deze standaarden omvatten alle nieuwe en herziene standaarden
en interpretatie gepubliceerd door de International Accounting
Standards Board (IASB), voor zover van toepassing op activiteiten
van de Groep en van toepassing voor boekjaren die starten vanaf
1 januari 2024.
De geconsolideerde jaarrekening wordt voorgesteld in duizenden
euro, afgerond naar het dichtstbijzijnde duizendtal. De boekjaren
2025 en 2024 worden weergegeven. Voor de historische
financiële informatie over boekjaar 2023, verwijzen we naar de
Jaarverslagen van 2024 en 2023.
De boekhoudmethodes werden consistent toegepast op de
voorgestelde boekjaren.
Het Jaarverslag werd opgesteld in overeenstemming met ESEF-
rapporteringsvereisten (European Single Electronic Format).
Volgens de ESEF-vereisten zijn de primaire financiële overzichten
gelabeld met XBRL-tags. Het Jaarverslag in de iXBRL standaard
kan geraadpleegd worden via www.xior.be en zie eveneens 10.9.36
verslag van de commissaris inzake de jaarrekening.


Standaarden en interpretaties toepasbaar voor het
boekjaar beginnend op of na 1 januari 2025
• Aanpassingen aan IAS 21 De gevolgen van wisselkoerswijzigin-
gen: Gebrek aan inwisselbaarheid
Standaarden en interpretaties gepubliceerd, maar nog
niet van toepassing voor het boekjaar beginnend op 1
januari 2025
• IFRS 18 Presentatie en toelichting in de jaarrekening (toepas-
baar voor boekjaren vanaf 1 januari 2027 maar nog niet goed-
gekeurd binnen de Europese Unie)
• IFRS 19 Dochterondernemingen zonder publieke verantwoor-
dingsplicht – Toelichtingen (toepasbaar voor boekjaren vanaf
1 januari 2027 maar nog niet goedgekeurd binnen de Europese
Unie)
• Aanpassingen aan IFRS 9 en IFRS 7 Classificatie en waardering
van financiële instrumenten (toepasbaar voor boekjaren vanaf
1 januari 2026)
• Jaarlijkse Verbeteringen – Volume 11 (toepasbaar voor boekja-
ren vanaf 1 januari 2026)
• Aanpassingen aan IFRS 9 en IFRS 7 Contracten die verwijzen
naar van de natuur afhankelijke elektriciteit (toepasbaar voor
boekjaren vanaf 1 januari 2026)
• Aanpassingen aan IAS 21 De gevolgen van wisselkoerswijzi-
gingen – Vertaling naar een presentatiemunteenheid van een
hyperinflatoire economie (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1
januari 2027 maar nog niet goedgekeurd binnen de Europese
Unie)
De Vennootschap verwacht dat de toepassing van deze
standaarden en interpretaties geen of slechts een niet-materiële
impact zal hebben op de geconsolideerde financiële staten,
met uitzondering van IFRS 18, waarvan Xior Student Housing
momenteel de impact beoordeelt.











10.6.3 GRONDSLAG VOOR DE OPSTELLING

De financiële informatie wordt opgesteld in duizenden euro’s,
afgerond op het dichtste duizendtal. De Vennootschap voert
haar boekhouding eveneens in euro.
De vastgoedbeleggingen
(inclusief de projecten) en de afdekkingsinstrumenten worden
aan werkelijke waarde geboekt. De andere rubrieken van de
geconsolideerde financiële rekeningen zijn opgesteld op basis
van de historische kostprijs. Hieronder volgt een samenvatting
van de belangrijkste grondslagen voor financiële verslaggeving.



10.6.4 SIGNIFICANTE BOEKHOUDKUNDIGE
BEOORDELINGEN EN BELANGRIJKE BRONNEN
VAN SCHATTINGSONZEKERHEDEN
Significante beoordelingen bij het opstellen van de
financiële staten
• Bepalen bij de verwerving van de controle over een entiteit die
vastgoedbeleggingen aanhoudt, of zo’n acquisitie wordt be-
schouwd als business combination. In alle gevallen werden de
respectievelijke transacties verwerkt als directe aankopen van
activa (ook bij verwerving van aandelen in vastgoedvennoot-
schappen) en werd IFRS 3 Business Combinations niet toe-
gepast (zie toelichting 10.6.6). IFRS 3 Revised werd toegepast
vanaf het boekjaar beginnend op 1 januari 2020 (zie toelichting
10.6.2).
• Bepalen of afgeleide financiële instrumenten kwalificeren
voor hedge accounting. De Vennootschap heeft geen hed-
ginginstrumenten die kwalificeren als hedge accounting en de
evoluties in de fair value van de hedginginstrumenten worden
dan ook verwerkt via de resultatenrekening.
Bepaling van de fair value van de vastgoedbeleggingen
De fair value van de vastgoedbeleggingen wordt bepaald
door onafhankelijke Waarderingsdeskundigen conform
de GVV-reglementering. De fair value wordt door de
Waarderingsdeskundigen bepaald op basis van de discounted
cash flow methode of de huurkapitalisatiemethode (zie voor
meer informatie Hoofdstuk 8.2.3.1 van dit Jaarverslag).




10.6.5 GRONDSLAG VOOR CONSOLIDATIE
De overgenomen bedrijven gedurende het afgelopen boekjaar
werden niet als bedrijfscombinaties verwerkt zoals gedefinieerd
onder IFRS 3 maar als aankoop van activa, gezien we enkel
het actief en in bepaalde gevallen het huurcontract hebben
overgenomen en deze vervolgens volledig hebben geïntegreerd
in onze organisatie.

(i) Dochterondernemingen
Dochterondernemingen zijn entiteiten waarover de onderneming
controle uitoefent. Een onderneming oefent derhalve controle
over een dochteronderneming uit als, en alleen als, de
moederonderneming:
• controle over de deelneming heeft;
• is blootgesteld aan, of rechten heeft op veranderlijke opbreng-
sten, uit hoofde van haar betrokkenheid bij de deelneming en;
• over de mogelijkheid beschikt haar controle over de deelne-
ming te gebruiken om de omvang van de opbrengsten van de
investeerder te beïnvloeden.
De vennootschappen waarover de Groep de controle heeft
om het financieel en operationeel beleid te bepalen teneinde
voordelen te verkrijgen uit haar activiteiten, worden volledig
opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening van de Groep
(integrale consolidatie).
Dit betekent dat de activa, passiva en resultaten van de Groep
integraal worden tot uiting gebracht. Intragroepstransacties en –
winsten worden voor 100% geëlimineerd.
De minderheidsbelangen
zijn de belangen in de dochterondernemingen die rechtstreeks
noch onrechtstreeks door de Groep worden aangehouden.

Wijzigingen in het belang van de Vennootschap in een
dochtervennootschap die niet tot een verlies van zeggenschap
leiden, worden behandeld als eigenvermogenstransacties.
De boekwaarden van het belang van de Groep en de
minderheidsbelangen worden derhalve aangepast om de
nieuwe proportionele belangen in de dochteronderneming te
weerspiegelen.

Wanneer de Vennootschap de zeggenschap verliest over
een dochtervennootschap wordt de winst of het verlies bij
afstoting berekend als het verschil tussen (i) de som van de
reële waarde van de ontvangen vergoeding en de reële waarde
van het aangehouden belang en (ii) de voorheen opgenomen
boekwaarden van de activa (met inbegrip van goodwill) en de
verplichtingen van de dochteronderneming en de eventuele
minderheidsbelangen. Bedragen die voorheen opgenomen
zouden zijn in de andere elementen van het totaalresultaat met
betrekking tot de dochteronderneming worden op dezelfde
manier opgenomen (d.i. herclassificatie naar winst of verlies
of rechtstreeks naar het overgedragen resultaat) als wanneer
de betreffende activa of verplichtingen werden afgestoten.
De reële waarde van elk aangehouden belang in de vroegere
dochteronderneming op datum van het verlies van zeggenschap
wordt als de reële waarde bij initiële opname beschouwd voor
waardering volgens IAS 39 Financiële instrumenten: opname
en waardering, of indien van toepassing, als de kost bij initiële
opname van een geassocieerde deelneming of entiteit waarover
gezamenlijk zeggenschap wordt uitgeoefend.



(ii) Joint Ventures
Joint ventures zijn die ondernemingen waarover de groep
gezamenlijke zeggenschap heeft, vastgelegd bij contractuele
toepassing wanneer de strategische, financiële en operationele
beslissingen met betrekking tot de activiteit, unanieme
instemming vereisen van de partijen die de zeggenschap delen
(de deelnemers in de joint venture). Zoals gedefinieerd in IFRS
11 Gezamenlijke overeenkomsten, worden de resultaten en de
balansimpact van de joint venture Uhub Investments Boavista
waarin Xior 25% + 1 aandeel aanhoudt verwerkt volgens de
vermogensmutatiemethode.

overeenkomst. Zulke gezamenlijke zeggenschap is van

(iii) Uit de consolidatie geëlimineerde transacties
Alle transacties tussen de groepsondernemingen, saldi en
niet-gerealiseerde winsten en verliezen op transacties tussen
ondernemingen van de Groep, worden bij de opmaak van de
geconsolideerde jaarrekening geëlimineerd.






10.6.6 BEDRIJFSCOMBINATIES EN GOODWILL

Wanneer de Groep de controle verwerft over een geïntegreerd
geheel van activiteiten en activa, zoals gedefinieerd in IFRS
3 Bedrijfscombinaties, worden de identificeerbare activa,
verplichtingen en voorwaardelijke verplichtingen van de
verworven onderneming aan hun reële waarde opgenomen op de
aanschaffingsdatum.
De goodwill vertegenwoordigt het positieve
verschil tussen het totaal van de overgedragen vergoeding, het
bedrag van de minderheidsbelangen en, indien van toepassing,
de reële waarde van het voorheen aangehouden belang in de
overgenomen partij en het aandeel van de Groep in de reële
waarde van de netto identificeerbare activa. Als dit verschil
negatief is (negatieve goodwill), wordt het onmiddellijk in het
resultaat geboekt na een herbeoordeling van de waarden.


Na de initiële opname wordt de goodwill niet afgeschreven,
maar onderworpen aan een impairment test die elk jaar wordt
uitgevoerd met de kasstroomgenererende eenheden waaraan
de goodwill werd toegewezen. Indien de boekwaarde van een
kasstroomgenererende eenheid de bedrijfswaarde overschrijdt,
zal het hieruit volgende waardeverlies geboekt worden in het
resultaat en in eerste instantie opgenomen worden in mindering
van de eventuele goodwill en vervolgens aan de andere activa van
de eenheid, verhoudingsgewijs aan hun boekwaarde.
Een waardevermindering op goodwill wordt niet tijdens een later
boekjaar hernomen.








XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
199
200
FINANCIEEL VERSLAG XIOR

Graphics







10.6.7 VREEMDE VALUTA
De individuele jaarrekeningen van elk groepslid, worden
gepresenteerd in de munteenheid van de primaire economische
omgeving waarin de entiteit actief is (haar functionele valuta).
Voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening,
worden de resultaten en de financiële positie van elke entiteit
uitgedrukt in euro, met name de functionele valuta van de
moederonderneming, en de valuta voor het presenteren van de
geconsolideerde jaarrekening.
Transacties in vreemde valuta
Transacties in vreemde valuta worden meteen geboekt tegen
de wisselkoers op datum van de transactie. Monetaire activa en
passiva in vreemde valuta worden omgerekend aan de slotkoers.
Gerealiseerde en niet-gerealiseerde wisselkoersverschillen
worden opgenomen in de resultatenrekening, behoudens deze
met betrekking tot intragroepsleningen die beantwoorden
aan de definitie van netto-investering in een buitenlandse
activiteit. Leningen aan dochtervennootschappen worden altijd
in euro verstrekt. In dat geval worden de valutakoersverschillen
opgenomen in een afzonderlijke component van het eigen
vermogen en worden ze in de winst- en verliesrekening verwerkt
na afstoting van de netto-investering of na terugbetaling.
Buitenlandse activiteiten
Activa en passiva worden omgerekend tegen slotkoers. De
resultatenrekening wordt omgerekend tegen de gemiddelde
koers over het boekjaar. De omrekeningsverschillen die hieruit
ontstaan, worden opgenomen in een afzonderlijke component
van het eigen vermogen. Deze omrekeningsverschillen worden
opgenomen in de resultatenrekening wanneer de buitenlandse
entiteit wordt afgestoten, verkocht of geliquideerd.





10.6.8 VASTGOEDBELEGGINGEN
(i) Algemeen
Onroerende goederen die worden aangehouden voor huurop-
brengsten op lange termijn, voor waardestijgingen of voor beide,
en die niet dienen voor eigen gebruik door de Vennootschap,
worden als een vastgoedbelegging geboekt.
Vastgoed dat wordt gebouwd of ontwikkeld voor toekomstig
gebruik als een vastgoedbelegging (projectontwikkeling), wordt
tevens opgenomen in de rubriek Vastgoedbeleggingen (cf. infra).
Terreinen die worden aangehouden met als doel hierop project-
ontwikkelingen te starten met het oog op latere verhuur en
waardestijging op termijn, maar waarvoor nog geen concrete
bouwplannen of projectontwikkelingen zijn gestart (grondreserve),
worden tevens als vastgoedbelegging beschouwd.
Ook de gebruiksrechten erkend in de balans voor de concessie of
erfpacht worden tevens als vastgoedbelegging beschouwd.
De financieringskosten die rechtstreeks toe te rekenen zijn aan de
verwerving van een vastgoedbelegging worden mee geactiveerd.
(ii) Waardering bij initiële opname
Vastgoedbeleggingen omvatten alle onroerende goederen die
verhuurklaar zijn en (geheel of gedeeltelijk) verhuurinkomsten
genereren. Vastgoedbeleggingen worden bij de aankoop
gewaardeerd tegen aanschaffingswaarde, met inbegrip van
bijkomende transactiekosten zoals professionele erelonen,
wettelijke diensten, registratiebelastingen en andere
overdrachtsbelastingen en niet aftrekbare BTW. Indien het
onroerend goed verworven wordt via een aandelentransactie
en het Belgisch vastgoed betreft, omvat de aanschaffingsprijs
eveneens een aanpassing voor de exit-taks, verschuldigd door
vennootschappen waarover de Vennootschap directe of indirecte
controle verwerft (zij wordt in principe in mindering gebracht
van de waarde van het achterliggend vastgoed vermits het een
belasting op de latente meerwaarde betreft die in hoofde van de
verworven vennootschap bestond voor de controleverwerving),
tenzij deze vennootschappen niet in aanmerking komen voor fusie
met de Vennootschap (op beslissing van de raad van bestuur van
de Vennootschap). De commissielonen betreffende de aankopen
van gebouwen worden beschouwd als bijkomende kosten van die
aankopen en worden toegevoegd aan de aanschaffingswaarde.
Indien het vastgoed wordt verkregen via de verwerving van de
aandelen van een vastgoedvennootschap, via inbreng in natura
van een onroerend goed tegen uitgifte van nieuwe aandelen of
via een fusie door overname van een vastgoedvennootschap,
worden de aktekosten, audit- en consulting kosten, fusiekosten
e.a. kosten eveneens geactiveerd.
Het vastgoed omvat tevens de vaste inrichtingswerken alsook het
meubilair van de studentenkamers indien de studentenkamers
gemeubeld verhuurd worden.
(iii) Waardering na initiële opname
Na de initiële opname worden de vastgoedbeleggingen
gewaardeerd door de Waarderingsdeskundige.
De Waarderingsdeskundige waardeert op het einde van elk
kwartaal op precieze wijze de volgende bestanddelen:
•
De onroerende goederen, de onroerende goederen door be-
stemming en de zakelijke rechten op onroerende goederen die
worden gehouden door de Vennootschap of, in voorkomend
geval, door een vastgoedvennootschap waarover zij zeggen-
schap heeft;
Reële waarde (zoals bepaald door IFRS 13) wordt gedefinieerd als
de prijs die zou worden ontvangen voor de verkoop van een actief
of betaald voor de overdracht van een verplichting in een ordelijke
transactie tussen marktdeelnemers op de waarderingsdatum,
op de belangrijkste markt voor het actief of de verplichting.
Vanuit het perspectief van de verkoper is dit de waarde van
de vastgoedbelegging na aftrek van overdrachtsbelastingen. In
België hangt het effectieve bedrag van deze belasting af van de
overdrachtswijze, de status van de koper en de geografische
ligging van het actief. De eerste twee elementen, en dus ook het
volledige bedrag van de verschuldigde belastingen, zijn daarom
pas bekend wanneer de eigendomsoverdracht is voltooid.
Als gevolg hiervan varieert het werkelijke percentage van de
overdrachtsbelasting van 0% tot 12,50%. In 2006 analyseerde
een panel van onafhankelijke vastgoeddeskundigen een
representatief aantal transacties om de gemiddelde impact
van overdrachtsbelastingen op de Belgische markt te bepalen.
Het panel heeft de gemiddelde impact van overdrachtsrechten
vastgesteld op 2,5%. In 2016 en 2025 werd deze berekening
geüpdatet volgens dezelfde methodologie, wat de eerder
vastgestelde percentages bevestigde.
Het panel van onafhankelijke vastgoeddeskundigen concludeerde
dat een algemene aanpak over alle subsectoren heen logisch en
consistent is, en dat het tarief van 2,5% kan worden gehandhaafd
voor vastgoed met een waarde van meer dan 2,5 MEUR. Onder
deze drempel werd vastgesteld dat het standaardtarief voor
registratierechten werd toegepast. Het tarief zal om de vijf
jaar worden herzien of wanneer de fiscale context aanzienlijk
verandert. Het tarief zal alleen worden aangepast als de drempel
van 0,5% wordt overschreden.
Xior Student Housing heeft slechts een beperkt aantal activa in
haar Belgische portefeuille met een individuele waarde van minder
dan 2,5 MEUR. Sommige van deze panden, gelegen in Leuven, liggen
naast elkaar en werden daardoor in het verleden door de schatter
als een cluster beschouwd. Bijgevolg wordt de reële waarde voor
deze clusterpanden bepaald door 2,5% af te trekken van de
waarde van de panden (in overeenstemming met de waardering
tegen “reële waarde” van haar waarderingsdeskundigen). In lijn
met haar strategie heeft Xior Student Housing in principe niet
de intentie om individuele panden binnen deze clusters met
een investeringswaarde van minder dan 2,5 MEUR te verkopen.
Xior Student Housing volgt de waardering van de onafhankelijke
schatters in overeenstemming met de GVV-wetgeving.
Voor de gebouwen gelegen buiten België wordt door de
onafhankelijke Waarderingsdeskundigen rekening gehouden met
de theoretische lokale registratiebelastingen.
Registratiebelastingen van toepassing per land
Nederland 10,4%
Spanje 1,07% - 3,02%
Portugal 7,5%
Denemarken 0,61%
Zweden 0
Polen 0
Duitsland 6,8 – 7,8%
Winsten of verliezen die voortvloeien uit de variaties in de Reële
Waarde van een vastgoedbelegging worden opgenomen in de
winst- en verliesrekening in de periode waarin ze ontstaan en
worden bij de winstverdeling toegewezen aan de “Reserve voor
het saldo van de variaties in de Reële Waarde van vastgoed”.







10.6.9 PROJECTONTWIKKELINGEN
Onder projectontwikkelingen vallen de terreinen en gebouwen
in ontwikkeling waardoor deze gedurende een bepaalde periode
enkel investeringen vergen en geen huurinkomsten opleveren.
Onroerende goederen die gebouwd of ontwikkeld zijn voor
toekomstig gebruik als vastgoedbelegging worden opgenomen
in de sub rubriek ‘Projectontwikkelingen’ van de rubriek
‘Vastgoedbeleggingen’ en conform IAS 40 gewaardeerd aan hun
Reële Waarde minus nog op te lopen kosten en minus eventuele
ontwikkelmarge totdat de ontwikkeling voltooid is. Op dat ogenblik
worden de activa overgeboekt naar de sub rubriek ‘Vastgoed
beschikbaar voor verhuur’ van de rubriek ‘Vastgoedbeleggingen’,
steeds aan Reële Waarde ‘at completion’.
Na initiële opname worden de projecten gewaardeerd aan Reële
Waarde indien aan al de volgende criteria voldaan is: (i) de te
maken projectkosten kunnen betrouwbaar worden ingeschat
en (ii) alle nodige vergunningen voor het uitvoeren van de
projectontwikkeling zijn bekomen. Deze Reële Waarde waardering
is gebaseerd op de waardering door de Waarderingsdeskundige
(volgens de gebruikelijke methodes en assumpties) en houdt
rekening met de nog te maken kosten (inclusief een raming voor
onvoorziene kosten) voor de volledige afwerking van het project.
Potentiële winsten op projectontwikkelingen worden pas bij
realisatie van het project opgenomen, eens ze vaststaand zijn.
Alle rechtstreeks aan de aankoop of ontwikkeling gerelateerde
kosten en alle daaropvolgende investeringen die als
transactiekosten (kosten van nieuw- en/of verbouwingswerken,
inclusief de aanschaffingswaarde van het terrein en het bouwklaar
maken van het terrein) worden erkend, worden op de balans
opgenomen.
De interestkosten die rechtstreeks toe te rekenen zijn aan de
projectontwikkeling worden geactiveerd als deel van de kostprijs
van de projectontwikkeling. Interestkosten worden geactiveerd
aan de gemiddelde financieringskost van de Vennootschap.
De activering van financieringskosten, conform IAS 23, als
onderdeel van de kostprijs van een in aanmerking komend actief
gebeurt enkel als:
• uitgaven voor het actief worden gedaan;
• financieringskosten worden gemaakt;
• activiteiten aan de gang zijn om het actief voor te bereiden op
zijn beoogde gebruik.
De activering van financieringskosten wordt opgeschort tijdens
lange perioden waarin de actieve ontwikkeling wordt onderbroken
en wordt in elk geval stopgezet op het moment dat het actief klaar
is voor verhuring.
De rubriek ‘Projectontwikkelingen’ is een sub rubriek van de
post ‘Vastgoedbeleggingen’ en wordt mee opgenomen in de
berekening van de Reële Waarde van de vastgoedportefeuille in
uitbating.






XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
201
202
FINANCIEEL VERSLAG XIOR

Graphics



















10.6.10 UITGAVEN VOOR WERKEN AAN
VASTGOEDBELEGGINGEN
De uitgaven voor werken aan vastgoedbeleggingen komen ten
laste van het operationeel vastgoedresultaat indien de uitgaven
geen positief effect hebben op de verwachte toekomstige
economische voordelen en worden geactiveerd indien de
verwachte economische voordelen die aan de entiteit toekomen
erdoor verhogen. Er zijn drie soorten uitgaven:
•
Kosten van structureel en occasioneel onderhoud, herstellin-
gen en opfrissingswerken aan bestaande inrichting en meubi-
lair, inclusief de interne personeelskosten van de werknemers
die deze herstellingen uitvoeren: deze komen ten laste van het
operationeel vastgoedresultaat en worden opgenomen onder
de post ‘technische kosten’.
• Nieuwe investeringen en vervangingsinvesteringen in inrichting
en meubilair: deze kosten worden geactiveerd en toegevoegd
aan de Reële Waarde van de vastgoedbeleggingen in de mate
dat de studentenkamers gemeubeld verhuurd worden en de
nieuwe investeringen en vervangingsinvesteringen tot een ver-
hoging/instandhouding van het huurniveau leiden.
•
Kosten voor grote verbouwingen en verbeteringswerken: ver-
bouwingen zijn occasionele werken die een functie aan het
gebouw toevoegen of het bestaande comfort niveau aanzienlijk
verbeteren zodat ze een verhoging van de huurprijs en/of huur-
waarde met zich meebrengen. Deze kosten worden geactiveerd
en dus toegevoegd aan de Reële Waarde van de vastgoedbeleg-
gingen. De kosten hebben betrekking op materialen, erelonen,
aannemingswerken en interne personeelskosten.
Conform IAS
23 worden de kosten voor leningen, specifiek aangegaan voor
deze verbouwingswerken, eveneens geactiveerd en dus toe-
gevoegd aan de Reële Waarde van de vastgoedbelegging voor
zover het gebouw in kwestie in deze periode geen opbrengsten
genereert.
Ook onroerende voorheffingen, heffingen en andere
vastgoedkosten die betrekking hebben op het gebouw dat
deze verbouwing ondergaat, worden op deze manier verwerkt,
zo lang het gebouw geen inkomsten genereert. De nog uit te
voeren werken worden door de Waarderingsdeskundige in min-
dering gebracht van de waardering, na uitvoering worden deze
kosten geactiveerd en dus toegevoegd aan de Reële Waarde
van de vastgoedbeleggingen.





10.6.11 VERVREEMDING VAN EEN VASTGOEDBELEGGING
De gerealiseerde winsten of verliezen op de verkoop van een
vastgoedbelegging (ten opzichte van de reële waarde) komen in
de winst- en verliesrekening van de verslagperiode onder de post
‘Resultaat op verkopen van vastgoedbeleggingen’. Aangezien
het vastgoed verkocht is, wordt zowel de “Reserve voor het
saldo van de variaties in de Reële Waarde van vastgoed” als
de ‘Reserve voor de impact op de Reële Waarde van geschatte
mutatierechten en –kosten bij hypothetische vervreemding van
vastgoedbeleggingen’ met betrekking tot het verkochte pand
overgeboekt naar beschikbare reserves.
Commissies betaald bij het verkopen van gebouwen,
transactiekosten en verplichtingen aangegaan naar aanleiding
van transacties worden in mindering gebracht van de verkregen
verkoopprijs om de gerealiseerde winst of verlies te bepalen.







10.6.12 ANDERE MATERIËLE VASTE ACTIVA
De materiële vaste activa, andere dan vastgoedbeleggingen,
worden geclassificeerd als ‘andere materiële vaste activa’ en
worden gewaardeerd tegen aanschaffingswaarde, verminderd
met de geaccumuleerde afschrijvingen en waardeverminderingen.
De lineaire afschrijvingsmethode wordt toegepast op basis van
de verwachte gebruiksduur.
In het boekjaar waarin de investering plaatsvindt, worden
afschrijvingen pro rata temporis het aantal maanden dat het
actief in gebruik was, geboekt.
De volgende afschrijvingspercentages op jaarbasis zijn van toepassing:
• Gebouwen voor eigen gebruik: 4%
• Installaties, machines en uitrusting: 20%
• Meubilair: 10%
• Rollend materieel: 20%
• Informaticamaterieel: 33%


De verwachte gebruiksduur en afschrijvingsmethode worden
ten minste jaarlijks herzien bij de afsluiting van het boekjaar.
Indien er indicaties zijn dat een actief mogelijk een bijzonder
waardeverminderingsverlies heeft ondergaan, wordt de
boekwaarde vergeleken met de realiseerbare waarde. Indien de
boekwaarde hoger is dan de realiseerbare waarde, wordt een
bijzonder waardeverminderingsverlies opgenomen.


Op het ogenblik van de verkoop of buitengebruikstelling van
materiële vaste activa, andere dan vastgoedbeleggingen,
worden de aanschaffingswaarde en de afschrijvingen die
daarop betrekking hebben, uit de balans verwijderd en worden
de gerealiseerde meer- of minderwaarden in de winst- en
verliesrekening opgenomen.
De uitgaven voor werken aan andere materiële vaste activa
worden hetzelfde behandeld als uitgaven voor werken aan
vastgoedbeleggingen.











10.6.13 VASTE ACTIVA OF GROEPEN VAN ACTIVA
BESTEMD VOOR VERKOOP
Vaste activa en groepen activa die worden afgestoten, worden
geclassificeerd als activa bestemd voor verkoop indien hun
boekwaarde hoofdzakelijk zal worden gerealiseerd in een
verkooptransactie en niet door het voortgezette gebruik ervan.
Deze voorwaarde is enkel en alleen vervuld wanneer de verkoop
zeer waarschijnlijk is en het actief (of de groep activa die wordt
afgestoten) in zijn huidige staat onmiddellijk beschikbaar is voor
verkoop. Het management moet zich verbonden hebben tot
een plan voor de verkoop van het actief (of de groep activa die
wordt afgestoten), die naar verwachting in aanmerking komt voor
opname als een voltooide verkoop binnen één jaar na de datum
van de classificatie.
Vastgoedbeleggingen aangehouden voor verkoop worden op
dezelfde wijze gewaardeerd als andere vastgoedbeleggingen (aan
Reële Waarde), conform IAS 40.



Andere vaste activa aangehouden voor verkoop worden
gewaardeerd tegen de laagste waarde van hun boekwaarde en
hun Reële Waarde minus verkoopkosten (conform IFRS 5).










10.6.14 FINANCIËLE INSTRUMENTEN
De Vennootschap kan financiële afgeleide producten gebruiken
(interest rate swaps) om zich in te dekken tegen renterisico’s
afkomstig van operationele, financiële en investeringsactiviteiten.
De financiële afgeleide producten worden opgenomen onder de
vlottende en vaste financiële activa indien hun reële waarde
positief is en onder de langlopende en kortlopende financiële
verplichtingen indien hun reële waarde negatief is.
Winsten of verliezen die voortvloeien uit wijzigingen in de reële
waarden van de financiële derivaten worden onmiddellijk verwerkt
in de winst- en verliesrekening, tenzij een derivaat voldoet aan
de voorwaarden voor hedge accounting. De reële waarde van
de financiële rentederivaten is het bedrag dat de Vennootschap
verwacht te ontvangen of te betalen indien het financiële
rentederivaat op balansdatum wordt beëindigd waarbij de
geldende rente, het kredietrisico van de betreffende tegenpartij
en het kredietrisico van de onderneming in aanmerking wordt
genomen.
Wanneer een indekkingsinstrument vervalt of verkocht wordt,
of wanneer een indekking niet langer voldoet aan de criteria
van hedge accounting, blijven de geaccumuleerde winsten en
verliezen in eerste instantie behouden in het eigen vermogen.
Ze worden pas opgenomen in de resultatenrekening wanneer de
verbintenis of de afgedekte kasstromen worden opgenomen in
de resultatenrekening.










10.6.15 VLOTTENDE ACTIVA
Vorderingen op ten hoogste één jaar worden gewaardeerd tegen
hun nominale waarde, na aftrek van waardeverminderingen voor
dubieuze of oninbare vorderingen.
Niet-afgeleide financiële instrumenten, die worden aangehouden
in het kader van een bedrijfsmodel dat gericht is op het
aanhouden van financiële activa om contractuele kasstromen te
ontvangen en contractvoorwaarden van het financiële actief die
op een bepaald moment zorgen voor kasstromen die uitsluitend
aflossingen en rentebetalingen op uitstaande hoofdsommen
betreffen, worden gewaardeerd aan de geamortiseerde kostprijs.
Deze waarderingsmethode wordt voornamelijk toegepast op
langetermijnvorderingen en handelsvorderingen.


Bijzondere waardevermindering: conform IFRS 9 is Xior verplicht
verwachte kredietverliezen op handelsvorderingen te erkennen:
voorziening voor dubieuze debiteuren worden op individuele basis
aangelegd wanneer deze nodig zijn. Voor het aanleggen van de
voorziening dubieuze debiteuren wordt als volgt te werk gegaan:
de lijst van achterstallige huurgelden wordt intern van kortbij
opgevolgd. Op basis van een inschatting van het management of
wanneer er duidelijke aanwijsbare redenen zijn dat de vordering
niet meer kan geïnd worden, wordt een voorziening aangelegd.
Daarbovenop wordt er een algemene provisie aangelegd ten
belope van 25% van vorderingen die meer dan 180 dagen uitstaan.



Geldmiddelen en kasequivalenten omvatten contanten, direct
opvraagbare deposito’s en andere kortlopende, uiterst liquide
beleggingen die onmiddellijk kunnen worden omgezet in
geldmiddelen waarvan het bedrag gekend is en die geen materieel
risico van waardevermindering in zich dragen. Ze worden
gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs en bijkomende
kosten worden onmiddellijk in de resultatenrekening verwerkt.







10.6.16 EIGEN VERMOGEN
Het kapitaal omvat de geldmiddelen verkregen bij oprichting,
fusie of kapitaalverhoging. De externe kosten (notaris, honoraria
plaatsingspartners, …) die onmiddellijk toewijsbaar zijn aan de
uitgifte van nieuwe aandelen worden afgetrokken van het eigen
vermogen. Kosten van due diligence worden geactiveerd op het
actief.

Dividenden maken deel uit van het overgedragen resultaat totdat
de algemene vergadering van aandeelhouders de dividenden
toekent. Daarna worden deze dividenden geboekt als een schuld.

10.6.17 VOORZIENINGEN
Een voorziening wordt opgenomen wanneer:
•
de Vennootschap een bestaande – juridisch afdwingbare of
feitelijke – verplichting heeft ten gevolge van een gebeurtenis
uit het verleden;
• het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen zal vereist
zijn om de verplichting af te wikkelen; en
•
het bedrag van de verplichting op betrouwbare wijze kan
worden geschat.
Het bedrag dat wordt opgenomen als een voorziening is de
beste schatting van de uitgaven die vereist zijn om de bestaande
verplichting op balansdatum af te wikkelen, rekening houdend
met de risico’s en onzekerheden verbonden aan de verplichting.
Volledigheidshalve wordt in het kader van deze Voorzieningen
eveneens verwezen naar Hoofdstuk 10.9.35 van dit Jaarverslag
in verband met ‘Gerechtelijke en arbitrageprocedures’.


XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
203
204
FINANCIEEL VERSLAG XIOR

Graphics











10.6.18 FINANCIËLE VERPLICHTINGEN
Financiële verplichtingen worden op de balans opgenomen
onder kortlopende of langlopende verplichtingen, naargelang hun
vervaldag binnen de twaalf maanden na de afsluitdatum.

Handelsschulden worden gewaardeerd tegen de geamortiseerde
kostprijs.


Interest dragende leningen worden initieel aan de reële waarde, na
aftrek van de transactiekosten, opgenomen. Vervolgens worden de
interestdragende leningen gewaardeerd aan de geamortiseerde
kostprijs op basis van de effectieve-rentemethode, met
interestkosten opgenomen volgens de effectieve rente.

De effectieve-rentemethode is een methode voor het berekenen
van de geamortiseerde kostprijs van een financiële verplichting
en voor het toerekenen van interestkosten aan de desbetreffende
periode. De effectieve rentevoet is de rentevoet die de verwachte
stroom van toekomstige geldontvangsten (met inbegrip van
betaalde of ontvangen provisies en vergoedingen die integraal deel
uitmaken van de effectieve rentevoet alsook transactiekosten en
alle overige premies en kortingen) tijdens de verwachte looptijd
van de financiële verplichting of, indien relevant, een kortere
periode, exact disconteert tot de netto boekwaarde bij initiële
opname.

IFRS 16 voorziet een comprehensief model voor de identificatie
van lease-overeenkomsten en hun boekhoudkundige verwerking
in de jaarrekening van zowel leasinggever als leasingnemer. Sinds
de inwerkingtreding vervangt deze standaard IAS 17 Lease-
overeenkomsten en de daarmee gepaard gaande interpretaties.
IFRS 16 introduceert belangrijke wijzigingen met betrekking tot
de boekhoudkundige verwerking van lease-overeenkomsten
in hoofde van de leasingnemer, waarbij het onderscheid
tussen operationele en financiële leases wegvalt en activa en
verplichtingen erkend worden voor alle lease-overeenkomsten
(behalve uitzonderingen voor korte-termijn leases of activa
met een lage waarde). In tegenstelling tot de verwerking van
lease-overeenkomsten door de leasingnemer, behoudt IFRS 16
nagenoeg alle bepalingen uit IAS 17 – Lease-overeenkomsten
met betrekking tot de verwerking van lease-overeenkomsten
door de leasinggever. Dit wil zeggen dat leasinggevers blijvend de
lease-overeenkomsten moeten classificeren als operationele of
financiële lease-overeenkomsten.

Ten gevolge van de XL Fund transactie in 2020 heeft Xior 2
vastgoedobjecten verworven waarvoor IFRS 16 van toepassing is.
Hiervoor werd dan ook de nodige schuld opgenomen onder de
overige langlopende schulden. In 2021 werd een vastgoedobject
in Breda verworven waarvoor eveneens IFRS 16 van toepassing is.
Hetzelfde geldt voor het pand te Zaragoza, het pand in Krakau en
de in 2025 aangekochte panden te Wolska en Wroclaw.
Opties op aandelen worden verwerkt in de balans aan de verwachte
uitoefenprijs, indien de prijs gelinkt is aan de Reële Waarde van
het vastgoed, of aan de overeengekomen conventionele waarde,
indien de prijs vastligt.
Deze opties worden onder langlopende of kortlopende
schulden geboekt. Voor opties op de aandelen van een
minderheidsaandeelhouder wordt de optie geboekt t.o.v. het
eigen vermogen (Debiteren Eigen vermogen van de groep).
Opties op de aandelen van joint ventures worden geboekt t.o.v.
Deelnemingen in geassocieerde vennootschappen en joint
ventures vermogensmutatie.






10.6.19 VASTGOEDRESULTAAT
Het netto huurresultaat omvat de huren, operationele lease-
vergoedingen en andere inkomsten die hiermee verband houden
min de met verhuur verbonden kosten zoals te betalen huur op
gehuurde activa, waardeverminderingen op handelsvorderingen.
Huurkortingen worden gespreid in de resultatenrekening
opgenomen over de minimum duurtijd van het contract.

De recuperatie van huurlasten en belastingen normaal gedragen
door de huurder op verhuurde gebouwen omvat voornamelijk
de recuperatie van kosten van verwarming, water, elektriciteit
en internet die door middel van een kostenforfait in één bedrag
bij de start van de huurovereenkomst betaald worden door de
huurder en die gespreid in resultaat worden genomen over de
duurtijd van het huurcontract. Onroerende voorheffing wordt niet
doorgerekend en blijft ten laste van de Vennootschap voor wat
betreft studentenhuisvesting. Voor Spanje en Portugal wordt er
gewerkt met een all-in huurprijs. Op basis van de kosten voor
huurlasten wordt een deel van de huur die betaald wordt door de
huurder uit de netto huur geherklasseerd naar recuperatie van
huurlasten.
De huurlasten en belastingen normaal gedragen door de huurder
op verhuurde gebouwen omvatten de gemeenschappelijke
lasten alsook de kost van de onroerende voorheffing. De schuld
en kost van de onroerende voorheffing wordt conform IFRIC 21
volledig erkend op het moment dat deze door de Vennootschap
verschuldigd zijn (in casu op 1 januari van het boekjaar).
Opbrengsten worden gewaardeerd tegen de reële waarde van de
vergoeding die is ontvangen en worden lineair in de winst- en
verliesrekening opgenomen in de periode waarop ze betrekking
hebben.



10.6.20 VASTGOEDKOSTEN
De vastgoedkosten worden gewaardeerd tegen de reële waarde
van de vergoeding die is betaald of die verschuldigd is en worden
in de winst- en verliesrekening opgenomen in de periode waarop
ze betrekking hebben.
De technische kosten omvatten onder meer structureel en
occasioneel onderhoud en verliezen uit schadegevallen gedekt
door de verzekeringsmaatschappijen. De commerciële kosten
omvatten onder meer makelaarscommissies. De beheerskosten
van het vastgoed omvatten hoofdzakelijk: (i) de kosten van
het personeel verantwoordelijk voor deze activiteit, (ii) de
operationele kosten van de verhuurkantoren en (iii) de erelonen
betaald aan derde partijen.




10.6.21 ALGEMENE KOSTEN VAN DE VENNOOTSCHAP
EN ANDERE OPERATIONELE OPBRENGSTEN EN
KOSTEN
Algemene kosten van de Vennootschap zijn kosten die verband
houden met het beheer en de algemene werking van de
Vennootschap. Dit betreft onder meer algemene administratieve
kosten, personeelskosten voor algemeen beheer en afschrijvingen
voor activa die gebruikt worden voor het algemeen beheer.


10.6.22 FINANCIEEL RESULTAAT
Het financieel resultaat bestaat uit de intrestkosten op leningen,
bankkosten en bijkomende financieringskosten zoals de variaties
van indekkingsinstrumenten voor zover deze niet effectief
zijn in de zin van IAS 39, verminderd met de opbrengsten van
beleggingen.




10.6.23 WINSTBELASTING
Deze rubriek omvat de actuele belastinglast op het resultaat
van het boekjaar en de uitgestelde belastingen. Het statuut
van GVV voorziet in een fiscaal transparant statuut, gezien de
GVV enkel nog onderworpen is aan belastingen op specifieke
bestanddelen uit het resultaat zoals verworpen uitgaven
en abnormale en goedgunstige voordelen. Op de winst die
voortkomt uit verhuringen en gerealiseerde meerwaarden (in
België) wordt geen vennootschapsbelasting betaald. Onze
Spaanse vastgoedentiteiten hebben in 2022 het statuut van
Socimi verworven, hetgeen gelijkaardig is aan het GVV statuut.
Bijgevolg zijn ook de winsten uit verhuringen in Spanje vrijgesteld
van vennootschapsbelastingen. De Portugese vastgoedentiteit
Campopre Investments heeft in 2024 het staat van Sic verworven,
hetgeen ook gelijkaardig is aan het GVV statuut. Bijgevolg
zijn ook de winsten uit deze vennootschap vrijgesteld van
vennootschapsbelastingen.
De winstbelasting wordt rechtstreeks in het resultaat geboekt,
behalve als de belasting betrekking heeft op elementen die
rechtstreeks in het eigen vermogen worden opgenomen. In dat
geval wordt ook de belasting rechtstreeks in het eigen vermogen
opgenomen. De actuele belastinglast bestaat uit de verwachte
belasting op het belastbaar inkomen van het jaar en de correcties
op vorige boekjaren.
Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen worden
opgenomen op basis van de balansmethode voor alle tijdelijke
verschillen tussen de belastbare basis en de boekwaarde
en dit zowel voor activa als verplichtingen. Uitgestelde
belastingverplichtingen worden opgenomen voor alle belastbare
tijdelijke verschillen. Uitgestelde belastingvorderingen worden
opgenomen in de mate dat het waarschijnlijk is dat er voldoende
belastbare winst zal gerealiseerd worden waartegen de tijdelijke
verschillen kunnen worden afgezet.
In aanvulling van de winstbelasting wordt een passieve
uitgestelde belastinglatentie toegerekend aan de latente
meerwaarde van het vastgoed. Deze passieve uitgestelde
belastinglatentie wordt aangepast indien de Reële Waarde of de
boekwaarde van het vastgoed wijzigt, onder meer ten gevolge
van waardeschommelingen of fiscale afschrijvingen. In Nederland
wordt het toegepaste percentage bepaald door rekening te houden
met de geprojecteerde brutomarge op de vastgoedopbrengsten
in Nederland in de komende jaren. Zie onderstaande tabel voor de
percentages in de overige landen.
Spanje 25%
Portugal 21%
Polen 19%
Denemarken 22%
Duitsland 15,825%
Zweden 20,60%
Ten gevolge van de toepassing van IFRS 3 Revised en daaraan
gekoppeld de ‘initiële recognition exemption’ onder IAS 12 §15b,
werden er geen uitgestelde belasting geboekt op het verschil
tussen de boekwaarde bij acquisitie en de conventionele waarde.
Bij vervreemding van het vastgoed via een ‘asset transactie’ is
deze belasting mogelijks verschuldigd. Dit geeft aanleiding tot een
contingent liability. Deze bedraagt 53.163 KEUR per 31 december
2025.








10.6.24 EXIT-TAKS
Uitgestelde belastingverplichtingen worden voor de
dochtervennootschappen geboekt op het verschil tussen de
boekwaarde van de vastgoedbeleggingen na afschrijvingen in de
statutaire jaarrekening van deze dochtervennootschappen en de
Reële Waarde. Deze uitgestelde belastingen worden geboekt aan
het geldende tarief van de exit taks indien de respectieve raden
van bestuur van de Vennootschap en de dochtervennootschap
de intentie hebben om de dochtervennootschap te fuseren met
de Vennootschap.
(i) Algemeen
De exit-taks is de vennootschapsbelasting op de meerwaarde die
vastgesteld wordt bij een belaste fusie van een gereglementeerde
vastgoedvennootschap met een Belgische onderneming die geen
gereglementeerde vastgoedvennootschap is. Wanneer deze
onderneming voor het eerst in de consolidatiekring van de groep
wordt opgenomen, komt de exit-taks in mindering van het eigen
vermogen van de te fuseren vennootschap. Indien de onderneming
niet onmiddellijk gefuseerd wordt met de gereglementeerde
vastgoedvennootschap worden aanpassingen aan de exit-taks
verplichtingen, die op het ogenblik van de fusie noodzakelijk
zouden blijken ten opzichte van het geprovisioneerde bedrag,
geboekt via de winst- en verliesrekeningen.
(ii) Percentage van de exit-taks
Het percentage van de exit-taks bedraagt 15% vanaf aanslagjaar
2021 (boekjaar startend vanaf 1 januari 2020).
(iii) Grondslag voor de berekening van de exit-taks
De exit-taks is van toepassing bij inbrengen, fusies, splitsingen
en met fusies of splitsingen gelijkgestelde verrichtingen waaraan
de Vennootschap als gereglementeerde vastgoedvennootschap
deelneemt. Dergelijke verrichtingen worden uitdrukkelijk




XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
205
206
FINANCIEEL VERSLAG XIOR

Graphics




uitgesloten van de fiscale neutraliteit. Zowel de vergunning
als gereglementeerde vastgoedvennootschap als voormelde
verrichtingen waaraan de Vennootschap als gereglementeerde
vastgoedvennootschap zou deelnemen, worden vanuit fiscaal
oogpunt gelijkgesteld met een ontbinding en vereffening van de
betrokken vastgoedvennootschap(pen).
Voor de berekening van de exit-taks wordt de werkelijke waarde
van het maatschappelijk vermogen van de Vennootschap
respectievelijk de betrokken vastgoedvennootschap(pen) op
datum van de vergunning of van de betreffende verrichting
gelijkgesteld met een ‘bij verdeling van maatschappelijk vermogen
uitgekeerde som’. Het positief verschil tussen, enerzijds de bij
wettelijke fictie uitgekeerde som en, anderzijds, de gerevaloriseerde
waarde van het gestort kapitaal wordt als dividend aangemerkt. In
het geval van een met splitsing gelijkgestelde verrichting waaraan
de Vennootschap zou deelnemen, zijn de regels inzake vereffening
en ontbinding slechts van toepassing op het afgesplitste
vermogen van de hierbij betrokken vastgoedvennootschap(pen).
Wanneer de Vennootschap wordt erkend als gereglementeerde
vastgoedvennootschap, wordt de exit-taks toegepast op de latente
meerwaarden en de vrijgestelde reserves van de Vennootschap
op het ogenblik dat zij de vergunning als gereglementeerde
vastgoedvennootschap verwerft (voor zover deze op dat ogenblik
bestaan). Wanneer de Vennootschap als gereglementeerde
vastgoedvennootschap deelneemt aan een inbreng, fusie, splitsing
of een met fusie of splitsing gelijkgestelde verrichting, wordt de
exit-taks berekend op de latente meerwaarden en de vrijgestelde
reserves van de vastgoedvennootschap die de inbreng door
fusie, splitsing of een gelijkgestelde verrichting doet. De latente
meerwaarden worden berekend als het positief verschil tussen
de fiscale werkelijke waarde van het (afgesplitst) maatschappelijk
vermogen van de betrokken vastgoedvennootschap enerzijds
en de aanschaffingswaarde van dat maatschappelijk vermogen
verminderd met de voorheen fiscaal aangenomen afschrijvingen
en waardeverminderingen anderzijds.
De exit-taks, verschuldigd door vennootschappen waarvan het
vermogen door een gereglementeerde vastgoedvennootschap
wordt overgenomen bij (o.m.) fusie, wordt berekend rekening
houdend met Circulaire Ci.RH.423/567.729 van de Belgische
belastingadministratie van 23 december 2004, waarvan de
interpretatie of praktische toepassing steeds zou kunnen
wijzigen. De "fiscale werkelijke waarde" zoals bedoeld in deze
circulaire wordt door de Vennootschap berekend met aftrek van
registratiebelastingen of BTW (die van toepassing zou zijn in geval
van een verkoop van de activa) (de “Waarde Kosten Koper”) en kan
verschillen van (inclusief lager zijn dan) de Reële Waarde van het
vastgoed zoals opgenomen in de balans van de gereglementeerde
vastgoedvennootschap conform IAS 40.
(iv) Betaling van de exit-taks
Bij een inbreng, fusie, splitsing of een met fusie of splitsing
gelijkgestelde verrichting waaraan de Vennootschap als
gereglementeerde vastgoedvennootschap deelneemt, is de exit-
taks verschuldigd door de vastgoedvennootschap die de inbreng
in de GVV doet. Bij een inbreng in de Vennootschap door middel
van een fusie zal de exit-taks de facto weliswaar verschuldigd zijn
door de Vennootschap als overnemende vennootschap.
(v) Finaliteit van de exit-taks
De Vennootschap geniet als gereglementeerde
vastgoedvennootschap van een afwijkend fiscaal regime.
Zij is onderworpen aan de vennootschapsbelasting, maar
haar belastbare grondslag is beperkt tot (i) de abnormale
of goedgunstige voordelen die ze ontvangt en (ii) de niet als
beroepskosten aftrekbare uitgaven en kosten (andere dan
waardeverminderingen en minderwaarden op aandelen) (artikel
185bis WIB 1992). De Vennootschap is na haar vergunning als
gereglementeerde vastgoedvennootschap dus niet belast op
haar boekhoudkundig resultaat, wat impliceert dat ook de
meerwaarden die ze realiseert niet in haar belastbare grondslag
zijn opgenomen. Teneinde te vermijden dat de Vennootschap
definitief zou zijn vrijgesteld van de belasting op latente niet-
gerealiseerde meerwaarden en vrijgestelde reserves waarover
ze beschikt op datum van haar vergunning, werd de exit-taks
ingevoerd. Met de heffing van de exit-taks wordt de Vennootschap
op het moment van haar vergunning als gereglementeerde
vastgoedvennootschap a.h.w. geacht voor het verleden af te
rekenen. Dezelfde ratio legis geldt voor de afrekening in hoofde van
de vastgoedvennootschap(pen) betrokken bij een fusie, splitsing
of een met fusie of splitsing gelijkgestelde verrichting waaraan
de Vennootschap als gereglementeerde vastgoedvennootschap
deelneemt.
(vi) Boekhoudkundige verwerking
De exit taks is de vennootschapsbelasting op de meerwaarde
die vastgesteld wordt bij de belaste fusie van een GVV met een
onderneming die geen GVV is. De verschuldigde exit taks op deze
meerwaarde wordt erkend wanneer de onderneming die geen
GVV is voor het eerst in de consolidatiekring van de Groep wordt
opgenomen. In principe wordt de voorziening voor exit taks enkel
tussentijds herzien indien deze door de waardestijging van het
onroerend goed van deze onderneming dient verhoogd te worden.
Een eventuele overschatting ten gevolge van waardedalingen
wordt slechts vastgesteld bij de effectieve realisatie van de fusie.
Deze aanpassingen aan de exit taks verplichting worden geboekt
via de winst- en verliesrekeningen.









10.6.25 FINANCIEEL RISICOBEHEER
i. Evolutie van de rentevoeten
Hogere rentevoeten leiden tot een stijging van de financiële kosten
en een daling van het EPRA resultaat. Voor de afdekking van het
renterisico op langetermijnleningen met variabele rentevoet
maakt Xior Student Housing gebruik van financiële instrumenten
van het type IRS. Bij een interest rate swap wordt de variabele
rentevoet ingeruild tegen een vaste rentevoet. Door het gevoerde
rentebeleid zijn 89% van de opgenomen leningen afgedekt met
een vaste rentevoet. De gemiddelde financieringskost van
de openbare GVV bedraagt 3,06%. Er wordt verwezen naar
Hoofdstuk 10.9.22 van dit Jaarverslag voor de potentiële impact
van interestwijzigingen.

ii. Financieringsrisico
De langetermijnfinanciering werd voor het merendeel afgesloten
onder de vorm van “bulletleningen”. Dit zijn leningen waarvan het
kapitaal na een looptijd van drie à tien jaar in zijn geheel dient
terugbetaald te worden. De diversificatie van de financiering
over verschillende banken beperkt het liquiditeitsrisico van
Xior Student Housing. De leningen zijn deels afgesloten tegen
een variabele interestvoet en deels tegen een vaste rentevoet.
Xior Student Housing heeft de nodige afdekkingsverrichtingen
afgesloten, waarbij 89% van haar opgenomen leningen werd
omgezet naar een vaste interestvoet. Het nettoresultaat is dus
slechts in beperkte mate gevoelig voor renteschommelingen.

iii. Kredietrisico
De achterstallige huren worden nauwlettend opgevolgd door Xior
Student Housing. Ingeval van niet-betaling bezit de Vennootschap
meestal een huurwaarborg. Er wordt verwezen naar Hoofdstuk
10.9.13 van dit Jaarverslag voor verdere details.



XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
207
208
FINANCIEEL VERSLAG XIOR

Graphics

10.7 SEGMENTINFORMATIE
De segmenteringsbasis voor de rapportering per segment gebeurt
per geografische regio. De huurresultaten worden opgesplitst op
basis van geografische locatie: België, Nederland, Iberia (Spanje en
Portugal), Nordics (Denemarken en Zweden), Duitsland en Polen. Per
locatie wordt bovendien de opsplitsing gemaakt tussen studenten en
andere. Commerciële beslissingen worden genomen op dit niveau en
huuropbrengsten en bezettingsgraad worden op dit niveau opgevolgd.


De categorie niet-toegewezen bedragen omvat alle niet aan een
segment toewijsbare kosten.
Op het niveau van de resultatenrekening wordt enkel het netto-
huurresultaat, het resultaat op verkoop van vastgoedbeleggingen,
de variaties in reële waarde van vastgoedbeleggingen en het ander
portefeuilleresultaat opgesplitst per segment.

31/12/25
België Nederland Iberia Nordics Duitsland + Polen Niet toegewezen Totaal
Cijfers in duizenden EUR Studenten Andere Studenten Andere Studenten Andere Studenten Andere Studenten Andere bedragen
Netto huurresultaat 27.797 4.168 58.376 8.018 32.124 0 22.214 3.401 21.577 1.926 0 179.600
Vastgoedresultaat 8.859 188.459
Vastgoedkosten -31.832 -31.832
Operationeel vastgoedresultaat 156.627
Algemene kosten -12.755 -12.755
Andere operationele kosten en opbrengsten 424 424
Operationeel resultaat voor het resultaat op de
portefeuille 144.296
Resultaat op verkoop van vastgoedbeleggingen -1.005 0 0 0 0 -42 0 0 0 0 0 -1.047
Variaties in de reële waarde van vastgoedbeleggingen -9.497 -7 -14.136 -10.614 43.951 0 21.862 1.839 5.896 0 0 39.293
Ander portefeuilleresultaat -1.035 0 -15.130 0 -1.765 0 -916 0 -51.321 0 0 -70.167
Operationeel resultaat 112.375
Financieel resultaat -29.924 -29.924
Aandeel in het resultaat van geassocieerde vennoot-
schappen en joint ventures 0 0
Resultaat voor belastingen 82.451
Belastingen -13.779 -13.779
Netto resultaat 68.672
EPRA-winst 102.827 102.827
Resultaat van de portefeuille -11.537 -7 -29.266 -10.614 42.186 -42 20.946 1.839 -45.425 0 0 -31.921
Totaal Activa 601.474 728 1.358.243 156.822 607.773 0 429.372 61.575 342.854 0 170.091 3.728.933
Vastgoedbeleggingen 601.474 728 1.358.243 156.822 607.773 0 429.372 61.575 342.854 0 3.558.842
Andere activa 170.091 170.091
Totaal passiva en eigen vermogen 3.728.933 3.728.933
Eigen vermogen 1.753.131 1.753.131
Verplichtingen 1.975.802 1.975.802



XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
209
210
FINANCIEEL VERSLAG XIOR

Graphics

31/12/24
België Nederland Iberia Nordics Duitsland + Polen Niet toegewezen Totaal
Cijfers in duizenden EUR Studenten Andere Studenten Andere Studenten Andere Studenten Andere Studenten Andere bedragen
Netto huurresultaat 28.316 2.811 55.123 8.890 28.507 0 27.415 3.364 11.927 1283 167.638
Vastgoedresultaat 4.330 171.968
Vastgoedkosten -30.678 -30.678
Operationeel vastgoedresultaat 141.291
Algemene kosten -12.669 -12.669
Andere operationele kosten en opbrengsten 1.561 1.561
Operationeel resultaat voor het resultaat op de
portefeuille 130.183
Resultaat op verkoop van vastgoedbeleggingen -15.185 0 -7.919 -4.436 0 -672 0 0 0 0 0 -28.213
Variaties in de reële waarde van vastgoedbeleggingen -201 5 54.626 -6.620 20.178 0 -15.902 -2.175 8.191 0 0 58.104
Ander portefeuilleresultaat -2.408 0 -5 0 -1.908 0 -7.581 0 -16.336 0 -356 -28.594
Operationeel resultaat 131.480
Financieel resultaat -55.542 -55.542
Aandeel in het resultaat van geassocieerde vennoot-
schappen en joint ventures 0 0
Resultaat voor belastingen 75.939
Belastingen -9.427 -9.427
Netto resultaat 66.509
EPRA-winst 91.240 91.240
Resultaat van de portefeuille -17.794 5 46.702 -11.056 18.270 -672 -23.483 -2.175 -8.145 0 -356 1.297
Totaal Activa 607.573 735 1.312.933 143.629 562.598 391 402.681 59.785 223.727 0 206.391 3.520.445
Vastgoedbeleggingen 607.573 735 1.312.933 143.629 562.598 391 402.681 59.785 223.727 0 3.314.054
Andere activa 206.391 206.391
Totaal passiva en eigen vermogen 3.520.445 3.520.445
Eigen vermogen 1.634.504 1.634.504
Verplichtingen 1.885.941 1.885.941



XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
211
212
FINANCIEEL VERSLAG XIOR

Graphics
10.8 ALTERNATIEVE PRESTATIE INDICATOREN (APM’S)
3
APM benaming Definitie Gebruik
EPRA-winst Nettoresultaat +/- variaties in de reële waarde van vastgoedbeleggingen, +/- ander porte-feuilleresultaat, +/- resultaat op verkopen van vastg oedbeleggingen, +/- variaties in de reële waarde van financiële activa en passiva +/- uitgestelde belastingen m.b.t. IAS 40 cor-recties. Meten van het resultaat van de strategische operationele activiteiten, met uitsluiting van de variaties in de reële waarde van vastgoed-beleggingen, ander portefeuilleresultaat, re-sultaat op verkopen van vastgoedbeleggingen en variaties in de reële waarde van financiële activa en passiva en de uitgestelde belastin-gen m.b.t. IAS 40. Dit geeft aan in welke mate dividendbetalingen ondersteund worden door de winst.
Resultaat van de portefeuille Resultaat op de verkopen van vastgoedbe-leggingen +/- variaties in de reële waarde van vastgoedbeleggingen +/- ander portefeuille-resultaat. Meten van de gerealiseerde en niet-gereali-seerde winst/verlies op de vastgoedbeleg-gingen.
Gemiddelde interestvoet Interestkosten inclusief IRS interestkos-ten gedeeld door de gemiddeld uitstaande schuld gedurende de periode. Meten van de gemiddelde interestkost van de schulden om een vergelijking met peers mogelijk te maken + analyse van de evolutie over de jaren.
Gemiddelde interestvoet excl. IRS interestkosten Interestkosten exclusief IRS interestkos-ten gedeeld door de gemiddeld uitstaande schuld gedurende de periode. Meten van de gemiddelde interestkost van de schulden om een vergelijking met peers mogelijk te maken + analyse van de evolutie over de jaren.
Gemiddelde financieringskost Interestkosten inclusief IRS interestkosten + arrangement fees en commitment fees gedeeld door gemiddeld uitstaande schuld gedurende de periode. Meten van de gemiddelde financieringskost van de schulden om een vergelijking met peers mogelijk te maken + analyse van de evolutie over de jaren.
Gemiddelde financieringskost excl. IRS interestkosten Interestkosten exclusief IRS interestkosten + arrangement fees en commitment fees gedeeld door gemiddeld uitstaande schuld gedurende de periode. Meten van de gemiddelde financieringskost van de schulden om een vergelijking met peers mogelijk te maken + analyse van de evolutie over de jaren.
EPRA-winst per aandeel Netto resultaat +/- resultaat op verkopen van vastgoedbeleggingen, +/- variaties in de reële waarde van vastgoedbeleggingen, +/- overig portefeuilleresultaat +/- variaties in de reële waarde van financiële activa en passiva +/- uitgestelde belastingen m.b.t. IAS 40 cor-recties gedeeld door het gemiddelde aantal aandelen. Vergelijkbaarheid met andere GVV’s en inter-nationale vastgoedspelers.
EPRA NAW Dit is de NAV die werd Dit is de NAV die werd aangepast zodat ze ook vastgoed en overige investeringen tegen hun reële waarde omvat en die bepaalde posten uitsluit die naar ver-wachting geen vaste vorm zullen krijgen in een bedrijfsmodel met vastgoedbeleggingen op lange termijn. Vergelijkbaarheid met andere GVV’s en inter-nationale vastgoedspelers.
EPRANet Reinstatement Value (NRV) Veronderstelt dat entiteiten nooit vastgoed verkopen en beoogt de waarde te vertegen-woordigen die nodig is om het vastgoed te herbouwen. Vergelijkbaarheid met andere GVV’s en in-ternationale vastgoedspelers. De EPRA NAV metrics maken aanpassingen aan de NAV per IFRS-jaarrekening om de belanghebbenden de meest relevante informatie over de reële waarde van de activa en passiva van een vastgoedvennootschap, onder verschillende scenario's te verstrekken.
APM benaming Definitie Gebruik
EPRA Net Tangible Asset (NTA) Veronderstelt dat entiteiten activa kopen en verkopen, waardoor bepaalde niveaus van onvermijdelijke uitgestelde belasting zich kristalliseren. Vergelijkbaarheid met andere GVV’s en in-ternationale vastgoedspelers. De EPRA NAV metrics maken aanpassingen aan de NAV per IFRS-jaarrekening om de belanghebbenden de meest relevante informatie over de reële waarde van de activa en passiva van een vastgoedvennootschap, onder verschillende scenario's te verstrekken.
EPRA Net Disposal Value (NDV) Vertegenwoordigt de aandeelhouderswaarde in een ‘uitverkoop scenario’, waarbij uitge-stelde belasting, financiële instrumenten en bepaalde andere aanpassingen zijn berekend naar de volledige omvang, na aftrek van dedaaruit voortvloeiende belasting. Vergelijkbaarheid met andere GVV’s en in-ternationale vastgoedspelers. De EPRA NAV metrics maken aanpassingen aan de NAV per IFRS-jaarrekening om de belanghebbenden de meest relevante informatie over de reële waarde van de activa en passiva van een vastgoedvennootschap, onder verschillende scenario's te verstrekken.
EPRA Netto Initieel Rendement (NIR) Geannualiseerde bruto huurinkomsten op basis van de lopende huren op afsluitda-tum, met uitsluiting van de vastgoedkosten, gedeeld door de marktwaarde van de por-tefeuille verhoogd met de geschatte muta-tierechten en -kosten bij hypothetische vervreemding van vastgoedbeleggingen. Vergelijkbaarheid met andere GVV’s en inter-nationale vastgoedspelers.
EPRA Aangepast Netto Initieel Rendement (Aangepast NIR) Deze maatstaf integreert een aanpassing van de EPRA NIR voor de afloop van huurvrije periodes of andere niet-vervallen huurincen-tives. Vergelijkbaarheid met andere GVV’s en inter-nationale vastgoedspelers.
EPRA-huurleegstand Geschatte huurwaarde van leegstaande units gedeeld door de geschatte huurwaarde van de totale portefeuille. Vergelijkbaarheid met andere GVV’s en inter-nationale vastgoedspelers.
EPRA Kost Ratio (incl. leegstandskosten) EPRA kosten (inclusief leegstandskosten) gedeeld door de bruto huurinkomsten ver-minderd met de te betalen huur op gehuurde grond. Vergelijkbaarheid met andere GVV’s en inter-nationale vastgoedspelers.
EPRA Kost Ratio (excl. leegstandskosten) EPRA kosten (exclusief leegstandskosten) gedeeld door de bruto huurinkomsten ver-minderd met de te betalen huur op gehuurde grond Vergelijkbaarheid met andere GVV’s en inter-nationale vastgoedspelers
Financieel resultaat (excl. variaties in de reële waarde van financiële activa en passiva) Financieel resultaat gecorrigeerd voor de va-riaties in de reële waarde van financiële activa en passiva. Vergelijkbaarheid met andere GVV’s en inter-nationale vastgoedspelers.
EPRA Loan-to-Value (LTV) Een belangrijke maatstaf die weergeeft in welke mate activiteiten worden gefinancierd met vreemd vermogen Vergelijkbaarheid met andere GVV’s en inter-nationale vastgoedspelers.

3
De APM’s met uitzondering van EPRA Netto Inititeel Rendement, EPRA-huurleegstand en EPRA kost ratio werden gecontroleerd door de Commissaris.
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
213
214
FINANCIEEL VERSLAG XIOR

Graphics
Alternatieve Prestatie Indicatoren (APM’s): reconciliatietabellen
EPRA-winst 31/12/25 31/12/24
Nettoresultaat 68.672 66.509
Variaties in de reële waarde van de vastgoedbeleggingen -39.293 -58.104
Ander portefeuilleresultaat 70.167 28.596
Resultaat op verkopen van vastgoedbeleggingen 1.047 28.213
Variaties in de reële waarde van financiële activa en passiva -5.001 20.136
Uitgestelde belastingen m.b.t. IAS 40 7.235 5.890
EPRA-winst 102.827 91.240
EPRA-winst - deel van de groep 102.323 90.961
Resultaat van de portefeuille 31/12/25 31/12/24
Resultaat op verkopen van vastgoedbeleggingen -1.047 -28.213
Variaties in de reële waarde van de vastgoedbeleggingen 39.293 58.104
Ander portefeuilleresultaat -70.167 -28.596
Resultaat van de portefeuille -31.921 1.295
EPRA-winst per aandeel 31/12/25 31/12/24
Nettoresultaat 68.672 66.509
Variaties in de reële waarde van de vastgoedbeleggingen -39.293 -58.104
Ander portefeuilleresultaat 70.167 28.596
Resultaat op verkopen van vastgoedbeleggingen 1.047 28.213
Variaties in de reële waarde van financiële activa en passiva -5.001 20.136
Uitgestelde belastingen m.b.t. IAS 40 7.235 5.890
Gewogen gemiddelde aantal aandelen 46.279.394 41.118.335
EPRA-winst per aandeel 2,22 2,22
EPRA-winst per aandeel – deel van de groep 2,21 2,21
Gemiddelde interestvoet 31/12/25 31/12/24
Nominale interestlasten op leningen 42.664 57.760
Kosten van toegelaten afdekkingsinstrumenten -4.827 -20.932
Geactiveerde interesten 14.553 16.007
Gemiddeld uitstaande schuld gedurende de periode 1.757.942 1.734.843
Gemiddelde interestvoet 2,98% 3,05%
Gemiddelde interestvoet excl. Kosten van toegelaten afdekkingsinstrumenten 3,25% 4,25%
Gemiddelde financieringskost 31/12/25 31/12/24
Nominale interestlasten op leningen 42.664 57.760
Kosten van toegelaten afdekkingsinstrumenten -4.827 -20.932
Geactiveerde interesten 14.553 16.007
Wedersamenstelling van het nominaal bedrag van financiële schulden 834 619
Bankkosten en andere commissies 634 322
Gemiddeld uitstaande schuld gedurende de periode 1.757.942 1.734.843
Gemiddelde financieringskost 3,06% 3,10%
Gemiddelde financieringskost excl. Kosten van toegelaten afdekkingsinstrumen-
ten 3,34% 4,31%
EPRA Netto Initieel Rendement 31/12/25 31/12/24
Vastgoedbeleggingen - volle eigendom fair value 3.524.218 3.224.828
Vastgoedbeleggingen - aandeel van joint ventures 44.400 78.980
Verminderd met projectontwikkelingen -426.772 -427.807
Afgewerkte vastgoedportefeuille 3.141.846 2.876.001
Transactiekosten 145.711 153.893
Investeringswaarde van het vastgoed beschikbaar voor verhuur 3.287.558 3.029.893
Geannualiseerde bruto huurinkomsten 187.165 161.786
Vastgoedkosten 29.628 22.916
Geannualiseerde netto huurinkomsten 157.536 138.870
Notioneel bedrag bij aflopen van huurvrije periode 0 0
Aangepaste geannualiseerde netto huurinkomsten 157.536 138.870
EPRA Netto Initieel Rendement (NIR) 4,8% 4,6%
EPRA Aangepast Netto Initieel Rendement (aangepast NIR) 4,8% 4,6%
EPRA Huurleegstand 31/12/25 31/12/24
Geschatte huurwaarde van de leegstaande units 3.290 3.452
Geschatte huurwaarde van de totale portefeuille 187.165 161.786
EPRA Huurleegstand 1,76% 2,13%
EPRA kost ratio 31/12/25 31/12/24
Algemene kosten 12.755 12.669
Waardeverminderingen op handelsvorderingen 402 443
Vastgoedkosten 31.832 30.678
Verlies op de servicekosten 3.739 3.772
EPRA kosten (incl. leegstandskosten) 48.728 47.562
Leegstandskosten 0 73
EPRA kosten (excl.leegstandskosten) 48.728 47.489
Bruto huurinkomsten 180.002 168.081
EPRA kost ratio (incl. leegstandskosten) 27,1% 28,3%
EPRA kost ratio (excl. leegstandskosten) 27,1% 28,3%
Financieel resultaat excl. variaties in de reële waarde van financiële activa en passiva 31/12/25 31/12/24
Financieel resultaat -29.924 -55.542
Variaties in de reële waarde van financiële activa en passiva 5.001 -20.136
Financieel resultaat excl. variaties in de reële waarde van financiële activa en passiva -34.925 -35.406

XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
215
216
FINANCIEEL VERSLAG XIOR

Graphics
31/12/25 Proportionele consolidatie
EPRA Loan-To-Value ratio Groep Aandeel in JV's Gecombineerd
Toevoegen:
Kredietinstellingen 1.455.055 2.618 1.457.673
Commercial paper 65.657 65.657
Obligatieleningen 253.568 253.568
Netto te betalen 6.814 437 7.251
(-) Lange termijn handelsvorderingen 7.895 7.895
(-) Handelsvorderingen 2.789 131 2.920
(-) Belastingsvorderingen en andere vlottende activa 44.689 114 44.803
(+) Andere langlopende verplichtingen 0 0
(+) Handelsschulden en andere kortlopende schulden 34.045 681 34.726
(+) Andere kortlopende verplichtingen 28.142 28.142
Uitsluiten:
Cash 4.756 365 5.121
Netto-schuld (a) 1.776.338 2.689 1.779.027
Toevoegen:
Vastgoed voor eigen gebruik* 10.533 10.533
Vastgoed beschikbaar voor verhuur 3.148.319 3.148.319
Projectontwikkelingen 410.524 4.094 414.618
Activa of groepen van activa aangehouden voor verkoop 0 0
Immateriële vaste activa 6.471 6.471
Vordering op deelnemingen in geassocieerde ondernemingen en joint ventures 0 0 0
Totale eigendomswaarde (b) 3.575.847 4.094 3.579.941
Real estate transfer taks 177.597 177.597
Totale eigendomswaarde incl RETTs (c) 3.753.444 4.094 3.757.538
EPRA LTV (a/b) 49,68% 49,69%
EPRA LTV (incl RETTs) (a/c) 47,33% 47,35%












*
EPRA guidelines vereisen dat indien het vastgoed voor eigen gebruik volgens IAS 16 geboekt wordt, de Fair Value moet opgenomen
worden van het vastgoed voor eigen gebruik. Aangezien dit vastgoed niet gewaardeerd wordt aan Fair Value, wordt in deze tabel
voor de berekening de boekwaarde opgenomen.
31/12/24 Proportionele consolidatie
EPRA Loan-To-Value ratio Groep Aandeel in JV’s Gecombineerd
Toevoegen:
Kredietinstellingen 1.364.001 1.323 1.365.324
Commercial paper 72.550 72.550
Obligatieleningen 253.384 253.384
Netto te betalen 34.887 299 35.186
(-) Lange termijn handelsvorderingen 9.268 9.268
(-) Handelsvorderingen 3.015 3.015
(-) Belastingsvorderingen en andere vlottende activa 37.603 797 38.400
(+) Andere langlopende verplichtingen 46 46
(+) Handelsschulden en andere kortlopende schulden 31.979 1.096 33.075
(+) Andere kortlopende verplichtingen 52.748 52.748
Uitsluiten:
Cash 9.462 530 9.992
Netto-schuld (a) 1.715.360 1.092 1.716.452
Toevoegen:
Vastgoed voor eigen gebruik* 11.309 11.309
Vastgoed beschikbaar voor verhuur 2.905.287 2.905.287
Projectontwikkelingen 408.766 7.639 416.405
Activa of groepen van activa aangehouden voor verkoop 0 0
Immateriële vaste activa 4.863 4.863
Vordering op deelnemingen in geassocieerde ondernemingen en joint ventures 28.152 -7.320 20.832
Totale eigendomswaarde (b) 3.358.377 319 3.358.696
Real estate transfer taks 194.096 194.096
Totale eigendomswaarde incl RETTs (c) 3.552.473 319 3.552.792
EPRA LTV (a/b) 51,08% 51,10%
EPRA LTV (incl RETTs) (a/c) 48,29% 48,31%













*
EPRA guidelines vereisen dat indien het vastgoed voor eigen gebruik volgens IAS 16 geboekt wordt, de Fair Value moet opgenomen worden van het vastgoed voor eigen gebruik. Aangezien
dit vastgoed niet gewaardeerd wordt aan Fair Value, wordt in deze tabel voor de berekening de boekwaarde opgenomen.

XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
217
218
FINANCIEEL VERSLAG XIOR

Graphics
Per 31/12/2025 EPRA NRV EPRA NTA EPRA NDV EPRA NAW EPRA NNNAW
IFRS Eigen vermogen toe te rekenen aan aandeelhouders exclusief minderheidsbe-langen 1.751.575 1.751.575 1.751.575 1.751.575 1.751.575
Minderheidsbelangen XXXXXXXXXXX XXXXXXXXXXX XXXXXXXXXXX 1.556 1.556
UIT TE SLUITEN
Uitgestelde belastingen m.b.t. FV winst op IP 70.652 70.652 XXXXXXXXXXX 70.652 XXXXXXXXXXX
FV van financiële activa -10.030 -10.030 XXXXXXXXXXX -10.030 XXXXXXXXXXX
Immateriële vaste Activa per IFRS BS XXXXXXXXXXX -6.471 XXXXXXXXXXX XXXXXXXXXXX XXXXXXXXXXX
OMVAT
FV van vastrentende schulden XXXXXXXXXXX XXXXXXXXXXX 75.994 XXXXXXXXXXX XXXXXXXXXXX
Belastingen op overdracht van onroerende goederen 177.597 nvt XXXXXXXXXXX XXXXXXXXXXX XXXXXXXXXXX
NAW 1.989.794 1.805.726 1.827.569 1.813.753 1.753.131
Volledig verwaterd aantal aandelen 46.695.094 46.695.094 46.695.094 46.695.094 46.695.094
NAW per aandeel 42,61 38,67 39,14 38,84 37,54
NAW per aandeel - deel van de groep 42,61 38,67 39,14 38,81 37,51
Aanvullende uitgestelde belasting toelichting indien gekozen wordt voor optie (i) of (ii) Reële waarde % tov. portfolio % excl.uitgestelde belastingen
Portefeuille die onderworpen is aan uitgestelde belastingen en die bedoeld is om aan te houden en niet te verkopen op de lange termijn. 3.558.842 100 100
Portefeuille die onderworpen is aan een gedeeltelijke uitgestelde belasting en aan fiscale structurering 0 0 0
Per 31/12/2024 EPRA NRV EPRA NTA EPRA NDV EPRA NAW EPRA NNNAW
IFRS Eigen vermogen toe te rekenen aan aandeelhouders exclusief minderheidsbe-langen 1.633.544 1.633.544 1.633.544 1.633.544 1.633.544
Minderheidsbelangen XXXXXXXXXXX XXXXXXXXXXX XXXXXXXXXXX 960 960
UI TE SLUITEN
Uitgestelde belastingen m.b.t. FV winst op IP 66.149 66.149 XXXXXXXXXXX 66.149 XXXXXXXXXXX
FV van financiële activa -5.045 -5.045 XXXXXXXXXXX -5.045 XXXXXXXXXXX
Immateriële vaste Activa per IFRS BS XXXXXXXXXXX -4.863 XXXXXXXXXXX XXXXXXXXXXX XXXXXXXXXXX
OMVAT
FV van vastrentende schulden XXXXXXXXXXX XXXXXXXXXXX 63.186 XXXXXXXXXXX XXXXXXXXXXX
Belastingen op overdracht van onroerende goederen 194.096 nvt XXXXXXXXXXX XXXXXXXXXXX XXXXXXXXXXX
NAW 1.888.744 1.689.785 1.696.730 1.695.608 1.634.504
Volledig verwaterd aantal aandelen 42.344.283 42.344.283 42.344.283 42.344.283 42.344.283
NAW per aandeel 44,60 39,91 40,07 40,04 38,60
NAW per aandeel - deel van de groep 44,60 39,91 40,07 40,02 38,58
Aanvullende uitgestelde belasting toelichting indien gekozen wordt voor optie (i) of (ii) Reële waarde % tov. portfolio % excl.uitgestelde belastingen
Portefeuille die onderworpen is aan uitgestelde belastingen en die bedoeld is om aan te houden en niet te verkopen op de lange termijn. 3.314.053 100 100
Portefeuille die onderworpen is aan een gedeeltelijke uitgestelde belasting en aan fiscale structurering 0 0 0

XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
219
220
FINANCIEEL VERSLAG XIOR

Graphics



10.9 OVERIGE TOELICHTINGEN
Door de afrondingen naar duizendtallen kunnen er afrondingsverschillen ontstaan tussen de balans -en resultatenrekening en de
bijgevoegde details.


10.9.1 VASTGOEDRESULTAAT
Cijfers in duizenden EUR 31/12/25 31/12/24
(+) Huurinkomsten 180.002 168.081
- Huur 164.513 148.266
- Huurgaranties 15.868 20.332
- Huurkortingen -380 -517
(+) Terugnemingen overgedragen en verdisconteerde huren 0 0
(+/-) Met verhuur verbonden kosten -402 -443
Netto huurresultaat 179.600 167.638
(+) Recuperatie van vastgoedkosten 0 0
Recuperatie van huurlasten en belastingen normaal gedragen door de huurders op
(+) verhuurde gebouwen 30.911 29.603
Kosten van de huurders en gedragen door de eigenaar op huurschade en wederin-
(-) staatstelling op het einde van de huur 0 0
(-) Huurlasten en belastingen normaal gedragen door de huurders op verhuurde gebouwen -34.650 -33.375
(+/-) Andere met verhuur verbonden inkomsten en uitgaven 12.598 8.102
Vastgoedresultaat 188.459 171.968
De met verhuur verbonden kosten bevatten waardeverminderingen op huurvorderingen.
Gegarandeerde inkomsten per 31/12/2025 bevatten de huurgaranties gegeven door de verkopers bij acquisities in 2024 of 2025. Deze
huurgaranties hebben een looptijd van 1 à 2 jaar en dekken de leegstaande units.
Cijfers in duizenden EUR 31/12/25 31/12/24
Overzicht van de toekomstig potentieel te vervallen huurinkomsten
Binnen één jaar 151.110 134.683
Tussen één en vijf jaar 3.012 6.162
Meer dan vijf jaar 10.391 7.421
Totaal 164.513 148.266
Bovenstaande tabel geeft weer hoeveel van de huurinkomsten die
tussen 1 januari 2025 en 31 december 2025 werden gerealiseerd,
theoretisch kunnen vervallen in de toekomst indien de huidige
huurders de huurovereenkomst op de eerstvolgende contractueel
toegestane datum zouden opzeggen en er geen nieuwe huurder
zou gevonden worden.
De meeste huurovereenkomsten van Xior betreffen korte
termijncontracten voor de verhuur van studentenunits. Deze
contracten worden typisch afgesloten voor een termijn van
één jaar, waarbij ze nadien kunnen verlengd worden. Anderzijds
tracht Xior langetermijncontracten af te sluiten met hogescholen
of universiteiten voor een deel van de kamers in portefeuille.
Hiernaast volgt een oplijsting van de voornaamste huur- en
garantiecontracten die Xior heeft afgesloten met universiteiten
of hogescholen:
Universiteit Plaats Object Eind datum
Huurcontract
Universiteit Antwerpen Antwerpen PRINCE 31/08/26
James Madison University Antwerpen Rodestraat 2 30/06/33
Brik Brussel Van Orley + Zavelput 15/09/31
UCLouvain Brussel Ommegang 14/09/26
EPHEC Brussel ALMA 31/08/26
Hogeschool PXL Hasselt PXL 31/08/26
Hogeschool PXL Hasselt PXL (gastdocenten) 31/08/26
Hogeschool PXL Hasselt PXL (12e verdieping) 28/02/30
HoGent Gent Voskenslaan 31/08/36
HoGent Gent Overwale 31/08/36
KUL Leuven Martelarenlaan 14/10/44
Saxion Hogescholen Enschede Ariënsplein 1-200 31/07/26
Saxion Hogescholen Ariënsplein 1-300 (onderwijsruimte 1 -
Enschede bouwdeel 15 & 16 - BG) 31/08/27
Saxion Hogescholen Ariënsplein (onderwijsruimte 2 -
Enschede bouwdeel 14 BG) 28/02/29
Saxion Hogescholen Enschede Ariënsplein 1 - 300 28/02/27
Saxion Hogescholen Enschede Ariënsplein 1 - 300 30/04/29
Stichting Regionaal Opleidingen Centrum van Twente Enschede Ariënsplein 1-300 (kantoor) 31/03/30
Stichting Regionaal Opleidingen Centrum van Twente Enschede Ariënsplein 1-300 (kantoor) 31/07/30
Universiteit Maastricht Maastricht Vijverdalseweg 8 Onbepaalde duur
Universiteit Maastricht Maastricht Brouwersweg 100 31/01/31
Universiteit Maastricht Maastricht Brouwersweg 100 2031
Universiteit Maastricht Maastricht Brouwersweg 100 31/01/31
Universiteit Maastricht Maastricht Brouwersweg 100 31/01/31
Stichting Veste Maastricht Brouwersweg 100 31/07/29
AWL University Wroclaw Wroclaw Sienkiewicza 30/09/27
Danish Institute for Study Abroad (DIS) Kopenhagen South Campus 31/12/26
Danish Institute for Study Abroad (DIS) Lyngby Lyngby Student 31/05/26
CIEE Lissabon Campo Pequeno 30/06/26
Garantieovereenkomst
Navitas Enschede Ariënsplein 1 -163 31/05/26
Tu/e Eindhoven Zernikestraat 1-240 31/05/26
Hogeschool Zuyd Maastricht Vijverdalseweg 8 31/07/26
Hogeschool Zuyd Maastricht Brouwersweg 100 31/07/26
Hogeschool Utrecht Utrecht Willem Dreeslaan 113 31/03/27
Rotterdam School of Management Rotterdam Burgemeester Oudlaan 31/12/26
Copenhagen Business School Kopenhagen South Campus 30/06/26










XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
221
222
FINANCIEEL VERSLAG XIOR

Graphics




10.9.2 VASTGOEDKOSTEN

Cijfers in duizenden EUR 31/12/25 31/12/24
(-) Technische kosten -8.032 -6.814
- Recurrente technische kosten -8.116 -6.881
- Onderhoud -6.748 -5.591
- Verzekeringspremies -1.368 -1.290
- Niet -recurrente technische kosten 84 67
(-) Commerciële kosten -1.516 -1.540
- Erelonen van advocaten en juridische kosten -371 -440
- Makelaarscommissies 0 0
- Publiciteit -1.145 -1.100
- Andere 0 0
(-) Kosten en taksen van niet verhuurde gebouwen -1 -73
(-) Beheerskosten van het vastgoed -14.382 -14.817
- Externe beheervergoedingen 0 0
- Interne beheerskosten van het patrimonium -14.382 -14.817
(-) Andere vastgoedkosten -7.902 -7.434
- Honoraria schatters -769 -619
- Honoraria architecten -1 -6
- Onroerende voorheffing en andere taksen -7.132 -6.809
Vastgoedkosten -31.834 -30.678
De toename in de vastgoedkosten per 31 december 2025 t.o.v.
31 december 2024 is voornamelijk het gevolg van de uitbreiding
van de vastgoedportefeuille de voorbije jaren. Het vastgoed dat
beschikbaar is voor verhuur is gestegen met +/- 240 MEUR t.o.v. 31
december 2024. Dit zorgt voor een toename in de beheerskosten
en vastgoedtaksen, alsook in de commerciële kosten voor panden
die zich in een ramp-up fase bevinden.











10.9.3 ALGEMENE KOSTEN
Cijfers in duizenden EUR 31/12/25 31/12/24
(-) Algemene kosten van de vennootschap -12.755 -12.669
- Erelonen van advocaten, notaris en juridische kosten -640 -623
- Audit -525 -581
- Fiscaal advies, accounting services en compliance -362 -552
- Bestuurders en uitvoerend management -1.430 -1.417
- Personeelskosten -5.214 -6.364
- Huisvestingskosten -760 -648
- Kantoorkosten -1.079 -495
- Publiciteit, communicatie en jaarverslag -555 -1.007
- Taksen en wettelijke kosten -1.466 -992
- Business development -454 -452
- Verzekeringen -192 -83
- ESG -112 -33
- Andere algemene kosten 34 581
Algemene kosten van de vennootschap -12.755 -12.669
De algemene kosten van de Vennootschap dekken
de vaste
bedrijfskosten van de onderneming die actief is als een j
uridische
beursgenoteerde entiteit en die geniet van het GVV
-statuut.
Deze kosten worden opgelopen om transparante fi
informatie te verschaffen. De afname in de alge
mene kosten
komt voornamelijk door een afname van de pers
oneelskosten.
Deze afname is te wijten aan Xior’s focus op interne
optimalisatie
en efficiëntie van de groepsstructuur en operationel
e processen.





10.9.4 ANDERE OPERATIONELE KOSTEN EN OPBR
ENGSTEN
Cijfers in duizenden EUR 31/12/25 31/12/24
(+)/(-) Andere operationele kosten en opbrengsten 424 1.561
- Beheer voor derden 424 1.561
Andere operationele kosten en opbrengsten 424 1.561
Met toepassing van artikel 6 van de GVV-Wet verlee
nde Xior
Student Operations Nordic ApS, een 100% dochter
van Xior
Student Housing NV, beperkte vastgoeddiensten aan de
rden, die
ondertussen werden stopgezet. De opbrengsten hiervan werden
onder andere operationele kosten en opbrengsten geboekt. Het
resultaat voor belastingen voor deze diensten aan derden over
2025 vertegenwoordigt een niet-significant percentage 0,51%
van het geconsolideerd resultaat voor belastingen.









Een aantal van de contracten lopen al enkele jaren en worden elk
jaar verlengd.
In totaal is 10,49% van de geannualiseerde huurinkomsten van Xior
op lange termijn ingedekt via deze huur- of garantiecontracten.
Daarnaast zijn er ook nog partnerships met universiteiten
en hogescholen. Dit zijn eerder ‘soft commitments’. Deze
vertegenwoordigen 2,94% van de geannualiseerde huurinkomsten.
Daarnaast heeft Xior Student Housing enkele andere type
huurovereenkomsten, die eveneens voor lange termijn zijn
afgesloten. Dit betreft voornamelijk de huurcontracten van de
commerciële panden, deze zijn typisch voor een langere termijn
dan 1 jaar. De duurtijd van deze contracten varieert in de regel
tussen de 3 jaar en de 10 jaar.
De huurprijzen worden maandelijks vooruitbetaald. Bepaalde
vastgoed-gerelateerde kosten, zoals verbruikskosten, bepaalde
belastingen en taksen en de gemeenschappelijke kosten worden
ook doorgerekend aan de huurder. Hiervoor dienen ze maandelijks
een vast voorschot te betalen waarbij de afrekening eenmaal
per jaar wordt opgemaakt of er wordt een forfaitair bedrag
op jaarbasis aangerekend ter dekking van deze kosten. Om de
naleving van de verplichtingen door de huurder te garanderen,
wordt er een huurwaarborg van minimaal 1 maand en in de meeste
gevallen van 2 maanden aangerekend. Deze wordt meestal in cash
betaald en staat op de balans uitgedrukt onder de overige korte
termijn verplichtingen. In bepaalde landen wordt bij aanvang van
het huurcontract ook de laatste maand huur voorafbetaald.










XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
223
224
FINANCIEEL VERSLAG XIOR

Graphics




10.9.5
RESULTAAT OP DE PORTEFEUILLE

Cijfers in duizenden EUR 31/12/25 31/12/24
(+/-) Resultaat op verkopen van vastgoedbeleggingen -1.047 -28.213
- Netto verkopen van de onroerende goederen (verkoopprijs - transactiekosten) (+) 24.284 154.449
- Boekwaarde van de verkochte onroerende goederen (-) -25.331 -182.662
(+/-) Resultaat op verkopen van andere niet-financiële activa 0 0
(+/-) Variaties in de reële waarde van vastgoedbelegginen 39.293 58.104
- Positieve variaties in de reële waarde van vastgoedbeleggingen 117.848 119.747
- Negatieve variaties in de reële waarde van vastgoedbeleggingen -78.555 -61.643
(+/-) Andere portefeuilleresultaat -70.167 -28.596
Resultaat op de portefeuille -31.921 1.294








Gedure
nde 2025 werd er nieuw vastgoed verworven door
middel
van aandelenovernames, alsook vastgoed aangekocht via
vastgoe
dovernames.
Het vas
tgoed werd verworven of verkocht aan een conventionele
waarde
(de aanschaffingswaarde overeengekomen tussen
partijen
), die in lijn lag met (maar niet noodzakelijk gelijk
is aan
) de Reële Waarde zoals gewaardeerd door de
Waarde
ringsdeskundigen.
•
Voor
al het verworven vastgoed wordt het verschil tussen de
Reële
Waarde en de conventionele waarde van het vastgoed
verw
erkt in de resultatenrekening als “variaties in de reële
waar
de van vastgoedbeleggingen”.
• Voor
het vastgoed dat verworven werd door middel van aande-
lenov
ernames wordt het verschil tussen de boekwaarde en de
conv
entionele waarde van het vastgoed, alsook andere bron-
nen v
an verschil tussen de reële waarde en de conventionele
waar
de van de aandelen, verwerkt in de resultatenrekening als
“and
er portefeuilleresultaat”. Dit “ander portefeuilleresultaat”
betre
ft bedragen die voortvloeien uit de toepassing van conso-
lidati
eprincipes en fusieverrichtingen en bestaat uit verschillen
tusse
n de betaalde prijs voor vastgoedvennootschappen en
de re
ële waarde van de overgenomen netto activa. Dit “ander
porte
feuilleresultaat” omvat tevens de direct toe te rekenen
trans
actiekosten.
•
Voor
het vastgoed dat verkocht werd door middel van vast-
goed
- of aandelenovernames wordt het verschil tussen de
boek
waarde en de netto verkoopprijs verwerkt in de resulta-
tenre
kening als “resultaat op verkopen van vastgoedbeleg-
ginge
n”. Dit “resultaat op verkopen van vastgoedbeleggingen”
vloeit
voort uit enerzijds de boekwaarde van het pand die
uitge
boekt wordt tegenover “Boekwaarde van de verkochte
onro
erende goederen” en de netto verkoopprijs die geboekt
word
t tegenover “Netto verkopen van de onroerende goederen
(verk
oopprijs – transactiekosten)”.
•
De v
ariatie in de Reële Waarde tussen 1 januari 2025 en 31
dece
mber 2025 werd geboekt onder “negatieve of positieve
varia
tie op vastgoedbeleggingen”.
De totale positieve herwaardering van de porte
feuille
bedraagt
39.293 KEUR. De positieve variatie in de waa
rderin
g van de
vastgoedbeleggingen is voornamelijk te verklaren d
oor ee
n wijziging
van de vastgoedmarkt, er zijn terug meer vast
goedtr
ansacties
voor grote volumes, wat een impact heeft op
de ma
rkt en de
waardering, waarbij voor sommige panden de yiel
ds lic
ht gedaald
zijn. Daarnaast zijn ook de huurinkomsten over
een
groot deel
van de portfolio gestegen ten gevolge van onze p
ricing
power. De
totale stijging van de waarderingen bedroeg 1,2%
tijden
s 2025.
Er werd ook een resultaat gerealiseerd op
verk
open van
vastgoedbeleggingen. De boekwaarde van
de
verkochte
onroerende goederen bedroeg 25.331 KEUR
en
de netto
verkoopprijs van de onroerende goederen
(verko
opprijs –
transactiekosten) bedroeg 24.284 KEUR. Netto w
erd er
een verlies
van 1.047 KEUR gerealiseerd op de verkopen
van o
nroerende
goederen. Dit verlies is te verklaren doordat vnl.
een aa
ntal niet-
strategische/non-core panden en panden waar
bij een
grondige
verbouwing in de nabije toekomst noodzakeli
jk wa
s, werden
verkocht.
Daarnaast werd ook een negatief ander port
efeuill
eresultaat
gerealiseerd van -70.167 KEUR. Dit is voornamelij
k het
gevolg van
de allocatie van de tweede earn-out in het kader v
an de
Basecamp
overname en de betaling van een vergoeding na
het be
halen van
een milestone in het kader van een vergunning
strajec
t dat nog
niet gereflecteerd wordt in de waardering.





















10.9.6 FINANCIEEL RESULTAAT
Cijfers in duizenden EUR 31/12/25 31/12/24
(+) Financiële opbrengsten 6.930 4.396
(-) Netto interestkosten -38.675 -37.447
- Nominale intrestlasten op leningen -42.668 -57.760
- Wedersamenstelling van het nominaal bedrag van financiële schulden -834 -619
- Kosten van toegelaten afdekkingsinstrumenten 4.827 20.932
(-) Andere financiële kosten -3.179 -2.355
- Bankkosten en andere commissies -634 -322
- Andere -2.545 -2.033
(+/-) Variaties in de reële waarde van financiële activa en passiva 5.001 -20.136
- Marktwaarde Interest Rate Swaps 5.001 -20.136
- Andere 0 0
Financieel resultaat -29.924 -55.542
De gemiddelde interestvoet
1
bedraagt 2,98% (3,25% zonder
afdekkingsinstrumenten) per 31 december 2025 en bedroeg
3,05% per 31 december 2024. De gemiddelde financieringskost
bedraagt 3,06% per 31 december 2025 t.o.v. 3,10% per 31
december 2024.
De Vennootschap is onderhevig aan de schommelingen in
de interestvoeten, vermits een significant deel van de lange
termijnverplichtingen werden aangegaan aan variabele
interestvoeten. Een stijging van de interestvoet kan dus een
stijging van de interestlasten veroorzaken. De vennootschap heeft
echter de nodige IRS-contracten afgesloten. Per 31 december
2025 is 89% van de opgenomen leningen ingedekt via een IRS-
contract of afgesloten aan een vaste rentevoet (zie Hoofdstuk
5.3.2 van dit Jaarverslag).
De derivaten die door Xior Student Housing worden gebruikt
kwalificeren niet als afdekkingstransacties. Bijgevolg worden
de wijzigingen in reële waarde onmiddellijk in het resultaat
opgenomen.
Gemiddelde interestvoet 31/12/25 31/12/24
Gemiddelde interestvoet 2,98% 3,05%
Gemiddelde interestvoet excl. Kosten van toegelaten afdekkingsinstrumenten 3,25% 4,25%
Gemiddelde financieringskost 3,06% 3,10%
Gemiddelde financieringskost excl. Kosten van toegelaten afdekkingsinstrumenten 3,34% 4,31%



1
Voor de berekening van de APM’s wordt er verwezen naar Hoofdstuk 10.8 van dit Jaarverslag.









XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
225
226
FINANCIEEL VERSLAG XIOR

Graphics


10.9.7
VENNOOTSCHAPSBELASTING

Cijfers in duizenden EUR 31/12/25 31/12/24
Moedervennootschap
Vennootschapsbelasting aan het tarief van 25% -483 -389
Dochterondernemingen
Belgische verschuldigde en verrekenbare belasting -1 -350
Buitenlandse verschuldigde en verrekenbare belasting -6.060 -2.798
Buitenlandse uitgestelde belastingen -7.969 -5.321
Belgische uitgestelde belastingen
Totaal -14.513 -8.858
Exit taks 734 -569
Totaal -13.779 -9.427







Een G
VV is in België enkel onderworpen aan de vennoot-
schaps
belasting voor wat betreft de verworpen uitgaven en
abnormaal goedgunstige voordelen. Uitgestelde belastingen
(exit taksen) worden geboekt voor de dochtervennootschappen
op het verschil tussen de boekwaarde na afschrijvingen in de
statutai
re jaarrekening van deze dochtervennootschappen en de
Reële Waarde. In 2025 werden geen uitgestelde belastingen (exit
taksen) geboekt, daar de vennootschap geen intentie heeft om
deze dochtervennootschappen te fuseren met de openbare GVV.
Verder
heeft de Vennootschap een aantal panden die in
Nederla
nd gelegen zijn. Voor een deel van de panden zijn deze
onderg
ebracht in een Nederlandse vaste inrichting. Andere
Nederla
ndse panden worden aangehouden door een 100%
dochter
vennootschap van Xior Student Housing. De winstbelasting,
verschu
ldigd door de Nederlandse vaste inrichting en door
de Ne
derlandse dochtervennootschappen wordt ingeschat
op 25,8
% van het belastbaar resultaat van de vaste inrichting
en doc
htervennootschappen. De Spaanse vastgoedentiteiten
hebben
in 2022 het statuut van Socimi verworven, hetgeen
gelijkaar
dig is aan het GVV statuut. Bijgevolg zijn ook de winsten
uit verh
uringen en meerwaarde op vastgoed in Spanje vrijgesteld
van ve
nnootschapsbelastingen. De Portugese vastgoedentiteit
Campo
pre Investments heeft in 2024 het staat van Sic verworven,
hetgeen
ook gelijkaardig is aan het GVV statuut. Bijgevolg zijn ook
de winst
en uit verhuringen en de meerwaarde op vastgoed in deze
entiteit vrijgesteld van vennootschapsbelastingen.
De ven
nootschap heeft ook enkele panden in Portugal, Polen,
Denem
arken, Zweden en Duitsland. Volgende belastingpercentage
worden
toegepast voor de berekening van de winstbelasting.
Nederland 25,8%
Portugal 21%
Polen 19%
Denemarken 22%
Duitsland 15,825%
Zweden 20,60%
In aanv
ulling van de winstbelasting wordt een passieve uitgestelde
belastin
glatentie toegerekend aan de latente meerwaarde van
het vas
tgoed. Deze latente meerwaarde wordt berekend als het
verschil tussen de conventionele waarde en d
e Reël
e Waarde.
Deze passieve uitgestelde belastinglatentie
wordt
aangepast
indien de Reële Waarde of de boekwaarde v
an het
vastgoed
wijzigt, onder meer ten gevolge van waardes
chomm
elingen of
fiscale afschrijvingen. Het toegepaste percenta
ge wor
dt jaarlijks
geëvalueerd door rekening te houden met d
e gepro
jecteerde
brutomarge op de vastgoedopbrengsten in Nederla
nd in de
komende jaren. Voor de overige landen ligt
het t
oegepaste
percentage in lijn met bovenstaande tabel.
Ten gevolge van de toepassing van IFRS 3 Rev
ised en daaraan
gekoppeld de ‘initiële recognition exemption’ o
nder IA
S 12 §15b,
werden er vanaf 2020 geen uitgestelde belastin
g gebo
ekt op het
verschil tussen de boekwaarde bij acquisitie en
de conv
entionele
waarde.
Bij vervreemding van het vastgoed via een ‘as
set tra
nsactie’ is
deze belasting mogelijks verschuldigd.
Dit geeft aanleiding tot een ‘contingent liability
’. Deze bedraagt
53.163 KEUR per 31 december 2025.
Er wordt verwezen naar Hoofdstuk 10.9.21 van
dit Jaar
verslag.

















10.9.8 VASTGOEDBELEGGINGEN
vastgoed
Investeringstabel beleggingen in Project-
Cijfers in duizenden EUR exploitatie ontwikkelingen Totaal
Saldo per 31/12/2023 2.710.234 502.621 3.212.855
Verwerving door aankoop of inbreng van vastgoedvennootschappen 90.450 0 90.450
Verdere investering in capex 29.095 90.701 119.796
Netto wisselkoersverschil op buitenlandse transacties -949 0 -949
Aankoop en inbreng van vastgoedbeleggingen 0 0 0
Verkoop van vastgoedbeleggingen -182.210 0 -182.210
Geactiveerde interestlasten 3.353 12.654 16.007
Variatie in de reële waarde 84.476 -26.372 58.104
Transfer van/naar 170.838 -170.838 0
Ingebruikname pand voor eigen gebruik 0 0 0
Saldo per 31/12/2024 2.905.286 408.766 3.314.052
Verwerving door aankoop of inbreng van vastgoedvennootschappen 34.875 0 34.875
Verdere investering in capex 45.346 56.551 101.897
Netto wisselkoersverschil op buitenlandse transacties 7.106 0 7.106
Aankoop en inbreng van vastgoedbeleggingen 71.952 0 71.952
Verkoop van vastgoedbeleggingen -22.823 -2.062 -24.885
Geactiveerde interestlasten 767 13.786 14.553
Variatie in de reële waarde 97.515 -58.222 39.293
Transfer van/naar 8.295 -8.295 0
Ingebruikname pand voor eigen gebruik 0 0 0
Saldo per 31/12/2025 3.148.319 410.524 3.558.843

Geactiveerde interestlasten, m.b.t. onroerende goederen die
het voorwerp zijn van projectontwikkelingen, werden gedurende
2025 geactiveerd aan een interestvoet van 3% (gemiddelde
financieringskost over het jaar). Voor projecten waar er een project
financiering werd bekomen, werd de effectieve interestvoet
gehanteerd voor de bepaling van de geactiveerde interesten.
Verdere
investering in capex heeft betrekking op de uitgevoerde
investeri
ngen in het kader van nieuwe aankopen, de eigen
portefeu
projectontwikkelingen en investeringen binnen de bestaande
ille. Er wordt verwezen naar Hoofdstuk 10.9.29 van
dit Jaar
realisati
verslag voor een gedetailleerde beschrijving van alle
es van 2025.


De waardering van de vastgoedportefeuille
werd opge
steld door
Stadim (België en Nederland), Cushman
& Wakefiel
d (Spanje
en Portugal) en CBRE (Spanje, Polen, Denemarken, Z
weden en
Duitsland).
De vastgoedportefeuille wordt op k
wartaalbasi
s extern
gewaardeerd door de onafhankelijke Waard
eringsdesk
undigen.
Voor een nadere toelichting bij de waarderi
ngsmetho
den wordt
verwezen naar Hoofdstuk 8.2.3.1 van dit Jaarverslag.
De reële waarde is vastgesteld op basis van
één van de
volgende
niveaus van de IFRS 13-hiërarchie:
•
Niveau 1: waardering op basis van genote
erde marktprijzen in
actieve markten
•
Niveau 2: waardering gebaseerd op direc
t of indirect (extern)
observeerbare informatie
•
Niveau 3: waardering geheel of gedeelt
elijk op nie
t (extern)
waarneembare gegevens
De vastgoedportefeuille wordt gewaardeer
d aan reël

e waarde.
De reële waardebepaling gebeurt aan
de hand
van niet-
observeerbare inputs en bijgevolg behoren
de activa
binnen de
vastgoedbeleggingen tot het niveau 3 van d
e fair value hiërarchie
zoals bepaald volgens IFRS.



TOELIC
HTING IFRS 13
Waard
ering van vastgoedbeleggingen
Vastgoe
overeenk
omstig IAS 40. De Reële Waarde wordt bepaald aan de
hand va
n niet-observeerbare inputs en bijgevolg behoren de
activa bi
nnen de vastgoedbeleggingen tot het niveau 3 van de
fair value
hiërarchie zoals bepaald volgens IFRS. Gedurende 2025
vonden
er geen verschuivingen plaats in het niveau van de fair
value hië
rarchie.
Vastgoe
dbeleggingen worden in de boekhouding opgenomen op
basis va
n schattingsverslagen opgesteld door onafhankelijke en
dbeleggingen worden opgenomen tegen de Reële Waarde
deskundige vastgoedschatters.




















XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
227
228
FINANCIEEL VERSLAG XIOR

Graphics



Niet observeerbare inputs in de bepaling van de reële waarde
2
Reële
31/12/25 Waarde op Evaluatie - Niet waarneembare Gewogen
Type activa 31/12/2025 methode Land gegevens Min Max gemiddelde
Studentenflats 611.921 DCF België Huur per studentenkot 189 1.500 540
Discontovoet 4,40% 7,55% 5,40%
Leegstand 2,84% 5,08% 3,07%
Inflatie 2,15% 2,15% 2,15%
Aantal units 4.372
Andere 15.276 DCF België BHW/m² 78 735 128
Discontovoet 3,50% 7,75% 6,37%
Leegstand 2,01% 8,47% 5,45%
Inflatie 2,15% 2,15% 2,15%
Aantal m² 12.286
Studentenflats 1.400.237 DCF Nederland Huur per studentenkot 228 1.618 725
Discontovoet 4,74% 8,14% 5,84%
Leegstand 2,82% 3,88% 2,99%
Inflatie 2,25% 2,25% 2,25%
Aantal units 6.908
Andere 56.788 DCF Nederland BHW/m² 153 185 155
Discontovoet 5,66% 7,75% 6,95%
Leegstand 3,41% 7,55% 5,81%
Inflatie 2,25% 2,25% 2,25%
Aantal m² 56.788
Studentenflats 417.165 DCF Spanje Huur per studentenkot 373 1.955 965
Discontovoet 6,60% 9,61% 7,78%
Bezettingsgraad academisch jaar 95% 100% 98%
Bezettingsgraad zomer 20% 100% 59%
Inflatie 2,00% 2,00% 2,00%
Aantal units 2.473
Studentenflats 231.777 DCF Portugal Huur per studentenkot 462 1.113 693
Discontovoet 7,30% 7,95% 7,58%
Bezettingsgraad academisch jaar 98% 99% 99%
Bezettingsgraad zomer 60% 80% 73%
Inflatie 2,00% 2,00% 2,00%
Aantal units 1.704
Studentenflats 350.146 Huurkapitalisatie Denemarken Huur per studentenkot 683 1.715 1.031
Discontovoet 6,15% 6,61% 6,34%
Kapitalisatiefactor 4,15% 4,50% 4,32%
Bezettingsgraad 98% 98% 98%
Inflatie 2,00% 2,00% 2,00%
Aantal units 1.639
Andere 61.575 Huurkapitalisatie Denemarken BHW/m² 268 268 268
Discontovoet 5,83% 5,83% 5,83%
Kapitalisatiefactor 4,20% 4,20% 4,20%
Bezettingsgraad 98% 98% 98%
Inflatie 2,00% 2,00% 2,00%
Aantal m² 12.055
Studentenflats 82.290 Huurkapitalisatie Duitsland Huur per studentenkot 690 1.140 863
Discontovoet 6,30% 6,43% 6,37%
Kapitalisatiefactor 4,60% 4,65% 4,63%
Bezettingsgraad 98% 98% 98%
Inflatie 2,50% 2,50% 2,50%
Aantal units 675
Studentenflats 262.250 Huurkapitalisatie Polen Huur per studentenkot 237 1.078 658
Discontovoet 9,54% 10,04% 9,74%
Kapitalisatiefactor 6,05% 6,40% 6,33%
Bezettingsgraad academisch jaar 97% 97% 97%
Bezettingsgraad zomer 50% 60% 52%
Inflatie 3,50% 3,60% 3,55%
Aantal units 3.767
Studentenflats 79.194 DCF Zweden Huur per studentenkot 630 1.368 708
Discontovoet 7,00% 7,00% 7,00%
Bezettingsgraad 97% 97% 97%
Inflatie 2,00% 2,00% 2,00%
Aantal units 583
Totaal 3.568.619




2
De Reële Waarde is deze zoals bepaald door de Waarderingsdeskundige en wijkt af van de waarde opgenomen in de balans per 31.12.2025. Voor de reconciliatie met de balans
per 31.12.2025 wordt verwezen naar Hoofdstuk 8.2.1.1 van dit Jaarverslag.
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
229
230
FINANCIEEL VERSLAG XIOR

Graphics



Niet observeerbare inputs in de bepaling van de reële waarde
3
Reële
31/12/24 Waarde op Evaluatie - Niet waarneembare Gewogen
Type activa 31/12/2024 methode Land gegevens Min Max gemiddelde
Studentenflats 598.995 DCF België Huur per studentenkot 189 1.359 526
Discontovoet 4,40% 7,60% 5,39%
Leegstand 2,49% 5,07% 3,01%
Inflatie 2,15% 2,15% 2,15%
Aantal units 4.403
Andere 15.281 DCF België BHW/m² 79 708 249
Discontovoet 3,50% 7,80% 5,76%
Leegstand 2,01% 8,46% 4,75%
Inflatie 2,15% 2,15% 2,15%
Aantal m² 12.302
Studentenflats 1.338.559 DCF Nederland Huur per studentenkot 248 1.546 717,2
Discontovoet 4,64% 8,10% 5,72%
Leegstand 2,81% 5,39% 3,04%
Inflatie 2,25% 2,25% 2,25%
Aantal units 6.528
Andere 26.631 DCF Nederland BHW/m² 160 372 237
Discontovoet 6,90% 7,75% 7,18%
Leegstand 6,02% 7,55% 6,79%
Inflatie 2,25% 2,25% 2,25%
Aantal m² 2.864
Studentenflats 384.715 DCF Spanje Huur per studentenkot 363 2.263 989
Discontovoet 6,85% 8,41% 7,52%
Bezettingsgraad academisch jaar 95% 100% 98%
Bezettingsgraad zomer 20% 70% 50%
Inflatie 1,90% 1,90% 1,90%
Aantal units 2.472
Studentenflats 175.383 DCF Portugal Huur per studentenkot 449 992 651
Discontovoet 7,40% 7,95% 7,63%
Bezettingsgraad academisch jaar 98% 99% 99%
Bezettingsgraad zomer 60% 95% 75%
Inflatie 1,60% 1,60% 1,60%
Aantal units 1.706
Studentenflats 330.124 Huurkapitalisatie Denemarken Huur per studentenkot 519 1.650 1.034
Discontovoet 6,07% 7,50% 6,62%
Kapitalisatiefactor 3,91% 4,36% 4,16%
Bezettingsgraad 97% 98% 98%
Inflatie 2,00% 2,00% 2,00%
Aantal units 1.659
3
De Reële Waarde is deze zoals bepaald door de Waarderingsdeskundige en wijkt af van de waarde opgenomen in de balans per 31.12.2024. Voor de reconciliatie met de balans
per 31.12.2024 wordt verwezen naar Hoofdstuk 8.2.1 van het Jaarverslag van 2024.
Andere 59.783 Huurkapitalisatie Denemarken BHW/m² 260 260 260
Discontovoet 6,04% 6,04% 6,04%
Kapitalisatiefactor 4,29% 4,29% 4,29%
Bezettingsgraad 98% 98% 98%
Inflatie 2,00% 2,00% 2,00%
Aantal m² 12.055
Studentenflats 79.400 Huurkapitalisatie Duitsland Huur per studentenkot 675 1 115 838
Discontovoet 6,41% 6,45% 6,43%
Kapitalisatiefactor 4,60% 4,65% 4,63%
Bezettingsgraad 98% 98% 98%
Inflatie 2,50% 2,50% 2,50%
Aantal units 648
Studentenflats 181.845 Huurkapitalisatie Polen Huur per studentenkot 271 840 463
Discontovoet 9,26% 10,05% 9,61%
Kapitalisatiefactor 6,05% 6,50% 6,26%
Bezettingsgraad academisch jaar 98% 98% 98%
Bezettingsgraad zomer 50% 60% 53%
Inflatie 2,87% 4,30% 3,35%
Aantal units 2.471
Studentenflats 72.519 DCF Zweden Huur per studentenkot 540 1.215 828
Discontovoet 7,00% 7,00% 7,00%
Bezettingsgraad 97% 97% 97%
Inflatie 2,00% 2,00% 2,00%
Aantal units 583
Totaal 3.263.237
België en Nederland
De minimale en maximale huurprijzen per studentenkamer liggen
ver uit elkaar. Dit komt doordat de huurprijs van de diverse
kamers afhankelijk is van het type kamer. We hebben 4 types
kamers (basic, basic+, comfort en premium). Elk type heeft een
andere vorm van comfort en dus is de prijs afhankelijk van diverse
factoren (grootte van de kamer, met of zonder eigen sanitair, met
of zonder eigen kitchenette, ligging in het gebouw, …).
Voor de bepaling van de DCF houdt de schatter enerzijds rekening
met een bruto huurwaarde en anderzijds met een aantal kosten die
verbonden zijn aan het object. De kosten die in rekening worden
genomen zijn: brandverzekering, onroerend goed belastingen,
onderhoudskosten en beheerskosten van het vastgoed. Verder
houden ze ook rekening met een bepaalde leegstand (zie ook
tabel hierboven).
De schatter houdt eveneens rekening met een eindwaarde van
het vastgoed. Gemiddeld genomen bedraagt die eindwaarde 50%
van de Reële Waarde. Dit ten gevolge van het feit dat de panden
van Xior gelegen zijn op een goede locatie, waarbij de grondwaarde
die begrepen is in de Reële Waarde van het vastgoed een hoge
eindwaarde behoudt.
In de waardering houdt de schatter ook rekening met een
veroudering van de gebouwen. Hiervoor wordt een jaarlijks
afschrijvingspercentage toegepast op de gebouwwaarde in de
Reële Waarde berekening. Dit komt overeen met ongeveer 2% per
jaar op de gebouwwaarde. De schatter gaat ervan uit dat er na
verloop van tijd een grondige renovatie dient te gebeuren om de
huurstromen in stand te kunnen houden. Hiervoor worden kosten
voorzien in het DCF-model. Na een grondige renovatie neemt de
“useful life” terug toe. Voor de meeste panden in de portefeuille is
de useful life 27 jaar, daar het een jonge portefeuille betreft en daar
er jaarlijks een aantal panden grondig gerenoveerd worden om de
huurstromen in stand te houden en de Xior-kwaliteitsstandaard
te behouden.
Spanje en Portugal
De minimale en maximale huurprijzen per studentenkamer liggen
veel hoger dan voor België en Nederland. Dit komt omdat er in
Spanje meer diensten mee inbegrepen zijn in de huurprijzen, zoals
linnen, schoonmaak van de kamer en in sommige gevallen ook half
of full board. De units in Spanje zijn allen met eigen sanitair, dus er
zijn maar 2 types kamers: comfort en premium.
Voor de bepaling van de DCF houdt de schatter enerzijds
rekening met een bruto huurwaarde en anderzijds met een aantal
kosten (OPEX) die verbonden zijn aan het object om zo tot een
netto huurwaarde te komen. De NOI-marge is een bepalende
factor in het bepalen van de waardering. De cash flows worden
geprojecteerd over een periode van 10 jaar, rekening houdend met




XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
231
232
FINANCIEEL VERSLAG XIOR

Graphics



verschillende assumpties en CPI indexaties. Er werd uitgegaan
van een restwaarde door de kasstroom in jaar 10 te kapitaliseren
tegen een rendement op basis van marktvergelijking. Ten slotte
zijn de resulterende kasstromen gekapitaliseerd tegen een
specifiek IRR-percentage. Verder houden ze ook rekening met
een bepaalde bezetting en wordt een onderscheid gemaakt
tussen bezetting tijdens het academiejaar (september tot juni)
en bezetting in de zomermaanden (juli en augustus) (zie ook tabel
hierboven).
Projecten in ontwikkeling worden op dezelfde manier gewaar-
deerd. De schatter bepaalt de Fair Value na realisatie van het
project minus de op te lopen bouwkosten en eventuele marge
of de schatter bepaalt de Fair Value na realisatie voor projecten
waarvoor de uitvoering/reconversie al opgestart is. Voor projec-
ten waarvoor er nog geen concrete plannen zijn, maar waarvoor
er wel een terrein is, bepaalt de schatter de residuele waarde van
het terrein.
Polen, Duitsland, Denemarken en Zweden - Algemeen
Bij de waardering van het vastgoed hebben de schatters
belangrijke veronderstellingen gemaakt met betrekking tot zaken
als, maar niet beperkt tot, geschatte huurwaarden en verwachte
toekomstige huuropbrengsten van het vastgoed en marktconforme
rendementen. Met betrekking tot ontwikkelingsvastgoed
omvatten aanvullende veronderstellingen, maar zijn niet beperkt
tot, de goedgekeurde ontwikkeling, veronderstelde tijdschema's
voor voltooiing, veronderstelde toekomstige ontwikkelingskosten
en passende financieringspercentages en winstpercentages.
Tijdelijke huurinkomsten
De schatter stelt de kamermix vast (aantal van elk type). De
schatter heeft de voorgestelde huurprijzen voor het academisch
jaar 2025/2026 onderzocht en vergeleken met andere markt-
huren. Vervolgens past hij de huurprijzen toe waartegen het
project volgens hem volledige bezetting zal bereiken. Heel vaak
zijn dit de geadverteerde huurprijzen, maar soms past de schatter
huurprijzen toe die hoger of lager zijn dan deze huurprijzen in
vergelijking met de bredere markt.
Met het waarderingsmodel kunnen zij de verwachte inkomsten
voor de komende twaalf maanden berekenen, gewogen over de
academische jaren, die de basis van de waardering vormen.
De schatter houdt rekening met de huurtermijnen die in elk pand
worden gerealiseerd en ook met de lokale marktnormen voor het
land waar een project zich bevindt.
Zij hebben de markthuren geraamd op basis van vergelijkbare
huurgegevens. Zij hebben de markthuren toegepast met
inachtneming van de macro- en microkenmerken, zoals de ligging
van het pand in elke stad en de grootte en specificatie van elk
kamertype.
Beheerskosten
De schatters hebben beheerskosten vastgesteld die marktconform
zijn, over het algemeen 5% van de brutohuuropbrengsten
van het onroerend goed dat in de taxatie is opgenomen. De
brutohuuropbrengsten minus de beheerskosten vormen de
nettohuuropbrengsten.
Netto-aanvangsrendement
De belangrijkste rendementsfactor in de waarderingen is het
netto-aanvangsrendement. Het toegepaste netto-aanvangs-
rendement is afgeleid van vergelijkbare transacties met de
nettohuuropbrengsten.
Huur en kosten inflatie
De studentenhuisvestingssector biedt een jaarlijkse kans op
huurgroei. De schatter modelleert de huurgroei op lange termijn
in lijn met de tienjarige CPI-prognose voor het betreffende land
of de CPI-prognose plus 1% voor de Poolse objecten, waar de
huurgroei naar verwachting sterker zal zijn als gevolg van het
aanzienlijke onevenwicht tussen vraag en aanbod op de Poolse
PBSA-markt.
Gewoonlijk wordt de kostengroei op lange termijn gemodelleerd
aan de hand van de tienjaarlijkse CPI-prognose voor het betrokken
land.
Exit Opbrengsten
De exit wordt verondersteld aan het einde van de cashflowperiode
van 10 jaar. Het exitrendement is doorgaans 50 basispunten
hoger dan het toegepaste netto-aanvangsrendement. Het
exitrendement wordt toegepast op de verwachte huurinkomsten
aan het einde van de cashflow. De schatter past koperskosten
en makelaarskosten toe op de exitwaarde, indien van toepassing,
afhankelijk van de taxatiepraktijk in een bepaald land waar een
actief zich bevindt.
De exitwaarde is opgenomen in de cashflow om een IRR-
berekening mogelijk te maken. De IRR is een nuttig instrument om
de waardering verder te benchmarken, maar is minder bepalend
voor de waardering dan het netto-aanvangsrendement of de
kapitaalwaarde per bedruimte.
Vastgoed in ontwikkeling
Vastgoed dat voor ontwikkeling of in ontwikkeling is, is gewaardeerd
volgens de residuele waarderingsmethode.
Dit is de gangbare methode voor de taxatie van ontwikkelings–
vastgoed, waarbij de geraamde totale kosten voor de realisatie van
de voorgestelde ontwikkeling (inclusief bouwkosten, honoraria
en andere onkosten, onvoorziene uitgaven, financieringskosten
en winst van de ontwikkelaar) worden afgetrokken van de bruto
ontwikkelingswaarde van het voltooide project bij PC om de
residuele grondwaarde te bepalen. Dit stemt dan in principe
overeen met de opgelopen kosten.
Voor de ontwikkelingslocaties hebben zij de verwachte bruto
ontwikkelingswaarden berekend zoals hierboven beschreven.
Zij hebben geen rekening gehouden met huurgroei tussen de
waarderingsdatum en de praktische voltooiing.
Aangezien de ontwikkelingsactiva zich in de ontwikkelingsfase
bevinden en de werkzaamheden ter plaatse zijn gevorderd, zijn de
uitstaande bouwkosten in aanmerking genomen als bouwkosten,
zoals voorzien. Daarnaast is rekening gehouden met de voorziene
onvoorziene uitgaven en de kosten voor de mobilisatie van het
project en de marketing.
De restwaarde weerspiegelt de financieringskosten op het
passende niveau in elk land waar een actief zich bevindt.
De waardering richt zich op een winstmarge die de stand van het
project weerspiegelt en op risicofactoren zoals het risico van een
late oplevering, rekening houdend met de vraag of de ontwikkeling
op schema ligt.
Polen
De minimum- en maximumhuurprijzen hebben een grote spreiding
in Polen. De prijzen zijn afhankelijk van de stad waar de woning
zich bevindt. Ook het kamertype of de extra voorzieningen in de
kamer zijn van invloed op de prijs. Er zijn verschillende kamertypes
beschikbaar, maar ze vallen allemaal onder de Xior-categorieën
comfort of premium kamers. Binnen deze 2 categorieën is er een
breed scala aan kamers beschikbaar in de Poolse woningen (loft,
studio, met balkon, grote kamers, middelgrote kamers, enz.), die
allemaal een invloed hebben op de huurprijs.
Voor de bepaling van de DCF houdt de schatter rekening met
enerzijds een brutohuuropbrengst en anderzijds een aantal kosten
die verband houden met het onroerend goed, om te komen tot
een netto exploitatieopbrengst, waarop een rendement wordt
toegepast. Er wordt ook rekening gehouden met enige leegstand.
Voor Polen is er een verschil tussen het academisch jaar en de
zomerperiode.
Duitsland
De minimum en maximum huurprijzen hebben een niet zo grote
spreiding in Duitsland. De woningen bevinden zich in 2 steden,
die een vergelijkbare tariefkaart hebben. Ook het kamertype of
de extra voorzieningen in de kamer zijn van invloed op de prijs.
De meeste kamers zijn van hetzelfde type in Duitsland, ze vallen
allemaal onder de Xior-categorieën comfort of premium kamers.
Voor de bepaling van de DCF houdt de taxateur rekening met
enerzijds een brutohuuropbrengst en anderzijds een aantal kosten
die verband houden met het onroerend goed, om te komen tot
een netto exploitatieopbrengst, waarop een rendement wordt
toegepast. Er wordt ook rekening gehouden met enige leegstand.
Denemarken
De minimum en maximum huurprijzen hebben een grote
spreiding in Denemarken. De prijzen zijn afhankelijk van of de
woning in het centrum van Kopenhagen ligt of iets daarbuiten.
Ook het kamertype of de extra voorzieningen in de kamer zijn van
invloed op de prijs. Er zijn verschillende kamertypes beschikbaar,
maar ze vallen allemaal onder de Xior-categorieën comfort of
premium kamers. Binnen deze 2 categorieën is er een breed scala
aan kamers beschikbaar in de Deense woningen (grote studio,
middelgrote studio, met mezzanine, met kitchenette, enz.), die
allemaal een invloed hebben op de huurprijs.
Voor de bepaling van de DCF houdt de schatter rekening met
enerzijds een brutohuuropbrengst en anderzijds een aantal kosten
die verband houden met het onroerend goed, om te komen tot
een netto exploitatieopbrengst, waarop een rendement wordt
toegepast. Er wordt ook rekening gehouden met enige leeg stand.
Zweden
De minimum en maximum huurprijzen hebben een grote
spreiding. Het kamertype of de extra voorzieningen in de kamer
zijn van invloed op de prijs. Er zijn verschillende kamertypes
beschikbaar, maar ze vallen allemaal onder de Xior-categorieën
comfort of premium kamers. Binnen deze 2 categorieën is er een
breed scala aan kamers beschikbaar in het studentencomplex
in Malmö (Zweden) (single, grote studio, middelgrote studio, met
terras, penthouse, enz.), die allemaal een invloed hebben op de
huurprijs.
Voor de bepaling van de DCF houdt de schatter rekening met
enerzijds een brutohuuropbrengst en anderzijds een aantal kosten
die verband houden met het onroerend goed, om te komen tot
een netto exploitatieopbrengst, waarop een rendement wordt
toegepast. Er wordt ook rekening gehouden met enige leegstand.
De gevoeligheid van de Reële Waarde voor een variatie van de
hierboven vermelde niet-waarneembare gegevens wordt over
het algemeen als volgt voorgesteld (indien alle parameters gelijk
blijven):
Effect op de Reële Waarde
ingeval de waarde ingeval de waarde
van het niet- van het niet
Niet waarneembare waarneembare waarneembare
gegevens gegeven daalt gegeven stijgt
Huur per studenten-
kamer negatief positief
Discontovoet positief negatief
Huurkapitalisatievoet positief negatief
Bezettingsgraad
academisch jaar negatief positief
Bezettingsgraad zomer negatief positief
BHW/m² negatief positief
Leegstand positief negatief
Deze niet-waarneembare gegevens kunnen overigens onderling
verbonden zijn omdat ze deels bepaald worden door de markt-
omstandigheden. Bijvoorbeeld, zo kan een stijging van de huur
per studentenkamer een impact hebben op de bezettingsgraad
en de leegstand, wat het positieve effect op de reële waarde
geheel of gedeeltelijk kan compenseren. Eveneens kan een
wijziging in de discontovoet gepaard gaan met een aanpassing
van de huurkapitalisatievoet, aangezien beide parameters
beïnvloed worden door de algemene marktomstandigheden en
rendementsverwachtingen. Dergelijke onderlinge verbanden
kunnen ertoe leiden dat de impact van wijzigingen in individuele
parameters op de reële waarde wordt versterkt dan wel afgezwakt.




XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
233
234
FINANCIEEL VERSLAG XIOR

Graphics









Indien de discontovoet of de huurprijzen respectievelijk zou
stijgen of dalen zou de impact op de Reële Waarde als volgt zijn:
Impact op Reële Waarde in KEUR
Huur +10% 454.466
Huur +5% 227.548
Huur -5% -226.549
Huur -10% -453.143
Discontovoet +0,5% -340.046
Discontovoet +0,3% -211.668
Discontovoet +0,1% -73.057
Discontovoet -0,1% 76.964
Discontovoet -0,3% 240.503
Discontovoet -0,5% 419.443
Waarderingsproces voor vastgoedbeleggingen
Vastgoedbeleggingen worden in de jaarrekening opgenomen op
basis van schattingsverslagen opgesteld door de onafhankelijke
Waarderingsdeskundigen. Deze verslagen zijn gebaseerd op
informatie die door de Vennootschap aangeleverd wordt en op
de door de Waarderingsdeskundige gehanteerde assumpties en
waarderingsmodellen.
Informatie die door de Vennootschap aangeleverd wordt, omvat
de lopende huurcontracten, termijnen en voorwaarden, alsook
uitgevoerde renovaties op investeringen bij projectontwikkelingen.
De door de Waarderingsdeskundigen gehanteerde assumpties
en waarderingsmodellen hebben voornamelijk betrekking op
de marktsituatie, zoals rendementen en discontovoeten. Ze zijn
gebaseerd op hun professionele beoordeling en kennis van de
markt.
Voor een gedetailleerde beschrijving van de methode van
waardering toegepast door de Waarderingsdeskundigen wordt
verwezen naar Hoofdstuk 8.2.3 van dit Jaarverslag (“Waardering
van de vastgoedportefeuille door de Waarderingsdeskundigen”).
De informatie die ter beschikking gesteld wordt van de
Waarderingsdeskundigen, alsook de assumpties en de
waarderingsmodellen worden intern nagekeken. Dit houdt
een nazicht in van de variaties in de Reële Waarde tijdens de
betreffende periode.
Tenslotte wordt er naar Hoofdstuk 9.3.2.5 van dit Jaarverslag
verwezen voor meer informatie omtrent de duurzaamheid van de
gebouwen.








10.9.9 ANDERE MATERIËLE VASTE ACTIVA
31/12/25 31/12/24
Materiële vaste activa Overige materiële Overige materiële
Cijfers in duizenden EUR vaste activa vaste activa
Aanschaffingswaarde
Saldo per begin van het boekjaar 13.291 12.723
Aanschaffingen (incl. overboeking vaste activa voor eigen gebruik) 132 568
Herclassificaties (naar vastgoed beschikbaar voor verhuur) -449
Per einde van het boekjaar 12.974 13.291
Afschrijvingen
Saldo per begin van het boekjaar -1.981 -1.247
Afschrijvingen -460 -734
Per einde van het boekjaar -2.441 -1.981
Nettoboekwaarde 10.533 11.310






10.9.10 FINANCIËLE VASTE ACTIVA
Cijfers in duizenden EUR 31/12/25 31/12/24
Financiële vaste activa
Financiële derivaten (IRS) 16.384 5.045
Andere 1.650 2.645
Totaal 18.034 7.690
De toegelaten afdekkingsinstrumenten bedragen per 31
december 2025 respectievelijk 16.384 KEUR en 6.354 KEUR langs
de actief- en passiefzijde van de balans en hebben betrekking
op de marktwaarde per 31 december 2025 van de uitstaande
interest rate swap (IRS) overeenkomsten.
31/12/25
Classificatie volgens Fair Value
IFRS Niveau (IFRS) Notioneel bedrag Rentevoet (in%) Vervalt per verplichtingen
Interest Rate Swap 2 60.000.000 2,980 30/09/29 -1.464.510
Interest Rate Swap 2 60.000.000 2,418 30/09/30 -41.993
Interest Rate Swap 2 50.000.000 2,766 31/03/30 -837.800
Interest Rate Swap 2 12.500.000 0,090 30/09/26 255.643
Interest Rate Swap 2 43.000.000 0,391 31/12/29 3.003.250
Interest Rate Swap 2 52.000.000 0,397 31/12/30 5.278.925
Interest Rate Swap 2 637.000 0,074 30/09/26 13.057
Interest Rate Swap 2 6.142.500 0,074 30/09/26 125.907
Interest Rate Swap 2 3.617.250 0,074 30/09/26 74.145
Interest Rate Swap 2 6.597.500 0,074 30/09/26 135.234
Interest Rate Swap 2 6.574.750 0,074 30/09/26 134.767
Interest Rate Swap 2 18.562.500 0,785 7/02/29 859.742
Interest Rate Swap 2 12.500.000 0,140 28/09/29 1.093.001
Interest Rate Swap 2 25.000.000 1,850 31/12/29 473.901
Interest Rate Swap 2 25.000.000 1,950 31/12/30 568.895
Interest Rate Swap 2 100.000.000 2,500 30/03/34 -236.640
Interest Rate Swap 2 28.000.000 4,040 9/09/29 -479.450
Interest Rate Swap 2 54.093.574 3,559 30/09/28 -1.635.958
Interest Rate Swap 2 22.772.693 2,806 31/03/29 -376.630
Interest Rate Swap 2 18.000.000 1,193 27/02/26 46.500
Interest Rate Swap 2 22.000.000 0,977 30/06/28 653.928
Interest Rate Swap 2 25.000.000 0,185 11/12/28 1.400.215
Interest Rate Swap 2 30.000.000 0,413 9/08/29 2.059.152
Interest Rate Swap 2 50.000.000 2,030 23/01/27 1.305
Interest Rate Swap 2 50.000.000 2,952 27/06/30 -1.233.177
Interest Rate Swap 2 48.000.000 1,347 9/11/27 719.276
Interest Rate Swap 2 24.000.000* 1,642 9/11/29 356.423
Interest Rate Swap 2 24.000.000* 1,612 9/11/29 371.798
Interest Rate Swap 2 50.000.000 1,694 16/05/26 89.206
Interest Rate Swap 2 45.000.000 1,510 31/01/28 625.324
Interest Rate Swap 2 35.000.000 1,699 29/01/27 154.834
Interest Rate Swap 2 60.000.000 2,715 31/12/31 -1.059.067
Interest Rate Swap 2 25.000.000 0,895 30/06/27 364.122
Interest Rate Swap 2 26.000.000 2,680 24/06/29 -345.534
Interest Rate Swap 2 39.000.000 2,680 24/06/29 -518.302
Interest Rate Swap 2 15.000.000 2,473 30/06/30 19.598
Interest Rate Swap 2 10.000.000 2,473 30/06/30 13.066
Interest Rate Swap 2 9.579.500 2,880 22/02/32 -172.594
Interest Rate Swap 2 14.210.000 2,425 16/09/32 139.448
Interest Rate Swap 2 26.845.638 3,010 31/03/31 -599.471
TOTAAL 10.029.536
*
Dit betreft twee uitgestelde IRS'en die aanvangen op 09/11/2027 en die bovenstaande Interest Rate Swap van 48 MEUR vervangt.










XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
235
236
FINANCIEEL VERSLAG XIOR

Graphics











31/12/24
Classificatie volgens Fair Value
IFRS Niveau (IFRS) Notioneel bedrag Rentevoet (in%) Vervalt per verplichtingen
Interest Rate Swap 2 60.000.000 2,98 28/09/29 -2.272.800
Interest Rate Swap 2 60.000.000 2,418 30/09/30 -708.088
Interest Rate Swap 2 50.000.000 2,766 31/03/30 -1.487.680
Interest Rate Swap 2 12.500.000 0,09 30/09/26 556.228
Interest Rate Swap 2 25.000.000 0,7 31/12/29 307.814
Interest Rate Swap 2 43.000.000 0,391 31/12/29 3.419.417
Interest Rate Swap 2 52.000.000 0,397 31/12/30 5.420.471
Interest Rate Swap 2 651.000 0,074 30/09/26 28.772
Interest Rate Swap 2 6.277.500 0,074 30/09/26 277.447
Interest Rate Swap 2 3.696.750 0,074 30/09/26 163.386
Interest Rate Swap 2 6.719.250 0,074 30/09/26 296.972
Interest Rate Swap 2 6.742.500 0,074 30/09/26 297.999
Interest Rate Swap 2 19.937.500 0,785 7/02/29 1.167.348
Interest Rate Swap 2 12.500.000 0,14 28/09/29 1.276.741
Interest Rate Swap 2 25.000.000 1,85 31/12/29 344.391
Interest Rate Swap 2 25.000.000 1,95 31/12/30 307.261
Interest Rate Swap 2 100.000.000 0,023 30/03/34 -3.332.348
Interest Rate Swap 2 28.000.000 4,04 9/09/29 -813.365
Interest Rate Swap 2 54.093.574 3,559 30/09/28 -2.507.677
Interest Rate Swap 2 22.772.693 0,02806 31/03/29 -361.054
Interest Rate Swap 2 18.000.000 1,193 27/02/26 378.614
Interest Rate Swap 2 22.000.000 0,9765 30/06/28 848.250
Interest Rate Swap 2 25.000.000 0,185 11/12/28 1.751.501
Interest Rate Swap 2 30.000.000 0,413 9/08/29 2.418.173
Interest Rate Swap 2 50.000.000 1 23/01/27 299.205
Interest Rate Swap 2 50.000.000 2,9521 27/06/30 -2.062.404
Interest Rate Swap 2 48.000.000 1,3466 9/11/27 1.122.230
Interest Rate Swap 2 24.000.000* 0,016415 9/11/29 101.776
Interest Rate Swap 2 24.000.000* 0,01612 9/11/29 110.533
Interest Rate Swap 2 45.000.000 1 31/01/28 983.971
Interest Rate Swap 2 35.000.000 1 29/01/27 426.971
Interest Rate Swap 2 40.000.000 0,02 31/12/29 -1.894.902
Interest Rate Swap 2 25.000.000 0,895 30/06/27 603.798
Interest Rate Swap 2 32.500.000 0,195 24/06/25 355.589
Interest Rate Swap 2 32.500.000 0,195 24/06/25 355.589
Interest Rate Swap 2 26.000.000** 0,0268 24/06/29 -592.624
Interest Rate Swap 2 39.000.000** 0,0268 24/06/29 -888.936
Interest Rate Swap 2 9.868.500 0,0288 22/02/32 -333.445
Interest Rate Swap 2 14.500.000 0,0002425 16/09/32 -103.187
Interest Rate Swap 2 26.845.638 0,0301 31/03/31 -1.216.608
5.045.332
*
Dit betreft twee uitgestelde IRS'en die aanvangen op 09/11/2027 en die bovenstaande Interest Rate Swap van 48 MEUR vervangt.
**
Dit betreft twee uitgestelde IRS'en die aanvangen op 30/06/2025 en die bovenstaande Interest Rate Swaps van 32,5 MEUR vervangt.





















De marktwaarde van de uitstaande Interest Rate Swap contracten
wordt ontvangen van de verschillende financiële instellingen.
Alle financiering is grotendeels (89%) afgedekt tegen rentestijgingen
gedurende 5 jaar door middel van vastrentende contracten en
macro-hedges die zowel bestaande schuld als de toekomstige
herfinanciering van aflopende schuld dekken. Macro hedging
houdt in dat deze hedges niet gekoppeld zijn aan een individuele
lening, maar de onderliggende leningen voor een langere looptijd
overkoepelen.
Op deze manier wordt de herfinanciering van een aflopende
lening automatisch afgedekt door de bestaande macro-hedge,
waardoor extra renterisico wordt beperkt. Stijgende rentevoeten
zullen daarom slechts geleidelijk de financieringskost verhogen
gedurende 2026. We verwachten een stabiele financieringskost
in 2026 tov 2025. Nieuwe IRS contracten worden aan de huidige
marktprijzen afgesloten, welke hoger liggen dan de tarieven
waaraan contracten in 2022 en ervoor werden afgesloten. De
Vennootschap heeft nog een aantal IRS contracten lopen aan
deze lage tarieven.





Overzicht schulden met vaste rente, afgedekte schulden met
variabele rente en niet-afgedekte schulden met variabele rente
(in%)
100
11
19
26
35
52
68
74 91
86
96
96
97
97
80
24
20
19
60
19
40
17
16
20
16
66 55
61
47 16
30
10
9
6
4
6
4
4 3
3
0
31/12/25
31/12/26
31/12/27
31/12/28
31/12/29
31/12/30
31/12/31
31/12/32
31/12/33
31/12/34
31/12/35
31/12/36
31/12/37
Afgedekte schulden met variabele rente
Schulden met vaste rente
Niet-afgedekte schulden met variabele rente






10.9.11 HANDELSVORDERINGEN EN ANDERE VASTE ACTIVA
De lange termijn vorderingen (6.245 KEUR) hebben voornamelijk
betrekking op een uitgestelde betaling in het kader van een verkoop
(6.110 KEUR). Vorig jaar werd hier nog een aandeelhouderslening
opgenomen die was verstrekt aan de joint venture Collegno en
die in 2025, na aankoop van de overige aandelen, werd omgezet
in een intercompanylening.








10.9.12 DEELNEMINGEN IN JOINT VENTURES -
VERMOGENSMUTATIEMETHODE
Per 31 december 2025 heeft Xior een 25% deelneming in Uhub
Investments Boavista II. Deze joint venture werd opgenomen
volgens de vermogensmutatiemethode in de geconsolideerde
jaarrekening van Xior.
Overzicht van activa
A. UHUB Boavista en passiva (100%)
Vastgoedbeleggingen 16.378
Liquide middelen 1.460
Overige activa 1.776
Eigen vermogen 5.620
Langlopende schulden 10.471
Overige schulden 3.523
Na oplevering van het project zal Xior de resterende 75% van de
aandelen overnemen.












10.9.13 HANDELSVORDERINGEN
Cijfers in duizenden EUR 31/12/25 31/12/24
Handelsvorderingen
Handelsvorderingen 4.173 4.003
Op te maken facturen 27 255
Te innen opbrengsten 0 0
Geboekte waarde-
verminderingen -1.411 -1.243
Totaal 2.789 3.015
Nog te innen handelsvorderingen (2.789 KEUR) omvatten nog te
ontvangen huurgelden.
Cijfers in duizenden EUR 31/12/25 31/12/24
Waardeverminderingen op dubieuze debiteuren - mutatietabel
Per einde van het vorige
boekjaar 1.243 1.084
Uit overgenomen
vennootschappen 0 0
Toevoegingen 268 255
Terugnames 0 -7
Uitgeboekt wegens
definitief oninbaar -101 -90
Per einde van het boekjaar 1.411 1.243
Het risico bestaat dat er een verlies wordt geleden op een
schuldvordering. Dit risico wordt beperkt doordat er bij aanvang
van het contract een huurwaarborg van minimum 1 maand en in
de meeste gevallen van 2 maanden wordt gevraagd.
Voor het aanleggen van de voorziening dubieuze debiteuren wordt
als volgt te werk gegaan: de lijst van achterstallige huurgelden wordt
intern van kortbij opgevolgd. Op basis van een inschatting van het
management of wanneer er duidelijke aanwijsbare redenen zijn dat
de vordering niet meer kan geïnd worden, wordt een voorziening
aangelegd. Daarbovenop wordt er een algemene provisie aangelegd
van 25% van de vorderingen die meer dan 180 dagen open staan.
Per 31 december 2025 was een voorziening opgezet ten belope van
1.411 KEUR.
Overzicht van de ageing van de vorderingen
Ageing van de
openstaande klanten in KEUR (2025) in KEUR (2024)
niet vervallen 287 509
30 dagen 1.757 1.404
31-60 dagen 333 188
meer dan 60 dagen 1.795 1.902
4.173 4.003




XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
237
238
FINANCIEEL VERSLAG XIOR

Graphics



10.9.14 BELASTINGVORDERINGEN EN ANDERE
VLOTTENDE ACTIVA
Cijfers in duizenden EUR 31/12/25 31/12/24
Belastingvorderingen en andere vlottende activa
Terug te vorderen belas-
tingen 607 274
Terug te vorderen BTW 10.205 7.055
Andere 33.877 30.274
Totaal 44.689 37.603
Belastingvorderingen en andere vorderingen (44.689 KEUR): dit
betreft voornamelijk terug te vorderen BTW en voorafbetalingen
voor Nederlandse vennootschapsbelastingen (10.812 KEUR) en een
vordering op Aloxe NV (380 KEUR – dewelke vergoed wordt tegen
marktconforme rente). Verder zijn hierin ook vooruitbetalingen
m.b.t. projectontwikkelingen en meubilair en te ontvangen credit
nota’s opgenomen.




10.9.15 KAS EN KASEQUIVALENTEN
Cijfers in duizenden EUR 31/12/25 31/12/24
Kas en kasequivalenten
Banken 4.740 9.431
Geldmiddelen 16 31
Totaal 4.756 9.462

In een aantal entiteiten met directe vastgoedfinanciering
is een deel van de liquide middelen beperkt in gebruik of
aanwending ten voordele van de kredietverstrekker (bij Xior
Lyngby Residential ApS is 5 MDKK niet vrij beschikbaar; in de
Duitse dochterondernemingen dient voldoende cash te worden
aangehouden ter dekking van de deposito’s).
Het overgrote deel
van de liquide middelen is vrij beschikbaar.


10.9.16 OVERLOPENDE REKENINGEN – ACTIVA
Cijfers in duizenden EUR 31/12/25 31/12/24
Overlopende rekeningen - activa
Verkregen huuropbreng-
sten 15.833 37.109
Voorafbetaalde vast-
goedkosten 7.409 28.318
Verkregen interesten 7.611 2.181
Andere 10.646 3.817
Totaal 41.500 71.425
Overlopende rekeningen en uitgestelde activa (41.500 KEUR)
betreffen voornamelijk over te dragen kosten vastgoed (7.409
KEUR), verkregen opbrengsten vastgoed en huurgaranties (15.833
KEUR), verkregen interesten (7.611 KEUR), en verkregen overige
inkomsten (onder andere project management vergoedingen en
schadevergoedingen).




10.9.17 KAPITAAL EN UITGIFTEPREMIES
Vroeger kapitaal Kapitaalverhoging Nieuw kapitaal Vroeger aantal Nieuw aantal Fractiewaarde
Datum VerrichtingCijfers in EUR (EUR) (EUR) (EUR) aandelen aandelen (EUR)
Evolutie kapitaal
10/03/14 Oprichting vennootschap 20.000 20.000 200 100,00
23/09/15 Kapitaalverhoging 20.000 1.230.000 1.250.000 200 12.500 100,00
23/11/15 Aandelensplitsing 1.250.000 1.250.000 12.500 42.500 29,41
11/12/15 Zusterfusies 1.250.000 23.328.937 24.578.937 42.500 975.653 25,19
11/12/15 Kapitaalverhoging bij wijze van inbreng in natura
ingevolge de Aandeleninbreng 24.578.937 3.256.783 27.835.720 975.653 1.105.923 25,17
11/12/15 Overnamefusies 27.835.720 3.696.060 31.531.780 1.105.923 1.253.764 25,15
11/12/15 Kapitaalverhoging beneden fractiewaarde bij
wijze van inbreng in geld voor de uitgifte van
nieuwe aandelen 31.531.780 58.710.898 90.242.678 1.253.764 4.626.780 19,50
11/12/15 Kapitaalvermindering tot het aanleggen van een
reserve tot dekking van voorzienbare verliezen 90.242.678 -6.960.638 83.282.040 4.626.780 4.626.780 18,00
1/03/16 Fusie met Devimmo 83.282.040 4.151.826 87.433.866 4.626.780 4.857.437 18,00
1/08/16 Fusie met CPG 87.433.866 1.320.948 88.754.814 4.857.437 4.930.823 18,00
11/10/16 Inbreng in natura Woonfront Tramsingel BV 88.754.814 6.114.204 94.869.018 4.930.823 5.270.501 18,00
17/01/17 Inbreng in natura Project KVS 94.869.018 2.669.976 97.538.994 5.270.501 5.418.833 18,00
22/06/17 Kapitaalverhoging 97.538.994 48.769.488 146.308.482 5.418.833 8.128.249 18,00
26/03/18 Inbreng in natura Project Enschede 146.308.482 9.317.304 155.625.786 8.128.249 8.645.877 18,00
12/06/18 Kapitaalverhoging 155.625.786 77.812.884 233.438.670 8.645.877 12.968.815 18,00
12/12/18 Inbreng in natura All-In Annadal B.V. 233.438.670 14.400.000 247.838.670 12.968.815 13.768.815 18,00
4/06/19 Keuzedividend 247.838.670 2.702.574 250.541.244 13.768.815 13.918.958 18,00
13/06/19 Inbreng in natura Stratos KvK N.V. 250.541.244 7.756.002 258.297.246 13.918.958 14.349.847 18,00
27/10/19 Kapitaalverhoging 258.297.246 86.099.076 344.396.322 14.349.847 19.133.129 18,00
18/06/20 Kapitaalverhoging door inbreng in natura 344.396.322 2.918.916 347.315.238 19.133.129 19.295.291 18,00
7/10/20 Inbreng in natura Patrimonne Couronne - Franck NV 347.315.238 11.835.702 359.150.940 19.295.291 19.952.830 18,00
25/11/20 Kapitaalverhoging 359.150.940 19.684.998 378.835.938 19.952.830 21.046.441 18,00
18/03/21 Kapitaalverhoging 378.835.938 75.767.184 454.603.122 21.046.441 25.255.729 18,00
14/12/21 Kapitaalverhoging 454.603.122 45.460.296 500.063.418 25.255.729 27.781.301 18,00
7/06/22 Keuzedividend 500.063.418 4.140.378 504.203.796 27.781.301 28.011.322 18,00
15/09/22 Inbreng in natura Basecamp (fase 1) 504.203.796 121.341.978 625.545.774 28.011.322 34.752.543 18,00
25/04/23 Inbreng in natura Basecamp (fase 2) 625.545.774 15.581.124 641.126.898 34.752.543 35.618.161 18,00
15/12/23 Kapitaalverhoging 641.126.898 46.973.448 688.100.346 35.618.161 38.227.797 18,00
18/04/24 Kapitaalverhoging - Earn out I 688.100.346 12.183.786 700.284.132 38.227.797 38.904.674 18,00
2/06/24 Keuzedividend 700.284.132 12.067.776 712.351.908 38.904.674 39.575.106 18,00
27/06/24 Inbreng in natura Campo Pequeno 712.351.908 27.949.032 740.300.940 39.575.106 41.127.830 18,00
5/07/24 Inbreng in natura Krakow 740.300.940 21.896.154 762.197.094 41.127.830 42.344.283 18,00
21/01/25 Kapitaalverhoging 762.197.094 51.798.564 813.995.658 42.344.283 45.221.981 18,00
14/04/25 Kapitaalverhoging - Earn out II 813.995.658 10.717.524 824.713.182 45.221.981 45.817.399 18,00
5/06/25 Keuzedividend 824.713.182 15.798.510 840.511.692 45.817.399 46.695.094 18,00
Bij de kapitaalverhogingen van 2025 werd een bedrag van
41.415 KEUR toegewezen aan de beschikbare uitgiftepremies.



XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
239
240
FINANCIEEL VERSLAG XIOR

Graphics


Toegestane kapitaal
In 2025 werd de Raad van Bestuur éénmaal gemachtigd om het
maatschappelijke kapitaal in één of meerdere malen te verhogen.
Bij de buitengewone algemene vergadering van 4 april 2025
werd de raad van bestuur gemachtigd om het maatschappelijke
kapitaal in één of meerdere malen te verhogen. De vergadering
aanvaardt het voorstel van besluit om de Raad van Bestuur een
machtiging toe te kennen voor kapitaalverhogingen:
(i) voor kapitaalverhogingen bij wijze van inbreng in geld
waarbij wordt voorzien in de mogelijkheid tot de uitoefening
van het wettelijk voorkeurrecht of van het onherleidbaar
toewijzingsrecht door de aandeelhouders van de Vennootschap
met een maximumbedrag van vierhonderd en zes miljoen
negenhonderd zevenennegentigduizend achthonderd
negenentwintig euro (406.997.829,00 EUR);
(ii)
voor kapitaalverhogingen in het kader van uitkering van een
keuzedividend, met een maximumbedrag van vierhonderd
en zes miljoen negenhonderd zevenennegentigduizend
achthonderd negenentwintig euro (406.997.829,00 EUR);
(iii)
voor kapitaalverhogingen bij wijze van (i) inbreng in geld
waarbij niet wordt voorzien in de mogelijkheid tot de
uitoefening van het wettelijk voorkeurrecht of van het
onherleidbaar toewijzingsrecht door de aandeelhouders
van de Vennootschap en (ii) inbreng in natura, met een
maximumbedrag van eenentachtig miljoen driehonderd
negenennegentigduizend vijfhonderd vijfenzestig euro tachtig
cent (81.399.565,80 EUR) in totaal,
met dien verstande dat de raad van bestuur in elk geval het
kapitaal nooit zal kunnen verhogen met meer dan het wettelijke
maximumbedrag, zijnde 100% van het bedrag van het kapitaal van
achthonderddertien miljoen negenhonderdvijfennegentigduizend
zeshonderdachtenvijftig euro (813.995.658,00 EUR) op datum
van de buitengewone algemene vergadering van 4 april 2025.
Deze machtiging is geldig voor een duur van vijf jaar vanaf de
bekendmaking in de bijlagen bij het Belgisch Staatsblad van de
notulen van de buitengewone algemene vergadering van 4 april
2025.
Zie hiervoor artikel 7 van de gecoördineerde statuten per 5 juni
2025 zoals gepubliceerd op de website van de Vennootschap.
Deze machtiging kan worden hernieuwd. De raad van bestuur zal
bij elke kapitaalverhoging de prijs, de eventuele uitgiftepremie en
de uitgiftevoorwaarden van de nieuwe effecten vastleggen.
Deze kapitaalverhogingen kunnen worden uitgevoerd door
inbreng in geld, door inbreng in natura, bij wijze van een
gemengde inbreng of door omzetting van reserves, met inbegrip
van overgedragen winsten en uitgiftepremies evenals alle
eigen vermogensbestanddelen onder de enkelvoudige IFRS-
jaarrekening van de Vennootschap (opgesteld uit hoofde van de
GVV-Wetgeving) die voor conversie in kapitaal vatbaar zijn, en
al dan niet met creatie van nieuwe effecten, overeenkomstig de
regels voorgeschreven door het Wetboek van vennootschappen
en verenigingen, de GVV-Wetgeving en de statuten.
De raad van bestuur kan daarbij nieuwe aandelen uitgeven. In
voorkomend geval zullen de uitgiftepremies op één of meer
afzonderlijke rekeningen onder het eigen vermogen op het passief
van de balans worden geboekt en behouden. De raad van bestuur
kan vrij beslissen om de uitgiftepremies, eventueel na aftrek van
een bedrag maximaal gelijk aan de kosten van de kapitaalverhoging
in de zin van de toepasselijke IFRS-regels, in het geval van een
kapitaalverhoging waartoe de raad van bestuur beslist heeft,
door de raad van bestuur op een onbeschikbare reserverekening
geplaatst moeten worden die op dezelfde wijze als het kapitaal
een waarborg voor derden zal uitmaken en die, onder voorbehoud
van zijn incorporatie in het kapitaal, slechts zal kunnen worden
verminderd of afgeschaft bij beslissing van de algemene vergadering
van aandeelhouders beraadslagend volgens de voorwaarden van
quorum en meerderheid vereist voor een statutenwijziging.
De raad van bestuur kan tevens inschrijvingsrechten (al dan niet
aan een ander effect gehecht) en converteerbare obligaties of
obligaties terugbetaalbaar in aandelen uitgeven, die aanleiding
kunnen geven tot de creatie van dezelfde effecten en dit steeds
met naleving van de regels voorgeschreven door de toepasselijke
wetgeving en de statuten van de Vennootschap.
Onverminderd de toepassing van de artikelen 7:188 tot 7:193
en artikel 7:201 van het Wetboek van vennootschappen en
verenigingen, kan de raad van bestuur het voorkeurrecht beperken
of opheffen, ook wanneer dit gebeurt ten gunste van één of
meer bepaalde personen andere dan personeelsleden van de
Vennootschap of van haar dochtervennootschappen. Principieel
kan dit slechts voor zover aan de bestaande aandeelhouders
een onherleidbaar toewijzingsrecht wordt verleend bij de
toekenning van nieuwe effecten (voor zover wettelijk vereist). Dat
onherleidbaar toewijzingsrecht dient tenminste te voldoen aan de
modaliteiten vermeld in artikel 11.1 van de statuten. Onverminderd
de toepassing van de artikelen 7:190 tot 7:194 van het Wetboek van
vennootschappen en verenigingen, zijn dergelijke beperkingen in
het kader van de opheffing of beperking van het voorkeurrecht niet
van toepassing bij een inbreng in geld met beperking of opheffing
van het voorkeurrecht, (i) in het kader van het toegestane kapitaal
waarbij het gecumuleerde bedrag van de kapitaalverhogingen die,
overeenkomstig artikel 26 §1, derde lid GVV-wet, zijn uitgevoerd
over een periode van 12 maanden, niet meer bedraagt dan 10%
van het bedrag van het kapitaal op het ogenblik van de beslissing
tot kapitaalverhoging of (ii) in aanvulling op een inbreng in natura
in het kader van de uitkering van een keuzedividend, voor zover dit
effectief voor alle aandeelhouders betaalbaar wordt gesteld. In dit
kader wijst de Vennootschap in het bijzonder op de mogelijkheid
tot het verhogen van het kapitaal door middel van een private
plaatsing zonder dergelijk onherleidbaar toewijzigingsrecht
(beperkt tot 10% nieuwe aandelen per 12 maanden) voorzien in de
GVV-Wetgeving, en wa arvoor de machtiging toegestaan kapitaal
verleend door de algemene vergadering eveneens toelating geeft
(samen met de machtiging inbreng in natura beperkt tot 10%).
Bij uitgifte van effecten tegen inbreng in natura moeten de
voorwaarden vermeld in artikel 11.2 van de statuten worden
nageleefd (met inbegrip van de mogelijkheid een bedrag af te
trekken dat overeenstemt met het deel van het niet-uitgekeerde
brutodividend). De bijzondere regels inzake de kapitaalverhoging
in natura uiteengezet onder artikel 11.2 zijn echter niet van
toepassing bij de inbr eng van het recht op dividend in het kader
van de uitkering van een keuzedividend, voor zover dit effectief
voor alle aandeelhouders betaalbaar wordt gesteld.
Onder dezelfde voorwaarden als hierboven uiteengezet en
onderworpen aan de toepasselijke wettelijke bepalingen, kan
de Vennootschap, met uitzondering van winstbewijzen en
soortgelijke effecten, de in artikel 7:22 van het Wetboek van
vennootschappen en verenigingen bedoelde en eventueel andere
door het vennootschapsrecht toegelaten effecten uitgeven in
overeenstemming met de daar voorgeschreven regels en de
GVV-Wetgeving.
De bevoegdheid inzake het toegestane kapitaal mag nooit
gebruikt worden voor de volgende verrichtingen:
(i) De uitgifte van inschrijvingsrechten die in hoofdzaak is bestemd
voor één of meer bepaalde personen, andere dan de leden van
het personeel van de Vennootschap of van één of meer van
haar dochtervennootschappen (art.7:201, lid 1, 1° WVV.);
(ii)
De uitgifte van aandelen met meervoudig stemrecht of van
effecten die recht geven op de uitgifte van of de conversie in
aandelen met meervoudig stemrecht (art. 7:201, lid 1, 2° WVV);
(iii) Kapitaalverhogingen die voornamelijk tot stand worden
gebracht door een inbreng in natura uitsluitend voorbehouden
aan een aandeelhouder van de Vennootschap die effecten
van de Vennootschap in zijn bezit houdt waaraan meer
dan 10% van de stemrechten verbonden zijn. Bij de door
deze aandeelhouder in bezit gehouden effecten, worden
de effecten gevoegd die in bezit worden gehouden door
(art.7:201, lid 1, 3° WVV.):
• een derde die handelt in eigen naam maar voor rekening van de
bedoelde aandeelhouder;
•
een met de bedoelde aandeelhouder verbonden natuurlijke
persoon of rechtspersoon;
• een derde die optreedt in eigen naam maar voor rekening van
een met de bedoelde aandeelhouder verbonden natuurlijke
persoon of rechtspersoon;
•
personen die in onderling overleg handelen, onder personen
die in onderling overleg handelen wordt verstaan (a) de na-
Evolutie uitgiftepremies
in KEUR
Datum Verrichting Uitgiftepremies
31/12/15 25.615
1/03/16 Fusie Devimmo 1.615
1/08/16 Fusie CPG 514
11/10/16 Inbreng in natura Woonfront 4.517
17/01/17 Inbreng in natura Project KVS 2.394
22/06/17 Kapitaalverhoging 35.222
26/03/18 Inbreng in natura project Enschede 8.800
12/06/18 Kapitaalverhoging 53.332
12/12/18 Inbreng in natura All-In Annadal 15.230
4/06/19 Keuzedividend 3.378
13/06/19 Inbreng in natura Stratos KvK N.V. 10.241
27/10/19 Kapitaalverhoging 115.582
18/06/20 Kapitaalverhoging door inbreng in natura 4.581
7/10/20 Inbreng in natura Patrimonne Couronne - Franck NV 22.047
25/11/20 Kapitaalverhoging 34.996
18/03/21 Kapitaalverhoging 99.228
14/12/21 Kapitaalverhoging 70.716
7/06/22 Keuzedividend 6.825
15/09/22 Inbreng in natura Basecamp (fase 1) 171.311
25/04/23 Inbreng in natura Basecamp (fase 2) 22.506
15/12/23 Kapitaalverhoging 28.706
18/04/24 Kapitaalverhoging - Earn out I 5.142
2/06/24 Keuzedividend 6.845
27/06/24 Inbreng in natura Campo Pequeno 17.110
5/07/24 Inbreng in natura Krakow 13.405
21/01/25 Kapitaalverhoging 28.201
14/04/25 Kapitaalverhoging - Earn out II 5.297
5/06/25 Keuzedividend 7.917
Totaal uitgiftepremies per 31/12/2025 821.273
Onbeschikbare uitgiftepremies 305.273
Beschikbare uitgiftepremies 516.000



XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
241
242
FINANCIEEL VERSLAG XIOR

Graphics


tuurlijke personen of rechtspersonen die in onderling overleg
handelen in de zin van artikel 3, § 1, 5°, a) van de Wet van 1 april
2007, (b) de natuurlijke personen of rechtspersonen die een
akkoord hebben gesloten aangaande de onderling afgestemde
uitoefening van hun stemrechten, om een duurzaam gemeen-
schappelijk beleid ten aanzien van de Vennootschap te voeren,
en (c) de natuurlijke personen of rechtspersonen die een ak-
koord hebben gesloten aangaande het bezit, de verwerving of
de overdracht van stemrechtverlenende effecten;
(iv)
De uitgifte van een nieuwe soort van effecten (art. 7:201, lid
1, 4° WVV).
In de loop van 2025 werd het kapitaal driemaal verhoogd via het
toegestane kapitaal:
•
via een kapitaalverhoging in het kader van een versnelde pri-
vate plaatsing hetgeen resulteerde in de uitgifte van 2.877.698
nieuwe aandelen op 21 januari 2025.
•
via een kapitaalverhoging door de inbreng in natura (in het
kader van de tweede earn-out vergoeding ingevolge de
Basecamp transactie) hetgeen resulteerde in de uitgifte van
595.418 nieuwe aandelen op 14 april 2025.
•
via een kapitaalverhoging door de inbreng in natura (in het
kader van het keuzedividend) hetgeen resulteerde in de uitgifte
van 877.695 nieuwe aandelen op 5 juni 2025.
Met betrekking tot voormelde kapitaalverhogingen in april en juni
werd gebruik gemaakt worden van de machtiging toegestaan
kapitaal, die werd goedgekeurd op de Buitengewone Algemene
Vergadering van 4 april 2025 (zoals hierboven beschreven).
Het saldo van het toegestane kapitaal bedraagt per 31 december
2025 (a) (maximaal) 406.997.829,00 EUR (voor kapitaalverhogingen
bij wijze van inbreng in geld waarbij wordt voorzien in de mogelijkheid
tot de uitoefening van het wettelijk voorkeurrecht of onherleidbaar
toewijzingsrecht, (b) (maximaal) 383.282.510,10,00 EUR (voor
kapitaalverhogingen in het kader van het keuzedividend), (c)
(maximaal) 70.682.041,80 EUR (voor kapitaalverhogingen bij wijze
van inbreng in geld waarbij niet wordt voorzien in de mogelijkheid
tot de uitoefening van het wettelijke voorkeurrecht of van het
herleidbaar toewijzingsrecht door de aandeelhouders van de
Vennootschap en inbreng in natura).





De transparantieverklaringen zijn te consulter
en op d
e website
van de Vennootschap (www.corporate.xior.be
onder de rubriek
Investor Relations – Aandeelhoudersstructuur).



10.9.19 RESULTAAT PER AANDEEL
31/12/25 31/12/24
Aantal gewone aandelen
in omloop 46.695.094 42.344.283
Gewogen gemiddelde
aantal aandelen 46.279.394 41.118.335
Nettowinst per gewoon
aandeel (in Eur) 1,48 1,62
Verwaterde nettowinst
per gewoon aandeel (in
EUR) 1,48 1,62
EPRA-winst per
aandeel (in EUR) 2,22 2,22
EPRA-winst per
aandeel (in EUR) - Deel
van de groep 2,21 2,21



10.9.20 ANDERE LANGLOPENDE VERPLI
CHTIN
GEN
Cijfers in duizenden EUR 31/12/25 31/12/24
Overige verplichtingen 0 46
Totaal: 0 46
Er werden per 31 december 2025 geen andere langlopende
verplichtingen opgenomen in de balans.




10.9.21 UITGESTELDE BELASTINGEN
Cijfers in duizenden EUR 31/12/25 31/12/24
Uitgestelde belastingen verplichtingen
Exit tax 0 1 962
Uitgestelde belastingen
op meerwaarde onroe-
rend goed buitenland 92.506 84.629
Totaal 92.506 86.590
De uitgestelde belastingen bedragen 92.506 KEUR en zijn
gestegen met 5.916 KEUR tegenover 31 december 2024. Dit bevat
de uitgestelde belastingen op buitenlands vastgoed in Nederland,
Spanje, Portugal, Denemarken, Polen en Duitsland. De stijging
heeft voornamelijk betrekking op een waardestijging van het
buitenlandse vastgoed in Denemarken, Zweden, Polen en Duitsland.
Aan de andere kant zijn er ook uitgestelde belastingvorderingen
geboekt op de waardedalingen (21.854 KEUR).
Er wordt eveneens verwezen naar Hoofdstuk 10.9.7 van dit
Jaarverslag.




10.9.18 AANDEELHOUDERSSTRUCTUUR
Rekening houdend met de ontvangen transparantieverklaringen
en de informatie in het bezit van Xior Student Housing, zijn de
belangrijkste aandeelhouders per 31 december 2025:
2025 2024
Aandeelhouder
Aloxe NV 10,91% (1) 12,03%
Car Logistics Brussels NV 6,31% (2) 6,96%
1
  Op basis van de transparantiekennisgevingen per 4 & 5 juli 2024 (met inbegrip van de 
noemer per 5 juni 2025 (46.695.094)).
2
Op basis van de transparantiekennisgevingen per 10 juli 2024 (met inbegrip van de
noemer per 5 juni 2025 (46.695.094)).






10.9.22
FINANCIËLE SCHULDEN
Cijfers in duizenden EUR 31/12/25 31/12/24
Langlopende financiële schulden*
Bilaterale leningen
- variabele of vaste
rentevoet 1.670.969 1.583.411
Kosten opname leningen -5.424 -4.864
Totaal 1.665.545 1.578.547
*
Deze bedragen zijn exclusief de financiële leaseverplichtingen 2025: 16.182 KEUR, 2024: 5.557
KEUR)
Cijfers in duizenden EUR 31/12/25 31/12/24
Langlopende financiële schulden (excl. interesten)
Opdeling volgens de maturiteit
Binnen het jaar
Tussen één en twee jaar 182.030 314.589
Tussen twee en vijf jaar 948.966 789.815
Meer dan vijf jaar 539.973 479.007
Totaal 1.670.969 1.583.411
Cijfers in duizenden EUR 31/12/25 31/12/24
Niet opgenomen kredieten
Vervallende binnen het
jaar 0 0
Vervallende na één jaar 207.549 68.000
Totaal 207.549 68.000
De finan
ciële schulden die op het niveau van Xior Student Housing
zijn zonder onderliggende zekerheden afgesloten. Uitzonderingen
hierop zijn leningen die door dochtervennootschappen zijn
aangegaan, i.e. de lening van Stratos KVK, de lening van XSH
Benfica SA, lening van XSH São João SA, de lening van Xior
Potsdam Golm S.à.r.l., de lening van Xior Leipzig Pragerstrasse
GmbH, de lening van Xior Copenhagen South ApS, de lening van
Xior Lyngby Student ApS, de lening van Xior Lyngby Residential
ApS, de lening van Uhub Investments Lumiar SA, de lening van
Xior Malmö Västra Hamnen AB en de lening van Campopre
Investments SIC. Sommige van deze werden mee overgenomen
bij overname van 100% van de aandelen. Deze leningen zijn deels
gedekt door zekerheden.

Het merendeel van de financiële schulden hebben een variabele
rentevoet, een deel van de afgesloten financieringen hebben een
vaste rentevoet. Er werden IRS-contracten afgesloten om een
deel van de leningen in te dekken waarbij de variabele rentevoeten
werden geswapt tegen vaste rentevoeten. In totaal is er 1.168 KEUR
aan financieringen ingedekt via IRS-contracten. Dit stemt overeen
met een indekking van 66% t.o.v. de opgenomen financieringen.
Er zijn voor 417 MEUR leningen aan vaste rentevoeten, hetgeen
resulteert in een indekking (IRS + vaste rentevoet) van 89% t.o.v.
de opgenomen financieringen.
Cijfers in duizenden EUR 31/12/25 31/12/24
Inschatting toekomstige interestlasten
Binnen één jaar 54.417 58.784
Tussen één en vijf jaar 140.954 141.036
Meer dan vijf jaar 75.374 86.904
Totaal 270.745 286.724
31/12/25 31/12/24*
Liquiditeitsverplichting op vervaldagen verbonden aan de
indekkingsinstrumenten
Binnen één jaar 64 -10.938
Tussen één en vijf jaar 4.503 -29.286
Meer dan vijf jaar 2.171 -5.216
Totaal 6.737 -45.441
*
In de jaarrekening van 2024 werd bij de berekening van de toekomstige
liquiditeitsverplichtingen van de indekkingsinstrumentende enkel rekening gehouden met
de marge en niet met de variabele component, namelijk de EURIBOR rate. De cijfers
van 2024 werden hiervoor gecorrigeerd.
Bij de inschatting van de toekomstige int
erestlasten is
rekening
gehouden met de schuldpositie per 31 de
cember 2025.
Xior Student Housing had per 31 decembe
r 2025 1.773.
840 KEUR
aan gecommitteerde kredietovereenkoms

ten. Er wordt
verwezen
naar Hoofdstuk 10.9.33 van dit Jaarversla
g voor de Sc
huldgraad
van Xior Student Housing. Het betreft hi
er bullet leni
ngen die
werden afgesloten bij verschillende bank
en en met ee
n looptijd
die varieert tussen de 3 jaar en de 10 jaar.
De gemiddeld
e looptijd
bedraagt 5,17 jaar. Een aantal van deze k
redietoveree
nkomsten
bevat cross default bepalingen, die de kr
edietgever to
elaten de
vervroegde terugbetaling van het krediet t
e eisen (of h
et krediet
te annuleren of te heronderhandelen) in geval van inbreuk door
Xior op één van haar andere kredietovereenkomsten.
Onderstaande tabel geeft een overzicht van de impact op de
fair value van de IRS’en indien de rente zou stijgen of dalen met
maximaal 0,20%:
Impact op wijziging van de
Wijziging van de reële waarde van de IRS’en per
rente 31/12/2025
-0,20% -8.714 KEUR
+0,20% +8.874 KEUR
Impact op wijziging van de
Wijziging van de reële waarde van de IRS’en per
rente 31/12/2025
-0,20% -8.947 KEUR
+0,20% +8.927 KEUR
De Vennootschap moet de nodige convenanten respecteren in
het kader van haar financieringsovereenkomsten. Per 31 december
2025 wordt door Xior aan alle gestelde convenanten voldaan.
Een maximale schuldgraad (cfr. berekening GVV-KB) van 60%,
een interest cover ratio van minimum 2,5 en een minimale
indekking van 70%. Voor een nadere beschrijving van de






XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
243
244
FINANCIEEL VERSLAG XIOR

Graphics


financieringsovereenkomsten die werden afgesloten door de
Vennootschap wordt eveneens verwezen naar Hoofdstuk 5.3.1
van dit Jaarverslag.
Sensitiviteit interesten 2025
Indien de Euribor rente (3m, 12m en/of 6m) met 20 basispunten
zou stijgen dan zou dit voor 2025 een impact hebben van 378
KEUR op de intresten die door de Vennootschap moeten betaald
worden. Voor deze sensitiviteitsanalyse werd rekening gehouden
met de afgesloten afdekkingsinstrumenten.
Reconciliatie van schulden uit financieringsactiviteiten
Onderstaande tabel geeft de wijzigingen weer van Xior m.b.t. financieringsactiviteiten
1
.
31/12/2024 Cash flows Niet-kaswijzigingen Herklassering
Weder- wijzigingen 31/12/2025
samenstelling in de reële overgenomen
van het nominaal bedrag waarde bij acquisitie
Lange termijn kredieten 1.578.547 104.949 55
-18.006 1.665.545
Korte termijn kredieten 111.388 -20.000
18.006 109.394
Financiële instrumenten -5.045 -5.001 -10.046
1.684.890 84.949 55 -5.001 0 0 1.764.893



1
Dit overzicht houdt geen rekening met de financiële leasing schulden (erfpachtcontracten).


10.9.23 HANDELSSCHULDEN
Cijfers in duizenden EUR 31/12/25 31/12/24
Handelsschulden
Handelsschulden 7.729 9.631
Te ontvangen facturen 82 935
Belastingen en sociale
schulden 22.830 20.386
Andere 3.404 1.027
Exit taks 0 0
Totaal 34.045 31.979
Belastingen en sociale schulden betreffen voornamelijk geraamde
belastingen vaste inrichting en dochtervennootschappen en te
betalen BTW.



10.9.24 ANDERE KORTLOPENDE VERPLICHTINGEN
Cijfers in duizenden EUR 31/12/25 31/12/24
Andere kortplopende verplichtingen
Andere schulden 28.142 52.748
Totaal 28.142 52.748


Andere kortlopende verplichtingen 28.142 KEUR (2024: 52.748
KEUR) betreffen voornamelijk ontvangen huurwaarborgen van
huurders. In 2024 werd hier nog een deel van de earn-out
vergoeding in opgenomen. (voor meer informatie, zie eveneens
5.2.1 van dit Jaarverslag).








10.9.25 OVERLOPENDE REKENINGEN – PASSIEF
Cijfers in duizenden EUR 31/12/25 31/12/24
Overlopende rekeningen - passief
Vooraf ontvangen vastgoedop-
brengsten 4.780 4.153
Toe te rekenen kosten vastgoed 0 0
Toe te rekenen interesten 2.940 1.577
Andere 15.913 13.356
Totaal 23.633 19.086
De over te dragen opbrengsten hebben voornamelijk betrekking
op vooruitbetaalde huren. Toe te rekenen kosten vastgoed
betreffen voornamelijk nog te ontvangen aanslagen onroerende
voorheffing en vastgoedtaksen.
Andere overlopende rekeningen betreffen voornamelijk nog te
betalen algemene kosten.





10.9.26 FINANCIËLE ACTIVA EN VERPLICHTINGEN
31/12/25 31/12/25 31/12/24 31/12/24
Cijfers in duizenden EUR Boekwaarde Reële waarde Boekwaarde Reële waarde Niveau
Overzicht van financiële activa en verplichtingen
Activa
Financiële vaste activa 37.499 37.499 50.233 50.233
Financiële vaste activa 1.650 1.650 2.645 2.645 niveau 2
Financiële derivaten 16.384 16.384 5.045 5.045 niveau 2
Handelsvorderingen en andere vaste activa 6.245 6.245 34.775 34.775 niveau 2
Deelnemingen in geassocieerde vennootschappen en
joint ventures 13.220 13.220 7.768 7.768 niveau 2
Financiële vlottende activa 52.234 52.234 50.080 50.080
Handelsvorderingen 2.789 2.789 3.015 3.015 niveau 2
Belastingvorderingen en andere vlottende activa 44.689 44.689 37.603 37.603 niveau 2
Kas en kasequivalenten 4.756 4.756 9.462 9.462 niveau 1
Totaal financiële activa 89.733 89.733 100.313 100.313
Verplichtingen
Langlopende financiële verplichtingen 1.688.081 1.612.087 1.584.150 1.520.964
Langlopende financiële verplichtingen 1.681.727 1.605.733 1.584.104 1.520.918 niveau 2
Financiële derivaten 6.354 6.354 0 0 niveau 2
Andere langlopende verplichtingen 0 0 46 46 niveau 2
Kortlopende financiële verplichtingen 171.581 171.581 196.115 196.115
Kortlopende financiële verplichtingen 109.394 109.394 111.388 111.388 niveau 2
Handelsschulden en andere kortlopende schulden 34.045 34.045 31.979 31.979 niveau 2
Andere kortlopende verplichtingen 28.142 28.142 52.748 52.748 niveau 2
Totaal financiële verplichtingen 1.859.662 1.783.668 1.780.265 1.717.079
Handelsvorderingen en handelsschulden worden geboekt aan
geamortiseerde kost. De wijziging in de fair value van financiële
derivaten wordt via het resultaat geboekt.



XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
245
246
FINANCIEEL VERSLAG XIOR

Graphics



Reële waarde
Aangezien de handelsvorderingen en handelsschulden kortlopend
zijn, benadert de reële waarde nagenoeg de nominale waarde van
deze financiële activa en verplichtingen in kwestie. Xior Student
Housing heeft per 31 december 2025 417 MEUR financiële schulden
aan vaste interestvoet, de rest van de financiële schulden zijn aan
variabele interestvoet. Voor de leningen die aan vaste interestvoet
werden afgelost werd de reële waarde berekend, die afwijkt van
de boekwaarde. Voor de leningen aan variabele interestvoet, is de
reële waarde van deze verplichtingen gelijk aan de boekwaarde.
Deze leningen zijn gedeeltelijk ingedekt via IRS-contracten.
Voor de definities van de niveaus wordt verwezen naar Hoofdstuk
10.9.8 van dit Jaarverslag.





10.9.27 TRANSACTIES MET VERBONDEN PARTIJEN
Cijfers in duizenden EUR 31/12/25 31/12/24
Transacties met verbonden partijen
Vergoeding management 2.536 1.946
Vergoeding onafhankelijkbestuurders e 280 313
Totaal 2.816 2.259
Vordering op Aloxe 380 2.434

De verbonden partijen waarmee de Vennootschap handelt zijn haar
dochterondernemingen en haar bestuurders en directieleden. De
transacties met de dochterondernemingen worden geëlimineerd
in de consolidatie.

De vergoeding voor de bestuurders en directieleden is
opgenomen in de post “algemene kosten van de vennootschap”
(zie Hoofdstuk 10.9.3 van dit Jaarverslag).
De bestuurders en directieleden ontvangen bijkomend geen
voordelen ten laste van de Vennootschap. We verwijzen
hiervoor naar het remuneratieverslag in Hoofdstuk 6.1.17 van dit
Jaarverslag.
Per 31 december 2025 heeft Xior Student Housing NV een vordering
op Aloxe, referentieaandeelhouder van de Vennootschap, voor een
bedrag van 380 KEUR. Deze vordering is voornamelijk ontstaan uit
de gegeven huurgaranties op bepaalde projecten bij IPO.


10.9.28 VERGOEDING COMMISSARIS
In toepassing van artikel 7:99 §7 van het Wetboek van
vennootschappen en verenigingen dient de 70% regel te worden
beoordeeld op het niveau van Xior Student Housing NV en mag
deze niet overschreden worden.
Cijfers in duizenden EUR 31/12/25 31/12/24
Mandaat van de commissaris (Xior Student Housing NV) 94 91
Mandaat van de commissaris (dochterondernemingen) 106 113
Controle-opdrachten voorzien
door het Wetboek van vennoot-schappen 36 90
Andere controle-opdrachten (comfort letter, etc.) 0 15
Belastingadviesopdrachten 0 0
Andere opdrachten buiten de revisorale opdrachten 67 52
Totaal 303 361


10.9.29 VERWORVEN VASTGOEDVENNOOTSCHAPPEN
EN VASTGOEDBELEGGINGEN
De Vennootschap beschikt per 31 december 2025 over een
vastgoedportefeuille bestaande uit 116 panden. Hieronder wordt
een korte toelichting gegeven van de acquisities die in de loop van
2025 werden verwezenlijkt.
10.9.29.1 DE AANDELENOVERNAMES
De Vennootschap heeft 100% van de aandelen in Xior Wenedow
verworven door middel van een koop-verkoop tegen betaling in
geld of aandelen.
Verwerving Xior Wenedow
Xior kondigde begin september 2025 de succesvolle closing
aan van de nieuw ontwikkelde studentenresidentie Wenedów
in Warschau, Polen. De ontwikkeling van het gebouw werd
gerealiseerd door Solida Capital. Xior had aanvankelijk een belang
van 25% + 1 aandeel in deze ontwikkeling via een joint venture
met Solida Capital. Met de overname van het resterende belang
verwerft Xior nu het volledige eigendom van alle aandelen in het
project.
Xior Warszawa Wenedow sp. z.o.o.
Overzicht van overgenomen activa en passiva (100%)
Vastgoedbeleggingen 34.661
Liquide middelen 293
Overige activa 1.837
Eigen vermogen -7.423
Langlopende schulden 43.588
Overige schulden 626
Gecorrigeerd eigen vermogen -7.423
Aankoopprijs aandelen 451



10.9.29.2 DE VASTGOEDOVERNAMES
De Vennootschap heeft 2 panden verworven door middel van een
koop-verkoop tegen betaling geld. Het betreft de panden Wolska
en Wroclaw, gelegen te Polen.


10.9.30 GEMIDDELD PERSONEELSBESTAND EN UITSPLITSING VAN DE PERSONEELSKOSTEN
31/12/2025 31/12/2024
Gemiddeld personeelsbestand (in VTE) 246 257
Arbeiders (per 31.12.2025) 20 18
Bedienden (per 31.12.2025) 232 259
- Kaderpersoneel 1 1
- Administratief bedienden 50 61
- Commerciële medewerkers 179 190
- Technische medewerkers 3 7
Personeelskosten (in duizenden EUR) 13.774 14.030
- Bezoldigingen en rechtstreekse sociale voordelen 10.668 11.257
- Patronale bijdragen voor sociale verzekeringen 2.084 1.938
- Patronale premies voor buitenwettelijke verzekeringen 52 39
- Andere personeelskosten 970 795

10.9.31 GEBEURTENISSEN NA BALANSDATUM
Voor de gebeurtenissen na balansdatum wordt verwezen naar
Hoofdstuk 5.6 van dit Jaarverslag.
Er hebben zich voor het overige geen belangrijke gebeurtenissen
voorgedaan na afsluiting van het boekjaar met impact op de
jaarrekening.

XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
247
248
FINANCIEEL VERSLAG XIOR

Graphics

10.9.32 CONSOLIDATIEPERIMETER
Volgende dochterondernemingen maken deel uit van de consolidatieperimeter van Xior Student Housing per 31 december 2025:
31 december 2025
Aandeel
in het
Naam Land kapitaal
Stubis BVBA België 100
Stratos KVK N.V. België 100
XL Fund N.V. België 100
Roosevelt BV België 100*
Tri-Bis B.V. België 100
Xior OAM N.V. België 100
Xior Seraing N.V. België 99,99
Xior Student Housing NL B.V. Nederland 100
Xior Student Housing NL 2 B.V. Nederland 100
Xior Naritaweg B.V. Nederland 100
All-In Annadal B.V. Nederland 100
Stubis NL B.V. Nederland 100
Amstelveen Laan van Kronenburg 2 B.V. Nederland 100***
Xior Rotsoord B.V. Nederland 100
Xior Karspeldreef Amsterdam BV Nederland 100
Xior Groningen B.V. Nederland 100
Leeuwarden Tesselschadestraat B.V. Nederland 100
STUBISNL IV B.V. Nederland 100
Borgondo Facilities B.V. Nederland 99,99
XL NL Cooperatie 1 U.A. Nederland 100**
XL NL Cooperatie 2 U.A. Nederland 100**
Xior Zernike Coöperatie U.A. Nederland 100
Xior LBW N.V. Nederland 100
Xior Carré N.V. Nederland 100
Xior Bonnefanten N.V. Nederland 100
Xior Enschede I N.V. Nederland 100
Xior Wageningen N.V. Nederland 100
Xior Delft N.V. Nederland 100
Xior Breda N.V. Nederland 100
Stubeant B.V. Nederland 100
Studio Park Breda N.V. Nederland 100
Xior Tweebaksmarkt N.V. Nederland 100
Xior Brinktoren N.V. Nederland 100
Xior Brinktoren 2 N.V. Nederland 100
Xior Brinktoren 3 N.V. Nederland 100
*
Onderneming voor 100% aangehouden door holding Stubeant BV (100% dochter
van Xior Student Housing NV)
**
Ondernemingen voor 100% aangehouden door XL Fund (100% dochter van Xior
Student Housing NV)
***
Onderneming voor 100% aangehouden door Stubis NL BV (100% dochter van Xior
Student Housing NV)
31 december 2025 (vervolg)
Aandeel
in het
Naam Land kapitaal
XSHPT Portugal S.A. Portugal 100
XSH Benfica S.A. Portugal 100****
XSH Sao Joao S.A. Portugal 100****
XSH OPERATIONS PORTUGAL Lda Portugal 85****
Uhub Investments Lumiar S.L. Portugal 100****
Campopre Investments L.D.A. Portugal 100
Xior Quality Student Housing S.L.U. Spanje 100
I love Besos Campus Besos S.A.U. Spanje 100
Minerva Student Housing Socimi S.L.U. Spanje 100
Mosquera Directorship S.L. Spanje 100
Terra Directorship S.L.U. Spanje 100
Xior Student Housing Spain S.L.U. Spanje 100
Managua Directorship S.L.U. Spanje 100
Student Properties Spain Socimi S.A. Spanje 100
Hubr Student Housing S.L. Spanje 25% +1
Collblanc Student Housing Socimi S.L.U. Spanje 100
Xior Warszawa Wenedow sp. z.o.o. Polen 100
Xior Łódź Rewolucji sp. z.o.o. Polen 100
Xior Katowice Paderewskiego sp. z o.o. Polen 100
Xior Łodź Rembielińskiego sp. z o.o. Polen 100
Xior Student Operations Poland sp. z o.o. Polen 100
Xior Student Housing Krakow sp. z.o.o. Polen 100
Xior Wrocław Sienkiewicza sp. z o.o. Polen 100
Xior Warszawa Wolska sp. z o.o. Polen 100
Xior Wrocław Sienkiewicza Operations sp. z o.o. Polen 100
Xior Student Operations Nordic ApS Denemarken 100
Xior Lyngby Residential ApS Denemarken 100*****
Xior Lyngby Skovbrynet ApS Denemarken 100*****
Xior Copenhagen South ApS Denemarken 100*****
Xior Aarhus Katrinehoj ApS Denemarken 100*****
Xior Leipzig Pragerstrasse GmbH Duitsland 100
Xior Potsdam Golm S.à.r.l Duitsland 100
Xior Malmö Västra Hamnen AB Zweden 100
Joint Venture Land Aandeel in het kapitaal
Uhub Investments Boavista II S.A. Portugal 25% +1
****
Ondernemingen voor 100% aangehouden door subholding XSHPT Portugal SA
(100% dochter van Xior Student Housing NV)
*****
Onderneming voor 100% aangehouden door BaseCamp Student Operations ApS
(100% dochter van Xior Student Housing NV)
31 december 2024
Naam Land Aandeel in het kapitaal
Stubis BV België 100
Stratos KvK NV België 100
XL Fund NV België 100
Roosevelt BV België 100*
Tri-Bis BV België 100
Xior OAM NV België 100
Xior Seraing NV België 99,99
Xior Student Housing NL BV Nederland 100
Xior Student Housing NL 2 BV Nederland 100
Xior Naritaweg BV Nederland 100
All-In Annadal BV Nederland 100
Stubis NL BV Nederland 100
Amstelveen Laan van Kronenburg 2 BV Nederland 100***
Xior Rotsoord BV Nederland 100
Xior Karspeldreef Amsterdam BV Nederland 100
Xior Groningen BV Nederland 100
Leeuwarden Tesselschadestraat BV Nederland 100
STUBIS NL IV BV Nederland 100
Borgondo Facilities BV Nederland 99,99
XL NL1 Coöperatie UA Nederland 100**
XL NL 2 Coöperatie UA Nederland 100**
Xior Zernike Coöperatie UA Nederland 100
Xior LBW NV Nederland 100
Xior Carré NV Nederland 100
Xior Bonnefanten NV Nederland 100
Xior Enschede I NV Nederland 100
Xior Wageningen NV Nederland 100
Xior Delft NV Nederland 100
Xior Breda NV Nederland 100
Stubeant BV Nederland 100
Studio Park Breda NV Nederland 100
Xior Tweebaksmarkt NV Nederland 100
Xior Brinktoren NV Nederland 100
Xior Brinktoren 2 NV Nederland 100
*
Onderneming voor 100% aangehouden door holding Stubeant BV (100% dochter
van Xior Student Housing NV)
**
Ondernemingen voor 100% aangehouden door XL Fund (100% dochter van Xior
Student Housing NV)
***
Onderneming voor 100% aangehouden door Stubis NL BV (100% dochter van Xior
Student Housing NV)
31 december 2024 (vervolg)
Naam Land Aandeel in het kapitaal
Xior Brinktoren 3 NV Nederland 100
XSHPT Portugal S.A. Portugal 100
XSH Benfica S.A. Portugal 100****
XSH São João S.L.A. Portugal 100 ****
XSH Operations Portugal Lda. Portugal 85 ****
Uhub Investment Lumiar S.A. Portugal 100 ****
Campopre Investments - SIC Imobiliaria Fechada S.A. Portugal 100
Xior Quality Student Housing S.L.U. Spanje 100
I love Barcelona Campus Bèsos S.A.U. Spanje 100
Minerva Student Housing SOCIMI S.L.U. Spanje 100
Mosquera Directorship SOCIMI S.L.U. Spanje 100
Terra Directorship S.L.U. Spanje 100
Xior Student Housing Spain S.L.U. Spanje 100
Managua Directorship S.L.U. Spanje 100
Student Properties Spain SOCIMI S.A. Spanje 100
HUBR Student Housing S.L. Spanje 25%+1
Collblanc Student Housing SOCIMI S.L.U. Spanje 100
ST Łódź Rembielinskiego Sp. z o.o. Polen 100
Xior Łódź Rewolucji 1905 Sp. z o.o. Polen 100
Xior Katowice Paderewskiego Sp. z o.o. Polen 100
Xior Student Operations Poland Sp. z.o.o. Polen 100
Xior Student Housing Krakow Sp. z.o.o. Polen 100
Xior Student Operations Nordic ApS Denemarken 100
Xior Lyngby Residential ApS Denemarken 100 *****
Xior Lyngby Skovbrynet Student ApS Denemarken 100
Xior Copenhagen South ApS Denemarken 100
Xior Aarhus Katrinehoj ApS Denemarken 100
BC Student Malmö AB Zweden 100
ST Potsdam S.à r.l. Duitsland 100
Studentenwohnheim Prager Strasse GmbH Duitsland 100
Joint Venture Land Aandeel in het kapitaal
Collegno SP Z.O.O. Polen 25%+1
Uhub Boavista II S.A. Portugal 25%+1
****
Ondernemingen voor 100% aangehouden door subholding XSHPT Portugal SA
(100% dochter van Xior Student Housing NV)
*****
Onderneming voor 100% aangehouden door BaseCamp Student Operations ApS
(100% dochter van Xior Student Housing NV)


XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
249
250
FINANCIEEL VERSLAG XIOR

Graphics
10.9.33 SCHULDGRAAD
Naleving van verplichtingen van het GVV-statuut
Cijfers in duizenden EUR 31/12/25 31/12/24
Geconsolideerde schuldgraad (max 65%)
Totaal verplichtingen 1.975.802 1.885.941
Aanpassingen -122.493 -105.676
Totale schulden volgens het KB van 13 juli 2014 1.853.309 1.780.265
Totaal activa 3.728.933 3.520.445
Aanpassingen -16.384 -5.045
Totale activa volgens het KB van 13 juli 2014 3.712.549 3.515.400
Schuldgraad (in%) 49,92% 50,64%

251
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025



10.9.34 RECHTEN EN VERPLICHTINGEN BUITEN
BALANS
In de loop van 2016-2025 werden een aantal panden verworven
van derde partijen. Voor een aantal van deze panden werd een
(gedeeltelijke) huurgarantie verstrekt door de verkopende partij.
De duurtijd van deze huurgarantie varieert tussen de 12 en de 36
maanden vanaf overdrachtsdatum. Bij de Basecamp transactie
werd een NOI-garantie verstrekt door de verkoper voor een
periode van 12 tot 24 maanden.



10.9.35 GERECHTELIJKE EN ARBITRAGEPROCEDURES
De gerechtelijke procedures die hangende waren in 2025 en
waarbij intussen een minnelijke schikking werd getroffen, worden
niet vermeld in dit hoofdstuk.
a) De Vennootschap is verwikkeld in een geschil voor de
Nederlandstalige Ondernemingsrechtbank van Brussel met
betrekking tot één van haar studentencomplexen in het
Brussels Hoofdstedelijk Gewest (dat zij eind 2020 heeft
verworven), en dit naar aanleiding van een aantal gebreken
die werden vastgesteld bij de uitvoering van werken door de
aannemer tussen medio 2013 en eind 2014. Om die reden
werd een bedrag aan openstaande facturen aan de aannemer
voor een bedrag van 410.060,54 EUR door de Vennootschap
achtergehouden als zekerheid. De Vennootschap (en meer
specifiek haar rechtsvoorganger) heeft de aannemer en de
architect dan gedagvaard op 28 januari 2015 (procedure
die nog steeds hangende is voor de rechtbank). Door de
rechtbank werd tevens een gerechtsdeskundige aangesteld. In
het definitief deskundigenverslag van 25 april 2017 oordeelde
de deskundige dat er nog een openstaand saldo te betalen
was door de Vennootschap aan de aannemer van 256.028,09
EUR, exclusief interesten en contractuele bepalingen. Door
de Vennootschap (en meer specifiek haar rechtsvoorganger)
werd een bedrag ten belope van 100.000 EUR betaald aan
de aannemer op 30 augustus 2017 (in ruil voor uitvoering van
de werken door de aannemer dewelke echter op heden nooit
zijn uitgevoerd), waardoor op heden er nog een openstaand
saldo is van 156.028,09 EUR. Na neerlegging van het definitief
op voor de rechtbank dat er zich nieuwe gebreken (onder



deskundigenverslag wierp de Vennootschap bijkomend


FINANCIEEL VERSLAG XIOR
252




collectieve vordering een provisie aangelegd ten belope van
het volledig gevorderde bedrag. De Vennootschap heeft deze
procedure gewonnen in eerste aanleg krachtens een vonnis
van 23 oktober 2023, maar 42 van de oorspronkelijke 45
eisende partijen zijn in beroep gegaan. Deze zaak is steeds
nog in behandeling bij de Provinciale Rechtbank van Madrid.
c) Een Spaanse bouwonderneming eist van de Vennootschap een
betaling van 41.831,74 EUR. De onderneming eist de betaling van
bepaalde facturen met betrekking tot renovatiewerkzaamheden
die uitgevoerd zijn in enkele gebouwen van Xior in Spanje. De
Vennootschap is van mening dat het gaat om werken waar de
Vennootschap niet om verzocht. Het verzet tegen de vordering
werd ingediend en de preliminaire zitting is 11 december 2025.
De zaak zal worden bepleit op 16 februari 2026.









d) Bijkomend werd de Vennootschap gedagvaard op 12 juni
2024 door de Vereniging van Mede-Eigendom (“VME”)
van een Studentenresidentie te Leuven (Heverlee). De
procedure heeft betrekking op een studentenresidentie met
81 studentenkamers. Het gebouw is opgericht door de BV
G-Building (grondeigenaar) en de BV H-Building (opstalhouder).
In 2015 zijn deze vennootschappen opgeslorpt door de
Vennootschap. De Vennootschap is tevens opgetreden als
syndicus van het gebouw. Het gebouw is opgeleverd eind 2014.
Het gebouw is in elk geval voorbehoudloos in gebruik genomen.
Na definitieve oplevering in 2017, ontving de Vennootschap een
eerste klacht op 29 oktober 2021. Het duurde vervolgens nog 2,5
jaar voor de VME overging tot dagvaarding. De VME betwist dat
een voorlopige of definitieve oplevering heeft plaatsgevonden.
Zij menen dat er thans nog steeds openstaande punten zijn
zowel met betrekking tot de gemene delen, als met betrekking
tot de privatieve delen. De VME vordert de aanstelling van
een gerechtsdeskundige en begroot haar schade thans op
1 EUR provisioneel. Op 3 april 2025 heeft de rechtbank een
onafhankelijke deskundige aangesteld. De eerste vergadering
met alle partijen was gepland op 23 september 2025. De
deskundige heeft om aanvullende documenten gevraagd. De
deskundige heeft op heden nog geen rapport opgesteld. De
partijen proberen ondertussen enkele gebreken minnelijk op
te lossen.









andere met betrekking tot ventilatie) hadden gemanifesteerd.
De Ondernemingsrechtbank besliste daaropvolgend bij
vonnis van 20 december 2019 dat de opdracht van de
gerechtsdeskundige diende te worden uitgebreid. Daarna werd
de onderaannemer verantwoordelijk voor ventilatiesystemen
gedagvaard in tussenkomst door de aannemer (waarna deze
onderaannemer werd toegelaten in de procedure). Aangezien
de deskundige van oordeel was dat ook het verantwoordelijke
studiebureau (met betrekking tot de ventilatie) in de procedure
diende te worden betrokken, dagvaardde de Vennootschap
bijkomend het verantwoordelijke studiebureau in tussenkomst
en besliste de Nederlandstalige Ondernemingsrechtbank van
Brussel bij vonnis van 6 juli 2021 dat de Vennootschap en het
verantwoordelijke studiebureau elk ook nog hun conclusies
kunnen nemen. Bij vonnis van 27 juni 2022 oordeelde de
Nederlandstalige Ondernemingsrechtbank van Brussel dat
de tusseneis in gedwongen tussenkomst en vrijwaring van de
Vennootschap lastens het verantwoordelijke studiebureau
ontvankelijk is, maar ongegrond. Tegen deze beschikking heeft
de Vennootschap beroep ingesteld bij het Hof van Beroep
te Brussel. Intussen worden beroepsconclusies uitgewisseld
tussen de partijen. Een pleitzitting omtrent deze tusseneis in
gedwongen tussenkomst en vrijwaring is op heden nog niet
vastgesteld. Zelfs indien de Vennootschap van oordeel is dat
er mogelijks een dading met betrekking tot een deel van de uit
te voeren werken in het kader van de procedure tot stand kan
komen met de betrokken aannemer, is zij van oordeel dat de
materiële impact van dit geschil op de Vennootschap beperkt
is nu de Vennootschap zich contractueel heeft ingedekt
ten aanzien van de vorige eigenaar met een vrijwarings- en
vergoedingsmechanisme.
b) Op 23 december 2020 werd de Vennootschap in kennis
gesteld van een vordering waarbij 45 (voornamelijk Spaanse)
studenten van de residentie Xior Picasso - Xior Vélazquez
in Villaviciosa de Odón (Madrid) een collectieve vordering
ingesteld hebben tegen Mosquera Directorship S.L. (een 80%
dochtervennootschap van Xior). Zij vorderen in totaal 148.072,55
EUR wegens een beweerdelijk gebrek aan dienstverlening in de
eerste lockdown evenals een situatie van overmacht omwille
van de COVID-19 crisis. Ze vorderen met name de huur terug
vanaf 10 maart t.e.m. 30 juni 2020, vermeerderd met interesten
en gerechtskosten. Xior heeft in verband met deze eerste






Graphics
10.9.36 VERSLAG VAN DE COMMISSARIS OVER DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
VERSLAG VAN DE COMMISSARIS AAN DE ALGEMENE VERGADERING VAN AANDEELHOUDERS VAN XIOR STUDENT
HOUSING NV OVER DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING VOOR HET BOEKJAAR AFGESLOTEN OP 31 DECEMBER
2025
In het kader van de wettelijke controle van de geconsolideerde
jaarrekening van Xior Student Housing NV (de “Vennootschap”)
en haar filialen (samen “de Groep”), leggen wij u ons commissaris-
verslag voor. Dit bevat ons verslag over de geconsolideerde
jaarrekening en de overige door wet- en regelgeving gestelde
eisen. Het vormt één geheel en is ondeelbaar.
Wij werden benoemd in onze hoedanigheid van commissaris
door de algemene vergadering van 16 mei 2024, overeenkomstig
het voorstel van de raad van bestuur uitgebracht op aanbeveling
van het auditcomité. Ons mandaat loopt af op de datum van de
algemene vergadering die beraadslaagt over de jaarrekening voor
het boekjaar afgesloten op 31 december 2025. Wij hebben de
wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening van de
Groep uitgevoerd gedurende 11 opeenvolgende boekjaren.
VERSLAG OVER DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
Oordeel zonder voorbehoud
Wij hebben de wettelijke controle uitgevoerd van de
geconsolideerde jaarrekening van de Groep, die de
geconsolideerde balans op 31 december 2025 omvat, alsook de
geconsolideerde resultatenrekening, de geconsolideerde staat
van het globaal resultaat, het geconsolideerd mutatieoverzicht van
het eigen vermogen en het geconsolideerd kasstroomoverzicht
over het boekjaar afgesloten op die datum, en de toelichting
met de belangrijkste gehanteerde grondslagen voor financiële
verslaggeving en andere toelichtingen. Deze geconsolideerde
jaarrekening vertoont een totaal van de geconsolideerde
balans van EUR(000)3.728.933 en de geconsolideerde
resultatenrekening sluit af met een netto resultaat van het
boekjaar van EUR(000)68.672.
Naar ons oordeel geeft de geconsolideerde jaarrekening een
getrouw beeld van het vermogen en de geconsolideerde
financiële toestand van de Groep per 31 december 2025, alsook
van zijn geconsolideerde resultaten en van zijn geconsolideerde
kasstromen over het boekjaar dat op die datum is afgesloten,
in overeenstemming met de IFRS Accounting Standards zoals
goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van
toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften.
Basis voor het oordeel zonder voorbehoud
Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens de internationale
controlestandaarden (ISA’s) zoals van toepassing in België.
Wij hebben bovendien de door de IAASB goedgekeurde
internationale controlestandaarden toegepast die van toepassing
zijn op de huidige afsluitdatum en nog niet goedgekeurd zijn
op nationaal niveau. Onze verantwoordelijkheden op grond
van deze standaarden zijn verder beschreven in de sectie
“Verantwoordelijkheden van de commissaris voor de controle van
de geconsolideerde jaarrekening” van ons verslag. Wij hebben alle
deontologische vereisten die relevant zijn voor de controle van
de geconsolideerde jaarrekening in België nageleefd, met inbegrip
van deze met betrekking tot de onafhankelijkheid.
Wij hebben van de raad van bestuur en van de aangestelden van
de Vennootschap de voor onze controle vereiste ophelderingen
en inlichtingen verkregen.
Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie
voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.
Kernpunt van de controle
Een kernpunt van onze controle betreft die aangelegenheid die
naar ons professioneel oordeel het meest significant was bij de
controle van de geconsolideerde jaarrekening van de huidige
verslagperiode. Deze aangelegenheid is behandeld in de context
van onze controle van de geconsolideerde jaarrekening als geheel
en bij het vormen van ons oordeel hierover, en wij verschaffen
geen afzonderlijk oordeel over deze aangelegenheid.
WAARDERING VAN DE VASTGOEDBELEGGINGEN
BESCHRIJVING VAN HET KERNPUNT VAN DE CONTROLE
De Vennootschap heeft op 31 december 2025 vastgoedbeleggingen
op het actief van de balans geboekt voor een totaalbedrag
van EUR(000)3.558.842. De internationale standaarden voor
financiële verslaggeving (IFRS) vereisen dat vastgoedbeleggingen
aan reële waarde worden geboekt. De bepaling van die reële
waarde hangt sterk af van een aantal gekozen parameters,
waarvan de theoretische huurwaarde per m² en de gehanteerde
disconteringsvoet het belangrijkste zijn.
In overeenstemming met de voor gereglementeerde
vastgoedvennootschappen van toepassing zijnde wetgeving
wordt de reële waarde van de vastgoedbeleggingen bepaald op
basis van een extern schattingsverslag.
De waardering van de vastgoedbeleggingen vormt een kernpunt
bij onze controle van de jaarrekening, enerzijds vanwege hun
materieel belang in de jaarrekening en anderzijds vanwege het
subjectieve karakter van de parameters in het waarderingsproces.
Voor meer informatie betreffende de waardering van de
vastgoedbeleggingen verwijzen wij naar toelichting 10.6.8 en
10.9.8 van de jaarrekening.
Onze auditbenadering met betrekking tot het kernpunt van de
controle
Wij hebben de betrouwbaarheid van de waardering aan
reële waarde en de redelijkheid van de gebruikte parameters
geëvalueerd op basis van onderstaande werkzaamheden:
• Met betrekking tot de externe waardering hebben wij het
rapport van de waarderingsdeskundigen aangesloten met de
waarde zoals opgenomen in de jaarrekening per 31 december
2025;
• Wij hebben de objectiviteit, onafhankelijkheid en bekwaamheid
van de externe waarderingsdeskundigen beoordeeld;
• Met onze interne vastgoeddeskundigen hebben wij voor een
steekproef van gebouwen de redelijkheid beoordeeld van de
belangrijkste parameters die door de waarderingsdeskundigen
worden gehanteerd, zijnde de yield en de theoretische huur-
waarde per m²;
• Samen met onze interne vastgoeddeskundigen hebben we
voor een steekproef van gebouwen de redelijkheid van de va-
riaties in de reële waarde van de vastgoedbeleggingen tussen
31 december 2025 en 31 december 2024 vergeleken en geana-
lyseerd; en
• Tenslotte hebben wij getoetst of de opgenomen informatie in
de toelichting van de jaarrekening in overeenstemming is met
de internationale standaarden voor financiële verslaggeving
(IFRS).
Bovenstaande werkzaamheden hebben ons in staat gesteld om
voldoende controle-informatie te verkrijgen om een antwoord te
bieden op het kernpunt van de controle met betrekking tot de
waardering van vastgoedbeleggingen.
Verantwoordelijkheden van de raad van bestuur voor het op-
stellen van de geconsolideerde jaarrekening
De raad van bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van
de geconsolideerde jaarrekening die een getrouw beeld geeft
in overeenstemming met de International Financial Reporting
Standards (IFRS) zoals goedgekeurd door de Europese Unie en
met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire
voorschriften, alsook voor de interne beheersing die de raad
van bestuur noodzakelijk acht voor het opstellen van de
geconsolideerde jaarrekening die geen afwijking van materieel
belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten.
Bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening is de
raad van bestuur verantwoordelijk voor het inschatten van de
mogelijkheid van de Groep om zijn continuïteit te handhaven,
het toelichten, indien van toepassing, van aangelegenheden
die met continuïteit verband houden en het gebruiken van
de continuïteitsveronderstelling, tenzij de raad van bestuur
het voornemen heeft om de Groep te liquideren of om de
bedrijfsactiviteiten te beëindigen, of geen realistisch alternatief
heeft dan dit te doen.
Verantwoordelijkheden van de commissaris voor de controle
van de geconsolideerde jaarrekening
Onze doelstellingen zijn het verkrijgen van een redelijke mate
van zekerheid over de vraag of de geconsolideerde jaarrekening
als geheel geen afwijking van materieel belang bevat die het
gevolg is van fraude of van fouten, en het uitbrengen van een
commissarisverslag waarin ons oordeel is opgenomen. Een
redelijke mate van zekerheid is een hoog niveau van zekerheid,
maar is geen garantie dat een controle die overeenkomstig
de ISA’s is uitgevoerd altijd een afwijking van materieel belang
ontdekt wanneer die bestaat. Afwijkingen kunnen zich voordoen
als gevolg van fraude of fouten en worden als van materieel
1
when the financial information is aggregated through a consolidation process as defined in ISA 600 (Revised) in preparing the entity’s consolidated financial statements. For
purposes of ISA 600 (Revised) the audit of such financial statements is considered to be a “group audit”.
belang beschouwd indien redelijkerwijs kan worden verwacht
dat zij, individueel of gezamenlijk, de economische beslissingen
genomen door gebruikers op basis van deze geconsolideerde
jaarrekening, beïnvloeden.
Bij de uitvoering van onze controle leven wij het wettelijk,
reglementair en normatief kader na, dat van toepassing is
op de controle van de jaarrekening in België. Een wettelijke
controle biedt evenwel geen zekerheid omtrent de toekomstige
levensvatbaarheid van de Groep, noch omtrent de efficiëntie
of de doeltreffendheid waarmee de raad van bestuur de
bedrijfsvoering van de Groep ter hand heeft genomen of zal
nemen. Onze verantwoordelijkheden inzake de door de raad
van bestuur gehanteerde continuïteitsveronderstelling worden
hieronder beschreven.
Als deel van een controle uitgevoerd overeenkomstig de ISA’s,
passen wij professionele oordeelsvorming toe en handhaven wij
een professioneel-kritische instelling gedurende de controle.
We voeren tevens de volgende werkzaamheden uit:
• het identificeren en inschatten van de risico’s dat de gecon-
solideerde jaarrekening een afwijking van materieel belang
bevat die het gevolg is van fraude of van fouten, het bepalen
en uitvoeren van controlewerkzaamheden die op deze risico’s
inspelen en het verkrijgen van controle-informatie die voldoen-
de en geschikt is als basis voor ons oordeel. Het risico van het
niet detecteren van een van materieel belang zijnde afwijking
is groter indien die afwijking het gevolg is van fraude dan indien
zij het gevolg is van fouten, omdat bij fraude sprake kan zijn van
samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten
om transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voor-
stellen van zaken of het omzeilen van de interne beheersing;
• het plannen en uitvoeren van de groepsaudit om voldoende en
geschikte controle-informatie te verkrijgen met betrekking tot
de financiële informatie van de entiteiten of bedrijfseenheden
binnen de Groep als basis voor het vormen van een oordeel
over de geconsolideerde jaarrekening. Wij zijn verantwoordelijk
voor de sturing, supervisie en beoordeling van de uitgevoerde
controlewerkzaamheden met het oog op de groepsaudit. Wij
blijven als enige verantwoordelijk voor ons oordeel
1
;
• het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant
is voor de controle, met als doel controlewerkzaamheden op te
zetten die in de gegeven omstandigheden geschikt zijn maar
die niet zijn gericht op het geven van een oordeel over de ef-
fectiviteit van de interne beheersing van de Groep;
• het evalueren van de geschiktheid van de gehanteerde grond-
slagen voor financiële verslaggeving en het evalueren van de
redelijkheid van de door de raad van bestuur gemaakte schat-
tingen en van de daarop betrekking hebbende toelichtingen;
• het concluderen of de door de raad van bestuur gehanteerde
continuïteitsveronderstelling aanvaardbaar is, en het conclu-
deren, op basis van de verkregen controle-informatie, of er
een onzekerheid van materieel belang bestaat met betrekking
tot gebeurtenissen of omstandigheden die significante twijfel
kunnen doen ontstaan over de mogelijkheid van de Groep om
zijn continuïteit te handhaven. Indien wij concluderen dat er
een onzekerheid van materieel belang bestaat, zijn wij ertoe
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
253
254
FINANCIEEL VERSLAG XIOR

Graphics
gehouden om de aandacht in ons commissarisverslag te ves-
tigen op de daarop betrekking hebbende toelichtingen in de
geconsolideerde jaarrekening, of, indien deze toelichtingen in-
adequaat zijn, om ons oordeel aan te passen. Onze conclusies
zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot
de datum van ons commissarisverslag. Toekomstige gebeurte-
nissen of omstandigheden kunnen er echter toe leiden dat de
Groep zijn continuïteit niet langer kan handhaven;
• het evalueren van de algehele presentatie, structuur en inhoud
van de geconsolideerde jaarrekening, en van de vraag of de
geconsolideerde jaarrekening de onderliggende transacties en
gebeurtenissen weergeeft op een wijze die leidt tot een ge-
trouw beeld.
Wij communiceren met de raad van bestuur onder meer over
de geplande reikwijdte en timing van de controle en over
de significante controlebevindingen, waaronder eventuele
significante tekortkomingen in de interne beheersing die wij
identificeren gedurende onze controle.
Wij verschaffen aan de raad van bestuur tevens een verklaring
dat wij de relevante deontologische voorschriften over
onafhankelijkheid hebben nageleefd, en wij communiceren met
hen over alle relaties en andere zaken die redelijkerwijs onze
onafhankelijkheid kunnen beïnvloeden en, waar van toepassing,
over de daarmee verband houdende maatregelen om onze
onafhankelijkheid te waarborgen.
Uit de aangelegenheden die met de raad van bestuur zijn
gecommuniceerd bepalen wij die zaken die het meest significant
waren bij de controle van de geconsolideerde jaarrekening van de
huidige verslagperiode, en die derhalve de kernpunten van onze
controle uitmaken. Wij beschrijven deze aangelegenheden in ons
verslag, tenzij het openbaar maken van deze aangelegenheden is
verboden door wet- of regelgeving.
OVERIGE DOOR WET- EN REGELGEVING GESTELDE EISEN
Verantwoordelijkheden van de raad van bestuur
De raad van bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen en de
inhoud van het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening
met inbegrip van de duurzaamheidsinformatie en de andere
informatie opgenomen in het jaarrapport over de geconsolideerde
jaarrekening.
Verantwoordelijkheden van de commissaris
In het kader van onze opdracht en overeenkomstig de
Belgische bijkomende norm bij de in België van toepassing
zijnde internationale controlestandaarden (ISA’s), is het onze
verantwoordelijkheid om, in alle van materieel belang zijnde
opzichten, het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening
en de andere informatie opgenomen in het jaarrapport over de
geconsolideerde jaarrekening te verifiëren, en verslag over deze
aangelegenhed uit te brengen.
Aspecten betreffende het jaarverslag over de geconsolideerde
jaarrekening en andere informatie opgenomen in het jaarrap-
port over de geconsolideerde jaarrekening
Na het uitvoeren van specifieke werkzaamheden op het jaarverslag
over de geconsolideerde jaarrekening, zijn wij van oordeel dat dit
jaarverslag overeenstemt met de geconsolideerde jaarrekening
voor hetzelfde boekjaar en is opgesteld overeenkomstig het artikel
3:32 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.
In de context van onze controle van de geconsolideerde
jaarrekening zijn wij tevens verantwoordelijk voor het overwegen,
in het bijzonder op basis van de kennis verkregen tijdens de
controle, of het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening
en de andere informatie opgenomen in het jaarverslag over de
geconsolideerde jaarrekening, zijnde volgende hoofdstukken van
het jaarlijks financieel verslag:
• Risicobeheer;
• Woord van de voorzitter;
• Kerncijfers per 31 december 2025;
• Commerciële activiteiten & strategie;
• Beheerverslag;
• Corporate governance;
• Het aandeel Xior;
• Vastgoedverslag;
• Duurzaamheidsverslag;
• Verklaringen;
• Permanent document;
• Lexicon;
• Annex; en
• Identiteitskaart
een afwijking van materieel belang bevatten, hetzij informatie
die onjuist vermeld is of anderszins misleidend is. In het licht van
de werkzaamheden die wij hebben uitgevoerd, hebben wij geen
afwijking van materieel belang te melden.
Vermeldingen betreffende de onafhankelijkheid
• Ons bedrijfsrevisorenkantoor en ons netwerk hebben geen
opdrachten verricht die onverenigbaar zijn met de wettelijke
controle van de geconsolideerde jaarrekening en ons bedrijfs-
revisorenkantoor is in de loop van ons mandaat onafhankelijk
gebleven tegenover de Groep.
• De honoraria voor de bijkomende opdrachten die verenig-
baar zijn met de wettelijke controle van de geconsolideerde
jaarrekening bedoeld in artikel 3:65 van het Wetboek van ven-
nootschappen en verenigingen werden correct vermeld en uit-
gesplitst in de toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening.
Europees uniform elektronisch formaat (ESEF)
Wij hebben ook, overeenkomstig de norm inzake de controle
van de overeenstemming van het jaarrapport met het Europees
uniform elektronisch formaat (hierna “ESEF”), de controle
uitgevoerd van de overeenstemming van het ESEF-formaat met
de technische reguleringsnormen vastgelegd door de Europese
Gedelegeerde Verordening nr. 2019/815 van 17 december 2018
(hierna: “Gedelegeerde Verordening”) en met het koninklijk
besluit van 14 november 2007 betreffende de verplichtingen van
emittenten van financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de
verhandeling op een gereglementeerde markt.
De raad van bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van
een jaarrapport, in overeenstemming met de ESEF vereisten,
met inbegrip van de [geconsolideerde] jaarrekening in de vorm
van een elektronisch bestand in ESEF-formaat (hierna “digitale
geconsolideerde jaarrekening ”).
Het is onze verantwoordelijkheid voldoende en geschikte
onderbouwende informatie te verkrijgen om te concluderen dat het
formaat en de markeertaal XBRL van de digitale geconsolideerde
jaarrekening in alle van materieel belang zijnde opzichten voldoen
aan de ESEF-vereisten krachtens de Gedelegeerde Verordening.
Op basis van de door ons uitgevoerde werkzaamheden zijn wij van
oordeel dat het formaat van het jaarverslag en de markering van
informatie in de officiële versie van de digitale geconsolideerde
jaarrekening opgenomen in het jaarlijks financieel verslag van
de Groep per 31 december 2025, en die beschikbaar zullen
zijn in het Belgische officiële mechanisme voor de opslag van
gereglementeerde informatie (STORI) van de FSMA, in alle van
materieel belang zijnde opzichten in overeenstemming zijn met
de ESEF-vereisten krachtens de Gedelegeerde Verordening en
het koninklijk besluit van 14 november 2007.
Andere vermeldingen
• Huidig verslag is consistent met onze aanvullende verklaring
aan het auditcomité bedoeld in artikel 11 van de verordening
(EU) nr. 537/2014.
Diegem, 13 april 2026
De commissaris
PwC Bedrijfsrevisoren BV
Vertegenwoordigd door
Jeroen Bockaert
*
Bedrijfsrevisor
*
Handelend in naam van Jeroen Bockaert BV
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
255
256
FINANCIEEL VERSLAG XIOR

Graphics
VERSLAG VAN DE COMMISSARIS AAN DE ALGEMENE VERGADERING VAN AANDEELHOUDERS VAN XIOR STUDENT
HOUSING NV OVER DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING VOOR HET BOEKJAAR AFGESLOTEN OP 31 DECEMBER
2024
In het kader van de wettelijke controle van de geconsolideerde
jaarrekening van Xior Student Housing NV (de “Vennootschap”) en
haar filialen (samen “de Groep”), leggen wij u ons commissarisverslag
voor. Dit bevat ons verslag over de geconsolideerde jaarrekening
en de overige door wet- en regelgeving gestelde eisen. Het vormt
één geheel en is ondeelbaar.
Wij werden benoemd in onze hoedanigheid van commissaris
door de algemene vergadering van 16 mei 2024, overeenkomstig
het voorstel van de raad van bestuur uitgebracht op aanbeveling
van het auditcomité. Ons mandaat loopt af op de datum van de
algemene vergadering die beraadslaagt over de jaarrekening voor
het boekjaar afgesloten op 31 december 2026. Wij hebben de
wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening van de
Groep uitgevoerd gedurende 10 opeenvolgende boekjaren.
VERSLAG OVER DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
Oordeel zonder voorbehoud
Wij hebben de wettelijke controle uitgevoerd van de
geconsolideerde jaarrekening van de Groep, die de
geconsolideerde balans op 31 december 2024 omvat, alsook de
geconsolideerde resultatenrekening, de geconsolideerde staat
van het globaal resultaat, het geconsolideerd mutatieoverzicht van
het eigen vermogen en het geconsolideerd kasstroomoverzicht
over het boekjaar afgesloten op die datum, en de toelichting
met de belangrijkste gehanteerde grondslagen voor financiële
verslaggeving en andere toelichtingen. Deze geconsolideerde
jaarrekening vertoont een geconsolideerd balanstotaal van EUR
‘000’ 3.520.445 en de geconsolideerde resultatenrekening sluit
af met een winst van EUR ‘000’ 66.509.
Naar ons oordeel geeft de geconsolideerde jaarrekening een
getrouw beeld van het vermogen en de geconsolideerde
financiële toestand van de Groep per 31 december 2024, alsook
van zijn geconsolideerde resultaten en van zijn geconsolideerde
kasstromen over het boekjaar dat op die datum is afgesloten,
in overeenstemming met de International Financial Reporting
Standards (IFRS) zoals goedgekeurd door de Europese Unie en
met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire
voorschriften.
Basis voor het oordeel zonder voorbehoud
Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens de internationale
controlestandaarden (ISA’s) zoals van toepassing in België.
Wij hebben bovendien de door de IAASB goedgekeurde
internationale controlestandaarden toegepast die van toepassing
zijn op de huidige afsluitdatum en nog niet goedgekeurd zijn
op nationaal niveau. Onze verantwoordelijkheden op grond
van deze standaarden zijn verder beschreven in de sectie
“Verantwoordelijkheden van de commissaris voor de controle van
de geconsolideerde jaarrekening” van ons verslag. Wij hebben alle
deontologische vereisten die relevant zijn voor de controle van
de geconsolideerde jaarrekening in België nageleefd, met inbegrip
van deze met betrekking tot de onafhankelijkheid.
Wij hebben van de raad van bestuur en van de aangestelden van
de Vennootschap de voor onze controle vereiste ophelderingen
en inlichtingen verkregen.
Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie
voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.
Kernpunt van de controle
Een kernpunt van onze controle betreft die aangelegenheid die
naar ons professioneel oordeel het meest significant was bij de
controle van de geconsolideerde jaarrekening van de huidige
verslagperiode. Deze aangelegenheid is behandeld in de context
van onze controle van de geconsolideerde jaarrekening als geheel
en bij het vormen van ons oordeel hierover, en wij verschaffen
geen afzonderlijk oordeel over deze aangelegenheid.
WAARDERING VAN DE VASTGOEDBELEGGINGEN
KERNPUNT VAN DE CONTROLE
De Vennootschap heeft op 31 december 2024 vastgoedbeleggingen
op het actief van de balans geboekt voor een totaalbedrag van
EUR ‘000’ 3.314.053. De internationale standaarden voor
financiële verslaggeving (IFRS) vereisen dat vastgoedbeleggingen
aan reële waarde worden geboekt. De bepaling van die reële
waarde hangt sterk af van een aantal gekozen parameters,
waarvan de theoretische huurwaarde per m² en de gehanteerde
disconteringsvoet het belangrijkste zijn.
In overeenstemming met de voor gereglementeerde vastgoed-
vennootschappen van toepassing zijnde wetgeving wordt de
reële waarde van de vastgoedbeleggingen bepaald op basis van
een extern schattingsverslag.
De waardering van de vastgoedbeleggingen vormt een kernpunt
bij onze controle van de jaarrekening, enerzijds vanwege hun
materieel belang in de jaarrekening en anderzijds vanwege het
subjectieve karakter van de parameters in het waarderingsproces.
Voor meer informatie betreffende de waardering van de vastgoed-
beleggingen verwijzen wij naar toelichting 10.6.8 en 10.9.8 van de
jaarrekening.
Hoe werd dit kernpunt behandeld in het kader van onze controle?
Wij hebben de betrouwbaarheid van de waardering aan
reële waarde en de redelijkheid van de gebruikte parameters
geëvalueerd op basis van onderstaande werkzaamheden:
• Met betrekking tot de externe waardering hebben wij het
rapport van de waarderingsdeskundigen aangesloten met de
waarde zoals opgenomen in de jaarrekening per 31 december
2024;
• Wij hebben de objectiviteit, onafhankelijkheid en bekwaamheid
van de externe waarderingsdeskundigen beoordeeld;
• Met onze interne vastgoeddeskundigen hebben wij voor een
steekproef van gebouwen de redelijkheid beoordeeld van de
belangrijkste parameters die door de waarderingsdeskundigen
worden gehanteerd, zijnde de yield en de theoretische huur-
waarde per m²;
• Samen met onze interne vastgoeddeskundigen hebben we
voor een steekproef van gebouwen de redelijkheid van de va-
riaties in de reële waarde van de vastgoedbeleggingen tussen
31 december 2024 en 31 december 2023 vergeleken en geana-
lyseerd; en
• Tenslotte hebben wij getoetst of de opgenomen informatie in
de toelichting van de jaarrekening in overeenstemming is met
de internationale standaarden voor financiële verslaggeving
(IFRS).
Bovenstaande werkzaamheden hebben ons in staat gesteld om
voldoende controle-informatie te verkrijgen om een antwoord te
bieden op het kernpunt van de controle met betrekking tot de
waardering van vastgoedbeleggingen.
Verantwoordelijkheden van de raad van bestuur voor het op-
stellen van de geconsolideerde jaarrekening
De raad van bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van
de geconsolideerde jaarrekening die een getrouw beeld geeft
in overeenstemming met de International Financial Reporting
Standards (IFRS) zoals goedgekeurd door de Europese Unie en
met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire
voorschriften, alsook voor de interne beheersing die de raad
van bestuur noodzakelijk acht voor het opstellen van de
geconsolideerde jaarrekening die geen afwijking van materieel
belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten.
Bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening is de
raad van bestuur verantwoordelijk voor het inschatten van de
mogelijkheid van de Groep om zijn continuïteit te handhaven,
het toelichten, indien van toepassing, van aangelegenheden
die met continuïteit verband houden en het gebruiken van
de continuïteitsveronderstelling, tenzij de raad van bestuur
het voornemen heeft om de Groep te liquideren of om de
bedrijfsactiviteiten te beëindigen, of geen realistisch alternatief
heeft dan dit te doen.
Verantwoordelijkheden van de commissaris voor de controle
van de geconsolideerde jaarrekening
Onze doelstellingen zijn het verkrijgen van een redelijke mate
van zekerheid over de vraag of de geconsolideerde jaarrekening
als geheel geen afwijking van materieel belang bevat die het
gevolg is van fraude of van fouten, en het uitbrengen van een
commissarisverslag waarin ons oordeel is opgenomen. Een
redelijke mate van zekerheid is een hoog niveau van zekerheid,
maar is geen garantie dat een controle die overeenkomstig
de ISA’s is uitgevoerd altijd een afwijking van materieel belang
ontdekt wanneer die bestaat. Afwijkingen kunnen zich voordoen
als gevolg van fraude of fouten en worden als van materieel
belang beschouwd indien redelijkerwijs kan worden verwacht
dat zij, individueel of gezamenlijk, de economische beslissingen
genomen door gebruikers op basis van deze geconsolideerde
jaarrekening, beïnvloeden.
Bij de uitvoering van onze controle leven wij het wettelijk,
reglementair en normatief kader na dat van toepassing is
op de controle van de jaarrekening in België. Een wettelijke
controle biedt evenwel geen zekerheid omtrent de toekomstige
levensvatbaarheid van de Groep, noch omtrent de efficiëntie
of de doeltreffendheid waarmee de raad van bestuur de
bedrijfsvoering van de Groep ter hand heeft genomen of zal
nemen. Onze verantwoordelijkheden inzake de door de raad
van bestuur gehanteerde continuïteitsveronderstelling worden
hieronder beschreven.
Als deel van een controle uitgevoerd overeenkomstig de ISA’s,
passen wij professionele oordeelsvorming toe en handhaven wij
een professioneel-kritische instelling gedurende de controle. We
voeren tevens de volgende werkzaamheden uit:
• het identificeren en inschatten van de risico’s dat de gecon-
solideerde jaarrekening een afwijking van materieel belang
bevat die het gevolg is van fraude of van fouten, het bepalen
en uitvoeren van controlewerkzaamheden die op deze risico’s
inspelen en het verkrijgen van controle-informatie die voldoen-
de en geschikt is als basis voor ons oordeel. Het risico van het
niet detecteren van een van materieel belang zijnde afwijking
is groter indien die afwijking het gevolg is van fraude dan indien
zij het gevolg is van fouten, omdat bij fraude sprake kan zijn van
samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten
om transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voor-
stellen van zaken of het omzeilen van de interne beheersing;
• het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant
is voor de controle, met als doel controlewerkzaamheden op te
zetten die in de gegeven omstandigheden geschikt zijn maar
die niet zijn gericht op het geven van een oordeel over de ef-
fectiviteit van de interne beheersing van de Groep;
• het evalueren van de geschiktheid van de gehanteerde grond-
slagen voor financiële verslaggeving en het evalueren van de
redelijkheid van de door de raad van bestuur gemaakte schat-
tingen en van de daarop betrekking hebbende toelichtingen;
• het concluderen of de door de raad van bestuur gehanteerde
continuïteitsveronderstelling aanvaardbaar is, en het conclu-
deren, op basis van de verkregen controle-informatie, of er
een onzekerheid van materieel belang bestaat met betrekking
tot gebeurtenissen of omstandigheden die significante twijfel
kunnen doen ontstaan over de mogelijkheid van de Groep om
zijn continuïteit te handhaven. Indien wij concluderen dat er
een onzekerheid van materieel belang bestaat, zijn wij ertoe
gehouden om de aandacht in ons commissarisverslag te ves-
tigen op de daarop betrekking hebbende toelichtingen in de
geconsolideerde jaarrekening, of, indien deze toelichtingen in-
adequaat zijn, om ons oordeel aan te passen. Onze conclusies
zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot
de datum van ons commissarisverslag. Toekomstige gebeurte-
nissen of omstandigheden kunnen er echter toe leiden dat de
Groep zijn continuïteit niet langer kan handhaven;
• het evalueren van de algehele presentatie, structuur en inhoud
van de geconsolideerde jaarrekening, en van de vraag of de
geconsolideerde jaarrekening de onderliggende transacties en
gebeurtenissen weergeeft op een wijze die leidt tot een ge-
trouw beeld;
• het verkrijgen van voldoende en geschikte controle-informatie
met betrekking tot de financiële informatie van de entiteiten of
bedrijfsactiviteiten binnen de Groep gericht op het tot uitdruk-
king brengen van een oordeel over de geconsolideerde jaar-
rekening. Wij zijn verantwoordelijk voor de aansturing van, het
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
257
258
FINANCIEEL VERSLAG XIOR

Graphics
toezicht op en de uitvoering van de groepscontrole. Wij blijven
ongedeeld verantwoordelijk voor ons oordeel.
Wij communiceren met de raad van bestuur onder meer over
de geplande reikwijdte en timing van de controle en over
de significante controlebevindingen, waaronder eventuele
significante tekortkomingen in de interne beheersing die wij
identificeren gedurende onze controle.
Wij verschaffen aan de raad van bestuur tevens een verklaring
dat wij de relevante deontologische voorschriften over
onafhankelijkheid hebben nageleefd, en wij communiceren met
hen over alle relaties en andere zaken die redelijkerwijs onze
onafhankelijkheid kunnen beïnvloeden en, waar van toepassing,
over de daarmee verband houdende maatregelen om onze
onafhankelijkheid te waarborgen.
Uit de aangelegenheden die met de raad van bestuur zijn
gecommuniceerd bepalen wij die zaken die het meest significant
waren bij de controle van de geconsolideerde jaarrekening van de
huidige verslagperiode, en die derhalve de kernpunten van onze
controle uitmaken. Wij beschrijven deze aangelegenheden in ons
verslag, tenzij het openbaar maken van deze aangelegenheden is
verboden door wet- of regelgeving.
OVERIGE DOOR WET- EN REGELGEVING GESTELDE EISEN
Verantwoordelijkheden van de raad van bestuur
De raad van bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen en de
inhoud van het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening
mete inbegrip van de duurzaamheidsinformatie en de andere
informatie opgenomen in het jarrapport over de geconsolideerde
jaarrekening.
Verantwoordelijkheden van de commissaris
In het kader van onze opdracht en overeenkomstig de
Belgische bijkomende norm bij de in België van toepassing
zijnde internationale controlestandaarden (ISA’s), is het onze
verantwoordelijkheid om, in alle van materieel belang zijnde
opzichten, het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening
en de andere informatie opgenomen in het jaarrapport over de
geconsolideerde jaarrekening te verifiëren, alsook verslag over
deze aangelegenheden uit te brengen.
Aspecten betreffende het jaarverslag over de geconsolideerde
jaarrekening en andere informatie opgenomen in het verslag
over de geconsolideerde jaarrekening
De op grond van artikel 3:32, §2 van het Wetboek van
vennootschappen en verenigingen vereiste niet-financiële
informatie werd opgenomen in het jaarverslag over de
geconsolideerde jaarrekening dat deel uitmaakt van sectie
“Duurzaamheidsverslag” van het jaarrapport over de
geconsolideerde jaarrekening. De Vennootschap heeft zich bij
het opstellen van deze niet-financiële informatie gebaseerd
op het referentiekader van de Global Reporting Initiative (GRI)
Standards. Overeenkomstig artikel 3:80, §1, 5° van het Wetboek
van vennootschappen en verenigingen spreken wij ons evenwel
niet uit over de vraag of deze niet-financiële informatie is
opgesteld in overeenstemming met de Global Reporting Initiative
(GRI) Standards zoals opgenomen in het jaarverslag over de
geconsolideerde jaarrekening.
Na het uitvoeren van specifieke werkzaamheden op het jaarverslag
over de geconsolideerde jaarrekening, zijn wij van oordeel dat dit
jaarverslag overeenstemt met de geconsolideerde jaarrekening
voor hetzelfde boekjaar en is opgesteld overeenkomstig het artikel
3:32 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.
In de context van onze controle van de geconsolideerde
jaarrekening zijn wij tevens verantwoordelijk voor het overwegen,
in het bijzonder op basis van de kennis verkregen tijdens de
controle, of het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening
en de andere informatie opgenomen in het jaarverslag over de
geconsolideerde jaarrekening, zijnde volgende hoofdstukken van
het jaarlijks financieel verslag:
• Risicobeheer;
• Woord van de voorzitter;
• Kerncijfers per 31 december 2024;
• Commerciële activiteiten & strategie;
• Beheerverslag;
• Corporate governance;
• Het aandeel Xior;
• Vastgoedverslag;
• Duurzaamheidsverslag;
• Verklaringen;
• Permanent document;
• Lexicon;
• Annex; en
• Identiteitskaart
een afwijking van materieel belang bevatten, hetzij informatie
die onjuist vermeld is of anderszins misleidend is. In het licht van
de werkzaamheden die wij hebben uitgevoerd, hebben wij geen
afwijking van materieel belang te melden.
Vermeldingen betreffende de onafhankelijkheid
• Ons bedrijfsrevisorenkantoor en ons netwerk hebben geen
opdrachten verricht die onverenigbaar zijn met de wettelijke
controle van de geconsolideerde jaarrekening en ons bedrijfs-
revisorenkantoor is in de loop van ons mandaat onafhankelijk
gebleven tegenover de Groep.
• De honoraria voor de bijkomende opdrachten die verenig-
baar zijn met de wettelijke controle van de geconsolideerde
jaarrekening bedoeld in artikel 3:65 van het Wetboek van ven-
nootschappen en verenigingen werden correct vermeld en uit-
gesplitst in de toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening.
Europees uniform elektronisch formaat (ESEF)
Wij hebben ook, overeenkomstig de ontwerpnorm inzake de
controle van de overeenstemming van het jaarverslag met het
Europees uniform elektronisch formaat (hierna “ESEF”), de controle
uitgevoerd van de overeenstemming vaEn het ESEF-formaat met
de technische reguleringsnormen vastgelegd door de Europese
Gedelegeerde Verordening nr. 2019/815 van 17 december 2018
(hierna: “Gedelegeerde Verordening”) en met het koninklijk
besluit van 14 november 2007 betreffende de verplichtingen van
emittenten van financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de
verhandeling op een gereglementeerde markt.
De raad van bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van
een jaarverslag, in overeenstemming met de ESEF vereisten,
met inbegrip van de geconsolideerde financiële jaarrekening in
de vorm van een elektronisch bestand in ESEF-formaat (hierna
“digitale geconsolideerde jaarrekening ”) .
Het is onze verantwoordelijkheid voldoende en geschikte
onderbouwende informatie te verkrijgen om te concluderen dat
het formaat en de markeertaal van de digitale geconsolideerde
jaarrekening in alle van materieel belang zijnde opzichten voldoen
aan de ESEF-vereisten krachtens de Gedelegeerde Verordening.
Op basis van de door ons uitgevoerde werkzaamheden zijn wij van
oordeel dat het formaat van het jaarverslag en de markering van
informatie in de officiële versie van de digitale geconsolideerde
jaarrekening opgenomen in het jaarlijk financieel verslag van
de Groep per 31 december 2024, en die beschikbaar zullen
zijn in het Belgische officiële mechanisme voor de opslag van
gereglementeerde informatie (STORI) van de FSMA, in alle van
materieel belang zijnde opzichten in overeenstemming zijn met
de ESEF-vereisten krachtens de Gedelegeerde Verordening en
het koninklijk besluit van 14 november 2007.
Andere vermeldingen
• Huidig verslag is consistent met onze aanvullende verklaring
aan het auditcomité bedoeld in artikel 11 van de verordening
(EU) nr. 537/2014.
Diegem, 15 april 2024
De commissaris
PwC Bedrijfsrevisoren BV
Vertegenwoordigd door
Jeroen Bockaert
*
Bedrijfsrevisor
*
Handelend in naam van Jeroen Bockaert BV
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
259
260
FINANCIEEL VERSLAG XIOR

Graphics
VERSLAG VAN DE COMMISSARIS AAN DE ALGEMENE VERGADERING VAN AANDEELHOUDERS VAN XIOR STUDENT
HOUSING NV OVER DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING VOOR HET BOEKJAAR AFGESLOTEN OP 31 DECEMBER
2023
In het kader van de wettelijke controle van de geconsolideerde
jaarrekening van Xior Student Housing NV (de “Vennootschap”) en
haar filialen (samen “de Groep”), leggen wij u ons commissarisverslag
voor. Dit bevat ons verslag over de geconsolideerde jaarrekening
en de overige door wet- en regelgeving gestelde eisen. Het vormt
één geheel en is ondeelbaar.
Wij werden benoemd in onze hoedanigheid van commissaris door
de algemene vergadering van
24 juni 2021, overeenkomstig het voorstel van de raad van
bestuur uitgebracht op aanbeveling van het auditcomité. Ons
mandaat loopt af op de datum van de algemene vergadering die
beraadslaagt over de jaarrekening voor het boekjaar afgesloten
op 31 december 2023. Wij hebben de wettelijke controle van de
geconsolideerde jaarrekening van de Vennootschap uitgevoerd
gedurende 9 opeenvolgende boekjaren.
Verslag over de geconsolideerde jaarrekening
Oordeel zonder voorbehoud
Wij hebben de wettelijke controle uitgevoerd van de
geconsolideerde jaarrekening van de Groep, die de
geconsolideerde balans op 31 december 2023 omvat, alsook de
geconsolideerde resultatenrekening, de geconsolideerde staat
van het globaal resultaat, het geconsolideerd mutatieoverzicht van
het eigen vermogen en het geconsolideerd kasstroomoverzicht
over het boekjaar afgesloten op die datum, en de toelichting
met de belangrijkste gehanteerde grondslagen voor financiële
verslaggeving en andere toelichtingen. Deze geconsolideerde
jaarrekening vertoont een geconsolideerd balanstotaal van EUR
‘000’ 3.396.864 en de geconsolideerde resultatenrekening sluit
af met een verlies van EUR ‘000’ 9.405.
Naar ons oordeel geeft de geconsolideerde jaarrekening een
getrouw beeld van het vermogen en de geconsolideerde
financiële toestand van de Groep per 31 december 2023, alsook
van zijn geconsolideerde resultaten en van zijn geconsolideerde
kasstromen over het boekjaar dat op die datum is afgesloten,
in overeenstemming met de
International Financial Reporting
Standards
(IFRS) zoals goedgekeurd door de Europese Unie en
met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire
voorschriften.
Basis voor het oordeel zonder voorbehoud
Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens de internationale
controlestandaarden (ISA’s) zoals van toepassing in België.
Wij hebben bovendien de door de IAASB goedgekeurde
internationale controlestandaarden toegepast die van toepassing
zijn op de huidige afsluitdatum en nog niet goedgekeurd zijn
op nationaal niveau. Onze verantwoordelijkheden op grond
van deze standaarden zijn verder beschreven in de sectie
“Verantwoordelijkheden van de commissaris voor de controle van
de geconsolideerde jaarrekening” van ons verslag. Wij hebben alle
deontologische vereisten die relevant zijn voor de controle van
de geconsolideerde jaarrekening in België nageleefd, met inbegrip
van deze met betrekking tot de onafhankelijkheid.
Wij hebben van de raad van bestuur en van de aangestelden van
de Vennootschap de voor onze controle vereiste ophelderingen
en inlichtingen verkregen.
Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie
voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.
Kernpunten van de controle
Een kernpunt van onze controle betreft die aangelegenheid die
naar ons professioneel oordeel het meest significant was bij de
controle van de geconsolideerde jaarrekening van de huidige
verslagperiode. Deze aangelegenheid is behandeld in de context
van onze controle van de geconsolideerde jaarrekening als geheel
en bij het vormen van ons oordeel hierover, en wij verschaffen
geen afzonderlijk oordeel over deze aangelegenheid.
WAARDERING VAN DE VASTGOEDBELEGGINGEN
KERNPUNT VAN DE CONTROLE
De Vennootschap heeft op 31 december 2023 vastgoedbeleggingen
op het actief van de balans geboekt voor een totaalbedrag van
EUR ‘000’ 3.212.855. De internationale standaarden voor
financiële verslaggeving (IFRS) vereisen dat vastgoedbeleggingen
aan reële waarde worden geboekt. De bepaling van die reële
waarde hangt sterk af van een aantal gekozen parameters,
waarvan de theoretische huurwaarde per m² en de gehanteerde
disconteringsvoet het belangrijkste zijn.
In overeenstemming met de voor gereglementeerde
vastgoedvennootschappen van toepassing zijnde wetgeving
wordt de reële waarde van de vastgoedbeleggingen bepaald op
basis van een extern schattingsverslag.
De waardering van de vastgoedbeleggingen vormt een kernpunt
bij onze controle van de jaarrekening, enerzijds vanwege hun
materieel belang in de jaarrekening en anderzijds vanwege het
subjectieve karakter van de parameters in het waarderingsproces.
Voor meer informatie betreffende de waardering van de
vastgoedbeleggingen verwijzen wij naar toelichting 10.6.8 en
10.9.8 van de jaarrekening.
Hoe werd dit kernpunt behandeld in het kader van onze controle?
Wij hebben de betrouwbaarheid van de waardering aan
reële waarde en de redelijkheid van de gebruikte parameters
geëvalueerd op basis van onderstaande werkzaamheden:
• Met betrekking tot de externe waardering hebben wij het
rapport van de waarderingsdeskundigen aangesloten met de
waarde zoals opgenomen in de jaarrekening per 31 december
2023;
• Wij hebben de objectiviteit, onafhankelijkheid en bekwaamheid
van de externe waarderingsdeskundigen beoordeeld;
• Met onze interne vastgoeddeskundigen hebben wij voor een
steekproef van gebouwen de redelijkheid beoordeeld van de
belangrijkste parameters die door de waarderingsdeskundigen
worden gehanteerd, zijnde de yield en de theoretische huur-
waarde per m²;
• Samen met onze interne vastgoeddeskundigen hebben we
voor alle gebouwen de redelijkheid van de variaties in de reële
waarde van de vastgoedbeleggingen tussen 31 december 2023
en 31 december 2022 vergeleken en geanalyseerd; en
• Tenslotte hebben wij getoetst of de opgenomen informatie in
de toelichting van de jaarrekening in overeenstemming is met
de internationale standaarden voor financiële verslaggeving
(IFRS).
Bovenstaande werkzaamheden hebben ons in staat gesteld om
voldoende controle-informatie te verkrijgen om een antwoord te
bieden op het kernpunt van de controle met betrekking tot de
waardering van vastgoedbeleggingen.
Verantwoordelijkheden van de raad van bestuur voor het op-
stellen van de geconsolideerde jaarrekening
Onze doelstellingen zijn het verkrijgen van een redelijke mate
van zekerheid over de vraag of de geconsolideerde jaarrekening
als geheel geen afwijking van materieel belang bevat die het
gevolg is van fraude of van fouten, en het uitbrengen van een
commissarisverslag waarin ons oordeel is opgenomen. Een
redelijke mate van zekerheid is een hoog niveau van zekerheid,
maar is geen garantie dat een controle die overeenkomstig
de ISA’s is uitgevoerd altijd een afwijking van materieel belang
ontdekt wanneer die bestaat. Afwijkingen kunnen zich voordoen
als gevolg van fraude of fouten en worden als van materieel
belang beschouwd indien redelijkerwijs kan worden verwacht
dat zij, individueel of gezamenlijk, de economische beslissingen
genomen door gebruikers op basis van deze geconsolideerde
jaarrekening, beïnvloeden.
Bij de uitvoering van onze controle leven wij het wettelijk,
reglementair en normatief kader na dat van toepassing is
op de controle van de jaarrekening in België. Een wettelijke
controle biedt evenwel geen zekerheid omtrent de toekomstige
levensvatbaarheid van de Groep, noch omtrent de efficiëntie
of de doeltreffendheid waarmee de raad van bestuur de
bedrijfsvoering van de Groep ter hand heeft genomen of zal
nemen. Onze verantwoordelijkheden inzake de door de raad
van bestuur gehanteerde continuïteitsveronderstelling worden
hieronder beschreven.
Verantwoordelijkheden van de commissaris voor de controle
van de geconsolideerde jaarrekening
Onze doelstellingen zijn het verkrijgen van een redelijke mate
van zekerheid over de vraag of de geconsolideerde jaarrekening
als geheel geen afwijking van materieel belang bevat die het
gevolg is van fraude of van fouten, en het uitbrengen van een
commissarisverslag waarin ons oordeel is opgenomen. Een
redelijke mate van zekerheid is een hoog niveau van zekerheid,
maar is geen garantie dat een controle die overeenkomstig
de ISA’s is uitgevoerd altijd een afwijking van materieel belang
ontdekt wanneer die bestaat. Afwijkingen kunnen zich voordoen
als gevolg van fraude of fouten en worden als van materieel
belang beschouwd indien redelijkerwijs kan worden verwacht
dat zij, individueel of gezamenlijk, de economische beslissingen
genomen door gebruikers op basis van deze geconsolideerde
jaarrekening, beïnvloeden.
Bij de uitvoering van onze controle leven wij het wettelijk,
reglementair en normatief kader na dat van toepassing is
op de controle van de jaarrekening in België. Een wettelijke
controle biedt evenwel geen zekerheid omtrent de toekomstige
levensvatbaarheid van de Groep, noch omtrent de efficiëntie
of de doeltreffendheid waarmee de raad van bestuur de
bedrijfsvoering van de Groep ter hand heeft genomen of zal
nemen. Onze verantwoordelijkheden inzake de door de raad
van bestuur gehanteerde continuïteitsveronderstelling worden
hieronder beschreven.
Als deel van een controle uitgevoerd overeenkomstig de ISA’s,
passen wij professionele oordeelsvorming toe en handhaven wij
een professioneel-kritische instelling gedurende de controle. We
voeren tevens de volgende werkzaamheden uit:
• het identificeren en inschatten van de risico’s dat de gecon-
solideerde jaarrekening een afwijking van materieel belang
bevat die het gevolg is van fraude of van fouten, het bepalen
en uitvoeren van controlewerkzaamheden die op deze risico’s
inspelen en het verkrijgen van controle-informatie die voldoen-
de en geschikt is als basis voor ons oordeel. Het risico van het
niet detecteren van een van materieel belang zijnde afwijking
is groter indien die afwijking het gevolg is van fraude dan indien
zij het gevolg is van fouten, omdat bij fraude sprake kan zijn van
samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten
om transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voor-
stellen van zaken of het omzeilen van de interne beheersing;
• het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant
is voor de controle, met als doel controlewerkzaamheden op te
zetten die in de gegeven omstandigheden geschikt zijn maar
die niet zijn gericht op het geven van een oordeel over de ef-
fectiviteit van de interne beheersing van de Groep;
• het evalueren van de geschiktheid van de gehanteerde grond-
slagen voor financiële verslaggeving en het evalueren van de
redelijkheid van de door de raad van bestuur gemaakte schat-
tingen en van de daarop betrekking hebbende toelichtingen;
• het concluderen of de door de raad van bestuur gehanteerde
continuïteitsveronderstelling aanvaardbaar is, en het conclu-
deren, op basis van de verkregen controle-informatie, of er
een onzekerheid van materieel belang bestaat met betrekking
tot gebeurtenissen of omstandigheden die significante twijfel
kunnen doen ontstaan over de mogelijkheid van de Groep om
zijn continuïteit te handhaven. Indien wij concluderen dat er
een onzekerheid van materieel belang bestaat, zijn wij ertoe
gehouden om de aandacht in ons commissarisverslag te ves-
tigen op de daarop betrekking hebbende toelichtingen in de
geconsolideerde jaarrekening, of, indien deze toelichtingen in-
adequaat zijn, om ons oordeel aan te passen. Onze conclusies
zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot
de datum van ons commissarisverslag. Toekomstige gebeurte-
nissen of omstandigheden kunnen er echter toe leiden dat de
Groep zijn continuïteit niet langer kan handhaven;
• het evalueren van de algehele presentatie, structuur en inhoud
van de geconsolideerde jaarrekening, en van de vraag of de
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
261
262
FINANCIEEL VERSLAG XIOR

Graphics
geconsolideerde jaarrekening de onderliggende transacties en
gebeurtenissen weergeeft op een wijze die leidt tot een ge-
trouw beeld; en
• het verkrijgen van voldoende en geschikte controle-informatie
met betrekking tot de financiële informatie van de entiteiten of
bedrijfsactiviteiten binnen de Groep gericht op het tot uitdruk-
king brengen van een oordeel over de geconsolideerde jaar-
rekening. Wij zijn verantwoordelijk voor de aansturing van, het
toezicht op en de uitvoering van de groepscontrole. Wij blijven
ongedeeld verantwoordelijk voor ons oordeel.
Wij communiceren met de raad van bestuur onder meer over
de geplande reikwijdte en timing van de controle en over
de significante controlebevindingen, waaronder eventuele
significante tekortkomingen in de interne beheersing die wij
identificeren gedurende onze controle.
Wij verschaffen aan de raad van bestuur tevens een verklaring
dat wij de relevante deontologische voorschriften over
onafhankelijkheid hebben nageleefd, en wij communiceren met
hen over alle relaties en andere zaken die redelijkerwijs onze
onafhankelijkheid kunnen beïnvloeden en, waar van toepassing,
over de daarmee verband houdende maatregelen om onze
onafhankelijkheid te waarborgen.
Uit de aangelegenheden die met de raad van bestuur zijn
gecommuniceerd bepalen wij die zaken die het meest significant
waren bij de controle van de geconsolideerde jaarrekening van de
huidige verslagperiode, en die derhalve de kernpunten van onze
controle uitmaken. Wij beschrijven deze aangelegenheden in ons
verslag, tenzij het openbaar maken van deze aangelegenheden is
verboden door wet- of regelgeving.
Overige door wet- en regelgeving gestelde eisen
Verantwoordelijkheden van de raad van bestuur
De raad van bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen en de
inhoud van het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening,
het verslag van niet-financiële informatie gehecht aan het
jaarverslag en de andere informatie opgenomen in het jaarverslag
over de geconsolideerde jaarrekening.
Verantwoordelijkheden van de commissaris
In het kader van onze opdracht en overeenkomstig de Belgische
bijkomende norm bij de in België van toepassing zijnde internationale
controlestandaarden (ISA’s), is het onze verantwoordelijkheid om,
in alle van materieel belang zijnde opzichten, het jaarverslag over
de geconsolideerde jaarrekening, het verslag van niet-financiële
informatie gehecht aan het jaarverslag en de andere informatie
opgenomen in het verslag over de geconsolideerde jaarrekening
te verifiëren, alsook verslag over deze aangelegenheden uit te
brengen.
Aspecten betreffende het jaarverslag over de geconsolideerde
jaarrekening en andere informatie opgenomen in het verslag
over de geconsolideerde jaarrekening
Na het uitvoeren van specifieke werkzaamheden op het jaarverslag
over de geconsolideerde jaarrekening, zijn wij van oordeel dat dit
jaarverslag overeenstemt met de geconsolideerde jaarrekening
voor hetzelfde boekjaar en is opgesteld overeenkomstig het artikel
3:32 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.
In de context van onze controle van de geconsolideerde
jaarrekening zijn wij tevens verantwoordelijk voor het overwegen, in
het bijzonder op basis van de kennis verkregen tijdens de controle,
of het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening, het
verslag van niet-financiële informatie gehecht aan het jaarverslag
en de andere informatie opgenomen in het jaarverslag over de
geconsolideerde jaarrekening, zijnde volgende hoofdstukken van
het jaarlijks financieel verslag:
• Risicobeheer;
• Woord van de voorzitter;
• Kerncijfers per 31 december 2023;
• Commerciële activiteiten & strategie;
• Beheerverslag
• Corporate governance
• Het aandeel Xior
• Vastgoedverslag;
• Maatschappelijk verantwoord ondernemen;
• Verklaringen
• Permanent document
• Lexicon
• Identiteitskaart
een afwijking van materieel belang bevatten, hetzij informatie
die onjuist vermeld is of anderszins misleidend is. In het licht van
de werkzaamheden die wij hebben uitgevoerd, hebben wij geen
afwijking van materieel belang te melden.
De op grond van artikel 3:32, §2 van het Wetboek van
vennootschappen en verenigingen vereiste niet-financiële
informatie werd opgenomen in het jaarverslag over de
geconsolideerde jaarrekening dat deel uitmaakt van sectie
“Maatschappelijk verantwoord ondernemen” van het jaarrapport
over de geconsolideerde jaarrekening. De Vennootschap heeft zich
bij het opstellen van deze niet-financiële informatie gebaseerd
op het referentiekader van de Global Reporting Initiative (GRI)
Standards. Overeenkomstig artikel 3:80, §1, 5° van het Wetboek
van vennootschappen en verenigingen spreken wij ons evenwel
niet uit over de vraag of deze niet-financiële informatie is
opgesteld in overeenstemming met de Global Reporting Initiative
(GRI) Standards zoals opgenomen in het jaarverslag over de
geconsolideerde jaarrekening.
Vermeldingen betreffende de onafhankelijkheid
• Ons bedrijfsrevisorenkantoor en ons netwerk hebben geen
opdrachten verricht die onverenigbaar zijn met de wettelijke
controle van de geconsolideerde jaarrekening en ons bedrijfs-
revisorenkantoor is in de loop van ons mandaat onafhankelijk
gebleven tegenover de Groep.
• De honoraria voor de bijkomende opdrachten die verenig-
baar zijn met de wettelijke controle van de geconsolideerde
jaarrekening bedoeld in artikel 3:65 van het Wetboek van ven-
nootschappen en verenigingen werden correct vermeld en uit-
gesplitst in de toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening.
Europees uniform elektronisch formaat (ESEF)
Wij hebben ook, overeenkomstig de ontwerpnorm inzake de
controle van de overeenstemming van de financiële overzichten
met het Europees uniform elektronisch formaat (hierna “ESEF”),
de controle uitgevoerd van de overeenstemming van het ESEF-
formaat met de technische reguleringsnormen vastgelegd door
de Europese Gedelegeerde Verordening nr. 2019/815 van 17
december 2018 (hierna: “Gedelegeerde Verordening”).
De raad van bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen, in
overeenstemming met de ESEF vereisten, van de geconsolideerde
financiële overzichten in de vorm van een elektronisch bestand
in ESEF-formaat (hierna “digitale geconsolideerde financiële
overzichten”) opgenomen in het jaarlijks financieel verslag.
Het is onze verantwoordelijkheid voldoende en geschikte
onderbouwende informatie te verkrijgen om te concluderen dat
het formaat en de markeertaal van de digitale geconsolideerde
financiële overzichten in alle van materieel belang zijnde opzichten
voldoen aan de ESEF-vereisten krachtens de Gedelegeerde
Verordening.
Op basis van de door ons uitgevoerde werkzaamheden zijn wij
van oordeel dat het formaat van en de markering van informatie
in de officiële versie van de digitale geconsolideerde financiële
overzichten opgenomen in het jaarlijks financieel verslag van
de Groep per 31 december 2023 in alle van materieel belang
zijnde opzichten in overeenstemming zijn met de ESEF vereisten
krachtens de Gedelegeerde Verordening.
Andere vermeldingen
• Huidig verslag is consistent met onze aanvullende verklaring
aan het auditcomité bedoeld in artikel 11 van de verordening
(EU) nr. 537/2014.
Diegem, 15 april 2024
De commissaris
PwC Bedrijfsrevisoren BV
Vertegenwoordigd door
Jeroen Bockaert
*
Bedrijfsrevisor
*
Handelend in naam van Jeroen Bockaert BV
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
263
264
FINANCIEEL VERSLAG XIOR

Graphics
10.10 VERKORTE VERSIE VAN DE ENKELVOUDIGE JAARREKENING
VAN XIOR STUDENT HOUSING NV
De enkelvoudige jaarrekening van Xior Student
Housing NV is opgesteld op basis van de IFRS-normen
en conform het GVV-KB van 13 juli 2014. De volledige
versie van de enkelvoudige jaarrekening van Xior
Student Housing NV zal, samen met het Jaarverslag
en het verslag van de commissaris, binnen de
wettelijke termijn bij de Nationale Bank van België
neergelegd worden en kan gratis verkregen worden
via de website van de Vennootschap (www.xior.be) of
op aanvraag bij de maatschappelijke zetel.
De commissaris heeft een goedkeurende verklaring
zonder voorbehoud afgeleverd op de enkelvoudige
jaarrekening van Xior Student Housing NV.
”
MET EEN VOLLEDIG GEFINANCIERDE
GROEIPIJPLIJN, EEN STABIELE SCHULDGRAAD
EN EEN BEWEZEN OPERATIONEEL PLATFORM
VERSCHUIFT DE FOCUS OPNIEUW NAAR
STRUCTURELE EN ZICHTBARE EPS-GROEI.„
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
265
266
FINANCIEEL VERSLAG XIOR

Graphics
10.10.1 ENKELVOUDIGE RESULTATENREKENING
Cijfers in duizenden EUR 31/12/25 31/12/24
I
(+) Huurinkomsten
52.032 58.180
(+) Huurinkomsten
37.957 40.306
(+) Huurgaranties
14.323 17.961
(+/-) Huurkortingen
-247 -87
III
(+/-) Met verhuur verbonden kosten
-110 -121
Waardeverminderingen op handelsvorderingen -110 -121
NETTO HUURRESULTAAT 51.922 58.059
V
(+)
Recuperatie van huurlasten en belastingen normaal gedragen door
de huurders op verhuurde gebouwen
7.702 8.007
Doorrekening van huurlasten gedragen door de eigenaar 7.160 7.584
Doorrekening van voorheffingen en belastingen op verhuurde
gebouwen 542 423
VII
(-)
Huurlasten en belastingen normaal gedragen door de huurders op
verhuurde gebouwen
-8.433 -8.756
Huurlasten gedragen door de eigenaar -8.071 -8.407
Voorheffingen en belastingen op verhuurde gebouwen -361 -349
VIII
(+/-) Andere met verhuur verbonden inkomsten en uitgaven
7.871 3.788
VASTGOEDRESULTAAT 59.062 61.097
IX
(-) Technische kosten
-1.641 -1.699
(-)
Recurrente technische kosten -1.666 -1.731
(-) Herstellingen
-1.414 -1.478
(-) Verzekeringspremies
-252 -253
(-)
Niet-recurrente technische kosten 25 32
(-) Schadegevallen
25 32
X
(-) Commerciële kosten
-319 -399
(-) Publiciteit
-119 -239
(-) Honoraria advocaat, juridische kosten
-200 -160
XI
(-) Kosten en taksen van niet verhuurde gebouwen
0 0
XII
(-) Beheerskosten van het vastgoed
-3.582 -3.342
(-) Externe beheervergoedingen
0 0
(-) Interne beheerskosten van het patrimonium
-3.582 -3.342
XIII
(-) Andere vastgoedkosten
-2.099 -2.114
(-) Honoraria architecten
0 0
(-) Honoraria schatters
-156 -156
(-) Andere
-1.943 -1.958
VASTGOEDKOSTEN -7.641 -7.554
OPERATIONEEL VASTGOEDRESULTAAT 51.420 53.543
XIV
(-) Algemene kosten van de vennootschap
-7.574 -7.799
XV
(+/-) Andere operationele opbrengsten en kosten
13.434 9.287
Cijfers in duizenden EUR
31/12/25 31/12/24
OPERATIONEEL RESULTAAT VOOR HET RESULTAAT OP DE PORTEFEUILLE 57.280 55.031
XVI
(+/-) Resultaat op verkopen van vastgoedbeleggingen
-1.005 -18.857
(+)
Netto verkopen van de onroerende goederen (verkoopprijs -
transactiekosten) 24.086 122.514
(-)
Boekwaarde van de verkochte onroerende goederen -25.091 -141.371
XVIII
(+/-) Variaties in de reële waarde van vastgoedbeleggingen
3.103 28.240
(+)
Positieve variaties in de reële waarde van vastgoedbeleggingen 16.422 37.488
(-)
Negatieve variaties in de reële waarde van vastgoedbeleggingen -13.320 -9.248
XIX
(+/-) Ander portefeuilleresultaat
-6.733 -674
OPERATIONEEL RESULTAAT 52.645 63.741
XX
(+) Financiële opbrengsten
87.640 82.318
(+)
Geïnde intresten en dividenden 16.648 14.160
Geïnde intresten op verbonden ondernemingen 70.992 68.159
XXI
(-) Netto interestkosten
-42.171 -43.336
(-)
Nominale intrestlasten op leningen -44.638 -61.105
(-)
Wedersamenstelling van het nominaal bedrag van financiële
schulden -765 -566
Intresten aan verbonden ondernemingen -2.282 -1.832
(-)
Kosten van toegelaten afdekkingsinstrumenten 5.514 20.167
XXII
(-) Andere financiële kosten
-1.130 -754
(-)
Bankkosten en andere commissies -634 -322
(-)
Andere -495 -432
XXIII
(+/-) Variaties in de reële waarde van financiële activa en passiva
28.426 -21.480
FINANCIEEL RESULTAAT 72.765 16.748
XXIV
Aandeel in het resultaat van geassocieerde vennootschappen en
joint ventures
0 0
RESULTAAT VOOR BELASTINGEN 125.410 80.489
XXV
(+/-) Vennootschapsbelasting
-1.881 -239
XXVI
(+/-) Exit taks
734 22
XXVII
(+/-) Uitgestelde belastingen
136 -897
BELASTINGEN -1.012 -1.114
NETTO RESULTAAT 124.398 79.376
10.10.2 STAAT VAN HET GLOBAAL RESULTAAT
Cijfers in duizenden EUR 31/12/25 31/12/24
Nettoresultaat
124.398 79.376
Andere componenten van het globaal resultaat
(+/-) Impact op de reële waarde van geschatte mutatierechten en -kosten bij de hypothetische
vervreemding van vastgoedbeleggingen
0 0
(+/-) Variaties in het effectieve deel van de reële waarde van toegelaten afdekkingsinstrumen-
ten voor kasstroomafdekkingen
0 0
Globaal resultaat 124.398 79.376
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
267
268
FINANCIEEL VERSLAG XIOR

Graphics
PASSIVA Cijfers in duizenden EUR 31/12/25 31/12/24
EIGEN VERMOGEN 1.851.744 1.682.778
A Kapitaal 829.644 753.784
Geplaatst kapitaal 840.512 762.197
Kosten kapitaalverhoging -10.868 -8.413
B Uitgiftepremies 821.273 779.858
C Reserves 76.429 69.759
Reserve voor het saldo van de variaties in de reële waarde van vastgoed 32.122 34.399
Reserve voor de impact op de reële waarde van geschatte mutatierechten
en -kosten bij hypothetische vervreemding van vastgoedbeleggingen -41.868 -34.896
Reserve voor het saldo van de variaties in de reële waarde van toegelaten
afdekkingsinstrumenten die niet onderworpen zijn aan een afdekkingsboek-
houding zoals gedefinieerd in IFRS 7.324 24.637
Reserve voor het aandeel in de winst of het verlies en in de niet-gerealiseerde
resultaten van dochterondernemingen, geassocieerde deelnemingen en joint
ventures die administratief verwerkt worden volgens de equity methode -7.774 -7.774
Andere reserves 89 102
Overgedragen resultaten van vorige boekjaren 86.535 53.291
D Nettoresultaat van het boekjaar 124.398 79.376
VERPLICHTINGEN 1.712.153 1.618.667
I Langlopende verplichtingen 1.421.671 1.330.925
B Langlopende financiële schulden 1.402.787 1.313.520
a. Kredietinstellingen 1.181.135 1.056.641
b. Financiële leasing 0 0
c. Andere 221.652 256.879
C Andere langlopende financiële verplichtingen 3.570 0
Toegelaten afdekkingsinstrumenten 3.570 0
E Andere langlopende verplichtingen 0 0
F Uitgestelde belastingen - verplichtingen 15.315 17.405
a. Exit taks 0 1.955
b. Andere 15.315 15.450
II Kortlopende verplichtingen 290.482 287.742
B Kortlopende financiële schulden 104.594 107.215
a Kredietinstellingen 70.594 107.215
c. Andere 34.000
D Handelsschulden en andere kortlopende schulden 170.996 144.703
a. Exit taks 0 0
b. Andere 170.996 144.703
Leveranciers 503 2.471
Huurders 619 247
Belastingen, bezoldigingen en sociale lasten 2.057 1.445
Leningen aan verbonden ondernemingen 167.817 140.540
E Andere kortlopende verplichtingen 7.268 31.588
Andere 7.268 31.588
F Overlopende rekeningen 7.623 4.236
a. Vooraf ontvangen vastgoedopbrengsten 322 318
b. Gelopen, niet vervallen intresten en andere kosten 2.267 788
c. Andere 5.033 3.130
TOTAAL EIGEN VERMOGEN EN VERPLICHTINGEN
3.563.897 3.301.445
10.10.3 ENKELVOUDIGE BALANS
ACTIVA Cijfers in duizenden EUR 31/12/25 31/12/24
I Vaste Activa 3.487.447 3.180.156
B Immateriële vaste activa
6.188 4.494
C Vastgoedbeleggingen
794.190 782.588
Vastgoed beschikbaar voor verhuur 696.175 690.085
Projectontwikkelingen 98.015 92.503
D Andere materiële vaste activa
9.648 9.868
Materiële vaste activa voor eigen gebruik 9.648 9.868
E Financiële vaste activa
945.958 821.488
Activa aangehouden tot einde looptijd 929.325 811.748
Toegelaten afdekkingsinstrumenten 16.198 9.189
Andere 435 552
G Handelsvorderingen en andere vaste activa
1.731.461 1.561.715
H Uitgestelde belastingen - activa
2 2
I
Deelnemingen in geassocieerde vennootschappen en joint ventures
vermogensmutatie
0 0
II Vlottende Activa 76.450 121.289
D Handelsvorderingen
240 200
E Belastingvorderingen en andere vlottende activa
43.173 50.599
Belastingen 340 1.064
Andere 42.833 49.535
F Kas en kasequivalenten
436 4.935
G Overlopende rekeningen
32.602 65.555
Voorafbetaalde vastgoedkosten 5.689 26.553
Gelopen, niet vervallen vastgoedopbrengsten 13.053 35.343
Verkregen interesten 7.611 2.181
Andere 6.249 1.478
TOTAAL ACTIVA 3.563.897 3.301.445
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
269
270
FINANCIEEL VERSLAG XIOR

Graphics
10.10.4 STAAT VAN DE BEWEGINGEN VAN HET EIGEN VERMOGEN
Cijfers in duizenden EUR Kapitaal Uitgiftepremies Reserves
Netto resultaat van
het boekjaar Eigen vermogen
Balans per 31 december 2023 681.298 737.356 117.610 17.816 1.554.081
Netto resultaatverwerking 2023
Overboeking resultaat portefeuille naar reserves -32.131 32.131 0
Overboeking operationeel resultaat naar reserves 19.765 -19.765 0
Resultaat van de periode
79.376 79.376
Andere elementen erkend in het globaal resultaat
Impact op de reële waarde van geschatte mutatierechten en -kosten bij de hypothetische vervreemding van vastgoedbeleggingen
Variaties in de reële waarde van financiële activa en passiva -35.486 35.486 0
Uitgifte van nieuwe aandelen
18.913 18.913
Kapitaalverhoging door inbreng in natura
97.685 97.685
Kosten van uitgifte nieuwe aandelen en van kapitaalsverhoging
-1.610 -1.610
Gedeeltelijke toewijzing van het kapitaal aan uitgiftepremies
-42.502 42.502 0
Dividenden
-65.668 -65.668
Overige reserves
0
Andere
0
Balans per 31 december 2024 753.784 779.858 69.758 79.376 1.682.778
Netto resultaatverwerking 2024
Overboeking resultaat portefeuille naar reserves -9.249 9.249 0
Overboeking operationeel resultaat naar reserves 33.240 -33.240 0
Resultaat van de periode
124.398 124.398
Andere elementen erkend in het globaal resultaat
0
Impact op de reële waarde van geschatte mutatierechten en -kosten bij de hypothetische vervreemding van vastgoedbeleggingen 0
Variaties in de reële waarde van financiële activa en passiva -17.313 17.313 0
Uitgifte van nieuwe aandelen
23.716 23.716
Kapitaalverhoging door inbreng in natura
96.014 96.014
Kosten van uitgifte nieuwe aandelen en van kapitaalsverhoging
-2.456 -2.456
Gedeeltelijke toewijzing van het kapitaal aan uitgiftepremies
-41.415 41.415 0
Dividenden
-72.697 -72.697
Overige reserves
0
Andere
-7 -7
Balans per 31 december 2025 829.643 821.273 76.429 124.399 1.851.746
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
271
272
FINANCIEEL VERSLAG XIOR

Graphics
10.10.5 DETAIL OF THE RESERVES
DETAIL VAN RESERVES Cijfers in duizenden EUR
Reserve voor het saldo
van de variaties in
de reële waarde van
vastgoed
Reserve voor de
impact op de reële
waarde van geschatte
mutatierechten en
-kosten bij hypothe-
tische vervreemding
van vastgoedbeleg-
gingen
Reserve voor het saldo
van de variaties in de
reële waarde van toe-
gelaten afdekkings-
instrumenten die niet
onderworpen zijn aan
een afdekkingsboek-
houding zoals gedefi-
nieerd in IFRS
Reserve voor het
aandeel in de winst of
het verlies en in de
niet-gerealiseerde
resultaten van
dochterondernemin-
gen, geassocieerde
deelnemingen en joint
ventures die admi-
nistratief verwerkt
worden volgens de
equity methode Andere reserves
Overgedragen
resultaten van vorige
boekjaren Totaal van de reserves
Balans per 31 december 2023 62.055 -30.421 60.123 -7.774 102 33.525 117.610
Netto resultaatverwerking
17.816 17.816
Overboeking resultaat portefeuille naar reserves -27.656 -4.475 0 32.131 0
Overboeking operationeel resultaat naar reserves 0
Andere elementen erkend in het globaal resultaat
0
Impact op de reële waarde van geschatte mutatierechten en -kosten bij
de hypothetische vervreemding van vastgoedbeleggingen 0
Variaties in de reële waarde van financiële activa en passiva -35.486 35.486 0
Uitgifte van nieuwe aandelen
0
Kapitaalverhoging door inbreng in natura
0
Kosten van uitgifte nieuwe aandelen en van kapitaalsverhoging
0
Dividenden
-65.667 -65.667
Andere
0 0
Balans per 31 december 2024 34.399 -34.896 24.637 -7.774 102 53.290 69.758
Netto resultaatverwerking
79.376 79.376
Overboeking resultaat portefeuille naar reserves -2.277 -6.972 9.249 0
Overboeking operationeel resultaat naar reserves 0
Andere elementen erkend in het globaal resultaat
0
Impact op de reële waarde van geschatte mutatierechten en -kosten bij
de hypothetische vervreemding van vastgoedbeleggingen 0
Variaties in de reële waarde van financiële activa en passiva -17.313 17.313 0
Uitgifte van nieuwe aandelen
0
Kapitaalverhoging door inbreng in natura
0
Kosten van uitgifte nieuwe aandelen en van kapitaalsverhoging
0
Dividenden
-72.697 -72.697
Andere
-7 -7
Balans per 31 december 2025 32.122 -41.868 7.324 -7.774 102 86.523 76.429
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
273
274
FINANCIEEL VERSLAG XIOR

Graphics
10.10.6 APPROPRIATION OF INCOME UNDER THE ARTICLES OF ASSOCIATION
Cijfers in duizenden EUR 31/12/25 31/12/24
A. Nettoresultaat 124.398 79.376
B. Toevoeging/onttrekking reserves (-/=)
1. Toevoeging aan/onttrekking van de reserve voor het (positieve of negatieve)
saldo van de variaties in de reële waarde van vastgoed (-/+)
- boekjaar 22.894 -2.277
2. Toevoeging aan/onttrekking van de reserve van geschatte mutatierechten en
-kosten bij hypotethische vervreemding van vastgoedbeleggingen (-/+)
- boekjaar -1.674 -6.972
12. Toevoeging aan de reserves voor het aandeel in de winst of het verlies en in
de niet-gerealiseerde resultaten van dochterondernemingen, geassocieerde
deelnemingen en joint ventures die administratief verwerkt worden volgens
de equity methode
0 0
5. T oevoeging aan de reserve voor het saldo van de variaties in de reële waarde
van toegelaten afdekkingsinstrumenten die niet onderworpen zijn aan een
afdekkingsboekhouding zoals gedefinieerd in IFRS (+)
- boekjaar 3.440 -17.313
10. Toevoeging aan/onttrekking van andere reserves (-/+)
11. Toevoeging aan/onttrekking van overgedragen resultaten van vorige boekja-
ren (-/+)
17.916 33.240
C. Vergoeding voor het kapitaal overeenkomstig artikel 13,§ 1, eerste lid 81.045 63.634
D. Vergoeding voor het kapitaal - andere dan C 777 9.063
10.10.7 UITKERINGSPLICHT VOLGENS ARTIKEL 13, §1, EERSTE LID VAN HET KB VAN 13 JULI 2014 MET BETREKKING
TOT DE GVV
Cijfers in duizenden EUR 31/12/25 31/12/24
Nettoresultaat 124.398 79.376
(+) Afschrijvingen
336 289
(+) Waardeverminderingen
110 154
(-) Terugnemingen van waardeverminderingen
0 -33
(-/+) Andere niet monetaire bestanddelen
-27.494 23.115
(-/+)
EPRA resultaat van de 100% dochters door toepassing van equity
methode met doorkijkbenadering
7.059 4.882
(-/+) Resultaat verkoop vastgoed
1.005 18.857
(-/+) Variaties in de reële waarde van vastgoed
-3.103 -28.240
Gecorrigeerd resultaat (A) 102.311 98.400
(-/+)
Gedurende het boekjaar gerealiseerde meer-en minwaarden op
vastgoed (+/-)
-1.005 -18.857
(-)
Gedurende het boekjaar gerealiseerde meerwaarden vrijgesteld van de
verplichte uitkering onder voorbehoud van hun herbelegging binnen een
termijn van vier jaar (-)
(+)
Gerealiseerde meerwaarden op vastgoed voorheen vrijgesteld van de
verplichte uitkering en die niet werden herbelegd binnen een periode
van vier jaar (+)
Nettomeerwaarden bij realisatie van vastgoed niet vrijgesteld van
verplichte uitkering (B) -1.005 -18.857
Totaal (A) + (B) x 80% 81.045 63.634
Schuldvermindering (-) 0 0
Uitkeringsplicht 81.045 63.634
Bij het bepalen van de uitkeringsplicht werd ten gevolge van de
toepassing van de doorkijkbenadering rekening gehouden met de
EPRA resultaten van de 100% dochtervennootschappen. Voor de
bepaling van het verplicht uit te keren bedrag overeenkomstig
artikel 13, §1 eerste lid van het KB van 13 juli 2014 met betrekking
tot de GVV, heeft de Vennootschap de praktijk om het aandeel
in de winst of het verlies van dochtervennootschappen te
corrigeren via de rubriek “andere niet monetaire bestanddelen”
waardoor de resultaten van niet 100% dochterondernemingen
niet in aanmerking worden genomen voor de berekening van het
minimum uit te keren dividend.
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
275
276
FINANCIEEL VERSLAG XIOR

Graphics
10.10.8 NIET-UITKEERBAAR EIGEN VERMOGEN
CONFORM ARTIKEL 7:212 VAN HET WETBOEK
VAN VENNOOTSCHAPPEN EN VERENIGINGEN
Het bedrag zoals bedoeld in artikel 7:212 van het Wetboek van
vennootschappen en verenigingen, van het gestorte kapitaal of
als dit bedrag hoger ligt, van het opgevraagde kapitaal, verhoogd
met de reserves die volgens de wet of de statuten niet uitgekeerd
mogen worden, is bepaald in Hoofdstuk IV van Bijlage C bij het
GVV-KB.
Deze berekening gebeurt op basis van de enkelvoudige
jaarrekening van Xior Student Housing NV maar met toepassing
van de doorkijkbenadering.
Cijfers in EUR 31/12/25 31/12/24
Niet-uitkeerbare eigen vermogen volgens artikel 7:212 van het Wetboek van
Vennootschappen en verenigingen 1.168.377.137 1.065.198.341
Gestort kapitaal
840.511.692 762.197.094
Volgens de statuten niet-beschikbare uitgiftepremies
305.272.643 305.272.643
Reserve voor het positieve saldo van de variaties in de investeringswaarde van
vastgoed
55.016.442 32.122.420
Reserve voor de impact op de reële waarde van geschatte mutatierechten en
-kosten bij hypothetische vervreemding van vastgoedbeleggingen
-43.541.686 -41.867.686
Reserve voor het saldo van de variaties in de reële waarde van toegelaten
indekkingsinstrumenten die niet onderworpen zijn aan een afdekkingsboekhou-
ding
10.764.022 7.324.022
Reserve voor het saldo van de variaties in de reële waarde van toegelaten
indekkingsinstrumenten die onderworpen zijn aan een afdekkingsboekhouding
0 0
Reserves voor het aandeel in de winst of het verlies en in de niet-gerealiseerde
resultaten van dochterondernemingen, geassocieerde deelnemingen en joint
ventures die administratief verwerkt worden volgens de equity methode
204.176 0
Andere reserves
149.848 149.848
Eigen vermogen enkelvoudig
1.851.744.000 1.682.778.000
Geplande dividenduitkering
81.821.968,59 72.697.216,28
Gewogen gemiddeld aantal aandelen
46.279.394 41.118.335
Operationeel uitkeerbaar resultaat per aandeel (EUR)
1,768 1,768
Eigen vermogen enkelvoudig na dividenduitkering
1.769.920.404 1.610.080.784
Overblijvende reserve na uitkering 601.544.895 544.882.442
Het resultaat van de dochtervennootschappen die voor 100%
werden aangehouden door Xior Student Housing, werd voor de
periode vanaf verwerving door de Vennootschap tot afsluitdatum
gerealiseerd in hoofde van de Vennootschap en dit resultaat werd
als volgt verwerkt in het eigen vermogen van de Vennootschap:
• Het operationeel uitkeerbaar resultaat (12.842 KEUR) van de
dochters werd toegewezen aan de diverse rubrieken van het
resultaat van de Vennootschap. Deze positieve correctie be-
helst de som van de positieve en negatieve EPRA resultaten
dewelke gerealiseerd werden door de individuele 100% doch-
tervennootschappen.
• De variatie in de Reële Waarde van het vastgoed van de doch-
ters werd toegewezen aan het ander portefeuilleresultaat.
Als dusdanig kan het operationeel resultaat van de
dochterondernemingen van 2025 vanaf de datum van verwerving
worden gebruikt voor uitkering als dividend (doorkijkbenadering).
Voor dochtervennootschappen waarin de Vennootschap niet
100% van de aandelen aanhoudt, zal de Vennootschap haar
aandeel in de resultaten van deze dochtervennootschappen
(zowel de gerealiseerde als de niet-gerealiseerde resultaten)
opnemen in een afzonderlijke onbeschikbare reserverekening
“Reserve voor het aandeel in de winst of het verlies en in de niet-
gerealiseerde resultaten van deelnemingen die administratief
verwerkt worden volgens de equity-methode”.
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
277
278
FINANCIEEL VERSLAG XIOR

Graphics
VERKLARIGEN
”
DE GEMIDDELDE BEZETTINGSGRAAD VAN DE
VASTGOEDPORTEFEUILLE BEDROEG 98% OVER 2025.„
98%
11
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
279
280
VERKLARINGEN XIOR

Graphics
BASECAMP BY XIOR
Warschau - POLEN
11.1 TOEKOMSTGERICHTE
VERKLARINGEN
Dit Jaarverslag bevat toekomstgerichte informatie, vooruitziende
informatie, voorspellingen, overtuigingen, opinies en ramingen
gemaakt door Xior, met betrekking tot de verwachte
toekomstige prestatie van Xior en van de markt waarin zij actief
is ("toekomstgerichte verklaringen"). Door hun aard impliceren
toekomstgerichte verklaringen inherente risico’s, onzekerheden
en veronderstellingen, zowel algemeen als specifiek, die gegrond
leken op het moment dat ze werden gemaakt, maar die uiteindelijk
wel of niet accuraat kunnen blijken en het risico bestaat dat de
vooruitziende verklaringen niet zullen worden bereikt. Sommige
gebeurtenissen zijn moeilijk te voorspellen en kunnen afhangen
van factoren waarop Xior geen vat heeft. Bovendien gelden
de toekomstgerichte verklaringen enkel op de datum van dit
Jaarverslag. Verklaringen in dit Jaarverslag die gaan over voorbije
trends of activiteiten, mogen niet worden beschouwd als een
voorstelling dat dergelijke trends of activiteiten in de toekomst
zullen blijven duren. De werkelijke winsten, de financiële situatie,
de prestatie of de resultaten van Xior kunnen bijgevolg aanzienlijk
verschillen van de informatie vooropgesteld in of geïmpliceerd
door toekomstgerichte verklaringen. Xior wijst nadrukkelijk elke
verplichting of waarborg af om toekomstgerichte verklaringen
publiekelijk te actualiseren of te herzien, tenzij wettelijk vereist.
11.2 VERANTWOORDELIJKE VOOR DE
INHOUD VAN HET REGISTRATIE-
DOCUMENT
De raad van bestuur van Xior Student Housing NV, met
maatschappelijke zetel te Frankrijklei 64-68, 2000 Antwerpen,
draagt de verantwoordelijkheid voor de inhoud van dit
Registratiedocument.
Xior Student Housing NV verklaart dat, na alle redelijke
maatregelen te hebben getroffen om zulks te garanderen en voor
zover haar bekend, de gegevens in dit Registratiedocument in
overeenstemming zijn met de werkelijkheid en dat geen gegevens
zijn weggelaten waarvan de vermelding de strekking van dit
Registratiedocument zou wijzigen.
De raad van bestuur, waarvan de samenstelling terug te vinden
is onder Hoofdstuk 6.1.5 van dit Jaarverslag, verklaart dat naar
zijn beste weten:
• de jaarrekeningen, die zijn opgesteld overeenkomstig de toe-
passelijke standaarden voor jaarrekeningen, een getrouw beeld
geven van het vermogen, de financiële toestand en de resulta-
ten van de Vennootschap en de in de consolidatie opgenomen
ondernemingen;
• dit Jaarverslag een getrouw overzicht geeft van de ontwikke-
ling en de resultaten van het bedrijf en van de positie van de
Vennootschap en de in de consolidatie opgenomen onderne-
mingen, evenals een beschrijving van de voornaamste risico’s
en onzekerheden waarmee zij geconfronteerd worden.
11.3 INFORMATIE AFKOMSTIG VAN
DERDEN
Dit Registratiedocument bevat informatie die afkomstig is van
derden (zie Hoofdstuk 8.1 van dit Jaarverslag voor een verslag
van BONARD; Hoofdstuk 8.2.3 voor de conclusies van de
Waarderingsdeskundigen Stadim, Cushman & Wakefield en CBRE;
en Hoofdstuk 7.6.4 en Hoofdstuk 10.9.36 voor de verslagen van
de commissaris).
Xior Student Housing NV verklaart dat de informatie die
afkomstig is van derden correct is weergegeven en, voor zover
de Vennootschap weet en heeft kunnen opmaken uit door de
betrokken derde gepubliceerde informatie, er geen feiten zijn
weggelaten waardoor de weergegeven informatie onjuist of
misleidend zou worden.
De informatie (verslagen c.q. conclusies) die werd opgenomen
van derden, werd opgenomen met toestemming wat betreft de
inhoud, de vorm en context waarin deze informatie is opgenomen.
Commissaris
Voor de gegevens met betrekking tot de commissaris wordt
verwezen naar Hoofdstuk 10.9.36 van dit Registratiedocument.
Voor een overzicht van de verslagen van de commissaris die met
diens toestemming zijn opgenomen in dit Registratiedocument
wordt verwezen naar Hoofdstuk 7.6.4 en Hoofdstuk 10.9.36 van
dit Registratiedocument. De commissaris heeft de Vennootschap
bevestigd dat zij geen wezenlijke belangen in de vennootschap
heeft, met uitzondering van deze die voortvloeien uit haar mandaat
van commissaris van de Vennootschap.
Waarderingsdeskundigen
De vastgoedportefeuille van de Vennootschap wordt gewaardeerd
door vijf onafhankelijke Waarderingsdeskundigen:
• Stadim BV, met maatschappelijke zetel te Mechelsesteenweg
180/ 8
ste
verdieping, 2018 Antwerpen, met ondernemingsnum-
mer 0458.797.033 (RPR Antwerpen afdeling Antwerpen) en
vertegenwoordigd (in de zin van artikel 24 GVV-Wet) door DuMi-
Real BV, met maatschappelijke zetel te Mechelsesteenweg 180/
8ste verdieping, 2018 Antwerpen, met ondernemingsnummer
0764.688.018 (RPR Antwerpen afdeling Antwerpen), vast ver-
tegenwoordigd door Frederik Boumans;
• Cushman & Wakefield Lda, met maatschappelijke zetel te
Avenida de Liberdade 131-5°, 1250-140 Lissabon, met N°
Matricula 14287 en vertegenwoordigd (in de zin van artikel 24
GVV-Wet) door Silvia Vicente;
• Cushman & Wakefield Spain Limited Sucursal en Espana, met
maatschappelijke zetel te Jose Ortega y Gasset 29 6th Floor
Edificio Beatriz, 28006 Madrid met Número de Identificatión
Fiscal: ESW0061691B en vertegenwoordigd (in de zin van artikel
24 GVV-Wet) door James Bird;
• CBRE Valution Advisory SA, met maatschappelijke zetel te
Edificio Castellana 200, P° de la Castellana, 2020 p. 8, 28046
Madrid, met Número de Identificatión Fiscal: A85490217 en
vertegenwoordigd (in de zin van artikel 24 GVV-Wet) door
Pablo Carnicero and Josep Carrió;
• CBRE UK, met maatschappelijke zetel te St. Martin’s Court, 10
Paternoster Row EC4M 7 HP London , Verenigd Koninkrijk, met
ondernemingsnummer DK27885799, en vertegenwoordigd (in
de zin van artikel 24 GVV-wet) door Paul Watkinson en Louise
Hartgen;
• CBRE Sp. Z.o.o, met maatschappelijke zetel te Rondo Daszynskiego
1, 00-843 Warsaw, met ondernemingsnummer 0000020238 en
tax nummer 527-23-03-786 en vertegenwoordigt (in de zin van
artikel 24 GVV-wet) door Maciej Wojcikiewicz.
Voor de weerslag van de gezamenlijke conclusie van voor melde
Waarderingsdeskundigen met betrekking tot de vastgoed-
portefeuille van de Vennootschap per 31 december 2025, wordt
verwezen naar Hoofdstuk 8.2.3 van dit Jaarverslag. Elk kwartaal
wordt een actualisatie van de waarderingen uitgevoerd door de
Waarderingsdeskundingen.
Voormelde onafhankelijke Waarderingsdeskundigen hebben
ieder aan de Vennootschap bevestigd dat zij geen wezenlijke
belangen in de Vennootschap hebben, met uitzondering van deze
die voortvloeien uit hun respectieve contractuele relatie met de
Vennootschap als onafhankelijke Waarderingsdeskundige van de
Vennootschap in de zin van artikel 24 GVV-Wet.
Ieder van voormelde Waarderingsdeskundige heeft ingestemd
met de opname van voormelde gezamenlijke conclusie in dit
Registratiedocument.
Studies
Hoofdstuk 8.1 van het Jaarverslag 2025 bevat een overname
van een studie uitgevoerd door BONARD waarin de algemene
stand van zaken in de onderliggende Belgische resp. Nederlandse,
Spaanse, Portugese, Duitse, Poolse, Zweedse en Deense
vastgoedmarkt voor studentenhuisvesting wordt beschreven.
BONARD heeft ermee ingestemd dat deze informatie door middel
van verwijzing wordt opgenomen in dit Registratiedocument.
BONARD heeft aan de Vennootschap bevestigd dat het geen
andere materiële belangen in de Vennootschap heeft dan
dewelke voortvloeien uit de contractuele relatie van BONARD met
de Vennootschap als dienstverlener van de Vennootschap op het
gebied van marktinformatie in vastgoed.
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
281
282
VERKLARINGEN XIOR

Graphics
12
PERMANENT
DOCUMENT
ALGEMENE INFORMATIE
OVER DE VENNOOTSCHAP EN
GECOÖRDINEERDE STATUTEN
”
OVER 2025 BEDROEG DE LIKE-FOR-LIKE HUURGROEI
5,43%, GEDREVEN DOOR INDEXATIE EN EEN BLIJVEND
STERKE VRAAG NAAR STUDENTENHUISVESTING. „
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
283
284
PERMANENT DOCUMENT XIOR

Graphics
XIOR ROTSOORD
Utrecht - NEDERLAND
12.1 GEGEVENS OVER DE
VENNOOTSCHAP
12.1.1 NAAM, RECHTSVORM, STATUUT, DUUR EN
REGISTRATIEGEGEVENS
De Vennootschap is een naamloze vennootschap naar Belgisch
recht, en heeft het statuut van een openbare gereglementeerde
vastgoedvennootschap naar Belgisch recht (een "openbare
GVV" of "OGVV"). Zij draagt de benaming "Xior Student Housing"
of "Xior". Als openbare GVV valt de Vennootschap onder
het toepassingsgebied van de GVV-Wet en het GVV-KB. De
Vennootschap valt tevens onder het toepassingsgebied van het
Wetboek van vennootschappen en verenigingen.
Sinds 24 november 2015 heeft de Vennootschap de vergunning
als openbare GVV naar Belgisch recht, ingeschreven bij de FSMA.
De Vennootschap is een genoteerde vennootschap in de zin van
art. 1:11 WVV (en dus een “organisatie van openbaar belang” in de
zin van art. 1:12 WVV). De aandelen van Xior Student Housing zijn
sedert 11 december 2015 genoteerd op Euronext Brussels (XIOR).
De Vennootschap is ingeschreven in de Kruispuntbank van
Ondernemingen (RPR Antwerpen, afdeling Antwerpen) onder
ondernemingsnummer BE 0547.972.794.
De Vennootschap is opgericht voor een onbepaalde duur.
12.1.2 MAATSCHAPPELIJKE ZETEL EN VERDERE
CONTACTGEGEVENS
De maatschappelijke zetel van de Vennootschap is gelegen te
Frankrijklei 64-68, 2000 Antwerpen, België. De maatschappelijke
zetel kan bij besluit van de raad van bestuur worden verplaatst
in België.
De verdere contactgegevens van de Vennootschap zijn de
volgende:
Tel: +32 3 257 04 89 (Hoofdkantoor)
E-mail: info@xior.be
Website: www.xior.be
12.1.3 OPRICHTING
De Vennootschap werd op 10 maart 2014 opgericht als een
besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid onder
de benaming Xior Student Housing, bij akte verleden voor
notaris Peter Timmermans, te Antwerpen, zoals gepubliceerd in
de Bijlagen bij het Belgisch Staatsblad van 28 maart 2014 onder
nummer 14069091.
De Vennootschap werd opgericht met een maatschappelijk
kapitaal van EUR 20.000,00, vertegenwoordigd door 200
aandelen die als volgt werden toegekend aan de oprichters:
• Aloxe NV: 199 aandelen (99,50%); en
• Bimmoc BVBA: 1 aandeel (0,50%).
12.1.4 HISTORIEK VAN DE VENNOOTSCHAP
Hieronder wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste vennootschapsrechtelijke wijzigingen die hebben plaatsgevonden binnen
de Vennootschap, sedert de oprichting van de Vennootschap.
Datum Gebeurtenis
2014
10 maart 2014
Oprichting van de Vennootschap als besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid onder de benaming Xior Student
Housing met een maatschappelijk kapitaal van 20.000,00 EUR, vertegenwoordigd door 200 aandelen.
2015
23 september 2015
Omzetting van de Vennootschap in een naamloze vennootschap en verlenging boekjaar tot 31 december 2015.
Verhoging van het maatschappelijk kapitaal tot 1.250.000,00 EUR, vertegenwoordigd door 12.500 aandelen.
23 november 2015
Aandelensplitsing waarbij de bestaande 12.500 aandelen werden gesplitst in 42.500 nieuwe aandelen in een verhouding van 1
bestaand aandeel tegen 3,4 nieuwe aandelen.
Statutenwijziging naar aanleiding van de vergunning van de Vennootschap als openbare GVV, verleend door de FSMA op 24
november 2015.
11 december 2015
Verhoging van het maatschappelijk kapitaal tot 90.242.678,39 EUR, vertegenwoordigd door 4.626.780 aandelen ingevolge
diverse inbrengen in natura en een inbreng in geld, in het kader van de voltooiing van de IPO.
Kapitaalvermindering voor de creatie van een reserve tot dekking van voorzienbare verliezen met een bedrag van
6.960.638,39 EUR, waardoor het kapitaal op 83.282.040,00 EUR, vertegenwoordigd door 4.626.780 aandelen, werd gebracht.
Machtiging aan de raad van bestuur om het geplaatste maatschappelijk kapitaal van de Vennootschap in één of meer malen
te verhogen tot een bedrag gelijk aan 83.282.040,00 EUR.
Machtiging aan de raad van bestuur om eigen aandelen te verwerven, of in pand te nemen.
Machtiging aan de raad van bestuur om de eigen aandelen van de Vennootschap te verwerven, in onderpand te nemen en te
verkopen i.g.v. een ernstig en dreigend nadeel.
2016
1 maart 2016
Verhoging van het maatschappelijk kapitaal tot 87.433.866,00 EUR, vertegenwoordigd door 4.857.437 aandelen ingevolge de
fusie door overneming van Devimmo NV.
1 augustus 2016
Verhoging van het maatschappelijk kapitaal tot 88.754.814,00 EUR, vertegenwoordigd door 4.930.823 aandelen ingevolge de
fusie door overneming van C.P.G. CVBA.
11 oktober 2016
Verhoging van het maatschappelijk kapitaal tot 94.869.018,00 EUR, vertegenwoordigd door 5.270.501 aandelen ingevolge de
inbreng in natura van alle aandelen in de vennootschap Woonfront - Tramsingel Breda BV.
24 november 2016
Verwerving door Xior Student Housing NV van alle aandelen in Stubis BVBA.
16 december 2016
Geruisloze fusie met Xior Student Housing NV door overneming van (i) Karibu Invest BVBA (na geruisloze fusie van Karibu
Invest BVBA door overneming van Kwartma BVBA), (ii) Retail Design BVBA, (iii) Eindhoven De Kroon BV, en (iv) Woonfront -
Tramsingel Breda BV.
2017
17 januari 2017
Verhoging van het maatschappelijk kapitaal tot 97.538.994,00 EUR, vertegenwoordigd door 5.418.833 aandelen ingevolge de
inbreng in natura van een studentenpand (in aanbouw) te Brussel.
22 juni 2017
Verhoging van het maatschappelijk kapitaal tot 146.308.482,00 EUR, vertegenwoordigd door 8.128.249 aandelen ingevolge
de kapitaalverhoging door inbreng in geld, naar aanleiding van de SPO van juni 2017 (openbare aanbieding tot inschrijving op
nieuwe aandelen in het kader van een kapitaalverhoging in geld binnen het toegestane kapitaal met onherleidbaar toewij-
zingsrecht).
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
285
286
PERMANENT DOCUMENT XIOR

Graphics
15 december 2017
Geruisloze fusie met Xior Student Housing NV door overneming van Amstelveen Keesomlaan 6-10 BV, Bokelweg BV, Burgwal
BV, Utrecht Willem Dreeslaan BV, De Keulse Poort BV, The Safe BV, Woonfront-Antonia Veerstraat Delft BV, Woonfront-
Waldorpstraat Den Haag B.V. en Woude BV (na de voorafgaandelijke fusie tussen Woude BV als overnemende vennootschap
en Stein 1 B.V. als over te nemen vennootschap) en OHK Vastgoed BV.
2018
28 maart 2018
Verhoging van het maatschappelijk kapitaal tot 155.625.786,00 EUR vertegenwoordigd door 8.645.877 aandelen ingevolge de
inbreng in natura van een te renoveren studentenpand te Enschede.
27 april 2018
Hernieuwing van de machtiging aan de raad van bestuur om het geplaatste maatschappelijk kapitaal van de Vennootschap in
één of meer malen te verhogen.
12 juni 2018
Verhoging van het maatschappelijk kapitaal tot 233.438.670,00 EUR, vertegenwoordigd door 12.968.815 aandelen ingevolge
de kapitaalverhoging door inbreng in geld, naar aanleiding van de SPO van juni 2018 (openbare aanbieding tot inschrijving op
nieuwe aandelen in het kader van een kapitaalverhoging in geld binnen het toegestane kapitaal met onherleidbaar toewij-
zingsrecht).
12 december 2018
Verhoging van het maatschappelijk kapitaal tot 247.838.670,00 EUR, vertegenwoordigd door 13.768.815 aandelen ingevolge de
inbreng in natura van alle aandelen in de vennootschap All-In Annadal BV.
14 december 2018
Hernieuwing van de machtiging aan de raad van bestuur om het geplaatste maatschappelijk kapitaal van de Vennootschap in
één of meer malen te verhogen.
Statutenwijziging m.i.v. een doelwijziging om de statuten aan te passen ingevolge gewijzigde GVV-wetgeving.
2019
16 mei 2019
Geruisloze fusie met Xior Student Housing NV door overneming van Promiris Student NV.
4 juni 2019
Verhoging van het maatschappelijk kapitaal tot 250.541.244,00 EUR, vertegenwoordigd door 13.918.958 aandelen ingevolge
inbreng in natura in het kader van het keuzedividend.
13 juni 2019
Verhoging van het maatschappelijk kapitaal tot 258.297.246,00 EUR, vertegenwoordigd door 14.349.847 aandelen ingevolge de
inbreng in natura van de aandelen van de vastgoedvennootschap die eigenaar is van studentensite “Studax” te Leuven.
29 oktober 2019
Verhoging van het maatschappelijk kapitaal tot 344.396.322,00 EUR, vertegenwoordigd door 19.133.129 aandelen ingevolge de
kapitaalverhoging door inbreng in geld, naar aanleiding van de SPO van oktober 2019 (openbare aanbieding tot inschrijving op
nieuwe aandelen in het kader van een kapitaalverhoging in geld binnen het toegestaan kapitaal met onherleidbaar toewij-
zingsrecht).
6 november 2019
Hernieuwing van de machtiging aan de raad van bestuur om het geplaatste maatschappelijk kapitaal van de Vennootschap in
één of meer malen te verhogen.
23 december 2019
Geruisloze fusie met Xior Student Housing NV door overneming van Alma Student NV.
2020
18 juni 2020
Verhoging van het maatschappelijk kapitaal tot 347.315.238,00 EUR vertegenwoordigd door 19.295.291 aandelen ingevolge de
inbreng in natura van een schuldvordering van L.I.F.E. NV ten aanzien van de Vennootschap.
7 oktober 2020
Verhoging van het maatschappelijk kapitaal tot 359.150.940,00 EUR vertegenwoordigd door 19.952.830 aandelen ingevolge de
inbreng in natura van de aandelen in Patrimonnia Couronne-Franck NV ten aanzien van de Vennootschap.
25 november 2020
Verhoging van het maatschappelijk kapitaal tot 378.835.938,00 EUR vertegenwoordigd door 21.046.441 aandelen in gevolge
van een kapitaalverhoging in geld binnen het toegestaan kapitaal met opheffing van het wettelijk voorkeurrecht van, en zonder
toekening van een onherleidbaar toewijzingsrecht aan, de bestaande aandeelhouders, door middel van een vrijgestelde
versnelde private plaatsing bij internationale institutionele beleggers met samenstelling van een orderboek (“accelerated
bookbuild” of “ABB”).
2021
9 maart 2021
Verhoging van het maatschappelijk kapitaal tot 454.603.122,00 EUR vertegenwoordigd door 25.255.729 aandelen in gevolge
van een kapitaalverhoging in geld binnen het toegestaan kapitaal met opheffing van het wettelijk voorkeursrecht van, en met
toekenning van onherleidbare toewijzingsrechten aan, de bestaande aandeelhouders.
24 juni 2021
Hernieuwing van de machtiging aan de raad van bestuur om het geplaatste maatschappelijk kapitaal van de Vennootschap in
één of meer malen te verhogen en aanpassing van de statuten aan het wetboek van vennootschappen en verenigingen.
30 juni 2021
Geruisloze fusie door overneming van Xior Campus Hasselt NV.
29 november 2021
Geruisloze fusie door overneming van Patrimmonia Couronne-Franck NV, Docks Gent BV en Voskenslaan NV.
7 december 2021
Verhoging van het maatschappelijk kapitaal tot 500.063.418,00 EUR vertegenwoordigd door 27.781.301 aandelen in gevolge
van een kapitaalverhoging in geld binnen het toegestaan kapitaal met opheffing van het wettelijk voorkeurrecht van, en zonder
toekenning van een onherleidbaar toewijzingsrecht aan, de bestaande aandeelhouders, door middel van een vrijgestelde
versnelde private plaatsing bij internationale institutionele beleggers met samenstelling van een orderboek (“accelerated
bookbuild” of “ABB”).
2022
18 mei 2022
Verhoging van het maatschappelijk kapitaal tot 504.203.796,00 EUR vertegenwoordigd door 28.011.322 aandelen in gevolge
van een kapitaalverhoging binnen het toegestaan kapitaal door inbreng in natura van de netto-dividendvorderingen van de
aandeelhouders op de Vennootschap (keuzedividend).
13 juni 2022
Verplaatsing van de maatschappelijke zetel van Mechelsesteenweg 34/108, 2018 Antwerpen, naar Frankrijklei 64-68, 2000
Antwerpen.
15 september 2022
Verhoging van het maatschappelijk kapitaal tot 625.545.774 EUR vertegenwoordigd door 34.752.543 aandelen ingevolge de
inbreng in natura van aandelen.
29 december 2022
Geruisloze fusie door overneming van Xior AGBL NV.
2023
28 februari 2023
Geruisloze fusie door overneming van Invest Drève St. Pierre NV.
25 april 2023
Verhoging van het maatschappelijk kapitaal tot 641.126.898 EUR vertegenwoordigd door 35.618.161 aandelen ingevolge een
kapitaalverhoging binnen het toegestaan kapitaal door inbreng in natura van schuldvorderingen (met name de inbreng van
het Basecamp management en ontwikkelingsactiviteiten).
31 augustus 2023
Geruisloze fusie door overneming van City'zen BV.
18 december 2023
Verhoging van het maatschappelijk kapitaal tot 688.100.346 EUR vertegenwoordigd door 38.227.797 aandelen ingevolge een
kapitaalverhoging binnen het toegestaan kapitaal door inbreng in geld met opheffing van het wettelijk voorkeurrecht van, en
zonder toekenning van een onherleidbaar toewijzingsrecht aan, de bestaande aandeelhouders, door middel van een vrijge-
stelde versnelde private plaatsing bij internationale institutionele beleggers met samenstelling van een orderboek (“accelera-
ted bookbuild” of “ABB”).
2024
31 januari 2024
Geruisloze fusie door overneming van Xior Namen BV, Xior Octopus NV en Xior Ruhl NV.
19 februari 2024
Hernieuwing van de machtiging aan de raad van bestuur om het geplaatste maatschappelijk kapitaal van de Vennootschap in
één of meer malen te verhogen en aanpassing van de statuten aan het wetboek van vennootschappen en verenigingen.
18 april 2024
Verhoging van het maatschappelijk kapitaal tot 700.284.132 EUR vertegenwoordigd door 38.904.674 aandelen ingevolge een
kapitaalverhoging binnen het toegestaan kapitaal door inbreng (eerste earn-out verplichting in het kader van de Basecamp
transactie).
04 juni 2024
Verhoging van het maatschappelijk kapitaal tot 712.351.908 EUR, vertegenwoordigd door 39.575.106 aandelen ingevolge
inbreng in natura in het kader van het keuzedividend.
27 juni 2024
Verhoging van het maatschappelijk kapitaal tot 740.300.940 EUR vertegenwoordigd door 41.127.830 aandelen ingevolge een
kapitaalverhoging binnen het toegestaan kapitaal door inbreng in natura in het kader van de acquisitie van Campo Pequeno
(Portugal).
5 juli 2024
Verhoging van het maatschappelijk kapitaal tot 762.197.094 EUR vertegenwoordigd door 42.344.283 aandelen ingevolge een
kapitaalverhoging binnen het toegestaan kapitaal door inbreng in natura in het kader van de acquisitie van LivinnX (Polen).
12 september 2024
Hernieuwing van de machtiging aan de raad van bestuur om het geplaatste maatschappelijk kapitaal van de Vennootschap in
één of meer malen te verhogen en aanpassing van de statuten aan het wetboek van vennootschappen en verenigingen.
30 september 2024
Geruisloze fusie door overneming van Xior Ommegang NV en Xior Hasselt NV.
2025
21 januari 2025
Verhoging van het maatschappelijk kapitaal tot 813.995.658,00 EUR vertegenwoordigd door 45.221.981 aandelen in gevolge
van een kapitaalverhoging in geld binnen het toegestaan kapitaal met opheffing van het wettelijk voorkeurrecht van, en zonder
toekenning van een onherleidbaar toewijzingsrecht aan, de bestaande aandeelhouders, door middel van een vrijgestelde
versnelde private plaatsing bij internationale institutionele beleggers met samenstelling van een orderboek (“accelerated
bookbuild” of “ABB”).
4 april 2025
Hernieuwing van de machtiging aan de raad van bestuur om het geplaatste maatschappelijk kapitaal van de Vennootschap in
één of meer malen te verhogen en aanpassing van de statuten aan het wetboek van vennootschappen en verenigingen.
14 april 2025
Verhoging van het maatschappelijk kapitaal tot 824.713.182 EUR vertegenwoordigd door 45.817.399 aandelen ingevolge een
kapitaalverhoging binnen het toegestaan kapitaal door inbreng (tweede earn-out verplichting in het kader van de Basecamp
transactie).
5 juni 2025
Verhoging van het maatschappelijk kapitaal tot 840.511.692 EUR, vertegenwoordigd door 46.695.094 aandelen ingevolge
inbreng in natura in het kader van het keuzedividend.
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
287
288
PERMANENT DOCUMENT XIOR

Graphics
12.1.4.1 Kapitaal van de Vennootschap
Een tabel die een overzicht van de evolutie van het maatschappelijk
kapitaal van de Vennootschap bevat, is opgenomen in Hoofdstuk
10.9.17 van dit Jaarverslag.
12.1.4.2 Statuut als openbare gereglementeerde vast-
goedvennootschap
Xior Student Housing heeft het statuut van openbare GVV.
De gereglementeerde vastgoedvennootschap wordt in de
GVV-Wetgeving gedefinieerd vanuit haar activiteit. Deze
activiteit bestaat in de eerste plaats uit het ter beschikking
stellen, rechtstreeks of via een vennootschap waarin zij een
deelneming bezit, van onroerende goederen aan gebruikers.
Daarnaast kan zij ook, binnen de daartoe bepaalde grenzen,
ander vastgoed bezitten (zoals aandelen in openbare en
institutionele GVV's, aandelen in openbare en institutionele
vastgoedbevaks, rechten van deelneming in bepaalde
buitenlandse ICB’s, aandelen uitgegeven door bepaalde andere
REIT’s, vastgoedcertificaten en rechten van deelneming in een
gespecialiseerd vastgoedbeleggingsfonds), en kan zij tevens op
lange termijn rechtstreeks, of via een vennootschap waarin zij een
deelneming bezit overeenkomstig de bepalingen van de GVV-
Wetgeving, desgevallend in samenwerking met derden (i) met een
publieke opdrachtgever samenwerkingsverbanden sluiten en (ii)
nuts- en andere voorzieningen en installaties ontwikkelen, laten
ontwikkelen, oprichten, laten oprichten, beheren, laten beheren,
uitbaten, laten uitbaten of ter beschikking stellen. De GVV kan
in dat kader alle activiteiten uitoefenen die verbonden zijn aan
de oprichting, de verbouwing, de renovatie, de ontwikkeling (voor
eigen portefeuille), de verwerving, de vervreemding, het beheer
en de exploitatie van onroerende goederen. De GVV volgt een
strategie die ertoe strekt haar vastgoed voor lange termijn in bezit
te houden. Zij stelt bij de uitoefening van haar activiteiten een
actief beheer centraal, wat met name impliceert dat zij zelf instaat
voor de aansturing van haar activiteiten en de ontwikkeling en het
dagelijks beheer van de onroerende goederen, en dat alle andere
activiteiten die zij uitoefent, een toegevoegde waarde hebben
voor diezelfde onroerende goederen of de gebruikers ervan,
zoals de aanbieding van diensten die een aanvulling vormen op
de terbeschikkingstelling van de betrokken onroerende goederen.
Een openbare GVV is een gereglementeerde vastgoedvennoot-
schap waarvan de aandelen tot de verhandeling op een geregle-
menteerde markt toegelaten zijn en die financiële middelen in
België of in het buitenland aantrekt via een openbare aanbieding
van aandelen.
Een GVV is onderworpen aan een strikt wettelijk regime. De
Belgische wetgever heeft ervoor gezorgd dat de GVV een grote
mate van transparantie biedt met betrekking tot haar activiteiten
en verplicht dat ten minste 80% van het gecorrigeerd positief
nettoresultaat (in de zin van artikel 13 van het GVV-KB), verminderd
met de nettodaling van de schuldenlast van de GVV in de loop van
het boekjaar, wordt uitgekeerd. Een GVV geniet bovendien van
een bijzonder fiscaal regime.
De GVV is onderworpen aan het toezicht van de FSMA, alsook aan
een specifieke reglementering. De voornaamste kenmerken van
deze reglementering zijn de volgende:
• De GVV moet de vorm aannemen van een naamloze vennoot-
schap.
• De aandelen van een openbare GVV moeten verplicht toege-
laten zijn tot de verhandeling op een Belgische gereglemen-
teerde markt en tenminste 30% van haar stemrechtverlenende
effecten dient continu en permanent in het bezit te zijn van
het publiek.
• De raad van bestuur van de GVV moet zo worden samengesteld
dat de GVV conform artikel 4 van de GVV-Wet kan worden be-
stuurd. De toegelaten activiteiten van de GVV moeten in es-
sentie beperkt blijven tot de activiteiten voorzien in artikel 4
van de GVV-Wet, zoals hierboven nader beschreven.
• Ze moet strikte regels op het vlak van belangenconflicten en
interne controlestructuren naleven.
• De GVV mag niet optreden als bouwpromotor, behalve als dit
occasioneel gebeurt.
• De portefeuille moet worden geboekt tegen Reële Waarde
(onder IFRS); de GVV mag haar vastgoed niet afschrijven.
• De activa van de GVV wordt zowel periodiek (per kwartaal) als
op ad hoc basis (bijvoorbeeld als de GVV aandelen uitgeeft of
tot een fusie overgaat) gewaardeerd door een onafhankelijke
Waarderingsdeskundige. De deskundige mag slechts gedu-
rende maximaal drie jaar met de waardering van een bepaald
actief worden belast. Na afloop van deze periode mag hij dit
actief pas weer waarderen nadat een periode van drie jaar ver-
streken is na afloop van de vorige periode.
• Tenzij dit het gevolg is van een variatie van de Reële Waarde van
de activa, mag de geconsolideerde en enkelvoudige schuldratio
van de GVV niet meer bedragen dan 65% van de, naargelang
het geval, geconsolideerde of enkelvoudige activa, onder aftrek
van de toegelaten afdekkingsinstrumenten, overeenkomstig
artikel 23 van het GVV-KB.
• De jaarlijkse financiële kosten die aan de schuldenlast van
de GVV en haar perimetervennootschappen zijn verbonden
mogen op geen enkel ogenblik meer bedragen dan 80% van
het geconsolideerde netto-bedrijfsresultaat van de GVV, over-
eenkomstig artikel 25 van het GVV-KB.
• Het geven van zekerheden, is enkel toegestaan in het kader van
de financiering van de activiteiten van de Vennootschap of de
Groep, en is beperkt tot 50% van de totale Reële Waarde van
de geconsolideerde activa en, per bepaald bezwaard actief, tot
75% van de waarde van dat bezwaard actief.
• De GVV diversifieert haar beleggingen zodanig dat de risico's
op passende wijze zijn gespreid. In principe mag de GVV geen
"activageheel" aanhouden dat meer dan 20% van de geconso-
lideerde activa vertegenwoordigt.
• Ten minste 80% van het gecorrigeerd positief nettoresultaat
(in de zin van artikel 13 van het GVV-KB), verminderd met de
nettodaling van de schuldenlast van de GVV in de loop van
het boekjaar, moet worden uitgekeerd als vergoeding van het
kapitaal.
• Dividenden die uitgekeerd worden door een openbare GVV
(zoals Xior), zijn principieel onderworpen aan 30% roerende
voorheffing in België (cf. artikelen 171, 3° io. 269, §1, 1° van het
Wetboek van de inkomstenbelastingen).
• De resultaten (huurinkomsten en meerwaarden uit verkoop,
verminderd met de exploitatie-uitgaven en financiële lasten)
van de GVV in België zijn vrijgesteld van vennootschapsbe-
lasting. De GVV is weliswaar onderworpen aan de vennoot-
schapsbelasting tegen het normale tarief, maar slechts op een
beperkte belastbare grondslag, bestaande uit de som van (i)
de door haar ontvangen abnormale of goedgunstige voorde-
len en (ii) de niet als beroepskosten aftrekbare uitgaven en
kosten, andere dan waardeverminderingen en minderwaarden
op aandelen (cf. artikel 185bis van het Wetboek van de inkom-
stenbelastingen). Daarnaast kan zij worden onderworpen aan
de bijzondere aanslag geheime commissielonen van 103%, dan
wel 51,5% indien de verkrijger een rechtspersoon is, op de uit-
gekeerde commissies en bezoldigingen die niet worden verant-
woord door individuele fiches en een samenvattende opgave.
De resultaten uit de activiteiten in Nederland, Portugal, Polen,
Denemarken, Duitsland, Zweden en Luxemburg zijn onderwor-
pen aan lokale inkomstenbelasting. De Spaanse dochters van
de GVV die eigenaar zijn van vastgoed vallen onder het Socimi
statuut, de Spaanse equivalent van het GVV statuut. Volgende
Belgische (dochter)vennootschappen zijn ingeschreven op de
lijst van gespecialiseerde vastgoedbeleggingsfondsen: Stratos
KvK NV, Xior Bonnefanten NV, Xior Breda NV, Xior Delft NV, Xior
Enschede I NV, Xior LBW NV, Xior Wageningen NV, Xior Studio
Park Breda NV, Xior Brinktoren NV, Xior Brinktoren 2 NV, Xior
Brinktoren 3 NV, Xior Tweebaksmarkt NV en XL Fund NV.
BASECAMP BY XIOR
Leipzig - DUITSLAND
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
289
290
PERMANENT DOCUMENT XIOR

Graphics
FREE FLOAT
82,78%
CAR LOGISTICS BRUSSELS NV
6,31%
ALOXE NV
10,91%
E2H
6,13%
XIOR STUDENT HOUSING NV
BE BE & NL NL LUX ES PT PL DE DK SE
STUBIS BV
XIOR LBW NV XL FUND STUBEANT BV (NL) XIOR NARITAWEG BV
BORGONDO
FACILITIES BV
(99.99%)
XIOR ROTSOORD BV
XIOR POTSDAM
GOLM S.à.r.l.
XIOR QUALITY
STUDENT HOUSING SL
I LOVE BARCELONA
CAMPUS BESOS SL
CAMPOPRE INVESTMENTS
– SIC IMOBILIÁRIA
FECHADA, S.A.
XIOR STUDENT
OPERATIONS POLAND
SP. Z.O.O.
XIOR LEIPZIG
PRAGERSTRASSE
GMBH
XIOR STUDENT
OPERATIONS NORDIC
APS
XIOR MALMÖ
VÄSTRA
HAMMEN AB
XIOR
BONNEFANTEN BV
XIOR
WAGENINGEN NV
XL NL 1
Coöperatie UA
(NL)
XL NL 2
Coöperatie UA
(NL)
ROOSEVELT NV
XIOR STUDENT
HOUSING NL BV
XIOR KARSPELDREEF
AMSTERDAM BV
ALL- IN ANNADAL BV
MINERVA STUDENT
HOUSING SOCIMI S.L.
MOSQUERA
DIRECTORSHIP S.L.
UHUB INVESTMENTS
BOAVISTA II S.A.
(25%+1)
XIOR ŁÓDŹ
REWOLUCJI
SP. Z.O.O.
XIOR COPENHAGEN
SOUTH APS
STATOS KVK NV
XIOR
TWEEBAKSMARKT NV
STUBIS NL IV BV
LEEUWARDEN
TESSELSCHADESTR.
BV
XIOR ZERNIKE
COOP UA
TERRA DIRECTORSHIP
S.L.
MANAGUA
DIRECTORSHIP S.L.U.
XSHPT Portugal SA
XIOR ŁÓDŹ
REMBIELINSKIEGO
SP. Z.O.O.
XIOR AARHUS
KATRINEHOJ APS
XIOR BREDA NV TRI-BIS BV
XIOR
GRONINGEN BV
XIOR STUDENT
HOUSING NL 2 BV
STUBIS NL BV
HUBR STUDENT
HOUSING S.L. (25%+1)
COLLBLANC STUDENT
HOUSING SOCIMI S.L
XSH BENFICA S.A.
XIOR KATOWICE
PADEREWSKIEGO
SP. Z.O.O.
XIOR LYNGBY SKOV
-
BRYNET APS
XIOR CARRÉ NV
XIOR
BRINKTOREN NV
Amstelveen
Laan van
Kronenburg 2 BV
STUDENT PROPERTIES
SPAIN SOCIMI S.A.
XIOR STUDENT
HOUSING SPAIN S.L.U.
XSH SAO JOAO S.A.
XIOR WARSZAWA
WENEDOW SP. Z.O.O.
XIOR LYNGBY
RESIDENTIAL APS
XIOR STUDIO PARK
BREDA NV
XIOR OAM NV
XSH OPERATIONS
PORTUGAL LDA.
XIOR STUDENT
HOUSING KRAKAU
SP. Z.O.O.
XIOR DELFT NV
XIOR BRINKTOREN 2
NV
UHUB INVESTMENT
LUMIAR S.A.
XIOR WARSZAWA
WOLSKA SP. Z.O.O.
XIOR ENSCHEDE I NV
XIOR BRINKTOREN 3
NV
XIOR WROCLAW
SIENKIEWICZA SP.
Z.O.O.
XIOR SERAING NV
(99,99%)
XIOR WROCLAW
SIENKIEWICZA
OPERATIONS SP. Z.O.O.
12.1.5 EXTERNE GROEPSSTRUCTUUR
Per 31 december 2025 ziet de groepsstructuur van de Vennootschap er als volgt uit:
Voor een verdeling van het aandeelhouderschap wordt verwezen
naar Hoofdstuk 6.1.3.2 van dit Jaarverslag.
12.1.6 INTERNE ORGANISATIESTRUCTUUR
Over boekjaar 2025 telt het gemiddeld personeelsbestand 246
in VTE’s van de Vennootschap, exclusief het management team,
verdeeld onder een operationeel departement (onder leiding
van de CEO en COO) en een ondersteunend administratief
departement (onder leiding van de CFO).
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
291
292
PERMANENT DOCUMENT XIOR

Graphics
Naam Jurisdictie % aandelen Aangehouden door
Stratos KvK NV
België 100% XSH
Stubis BV
België 100% XSH
Xior Studio Park Breda NV
België 100% XSH
Xior Bonnefanten NV
België 100% XSH
Xior Breda NV
België 100% XSH
Xior Carré NV
België 100% XSH
Xior Delft NV
België 100% XSH
Xior Enschede I NV
België 100% XSH
Xior LBW NV
België 100% XSH
Xior Wageningen NV
België 100% XSH
XL Fund NV
België 100% XSH
> XL NL 1 Coöperatie UA Nederland 100% XL Fund
> XL NL 2 Coöperatie UA Nederland 100% XL Fund
Stubeant BV
Nederland 100% XSH
> Roosevelt NV België 100% Stubeant
Tri-Bis BV
België 100% XSH
Xior Tweebaksmarkt NV
België 100% XSH
Xior OAM NV
België 100% XSH
Xior Brinktoren NV
België 100% XSH
Xior Brinktoren 2 NV
België 100% XSH
Xior Brinktoren 3 NV
België 100% XSH
Xior Seraing NV
België 99,99% XSH
Xior Rotsoord BV
Nederland 100% XSH
Xior Naritaweg BV
Nederland 100% XSH
Stubis NL BV
Nederland 100% XSH
> Amstelveen Laan van Kronenbrug 2 BV Nederland 100% Stubis NL
Leeuwarden Tesselschadestraat BV
Nederland 100% XSH
All-In Annadal BV
Nederland 100% XSH
Xior Student Housing NL BV
Nederland 100% XSH
Xior Karspeldreef Amsterdam BV
Nederland 100% XSH
Xior Groningen BV
Nederland 100% XSH
Xior Zernike Coöperatie UA
Nederland 100% XSH
Xior Student Housing NL 2 BV
Nederland 100% XSH
Stubis NL IV BV
Nederland 100% XSH
Borgondo Facilities BV
Nederland 99,99% XSH
Minerva Student Housing SOCIMI S.L.U.
Spanje 100% XSH
Xior Quality Student Housing S.L.U.
Spanje 100% XSH
I Love Barcelona Campus Bèsos S.A.U.
Spanje 100% XSH
Mosquera Directorship SOCIMI S.L.U.
Spanje 100% XSH
Terra Directorship S.L.U.
Spanje 100% XSH
Naam Jurisdictie % aandelen Aangehouden door
Managua Directorship S.L.U.
Spanje 100% XSH
Minerva Student Housing SOCIMI S.L.U.
Spanje 100% XSH
Collblanc Student Housing SOCIMI S.L.U.
Spanje 100% XSH
HUBR Student Housing S.L.
Spanje 25%+1 XSH
Student Properties Spain SOCIMI S.A.
Spanje 100% XSH
Xior Student Housing Spain S.L.U.
Spanje 100% XSH
XSHPT Portugal SA
Portugal 100% XSH
Student Properties Spain SOCIMI S.A.
Portugal 100% XSH
Xior Student Housing Spain S.L.U.
Portugal 100% XSH
XSHPT Portugal SA
Portugal 100% XSH
> XSH BENFICA SA Portugal 100% XSHPT
> XSH Sao Joao S.A. Portugal 100% XSHPT
> XSH Operations Portugal Lda. Portugal 85% XSHPT
> Uhub Investment Lumiar S.A. Portugal 100% XSHPT
Uhub Investments Boavista II S.A.
Portugal 25%+1 XSH
Campopre Investments – SIC Imobiliária Fechada S.A.
Portugal 100% XSH
Xior Warszawa Wenedow Sp. z.o.o.
Polen 100% XSH
ST. Łódź Rembielińskiego Sp. z.o.o.
Polen 100% XSH
Xior Łódź Rewolucji Sp. z.o.o.
Polen 100% XSH
Xior Katowice Paderewskiego Sp. z.o.o.
Polen 100% XSH
Xior Student Operations Poland Sp. z.o.o.
Polen 100% XSH
Xior Wroclaw Sienkiewicza sp. z.o.o
Polen 100% XSH
Xior Wrocław Sienkiewicza Operations sp. z o.o.
Polen 100% XSH
Xior Warszawa Wolska sp. z.o.o.
Polen 100% XSH
Xior Student Housing Krakow sp. z.o.o.
Polen 100% XSH
Xior Leipzig Pragerstrasse GmbH
Duitsland 100% XSH
Xior Student Operations Nordic ApS
Denemarken 100% XSH
Xior Lyngby Residential ApS
Denemarken 100% XSON
Xior Lyngby Skovbrynet ApS
Denemarken 100% XSON
Xior Copenhagen South ApS
Denemarken 100% XSON
Xior Aarhus Katrinehoj ApS
Denemarken 100% XSON
Xior Malmö Västra Hammen AB
Zweden 100% XSH
Xior Potsdam S.à.r.l
Luxemburg 100% XSH
De afkortingen die worden gebruikt in de laatste kolom van de
tabel hierna hebben de volgende betekenis:
XSH: Xior Student Housing NV
XQSH: Xior Quality Student Housing SA
SPS: Student Properties Spain SOCIMI SA
XSHPT: XSHPT SA
XSON: Xior Student Operations Nordics Aps
12.1.7 DOCHTERVENNOOTSCHAPPEN
De Vennootschap heeft op 31 december 2025 onderstaande dochter- en kleindochtervennootschappen en participaties die
rechtstreeks en onrechtstreeks worden aangehouden door de Vennootschap.
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
293
294
PERMANENT DOCUMENT XIOR

Graphics
12.1.8 BESCHIKBAARHEID VAN
VENNOOTSCHAPSDOCUMENTEN EN ANDERE
INFORMATIE
De Vennootschap moet haar (herwerkte en gewijzigde)
(gecoördineerde) statuten en andere akten die moeten worden
gepubliceerd in de Bijlagen bij het Belgisch Staatsblad neerleggen
ter griffie van de Rechtbank van Koophandel te Antwerpen (België),
afdeling Antwerpen, waar deze beschikbaar zijn voor het publiek.
Een kopie van de meest recente coördinatie van de statuten en
het corporate governance charter zal tevens beschikbaar worden
gesteld op de website van de Vennootschap. Het Jaarverslag
2024 resp. 2023 wordt opgenomen door middel van verwijzing,
en kan eveneens worden geraadpleegd op de website van de
Vennootschap.
Overeenkomstig de Belgische wetgeving moet de Vennootschap
ook geauditeerde enkelvoudige en geconsolideerde jaarrekeningen
opstellen. De enkelvoudige en geconsolideerde jaarrekeningen
en de daarop betrekking hebbende verslagen van de raad van
bestuur en de commissaris worden neergelegd bij de Nationale
Bank van België, waar ze beschikbaar zijn voor het publiek. Als
genoteerde vennootschap is de Vennootschap bovendien
verplicht om haar halfjaarlijkse verkorte financiële overzichten
te publiceren, alsook haar gecontroleerde jaarrekeningen, het
verslag van de commissaris en het Jaarverslag van de raad van
bestuur van de Vennootschap.
De Vennootschap moet aan het publiek de informatie
bekendmaken die als "voorwetenschap" wordt gekwalificeerd
onder de toepasselijke regelgeving. De Vennootschap moet
ook informatie over haar aandeelhoudersstructuur en bepaalde
andere informatie bekendmaken aan het publiek.
In overeenstemming met het Koninklijk Besluit van 14 november
2007, wordt dergelijke informatie en documentatie beschikbaar
gesteld via persberichten, de financiële pers in België, de website
van de Vennootschap (op voorwaarde dat de voorwaarden
uiteengezet in artikel 14 van het Koninklijk Besluit van 14 november
2007 zijn voldaan), de communicatiekanalen van Euronext
Brussels of een combinatie van deze media, via dewelke deze
documenten kunnen worden geraadpleegd.
De website van de Vennootschap bevindt zich op het adres
www.xior.be. Een kopie van voornoemde documenten kan
eveneens worden verkregen op de zetel van de Vennootschap.
12.2 DIENSTVERLENERS VAN DE
VENNOOTSCHAP
12.2.1 WAARDERINGSDESKUNDIGEN
De Vennootschap doet overeenkomstig artikel 24 iuncto
artikel 47 e.v. van de GVV-Wet een beroep op onafhankelijke
Waarderingsdeskundigen die verantwoordelijk zijn voor de
periodieke en occasionele waarderingen van haar activa.
De vastgoedexpertise-opdrachten met betrekking tot de in België
en Nederland gelegen onroerende goederen worden toevertrouwd
aan Stadim BV, Mechelsesteenweg 180, 2018 Antwerpen – België. De
vastgoedexpertise-opdrachten met betrekking tot de in Portugal
gelegen onroerende goederen worden toevertrouwd aan Cushman
& Wakefield, Avenida de Liberdade 131-5°, 1250-140 Lissabon. De
vastgoedexpertise-opdrachten met betrekking tot de in Spanje
gelegen onroerende goederen worden enerzijds toevertrouwd
aan CBRE, Edificio Castellano 200, P° de la Castellana 202 planta
8, 28046 Madrid en anderzijds aan Cushman & Wakefield, Jose
Ortega y Gasset 29 6th Floor Edificio Beatriz, 28006 Madrid.
De vastgoedexpertise-opdrachten met betrekking tot de in
Polen, Duitsland, Denemarken en Zweden gelegen onroerende
goederen worden toevertrouwd aan CBRE Limited UK, St. Martin’s
Court, 10 Paternoster Row EC4M 7 HP London Londen, Verenigd
Koninkrijk. Een deel van de Poolse portefeuille wordt rechtstreeks
gewaardeerd door CBRE Sp.z.o.o., Rondo Daszynskiego 1, Warsaw,
Poland (samen, de "Waarderingsdeskundigen"). Hiertoe hebben
de Vennootschap en de respectieve Waarderingsdeskundigen
vastgoedexpertise-overeenkomsten afgesloten, in het kader
waarvan de Waarderingsdeskundigen optreden als schatter (i)
voor de initiële waardering van het vastgoed van de Vennootschap
naar aanleiding van haar vergunning als OGVV, (ii) voor de jaarlijkse
herwaardering en de trimestriële aanpassingen, alsook (iii) voor
eventuele latere schattingen van activa die de Vennootschap zou
wensen te verwerven of te verkopen. De Waarderingsdeskundigen
actualiseren bovendien de totale waardering van de activa van
de Vennootschap op grond van de marktevolutie en de eigen
kenmerken van het betrokken actief, en dit op het einde van elk
trimester.
Op basis van de overeenkomsten met de Waarderingsdeskundigen,
zijn de Waarderingsdeskundigen aangesteld voor een vaste
periode van drie jaar, welke voor de eerste keer, voor Nederland
en België een aanvang heeft genomen op 1 januari 2016.
Overeenkomstig artikel 24 van de GVV-Wet, kan in voorkomend
geval een nieuwe overeenkomst pas worden afgesloten met
de Waarderingsdeskundigen nadat een periode van drie jaar
is verlopen tussen het aflopen van de huidige periode en
de nieuw af te sluiten periode (rotatie-principe). Aangezien
de Waarderingsdeskundigen echter rechtspersonen zijn, is
bovenvermeld rotatie-principe uitsluitend van toepassing op de
natuurlijke personen die de respectieve Waarderingsdeskundigen
vertegenwoordigen, op voorwaarde dat de respectieve
Waarderingsdeskundigen aantonen dat tussen deze natuurlijke
personen een passende functionele onafhankelijkheid bestaat.
Met toepassing van dit “intern” rotatie-principe, werd het
mandaat van de Waarderingsdeskundig hernieuwd voor een
driejarige periode, waarbij Stadim tot 31 december 2025 wordt
vertegenwoordigd door Frederik Boumans.
Het contract met Cushman & Wakefield Portugal werd getekend op
7 mei 2019, waarbij Cushman & Wakefield wordt vertegenwoordigd
door Silvia Vicente.
Het contract met Cushman & Wakefield Spanje werd getekend op
01 januari 2024, vertegenwoordigd door James Bird.
Het contract met CBRE Spanje werd getekend op 15 januari 2019,
vertegenwoordigd door Pablo Carnicero and Josep Carrió.
Het contract met CBRE UK werd getekend op 29 april 2022
waarbij CBRE UK wordt vertegenwoordigd door Paul Watkinson
en Louise Hartgen.
Het contract met CBRE Polen werd getekend op 30 september
2024, waarbij CBRE Polen wordt vertegenwoordigd door Maciej
Wojcikiewicz.
De Waarderingsdeskundigen waarderen alle onroerende goederen
(terreinen en gebouwen) die zich in de vastgoedportefeuille van
de Vennootschap zullen bevinden.
De Waarderingsdeskundigen hebben recht op een jaarlijkse
vergoeding in functie van de omvang van de portefeuille van
de Vennootschap. De vergoeding van de deskundigen houdt
noch rechtstreeks noch onrechtstreeks verband met de waarde
van het door hen aan een expertise onderworpen vastgoed.
Over boekjaar 2024 bedraagt de globale vergoeding van de
Waarderingsdeskundigen 795.462 EUR (incl. BTW), waarvan
445.888 EUR voor Stadim , 72.428 EUR voor Cushman & Wakefield
Portugal, 57.650 EUR voor CBRE Spanje, 21.393 EUR voor Cushman
& Wakefield Spanje, 179.346 EUR voor CBRE UK en 18.757 EUR voor
CBRE Polen.
12.2.2 COMMISSARIS
De Vennootschap heeft tijdens de gewone algemene
vergadering gehouden op 16 mei 2024, PricewaterhouseCoopers
Bedrijfsrevisoren BV (ofwel PwC), met maatschappelijke zetel te
Culliganlaan 5, 1831 Machelen, ingeschreven bij de Kruispuntbank
van Ondernemingen onder het ondernemingsnummer BTW BE
0429.501.944 (RPR Brussel, Nederlandstalig), vertegenwoordigd
door de heer Jeroen Bockaert, bedrijfsrevisor, en lid van het
Instituut van de Bedrijfsrevisoren, herbenoemd als commissaris
van de Vennootschap (d.i. de Commissaris), en dit tot en met de
gewone algemene vergadering die zal beslissen over de jaarrekening
opgesteld voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2026.
Het derde mandaat van drie jaar van PwC liep af op de jaarlijkse
algemene vergadering van 16 mei 2024. Daarom heeft de
Vennootschap, in overeenstemming met de vereisten van artikel
3:61, §3 Wetboek van vennootschappen en verenigingen en
artikelen 16 en 17 van EU-verordening nr. 537/2014, een openbare
aanbestedingsprocedure georganiseerd voor de aanstelling van
haar commissaris.
Na afronding van de openbare aanbestedingsprocedure
beraadslaagde het Audit- en Risk Comité van de Vennootschap
over deze procedure, evalueerde de voorstellen ontvangen
van deelnemende auditkantoren in overeenstemming
met de selectiecriteria die vooraf waren vastgelegd in
de aanbestedingsdocumenten die op de website van de
Vennootschap zijn gepubliceerd, en diende een formele
aanbeveling in bij de Raad van Bestuur.
In overeenstemming met de toepasselijke wetgeving heeft het ARC
formeel twee auditkantoren (waaronder PwC) aanbevolen aan de
Raad van Bestuur, met een voorkeur voor PwC die met redenen
omkleed was gemotiveerd op basis van de bovengenoemde
selectiecriteria. PwC kwam als beste kandidaat naar voren op
basis van een algehele beoordeling van de selectiecriteria. In zijn
formele aanbeveling aan de Raad van Bestuur verklaarde het ARC
ook dat zijn aanbeveling vrij was van invloed door derden en dat de
Vennootschap niet gebonden is door enige contractuele clausule die
de keuze van de commissaris door de aandeelhoudersvergadering
van de Vennootschap beperkt tot bepaalde categorieën of lijsten
van commissarissen of auditkantoren.
Op basis van de evaluatie door de Raad van Bestuur van de procedure
en de uitkomst van de openbare aanbestedingsprocedure en de
formele aanbeveling van het ARC, en na grondig en zorgvuldig
beraad, heeft de Raad van Bestuur unaniem besloten om aan
de aandeelhoudersvergadering van de Vennootschap op 16 mei
2024 voor te stellen om PwC te herbenoemen als commissaris in
overeenstemming met de voorwaarden uiteengezet in het voorstel
tot besluit.
De jaarvergoeding van de Commissaris voor het onderzoek en
de revisie van de enkelvoudige en geconsolideerde rekeningen
van de Vennootschap werd voor de looptijd van zijn hernieuwd
mandaat door voormelde algemene vergadering van de
Vennootschap vastgesteld op 96.200 EUR (exclusief BTW,
onkosten, de bijdrage IBR en inclusief ESEF, EMIR, consolidatie en
forfaitaire onkostenvergoeding voor technologie en compliance
kosten), jaarlijks te indexeren. Ten gevolge van wijzigingen in de
consolidatieperimeter werden de vergoedingen verhoogd.
Voor een overzicht van de vergoeding van de Commissaris in het
boekjaar 2025, wordt verwezen naar Hoofdstuk 10.9.28 van dit
Jaarverslag.
De Commissaris heeft de inlassing in dit Jaarverslag aanvaard van
de verslagen van de Commissaris opgenomen onder Hoofstuk
7.6.4 en Hoofdstuk 10.9.36 van dit Jaarverslag.
12.2.3 FINANCIËLE DIENST
ING België NV
Investments
Thierry Lavallee
Marnixlaan 24
1000 Brussel
+ 32 (0)2 547 68 02
Er werd een vergoeding betaald van 22.969 EUR (excl. BTW) voor
2025.
12.2.4 LIQUIDITY PROVIDER
Van Lanschot Kempen Wealth Management NV
Beethovenstraat 300
1077 WZ Amsterdam
Er werd een vergoeding betaald van 20.000 EUR (excl. BTW) voor
2025.
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
295
296
PERMANENT DOCUMENT XIOR

Graphics
12.3 GECOÖRDINEERDE STATUTEN VAN DE VENNOOTSCHAP PER 5 JUNI 2025
”XIOR STUDENT HOUSING” IN HET KORT “XIOR”
naamloze vennootschap (NV)
openbare gereglementeerde vastgoedvennootschap
naar Belgisch recht
met zetel in het Vlaams Gewest
te 2000 Antwerpen, Frankrijklei 64-68.
RPR Antwerpen, afdeling Antwerpen 0547.972.794
www.xior.be - e-mailadres: ir@xior.be.
H I S T O R I E K
De vennootschap werd opgericht als besloten vennootschap
met beperkte aansprakelijkheid bij akte verleden voor notaris
Peter Timmermans met standplaats te Antwerpen (1e kanton)
op 10 maart 2014, bekendgemaakt in de bijlagen bij het Belgisch
Staatsblad van 28 maart daarna onder nummer 2014-03-
28/0069091.
De statuten werden gewijzigd bij akten verleden voor zelfde
notaris Peter Timmermans op:
• 23 september 2015, houdende onder meer omzetting van de
rechtsvorm in de huidige, bekendgemaakt in de bijlagen bij het
Belgisch Staatsblad van 20 november daarna onder nummer
2015-11-20/0162805.
• 23 november 2015, houdende onder meer kapitaalverhoging en
aanpassing van de statuten tot het bekomen van het statuut
van openbare gereglementeerde vastgoedvennootschap, be-
kendgemaakt in de bijlagen bij het Belgisch Staatsblad van 8
december daarna onder nummer 2015-12-08/0170864.
• 11 december 2015, houdende diverse fusies door overneming,
en kapitaalverhoging door inbreng in natura en in geld, bekend-
gemaakt in de bijlagen bij het Belgisch Staatsblad van 5 januari
daarna onder nummer 2016-01-05/0001184.
• 1 maart 2016, houdende fusie door overneming, bekendge-
maakt in de bijlagen bij het Belgisch Staatsblad van 6 april
daarna onder nummer 2016-04-06/16047694.
De statuten werden gewijzigd bij akte verleden voor notaris
Yves De Deken, vervangende zijn ambtgenoot notaris Peter
Timmermans, belet, beiden met standplaats te Antwerpen, op 1
augustus 2016, houdende fusie door overneming, bekendgemaakt
in de bijlagen bij het Belgisch Staatsblad van 5 september daarna
onder nummer 2016-09-05/16123425.
De statuten werden gewijzigd bij akte verleden voor voornoemde
notaris Peter Timmermans op:
• 11 oktober 2016, houdende kapitaalverhoging door inbreng in
natura in het kader van het toegestane kapitaal, bekendge-
maakt in de bijlagen bij het Belgisch Staatsblad van 31 oktober
daarna onder nummer 2016-10-31/16150541.
• 17 januari 2017, houdende kapitaalverhoging door inbreng in
natura in het kader van het toegestane kapitaal, bekendge-
maakt in de bijlagen bij het Belgisch Staatsblad van 15 februari
daarna onder nummer 2017-02-15/17024925.
• 22 juni 2017, houdende vaststelling van de verwezenlijking van
kapitaalverhoging door inbreng in geld (waartoe beslist werd
door de raad van bestuur van 6 juni 2017 in het kader van het
toegestane kapitaal, gehouden voor zelfde ondergetekende no-
taris, bekendgemaakt in de bijlagen bij het Belgisch Staatsblad
van 21 juni daarna onder nummer 2017-06-21/17086917), be-
kendgemaakt in de bijlagen bij het Belgisch Staatsblad van 10
juli daarna onder nummer 2017-07-10/17098233.
• 28 maart 2018, houdende kapitaalverhoging door inbreng in
natura, bekendgemaakt in de bijlagen bij het Belgisch Staatsblad
van 20 april daarna onder nummer 2018-04-20/18065090.
• 27 april 2018, houdende hernieuwing machtiging toegestane ka-
pitaal, bekendgemaakt in de bijlagen bij het Belgisch Staatsblad
van 28 mei daarna onder nummer 2018-05-28/18082291.
• 12 juni 2018, houdende vaststelling van de verwezenlijking van
kapitaalverhoging door inbreng in geld (waartoe beslist werd
door de raad van bestuur van 29 mei 2018 in het kader van het
toegestane kapitaal, gehouden voor zelfde ondergetekende no-
taris), bekendgemaakt in de bijlagen bij het Belgisch Staatsblad
van 18 juni daarna onder nummer 2016-06-18/18317764.
• 12 december 2018, houdende kapitaalverhoging door inbreng in
natura in kader van het toegestane kapitaal, bekendgemaakt in
de bijlagen bij het Belgisch Staatsblad van 17 december daarna
onder nummer 2018-12-17/18340508.
• 14 december 2018, houdende doelwijziging en hernieuwing van
de machtiging toegestane kapitaal, bekendgemaakt in de bijla-
gen bij het Belgisch Staatsblad van 21 december daarna onder
nummer 2018-12-21/0341749.
• 4 juni 2019, houdende vaststelling van de verwezenlijking van
kapitaalverhoging door inbreng in natura, bekendgemaakt in de
bijlagen bij het Belgisch Staatsblad van zes juni daarna onder
nummer 2019-0606/19320265 (tot welke kapitaalverhoging
beslist werd door de raad van bestuur van 16 mei 2019 in het
kader van het toegestane kapitaal, gehouden voor zelfde on-
dergetekende notaris, bekendgemaakt in de bijlagen bij het
Belgisch Staatsblad van 24 mei daarna onder nummer 2019-
05-24/19318725).
• 13 juni 2019, houdende kapitaalverhoging door inbreng in natura,
bekendgemaakt in de bijlagen bij het Belgisch Staatsblad van
achttien juni daarna onder nummer 2019-06-18/19321724.
• 29 oktober 2019, houdende vaststelling van de verwezenlijking
van kapitaalverhoging door inbreng in geld (tot welke kapitaal-
verhoging beslist werd door de raad van bestuur van 15 oktober
2019 in het kader van het toegestane kapitaal, gehouden voor
zelfde ondergetekende notaris, bekendgemaakt in de bijlagen
bij het Belgisch Staatsblad van 24 oktober daarna met nummer
2019-10-24/19340581), bekendgemaakt in de bijlagen bij het
Belgisch Staatsblad van 31 oktober daarna onder nummer
2019-1031/190341646.
• 6 november 2019, houdende hernieuwing van de machtiging
toegestane kapitaal, bekendgemaakt in de bijlagen bij het
Belgisch Staatsblad van 14 november daarna onder nummer
2019-11-14/19343364.
• 18 juni 2020, houdende kapitaalverhoging door inbreng in natura
in het kader van het toegestane kapitaal, bekendgemaakt in de
bijlagen bij het Belgisch Staatsblad van 29 juni daarna onder
nummer 2020-06-29/20328897.
• 7 oktober 2020, houdende kapitaalverhoging door inbreng in
natura in het kader van het toegestane kapitaal, bekendge-
maakt in de bijlagen bij het Belgisch Staatsblad van 12 oktober
daarna onder nummer 2020-10-12/20348275.
• 25 november 2020, houdende vaststelling van de verwezen-
lijking van kapitaalverhoging door inbreng in geld (tot welke
kapitaalverhoging beslist werd door de raad van bestuur van
19 november 2020 in het kader van het toegestane kapitaal,
bekendgemaakt in de bijlagen bij het Belgisch Staatsblad van
26 november daarna onder nummer 2020-11-26/20357178),
bekendgemaakt in de bijlagen bij het Belgisch Staatsblad van 2
december daarna onder nummer 2020-12-02/20358296.
• 9 maart 2021, houdende vaststelling van de verwezenlijking van
kapitaalverhoging door inbreng in geld (tot welke kapitaalver-
hoging beslist werd door de raad van bestuur van 23 februari
2021 in het kader van het toegestane kapitaal, bekendgemaakt
in de bijlagen bij het Belgisch Staatsblad van 1 maart daarna
onder nummer 2021-03-01/21313257), bekendgemaakt in de
bijlagen bij het Belgisch Staatsblad van 22 maart daarna onder
nummer 2021-03-22/21317952.
• 24 juni 2021, houdende hernieuwing van de machtiging toe-
gestane kapitaal en aanpassing aan het Wetboek van ven-
nootschappen en verenigingen (WVV), bekendgemaakt in de
bijlagen bij het Belgisch Staatsblad van 29 juni daarna onder
nummer 2021-06-29/21339812.
• 7 december 2021, houdende vaststelling van de verwezen-
lijking van kapitaalverhoging door inbreng in geld (tot welke
kapitaalverhoging beslist werd door de raad van bestuur van
2 december 2021 in het kader van het toegestane kapitaal, be-
kendgemaakt in de bijlagen bij het Belgisch Staatsblad van 15
december daarna onder nummer 2021-12-15/21374036), be-
kendgemaakt in de bijlagen bij het Belgisch Staatsblad van 16
december daarna onder nummer 2021-12-16/21374429
• 7 juni 2022, houdende vaststelling van de verwezenlijking van
kapitaalverhoging door inbreng in natura, tot welke kapitaal-
verhoging beslist werd door de raad van bestuur van 18 mei
2022 in het kader van het toegestane kapitaal, tezamen be-
kendgemaakt in de bijlagen bij het Belgisch Staatsblad van 22
juni daarna onder nummer 2022-06-22/22339916.
• 15 september 2022, houdende kapitaalverhoging door inbreng
in natura en hernieuwing van de machtiging toegestane kapitaal,
bekendgemaakt in de bijlagen bij het Belgisch Staatsblad van
27 september daarna onder nummer 2022-09-27/22360427.
• 25 april 2023, houdende kapitaalverhoging door inbreng in
natura in het kader van het toegestane kapitaal, bekend-
gemaakt in de bijlagen bij het Belgisch Staatsblad van 2 juni
daarna onder nummer 2023-06-02/23351526.
• 18 december 2023, houdende vaststelling van de kapitaalver-
hoging door inbreng in natura (tot welke kapitaalverhoging be-
slist werd door de raad van bestuur van 13 december 2023 in
het kader van het toegestane kapitaal), bekendgemaakt in de
bijlagen bij het Belgisch Staatsblad, respectievelijk op 11 januari
daarna onder nummer 2024-01-11/23320051 en op 12 januari
daarna onder nummer 2024-01-12/23324709.
• 19 februari 2024, houdende wijziging van de datum van de
gewone algemene vergadering en hernieuwing van de machti-
ging toegestane kapitaal, bekendgemaakt in de bijlagen bij het
Belgisch Staatsblad van 1 maart daarna onder nummer 2024-
03-01/24370979.
• 18 april 2024, houdende kapitaalverhoging door inbreng in
natura in het kader van het toegestane kapitaal, bekendge-
maakt in de bijlagen bij het Belgisch Staatsblad van 24 april
daarna onder nummer 2024-04-24/24391455.
De statuten werden gewijzigd bij akte verleden voor voornoemde
notaris Peter Timmermans met standplaats te Antwerpen (1e
kanton), handelend voor rekening van de besloten vennootschap
Timmermans & Van Hissenhoven, geassocieerde notarissen, met
zetel te 2060 Antwerpen, Van de Wervestraat 63, RPR Antwerpen
afdeling Antwerpen 1-007.675.689, op:
• 04 juni 2024, houdende vaststelling van de kapitaalverho-
ging door inbreng in natura (tot welke kapitaalverhoging be-
slist werd door de raad van bestuur van 15 mei 2024, in het
kader van uitkering van een keuzedividend en in het kader
van het toegestane kapitaal, bekendgemaakt in de bijlagen
bij het Belgisch Staatsblad, van 24 mei daarna onder nummer
2024-05-24/24399538), bekendgemaakt in de bijlagen bij het
Belgisch Staatsblad van 10 juni daarna onder nummer 2024-
06-10/0404281.
• 27 juni 2024, houdende kapitaalverhoging door inbreng in
natura in het kader van het toegestane kapitaal, bekendge-
maakt in de bijlagen bij het Belgisch Staatsblad van 5 juli daarna
onder nummer 2024-07-05/0413018.
• 5 juli 2024, houdende vaststelling van de verwezenlijking van
de kapitaalverhoging door inbreng in natura in het kader van
het toegestaan kapitaal, waartoe voorafgaandelijk beslist werd
door de raad van bestuur van 5 juli 2024, beide bekendgemaakt
in de bijlagen bij het Belgisch Staatsblad van 1 augustus daarna
onder nummer 2024-08-01/0420302.
• 12 september 2024, houdende hernieuwing van de machti-
ging toegestane kapitaal, bekendgemaakt in de bijlagen bij het
Belgisch Staatsblad van 18 september daarna onder nummer
2024-09-18/0429270.
De statuten werden gewijzigd bij akte verleden voor voornoemde
notaris Peter Timmermans met standplaats te Antwerpen (1e
kanton), handelend voor rekening van de besloten vennootschap
Timmermans & Van Hissenhoven, geassocieerde notarissen,
met zetel te 2060 Antwerpen, Duboisstraat 50, RPR Antwerpen
afdeling Antwerpen 1-007.675.689, op:
• 21 januari 2025, houdende vaststelling van de verwezenlijking
van de kapitaalverhoging door inbreng in geld in het kader van
het toegestaan kapitaal, waartoe voorafgaandelijk beslist werd
door de raad van bestuur van 16 januari 2025, bekendgemaakt
in de bijlagen bij het Belgisch Staatsblad van 29 januari daarna
onder nummer 2025-01-29/0307805.
• 4 april 2025, houdende hernieuwing van de machtiging toege-
stane kapitaal, bekendgemaakt in de bijlagen bij het Belgisch
Staatsblad van 9 april daarna onder nummer 2025-04-
09/0324814.
De statuten werden gewijzigd bij akte verleden voor notaris
Pitou Van Hissenhoven met standplaats te Antwerpen (1e
kanton), handelend voor rekening van de besloten vennootschap
Timmermans & Van Hissenhoven, geassocieerde notarissen,
met zetel te 2060 Antwerpen, Duboisstraat 50, RPR Antwerpen
afdeling Antwerpen 1-007.675.689, op 14 april 2025, houdende
kapitaalverhoging door inbreng in natura in het kader van het
toegestaan kapitaal, bekendgemaakt in de bijlagen bij het
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
297
298
PERMANENT DOCUMENT XIOR

Graphics
Belgisch Staatsblad van 9 mei daarna onder nummer 2025-05-
09/0059709.
De statuten werden gewijzigd bij akte verleden voor geassocieerd
notaris Peter Timmermans voornoemd op 5 juni 2025, houdende
vaststelling van de kapitaalverhoging door inbreng in natura (tot
welke kapitaalverhoging beslist werd door de raad van bestuur
van 14 mei 2025, in het kader van uitkering van een keuzedividend
en in het kader van het toegestane kapitaal, bekendgemaakt
in de bijlagen bij het Belgisch Staatsblad van 21 mei daarna
onder nummer 2025-05-21/0332956), neer te leggen voor
bekendmaking in de bijlagen bij het Belgisch Staatsblad.
S T A T U T E N
HOOFDSTUK I – NAAM – VORM – DUUR – ZETEL – VOORWERP
– WEBSITE – E-MAILADRES – VERBODSBEPALINGEN
ARTIKEL 1. NAAM EN VORM
De vennootschap draagt de benaming “Xior Student Housing”,
of afgekort “Xior”.
De vennootschap heeft de vorm van een naamloze vennootschap.
De vennootschap is een openbare gereglementeerde
vastgoedvennootschap, hierna “openbare GVV” of “OGVV”, in de
zin van de wet van 12 mei 2014 betreffende de gereglementeerde
vastgoedvennootschappen (de “GVV-Wet”) waarvan de aandelen
zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde
markt en die haar financiële middelen in België of in het buitenland
aantrekt via een openbaar aanbod van aandelen.
De benaming van de vennootschap en het geheel van de
documenten die van de Vennootschap uitgaan (inbegrepen
alle akten en facturen) bevatten de vermelding “openbare
gereglementeerde vastgoedvennootschap naar Belgisch recht”
of “openbare GVV naar Belgisch recht”. Tevens dient de naam
steeds door de woorden “naamloze vennootschap” of de afkorting
“NV” te worden voorafgegaan of gevolgd.
De vennootschap is onderworpen aan de op elk ogenblik
toepasselijke regelgeving op de gereglementeerde
vastgoedvennootschappen en in het bijzonder aan de bepalingen
van de GVV-Wet en het Koninklijk Besluit van 13 juli 2014 met
betrekking tot gereglementeerde vastgoedvennootschappen
(het "GVV-KB").
ARTIKEL 2. DUUR
De vennootschap is opgericht voor onbepaalde duur.
ARTIKEL 3. ZETEL – WEBSITE – E-MAILADRES
De zetel van de vennootschap is gevestigd in het Vlaamse Gewest.
De raad van bestuur is bevoegd de zetel van de Vennootschap
binnen België te verplaatsen voor zover die verplaatsing
overeenkomstig de toepasselijke taalwetgeving niet verplicht tot
een wijziging van de taal van de statuten. Dergelijke beslissing
vereist geen statutenwijziging, tenzij de zetel van de Vennootschap
wordt verplaatst naar een ander Gewest. In dat laatste geval
is de raad van bestuur bevoegd om tot de statutenwijziging te
beslissen.
Indien ten gevolge van de verplaatsing van de zetel de taal van
de statuten moet worden gewijzigd, kan enkel de algemene
vergadering deze beslissing nemen met inachtneming van de
vereisten voor een statutenwijziging.
De vennootschap kan bij eenvoudig besluit van de raad van
bestuur zowel in België als in het buitenland, administratieve
zetels, filialen of agentschappen oprichten.
De website van de vennootschap is www.xior.be. Het e-mailadres
van de vennootschap is ir@xior.be.
De raad van bestuur kan het e-mailadres en de website van de
Vennootschap wijzigen in overeenstemming met het Wetboek
van vennootschappen en verenigingen.
ARTIKEL 4. VOORWERP
De vennootschap heeft als uitsluitend voorwerp (x) rechtstreeks
of via een vennootschap waarin zij een deelneming bezit conform
de bepalingen van de GVV-Wet en de ter uitvoering ervan
genomen besluiten en reglementen, onroerende goederen ter
beschikking te stellen van gebruikers, en (y) binnen de grenzen
van de GVV-Wet, vastgoed te bezitten.
Onder vastgoed wordt verstaan, het vastgoed in de zin van de
GVV-Wet, alsook alle andere goederen, aandelen of rechten
die door de toepasselijke regelgeving op de gereglementeerde
vastgoedvennootschappen als vastgoed worden gedefinieerd.
In het kader van de terbeschikkingstelling van onroerende
goederen, kan de vennootschap met name alle activiteiten
uitoefenen die verband houden met de oprichting, de bouw
(zonder afbreuk te doen aan het verbod om op te treden
als bouwpromotor, behoudens wanneer het occasionele
verrichtingen betreft), de verbouwing, de renovatie, de inrichting,
de ontwikkeling, de verwerving, de vervreemding, de verhuur, de
onderverhuring, de ruil, de inbreng, de overdracht, de verkaveling,
het onderbrengen onder het stelsel van mede-eigendom of
onverdeeldheid van vastgoed, het verlenen of verkrijgen van
opstalrechten, vruchtgebruik, erfpacht of andere zakelijke of
persoonlijke rechten op vastgoed, het beheer en de exploitatie
van onroerende goederen.
De vennootschap mag tevens in overeenstemming met
de toepasselijke regelgeving op de gereglementeerde
vastgoedvennootschappen:
i. onroerende goederen, met of zonder koopoptie, in leasing
nemen;
ii. onroerende goederen, met of zonder koopoptie, in leasing
geven, met dien verstande dat het in leasing geven van
onroerende goederen met koopoptie slechts als bijkomende
activiteit kan worden uitgeoefend, tenzij indien die
onroerende goederen bestemd zijn voor doeleinden van
algemeen belang, met inbegrip van sociale huisvesting en
onderwijs, in welk geval deze activiteit als hoofdactiviteit
mag worden uitgeoefend;
iii. activiteiten ontwikkelen in het kader van publiek-
private samenwerking binnen de daartoe door de
toepasselijke regelgeving op de gereglementeerde
vastgoedvennootschappen bepaalde grenzen, al dan niet
ondergebracht in een institutionele gereglementeerde
vastgoedvennootschap;
iv. als bijkomende of tijdelijke activiteit, beleggen in effecten die
geen vastgoed zijn in de zin van de toepasselijke regelgeving
op de gereglementeerde vastgoedvennootschappen. Deze
beleggingen zullen uitgevoerd worden in overeenstemming
met het risicobeheerbeleid aangenomen door de
vennootschap en zullen gediversifieerd zijn, zodat zij een
passende risicodiversificatie verzekeren. De vennootschap
mag eveneens niet-toegewezen liquide middelen bezitten.
De liquide middelen kunnen in alle munten gehouden worden
onder de vorm van een zicht- of termijn deposito of in de
vorm van enig ander gemakkelijk verhandelbaar monetair
instrument;
v. hypotheken of andere persoonlijke of zakelijke
zekerheden stellen in het kader van de financiering van de
vastgoedactiviteiten van de vennootschap of haar groep,
binnen de daartoe door de toepasselijke regelgeving op de
gereglementeerde vastgoedvennootschappen bepaalde
grenzen;
vi. kredieten aangaan en kredieten verstrekken binnen de daartoe
door de toepasselijke regelgeving op de gereglementeerde
vastgoedvennootschappen bepaalde grenzen;
vii. verrichtingen op toegelaten afdekkingsinstrumenten aangaan,
voor zover deze verrichtingen deel uitmaken van een door de
vennootschap vastgelegd beleid ter dekking van financiële
risico’s, met uitzondering van speculatieve verrichtingen.
De vennootschap mag, met inachtneming van de toepasselijke
regelgeving op de gereglementeerde vastgoedvennootschappen,
alle onroerende of roerende goederen, materialen en
benodigdheden, verwerven, huren of verhuren, overdragen
of ruilen, en in het algemeen, alle commerciële of financiële
handelingen (met inbegrip van "aanvullende diensten", zoals
bedoeld in de toepasselijke regelgeving op de gereglementeerde
vastgoedvennootschappen) verrichten die rechtstreeks of
onrechtstreeks in verband staan met haar voorwerp of welke
eenvoudig van aard zijn om de verwezenlijking ervan na te streven
of te vergemakkelijken, en dit zowel in het binnen- als in het
buitenland.
Met inachtneming van de toepasselijke regelgeving op
de gereglementeerde vastgoedvennootschappen, kan de
vennootschap door middel van inbreng in geld of in natura, van
fusie, (partiële) splitsing of een andere vennootschapsrechtelijke
herstructurering, inschrijving, deelneming, lidmaatschap, financiële
tussenkomst of op een andere wijze, een aandeel nemen in (of
lid te zijn van) alle bestaande of op te richten vennootschappen,
ondernemingen of verenigingen, in België of het buitenland,
waarvan het voorwerp gelijkaardig of aanvullend is aan het hare,
of van aard is de verwezenlijking van haar voorwerp na te streven
of te vergemakkelijken en, in het algemeen, alle verrichtingen
stellen die rechtstreeks of onrechtstreeks verbonden zijn met
haar voorwerp.
ARTIKEL 5. VERBODSBEPALINGEN
De vennootschap kan geenszins:
i. handelen als vastgoedpromotor in de zin van de toepasselijke
regelgeving op de gereglementeerde vastgoedvennootschap-
pen, met uitsluiting van occasionele verrichtingen;
ii. deelnemen aan een syndicaat voor vaste overname of
waarborg;
iii. financiële instrumenten lenen, met uitzondering evenwel van
leningen onder de voorwaarden en volgens de bepalingen van
het koninklijk besluit van 7 maart 2006 worden verricht;
iv. financiële instrumenten verwerven die zijn uitgegeven door
een vennootschap of een privaatrechtelijke vereniging die
failliet werd verklaard, die een onderhands akkoord heeft
gesloten met haar schuldeisers, die het voorwerp uitmaakt van
een procedure van gerechtelijke reorganisatie, die uitstel van
betaling heeft bekomen of die in het buitenland het voorwerp
heeft uitgemaakt van een gelijkaardige maatregel; en
v. contractuele afspraken maken of statutaire bedingen voorzien
met betrekking tot perimetervennootschappen, die afbreuk
zouden doen aan de stemkracht die hen overeenkomstig de
toepasselijke wet toekomt in functie van een deelneming van
25% plus één aandeel.
HOOFDSTUK II – KAPITAAL – AANDELEN - ANDERE EFFECTEN
ARTIKEL 6. KAPITAAL
Het kapitaal is vastgesteld op achthonderdveertig miljoen
vijfhonderd en elf duizend zeshonderd tweeënnegentig euro
(EUR 840.511.692,00). Het is vertegenwoordigd door zesenveertig
miljoen zeshonderdvijfennegentig duizend vierennegentig
(46.695.094) aandelen zonder vermelding van nominale waarde,
die elk één/zesenveertig miljoen zeshonderdvijfennegentig
duizend vierennegentigste (1/46.695.094ste) deel van het kapitaal
vertegenwoordigen.
ARTIKEL 7. TOEGESTANE KAPITAAL
De raad van bestuur is gemachtigd om het kapitaal, in één of
meerdere malen, te verhogen op de data en tegen de voorwaarden
die hij zal vaststellen, in één of meerdere keren:
(a) voor kapitaalverhogingen bij wijze van inbreng in geld waarbij
wordt voorzien in de mogelijkheid tot de uitoefening van het
wettelijk voorkeurrecht of van het onherleidbaar toewijzingsrecht
door de aandeelhouders van de Vennootschap met een
maximumbedrag van vierhonderd en zes miljoen negenhonderd
zevenennegentigduizend achthonderd negenentwintig euro (EUR
406.997.829,00);
(b) voor kapitaalverhogingen in het kader van uitkering van een
keuzedividend, met een maximumbedrag van vierhonderd en zes
miljoen negenhonderd zevenennegentigduizend achthonderd
negenentwintig euro (EUR 406.997.829,00);
(c) voor kapitaalverhogingen bij wijze van (i) inbreng in geld waarbij
niet wordt voorzien in de mogelijkheid tot de uitoefening van het
wettelijk voorkeurrecht of van het onherleidbaar toewijzingsrecht
door de aandeelhouders van de Vennootschap en (ii) inbreng
in natura, met een maximumbedrag van eenentachtig miljoen
driehonderd negenennegentigduizend vijfhonderd vijfenzestig
euro tachtig cent (EUR 81.399.565,80) in totaal, met dien verstande
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
299
300
PERMANENT DOCUMENT XIOR

Graphics
dat de raad van bestuur in elk geval het kapitaal nooit zal kunnen
verhogen met meer dan het wettelijke maximumbedrag, zijnde 100%
van het bedrag van het kapitaal van achthonderddertien miljoen
negenhonderdvijfennegentigduizend zeshonderdachtenvijftig
(EUR 813.995.658) op datum van de buitengewone algemene
vergadering van 4 april 2025.
Deze machtiging is geldig voor een duur van vijf jaar vanaf de
bekendmaking in de bijlagen bij het Belgisch Staatsblad van de
notulen van de buitengewone algemene vergadering van 4 april
2025.
Deze machtiging is hernieuwbaar.
Bij elke kapitaalverhoging zal de raad van bestuur de prijs, de
eventuele uitgiftepremie en de uitgiftevoorwaarden van de nieuwe
effecten vaststellen.
Binnen de grenzen bepaald in het eerste lid, kan/kunnen deze
kapitaalverhoging(en) worden uitgevoerd door inbreng in geld,
door inbreng in natura, bij wijze van een gemengde inbreng of door
omzetting van reserves, met inbegrip van overgedragen winsten en
uitgiftepremies evenals alle eigen vermogensbestanddelen onder
de enkelvoudige IFRS-jaarrekening van de vennootschap (opgesteld
uit hoofde van de toepasselijke regelgeving op de gereglementeerde
vastgoedvennootschappen) die voor conversie in kapitaal vatbaar
zijn, en al dan niet met creatie van nieuwe effecten, overeenkomstig
de regels voorgeschreven door de toepasselijke regelgeving en
deze statuten.
De raad van bestuur kan daarbij nieuwe aandelen uitgeven. In
voorkomend geval zullen de uitgiftepremies op één of meer
afzonderlijke rekeningen onder het eigen vermogen op het passief
van de balans worden geboekt en behouden. De raad van bestuur
kan vrij beslissen om de uitgiftepremies, eventueel na aftrek van
een bedrag maximaal gelijk aan de kosten van de kapitaalverhoging
in de zin van de toepasselijke IFRS-regels, in het geval van een
kapitaalverhoging waartoe de raad van bestuur beslist heeft, op
een onbeschikbare reserverekening te plaatsen die op dezelfde
wijze als het kapitaal een waarborg voor derden zal uitmaken en
die, onder voorbehoud van zijn incorporatie in het kapitaal, slechts
zal kunnen worden verminderd of afgeschaft bij beslissing van de
algemene vergadering van aandeelhouders beraadslagend volgens
de voorwaarden van quorum en meerderheid vereist voor een
statutenwijziging.
Binnen de grenzen bepaald in het eerste lid, kan de raad van bestuur
tevens inschrijvingsrechten (al dan niet aan een ander effect
gehecht) en converteerbare obligaties of obligaties terugbetaalbaar
in aandelen uitgeven, die aanleiding kunnen geven tot de creatie
van dezelfde effecten waarnaar wordt verwezen in het vorige lid,
en dit steeds met naleving van de regels voorgeschreven door de
toepasselijke regelgeving en deze statuten.
Binnen de grenzen bepaald in het eerste lid en onverminderd
de toepassing van de toepasselijke regelgeving, kan de raad
van bestuur daarbij het voorkeurrecht beperken of opheffen,
ook wanneer dit gebeurt ten gunste van één of meer bepaalde
personen andere dan personeelsleden van de vennootschap of
van haar dochtervennootschappen, voor zover aan de bestaande
aandeelhouders een onherleidbaar toewijzingsrecht wordt verleend
bij de toekenning van nieuwe effecten (voor zover wettelijk vereist).
Dat onherleidbaar toewijzingsrecht dient tenminste te voldoen
aan de modaliteiten vermeld in artikel 11.1 van deze statuten.
Onverminderd de toepassing van de toepasselijke regelgeving, zijn
voormelde beperkingen in het kader van de opheffing of beperking
van het voorkeurrecht niet van toepassing bij een inbreng in geld
met beperking of opheffing van het voorkeurrecht, (i) in het kader
van het toegestane kapitaal waarbij het gecumuleerde bedrag van
de kapitaalverhogingen die, overeenkomstig artikel 26, §1, derde lid
GVV-Wet, zijn uitgevoerd over een periode van 12 maanden, niet
meer bedraagt dan 10% van het bedrag van het kapitaal op het
ogenblik van de beslissing tot kapitaalverhoging of (ii) in aanvulling
op een inbreng in natura in het kader van de uitkering van een
keuzedividend, voor zover dit effectief voor alle aandeelhouders
betaalbaar wordt gesteld.
Bij uitgifte van effecten tegen inbreng in natura moeten de
voorwaarden vermeld in artikel 11.2 van deze statuten worden
nageleefd (met inbegrip van de mogelijkheid een bedrag af te
trekken dat overeenstemt met het deel van het niet-uitgekeerde
bruto dividend). De bijzondere regels inzake de kapitaalverhoging in
natura uiteengezet onder artikel 11.2 zijn echter niet van toepassing
bij de inbreng van het recht op dividend in het kader van de
uitkering van een keuzedividend, voor zover dit effectief voor alle
aandeelhouders betaalbaar wordt gesteld.
De raad van bestuur is bevoegd om de statutenwijzigingen die eruit
voortvloeien op authentieke wijze te laten vaststellen.
ARTIKEL 8. AARD VAN DE AANDELEN
De aandelen zijn zonder vermelding van nominale waarde.
De aandelen van de vennootschap zijn op naam of gedematerialiseerd,
naar keuze van hun eigenaar of houder (hierna de “Titularis”) en
volgens de beperkingen opgelegd door de wet. De Titularis kan op
elk ogenblik en zonder kosten schriftelijk de omzetting vragen van
zijn aandelen op naam in gedematerialiseerde aandelen.
Elk gedematerialiseerd aandeel wordt vertegenwoordigd door een
boeking op een rekening op naam van zijn Titularis bij een erkende
rekeninghouder of bij een vereffeningsinstelling.
Op de zetel van de vennootschap wordt een register gehouden van
aandelen op naam, in voorkomend geval in elektronische vorm. De
Titularissen van aandelen op naam kunnen kennis nemen van het
volledige register van de aandelen op naam.
Er zijn geen verschillende soorten van aandelen.
ARTIKEL 9. EFFECTEN
De vennootschap kan, met uitzondering van winstbewijzen en
soortgelijke effecten en mits inachtneming van de toepasselijke
regelgeving op de gereglementeerde vastgoedvennootschappen
en de statuten, alle effecten uitgeven die niet door of krachtens
de wet zijn verboden, in overeenstemming met de daartoe
voorgeschreven regels en de toepasselijke regelgeving op de
gereglementeerde vastgoedvennootschappen. Deze effecten zijn
op naam of gedematerialiseerd.
ARTIKEL 10. VERWERVING EN VERVREEMDING VAN EIGEN
AANDELEN
De vennootschap mag onder de voorwaarden bepaald door de wet
haar eigen aandelen verwerven, in pand nemen of vervreemden.
Ingevolge de beslissing van de algemene vergadering van
aandeelhouders van 23 november 2015, is het de raad van bestuur
toegestaan eigen aandelen te vervreemden, aan een eenheidsprijs
die niet lager zal mogen zijn dan vijfenzeventig procent (75%) van
het gemiddelde van de koers van de laatste dertig dagen van de
notering van het aandeel op Euronext Brussels.
Deze toelating is verleend voor een onbeperkte duur.
ARTIKEL 11. WIJZIGING VAN HET KAPITAAL
Onverminderd de mogelijkheid tot aanwending van het
toegestane kapitaal door besluit van de raad van bestuur,
en mits inachtneming van de toepasselijke regelgeving op
de gereglementeerde vastgoedvennootschappen, kan tot
kapitaalverhoging of kapitaalvermindering slechts worden
besloten door een buitengewone algemene vergadering ten
overstaan van een notaris.
Indien de algemene vergadering besluit om een uitgiftepremie
te vragen, dient deze op een onbeschikbare reserverekening
te worden geplaatst die op dezelfde wijze als het kapitaal een
waarborg voor derden zal uitmaken en die, onder voorbehoud
van zijn incorporatie in het kapitaal, slechts zal kunnen worden
verminderd of afgeschaft bij beslissing van de algemene
vergadering van aandeelhouders beraadslagend volgens de
voorwaarden van quorum en meerderheid vereist voor een
statutenwijziging.
11.1 Kapitaalverhoging in geld
In geval van een kapitaalverhoging door inbreng in geld bij beslissing
van de algemene vergadering of in het kader van het toegestane
kapitaal en onverminderd de toepassing van het Wetboek van
vennootschappen en verenigingen, kan het voorkeurrecht van
de aandeelhouders enkel worden beperkt of opgeheven voor
zover er, in de mate dat de toepasselijke regelgeving op de
gereglementeerde vastgoedvennootschappen dit vereist, aan de
bestaande aandeelhouders een onherleidbaar toewijzingsrecht
wordt verleend bij de toekenning van nieuwe effecten.
Dat onherleidbaar toewijzingsrecht voldoet in voorkomend geval
aan de volgende voorwaarden opgelegd door de toepasselijke
regelgeving op de gereglementeerde vastgoedvennootschappen:
i. het heeft betrekking op alle nieuw uitgegeven effecten;
ii. het wordt aan de aandeelhouders verleend naar rato van het
deel van het kapitaal dat hun aandelen vertegenwoordigen op
het moment van de verrichting;
iii. uiterlijk aan de vooravond van de opening van de openbare
inschrijvingsperiode wordt een maximumprijs per aandeel
aangekondigd; en
iv. de openbare inschrijvingsperiode moet in dat geval minimaal
drie beursdagen bedragen.
Het onherleidbaar toewijzingsrecht is van toepassing op de uitgifte
van aandelen, converteerbare obligaties en inschrijvingsrechten die
kunnen worden uitgeoefend bij wijze van inbreng in geld.
Overeenkomstig de toepasselijke regelgeving op de gereglemen-
teerde vastgoedvennootschappen, moet zulk onherleidbaar toe-
wijzingsrecht echter in elk geval niet worden toegekend in geval
van kapitaalverhoging door inbreng in geld uitgevoerd onder de
volgende voorwaarden:
i. de kapitaalverhoging gebeurt met gebruik van het toegestane
kapitaal;
ii. het gecumuleerde bedrag van de kapitaalverhogingen die,
overeenkomstig dit lid, zijn uitgevoerd over een periode van 12
maanden, bedraagt niet meer dan 10% van het bedrag van het
kapitaal op het ogenblik van de beslissing tot kapitaalverhoging.
Dit onherleidbaar toewijzingsrecht moet evenmin worden verleend
in geval van een inbreng in geld met beperking of opheffing van het
voorkeurrecht, ter aanvulling op een inbreng in natura in het kader
van de uitkering van een keuzedividend, voor zover dit effectief voor
alle aandeelhouders betaalbaar wordt gesteld.
11.2 Kapitaalverhoging in natura
De kapitaalverhogingen door inbreng in natura zijn onderworpen
aan de voorschriften van het Wetboek van vennootschappen en
verenigingen. Daarenboven moeten, overeenkomstig de toepasselijke
regelgeving op de gereglementeerde vastgoedvennootschappen,
de volgende voorwaarden worden nageleefd in geval van inbreng
in natura:
i. de identiteit van de inbrenger moet worden vermeld in het
verslag van de raad van bestuur met betrekking tot de inbreng
in natura, evenals, in voorkomend geval, in de oproeping tot
de algemene vergadering die voor de kapitaalverhoging wordt
bijeengeroepen;
ii. de uitgifteprijs mag niet minder bedragen dan de laagste
waarde tussen, ofwel (a) een nettowaarde per aandeel die
dateert van ten hoogste vier maanden vóór de datum van de
inbrengovereenkomst of, naar keuze van de vennootschap,
vóór de datum van de akte van kapitaalverhoging, ofwel
(b) de gemiddelde slotkoers van de dertig kalenderdagen
voorafgaand aan diezelfde datum.
In verband hiermee is het toegestaan om van het in punt (b)
bedoelde bedrag een bedrag af te trekken dat overeenstemt met
het deel van het niet-uitgekeerde bruto dividend waarop de nieuwe
aandelen eventueel geen recht zouden geven. De raad van bestuur
zal in voorkomend geval het aldus afgetrokken dividendbedrag
specifiek verantwoorden in zijn bijzonder verslag en de financiële
voorwaarden van de verrichting toelichten in zijn jaarlijks financieel
verslag.
iii. behalve indien de uitgifteprijs, of in het geval bedoeld in artikel
11.3, de ruilverhouding, alsook de betrokken modaliteiten uiterlijk
op de werkdag na de afsluiting van de inbrengovereenkomst
worden bepaald en aan het publiek worden meegedeeld met
vermelding van de termijn waarbinnen de kapitaalverhoging
effectief zal worden doorgevoerd, wordt de akte van
kapitaalverhoging verleden binnen een maximale termijn van
vier maanden; en
iv. het verslag voorzien onder punt (i) hierboven licht eveneens de
weerslag toe van de voorgestelde inbreng op de toestand van
de vroegere aandeelhouders, in het bijzonder wat hun aandeel
in de winst, in de nettowaarde per aandeel en in het kapitaal
betreft, alsook de impact op het vlak van de stemrechten.
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
301
302
PERMANENT DOCUMENT XIOR
Graphics
Overeenkomstig de toepasselijke regelgeving op de gereglemen-
teerde vastgoedvennootschappen zijn deze bijkomende voorwaar-
den in elk geval niet van toepassing in geval van inbreng van het
recht op dividend in het kader van de uitkering van een keuzedi-
vidend, voor zover de uitkering van dit dividend effectief voor alle
aandeelhouders betaalbaar wordt gesteld.
11.3 Fusies, splitsingen en gelijkgestelde verrichtingen
De bijzondere regels inzake de kapitaalverhoging in natura
uiteengezet onder artikel 11.2 zijn overeenkomstig de toepasselijke
regelgeving op de gereglementeerde vastgoedvennootschappen
mutatis mutandis van toepassing op de in het Wetboek van
vennootschappen en verenigingen bedoelde fusies, splitsingen en
gelijkgestelde verrichtingen bedoeld in de toepasselijke regelgeving
op de gereglementeerde vastgoedvennootschappen.
In dit geval verwijst "datum van de inbrengovereenkomst" naar de
datum waarop het fusie- of splitsingsvoorstel wordt neergelegd.
11.4 Kapitaalvermindering
De vennootschap mag overgaan tot kapitaalverminderingen met
naleving van de wettelijke bepalingen ter zake.
ARTIKEL 12. NOTERING OP DE BEURS EN KENNISGEVING
VAN BELANGRIJKE DEELNEMINGEN
De aandelen van de vennootschap moeten worden toegelaten
tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde
markt, overeenkomstig de toepasselijke regelgeving op de
gereglementeerde vastgoedvennootschappen.
De drempels waarvan de overschrijding aanleiding geeft tot
een kennisgevingsverplichting ingevolge de wetgeving inzake de
openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in emittenten
waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een
gereglementeerde markt, worden bepaald op 5% en elk veelvoud
van 5% van het totaal aantal der bestaande stemrechten.
Behoudens de in de wet voorziene uitzonderingen, kan niemand
deelnemen aan de stemming in de algemene vergadering van de
Vennootschap met meer stemrechten dan diegene verbonden
aan de effecten waarvan hij, in overeenstemming met de wet,
minstens twintig (20) dagen voor de datum van de algemene
vergadering kennis heeft gegeven ze in bezit te hebben. De
stemrechten verbonden aan deze niet gemelde aandelen zijn
geschorst.
HOOFDSTUK III – BESTUUR EN VERTEGENWOORDIGING
ARTIKEL 13. BENOEMING – ONTSLAG – VACATURE
De vennootschap wordt bestuurd door een raad van bestuur.
De raad van bestuur telt minstens vijf bestuurders, al dan niet
aandeelhouders, die voor maximum zes jaar worden benoemd
door de algemene vergadering van de aandeelhouders, en die
te allen tijde zonder opgave van redenen en met onmiddellijke
ingang door deze laatste kunnen worden herroepen.
Uittredende bestuurders zijn herbenoembaar.
Aloxe NV (of de personen die, met voorafgaandelijk en schriftelijk
akkoord van Aloxe NV, het promotorschap zoals bedoeld in artikel
2, 13° van de GVV-wet, overnemen van Aloxe NV (de "Opvolgers"))
heeft (respectievelijk hebben gezamenlijk) het recht kandidaten
voor te dragen voor drie bestuursmandaten, tot de laatste der
volgende gebeurtenissen zich voordoet: (i) Aloxe NV (of haar
Opvolgers) houdt (respectievelijk houden gezamenlijk) minder
dan 25% van het kapitaal van de vennootschap aan, en (ii) Aloxe
NV (of haar Opvolgers) is (respectievelijk zijn) niet langer promotor
van de vennootschap in de zin van de toepasselijke regelgeving
op de gereglementeerde vastgoedvennootschappen.
De bestuurders zijn uitsluitend natuurlijke personen.
De raad van bestuur telt ten minste drie onafhankelijke leden
overeenkomstig de toepasselijke wettelijke bepalingen.
De bestuurders moeten permanent voldoen aan de eisen
van betrouwbaarheid en deskundigheid zoals bepaald
in de toepasselijke regelgeving op de gereglementeerde
vastgoedvennootschappen en mogen niet binnen de werkingssfeer
van de in de toepasselijke regelgeving op de gereglementeerde
vastgoedvennootschappen vastgelegde verbodsbepalingen
vallen.
In geval één of meerdere mandaten openvallen in de raad van
bestuur, kunnen de overblijvende bestuurders, bijeengekomen in
een raad van bestuur, voorlopig in de vervanging voorzien tot aan
de volgende algemene vergadering. De eerstvolgende algemene
vergadering moet het mandaat van de gecoöpteerde bestuurder
al dan niet bevestigen.
De benoeming van de bestuurders wordt voorafgaandelijk ter
goedkeuring voorgelegd aan de FSMA.
Tenzij het benoemingsbesluit van de algemene vergadering
anders bepaalt, eindigt het mandaat van de uittredende en niet
herverkozen bestuurders onmiddellijk na de gewone algemene
vergadering die in die nieuwe benoemingen heeft voorzien.
ARTIKEL 14. VOORZITTERSCHAP EN VERGADERINGEN
VAN DE RAAD VAN BESTUUR
De raad van bestuur mag onder zijn leden een voorzitter en een
vicevoorzitter benoemen.
De raad van bestuur wordt bijeengeroepen door de voorzitter,
twee bestuurders of de gedelegeerd bestuurder, telkens wanneer
de belangen van de vennootschap het vereisen.
De oproepingen vermelden plaats, datum, uur en agenda van de
vergadering en worden uiterlijk de derde kalenderdag vóór de dag
waarop de vergadering plaatsvindt per e-mail of, bij gebrek aan
e-mailadres gecommuniceerd aan de vennootschap, per gewone
brief of op een andere schriftelijke wijze verzonden. Wanneer
de hierboven vermelde oproepingstermijn niet werkzaam is,
kan de oproepingstermijn korter zijn. Indien noodzakelijk kan de
oproeping telefonisch gebeuren ter aanvulling van de hierboven
vermelde oproepingswijzen.
Elke bestuurder die een vergadering van de raad bijwoont of zich
erop laat vertegenwoordigen wordt als regelmatig opgeroepen
beschouwd. Een bestuurder kan er eveneens aan verzaken zich
te beroepen op het ontbreken of de onregelmatigheid van de
oproeping en dit voor of na de vergadering waarop hij niet aanwezig
was. In ieder geval, dient de regelmatigheid van de bijeenroeping
niet te worden gerechtvaardigd indien alle bestuurders aanwezig
of regelmatig vertegenwoordigd zijn en zich akkoord verklaren
met de agenda.
Vergaderingen van de raad van bestuur kunnen geldig worden
gehouden bij wijze van telecommunicatietechnieken die een
gezamenlijke beraadslaging mogelijk maken, zoals telefoon- of
videoconferentie (Skype, Zoom, Teams, etc.)
Iedere bestuurder kan per brief, per elektronische post of op
een andere schriftelijke wijze, volmacht geven aan een ander
lid van de raad om hem op een welbepaalde vergadering te
vertegenwoordigen.
De raad van bestuur wordt voorgezeten door de voorzitter. Indien
de voorzitter verhinderd is of (nog) niet werd benoemd, door
de vicevoorzitter, en indien deze afwezig is of (nog) niet werd
benoemd, door de bestuurder met de meeste anciënniteit en in
geval van gelijke anciënniteit door de bestuurder met de hoogste
leeftijd.
ARTIKEL 15. BERAADSLAGING
De raad van bestuur kan slechts geldig beraadslagen en beslissen
indien ten minste de meerderheid van de bestuurders aanwezig
of vertegenwoordigd is. Indien dit quorum niet is bereikt, kan
een nieuwe raad worden bijeengeroepen met dezelfde agenda,
die geldig zal beraadslagen en beslissen indien ten minste twee
bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd zijn.
Een beslissing kan worden aangenomen bij unaniem schriftelijk
akkoord van alle bestuurders.
Indien een bestuurder, rechtstreeks of onrechtstreeks, een belang
van vermogensrechtelijke aard heeft dat strijdig is met een
beslissing of een verrichting die tot de bevoegdheid behoort van
de raad van bestuur, dient hij zich te richten naar het bepaalde in
het Wetboek van vennootschappen en verenigingen. De leden van
de raad van bestuur zullen eveneens de bepalingen daaromtrent
in de toepasselijke regelgeving op de gereglementeerde
vastgoedvennootschappen naleven.
Onder voorbehoud van hetgeen hierna is bepaald, worden besluiten
van de raad van bestuur bij meerderheid van de uitgebrachte
stemmen genomen.
Blanco of ongeldige stemmen worden niet bij de uitgebrachte
stemmen geteld. Bij staking van stemmen binnen de raad van
bestuur is het voorstel verworpen.
ARTIKEL 16. BEVOEGDHEDEN VAN DE RAAD VAN BESTUUR
De raad van bestuur heeft de meest uitgebreide bevoegdheden
om alle handelingen te verrichten die nodig of dienstig zijn voor
de verwezenlijking van het voorwerp van de vennootschap. Hij
is bevoegd alle daden te stellen die niet uitdrukkelijk door de
wet of door deze statuten aan de algemene vergadering zijn
voorbehouden.
De raad van bestuur stelt de halfjaarverslagen op evenals het
jaarverslag.
De raad van bestuur stelt een of meerdere onafhankelijke waarde-
ringsdeskundige(n) aan in overeenstemming met de toepasselijke
regelgeving op de gereglementeerde vastgoedvennootschappen
en stelt desgevallend elke wijziging voor aan de lijst van deskun-
digen die is opgenomen in het dossier dat bij de aanvraag om
erkenning als GVV is gevoegd.
ARTIKEL 17. NOTULEN
De besluiten van de raad van bestuur worden vastgelegd in
notulen die ondertekend worden door de voorzitter van de
vergadering, de secretaris als er één werd aangeduid, en de leden
van de raad van bestuur die zulks verlangen. Deze notulen worden
in een speciaal register opgenomen. De volmachten worden aan
de notulen gehecht. De afschriften of uittreksels, in rechte of
anderszins voor te leggen, worden door de voorzitter van de raad
van bestuur, twee bestuurders of één bestuurder die belast is
met het dagelijks bestuur, ondertekend. Deze bevoegdheid kan
worden opgedragen aan een lasthebber.
ARTIKEL 18. VERGOEDINGEN
De opdracht van bestuurder is bezoldigd. De vergoeding van de
bestuurders wordt vastgesteld door de algemene vergadering. De
leden van de raad van bestuur hebben recht op terugbetaling van
de normale en gerechtvaardigde uitgaven en kosten, die zij kunnen
doen gelden als gedaan in de uitoefening van hun opdracht.
Artikel 7:91, lid 1 en 2 van het Wetboek van vennootschappen
en verenigingen wordt buiten toepassing verklaard. Zo
kunnen, in afwijking van artikel 7:91, lid 1 van het Wetboek van
vennootschappen en verenigingen, aandelen definitief worden
verworven en aandelenopties of alle andere rechten om
aandelen te verwerven worden uitgeoefend overeenkomstig de
uitgiftevoorwaarden, zoals in voorkomend geval bepaald door
de algemene vergadering c.q. de raad van bestuur of haar c.q.
zijn gevolmachtigde(n). Ook worden, in afwijking van artikel 7:91,
lid 2 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen,
de voorwaarden inzake de variabele remuneratie, met inbegrip
van de toepasselijke periodes waarop deze verloning betrekking
heeft, vastgesteld door de raad van bestuur (op voordracht van
het c.q. optredend als remuneratiecomité).
ARTIKEL 19. EFFECTIEVE LEIDING EN DAGELIJKS BESTUUR
De effectieve leiding over de vennootschap dient te worden
toevertrouwd aan ten minste twee natuurlijke personen, die moeten
voldoen aan de eisen van betrouwbaarheid en deskundigheid zoals
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
303
304
PERMANENT DOCUMENT XIOR
Graphics
voorzien in de toepasselijke regelgeving op de gereglementeerde
vastgoedvennootschappen gestelde vereisten. Zij mogen niet
binnen de werkingssfeer van de in de toepasselijke regelgeving
op de gereglementeerde vastgoedvennootschappen vastgelegde
verbodsbepalingen vallen.
De benoeming van de effectieve leiders wordt voorafgaandelijk
ter goedkeuring voorgelegd aan de FSMA.
De raad van bestuur kan het dagelijks bestuur van de vennootschap,
alsook de vertegenwoordiging van de vennootschap wat dat
bestuur aangaat, opdragen aan een of meer personen, die elk
alleen, gezamenlijk of als college optreden en die niet noodzakelijk
bestuurder hoeven te zijn. De met het dagelijks bestuur belaste
perso(o)n(en) moet(en) voldoen aan de eisen van betrouwbaarheid
en deskundigheid zoals voorzien door de toepasselijke
regelgeving op de gereglementeerde vastgoedvennootschappen
en mogen niet binnen de werkingssfeer van de in de toepasselijke
regelgeving op de gereglementeerde vastgoedvennootschappen
vastgelegde verbodsbepalingen vallen.
In geval van delegatie van het dagelijks bestuur bepaalt de raad
van bestuur de vergoeding die aan deze opdracht is verbonden.
Artikel 7:121 jo. 7:91, lid 1 en 2 van het Wetboek van vennootschappen
en verenigingen wordt buiten toepassing verklaard. Zo kunnen,
in afwijking van artikel 7:121 jo. 7:91, lid 1 van het Wetboek van
vennootschappen en verenigingen, aandelen definitief worden
verworven en aandelenopties of alle andere rechten om
aandelen te verwerven worden uitgeoefend overeenkomstig de
uitgiftevoorwaarden, zoals in voorkomend geval bepaald door de
algemene vergadering c.q. de raad van bestuur of haar c.q. zijn
gevolmachtigde(n). Ook worden, in afwijking van artikel 7:121 jo.
7:91, lid 2 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen
en, de voorwaarden inzake de variabele remuneratie, met inbegrip
van de toepasselijke periodes waarop deze verloning betrekking
heeft, vastgesteld door de raad van bestuur (op voordracht van
het c.q. optredend als remuneratiecomité).
ARTIKEL 20. EXTERNE VERTEGENWOORDIGINGSMACHT
Behoudens bijzondere bevoegdheidsdelegatie door de raad van
bestuur, wordt de vennootschap rechtsgeldig vertegenwoordigd
in alle handelingen, met inbegrip van diegene waaraan een
openbaar of ministerieel ambtenaar zijn medewerking verleent,
evenals in rechte, hetzij als eiser hetzij als verweerder, door twee
bestuurders die gezamenlijk handelen.
De vennootschap is binnen de beperkingen van het dagelijks
bestuur geldig vertegenwoordigd door één gedelegeerd
bestuurder alleen handelend.
De vennootschap is derhalve geldig vertegenwoordigd door
bijzondere volmachthebbers van de vennootschap binnen de
grenzen van het mandaat dat hen tot dien einde is toevertrouwd
door de raad van bestuur of, binnen de beperkingen van het
dagelijks bestuur, door één gedelegeerd bestuurder alleen
handelend.
ARTIKEL 21. BIJZONDERE VOLMACHTEN
De raad van bestuur kan aan een lasthebber, zelfs indien deze
geen aandeelhouder of bestuurder is, zijn bevoegdheden voor
bijzondere en bepaalde aangelegenheden opdragen.
Een gedelegeerd bestuurder kan aan een lasthebber, zelfs indien
deze geen aandeelhouder of bestuurder is, zijn bevoegdheden voor
bijzondere en bepaalde aangelegenheden opdragen.
ARTIKEL 22. COMITÉS
De raad van bestuur richt in zijn midden een auditcomité alsook
een remuneratie- en benoemingscomité op, en omschrijft hun
samenstelling, hun opdrachten en bevoegdheden.
De raad van bestuur kan onder zijn verantwoordelijkheid één
of meerdere consultatieve comités oprichten, waarvan hij de
samenstelling en de opdracht vaststelt.
HOOFDSTUK IV – REVISORAAL TOEZICHT
ARTIKEL 23. REVISORAAL TOEZICHT
De controle van de vennootschap wordt toevertrouwd aan één of
meerdere commissarissen, die de taken die hen worden toevertrouwd
door het Wetboek van vennootschappen en verenigingen (en
bijhorende uitvoeringsbesluiten) en de toepasselijke regelgeving
op de gereglementeerde vastgoedvennootschappen uitoefenen.
De commissaris(sen) moet(en) een door de FSMA erkende
revisor(en) (of revisorenvennootschap(en)) zijn.
HOOFDSTUK V - ALGEMENE VERGADERING
ARTIKEL 24. DE ALGEMENE VERGADERING
De algemene vergadering vertegenwoordigt de algemeenheid van
de aandeelhouders. De besluiten van de algemene vergadering
zijn bindend voor alle aandeelhouders, zelfs voor de afwezigen of
zij die tegenstemden.
De algemene vergadering wordt gehouden op de zetel of op de
plaats aangeduid in de oproeping.
De gewone algemene vergadering wordt ieder jaar gehouden op
de derde donderdag van de maand mei om tien uur of, indien
deze dag een wettelijke feestdag is, op de tweede werkdag die
daarop volgt gehouden op hetzelfde uur.
ARTIKEL 25. BIJEENROEPING
De raad van bestuur en de commissaris kunnen zowel een
algemene vergadering (gewone algemene vergadering) als
een bijzondere of een buitengewone algemene vergadering
bijeenroepen telkens het belang van de vennootschap het vereist.
Zij moeten de gewone algemene vergadering bijeenroepen op de
bij de statuten bepaalde dag.
De raad van bestuur en de commissaris zijn verplicht een
bijzondere of buitengewone vergadering bijeen te roepen
wanneer één of meer aandeelhouders die alleen of gezamenlijk
één/tiende van het geplaatst kapitaal vertegenwoordigen, het
vragen. Dit verzoek wordt bij aangetekende brief aan de zetel van
de vennootschap gestuurd en moet de onderwerpen waarover
de algemene vergadering dient te beraadslagen en te besluiten
precies omschrijven. Het verzoek dient gericht te zijn aan de raad
van bestuur en de commissaris, die verplicht zijn een vergadering
samen te roepen binnen een termijn van drie weken na ontvangst
van het verzoek. In de oproeping kunnen aan de agendapunten
opgegeven door de aandeelhouders andere onderwerpen worden
toegevoegd.
Eén of meer aandeelhouders die samen ten minste drie procent
(3%) van het kapitaal van de Vennootschap bezitten, kunnen
in overeenstemming met de bepalingen van het Wetboek van
vennootschappen en verenigingen vragen dat te bespreken
onderwerpen worden opgenomen op de agenda van gelijk welke
algemene vergadering en kunnen voorstellen van beslissing
indienen met betrekking tot te bespreken onderwerpen die op
de agenda zijn of zullen worden ingeschreven.
De oproeping tot een algemene vergadering vermeldt ten minste
de plaats, datum, uur en agenda en de voorstellen tot besluit.
De oproeping tot de algemene vergadering geschiedt overeen-
komstig de modaliteiten van het Wetboek van vennootschappen
en verenigingen. De aandeelhouder, bestuurder of commissaris die
aan de vergadering deelneemt of er zich doet vertegenwoordigen,
wordt als regelmatig opgeroepen beschouwd. Een aandeelhouder,
bestuurder of commissaris kan er tevens, voor of na de bijeenkomst
van de algemene vergadering die hij niet bijwoonde of waarop hij
niet werd vertegenwoordigd, aan verzaken zich te beroepen op
het ontbreken of de onregelmatigheid van de oproepingsbrief.
ARTIKEL 26. TOELATING
Zonder afbreuk te doen aan de verplichtingen opgenomen in
het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, kan een
aandeelhouder slechts deelnemen aan de algemene vergadering
en er het stemrecht uitoefenen, mits wordt voldaan aan de hierna
volgende vereisten:
(1) Een aandeelhouder kan alleen deelnemen aan de algemene
vergadering en er het stemrecht uitoefenen op grond van de
boekhoudkundige registratie van de aandelen op naam van
de aandeelhouder, op de registratiedatum, hetzij door de
inschrijving in het register van de aandelen op naam van de
vennootschap, hetzij door hun inschrijving op de rekeningen van
een erkende rekeninghouder of van een vereffeningsinstelling,
ongeacht het aantal aandelen dat de aandeelhouder bezit op
de dag van de algemene vergadering. De veertiende dag vóór
de algemene vergadering, om vierentwintig uur (Belgisch uur)
geldt als registratiedatum.
(2) De eigenaars van gedematerialiseerde aandelen die aan
de vergadering wensen deel te nemen, moeten een attest
overleggen dat door een erkende rekeninghouder of de
vereffeningsinstelling werd afgegeven en waaruit blijkt hoeveel
gedematerialiseerde aandelen er op de registratiedatum in hun
rekeningen zijn ingeschreven op naam van de aandeelhouder,
en waarvoor de aandeelhouder heeft aangegeven te willen
deelnemen aan de algemene vergadering. Zij delen het
attest mee aan de vennootschap of aan de persoon die de
vennootschap daartoe heeft aangewezen, alsook hun wens om
deel te nemen aan de algemene vergadering, in voorkomend
geval door het sturen van een volmacht, ten laatste op de
zesde dag voorafgaand aan de datum van de algemene
vergadering via het e-mailadres van de vennootschap of via
het e-mailadres van de vennootschap of via het e-mailadres
specifiek vermeld in de oproeping.
De eigenaars van aandelen op naam die aan de vergadering wensen
deel te nemen, moeten de vennootschap, of de persoon die zij
daartoe heeft aangewezen, uiterlijk de zesde dag vóór de datum
van de vergadering op de hoogte brengen van hun voornemen
om aan de vergadering deel te nemen, via het e-mailadres van
de vennootschap of via het e-mailadres specifiek vermeld in
de oproeping, of, in voorkomend geval, door het sturen van een
volmacht.
(3) De raad van bestuur zal een register bijhouden voor elke
aandeelhouder die zijn wens om deel te nemen aan de
algemene vergadering kenbaar heeft gemaakt, waarin zijn
naam en adres of zetel wordt opgenomen, het aantal aandelen
dat hij bezat op de registratiedatum en waarmee hij heeft
aangegeven te willen deelnemen aan de algemene vergadering,
alsook de beschrijving van de stukken die aantonen dat hij op
die registratiedatum in het bezit was van de aandelen.
ARTIKEL 27. VERTEGENWOORDIGING
Iedere eigenaar van effecten kan een volmacht geven om
hem op de algemene vergadering te vertegenwoordigen, in
overeenstemming met de desbetreffende bepalingen van
het Wetboek van vennootschappen en verenigingen. De
volmachtdrager moet geen aandeelhouder zijn.
Een aandeelhouder van de vennootschap mag voor een
bepaalde algemene vergadering slechts één persoon aanwijzen
als volmachtdrager. Hiervan kan enkel worden afgeweken in
overeenstemming met de desbetreffende regels van het Wetboek
van vennootschappen en verenigingen.
Een persoon die als volmachtdrager optreedt, mag een
volmacht van meer dan één aandeelhouder bezitten. Ingeval een
volmachtdrager volmachten van meerdere aandeelhouders bezit,
kan hij namens een bepaalde aandeelhouder anders stemmen
dan namens een andere aandeelhouder.
De volmacht moet worden ondertekend door de aandeelhouder
en dient te worden meegedeeld aan de vennootschap via het
e-mailadres van de vennootschap of via het e-mailadres specifiek
vermeld in de oproeping uiterlijk op de zesde dag vóór de datum
van de algemene vergadering.
De raad van bestuur kan een volmachtformulier opmaken.
Indien meerdere personen zakelijke rechten bezitten op eenzelfde
aandeel, kan de Vennootschap de uitoefening van het stemrecht
verbonden aan dit aandeel schorsen tot één persoon als titularis
is aangeduid voor de uitoefening van het stemrecht.
Onverminderd de mogelijkheid om in overeenstemming met
artikel 7:145, tweede lid van het Wetboek van vennootschappen en
verenigingen in bepaalde omstandigheden van de instructies af
te wijken, brengt de volmachtdrager zijn stem uit overeenkomstig
de mogelijke instructies van de aandeelhouder die hem heeft
aangewezen. De volmachtdrager moet gedurende ten minste
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
305
306
PERMANENT DOCUMENT XIOR
Graphics
een jaar een register van de steminstructies bijhouden en op
verzoek van de aandeelhouder bevestigen dat hij zich aan de
steminstructies heeft gehouden.
In geval van een potentieel belangenconflict zoals bepaald in
artikel 7:143, §4 van het Wetboek van vennootschappen en
verenigingen tussen de aandeelhouder en de volmachtdrager die
hij heeft aangewezen, moet de volmachtdrager de precieze feiten
bekendmaken die voor de aandeelhouder van belang zijn om te
beoordelen of er gevaar bestaat dat de volmachtdrager enig ander
belang dan het belang van de aandeelhouder nastreeft. Bovendien
mag de volmachtdrager slechts namens de aandeelhouder
stemmen op voorwaarde dat hij voor ieder onderwerp op de
agenda over specifieke steminstructies beschikt.
De minderjarigen, de onbekwaam verklaarden en de rechtspersonen
moeten vertegenwoordigd zijn door hun wettelijke of statutaire
vertegenwoordigers.
ARTIKEL 28. VOORZITTERSCHAP - BUREAU
Elke algemene vergadering wordt voorgezeten door de voorzitter
van de raad van bestuur, of, bij diens afwezigheid, door de
gedelegeerd bestuurder of bij diens afwezigheid door degene
aangesteld door de aanwezige bestuurders.
De voorzitter wijst een secretaris aan.
De vergadering kiest twee stemopnemers.
De overige leden van de raad van bestuur vervolledigen het
bureau.
ARTIKEL 29. VERLOOP VAN DE VERGADERING –
AGENDERING – VERDAGING
29.1 De beraadslaging en stemming geschiedt onder leiding van
de voorzitter en in overeenstemming met de gebruikelijke regels
van een behoorlijke vergaderingstechniek. De bestuurders geven
antwoord op de vragen die hen door de aandeelhouders, tijdens
de vergadering of schriftelijk, worden gesteld met betrekking tot
hun verslag of tot de agendapunten, voor zover de mededeling
van gegevens of feiten niet van dien aard is dat zij nadelig zou
zijn voor de zakelijke belangen van de vennootschap of voor de
vertrouwelijkheid waartoe de vennootschap of haar bestuurders
zich hebben verbonden.
De commissaris(sen) geeft (geven) antwoord op de vragen die
hem (hun) door de aandeelhouders, tijdens de vergadering of
schriftelijk, worden gesteld met betrekking tot hun verslag, voor
zover de mededeling van gegevens of feiten niet van dien aard is dat
zij nadelig zou zijn voor de zakelijke belangen van de vennootschap
of voor de vertrouwelijkheid waartoe de vennootschap, haar
bestuurders of de commissaris(sen) zich hebben verbonden. Zij
hebben het recht ter algemene vergadering het woord te voeren
in verband met de vervulling van hun taak.
Wanneer verschillende vragen over hetzelfde onderwerp
handelen, mogen de raad van bestuur en de commissarissen
daarop één antwoord geven. Zodra de oproeping gepubliceerd
is, kunnen de aandeelhouders bovenvermelde vragen schriftelijk
stellen, overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van het
Wetboek van vennootschappen en verenigingen.
29.2 De raad van bestuur heeft het recht, tijdens de zitting van
een gewone algemene vergadering, de beslissing met betrekking
tot de goedkeuring van de jaarrekening vijf weken uit te stellen.
Deze verdaging doet geen afbreuk aan de andere genomen
besluiten, behoudens andersluidende beslissing van de algemene
vergadering hieromtrent. De volgende vergadering heeft het recht
de jaarrekening definitief vast te stellen.
29.3 De algemene vergadering kan alleen rechtsgeldig
beraadslagen of besluiten over punten die in de aangekondigde
agenda zijn opgenomen of daarin impliciet zijn vervat. Over niet
in de agenda begrepen punten kan slechts beraadslaagd worden
in een vergadering waarin alle aandelen aanwezig zijn en mits
daartoe met eenparigheid van stemmen besloten wordt. De
vereiste instemming staat vast indien geen verzet is aangetekend
in de notulen van de vergadering. De agenda moet, naast de te
behandelen onderwerpen, de voorstellen tot besluit bevatten.
De te behandelen onderwerpen en de bijhorende voorstellen tot
besluit die in voorkomend geval aan de agenda zouden worden toe-
gevoegd, zullen worden bekendgemaakt overeenkomstig de moda-
liteiten van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.
Indien een volmacht reeds ter kennis werd gebracht van de ven-
nootschap vóór deze bekendmaking van een aangevulde agenda,
dient de volmachthouder de desbetreffende bepalingen van het
Wetboek van vennootschappen en verenigingen in acht te nemen.
De te behandelen onderwerpen en de voorstellen tot besluit die
met toepassing van het voorgaande lid op de agenda zijn geplaatst,
worden slechts besproken indien aan alle desbetreffende
bepalingen van het Wetboek van vennootschappen en
verenigingen werd voldaan.
29.4 De raad van bestuur, de houders van aandelen, converteerbare
obligaties, inschrijvingsrechten of met medewerking van de
vennootschap uitgegeven certificaten kunnen, indien de
raad van bestuur hiertoe de toelating heeft gegeven in de
oproepingsbrief, overeenkomstig de bepalingen van artikel 7:137
van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen op
afstand deelnemen aan de algemene vergadering door middel van
een door de vennootschap ter beschikking gesteld elektronisch
communicatiemiddel. Aandeelhouders die op deze manier
deelnemen aan de algemene vergadering deelnemen, worden
voor de vervulling van de voorwaarden inzake meerderheid
en aanwezigheid geacht aanwezig te zijn op de plaats waar
de vergadering gehouden wordt. De vennootschap moet de
hoedanigheid en de identiteit van de aandeelhouder kunnen
controleren aan de hand van het gebruikte communicatiemiddel.
De raad van bestuur kan alle bijkomende voorwaarden stellen
om de veiligheid van het elektronische communicatiemiddel te
waarborgen. Het elektronische communicatiemiddel moet de
in het eerste lid bedoelde effectenhouders ten minste in staat
stellen om rechtstreeks, gelijktijdig en ononderbroken kennis te
nemen van de besprekingen tijdens de vergadering en, wat de
aandeelhouders betreft, om het stemrecht uit te oefenen met
betrekking tot alle punten waarover de vergadering zich dient
uit te spreken. Het elektronisch communicatiemiddel moet de
voormelde effectenhouders in staat stellen om deel te nemen
aan de beraadslagingen en om het recht uit te oefenen vragen
te stellen, tenzij de wet hieromtrent in een meer flexibele regeling
voorziet. De oproeping tot de algemene vergadering dient
een heldere en nauwkeurige beschrijving van de procedures
met betrekking tot de deelname op afstand aan de algemene
vergadering te bevatten. Die procedures worden tevens op de
vennootschapswebsite toegankelijk gemaakt.
ARTIKEL 30. STEMRECHT
Elk aandeel geeft recht op één stem. Aandeelhouders zonder
stemrecht, houders van inschrijvingsrechten, houders van
converteerbare obligatiehouders en houders van certificaten
uitgegeven met medewerking van de vennootschap hebben
het recht aan de algemene vergadering deel te nemen met
raadgevende stem. In de gevallen bepaald bij artikel 7:57 van
het Wetboek van vennootschappen en verenigingen hebben de
houders van aandelen zonder stemrecht gewoon stemrecht.
Ten aanzien van de vennootschap zijn de aandelen ondeelbaar.
Indien een aandeel aan verschillende personen toebehoort of
indien de aan een aandeel verbonden rechten zijn verdeeld over
meerdere personen, mag de raad van bestuur de uitoefening
van de eraan verbonden rechten opschorten totdat één enkele
persoon tegenover de vennootschap als aandeelhouder is
aangewezen. Is een aandeel met vruchtgebruik bezwaard,
dan wordt de uitoefening van het aan dat aandeel verbonden
stemrecht uitgeoefend door de vruchtgebruiker, tenzij in geval
van andersluidende gezamenlijke kennisgeving van de blote
eigenaar en vruchtgebruiker aan de vennootschap.
ARTIKEL 31. BESLUITVORMING
De algemene vergadering kan geldig beraadslagen en
stemmen, ongeacht het deel van het kapitaal dat aanwezig of
vertegenwoordigd is, behalve in de gevallen waarin het Wetboek
van vennootschappen en verenigingen een aanwezigheidsquorum
oplegt.
Behoudens andersluidende dwingende wettelijke of statutaire
bepalingen, worden de besluiten genomen bij gewone
meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Blanco, nietige en
ongeldige stemmen worden niet bij de uitgebrachte stemmen
geteld. Bij staking van stemmen is het voorstel verworpen.
De stemmingen gebeuren door handopsteken of bij naamafroeping,
tenzij de algemene vergadering er met eenvoudige meerderheid
van de uitgebrachte stemmen anders over besluit.
De aandeelhouders zullen gemachtigd zijn om per brief of via
de vennootschapswebsite te stemmen op afstand, door middel
van een formulier opgemaakt en ter beschikking gesteld door de
vennootschap, indien de raad van bestuur hiertoe de toelating
heeft gegeven in de oproepingsbrief. Dit formulier moet verplicht
de datum en de plaats van de vergadering vermelden, de naam
of benaming van de aandeelhouder en zijn woonplaats of zetel,
het aantal stemmen waarmee de aandeelhouder wil stemmen op
de algemene vergadering, de vorm van de aandelen die hij bezit,
de agendapunten van de vergadering (inclusief de voorstellen
van beslissing), een ruimte die toelaat te stemmen voor of tegen
elke beslissing dan wel om zich te onthouden, evenals de termijn
waarbinnen het stemformulier bij de Vennootschap moet toekomen.
Het formulier moet uitdrukkelijk vermelden dat het moet worden
getekend en moet toekomen aan de vennootschap uiterlijk de
zesde dag voorafgaand aan de datum van de vergadering.
De buitengewone algemene vergadering moet worden gehouden
ten overstaan van een notaris die er een authentiek proces-verbaal
van opmaakt.
De algemene vergadering kan over een statutenwijziging alleen dan
op rechtsgeldige wijze beraadslagen en besluiten, wanneer zij die
aan de vergadering deelnemen ten minste de helft van het kapitaal
vertegenwoordigen. Is het genoemde quorum niet bereikt, dan is
een nieuwe bijeenroeping volgens artikel 7:153 van het Wetboek van
vennootschappen en verenigingen nodig; de tweede vergadering
beraadslaagt en besluit op geldige wijze, ongeacht het aanwezige
of vertegenwoordigde deel van het kapitaal. Iedere wijziging van de
statuten is slechts toegelaten indien ze wordt goedgekeurd door
ten minste drie vierde van de stemmen of, indien het gaat om de
wijziging van het voorwerp of de doelen van de vennootschap, door
vier vijfde van de uitgebrachte stemmen, waarbij onthoudingen
noch in de teller noch in de noemer worden meegerekend. Ieder
ontwerp van statutenwijziging moet voorafgaandelijk worden
voorgelegd aan de FSMA.
Een aanwezigheidslijst met de namen van de aandeelhouders en
het aantal aandelen wordt ondertekend door elk van hen of door
een vertegenwoordiger, alvorens de zitting begint.
Zij die aan de algemene vergadering hebben deelgenomen of er
waren vertegenwoordigd kunnen inzage krijgen in deze lijst.
ARTIKEL 32. NOTULEN
Van elke algemene vergadering worden notulen opgemaakt. De
notulen van de algemene vergadering worden ondertekend door de
leden van het bureau en door de aandeelhouders die er om vragen.
Deze notulen worden in een speciaal register bijgehouden. De
volmachten worden gehecht aan de notulen van de vergadering
waarvoor ze zijn gegeven.
De afschriften in rechte of anderszins voor te leggen, worden door
twee bestuurders of door een gedelegeerd bestuurder ondertekend.
ARTIKEL 33. BOEKJAAR – JAARREKENING – JAARVERSLAG
Het boekjaar van de vennootschap gaat telkens in op één januari en
eindigt op eenendertig december van ieder jaar.
Op het einde van elk boekjaar worden de boeken en bescheiden
afgeslo¬ten en maakt de raad van bestuur de inventaris alsmede
de jaarrekening op.
De raad van bestuur stelt bovendien een jaarverslag op waarin
hij verantwoording aflegt voor zijn bestuur. Dit jaarverslag bevat
tevens een verklaring inzake deugdelijk bestuur, die er een specifiek
onderdeel van vormt. Deze verklaring inzake deugdelijk bestuur
bevat tevens het remuneratieverslag dat er een specifiek onderdeel
van vormt.
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
307
308
PERMANENT DOCUMENT XIOR
Graphics
De commissaris stelt met het oog op de algemene jaarvergadering
een schriftelijk en omstandig verslag op.
De algemene vergadering hoort het jaarverslag en het verslag van
de commissaris(sen) en beslist met een gewone meerderheid
over de goedkeuring van de jaarrekening. Na goedkeuring van de
jaarrekening beslist de algemene vergadering bij afzonderlijke
stemming over de aan de bestuurders en commissaris(sen) te
verlenen kwijting.
Overeenkomstig de wettelijke bepalingen ter zake worden de enkel-
voudige en geconsolideerde jaarrekeningen van de vennootschap
neergelegd bij de Nationale Bank van België.
De jaarlijkse en halfjaarlijkse financiële verslagen zijn eveneens gratis
op de zetel verkrijgbaar en kunnen, ten informatieve titel, worden
geraadpleegd op de website van de vennootschap.
ARTIKEL 34. BESTEMMING VAN DE WINST
Op voorstel van de raad van bestuur beslist de algemene vergade-
ring binnen de door het Wetboek van vennootschappen en vereni-
gingen en de toepasselijke regelgeving op de gereglementeerde
vastgoedvennootschappen toegestane grenzen, een dividend
uitkeren waarvan het minimumbedrag is voorgeschreven door de
toepasselijke regelgeving op de gereglementeerde vastgoedven-
nootschappen.
ARTIKEL 35. DIVIDENDEN
De uitbetaling van de dividenden gebeurt op het tijdstip en op de
plaats doo r de raad van bestuur vastgesteld.
De raad van bestuur kan onder zijn verantwoordelijkheid besluiten
tot de uitkering van interim dividenden, in de gevallen en binnen de
termijnen toegestaan door de wet.
ARTIKEL 36. ALGEMENE VERGADERING VAN OBLIGATIE–
HOUDERS
De raad van bestuur en de commissaris(sen) van de
vennootschap kunnen de obligatiehouders, zo die er zijn en in
zoverre de uitgiftevoorwaarden van de betreffende obligaties
hier niet van afwijken, oproepen in algemene vergadering van
de obligatiehouders, die de bevoegdheden zal hebben voorzien
door artikel 7:162 van het Wetboek van vennootschappen en
verenigingen.
In zoverre de uitgiftevoorwaarden van de betreffende obligaties
hier niet van afwijken:
• moet de raad van bestuur de algemene vergadering eveneens
bijeenroepen wanneer obligatiehouders die een vijfde van het
bedrag van de in omloop zijnde effecten vertegenwoordigen,
het vragen; en
• bevat de oproeping de dagorde en wordt deze opgesteld
overeenkomstig de bepalingen van het Wetboek van ven-
nootschappen en verenigingen. Om toegelaten te worden op
de algemene vergadering van de obligatiehouders moeten de
obligatiehouders de formaliteiten voorzien in het Wetboek van
vennootschappen en verenigingen nakomen, evenals de even-
tuele formaliteiten voorzien in de uitgiftevoorschriften van de
obligaties of in de bijeenroeping.
De algemene vergadering van obligatiehouders verloopt
overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 7:168 en volgende
van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.
De obligatiehouders kunnen, indien de raad van bestuur hiertoe de
toelating heeft gegeven in de oproepingsbrief, overeenkomstig de
bepalingen van artikel 7:137 van het Wetboek van vennootschappen
en verenigingen en volgens dezelfde modaliteiten als uiteengezet
in artikel 29.4 van deze statuten, op afstand deelnemen aan de
algemene vergadering door middel van een door de vennootschap
ter beschikking gesteld elektronisch communicatiemiddel.
HOOFDSTUK VI – ONTBINDING - VEREFFENING
ARTIKEL 37. BENOEMING EN BEVOEGDHEID
VEREFFENAARS
In geval van ontbinding van de vennootschap, om welke reden of
op welk tijdstip ook, geschiedt de vereffening door vereffenaars
benoemd door de algemene vergadering, overeenkomstig
de bepalingen van het Wetboek van vennootschappen en
verenigingen.
Bij gebreke van dergelijke benoeming, worden de leden van de
raad van bestuur, ten aanzien van derden als vereffenaars van
rechtswege beschouwd, evenwel zonder de bevoegdheden die
de wet en de statuten met betrekking tot de verrichtingen van
de vereffening toekennen aan de vereffenaar benoemd in de
statuten, door de algemene vergadering of door de rechtbank.
Indien uit de staat van activa en passiva opgemaakt overeenkomstig
het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, blijkt dat
niet alle schuldeisers volledig kunnen worden terugbetaald,
moet de benoeming van de vereffenaars in de statuten of door
de algemene vergadering aan de voorzitter van de rechtbank
ter bevestiging worden voorgelegd. Deze bevestiging is evenwel
niet vereist indien uit die staat van activa en passiva blijkt dat
de vennootschap enkel schulden heeft ten aanzien van haar
aandeelhouders en alle aandeelhouders die schuldeiser zijn van
de vennootschap schriftelijk bevestigen akkoord te gaan met de
benoeming.
De algemene vergadering bepaalt in voorkomend geval de
vergoeding van de vereffenaars.
ARTIKEL 38. ONTBINDING - VERDELING
De vereffening van de vennootschap wordt afgesloten overeen-
komstig de bepalingen van het Wetboek van vennootschappen
en verenigingen.
De verdeling aan de aandeelhouders zal pas plaatsvinden na de
vergadering tot sluiting van de vereffening.
Tenzij in geval van een fusie, wordt het netto-actief van de
vennootschap, na aanzuivering van alle schulden of een consignatie
van de hiervoor noodzakelijke sommen, vooreerst aangewend om,
in geld of in natura, het volgestorte kapitaal terug te betalen. Het
eventueel saldo wordt verdeeld gelijkmatig verdeeld tussen alle
aandeelhouders van de vennootschap, in verhouding met het
aantal aandelen dat ze bezitten.
HOOFSTUK VII – ALGEMENE BEPALINGEN
ARTIKEL 39. KEUZE VAN WOONPLAATS
Voor de uitvoering van de statuten wordt elke aandeelhouder die
gedomicilieerd is in het buitenland, elke bestuurder, commissaris,
directeur, vereffenaar, geacht woonplaats te kiezen in België.
Indien dit niet gebeurt, wordt hij geacht woonplaats te hebben
gekozen op de zetel van de Vennootschap waar alle mededelingen,
aanmaningen, dagvaardingen en betekeningen aan hem geldig
kunnen worden gedaan.
ARTIKEL 40. RECHTSBEVOEGDHEID
Voor alle geschillen tussen de vennootschap, haar bestuurders,
haar effectenhouders en vereffenaars betreffende de zaken van de
vennootschap en de uitvoering van deze statuten wordt uitsluitend
bevoegdheid toegekend aan de ondernemingsrechtbank van de
zetel van de vennootschap, tenzij de vennootschap er uitdrukkelijk
aan verzaakt.
ARTIKEL 41. GEMEEN RECHT
De partijen verklaren zich volledig te schikken naar het Wetboek van
vennootschappen en verenigingen, alsook naar de toepasselijke
regelgeving op de gereglementeerde vastgoedvennootschappen
(zoals van tijd tot tijd gewijzigd).
Bijgevolg worden de bepalingen van deze statuten waarin op
ongeoorloofde wijze zou zijn afgeweken van de beschikkingen van
voormelde wetten, geacht niet in huidige akte te zijn opgenomen,
en worden de clausules die strijdig zijn met de gebiedende
beschikkingen van deze wetten voor niet geschreven gehouden.
De nietigheid van één artikel of van een deel van een artikel van
deze statuten zal geen uitwerking hebben op de geldigheid van
de andere (delen van) statutaire clausules.
VOOR EENSLUIDENDE COÖRDINATIE
Notaris Peter Timmermans
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
309
310
PERMANENT DOCUMENT XIOR
Graphics
13
LEXICON
”
ONS GEËNGAGEERDE TEAM VAN
252 MEDEWERKERS BIEDT EEN ‘FEEL
AT HOME’ WOONERVARING AAN
MEER DAN 22.000 STUDENTEN VAN
CIRCA 150 NATIONALITEITEN.„
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
311
312
LEXICON XIOR
Graphics
A
Aloxe NV De naamloze vennootschap Aloxe, met maatschappelijke zetel te Frankrijklei 70, 2000 Antwerpen,
ingeschreven bij de Kruispuntbank van Ondernemingen onder het ondernemingsnummer BTW BE
0849.479.874 (RPR Antwerpen, afdeling Antwerpen).
APM Alternatieve Performance Measures of Alternatieve prestatiemaatstaven. In overeenstemming met
de richtlijnen die op 3 juli 2016 door ESMA (European Securities and Market Authority) werden
uitgevaardigd, worden de door Xior gehanteerde APM’s opgenomen in de Jaarverslag. De defini-
ties van de APM’s, alsook het gebruik en de reconciliatietabellen worden in
Hoofdstuk 10.8 van dit
Jaarverslag
weergegeven. Op de website van de Vennootschap zal een apart Lexicon m.b.t. deze
APM’s worden opgenomen voor toekomstige referentie. De APM’s worden aangeduid met een .
B
Bezettingsgraad Dit is de verhouding van de Huurinkomsten tot de Totale Huur.
C
CEO
Chief Executive Officer
CFO
Chief Financial Officer
CGO
Chief Growth Officer
COO
Chief Operating Officer
E
EPRA Aangepast Netto Initieel
Rendement (Aangepast NIR)
Deze maatstaf integreert een aanpassing van de EPRA NIR voor de afloop van huurvrije periodes of
andere niet-vervallen huurincentives.
EPRA huurleegstand Geschatte huurwaarde van leegstaande units gedeeld door de Geschatte huurwaarde van de totale
portefeuille.
EPRA Kost Ratio
(incl. leegstandskosten) (APM)
EPRA kosten (inclusief leegstandskosten) gedeeld door de bruto huurinkomsten verminderd met de te
betalen huur op gehuurde grond.
EPRA NAW (APM) Netto actiefwaarde (NAW) aangepast om rekening te houden met de reële waarde van de vastgoed-
beleggingen en met uitsluiting van bepaalde elementen die niet kaderen in een financieel model van
vastgoedinvesteringen op lange termijn.
EPRA NDV (APM) Vertegenwoordigt de aandeelhouderswaarde in een ‘uitverkoop scenario’, waarbij uitgestelde belasting,
financiële instrumenten en bepaalde andere aanpassingen zijn berekend naar de volledige omvang, na
aftrek van de daaruit voortvloeiende belasting.
EPRA Netto Initieel Rendement
(NIR) (APM)
Geannualiseerde bruto huurinkomsten op basis van de lopende huren op afsluitdatum, met uitsluiting
van de vastgoedkosten, gedeeld door de marktwaarde van de portefeuille verhoogd met de geschatte
mutatierechten en -kosten bij hypothetische vervreemding van vastgoedbeleggingen.
EPRA NNNAW (APM) EPRA NAW aangepast om rekening te houden met de reële waarde van (i) de financiële instrumenten,
(ii) de schulden en (iii) de uitgestelde belastingen.
EPRA NTA (APM) Veronderstelt dat entiteiten activa kopen en verkopen, waardoor bepaalde niveaus van onvermijdelijke
uitgestelde belasting zich kristaliseren.
EPRA-winst (APM) Nettoresultaat +/- variaties in de reële waarde van vastgoedbeleggingen, +/- ander portefeuilleresultaat,
+/- resultaat op verkopen van vastgoedbeleggingen, +/- variaties in de reële waarde van financiële activa
en passiva.
EPRA-winst per aandeel (APM) Netto resultaat +/- resultaat op verkopen van vastgoedbeleggingen, +/- variaties in de reële waarde
van vastgoedbeleggingen, +/- overig portefeuilleresultaat +/- variaties in de reële waarde van financiële
activa en passiva gedeeld door het gemiddelde aantal aandelen.
Euronext Brussels De gereglementeerde markt van Euronext Brussels waarop de aandelen van de Vennootschap worden
verhandeld.
F
FSMA De Belgische Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (Financial Services and Markets
Authority).
G
Gemiddelde financieringskost
(APM)
Interestkosten inclusief IRS interestkosten + arrangement fees en commitment fees gedeeld door
gemiddeld uitstaande schuld gedurende de periode.
Gemiddelde interestvoet
(APM)
Interestkosten inclusief IRS interestkosten gedeeld door de gemiddeld uitstaande schuld gedurende
de periode.
Gereglementeerde vastgoed-
vennootschap
Een vennootschap die door de FSMA is ingeschreven op de lijst van gereglementeerde vastgoedven-
nootschappen naar Belgisch recht en bijgevolg erkend is als gereglementeerde vastgoedvennoot-
schap, en die door de GVV-Wet van 12 mei 2014 en het GVV-KB van 13 juli 2014 worden geregeld, telkens
zoals van tijd tot tijd gewijzigd.
Geschatte Huur Op Jaarbasis
of Estimated Rental Value
("ERV")
Dit is de totale huurwaarde van de portefeuille op jaarbasis die wordt gehanteerd door de
Waarderingsdeskundigen in de waarderingsverslagen.
Governance Code 2020
De Belgische corporate governance code zoals aangeduid door het KB van 12 mei 2019 en beschik-
baar op de volgende website: https://www.corporategovernancecommittee.be/en/over-de-code-
2020/2020-belgian-code-corporate-governance.
Groep Xior en haar dochtervennootschappen, die zij van tijd tot tijd heeft.
GVV Gereglementeerde vastgoedvennootschap(pen).
GVV-KB Het Koninklijk Besluit van 13 juli 2014 met betrekking tot gereglementeerde vastgoedvennootschappen,
zoals gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 16 juli 2014, zoals van tijd tot tijd gewijzigd.
GVV-Wet De Wet van 12 mei 2014 betreffende de gereglementeerde vastgoedvennootschappen, zoals gepubli-
ceerd in het Belgisch Staatsblad van 30 juni 2014, zoals van tijd tot tijd gewijzigd.
GVV-Wetgeving De GVV-Wet en het GVV-KB.
H
Huurinkomsten De rekenkundige som van de huurinkomsten gefactureerd door de Vennootschap op basis van de
afgesloten huurovereenkomsten, over de periode van (een deel van) een boekjaar.
I
IASB International Accounting Standards Board.
IFRIC International Financial Reporting Interpretations Committee.
IFRS International Financial Reporting Standards, de boekhoudkundige standaard volgens dewelke gere-
glementeerde vastgoedvennootschappen verplicht zijn te rapporteren, op basis van artikel 11 van het
GVV-KB.
Investeringswaarde of Waarde
Vrij Op Naam
Deze waarde is gelijk aan het bedrag waaraan een gebouw zou kunnen worden geruild tussen goed
geïnformeerde partijen, instemmend en handelend in omstandigheden van normale concurrentie, in-
clusief de eventuele registratiebelastingen (10% in het Vlaams Gewest (tot 31 december 2021; vanaf 1
januari 2022: 12%)) en 12,5% in het Waalse Gewest en in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest), notaris-
kosten en BTW (wanneer het een koop onderworpen aan BTW betreft).
IPO De kapitaalverhoging van de Vennootschap bij wijze van een inbreng in geld door middel van een
openbare aanbieding van nieuwe aandelen, en de toelating tot de notering op de gereglementeerde
markt van Euronext Brussels van de aandelen van Xior, voltooid op 11 december 2015.
IRS Interest Rate Swap.
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
313
314
LEXICON XIOR
Graphics
K
Koninklijk Besluit van 14 no-
vember 2007
Het Koninklijk Besluit van 14 november 2007 betreffende de verplichtingen van emittenten van fi-
nanciële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, zoals
gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 3 december 2007, zoals van tijd tot tijd gewijzigd.
N
Netto resultaat excl. Impact
IFRIC 21 (APM)
Nettoresultaat pro rata gecorrigeerd voor de onroerende voorheffing en taksen tweede verblijven.
Nettoactief per aandeel (EPRA)
(APM)
Eigen vermogen exclusief de reële waarde van de toegelaten afdekkingsinstrumenten gedeeld door
het aantal aandelen.
Nettoactief per aandeel (IFRS) Eigen vermogen gedeeld door het aantal aandelen.
Nettowinst per aandeel Netto resultaat gedeeld door het gemiddelde aantal aandelen.
O
Openbare GVV of OGVV Openbare gereglementeerde vastgoedvennootschap(pen) of "BE-REIT".
P
PwC De besloten vennootschap PriceWaterhouseCoopers Bedrijfsrevisoren BCVBA, met maatschappelijke
zetel te Culliganlaan 5, 1831 Machelen, ingeschreven bij de Kruispuntbank van Ondernemingen onder het
ondernemingsnummer BTW BE 0429.501.944 (RPR Brussel).
R
Reële Waarde of Fair Value Deze waarde is de investeringswaarde zoals bepaald door een onafhankelijke Waarderings deskundige,
waarvan de mutatierechten zijn afgetrokken. De reële waarde stemt overeen met de boekwaarde onder
IFRS. Vanuit het standpunt van de verkoper moet zij worden begrepen mits aftrek van de overdrachts-
belastingen of registratiebelastingen. Het geschatte bedrag van overdrachtsbelastingen voor in België
gelegen onroerende goederen werd forfaitair bepaald op 2,5% voor vastgoedbeleggingen met een
waarde hoger dan EUR 2,5 miljoen
1
. Deze fair value wordt dus berekend door de waarde vrij op naam
te delen door 1,025. De eigendommen die zich onder de drempel van EUR 2,5 miljoen bevinden en de
buitenlandse eigendommen vallen onder de gebruikelijke registratiebelastingen en hun reële waarde
stemt dus overeen met de waarde kosten koper.
Resultaat van de portefeuille
(APM)
Resultaat op de verkopen van vastgoedbeleggingen +/- variaties in de Reële Waarde van vastgoed-
beleggingen +/- ander portefeuilleresultaat.
S
Schuldgraad De schuldgraad zoals bedoeld in artikel 13, §1 van het GVV-KB.
T
Totale Huur De totale huur die de Vennootschap zou factureren op basis van haar huurovereenkomsten, indien 100%
van de vastgoedportefeuille verhuurd zou zijn, op basis van haar vraagprijs per jaareinde, inclusief activa in
aanbouw (in voorkomend geval) en een inschatting voor de jaarlijkse huurinkomsten van de hostel activiteit.
1
Zie het Belgian Assets Managers Association (BEAMA) persbericht 8 februari 2006 “Vastgoedbevaks - Eerste toepassing van de IFRS boekhoudregels” en het BE-REIT-persbericht
van 10 november 2016.
U
Uitkeerbare winst per aandeel De winst zoals bedoeld in artikel 13, §1 van het GVV-KB.
V
Verhandelingsreglement Het verhandelingsreglement van de Vennootschap, zoals opgenomen als bijlage bij het Corporate
Governance Charter.
W
Waarde Kosten Koper of Netto
Marktwaarde
De Investeringswaarde verminderd met de registratiebelastingen en notariskosten of BTW.
Waarderingsdeskundigen Stadim BV, Cushman & Wakefield (Portugal), Cushman & Wakefield (Spanje), CBRE (Spanje), CBRE (UK),
CBRE (Poland) zoals vermeld in dit Jaarverslag onder
Hoofdstuk 11.3.
Wet van 1 april 2007 De wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen, zoals gepubliceerd in het Belgisch
Staatsblad van 26 april 2007, zoals van tijd tot tijd gewijzigd.
Wet van 2 mei 2007 De wet van 2 mei 2007 betreffende de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in emittenten
waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende
diverse bepalingen, zoals gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 12 juni 2007, zoals van tijd tot
tijd gewijzigd.
Wetboek van vennootschap-
pen en verenigingen
Wetboek van vennootschappen en verenigingen van 23 maart 2019, zoals gepubliceerd in het
Belgisch Staatsblad van 4 april 2019, zoals van tijd tot tijd gewijzigd.
X
Xior Student Housing of Xior of
de Vennootschap
De naamloze vennootschap naar Belgisch recht Xior Student Housing, een openbare gereglementeerde
vastgoedvennootschap (OGVV) naar Belgisch recht, met maatschappelijke zetel te Frankrijklei 64-68,
2000 Antwerpen (België), ingeschreven bij de Kruispuntbank van Ondernemingen onder het onderne-
mingsnummer 0547.972.794 (RPR Antwerpen, afdeling Antwerpen).
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
315
316
LEXICON XIOR
Graphics
”
AL ONZE MEDEWERKERS HEBBEN TOEGANG TOT
DE ‘XIOR ACADEMY’, EEN INTERN ONLINE PLATFORM
MET EEN OPLEIDINGSAANBOD VAN MEER DAN 150
TRAININGEN. ZO STIMULEREN WE ONZE TEAMS OM ZICH
TE BLIJVEN ONTWIKKELEN, EN BOUWEN WE AAN EEN
TOEKOMSTGERICHTE ORGANISATIE. „
14
ANNEX
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
317
318
ANNEX XIOR
Graphics
14.1 EPRA SBPR TABELLEN MET MILIEU PRESTATIE INDICATOREN -
VOLLEDIGE PORTEFEUILLE & HOOFDKANTOOR, SEGMENTANALYSE PER REGIO
Impact
gebied
GRI Standards
(CRESS)
Indicatoren SDG's EPRA Duurzaamheidprestatiemeting Meet eenheid Portfolio Eigen kantoren
Totale porfolio
Absolute metingen (Abs) Like-for-Like (LfL) Absolute metingen (Abs)
2023 2024 2025 2023 2024 2025
%
veran-
dering
laatste
2 jaar
2023 2024 2025
Energie
(landlord
-obtained
1
)
302-1
Elec-Abs & LfL Totaal elektriciteitsverbruik Jaarlijkse kWh 28 390 395 30 387 061 36 850 087 26 687 935 27 433 834 28 911 701 5%
173 650 173 650 173 650
Aantal gebouwen in berekening (groene en
grijze stroom)
Aantal gebouwen
106 85 91 77 77 77 4 4 4
Aandeel extrapolatie van de
verbruiksgegevens
%
3% 18% 6% 3% 17% 5% 88% 100% 100%
Aandeel elektriciteit afkomstig uit
hernieuwbare bronnen (eigen productie +
aankoop)
%
92% 100% 100% 92% 100% 100% 54% 100% 100%
Aandeel elektriciteit afkomstig uit
hernieuwbare bronnen (eigen productie)
%
4% 4% 4% 4% 4% 4% 0% 0% 0%
Aandeel elektriciteit afkomstig uit
hernieuwbare bronnen (aankoop)
%
89% 96% 96% 89% 96% 96% 54% 100% 100%
302-1
DH&C-Abs
& LfL
Totaal verbruik van stadsverwarming en
-koeling
Jaarlijkse kWh 17 392 077 22 936 448 23 742 989 17 392 077 18 004 300 18 775 624 4% nvt. nvt. nvt.
Aantal gebouwen in berekening Aantal gebouwen
14 16 17 14 14 14
Aandeel extrapolatie van de
verbruiksgegevens
%
0% 39% 7% 0% 26% 5%
Aandeel stadsverwaring en koeling afkomstig
uit hernieuwbare bronnen
%
nb.
2
nb.
2
nb.
2
nb.
2
nb.
2
nb.
2
302-1
Fuels-Abs & LfL Totaal verbruik fossiele brandstoffen Jaarlijkse kWh 42 456 877 38 134 087 43 358 484 37 422 643 36 496 200 40 329 813 11% 132 354 132 354 132 354
Aantal gebouwen in berekening Aantal gebouwen
83 62 64 55 55 55 4 4 4
Aandeel extrapolatie van de
verbruiksgegevens
%
6% 15% 3% 4% 15% 1% 100% 100% 100%
Aandeel hernieuwbare energie %
0% 0% 2% 2% 2% 3% nvt. nvt. nvt.
302-3, CRE1
Energy-Int Totale energie-intensiteit van het gebouw Jaarlijkse kWh per m
2
134 130 136 134 132 141 7% 264 264 264
Impact
gebied
GRI Standards
(CRESS)
Indicatoren SDG's EPRA Duurzaamheidprestatiemeting Meet eenheid Portfolio per regio (segmentanalyse)
Benelux Iberia Overige landen
3
Absolute metingen (Abs) Like-for-Like (LfL) Absolute metingen (Abs) Like-for-Like (LfL) Absolute metingen (Abs) Like-for-Like (LfL)
2023 2024 2025 2023 2024 2025
%
veran-
dering
laatste
2 jaar
2023 2024 2025 2023 2024 2025
%
veran-
dering
laatste
2 jaar
2023 2024 2025 2023 2024 2025
%
veran-
dering
laatste
2 jaar
Energie
(landlord
-obtained
1
)
302-1
Elec-Abs & LfL Totaal elektriciteitsverbruik Jaarlijkse kWh
17 556 651 17 108 071 19 021 610 15 854 191 16 241 864 16 789 224 3%
5 502 655 6 434 772 8 589 287 5 502 655 5 573 016 5 818 565 4% 5 331 089 6 844 218 9 239 190 5 331 089 5 618 954 6 303 912 12%
Aantal gebouwen in berekening (groene en
grijze stroom)
Aantal gebouwen
88 64 66 59 59 59 11 12 15 11 11 11 7 9 10 7 7 7
Aandeel extrapolatie van de
verbruiksgegevens
%
2% 21% 7% 2% 21% 6% 9% 5% 1% 9% 1% 1% 1% 23% 9% 1% 20% 6%
Aandeel elektriciteit afkomstig uit
hernieuwbare bronnen (eigen productie +
aankoop)
%
98% 100% 100% 97% 100% 100% 86% 100% 100% 82% 100% 100% 88% 100% 100% 88% 100% 100%
Aandeel elektriciteit afkomstig uit
hernieuwbare bronnen (eigen productie)
%
5% 5% 6% 5% 5% 5% 2% 1% 1% 2% 1% 1% 1% 3% 3% 1% 2% 3%
Aandeel elektriciteit afkomstig uit
hernieuwbare bronnen (aankoop)
%
93% 95% 94% 92% 95% 95% 85% 99% 99% 81% 99% 99% 87% 97% 97% 87% 98% 97%
302-1
DH&C-Abs
& LfL
Totaal verbruik van stadsverwarming en
-koeling
Jaarlijkse kWh 7 664 295 8 272 803 9 291 432 7 664 295 8 272 803 9 291 432 12% 768 227 633 322 846 168 768 227 633 322 846 168 34% 8 959 555 14 030 323 13 605 389 8 959 555 9 098 175 8 638 025 -5%
Aantal gebouwen in berekening Aantal gebouwen
8 8 8 8 8 8
1 1 1 1 1 1 5 7 8 5 5 5
Aandeel extrapolatie van de
verbruiksgegevens
%
0% 11% 8% 0% 11% 8%
8% 8% 0% 8% 8% 0% 0% 58% 6% 0% 40% 2%
Aandeel stadsverwaring en koeling afkomstig
uit hernieuwbare bronnen
%
nb.
2
nb.
2
nb.
2
nb.
2
nb.
2
nb.
2
nb.
2
nb.
2
nb.
2
nb.
2
nb.
2
nb.
2
nb.
2
nb.
2
nb.
2
nb.
2
nb.
2
nb.
2
302-1
Fuels-Abs & LfL Totaal verbruik fossiele brandstoffen Jaarlijkse kWh 33 478 481 29 364 000 33 151 824 28 470 619 28 351 019 31 405 104 11% 5 275 886 5 732 986 6 633 691 5 249 515 5 108 081 5 351 740 5% 3 702 509 3 037 100 3 572 969 3 702 509 3 037 100 3 572 969 18%
Aantal gebouwen in berekening Aantal gebouwen
74 53 53 47 47 47 7 7 9 6 6 6 2 2 2 2 2 2
Aandeel extrapolatie van de
verbruiksgegevens
%
6% 13% 4% 4% 13% 1% 5% 19% 0% 5% 17% 0% 0% 27% 2% 0% 27% 2%
Aandeel hernieuwbare energie %
nvt. nvt nvt nvt. nvt. nvt. nvt. nvt 1% nvt. nvt. 1% 22% 27% 27% 22% 27% 27%
302-3, CRE1
Energy-Int Totale energie-intensiteit van het gebouw Jaarlijkse kWh per m
2
135 130 139 135 132 143 139 134 135 139 137 147 120 128 130 126 130 132
1
We rapporteren de resultaten van de door Xior betaalde (landlord obtained) energiecontracten. Het is de visie van Xior om de student te ontlasten van de verantwoordelijkheden van eigen elektriciteitscontracten.
Voor een beperkt aantal sites in scope schakelen we nog over van persoonlijke contracten naar een collectief contract.
2
Xior heeft de resultaten van de emissies van stadsverwarming verder gedetailleerd op basis van informatie van haar energieleveranciers. Het is op dit ogenblik nog niet mogelijk om het exacte aandeel stadsverwarming
en koeling uit hernieuwbare enegriebronnen weer te geven voor de gehele portfolio.
3
Dit bevat Polen, Denemarken, Duitsland en sinds 2024 ook Zweden. De Like-for-Like of LfL scope vergelijkt gebouwen waarvoor er data was voor de afgelopen 3 jaar, waardoor er dus geen Zweedse gebouwen in de
LfL scope zitten.
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
319
320
ANNEX XIOR
Graphics
Impact
gebied
GRI Standards
(CRESS)
Indicatoren SDG's EPRA Duurzaamheidprestatiemeting Meet eenheid Portfolio
Impact
gebied
GRI Standards
(CRESS)
Indicatoren SDG's
EPRA
Duurzaamheidprestatiemeting Meet eenheid Eigen kantoren
Totale porfolio
Absolute metingen (Abs) Like-for-Like (LfL) Absolute metingen (Abs)
2023 2024 2025 2023 2024 2025
%
veran-
dering
laatste
2 jaar
2023 2024 2025
Broei-
kasgas
emissies
(landlord
-obtained
1
)
Totale broeikasgasemissies (scope 3)
2
Jaarlijkse ton CO
2
(location based)
17 286 16 749 19 861 16 073 15 289 16 881 10%
Broei-
kasgas
emissies
(landlord
-obtain-
ed
1
)
Totale broeikasgasemissies (scope
1 & 2) Jaarlijkse ton CO
2
(location based)
58 58 58
Jaarlijkse ton CO
2
(market based)
10 090 8 864 10 041 9 195 8 178 8 922 9%
Jaarlijkse ton CO
2
(market based)
45 24 24
305-1
GHG-Dir-Abs
& LfL
Brandstof emissies Jaarlijkse ton CO
2
7 700 6 898 7 830 6 770 6 596 7 271
10%
305-1
GHG-Dir-
Abs & LfL Direct (scope 1) Jaarlijkse ton CO
2
24 24
24
Aantal gebouwen in berekening Aantal gebouwen
83 62 64 55 55 55
Aantal gebouwen in berekening Aantal gebouwen
4 4
4
305-2
GHG-Indir-Abs
& LfL
Elektriciteit & Stadsverwarming/koeling
(location based)
Jaarlijkse ton CO
2
9 586 9 850 12 031 9 302 8 693 9 610
11%
305-2
GHG-Indir-
Abs & LfL Indirect (scope 2: location based) Jaarlijkse ton CO
2
34 34
34
Aantal gebouwen in berekening Aantal gebouwen
106 85 91 77 77 77
Aantal gebouwen in berekening Aantal gebouwen
4 4
4
305-2
GHG-Indir-Abs
& LfL
Elektriciteit & Stadsverwarming/koeling
(market based)
Jaarlijkse ton CO
2
2 390 1 966 2 210 2 424 1 582 1 651
4%
305-2
GHG-Indir-
Abs & LfL Indirect (scope 2: market based) Jaarlijkse ton CO
2
21 0
0
Aantal gebouwen in berekening Aantal gebouwen
106 85 91 77 77 77
Aantal gebouwen in berekening Aantal gebouwen
4 4 4
305-4, CRE 3
GHG-Int
Totale broeikasgasintensiteit van de
gebouwen
Jaarlijkse kg CO
2
e per m
2
(location
based)
26,22 23,84 25,97 26,33 24,38 26,85 10%
305-4, CRE 3
GHG-Int
Totale broeikasgasintensiteit van de
gebouwen
Jaarlijkse kg CO
2
e per m
2
(location
based)
50 50 50
Jaarlijkse kg CO
2
e per m
2
(market
based)
15,30 12,63 13,13 15,06 13,05 14,19 9%
Jaarlijkse kg CO
2
e per m
2
(market based)
39 21 21
Impact
gebied
GRI Standards
(CRESS)
Indicatoren SDG's EPRA Duurzaamheidprestatiemeting Meet eenheid Portfolio per regio (segmentanalyse)
Benelux Iberia Overige landen
3
Absolute metingen (Abs) Like-for-Like (LfL) Absolute metingen (Abs) Like-for-Like (LfL) Absolute metingen (Abs) Like-for-Like (LfL)
2023 2024 2025 2023 2024 2025
%
veran-
dering
laatste
2 jaar
2023 2024 2025 2023 2024 2025
%
veran-
dering
laatste
2 jaar
2023 2024 2025 2023 2024 2025
%
veran-
dering
laatste
2 jaar
Broei-
kasgas
emissies
(landlord
-obtained
1
)
Totale broeikasgasemissies (scope 3)
2
Jaarlijkse ton CO
2
(location based)
11 056 9 989 11 290 9 847 9 596 10 514 10% 1 889 2 071 2 733 1 884 1 825 2 052 12% 4 341 4 689 5 838 4 341 3 868 4 315 12%
Jaarlijkse ton CO
2
(market based)
6 931 5 997 6 828 6 007 5 810 6 506 12% 1 186 1 108 1 230 1 215 992 993 0% 1 972 1 760 1 982 1 972 1 376 1 423 3%
305-1
GHG-Dir-Abs
& LfL
Brandstof emissies Jaarlijkse ton CO
2
6 181 5 422 6 122 5 257 5 235 5 799
11%
974 1 059 1 217 969 943 981
4%
544 418 491 544 418 491
Aantal gebouwen in berekening Aantal gebouwen
74 53 53 47 47 47 7 7 9 6 6 6 2 2 2 2 2 2
305-2
GHG-Indir-Abs
& LfL
Elektriciteit & Stadsverwarming/koeling
(location based)
Jaarlijkse ton CO
2
4 874 4 567 5 168 4 590 4 361 4 715
8%
915 1 012 1 516 915 881 1 072
22%
3 797 4 271 5 347 3 797 3 450 3 823
Aantal gebouwen in berekening Aantal gebouwen
88 64 66 59 59 59 11 12 15 11 11 11 7 9 10 7 7 7
305-2
GHG-Indir-Abs
& LfL
Elektriciteit & Stadsverwarming/koeling
(market based)
Jaarlijkse ton CO
2
750 575 706 750 575 706
23%
212 49 13 246 49 13
-74%
1 428 1 341 1 491 1 428 958 932
Aantal gebouwen in berekening Aantal gebouwen
88 64 66 59 59 59 11 12 15 11 11 11 7 9 10 7 7 7
305-4, CRE 3
GHG-Int
Totale broeikasgasintensiteit van de
gebouwen
Jaarlijkse kg CO
2
e per m
2
(location
based) 26 24
25 26 24 26 10%
23 22
23 23 22 25 14% 30 25 29 30 27 30 9%
Jaarlijkse kg CO
2
e per m
2
(market
based)
16 14 15 16 15 16 12% 14 12 10 15 12 12 1% 14 9 10 14 10 10 1%
1
We rapporteren de resultaten van de door Xior betaalde (landlord obtained) energiecontracten Het is de visie van Xior om de student te ontlasten van de verantwoordelijkheden van eigen elektriciteitscontracten.
Voor een beperkt aantal sites in scope schakelen we nog over van persoonlijke contracten naar een collectief contract. Meer uitleg hierover staat beschreven in de methodologie.
2
In lijn met het GHG Protocol rapporteert Xior haar portfolio emissies onder scope 3 'Downstream Leased Assets'. Deze emissies komen voort uit het energieverbruik van de studenten. Hoofdstuk 9 pagina 130 bevat
een volledig overzicht van de scope 3 emissies (die buiten de EPRA scope vallen).
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
321
322
ANNEX XIOR

Graphics
Impact
gebied
GRI Standards
(CRESS)
Indicatoren SDG's EPRA Duurzaamheidprestatiemeting Meet eenheid Portfolio Eigen kantoren Portfolio per regio (segmentanalyse)
Totale porfolio Benelux Iberia Overige landen
2
Absolute metingen
(Abs)
Absolute metingen
(Abs)
Absolute metingen
(Abs)
Absolute metingen
(Abs)
Absolute metingen
(Abs)
2023 2024 2025 2023 2024 2025 2023 2024 2025 2023 2024 2025 2023 2024 2025
Gecerti-
ficeerde
assets CRE 8
Cert-Tot Verplicht (Energieprestatiecertificaat -EPC)
1
Aantal gebouwen in berekening
99 78 82
2 2 0
81 56 57 11 13 15 7 9 10
Aandeel gebouwen met een EPC % van de scope
83% 84% 86%
50% 50% 0%
82% 79% 81% 92% 100% 100% 88% 100% 100%
Niveau van certificatie per land
1
BELGIË (EPC score):
50-100 kWh/m² % van oppervlak in scope met de score
8% 6% 5% 0%
0% 0%
30% 28% 23%
101 - 200 kWh/m² % van oppervlak in scope met de score
6% 6% 5%
100% 100% 0%
24% 32% 24%
201- 300 kWh/m² % van oppervlak in scope met de score
4% 2% 2% 0%
0% 0%
16% 11% 9%
301-400 kWh/m² % van oppervlak in scope met de score
1% 0% 0% 0%
0% 0%
5% 2% 2%
401- 500 kWh/m² % van oppervlak in scope met de score
1% 1% 1% 0%
0% 0%
4% 4% 4%
501+ kWh/m² % van oppervlak in scope met de score
1% 0% 0% 0%
0% 0%
2% 2% 1%
Unknown % van oppervlak in scope met de score
5% 4% 7% 19% 22% 37%
NEDERLAND (energie-index score):
A++-label % van oppervlak in scope met de score
3% 3% 2% 0%
0% 0%
7% 7% 6%
A+-label % van oppervlak in scope met de score
5% 5% 5% 100%
100% 0%
13% 12% 12%
A-label % van oppervlak in scope met de score
12% 14% 14% 0%
0% 0%
31% 35% 38%
B-label % van oppervlak in scope met de score
2% 1% 2% 0%
0% 0%
5% 3% 5%
C-label % van oppervlak in scope met de score
6% 4% 4% 0%
0% 0%
15% 11% 12%
D-label % van oppervlak in scope met de score
2% 3% 2% 0%
0% 0%
4% 8% 5%
E-label % van oppervlak in scope met de score
2% 2% 1% 0%
0% 0%
4% 4% 2%
F-label % van oppervlak in scope met de score
0% 1% 0% 0%
0% 0%
1% 1% 1%
G-label % van oppervlak in scope met de score
5% 1% 4% 0%
0% 0%
12% 2% 11%
Unknown % van oppervlak in scope met de score
4% 7% 3% 0%
0% 0%
9% 17% 8%
SPANJE (EPC score):
A-label % van oppervlak in scope met de score
6% 6% 6% 60% 60% 65%
B-label % van oppervlak in scope met de score
2% 1% 1% 15% 15% 14%
C-label % van oppervlak in scope met de score
0% 0% 0% 0% 0% 0%
D-label % van oppervlak in scope met de score
2% 2% 2% 25% 25% 21%
E-G-label % van oppervlak in scope met de score
0% 0% 0% 0% 0% 0%
Unknown % van oppervlak in scope met de score
0% 0% 0% 0% 0% 0%
PORTUGAL (EPC score):
A+-label % van oppervlak in scope met de score
0% 0% 0% 0% 0% 0%
A-label % van oppervlak in scope met de score
0% 0% 0% 0% 0% 0%
B-label % van oppervlak in scope met de score
2% 4% 3% 54% 71% 54%
B--label % van oppervlak in scope met de score
0% 1% 3% 0% 27% 44%
C-label % van oppervlak in scope met de score
0% 0% 0% 4% 2% 2%
D-F-label % van oppervlak in scope met de score
0% 0% 0% 0% 0% 0%
Unknown % van oppervlak in scope met de score
1% 0% 0% 42% 0% 0%
DUITSLAND (Energy Ordonance):
A-label % van oppervlak in scope met de score
4% 3% 3% 100% 100% 100%
B-label % van oppervlak in scope met de score
0% 0% 0% 0% 0% 0%
C-H label % van oppervlak in scope met de score
0% 0% 0% 0% 0% 0%
Unknown % van oppervlak in scope met de score
0% 0% 0% 0% 0% 0%
POLEN (EPC score):
50 -100 kWh/m² % van oppervlak in scope met de score
7% 7% 7% 72% 72% 61%
101 - 200 kWh/m² % van oppervlak in scope met de score
3% 3% 4% 28% 28% 39%
201 - 300 kWh/m² % van oppervlak in scope met de score
0% 0% 0% 0% 0% 0%
301 -400 kWh/m² % van oppervlak in scope met de score
0% 0% 0% 0% 0% 0%
401 - 500 kWh/m² % van oppervlak in scope met de score
0% 0% 0% 0% 0% 0%
501+ kWh/m² % van oppervlak in scope met de score
0% 0% 0% 0% 0% 0%
Unknown % van oppervlak in scope met de score
0% 0% 0% 0% 0% 0%
NORDICS (EPC score):
A-label (2020) % van oppervlak in scope met de score
0% 3% 3% 0% 21% 22%
A-label (2015) % van oppervlak in scope met de score
6% 5% 5% 78% 42% 39%
A-label (2010) % van oppervlak in scope met de score
0% 0% 0% 0% 0% 0%
B-label % van oppervlak in scope met de score
0% 3% 3% 0% 25% 23%
C-label % van oppervlak in scope met de score
0% 0% 2% 0% 0% 14%
D-label % van oppervlak in scope met de score
2% 2% 0% 22% 12% 0%
E-H-label % van oppervlak in scope met de score
0% 0% 0% 0% 0% 0%
Unknown % van oppervlak in scope met de score
0% 0% 0% 0% 0% 0%
Vrijwillig
Sites in "groene portfolio" Aantal certificaten
39 37 43
nvt
nvt nvt 23 18 21 10 11 13 6 8 9
1
Het type certificatie verschilt van land tot land. In België, Spanje & Portugal meten we conform de nationale EPC-score (energieprestatie certificaat), in Nederland de EI (Energie Index).Voor meerdere gebouwen in
België zijn EPC verslagen beschikaar op kamer niveau. In dat geval houden we rekening met de verschillende oppervlaktes gerapporteerd op de EPC certificaten. Indien slechts 1 score beschikbaar is per gebouw,
wordt de score toegekend aan het volledige oppervlak zoals gekend onder de keuringsverslagen.
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
323
324
ANNEX XIOR

Graphics
14.3 EPRA SBPR TABEL MET GOVERNANCE PRESTATIE INDICATOREN
Governance
GRI Standaard
Indicatoren
ESRS
sector
agnosticEPRA Duurzaamheidprestatiemeting
Meeteenheid
Prestatie 2025
Governance
2-9 GOV-1 Gov-Board
Samenstelling van het
bestuursorgaan (board)
Zie ook hoofdstuk 6.1.5 en 6.1.6 Corporate Governance –
Raad van Bestuur van de Vennootschap
Aantal executive board leden aantal
2
Aantal onafhankelijk/non-executive
board leden
aantal
5
Gemiddelde termijn duur
8,23
Ervaring van bestuursleden omtrent
milieu of sociaal gerelateerde topics
aantal
7
1
2-10 Gov-Select
Nominatie en selectie van de board
Zie hoofdstuk 6.1.4.1 Corporate
Governance – Algemeen
2-15 Gov-Col
Proces voor het beheren van
belangenconflicten
Zie hoofdstuk 6.1.14 Corporate
Governance –belangenconflicten
1
Elk van onze bestuursleden heeft competenties inzake milieu en sociaal gerelateerde onderwerpen
14.2 EPRA SBPR TABEL MET SOCIALE PRESTATIE INDICATOREN
Impact
gebied
GRI Standaard
Indicatoren
ESRS
sector
agnostic
EPRA
Duurzaamheidprestatiemeting
Meeteenheid Prestatie
2023 2024 2025
Werknemers
diversiteit
405-1 S1-9, GOV-1 Diversity-Emp
Gender diversiteit
onder directe werknemers
Alle medewerkers
1
% vrouwen
46% 51% 49%
% mannen
54% 49% 51%
Executive management % vrouwen
33% 33% 33%
% mannen
67% 67% 67%
Non-executive board % vrouwen
50% 50% 40%
% mannen
50% 50% 60%
Andere medewerkers
1
% vrouwen
46% 51% 49%
% mannen
54% 49% 51%
405-2 S1-16 Diversity-Pay
Genderverhouding van het
salaris incl. beloningen
Niet materieel
(zie onze dubbele materialiteit assessment)
2
Werknemers-
ontwikkeling
404-1 S1-13, G1-3 Emp-Training
Training ter ontwikkeling
van de werknemers
Gemiddeld aantal uren per
werknemer
2
13,4 6,4 8,4
404-3 S1-13 Emp-Dev
Prestatiebeoordeling van de
werknemers
% van werknemers met
prestatiebeoordieling
2/3
50% 52% 47%
401-1 S1-6 Emp-Turnover Personeelsverloop en retentie
1
Nieuwe medewerkers aantal
98 93 55
%
42% 35% 22%
Vertrokken medewerkers aantal
83 56 69
%
36% 21% 27%
Impact
gebied
GRI Standaard
Indicatoren
ESRS
sector
agnostic
EPRA
Duurzaamheidprestatiemeting Meeteenheid Prestatie Segmentele analyse per regio
Benelux Iberia Overige landen
2023 2024 2025 2023 2024 2025 2023 2024 2025 2023 2024 2025
Veiligheid en
gezondheid
403-9 S1-14 H&S-Emp
Veiligheid en gezondheid van
de werknemers
Niet materieel
(zie onze dubbele materialiteit assessment)
2
416-1 H&S-Assets
Gezondheids en veiligheids-
beoordelingen van onze
assets
Verplichte beoordeling in het
kader van het verkrijgen van
de vergunning
% van assets in de meetscope
4
100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100%
416-2 H&S-Comp
Incidenten van het niet
naleven van de gezondheids
en veiligheidsbeoordelingen
aantal incidenten in de meetscope
30 32 26 27 27 18
1 3
6
2 2
2
Gemeenschap
413-1 S3-2 Comty-Eng
Onze impact op de
gemeenschap
Impact op de studenten
gemeenschap
% van assets in de meetscope met
een studentencoach
4
57% 62% 65% 51% 56% 60% 92% 69% 67% 88% 100% 100%
1
Exclusief werkstudenten, zelfstandigen & tijdelijke interims. Xior maakt geen onderscheid tussen management en non-management functies. Voor meer informatie hieromtrent
verwijzen we naar Hoofdstuk 9.6.6 "werknemercategorieën"
2
In lijn met de dubbele materialiteitsbeoordeling werd deze categorie als niet materieel beoordeeld. Zie Hoofdstuk 9.2.1 voor meer informatie.
3
Voor meer informatie rond de berekeningsmethodologie verwijzen we naar Hoofdstuk 9.6.6 “meetmethodologie werknemers ontwikkeling”.
4
Het betreft de sites die in scope zijn voor het betreffende rapportage jaar. Sites die niet in scope zijn vanwege verbouwingen, … worden niet in beschouwing genomen.
We verwijzen naar Hoofdstuk 9.6.2 voor een overzicht van het aandeel sites in scope.
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
325
326
ANNEX XIOR

Graphics
XIOR JAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2025
327
IDENTITEITS-
KAART
Naam: Xior Student Housing NV
Statuut: Openbare gereglementeerde vast-
goedvennootschap ('OGVV') naar
Belgisch recht
Maatschappelijke Zetel: Frankrijklei 64-68, 2000 Antwerpen
Tel: +32 3 257 04 89
E-mail: info@xior.be
Website: www.xior.be
RPR: Antwerpen, Afdeling Antwerpen
BTW: BE 0547.972.794
Ondernemingsnummer: 0547.972.794
Oprichtingsdatum: 10 maart 2014
Vergunning als OGVV: 24 november 2015
Financiële jaarafsluiting: 31 december
Algemene vergadering: Derde donderdag van de maand mei
(10u00)
Notering: Euronext Brussels – continumarkt
ISIN code: BE0974288202 (XIOR)
Commissaris: PwC Bedrijfsrevisoren BV –
Culliganlaan 5, 1831 Machelen – ver-
tegenwoordigd door de heer Jeroen
Bockaert
Financiële dienstverlening: ING België
Waarderingsdeskundigen: Stadim, Cushman & Wakefield en CBRE
15

Graphics
Xior Student Housing NV,
Openbare GVV naar Belgisch recht (BE-REIT)
Frankrijklei 64-68, 2000 Antwerpen
BE 0547.972.794
(RPR Antwerpen, afdeling Antwerpen)
www.xior.be I info@xior.be I T +32 3 257 04 89
www.xior.be
Volg ons op LinkedIn
Volg ons op Facebook
™
Volg ons op Instagram
Volg ons op TikTok